Tanais 124

Als we weer terugkomen op Mount Paradise is de theepauze net voorbij. We krijgen meteen het woord. Risha vertelt: “We hebben een mogelijke oplossing voor het wederhelften probleem. Quiver kan daar meer over vertellen als hij terug is.” Dan gaat de Raad over tot de orde van de dag: “Chantal.” Ze kijkt een beetje geïrriteerd. “Zijn er meer vrouwelijke exalts die dit hebben meegemaakt of die verdwenen zijn?” De vergadering wordt tien minuten verdaagd om te inventariseren. In die tien minuten worden we door de fanclub belaagd met vragen. Daarna blijken er inderdaad drie vrouwen onverklaard afwezig te zijn. Het cabal van hantal maakt bezwaar tegen de term “demonenmoeder”
Men gaat schouwen wat er met de drie aan de hand is. En op dat moment komt er een bediende de zaal binnen. Hij fluistert wat tegen een cabal van Koreaans aandoende types. Ze reageren verschrikt. De Zwarte Bron bij Kim Do is een feit. De vergadering wordt een halve dag stilgelegd. Iedere cabal moet in zijn thuisland inventariseren wat de gevolgen zijn en Het Witte Hert (wij dus) moet bij de Raad komen.
“Kunnen jullie hier licht op werpen? Het schijnt een soort sinkhole te zijn.” Een Qartiaan is ook uitgenodigd. Die zegt: “De maalstroom is ook weer actief geworden! Er zijn er nu drie. De legende gaat dat ooit de eerste demon uit een Oerbron op Tanais is gekomen. De oerbron, Uru’dhip, is nu dichtgeslibt en vergeten in Harran, ten Zuiden van jullie Shintasta. Hij ligt tegen het Zuidelijke Continent aan.” “Weet u iets van dat continent?” “Aan de Zuidkant wonen de Oude Rassen. Die houden niet zo van mensen. Amfibieën, slangen, wamank, salief en zo. Stomende jungles.” “Zijn daar ook draaikolken?” “Minder dan in het Noorden. Maar je ziet de gloed van de Zwarte Bronnen overal. Waarschijnlijk zitten ze vooral ondergronds.”
De voorzitter van de Witte Raad vraagt aan ons of we naar Harran kunnen gaan, Naar Uru’dhip als het kan. Als dat niet lukt, gewoon terugkomen en rapport uitbrengen. De Qartiaan beschrijft Harran: “Het land is oeroud. Daar was de beschaving die voorafging aan Warka en hun ziggurath’s. Het is een dorpse samenleving, op een gazellen steppe. De oudste en krachtigste demonen komen daar vandaan.” Als hij dat hoort, vraagt Risha of hij de spreuk ”Banish Demon” kan leren. Daar is geen tijd voor. Maar hij krijgt een heel heftige scroll mee. “Als je hem niet gebruikt, graag weer inleveren. Hij is heel duur! En, kunnen jullie voor ons in kaart brengen hoe het zit met die gith-dragonborn en de cultussen en hoe de onderwereld werkt?”
We nemen de colorcopter. Gwen gaat op zoek naar de Creatures of Darkness. Met [Correspondence, Mind en Color] zijn 12 successen nodig omdat hij niet weet om wie het gaat en waar hij moet zoeken. Gwen is na afloop zo uitgeput dat we een mindprobe nodig hebben om het uit haar te krijgen. Uru’dhip is de eerste aanraking van een tentakel met Tanais. Dezelfde tentakel raakt verderop Melek Qart, als volgende Waldheim en als laatste Kim Do. Gwen weet waar het zit. Maar er zit een extreem sterk veld van anti-[correspondence] omheen, ongeveer 5 km onder de grond. maar de bovengrondse lokatie is duidelijk. We arriveren bij een drooggevallen seizoensmeertje met een hutje aan de kant. We parkeren de copter 1 quantum richting Binnen. De werelden zijn hier erg instabiel. In het hutje is niemand thuis, het is een soort madam Mikmak huisje. Zoeken levert op dat er buiten, bij een bosje een handleiding ligt in een hele oude taal. Het gaat over hoe hier demonen gevangen kunnen worden. Risha kan het lezen: “Bij het fluctueren van de realiteit, als er grondmist ligt over het meertje, moet je over het water een net spannen om zeldzame demonen te vangen.”
Gwan ziet het niet meer zitten en gaat slapen [zijn Willpower is op]. De anderen stappen de Wyrd binnen. Daar ziet de wereld er bijna hetzelfde uit, alleen staat er hier wel water in het meertje. We stappen nog een plane verder, naar de Wyld. We vallen gelijk een aantal meter naar beneden! We zijn verrast en er is niets om je aan vast te houden! Het is een brede, diepe put met engen gezichten in de muur. In een reflex ontwijkt Chang de grond, zodat hij geen schade krijgt van de val. Risha slaat zijn vleugels uit en weet de klap ook te ontlopen. Boven ons lijkt het dicht te groeien met wortels. Beneden zijn geen uitgangen. Snel weer omhoog! Deze uitgang gaat snel dicht. Chang klautert omhoog. De gezichten klagen: “Auw mijn neus!” Er ontstaat opeens een arm die hem een vuistslag geeft. Met veel kracht slaan we ons door de wortels heen. We komen boven in een meertje met mist erboven en we zitten weer in de Wyrd. Dit is de uitgang van Uru’dhip. Het is nu 1 uur ’s middags. Risha leest verder in het oude boek. Hier groeide vroeger veen. En deze plaats behoorde toe aan machtige wezens. Och, het is een veenzaal! Maar de lunars zijn hem vergeten. Hij stemt zich er op af. Waar zit het heiligdom? In de Wyrd, midden onder het enkeldiepe meer, maar de doorgang gaat via de Wyld. Risha snapt hoe hij de veenzaal twee niveaus naar buiten en twee niveaus naar binnen kan bewegen. Binnen zit niks bijzonder. Hij maakt de veenzaal Wyld, en neemt daarmee de hele provincie mee. Inclusief het domein waar de colorcopter staat. Oeps! Het vennetje is nu een kolkend meer waar groene bubbels uitkomen. Om ons heen is een heftige jungle met spoken. Met een grote BLUB komen reptiel/insect-achtige demonen boven water. “Zijn jullie meesters?” vraagt eentje. “Ja,” zegt Chang. “Toon dan jullie zegel.” Chang projecteert met [Mind] wat dit creatuur verwacht. “Aha, u bent meesters.” De andere demonen gaan verder naar boven. We vragen de ene demon hoe we bij Uru’dhip komen. “Er is geen weg naar Uru’dhip. Je kunt er alleen vandaan komen, niet naar toe gaan. De steen is eenrichtingsverkeer.” Risha geeft hem een puntje quintessence voor de informatie. De demon gaat verder.
Risha verplaatst de provincie weer naar de normale fluctuaties, maar de stroom demonen is nu op gang gekomen en blijft doorgaan. Ze gaan met de fluctuatie Harran in. En jammer genoeg is de colorcopter in de Wyld achtergebleven. Maar het kost weinig moeite om hem terug te vinden [Mind en Correspondence: waar is Gwen?]. Vanuit de Wyld proberen we de polariteit van de eenrichtingsteen om te draaien [Matter 2, Forces 4, Prime 4]. Dat lukt. Risha en Chang stappen er doorheen. Het is een pikdonkere ruimte vol rumoer, de verzamelplek voor demonen die op excursie gaan. De lucht hangt vol met het groene shiragi-gas. In een [Life] reflex verandert Risha zijn longen zodat hij het gas kan verdragen. Chang Maakt een krachtveld [Forces en Entropy] om zich heen. Gwen verandert [Life en Matter] het ingeademde gas in gewone lucht. Er zij licht! Ze doen hun anima op volle kracht aan en de demonen deinzen terug. Onder de transitiesteen is een soort van sokkel waar ze op klimmen om naar boven te kunnen. Dat werkt nu dus niet meer. Urud’hip is recht onder ons.
We kunnen recht op ons doel aflopen, door onduidelijke fabrieken en tempels. De demonen wijken overal voor ons licht terug. Dit effect komt van de twee Dawn-caste aura’s. Er zijn twee verschillende soorten demonen demonen: mensachtig zoals de kinderen van Chantal, en insectachtigen die een kruising zijn tussen mensen en elsewherelingen of tussen oudere rassen en elsewherelingen. We krijgen door dat de afstammelingen van de oude rassen veel minder last hebben van de aura, maar die ontwijken uit andere motieven. 2 uur later komen we in een prachtige grot diep onder de aarde. Het is de binnenkant van een zwarte geode. In het midden hangt een zwarte diamant, zo groot als een huis, vrij in de lucht. Dit is Urud’hip. We zijn vlak bij de romp van Igrot, de plek waar deze muil/tentakel Tanais binnenkomt. Met [Color] zien we dat deze geode dwars door de planes heen gaat. Als je hier de tentakel doorsnijdt, dan zouden de maelstromen ophouden te bestaan. Volgens ons zou er op Aarde ene vergelijkbaar punt moeten zijn. Dit is dan waarschijnlijk de plek waar de twee werelden tegen elkaar aankomen, Moeten we hier alle zonium inpompen?

4xp

Cthulhu 16

De man vertelt hen dat prof. Green op reis is naar Parijs. Verder raadt hij hen aan om hun cover identiteit voorlopig nog in stand te houden. In Londen worden namelijk vrouwen ontvoert en dit is gestart nadat de gesmokkelde vrouwen ontdekt werden in de haven. Prof. Green vermoedt dat die bende vast op zoek is naar een nieuwe smokkelroute. En smokkelen is een belangrijk onderdeel van hun dekmantel. Hier doemt ook de vraag op hoe te zorgen dat ze hen weten te vinden, zonder dat ze uit kunnen vinden dat ze het expres doen. De groep besluit om een ‘forwarding adress’ achter te laten bij het lokale telegraafkantoor. De schavuit neemt vervolgens een bericht mee voor Colonel Moran. Voor de terugreis van de groep wordt een route gepland via Plymouth, vervolgens naar de Earl of Huntingdon, Oxford en Colonel Moran om tenslotte te eindigen in een hotel in Londen.

Voor het vertrek bestuderen Percy en Penny nog het Liber Ivonis op zoek naar spreuken. Ze hebben geluk en weten er één te vinden: Contact Kthulhut (Cthulhu). Het klinkt als het oproepen van een machtig wezen en uit de beschrijving maken ze op dat er bloedoffers en mensenoffers bij nodig zijn. Het boek is handgeschreven en ziet er niet naar uit dat er intensief gebruik van is gemaakt. De groep heeft een idee: Blackpool weet genoeg van het occulte, maar is er zelf niet al te actief mee. Om goed te kunnen heersen, moet je je hersens helder houden. De mogelijkheid bestaat dat hij zaken die zijn geestelijke gezondheid teveel zouden aantasten delegeert.

In Plymouth achterhalen ze nog enkele namen. Ze hebben het gevoel dat ze nu alle aanwezigen bij naam kennen, op een klein (5-6) aantal na. Bij de Earl vertellen zij hun vermoedens. De geheime cultus vat hij licht op, er zijn immers meer van dit soort genootschappen in den lande. Het gevaar voor een mogelijke coup erkent hij zeker wel. Hij is zeer onder de indruk van de ledenlijst inclusief beroep. Op basis hiervan informeert hij ook naar Tabby’s echte naam.

Hierna vertrekt men naar Oxford. Aangezien zij de opdracht hebben gekregen om hun cover intact te houden, gaan ze in vermomming naar de pub waar zij al eerder met Moran hadden afgesproken. Nu ze van adel zijn krijgt het hele gezelschap een aparte kamer achter de pub, waarin zich ook een smalle trap naar boven bevindt. Kenneth gaat naar het huis van de kolonel en gaaft daar hun visitekaartje af, met daarop het adres van de pub geschreven. Percy en Penny gaan het Liber Ivonis bestuderen. Na terugkomst wordt Kenneth in de achterkamer gevraagd. Een 3 kwartier later staat kolonel Moran voor de deur. Ze bieden hem iets te drinken aan, waarna ze hem alles vertellen wat ze ontdekt hebben. Na dit relaas merkt hij op dat er 2 sporen zijn: enerzijds het occulte verhaal en anderzijds de staatsgreep. Het enige dat ze echt niet begrijpen is waar de vrouwen voor nodig zijn. Normaal zou je zeggen dat ze er handel mee zouden drijven om aan gelden te komen, maar dit gezelschap beschikt over ruime financiële mogelijkheden. Nu dit onderwerp ter sprake komt, merkt de groep op dat zij zelf niet echt ruim bij kas zitten. Col. Moran kan hen aan 2.000 pond helpen, in de vorm van een renteloze lening. Afgesproken wordt dat Col. Moran de South Star Shipping Company gaat onderzoeken, want men vermoed een verband tussen Blackpool en de Black King. Tabby stelt voor om William Booth, van de Salvation Army, op de hoogte te brengen van de halsbanden waarmee personen gecontroleerd en zelfs gedood kunnen worden. Tabby schrijft hem een brief, maar niet onder eigen naam want ze is nog steeds een gezochte crimineel.

Kenneth/Dave gaat verder met het vertalen van Unaussprechlichen Kulten. Tabby stelt voor om, nu ze toch in Oxford zijn, Duits en Frans te leren via een crash course. Er wordt besloten dat “James” en “Marie” Frans leren en dat “Kenneth” en “Tajer” Duits leren. “Milou” gaat beter Latijn leren. Voor het leerproces worden 2 weken uitgetrokken.

Percy leert verder ook de spreuk “Approach Brother”, waarmee je vermoedelijk contact legt met een ghoul. Tabby naait geld in de kleding van iedereen en Dave holt een ruimte achter de koetsiersplaats uit om muntgeld in te verbergen.

Dan vertrekt het gezelschap naar Londen, alwaar ze inchecken in het door hen uitgekozen hotel. Er ligt daar al een bericht op hen te wachten van een onbekende. Deze heeft vernomen dat zij bepaalde diensten kunnen leveren. Er is een retouradres bijgevoegd. Ze besluiten af te spreken in het Crystal Palace. Tabby schrijft de retourbrief.

ps. de spreuk Summon Cthulhu uit de aantekeningen van Inez heet officieel Contact Deity (Cthulhu). Zoals hij in de tekst staat is de vorm waarin hij geschreven staat in het Liber Ivonis. Mijn fout, dus hierbij de correcte.

Tanais 123

Tanais 123 – 6 juli 2017

Dag vier van de vergadering. In het half uurtje theepauze gaan we naar de Aarde, naar Hardware Legacy Five om Quiver voor te stellen aan Clark en Duffet. De colorcopter wordt geparkeerd in de garage van ons eigen penthouse. Quiver is onder de indruk. We nemen de lift naar de begane grond en dwalen naar de schuilplaats van de daklozen. Duffet is aanwezig, ze is inmiddels volwassen. Ze neemt ons mee naar het bos en daar betreden we de onderaardse ruimte waar de zwarte bron is. Clark is er al. Hij helpt om Schorpioen op te roepen. Tijdens het ritueel voelen we een subtiele plane-shift naar een parallelle wereld.
Schorpioen heet ons welkom: “Hallo vrienden.” We hebben heel wat vragen en er zijn wat misverstanden. Schorpioen vertelt dat mensen anders zijn dan de oude rassen. “Mensen zijn ‘passanten’. De oude rassen hebben geen wederhelft en ze komen niet uit de spleet van Mount Paradise. En wat zijn die ‘goden’ nou eigenlijk?” We leggen het uit. Schorpioen snapt wat er aan de hand is. “Als een sandman zijn wederhelft vindt, en samensmelt dan is er een zilveren flits. Er is een relatie met de advertenties voor on-line spellen, helden uit een product met bepaalde eigenschappen. Krachteloze advertenties klimmen op in de hiërarchie tot sterke merken.
Op de vraag hoe we Quiver’s wederhelft kunnen vinden heeft Schorpioen niet direct een antwoord. Hij kan ons meenemen naar een vergadering die een halve dagreis hiervandaan op deze plane plaats vindt. Daar kunnen we kennis maken met de andere oude rassen. Het plane is vrij instabiel, maar als we bij de grens van de stad aankomen is er een duidelijke begrenzing, een plateau waar we op kunnen klimmen en daar voorbij is er geen toegang meer tot de Aarde, waar hier Blue Collar tuinen liggen. Aan onze kant is het een ijsgladde harde vloer, ondoordringbaar zonder krachtige Color-magie. Verderop komen we grote mieren tegen. Ze oogsten kleuren die als een stroperige vloeistof uit cocons komen die in de vloer steken. Uiteindelijk bereiken we een groot stenen gebouw in de vorm van een tent. Binnen ontmoeten we manshoge schorpioenen, kakkerlakken, mieren en waterberen. Schorpioen noemt de waterberen “Charons”. Charons kunnen in alle werelden overleven, materie èn antimaterie.
We vertellen dat we hun hulp komen vragen op zoek naar de andere ik van Quiver en zijn compagnons. De oudste rassen willen weten wat dit hen oplevert. Claude zegt: “Met meer van ons, die heen en weer kunnen, kunnen we de werelden weer één laten worden.”
De mieren zeggen: “Wij hebben er geen baat bij dat mensen belangrijker worden. Als oerwezens zijn wij de baas.” En een Charon voegt er aan toe: “In Tanais hebben de mensen het hele Noorden. Onze rassen hebben hun macht verloren. Hoe krijgen wij onze invloed weer terug? Wij zijn niet gebaat bij passanten.”
Claude vertelt over het verschil tussen mensen, brahmanen c.q. priesters, eerste niveau onsterfelijken en ons, tweede niveau onsterfelijken. “Het groepje echte onsterfelijken is maar heel klein. En een heleboel van ons zijn aliens en willen weg.”
De oude rassen geven toe: “We hebben een gemeenschappelijk belang. De Charons kunnen schouwen en de juiste zielen vinden. De Mieren kunnen die zielen vangen in hun cocons. Maar wat hebben wij aan jullie? Wat bieden jullie ons? Reservaten? Daar zijn we niet in geïnteresseerd.”
Risha schetst zijn ideale wereld, met één heerser, waarin alle rassen samen in vrede kunnen leven zonder aparte landen. Claude zegt: “We zullen het aan de vergadering voor leggen.”
“Waarom zou jullie vergadering dat willen?”
“Velen zijn op zoek naar hun wederhelften.”
Risha vraagt: “Wat willen jullie?”
“Aan heer Q te zien hebben de onsterfelijken heel veel over voor hun wederhelft. We kunnen met hun één voor één een deal sluiten.”
Claude is bang dat de oude rassen daardoor een te grote macht over de onsterfelijken krijgen.
Risha zegt: “Een deel van die deal moet inhouden dat ze met ons meestemmen in de vergadering.”
Quiver krijgt een Free Sample. De Charons en de Mieren gaan voor hem op zoek. In de tussentijd krijgen wij een rondleiding over de oogstvelden van de mieren.
“Wij recyclen de mensenzielen en de kleur. Als iemand uit de Hardware Legacy overlijdt, dan vangen we de ziel in een cocon die we halverwege de barrière steken. De kleur filteren we er uit en als hij helemaal schoon is reïncarneert hij. Soms dringt die ziel door de barrière heen en dan wordt hij in Blue City geboren, maar de meesten gaan weer terug naar Hardware Legacy Five.”
Chang vraagt wat ze weten van de Lost Boys. De Mieren weten het niet: “Die zijn van onze radar verdwenen.”
De Charon weet ons te vertellen dat de Tempest van tanais naar Aarde stroomt. De meeste zielen van Tanais verworden tot zonium. Slechts een paar halen de overkant en als die hun wederhelft vinden, dan is er een zilveren flits. Chang vraagt zich af of er een verband is met de geboortekamer van de goden.
Na de rondleiding vervolgt de vergadering. De Charons hebben gezien dat er een dame met dezelfde signatuur als Quiver woont in een buitenwijk van de grootste Blauwe Stad. Daar moeten we maar gaan kijken. Het beschrijft de wijk en voegt er aan toe: “Als jullie individuen de moeite waard vinden, kunnen wij ze zelfs in de Deep Tempest vinden en eruit halen. Quiver, vertel het voort! Hier moeten jullie zijn.”
We nemen afscheid en gaan terug. Met de colorcopter gaan we er naar toe. Het is een megastad met hoogbouw in het centrum en daaromheen gigantische buitenwijken van villa’s. Er zijn geen straten maar bospaadjes. De stad en de handelsroutes hebben een ondoordringbare laag waardoor je niet naar de andere dimensies kunt, maar buiten de Blue Collar gebieden, is er in het White Collar territorium net als bij de Hardware Legacy geen harde grens met de andere werkelijkheden. Dat er een ondoordringbare laag rondom deze stad zit, is overigens maar goed ook. Want onder de wolkenkrabbers van het stadscentrum kolkt de Maalstroom.
Quiver volgt zijn intuïtie en wandelt direct naar de juiste villa. Daar zit een dame in een dekstoel op de veranda. Quiver wil er direct naar toe, maar Claude waarschuwt voor landmijnen. Dat vinden de anderen wel een beetje paranoïde. Maar toch bellen we aan bij de voordeur. Een robot doet open, maar er blijft een krachtveld in de deuropening. “Waarvoor komt u?” “White Collar zaken.” “Wacht u alstublieft hier.”
Even later komt de robot terug met de dame. Ze lijkt iets in Quiver te herkennen. “Komt u verder.”
Quiver wordt helemaal verlegen. Ze stelt zich voor als Veerde. “White Collar business? Ik ben zelf ook in opleiding als onerzoeker bij de White Collars. En wat is dit voor heerlijk jongetje?”
“Hij maakt deel uit van ons onderzoek,” zegt Chang. Claude voegt er aan toe: “De vijfde dimensie.”
“Een aantal jaar geleden deed een groepje daar ook onderzoek naar. Die zijn van hun taak afgehaald en gedemoveerd. Maar wie is dit charmante wezen?”
“Ik ben Quiver. Wij zijn voor elkaar geschapen!”
“Je bent volkomen schattig!”
Ze wil hem een paar weken bij zich houden. Dat is goed. Een robot neemt hem mee naar een kamer. Claude legt uit hoe het zit met de dimensies en Risha voegt er aan toe dat we wel degelijk White Collar zijn, maar dat we nu voor de San werken. Claude verandert in Condoleesa en zegt: “We weten nog niet precies hoe we weer één geworden zijn. Op dit moment is Quiver nog gemaakt van antimaterie. Hij draagt een zoniumpak anders ontploft alles.”
Veerde moet even wennen aan het idee van andere dimensies, maar staat er wel open voor. We laten Quiver achter en vragen of Veerde en hij een labjournaal willen bijhouden. Veerde e Quiver zwaaien ons uit. Met [Mind] voorkomen we dat Veerde het nieuws meteen aan haar beste vriendin vertelt.
Risha wil nog even naar de binnenstad. Het centrum is gewijd aan uitgaan en winkelen. Het is perfect voor ‘fun and shopping’. Maar met [Color vision] ruikt het hier enorm naar Igrot. De Maalstroom is zijn muil. Hij zuigt grootschalig Color op. Het is diffuser aan deze kant. Op Tanais gaat het via alle zwarte bronnen. Maar de Maalstroom is ook daar de muil van Igrot, eerst bij Melek Qart en nu waar het herbrond is. Zwarte bronnen en witte bronnen zijn hetzelfde, maar dat is afhankelijk van hoe je er naar kijkt. Onder de juiste omstandigheden switchen ze van wit naar zwart, slurf of staart, afhankelijk van hoe je kijkt. Het is ook wel duidelijk dat we hier niet moeten plane-shiften. Dan word je onherroepelijk opgeslokt door de Maalstroom.

4xp, en als we als groep alle Spheres op niveau 5 weten te krijgen, dan bereiken we Color 5.

Cthulhu 15

Terug in de herberg worden de boeken bekeken. Het ‘Liber Ivonis’ is geheel in het latijn en stamt uit de 9e eeuw. ‘De Verminis Mysterii’ is ook geheel in het latijn en geschreven door Ludwig Prinn in 1342. Penny heeft les gehad in de Latijnse taal, voordat zij zich op de oosterse talen stortte. Zij kan de boeken een beetje ontcijferen. Percy heeft gelukkig een goede kennis van het latijn. Samen met Penny bestudeert hij de boeken. Het Liber Ivonis blijkt oorspronkelijk geschreven te zijn door Eibon, een Hyperboreaanse tovenaar. Naast informatie bevat het ook spreuken.

Men vraagt zich af wat ze nu moeten doen. De informatie die ze nu hebben is niet interessant voor de Earl of Huntingdon, maar wel voor Prof. Green. Tabby wil de namen van de cultusleden achterhalen. Als ze weet wie er allemaal op het landgoed logeerden naast de 2 Steam Barons, dan heeft ze die. Ze spreekt hiervoor met een van de leveranciers. Het blijkt te gaan om een concurrerende mijneigenaar, een priester van een lokale katholieke kerk, lokale adel en mensen van elders die de man niet kent. Voor deze mensen duikt ze het societynieuws in. Een opmerkelijke vondst hier is de aanwezigheid van een Schotse grootindustrieel, MacFaddyen. Om de laatste niet-adelijke gasten te achterhalen zouden ze nog de wijnleverancier kunnen uithoren, maar deze woont en werkt in Plymouth.

In de avond vertrekt men naar de mijnen. Ondertussen is men tot de conclusie gekomen dat de Mi-go waarschijnlijk is ingehuurd als – een verdomd goede – chirurg. Men vraagt zich dan ook af wat de Mi-go in ruil hiervoor krijgt. ze willen de koets nemen, maar deze besturen is erg lastig. Gelukkig is Percy ook weer beschikbaar (de speler arriveerde later) en met hem op de bok is het een fluitje van een cent. De groep ontdekt al snel dat Carandon Hill vele mijnen herbergt. De best bewaakte lijkt hen een redelijk uitgangspunt. na enige tijd rondgereden te hebben, valt de groep een mijn op die niet meer actief is, maar nog wel bewaakt wordt. De pompinstallatie wordt ook nog gebruikt en het gras op de binnenplaats is niet platgetrapt zoals men bij een actieve mijn zou verwachten. Zowel Dave als Penny doet de spreuk “Form of the bat” en beiden gaan op deze manier de mijn verkennen. Eerst vertoont de mijn sporen van onbruik, maar ze gaan verder. Op de vierde galerij is activiteit. Er zijn hier 4 mensen bezig om kisten op een lopende band te zetten. De mannen lijken hen niet op te merken en ze volgen de lopende band. Deze komt uit in een grotere ruimte. Met hun echolocatie detecteren zij een wezen; de Mi-go. Hij hangt met zijn vleugels om zich heen geslagen als een vleermuis. De lopende band verdwijnt in het niets. Het heeft voor Penny veel weg van wat ze bij de ghouls zag, maar hier is er meer een portaal aanwezig met een membraan als scheiding. Op de lopende band staan kisten met daarin erts. Wellicht de betaling voor de Mi-go, die toezicht houdt op de levering? Dave ziet dat er onder de Mi-go in een ‘kast’ van die flessen staan waarin organen zitten. Het zijn er meer dan 3, het aantal wat in de kist zat. Op de terugweg merken ze op dat de mannen bij de lopende band geen halsbanden dragen. Ze komen naar buiten, zoeken de rest op en doen verslag van wat ze hebben gezien. De vraag: “Wat nu?”, dringt zich op. Dave wil de Mi-go doden of de organen vernietigen. Tabby, Penny en Percy zijn hier tegen. Zo’n slag zal de aandacht op de groep vestigen, waarna Blackpool en consorten een en een bij elkaar optellen en de jacht op de groep openen of intensiveren. Een andere optie is om te gaan praten met de MI-go, maar dit brengt het probleem “Wat hebben wij hem te bieden?” met zich mee. Daarnaast bestaat ook het gevaar dat ze niet weten of de Mi-go te vertrouwen is en hen niet zal verraden. Dave is hier mordicus tegen, want het ziet er uit als een duivel en je praat immers ook niet met ghouls. Percy betoogt verder dat als ze Blackpool willen aanpakken, ze het in één keer goed moeten doen. En niet met z’n vijven, maar met alle bondgenoten die ze kunnen vinden. Ze hebben intussen al best veel contacten: dokwerkers, koetsiers, de Earl of Huntingdon, en Prof. Green. Misschien kunnen ze zelfs de Violet Queen hiertoe rekenen. Hoe zou zij het immers vinden om zo’n kettinkje om te krijgen? De theorie is tenslotte dat Blackpool een staatsgreep wil plegen. Hij wil zelf koning worden, de Scarlet King minister van Oorlog en de Gold King kan ook een rol spelen, o.a. met zijn halsbanden. Ze besluiten om dit pad te volgen. Op basis van hun medische kennis berekenen ze dat het herstel van de orgaantransplantatie ongeveer 6 weken zal duren. Met nog 2 organen te gaan, levert dit ongeveer 18 weken te gaan tot de staatsgreep.

Als men terugkeert naar de hotelkamer, zit er een schavuit op hen te wachten. Hij introduceert zich door hen de groeten te doen van Prof. Green.

Tanais 122

Risha stelt voor om de wederhelften van Quiver en compagnons te scry’en. [ # successen: Quiver 1, nr2 2, nr3 1, nr4 2, nr5 2. We gaan hier de volgende spelsessie mee door. En we kunnen ook nog naar Clark en Duffet.]
Chang zoekt op het computernetwerk of er een astronomisch object is dat met Telentos overeen komt. Hij vindt een dwaalster met een behoorlijk onvoorspelbare baan, maar daar is weinig over bekend. Men is niet erg in astronomie geïnteresseerd want je kunt toch niet boven vliegtuighoogte komen. We willen er toch proberen te komen met de colorcopter. Quiver en co blijven in Plymouth. Risha vindt oude blauwdrukken van ruimtepakken uit de tijd dat Aarde nog koloniën had op Mars en de asteroïden. Hij laat de robots vijf van de beste pakken uit de 25e eeuw maken. Claude pas met [Craftsman needs no tools] de colorcopter aan voor een verblijf in de ruimte. De romp moet tegen vacuüm kunnen, de lucht moet worden gerecycled, we hebben een luchtsluis en een hitteschild nodig en bescherming tegen kosmische straling.
Als alles klaar is, springen we naar een plek ongeveer 500 km van de dwaalster vandaan. Het is een metalig kunstmatig object van 30 bij 50 km. Met [Sense Life] ontdekken we leven, maar het is zeker niet van Aardse oorsprong. Een sterk aanzuigend krachtveld trekt alles wat nabij komt er naar toe. Het veld maakt onderdeel uit van de Fabric Of Reality en als we dichterbij zouden komen, is er zonder [Forces 5] geen terugkeer mogelijk. Met [Color Sense] zien we dat dit object geen deel heeft genomen aan Expulsion. Het heeft geen enkele Color-signatuur, het is zowel bij Tanaïs als bij Aarde gelijk aanwezig en het bevindt zich op de rand van Igrot op 1/3 van de afstand tussen de Aarde en de Maan. Het heeft een totaal onvoorspelbare baan en het veegt met zijn krachtveld de ruimte schoon. Zelfs kleine pocket-realms worden weggeveegd. Met [Mind] ontdekken we een soort van bewustzijn, maar alien. We gaan weer terug naar Plymouth, deze expeditie heeft een halve dag gekost. De rest van deze dag besteden we aan het maken van een apparaat met allerlei sensoren, dat we op het object willen laten landen. Dat lukt en de lancering gaat vlekkeloos. Uit de metingen blijkt dat het ding geen atmosfeer heeft. Het is gemaakt van een legering die in 2442 is ontdekt en we zien een ingang voor ruimtescheepjes, waar in enorme letters “Parallax Consortium” boven staat. De buitenkant is bedekt met metaalresten die geanimeerd worden door een electromagnetische levensvorm. Ons machientje is geen lang leven beschoren, want zodra het landt, wordt het zorgvuldig gerecycled. Misschien kan Chappie ons meer vertellen over dit ruimteschip. Hij heeft met Parallax Consortium samen gewerkt.
Een volgend project is om vanuit een baan om de Aarde [Color]-metingen te doen. We vinden het equivalent van de Maelstrom bij een Blue Collar stad, maar die stad functioneert gewoon. Het gaat echt serieus veel tijd kosten om zo de hele Aarde in kaart te brengen. Zoveel tijd hebben we helaas niet meer.
Met Quiver en zijn kornuiten gaan we terug naar Tanais en we zijn keurig op tijd voor onze afspraak. Om half negen neemt Bindur ons mee naar het heiligdom om naar de spleet te kijken. Als we afdalen wordt het al snel heel smal. Daar is in de wand een [Color]-effect wat we nog niet eerder hebben gezien: Zilver. We stappen ‘opzij’ en komen in een realm dat dwars op Tanais en Aarde staat. Deze wereld is nogal abstract. Het is heel zuiver en leeg en bij onze voeten hebben we een eb-gevoel richting Tanais. Als we tegen de stroom in waden voelen we een ijle aanwezigheid van het goddelijke. Het lijkt niet op andere goddelijke werelden zoals waar de Marlboro Man woont, of waar Risha zijn race hield. Claude roept Pashupati aan. Deze verschijnt met een stralende aura, sterker dan normaal. “Ik dacht dat ik de kraamkamer wel ontgroeid was,” zegt hij vriendelijk. Hij legt uit waar we zijn. “Goden ontstaan hier en van hieruit verspreiden ze zich. Elke paar dagen ontstaat er een godling. Hoe, dat weet ik niet, ik kan niet vóór mijn eigen geboorte kijken. Sommigen godlingen overleven, anderen worden door de sorcerors gepakt. De eerste twee mensen zijn hier uit gehaald door Imhotep. Er zijn andere werelden waar je ook kan komen. Niet alle godlingen gaan naar Tanais. Sommigen gaan naar de Wyld of de Wyrd of nog andere plekken. Mensen creëren pantheons en godlingen strijden om de vacatures. Als je zoals ik bent, kun je ver komen.” Hij vraagt aan Claude: “Denk je nog af en toe aan mijn cultus? Er is concurrentie om jouw plek!”
We brengen verslag uit aan Bindur. Hij vindt het interessant. “Dus godlingen beginnen op Mount Paradise. En de eerste twee mensen waren ook godlingen.”
Dan begint de vergadering. Bindur neemt als voorzitter het woord: “Er is voor vanmorgen maar één punt om te bespreken: Chantal.” Ze kijkt verbaasd. “We hebben overlegd. Er zijn duistere krachten uit haar voortgekomen. Ligt dat in haar aard? Wij denken van niet. Maar waarom is zij belangrijk en waarom is zij verbonden met de mannen van Regenboog Wit Hert?”
Claude roept: “Alchemie test!” Dat had de Witte Raad zelf ook al bedacht. Als het pek- en zuurbad te voorschijn gehaald wordt, kijkt Chantal bedenkelijk: “Ik heb niks misdaan!”
“Het gaat om je origine, niet je acties.” Haar uiterlijk verandert niet door het bad, en dat verbaast de zaal. Natalje, de alchemiste zegt: “Ja, dat kan natuurlijk ook. Dat iemand gewoon native is.” Caude stelt voor om ook op andere origines te testen. Natalja zegt: “We kunnen testen op de elementenparen Koostof-Silicium, Zuurstof-Zwavel en Lithium-Natrium. Natalja had al een Koolstof-bad voorbereid. Chantal en Risha hebben allebei een koolstof-oorsprong: er komt een groen paard tevoorschijn. In de loop van de dag worden de andere baden ook geprepareerd en word Chantal helemaal getest: haar origine is Koolstof, Zuurstof, Natrium: native van deze wereld. Wij laten ons ook testen, net als een heleboel anderen. Risha heeft Koolstof, Zuurstof, Lithium; Claude heeft Koolstof, Zwavel, Lithium; Gwan heeft Silicium, Zuurstof, Natrium; Chang heeft Silicium, Zuurstof, Lithium als oorsprong. Chrisetos heeft Koolstof, Zuurstof, Natrium, net als de rest van zijn cabal en Chantal. Het begint nu ook op te vallen hoe gelijk ze er uitzien, als een één-eiige meerling. Er zijn er meerdere van die vrijwel identieke cabals. Andere cabals zijn net zo uiteenlopend als ons viertal. 90% van de meerlingen zijn Telentoi, net als Chantal en de Lunar-cabal. Chantal is uniek en de hele meerling is haar complement.
Dan vraagt de Raad: “Weet iemand waarom Chantal door Eenoog bezwangerd is, als enige van de hier aanwezige Exalts? Ze is duidelijk geen Abyssal.”
Risha zegt: “Ik denk dat we op zoek moeten gaan naar de andere demonen-moeders.”
Chantal’s [Color]-signatuur is zowel Aarde als Tanais. Ze is Eclips-caste met Teleutos als schaduw over haar exaltatie. Claude stapt sideways om te kijken of ze daar ook aanwezig is. Nee dus. Als hij weer terugstapt komt automatisch de kooi in werking. “Wat heb je gedaan? Waarom heb je de regels gebroken en magie gebruikt?” Claude wil een discussie beginnen: “Het was geen magie, maar een eigenschap.” Ze gaan de discussie niet aan. “Je ging naar Elsewhere, iedereen heeft het gezien.” Hij krijgt het bekende brandmerk. “Geen uitzonderingen. Als je zoiets wilt doen, vraag het aan!”
We tellen: de Telentoi en de overigen moeten samen met evenveel zijn als de menselijk-origine exalts plus de gevangenen in de naald. Hier in de zaal zitten minder naald-lingen dan er zouden moeten zijn, dus de abyssals zijn ook ex-gevangenen. Zijn de Telentoi gejuicede menselijke onsterfelijken? Juice was de brandstof voor Expulsion. Misschien waren de gevangenen niet voldoende.
We moeten een vergelijkbare vergadering op Aarde organiseren.

4 xp

Cthulhu 14

Tajer wil nog wel een whisky, want die heeft zich de hele avond moeten inhouden. Maar, ze moeten wel in hun rol blijven, dus wordt de drank door James besteld.

De volgende ochtend doet men het ontbijt. Daarna willen ze naar buiten zodat ze rustig kunnen praten onder elkaar. Hiertoe besluit men te gaan picknicken. “Wat hebben we gisteren geleerd?” Hetgeen er gebeurde was voornamelijk van technologische aard en weinig occult op misschien de absences van Lady Sandrine na (de hypothese dat Lady Gwendoline in haar hoofd zit blijft mogelijk). Verder heeft het portret van Lady Gwendoline een prominente plaats en kan het personeel het terrein niet verlaten en is het bovendien doodsbang (logisch met die halsband). De personen in de incrowd is niet alleen van adel, maar heeft wel macht. Zoals bijvoorbeeld de hoofdcommissaris van politie.

De volgende vraag is: “Wat gaan we vertellen?” (aan de Earl of Huntingdon). Ze bedenken een verhaal waarin geen occulte details voorkomen, met de vrouwenhandel en de dominee als kernpunten. Een volgend punt is het wel of niet vertellen dat ze niet van het huis De Saumares zijn.

Eenmaal aangekomen bij de tijdelijke residentie van de Earl of Huntingdon, wordt Tabby eerst bedankt voor het redden van zijn tweede koetsier. Om daarna direct over te gaan op de mededeling dat zijn zoon haar gezelschap als zeer prettig heeft ervaren. Zij wordt er zeer verlegen van en Percy grijpt de gelegenheid aan om op te biechten dat zij niet zijn voor wie zij zich uitgeven. Het verhaal wordt uit de doeken gedaan en na enig nadenken accepteert de Earl het. Hij is van mening dat zij inderdaad iets voor elkaar kunnen betekenen. De Earl is de hypothese toegedaan dat het de Gold King is die voor Lord Blackpool werkt ipv. andersom. De samenwerking tussen Blackpool, de Gold King en de Scarlet King ziet de Earl als een grote bedreiging voor het Empire en de Queen. Desgevraagd vertelt de Earl dat de Scarlet King hem haat, omdat hij er voor probeert te zorgen dat het leger onder Hare Majesteit blijft vallen en niet in handen van de Scarlet King valt. Maar de macht van de Earl wordt langzaam maar zeker ondermijnd door een lastercampagne tegen hem. Verder bespreekt de groep het voornemen om het huis van Blackpool te willen doorzoeken. De Earl is hier voor. Hij laat zich dan ook ontvallen dat de avond na een feest daar een goed moment voor zou zijn.

Hierna neemt men afscheid van de Earl. Deze laat hen weten graag op de hoogte te worden gehouden. Morgen gaat hij terug naar Huntingdon, maar hij zal laten blijken dat zijn zoon en Marie van elkaar gecharmeerd zijn, zodat een volgende ontmoeting niet raar is.

Ze bereiden zich voor. Als ze betrapt worden door het personeel gaan ze betogen dat ze de halsbanden verwerpelijk vinden en daar iets aan willen doen. Met dat in het achterhoofd gaat zelfs Tabby mee, ondanks haar angstige protesten. Er wordt nog gepraat over tunnels van kippengaas, maar dat is riskanter dan aannemen dat het hek ook indringers signaleert. (Het is om personeel binnen te houden.)

Ze klimmen over het hek met een paardendeken als bescherming tegen de punten. Terwijl de groep naar het huis loopt, komt de Mi-go aangevlogen. Het huis is aardedonker. Er snel naartoe sluipen lukt niet zonder geluid te maken, maar als ze langzamer gaan maken ze geen geluid. vanuit hun positie aan de zijkant van het huis, zien ze een aantal in kapmantels gehulde gestalten met fakkels aan de achterkant van het huis – cultisten. De MI-go zweeft voor hen uit. Op een gegeven moment zien ze de Mi-go even hun kant op kijken, waarop zijn gelaat even van kleur verschiet. Ze weten niet of hij hun gezien heeft, of alleen maar iets dacht te zien of te horen. Één van de cultisten loopt op de Mi-go af en spreekt hem aan. Ze herkennen de stem als mannelijk, maar kunnen er geen naam bij plaatsen. De Mi-go geeft antwoord in een vreemde mengelmoes van talen, hetgeen de groep doet denken aan de gevonden handleiding.

Ze willen zowel het huis doorzoeken, als kijken wat er hier buiten gebeurd. Percy en Tabby zijn het slechtst in sluipen en blijven dus buiten. De anderen gaan proberen het huis binnen te komen. De eerste en tweede poging om een slot te openen mislukken. Tarjinder komt op het idee om een raam te proberen en ze vinden er een die omhoog geschoven kan worden. Het drietal staat dan in een bijkeuken. Ze ontdekken dan ook een probleem: het huis is onverlicht! Er is alleen wat licht van de fakkels buiten dat binnenvalt. Dit betekent ook dat ze zelf geen licht kunnen maken. Ze besluiten dan ook te wachten tot hun ogen aan het donker gewend zijn. Opeens lopen drie cultisten met fakkels terug naar het huis. Tarjinder verbergt zichzelf en de anderen net op tijd. De cultisten pakken een grote, geblakerde kist van metaal op. De drie binnen herkennen deze kist als de kist uit de kelder van de dominee. De kist wordt naar buiten gebracht en daar worden er de flessen met de organen en de metalen plaatjes uitgehaald. Tabby en Percy zien dat van de metalen plaatjes, door de Mi-go, een soort cylindrische constructie wordt gemaakt. Dan zegt hij: “Alles werkt, maak Sandrine gereed!”

De drie komen in de bibliotheek. Deze is best groot en heeft geen ramen, dus ze kunnen hier licht maken. De boeken staan gerangschikt op onderwerp. De familie-kronieken beginnen in het Duits en worden daarna Engels. Verder zijn er ook boeken over Heraldiek en een grote sectie Geologie. Ze vinden hier ook het boek “Les Cultes des Ghouls”. Het valt open bij de spreuk om ghouls op te roepen. Het is duidelijk een ouder exemplaar, dat waarschijnlijk van Lady Gwendolyn is geweest. Ze kijken of er interessante boeken omheen staan. Penny ziet het “Liber Ivonis” en “De Vermiis Mysteriis” staan. Ze zoekt 2 boeken die in kleur en groote op beide werken lijken en zet die ervoor in de plaats neer. Dave richt zich op het bureau, terwijl de beide anderen op zoek gaan naar een mogelijke geheime deur. Er blijkt geen geheime deur te zijn. Dave vindt een uitschuifbaar schrijfblad in het bureau. Er staat een teken op dat hij herkent als het Elder Sign. Dit teken bevordert de slagingskans van spreuken. Er wordt even besproken of ze het blad mee zullen nemen. Besloten wordt dat Penny het teken overtekent. Het deactiveren zou direct opvallen.

Buiten verplaatst het gezelschap zich iets naar achteren. Daar is een altaar-achtig meubel, waar een wit kleed overheen ligt. Er staat ook een kooi waarin zich een varken bevindt. (Dit hebben ze eerder niet kunnen waarnemen, omdat het zich buiten de lichtcirkel bevond.) Lady Sandrine komt de cirkel in en maakt een zeer aanwezige indruk. Zij gaat zelf op het altaar liggen. De Mi-go gaat er heen en lijkt focus te vergaren. Het varken wordt uit de kooi gehaald en lady Sandrine wordt van haar kleding ontdaan. De Mi-go maakt een incisie in haar en er wordt een orgaan uit haar genomen. Dit orgaan wordt in de metalen constructie gedaan. In het varken wordt ook een incisie gemaakt en hierin wordt een orgaan uit de fles geplaatst. Het orgaan lijkt op deze wijze gereactiveerd te worden. Hierna wordt het in Lady Sandrine geplaatst. Tabby ziet op dat moment dat het om de lever ging. In de beide andere flessen ziet ze een hart en hersenen zitten. De mate van vakmanschap van de Mi-go is veel groter dan de huidge stand van de medische wetenschap. Lady Sandrine wordt gedicht en het varken gaat dood.

De drie binnen controleren de slaapkamers. Die van Lord en Lady Blackpool is leeg en in de meeste andere slaapkamers ligt alleen de vrouw te slapen. Behalve in die van de Gold King en de Scarlet King, waar man en vrouw slapen. Die beiden behoren dus niet tot de incrowd, maar Sir Charles Warren duidelijk wel. Tarjinder zoekt nog naar documenten, maar vindt weinig buiten het begin van een brief waarin Lord Blackpool positief is over de halsbanden: “Niet meer de problemen met stervend personeel. Klaar voor de markt!”. Het valt op dat er geen dagboek of persoonliojk journaal ligt. Misschien elders? Maar daar is geen tijd meer voor. Onderweg naar buiten voelt Tarjinder nog achter het portret van Lady Gwendolyn, maar de achterkant en de muur zijn beiden glad. Ze gaan dezelfde weg naar buiten.

Buiten wordt de ceremonie afgesloten. De Mi-go vertrekt richting Carridon Hill. (Het waren 10-15 cultisten en de Mi-go was dezelfde die ze al eerder hadden gezien.)

Ze slagen er in om ook weer ongezien weg te komen.

Tanais 121

Tanais 121 – 8 juni 2016

Tijdens de theepauze van dag 2 komt Chantal haar nieuwe man Chrysetis voorstellen. Hij lijkt sterk op Heer Arend. Na de pauze kondig de Witte Raad aan dat er bij wijze van uitzondeting op het protocol twee presentaties met lichtbeelden zullen zijn. Eerst mag Gwan verslag doen van onze wederwaardigheden en daarna zal de profeet uit Meluccha een nieuw visioen presenteren.
Gwan heeft een toverlantaarn bij zijn lezing, waarmee hij de zonsverduistering laat zien en de grijsheid van de Eenoog cultus. De minder belangrijke reizen worden overgeslagen. Hij laat de wedren zien waarin Risha het koningschap wint van zijn voorouder en hij eindigt bij het vinden van de Witte Stenen, de Witte Stad, en Expulsion. Nu wordt het publiek wakker.Hij vertelt over Igrot, de 5e dimensie, de technologische en de steampunk wereld, virtual reality en de tentakel bij Spitsbergen. Hier reageert de Witte Raad een beetje, want dit gaat over hun geheim maar dan op een andere wereld.
“En wat wilt u hiermee aantonen?”
“Ons voorstellen, en tonen wat de wereld bedreigt.”
“Een tentakel uit de Tempest bedreigt ons?”
Risha zegt: “Die tentakel komt uit de 5e dimensie en maakt deel uit van een wereldvreter die we Igrot noemen.” Hij vertelt dat er twee werelden zijn en hoe ze aan hun eind komen.
Vanuit het publiek wordt geroepen. “Overtuig ons! Neem ons mee naar die andere wereld!”
Hij vertelt over het ‘aanmeren’ en dat wij voorbeelden zijn van hoe dat kan lukken. Claude stoot hem aan en fluistert: “Dat zit anders, ik leg het nog wel eens uit.”
De fanclub gaat uit zijn dak.
De Witte Raad komt tussenbeide. “Genoeg over dit punt, over naar Melucha.”
Een monnik komt naar voren en begint te prediken over dat de wereld uitzichtloos lijden is en zo. Het publiek kijkt verveeld. Maar dan toont hij lichtbeelden van net zo’n tentakel in een andere omgeving. Het schiet iets af en er ontstaat een soort Stargate, een doorkijk naar een sterrenhemel die duidelijk anders is dan de onze. De dragonblooded hebben arken vol met mensen en die worden meegezogen door de stargate heen.
Chang vraagt: “Waar gaan ze naar toe?”
Het beeld wordt stil gelegd. Risha ziet dat het een andere sterren constellatie is dan die we vanaf Spitsbergen zagen. De drakenboten lijken te worden verspreid in een kaleidoscoop-effect. Dit is een door Igrot zelf bedoeld effect: een patroon van maximale spreiding door dit kwadrant van de riuimte. En er is ook een entanglement-effect. De dragonblooded aan boord zijn allen van het laatste stadium, de krijgers die we Warzerai noemen. De mensen aan boord van de drakenschepen kijken blij.
Chang merkt op: “Als je in zo’n boot stapt, breng je het probleem naar een andere wereld.
Vanuit de zaal wordt gevraagd: “Maar dat ei was toch het probleem, niet de boten?”
Een ander vraagt: “Waarom is er dan een eindstrijd?”
Chang: “Iedereen wil overleven en er zijn niet genoeg plekken aan boord van de schepen. Het afweersysteem van Igrot wil niet gestopt worden. Het wil de explosie en niet het aanmeren.”
Vanuit het publiek: “Er is toch helemaal niet genoeg zonium?” en: “Aanmeren is veel te moeilijk, dat gaat nooit lukken.”
De Raad velt een oordeel: “Het één hoeft het ander niet uit te sluiten. Velen willen met de drakenboten vertrekken, maar veel anderen willen een onwaarschijnlijk plan uitvoeren. We gaan het allebei doen.”
“Plannen maken moet buiten Igrot gebeuren, alles wat hier binnen in hem gebeurt, weet hij. Hij is onafhankelijk van tijd en kan dus rekening houden met dingen die wij nog niet eens bedacht hebben.”
Er komen geen verdere vragen uit de zaal en de vergadering wordt verdaagd tot morgen.

Een oud mannetje wil ons apart spreken. “Ik ben heer Jentil. Kennen jullie Telentos?” “Nee.” “Nooit sterrenkunde gehad?”
Chang kent het als een dwaalster, een satelliet buiten de Aarde. Heer Jentil zegt dat er onder de aanhangers van Serentos, de drakenboot-aanhangers, veel Telentoi zitten. Het zegt ons niet. “Nou, er zijn heel veel soorten Exalts. Eén onderscheid is of je wel of niet de essentie van Telentos in je hebt. Zou het kunnen dat Telentos buiten Igrot zit?” Hij wil ons wel leren hoe je die invloed kunt zien. Dat is niet zo moeilijk, het kost een nachtje oefenen.

Eén van de fanclub, Quiver, vraagt of ze ‘backstage’ mogen, mee naar die speciale plekken. Sommigen willen het met eigen ogen zien. We beloven dat er morgenochtend om zes uur vijf zoniumpakken voor ze klaar zullen liggen.
Eindelijk thuis hebben we nog geen rust. Bindur, het nieuwe hoofd van de Witte Raad komt langs. Hij is nieuwsgierig naar de Witte Stad, de bubbel bij de barrows en de Maelstrom. Waar corresponderen ze mee in die andere wereld? Risha vertelt van de steden in de oude wereld die in stasis zijn gegaan. “Dus op de plek van de maelstrom zou nu een deel van de oude wereld moeten zitten? Ik heb nog een andere vraag. We hebben het heiligdom van Imhotep met het standbeeld. Dat is altijd heilig geweest. Maar gaat die spleet echt naar de andere wereld? Willen jullie dat voor me nachecken? En denk er aan, geen brokken maken! Ik begin langzaam vertrouwen in jullie te krijgen, maar de Vier Ruiters profetie kan altijd nog uitkomen.”
We oefenen de hele nacht en Claude maakt zoniumpakken. Tussen 5 en 6 in de ochtend gaan we naar Plymouth. Even bijslapen, Een robot bewaakt ons lab. Joe Clef klinkt door de intercom: “Blijf vooral langskomen. Als je er tijd voor hebt, heb ik wel opdrachten voor jullie.” We houden het in beraad.
Hoe komen we aan zonium voor die pakken? Er is de mijn in Targon. Eerst gaan we de colorcopter ophalen. We treffen Imhotep aan terwijl hij op een zandworm door de woestijn rijdt. Ja, we mogen de copter hebben, hij heeft hem niet meer nodig. Het ding staat bij Dusty op de plek waar we de eerste keer aankwamen bij het Ahaggar massief. We mogen het meenemen en daarmee gaan we naar de mijn.
De goblins hebben vijfhonderd flesjes zonium voor ons klaarstaan. Daarmee gaan we weer naar Plymouth. In het lab maakt Claude vijf pakken, die ieder 10 flesjes kosten. Om zes uur ’s ochtends zijn we weer terug. Zo kun je goed gebruik maken van het tijdsverschil tussen de werelden. Quiver staat voor ons paleis met vier vrienden. Ze zijn van verschillende banieren. Quiver hoort tot de Rode Bedelnap, twee zijn er bij de Rode Zon, eentje is van de Paarse Draak en een van de Groene Vaas. In de colorcopter is het erg krap. We laten ze de mall en het lab van Plymouth zien. Ze vergapen zich aan de technologie en de beschaafde manier waarop mensen, splycers en bionics met elkaar omgaan. “Het is niet beleefd om te staren,” zegt een bionic. Dan nemen we van daar een shuttle van de Blue Collars naar de Hardware Legacy. Het is vervallen, de torens staan op instorten en het niveau van techniek is lager dan in Plymouth. Maar het is heel bedrijvig en de mensen kijken gelukkig. “Hoe kunnen ze zo leven?” vraagt Quiver. Risha geeft hem een VR-bril. “Oh… Zo dus.”
Daarna gaan we naar Sellafield om ze de Basalten Stad te laten zien. Er hangt hier een hele nare uitstraling. Dit is het voorportaal van de Abyss. Door de zonium voelen onze toeristen de ellende niet zo duidelijk, maar ze voelen het wel. De amazones blijven hier uit de buurt. Het is uitgestorven, de houten huizen zijn vervallen. Er begint een plane-shift richting Abyss. “Hier zitten dus de wezens die dragon-blooded genoemd worden.” Als we tot ons midden in de Abyss lopen, begint het basalt. We zien een variant van de warzerai als opzieners over mensenslaven die in het basalt hakken. “Dit is wat de zerai waarschijnlijk ook met hun passagiers in de drakenboten van plan zijn.”

We gaan snel weg. Terug bij de shuttle vraagt een van de reizigers: “En hoe zit het nu met onze wederhelft?”
“U heeft gezien hoe veel mensen hier wonen? De kans dat u die in een trip van een paar uurtjes tegenkomt is verwaarloosbaar,” antwoordt Chang.
“Go with the flow. De Chiggs zijn ons ook tegengekomen,” zegt Risha.

Wat we hier op Aarde nog te doen hebben:
– Hoe zit het met hun wederhelften?
– Is hier ook een Telentos-satelliet?
en op Tanais:
– de spleet verkennen
– het vervolg van de vergadering.

4 xp

Cthulhu 13

Er worden enkele verdere codes afgesproken: “Ik heb toch zo’n dorst” =wegwezen, en “Ik zou een moord doen voor een sherry” = deze persoon moet dood.

In principe is het 2 dagen reizen, maar aangezien het feest pas over anderhalve week is, besluit men om niet al te vroeg te arriveren. Immers hoe langer ze er zijn, hoe groter de kans dat ze door de mand vallen. Daarnaast zijn er ook de kosten die verbonden zijn aan het leven op stand een belangrijk argument. De tijd die ze op deze manier overhouden wordt benut om spreuken te leren. Verder heeft James ook bedacht dat hij een kado wil overhandigen dat hun status als smokkelaars onder de aandacht kan brengen. Colonel Moran regelt dit voor hen.

Een dag voor het feest arriveert het gezelschap in Bodmin aan de voet van de Carandon Hill. Ze boeken in het lokale hotel in. Hier bevinden zich ook al andere genodigden. Tejas hangt de volgende dag wat rond in de lounge en vangt op dat er 2 soorten genodigden zijn. Degenen die in het hotel verblijven en degenen die op het landgoed van Blackpool verblijven. Onder deze laatsten bevinden zich ook de Gold King, Jasper Keating, en de Scarlet King, William Reading. De Scarlet King heeft invloed in en op het militaire industriële complex. Verder gaat er ook het gerucht dat er in de omgeving een Earl verblijft, die ook uitgenodigd schijnt te zijn. Tabby realiseert zich dat het vreemd is dat de Earl niet op het landgoed van Blackpool is uitgenodigd. Kenneth, de koetsier, gaat op pad om hier meer informatie over los te krijgen, maar dit mislukt. Tejas bestudeert ondertussen het gedrag van de andere bedienden, om zich dit gedrag eigen te maken. Hij informeert ook bij een oudere man. Deze is vaker hier en bij andere soortgelijke gelegenheden geweest. Hij weet te vertellen dat de Earl er ongetwijfeld zelf voor heeft gekozen om niet op Blackpool Manor te verblijven, want het is onbestaanbaar dat de Earl niet uitgenodigd zou zijn voor een verblijf bij de familie Blackpool. Rond een uur of drie gaan de dames hun toilet maken, algauw gevolgd door de heren. Daarna nemen zij de koets naar Blackpool Manor. Zij zijn niet de enige die daar naar toe onderweg zijn en Kenneth rijdt achter een koets aan om, net als Tejas, het gedrag van de koetsier te bestuderen.

Blackpool Manor is een typisch landhuis met 2 symmetrische vleugels vanuit de entrance hall. Het gebouw heeft 2 verdiepingen en waarschijnlijk nog een derde onder het dak waar de bedienden verblijven. Na zijn passagiers te hebben afgezet bij de entrance hall, rijdt Kenneth de koets achterom. Hier verblijven de overige koetsiers ook. Er is voor hun ook wat eten en drank, maar ze doen allen rustig met de drank. De gasten worden door Lord & Lady Blackpool verwelkomt in de ontvangst zaal, waarna men zich naar de balzaal begeeft waar iedereen wordt aangekondigd. Lord Blackpool is een stevige man van een jaar of 45-50. Hij loopt een beetje moeilijk, leunend op een stok. Lady Sandrine Blackpool is in de 30 en maakt een wat afwezige indruk. Het kado voor Lord Blackpool is discreet verpakt, met een briefje, en wordt aan het personeel overhandigd. Vervolgens begeeft het gezelschap zich naar de balzaal, waar Tejas in de coulissen verdwijnt op zoek naar de bediendenruimtes. Hij hoopt hier iets te drinken te kunnen regelen. Het blijkt echter dat het personeel hier extreem gedisciplineerd is. Hij merkt op dat al het personeel een metalen ketting/band om de nek heeft. Het oogt als perfect personeel, maar buiten zicht trillen hun handen. Al het personeel vertoont tekenen van angst. Tejas knoopt een gesprek aan met een jong meisje. het kost hem enige overredingskracht, maar dan vertelt ze dat het je kan electrocuteren. Als je onbevoegd het terrein verlaat gebeurd dit, maar ook hier binnen kan Lord Blackpool je straffen met een electrische schok. Het is een vinding uit de stal van de Gold King en wordt binnenkort op de markt gebracht.

In de balzaal ziet men dat de Gold King als aanwezig is. Hij valt op door zijn kleding en zijn gedrag. Etiquette zegt hem helemaal niets. Hij is duidelijk hier om zaken te doen en heeft weinig oog voor de rest. Ook de Scarlet King loopt rond. Hij heeft vooral interesse in het aanwezige vrouwvolk en loopt rond met een mechanische roofvogel op zijn arm. Hij probeert indruk te maken op een aantal jongedames. De roofvogel kan vliegen en blijkt ook een scherpe snavel te hebben, zoals blijkt als de vogel een, wat minder toeschietelijke, dame raakt. Tejas inspecteert ondertussen de galerij met familieportretten. Wat hem opvalt is dat Lady Gwedolyn, ondanks het schandaal, op een prominente plaats hangt. Milou heeft zich ondertussen onder de aanwezigen begeven en doet een poging om middels een slimme opmerking deel te nemen aan het gesprek. Haar opmerking is echter van dien aard, dat zij er vierkant om wordt uitgelachen.

Dan arriveert de Earl of Huntingdon, zoals gebruikelijk als laatste. Hij is in het gezelschap van zijn vrouw en zoon en bij de begroeting door Lord en Lady Blackpool wordt extreem beleefd gedaan. Milou gebruikt dit moment om de beide Steam Barons te observeren. De Scarlet King heeft even een blik van haat en de Gold King lijkt het allemaal koud te laten. Na het uitwisselen van de beleefdheden gaat iedereen naar de balzaal en neemt het eigenlijke bal zijn aanvang. Lord en Lady Blackpool openen het bal en James neemt van de gelegenheid gebruik om te checken of lady Blackpool een tatouage heeft. Zij blijkt er geen te hebben. Opvallend is dat de blik in haar ogen van afwezig is veranderd naar zeer aanwezig. Ze vertoont een blik als die van een roofdier dat zijn prooi heft bespeurd. Dit is eigenlijk al zo sinds de Earl is gearriveerd.

Bij de koetsiers knoopt Kenneth een gesprek aan met de koetsier van de Earl. Uit het gesprek wordt hem duidelijk dat de Earl niet echt stond te springen om hier aanwezig te zijn. Hij is hier waarschijnlijk alleen maar omdat zijn vrouw wel zin had in een feestje en zijn zoon toch ook eens aan de vrouw moet. Meer informatie is niet los te krijgen.

Marie danst met de zoon van de Earl en weet hem op zijn gemak te stellen. Milou danst met de Earl zelf en probeert hem te charmeren via een meeslepende dans, maar deze poging gaat helaas haar “slimme” opmerking achterna. Tot hun schrik ontdekt het gezelschap dat Sir Charles Warren tot de huisgasten van Lord Blackpool behoort. James kijkt vervolgens rond wie er verder tot de incrowd behoort. Hij merkt dat ze, als er geen toeschouwers zijn, zich gedragen alsof er geen rangen en standen zijn. Het is een gemeleerd gezelschap. Ook dominees behoren ertoe. Afgezien van Lady Blackpool horen de vrouwen niet bij de incrowd. Het valt Tejas ondertussen op dat Lady Blackpool af en toe toch weer de afwezige blik in de ogen heeft. Hij geeft Marie een glas champagne en fluistert in haar oor dat het misschien een soort bezetenheid door Gwendolyn is. James staat klaar om de Earl op te vangen met een glas champagne en biedt nogal direct zijn verontschuldigingen aan voor het gedrag van zijn vrouw, Milou. Er wordt wat gepraat, maar als James vraagt waarom de Earl niet op het landgoed verblijft, klapt deze dicht. “Niet nu, niet hier!” Na deze woorden neemt de Earl snel afscheid. Marie heeft de zoon ondertussen mee naar het balkon gekregen en heeft daar een gesprek met hem. Hij praat met name over zijn liefhebberij: het knutselen met en bouwen van machines.

In de balzaal stopt de muziek en neemt Lord Blackpool het woord. Hij onthult dat er een presentatie volgt van een nieuwe uitvinding, een middel om ongehoorzaamheid bij het personeel te voorkomen. De doeltreffendheid van het apparaat zal middels een vrijwilliger worden aangetoond. Op dat moment wordt er een livreiknecht binnengebracht met een zilveren ketting/band om de nek. Deze wordt op een stoel geplaatst. “Als uw personeel steelt, liegt, bedriegt of ander verwerpelijk gedrag vertoond…” Op zijn borst heeft hij ee4n kastje hangen en hij draait aan een knop. De knecht ontvangt een schok. Hierna voert Lord Blackpool de kracht op. James ziet dat de Earl wat bleek wegtrekt. “Eén van u?” “Ja.” “Stopt iemand hem?” Ïk zou u zeer erkentelijk zijn.” Marie en de zoon zijn van het balkon afgekomen. Bij het zien van wat er binnen gebeurd staat de zoon te trillen. Marie aanschouwd de situatie en roept spontaan: “Mijn god, pas op! U staat op het punt hem te doden!” Lord Blackpool kijkt verbaasd; hij had het protest uit een andere hoek verwacht. Hij draait de knop echter terug en dan gaat het verkooppraatje van start. De reacties in de zaal zijn wisselend. De “outcrowd” is over het algemeen geschokt. Sommigen in de incrowd zijn dit ook, maar de meesten zijn dit niet. De Gold King en de Scarlet King vinden het vooral interessant. Sir Charles Warren vindt het bepaald opwindend. Milou merkt op dat de slavernij toch al enige decennia is afgeschaft en 1 of 2 mensen vallen haar bij. De rest is voorzichtiger, want het is tenslotte een het product van een Steam Baron.

Bij de koetsiers wordt ondertussen een halfdode man afgeleverd. Het blijkt de tweede koetsier van de Earl te zijn. Kenneth past eerste hulp toe en weet hem deels weer op te knappen. Hij krijgt een kaartje van de knecht van de Earl. James besluit na dit voorval dat het tijd is om te vertrekken. Het briefje blijkt een uitnodiging te zijn van de Earl om morgen langs te komen. In het hotel wordt nog wat gedronken en de avond verder besproken.

Tanais 120

Tanais 120 – 11 mei 2017

Als we weer terug zijn in ons paleisje komt er iemand van de Witte Raad langs, samen met Red en Phantom Marshley. “Goedenavond!” zegt het raadslid, “Dat was nogal een binnenkomer! Ik wil het vene met u over morgen hebben. Een Githyanki proefpersoon lijkt ons wel een goed idee. Zorg er maar voor. Red en Phantom willen ook wat zeggen.”
Phantom: “Weet je nog de wagenrennen en de negen demonen in je visioen in de zwarte bron? Volgens ons zijn het er veel meer dan negen. En ze hebben iets met de dragonblooded te maken. Dit hebben we ook aan de witte raad verteld.”
Het raadslid neemt het woord weer: “Een minderheid vindt dat jullie meer vernietiging dan hoop brengen. Maar de rest heeft het over collateral damage. Mijn voorstel was dat jullie dragonblooded gaan vangen en wat over de demonen uitzoeken. Morgenochtend gaan we over onbelangrijke zaken vergaderen, dus jullie hebben tot morgenmiddag de tijd om je nut te bewijzen. De alchemisten willen uitzoeken hoe de levensstadia van de dragonblooded met elkaar samenhangen. Probeer een aantal verschillende stadia te pakken te krijgen. Dan kunnen de alchemisten die versneld evolueren naar een volgend stadium. En als tweede opdracht, ga alsjeblieft voor ons na wat er met die demonen aan de hand is.”
Claude vertelt dat hij heeft berekent dat wij niet de enigen zijn die zonder zoniumpakken in de andere wereld kunnen bestaan. Volgens hem moeten de githyanki/dragonblooded dat ook kunnen. (We weten dat het zo is, want we hebben ze gezien bij de witte bron in Svalbart.)
Als onze gasten vetrokken zijn, stappen we één quantum richting Binnen, zodat we niet gevolgd kunnen worden door wezens die van materie gemaakt zijn. Daar maken we een portaal naar Plymouth. Dat blijft twee uur Tanaïs tijd = vier weken Aarde tijd bestaan. Joe Clef is verbaasd om ons weer te zien. “A blast from the past! Na twintig jaar had ik het wel zo’n beetje opgegeven om jullie weer te zien. En helemaal niet veranderd. Waar kan ik jullie mee van dienst zijn?” Chang zegt: “We willen graag informatie over de githyanki.”
Nadat hij wat meer uitleg heeft gegeven zegt Joe: “Alle mythologische wezens zijn speelse creaties van de white collars. Geschapen om op te jagen. Maar wat jullie beschrijven valt buiten het kader van deze wereld. Ze zijn alleen gezien bij verdwijnende witte bronnen. Ze hebben een sterk eefrgevoel en het zijn er weinig. En jullie verhaal is het meest complete tot nog toe. Jullie weten waarschijnlijk meer dan wij.”
Dan zetten we onze magie in om de githyanki te vinden. Al snel komen we er achter dat ze overal op Tanais zitten. Ze zijn vijfdimensionaal, net als de bubbelwezens, dus niet in een kooi van tijd en ruimte te vangen. Claude vraagt aan Joe om een nettenschieter. Dat is geen probleem. Risha herinnert zich dat er bij Ierland een enorme bron van [Color] is. Met onze onderzeeër gaan we er naar toe. [Life] en [Forces helpen tegen de radioactiviteit. In de colorkathedraal maakt Risha een aantal 5D kooien en Claude een 5d nettenschieter. Daarna gaan we naar onze basis om drie dagen te oefenen met deze apparaten. Risha ontwikkelt de Lock Closing Touch om de kooi af te sluiten.
Claude stelt voor om met Chappie’s telescoop naar Tanais te kijken om de negen demonen te bestuderen. We zijn welkom bij de robot. Maar hij is niet direct genegen om ons te helpen. “Op welke manier helpt dit de ont-explulsie?” Als we uitleggen dat de demonen zonium oppotten en daarmee ons plan van aanmeren tegen kunnen werken, geeft hij toestemming. Op de wereldkaart ziet Gwan dat er overal een vage gloed is. Ze zitten overal, ook in het Zuiden en in zee. Het is een wereldrot met de hoofdtumor in Euboia. In Euboia zitten op dit moment drie demonen. De demonen zijn zeldzamer dan de dragonblooded, maar de verspreiding is gelijk. Er lijkt zelfs nog een derde factor te bestaan, maar daar had Gwan niet specifiek op gelet. De dragonblooded zijn de tumoren, de demonen de stamcellen. Het zijn er inderdaad veel meer dan negen en ze hebben lang niet allemaal de Chantal signatuur. Eenoog was a. niet alleen en b. hij heeft meer vrouwen bezwangerd dan alleen Chantal. Een beeld dat Gwan oproept: De demonen zijn opdrachten aan het uitdelen aan creaturen die wij nog niet eerder hebben gezien. Het thema is mens-insect-gedrocht-horror. Waar ze ook zijn is de hemel zwart. Je ziet geen wolken, maan, zon of sterren. Gwan zoekt nog naar Gnumpathi, maar vindt de wereldenreiziger niet. Chappie vindt het goed dat we een aantal beelden uitprinten en in zonium dopen. Daarmee gaan we terug naar Tanaïs.

Terug in ons kasteel opent Gwan een portaal naar de bevruchtingszaal van de githyanki. We schieten een net af op een bed waar net een stelletje in ligt en gaan snel weer terug. Er ging geen alarm af, maar de meid gaat gillen en de Elsewhereling bevruchter kijkt ons arrogant en vuil aan. Hij neemt ons zorgvuldig in zich op voor latere wraak. Het opsluiten in de 5D kooi lukt.
Voor de volgende actie openen we een portal naar een steegje in de compound. Het is geen enkel probleem om een pissende githyanki handelaar te vangen. Die gaat in de tweede kooi. Deagonblooded krijgers zijn inmiddels niet meer bij de grens van Dao en Zhao. Maar we kunnen ze makkelijk vinden in een bergpas op weg naar Dao. Gwan maakt een [Time] valkuil en daar valt de achterste doorheen in de derde kooi. ’s Morgens komen we weer terug in het kasteeltje. De Elsewhereling is zijn coherentie aan het kwijtraken. In deze kooi kan hij niet bestaan en zijn gezondheid gaat snel achteruit. Gwan maakt een tijdbubbeltje om hem te vertragen. Het witte raadslid komt als we doorgeven dat het urgent is en hij neemt de alchemist mee. “Maar dit is een elsewhereling!”
“Ja. Dit is de bevruchter. Als je in de buik van dat meisje kijkt, zie je het eerste stadium.”
“De eeuwige wraak van de elsewherelings gaat nu wel op jullie vallen.”
“Dat moet dan maar.”
We vragen aan de alchemist of hij kan nagaan op welk element de bevruchter reageert. Zo kunnen we er wellicht achter komen op van voor planeet Igrot hiervoor vandaan kwam. De alchemist zoekt het uit.
“We gaan ze laten doorgroeien voor de hele zaal. Maar bij dat meisje hebben we een ethisch probleem.” Claude stelt een keizersnee voor. De Raad heeft een vergelijkbaar idee, maar minder akelig voor het meisje: een kleine magische ingreep en een vergeet-spreuk.

De vergaderzaal stroomt vol. “De vier ruiters, sorry, het witte hert hebben hun goede wil getoond en dragonblooded meegenomen voor een experiment. De alchemiste begint met het meisje. Die legt een ei. Het ei komt uit en wordt een handelaar. Dan neemt ze de gevangen handelaar uit het steegje. Dit wordt een ‘surf’-githyanki, zoals we gezien hebben bij de witte bron. De krijger verandert in een intelligent uitziend wezen met een veelkleurig licht om zijn hoofd. Vergelijkbaar met de gekleurde tulbanden van de Eenoog sekte. De elsewhereling blijft zichzelf. De zaal is onder de indruk. Iemand zegt: “Uitstekend werk. Maar … het kan nog steeds misleiding zijn.”
Iemand anders roept er overheen: “Wij willen onze wederhelften kennen!”
“Wij waren niet naar onze wederhelften op zoek,” zegt Risha, “De Chiggs zochten òns! Wij vonden hereniging in Soul. De volgende gelegenheid is Kim Doa, denk ik.”

Het gemis wordt een volgend agendapunt.
Een oude Meluchgan komt met een ander nieuw punt (ik weet niet meer wat).
Gwan wil een presentatie doen om de angst voor ons weg te nemen.
Risha stelt voor om een aantal mensen mee te nemen naar de Aarde.

4xp

Cthulhu 12

Prof. Green stuurt als antwoord een adres in Oxford. Op de derde dag na aankomst in Felixstowe vertrekken ze richting Oxford. Percy zegt dat ze weg moeten, o.a. omdat hjij weer moet gaan werken. Voor ze vertrekken heeft zijn moeder nog 2 vragen voor hem. Ten eerste of het een moetje is (nee) en ten tweede of er al een datum geprikt is voor het huwelijk. Het “huwelijk” staat gepland voor over een jaar, want ze moeten eerst sparen en het huis opknappen enzo.

Ze gaan naar Oxford en vernijden daarbij Londen en de drukke wegen en pleisterplaatsen. Onderweg lukt het Tarjinder eindelijk om de spreuk ‘deflect harm’ onder de knie te krijgen. Dave leert de spreuk ‘mist of Ryleh’. Penny heeft de afgelopen dagen zichzelf geestelijk onder handen genomen met behulp van cocaïne. Ze begint weer zichzelf te worden. Tabby besluit de gebeurtenissen van zich af te schrijven middels losse fictieve verhalen, waarin zij de persoonlijke details veranderd. Dit laatste zodat het geen kant en klare bekentenissen worden.

In Oxford zoeken zij het adres, wat van een pub blijkt te zijn. Dave gaat als eerste naar binnen, bestelt een cider en kijkt om zich heen naar de andere klanten. Maar, geen Prof. Green te bekennen. Penny en Tabby worden naar de damesingang gedirigeerd en komen in een andere ruimte terecht, waar thee wordt geserveerd. De andere mannen voegen zich bij Dave. Op een gegeven moment loopt er een gedistingeerd ouder mannetje naar de bar. Hij vraagt of de mannen wat van hem willen drinken. Hij vertelt dat hij namens Prof. Green komt. Dave wil de vrouwen er ook graag bij hebben. Buiten wordt te openbaar, dus maken ze een afspraak voor die avond. Hij heet Sebastian Moran en ziet er uit als ex-militair en is het gewend om bevelen te geven. De groep praat elkaar bij en begeeft zich op het afgesproken uur naar het opgegeven adres, dat in de betere buurten van Oxford ligt. Het is een herenhuis en de hospita dient hen aan bij Colonel Moran.

“Zo, dus jullie worden gezocht.” “Ja, we zijn geframed omdat we op het spoor van een groep adellijke types zijn die vreemde satanische rituelen uitvoeren met ontvoerde vrouwen.” De groep noemt de namen van Rev. Simmons, commissaris Warren en de familie Blackpool. Moran vertelt dat ze voor Blackpool in Plymouth moeten zijn, of op zijn landgoed bij Bodmin in de buurt van Caradon Hill. Hij is, als vriend van Prof. Green, wel wat gewend. Green is van de kennis, Moran meer van de uitvoering. Moran vraagt wat ze zo al nodig hebben. Hebben ze vuurwapens? Dave wil graag extra munitie en Percy en Tarjinder een vuurwapen met munitie. Vervolgens vertelt Moran dat er de volgende maand een feest is op Blackpool Manor. Als ze willen kan hij voor uitnodigingen zorgen. Percy vraagt of er lokale lage adel is die niet deugt. Ja die is er, maar die is lokaal bekend waardoor je je moeilijk voor hen kunt uitgeven. Men stelt vervolgens een oosterse radja voor. Probleem hierbij is dat die zijn geloofsbrieven eerst aan de koningin moet aanbieden en Lord Blackpool zal op de hoogte zijn dat dit niet gebeurd is. Verarmde, niet deugende adel van ergens anders? Dit brengt een hele discussie op gang waarin Percy en Dave er voor zijn om die familie dan ook te vermoorden. Tabby vindt dit een belachelijk idee en tevens is het niet bevorderlijk in het aantonen van je onschuld. Volgens de Colonel is de adel van Guernsey het beste idee. Die is niet in goede standing aan het hof, niemand kent hen en de mogelijkheden voor bijvoorbeeld smokkel zijn heel interessant voor een man als Blackpool. Het is ook een identiteit die je langer vol kunt houden.

Ze hebben 2 dagen tot Col. Moran alles geregeld heeft. In de tussentijd oefenen ze met de revolver (handgun) en geweer (rifle). Ook spreken ze de rollen af. Percy wordt de edelman, Penny zijn vrouw en Tabby zijn zus. Dave is de koetsier en Tarjinder de persoonlijke bediende annex lijfwacht. De nieuwe namen worden respectievelijk James, Milou, Marie, Kenneth en Tejas. Vanaf dit moment spreken ze elkaar ook met de nieuwe namen aan en gaan de nieuwe rollen ook van start.Er worden inkopen gedaan in Oxford: japonnen, waarbij het feit dat ze 2 jaar uit de mode zijn een voordeel is, en kostuums (idem). Verder worden er ook woordenboeken (Duits – Engels en Frans – Engels) aangeschaft. James en Kenneth ontcijferen met behulp van het woordenboek het boek Unaussprechlichen Kulten. Tejas en Milou leren spreuken en Tabby oefent verder met schieten.