The RoSE – 60

We besluiten onze mechanische eenhoorns, met zadeltassen gevuld met rinoceroshoorns van magische materialen, mee te nemen. De goblinmarkt is een grote overdekte markt. Hij is ruim genoeg dat we er in onze warstriders, op de eenhoorns, doorheen kunnen. Een deel van de klanten is draak, vandaar. Er lopen overigens ook goblins van maar een halve meter hoog. Er zijn zakkenrollers, die stelen herinneringen. Er zijn winkels die de meest merkwaardige zaken, zoals bijvoorbeeld alleen ballen. verkopen. Eentje verkoopt menselijke slaven (van die uitgebluste illusieloze). Fea edelen worden vervoerd in draagstoelen. Vooral de verkopers van sjaaltjes zijn erg opdringerig. Eentje is op Little Shu’s paard geklommen en begint er hem een om te knopen. Little Shu houdt hem af. “Je bent nog niet van me af!” zegt de goblin dreigend.
Sarina kijkt eens goed. Het zijn geen elementaire draken, maar echte reptielen. Ze zijn ook anders, niet zo uit de hoogte. Eentje staat er zelfs te bedelen op een straathoek. Little Shu kijkt uit naar een gids. Hij besluit een straatjongen (draak) aan te spreken. “Wat mot je?”
“Ik ben nieuw hier.”
“Dus?”
“Is er een centraal punt?”
“Je kan naar de herberg…”
Little Shu geeft hem een obool. Dat is veel geld, hij wordt een stuk toeschietelijker. Onderweg vertelt hij over dingen die we passeren, zoals een gedraaide koperen zuil, de Zuil van Dans. Daar kun je verhalen kopen. Atis vraagt zich af hoe het werkt met de verdwijnende winkel. “Het is heel eenvoudig, als je weet wat je zoekt, kun je het vinden. maar hoe harder je het nodig hebt, hoe meer moeite het gaat kosten.”
Atis vraagt of hij een shekel wil verdienen. “Ja hoor! Wat zoeken jullie?” “De jouten van gaia.” “Kijk! Daarom hebben jullie een ongeīnteresseerde gids nodig. Jullie zoeken een primordial. Kijk daar eens!” Hij wijst naar een balkom dat uitkijkt over de ongevormde chaos. We voelen ongevormde fae, met een gevoel van afkeer tot blinde haat. Er staat één ster in de verte. “Ja, dat wordt een nieuwe primordial.”
Hij neemt ons mee naar het kantoor van de marktmeester en biedt aan om op onze paarden te passen. Atis stelt Little Shu gerust. Binnen staat een lange rij, maar de loketbediende doet het rolluik dicht en komt naar ons toe. Vol égards leidt hij ons een kamer binnen waar een enorm dikke man met sieraden zit.
De marktmeester vertelt ons dat we naar de waarzegster moeten. “Het zou geen interessant verhaal zijn als je een winkel instapt, geld op de toonbank legt en krijgt wat je zoekt.” Sango betoogt dat iemand die in de grootste markt van het universum onmiddellijk vindt wat hij zoekt, wel degelijk een mooi verhaal zou zijn. Ze wil ‘stom geluk’ hebben. “Geluk is niet af te dwingen. Maar stom geluk … dat krijg je als je goed om je heen kijkt en oplet.” Hij heeft dit verhaal zelf geschreven en hij hoeft er geen geld te hebben voor de informatie.
Buiten staat de jonge draak nog steeds. Hij heet Philemon. Sango besluit goed op te letten. Hij leidt ons naar een kamer op de tweede etage. Er zit een heel gezelschap. We moeten bij een grote, stevige zwarte vrouw zijn. “Gegroet waarzegster,” zegt Ghurkan.
“Gegroet Ghurkan.”
“Ik haat het als ze dat doen,” mompelt Atis.
Little Shu zegt: “Dan weet u wat we zoeken!”
“Ja, vijf motes essence per persoon.”
We gaan akkoord. Ze schudt een pak kaarten en laat ons er ieder een trekken:
Sarinah – 6 of Cups – ‘Abandonment’: past achievements have lost their meaning, sense of liberation.
Ghurkan – Queen of Staves – ’She rules’: the bitch queen façade.
Little Shu – 2 of Staves – ‘Dominance’: the power to upset or maintain balance resides in the twin centres of will and heart.
Sango – Queen of Swords – ‘Perception’ crwned with the symbols of immortality Medea sits on het throne
Atis – 9 of Staves – ’Spirit’: the vigil of the spirit warrior is eternal.
De waarzegster legt de laatste kaart centraal. “Jullie zoeken een plek die bewaakt wordt door spirit guardians, gek geworden van het lange wachten. Er valt niet mee te onderhandelen, het zijn chimerae. Oude lunars, meegegaan met Gaia, opgeslokt door de chaos.”
Ze trekt nog één kaart – Het Rad van Fortuin – ‘Destiny’: the wheel turns ,cause and effect become one.

We discussiëren hierover. Wilde ideeën over het uitschakelen van Malpheas of de ongevormde chaos ingaan.
“Goed. Bij de kruidenwinkel zit de kat achter de muizen aan.” De toeschouwers beginnen te applaudisseren. “Vijf solars, vijf chimaerae.”
We gaan weg. Achter ons begint een feest, de gordijnen veranderen in bloemetjes.

Philemon kijkt moeilijk als we zeggen dat we een kruidenwinkel zoeken. Daar zijn er erg veel van. Intussen kijken we om ons heen. Atis en Sango zien een kat. We volgen hem. Hij staart naar een grote mand met muffe oregano. Sango tilt de mand voorzichtig op. De kat springt, de muis was kansloos. Met een tevreden blik eet de kat de muis op.
Atis spreekt de eigenaar aan, een oude goblin. “Wij hebben iets nodig om chimera’s te verslaan.”
“U wilt chimera’s verslaan? Volg mij!”
Hij leidt ons naar de kelder, de catacomben in. Het gaat steeds meer naar wierook ruiken. En als we dieper komen, merken we dat er een sterke lijkenlucht hangt. De eigenaar leidt al heel lang bezoekers naar de chimaerae en verdient geld aan de toeschouwers. De goblin inspecteert onze wapens. “De koudgesmede ijzeren wapens, daar ga je niet veel aan hebben.”
Hij wijst ons op een put van vijf meter diameter en vraagt of we onze warstriders aan willen houden of niet. We houden ze aan en dalen af. Het is hier donker, maar er zijn lampen. Onze warstriders voelen nu als onze eigen lichamen. Her en der liggen skeletten. Allerlei formaten, van goblin tot draak. Allemaal gestript van uitrusting. We blijven doorlopen, het wordt steeds enger, de gang wordt krommer. Sango suggereert dat het punt waar iemand aan wordt gevallen afhangt van hoe gevaarlijk hij lijkt. Wij zijn een groep in warstriders, dus we zullen laat aangevallen worden. Intussen komen de skeletten in groepen. Atis merkt op dat de gang nu zo krom is dat onze bogen geen nut meer hebben.
Opeens springt een reuzenspin uit het plafond. Sarina weet hem te ontwijken, zijn angel mist (Dodge Excellency). Een ander dier, een onbeschrijfelijke mengeling van diersoorten, vangt Ghurkan aan en verwondt hem. Atis schiet (point blank) en raakt. Little Shu wordt vanuit vier hoeken aangevallen door zwermen insecten die rond hem versmelten tot een insectachtig wezen met heel veel angels. Little Shu doet de charm Iron Skin Concentration en weet verwondingen te voorkomen. Sarina schiet op de spin en weet een kleine wond te geven. Little Shu gebruikt een combo en hakt met acht snelle slagen naar het wezen dat half om hem heen is gevormd (Iron Whirlwind en 2nd Melee Excellency). Zijn anima licht op en die van zijn tegenstander ook. Die flikkert door de maanfasen heen. Little Shu raakt hem zó goed, dat hij sterft. Het chitinepantser valt uiteen, een holle schil met daarin allemaal insectjes. De meeste zijn dood.
Vanuit de gang komt een enorme geleimassa. Er drijven nog skeletten in. Het probeert met een tentakel Little Shu te pakken en die wordt geraakt. Ghurkan slaat met Iron Fist op de veelvormige, maar mist. Sango activeert de Solar Hero Form en slaat met haar ijzeren staaf op de blob. Ze komt er niet doorheen.
Achter ons klinkt in Old Realm: “Jongês, allemaal op de krijger!” We zien een maanzilveren warstrider met een daiklave op schaal. Shit! De stem is die van de oude goblin. Atis probeert hem tegen te houden, maar wordt opzij geslagen, zó hard dat hij hem verwondt.
De spin van Sarina gooit een web naar Little Shu maar mist. Het chaosbeest springt ook op hem en raakt. Atis doet een combo van Arrow Storm en Accuracy Without Distance en schiet de leider in zijn rug. Meerdere pijlen raken. Hij zakt in elkaar. Atis’ aura is ook opgevlamd. Sarina schiet op de spin en doodt hem.
Little Shu neemt de situatie in zich op. Hij ziet Sango haar staf schrap zetten tegen de blob. Hij grijpt het chaosbeest wat hem zojuist op de nek is gesprongen en slingert het naar de blob. Splot! Het beest blijft even plakken, de celwand wordt dun en dan wordt het beest opgezogen. Atis pulkt de goblin uit de warstrider en gooit hem ook tegen de blob. Deze wordt ook opgenomen. Sango vraagt iedereen om even opzij te gaan, positioneert zich en gooit een Death of Obsidian Butterflies. Het wezen probeert tunnels te vormen voor de projectielen, maar het zijn er teveel. Hij sterft.
We nemen de maanzilveren warstrider en zijn wapen mee.

We kunnen verder ongehinderd doorlopen naar het centrum. Rondom zijn twaalf nissen op borsthoogte. In elke nis staat een godenbeeld. In het midden is het ‘nest’ van de lunars. We staan aarzelend naar de beelden te kijken. Welke zou het zijn?
Ghurkan kijkt in het nest. En vindt daar nog een beeld, met een schedel in plaats van een hoofd. Hij zet het beeld rechtop. Het vervloeit tot het lichaam van een stevige vrouw. Het leeft, straalt moederlijkheid en comfort uit, maar is onbezield. We discussiëren wat we er mee oeten doen. Terug op Creation aan de dragonblooded overdragen?
“Zo, en wie zijn jullie? En wat heb je met mijn kinderen gedaan?” horen we achter ons. De vrouw spreekt ons aan!
“Zij begonnen! En ze waren gek!”
“Hm, jaja… En wie zijn jullie?”
Ghurkan stelt ons voor.
“En wat doen jullie hier?”
“We zijn, geloof het of niet, door dragonblooded op queeste gestuurd.”
Ze kijkt ongelovig. We praten wat heen en weer en vertellen haar onder andere over Autochthon. Ze vraagt hoe lang we onderweg geweest zijn. Een dag of vier. Ze knipt met haar vingers en we zijn vier dagen geleden in Nexus. Atis vraagt Gaia mee naar de nachtclub, om te dansen. De garderobe bewaakt de warstriders.
Maar Sango roept: “Nee! Denk aan Balten en zijn warstriders, onze zadeltassen, mechanische paarden en de shekel die je aan Philemon beloofde!”

XP: 12.

Tanais – De witte stenen

We hebben zo’n 1000 witte stenen opgevist uit zee. Ze beslaan een periode van 120.000 jaar en we weten een aantal periodes te clusteren. De oudste stenen tot het jaar 63.886 zijn allemaal in hetzelfde handschrift. Deze serie lijkt op verslaglegging van mythologie door iemand die de verhalen uit de eerste hand kent. Ze hebben ieder een kop die verwijst naar een Grote Oorlog. De eerste 5000 jaar ontbreken in onze collectie.

5.049 – Grote Oorlog II – De cluster stenen die in dit jaar begint, gaat over een oorlog tussen twee soorten mutanten: intelligente libellen en intelligente kakkerlakken. Zij hadden het luchtruim en het aardoppervlak verdeeld.
9.856 en verder – Grote Oorlog III – Het leven boven zee is bijna uitgestorven. Intelligente onderwaterwezens zijn bezig oorlog tegen elkaar te voeren. Er zijn verwijzingen naar een grote ramp rond het jaar 8000.
10.797 – Grote Oorlog III – Intelligente krakens.
20.163 – Grote Oorlog IV – Amfibie-achtige wezens (uit de beschrijvingen lijken ze op de wezens die wij bij de Witte Stad aantroffen) zijn zeer talrijk en ze komen boven het oppervlak van de zee.
24.979 – Grote Oorlog IV – Dezelfde amfibieën heersen nu over het Noordelijke halfrond. Ze hebben een hoge beschaving opgebouwd.
25.652 – Grote Oorlog IV – De bedreiging van vis-mutanten is vakkundig door de amfibieën beëindigd. De status quo is bestendigd.
31.304 – Grote Oorlog IV – Er dreigen naderende rampen. De amfibieheerschappij loopt ten einde.
33.494 – Grote Oorlog V – De wereld is veel droger. De Salif (intelligente slangen die nog steeds bestaan) voeren oorlog tegen de Ramank (intelligente kuddedieren die we ook zijn tegengekomen). De Salif winnen.
59.738 – Grote Oorlog V – Men gelooft dat het goed gaat en dat de rampen en einden-der-tijden voorbij zijn. Voorspellingen over het einde van de wereld zijn niet uitgekomen. Men gelooft dat de Slang Van Het Begin Der Tijden eindelijk gedood is.
63.150 – Einde van de 5e Grote Oorlog – Ach en wee! Alles is om ons heen dood aan het gaan. De intelligente rassen zijn bijna geheel uitgestorven. Het einde der tijden is toch gekomen.
72.347 (in een nieuw handschrift) De Huidige Wereld is aangebroken. De Slang is niet meer. Jeb, de grote profeet, heeft aldus geschreven dat het al meer dan 6000 jaar rustig is. De Mens, de nieuwste mutatie, is oppermachtig geworden. Het Nu is aangebroken.
73.100 – De Wyld wordt langzaam om ons heen getemd. Wij zijn hier nu meerdere duizenden jaren en de wereld wordt steeds meer voor mensen geschikt.
75.793 – Draken bestaan nog. Maar de Fae zijn voorgoed teruggeslagen naar de Wyld.
84.641 – Men leeft vredig als jagers en verzamelaars. De wereld is paradijselijk.
92.697 – Al enige duizenden jaren heerst de Wyrd. Hobbits, reuzen, draken, alles leeft in een sprookjesachtig samenzijn. Hobbits bouwen Stonehenge en andere grote stenen cirkels en tempels. Zij zijn bedreven boeren en hun leven is idyllisch. (Er spreekt enige jaloezie uit deze beschrijving. Men heeft het niet meer over de mutantenrassen. De Hobbits worden beschreven als nieuwkomers.)
112.226 – Dertigduizend saaie jaren van vrede.
118.238 – De schrijvers klagen nog steeds over Hobbits die het Noorden overheersen. Steeds meer draken zijn verslagen. De reuzen trekken zich terug. De Wyld begint te vervalen.
119.733 – Er zijn vreemde wezens aan de horizon gesignaleerd. In het verre Westen hebben ze Hobbitrijken ten val gebracht. Ze hebben een maan-achtig aura en kunnen in dieren veranderen.
120.099 – De Hobbit heerschappij is voorbij. De Maanadel doet alsof zij de steencirkels hebben gebouwd. Mensen leven in vrees voor de Maanadel.
126.231 – Vixen bestaat 10 jaar. Er is een wederopleving van de Hobbits. Een alliantie van Hobbits en Mensen heeft de Maanadel naar de Noordelijke Bergen verdreven. De Hobbits blijken over een eigen magie te beschikken. De Mensen hebben Sorcery geleerd uit het Zuiden. De decadente heerschappij is gebroken!
128.001 (Deze datum ligt in de toekomst! De tekst is in hetzelfde handschrift als de steen uit 84.641. Het betreft dus een voorspelling.) De wereld is echt vergaan! Er heerst slechts een lang en treurig verleden.

Uit de stenen kunnen we verder nog de volgende zaken opmaken:

Vanaf het alleroudste tablet worden goden genoemd. Maar in het begin waren ze nog niet zo sterk. Ze zijn in macht gegroeid samen met de mensen.
Abyssals zijn afwezig.
Siderials worden nergens genoemd.
Er komt steeds een nieuwe ramp, met daarna steeds een nieuw mutantenras.
Er is een paradox. De Mens bestond al in de Witte Stad, maar wordt hier gepresenteerd als een mutantenras dat pas duizenden jaren later ontstond. (Imhotep heeft ons verteld dat hij de eerste mensen gevonden heeft op Mount Paradise, rond het jaar 66.000, dat is een paar duizend jaar voor Jeb, de eerste schrijver.)
We moeten weten in welk jaar van onze jaartelling Vixen is gesticht. Dan weten we in welk jaar van deze jaartelling wij nu zitten. Gwan weet dat 320 jaar geleden de Shintasta zijn gekomen en de hegemonie van Vixen hebben gebroken. De Soulfield revolutie heeft 32 jaar geleden de Shintasta verdreven, maar de brahmanen zijn gebleven.

Over de aard van de rampen kunnen we het volgende beredeneren: In de Witte Stad was er na 48 uur weer een botsing tussen de werelden – 48 uur – 96 uur – etc. Dat zijn de momenten dat de werelden tegen elkaar aan slaan en weer weg ketsen. En op het moment van botsing is er een uitwisseling tussen de werelden. Vandaar de mutaties.
[Dat zou betekenen: 24 uur / 96 uur = 4 dagen / 8d / 16d / 32d / 64d / 128d / 256d / 512d /1024d / 2.048d / 4.096d / 8.192d / 16.384d / 32.768d / 65.536d / 131.072d (gedeeld door 365 = 359 jaar) / 718j / 1.436j / 2.870j / 5.744j / 11.490 / 22.980 / 45.969 / 91.920 / 183.840. Maar de stenen houden 1.000 / 2.000 / 4.000 / 8.000 / 16.000 / 32.000 / 64.000 / 128.000 aan. En als de jaren machten van 2 zijn, komen we op 1.024 / 2.048 / 4.096 / 8.192 / 16.384 / 32.768 / 65.536 / 131.072. ( Mensen verschenen rond 66.000 ) ]

Risha bedenkt dat we met een combinatie van de technologie van de Witte Stad beschaving plus onze Magie Igrot los zouden kunnen maken. Chantal valt hem bij. Volgens haar als we de parasiet doodmaken, blijft de magie, maar stopt de oscillatie.
Gwan onderzoekt hoe de mutaties ontstaan. In elke ramp worden vrijwel alle wezens vernietigd. Er is een grote bron van mutaties. De nieuwe verslaan de oude en beginnen een nieuwe beschaving.
Er komen steeds meer Zwarte Bronnen. Maar er zijn er nog niet zo veel als we op het scherm in de Witte Stad zagen. In die zwarte gaten is de tijd vervormd. Zo’n bron is een verbindingstentakel van Onze wereld via -> Elsewhere -> Nowhere -> Darkwhere -> naar de Andere Wereld. De goden Mot en El zijn ontploft vanwege een shortcut naar Darkwhere. Eénoog is een knechtje van de alien. De dienaren van Eenoog krijgen hun beloning in tijdloze bubbels, zoals het stasisveld van de Witte Stad. Daar mogen ze eeuwig heersen in hun beloofde land. Elk aanhechtingspunt, elke zwarte bron, is een extra verbinding tussen de werelden.

De laatste botsing, dan annihileren de twee werelden elkaar in een explosie en Igroth spreidt zijn sporen uit door de vijfde dimensie. Igroth zuigt kleur uit de wereld, daar voedt hij zich mee. Dat levert ons magie op. Risha wil proberen samen te werken met die antiwereld om samen Igroth te verslaan voordat we ontploffen. Chang heeft het idee om Elsewhere kort te sluiten met Darkwhere zodat de alien zich terugtrekt. Het omgekeerde van wat Eenoog doet.

Nog een paar losse gedachten:
Materie en antimaterie doet rare dingen met de tijd.
Misschien is er in de 5e dimensie iets dat Igrot’s eet.
Of we kunnen onze eigen 5-dimensionaliteit verwezenlijken.
Kunnen we via Melek Qart in contact komen met de wezens van Elsewhere?
De profetie zegt dat de komende klap de laatste zal zijn.
Verdere vragen kunnen worden beantwoordt.

Risha laat een cultusgebouw maken voor de stenen. Als we dit avontuur overleven dan mag er een mooi altaar voor de goden van gebouwd worden.

The RoSE – 59

Als we naar de lucht kijken, zien we de sterrenhemel die we kennen. De meesten van ons gaan slapen. Alleen Atis probeert de grote warstrider waar hij in zit te beïnvloeden, hij vertelt hem dat hij naar de kleine robot Atis moet luisteren omdat die een ‘maker’ is. Die is niet helemaal overtuigd. Als Atis terugkeert naar zijn eigen warstrider, merkt hij dat die beter past.
De volgende ochtend komt de hoofdvrouw ons ophalen. Onze eenhoorns staan al klaar, gezadeld en wel. Ze heeft een klein escorte van vier nog grotere – vooral in de breedte – warstriders. Die hebben zadeltassen vol met rhinoceroshoorns bij zich. Na een halve dag komen we bij een mesa waar een weg omhoog tegenaan loopt. Volstrekt onnatuurlijk. Waar de weg via een tunnel de mesa in gaat, staat een wachthuisje. De hoorns worden gewogen en in ruil krijgen de robots een grote fles blauw lichtgevende vloeistof. Waarschijnlijk pure essence, en niet weinig ook. Daarna worden wij voorgesteld als kinderen die de maker kunnen repareren. Dat lijkt de wachter sterk, maar we mogen het proberen.
“Hoe oud zijn jullie?”
We leggen uit dat we van elders komen. “Ah, een andere maker. En dus andere kennis.”
Hij vertelt dat hij gehoord heeft dat er zestig makers zijn. Sango mompelt: “een vijfde van driehonderd…” Hij vertelt dat hier ooit wel andere maker hiers kwamen, maar dat is al vijfduizend jaar geleden.
We mogen doorlopen. De tunnel wordt van beton, verlicht met essence-kristallen. Het ziet er erg oud, maar goed onderhouden uit. Volgens Sango beheersten de oude solars de kunst om dingen zó te maken dat ze eeuwig perfect bleven, zonder onderhoud. Het is een verloren kennis. Alles hier is vroege First Age. We beginnen geluiden van een factory-cathedral te horen, en we zien robots van allerlei groottes rondlopen. In een zaal is een productielijn bezig een warstrider in elkaar te zetten. Elk onderdeel wordt grondig getest en bijna alles wordt afgekeurd op heel subtiele foutjes.
We zien nergens zelfs maar robots van onze grootte. We voelen dat dit een niveau vijf manse is, maar verder kunnen we zo snel niets leren. Atis vraagt een robot waar de maker is. Die wijst een bepaalde kant op.
Daar vinden we een grote deur met het symbool van de Twilight Caste. Er staat een tekst omheen in Old Realm. Het blijkt een beveiliging te zijn die Fair Folk zou aanvallen met een stortvloed aan essence — daar verstenen ze van. Sango probeert de deur. Als ze zich er op afstemt (10 minuten, 4 essence) kan ze de deur openmaken.
Achter de deur ligt we in een luxueus paleis. Het kijkt uit op een zonnig landschap, een welvarende vredige stad, met luchtschepen in de lucht. Het moet een oude opname van het uitzicht vanaf de heilige berg zijn. In de hal staat een stokoude warstrider, groot, van orichalcum, met symbolen van Sol en Autochthon op de borst. Als we hem openmaken zien we dat de eigenaar een knutselaar is (of was), met een voorliefde voor elastiekjes en kauwgum.
We zoeken verder. E is een keuken voor veertig man personeel, maar er is maar één fornuis in gebruik. Er is een tuintje, verwaarloosd, maar met groente en kruiden. De bewoner kookte vegetarisch. Er loopt een slijtagespoor naar de eetzaal, zitkamer en slaapkamer. Daar vinden we een stokoude man, slapend, met een zuurstofmasker.
Het lukt ons om hem te wekken, hij leeft nog! We geven hem water en voedsel, Little Shu kookt wat groenten. Atis onderzoekt hem. Hij is niet ziek, alleen maar stokoud en zijn lichaam is versleten.
Hij leeft een beetje op, en stelt zich voor als Balten. Hij heet ons welkom. Atis vertelt kort wat we hier doen. Balten legt uit dat hij stervende is. Als hij doodgaat, houdt zijn afstemming op deze manse op en ontploft alles. Hij is de laatste poortwachter, hij woont buiten de Loom Of Fate, en hij wordt beschermd door Gaia.
We vertellen hem over de dood van Sol. Dat is nieuw voor hem.
Wat zou er gebeuren met de warstriders als hij sterft? “Als ze de ineenstorting bij mijn dood overleven, zullen de AI’s in slaapstand gaan. En als het toch niet ontploft, dan spelen ze gewoon door.”
Atis vraagt of het mogelijk is een afstandbediening te maken. “Goed idee!”
Sango vraagt of hij een bibliotheek heeft. Ja, hij heeft wel wat staan, maar niet veel. “Wat is er eigenlijk gebeurd met de bibliotheek van Spirimon?” We vertellen kort over Raksi. “Een waanzinnige First Age Lunar? Gelukkig! Als daardoor die boeken niet verloren zijn gegaan!”
We kijken in zijn bibliotheek. Er is niets over tovenarij.
Atis blijkt kristallen te kunnen lezen zonder apparaat. We vinden kasten met fictie. Daar staan boeken als “Ares”, en een complete serie dichtbundels van E. van Hoof. Daarnaast is er een technische afdeling met titels als “Warstriders maken voor dummies”, “Handboek Geomantie”, “Stermetaal bewerken (Strikt geheim, alleen voor Siderial ogen)” (Atis steekt het bij zich), proefschriften van onder meer G. Schenk en M. Heemskerk (de laatste wordt snel bij de fictie gezet) en een ingebonden artikelenserie “Van Angsthaas tot Databaas”.
We vragen of we iets voor Balten kunnen doen. Hij zou graag zijn warstrider ‘Gunslinger’ weer eens zien. En we weten zeker geen manier om zijn bewustzijn over te zetten?
Dat leidt tot allerlei ingevingen. Atis denkt aan een proces met bliksems en koperdraad en een ‘lege’ AI. Sango vertelt over het overzetten van één van de stads-exalts van Autochthon in een bio-suit uit de factory cathedral van Yu Shan. Atis en Sarina vinden dat hun ingevingen vaak haaks op elkaar staan, als ze dat nu gebruiken om elkaar aan te vullen… Sango zegt dat de kennis achter de spreuk Flight Of Separation misschien bij kan dragen. Ze stelt ook de vraag of het proberen een geest over te zetten naar een mechanisch lichaam niet een blijk is van de hubris die de Great Curse met zich meebrengt. Met enige aarzeling erkent men dat ze een punt kan hebben. Maar – goede bedoelingen, wanhopige tijden…

Voor het overzetten moet de AI van de warstrider overtuigd worden. Ghurkan gaat in de afdeling Poëzie op zoek naar toepasselijke teksten en daar één geheel van maken. Zijn eerste poging is niet zo overtuigend, maar hij zet door.
Atis gaat verder met zijn onderzoek. Sarina’s heartstone wordt ook gebruikt om haar in de onstoffelijke wereld te brengen, zodat ze daar ook kan ingrijpen. Sango onderzoekt, via introspectie, hoe het bewustzijn onafhankelijk van het lichaam wordt (Integrity + Perception, Medicine + Perception). Ghurkan doet een tweede poging om goede verzen te vinden, maar is nog niet zo geïnspireerd.
Sarina doet onderzoek in de geestelijke wereld. Zij en Atis zijn de hele dag bezig. Het is veelbelovend. De ‘hoge ziel’ (het reīncarnerend bewustzijn) wil wel, maar de ‘lage ziel’ (angry ghost / spook) niet. Sango vraagt Ghurkan om zelf poëzie te schrijven, we proberen tenslotte iets nieuws.
Het probleem van de lage ziel is op te lossen door de oude man fysiek in de warstrider te stoppen. Daar is een perfecte aansluiting, hij is er al duizenden jaren aan gewend, zijn spook zal de warstrider als houvast (‘fetter’) aanvaarden. Voor het mede overzetten van de exalatie moeten we de zegen van Lytek, god van exaltatie, krijgen. Daarvoor is volgens de literatuur saffraan en een perfecte lens van robijn nodig. Sango probeert Balten de geestelijke toestand bij te brengen om zijn bewustzijn ‘bij elkaar te houden’. De oude man heeft totaal geen talent voor tovenarij, dis ze probeert het via concentratie en ‘flow’.
De volgende dag besteden we aan de interface. Stermetaal is ideaal. De robotjes, die we mogen gebruiken, maken een schedelkapje met contactpuntjes. Sarina gaat de minor god van de Gunslinger overtuigen om ruimte te maken voor Balten. Little Shu gaat de oude warstrider schoonmaken en de contactpuntjes reinigen. Sango wijst er op dat niet alleen de hersenen uitgelezen moeten worden maar ook de andere chackra’s, en ze wijst erop dat hij tijdens de overgang zoveel mogelijk ervaringen en herinneringen moet doormaken.
Sarina creëert een nieuwe combo om een meervoudige, onfeilbare aanval op een geest te doen. Dat lukt.
We helpen de bejaarde in zijn oude warstrider. Hij wijst ons op de hearthstone-kamer van de manse, waar we een heartstone vandaan halen om die in de warstrider te plaatsen.
Sango praat Balten door zo veel mogelijk herinneringen heen. Little Shu drukt uiteindelijk op de startknop. Hij heeft precies het juiste moment gekozen: het moment dat de oude solar sterft.
De exaltatie gaat niet over, maar de hoge en de lage ziel wel. De Great Curse valt van hem af, en hij realiseeert zich dat hij zijn tijd verspild heeft. Hij moet Creatie beschermen, niet Gaia. Hij zal zijn robots herprogrammeren. “Waar verzamelen we? Gethamane?” Hij zal er zijn, met een leger aan warstriders.
We realiseren ons dat hij nog wat extra informatie nodig heeft, zoals de identiteit van onze generaal. We praten hem bij. Little Shu begraaft zijn lichaam in de moestuin. Daarna trekt Balten zijn wapen en schiet de hearth-kamer kapot. Een gigantische explosie, alsof een gordijn wordt weggetrokken, en daarachter zien we een goblin markt. We stappen in onze warstriders en warbird en we lopen erheen.

XP: 7

Tanais – 71

We mogen ieder twee van de tovenaars uitwerken. Ik kies voor Bubastis Hotep, de tovenares die is gespecialiseerd in Liefde en Oorlog, en Nazir Guley, de allrounder. Chris heeft gekozen voor de beide krijgsmagiërs Fastenos en Sobekh Ti. Jaap neemt de tovenaar-handelaar Karoen Hotep en Bes Hotep, die gespecialiseerd is in liefde en intriges. Martin heeft de vriendelijke balsemer Bilgir Nam en watermagiër Drilim Corsair met de blauwe gewaden. Blijft over de boekengeleerde Drilim Corsair als non-player in handen van de storyteller.

Als we aankomen in Groath, blijkt het vroeg in de avond van de zestiende te zijn. Ons avontuur in de Witte Stad was niet tijdloos, we zijn actief terug in de tijd gereisd! We overnachten in Groath en vertrekken de volgende morgen.

17-vi-R2
We laden de tabletten op ossenkarren en gaan in rustig tempo naar Bronwë. Jonge mannen met slechte wapens lopen dezelfde kant op. “Er worden nog steeds soldaten opgeroepen. De broer van de koning zegt dat er een grote oorlog aan zit te komen,” zegt er eentje met grote, blije ogen. We wisselen de ossen regelmatig en rijden non-stop. Rond middernacht komen we bij de ingang van de Barrows. Vanaf hier zijn overal soldaten. Niet alleen groentjes, maar ook serieuze krijgers. Na twee dagen komen we in Bronwë. Bi de stad zijn ook legioenen gestationeerd, meer nog dan we hadden verwacht.
We gaan naar het zomerpaleis en laden de stenen uit. We halen er een jonge brahmaan bij, van een jaar of dertig. Hij leest er een paar. “Indrukwekkend! Dit zijn de Oer-Stenen, bijzonder heilig, ze waren verloren gewaand. Die bakstenen van ons zijn hier maar een slap aftreksel van. Alle rituelen gaan beter met deze stenen.”
Risha zegt: “Eerst ontcijferen!” De brahmaan is dat met hem eens en gaat een team samenstellen. Hij wordt heel nerveus als Risha zegt dat er ook een derweth bij moet. Dat gaat de priester te ver. Vrouwelijke brahmanen heeft hij geen bezwaar tegen, maar derweth… Hij loopt weg om Shivanesh te halen.
Dan komt Mahakrishna langs. De eindstrijd zal bij de Barrows plaats vinden. Hij vertelt dat Sesklo geen leger heeft kunnen sturen. Zij hebben een eigen probleem met een draak en een vulkaan. “Draak?” zegt Risha, “wij hebben ook een draak…” Zijn broer onderbreekt hem: “De spannende verhalen komen later. Ik heb de vrijheid genomen om Bambi te bewerken. Zij heeft vijfduizend goed getrainde losers geleverd. Ik heb nòg vijfduizend man Shintasta laten komen, plus mijn eigen keurkorps van tweehonderdvijftig strijdwagens onder leiding van Mahamutri. Voordat ik het bevel overdraag aan generaal Chang wil ik even een overzicht geven van wat er allemaal beschikbaar is.”

Soulfields:
– 5000 soldaten (drill 2) aanvoerder Chang
– 5000 recruten (drill 1) aanvoerder Risha
Shintasta:
– 250 charioteers (elite drill 4) aanvoerder Mahamutri
– 5000 soldaten 1e legioen (drill 3)
– 5000 soldaten 2e legioen (drill 3)
Vixen
– 2500 soldaten (drill 2)
Abishqueck / Noordelijke Liga
– 1200 cavalerie (drill 2) aanvoerder Kofkof
Sesklo
– 5000 soldaten (drill 3) aanvoerder Bambi
Silver (dwergen)
– 1200 engineers (drill 2) aanvoerder Barkust
Selene
– 1200 soldaten (drill 2) aanvoerder Cyrian
Targon (goblins)
– 250 marketensters (drill 0) aanvoerders Eensteen en Platto

Een overzicht van de officieren:
War 6 : Mahamutri
War 5 : Kofkof, Chang, 2 shintasta edelen
War 4 : 7 edelen, (+ Risha na training)
War 3 : 15 kapiteins en sergeants, waaronder Bruiser en boogschutter Jarim Par (extra personage van Martin)
War 2 : 31 officieren
War 1 : 62 onderofficieren

Mahakrishna vertelt verder dat hij met de magiërs een oefenveldslag heeft geregeld om de onervaren troepen en Risha te trainen. (Zo kan Risha War 4 leren.)

Shivanesh komt binnen. Hij kijkt giftig, maar onderdanig, naar Mahakrishna. Die gaat weg.
“Gefeliciteerd met de vondst van de Oerstenen. Deze kunnen de kracht van al onze rituelen verhogen. Daarom verzoek ik vriendelijk aan lieden die al hun magische kracht nog hard nodig hebben, om deze stenen niet in aanraking te brengen met soulfielders en zeker niet met derweth.
De opperbrahmaan is in onze afwezigheid erg arrogant geworden. Er ontstaat een hoogoplopende ruzie tussen Shivanesh en de koning. Shivanesh claimt dat dit de bouwstenen zijn waarmee de goden de wereld hebben gemaakt. Risha betoogt dat deze stenen door een lange rij solar-priesters in zee zijn gegooid en dat we de laatste priester met onze eigen handen hebben begraven. Shivanesh stelt een weddenschap voor: Risha bouwt een altaar van bakstenen en hij van witte stenen. Risha gaat daar niet op in.
“Waarom derweth?” “Chantal en ik hebben de stenen samen opgevist. De koningin is soulfielder en zij heeft er evenveel voor gedaan als ik. Wees blij dat de chinezen ze niet ook claimen. Bovendien het gaat alleen maar om het lezen van de teksten die er op staan, niet om de stenen zelf.” Uiteindelijk komen ze er op uit dat de derweth de stenen mogen lezen, maar niet mogen aanraken, ze moeten handschoenen dragen.
Als de boze opperbrahmaan de zaal verlaten heeft, is Kadier aan de beurt. “Wat bent u snel terug, en met belangrijke stenen… Tja, het zijn en blijven racisten. Ennuh, mocht Shivanesh iets overkomen… liever niet waar je broer bij is! Die twee mogen elkaar niet, maar naar buiten toe vormen ze één front. Over je broer gesproken, kijk uit dat die de boel niet gaat overnemen. Hij ziet zichzelf als overkoning met jou als vazal.”
“Wat is er met Shivanesh aan de hand?” vraagt Risha, “ik vond hem wel aardig, maar nu doet hij alsof hij zichzelf belangrijker vindt dan de koning.”
“Hij is pissig omdat dat je die tovenaars hebt ingehuurd. Sorcery had je ook van ons kunnen leren. Het kost natuurlijk geld, maar je brahmanen hoeven niets door te krijgen. Die tovenaars hebben voor jullie een hallucinoir oefenerrein klaar gemaakt. Dat ziet er goed uit.”
Claude vraagt of hij aan betrouwbare metaalbewerkers kan komen voor zilver en titanium. Ja, dat lukt wel. Gwan wil weten hoeveel manschappen er nodig zullen zijn voor de slag om de Barrows. “Het is een heel groot gebied, zestig bij tachtig kilometer. En onder de grond wordt het een soort stadsguerilla, met gifgas. Nee, dat gaan jullie nu niet redden.”

Lunchtijd. Claude neemt werklui mee naar de werkplaats en laat ze de tekeningen van de vliegmachine zien. Zij mogen de basisvormen maken, hij zal de details doen.
Risha gaat naar de schrijn van Oaken. Hij bidt tot zijn god.
“Zo jochie, wat wil je nu weer van mij?”
“Niks, ik kom jullie waarschuwen. Eenoog heeft Mot en El gedood, en we hebben maar net weten te voorkomen dat hij ook Jamm en Baâl dood maakte. Ik denk dat Eenoog het hier ook wil gaan proberen.”
“Er komen wel weer nieuwen voor hen in de plaats. Het is tragisch, maar soms gebeurt het dat er een god sterft. Maar, is er jou iets meer opgevallen?”
“In de Witte Stad? Demonen kwamen daar ook uit de grond.”
“Ah… dus dat is wat de abyssals willen. De tijd daarbinnen loopt door, dat betekent een eeuwige hel in een enkel ogenblik! De abysals grijpen de macht en ze hebben het beloofde einde der tijden, waarbinnen ze voor eeuwig oppermachtig zijn. Is je nog meer opgevallen?”
“Zo veel. Maar doelt u op iets speciaals?”
“Waren er reclameborden?”
“Ja, die gingen op wit toen het krachtveld gesloten werd.”
“Heel interessant!” roept de god, “ik denk dat de materie- en antimateriewereld vlak na jullie vertrek uit de Witte Stad op elkaar gebotst zijn. Oscillatie! Dan is wat er nu aan de hand is, daar een voortzetting van!”
“En die marmeren tabletten?”
“Ook al is het verhaal dat Shivanesh er aan heeft gekoppeld nonsens, ze geven wel heel veel kracht omdat er in geloofd wordt. Ik ben blij dat je niet op zijn weddenschap bent ingegaan, want hij zou hebben gewonnen! Je moet die Shivanesh niet te serieus nemen. Je beseft overigens dat jij nooit een god zult worden hè?”
“Nee, ik snap nu dat ik op een ander facet van het kristal zit. Maar wij staan aan jullie kant,” zegt Risha.
“Meestal…” antwoordt zijn god. “Voor nu hebben we een gezamenlijke vijand. Ik denk dat de oscillatie langzamer gaat. Eerst zaten er een een paar uren tussen de klappen, nu duizenden jaren. Alles wat enigszins in de vijfde dimensie zat is daar gebleven. We zitten nu toch weer tegen een knal aan.” Oaken verdwijnt weer. “Ik wens je verder een fijne middag,” hoort Risha nog.

Chang gaat bij de troepen langs. Tussen de barakken valt al snel op dat er drie groepen, zijn die onderling niet mengen: Sesklo, Shintasta en de Noordelijke Liga. Maar hij heeft wel het idee dat ze samen kunnen werken. Verreweg de meeste officieren zijn Shintasta. De cavalerie van Kofkof is indrukwekkend. Het legioen uit Sesklo, Romeins aandoende troepen aangevoerd door Bambi, is iets minder indrukwekkend. Mahamutri’s strijdwagens zijn heel indrukwekkend en goed bemand; hij is ook goed voorzien van verbindingsofficieren. De troepen uit Vixen zijn niets bijzonders. Die uit Silver zijn bouwkundigen, die zouden handig kunnen zijn. De krijgers uit Selene zijn nuffige en pretentieuze lieden. Soulfielders zijn meer of minder goed getrainde boeren. En de goblins zijn gedienstig, maar hebben nog wel training nodig.

Gwan informeert naar de tovenaars uit Geb. De Gebianen zij begonnen landhuizen te bouwen en hij ontdekt dat ze gebrouilleerd zijn met de brahmanen.
Daarnaast houdt hij de aanvoerlijnen en de logistiek in de gaten. De logistiek is niet denderend geregeld. Er zijn voorraden voor twee maanden, maar nog geen goede aanvoerlijnen. De schatkist is bijna leeg. Hij kan geld lenen bij Berek Pan van Qart. Er zijn ook onafhankelijke kooplieden die Groath opnemen in de handelsroutes, dus er komen wel meer inkomsten. De bottleneck is de Oude Bosweg naar het grote Shintasta-rijk. Berek Pan adviseert ons om de onafhankelijke landjes een beetje in te lijven en de handelsroutes via de rivier Sheila, het Oude Bospad en de wegen naar Vixen etcetera veilig te stellen.

Als we weer bij elkaar zijn inventariseren we alles en maken we plannen. Nu zijn alle troepen gecentreerd rond Bronwë. Ons eerste doel is Shearton. We horen dat het idee van een tangbeweging vanuit het Noorden niet door zal kunnen gaan, omdat de troepen van de Noordelijke Liga al hier zitten. Chang stelt voor om de Magiërs met Risha en Sesklo’s legioen door Sorceror’s Well te sturen, de Chariots om het bos heen te laten rijden, de Cavalerie met de vrouwelijke brahmanen en magische paarden door het Weird Bos heen te laten rijden. Voor de Artillerie, Ingenieurs en overige Infanterie moeten we nog wat bedenken.

Volgende keer: oefenen met vechten bij de magiërs.

3xp

The RoSE – 58

In de verte komt een trein aan. Sommigen van ons horen achter ons een geluid. Ghurkan, met zijn door een Wyld-mutatie verbeterde gehoor, hoort dat het klinkt als een galopperende kudde. We besluiten naar de trein te rennen, met Sarina op de rug van Little Shu’s warstrider.

Little Shu blijft wat achter, hij loopt niet zo snel. Sango pakt Sarina over, Ghurkan en Atis pakken Little Shu bij zijn armen op en trekken hem mee. Als we omkijken zien we dat de kudde bestaat uit een soort neushoorns. Ze zijn groter dan onze warstriders, en uit hun ogen, oren, neus, bek, hoeven en hoorns komt vuur. We zien nu ook dat ze opgedreven worden door grote robots, acht à negen meter hoog, op enorme paarden met één hoorn op het voorhoofd.
We springen op de trein. Alleen Sango heeft moeite om er in te komen: ze heeft alleen de railing vast. Gelukkig hervindt ze haar evenwicht en springt ze alsnog op het achterbalkon. We besluiten om niet de aandacht van de drijvers te trekken.
Aan de grootte van de deur te zien is deze trein bedoeld voor wezens van acht meter hoog. Wij zijn in deze uitmonstering zo’n vijf meter hoog. We gaan de coupé binnen. Derde klasse, eenvoudige inrichting. We gaan een coupé verder. Deze wordt wat luxueuzer, met een lamp. Er liggen een breiwerk en een boek. Voor iemand van acht meter zou het een klein boekje zijn. De pagina’s zijn blanco.
De volgende wagon is een bagagerijtuig. Het staat vol met koffers, houten kratten van drie bij drie meter, een postzak, en een kooi met een grote metalen vogel. De postzak bevat enorme brieven, ook blanco. In de kratten zitten vuurwapens, op een formaat dat past bij onze warstriders. Geen Essence Cannons, maar explosies op basis van Firedust. Sango kijkt naar de vogel. Het lijkt alsof er een berijder in kan. Sarina is geïnteresseerd. Ze maakt de kooi open, en we zetten de vogel op de grond. Sarina klimt er in — haar benen gaan in de poten, haar armen in de vleugels. Ze spreidt de vleugels en probeert op te stijgen. Dat werkt.
We vinden ook een krat met dynamiet, en een kluis. Atis wil hem opblazen, maar Sango houdt hem tegen. Sarina maakt hem met enige moeite open. Erin vindt ze stapels bij elkaar gebonden papier, allemaal blanco behalve de bovenste en de onderste. Ernaast staat een zak met enorme oranje munten. Het lijkt wel alsof we in een poppenhuis op reuzenschaal rondlopen.
We bewapenen ons. De kist bevat ook holsters en patroongordels. In een koffer vinden we hoeden, laarzen en lange leren jassen. We trekken ze aan.
De volgende coupé is de eerste klasse Ook deze is leeg. Als we naar de locomotief kijken, blijkt het vuur te branden zonder stoker. We oefenen met het trekken van de wapens, Sarina oefent het vliegen. Sango sloopt de staander van de kooi, zodat ze een metalen staf heeft. In de eerste klasse staat ook een vitrinekast met eten, een soort taarten. Voor acht meter grote wezens zijn het petit-fours, voor ons is eentje een hele maaltijd. Er is ook een kast met drank. Atis stelt voor om te rusten. Sango wil liever opschieten, maar laat zich overtuigen. Zij en Little Shu gooien elke vier uur een Chaos Repelling Pattern, we willen niet nog zo’n wyld-mutatie.

Als we wakker worden rijden we inmiddels door een prairielandschap. De neushoorns hier lopen vreedzaam te grazen. De trein rijdt inmiddels stapvoets. Ghurkan realiseert zich dat de hoorns van de neushoorns van magische materialen gemaakt zijn. Hij stelt voor om af te stappen. Atis heeft een beter idee. Hij gaat naar de locomotief, analyseert de werking (drie elementen: aarde, vuur en water) en zet het mechanisme stil. De brandstof, steenkool, was sowieso bijna op.
We stappen uit. Ghurkan en Atis willen een rinoceros schieten. Sango vindt dat zielig, Little Shu vindt het niet al te dapper. Behalve neushoorns zijn er zesbenige eenhoorns en grote katachtigen. Een rijdier vangen zou leuk zijn, bedenken w Atis gooit een lasso en krijgt hem om de nek van een eenhoorn. Die begint te bokken en te trekken. Ghurkan springt op de rug van het dier. Met Atis samen lukt het om het beest in bedwang te houden. Ghurkan probeert hem gerust te stellen, en dat lijkt te werken. Hij gaat er mee door en slaagt erin het dier te kalmeren. Sango springt op een ander dier. Dat bokt en ze wordt er net zo snel weer afgegooid. Little Shu biedt een ander dier gras aan, en probeert vriendschap te sluiten. Het dier van Sango staat haar wat suf aan te kijken. Ze biedt het een petit-four aan. Hap! Dat werkt dus ook.
Atis klimt op het gevangen dier, terwijl Ghurkan het kalmeert. Het is een hengst, vandaar dat het temmen moeilijker is. Sango en Little Shu hebben merries. Dat wetende zoekt Ghurkan ook een rijdier uit, een hengst. Met de Heaven Graced Riding Technique is het dier voor hem snel te temmen.
Achter ons sist de locomotief. De druk is er van af.
Sarina vliegt intussen rond. Ver achter ons ziet ze een kamp met een groot kampvuur. In de verte voor ons is een wissel in de rails, de zijtak gaat naar een klein dorpje. Ze kijkt ook bij de katachtigen. Blijkbaar eten die de neushoorns en de paarden, en laten ze de hoorns liggen. Er ligt één hoorn van maanzilver, twee van stermetaal, vijf van orichalcum. De rest is van verschillende kleuren jade. Sarina pakt een van de stermetalen hoorns in haar klauwen. Eén van de katachtigen probeert haar te vangen, maar ze weet de adamanten sabeltanden te ontwijken.

Als Sarina terugkomt met de hoorn, zijn we geïnteresseerd. Grondstoffen voor de Factory Cathedral! We willen de overige hoorns dus ophalen. Eerst proberen we de katachtigen te verdrijven met dynamiet. Little Shu heeft verstand van dieren en kiest het moment: als twee volwassen wijfjes aan het jagen zijn. De welpjes vluchten, hun moeder gaat er achteraan en het mannelijke dier wendt zich demonstratief af. We slagen erin alle bijzondere hoorns te pakken te krijgen en ook vier soorten jade, alles behalve wit. (Daar hebben we nog veel van liggen onder Gethamane.) we pakken ook een hoorn van een eenhoorn, die is niet magisch maar wel bijzonder.
Sarina ziet dat in het kampement meer rook opstijgt. Rooksignalen, omdat ze ons gehoord hebben? We gaan terug naar de trein om de buit zo te verpakken dat we het op een eenhoorn mee kunnen nemen. We komen uit op twee koffers, aan elkaar gebonden als zadeltassen. Ook vullen we de voorraad dynamiet aan. Sarina houdt intussen het kamp in de gaten. Een aantal van de wezens zadelt hun rijdieren. Ze hebben krachtbogen, en hun uitrusting is gemaakt van stukken warstrider.
Is de plot cowboys tegen indianen, met een overval op de posttrein? Gaan we de indianen tegemoet of blijven we de trein verdedigen?
Sarina denkt na. Als we de wagons loskoppelen en de locomotief van brandstof voorzien door een neushoorn te schieten, is die sneller dan de paarden Maar dat lukt niet voor de ‘indianen’ ons bereiken.
Als de ruiters arriveren gebaart Ghurkan dat hij wil onderhandelen, maar ze lachen hem uit. We wachten af, ze omcirkelen ons. We verschansen ons in de loc, behalve Ghurkan die als onderhandelaar naar voren is gelopen. Ze rijden om ons heen. Het ziet er imponerend uit. Het zijn er ongeveer twintig. Ze vormen een halve cirkel. De hoofdman heeft een hoofdtooi van gesloopte warbirds, en een ketting van adamanten tanden van sabeltandtijgers.
“Geef je over!”
Ghrurkan: “Daar moeten we het over hebben.”
“Waar zijn de volwassenen?”
“Ik ben volwassen, en van vlees en bloed!”
“Stap op je paarden en kom mee, naar ons kamp!”
Ghurkan stemt toe en wenkt de rest naderbij. We kijken intussen goed. Het lijken geen essence-gebruikers te zijn. We stappen op onze eenhoorns en ze binden onze benen onder het paard aan elkaar. Atis protesteert, maar krijgt zo’n klap dat het hem duizelt. Ze nemen onze wapens niet af. Sarina en Atis kijken wat boos naar Ghurkan, maar die fluistert dat hij tijd nodig heeft.

Het kamp is niet ver. Het bestaat uit tipi’s, bekleed met bronzen paardenvachten en neushoornhuiden. Het kamp is groter dan het dorpje verderop. Het centrale vuur is zó heet dat je niet binnen een straal van twintig meter wilt komen. We worden op een centrale lokatie gezet, nog steeds op onze paarden. Ghurkan blijft inpraten op de boogschutter. Hij gaat ervan uit dat ze ons onbewust toch als kinderen zien, en dus milder gestemd zullen zijn.
Er komen een paar grote robots op ons af. De één is duidelijk vrouwelijk. De andere heeft een groot hoofd, wat een leeuwenkop moet voorstellen. Hij is wel essence-gebruiker. Hij loopt een rondje om ons heen. Hij is een spreuk aan het doen, langzamer dan onze charms. We herkennen wat hij doet: hij kijkt of wij essence-gebruikers zijn. Dan zegt hij: “Het zijn geen fae. Maak ze maar los.”
Onze boeien blijken van koud ijzer te zijn. “Zijn jullie vijanden van de fae?” vraagt de sjamaan.
“Ja, maar we zijn hier niet om oorlog te voeren. We zijn op doortocht van Twilight naar Eclipse.”
“Fae-praat. Jullie zijn geen kinderen. Wat zijn jullie wel?”
“Solars.” Sango zet haar aura – een zonsondergang – aan. Atis de zijne ook – een leeuwenkop.
“Morgen nemen we jullie mee naar de poppenmaker. Als die een pop maakt, heeft hij net zo’n aura als hij.” (Hij wijst naar Sango.)
“Wat doen jullie hier?” vragen we.
“Dat hangt van het verhaal af. Maar als de fae binnenvallen, vechten we allemaal samen. We gaan de trein weer opstarten. Die hoort daar niet stil te staan. Als er nog spullen van jullie in de trein liggen, dan kunnen we die meteen voor jullie ophalen.”
We mogen rondlopen, maar we mogen het kamp niet verlaten. We krijgen het idee dat de robots niet zo slim zijn. De sjamaan iets meer dan de rest, maar hij is nog steeds geen groot licht. De hoofdvrouw heeft overigens al die tijd nog niets gezegd.

Het kamp is stabiel, de Chaos Repelling Pattern is hier niet nodig. Sarina landt op een cactus, stapt uit de warbird en gaat met behulp van haar heartstone gedematerialiseerd het kamp in. Als de robots rusten, zetten ze zichzelf uit. Atis is ook op onderzoek gegaan en onderzoekt een uitgezette robot. Het blijkt een warstrider te zijn! Hij pulkt hem open en klimt er in. Het werkt! Hij zoekt Sango op. Die waarschuwt dat deze warstriders bewust zijn. Vergelijkbaar met onze AI-1, maar dan minder intelligent. Sarina klimt ook in een slapende warstrider. Deze zijn van type Royal Class. Na wat experimenteren gaat Sarina uiteindelijk weer terug naar haar warbird.

De hoofdvrouw zit in de hoofdtent en overlegt met een aantal sjamanen – er zijn er meerdere. Ze spreken een machinevariant van Old Realm. Als de sjamanen ons zien rondlopen, wenken ze ons erbij.
“Jullie zijn solars hè, makers?”
“Uh, in zekere zin wel,” zegt Ghurkan.
“Onze maker begint versleten te raken. Kunnen jullie hem repareren?”
“Misschien.”
“Daar hebben we niets aan. Je kan iets of je kan het niet.”
Omdat er geen duidelijk ja of nee antwoord komt, verliest de sjamaan zijn geduld: “Jammer, er valt geen gesprek met jullie te voeren.”
Ghurkan klapt zijn warstrider open om te laten zien dat hij een mens is.
“Gatver, er zit viezigheid in je! Doe dat gauw dicht.”
Uiteindelijk begrijpt Ghurkan dat hij met nuances niks bereikt, en zegt hij: “Breng ons naar je maker. We zullen hem repareren.”

Atis probeert contact te leggen met de AI in zijn Royal warstrider. Hij slaagt er uiteindelijk in de AI wakker te maken. Die is bang dat hij schizofreen is geworden: hij heeft een stem in zijn hoofd! Atis gebruikt Respect Commanding Attitude en weet hem te kalmeren. Wel is de AI nog steeds wantrouwig, en probeert hij zich te verweren. Atis praat op hem in, om vertrouwen te wekken.

Geen XP, die komen bij de afsluiting van dit hoofdstuk.

NB. Om de AI van zo een warstrider aan je te binden is een social attack met 9 successen nodig. Voor een sjamaan (AI niveau 2) en de leidster (AI niveau 3) zijn meer successen nodig.

Tanais – 70

Het is negen uur ’s avonds, maar de zon staat nog steeds midden aan de hemel. We willen naar Instituut Diccles. Dat is vijfhonderd meter glibberen over slijmerige grasvelden. Er brandt nog licht. Binnen vinden we geen baliepersoneel meer. De plattegrond geeft aan dat er bovenin het gebouw op de tiende etage een observatiekoepel is. Helemaal onderin de diepste kelder zit een zwaar bewaakt gedeelte. De rest van het gebouw lijkt uit kantoren te bestaan.
We willen naar de bovenste etage. Als we bovenin zijn, reageert de liftdeur niet op ons, er is blijkbaar een extra code nodig die we niet kennen. Met Lock Opening Touch krijgen we de deur wel open, maar daardoor raakt de lift wel defect.
Op de bovenste verdieping ligt hoogpolig tapijt in de gang. Uit een van de kamers komt zacht gezoem en gebrom van machines. Een man van ongeveer 55 zit ingespannen naar bedieningspanelen en beeldschermen te turen. Hij is druk bezig en heeft ons niet door.
“Goedenavond…” zegt Risha.
“Niet nu. Even niet storen.” De man gaat door met waar hij mee bezig is. We bekijken dus eerst de rest van de etage. Er zijn nog drie kwartcirkelvormige zalen met machines en beeldschermen, maar zonder personeel. We kunnen geen handleiding vinden. Claude zoekt uit welke knopjes het meest gebruikt worden, maar dat levert geen zinvolle informatie op. We gaan nog eens naar de eerste kamer.
“Ga weg!” roept de man overstuur, “Het gaat allemaal fout. Geen tijd om te praten! We gaan naar de knoppen. Igrot heeft zich aan ons vastgeklampt. Dat was die siddering van daarnet! Hij is sterker dan wij! Ik geef het op!”
Claude gaat hem ‘helpen’ door op wat knoppen te drukken. Het lukt hem om wat beeldschermen te activeren. We zien een soort zwarte zuignap of poort. De technicus wijst: “Daar! Dat is hem! De vijfde dimensie!”
“Hoe komen we daar?” vraagt Risha.
“Dat kan niet, dan wordt je zelf uitgestoten. Het lukt me niet om de zwarte poelen des doods los te rukken. Ga naar de kelder. De anderen zijn daar ook. Red jezelf!”

De lift doet het niet meer. We klimmen via de kabel naar beneden. Chang houdt het niet en stort naar beneden. Hij activeert een charm waardoor de val gebroken wordt. Met een luide “plons” belandt hij in het drekkerige rioolwater. Verdieping -1 blijkt voor de machinekamers te zijn. De liftschacht gaat verder naar -7. De onderste verdieping staat onder water. Risha trekt zijn kleren uit en duikt naar beneden. De andere twee volgen zijn voorbeeld. Chang is al vies.
Het is hier pikkedonker, dus we activeren onze anima. De onderste liftdeur gaat met Lock Opening Touch open. We zwemmen door de ondergelopen gangen naar de centrale ruimte. Die heeft een hermetisch gesloten soort sluisdeur. Het klinkt alsof het daarachter nog droog is. Claude krijgt hem met de First Larceny Excellency open. De deur opent naar buiten. We glippen snel naar binnen. De deur wordt door de druk weer gesloten, maar er blijft water doorheen sijpelen.

Het lijkt op een mortuarium. Tweehonderd mensen liggen in stasis in een verder kale safe-room. Nou ja, niet zo heel safe meer. Iedereen heeft een Eyepad met vingerslot. We activeren er eentje en ontdekken dat als het stasisveld rondom de stad wordt opgeheven, deze armbanden de mensen ook weer uit hun stasis halen. Dus als het hier volloopt met water, en ze komen over ooit weer bij, verdrinken ze allemaal. Voor de rest staan de Eyepads vol met voor ons onbegrijpelijke teksten over de dimensies.
We filosoferen even over de zwarte poel of zuignap. Is dat hetzelfde als onze zwarte bronnen? Dan gaan Risha en Chantal de mensen die hier in stasis liggen evacueren naar een droge gang. De anderen vinden dat maar tijdverspilling.

Om twee uur ’s nachts zijn we klaar. We gaan weer naar de bovenste verdieping. De technicus is uitgeput. Hij zit depressief voor zich uit te staren. Risha stoot hem aan. De man zegt: “Nog vier uur en dan is het afgelopen. Als Igrot zich ook aan de andere wereld heeft vastgeklampt, dan komen de twee bij elkaar en dan ontploffen ze!”
“Wat bedoel je?”
“De zwarte poorten, zuignappen zo je wilt, zijn gestabiliseerde zuiggaten, waardoor materie en antimaterie elkaar aantrekken. Het is een oscillatie. Ofwel we vergaan, of we zitten in die oscillatie vast! Igrot moet terug de vijfde dimensie in. Er is zelfs een zuignap die zich aan de stasiskoepel heeft gehecht. ”
Dit is volgens de technicus het volwassen stadium van Igrot. Hij heeft zich genesteld tussen twee werelden. Er komen steeds meer gaten. Er zijn hier veel meer zwarte gaten dan dat er zwarte bronnen bij ons zijn. Maar de bronnen die Risha kent, zijn wel op dezelfde plekken!
Chantal zegt: “Ik had vanaf het begin al gezegd dat we naar de uitgang moesten!”

We gaan bij Rosen langs en vragen of hij een manier weet om bij de plek te komen waar Igrot zich aan de stasiskoepel heeft vastgezogen. Hij vindt het een wild plan, maar is wel bereid om ons er met zijn helicopter naar toe te vliegen. In de rest van de stad zijn intussen rellen uitgebroken, maar in de universiteitssector is het nog relatief rustig. Als we aankomen, vraagt Rosen hoe we door de koepel heen willen breken. Hij tikt er tegenaan. “Tik. Tik. Hier is het krachtveld, daar kan niets doorheen.” Risha voelt eens. Hij kan zijn hand er zonder probleem wèl doorheen steken. Rosen kijkt stomverbaasd. We nemen afscheid en springen door de koepel.
Amfibiewezens kijken geschrokken op van de marmeren tabletten “Iep! Iep! Aliens!”
Alles is precies zoals we het hebben achtergelaten, maar dan ook precies. We zijn alleen niet op hetzelfde punt als waar we in de Witte Stad stapten. Maar wel op hetzelfde tijdstip.
Buiten de luchtbel verzamelen we tabletten die ze nog niet gebruikt hebben. “We komen in vrede.” Risha kalmeert de wezens. Hij bedenkt een leenbibliotheek idee: zij broeden hun jongen uit en dan ruilen we de tabletten voor andere die we al gelezen hebben.
Chantal is het met Risha eens dat de technologie van de oude wereld te vinden is in de antenne onder de magische ijstong. Ze denkt ook dat Igrot de bron van magie is. Het is een symbiont die veel wint: hij eet kleur en levert magie. Wij moeten zorgen dat de balans niet teveel verstoord wordt. Ze noemt Eenoog het enzym van Igrot. Zij wil niet terug naar een bestaan zonder magie. Wij moeten kleur terugbrengen in de wereld. Risha denkt dat dit de functie van solars is. Sterren- en maanlicht zijn zwart-wit, maar zonlicht geeft kleur. Het plaatje klopt volgens hem nog niet helemaal, ook vóór Igrot was er al magie: de wereld van de Witte Stad kende hoge, lage en huis-, tuin- en keukenmagiërs.
Dan gaan we tabletten in het visnet laden. De taakverdeling is dat Chantal ze beneden inlaadt, Claude laadt ze boven op het schip uit en Chang en Risha schieten op de sea-hags om die bezig te houden.
Een etmaal later zijn de twee schepen volgeladen. We varen weer naar Soul.

19-vi-R2 Midwinter
Desgevraagd vertelt Chantal dat het vermogen om in een grote raaf te veranderen een natuurlijke eigenschap van haar is. De Faery Queen heeft haar naar New Salish gestuurd. Onderweg herinnert Chang zich dat op het ontplofte eiland een antenne stond die nog werkte. Waarschijnlijk is er nog meer werkende technologie te vinden op de wereld. Claude denkt dat het flesje Bauchliet misschien wel het enzym is. Ook bedenkt hij dat het wereldkristal twee maal negen facetten heeft, negen soorten wezens van onze dimensie en negen van deze wereld. Risha: “twee maal negen soorten magie, en sorcery plakt ze aan elkaar.” Chantal: “Of die van de Qartianen.”

20-vi-R2 avond
We komen aan in Groath, en gaan direct door naar Bronwë. Er wacht een oorlog op ons, en een heleboel bakstenen.

4xp

The RoSE – 57

11-04-2014

The RoSE – 57

NIGHT
We zijn in de dansruimte. In de loop van de avond komt het gezelschap dat de uitnodigingen uitdeelde binnen. Het meisje dat ons de vrijkaartjes gaf flirt met Little Shu. “Iemand die zich uitgeeft voor Infernal, dat zie je niet vaak,” lacht ze. Little Shu heeft andere ervaringen, maar doet er wijselijk het zwijgen toe. Ze vraagt hoe hij aan het harnas komt. Hij vertelt dat hij de eigenaar heeft verslagen. Ze is onder de indruk en stelt zich voor als Shamane.
Om middernacht stopt de muziek. Op het podium verschijnt een man in een lange paarse mantel, zilveren haar met kleine sterretjes. “Welkom! De Hal van Oberon gaat open. Iedereen die een toevlucht zoekt voor de Reconquista is hier welkom, in zijn domein! Het eerste uur zijn de drankjes gratis.” Er gaat een nieuwe vleugel open.
Atis vraagt zich af wie hier Fae is en gaat eens goed opletten. Het merendeel van de aanwezigen zijn gewone mensen. Oberon en DJ Puck zijn Fair Folk. De portier, Shamane en de croupiers hebben ook een soort Fae uitstraling. Maar de meesten zijn gewoon mensen die zich erg amuseren. Er worden allerlei drankjes, pilletjes, vloeistofjes gebruikt en iedereen heeft het erg naar zijn zin. Little Shu stelt voor om te gaan kijken bij het spelen. “Goed idee!” Shamane wil wel mee, ze heeft een zak fiches van de baas gekregen. Sango fluistert tegen de anderen: “ze moet vast op ons letten!” Het casino is opgesplitst in een gedeelte waar om kleingeld gespeeld wordt en een duurder deel waar om jade gespeeld wordt. Daar zijn weinig spelers, maar veel toeschouwers.
Wat is de plot? Atis besluit een mina om te wisselen in obolen. Ook zet hij de charm Heightened Senses aan. Hij gaat spelen, al snel heeft hij zijn inzet verdubbeld. Voor zo ver hij kan zien wordt het spel niet gemanipuleerd, al is de croupier een essence-gebruiker. De tweede keer wint hij weer, de derde ook, vierde weer! Ghurkan en Sango letten op het publiek. De vijfde worp wint Atis weer, hij heeft van zijn ene obool een mina gemaakt. Dat ziet het publiek graag! Sango stelt voor om eens te stoppen. De croupier kijkt teleurgesteld. Atis geeft hem een obool fooi. We zagen dat de croupier geen charms gebruikte, maar bij de latere worpen wel een complexere polsbeweging maakte.
Atis geeft een rondje voor iedereen. Daarna gaat hij met zijn fans praten. Een paar hebben het gevoel dat ze hier al heel lang zijn, veel langer dan een paar uur.
Shamane vertelt dat ze begonnen is als bezoekster. Oberon is een goede baas, hij betaalt goed en geeft gratis drugs. Om twee uur zit haar dienst er op. Wil Little Shu mee naar haar kamer? Ze heeft nog een mooie fles staan.

Ghurkan gaat bij de Pachinko kijken.Wat de lol ervan is, ontgaat hem helemaal. Ook deze mensen zien er uit alsof ze hier al tijden bezig zijn. Sango en Atis vermoeden dat de plot iets met drugs en hedonisme te doen heeft. Mensen die ergens in op gegaan zijn, hebben het gevoel dat er meer tijd verstreken is. Voor Little Shu en Atis is het twee uur ’s nachts; voor Sango, die lekker heeft gedanst, is het al bijna dageraad — maar het zet niet door omdat ze gestopt is met dansen. Voor Ghurkan, die zich vooral heeft verveeld, is er nog vrijwel geen tijd verstreken sinds de aankondiging van Oberon.
Op de kamer van Shamane krijgt Little Shu lekkere champagne van haar. Ze kletsen wat en ze vraagt of dat harnas ook uit kan. Ja, dat kan… Ondertussen hoort haar verder uit. Haar ouders missen haar niet. Als je de club verlaat, is het precies zo laat als toen je binnenkwam. Ze beginnen te vrijen. Little Shu twijfelt even, kwamen ze hier niet ergens voor? Maar het mooie meisje, en de lekkere drank, laten hem dat snel vergeten…
Daarna gaan ze slapen.

Atis zoekt Sango op. In haar omgeving is het al bijna zonsopkomst. “Dat klopt wel,” zegt ze, “het voelt alsof ik de hele nacht gedanst heb.” Ze voelt de verleiding om een drankje te nemen en te gaan zitten, maar weerstaat die. Ghurkan gaat bij de ingang kijken, daar is het nog avond. Hij heeft nog steeds het gevoel dat er nog nauwelijks enige tijd verstreken is.
We besluiten Little Shu te gaan zoeken. In de gangen zet Atis zijn megafoon aan, en roept hem. Daar wordt Little Shu wel wakker van. Shamane slaapt er doorheen. In haar kamer zie je zon net opkomen. Little Shu kleedt zich snel aan en komt naar ons toe.
In de club verschilt het tijdstip van de nacht van lokatie tot lokatie. Terwijl we staan te puzzelen verstrijkt de tijd, dus dat is het probleem niet. De puzzel is hoe je de club verlaat in de volgende ochtend in plaats van de avond dat je binnenkwam.
Sango vindt een nooduitgang. Little Shu opent hem voorzichtig om geen alarm af te laten gaan. Hij komt uit in een steegje, rond middernacht. Atis biedt zijn fans een obool als ze de deur naar de dageraad weten te vinden. Ze vinden niets, de laatste zegt zelfs dat er helemaal geen deuren meer zijn. We controleren dat en het klopt, de nooduitgang van daarnet is ook weg. Volgens Sango stelen ze hier tijd. Je komt terug in je eigen leven maar je bent een aantal uren of, zoals Shamane, zelfs dagen of weken ouder. OK, maar wat doen we daar mee?
Atis gaat naar zijn croupier: “Ik wil Oberon spreken.”
“Terwijl je gewonnen hebt?”
“Ik heb een klacht,” zegt Ghurkan, “Ik vermaak me niet.”
“Aha, komt u mee!”

Opeens is er een deur met een bordje ‘Kantoor’. Binnen zitten Oberon, DJ Puck, het meisje dat de kokosnoten uitdeelde en de barman.
“U bent ontevreden,” zegt Oberon tegen Ghurkan, “Wat kunnen we doen voor een man van uw kaliber?”
(Sango mompelt: “Wereldheerschappij!” Ghurkan:” Nah, viel tegen.”)
Oberon kijkt naar Atis en zegt: “Uw hart lag niet in uw spel.” En aan Sango vraagt hij: “Waarom stopte je net te vroeg met dansen?” “Omdat die aankondiging kwam.”
Atis zegt: “Wat denken jullie over het teruggeven van al die tijd?”
Oberon lacht, “Ah, ik weet het. U heeft een puzzel nodig waar het lot van de wereld van af hangt.”
Sango: “Een extra hint?”
“U mag er zo lang over doen als u wilt.”
“Ja, maar dat wil ik niet. Ik wil een oplossing!”
“U wilt een puzzel toch?”
“Het moet nut hebben!”
“Nut is banaal. Als jullie weg willen, kan dat elk moment.”
Zelfs in dit kantoor verloopt de tijd voor ieder van ons verschillend. Little Shu zit zelfs in te slapen. Dan schrikt hij wakker. Hij realiseert zich dat, daarnet bij Shamane, toen hij na begon te denken, er opeens voldoende tijd was verstreken. Gaat het om de deugden? We zitten samen te overleggen, de Fae zijn er niet meer, er staat een waterpijp. Sango lurkt er aan, hopend dat het inzicht geeft. Ze komt tot zichzelf: “Wat heb ik hieraan? Het er-uit-komen is de waardevolle ervaring.” Atis en Ghurkan roken ook. “Hier verdoe je tijd. Waar willen we heen?” “Hierna komt het Night Caste verhaal toch?” “Nee, daar zitten we al.” “We moeten als volgende naar Dawn Caste!” “Waar hebben we Dawn gezien?” Little Shu realiseert zich dat hij de Dawn Caste is. ”Het raam bij Shamane.” zegt hij, “Gek eigenlijk, ze woont in de kelder. Dat raam zou onder water moeten staan.”
We gaan met z’n allen naar Shamane’s kamer. Ze slaapt nog, en wordt niet wakker van ons. We klauteren het raam uit.

DAWN
Voor ons is een Afrikaanse savanne met zebra’s, giraffes, enorme baobabs. We komen uit een barok kasteel. Little Shu’s kasteteken licht een beetje op. In de verte zien we kinderen met een gouden huid, lang wit haar, een solar uitstraling, op jacht. Ze zijn een paar gnoe’s in een kraal aan het drijven. Little Shu en Ghurkan gaan op de kinderen af. De rest sjokt er achteraan. “Hallo!”
Ze schrikken. “Waar komen jullie opeens vandaan?”
Het blijken kleine volwassenen te zijn, halflingen. Eentje zegt tegen Litle Shu: ”Je hebt hetzelfde teken op je voorhoofd als er op onze boom staat. Komen jullie mee?”
We gaan naar een baobab. Die is verder dan we dachten, en groter. Er woont een hele stam in.
“Een echte solar! Zie je wel dat ze bestaan! Die kan ons vast helpen! Toch?” vragende blik naar Little Shu.
“Ik kan niks beloven zolang ik niks weet, maar ik wil zeker kijken!”
“En nog bescheiden ook!”
Ze hebben problemen met de fae. Wat weten we daarvan? Te weinig.
“Wel, er zijn twee soorten fae. De nobelen, die zijn erg gevaarlijk. En de hobgoblins, dat is het decor, het personeel. En nog gevaarlijker zijn de ongevormden, maar die zitten alleen in de Deep Wyld.”
“En wat willen jullie van ons?”
“Help ons! Help ons terug naar de realiteit, of help ons in ieder geval van de fae af. We zijn kinderen van solars, de Dillidrax.”

In de verte klinkt een jachthoorn, zonsopgang, de fae komen er aan. Sango en Little Shu gooien de charm Chaos Repelling Pattern. Het voelt stabieler. De Dillidrax kijken ook met waardering naar onze ijzeren wapens. “Als jullie ze daar mee doodmaken, zijn ze ook echt dood. Dan zijn we heel lang van ze af!”
De fae komen aan. De baron en zijn zoon rijden op eekhoorns. Ze worden begeleid door zes vliegende gorilla’s met harnassen en grote tetsubo’s. Die moeten de halflingen uit de boom slaan, zodat de edelen ze kunnen afschieten. Atis is het snelste, hij doet een combo met een ijzeren pijl.
1. Atis’ pijl verwondt de baron. Die is geschokt. Hij trekt zijn boog en schiet terug. Hij raakt Atis, maar doet weinig schade. Zijn zoon, een jaar of vijftien oud, schiet ook. Zijn pijl doet een stuk meer schade. Atis merkt dat de pijlen zó prachtig zijn, dat het bijna een plezier is om erdoor geraakt te worden. Hij besluit ze na het gevecht te verzamelen en mee te nemen. Little Shu schiet, maar doet nauwelijks schade. Sango lanceert zichzelf en mept met haar ijzeren tetsubo op de baron. Maar diens harnas, bestaand uit heel fijn filigreinwerk, is te stevig. De Chaos Repelling Charm heeft enig effect: hij maakt de fae tot intrusies in onze werkelijkheid, in plaats van dat wij indringers zijn in hun droomwereld. Desondanks is de charm niet sterk genoeg om ze te fixeren, daarvoor is eerder sorcery nodig. Ghurkan’s aanval mist. Dan komen de vliegende apen met zij allen op ons af. Alleen Sango wordt geraakt.
2. De edelen keren hun eekhoorns. Ze willen vluchten! De apen dekken hun aftocht. Atis schiet weer op de baron. Die valt dood van zijn rijdier. Zijn zoon geeft de eekhoorn de sporen om te ontsnappen. Little Shu schiet op hem. Hij voelt zich de verdediger van de halflings Shu, en al zijn pijlen raken. Sango springt op de zoon af. Ze probeert hem van zijn eekhoorn af te trekken en te pletten met de ijzeren staaf. Het vloeren lukt, maar het ijzer komt niet door het harnas heen dus ze doet hem geen schade. Ghurkan stapt in, haalt uit met zijn zwaard en snijdt hem de hals door.
3. Beide edelen zijn met koud ijzer verslagen. Er gaat een sidering door het landschap. Sommige baobas in de verte smelten, vervagen of veranderen in een zwerm vliegende vissen. De vliegende apen maken zich uit de voeten. De dillidrax barsten uit in gejuich. Ze nodigen ons uit voor een feestmaal, en een bezoek aan de zonnetempel.
Een gnoe wordt geslacht. De zon hangt permanent in de ochtendschemering. Hij is klein en rood, net als bij ons. Atis vertrouwt het niet. Waarom smelt het landschap?

Na de maaltijd nemen ze ons mee naar de tempel. Ze kleden zich uit, smeren zich in met verf en nodigen ons uit om hetzelfde te doen. Sango kijkt of er iets in de verf zit. Nee… maar er zat wel iets in het eten. Gelukkig hebben we een stevig gestel en een goede conditie. Ze hadden ons aan de zon willen offeren om hem weer kracht te geven, maar dat kan nu niet doorgaan. We houden ons in en gaan met hen mee. Ze gaan de tempel in, via holtes in de boom naar beneden. Daar staat een standaard beeld van Sol, met vier armen en een cornucopia en dergelijke. Ervoor staat een groot zonnewiel met vier spaken. Ze zingen en sjorren aan het wiel. Er valt zonlicht naar binnen. Litle Shu schiet een Solar Flare af. Dat geeft een heleboel zonlicht, maar de boom vliegt er door in brand. Sango en Atis helpen door tegen het zonnewiel te duwen. Dat komt pas in beweging als Sango een martial arts charm gebruikt om extra kracht te zetten. Door solar essence gaat het wiel draaien. Sango zet de Solar Hero Form in en duwt door. Met de hulp van Ghurkan, Litle Shu en Atis en een grote hoeveelheid essence lukt het. Buiten rijst de zon in de hemel. Er ontstaat een regenboog die in Yu Shan lijkt te eindigen. De halflingen rennen omhoog, vragen of we meekomen. Het is ongetwijfeld niet het echte Yu Shan, maar we gaan toch maar mee. Om ons heen lost het landschap op.

ZENITH
De regenboogbrug eindigt in een ‘arme wijk’ van Yu Shan, met paleizen van marmer en straten van goud. Het is rustig op straat, de goden staan er mat en futloos voor zich uit te kijken. Een blauwe zon hangt in het midden van de hemel, aan vier kettingen die tussen hoge torens zijn gespannen. De halflingen kijken verward om zich heen. Little Shu spreekt een godje aan en vraagt wat er met de zon is.
“Dit is de eerste zon, die is mislukt. Hij bestond niet uit de vier deugden. De Fair Folk hebben hem gevangen en gebonden met ketenen van onverwoestbaar adamant, de vier deugden. Dit is de gevangenis van de Fae, hier sluiten ze de goden en exalts op die ze hebben leeggezogen. Als je iets wilt ondernemen, moet je met de dragon kings praten. Die staan dáár, bij de uitgang.” Hij wijst naar het Westen. We kijken even achter ons en zien hier een parelmoeren poort waarvandaan de regenboogbrug zich naar het Oosten spant. Dit gebied is vierkant, aan de tegenoverliggende kant is inderdaad nog een poort, van been en ivoor. Daar hangen inderdaad een paar dragon kings rond. We spreken ze aan. Ja, ze zijn hier al heel lang en zouden wel terug naar Creatie willen.
“Trouwens, zijn jullie gehecht aan die minimensjes? We hebben al heel lang geen vlees meer gehad.” Atis heeft geen bezwaar, maar de anderen protesteren. De dragon kings accepteren het gelaten. Desgevraagd willen ze ons wel vertellen welke toren bij welke deugd hoort.
We gaan eerst naar de Toren van Compassie. Atis kan er vreemd genoeg niet naar binnen. Sango wel. Ze kan de ketting niet kapot maken, maar de bout waarmee hij in de muur zit wel. De ketting schiet los en de zon zakt een eind omlaag.
Atis gaat naar de Toren van Moed. Die is heel eng. Hij vermant zich en loopt naar de top. Losmaken van de ketting is eenvoudig.
Ghurkan is naar de Toren van Matiging. Terwijl hij omhoog loopt tussen taferelen uit de Hal van Oberon realiseert hij zich dat de verhalen met elkaar samen hangen. Hij breekt de ketting en beseft dat hij echt op de grond moet zijn als de zon valt.
Atis gaat naar de Toren van Overtuiging. We zien dat er rond elke gevallen keten intussen goden staan om de deugden op te slorpen. De dragon kings volgen hun voorbeeld.
Little Shu en Sango haasten zich naar de plek waar de zon zal neerkomen. Daar beginnen zich twee chaosgestaltes, chimaera’s, te vormen. Ze activeren weer de charm Chaos Repelling Pattern. Daarmee zijn de chimaera’s te verslaan, met hulp van de dragon kings die hun krachten terug hebben gekregen van de gevallen ketens.

Als de vierde keten los komt verandert de blauwe zon in een draak. Hij wijst naar Little Shu: “Jij draagt het harnas van de groene zon. Heb je ook het zwaard van de gele?”
“Ja, maar niet hier.”
“Jullie hebben geen Zenith Caste bij je? Jammer, maar goed, het is niet anders.” Hij strekt een klauw uit. De aanwezige goden worden omgesmeed tot vier Warstriders, één voor elke deugd.
“Onze zon is kapot.”
“Ik ben ook kapot. Ik ga nu vechten, en verliezen. Let op!”
De wereld verandert. De straatstenen worden schubben, de wachttorens enorme poten, de paleizen een marmeren vlakte. Er verschijnt een enorme Faery draak, groen. De twee poorten blijven waar ze zijn.
“Ik ga nu deze blauwe dwaas verslaan,” zegt de Fae, “iedereen mag vluchten of blijven kijken. Maar wie zijn hand tegen mij opheft zal mijn toorn voelen!”
De Dragon Kings en Dillidrax gaan ofwel naar de regenboogbrug, of ze twijfelen bij de andere poort. Het mesa-landschap daarachter ziet er niet slecht uit, maar het is wel verder de Wyld in. Uiteindelijk kiezen ze er allemaal voor om terug, richting Creatie, te gaan.
Het gevecht is episch. We nemen plaats in de warstriders en schieten de blauwe draak te hulp. Little Shu kiest de warstrider gewijd aan Moed, Atis Overtuiging, Ghurkan Matigheid. Sango kijkt wat beteuterd: ze had ook wel Moed gewild. Maar aangezien de toren van Compassie haar accepteerde, besluit ze dat die warstrider haar ook wel zal passen.
Onze hulp is niet genoeg om de blauwe draak te laten winnen, maar daardoor wordt de groene draak wel verslagen.
Na het gevecht vinden we nog één groene klauw met blauwe nagels, wat er overbleef toen de groene draak het hart uit de blauwe lostrok. Die nemen we mee! We binden hem op de rug van één van de warstriders.

TWILIGHT
We gaan de poort van been en ivoor door en komen aan in het mesa-landschap. We hebben de warstriders nog steeds. Het landschap is op een andere schaal, alles is groter. In de verte rijdt een enorme stoomtrein. In onze warstriders zijn we in deze wereld mensgroot, maar zien er uit als robots. We krijgen allemaal een Pox (een nuttige Wyld-mutatie): Atis een beter gezichtsvermogen, Litle Shu wordt groter, Sango krijgt intrekbare klauwen, Ghurkan een beter gehoor.

9 XP

The RoSE – 56

The RoSE – 56

We vragen ons af hoe lang we weggeweest zijn. Volgens onze Personal Assistants heeft het uitstapje naar Malpheas ongeveer twee weken gekost. In Creation blijkt ongeveer evenveel tijd verstreken te zijn. Het is dag Achttien van de maand Resplendent Water.

Voor het oproepen van Luna gaan we naar de schrijn waar Marina eerder de zwangerschap van Eye of Autumn heeft laten zegenen. Het is er rustig. We moeten wachten tot de maan boven de horizon staat. Dat is niet erg, na Malpheas willen we wel weer eens baden in een ijskoud bergbeekje, frisse lucht inademen, en dergelijke.
Hoe maken we contact met de Onstopbare Kracht? Het zou hier ergens moeten kunnen, maar waar? We denken na over de structuur van Gethamane. Ooit was dit de Stad Der Poorten. We weten dat de berg de vorm van een octaëder heeft, met in de onderste punt een poort naar Autochthon, bovenin een poort naar Yu Shan en in het midden een poort naar Gaia. Het is heel goed denkbaar dat er ook op de vier hoekpunten rondom poorten zitten. Dat niveau van de berg ligt onder het omringende land. We discussiëren nog of we eerst Luna gaan oproepen, maar Eye en Tawuz vinden dat we goed beslagen ten ijs moeten komen, en de yozi moeten kunnen presenteren als Luna dat wil. Tawuz herinnert zich dat Gar de wereldlijnen zag met de helm van de dragon kings in de factory cathedral. Maar ja, daar hebben we nu niet zo veel aan: Gar is naar het Heptagram. Moeten we een andere earth-dragonblooded vinden? Eye wijst ons er op dat hier ook een aarde-draak woont. Ze heeft destijds nog een paar dagen bij hem gezeten, hij vond het wel leuk om eens afleiding te hebben. We besluiten hem op te zoeken.
Eye spreekt hem aan. De draak is inderdaad vriendelijk, al vindt hij het meegebrachte konijn wel een erg klein hapje. Hij zegt dat de poorten geheim zijn. De leylijnen volgen werkt niet, die lopen niet meer goed. Ze zijn beschadigd bij de dood van de Levende Berg, en later nog een keer toen She Who Lives In Her Name drie van haar bollen kapot sloeg. Dat was toen Sol haar overgave niet accepteerde. Ze heeft nu nog 997 bollen over. Die drie vernietigden driekwart van Creation. Slik …
Hij wil ons wel vertellen dat de poorten op de windstreken gericht zijn. Als wij aangeven waar we willen zoeken, wil de draak wel een tunnel voor ons graven. Tawuz stelt voor om de apparatuur van Luthe te gebruiken. De software kan beter landmeten dan wij bij elkaar. Dat werkt, we krijgen vier lokaties en dieptes. Hij vraagt wat het aspect is van degene die we willen oproepen. Na enig nadenken beredeneren we dat Vuur het meest overeenkomt. Dat zou de Zuidpunt zijn. We lopen er heen. De draak spuwt magisch vuur en begint een kurkentrekker-vormige tunnel te graven. (De rond de stad gelegerde tovenaars zijn ontstemd: zulke grote draken moet je niet oproepen en zeker niet hun gang laten gaan! We poeieren ze af.)
Op een kilometer diepte gaat de draak langzamer. “Hier moet het ongeveer zijn.” Marina en Shi Mei Lan beredeneren dat we nu naar het centrum van de kurkentrekker moeten, díe vuursteenader volgen. Ze wijzen de draak een kant op. Marina’s kennis van geomantie helpt. We bereiken een geode, een grote luchtbel in de rots, met amethist bekleed. Volgens de draak zijn er wel gangen hierheen, maar alleen in de Spirit World. Marina kijkt met All Encompassing Sorceror’s Sight en ziet een dichte poort, een soort gesloten oog. Ze onderzoekt de poort, maar komt er niet achter hoe die werkt. Tegelijkertijd realiseert ze zich dat een geode niet bepaald een vuur-aspect is, hij zit in een luchtbel. En de poort naar Gaia had een hout-aspect. Dus de polen in Cration komen niet overeen met de verdeling van de poorten in deze berg. Het zou zomaar kunnen zijn dat de waterpoort in het Noorden zit, onder de haven. Vuur zal dus in het Oosten of het Westen zitten, niet in het Zuiden.
Shi Mei Lan denkt na over de poorten. Twee ervan komen uit ìn het fysieke lichaam van een primordial: Gaia en Autochthon. Deze poorten dateren van vóór de Primordial War. De andere gaan waarschijnlijk ook naar primordials. De waterpoort zal waarschijnlijk naar The Sea Who Walks Against The Flame gaan, een zus van Isidorus en dus ook van The Living Mountain. Als we hun andere familieleden en intimi zouden weten, zouden we kunnen bedenken waarheen de andere poorten leiden…
We denken dat het Oosten ons een goede kans geeft om de poort naar Isodorus te vinden. Het Westen is te stenig. De draak graaft ons door aders van edelstenen, met name van saffier. Op de plaats waar we moeten zijn is een meer dan manshoge, ronde, glasheldere saffier. Naast dwergengangen – er is hier flink aan mijnbouw gedaan – zijn er ook oudere gangen. Eye legt haar hand op de bol en zegt: “Isidorus!” De bol resoneert, opeens kan ze haar hand er in steken. We reflecteren dat we op het punt staan een yozi in Creation uit te nodigen. Onze tweede al! En dat is wat we de Keizerin verwijten… We doen het toch, natuurlijk.

We stappen naar binnen. Onder ons zien we wolken, heel diep beneden gras.
“Isidorus! We komen om u te laten onderhandelen met Luna”
“Waar is ze?” klinkt een alomtegenwoordige stem.
“We moeten Haar oproepen.”
“Nou doe dat dan. Geduld is niet mijn sterkste punt!”
“Daar moeten we in de buitenlucht voor zijn.”
“Nou hop, aan het werk!”
“Ja, we gaan het doen. We weten nu waar we u kunnen vinden.”
We gaan terug naar het tempeltje. We kleden ons uit, nemen onze spirit-form of war-form aan. Marina leidt de ceremonie. We huilen als wolven naar de maan. Wolven uit de omgeving huilen terug. Ze gaan om ons heen zitten. Dan komt er een stokoude sjamaan met een staf aanlopen. Hij stampt met de staf. “Zeg het eens!”
Marina aarzelt. “We willen met Luna spreken.”
“Ja, zeg het eens.”
“Er is hier iemand die met Luna wil spreken.”
Een paar van de wolven veranderen in enorme krijgers met maanzilveren zwaarden. “Wie?”
“Isidorus.”
“Wel wel…” Meer wolven veranderen in krijgers. Tawuz gebaart dat we ons niet moeten laten imponeren – voor anderen zijn wij net zo eng.
“Waarom zou ik met hem praten?”
“Hij heeft ons goed geholpen.” Marina vertelt het verhaal van onze expeditie.
“Zozo. Dus jullie hebben zestien Infernale exaltaties gekaapt en bij Lytek afgeleverd? Dat is een daad die jullie Rank waardig is. Ik zal met Isodorus gaan praten.” De sjamaan gaat in zijn eentje de gang naar beneden in. Na een tijdje begint de grond te schudden. Zelfs de reuzenkrijgers beginnen te wankelen. Wij nemen een vliegende vorm aan. De maan staat niet langer aan de hemel, valt ons opeens op. Uit de aarde komt de saffieren bol omhoog. Hij krimpt tot een hoofd-grote kristallen bol in de handen van de sjamaan. “Ik heb een deal met Isidorus. Niet helemaal dezelfde als met Kimberi.”
We vragen naar de aard van de deal, maar de sjamaan wil dit niet vertellen. Als we opmerken dat Luna nu een onstopbare kanonskogel heeft, glimlacht hij. We mogen dit niet aan Kimberi vertellen. Ook het Deliberative hoeft er niet van te weten. Het is Luna’s troef. Kimberi levert haar generaal, Isidorus levert zijn leger. Eigenlijk is Luna een beetje opgelucht: nu wij dit weten, hoeft de Maiden of Secrets de details niet te weten.
De sjamaan geeft ook Huis Regenboog een compliment. Hiermee hebben ze gedaan waarvoor ze zijn aangesteld: onderhandelingen met de yozi’s mogelijk maken.

Hier eindigt de queeste van de Lunars: 10 XP.
De lunars gaan naar het Heptagram voor downtime en gaan de dragonblooded wat beter leren kennen.

[Twee weken terug in de tijd. De Solars hebben zojuist de Lunars naar Malpheas zien vertrekken.]
We concentreren ons op de komende expeditie naar de Wyld. We gaan de stad in en zoeken Sid (de lunar die Opa helpt) en ondervragen hem. Atis kent een charm om voorwerpen te stabiliseren tegen de Wyld. Die kost wel twee punten Wilskracht, dus hij kan hem niet onbeperkt toepassen. Hij koopt een koudgesmede ijzeren daiklave. Atis doet de charm op zijn harnas en de ijzeren daiklave. Verder neemt hij zijn orichalcum powerbow, pijlen en wit-jaden daiklave mee. Sango neemt haar Essence Armor mee, haar dragon-king pak en de koud-ijzeren staaf mee. Ze vraagt of die gecharmd kan worden. Little Shu neemt mee: het Green Hornet harnas, een orichalcum long powerbow, zijn starmetal Reaver daiklave, pijlen met koud-ijzeren punten en gewone pijlen, en de daiklave van Ebon Rime (Sol’s Demise). De muis van de zon wordt bij opa achtergelaten. We vragen Little Shu of het echt handig is om het zwaard mee te nemen waar het laatste sprankje Sol in zit. Is dat niet riskant? Na enige discussie dringt het metafysische belang van het voorwerp door en wil hij het achterlaten. Hij mag de Reaper daiklave van Atis lenen. Ghurkan neemt het Ashigari Skirmish Armor, een koud-ijzeren hook sword, een heartstone (the crystal of legendary leadership) mee. Harnas en wapen wil hij laten fixeren.

Hoe komen we in de Wyld? Weten we waar we moeten zijn? We hebben coördinaten, maar waar zitten die? Volgens Sid navigeer je in de Wyld via plotelementen. Deze beginnen zo te zien aan het Hof van Oberon. In de stad Nexus is een toegang naar dat Hof. Daarna moet je de vijf aspecten van de solars doorlopen: Night Caste, dan Dawn, Zenith, Twilight en Eclipse. In elk verhaal moet je de plot doorgronden.
We blijven één week in Nexus. In die tijd heeft Atis nog niet alle gewenste voorwerpen stabiliseren, maar koud-ijzer en magische materialen zijn uit zichzelf al aardig stabiel. De rest van onze uitrusting laten we achter in de kluizen van Ghurkan. Met nadrukkelijke instructie dat ze niet voor de verkoop zijn!
Dan gaan we de Wyld-zone in. Het begint als een wijk waar niemand meer woont, wat vervallen. Als de weg een flauwe bocht maakt beginnen er stalletjes te verschijnen De mensen zijn iets kleuriger gekleed dan in Nexus. Een groep steltlopers en schaars geklede mooie jongens en meisjes deelt flyers uit. Little Shu neemt er een aan. “Vanavond Openingsnacht van Oberon’s Paleis!” met illustraties van speelkaarten en roulettewielen. We lopen door en komen bij de haven. In het midden is een rond gebouw. Op de pier erheen staat een lange rij. De één nog exotischer uitgedost dan de ander. Een schaarsgekleed meisje spreekt ons aan. Ze vindt onze kostuums mooi. “Die in dat gouden harnas is duidelijk verkleed als solar (Atis), die in dat groene als Infernal (Little Shu – die haar verschijning zeer op prijs stelt, zijn puberteit is echt begonnen!), die andere (Ghurkan) lijkt haar een dragonblooded. Ze kijkt wat bedenkelijk naar Sango. “Siderial,” zegt die. “Ah, ja, van de Maiden of Madness! En die vijfde heeft niks bijzonders, dat zal dan de lunar wel zijn.” Ze vindt het zó leuk dat ze ons vrijkaartjes geeft.

We mogen langs de rij doorlopen en gelijk naar binnen. Er komt een meisje langs met een blad kokosnoten-met-een rietje-er-in. “Drankje? Welke smaak?” “Kokos…?” Ja dat heeft ze. Ze blijkt ook de smaken ananas en rum te hebben, en combinaties. De aanwezigen zijn mooi aangekleed: twee mannen in donkere kostuums met een zonnebril, een dikke man verkleed als hommel, een Imperial Stormtrooper… De muziek is vreemd maar dansbaar. Sango gaat dansen, ze imiteert imaginaire martial arts stijlen zoals Drunken Monkey Style, Amourous Grasshopper, en dergelijke. De glitterbol geeft haar een aura van sterren.
Little Shu vraagt zich af waar het casino-thema is. Hij is niet de enige. We horen dat het om middernacht gaat gebeuren.

XP 4.

Tanais – 69

Tanais – 69 : 03-04-2014

Ergens in het verre verleden: xx-1, elf uur ’s ochtends
De notabelen blijken niet dood te zijn, maar in stasis. Risha gebruikt het Qartiaanse schrijftablet om Chantal alsnog bij het gezelschap te laten zijn. We zitten een stukje terug terug in de tijd, Chantal is opeens bij ons. Ze kijkt heel verbaasd, maakt zich los uit de omarming met Gwan en kijkt schuldig naar Risha. “Waar ben ik, wat is er aan de hand?” vraagt ze geschrokken. Risha zegt: “We zijn in de Witte Stad.” Daar wordt ze stil van, dat Risha de tweede van zijn drie wensen heeft gebruikt om haar er toch bij te kunnen laten zijn.
Wat moeten we doen? Er staat een onbegrijpelijk apparaat in de kamer. Eén raam kijkt uit op de buitenwereld, het is mooi weer, het staal vol met vreemde vierkante glazen gebouwen. (Het lijkt een beetje op het Leidse Bio-Science Park.) Gwan ziet buiten Bus 17 stoppen bij een halte. Er stappen wat mensen in en uit.
Vanaf hier verlopen de gebeurtenissen bijna hetzelfde als eerder, maar dan met Chantal er bij. We lezen de notulen. Na een half uur verlaten we deze kamer. In de rest van het gebouw is geen alarm. Bij de balie vragen we naar de bibliotheek. De receptioniste reageert verbaasd: “Die heeft u toch bij u, de eyepad?” Risha doet alsof hij die is kwijtgeraakt. Ze pakt er eentje uit de kast. “Dat is dan 200 ‘credits’. De rekening komt nog. Als u hier wilt tekenen…” Als blijkt dat Risha niet weet hoe hij het werkt, kijkt ze hem meewarig aan en zet het ding voor hem aan. Er verschijnt een logo van het Werner Volker Instituut op de kristallen bol.
Claude zegt: “Misschien moeten we niet naar de bibliotheek zoeken, maar naar iemand die iets weet.” De receptioniste wijst ons de trap naar de kelderverdieping. Daar treffen we lange gangen met veel deuren. Achter de eerste deur is een machinekamer, mensen in witte jassen zijn er aan het werk. Iemand komt naar ons toe en vraagt vriendelijk wat we komen doen. Gwan zegt: “Informatie zoeken.” “O, waar over?” Claude zegt: “Multidimensionele technologie.” “Is het voor een werkstuk?” “Ja,” zegt Risha. De man begint enthousiast te vertellen: “Wij zijn ingenieurs en met deze grote machine doen we experimenten met het kortstondig oproepen van extra dimensies. Kun jij je vijf dimensies voorstellen? Nee hè? Gelukkig hebben we daar wiskunde voor. De dimensies die wij bereikbaar kunnen maken, daar kunnen we materie naar wegsturen. Zwaartekracht is de enige kracht die daarheen lekt.” Claude vraagt: “Dingen, zoals een stad?” “Nee, voorlopig alleen protonen.” Risha beschrijft Elsewhere. “Ja, dat klopt!” De man zet het hele verhaal in een Word-document op Risha’s eyepad en stuurt ons weer weg. Het is intussen twaalf uur ’s middags.
Achter de volgende deur vinden we een koffiekamer. Er hangen witte jassen en er liggen tussen schroefjes en technische dingen een paar eyepads op tafel. Chang probeert er eentje aan te zetten, maar hij komt er achter dat deze beschermd zijn met een vingerscan. Terwijl hij daarmee in de weer is, probeert Risha zijn harnas uit Elsewhere te voorschijn te toveren. Dat lukt niet. Claude imiteert met melkpoeder de duimafdruk op de scanplek van een van de eyepads. Het ding gaat aan. Op het beeld verschijnt een driedimensionele paardenbloempluis. Als hij zijn hand door de afbeelding haalt, ploppen er allemaal icoontjes tevoorschijn. Als hij ze aanraakt, krijgen we foto’s te zien van een gezinnetje, man, vrouw en kinderen. De vrouw herkennen we als iemand die aan de grote machine stond te werken. Claude vindt naast enorm veel foto’s ook een tekstbestand vol wiskundige formules. Ondanks dat het een vreemde taal is met een schrift dat anders is dan het onze, kunnen we het lezen. Risha vind op zijn exemplaar een quick-start gidsje. Het is heel intuïtief. Hij maakt per ongeluk een foto van Gwan. Tussendoor kijken we ook wat we zoal in onze zakken hebben. Risha heeft een paspoort (Max Conie, zoon van een specerijenmagnaat) en we vinden dingen waarvan we vermoeden dat het geld is. Risha en Claude zelfs grote coupures.
Verderop in de gang vinden we een lab waar met robots wordt gewerkt. Op de volgende deur staat een waarschuwing: “Gevaar! Straling!” Die slaan we maar over. Daarna volgt nog een magazijn met allemaal spullen. Eén verdieping dieper vinden we nog een kamer met zo’n groot apparaat. Hier is maar één man aan het werk.
“Wie heeft jullie gestuurd?” vraagt hij nors. Risha noemt de eerste naam uit de notulen. De man wordt meteen beleefd. Hij wil wel wat over zijn werk vertellen: “Dit apparaat dient om de vijfde dimensie te stabiliseren. Via de vijfde dimensie kunnen we materie overbrengen naar een andere vierde dimensie. Dat is een kopie van onze wereld, maar dan in antimaterie.”
De overige steden waar ze aan dit project werken zijn Nieuw Salish en de andere steden die we uit onze eigen wereld kennen. Hij legt uit over de alien besmetting. Alles met Grauw heeft een andere signatuur en kan uit de wereld geëxtraheerd worden en dan in de andere wereld ontploffen. Risha vraagt naar de Rode Knop. De geleerde heeft vernomen dat als daarop gedrukt wordt, de experimentele machines het Grauw gaan losweken. Maar het is nog zó experimenteel dat het nog niet gebruikt kan worden, omdat het waarschijnlijk op allerlei onvoorspelbare manieren fout zal gaan. Er zal een beschermende koepel over deze stad gelegd worden om de belangrijkste tienduizend mensen te redden. Chang vraagt naar de Groene Knop. “Ja, er kan natuurlijk per ongeluk op de Rode Knop worden gedrukt. De Groene is voor herstel.” Gwan wil weten wat er in de kamer met “Gevaar! Straling!” gebeurt. “Er moet ergens energie opgewekt worden. We leiden verschillende radioactieve straling via loden buizen naar waar het nodig is.” Het is in middels één uur en hij wil met lunchpauze. Hij adviseert ons om ook bij de andere instituten langs te gaan.
Chang denkt dat we iemand moeten inlichten, dus we nemen deze man in vertrouwen. Hij heeft lunchpauze, dus hij kan wel even met ons mee. De deur op de eerste etage gaat niet voor ons open. Er zijn een iris-scan en een bloedprikapparaat. Hoewel wij wel bij de vergadering waren uitgenodigd, zijn wij blijkbaar niet geautoriseerd om hier zelfstandig naar binnen te gaan. Risha activeert zijn charm Lock Opening Touch en de deur zwaait ontwricht open. Onze begeleider is heel nieuwsgierig naar deze kamer. Maar als hij het alarm hoort en de lichamen op de vloer ziet ziet, krijgt hij een hartverzakking. “Holy Fuck! Wie heeft dit gedaan?” “Ik,” zegt Chang. De man activeert een alarm voor in de rest van het gebouw. “Hoe lang geleden is dit gebeurd?” “Twee en een half uur geleden.” “Dan hebben we nog maar een uur en een beetje om er wat aan te doen.” “Achtenveertig toch?” “Nee dat is een andere groene knop!”
Hij rent naar beneden. Risha rent mee, recht in de armen van Security. Hij bluft (met Presence Excellency) en stuurt ze naar de commandokamer. De techneut rent een communicatiekamer is. De verbinding met Nieuw-Salish geeft slecht beeld en ruis. Er komt steeds meer ruis en dan valt het beeld weg. De apparatuur laat nog wat geknetter horen. De afscherming van de Witte Stad is al zo ver dat communicatie niet meer mogelijk is. Hij kijkt verslagen, loopt weg en is niet meer aanspreekbaar.
Alarm en ongeloof in de gangen. We horen veel gestommel in de kelder. De ‘gelukkigen’ met een polsbandje lopen daar weg. Iedereen probeert een stasis-polsband te bemachtigen. Blijkbaar is dat de veiligste manier om te overleven.
Alle reclameborden staan op wit sinds de verbinding wegviel. Niemand heeft nog oog voor ons.
Claude zoekt uit welke instituten er nog meer zijn: Grotius heeft met gevorderde biologie te maken, Diccles werkt met extra dimensies, Streffer gaat over de marktwerking, Bingo Inc. over de menselijke psyche en Volker Werner maakt machines, robots en kunstmatige intelligentie. Hij kijkt in zijn eigen papieren: orgaanhandel en dergelijke, hij blijkt contacten bij Grotius te hebben.
Buiten zien we dat de zon bijna tot stilstand is gekomen, midden boven de stad.
Risha gaat eens bij de robots kijken. Het is hier spookachtig stil. Hij vindt een pedante instructie- en onderwijsrobot: Brick. Die neemt hij mee naar de balie. Claude vraagt aan Brick over het Grauw. ‘Dat bleek de alien Igrot te zijn. Binnen enkele weken nadat de extra dimensie werd toegevoegd is de alien geland in het Zuiden. Eerst klein als een microbe, maar het groeide. Voor gedetailleerde informatie moeten jullie naar het Grotius.’
We gaan naar buiten. Daar is alles nog rustig. Het Grotius is een gebouw met uitnodigende architectuur. Het meisje achter de balie glimlacht onvriendelijk: “Ik zie dat jullie een onderwijsrobot bij jullie hebben. Stel daar je vragen maar aan. Wij zijn niet zo van de journalistiek.” Maar Risha gebruikt zijn Excellency weer en vraagt naar de Persoonlijke Assistent van de hoogste baas van het instituut. We mogen in de wachtkamer gaan zitten en worden even later opgehaald. Als ze hoort dat er op de Grote Rode Knop is gedrukt, gaat ze haar stasisarmband halen. “Loop maar mee, de informatie die jullie zoeken zit in mijn zak.” Ze doet in haar kantoor de armband om en valt neer. Haar eyepad zit in haar jaszak, met haar duim kunnen we hem ontgrendelen. We krijgen toegang tot het lokale intranet en we vinden een bestand met haar toegangscodes. In de bibliotheek vinden we een boel informatie.
Tien jaar geleden is de alien voor het eerst gevonden. We hebben pas elkaars aandacht getrokken toen wij met extra dimensies begonnen te werken. Igrot is het eerst verschenen op een onbewoond eiland. Demonen en Abyssals kenden ze ook al, die werden verslagen, begraven en vergeten. Ze waren wat anders dan de alien. Er wordt gespeculeerd dat Igrot een vóórstadium is van iets. Hij scheidt een enzym af dat de kleur losweekt en de alien neemt die op een extradimensionaal gat in. Het is een vijf-dimensionaal wezen, dus voor wezens zoals wij, die in vier dimensies leven, niet aan te vallen.

Terwijl we lezen, begint de kelder vol te lopen met rioolwater. Op naar het Diccles Instituut. Onderweg weet Brick te melden dat de stad zestien sectoren heeft. Wij zijn in sector 1. Er is autorisatie nodig om van de ene sector naar de andere te reizen. De hoogste bevoegdheid heeft de regering; dee bestaat uit leden van Streffer en Bingo Incorporated. De zon staat nu stil op het hoogste punt van de hemel. Buiten is intussen paniek uitgebroken. De riolen zij kapot en er komt iets vies en smerigs uit de grond omhoog.

Half zes
Volgens Chantal is de boel aan het verergeren. Ze stelt voor op te letten of we ergens de uitgang kunnen vinden. We eten wat bij een Chinees afhaalrestaurant. De paniek buiten wordt steeds groter. Er ontstaan barsten in de weg. Gwan stelt voor om de regering te gaan zoeken. De robot zegt dat de regering in sector 9 zetelt. Hier zijn wel afgevaardigden te vinden: de heer Rosen bij Bingo en de heer Xanten bij Streffer. We gaan naar Bingo Inc. Dat instituut werkt nu met noodpersoneel. De heer Rosen heeft tijd voor ons. Hij is één van degenen die is aangewezen om de sectoren draaiende te houden.
Er is zich iets aan het voltrekken wat ze niet begrijpen. Lang vergeten en begraven wezens zijn uit de onderkrochten aan het opstaan: groene vrouwen en donkere mannen. Een opstanding van vergeten creaturen, datgene wat begraven is geweest. Wij denken de Shuragi te herkennen en vertellen over gifgas en plakspul. Risha regelt dat wij aan het crisisteam worden toegevoegd. Rosen zegt: “Ik heb een angstig vermoeden. De tijd lijkt stil te staan. Wat zou de eindtoestand kunnen zijn met deze Abyssals? Ik houd mijn hart vast. Het goede nieuws is: Fase 1 lijkt gelukt te zijn. We gaan de problemen oplossen waar en wanneer ze zich voordoen. Het belangrijkste is nu dat de abstractie van de alien volledig is en dat de andere wereld uit ons zwaartekrachtsveld los komt. Dat doen de jongens van Diccles.”
“En als de mensen in de toekomst Igrot weer eens oproepen?”
“Ja, gezien de menselijke aard lijkt mij dat wel mogelijk.”
Dan begint alles te schokken, alsof een touw strak komt te staan. Er gaat een siddering door de lucht en een aardbeving door de grond.

3 XP

Tanais – 68

12-vi-R2 11.00 uur
Claude vertelt dat hij het kleine meisje dat hij uit het Eenoog-dorpje gered had, heeft afgegeven bij de Brahmanen, voor het geval dat ze nog een grauw-taint heeft. Risha gebruikt de tweede wens van het orichalcum tablet om Chantal ook toegang te geven tot de Witte Stad. Te paard gaan we naar Groath. Tegen het einde van de avond zijn we in Soul. We betrekken herberg Het Dansend Paard.
13-vi-R2
’s morgens vroeg vertrekken we naar Ashscroft, waar we ’s avonds aankomen. Op de paardenmarkt wisselen Chang, Claude en Gwan van paarden. Risha blijft bij zijn magische groene paard.
Op de 14e
’s Avonds komen we aan in Groath. Het werk is net afgelopen en de kroegen gaan open. Groath wordt al echt een stadje, in plaats van het vissersdorp wat het eerst was. De weg er naartoe is mooi bestraat met kinderhoofdjes. (Claude’s fantasie slaat op hol bij dat woord.)
Op de 15e
Chang stelt voor om de Nautilus-onderwaterfietsen uit te proberen voordat we op expeditie gaan. In het ijskoude water van de zee komen we er achter dat ze van zeer verschillende kwaliteit zijn Claude heeft de beste, Gwan’s exemplaar schiet nogal tekort. (Strength+Ride voor snelheid, Dexterity+Ride voor wendbaarheid).
We oefenen ook met de drietanden die Claude heeft gemaakt. Die waren veel te lang, maar nadat hij er een meter af heeft gezaagd kunnen we ze als een soort lans gebruiken. Aan het einde van de dag voelen we ons er genoeg vertrouwd mee om de tocht naar de Witte Stad aan te durven vangen.
16-vi-R2
We vertrekken met twee galjoenen, tien matrozen en tien soldaten. We varen langs de resten van het ontplofte eiland. Rond twaalf uur zijn we bij de plek waar we moeten zijn. We controleren de apparaten nog eens en maken ons klaar om naar beneden te gaan. Er komen twee airhags aanvliegen. Ze cirkelen om onze schepen en gaan weer weg. Vast om versterkingen te gaan halen… We besluiten te wachten tot ze terugkomen.
Om ongeveer 5 uur ’s middags, in de avondschemering, komen er zes aanvliegen. Claude staat op wacht, maar hij heeft het pas op het laatste moment door. Hij slaat alarm, maar vier van de hags snaaien een bemanningslid mee. Eentje probeert Claude te pakken en eentje Risha, maar dat mislukt. Gwan schiet op een hag die een matroos meevoert. Raak, maar ze vliegt verder. Risha schiet op dezelfde, met hetzelfde resultaat. De twee die Claude en Risha gemist hebben, proberen het weer en missen weer. Risha schiet en mist. Claude schiet er één uit de lucht. De snelste is ontkomen met een matroos. De twee die gemist hebben slaan op de vlucht. Risha schiet er nog eentje dood, Claude ook. Er is intussen een hoop bloed in het water, dat zal de zeehags aantrekken! Drie bemanningsleden zijn gered, maar een is er verloren. We houden een rouwdienst voor hem.
17-vi-R2
We gaan met onze nautili de zee in. Op een meter of honderd diepte ziet Claude een cirkel van seahags om ons heen. Hij wijst ons om opzij te gaan, maar de hags houden de kring om ons heen, ondanks de nautili zijn ze sneller dan wij. Als we dieper komen, vallen er negen aan. Ze blijven buiten bereik van onze drietanden en vangen een krijsend gezang aan. Onze oren tuiten (Valor, minstens 3 successen nodig). Gwan krijgt caissonziekte door de drukverschillen van het gezang. Risha weet er eenje aan zijn drietand te rijgen. Die vlucht zwaar gewond weg. De gewonde wordt opgegeten en diens plek in de negen wordt meteen door een andere ingenomen. Chang geneest Gwan, Claude schakelt er intussen nog eentje uit. De hags beginnen weer te chanten en ditmaal worden we allemaal getroffen. Gwan gaat hard achteruit. We gaan naar boven (Stamina+Resistance difficulty 8). Gwan, Claude en Risha herstellen vlot, maar Chang heeft extra aandacht nodig. Als hij weer bijkomt, kan hij zichzelf verder genezen.
We realiseren ons dat we afstandswapens nodig hebben. Claude besteedt de dag aan het ontwikkelen van een pneumatische dieptebom die een heleboel harpoenen in alle richtingen afvuurt. Negen successen op Craft, het is een indrukwekkend ding! Voor Risha maakt hij een harpoengeweer, maar dat is minder goed gelukt.
18-vi-R2
We gooien een dode kip in het water om de hags te lokken. Dan volgt de bom. Die doet zijn werk uitstekend. De hags vreten de gewonden op en wij kunnen ongehinderd door de slachtpartij heen naar beneden afdalen. In de diepte schitteren marmeren tabletten, en we zien een koepel. De stenen liggen rondom de koepel. Risha voelt dezelfde tinteling als onder de draaikolk, maar ditmaal resoneert het op een goede manier, het voelt als thuis! Op tweehonderd meter diepte, dertig meter boven de koepel, zien we de ruïne van een marmeren stad, de koepel is “binnen groter dan buiten”.
We gaan langs de koepel omlaag. Gwan vindt geen openingen. De tabletten liggen half in het zand. Risha raakt de koepel aan, zijn hand gaat er gemakkelijk doorheen. In een opwelling stapt hij er door. De anderen zien hem niet meer. Claude stelt nog even voor om hem maar in zijn sop gaar te laten koen, maar ze gaan er toch achteraan. Elkaars hand vasthoudend stappen ze erdoor. Hoewel je je de voorganger niet meer ziet, voel je zijn hand nog wel.
Risha komt in een ruimte met lucht. De binnenkant van de koepel is begroeid met algen. Hij verrast kikker-zeehond-achtige wezens, die verschrikt reageren. Hij steekt zijn open hand op en zegt “Ik kom in vrede!” Dan komen Claude en de anderen. De wezens roepen: “Help! Aliens!” en vluchten weg, “Voor je het weet wordt je meegenomen voor experimenten!”.
Vijftig meter verderop zien we nog een koepel. De wezens bewonen een radioactieve ring van 50 meter breed. In de buitenring zijn veel algen en gebouwtjes van gestapelde marmeren platen. Risha veegt de algen van een plaat. De bewoners reageren verschrikt als hij over het slijm wrijft. Er breekt een vliesje open en daar komt een embryo uit. Daaronder vindt hij een tekst van 500 jaar geleden over elf-achtige wezens die megalieten bewonen. Vanwege de paniekerige reactie van de bewoners laten we de stenen verder maar met rust, en gaan we naar de volgende koepel. We stappen er samen doorheen.
We zijn even gedesoriënteerd. Er gaan allemaal alarms af. We staan in een kamer met vijftien andere mensen in 21e eeuwse pakken. Het lijkt alsof wij ook deel uitmaken van die groep. Iedereen draagt formele kleding. Chantal is er ook. Gwan en Chantal houden elkaar angstig vast, als een verliefd stel dat steun zoekt bij elkaar. Claude heeft de uitstraling van een ‘herbalife’-verkoper. Risha is sjiek gekleed. Chang draagt de uitrusting van een sjamaan, een verfomfaaid generaalsuniform versierd met totems en dergelijke. Hij heeft net op een Grote Rode Knop gedrukt. Blijkbaar was dit totaal onverwachts, gezien de enorme consternatie onder de aanwezigen. Gwan rukt zich los en drukt nog eens op de knop, in de hoop dat het lawaai daardoor weer ophoudt, maar dat werkt natuurlijk niet. We hebben allemaal een horloge om onze pols met “48 uur” er op, maar het staat stil. Alle klokken staan stil. We zien de mannen en vrouwen op hun polshorloges drukken en ze zakken in elkaar. Risha kijkt of er iets uitgezet kan worden, maar hij begrijpt niets van het bedieningspaneel. Diverse beeldschermen geven een kaart van de wereld. Bijna de hele kaart is grijs, op een paar plekken na. Kleine speldeprikjes op afgelegen plaatsen, onbewoond door mensen, hebben nog kleur. Heel de rest is donkergrijs tot zwart. Het zwart zit niet op de plaatsen waar Risha die verwacht (Soul, Melek Qart, Euboia).
Claude onderzoekt de mensen. Ze zijn heel snel aan het sterven. De armbanden blijken een compartimentje met gifnaald te hebben. Claude en Gwan doen die van hun af, maar Risha laat de zijne om. We stappen over de lijken heen richting een deur. Een van de doden was blijkbaar de secretaresse, ze heeft notulen bij zich. We kunnen het lezen: “Genodigden: een select aantal Techno-Verhevenen en Verhevenen van inferieure rangen, plus op voorspraak van de priesteres een paar wezens die onvermoede kanten hebben en waarvan zij denkt dat ze een oplossing kunnen zijn voor het Iggroth-probleem.” Instinctief weten we dat wij die laatste ‘wezens’ zijn. We lezen dat er nogal wat protest was tegen onze aanwezigheid in termen als: “kwakzalvers”, “oplichters”, “uit achterstandsbuurten” en dergelijke. De reden voor deze bijeenkomst was; “een uit de hand gelopen ziekte, na pogingen tot contact onzerzijds waar iets op afgekomen is.” De aanwezigen worde verdeeld in ‘Superieure Verhevenen’ oftewel Technocratie, ‘Inferieure Verhevenen’ of Mages en ‘Hedge Wizards’ met onbegrepen, onvermoede krachten. Dat zijn wij, onze namen staan achter. Wat wij volgens deze aantekeningen kunnen, lijkt op rudimentaire Solar-krachten. Het wapen, de Rode Knop, waar Chang op drukte is “een experimentele extradimensionele technologie om de wereld in stasis te brengen, te zuiveren door Iggroth uit deze dimensie te gooien en iets nieuws te laten ontstaan”. Maar in dat proces is deze wereld wel vernietigd. We hebben de eerste achtenveertig uur na het indrukken van de Rode Knop om alles nog terug te draaien. Daarvoor moet contact worden opgenomen met “de andere haard van beschaving” aan de Oostelijke baai, voorbij waar in onze tijd Satem ligt. Daar moet dan op de Groene Knop worden gedrukt.
De weg naar buiten is makkelijk te vinden. We bevinden ons op de eerste etage. Er zijn roltrappen naar beneden. Het alarm was alleen in onze zaal, niet in de openbare delen van het gebouw. De klokken staan stil, maar de wereld gaat door. Het baliepersoneel beweegt nog en op straat zijn ook nog mensen. Buiten is veel groen en we horen straatgeluiden. Op het gebouw staat “WernerVolker Instituut”. We hebben onze eigen kennis, niet die van de personages uit dit verleden. We bedenken dat de informatie die we nodig hebben wel binnen zal zijn. We moeten experts gaan zoeken.

4 xp