Tanais – 46

We zijn nog steeds in het zwarte, in diepe sluimer. Chang slaapt droomloos. De rest heeft een collectieve droom/herinnering: We zien Chang, minder eenvoudig gekleed dan nu, in militair uniform. Hij stemt in met het inzetten van massa vernietigingen wapens! Claude is bezig met zijn vriend Bon Aire pallets met chemicaliën at e leveren bij een zilverachtig metalen gebouw in de wildernis. Gwan runt een galerie met Chantal waar hij in dat leven een liefdes relatie mee had. Het beeld verandert, verder terug in het verleden. We zijn met zijn vieren op rondleiding in een overvol hospitaal. Er is een epidemie. Stadium 1 is dat mensen asgrauw uitslaan. In het 2e stadium vervormen ze en de huid lost bubbelend op. In stadium 3 vallen de mensen kermend van de pijn uit elkaar voordat ze dood gaan.

We worden wakker. Het is een stralende lente ochtend, een graadje of 10, overal bloeien bloemen. De zon is nog steeds rood. De grafvelden zijn uitgestorven. Risha vloekt: “Laat me raden … we hebben weer drie maanden geslapen!” Der Alte strompelt de heuvel af. Hij vindt versteende brokstukken van zijn scootmobiel en vloekt: “Dit is echt! Ik had niet met jullie mee moeten gaan.” Risha fluit op zijn vingers en zijn groene paard komt aan gegaloppeerd. Gelukkig, die heeft op ons gewacht. Er staat hier een grafmonument: “Ter ere van koning Risha en zijn gezelschap” met al onze namen er op, zelfs Claude! Risha laat der Alte op het paard rijden. “Dank je.” Dan gaan we op weg naar Bracken. Dat ligt een uur of zes lopen naar het Westen. Onderweg komen we een koeherder tegen. Een onverzorgde soulfielder van een jaar of 45. Hij weet ons te vertellen dat koningin Chantal het fantastisch doet. Dit is de lente van haar eerste regeringsjaar. ja, de jonge koning is vijf maanden geleden zomaar verdwenen. Heel tragisch. Hij begon net populair te worden. Maar Chantal en haar man Arend doen het fantastisch. Het is een capabele charismatische jongeman, en hij heeft de brahmanen weggestuurd. Die zijn nu verleden tijd. Ze zitten nu in hun klooster in Farfield en daar vallen ze ons niet meer lastig. Chantal zit gewoon i Bronwe met heer rend en de Noordelijke Liga beschermt ons tegen het Land van Eenoog. Die blijkt zich te hebben afgescheiden. Noord en Oost Chetwood en de sheeplands zijn nu een apart land en Shearton is daar de hoofdstad van. De eenogers komen het land niet meer in.
We gaan verder. Gwan kijkt in zijn glazen bol. 1. de catamaran ligt nog steeds op de plek waar we hem hebben achtergelaten. 2. de bron van Bronwe ziet er heel mooi uit. Er staat helder water tot aan de rand en de grot is mooi opgeknapt, het is duidelijk het werk van de Qartiaan. 3. Chantal zit i een sjieke kamer te breien, een lange magere man met een haviksneus heeft een heleboel papieren om zich heen. Hij lijt de boekhouding te doen. 4. De tempel van Risha heet nu ‘kapel van de verloren kinderen’. Er staat een mooi bronzen beeld van de koning en Malice draagt een priestergewaad. Charagas is in de weer met een wierookvat. Hij is nog grauw, maar begint al weer een beetje kleur te krijgen. 5. De Starlit Tower is magisch afgeschermd. Volgens der Alte is dat goed, want dan kan eenoog er ook niet bij. 6. De priesterstad ligt er verlaten bij. De vuren branden nog wel, maar voor de rest is het verwaaid en niet onderhouden. Alleen in het bos van Pashupati hangen verse lichamen in de bomen. 7. Het lukt niet om Daguerre in beeld te krijgen. 8.De pegasi staan in de koninklijke stallen. gwan is behoorlijk uitgeput en besluit om morgen verder te scryen.

We zijn op tijd in Bracken om in een herberg in te kunnen checken en genieten van de lokale biefstuk met boter. Het tafelzilver ziet er verdacht bekend uit. Er zijn hier veel mensen uit Vixren. handelaren en boeren. Het is vrede. De smokkel is weggevallen en er zijn geen soldaten meer. Der Alte zegt dat hij de volgende ochtend door zal reizen naar de Starlit Dependance in Vixen voor een nieuwe scootmobiel. Een paard kost hier 20 zilveren munten. Risha vraagt of er hier tempels zijn. De Green man heeft een heiligdom in het Oude Wijven Bos en Oaken heeft er eentje aan de zuidkant van de stad.

volgende dag
Chang slaapt rustig, maar de anderen hebben nachtmerries over mensen die uit elkaar vallen. Het grauwe is dezelfde kleurloosheid als Eenoog. Risha gaat naar de schrijn van Oaken. Hij offert naar lokaal gebruik een flesje bier en gaat mediteren. Als de godheid verschijnt vraagt hij: “Waarom zijn we vijf maanden weggeweest?” “Misschien zijn jullie nog niet helemaal wakker.” Hij vraagt verder of de godheid een spreuk weet om onder water te ademen. Er komt geen antwoord, alleen een vaag gevoel van gevaar. Dan vraagt hij: “Hoe bereiken we de witte stad?” Nu komt er wel een duidelijk antwoord: “Door je herinneringen terug te krijgen.” ” En hoe doe ik dat?” “Door een pelgrimage langs je verleden.”
Die ochtend oefent Chang zijn kata’s en mediteert ondertussen op de vraag ‘hoe nu verder?’ Gwan zoekt naar paarden. Er is een goede aanvoer vanuit Ashcroft. De handel is goed nu we lid zijn van de Noordelijke Liga. Zelfs Claude is aan het mediteren geslagen. Hij vraagt zich af wat het eten van het witte hert-hart uitmaakt. Hij realiseert zich dat er in de diepte van de zee nog een magische barrière zit, waar dat hart niet tegen helpt. Die is ergens anders voor.
Het wordt lunchtijd en we komen weer bij elkaar. Gwan pakt de kristallen bol. 1. Daguerre ziet er goed uit en draagt dure kleren. Ze spreekt een zaal vol zuiderse vrouwen toe. Er is veel boosheid maar daar kan ze goed mee omgaan. 2. Dan Adrarn. Die zit in een klein klaslokaaltje en Qadier legt hem dingen uit. Adrarn kijkt verveeld. 3. De zee is nog steeds vervuild. En er hangt nu ook een groenige mist. Maar met de aanleg van de nieuwe haven gaat het goed. 4. waar is Selene, de ambassadrice van Vixen? Gwan voelt een pijnscheut en het wordt hem rood voor de ogen, maar er komt geen informatie. Hij houdt er mee op. We spreken af dat we de volgende ochtend naar Bronwe gaan. Drie dagen later komen we aan.

Het is dag 9 van maand 11 van Risha’s eerste regeringsjaar.
In de vroege avond komen we aan. We gaan allemaal incognito. Risha laat zijn groene paard los in het magische bos en daarna gaan we bij de tempelstad langs. Er staan wachters onderaan de toegangsweg en die laten niemand toe. “Op bevel van heer Arend is de priesterstad afgesloten.” We druipen af. Chang en Gwan gaan naar de ambassadeursstad, maar Claude en Risha blijven achter. Met de jonge koning op zijn rug, klimt Claude tegen de bergwand op. Ze worden niet opgemerkt. 1. Risha gaat eerst naar de eik van Oaken. Die staat er florissant bij. Hij offert een flesje bier. De reactie is een beetje vreemd: de god had hier geen soulfield offer verwacht. Maar het bier wordt toch maar geaccepteerd omdat het van Risha komt. 2. Dan merriemelk voor Pashupati. “Waar moet ik beginnen?” vraagt Risha. “Mijn wijze raad: begin er niet aan. Verval niet in de oude fouten.” Claude zegt: “Maar we moeten weten wat we fout hebben gedaan, om het de volgende keer goed te kunnen doen.” “Wat jullie fout hebben gedaan, weten wij goden niet. Dat is voor onze tijd gebeurd. Maar Chantal toch, waarom zou ik al die vragen beantwoorden.” De god lacht: “De weg naar geluk is eenvoudig. Breng de juiste offers.” 3. We gaan verder naar Mutri. Die is een stuk strenger dan Pashupati. Maar na het offer van brandende ghee en de excuses van Claude voor zijn optreden bij de kroning, ziet deze er toch maar van af om Claude neer te bliksemen. “Ik wil tegen Eenoog vechten,” zegt Claude, “hoe kunnen wij ontwaken?” “Dat is niet nodig. Als jullie ontwaken brengen jullie de wereld weer op de rand van de afgrond. Risha zegt: “Maar Eenoog heeft Abyssals en die heeft geen scrupules.” “Eenoog is meer van jullie afhankelijk dan je denkt, jullie houden elkaar in balans. Als jullie sterker worden, wordt zijn manifestatie ook sterker.” 4. Dan naar de Green Man. Het offer lukt goed. “U stelt aan mijn collega’s steeds dezelfde vraag.” “Krijgen we bij u hetzelfde antwoord?” “Als jullie je herinneringen terug willen, hebben jullie de zegen van de goden, maar het lijkt ons beter als jullie gewoon mensen blijven. We zij bevreesd dat jullie de wereld weer kapot maken en krachten wekken die groter zijn dan jullie en dan de goden.” Hij klaagt dat er niet meer geofferd wordt en dat ze daardoor wegkwijnen. Risha zegt: “Het is niet mijn schuld dat er niet meer geofferd wordt. Als shintastakoning kan ik de eredienst weer herstellen. Mag ik dan magie leren van jullie?” De Green Man ziet dit als chantage en wil hem niet helpen: “Dat gebruik je toch maar om te ontwaken.” Gefrustreerd roep Risha: “Kwijn dan maar weg!” De god verdwijnt.

3xp

The RoSE – 32

We staan een beetje beteuterd bij de ingang van de berg. Dat ging niet helemaal goed. Marina besluit om Ebon Rime op te zoeken. Atis vraagt of ze voor hem een jade chakram mee kan nemen uit het arsenaal. His verdwijnt ook de berg in en wil een kwartiertje later in een andere gedaante terugkeren.

De oude dragonborn doet inmiddels de ronde langs de legioenen. Een deel is al weg naar de schepen, maar de achterblijvers worden een stuk minder vijandig vanwege de golf van exaltaties die achter hem ontstaat. Ghurkn wil de blijvers nog gunstiger stemmen en Little Shu zorgt dat het Red Piss legion naar Ghurkan luistert. Daardoor letten de andere legioenen ook op. Maar het verhaal is te complex om in een paar zinnen samen te vatten. Hij weet de aandacht niet vast te houden (out game: de speler gebruikt geen charms of willpower bij de toespraak en heeft onvoldoende successen gegooid.) Little Shu herhaalt het in zijn eigen woorden en weet daarmee zijn eigen legioen wel te overtuigen. Die besluiten zelfs om te helpen de andere achterblijvers te overtuigen. Negen legioenen, plus de Red Piss en de tovenaars, zijn er nog. Vijf andere zijn onderweg naar de haven om zich in te schepen.

Atis stapt op een legioen af met lucht-types en vraag waarom ze vertrekken. “We zijn hier niet meer nodig. Het keizerrijk is in nood. En wie ben jij eigenlijk?” “Ik ben bij het Red Piss legion. Die pijl die de stormram trof, was van mij.” Hij probeert ze te overtuigen dat de keizerin niet deugt. Dat is erg moeilijk. Hij probeert ze te overuigen om in ieder geval nog een dag te blijven, want er staan nog wat dingen te gebeuren. Atis praat op de commandant in en weet hem uiteindelijk te overtuigen dat 1 dagje langer geen kwaad kan. De commandant roept een paar luitenants bij zich. Hij blijft zelf achter en het legioen scheept vast in. Hij weet zelfs de vier andere commandanten te overtuigen om nog even te blijven.

Voor de avond roepen we een vergadering bijeen van aanvoerders. Hoe gaan we die overtuigen? Misschien kan Ebon Rime een rol spelen? Tawuz besluit om ook Sigeret om hulp te vragen. Die zegt: “Dit is het moment dat ik mijn belofte aan Luna nakom.” H/Zij verandert in en struise valkyre, de gedaante van ‘That which wears down the mountains’. Little Shu staat tegen zichzelf te vechten om niet aan te vallen. De demones vraagt of we haar vertrouwen. De enige die volmondig ‘nee’ zegt is Little Shu. “En jij bent precies degene die ik absoluut nodig heb! Kleed je eens uit.” Morrend doet de kleine solar wat er gevraagd wordt. De demon verandert weer in de ledepop van Sigeret, en trekt Little Shu’s harnas aan. “Nu ben ik jou. Ik ga hier een goed leger van maken en de tieners uit de berg gaan we ook trainen. Jij krijgt hier geen spijt van.”

Little Shu kijkt erg sip: het harnas was nog van zijn vorige incarnatie. Tawuz troost hem door te zeggen dat hij het harnas na de oorlog weer terug krijgt. Bovendien kan hij nu weer met ons mee en hoeft hij niet bij het leger te blijven. Het kost wat moeite, maar uiteindelijk is hij overtuigd. Dan pakt Sigeret het insectenpantser van de verslagen green sun prince uit de berg. Hij prevelt een incantatie. Duizenden piepkleine runen lichten op en de groen uitgeslagen platen orichalcum worden kleiner. “Het is niet langer vervloekt. Je kunt het aantrekken”

Little Shu vertrouwt het nog niet helemaal, maar het pak zit hem als gegoten en het is zelfs een stuk comfortabeler dan zijn oude harnas (geen fatigue-rating). Het werkt ook goed in combinatie met de hoverboard. En de insectenkop-helm is wel erg stoer! Hij blijft met EoA en Sarina bij het luchtschip. Sarina wil mediteren, EoA houdt de wacht en Shu speelt met zijn nieuwe pantser en het hoverboard. De anderen gaan naar de vergadering.

Als alle legeraanvoerders er zijn, neemt Sigeret meteen het woord. “Er is een creatuur uit de hel ontsnapt, dat zich voordoet als onze geliefde keizerin.” Zonder ook maar een charm te gebruiken, is de demon extreem overtuigend. Zelfs wij voelen de kracht van Sigeret’s woorden.

Eye wil de elementaal Gatharu oproepen om een ‘boon’ in te lossen. Maar tot haar verbazing komt de draak niet. Er verschijntt een lucht elementaal die vertelt dat Zijne Heiligheid momenteel niet beschikbaar is. “Misschien kan ik helpen?” Eye legt uit dat het om een persoonlijke gunst gaat. De elementaal belooft de boodschap over te brengen. Gatharu blijkt wel wat belangrijker te zijn dan we ons realiseerden: hij is directeur van het Bureau der Seizoenen en Shogun van het Noorden. Eye gaat mediteren en terwijl hij wacht, verschijnt er een groene jade ibis. r zit een stuk boombast in, bekrast met ‘clawspeak’ runen: “Beste Marina en vrienden. Als je Gatharu nodig hebt, kom dan naar An Teng. Hij zit waarschijnlijk in The Lap, maar ik weet wel hoe ik hem kan vinden. Groeten, Ten Stripes” (Ten Stripes is Marina’s lunair mentor.)

Eye is verbaasd. Wat doet de shogun van het Noorden in het verre Zuiden? Ze schrijft terug: “Hoe weet je dat?” en stuurt de ibis terug. Na een half uur is het automaatje er weer. “Tsja, Bureau der Seizoenen. PS Hemelleeuw 44 wil ook graag dat zijn boon ingewilligd wordt.” Gedurende de briefwisseling, die meerdere uren duurt, komen de anderen ook weer in het kamp. De hemelleeuw verveelt zich bij de poort boven de verzonken stad van Leviathan en blijkt te willen worden overgeplaatst. We schrijven over de onbewaakte poort. Ten Stripes adviseert ons om als we bewijs hebben van een demonenplot dat niet aan Leviathan te geven, maar aan zijn luitenant Vuurvos. Na een lange en frustrerende discussie besluiten we om niet op stel en sprong naar de andere kant van de wereld te gaan, we gaan eerst de belofte aan de Mounain Folk inlossen. Maar wel na een goede nacht slaap.

De volgende ochtend gaan we weer de onderlagen van de stad in. We begroeten de artisan van de mountain folk, die ons al verwacht had, en halen onze Autochthoonse heartstones tevoorschijn. De poort klikt open. Er komt een bedompte lucht uit, het ruikt naar bedorven olie en oud zweet. De ruimte aan de andere kant van de poort is vervallen. De artisan kijkt bedenkelijk: “Zo hoort het er niet uit te zien.”

Van achter ons horen we: “Goedemorgen!” Het is een jongeman in paarse gewaden. Kes, een sideraal die we al eerder hebben ontmoet op het Deliberative. Hij heeft een jonge vrouw in woestijndracht bij zich. Die stelt zich voor als Scarlet Whisper. Ze heeft een orichalcum boog op haar rug.

“Zo, hier zaten jullie dus. Jullie zijn moeilijk te vinden!” Dat zij hier net arriveerden toen de poort open ging, blijkt toeval te zijn. Kes wist niet eens van het bestaan er van. Hij vertelt dat de solar die hij bij zich heeft weet waar de Clay Man is. Zij is in dienst van de Perfect van Paragon – een stad in het Zuiden die belegerd wordt door de legioenen van de keizerin. Als wij daar iets tegen doen, kunnen we de Clay Man krijgen. Hij zit gevangen in de kerkers van de Perfect. “Waarom?” “Hij is immuun.” “Waartegen?””Ja, dat is het hem nou helemaal.”  Ze is er nogal vaag over.

“Het Zuiden is wel ver weg, maar dat is geen probleem als je de Maiden of Travel aan je zijde hebt,” zegt de siderial. “Dus dan kunnen we de luchtschepen meenemen?” “Ja hoor. Maar intussen kunnen we best even achter deze Gate kijken. Daar zitten vast allerlei dingen die niet in de Loom of Fate te zien zijn. Ik wikl er graag een kijkje nemen.”

Binnen is het vies van roest en oude smeerolie. Maar waar de artisan loopt wordt het schoon. Ze neemt vier dwergen mee, twee krijgers en twee werkers. Die hebben het effect ook, maar minder uitgesproken. We lopen een tijd door. De zwaartekracht doet raar: wat onder is wordt boven en weer muur. We passeren watervallen van kwik en fonteinen van vuur.  En dan komen we bij een groot metalen hoofd. We stellen ons voor. Hij benoemt ons als ‘exalts type 2’.  Solar, lunar en siderial zijn voor hem subtypes. De Mountain Folk mogen hier niet zijn. We nemen de verantwoording. Dat accepteert het hoofd en het opent zijn mond wijd. Als we erdoorheen stappen, gaat er een bel. We komen in een soort fabriekshal waar mensen in eenvoudige zwarte kleding aan werkbanken staan. Ze hebben een edelsteen in het voorhoofd. We verstaan ze niet, maar in geschreven Old Realm kunnen we communiceren. Ze halen er iemand bij. Het is een gedaante in rode gewaden met een zilveren masker en een mechanische stem, die wat haperend Old Realm spreekt. Het hoofd keert zich om, zodat het nu de hal in kijkt, en vertaalt. De rode figuur vraagt waarom we hier zijn. Eye zegt: “Omdat we de sleutels hadden,” en Tawuz voegt er aan toe: “Omdat Creation wordt bedreigd door de Ebon Dragon en we overal bondgenoten en steun zoeken.”

Dat maakt veel los. We worden naar een zijkamer gevoerd. Na een tijdje valt de gedaante plat op de grond. Er verschijnt een kwikzilveren man uit de vloer. Het is Zog, de geest van kwikzilver. Ze willen ons wel helpen, maar er zijn tegenprestaties nodig. Materialen, schoonmaakmiddelen, lucht … dat soort dingen.Als we wijzen op het reinigende effect van de mountain folk, antwoordt Zog dat die niet binnen mogen vanwege de Great Gease. Het is dat zij bij ons is. < De Gease kan worden opgeheven door de Clay Man, als het Deliberative daar toestemming voor geeft. De Gease was namelijk ingevoerd op bevel van het Deliberative. >

Shi Mei Lan doet een spreuk om voedsel te maken. Ze voelt dat de sorcerous essence door de gate heen komt, en deels ook door zeven andere gates, heel ver weg. Blijkbaar hebben we alle gates geopend. Zij kunnen ons in ruil legers bieden. Zog legt uit dat Autochthon slaapt. Er zijn acht naties. We kunnen alleen afspraken maken met deze natie. We proberen te regelen dat ze niet de aarde gaan plunderen. We krijgen een robot mee, Buffy the Fluid Diplomaat. De robot is van maanzilver en heeft een sterk effect op lunars. Het voelt heel lekker, zoals de aanwezigheid van een sympathieke elder zou voelen zonder de Great Curse.

Marina vertelt dat Ebon Rime een opdracht van Sol heeft gekregen, die hij niet mag vertellen. En dat Sol niet blij is dat we zijn broer gewekt hebben. Sango laat de Mouse of thé Sun rondkijken in Autochthon. Die kijkt even op van zijn spelletje. Eye probeert nog excuses aan te bieden voor het loslaten van Five Days Darkness, maar de muis zit even op een spannend moment in zijn spelletje. Gelukkig waren het de lunars die hem bevrijd hadden en niet de solars.

5 XP per personage.

Tanais – 45

Tanais 21 februari 2013

20-iv-R1  1 uur ’s middags

De brahmanen heffen een getrommel aan en het dode paard wordt afgevoerd. De bewusteloze nep-Chantal wordt weggedragen door Sandra en Florence, die in het complot zaten. Dan is er gedoe aan de poort. Chang wordt er bij gehaald. Een soulfielder wil graag de koning spreken: “Het is vreselijk fout gegaan in de Soulfields!” Hij gaat gedwee met Chang mee naar Risha, die even bij zit te komen in de koninklijke coulissen. De man komt meteen ter zake: “Uw hulp is nodig! De tombe is ontploft en hare koninklijke hoogheid Chantal is spoorloos. Er moet ingegrepen worden!” Risha vraagt aan Sivanesh of hij vrij kan krijgen voor staatszaken. Ja, de koning is verder niet meer nodig in de rituelen en het feest kan wel zonder hem gevierd worden. Risha spreekt met de hoofdbrahmaan af dat er een lege urn bijgezet zal worden op het stierenveld en het gebeente van de soulfield koning wordt naar de kelder van het kasteel gebracht. De tempelstad loopt leeg voor het feest dat die avond in de ambassadestad zal worden gehouden. ‘Chantal’ laat vragen of de koning zijn woord wil houden de siderials om hulp te vragen. Die delegeert het aan Chang en dan trekt hij zich terug om zijn kroningsgewaad uit te trekken en zijn rijkleding te pakken.

Phantom, der Alte en de Rooie vallen stil als Chang aan komt lopen. Hij wordt vriendelijk begroet: “Goedemiddag, iedereen amuseert zich en de solars overtreffen de oude verhalen. Wat kunnen we voor jullie doen?”  ‘Het is tijd dat Chantal weer kloten krijgt.’ Der Alte grijnst, Chang ook. “Wilt u mij maar volgen.” Na enig aandringen mag der Alte de damestent in. Courtisanes kijken bevreesd naar de scootmobiel. “Claude …”, de dames schrikken. Chang zegt snel: “dames, opzouten!” Smiespelend gaan ze naar buiten. Der Alte begint opnieuw: “Claude … tsja, we meet again. Om je te kunnen helpen, moet je mee naar de Starlit Tower.” Claude wil zich als courtisane vermommen, maar Chang heeft een ander idee. Hij wil dat Claude doet alsof hij der Alte gijzelt en Chantal heeft weggetoverd. Zo gebeurt het. Er ligt een lege jurk in de tent. De wachters zijn te laat. “Niet schieten,” roept Chang, “anders raak je der Alte!” Phantom en de Rooie zitten op de achtergrond te lachen.

Gwan is aan het rondpolsen bij de ambassadeurs. De Noorderlingen zijn vooral geïnteresseerd in de ceremonie om het gebeente van de oude Soulfield koning bij te zetten. Gwan weet daar niet veel over te zeggen. De broer van Risha stelt hem voor aan Gezari Achar, de nieuwe Shintasta ambassadeur. “Risha kent hem nog wel…” Gwan neemt hem mee naar de koning. Gesar blijkt een jeugdvriend van Risha’s broer te zijn. Hij is niet al te snugger en hij blijkt Risha gepest te hebben toen die nog klein was. Gwan heeft de indruk dat hij hier ambassadeur is gemaakt om van hem af te zijn. Als ze bij Risha komen, is die net bezig een dikke leren rijbroek aan te trekken. Hij begroet zijn ‘jeugdvriend’ zonder wrok en heet hem welkom aan het hof. “Leuk om elkaar weer eens te zien. Maar ik moet zo weg voor staatszaken, kun je me verontschuldigen bij mijn broer?” ‘O, die gaat vanavond toch weer terug naar huis.’ Risha hijst zich verder in zijn leren pak en neemt afscheid. Hij gaat met de soulfielder via het paleis en haalt daar de zak met botten van zijn voorganger op voor een herstelritueel. Dan loopt hij incognito door de ambassadestad en gaat zijn groene paard zadelen. Binnen hebben de brahmanen voor lekker weer gezorgd, maar buiten de stad woedt een ijzige sneeuwstorm. De soulfielder gaat achter Risha op het paard zitten. Het wordt een moeilijke, barre tocht.

Als ze weg zijn, gaat Gwan de pegasi zoeken. Chang wil ook weg, maar er is alweer iets loos aan de poort. Hij moet meekomen, want “er staat iets met een tulband aan de poort. Hij zegt dat hij een ambassadeur van Eenoog is.” De man is grauw en grijs en hij draagt inderdaad een tulband. Hij is heel vriendelijk. “Mijn naam is Charagas, ik ben door mijn heer gezonden als ambassadeur. Chang weigert hem de toegang vanwege het kruisigen van de revolutionaire raad in Shearton. Dat betreurt Charagas zeer: ‘Maar dat waren misdadigers! Als er een misverstand is, dan moeten we daar over praten. Als we van tevoren geweten hadden …’  “De koning is er nu niet. Komt u op een later moment terug.”  ‘Maar ik begrijp dat u een ambassade weigert? Dat zal mijn heer verkeerd uitleggen.’ “Nee nee, dat is niet aan mij, daar moet de koning over oordelen.” ‘Dan vraag ik asiel aan, want als ik terugkeer ben ik dood.’ Dat kan Chang hem wel toestaan, Charagas krijgt onderdak in de tempel van Risha. Dan kunnen Gwan en Chang eindelijk ook weg. Ze vliegen door de sneeuwstorm. Na een half uur treffen ze Risha en de soulfielder. Die blijkt Derek Padraig te heten. Derek kent West Chetwood erg goed. Hij gidst ons en maakt er een comfortabel onderkomen voor de nacht.

Claude en der Alte komen bij de Starlit Tower aan. Der Alte bedient de deur met een afstandsbediening. “Neem een wijntje en doe bijna alsof je thuis bent, terwijl ik opzoek wat er moet gebeuren om je te genezen.” Hij pakt een dik boek en begint op zijn gemak te lezen. Na twee uur zegt hij: “Kom maar mee.” Op de tweede etage is een magische cirkel en een planetarium. Claude moet ergens gaan zitten en der Alte trekt aan een aantal hendels totdat er een rood licht uit het planetarium op Claude straalt, de mars-bank.

Bij het kampvuurtje vertelt Derek wat het plan is van de soulfielders: Als Patrick, de eerste soulfield koning trouwt met de godin Moira kan hij in de Soulfields regeren. Chang vraagt dof we dan ook Chantal terug hebben. ‘Nee, Chantal ging de tombe binnen die gereserveerd is voor de Faery Queen. Die had bezit van haar moeten nemen. In plaats daarvan kwam er een grote zwarte raaf tevoorschijn, dat is een manifestatie van de Faery Queen. Meer weten we niet, maar het is geen goed teken.” Risha vraagt of die vogel naar de Hoogzetel is gevlogen. Nee, meer naar het Noorden. Gwan kijkt in zijn glazen bol: waar is Chantal? Hij ziet haar in een een wit marmeren stad hoog in de bergen. Een soort Shangi-La. Ze zit naast een diep ravijn en drinkt wijn met een man met een adelaars profiel. Ze lijken zorgeloos en hebben het naar hun zin.  Er is geen spoor van de raaf.

In de Starlit Tower, terwijl Claude zijn marslicht-bad neemt, begint der Alte ook over Chantal. “Hoe vond je het om haar te spelen?” ‘Wel leuk, totdat het pijnlijk werd.’ “Voor haar is het ook leuk. Ah, jullie weten natuurlijk van niets … Ze heeft haar Lunar maat gevonden en dat hebben jullie gedaan. Voor jullie gaat het een stuk moeilijker worden. Jullie moeten via de zee. Maar Chantal heeft niet van het witte hart gegeten, dus zij is voor eeuwig buiten gesloten uit de witte stad. Dat is niet onopgemerkt gebleven. Een van de lunars heeft er voor gekozen om haar te helpen. Ze hebben haar geadopteerd omdat ze ontheemd is. Op de korte termijn is ze nu gelukkig, maar op de lange termijn is ze toch buitengesloten.” ‘Voor altijd?’ “Nee voor dit moment, je weet nooit wat er in duizend jaar kan gebeuren. Jullie zijn solars, jullie vinden er vast wel iets op. Eenoog joeg op het witte hert, dat konden we niet laten gebeuren, die was voor jullie bedoeld. Maar we hadden niet voorzien dat Chantal niet van het hart zou eten. Maar op dit moment is ze met kortstondig geluk bezig in de lunar heilige stad, hoog in de bergen, ontoegankelijk. Het is goed voor haar.”  Claude’s onderbuik functioneert inmiddels weer naar behoren. ‘Bedankt! Als ik ooit wat terug kan doen.’ “Dat komt vast nog wel eens.”

21-iv-R1

De volgende ochtend is er een warme wind opgestoken. De sneeuw begint te ontdooien en de laaggelegen soulfields worden drassig. We rijden verder en komen bij een heuvel die heilig aanvoelt. Moira, Derek’s vrouw wacht ons daar op. We maken kamp en eten lunch. In de loop van de dag komen er steeds meer soulfielders naar de heuvel. Morgennacht is het ritueel. Chang is benieuwd hoe het gaat met Adrarn. Die heeft een Nettie, en ze komen ook wel hier. De heilige plek van de Faery Queen geeft toegang tussen de werelden, deze niet, dit is het heiligdom van de godin Moira, die kan een huwelijk sluiten met een overledene. Risha maakt zich zorgen over zijn eigen status als Patrick koning wordt. Moira legt uit wat de bedoeling is: “Ik Moira, jij koning. Jij gaat een brandstapel bouwen. Als Patrick verbrand is, gaan Derek en ik de as verzamelen en die brengen we naar de top van de heuvel. Bij zonsondergang komt Moira en de koning van Soulfield treedt met haar in het huwelijk. En bij het begin van de nieuwe maancyclus kan de Faery Queen terug komen. Hij wordt koning van de doden en jij van de levenden. Het is geen bedreiging voor jouw macht. Chantal is weg, daar kunnen we niks aan doen. Maar jouw koningschap kunnen we lijmen.” Risha is gerustgesteld en gaat brandhout verzamelen. In de loop van de dag komen diverse soulfielders hem daar mee helpen.

Tegen de avond arriveert de scootmobiel met der Alte en Claude. Onderweg krijgt Claude les in ingewikkelde sideraal technomagie. Claude vraagt of der Alte weet waar Risha een spreuk kan leren om onder water te ademen. Die wil dat niet vertellen, dat moet de jongen zelf maar vinden. Siderials zijn officiaal neutraal. Het was al erg genoeg dat ze het witte hert hebben geleverd. De Alte wil wel blijven kijken bij het ritueel.

Gwan kijkt nog even in zijn kristallen bol hoe het in de ambassadestad gaat. De eerste en tweede cirkel gebouwen rond het plein blijven staan en worden gerestaureerd, maar de rest van de stad wordt gesloopt om daarna te worden heropgebouwd. Daguerre weet de werklui goed te enthousiasmeren. In Risha’s tempel is de eenoog ambassadeur druk theologisch aan het discussiëren met Malice.

22-iv-R1

De volgende dag komen er steeds meer mensen. Adrarn is al behoorlijk aan het ‘soulfielden’, going native. Hij stelt ons voor aan Nettie: “Dit zijn de mensen die me hebben gered: Chang is het hoofd van het leger, Gwan is de minister van handel en dat is de koning.” Netie is diep onder de indruk. Ze vaagt ook naar Claude, de vierde man in ons groepje. “Wie hij daar is? Laten we het daar maar niet over hebben.”

Risha vraagt aan Moira hoe de twee pantheons zich volgens de Soulfielders tot elkaar verhouden. “Ushas en Agnes zijn de twee vrouwen van Oaken. De opkomende en ondergaande zon. Daarnaast hebben we de Green Man als echtgenoot van Graire, de volle maan. De riviergodin Sheila kennen de Shintasta niet. Qua heilige pekken hebben we niet alleen de Hoogzetel maar ook de Veenzaal in het Oude Wijven Bos.En ie is nog helemaal van ons. Bronwe is verkloot door de brahmanen.” Chang vertelt over de vampiers die uit de put kwamen. Er zijn er een aantal ontkomen. Die zijn volgens haar naar Sorceror’s Well. Ze gaat er van uit dat er weliswaar een verbond is tussen Sorceror’s Well en de Eenoogaanhang, maar het is zeker niet het zelfde. Sorceror’s Well hoort bij de Abyss en de Eenoog cultus behoort bij de kwaadaardige orde van het Web. Die haalt alle plezier uit het bestaan om maximale efficiëntie te bereiken. Maar Eenoog zelf lijkt een macht te zijn die boven de twee uit stijgt. Ze vertelt ook dat de goden onze offers nodig hebben, daarom hebben ze de brahmanen nodig maar ze kijken er wel op neer.

Vroeg in de namiddag wordt het tijd om de brandstapel aan te steken. Risha maakt er een indrukwekkende show van. Chang ziet met spirit sight dat er angstaanjagende monsters uit de brandstapel komen die zich in een kring om de heilige heuvel opstellen. Als het vuur uitgebrand is moet Risha de as en de botten verzamelen. Met hulp van zijn vrienden lukt het om de belangrijkste botfragmenten bij elkaar te zoeken. De priesteres is tevreden en steekt het mooi in de urn. Dan zetten de aanwezigen een klaagzang in en moet Risha de urn de heuvel op dragen. De monsters maken plaats om de koning langs te laten. Zolang hij de urn draagt is hij veilig. Risha zet hem plechtig op de top. Dan verandert de heuveltop in een waterige grijsheid. Uit de urn stijgt een mooie jongeman op. De godin Moira komt uit de grond omhoog en neemt zijn hand in de hare. Om de heuvel heen verandert de omgeving ook in grauwe golven. Het is niet het grijs van Eenoog, maar meer een midnight blue. De godin en de dode koning omhelzen elkaar. Op de heuvel gaan allemaal plekken open waar de soulfield doden uitkomen. Ze worden langzaam voor iedereen zichtbaar en proberen de aandacht van de levenden te trekken. Het publiek wordt bang. Op de heuvel ontstaan huisjes van 100 jaar geleden. Er zijn vluchtige ontmoetingen tussen levenden en doden. Voor ons solars en ook voor der Alte vervagen de levenden. Wij komen in de dodenwereld terecht. De scootmobiel verandert in een gewone stenen stoel. Der Alte blijkt weer te kunnen lopen. Cool!

Koning Patrick en Moira zakken weg in de bodem. De dode boeren kijken op en om naar ons, een beetje bang. We gaan naar de top. Daar is een zwart gat met een trap omlaag. Het voelt niet eng, er zijn geen diepere lagen onderwereld in de grond, alleen maar donker. Risha maakt licht, maar zijn kasteteken schijnt maar zwak. Het ziet er hier heel natuurlijk uit. Voor de boeren lijkt dit gat niet te bestaan. Wij naar beneden. Het is ontzettend diep. na een paar uur zien we nog steeds geen bodem. Dit lijkt een derde punt te zijn, een driehoek met Bronwe en Sorceror’s Well. Claude begint zich zijn vorige leven als solar te herinneren en zijn vriend die Herbalife verkocht. De anderen zien wit marmer in hun herinnering en zonverlichte straten.  Er is een tafel, waar we ooit aan gezeten hebben. Meer dan alleen wij, er is een soort oorlogsoverleg. Iemand, niet van ons, staat op en dan zien we heel erg veel ontploffingen. De siderial kijkt helder en alert. Hij is alles in zijn geheugen aan het prenten om het later op te kunnen schrijven. Voor Chang en Risha gaat het beeld verder: ze zien een paar van de ontbrekende beelden. De man die opstond, was de generaal. Hij nam de beslissing om aan te vallen. De anderen hadden niet de macht om hem tegen te houden. Het was niet de schuld van ‘de solars’, dit was een eigenhandig besluit van 1 persoon. Risha herinnert zich nog het meeste: hij was ook daar heel jong, hij was tegen de oorlog en wilde meer leren.

Tanais – 44

Tanais 7 februari 2013

18-iv-R1 3 uur ’s middags
Buiten de schrijn van Risha staat een bonte stoet mensen. We gaan verder naar de ambassadestad. De mensen zullen daar hun intrek nemen. De stoet gaat verder met ritueel kabaal. De hoge brahmanen gaan voorop, daarna de aanstaande koning en zijn aanhang, vervolgens de lagere brahmanen en dan de ambassadeurs en overige genodigden. Men is nogal teleurgesteld in de vervallen staat van het stadje. Bij het middenplein krijgen we de ruimte. De deftige huizen zijn onbewoonbaar en Chang laat de mensen met genoegen hun yurts zien. De ambassadeurs hadden geen 50 jaar achterstallig onderhoud verwacht. “Excuses voor het ongemak,” is een faux pas. Maar het koninklijk paleis is net zo vervallen en als ze zien dat Risha en Chantal ook een yurt moeten betrekken, begrijpen ze dat het geen opzettelijke belediging was.
De Qartiaan wil het grote handelsgebouw aan het centrale plein claimen. Dat is een van de vijf gebouwen met een kelder die in de grot met de stinkende poel uitkomt. Als Risha voor de grap opmerkt dat er nog een bordeel nodig is, gaat Daguerre daar serieus op in. Zij krijgt daar een van de vijf huizen met kelder voor. De Qartiaan heeft geen yurt nodig, maar gaat meteen zijn ruïne in. “Die knap ik zelf we op,” zegt hij. Chang gaat via een van de andere huizen snel naar de grot om de doorgang naar de magie-winkel in te laten storten. Maar onderweg komt hij de Qartiaan al tegen. Die heeft een oude kaart in de hand. Waar nu een smerig water staat, is daar een keurig ovaal getekend met een legende in het Qartiaans. Chang is nieuwsgierig.
“Kom ik zal het je laten zien,” zegt de ambassadeur. Hij zet wat parafernalia om de poelen prevelt een spreuk. “Krak!” Het water verdwijnt gorgelend en er komt een zwarte ovaal tevoorschijn. “Dit is het.” “Het voelt mooi, maar ook melancholisch,” zegt Chang. “Ja. Maar het zou alleen mooi moeten zijn, het verdriet hoort hier niet. Dit is een doorgang, het is een tegenhanger van Sorceror’s Well. Ik denk dat u mijn advies goed kunt gebruiken. Als u mij de toegang tot de heilige poel toestaat, zal ik jullie helpen.” “Dat zal de koning moeten beslissen, maar ik zie het wel zitten.” “Nu we hier toch met zijn tweeën zij, wat is het nut van al die brahmanen? Voor hun is deze bron onrein. Dit is niet van hun en u en ik willen hen er niet bij. En de put is anathema voor Eenoog! Voor ons Qartianen is dit een reine plek en ik wil er graag toegang toe om te mediteren.”
Chang verwacht dat daar wel met Risha over te praten is.
“Hebben jullie toevallig een schriftje gevonden?”
Chang is echt vergeten dat hij dat bij zijn vorige bezoek in zijn ransel had gestoken en antwoordt “Nee”.
“Jammer. Daar staan de veiligheidsinstructies in.”
Ze gaan samen mediteren. Voor Chang leidt dat niet tot inzichten. Hij steekt er een mote essence in: “Klabberdebam!”
De Qartiaan wordt abrupt gestoord in zijn meditatie en deinst achteruit. Het zwarte ovaal valt weg en je kunt achter de spiegel kijken. Het is een verticale schacht met rondom rijen nissen in de muur. Een kleine zwerm vampiervleermuizen vliegt er door naar buiten de ruimte in. “We hebben dat schrift nodig,” roept de handelaar, “er is hier iets dat niet klopt! Wat doen die nissen daar? Dit hoort een bron te zijn met zoet water tot een paar meter onder de opening.”
Ze gaan naar boven. Chang belooft om de mannen die de huizen hebben schoongemaakt te vragen of iemand het schrift gevonden heeft.

Gwan gaat de huizen inspecteren. Vooral het houtwerk is rot. Het zou sneller en goedkoper zijn om alles af te breken en de hele stad opnieuw te bouwen, maar dat is wel zonde van de mooie architectuur.
Risha en “Chantal” hebben ook een yurt. “Jij hebt er tenminste nog een leuke meid aan overgehouden,” zegt Risha tegen Claude. Ze verkleden zich voor het avondeten en gaan weer naar de gasten. Het eten is sjiek, uitgebreid, maar niet erg bijzonder. Feestvreugde en kou. Chang vertelt over de bron en de Qartiaan. In de verte klinkt geschreeuw. In een uithoek van het pein stuiven mensen weg, het is bij de mensen van Kofkof uit Abishqueck. Chang, Gwan en Risha er op af. Er staan mensen met getrokken lansen de duisternis in te turen, maar er is niks meer te zien. “Het had klauwen en heeft iemand van ons meegegrist. Het vloog die kant op!” Gwan pakt zijn kristallen bol en ziet een heel grote vleermuis die naar het Oosten fladdert. We gaan snel naar beneden om te paard er achteraan te gaan. Claude doet alsof Chantal boos is, pakt makkelijke kleren en de spullen van Claude. Na een half uur komen we bij de vleermuis. Die lijkt ergens naar te zoeken. Een pijl van Risha en de warboomerang van Claude halen het beest uit de lucht. Zijn slachtoffer overleeft de val, omdat hij precies bovenop de vleermuis terecht komt. Snel verzorgen. Hij kijkt glazig en ziet er grauw uit. De vleermuis verandert in een mens, Hij ziet er verhongerd uit. We nemen ze allebei mee terug.
In de stad is grote consternatie. Er zijn nog meer mensen zijn op dezelfde manier verdwenen. Iedereen wordt ondergebracht in het kasteel. Dat is krap, maar wel veiliger dan buiten blijven. We zijn acht mensen kwijt en die zijn niet meer te traceren. De dode vleeermuisman is een vampier, zwaar ondervoed, met geatrofieerde spieren en een weke huid. Zijn slachtoffer blijkt besmet en Claude maakt hem af.
Chang ontdekt dat het schriftje in zijn eigen bagage zit en geeft het aan Risha, Die leest de inleiding. Daar staat dat toen de brahmanen Bronwe inrichtten, deze bron een Soulfield heilige plek was. Hij is door de brahmanen niet goed afgedicht. Toen de Qartiaanse ambassadeur de put ontdekte, was de schade al gedaan. Hij was aan de oppervlakte gecorrumpeerd. De Qartianen hebben hem verzegeld.
We halen de handelaar er bij. Hij stelt zich aan Risha voor als Qadier Halanie en belooft te helpen Hij spreekt de waarheid. Hij is stomverbaasd dat Risha het schrift kan lezen. Qadier leest verder. In het verslag staat dat in de nissen doodskisten zitten. Dat gaat 20 rijen diep en daarvoorbij bereik je pas de echte put. Het water staat onnatuurlijk laag. Dus daarom is de bron verzegeld, ze konden hem niet zuiveren zonder hem te vernietigen.
De aanvallen van vampiers worden ons door de ambassadeurs niet kwalijk genomen. Eindelijk gebeurt er eens iets spannends. Hier wordt geschiedenis geschreven!

De volgende ochtend maakt Claude zich als Chantal op voor de trouwerij. Hij draagt een stevige leren broek onder de trouwjurk. Om half elf moeten we acte de présence geven, dus Chang wil om half negen bij de put zijn voor als bij zonsopgang de vampiers terugkeren. Maar het blijft stil. Het waterniveau is duidelijk gestegen. Gwan schijnt het licht van zijn kasteteken de put in. In 1 op de 10 nissen begint het te sissen en te smeulen. De allerzwakste vampiers konden niet meer naar buiten en worden nu verzengd door het licht. Solars zijn behoorlijk dodelijk voor vampiers.
Dan begint de ceremonie. We gaan via de weg weer omlaag en rijden onderlangs naar de priesterstad. Langs de weg staan priesters aan weerszijden te zingen. Met Spirit Sight ziet Chang een soort schaakbord in de lucht waar reusachtig grote goden als publiek om de stad heen zitten. Chantal moet het Ushasvuur aansteken in een vrouwendeel van het tempelcomplex. Caude is geen vrouw. Het plan was slecht doordacht. Hij voelt zijn ballen verschrompelen. Heel onaangenaam. Maar hij zet toch door. De lucifers doen het niet. Hij steekt er essence in. Het vuur flakkert even en gaat weer uit. Er wordt onrustig gefluisterd. Een vrouwelijke brahmaan zegt: “Zal ik je hand even vasthouden? Je bibbert een beetje.” Zelfs met hulp lukt het niet. Dat veroorzaakt nog meer onrust. Chang ziet dat sommige goden nu wat beter beginnen op te letten. Een aantal dames gaan zingen en pakken ‘Chantal’ van twee kanten vast. Wij zij er om je te steunen. Pashupati glimlacht, Mutri fronst, Ushas is helemaal niet blij en de rest van de goden let niet zo op.
Door naar het vuur van Shagri. Nu kijken alle goden belangstellend. De gevoelloosheid breidt zich uit. Het lukt weer niet om het vuur aan te steken. Sandra en Florence zitten bij dit altaar. Hier zakt Claude bewusteloos in elkaar . Ze proberen hem bij te brengen, maar de goden hebben besloten hun geen kracht te geven. Lichte paniek. Sandra en Florence steken met een bewusteloze Chantal als ledepop het vuur aan. Chang ziet dat de goden nu wel heel belangstellend toekijken, en dat de godinnen nu wel heel verontwaardigd zijn. Chantal wordt naar buiten gedragen. Er daalt een stilte neer over de menigte. Chang doet Touch of Blissful Relief (twee tienen en een willpower = volledig success). De goden zien het vooralsnog door de vingers.
Er wordt naar Risha gekeken. Die weet het ook niet, maar zegt: “Misschien kunnen Sandra en Florence helpen?” Bij het volgende altaar slaat de slapte weer toe, maar met zijn drieën is het geen probleem om het vuur in een keer aan te steken. Er klinkt voorzichtig gejuich.
Dan komen ze aan het vuur van Samas. De grote ketel staat op het altaar midden op het plein. Je ruikt het aardgas. Dit zou minder moeilijk moeten zijn want het is een mannenvuur. Het gaat dan ook moeiteloos aan. En dat is ook weer verdacht. Risha hoort brahmanen mompelen: “Dat het vuur van Samas zo hard brandt moet wel het werk van Eenoog zijn.”
De goden kijken boos. De godinnen worden in bedwang gehouden: “Om nou alle brahmanen te straffen om iets wat één idioot gedaan heeft … nee.” Toch zoeken ze naar een excuus om een bliksemschicht te gooien.

Op het laatste plein staat alles klaar voor het offer. Het staat vol met offerdieren, maagden zingen, Chantal wordt onder een deken gestopt met het paard dat wordt gewurgd (Claude voelt niks). Ze komt snel weer tevoorschijn. Risha klieft het hoofd van het paard.
Oaken wordt ook zichtbaar voor Risha en vraagt hem waarom hij dit gedaan heeft. Risha biedt zijn excuses aan. Chantal is geen Shintasta. De goden zijn boos, maar Risha krijgt toch de zegen. Dan gaan ze weg. Risha vraagt Oaken of er nog wat gedaan kan worden. De god blijft nog even praten met zijn kampioen: “Dit was een wanvertoning. Maar de brahmanen hoeven er niets van te weten.”
Er zijn hier meer mensen die de geestenwereld kunnen zien. Sommige brahmanen en de siderials. Ze hebben gezien dat de god aan de koning verscheen, maar gelukkig niet gehoord wat hij zei.

The RoSE – 31

In de berg.

Marina en His staan nog steeds bij de oude ent. Die is aan het vertellen hoe vermoeiend het is om 100 vrouwen tevreden te houden, elk met 100 kinderen. Dat lijkt op de huidige drukte. Ze helpen hem met het uitgraven van de wortels. Als ze het wortelstelsel vrij hebben, fuseert het tot twee stevige benen met flinke platvoeten. Ook zijn takken trekt hij in, of samen, tot het twee armen zijn. Na een tijdje is hij een dragonblooded, maar wel een heel oude met hier en daar nog een blaadje en een trosje appels.
De bovenverdieping van de berg is inmiddels weer leeg, op de priesters na. Op de lagere woonlagen proberen de paar overgebleven volwassenen het leven weer zijn gewone gang te laten gaan. Als we er een paar dragonblooded adolescenten vinden die op zoek naar wapens zijn, herinneren we ons dat er beneden een grote voorraad magische wapens en harnassen ligt. Hebben we nog tijd om die op te halen? De oude ent loopt niet zo snel. Als ze nou transport voor hem naar de poort regelen en zelf intussen de wapens en harnassen gaan halen? We zien dat er ook kinderen met gouden haar rondlopen, we zien van die haarkleur maar één jongen op tien meisjes. Marina denkt dat ze misschien meerdere elementen beheersen. En ze vraagt zich af wat de appels voor ons zouden doen. De ent geeft haar eentje. Hij is heerlijk maar het doet niks. Ze nemen 60 tieners mee, 10 van ieder element en 10 goudhaartjes.
Als ze in de benedenstad komen zien ze dat er een laag olie op de grons ligt. Marina wil er aan ruiken, maar zodra ze het aanraakt glipt het om haar heen. Het probeert ook haar mond en neusgaten binnen te dringen. Marina verandert zich in een vliegende vis en probeert terug naar de uitgang te zwemmen. De olie is echter te dik en trekt haar terug. His slaat op de rest die nog op de grond ligt. Marina voelt dat de olie in maagzuur aan het veranderen is en verandert snel in een mini-vorm. Een jongen schiet een energiepuls uit zijn handen en raakt. His slaat weer, nu wel raak. Het monster smelt weg en Marina neemt weer haar mensvorm aan. His zet zijn oog van Ligier aan, dat vinden de kinderen wel eng.
His loopt voorop. Zonder verdere aanvallen komen ze bij de deur. Als de golem zich vormt, stapt Marina naar voren en fluistert het wachtwoord. Binnen in het arsenaal is er nog genoeg voor iedereen. Iedereen zoekt enthousiast een uitrusting uit. Marina pakt voor zichzelf een paar witjaden smashfists. Wat er over is nemen ze ook mee.
Boven is opa intussennaar de Zuidpoort gereden. Hij brengt de tijd door met het vertellen van verhalen. His zoekt een uitgang boven, verandert in een adelaar en vliegt naar de anderen buiten.

Tawuz vraagt de generaal om zijn naam. Die heet Lerdaal Gras;hij is geadopteerd en komt uit Chiaroscuro. Dat er alleen vrouwen en kinderen in de stad over waren, hebben ze met scry’en geleerd. Dat is zo’n “nulde cirkel” spreuk. Aan blauwdrukken van de ram kan hij niet komen. Elke actie heeft zin eigen deel. Tawuz vliegt hem terug. Ze nemen afscheid en Gras gaat de water- en vuurtypes overtuigen.

Atis komt aan. Hij vertelt dat Little Shu de Red Piss Legion mag gaan leiden en vertelt hem de “do’s and don’ts”.

Rond middernacht verlaat een stoet de toren, vol met onderdelen. Ze gaan naar de Zuidpoort. Daar komen ze rond zonsopkomst, omstreeks tien uur, aan. SML verkent. Bij de Noordpoort leggen de vijf legioenen van het kamp bij de haven een cordon. De overige kampen trekken op naar de Zuidpoort. Ze gaat kijken naar het assembleren van de ram. Een stokoude tovenaar leviteert de ram zelf, die is van groen uitgeslagen brons met een roodgloeiende kop. Hij wordt in soulsteel kettingen in het frame gehangen.

Marina luistert goed naar de verhalen van de ent. Zo leert ze een boel over de Primordial War. Hij vertelt dat sommige primordials best aardig waren. Taal bijvoorbeeld. En de Levende Berg. Maar ja, ze stonden aan de verkeerde kant he. Bevel van Sol, moesten afgemaakt worden. Daar begin je weinig tegen.”
Ze is ook bij Ebon Rime langs geweest. Die is goed aan het herstellen. De robots denke dat hij nog een week moet blijven om te herstellen. Maar ze hebben ervaring met exalts: hij zal morgen vast weg willen.

Het wordt ochtend. Atis neemt Little Shu mee naar het Red Piss Legion. LS trekt zijn orichalcum plate armor aan. Het legioen staat al te wachten. Atis loopt naar de luitenant die hij gisteren begroet heeft. Hij stelt dat niemand de Roseblack kan vervanen en stelt Little Shu voor ls vervanger totdat zij er weer is. De kapitein gaat de uitdaging aan: hij laat zich niet opzij schuiven door een mooi jongetje dat een keer met de generaal heeft geneukt en een kleuter.
De kapitein kiest een hamer als wapen, Little Shu zijn reaver daiklave. Ze zullen vechten tot een het opgeeft. De kapitein springt omhoog en haalt uit. Hij raakt, maar doet weinig schade. Little Shu slaat met het heft van zijn wapen om te voorkomen dat hij dodelijke wonden maakt. Het doet geen schade, maar de manoeuvre maakt indruk. De kapitein slaat hem in zijn kruis, ook dat is raak. LS geeft hem nu met het vlak van zijn daiklave een oorvijg, links en rechts. De eerste klap is raak en slaat hem al knock-out, waardoor de rebound over de kapitein heen gaat.
Daarna komt de tweede luitenant. Die kiest voor een dire chain, waar hij indrukwekkend mee staat te jongleren. Hij is sneller dan LS en draait het wapen om LS’s nek. Hij trekt. Little Shu’s keel is gekneusd en hij zit vast. LS stapt in en slaat naar de knieën van de aanvaller. Raak! De man slaat een kreet en zakt in elkaar.
“Het is duidelijk,” zegt de eerste luitenant, “we hebben een nieuwe aanvoerder.” Hij zakt ook op zijn knie. De manschappen volgen zijn voorbeeld. Little Shu gebruikt de charm Fury Inducing Presence om ze weer tot een eenheid te smeden. De eerste luitenant roept: “Voor de glorie!” De tweede roept: “Dood aan de stomme kloot!” Little Shu aarzelt een ogenblik, maar realiseert zich dat dit de slogan van het legioen is en brult mee. De knie wordt verbonden, de kapitein komt weer bij en men zet zich in beweging naar de Zuidpoort.

Bij de poort aangekomen houdt het Red Piss Legion zich afzijdig. Ook de vijf clans van de tovenaars houden zich afzijdig, behalve die de stormram bedienen. De overige legioenen hebben zich rondom de poort opgesteld. Bij de ram staan twee reusachtige wood-elementals om de stormram te duwen en tien sorcerors om hen te instrueren. Sango, SML en Tawuz kunnen zonder moeite dichterbij komen. Sarina ook, onzichtbaar.
Als de elementals de ram achteruit trekken en hem loslaten gooien Sango en SML tegelijk een banishment. De spreuken zijn niet sterk genoeg. De stormram raakt de poort en er ontstaan grote barsten in het adamant. Binnen horen Marina en de ent het. Ze gaan de gang in.
Sarina gooit een Countermagic op de ophanging, maar die lijkt geen effect te sorteren. De elementals trekken de stormram weer terug en laten hem los. Sango gooit nog een Banishment. Een van kettingen breekt omdat de demonen waar hij uit gesmeed was teruggestuurd worden naar de hel. Daardoor raakt de ram de poort op een andere plaats en gaat hij er niet doorheen. Sango’s kasteteken licht op en ze hangt slapjes. Eye en tawuz nemen haar mee.
Intussen hebben de sorcerors door dat er sabotage gepleegd wordt en ze gebruiken Sorceror’s Sight. His en SML hebben ook nog Countermagic gebruikt, maar dat werkt niet. Atis pakt zijn powerbow en een orichalcum pijl en schiet op de andere ketting. De pijl raakt een schakel en de ketting breekt onder de impact. De poort is zwaar beschadigd, maar de ram boort zich in de grond en is voorlopig onbruikbaar.

Op dat moment gaat de poort open en wandelt de Wood Dragonborn naar buiten, gevolgd door 95 Dragonblooded tieners in jaden harnassen en wapens. De belegeraars kijken verbaasd. Iemand roept: “Aanvallen!”, maar ze leggen hem het zwijgen op.
De ent zwaait met zijn hand en de elementals verdwijnen. “Mijn kinderen, ik ben blij jullie weer eens te zien. Vrienden, kinderen, leuk dat jullie er zijn. En nog wel in zo groten getale!” Hij houdt stil en lijkt ergens op te wachten.
Een van de tovenaars bij de stormram begint een incantatie. De ent knijpt twee vingers dicht en de tovenaars lippen klemmen dicht.
Little Shu stuurt zijn mannen er op af met de raad om een appeltje te eten. De kapitein loopt er heen. “Neem een gele,” zeggen de ent en Marina in koor. Hij bijt er in en krijgt opeens niet alleen rode, maar ook groene schubben. Hij knielt neer.
“Och jongen! Doe niet zo mal.”
De luitenants eten ook van de appels, maar ze hebben nog niet genoeg essence om een tweede element te krijgen.

De tovenaars beginnen te roepen over anathema. Sommige manschappen pakken hun wapens. Shi Mei Lan had aan de aardedraak gevraagd of die zin had in actie. “Ja nou!” Dus op het moment dat ze aan willen vallen komt SML op een draak aangevlogen. Ze vallen de tovenaars aan. De draak spuwt een rotslawine. Ghurkan praat in op een van de legioenen die staan te overwegen om aan te vallen. Hij is heel overredend en bijna honderd dragonblooded die met laaiende aura’s rondom de ent staan zijn ook imponerend.
Little Shu stuurt zijn mannen af op degenen die in de andere legioenen naar hun wapens hebben gegrepen. Marina verandert in beastman-vorm en gooit appels naar de aanvoerders. Dit valt helemaal verkeerd. Iemand roept: “Anathema!” De wapens worden weer getrokken, de pijlen zijn allemaal op haar gericht. Sango overtuigt Tawuz dat zij nog best kan vechten. Eye duikt op Marina, roept: “Red de oervader van de dragonblooded!” en sist Marina toe dat ze weg moet. Die heeft het effect van haar vormverandering niet zo door.
De oude ent heeft het allemaal njet zo door. Hij spreekt zijn afstammelingen toe, maar dwaalt wat af.
De jonge dragonblooded zien opeens allemaal wapens die in hun richting wijzen en ze trekken hun eigen wapens. Sarina schiet intussen op de hoofd-tovenaar. Ze doorboort hem en hij valt dood neer. His vliegt aan als adelaar, landt achter een rots en verandert in een mens. Hij valt een tweede tovenaar aan. Helaas staan er complete legioenen om de poort heen en zijn transformatie is door velen waargenomen. “Daar is er nog een!” roept iemand. His slaat de tweede tovenaar neer met zijn zwaard.
Ghurkan gebruikt de Irresistable Salesman Technique om Marina weg te sturen. Ze verandert in een kolibrie en vliegt terug de berg in. Shi Mei Lan zit op de draak, die druk bezig is om steenlawines over de tovenaars en de agressieve legioenen heen te storten. Little Shu probeert nog steeds om de Red Piss de agressieve legioenen aan te laten vallen, maar hun was voorgehouden dat ze demonen mochten gaan bevechten en nu zien ze anathema, in hun geloof demonen, dus daar gaan ze op af! Dit was niet zijn bedoeling. Haastig probeert hij ze te stoppen.

Tawuz loopt naar de aanvoerder van het legioen tovenaars. Die houden zich zorgvuldig afzijdig. Hij mompelt: “Dat is een Dragon-Born een oervader van de dragonblooded. Als je van zijn appels eet, krijg je er extra elementen bij.” Atis valt hem bij: “Die anathema proberen jullie af te houden van extra krachten.” De tovenaars laten hun staven zakken en gooien een gebiedsbrede Countermagic. De leider van de hout-factie neemt het woord. Hij wijst er op dat er allerlei Elder Gods onder de berg zitten die nu vrij spel hebben. Dat hoeven geen lunar anathema te zijn. Hij merkt op dat wat we in de lucht zagen misschien niet de keizerin is. Alles wat ze doet destabiliseert het Rijk. Wij zitten hier met vijftien legioenen een onneembare berg aan het belegeren. En wat voor legioenen!” Hij biedt een appel aan aan iemand van het aarde kamp. Haar aura vlamt op. Dan geeft hij een zwarte appel aan een water type. Idem. “Eeuwen geleden was dit een dragonblooded stad. Dat is het nog steeds. Hier horen wij thuis! Dat …” hij wijs op de tieners, “… is onze toekomst! Dienen wij het fantoom van het Keizerrijk, of werken we aan onze toekomst?”
Mooie woorden, maar de mensen twijfelen nog.
Atis loopt op een van de aanvoerders af en geeft hem een appel. “Dit is waar die anathema je van af te houden, maar het maakt je sterker!” Hij probeert het. De appel is van zijn eigen element en hij exalteert ter plekke als dragonbooded. Tawuz geeft een hoge officier een appel. Welke kleur? Rood. Zijn haar kleurt knalrood, maar verder lijkt het weinig te doen.
Atis zegt tegen de dragonblooded dat hij het deed om te helpen. Lookshy zijn ook dragon blooded, probeert hij nog. Het antwoord luidt: “Vijanden zijn vijanden!” “Hoeveel vijanden doen de poort voor je open?” “Da’s waar…” Ze twijfelen nog een beetje. Atis laat zijn wapen zakken en His is al weggelopen.
Ook Little Shu suggereert aan zijn mannen dat ze een appel moeten nemen. Bij de meesten levert dat alleen maar een rare haarkleur op, maar er zijn er inderdaad een aantal die ter plekke exalteren. Iedereen die een gele appel eet exalteert! Maar de gele appels zijn helaas al snel op.
Als er vijf mensen geëxalteerd zijn, roept een sergeant luid: ” PROTOCOL SLAGVELD EXALTATIE ! ” Het is al eeuwen niet meer gebeurd, maar het Handboek Soldaat voorziet er in dat iemand exalteert, zelfs tot solar. Het is een extreem oude passage die nooit gewijzigd is omdat de siderials niet verwachtten dat het ooit nog zou gebeuren, terwijl ze wel de hoop levend wilden houden om de troepen gemotiveerd te houden.

De belegeraars die in de stad willen blijven merken dat er strenge regels zijn. Atis regelt dat de dragonborn alle nieuw-geexalteerden in zijn familie kan adopteren. Tawuz koppelt wat oudere dragonblooded aan de niet-geexalteerde volwassenen in de stad. De dragonblooded krijgen zo een postie binnen de stad en de lokalen krijgen geëxalteerde volwassenen als medestanders.

15 xp.

Tanais – 43

17-iv-R1

4 uur ‘s ochtends

De catamaran wordt verstopt in de delta, ergens op een onbereikbare plek, en onklaar gemaakt tegen diefstal. Claude ontmantelt ook de duikklok. Doodop reist het gezelschap verder op de pegasi. Chang sukkelt onderweg nog in slaap, maar Gwan heeft dat op tijd door en wekt hem voordat hij van zijn paard stort.

Risha gaat ’s morgens naar de brahmanen om te doen alsof hij braaf mee wil doen aan de ceremonie.  Onderweg naar hun verblijven komt hij allerlei spannende shintasta genodigden èn ongenodigden aan. Saddhus zijn een soort hippie-brahmanen en vratyas zijn ascetische priester-krijgers. En er zijn natuurlijk heel veel nomaden. Risha vraagt aan de hoofdbrahmaan wat hij moet doen. Hij hoeft geen teksten te leren, maar hijn wordt wel meegenomen naar een achterkamer, waar een groot heilig kromzwaard wordt bewaard. Die is bedoeld om het paard te slachten. Risha krijgt een mindere brahmaan mee en gaat bij de slagers in de leer om het dier in één slag te onthoofden. Hij krijgt een diagram en allerlei ingewikkelde instructies en blijkt zowel de kracht als het talent te hebben. Na het oefenen mengt hij zich anoniem tussen de toegstroomde mensen. De jonge brahmaan die met Gwan meegereisd was staat op een zeepkistje te oreren. Zijn publiek zijn de intelligentere mensen. “Het gaat om het innerlijk, niet om de uiterlijkheden! Offeren vanuit een leeg hart is betekenisloos.” Risha wéét dat de goden daar anders over denken en gaat even de discussie aan. Maar de brahmaan heeft het over je persoonlijke ontwikkeling. De koning gaat verder en vindt een groepje boeddhistische monniken in oranje gewaden. Ze houden zich wat afzijdig. Gwan had ze al genoemd, het zijn shaolin monniken en ze prediken geweldloosheid. Hij vraagt wat er zoal gebeurd is bij Shearton en ze vertellen er over. Ook hun filosofie klinkt heel zinnig. Daarna gaat hij naar een siddhu die op één been staat met een dikke joint. Risha vraagt hoe hij in contact komt met de goden. De heilige man blaast een wolk hasj dampen in zijn gezicht. Dat is een duidelijk anwoord.

 

Adrarn is met Chantal naar de Soulfields. Hij is Nettie aan het versieren, dat lukt heel aardig: het iseen gezellig en lieflijk stel. Hij kookt voor haar en ze vindt het vreemd, maar wel erg lekker. Chantal is ondertussen de koningin aan het spelen en gedraagt zich waardig. Dat wordt door de soulfielders op prijs gesteld, maar brengt het Adrarn in verwarring. Zo kent hij haar niet.

 

Hoog in het luchtruim vliegen drie pegasi met vier ruiters die zo uitgeput zijn dat ze niet van het uitzicht kunnen genieten.

 

Risha gaat naar de boeddhisten om te vragen wat er bij Shearton is gebeurd. Ze vertellen dat zij als laatsten de stad uit zijn geschopt. Als je geen lid bent van Eenoog, kom jke de stad niet in. De revolutionaire raad is gekruisigd. Maar de monniken zijn geweldloos, dus zij mochten vertrekken. Het Oude Bospad is dicht. Als je slim bent, neem je die niet. Elke keer dat je passeert moet je spirituele tol betalen: een stukje karma. Dat maakt je ook vatbaarder voor et geloof van Eenoog. Risha realiseert zich dat dit betekent dat alle schapenhandelaren die heen-en-weer reizen dus allang missionarissen van het kwaad zijn. Dat bevestigt de monnik. Risha hoort ook dat Sorceror’s Well weer bewoond is en dat de bron wakker is. Het Niets van de monniken is onthechting, maar het Niets van de Abyss, dat wil je niet weten. De monnik is er gelaten onder: “Er zal altijd kwaaad zijn. Niet meedoen, dat is het enige wat er op zit. Er is geen probleem als jij het er niet van maakt.”

 

De middag gaat voorbij en het wordt donker. De Pegasi komen aan. Claude heeft zich vermomd als zuiderling en noemt zich Frans Bouwer. Risha begroet ze bij de stalln. Claude en Risha leggen het bij. Claude heeft belooft geen brahmanen meer aan te vallen en Risha belooft het verleden te laten rusten en amnestie voor Claude te regelen. Claude heeft nog twee andere verzoeken. De ene is een huis in Bronwe voor Daguerre en haar gouverneur van het Zuiden te maken. De andere vraag is voor alle vrouwen het recht om hun eigen man te kiezen. “Dat laatste,” zegt Risha, “kan ik niet beloven. Die macht heb ik niet. En als ik zomaar een volstrekt onbekende vrouw gouverneur maak, dat zal niemand accepteren. Mijn positie als koning is nog erg wankel.” Na enig onderhandelen stelt Daguerre een proefperiode voor. Dat lijkt acceptabel.

Claude blijkt niet onder de indruk van de gore details van de ceremonie, hij heeft al voorbereidingen getroffen in de vorm van leren onderkleding en zo. Risha merk nog op dat Chantal geacht wordt na de ceremonie hetr boek uit de grafheuvel te tekenen. Ze is er niet. Dus het zou fijn zijn als dat boek weer in de grafheuvel ligt, om tijd te rekken. Gwan biedt aan hier achterheen te gaan.

 

Dan worden we gestoord door een bediende. “Majesteit, er zijn drie gasten. Eentje met een vreemd vervoergeval.” Dat klinkt als Der Alte. Claude verandert zich in Chantal en gaat, net als Gwan en Chang, slapen. Ze waren al moe voor de reis, nu zijn ze uitgeput. Risha begroet de drie siderials.

Ze staan voor de poort met een wit hert op een Tenser’s Floating Disk. “We blijven niet voor de ceremonie,” begint Der Alte. Risha zegt dat ze meer dan welkom zijn en dat er veel lekker eten en drank zal zijn. “maar we willen wel op de achtergrond blijven kijken.” vervolgt de siderial, “We hebben iets onderschept. Hoge Eenogers jaagden op dit hert. Maar dat hadden jullie moeten doen. Het is een profetie, een vergeten mythe. ‘Als het witte hert verschijnt, staat er iets belangrijks te gebeuren.’ Wij zijn natuurlijk neutraal. Maar we staan net iets meer aan jullie kant. Het witte hert heeft met de witte stad te maken. Wie de kracht van het witte hert tot zich neemt, krijgt de sleutels van de witte stad. Zelf gejaagd, zelf het hart opeten.“ Risha biedt ze de laatste luxe gastenkamers aan en gaat daarna aan het hert sjorren. Zodra hij het van de schijf heeft, begint het tot leven te komen. Stasis! Hij duwt het dier er snel weer op en stuurt een bediende uit ‘om koningin Chantal, generaal Chang en minister Gwan te wekken, maar als ze niet willen komen is het niet erg.’ Chang was inderdaad best moeilijk te wekken. Risha geeft de gewonde bediende een ruime schadeloosstelling.

Hij legt kort uit wat de siderials vertelden en duwt de vliegschijf naar de tuin. Daar duwt hij het hert van de schijf af. Eerst beweegt het nog een beetje langzaam, maar dan wordt het bovennatuurlijk snel. Risha mist het dier twee maal met zijn soulsteel boog. Hij is blij dat hij er voor gekozen heeft om niet egoistisch alleen op de hert te jagen, maar zijn vrienden er bij te betrekken. Gwan raakt het dier, Claude raakt ook en Risha´s laatste pijl is eveneens raak. Risha onthooft het hert in één slag, volgens de instructies van het paardenofferritueel en snijdt dan het hart er uit. Hij neemt een grote hap uit het hart en laat het rondgaan onder zijn kameraden. Dan vilt Risha het hert. Het karkas gaat naar de keuken, het hoofd naar de taxidermist en de huid naar de looier. Daar wil hij een mooi leren pak van laten maken. De ballen zijn natuurlijk voor Claude, sorry ‘Chantal’.

Natuurlijk is de hele jacht, het delen van het hart en het opdelen van het hert door tientallen hovelingen vanuit de ramen gezien. Risha vindt dat niet erg, het helpt in de vorming van een mythos.

 

18-iv-R1

De volgende dag, acht uur. Er is een juichende menigte. Diverse soorten brahmanen maken zich nuttig of juist onnuttig. Er zijn zoveel maagden als ze konden vinden. Iedereen is te paard, behalve Risha en Claude/Chantal. Die hebben een wagen, getrokken door twee paarden. Het offerpaard wordt apart aan de teugel meegevoerd. De processie duurt lang en de hofastroloog kijkt naar de sterren. “Tlakos staat in Oaken’s Boat. Een gunstig voorteken voor deze regering.”

Gwan is nog bezorgd over de rituelen, de brahmanen stellen hem gerust. De hemel is loodgrijs. Na een paar uur komt de processie aan een vierkant stenen altaar. Daar wordt een vuur ontstoken. De koning en de ‘koningin’ werpen er geklaarde boter op.

Dan komen we in de buurt van de ambassadeursstad. De brahmanen hebben hier een schrijn gebouwd voor de weggelopen kinderen. Risha gaat naar binnen met zijn volgelingen. Malice, de jonge brahmaan die samen met Risha uit Satem is gevlucht, wordt geinstalleerd als priester. Oudere brahmanen voelen zich gepasseerd en dit heeft kwaad bloed gezet.

In de schrijn staat en bronzen beeld van Risha. Het is levensecht. Risha is er heel  blij mee. De brahmanen hebben echt moeite gedaan om deze schrij  aan de regels te laten voldoen. Bij de installatie van de schrijn committeert hij een paar motes Essence aan het beeld en aan zijn priester (Essence Lending Method) … Risha’s cultus is er een punttje sterker door geworden. De priester kan nu magie gebruiken. Weggelopen kinderen zullen hier een veilig thuis vinden.

Het begint te sneeuwen en er steekt een koude, gure wind op. Terwijl Risha bezig is, komen er zes mannen te paard aan met het Shintasta banier van Satem. Ze houden halt voor de ingang van de schrijn. Als de jonge prins Risha naar buiten komt ziet hij tot zijn schrik dat zijn broer, de koning van Satem, er zelf bij is! Er is op aarde maar één persoon waar hij bang voor is en dat is zijn broer! Maar hij houdt zich groot.

“Welkom, broer,” zegt Risha, “ik zag dat er nog een klein troontje was dat leeg stond. Jij bent de oudste, aan jou is het grote rijk. Het rijk van Satem is van jou. Ik wil niet doodgaan en ik wil jouw troon niet.  Als jij mij dit kleine landje gunt, dan kunnen wij in vrede samen leven.”  Zijn broer lijkt het aanbod te accepteren en vervoegt zich bij de stoet die naar de ambassadeursstad gaat.

 

Over naar Chantal en Adrarn. De Soulfields zijn megalitische tombes met een voorportaal. De afsluitsteen van een ervan is verwijderd. Daaromheen iseen soort amfitheater gemaakt. Priesteressen invokeren Chantal en zij moet er naar binnen gaan. Adrarn vraagt: “wat ga je daar doen?” “Ik moet de tombe in, naar de doden en terug. En terugkeren als de vrouwe van Faery. De koningin van de doden komt in mij, en dan ga ik spreken. Ik weet nog niet wat. Het is minder statisch dan de shintasta. Het zou voor mij een reinigende ervaring moeten zijn. Ik zal me waarschijnlijk wel anders gedragen … ”

Ze gaat naar binnen. Dan klinkt er een luid grkrijs. Gekerm vanuit de tombe. Er gaat een rimpeling van verrassing door de mensen. Da valt plaatselijk het licht uit. Het geschreeuw wordt harder. Er is angst in het publiek.

 

KNAL!!! De tombe ontploft.

 

Het publiek stuift uit elkaar. Adrarn zoekt beschutting op. Daarna wordt het stil. Een heel grote zwarte raaf stijgt op uit de tombe en vliegt naar het Oosten. Dan gaan de priesters voorzichtig een kijkje nemen. Chantal is er niet. In de tombe vinden ze resten van keramiek en as van crematies. Is dit de bedoeling?  Nee!  Maar misschien weten de siderials meer … ?
Nettie zoekt beschutting bij Adrarn en hij troost haar. Men gaat maar weer huiswaarts. De familie neemt hen op sleeptouw.

 

 

3 xp

The RoSE – 30

The RoSE sessie 30 – 17 januari 2013

In de berg.

We kijken verder naar de aanwezigen in de tempellaag. Zijn er nog capabelen aanwezig? We kunnen de sleutels aan de hogepriester (die het overleefd heeft) geven, en aan de Mistress en Market Master. We discussieren over de verdeling van functies. Is het wel goed dat het op familiebasis gaat? “Natuurlijk!” zeggen Marina en Tawuz. We besluiten de Hogepriester te zoeken.

We schieten een langslopend meisje aan. Ze heeft rood aar en een verwilderde blik Ze geeft geen antwoord, maar zegt: “We moeten hier weg!” “Waarom?” “De berg is niet veilig. Er zit iets gruwelijks wat iedereen doodt! Ik heb net een dutje gedaan en het gezien. In mijn droom!” We proberen haar er van te overtuigen dat we er iets aan gedaan hebben, maar ze is niet helemaal overtuigd. Verderop zien we een jongen met zwart haar die expedities naar buiten voor voedsel op poten zet.

Marina verandert in een kolibri en gaat op zoek naar de priester. Ze vindt hem, zoekt een hoekje op en neemt weer mensengedaante aan. “Hé, een mevrouw,” zegt een jongetje, “Laat mijn zus met rust!” en hij grijgt een stuk essence uit de lucht. Marina laat hen wijselijk links liggen. De priester is in trance, dus Marina besluit de anderen te halen. EoA zijn we kwijtgeraakt in de menigte. De priester is druk bezig met een diagram voor een magitech apparaat dat de kracht van stoom benut, via een water- en een vuurelementaal. Marina schat in dat het nog 10 minuten duurt.

Als hij klaar is, verheldert zijn blik en begroet hij ons. Marina vraagt of hij heeft gemerkt dat het nogal druk is. “Natuurlijk,” zegt hij en probeert haar af te wimpelen. Sarina stapt ertussen en zet dat Vodak weg is. “Dat moeten de goden weten!” Ghurkan laat een druppel bloed op het altaar vallen en met het licht van de zon verschijnt ook de goddelijke aanwezigheid. Die vormt zich rondom de priester en manifesteert zich via hem. Ghurkan vertelt hem wat er gebeurd is, dat we niet weten of Vodak terugkeert, maar dat het niet langer Vodak zal zijn. “Dan is waakzaamheid nog steeds geboden, maar niet overmatig!”

De god vraagt of Ghurkan de wetten van de stad wil zegenen. Ja, dat wil hij wel. “De wetten werken al duizend jaar, en doen dat goed,” zegt de god. Sarina vraagt of er mensen zijn om het gezag te dragen. “Ja, duizenden ontwaakten.” “Moeten wij mensen aanwijzen?” “Kom nou! Dat kunnen ze zelf prima.” Ghurkan zegent het wetboek. Zijn kasteteken laait op. Dan dooft het licht en stopt de goddelijke invloed.

We besluiten dat het tijd wordt om de andere helft van onze groep te vinden. Ghurkan kan niet vliegen, dus we gaan door de geheime gang. In de tussentijd komen we de zwartharige jongen weer tegen. We vertellen dat de lagere verdiepingen weer veilig zijn, maar wel helemaal ontvolkt. Hij stuurt een meisje met ons mee.

Op weg naar beneden komen we Eye weer tegen. Ze heeft een stadswacht bij zich. Na enige uitleg wil die wel een eed op het wetboek afleggen. We realiseren we dat we de sleutels zijn vergeten af te geven. Ghurkan en Eye gaan nog even mee naar boven en nemen alsnog de sleutels mee. Als de wachter zijn eed aflegt zweert, wordt het altaarvuur opnieuw even zonnegeel. Eye heeft ook een veer vor Ghurkan. Deze blijkt automatisch te kunnen notuleren. Als we weggaan zegt het nieuwe hoofd van de stadwacht dat het goed is als we zelf onze uitreisstempels zetten.

Buiten de berg.

Als we buiten komen, opent de draag één oog. Hij herkent ons: “Er is van alles gebeurd in mijn buik. Er zijn  leylijnen verschoven, maar het voelt beter dan voorheen.” We zijn blij dat te horen, de droom van de jonge dragonblooded had ons ongerust gemaakt.

Atis hangt rond en vertelt ons wat er bij hun is gebeurd. Wij vertellen wat wij gedaan hebben. Dan gaan Marina en Tawuz als roofvogels op jacht.

’s Avonds komt de rest van het gezelschap. We vertellen over en weer wederom wat we geleerd hebben. De lunars vertellen he verhaal natuurlijk de tweede keer veel mooier. Zij vertellen ons dat de Immaculate Order nu aan het inschepen is. Hier buiten zijn nog twee taken: de stenen toren met de incantaties en de Red Piss Legion. Little Shu wil gelijk aanvallen, de rest overtuigt hem dat we eerst moeten verkennen. Shi Mei Lan vraagt Sango of ze een Countermagic spreuk in haar staf wil stoppen. Na enig heen-en-weer gepraat stopt ze een Sapphire Circle Banishment in de ene staf en twee Emerald Coutermagics (één zwaar, gebiedsspecifiek en een lichtere voor het blokkeren van één spreuk) in de staf van de Green Sun Prince. Enigszins uitgeblust blijft ze achter, met duidelijke aura. Sarina wil de Countermagic spreuk van haar leren.

Tawuz, Marina, SML en Atis gaan naar het kamp van de tovenaars. Atis wandelt het kamp in. Hij was gewaarschuwd dat hij een pasje nodig had, dus is hij voorbereid. De wachter draagt beestenvellen en een koeienschedel. De mensen in het lucht-segment van het kamp vinden zichzelf heel belangrijk, de watertypes zijn relaxter. Atis gaat die kant op. Marina zit, als spitsmuis, in zijn  zak en soms op zijn schouder. In het midden is het aardekamp. Daar is weer een wachter. Het kamp voelt goed. Als je het analyseert komtdat omdat er helemaal geen wyld-taint is. Het Blessed Isle voelt net zo.

Hij mag doorlopen. De toren is van basalt. 30 meter diameter en 30 verdiepingen hoog. Er is geen deur. Vanaf de vijfde verdieping zijn er ramen. Ze horen de incantaties. Die zijn in Old realm maar desondanks onverstaanbaar. Er is een pad, of beter gezegd meerdere, die allemaal convergeren op een punt vijf meter voor de toren. Atis gaat daar staan, zwaait naar degene die hem vanuit de toren bekijkt en voelt zichzelf opstijgen. Hij landt in een kozijn. Daar overtuigt hij de wachter dat hij geen kwaad in de zin heeft – anders had hij zich nooit aan de deur gemeld, toch?

De man legt een muntje onder zijn tong en spreekt de spitsmuis Marina aan. Hij denkt dat ze een familiar is. Hij vertelt dat ze bezig zijn met nulde cirkel magie waarvoor je geen wilskracht nodig hebt. Bijvoorbeeld met familiars praten, iemand leviteren, dat soort dingen. “Nee, we zitten hier geen demonen op te roepen. We zijn ze juist aan het binden! De ram is bijna klaar.” “O, de stormram voor de poort.” “ Ja die! Maar … het was gezellig, ik verveel me hier te pletter.” Atis wil nog wel eens langskomen. Dat is prima! Hij heeft normaal de hondenwacht.

His gaat als zeeman het waterkamp in en zoekt een bar. De stemming is geanimeerd, pop een tafel danst een topless meisje. Bij de bar worden dealtjes gesloten voor overvallen en plundertochten. Morgen is de grote dag. Maar dat gaan ze met vlag en wimpel winnen. De stad is gevallen, ze rammen de poort in, verkopen de kinderen en de paar vrouwen die er nog zijn. Ze zitten nu al te plannen voor na de overwinning. His regelt een vaatje bier.

SML en Tawuz cirkelen rond de toren. De reden dat de zang niet te verstaan is, is omdat er allemaal verschillende spreuken gedaan worden. Ze zijn duidelijk bijna klaar. Ze kijken ook nog even bij de houttypes. Dat zijn de gifmengers. Ze zitten te kleumen bij hun haardkatten. De vuurtypes hebben het ook koud.. Zij smeden plannen om de houtmensen te pakken te nemen – dit zijn de kannibalen.

We komen weer bij elkaar. Het zou mooi zijn om met een banishment de stormram te saboteren. En om de dragonborn op de wood-factie dragonblooded in te laten praten. De leider van dat kamp is een kandidaat en His is het beste in mensen overtuigen. Atis wil ook nog even naar het Red Piss Legioen. SML wil wel mee in katvorm.

Bij de houttypes. His verandert van vogel in zeeman, Marina in spitsmuis en Tawuz in kat. His heeft het vaatje bier mee. Voor de tent van de commandant zit een alchemist de wacht te houden. Hij is heel wantrouwig. His vertelt dat hij onbekend is omdat hij in de berg aan het infiltreren was. De man blijft wantrouwig. Met enige moeite overtuigt His hem om een biertje te nemen. De man wil overtuigd worden dat His echt kan infiltreren. Hijzelf verandert zijn arm in een tak, His antwoordt door zijn oog van Ligier te laten zien. Dan is de man overtuoigden roept: “Baas, er is iemand voor je en hij komt van beneden!” His schenkt hem bij in de enorme drinkhoorn die hij opeens omhoog houdt. Anderhalve liter …

Binnen zit een oudere man. Hij ruikt naar lelies, heeft een houten harnas en een groene snor. Hij bemonstert His: “Jij hebt een audiëntie weten te regelen bij mijn deurwacht!” “Ja, ik heb nieuws en bier. Iets minder dan daarnet, maar toch.” “Ja mijn deurwacht heeft een hoorn waar anderhalve liter in past,” lacht de commandant. Marina klimt als muis op een kastje. “U heeft een menagerie.” “Ja, dat is gemakkelijk als je infiltreert.”

“Maar,” zegt His, “ik ben in de berg geweest en als de plannen door gaan, kan het fout aflopen.” Na enig praten vertelt His dat er een dragonborn in de berg zit. “Oh. Die kan het Red Piss Legion in zijn eentje aan. Graaf hem uit, was zijn wortels en hij kan weer lopen. Tot nu toe is alles wat u me vertelt de waarheid.” His zegt dat de dragonborn traag is en dat hij de aanvoerder graag mee wil nemen. Die vraagt of het veilig is, of hij het overleeft. His zegt ja. “Hoe ga je me door de adamanten poort naar binnen krijgen?” “Niet.” “Hoe dan?” “We vliegen naar boven. Kijk niet vreemd op als één van mijn menagerie verandert in iets wat kan vliegen.” De man is zelf inmiddels al onzichtbaar geworden.

We lopen het kamp uit. Als we buiten zijn, geeft His een signaal. Tawuz verandert in zijn war-form. De generaal zucht: “Anathema. Ik had het kunnen weten. Wel … ‘in for a penny, in for a pound’” Hij stapt op Tawuz’ rug. His zegt: “Marina, jij kent de weg.”

Als we landen stapt de man af. Tawuz neemt weer mensvorm aan en begroet hem. His probeert te vertellen dat dragonblooded en lunars vroeger samen werkten. De man wil het niet horen. Dan lopen we naar de dragonborn. Hij herkent ons niet, maar wel de appel die hij heeft meegegeven voor Wijsheid. Hij biedt de commandant ook een gele appel aan. Die eet er van, na enige twijfel. Om hem heen ontstaat eerst een vuur-aura en daarna een lucht-aura. De commandant is overtuigd dat de oude een echte dragonborn is, maar vraagt zich nog steeds af waarom we hem hierheen hebben gebracht. We laten ze even praten.

Het gesprek gaat eerst over tuinieren, over wat je moet doen met planten die te ver zijn teruggesnoeid: je moet de laatste takjes stekken. Deel twee van het gesprek is minder omslachtig. De ent vertelt dat Vodak 10.000 dragonblooded exaltaties in zich had opgenomen, die hij nu weer probeert uit te delen. “Breng mij naar buiten, dan kan ik de rest ook uitdelen!” De commandant realiseert zich plotseling dat dit betekent dat vrijwel iedereen in de berg geëxalteerd is. Een aanval zou een slachting worden! Maar hoe kan hij de rest van het leger waarschuwen? Tawuz zegt dat ze de srijdram kunnen saboteren. Ja, dat zou tijdwinst opleveren. Het kost enige moeite om His te overtuigen dat dit niet subtiel kan: een aantal demonen zal los komen.

De houtcommandant wil terug. Hij denkt dat hij de facties hout, vuur en aarde zal kunnen overtuigen om niet mee te vechten. Tawuz vraagt hem om weer op zijn rug te stijgen. Onderweg vraagt Tawuz hoe de commandant heet, hoe ze wisten dat er alleen nog maar vrouwen en kinderen in de stad waren en of hij aan de bouwtekeningen van de stormram kan komen. <Dat spelen we volgende keer uit.> De rest gaat op weg terug naar de pack om ze in te lichten, battleplans te maken, etc.

Atis gaat naar het Red Piss Legion. Hij meldt zich en zegt dat hij voor the Roseblack komt. “Nou, dan zit je goed fout. Die is in de Imperial City. Ze is nu minister van Defensie.” “Kan ik contact met haar opnemen?” “We hebben wel wat manieren. Het kan met een jaden ibis. Eén obool en ik regel het voor je. Meenemen wordt te ingewikkeld, je moet het hier invullen.” Atis denkt diep na. Kernpunten: Bericht van Atis. Ze kan hem vertrouwen. Hij wil haar over twee weken ontmoeten op de eerste ontmoetingsplek. Haar legioen is opvallend ver weg en doet niet het beste werk voor het Rijk.  De ibis wordt verstuurd. Het duurt drie dagen enkele reis en de contacten zijn moeizaam de laatste tijd.

Het klinkt voor Atis als een groep mensen met behoefte aan leiderschap… Hij vraagt naar de secundant. Die is er wel. Hij regelt bier en een gesprek. Kort gezegd: ze missen inderdaad leiding. Zonder de Roseblack zijn ze een zooitje ongeregeld dat uit elkaar valt. Atis laat de leiders om zeven uur op appèl komen. Hij stelt Little Shu voor als tijdelijke aanvoerder.

EoA vertelt de aardedraak dat ze belooft heeft om een luchtdraak als doel van de sacred hunt te nemen. De draak begrijpt het eerst niet, maar zegt dan: “Je hebt een wapen nodig en onkwetsbaarheid. Dat laatse kan ik je geven en een wapen heb je niet nodig. Je hebt toch Shalgero’s Pride? Wacht er overigens niet te lang mee! …”

Xp – volgt nog

Tanais – 42

Alison avontuur 42 – 10 januari 2013

16-iv-R1
Het is nog steeds koud en winderig. Claude vaart verder en Daguerre kookt ontbijt. Over 2 à 3 uur zijn ze op de goede plek. Er zijn geen zandbanken meer. Er zijn daar geen zandbanken meer. Het is open zee, veel dieper.
Chang gaat bij het krieken van de dag verder het stdje schoon maken. De botten van de Soulfield koning en koningin laten ze liggen in het bed. De huizen zijn erg vervallen en niet ‘gast-waardig’. Ze vinden kelders en aanwijzingen dat er ook natuurlijke grotten moeten zijn. Chang gaat er eentje binnen. Eerst kelders en die gaan over in een lager gelegen natuurlijke grot. Binnen is het warmer dan buiten. Hij laat bivak in de kelder opslaan en gaat zelf verder naar een caverne met een plasje stinkend water in het midden. Er zijn meerdere doorgangen. Hij gaat naar rechts. De grot gaat weer omhoog en hij komt in een andere kelder, van een middelgroot huis. Hij vindt een schriftje met Qartiaans schrift. Hij komt weer bij de mannen. Het opruimen van de skeletten gaat goed, maar alles renoveren gaat niet lukken. Er zijn twee imposante gebouwen aan het plein: een grote winkel en een soort ontvangstresidentie voor als de koning hier in de wijk kwam.
Risha gaat bij de hoofdbrahmaan langs. De excuses voor het onbeholpen aanzoek worden weggewimpeld. Dat was juist mooi spontaan. Hij kijkt wel wat ongemakkelijk als Risha over de barrows begint. Nee, de ceremonie zal in Bronwë plaatsvinden en niet in de grafheuvel. Risha maakt zich ook wat zorgen over Chantal. De brahmaan legt uit hoe het ritueel in zijn werk gaat, dat is vrij onsmakelijk. Het paard wordt gewurgd in plaats van de koning. Het is dus al een aanpassing aan een ouder, nog gruwelijker ritueel. Risha stelt het groene paard voor, dat is een deel van hemzelf. De brahmaan vindt dat zeer acceptabel. Met dit ritueel wordt Risha Shintasta koning van het land en dat bevordert het Shintasta paradigma, waardoor de brahmanen hegemonie van de magie krijgen. “Hoe werkt dat”? “Dit ritueel wijzigt het onderliggende kristal dat deze wereld vorm geeft. Het zal ons bijstaan in de strijd tegen Eenoog door ons natuurlijk voordeel te bestendigen.” Vanavond om 8 uur is er een briefing.
Gwan begint met het ochtendritueel. Dat voelt heel vervelend.Als hij klaar is slaakt hij een zucht van verlichting en mengt hij zich onder de gasten. MacArthur merkt op dat Gwan een soulfielder is en vraagt of het klopt dat de brahmanen wat milder lijken te zijn dan vroeger. Nou, volgens Gwan zijn ze nog niet van het enge rassendenken af. Hij verwijst vaag naar iemand die hun heeft gecheckt (Claude) maar die is verbannen. In ieder geval zijn de brahmanen in beweging gekomen. “Van dichtbij gaat de mooie chroomlaag er wel van af.” Mac vraagt wat Risha’s plannen zijn. Gwan merkt op die die er nog maar net zit. Mac: “Is er invloed uit te oefenen om het soulfield geloof te herstellen?” De andere vertegenwoordigers vallen hem bij. Alleen Bambi ziet het niet zo zitten. Maar de Noordelijken zeggen: “Die kroning gaat de brahmanen veel macht geven, maar als koning moet je toch wel rekening houden met de gevoeligheden van je volk. Weeffouten die aan het begin gemaakt worden, worden alleen maar groter. Hoe kleiner de afstand tot de rest van de Noordelijke Liga, hoe makkelijker de samenwerking.” Dan gaan ze over op een andere onderwerp: is Gwan getrouwd?
Op de terugweg naar het paleis komt er bij Risha een gedachte op: het groene paard is een magisch construct van kruiden en gras, het kan helemaal niet gewurgd worden en dan is er ook geen erectie/ejaculatie.

Claude komt aan op de juiste plek. Het is hier veel te diep. Het ankertouw is maar 50 meter, lang niet genoeg om bij de bodem te komen. Hij wil toch de duikklok monteren en uittesten. Hij maakt de kabel van de duikklok vast aan het ankertouw, waardoor hij tot 120 meter kan. Hij noemt het ding de Daguerrre I. De eerste onbemande poging gaat goed. Daarna gaat hij zelf, in chainmail en met zijn sai naar beneden. Het is nog steeds niet diep genoeg, maar in het heldere water kan hij in de diepte de bodem zien. Er ligt een fonkelende kaarsrechte lijn e er steken hoeken van wit marmeren platen uit het zand omhoog. Ook voelt hij een vreemde tinteling door zijn lichaam gaan. Vreemd. De expeditie wordt geslaagd geacht. Maar er is meer touw nodig. De vaargeul gaat tot 40 meter, maar de krater is onnatuurlijk diep.

Middag
Chang gaat met Adrarn naar Arjan’s Abode om yurts te regelen en zo. De mensen in Bronwë kunnen het verder wel zonder hem. Onderweg komt hij een stel feestelijk geklede soulfielders tegen die ergens naar toe reizen. Hij vraagt of ze een soulfield priester weten. “Priesteres bedoelt u?” Ze gaan naar een feest waar wel priesteressen zijn. Adrarn krijgt de lijst met nodige materialen. Hij moppert: “Jij gaat zeker weer wat leuks doen…” Chang heeft medelijden met de jongen. Die mag met het gezelschap mee en Chang gaat zelf paarden voor ze regelen. Het zijn elf mensen van 7 tot 47. Er is ook een meisje van Adrarn´s leeftijd bij. Ze vertellen hem dat het de feestdag is van de koningin van Faery. Ze zijn enthousiast en willen alles van hem weten. Hij heeft verhalen van de grote wereld. Zij gaan naar de grafheuvels om eer te bewijzen aan de dame die waakt over de graven. Het wordt een groot feest want overmorgen is haar verjaardag.
Risha overlegt met Chantal. Zij ziet het ritueel helemaal niet zitten en stelt een stand-in voor. Dan kan zij bij de soulfielders feest vieren. Risha stelt een huwelijk met de handschoen voor. Chantal bij de soulfielders, hij in Bronwë. Chantal wil Claude als stand-in. Na behoorlijke aarzelingen stemt Risha er mee in. Hij ziet er de ironie wel van in. Samen gaan ze naar Gwan. Die heeft een kristallen bol waarmee hij Claude misschien wel kan vinden. “Jou moest ik net hebben, we hebben Claude nodig om de brahmanen en loer te draaien.”
Het is lastig, maar bijn de tweede poging lukt het om Claude te lokaliseren. “Open zee? Misschien kunnen we er op pegasi naartoe vliegen?” zegt Risha. Intussen komt Chang aan die direct naar de koning vraagt. Via allerlei omwegen komt hij op de juiste plek. Hij vraagt of hij paarden mee kan krijgen. Ja natuurlijk. Maar Chantal vraagt meteen: “Kun jij Claude halen als mijn stand-in? Ik ga naar de vrouwe van Soulfield.” Chang belooft om Claude per pegasus op te halen. Sandra begrijpt wel dat Chantal een stand-in wil. Ze helpt Chang met de pegasi.
Risha gaat even bij Shivanesh langs om zijn zorgen over het groene paard te benoemen. “Nee, dan is het oorspronkelijke offerpaard toch beter.” Daarna vertrekt hij met ‘zijn aanstaande’ voor ‘een ritje’ en ze nemen nemen een aantal paarden mee naar de soulfielders. Chantal is blij. Als ze aankomen bij het soulfield gezelschap zijn die vrolijke liedjes aan het zingen. Adrarn heeft strikjes gemaakt voor het meisje en ze is daar erg blij mee. Dus dat gaat goed. Risha en Chantal geven de paarden af. Chantal en Adrarn gaan door naar de soulfield ceremonie en Risha gaat in zijn eentje terug naar de briefing. Hij krijgt de boodschappenlijst mee.

De afgezant van Abishqueck arriveert in Arjan’s Abode. Yarin doet de erewacht, dat levert hem de rang van sergeant op. Het is een mongoloïde man met een grote snor gevolgd door ruige mannen in kleurige kleren. “Gegroet. … Waar is de koning?” Na uitleg: “Grmbl. Het is niet anders.” Ze gaan direct door naar de eetzaal zonder zich op te frissen. Daar worden ze beleefd ontvangen.
Even later komt Risha aan. Hij wordt direct doorgeleid naar de eetzaal. Abisgqueck is een ruitervolk en de gezant waardeert het daarom zeer dat de jonge koning hem nog in ruiterkleding en stinkend naar paard begroet. Hij stelt zich voor als Kofkof. Hij wil een paardenweide in de ambassadeursstad. Dat is geen probleem. Risha vraagt naar de magische gletscher. “De ijstong? Die heeft een eigen energie en zorgt dat ons klimaat lekker koud blijfty. Volgens de mythe is er een grote ramp geweest. De ijstong is er al vanaf het begin van dit tijdperk. Mythische wezens wilden de wereld graveren maar dat is misgegaan en de wereld is ontploft.” Risha deelt zijn liefde voor paarden en neemt hem mee naar de stal, laat het goene paard zien en vertelt hoe hij dat zelf getoverd heeft. Kofkof is onder de indruk, en als Risha daarna ook nog de nachtmerries laat zien en vertelt hoe hij die in Sorceror’s Well tevoorschijn heeft gedroomd, is er een vriendschap ontstaan.

nacht
Op de katamaran is het gezellig. Chang komt aan en roept iets in het chinees. Claude bouwt af waar ze mee bezig zijn en gaat buiten kijken. Buiten ziet hij Chang en Gwan op een pegasus en Chang zegt: “Ik heb leuk nieuws voor je. Risha is er ook achter dat de brahmanen niet kosher zijn. We gaan ze een loer draaien en jij bent van groot belang. Risha biedt eerherstel aan.” “Even recapituleren. Ik ben verbannen omdat ik hun een loer draaide en nu wordt ik juist evraagd om een loer te draaien. Waar is hij in godsnaam mee bezig?” “Dat weet ik ook niet, maar hij is er achter dat de brahmanen de macht in shintasta handen willen. Het komende huwelijk zal hem bevestigen als koning, maar dan winnen de shintasta goden. Dat wil hij niet. Hij stelt een huwelijk met de handschoen voor zodat er een evenwicht ontstaat.”
Claude is blij te horen dat geen van beiden de overhand krijgt. De soulfielders zijn ook eng. Hij heeft net iemand van de brandstapel gered. Hij snapt wat de bedoeling is: Chantal spelen. Sandra loopt rood aan en vertelt hoe het ritueel gaat. “En Risha denkt dat eerherstel genoeg is?” Hij is wel bereid om de onderhandelingen aan te gaan.
Ze varen naar de delta. De katamaran wordt verstopt en dan gaat het hele gezelschap per pegasus naar Arjan’s Abode.

Bij aanvang van de biefing vraagt Shivanesh waar Chang en Gwan zijn. Risha vraagt onschuldig: “Wilt u een chinees en een soulfielder bij deze besprekingen? Ik kan ze laten halen…” Nee, bij nader inzien is dat inderdaad niet nodig. De problemen worden besproken: een Qartiaan heeft de grote winkel in Bronwë opgeëist. Er zijn te weinig maagden. Er moeten nieuwe rituele altaars gebouwd worden. De volgorde van het ritueel: eerst de hofastroloog. Dan de processie naar de priesterstad. Het wijden van een schrijn onderaan de berg voor Risha als god van de kinderen. Melis wordt priester van die schrijn. Dan gaat de processie naar boven. Het eerste vuur aansteken. Dan iedereen naar de ambassadeursstad om hun kwartieren te wijzen. Slapen. Dag 2 alle andere vuren aansteken en de schrijnen in gebruik nemen. Dat eindigt met het huwelijk bij de schrijn van Oaken. De derde dag is het groot feest.

3 xp

The RoSE – sessie 29

In de berg.

Het lichaam van Ebon Rime ziet er uit alsof hem zojuist het hart uit het lijf is gerukt. Ghurkan en Marina onderzoeken het lichaam. Hij komt nèt uit stasis, het lichaam is aan het opstarten. We hebben een kwartier voordat hij dood gaat.
Sarina heeft bij haar verkenningen hospitaals gezien in de buitenste ring. Ze draagt Ebon Rime en Marina gaat als spitsmuis in haar zak, EoA als sprinkhaan. Sarina gebruikt de Racing Hare Method en is in vijf minuten in de ziekenboeg. Ze leggen het lichaam op een brancard en gaan op zoek naar een eerste hulp of intensive care. Marina heeft een beetje verstand van first age technologie en drukt op eengrote rode noodknop op de receptiebalie. Een paar robots komt tevoorschijn, sluit het lichaam aan op diverse levensreddende machines en brengen het weer in stasis. Daarna informeren ze de aanwezigen dat er een dokter nodig is. Hun kennis reikt niet zo ver. En nee, ze hebben geen kunsthart op voorraad.
Tawuz neemt zijn beastman vorm aan, daarmee kan hij heel snel vliegen. Ghurkan kan, met enige lenigheid, op zijn rug. In iets lager tempo gaan ze achter de rest aan en doen de deuren achter zich dicht.
In het ziekenhuis laat iedereen zijn wonden genezen. Ons plan is om de Green Sun Princes te doden zodat we één van hun harten in ER kunnen laten transplanteren. Tawuz krijgt daarvoor van de robots een Cache Egg mee.
Tawuz betoogt dat de prinsen periodiek rapporteren aan de keizerin en dat die argwaan zou kunnen krijgen als ze geen contact meer opnemen. Dus dan moeten we het doen voorkomen alsof de berg ontploft is door alle communicatie te verbreken. Daar zijn we het over eens: we moeten dus in alle vier de commandocentrales de spiegels die doorverbinden naar de imperial mountain onklaar maken. In de eerste, waar we eerder waren, inspecteren we de spiegels. Ghurkan stelt voor om ze kapot te slaan, hij kan geen uitknop of voeding vinden. EoA vraagt: “Waarom haal je ze niet los?” Met wat moeite lukt het Sarina, Ghurkan en Marina om de spiegels los te wrikken.
Sarina denkt na over onze strategie. We kunnen ze het beste verrassen in de control room, want in de gangen kunnen ze wegvluchten en in de factory cathedrals makt een gevecht teveel kapot.
We gaan met de klok mee. Marina als bijenkolobri voorop. In de derde control room zien we dat ze daar geweest zijn maar aan de sporen te oordelen zijn ze weer terug gegaan. EoA en Sarina gaan nog even naar de vierde om de laatste spiegelnis onklaar te maken. De andere zijn ook in het voorbijgaan gedemonteerd.
De anderen volgen de sporen. Ze gaan de eerste solar villa links in de buitenring in. Ghurkan gebruikt de Eye and Fingertip Wisdom om de plattegrond te bepalen. Het is bepaald ruim: 52 kamers. Marina verkent, nog steeds als kolibri. Met de Chameleon Mutation past ze haar kleur aan. Sarina maakt het slot open en Marina gaat naar binnen. Het is duidelijk een heel eenvoudig slot – de evacués moeten er zó in kunnen. In de hal staan gouden beeldjes van Sol en Luna, en van de vijf Maidens boven de deur. Verderop wordt het nog mooier. Op een bed ziet ze een rugzak en een onopvallend leren harnas liggen. Verderop hoort ze stemmen. Dat meldt ze even terug en dan gaat ze luisteren.
Ze vindt een jongen met lang donker haar die in een poeltje wijn ligt, met zijn mond onder een fontijntje. Af en toe spuugt hij een straal wijn naar het blonde meisje dat op de rand zit. Zij draagt een groen uitgeslagen bronzen harnas en ze heeft een helm naast haar liggen. Het harnas is insectachtig. Ze mopperen op de keizerin: ze weten niet hoe lang het nog goed gaat, dus ze nemen het er van. Ze noemen elkaar Cowrie en Atlanta.
De tuin zit vol met vlinders, konijntjes en dergelijke, dus de kleine kolibri valt niet op. Opeens gooit het meisje een robijn (het grind bestaat uit edelstenen) naar de vogel. “Je gooit als een dweil. Je moet echt eens oefenen!” “Dat doe ik toch?” Met de volgende worp doodt ze een vlinder.

We maken een plan. De lunars gaan als dier. Sarina wil kijken of ze charms of een demonisch harnas draagt en doet een charm. Dat voelen ze: het meisje roept “Alarm!” en pakt een staf. De jongen springt op en maakt een gebaar. Er begint zich een harnas om hem heen te vormen en wapens in zijn handen. Het meisje gooit een spreuk, een infernale versie van de Death of Obsidian Butterflies. Omdat we nog uit zicht staan, kunnen we wegduiken. Tocht word iedereen geraakt. Bij EoA ketsen de bronzen horzels af. Sarina raakt de tovenares.
De dief haalt uit met twee zwaarden en roept de machten van Adorjan aan. Om hem heen gaat het stormen en bliksemen. Hij sprint op de deuropening af waar wij staan en slaat Sarina. Eén van zijn vijf aanvallen is raak. Op zijn voorhoofd verschijnt een kasteteken. Het is dezelfde als van Ebon Rime. Marina verandert snel weer in een kolibri, vliegt naar boven hem en neemt haar beastman vorm aan – een soort octopus. Ze probeert hem vast te grijpen en dat lukt. EoA probeert zich boven de tovenares oin een yeddim te veanderen. Dat mislukt. Doordat het pantser magisch is kan ze de aanval ontwijken. Zodra ze landt, verandert EopA weer – nu in een zwarte mambaslang. Zo heeft sarina vrij schot voor een Essence Arrow. Die is raaak, midden in haar gezicht. Ze gooit, met haar staf, nog eens de Green Hornet attack. Ghurkan ontwijkt de aanval met een Serpentine Evasion, en door weg te duikeen. Sarina wordt geraakt, maar de man die zijn vasthoudt ook. Tawuz duikt op tijd weg. De aanval gaat recht over EoA heen. Al met al hebben alleen Marina en Sarina schade.
Ghurkan slaat naar de dief met zijn Seven Piece Staff, en raakt. Tawuz probeert de man te slaan met zijn nieuwe daiklave, maar mist. De man gebruikt een charm om zich los te wurmen.Marina besluit te proberen hem nockout te slaan met een flurry charm. Ze raakt hem, maar niet hard genoeg. Ze zet door met de Octopus Barrage. Van de eerste klap gaat hij knock-out, maar ze slaat door. Hij kan tenslotte weer bijkomen.
Sarina schiet de Essence Arrow af, maar de tovenares had hem verwacht. De pijl raakt haar niet in het gezicht, maar op de borst en de schade slaat terug op Sarina. EoA – nog steeds in slangevorm – bijt naar haar voeten (ze had haar schoenen uitgedaan) en zat met haar voeten in het bassin wijn. Zijn beet is giftig. Helkaas staat haar charm nog aan en krijgt EoA zelf de schade. Gelukkig zijn slangen immuun voor hun eigen gif. De tovenares begint een spreuk te gooien.
Ghurkan trekt de dief achter een muurtje en snijdt hem de borst open, precies op de manier waarop een offer aan Sol moet gebeuren. Als hij het hart in de Cache Egg gooit, hoort hij: “Voor deze keer dan!” “Bedankt,” mompelt hij.
Tawuz doet de Instant Essence Projection en identificeert de spreuk die de tovenares doet. Het is een celestial circle spreuk: Blood of Boiling Oil. Die doet enorm veel schade, maar het kost een tijdje om hem te werpen. Marina duikt op haar af en probeert de spreuk te verstoren. Maar dat lukt niet. Ze lacht schamper: “Dacht je nou echt dat een lunar me kan raken?”
EoA, intussen met een enorme aura, verandert in een ijswezel en springt haar naar de keel. Dat lukt, ze klemt haar vast en doet expres geen schade. Sarina gooit haar om met een Bull Rush. De rode massa tussen de handen van de tovenares verdampt. Ze begint meteen een andere spreuk te doen. Tawuz herkent dat als een self-destruct spreuk en springt er op af. Omdat hij de pommel van zijn zwaard gebruikt, herkent het harnas het niet als een aanval. Het lukt: de spreuk wordt onderbroken. Uiteindelijk bijt EoA haar dood.

De harttransplantatie van Ebon Rime lukt wonderwel maar de operatie duurt een etmaal. Er zijn geen afstotingsverschijnselen, mede door Sol’s zegen. In de tussentijd laten wij ons genezen en onderzoeken we de spullen van de Green Sun Princes.

De staf van de tovenares is van Malphean Bronze en kan drie spreuken bevatten. Er zit er nog één in.
Haar harnas is vastgegroeid aan haar huid. Het is van orichalcum, groen uitgeslagen door eeuwenlange blootstelling aan de straling van de groene zon Ligier. Het zit vol met kleine hiërogliefen. Het harnas is met heel complexe magie betoverd. We besluiten het mee te nemen voor research. In het hospitaal kunnen de operatierobots het pantser zonder veel moeite van de tovenares af pellen. (Wie dit pantser aantrekt moet er rekening mee houden dat het alleen operatief verwijderd kan worden. Maar in dit niveau ziekenhuis lukt dat zonder enige restschade. Laarzen, handschoenen en helm zijn wel los.)
De dief had twee Malphean Iron short daiklaves met een kleine demon er aan gebonden. Deze wapens zijn ongevaarlijk voor een exalt. Maar een mortal kan er door in de verleiding komen Malpheas te gaan dienen.
Zijn leren harnas geeft een uitstekende bescherming en het helpt om je te verbergen in schaduwen. Maar het heeft als nadeel dat je ‘vervaagt’ uit de realiteit, en dat is een kwestie van uren!
Zijn rugzak is een Bag of Holding en bevat onder meer een uitstekende set lockpicks, die Sarina inpikt. Ze geeft haar oude aan Tawuz.
We gaan nog even langs bij de factory cathedral en slaan daar magische materialen in. We laten wel wat over voor als iemand ooit de krachtcentrale wil repareren.

EoA onderzoekt de sleutels. Twee van de drie stadssleutels waren identiek, de dief had ook van elk type één exemplaar. Er waren twee verschillende sloten in de deur. Misschien hebben de oude solars ooit een heleboel sleutels gemaakt?

Als Ebon Rime bijkomt, vertelt hij dat hij in Yu Shan met Sol persoonlijk heeft gesproken. Die heeft hem bevrijd van de demonische controle en de stem in zijn hoofd, maar zijn exaltatie kon Sol niet meer terugnemen. Dus Ebon Rime is nu kasteloos! Hij kiest uit de wapenkamers een rood jaden full plate armor en idem dailkave, voor hem kost dat nu geen extra essence om zich er op af te stemmen.

Als we de kelders uit komen blijkt Vodak best ver gekomen te zijn. De onderste twee ringen van de stad zijn ontvolkt. In de tempels hebben 10.00 mensen weten te schuilen. Het zijn voor het overgrote deel kinderen. Ze eten appels en hebben fel gekleurd haar. Er zijn maar zo’n 1000 volwassenen.
De appels blijken afkomstig te zijn van de dragonborn. Hij staat in bloei en is omhuld door een wolk bijen. Overal waar een bij een bloem bezoekt is na een paar minuten een appel gegroeid. Ze zijn rood, geel, groen, maar ook wit en blauw en zwart. Er zitten een heleboel kinderen in de armen/takken van de bejaarde. “I am a lover, not a fighter,” hij vertelt dat als de kinderen ook maar een druppel drakenbloed in zich hebben, ze zullen exalteren als ze een appel eten. De kleur geeft aan wat voor aspect je wordt. Wat de gele appels doen vertelt hij niet, maar hij biedt Marina en Tawuz er wel een aan voor hun neefje Wijsheid. De oude ent wil nog steeds met ons mee naar buiten.

The RoSE – sessie 28

In de berg.

Eye of Autumn spreekt Sarina aan op het feit dat ze ook een Autochthoonse heartstone heeft, maar die niet weggeeft. Sarina legt uit dat die van haar erg nuttig voor haar is. En ze is de laatste tijd veranderd, minder arrogant geworden.
Als we uit de kelder komen, staat dezelfde wachter er weer. We vragen hoe we snel een audientie met de Mistress kunnen regelen. Dat kan via iemand in de Raad. Daar ztten ook drie personen in namens de wacht. Als het de veiligheid van de stad betreft kan hij ons wel doorverwijzen naar zijn kapitein. Hij schrijft iets op, doet een spreuk op het papier en geeft het aan ons. De inkt was zwart, maar is nu groen. Aan het begin van de gang zit de kapitein. Die heeft nog nooit van een ‘levende berg’ gehoord, maar wel van het volledig uitsterven van de bevolking toen dit nog een dragonblooded stad was. Ghurka doet de spreuk Speed The Wheels en weet de man te overtuigen dat een audientie belangrijk is. Hij maakt een tweede aantekening op het papiertje en doet ook een spreuk. De nieuwe tekst wordt oranje. Met dit papiertje gaan we naar de verdieping van de Tuinen. De wachter daar kijk even naar het papiertje, roept een vervanger en gaat weg.
Na enig wachten verschijnt hij met een oudere, kordate dame. Ze stuurt de wachter weg en gaat achter zijn bureau zitten. Met een breed gebaar veegt ze het leeg. Deze keer begint Ghurkan met het grote uitsterven van de dragonblooded. Dat de berg een primordial is geweest, vindt ze een sterk verhaal. Maar ze hoort ons aan. Als we vertellen dat we na een bloedoffer met een stadsgod hebben gesproken, klaart ze op en zegt dat ze een mooie straf weet voorde volgende dragonblooded die een overtreding begaat. Nadat we vertellen dat we de informatie van de mountain folk hebben en we de sleutel laten zien die we van de priester hebben gekregen is ze sceptisch. Maar ze doet een kleine charm, waaruit ze opmaakt dat we de waarheid vertellen. En dan geeft ze ons haar sleutel.
Daarna gaan we naar de markt, want de derde sleutel is bj de marktmeester. (De Mistress vertelt ons dat de drie oorspronkelijke families elk een sleutel hebben. In elke tempel vonden ze er één.) De gildemeester is een harde onderhandelaar. Hij wil misschien wel een autochthonian body-suit, maar is iet echt enthousiast. Zelf zat hij meer te denken aan een complete set kaarten van de Abscissic Workings of een deel van de Book of Three Circles (een toverboek). Ghurkan heeft van beide gehoord, maar weet dat, als ze nog bestaan, het zeldzame unica zijn. Uiteindelijk biedt hij de ketenen aan die de artisan ons voor hem had meegegeven. De gildemeester is hier wel in geinteresseerd: het stadswapen staat er op en de gezichtjes in het soulsteel zijn pre-menselijk. Dat betekent dat de stad ouder is dan de mensheid! Desondanks zijn het lange onderhandelingen maar ze worden het eens. (Ghurkan heeft hem overigens niet verteld wat het artifact doet.
We discussieren of we nog moeten blijven voor de raaddsvergadering. Maar we hebben het al met de Mistress besproken. We besluiten een herberg op te zoeken om morgenochtend goed gevoed en uitgerust op zoek te gaan naar de reserve pool.

De volgende ochtend staan er dubbele wachters bij de ingang van de Underways. Ze zijn nerveus en raden ons af om naar beneden te gaan. We zien ook sporen van een schermutseling. De wachter vertelt dat er de afgelopen nacht drie mannen warren met een zak waar zo te zien een mens in zat. Toen de wachter wilde wten wat er in zat trok ééntje opeens een enorme daiklave. Doie met de zak was zo te zien een Immaculate: kaalgeschoren hoofd, blootvoets, een andere was een grote vent in een schubbenpantser en de derde droeg zo te zien een chitinepantser.
“Opzij, opzij!” horen we achter ons. Er komen tien zwaar geharnaste krijgers aan. Eentje heeft de ketenen bij zich die we voor de sleutel hadden geruild. Iedereen gaat voor ze opzij en ze rennen de gang in.
Als ze weg zijn haasten wij ons naar de Mountain Folk. Eentje staat ons al op te wachten en vertelt dat er haast bij is. De Green Sun Princes hebben een dragonborn dood laten bloeden, en dat bloed is naar beneden gesijpeld en heeft Vodak’s interesse gewekt. De mountain Folk hebben er één gedood, maar die zijn bloed is ook op de grond gekomen. Al eerder hadden ze twee andere GSP’s verslagen. Nu zijn alleen de tovenaar en de dief van het gezelschap nog in leven en die zitten in een beschermende bol.
Ze opent een geheime deur. Er achter ligt een goed onderhouden gangenstelsel. Ze leidt ons naar een plek waar de geheime toegang tot de pool zou moeten zijn. Ze legt uit dat zij hem niet kunnen vinden omdat zij geen solars zijn. Tawuz doet Eye and Fngertips Wisdom en merkt dat dit niveau de vorm van een torus heeft. Ghurkan zet zijn anima aan en opeens licht er een aantal richtingaanwijzers op. We volgen ze en komen bij een plek waar het symbool van de stad op de wand oplicht samen met een waarschuwing tegen ongeautoriseerd binnen gaan. Als het volle licht van de anima er op schijnt, verdampt de wand. Er achter ligt een korte stenen gang, in de achterwand is een deur met twee sleutelgaten. Tawuz neemt de vorm van een kat aan om de achterhoede te bewaken. Ghurkan steekt twee van de stadssleutels in de deur en hij gaat open. Hierachter is een cilindrische tunnel met honderden openingen. Als Ghurkan door de deur stapt komen er allemaal scarabeeën uit de openingen. Die voegen zich samen tot één humanoïde vorm. Deze zegt: “Wachtwoord!” en begint af te tellen.
Tawuz mompelt: “De Maiden of Secrets weet het vast wel.” EoA herinnert zich opeens dat die ons inderdaad een blaadje met een code heeft gegeven. Ghurkan pakt het snel en leest de code voor.
“Geaccepteerd,” zegt de golem en hij breekt weer op in losse scarabeeën. Elke scarabee klimt met een klikje in zijn eigen holletje – elk holletje is een slotje. De deur achter ons sluit en die voor ons gaat open. We komen uit in een goed verlichte dwarsgang. Er is een kazerne tegenover ons, met uitrusting voor 100 dragonblooded. Jaden harnassen en daiklaves in alle soorten en kleuren, maar zonder sockets voor heartstones. Er liggen zelfs nog marsorders. Tawuz en EoA zoeken wapens uit.
We gaan snel door, linksaf. We passeren goed onderhouden tuinen, laboratoria, paleizen voor solars, lunars en zelfs siderials. Alles is open en klaar voor bewoning: meer dienstwoningen dan privé-verblijven.
Als we 1/8e van dit complex rond zijn, komen we bij een stermetalen deur. Hij heeft geen slot, maar de 25 sterrenbeelden die er op staan zijn beweeglijk. Het Masker is in zijn oude vorm. Dit is een deur voor Siderials. We speculeren dat er ook een solar deur is. Sarina gebruikt de Speeding Hare Method en rent met 70 mijl per uur het complex rond. Ze ziet dat er over 1/8e weer een deur naar buiten is, 1/8e verder een deur met sterrenbeelden naar binnen en zo voorts. Er zijn zevenhonderd paleizen. Dit is echt gebouwd als reserve huisvesting voor noodgevallen. Maar geen aparte deur naar binnen voor solars. We moeten echt de siderial deur open krijgen en daar is occulte kennis voor nodig. Sarina en Marina komen er samen uit: ze moeten vijf sterrenbeelden bewegen, geassocieerd met het element aarde plus de zon en Gaia.
Achter de deur is een gang, twee meter breed en honderd meter lang, schuin naar beneden. Hij is bedekt met een mozaiek van alle magische materialen, afbeeldingen van Sol, Luna en de vijf Maidens. Het voelt als een tempel. De gang komt uit in een kathedraalachtige centrale met consoles, nissen met maanzilveren spiegels en een enorme kaart van Creation in de First Age – veel groter dan nu, in het Westen is nog een heel continent. In het midden is een console in de vorm van een preekstoel. Midden erop is een orichalcum knop onder een adamanten afdakje. Aan weerszijden zijn twee sleutelgaten met een sleutel, orichalcum en maanzilver. Ze zijn zo ver uit elkaar dat ze door meerdere personen bediend moeten worden. Verder zijn er uitgangen links en rechts.
Tawuz blijft achter, onderzoekt verder en tekent de oude kaart over. De spiegels blijken toegang te geven tot het Sword Of Creation (wat nu de Imperial Manse heet), Yu Shan en Luthe (de verzonken stad waar Leviathan heerst). De anderen aan de zijgang in, die is ook mooi versierd. Er zijn hier werkplaatsen voor onderhoud. Dan, op 1/8e van de cirkel, komen ze bij een orichalcum deur naar binnen, met verzonken handafdrukken. Ghurkan legt zijn handen er in en geeft een mote essence uit. “Wachtwoord!” Hij leest het briefje weer voor, maar krijgt een behoorlijke electrische schok. “Incorrect!” De Maiden of Secrets vond het blijkbaar niet nodig dat we deze deur door gaan …
Sarina onderzoekt de afbeeldingen op de muren, op aanwijzingen voor het wachtwoord. Ze ontdekt dat de goden inderdaad in een afwijkende volgorde worden afgebeeld. EoA onderzoekt intussen de werkplaatsen. Ze zijn samen een Factory Cathedral, maar echt gericht op het onderhoud van deze centrale, niet voor het maken van nieuwe voorwerpen. Er liggen voorraden orichalcum, witte jade en stermetaal. Van de overige magische materialen is er maar weinig. (Witte jade is van het element aarde, dus dit is de reserve aarde-pool). Na ureen peinzen en puzzelen weet Sarina het wachtwoord. Ze krijgt de deur open. Hier is weer een gang naar beneden. Vloer, muren en plafond zijn bedekt met massieve plakken witte jade in geometrische patronen. High First Age. Sarina kijkt goed rond naar dreigingen, maar ontdekt pas te laat dat het tegelpatroon een essence-storm veroorzaakt. De gang wil haar in steen veranderen. Ze loopt een paar extreem pijnlijke verwondingen op.
EoA vliegt er langs. Zolang je de jade niet aanraakt kan dat. Aan het einde is weer een deur met twee handpalmen. Het lijkt alsof de gang specifiek voor lunars is ontworpen. Ze vliegt erheen, legt haar handen in de openingen, doet een schietgebedje en pompt er een punt essence in. “Wachtwoord!” Ze geeft het wachtwoord dat op het papiertje stond. FWOEMP! Licht geblakerd druipt ze af.
Sarina zet nu al haar gaven van Luna in. Ze begint het systeem door te krijgen. Deze gang is inderdaad voor lunars bedoeld. “Wat zouden jullie als wachtwoorden gebruiken?” vraagt ze. Tawuz noemt de namen van de godvormen van Luna op. ‘Klik’ De deur gaat open.
Hier is de kern van de berg. De essence zindert in de lucht, de deur moet snel dicht want we voelen dat het onze eigen essence opslurpt en alle niet-magische materialen verteert. Het is een ringvormige gang van buiten bekleed met witte jade en voormenselijk soulsteel, 1 mijl diameter. Sarina en EoA verkennen met de Racing Hare Method. Op 1/8e vinden ze weer een doorgang naar binnen Verder naar beneden is de volgende ring. Deze heeft vijftig poorten die naar binnen wijzen Elke gaat naar een kamer van adamant in de vorm van een diamant met de platte zijde onder. In het midden staat een kleine kubus van een complex van magische materialen. Het staat op zijn punt en roteert langzaam. Er voorbij is een gang verder naar het midden. Voorbij het kubusje is het zuigende effect weg. Er zijn in de centrale kamer nog vijf kubussen, in een piramidevorm. Er tussenin zit een bolletje van energie/materia.

“Majesteit, we zijn er.” We horen stemmen.
“Nou, waar wachten jullie nog op?” “Wat moeten we doen?” “Zet hem aan.” “We moesten hem toch vernietigen?” “Dat is hetzelfde.” “Maar dan gaan wij er ook aan!” “Nou en? Hier zijn jullie voor gemaakt.”
We zien dat de vier piramides van de basis sneller gaan draaien en die van de top langzamer. Eye of Autumn probeert het balletje te pakken. Dat lukt! Het blijkt Wyld energie te zijn. We rennen weg. In de isolerende gang ontwikkelt het bolletje een beschermend korstje. EoA stopt het in de setting van een heartstone. Oef! Dit werkt dubbel zo goed als een normale. Effectief is dit de heartstone van een elementaire pool. We hebben de vernietiging van de pool voorkomen door de energiebron er uit te halen. (Achter ons zijn alle kubusjes gestopt met draaien. De bovenste valt naar beneden en raakt daarbij beschadigd.)
We overwegen watte doen. De GSP’s bevechten? We moeten in elk geval ook voorkomen dat Vodak aanvalt! We speculeren. Het probleem met de primordials was dat ze nooit dachten dat ze konden sterven, dus ze hebben het principe van reincarnatie nooit op zichzelf toegepast. We kunnen hem op een idee brengen …

Zodra we uit het complex komen, zien we de mist. “Vodak! Wij vragen respectvol om uw aandacht.” Er vormt zich eennaakte dwerg uit de mist. “Wat moeten jullie?” Als de solars wat willen zeggen, mompelt hij: “Moordenaars.” EoA biedt haar excuses aan voor de daden van haar vorige exaltatie. Dan biedt ze hem het bolletje Wyld aan. “Een protoshinmaische energie vortex, wat moet ik daarmee? Meer van hetgene waar we uit gevlucht zijn?” We noemen het principe van reincarnatie. “Hoe kan ik nou reïncarneren?” “U bent een primordial, u bepaalt de werkelijkheid!”
Hij steekt zijn hand uit en raakt het balletje aan. Voor EoA voelt het alsof de onderwereld haar aanraakt. Langzaam verdwijnt de dwerg, en daarna de mist, in het bolletje. Dan is het stil.
We kijken om ons heen. Zou hij reïncarneren? Wanneer zouden we er achter komen?

Flop! Opeens valt het lichaam van Ebon Rime uit de lucht. Het hart mist, maar hij leeft nog wel – de exaltatie is er nog maar hij zal snel dood zijn. De laatste keer dat we hem zagen was hij echt dood en we hebben hem begraven.

7 Xp