Tanais 98

Tanais 98 – 10-12-2015

(Episodes in Virtual Reality staan cursief.)

We waren gebleven bij Clark en Duffet. MRA vraagt of Schorpioen het ziet zitten om ook een keer bij ons te worden gesummoned. Als er Color is, vindt Schorpioen het goed. MRA leert het ritueel. We nemen afscheid en gaan weer naar buiten.

Maar bij de uitgang worden we opgewacht door een groot aantal politierobots en een man met hoge bevoegdheid. Zodra hij ons ziet, zegt hij: “Goedenmiddag dames, heer, enzovoorts. Wat vinden hier voor activiteiten plaats?” “Bingo!” roept MRA27. De man grimast. “Ik ben hier omdat jullie besteld zijn en het gerucht gaat dat jullie gevaarlijk zijn. Komen jullie goedschiks mee of kwaadschiks?”

We besluiten om ons niet te verzetten en dan worden we naar het penthouse van gebouw 12 gevlogen. Daar zet hij ons af op een balkon en zegt: “Ik neem hier afscheid. Jullie gaan met de baas spreken, werk mee anders wordt het bloederig.”

Hij vertrekt. De schuifpui staat open. Als we naar binnen gaan, sluit de pui zich en klinkt er door de intercom: “Kleed u uit en trek de kleding aan die klaarligt.”

Er liggen huidnauwe overalls. [Matter] laat zien dat ze vol zitten met nanotechnologie. Waarschijnlijk hebben ze alerlei functies zoals verstijven, onder stoom zetten, heet en koud worden, et cetera. Als we ons omgekleed hebben gaat de deur naar het volgende compartiment open en daarna is er nog een. In de derde kamer wacht een huisrobot op ons. Hier is het erg sjiek. Geen augmented reality maar echt marmer en zo. Een sober geklede man met een brilletje heet ons welkom.

“Jullie reputatie is jullie vooruit gesneld. Ga zitten. Wat komen jullie hier doen, zijn jullie de nieuwe kleur-leveranciers?”

“Ja.”

“We kunnen jullie goed gebruiken. De Blue en White Collars kijken niet naar ons om. Toch zijn jullie hier geïnfiltreerd. Laten we elkaar beter leren kennen. Informatie uitwisselen. Waarom zijn jullie hier naar toe gekomen?”

Helena zegt dat we op de Color-anomalie afgekomen zijn en vraagt of hij de Directeur van deze Hardware legacy.

“De Color anomaly, ja daar moeten we het over hebben. Ik ben Greg, de directeur van de Corpocrats.” Hij nodigt ons uit voor het eten en voert ons mee een trap op. In de eetzaal stelt hij ons voor aan de andere directeurs: zijn vrouw Ola en het echtpaar Magnus en Shova. De eetzaal heeft een glazen vloer. Héél diep onder ons zien we de centrale poel van de riolen. “Om te zien waar we later naar toe gaan.”

Tijdens het eten wordt er gesproken over de gemeenschappelijke plicht om voor de zwakkeren te zorgen. Ze lijken het nog te menen ook. Dan komt het gesprek op Alexander. “Hebben jullie een aanwijzing waarom hij er een eind aan gemaakt heeft?”

Elaine zegt: “Hij nam het niet zo nauw met gemaakte afspraken.”

De directeuren vermoeden dat hij niet dood is, maar ontsnapt. “Wij willen er achter komen of hij zichzelf geüpload heeft. Er zijn andere verdwijningen naar Viruality, naar de ongeformatteerde ruimte. Sommige spelers zijn erg goed, en de besten zijn aan het verdwijnen. Hun gest heeft hu lichaam verlaten. Er zijn schemergebieden in de hoogste levels van hun spellen, onzichtbaar voor de controle van de Announcers. Daar gaan ze binnen en dat wordt hun lichaam levenloos gevonden. In het spel Grand Theft Auto 99 is dat het duidelijkste. Het gebeurde al vóór Alexander. Maar hij is degeen waardoor we erop geattendeerd werden. De teller staat nu op 261.”

Condoleeza vraagt om de namen van de huidige topspelers. Ze krijgt een uitdraai van de de top 500. Gwen vraagt of er ook spelers uit het grijze gebied zijn teruggekomen. Zo ver zijn ze nog niet met hun onderzoek. De spellen hebben op het hoogste level zelfgenererende gebieden die pas ontstaan als iemand ze voor het eerst betreedt. Elaine vraagt om de broncode. Die kan ze krijgen. “Wij kunnen jullie in een spel inbrengen, op het één-na-hoogste level, niet het allerhoogste want dat zou opvallen. Je bedient je avatar met je lichaamsfuncties. De software moet even herijken om zich aan jullie conditie aan te passen, want jullie zijn veel fitter dan een bewoner van de Hardware Legacy. En je begint zonder de magische spheres. Je hebt [Prime] nodig om de interface daarvoor geschikt te maken.”

Als ze horen dat wij de daklozen als tussenhandelaren willen, dan roepen ze hun robots terug en zullen ze ze niet recyclen. Wij krijgen het penthouse van flat 7, dat zal over twee uur gereed zijn, privé vliegrobots en de beste VR uitrusting. We verdelen de taken: Condoleeza wil met [Mind en Correspondence] meekijken met zo’n topspeler. Gwan ziet het niet zitten om een spel in te gaan en zal achterblijven als ‘thuisbasis’. Een van de topspelers , een zekere Pjotr, zit drie verdiepingen onder ons Grand Theft Auto 99 te spelen. Condoleeza breekt bij hem in en legt een [Mindlink]. MRA houdt wacht in de gang en Elaine bedient de computersystemen. In-game zit Pjotr op een Californisch strand in de hippie tijd, 1969, te praten met een drugsdealer. In het dagelijks leven zou hij een gabber zijn of een redneck tattoo type die geniet van zijn nieuwste geweer en zijn virtuele drugs. Klassiek dom en gewelddadig. Als Condoleeza een beeld van Alexander projecteert dan regaeert Pjotr verbaasd, maar niet alsof hij Alexander niet kent. “Ik zit zwaar te hallucineren, man,” zegt hij tegen de dealer.

Helena, Elaine en MRA maken avatars voor dat spel. MRA27 maakt een blonde surfer dude, Helena gaat als dikke biker met een rosse baard, lang vettig haar, een zwaard en een kanon en Elaine kiest Fish Mooney als personage. Dan stappen we het spel in.

Een garage aan de rand van de woestijn. In het winkeltje zit een oude Mexicaan. geheel in de sfeer van het spel wordt hij doodgeschoten en we looten de winkel. De buit is $200,- een jachtgeweer, een bijl porno en bier. Er stopt een auto. De inzittenden, het zijn spelers, vragen bij welke bende we behoren. MRA zegt: “Dead Presidents”. Die kennen ze niet. Zij zijn Bandido’s en ze zoeken nog leden. Om bij de bende te komen moeten we vijf voetgangers doodrijden en een tattoo laten zetten. Als we accepteren, komen er nog tien oude Cadillacs. Wij krijgen er ieder een en mogen vooruit.

Condoleeza zoekt uit wie de leider van de Bandido’s is en Gwan gaat daar langs in toren 15. Het blijkt een iel mannetje, die wel een heel goed reflexenstelsel heeft, maar geen spierkracht of power.

Even later zijn we lid. “Wie zijn de vijanden?” vraagt Helena. “Alle andere bendes, iedereen met een andere tattoo dan wij. Het is hier PVP. We doen niet zo aan verhaal en rollenspel. Over twee weken is er een turf-war. Zorg dat je er bij bent met je beste wapentuig. Tot dan, enjoy!”

Condoleeza vindt uit dat twee van de top-500 spelers lid zijn van deze bende. Milander is verdwenen. MRA wil naar een grijze zone. Condoleeza wijst ons een helicopter 20 km verderop. Helena schopt een oud vrouwtje van haar motorfiets en rijdt er heen. We vliegen over het stadje. Er is 1 heel klein plekje waar we voor een buitenstaander van de kaart verdwijnen: een hutje op het strand. En dat is precies de plek waar de drugsdealer zat met Pjotr. De dealer is er nog. 

De thuisbasis vindt uit dat Pjotr nog leeft. Dus het bezoeken van zo’n zône betekent niet dat je automatisch in unformatted space verdwijnt.

MRA en Helena slenteren rustig naar het hutje. Door het raam zien we een man op bed liggen en een jonge vrouw zit een tijdschrift te lezen. [Detect Spirit: geen spirit.] Klop op de deur. “Binnen.” Als we binnengaan blijft de [Mindlink] intact. “Welkom klanten. Wat wil je hebben?” MRA vraagt wat hij kan leveren. “We hebben alle drugs hier. “Color?” vraagt Helena. Hij zegt dat hij niet weet wat dat is en vraagt om haar gegevens. Die geeft ze niet. MRA koopt wiet en gaat buiten met de dealer blowen. De dealer kan dus buiten de grijs-zone komen. Maar hij komt niet voor in de database van het spel. Helena krijgt niets los van het meisje. Elaine neemt dit strandhutje waar als een soort virtueel portaal, een interface met iets anders. MRA praat met de dealer. Level stijgen kan in een privé arena in de woestijn. Elaine doet een [Mind effect: Probe Thought] en ontdekt dat de dealer sentient is en er zit een andere sentient entiteit achter. Hij krijgt het beeld van een draak die zijn oog open doet en ons ziet.  Het meisje is ook sentient, maar ze hebben geen van beiden een Mind of een Spirit. 

We loggen uit voor overleg.

3 xp

Tanais – 97

Tanais 97 – 26-11-2015

In de stad is een constane vraag naar [Color] en die kan van hieruit geleverd worden. Ze willen voedsel en dergelijke in ruil en ze zoeken een betrouwbare tussenpersoon. Als wij willen, kunnen ze ons voorstellen aan hun meester, die beslist. En ze wijzen er op dat wij persoonlijk verantwoordelijk zijn voor het nakomen van de verplichtingen die door ons aangegaan worden. We gaan akkoord. Dan nemen ze ons mee door een lange droge gang met zacht lichtgevend mycelium in alle kleuren. Ze laten ons achter in een kamer met een zwarte fontein. Er is [Color] in overvloed, meer dan we kunnen bevatten. [Detect Matter en Spirit geven geen successen.] [Life] geeft aan dat er verschillende levensvormen zijn en zelfs zonder [Mind] voelen we dat we worden afgetast.
“Wie zijn jullie?” klinkt een stem in ons hoofd. De mensen met [Mind] voelen een heel sterk gevoel van verbazing en herkenning. “Welkom. Wat brengt jullie hier?”
Elaine zegt: “We horen dat u Color artefacten in de aanbieding heeft.”
“Voor jullie? Altijd. Met jullie is wel zaken te doen. Maar wat voor wezens zijn jullie? Waar komen jullie vandaan?”
Helena vertelt dat wij samengestelde wezens zijn, en MRA voegt er aan toe dat wij primair een soort bionics zijn. De meester lijkt te snappen wat we bedoelen: “Alsof jullie gebroken zijn geweest en weer gelijmd.”
Helena: “Ja. Maar daartussen zit een enorm gat. De breuk was nog vóór expulsion. En er is een parallelle wereld waar het andere deel van ons wezen geboren is.”
De meester snapt het niet. Hij vraagt of we een opdracht voor hem willen uitvoeren, zodat hij ons nader kan leren kennen. Het is simpel: hij wil dat we boven iets afleveren. “Mijn priesters zullen jullie helpen. Het is lang geleden dat ik iets zoals jullie ben tegengekomen. 8000 jaar!”
De medicijnmannen komen de kamer binnen. Ze zijn opeens heel nederig tegen ons. Eentje heeft een pakketje dat hij ons geeft. “Deze kleine kan Color essentie moet u afleveren bij Dr. Prince in flat 7. Zijn betaling moet u hier terug brengen, slijmrot-antigif.”
Deze koeriersopdracht nemen we aan. Op de terugweg moeten we bedenken hoe we via de standleiding, die iedere minuut alle afvalwater van een hele verdieping loost, terug omhoog komen. Helena gebruikt [Life] en maakt zuignappen. MRA maakt met [Matter] extra handgrepen en daarlangs kan de rest omhoog klimmen. Dan zo snel mogelijk onder de douche om de beschermende pakken af te spoelen en we kunnen op weg.
We gaan naar de ziekenboeg van flat 7. Zonder enhancement is het een kale, nogal smerige ruimte met tl-licht en loshangende kabels, maar met chip zie je een vriendelijke bloedbank. Achterin de zaal is dr. Prince bezig met een donor. De dokter is niveau 11. een niveau hoger dan wij onszelf als cover hebben gegeven. We wachten geduldig tot hij klaar is en spreken hem dan aan.
“Wij hebben slijmrot antigif nodig.”
“Is het voor de building maintenance crew?”
“Ja,” Helena laat de canister even zien.
De dokter schrikt. “Waar is Alexander?”
“Definitief verhinderd, helaas.”
“En jullie zijn zijn vervangers? Mag ik even testen” Hij leidt ons naar een kantoortje. Daar test hij de ampul. Hij krijgt een gelukzalige blik op zijn gezicht. Dit is het goede spul Hij is bang dat hij met een soort bende-oorlog te maken heeft, maar het gaat hem om het product, niet om wie het aflevert. Hij gaat het tegengif halen. Tien minuten later is hij terug. Na een vriendelijke uitwisseling gaan we weer weg. Maar op weg naar beneden blijft de lift stilstaan.
“Jullie worden voor verhoring aangehouden. Ga met jullie handen op de rug tegen de muur staan,” klinkt een blikkerige stem. Er schieten kabels uit de hoeken die ons tegen de muur pinnen en gas waar we het bewustzijn van gaan verliezen. Helena laat het gebeuren. Elaine doet [een Forces effect met extra Willpower] System Havoc, en zet het gas uit. MRA staat vrij en gaat over op zijn interne zuurstofvoorraad. De lift beweegt woest heen en weer en de tekst wordt herhaald. MRA spuit de camera’s zwart. Elaine krijgt het systeem niet onder controle. Uiteindelijk komt de lift tot stilstand op verdieping 631 en als de deur opengaat schieten 6 gevechtsrobots netten naar ons. MRA ontkomt met een snoekduik. Gwen maakt zich klein [Life]. Zij ontkomt ook. De rest wordt vastgeplakt. MRA vlucht en de anderen worden verdoofd met gas dat nu uit de muur komt. Gwan teleporteert [Correspondence] naar de priesters van de meester. Helena en Elaine raken buiten westen. En MRA wordt na een klopjacht ook in een kleefnet afgevoerd. Zorgvuldig ingepakt worden we meegevoerd in een standaard transportkarretje.
Gwen heeft nu natuurlijk geen beschermend pak aan. Maar zij heeft wel het antigif bij zich! Ze komt aan en glijdt uit in de viezigheid. Het is pikkedonker en er weerklinkt een geschreeuw van verbazing. “Sorry dat ik zo binnen kom vallen,” roept ze, “Mijn vriendinnen zitten in de problemen.”
Gwen geeft het medicijn af en krijgt een klein buisje Color als betaling voor de geleverde dienst. “De baas is goed over jullie te spreken. Als ze echt in de problemen zitten, wij kunnen op de meeste plaatsen binnenkomen. Maar dat is niet gratis. In ruil voor dat buisje, willen we ons wel voor ze inspannen. maar we kunnen niets garanderen.” Ze gaan in conclaaf met de meester.

De anderen zijn intussen bijgekomen in een andere ziekenboeg. Een andere dokter spreekt ons toe: “Welkom. Niet schrikken, we hebben gewoon een paar vragen en gezien het grove geweld …”
“Welk geweld?” vraagt Helena.
“Ik wil graag alles horen wat jullie van Alexander weten en wat je daar gedaan hebt. We dienen jullie een waarheidsserum toe. ”
Na een injectie, die bij Helena erg goed werkt begint de ondervraging. “Wat deden jullie op de kamer an Alexander?”
“Onderzoeken wat daar gebeurd was.”
“Waarom?”
“Het verbaasde ons hoe snel hij in de rangen steeg.”
Helena vertelt dat de muckmen hem waarschijnlijk niet zouden hebben vermoord. Elaine praat er overheen en heeft succes met [Mind].
“Met andere woorden,” zegt de dokter, “jullie waren toevallige passanten. Onze excuses voor het ongemak. U bent vrij om te gaan.”
We worden losgemaakt.

De muckmen-priesters gaan op zoek en Gwen maakt kennis met de cultuur van de muckmen. Na een uur komen ze terug. “Ze lopen vrij rond. Wij hebben het niet opgelost, dus hier is uw buisje terug.” Gwen bedankt ze en teleporteert terug naar de groep, die zit bij te komen in een cafetaria. Ze stinkt een uur in de wind. Het waarheidsserum werkt nog en Helena legt in veel te veel details uit wat er gebeurd is. MRA onderbreekt haar en vertelt de korte versie. Terwijl we daar zitten, worden we opgebiept om Building maintenance te komen overzien. Dat is ons cover-baantje. “Er moet wat schade gerepareerd worden aan gebouw 3. Melden bij Tom, level 11 corpocrat.”
Tom is een sympathieke man. Hij vertelt: “Er is lichte structurele schade aan een dragende zuil aan de buitenkant. Maar er moet wel wat aan gedaan worden, anders stort de boel in. Dat gebeurt toch wel, maar laten we het onvermijdelijke maar weer een dagje uitstellen. Veel succes.” Hij wil nog even weten wat ons favoriete spel is en dan geeft hij ons vijftig bouwrobots, een luchtvlot en een aantal spuiten kit mee. MRA downloadt het handboek Unidentified Flying Impact. De kitspuiten blijkt sporen [Color] te bevatten. Magie voor als de robots de klus niet aankunnen. Buiten zien we veel plekken die met [Color]kit aan elkaar geplakt zijn. Het gebouw zou allang ingestort moeten zijn. Bij de impact vindt helena verdampt metaal. Met [Matter] repareren we iets, zodat we twee kitspuiten uitsparen. We spuiten de inhoud in Helena’s handtas en met [Matter en Prime] brengt ze die in stasis.
We worden alweer opgebiept. Ditmaal is het Joe. Hij wil weten hoe het gaat.
“We hebben een Color bron gevonden in de Hardware Legacy!”
“En zijn jullie de tussenpersoon? Goed zo! Over en out!” Iedereen is tevreden over ons.

Helena stelt voor om de daklozen op te zoeken. Dat waren we tenslotte van plan. De wachter aan de ingang herkent ons (we dragen het uiterlijk van onze Tanais-personages). Wij zijn welkom, maar hij vraagt of er nog levende onderdelen in MRA27 zitten. “Jazeker!” “Nou, dan moeten we snel zijn!” Helena draagt MRA door het anti-technologieveld. MRA gaat buiten westen, dit is veel heftiger dan de antimagie van Sellafield, maar als ze door de sluis zijn, is het weer normaal.
We vragen naar de mudmen. “Dat zijn de duistere broeders van de sandmen, maar zij kunnen zich wel manifesteren.” Muckmen, daar hebben ze nog nooit van gehoord. We doen het hele verhaal. Verbazing: “Dus er is onder de stad nog een mycelium bron van Color?” “Ja.” “Dus … zij zijn de grote leveranciers van de stad? En ze leven buiten de samenleving?” “Ja.”
Dit is helemaal nieuw voor hun. Ze willen graag contact met de mortals onder de grond, maar ze zijn wel bang voor de priesters. Wij bieden aan dat zij als tussenpersonen voor ons de handel in Color kunnen zijn. daar hebben ze ID-chips voor nodig. Daar is aan te komen, zeggen we. Vijf van hen willen de oude functies en levels wel terug.
Dan komt een boodschap van broeder Schorpioen. Hij wil ons wel ontvangen in de ruimte van de Zwarte Bron. MRA27 kan de spirits zien, van laag tot hoog. Als we in de cultusplaats aankomen, zien de anderen de spirits ook. Duffet en Clark zijn de ritualisten en de symbolen die zij rond de zwarte hebben getekend, maken materialisatie mogelijk. Het zijn oud-Tanaïsche magische sybolen.
Schorpioen is blij dat we er weer zijn. Hij vertelt dat mudmen Tempest-lieden zijn die een aards lichaam kunnen bezitten. Ze doen het het beste in modder/nat zand. Ook zonder mudmen zit er leven in dat zand, maar amorf. Het is nanotech van vóór Expulsion. De mudmen waren er eerder dan de sandmen. Het zand waar ze zich mee manifesteren was vroeger veel zeldzamer. De sandmen blijven uit hun buurt. “En wat zijn de muckmen?” Nee daar heeft Schorpioen nooit van gehoord. MRA en Elaine vertellen wat we hebben meegemaakt. Schorpioen dat er gemuteerde mensen in het riool wonen, daar komen zij ook. Maar de priesters hebben de sandmen geen toegang toe, en de meester kennen ze niet. Schorpioen weet wel van zijn bestaan. Het is een intelligente schimmel, een roofschimmel die leeft in het mycelium. Hij is héél oud. MRA merkt op: “Als de schimmel zijn voedsel is, en de roofschimmel is ouder dan expulsion, dan is het mycelium ook ouder dan expulsion. Dat weet Schorpioen niet, hij weet alleen dat zowel de schimmel als het mycelium er al waren toen hij op deze wereld arriveerde. “Mijn indruk is dat het levende zand en de roofschimmel even oud zijn en van voor expulsion, maar dat het mycelium begon op het moment van expulsion. Maar dat is mijn eigen idee.”
Schorpioen legt uit dat iedereen een tegenhanger heeft op de andere wereld. Wij zijn het resultaat van een sucesvolle samensmelting. Wat de sandmen iedere nacht doen is een zoektocht naar hun wederhelft. We filosoferen nog wat over de manier waarop [Color] in de twee werelden werkt. In deze wereld gaat de tijd langzaam en gaat het aftappen van kleur langzaam en geleidelijk. In de wereld van de solars gaat de tijd snel en ontneemt Eenoog in één keer alle kleur. De felgekleurde tulbanden van zijn cultisten zijn volgens Helena waarschijnlijk hun voorraad [Color]. Daarna gaat MRA27 met Schorpioen in conclaaf en leert meer [Spirit] magie van hem.
3 xp

Scorpio Rising – 7

Scorpio Rising – 7, Waning Moon, laatste dunne maan sikkel

“Itch in my head, that’s telling me somewhere
Somewhere out there, anywhere…”
Nine Inch Nails – Deep

Ze sluipen snel de mijnen in. Ze kunnen de rails dieper de mijn in volgen, een mijn karretje staat dicht bij de ingang. Ze vinden een lift naar beneden Tsunami Bob en Whipsaw bedenken zich niet en storten zich in crinos naar beneden. Ze remmen hun val af met hun klauwen tegen de wanden: deze schaafjes genezen wel. De rest volgt snel, alleen Wolfgang komt op een slakkengangetje met de lift.
Ze gaan dieper de mijn in, het is er stoffig en muf, hier komt minder zuurstof. Het is er aardedonker en ze komen spoken tegen van mijnwerkers die hier gestorven zijn: doodgewerkt, uitgemergeld, verpletterd. Dieper en dieper. Steeds sterker voelen de weerwolven de aandrang van het object waar ze naar opzoek zijn: iets knagends en vretends in hun onderbewuste, het is niet gek dat zoveel supernaturals hiernaar toe komen. Ze komen nog twee Texas Tarantulas tegen, maar daar wordt korte metten mee gemaakt, ook zij kwamen op de roep van het ding af.
De mijnschacht wordt smaller, dit zijn de nieuw ontgonnen gangen. Al snel wordt het te smal voor Bob en Whipsaw, de kleinste moet kruipend het laatste stuk afleggen. Het is pikzwart hier, maar het maakt niet uit zijn handen vinden zonder problemen een glad, olieachtig aanvoelend object. Het is groot en bij aanraking krijgt Whipsaw een visioen en beelden die hem nachtmerries zullen bezorgen. Hij kruipt aangeslagen achteruit terug. Rat’s Horizon wil het wel dragen, Whipsaw drukt het ding in de handen van de theurg: ‘Hier, als je zo nodig moet. Jij liever die nachtmerries dan ik.’ Het is inderdaad een riet. Maar het is geen holle stengel zoals werd aangenomen, maar een riet van een blaasinstrument. Ook de theurg krijgt een visioen als hij het ding aanraakt. Rat’s komt erachter dat het object het shapeshiften onmogelijk maakt, dus als wolf loopt hij met het riet om zijn hals achter de groep aan.
Bij de uitgang speuren ze eerst de frisse woestijnavond in: ja de bewaking is gealarmeerd dat was verwacht. Ze dragen zilveren wapens, ook dat is geen verrassing. Wolfgang vraagt aan aanwezige gremlin spirits ‘jam gun’ en dat lukt: één geweer misfired, een colt zelfs zo erg dat deze moet worden schoongemaakt. Rat’s zit in het mijn karretje en wordt voortgeduwd door Bob en Wolfgang. De bewaking opent het vuur. Doc verdwijnt en wil sluipen. Een schot zilveren hagel verdwijnt in Bob’s kont (want hij steekt aan alle kanten achter het karretje uit). Een ander schot raakt Whipsaw. Liz gaat in crinos. Het delirium effect treed in werking. Een man stapt achter zijn barricade vandaan en loopt schietend en schreeuwend op het monster af. Een andere zet het op een lopen en stapt op zijn paard, deze gaat er in galop vandoor. Wolfgang schiet, maar mist: het terrein is te heuvelachtig (‘cover’), het is te donker (moeilijker te raken) en hij beweegt te snel (extra moeilijkheid). Een andere rent gillend de nacht in en wordt achterhaalt (en uit elkaar gehaald) door Doc. De derde is zeer dedicated zijn colt schoon aan het maken en heeft niets door tot zijn strot wordt doorgebeten. Whipsaw probeert nog achter de man op paard aan te gaan, maar de afstand tot de man is te groot en de afstand van de man tot het stadje te klein. Hij komt al aan.
De party gaat naar hun kamp aan de andere kant van de heuvel, want dat was de cover: op hun nieuwe concessie feesten. Er wordt wat hagel uit Bob gehaald en er is wat commotie aan de andere kant van de heuvel. Maar niemand komt deze avond bij hen langs. De volgende dag wordt nog verder gekeken naar het vreemde, grote riet. Maar, wat is het ? Waar dient het voor? Manson en Rat’s zeggen dat er een spirit in moet zitten…maar welke? En kan die er iets van zeggen. Het ding heeft in ieder geval een zeer sterke wyrmtaint. Het ding is ook oud en de spirituele energie is zeer complex. Digger, Rat’s mentor, zegt dat het ding een belletje bij hem doet rinkelen…maar de klepel weet hij niet te vinden. De algemene consensus is: gevaarlijk. Wolfgang en Liz herinneren aan de waarschuwing van Coyote.
Whipsaw wordt uit zijn slaap gewekt door Sara, de jonge kordate dokter van het dorp. Zij heeft bericht gekregen van de underground railroad dat Whipsaw er zou zijn en wel in was om wat slaven te bevrijden. Daar heeft hij wel oren naar en Whipsaw probeert de anderen zover te krijgen. Ook deze hebben er wel oren naar, al waarschuwt Manson voor een te haastige actie, hun aanval van gisternacht zal niet onopgemerkt zijn. Er wordt besloten om met de nieuwe vrienden van de Silent Striders rond te hangen. Manson en Doc gaan recepten uitwisselen en al snel breidt de groep uit. Manson weet veel van crafts en Bob weet veel van schieten en vechten. Voor ieder wat wils. [red: maar wel doorgaan met oefenen  ]
Dan komt de Sheriff langs, samen met de burgemeester, twee henchmen en Buttercup. De sheriff steekt twee duimen achter zijn bretels en zegt: ‘Zo jongens, wij willen graag het artefact dat jullie hebben meegenomen van de mijn.’ Whipsaw en Liz proberen te ontkennen, Buttercup neemt het over: ‘Jullie kopen op dag 1 een concessie en diezelfde dag is er een inbraak en een slachting. Jullie zorgen maar dat jullie het geven.’ Hij schuift bruusk de burgemeester naar voren, die zich een houding probeert te geven. ‘Ja, het is te verdacht. Jullie gaan het oplossen, jullie hebben tot morgen, daarna vallen er doden.’ Whipsaw, Doc en Liz zien een sterkte correlatie tussen hun afgesloten contract en deze beschuldiging en proberen nog Buttercup van de wijs te brengen met als concurrerend handelshuis. Maar de burgemeester wil er niets van weten, die zit in de zak van Buttercup. Clark Manson zegt: “Mijn advies is: zorg dat de stad achter je gaat staan, anders is het gemakkelijk voor die twee om iedereen tegen jullie op te zetten.” Ja, goed idee, maar hoe? Dan gaat ieder zijn weg en de groep garou hervat de lessen met meer intensiteit.
Een rondreizende cowboy, hoed, ongeschoren, lange jas, heeft een mezuzah aan zijn zadel hangen. Hij ziet Whipsaw en stelt zich beleefd en volgens de etiquette voor, hij vraagt of hij in het terrein van deze garou mag zijn. Whipsaw is verbaasd. De beleefde man zegt dat hij aan Whipsaw’s aura kan zien dat hij een weercreatuur is, hij heeft er eerder mee te maken gehad. Hij stelt zich voor als Henry Cohen, een magiër, een zgn Ahl-I-Batin. Hij is hier om een school te beginnen, want de natives hebben een goed systeem, maar de rest vind hij maar gebrekkig onderwezen. De dag gaat voort en iedereen verzamelt zich in de saloon voor een plan de campagne. Manson’s plan is goed. Iedereen gaat zijn contacten aanhalen en Liz haalt haar troef van handelsovereenkomsten uit de zak: zo kan ook de twijfelende, bange bevolking hopelijk overgehaald worden. Wolfgang en Liz gaan naar de eigenaresse van de Saloon, maar zo stelt zij: dan moet je bij de eigenaresse zijn. Liz en Wolfgang zijn verbaasd. “Kom,” Belle Starr rekent vlug, “twee uur vannacht terug.” De contracten afsluiten met anderen (General Store, gun store e.d.) gaat voorspoedig: money talks (and makes this little town go round).
Liz en Wolfgang gaan weer terug naar hun tafel. Doc en Manson komen er nog aan. Dan schoten, buiten, bij de kar van Doc. Doc en Manson zetten net de laatste dingen aan de kant. Manson stapt de kar uit en maakt nog een grapje. Dan regent het zilveren kogels, Manson wordt doorzeeft, Doc duikt weg. Doc hoort stemmen: “Is dat niet de verkeerde?”, en “Dammit, we moesten die andere hebben.” De sheriff komt aanlopen, hij maant de mensen die de straat op komen tot kalmte: “Rustig maar mensen, rustig maar. Recht is geschied. Dit was een crimineel sujet.” Tsumani Bob komt naar buiten en Whipsaw staat te koken. Rat’s bedenkt zich niet en zet zijn poten tegen Bob, Wolfgang gaat aan zijn arm hangen: maar Bob laat zich niet zomaar kalmeren en sleept iedereen een stuk mee. Whipsaw hervat zich en went zich ook tot Bob. Doc springt uit de kar en kijkt naar de grijnzende henchmen, het zijn de mannen van Buttercup: “Denk eraan, jullie hebben tot morgen.” Dan lopen ze weg. De sheriff en zijn hulpje slepen het lijk weg. Bob laat zich kalmeren door de groep en gaat zich bedrinken. Henry is gechoqueerd en vraagt of dit normaal is.
Ze gaan naar de Lijkschouwer, Rat’s had hier al eerder van vermoed dat deze ook supernatural was. Nu, wat ervaring rijker, blijkt dat de man een wyrm’s geurtje heeft. Maar het is er een die meer tegen Whippoorwill aanhangt dan tegen de taint van Buttercup…waar een andere garou deze twee niet uti elkaar zou kunnen houden is de blootstelling aan beide tegelijkertijd genoeg om het verschil wel te kunnen maken. Leonard McCoy spreekt oprecht troostende woorden uit tegen Whipsaw en Bob. Hij geeft Rat’s weer een bot: Rat’s ziet dat de man alleen beleeft probeert te zijn en er niet op uit is dat Rat’s de litanie breekt (hij vermoedt dat het mensen botten zijn). Maar de schuur waar het lijk gewassen en opgebaard wordt, wordt steeds voller. Vrijwel iedereen, op Wolfgang na, is van buiten de stad: Leonard kijkt eens goed om zich heen en zegt: “Hmmm…gecondoleerd allemaal. Jullie zijn welkom hier in mijn sanctum. Maar scheur mij alsjeblieft niet aan stukken, wat jullie ook zijn. Want ik voel dat jullie anders dan de normale mens zijn.” Liz zegt dat ze weerwolven zijn en hem niets zullen doen. Bones knikt. “Ik ben een magiër, een Euthanatos als jullie dat iets zegt, en gespecialiseerd in rituelen rond de dood. Willen jullie dat ik met jullie een adequaat ritueel doe?” Er wordt geknikt. “Wie van jullie wil helpen?” Rat’s Horizon als theurg komt naar voren. Bones begint te chanten in een oude taal, Egyptisch herkent Whipsaw. Hij lijkt wordt gebalsemd en klaar gemaakt voor de tocht naar de onderwereld om daar ontvangen te worden door Anubis. Het sanctum lijkt even het middelpunt van alles, aan de randen van het sanctum is het donker en stil. Rat’s neemt over en begint met de rite (Howl) for the Fallen. Zeer klagelijk en hartverscheurend, een held van gaia is gevallen. De anderen doen mee, maar dankzij het effect van de magie van Bones neemt niemand buiten iets waar. Whipsaw zegt dat dit de functie van de wyrm is, dit is zoals het zou moeten.
Terug in de bar, Bob bezat zich en de rest wacht op de eigenaresse van de saloon. Men maakt een plan om de volgende dag vroeg Clark Manson te begraven, en zo de burgemeester en kornuiten uit de tent te lokken: een shoot out on the graveyard. Om twee uur stipt stapt een sierlijke, mooie, en zeer bleke dame naar binnen. Haar kleding is rood, accentueert har taille, afgezet met kant, ruches en baleinen. Ze draagt dure rijglaarzen. Het doet denken aan de kleding van een cancan danseres. Ze heeft een wyrmtaint. Bob is te bezopen om iets op te merken, maar ze schrijdt binnen en mensen kijken. Er wordt drank geserveerd, geode drank, maar zelf drinkt ze niet. Rat’s en Doc fluisteren ‘Vampier’ tegen elkaar. Ze stelt zich voor als Vie la Pirelle en ze heeft een ambitie om een keten van saloons op te zetten. Whipsaw stelt nog San Francisco voor, daar voelt ze wel wat voor. Met de contracten van Liz kan ze ene heel eind komen: de twee dames komen al snel tot een overeenkomst.
De volgende dag, enigszins katerig staat de party in de schemer, in de ochtend nevel op de begraafplaats een gat te graven. De sheriff en de twee handlangers komen inderdaad opdagen. De burgemeester staat op ‘veilige’ afstand. “Overhandig het”, zegt hij. “Nee”, en het schieten begint. Een schampschot op Wolfgang, zilver bijt, maar deze kras overleeft hij wel. De sheriff wordt op de korrel genomen door zowel Whipsaw als Wolfgang, doorzeeft stort hij in elkaar. Doc wordt ‘onzichtbaar’ en sluipt om de groep heen. Rat’s probeert dat ook. Liz krijgt een kogel, maar duikt boven op een henchman, van dichtbij wordt hij in zijn buik geschoten, twee, drie keer: hij grijpt naar zijn buik en sterft zo. De overgebleven henchman vuurt nog een keer in het wilde weg en mist, Wolfgang schiet hem door zijn hart. Rat’s komt achter de burgemeester, Doc wil schieten op de burgemeester. Rat’s ziet Buttercup daarachter staan. “Jullie zijn vervelend”, zegt deze. Hij heft zijn armen omhoog en begint een howl waarin woorden zijn verpakt, een taal vol kronkels, die zichzelf afbreekt en waar de woorden vet en smerig van aanvoelen in je hoofd. Dieren geesten heffen zich op uit de grond, alle dieren die hier in de buurt zijn begraven en vergaan, en het zijn er veel. Doc bedenkt zich en haast zich om Bones te halen. Rat’s deinst naar achter, hij roept in mind speach “Black Spiral! Black Spiral!”. De euthanotos luistert naar Doc en rent mee terug, dit is niet zoals het hoort. Whipsaw, Liz, Wolfgang en Rat’s worden omsingeld. De geesten vormen geen uitdaging, maar het zijn er veel, als deze naar het dorp zouden gaan… maar samen met z’n allen maken ze een eind aan de bedreiging. Buttercup en Red Moses zijn ontkomen. Een vleermuis fladdert voorbij: “You have five days, then we’ll wipe you out.”

Scorpio Rising – 6

Scorpio Rising – 6, Waning Moon, laatste kwartier
Het verbaast niemand als de sheriff zegt dat het geld van de outlaws in goede handen zal komen (waarschijnlijk zijn eigen). De party krijgt $200 losgeld en de sheriff haalt een paar schijnbaar willekeurige ‘wanted’ posters van zijn muur. De deputy zegt nog ‘goed gedaan!’ De wapens (twee geweren en twee colts) mogen ze houden.
Men wil een mijn concessie kopen en zo de Indianen weer toegang geven tot turquoise. Er wordt een plan gemaakt, er moet een concessie gekocht worden en daarna zijn ze vrij om indianen in te huren om het werk te doen: een win –win. Wolfgang (als inwoner van deze stad) samen met Doc (die zich in zijn netste pak zal steken) en Liz (als zakenvrouw) bespreken hoe ze dit gaan aanpakken. Eerst wordt contact gezocht met de eigenaren Camilla Brown (vrouw, kort blond haar, zweep) en Little Fork (half breed Indiaan, hoed, cowboy kleren, sadistische blik in ogen, grijnst veel). Wolfgang spreekt met ze af in het saloon en men wil dan de besprekingen openen.
Het afspraak maken gaat eenvoudig, maar als ze komen opdagen zijn ze terughoudend ondaks de aangeboden drank. Ook blijkt, tussen de woorden door, dat burgemeester Moses hen in zijn zakken heeft. Het is ook aan de burgemeester om concessies uit te geven, als eigenaar van de stad, en co-eigenaar van de mijn, maar of hij dat ook wil? De mijn heeft nu een monopolie. Maar, de $200 blijkt een leuk begin. Uiteindelijk wil men wel onderhandelen. Men spreekt af bij de burgemeester op vrijdag. De rest van de (twee) dagen wordt geoefend, contacten aangehaald in de stad e.d.
Vrijdag. De maan is bijna helemaal weg, een laatste sikkel.
Liz in haar nette kleding, Doc in zijn nette kleding, en ‘respected citizen’ Wolfgang gaan naar de burgemeester. Ze worden ontvangen door een timide vrouw, die haar ogen nar beneden slaat en hen aankondigt, ze beeft licht als haan man van de trap af komt. Terence Red Moses blijkt niet heel vriendelijk: zijn gezette borstkast vooruit en minachting in zijn ogen kijk hij hen aan alsof hij zich afvraagt wat ze komen doen. Ze worden ontvangen in een werkkamer en krijgen thee. De ‘mijn eigenaren’ komen iets later ook binnen. De onderhandelingen zijn stroef en ‘Red’ Moses lijkt niet te willen toegeven, daarna probeert hij het onderste uit de kan te krijgen. De initiële contracten zijn dan ook wurgcontracten, maar zelfs met beperkte kennis van wetten weten de garou met logisch nadenken wel wat dingen bij te schaven. Uiteindelijk wordt besloten dat de party oppervlakkig mag ontginnen, maar als er koper gevonden wordt, moeten ze weg ze krijgen dan een nieuw gebied. Ze mogen de resten van de mijnen hebben (waar ze in zoeken), als ze dan ook de resten afvoeren. Ze krijgen op geen enkele voorwaarde toegang tot de mijnen zelf.
Whipsaw verkoopt ondertussen nog wat paarden, de smid is wel eerst wat wantrouwend (paardendieven), maar Whipsaw weet te overtuigen en krijgt 50$. Rat’s Horizon en Whipsaw zien een Zuidelijke handelaar de stad in rijden (grijs pak, witte hoed, zwarte veter strik, witte bakkebaarden). Whipsaw merkt op dat hij naar de wyrm stinkt. Whipsaw doet navraag bij de sheriff, deze spuwt op de grond en zegt dat dit George W. Buttercup is, een slavenhandelaar uit Louisiana. Dit laat zijn achterdocht tegen de Mijn (met zijn uitbuiting van de – veelal – Ieren, die als witte slaven behandeld worden) toenemen. Is dit underground railroad werk? Rat’s Horizon loopt op een veilige afstand achter Buttercup aan en ziet dat deze zich meldt bij de burgermeester.
Whipsaw steekt de weg over naar de saloon en merkt dat Clark Manson in de klap-deuropening staat en ook Buttercup gade slaat. De twee starten een gesprek op, maar Manson heeft ‘plannen’ en wil deze nog niet delen. Hij vraag Whipsaw naar hem toe te komen als Tsunami Bob arriveert, hij stelt dat Whipsaw hem wel zal herkennen (en gaat daarna een siësta doen), hij geeft één silver hiervoor (veel geld). Tsunami Bob blijft een enorme kerel te zijn, in alle dimensies, die als een soort zandberg de stad in rijdt. Hij laat zich voorover in de paardendrinktrog vallen en komt er druipend, en marginaal schoner, uit (het water is voor het grootste gedeelte uit de trog). Whipsaw haalt Manson. Hij begroet Manson joviaal: hee ouwe kwakzalver , je hebt er een vriendje bij. Bob klopt Whipsaw vriendelijk (maar onbedoeld hard) op zijn rug. Het blijken allemaal Garou te zijn, Silent Striders.
Als de concentratie garou toeneemt in de saloon (lees: de party komt binnen) en Manson inziet dat het niet goed is om geheimzinnig te blijven doen, vertelt hij dat ze verhalen zijn gevolgd. Een van deze verhalen kent de party: het verhaal van het riet en de derde / vierde wereld. Ze zijn verbaasd als wordt verteld dat Coyote aan de Iron Rider is verschenen. Manson zegt dat er veel supernaturals zijn, en dat dat komt dor het ding dat hier in de mijnen ligt. Hij stelt dat het belangrijk is om Buttercup en de burgemeester af te luisteren. Rat’s Horizon en Doc gaan op pad. Samen vinden ze een raam, Doc schuift dat stil maar vakkundig omhoog en Rat’s horizon kan met zijn scherpe gehoor het gesprek afluisteren. De burgemeester en Buttercup zitten in de Cognac kamer en praten over koetjes en kalfjes met af en toe business. Het komt erop neer dat Buttercup toegang wil tot de mijnen. Ze hebben iets gevonden en Buttercup wil het hebben. Morgenavond wordt afgesproken.
Doc schuift het raam dicht, maar dit wordt gehoord. Rat’s reageert hierop door buiten te gaan rondscharrelen, Doc verdwijnt. Buttercup schiet, maar mist een lenige Rat’s. Snel gaan beiden terug naar de Saloon: als er iets wordt ondernomen moet het vanavond zijn want morgen gaat Buttercup.
Iedereen gaat mee, en al snel ziet men buiten de stad: de mijn. Deze heeft veel bewaking ’s avonds…vreemd. De mijn ligt niet in de umbra, maar men kan er wel bij komen via de umbra. Wolfgang neemt met Sense Weaver waar dat er zilveren wapens op het terrein liggen…ook vreemd. De umbra is hier ook druk en gevaarlijk, men blijft in de penumbra, dicht bij de gauntlet, en in ganzenpas komt men langzaam door de stroperige umbra. Men ziet een Mind Eater bane op afstand en deze ziet een pack garou op zich afkomen, voordat men iets kan ondernemen is deze door de gauntlet heen. Rat’s weet te vertellen dat dit soort banes vaker bij mijnen zitten, ze kunnen mensen overnemen. Ze leven op tweespalt en vooroordelen. Men besluit haast te maken. Rat’s horizon en Liz maken korten metten (en geluidloos) met de bewaking bij de ingang van de mijn. De donkere schacht ligt voor hen open.

Scorpio Rising – 5

Scorpio Rising – 5, Waning Moon, Third Quarter
Oraibi: de pueblo van de Hopi te gaan. Het is een oude vestiging en de Hopi zijn er trots op. Het ligt tegen de wand van de hoge rotsen, in de schaduw van de hete zon. Een kleine beek kabbelt aan de voet van de heuvels, het landschap heeft taaie en houtige begroeiing.
Iedereen wordt meegenomen door een zwijgzame, mooie, jonge vrouw (Kokyanwuti) naar de elder Winawa. Ze lopen via paden, door woningen en over plateaus verder naar boven tot ze bij een flap aankomen waarop een symbool staat die uit de Hopi Profetieën komt. Dit is de woning van de elder. Het blijkt een oude man te zijn, die met een deken over zijn knieën pienter de party aankijkt. Hij heet iedereen welkom, in Hopi, Kokyanwuti vertaalt. Hij blijkt een ‘gewone’ sterveling, maar wel een echte leider. Men krijgt geen pijp, maar drinken, en eten (maispannenkoeken en sausjes). Men spreekt over de verwondingen en in grove lijnen over wat er gebeurt is. Over monsters en offers. Over totems en Coyote’s verhaal. Winawa kijkt hen aan en zegt: ‘Weet dat dingen gebeuren voor een reden om iets te leren. Jij (en hij kijkt Whipsaw aan) vertrouwede denk ik teveel op je snelheid en behendigheid, nu heb je last van je long. Jij (en hij kijkt Wolfgang aan) vertrouwende teveel op je techniek en geweren en nu kun je moeilijker schieten. Jullie moeten leren om het samen te doen en op elkaar te vertrouwen.’
Winawa knikt en vertelt het verhaal van de Spider Woman: deze heeft de uitverkoren mensen van de derde naar de vierde wereld gebracht. Zij gebruikte hiervoor een riet. Er wordt aangenomen (ook door Winawa) dit de waterplant is. De derde wereld is vernietigd. Als Coyote zegt, en de visioenen ook, dat het riet hier is, dan is het oud en krachtig. Winawa zegt dat ze morgen ochtend terug moeten komen, voor nu zijn ze welkom om hier te blijven. Ze morgen slapen in een van de ‘doorloop’ woningen, de woningen die verschillende plateau’s met elkaar verbinden. Ach, het is droog, uit de wind en veilig. De volgende dag staan er water en maispannenkoeken voor hun deur.
Bij Winawa zijn de volgende ‘hoofden’: Tuba, Chosovi, Kokyanwuti, en Atsila (zie personae dramatis voor beschrijving). Deze hoofden geven leiding aan een society en samen kiezen ze de chieftain. Het blijkt ook nu dat dit niet allemaal supernaturals zijn, maar ze hebben allemaal een diepe band met de spirituele wereld. In het debat mag iedereen zijn verhaal doen. Daarna neemt Tuba als eerste het woord, hij vindt het hun plicht (en hij haalt de bijbel aan) om hen te helpen. Chosovi kijkt Tuba vuil aan en is fel tegen: waar meot ze beginnen? Spoorweg, steden, bisons, ziekte, dood en verderf. Atsila wil een wederdienst zien. Na onderhandeling wordt besloten dat men de oude turquoise mijn weer toegankelijk gaat maken voor de indianen: ze hebben een maand. Turquoise is een belangrijke, en heilige, steen. Dan gaat Atsila akkoord en onder die voorwaarden ook Kokyanwuti. Ondanks dat Chosovi tegen is, wordt de motie aangenomen en werkt Chosovi mee. Winawa stemt niet, want zijn stem is niet nodig.
Het ritueel wordt klaargemaakt en de party wordt opgehaald en in de brandende zon staan ze boven op de rotsen. Er is een ruime rituele cirkel, waar de grond afgevlakt is. Ze mogen hierin gaan staan. Ze krijgen iets te drinken en er vindt een chant plaats, kruiden worden verbrand: een ghost dance. Winawa zegt: jullie zullen getest worden, bij het slagen zullen jullie krijgen wat je wilt, bij het falen zullen jullie he topnieuw moeten doen.’ De groep gaat langzaam in trance en ze staan in een witte, mistige omgeving. Ze zien in de verte de druipende, wanstaltige bane die Shameful heeft gedood. ‘Het is een illusie’ wordt geroepen. ‘Het maakt deel uit van de test.’ Ze grijpen naar hun wapens…maar die zijn er niet. De bane ziet hen niet, het effect van de cirkel. Ze gaan in de aanval. De bane is niet alleen behendig en snel, hij blijkt ook sterk en taai. De pijn en het gevecht is echt. Er wordt vergeten dat het een droombeeld is. De woede en frustratie van de afgelopen dagen komt eruit. Eerst wordt er gevochten als individuen, en de bane heeft de overhand. Dan wordt er steeds meer gecoördineerd aangevallen. Whipsaw en Wolfgang omarmen hun verwondingen en stellen zich dienstbaar op. En de balans slaat om naar de garou. Dan grijpt de bane Wolfgang en een zuigarm stoot naar voren uit de borst op Wolfgang. Zo is Shameful gedood. ‘Dit is het moment dat hij afgeleid is jongens!’, probeert Wolfgang nog. Ze hakken uit volle macht en hakken de zuigarm eraf. Maar het is te laat, Wolfgang ziet nog net een viezig wit topje onder zijn huis glijden. Hij valt op de grond.
Dan is het afgelopen en alles is normaal. Ze staan in het rond in crinos en Wolfgang ligt op de grond naar zijn borst te klauwen. De Indianen lachen vriendelijk. Ondanks dat het mortals zijn (op 2 na) lijken ze niet bang, helpen hun talismannen? Zijn ze kinfolk? Liz wil nog sparren met Atsila: maar hij stelt dat ze eerst haar belofte na moet komen.
De groep besluit er werk van te maken en vertrekt diezelfde dag nog. De 4 highwaymen, met maskers en pistolen, net buiten Oraibi zijn geen match voor de weerwolven: een goede snarl hier, een shot daar, en bite en claw. In een vloek en een zucht is het voorbij. Met vier paarden rijker en vier hoofden voor de sheriff gaat men terug naar Turquoise. Met vindt ook wat geld en horloge met inscriptie: alles wordt naar de sheriff gebracht.

Tanais 96

We hebben de Throne of Dominance gevonden en de Alien computer. Condoleeza zoekt grondig en vindt geen verdere verborgen ruimtes en geheime gangen. We gaan terug naar boven en nemen de onderzeeër terug. Onderweg krijgen we een bericht van Joe Clef: “Zijn jullie bezet?” “Nee.” “We hebben een heel interessante opdracht. Het is iets dat wij ook niet begrijpen.” We varen naar Plymouth en leggen aan in het onderzee dok. Joe neemt ons mee naar een terrasje en vertelt: “Er is een kleuren anomalie gebeurd. Een heel sterke uitbarsting in Hardware Legacy nr 5. Om 07:38 uur was er één grote piek en toen was het weer weg. We hebben nooit eerder zo iets gezien.” Héé, dat is de HL waar onze ‘wederhelften’ geweest zijn. En het was niet het moment dat Der Alte aankwam en met MRA27 versmolt.
We gaan in op zijn voorstel. Als uitrusting kiezen we voor een Hardware Legacy chip van level 10, hoog genoeg om de computersystemen in te kunnen en niet zó hoog dat iedereen elkaar elkaar kent, en we mowtw kiezen voor een factie. Er zijn er vier Advertisers (reclame en indoctrinatie), Announcers (software van Virtual en Augmented Reality), Corpocrats (logistiek en hardware) of Doctor (oogsten van de chemicaliën die de HL produceert). We kiezen voor Corpocrat-identiteiten omdat die tussen de HL’s kunnen reizen en over diverse uitrusting kunnen beschikken. MRA heeft geen vermomming nodig, Er lopen genoeg cyborgs rond in de Augmented Reality van de HL’s.

De volgende ochtend gaan we op weg en we komen vroeg in de middag aan. Een gebied van 20 bij 20 km met 20 gigantische torenflats in het midden. We landen op de Corpocrat luchthaven bovenop een zo’n toren. MRA heeft vage herinneringen aan Der Alte die over de Tempest vliegt, door de 5e dimensie waar een kleur tussen groen en geel de richting ‘rechtuit’ aangeeft. Helena verandert haar gestalte [Life] van Hendrik in die van Risha, omdat die hier herkend zal worden door de zwervers. Condoleeza en Gwen vinden dat een goed idee. Condoleeza verandert in Claude, maar Gwen’s magie faalt [botch] en ze gaat in ‘unbreathing’ modus. Elaine kan geen [Life] en laat iedereen denken [Mind] dat ze er uit ziet als Chang.
Dan gaan we meten. Risha ziet geen piek op zijn [Color]meter, maar wel een paar plekken waar een incal actief zou kunnen zijn. Met [Spirit] neemt MRA de Sandmen waar: mensen in achaïsche kleding van Tanais, en oudere levensvormen zoals de schorpioenen. Voordat we naar de homeless gaan, wil MRA naar de surveillance-ruimte om de opnames van het tijdstip van de spike te bekijken. Daar hebben we genoeg bevoegdheid voor op level 10.
Om 07:38 uur is niets bijzonders gebeurd. Afgezien van een kleine kortsluiting. Er is een huishoudelijk apparaat doorgebrand. Op zich niets bijzonders, ware het niet dat het tot op de honderdste seconde precies gebeurd is in flat 2 appt. 1156, het appartement van Alexander, waar we onze incal hebben gejat. Het appartement is inmiddels level 11 geworden. Dus die extra promotie heeft hij zonder de incal verdiend.
Als we bij het appartement aankomen geeft de [Color] meter aan dat er binnen geen nieuwe incal is. De deur is op slot en we kunnen hem niet openen. Met [Correspondence] zien we dat Alexander in zijn VR-hamsterbol zit. Hij beweegt niet. [Life] geeft aan dat hij dood is. Met [Matter] verandert Risha de muur in bordkarton en stoot er ‘per ongeluk’ een gat in. Binnen hangt de geur van verbrand vlees. MRA bekijkt [Time] wat er is gebeurd. Alexander is moedwillig in de VR-bal gestapt. Hij had een fanatiek-waanzinnige blik in zijn ogen, alsof hij iets groots verwachtte. Toen was de kortsluiting en de Color-spike. Hij werd geëlectrocuteerd. Zo te zien heeft hij aan het apparaat zitten knutselen. Er is een brandstofcel aan vast gemaakt en daarin vinden we as van verbrande Kleur – de restanten hebben een tempest kwaliteit, een soort Zonium. Er is echt heel veel Color doorheen gegaan. Al die extra energie was nodig om de VR-module van energie te voorzien.
MRA27 ruikt een rioollucht en voelt slijm aan de buitenkant van de brandstofcel. Hij herkent het als een duur ding. Hier is grof geld voor betaald. Claude vindt voetsporen van acht humanoïden die kort na de explosie binnen zijn gekomen. De grendels en sloten zijn onaangeroerd, ze zijn er doorheen gelopen alsof de deur er niet was. Chang vindt het beveiligingssysteem van Alexander, het interne opnamesysteem was door Alexander zelf uitgezet. Risha vindt een nietszeggend afscheidsbriefje. Er zitten nog een paar credits in zijn kluis.
We denken dat hij zichzelf heeft geüpload in Virtual Reality. Via de Corpocrats en de Announcers kunnen we achterhalen waar hij was ingelogd. Maar eerst kijken we met [Time] naar de tien minuten na de explosie. Vlak na de explosie zien we de humanoïden binnenkomen. Ze zijn bedekt met rioolslijm en dragen alleen een lendendoek en een Afrikaans aandoend masker met opgeplakte ogen. Ze lijken primitief, maar lopen gewoon door de hightech deur heen. Ze zijn duidelijk gefrustreerd dat ze te laat zijn. Ze vinden een briefje op de VR-bol. “Fuck you!” staat er op. De Muckmen verscheuren het boos en spoelen het door de wc. Nu de 10 minuten voor de explosie: [Time] laat zien hoe Alexander gehaast en gespannen de brandstofcel monteert. Hij vecht tegen de tijd, het is ‘Now or never’! En het moment van explosie is echt maar seconden voordat de Muckmen binnenkomen.
Claude volgt de voetsporen naar buiten het appartement, via de trappenhuizen omlaag, helemaal naar buiten en daar vindt Claude dat het spoor verder gaat naar gebouw 12. We bekijken de plattegrond. In dit gebouw ontdekken we met [Correspondence] dat hier een enorme ruimte niet op de level 10 kaart voorkomt. Maar het spoor gaat de kelder in en loopt daar door op een blinde muur. We vinden een dichtgemetselde doorgang. MRA breekt het open en we vinden een oude slijmerige standpijp die naar riool stinkt. Iedere paar minuten wordt er het reservoir van een hele verdieping door naar beneden gespoeld. Bah!
Risha gaat op de Corpocrat afdeling van dit gebouw een aantal duikpakken, zuignappen en andere rioolinspecteursuitrusting regelen. In afwachting van de levering gaan we maar even hacken. Met [Computer en Wits] ontdekken we dat Alexander zijn VR-hamsterbal had ingelogd op ‘unformatted space’. Dat is waar gevaarlijke software, zoals spontane artificiële intelligentie en lethal code, heen geschoten wordt om te sterven. Risha vraagt zich opeens af: Wilde hij de ultieme zelfmoord plegen, of had hij een uitweg gevonden uit de 5D-realiteit? Color en Elsewhere, Darkwhere en Nowhere zijn binnenin Igrot. Maar De Tempest is buiten Igrot. Dan zou je misschien via de Tempest ook uit deze twee werelden kunnen ontsnappen. Wij kunnen de Tempest in…
Gwen ontdekt dat het riool niet onderhouden wordt, de kaart is zoek en er wordt niets nuttigs uit het rioolslib gehaald. Met [Perception en Investigation] leert ze wel dat de afvoerbuizen leiden naar een cirkelvormig kanaal. Flat 12 staat fier boven het centrum.
Voordat we naar beneden gaan, trekken MRA27, Risha en Chang duikpakken aan, Gwen gaat in Unbreathing en Claude maakt een [Forces]bubbel om zich heen. We komen uit in een groot reservoir, diep onder de grond met een gatenkaas er omheen van actieve rioolbuizen en buizen waar niets uit lijkt te komen. Ver boven ons is een heel vaag lichtje. De hoogte van het slijm lijkt in de loop der millennia langzaam te zijn gedaald, waardoor er gangen bloot zijn komen te liggen. Hier zijn geen schimmels. We zoeken voetsporen en weten met zekerheid dat de droge gangen niet gebruikt worden. Er staat een heel lichte stroming, dus al dat afvalwater gaat ergens naar toe. We zwemmen met de stroom mee. Bij toeval ontdekt Claude onder de wateroppervlakte een nog doorgang, en deze lijkt wèl veel gebruikt te worden. We komen boven in een pikdonkere ruimte. Risha gebruikt echolokatie [Correspondence] en ontdekt dat we in het midden een koepel van ongeveer 500 meter diameter opgedoken zijn. Met [Forces en Life] zien we vage schimmen. Een menigte van mensachtige wezens loopt naar de oever om ons te bekijken. Met [Mind] proberen we te communiceren: “We come in peace! Mogen we binnenkomen?”
“Dat moeten we aan onze bazen vragen, maar van ons wel.”
Ze deinzen weg voor ons lampje, dus dat doen we maar uit en we gebruiken andere zintuigen [Forces, Correspondence, Life, etc]. We worden meegevoerd naar een kamer, waar we de met slijm bedekte wezens met de maskers ontmoeten.
“Zo. Nieuwe klanten?”
“Kleur?” vraagt Claude.
“Ja, wij handelen in kleur, met rente. En ook artefacten zijn geen probleem. Wij willen levensmiddelen en technologie.”
“Now we’re talking.”
Met [Life] ontdekt hang we dat deze wezens ooit mensen zijn geweest, er is lang geleden iets mee gebeurd.
Risha kijkt met [Color] en ziet dat alleen de gemaskerden Color hebben, de rest niet.
“Hadden jullie een deal met Alexander?” vraagt Claude.
“Dus zo kwamen jullie ons op het spoor. Die heeft de boel opgelicht en hij is ons ontglipt. Hij had een incal van ons in bruikleen en nooit teruggegeven. Toen we er om vroegen bood hij een double-or-nothing deal kleur aan en die is hij ook niet nagekomen. Hij was de incal-dealer.”
“Er zijn meer mensen in de bovenwereld die kleur willen.”
“En wij zijn onze contactpersoon kwijt. Zullen wij elkaar beter leren kennen door handel?”

3 xp

Tanais – 88

Tanais 88 – 25 juni 2015
alleen Gwen en Helena

We lopen twee uur door de akkers naar het klooster van Maria Magdalena. Er ligt een klein dorpje zonder clanhuis, het dorpje bestaat feitelijk uit het klooster en nog wat gebouwen. De sterfte in deze radioactieve zone is hoog. Als we aankloppen bij het klooster doen er een paar nonnen in witte habijten open. Ze deinzen terug als ze onze Paulinische vriendinnen zien. We zijn eigenlijk niet welkom. Maar als Gwen om asiel vraagt: “We hebben genoeg van aardappels schillen en gedwongen met de mannen naar bed.” “Daar praten we hier niet over!” zegt een van de nonnen, “Kom snel binnen.” Wij mogen binnen, maar Condoleza en Elaine moeten weg.
We krijgen brood met kaas en praten met de nonnen. Het gesprek komt op Kleur-magie en andere werelden. Het idee van andere werelden vinden de nonnen onzin. “Kleur komt in deze wereld uit de krachtbron, ons heiligdom.” Na het eten brengen ze ons naar de gastenverblijven en waarschuwt ons dat we uit het mannengedeelte moeten blijven. Daar logeren soms handelaren uit het bos. Die nacht droom Gwen over Soul, buiten de koepel. Ze droomt van Archet, alles gaat in extreme slow-motion. Eén, twee weken voor ons is een uur in die andere wereld. Het is wel de wereld die wij kennen, niet de vreemde solipsistische wereld in de bubbel.
De volgende ochtend krijgen we een ontbijt en ‘gepastere kledij’. Daarna zijn de zusters bereid ons te woord te staan. De non neemt ons mee naar het heiligdom. Een oude zuster laat ons binnen. “Een nieuw bestaan begint met een doop.” We mogen knielen en een paar uur bidden. De atmosfeer is heel heilzaam en de traumatische herinneringen aan de Paulinische Orde verliezen hun hevigheid. Dan worden we opgehaald door twee jonge novices die ons naar een kapelletje brengen. Er wordt helder koud water over Helena gegoten en haar aura begint licht te geven. Goedkeurend gemompel onder de nonnen: ”Een nieuwe zuster is geboren. Welkom!”
Gwen beheerst geen Prime magie maar wel andere. Het effect is een beetje vreemd: er stijgt een geur van patchouli op. De doopster loopt een beetje rood aan, maar doet alsof er niks aan de hand is. “Welkom, leke-zuster.” Helena wordt met alle égards behandeld en Gwen mag weer piepers jassen.
“Er is nog een zuster die u wil ontmoeten,” zegt de doopster tegen Helena. Ze wordt naar het heilige der heiligen gebracht. Daar zit het orakel in trance boven een gat in de grond waar kleurige dampen uit opstijgen. Een zuster aan de zijkant gebaart dat Helena moet knielen. Na vijf minuten verdichten de nevels zich en dan begint het orakel te orakelen. De zuster vertaalt: “Welkom gevaarlijke vreemdeling. Jullie aanwezigheid zal onheil over dit klooster brengen. Wij zullen u leren wat u wenst. Maar daarna zult u met onze zegen weggezonden worden. Dit klooster mag niet vernietigd worden.”
Helena zegt dat ze denkt dat dit met het einde van de wereld te maken kan hebben. “Het eindoordeel moet niet voorkomen worden!” antwoordt de zuster streng.
Een half uur later worden Helena en Gwen door een non opgezocht. “We hebben voor jullie een speciaal leerplan opgesteld. Een verkorte route.” We krijgen ieder een bidcel ‘om alles te leren wat de Heer wil openbaren’. Eten en water worden dagelijks door een luikje naar binnen geschoven. Op de derde dag krijgt Helena een visioen. Ze ziet dat de put een krachtbron is, een soort zwarte bron en dus een doorgang naar de vijfde dimensie. En ze leert in dit visioen hoe ze uit kleur magische voorwerpen kan maken. Daarmee ontwaken de magische vermogens weer en ze leert het paradigma van de Orde van Maria Magdalena te gebruiken. De volgende morgen klopt de moeder-overste persoonlijk op Helena’s deur. Met een toon van respect zegt ze: “De profetes heeft opnieuw gesproken. Ze was heel wat vriendelijker dit keer.”
Helena mag weer bidden bij de bron en het orakel begint weer te spreken. Helena mist de vertaling. Ze krijgt een wolk van kleur om zich heen en dan slaat de bliksem in!
Helena staat opeens aan de rand van het dorp. Ze verdicht de kleurenwolk tot die als een mantel om haar heen hangt en loopt terug naar het klooster. De dorpelingen knielen alsof ze een heilige is. Bij het klooster wordt gezegd dat ze hier niet meer zou komen. “Dat klopt, maar ik zou willen vragen of Gwen mee mag. Ik denk niet dat zij hier veel gaat leren.” “O ja, natuurlijk!”

Gwen en Helena gaan naar het bos. Het is een loofbos en we ruiken de zee. Gwen wil liever naar de hooglanden dan naar zee. Dus we volgen de paadjes die omhoog leiden. Af en toe hoort Gwen bladeren ruisen. Ze denkt dat we gevolgd worden, maar ziet niemand. Als we hoog genoeg zijn in de heuvels zijn, zien we het dorpje in de weilanden liggen en daar voorbij de kust. Er zijn al een tijdje geen signalen meer dat we in de gaten worden gehouden. De grond is schraal en het ruikt hier naar bedorven vlees. In een kloof liggen oude botten van paarden en koeien. Aan de overkant van de kloof is een hol in de wand. We verschuilen ons om te kijken wat daar zit. Tegen de schemering komt er een groot fantasiebeest met een leeuwenkop en vleermuisvleugels aanvliegen. Hij heeft een zespotige koe in zijn klauwen. Het ziet er gevaarlijk uit dus we blijven nog maar even zitten. Als we het monster ’s nachts horen snurken, sluipen we weg.
Op de terugweg lopen we in netten. Twaalf naakte, beschilderde vrouwen, met littekens en een afgesneden borst, kijken ons minachtend aan. “Sukkels!” Gwen reageert: “We hebben een beetje een lange dag gehad.” “Wij dachten dat jullie niet terug zouden komen van dat beest. Wees blij dat we jullie redden.” Ze maken ons los en we mogen mee naar hun kamp.
Als Helena zegt dat ze uit het klooster is getrapt en Gwen klaagt over de Paulinische Orde, dan worden ze toeschietelijker. “Elke vrouwelijke vluchteling is hier welkom! Wij jagen en wij feesten. Wij begeven ons buiten de zône. Wij zijn niet bang. En jullie zijn unbreathers!”
Deze meisjes weten veel. Helena vertelt ons verhaal. Gwen wil haar krachten terug. “Doe mij maar na,” zegt een amazone. Ze trekt een mes en prikt in haar arm. Er komt wat bloed uit en de wond groeit weer dicht. Life-magic! Gwen probeert het ook. Maar het lukt pas bij de vierde poging. Helena probeert het ook eens, met beter resultaat.
De volgende dag leent Helena een mes en zoekt een mooie tak. Ze snijdt er een houten zwaard mee uit en dan kerft ze in haar hand. Ze smeert het bloed op het houten wapen en weet ook de Matter magiesfeer te activeren. Nu heeft ze een scherp ijzeren zwaard. Gwen oefent met op twee plekken tegelijk te zijn, dat is Correspondence. De amazones zijn tevreden.

3 xp

Tanais 86

Gwan vraagt aan een vakantieganger op het strand van het binnenmeer wat er zoal gebeurd is de afgelopen week. Niet zo veel, er was markt in Soul, er is een kat uit een boom gered. De hele oorlog en de tovenaars komen niet ter sprake. We zijn in Soul zoals het was vóór alle ellende. maar wij worden wel herkend als de koning en zijn ministers. Het is wel bijzonder dat we hier zijn, maar niet zo héél bijzonder. Gwan vraagt of de mensen nog dingen weten die we beter kunnen doen als regering. Nee, men is wel tevreden. Het leven is goed.
Chang pakt een bootje en we varen naar het eiland in het midden van het Barrows meer. Het is een paar uur roeien. Er groeien gras en bomen. Het lijkt hier niet op het Westelijk Paradijs, maar de rotspartij heeft vaag de vorm van de citadel die Risha uit het Shadowland zag opdoemen. Sommige bomen zijn honderden jaren oud. Onze zonium pakken zijn weg, maar alle magie doet het nog. Risha stelt voor om Bronwë te scryen. Het kasteel, de tempels en de ambassadestad  staan er nog, We zien vertrouwde gezichten, alles lijkt normaal. Maar Archet kan niet in beeld worden gebracht. Het lijkt niet op counter-magic, maar meer alsof er een muur tussen zit.
We gaan weer terug en reizen naar Soul. Onderweg komen we geen legerkampen tegen, en geen villa’s van tovenaars. We arriveren tegen de avond. Er lopen wel een paar brahmanen rond, maar er zijn helemaal geen buitenlanders, afgezien van Chang en Claude. In de kroeg praat Gwan met lokale handelaren. Die blijken alleen lokale producten te verkopen. Het lijkt net alsof er helemaal geen buitenwereld is. Archet, dat zegt ze niets. Gwan brengt de grenzen in kaart, we zitten in een grillig gevormd gebied. Steddle zit er wel in, de Soulfields niet. De bubbel komt net niet tot aan de zee. We gaan slapen.

11-viii-R2
Na een lekker ontbijt reizen we verder naar Bronwë. Risha wil daar het archief bezoeken, om te kijken waar deze wereld afwijkt van de onze. Ruim na middernacht komen we aan. We worden hartelijk ontvangen in het kasteel, eten wat en gaan naar bed.

12-vii-R2
Risha klimt op de hoogste toren. Hij kan vanaf daar de rand van de wereld zien. Een glinstering in de lucht met daarachter vage beelden. In het archief vinden we de witte stenen en kronieken. Daar staat dat Risha aan de macht gekomen is doordat hij een wagenrace gewonnen heeft van Godefried. Maar de details zijn weggelaten. Niet dat Godefried uit de Barrows kwam of zo. In de ambassadestad zijn wel ambassadeurs. Men weet ons te vertellen dat die een paar dagen geleden even wartaal hebben uitgekraamd, maar ze zijn nu gereconditioneerd. Er is een pittoresk Shantytown en het magische bos staat in bloei. Maar er zijn geen shuragi. Er is zelfs een bron onder de ambassadestad. Het water is lekker, maar niet magisch. De mensen zijn zich vaag bewust van een grens, maar niemand is geïnteresseerd. Daar houdt de wereld op, dus is het geen interessante plek.
We gaan naar het woud in het Westen. Na een tijdje houden alle sporen van bewoning op. Dan horen we het gezoem van een krachtveld. Het is wel anders dan het veld rond de Hardware Legacy. Op twintig meter afstand zien we de glinstering in de lucht. Daarachter houdt het woud op, en zien we wolkenkrabbers!
Als we er een stokje naar toe gooien, is er een felle lichtflits en een harde knal. Het effect van antimaterie die materie tegenkomt. Risha vliegt omhoog en komt er achter dat de barriëre op een paar honderd meter hoogte horizontaal loopt over ons gebied. Volgens Chang is dit een bel van onze materie in de antimateriewereld. Ons stuk is in hun wereld terecht gekomen en hun wereld in de onze. En wij zijn gefuseerd met onze Chigg-tegenhangers. De bubbel heeft zich aangepast, zodat de mensen zijn vergeten dat Soul ooit deel uitmaakte van een grotere wereld.
Risha probeert het uit: hij raakt heel voorzichtig de barrière aan. Er gebeurt niets. Hij steekt zijn vinger er doorheen. Niks. Hij stapt er helemaal doorheen en verandert in Helena!
De rest volgt. Gwann is veranderd in Gwenn en Chang in Elaine (hoe heet de tegenhangster van Claude ook al weer?) Wij weten alles wat zij weten over deze wereld: we zijn vrijgepleit. Maar ons dimensioneel onderzoek is stopgezet door ‘White-Collars’ van hogerop in de Patagonian Nation en wij zijn gedegradeerd tot ‘Blue-Collar’ werkers. We hadden ons aangemeld bij een ander volk, de Ubunti, maar die wilden ons onderzoek ook niet sponsoren. Dus we zitten zonder inkomen en zonder apparatuur.

[We krijgen Mage Spheres. De scores blijven hetzelfde als van onze Solars. Alison stuurt nog een mail met nadere informatie.]

We zijn in een typische Blue Collar stad. Veel meer luxe dan de Hardware Legacy, vriendelijker en echter, supercomfortabel. Er staan futuristische wolkenkrabbers en de stad heeft mooie tuinen. VR bestaat wel, maar het is niet ‘de weg omhoog’. Het wordt gezien als vermaak voor losers en bewoners van de HL. Er zijn wel wat augmentaties. ‘Echte mensen’ leven 150 jaar. Behalve echte mensen zijn er nog bionics (mensen met allerhande modificaties, maar die worden toch gezien als wat minder), transgenics (halfmens en halfdier, de genen zijn niet erg stabiel dus die leven maar zo’n 50 jaar) en 3D-printables (kunstmatige mensen die maar drie weken leven en die voor allerlei gevaarlijk werk worden gebruikt, zoals soldaten).
De white collars hebben ‘unbreathing’. Dat is een techniek die wij als voormalige white collars ook  beheersen. Daarmee kun je emotieloos doorwerken, zonder adem te hoeven halen, zonder hartslag, zonder plezier. Een nuttig bijeffect is dat je niet veroudert en dus langer leeft. Wij kunnen het een uurtje volhouden. Hoge white collars kunnen het veel langer. Wat we ook nog hebben is onze eilandbasis aan de Tanais-kant.
Ons onderzoek was beoordeeld als “dromen reëel proberen te maken”, en dat is verspilling van belastinggeld en ook nog eens gevaarlijk. Risha/Helena zegt: “Ik kan ze niet eens ongelijk geven. In de ogen van de commissie is het bezoeken van andere werelden hetzelfde als VR, en aan escapisme zou ik ook geen geld besteden. Maarreh, we moeten hier weg.”
In de paar seconden sinds we uit het antimaterieveld stapten, zijn we nog niet opgemerkt door de beveiliging. We duiken snel een steegje in. Een uur in Tanais is een week in deze wereld. Het is twee Tanais-dagen geleden dat we de legers van de Barrows versloegen, dus er zijn hier minstens 48 weken voorbij gegaan, zeg een jaar. De bewaking is niet meer zo alert als in het begin.
We kennen deze stad niet. Aan de mensen te zien zijn we in Europa. Wij kwamen uit Patagonië. De mensen hier behoren tot het Avenki-volk, Noord-Russisch. Dat is de andere kant van de wereld. Rondom de steden liggen landerijen en daar voorbij is de wildernis. Blue Collars mogen overal komen behalve in de Legacy, maar effectief komen alleen White Collars in de wildernis.
Onze Solar kleding en uitrusting is weg. We dragen de kleren van de Chiggs en hebben hun uitrusting. Alleen de Incal is er nog.  Die hoort bij beide werelden. Dat wij in beide werelden kunnen bestaan, komt omdat onze zonium pakken met onze twee personen zijn gefuseerd.
We kunnen in deze stad in leven blijven, want eten en drinken zijn gratis. Maar al het andere moet met credits betaald worden, en daarvoor zijn onze biometrische gegevens nodig – maar we zijn effectief blut. Om in de reguliere maatschappij te functioneren, moeten we papieren vervalsen. En wij zien er wel uit als europeanen, maar de bevolking van deze stad is voornamelijk Mongools van uiterlijk. Wat we ook zouden kunnen doen, is naar een Mongrel-Prepper stad verhuizen. Dat is een behoorlijke stap naar beneden, maar het geeft wel een heleboel vrijheid.
Deze maatschappij is behoorlijk racistisch. Als we geaccepteerd willen worden moeten we er uit zien als Avenki. Als Risha dit tot zich laat doordringen, begint hij kleuren te zien. En de anderen zien dat hij begint te glinsteren en vervagen. Het ziet er uit alsof hij de vijfde dimensie in gaat. Chang stoot hem aan. Aan thuis denken, gaf een dimensioneel effect. “Oh,” denkt Helena, “…de fusie met het zonium-pak heeft er voor gezorgd dat wij onze dimensional science zonder verdere technische gadgets kunnen.” De Risha-component van hun wezen zegt: “Welnee, dit kon ik al voor de fusie. Maar nu geloof jij ook dat we het kunnen.” Chang probeert het ook. Hij concentreert zich op groen-geel. Dat is de neutrale positie, ‘recht omhoog’ de vijfde dimensie in. ja, dat werkt. Het zonium is geabsorbeerd en maakt nu deel van ons uit.

Helena vraagt wat rond over de Prepper steden. Vervoer naar Airport Stadium is gratis. De luchthaven is schoon, stil en efficiënt.  Een ticket naar een Prepper stad is altijd gratis. Terug… dat is een ander verhaal.  De vlucht is snel en comfortabel. We zijn min of meer vrijwillig uitgezet. Afgezien van ons zijn er nog een paar outcasts aan boord.

Xp 3

Tanais – 62

27-iii-R2, midden op de dag
Het ei ligt in het bos. We vullen het butsje met water en laten dat vastvriezen. Hopen maar dat het werkt! Hoe moeten we het nu verder de berg af krijgen? Claude ontwerpt ‘ramps’ om het tijdens het rollen af te remmen. Het werkt, maar omdat Risha nogal onhandig is, en Chang ook wat steekjes laat vallen, wordt de barst groter. Als we bij de schepen aankomen is het ei nog heel, maar gehavend. Daar ontdekken we dat er iemand door onze spullen gesnuffeld heeft. Terwijl ze toch goed verstopt waren! Er ontbreekt niets, en de manschappen hebben niets gemerkt. 
Met heel veel moeite en inzet van al onze Water- en Windmagie navigeren we rivier af. In het begin is de reis net zo eentonig als op de heenreis. Maar in provincie 20 merken we dat er een enorm transparant vogelachtig wezen met ons mee vliegt. De spanwijdte is wel 20 meter. Hij lijkt eerder nieuwsgierig dan agressief. De mensen aan de kant houdt angstig afstand. Zijn ze bang voor ons of voor de Spirit Roc? 
Bij provincie 19 begint de ‘beschaafde’ wereld. Dat betekent tol betalen. Voor 5 goudstukken mogen we door. Het ei is ondanks al onze moeite toch aan het smelten. Met wind en water op het zilverfolie koelen we het zoveel mogelijk af. Stroomafwaarts gaat de reis veel sneller dan op de heenweg. Bij alle grenzen moeten we betalen, behalve bij provincie 11, want daar heerst anarchie sinds een inval vanuit buurland 10. ’s Nachts slapen we om de beurt, terwijl het schip doorvaart.
1-iv-R2
Als de zon opkomt, landt de Spirit Roc op het ei en begint met zijn snavel door het zilverfolie te pikken. Chang heeft wacht, hij slaat alarm. Risha doet zijn anima banner aan. De vogel doet hetzelfde, hij heeft een veel zachter licht. Claude houdt zich gedeist. Chang activeert ook zijn anima, de maximale vorm, zodat hij het volle Fear effect van de Dawn Caste heeft. De vogel begint te lachen. Hij materialiseert in de vorm van een jongeman. 
“Niet bang zijn,” zegt hij vriendelijk. 
“Ben jij een lunar?” vraagt Risha.
“Wat een nieuwsgierigheid. Jullie zijn in mijn domein, dus ik mag hier de vragen stellen.” 
Risha stelt zichzelf en de andere solars voor. 
“Ik ben de grote baas hier. Ik heb van jullie gehoord. Phantom, der Alte en <?> hebben het over jullie gehad. Jullie zorgen wel voor ophef hoor, als jongste loot aan de stam. Licht en duister, solars en abyssals… Het wordt druk. Overigens, de baby maakt het naar omstandigheden goed, maar jullie moeten haast maken. Ik zou niet willen dat het ei smelt en de delta buiten het seizoen overstroomt.” 
Als Gwan opmerkt dat het de bedoeling is van solars om alles weer op orde te stellen, verslikt de jongeman zich.
“Eerst was ik er. Toen kwamen er meer siderials. Toen de achterlijke lunars. Een hele tijd niks. En nu jullie. Ik weet niet wat ik met jullie aan moet. De abyssals gaan heel snel. Maar jullie zijn het grotere gevaar, omdat jullie alles willen oplossen. Ik heb gehoord dat jullie jong en ondeugend zijn. Maar we hoeven niet elkaars vijanden te zijn.”
Hij stelt voor dat we om en om een vraag stellen. Gwan vraagt welke conclusies hij in zijn lange leven heeft getrokken. 
“Ik heb mijn conclusies in dit land verwerkt. Daarom zijn er 42 provincies. Nu ik. Weten jullie dat dit ei het niet gaat halen?”
Daar waren we al bang voor. “Kunt u in de toekomst kijken?” vraagt Gwan. “Nee, maar ik heb wel intuïtie en voorgevoelens. Ik kan wel helpen hoor. Ik wil niet dat het ei hetzij smelt, hetzij uitkomt. Ik houd van mijn onderdanen. Ik zorg er voor dat het ei niet uitkomt, dan hebben we deze reis elkaars prettige gezelschap.” 
Risha wil meer weten over de relatie tussen goden en exalts. “Ah, het wereldkristal. Er zijn twee maal negen wezens. Jullie vullen een nog onbekende niche, in ons straatje. Er zijn er nog meer onbekend. De goden zijn jullie tegenhangers, ook ‘goed’. Jullie zijn elkaars concurrent.” 
Hij zal zorgen dat we een mooi diagram van het wereldkristal krijgen. “Nu mijn volgende vraag. Zijn jullie echt van plan om naar de witte stad te gaan en wat denk je daar dan te vinden?” “Marmeren tabletten met de geschiedenis en zo,” zegt Risha, “en magische voorwerpen van de vroegere solars.” 
Gwan vraagt hoe het met Chantal gaat. “Er is geen siderial in de lunar stad, dus mijn kennis is beperkt. Arend is dood. Chantal is een zorgenkindje, dan weer licht, dan weer duister, geteisterd en uiteindelijk machtiger dan jullie.” Hij wordt filosofisch. “Ik heb eigenlijk geen vragen meer voor jullie.” 
Gwan vraagt naar het Zuiden. “Heel veel jungle en heel veel zee en wat eilandjes. Ik kom er nooit. Er wonen vreemde gemuteerde wezens. Na de ramp is zo’n beetje alles gestorven of gemuteerd. De Wamak zijn een voorbeeld van mutanten die nog niet zijn uitgestorven. Er zijn duizenden jaren geen mensen meer geweest.” 
Claude vraagt: “Wat weet jij van Eenoog?”
“Dàt is jullie tegenspeler. Weet je waarom de wereld vergaan is?” 
“Nee.”
“De mensheid was op zoek naar buitenaards leven en heeft het gevonden. Het buitenaardse leven kwam en bleek sterker. Iemand heeft besloten om de wereld  te vernietigen om het te stoppen. Het was een volle wereld, vol met mensen. Eenoog heeft met die buitenaardse wezens te maken. Uit rapporten blijkt dat er bij jullie mensen grijs worden. Dat is het voorstadium van een veel ergere besmetting. Ze zijn aan het infiltreren. Er zijn meer cellen van wat jullie Eenoog noemen. Er lijkt iets te zijn ontwaakt. Het lijkt er op dat jullie terugkeer met de terugkeer van die ziekte te maken heeft. Het kan twee kanten opgaan. de goden zouden wel eens uitgeschakeld kunnen worden. Ze zijn ontstaan uit de grote knal en zijn bang dat als alles opgeheven wordt, zij weer verdwijnen. Zielig, maar heel machtig.”
De Annil vliedt onder ons door. We worden niet meer staande gehouden bij de grenzen en de mensen aan de kant lijken niet erg op ons te letten. 
“Ik vind het leuk om kennis met jullie te maken. Maar jullie zijn nog zó jong en onstuimig.”
Claude: “Als niemand ons helpt …”
De man gaat zich er niet druk over maken. Hij maakt zich meer zorgen over de komende strijd tussen ons en Eenoog. Die zit in Euboia. Risha begint over het ontplofte eiland en de handel met Euboia. “Dat was een terecht verdiende actie,” reageert de man, “maar wat ze daar deden?” Chang laat het flesje zien. “Dit is niet bekend in Alexandros,” zegt Risha. Hij herkent het spul ook niet. “Dit werd dus verhandeld naar Euboia,” zeggen we, “de echte mijn is ergens anders.” Dit is nieuws voor hem. Hij gaat zijn siderials poolshoogte laten nemen, maar zij zitten niet in ‘besmet’ gebied.
Risha wil weten wat we tegen de tijdsprongen kunnen doen als we stukjes geheugen terugkrijgen. “Dat is een natuurwet. Qartianen zijn in dat soort dingen geïnteresseerd. Die bronnen, overal ter wereld, doen wat met tijd. Ze zijn een eigenschap van deze wereld. Ik heb de eerste mensen na de ramp, twee baby’s, naast zo’n bron gevonden.” Hij blijkt de enige overlevende exalt te zijn van vóór de ramp. “Ik ben bewusteloos geweest. Voor de ramp was er een verlichte kaste. Steeds meer leden daarvan lijken terug te komen. Maar nu, door mutatie misschien, gesplitst in verschillende types. Sorcery komt bij de gemuteerde rassen vandaan. Dat van die steden klopt niet. Er is een mythologie afgesproken en die is terug geprojecteerd. Jullie kwamen uit die stad en de lunars kwamen uit Salish. Er waren meer dan vijf steden. Nou kleintjes, ik ga afscheid nemen. O ja, mijn naam is Imhotep.” 
“Als er wat is, hoe kunnen we u bereiken?” vraagt Claude. 
“Ik bepaal wanneer we weer contact hebben,” zegt hij ten afscheid.

4-iv-R2
Drie dagen later zijn we bij Alexandros. Het gaat onnatuurlijk makkelijk. we hebben geen steekpenningen meer nodig. Het ei smelt onderweg niet verder. We moeten het naar de markt brengen, maar het is veel te groot. Gwan gaat naar de tovenaar. 
“Leuk je te zien. Waar zijn je vrienden en de ijsdemon?” grijnst de tovenaar.
Gwan: “Die staan buiten de stad. Te groot voor de steegjes.” 
“Ah, maar de afspraak was hier voor mijn winkel. Levend of, liever, dood.”
Gwan neemt hem mee om te kijken. De man kijkt een beetje bezorgd. “Nou ik ben onder de indruk. Ik had niet gedacht dat het jullie zou lukken. Maar afspraak is afspraak. Zullen we maar bij de kust afspreken? En we moeten een oplossing bedenken om hem in bedwang te houden als het ei uitkomt. Kunnen jullie zelf zorgen voor ketens? Een smeltende ijsreus werkt nog, een verdwenen ijsreus hebben we niets meer aan. Het gaat om die cruciale minuten.”
Zes uur later — het ei is weer aan het smelten — staan we met het ei op een verlaten strand. We hebben nog steeds geen last van de autoriteiten. We hebben heel veel touwen samen geslagen tot iets wat dik genoeg is om zo’n reus vast te binden. In het zeewater smelt hij heel snel. Net als de tovenaars aankomen, breekt de schaal. Er komt een enorme rups uit, het larve-stadium. Hij is transparant met een netwerk van lichtgevende aderen. Het idee is om hem buiten westen te slaan en dan vast te binden zodat de tovenaars er hun onderdelen van kunnen oogsten. Risha krijgt de Malphean Iron Staff van Octavian. < Mep ! > Het is te warm. De rups is slap van de hitte en Risha slaat door de kop heen als door slush. Het netwerk van aderen dooft langzaam  … KNAL ! … het beest barst uit elkaar voordat de tovenaars er bij zijn. Risha zit onder de slurrie. Het grootste deel van het water verdampt nog voordat het de grond heeft bereikt. 
iedereen staat wat beteuterd te kijken naar de snel verdwijnende plassen op het strand … Shit ! … Karoen Hotep en zijn vrienden zijn flabbergasted, maar houden zich goed. “Jullie deel van de afspraak is nagekomen,” zegt Karoen, “Heren, mijn complimenten! Dus het contract gaat nu in.” 
Gwan stelt voor morgenmiddag om 1 uur in de haven af te spreken.

5-iv-R2
Claude gaat de volgende ochtend met de helft van het overgebleven zilverfolie naar de metaalmarkt. Daar ruilt hij het om voor titanium. 
Gwan duikt de bibliotheek in en zoekt mythes op over de zuidlanden. Er is bitter weinig van bekend: er is jungle. Melek Qart drijft handel met het Zuiden, maar houdt zorgvuldig geheim wat er daar te vinden is. Sprekende dieren zijn de niet-gemuteerde oorspronkelijke wezens.  Dat is alles. Daarna gaat hij verder lezen over kristallen bollen. Hij leest dat ze vooral gebruikt worden door Qartiaanse tovenaars en bepaalde geheime genootschappen (siderials). Ze kunnen alleen gebruikt worden op speciaal geprepareerde plaatsen. Dus dat Gwan onderweg kan screenen, is inderdaad iets heel bijzonders.
Risha gaat naar een badhuis en laat zich verwennen.
Om één uur verzamelen onze galei en negen andere schepen voor de haven. Iedere tovenaar heeft zijn eigen gevolg bij zich.

3 xp

The RoSE – 46

Wij (de Solars) reizen naar Gethamane. Dat is ongeveer een week vliegen. Als we in de buurt komen zien we een kilometers groot vliegend schip vlakbij de berg zweven. De onderkant is beschadigd. Little Shu zet zijn helm op en wordt weer “Green Hornet”. 
We zien dat de legioenen samengevoegd zijn tot één groot kampement, heel ongebruikelijk ingedeeld. Veel tenten zijn vervangen door glimmende bouwsels en er is een monorail. Het is zo ingericht dat je in de val loopt, van welke kant je het ook aanvalt. Het is ook wat groter dan de vorige keer. Het plensregent, maar in het midden is een gedeelte met occulte symbolen die de regen stoppen. Sarina kijkt en ziet dat het magie is van The Sea Who Walks Against the Flame – Kimberi zelf. Little Shu doet een War charm en neemt waar dat er in Luthe zo’n 4000 getrainde manschappen zitten. In het kampement zitten elitetroepen.
In de haven liggen een aantal vreemde schepen. Die zijn van Lintha piraten. Als we er aanleggen, vertellen die ons dat er een grote zeestrijd aan de gang is tussen The Silver Prince, een Deathlord, en de vloot van de keizerin. 

‘Onze’ Lunars begroeten ons hartelijk. We praten bij. 

De volgende arriveert er vanuit het Zuiden een delegatie Lunars, aangevoerd door ene Tammuz. De Lunars behandelen hem nadrukkelijk niet als Elder. Uit Lookshy, Nexus en de Paardenlanden arriveren twaalf Solars, en vanuit Yu Shan vier Siderials. Het zijn vier van de vijf Siderials die de moordpartij hebben overleefd. De vijfde is de Green Lady, maar zij is al eeuwen geleden verdwenen in de Underworld. We besluiten eens bij elkaar  te gaan zitten. De ambassadeur van Autochthon en generaal Ledaal Gras nodigen zichzelf uit. 
Tammuz weet de vergaderzaal van Luthe te vinden. We moeten wel eerst even de bewoners alternatieve woonruimte aanbieden. De Siderials beginnen: De Loom Of Faith is niet bruikbaar. De Grote Knoop is voorbij, maar de Maiden Of Endings is er aan het werk. Zij heeft alleen tegen de Siderials gezegd dat ze hier in Gethamane moesten zijn. Hier komen volgens haar de legers van Creation samen. 
“Ah,” zegt Tammuz, “dat verklaart mijn dromen. Geef me een paar maanden, dan mobiliseer ik alle Lunars en Beastmen uit het Zuiden.” Hij vertelt dat we niet op Rakshi moeten rekenen. Ze is een No Moon, die gelooft in niet ingrijpen. Haar levenswerk is alles over magie leren. Ze wil Solars Circle Sorcery leren. Atis stelt voor om er iets aan te doen, zodat dit voor haar mogelijk wordt. Sango is tegen: de meeste Solar Circle magie is destructief en groot. De anderen vinden het ook een slecht idee. 
Buffy zegt dat de meeste Autochthonians uit Autochthon zijn verdreven. De subroutines gehoorzamen de Mountain Folk. Hun stad is overgezet in een kleiner, mobiel lichaam en is op weg naar The Core. Tawuz mompelt tegen Ghurkan: “Uhm, Ghurkan, herinner je je die autochtoonse kunstmatige lichamen in je opslag? We hebben er eentje uitgeleend…” Ghurkan fronst maar houdt zijn mening voor zich.
Tammuz heeft ook een groep van het autochtoonse volk ontmoet. Ze zijn een nieuwe stad begonnen ten Zuiden van Gem. Hun stad was vermoord door de ambassadeurs van de Realm, twee met groene juwelen in het voorhoofd en groene aura’s, die zich Void Seekers noemen. Wij vermoeden dat het Green Sun Princes zijn. Tammuz heeft de ambassadeur van zijn groep Autochthonians meegenomen, een Moonsilver Caste. Die wil helpen, maar hij wil zelf ook hulp, iemand die met hem meegaat en hem in Yu Shan binnenlaat zodat hij de werkplaats van de Grote Maker kan bezoeken. Onze Solars vertellen dat ze er geweest zijn en laten een paar Hearthstones zien. 
Dan komen de Solars. Zij zijn de overlevenden van de 100 steden. Alleen Nexus en Lookshy houden stand. De dodenstad is ingenomen. De Realm troepen hebben 2nd Circle demonen bij zich. In 2 à 3 weken zullen ze voor de muren van Nexus staan. 
Little Shu vraagt of de visioenen ook tonen waar de eindstrijd gaat plaatsvinden. De Siderials weten het niet. Ook de Loom toont het niet. Alleen weten ze dat het over anderhalf jaar zal zijn. Little Shu vraagt ook hoe groot de legers van de keizerin zullen zijn: ongeveer zo groot als die van ons. 
Kunnen we niet aanvallen? Atis stelt dat we niet achter de feiten aan moeten lopen. Hij stelt voor om wel aan te vallen, maar ook moord- en desinformatiecampagnes te starten. Maar hoe weet je wat je moet raken? Misschien kunnen de Siderials met het astrolabium van de Dragon Kings uit de voeten. Hierin zijn ze inderdaad zeer geïnteresseerd. Wij kunnen ze introduceren bij de dragonking eigenaren ervan.
We kunnen via Yu Shan reizen, daarvandaan zijn alle besproken locaties te bereiken. Atis wil bovendien ook de Celestial Lions aan onze kant hebben. His heeft onlangs via Yu Shan gereisd om het luchtschip uit Rathess op te halen, hij vertelt dat die stad ook brandt. Het was aangevallen.
Tammuz zegt: “Als je echt in het hol van de leeuw wilt aanvallen, moet je in Malpheas zijn.” “Nou,” zegt Tawuz, “daar moesten we toch heen om de moeder van de Green Sun Princes te doden.” We hebben het over tactieken en missies. We kunnen de Solars en Lunars 2nd Circle Banishment leren, en andere spreuken. Met de strategietafel kunnen we de aanval op de keizerlijke legers bij Lookshy en Nexus plannen.
Wat doen we zelf? De queeste in Malpheas is iets voor onze Lunars. Bondgenoten in Yu Shan werven, dat kunnen wij goed doen. Nexus bevrijden willen we ook graag zelf doen, vier van ons komen er vandaan, het in de steek laten vinden we ondenkbaar. Bovendien zouden de yogi ermee veel te machtig worden. We kunnen de troepen naar Nexus en Looksy vervoeren met Luthe, dus de lunars moeten mee om het schip te besturen. Little Shu is teleurgesteld als hij hoort dat het schip echt bedoeld is om door lunars bestuurd te worden, hij was zelf graag kapitein geworden.

De strategietafel wordt aan boord gehaald. Tammuz legt uit hoe we de anti-scrying van Luthe aan kunnen zetten. De Dragon Kings en “Little Shu” (Kimberi  vermomd als Little Shu) worden erbij gehaald. Planning en kennisuitwisseling volgen.

Sango gooit een Carnival Gate, zodat de Siderials via Yu Shan naar Rathess kunnen gaan. Een Pterok uit Gethamane gaat mee om ze te introduceren. 
Ghurkan en His gaan de Celestial Lion aan de gate van Gethamane opzoeken, om hem ons goed genegen te maken. Ze nemen direct de Moonsilver ambassadeur, het Verheven Principe van Gezond Verstand genaamd (bijaam Silver Surfer), mee zodat ze hem naar Autochthon’s werkplaats kunnen brengen.
Het leger wordt ingescheept. Generaal Ledaal blijft achter met 2000 man. 
Eye vraagt aan de lunars of er een manier is om zwangerschap te versnellen. Tammuz zegt dat dit zaken zijn voor vrouwelijke No Moons. Shi Mei Lan gaat bij de No Moons informeren. Die kennen inderdaad praktijken en rituelen: zo kun je snel een stam Beastmen op de wereld zetten. Er zijn ook rituelen om een meerling te krijgen. Eye legt uit dat ze haar ongeboren vrucht wil baren vóór ze naar Malpheas gaat. Ze voert de rituelen uit en voelt de vrucht groeien.

We vertrekken in Luthe. De Solars en de Lunars reizen mee in de commandobrug. Loopings en scherpe manoeuvres kan het schip nog niet aan. De camouflage doet het ook nog niet.
Atis vraagt onderweg aan Buffy wat het Oog van Autochthon eigenlijk doet. Het is volgens haar het zintuig dat Autochthon heeft achtergelaten om contact te houden met Creation. Maar nu hij slaapt, zit je met een deel van een dromende primordial. Het is niet veilig. Alleen Autochthon en zijn subzielen kunnen het zonder gevaar gebruiken. 
We vliegen over wat eens de 100 koninkrijken waren. Het is nacht. De steden zijn hel verlicht, meer dan vroeger. De dorpen zijn ook helderder dan anders. Nexus wordt belegerd. We maken een verkenningsrondje en gaan daarna buiten zicht een tactiek bedenken. Daarna roepen we “Little Shu” erbij en gaan we oefenen. Het blijkt dat zij beter is dan wij allemaal bij elkaar. Maar met z’n allen worden de zwakke plekken gevonden en aangepast. De Wild card is Nexus: zonder steun uit Nexus is de keizerin sterker dan wij. Sarina heeft de rang generaal in de stad, Sango heeft via haar grootvader connecties met de stadswacht. Bovendien kennen we Ouranos, één van de leden van de stadsraad. Sarina kent bovendien de ondergrondse tunnels, waaronder vluchttunnels die ver buiten de stad uitkomen. Die gaan we gebruiken om steun te werven. Sarina trekt haar uniform aan. 
Als we de tunnel ingegaan zijn, worden we staande gehouden. Eén van de bewakers is uit Sarina’s oude bende en kan voor ons instaan. Sango, Ghurkan en Atis gaan naar Opa. Die brengt ze naar het stadsbestuur. Sarina en Little Shu zijn daar op eigen houtje ook heengegaan. 
De stad heeft 10.000 man militie, plus 500 Dragonblooded en kan een beroep doen op de Marukhan (het paardenvolk). We houden contact via walkie-talkies uit Lethe. Little Shu, in zijn gedaante als Green Hornet, wordt de generaal in Nexus, Sarina gaat bij de Marukhan buiten de stad en Kimberi houdt (nog steeds vermomd als Little Shu) het overzicht vanuit Luthe. Opa kan nog martial artists en lokale goden inschakelen. Hij kan bijvoorbeeld slagregens in de vijandelijke kampementen laten neerdalen, maar zegt besmuikt dat dat alleen mag met toestemming van een Solar. Ghurkan geeft de opdracht en bekrachtigt deze. Dat we Luthe hebben en het kunnen vliegen kunnen we niet verborgen houden, maar we besluiten om het schio niet in het gevecht te betrekken. We hopen dat de keizerin zal denken dat het te beschadigd is om als meer dan transportschip te worden gebruikt.

De strijd brandt los. Beide kanten worden door een 3rd circle demon aangevoerd. We zien dat er heel smerige trucs gebruikt worden, aan beide kanten. Wij (de Solars) hebben het er moeilijk mee, maar we verbijten ons. We voelen ons er wel enigszins door bezoedeld (d.w.z.: we lopen ‘limit break’ punten op).
Het eerste uur gaat voorspoedig voor ons. Green Hornet schiet een Essence Arrow om de moraal te verbeteren. Desondanks gaat het tweede uur niet beter dan het eerste. Beide kanten hebben intussen flinke verliezen geleden. We doen extra motiverende acties, het derde uur gaat alweer beter. 
Intussen zijn de legers aan beide kanten een stuk kleiner. Vanuit de heuvels komen Wyld troepen op feral Dragon Kings. Ze vallen ons aan. His verzint een list: hij neemt zijn demonen-vorm aan en probeert ze de andere kant op te sturen. Atis stuurt zijn Pattern-Spider Cloack op een demon af. Sango activeert Battle Fury Focus waardoor ze een vechtmachine wordt. Green Hornet doet een Mob Dispersing Rebuke op een deel van de vijand. Ghurkan schreeuwt gloedvolle slogans. We houden het, maar er staan nog steeds wat Dragonblooded tegenover ons. Shi Mei Lan heeft intussen de spreuk God Forged Champion of War gedaan, waardoor er een enorme warstrider ontstaat. Daarmee winnen we overtuigend.

Het slagveld ligt bezaaid met doden en gewonden, vooral van ons – de tegenstanders waren voor het merendeel demonen, die verdwijnen als ze verslagen worden. We zorgen dat Luthe in de buurt landt, na de troepen van Nexus gewaarschuwd te hebben dat het schip aan onze kant staat. De Dragonblooded aan de kant van de keizerin hebben allemaal iets vreemds. Het lijken wel mutaties, en ze hebben vreemde compulsies – zeuren om bier, schrikken van alles. Het lijkt wel alsof hun Virtues kapot zijn. Ze vechten er overigens niet slechter door.
We hebben nu ook geleerd dat, als beide kanten even sterk zijn, de keizerin wint. 

Tijdens de laatste fase van de veldslag heeft iemand uit de stad de aanvoerder van de vijand, een 3rd circle demon, uitgedaagd. De Emissary is terug! En hij heeft gewonnen. Na het gevecht spreekt hij ons aan en identificeert zich als Ouranos. Hij is langzaam geëvolueerd tot een Maiden, de Maiden of Mind, en met deze overwinning kan hij zijn zijn positie in het firmament aannemen. Hij merkt op dat we één van de Titans (vliegende citadellen) hebben, maar dat we er nog één op de kop kunnen tikken als we heel snel zijn.
We zijn zeer geïnteresseerd en vragen verder. Hij vertelt dat we er vlakbij zullen komen, aangezien we Rakshi willen aanpakken – het ligt er praktisch naast, op de berg Metagalapa.
Verder wil hij een verbond sluiten met Ghurkan, bekrachtigd door hem als Lawgiver. Ghurkan stemt toe. Ouranos schudt zijn hand en zegt: “Ik beloof plechtig dat ik nooit ook maar één enkele zet in de Games of Divinity zal doen!” 
Hij vertelt dat de Games de reden waren dat hij zich verborgen hield in Creation; tot nu was hij niet sterk genoeg om deze gelofte te kunnen houden. Volgens hem zijn de Games dat de reden dat het zo slecht gaat met Creation. Hij overziet nu vanaf de hemel heel Creation en begint zachtjes te huilen. Om ons heen gaat het licht regenen. Eigenlijk begint het in heel Creation te regenen.
Hij vertelt ook dat we Dragon Kings mee moeten nemen naar Metagalapos omdat dat de totems zijn van de lokale stam. En hij herhaalt dat we ons moeten haasten, omdat anders de Abyssals ons te snel af zijn en hem innemen.
Als we er naar vragen, zegt hij dat de dromen niet van hem kwamen. 

Sango stuurt bericht van onze overwinning naar belangrijke bondgenoten. In ieder geval naar Mnemon, the Roseblack en de Dragon Kings en Siderials in Rathess.

8 XP