Drie maal vals is vals recht

Dat de muziekindustrie vals is, weet iedereen die zich er een beetje in verdiept. Mijn stiefvader Henk Bosch van Drakestein was musicus. Hij is tot een paar maanden voor zijn dood de bassist geweest van de Dutch Swing College Band. En hij kreeg ieder jaar een cheque van Buma/Stemra voor gemiddeld 19 gulden vanwege de auteursrechten. Ze hadden minimaal 10 uur per jaar radiocoverage in Nederland alleen al, want radiomaker Harm Mobach was een grote fan van ze. "Maar dat hoort er allemaal bij," zei mijn stiefvader altijd, "Geld verdiend je met optredens." Gelukkig waren de uitgaven van platen al vanaf 1945 in eigen beheer. Dat scheelde ook een slok op een borrel. De bandleider Peter Schilperoort was best een slimme man 🙂

 

Karinspaink155x155De platenmakers zijn geen spat veranderd, getuige de laatste ontwikkelingen. Karin Spaink heeft daar een column over geschreven in Het Parool, die ik hieronder van haar mag reproduceren. Bedankt Karin! Ik kan iedereen aanraden om haar weblog www.spaink.net te bezoeken, waar ze al haar columns op post.

"Drie maal is vals recht

            In Frankrijk is vorige week ternauwernood een wetsvoorstel gesneuveld om mensen die driemaal van auteursrechtinbreuk via internet worden beschuldigd, van het net te gooien. Three strikes, youxe2x80x99re out –  de harde aanpak.

            Alleen ging het niet om mensen die waren veroordeeld: drie beschuldigingen zouden volstaan. Er was in het voorstel geen plaats voor een rechter ingeruimd, een verdenking van vertegenwoordigers van de muziekindustrie was genoeg. Van dezelfde muziekindustrie die al talloze zaken heeft verloren omdat ze hun aanklacht niet konden bewijzen, dezelfde muziekindustrie die mensen daagde die helemaal geen 
internetverbinding hadden, of die zesjarigen voor de rechter bracht wegens auteursrechtinbreuk. Dezelfde muziekindustrie die in een spraakmakende rechtszaak in Amerika laatst bloedserieus stelde dat ze eigenlijk hun beschuldiging nooit zouden hoeven staven, want bewijs, nou, daar was vaak zo moeilijk aan te komen hxc3xa8.

            Drie beschuldigingen en je ligt eruit. Van het internet af: verstoken van een communicatiekanaal waarmee we steeds meer verweven raken. We telefoneren via internet, we betalen via internet, we regelen alles via internet. We moeten ons belastingformulieren via internet inleveren en ons patixc3xabntendossier in de gaten houden via internet. En de overheid wil dat we onze facturen versturen via 
internet. Je kunt haast niet meer zonder; internet is hard op weg om even essentieel te worden als elektriciteit. En dan zou zoxe2x80x99n klungelende muziekindustrie je daarvan naar eigen willekeur mogen afsnijden?

            De muziekindustrie verkeert in een strijd op leven en dood. Ze probeert dat gevecht te winnen door nog harder te doen waardoor ze eerder in die kramp is geraakt: muziekliefhebbers van zich vervreemden, artiesten door de mangel halen, en vooral: de realiteit  van nieuwe media en nieuwe manieren van distributie ontkennen. Jarenlang heeft de industrie fans het kopen van muziek tegengemaakt: als je xc3xa9xc3xa9n nummer leuk vond moest je de hele cd kopen (waar is het singeltje gebleven?), had je net een oude plaat op cd aangeschaft, kwam er een versie met meer tracks uit; keurig gekochte cdxe2x80x99s konden niet in je computer worden afgedraaid, of niet in de auto; de prijs 
van mp3xe2x80x99tjes is absurd hoog (even duur als op een cd, terwijl de hele tussenhandel is weggevallen), en dan nog kun je ze vaak niet naar een nieuwe computer verhuizen.

            Er zijn zat artiesten die wel begrijpen dat de wereld is veranderd. Ze hebben zich losgemaakt van de industrie en zijn voor zichzelf begonnen, vaak met een zucht van verlichting. xe2x80x98Wat? Je verkoopt mijn album voor 19,90 en dan krijg ik daar 80 cent voor? Ik moet bovendien alle studio- en promotiekosten terugbetalen? En daarna hebben jullie alle rechten op mijn muziek en ben ik die kwijt? Wie heeft zulke idiote contracten bedacht? Oh wacht, jullie!xe2x80x99, zei Trent Reznor, en begon voor zichzelf.

            Zoals veel andere vrijgemaakte muzikanten gebruikt hij internet intensief. Hij geeft muziek weg, verkoopt muziek met extraatjes, maakt applicaties voor mobieltjes en websites, en heeft al doende een adressenbestand van twee miljoen fans die hij gericht kan mailen. De zaken lopen uitstekend: en hij is bepaald niet de enige muzikant. De verkoop van muziek stort helemaal niet in, die gaat tegenwoordig alleen langs andere wegen dan de oude industrie.

            De makers lopen daarvan weg, samen met de fans. Veel van hen wilden dat al eerder maar wisten niet hoe. Tegenwoordig wel: internet. Dus wil de muziekindustrie internet onder controle krijgen. Ze zouden er beter aan doen het te leren begrijpen."

Karin Spaink,

Het Parool 14 april 2009

Wat een nep

Vandaag heb ik op het postkantoor een zilveren Manhattan_vijfje_2009mvijfje gekocht. Het Manhattan Vijfje. Bombastisch op tv aangekondigd. Ik laat hem aan mijn levenspartner zien. Zegt ze: "Zwaar verzilverde vijf Euro munt."
Ze laat het aan me zien. Het staat inderdaad op de achterkant:  "Zwaar verzilverde E 5,- munt."
Ik lees het nog maar eens. Zwaar verzilverd?
Verzilverd !
Het is verdorie nep-zilver, pleet.
We hebben een pleet-vijfje.

GV 3 – Anoebis

Het is donderdag 16 november 2012, 9 uur ’s ochtends. Vanwege het reizen tussen de werelden is het niet zo gemakkelijk meer om de tijd bij te houden. We gaan eerst naar Simon. “Ha, jullie zijn eindelijk weer thuis!” Onder de kerk heeft hij een bolwerk van demonische wetenschap gebouwd waar een aantal jongeren voor hem werken. Boven heeft Isabel een hangplek voor jongeren en een ruimte voor haar feesten. Officieel is het ons hoofdkwartier, maar we vragen ons af of er nog wel plek voor onszelf is. Gelukkig hebben we ook nog een echt eigen hoofdkwartier in het Golden Tulip hotel. Isabel vertelt dat Lux Eterna haar intrek heeft genomen in de Pieterskerk. Kali wijkt niet meer van haar zijde. Simon en Lux zijn bezig met het bestuderen van vreemde dingen die niet alleen deze stad bedreigen: een komeet die van plek verspringt en veel te dichtbij staat; eb en vloed gedragen zich raar. Red_cometGewone mensen houden zich vooral bezig met het stijgen van de zeespiegel. Dijkbewaking en zo. Volgens Simon’s berekeningen is de maan twee maal te zwaar – of er zit iets achter de maan dat bijna even zwaar is. En die meteoor die zo raar doet? Die is alleen met het blote oog te zien. Apparatuur neemt hem niet waar!

Aia bedenkt dat Metatron kennelijk niet zelf de wereld kan beeindigen. Daar heeft hij Celestine voor nodig, anders had hij het zelf allang gedaan. Mio bedenkt zich opeens dat alle engelen die we tot nog toe zijn tegengekomen stoffelijk waren (behalve de lichtwezens van de kinderwereld), ook Metatron. Maar die was er juist tegen om stoffelijk te worden. We vragen Isabel of ze kan uitzoeken waar de speer van Michael is (de laatste van de sleutels die we zoeken). We pikken Celestine en Elise op. Mio haalt nog even de tranen van Lilith en dan gaan we naar de Hooglandse Kerk. De kerk is open, we gaan naar binnen. De kerk is leeg, maar we voelen een aanwezigheid op de zolder van een zijbeuk. Mio groeit zijn vleugels en verkent. Ja, daar op zolder is de Japanse engel Osakabe. De anderen gaan via een lange wenteltrap in een smal torentje. Als we boven aankomen en buigen, buigt ze terug, maar ze kijkt ons niet aan.
We willen nog wat vragen.
Dan moet je bij het Orakel zijn. Ik ben degene die ziet. Het Orakel is degene die spreekt.
En waar kunnen we die vinden?
Die bevindt zich in de navel van de wereld.

Aia vraagt hoe het komt dat zij stoffelijk is.
Dat is een eigenaardigheid die zich langzamerhand voordoet als je langer in de schepping bent.
En hoe zit dat eigenlijk? Wij herinneren ons het niet meer. Maar we waren de oorlog aan het winnen en opeens vinden we onszelf in de hel. Wat is er gebeurd dat we in die gevangenis kwamen?
Winnen en verliezen is niet waar het om gaat,” zegt ze, “maar de strijd.” Osakabe spreekt in raadsels. Aia probeert haar te charmeren met haar betoverde kam. Het haar begint te stralen alsof er sterren in zitten. Het fascineert Aia. Ze ziet er sterrenbeelden in en betekenissen. Mio vraagt nog eens naar de navel van de wereld, maar hij snapt het antwoord niet. Ze vertelt dat zij deze komeet al vanaf het begin der tijden heeft zien aankomen. En die komeet is het einde der tijden. Alles komt uiteindelijk neer op een enkele beslissing. En die beslissing zal worden genomen door Elise. En op de vraag wat er met de vorige schepping gebeurd was, zegt ze: “Ik kijk alleen maar toe bij deze schepping. Ik kan niet voorbij mijn eigen oorsprong kijken.” Verder legt ze uit dat het haar lot is om getuige te zijn. Er zijn er altijd drie: een die ziet, een die luistert en een die spreekt.
We stellen Celestine aan haar voor. Maar: “Zij is niet degene.” (Aia merkt dat Osakabe niet kijkt. Kan ze eigenlijk wel zien?) Nee, de kleine Elise blijkt de Sleuteldrager te zijn. “De sleuteldrager velt het oordeel. Kom kind, ik moet je wat laten zien.” Osakabe neemt haar even apart om te vertellen wat ze moet weten. Daarbij draait ze zich om en loopt met Elise weg. Mio probeert weg te springen, maar hij is net te laat en blijft met zijn benen in het stasisveld dat achter de Japanse heerst. Aia had het niet door en zij zit er helemaal in. En Suzette blijft net buiten het effect. Mio kan niet meer van zijn plek komen. Hij hoort daarom niet wat er besproken wordt, maar Suzette hoort het wel. Als ze uitgesproken zijn draait de Japanse zich weer naar ons toe en kunnen we weer bewegen. Aia heeft het gevoel dat ze uit een diepe trance bijkomt. Elise glimlacht. En als in Mio’s benen het bloed weer gaat stromen, doet dat helse pijn.Osakabe gebaart: “Ga nu allemaal en doe wat je moet doen. De tijd is bijna daar. Maar het is nog niet zo ver, want de doden zijn nog niet thuis.

Imperium_damnatumWe gaan naar de Burcht. Aia vraagt aan Celestine: “Snap jij er nog wat van?” Celestine denkt dat Osakabe vanaf het begin iets heeft zien aankomen, het einde der tijden. Dat is als er nog maar een keuzemoment over is. In de loop van het gesprek zegt ze dat het Lucifer’s idee was om een fusie te maken tussen mensen en engelen. Het was zijn enige voorwaarde om Elise aan haar terug te bezorgen. Asmodeus had heel andere plannen met onze kinderen, hij heeft altijd soldaten nodig. Aia voelt iets, het is geen engel. Over de heel stad hangt een soort getintel, een kracht, een aanwezigheid. Zo iets als we ook bij Metatron voelden, maar anders. Iets bovennatuurlijks waar je nekharen van overeind gaan staan. Maar wij kunnen de Burcht nog steeds niet in. Celestine wel. Als Mio de tranen van Lilith in zijn hand neemt en zich probeert af te stemmen, voelt hij een vage rimpeling. Het portaal reageert op de sleutel, maar er zijn er meer nodig.

Kees had gezocht naar de oorsprong van de navelstreng in de Burcht en die ging toen terug in de tijd. Dus dan zou de navel van de wereld aan het begin van de tijd moeten zijn. “Nee joh, de navelstreng zit aan de moederkoek vast, niet aan de navel. De navel is wat er overblijft nadat hij is doorgeknipt.” Dus we moeten hier helemaal niet zijn. Zoekend op het internet ontdekken we dat er meerdere plekken zijn die de navel van de wereld genoemd worden. Cuzco, Delphi, het Paaseiland. En er staat een Omphalos in het Rijksmuseum van Oudheden. “Oudheden! Ja, daar moeten we heen,” roept Mio. “Nee mafkees,” zegt Suzette, “er is een navel en een orakel in Delphi! Daar moeten we heen.” Maar we gaan toch eerst naar het museum en daar zoeken we het verhaal van het orakel van Delphi op. We vinden ook het verhaal van Charon, de veerman der doden waar Tigris naar op zoek was. Interessant. Dan vragen we ons af: hoe komen we zo snel mogelijk in Griekenland? Nou, met hulp van Philippe en die zit in Egypte. Laat er nou een poort naar Egypte in dit museum zijn. Mio gaat snel onze uitrusting halen. Aia verkent waar de camera’s zitten zodat we ongemerkt door de poort kunnen. Daarna zit ze in het restaurant met een glaasje chocomel op de anderen te wachten.

Mummy_2Een man met een gleufhoed en een regenjas gaat aan haar tafeltje zitten. Aia voelt een heel sterke bovenna- tuurlijke aanwezig- heid. “Hallo meneer … ?” Hij kijkt haar niet aan. Dan hoest hij een stofwolk op. Hij legt een uitgedroogde hand op haar arm. Een ijzeren greep. “Ik zou het niet doen als ik jullie was. Je komt nooit meer terug,” raspt hij. Hij kijkt haar aan. De geest van de romeinse legionair Marius heeft een van de mummies van het museum tot leven gebracht! &quot
;Denk je dat ik hier voor mijn lol zit? Je wilt niet opgevreten worden door de zielenvreter!
Nee, maar we  moeten echt heel snel naar Egypte!
Is dit dan niet Egypte?” vraagt de mummie.
Mio en Suzette komen terug. Mio heeft zijn harnas aan en hij heeft een enorme rugzak. “We kunnen die zielenvreter wel aan!” pocht Aia. “Hele legioenen hebben dat geprobeerd.” zegt Marius, “maar die zijn allemaal opgegeten. Ik weet het, want ik diende in een legioen van Cesar.

Aia verandert zich in waterdamp waardoor zij los is. Dan grijpt de mummie Mio vast. Hij probeert zich los te rukken, maar Marius is sterker. Met de Voice of Heaven commandeert Suzette: “Laat ons met rust!” Dan laat de mummie los. “Zoek het dan zelf maar uit.” We gaan snel naar de tempel en Mio opent het portaal. Terwijl we er door springen, horen we nog: “Zeg niet dat ik jullie niet gewaarschuwd heb…

We staan in het zand onder een brandende zon. JublieecourtHet is zeker 50 graden Celsius. Achter ons staat de tweelingbroer van het tempeltje in het museum, in de verte zien we een majestueuze pyramide met een obelisk. De wind steekt op. Het is een boosaardige wind, bovennatuurlijk. Het fijne saharazand dringt in Mio’s harnas zodat hij zich amper meer kan bewegen en Suzette wordt omver geblazen. Als de wind weer gaat liggen is de tempel helemaal onder gestoven en Mio en Aia zitten vast in het zand. Alleen Suzette heeft er, omdat ze lag, als het ware op kunnen drijven. Ze graaft de andere twee uit. Dan nemen we onze engelengedaanten aan (vleugels combineren slecht met een ijzeren harnas) en gaan we naar de piramide. We steken een zandheuvel over. Dan zien we voor ons een vallei met aan het einde de majestueuze piramide. Er staat een tempel aan vastgebouwd en een dubbele rij mastaba’s flankeert de toegangsweg. Op de trap van de tempel zien we een gestalte staan. We lopen er naar toe. In de vallei is het nog veel heter en helemaal windstil. Buiten de vallei woedt een zandstorm. We voelen getormenteerde demonische krachten emaneren vanaf de tempel. In de zandstorm onstaat een immense jakhalskop die op ons neerkijkt. De deuren van de mastabas barsten open en vier mummies, oud-egyptische krijgers  met khopesh zwaarden, vallen ons aan. Aia ontwijkt er eentje, Suzette steekt er een in brand en Mi verslaat er een met zijn zwaard. In de storm klinken angstaanjagende geluiden. Het wordt steeds heter en we zien vonken in het opwaaiende zand ontstaan. Anoebis hapt naar ons en we staan nu in een vuurzee. Roodgloeiend gesmolten zand hagelt tegen ons aan. “Vuur, vuur, verbrand!” roept de gestalte vanaf de trappen. Het is Anoebis, de god van de dood.

Cgwmum4_2 Mio wordt gebeten door de enorme jakhalskop. Hij voelt zijn vlees wegrotten (3 aggravated damage) en zijn magische harnas begint te roesten. Het zwaard heeft er geen last van. Wij hebben gelukkig geen last van de enorme hitte, Aia heeft een magische ring die haar beschermt, Suzette’s engel is een vuurgeest en Mio wordt beschermd door het ijzeren pak uit de wereld van levend vuur. Anoebis is werkelijk de dood zelf, we voelen hoe hij de levenskracht uit onze lichamen zuigt. Het is logisch dat de legioenen van Caesar niets tegen de zielenvreter konden uitrichten.

Suzette doet een holocaust op hem, ze verbrandt de geloofskracht van hem weg en doet hem daarmee veel schade. Maar dat truukje kan Anoebis zelf ook en Suzette gaat daar aan onderdoor! Nu geeft zelfs Aia zich over aan torment. Ze wordt een glimmende metalen gestalte waarin de nachtmerries van de Anoebis weerspiegeld worden. Met grote klauwen scheurt ze de demon aan stukken. De getormenteerde geest komt vrij en wordt meteen teruggezogen naar de hel. Mio brengt het ontzielde kinderlichaam weer tot leven en Athloton en Suzette proberen weer terug in het kinderlichaam te komen. Het lijkt alsof het kind en de engel inmiddels ook op zielsniveau met elkaar verbonden zijn, want ook Suzette’s geest werd samen met Atlothon de Abyss ingetrokken. Met de dood van zijn maker, ontrafelt de realiteit van dit universum. Als in een slechte Hollywood film beginnen de gebouwen om ons heen in te storten. Aia neemt het bewusteloze meisje op haar schouders en we rennen de piramide in, Mio nog steeds als engel, de andere twee weer als mens. In de tunnel is het donker en koel. Achter ons verkruimelt de tempel en dooft de wereld uit. Dit is een afgrijselijk gevoel voor onze engelen. Het Niets verslindt een wereld, dat is nog erger dan de dood. Het Niets is datgene waar zowel engelen als demonen tegen strijden, want wij zijn de makers van werelden!

In de achtermuur zijn drie portalen. 88994212_56efb0cfb6Een is dichtgemetseld, eentje ligt vol puin en de derde kan Mio open maken. We hebben geen tijd om na te denken en rennen door de opening. Mio sluit hem snel weer af voordat het Niets onze poort bereikt. We hebben het overleefd, maar onze kleren en spullen zijn door de intense hitte van de vuurstorm verbrand en gesmolten.En Mio’s uitrusting is er nog erger aan toe door de vergiftigde beet van het zandmonster.

Zo, dat was dus Anoebis. De god van Egypte. In zijn wereld is de Egyptische beschaving ontstaan en ons Egypte is gesticht door mensen die daarvandaan hebben weten te ontsnappen.

We bevinden ons in een lichtloze gang. Het is koud en muf. Mio’sMaglite is half gesmolten, maar desondanks doet hij het nog. We ziendat de gang doodloopt aan de kant waar wij staan, verderop gaat hij eenhoek om. De stenen zijn enorm. Dan komen we aan een vreemde galerij,hij is heel hoog, looptstijl omlaag en heeft inspringende muren.  Er zijn hieroglyfen in de muren gekrast. We lopen trappen op en af, volgen lange gangen, doorkruisen lege zalen en uiteindelijk voelen we buitenlucht. In de verte horen we getoeter. Als we buiten komen, zien we de lichtjes van een grote stad. Cairo bij nacht! We bellen Philippe. Hij komt ons om 23.00 uur ophalen met de jeep. De paar uur dat we in Anoebis’ wereld waren, blijken hier twee dagen geweest te zijn.

Op zondagmiddag landen we op het vliegveld van Athene, we vertrekken meteen met de auto naar Delphi. Tijdens de reis hebben we nog even contact met Simon. Hij vraagt of we de chips uit onze vernielde mobieltjes willen halen. Het blijken vreemde groeisels te zijn, met tentakeltjes en pulserende onderdelen. Techniek is voor Simon iets organisch. Suzette realiseert zich dat ze inmiddels zowat een symbiose vormt met Athlothon, dit is wat Sandalfon wilde.

Sessie zevenenveertig

Nadat Ster en Dyjab met de dorpsjeugd hebben gekletst, gaan we slapen. Tijdens Raine’s wacht hoort hij iets rondscharrelen buiten de schuur waar we logeren. Maar als hij gaat kijken is er niemand. De volgende ochtend is het al heel vroeg druk op het dorpsplein, we horen gejoel en gelach. Vandaag is het herfstfeest. Op de plek waar raine wat had gehoord, vinden we een voetafdruk. Raine bestudeert het en hij concludeert dat het ofwel een zeer getalenteerd mens met zeer goede uitrusting moet zijn geweest die ons heeft bespied, ofwel een exalt.
Oct02harvestfestivalOp het plein wordt een oogstfeest gevierd. De kinderen zijn in het wit gekleed. Ze lopen onder grote zeven door, waarmee graan over hen heen wordt gestrooid. De mensen zingen oogstliederen. Raine kent dit van vroeger, hij zingt uit volle borst mee. Dan rennen de kinderen het veld in om blauwe bloemen te plukken die in grote koperen schalen worden gelegd. Op het plein worden tafels en banken neergezet en er worden manden met brood, kaas en vleeswaren uitgedeeld. Wij vreemdelingen mogen ook mee delen in de overvloed. Dat hoort er bij.
Er worden varkens geslacht voor het feestmaal vanavond en een oude vrouw gaat van de blauwe bloemen een mooie krans vlechten. Ma Si vraagt zich af of er misschien iets met die bloemetjes aan de hand is, maar het zijn heel gewone korenbloemen. Ster is nieuwsgierig. Samen met Dyjab vraagt hij aan de pubers waar ze gisteren ook mee gepraat hebben wat er staat te gebeuren. Die vertellen dat het zeven van het graan over de kinderen te maken heeft met onschuld en vruchtbaarheid. De bloemen zijn een symbool voor de doden en de krans is voor de pompoenman. Die zal worden verbrand en de as wordt dan over het land vertrooid. Als ze door willen vragen over de pompoenman wordt de dorpsjeugd weer terughoudend. Waarom ze daar geheimzinnig over doen is niet duidelijk want staat een grote tafel vol pompoenen op het plein en daar wordt een pop van gemaakt.
De twee lunars verkennen als kraaien de omgeving. Ma Si houdt vanuit de lucht het dorp in de gaten en Claw de landerijen en het bos.

Raine drinkt een wijntje bij de dorpskroeg en kletst met de mannen. Hij spreekt het lokale dialect, dus ze willen weten wie zijn ouders zijn en waar hij woont. Een oud mannetje herkent Raine’s naam. Hij spuugt op de grond en maakt een gebaar om het boze oog af te weren terwijl hij "Anathema" mompelt. Hij schuifelt weg. De dorpelingen wijken angstig van Raine weg en maken een grote kring om hem heen. "Demon!" klinkt het en "Ga weg uit ons dorp!" De kroeg gaat dicht en de luiken gaan voor de ramen. Raine kiest eieren voor zijn geld en gaat het dorp uit. Eenmaal uit het zicht vermomt Raine zich als landarbeider, met Diamondclaw als tamme kraai op zijn schouder komt hij terug.

Het nieuws verspreidt zich snel en de andere exalts worden ook opeens gemeden. Iemand spuugt voor Ster op de grond. Hij wordt boos en grijpt de man die het deed bij zijn lurven: "Waarom spuug je naar me?"
De mensen wijken angstig uiteen, alsof ze Ster nu ook voor een demon aanzien. Maar de man die naar hem spoog geeft wel antwoord: "Ik spoog niet naar jou, ik spoog op de grond want je gaat om met Anathema!  Raine en zijn familie worden door de Wyld Hunt gezocht. Jullie moeten nu weg uit ons dorp."
Ster probeert uit te leggen dat dit een geval van persoonsverwisseling moet zijn en Dyjab distantieert zich openlijk van de Anathema. Toch moeten we weg. Morrend spant Ster de metalen paarden voor de wagen en dan rijdt hij met Oe’al via de andere weg het dorp uit. Dyjab is hen al voorgegaan en zit even buiten het dorp op een boomstronk op ze te wachten. We verstoppen de wagen in het bos en Oe’al blijft daarbij achter. Ster en Dyjab willen terug naar het dorp. Dyjab leent Ster’s magische masker en vermomt zich als handelaar. Ster maakt zichzelf onzichtbaar. Dan gaan ze weer terug.

"Bent u een Dragon Blooded?" vraagt een van de dorpelingen beleefd als Dyjab op het plein arriveert.
"Nee."
"Oh, jammer. Maar evengoed bent u toch van harte welkom!"
Het feest is alweer in volle gang. Ditmaal heeft Raine zich op de vlakte gehouden over zijn afkomst en met zijn ‘tamme’ kraai Claw is hij nu omringd door een troep enthousiaste kinderen. Mensen vertellen ons sterke verhalen over hoe ze de Anathema het dorp uit hebben gejaagd. Maar ze gaan de Wyld Hunt natuurlijk niet waarschuwen, want dat zou meteen het einde van het feest betekenen. Onzichtbaar verkent Ster het dorp, maar hij vindt niets buitengewoons. De middag verstrijkt traag. Opeens begint iedereen wilgetakken te verzamelen. Ster volgt de dorpelingen naar een open plek in het bos. Daar wordt van de takken een grote vierkantestapel gebouwd. In het midden staat een hoge paal waar depompoenman aan zal worden gehangen.

Als het begint te schemeren, om een uur of acht, komen er drie mannen in zandkleurige kleding met geometrische figuren, het plein op. Ze dragen jakhalsmaskers en rode jaden dorsvlegels. De mensen worden stil. De drie komen voor het offer, ze vertellen een heel verhaal over het einde van de zomer en de komst van de de dood en de winter. De pompoenman krijgt de bloemenkroon op en dan gaat het hele dorp in processie naar de open plek. Daar is een verassing. Op de brandstapel hangt een meisje van 12 aan de paal. Ze is helemaal met touwen omwonden en zit met ijzeren kettingen vast. Het meisje is bedwelmd, broodmager en zit onder de blauwe plekken. Om haar heen staan nog drie mannen met jakhalsmaskers. Een daarvan grist de bloemenkroon van de pop, klimt in de paal en zet de krans op het hoofd van het meisje. "Geen beter offer dan een Anathema!" roept hij.

Brandstapel De dorpelingen reageren verward. Dyjab fluistert mensen in het oor dat dit ongepast is. Zijn charme versterkt het gemor. Ster sluipt om de brandstapel heen en wil er op klimmen. Hij ziet dat er achter, in de bosrand, een gestalte staat met een zwart harnas en een zwarte cape. Het is onze oude abyssal ‘vriend’ Winter’s Last Refuge en hij heeft me door.

Dan gebeurt alles tegelijk. Een van de mannen werpt een fakkel in de brandstapel. Ster springt er naar toe. Raine gooit een boemerang naar de paal en sprint zelf naar het meisje. Winter’s grijpt Ster bij zijn enkel, trekt hem van de brandstapel af en gooit hem het bos in. De boemerang zaagt door de paal heen. Raine grijpt hem vast zodat het meisje niet in het vuur valt en Ma Si vliegt er in halfmens-halfuil gedaante naar toe. Ze grijpt het meisje bij de schouders en vliegt er mee weg.

"Jullie weer!" roept Winter’s verbaasd, "maar jij mag ook mee hoor, solar! En hoe wisten jullie hier van?"
"Connecties…"
Winter’s is boos omdat zijn plannetje is mislukt. Hij wilde het meisje zelf redden en haar dan meenemen en opleiden tot deathknight. Hij dreigt met verslechterde diplomatieke betrekkingen als we haar niet met hem meegeven. Daar zijn we niet zo van onder de indruk. Raine nodigt hem zelfs uit om weer eens langs te komen in Porto Libre.

We gaan weer op weg. We hebben haast, want de Wyld Hunt zal nu zeker worden gewaarschuwd. Onderweg verzorgen Ster en Ma Si de kind-solar. Ze is verhongerd en uitgedroogd en ernstig verzwakt. Ze heeft donker, bijna zwart krullend haar, een haakneus en een donkere huidskleur. Typisch iemand uit Zuid-Italixc3xab. Onderweg bespreken we battle tactics. We rijden naar de kust en stappen over op een kristallen schip dat Oe’al heeft laten komen. Als het meisje bijkom
t is ze bang en ze vertrouwt ons niet. Ma Si kalmeert haar door heur haar te kammen, terwijl Ster met haar praat. Ze heet Sofxc3xada en ze is heel erg getraumatiseerd. Met horten en stoten komt het verhaal er uit. Donkere ruimtes, gemaskerde mannen die haar slaan, geen eten en geen drinken, ze is gaan hallucineren. Het blijkt dat ze uit de hak van de laars komt. Ze is uit haar dorp gevlucht omdat ze rare dingen om haar heen gebeurden, en toen is ze gekidnapped door deze lui. Ze wil terug naar haar ouders. Als Ma Si zegt dat dat niet kan, wordt ze boos. Haar kasteteken licht op. Zenith, ze is een solar priesteres. We laten onze eigen anima’s zien waardoor ze zich realiseert dat ze niet de enige is, en we vertellen onze eigen verhalen: Raine die zijn moeder door de Wyld Hunt heeft verloren, Ster die ook op zijn 12e is gexc3xabxalteerd en ook niet begreep wat hem overkwam. Langzaam wordt er een vertrouwen opgebouwd.

ReflectionsauropolisWe komen aan in Spanje, bij de stad. Als we aanleggen in de haven staat Sara daar opeens. Ze neemt Sofia mee naar een schrijn van de zon. Ze is van plan om haar op te gaan leidien en ze wil haar in contact brengen met andere solars. Onderweg vertellen we hoe we het meisje gered hebben. Sara is verbaasd dat Winter’s Last Refuge er van wist. Dat is een zorgwekkende ontwikkeling. "Abyssals zijn heel moeilijk te volgen omdat ze de onderwereld in en uit gaan. Je zou bijna denken dat hij hulp gehad heeft van een renegate Sidereal, of een alliantie met de Wyld Hunt of zo."
"Of hij weet het via de geestenwereld," zegt Ster.
Ze reageert verbaasd: "Kan dat dan?"
Ster legt uit dat er van alles gebeurt in de gebieden die de Sidereals niet kunnen zien, en dat Autochthonia en de onderwereld hun eigen Loom of Faith c.q. sterrenhemel hebben. Ze vindt het maar een vaag verhaal. Sidereals weten tenslotte alles wat er gebeurt. En in de andere werelden gebeurt niets dat Creation aangaat. Deze kortzichtigheid is volgens Ster hoe de Great Curse de Sidereals geraakt heeft. Het erkennen dat je een probleem hebt, is de eerste stap naar een oplossing, maar geen enkele exalt zal toegeven dat hij een probleem heeft… Zelf is hij er natuurlijk van overtuigd dat de Alchemicals geen Great Curse hebben.

Als we aan Sluiers vertellen over de verstoorde diplomatieke relaties met Schiehallion merkt ze op dat als Porto Libre ook maar 1 exalt uitleveren, het geen vrijstad meer is. Het plan van Winter’s klinkt ook helemaal niet als de agenda van Cesus Gustav. Ze adviseert ons om eens te gaan praten met de ambassadeur van Malfeas in Yu Shan. The Embassador of Hell was vroeger een strafpost, maar sinds eeuwen zit daar een heel bekwame diplomaat, een van de weinige goden die zijn werk nog goed doet.

Ondertussen worden de nieuwe heartstones in het kristallen slagschip gemonteerd. Voor de belangrijkste functies zullen we echter wel sterkere stenen moeten hebben.

Bittere pijnboompitten

Sinds paar dagen laat alles wat ik eet een nare bittere nasmaak achter. Dat heb ik twee keer eerder gehad.

180pxkoreanpineseeds Het schijnt te komen door pijnboompitten. Normaal gesproken zijn die onschuldig. Maar als ze uit China komen dan zit er een stofje in waardoor bepaalde mensen een dag of drie na het eten een sterke bittere en/of metalige smaak in de mond krijgen die soms wel een paar weken kan aanhouden. Het fenomeen is voor het eerst beschreven in 2001.

Ik vind het best hinderlijk, maar men zegt dat het ongevaarlijk is. En ik moet toch nog een paar kilo afvallen. Dus als het eten me niet smaakt, dan troost ik me maar met de beroemde uitspraak van Johan Cruijff: "ieder nadeel heb z’n voordeel".

Sessie zesenveertig

Het blijft maar regenen en waaien. We komen weinig mensen tegen, wantiedereen blijft binnen vanwege het slechte weer. Als we aan de voet van de Alpen zijn, houden we een dagje rust, want de uitrusting is aanhet schimmelen en zelfs de hoeven van de paarden beginnen te rotten.Alleen Oe’al vindt al die nattigheid wel lekker. Ster wil de stormwind voor iets nuttigs gebruiken en hij begint aan een ritueel om zijn borstkuras de essentie van lucht te geven. Am_verbund9Daardoor wordt het harnas gewichtloos en gemakkelijk te dragen, zonder zijn beschermende waarde te verliezen. Maar dat ritueel duurt wel de hele ochtend.

Intussen gaat Ma Si Tamuz naar een heuveltop en ze begint tot de Storm King te bidden. Het duurt meer dan een uur voordat hij bereid is om naar haar te luisteren. Ze bedankt hem voor de regen. Uiteindelijk breekt er een straaltje zonlicht door en de wind gaat liggen. Iedereen is blij behalve Oe’al en Ster, wiens ritueel nog niet klaar was. 30 Motes essence en een offer aan de stormgod verspild.

We reizen de volgende dag verder, over de Alpen en we gaan Italixc3xab in. De goed onderhouden weg voert ons langs een paar dorpjes en door een bos. Diep in het woud horen we zacht gezang, de stem is niet menselijk, een beetje raspend en houtig. We houden even halt en gaan op onderzoek uit. Op een open plek in het bos zien we een soort boom-mens. Hij heeft een stoffen popje vast waar hij tegen zingt. Ster complimenteert hem met zijn gezang. Hij heet ons enthousiast welkom en vertelt omstandig hoe weinig bezoekers hij krijgt. Hij heet Joza en is een Wood Elemental. Nwn_profile_lacuna_01_180x240Dyjab vraagt naar het poppetje, het heeft een faery aura. Joza zegt dat hij vroeger een een relatie had met de fae en toen ze vertrokken heeft hij dit aandenken gekregen. Maar een van de oogjes is er jaren geleden afgevallen waardoor de krachten ervan sterk zijn verminderd. We beloven te helpen met zoeken. "Home is where the heart is," merkt hij nog cryptisch op.

We slaan kamp op en hangen al onze natte spullen uit om te drogen. Raine blijft achter om op de spullen te passen. Joza richt het poppetje op Dyjab, het oog licht blauw op en dan knikt hij. We mogen het even bestuderen. De magische signatuur is gelukkig heel herkenbaar, het heeft met architectuur en bomen te maken. Hoewel het bos groot is, lukt het Ma Si om een spoor te vinden en na een hele dag zoeken hebben we een mooie zwarte edelsteen gevonden met dezelfde aura als het oog van het poppetje. De elemental is heel blij. Als hij merkt dat de steen niet uit zichzelf blijft zitten, mag Ster hem er aanzetten. Dan gaat het artefact zich zoemend opladen. Joza bedankt ons omstandig. Hij graaft zijn schat op en geeft die aan ons. Het is een doos met daarin doorzichtige stenen en groen uitgeslagen munten. Er zitten zes heartstones in, een berg halfedelstenen waar ze in Autochthonia heel blij mee zullen zijn en een paar handenvol geld waarvan we niet weten of het wat waard is. Dan laat hij de pop paars opgloeien en tovert hij een boom om in een paleis waar hij in gaat. Dyjab wil graag blijven. Hij staat onder invloed van de pop en het kost veel moeite om hem mee te krijgen.

We breken ons kamp weer op en trekken verder. We trekken door dorpjes en landerijen. Het wordt drukker op de weg. ’s Nachts schuiven er vaak medereizigers aan bij ons kampvuur. We zien ook regelmatig dragonblooded voorbij komen, maar die stoppen niet. Ze verwachten geen lunar en solar anathema in het hartland van de wild hunt en we vallen niet op. Van de andere reizigers leren we dat er een in de buurt van Rome nieuwe Spiral Academy wordt gebouwd, een school voor dragonblooded bestuurders. Dyjab vertelt dat Italie wordt bestuurd door huis Nellens, dat ook Tunesie heeft. Rome heeft een ingewikkelde structuur, heel bureaucratisch en met veel dragonblooded, maar het plebs heeft er ook wat te zeggen. De andere grote huizen kijken een beetje op huis Nellens neer omdat ze mortals mee laten beslissen. Het duo-leiderschap van Nellens Joer en haar broer/minnaar Tetsuo valt ook niet goed. Het huis is ontstaan vanuit de enige niet-dragonblooded minnaar van de keizerin. Alle vijf de elementen komen even vaak voor onder Nellens exalts, waar andere huizen juist een sterke bias hebben naar een van de elementaire draken.  We horen geruchten dat ze heibel hebben met andere huizen. Ook wordt er gepraat over een wrede ridder in een zwart harnas, met lang wit haar. Bgrade_duals_samurai_longsword_dualHet is een hufter en men vertrouwt er op dat de wild hunt hem wel zal aanpakken.

Tegen de avond komen we aan bij de zeven heuvels. Rome is een heel oude stad. Het is niet meer zo groot als in de 1st Age en de ruines zijn zo veel verder vervallen dat ze amper meer te herkennen zijn. De stad heeft geen muur en geen poorten. De buitenwijken zijn een chaos van lemen hutten en planken, meer naar binnen worden de huizen wat rijker. De stad is redelijk welvarend. We trekken in bij een bejaarde dame die kamers verhuurd "Di mama".

De volgende ochtrend ontbijten we met spaghetti aglio e olio, wat door Ster wordt aangezien voor Autochthonia’s nationale gerecht nutrient. Daarna gaan we de stad in. Ster laat de muntjes taxeren bij een geldwisselaar. Oud, dat wel, zelfs nog van voor Nellens. Maar helaas zijn ze waardeloos. De handelaar geeft er 10 yen voor. "Laat maar zitten, ik stel ze wel ten toon in Autochthonia als voorbeeld dat mensen in Creation tandwieltjes als ruilmiddel gebruiken…"

Ma Si Tamuz wil een valk kopen. We gaan dus naar de vogeltjesmarkt. Daar is inderdaad een prachtige afgerichte jachtvalk te koop, Birds_of_prey_7maar het dier is haar een beetje te duur. Ze wil hem namelijk opeten om de vorm aan te kunnen nemen. Dan gaat ze maar proberen een kraai te vangen, maar die vogels lachen haar uit.

Dyjab en Ster vragen rond over vreemde cultussen en bijzondere gebeurtenissen. Ze komen er achter dat iedereen bang is voor de anathema. En ze horen van een cultus die sinds kort actief is iets buiten de stad. Het gaat over de onderwereld en de dood en ze schijnen een heel apart offer te hebben. De cultus is er al eerder geweest. Het zijn lastige lui. Pubers in het dorpje Ellera.

Nou, daar gaan we dus maar naar toe. Het is een vriendelijk dorpje met een plein met een pomp waar oude mannetjes zitten. Ma Si vangt eindelijk een kraai. Helaas doet ze dat in het volle zicht, dus de mannetjes mompelen meteen commentaar: "Waar moet dat heen met de zwangere vrouwen van tegenwoordig?" "Stomme buitenlanders." "Het zijn vast engelsen." Gelukkig zien ze niet dat de lunar in de schuur het beestje het hart uitrukt en dat opeet.

Claw vangt ook een kraai. We huren voor de nacht een schuur van een boer, met ruim voldoende wijn en eten. ’s Avonds zitten de lokale jeugd rond de pomp. Ster gaat er naar toe met een zak wijn en maakt een praatje. Ze willen wel met hem praten, maar steeds als hij het gesprek richting cultus probeert te leiden beginnen ze over oogstfeesten en andere zaken. Op de fontein ziet hij het symbool van een dorsvlegel. Na een tijdje komt Dyjab erbij. Hem lukt het met een paar woorden om de waarheid er uit te krijgen. Ze hebben hier inderdaad een cultus die gewijd is aan de regenratiecyclus. Het is bijna nieuwe maan en er staat iets belangrijks te gebeuren.