Tanais 2 – 10

Tanais serie 2 sessie 10 / 136 – 15 februari 2018

Nog in Bretagne. We vragen ons af hoe je een pantheon maakt. Om daarachter te komen nemen we de colorcopter naar Alexandros. In de bibliotheek hebben ze een hele zaal over pantheons en hoe die ontstaan. Gwan vertraagt de tijd zodat we in een uur de hele zaal kunnen doorzoeken. De boeken zijn vornamelijk door tovenaars geschreven. We leren dat er twee soorten goden zijn: de ‘gewone goden’, die helpen hun aanbidders met slechte oogsten; en de ‘gevallen goden’, daar wordt op gewed. Goden hebben vier componenten, die Ba, Sa, Ka en Ak genoemd worden. Gewone goden voeden zich met Ba, wat wij kennen als zonium. De gevallen goden voeden zich met Ka, dat zich manifesteert als zwarte drab en wit beendermeel. Een pantheon ontstaat door een volk met een onbeantwoord verlangen dat gevoed wordt door verering. Een godling wordt een god als hij voor het eerst het kwaad tegenkomt, in de vorm van de abyssals. Die ontmoeting bepaalt of je een god wordt, of valt. Er is een getijdestroming in de shallows van de spiritworld waar de godlingen ter wereld komen en ergens in Haran kruist die de stroming van de shallows van de abyss.
Ook leren we dat Sorcery vooral beoefend wordt in woestijnlanden. Elk volk heeft zijn eigen specialiteit: Melek Qart bijvoorbeeld gebruikt Sa om wonderen te verrichten met hun schrift. De verwijzing naar weddenschappen leert ons dat de tovenaars van Euboia specialiseren zich in hanengevechten tussen de gevallen goden. We vinden vrij veel verwijzingen naar de stad Sin waar die twee getijden bij elkaar komen. Maar een beschrijving van de stad ontbreekt. Ze is vooral berucht vanwege de abyssals. De godin Sin is een maangodin.
Claude vraagt ook waar hij informatie over recente landverhuizingen kan vinden. Een vulkaanuitbarsting bij Salishan heeft de lokale bewoners verjaagd. Het is een stammengeboed en de lokale goden zijn dieren met menselijke karakteristieken. Wellicht is het pantheon van dat verweesd achtergebleven. Na enige discussie gaan we eerst naar Sin om meer kennis op te doen.
Vijf kilometer buiten de stad Sin zetten we de colorcopter in Decay, één quantum naar binnen, aan de grond. Het is hier ongelooflijk heet en er groeit helemaal niets. Op Tanais is het nog véél heter. Er is geen enkel plantaardig of dierlijk leven te bekennen in een straal van 100 km, alleen een paar zeer traag bewegende mensen die richting stad gaan, maar daar niet aan zullen komen. De stad zelf zit vol mensen, planten en dieren. In Decay en Wyrd zien we hetzelfde. 750 meter boven de stad vliegen vogels. Met [Forces] beschermen we ons tegen de hitte. We lope naar de stad, maar komen extreem langzaam vooruit. Het is geen [Time]-effect, maar [Correspondence] vervorm de ruimte. We kunnen een bubbel om ons heen maken waarin de ruimte het wel normaal doet en dan is het mogelijk om gewoon in een uurtje naar de stadspoort te lopen. We passeren onderweg de botten van helden die hierheen kwamen om te leren toveren. Die droegen uitrusting van over de hele wereld. De kleding kunnen we gebruiken om ons te vermommen. Risha zet zijn harnas op zwart en slaat een zwarte kapmantel om. Gwen, Chang en Claude kleden zich met [Flawless Disguise] als bedouïnen. De stadsmuur is van gloeiend brons en vijftig meter hoog. Maar de poort gaat wagenwijd open als we er op kloppen. Wie dit punt heeft gehaald, mag binnenkomen. Achter de poort is een tunnel van 20 meter en daar voorbij zien we mensen rondlopen en structuren in het zand. Er is geen verdediging. Binnen is het lekker koel. Er zijn armoedige hutten en tuintjes met planten. Boven ons zweven paleizen en kastelen. In het midden van de stad zien we twee enorme cirkelvormige putten die samen een 8 vormen. Hier en daar staan verhoogde platforms waarop overleden mensen liggen voor een ‘luchtbegrafenis’, dat is opgegeten worden door vogels.
“Hee, hoor jij niet beneden in de tuinen!” roept een man naar Gwen. Die is vandaag als enige in vrouwenvorm. Als ze verontwaardigd reageert bindt de man in. “Sorry vrouwe, ik heb me vergist. Welkom in de stad. U ziet er helemaal niet moe uit.” “We zijn hier inderdaad nieuw. Kunt u ons een beetje wegwijs maken?” “Wij kunnen hier niet meer weg. Als je geluk hebt, wordt je aangenomen als knecht in een kasteel en als je nog veel meer geluk hebt, mag je in de leer.”
“Ik ben al een sorceror,” zegt Risha en doet de spreuk [Conjure the Azure Chariot]. Er verschijnt een mooie luchtwagen. De spreker en een vriend van hem mogen mee als dienaren. Onderweg laat iemand van ons zich een beetje laatdunkend uit over Qartianen. Daarop adviseert een van de mannen ons om hier geen onaangename opmerkingen over Qartianen te maken. Dat zijn de rechters en die wil je niet boos maken. Vanuit de lucht zien we dat de ene cirkel van de 8 een cellencomplex is met een wachttoren in het midden. De andere is een arena die nu leeg is. Helemaal boven is een aanlegplaats voor luchtschepen en roc vogels. Daaronder hangen woonvertrekken in Minoïsche stijl. Als we landen worden we begroet door een vrouwelijke djinn. “Bent u hier al eerder geweest?” “Nee, we zijn hier voor het eerst.” “Behoort u tot een gilde?” “Nee, we zijn gildeloos.” “Dan komt er iemand om u te begeleiden.”
Even later komt er een Koreaans uitziende meneer die zich voorstelt als Cheo-An. “Wij zij altijd blij met nieuwe gezichten.U kut hier verblijven en ik kan u meenemen naar de plaatsen waar ik mag komen. Ik kan u de gevallen goden laten zien en de arena waar de rechtspraak plaats vindt.”
Claude vraagt of we een vergunning nodig hebben voor een vliegend paleis. “Nee hoor, we hebben hier geen wetten. Maar als je andere tovenaars tegen de schenen schopt, kan er een rechtszaak van komen.” Cheo An legt uit: “De Euboianen wijzen aan welke gevallen goden namens de tovenaars duelleren. Qartianen zijn de rechters. Gevallen goden zijn groteske figuren die er voor hebben gekozen om bij ons te bijven. Willen jullie ze zien?” Dat willen we wel.
Hij neemt ons mee naar de put waar de gevallen goden wonen. Onderweg vertelt hij: “Als de getijdestromen kruisen, worden de godlingen geconfronteerd met de wereld en dan worden ze hongerig. Gelovigen doen hun riten niet zomaar voor ze. Een god worden gaat traag en is moeilijk. Veel ellebogenwerk. Voor je het weet zijn ze hier weer terug. En hier in de arena verdienen ze veel meer dan met aanbidding. Maar het heeft een prijs. Ze nemen groteske vormen aan. Gewone, saaie goden zorgen goed voor hun mensen en in ruil krijgen ze Ba. Deze hier gaan voor het snelle geld, de Ka. Je kunt er te gekke magische effecten mee bewerkstelligen. Ka is handig om niet dood te gaan. Maar Ak, dat restje kleur, dat voedt nog veel meer en je kan er veel meer mee dan met Ba en Sa. Om je vijand van achteren met zwarte nagels te doorboren heb je Ka en Ak nodig. Sa zorgt er voor dat de werkelijkheid net een beetje verandert. (We herkennen [Alternate] – Qartiaanse herschrijving van de werkelijkheid.) Ak is hier van waarde, maar het is helaas maar een bijproduct. Als een van de gevallen goden sterft in een tweegevecht, dan gaat de Sa naar de Qartiaanse rechter. Ba, Ka en Ak gaan naar de overwinnaar. Euboianen hebben de macht om een gevallen god naar de arena te sturen. Er zijn meer gokkers dan fokkers overigens.
In de put zien we groteske figuren. Een overmaat aan Ka misvormt ze. Eromheen zijn de bordelen van de abyssals. Die hebben Ka nodig om zich voort te planten. Claude gaat op zoek naar Daguerre, maar ziet dat ze hier (nog) niet is.
Desgevraagd vertelt onze gids dat elk huis een eigen bibliotheek en laboratoria heeft. Er is geen overheid. Er komen hier tovenaars van over de hele wereld. Over een uur is er een zaak van een tovenaar uit Minos tegen een van Dao. Als je op de uitslag wilt weden, gaat de bookmaker een afspraak met je aan.
Ondertussen is Risha met [Spirit] de werelden hiernaast aan het inspecteren. Hij ziet het wanneer er een wezen op een horizontaal parallel plane langsloopt., zoals Wyld, Wyrd en Decay. Hij kan ook kijken in de shallows van de dwarsdraden, die verticaal loodrecht op de werelden staan. Hier zijn de Abyss en de Godenkraamkamer beide sterk aanwezig. De stroming is nodig om dingen op te zuigen en de diepte in te voeren. Om elkaar te ontmoeten moeten de godlingen en abyssals fysiek worden op een van de horizontals.

Risha gaat met [Raise te Earth’s Bones] een Escherpaleis bouwen. Met [Correspondence, Forces en Matter] maakt hij gangen in moebiuslussen, trappen die nergens naar toe gaan en een waterval die zichzelf in stand houdt. Door een fors [Time] effect doet hij er maar een uur over in plaats van de zes uur die er normaal voor staat. Met [Mind] krijgt het paleis een extra ’wow’-factor.

Terwijl de anderen naar het gevecht gaan kijken, gaat Risha verder met het paleis. Hij maakt met [Spirit, Color en Matter] een heartchamber waar een heartstone kan ontstaan uit wervelingen in de Abyss, de Kraamkamer en het Westelijk Paradijs. Daarna – als er nog tijd is – gaat hij proberen of hij met [Spirit] kan waarnemen hoe een godling nou exact in een god verandert.

+5 xp = 47

Tanais 2 – 9

Tanais serie 2 sessie 9 / 135 – 1 februari 2018

Nagekomen informatie: Bij het terugkijken in de tijd zag Gwan op het moment van Expulsion een een enorme Prime-piek.

We gaan naar de Aarde om de Zuidelijke poolnaald te bezoeken. Daar willen we de geode ophalen. Daarmee gaan we naar Bretagne om op level 100 te kunnen communiceren met Mollenslijm en de aardse onsterfelijken.
De poolnaald ligt onder een dikke laag ijs. Voor onze magie is dat niet zo’n probleem. Een goeie vlammenwerper en het is zo weg. We leggen de ingang van de hangar bloot. De sluisdeuren gaan open met [Lock Opening Touch] en we komen in de enorme centrale ruimte. Claude zet zijn anima aan, zodat we licht hebben. Langs de wand van de gevallen naald zien we kooien. Alleen de titan-blob leeft nog, maar ook die is hel langzaam dood aan het gaan. Risha gaat weer als kat het verblijf van ollenslijm in. Met [Life 5 en Mind 5] lukt het hem om de op feromonen en electrische stroompjes gebaseerde bedieningspanelen te bedienen. Hij haalt de datacore en de geode op. Om de biochemisch/elecromagnetische datacore niet met ons organisch materiaal te besmetten, krijgt de kat rubber handschoenen. De geode werkt met ‘very early entanglement’ dat wil zeggen dat er een entangled stukje vacuüm inzit dat deel uitmaakt van een energetisch creatuur van vlak na de Big Bang.

Gwan kijkt terug naar de tijd voor expulsion. Hij ziet hier slijmerige wormen met mollenklauwen in kleine ruimtesloepjes af en aan vliegen. Ze vervoeren kooien met allerhande levensvormen die aan de wanden van de poolnaald worden gemonteerd. Het was de bedoeling dat er via de geode gekeken zou kunnen worden wat het effect van Igrot op die wezens zou zijn. Risha wil de datacore meenemen als we via de geode naar mollenslijm gaan. Na enige discussie besluiten we om dat niet meteen de eerste keer te doen, maar pas later en als onderhandelingsobject. Claude gaat de doodsoorzaak van de wezens onderzoeken. Die is vrij snel duidelijk: doordat de poolnaald omviel is de life-support beschadigd. De systemen hebben het nog een tijdje volgehouden, maar de atmosferen die de wezens nodig hadden zijn langzaam weggestroomd. De experimenten zijn ook nog eens mislukt omdat de naalden te goed beveiligd waren. Zij, en dus ook hun inhoud, zijn niet in tweeën gesplitst bij Expulsion. De Noordelijke is meegegaan met Tanais en de Zuidelijke met Aarde. Een ontwerpfout, en daarom heeft Igot er niks mee gedaan. Zowel Mollenslijm als de Uomi hebben beginnersfouten gemaakt. Er is echt maar heel weinig bekend over wat er na een Igrot infestatie op een planeet gebeurt.

Met [Life 3, Matter 3, Forces 3] maken we een omhulsel voor de datacore. Van de geode weten we dat het geen kwaad kan als we die aanraken. Dan zetten we koers naar Bretagne. Het ondergrondse complex is bekend, dus we dringen zonder problemen door tot level 100. We laten de kamer van Chappie voor wat hij is en gaan directy naar de kamer met het vreemde apparaat. Als we de geode in de daarvoor bestemde plek steken, begint hij te werken. PLOPS! en we zijn in de gastenverblijven van het schip van Mollenslijm. Na een paar seconden plopsen we weer terug. Bij de tweede poging blijven we een paar minuten. Nu zijn er twee mollenslijmen om ons te ontvangen. Ze zijn in hun eigen gedaante. Heel verbaasd om mensen te zien: “Hé, jullie komen van de Aarde!” Claude vertelt dat we ontsnapte gevangenen zijn. Dat was misschien niet zo verstandig. Dan plopsen we weer terug. De derde keer kunnen we er een uur verblijven. De mollenslijmen hebben een “Lewis Carroll scherm” waardoor zij door ons als aardse gestaltes worden waargenomen: Riker en Troi uit een oude SF serie. “Dus jullie komen van binnen Igrot?” Ze herkennen ons niet.
Risha vertelt dat we de onsterfelijkheid opnieuw hebben uitgevonden. We hebben daar duizenden jaren de tijd voor gehad. Mollenslijm: “Bij ons is er maar 70 jaar voorbijgegaan. Hoe is het met de Zuidelijke poolnaald?” We leggen het uit. Ze zijn teleurgesteld: “Helaas hebben we geen tweede gelegenheid.” We bieden aan om de volgende keer de datacore mee te nemen. Die willen ze graag uitlezen. Bij ons volgende bezoek zullen ze ons voorstellen aan de aardse onsterfelijken. Claude vraagt of hij van buitenaf naar de Aarde mag kijken.
Bij ons volgende bezoek staat de telescoop al klaar. We worden voorgesteld aan Jerry, de voorzitter van de aardse Immortals. En er is en apparaat waarmee de datacore kan worden uitgelezen. We overhandigen het ding. De mollenslijm heeft er wel iets aan, maar niet veel. Het gesprek komt op goden, die willen ze graag reproduceren en verkopen aan andere planeten. Hierbij hebben ze het over een ‘lokaal calabiaal systeem’ van Aarde. Een soort immuunsysteem, aan de ene kant komen er goden en aan de andere kant reclamecampagnes. Voor hun is het een manier van zoniumproductie. Daar kunnen ze die goden voor gebruiken. “Waar gebruiken jullie zonium voor?” “Om te reizen, het bereiken van onsterfelijkheid, van alles eigenlijk. Maar het spul is extreem zeldzaam.” We maken een tekeningetje van de githyanki. “Ja. Die kennen we wel. Die wezens komen oorspronkelijk van Antares. Dat ras heeft meerdere planeten. Een daarvan is inderdaad door een Igrot opgeslokt.” Over Igrots weten ze helemaal niets. Een planeet die met 5D begint, is ten dode opgeschreven. “Hebben de Gith een zwakheid?” Dat gaan ze voor ons opzoeken in hun database.
Over de Uomi weten ze te vertellen: “Dat is niet zo’n prettig ras. Ze stellen nogal strikte voorwaarden aan tegenprestaties. Wij zien overal wel een handeltje, maar zij zijn slavenhandelaren. Je moet letterlijk sterker zijn dan hun om met ze te onderhandelen. Maar hun technologie is wel heel vergevorderd.”
En hoe zit dat met de gevangenen? “Ach, we komen hier langs en we komen daar langs. We nemen verwerpelijke sujetten mee in ruil voor diensten. En die dumpen we bijvoorbeeld in een Igrot. Igrots zijn 5D en wij zijn 4D, we blijven er zelf ver van af.” Ze willen ons best de informatie geven over de gevangenen. Als wij de volgende keer een computer leveren, dan geven ze ons de informatie op een manier die wij kunnen uitlezen.
Door de telescoop ziet Claude alleen met [Color] iets. waar de aarde zou moeten zijn is op geen enkel ander gebied iets waar te nemen. Mollenslijm reist met 90% van de lichsnelheid.
Jerry neemt ons mee op een wandeling langs de bevolking van New Earth op een namaak Serengeti. Tijdens deze rondleiding passeren we het ogenblik waarop we in de eerdere belevenissen op dit ruimteschip aankwamen. Er gebeurt niets bizonders. Dus we zitten ook buiten Igrot in een andere werkelijkheid dan die we ons herinneren. Het is nog steeds niet zeker of we in een Allternate zitten, of dat de vorige beleving een profetisch visioen was o.i.d.
De titanblob blijkt nog een nut voor ons te hebben: we kunnen haar gebruiken om aliens te leren begrijpen [Mind 6 leren voor de kosten van 5].
Mollenslijm gaat uitzoeken waardoor de poolnaalden expulsion hebben doorstaan. Dat is nuttige kennis. Over [Spirit] weten ze te vertellen dat die het instabiele calabi-yau veld van Aarde is. De vertikale dimensie tussen Aarde en Tanais, waar zonium ontstaat. Spirit is wat er voor zorgt dat zonium geproduceerd wordt. Color is de 5e dimensie.

Next time:
– Antwoord van de Mollenslijm op de vraag naar zwakke plekken van de Gith.
– Mollenslijm gaat ook voor ons na hoe de poolnaalden expulsion hebben kunnen doorstaan.
– De titanblob redden en af en toe een praatje met haar maken. Daarmee verlaagt de prijs van Mind 6 naar die van 5.
– Een pantheon leveren aan mollenslijm. Het moet echt een pantheon zijn, niet alleen maar godlings. We kunnen aan de tovenaars van Tanais vragen of zij weten hoe je een nieuw pantheon maakt. De tweekoppige god van Aarde kunnen we als achterwacht
– We mogen onze eigen oorsprong bedenken. Zie sessie 122 voor de chemische samenstelling van de alien misdadigers waar wij de reincarnaties van zijn: Risha heeft Koolstof, Zuurstof, Lithium; Claude heeft Koolstof, Zwavel, Lithium; Gwan heeft Silicium, Zuurstof, Natrium; Chang heeft Silicium, Zuurstof, Lithium als oorsprong.

+ 5 XP = 42

Tanais 2 – 8

Tanais serie 2 sessie 8 / 134 – 18 januari 2018

Een paar correcties : – het jaartal was 2442 i.p.v. 4224 ; – de aliens zijn niet op kleur uit, maar op zonium ; – de intelligente schorpioenen, mieren en andere creaturen zijn geen aliens. De Insectoide aliens zijn er niet meer.

We gaan even de Witte Stad uit en gelijk weer naar binnen. In de knopkamer gaan we meteen maar op de computer zoeken. We ontdekken dat er in een gebouw van Dickles aan de rand van de stad een ultrageheime doorgang zit naar ‘schoonmaakvertrekken’. Dat is interessant. Een kwartiertje later arriveren we bij een non-descripte deur met een non-descripte portier. [Mind] Magie is iets moois. In zijn brein lezen we dat er al iemand naar beneden is gegaan. We planten de suggestie dat wij daarbij horen. Hij laat ons door naar een smoezelig gangetje dat eindigt in een mijnlift. We gaan best diep, zo’n 300 meter onder de grond komen we uit in een in het gesteente uitgehouwen gang. Aan weerszijden zijn openingen met kamers vol reserveonderdelen van een of andere enorm ingewikkelde machine. De gang spiraalt langzaam naar beneden. Verderop horen we gebrom en gebubbel. Dat wordt steeds sterker, tot we een doorgang zien waardoor een zilveren gloed schijnt. We komen uit in een koepel zo groot als de hele stad! We komen aan de rand binnen. Er is hier een ommegang, langs de hele rand van de stad. Van hier gaat een trap omlaag. Op dit niveau zien we een meer van zonium, zo ver als de blik reikt, Het zilveren licht komt hier vandaan. Dit is een energietoestand die we nog niet eerder gezien hebben. Even verderop verbreedt de ommegang zich tot een aanlegplaats. daar is ook een uitgebreid instrumentenpaneel. Van ver weg, boven het zonium horen we spreken. Gwan kijkt met [Correspondence] en ziet een man die een beetje op Imhotep lijkt praten tegen een hologram dat een beetje op Chappie lijkt.
“Het is zo ver. Jammer!” Met die woorden duikt de man het zonium in. We gaan het trappetje af. De verdieping lager straalt pure kwaadaardigheid uit. Daar ligt de “Ka” opgeslagen. De twee lagen zijn gescheiden door een extreem sterk krachtveld. We zien dat Imhotep doordrenkt raakt van zonium. Tussen de apparatuur van het haventje zien we een terminal. Het computersysteem is gemakkelijk te hacken. Uit de informatie van computer leren we dat de zonium nodig was voor Expulsion, maar de Ka niet. De mensen hadden geen besef dat de Ka intelligent en kwaadaardig is. Zonder de Ka is Zonium te vluchtig. Dat is de enige reden dat het hier bewaard wordt.
Inmiddels is de zonium steeds heftiger aan het bubbelen en trillen. Risha duikt ook in het zonium. Omdat hij al gefuseerd is met het spul doet het de eerste tien minuten niets. De andere drie gaan naar de beneden etage. Het Ka blijkt helemaal geen zwarte drab te zijn, wat ze eigenlijk verwacht hadden want zo ziet het er op Tanais uit. Nee. Het is wit beendermeel. Dat hebben ze eerder gezien bij de Witte Bronnen op Aarde. Het witte spul is zich aan het organiseren. Ze zien dat er groene vormen in ontstaan en met [Mind] ontdekken ze hoe de hive-mind ontwaakt. Claude ontdekt dat het krachtveld tussen de twee lagen het aan het begeven is, dus met [Forces 5] repareert hij het tijdelijk.
Risha verliest het bewustzijn en komt bij als onstoffelijk wezen in een ongerept Tanais.
De anderen horen een ongelooflijk harde knal. Chang raakt zwaar in de kreukels, Claude en Gwan weerstaan de explosie beter. Zowel het zonium als het Ka-poeder zijn er nog, met de Witte Stad meegevoerd naar Tanais. Dit hier is als het ware het ankerpunt van de ‘speekseldraad’ die door de vijfde dimensie naar Aarde loopt en die we kennen als de Abyss.
Risha komt bij boven de zee, op dezelfde plek als waar we de Witte Stad hebben gevonden. Hij kan vrij door de wereld bewegen. Her en der ziet hij de insectenrassen die er voor de mensen waren. Maar ze zijn ongeorganiseerd. Ook Teleutos hangt aan de hemel. Even later komt hij terug in de Expulsion ruimte in de poel zonium en voelt zich fantastisch. In de ruimte daar onder beginnen de shuragi uit te breken. Ze hebben een sprankje zonium gekregen. Dat is door het krachtveld heen gekwantumtunneld. We gaan snel weer terug naar onze eigen tijd.

De volgende stop is Teleutis. We gaan naar de Aarde. Risha maakt voor iedereen een ruimtepak, daar doet hij drie dagen over. In de tussentijd halen de andere drie de colorcopter op uit Afrika. Dan gaan we aan boord en vertrekken naar de ruimte. Voordat we bij Teleutis aankomen voelen we het krachtveld eromheen enorm sterk toenemen. We laten al onze magische zintuigen er op los. Er is geen [Life]. Met [Time] [Matter] en [Color] zien we dat er op die gebieden heel wat aan de hand is. [Entropy] geeft aan dat het station feitelijk kapot is. [Mind] geeft aan dat er drie wezens zijn met bewustzijn op dierlijk niveau. Dit zijn alien parasieten. Ze leven niet, maar het zijn quasi-intelligente machinerieën, gebaseerd op schrootmetaal. Het station ligt tegen de rand van Igrot aan, een deel steekt er zelfs doorheen. Daar is een enorme [Time]-barriere. De werelden van materie en antimaterie ritsen hier in elkaar en komen samen bij het ruimtestation. Dat geeft rare effecten: er zijn zelfs plekken waar materie en antimaterie tegen elkaar aankomen zonder te exploderen. Maar het wordt nog vreemder. Met [Correspondence] zien we dat Teleutos een torus is met in het centrum een bol. Die bol bevat een singulariteit, de zwaartekracht van dat zwarte gat levert de gravitatie van het station. Tussen de bol en de torus is een lege ruimte waar twee structuren uitsteken. Er is een soort gedeukte en verbogen uitlaat die richting Aarde/Tanais steekt. Hij is net als de rest van het schip gemaakt van zonium en een mengsel van materie en antimaterie. En er is een machine die door de wand van Igrot heen steekt. Die machine is niet meer intact. Door die lege ruimte heen kun je heel helder de sterren buiten Igrot zien. Die zijn anders dan onze eigen sterrenhemel. We kunnen nagaan dat het schip gemaakt is vóór Expulsion maar de schade is zo’n vierhonderd jaar erna ontstaan.
Er zijn luchtsluizen te zien als we dichterbij komen. Met [Mind] geven we de schrootwezens het idee dat wij en onze copter niet eetbaar zijn. Het is verder niet moeilijk om binnen te komen. De ring heeft een doorsnede van honderd meter en heeft geen verdiepingen. Op de binnenvloer staat apparatuur die voor mensen geschikt is. De rest van de ruimte was voor de aliens, die blijkbaar kunnen vliegen. Ramen kijken uit naar weerszijden, we kunnen hier dus door de [Time] barriëre heen naar het universum buiten Igrot kijken. De sterrenhemel is helemaal gefixeerd. Het tijdverschil is enorm: 1000 jaar voor ons is een seconde buiten. Het schip is leeg geëvacueerd. Met enige moeite logge we in op de computers in het mensendeel. De alien apparatuur is een ander verhaal. We leren dat de aliens Uomi genoemd werden. Zij hebben de bouwplannen geleverd voor dit station. Het was bedoeld om zonium te winnen en naar de Uomi te transporteren. In ruil daarvoor zouden de werknemers van parallax worden geëvacueerd. Het ding is bedoeld om op de buitenlaag te blijven en het zonium door de buitenlaag heen weg te beamen. Zo’n 200 a 300 jaar na Expulsion is de machine kapot gegaan vanwege overload. De Uomi hebben antimaterie-DNA aangeleverd voor insecten die op Tanais een cultus moesten starten om zonium te oogsten en die op Teleutos af te geven. “Vlieg naar de hemel.” In werkelijkheid werden de insecten die op het station aankwamen zelf ook verbrand en geoogst. De ka werd afgevoerd door de buis richting Tanais/Aarde. Door het enorme tijdsverschil hoopte het zonium zich op in de machine die het door de huid van Igrot moest transporteren – de oogst van 250 jaar kon er niet in een kwart seconde doorheen – en daardoor is de machine ontploft. Er zit nog ka-residu in de afvoerpijp.
We vinden een alien communicatie apparaat. De mensen van Parallax noemden het GIN – Galactic Intra Netwerk. Het werkt ook met entanglement, maar GIN is veel geavanceerder dan de apparatuur van Mollenslijm en je kan er de hele melkweg mee bereiken. In de gebruiksaanwijzing lezen welokale tijden enorm kunnen verschillen door relativiteitseffecten. Als je met entanglement communiceert is één van beide tijden dominant en dan geldt die voor allebei de partijen.
Met [Time] kijkt Gwan naar een moment twee jaar voor Expulsion. De Uomi zijn drie meter lang. Ze hebben een chitinepantser en vleugels, iridiserend veelkleurig. Ze zijn bezig om het station in elkaar te zetten. Het materiaal voor de bouw komt van de Aarde, want aanvoeren vaaf een andere wereld is niet te doen. De Uomi wilden een bruggenhoofd hier.
We nemen de GIN mee aan boord van de copter. We vinden ook een materialisatemachine, die we inladen en de mattar-antimatter-merger. Maa alledrie de apparaten zijn beschadigd door de explosie. Uomi- en andere alien-technologie is vo ver geavanceerd voorbij wat wij begrijpen, dat je scores van 6 nodig hebt om ze te repareren.

Volgende keer willen we opnieuw contact opnemen met Mollenslijm, vragen wat zij weten van de Uomi, weer contact leggen met de menselijke onsterfelijken en dergelijke. Risha stelt voor dat als Mollenslijm weer om een pantheon vraagt, we eventueel een setje godlings voor ze kunnen vangen.

+ 5 XP = 37

Call of Cthulhu 22

Dave rapporteert dat het glazen dak van de Royal Albert Hall een redelijk stevige constructie is. Ook is bekend wie de dirigent is: Hans Richter, dirigent bij de Wagner Festspiele en momenteel op tournee door het Verenigd Koninkrijk. Percy vraagt zich af hoe hard de eis ‘open lucht’ is. Als een beetje bloed volstaat waar anderen een bloedbad aanrichten, dan is een open raam misschien al voldoende om aan die eis te voldoen.

Men is druk bezig met het bespreken van het plan, als Dave terugkeert van zijn werk in de Albert Hall. Hij weet te melden dat er een kleine rel heeft plaatsgevonden: Hans Richter weigert een bepaald stuk te spelen, omdat dit volstaat met moord, incest en verkrachting. Iemand heeft geprobeerd om een onsmakelijke grap uit te halen. Dat dit het zelfde muziekstuk is dat een paar weken geleden uit de British Library is gestolen melden zij aan zowel de Earl als aan de Black King. De Earl neemt het ter kennisgeving aan, maar de Black King wil er graag meer over weten.

Bij het opstellen van het plan om Lord Blackpool te vangen, komt men met het idee van een kantelaartje dat verf drupt als hij wegrijdt in zijn koets. Dit principe willen ze eerst uittesten op hun eigen koets. Ondertussen is er een bericht gekomen van de Earl, waarin staat dat de hoveling die het stuk heeft goed gekeurd een vriend is van Sir Charles Warren. Van de Black King komen ze ook te weten dat de ghouls weer terug zijn naar hun eigen wereld. Dave vindt een constructie uit om een flesje verf onder een koets te binden. Hij komt uit op een leren riem. Tarjinder en hijzelf gaan hiermee oefenen. Hierna bespreken zij wanneer zij de evacuatie van start laten gaan en wat ze gaan doen als Lord Blackpool blijft zitten.

Dave weet te melden dat, gaandeweg het oefenen met het muziekstuk, het gedrag van het orkest verandert. Ze worden wat afweziger, monomaner en belangrijker nog: eerder onspeelbare delen kunnen ze nu wel goed uitvoeren. Van de Earl komt bericht dat Lord Blackpool gewoon aanwezig zal zijn. Hij heeft voor hen ook kaarten geregeld.

In de tweede week geeft de receptionist van hun hotel hen een bericht van de Black King. Hierin staat dat hij één van zijn agenten tot hun dienst staat. Zij kunnen hem treffen in Soho. Het blijkt hetzelfde adres te zijn als waar Tarjinder zijn voorstelling gaf die Penny bijna het leven kostte. Ze worden door de zelfde chinees ontvangen. Hij brengt hen naar een vertrek in de keldergewelven. Dit vertrek wordt met 2 vuurbekkens verlicht. De muren zijn met brokaat bekleed en er staat een smaakvol gedecoreerde tafel. Daarachter zit een Aziatische man die hen indringend aankijkt. “Dus u bent…?” Ze vertellen wat hun vermoedens zijn en wat hun plan is. Hij vindt het een goed plan. Tevens vertelt hij dat, om de kans op slagen te optimaliseren, de spreuk zeer waarschijnlijk door meerdere tovenaars zal worden uitgevoerd. Ook vermoedt hij dat, afgaande op het gedrag van de musici, deze wel eens als offer zouden kunnen fungeren. Ze moeten dus echt zorgen dat de oproeping niet plaatsvindt en ze kunnen er ook niet vanuit gaan dat de musici zullen stoppen met spelen. Grote vraag is dus: hoe gaan ze de spreuk dan onderbreken? Percy oppert om dit te doen door de spreuk ‘Soul Singing’. Hiermee kan een muzikant als het ware overgenomen worden. Als ze de muziek kunnen onderbreken is misschien hun trance te verbreken en kunnen ze door anderen geëvacueerd worden. De Aziaat meldt dat de fluitisten waarschijnlijk het belangrijkst zijn ( en dus ook het meest gevaar lopen om als offer te eindigen). Waarom concentreren zij zich op het orkest? Percy bedenkt zich dat het strikt genomen niet echt noodzakelijk is dat de tovenaars in de zaal bij het orkest aanwezig zijn. Belangrijk is dat de muziek hoorbaar is en dus kunnen ze het ritueel ook gewoon op het dak uitvoeren. De tovenaars direct aanpakken op het dak is dus ook een mogelijkheid. Het plan is dat Dave zich vooraf ergens op het dak verbergt en dat de rest tijdens de drukte van de evacuatie zich naar het dak begeeft. ‘Soul Singing’ zou wel kunnen werken op de dirigent. Hiermee zouden zij hem kunnen bewegen om het stuk af te hameren. Musici zijn hier op geconditioneerd. Als zij hem kunnen overtuigen van het feit dat het koor toch de tekst – tegen de afspraak in – zingt, dan zal hij het orkest stilleggen.

Buiten Tabby kan iedereen magie en heeft ook iedereen de beschikking over de beschermende spreuk ‘Deflect Harm’. Tabby oefent zich dan maar in haar schietvaardigheid.

Tanais serie 2 sessie 7 (133)

Chang en Risha kiezen er voor om als de Generaal en Max Coney, hun incarnaties ten tijde van Expulsion, de Witte Stad binnen te gaan. Claude gaat als Claude en Gwan verandert zich in Gwen. Dat heeft een onverwacht effect; de Generaal en Max verschijnen in de vergaderzaal op het moment dat er net op de rode knop is gedrukt. Er zijn ook een schuchtere jongeman en een verkoper van onduidelijke nepmedicijnen, de eerdere incarnaties van Gwan en Claude. Maar Claude en Gwen verschijnen zelf in een enorme koepel met een gelig grasland waar her en der ruïnes van flatgebouwen staan. De Mindlink blijft in stand, maar staat onder grote stress. Gwan probeert de andere twee te scry’en, maar dit lukt niet. Hij krijgt er knallende hoofdpijn van. Dan gaat hij een beetje rondlopen om te verkennen. Hij ruikt barbecue, hoort gelach en feestgedruis. Met [Sense Alternate] komt hij er achter dat dit géén alternatieve werkelijkheid is, maar het heden van de Witte Stad in Tanaīs.
In de vergaderzaal is het alarm afgegaan en de mensen drukken op hun stasis-polsbandjes. Risha stelt voor om weer naar buiten te gaan en daarna samen één van de twee bestemmingen te kiezen. Ze gaan snel naar de rand van de stasis koepel.
Gwen en Claude zijn intussen verder gelopen. Gwen ziet groene dames en heren, Shiragi, in Versaille kleding. Boven een vuurtje wordt en baby gebraden. De Shiragi zien hem ook en ze vallen aan. Gwen maakt een portaal en ze zijn foetsie.
We komen bij elkaar in de duikklok. De Rode Knop versie van de Witte Stad is in het verleden. Iedere keer als we daar binnenkomen arriveren we op hetzelfde moment. . Er zijn daar computers met alle kennis van de wereld voor Expulsion. Het zou de moeite waard zijn om die te downloaden. We bedenken een techniek om dat via de Mindlink te doen. Claude gaat daarvoor naar de Aarde om een computer gereed te maken. De plek op Aarde die met de Witte Stad overeen komt is Sellafield / het klooster van Maria Magdalena. De andere drie kiezen hun oude vorm en gaan weer naar de Witte Stad. We blijven in het gebouw van Werner Volkel, want die doen robotica. We vinden al snel een geschikte computerterminal. Risha/Max kan met de level 100 wachtwoorden van de onsterfelijken deze computers in het jaar 4224 wel binnenkomen. De download gaat makkelijker dan we hadden verwacht. De metafysische grens is hier veel dunner dan in Tanaïs. Het grootste deel is over.
We hebben nog even de tijd. Buiten is het rustig. We gaan naar Grotius, waar biologie en de 5e dimensie de specialiteit van zijn. De man achter de balie vraagt: “Wat komt u doen?” Max zegt: “We doen een schoolproject over meerdere dimensies.” Met zeven successen op de Charm [Speed the Wheels] haalt hij de man over en die neemt ons mee naar de directeur. Dat is een vadsige, dikke man achter een groot bureau. We komen gelijk ter zake: “We hebben informatie over Igrot.” Binnen een minuut staan er tien afdelingshoofden in de kamer. We steken van wal en vertellen alles wat we weten. “Dat was veel ultrageheime kennis,” zegt het hoofd Research, “plus een heleboel dat wij nog niet wisten. Stukjes vallen op hun plaats. Hoe weten jullie dit?” We krijgen een geheimhoudingsverklaring te tekenen. Risha zegt: “Wij zijn de onderzoekers, jullie de denkers. Kort gezegd, wij komen uit de toekomst. Wat weten jullie?”
Ze vertellen dat Igrot ook hier is. Hun indruk is dat de ’speekseldraden’ de dwarsverbindingen tussen de twee werelden, een afweerreactie van de Aarde zijn op Igrot. De speekseldraden zijn zeer zoniumrijk. De planeet is volgens hun een levend wezen dat probeert het wezen Igrot in te kapselen. Wellicht een poging van de Aarde zelf om ‘aan te meren’ aan Tanaïs. Ze gaan een teleconferentie beleggen met de geleerden van andere consortia. Het duurt 20 minuten om te organiseren.
In de tussentijd legt de geleerde uit dat de stasis armbanden bedoeld zijn om de inwoners van de stad te beschermen. De hele stad gaat in stasis om de eerste keren dat Aarde en Tanaïs tegen elkaar botsen te overleven. Die stasis begint electromagnetisch en gaat pas daarna over op de biologische wezens. De armbandjes zijn er om te zorgen dat mensen niet doodgaan door de discrepantie tussen het moment waarop anorganisch materiaal in stasis is en het moment dat organisch materiaal in stasis gaat.
Verder vertelt hij: “Onder de stad moet een plek zijn waar het Juice gebruikt is om Expulsion te bewerkstelligen. Verbruikte Juice laat afval achter dat als basis voor nieuw leven kan dienen. Juice is zeg maar de ziel van veroordeelde aliens. Het hogere zelf van de aliens wordt verbruikt en wat overblijft is alle lagere zelf. De ge-Juice-den waren individuen, maar door Expulsion is alle residu één poel geworden. Dus alle lagere aandriften van de ergste misdadigers van het universum geconcentreerd in één grote hive-mind. Door Expulsion komt dat residu ook nog eens tot leven, en door die parthogenese ontstaan de shiragi. En de shiragi hebben dus een hive-mind. Maar onze eerste taak is de Aarde te redden!”
Na dit verhaal realiseert Chang zich twee dingen: Daar waar Gwen en Claude terecht kwamen, zijn de shiragi van Aardematerie, maar ze zijn zó zoniumrijk dat ze op Tanaïs niet ontploffen. En ten tweede waar wij nu inzitten is een herbeleving zonder materie of antimaterie signatuur. Een soort Ground Hog Day. Van wat we hier bespreken kan Igrot niets weten. Van wat er bij de shiragi gebeurt weet hij waarschijnlijk bijna alles, vanwege de hive-mind.
De conferentie is nu on-line. Iemand van Dickles zegt: “Onze Witte Stad is op Tanaïs terecht gekomen. Dai is een inversie, het begin van zo’n speekseldraad.”
Gwan vraagt of zij iets weten van tijdreizen. We kunnen niet verder dan de stasis.
Risha vraagt naar contacten met de aliens. Daar weten deze wetenschappers niets van. “De expulsiemachine daar ging een brandstof in. Maar dat is een andere afdeling, waar wij niets van weten. Wat er over is, is geconcentreerd kwaad met een hive-mind.” Hij krijgt een korte uitleg. “Er zijn 5 stabiele dimensies, theoretisch is er een zesde. Er zijn nog zes opgevouwen tegen-dimensies, die we Calabi-you dimensies noemen.” (Wij weten dat die de knopjes zijn om de Hoogzetels, Veenzalen, de Black Spiral en zo te bedienen.) “Mocht het eindtreffen niet plaatsvinden, dan vindt er ook geen uitzaaiing plaats maar een Interruptus. Igrot heeft géén controle over die zesde dimensie. In één van die alternatieve werkelijkheden is er een oplossing. En als jullie die vinden is niet alleen onze wereld gered, maar kunnen andere werelden ook worden gered. ”
Hoe versterken we de natuurlijke afweer van een planeet? Waar dienen die speekseldraden voor? Wordt het een cyste? Een sponzige massa om de klap op te vangen? Het lijkt er op dat de speekseldraden alle zonium verzamelen. Risha vertelt over de godlingen. “Misschien spelen die een rol bij het verzamelen van zonium en het redden van de wereld,” zegt een jonge wetenschapper. “Dat kan het niet zijn!” roepen de gevestigde geleerden, “Metafysica! Foei!”
“Misschien zijn de andere steden ook op Tanaïs terecht gekomen als zaden voor speekseldraden,” oppert iemand.
De directeur neemt het woord. Hij zegt tegen ons: “Nu moeten jullie iets voor ons doen. Over anderhalf etmaal is de volgende klap en dan is de helft van ons dood. Ik wil dat jullie het gif neutraliseren hieronder, om ons ontwaken na de klap te vergemakkelijken. De shiragi grijpen periodes van chaos aan om zich te vermenigvuldigen. Zij overleven de klap als de werelden botsen. Het heeft iets met entropie te maken. Juice, dat was het kleur-deel van de aliens.” We beloven het, ook al weten we dat als we hier de volgende keer komen, we weer in de rode knop zaal zullen aankomen.
We vragen naar Teleutis. “Dat is van het Parallax Consortium. Die zijn hier niet aanwezig. Het is een heel grote privé organisatie, een zooitje schurken,” zegt een oud-medewerker, “Het kan hun niets schelen dat de wereld vergaat. Die satelliet is waarschijnlijk om daaraan te ontkomen. Ze hebben technologie van aliens gekocht. Nee, dat was niet Mollenslijm. Dit waren insectoïde levensvormen, schorpioenen en reuzenmieren en zo, die van plan waren om na de oscillatie een bepaald stofje te gaan oogsten. Uit wat ik hier hoor leid ik af dat het om zonium gaat. Parallax wilde geld verdienen met die aliens over de rug van de mensen heen.” We herkennen de oude levensvormen van Tanaïs.
We stellen de geleerden gerust en ze gaan in stasis. We gaan terug naar Werner Volker. Inmiddels is het rioolwater al omhoog gekomen. We lopen al tot onze enkels door de derrie. Wat gaan we nu doen? We kiezen er voor om in kaart te brengen hoe de shiragi tot stand komen. We kunnen steeds de stad in en uit om hun begin te zien en er achter te komen wat we tegen ze moeten ondernemen. Daarna willen we naar Teleutis.

+4xp = 32

Call of Cthulhu 20 + 21

Als de groep gebruik wil maken van de tunnels, zullen deze verkend moeten worden. Daarna moet er nagedacht worden over iets onbenulligs om te smokkelen, zoals bijvoorbeeld wijn of sterke drank uit Frankrijk. Ze nemen de ingang op het kerkhof. Ondergronds zijn er wat zijgangen naar graven in het kerkhof. Maar de hoofdgang loopt min of meer recht naar de centrale kamer waar de gate was. Her en der liggen onsmakelijke etensresten en er hangt een gore stank. Hier zal iets aan gedaan moeten worden. Vanuit de centrale kamer lopen nog 2 gangen. Ook zien ze een gewelf waar de gate gezeten heeft. Bij Percy en Penny lopen de rillingen over de rug, want er hangt nog een hint van de connectie met het thuis van de ghouls. Van de gang rechtdoor weten ze dat deze naar Whitechapel leidt, dus nemen ze eerst de andere gang aan de linkerkant. Deze gang heeft diverse zijgangen die uitkomen in kelders en parkjes. Vermoedelijk waren deze voor de jacht (voorbijgangers snaaien, een huis leeghalen). De gang naar Whitechapel heeft dezelfde zijgangen, maar loopt onder de Thames door en lijkt buiten Londen te eindigen. Ze besluiten om deze gang tot het einde te volgen, hetgeen een hoop lampolie kost. De gang eindigt bij een trap naar een metalen luik. Als ze luisteren horen ze niets. Penny probeert het luik te openen en merkt dat het van de andere kant vergrendeld is. Met haar koevoet forceert zij het luik. Zo komen zij in verlaten schuur, waarin opslagkasten staan. Ramen zitten onder de dakrand en laten voldoende licht binnen om bij te zien. Het is aardig stoffig in de ruimte maar, als ze er op letten, ze zien dat de ruimte van het luik naar de deur minder stoffig is. Er ligt nog een oude kist, met daar in houders voor granaten. Hieruit maken zij op dat dit een opslag van het leger was. Als ze vervolgens naar buiten gluren, zien zij een oefenterrein in gebruik. Op basis van de rode uniformen van de mannen bedenken zij dat dit van de Scarlet King is. Het is hoogst onwaarschijnlijk dat de ghouls hier naar buiten zijn gegaan. het kan hier niet ongezien. Daarbij is het ook een kamp dat bewaakt wordt. Het is overigens ook niet geschikt als eindstation van een smokkelroute. Ook al staat dit pakhuis afgelegen van de rest van het kamp. Ze besluiten dan terug te gaan. Voorlopig komen ze geen zijgangen tegen. de eerste zijgang die ze tegenkomen nemen ze en deze eindigt in een verlaten huis in het Londense East End. Ze realiseren zich dat het centrale gangenstelsel inclusief de zijgangen door de ghouls gemaakt zijn. En die zijn hier sinds het moment dat Lady Gwendoline ze opriep. Het laatste stuk naar de legerplaats is anders. Dit is waarschijnlijk in opdracht gemaakt. Ghouls hadden hier niets te zoeken.

Ze kijken of ze een van de uitgangen kunnen gebruiken. Er eindigt er eentje in een verwaarloosd pand. Percy zet hier zijn smokkelroute op. Besloten wordt om voorlopig in het hotel te blijven wonen.

Zo’n 2 weken later komt men terug van een theaterbezoek en krijgt te horen dat er bezoek op hun kamer wacht. Het blijkt een gouvernante met 2 kinderen, een jongen en een meisje, te zijn. Zij is eind 20 begin 30 en begint het gesprek: “Goedenavond, u begeeft zich op ons terrein!” “Ah, de Black King” roept Percy, “Wij moeten praten!” “Dat is zo”. Tijdens het gesprek stopt zij niet met haar haakwerkje. “U hebt zich op ons terrein begeven zonder uitnodiging. Daar zijn wij normaliter niet gelukkig mee.” “We zochten contact, maar wisten niet hoe dat te leggen.” “U had naar de Council House gekund.” “We hebben een boodschap voor de Black King en wilden niet dat de andere Council Members dat wisten.” Ze vraagt wat de boodschap inhoudt. De groep vertelt over de komende staatsgreep, de aanwezigheid van de ghouls en dat Lady Gwendoline Blackpool terug aan het keren is. Tabby en Tarjinder kijken ondertussen naar de kinderen. Ze zijn opvallend uitdrukkingsloos. Tarjinder probeert ze uit de tent te lokken met een kaarttruc. Als ze lachen ziet Tarjinder tot zijn schrik dat de mond van het jongetje gevuld is met messcherpe tanden. Bij het afscheid nemen ziet de groep dat zowel de gouvernante als het meisje de grond niet raken. Verder hebben ze ook niets aangeraakt.

Contact met de Black King en zelfs bewerkstelligd dat er een contract komt voor de tunnels. “We smokkelen nu legaal.”

Dan terug naar het echte werk. Percy gaat door met het bestuderen van Cultes des Ghouls”. Hij leert er flink wat van, tegen relatief lage kosten (-San) voor zijn gemoedsrust. Tarjinder en Penny willen geestelijk wat meer in evenwicht komen. Penny laadt haar geest op met behulp van cocaïne en Tarjinder gaat zich laten masseren en gaat mediteren. Tabby vindt een arts die ontspannende massages geeft aan dames met hysterische klachten. Ook dit helpt. Penny heeft uit het Liber Ivonis geleerd hoe ze een “gate” kan openen. Zij wil hiermee de gate naar de wereld van de ghouls openen, maar dit lijkt de anderen niet zo’n heel goed idee.

Nu hun smokkelroute loopt, dringt zich de vraag op wat ze verder gaan doen. Percy heeft de smaak te pakken en stort zich op het Liber Ivonis. Tarjinder wil zich hier ook in verdiepen, maar dat vindt Percy geen goed idee. Tarjinder kijkt wat hem betreft af en toe wat te verwilderd uit de ogen.

Binnen een week komt er weer bezoek. Dit keer is het een bebaarde man, duidelijk een arbeider, die met een zwaar Schots accent praat. Hij rolt een papier uit, waarin de termen staan waaronder zij gebruik mogen maken van de tunnels. Dit komt neer op 5% van de opbrengst. Het contract is te ondertekenen met naam en een duimafdruk in bloed. Ze vragen of het bloed van een persoon voldoet. Dit blijkt het geval. Vervolgens vragen ze of ze zijn bloed kunnen gebruiken. Als antwoord snijdt de man met een mes in zijn hand. Er komt, tot hun verbazing, geen bloed te voorschijn. Vervolgens snijdt Tarjinder in zijn hand en word het contract ondertekend. Ze tekenen met hun echte namen. De tegenpartij heeft al getekend en zij ontcijferen het als Selendes of iets dergelijks.

Hierna gaan ze verder met hun dagelijkse besognes en de vraag of er al meer bekend is over het concert in de Albert Hall. De mannen gaan weer naar het café van de musici. Er is intussen een bekende dirigent aangetrokken en de te spelen stukken worden ingestudeerd. Er is één minder bekend stuk. Hierin herkent de groep het gestolen manuscript. Penny en Tarjinder vragen naar de partituur. En Tarjinder, als altijd resultaatgericht, wordt de deur uit gezet wegens het doen van oneerbare voorstellen.

Er komt een bericht binnen van de Black King. Hieruit blijkt dat hij het niet ontzettend erg vindt als Victoria wordt afgezet, maar hij prefereert de status quo. Het bericht getuigt niet van een groot enthousiasme. De groep bedenkt dat de Black King erg goed op de hoogte is van alles dat zich ondergronds afspreken, dus zij sturen hem een bericht met de vraag of hij weet waar de ghouls heen zijn en of zij misschien een nieuwe gang geopend hebben.

Het studeren heeft Penny een aardige hoeveelheid spreuken opgeleverd, waaronder ook een aantal nuttige en niet al te verontrustende spreuken. Ze besluit om eens wat benodigdheden in te gaan slaan. Ze komt thuis met een jachtmes en een wierookbrander en verdwijnt daarmee in een kamertje. Vrij vlot daarna komen uit het kamertje vreemde aanroepingen en wierookdampen. Intussen heeft Tarjinder de beschermingsspreuk van Dave geleerd.

Ook arriveert het mysterieuze muziekstuk. Wat zou er mee kunnen zijn? Tabby herinnert aan het boek van William Booth. Penny besluit de partituur te onderzoeken. Na enige tijd realiseert zij zich dat het lijkt op een spreuk uit het Liber Ivonis. Die waarmee je een waanzinnige god genaamd Azatoth oproept. Deze staat beschreven als de god wiens iedere wens direct wordt uitgevoerd door Nyarlathotep. Deze god moet opgeroepen worden in de open lucht en dit is extreem gevaarlijk (kans dat de wereld vergaat). De groep vraagt zich af waarom de coupplegers zoiets zouden willen doen en, belangrijker zelfs, wat doe je ertegen. Tarjinder stelt voor om Azatoth zelf op te roepen, zodat hij daar niet opgeroepen kan worden. Dat lijkt de rest niet zo’n goed idee. Optie 2 is de muziek aanpassen. Dit gaat moeilijk worden aangezien de partituren al zijn uitgedeeld. Tabby stelt voor om een publiekscampagne op te zetten: Britse muziek op dit Britse feest! Eigen componisten eerst! Om hieraan toe te voegen : En Duitse! wegens de afkomst van prince Albert. Maar in ieder geval geen Italiaanse. Ze begint enthousiast met het schrijven van een brievencampagne.

Besloten wordt om ook de Earl en Prof. Green te informeren dat er aanwijzingen zijn dat onverlaten een aanslag willen plegen tijdens het jubileumconcert. Tabby schrijft een zorgvuldig geformuleerde brief aan de Earl of Huntingdon.

Er wordt een bezoek gebracht aan Prof. Green. Deze is een tijdje op het continent geweest. De spreuk met hem besprekend, realiseren zij zich dat de Royal Albert Hall en glazen dak heeft. Als dit kapot gemaakt kan worden, is ook de conditie ‘open lucht’ vervuld. Ook realiseren zij zich dat, alhoewel zij wisten van de te plegen staatsgreep, een aanslag bij het concert over 2 weken niet strookt met de tijd die nodig is om Lady Gwendoline ‘af’ te krijgen. Maar misschien willen de samenzweerders haar niet op haar machtigst, maar machtig genoeg om nuttige spreuken te kunnen doen. Prof. Green stelt voor om tijdens de opvoering een brandalarm te doen afgaan. Een echte brand is niet nodig, maar rook ontwikkeling is wel van belang.

Dit voornemen is mooi, maar daarmee hebben ze Lord Blackpool nog niet te pakken. Hoe kunnen ze hem met deze kennis aan het kruis nagelen? Hij zal vast zichzelf beschermen tegen Azatoth met bijvoorbeeld een beschermende spreuk, of weggaan. Hem pakken en de aanslag voorkomen zal niet lukken. Voorkomen is belangrijker. Maar voorspellen dat hij wegblijft of weggaat voor het betreffende stuk geeft in ieder geval een aanwijzing voor de Earl. Het laatste hebben ze het liefst. Maar hoe ga je hem verbinden aan een aanslag die je gaat stoppen? Mannen en explosieven rond het glazen dak zijn bewijs en daarvoor hoeft de aanslag niet door te gaan. Hoe zorg je ervoor dat Lord Blackpool er is? Zodat hij voor het betreffende muziekstuk, zoals zij voorspellen, zal vertrekken. Het plan is om de Earl of Huntingdon in te schakelen, zodat die er zorg voor kan dragen dat Lord Blackpool, als lid van de hofhouding, een taak te verrichten heeft waarvoor hij aanwezig moet zijn. Ze kondigen ook aan dat zij een ontruiming zullen forceren door middel van een brandalarm als het echt nodig is. Ze sturen wederom een zorgvuldig geformuleerde brief naar de Earl, maar ditmaal eentje met meer informatie betreffende hun plan. Ook wordt er een brief naar de Black King gestuurd, waarin ze vragen waar de ghouls gebleven zijn en waarin ze ook Azatoth noemen en hun poging om het oproepen daarvan te voorkomen. In de tussentijd gaan ze onderzoek doen naar hoe de ramen geopend kunnen worden. Hiertoe gaat Dave aan de slag als klusjesman.

De Earl antwoordt dat hij hen hun gang laat gaan. Wel benadrukt hij dat hij iedere flinter van bewijs, hoe klein ook, in handen wil krijgen. Ook komt er een antwoord van de Black King: “Bad news. Will help.” getekend: Selymes.

Tanais serie 2 sessie 131

7e dag vijf uur ’s middags.
Gwan maakt een portaal naar de woestijn 20 km buiten de stad Alexandrië. We verschijnen op een zandweggetje. Met een beetje doorlopen komen we tegen tienen bij de poort van de grote bibliotheek. Marmer, zandsteen, kostbaar hout. Na de ballotage vragen we de aan ons toegewezen bibliothecaris om informatie over de goden. “Dat is de halve bibliotheek.” Bovengoden dan. Hij wordt een beetje nerveus. “Er is een kamer met alles wat vreemd is.” Hij vindt het een gevaarlijk onderwerp. Als Risha zegt dat we door de hoofdbramaan van Satem hierheen gezonden zijn bedenkt hij dat we shamanen zijn, boerenkinkels, en dus niet beter weten. Hij leidt ons naar de kamer. Gwan zet de tijd stil en we kunnen op ons gemak zoeken. “Goden boven de goden”, dat is blasfemie. Er is tweeduizend jaar geleden een zekere Hippocrites gestenigd omdat hij deze ketterij verkondigde. We vinden een geschrift van zijn hand waarin hij als magiër in Euboia vijf ‘daemones’ beschrijft die in zijn oproepdriehoek verschenen. Eén is stabiel vrouwelijk, vier knipperen van mannelijke naar vrouwelijke vorm. “Wij komen van voorbij de tijd, uit de baarmoeder der goden. Waar zijn de bovengoden?” Hippocritus maakt een gebaar en ze zijn weer weg. Daarna begint hij een cultus.
Die daemones, dat zouden wij wel eens kunnen zijn geweest. De tijd wordt weer aangezet. De bibliothecaris verschijnt weer, maar hij ziet er anders uit. Gwan realiseert zich dat er net zo’n shift is geweest als we aan het einde der tijden hebben meegemaakt. Dat komt door het volledig stilzetten van de tijd. Blijkbaar is er nog een tweede tijdsdimensie.
“Zo, zijn jullie al klaar? Dat is toch veel te snel.”
“U had gelijk, dit zijn allemaal rare boeken. We willen liever zoeken op Euboia, Oproepingen en Hippocritus.”
Risha krijgt een standaard grimoire over oproepingscirkels en -driehoeken. Echt een theorieboek voor een beginnende sorceror. Precies wat hij nodig heeft.
Claude vindt wat meer over Hippocrites. Hij was volgens een tijdgenoot een alchemist die op zoek was naar “zuivere elementen”. Het was bekend dat goden die de zelfde naam dragen op verschillende plekken, niet helemaal hetzelfde zijn. Na het verschijnen van de vijf daemones begon hij over Goden achter de goden. Hij wordt uiteindelijk als ketter gestenigd en al zijn werken worden verbrand. Het boek dat wij van Hippocrites vonden is het exemplaar van de Alexandrische bibliotheek, die heeft het overleefd omdat de bibliotheek nooit een boek wegdoet. Maar ons verschijnen heeft geen geschiedenis geschreven. Eén boek is daarvoor weliswaar genoeg, maar Igrot heeft dit incident blijkbaar niet opgemerkt.
De baarmoeder der goden. Wellicht is dat een goede plek om naartoe te gaan. Risha zoekt eerst nog even op Siderials. Daar is niet veel over. Wel vindt hij een verwijzing naar de Witte Raad en Mount Paradise. Daar hoopte hij op! Door de herinnering aan deze tekst zal een leugendetectiespreuk niet aanslaan, als hij de bibliotheek noemt wanneer er gevraagd wordt hoe we van Mount Paradise weten.
Gwan maakt om zes uur op dag 8 een portaal naar dezelfde plek als waar we de eerste keer aankwamen. We lopen de berg verder op. De raadszaal is en niet. Hier is een kleine kapel onder de spleet met het standbeeld. Voor de kapel zitten twee mannen te kletsen: Imhotep en Bindur. We horen waar ze over praten: vreemde gebeurtenissen in Soul. een roddel dat Der Alte het spreukenboek van Phanton, toen die nog jong was, in een gierkelder heeft gegooid.
“Hé gasten! Goedemorgen,” zegt Bindur, “komen jullie mee ontbijten?” We merken dat we magisch gescand worden. “Zijn jullie die nieuwkomers? Fijn dat jullie je komen aanmelden. De meesten doen er een paar duizend jaar over. Er gaan verhalen over jullie.”
Claude vraagt of de spion al is gevonden.
“Spion?”
“De infiltrant van de Abyssals.”
“Nee, die is nog niet gevonden. Misschien moet je wat minder hoog van de toren blazen. Je bent op dit moment een olifant in een porseleinkast.”
We overleggen even in de Mindlink. Wat zeggen we wel en wat zeggen we niet?
Chang vertelt: “We hebben een verwijzing gevonden in Alexandrië naar ene Hypocrites.” Hij benoemt en beschrijft de bovengoden. Bindur vindt het maar een vaag verhaal. Het enige wat hun wat zegt is de kraamkamer van de goden.
“Die is hierboven.” Hij wijst naar de kloof. “De goden zijn maar voor het gewone volk. Godlingen moeten eerst langs de tovenaars. an kunnen ze een kleine post bereiken en zich omhoog werken.”
Risha vertelt over het onderzoek van Hippocrites. We mogen een kijkje nemen bij de spleet. Daar ontdekken we dat Imhotep en Bindur de Color-dimensie niet kunnen waarnemen. “Hier komen de godlingen uit,” zegt Imhotep, “en héél af en toe mensen. Niemand heeft er een verklaring voor.” (Dat laatste liegt hij.)
We laten Karel achter bij de twee Siderials en gaan samen met Chantal de kloof in. Waar het smal wordt stappen we ‘opzij’. Dat vindt Imhotep interessant. We komen aan in een gouden gloed, de ’shallows’. Het is ijl en leeg, de uitgang. Van hier volgen we een gouden draad/stroming naar boven. We hebben [Prime + Color] nodig om hier te navigeren. Met [sense Spirit] voel je hier een wasem van geliefden die in extase bij elkaar komen. Dit is de tantra zone. Verderop krijgen dingen weer een vorm. We zien een soort eierstokken en gaan naar die aan onze kant. Hier is een overdaad aan zonium. We zien anima en animus bij elkaar komen en daar rijpen de godlings.
Claude en Risha maken een pak van zonium voor Chantal. Het past perfect. Dan infuseert Risha zijn orichalcum harnas en de twee moonsilver machetes met zonium, zodat hij ze mee kan nemen naar de andere wereld. Dat vindt Claude een slim idee en de andere wapens en wapenrustingen worden ook behandeld. Daarna bekijken we de geboorte van een godling. Die zwemt naar de uitgang, nog onbewust. maar dit zijn goden, geen boven-goden. We kunnen nog verder gaan. Tussen de twee eierstokken is een pulserende diamant. Die resoneert met de glimmende poort waar we op het einde in gesprongen zijn. Het heeft alle kleuren tegelijk en zelfs de [Alternate-Time] die Gwan heeft ontdekt. Als je er in kijkt zie je een caleidoscoop van werkelijkheden. Dit is niet Igrot, dit is de Vajra. De beste vergelijking is de blinde vlek in een oog. Hier kan Igrot ons niet zien. Hier voorbij stroomt de gouden gloed richting Aarde, waar de rijpende eitjes uiteindelijk advertenties worden. We filosoferen over wat we op Aarde kunnen doen. Risha stelt uiteindelijk voor om geen wereldschokkende dingen te doen, want dan schrijven we geschiedenis. Gewoon Chantal de andere wereld laten zien. Sightseeing in een Blue Collar stad met Splicers en Bionics en Printable People.
We komen aan in een kamer. De mensen sluiven opzij. Het is een soortement kantoor en er hangt de onmiskenbare geur van de Hardware Legacy. We zijn aanbeland bij een hoog echelon advertentiemakers. Eigenlijk wel logisch. Chantal gilt. Claude roept “Inspectie!”
“Wie zijn jullie?”
“Onze namen behoren niet tot jullie clearance.”
Chang kalmeert Chantal ondertussen. Maar daardoor komt ze in de toestand dat ze voelt dat haar soulmate hier ergens is. We suggereren met [Mind] dat onze Tanais-gedaantes Avatars zijn. Ze ontdooien en laten hun huidige project zien. Ze zijn bezig aan het space-game. Wij veranderen in onze Aarde-personen. Claude inspecteert het spel en ontdekt een imbalans. Er zit een in-game oorlog aan te komen en daarin is de ene kant veel sterker dan de andere. Spelers op het niveau van de gewone soldaten zullen afhaken en overstappen op Grand Theft Auto. Hij wijst ze op de fout, en hoe ze kunnen corrigeren zonder dat het hun wordt aangerekend. Daarmee snappen ze meteen waarom hij inspecteur is. “Goed punt! We gaan er rekening mee houden!”
Chantal zeurt wanneer ze haar soulmate nou eens kan ontmoeten. “Hoe ga ik dit aan Karel zeggen?”
Chang wil op de terugweg een godling uit deze eierstok observeren. Risha denkt dat de diamant veel interessanter is. Hij stelt voor om Chantals’s obsessie met haar soulmate te dempen. Als ze verenigen, dan wordt ze misschien een godling of een exalt. En dat willen we niet.

– Het tijdverschil tussen Tanais en Aarde is op dit moment 1 uur = 1 dag. Maar met Gwan’s [Time] magie kune we het wel gelijk schakelen.
– Risha hoopt/verwacht dan we, als we via het kristal gaan, bij Hipocrites uitkomen.

4 xp