The RoSE – 30

The RoSE sessie 30 – 17 januari 2013

In de berg.

We kijken verder naar de aanwezigen in de tempellaag. Zijn er nog capabelen aanwezig? We kunnen de sleutels aan de hogepriester (die het overleefd heeft) geven, en aan de Mistress en Market Master. We discussieren over de verdeling van functies. Is het wel goed dat het op familiebasis gaat? “Natuurlijk!” zeggen Marina en Tawuz. We besluiten de Hogepriester te zoeken.

We schieten een langslopend meisje aan. Ze heeft rood aar en een verwilderde blik Ze geeft geen antwoord, maar zegt: “We moeten hier weg!” “Waarom?” “De berg is niet veilig. Er zit iets gruwelijks wat iedereen doodt! Ik heb net een dutje gedaan en het gezien. In mijn droom!” We proberen haar er van te overtuigen dat we er iets aan gedaan hebben, maar ze is niet helemaal overtuigd. Verderop zien we een jongen met zwart haar die expedities naar buiten voor voedsel op poten zet.

Marina verandert in een kolibri en gaat op zoek naar de priester. Ze vindt hem, zoekt een hoekje op en neemt weer mensengedaante aan. “Hé, een mevrouw,” zegt een jongetje, “Laat mijn zus met rust!” en hij grijgt een stuk essence uit de lucht. Marina laat hen wijselijk links liggen. De priester is in trance, dus Marina besluit de anderen te halen. EoA zijn we kwijtgeraakt in de menigte. De priester is druk bezig met een diagram voor een magitech apparaat dat de kracht van stoom benut, via een water- en een vuurelementaal. Marina schat in dat het nog 10 minuten duurt.

Als hij klaar is, verheldert zijn blik en begroet hij ons. Marina vraagt of hij heeft gemerkt dat het nogal druk is. “Natuurlijk,” zegt hij en probeert haar af te wimpelen. Sarina stapt ertussen en zet dat Vodak weg is. “Dat moeten de goden weten!” Ghurkan laat een druppel bloed op het altaar vallen en met het licht van de zon verschijnt ook de goddelijke aanwezigheid. Die vormt zich rondom de priester en manifesteert zich via hem. Ghurkan vertelt hem wat er gebeurd is, dat we niet weten of Vodak terugkeert, maar dat het niet langer Vodak zal zijn. “Dan is waakzaamheid nog steeds geboden, maar niet overmatig!”

De god vraagt of Ghurkan de wetten van de stad wil zegenen. Ja, dat wil hij wel. “De wetten werken al duizend jaar, en doen dat goed,” zegt de god. Sarina vraagt of er mensen zijn om het gezag te dragen. “Ja, duizenden ontwaakten.” “Moeten wij mensen aanwijzen?” “Kom nou! Dat kunnen ze zelf prima.” Ghurkan zegent het wetboek. Zijn kasteteken laait op. Dan dooft het licht en stopt de goddelijke invloed.

We besluiten dat het tijd wordt om de andere helft van onze groep te vinden. Ghurkan kan niet vliegen, dus we gaan door de geheime gang. In de tussentijd komen we de zwartharige jongen weer tegen. We vertellen dat de lagere verdiepingen weer veilig zijn, maar wel helemaal ontvolkt. Hij stuurt een meisje met ons mee.

Op weg naar beneden komen we Eye weer tegen. Ze heeft een stadswacht bij zich. Na enige uitleg wil die wel een eed op het wetboek afleggen. We realiseren we dat we de sleutels zijn vergeten af te geven. Ghurkan en Eye gaan nog even mee naar boven en nemen alsnog de sleutels mee. Als de wachter zijn eed aflegt zweert, wordt het altaarvuur opnieuw even zonnegeel. Eye heeft ook een veer vor Ghurkan. Deze blijkt automatisch te kunnen notuleren. Als we weggaan zegt het nieuwe hoofd van de stadwacht dat het goed is als we zelf onze uitreisstempels zetten.

Buiten de berg.

Als we buiten komen, opent de draag één oog. Hij herkent ons: “Er is van alles gebeurd in mijn buik. Er zijn  leylijnen verschoven, maar het voelt beter dan voorheen.” We zijn blij dat te horen, de droom van de jonge dragonblooded had ons ongerust gemaakt.

Atis hangt rond en vertelt ons wat er bij hun is gebeurd. Wij vertellen wat wij gedaan hebben. Dan gaan Marina en Tawuz als roofvogels op jacht.

’s Avonds komt de rest van het gezelschap. We vertellen over en weer wederom wat we geleerd hebben. De lunars vertellen he verhaal natuurlijk de tweede keer veel mooier. Zij vertellen ons dat de Immaculate Order nu aan het inschepen is. Hier buiten zijn nog twee taken: de stenen toren met de incantaties en de Red Piss Legion. Little Shu wil gelijk aanvallen, de rest overtuigt hem dat we eerst moeten verkennen. Shi Mei Lan vraagt Sango of ze een Countermagic spreuk in haar staf wil stoppen. Na enig heen-en-weer gepraat stopt ze een Sapphire Circle Banishment in de ene staf en twee Emerald Coutermagics (één zwaar, gebiedsspecifiek en een lichtere voor het blokkeren van één spreuk) in de staf van de Green Sun Prince. Enigszins uitgeblust blijft ze achter, met duidelijke aura. Sarina wil de Countermagic spreuk van haar leren.

Tawuz, Marina, SML en Atis gaan naar het kamp van de tovenaars. Atis wandelt het kamp in. Hij was gewaarschuwd dat hij een pasje nodig had, dus is hij voorbereid. De wachter draagt beestenvellen en een koeienschedel. De mensen in het lucht-segment van het kamp vinden zichzelf heel belangrijk, de watertypes zijn relaxter. Atis gaat die kant op. Marina zit, als spitsmuis, in zijn  zak en soms op zijn schouder. In het midden is het aardekamp. Daar is weer een wachter. Het kamp voelt goed. Als je het analyseert komtdat omdat er helemaal geen wyld-taint is. Het Blessed Isle voelt net zo.

Hij mag doorlopen. De toren is van basalt. 30 meter diameter en 30 verdiepingen hoog. Er is geen deur. Vanaf de vijfde verdieping zijn er ramen. Ze horen de incantaties. Die zijn in Old realm maar desondanks onverstaanbaar. Er is een pad, of beter gezegd meerdere, die allemaal convergeren op een punt vijf meter voor de toren. Atis gaat daar staan, zwaait naar degene die hem vanuit de toren bekijkt en voelt zichzelf opstijgen. Hij landt in een kozijn. Daar overtuigt hij de wachter dat hij geen kwaad in de zin heeft – anders had hij zich nooit aan de deur gemeld, toch?

De man legt een muntje onder zijn tong en spreekt de spitsmuis Marina aan. Hij denkt dat ze een familiar is. Hij vertelt dat ze bezig zijn met nulde cirkel magie waarvoor je geen wilskracht nodig hebt. Bijvoorbeeld met familiars praten, iemand leviteren, dat soort dingen. “Nee, we zitten hier geen demonen op te roepen. We zijn ze juist aan het binden! De ram is bijna klaar.” “O, de stormram voor de poort.” “ Ja die! Maar … het was gezellig, ik verveel me hier te pletter.” Atis wil nog wel eens langskomen. Dat is prima! Hij heeft normaal de hondenwacht.

His gaat als zeeman het waterkamp in en zoekt een bar. De stemming is geanimeerd, pop een tafel danst een topless meisje. Bij de bar worden dealtjes gesloten voor overvallen en plundertochten. Morgen is de grote dag. Maar dat gaan ze met vlag en wimpel winnen. De stad is gevallen, ze rammen de poort in, verkopen de kinderen en de paar vrouwen die er nog zijn. Ze zitten nu al te plannen voor na de overwinning. His regelt een vaatje bier.

SML en Tawuz cirkelen rond de toren. De reden dat de zang niet te verstaan is, is omdat er allemaal verschillende spreuken gedaan worden. Ze zijn duidelijk bijna klaar. Ze kijken ook nog even bij de houttypes. Dat zijn de gifmengers. Ze zitten te kleumen bij hun haardkatten. De vuurtypes hebben het ook koud.. Zij smeden plannen om de houtmensen te pakken te nemen – dit zijn de kannibalen.

We komen weer bij elkaar. Het zou mooi zijn om met een banishment de stormram te saboteren. En om de dragonborn op de wood-factie dragonblooded in te laten praten. De leider van dat kamp is een kandidaat en His is het beste in mensen overtuigen. Atis wil ook nog even naar het Red Piss Legioen. SML wil wel mee in katvorm.

Bij de houttypes. His verandert van vogel in zeeman, Marina in spitsmuis en Tawuz in kat. His heeft het vaatje bier mee. Voor de tent van de commandant zit een alchemist de wacht te houden. Hij is heel wantrouwig. His vertelt dat hij onbekend is omdat hij in de berg aan het infiltreren was. De man blijft wantrouwig. Met enige moeite overtuigt His hem om een biertje te nemen. De man wil overtuigd worden dat His echt kan infiltreren. Hijzelf verandert zijn arm in een tak, His antwoordt door zijn oog van Ligier te laten zien. Dan is de man overtuoigden roept: “Baas, er is iemand voor je en hij komt van beneden!” His schenkt hem bij in de enorme drinkhoorn die hij opeens omhoog houdt. Anderhalve liter …

Binnen zit een oudere man. Hij ruikt naar lelies, heeft een houten harnas en een groene snor. Hij bemonstert His: “Jij hebt een audiëntie weten te regelen bij mijn deurwacht!” “Ja, ik heb nieuws en bier. Iets minder dan daarnet, maar toch.” “Ja mijn deurwacht heeft een hoorn waar anderhalve liter in past,” lacht de commandant. Marina klimt als muis op een kastje. “U heeft een menagerie.” “Ja, dat is gemakkelijk als je infiltreert.”

“Maar,” zegt His, “ik ben in de berg geweest en als de plannen door gaan, kan het fout aflopen.” Na enig praten vertelt His dat er een dragonborn in de berg zit. “Oh. Die kan het Red Piss Legion in zijn eentje aan. Graaf hem uit, was zijn wortels en hij kan weer lopen. Tot nu toe is alles wat u me vertelt de waarheid.” His zegt dat de dragonborn traag is en dat hij de aanvoerder graag mee wil nemen. Die vraagt of het veilig is, of hij het overleeft. His zegt ja. “Hoe ga je me door de adamanten poort naar binnen krijgen?” “Niet.” “Hoe dan?” “We vliegen naar boven. Kijk niet vreemd op als één van mijn menagerie verandert in iets wat kan vliegen.” De man is zelf inmiddels al onzichtbaar geworden.

We lopen het kamp uit. Als we buiten zijn, geeft His een signaal. Tawuz verandert in zijn war-form. De generaal zucht: “Anathema. Ik had het kunnen weten. Wel … ‘in for a penny, in for a pound’” Hij stapt op Tawuz’ rug. His zegt: “Marina, jij kent de weg.”

Als we landen stapt de man af. Tawuz neemt weer mensvorm aan en begroet hem. His probeert te vertellen dat dragonblooded en lunars vroeger samen werkten. De man wil het niet horen. Dan lopen we naar de dragonborn. Hij herkent ons niet, maar wel de appel die hij heeft meegegeven voor Wijsheid. Hij biedt de commandant ook een gele appel aan. Die eet er van, na enige twijfel. Om hem heen ontstaat eerst een vuur-aura en daarna een lucht-aura. De commandant is overtuigd dat de oude een echte dragonborn is, maar vraagt zich nog steeds af waarom we hem hierheen hebben gebracht. We laten ze even praten.

Het gesprek gaat eerst over tuinieren, over wat je moet doen met planten die te ver zijn teruggesnoeid: je moet de laatste takjes stekken. Deel twee van het gesprek is minder omslachtig. De ent vertelt dat Vodak 10.000 dragonblooded exaltaties in zich had opgenomen, die hij nu weer probeert uit te delen. “Breng mij naar buiten, dan kan ik de rest ook uitdelen!” De commandant realiseert zich plotseling dat dit betekent dat vrijwel iedereen in de berg geëxalteerd is. Een aanval zou een slachting worden! Maar hoe kan hij de rest van het leger waarschuwen? Tawuz zegt dat ze de srijdram kunnen saboteren. Ja, dat zou tijdwinst opleveren. Het kost enige moeite om His te overtuigen dat dit niet subtiel kan: een aantal demonen zal los komen.

De houtcommandant wil terug. Hij denkt dat hij de facties hout, vuur en aarde zal kunnen overtuigen om niet mee te vechten. Tawuz vraagt hem om weer op zijn rug te stijgen. Onderweg vraagt Tawuz hoe de commandant heet, hoe ze wisten dat er alleen nog maar vrouwen en kinderen in de stad waren en of hij aan de bouwtekeningen van de stormram kan komen. <Dat spelen we volgende keer uit.> De rest gaat op weg terug naar de pack om ze in te lichten, battleplans te maken, etc.

Atis gaat naar het Red Piss Legion. Hij meldt zich en zegt dat hij voor the Roseblack komt. “Nou, dan zit je goed fout. Die is in de Imperial City. Ze is nu minister van Defensie.” “Kan ik contact met haar opnemen?” “We hebben wel wat manieren. Het kan met een jaden ibis. Eén obool en ik regel het voor je. Meenemen wordt te ingewikkeld, je moet het hier invullen.” Atis denkt diep na. Kernpunten: Bericht van Atis. Ze kan hem vertrouwen. Hij wil haar over twee weken ontmoeten op de eerste ontmoetingsplek. Haar legioen is opvallend ver weg en doet niet het beste werk voor het Rijk.  De ibis wordt verstuurd. Het duurt drie dagen enkele reis en de contacten zijn moeizaam de laatste tijd.

Het klinkt voor Atis als een groep mensen met behoefte aan leiderschap… Hij vraagt naar de secundant. Die is er wel. Hij regelt bier en een gesprek. Kort gezegd: ze missen inderdaad leiding. Zonder de Roseblack zijn ze een zooitje ongeregeld dat uit elkaar valt. Atis laat de leiders om zeven uur op appèl komen. Hij stelt Little Shu voor als tijdelijke aanvoerder.

EoA vertelt de aardedraak dat ze belooft heeft om een luchtdraak als doel van de sacred hunt te nemen. De draak begrijpt het eerst niet, maar zegt dan: “Je hebt een wapen nodig en onkwetsbaarheid. Dat laatse kan ik je geven en een wapen heb je niet nodig. Je hebt toch Shalgero’s Pride? Wacht er overigens niet te lang mee! …”

Xp – volgt nog

Advertenties

2 reacties op “The RoSE – 30

  1. ellahir schreef:

    Aanpassing naar aanleiding van opmerkingen van de spelers:

    De houtcommandant wil terug. Hij denkt dat hij de facties hout, vuur en aarde zal kunnen overtuigen om niet mee te vechten. Tawuz vraagt hem om weer op zijn rug te stijgen. Onderweg vraagt Tawuz hoe de commandant heet, hoe ze wisten dat er alleen nog maar vrouwen en kinderen in de stad waren en of hij aan de bouwtekeningen van de stormram kan komen. De rest gaat op weg terug naar de pack om ze in te lichten, battleplans te maken, etc.

  2. Inez schreef:

    Als hij dit hoort, begint Tawuz te grinniken. Hij vraagt Atis:
    “Dus jij hebt een tiener uit Nexus aan het hoofd van één van de beruchtste legioenen van het Keizerrijk gezet?”
    Hij moet wat harder lachen.
    “Jij hebt een solar aangesteld als leider van één van de keurkorpsen van de dragonblooded?”
    Intussen hikt hij van het lachen.
    “Als je dit op de goede manier weet te vertellen, krijg je er zo nog een halve rank bij!”
    ROFL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s