Tanais 83

Tanais 83 – 2 april 2015

5-viii-R2

We zijn aangekomen in Groath en regelen paarden. Dan gaan we op weg. Als we dicht bij Ashcroft zijn, begint de lucht te betrekken en we horen een irritante diepe bromtoon. Na een uurtje houdt het weer op. Een paar uur later tegen de schemering gebeurt het weer. Om een uur of elf zijn we bij het grote legerkamp aan de ingang van de Shintasta Barrows. Als we aankomen gaat het net weer brommen.  Mahamutri komt ons tegemoet. Hij kijkt een beetje verbaasd, maar voert ons mee naar de commandotent en begint onderweg al met zijn verslag: “We hebben jullie gevraagd te komen, maar jullie komen van de verkeerde kant? Fijn dat jullie er zo snel zijn. We maken ons zorgen over het gebrom. In het begin was het een keer per dag, maar het gaat steeds sneller, duurt langer en de lucht betrekt. Alles is onnatuurlijk rustig in de Barrows, ik heb Drilim Corsair er op gezet. Je broer is voor ‘dringende zaken’ terug naar Shintasta.”

We worden vergast op spijs en drank. Na het laffe eten in de technologie wereld en het scheepsvoer is dit zeer welkom. De tovenaar komt er aangerend. “Fijn dat jullie er zo snel kunnen zijn! Wat weten jullie?” “Niks.” “Ik ben op onderzoek uitgegaan en heb de profetieën over jullie gelezen. Ik citeer: ‘Een stelletje boerenkinkels verschijnen negen jaar voor de wereld vergaat. Ze zullen snel in macht stijgen, het is maar de vraag of ze de wereld zouden redden.’ Er is sprake van allerlei rampen, iets van een gaswolk in de Barrows, ijsreuzen uit het Noorden, draken, het Vijftal dat opvalt door onnavolgbare en illustere daden. Kunnen jullie de wereld redden? Sommige bronnen zegen van wel, andere van niet.”

We vertellen dat er ‘herbrond’ is in Waldheim. Dat wist hij nog niet. Hij wil met Gwan gaan scry-en. En hij denkt dat onze tegenstander de zwarte bronnen gebruikt en dat er erg veel kracht is vrijgekomen in Melek Qart. Wij moeten ontdekken hoe ze die energie gebruiken. De zwarte bronnen ontstonden vooral door taboe-breuk door Qartianen. Als we die jongeman van het herbronnen aan onze kant kunnen krijgen is dat heel belangrijk. Hij vermoedt dat Nehal Nemar, Eenoog en de Barrows-lieden alledrie hun kracht van Igrot krijgen.

Risha laat de Incal zien. “Zo! Dat is een krachtig ding! Wat doet het?” Chang zegt: “Gunsten verlenen in ruil voor kleur.” “En hij haalt iets wat zonium heet uit de Tempest,” zegt Risha.

Drilim Corsair weet dat de Tempest via de Soulfields is te bereiken. Maar in de Tempst zitten alleen Specters die reizigers in een voortijdig graf trekken. Hij adviseert om overleg te plegen met de Elsewherelings over hoe de Incal werkt.

Over de Barrows heeft hij ontdekt dat zonlicht het gifgas ontbindt, dus er moet een continue aanvoer zijn van beneden af. Er zitten verschillende frequenties in het gebrom. Het is een technisch verhaal waar Risha weinig van begrijpt. Hij wordt weer wakker als Drilim zegt: “Jullie moeten bedenken wat je met je soldaten doet als de gifgasaanval komt.” Risha vraagt: “Is er verband met die geslachtsziekte?” “Ja, ik denk dat het een soort spore-uitzaaiing is. Een gasgedragen sporenwolk.”

Drilim gaat door onderzoeken. Wij willen uitgeslapen zijn. Mahamutri vraagt om bevelen over wat er gedaan moet worden in geval van een gasaanval. Chang zegt: “Terugtrekken tot het over is en dan weer terugkomen.”

6-viii-R2,

Om 4 uur ’s morgens worden we gewekt door een fel stekend licht van geel-groene kleur. De Children of Higg komen ons opzoeken. “Goedendag. Wij maken ons ongerust. Wij hebben drie weken in quarantaine gezeten, maar nu letten ze niet meer op ons. Hoe is het hier?”

Chang: “We zitten met een ophanden gasaanval.”

Dat interesseert ze niet. Ze willen weten hoe het met de tijd zit. Chang legt de profetie uit: we hebben nog zeven jaar. Dat klopt met een van hun berekeningen. Gwan en Risha vertellen dat we terug in de tijd zijn gereisd. “Chang heeft gelijk dat het asymmetrisch verloopt,” zegt een van de dames, “gemiddeld gezien verlopen er drie weken bij ons voor anderhalve dag bij jullie.” Verder vertellen ze dat wij hebben blootgelegd dat het systeem in de Hardware Legacy gecorrumpeerd is door de zwarte bronnen en zo. Risha vraagt of Virtual Reality gebruikt kan worden om scenario’s uit onze wereld uit te spelen, dan hebben we nog wat aan de creativiteit van al die miljoenen mensen. Dat kan, maar het kost geld. Ze bieden aan dat wij bij hun scenario’s kunnen uitdenken omdat daar veel meer tijd is. Dan kunnen we af en toe thuis komen om hier de dingen op te lossen.

Risha vraagt: “Hebben jullie een tegengif tegen die schimmels wat wij kunnen gebruiken?” Chang stelt voor om dat aan Chantal en de lunars te vragen. Risha stelt een convocatie van solars, lunars, siderials en tovenaars voor.

De CHiggs gaan er aan werken om de overgang tussen de werelden betrouwbaarder te maken, maar weten nog niet hoe ze dat onderzoek aan hun superieuren kunnen verkopen. Misschien kunnen ze de Melek Qart ontploffing aangrijpen om fondsen los te maken. De asymmetrie is door die ontploffing toegenomen. En er moet er niet nog zo eentje komen. Want dan wordt het eeuwen/uren in plaats van weken/dagen.

We vragen ons af of wij kunnen leren om door de tijd te reizen.

De volgende afspraak is onze tijd vanavond. Voor hun over twee weken. “En wanneer komen jullie onze kant op om met de Sandmen naar de Darkwherelings te gaan?”

Floep – ze zijn weg.

We hebben nog tijd voor een tweede slaapje tot de ochtend.  Om half negen is het koninklijke ontbijt. Mahamutri stelt voor dat wij de heuvels beklimmen om te verkennen. Gwan probeert te scry-en maar de plaatsen die we kennen, kan hij niet zien.

Bovenaan de heuvel is het al doods. Chang doet de charm Blissful Release op ons. Vanuit het midden komt de duisternis. Zodra we over de heuvelrug zijn, komen we in een dichte groene mist. Chang gaat voorop. Na een uur ziet de grond er behoorlijk platgetreden uit en er ligt afval van legerkampen. Wat verderop omen we onder de mist uit. De lucht is nog steeds giftig maar we kunnen heel ver zien. Grote legerplaatsen aan de binnenkant van de rand, net onder het wolkendek. Het land is kleurloos, op de vier shuragi-tinten na. Risha stijgt op en verkent van vlak onder het wolkendek. Hij ziet githyanki strijders op gepantserde slakken patrouilleren rondom de kampen. De slijmsporen trekken snel weg. In de kampen ziet hij ook allemaal githyanki. Ieder kamp is 1 bij 2 kilometer en er zijn er honderden, een kilometer kamp, vier kilometer vlakte en dan weer een kilometer kamp. De dichtheid van de kampen neemt af naar het Zuiden. Hij vliegt naar het midden van de Barrows. Voorbij de kampen is geen moeras meer, maar de grond is weggegraven. De tombes van zijn voorouders zijn er niet meer. In plaats daarvan is er in het geografische midden van de Burrows een zwarte diepte. Hij ziet dat de randen vol met tunnels zitten. De burrowers hebben een gatenkaas onder de vlakte gegraven die in deze put uitkomt. Er komt een bromtoon uit de diepte en die doet behoorlijk pijn. De duisternis in het gat is een zwart gas. Een variant van een zwarte bron? Risha weet zich vliegende te houden en kan terugkeren om verslag uit te brengen. Na een tweede set beschermings-charms geeft Chang licht. Zijn anima verdrijft het gas, net zoals zonlicht. We verlaten de Burrows over de Oostelijke heuvels en keren terug.

Risha verwacht dat de tunnels tot vlak onder de oppervlakte van de heuvels aan onze kant zullen lopen en dat de aanval dus niet over de heuvels, maar erdoorheen zal komen. Gezien de versnelling van de brom-duisternissen verwacht Drilim de sporenwolk over vier dagen, om half elf ’s nachts, en het gaat vier uur duren. Het plan is om vallen te zetten. We moeten met Gnumpathi praten. Die weet veel over githyanki. Hij zal er over twaalf uur zijn.

3 xp

Tanais – 82

Tanais 82 – 19 maart 2015

De drie Children of Higg, Helena, Condoliza en Gwen, zijn blij om ons te zien. Ze vinden dat we ‘het er fantastisch van hebben afgebracht’. Maar ze hebben voor ons wel even het Rode Alarm dat we lieten afgaan, uitgezet voordat de beveiliging ons op het spoor kwam.
[Out of Game: we krijgen een punt Virtue erbij die we kunnen gebruiken als we ooit een beroep op hen willen doen.]
Als we de muur passeren zien we onder ons een net, beschaafd landschap met her en der dorpjes en een enkel stadje. De schimmels zitten niet aan deze kant van de muur, althans niet zichtbaar. Of er onder de grond een mycelium zit, weten ze eigenlijk niet.
De Incal is een interessant ding. Als wij hem niet meenemen willen ze hem graag hebben om uit elkaar te halen en te bestuderen.
“Bedoelen jullie dat die mee kan naar onze wereld?”
“Ja, hij is niet van materie of antimaterie gemaakt maar van Igrot, en daarom kan het ding in allebei de werelden bestaan.”
Risha zegt dat je er zonium mee uit de Tempest kan destilleren.
“Jij kunt dat, want voor jou is de Tempest magie. Voor ons is het alleen maar een plek waar we met onze ruimteschepen doorheen gaan.”
Daarna gaat het gesprek over de tijdsymmetrie. Die is dus niet zo symmetrisch. Volgens hun logboeken is er ’slippage’, een verschuiving, toename van het verschil tussen de werelden.

Gwan begint er over dat hij dit zo’n onrechtvaardige wereld vindt. Dat zijn de dames niet met hem eens. “Ze hebben er toch zelf voor gekozen?”
Risha vraagt hoe het demotiestelsel werkt. “Ja, zo behoud je de kwaliteit. Wie goed functioneert behoudt zijn rang en kan zelfs stijgen, maar inferieur materiaal daalt iedere generatie. Er wordt zelfs af en toe een zeer getalenteerde van rang 15 naar de buitenwereld gepromoveerd. Het systeem is langzaam zo ontstaan. Er waren steeds meer mensen die zich terugtrokken in de virtuele wereld en er was een steeds grotere trek naar de stad. Wij kunnen niet iedereen gebruiken, dus dit was een ideale oplossing.”
Gwan vraag wat zij kunnen vertellen over zonium. “Wij zijn een speciale onderafdeling van de Children of Higg. Wij zijn zonium buiten de vier bekende dimensies op het spoor gekomen. De andere facties vinden waar wij mee bezig zijn maar vage zweverij.”
Daarna vraagt Gwan of de VR technologie ook naar onze wereld kan. “Ja en nee. Wij hebben ons eilandje zo ver van jullie culturele invloeden dat het niet interfereert met onze technologie.” Risha zegt: “Dus dan moeten we de goudmachine ver van de bewoonde wereld houden.” Chang: “Claude kan technische uitvindingen doen, maar siderial technologie gaat in zijn handen net zo snel kapot als bij ons.”
“Over vijf uur zijn we bij Salonka, willen jullie nog wat slapen voor we er zijn?” Dat is een goed idee. Gwan wil de datum weten. “18 maart 6015, eind van de middag.” “Ok, we zijn vertrokken op 4-viii-R2, dan kunnen we het tijdsverschil uitrekenen als we weer terugkomen.” Dan valt hem wat op: “Jullie hart klopt niet, en jullie ademen niet!”
“Nee, we ademen heel langzaam. Een ademhaling per twee minuten.” Gwan vraagt of hij de pols mag voelen. Ook 1 per 2 minuten. “Als je pols sneller klopt, dan ga je ook sneller dood,” zegt ze, “dat weet iedereen. De GMO’s worden maar dertig jaar oud. Hun DNA is met planten en dieren gemengd. Onze genen zijn veredeld, niet gemodificeerd. Wij leven langer: blauw leeft ongeveer 150 jaar en wit 1500 jaar. Dat is een heel verschil.” Ze vinden ons maar zielig dat onze harten zo snel kloppen. “Volgens de siderials kunnen wij ook duizenden jaren oud worden” zegt Risha, ”Imhotep is zelfs al meer dan honderdduizend jaar oud.” Dat vinden ze heel interessant.

We gaan slapen. Het zijn heel comfortabele banken. Slapen… ALARM! De sirenes gaan af! – Het was niet Claude –
“Zet de 3D printer aan!” De vier dames zijn druk in de weer met apparaten. Uit een grote kast stappen één voor één volledig bewapende soldaten.
Als we aan komen snellen zegt een van de dames: “Kijk maar op de radar, er komt een groot schip aan van een andere afdeling, de Technocraten. Zij zijn groter en gevaarlijker dan wij! Ze willen ons inrekenen omdat we verboden experimenten doen. En jullie zullen ze vernietigen. Wij gaan proberen om met het schip en jullie te ontsnappen. De mannen uit de printer zijn de afleiding.”
Twintig vers-gekloonde soldaten klimmen uit het luik in het dak van ons schip en vliegen naar de tegenstander. Even later verschijnt een enorm luchtschip boven ons. De afleiding is duidelijk niet gelukt.
“Ze hebben een tractorbeam! We worden naar binnen gezogen! We gaan de noodknop voor jullie activeren,”
Wat doet die? vraagt Risha.
“Okergeel – terug naar jullie wereld.”
“Mag ik de incal?”
“Ja. … Het ga jullie goed. Wij zitten wel een tijdje vast, maar zonder jullie hebben ze geen bewijs.”

Er gaat een stekende pijn door ons heen. Fel okergeel licht. Een schelle fluittoon in onze oren. En dan is er woestijnzand en een heldere blauwe hemel. Het ruikt naar de wilde saliestruiken. We zijn naakt, geen kleren, geen uitrusting, alleen de incal in Risha’s hand. Maar het lijkt wel alsof we in een zwart-wit film terecht zijn gekomen. Dit zou wel eens Euboia kunnen zijn. Wij zelf hebben wel heel veel kleur. De zon staat laag aan de horizon, het is vroeg in de ochtend maar het begint al warm te worden. We lopen naar het Noorden. Na drie uur bereiken we geïrrigeerd land. Chang duikt meteen in het kanaal. Als er niks gebeurt volgen de anderen zijn voorbeeld.
Terwijl we genieten van het koele water komen er een paar meisjes in griekse jurkjes aan, met waterkruiken. Hun mond valt open van verbazing. Veel te felle kleuren! Ze zijn bang, eentje rent terug naar het dorp. Risha maakt een gebaar van vrede. Het feit dat hij een bloedmooi, bloot jongetje is helpt wel om de meisjes gerust te stellen. “Waarom zijn jullie zo fel?” vraagt eentje.
“Tsja, we zijn niet van hier.”
“Ik denk dat jullie demonen zijn die ons komen verleiden! Jullie zijn geen mensen, met zoveel kleur. Dat kan alleen maar betekenen dat jullie slecht zijn!”
Risha probeert uit te leggen dat we alleen maar anders zijn, niet slecht.
“Jullie hebben kleren nodig!” zegt ze, “Wacht hier!” en ze rent weg. Een andere fluistert: “Echte incubi! De gezant van de cycloop heeft gezegd dat we moeten uitkijken voor mensen met kleur.” Maar ze giechelt erbij.
Even later komt het eerste meisje terug met een arm vol grijze lappen. Het zijn ruim vallende gewaden en hoofddoeken die alleen de ogen vrij laten.
“Nu moeten we naar huis, blijven jullie hier tot morgen elf uur?” Dat beloven we. “Dan zijn we er morgen weer.”
Als ze weg zijn doen we ons te goed aan de grijze tomaten en pompoenen die hier groeien. Ze smaken net zo flauw als ze er uitzien. Dan sturen we Claude met Flawless Disguise naar het dorp. Een half uur later komt hij weer terug. “Het is inderdaad Eiboia. Er staat een groot beeld van een Idrissi-demon op het plein, met één oog midden op zijn voorhoofd. Verder is het een saai dorpje. Er komt af en toe een karavaan langs op weg naar het Noorden.”
We willen onze afspraak met de meisjes nakomen, dus blijven we een nachtje bij het kanaal.

De volgende morgen zijn de dorpsmeisjes er om elf uur precies. Iets schaarser gekleed dan gisteren, en ze maken avances. Risha gaat er graag op in. Hij wil hun grijze bestaan wel wat spannender maken.
“Morgen zelfde tijd?” vragen de meisjes als ze weer weg moeten.
“Helaas,” zegt Chang, “we moeten weg. Kunnen jullie ons wijzen waar de rivier is?”
“Dat is twaalf uur lopen die kant op,” zegt er een teleurgesteld en wijst naar het Noordwesten. Met een knuffel nemen we afscheid. We lopen tegen de stroom in langs de kanaaltjes. Onderweg eten we van het fruit. Niemand valt ons lastig, en twaalf uur later komen we aan bij de rivier. Het is inmiddels diep in de nacht.
Als we de volgende dag weer wakker zijn, lopen we naar het Noorden langs de rivier. We komen een klein bootje tegen, dat is voor ons als de landarbeiders niet kijken. Met de magie die we van de hobbits hebben geleerd zorgen wind en stroming dat ons bootje heel snel vooruit gaat. Tegen de avond komen we bij een stad. Daar zijn ze wel vreemden gewend. We punteren naar het haventje. Eerst maar een slaapplaats vinden en dan zorgen we wel voor beter vervoer. Risha steelt een beursje uit de zak van een voorbijganger. “Als koning kun je toch geen zakkenrollen!” zegt Chang verwijtend. “Sommige dingen verleer je niet.”
Er zitten een paar zilverstukken in, genoeg voor een herberg. Vanwege onze windsels en felgekleurde ogen worden we in de gelagkamer argwanend bekeken. De herbergier adviseert ons om op onze kamer te eten. De maaltijd smaakt even grauw als hij er uitziet. ’s Nachts houden we wacht, maar er gebeurt niets.
De volgende dag gaan we de stad in. Het is relatief geordend, voor een stad. De mensen mijden ons een beetje maar ze zien hier wel vaker mensen van buiten met kleur. De gewaden die we hebben gekregen zijn de gebruikelijke dracht voor buitenstaanders. Als we een andere buitenlander tegenkomen knoopt Chang een gesprek aan.
“Ja, ik ga hier weer weg. Rotplek! Het is dat mijn baas me gestuurd heeft en hun geld nergens last van heeft. Goud houdt zijn kleur. Maar ik zal blij zijn als ik weer weg ben. Ik kom uit Ostrakia, dat is de zuidelijke staat van Sesklo. Ik koop hier erts. Ostrakia gebruikt dat om spullen te smelten. Het is daar niet pluis, maar hier… die drie cyclopen! Die zorgen er voor dat de mensen tot niets komen. Standbeelden! Daar staan ze dan met al hun deugdelijke beroepen! Geef mij maar een echte stad, met bedelaars, dieven en oplichters. Hoewel de dames hier in het geniep wel mannen met een kleurtje willen!”
“Ja, dat hebben we gemerkt! Wij zoeken een manier om hier vandaan te komen.”
“Kom maar mee. Ik heet Alain. Voor een goed verhaal kun je mee op mijn schip.”
Hij neemt ons mee naar een luxe boot met een kajuit. Die is wat minder grauw. Hij haalt een fles en wat glazen tevoorschijn. “Maar wat is jullie verhaal?”
Chang vertelt over ons avontuur in de andere wereld.
“Een geweldig verhaal! Maar als jullie me wat aandoen ga je overboord. Waar moet je naar toe?” De schipper denkt dat we misdadigers zijn, maar hij durft het aan om ons mee te nemen.
“Naar Soul.” Risha nodigt hem uit in Bronwë. “Vraag naar Risha, Chang en Gwan.”
“Soul? Hebben jullie ook zo’n last van draken? Er zit er een bij ons in de bergen.”
“Nee,” zegt Gwan, “Wij hebben reuzen. Vooral in de winter.”
Alain vertelt dat er veel vluchtelingen uit Euboia komen. “De Grauwen laten we nog wel binnen, maar de echte Kleurlozen houden we buiten.”
De volgende nacht arriveren we bij de monding van de rivier. Alain vaart ons twee dagen langs de kust. Het is een prettige reis met rustig weer. In Tartessos, een klein landje tussen Euboia en Sesklo, wijst hij ons een schip waar we passage kunnen boeken. Maar we hebben geen geld, geen normale kleren, niets. Werken voor de overtocht komt niet bij Risha op. Hij vraagt naar een Qartiaanse bank. Die zijn aan het opdoeken, maar er is er nog wel een. Hij gaat er naar toe en stelt zich voor. “Kun je bewijzen wie je bent?”
De kattenogen zijn niet voldoende, maar hij had wel gehoord dat de koning van Soul een in de Qartiaanse mysterien was. “Wat weet je van Elsewhere?”
Risha laat hem de incal zien. De bankier is voldoende onder de indruk om een kredietbrief uit te schrijven. Bij de thee zegt hij: “Doe de groeten aan Kadier’s opvolger! Het schijnt overigens dat de resourcing naar Valdheim is gegaan. Ik heb gehoord dat er een jongeman uit Rea Sylvia vertrokken is naar Valdheim en dat er daar toen dingen begonnen te gebeuren.”
Interessante informatie.

Met de kredietbrief kunnen we passage boeken op een niet al te luxe scheepje. Als we in de buurt van Albion zijn, vragen we of de schipper kan aanleggen bij het eilandje van Daguerre. Albion is altijd leuk. Het is een gezellig haventje. Daguerre blijkt daar net aangekomen te zijn met een paar pegasi. Als ze de pandbrief ziet, betaalt ze de kapitein voor de overtocht en geeft hem een dikke fooi. “Koning?” zegt de schipper verbaasd, “Het is me wat…”
“Hoe lang zijn we weggeweest?” vragen we aan Daguerre.
“Ik wist helemaal niet dat jullie weg waren.”
Het blijkt dat het vandaag dezelfde dag is als de dag waarop we met Gnumpathi vertrokken zijn!
We krijgen een hobbit katamaran. De oversteek gaat razendsnel en we arriveren een dag later in Groath. Van hier is het twee dagen over de weg naar Soul.
Het is nu 7-viii-R2.

3Xp

Tanais – 81

Tanais – 81 – 5 maart 2015

Dag 10 in de wereld van de Technocratie, lunchtijd in de kantine van de robotfabriek in Toren 7.
Johan neemt afscheid en gaat naar zijn nieuwe werk. Op diverse beeldschermen in de kantine is nieuws te zien. Het gaat alleen over deze stad: vergaderingen, beleid, de komende verkiezingen; met veel advertenties tussendoor. Voor de mensen in deze stad relevant, maar allemaal wel heel lokaal. Het eten smaakt goed, maar is voor ons niet herkenbaar als groente of vlees. De mensen zijn wat socialer dan in de anonieme woontorens. Als we met ze in gesprek raken, komen we er achter dat de verkiezingen gaan tussen Player-Versus-Player en Developer-Coordinated. Dat zijn twee stijlen van virtual reality spellen. We ontdekken dat er vier afdelingen in de soorten banen zijn. Wij zijn ingedeeld bij de Corpocrats. Dan zijn er nog de Advertisers, Announcers en Doctors.
Na het eten gaan we op zoek naar een rustige kamer met een terminal. Risha logt in met het account van Johan.
“Welkom Johan. U bevindt zich in de verkeerde ruimte.”
Oeps. Met een stoot extra essence maakt hij een nieuw account van het juiste niveau aan.
“Welkom recruten. Voer uw gegevens in en ga verder. Duimafdruk graag.”
Risha zet zijn duim op het scherm en voert zijn naam en leeftijd in.
“U heeft toegang tot niveau 10 gegevens.”
De zoekterm Alexander levert op dat hij voor de Corpocrats werkt, sinds kort als niveau 10 op afdeling 151. Er zit een fotootje bij en zijn adres: toren 17, etage 9396, appartement 21. Risha vraagt verder wat de verschillende afdelingen doen. De Corpocrats gaan over de productie en de distributie, niet alleen binnen deze Hardware Legacy, maar ook tussen de HL’s onderling en zelfs de in- en uitvoer naar de Technocratie. Ze zijn de enigen die zich met enige regelmaat buiten de eigen stad begeven. Maar ook de Corpocrats worden niet buiten de HL’s toegelaten. De Advertisers zorgen dat de lagere levels tevreden blijven en zich richten op taken die voor hen geschikt zijn, zoals het kopen van de geproduceerde spellen en producten. De Announcers bepalen de regels van de Virtual Realities, de shutdowns en restarts van de servers en de wijzigingen. Bovendien bemiddelen zij bij conflicten. De Doctors zijn verantwoordelijk voor de genetische aanpassingen van lagere levels, zodat ze de chemicaliën produceren die de Technocraten nodig hebben.
Claude vindt een plattegrond van de stad. Er zijn twintig woontorens. Hij ontdekt dat er allemaal onregelmatigheden in de architectuur zitten, waardoor er gemakkelijk allerlei extra verdiepingen weggemoffeld kunnen worden. Er is een complete stad achter de stad. Een beetje puzzelen levert op dat hij als level 10 tot ongeveer 70% van die stad toegang heeft.  Vooral in toren 12 is een enorme ruimte weggemoffeld.
Gwan wil informatie over de chips. “Stel uw vraag specifieker.” Met gerichte vragen komt hij van alles te weten. Bionic ondersteunt de werking van diverse delen van het lichaam. Augmented zorgt voor het interacteren met niet-fysieke voorwerpen in de common reality om je heen, het verschilt overigens per level wat voor dingen je waarneemt en hoe je de wereld ziet. Virtual is niet voor iedereen gemeenschappelijk, maar wel degelijk bloedserieus voor de deelnemers. Het verschil tussen de hogere en lagere rangen is diffuus en het is niet helemaal duidelijk waar het kantelpunt ligt. De “non-chipped” rangen boven niveau 10 zijn wel degelijk gechipped, maar alleen met Enhanced Genetics. Niet met Control chips, dus hun gedrag kan niet gestuurd worden. Er bestaan wel External Devices om de chips van level 1 t/m 9 te emuleren. Daarmee kunnen niveau 10 en hoger voor onderhoudsdoeleinden de Augmented en Virtual Realities in.
Risha wil een appartement kopen, maar dat zit er niet in voor iemand van level 10. En persoonlijke shuttles ook niet. Hij kan wel de credits loskrijgen om een hotelkamer te boeken in de flat van Alexander, en voor iedereen een complete VR-set te bestellen.

7 uur ’s avonds
We hebben onze spullen opgehaald in het vorige hotel en gaan naar toren 17. Dit is een heel ander hotel: geen hoertjes, geen luide muziek en geen personeel. De VR-sets zijn inmiddels op onze kamers bezorgd. Het zijn een soort hamsterballen, met een pak en een helm erin. Bal in, pak aan, helm op. “Stel uw voorkeurswereld in. U bent onzichtbaar aanwezig.”
We kiezen een PVP Space setting. Opeens staan we in een ruimtestation. Het is hier hartstikke druk. Het is het level één ingangspunt van deze setting. Her en der staan lichtgevende figuren die je kunt aanspreken en er zijn overal mensen met elkaar bezig. Ze maken grootse plannen voor hun nieuwe personage. We horen over een grote oorlog die aanstaande is tussen twee facties. Er gaat niemand echt dood, maar als het klaar is zullen er zeker faillissementen uitgesproken worden. Wij kunnen alleen met de lichtende figuren interacteren.
“Waar willen jullie heen?”
We kiezen een willekeurige planeet uit.
“Hoog level of laag level?”
Hoog.
“Welke factie?”
We kiezen at random factie 5: Liberia. Dan mogen we doorlopen. Er staat een ruimteschip voor ons klaar. We hebben uitzicht op “de ruimte”: sterren en zonnen vliegen voorbij, de vlucht duurt een paar uur. We landen in een grote metropool met Russisch aandoende architectuur. De mensen dragen kleurrijke klederdracht. Er staan hele vloten klaar buiten de dampkring. Er is hard gespaard en volgend weekend gaan ze een naburig zonnestelsel aanvallen. De tegenstanders hebben minder credits, dus ‘wij’ gaan winnen. Er worden goede gevechtspiloten gerecruteerd, en mijnwerkers. Dit is hèt moment om een fortuin te verdienen. Wij kunnen met alles interacteren, putdeksels optillen, het riool ingaan, etcetera, maar alleen Announcers zijn bevoegd om dingen echt te veranderen. We stappen de VR maar weer uit.
“Dit doen ze dus met z’n miljoenen tegelijk,” zegt Risha.
Er is in de echte wereld ongeveer evenveel tijd verstreken als in VR. Het is nu een uur of drie ’s nachts.

Dag 11
We staan om negen uur op en eten wat er voor ons uit de muur komt. In Augmented Reality zal het vast heel lekker zijn, maar voor ons smaakt het als nat karton. Chang stelt voor om ons vandaag op Alexander te focussen. We gaan naar het juiste appartement. Claude doet weer zijn truc met de vingerafdruk en we zijn binnen. Alexanders appartement is heel slordig en doet aan als een studentenkamer. Claude vindt een kluis achter een schilderij. Dit ding is buiten het systeem om geplaatst, en kan niet worden gedetecteerd door de Technocaten. Voor de mensen in deze wereld zou het openen van de kluis een onoplosbaar probleem zijn, maar voor een meesterinbreker als Claude is het een fluitje van een cent. (10 successen!)
In de kluis vinden we een steen in de vorm van twee in elkaar geschoven piramides (incal) die licht geeft in alle kleuren van de regenboog. Hij is zwaar magisch. Claude wikkelt de steen in een doek en steekt hem bij zich. We doen de kluis weer op slot en gaan naar buiten.
Gwan onderzoekt de steen. “Qartianen haalden dit soort dingen uit Elsewhere,” zegt hij, “het zijn de excrementen van Igrot. Dit is er eentje die bij deze wereld hoort omdat hij uit Darkwhere komt. Je kunt er je eigen kleur in kwijtraken in ruil voor magische gunsten.”
Claude zegt: “We kunnen met de incal naar de Sandmen of naar de zwarte bron.” Risha oppert: “Of naar de Children of Higg.”
We kiezen voor de Sandmen. We trekken onze originele kloffie weer aan en steken de nette kleren in onze rugzakken. Van een tot vijf uur ’s middags lopen we als zwervers rond tussen de woontorens. Dan komen we bij Clark, bij de verscholen ingang. Hij zet de anti-technologie even uit en dan mogen we naar binnen. Binnen is het rustig. Claude laat de incal zien.
Clark kijkt hebberig: “Whoa, dit is heavy shit! Het ziet er uit alsof het uit onze bron komt, maar we kennen dit ding niet.”
“Dus dan is er een andere bron,” zegt Risha, “of Alexander heeft hem gekregen van buiten de stad.”
Clark haalt Duffet en nog zes andere magiërs er bij. Ze tekenen symbolen op de grond, chanten en dansen, en dan verschijnen de Sandmen weer. Eerst mensen, dan archaïsche wezens en uiteindelijk broeder Schorpioen.
“Wederom welkom, mede-tani,” zegt Schorpioen.
Chang antwoordt: “We hebben iets gevonden. We weten dat het uit Igrot komt.” Hij laat de incal zien.
“Ja, dat is iets heel bijzonders. Het destilleert zonium uit de Tempest. Er moet een kaste van wezens zijn die dit soort dingen creëert uit de excrementen van Igrot. Wat er uit de zwarte bron hier komt, wordt door ons geboetseerd. Maar dit is in Darkwhere gemaakt door andere lieden.”
Claude vraagt: “Dus dit kan zonium destilleren?”
“Ja, druppelsgewijs.” Dan richt hij zich tot de anderen: “Clark, Duffet, deze lieden komen van Tanais, zij zijn Sandmen net als wij. Wat wij nu gaan bespreken is alleen voor Sandmen.”
Ze kijken gekwetst en vertrekken. Als we alleen zijn klinkt Schorpioen een stuk minder formeel: “Jongens, wij zijn aangespoeld. De gelukkigen, met rudimentaire gaven ten opzichte van Darkwhere. Maar als drenkelingen blijven we weg van bepaalde gebieden. Dit hier komt van een kaste van wezens vergelijkbaar met wat er vanuit Elsewhere handelde met de Quartianen. Lieden waar wij niets van weten, Darkwherelings van buiten de regionen waar wij kunnen komen. In vergelijking met de originele bewoners van Darkwhere en Elsewhere kunnen wij feitelijk maar heel weinig. Dit is te verfijnd en subtiel voor ons. Wij wonen in Nearwhere. De Tempest is in Darkwhere en verderop.”
Claude vraagt: “Als iemand zijn kleur opgeeft voor gunsten? …”
“Dan raakt die zijn ziel langzaam kwijt. Het zonium wordt uit hem getrokken.”
Claude: “Dus in onze wereld is Eenoog zonium uit de mensen aan het trekken!”
Chang: “Misschien is Eenoog zelf ook zo’n soort voorwerp. En in deze wereld kan het druppelsgewijs omdat ze nog duizend jaar de tijd hebben. Bij ons moet het razendsnel omdat we nog maar weinig tijd hebben!”

Op dat moment klinkt er geruis in onze oren. Een stem zegt: “We gaan jullie exraheren, want wat we horen over dat de werelden niet symmetrisch zijn, is verontrustend. Als jullie nog wat af te ronden hebben, dan hebben jullie nog een paar uur.

Gwan krijgt van de Sandmen een update over de missende jaren in onze Witte Stenen geschiedenis.
We nemen afscheid van Schorpioen, Clark en Duffet. Dan gaan we terug naar het dak van de toren waar we aangekomen zijn. Er staat al een helicopter voor ons klaar. Onze missie zit er op. We zijn in twaalf dagen geslaagd.

3 xp

Tanais – 80

Tanais 80 – 19 februari 2015

We zijn nog steeds onder de grond met Clark (langhaar) en Duffet (het albino meisje). Risha wil weten waar zij magie voor gebruiken. “Om onder de radar te blijven. We doen kleine praktische dingen met symbolen. Magie die op Augmented Reality lijkt wordt niet geloofd.” Ze bieden ons eten aan, maar wij moeten het afslaan. Claude denkt na over hoe hij weggeworpen werd door de materie/antimaterie explosie. Kun je daar een aandrijving mee maken? Misschien met een minder gevaarlijke reactie? Risha vraagt door over hun magie. Hij komt er achter dat die indirect van de kleurige schimmels komt. Maar Clark heeft geen zin om geheimen van de cultus in het openbaar te bespreken. Hij wil daar morgen wel apart met ons over praten.

Dag 4
“Zo direct gaan we verspreid naar buiten,” zegt Clark, “onopvallend, ‘dakloos’ rondlopen. Wij gaan met zijn vijven.” De technologiesluis gaat weer even voor ons open. Buiten is het druk. Boven onze hoofden worden vliegtuigen geladen en gelost.  We hebben rugzakken mee, die we onderweg vullen met ‘nuttige spullen’. Clark neemt ons mee naar buiten de stad. Voorbij de flatgebouwen zijn boerderijen. Het zijn grote particuliere hoeves in een soort Amish stijl. Clark vertelt dat deze boeren terug naar de natuur willen. Ze gebruiken wel minder Augmented Reality dan de flatbewoners, maar het is er nog steeds. Ze zien echt heel andere dingen dan wij! “Ze gooien alles overboord… maar intussen!”
We lopen hier doelbewust voorbij. De overgang naar het bos is net zo abrupt als die van flatgebouwen naar boerenland. We lopen kriskras door de wildernis om de gebaande paden te vermijden. Na zeven uur komen we bij een rotswandje met een verborgen grot. Een lange glibberige gang voert naar beneden. We horen gebonk in vier verschillende ritmes door elkaar. Dan komen we in een ruimte met felle fluorescerende gekleurde schimmels. Er druppelen pure kleuren van de schimmels in een zwarte poel. Clark wantrouwt ons nog steeds. Hij doet dit alleen omdat de Sandmen hem hebben opgedragen ons hierheen te brengen. Pas als blijkt dat wij ook wat weten over de zwarte bron, ontdooien de aanwezigen. Een inwijding in deze grot bestaat uit een gedeeltelijke of gehele onderdompeling in de bron. Dan gaan ze een verbinding aan met een Sandman en dan kunnen ze magie. Een van de aanwezigen vraagt: “Zin jullie Sandmen?” We leggen uit dat we uit dezelfde wereld komen, maar veel jonger zijn. En we vertellen over de vijfde dimensie.
Als ze ons eenmaal vertrouwen willen ze ons laten zien waar de ‘zapper’ is. De grens waar je niet voorbij kunt komen. “Het is twee dagen lopen van hier,” zeggen ze, “hij is te herkennen aan de resten afval en eigendommen die er liggen. De meeste mensen die tot daar komen, gaan dood! Gegil en geschroei, en dan zijn ze weg. Een enkeling herkent de barrière en keert weer terug naar de beschaving.”
We lopen twee dagen, andere reizigers vermijdend.

Dag 6
Clark wijst ons op een half hert: “Verse zapkill! Daar herken je de zapper aan. Je kunt hem niet zien. Als je er zo maar in loopt, ben je direct weg.”
Claude maakt een slinger. Hij slingert een steen richting het dode hert. “Zapp,” de steen is verdampt. Met Triple Distance Technique probeert hij hoe hoog de barrière is. Op 200 meter hoogte gaat de steen er overheen. Hij verdampt niet, maar verdwijnt uit het zicht. Blijkbaar is het bos wat we voorbij de zapper zien niet echt. Risha stijgt op om er overheen te kijken. Clark kijkt stomverbaasd. Vliegen, dat kan toch alleen in Augmented Reality?
Op 150 meter hoogte kijkt Risha over de muur. Omdat we gestaag omhoog gelopen zijn, zit hij nu boven de daken van de wolkenkrabbers in de stad. Voorbij de zapper ziet hij een Japans aandoend tuinlandschap. Vanaf hier lopen de heuvels weer omlaag, zodat het met geen mogelijkheid vanuit de Legacy zichtbaar is. Als hij weer beneden komt en verslag doet, reageert Clark verbouwereerd: “Dus we zitten hier gevangen? En de wereld gaat hierachter gewoon door. Maar wat kunnen wij beginnen? Meer dan honderd van ons kunnen we gewoon niet voeden.”
Kunnen we onder de zapper door tunnelen? “Nee, de grond zit vol met mycelium, schimmeldraden. Dat wordt zelfs door de Technocratie vermeden.” Het zijn de schimmels die kleur opzuigen en die kleur komt via de schimmeldraden uiteindelijk bij de zwarte bron. Het is niet de actie van de Sandmen waardoor kleur vrijkomt, maar het slapen zelf, en dan met name het moment waarop men begint te dromen.
Dan zien we een groepje kampeerders die nietsvermoedend naar de grens lopen. Ze letten meer op hun augmented reality dan op de omgeving. Blijkbaar zijn er ook daar geen waarschuwingen, want drie van de vier lopen plompverloren de zapper in en vergaan in een felle lichtflits tot atomen. De vierde, die een beetje achteraan liep, ziet het gebeuren en rent gillend weg. “En als hij het in de stad vertelt,” zegt Clark, “zal niemand hem geloven.”
Er liggen opvallend weinig menselijke resten, want mensen lopen rechtop en komen vrijwel meteen met hun hele lijf in de zapper. Van herten en zo verdwijnt meestal alleen de kop of, als ze erg hard rennen, het voorlijf. We gaan terug. Risha neemt het hert op de schouder. Onderweg prepareert hij de huid en wordt het vlees gerookt. Jagen en vlees houdbaar maken, dat leer je wèl als prinsje.

Dag 8
We komen weer bij de boerderijen. We hebben geen last gehad van drones. Risha geeft Clark twaalf motes essence als dank voor zijn moeite. Hij is dankbaar en zegt: “Ik denk dat jullie deze wereld nooit echt zullen begrijpen zonder augmented reality. Kan degene die jullie pakken heeft gemaakt, geen tsjips voor jullie maken?”
Aan het einde van de dag komen we bij het hoofdkwartier. Nadat we het vlees hebben afgeleverd, gaan we slapen.

Dag 9
Vandaag willen we een wolkenkrabber nader inspecteren. Een andere dan waar we afgezet zijn. De begane grond zit vol met schimmels. Claude doet zijn truuk waardoor we de lift kunnen nemen. We kiezen een willekeurige etage: een woonverdieping. We doen zomaar een deur open. We komen in een lichte woonkamer. Er staat een groot apparaat waarin iemand met een helm en handschoenen heen en weer beweegt. Hij merkt ons totaal niet op. De kamer is groezelig en slijmerig. Er staan verder een enorm beeldscherm, een luxe bank, een bed en er is een primitief keukentje: een gat in de muur waar voedsel uitgeprint kan worden. De kleren zijn ook smoezelig en smerig.
“Veehouderij,” zegt Risha.
Claude vermoedt dat als we een schonere verdieping vinden, dat we dan lieden van buiten de Legacy zullen vinden. We gaan naar de vijfde, waar luchtschepen goederen laden en lossen. Ook hier groeien schimmels, maar de dozen en containers zijn wel schoon. Ze worden gesorteerd, gaan vrachtliften in en dan naar boven. Chang vindt een doos met een robot. We volgen die naar zijn lift. Daar staat personeel bij. Er zijn maar een man of tien op deze hele grote verdieping. Hun kleren zijn minder groezelig dan die van de gewone bewoners. Dit zijn een soort elite-werkers.
Claude overmeestert de werker bij deze lift. “Breng ons naar je baas!” De werker kijkt paniekerig om zich heen en spartelt. “Op welke verdieping zit je baas?” Claude laat de mond van de man los. “HELP!” Gelukkig weet Claude hem snel de mond te snoeren en komt er niemand op het geroep af. Na enig aandringen werkt de gevangene mee. “Mensen kunnen niet met deze lift. Alleen personensliften nemen mensen mee.”

“Breng ons naar de verdieping waar je baas is,” zegt Claude. De man gaat ons voor naar een personenlift en typt een lange code in. Veel langer dan die van een normale verdieping. We komen op een schone, normale verdieping. “Mag ik nu weg?” “Ga je dan alarm slaan?” Nee! Als ik dat doe, ben ik dood!” Claude controleert of hij de waarheid spreekt. Het is geen val. Als we in de gang staan, komt er een corpulente man in luxe kleding de hoek om. Hij ziet ons en kijkt behoorlijk geschrokken. Met Flawless Disguise heeft Claude ook zo’n net pak aan.
“Onbekend nummer,” zegt de dikke man tegen hem, “wat kom je doen met die drie daklozen. Kun je ze niet gewoon recyclen? En wie is je baas?”
“Die ken jij niet. Deze drie hebben voorbij de grid gekeken en ik wil weten wat er nog meer speelt,” bluft Claude. Het gesprek gaat zo een beetje heen en weer. Dan opent de man een deur en neemt ons mee naar binnen. “Als jij niet weet wie hier de baas is, dan ben je niet bevoegd. En waar zijn je identiteitsgegevens?”
“Dit is niet de enige Legacy en in mijn werk…” zegt Claude. De man lijkt geïnteresseerd. Claude maakt de zin niet af: “En daarom heeft het geen zin om mijn baas te noemen.”
“Ik geloof niet wat je zegt. Non-chipped entity? Maar als het klopt en onder ons blijft, wil ik wel met je samenwerken. Top Secret hè, een bevordering in rang is wel het minste. Laten we niet meer in raadsels met elkaar praten. Ik wil van Corporate overgeplaatst worden naar Advertisers. In deze kamer gebeuren dingen die niet gescand moeten worden. Dus we kunnen hier spreken.”
Claude zegt dat er vermoeden van corruptie is. Chang vult aan: “In deze wolkenkrabber.”
“Kunt u garanderen dat ik buiten schot blijf?” Dat willen we wel. De man stelt voor dat wij in hier blijven wachten tot na kantooruren, en dan samen weggaan. Hij checkt uit met duim- en irisscan. We wachten een paar uur tot hij terug is. Risha leert een bureaucratie charm: Speed the Wheels.
Als hij terug is, vertelt de man dat alleen de allerhoogste rangen, vanaf rang 10, ongechipt zijn. Voordat wij kwamen, had hij nog nooit iemand ontmoet die niet gechipt was. Hij denkt dat Risha de script-kiddie van de groep is. “Als ik jou de beeldschermen wijs, kun je het zelf veranderen. Het mag niet naar mij herleidbaar zijn.”
Risha gaat achter het beeldscherm zitten. “Ik ken deze interface niet zo goed, dat verschilt per Legacy,” bluft hij. Met een klein beetje instructie krijgt hij het systeem aan de praat. Dan laat hij er zijn magie op los. De machine is niet beveiligd tegen solar charms. De ambtenaar die de promotie tegenhield wordt omzeild en even later is onze vriend rang 5 en overgeplaatst naar Advertising. Met dezelfde charm maakt hij voor ons identiteiten van rang 10. Hij is in de verleiding om zichzelf rang 15 (het maximum) te geven, maar een te hoge rang is niet verstandig. Dan kom je in de regionen waar iedereen elkaar kent. “Ik weet nu hoe het moet. Een verdere promotie is zó gepiept,”
“Officieel zijn jullie nu mijn superieuren. En als ik doe wat jullie me opdragen kan niemand mij wat verwijten. Johan, overigens, aangenaam! Jullie kunnen in mijn appartement overnachten. Dan kunnen we morgen vroeg beginnen.”
“We hebben nog goede kleren nodig en zo.”
Hij neemt ons mee naar het sjieke hotel op laag 666. Als de lift opengaat worden we begroet met gekir en de geur van alcohol. Een Chinese dame staat achter de balie. Onze duimafdrukken zijn ongelimiteerd krediet waard: “Hoeveel dames wil je?”
Het zijn grote kamers en het wordt gezellig. Maar er zit zonium tussen.

Dag 10
Als we wakker worden ligt er nieuwe kleding voor ons klaar die bij onze stand hoort. Om negen uur staat Johan voor de deur. “Ik ben vandaag uw gids.”
“Laten we beginnen op uw afdeling.”
Hij neemt ons mee. De collega’s kijken jaloers. Hij negeert ze en vertelt wat ze hier doen: “Robots debuggen en logistiek. Het intelligente werk gebeurt hierboven.”
We gaan met een zweefmachine naar een andere flat. Daar worden de robots gemaakt in grote fabriekshallen. Robots voor thuisgebruik en virtual reality. Er is een override-afdeling waar hij nogal schichtig over doet. Dat is boven level 10. De essentiële chips komen van buiten, al de rest wordt lokaal gemaakt. Claude kijkt zijn ogen uit. Er zijn ook robots die er menselijk uitzien.
“Als ik het casco van een robot aantrek, kan ik dan onopvallend rondlopen op het bazen-level?” vraagt Risha. Dat lijkt Johan niet zo’n goed idee. “Robots komen op plekken waar het te vies is, of te gevaarlijk voor mensen.”
Hij is ons dankbaar. “Door mijn promotie zijn mijn kinderen gered van de status van unborn.”
Uit wat hij ons vertelt leiden we af dat er technocraten-afstammelingen zijn en unborn. Iedere generatie verliest een rang, tenzij je op eigen kracht hogerop weet te komen. Rang 1 tot 3 zijn de Unborn, rang 4 tot 9 zijn de Gepriviligeerden, rang 10 tot 15 zijn Corpocraten, ongechipt. Nog hogere rangen zijn er niet hier in de Legacy.
Claude vraagt naar andere ideologieën. “Misschien bedoelen jullie de mensen die soms achter het grid komen? Daar kan het twee kanten mee op. Soms komen ze gehersenspoeld terug en soms verdwijnen ze.”
“Wie van je superieuren is corrupt?”
“Allemaal.”
“Maar zijn er figuren die ècht gekke dingen doen?”
“Alexander. Hij heeft dezelfde rang als jullie. Hij vergaart persoonlijke rijkdom en privileges voor zichzelf en zijn kinderen. Hij heeft zichzelf opgewerkt van rang 6 naar rang 10.”
Claude vraagt ook naar het kleurvervagen. Daar ziet Johan niets ongewoons in: “Iedereen wordt grijs als hij ouder wordt.” Maar bij nader doorvragen geeft Johan toe dat Alexander grijzer is dan zijn leeftijdsgenoten en zeker dan andere mensen in hoge rangen. Boven rang 12 worden ze niet zo snel grijs. Misschien versnelt het vergrijzen wel als je snel stijgt in rang. Hij heeft mensen gezien die grijzer waren dan Alexander, maar die zijn allemaal overgeplaatst of verdwenen.

[Zijspoor: Zonium is een product van de Tempest. Maar hoe krijg je het er uit? De Children of Higg weten meer over hogere dimensies.]

3 XP

Tanais – 79

Tanais 79 – 5 februari 2015

Legacy hardware dag 1, midden in de nacht.
Claude blijkt de zwerver te hebben vastgebonden en gekneveld. Hij valt desondanks in slaap. Chang, die wacht draait, ziet vanuit het niets een half doorschijnende gedaante verschijnen, die de hand van de man vastpakt. Een half doorschijnende gestalte maakt zich los van de zwerver en gaat met de eerste gedaante mee. De eerste schim heeft heel ouderwetse klederdracht van Sesklo aan. Als de geknevelde man uit zijn lichaam stapt komt er een soort kleurwaas vrij, en dat verdampt. Met Spirit Detecting Glance ziet hij dat ze een soort opening doorgaan die zich achter hen weer sluit. Het lichaam blijft ademen, dus hij is niet dood.
De tweede wacht is van Gwan. Halverwege de wacht hoort hij een enorme knal. Claude wordt weggeslingerd van waar hij lag. Iedereen is meteen wakker, de geknevelde man ook. Er zit een klein smeltplekje in Claude’s zoniumpak, waar het zichzelf gerepareerd heeft van een beschadiging. We vinden een beschadigde drone, in de vorm van een mug. De angel is gesmolten.
De ziel van de zwerver is weer terug in zijn lichaam. Risha maakt hem los.
“Slecht begin als dakloze, een mededakloze mishandelen en vastbinden. Aangenaam, ik ben Gustav.” Risha geeft hem een hand en stelt zichzelf en de groep voor. “Weet jij iets van die muggen?”
“De muggen sampelen je dee-en-a en kijken of je tsjip nog werkt.” Woorden die Risha niets zeggen. “Niks van aantrekken en wegwezen voor de bezemwagen komt. Der zijn drie mogelijke uitkomsten. Een: je tsjip wordt gerepareerd, twee: je wordt meegenomen en vernietigd en drie: je zorgt dat je onzichtbaar bent. Ik doe dus niet mee aan de nepwereld.”
Chang vraagt hem of hij wel eens doorzichtige wezens heeft gezien. “Nee. Zijn jullie nog in reality shock?”
“Hoe bedoel je?” vraagt Risha.
“Dat je ziet dat alles hier beschimmeld en lelijk is? De tsjip laat de wereld er mooier uitzien. Goedkoper dan onderhoud.”
“Wij hebben geen tsjip,” zegt Chang.
“Het kan niet dat jullie niet getsjipt zijn. Iedereen heeft tsjips.”
Chang: “Realiteit is beter dan dromen!”
“Ik had gefraudeerd en ben gebrandmerkt voor recycling. Toen heb ik mijn tsjip gedeactiveerd om niet gepakt te worden. De muggen doen random checks.”

Dag 2
We krijgen les in ‘dakloos lopen’. Hij vertelt dat hij boekhouder was en dat hij credits achterover gedrukt had.
“Wat zijn credits?” vraagt Chang.
“Punten waarmee je je avatar kan verbeteren.”
Risha laat zien dat hij kan vliegen. Gustav kijkt hem aan alsof hij imbeciel is. “Dat kan iedereen in augmented reality. Waarom zou je het in het echt willen kunnen?”
Chang geneest Gustavs kneuzingen met Blissfull Release.
“Volgens mij zijn jullie van de technocratie, anders kun je dit niet!”
Chang realiseert zich dat hij zuinig moet zijn met essence, want het vult hier niet vanzelf weer aan. Willpower krijg je wel terug van slapen, maar je mist de willpowe die je normaal krijgt van een cultus die je in de eigen wereld hebt.
We merken dat Gustac ons bij de andere daklozen weg houdt. Maar van een afstandje zien we dat de oudere zwervers minder kleur hebben dat de jongere. Het is niet veel, maar je ziet het verschil tussen iemand van dertig en iemand van veertig.
Claude opent een deur in een van de torens. Gustav is blij om weer eens binnen te zijn. We betreden een ongebruikte kelder die volgegroeid is met schimmels. Hij stelt voor om hier een jointje te roken. Dan wordt hij nostalgisch en vertelt weer over zijn leven als boekhouder. “Ik had er geen behoefte aan, maar er zijn ook mensen die op vakantie willen. Die gaan dan naar buiten, de natuur in. Maar dat is een andere klasse: kunstenaars, dat soort mensen. Die gaan de heuvels in, maar er zijn er veel die niet terugkomen. Tussen de steden zijn de wouden en de wildernis. Het is er gevaarlijk. Je kan in een ravijn vallen, of worden opgegeten worden door een beer! Het is legaal, maar gevaarlijk. Nee, dat is niks voor mij. Augmented reality is gewoon hartstikke leuk!”
Risha vermoedt dat de mensen die dit durven door de Technocratie worden gerecruteerd.
“Maar wij daklozen blijven meestal buiten omdat er daar veel meer mag dan binnen. Hier mag een jointje roken niet. Maar buiten wordt daar niet op gescand.”
We kunnen gewoon de lift gebruiken als Claude een vingerafdruk nadoet. “Maar als je te vaak de lift neemt, wordt je geregistreerd als als oud en ziek, en dan word je opgeruimd,” zegt Gustav. Chang vraagt hem wat er interessant is. “Het dak.” “Dat kennen we al.” “De bloedbank is ook interessant.”
Die is op verdieping 5913. We komen aan in een ziekenzaal vol met mensen die een infuus in de arm krijgen. Ook hier groeien de schimmels op de muren en het ruikt muf.  Alles wordt door robots afgehandeld. “Dit is het enige werk wat we moeten doen. Al het andere is facultatief.”
Claude ziet dat ook hier de mensen grijzer zijn naar mate ze ouder zijn. Ergens valt een vrouw aan het infuus in slaap. Er gebeurt hetzelfde als afgelopen nacht, en er ontsnapt een beetje kleur. De ophaler ziet er uit alsof hij uit onze wereld komt. Gustav vertelt dat hij dit sinds zijn tsjip is gedeactiveerd ook ziet gebeuren. Daarvoor niet. Claude leest zijn gedachte: ‘Zouden het dan toch technocraten zijn? Ik moet uitkijken met wat ik zeg.’ Chang vraagt door. Gustav stelt voor om dat buiten te bespreken. Risha vraagt hoe het zit met kindertjes maken. Nou… Seks doen ze ook in augmented reality. Er komen kinderen van, al doen de partners het ieder in hun eigen kamer. Huh? Gustav legt uit: augmented reality is de werkelijkheid maar dan mooier, virtual reality is een heel andere wereld. Maar je blijft fysiek op dezelfde plek.
Hij adviseert ons ook om niet te kijken als er interactie is tussen mensen en robots (bijvoorbeeld een arrestatie). Gwan vraagt wat er nog meer niet mag. “Je komt geen bekenden tegen behalve als je in augmented iets met elkaar hebt, hun avatar kan er totaal anders uitzien.”
Als we weer buiten zijn, vraagt Claude wat hij ons kan vertellen over de schimmen. “Die helpen ons om te overleven. Het zijn geesten die in dromen tot ons komen.” Gwan vraagt: “Beschermt zo’n geest tegen de muggen?” “Het is beter om niet geprikt te worden. Maar zij zorgen ervoor dat als je toch geprikt wordt, er geen informatie opgeslagen wordt.” Dan vraagt hij hoe hij ons kan vertrouwen. Risha merkt op: “Als wij er op uit waren geweest om je vertrouwen te winnen, dan hadden we je niet in elkaar geslagen.” “Ja, daar zit wat in.” Hij rolt een jointje. “Groen is voor beginners.” Chang neemt hem over, inhaleert en zegt: “Shuragi!” Het is maar goed dat hij immuun is voor groene shuragi rook. Er zijn groene, gele, rode en paarse shuragi, er zijn groene gele, rode en paarse schimmels in oplopende heftigheid van bedwelming.
Dan gaan we weer ergens onder een struik slapen. We hebben geen last van de gewone muggen,die kunnen niet door het zonium heen steken. En er zijn deze nacht geen drone-muggen. Zodra Gustav gaat dromen, komt er een Sandman die zijn ziel meeneemt naar dromenland. Bij ons komen er geen.

Dag 3
’s Morgens zegt Gustav: “OK, ik neem jullie mee en als jullie tech bij jullie hebben dan valt het vanzelf uit.”
“We hebben alleen de kleren die we aan hebben, geen tech.”
Hij leidt ons via een dwaaltocht naar tunnel onder een struik en zegt daar: “Hierbinnen werkt technologie niet.“
Risha gaat voorop. Maar na een paar passen raakt hij met zijn vinger het krachtveld en met een steekvlam wordt hij achteruit geworpen. Hij was vergeten dat het zoniumpak vol met geavanceerde technologie zit. Chang reageert verontschuldigend: “Techologie is wat onze aanwezigheid in deze wereld mogelijk maakt!”
Gustav haalt zijn schouders op en zegt: “Wacht hier.” Hij loopt de gang in.
Tien minuten later komt hij weer terug met een albino meisje van een jaar of twaalf. Ze inspecteert ons.
“Interessant,” zegt ze, “de Sandmen zeggen dat jullie te vertrouwen zijn, maar jullie hebben technologie.”
Ze gaat weer naar binnen. Een kwartier later komt er een man van een jaar of dertig, met lang sluik haar, naar buiten.
“De Sandmen vertrouwen jullie. Ik schakel de sluis tien seconden uit.”
Hij gaat de gang weer in en gaat op de grond zitten op de plek waar Risha achteruit geslagen werd. Hij raakt in trance. Een-twee-drie. Dan kunnen we naar binnen. We komen in een grote ondergrondse ruimte met een zandvlakte in het midden. Er zijn magische patronen in het zand getekend. Gwan heeft het idee dat hij er eentje uit een oud toverboek uit de bibliotheek van Alexandros herkent. Sorcery, een oud Gebiaans symbool dat al lang niet meer gebruikt wordt. De man met het lange haar stelt ons voor en zegt dat we door de Sandmen gestuurd zijn. “Ondanks de tech zijn ze te vertrouwen.”
We voelen dat onze Essence op deze plek kan regenereren. De aanwezige zwervers overleggen met elkaar. Na een kort beraad wordt besloten om de Sandmen Grote Broeders op te roepen. Ons wordt opgedragen om te knielen in het midden van de symbolen. De man met het lange haar en het albino meisje zingen een incantatie. Risha probeert die te onthouden. Eerst komt er een bonte verzameling mensen in klederdrachten van alle plaatsen en tijdvakken van Tanaïs, daarna een aantal grotere reptielen en als laatste een enorme schorpioen. We kennen ze van de Witte Tafels.
“Waarom hebben jullie zo’n gek pak aan?” vraagt Schorpioen.
“Anders ontploffen we,” antwoordt Risha.
“Hoe komen jullie hier?”
“Met de hulp van de Children of Higg,” zegt Chang.
“Jullie zijn verreweg de jongste Sandmen, en toch hebben jullie de gave om hier fysiek aanwezig te zijn.”
“Wij zijn via Elsewhere gekomen.”
“Dus jullie zijn nog niet dood? Dan kunnen wij met jullie mee terug naar Tanaïs? Wij zijn lang geleden in Tanaïs gestorven, drenkelingen, na vele duizenden jaren aangespoeld op een vreemde kust.”
Claude vraagt: “Waarom trekken jullie zielen uit slapende mensen?”
“Dat is voor beiden fijn. Wij hebben ons in tijden niet zo levend gevoeld en zij krijgen magie. Dank zij ons zijn zij onvindbaar voor de Technocartie. Het is een heel fijne symbiose. Wij zijn weggedreven in de Tempest, alle banden met ons leven zijn verloren en in de Tempest verwaaid. Onze essentie is door de Tempest gezuiverd en totaal verfijnd zijn wij aan de overkant aangekomen.”
Chang: “En die van ons niet…”
“Dat technologische omhulsel van jullie is gemaakt van dezelfde substantie als onze ziel.”
Chang: “Op onze wereld zijn plekken met veel zoniumerts. Na zuivering kun je daar dit soort pakken van maken. Op allebei de werelden zijn mijnen. Is dat erts uw kompanen?”
“Nee, wij zijn door de Tempest gezuiverde zielen, het erts is de gezuiverde essentie van de zielen die hun persoonlijkheid niet hebben behouden. Geaggregeerd op plekken die door de stromingen in de Tempest bepaald zijn.”

Broeder Schorpioen en de andere Sandmen willen graag terug naar onze wereld.
Risha wil met langhaar en het albino meisje over sorcery praten.
Claude wil weten waar de mensen hun kleur aan verliezen.
Gwan wil aan de Sandmen vragen of ze de gaten in de geschiedenis van de Witte Stenen kunnen aanvullen.
Risha vraagt zich ook af of de Sandmen kunnen helpen om de werelden aan te meren.

Xp 3

The RoSE – 71

We plannen voor de aanval. We gaan met dezelfde groep naar het diner als de vorige keer: Ghurkan, His, Xar, Little Shu, Tawuz. Sarina stelt voor om een lunar in een kleine vorm mee te sturen die onze wapens meeneemt. Little Shu wijst er op dat we een onschuldige afleiding moeten zijn. En we realiseren ons dat His niet in zijn eigen gedaante meegaat, dus hij kan ook wapens omdoen en daarna transformeren. En we zijn Exalts…
Dan de aanslag. We splitsen ons in twee groepen: 1. Sarina, Olric, Phoenix, Néré; 2. Eye of Autumn, Atis, Gar, Marina, Shi Mei Lan. Doel is om de necromantiërs uit te schakelen. Gar kan een gat in de stadsmuur maken. Na enig aandringen wil hij dat ook wel stilletjes doen.
Xar geeft zijn wapen aan His, voor die transformeert. Little Shu neemt een wapen mee, hij is tenslotte lijfwacht. De overvalgroep camoufleert, voor zo ver nodig, hun heldere harnassen. Gar realiseert opeens weer zich dat hij een zwart-jaden onzichtbaarheidsmantel heeft. Ghurkan leent een heartstone aan Phoenix waarmee je geesten kunt zien.

De groep van Ghurkan vertrekt als eerste. Als ze bij de stadspoort aankomen krijgen de achterblijvers ruzie. Olric heeft het idee dat er een spreuk gedaan is om met hun emoties te spelen. Hij vraagt Shi Mei Lan om een tegenspreuk, maar zij heeft het idee dat hij haar voor de gek houdt. Sarina, Marina, Atis en Néré zijn erg prikkelbaar. Phoenix grijpt Shi Mei Lan, zodat Eye alsnog de scepter met Countermagic kan activeren. Dat geeft een grote klap. Groene tentakels lichten op en verdwijnen in Elsewhere. Er was inderdaad een spreuk op hen gedaan.

De dinergasten worden welkom geheten en moeten ook deze keer weer hun wapens afleggen. De hoofdstraat is fel verlicht door fakkels. Daardoor kun je niet zien wat er in de steegjes gebeurt. We worden ontvangen door dezelfde man als eerder. Er staat een haagje van soldaten met hellebaarden, die achter ons de deur sluiten en volgen. De inrichting is smaakvol, met mooie wandtapijten. In de hal is een statietrap, die gaan we op. Op de eerste verdieping is een zaal met uitzicht over het stadsplein. Er staat een tafel, gedekt voor zeven. Bij de haard staat een man met soulsteel handschoenen en masker in venetiaanse stijl (het laat de mond vrij). Hij stelt zich voor als Cynis Kovar, en nodigt ons uit voor een liflafje vooraf. Tawuz let goed op en identificeert hem als vuur-type. De bediening bestaat uit mensen.
Het eten is goed. De drank ook, maar niet Regenboog-kwaliteit. Het gesprek gaat over koetjes en kalfjes. We nemen geen sociale aanvallen waar. Vooral de vuur-type laat het zich goed smaken.

Sarina en Néré verlaten het luchtschip heel onopvallend om te kijken of we nog in de gaten gehouden worden, maar behalve een zombie koe is er niemand. We lopen naar de muur en Gar maakt er heel voorzichtig een gat in, tot we er doorheen kunnen. Op straat zien we schimmen. Het valt Atis op dat diverse spoken in zijsteegjes verdwijnen. We moeten voortmaken. We gaan de daken op en rennen, Néré gaat voorop. Als we halverwege zijn, zien we dat er een muur van duisternis op ons af komt. Hij is hoog. We gaan bij elkaar staan en Olric doet de spreuk Raising the Earth’s Bones op ons. Sarina heeft een Dragonfly’s Ranging Eye waarmee ze door de muur kan kijken. De stad is pikzwart en de spoken zijn volledig gematerialiseerd. Er is wel licht, van onbekende sterrenbeelden. Sarina laat Marina kijken. Die ziet het direct: we zijn in de onderwereld. We verlaten de koepel en gaan via de daken verder. Het lijkt alsof de spoken patrouilleren. Het stadhuis staat op een plein, dus dat kunnen we niet via de daken bereiken.

Néré neemt Gar onzichtbaar op de rug en wandelt stilletjes via de lucht naar de toren van het stadhuis. Er is een luikje, maar Sarina krijgt het niet open. Atis is wat minder sophisticated en hem lukt het gewoon. We voelen onze Dragonblooded Circle mates niet. Ook Marina voelt haar solar mate Little Shu niet. Is het een Private Plaza? Atis denkt dat de eetzaal aan de voorkant zit. We gaan de trap af, stilletjes. Ter hoogte van het dak is een deur, van binnenuit vergrendeld. Néré gaat voorop, met de Dragonfly Ranging Eye van Sarina. We nemen het deurtje naar de zolder. Het is een grote vliering met de ’spoken’ van voorwerpen die in het echt al vergaan zijn. Er is een groot luik, maar we nemen de uitgang naar de linkertoren aan de voorkant. We komen op de tweede etage. Met de Ranging Eye onderzoeken we de contouren van het stuk waar we niet in kunnen ‘kijken’. Er buiten staan vier wachters. Deze suite heeft balkonnetjes. Als Néré ver over de leuning leunt, ziet ze een mooi verlichte zaal. Olric haalt een knoest uit de vloer, maar daarmee kijken we alleen tegen de bovenkant van het plafond aan.
Néré gaat even langs de gevel omlaag en gluurt naar binnen. De zaal heeft een mooi beschilderd plafond. Van het type dat gaat stuiven als we erdoorheen willen breken. Ze ziet ook de posities van de necromantiërs. Gar merkt op dat er een spreuk is gedaan, dat ziet hij een dinerende en converserende man niet doen. We moeten er rekening mee houden dat er nog ergens een magiegebruiker is. We besluiten dat Néré niet mee aanvalt, maar op de uitkijk blijft staan. We overwegen de ‘falling yeddim’-aanval, maar dat is wel riskant. Vooral voor Ghurkan, die er vlakbij zit.

Voor wat betreft de mensen in de eetzaal: De necromantiër vindt zichzelf een briljant causeur. Wij proberen hem uit te horen en we doen onze best om hem te laten geloven dat hij leuke anecdotes vertelt.

Eye verandert in een sprinkhaan en gaat op het plafond zitten. De overige groepsleden gaan er omheen staan met bogen. Ze verandert in een yeddim en valt door het plafond heen. De illusie valt weg. Ze komt in een lege kamer waar één zwarte kaars brandt. Als de anderen ook naar beneden springen, komen er achttien krijgers uit de muren. Het lijken revenants, met harnassen, spreuken en charms.
1. Atis is het snelst. Hij schiet en raakt een aanvaller. Dood. De revenants zijn ook snel. Ze gooien netten naar ons, maar iedereen behalve Olric weet ze te ontwijken. Hij zit vast. Sarina doet een combo en doodt vier tegenstanders. Shi Mei Lan gooit een Flying Guillotine, maar mist. Marina venandert in haat war-form en doet de Octopus Barrage en slaat er nog eens vier dood. De revenants hebben een heel goed harnas, maar als je er eenmaal doorheen bent kunnen ze weinig hebben. Eye pakt haar zeis en maait er eentje neer. Er zijn er nu tien dood. Gar grijpt twee revenants en doet de Charm of Greater Unmaking om hun harnas te desintegreren. Dat lukt er bij een. Phoenix slaat er nog een dood. Olric weet zich intussen uit het net te bevrijden. Hij merkt wel dat het een eigen wil heeft.
2. Atis doet een Perfect Shot en schiet er nog drie dood. Er zijn nog vier revenants over, waarvan één naakt. Ze besluiten te vluchten en verdwijnen in de muren. Eye wil dat iemand de kaars uit doet, zelf durft ze het niet. Shi Mei Lan blaast. De kaars gaat niet uit. Hier is Countermagic nodig.

Aan de groep in de eetzaal intussen, wordt door de jongere necromantiër verteld: “Ik heb slecht nieuws voor jullie. We hebben jullie kornuiten, die zijn in de val gelopen.” We kijken verbaasd en eten door.

The RoSE – 70

The RoSE – 70
29-01-2015

Na Calibration houden we een aantal maanden rust. Sommigen besteden die om hun Essence te verhogen, anderen oefenen en trainen vaardigheden.

Zes maanden later is het de eerste dag van Ascending Earth. De zon staat helder te schijnen aan de hemel. Sango wil naar Thorns. Daar is een Deathland ontstaan, dat ze wil opheffen. Ze nodigt de solars, lunars en dragonblooded uit om mee te gaan.
We willen eerst de boel vanuit de lucht verkennen, maar Luthe is nog niet helemaal af en bovendien niet onopvallend. We besluiten het witte luchtschip uit Rathess te nemen, daar passen onze warstriders in.
We vertrekken vanuit Getmane en zorgen dat we het Cursed Isle op enige afstand passeren. We zien dat er een zwaar wolkendek boven het hele eiland hangt. Alleen de heilige berg steekt er bovenuit. Op verzoek van His stoppen we in Lookshy. Een gloednieuw luchtschip vliegt ons tegemoet. Vol met koperen klinknagels. We hebben gezorgd dat we de vlag van Gethamane voeren. Onze papieren worden gecontroleerd en in orde bevonden, voor cirkel twee tot en met vier van de stad. Zodra ze hoort dat we in de stad zijn, vraagt de Roseblack of Atis langs wil komen. Ze praten bij en besteden een genoeglijke middag. His en Sarina sluipen weg op een eigen missie.
De rest van ons gaan de dochter van Gaia bezoeken. Ze vindt het leuk om ons weer te zien. “Ik heb nog geen besjes, maar dat komt er aan want ik sta mooi in bloei!” Ze heeft haar broer gezien, Steentje. We moeten even raden, maar het blijkt dat Gaia de aarde-draak onder de heilige berg heeft gewekt en meegenomen. Ze weet waar hij is, maar mag het niet vertellen. Van de Babbage Machine, die ook langsgekomen is, moest ze ons doorgeven dat het Oog van Autochton op de bestemming is aangekomen, en dat de Maker bijna wakker is. Dus binnenkort zien we een nieuwe ster aan de hemel, of eigenlijk een oude.
Atis vertelt de Roseblack wat we van plan zijn. Ze zegt dat het shadowland zo’n twintig bij twintig km groot is, iets meer dan 150 vierkante mijl. [Dat gaat Sango 40 minuten en 80 motes essence kosten.] De Deathlord is weggereden.

We reizen verder. Na drie dagen komen we bij Thorns aan. Vanuit de grond schijnt het gele licht van de oude Sol. De landerijen zijn volkomen verwaarloosd. Er zwerven wat zombies, er lopen skeletpaarden en dergelijke. Het licht geeft geen voeding aan het gewas. De stadsmuren zijn gerepareerd en als ze ons zien wordt er geschut in stelling gebracht. His maakt een ontwijkende manoeuvre. Little Shu gebruikt General of the All-Seeing Eye om de verdediging van de stad te inspecteren. Hij ziet vier compagnieën van honderd man, en wat grote katapulten. Dit is niet wat ons verteld was, er zouden mensen zijn. En trouwens, normale deathlands zijn stabiel en groeien niet.
Gewoon naar het midden van de stad vliegen en daar in onze warstriders landen, zoals Atis voorstelt, gaat ons het schip kosten door die katapults. Zijn tweede idee is om te gaan onderhandelen. Dat is een goede manier om er achter te komen wat er zit wat het deathland doet groeien.
We stellen twee groepen samen. De onderhandelaars zijn Ghurkan, His, Tawuz, Little Shu en Xar. De verkenners zijn Olric, Marina, Néré, Eye of Autumn, Sarina (gedematerialiseerd) en Gar. Atis, Sango, Shi Mei Lan en Phoenix blijven op de boot.

De verkenners gaan op pad. Thorn is een stad zo groot als Middelburg’s oude stad. Het heeft een haven, dus je kunt er niet omheen lopen. De muur blijkt provisorisch hersteld, heeft nog zwakke plekken, maar is zodanig aangepast dat een spook er niet doorheen kan. Buiten lopen zombies, op de muren waken revenants, doden die hun oude lichaam weer betrokken hebben. Alles is doordesemd met een type magie dat Gar niet kent. Het ruikt naar de dood, dus waarschijnlijk is het necromantie. Vroeger was dit een kamp om levenden binnen te houden, die moesten de doden onderhouden. Nu moet de buitenwereld buiten gehouden worden.
Sarina kan niet door de muur, maar ze kan er wel overheen vliegen. In de stad spookt het. In de haven woedt de Tempest. Daar begint een brug die richting het Cursed Isle loopt. Sarina materialiseert op een beschutte plek. De stad is vervallen. Her en der liggen lichamen. Hier zijn geen zombies, wel een patrouille soldaten. Het zijn keurig geconserveerde lichamen, allemaal gestorven aan dezelfde ziekte. Het zijn heel goed uitgeruste elitetroepen. DeTempest en de brug zijn voor haar gewone ogen niet te zien.

De onderhandelaars besluiten zich uit te geven als een Scavenger Lord op zoek naar handel. We kleden ons overeenkomstig. De bijpoort gaat open. Drie mannen in prima kwaliteit harnassen komen naar buiten. “Wat komt u doen?”
“Ghurkan, scavenger lord uit Nexus. Sinds ik heb gehoord dat de Deathlord weg is, heb ik interesse in handelen.”
“Wapens afleggen. Leg maar bij de poort.”
His’ maanzilveren zwaard is vermomd als armband en wordt niet opgemerkt. Little Shu is in zijn warstrider. Die hoeft hij niet uit te trekken. Binnenkomen is wel even manoevreren, ze doen er de hoofdpoort maar voor open. We lopen door verlaten straten. De hoofdstraat is netjes, in de zijstraten liggen lichamen. We komen bij een barrière met een wachtpost. Daar voorbij staat een draagstoel, en er staat een bureau met een dikke man met allemaal soulsteel ringen. Hij heeft rossig piekhaar, schubben en een bijna transparante huid. Hij leeft nog. Een vuurtype dragonblooded, maar op een nare manier.
“Wat brengt u hier?” vraagt de man, “…U is hier voor de handel? Mooi!”
“Zeker,” zegt Ghurkan, “En ik zie uw ringen. Soulsteel?”
“En ik zie dat u een warstrider in de aanbieding hebt. Heeft u ook daiklaves?”
“Goede wapens is waar ik met name in handel. Ik kom uit Nexus.”
“Gewone wapens zijn interessant, en daiklaves.”
“En wat hebt u aan soulsteel?”
“Ik heb twee soorten!”
We kijken verbaasd. Hij haalt twee ringen van zijn vinger. De ene bevat de gewone krijsende hoofdjes, de andere is stil en heeft alien gezichtjes. Die hebben we eerder gezien: in de soulsteel boeien die we voor de Green Lady hadden.
“Er is een nieuwe bron van ontdekt in Creatie. Deze vorm van soulsteel is stil, dus geschikt voor stealth.”
Ghurkan doet een charm om achter de motivatie van de man te komen. Hebzucht. Tawuz vraagt wat zijn positie in de stad is.
“Ik ben de animator. Ik herenig de doden met hun lichaam. Veel van de troepen hier zijn door mij gecreëerd.”
We vragen wie hier de heerser is. Dat is een persoon van het huis Cynis. Hijzelf is een Lost Egg die door dat huis is geadopteerd. Hij is bevoegd om namens de stad met ons te onderhandelen. “Dat je uit de Realm komt, beteken niet dat je daar moet wonen. En het Blessed Isle is momenteel niet meer zo aangenaam. Dit is de laatste plaats waar de zon nog schijnt!”
We vertellen dat er een nieuwe zon is.
Hij lijkt niet aangedaan te zijn door de deugd-verweking, misschien omdat hij is geadopteerd: hij is geen bloedverwant van de keizerin. Voor het soulsteel wil hij tien keer het gewicht in jade. Hij heeft twee talenten (ongeveer zeventig kg).
Tawuz complimenteert de man met zijn Animator-skills. Het bederf is helemaal gestopt. Eén van de soldaten steekt enthousiast zijn duim op.
Little Shu doet een charm om de Mental DV van man te halveren. Daarna suggereert Ghurkan dat hij ook wel een ontmoeting met diens heer wil. Hij zal het doorgeven, maar de beslissing is niet aan hem. We nemen afscheid, geven hem tijd om over het aanbod na te denken.

Terug in het schip bespreken we de informatie. Sarina realiseert zich dat er in de stad ongeveer 10.000 spoken rondlopen, en dat er evenveel niet bedorven lijken liggen. Dus òf ze bederven niet, òf ze zijn nog maar heel kort geleden overleden – gisteren of eergisteren. Little Shu merkt op dat de heer van de stad ongetwijfeld machtig genoeg is om de 10.000 lijken met een vingerknip te animeren tot zombies.
We trekken onze conclusies: meer dan zes maanden geleden is de Death Lord weggegaan. Deze dragonblooded zitten hier van na de dood van Sol, maar voor Calibration. De aanvoerder is hier het terrein van het keizerrijk aan het uitbreiden. Maar mensen die een hele stad uitmoorden om er Revenants van te maken zijn geen goede mensen. Als ze hier zes maanden zitten en nu vierhonderd revenants hebben, maken ze er elke dag een paar. Dat betekent dat de lichamen niet bederven.
Sango merkt op dat zo’n brug heel zware magie is. His realiseert zich dat hij zulke bruggen eerder heeft gezien, in Malpheas. Een subziel van Malpheas maakt ze. Maar hoe komt die in de onderwereld? Als hij tijdens Calibration naar Creatie is geroepen, kan hij naar een deathland zijn gegaan en daar vandaan een brug hebben geslagen. Dat betekent dat de Yozi’s en de Neverborn samenwerken.
Eye zegt: “We moeten met chirurgische precisie toeslaan. Daarvoor bestaan de Night Caste en de Changing Moons.”

Ghurkan wordt uitgenodigd vor het diner. Ondertussen kan die chirurgische slag uitgevoerd worden. Sango kan magie doen in haar warstrider, maar kan zich niet veroorloven om ook maar één mote essence uit te geven aan iets anders dan Cleansing Solar Flame. Ze moet dus op de achtergrond blijven tot ze haar spreuk kan doen.

Volgende keer: diner en aanval.

Xp: 4

The RoSE – 69

The RoSE – 69
15-01-2015

Achtergrond: Toen de goden in opstand kwamen, voorzagen ze dat een aantal incarnae zouden sneuvelen. Daarom gaven zij de siderials de mogelijkheid om nieuwe incarnae aan te wijzen. De incarnae zijn de grote goden: Sol, Luna en de Maidens. Na de oorlog waren er inderdaad goden gesneuveld. Maar Sol verbood het aanwijzen van nieuwe incarnae, en trok de bevoegdheid in. Nu Sol zelf dood is, is dat verbod vervallen. Er is geen vastgesteld mechanisme om Sol te vervangen. De shortlist bestaat uit de kandidaten die de goedkeuring van de resterende incarnae kunnen wegdragen.

Atis denkt na over manieren waarop de ghoul god kan worden uitgeschakeld. Hij is er nog niet uit.
De volgende sessie van de debatwedstrijd begint weer over de opvolging van Sol. Olric wil nog steeds dat er voorlopig geen Sol gekozen wordt. Tawuz zegt dat de ghoul god aanwijzen als Sol, terwijl hij verbannen was door Sol, een gotspe zou zijn. En Ahlat is een goede oorlogsgod, maar je moet ook aan de tijd van vrede denken. Hij prijst Opa aan. Olric probeert dat te ondergraven door erop te wijzen dat Opa familie van hem is. Tawuz vindt de connectie – via zijn solar mate in een vorig leven – zwak. Maar we zijn van het kernpunt afgedwaald: het verslaan van de Ebon Dragon. De laatste opvallende opmerking komt van de interim tuinman: dat de Monkey King ooit zei dat je alle virtues op gemiddelde sterkte moet hebben.
Wajang wordt uiteindelijk aangewezen als de winnaar van de debatwedstrijd, niet op argumenten maar op stijl.

Dag vier zijn de gevechten in Martial Arts. De kampioenen uit de verschillende klasses vechten tegen elkaar met Duelling Torcs. Sango mag kiezen wie ze als eerste bevecht. Ze kiest de dragonblooded. Het blijkt een aarde-type, formaat sumo-worstelaar. Hij probeert haar te grijpen, maar ze is te snel. Ze doen elkaar af en toe een beetje schade, tot de dragonblooded gelijkspel voorstelt. Daarna vecht hij tegen de mortal. Die is een erg goede martial artist en uiteindelijk geeft de dragonblooded zich gewonnen. Het publiek is uitzinnig.
Sango en de mortal zijn aan elkaar gewaagd. Het publiek geniet: een sterveling die een solar aankan! Ze gebruiken allebei flink wat Willpower. Uiteindelijk, als ze allebei uitgeput zijn, geeft Sango zich gewonnen.
Li Wong, zo heet de man, wint een jaar staatsburgerschap van Yu Shan, en een maanzilveren lauriertak. Luna reikt hem uit, en fluistert hem in dat dit niet het goede jaar is om de prijs te incasseren. Hij mag op de maan wonen. “Of in Nexus,” zegt Sango. Daar voelt hij wel wat voor. Er schijnt een beroemde dojo te zijn. “Ik kan je introduceren,” zegt ze. Ze spreken af voor de avond.

In de middag gaan we naar het badhuis om te delibereren over manieren om de ghoul god aan te pakken. Atis wil hem uitdagen, tot Sango hem er aan herinnert  dat die in Rathes helemaal niet op de voorgrond trad. Zijn aanhangers overtuigen van zijn onbetrouwbaarheid is lastig. We besluiten dat we er zo niet uitkomen en gaan naar buiten. Het theepaviljoen blijkt verdwenen te zijn! De incarnae hebben besloten dat de ghoul god niet verkiesbaar is. Hij heeft oorlog in de hemel veroorzaakt door zich tegen zijn aanhouding te verzetten. Dat is een categorie 5 vergrijp, wat hem diskwalificeert voor de positie.

Die avond is de verkiezing. “Wie is er voor Atis?” Klein applaus.
“Ahlat?” Die is aanwezig met veertig van zijn bruiden, en houdt een vlammende speech. Atis en hij begroeten elkaar hartelijk. Als je naar Ahlat luistert, is de ghoul god uitschakelen een fluitje van een cent.
Daarna speecht Wajang. Hij betoogt dat hij de schaduw is. Als hij verkozen wordt heeft de Ebon Dragon geen bestaansrecht meer.
Opa ziet er op zijn paasbest uit. Mooie snor, lange vlecht, perfect martial arts pak. Hij wordt aangekondigd als Sifu. Zijn toespraak lijkt wat te rammelen, maar er zitten dingen in die bij allerlei groepen tot instemmend gemompel leiden. Erna zwijgt men, tot sommigen van ons een beschaafd applaus inzetten.
Atis heeft de anderen voor laten gaan, en houdt een bescheiden toespraak met het thema verandering.
De Maiden of Endings stapt naar voren en vraagt: “Welke kleur heeft jullie zon?” Atis: “Wat je krijgt als je goud, zilver en koper samenvoegt.” (Tumbaga, het heeft een soort oranje goudkleur.) Wajang: “Grijs, met witte en zwarte schaduwen.” Ahlat: “Niet groen, niet blauw, niet zwart, helderrood!” Sifu: “Geen kleur, wit licht. Alle kleuren zijn belangrijk!”
Daarna wordt aan alle aanwezige exalts gevraagd wie naar hun mening verkozen zou moeten worden.

De uitkomst is: 12 stemmen op Sifu, 8 voor Ahlat, 4 voor Atis. De kleur bleek voor veel goden beslissend…
Ahlat beent boos weg. Atis stapt er op af en neemt hem mee voor bier. Ahlat verdrinkt zijn verdriet, en zegt tegen Atis dat hij god van oorlog tegen het Realm wil worden.
Op het plein klinken bazuinen. Er komt een jonge god in het livrei van de Pleasure Dome naar voren. Hij draagt een kussen met daarop een perzik van onsterfelijkheid. Luna en de Maidens vragen Sifu om die op te eten. Dat doet hij, met smaak. We zien hem weer jong worden, maar met de ervaring en wijsheid die hij al had. Dan komen vijf van de zes siderials naar voren. (De Green Lady blijft op de achtergrond.) “Met de macht die mij gegeven is, verhef ik u tot het ambt van Sol. Welke titel wenst u?” Hij denkt even na. Deze vraag had hij niet verwacht. “Noem mij maar Grootvader.”
Ons wordt gevraagd om de muis, het zwaard en de klauw te brengen. Er komt een godin uit de hemel neergedaald. Ze heeft de aura van de oude Sol. Zij is de schipper van de zonnebark en komt de nieuwe Sol inwerken. Ze gaat heel veel kennis overdragen.

XP: 8 voor de solars wegens het einde van een verhaallijn, en 7 voor de overigen.

Sarina geeft de helm over aan Lytek. (NB welke helm was dat ook weer?)
Sango’s Mouse of the Sun is weer bewust. De zon op zin  rug geeft nu wit licht. Hij kijkt in zijn game cube, maar daar is niks te doen: “Tante Gaia zit een kopje thee te drinken Oom Autochthon vraagt of ze zin heeft in een spelletje, maar ze wil niet.”
Opa doet de dojo over aan zijn leerling Sid. De verandert zijn naam terug in Seth.

Tanais – 78

Tanais 78 – 22 januari 2015

25-vii-R2 Bronwë
Gwan stuurt iemand naar Targon. Wij gaan naar Gnumpathi. Die trakteert ons op thee, en daarna gaan we naar de transportkamer. Hij voert hetzelfde ritueel uit, er komt weer een insect-robotje uit het niets en we moeten weer aan de kleur groen-geel denken. Vijf minuten later zijn we in de lusthof op het tropische eiland. Wij worden door een robot welkom geheten. Gnumpathi maakt een wandelingetje terwijl wij naar de villa gaan. De vier dames en een ons nog niet bekende heer liggen in het zwembad. Helena zwemt naar ons toe. “Goedemiddag heren, daar zijn jullie dan. Alles is gereed.”
Ze komen droog uit het zwembad en leiden ons naar een loods. “Aan goud hebben wij geen gebrek, maar we kunnen het niet naar jullie wereld brengen. Dan zouden we ieder goudstuk met Zonium moeten bekleden. Dus hebben we onze robots een goudmachine laten maken. Maar hij is nogal groot. Zullen we hem demonstreren?”
In de loods staat een machine, zo groot als een huis. Ze drukt op een knop en de machine begint lucht aan te zuigen en na een tijdje komt er vloeibaar goud uit een tuitje gedruppeld. 24 karaat!
“Maar we kunnen hem niet via Elsewhere naar jullie stadje vervoeren, daarvoor is hij te groot. Hij bestaat uit vier modules, die we apart zullen verschepen.” Ze haalt een kaart van de hele wereld, inclusief de zuidelijke zeeën, tevoorschijn en laat de landroute zien. Het zal een maand of twee duren voordat hij aankomt. Wij krijgen een paar kritische onderdelen mee, zodat niemand anders er wat aan heeft. Ze wijs aan waar de andere Zoniummijnen liggen: Soul, Shintasta, Euboia (2), Kim-Do (3), Harran, Melucha, Dao, Zhao, Forochet, de Zuidzee (4) en op de Zuidpool.
Risha vraagt hoe het zit met hun overtuiging dat we volgens hen nog zo’n duizend jaar hebben, en dat volgens de witte stenen de wereld al vergaan moet zijn. Ze legt uit dat de maker van de witte stenen geen rekening heeft gehouden met het feit dat de tijd uitrekt naarmate de werelden elkaar naderen. Van buitenaf gezien is de botsing al bezig, wij zitten binnen de event horizon.
Ze geeft ons goud mee, en de bouwplannen van de goudfabriek. We blijven nog een nachtje logeren en Risha gaat duiken met Gnumpathi. De Technici nemen ons mee voor een demonstratie. We nemen een lift die diep de grond ingaat. Daar is een gewelf gereserveerd voor materie/antimaterie experimenten. Een onzichtbaar klein deeltje materie geeft een enorme steekvlam. “Kijk, dat gebeurt er als we zonder Zonium in elkaars wereld zouden komen.”
Gwan zegt: “Het lijkt er op dat jullie je veel sneller hebben ontwikkeld dan wij.”
Claude: “Volgens mij is jullie wereld het origineel en zijn wij de kopie.” Helena geeft hem gelijk.
Risha oppert dat we misschien de tentakels van Igrot door kunnen knippen. Wellicht is dat haalbaar, maar de botsing is al bezig.  Met Zonium kan de botsing gebufferd worden. Het gaat naar de rand van waar de werelden elkaar raken, maar er is nog niet genoeg. Risha vertelt dat Chang en hij hebben geoefend met Elsewhere binnengaan. Hij vraagt wat die metalen vlieg is. Helena vertelt dat het een machientje van hen is dat komt kijken wie er is, en als het goed volk is, wordt dat geteleporteerd via ‘dimensional folding’. Ze legt uit dat er elf dimensies zijn, onze magie zal er ook wel een aantal van gebruiken. Gwan wil beter begrijpen hoe dat zit en krijgt een natuurkundeboek.
Om gevonden te worden in Elsewhere heb je een zendertje nodig, zodat je coördinaten bekend zijn. Die worden uitgedrukt in kleur. Tussen groen en geel is het nulpunt, direct naast onze wereld. Als je aan geelgroen denkt ga je recht omhoog. ‘Nearwhere’ noemt ze het. Andere kleuren zijn andere richtingen. De vijfde dimensie is kleur!
Ze vertellen wat over de ‘overbodige personen’. Die produceren nuttige stoffen in hun bloed. Ze mogen in hun eigen gebied doen wat ze willen. De meesten zijn dol op ‘virtual reality’. “Wij gaan jullie droppen in een Hardware Legacy. Daar zijn sensoren die technologie detecteren, maar jullie gebruiken geen technologie, dus jullie zijn onzichtbaar voor de robots. Voorlopig moeten jullie niet buiten de HL komen. Er zijn heel veel mensen die hier niets van mogen weten. Ons bureau is klein en ondergefinancierd.”
Risha gaat nog even zwemmen, duiken zonder snorkel met zijn heartstone. Claude wandelt over het water mee. Daarna gaan we slapen.
26-vii-R2
We gaan terug naar Bronwë. Ze kunnen maximaal 500 kg vervoeren. Ons, de essentiële onderdelen van de machine en zoveel goud als er nog mee kan: 125 kg. We arriveren in het huis van Gnumpathi. Hij krijgt 3 kg voor alle moeite, en we nemen de rest mee naar de tempel van Mahamutri in de brahmanenstad. Dat dubbelt als bankgebouw.
Daarna vertellen we aan de mensen die het moeten weten dat we drie weken weg zullen zijn. Daguerre, het personeel van het kasteel, Adèle, de seconds in command, burgemeester Zack en dergelijke. We maken afspraken met de belangrijkste brahmanen. De schuld aan Barkhust wordt afgelost, tien kilo goud. Risha legt één kilo terug in de kluis van het kasteel. Claude laat de Pashupati priesters munten slaan, niet alleen met de kop van Risha, maar ook met oude muntstempels. En we wisselen in Soul een paar baren om in zilveren en bronzen munten. Dan betalen we de soldaten uit. Risha’s populariteit is nog nooit zo groot geweest. En Daguerre doet goede zaken.
Na een week hebben we alles geregeld en Claude heeft de charm Craftsman Needs No Tools geleerd.

4-viii-R2  de eerste sneeuwklokjes
Gnumpathi brengt ons weer naar de Technici. Er valt tropische regen, een warme douche. De dames zitten binnen. Gnumpathi neemt weer een heleboel goud mee terug en mag zelf wat houden voor de moeite.
We krijgen onze Zoniumpakken. Nu zijn ze nog op afstand uit te zetten. Als we ons niet misdragen, krijgen we over eenentwintig dagen we een vaste set. De pakken wegen vrijwel niets. We kleden helemaal ons uit, want de pakken zijn huidstrak en we kunnen niets anders meenemen.
“Hoe zit dat met eten en drinken?” vraagt Risha.
“Jullie hoeven niet te eten en te drinken zolang je dat pak aanhebt. Wij weten ook niet hoe dat werkt. In alle basisbehoeften die van buiten komen, is voorzien. Je mist de smaak wel op den duur.”
Ze brengt ons naar het dak. Daar staat een machine, een ‘Elsewhere-copter’. Als we er in zitten, vervaagt de omgeving en na een tijdje landen we bovenop een enorm hoog gebouw. Er liggen kleren voor ons klaar. Helena geeft ons nog een noodzendertje en zegt dan: “Veel plezier.”
Het is warm en koud tegelijk, de warmte komt van beneden en de wind is ijskoud. Het gebouw zit tegen de straalstroom aan. De toren waar we op staan staat in een komvormige vallei. Er zijn nog een heleboel van die vijf kilometer hoge torens, in totaal een gebied van twintig bij twintig kilometer, verbonden door bruggen. Daaromheen zijn weides en bossen, en daaromheen zijn heuvels. Het stinkt een beetje. We trekken de kleren aan. Er is een deur met daarachter een trap naar beneden. Hier ruikt het muf en schimmelig. Er zijn gangen met deuren waar nummers en namen op staan. Het is smerig en uitgestorven op de bovenste verdieping.
Als we verder naar beneden gaan zien we mensen. Ze zien er uit alsof ze ongezond eten, maar wel voldoende trappen lopen. Er is muziek en gepraat. Wij vallen niet op.  Ze spreken zelfs dezelfde taal als wij. Een etage of tien naar beneden vinden we winkels en horeca. Mensen betalen hier met hun vingerafdruk. Er zijn 3D-beeldschermen en overal is reclame. Er zijn etages met woonfunctie, vergaderen, machine-lagen, warenhuizen. Heel anders dan de Witte Stad.
Na een uur of twee horen we ‘piep-piep-piep’. Een robot komt uit de muur en slaat een winkeldievegge in de boeien. Ze zakt bewusteloos in elkaar en wordt afgevoerd. De andere mensen kijken niet eens. Gwan kijjkt naar de bevoorrading van de winkels. Door de ramen ziet hij dat de warenhuisverdiepingen worden bevoorraad door vliegmobielen.
De enorme torenflats zijn vol met mensen. We zien allemaal verschillende rassen, maar geen groene vrouwen. Het is al laat en we willen slapen. Claude vindt een matrassenpakhuis. De Lock Opening Touch is misschien niet zo’n goed idee, alles wordt hier geregistreerd. Met poeder van een schimmel van de muur maakt hij de vingerafdruk zichtbaar van de laatste persoon die deze deur heeft bediend. Nu kan hij de deur veilig openen. “Hmmm, misschien kun je dit spul wel roken.”
De matrassen zijn supercomfortabel en we slapen al snel. Gwan heeft eerste wacht.
Als het buiten donker is, exact om tien uur, begint er een soort licht te flitsen in de ruimte. Lichtstralen vanuit de muur scannen de ruimte. Wat meet het? Beweging, CO2, warmte? Om elf uur gebeurt het weer. Vijf minuten later gaat de deur open. Er komt een politierobot binnen, recht op ons af. Gwan wekt ons. De robot schiet een metalen net op ons af. Risha komt er met zijn voet in vast te zitten. Het net sluit zich, en wordt een soort boei om zijn enkel. Gwan probeert hem los te krijgen maar loopt daarom zelf gevaar, terwijl Claude een omtrekkende beweging maakt. Risha probeert het web om zijn been te wikkelen zodat zijn andere been er niet ook in gevangen wordt. Maar het web lijkt een eigen bewustzijn te hebben. Chang slaat de robot en weet hem uit te schakelen. Het net verslapt ook. Risha neemt het mee.
Buiten in de gang zijn ook sensoren. Chang trapt een raam in en we gaan naar buiten. Met Spider Climb en Graceful Crane Stance kunnen we langs de buitenkant van het flatgebouw naar beneden. Dat is een heel eind. Door de ramen zien we mensen naar enorme beeldschermen kijken en mensen in een soort ruimtepakken door de kamer bewegen (VR-suits). We zien geen clandestiene activiteiten. Na twee uur komen we op grondniveau. Hier is het lekker warm. Er zijn gazons en wandelpaden. En er zijn geen sensoren. We zien wat vliegende autootjes en op niveau vijf grote vracht-ferries. We zien vliegtuigen van buiten de stad opstijgen en landen op de daken van de wolkenkrabbers.
Er liggen daklozen onder de struiken. Wij gaan daar ook maar een tukje doen.

3xp

The RoSE – 68

Return of the Scarlet Empress – 68 De Perziken der Onsterfelijkheid

We bespreken, op verzoek van Tawuz, de juridische aspecten van het plan van Atis. Het stelen van de perziken is een categorie 4 overtreding – de één na hoogste. Het voornaamste risico is als je op heterdaad betrapt wordt, dat kan dodelijk zijn. We leren ook dat er een perzik nodig is voor het ritueel om van een mens een god te maken.
Atis vertelt dat hij steun hoopt te verwerven door de perziken te verwerken in een punch. Little Shu voert aan dat Atis daarmee kan bewijzen dat hij over diverse deugden beschikt – in elk geval convictie en moed. Atis geeft toe dat het ook gewoon een mooie stunt is.  Hij schetst een plan waarin nederigheid en onopvallendheid sleutelelementen zijn. Mest scheppen, vervangers van de tuinman zijn tijdens Calibration. Hij verdeelt taken over de groepsleden die mee willen, zoals verkennen en een inval-tuinman werven. Tawuz verexcuseert zich. Hij vertrouwt liever op zijn debatvaardigheden en wil zijn favoriete kandidaat-Sol te steunen. In plaats daarvan gaat hij naar de uitspanning van de Ghoul-god. Dat is een respectabel theehuis waar men het front heel goed ophoudt. (Denk aan het kantoor van Scientology.) Hij wil een anti-campagne bedenken en gaat Sango opzoeken. Zij heeft destijds in Rathess tegen de Ghoul-god gevochten. Die presenteert zich nu trouwens als de stadsgod van Rathess.

De observatoreren van de tuin zien een porceleinen kar die voorraden brengt en tuinafval afvoert. Ze zien ook een mindere god in het livrei van de Pleasure Dome. Die krijgt een kristallen bol en neemt hem mee naar de Bureau of Secrets. Sarina krijgt een idee: zijn wij de enigen die dit observeren? Ze ziet een slang in een boom tegenover de ingang van de tuin.
Ghurkan gaat intussen de baan van inval-tuinman aanbieden aan de god uit het debat van gisteren. Die wil in principe wel, als de voorzitter van het Deliberative dat aanbiedt. “Jullie moeten wel snel zijn,” zegt hij, “vanavond begint de eclips.”
Olric ziet dat de Naga’s ook afgelost worden en knoopt een praatje met ze aan. Hij wil uitzoeken waar ze afgeleid mee kunnen worden. Ze reageren erg uit de hoogte: “Kijk nou wat voor vullis ze op straat rond laten lopen.” Via de Thoughtfull Gift Technique komt hij er achter dat ze een zwak hebben voor Celestial Wine. Maar ook wel voor heel goede wijn uit Creation.
Gar wandelt langs de kassen. Ze zijn van adamant. Hij vraagt zich af of hij ze met de charm of Greater Unmaking kapot kan maken. Nee, ze zijn gemaakt door Autochton, de Grote Maker. Maar het slot zal wel open te maken zijn, Autochton was dol op puzzels. Ghurkan suggereert dat ze ook gewoon aan de inval-tuinman kunnen vragen of hij ons binnen wil laten. Ze delen de informatie. Atis denkt dat de observerende slang van de godin van de dieven is. Het is in ieder geval dezelfde soort als zij vasthield.

Tawuz vat intussen het plan op om de Ghoul-god te onttronen, en liefst definitief te verslaan. Hij heeft gehoord dat deze door Sol was verboden en tot gezochte misdadiger is verklaard. Dat is weliswaar vervallen bij Sol’s dood, maar dat staat een nieuwe aanklacht niet in de weg. En het is op zich een sterk argument om hem te diskwalificeren als nieuwe Sol. Tawuz gaat op zoek naar juridische informatie en Sango gaat medestanders zoeken uit Rathess. De dragonblooded sorcerer, een van de broers die tegen de Ghoul-god heeft gevochten, is hier niet. Maar Harmonious Jade zou hier kunnen zijn.
Atis is op oek naar excellente wijn want Ghurkan wil zijn First Age wijn niet opofferen. Ze kopen wat in Nexus. Atis stelt een talent Jade ter beschikking.
De inval-tuinman wil hen niet binnenlaten. Hij heeft net gisteren een pleidooi gehouden voor deugd, dus hij wil deze taak perfect volgens de voorwaarden uitvoeren. “Geen rondleidingen. Je weet nooit of gasten de tere bloemblaadjes beschadigen of zo.” Atis verdeelt de taken. De solars gaan met Ghurkan en de inval-tuinman mee om de tuinman af te lossen. De lunars gaan in het karretje. De dragonblooded blijven buiten, zij helpen als iedereen snel weg moet, Sarina doet het lockpicken.
Ghurkan belt aan. De lunars zijn intussen in diervorm het karretje met de wijn in geslopen. His als slang, Eye of Autumn als krekel en Marina als spitsmuis. Shi Mei Lan is net als Tawuz niet aanwezig. Ghurkan krijgt de tuinman te spreken als hij zijn naam en functie noemt. Die is drie meter hoog, gekleed in het zwart en hij draagt een Great Scythe. “En op welke manier past dit in een plot om perziken te stelen?” vraagt de tuinman. “Hij gaat de deur voor ons open houden.” “Ha, ja, ik herinner me jullie. De ontgroening van de Night Caste.” “Ik ben Eclipse Caste!” “Ja, en daarom sta ik je te woord.” De tuinman legt zijn hand op het hoofd van de kandidaat. “Deze is geschikt. Hij is integer. Wij volgen hier de debatten ook. Maar hij hoort door Sol aangesteld te worden.” “Daar hebben we een probleem. Is een zwaard met een vonk van Sol ook goed?” “Een zwaard kan geen beslissingen nemen.” Ghurkan wil de Muis van de Zon erbij halen, maar Sango is in geen velden of wegen te bekennen en hij krijgt geen contact. “Een contract dan, bekrachtigd door mij als Eclipse Caste?” “Dat kan.”
Terwijl de tuinmannen en Ghurkan bezig zijn lopen Atis en Sarina naar buiten, waar Sarina haar helm  van onzichtbaarheid opzet. Ze sluipt weer naar binnen. Als Ghurkan het contract ondertekent, licht de ruimte op en wordt Sarina zichtbaar. “Hier is je eerste taak,” zegt de tuinman, “deze solar arresteren” De inval-tuinman kijkt bedremmeld. en blaast op een fluitje. Er komt een celestial lion aan. De tuinman monkelt dat het wel leuk is om weer eens een poging mee te maken. Twee duizend jaar zonder werd wel saai. De hemelleeuw troost Sarina: “Complimenten dat je überhaupt de eerste deur door bent gekomen, en slim om je circle-mates te laten helpen! Er is niets gestolen, dus we laten het bij een waarschuwing.” De inval-tuinman dankt Ghurkan: “Tot vanavond! Ik kan bij de discussie zijn. In dit ambt mag ik aan bilocatie doen.” Dan gaan de solars weg. Als de celestial lion na het standje wegloopt, probeert Sarina, die nog steeds haar helm opheeft, met haar excellente Lockpicks of Quality het slot van buitenaf te openen. Gar probeert haar te helpen, wat moeilijk is bij een onzichtbaar persoon. Het lukt dan ook niet.

De drie lunars raken wel ongezien binnen. Ze zien veel wijnranken, diverse perziken in het stadium van bloei tot rijp. In het midden van de kas staat een vreemde appelboom met in een holte in de stam één gouden appel. Marina’s ogen lichten op, maar Eye of Autumn roept haar tot de orde. Marina vraagt zich af of het een hearthstone is. “Die zouden we toch als laatste kunnen plukken?” “Het kan geen hearthstone zijn, het is een appel!” Houd je aan het plan! Maak de Cache Eggs open.” Iedereen slaagt er in zijn/haar ei open te maken zonder de naga’s te alarmeren. Er blijft een discussie tussen Marina en Eye, want Marina blijft begerig naar die appel staren. Eye pakt haar fysiek op en Marina weet zich uiteindelijk in te houden. Ze veranderen terug in kleine diertjes, verstoppen zich bij het afval en laten zich zo mee naar buiten voeren. De flessen wijn laten ze achter. De volgende dag gaat het gerucht dat er een poging tot inbraak in de Tuinen is geweest, en dat er misschien wel iets ontvreemd is. Dat wordt met alle kracht ontkend. Wel wordt toegegeven dat een aantal naga’s is geschorst wegens dronkenschap tijdens hun  dienst, een klasse 2 vergrijp.

Atis stapt op dag vier op het podium en zegt dat hij vier perziken heeft en deze in een punch serveert. Er ontstaat gedrang. De arme goden vinden het jammer dat de punch geen magische effecten heeft. De machtige goden, zeker de meest abstracte, bewonderen het gebaar. Atis laat hiermee zien dat hij niet door dat soort verleidingen omgekocht kan worden.
[De debating wedstrijd spelen we nog uit.]
De volgende dag vertelt Tawuz over zijn plan om de Ghoul-god ten val te brengen. Maar hoe, zonder zijn persoon op te eten en daarmee zijn “idee” te laten voortleven?

XP 5 voor elk personage.