Tanais – 44

Tanais 7 februari 2013

18-iv-R1 3 uur ’s middags
Buiten de schrijn van Risha staat een bonte stoet mensen. We gaan verder naar de ambassadestad. De mensen zullen daar hun intrek nemen. De stoet gaat verder met ritueel kabaal. De hoge brahmanen gaan voorop, daarna de aanstaande koning en zijn aanhang, vervolgens de lagere brahmanen en dan de ambassadeurs en overige genodigden. Men is nogal teleurgesteld in de vervallen staat van het stadje. Bij het middenplein krijgen we de ruimte. De deftige huizen zijn onbewoonbaar en Chang laat de mensen met genoegen hun yurts zien. De ambassadeurs hadden geen 50 jaar achterstallig onderhoud verwacht. “Excuses voor het ongemak,” is een faux pas. Maar het koninklijk paleis is net zo vervallen en als ze zien dat Risha en Chantal ook een yurt moeten betrekken, begrijpen ze dat het geen opzettelijke belediging was.
De Qartiaan wil het grote handelsgebouw aan het centrale plein claimen. Dat is een van de vijf gebouwen met een kelder die in de grot met de stinkende poel uitkomt. Als Risha voor de grap opmerkt dat er nog een bordeel nodig is, gaat Daguerre daar serieus op in. Zij krijgt daar een van de vijf huizen met kelder voor. De Qartiaan heeft geen yurt nodig, maar gaat meteen zijn ruïne in. “Die knap ik zelf we op,” zegt hij. Chang gaat via een van de andere huizen snel naar de grot om de doorgang naar de magie-winkel in te laten storten. Maar onderweg komt hij de Qartiaan al tegen. Die heeft een oude kaart in de hand. Waar nu een smerig water staat, is daar een keurig ovaal getekend met een legende in het Qartiaans. Chang is nieuwsgierig.
“Kom ik zal het je laten zien,” zegt de ambassadeur. Hij zet wat parafernalia om de poelen prevelt een spreuk. “Krak!” Het water verdwijnt gorgelend en er komt een zwarte ovaal tevoorschijn. “Dit is het.” “Het voelt mooi, maar ook melancholisch,” zegt Chang. “Ja. Maar het zou alleen mooi moeten zijn, het verdriet hoort hier niet. Dit is een doorgang, het is een tegenhanger van Sorceror’s Well. Ik denk dat u mijn advies goed kunt gebruiken. Als u mij de toegang tot de heilige poel toestaat, zal ik jullie helpen.” “Dat zal de koning moeten beslissen, maar ik zie het wel zitten.” “Nu we hier toch met zijn tweeën zij, wat is het nut van al die brahmanen? Voor hun is deze bron onrein. Dit is niet van hun en u en ik willen hen er niet bij. En de put is anathema voor Eenoog! Voor ons Qartianen is dit een reine plek en ik wil er graag toegang toe om te mediteren.”
Chang verwacht dat daar wel met Risha over te praten is.
“Hebben jullie toevallig een schriftje gevonden?”
Chang is echt vergeten dat hij dat bij zijn vorige bezoek in zijn ransel had gestoken en antwoordt “Nee”.
“Jammer. Daar staan de veiligheidsinstructies in.”
Ze gaan samen mediteren. Voor Chang leidt dat niet tot inzichten. Hij steekt er een mote essence in: “Klabberdebam!”
De Qartiaan wordt abrupt gestoord in zijn meditatie en deinst achteruit. Het zwarte ovaal valt weg en je kunt achter de spiegel kijken. Het is een verticale schacht met rondom rijen nissen in de muur. Een kleine zwerm vampiervleermuizen vliegt er door naar buiten de ruimte in. “We hebben dat schrift nodig,” roept de handelaar, “er is hier iets dat niet klopt! Wat doen die nissen daar? Dit hoort een bron te zijn met zoet water tot een paar meter onder de opening.”
Ze gaan naar boven. Chang belooft om de mannen die de huizen hebben schoongemaakt te vragen of iemand het schrift gevonden heeft.

Gwan gaat de huizen inspecteren. Vooral het houtwerk is rot. Het zou sneller en goedkoper zijn om alles af te breken en de hele stad opnieuw te bouwen, maar dat is wel zonde van de mooie architectuur.
Risha en “Chantal” hebben ook een yurt. “Jij hebt er tenminste nog een leuke meid aan overgehouden,” zegt Risha tegen Claude. Ze verkleden zich voor het avondeten en gaan weer naar de gasten. Het eten is sjiek, uitgebreid, maar niet erg bijzonder. Feestvreugde en kou. Chang vertelt over de bron en de Qartiaan. In de verte klinkt geschreeuw. In een uithoek van het pein stuiven mensen weg, het is bij de mensen van Kofkof uit Abishqueck. Chang, Gwan en Risha er op af. Er staan mensen met getrokken lansen de duisternis in te turen, maar er is niks meer te zien. “Het had klauwen en heeft iemand van ons meegegrist. Het vloog die kant op!” Gwan pakt zijn kristallen bol en ziet een heel grote vleermuis die naar het Oosten fladdert. We gaan snel naar beneden om te paard er achteraan te gaan. Claude doet alsof Chantal boos is, pakt makkelijke kleren en de spullen van Claude. Na een half uur komen we bij de vleermuis. Die lijkt ergens naar te zoeken. Een pijl van Risha en de warboomerang van Claude halen het beest uit de lucht. Zijn slachtoffer overleeft de val, omdat hij precies bovenop de vleermuis terecht komt. Snel verzorgen. Hij kijkt glazig en ziet er grauw uit. De vleermuis verandert in een mens, Hij ziet er verhongerd uit. We nemen ze allebei mee terug.
In de stad is grote consternatie. Er zijn nog meer mensen zijn op dezelfde manier verdwenen. Iedereen wordt ondergebracht in het kasteel. Dat is krap, maar wel veiliger dan buiten blijven. We zijn acht mensen kwijt en die zijn niet meer te traceren. De dode vleeermuisman is een vampier, zwaar ondervoed, met geatrofieerde spieren en een weke huid. Zijn slachtoffer blijkt besmet en Claude maakt hem af.
Chang ontdekt dat het schriftje in zijn eigen bagage zit en geeft het aan Risha, Die leest de inleiding. Daar staat dat toen de brahmanen Bronwe inrichtten, deze bron een Soulfield heilige plek was. Hij is door de brahmanen niet goed afgedicht. Toen de Qartiaanse ambassadeur de put ontdekte, was de schade al gedaan. Hij was aan de oppervlakte gecorrumpeerd. De Qartianen hebben hem verzegeld.
We halen de handelaar er bij. Hij stelt zich aan Risha voor als Qadier Halanie en belooft te helpen Hij spreekt de waarheid. Hij is stomverbaasd dat Risha het schrift kan lezen. Qadier leest verder. In het verslag staat dat in de nissen doodskisten zitten. Dat gaat 20 rijen diep en daarvoorbij bereik je pas de echte put. Het water staat onnatuurlijk laag. Dus daarom is de bron verzegeld, ze konden hem niet zuiveren zonder hem te vernietigen.
De aanvallen van vampiers worden ons door de ambassadeurs niet kwalijk genomen. Eindelijk gebeurt er eens iets spannends. Hier wordt geschiedenis geschreven!

De volgende ochtend maakt Claude zich als Chantal op voor de trouwerij. Hij draagt een stevige leren broek onder de trouwjurk. Om half elf moeten we acte de présence geven, dus Chang wil om half negen bij de put zijn voor als bij zonsopgang de vampiers terugkeren. Maar het blijft stil. Het waterniveau is duidelijk gestegen. Gwan schijnt het licht van zijn kasteteken de put in. In 1 op de 10 nissen begint het te sissen en te smeulen. De allerzwakste vampiers konden niet meer naar buiten en worden nu verzengd door het licht. Solars zijn behoorlijk dodelijk voor vampiers.
Dan begint de ceremonie. We gaan via de weg weer omlaag en rijden onderlangs naar de priesterstad. Langs de weg staan priesters aan weerszijden te zingen. Met Spirit Sight ziet Chang een soort schaakbord in de lucht waar reusachtig grote goden als publiek om de stad heen zitten. Chantal moet het Ushasvuur aansteken in een vrouwendeel van het tempelcomplex. Caude is geen vrouw. Het plan was slecht doordacht. Hij voelt zijn ballen verschrompelen. Heel onaangenaam. Maar hij zet toch door. De lucifers doen het niet. Hij steekt er essence in. Het vuur flakkert even en gaat weer uit. Er wordt onrustig gefluisterd. Een vrouwelijke brahmaan zegt: “Zal ik je hand even vasthouden? Je bibbert een beetje.” Zelfs met hulp lukt het niet. Dat veroorzaakt nog meer onrust. Chang ziet dat sommige goden nu wat beter beginnen op te letten. Een aantal dames gaan zingen en pakken ‘Chantal’ van twee kanten vast. Wij zij er om je te steunen. Pashupati glimlacht, Mutri fronst, Ushas is helemaal niet blij en de rest van de goden let niet zo op.
Door naar het vuur van Shagri. Nu kijken alle goden belangstellend. De gevoelloosheid breidt zich uit. Het lukt weer niet om het vuur aan te steken. Sandra en Florence zitten bij dit altaar. Hier zakt Claude bewusteloos in elkaar . Ze proberen hem bij te brengen, maar de goden hebben besloten hun geen kracht te geven. Lichte paniek. Sandra en Florence steken met een bewusteloze Chantal als ledepop het vuur aan. Chang ziet dat de goden nu wel heel belangstellend toekijken, en dat de godinnen nu wel heel verontwaardigd zijn. Chantal wordt naar buiten gedragen. Er daalt een stilte neer over de menigte. Chang doet Touch of Blissful Relief (twee tienen en een willpower = volledig success). De goden zien het vooralsnog door de vingers.
Er wordt naar Risha gekeken. Die weet het ook niet, maar zegt: “Misschien kunnen Sandra en Florence helpen?” Bij het volgende altaar slaat de slapte weer toe, maar met zijn drieën is het geen probleem om het vuur in een keer aan te steken. Er klinkt voorzichtig gejuich.
Dan komen ze aan het vuur van Samas. De grote ketel staat op het altaar midden op het plein. Je ruikt het aardgas. Dit zou minder moeilijk moeten zijn want het is een mannenvuur. Het gaat dan ook moeiteloos aan. En dat is ook weer verdacht. Risha hoort brahmanen mompelen: “Dat het vuur van Samas zo hard brandt moet wel het werk van Eenoog zijn.”
De goden kijken boos. De godinnen worden in bedwang gehouden: “Om nou alle brahmanen te straffen om iets wat één idioot gedaan heeft … nee.” Toch zoeken ze naar een excuus om een bliksemschicht te gooien.

Op het laatste plein staat alles klaar voor het offer. Het staat vol met offerdieren, maagden zingen, Chantal wordt onder een deken gestopt met het paard dat wordt gewurgd (Claude voelt niks). Ze komt snel weer tevoorschijn. Risha klieft het hoofd van het paard.
Oaken wordt ook zichtbaar voor Risha en vraagt hem waarom hij dit gedaan heeft. Risha biedt zijn excuses aan. Chantal is geen Shintasta. De goden zijn boos, maar Risha krijgt toch de zegen. Dan gaan ze weg. Risha vraagt Oaken of er nog wat gedaan kan worden. De god blijft nog even praten met zijn kampioen: “Dit was een wanvertoning. Maar de brahmanen hoeven er niets van te weten.”
Er zijn hier meer mensen die de geestenwereld kunnen zien. Sommige brahmanen en de siderials. Ze hebben gezien dat de god aan de koning verscheen, maar gelukkig niet gehoord wat hij zei.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s