Dit dus: "Hubba hubba zoot zoot" De wereldhit van Caramba
Veel Zweedse artiesten deden er aan mee. Maar allemaal onder pseudoniem. Ook de producer en de twee jongens van Abba, nadat de band uit elkaar was gegaan.
Dit dus: "Hubba hubba zoot zoot" De wereldhit van Caramba
Veel Zweedse artiesten deden er aan mee. Maar allemaal onder pseudoniem. Ook de producer en de twee jongens van Abba, nadat de band uit elkaar was gegaan.
Als Metatron weg is, begint het weer te onweren. Celestine pakt snel haar spullen in en Mio vliegt naar beneden om zijn harnas op te halen. Onderweg wordt hij door een windvlaag tegen de rots geslagen, maar hij overleeft het. De engelen krijgen een aura van statische elektriciteit en er is een pijnlijke ontlading tussen Aia en Suzette. Mio trekt snel zijn harnas aan en vliegt weer terug. Hij vindt een kloof met een schoorsteen waarin iedereen kan schuilen. De bliksem wordt steeds heftiger en vervaarlijke wolken komen van de top van de berg naar beneden zetten. Een zware stem dondert: “Ik ben de God der Wrake!“Op zoek naar een weg dieper de berg in, ontdekken we dat de berg, onder een dikke laag aangekoekte rommel, van een soort glas lijkt te zijn gemaakt. In het glas zijn vreemde driedimensionale patronen te zien, het lijken wel de zegels van engelennamen. “Ik heb een Slartibartfast moment,” zegt Aia. Het wordt steeds heter en giftige dampen benemen ons de adem. Met natte lappen, Lore of Flames en Lore of Flesh proberen we om de gassen te overleven. De patronen gloeien op als er engelenkracht wordt gebruikt. We ontdekken dat aan de buitenkant van deze schoorsteen het glas ooit gesmolten is geweest. Blijkbaar is Metratron al eerder zo boos geworden en is toen de berg gesmolten. Dus hier zijn we ook niet veilig.
Als Mio naar portalen zoekt, ontdekt hij dat het glas op zijn magie reageert en hem doorlaat. Het voelt aan als ijswater. Na een meter komt hij in een soort gang. Snel gaat hij terug en hij helpt de anderen om ook de berg in te komen. Het geluid van de donder is hier weg. De lucht is bedompt en er ligt helemaal geen stof. De gang spiraalt de verte in. De zegels stralen in allerlei kleuren als de engelen langs komen. Ze zijn leesbaar, maar alles staat door mekaar. Het is een blauwdruk van de schepping. Mio denkt dat de gesmoltenzegels delen van de schepping zijn die in de grote oorlog zijnvernietigd. Bij een driedimensionaal knooppunt horen we een kind lachen. Mio legt een dubbeltje neer om aan te geven uit welke gang we komen. Suzete’s engel Atlothon herkent een van de zegels als een deel van het condensatieproces. Mio’s engel Bilifor herkent een andere zaal als de plek waar hij is opgegroeid, hij heeft hier als peuter met andere kind-engelen gespeeld. Atlothon en Uznarda raken in trance. Celestine zegt: “Dit is niet goed,” en probeert ze wakker te schudden, maar Bilifor stelt haar gerust. “Dit is waar wij geboren zijn. We zijn aan het herinneren.”
We herinneren ons hoe het was. We woonden samen met talloze andere engelen als onstoffelijke geesten in de muren. De zegels zijn kindertekeningen. Dit was alles wat er was. Maar op een bepaald moment begonnen we te vermoeden dat er nog meer was. Waar is dat idee, die opwinding begonnen? We kunnen er naar toe via de wanden en onderweg zien we door de zegels heen de ideeen. Wolkenluchten, muren van vuur, stromend water, het is een hele virtuele wereld. Dan komen we in het centrum aan. We voelen de wopwinding weer, maar ook iets anders. Er is hier iets heel ergs gebeurd! Iets wat de engelen zich eigenlijk niet willen herinneren. Atlothon wil niet verder gaan, maar realiseert zich dat het wel belangrik is om toch naar binnen te gaan.
Het is een grote ronde ruimte met bogen en spiralen en in het midden een verhoging. De patronen zijn hier alleen nog maar abstracties. In onze herinnering stonden daar drie engelen, heel trots op alles wat we hadden gedaan. De patronen krijgen drie kleuren: hemelblauw, aardbruin en felrood. Hier werden altijd alle belangrijke beslissingen genomen. Sommige heel goed en andere te erg om te herinneren.
Celestine kanons helpen om dit onder ogen te zien. Ze knielt bij de verhoging en roept het Hemelse Licht op. De schellen vallen van de ogen van de engelen. Er was een grote ruzie tussen twee van de drie ‘oudere kinderen’. Lucifer stond er als neutrale derde tussen. De woordenstrijd liep vreselijk uit de hand en verstoorde de honderdduizenden toeschouwers. Sommigen grijpen elkaar naar de keel, anderen verstijven. Iemand, Asmodeus, riep: “Stop hiermee! Dit loopt fout! Jullie moeten overeenstemming hebben! We moeten het zelfde denken.” En dan gebeurt het ondenkbare. Sandalfon slaat Metatron. Metatron roept “MIJN WIL!” en slaat terug. Sandalfon valt neer aan de andere kant van de tafel, de plek waar we niet willen kijken. Het rode licht dooft, de rode engelen verdwijnen. Sommige verdwijnen letterlijk, andere veranderen van kleur. Het rode standpunt is er niet meer. Metatron trilt en herhaal zijn woorden. Hij kijkt uitdagend in het rond. Dan zegt Lucifer: “Ik zal niet dienen.” De ruimte ontploft als het ware. Lucifer en zijn factie vluchten zo snel als ze kunnen. De rest probeert de schepping af te maken, maar vlucht uiteindelijk ook. Metatron blijft alleen achter.
Mio loopt om de tafel heen. Daarachter is de vloer getormenteerd. Er is een afdruk van een jongetje met vleugels die daar is neergevallen. De vloer er omheen is gebarsten. Maar er ligt geen lijk. Sandalfon was nog niet stoffelijk. Maar dit is wel de plek waar hij gestorven is. Mio knielt en legt zijn hand in de afdruk. Mio, nee Bilifor huilt. Eindelijk kan de engel huilen om zijn grote broer.
Aia vertelt het hele verhaal aan Celestine. Die is geshockeerd. Langzaam wordt het plaatje compleet. M en S waren elkaars spiegelbeelden, L was de balans daartussen. Sandalphon en zijn engelen gingen over passie. Die rol is overgenomen door Uznarda’s huis, de engelen van de diepzee. Toen we wegvluchttten, is iedereen eigen wereldjes begonnen. Sommigen helemaal alleen, anderen met een hele groep gelijkgezinden. Maar eigenlijk weten we nog steeds niet waar wij zelf, en deze berg, vandaan komen. Wij horen echt bij deze schepping. Aia en Suzette discussieren met Celestine over de rol van de schepper. Was dat God, of deze drie oudere engelen? Celestine stelt voor om naar Eden te gaan. Daar moeten antwoorden te vinden zijn. Meningen kunnen sterven. Als engel kun je dan verstarren, jezelf kwijtraken, etc. De kleuren waren de argumenten. Het verschil met de vorige schepping was, dat er toen geen meningsverschil was. En waar ging deze strijd nou om? Sandalphon wilde dat we de schepping afmaakten en stoffelijke vorm aanzouden nemen, Metatron wilde dat we onstoffelijke toeschouwers zoudenblijven. Toen was er een oorlog tussen de dienaren van Metatron en de volgelingen van Lucifer. Het was een guerilla oorlog. Asmodeus was onze aanvoerder (Fidel) en Lucifer de inspiratiebron (Che). En wij waren aan het winnen. Hoe komen we dan in de hel terecht? Wat is er gebeurd? Wellicht weet die Japanse dame het, de Watcher. Daar wil Celestine mee praten.
Ze komt tot de conclusie dat dit een oneindig ingewikkeld weefsel is waar je niet zomaar wat in kunt veranderen, alles hangt met alles samen. Haar eigen magie is meezingen met de vibratie. Van hieruit zou je naar andere plekken moeten kunnen gaan. Maar Mio kan geen portalen vinden. Uznarda is wel eens in Eden geweest. Celestines hypnotiseert haar en we gaan op weg. De route die Aia zich herinnert is via de wanden. Het is een heel lange reis waarbij Mio regelmatig portalen moet openen. Hoewel dit ons oorspronkelijke thuis is, zijn we nu stoffelijk, concreet. Dus voelen we de kou van de abstractie en we zijn totaal verkleumd als we aankomen in een diamantvormi
ge ruimte. Hier gaan we slapen, lekker tegen elkaar aan en goed ingepakt in slaapzakken.
Als we wakker worden voelt Mio een groot, heel oud portaal in het midden van de ruimte.Als hij het activeert, ontstaat er een bol van licht. We staoppen er in en staan opeens in een knus moestuintje. Er zijn stokken met boontjes, tomaten, sla. En we zien een klein huisje met een rokende schoorsteen. Om de tuin staat een houten hekje en daaromheen is alleen maar natuur. In de verte zien we bergen. Het huisje is knus, het heeft een boven- en onderdeur. Mio roept “Volk!” maar er reageert niemand. Binnen ziet hij een fornuisje, een tafel met 1 stoel. Alles is normaal. Buiten ook. Het is een ideaal landschap, Engels of Oostenrijks. En er is geen enkel dor blad te bekennen. We zijn in het aards paradijs en dit is de tuin van Eden. Wel wat kleiner dan verwacht…
Binnen vinden we op de tafel een mandje met een doek erover, een aardewerken kom, een gietijzeren fornuis.In de kast is een bedstee. Alles is eenvoudig, primitief en proper. Maar wel met vreemde anachronismen. In de mand liggen tomaten en brood. Verderop voelt Suzette een aanwezigheid. We gaan eens kijken. Even verderop is een dal met een beekje, we horen een hond blaffen en zien een paar schapen. Op een steen zit een gestalte met een herdersstaf en een hoofddoek. We roepen en zwaaien, er wordt teruggezwaaid en ze loopt naar ons toe. Het is een vriendelijk, heel oud vrouwtje. “Zozo, bezoek. Dat is lang geleden.” Ze spreekt een taal die ouder is dan Sumerisch. “Kom mee naar huis, ik ga thee zetten.” Als ze fluit komen de schapen. De hond sukkelt er een beetje achteraan. Ze ziet ons als kinderen. Elise zit bij Celestine op schoot. Ze raakt in gesprek met Celestine en vraagt Mio om water te halen.
Het is Eva. Ze woont hier al heel lang.Heel af en toe komen er vrienden op bezoek. Wij stellen ons voor, zowel de kinderen als de engelen. Volgens haar gebeurde dat vroeger ook wel eens, een mens en een engel samen in een lichaam. Maar het was heel lang geleden en ze weet het niet meer zeker. En tegen Celestine vertelt ze dat ‘hij’ al had verteld dat ze zou komen. “God?” “Nee, die komt hier nooit en praat niet met me.” “Lucifer dan?” “Noem die naam hier niet. Hij mag hier eigenlijk niet komen.” Maar ja, die komt hier ook wel eens een kopje thee drinken. En de engel met het vlammende zwaard vind het goed dat ze weer in de tuin woont. Suzette vraagt hoe die heet, maar dat weet ze eigenlijk niet. God beschrijft ze als soms wel aardig, maar ook wel heel streng en sinds ‘die tijd’ alleen nog maar sjagrijnig en boos. Ze heeft vroeger wel met Hem gesproken, maar ze heeft Hem nooit gezien. Metatron kent ze wel. “Dat is een aardig jongetje, maar hij zegt niet zo veel.” En Adam? Die heeft ze al heel lang niet meer gezien. Teveel irritaties. Bij de naam Lilith kijkt ze bedenkelijk. “Dat was een deugniet hoor. Die heeft een boel stoute dingen gedaan.” Ze vertelt over kleine, kinderachtige pesterijtjes. Maar nu woont ze daar bij de bergen. Een kale boel daar! En wat er gebeurd is waardoor God zo boos geworden is, heeft ze nooit goed begrepen. “Wat heeft het voor zin om een boom in de tuin te zetten waar je niet van mag eten?” Ze heeft hem omgehakt toen ze hier weer mocht komen wonen. We zitten op de stronk van de boom van kennis van Goed en Kwaad naar de zonsondergang te kijken. Dit is zoals het leven hoort te zijn. Niets gaat hier ooit dood.
Eva heeft ook vragen aan ons. Ze is inderdaad niet zo intelligent, maar wel heel lief en zorgzaam. Zij is inderdaad de Rib van Adam die we zoeken. We blijven slapen, Mio en Celestine liggen bij de kachel, Eva en Eline in de bedstee en Aia en Suzette slapen onder de sterren. De nacht verloopt rustig en de volgende dag verdeelt Eva de werkzaamheden. Zo verstrijkt de dag. Bij het avondeten weten we amper meer waar we ook al weer voor kwamen. De tijd verglijdt hier heel gemakkelijk. De volgende dag gaat Eva koekjes voor ons bakken.
Mio vraagt waar de engel met het vlammende zwaard woont. Eva legt uit dat die in de bergen woont, het is zo’n drie uur lopen. Mio gaat vliegen. Aan de voet van de bergen vindt hij een plateau en hij komt aan bij de ruxc3xafnes van een fors dorp. Er is een waterput en er staan een aantal stenen bogen. Ooit waren het er vijf, maar nu zijn er nog maartwee over.
“Halt! Het is verboden om Eden te betreden!”
Een jongetje in een leren harnas en met een groot zwaard, komt van achter een ruxc3xafne vandaan. “Jij mag hier helemaal niet zijn.” Hij blijkt niet zo heel erg snugger te zijn. Mio bluft dat hij wel binnen mag, want hij komt uit de hemel. De engel laat zich ompraten. Hij kankert dat iedereen maar in en uitloopt alsof het niets is. “En door welke poort komt die andere meneer meestal?” “De linker.” Hij vliegt met Mio mee terug. Eva geeft ze thee en lekkere koekjes. De engel gaat in een hoekje zitten. Suzette hoort hem uit. Hij blijkt Azrael te heten. Hij heeft de opdracht om Lucifer en Eva te laten passeren. Verder mag hier niemand komen.
Aia krijgt door dat Eva wel degelijk doorheeft waar we voor komen en dat ze alleen maar tijd aan het rekken is. Daarmee geconfronteerd, geeft ze toe. “Nu slapen,” zegt Eva, “morgen vroeg op en dan moeten we maar gaan.” De volgende dag ruimt ze op, ze pakt in, doet het kacheltje uit en het huisje op slot. Ze laat de schaapjes vrij, aait de hond en dan gaan we weg. Ze loopt langzaam maar onverstoorbaar door met een groot pakket op haar rug. Als Mio aanbiedt om het voor haar te dragen hoeft dat niet.
Achter de poort is het koud en het regent. We staan in de Kloosterpoort vlakbij de Middelstegracht. En de telefoon gaat. Simon. Waar of we zijn geweest. Het blijkt 15 november te zijn, we zijn zonder het te merken een hele week in het paradijs geweest. Philippe wordt ingeseind dat we weer terug zijn. Hij komt eraan. We nemen ons intrek in het hotel en Eva kan voorlopig logeren bij Mio’s ouders.
Soms gebeuren er dingen waar het verstand bij stilstaat. Ik vond op nu.nl het onderstaande bericht:
Di. 10 maart 2009
Ontsnapte gevangene sluipt stiekem terug
WASHINGTON – Gevangenbewaarders in de Verenigde Staten die jacht maakten op een ontsnapte gevangene, hoefden niet ver te zoeken. Ze betrapten hem op heterdaad toen hij de gevangenis probeerde in te sluipen, meldden lokale media in de staat Georgia zondag.
Eerder op de dag was het alarm afgegaan in het detentiecentrum in Woodbine omdat een celdeur niet op slot zat. De 25-jarige Harry Jackson was naar de binnenplaats gegaan en over een hek heen geklommen.
Bewakers zagen Jackson terugkomen met veertien pakjes sigaretten, die hij uit een nabijgelegen winkel had gestolen.
De gevangene is aangeklaagd voor ontsnapping en diefstal. Hij zat vast wegens bezit van verboden middelen en het schenden van proeftijd.
| xc2xa9 ANP |
Het was lekker zonnig weer vandaag. Dus ik dacht, laat ik weer eens een eindje gaan fietsen. Na drie kwartier voelde ik iets. Ik was inmiddels ergens halverwege Noordwijk en Katwijk. Mijn voorband had een bobbeltje ontwikkeld. Ik voelde de bui al hangen en keerde meteen terug richting Leiden. Bovenop de brug over de Rijn in Katwijk hoorde ik SISS. Een klapband klapt dus helemaal niet. Hij sist.
Twee meisje waren onder me bezig met een bootje, ik mocht hun mobieltje wel even gebruiken om mijn vriendin te bellen dat het wat later werd. Het was volgens het bordje nog 7 km naar Leiden, dus na een goed uur lopen was ik weer thuis. Gelukkig was het wel lekker zonnig.
Nadat de Storm King weg is, vertrekken we uit de fjordstad Gethamane. Het regent hard en het waait. Maar omdat we over een maanbrug reizen, zijn we snel thuis in Porto Libre. Als we aankomen is het nacht. De stadspoorten zijn gesloten en de wachters reageren in eerste instantie niet op ons gebonk. Terwijl we bespreken wat we zullen doen – er over heen vliegen of klimmen, of blijven wachten – merkt Diamondclaw iets in de bosrand. Zeven ninja’s maken zich onhoorbaar los uit de schaduwen. Hij wil de anderen waarschuwen, maar is net te laat. Een van de nieuwkomers schiet een net over Dyjab heen. Een andere blaast een wolk gifpijltjes naar Ster en raakt. Iemand gooit een blauwe jaden chakram en we voelen dat er charms gedaan worden waarvan we het effect nog niet meteen merken. Raine reageert door zijn boemerang te werpen naar de man met de chakram. Diamondclaw schiet eerst botsplinters naar de mannen en springt dan van enorme afstand bovenop eentje. Ster gooit zijn eigen chakram naar een van de mannen, activeert zijn lichtzwaard en rent op een andere af. Oe’al is met weer een andere in gevecht. Dyjab wordt met net en al over een schouder gehesen en afgevoerd. Dan herkennen we de aanvallers, het zijn de leden van de Wyld Hunt. We zijn hen al eerder tegengekomen, in de Tempel, nog voordat Porto Libre was gesticht. Diamondclaw grijpt zijn tegenstander vast en groeit zich een vacht van vlijmscherpe naalden. Raine raakt er eentje en Dyjab schiet een elemental bolt dwars door degene die hem draagt. Die is op slag dood. Ster is in een klassiek duel verwikkeld met een van de Dragon Blooded. De jaden daiklave en het lichtzwaard kletteren keer op keer tegen elkaar,
maar de twee zijn precies even goed en ze raken elkaar geen van beiden. Wel wordt de tiener te grazen genomen door een Elemental Bolt van een vrouwelijke Wyld Hunter en hij wordt steeds zwakker door het gifpijltje in zijn nek. De Dragon Blooded die met Diamondclaw worstelt heeft een giftige aura: hoewel de lunar zijn tegenstander met honderden naalden doorboort en hem tegelijk fijn knijpt, wordt ook hij vergiftigd. Op het moment dat de Wyld Hunter door Claw wordt gedood, gooien ze allemaal een rookbommetje op de grond en verdwijnen ze. Alleen Ster’s tegenstander geeft hem nog even een hand en knikt voordat hij verdwijnt. Deze zwaardvechter heeft blijkbaar respect voor zijn tegenstandertje.
De twee dode Hunters leveren ons een Infinite Jade Chakram, een rode en een groene Jade Daiklave en twee harnassen op. In de groene daiklave zit een Wood-aspected heartstone. Na het gevecht gaan de poorten van de stad open. Ster en Claw worden steeds zieker van het vergif en ze worden snel naar het hospitaal vervoerd. Sluiers komt bezorgd kijken, maar haar aanwezigheid zuigt vitaliteit uit de patixc3xabnten en de verwondingen doen extra pijn wanneer zij in de buurt is. Dus tot verdriet van Ster kan ze maar kort blijven. Diamondclaw krijgt een ontgiftingskuur in een kruiden-modderbad. Ster is er veel erger aan toe. Hij heeft curare in zijn bloedbaan. Een gewone sterveling zou allang dood zijn geweest. Hij wordt wakker gehouden, krijgt veel water te drinken en wordt in een hete sauna gezet om het vergif uit te zweten. De volgende dag is Diamondclaw geheel genezen en Ster weer wat aangesterkt. Raine gaat bij zijn vader en zijn broer langs. Hij ziet dat het stadsbestuur voortvarend bezig is met krotten af te breken om ruimte te maken voor mooie pleintjes en fonteinen. Het wordt tijd voor riolering en Ster wordt aan het werk gezet om tunnels te toveren.Ook worden de fundamenten gelegd voor een dojo.
Raine krijgt behoefte om een wandeling te maken. In een steegje staat hij opeens tegenover de sidereal Sara. Ze vertelt hem dat hij naar Italixc3xab moet gaan om in de buurt van Rome een solar te redden en haar hierheen te brengen. Raine wil dat graag doen. Porto Libre wordt zo een bolwerk van de Cult of the Illuminated. Sara merkt op dat het wel wennen is, een bewoonde plek waar anathema in het openbaar rondlopen. Dan vertelt Raine dat Ster graag martial arts van haar wil leren. Het verbaast haar een beetje, wat moet een autochthonian daar nu mee? Maar ze zal er over denken. Ze waarschuwt dat er haast bij is en dat hij morgen moet vertrekken. Het meisje is nu nog niet geexalteerd, maar als we daar aankomen wel. En Sara merkt nog even op: "Only the good die young". Het is nu rustig in de stad, maar er ligt chaos in het verschiet.
Raine komt terug en doet verslag. Dan voelt Ster de aandrang om te gaan wandelen en hij komt uit bij een omgevallen boom waar Sara op zit met een strootje in haar mondhoek. "Zo, dus jij wilt martial arts leren? Laat maar eens zien wat je al kan." Ster demonstreert een paar kata’s die hij in Autochthonia heeft geleerd. Ze is niet heel erg onder de indruk en vraagt hem om haar te proberen te slaan. De jongen probeert het, maar van de zenuwen vergeet hij de helft van wat hij geleerd heeft. Het lukt hem absoluut niet om haar te raken. Toch ziet ze wel wat in hem. "Ik wil je sifu zijn. Maar er zijn een aantal dingen die ik wil dat je doet als jij mijn leerling bent: 1. Toegewijd zijn. Je moet les willen. Wat ik zeg in de les is voor jou waarheid. Geen vragen. 2. Oefenen! Constant, tenzij er calami- teiten zijn. 3. Je krijgt geen onderwijs in de leer van de Sidereals, daar ben je nog niet waardig voor. 4. In de Celestial City heeft Wajang je verteld over een god die Autochthon heeft gekend. Je bent het aan jezelf verplicht om met hem te spreken." Ster herinnert zich dat Wajang vertelde over de god Agralzo, die betrokken was bij de creatie van Autochthon en die nu gevangen zit onder het Bureau of Heaven omdat hij de solars steunde. Hij gaat akkoord met haar voorwaarden. "Welke stijl bestudeer je?" vraagt ze. "Tiger style." Ze knikt, het is logisch dat men in Autochthonia nog de oerstijlen onderwijst. "Je eerste opdracht is om meer conditie op te bouwen. Onderweg moet je regelmatig stukjes sprinten, pushups doen en andere oefeningen om te werken aan snelle kracht. En laat je groepsgenoten onverwachts steentjes naar je gooien om je oog-hand coordinatie te verbeteren."
De volgende ochtend staan we al vroeg klaar om naar Rome te vertrekken. Raine wil per boot gaan. Maar het stormt en regent en de wind staat helemaal verkeerd. Ster zegt "De Storm King is nog steeds boos op ons." Toch heeft Raine er vertrouwen in dat het wel goed zal komen, "want Sara heeft gezegd…" Opeens staat ze achter hem. "Als maiden of Journeys, chosen of Mercury. weet ik maar al te goed dat de snelste route niet altijd een rechte lijn is. Ster heeft gelijk. Zeilen is nu zinloos." Ze zegt dat ze ons zal volgen met haar kristallen bol. "De boze elemental is het probleem. Dat moet je oplossen of omzeilen." We gaan dus met de huifkar en de paarden.
De hele rit blijft het stormen en regenen. Langzaam raakt alles doorweekt
en verkleumd. Ster doet braaf de oefeningen zoals hem is opgedragen. Dyjab heeft grote behoefte aan een feestje. Dit blijkt een gevolg te zijn van de demon in het blauwe zwaard. Dyjab kan alleen wilskracht terugkrijgen door feest te vieren. Het bijpassende harnas is ook magisch, maar heel subtiel. Het geeft een mystiek aura waardoor mensen wat gemakkelijker van de drager onder de indruk raken. We rijden voort en het blijft maar slecht weer. Klam en nat en koud en naar komen we bij de Alpen.
Obama heeft de martelmemo’s van Bush vrijgegeven.
Lees er meer over op NOS.nl.
Uit The Guardian van 24 februari 2009:
A British angler xe2x80″ with a dozen helpers xe2x80″ has landed what could bethe biggest freshwater fish ever caught with a rod and line, it emergedtoday.
The giant freshwater stingray, weighing as much as 350kg(772lbs, or about 55 stone), was the size of a garden shed and socumbersome that Ian Welch had to enlist the aid of 12 other people toget it out of the water.
Welch, a professional fisherman, biologist and columnist for the magazine Angler’s Mail, was visiting Thailandto help with a stingray tagging programme when he landed the monster inthe Maeklong river. The 45-year-old said he was nearly pulled over theside of the boat when the specimen took his bait.
He said: "Itdragged me across the boat and would have pulled me in had my colleaguenot grabbed my trousers xe2x80″ it was like the whole earth had just moved. Iknew it was going to a big one.
"It buried itself on the bottomand the main fight was trying to get it off the floor. I tried withevery ounce of power but it just would not budge. After half an hour myarms began shaking and after an hour my legs went. Another 30 minuteswent by and then I put a glove on and physically pulled the line withgritted teeth and somehow I found the reserves to shift the fish."
Oncethe stingray was off the bottom, Welch, who weighs a relatively modest73kg, managed to lift it to the surface relatively easily.
"Assoon as we saw it there was just silence because everyone was just inawe of this thing," he said. "That line from the film Jaws came to mindabout needing a bigger boat because we had to get it to the shore totag it."
The group managed to put a large net under the fish andtowed it to the bank. Welch, from Aldershot, Hampshire, said: "It took13 people to lift it into a large paddling pool we had set up in orderto tag it and take DNA samples.
"I was absolutely exhaustedafterwards and did very little for the rest of the day and just had acold beer. As a life-long angler and a biologist it is great that mytwo passions have come together and culminated in something I couldonly have dreamed of."
The female stingray was about 2 metres(7ft) long and the same width, and its tail measured about 3 metres(10ft). From its measurements it was calculated that it weighed atleast 265kg, and possibly up to 350kg.
Its venomous barb had tobe wrapped in cloth while it was out of the water. Once it was taggedthe fish was released back into the river. Welch said he swam out withthe fish and kissed it goodbye.
Angler’s Mail has billed Welch’s specimen as probably the largest freshwater fish fully authenticated as caught by rod and line.
Dinsdag 1 uur ’s middags. We gaan met Philippe en vier van zijn mannen in volle bepakking de berg Sinai op. Mio’s rugzak is erg groot en zwaar. Tijdens het klimmen zoeken we naar portalen en al snel vinden we er een. Als Mio het portaal opent ontstaat er een muf ruikend gangetje in een andere dimensie. Met de maglite in de aanslag gaan we naar binnen. De gang buigt naar rechts en eindigt in een kamertje. Daar staat een stenen kubus waar een paar dingen opliggen: een houten handvat van een Afrikaanse vliegenmepper, een kleitabletje en een aardewerken olielampje. Het is allemaal stokoud, oudtestamentisch. Suzette ontcijfert het vergeten schrift op het kleitablet. Er staat: "In de morgen steekt de domme man het lampje aan." Aia steekt de dingen bij zich en onderweg vlecht ze een lontje voor het lampje. Verderop vinden we nog meer van dit soort kluizenaarswoningen. Maar we denken dat we op de top moeten zijn. Na twee uur klimmen vinden we bovenop de berg een gemetseld muurtje en een stenen gebouwtje. Het is rustig, alle pelgrims komen hier de zonsopgang bekijken en iedereen is inmiddels aan de afdaling begonnen. In het huisje vinden we een geheime deur waarachter een lage ronde ruimte in de rotsen is uitgehouwen, met daarin dertien skeletten in priesterlijke gewaden. Het stinkt nog zwak naar rotting. We vinden een amuletje. Een oog met drie concentrische cirkels in de pupil. Op de wanden vinden we symbolen van de planeten in volgorde van Zon naar buiten tot en met Neptunus. En er zijn nog drie andere symbolen: hetzelfde oog
, met aan weerszijden het symbool van een engelennaam. De skeletten zitten in kleermakerszit. Ze zijn waarschijnlijk heel snel gestikt door een brand, want plafond en wanden zitten onder het roet. We doorzoeken de ruimte en vinden nog meer van die hangers, een voor ieder symbool op de muur. Mio steekt de twee hangers met engelen namen bij zich. De twee figuren waar we ze vonden, hebben geblakerde handen en schedels. Waarschijnlijk hebben ze hier honderden jaren geleden geprobeerd god op te roepen en zijn er twee vuur-engelen gekomen. Het vuur heeft de zuurstof in de afgesloten ruimte opgebruikt en iedereen is gestikt.
Dan gaan we maar weer naar buiten. Als we de omgeving afzoeken vindt Aia op een moeilijk bereikbare plek een glimmende bergbeklimmershaak in de rots. We volgen het spoor naar beneden en komen na een flauwe bochtige helling bij een spleet waarin bramen groeien. Bij de bramen vinden we de afdruk van een meisjesgymschoen. Mio voelt een doorgang naar een andere wereld. Als hij het portaal opent, vliegt de struik in brand. Het vuur is zo heet dat hij zich er ernstig aan verbrandt. Maar de struik lijdt er helemaal niet onder. Suzette is imuun voor de hitte, Aia heeft een ring die tegen vuur beschermt en Mio haalt het harnas dat hij al die tijd mee had gesjouwd uit zijn rugzak. Het komt uit de wereld van levend vuur en is gemaakt om je daar te laten overleven. Philippe en zijn mannen kunnen niet mee, ze beloven hier op ons te wachten. Dan stapt Suzette door het vuur en verdwijnt. Aia en Mio volgen haar.
Aan de andere kant van het vuur staan we op een plateau. De rotsen hier zijn zwart, het is nacht en om ons heen horen we donder. Bliksemschichten verlichten het wolkendek dat om deze berg ligt. Aan een zijde gaat de rotswand stijl omhoog, aan de andere kant is een afgrond. Opvallend is de totale afwezigheid van bovennatuurlijke energie. Deze plek zuigt het zelfs uit ons als we niet opletten. Onze engelenkrachten moeten we hier niet gebruiken. In de Vaticaanwereld werden we ook daardoor ogenblikkelijk gevonden. Aan het einde van het plateau is een paatje omhoog. We vinden weer voetsporen, van een man, een meisje en een vrouw. De mannelijke sporen staan over de andere heen. Er zijn sporen van een vervallen hutje, restanten van een steenhouwerij en een gebroken stenen tablet. Hier heeft Mozes de stenen tafelen vervaardigt. Het paadje slingert verder omhoog en dan komen we weer aan de rand van een nieuw plateau. Daar zien we het flakkerend schijnsel van een vuurtje bij een tent. Een man in jezuietenkleding is koffie aan het brouwen. Als hij even weggaat om zijn behoefte te doen, sluipen we er langs. Zelfs in zijn harnas kan Mio nog zo stil als een muis zijn. We lopen verder langs het pad, steeds hoger de berg op. Tot het pad doodloopt op een klein plateautje onderaan een loodrechte wand. Iemand heeft hier touwen en pythons gespannen. We klauteren omhoog. Na een uur komen we aan een heel moeilijke overhang, maar die passeren we gelukkig zonder valpartij- en. Terug- gaan is nu te gevaarlijk en rusten is uitge- sloten. Uiteinde- lijk, na uren klimmen, komen we totaal uitgeput boven. Mio en Suzette vallen ter plekke in slaap. Aia gaat nog even verkennen. Ze vindt twee stenen koepeltjes. De ene is ingestort, de andere heeft een gordijn van moderne stof in de deuropening en daar klinkt het geluid van iemand die zich omdraait in een slaapzak. Ze wekt de anderen om te vertellen wat ze gevonden heeft, maar we zijn allemaal te moe. We verstoppen ons in de struiken en slapen verder.
Als we de volgende ochtend wakker worden, liggen we warmpjes ingestopt onder een dekbed. Een waterketel pruttelt en we ruiken vers brood. Elise zikt naast het vuur. Als ze hoort dat we wakker zijn, komt ze aangerend en er moet vreselijk geknuffeld worden. Van om de hoek verschijnt Celestine: "Zo langslapers, willen jullie koffie of thee?" De stem van Celestine klinkt een stuk vriendelijker dan we hadden verwacht. Bij het ontbijt vertellen we dat we onderweg nog een Jezuxc3xafet beneden zit. Ze is heel blij dat we die vent hebben gezien, want ze had hem niet verwacht. En ons had ze verwacht pas weer in Leiden te zien maar ze is niet heel erg verbaasd. Het bovenste touw wordt losgemaakt en omhooggetrokken. Dan gaan we bijkletsen. Eerst is het standaard kampeerpraat. Dit plateau is het eindpunt van alle eerdere beklimmingen en Celestine heeft geen plannen om helemaal naar de top te gaan.
We laten het perkament zien met de voorspelling. "Middeleeuwse klungelaars," oordeelt ze, "maar ze hebben wel een paar interessante links gelegd. Azrael en dagon hebben er niets mee te maken. Zo, jullie hebben nu ofwel de tranen van Lilith, of de schedel van Abel, of de speer van Michael. Nu moeten de kinderen even weg. Ik wil alleen met de engelen spreken, als volwassenen zonder kinderemoties." Ab en Suzette gaan slapen, Mio trekt zich morrend terug. Ze controleert of de kinderen echt niet mee kunnen luisteren en vervolgt dan.
"Zo, nu kunnen we als Spelers van het Lot spreken. Als enige mens hier is het mijn taak om over de mensheid te oordelen. Daarom heb ik informatie van jullie nodig." Ze heeft een hele speech over de geschiedenis van de schepping en het doel van de mens zoals het Vaticaan die onderwijzen. Wij vertellen wat we daarover hebben gehoord van ooggetuigen: Lilith en de Encyclopedist. En dat is niet helemaal hetzelfde. Celestine heeft de opdracht gekregen om het einde der tijden te beginnen. Maar ze weet niet of ze het moet doen. Haar ‘goede vriend’ Asmodeus vindt van niet. Hij wil tegen god strijden. Lucifer is ook al een goede vriend van haar, maar tevens haar grote vijand. Hij is nooit te vertrouwen. En hij zegt: "Kome wat kome." Binnen haar orde is de laatste 100 jaar het besef gegroeid dat de mensheid inherent slecht is en dat het geen kwaad kan de mensheid uit te roeien. Maar wat wil God? De engelen zeggen dat God deze destructie wil. Maar God Zelf houdt zijn mond. "Bedoel je Metatron?" "Dat is de hoogste engel, Gods spreekbuis. Maar niet God zelf. En spreek die naam hier ni
et uit."
"Waarom spreek jij namens alle mensen?" vraagt Suzette. "Omdat ik goed kan onderhande- len en omdat dit mijn dochter is." Ze vertelt dat ze uit ambitie haar eigen dochter tot het ultieme wapen heeft gemaakt in opdracht van een god die ze nu wantrouwt. "Als ik niets doe komt Asmodeus aan de macht. En anders vergaat de mensheid. Ik ben op zoek naar een derde optie." Mio zegt dat die er volgens de Encyclopedist ook is: "Als een schepper er voor kiest om niets te doen, wordt de schepping weer van nieuwe energie voorzien en hernieuwd. Als ik de schepper was, zou ik dat wel willen." Ze lijkt hem niet te horen. In de loop van het gesprek adviseert ze ons om de komende drie weken niet in Leiden te zijn, maar hier met haar te wachten op god. Alle grote spelers gaan zich verzamelen in die stad en het wordt daar niet leuk de komende tijd. (Eigenlijk zien we dat niet zo zitten. We zijn meer van de actie.) De ‘vorige keer’ was in 1578. Toen is er niets gebeurd. Dat ging dus niet over de vorige schepping, maar over de vorige mogelijkheid om deze schepping ongedaan te maken. Waarom de vorige schepping het 20.000 jaar uitgehouden heeft en deze maar 6.700 jaar komt omdat er toen geen oppositie was. Dit keer heeft Lucifer gezorgd dat er meer partijen zijn.
Celestine vraagt ons hoe wij tegen mensen aankijken. Bilifor vertelt haar dat de engelen mensen als voertuigen hebben gemaakt. Maar dat hij nu echt dol op Mio is, en hoe blij hij is met hun symbiose. Hij heeft echt het idee dat haar proces een doorbraak is. De toevoeging van een menselijke ziel is fantastisch. Dat raakt Celestine. Ze trekt zich terug. "Had ik dat eerder geweten… Morgen praten we verder." Het is heel pijnlijk voor haar, want om de engel van het laatste oordeel in haar dochtertje te incarneren heeft ze het meisje laten sterven. Opeens rent er een gestalte met iets glimmends op haar af. Atlothon roept naar haar en Usnarda roept een mist op waardoor alles vervaagt. Bilifor trekt zijn zwaard en rent er op af, maar hij komt te laat. We horen Celestine een kreet slaken en we horen de Jezuxc3xafet prevelen. Celestine klopt hem met de kolf van haar geweer tegen het hoofd. Atloton zet de Voice Of Heaven op en beveelt de Jezuxc3xafet om in de afgrond te springen. Bilifor is inmiddels aangekomen. Hij trekt de dolk uit haar rug en geneest Celestine. En dan begint het steeds heftiger te weerlichten. De bliksems slaan rondom ons in en dan openen zich de wolken. Celestine dankt de demon. We voelen een enorme leegte, maar ook een aanwezigheid die er eerder niet was. In een schacht van licht daalt een kleine gestalte met gigantische vleugels neer. Hij straalt enorme autoriteit uit. Het is Metatron, de stem van god. Die heeft gevoeld dat er in zijn domein demonische krachten zijn gebruikt.
Atlothon neemt de schuld op zich. De kinderen mogen weer boven komen en worden snel gebriefd. De omgeving verstilt en we horen een zoet melodieus geluid. De aartsengel is een jongen met een lange staf. Zijn gezicht is in totale tegenspraak met de rest, het is een nachtmerrie. Hij zweeft voor Celestine en spreekt niet. Maar iedereen hoort: "Jullie zijn niet welkom." Celestine zegt: "Vergeef ons, maar ik moet God een belangrijke vraag stellen." "God heeft duidelijk gesproken. Daar aan twijfelen is in ongenade vallen. Gaat en vervul je doel!" Er valt een korte stilte. Dan staat Celestine op en zegt: "Ik ben hier om met God te spreken, niet met jou!" Metatron spreekt in de Voice Of Heaven: "Ik ben de Stem van God. Ik heb u een bevel gegeven mens-vrouw. Gehoorzaam!" Ze valt op haar kniexc3xabn. Aia roept: "Laat haar zelf beslissen!"
Dat truukje ken ik ook denkt Atloton en ze maakt het bevel weer ongedaan. De aartsengel reageert furieus: "Durf jij de Stem van God te weerstreven?" Hij steekt zijn hand uit en rukt de demon uit het lichaam van Suzette. Atloton ziet een schimige wereld met daarachter een rode woede die aan haar trekt. Aia fluistert Celestine in: "God heeft je een vrije wil gegeven, daar passen dit soort bevelen niet in." Mio spreidt zijn vleugels, hij vliegt op, heft zijn zwaard en hakt. Metatron lacht en grijpt het zwaard vast. "Dacht jij mij te kunnen raken?" vraagt de aartsengel arrogant. Mio antwoordt: "Ja hoor." Dan vertrekt het gezicht van Metatron. Dit zwaard is speciaal gesmeed om engelen mee te doden! Een blik van totale verbijstering, en dan is hij weg. Alles is weer rustig, leeg en stil.
De wereld staat stil en Atloton zinkt weg in de diepte. De spirituele leegte is er nog steeds. De anderen voelen de sterke aanwezigheid en de wanhoop van Atloton. Aia vraagt: "Suzette, wil jij Atloton terug?" "Ja!" roept het meisje wanhopig. Bilifor kan een ziel in een dood lichaam terugplaatsen, maar Suzette is niet dood. Hij grijpt de ziel van Atlothon in zijn ene hand en het lichaam van Suzette in zijn andere. Hij kan ze niet weer samen laten smelten, maar hij weet zo wel te voorkomen dat de demon terug naar de Abyss wordt gezogen. Aia legt het voor aan Celestine. Die rent de hut in en komt terug met een vreemd uiziende dolk, het is de zusterdolk van de kris Besertana. Aia grijpt haar vast, maar Celestine zegt: "Vertrouw me, ik heb er voor gezorgd dat je bent zoals je nu bent."
Ze heft de dolk, incanteert een vreemde spreuk en steekt hem in Suzette’s borst. Het meisje sterft en een enorme kracht trekt Atloton in het lichaampje. Maar nu is de geest van het meisje buiten het lichaam. Instinctief voelt Bilifor hoe de magie van de dolk werkt en hij kan het lichaam en de ziel weer in elkaar trekken.
Het is woensdag 8 uur 43 in de ochtend van 11 november 2012 op de Berg van God.
Japanse prenten zijn erg mooi. We hebben een tijdje terug in het Siebold Huis een zijden wand scroll gekocht die we allebei meteen prachtig vonden. Een kraai die verlekkerd vanaf een takje naar een kaki-vrucht kijkt. De verkoper legde ons uit dat zo’n rol niet altijd moet uithangen, maar dat het goed is voor het behoud als die af en toe opgerold wordt en in zijn kistje wordt opgeborgen. De meeste Japanse huishoudens hebben er dus twee of meer. Als je heel rijk bent kun je zelfs iedere maand een andere ophangen. Leuke anekdote over vreemde culturen. Je gaat na zo’n verhaal toch op het internet surfen. En ja, een maand nadat we deze prent aanschaften, hebben we er zomaar eentje bij, voor de even maanden. We noemen hem "Gorilla’s in de mist".
L’homme armxc3xa9 in de uitvoering door Karl Jenkins. Een aanklacht tegen geweld. Het is geschreven door Johannes Regis in de 15e eeuw.
L’homme, l’homme, l’homme armxc3xa9,
L’homme armxc3xa9
L’homme armxc3xa9 doibt on doubter, doibt on doubter.
On a fait partout crier,
Que chascun se viengne armer
D’un haubregon de fer.
Mijn eigen vertaling;
"De man, de man, die wapens draagt,
"die wapens draagt,
"die wapens draagt, wordt gevreesd, wordt gevreesd.
"Overal wordt verklaard
"dat iedereen zich kleden zal
"in een overjas van staal."