Tanais – 3

We passeren de poort van het kasteel naar het priesterdorp, op zoek naar het vuur van Shachri. Aan de andere kant van de brug liggen skeletten op de straat. Ze zien er vreemd uit, de botten liggen door elkaar en het lijkt wel alsof ze deels door zuur zijn opgelost. Best wel creepy. Maar het is ook vredig. De vogeltjes fluiten. De deuren van de woningen aan de straat staan alle open. We zien aan weerszijden van de weg poorten die naar de omheinde binnenplaatsen van de huizenblokken leiden. Overal zijn vernielingen aangericht en er is geplunderd. Op de binnenplaats aan de linkerzijde zien we een grote boom met vernielde strijdwagens er onder, ze waren verguld, maar het meeste goud is er van afgesloopt. Er zijn drie stallen met skeletten van paarden, vreemde paarden. Eentje heeft een schedel waar een hoorn afgezaafd lijkt te zijn, de andere heeft acht benen. De dieren lijken te zijn verhongerd. De derde stal is leeg. Er is geen vuur onder de boom, maar wel een groot offerblok en een stenen kom om ghee in te branden. Gwan kijkt rond en hij vind een aantal afbeeldingen, een soort stripverhaal op de muur. Het is het verhaal van de kroning van een Shintasta koning: eerst wordt een vrouw met een gevleugeld paard onder een deken afgebeeld. Dan wordt het paard aan stukken gesneden en in een ketel gegooid. De laatste afbeelding is van de jonge koning die een bad neemt in de ketel met de stukken paard en het het bloed. Als Risha het ziet, wordt hij misselijk. Is dat het ritueel wat zijn broer heeft ondergaan om koning te worden? “Nee,” zegt Claude, “de pest is hier uitgebroken omdat de leider van de Soulfield revolutie zichzelf hier tot koning heeft gekroond.

De binnenplaats aan de overkant van de straat is een bos. Aokigahara_suicide_forest_11 Aan de bomen hangen skeletten, er staan schedels op spiezen en overal liggen beenderen. Risha loopt naar binnen. In het midden van de tuin staat een bronzen beeld met drie gehoornde gezichten die in lotushouding zit. Hij herkent hem als Pashupati, de heer van het woud. Voor het beeld is een gat in de grond waar plengoffers in gegoten zijn. Dit is een maantempel. Tussen de bomen zien wij sterren en het Noorderlicht. De botten hier zijn van verschillende ouderdom. De oudste zijn van ongeveer 15 jaar voor de revolutie, nog oudere offers lijken in het verleden te zijn opgeruimd. Er is een toename in het aantal offers in de aanloop naar de Soulfield revolutie en alleen de botten van na de revolutie zijn aangevreten door zuur. Het is laat. We gaan terug naar de stallen en gaan slapen.

De volgende ochtend zegt Risha dat hij en zijn volgelingen de gewoonte hebben om ’s morgens de buit van de dag ervoor te verdelen. Hij geeft de zilveren machete aan Gwan en de jaden bol aan Claude. Zelf wil hij de ijzeren skeletvinger wel hebben en omdat hij de enige is die kan schrijven, krijgt hij ook het orichalcum wasplankje. Chang hoeft voorlopig niks. De onverdeelde buit gaat terug in de rugzak. Dan gaan we naar de vollgendde binnentuin. Deze ligt 30 m diep en heeft gladde, onbeklimbare wanden. In de verte, in het midden ligt iets kapot op de grond, maar het is van hieraf niet te zien wat. Noorderlicht33 Het is nog steeds donker en er hangen groene en paarse gordijnen van licht in de lucht. Vage onverstaanbare stemmen klinken luider en zachter met de bewegingen van het Noorderlicht

Het volgende huizenblok is helemaal dichtgebouwd met een massief tempelachtig gebouw. Er zijn drie grote poorten. Waag_leiden_015 (Waag vanuit Boterhal) De middelste leidt naar een grote lege ruimte. Er liggen wat kapotte amforen waar ooit geld in gezeten heeft, een kapotte tafel en kapotte weegschalen. Het is een soort bankgebouw. In een hoek vinden we een gouden muntje dat door de plunderaars over het hoofd is gezien. De andere twee poorten leiden naar minder imposante zalen. Eentje was voor zilvergeld, die is ook vrijwel helemaal geplunderd, en de andere voor kopergeld. Dit hebben de plunderaars blijkbaar niet meer de moeite waard gevonden. De tientallen kruiken met bronzen munten zijn nog heel. Gwan en Risha zijn behoorlijk sterk. Ze kunnen ieder twee kruiken dragen, dus dat gaat ook mee. De gewone huizen in deze wijk zijn vrijwel allemaal ateliers voor metaalbewerking. We vinden werkplaatsen voor alle mogelijke metalen. Het gereedschap draagt als priesterteken een eik.

Dan komen we aan bij een enorm National Ceremonial Plaza, Thimphu ,Bhutan ceremonieel plein met een grote vuurplaats in het midden. De ketel die daar ooit hing ligt er kapotgeslagen naast. Er liggen botten van een gevleugeld paard tussen de scherven. “Ik ben benieuwd of mijn broer ook in een dood paard gedoopt is,” mompelt Risha terwijl hij de resten bekijkt.

De volgende wijk omsluit brouwerijen en wijnpersen. Chang vindt een grote schat: een vat 30 jaar oud bier dat nog drinkbaar is.

Het Zuiden van het stadje is van het Noorden gescheiden door twee grote weidevelden die van elkaar gescheiden zijn door een tempelplein. Op een van de de verwilderde grasvelden vinden we botten van koeien en een installatie om van boter ghee te maken. Het plein in het midden bevat een maansikkelvormig altaar. Er staat een beeld achter van de godin Agnes, een wat oudere vrouw. Het altaar heeft een gat in het midden, waar vroeger gas uitstroomde. De doorgang buigt onderin af naar het Zuiden. Nog heel vaag kan Claude een mestgeur waarnemen. Deze ‘eeuwige vlam’ is uitgegaan omdat de gastoevoer niet meer werd onderhouden.

Het Zuiden van de stad heeft twee wijken van vrouwenverblijven omgeven door weverijen en andere werkplaatsen Topkapi Harem Entrance waar stoffen verwerkt worden, die ook weer door een tempelplein van elkaar worden gescheiden. In de letters van Shintasta staat er boven de toegangspoorten van de vrouwenwijken: “Vervloekt zal hij zijn die hier binnentreedt.” Het is maar goed dat een van ons kan lezen. Claude vindt vrouwen en vervloekingen eng en hij weigert bij de serail naar binnen te gaan, dus we gaan maar verder. Op het tempelplein vinden we een standbeeld van de god Shachri en een + vormig brandaltaar. In het zundgat zien we dat het gaskanaal aftakkingen heeft naar Noord, Zuid en West.

Ten Zuiden van de vrouwenverblijven zijn drie enorme pleinen rondom de toegangspoort van de priesterstad.

Op het prachtig betegelde linkerplein vinden we een groot bronzen beeld van een man met een paardenhoofd, de Groene Man, plus een heleboel kapot geslagen strijdwagens en paardenskeletten. Verder hangen hier allemaal lintjes en het plein ligt vol met wassen poppetjes en andere kleine offergaven van mensen die blij waren dat er een wens vervuld is. Risha vraagt waarom de strijdwagens en de paarden allemaal kapot zijn. Gwan vertelt dat de Revolutionaire Raad het taboe heeft verklaard om in zo’n wagen te rijden. Dat was namelijk een symbool van de Shinkasta macht.

Het middelste plein heeft een ronde vuurplaats met een kapot beeld van de godin Ushas. Images12 Als we in de buurt van het beeld komen, wordt het gekerm luider en het Noorderlicht wordt wilder. Heel dichtbij kunnen we het woord “Help” verstaan en Claude heeft zulke goede oren dat hij zelfs de stem herkent van Chantal Catchfly. Risha vindt dat we haar moeten gaan zoeken en helpen. “Ze is van huis weggelopen, en ze roept om hulp. Het is mijn verantwoordelijkheid om haar te helpen!” Maar de anderen overtuigen hem ervan om eerst deze klus af te maken.

Het grote plein ter rechterzijde bevat eveneens een beeld van een man met een paardenhoofd. Deze heet Kanesh. Ook dit plein ligt nog vol met offergaven. We hebben nu de hele stad onderzocht, maar het heilige vuur hebben we nog niet gevonden. De drie vuurplaatsen zijn uitgegaan en we hebben nergens een aanwijzing gevonden waarvandaan de vuren van deze stad ontstoken waren. De enige plek waar we nog niet hebben gekeken is de harem. En we hebben wel gezien dat er vanaf de vuurplaats van Shachri nog een gasleiding naar de Westelijke serail voerde. Dus ondanks Claude’s bezwaren gaan we er toch maar naar toe.

Bij Claude heeft het bijgeloof het gewonnen, hij blijft buiten. Risha gaat als eerste naar binnen. Tot een paar jaar geleden woonde hijzelf ook nog in de harem van zijn vader en hij gelooft niet echt dat het gevaarlijk is. Maar eenmaal binnen voelt het unheimisch. Na een paar stappen trekt het bloed weg uit zijn kruis. Gwan en Chang, die hem gevolgd waren, merken hetzelfde. Gwan rent snel weer naar buiten, maar de vervloeking is al in werking getreden. Het blijft daarbeneden krimpen en wordt koud en gevoelloos, net als bij Chang en Rishi. Omdat naar buiten gaan de vloek niet omkeert, besluiten ze om de serail te blijven onderzoeken. Zij gaan door en vinden een heleboel skeletten. Er zijn veel diverse sleepsporen, ook heel recente. De skeletten hier zijn ook door zuur aangetast. Ergens in het midden vinden we een overkoepeld gebouwtje met daarin een vervuilde vuurplaats. Ook hier is het vuur uitgegaan. Er ligt een hele kluwen grote duizendpoten in de vuurkuil te slapen. De wanden hier zijn half opgelost door een sterk zuur. Drek en viezigheid hebben het vuur gesmoord. Een beetje logisch nadenken brengt ons op de gedachte dat deze beesten de oorzaak zijn van de sleep- en zuursporen. Waarschijnlijk hebben ze hier hun nest gemaakt omdat het heilige vuur lekker warm was, maar hun uitwerpselen hebben de gastoevoer geblokkeerd, waardoor de vuren zijn uitgegaan. We laten ze maar met rust. Wat wel heel interessant is, zijn de afbeeldingen aan de binnenkant van de koepel. Hier zien we namelijk dat het vuur ooit ontstoken is aan een heilig vuur dat brandt in een tombe. Een grafheuvel in de Shintasta Barrows, die de naam “Ostrongoth” draagt. Risha herkent de naam van Ostrongoth als die van de eerste koning, zijn stamvader. Bij afwezigheid van een levende vlam, is deze informatie wel waar we voor gekomen zijn.

Maar we willen wel nog even weten wat er in de diepe kuil in het Noorden van de stad te zien is. Uiteindelijk weten we voldoende touw bij elkaar te sprokkelen en Risha klautert naar beneden. Onderin ligt een kapot stenen beeld van Mutri, de hemelgod met vier armen. Hij staat voor de hemel overdag, contracten, vriendschap en strijd. De ‘band of brothers’. Er is iets weggevallen wat er eerst wel was. En toen dat wegviel, is hier de hele grond omlaag gevallen. Maar in tegenstelling tot de rest van de gebeurtenissen in dit stadje, is dat pas een paar dagen geleden gebeurd!

We slapen en gaan daarna te paard met onze buit terug naar Archat. Een etmaal later komen we bij de stadspoort aan. De ontvangst is vriendelijk, maar lauw. We mogen nog niet naar de Revolutionaire Raad, want die zijn in vergadering met de Orde van de Achtvoudige Ster. Dus gaan we maar naar The Whistling Boar. Chang, Gwan en Risha merken dat ze nog steeds geen seksuele gevoelens hebben, de vloek lijkt niet vanzelf over te gaan. Dus daar moeten we echt wat aan doen.

Weerwolf 15

Ver van het voormalig concentratiekamp mediteren de garou om 'gnosis' terug te krijgen. Daarna gaan we naar de steengroeve. Die heeft vanuit de steenput een aantal mijngangen die de bergwand invoeren. We volgen de sporen een van die gangen in. Die eindigt in een soort kathedraal-achtige ruimte. Tegen de achterwand staat een enorm blok graniet. Enig onderzoek wijst uit dat het blok vrij gemakkelijk verschoven kan worden (gemakkelijk voor een weerwolf, niet voor een gewoon mens). Daarachter vinden we een gang die een beetje omlaag loopt. De gang ruikt bedompt, naar wier en algen. De algen op de wand geven een groenig licht. De gang is heel erg lang. Volgens Otaktays apparaatje blijven we op aarde en we lopen in langzaam kleiner wordende spiraal naar een punt ver onder ons. Het licht wordt steeds helderder en de geur van zeewier, zout, algen en natte hond neemt steeds meer toe. Na een minuut of 20 komen we in een grote ruimte die helder verlicht wordt met grote bollen algen. Een groot blok steen is aan een zijde gepolijst en met zilver tot een spiegel gemaakt. Om de spiegel staan karakters in een oud garou schrift en aan weerszijden staan manshoge witte beelden van huilende wolven. Dit is pure weerwolvenmagie, puur Black Spiral want de magie zelf is gecorrumpeerd geraakt.

Dan horen we het geluid van voetstappen aankomen en gegrom. Manual_kobold We verschuilen ons en dan zien we een groot groen half hond, half varaan wezen aan komen. Hij springt de ruimte in en tikt een steen voor de spiegel aan. Vanuit de spiegel steekt een black spiral weerwolf zijn bovenlijf in de ruimte, steekt zijn hand uit naar de varaan en trekt hem erdoorheen. Het valt op dat de garou helemaal droog was. Juan leest wat er rond de spiegel geschreven staat. Een aantal tekens zijn veranderd richting de Wyrm. Het is een beschrijving van het veilige realm van de White Howlers Black Spirals, een leerschool voor filosofie Wyrm. Hij krijgt een visioen van kraaienen zijn geest wordt meegevoerd naar het verleden. Daat ziet hij de laatste White Howler door het realm rennen, het is een nexus van doorgangen. Hij kiest er een en Juan ziet hem uit deze spiegel komen. Hij rent naar rechts en krast een lang verhaal in de muur. Dan pakt hij een zilveren daiklave en snijdt zijn eigen strot door. Daar houdt het visioen op. Juan maakt de muur schoon en vindt daar het verhaal: "Er werd een deur geopend waardoorheen een heel oude tovenaar kwam, doorweekt van kwaad zweet, die de White Howlers uitnodigde naar hem te komen om wijsheid en verlichting te leren. Het is een plot van de Wyrm. Of wordt de Wyrm misschien voor de gek gehouden door de oude man?" De tekst is oud, pre Galarius. Juan schat dat deze gebeurtenis rond 500 n.Chr. plaatsvond. Otaktay vindt een oeroud skelet. Dat zal de laatste White Howler zijn. Hij trekt zijn jasje uit en wikkelt de beenderen er eerbiedig in, waarbij hij zich bijna snijdt aan een vlijmscherp zilveren dolk.

Als we eerst door een realm van Black Spiral Dancers heen moeten voordat we bij het realm van Galarius komen, dat kunnen wij niet zelf. Dan hebben we een heel leger garou nodig. We keren terug naar boven. Hoe komen we zo snel mogelijk terug in New York? Zelfs over een maanbrug is het nog een enorme afstand. Jim bedenkt zich opeens iets. "Edna, kun jij de Glass Walkers bellen en vragen of ze ons kunnen komen ophalen met de Air Wolf?"
Ze krijgt Jet Fire aan de lijn en legt kort uit wat we willen en waarom. Ze kunnen er binnen een uurtje zijn.

Als we eenmaal weer boven zijn zien we inderdaad na een tijdje een helicopter uit de bergwanImages11d komen. Allerlei banes, wyrmgeesten, die er mee meeliften worden er afgeschoten en dan landt de chopper. Big Money, de theurg annex boordschutter hangt uit het luik en roept dat we snel moeten instappen. Als we binnen zijn stelt de piloot zich ook voor. Hij heet Mental en is ahroun. Edna kan met computers en vuurwapens omgaan, dus zij mag de andere geschutskoepel bedienen. Dan vliegt het apparaat weer de umbra in.

Het is hier enorm druk met banes. Ze moet er even inkomen, maar al snel schiet Edna net zo enthousiast banes neer als Big Money. Haar grote overwinning is een soort banedraak. Gelukkig vliegt de Air Wolf enorm snel. De Atlantische Oceaan glijdt onder ons. Hier is ook in de umbra niet veel te beleven. Jim vertelt ons verhaal. Na enige uren zien we de umbra skyline van New York naderen met de maanbrug onder de halve maan. We landen op het heliplatform van de Apple Store. Daar spreken we met de Glass Walkers af dat we voor morgenavond een moot bijeenroepen. Zij zullen er aan meewerken. We gaan naar de mootboom om de aankondiging er in te krassen en zien dat de oude convocaties alweer gewist zijn. De boomgeest houdt blijkbaar alleen courante aankondigingen aan. Na de moot geneest de boom weer.

Vervolgens gaan we langs bij de Elders in de bibliotheek. Een paar flessen drank, daar zijn ze blij mee. We vertellen ons hele verhaal. Juan vertelt ook over de laatste White Howler en Otaktay laat het gebeente zien.
"Dat verhaal blijft onder ons. Hebben jullie de botten ook aan de Glass Walkers laten zien?"
"Nee, maar we hebben ook dat deel van het verhaal wel verteld in de helicopter."
Jim stelt voor om hem te begraven in de dreamcairn. Dat vinden de Elders een goed idee en we moeten het meteen uitvoeren. "Zolang ze niet weten waar hij begraven is, kan niemand er mee aan de haal."
De Elders laten ons beloven dat we er behalve met hun nooit met iemand over zullen spreken. Dit komt in het deel van de Litanie dat alleen voor Elders bedoeld is. De lokatie van het graf mogen we alleen aan onze laatste erfgenaam of leerling vertellen. Maar we krijgen de volle eer voor het meebrengen van de beenderen en het vertellen van het verhaal van de Laatste White Howler. Dan gaan we naar het huis van Silabar en Otaktay mag de boekenkist van Morgan the Wise weer dragen. Het is zwaar, maar hij lacht er om en vertelt hoe hij het beeld van Thoth door Alexandria heeft gesjouwd.

In het huis van Silabar zijn de geesten erg beleefd Apr2_trogs5 tegen de Elders. De cockroach geest laat ons door en we komen bij de grot met de oeroude schilderingen. Otaktay en Jim veranderen hun handen in klauwen en beginnen een graf te delven. Onderwijl krast Morgan een tekst in een stenen tablet. De beenderen worden voorzichtig uit het leren jasje gehaald en samen met de zilveren dolk en de steen in een rode doek gewikkeld, en in het graf gelegd. De garou huilen voor de overledene. Daarna gooien we het graf dicht en Morgan slaat er met een van zijn stenen boeken op. De grond is weer hard en ziet er onverstoord uit. "Mocht hij weer uit het Silver Lake komen, dan weet hij waar hij moet zijn."

De volgende morgen komt de Wendigo antropoloog langs. Hij heeft het harnas van Jim gerepareerd en vertelt enthousiast over hoeveel hij heeft kunnen behouden van het oude harnas en de magische tekens. Hij komt naar de moot en zal voor Jim een Wendigo meenemen die hij mag uitdagen voor een gevecht om rang 3 te worden. Jim zegt dat we van de Elders een deel van wat we hebben meegemaakt niet mo
gen vertellen. De antropoloog heeft daar begrip voor en laat Jim alle stukken die niet voor de openbaarheid bestemd zijn, van de opname armband wissen.

Daarna bezoeken we Richard Burton. Gail doet open: "Hoi" Ze is nog niet helemaal toonbaar. Maar dat is niet iets waar weerwolven zich iets van aantrekken. In het lab staat nog steeds het stasis veld met de afgaande bom.
"We hebben een plek waar je die kunt laten afgaan."
Nadat we Burten en Gail de uitleg over Groxcexb2 Rosen geven, zegt ze "Geen wonder dat jullie garou zo over de rooie gaan als wij het hebben over gevallen mages."
Burton weet van de Karnakkianen. Hun vloot kan pas naar de onderwaterwereld als we weten waar in de umbra die te vinden is en daarvoor is een verkenningsmissie nodig. Als de doorgang in de basis van de White Howlers ligt, moeten we eerst die veroveren. Lekker makkelijk! Juan adviseert Otaktay om de gift Scent of Sight te leren, dan kan hij ook in Juans magische duisternis zien.
"Hebben jullie bij de Barabbi nog artefacten gevonden?" vraagt hij
"Ja, dat amulet om wonden te transfereren"
Gail vindt het maar een eng ding en Burton adviseert haar om maar even weg te gaan. Daarna zegt hij: "Al deze voorwerpen zijn typerend voor onze Tradities, maar er zit een zwart element in. Dat amulet is bijna helemaal zwart met een klein beetje Verbena en daarom is Gail er van overstuur. Ze herkent de magie, en de corruptie is erg verleidelijk. Die dobbelstenen zijn voor Entropie."
Hij denkt even na en vraagt: "Mag ik deze dingen onderzoeken om er achter te komen wat die zwarte sfeer is?"
Ja, dat vinden we wel goed. UmbraGIF Daarna gaat het gesprek verder over de concrete details van de aanval op de Black Spiral Dancers. Als we hun wereld binnengaan, moeten we een manier hebben om te communiceren met het thuisfront. Burton haalt de Dreamspeaker Lachende Adelaar erbij. Die kan een fetisj-apparaatje leveren waarmee we door de umbra heen met Burton kunnen communiceren. Hij is goed in cross-over denken en samenwerken. Lachende Adelaar heeft een theorie dat nephandi geen echte magiers zijn. Daarvoor zijn ze te sterk. Hij denkt dat ze hun krachten hebben gekregen van demonen en dat ze dus ook echt andere krachten hebben dan van magiers, zoals die zwarte Sphere.

Tanais – 2

We worden wakker van een groot alarm. Bandieten vallen het stadje aan en we helpen mee aan de verdediging. Maar ze zijn met teveel en we worden al snel uitgeschakeld. Als we weer bijkomen liggen we nog bij de stadsmuur en een kleine menigte staat ons aan te gapen. Risha en Chang zijn het eerste bij kennis, tot hun verbazing geven ze zonnig licht. De mensen om ons heen lijken vriendelijk, maar ze zijn ook bang. De stemming zou zomaar om kunnen slaan.
Wat is er gebeurd?” vraagt Risha.
De zon is niet opgekomen en jullie geven licht.
Gwan is inmiddels ook bij. Hij weet zich een legende te herinneren. Als de godin Ushas (de dageraad) dood gaat, dan kan de zon niet meer opkomen. Er wordt gemompeld in het publiek: “Zouden zij de zon hebben ingeslikt?
Gwan geeft helder licht, als de middagzon. Het licht van Risha en Chang is zachter en veelkleurig als de zonsopgang. Het licht van Claude is in vergelijking duister, als een heldere sterrennacht. We kunnen niet voorbij ons eigen schijnsel zien.

Iemand weet te vertellen wat er is gebeurd: Eenoog-bandieten hebben het beeld van Ushas gestolen en het vuur van Shachi (de heilige boom) gedoofd en toen zijn ze weer weggegaan. We gaan maar eens in de tempel kijken. De mensen volgen ons op respectvolle afstand.Onderweg zien we de doden en gewonden van het gevecht. De tempel heeft een hoofdkapel gewijd aan Sheila, de moedergodin en een zijkapel voor Ushas. De moeder overste komt naar buiten en spreekt Gwan aan met een soort eerbied in haar stem: “Ik had het van jou niet verwacht, maar de wegen van Sheila zijn ondoorgrondelijk. Sheila’s beeld hebben we kunnen verdedigen, maar dat van Ushas is weggeroofd.
Risha vraagt of zij weet wat er met ons aan de hand is. Ze vertelt van een mythe die zegt dat als de zon weg is er mensen licht zullen gaan geven. Die zijn er dan om de wereld te redden. “Het is aan jullie, edele helden. Maar ik adviseer wel om eerst met de Revolutionaire Raad te gaan praten.

We lopen weer terug naar het stadje. Gwan gaat nog even bij de smidse langs om zich de maat te laten nemen. Nu hij tot held is uitgeroepen, voelt hij de behoefte aan een wapenrusting. Maar de stadswacht gunt hem dit moment van rust niet. De bekende tik op de schouder: “Meekomen!
In de raadszaal zitten Kell en Will (kloppen deze namen?) achter de tafel.
Bandieten, dat kunnen we nog wel aan. Maar heiligdommen vernietigen… Dat is gedaan door mensen die wisten waar ze mee bezig waren. Zolang het vuur niet brandt zijn alle magische handelingen onmogelijk. Zij hebben het viuur gedoofd om te zorgen dat wij niet terug kunnen slaan. We moeten het opnieuw ontsteken aan de bron. En daarna moet het beeld terug. De Orde van de Achtvoudige Ster wordt op dit moment gehaald. Die zijn er dus over een paar dagen … Kunnen jullie intussen het heilige vuur halen? Het vuur van Archet is ontstoken vanuit de ruines van Bronwe. Maar die zijn tegenwoordig niet meer veilig. Na de Soulfield Revolution zijn een paar lieden als nieuwe goden in het voormalige Shinkashta paleis gaan wonen. Dat vonden de goden niet goed en die hebben ons toen gestraft door de pest op ons af te sturen. Niemand in het paleis heeft het overleefd.

Wij? helden? dan moeten we natuurlijk wel helpen. We krijgen paarden mee. Voor we vertrekken komt Claude er achter hoe hij zijn licht uit kan doen. “Concentreren op je Chi.” Maar als Chang dat ook probeert komt hij er achter dat deze methode bij hem in ieder geval niet werkt. Claude vindt Gwan’s idee van harnas wel handig. Hij haalt een oude malienkolder uit zijn rugzak tevoorschijn en trekt hem aan. Op de een of andere manier lijkt het ding lekkerder te zitten dan vroeger. Risha heeft al een harnas aan, een plaatharnas van gele jade. Hij vertelt dat hij zich er in had verstopt toen het moorden begon, en dat hij door een geheime gang weggeglipt was toen de soldaten even in een ander deel van het paleis naar hem op zoek waren. Chang vindt zo’n harnas niet nodig, hij vertrouwt op zijn martial arts.

Aan het einde van de dag komen we aan bij een vrij grote heuvel met drie toppen. Aan de voet ligt een magisch bos met een meertje. Dwars op de weg lopen hoefsporen, zowel van wilde paarden als van beslagen dieren. Er zijn een stuk of 5 a 6 paarden met hoefijzers. Het zijn Shinkasta nomaden, die hebben nog steeds het recht om met hun kuddes vrij rond te reizen. De mensen van Soul zijn landbouwers die wonen in boerderijen en dorpen. Er is een ongemakkelijke vrede tussen de twee groepen. We besluiten om ze links te laten liggen en gaan door naar de heuvel. Er is een pad dat met haarspeldbochten omhoog loopt. Boven ons zien we muren met kantelen. Halverwege is het pad geblokkeerd door enorme spinnewebben.Social_Sp_lrg Er liggen skeletten van mensen met dure kleren en gouden sieraden. Risha stelt voor om een pad door de webben heen te hakken, maar als we de manshoge spinnen zien gaan we toch maar terug. Dan rijden we buitenom de grofweg L-vormige heuvel. Het bos en het meer liggen in de binnenhoek. Als we een relatief makkelijke route omhoog vinden stallen we de paarden achter een bosje. We klimmen omhoog totdat de paarden plotseling beginnen te hinniken. Een enorme springspin probeert er eentje te steken. We sprinten omlaag en Risha wordt door een spleet in zijn antieke harnas heen gestoken, maar weet aan het vergif weerstand te bieden. Chang verwondt het monster en als het op de vlucht wil slaan, weet hij het te verslaan. Hier stoppen was dus ook niet zo’n goed idee.

In de hoek van de L is de smalste en hoogste heuvel. Bovenop staat een kasteel dat met bruggen verbonden is met de twee lagere brede heuvels. We leiden de paarden omhoog tot onder een van de bruggen. Voor ons ligt het bos en we zien onder ons een waterstroom uit de heuvel komen en via een watervalletje het meer vullen. We vinden sporen van wilde paarden. Een ervan eindigt met een afzetten richting de afgrond. Gwan herinnert zich een verhaal over drie mystieke paarden die in tijden van nood tevorschijn komen: de witte eenhoorn, de rode pegasus en de zwarte nachtmerrie. Dit lijkt wel het spoor van de pegasus. Het is niet heel oud. Claude verkent de bovenkant, Risha de onderkant. Boven is geen goede doorgang naar de heuveltoppen, en we ontdekken dat het water van de warterval uit een tunneltje komt. Hij kruipt er in en na een meter of drie komt hij bij een pad dat verder de berg in loopt. Grotto-playboy-mansion-sweet-dip--large-msg-11686355153 Hij gaat terug en haalt de anderen. Er zijn hier geen spinnen, dus de paarden zijn veilig, hopen we.

In de grot lopen we langs het pad, dat al snel betegeld wordt. Er zijn plekken herkenbaar waar mensen kruiken hebben gevuld. Dit is de geheime watervoorraad van het kasteel. Op het pad ligt een laag grotslijm die aangeeft dat hier al heel lang niemand meer is geweest. In een nis op een meter of 2 boven het pad vinden we een 30 cm lange grijs-blauw metalen skeletvinger. Risha steekt hem bij zich.

Dan vinden een trap omhoog die eindigt bij een luik. Het zit vanaf de andere kant op de grendel, maar Claude krijgt het met enig gepriegel toch open. Hier komen we uit in een kelder met allemaal vaten bedorven wijn. Verderop zijn voorraadkelders met vaatwerk en bestek. Er is een slagerij en er zijn kasten met specerijen. De trap omhoog komt uit in de keuken. Veel van de inventaris is op de grond gevallen. We vinden hier het deftiger serviesgoed. Claude en Gwan beginnen een verzameling keukenmessen, Risha steekt het tafelzilver in zijn ransel. Gwan herkent het zilver en het porselein, het is van uitstekende kwaliteit en komt van de handelaren uit Melek Qart. Naast de keuken vinden we de banketzaal met muffe wandtapijten. Dit is een heel naargeestige plek, vol met skeletten in statige kleding. Als we de tapijten willen bekijken, komen er langzaam transparante, Halloween_ghosts_81 groen-licht gevende gestalten uit de vloer en uit de muren. Ze aanvallen heeft geen zin. Niet alleen slaan wapens er dwars doorheen, maar ook als Chang ze met zijn blote handen te lijf gaat doet dat niets. Ze proberen op onze schouders te gaan zitten. Snel rennen we de zaal uit en we komen in de centrale gang van het paleis. De spoken lijken ons niet te volgen. We vinden hier allerlei ontvangstkamers en administratieve ruimtes. En een trap omhoog. Op de volgende verdieping is een piepkleine bibliotheek met nog maar een paar leesbare boeken. Eentje is een enorme foliant in het Melek Qart schrift. De andere is een kasboek van de dagelijkse in- en uitgaven van het hof. Risha steekt nog een schrijfplankje van orichalcum en was bij zich. Op deze etage vinden we ook rottende hemelbedden, badkamers en een uitgang die uitkijkt over het meer. Buiten is een rondgang langs de kantelen met aan twee kanten een brug naar de andere twee heuveltoppen.

Op de etage hierboven vinden we de koninklijke slaapkamer met twee skeletten in het hemelbed, die zo te zien in vreselijke stuiptrekkingen zijn gestorven. Aan de bouw te zien waren het Soul-bewoners. Ook hier komen groene imps uit de lijken. Snel werpt Chan de deur dicht. Hij had nog net een jaden bol gezien aan het voeteneind.We gaan verder omhoog en komen bovenop de donjon. Het uitzicht is prachtig. Op de beide lagere heuveltoppen zien we de dorpen waar de priesters-dienaren woonden. Op het zuidelijke plateau zien we een verdorde boom die op de Oaken-tempel van Archet lijkt. Op de weg naar beneden graait Risha zijn moed bijeen en hij stapt met bravoure de slaapkamer binnen. Hij vertrouwt op het zonlicht dat hij nog steeds uitstraalt. Dan heft hij zijn hand en kijkt streng naar de spooksels. Hij voelt de botten in zijn hand trekken. De imps deinzen achteruit. Hij loopt de kamer binnen en pakt de jaden bol. Ze leggen hem geen strobreed in de weg. p de weg terug bekijkt hij hem. De bol is van groene jade, aan de ene kant is een blote man afgebeeld, aan de andere een blote vrouw. De stijl doet denken aan Dao. “Dat is iets van jullie,” zegt hij tegen Chang en Claude.

Vervolgens gaan we naar de Zuidbrug. Halverwege staat een ijzeren traliewerk dwars over de weg, met aan weerszijden een wachthuisje. Vorbij de brug ligt het vol met skeletten. Vooral bij de toegang tot het paleis. Gwan vindt de wachter in een van die hokjes. Die heeft een mooi zwaard aan zijn zijde en een bos met alle sleutels van dit kasteel. Maar hij is dood en er komt zo’n groen pestspooksel uit. Hij probeert hetzelfde als Risha. Maar de geest is er niet van onder de indruk. Hij gaat op Gwan’s schouders zitten en zinkt langzaam in hem. Risha slaakt een kreet: “Blijf van mijn vrienden af, vies beest!”
Hij duwt het spook met beide handen van Gwan af. Gwan bedankt hem voorzichtig. Hij lijkt iets meer respect voor het prinsje te hebben gekregen. Risha wordt daar erg verlegen van en maakt er een grap over terwijl hij het zwaard omgespt. Het is een soort machete van maanzilver.

We kijken wat beter. De skeletten voorbij de poort zijn misschien aan de pest overleden, maar ze lijken ook door een of ander zuur te zijn aangetast.

Weerwolf 14

Ieder probeert op zijn eigen manier de gift "Luna's Armor" te leren.
Jim zoekt in de delta een plek waar een zijriviertje door de woestein stroomt. Hij maakt met de klauw van Wendigo grote klonten ijs, die hij op een drook stuk zand neerlegt. Een symbolische balans tussen water en zand. Hij huilt naar de maan en chant en laat een kille wind uit het Noorden waaien. Hij vraagt om de gift, zodat hij balans kan brengen. Er komt een tegenwind uit de woestein en er ontstaan dust devils. Images2 Het natte zand verandert in een plaat ijs in de vorm van een maansikkel. Even ziet hij een vrouwengezicht in het ijs, dan verandert het in kwikzilver en stroomt over hem heen. Het zilver omsluit hem, dan trekt het in zijn huid en is hij weer normaal.
Juan heeft Sense Magic en daarmee gaat hij op zoek naar een magische plaats. In de stad ziet hij magische energie uit een verlaten kapsalon komen. Het voelt aan als garou. De deur wordt bewaakt door spirits. Door het raam ziet hij een glazen zwaard in de kappersuimte hangen. Dat is de bron van de magie. Hij spreekt de deurgeesten aan. "Beloof je met dezelfde spullen naar buiten te komen als waarmee je naar binnen gaat, niet meer en niet minder?" Dan mag hij naar binnen. Ag00001a01 Hij neemt crinos vorm aan en de ramen veranderen in spiegels. Dan stapt hij de umbra in. Daar hangt het zwaard, nu van dof metaal, op precies dezelfde plek in een ouder gebouw. Hij pakt het ding vast, maar het is niet in beweging te krijgen. Dan gaat hij zitten mediteren. Hij ziet dat het zwaard van een garou kampioen is geweest uit de tijd voor de shroud. De eigenaar is gevallen in de strijd en het zwaard viel op de grond exact op het moment dat de gauntlet ontstond. Het bestaat dus in twee werelden tegelijk en zit klem in de gauntlet. Waar het in de lucht hangt was ooit vloerniveau, maar de grond er onder is afgegraven. Hij heeft het raadsel van het zwaard opgelost en krijgt de gift waar hij om vroeg.
Als Child of Gaia heeft Edna er voor gekozen om een stukje natuur schoon te maken. Images1 Ze zoekt een wadi en gaat er alle rotzooi uit halen. Onder alle rotzooi blijkt er zelfs nog water in te staan. Het lijkt onbegonnen werk, op een gegeven moment zakt ze zelfs weg in het drijfzand. Door te shapeshiften komt ze er gelukkig weer uit. Het kost de hele nacht, maar dan is het riviertje helemaal schoon. Op dat moment verandert de weerspiegeling van de maan even in een vrouwengezicht. Luna glimlacht en ook Edna heeft haar gift.
Ook Otaktay gaat op zoek naar Luna's Armor. Hij weet dat hij door een maangeest gegeven wordt. De lokale maangod is Thoth. Thoth_statue Dus hij gaat op zoek naar een plek die aan Thoth is gewijd. Hij vindt de bovenkant van een granieten baviaan waar het maanlicht op weerspiegelt. Daar stapt hij de umbra in en hij roept de spirit. De baviaan is blij dat na duizenden jaren iemand hem weer eens aanroept. Otaktay laat zijn battle scars zien. Hij vertelt waarom hij de gift wil hebben en vraagt wat hij voor de god kan doen. Thoth snapt het nut van die gift voor een krijger. "Als je mijn beeld opgraaft en voor het museum zet, zodat iedereen me kan zien, dan geef ik je Luna's Armor." Met zijn klauwen maakt Otak het meer dan manshoge beeld vrij. Hij hijst het op zijn rug en strompelt er de halve stad mee door. De godheid geeft hem extra kracht, maar zelfs dan is het een bovenmenselijke opgave. Onderweg valt hij een paar keer en daar houdt hij een litteken op zijn knie aan over. Van Baviaan mag hij het een battle scar noemen. Als het beeld op zijn nieuwe plek staat, is de spirit blij en krijgt Otaktay de gift.

De volgende dag besluiten we om naar het concentratiekamp te gaan. En wie kan ons daar snel naar toe vervoeren? We gaan naar de Children of Karnak in de umbra en daar zien we een steampunk zeppelin in de lucht hangen. Precies wat we nodig hebben. De piloot wil ons graag naar Polen brengen. Aan boord kunnen we eindelijk slapen. Om 6 uur 's avonds worden we gewekt voor een maaltijd met veel vlees en bier. Even buiten de bestemming moeten we uitstappen, want de umbra is hier erg slecht en er zijn teveel banes in de lucht. Via een touwladder en een spiegel bereiken we de echte wereld weer. Het is een donker woud met een electrisch geladen lucht. Verderop wordt de grond stenig. We komen aan een ravijn. Het is de rand van de granietgroeve waar de gevangenen van Groxc3x9f Rosen te werk werden gesteld. Beneden zien we een kampement met barakken, uitkijktorens en de schoorstenen van ovens.Het ziet er nog hetzelfde uit als vlak na de oorlog. Hier komen geen toeristen.

De magische aura van deze plek is zo verdorven dat Edna over haar nek gaat. Met Call the Breeze voert Jim schone lucht aan. Alleen de ovens en de mijn blijven naar vieze magie stinken. Als we gaan kijken, blijken het helemaal geen ovens te zijn maar een soort magische energiecentrale. In de verte horen we een motor aankomen. We verstoppen ons in een barak. Dan zien we een zwarte limousine de poort binnenrijden, gevolgd door een vrachtwagen. Ze parkeren binnen de versperring en twee mensen stappen uit de auto. We herkennen Joan Myers, de Cult of Ecstacy barabbi. Ze heeft een blond matje, zwart leren kleding en om allebei haar benen een cilice (een riem met metalen pinnen aan de binnenkant). De ander is een nondescripte man die we niet herkennen.
Carl-mydans-communist-prisoners-stripped-down-to-their-underwear-are-marched-to-the-rear-by-marine-guards "Raus!"
De vrachtwagen gaat open en er komen een groot aantal jongelui uit. Ze dragen witte partykleren, maar ze zijn vuil en verward. Sommigen hebben bijtsporen in hun nek. Enkelen zijn sterk verzwakt. Ze moeten zich in een rij opstellen, maar eentje is daar te zwak voor. Joan pakt een zweep met venijnige metalen punten er in en begint hem af te ranselen.

Dat kunnen we natuurlijk niet over onze kant laten gaan. Juan roept een wolk duisternis tevoorschijn zodat de tovenaars ons niet kunnen zien. Jim trekt zijn zwaard en gaat Joan te lijf. Tribal_Armored_Wolf_Commission_by_WildSpiritWolfOtaktay vindt dit wel een goede gelegenheid om Luna's Armor uit te proberen. Hij verandert in een wolf en springt de andere tovenaar naar de strot. Edna begint de gevangenen in veiligheid te brengen. Het gevecht duurt niet heel lang, maar wordt gecompliceerd doordat alleen Jim in het donker kan vechten. Bovendien blijkt Joan haar verwondingen af te kunnen wentelen op de gevangenen. We weten ze uiteindelijk te verslaan, maar het heeft wel een aantal feestgangers het leven gekost. Een geluk bij een ongeluk: het zien van een aantal weerwolven in crinosgedaante werpt een sluier over hun bewustzijn. Als we weer in mensen verand
eren, begint hun onderbewustzijn een verhaal te bedenken om alle onmogelijke gebeurtenissen weg te verklaren.Op het lichaam van Joan vinden we een doosje pillen, een hondenfluitje, een bloedrood medaillon dat warm aanvoelt omdat het net is gebruikt, een schouderholster met een beretta en dumdumkogels, een riem met patronen en de enge zweep. De man heeft een paar dobbelstenen, cigaretten en snuiftabak, een mobieltje waar nog een code in is ingetoetst en een portemonnee. Er zit Eur 10.000,- in en een identiteitskaart op naam van Maxime.

Edna helpt de gewonden. Een van hen vertelt ons dat ze op een feest waren, een white rave, in het Meat Packing District van New York. Er waren veel drugs en het feest begon uit de hand te lopen. Eerst kwamen er sm-elementen, zoals iemand die aan een kruis werd gebonden en werd gegeseld. Toen er bloed begon te vloeien gingen mensen elkaar bijten. Daarna werd het vaag. Hij herinnert zich dat ze werden meegevoerd naar een appartement dat uitkeek over Central Park, ter hoogte van het El Barrio museum. Daar werden ze in een soort kast geduwd en aan de andere kant kwamen ze uit in een ruimte die uitkeek over Berlijn.

Edna en Juan brengen de mensen naar een parkeerplaats een paar stadjes verderop. De politie wordt gewaarschuwd en met 'Persuasion' wordt het Iemand Ander's Probleem. Daar zijn  we van af. Otaktay en Jim verbranden intussen ritueel de overledenen en heffen een gehuil aan naar de maan om hen te gedenken.

 

 

Tanais – 1

We spelen Heroic Mortals in een Exalted spelsysteem. Later kunnen onze personages exalteren, maar nu zijn we nog stervelingen.

De setting.

We spelen in een wereld lang na de gebeurtenissen uit de spelboeken, maar ook lang voor de huidige tijd. Het staatje Soul is zo’n 30 jaar geleden afgescheiden van het grote Sintasha-Satem rijk. Sintasha, ook wel genaamd Satem, wordt geregeerd door goden. Dat wil zeggen … men gelooft dat alleen de adel een ziel heeft. De edelen gaan na hun dood naar het hiernamaals. Dat maakt hen tot goden in mensenlichamen. Gewone mensen houden simpelweg op met bestaan. De bewoners van de grote vallei in het Noordoosten zijn tegen deze leer in opstand gekomen. Dertig jaar geleden brak de Soulfield Revolutie uit. Nu heerst hier de Revolutionaire Raad. Het grote rijk heeft een goed bewaakte grensburcht, maar laat de vallei verder met rust. In de bossen zijn rebellen actief die zelf de nieuwe goden willen worden. Ze noemen zich Volgelingen van Eenoog.

De spelerpersonages.

Gwan is een pottenbakker uit het dorpje Archet, ergens in het Noorden van Soul. F7ea1809-af2c-4877-9114-72cdc089069b Hij woont hier al zijn hele leven en interesseert zich niet voor politiek. Keramiek, dat is zijn passie.

Chang komt uit Dao, een pre-chinees land aan de overkant van de zee, met een taoische traditie. Hij is een vrolijke, sjofel geklede bedelmonnik, met chopsticks in zijn haar en een waterzak aan zijn zij. Zijn wanderlust heeft hem naar deze streek gebracht.

De koning van Satem heeft een prijs op het hoofd van Risha gezet. Hij is naar Soul gevlucht en woont nu in het bos met een vijftal tieners die rijke handelaren overvallen. Risha is een jaar of 14, donkerbruin, smerig en mager, met lang verklit zwart haar. Maar hij spreekt met een adellijk accent. Onder zijn ooit kostbare mantel draagt hij een antieke wapenrusting. Hij vecht met twee korte goudkleurige zwaarden.

Claude Tang komt ook uit Doa. Claude is een rondtrekkende klusjesman. Zijn kleding lijkt uit Soul te komen, maar er zitten er nog wel kenmerken van Dao kleding in zoals de snit, ruimheid en enkele versieringen. Hij heeft een tamme fret op zijn schouder. Een vlassig snorretje en idem baard sieren zijn gezicht en hij draagt zijn haar kort geknipt. Zo te zien doet hij dat zelf met een bloempot en een schaar.

We beginnen in herberg The Whistling Boar. Claude is sinds een week in dienst bij de pottenbakker. Hij woont in een pension in de ‘vreemdelingenbuurt’. Zoals vaker, zitten ze deze avond in de herberg vlak buiten de poort. Risha en zijn vrienden hebben ‘een meevaller’ gehad en zitten nu in diezelfde herberg hun buit in bier om te zetten. Als er een tweede chinees binnenkomt, wordt het even stil. Maar wanneer die schunnige liederen begint te zingen, wordt het al snel gezellig. Claude raakt in gesprek met Chang. Maar Claude en Gwan gaan vroeg naar huis. Chang en Risha worden veel later als ze erg dronken zijn als laatsten de kroeg uitgebezemd. Het regent, dus ze kunnen niet in de openlucht overnachten. Risha betrekt een naar urine stinkende ruine maar Chang trekt dat niet. Hij klopt aan bij het pension dat Claude hem aanwees. Wat later doet er een boze hospita open.

Ik had je toch een sleutel gegeven!” Ze trekt Chang naar binnen en duwt hem Claude’s kamer binnen. Tja, dat is lastig. Claude ligt daar in dat bed en hij is niet geamuseerd als hij opeens wakker wordt gemaakt omdat er een ander in zijn kamer wordt gekatapulteerd. Ninja-sai Hij trekt meteen twee sai waarmee hij de nieuwkomer bedreigt. Als Chang geen gevaar blijkt te zijn, mag hij op de grond slapen. Daarna zien ze wel verder. ’s Nachts gaat Claude even door Chang’s spullen om te verifieren of hij echt is wie hij zegt te zijn. De naam in het paspoort klopt.

Laat in de ochtend wordt Risha wakker van een hysterische vrouw aan de poort. Hij gaat kijken. Een boerin gaat tekeer tegen de wachter. Ze roept dat hij mee moet komen want Eenoog-bandieten hebben haar dochter ontvoerd. Er staan wat mensen omheen, waaronder Chang. Als de wachter niet van plan is om haar te helpen, klampt ze de omstanders aan. Omdat ze een kater hebben, letten Risha en Chang niet goed op en zeggen zomaar toe om haar te helpen.Onderweg naar de boerderij komt haar verhaal. Ze heet Mildred Catchfly. Haar dochter had een relatie die moeder niet goed vond. Vanmorgen was ze zoals altijd de geiten gaan melken. Vanuit het huis hoorde Mildred gegil. Toen ze aan kwam rennen, zag ze sporen van een paard. Na een uurtje lopen, komen ze bij de boerderij. Er zijn inderdaad hoefafdrukken te zien. Risha volgt het spoor en Chang gaat versterking halen.Omdat de kidnapper een behoorlijke voorsprong heeft, gaat Risha er in looppas achteraan.

55 Na een uur komt Chang weer terug in de stad. Hij kent er eigenlijk alleen Claude, en die zag er wel stoer en doortastend uit, de vorige nacht. Dus gaat hij naar de pottenbakkerswerkplaats. Na enige overreding stemmen Gwan en Claude er in toe om mee te komen. Intussen is Risha het spoor gevolgd tot aan de weg naar het woud. Op de weg ziet hij geen hoefafdrukken meer. Na hem een eind gevolgd te hebben, keert hij maar weer terug.

Een paar uur later zijn de anderen ook bij de weg aangekomen. Daar komen ze Risha tegen. Als die uitlegt dat hij het spoor is kwijtgeraakt, reageert Gwan droog “Volgens mij ben je het spoor al heel lang kwijt.” We volgen de weg en tegen het vallen van de avond komen we aan bij Hunter’s Lodge, een sjieke herberg aan de rand van het bos. De eigenaar, John Brackenbrook, kent Gwan en is wel bereid ons te woord te staan. Hij vertelt dat Chantal hier vanmiddag inderdaad heeft geluncht. Ze leken het wel naar hun zin te hebben en ze zag er gelukkig uit met die lange donkere man. Dat bevestigt onze vermoedens. We volgen het spoor verder de glooiende heuvels in. In de verte zien we licht van een toren. Het spoor buigt af, als om de toren te ontwijken. Even later horen we een paard hinneken. Vlak bij ligt een slaapzak met een jongen en een meisje er in. Die horen dat we er aankomen en ze klauteren er snel uit. De jongen trekt een zwaard en roept: “Kom tevoorschijn!
Claude klimt een boom in en Risha trekt zijn twee zwaarden.Manga004 De party wil aanvallen, maar Risha maant tot kalmte: “We moeten ze niet dood maken!
Het meisje rent gillend weg en Risha spurt er achteraan. Claude gooit een pijltje in de nek van de jongen, waardoor die ernstig verwond raakt en zich overgeeft. Terwijl Claude hem knevelt en de wond verbindt, doorzoekt Chang zijn spullen. Hij steekt het zwaard van de jongen bij zich. Risha heeft moeite om het meisje te vinden, ze houdt zich muisstil en het bos is donker. Maar het lukt hem uiteindelijk toch en hij neemt haar mee naar de anderen.

De pottenbakker is zoveel geweld niet gewend en houdt zich op de achtergrond. Hij vindt Chantal best leuk en had haar zelf wel willen schaken. Maar ze ziet blijkbaar meer in de rover dan in hem. Wat niet wil, wil niet. En er moeten potten worden gebakken.

Nadat we ze duidelijk maken dat Chantals moeder extreem ongerust is, stemt het Chantal er mee in om mee terug te gaan en aan haar moeder uit te leggen dat ze haar eigen weg wil gaan. Haar vriend zal hier in het bos op haar wachten. We gaan terug naar Hunter’s Lodge en overnachten daar. Risha gaat voor het eerst in vier maanden in bad. Chang onderzoekt het zwaard van vriendje. Het is ingelegd met juwelen en heeft een geitenoog-symbool. Het voelt iets te lekker. Hij besluit om het te houden.

De volgende ochtend aan het ontbijt is Chantal vol vuur aan het vertellen over de verheven idealen van de Eenogen. Gwan vindt het hele zielengedoe maar onzin. Hij gelooft er niet in. Risha zegt dat het helemaal niet leuk is om een ziel te hebben. Dan moet je je de hele tijd goed gedragen om niet in de hel te komen en je moet je broers afmaken als je vader doodgaat, want er kan er maar xc3xa9xc3xa9n op de troon zitten. En ja, hij is prins Rshyashrngya, de jongste broer van de koning, gevlucht voor de moordenaars. En hij baalt er van dat de Hunting Lodge zo duur is dat zijn geld alweer helemaal op is. Het eten hier is overigens wel heel lekker, zeker na al die maanden honger lijden.

Bij de boerderij aangekomen is Mildred uitzinnig van vreugde wanneer ze Chantal ongedeerd terugziet. Dat slaat al snel om als Chantal vertelt wat er echt gebeurd is. Gwan en Claude gaan terug naar het dorp, Chang en Risha blijven bij de Catchfly’s logeren. De volgende morgen worden ze door een hysterische boerin met een bezem het bed uitgeslagen. “Ze is weg!” De twee kunnen nog net hun spullen bij elkaar graaien en vluchten het huis uit. Aan de rand van het veld trekken ze hijgend hun kleren aan.

In het stadje heeft het verhaal zich als een lopend vuurtje verspreid. Gwan en Claude worden door de wacht vriendelijk maar dringend verzocht mee te komen. Chang en Risha worden gewoon gearresteerd. We moeten ons voor de Revolutionaire Raad verantwoorden. Van de vreemdelingen wordt geaccepteerd dat ze de lokale verhoudingen niet goed begrijpen. Maar Gwan krijgt een douw: “Hoe kun je het nou goed vinden dat de bende van Eenoog er een nieuwe recruut bij krijgt!” De rechter laat het bij een waarschuwing. We gaan ons maar weer bezatten in de Whistling Boar. Bij navraag weet iemand wel te vertellen dat in de toren een ziener woont, Phantom Morsley, een volgeling van de Achtvoudige Ster. Dat is een orde van wijze mannen. Er is nog een andere orde, die heet Het Gedraaide Oog.

Die nacht slaapt Risha weer in de stinkende ruine. Chang heeft inmiddels zelf een kamer gehuurd. Om 1 uur ’s nachts klinkt er hoorngeschal. Groot alarm! Horden bandieten vallen de stad aan!

De prijs voor de beste prijsuitreiking

Ik zit naar de tv te kijken. Het is een beetje laat. Ik zit achter de laptop, dus ik let niet zo op wat er op tv is en dan val ik met mijn neus in de boter. Er zijn prijsuitreikingen. Meer specifiek: op  dit moment gaat het over Het Beste Televisieprogramma van 2010. En dan wint …

… tromgeroffel …

DE UITREIKING VAN DE GOUDEN TELEVISIERRING.

En ik hoor de dankbare regisseur betraand stamelen: "Ik wil Joop van den Enden bedanken want zonder hem had ik dit nooit kunnen doen."

NB. Je denkt misschien dat ik dit verzin. Nee! Dit gebeurt LIVE terwijl ik dit typ!

 

PS Andre van Duin was de "Meest getalenteerde mens van Nederland". Dat is natuurlijk helemaal terecht als je dankwoord begint met: "De laatste maal dat ik zoveel applaus kreeg was dat ik boodschappen deed bij Albert Hein."

Weerwolf 13

We zijn voornamelijk boodschappen aan het doen. Dat is niet heel spannend, maar wel heel tijdrovend.

We lopen door Karnak, naar het winkelcentrum. De regering hier is verbazend efficient, ze hebben een algehele mobilisatie afgekondigd, en er zijn nu al troepen aan het verplaatsen. Onderweg filosoferen we over hoe we naar de waterwereld kunnen komen, maar we bedenken niets concreets. De stargazer Al Hazim biedt aan om onze liaison te zijn met deze 'children of Karnak'. Via diverse vogelgeesten kunnen we met hem in contact komen als we de waterwereld hebben gevonden.

De bazar is een fantastisch bouwsel, het is een driedimensionale soukh. Me00000858863mm2 Een amerikaanse mall, gekruist met een arabische bazar. En ze hebben hier alles, zeggen ze. Maar Otaktai komt er tot zijn verdriet al snel achter dat wapens en wapenrusting bezit blijven van het leger. Hij vraagt waar we waarmee we onze lokatie in de umbra kunnen vinden. De karnakiaan aan wie hij het vraagt legt vriendelijk uit dat de lay-out is georienteerd naar de zon. Onderin is het donker, daar zijn winkels die met overleven en aardse zaken te maken hebben. Bovenin schijnt de zon en daar zijn de winkels waar magie verkocht wordt. Kaarten en zo zijn dus onderin te vinden.

Als eerste wil Jim naar een winkel die iets heeft tegen geestesbeinvloedende magie, want dat is de specialiteit van Galarius. De vogelgeest van de Mind-shop blijkt de fax al te hebben ontvangen waarin staat dat we crediet van het parlement hebben. Ogen zijn de en- en uitgang van de ziel, dus Mind magie gaat via de ogen. Magische zonnebrillen helpen er tegen. We krijgen allemaal een stoere Ray-Ban. Hij heeft ook goggles die 100% bescherming geven, maar die sluiten de ogen helemaal af, zodat je ook niets meer ziet. Daar krijgen wij er maar eentje van.

Edna bedenkt dat een van de barabbi zich heeft gespecialiseerd in Tijd magie. Er is op de magieverdieping ook een winkeltje gespecialiseerd in in Time. Het hangt er natuurlijk vol met klokken, kalenders en andere dingen die met tijd te maken hebben, maar de patroon-spin achter de toonbank geeft ons een spuitbus. "Dit is spinrag van patroonspinnen, als je dat spuit in de richting van iemand die de tijd heeft versneld, raakt hij daar in verward." We vertellen over de spinnenbeelden in Central Park. De patroonspin regareert verbaasd. "Dat betekent dat daar geen Wyrm is. Normaal roesten ze weg voordat iemand ze ziet."

Marvin wil naar de boekwinkel. Bookshop-2183 Een etage lager is een winkeltje dat wordt uitgebaat door een zeer stoffig mannetje, er zit zelfs stof op zijn wenkbrauwen. Marvin is op zoek naar informatie over de waterwereld van Galarius. Met de boekenlegger van Juan probeert hij iets te vinden, maar dat lukt niet. Wel vinden ze een boekje over nephandi On mysteries and te profound loss of souls een scriptie door ene Ictus aan de universiteit van Alexandrie. DE stoffige man zegt dat het hier al 20 jaar ligt en onverkoopbaar is. Het gaat over de tweede wereldoorlog, waarin heel veel zielen spoorloos verdwenen zijn. Er staan plaatjes in van merkwaardige landschappen, maar ook een fotootje van een concentratiekamp.

We zijn echt aan het winkelen geslagen. De volgende halte is de apotheek. Een karnakkiaan in een Florence Nightingale outfit met een lantaarntje heet ons hartelijk welkom en zegt meteen, zonder dat we ons nog maar hebben kunnen introduceren: "Ik heb denk ik wel wat voor jullie." Ze rommelt wat in de voorraad en komt met vijf zetpillen. "Innemen voordat je gaat beginnen. Het geneest, of beter voorkomt, drie punten aggravated damage." Ze rommelt nog wat en komt met een flesje oogdruppels. "Tien porties, tegen Mind efecten. Gewoon in het oog druppelen van het slachtoffer." "Is er iets dat helpt tegen de effecten van zilver op weerwolven?" vraagt Jim. "Ja, dit." Dat was niet helemaal wat Jim bedoelde.

Daaromn gaan we maar naar een alchemist. Nadat Jim hem uitlegt waar hij naar op zoek is, begint de alchemist enthousiast over de Steen der Dwazen. Dat is een alchemisch preparaat waarmee je zilver in "iets anders" verandert. Hij heeft nog precies genoeg ingredienten om xc3xa9xc3xa9n portie te maken. Een klein steentje ontstaat, wat hij behendig opvangt in een zakje. "Als je hiermee zilver aanraakt, dan verandert het." Eng spul. We besluiten dat Otaktay het maar bij zich moet houden. Als ahroun is hij waarschijnlijk de eerste die in de baan van een zilveren wapen zal staan. Otaktay wil een handschoen met de Fool's Stone in de handpalm. Downey-gauntlet"Dat is handig als je een zilveren zwaard op moet vangen met je hand." De alchemist waarschuwt nog: "Veel zilveren wapens hebben een geest die er aan is gebonden en als het wapen van een nephandus komt, zal die geest er niet vrijwillig in zitten. Mdet deze steen komt de geest van het wapen vrij."

In de gadget winkel kopen we twee setjes apparatuur waarmee je een motorfiets onder water kan laten rijden en in de toolshop een allessnijder. Dat laatste is een soort scalpel die voorzichtig is opgehangen in een speciaal kooitje. Het lemmet is maar een inch lang, maar het snijdt letterlijk overal doorheen. Als je hem laat vallen en hij valt met de punt omlaag, komt hij uiteindelijk in het centrum van de aarde uit. Ook leuk.

Eindelijk komen we aan bij de survivalwinkel. Otaktay legt uit dat hij iets zoekt waarmee je weet waar in de umbra je bent. Voor de coordinaten van de onderwaterwereld. De verkoper komt met een soort toverlantaarn. Zet hem aan en er verschijnt een hologram met allemaal bollen, kubusjes en piramides, met lijnen er tussen en een rode stip die zegt: "you are here ->" Als je de rode stip niet ziet, ben je te ver van de aarde. probeer hem dan in de hoeken van de kamer te zetten, of in een grotere ruimte, totdat je de stip ziet. Deze kaat laat niet ieder prive-wereldje zien, maar wel de meeste in de near umbra. Er zijn wel kaarten van de deep umbra voor dit apparaat, maar die heeft hij nu niet op voorraad. Hij heeft ook nog een waterzuiveraar voor ons. "Als jullie naar een waterwereld van de nephandi gaan, probeer het water dan niet in te slikken. Het water in een wyrm wereld kan vervuild zijn. Je kun wel door je neus ademen als je de 'gift of the fish' hebt. Maar als je het wilt drinken, moet je hierdoorheen drinken."

Na het winkelen willen we wel eens gaan praten met de schrijver van dat boekje. We nemen we de hoge snelheid trein naar Alexandrie. Onderweg passeren we twee enorme spiegelend gepolijste pyramides ter hoogte van Gizeh. Sunway-pyramid De twee grote komen van de karnakkianen, dus die zijn hier in de umbra gemaakt. De kleine piramide ontbreekt in de umbra, want die is door mensen gemaakt. De geest van de grote sfynx is ook te zien, die zit net in een onelegante houding met xc3xa9xc3xa9n poot in de lucht zijn billen te likken.

Dan rijden we de delta binnen. Al snel zien we de havens en dan zijn we bij de halte universiteit. We a
rriveren in een centrale hal met bordjes die naar de verschillende faculteiten wijzen. Bij de receptie vragen we naar Ictus. "O die!" ze wijst naar een gang. "Geen van de faculteiten wilde hem hebben, dus nu werkt hij als schoonmaker." Er is in die gang een bezemkast met de naam Ictus er op. We kloppen aan en een sjofele karnakkiaan The-Bird-man-of-Lincoln-Ave-circa-1921-47261 doet open. Hij is verheugd en verbaasd dat iemand in zijn werk geinteresseerd blijkt. De foto van het concentratiekamp komt van Neder Silezie, kamp Gross Rosen. Er zijn maar een paar overlevenden van het kamp. Het was een dodenkamp waar mensen werde uitgehongerd en doodgewerkt in een granietgroeve voor Nieuw Berlijn. Maar wat gebeurde er met de doden? Er zijn geen lijken gevonden en in de low umbra zijn geen zielen aangekomen. De paar overlevenden zijn in Dachau terecht gekomen en door de Russen bevrijd. Hij vertelt dat het kamp is gesticht door Albert Speer. Die is de doodstraf ontlopen doordat hij zo goed kon liegen, daarbij geholpen met Mind magie van nephandi. Jim vertelt van de zielenpilaar die we hebben gezien in de waterwereld. Als motief voor de zielenroof noemt hij het terugbrengen van de oeroude nephandi en hij vertelt dat Galarius als krachtbron daar zielen voor splijt. Otaktay voegt toe dat de barabbi nu bezig zijn een techniek te ontwikkelen om ook spirits te splitsen. Edna laat de diagrammen zien.

Ictus zegt dat weerwolven spirits zijn, die aan de materiele kant van de shroud zijn beland. Waarom, dat is een van de andere mysterien zijn die hij heeft onderzocht. Maar daar is geen antwoord op gevonden. Hij signeer het met onze magische pen boek en zijn handtekening varandert in 'Ictianus'. Hij gaat zich nu aanmelden als embedded journalist. Jim schrijft een aanbevelingsbrief.

Marvin wil nog de gift 'Lunar Armor' leren.Dat lijkt ons alemaal wel een goed idee en we zijn hier nu toch in een universiteit. We worden doorverwezen naar een student. Die vertelt ons simpelweg dat we moeten bidden tot Luna en hopen dat ze je hoort en zegent. "Ieder moet voor zichzelf zien hoe die zich waardig toont. Je moet bidden op jou manier." We stappen opzij naar het stoffelijke Alexandrie en komen in een drukke straat. Otaktay wil als vigilante de stad in om wat mensen te redden van muggers, maar de geesten zeggen: "Vechten alleen is niet genoeg. Je moet ook vertellen over je daden."

Massale sterfte

In de afgelopen acht maanden zijn er 95 gevallen gemeld van massale sterfte onder dieren. Dat is een aanleiding voor de meest uitzinnige complottheorieen, mensen roepen dat het einde der tijden nabij is, UFO's krijgen de schuld, zelfs de illuminati zitten er achter. (Ik zou niet weten hoe we daar de wereldheerschappij mee kunnen veroveren, maar ja.) Een kleine greep:

Tortore_morte_sotto_albero_bis 07-01-2011 Faenze, Italie: zo'n duizend duiven vallen dood uit de lucht, geen verklaring

06-01-2011 Engeland: 40.000 krabben gaan dood, geen verklaring

06-01-2011 Kentucky, USA: honderden vogels van verschillende soorten, vallen dood uit de lucht, geen verklaring

05-01-2011 Louisiana, USA: 500 spreeuwen en merels vallen dood uit de lucht, geen verklaring

05-01-2010 Falkoping, Zweden: Honderden kraaien dood of stervend gevonden op de snelweg, geen verklaring

05-01-2011 Cheaspeake Bay, USA: 2 miljoen dode vissen spoelen aan, geen verklaring

02-01-2011 Californie, USA: 2750 zeevogels doodgegaan, geen verklaring

31-12-2010 Arkansas, USA: 5000 merels vallen dood uit de lucht, vuurwerklawaai krijgt de schuld

30-12-2010 Arkansas River, USA: 100.000 Red Drum vissen drijven dood aan de oppervlakte, geen verklaring

23-11-2010 Florida Keys, USA: 900 gieren doodgegaan, geen verklaring

12-10-2010 Texas, USA: 4000 vleermuizen doodgegaan aan rabies

07-08-2010 Minnesota, USA: 4300 eenden doodgegaan aan parasieten

(anecdotisch) Idaho, USA: 1500 salamanders doodgegaan aan een virusinfectie

11-07-2010 New Yersey USA: 5000 spreeuwen vallen dood uit de lucht, vergiftigd door de federale overheid die had verzuimd om dit te melden aan de bewoners

20-05-2010 Vietnam: 15 ton tilapia's sterven, geen verklaring

29-07-2010 Saoudi Arabie: duizenden oryxen en zandgazelles sterven, er staat een hek dwars op de trekroute

18 & 20-07-2010 Rakockzyvalva, Hongarije: paddenregen (2x achter elkaar), geen verklaring

10-03-2010 Somerset Engeland: spreeuwen vallen dood of nog net levend met gebroken botten uit de lucht, geen verklaring

23-02-2010 Northern Territory, Australie: vissenregen

Maar, weest niet al te verontrust. Volgens de statistieken gebeurt dit soort massale sterfte gemiddeld zo'n 160 keer per jaar in de USA alleen al. Dat zou betekenen dat 2010 juist een vrij rustig jaar is geweest. Toch zijn het er juist de afgelopen week wel weer heel veel geweest …