The RoSE – 34

28 maart 2013

De spreuken die we hebben gekregen van Mnemon (op scroll):

Shi Mei Lan

– Hound of the Five Winds

– Flying Guillotine

Sango

– Flight of Separation

– Flight of the Brilliant Raptor

Sarina

– (geheim)

– (geheim)

Allen

– Private Plaza of Downcast Eyes, Als Sango daar om vraagt vindt ze dat een uitstekend idee. 

“Die moeten jullie zeker kennen! Misschien heb je hem zelfs al nodig voordat een van jullie hem heeft geleerd.” 

Ze geeft naast de scroll ook een Spellknot mee, waar die in zit. 

“Ontwar de knoop en hij gaat af. Ook te gebruiken door niet-sorcerors.”

 

White Owl vraagt zich af wat ze terugkrijgt voor Celestial spreuken. Eerst wil ze dat we een ‘boon’ accepteren: we krijgen de spreuken in ruil voor de belofte om de moeder van de Infernals te verslaan. Atis wijst er op dat dit wel een heel grote boon van de hele groep is voor iets wat drie personen helpt. 

“Dat is wel zo. Hmmm … Misschien als jullie Leviathan zo gek krijgen dat hij zijn stad activeert. Of het zelf doen.” 

“Waarom?” 

“In de First Age zijn vier vliegende citadels gebouwd. en dit is de enige waarvan ik weet dat hij nog functioneert.”

 

De spreuken die we hebben gekregen van White Owl (op scroll):

Shi Mei Lan

– God-Forged Champion of War

Sango

– Wheel of the Turning Heavens (twee versies)

Sarina

– Cloud Trapeze

 

Little Shu vraagt en krijgt informatie over zijn ex-infernal harnas. ‘Green Hornet’ is inderdaad een passende naam. We vertellen nog dat we aan Bull of the North een boodschap hebben gestuurd dat we vertrokken zijn en dat She Who Lives in her Name het Westen aan het overnemen is. En of hij alle informatie daarover door wil geven aan Vuurvos. Niet aan Leviathan. White Owl vertrekt met Wijsheid, zonder de boon te  hebben geadministreerd. 

 

Bij Paragon verkennen we de toestand. Toen Kes zei: “De stad wordt belegerd,” bedoelde hij niet de huidige toestand, maar de toekomstige. De schepen met de legers van de keizerin zijn nog onderweg. Als de lunars langsvliegen, zien ze dat de stad nog vrij is.

We gaan met Scarlet Wind naar de stad. Aan de poort staat een wachter in een glazen harnas. Als nieuwe bezoekers, worden we naar het paleis van de Perfect gestuurd. Onderweg zien we dat overal op de stadsmuren en huizen anti-demonen zegels worden aangebracht. Het is geen sorcery maar thaumaturgie. Maar we voelen dat het wel effectief is. Het i maar goed dat we Sigereth bij de berg hebben achtergelaten. 

Om 11 uur ’s ochtends begint de ceremonie. Het gaat snel. De matrozen voor ons zijn zo klaar, Helaas, die gaat pas om 2 uur open. Dan zijn wij aan de beurt. De Perfect draagt een mooie staf, van hetzelfde type als de bol. 

“Gegroet waarde minister. Is dit de versterking die u ging halen?” 

“Ja,” zegt Scarlet Wind. Ze stelt ons voor als solars en lunars. De Perfect is bereid om zij gelofte aan te passen. Hij haalt de eed van trouw aan hemzelf er uit, zodat we alleen maar hoeven te beloven de stad te beschermen en haar wetten te respecteren. Ghurkan legt zijn hand op de scepter. Hij voelt een trilling door zijn wezen gaan, die wordt beantwoordt door de bol in zijn zak. De Perfect lijkt niets door te hebben. De anderen twijfelen. We wijzen er op dat Ghurkan een Lawgiver is en dat zijn gelofte voor ons allemaal bindend is. De Perfect aarzelt. Sango zegt dat ze het nut van een goede wet met bekrachtiging inziet en legt haar hand ook op de scepter. Little Shu en Tawuz volgen haar voorbeeld. Alle keren voelt Ghurkan de bol in zijn zak vibreren. Sommige  van de anderen doen het ook, anderen niet. De Perfect blijft tegen ieder zeer beleefd, maar het is duidelijk dat hij alleen degenen die de eed hebben gezworen vertrouwt. Omdat de stad in de problemen is, stuurt hij degenen die niets beloofd hebben deze keer niet weg. Maar ze zullen minder privileges krijgen en na de strijd verzocht worden om de stad te verlaten. 

Hij vertelt over de toestand. Uit het Noorden ko en de schepen, uit het Zuiden de kannibalistische horden. Die worden geleid door de Shrouded Prophet. Zij heeft een artefact waarmee ze stormen op kan roepen manses in lava kan veranderen, het stenen en kikkers kan laten regenen enzovoorts. De Perfect vermoedt dat ze het Oog van Autochthon bezit. 180 jaar geleden heeft iemand die gebruikt om een hele stad, iets ten Zuiden van Paragon, met al zijn inwoners in kristal te veranderen. Maar die persoon is zelf ook gekristalliseerd en het Oog was verdwenen. 

We beginnen steeds meer onze strategietafel te missen! Aangezien we hier nog een aantal weken de tijd hebben,besluiten we om hem nu toch echt op te gaan halen. Onze 300 dragonblooded troepen verwerken intussen de verdediging van de stad. Voor we vertrekken gooit Sang op verzoek van de Perfect nog Disguise of the New Face op drie vrijwilligers, zodat hij dubbelgangers heeft. Iedere poging is beter dan de voorgaande. Na de derde heeft Sango een volledige anima banner. 

 

We vertrekken en stoppen eerst bij de grafheuvel van de vijf tombes. Via de dusk-poort komen we in het oerwoud. Het wordt nu druk bewoond door jonge dragon kings. In de verte staat de factory cathedral te zoemen. Hij heeft zelfs het aura van een ondergaande zon. Overal zij liften, paden, e.d. en van de dragon kings verwelkomt ons. Hij zegt dat ze niet hebben stilgezeten. Eerst hebben ze als vingeroefening en omdat ze zo nuttig zijn voor iedereen een Personal Assistent gemaakt.

We leveren de grondstoffen i die we uit de rrservepool hebben meegenomen, maanzilver, stermetaal, orichalcum en witte jade. Ook het kapotte kubussen geven we. “Een vijfde niveau artefact repareren, dat is wel heel moeilijk.” We vertellen waar het vandaan komt. Ze zijn ontzettend geïnteresseerd en willen er graag heen om de verloren kennis terug te halen. De liedjes die de priesters van Gethamane zingen, zijn ontwaakliederen, waarmee je jonge dragon kings bewustzijn geeft. Sango belooft met haar nieuwe communicatiespreuk aan de Mistress en het hoofd van de Wacht van Gethamane de komst van pterok aan te kondigen. En ze geeft de delegaatie een introductiebrief mee. Ghurka wil die wel mede ondertekenen. 

In de kathedraal krijgen we de volgende artefacten:

–  5 x Fivefold Harmonic Adaptor

– 10 x Personal Assistent

– 10 x Wind Slave Disc

–  5 x Cache Egg

–  1 x Dragonfly’s Ranging Eye (bij Sango)

– 13 x Winged Messenger Bauble (ook voor Kes, Scarlet Wind en Ebon Rime) 

We bedanken de dragon Kings hartelijk. Ze gaan nu oefenen op niveau twee artefacten. Atis vraagt of ze iets hebben waardoor hij beter wordt met afstandswapens, daarna komen de anderen ook met wensen. We kunnen er de rest ban de avond blijven en slapen.

 

Hoe komen we Nexus in zonder onrust of achterdocht te wekken? We reizen met het grote luchtschip uit Rathess, wat er uitziet als een boot met een grote propellor. Daarmee kunnen we op de rivier varen.En als we nu een grote reclame banier voor Ghurkan’s winkel ophangen, begrijpen ze direct waarom we in zo’n First Age schip varen.

De douane ziet ons inderdaad aan voor een Scavenger Lord met zijn mannen. Hij is teleurgesteld dat we geen flinke voorraad wapens bij ons hebben voor de stad. Hij vertelt dat Lookshy in de problemen zit, dat de Marukhan door de linies van de keizerin heen kunnen breken, en dat in Thorn de voormalige ondergrondse nu een zetel in het stadsbestuur heeft gekregen. 

De sfeer in de stad is beter dan de vorige keer. Wel werken de smidses op volle kracht om wapens en harnassen te maken, en is iedereen op straat gewapend.Sango, Tawuz, Little Shu, Atis en Shi Mei Lan gaan naar opa. De rest gaat naar de winkel. Die loopt goed. Ghurkans assistente is verbijsterend efficiënt. De wapenverkoop gaat het best. We nemen de tafel en de Autochthoonse lichamen mee aan boord. Ghurkan animeert de grote draak; die krijgt een reclamebanier om en draagt alles. Op de tafel ligt het lichaam van Gurkhan. Het trekt veel bekijks en is weer goede reclame voor zijn winkel. 

De dojo staat goed in de verf en is versierd met bloemen. Er zitten mensen thee te drinken. Daar zij  ook dragonblooded bij. Sango wordt eteen herkend. Ze hoort dat Sid weg is. Die is op zoek naar een orde van monniken die in dieren kunnen veranderen. (Lunars dus …)

Opa is heel blij ons te zien. Hij vertelt dat de theedrinkers alweer de vierde delegatie van de Immaculate Order is die hem komt bedanken en hij durft ze eigenlijk niet te vragen waarvoor. Sango biecht op dat ze zijn handtekening heeft vervalst. Op is niet boos. Hij zegt dat het ook een vorm van martial arts is om de kennis van een tegenstander tegen hem te gebruiken. Het heeft gewerkt: de Immaculate Order is er nu van overtuigd dat de keizerin een handpop van de yogi’s is. Daarom noemen ze het keizerrijk nu “The Cursed Isle”. Vreemd genoeg kan Sid goed met ze opschieten. 

Opa is druk bezig met het opzetten van een Raad van Elf. Hij is ook bezocht dor een god die hem had uitgedaagd voor een duel op de vier deugden. Opa heeft verloren op Temperance, e heeft moeten beloven om zicj\h nmatig te gedragen met Calibration in Yu Shan. Een aantal goden zal hem flink uitlachen! Vragende blikken van Atis en Litte Shu, Hij legt uit wat de Four Virtues Style inhoudt. 

Als de spullen aan boord zijn, komen de anderen ook naar de dojo.

 

XP: 4

 

The RoSE – 33

14 maart 2013

De ambassadeursrobot Buffy zegt dat hij bij zijn baas langs moet. Zog is een subroutine van de Grote Maker, maar hij heeft ook een menselijke baas. Shi Mei Lan, Sango en Little Shu zijn geïnteresseerd in de werkzaamheden van de fabriek. De mensen assembleren dingen die op een theepot lijken. Bij navraag blijken het ‘pneps’ te zijn, apparaten die organisch materiaal omzetten in eeuwig houdbare voedselpallets. Buffy vraagt f er iemand mee wil. We hebben allemaal wel zin. Hij leidt ons wat gangen door en trappen op. Hogerop is het wat netter, iemand is een roestplek aan het verwijderen. Maar het is nog steeds oud en vervallen in onze ogen. We komen bij een oude deur met een dof geworden patrijspoort. Buffy klopt. “Binnen!” Binnen zit een man in een lichtblauwe overall achter een bureau. Hij heeft een badge met drie verstrengelde stemvorken. Hij stelt zichzelf voor als Samuel Bontebal. Hij heeft een tablet voor zich liggen. Hij feliciteert Buffy en merkt op dat die ooit eens gezegd heeft dat hij wever wilde worden. Voor het geval was een geschenk voorbereid. Hij slaat op de tafel, een doosje verschijnt. Er ligt een grote ring in met tandwieltjes. “Wat is dat?” “Dit is je eerste inwijding, ga daar maar zitten.” 

Buffy gaat zitten. Vijf technici gaan aan de slag. “Ontspan maar.” Het bewustzijn verdwijnt. Het hoofd wordt opengeklapt en de ring wordt om de diamant in het voorhoofd geplaatst en aangesloten. Dit is het hogere magitech en onze sorcerors kijken gefascineerd toe. Na een kwartiertje zijn ze klaar en wordt Buffy weer bijgebracht. 

“Wauw! Hij lijkt te werken!” Omdat hij naar Creation gaat, geeft de directeur hem gelijk een protocol mee: “Dit vervangt de technici. Hiermee kun je zelf je charms verwisselen.” Kes kijkt gealarmeerd, maar hij ontspant als hem verteld wordt dat Creation ook draden van Autochthon’s Lot bevat. 

Beneden komt nog de grote ceremonie. Tawuz bgrijpt het al: dit is een historische gebeurtenis. En of wij onze meest indrukwekkende vorm aan willen nemen. Overal waar de Artisan langskomt, worden dingen weer schoon en als nieuw. De Autochthonians zien het met verbazing aan. Als we terugkomen in de fabriekshal, is die leeggeruimd. In de zaal staat een grote gouden reus met het hoofd te praten. Een of ander mechaniek zit klem. De Artisan zegt: “Laat mij maar,” en slaat op 1 specifiek punt. De muren gaan open en draaien weg, de vloer roteert, maar de zwaartekracht blijft onder onze voeten. Onder ons zit een enorme ruimte met hier en daar dorpjes. Er ontvouwen zich bruggen naar toe en mensen komen hierheen. 

De solars zetten hun aura’s aan, de lunars nemen hun spirit form aan. Ook Buffy laat zijn aura schijnen. Maar het groe hoofd trekt de meeste aandacht. Dit is voor bijna iedereen de eerste keer dat ze het gezicht van hun stad zien. 

Er zijn toespraken. Men stelt ons voor. Op het hoogtepunt spreekt het hoofd 1 woord: “Ga nu, mijn kind.”

De tong rolt uit en in de mond zien we de gate naar Creation. Tawuz pakt Sango’s arm en leidt de processie achter Buffy, de anderen volgen. (Little Shu mompelt tegen Marina dat ze haar tentakels thuis moet houden.) Als we de poort uitkomen, blijken de Mountain Folk de muren aan het versieren te zijn. 

 

Tawuz geeft Buffy een ‘crash course’ in de do’s en dont’s en in de geschiedenis sinds de Primordial War. We vertellen over de Abyssals end e Green Sun Princes. Die kennen zij ook, dat zijn Void Seekers. We stellen Buffy voor aan de marktmeester; de onderhandelingen beginnen.

Wij gaan intussen naar Sigeret en vertellen over Buffy en de deal met de Autochthonians. En dat er t.z.t. troepen uit Autochthon komen meehelpen. Er is veel discussie of Sigeret zelf met de troepen mee moet naar het Zuiden. En wie traint de net ontwaakte dragonblooded in de berg dan? Little Shu gaat terug de berg in om met Kes te overleggen. Die vertelt dat er vanuit het keizerrijk een oorlogsvloot onderweg is naar Paragon. Als we per schip gaan, zijn we twee maanden onderweg en komen we gelijk met hun aan. Maar als we met een klein keurcorps in de luchtschepen gaan, zijn we er in een week – ruim voordat de schepen arriveren. In ons luchtschip uit Rathess passen 300 man. Ghurkan regelt voedselpillen en een pnep bij de autochthonians. Sigeret stelt de troepen samen: een mengeling van dragonblooded veteranen, sorcerors, net ontwaakte kinderen uit de berg en net ontwaakte strijders. Sango gaat nog naar de krachtcentrale om het kapotte onderdeel daarvan te halen.

We praten oer de timing van de reis, gecombineerd met de afspraak van Atis met The Rose Black. Kes vertelt ons dat volgens de Loom of Fate Roseblack nog zeker een jaar in de Imperial Msnse zitten zal, en er niet uitkomt. Na een flinke discussie besluit Atis om opde afgesproken lokatie een boodschap achter te laten van het type ‘ Ik kon toch niet, ik neem nog contact op. ‘ 

 

Buitengaats va het Heptagram ankeren we. Tawuz en Marina springen overbord en vliegen als gans en meeuw naar de haven van de toverschool. Buiten zicht transformeren ze terug naar mengvorm en lopen naar het kasteel. Ze melden zich bij de oort. Daar staat een Blod Ape. We vertellen dat we op familiebezoek komen. Hij vraagt naar onze uitnodiging. We laten de pasjes uit Gethamane zien … gelukkig zijn Blood Apes net zo dom als ze sterk zijn.

Wijsheid is heel verbaasd om ons te zien. Met de belofte van cadeaus neemt hij ons mee naar zijn kamertje. We vertellen wat er gebeurd is en geven hem de gele appel, de dailave en een paar smashfists. Hij is er heel blij mee. Wijsheid regelt voor ons dat Mnemon rond middernacht op de boot komt. Hij eet de appel maar die doet (nog) niks, want hij heeft nog niet genoeg essence. Het enige effect is dat een pluk van zijn haar knalrood wordt. 

Om middernacht arriveert een vliegend tapijt met daarop een meisje van 16, Wijsheid en zijn familiar de kat White Owl. His, in zijn gedaante van edelman, heet hen welkom. We bespreken de plannen van de keizerin en besluiten kennis uit te blijven wisselen. Mnemon gaat haar geomantiers raadplegen over condities om yozi op te roepen. Als wij iets nuttigs leveren, in de orde van grootte van die kristallen schedel, dan kunnen wij alles in het Heptagram gebruiken. We sturen via een charm van Wijsheid aan Atis het verzoek om AI1 op te halen. Mnemon geeft ons een communicatiespreuk: Written on Water (White Treatise pag. 69). Ook vertelt zij dt de keizeri zojuist het origine van het verboden boek “Br

Ze vertelt dat ze de Bronze Faction siderials van het Heptagram zoveel mogelijk buiten spel heeft gezet, maar ze heeft er drie gevonden die beweren van de Silver Faction te zijn, en die lijken wel betrouwbaar. De poes knipoogt. Ze laat ons verder alleen met Wijsheid en hite Owl die a Mnemons vertrek naar mensvorm overgaat. Sarina laat een tatoeage zetten, een heartstone socket rond haar navel. In de loop van de nacht arriveert Atis. Hij is onderweg even naar de afgesproken ontmoetingsplek geweest om een boodschap voor Roseblack achter te laten.  Hij heeft de AI ook opgehaald. De volgende morgen arriveert Mnemon weer. Haar geomantiers bevestigden ons verhaal: er zijn voldoende condities van het Reenboog verbond verbroken. (AI1 zegt niet wat die condities zijn, “op last van de Maiden of Secrets”.) Ze is onder de indruk en stelt nog een aantal vragen. Sommige van de antwoorden verrassen haar. We mogen nu alles van het Heptagram gebruiken. We vragen een aanga spreuken. Ze vertelt dat het Heptagram eigenlijk alleen leerling-tovenaars heeft. De keizerin weet nog niet dat zij niet meer met haar verbonden zijn en Mnemon probeert ook om bij zo veel mogelijk langskomende tovenaars hun bloedband te verbreken. Ze lelt dat de keizerin zojuist het origineel van het verboden boek “Broken Winged Crane” heeft voltooid. Daarna vertellen wij over de Ebon ragen en zo. Als Mnemon hoort dat we bij Paragon langsgaan, vertelt ze dat de Perfect van Paragon een staf heeft waarop iedereen trouw moet zweren. Er is een bol die dat effect teniet doet. Die ligt in de woestijn bij de stad. Ze vertelt ons zelfs de lokatie.

 

We gaan door, richting Paragon. Op de aangegeven locatie, in een oude tombe, vinden we de bol. Met enige moeite krijgen we hem te pakken. Omdat Ghurkan waarschijnlijk t.z.t. de onderhandelingen gaat doen, zal hij de bol bij zich dragen. 

 

De omgeving van Paragon is opvallend vruchtbaar. Het zijn exotische boomgaarden. We landen op enige afstand van de stad en gunnen de manschappen wat vers water en fruit. Er komt een oude boer aangesloft. Atis geeft hem een zak met jade. De man haalt er twee obolen uit en verontschuldigt zich dat hij geen wisselgeld heeft. Atis probeert hem nog een obool fooi te geven, maar dat weigert hij. Dat zal het effect van de scepter zijn. Atis stelt voor om de bol op hem te gebruiken, mar dat vinden de anderen geen goed idee. We ondervragen Scarlet Whisper. Ja, zij heeft die eed ook gezworen, voor haar exaltatie. Nu is ze er niet meer aan onderworpen, maar ze steunt de Perfect omdat ze het met hem eens is. Ze denkt dat hij een nog betere heerser zou zijn als hij de bol ook had. 

 

XP: 5

Tanais – 46

We zijn nog steeds in het zwarte, in diepe sluimer. Chang slaapt droomloos. De rest heeft een collectieve droom/herinnering: We zien Chang, minder eenvoudig gekleed dan nu, in militair uniform. Hij stemt in met het inzetten van massa vernietigingen wapens! Claude is bezig met zijn vriend Bon Aire pallets met chemicaliën at e leveren bij een zilverachtig metalen gebouw in de wildernis. Gwan runt een galerie met Chantal waar hij in dat leven een liefdes relatie mee had. Het beeld verandert, verder terug in het verleden. We zijn met zijn vieren op rondleiding in een overvol hospitaal. Er is een epidemie. Stadium 1 is dat mensen asgrauw uitslaan. In het 2e stadium vervormen ze en de huid lost bubbelend op. In stadium 3 vallen de mensen kermend van de pijn uit elkaar voordat ze dood gaan.

We worden wakker. Het is een stralende lente ochtend, een graadje of 10, overal bloeien bloemen. De zon is nog steeds rood. De grafvelden zijn uitgestorven. Risha vloekt: “Laat me raden … we hebben weer drie maanden geslapen!” Der Alte strompelt de heuvel af. Hij vindt versteende brokstukken van zijn scootmobiel en vloekt: “Dit is echt! Ik had niet met jullie mee moeten gaan.” Risha fluit op zijn vingers en zijn groene paard komt aan gegaloppeerd. Gelukkig, die heeft op ons gewacht. Er staat hier een grafmonument: “Ter ere van koning Risha en zijn gezelschap” met al onze namen er op, zelfs Claude! Risha laat der Alte op het paard rijden. “Dank je.” Dan gaan we op weg naar Bracken. Dat ligt een uur of zes lopen naar het Westen. Onderweg komen we een koeherder tegen. Een onverzorgde soulfielder van een jaar of 45. Hij weet ons te vertellen dat koningin Chantal het fantastisch doet. Dit is de lente van haar eerste regeringsjaar. ja, de jonge koning is vijf maanden geleden zomaar verdwenen. Heel tragisch. Hij begon net populair te worden. Maar Chantal en haar man Arend doen het fantastisch. Het is een capabele charismatische jongeman, en hij heeft de brahmanen weggestuurd. Die zijn nu verleden tijd. Ze zitten nu in hun klooster in Farfield en daar vallen ze ons niet meer lastig. Chantal zit gewoon i Bronwe met heer rend en de Noordelijke Liga beschermt ons tegen het Land van Eenoog. Die blijkt zich te hebben afgescheiden. Noord en Oost Chetwood en de sheeplands zijn nu een apart land en Shearton is daar de hoofdstad van. De eenogers komen het land niet meer in.
We gaan verder. Gwan kijkt in zijn glazen bol. 1. de catamaran ligt nog steeds op de plek waar we hem hebben achtergelaten. 2. de bron van Bronwe ziet er heel mooi uit. Er staat helder water tot aan de rand en de grot is mooi opgeknapt, het is duidelijk het werk van de Qartiaan. 3. Chantal zit i een sjieke kamer te breien, een lange magere man met een haviksneus heeft een heleboel papieren om zich heen. Hij lijt de boekhouding te doen. 4. De tempel van Risha heet nu ‘kapel van de verloren kinderen’. Er staat een mooi bronzen beeld van de koning en Malice draagt een priestergewaad. Charagas is in de weer met een wierookvat. Hij is nog grauw, maar begint al weer een beetje kleur te krijgen. 5. De Starlit Tower is magisch afgeschermd. Volgens der Alte is dat goed, want dan kan eenoog er ook niet bij. 6. De priesterstad ligt er verlaten bij. De vuren branden nog wel, maar voor de rest is het verwaaid en niet onderhouden. Alleen in het bos van Pashupati hangen verse lichamen in de bomen. 7. Het lukt niet om Daguerre in beeld te krijgen. 8.De pegasi staan in de koninklijke stallen. gwan is behoorlijk uitgeput en besluit om morgen verder te scryen.

We zijn op tijd in Bracken om in een herberg in te kunnen checken en genieten van de lokale biefstuk met boter. Het tafelzilver ziet er verdacht bekend uit. Er zijn hier veel mensen uit Vixren. handelaren en boeren. Het is vrede. De smokkel is weggevallen en er zijn geen soldaten meer. Der Alte zegt dat hij de volgende ochtend door zal reizen naar de Starlit Dependance in Vixen voor een nieuwe scootmobiel. Een paard kost hier 20 zilveren munten. Risha vraagt of er hier tempels zijn. De Green man heeft een heiligdom in het Oude Wijven Bos en Oaken heeft er eentje aan de zuidkant van de stad.

volgende dag
Chang slaapt rustig, maar de anderen hebben nachtmerries over mensen die uit elkaar vallen. Het grauwe is dezelfde kleurloosheid als Eenoog. Risha gaat naar de schrijn van Oaken. Hij offert naar lokaal gebruik een flesje bier en gaat mediteren. Als de godheid verschijnt vraagt hij: “Waarom zijn we vijf maanden weggeweest?” “Misschien zijn jullie nog niet helemaal wakker.” Hij vraagt verder of de godheid een spreuk weet om onder water te ademen. Er komt geen antwoord, alleen een vaag gevoel van gevaar. Dan vraagt hij: “Hoe bereiken we de witte stad?” Nu komt er wel een duidelijk antwoord: “Door je herinneringen terug te krijgen.” ” En hoe doe ik dat?” “Door een pelgrimage langs je verleden.”
Die ochtend oefent Chang zijn kata’s en mediteert ondertussen op de vraag ‘hoe nu verder?’ Gwan zoekt naar paarden. Er is een goede aanvoer vanuit Ashcroft. De handel is goed nu we lid zijn van de Noordelijke Liga. Zelfs Claude is aan het mediteren geslagen. Hij vraagt zich af wat het eten van het witte hert-hart uitmaakt. Hij realiseert zich dat er in de diepte van de zee nog een magische barrière zit, waar dat hart niet tegen helpt. Die is ergens anders voor.
Het wordt lunchtijd en we komen weer bij elkaar. Gwan pakt de kristallen bol. 1. Daguerre ziet er goed uit en draagt dure kleren. Ze spreekt een zaal vol zuiderse vrouwen toe. Er is veel boosheid maar daar kan ze goed mee omgaan. 2. Dan Adrarn. Die zit in een klein klaslokaaltje en Qadier legt hem dingen uit. Adrarn kijkt verveeld. 3. De zee is nog steeds vervuild. En er hangt nu ook een groenige mist. Maar met de aanleg van de nieuwe haven gaat het goed. 4. waar is Selene, de ambassadrice van Vixen? Gwan voelt een pijnscheut en het wordt hem rood voor de ogen, maar er komt geen informatie. Hij houdt er mee op. We spreken af dat we de volgende ochtend naar Bronwe gaan. Drie dagen later komen we aan.

Het is dag 9 van maand 11 van Risha’s eerste regeringsjaar.
In de vroege avond komen we aan. We gaan allemaal incognito. Risha laat zijn groene paard los in het magische bos en daarna gaan we bij de tempelstad langs. Er staan wachters onderaan de toegangsweg en die laten niemand toe. “Op bevel van heer Arend is de priesterstad afgesloten.” We druipen af. Chang en Gwan gaan naar de ambassadeursstad, maar Claude en Risha blijven achter. Met de jonge koning op zijn rug, klimt Claude tegen de bergwand op. Ze worden niet opgemerkt. 1. Risha gaat eerst naar de eik van Oaken. Die staat er florissant bij. Hij offert een flesje bier. De reactie is een beetje vreemd: de god had hier geen soulfield offer verwacht. Maar het bier wordt toch maar geaccepteerd omdat het van Risha komt. 2. Dan merriemelk voor Pashupati. “Waar moet ik beginnen?” vraagt Risha. “Mijn wijze raad: begin er niet aan. Verval niet in de oude fouten.” Claude zegt: “Maar we moeten weten wat we fout hebben gedaan, om het de volgende keer goed te kunnen doen.” “Wat jullie fout hebben gedaan, weten wij goden niet. Dat is voor onze tijd gebeurd. Maar Chantal toch, waarom zou ik al die vragen beantwoorden.” De god lacht: “De weg naar geluk is eenvoudig. Breng de juiste offers.” 3. We gaan verder naar Mutri. Die is een stuk strenger dan Pashupati. Maar na het offer van brandende ghee en de excuses van Claude voor zijn optreden bij de kroning, ziet deze er toch maar van af om Claude neer te bliksemen. “Ik wil tegen Eenoog vechten,” zegt Claude, “hoe kunnen wij ontwaken?” “Dat is niet nodig. Als jullie ontwaken brengen jullie de wereld weer op de rand van de afgrond. Risha zegt: “Maar Eenoog heeft Abyssals en die heeft geen scrupules.” “Eenoog is meer van jullie afhankelijk dan je denkt, jullie houden elkaar in balans. Als jullie sterker worden, wordt zijn manifestatie ook sterker.” 4. Dan naar de Green Man. Het offer lukt goed. “U stelt aan mijn collega’s steeds dezelfde vraag.” “Krijgen we bij u hetzelfde antwoord?” “Als jullie je herinneringen terug willen, hebben jullie de zegen van de goden, maar het lijkt ons beter als jullie gewoon mensen blijven. We zij bevreesd dat jullie de wereld weer kapot maken en krachten wekken die groter zijn dan jullie en dan de goden.” Hij klaagt dat er niet meer geofferd wordt en dat ze daardoor wegkwijnen. Risha zegt: “Het is niet mijn schuld dat er niet meer geofferd wordt. Als shintastakoning kan ik de eredienst weer herstellen. Mag ik dan magie leren van jullie?” De Green Man ziet dit als chantage en wil hem niet helpen: “Dat gebruik je toch maar om te ontwaken.” Gefrustreerd roep Risha: “Kwijn dan maar weg!” De god verdwijnt.

3xp

The RoSE – 32

We staan een beetje beteuterd bij de ingang van de berg. Dat ging niet helemaal goed. Marina besluit om Ebon Rime op te zoeken. Atis vraagt of ze voor hem een jade chakram mee kan nemen uit het arsenaal. His verdwijnt ook de berg in en wil een kwartiertje later in een andere gedaante terugkeren.

De oude dragonborn doet inmiddels de ronde langs de legioenen. Een deel is al weg naar de schepen, maar de achterblijvers worden een stuk minder vijandig vanwege de golf van exaltaties die achter hem ontstaat. Ghurkn wil de blijvers nog gunstiger stemmen en Little Shu zorgt dat het Red Piss legion naar Ghurkan luistert. Daardoor letten de andere legioenen ook op. Maar het verhaal is te complex om in een paar zinnen samen te vatten. Hij weet de aandacht niet vast te houden (out game: de speler gebruikt geen charms of willpower bij de toespraak en heeft onvoldoende successen gegooid.) Little Shu herhaalt het in zijn eigen woorden en weet daarmee zijn eigen legioen wel te overtuigen. Die besluiten zelfs om te helpen de andere achterblijvers te overtuigen. Negen legioenen, plus de Red Piss en de tovenaars, zijn er nog. Vijf andere zijn onderweg naar de haven om zich in te schepen.

Atis stapt op een legioen af met lucht-types en vraag waarom ze vertrekken. “We zijn hier niet meer nodig. Het keizerrijk is in nood. En wie ben jij eigenlijk?” “Ik ben bij het Red Piss legion. Die pijl die de stormram trof, was van mij.” Hij probeert ze te overtuigen dat de keizerin niet deugt. Dat is erg moeilijk. Hij probeert ze te overuigen om in ieder geval nog een dag te blijven, want er staan nog wat dingen te gebeuren. Atis praat op de commandant in en weet hem uiteindelijk te overtuigen dat 1 dagje langer geen kwaad kan. De commandant roept een paar luitenants bij zich. Hij blijft zelf achter en het legioen scheept vast in. Hij weet zelfs de vier andere commandanten te overtuigen om nog even te blijven.

Voor de avond roepen we een vergadering bijeen van aanvoerders. Hoe gaan we die overtuigen? Misschien kan Ebon Rime een rol spelen? Tawuz besluit om ook Sigeret om hulp te vragen. Die zegt: “Dit is het moment dat ik mijn belofte aan Luna nakom.” H/Zij verandert in en struise valkyre, de gedaante van ‘That which wears down the mountains’. Little Shu staat tegen zichzelf te vechten om niet aan te vallen. De demones vraagt of we haar vertrouwen. De enige die volmondig ‘nee’ zegt is Little Shu. “En jij bent precies degene die ik absoluut nodig heb! Kleed je eens uit.” Morrend doet de kleine solar wat er gevraagd wordt. De demon verandert weer in de ledepop van Sigeret, en trekt Little Shu’s harnas aan. “Nu ben ik jou. Ik ga hier een goed leger van maken en de tieners uit de berg gaan we ook trainen. Jij krijgt hier geen spijt van.”

Little Shu kijkt erg sip: het harnas was nog van zijn vorige incarnatie. Tawuz troost hem door te zeggen dat hij het harnas na de oorlog weer terug krijgt. Bovendien kan hij nu weer met ons mee en hoeft hij niet bij het leger te blijven. Het kost wat moeite, maar uiteindelijk is hij overtuigd. Dan pakt Sigeret het insectenpantser van de verslagen green sun prince uit de berg. Hij prevelt een incantatie. Duizenden piepkleine runen lichten op en de groen uitgeslagen platen orichalcum worden kleiner. “Het is niet langer vervloekt. Je kunt het aantrekken”

Little Shu vertrouwt het nog niet helemaal, maar het pak zit hem als gegoten en het is zelfs een stuk comfortabeler dan zijn oude harnas (geen fatigue-rating). Het werkt ook goed in combinatie met de hoverboard. En de insectenkop-helm is wel erg stoer! Hij blijft met EoA en Sarina bij het luchtschip. Sarina wil mediteren, EoA houdt de wacht en Shu speelt met zijn nieuwe pantser en het hoverboard. De anderen gaan naar de vergadering.

Als alle legeraanvoerders er zijn, neemt Sigeret meteen het woord. “Er is een creatuur uit de hel ontsnapt, dat zich voordoet als onze geliefde keizerin.” Zonder ook maar een charm te gebruiken, is de demon extreem overtuigend. Zelfs wij voelen de kracht van Sigeret’s woorden.

Eye wil de elementaal Gatharu oproepen om een ‘boon’ in te lossen. Maar tot haar verbazing komt de draak niet. Er verschijntt een lucht elementaal die vertelt dat Zijne Heiligheid momenteel niet beschikbaar is. “Misschien kan ik helpen?” Eye legt uit dat het om een persoonlijke gunst gaat. De elementaal belooft de boodschap over te brengen. Gatharu blijkt wel wat belangrijker te zijn dan we ons realiseerden: hij is directeur van het Bureau der Seizoenen en Shogun van het Noorden. Eye gaat mediteren en terwijl hij wacht, verschijnt er een groene jade ibis. r zit een stuk boombast in, bekrast met ‘clawspeak’ runen: “Beste Marina en vrienden. Als je Gatharu nodig hebt, kom dan naar An Teng. Hij zit waarschijnlijk in The Lap, maar ik weet wel hoe ik hem kan vinden. Groeten, Ten Stripes” (Ten Stripes is Marina’s lunair mentor.)

Eye is verbaasd. Wat doet de shogun van het Noorden in het verre Zuiden? Ze schrijft terug: “Hoe weet je dat?” en stuurt de ibis terug. Na een half uur is het automaatje er weer. “Tsja, Bureau der Seizoenen. PS Hemelleeuw 44 wil ook graag dat zijn boon ingewilligd wordt.” Gedurende de briefwisseling, die meerdere uren duurt, komen de anderen ook weer in het kamp. De hemelleeuw verveelt zich bij de poort boven de verzonken stad van Leviathan en blijkt te willen worden overgeplaatst. We schrijven over de onbewaakte poort. Ten Stripes adviseert ons om als we bewijs hebben van een demonenplot dat niet aan Leviathan te geven, maar aan zijn luitenant Vuurvos. Na een lange en frustrerende discussie besluiten we om niet op stel en sprong naar de andere kant van de wereld te gaan, we gaan eerst de belofte aan de Mounain Folk inlossen. Maar wel na een goede nacht slaap.

De volgende ochtend gaan we weer de onderlagen van de stad in. We begroeten de artisan van de mountain folk, die ons al verwacht had, en halen onze Autochthoonse heartstones tevoorschijn. De poort klikt open. Er komt een bedompte lucht uit, het ruikt naar bedorven olie en oud zweet. De ruimte aan de andere kant van de poort is vervallen. De artisan kijkt bedenkelijk: “Zo hoort het er niet uit te zien.”

Van achter ons horen we: “Goedemorgen!” Het is een jongeman in paarse gewaden. Kes, een sideraal die we al eerder hebben ontmoet op het Deliberative. Hij heeft een jonge vrouw in woestijndracht bij zich. Die stelt zich voor als Scarlet Whisper. Ze heeft een orichalcum boog op haar rug.

“Zo, hier zaten jullie dus. Jullie zijn moeilijk te vinden!” Dat zij hier net arriveerden toen de poort open ging, blijkt toeval te zijn. Kes wist niet eens van het bestaan er van. Hij vertelt dat de solar die hij bij zich heeft weet waar de Clay Man is. Zij is in dienst van de Perfect van Paragon – een stad in het Zuiden die belegerd wordt door de legioenen van de keizerin. Als wij daar iets tegen doen, kunnen we de Clay Man krijgen. Hij zit gevangen in de kerkers van de Perfect. “Waarom?” “Hij is immuun.” “Waartegen?””Ja, dat is het hem nou helemaal.”  Ze is er nogal vaag over.

“Het Zuiden is wel ver weg, maar dat is geen probleem als je de Maiden of Travel aan je zijde hebt,” zegt de siderial. “Dus dan kunnen we de luchtschepen meenemen?” “Ja hoor. Maar intussen kunnen we best even achter deze Gate kijken. Daar zitten vast allerlei dingen die niet in de Loom of Fate te zien zijn. Ik wikl er graag een kijkje nemen.”

Binnen is het vies van roest en oude smeerolie. Maar waar de artisan loopt wordt het schoon. Ze neemt vier dwergen mee, twee krijgers en twee werkers. Die hebben het effect ook, maar minder uitgesproken. We lopen een tijd door. De zwaartekracht doet raar: wat onder is wordt boven en weer muur. We passeren watervallen van kwik en fonteinen van vuur.  En dan komen we bij een groot metalen hoofd. We stellen ons voor. Hij benoemt ons als ‘exalts type 2’.  Solar, lunar en siderial zijn voor hem subtypes. De Mountain Folk mogen hier niet zijn. We nemen de verantwoording. Dat accepteert het hoofd en het opent zijn mond wijd. Als we erdoorheen stappen, gaat er een bel. We komen in een soort fabriekshal waar mensen in eenvoudige zwarte kleding aan werkbanken staan. Ze hebben een edelsteen in het voorhoofd. We verstaan ze niet, maar in geschreven Old Realm kunnen we communiceren. Ze halen er iemand bij. Het is een gedaante in rode gewaden met een zilveren masker en een mechanische stem, die wat haperend Old Realm spreekt. Het hoofd keert zich om, zodat het nu de hal in kijkt, en vertaalt. De rode figuur vraagt waarom we hier zijn. Eye zegt: “Omdat we de sleutels hadden,” en Tawuz voegt er aan toe: “Omdat Creation wordt bedreigd door de Ebon Dragon en we overal bondgenoten en steun zoeken.”

Dat maakt veel los. We worden naar een zijkamer gevoerd. Na een tijdje valt de gedaante plat op de grond. Er verschijnt een kwikzilveren man uit de vloer. Het is Zog, de geest van kwikzilver. Ze willen ons wel helpen, maar er zijn tegenprestaties nodig. Materialen, schoonmaakmiddelen, lucht … dat soort dingen.Als we wijzen op het reinigende effect van de mountain folk, antwoordt Zog dat die niet binnen mogen vanwege de Great Gease. Het is dat zij bij ons is. < De Gease kan worden opgeheven door de Clay Man, als het Deliberative daar toestemming voor geeft. De Gease was namelijk ingevoerd op bevel van het Deliberative. >

Shi Mei Lan doet een spreuk om voedsel te maken. Ze voelt dat de sorcerous essence door de gate heen komt, en deels ook door zeven andere gates, heel ver weg. Blijkbaar hebben we alle gates geopend. Zij kunnen ons in ruil legers bieden. Zog legt uit dat Autochthon slaapt. Er zijn acht naties. We kunnen alleen afspraken maken met deze natie. We proberen te regelen dat ze niet de aarde gaan plunderen. We krijgen een robot mee, Buffy the Fluid Diplomaat. De robot is van maanzilver en heeft een sterk effect op lunars. Het voelt heel lekker, zoals de aanwezigheid van een sympathieke elder zou voelen zonder de Great Curse.

Marina vertelt dat Ebon Rime een opdracht van Sol heeft gekregen, die hij niet mag vertellen. En dat Sol niet blij is dat we zijn broer gewekt hebben. Sango laat de Mouse of thé Sun rondkijken in Autochthon. Die kijkt even op van zijn spelletje. Eye probeert nog excuses aan te bieden voor het loslaten van Five Days Darkness, maar de muis zit even op een spannend moment in zijn spelletje. Gelukkig waren het de lunars die hem bevrijd hadden en niet de solars.

5 XP per personage.

Tanais – 45

Tanais 21 februari 2013

20-iv-R1  1 uur ’s middags

De brahmanen heffen een getrommel aan en het dode paard wordt afgevoerd. De bewusteloze nep-Chantal wordt weggedragen door Sandra en Florence, die in het complot zaten. Dan is er gedoe aan de poort. Chang wordt er bij gehaald. Een soulfielder wil graag de koning spreken: “Het is vreselijk fout gegaan in de Soulfields!” Hij gaat gedwee met Chang mee naar Risha, die even bij zit te komen in de koninklijke coulissen. De man komt meteen ter zake: “Uw hulp is nodig! De tombe is ontploft en hare koninklijke hoogheid Chantal is spoorloos. Er moet ingegrepen worden!” Risha vraagt aan Sivanesh of hij vrij kan krijgen voor staatszaken. Ja, de koning is verder niet meer nodig in de rituelen en het feest kan wel zonder hem gevierd worden. Risha spreekt met de hoofdbrahmaan af dat er een lege urn bijgezet zal worden op het stierenveld en het gebeente van de soulfield koning wordt naar de kelder van het kasteel gebracht. De tempelstad loopt leeg voor het feest dat die avond in de ambassadestad zal worden gehouden. ‘Chantal’ laat vragen of de koning zijn woord wil houden de siderials om hulp te vragen. Die delegeert het aan Chang en dan trekt hij zich terug om zijn kroningsgewaad uit te trekken en zijn rijkleding te pakken.

Phantom, der Alte en de Rooie vallen stil als Chang aan komt lopen. Hij wordt vriendelijk begroet: “Goedemiddag, iedereen amuseert zich en de solars overtreffen de oude verhalen. Wat kunnen we voor jullie doen?”  ‘Het is tijd dat Chantal weer kloten krijgt.’ Der Alte grijnst, Chang ook. “Wilt u mij maar volgen.” Na enig aandringen mag der Alte de damestent in. Courtisanes kijken bevreesd naar de scootmobiel. “Claude …”, de dames schrikken. Chang zegt snel: “dames, opzouten!” Smiespelend gaan ze naar buiten. Der Alte begint opnieuw: “Claude … tsja, we meet again. Om je te kunnen helpen, moet je mee naar de Starlit Tower.” Claude wil zich als courtisane vermommen, maar Chang heeft een ander idee. Hij wil dat Claude doet alsof hij der Alte gijzelt en Chantal heeft weggetoverd. Zo gebeurt het. Er ligt een lege jurk in de tent. De wachters zijn te laat. “Niet schieten,” roept Chang, “anders raak je der Alte!” Phantom en de Rooie zitten op de achtergrond te lachen.

Gwan is aan het rondpolsen bij de ambassadeurs. De Noorderlingen zijn vooral geïnteresseerd in de ceremonie om het gebeente van de oude Soulfield koning bij te zetten. Gwan weet daar niet veel over te zeggen. De broer van Risha stelt hem voor aan Gezari Achar, de nieuwe Shintasta ambassadeur. “Risha kent hem nog wel…” Gwan neemt hem mee naar de koning. Gesar blijkt een jeugdvriend van Risha’s broer te zijn. Hij is niet al te snugger en hij blijkt Risha gepest te hebben toen die nog klein was. Gwan heeft de indruk dat hij hier ambassadeur is gemaakt om van hem af te zijn. Als ze bij Risha komen, is die net bezig een dikke leren rijbroek aan te trekken. Hij begroet zijn ‘jeugdvriend’ zonder wrok en heet hem welkom aan het hof. “Leuk om elkaar weer eens te zien. Maar ik moet zo weg voor staatszaken, kun je me verontschuldigen bij mijn broer?” ‘O, die gaat vanavond toch weer terug naar huis.’ Risha hijst zich verder in zijn leren pak en neemt afscheid. Hij gaat met de soulfielder via het paleis en haalt daar de zak met botten van zijn voorganger op voor een herstelritueel. Dan loopt hij incognito door de ambassadestad en gaat zijn groene paard zadelen. Binnen hebben de brahmanen voor lekker weer gezorgd, maar buiten de stad woedt een ijzige sneeuwstorm. De soulfielder gaat achter Risha op het paard zitten. Het wordt een moeilijke, barre tocht.

Als ze weg zijn, gaat Gwan de pegasi zoeken. Chang wil ook weg, maar er is alweer iets loos aan de poort. Hij moet meekomen, want “er staat iets met een tulband aan de poort. Hij zegt dat hij een ambassadeur van Eenoog is.” De man is grauw en grijs en hij draagt inderdaad een tulband. Hij is heel vriendelijk. “Mijn naam is Charagas, ik ben door mijn heer gezonden als ambassadeur. Chang weigert hem de toegang vanwege het kruisigen van de revolutionaire raad in Shearton. Dat betreurt Charagas zeer: ‘Maar dat waren misdadigers! Als er een misverstand is, dan moeten we daar over praten. Als we van tevoren geweten hadden …’  “De koning is er nu niet. Komt u op een later moment terug.”  ‘Maar ik begrijp dat u een ambassade weigert? Dat zal mijn heer verkeerd uitleggen.’ “Nee nee, dat is niet aan mij, daar moet de koning over oordelen.” ‘Dan vraag ik asiel aan, want als ik terugkeer ben ik dood.’ Dat kan Chang hem wel toestaan, Charagas krijgt onderdak in de tempel van Risha. Dan kunnen Gwan en Chang eindelijk ook weg. Ze vliegen door de sneeuwstorm. Na een half uur treffen ze Risha en de soulfielder. Die blijkt Derek Padraig te heten. Derek kent West Chetwood erg goed. Hij gidst ons en maakt er een comfortabel onderkomen voor de nacht.

Claude en der Alte komen bij de Starlit Tower aan. Der Alte bedient de deur met een afstandsbediening. “Neem een wijntje en doe bijna alsof je thuis bent, terwijl ik opzoek wat er moet gebeuren om je te genezen.” Hij pakt een dik boek en begint op zijn gemak te lezen. Na twee uur zegt hij: “Kom maar mee.” Op de tweede etage is een magische cirkel en een planetarium. Claude moet ergens gaan zitten en der Alte trekt aan een aantal hendels totdat er een rood licht uit het planetarium op Claude straalt, de mars-bank.

Bij het kampvuurtje vertelt Derek wat het plan is van de soulfielders: Als Patrick, de eerste soulfield koning trouwt met de godin Moira kan hij in de Soulfields regeren. Chang vraagt dof we dan ook Chantal terug hebben. ‘Nee, Chantal ging de tombe binnen die gereserveerd is voor de Faery Queen. Die had bezit van haar moeten nemen. In plaats daarvan kwam er een grote zwarte raaf tevoorschijn, dat is een manifestatie van de Faery Queen. Meer weten we niet, maar het is geen goed teken.” Risha vraagt of die vogel naar de Hoogzetel is gevlogen. Nee, meer naar het Noorden. Gwan kijkt in zijn glazen bol: waar is Chantal? Hij ziet haar in een een wit marmeren stad hoog in de bergen. Een soort Shangi-La. Ze zit naast een diep ravijn en drinkt wijn met een man met een adelaars profiel. Ze lijken zorgeloos en hebben het naar hun zin.  Er is geen spoor van de raaf.

In de Starlit Tower, terwijl Claude zijn marslicht-bad neemt, begint der Alte ook over Chantal. “Hoe vond je het om haar te spelen?” ‘Wel leuk, totdat het pijnlijk werd.’ “Voor haar is het ook leuk. Ah, jullie weten natuurlijk van niets … Ze heeft haar Lunar maat gevonden en dat hebben jullie gedaan. Voor jullie gaat het een stuk moeilijker worden. Jullie moeten via de zee. Maar Chantal heeft niet van het witte hart gegeten, dus zij is voor eeuwig buiten gesloten uit de witte stad. Dat is niet onopgemerkt gebleven. Een van de lunars heeft er voor gekozen om haar te helpen. Ze hebben haar geadopteerd omdat ze ontheemd is. Op de korte termijn is ze nu gelukkig, maar op de lange termijn is ze toch buitengesloten.” ‘Voor altijd?’ “Nee voor dit moment, je weet nooit wat er in duizend jaar kan gebeuren. Jullie zijn solars, jullie vinden er vast wel iets op. Eenoog joeg op het witte hert, dat konden we niet laten gebeuren, die was voor jullie bedoeld. Maar we hadden niet voorzien dat Chantal niet van het hart zou eten. Maar op dit moment is ze met kortstondig geluk bezig in de lunar heilige stad, hoog in de bergen, ontoegankelijk. Het is goed voor haar.”  Claude’s onderbuik functioneert inmiddels weer naar behoren. ‘Bedankt! Als ik ooit wat terug kan doen.’ “Dat komt vast nog wel eens.”

21-iv-R1

De volgende ochtend is er een warme wind opgestoken. De sneeuw begint te ontdooien en de laaggelegen soulfields worden drassig. We rijden verder en komen bij een heuvel die heilig aanvoelt. Moira, Derek’s vrouw wacht ons daar op. We maken kamp en eten lunch. In de loop van de dag komen er steeds meer soulfielders naar de heuvel. Morgennacht is het ritueel. Chang is benieuwd hoe het gaat met Adrarn. Die heeft een Nettie, en ze komen ook wel hier. De heilige plek van de Faery Queen geeft toegang tussen de werelden, deze niet, dit is het heiligdom van de godin Moira, die kan een huwelijk sluiten met een overledene. Risha maakt zich zorgen over zijn eigen status als Patrick koning wordt. Moira legt uit wat de bedoeling is: “Ik Moira, jij koning. Jij gaat een brandstapel bouwen. Als Patrick verbrand is, gaan Derek en ik de as verzamelen en die brengen we naar de top van de heuvel. Bij zonsondergang komt Moira en de koning van Soulfield treedt met haar in het huwelijk. En bij het begin van de nieuwe maancyclus kan de Faery Queen terug komen. Hij wordt koning van de doden en jij van de levenden. Het is geen bedreiging voor jouw macht. Chantal is weg, daar kunnen we niks aan doen. Maar jouw koningschap kunnen we lijmen.” Risha is gerustgesteld en gaat brandhout verzamelen. In de loop van de dag komen diverse soulfielders hem daar mee helpen.

Tegen de avond arriveert de scootmobiel met der Alte en Claude. Onderweg krijgt Claude les in ingewikkelde sideraal technomagie. Claude vraagt of der Alte weet waar Risha een spreuk kan leren om onder water te ademen. Die wil dat niet vertellen, dat moet de jongen zelf maar vinden. Siderials zijn officiaal neutraal. Het was al erg genoeg dat ze het witte hert hebben geleverd. De Alte wil wel blijven kijken bij het ritueel.

Gwan kijkt nog even in zijn kristallen bol hoe het in de ambassadestad gaat. De eerste en tweede cirkel gebouwen rond het plein blijven staan en worden gerestaureerd, maar de rest van de stad wordt gesloopt om daarna te worden heropgebouwd. Daguerre weet de werklui goed te enthousiasmeren. In Risha’s tempel is de eenoog ambassadeur druk theologisch aan het discussiëren met Malice.

22-iv-R1

De volgende dag komen er steeds meer mensen. Adrarn is al behoorlijk aan het ‘soulfielden’, going native. Hij stelt ons voor aan Nettie: “Dit zijn de mensen die me hebben gered: Chang is het hoofd van het leger, Gwan is de minister van handel en dat is de koning.” Netie is diep onder de indruk. Ze vaagt ook naar Claude, de vierde man in ons groepje. “Wie hij daar is? Laten we het daar maar niet over hebben.”

Risha vraagt aan Moira hoe de twee pantheons zich volgens de Soulfielders tot elkaar verhouden. “Ushas en Agnes zijn de twee vrouwen van Oaken. De opkomende en ondergaande zon. Daarnaast hebben we de Green Man als echtgenoot van Graire, de volle maan. De riviergodin Sheila kennen de Shintasta niet. Qua heilige pekken hebben we niet alleen de Hoogzetel maar ook de Veenzaal in het Oude Wijven Bos.En ie is nog helemaal van ons. Bronwe is verkloot door de brahmanen.” Chang vertelt over de vampiers die uit de put kwamen. Er zijn er een aantal ontkomen. Die zijn volgens haar naar Sorceror’s Well. Ze gaat er van uit dat er weliswaar een verbond is tussen Sorceror’s Well en de Eenoogaanhang, maar het is zeker niet het zelfde. Sorceror’s Well hoort bij de Abyss en de Eenoog cultus behoort bij de kwaadaardige orde van het Web. Die haalt alle plezier uit het bestaan om maximale efficiëntie te bereiken. Maar Eenoog zelf lijkt een macht te zijn die boven de twee uit stijgt. Ze vertelt ook dat de goden onze offers nodig hebben, daarom hebben ze de brahmanen nodig maar ze kijken er wel op neer.

Vroeg in de namiddag wordt het tijd om de brandstapel aan te steken. Risha maakt er een indrukwekkende show van. Chang ziet met spirit sight dat er angstaanjagende monsters uit de brandstapel komen die zich in een kring om de heilige heuvel opstellen. Als het vuur uitgebrand is moet Risha de as en de botten verzamelen. Met hulp van zijn vrienden lukt het om de belangrijkste botfragmenten bij elkaar te zoeken. De priesteres is tevreden en steekt het mooi in de urn. Dan zetten de aanwezigen een klaagzang in en moet Risha de urn de heuvel op dragen. De monsters maken plaats om de koning langs te laten. Zolang hij de urn draagt is hij veilig. Risha zet hem plechtig op de top. Dan verandert de heuveltop in een waterige grijsheid. Uit de urn stijgt een mooie jongeman op. De godin Moira komt uit de grond omhoog en neemt zijn hand in de hare. Om de heuvel heen verandert de omgeving ook in grauwe golven. Het is niet het grijs van Eenoog, maar meer een midnight blue. De godin en de dode koning omhelzen elkaar. Op de heuvel gaan allemaal plekken open waar de soulfield doden uitkomen. Ze worden langzaam voor iedereen zichtbaar en proberen de aandacht van de levenden te trekken. Het publiek wordt bang. Op de heuvel ontstaan huisjes van 100 jaar geleden. Er zijn vluchtige ontmoetingen tussen levenden en doden. Voor ons solars en ook voor der Alte vervagen de levenden. Wij komen in de dodenwereld terecht. De scootmobiel verandert in een gewone stenen stoel. Der Alte blijkt weer te kunnen lopen. Cool!

Koning Patrick en Moira zakken weg in de bodem. De dode boeren kijken op en om naar ons, een beetje bang. We gaan naar de top. Daar is een zwart gat met een trap omlaag. Het voelt niet eng, er zijn geen diepere lagen onderwereld in de grond, alleen maar donker. Risha maakt licht, maar zijn kasteteken schijnt maar zwak. Het ziet er hier heel natuurlijk uit. Voor de boeren lijkt dit gat niet te bestaan. Wij naar beneden. Het is ontzettend diep. na een paar uur zien we nog steeds geen bodem. Dit lijkt een derde punt te zijn, een driehoek met Bronwe en Sorceror’s Well. Claude begint zich zijn vorige leven als solar te herinneren en zijn vriend die Herbalife verkocht. De anderen zien wit marmer in hun herinnering en zonverlichte straten.  Er is een tafel, waar we ooit aan gezeten hebben. Meer dan alleen wij, er is een soort oorlogsoverleg. Iemand, niet van ons, staat op en dan zien we heel erg veel ontploffingen. De siderial kijkt helder en alert. Hij is alles in zijn geheugen aan het prenten om het later op te kunnen schrijven. Voor Chang en Risha gaat het beeld verder: ze zien een paar van de ontbrekende beelden. De man die opstond, was de generaal. Hij nam de beslissing om aan te vallen. De anderen hadden niet de macht om hem tegen te houden. Het was niet de schuld van ‘de solars’, dit was een eigenhandig besluit van 1 persoon. Risha herinnert zich nog het meeste: hij was ook daar heel jong, hij was tegen de oorlog en wilde meer leren.

Ares is uit!

Mijn debuutroman Ares is uit! ares_v_lr

Het is te bestellen bij Uitgeverij Elikser en nu ook bij BOL.COM .

Als je het in een boekwinkel wilt bestellen kan dat natuurlijk ook. Liever zelfs! Want als een boekwinkel merkt dat er vraag naar is, gaan ze het in hun winkelvoorraad opnemen en dan komt het onder de ogen van een groter publiek.

Het ISBN nummer is 9789089545114, het boek kost Eur 16,-

Tanais – 44

Tanais 7 februari 2013

18-iv-R1 3 uur ’s middags
Buiten de schrijn van Risha staat een bonte stoet mensen. We gaan verder naar de ambassadestad. De mensen zullen daar hun intrek nemen. De stoet gaat verder met ritueel kabaal. De hoge brahmanen gaan voorop, daarna de aanstaande koning en zijn aanhang, vervolgens de lagere brahmanen en dan de ambassadeurs en overige genodigden. Men is nogal teleurgesteld in de vervallen staat van het stadje. Bij het middenplein krijgen we de ruimte. De deftige huizen zijn onbewoonbaar en Chang laat de mensen met genoegen hun yurts zien. De ambassadeurs hadden geen 50 jaar achterstallig onderhoud verwacht. “Excuses voor het ongemak,” is een faux pas. Maar het koninklijk paleis is net zo vervallen en als ze zien dat Risha en Chantal ook een yurt moeten betrekken, begrijpen ze dat het geen opzettelijke belediging was.
De Qartiaan wil het grote handelsgebouw aan het centrale plein claimen. Dat is een van de vijf gebouwen met een kelder die in de grot met de stinkende poel uitkomt. Als Risha voor de grap opmerkt dat er nog een bordeel nodig is, gaat Daguerre daar serieus op in. Zij krijgt daar een van de vijf huizen met kelder voor. De Qartiaan heeft geen yurt nodig, maar gaat meteen zijn ruïne in. “Die knap ik zelf we op,” zegt hij. Chang gaat via een van de andere huizen snel naar de grot om de doorgang naar de magie-winkel in te laten storten. Maar onderweg komt hij de Qartiaan al tegen. Die heeft een oude kaart in de hand. Waar nu een smerig water staat, is daar een keurig ovaal getekend met een legende in het Qartiaans. Chang is nieuwsgierig.
“Kom ik zal het je laten zien,” zegt de ambassadeur. Hij zet wat parafernalia om de poelen prevelt een spreuk. “Krak!” Het water verdwijnt gorgelend en er komt een zwarte ovaal tevoorschijn. “Dit is het.” “Het voelt mooi, maar ook melancholisch,” zegt Chang. “Ja. Maar het zou alleen mooi moeten zijn, het verdriet hoort hier niet. Dit is een doorgang, het is een tegenhanger van Sorceror’s Well. Ik denk dat u mijn advies goed kunt gebruiken. Als u mij de toegang tot de heilige poel toestaat, zal ik jullie helpen.” “Dat zal de koning moeten beslissen, maar ik zie het wel zitten.” “Nu we hier toch met zijn tweeën zij, wat is het nut van al die brahmanen? Voor hun is deze bron onrein. Dit is niet van hun en u en ik willen hen er niet bij. En de put is anathema voor Eenoog! Voor ons Qartianen is dit een reine plek en ik wil er graag toegang toe om te mediteren.”
Chang verwacht dat daar wel met Risha over te praten is.
“Hebben jullie toevallig een schriftje gevonden?”
Chang is echt vergeten dat hij dat bij zijn vorige bezoek in zijn ransel had gestoken en antwoordt “Nee”.
“Jammer. Daar staan de veiligheidsinstructies in.”
Ze gaan samen mediteren. Voor Chang leidt dat niet tot inzichten. Hij steekt er een mote essence in: “Klabberdebam!”
De Qartiaan wordt abrupt gestoord in zijn meditatie en deinst achteruit. Het zwarte ovaal valt weg en je kunt achter de spiegel kijken. Het is een verticale schacht met rondom rijen nissen in de muur. Een kleine zwerm vampiervleermuizen vliegt er door naar buiten de ruimte in. “We hebben dat schrift nodig,” roept de handelaar, “er is hier iets dat niet klopt! Wat doen die nissen daar? Dit hoort een bron te zijn met zoet water tot een paar meter onder de opening.”
Ze gaan naar boven. Chang belooft om de mannen die de huizen hebben schoongemaakt te vragen of iemand het schrift gevonden heeft.

Gwan gaat de huizen inspecteren. Vooral het houtwerk is rot. Het zou sneller en goedkoper zijn om alles af te breken en de hele stad opnieuw te bouwen, maar dat is wel zonde van de mooie architectuur.
Risha en “Chantal” hebben ook een yurt. “Jij hebt er tenminste nog een leuke meid aan overgehouden,” zegt Risha tegen Claude. Ze verkleden zich voor het avondeten en gaan weer naar de gasten. Het eten is sjiek, uitgebreid, maar niet erg bijzonder. Feestvreugde en kou. Chang vertelt over de bron en de Qartiaan. In de verte klinkt geschreeuw. In een uithoek van het pein stuiven mensen weg, het is bij de mensen van Kofkof uit Abishqueck. Chang, Gwan en Risha er op af. Er staan mensen met getrokken lansen de duisternis in te turen, maar er is niks meer te zien. “Het had klauwen en heeft iemand van ons meegegrist. Het vloog die kant op!” Gwan pakt zijn kristallen bol en ziet een heel grote vleermuis die naar het Oosten fladdert. We gaan snel naar beneden om te paard er achteraan te gaan. Claude doet alsof Chantal boos is, pakt makkelijke kleren en de spullen van Claude. Na een half uur komen we bij de vleermuis. Die lijkt ergens naar te zoeken. Een pijl van Risha en de warboomerang van Claude halen het beest uit de lucht. Zijn slachtoffer overleeft de val, omdat hij precies bovenop de vleermuis terecht komt. Snel verzorgen. Hij kijkt glazig en ziet er grauw uit. De vleermuis verandert in een mens, Hij ziet er verhongerd uit. We nemen ze allebei mee terug.
In de stad is grote consternatie. Er zijn nog meer mensen zijn op dezelfde manier verdwenen. Iedereen wordt ondergebracht in het kasteel. Dat is krap, maar wel veiliger dan buiten blijven. We zijn acht mensen kwijt en die zijn niet meer te traceren. De dode vleeermuisman is een vampier, zwaar ondervoed, met geatrofieerde spieren en een weke huid. Zijn slachtoffer blijkt besmet en Claude maakt hem af.
Chang ontdekt dat het schriftje in zijn eigen bagage zit en geeft het aan Risha, Die leest de inleiding. Daar staat dat toen de brahmanen Bronwe inrichtten, deze bron een Soulfield heilige plek was. Hij is door de brahmanen niet goed afgedicht. Toen de Qartiaanse ambassadeur de put ontdekte, was de schade al gedaan. Hij was aan de oppervlakte gecorrumpeerd. De Qartianen hebben hem verzegeld.
We halen de handelaar er bij. Hij stelt zich aan Risha voor als Qadier Halanie en belooft te helpen Hij spreekt de waarheid. Hij is stomverbaasd dat Risha het schrift kan lezen. Qadier leest verder. In het verslag staat dat in de nissen doodskisten zitten. Dat gaat 20 rijen diep en daarvoorbij bereik je pas de echte put. Het water staat onnatuurlijk laag. Dus daarom is de bron verzegeld, ze konden hem niet zuiveren zonder hem te vernietigen.
De aanvallen van vampiers worden ons door de ambassadeurs niet kwalijk genomen. Eindelijk gebeurt er eens iets spannends. Hier wordt geschiedenis geschreven!

De volgende ochtend maakt Claude zich als Chantal op voor de trouwerij. Hij draagt een stevige leren broek onder de trouwjurk. Om half elf moeten we acte de présence geven, dus Chang wil om half negen bij de put zijn voor als bij zonsopgang de vampiers terugkeren. Maar het blijft stil. Het waterniveau is duidelijk gestegen. Gwan schijnt het licht van zijn kasteteken de put in. In 1 op de 10 nissen begint het te sissen en te smeulen. De allerzwakste vampiers konden niet meer naar buiten en worden nu verzengd door het licht. Solars zijn behoorlijk dodelijk voor vampiers.
Dan begint de ceremonie. We gaan via de weg weer omlaag en rijden onderlangs naar de priesterstad. Langs de weg staan priesters aan weerszijden te zingen. Met Spirit Sight ziet Chang een soort schaakbord in de lucht waar reusachtig grote goden als publiek om de stad heen zitten. Chantal moet het Ushasvuur aansteken in een vrouwendeel van het tempelcomplex. Caude is geen vrouw. Het plan was slecht doordacht. Hij voelt zijn ballen verschrompelen. Heel onaangenaam. Maar hij zet toch door. De lucifers doen het niet. Hij steekt er essence in. Het vuur flakkert even en gaat weer uit. Er wordt onrustig gefluisterd. Een vrouwelijke brahmaan zegt: “Zal ik je hand even vasthouden? Je bibbert een beetje.” Zelfs met hulp lukt het niet. Dat veroorzaakt nog meer onrust. Chang ziet dat sommige goden nu wat beter beginnen op te letten. Een aantal dames gaan zingen en pakken ‘Chantal’ van twee kanten vast. Wij zij er om je te steunen. Pashupati glimlacht, Mutri fronst, Ushas is helemaal niet blij en de rest van de goden let niet zo op.
Door naar het vuur van Shagri. Nu kijken alle goden belangstellend. De gevoelloosheid breidt zich uit. Het lukt weer niet om het vuur aan te steken. Sandra en Florence zitten bij dit altaar. Hier zakt Claude bewusteloos in elkaar . Ze proberen hem bij te brengen, maar de goden hebben besloten hun geen kracht te geven. Lichte paniek. Sandra en Florence steken met een bewusteloze Chantal als ledepop het vuur aan. Chang ziet dat de goden nu wel heel belangstellend toekijken, en dat de godinnen nu wel heel verontwaardigd zijn. Chantal wordt naar buiten gedragen. Er daalt een stilte neer over de menigte. Chang doet Touch of Blissful Relief (twee tienen en een willpower = volledig success). De goden zien het vooralsnog door de vingers.
Er wordt naar Risha gekeken. Die weet het ook niet, maar zegt: “Misschien kunnen Sandra en Florence helpen?” Bij het volgende altaar slaat de slapte weer toe, maar met zijn drieën is het geen probleem om het vuur in een keer aan te steken. Er klinkt voorzichtig gejuich.
Dan komen ze aan het vuur van Samas. De grote ketel staat op het altaar midden op het plein. Je ruikt het aardgas. Dit zou minder moeilijk moeten zijn want het is een mannenvuur. Het gaat dan ook moeiteloos aan. En dat is ook weer verdacht. Risha hoort brahmanen mompelen: “Dat het vuur van Samas zo hard brandt moet wel het werk van Eenoog zijn.”
De goden kijken boos. De godinnen worden in bedwang gehouden: “Om nou alle brahmanen te straffen om iets wat één idioot gedaan heeft … nee.” Toch zoeken ze naar een excuus om een bliksemschicht te gooien.

Op het laatste plein staat alles klaar voor het offer. Het staat vol met offerdieren, maagden zingen, Chantal wordt onder een deken gestopt met het paard dat wordt gewurgd (Claude voelt niks). Ze komt snel weer tevoorschijn. Risha klieft het hoofd van het paard.
Oaken wordt ook zichtbaar voor Risha en vraagt hem waarom hij dit gedaan heeft. Risha biedt zijn excuses aan. Chantal is geen Shintasta. De goden zijn boos, maar Risha krijgt toch de zegen. Dan gaan ze weg. Risha vraagt Oaken of er nog wat gedaan kan worden. De god blijft nog even praten met zijn kampioen: “Dit was een wanvertoning. Maar de brahmanen hoeven er niets van te weten.”
Er zijn hier meer mensen die de geestenwereld kunnen zien. Sommige brahmanen en de siderials. Ze hebben gezien dat de god aan de koning verscheen, maar gelukkig niet gehoord wat hij zei.

The RoSE – 31

In de berg.

Marina en His staan nog steeds bij de oude ent. Die is aan het vertellen hoe vermoeiend het is om 100 vrouwen tevreden te houden, elk met 100 kinderen. Dat lijkt op de huidige drukte. Ze helpen hem met het uitgraven van de wortels. Als ze het wortelstelsel vrij hebben, fuseert het tot twee stevige benen met flinke platvoeten. Ook zijn takken trekt hij in, of samen, tot het twee armen zijn. Na een tijdje is hij een dragonblooded, maar wel een heel oude met hier en daar nog een blaadje en een trosje appels.
De bovenverdieping van de berg is inmiddels weer leeg, op de priesters na. Op de lagere woonlagen proberen de paar overgebleven volwassenen het leven weer zijn gewone gang te laten gaan. Als we er een paar dragonblooded adolescenten vinden die op zoek naar wapens zijn, herinneren we ons dat er beneden een grote voorraad magische wapens en harnassen ligt. Hebben we nog tijd om die op te halen? De oude ent loopt niet zo snel. Als ze nou transport voor hem naar de poort regelen en zelf intussen de wapens en harnassen gaan halen? We zien dat er ook kinderen met gouden haar rondlopen, we zien van die haarkleur maar één jongen op tien meisjes. Marina denkt dat ze misschien meerdere elementen beheersen. En ze vraagt zich af wat de appels voor ons zouden doen. De ent geeft haar eentje. Hij is heerlijk maar het doet niks. Ze nemen 60 tieners mee, 10 van ieder element en 10 goudhaartjes.
Als ze in de benedenstad komen zien ze dat er een laag olie op de grons ligt. Marina wil er aan ruiken, maar zodra ze het aanraakt glipt het om haar heen. Het probeert ook haar mond en neusgaten binnen te dringen. Marina verandert zich in een vliegende vis en probeert terug naar de uitgang te zwemmen. De olie is echter te dik en trekt haar terug. His slaat op de rest die nog op de grond ligt. Marina voelt dat de olie in maagzuur aan het veranderen is en verandert snel in een mini-vorm. Een jongen schiet een energiepuls uit zijn handen en raakt. His slaat weer, nu wel raak. Het monster smelt weg en Marina neemt weer haar mensvorm aan. His zet zijn oog van Ligier aan, dat vinden de kinderen wel eng.
His loopt voorop. Zonder verdere aanvallen komen ze bij de deur. Als de golem zich vormt, stapt Marina naar voren en fluistert het wachtwoord. Binnen in het arsenaal is er nog genoeg voor iedereen. Iedereen zoekt enthousiast een uitrusting uit. Marina pakt voor zichzelf een paar witjaden smashfists. Wat er over is nemen ze ook mee.
Boven is opa intussennaar de Zuidpoort gereden. Hij brengt de tijd door met het vertellen van verhalen. His zoekt een uitgang boven, verandert in een adelaar en vliegt naar de anderen buiten.

Tawuz vraagt de generaal om zijn naam. Die heet Lerdaal Gras;hij is geadopteerd en komt uit Chiaroscuro. Dat er alleen vrouwen en kinderen in de stad over waren, hebben ze met scry’en geleerd. Dat is zo’n “nulde cirkel” spreuk. Aan blauwdrukken van de ram kan hij niet komen. Elke actie heeft zin eigen deel. Tawuz vliegt hem terug. Ze nemen afscheid en Gras gaat de water- en vuurtypes overtuigen.

Atis komt aan. Hij vertelt dat Little Shu de Red Piss Legion mag gaan leiden en vertelt hem de “do’s and don’ts”.

Rond middernacht verlaat een stoet de toren, vol met onderdelen. Ze gaan naar de Zuidpoort. Daar komen ze rond zonsopkomst, omstreeks tien uur, aan. SML verkent. Bij de Noordpoort leggen de vijf legioenen van het kamp bij de haven een cordon. De overige kampen trekken op naar de Zuidpoort. Ze gaat kijken naar het assembleren van de ram. Een stokoude tovenaar leviteert de ram zelf, die is van groen uitgeslagen brons met een roodgloeiende kop. Hij wordt in soulsteel kettingen in het frame gehangen.

Marina luistert goed naar de verhalen van de ent. Zo leert ze een boel over de Primordial War. Hij vertelt dat sommige primordials best aardig waren. Taal bijvoorbeeld. En de Levende Berg. Maar ja, ze stonden aan de verkeerde kant he. Bevel van Sol, moesten afgemaakt worden. Daar begin je weinig tegen.”
Ze is ook bij Ebon Rime langs geweest. Die is goed aan het herstellen. De robots denke dat hij nog een week moet blijven om te herstellen. Maar ze hebben ervaring met exalts: hij zal morgen vast weg willen.

Het wordt ochtend. Atis neemt Little Shu mee naar het Red Piss Legion. LS trekt zijn orichalcum plate armor aan. Het legioen staat al te wachten. Atis loopt naar de luitenant die hij gisteren begroet heeft. Hij stelt dat niemand de Roseblack kan vervanen en stelt Little Shu voor ls vervanger totdat zij er weer is. De kapitein gaat de uitdaging aan: hij laat zich niet opzij schuiven door een mooi jongetje dat een keer met de generaal heeft geneukt en een kleuter.
De kapitein kiest een hamer als wapen, Little Shu zijn reaver daiklave. Ze zullen vechten tot een het opgeeft. De kapitein springt omhoog en haalt uit. Hij raakt, maar doet weinig schade. Little Shu slaat met het heft van zijn wapen om te voorkomen dat hij dodelijke wonden maakt. Het doet geen schade, maar de manoeuvre maakt indruk. De kapitein slaat hem in zijn kruis, ook dat is raak. LS geeft hem nu met het vlak van zijn daiklave een oorvijg, links en rechts. De eerste klap is raak en slaat hem al knock-out, waardoor de rebound over de kapitein heen gaat.
Daarna komt de tweede luitenant. Die kiest voor een dire chain, waar hij indrukwekkend mee staat te jongleren. Hij is sneller dan LS en draait het wapen om LS’s nek. Hij trekt. Little Shu’s keel is gekneusd en hij zit vast. LS stapt in en slaat naar de knieën van de aanvaller. Raak! De man slaat een kreet en zakt in elkaar.
“Het is duidelijk,” zegt de eerste luitenant, “we hebben een nieuwe aanvoerder.” Hij zakt ook op zijn knie. De manschappen volgen zijn voorbeeld. Little Shu gebruikt de charm Fury Inducing Presence om ze weer tot een eenheid te smeden. De eerste luitenant roept: “Voor de glorie!” De tweede roept: “Dood aan de stomme kloot!” Little Shu aarzelt een ogenblik, maar realiseert zich dat dit de slogan van het legioen is en brult mee. De knie wordt verbonden, de kapitein komt weer bij en men zet zich in beweging naar de Zuidpoort.

Bij de poort aangekomen houdt het Red Piss Legion zich afzijdig. Ook de vijf clans van de tovenaars houden zich afzijdig, behalve die de stormram bedienen. De overige legioenen hebben zich rondom de poort opgesteld. Bij de ram staan twee reusachtige wood-elementals om de stormram te duwen en tien sorcerors om hen te instrueren. Sango, SML en Tawuz kunnen zonder moeite dichterbij komen. Sarina ook, onzichtbaar.
Als de elementals de ram achteruit trekken en hem loslaten gooien Sango en SML tegelijk een banishment. De spreuken zijn niet sterk genoeg. De stormram raakt de poort en er ontstaan grote barsten in het adamant. Binnen horen Marina en de ent het. Ze gaan de gang in.
Sarina gooit een Countermagic op de ophanging, maar die lijkt geen effect te sorteren. De elementals trekken de stormram weer terug en laten hem los. Sango gooit nog een Banishment. Een van kettingen breekt omdat de demonen waar hij uit gesmeed was teruggestuurd worden naar de hel. Daardoor raakt de ram de poort op een andere plaats en gaat hij er niet doorheen. Sango’s kasteteken licht op en ze hangt slapjes. Eye en tawuz nemen haar mee.
Intussen hebben de sorcerors door dat er sabotage gepleegd wordt en ze gebruiken Sorceror’s Sight. His en SML hebben ook nog Countermagic gebruikt, maar dat werkt niet. Atis pakt zijn powerbow en een orichalcum pijl en schiet op de andere ketting. De pijl raakt een schakel en de ketting breekt onder de impact. De poort is zwaar beschadigd, maar de ram boort zich in de grond en is voorlopig onbruikbaar.

Op dat moment gaat de poort open en wandelt de Wood Dragonborn naar buiten, gevolgd door 95 Dragonblooded tieners in jaden harnassen en wapens. De belegeraars kijken verbaasd. Iemand roept: “Aanvallen!”, maar ze leggen hem het zwijgen op.
De ent zwaait met zijn hand en de elementals verdwijnen. “Mijn kinderen, ik ben blij jullie weer eens te zien. Vrienden, kinderen, leuk dat jullie er zijn. En nog wel in zo groten getale!” Hij houdt stil en lijkt ergens op te wachten.
Een van de tovenaars bij de stormram begint een incantatie. De ent knijpt twee vingers dicht en de tovenaars lippen klemmen dicht.
Little Shu stuurt zijn mannen er op af met de raad om een appeltje te eten. De kapitein loopt er heen. “Neem een gele,” zeggen de ent en Marina in koor. Hij bijt er in en krijgt opeens niet alleen rode, maar ook groene schubben. Hij knielt neer.
“Och jongen! Doe niet zo mal.”
De luitenants eten ook van de appels, maar ze hebben nog niet genoeg essence om een tweede element te krijgen.

De tovenaars beginnen te roepen over anathema. Sommige manschappen pakken hun wapens. Shi Mei Lan had aan de aardedraak gevraagd of die zin had in actie. “Ja nou!” Dus op het moment dat ze aan willen vallen komt SML op een draak aangevlogen. Ze vallen de tovenaars aan. De draak spuwt een rotslawine. Ghurkan praat in op een van de legioenen die staan te overwegen om aan te vallen. Hij is heel overredend en bijna honderd dragonblooded die met laaiende aura’s rondom de ent staan zijn ook imponerend.
Little Shu stuurt zijn mannen af op degenen die in de andere legioenen naar hun wapens hebben gegrepen. Marina verandert in beastman-vorm en gooit appels naar de aanvoerders. Dit valt helemaal verkeerd. Iemand roept: “Anathema!” De wapens worden weer getrokken, de pijlen zijn allemaal op haar gericht. Sango overtuigt Tawuz dat zij nog best kan vechten. Eye duikt op Marina, roept: “Red de oervader van de dragonblooded!” en sist Marina toe dat ze weg moet. Die heeft het effect van haar vormverandering niet zo door.
De oude ent heeft het allemaal njet zo door. Hij spreekt zijn afstammelingen toe, maar dwaalt wat af.
De jonge dragonblooded zien opeens allemaal wapens die in hun richting wijzen en ze trekken hun eigen wapens. Sarina schiet intussen op de hoofd-tovenaar. Ze doorboort hem en hij valt dood neer. His vliegt aan als adelaar, landt achter een rots en verandert in een mens. Hij valt een tweede tovenaar aan. Helaas staan er complete legioenen om de poort heen en zijn transformatie is door velen waargenomen. “Daar is er nog een!” roept iemand. His slaat de tweede tovenaar neer met zijn zwaard.
Ghurkan gebruikt de Irresistable Salesman Technique om Marina weg te sturen. Ze verandert in een kolibrie en vliegt terug de berg in. Shi Mei Lan zit op de draak, die druk bezig is om steenlawines over de tovenaars en de agressieve legioenen heen te storten. Little Shu probeert nog steeds om de Red Piss de agressieve legioenen aan te laten vallen, maar hun was voorgehouden dat ze demonen mochten gaan bevechten en nu zien ze anathema, in hun geloof demonen, dus daar gaan ze op af! Dit was niet zijn bedoeling. Haastig probeert hij ze te stoppen.

Tawuz loopt naar de aanvoerder van het legioen tovenaars. Die houden zich zorgvuldig afzijdig. Hij mompelt: “Dat is een Dragon-Born een oervader van de dragonblooded. Als je van zijn appels eet, krijg je er extra elementen bij.” Atis valt hem bij: “Die anathema proberen jullie af te houden van extra krachten.” De tovenaars laten hun staven zakken en gooien een gebiedsbrede Countermagic. De leider van de hout-factie neemt het woord. Hij wijst er op dat er allerlei Elder Gods onder de berg zitten die nu vrij spel hebben. Dat hoeven geen lunar anathema te zijn. Hij merkt op dat wat we in de lucht zagen misschien niet de keizerin is. Alles wat ze doet destabiliseert het Rijk. Wij zitten hier met vijftien legioenen een onneembare berg aan het belegeren. En wat voor legioenen!” Hij biedt een appel aan aan iemand van het aarde kamp. Haar aura vlamt op. Dan geeft hij een zwarte appel aan een water type. Idem. “Eeuwen geleden was dit een dragonblooded stad. Dat is het nog steeds. Hier horen wij thuis! Dat …” hij wijs op de tieners, “… is onze toekomst! Dienen wij het fantoom van het Keizerrijk, of werken we aan onze toekomst?”
Mooie woorden, maar de mensen twijfelen nog.
Atis loopt op een van de aanvoerders af en geeft hem een appel. “Dit is waar die anathema je van af te houden, maar het maakt je sterker!” Hij probeert het. De appel is van zijn eigen element en hij exalteert ter plekke als dragonbooded. Tawuz geeft een hoge officier een appel. Welke kleur? Rood. Zijn haar kleurt knalrood, maar verder lijkt het weinig te doen.
Atis zegt tegen de dragonblooded dat hij het deed om te helpen. Lookshy zijn ook dragon blooded, probeert hij nog. Het antwoord luidt: “Vijanden zijn vijanden!” “Hoeveel vijanden doen de poort voor je open?” “Da’s waar…” Ze twijfelen nog een beetje. Atis laat zijn wapen zakken en His is al weggelopen.
Ook Little Shu suggereert aan zijn mannen dat ze een appel moeten nemen. Bij de meesten levert dat alleen maar een rare haarkleur op, maar er zijn er inderdaad een aantal die ter plekke exalteren. Iedereen die een gele appel eet exalteert! Maar de gele appels zijn helaas al snel op.
Als er vijf mensen geëxalteerd zijn, roept een sergeant luid: ” PROTOCOL SLAGVELD EXALTATIE ! ” Het is al eeuwen niet meer gebeurd, maar het Handboek Soldaat voorziet er in dat iemand exalteert, zelfs tot solar. Het is een extreem oude passage die nooit gewijzigd is omdat de siderials niet verwachtten dat het ooit nog zou gebeuren, terwijl ze wel de hoop levend wilden houden om de troepen gemotiveerd te houden.

De belegeraars die in de stad willen blijven merken dat er strenge regels zijn. Atis regelt dat de dragonborn alle nieuw-geexalteerden in zijn familie kan adopteren. Tawuz koppelt wat oudere dragonblooded aan de niet-geexalteerde volwassenen in de stad. De dragonblooded krijgen zo een postie binnen de stad en de lokalen krijgen geëxalteerde volwassenen als medestanders.

15 xp.

Tanais – 43

17-iv-R1

4 uur ‘s ochtends

De catamaran wordt verstopt in de delta, ergens op een onbereikbare plek, en onklaar gemaakt tegen diefstal. Claude ontmantelt ook de duikklok. Doodop reist het gezelschap verder op de pegasi. Chang sukkelt onderweg nog in slaap, maar Gwan heeft dat op tijd door en wekt hem voordat hij van zijn paard stort.

Risha gaat ’s morgens naar de brahmanen om te doen alsof hij braaf mee wil doen aan de ceremonie.  Onderweg naar hun verblijven komt hij allerlei spannende shintasta genodigden èn ongenodigden aan. Saddhus zijn een soort hippie-brahmanen en vratyas zijn ascetische priester-krijgers. En er zijn natuurlijk heel veel nomaden. Risha vraagt aan de hoofdbrahmaan wat hij moet doen. Hij hoeft geen teksten te leren, maar hijn wordt wel meegenomen naar een achterkamer, waar een groot heilig kromzwaard wordt bewaard. Die is bedoeld om het paard te slachten. Risha krijgt een mindere brahmaan mee en gaat bij de slagers in de leer om het dier in één slag te onthoofden. Hij krijgt een diagram en allerlei ingewikkelde instructies en blijkt zowel de kracht als het talent te hebben. Na het oefenen mengt hij zich anoniem tussen de toegstroomde mensen. De jonge brahmaan die met Gwan meegereisd was staat op een zeepkistje te oreren. Zijn publiek zijn de intelligentere mensen. “Het gaat om het innerlijk, niet om de uiterlijkheden! Offeren vanuit een leeg hart is betekenisloos.” Risha wéét dat de goden daar anders over denken en gaat even de discussie aan. Maar de brahmaan heeft het over je persoonlijke ontwikkeling. De koning gaat verder en vindt een groepje boeddhistische monniken in oranje gewaden. Ze houden zich wat afzijdig. Gwan had ze al genoemd, het zijn shaolin monniken en ze prediken geweldloosheid. Hij vraagt wat er zoal gebeurd is bij Shearton en ze vertellen er over. Ook hun filosofie klinkt heel zinnig. Daarna gaat hij naar een siddhu die op één been staat met een dikke joint. Risha vraagt hoe hij in contact komt met de goden. De heilige man blaast een wolk hasj dampen in zijn gezicht. Dat is een duidelijk anwoord.

 

Adrarn is met Chantal naar de Soulfields. Hij is Nettie aan het versieren, dat lukt heel aardig: het iseen gezellig en lieflijk stel. Hij kookt voor haar en ze vindt het vreemd, maar wel erg lekker. Chantal is ondertussen de koningin aan het spelen en gedraagt zich waardig. Dat wordt door de soulfielders op prijs gesteld, maar brengt het Adrarn in verwarring. Zo kent hij haar niet.

 

Hoog in het luchtruim vliegen drie pegasi met vier ruiters die zo uitgeput zijn dat ze niet van het uitzicht kunnen genieten.

 

Risha gaat naar de boeddhisten om te vragen wat er bij Shearton is gebeurd. Ze vertellen dat zij als laatsten de stad uit zijn geschopt. Als je geen lid bent van Eenoog, kom jke de stad niet in. De revolutionaire raad is gekruisigd. Maar de monniken zijn geweldloos, dus zij mochten vertrekken. Het Oude Bospad is dicht. Als je slim bent, neem je die niet. Elke keer dat je passeert moet je spirituele tol betalen: een stukje karma. Dat maakt je ook vatbaarder voor et geloof van Eenoog. Risha realiseert zich dat dit betekent dat alle schapenhandelaren die heen-en-weer reizen dus allang missionarissen van het kwaad zijn. Dat bevestigt de monnik. Risha hoort ook dat Sorceror’s Well weer bewoond is en dat de bron wakker is. Het Niets van de monniken is onthechting, maar het Niets van de Abyss, dat wil je niet weten. De monnik is er gelaten onder: “Er zal altijd kwaaad zijn. Niet meedoen, dat is het enige wat er op zit. Er is geen probleem als jij het er niet van maakt.”

 

De middag gaat voorbij en het wordt donker. De Pegasi komen aan. Claude heeft zich vermomd als zuiderling en noemt zich Frans Bouwer. Risha begroet ze bij de stalln. Claude en Risha leggen het bij. Claude heeft belooft geen brahmanen meer aan te vallen en Risha belooft het verleden te laten rusten en amnestie voor Claude te regelen. Claude heeft nog twee andere verzoeken. De ene is een huis in Bronwe voor Daguerre en haar gouverneur van het Zuiden te maken. De andere vraag is voor alle vrouwen het recht om hun eigen man te kiezen. “Dat laatste,” zegt Risha, “kan ik niet beloven. Die macht heb ik niet. En als ik zomaar een volstrekt onbekende vrouw gouverneur maak, dat zal niemand accepteren. Mijn positie als koning is nog erg wankel.” Na enig onderhandelen stelt Daguerre een proefperiode voor. Dat lijkt acceptabel.

Claude blijkt niet onder de indruk van de gore details van de ceremonie, hij heeft al voorbereidingen getroffen in de vorm van leren onderkleding en zo. Risha merk nog op dat Chantal geacht wordt na de ceremonie hetr boek uit de grafheuvel te tekenen. Ze is er niet. Dus het zou fijn zijn als dat boek weer in de grafheuvel ligt, om tijd te rekken. Gwan biedt aan hier achterheen te gaan.

 

Dan worden we gestoord door een bediende. “Majesteit, er zijn drie gasten. Eentje met een vreemd vervoergeval.” Dat klinkt als Der Alte. Claude verandert zich in Chantal en gaat, net als Gwan en Chang, slapen. Ze waren al moe voor de reis, nu zijn ze uitgeput. Risha begroet de drie siderials.

Ze staan voor de poort met een wit hert op een Tenser’s Floating Disk. “We blijven niet voor de ceremonie,” begint Der Alte. Risha zegt dat ze meer dan welkom zijn en dat er veel lekker eten en drank zal zijn. “maar we willen wel op de achtergrond blijven kijken.” vervolgt de siderial, “We hebben iets onderschept. Hoge Eenogers jaagden op dit hert. Maar dat hadden jullie moeten doen. Het is een profetie, een vergeten mythe. ‘Als het witte hert verschijnt, staat er iets belangrijks te gebeuren.’ Wij zijn natuurlijk neutraal. Maar we staan net iets meer aan jullie kant. Het witte hert heeft met de witte stad te maken. Wie de kracht van het witte hert tot zich neemt, krijgt de sleutels van de witte stad. Zelf gejaagd, zelf het hart opeten.“ Risha biedt ze de laatste luxe gastenkamers aan en gaat daarna aan het hert sjorren. Zodra hij het van de schijf heeft, begint het tot leven te komen. Stasis! Hij duwt het dier er snel weer op en stuurt een bediende uit ‘om koningin Chantal, generaal Chang en minister Gwan te wekken, maar als ze niet willen komen is het niet erg.’ Chang was inderdaad best moeilijk te wekken. Risha geeft de gewonde bediende een ruime schadeloosstelling.

Hij legt kort uit wat de siderials vertelden en duwt de vliegschijf naar de tuin. Daar duwt hij het hert van de schijf af. Eerst beweegt het nog een beetje langzaam, maar dan wordt het bovennatuurlijk snel. Risha mist het dier twee maal met zijn soulsteel boog. Hij is blij dat hij er voor gekozen heeft om niet egoistisch alleen op de hert te jagen, maar zijn vrienden er bij te betrekken. Gwan raakt het dier, Claude raakt ook en Risha´s laatste pijl is eveneens raak. Risha onthooft het hert in één slag, volgens de instructies van het paardenofferritueel en snijdt dan het hart er uit. Hij neemt een grote hap uit het hart en laat het rondgaan onder zijn kameraden. Dan vilt Risha het hert. Het karkas gaat naar de keuken, het hoofd naar de taxidermist en de huid naar de looier. Daar wil hij een mooi leren pak van laten maken. De ballen zijn natuurlijk voor Claude, sorry ‘Chantal’.

Natuurlijk is de hele jacht, het delen van het hart en het opdelen van het hert door tientallen hovelingen vanuit de ramen gezien. Risha vindt dat niet erg, het helpt in de vorming van een mythos.

 

18-iv-R1

De volgende dag, acht uur. Er is een juichende menigte. Diverse soorten brahmanen maken zich nuttig of juist onnuttig. Er zijn zoveel maagden als ze konden vinden. Iedereen is te paard, behalve Risha en Claude/Chantal. Die hebben een wagen, getrokken door twee paarden. Het offerpaard wordt apart aan de teugel meegevoerd. De processie duurt lang en de hofastroloog kijkt naar de sterren. “Tlakos staat in Oaken’s Boat. Een gunstig voorteken voor deze regering.”

Gwan is nog bezorgd over de rituelen, de brahmanen stellen hem gerust. De hemel is loodgrijs. Na een paar uur komt de processie aan een vierkant stenen altaar. Daar wordt een vuur ontstoken. De koning en de ‘koningin’ werpen er geklaarde boter op.

Dan komen we in de buurt van de ambassadeursstad. De brahmanen hebben hier een schrijn gebouwd voor de weggelopen kinderen. Risha gaat naar binnen met zijn volgelingen. Malice, de jonge brahmaan die samen met Risha uit Satem is gevlucht, wordt geinstalleerd als priester. Oudere brahmanen voelen zich gepasseerd en dit heeft kwaad bloed gezet.

In de schrijn staat en bronzen beeld van Risha. Het is levensecht. Risha is er heel  blij mee. De brahmanen hebben echt moeite gedaan om deze schrij  aan de regels te laten voldoen. Bij de installatie van de schrijn committeert hij een paar motes Essence aan het beeld en aan zijn priester (Essence Lending Method) … Risha’s cultus is er een punttje sterker door geworden. De priester kan nu magie gebruiken. Weggelopen kinderen zullen hier een veilig thuis vinden.

Het begint te sneeuwen en er steekt een koude, gure wind op. Terwijl Risha bezig is, komen er zes mannen te paard aan met het Shintasta banier van Satem. Ze houden halt voor de ingang van de schrijn. Als de jonge prins Risha naar buiten komt ziet hij tot zijn schrik dat zijn broer, de koning van Satem, er zelf bij is! Er is op aarde maar één persoon waar hij bang voor is en dat is zijn broer! Maar hij houdt zich groot.

“Welkom, broer,” zegt Risha, “ik zag dat er nog een klein troontje was dat leeg stond. Jij bent de oudste, aan jou is het grote rijk. Het rijk van Satem is van jou. Ik wil niet doodgaan en ik wil jouw troon niet.  Als jij mij dit kleine landje gunt, dan kunnen wij in vrede samen leven.”  Zijn broer lijkt het aanbod te accepteren en vervoegt zich bij de stoet die naar de ambassadeursstad gaat.

 

Over naar Chantal en Adrarn. De Soulfields zijn megalitische tombes met een voorportaal. De afsluitsteen van een ervan is verwijderd. Daaromheen iseen soort amfitheater gemaakt. Priesteressen invokeren Chantal en zij moet er naar binnen gaan. Adrarn vraagt: “wat ga je daar doen?” “Ik moet de tombe in, naar de doden en terug. En terugkeren als de vrouwe van Faery. De koningin van de doden komt in mij, en dan ga ik spreken. Ik weet nog niet wat. Het is minder statisch dan de shintasta. Het zou voor mij een reinigende ervaring moeten zijn. Ik zal me waarschijnlijk wel anders gedragen … ”

Ze gaat naar binnen. Dan klinkt er een luid grkrijs. Gekerm vanuit de tombe. Er gaat een rimpeling van verrassing door de mensen. Da valt plaatselijk het licht uit. Het geschreeuw wordt harder. Er is angst in het publiek.

 

KNAL!!! De tombe ontploft.

 

Het publiek stuift uit elkaar. Adrarn zoekt beschutting op. Daarna wordt het stil. Een heel grote zwarte raaf stijgt op uit de tombe en vliegt naar het Oosten. Dan gaan de priesters voorzichtig een kijkje nemen. Chantal is er niet. In de tombe vinden ze resten van keramiek en as van crematies. Is dit de bedoeling?  Nee!  Maar misschien weten de siderials meer … ?
Nettie zoekt beschutting bij Adrarn en hij troost haar. Men gaat maar weer huiswaarts. De familie neemt hen op sleeptouw.

 

 

3 xp

The RoSE – 30

The RoSE sessie 30 – 17 januari 2013

In de berg.

We kijken verder naar de aanwezigen in de tempellaag. Zijn er nog capabelen aanwezig? We kunnen de sleutels aan de hogepriester (die het overleefd heeft) geven, en aan de Mistress en Market Master. We discussieren over de verdeling van functies. Is het wel goed dat het op familiebasis gaat? “Natuurlijk!” zeggen Marina en Tawuz. We besluiten de Hogepriester te zoeken.

We schieten een langslopend meisje aan. Ze heeft rood aar en een verwilderde blik Ze geeft geen antwoord, maar zegt: “We moeten hier weg!” “Waarom?” “De berg is niet veilig. Er zit iets gruwelijks wat iedereen doodt! Ik heb net een dutje gedaan en het gezien. In mijn droom!” We proberen haar er van te overtuigen dat we er iets aan gedaan hebben, maar ze is niet helemaal overtuigd. Verderop zien we een jongen met zwart haar die expedities naar buiten voor voedsel op poten zet.

Marina verandert in een kolibri en gaat op zoek naar de priester. Ze vindt hem, zoekt een hoekje op en neemt weer mensengedaante aan. “Hé, een mevrouw,” zegt een jongetje, “Laat mijn zus met rust!” en hij grijgt een stuk essence uit de lucht. Marina laat hen wijselijk links liggen. De priester is in trance, dus Marina besluit de anderen te halen. EoA zijn we kwijtgeraakt in de menigte. De priester is druk bezig met een diagram voor een magitech apparaat dat de kracht van stoom benut, via een water- en een vuurelementaal. Marina schat in dat het nog 10 minuten duurt.

Als hij klaar is, verheldert zijn blik en begroet hij ons. Marina vraagt of hij heeft gemerkt dat het nogal druk is. “Natuurlijk,” zegt hij en probeert haar af te wimpelen. Sarina stapt ertussen en zet dat Vodak weg is. “Dat moeten de goden weten!” Ghurkan laat een druppel bloed op het altaar vallen en met het licht van de zon verschijnt ook de goddelijke aanwezigheid. Die vormt zich rondom de priester en manifesteert zich via hem. Ghurkan vertelt hem wat er gebeurd is, dat we niet weten of Vodak terugkeert, maar dat het niet langer Vodak zal zijn. “Dan is waakzaamheid nog steeds geboden, maar niet overmatig!”

De god vraagt of Ghurkan de wetten van de stad wil zegenen. Ja, dat wil hij wel. “De wetten werken al duizend jaar, en doen dat goed,” zegt de god. Sarina vraagt of er mensen zijn om het gezag te dragen. “Ja, duizenden ontwaakten.” “Moeten wij mensen aanwijzen?” “Kom nou! Dat kunnen ze zelf prima.” Ghurkan zegent het wetboek. Zijn kasteteken laait op. Dan dooft het licht en stopt de goddelijke invloed.

We besluiten dat het tijd wordt om de andere helft van onze groep te vinden. Ghurkan kan niet vliegen, dus we gaan door de geheime gang. In de tussentijd komen we de zwartharige jongen weer tegen. We vertellen dat de lagere verdiepingen weer veilig zijn, maar wel helemaal ontvolkt. Hij stuurt een meisje met ons mee.

Op weg naar beneden komen we Eye weer tegen. Ze heeft een stadswacht bij zich. Na enige uitleg wil die wel een eed op het wetboek afleggen. We realiseren we dat we de sleutels zijn vergeten af te geven. Ghurkan en Eye gaan nog even mee naar boven en nemen alsnog de sleutels mee. Als de wachter zijn eed aflegt zweert, wordt het altaarvuur opnieuw even zonnegeel. Eye heeft ook een veer vor Ghurkan. Deze blijkt automatisch te kunnen notuleren. Als we weggaan zegt het nieuwe hoofd van de stadwacht dat het goed is als we zelf onze uitreisstempels zetten.

Buiten de berg.

Als we buiten komen, opent de draag één oog. Hij herkent ons: “Er is van alles gebeurd in mijn buik. Er zijn  leylijnen verschoven, maar het voelt beter dan voorheen.” We zijn blij dat te horen, de droom van de jonge dragonblooded had ons ongerust gemaakt.

Atis hangt rond en vertelt ons wat er bij hun is gebeurd. Wij vertellen wat wij gedaan hebben. Dan gaan Marina en Tawuz als roofvogels op jacht.

’s Avonds komt de rest van het gezelschap. We vertellen over en weer wederom wat we geleerd hebben. De lunars vertellen he verhaal natuurlijk de tweede keer veel mooier. Zij vertellen ons dat de Immaculate Order nu aan het inschepen is. Hier buiten zijn nog twee taken: de stenen toren met de incantaties en de Red Piss Legion. Little Shu wil gelijk aanvallen, de rest overtuigt hem dat we eerst moeten verkennen. Shi Mei Lan vraagt Sango of ze een Countermagic spreuk in haar staf wil stoppen. Na enig heen-en-weer gepraat stopt ze een Sapphire Circle Banishment in de ene staf en twee Emerald Coutermagics (één zwaar, gebiedsspecifiek en een lichtere voor het blokkeren van één spreuk) in de staf van de Green Sun Prince. Enigszins uitgeblust blijft ze achter, met duidelijke aura. Sarina wil de Countermagic spreuk van haar leren.

Tawuz, Marina, SML en Atis gaan naar het kamp van de tovenaars. Atis wandelt het kamp in. Hij was gewaarschuwd dat hij een pasje nodig had, dus is hij voorbereid. De wachter draagt beestenvellen en een koeienschedel. De mensen in het lucht-segment van het kamp vinden zichzelf heel belangrijk, de watertypes zijn relaxter. Atis gaat die kant op. Marina zit, als spitsmuis, in zijn  zak en soms op zijn schouder. In het midden is het aardekamp. Daar is weer een wachter. Het kamp voelt goed. Als je het analyseert komtdat omdat er helemaal geen wyld-taint is. Het Blessed Isle voelt net zo.

Hij mag doorlopen. De toren is van basalt. 30 meter diameter en 30 verdiepingen hoog. Er is geen deur. Vanaf de vijfde verdieping zijn er ramen. Ze horen de incantaties. Die zijn in Old realm maar desondanks onverstaanbaar. Er is een pad, of beter gezegd meerdere, die allemaal convergeren op een punt vijf meter voor de toren. Atis gaat daar staan, zwaait naar degene die hem vanuit de toren bekijkt en voelt zichzelf opstijgen. Hij landt in een kozijn. Daar overtuigt hij de wachter dat hij geen kwaad in de zin heeft – anders had hij zich nooit aan de deur gemeld, toch?

De man legt een muntje onder zijn tong en spreekt de spitsmuis Marina aan. Hij denkt dat ze een familiar is. Hij vertelt dat ze bezig zijn met nulde cirkel magie waarvoor je geen wilskracht nodig hebt. Bijvoorbeeld met familiars praten, iemand leviteren, dat soort dingen. “Nee, we zitten hier geen demonen op te roepen. We zijn ze juist aan het binden! De ram is bijna klaar.” “O, de stormram voor de poort.” “ Ja die! Maar … het was gezellig, ik verveel me hier te pletter.” Atis wil nog wel eens langskomen. Dat is prima! Hij heeft normaal de hondenwacht.

His gaat als zeeman het waterkamp in en zoekt een bar. De stemming is geanimeerd, pop een tafel danst een topless meisje. Bij de bar worden dealtjes gesloten voor overvallen en plundertochten. Morgen is de grote dag. Maar dat gaan ze met vlag en wimpel winnen. De stad is gevallen, ze rammen de poort in, verkopen de kinderen en de paar vrouwen die er nog zijn. Ze zitten nu al te plannen voor na de overwinning. His regelt een vaatje bier.

SML en Tawuz cirkelen rond de toren. De reden dat de zang niet te verstaan is, is omdat er allemaal verschillende spreuken gedaan worden. Ze zijn duidelijk bijna klaar. Ze kijken ook nog even bij de houttypes. Dat zijn de gifmengers. Ze zitten te kleumen bij hun haardkatten. De vuurtypes hebben het ook koud.. Zij smeden plannen om de houtmensen te pakken te nemen – dit zijn de kannibalen.

We komen weer bij elkaar. Het zou mooi zijn om met een banishment de stormram te saboteren. En om de dragonborn op de wood-factie dragonblooded in te laten praten. De leider van dat kamp is een kandidaat en His is het beste in mensen overtuigen. Atis wil ook nog even naar het Red Piss Legioen. SML wil wel mee in katvorm.

Bij de houttypes. His verandert van vogel in zeeman, Marina in spitsmuis en Tawuz in kat. His heeft het vaatje bier mee. Voor de tent van de commandant zit een alchemist de wacht te houden. Hij is heel wantrouwig. His vertelt dat hij onbekend is omdat hij in de berg aan het infiltreren was. De man blijft wantrouwig. Met enige moeite overtuigt His hem om een biertje te nemen. De man wil overtuigd worden dat His echt kan infiltreren. Hijzelf verandert zijn arm in een tak, His antwoordt door zijn oog van Ligier te laten zien. Dan is de man overtuoigden roept: “Baas, er is iemand voor je en hij komt van beneden!” His schenkt hem bij in de enorme drinkhoorn die hij opeens omhoog houdt. Anderhalve liter …

Binnen zit een oudere man. Hij ruikt naar lelies, heeft een houten harnas en een groene snor. Hij bemonstert His: “Jij hebt een audiëntie weten te regelen bij mijn deurwacht!” “Ja, ik heb nieuws en bier. Iets minder dan daarnet, maar toch.” “Ja mijn deurwacht heeft een hoorn waar anderhalve liter in past,” lacht de commandant. Marina klimt als muis op een kastje. “U heeft een menagerie.” “Ja, dat is gemakkelijk als je infiltreert.”

“Maar,” zegt His, “ik ben in de berg geweest en als de plannen door gaan, kan het fout aflopen.” Na enig praten vertelt His dat er een dragonborn in de berg zit. “Oh. Die kan het Red Piss Legion in zijn eentje aan. Graaf hem uit, was zijn wortels en hij kan weer lopen. Tot nu toe is alles wat u me vertelt de waarheid.” His zegt dat de dragonborn traag is en dat hij de aanvoerder graag mee wil nemen. Die vraagt of het veilig is, of hij het overleeft. His zegt ja. “Hoe ga je me door de adamanten poort naar binnen krijgen?” “Niet.” “Hoe dan?” “We vliegen naar boven. Kijk niet vreemd op als één van mijn menagerie verandert in iets wat kan vliegen.” De man is zelf inmiddels al onzichtbaar geworden.

We lopen het kamp uit. Als we buiten zijn, geeft His een signaal. Tawuz verandert in zijn war-form. De generaal zucht: “Anathema. Ik had het kunnen weten. Wel … ‘in for a penny, in for a pound’” Hij stapt op Tawuz’ rug. His zegt: “Marina, jij kent de weg.”

Als we landen stapt de man af. Tawuz neemt weer mensvorm aan en begroet hem. His probeert te vertellen dat dragonblooded en lunars vroeger samen werkten. De man wil het niet horen. Dan lopen we naar de dragonborn. Hij herkent ons niet, maar wel de appel die hij heeft meegegeven voor Wijsheid. Hij biedt de commandant ook een gele appel aan. Die eet er van, na enige twijfel. Om hem heen ontstaat eerst een vuur-aura en daarna een lucht-aura. De commandant is overtuigd dat de oude een echte dragonborn is, maar vraagt zich nog steeds af waarom we hem hierheen hebben gebracht. We laten ze even praten.

Het gesprek gaat eerst over tuinieren, over wat je moet doen met planten die te ver zijn teruggesnoeid: je moet de laatste takjes stekken. Deel twee van het gesprek is minder omslachtig. De ent vertelt dat Vodak 10.000 dragonblooded exaltaties in zich had opgenomen, die hij nu weer probeert uit te delen. “Breng mij naar buiten, dan kan ik de rest ook uitdelen!” De commandant realiseert zich plotseling dat dit betekent dat vrijwel iedereen in de berg geëxalteerd is. Een aanval zou een slachting worden! Maar hoe kan hij de rest van het leger waarschuwen? Tawuz zegt dat ze de srijdram kunnen saboteren. Ja, dat zou tijdwinst opleveren. Het kost enige moeite om His te overtuigen dat dit niet subtiel kan: een aantal demonen zal los komen.

De houtcommandant wil terug. Hij denkt dat hij de facties hout, vuur en aarde zal kunnen overtuigen om niet mee te vechten. Tawuz vraagt hem om weer op zijn rug te stijgen. Onderweg vraagt Tawuz hoe de commandant heet, hoe ze wisten dat er alleen nog maar vrouwen en kinderen in de stad waren en of hij aan de bouwtekeningen van de stormram kan komen. <Dat spelen we volgende keer uit.> De rest gaat op weg terug naar de pack om ze in te lichten, battleplans te maken, etc.

Atis gaat naar het Red Piss Legion. Hij meldt zich en zegt dat hij voor the Roseblack komt. “Nou, dan zit je goed fout. Die is in de Imperial City. Ze is nu minister van Defensie.” “Kan ik contact met haar opnemen?” “We hebben wel wat manieren. Het kan met een jaden ibis. Eén obool en ik regel het voor je. Meenemen wordt te ingewikkeld, je moet het hier invullen.” Atis denkt diep na. Kernpunten: Bericht van Atis. Ze kan hem vertrouwen. Hij wil haar over twee weken ontmoeten op de eerste ontmoetingsplek. Haar legioen is opvallend ver weg en doet niet het beste werk voor het Rijk.  De ibis wordt verstuurd. Het duurt drie dagen enkele reis en de contacten zijn moeizaam de laatste tijd.

Het klinkt voor Atis als een groep mensen met behoefte aan leiderschap… Hij vraagt naar de secundant. Die is er wel. Hij regelt bier en een gesprek. Kort gezegd: ze missen inderdaad leiding. Zonder de Roseblack zijn ze een zooitje ongeregeld dat uit elkaar valt. Atis laat de leiders om zeven uur op appèl komen. Hij stelt Little Shu voor als tijdelijke aanvoerder.

EoA vertelt de aardedraak dat ze belooft heeft om een luchtdraak als doel van de sacred hunt te nemen. De draak begrijpt het eerst niet, maar zegt dan: “Je hebt een wapen nodig en onkwetsbaarheid. Dat laatse kan ik je geven en een wapen heb je niet nodig. Je hebt toch Shalgero’s Pride? Wacht er overigens niet te lang mee! …”

Xp – volgt nog