GV 4 – Showdown

Terwijl we bedenken waar we heen willen, probeert Atlothon zich te herinneren hoe de speer van Michael er ook alweer uitzag. Ze pakt het ijskristal en ziet een stand-off tussen twee engelen. De ene heeft een speer met een houten schacht en een kristallen punt die er uit ziet als een narwalhoorn. En ze herinnert zich dat er maar 1 manier is om Lucifer te vernietigen en dat is met die speer.

We gaan naar Leiden. Tigris, de nieuwe heerser van de onderwereld opent een doorgang naar Rhijnzigt voor ons en we stappen er doorheen. In Leiden is het mistig, het zicht is maar 10 meter. Van boven komt een mysterieus groen schijnsel. We horen dichtbij het geluid van verkeer. Vooral veel getoeter. Mio stijgt op, maar na 100 m is het nog steeds mistig. Hij gaat weer naar de groep. Als hij lager komt ziet hij da6t de weg zit helemaal dichtgeslibt is met bijna stilstaande auto’s. Op onze telefoontjes verschijnen in rap tempo zo’n 300 SMS’jes: “Haha de stad is van ons” van Isabel, Ab’s moeder: “We moeten nu echt weg, wachten niet meer op je, soory” en van Simon: “Hee, mooi dat jullie er weer zijn, We hebben er een maan bij. Er wordt een vloedgolf verwacht. PS jullie zijn 3 dagen lang weggeweest! De aliens sturen rare booschappen zoals ‘We Kum In  Pies’.”
We bellen snel onze diverse thuisfronten. Mio’s moeder is blij dat hij belt en gaat er met de hele familie vandoor. Zijn oude meneer belooft ook om hogere grond op te zoeken. En zo is het ook met de anderen.  We bellen Philippe om te vertellen waar we zijn en hij reageert lakoniek. “Dan ga ik terug naar Parijs.” Als we in de Haagwegkerk aankomen is daar een groot feest aan de gang. Het einde van de wereld, joepie! Op de tv zien we beelden van Parijs, er hangt een groot stenen gebouStgallen_letw, een kathedraal, boven boven de stad, Er wordt op geschoten, maar dat lijkt niks uit te richten. Isabel weet te vertellen dat het huis Amsterdam een aanval voorbereidt op de Coeliekerk.

Mio vliegt naar huis om Eva op te halen. Zijn vader heeft een oude motorfiets tevoorschijn gehaald en de familie verlaat de stad. Mio vliegt met de oude vrouw in zijn armen naar het kerkje aan de Haagweg. Daar ijsbeert Isabel vloekend heen en weer. Ze baalt er van dat het huis Amsterdam haar er niet bij wil hebben. Omdat er een vloedgolf aan zit te komen, laat Suzette de bomen rondom de kerk groeien tot een dikke muur. Mio en Ab gaan naar de Zijlpoort. Er is namelijk een voorspelling dat het einde begint als de laatste poort gevallen is. Onderweg zien ze vanuit een ooghoek een groene gestalte tussen twee huizen wegglippen. Ze hebben nog wel even tijd voordat de vloedgolf komt en rennen er achteraan. Op het pleintje bij de Pieterskerk zien ze groene aliens die bange mensen naar een soort vliegende schotel drijven. Ab herkent ze als engelen van de wildernis, maar ze zijn wel buitenaards. Ze zien ons en denken dat we mensen zijn. Een stem in ons hoofd zegt: “Snel hierheen, jullie moeten weg hier!” Mio stelt zich in de taal der engelen voor als Bilifor. Ze reageren een beetje paniekerig. Er ontstaat een energiebel over de schotel met mensen en het ding zoeft omhoog. Ze  vragen aan welke kant we staan. “Geen, ik ben vrij.” Een beetje verbaasd, maar ze accepteren het. Ze leggen uit dat de wereld op het punt staat te vergaan. Ze hebben een ark gemaakt om planten, dieren en mensen te redden waarmee ze na de catastrofe overnieuw kunnen beginnen. Opeens duiken ze weg. Een kind wandelt het plein op en verdwijnt achter de kerk. We herkennen Kali. In paars geklede priesters met enorme geweren rennen over het plein. Gelukkig zien ze ons niet. Achter de kerk horen we schoten en daarna is het stil. Even later zien we het meisje weer terug komen en een steegje in verdwijnen. Achter de kerk zien we een heleboel dode gardisten. Kali is hier blijkbaar al een tijdlang bezig om soldaten van het Vaticaan in de val te lokken. AliensAls ze weg is komen de aliens weer terug. We praten nog even met ze. Ze zijn heel vredelievend en ze wensen ons veel succes, maar ze geloven niet dat de oorlog door een van beide kanten kan worden gewonnen. “Kom met ons mee. In de ark ben je veilig. Daar is geen oorlog. De ark gaat niet kapot, die drijft op de golven.” We nemen vriendelijk afscheid van ze. En ze zijn telepatisch, dus als we contact met ze willen opnemen, hoeven we maar aan ze te denken. Als we bij de Zijlpoort aankomen, zien we tot onze schrik dat de aannemer de poort al half afgebroken heeft om hem te kunnen restaureren. Shit! Te laat … de magie is weg, de Zijlpoort is geen portaal meer. We gaan snel naar de Burcht, want dat is het laatste. De eerste van de vloedgolven steekt op en het water in de grachten stijgt. Als we bij de Burcht aankomen hebben we al natte voeten.

In de onderwereld voelt Tigris dat er iets aan de hand is. De heer van de onderwereld deelt zijn bewustzijn in tweeen en stuurt Kees naar Leiden terwijl een deel van de engel de hel blijft bestieren. Keest arriveert op dezelfde begraafplaats als wij en komt daar de geesten tegen van de mensen die nu sterven. Een priester klampt hem aan en zegt: “Er is een vergissing! Ik moet naar de hemel.” “Nee meneer, u bent een moordenaar.” Kees gaat snel naar de kerk, waar hij Suzette en Simon tegenkomt. Simon is daar net bezig om journaalbeelden naar Mio en Ab  door te zenden. Ze zien hoe het Franse leger schiet op de kathedraal die boven de stad hangt, maar niets uitricht. Een zoekopdracht naar de speer van Michael levert niets op. Maar als Eva ziet waar ze naar zoeken, zegt ze: “Die ken ik wel. Die heeft Lucifer aan mij gegeven. Hij zei dat ik hem mee moest nemen.” Ze pakt het lange pakket uit dat ze meegenomen heeft uit het paradijs en daar zit inderdaad de speer in. Kees en Suzette gaan direct door naar Burcht. Ze komen gelijk aan met de tweede vloedgolf. Het water komt tot de knieen. Dan klinkt er opeens een enorme knal, er is een verblindende lichtflits zowel in de geestenwereld als in de werkelijkheid. Dakpannen worden van de daken geblazen, alle ruiten springen. En dan hangt er onbeweeglijk een kathedraal ondersteboven in de lucht, recht boven de Burcht. In de geestenwereld ziet Kees dat hij een gouden licht uitstraalt. Dit is de vijand, we voelen de aanwezigheid van drie engelen in het gebouw. Maar zij voelen ons gelukkig niet. Het vaticaan gaat de burcht verdedigen! Een wervelstorm steekt op rondom ons en de wind blaast de opkomende vloedgolf plat, zodat hij het oude gebouw niet vernietigt. Dan belt Simon: er zijn overal van die kathedralen verschenen, boven London, Amsterdam, Rotterdam, Berlijn, Tokyo en alle andere grote steden. Die boven Parijs, daar komen nu soldaten uit. De wind heeft de nevels uiteen gescheurd en door de mistflarden zien we een groen planeetje in de lucht hangen met een glinsterende ring eromheen van wat vroeger de maan was. Perfect_storm_webDan begint het weer te stormen, de bliksem slaat meermaals in in de kathedraal. Het huis Amsterdam valt aan, maar richt weinig uit. Laserstralen schieten terug naar de demonen. Dan steekt de vierde en hoogste golf op.  Tigris trekt ons allemaal de geestenwereld in en daar zitten we de vloedgolf uit. De halve stad stort in, maar door ingrijpen van de kathedraal blijft de burcht staan. Wij gaan via de geestenwereld terug naar onze basis. Die staat inmiddels in het water, maar via het dak kunnen we naar binnen. Het kerkje heeft het gehouden en binnen is het droog. Si
mon zit als een spin in een web van electronica, hij is er mee aan het vergroeien. Overal om hem heen zijn beeldschermen en op de meeste schermen zien we de hemelse slagschepen in gevecht met demonen of aardse legers. Maar we zien ook de president van de Verenigde Staten de hand schudden met een inquisiteur.

Opeens licht de helft van de schermen op. Overal schieten dikke lichtbundels de hemel in. Ze zijn gericht op de groene planeet. Een nieuwslezer vertelt: “De aliens zullen verdreven worden door de bondgenoten van God.” Isabel stelt voor om Asmodeus in te schakelen. Dat vinden we een vreemd idee. Maar ze legt uit dat die de grootste legers heeft. De wereld gaat dit nu niet redden en als het vaticaan wint, gaan wij er allemaal aan. Met Metatron valt niet te onderhandelen, maar met Asmodeus wel. Celestine blijkt een communicator te hebben, een metalen schijf waar we ons op moeten concentreren en dan verschijnt er een hologrammetje dat lijkt op de emperor uit Star Wars. “Zo Celestine, heb je je bedacht?” Mio herkent de stem van Asmodeus. Isabel antwoordt: “Er is hier een heleboel aan de hand en je moet nu wat doen, anders komt de wereld in handen van de tegenpartij.” “Denk je dat ik me daar n iet van bewust ben? Maar ik kan nu niet tegen ze op. Mijn vloot is nog niet op sterkte.” Na enig onderhandelen komt hij met een voorstel: “Jullie hebben de achterdeur naar de hemel in handen. Als ik daar aanval zijn de vaticaanse schepen snel weg.” We hebben een deal.Ab sms-t met zijn familie. Het gaat goed met iedereen.

In het oog van de stormwolken boven de stad verschijnt een gigantisch ijzeren pentagram. Isabel_pentagramHet pentagram schiet lange staafvormige dingen naar beneden. Vijf cilinders slaan met donderend geraas rondom de stad in de grond. Het blijken 10 verdiepin- gen hoge beelden van een man in een kapmantel te zijn. De gezichten kijken naar de kathedraal. Rode stralen schieten uit de ogen. En de kathedraal schiet terug. aan beide zijden vallen droppods naar beneden met strijdkrachten. Al snel zijn de straten van Leiden gevuld met vechtende inquisiteurs en soldaten van Asmodeus. Het lawaai is oorverdovend. De lichtstralen van de andere kathedraals houden er mee op en ze maken zich op om hun aangevallen broeders te hulp te schieten. We maken snel contact met de groene planeet om ze te vertellen dat dit de afleidingsmanouvre is en dat ze snel weg moeten. Het planeetje bedankt ons en wenst ons succes. Zolang er op ze geschoten werd, hadden ze alle energie nodig voor de schilden, maar nu kunnen ze vertreken. Dan teleporteren ze naar een andere dimensie. Inmiddels is onze kathedraal hoogte aan het verliezen. Ze vluchten weg en storten neer op Pernis. KABLOEII !De kathedralen boven Amsterdam en Rotterdam zijn ook vernietigd. Net zoals die boven Moskou en Johannesburg. Asmodeus heeft ze niet allemaal aan kunnenvallen, maar hij heeft wel voor een perfecte afleiding gezorgd. De bevrijde steden krijgen paarse koepelvormige krachtvelden. Hedt geeft een spookachtig licht. Wij gaan de mensen helpen. Mio geneest de overlevenden, Kees helpt de doden. Om een uur of 10 verschijnt Asmodeus met twee van zijn luitenants in strakke uniformen. Simon reageert gereserveerd.

Wat is hier gaande?” Hij inspecteert even het ding rond de keel van Elise en knikt gPalpatineoedkeurend. Daarna gaan we overleggen. Hij blijkt er van uit te gaan dat er geen God achter Metatron zit, “maar als die er toch is, dan zal ik hem van harte demoveren tot congierge!“. “Maar wat wilt u met al die macht?” “Denk je dat het mij om de macht is te doen? Ik wil de dingen houden zoals ze zijn.” Asmodeus vindt dat er maar bitter weinig over is van de 9000 perfecte mensen, het zijn nog maar schaduwen. Hij is daarom heel geinteresseert in onze ervaringen met de symbiose. De oude manier werkt niet meer, sinds de abyss pen is is het geen optie meer om je gewoon uit te laten nodigen. En zonder ziel is een mensenlichaam gewoon niet hetzelfde. Mio vraagt hem hoe Metatron aan al zijn macht komt en aan al die volgelingen. “Veel engelen zijn wars van elk contact met materie en er zijn er ook heel wat die keihard geloven in het bestaan van god. En een derde factor is dat hij al eeuwen en eeuwen lang ingrijpt. We hebben de islam bedacht om zijn christendom te breken, je kunt als engel ook uit die god energie putten als je het goed speelt. Een engel als profeet van god. Daar is Metatron heel boos over.” “En wat als de oorlog gewonnen is?” vraagt Mio. “Ik ben niet alleen generaal. Ik ben eerst wetenschapper en dan politicus. Het zijn de omstandigheden die me in de rol van een generaal hebben gedwongen. En ik ben daar heel goed in.” Over Belial is hij kort: “dat is gewoon een beest. Hij leeft van zielen en gebruikt mensen als vee.” “En u heeft hele planeten genuked!” “En de mensen heb ik geevacueerd.” “En tot slaaf gemaakt.” “Nee, ze hebben een vrije keuze. Als ze het willen mogen ze mee vechten in mijn leger of in de fabrieken werken. En anders trek ik mijn handen van ze af.

Mio weet wanneer hij moet ophouden. Asmodeus is slim genoeg om de waarheid te spreken en te verzwijgen wat wij niet hoeven te weten. Eva is heel erg van hem gecharmeerd. Ze vindt bhet een aardige, knappe man. Celestine schudt het hoofd. “Wat als je niet wint? De aanval op de hemel is kansloos.” Ze bewondert zijn weg, maar … hij moet winnen, anders is alles verloren. Het gesprek ontaardt als Mio voorstelt om de ‘great old ones’, de goden van de vorige schepping, los te laten op de vaticaanwereld. We hebben nog een maand om met een zinnig plan te komen, voordat de burcht kan worden geopend.

Advertenties

GV 4 – De onderwereld

Het is nacht. We verlaten de geheime kamer onderin de tempel van Apollo in Delphi en gaan weer naar Philippe. Onderweg ontdekken we dat de Pythia net als wij een symbiose is van kind en engel. Er zijn dus meer manieren om een lichaam te betreden waar nog een levende ziel in woont. We willen de oude Pythia begraven bij de renbaan op de top van de berg. Kees gaat de schaduwwereld in om te kijken waar haar ziel is, maar hij keert onverrichter zake en door-en-door verkleumd terug. Hij heeft zijn oude vrouwtje maar weggestuurd, want het is daar echt niet uit te houden. De ziel van de dode Pythia is niet in de schemerwereld, maar zit nog in haar lichaam. We bedenken dat ze wel naar de onderwereld zal willen. Mio reanimeert het lijkje tot zombie. Houterig komt ze weer tot leven en begint de renbaan op te lopen. In het midden staan nog de restanten van de keerpunten. Bij een ervan houdt ze stil. Kees haalt Besertana tevoorschijn en vraagt om een doorgang. Mopperend snijdt de kris een steen weg. Hier is de ingang van een muf, donker tunneltje dat schuin naar beneden leidt. De kinderen kunnen er xc3xa9xc3xa9n voor xc3xa9xc3xa9n doorheen kruipen. Eerst de zombie, dan Kees, gevolgd door Aia, Suzette en achteraan Mio met zaklamp. Het is muf en koud, en het ruikt naar aarde en stof. Volgens Kees is het in de geestenwereld nog veel kouder. Vieel dieper wordt de gang wijder en hoger en de schuine vloer wordt een trap. De muren zijn van gladde steen. Beneden ons voelen we een rilling door de aarde gaan. Onze voetstappen echoen en de trap zigzagt omlaag langs de wand van een gigantische ruimte. Diep onderin zien we de vloer glinsteren. Cerberus2Mio stapt op een losse steen die luidruchtig naar beneden klettert. Boven ons horen we een ketting rammelen. Mio kijkt omhoog en ziet drie gigantische hondekoppen met grote ogen en kwijlende bekken: Kerberos, de waakhond van Hades! Het beest snuift, gromt en hapt naar Mio. Raak, een grote beetwond. Ieder neemt zijn engelengedaante aan, maar Mio wordt een demon: rottend, druipend van giftig pus, met hoorns en stekels. Hij gaat het gevecht aan zodat de anderen kunnen ontkomen. Twee van de Devil1koppen krijgen een pijnlijke jaap door klappen met de oude katana. Mio wordt door de andere kop gebeten, maar die deinst terug van de vieze smaak. De waakhond geeft zich gewonnen en trekt zich terug.

Beneden zien we in de vlammen van Athlothon een gebeeldhouwde wand waar wel duizend stenen lichamen door elkaar heen gevlochten zijn. Het is een portaal naar een andere wereld, maar zelfs Besertana kan dit niet openen. Er zit een heel krachtige Ward op. Mio doet een poging, maar hij hoort alleen maar: “God zelve commandeert u heen te gaan.“. Dan ziet Aia dat een van de lichamen niet van steen is, maar het is een bevroren jongetje. Ze warmt hem op. Het jongetje begint te kreunen. Mio probeert hem te genezen, maar hij voelt  dat allerlei botten gebroken zijn en dat het kind zodanig in de steen vastzit dat de fragmenten niet meer aan elkaar kunnen groeien. Zijn positie is zo pijnlijk en hij zit er al zo lang dat hij alleen maar dood wil. Aia neemt het pijngevoel bij hem weg en vraagt wie hij is.

Laat me even op adem komen,” zegt hij in  de taal van de engelen, “Gaat heen, God beveelt het. Maar wie zijn jullie eigenlijk?” We stellen ons voor. Als Kees aan de beurt is, zegt de jongen: “Jij bent Tigris, ik ken jou. Waarom hebben jullie ons in de steek gelaten? Op het moment dat Charon wegviel, vluchtte iedereen weg, Charon is binnen en de deur is gesloten door de stem van God.” Aia zegt: “En wij willen hem weer open maken.” De jongen denkt even na. Hij krijgt een blikje cola en een reep chocola. Dan zegt hij: “Ik ben Hermes. Ik was de gids, de geleider van de zielen. Toen God besloot dat de onderwereld gesloten moest worden, heb ik me natuurlijk verzet. En dit is de beloning voor mijn verzet. En ik moet me verontschuldigen. Tigris, jij bent niet gevlucht. Ik herinner me nu dat jij bent gesneuveld.The_gate_of_hell_detailed2Als Tigris rondkijkt, vindt hij inderdaad ergens in de deur het versteende lijk van zijn vroegere incarnatie. Er blijken nog vier levende engelen in de deur gevangen te zitten. Met Besertana snijdt Tigris openingen in de deur en Aia manipuleert het vlees van de gevangenen zo dat ze er uit gehaald kunnen worden. En Mio geneest. Daar zijn we de hele nacht mee bezig.

Als iedereen bevrijd is, vertellen ze dat zij de laatste Slayers zijn. Metatron zei na zijn overwinning: “En jullie soort  zal als eerste verdwijnen!” Hij heeft nog zeker 100 andere slayers in de deur gemetseld, maar die zijn intussen allemaal doodgegaan. Met een gezamenlijke krachtsinspanning breken we de Ward. De deur wijkt open en we zien de figuren tot stof vervallen. Daar achter is een opening inde rots met heel archaische schrifttekens. De klopper voelt steenkoud aan. “Klop” de deur zwaait langzaam open. We zien een ijsblauwe donkere ruimte. De slayers voelen iets gebeuren. Hermes en Tigris blijven beneden en de andere vier gaan naar boven om te kijken wat er aan de hand is.

Het ijs voorbij deze deur is geen bevroren water. Het is bevroren lucht. Daar heerst het absolute nulpunt. Aia lacht: “When hell freezes over!” Ja, dat is letterlijk wat er is gebeurd zo’n 2000 jaar geleden. Het vuur van Athlaton-Suzette doet de lucht weer sublimeren en Mio kan door een werverwind om ons heen te maken voorkomen dat het vervliegt. Het is koud, maar door Atlathon’s vlammen overleven we het. De zombie loopt met ons mee, de eerste menselijke ziel in de hel sinds de oorlog. Onder het dampende ijs is een trap omlaag. We komen aan een nieuw obstakel. De rivier Styx is nog vloeibaar. Het is puur onverdund ‘niks’, een soort zwart kwik dat je gedachten en herinneringen opzuigt. We vinden Hermes’ schip aan de kade liggen. Alleen al kijken naar de Styx leidt bij Aia tot een hypnose waar Hermes haar maar met moeite uit wekken kan. De engelen voelen deze aantrekking niet. Het bootje zweeft bewegingloos over het niks. Om het niet te verbranden moet Athlaton haar vlammen bijna doven enMio-Bilifor moet alles bijzetten om voldoende lucht om ons heen tehouden tot we de overkant bereiken. Als we eindelijk aan de overkant zijn, kost het Athlaton veel moeite om weer aan te vlammen. De onderwereld is heel groot! We lopen tot we moe zijn. En dan zoeken we een grot om te overnachten. We vinden er een die helemaal vol hangt met Plato_cavekettingen waar hals-, pols- en voetboeien aan vast zitten. Volgens Hermes was dit de grot waar de Platonisten zaten. We sluiten de opening af met ijs zodat de lucht niet ontsnapt en gaan dicht tegen elkaar aan liggen om te slapen. Waar zijn de zielen van alle mensen die hier verbleven? Hermes weet het niet.

De volgende dag trekken we verder. Mio babbelt over Metratron en Sandalphon. Hoe dieper we de hel in gaan, hoe ‘warmer’ het wordt. Na uren lopen komen we op een plek waar er weer lucht is en de grond wordt drassig. Het is minder koud naarmate we het midden van de hel naderen. In de ijsschotsen zien we lichtschitteringen. Als je er naar kijkt, komen er herinneringen omhoog als TV beelden. Er zijn  ook andermans herinneringen te zien en beelden uit vervlogen tijden. Hermes verteltdat de onderwereld de plaats is waar menselijke zielen hunherinneringen recyclen totdat ze schoon zijn en weer kunnenreincarneren. Alleen Mio kan weerstand bieden aan de beelden. Hij is niet zo snugger maar wel heel koppig. Dus hij heeft geen moeite
om zich los te rukken van de beelden. Maar de andere kinderen zijn veel intelligenter en zij vallen voor de hypnose van de herinneringen. Gelukkig zijn ook hier de engelen imuun. Dus Athlothon, Tigris en Uznarda brengen hun kinderen in slaap en de engelen nemen het van hier af over.

Het wordt allengs lichter. Hier is het licht als de ochtenschemer. Vanuit een ooghoek zien we beelden waar Od in voorkomt. Maar als je er direct naar kijkt is het weg. De zombie van de dode Pythia loopt nog steeds met ons mee. We zien beelden met haar mee reizen van mensen die haar als orakel raadpleegden. Blijkbaar is er een minder dodelijke manier om visioenen te krijgen. En we zien niet alleen mensen, we zien ook Od in de tempel en ook hij stelt een vraag aan de Pythia. Maar we zien alleen beelden en niemand kan liplezen, dus we weten niet wat de vraag was of het antwoord. Voor ons rijst een hoge piek van ijs op. Hermes is opgetogen, daarboven is de troon van Charon. Er dwarrelt een veer omlaag. Vanuit vier, vijf, zes vlakken zien we Od naar ons kijken, alsof hij ons in de gaten houdt. Bilifor vliegt omhoog om te kijken waar ze vandaan komen. Hij ziet een jongen vliegen met veren op zijn armen geplakt. De was waarmee ze aan hem zijn geplakt, smelt in de zon. Ze zijn honderden meters boven de vlakte. Achter hem vliegt een oude man die hem waarchuwt niet te hoog te vliegen. Als de vleugels van de jongen smelten, probeert Mio hem op te vangen. Maar het is een illusie. Hij valt zelf uit de lucht en komt een meter lager in de sneeuw terecht. “Overmoed“, zegt Hermes “daar gaat dit verhaal over” en hij legt uit dat we hier belangrijke mythen zoals die van Icarus tegen kunnen komen.

Suzette hoort “Boem. Boem. Boem.” in haar droom. Ze gaat kijken. Achter een ijspiek zit een ro8e45856423da48b58b536565b7496ddfmeinse galei vast. Dan vindt ze zichzelf vastgeketend in een roeibank. Ze schrikt wakker met het geluid van de zweep nog in haar oren. Ab droomt van zichzelf weerspiegeld in het ijs, maar dan helemaal volmaakt. Hij zou er verliefd op kunnen worden. Dit is het verhaal van Narcissus. Zelfs in hun dromen zijn de mensenkinderen bevattelijk voor de effecten van de onderwereld.

Dan verandert Tigris in een duistere engel met een zeis. Hij straalt dood uit. Hij kijkt naar een hoge ijspilaar en rent er naar toe. Hermes rent achter hem aan met vleugels aan zijn voeten. Wij daar weer achteraan. Het voelt gejaagd, we hebben een visioen van jachtluipaarden die met ons meerennen, vliegende vogels en herinneringen aan hard rennen om de bus te halen. Vanuit ijsvlakken zien we af en toe Ot naar ons kijken. We rennen de trap van de pilaar op in een roes van woede, angst en extase. “We moeten op tijd zijn,” roept Tigris. En dan opeens is het over. We staan op de top.

Alles is stil. We weten nog niet wie we zijn en waarom we kwamen. Voor ons staat een standbeeld van ijs. Het is een vage mensfiguur met vleugels en een staf. “We zijn te laat,” Hermes legt er zijn hand op en zegt: “Dit was Charon.” “En wat is het nu?” vraagt Bilifor. “Iets vreselijks: een dode engel.” Tigris heft zijn zeis en hakt schreeuwend van woede en frustratie in op het ijsbeeld. Dit was zijn doel en hij is te laat. Het beeld splijt onder zijn slagen en er valt een dood jongetje uit. Uznarda troost Tigris. Hermes staat er verslagen bij en mompelt: “De heer moet dit weten. Waarom weet de heer dit niet?

Mio kijkt om zich heen. Dit is het exacte middelpunt van een enorme koepel. Hier zijn licht, warmte en lucht, maar aan de randen is het zwart. De vloer van de onderwereld was ooit als een enorm pentagram ingedeeld in zones. Maar alles is kapot gemaakt. Als hij vraagt welke heer Hermes bedoelt, zegt die: “Charon was de maker, maar niet de heer van de onderwereld. Dat is Lucifer, de architect. Charon heeft ooit iets over Lucifer gezegd, wat was dat ook weer? O ja. Lucifer wilde dingen veranderd hebben en toen klaagde een engel ‘Dat komt maar’ en toen zei Charon: ‘Lucifer komt nooit ongevraagd of uit zichzelf’.

Mio roept spontaan: “Lucifer, wil je alsjeblieft komen?” “Nou nou, ik  dacht dat je het nooit zou vragen.” Hij ziet opeens de oude Ot naast zich staan met een biertje in zijn hand. Hermes knielt en buigt het hoofd voor de heer van de onderwereld, maar Mio is niet onder de indruk en haalt zijn fles Ouzo tevoorschijn.  “Dat is nou al de tweede dode engel die we tegenkomen,” klaagt hij, “hoeveel heeft hij er al afgemaakt?” “Ik denk zes,” antwoordt Lucifer. Hij accepteert de fles sterke drank en neemt een ferme slok. “Dat smaakt.” Er verschijnen ijsblokken om op te zitten. Als iedereen zit, begint Lucifer te praten: “Waarom wil je de wereld redden? Wat heeft deze wereld je gegeven? Weet je nog wat je wilde maken? Het was immers jullie idee, Uznarda, de samensmelting van geest en materie. Waarom? Om completer te zijn.”  Hij maakt een handgebaar en we zien hele mooie etherische engelen die elkaar een wereld willen laten zien. “Het was jouw huis dat dit wilde. En, is het niet gelukt, het delen van ervaringen? OK, het is niet geworden wat je er van gehoopt had, maar het is wel wat jullie wilden.”  Mio mompelt: “Er is ook iemand die het allemaal kapot gemaakt heeft.” Lucifer antwoord: “Maar hoe weet je dat het anders gelopen is dan de bedoeling was?” “Het is nooit de bedoeling geweest dat er doden zouden vallen.

Er volgt een filosofische discussie, waarin Lucifer uitlegt dat er zo’n kleine 10.000 engelen zijn, en dat ook hij niet weet of er een opperwezen is. Wij hebben ooit 9000 mensen gemaakt, onsterfelijke en volmaakte symbionten voor de engelen die stoffelijk wilden worden. Dus waar komen de miljarden vandaan die er nu rondlopen? Nou, eerst had je de Gouden Vlam maar die is door Metatron afgesloten. Hij wilde de zielen doen uitdoven. Maar toen bleek opeens dat mensenzielen zich ook de gouden vlam juist gingen vermenigvuldigen. Ze ‘schilferen af’ als ze teveel meegemaakt hebben. Daarom werd de onderwereld bedacht om ze schoon te maken, zodat ze kunnen reincarneren. Maar Metatron heeft zo’n 2000 jaar geleden bedacht dat hij dat ook niet wilde. En toen heeft hij de hel gesloten en alle Slayers afgemaakt. Dus nu zitten we met enorm veel mensen. Metatron noemt zich de Stem van God. En dat is hij ook, het is niet uitte leggen. We moeten hem respecteren. Hem opvatten alseen valse god of als een rechterhand van, dat doet hem geen recht. Hij is de stem van God. Maarde Eeuwige spreekt niet mxc3xa9xc3xa9r door hem dan door ons allemaal. Alleen kan Metatron niet toegeven dat hij niet de enige stem van god is. Juistomdat hij meent de enige te zijn, doet hij de dingen die hij doet. “Wat ik bestrijd is dat hij wil dienen en dat hij gediend wil worden.” Als Mio vraagt waar engelen vandaan komen en of Lucifer er al voor de schepping was, zegt hij: “Ikzou het je echt niet kunnen zeggen. Ik ken mijn eigen oorsprong niet,voorzover ik die heb. Ik was er voor de schepping, maar niet op demanier dat jij je gisteren kunt herinneren. Hoe belangrijk vind jij hetom te weten wat ik was?” Mio zegt “Heel belangrijk.

Ik, ik wil niet dienen. En voor mij is dat hetzelfde als ik zal niet dienen. Maar wat willen jullie eigenlijk?” vraagt Lucifer opeens. “Vraag mij wat je maar wilt, en ik zal het je geven, alleen maar omdat ik dat wil. Atlothon, wat is jouw wens?” “Ik wil mijn herinneringen terug.” Lucifer geeft haar een blok ijs. “Hierin kun je zien wat je je wilt herinneren. Het zal niet smelten. En Uznarda van het huis van onze dromen, wat is jouw wens?“Uznarda weet zo snel niets te bedenken. “Geef me een half uurtje.” Bilifor weet het wel: “Mijn grootste wens heb ik al. Vrijheid. Ik wil mijn eigen antwoorden vinden.” “Dat is een heel wijze wens!” zegt de duivel opgetogen, “en wat wens jij, Tigris?” “Ik wens een thuis voor de mensenzielen. Een laatste zorg waartoe wij verplicht zijn.” “Hoezo verplicht?” “Omdat ik Tigris ben.” “Dan willig ik je wens in. Ik maak jou, Tigris, heerser van de onderwereld.” Lucifer nemt zijn engelengedaante aan. Hij wordt 20 meter hoog, krijgt hoorns, ontvouwt enorme zwarte vleugels en straalt een licht uit dat Unfinished_lucifer_design_by_jdillofeller is dan de zon. Om ons heen ontstaat een cirkel van vuur, dat zich snel naar buiten toe uitbreidt. De hele onderwereld ontvlamt. En dan zegt Lucifer met bulderende stem: “De onderwereld is geopend. Hier zullen de zielen gekweld worden door hun herinneringen en terugkeren naar de wereld mits de waker van de onderwereld daar zijn toestemming voor geeft.” Tigris neemt met zijn zeis plaats op de troon van Charon. Een geraas zwelt aan. Van alle kanten stroomt het vol met zielen. Hij wordt weer de oude Ot. “Je half uur is om. Weet je al wat je wilt?” “Ja, ik wil dat Ab, met wie ik dit lichaam deel, niet gekweld wordt door mijn torment.” Lucifer knikt. “Je wens is ingewilligd. De herinneringen van Uznarda zijn niet meer toegankelijk voor Ab.” Dan neemt hij afscheid van ons.

Ook Kees neemt afscheid. Hij zal ons missen. Hij vraagt of we niet te lang wegblijven en zegt: “Ik heb nog wat voor jullie.” Hij geeft de kris Besertana aan Mio. “Ik kan jullie overal ter wereld afzetten. Alle kerkhoven zijn ingangen tot de onderwereld, dus ook uitgangen.

GV 4 – Het orakel van Delphi

Het is zondag 19 november 2012. We zijn in Griekenland, in Delphi. Mio in zijn ninja pak, Suzette in een chanel catsuit en Aia in zwart t-shirt en idem spijkerbroek. Tot onze verrassing komen we Kees tegen. Hij verbergt zich omdat hij niet wil dat Philippe hem ziet. We ontmoeten elkaar in een restaurantje. Kees vertelt dat hij over de wereld heeft rondgezworven op zoek naar Charon. Hij onder meer is in Mexico geweest. Daar heeft Belial het land overgenomen en het is nu een slavenfarm. Hij laat alle mensen in ketenen slaan. Belial is er van overtuigd dat daar het einde der tijden zal gebeuren. En in Israel heeft Kees een engel zien verschijnen. Het was Gabriel. Wij vertellen dat wij Gabriel ook hebben gezien, in Rome.
Image_167Tegen de schemering kruipen we onder de afrastering door en gaan we naar de ruines van de tempel van Apollo. Kees stapt de schimmenwereld in. Daar is het vreemd. De tempel staat er compleet en lijkt zich actief tegen verval te verzetten, er zijn geen geesten afgezien van Kees’ oude mevrouw en die klaagt over de kou. Er is iets onder deze berg wat een vreselijke koude uitstraalt. Kees valt weer terug in onze wereld. Hij dampt en is wit van de rijp. Dan snuffelen we wat rond bij de tempel, en na een paar seconden hebben Mio en Suzette het idee dat ze al uren tevergeefs rondlopen. De kriss Bestertana reageert geirriteerd. “Vraag het maar aan haar.” We zien niemand. “Misschien moet je je dan maar eens voorstellen. Ik ben geen kompas!”
Een beetje schutterig zegt Mio: “Hallo. Ik ben Mio.” Alsof er een gordijn wordt opengedaan, zien we opeens een gestalte in een gewaad in het midden van de tempelruine staan. “Bilifor, Athlaton, Tigris en Uznarda. Het is lang geleden dat iemand het orakel raadpleegde. Maar jullie hebben het geschenk niet meegenomen.” De fles ouzo en de gouden bloemetjes van de wereld van levend metaal zijn niet wat ze onder een geschenk verstaat. “De priesters van vroeger zouden dat van harte ontvangen, maar ik heb behoefte aan wat anders om te spreken. Jullie zijn het vergeten. Ik heb een meisje nodig van jonge jaren, een mensenkind, onbezoedeld.”
“Wat gebeurt er met haar?” wil Ab weten.
“Haar zullen de ogen geopend worden.”
“Wordt zij de nieuwe Pythia?” vraagt Mio.
“Zo zou je het kunnen zeggen. Met de priesters is ook de kennis verloren gegaan. Zij zal mijn plaats moeten innemen.”
Dan schuift ze het gordijn weer dicht. We lopen op het pad, maar weten niet hoe we er komen. Dan zijn we opeens weer in de tempel, en dan onderaan het pad. De tijd maakt rare sprongen en het wordt steeds vroeger. We komen tegen de schemering in het dorp en daar gaan we op zoek naar kinderen die nog rondlopen. En Kees stelt zich voor aan Philippe. Zonder moeilijke vragen te stellen pakt Philippe zijn telefoon en belt wat in het rond om een meisje zonder ouders te regelen. Een dorpje verderop is een weeshuis. Hij laadt ons in de jeep en rijdt ons er naar toe.
Het is hier heel anders dan in Delphi. De barriere is dun en het zit vol met geesten. Het weeshuis is een groot vervallen gebouw. We sluipen naar binnen. Een halletje met twee gangen en een ijzeren hek naar een binnenplaats. In de verte klinken kinderstemmen, slaande deuren, pannen en rennende voeten. Mio gaat in ninja-mode en sluipt de linkergang in. Die komt uit in de keuken. Dan maar de rechtergang. Hij vindt een trap omhoog. Boven kijkt hij voorzichtig om de hoek en ziet een lange gang met veel deuren. Een dikke vrouw is bezig een twintigtal kinderen van 6 tot 16 in bed te krijgen. Mio glipt een meisjeskamer binnen, terwijl de anderen op de trap wachten. In de kamer liggen twee meisjes, Nana van zes en Marina van zeven, in bed. Ze reageren heel naief en ze geloven meteen dat hij een engel is. Als hij zijn vleugels laat zien zijn ze niet eens verbaasd. Hij haalt ze zonder probleem over om met hem mee te komen en wanneer iedereen slaapt sluipen ze met hem mee naar beneden, waar de anderen ongerust wachten. Onderweg naar Delphi vallen de meisjes in de jeep in slaap.
Als we aankomen nemen we hun mee naar de tempel. De Pythia verschijnt en daar worden de meisjes wel bang van. “Ik zie dat jullie het geschenk hebben meegenomen. Ik zal voor het eerst in eeuwen weer spreken.” Ze maakt een gebaar en er ontstaat een opening in de oneven vloer. “Neem de meisjes maar mee.” Wederom verloopt de tijd fragmentarisch. Onderaan de trap is een ruimte met twee fakkels en een grote ketel op drie poten. De gestalte steekt hout aan onder de ketel en wenkt ons. Image_359Neem plaats. De meisjes mogen daar gaan zitten.” Ze wijst op een erebank. Als iedereen zit gaat de achter de driepoot staan en trekt haar kleed uit. Er staat nu een meisje van een jaar of zes voor ons. Ze stapt in de ketel met een palmtak in de ene en een aardewerken kommetje in de andere hand. “Heb geduld en stel je vraag als het zo ver is.” De ketel wordt heet en het orakel begint te zweten. Ze raakt in trance. “Stel je vraag.
Ik wil Charon spreken,” zegt Kees.
Kunnen we de wereld redden?
Waar is de navel van de wereld?
Heeft het zin om de wereld te redden?
Het water begint te zieden en er weerklinkt een pijnlijk gezang. De tijd begint weer raar te doen. De meisjes vallen in slaap. Wij zitten op andere plaatsen. Opeens weerklinkt een ijselijke kreet en dan heft ze de palmtak op en spreekt luid in engelentaal:

De Vlam is de strijd tussen licht en duister
Wie de ogen sluit beneemt elk zicht
Woorden blijven steken in ademloosheid
Het doodloze einde is zonder begin
Aldus gesproken in de navel van de wereld.

Ze slaakt weer een kreet. Dan drinkt ze uit het kommetje en zijgt neer in het komende water. Aia en Suzette tillen haar er uit. Het meisje heeft derde graads brandwonden over haar hele lichaam en is dood. Maar het was niet het kokende water waar ze aan gestorven is. Ze heeft uit het kommetje een heel sterk gif gedronken. Vanaf het erebankje kijkt Nana ons met serieuze ogen aan. Er is een nieuwe Pythia.

GV 3 – Anoebis

Het is donderdag 16 november 2012, 9 uur ’s ochtends. Vanwege het reizen tussen de werelden is het niet zo gemakkelijk meer om de tijd bij te houden. We gaan eerst naar Simon. “Ha, jullie zijn eindelijk weer thuis!” Onder de kerk heeft hij een bolwerk van demonische wetenschap gebouwd waar een aantal jongeren voor hem werken. Boven heeft Isabel een hangplek voor jongeren en een ruimte voor haar feesten. Officieel is het ons hoofdkwartier, maar we vragen ons af of er nog wel plek voor onszelf is. Gelukkig hebben we ook nog een echt eigen hoofdkwartier in het Golden Tulip hotel. Isabel vertelt dat Lux Eterna haar intrek heeft genomen in de Pieterskerk. Kali wijkt niet meer van haar zijde. Simon en Lux zijn bezig met het bestuderen van vreemde dingen die niet alleen deze stad bedreigen: een komeet die van plek verspringt en veel te dichtbij staat; eb en vloed gedragen zich raar. Red_cometGewone mensen houden zich vooral bezig met het stijgen van de zeespiegel. Dijkbewaking en zo. Volgens Simon’s berekeningen is de maan twee maal te zwaar – of er zit iets achter de maan dat bijna even zwaar is. En die meteoor die zo raar doet? Die is alleen met het blote oog te zien. Apparatuur neemt hem niet waar!

Aia bedenkt dat Metatron kennelijk niet zelf de wereld kan beeindigen. Daar heeft hij Celestine voor nodig, anders had hij het zelf allang gedaan. Mio bedenkt zich opeens dat alle engelen die we tot nog toe zijn tegengekomen stoffelijk waren (behalve de lichtwezens van de kinderwereld), ook Metatron. Maar die was er juist tegen om stoffelijk te worden. We vragen Isabel of ze kan uitzoeken waar de speer van Michael is (de laatste van de sleutels die we zoeken). We pikken Celestine en Elise op. Mio haalt nog even de tranen van Lilith en dan gaan we naar de Hooglandse Kerk. De kerk is open, we gaan naar binnen. De kerk is leeg, maar we voelen een aanwezigheid op de zolder van een zijbeuk. Mio groeit zijn vleugels en verkent. Ja, daar op zolder is de Japanse engel Osakabe. De anderen gaan via een lange wenteltrap in een smal torentje. Als we boven aankomen en buigen, buigt ze terug, maar ze kijkt ons niet aan.
We willen nog wat vragen.
Dan moet je bij het Orakel zijn. Ik ben degene die ziet. Het Orakel is degene die spreekt.
En waar kunnen we die vinden?
Die bevindt zich in de navel van de wereld.

Aia vraagt hoe het komt dat zij stoffelijk is.
Dat is een eigenaardigheid die zich langzamerhand voordoet als je langer in de schepping bent.
En hoe zit dat eigenlijk? Wij herinneren ons het niet meer. Maar we waren de oorlog aan het winnen en opeens vinden we onszelf in de hel. Wat is er gebeurd dat we in die gevangenis kwamen?
Winnen en verliezen is niet waar het om gaat,” zegt ze, “maar de strijd.” Osakabe spreekt in raadsels. Aia probeert haar te charmeren met haar betoverde kam. Het haar begint te stralen alsof er sterren in zitten. Het fascineert Aia. Ze ziet er sterrenbeelden in en betekenissen. Mio vraagt nog eens naar de navel van de wereld, maar hij snapt het antwoord niet. Ze vertelt dat zij deze komeet al vanaf het begin der tijden heeft zien aankomen. En die komeet is het einde der tijden. Alles komt uiteindelijk neer op een enkele beslissing. En die beslissing zal worden genomen door Elise. En op de vraag wat er met de vorige schepping gebeurd was, zegt ze: “Ik kijk alleen maar toe bij deze schepping. Ik kan niet voorbij mijn eigen oorsprong kijken.” Verder legt ze uit dat het haar lot is om getuige te zijn. Er zijn er altijd drie: een die ziet, een die luistert en een die spreekt.
We stellen Celestine aan haar voor. Maar: “Zij is niet degene.” (Aia merkt dat Osakabe niet kijkt. Kan ze eigenlijk wel zien?) Nee, de kleine Elise blijkt de Sleuteldrager te zijn. “De sleuteldrager velt het oordeel. Kom kind, ik moet je wat laten zien.” Osakabe neemt haar even apart om te vertellen wat ze moet weten. Daarbij draait ze zich om en loopt met Elise weg. Mio probeert weg te springen, maar hij is net te laat en blijft met zijn benen in het stasisveld dat achter de Japanse heerst. Aia had het niet door en zij zit er helemaal in. En Suzette blijft net buiten het effect. Mio kan niet meer van zijn plek komen. Hij hoort daarom niet wat er besproken wordt, maar Suzette hoort het wel. Als ze uitgesproken zijn draait de Japanse zich weer naar ons toe en kunnen we weer bewegen. Aia heeft het gevoel dat ze uit een diepe trance bijkomt. Elise glimlacht. En als in Mio’s benen het bloed weer gaat stromen, doet dat helse pijn.Osakabe gebaart: “Ga nu allemaal en doe wat je moet doen. De tijd is bijna daar. Maar het is nog niet zo ver, want de doden zijn nog niet thuis.

Imperium_damnatumWe gaan naar de Burcht. Aia vraagt aan Celestine: “Snap jij er nog wat van?” Celestine denkt dat Osakabe vanaf het begin iets heeft zien aankomen, het einde der tijden. Dat is als er nog maar een keuzemoment over is. In de loop van het gesprek zegt ze dat het Lucifer’s idee was om een fusie te maken tussen mensen en engelen. Het was zijn enige voorwaarde om Elise aan haar terug te bezorgen. Asmodeus had heel andere plannen met onze kinderen, hij heeft altijd soldaten nodig. Aia voelt iets, het is geen engel. Over de heel stad hangt een soort getintel, een kracht, een aanwezigheid. Zo iets als we ook bij Metatron voelden, maar anders. Iets bovennatuurlijks waar je nekharen van overeind gaan staan. Maar wij kunnen de Burcht nog steeds niet in. Celestine wel. Als Mio de tranen van Lilith in zijn hand neemt en zich probeert af te stemmen, voelt hij een vage rimpeling. Het portaal reageert op de sleutel, maar er zijn er meer nodig.

Kees had gezocht naar de oorsprong van de navelstreng in de Burcht en die ging toen terug in de tijd. Dus dan zou de navel van de wereld aan het begin van de tijd moeten zijn. “Nee joh, de navelstreng zit aan de moederkoek vast, niet aan de navel. De navel is wat er overblijft nadat hij is doorgeknipt.” Dus we moeten hier helemaal niet zijn. Zoekend op het internet ontdekken we dat er meerdere plekken zijn die de navel van de wereld genoemd worden. Cuzco, Delphi, het Paaseiland. En er staat een Omphalos in het Rijksmuseum van Oudheden. “Oudheden! Ja, daar moeten we heen,” roept Mio. “Nee mafkees,” zegt Suzette, “er is een navel en een orakel in Delphi! Daar moeten we heen.” Maar we gaan toch eerst naar het museum en daar zoeken we het verhaal van het orakel van Delphi op. We vinden ook het verhaal van Charon, de veerman der doden waar Tigris naar op zoek was. Interessant. Dan vragen we ons af: hoe komen we zo snel mogelijk in Griekenland? Nou, met hulp van Philippe en die zit in Egypte. Laat er nou een poort naar Egypte in dit museum zijn. Mio gaat snel onze uitrusting halen. Aia verkent waar de camera’s zitten zodat we ongemerkt door de poort kunnen. Daarna zit ze in het restaurant met een glaasje chocomel op de anderen te wachten.

Mummy_2Een man met een gleufhoed en een regenjas gaat aan haar tafeltje zitten. Aia voelt een heel sterke bovenna- tuurlijke aanwezig- heid. “Hallo meneer … ?” Hij kijkt haar niet aan. Dan hoest hij een stofwolk op. Hij legt een uitgedroogde hand op haar arm. Een ijzeren greep. “Ik zou het niet doen als ik jullie was. Je komt nooit meer terug,” raspt hij. Hij kijkt haar aan. De geest van de romeinse legionair Marius heeft een van de mummies van het museum tot leven gebracht! &quot
;Denk je dat ik hier voor mijn lol zit? Je wilt niet opgevreten worden door de zielenvreter!
Nee, maar we  moeten echt heel snel naar Egypte!
Is dit dan niet Egypte?” vraagt de mummie.
Mio en Suzette komen terug. Mio heeft zijn harnas aan en hij heeft een enorme rugzak. “We kunnen die zielenvreter wel aan!” pocht Aia. “Hele legioenen hebben dat geprobeerd.” zegt Marius, “maar die zijn allemaal opgegeten. Ik weet het, want ik diende in een legioen van Cesar.

Aia verandert zich in waterdamp waardoor zij los is. Dan grijpt de mummie Mio vast. Hij probeert zich los te rukken, maar Marius is sterker. Met de Voice of Heaven commandeert Suzette: “Laat ons met rust!” Dan laat de mummie los. “Zoek het dan zelf maar uit.” We gaan snel naar de tempel en Mio opent het portaal. Terwijl we er door springen, horen we nog: “Zeg niet dat ik jullie niet gewaarschuwd heb…

We staan in het zand onder een brandende zon. JublieecourtHet is zeker 50 graden Celsius. Achter ons staat de tweelingbroer van het tempeltje in het museum, in de verte zien we een majestueuze pyramide met een obelisk. De wind steekt op. Het is een boosaardige wind, bovennatuurlijk. Het fijne saharazand dringt in Mio’s harnas zodat hij zich amper meer kan bewegen en Suzette wordt omver geblazen. Als de wind weer gaat liggen is de tempel helemaal onder gestoven en Mio en Aia zitten vast in het zand. Alleen Suzette heeft er, omdat ze lag, als het ware op kunnen drijven. Ze graaft de andere twee uit. Dan nemen we onze engelengedaanten aan (vleugels combineren slecht met een ijzeren harnas) en gaan we naar de piramide. We steken een zandheuvel over. Dan zien we voor ons een vallei met aan het einde de majestueuze piramide. Er staat een tempel aan vastgebouwd en een dubbele rij mastaba’s flankeert de toegangsweg. Op de trap van de tempel zien we een gestalte staan. We lopen er naar toe. In de vallei is het nog veel heter en helemaal windstil. Buiten de vallei woedt een zandstorm. We voelen getormenteerde demonische krachten emaneren vanaf de tempel. In de zandstorm onstaat een immense jakhalskop die op ons neerkijkt. De deuren van de mastabas barsten open en vier mummies, oud-egyptische krijgers  met khopesh zwaarden, vallen ons aan. Aia ontwijkt er eentje, Suzette steekt er een in brand en Mi verslaat er een met zijn zwaard. In de storm klinken angstaanjagende geluiden. Het wordt steeds heter en we zien vonken in het opwaaiende zand ontstaan. Anoebis hapt naar ons en we staan nu in een vuurzee. Roodgloeiend gesmolten zand hagelt tegen ons aan. “Vuur, vuur, verbrand!” roept de gestalte vanaf de trappen. Het is Anoebis, de god van de dood.

Cgwmum4_2 Mio wordt gebeten door de enorme jakhalskop. Hij voelt zijn vlees wegrotten (3 aggravated damage) en zijn magische harnas begint te roesten. Het zwaard heeft er geen last van. Wij hebben gelukkig geen last van de enorme hitte, Aia heeft een magische ring die haar beschermt, Suzette’s engel is een vuurgeest en Mio wordt beschermd door het ijzeren pak uit de wereld van levend vuur. Anoebis is werkelijk de dood zelf, we voelen hoe hij de levenskracht uit onze lichamen zuigt. Het is logisch dat de legioenen van Caesar niets tegen de zielenvreter konden uitrichten.

Suzette doet een holocaust op hem, ze verbrandt de geloofskracht van hem weg en doet hem daarmee veel schade. Maar dat truukje kan Anoebis zelf ook en Suzette gaat daar aan onderdoor! Nu geeft zelfs Aia zich over aan torment. Ze wordt een glimmende metalen gestalte waarin de nachtmerries van de Anoebis weerspiegeld worden. Met grote klauwen scheurt ze de demon aan stukken. De getormenteerde geest komt vrij en wordt meteen teruggezogen naar de hel. Mio brengt het ontzielde kinderlichaam weer tot leven en Athloton en Suzette proberen weer terug in het kinderlichaam te komen. Het lijkt alsof het kind en de engel inmiddels ook op zielsniveau met elkaar verbonden zijn, want ook Suzette’s geest werd samen met Atlothon de Abyss ingetrokken. Met de dood van zijn maker, ontrafelt de realiteit van dit universum. Als in een slechte Hollywood film beginnen de gebouwen om ons heen in te storten. Aia neemt het bewusteloze meisje op haar schouders en we rennen de piramide in, Mio nog steeds als engel, de andere twee weer als mens. In de tunnel is het donker en koel. Achter ons verkruimelt de tempel en dooft de wereld uit. Dit is een afgrijselijk gevoel voor onze engelen. Het Niets verslindt een wereld, dat is nog erger dan de dood. Het Niets is datgene waar zowel engelen als demonen tegen strijden, want wij zijn de makers van werelden!

In de achtermuur zijn drie portalen. 88994212_56efb0cfb6Een is dichtgemetseld, eentje ligt vol puin en de derde kan Mio open maken. We hebben geen tijd om na te denken en rennen door de opening. Mio sluit hem snel weer af voordat het Niets onze poort bereikt. We hebben het overleefd, maar onze kleren en spullen zijn door de intense hitte van de vuurstorm verbrand en gesmolten.En Mio’s uitrusting is er nog erger aan toe door de vergiftigde beet van het zandmonster.

Zo, dat was dus Anoebis. De god van Egypte. In zijn wereld is de Egyptische beschaving ontstaan en ons Egypte is gesticht door mensen die daarvandaan hebben weten te ontsnappen.

We bevinden ons in een lichtloze gang. Het is koud en muf. Mio’sMaglite is half gesmolten, maar desondanks doet hij het nog. We ziendat de gang doodloopt aan de kant waar wij staan, verderop gaat hij eenhoek om. De stenen zijn enorm. Dan komen we aan een vreemde galerij,hij is heel hoog, looptstijl omlaag en heeft inspringende muren.  Er zijn hieroglyfen in de muren gekrast. We lopen trappen op en af, volgen lange gangen, doorkruisen lege zalen en uiteindelijk voelen we buitenlucht. In de verte horen we getoeter. Als we buiten komen, zien we de lichtjes van een grote stad. Cairo bij nacht! We bellen Philippe. Hij komt ons om 23.00 uur ophalen met de jeep. De paar uur dat we in Anoebis’ wereld waren, blijken hier twee dagen geweest te zijn.

Op zondagmiddag landen we op het vliegveld van Athene, we vertrekken meteen met de auto naar Delphi. Tijdens de reis hebben we nog even contact met Simon. Hij vraagt of we de chips uit onze vernielde mobieltjes willen halen. Het blijken vreemde groeisels te zijn, met tentakeltjes en pulserende onderdelen. Techniek is voor Simon iets organisch. Suzette realiseert zich dat ze inmiddels zowat een symbiose vormt met Athlothon, dit is wat Sandalfon wilde.

GV 3 – Eva zet thee

Als Metatron weg is, begint het weer te onweren. Celestine pakt snel haar spullen in en Mio vliegt naar beneden om zijn harnas op te halen. Onderweg wordt hij door een windvlaag tegen de rots geslagen, maar hij overleeft het. De engelen krijgen een aura van statische elektriciteit en er is een pijnlijke ontlading tussen Aia en Suzette. Dark Mio trekt snel zijn harnas aan en vliegt weer terug. Hij vindt een kloof met een schoorsteen waarin iedereen kan schuilen. De bliksem wordt steeds heftiger en vervaarlijke wolken komen van de top van de berg naar beneden zetten. Een zware stem dondert: “Ik ben de God der Wrake!“Op zoek naar een weg dieper de berg in, ontdekken we dat de berg, onder een dikke laag aangekoekte rommel, van een soort glas lijkt te zijn gemaakt. In het glas zijn vreemde driedimensionale patronen te zien, het lijken wel de zegels van engelennamen. “Ik heb een Slartibartfast moment,” zegt Aia. Het wordt steeds heter en giftige dampen benemen ons de adem. Met natte lappen, Lore of Flames en Lore of Flesh proberen we om de gassen te overleven. De patronen gloeien op als er engelenkracht wordt gebruikt. We ontdekken dat aan de buitenkant van deze schoorsteen het glas ooit gesmolten is geweest. Blijkbaar is Metratron al eerder zo boos geworden en is toen de berg gesmolten. Dus hier zijn we ook niet veilig.

Als Mio naar portalen zoekt, ontdekt hij dat het glas op zijn magie reageert en hem doorlaat. Het voelt aan als Sigilscanvas300x300ijswater. Na een meter komt hij in een soort gang. Snel gaat hij terug en hij helpt de anderen om ook de berg in te komen. Het geluid van de donder is hier weg. De lucht is bedompt en er ligt helemaal geen stof. De gang spiraalt de verte in. De zegels stralen in allerlei kleuren als de engelen langs komen. Ze zijn leesbaar, maar alles staat door mekaar. Het is een blauwdruk van de schepping. Mio denkt dat de gesmoltenzegels delen van de schepping zijn die in de grote oorlog zijnvernietigd. Bij een driedimensionaal knooppunt horen we een kind lachen. Mio legt een dubbeltje neer om aan te geven uit welke gang we komen. Suzete’s engel Atlothon herkent een van de zegels als een deel van het condensatieproces. Mio’s engel Bilifor herkent een andere zaal als de plek waar hij is opgegroeid, hij heeft hier als peuter met andere kind-engelen gespeeld. Atlothon en Uznarda raken in trance. Celestine zegt: “Dit is niet goed,” en probeert ze wakker te schudden, maar Bilifor stelt haar gerust. “Dit is waar wij geboren zijn. We zijn aan het herinneren.

We herinneren ons hoe het was. We woonden samen met talloze andere engelen als onstoffelijke geesten in de muren. De zegels zijn kindertekeningen. Dit was alles wat er was. Maar op een bepaald moment begonnen we te vermoeden dat er nog meer was. Waar is dat idee, die opwinding begonnen? We kunnen er naar toe via de wanden en onderweg zien we door de zegels heen de ideeen. Wolkenluchten, muren van vuur, stromend water, het is een hele virtuele wereld. Dan komen we in het centrum aan. We voelen de wopwinding weer, maar ook iets anders. Er is hier iets heel ergs gebeurd! Iets wat de engelen zich eigenlijk niet willen herinneren. Atlothon wil niet verder gaan, maar realiseert zich dat het wel belangrik is om toch naar binnen te gaan.

Amphn6Het is een grote ronde ruimte met bogen en spiralen en in het midden een verhoging. De patronen zijn hier alleen nog maar abstracties. In onze herinnering stonden daar drie engelen, heel trots op alles wat we hadden gedaan. De patronen krijgen drie kleuren: hemelblauw, aardbruin en felrood. Hier werden altijd alle belangrijke beslissingen genomen. Sommige heel goed en andere te erg om te herinneren.

Celestine kanons helpen om dit onder ogen te zien. Ze knielt bij de verhoging en roept het Hemelse Licht op. De schellen vallen van de ogen van de engelen. Er was een grote ruzie tussen twee van de drie ‘oudere kinderen’. Lucifer stond er als neutrale derde tussen. De woordenstrijd liep vreselijk uit de hand en verstoorde de honderdduizenden toeschouwers. Sommigen grijpen elkaar naar de keel, anderen verstijven. Iemand, Asmodeus, riep: “Stop hiermee! Dit loopt fout! Jullie moeten overeenstemming hebben! We moeten het zelfde denken.” En dan gebeurt het ondenkbare. Sandalfon slaat Metatron. Metatron roept “MIJN WIL!” en slaat terug. Sandalfon valt neer aan de andere kant van de tafel, de plek waar we niet willen kijken. Het rode licht dooft, de rode engelen verdwijnen. Sommige verdwijnen letterlijk, andere veranderen van kleur. Het rode standpunt is er niet meer. Metatron trilt en herhaal zijn woorden. Hij kijkt uitdagend in het rond. Dan zegt Lucifer: “Ik zal niet dienen.” De ruimte ontploft als het ware. Lucifer en zijn factie vluchten zo snel als ze kunnen. De rest probeert de schepping af te maken, maar vlucht uiteindelijk ook. Metatron blijft alleen achter.

Mio loopt om de tafel heen. Angel_grief Daarachter is de vloer getormenteerd. Er is een afdruk van een jongetje met vleugels die daar is neergevallen. De vloer er omheen is gebarsten. Maar er ligt geen lijk. Sandalfon was nog niet stoffelijk. Maar dit is wel de plek waar hij gestorven is. Mio knielt en legt zijn hand in de afdruk. Mio, nee Bilifor huilt. Eindelijk kan de engel huilen om zijn grote broer.

Aia vertelt het hele verhaal aan Celestine. Die is geshockeerd. Langzaam wordt het plaatje compleet. M en S waren elkaars spiegelbeelden, L was de balans daartussen. Sandalphon en zijn engelen gingen over passie. Die rol is overgenomen door Uznarda’s huis, de engelen van de diepzee. Toen we wegvluchttten, is iedereen eigen wereldjes begonnen. Sommigen helemaal alleen, anderen met een hele groep gelijkgezinden. Maar eigenlijk weten we nog steeds niet waar wij zelf, en deze berg, vandaan komen. Wij horen echt bij deze schepping. Aia en Suzette discussieren met Celestine over de rol van de schepper. Was dat God, of deze drie oudere engelen? Celestine stelt voor om naar Eden te gaan. Daar moeten antwoorden te vinden zijn. Meningen kunnen sterven. Als engel kun je dan verstarren, jezelf kwijtraken, etc. De kleuren waren de argumenten. Het verschil met de vorige schepping was, dat er toen geen meningsverschil was. En waar ging deze strijd nou om? Sandalphon wilde dat we de schepping afmaakten en stoffelijke vorm aanzouden nemen, Metatron wilde dat we onstoffelijke toeschouwers zoudenblijven. Toen was er een oorlog tussen de dienaren van Metatron en de volgelingen van Lucifer. Het was een guerilla oorlog. Asmodeus was onze aanvoerder (Fidel) en Lucifer de inspiratiebron (Che). En wij waren aan het winnen. Hoe komen we dan in de hel terecht? Wat is er gebeurd? Wellicht weet die Japanse dame het, de Watcher. Daar wil Celestine mee praten.

Ze komt tot de conclusie dat dit een oneindig ingewikkeld weefsel is waar je niet zomaar wat in kunt veranderen, alles hangt met alles samen. Haar eigen magie is meezingen met de vibratie. Van hieruit zou je naar andere plekken moeten kunnen gaan. Maar Mio kan geen portalen vinden. Uznarda is wel eens in Eden geweest. Celestines hypnotiseert haar en we gaan op weg. De route die Aia zich herinnert is via de wanden. Het is een heel lange reis waarbij Mio regelmatig portalen moet openen. Hoewel dit ons oorspronkelijke thuis is, zijn we nu stoffelijk, concreet. Dus voelen we de kou van de abstractie en we zijn totaal verkleumd als we aankomen in een diamantvormi
ge ruimte. Hier gaan we slapen, lekker tegen elkaar aan en goed ingepakt in slaapzakken.

Als we wakker worden voelt Mio een groot, heel oud portaal in het midden van de ruimte.Als hij het activeert, ontstaat er een bol van licht. We staoppen er in en staan opeens in een knus moestuintje. MoestuinEr zijn stokken met boontjes, tomaten, sla. En we zien een klein huisje met een rokende schoorsteen. Om de tuin staat een houten hekje en daaromheen is alleen maar natuur. In de verte zien we bergen. Het huisje is knus, het heeft een boven- en onderdeur. Mio roept “Volk!” maar er reageert niemand. Binnen ziet hij een fornuisje, een tafel met 1 stoel. Alles is normaal. Buiten ook. Het is een ideaal landschap, Engels of Oostenrijks. En er is geen enkel dor blad te bekennen. We zijn in het aards paradijs en dit is de tuin van Eden. Wel wat kleiner dan verwacht…

Binnen vinden we op de tafel een mandje met een doek erover, een aardewerken kom, een gietijzeren fornuis.In de kast is een bedstee. Alles is eenvoudig, primitief en proper. Maar wel met vreemde anachronismen. In de mand liggen tomaten en brood. Verderop voelt Suzette een aanwezigheid. We gaan eens kijken. Even verderop is een dal met een beekje, we horen een hond blaffen en zien een paar schapen. Op een steen zit een gestalte met een herdersstaf en een hoofddoek. C_herd_of_goats_and_herdswomanWe roepen en zwaaien, er wordt teruggezwaaid en ze loopt naar ons toe. Het is een vriendelijk, heel oud vrouwtje. “Zozo, bezoek. Dat is lang geleden.” Ze spreekt een taal die ouder is dan Sumerisch. “Kom mee naar huis, ik ga thee zetten.” Als ze fluit komen de schapen. De hond sukkelt er een beetje achteraan. Ze ziet ons als kinderen. Elise zit bij Celestine op schoot. Ze raakt in gesprek met Celestine en vraagt Mio om water te halen.

Het is Eva. Ze woont hier al heel lang.Heel af en toe komen er vrienden op bezoek. Wij stellen ons voor, zowel de kinderen als de engelen. Volgens haar gebeurde dat vroeger ook wel eens, een mens en een engel samen in een lichaam. Maar het was heel lang geleden en ze weet het niet meer zeker. En tegen Celestine vertelt ze dat ‘hij’ al had verteld dat ze zou komen. “God?” “Nee, die komt hier nooit en praat  niet met me.” “Lucifer dan?” “Noem die naam hier niet. Hij mag hier eigenlijk niet komen.” Maar ja, die komt hier ook wel eens een kopje thee drinken. En de engel met het vlammende zwaard vind het goed dat ze weer in de tuin woont. Suzette vraagt hoe die heet, maar dat weet ze eigenlijk niet. God beschrijft ze als soms wel aardig, maar ook wel heel streng en sinds ‘die tijd’ alleen nog maar sjagrijnig en boos. Ze heeft vroeger wel met Hem gesproken, maar ze heeft Hem nooit gezien. Metatron kent ze wel. “Dat is een aardig jongetje, maar hij zegt niet zo veel.” En Adam? Die heeft ze al heel lang niet meer gezien. Teveel irritaties. Bij de naam Lilith kijkt ze bedenkelijk. “Dat was een deugniet hoor. Die heeft een boel stoute dingen gedaan.” Ze vertelt over kleine, kinderachtige pesterijtjes. Maar nu woont ze daar bij de bergen. Een kale boel daar! En wat er gebeurd is waardoor God zo boos geworden is, heeft ze nooit goed begrepen. “Wat heeft het voor zin om een boom in de tuin te zetten waar je niet van mag eten?” Ze heeft hem omgehakt toen ze hier weer mocht komen wonen. We zitten op de stronk van de boom van kennis van Goed en Kwaad naar de zonsondergang te kijken. Dit is zoals het leven hoort te zijn. Niets gaat hier ooit dood.

Eva heeft ook vragen aan ons. Ze is inderdaad niet zo intelligent, maar wel heel lief en zorgzaam. Zij is inderdaad de Rib van Adam die we zoeken. We blijven slapen, Mio en Celestine liggen bij de kachel, Eva en Eline in de bedstee en Aia en Suzette slapen onder de sterren. De nacht verloopt rustig en de volgende dag verdeelt Eva de werkzaamheden. Zo verstrijkt de dag. Bij het avondeten weten we amper meer waar we ook al weer voor kwamen. De tijd verglijdt hier heel gemakkelijk. De volgende dag gaat Eva koekjes voor ons bakken.

Mio vraagt waar de engel met het vlammende zwaard woont. Eva legt uit dat die in de bergen woont, het is zo’n drie uur lopen. Mio gaat vliegen. Aan de voet van de bergen vindt hij een plateau en hij komt aan bij de ruxc3xafnes van een fors dorp. Er is een waterput en er staan een aantal stenen bogen. Ooit waren het er vijf, maar nu zijn er nog maartwee over.

Halt! Het is verboden om Eden te betreden!

20070410120628bd064f14ni3

Een jongetje in een leren harnas en met een groot zwaard, komt van achter een ruxc3xafne vandaan. “Jij mag hier helemaal niet zijn.” Hij blijkt niet zo heel erg snugger te zijn. Mio bluft dat hij wel binnen mag, want hij komt uit de hemel. De engel laat zich ompraten. Hij kankert dat iedereen maar in en uitloopt alsof het niets is. “En door welke poort komt die andere meneer meestal?” “De linker.” Hij vliegt met Mio mee terug. Eva geeft ze thee en lekkere koekjes. De engel gaat in een hoekje zitten. Suzette hoort hem uit. Hij blijkt Azrael te heten. Hij heeft de opdracht om Lucifer en Eva te laten passeren. Verder mag hier niemand komen.

Aia krijgt door dat Eva wel degelijk doorheeft waar we voor komen en dat ze alleen maar tijd aan het rekken is. Daarmee geconfronteerd, geeft ze toe. “Nu slapen,” zegt Eva, “morgen vroeg op en dan moeten we maar gaan.” De volgende dag ruimt ze op, ze pakt in, doet het kacheltje uit en het huisje op slot. Ze laat de schaapjes vrij, aait de hond en dan gaan we weg. Ze loopt langzaam maar onverstoorbaar door met een groot pakket op haar rug. Als Mio aanbiedt om het voor haar te dragen hoeft dat niet.

Achter de poort is het koud en het regent. We staan in de Kloosterpoort vlakbij de Middelstegracht. En de telefoon gaat. Simon. Waar of we zijn geweest. Het blijkt 15 november te zijn, we zijn zonder het te merken een hele week in het paradijs geweest. Philippe wordt ingeseind dat we weer terug zijn. Hij komt eraan. We nemen ons intrek in het hotel en Eva kan voorlopig logeren bij Mio’s ouders.