GV 4 – De onderwereld

Het is nacht. We verlaten de geheime kamer onderin de tempel van Apollo in Delphi en gaan weer naar Philippe. Onderweg ontdekken we dat de Pythia net als wij een symbiose is van kind en engel. Er zijn dus meer manieren om een lichaam te betreden waar nog een levende ziel in woont. We willen de oude Pythia begraven bij de renbaan op de top van de berg. Kees gaat de schaduwwereld in om te kijken waar haar ziel is, maar hij keert onverrichter zake en door-en-door verkleumd terug. Hij heeft zijn oude vrouwtje maar weggestuurd, want het is daar echt niet uit te houden. De ziel van de dode Pythia is niet in de schemerwereld, maar zit nog in haar lichaam. We bedenken dat ze wel naar de onderwereld zal willen. Mio reanimeert het lijkje tot zombie. Houterig komt ze weer tot leven en begint de renbaan op te lopen. In het midden staan nog de restanten van de keerpunten. Bij een ervan houdt ze stil. Kees haalt Besertana tevoorschijn en vraagt om een doorgang. Mopperend snijdt de kris een steen weg. Hier is de ingang van een muf, donker tunneltje dat schuin naar beneden leidt. De kinderen kunnen er xc3xa9xc3xa9n voor xc3xa9xc3xa9n doorheen kruipen. Eerst de zombie, dan Kees, gevolgd door Aia, Suzette en achteraan Mio met zaklamp. Het is muf en koud, en het ruikt naar aarde en stof. Volgens Kees is het in de geestenwereld nog veel kouder. Vieel dieper wordt de gang wijder en hoger en de schuine vloer wordt een trap. De muren zijn van gladde steen. Beneden ons voelen we een rilling door de aarde gaan. Onze voetstappen echoen en de trap zigzagt omlaag langs de wand van een gigantische ruimte. Diep onderin zien we de vloer glinsteren. Cerberus2Mio stapt op een losse steen die luidruchtig naar beneden klettert. Boven ons horen we een ketting rammelen. Mio kijkt omhoog en ziet drie gigantische hondekoppen met grote ogen en kwijlende bekken: Kerberos, de waakhond van Hades! Het beest snuift, gromt en hapt naar Mio. Raak, een grote beetwond. Ieder neemt zijn engelengedaante aan, maar Mio wordt een demon: rottend, druipend van giftig pus, met hoorns en stekels. Hij gaat het gevecht aan zodat de anderen kunnen ontkomen. Twee van de Devil1koppen krijgen een pijnlijke jaap door klappen met de oude katana. Mio wordt door de andere kop gebeten, maar die deinst terug van de vieze smaak. De waakhond geeft zich gewonnen en trekt zich terug.

Beneden zien we in de vlammen van Athlothon een gebeeldhouwde wand waar wel duizend stenen lichamen door elkaar heen gevlochten zijn. Het is een portaal naar een andere wereld, maar zelfs Besertana kan dit niet openen. Er zit een heel krachtige Ward op. Mio doet een poging, maar hij hoort alleen maar: “God zelve commandeert u heen te gaan.“. Dan ziet Aia dat een van de lichamen niet van steen is, maar het is een bevroren jongetje. Ze warmt hem op. Het jongetje begint te kreunen. Mio probeert hem te genezen, maar hij voelt  dat allerlei botten gebroken zijn en dat het kind zodanig in de steen vastzit dat de fragmenten niet meer aan elkaar kunnen groeien. Zijn positie is zo pijnlijk en hij zit er al zo lang dat hij alleen maar dood wil. Aia neemt het pijngevoel bij hem weg en vraagt wie hij is.

Laat me even op adem komen,” zegt hij in  de taal van de engelen, “Gaat heen, God beveelt het. Maar wie zijn jullie eigenlijk?” We stellen ons voor. Als Kees aan de beurt is, zegt de jongen: “Jij bent Tigris, ik ken jou. Waarom hebben jullie ons in de steek gelaten? Op het moment dat Charon wegviel, vluchtte iedereen weg, Charon is binnen en de deur is gesloten door de stem van God.” Aia zegt: “En wij willen hem weer open maken.” De jongen denkt even na. Hij krijgt een blikje cola en een reep chocola. Dan zegt hij: “Ik ben Hermes. Ik was de gids, de geleider van de zielen. Toen God besloot dat de onderwereld gesloten moest worden, heb ik me natuurlijk verzet. En dit is de beloning voor mijn verzet. En ik moet me verontschuldigen. Tigris, jij bent niet gevlucht. Ik herinner me nu dat jij bent gesneuveld.The_gate_of_hell_detailed2Als Tigris rondkijkt, vindt hij inderdaad ergens in de deur het versteende lijk van zijn vroegere incarnatie. Er blijken nog vier levende engelen in de deur gevangen te zitten. Met Besertana snijdt Tigris openingen in de deur en Aia manipuleert het vlees van de gevangenen zo dat ze er uit gehaald kunnen worden. En Mio geneest. Daar zijn we de hele nacht mee bezig.

Als iedereen bevrijd is, vertellen ze dat zij de laatste Slayers zijn. Metatron zei na zijn overwinning: “En jullie soort  zal als eerste verdwijnen!” Hij heeft nog zeker 100 andere slayers in de deur gemetseld, maar die zijn intussen allemaal doodgegaan. Met een gezamenlijke krachtsinspanning breken we de Ward. De deur wijkt open en we zien de figuren tot stof vervallen. Daar achter is een opening inde rots met heel archaische schrifttekens. De klopper voelt steenkoud aan. “Klop” de deur zwaait langzaam open. We zien een ijsblauwe donkere ruimte. De slayers voelen iets gebeuren. Hermes en Tigris blijven beneden en de andere vier gaan naar boven om te kijken wat er aan de hand is.

Het ijs voorbij deze deur is geen bevroren water. Het is bevroren lucht. Daar heerst het absolute nulpunt. Aia lacht: “When hell freezes over!” Ja, dat is letterlijk wat er is gebeurd zo’n 2000 jaar geleden. Het vuur van Athlaton-Suzette doet de lucht weer sublimeren en Mio kan door een werverwind om ons heen te maken voorkomen dat het vervliegt. Het is koud, maar door Atlathon’s vlammen overleven we het. De zombie loopt met ons mee, de eerste menselijke ziel in de hel sinds de oorlog. Onder het dampende ijs is een trap omlaag. We komen aan een nieuw obstakel. De rivier Styx is nog vloeibaar. Het is puur onverdund ‘niks’, een soort zwart kwik dat je gedachten en herinneringen opzuigt. We vinden Hermes’ schip aan de kade liggen. Alleen al kijken naar de Styx leidt bij Aia tot een hypnose waar Hermes haar maar met moeite uit wekken kan. De engelen voelen deze aantrekking niet. Het bootje zweeft bewegingloos over het niks. Om het niet te verbranden moet Athlaton haar vlammen bijna doven enMio-Bilifor moet alles bijzetten om voldoende lucht om ons heen tehouden tot we de overkant bereiken. Als we eindelijk aan de overkant zijn, kost het Athlaton veel moeite om weer aan te vlammen. De onderwereld is heel groot! We lopen tot we moe zijn. En dan zoeken we een grot om te overnachten. We vinden er een die helemaal vol hangt met Plato_cavekettingen waar hals-, pols- en voetboeien aan vast zitten. Volgens Hermes was dit de grot waar de Platonisten zaten. We sluiten de opening af met ijs zodat de lucht niet ontsnapt en gaan dicht tegen elkaar aan liggen om te slapen. Waar zijn de zielen van alle mensen die hier verbleven? Hermes weet het niet.

De volgende dag trekken we verder. Mio babbelt over Metratron en Sandalphon. Hoe dieper we de hel in gaan, hoe ‘warmer’ het wordt. Na uren lopen komen we op een plek waar er weer lucht is en de grond wordt drassig. Het is minder koud naarmate we het midden van de hel naderen. In de ijsschotsen zien we lichtschitteringen. Als je er naar kijkt, komen er herinneringen omhoog als TV beelden. Er zijn  ook andermans herinneringen te zien en beelden uit vervlogen tijden. Hermes verteltdat de onderwereld de plaats is waar menselijke zielen hunherinneringen recyclen totdat ze schoon zijn en weer kunnenreincarneren. Alleen Mio kan weerstand bieden aan de beelden. Hij is niet zo snugger maar wel heel koppig. Dus hij heeft geen moeite
om zich los te rukken van de beelden. Maar de andere kinderen zijn veel intelligenter en zij vallen voor de hypnose van de herinneringen. Gelukkig zijn ook hier de engelen imuun. Dus Athlothon, Tigris en Uznarda brengen hun kinderen in slaap en de engelen nemen het van hier af over.

Het wordt allengs lichter. Hier is het licht als de ochtenschemer. Vanuit een ooghoek zien we beelden waar Od in voorkomt. Maar als je er direct naar kijkt is het weg. De zombie van de dode Pythia loopt nog steeds met ons mee. We zien beelden met haar mee reizen van mensen die haar als orakel raadpleegden. Blijkbaar is er een minder dodelijke manier om visioenen te krijgen. En we zien niet alleen mensen, we zien ook Od in de tempel en ook hij stelt een vraag aan de Pythia. Maar we zien alleen beelden en niemand kan liplezen, dus we weten niet wat de vraag was of het antwoord. Voor ons rijst een hoge piek van ijs op. Hermes is opgetogen, daarboven is de troon van Charon. Er dwarrelt een veer omlaag. Vanuit vier, vijf, zes vlakken zien we Od naar ons kijken, alsof hij ons in de gaten houdt. Bilifor vliegt omhoog om te kijken waar ze vandaan komen. Hij ziet een jongen vliegen met veren op zijn armen geplakt. De was waarmee ze aan hem zijn geplakt, smelt in de zon. Ze zijn honderden meters boven de vlakte. Achter hem vliegt een oude man die hem waarchuwt niet te hoog te vliegen. Als de vleugels van de jongen smelten, probeert Mio hem op te vangen. Maar het is een illusie. Hij valt zelf uit de lucht en komt een meter lager in de sneeuw terecht. “Overmoed“, zegt Hermes “daar gaat dit verhaal over” en hij legt uit dat we hier belangrijke mythen zoals die van Icarus tegen kunnen komen.

Suzette hoort “Boem. Boem. Boem.” in haar droom. Ze gaat kijken. Achter een ijspiek zit een ro8e45856423da48b58b536565b7496ddfmeinse galei vast. Dan vindt ze zichzelf vastgeketend in een roeibank. Ze schrikt wakker met het geluid van de zweep nog in haar oren. Ab droomt van zichzelf weerspiegeld in het ijs, maar dan helemaal volmaakt. Hij zou er verliefd op kunnen worden. Dit is het verhaal van Narcissus. Zelfs in hun dromen zijn de mensenkinderen bevattelijk voor de effecten van de onderwereld.

Dan verandert Tigris in een duistere engel met een zeis. Hij straalt dood uit. Hij kijkt naar een hoge ijspilaar en rent er naar toe. Hermes rent achter hem aan met vleugels aan zijn voeten. Wij daar weer achteraan. Het voelt gejaagd, we hebben een visioen van jachtluipaarden die met ons meerennen, vliegende vogels en herinneringen aan hard rennen om de bus te halen. Vanuit ijsvlakken zien we af en toe Ot naar ons kijken. We rennen de trap van de pilaar op in een roes van woede, angst en extase. “We moeten op tijd zijn,” roept Tigris. En dan opeens is het over. We staan op de top.

Alles is stil. We weten nog niet wie we zijn en waarom we kwamen. Voor ons staat een standbeeld van ijs. Het is een vage mensfiguur met vleugels en een staf. “We zijn te laat,” Hermes legt er zijn hand op en zegt: “Dit was Charon.” “En wat is het nu?” vraagt Bilifor. “Iets vreselijks: een dode engel.” Tigris heft zijn zeis en hakt schreeuwend van woede en frustratie in op het ijsbeeld. Dit was zijn doel en hij is te laat. Het beeld splijt onder zijn slagen en er valt een dood jongetje uit. Uznarda troost Tigris. Hermes staat er verslagen bij en mompelt: “De heer moet dit weten. Waarom weet de heer dit niet?

Mio kijkt om zich heen. Dit is het exacte middelpunt van een enorme koepel. Hier zijn licht, warmte en lucht, maar aan de randen is het zwart. De vloer van de onderwereld was ooit als een enorm pentagram ingedeeld in zones. Maar alles is kapot gemaakt. Als hij vraagt welke heer Hermes bedoelt, zegt die: “Charon was de maker, maar niet de heer van de onderwereld. Dat is Lucifer, de architect. Charon heeft ooit iets over Lucifer gezegd, wat was dat ook weer? O ja. Lucifer wilde dingen veranderd hebben en toen klaagde een engel ‘Dat komt maar’ en toen zei Charon: ‘Lucifer komt nooit ongevraagd of uit zichzelf’.

Mio roept spontaan: “Lucifer, wil je alsjeblieft komen?” “Nou nou, ik  dacht dat je het nooit zou vragen.” Hij ziet opeens de oude Ot naast zich staan met een biertje in zijn hand. Hermes knielt en buigt het hoofd voor de heer van de onderwereld, maar Mio is niet onder de indruk en haalt zijn fles Ouzo tevoorschijn.  “Dat is nou al de tweede dode engel die we tegenkomen,” klaagt hij, “hoeveel heeft hij er al afgemaakt?” “Ik denk zes,” antwoordt Lucifer. Hij accepteert de fles sterke drank en neemt een ferme slok. “Dat smaakt.” Er verschijnen ijsblokken om op te zitten. Als iedereen zit, begint Lucifer te praten: “Waarom wil je de wereld redden? Wat heeft deze wereld je gegeven? Weet je nog wat je wilde maken? Het was immers jullie idee, Uznarda, de samensmelting van geest en materie. Waarom? Om completer te zijn.”  Hij maakt een handgebaar en we zien hele mooie etherische engelen die elkaar een wereld willen laten zien. “Het was jouw huis dat dit wilde. En, is het niet gelukt, het delen van ervaringen? OK, het is niet geworden wat je er van gehoopt had, maar het is wel wat jullie wilden.”  Mio mompelt: “Er is ook iemand die het allemaal kapot gemaakt heeft.” Lucifer antwoord: “Maar hoe weet je dat het anders gelopen is dan de bedoeling was?” “Het is nooit de bedoeling geweest dat er doden zouden vallen.

Er volgt een filosofische discussie, waarin Lucifer uitlegt dat er zo’n kleine 10.000 engelen zijn, en dat ook hij niet weet of er een opperwezen is. Wij hebben ooit 9000 mensen gemaakt, onsterfelijke en volmaakte symbionten voor de engelen die stoffelijk wilden worden. Dus waar komen de miljarden vandaan die er nu rondlopen? Nou, eerst had je de Gouden Vlam maar die is door Metatron afgesloten. Hij wilde de zielen doen uitdoven. Maar toen bleek opeens dat mensenzielen zich ook de gouden vlam juist gingen vermenigvuldigen. Ze ‘schilferen af’ als ze teveel meegemaakt hebben. Daarom werd de onderwereld bedacht om ze schoon te maken, zodat ze kunnen reincarneren. Maar Metatron heeft zo’n 2000 jaar geleden bedacht dat hij dat ook niet wilde. En toen heeft hij de hel gesloten en alle Slayers afgemaakt. Dus nu zitten we met enorm veel mensen. Metatron noemt zich de Stem van God. En dat is hij ook, het is niet uitte leggen. We moeten hem respecteren. Hem opvatten alseen valse god of als een rechterhand van, dat doet hem geen recht. Hij is de stem van God. Maarde Eeuwige spreekt niet mxc3xa9xc3xa9r door hem dan door ons allemaal. Alleen kan Metatron niet toegeven dat hij niet de enige stem van god is. Juistomdat hij meent de enige te zijn, doet hij de dingen die hij doet. “Wat ik bestrijd is dat hij wil dienen en dat hij gediend wil worden.” Als Mio vraagt waar engelen vandaan komen en of Lucifer er al voor de schepping was, zegt hij: “Ikzou het je echt niet kunnen zeggen. Ik ken mijn eigen oorsprong niet,voorzover ik die heb. Ik was er voor de schepping, maar niet op demanier dat jij je gisteren kunt herinneren. Hoe belangrijk vind jij hetom te weten wat ik was?” Mio zegt “Heel belangrijk.

Ik, ik wil niet dienen. En voor mij is dat hetzelfde als ik zal niet dienen. Maar wat willen jullie eigenlijk?” vraagt Lucifer opeens. “Vraag mij wat je maar wilt, en ik zal het je geven, alleen maar omdat ik dat wil. Atlothon, wat is jouw wens?” “Ik wil mijn herinneringen terug.” Lucifer geeft haar een blok ijs. “Hierin kun je zien wat je je wilt herinneren. Het zal niet smelten. En Uznarda van het huis van onze dromen, wat is jouw wens?“Uznarda weet zo snel niets te bedenken. “Geef me een half uurtje.” Bilifor weet het wel: “Mijn grootste wens heb ik al. Vrijheid. Ik wil mijn eigen antwoorden vinden.” “Dat is een heel wijze wens!” zegt de duivel opgetogen, “en wat wens jij, Tigris?” “Ik wens een thuis voor de mensenzielen. Een laatste zorg waartoe wij verplicht zijn.” “Hoezo verplicht?” “Omdat ik Tigris ben.” “Dan willig ik je wens in. Ik maak jou, Tigris, heerser van de onderwereld.” Lucifer nemt zijn engelengedaante aan. Hij wordt 20 meter hoog, krijgt hoorns, ontvouwt enorme zwarte vleugels en straalt een licht uit dat Unfinished_lucifer_design_by_jdillofeller is dan de zon. Om ons heen ontstaat een cirkel van vuur, dat zich snel naar buiten toe uitbreidt. De hele onderwereld ontvlamt. En dan zegt Lucifer met bulderende stem: “De onderwereld is geopend. Hier zullen de zielen gekweld worden door hun herinneringen en terugkeren naar de wereld mits de waker van de onderwereld daar zijn toestemming voor geeft.” Tigris neemt met zijn zeis plaats op de troon van Charon. Een geraas zwelt aan. Van alle kanten stroomt het vol met zielen. Hij wordt weer de oude Ot. “Je half uur is om. Weet je al wat je wilt?” “Ja, ik wil dat Ab, met wie ik dit lichaam deel, niet gekweld wordt door mijn torment.” Lucifer knikt. “Je wens is ingewilligd. De herinneringen van Uznarda zijn niet meer toegankelijk voor Ab.” Dan neemt hij afscheid van ons.

Ook Kees neemt afscheid. Hij zal ons missen. Hij vraagt of we niet te lang wegblijven en zegt: “Ik heb nog wat voor jullie.” Hij geeft de kris Besertana aan Mio. “Ik kan jullie overal ter wereld afzetten. Alle kerkhoven zijn ingangen tot de onderwereld, dus ook uitgangen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s