Tanais – 6

In het visioen zegt Godfried, de eerste koning die wij kennen als Ostrongoth, dat het vuur in de tombe van zijn geliefde moet worden ontstoken met de Ushas er bij. Claude denkt dat wie het beeld gestolen heeft daar misschien al is. We gaan naar buiten en trekken naar het Zuiden. Buiten de tombe komen we de oude man in de rolstoel weer tegen. Hij negeert ons, maar na een half uurtje zien we hem overvliegen. Hij laat vuil vallen, wat Claude op zijn hoofd krijgt. Schoonmaken lukt niet, dus onderweg scheert hij zijn haar af. Na een dagdeel heuvelop lopen komen we bij de volgende grote grafheuvel. Hij is iets kleiner dan die van Ostrongoth. De oude man is er al en hij heeft de ingang al blootgelegd. Gwan zegt: "Je hebt ons ondergescheten." De man biedt zijn onoprechte excuses aan."Nou, heren avonturiers …"

Risha offert wat ghee op het altaartje en dan gaan we naar binnen. Er is een houten deur met fraai bewerkt ijzerbeslag in een geometrisch bloemenpatroon. De deur gaat moeiteloos open. Risha steekt een fakkel aan en dan gaan we naar binnen. Een korte gang die eindigt in weer zo'n deur. Die opent zich ook zonder probleem. Daarvoorbij vinden we een ronde zaal van zo'n 20 m diameter. Links en rechts zijn deuren, in de verte is een trap omhoog naar een dubbele deur en vlak voor ons is een trapgat met een trap omlaag die terugvoert naar onder de gang waar we vandaan komen. 22-empty-fountain In het midden staat een soort fonteinachtig bouwsel van bewerkte roze steen, met daarvoorbij een lessenaar met een heel dik opengeslagen boek er op. Gwan herinnert zich verhalen over voorwerpen uit een tijd voor de tijd. Die fontein zou er daar een van kunnen zijn. Risha bekijkt het boek. Er staat in het oud Shintasta "Narima, echtgenote van Godfried aldus ondertekend" met een handtekening en een datum in de zomer zo'n 400 jaar geleden. Als hij een bladzijde achteruit wil bladeren lukt dat niet, vooruit wel. Daar staat de tekst "Chantal Catchfly aldus ondertekend", zonder datum en handtekening. Als hij de bladzijde omslaat vult de ruimte zich met zonlicht en de vier ontvangen hun exaltatie, nu van de zon zelf. Van onder ons klinkt een luid "Kadeng!".

We gaan poolshoogte nemen. De trap af, komen we in een halletje met een deur naar een ruimte onder de ronde zaal. In het halletje staat een enorm soma mede-vat. Deze is helemaal gevuld met een kleurloze vloeistof en afgedekt met een glasachtige substantie (plastic). Claude luistert aan de deur. Geritsel. Hij gaat moeiteloos open. Met onze wapens in de aanslag gaan we naar binnen. Daar zit een skelet in de kleding van een buikdanseres op een oude ligbank. Voor haar ligt net zon jaden dolk op de grond'als we in de borst van Godfried vonden. Risha groet de dode dame eerbiedig en ze keert zich naar ons toe. De anderen merken dat er naast de deur twee hangers zijn. Aan de ene hangt net zo'n maanzilveren machete als Gwan heeft, de andere is leeg. Claude stelt voor dat Gwan de zijne daar op hangt. Zodra het zwaard op zijn plek hangt, verandert de dame in hoe ze er tijdens haar leven uitzag. Risha loopt er naar toe en knielt voor haar, Claude knikt eens, Chang groet de dame beleefd en Gwan negeert haar.

Ze gaat staan en gebaart dat Risha overeind kan komen. "Welkom." Ze kijkt verward om zich heen, alsof ze niet begrijpt waar ze is. Risha stelt zichzelf en de anderen voor. Ze snapt niet waarom een prins optrekt met een stel koelies. Dus Risha legt uit dat de exaltatie hen boven het gewone volk heeft uitgetild. Als ze hoort dat ze dood is, en de dolk ziet, Images11 barst ze in snikken uit. Hij probeert haar te troosten, maar ze reageert verlegen. Na een kwartiertje kalmeert ze en zegt: "Het is geen goede man … Toen hij dood ging, moest ik ook sterven … Ik wil naar buiten!" Ze is nog heel zwak en Risha moet haar ondersteunen. Claude steekt de jaden dolk bij zich.

In de bovenzaal ziet ze de fontein. "Ik ben de Ushas," mompelt ze, "als ik er ben moet het vuur branden." Ze draait aan een dingetje in het siersnijwerk en reageert verbaasd als het vuur niet aangaat. Risha prent zich precies in wat ze doet. "En wat als er nu een nieuwe Ushas is?" vraagt Chang. Ze werpt hem een geschokte, boze blik toe. Dan herhaalt ze dat ze naar buiten wil. Risha helpt haar de gang door. Als ze buiten in het licht van de ondergaande zon staat, herwint ze haar kracht. Maar dan krijst ze het uit … en ze verwaait.

De oude man in de rolstoel kijkt verbaasd op van zijn kipnugget. Hij begint te lachen en applaudiseert. "Dat was wel mijn voormoeder!" reageert Risha boos en Gwan vraagt: "Wat weet u hiervan?
"Ik stel hier de vragen!" zegt de oude man en hij vervolgt "Ach de jeugd. Jullie vertrouwen de verkeerde! En zoek zelf maar uit over wie ik het heb. Ik heb altijd gelijk, daar komen jullie nog wel achter."
We hebben even geen zin meer in deze vervelende man en gaan weer naar binnen om de tombe verder te verkennen. De twee maanzilveren machetes worden van de muur gehaald. Risha schuift de deksel van het vat en proeft van de vloeistof. Dat brandt verschrikkelijk. Het is geen feestmede maar zuivere alcohol, de brandstof voor de vuurfontein. Hij doet de deksel snel weer terug op zijn plaats. De deur in het Oosten van de ronde zaal laat zich moeiteloos openen door Chang. Hier is een kleedkamer met allemaal mooie verleidelijke feestkleding voor een vrouw. Er staan ook een stoel en een grote spiegel.

De deur in het Westen wil niet open. Claude gebruikt magie om het slot toch te openen, het is vreselijk moeilijk, maar de deur gaat open. Avondzonlicht valt de tombe binnen, we kijken uit over een glooiend rijp graanveld. Het besef dringt zich aan ons op dat Ushas, Shachi en Agnes drie gezichten zijn van een enkele godin. Risha stapt naar buiten. In de verte ziet hij een wilg en een boerderij, als hij zich omdraait begint de deur te vervagen. Snel gaat hij weer terug. Hij voelt als hij de drempel overgaat even een soort schok en de associatie met Narima die tot stof verwaaide. Was dit het 'buiten' waar ze naar toe wilde?
De trappen omhoog komen bij een dubbele deur die zonder moeite door Gwan te openen is. Het zenit correspondeert met een zonovergoten slaapkamer. Er staat een tweepersoonsbed onder een groot rond raam. Aan het voeteneinde staat een pedestal waarop een uitsparing is voor de jaden bol die we bij Ostrongoth hebben achtergelaten.Als Gwan met zijn knie op het bed komt omdat hij door het raam wil kijken, krijgt hij een schok.

We gaan naar buiten om wat te eten.Terwijl Chang wat hondenvlees bakt, vraagt de oude tovenaar: "Gaan jullie nu Chantal zoeken?"
"Eerst wat eten en overnachten, daarna ja," dan vraagt Risha waarom hij, als hij toch alles al weet, ons niet gewaarschuwd heeft dat Narima naar het graanveld had gemoeten."
Jullie moeten je eigen fouten maken," zegt de oude. Risha geeft hem gelijk. Hij krijgt wat kipnuggets, die best lekker zijn. Na het eten en een kleine ruzie tussen de tovenaar en Gwan gaan we weer slapen in de tombe. Binnen is het veilig en de oude kan wel voor zichzelf zorgen.

De volgende ochtens worden we wakker als het zonlicht de tombe binnenschijnt. De siderial is nu ook binnen. "Hallo slaapkopjes. Zal ik maar eens les gaan geven?" vraagt hij, "Wat staat er in het boek? … En
er staat nog geen handtekening. Het is een officixc3xable uitnodiging aan Godefried. De Usha moet met de koning huwen.
"
"Maar ze heeft al een vriendje," zegt Risha.
"Dat is een probleem, want ze moet wel maagd zijn."
"Maar Narima zei dat het een slecht mens is."
"Geloof me, we hebben hierover vergaderd en besloten dat de duisternis en de zon samen een mooie ster vormen. En ze zal leven totdat Godefried nog een keer dood gaat, dan is het haar tijd. In wie de koning lief heeft, zal het vuur ontvlammen."
"En ik, kan ik niet haar koning worden? Ik ben ook een prins?"
"Nee, ik geloof niet dat dat voor jou is weggelegd. Ik denk zelfs dat, als ze eenmaal aan het idee gewend is, het haar wel zal bevallen."

Er ontstaat een hele discussie en op het eind is er zelfs een grijns op het gezicht van de oude man. Een voorzichtig begin van wederzijds respect. Dan gaan we op weg, we hebben 200 km voor de boeg, voor ons moet dat in vier dagen te doen zijn. Na twee dagreizen komen aan de pas halverwege de hoogvlakte met de koningstombes. De bergpas wordt versperd door meer dan honderd opgezwollen blauwe zombies uit het vrouwendorp. Het wordt een uitputtingsslag, maar met onze solar krachten weten we te overwinnen. De rest van de reis over de hoogvlakte verloopt zonder incidenten. 0B6DE12CC6

Tanais – 5

De vallei der grafheuvels ziet er nogal onnatuurlijk uit. De koningen liggen begraven op een enorme vierkante vlakte die is omgeven door bergen. Tiwanaku-view-of-the Halverwege de vlakte is een kaarsrechte verzakking. Het is er grauw en kleurloos. De paarden weigeren om verder te gaan, dus we moeten afstappen om ze achter te laten bij de toegang tot de vallei. De belangrijkste bezittingen worden overgepakt in onze rugzakken. Als we door de kloof trekken, wordt het kil en nevelig. Grote hondensporen, ongeveer formaat deense dog, een week oud, gaan heen en weer. Als we de kloof door zijn. zien we een dubbele rij menhirs. Ze staan erg ver uit elkaar, en iedere menhir is ongeven door een groep kleinere. De naam op die bij de ingang is Godfried. Dat was de eerste koning. Er zijn 20 grote hoofdmenhirs, voor de twintig Shintasta koningen die geheerst hebben over dit land. Na een dag komen we bij het einde van de rij. Hier is een groot geplaveid plein met een enorm diepe kloof er dwars over. Er is duidelijk een aardbeving geweest. We vinden de restanten van een grote koperen ketel die kapot geslagen is. Het is een zogeheten saman-vat, dat gebruikt werd voor rituelen rond de drank mede. Het is al laat dus we slaan hier kamp op.

Tijdens de derde wacht verschijnen er aan de andere kant van de kloof tientallen grote honden. Het is even paniek. Ze gromnen en blaffen, maar ze komen niet aan onze kant. Dus we proberen mar door te slapen. Bij dageraad gaan ze weer weg. We lopen door. Onderweg is er veel vernield door de honden. Na een uur of drie komen we bij de eerste grafheuvel. Deze is al tientallen jaren niet meer onderhouden. We vinden geen ingang en geen naam, alleen een altaartje dat aan de hemelgod Oaken is gewijd. Nog drie uur later komen we bij de volgende grafheuvel. Deze is wat minder oud, maar even slecht onderhouden. Ook hier vinden we een altaartje van Oaken. Als we overnachten, houden we weer wacht. Tijdens de tweede wacht komen er weer van die honden aan. Dit maal vallen ze wel aan. Het wordt een groot gevecht, waarbij Chang gewond raakt. Als we meer dan de helft van de honden hebben verslagen, vlucht de rest weg. Nadat Chang is verbonden, gaan we verder slapen. Die nacht verloopt verder zonder ellende en de volgende ochtend ontbijten we met sateh van hond. De ballen van de reuen worden door de chinezen apart gehouden voor het geval we weer eens per ongeluk een harem inlopen en impotent raken. We offeren ook wat van het vlees op een Oaken altaar.

De weg gaat hier omhoog de horst op. Bij Chang, Risha en Gwan klinkt er een soort plop in de oren en dan is de drank van de Siderials uitgewerkt. Blijkbaar is de siderial drank echt niet geschikt om de solar exaltatie permanent te wekken. Dat is best wel een tegenvaller. Boven aangekomen kijken we uit over een moeras met rechts van ons en links tegen de bergen de ruines van een paar stadjes. Voor ons liggen verse krengen van een heleboel dode honden. Zo te zien zijn  ze verschroeid door bliksem of zoiets. Het zijn er zestien. We dineren met geroosterde hond en lopen daarna door naar het dichtstbijzijnde stadje. Dat ligt aan de rechterkant in het moeras. Voordat we daar zijn moeten we nog een keer overnachten. We houden zoals steeds om beurten de wacht, maar dit maal blijft het rustig.

Tegen de middag bereiken we het naargeestige moeras. We zien menselijke voetstappen in de modder. Vrouwenvoeten. Een eindje de zomp in ligt een ommuurd stadje. We baggeren erheen door het ondiepe water. Af en toe is er een droger stukje, maar het merendeel van de weg lopen we tot ons middel in het water. Risha voorop, dan Claude, vervolgens Chang en de rij wordt gesloten door Gwan. “Slosj” opeens is Gwan weg. Chang ziet even een arm boven water komen en graait er naar. Hij trekt zijn reisgenoot boven water en ziet dat er een blauwige zombie-arm aan hangt. Swamp-Girls-Med We maken wat meer snelheid. Als we bij het dorpje zijn, zit er al een behoorlijke groep zombies achter ons aan. De muur is vervallen, maar het opschrift boven de poort is nog leesbaar: “Vervloekt is hij die hier binnengaat.” Daar hebben we slechte ervaringen mee. We trekken om het dorpje heen. Gelukkig zijn de zombies traag. Aan de andere kant van het dorp vinden we een oud bootje en daarmee zijn we een stuk sneller. Als we eenmaal bij de bergen aan de andere kant van het moeras zijn, klimmen we een eind omhoog voordat we kamp opslaan. Hier in de hoogte zijn we veilig.

’s Anderen daags dalen we af aan de andere kant van de berg. Daar zien we heel in de verte een grafheuvel die aanzienlijk groter is dan alle andere die we tot nu toe gezien hebben. Dat zal de tombe van Ostrongoth zijn. We gaan er rechtstreeks naar toe. Onderweg overnachten we bij een normale grafheuvel. Hier liggen weer een aantal dode honden en we vinden sporen van een voertuig op wieltjes. (Het lijkt wel op de scootmobiel van de oude siderial.) Dit is zo’n twee dagen oud. De volgende dag trekken we verder naar het Oosten. Tegen de avond komen we aan bij de enorme grafheuvel. Hier vinden we inderdaad de oude man in de rolstoel. Hij zit een gebraden kip te eten en kijkt geirriteerd. “Goeiedag, jonge heren.

Gwan vraagt wat hij hier doet. “Iemand moet jullie toch helpen…” Achter hem zien we een pas gedolven gang naar de toegangspoort. De deur van de tombe zit nog dicht. Claude loopt er op af en doet hem open. De oude man loopt rood aan als hij dat ziet. Gwan vraagt wat het probleem is. “Als ik niet naar binnen mag, dan hebben jullie dat recht helemaal niet!”  Het is jammer dat hij de beroerte heeft overleefd. We negeren de oude man verder en gaan naar de poort. Claude maakt licht en Risha brandt een ghee offer op het altaar. Als afstammeling van de begraven koning, Loughcrew mag Risha het graf als eerste betreden. De duistere gang loopt schuin omlaag de aarde in. Vlak voor de poort is een krachtveld waar de oude man niet doorheen kon, maar wij kunnen het allevier zonder probleem passeren. Na een paar meter zijn er twee kamers aan weerszijden van de gang. In de ene is een prachtige gouden strijdwagen opgesteld, in de andere staan gouden harnassen. Claude is erg in de verleiding, maar hij blijft er toch maar van af. Dan komen we bij de echte grafkamer. Aan weerszijden van de ingang staat een tekst: “Geef de koning wat het zijne is.” en “In wie de koning liefheeft zal het vuur ontbranden.” Terwijl we het lezen lichten er drie dingen op: de orichalcum schrijftablet, de zielstalen skeletvinger en de jaden bol. Het maanzilveren zwaard doet niks.

We komen een koepel binnen met in het midden een stenen baar. Daarop ligt een goed geconserveerd skelet. De linkerkant van het gezicht is verbrijzeld. Maar dat is niet de doodsoorzaak. In zijn handen heeft hij namelijk een jaden dolk, met het lemmet in zijn borstkas. Risha krijgt een visioen: Dit is een zeer eerzame dood. De koning openbaart zich aan hem in al zijn glorie. Ondanks dat hij tot een skelet vergaan is, is dit eerder een slaap, dan de dood. Risha knielt. Als Chang hem nadoet en ook knielt, ziet hij hetzelfde. De andere twee bewijzen de oude vorst geen eer en krijgen geen visioen. Gwan voelt geen eerbied voor de oude overheersers en voor Claude is een koning niet meer dan een burger.

Voor de drie lichtgevende voorwerpen zijn duidelijk herkenbare plaatsen rondom het lijk ingeruimd. Het schrijfplankje past precies in een rechthoekige uitsparing aan de rechterzijde, de bol in een ronde holte aan de linkerkant en de skeletvinger heeft zijn eigen plekje, rechtop tussen de benen. Als we de drie reliquieen hebben geplaatst gaat het geheel licht geven als de dageraad. In Risha en Chang, die knielen, ontbrandt een licht, plus het besef dat het ware vuur nog verder in het Zuiden is. De tombe van de geliefde koningin Ashera, ofwel de godin Ushas – de dageraad. Daar moeten we zijn. En we moeten ons niets aantrekken van de siderial in de rolstoel, die is onwaardig in de ogen van koning Ostrongoth, die zijn eigen leven nam om allen te redden. De tovenaar is niet meer dan een oude man die zijn eigen dood niet onder ogen wil zien.

Tanais – 4

We zitten in de herberg en wachten er op dat we bij de Raad verslag kunnen doen van onze wederwaardigheden. Het duurt lang en we drinken een paar biertjes. Althans Risha drinkt er eentje en na een paar uur nog eentje. Claude drinkt stevig door en na twee uur neemt Chang het er ook maar van. Als de dorpsoudste Karl Sprigley ons persoonlijk komt halen, zijn de twee chinezen behoorlijk aangeschoten Herberg bisen ze maken grappen over impotentie. Karl is wat bedeesder dan normaal. xe2x80x9cDe Orde van de Achtvoudige Ster kan jullie nu ontvangen. Maar jullie hebben iets teveel lol voor wat er komen gaat. Ik vind jullie best aardig, maar nu distantieer me toch van jullie.xe2x80x9d
Hij gaat ons voor naar het dorpshuis en laat ons voor de deur achter. De luiken zijn dicht. Als we aankloppen is er geen reactie. We zien een vreemd blauwgroen lichtschijnsel en we horen drie mannenstemmen. Chang kijkt door het sleutelgat en ziet daar een roodharige jongeman op een troon en een heel oude man op een soort stoel met wieltjes. We kloppen nog maar eens. Dan zwaait de deur open. De zaal is helder verlicht met een soort licht dat wij niet kennen xe2x80″ elektrisch licht. De derde persoon is een man van middelbare leeftijd die er uitziet als Obi Wan Kenobi. Het is de tovenaar uit de toren hier dichtbij in het bos, Phantom Marshley. De laatste wenkt ons met een handgebaar naar binnen. Achter ons zwaait de deur weer vanzelf dicht.
xe2x80x9cIs het vuur aan?xe2x80x9d vraagt de oudste man streng.
xe2x80x9cNee…xe2x80x9d Nog voor we daarover kunnen uitweiden, gaat de man verder.
xe2x80x9cWeten jullie wat er met je aan de hand is?xe2x80x9d
xe2x80x9cVolgens de legende zouden er lichtgevende helden komen als de zon uitgaat. Ik denk dat wij dat zijn,xe2x80x9d zegt Risha.
xe2x80x9cBakerpraatjes.xe2x80x9d De drie beginnen een verhit gesprek in een vreemde taal. Het is duidelijk dat twee dronken chinezen en een zwervertje geen goede indruk hebben gemaakt op de oude man.
Na een tijdje richt de middelste zich tot ons. xe2x80x9cWe zitten met een probleem,xe2x80x9d zegt hij, xe2x80x9cen dat zijn jullie. Er is iets heel erg verkeerd met jullie. En jullie zijn nog zo groen als gras.xe2x80x9d Het valt ons op dat de drie ook licht geven, zij zijn de lichtbron in deze kamer. Maar hun licht is veel zachter dan het onze, als lamplicht ten opzichte van de zon. Dat zal allemaal wel.
Risha neemt brutaal het woord. Hij vertelt dat het vuur van Bronwe uitgegaan was, maar dat we nu wel weten waar dat vuur vandaan kwam. Het was ontstoken aan het vuur van de tombe van zijn voorvader Ostrongoth. xe2x80x9cJa ja.xe2x80x9d
Claude vraagt aan de drie waarom ze ons eigenlijk hebben ontboden. Het antwoord is een wedervraag.
xe2x80x9cWat weten jullie van de zon, maan en sterren?xe2x80x9d Chang en Claude kijken een beetje glazig. Maar Risha herinnert zich iets wat zijn leraar hem ooit heeft verteld. xe2x80x9cEr waren ontzettend machtige mannen die met de zon, de maan, de sterren en duisternis te maken hebben. Jullie stralen met sterrenlicht, wij met zonlicht. Ik denk dat jullie net zoals wij zijn.xe2x80x9d
xe2x80x9cJe bent blijkbaar niet helemaal nutteloos. Ja, wij zijn siderials en we dachten dat er geen solars meer waren. Maar waarom zouden wij jullie helpen, jullie zijn maar xc3xa9xc3xa9n ster. Wij zijn alle sterren.xe2x80x9d Hij vervolgt met een vaag verhaal over de kosmische orde, hoe sterk zij zijn en hoe weinig wij maar voorstellen.
Risha gaat er tegenin. xe2x80x9cMochten wij onze krachten ooit op eigen kracht ontdekken, dan zullen we ons herinneren dat jullie ons tegengewerkt hebben en jullie vijanden zijn . Als jullie ons nu wel bijstaan, dan zullen we ons dat herinneren en dankbaar zijn.xe2x80x9d
Phantom zegt: xe2x80x9cWij moeten jullie steunen Jullie zijn ook een ster. Maar jullie zijn ook een paard van Troje.xe2x80x9d
Chang neemt de onderhandelingen over. De oude man in de scootmobiel wordt steeds bozer, hij vindt ons een abominatie. Maar Phantom neemt het voor ons op. De roodharige houdt zich op de vlakte. Uiteindelijk zegt Phantom: xe2x80x9cHoe het ook zij, Exc3xa9n ding is duidelijk. Jullie zijn voorbestemd om het vuur terug te halen uit Ostrongothxe2x80x99s tombe. Dat staat in de sterren geschreven. Als een van jullie zelfs een nazaat van hem is, maakt dat het misschien wat gemakkelijker. Ik wil jullie over 24 uur zien in mijn toren. Daar kan ik jullie helpen om je herinneringen terug te krijgen. In ruil helpen solars en siderials elkaar en houden jullie rekening met onze ouderdom en onze superieure kennis. Jullie hebben je plaats te kennen en als jullie je ondankbaar opstellen is het afgelopen met de lessen.xe2x80x9d
Risha vraagt waarom ze zo onbeleefd tegen ons zijn. Onder de diplomatieke toon van het antwoord voelt hij aan dat Phantom ons wel wil helpen, maar dat de andere twee siderials ons liever dood zagen.
Buiten wacht Carl op ons. Hij is blij dat we het er levend afgebracht hebben en niet zwakzinnig geworden zijn of voor het leven verminkt. De ordeleden waren serieus boos op ons! Hij nodigt ons uit om nog een drankje te gebruiken in het Everzwijn. Risha zoekt zijn bendeleden en nodigt ze ook uit. In de herberg drinken we bier en vertellen we de sterke verhalen. Het gestolen tafelzilver wordt getoond en de herbergier wil in ruil voor een paar zilveren karaffen wel wat rondjes voor het hele huis uitdelen. Het wordt een goed feest. xe2x80x9cMooi spul. Echt Shintasta werk.xe2x80x9d Rishaxe2x80x99s vrienden zijn blij met het zilverwerk. Wat een goeie chef hebben ze! Een god die echt wat voor zijn volgelingen doet. De gasten worden verdeeld door hebzucht voor het zilver en angst voor de pestgeesten waar we over praten. Voor de verandering krijgen we de beste kamers. De volgende ochtend bij het ontbijt begint het de anderen op te vallen dat Risha er als hij net uit bad komt inderdaad uitziet als een prins, maar dat hij binnen een uur weer veranderd is in een smoezelig zwerfkind.
De volgende dag gaan we naar de toren. Dark towerHet is avond als we daar aankomen. Een dienstertje doet open en de stalknecht ontfermt zich over onze paarden. Phantom is een stuk vriendelijker dan de dag tevoren. xe2x80x9cHet spijt mij. Ik kan geen andere reden aanvoeren voor de arrogantie van mijn companen dan dat jullie de eerste solars zijn. Dat betekent dat jullie het in je hebt om de geschiedenis te schrijven. Maar vertel eens, waar kan ik mee helpen?xe2x80x9d
We willen graag kennis, wat zijn solars? Wat zijn siderials? Oh ja, xe2x80xa6 en we hebben een beetje genante vervloeking opgelopen. Na de uitleg over hoe we het vrouwenverblijf van Bronwe zijn binnengegaan, moet hij lachen. Claude had groot gelijk om niet mee te gaan. Hij heeft wel een kuur, want hij is de alchemist van de Achtvoudige Ster en toverdranken zijn zijn specialisme. Chang en Risha krijgen ieder een glas dat wordt volgeschonken vanuit een grote karaf met een lichtgevende vloeistof. Viagra moment! De paar dagen zonder hormonen waren helder en klaar. Maar het was de heldere logica van een kind van tien. Nu zijn ze weer volop seksueel gexc3xafnteresseerd.
Phantom begrijpt ook niet waarom de stem van Chantal in het Noorderlicht te horen is. Chang laat het zwaard zien dat hij van het vriendje van Chantal heeft afgepakt. xe2x80x9cDat is een zwaard van de Eenoog sekte. Het is vervloekt. Je hebt er goed aan gedaan om het van Karel af te pakken. Deze zwaarden zijn aan van de kanalen waardoor Eenoog zich manifesteert.xe2x80x9d
Hij vertelt dat er wat abyssals bij de bandieten rondhangen. Dat zijn mensen zoals wij, maar die de duistere kant bewandelen. Hij vermoedt dat Chantal iets is overkomen. De abyssals hebben het beeld van de godin gestolen en ze zijn nu ongetwijfeld een of ander ritueel aan het uitvoeren in het bos. Ze hebben het Shagri vuur gedoofd en nu komt de zon niet meer op in dit land. Wel in andere landen overigens! Maar hier hebben de leden van Orde van de Ster veel minder kracht zo zonder zon. En dat het beeld van Matri in Bronwe een paar dagen geleden naar beneden gepleurd is verbaast hem niets. De magie die het in de lucht hield faalde nadat de zon een paar dagen niet opgekomen was. Hij is benieuwd naar wat we zoal hebben gevonden in die stad.
Als Risha trots vertelt hoe de pestgeesten in het kasteel voor hem weg deinsden, helpt Phantom hem uit de droom. xe2x80x9cDat was niet omdat jij een Shintasta prins bent hoor, laat eens zien wat je allemaal bij je hebt.xe2x80x9d
Als Risha zijn spullen uitstalt wijst de siderial op de stalen skeletvinger. Oxidized_Spinal_Skeleton_Fi xe2x80x9cDe soulsteel vinger des doods. Die hield de geesten op afstand. Maar het is een gevaarlijk spel. Het ding preserveert, maar je wilt geen stalen hart. Hebben jullie nog meer gevonden in de citadel?xe2x80x9d
Claude laat de jaden bol zien. xe2x80x9cGefeliciteerd, Don Juan. Daar kun je iedere vrouw mee krijgen. Of ze nou wil of niet. Veel plezier!xe2x80x9d
Gwans machete ziet er aardig uit. xe2x80x9cDat ding kan geen kwaad! Het kan zonder gevaar gebruikt worden.xe2x80x9d
Het orichalcum schrijfplaatje roept zelfs een glimlach op. xe2x80x9cKun je schijven?xe2x80x9d xe2x80x9cNatuurlijk,xe2x80x9d reageert Risha verontwaardigd. Een prins die niet kan schrijven xe2x80xa6 xe2x80x9cHet is best een leuk ding. De Kartianen hebben een soort kosmische boekhouding gemaakt van alle goede en kwade daden van de mensen. Als je Kartiaans kent, kun je met dit boekje die balans bijwerken. xe2x80x9dWauw,xe2x80x9d Risha heeft meteen een visioen van hoe hij alle overvallen en inbraken van zijn volgelingen karmisch kan goedmaken. xe2x80x9cIk wil die taal leren!xe2x80x9d
Ook van de andere dingen, de diverse magische wapens en wapenrustingen, vertelt hij wat het precies doet en daarna vertelt hij dat de geschiedenis in aeonen geschreven wordt. xe2x80x9cDe vorige aeon is in vuur ten onder gegaan. Op het laatst waren jullie de vijand. En de zon heeft zijn vuur gestuurd en alles vernietigd. Nucleair vuur! Dat kwam toch echt van de zon! xe2x80xa6 Er is nog wat wrok.xe2x80x9c
xe2x80x9cDe zon zal daar dan wel een reden voor gehad hebben,xe2x80x9d zegt Risha.
xe2x80x9cJe bent loyaal! Dat mag ik wel. Maar goed. Ontelbare jaren later is deze wereld vanuit het ijs weer tevoorschijn gekomen. Zonder solars. Dat was belangrijk. Er zijn wel altijd lunars en siderials geweest en sinds een paar jaar tonen de abyssals zich ook in het openbaar, maar jullie zijn de eerste solars.xe2x80x9d
Risha vraagt zich af of de pest in Bronwe kwam omdat de goden boos waren dat een niet-shintasta zich kroonde. xe2x80x9cNee, de goden zijn niet gexc3xafnteresseerd in de kleinzerige ruzies van mensen. Ik denk dat het ritueel niet goed uitgevoerd is. Het moet een mythologisch paard zijn, dat hadden ze wel goed, maar ze zijn waarschijnlijk iets anders vergeten. Bij je broer is het wel correct uitgevoerd.xe2x80x9d Chang vertelt over de taoxc3xafstische rituelen in zijn thuisland Dao.
Dan nodigt hij ons uit om op het dak naar de sterren te gaan kijken. Hij neemt een karaf mee met daarin een bleekblauwe vloeistof. Boven verontschuldigt hij zich. xe2x80x9cDeze ontwakingsdrank is bedoeld voor jonge siderials. Maar het bevat het verkeerde materiaal voor jullie. Ik heb geen drank voor solars. Dus ik kan niet garanderen dat het werkt.xe2x80x9d Onze helden nemen een glas van het elixer en Claude merkt inderdaad vrij weinig. Hij wordt vooral afgeleid door de stem van Chantal in het Noorderlicht. Maar Chang en Risha beginnen heftig te hallucineren. De wereld gaat letterlijk voor ze open. Ze zien de sterren draaien en krijgen beelden van een vorig leven als solar. Nu snappen ze waar de siderials het over hadden. Ze beschikken opeens over krachten en charms die allang vergeten waren. De arme Claude kan het over een week weer proberen. Maar waar zijn alle andere solars heen? Dat weet Phantom niet.
xe2x80x9cPas op. Jullie soort is niet meer gezien sinds de wereld opnieuw uit het ijs ontstond. En niet iedereen wil jullie terug! Maar de tijden veranderen. En wij moeten mee veranderen. Momenteel is het hier een baggerboel. Het ging echt beter onder de Shintasta.xe2x80x9d
xe2x80x9cEn wat is er met de dragon-blooded gebeurd?xe2x80x9d vraagt Risha.
Phantom trekt een wenkbrauw op. xe2x80x9cDie zijn uitgestorven.xe2x80x9d
xe2x80x9cGood riddance!xe2x80x9d
Hij lacht. xe2x80x9cEn nu moeten jullie zo snel mogelijk het vuur aanmaken, want dan werkt onze magie weer. Je moet de grootste grafheuvel aan de zuidkant hebben. De Barrows zijn wel in verval geraakt sinds de revolutie.xe2x80x9d
Hij adviseert ons om een boel ghee mee te nemen en een goede stormlamp. Claude zegt dat hij in de stad Soul wel een plek weet waar je die kunt kopen, hij zal alleen zelf niet mee de stad ingaan, want hij wordt daar gezocht. De volgende dag gaan we naar het zuiden. Claude krijgt een extra portie Ontwaakdrank mee.
Een lange dag reizen we langs de grens tussen het bos en het grasland. Er staan nogal wat wachttorens op de grens. Blijkbaar een eng bos. Die nacht delen we het kamp met een groepje Shintasta herders met hun koeien. Het is heel gezellig met veel drank en schunnige liedjes van Chang. De volgende dag bereiken we het dorpje Combe. Het is nog kleiner dan Archet. Het staat onderaan een slenk. De mensen kijken bedrukt door de lange duisternis. De herberg is opvallend groot en aan het kantoor van de sheriff hangen posters met mensen die gezocht worden. Op zijn tekening heeft Claude nog lang haar en een snor, maar het is toch duidelijk hem. Rishaxe2x80x99s poster hangt er niet bij. Die wordt alleen in zijn geboorteland gezocht.
De reis gaat verder naar Staddle, een gehuchtje met half-ondergrondse huizen van mensen uit Vixen. Er is geen herberg dus we overnachten bij een boer in de stal. Acht uur later komen we aan bij de stadspoort van Soul. Claude vertelt dat Soul wel 5000 inwoners heeft. Hij vertelt waar het handelshuis staat, trekt in bij een bevriende kluizenaar en zwaait ons uit. Als we de stad binnenrijden, zien we de zon opkomen. De mensen zijn hier wel vrolijk. Er staan tempels van de diverse goden. We kopen een grote hoeveelheid ghee om aan de voorouders te offeren en een goede stormlamp om het heilige vuur te vervoeren. Bij de bank mag Risha geen zaken doen, want hij is Shintasta. Dus opent Chang een rekening. De vier kruiken met koperen muntjes worden nageteld en het blijken er nog 5667 te zijn. Dat is meer dan 5 jaden obolen. Als je bedenkt dat een ongeschoolde werker twee obolen per jaar verdient, dan is dat een hoop geld. De bankier vertelt dat ze ook een filiaal in Vixen hebben. Als we wereldwijd bij ons geld willen kunnen, dan is er ook een Kortsiaanse bank. Maar deze bank geeft meer rente.
De volgende dag reizen we verder, de zon schijnt hier wel. Bij de Shintastan Barrows aangekomen, zien we dat het goed mis is. Er is een smalle pas. We vinden grote hondensporen. De dichtstbijzijnde grafheuvel is opengebroken en er is daar zeer recent iemand uit Shintasta vermoord. In de ochtendzon neemt Claude zijn drankje in en dan ontwaken zijn solar vermogens ook. Hij herinnert zich zijn vorige incarnatie en realiseert zich wat er allemaal verloren is gegaan. 800px-Treasury_of_Atreus_Mycenae

Tanais – 3

We passeren de poort van het kasteel naar het priesterdorp, op zoek naar het vuur van Shachri. Aan de andere kant van de brug liggen skeletten op de straat. Ze zien er vreemd uit, de botten liggen door elkaar en het lijkt wel alsof ze deels door zuur zijn opgelost. Best wel creepy. Maar het is ook vredig. De vogeltjes fluiten. De deuren van de woningen aan de straat staan alle open. We zien aan weerszijden van de weg poorten die naar de omheinde binnenplaatsen van de huizenblokken leiden. Overal zijn vernielingen aangericht en er is geplunderd. Op de binnenplaats aan de linkerzijde zien we een grote boom met vernielde strijdwagens er onder, ze waren verguld, maar het meeste goud is er van afgesloopt. Er zijn drie stallen met skeletten van paarden, vreemde paarden. Eentje heeft een schedel waar een hoorn afgezaafd lijkt te zijn, de andere heeft acht benen. De dieren lijken te zijn verhongerd. De derde stal is leeg. Er is geen vuur onder de boom, maar wel een groot offerblok en een stenen kom om ghee in te branden. Gwan kijkt rond en hij vind een aantal afbeeldingen, een soort stripverhaal op de muur. Het is het verhaal van de kroning van een Shintasta koning: eerst wordt een vrouw met een gevleugeld paard onder een deken afgebeeld. Dan wordt het paard aan stukken gesneden en in een ketel gegooid. De laatste afbeelding is van de jonge koning die een bad neemt in de ketel met de stukken paard en het het bloed. Als Risha het ziet, wordt hij misselijk. Is dat het ritueel wat zijn broer heeft ondergaan om koning te worden? “Nee,” zegt Claude, “de pest is hier uitgebroken omdat de leider van de Soulfield revolutie zichzelf hier tot koning heeft gekroond.

De binnenplaats aan de overkant van de straat is een bos. Aokigahara_suicide_forest_11 Aan de bomen hangen skeletten, er staan schedels op spiezen en overal liggen beenderen. Risha loopt naar binnen. In het midden van de tuin staat een bronzen beeld met drie gehoornde gezichten die in lotushouding zit. Hij herkent hem als Pashupati, de heer van het woud. Voor het beeld is een gat in de grond waar plengoffers in gegoten zijn. Dit is een maantempel. Tussen de bomen zien wij sterren en het Noorderlicht. De botten hier zijn van verschillende ouderdom. De oudste zijn van ongeveer 15 jaar voor de revolutie, nog oudere offers lijken in het verleden te zijn opgeruimd. Er is een toename in het aantal offers in de aanloop naar de Soulfield revolutie en alleen de botten van na de revolutie zijn aangevreten door zuur. Het is laat. We gaan terug naar de stallen en gaan slapen.

De volgende ochtend zegt Risha dat hij en zijn volgelingen de gewoonte hebben om ’s morgens de buit van de dag ervoor te verdelen. Hij geeft de zilveren machete aan Gwan en de jaden bol aan Claude. Zelf wil hij de ijzeren skeletvinger wel hebben en omdat hij de enige is die kan schrijven, krijgt hij ook het orichalcum wasplankje. Chang hoeft voorlopig niks. De onverdeelde buit gaat terug in de rugzak. Dan gaan we naar de vollgendde binnentuin. Deze ligt 30 m diep en heeft gladde, onbeklimbare wanden. In de verte, in het midden ligt iets kapot op de grond, maar het is van hieraf niet te zien wat. Noorderlicht33 Het is nog steeds donker en er hangen groene en paarse gordijnen van licht in de lucht. Vage onverstaanbare stemmen klinken luider en zachter met de bewegingen van het Noorderlicht

Het volgende huizenblok is helemaal dichtgebouwd met een massief tempelachtig gebouw. Er zijn drie grote poorten. Waag_leiden_015 (Waag vanuit Boterhal) De middelste leidt naar een grote lege ruimte. Er liggen wat kapotte amforen waar ooit geld in gezeten heeft, een kapotte tafel en kapotte weegschalen. Het is een soort bankgebouw. In een hoek vinden we een gouden muntje dat door de plunderaars over het hoofd is gezien. De andere twee poorten leiden naar minder imposante zalen. Eentje was voor zilvergeld, die is ook vrijwel helemaal geplunderd, en de andere voor kopergeld. Dit hebben de plunderaars blijkbaar niet meer de moeite waard gevonden. De tientallen kruiken met bronzen munten zijn nog heel. Gwan en Risha zijn behoorlijk sterk. Ze kunnen ieder twee kruiken dragen, dus dat gaat ook mee. De gewone huizen in deze wijk zijn vrijwel allemaal ateliers voor metaalbewerking. We vinden werkplaatsen voor alle mogelijke metalen. Het gereedschap draagt als priesterteken een eik.

Dan komen we aan bij een enorm National Ceremonial Plaza, Thimphu ,Bhutan ceremonieel plein met een grote vuurplaats in het midden. De ketel die daar ooit hing ligt er kapotgeslagen naast. Er liggen botten van een gevleugeld paard tussen de scherven. “Ik ben benieuwd of mijn broer ook in een dood paard gedoopt is,” mompelt Risha terwijl hij de resten bekijkt.

De volgende wijk omsluit brouwerijen en wijnpersen. Chang vindt een grote schat: een vat 30 jaar oud bier dat nog drinkbaar is.

Het Zuiden van het stadje is van het Noorden gescheiden door twee grote weidevelden die van elkaar gescheiden zijn door een tempelplein. Op een van de de verwilderde grasvelden vinden we botten van koeien en een installatie om van boter ghee te maken. Het plein in het midden bevat een maansikkelvormig altaar. Er staat een beeld achter van de godin Agnes, een wat oudere vrouw. Het altaar heeft een gat in het midden, waar vroeger gas uitstroomde. De doorgang buigt onderin af naar het Zuiden. Nog heel vaag kan Claude een mestgeur waarnemen. Deze ‘eeuwige vlam’ is uitgegaan omdat de gastoevoer niet meer werd onderhouden.

Het Zuiden van de stad heeft twee wijken van vrouwenverblijven omgeven door weverijen en andere werkplaatsen Topkapi Harem Entrance waar stoffen verwerkt worden, die ook weer door een tempelplein van elkaar worden gescheiden. In de letters van Shintasta staat er boven de toegangspoorten van de vrouwenwijken: “Vervloekt zal hij zijn die hier binnentreedt.” Het is maar goed dat een van ons kan lezen. Claude vindt vrouwen en vervloekingen eng en hij weigert bij de serail naar binnen te gaan, dus we gaan maar verder. Op het tempelplein vinden we een standbeeld van de god Shachri en een + vormig brandaltaar. In het zundgat zien we dat het gaskanaal aftakkingen heeft naar Noord, Zuid en West.

Ten Zuiden van de vrouwenverblijven zijn drie enorme pleinen rondom de toegangspoort van de priesterstad.

Op het prachtig betegelde linkerplein vinden we een groot bronzen beeld van een man met een paardenhoofd, de Groene Man, plus een heleboel kapot geslagen strijdwagens en paardenskeletten. Verder hangen hier allemaal lintjes en het plein ligt vol met wassen poppetjes en andere kleine offergaven van mensen die blij waren dat er een wens vervuld is. Risha vraagt waarom de strijdwagens en de paarden allemaal kapot zijn. Gwan vertelt dat de Revolutionaire Raad het taboe heeft verklaard om in zo’n wagen te rijden. Dat was namelijk een symbool van de Shinkasta macht.

Het middelste plein heeft een ronde vuurplaats met een kapot beeld van de godin Ushas. Images12 Als we in de buurt van het beeld komen, wordt het gekerm luider en het Noorderlicht wordt wilder. Heel dichtbij kunnen we het woord “Help” verstaan en Claude heeft zulke goede oren dat hij zelfs de stem herkent van Chantal Catchfly. Risha vindt dat we haar moeten gaan zoeken en helpen. “Ze is van huis weggelopen, en ze roept om hulp. Het is mijn verantwoordelijkheid om haar te helpen!” Maar de anderen overtuigen hem ervan om eerst deze klus af te maken.

Het grote plein ter rechterzijde bevat eveneens een beeld van een man met een paardenhoofd. Deze heet Kanesh. Ook dit plein ligt nog vol met offergaven. We hebben nu de hele stad onderzocht, maar het heilige vuur hebben we nog niet gevonden. De drie vuurplaatsen zijn uitgegaan en we hebben nergens een aanwijzing gevonden waarvandaan de vuren van deze stad ontstoken waren. De enige plek waar we nog niet hebben gekeken is de harem. En we hebben wel gezien dat er vanaf de vuurplaats van Shachri nog een gasleiding naar de Westelijke serail voerde. Dus ondanks Claude’s bezwaren gaan we er toch maar naar toe.

Bij Claude heeft het bijgeloof het gewonnen, hij blijft buiten. Risha gaat als eerste naar binnen. Tot een paar jaar geleden woonde hijzelf ook nog in de harem van zijn vader en hij gelooft niet echt dat het gevaarlijk is. Maar eenmaal binnen voelt het unheimisch. Na een paar stappen trekt het bloed weg uit zijn kruis. Gwan en Chang, die hem gevolgd waren, merken hetzelfde. Gwan rent snel weer naar buiten, maar de vervloeking is al in werking getreden. Het blijft daarbeneden krimpen en wordt koud en gevoelloos, net als bij Chang en Rishi. Omdat naar buiten gaan de vloek niet omkeert, besluiten ze om de serail te blijven onderzoeken. Zij gaan door en vinden een heleboel skeletten. Er zijn veel diverse sleepsporen, ook heel recente. De skeletten hier zijn ook door zuur aangetast. Ergens in het midden vinden we een overkoepeld gebouwtje met daarin een vervuilde vuurplaats. Ook hier is het vuur uitgegaan. Er ligt een hele kluwen grote duizendpoten in de vuurkuil te slapen. De wanden hier zijn half opgelost door een sterk zuur. Drek en viezigheid hebben het vuur gesmoord. Een beetje logisch nadenken brengt ons op de gedachte dat deze beesten de oorzaak zijn van de sleep- en zuursporen. Waarschijnlijk hebben ze hier hun nest gemaakt omdat het heilige vuur lekker warm was, maar hun uitwerpselen hebben de gastoevoer geblokkeerd, waardoor de vuren zijn uitgegaan. We laten ze maar met rust. Wat wel heel interessant is, zijn de afbeeldingen aan de binnenkant van de koepel. Hier zien we namelijk dat het vuur ooit ontstoken is aan een heilig vuur dat brandt in een tombe. Een grafheuvel in de Shintasta Barrows, die de naam “Ostrongoth” draagt. Risha herkent de naam van Ostrongoth als die van de eerste koning, zijn stamvader. Bij afwezigheid van een levende vlam, is deze informatie wel waar we voor gekomen zijn.

Maar we willen wel nog even weten wat er in de diepe kuil in het Noorden van de stad te zien is. Uiteindelijk weten we voldoende touw bij elkaar te sprokkelen en Risha klautert naar beneden. Onderin ligt een kapot stenen beeld van Mutri, de hemelgod met vier armen. Hij staat voor de hemel overdag, contracten, vriendschap en strijd. De ‘band of brothers’. Er is iets weggevallen wat er eerst wel was. En toen dat wegviel, is hier de hele grond omlaag gevallen. Maar in tegenstelling tot de rest van de gebeurtenissen in dit stadje, is dat pas een paar dagen geleden gebeurd!

We slapen en gaan daarna te paard met onze buit terug naar Archat. Een etmaal later komen we bij de stadspoort aan. De ontvangst is vriendelijk, maar lauw. We mogen nog niet naar de Revolutionaire Raad, want die zijn in vergadering met de Orde van de Achtvoudige Ster. Dus gaan we maar naar The Whistling Boar. Chang, Gwan en Risha merken dat ze nog steeds geen seksuele gevoelens hebben, de vloek lijkt niet vanzelf over te gaan. Dus daar moeten we echt wat aan doen.

Tanais – 2

We worden wakker van een groot alarm. Bandieten vallen het stadje aan en we helpen mee aan de verdediging. Maar ze zijn met teveel en we worden al snel uitgeschakeld. Als we weer bijkomen liggen we nog bij de stadsmuur en een kleine menigte staat ons aan te gapen. Risha en Chang zijn het eerste bij kennis, tot hun verbazing geven ze zonnig licht. De mensen om ons heen lijken vriendelijk, maar ze zijn ook bang. De stemming zou zomaar om kunnen slaan.
Wat is er gebeurd?” vraagt Risha.
De zon is niet opgekomen en jullie geven licht.
Gwan is inmiddels ook bij. Hij weet zich een legende te herinneren. Als de godin Ushas (de dageraad) dood gaat, dan kan de zon niet meer opkomen. Er wordt gemompeld in het publiek: “Zouden zij de zon hebben ingeslikt?
Gwan geeft helder licht, als de middagzon. Het licht van Risha en Chang is zachter en veelkleurig als de zonsopgang. Het licht van Claude is in vergelijking duister, als een heldere sterrennacht. We kunnen niet voorbij ons eigen schijnsel zien.

Iemand weet te vertellen wat er is gebeurd: Eenoog-bandieten hebben het beeld van Ushas gestolen en het vuur van Shachi (de heilige boom) gedoofd en toen zijn ze weer weggegaan. We gaan maar eens in de tempel kijken. De mensen volgen ons op respectvolle afstand.Onderweg zien we de doden en gewonden van het gevecht. De tempel heeft een hoofdkapel gewijd aan Sheila, de moedergodin en een zijkapel voor Ushas. De moeder overste komt naar buiten en spreekt Gwan aan met een soort eerbied in haar stem: “Ik had het van jou niet verwacht, maar de wegen van Sheila zijn ondoorgrondelijk. Sheila’s beeld hebben we kunnen verdedigen, maar dat van Ushas is weggeroofd.
Risha vraagt of zij weet wat er met ons aan de hand is. Ze vertelt van een mythe die zegt dat als de zon weg is er mensen licht zullen gaan geven. Die zijn er dan om de wereld te redden. “Het is aan jullie, edele helden. Maar ik adviseer wel om eerst met de Revolutionaire Raad te gaan praten.

We lopen weer terug naar het stadje. Gwan gaat nog even bij de smidse langs om zich de maat te laten nemen. Nu hij tot held is uitgeroepen, voelt hij de behoefte aan een wapenrusting. Maar de stadswacht gunt hem dit moment van rust niet. De bekende tik op de schouder: “Meekomen!
In de raadszaal zitten Kell en Will (kloppen deze namen?) achter de tafel.
Bandieten, dat kunnen we nog wel aan. Maar heiligdommen vernietigen… Dat is gedaan door mensen die wisten waar ze mee bezig waren. Zolang het vuur niet brandt zijn alle magische handelingen onmogelijk. Zij hebben het viuur gedoofd om te zorgen dat wij niet terug kunnen slaan. We moeten het opnieuw ontsteken aan de bron. En daarna moet het beeld terug. De Orde van de Achtvoudige Ster wordt op dit moment gehaald. Die zijn er dus over een paar dagen … Kunnen jullie intussen het heilige vuur halen? Het vuur van Archet is ontstoken vanuit de ruines van Bronwe. Maar die zijn tegenwoordig niet meer veilig. Na de Soulfield Revolution zijn een paar lieden als nieuwe goden in het voormalige Shinkashta paleis gaan wonen. Dat vonden de goden niet goed en die hebben ons toen gestraft door de pest op ons af te sturen. Niemand in het paleis heeft het overleefd.

Wij? helden? dan moeten we natuurlijk wel helpen. We krijgen paarden mee. Voor we vertrekken komt Claude er achter hoe hij zijn licht uit kan doen. “Concentreren op je Chi.” Maar als Chang dat ook probeert komt hij er achter dat deze methode bij hem in ieder geval niet werkt. Claude vindt Gwan’s idee van harnas wel handig. Hij haalt een oude malienkolder uit zijn rugzak tevoorschijn en trekt hem aan. Op de een of andere manier lijkt het ding lekkerder te zitten dan vroeger. Risha heeft al een harnas aan, een plaatharnas van gele jade. Hij vertelt dat hij zich er in had verstopt toen het moorden begon, en dat hij door een geheime gang weggeglipt was toen de soldaten even in een ander deel van het paleis naar hem op zoek waren. Chang vindt zo’n harnas niet nodig, hij vertrouwt op zijn martial arts.

Aan het einde van de dag komen we aan bij een vrij grote heuvel met drie toppen. Aan de voet ligt een magisch bos met een meertje. Dwars op de weg lopen hoefsporen, zowel van wilde paarden als van beslagen dieren. Er zijn een stuk of 5 a 6 paarden met hoefijzers. Het zijn Shinkasta nomaden, die hebben nog steeds het recht om met hun kuddes vrij rond te reizen. De mensen van Soul zijn landbouwers die wonen in boerderijen en dorpen. Er is een ongemakkelijke vrede tussen de twee groepen. We besluiten om ze links te laten liggen en gaan door naar de heuvel. Er is een pad dat met haarspeldbochten omhoog loopt. Boven ons zien we muren met kantelen. Halverwege is het pad geblokkeerd door enorme spinnewebben.Social_Sp_lrg Er liggen skeletten van mensen met dure kleren en gouden sieraden. Risha stelt voor om een pad door de webben heen te hakken, maar als we de manshoge spinnen zien gaan we toch maar terug. Dan rijden we buitenom de grofweg L-vormige heuvel. Het bos en het meer liggen in de binnenhoek. Als we een relatief makkelijke route omhoog vinden stallen we de paarden achter een bosje. We klimmen omhoog totdat de paarden plotseling beginnen te hinniken. Een enorme springspin probeert er eentje te steken. We sprinten omlaag en Risha wordt door een spleet in zijn antieke harnas heen gestoken, maar weet aan het vergif weerstand te bieden. Chang verwondt het monster en als het op de vlucht wil slaan, weet hij het te verslaan. Hier stoppen was dus ook niet zo’n goed idee.

In de hoek van de L is de smalste en hoogste heuvel. Bovenop staat een kasteel dat met bruggen verbonden is met de twee lagere brede heuvels. We leiden de paarden omhoog tot onder een van de bruggen. Voor ons ligt het bos en we zien onder ons een waterstroom uit de heuvel komen en via een watervalletje het meer vullen. We vinden sporen van wilde paarden. Een ervan eindigt met een afzetten richting de afgrond. Gwan herinnert zich een verhaal over drie mystieke paarden die in tijden van nood tevorschijn komen: de witte eenhoorn, de rode pegasus en de zwarte nachtmerrie. Dit lijkt wel het spoor van de pegasus. Het is niet heel oud. Claude verkent de bovenkant, Risha de onderkant. Boven is geen goede doorgang naar de heuveltoppen, en we ontdekken dat het water van de warterval uit een tunneltje komt. Hij kruipt er in en na een meter of drie komt hij bij een pad dat verder de berg in loopt. Grotto-playboy-mansion-sweet-dip--large-msg-11686355153 Hij gaat terug en haalt de anderen. Er zijn hier geen spinnen, dus de paarden zijn veilig, hopen we.

In de grot lopen we langs het pad, dat al snel betegeld wordt. Er zijn plekken herkenbaar waar mensen kruiken hebben gevuld. Dit is de geheime watervoorraad van het kasteel. Op het pad ligt een laag grotslijm die aangeeft dat hier al heel lang niemand meer is geweest. In een nis op een meter of 2 boven het pad vinden we een 30 cm lange grijs-blauw metalen skeletvinger. Risha steekt hem bij zich.

Dan vinden een trap omhoog die eindigt bij een luik. Het zit vanaf de andere kant op de grendel, maar Claude krijgt het met enig gepriegel toch open. Hier komen we uit in een kelder met allemaal vaten bedorven wijn. Verderop zijn voorraadkelders met vaatwerk en bestek. Er is een slagerij en er zijn kasten met specerijen. De trap omhoog komt uit in de keuken. Veel van de inventaris is op de grond gevallen. We vinden hier het deftiger serviesgoed. Claude en Gwan beginnen een verzameling keukenmessen, Risha steekt het tafelzilver in zijn ransel. Gwan herkent het zilver en het porselein, het is van uitstekende kwaliteit en komt van de handelaren uit Melek Qart. Naast de keuken vinden we de banketzaal met muffe wandtapijten. Dit is een heel naargeestige plek, vol met skeletten in statige kleding. Als we de tapijten willen bekijken, komen er langzaam transparante, Halloween_ghosts_81 groen-licht gevende gestalten uit de vloer en uit de muren. Ze aanvallen heeft geen zin. Niet alleen slaan wapens er dwars doorheen, maar ook als Chang ze met zijn blote handen te lijf gaat doet dat niets. Ze proberen op onze schouders te gaan zitten. Snel rennen we de zaal uit en we komen in de centrale gang van het paleis. De spoken lijken ons niet te volgen. We vinden hier allerlei ontvangstkamers en administratieve ruimtes. En een trap omhoog. Op de volgende verdieping is een piepkleine bibliotheek met nog maar een paar leesbare boeken. Eentje is een enorme foliant in het Melek Qart schrift. De andere is een kasboek van de dagelijkse in- en uitgaven van het hof. Risha steekt nog een schrijfplankje van orichalcum en was bij zich. Op deze etage vinden we ook rottende hemelbedden, badkamers en een uitgang die uitkijkt over het meer. Buiten is een rondgang langs de kantelen met aan twee kanten een brug naar de andere twee heuveltoppen.

Op de etage hierboven vinden we de koninklijke slaapkamer met twee skeletten in het hemelbed, die zo te zien in vreselijke stuiptrekkingen zijn gestorven. Aan de bouw te zien waren het Soul-bewoners. Ook hier komen groene imps uit de lijken. Snel werpt Chan de deur dicht. Hij had nog net een jaden bol gezien aan het voeteneind.We gaan verder omhoog en komen bovenop de donjon. Het uitzicht is prachtig. Op de beide lagere heuveltoppen zien we de dorpen waar de priesters-dienaren woonden. Op het zuidelijke plateau zien we een verdorde boom die op de Oaken-tempel van Archet lijkt. Op de weg naar beneden graait Risha zijn moed bijeen en hij stapt met bravoure de slaapkamer binnen. Hij vertrouwt op het zonlicht dat hij nog steeds uitstraalt. Dan heft hij zijn hand en kijkt streng naar de spooksels. Hij voelt de botten in zijn hand trekken. De imps deinzen achteruit. Hij loopt de kamer binnen en pakt de jaden bol. Ze leggen hem geen strobreed in de weg. p de weg terug bekijkt hij hem. De bol is van groene jade, aan de ene kant is een blote man afgebeeld, aan de andere een blote vrouw. De stijl doet denken aan Dao. “Dat is iets van jullie,” zegt hij tegen Chang en Claude.

Vervolgens gaan we naar de Zuidbrug. Halverwege staat een ijzeren traliewerk dwars over de weg, met aan weerszijden een wachthuisje. Vorbij de brug ligt het vol met skeletten. Vooral bij de toegang tot het paleis. Gwan vindt de wachter in een van die hokjes. Die heeft een mooi zwaard aan zijn zijde en een bos met alle sleutels van dit kasteel. Maar hij is dood en er komt zo’n groen pestspooksel uit. Hij probeert hetzelfde als Risha. Maar de geest is er niet van onder de indruk. Hij gaat op Gwan’s schouders zitten en zinkt langzaam in hem. Risha slaakt een kreet: “Blijf van mijn vrienden af, vies beest!”
Hij duwt het spook met beide handen van Gwan af. Gwan bedankt hem voorzichtig. Hij lijkt iets meer respect voor het prinsje te hebben gekregen. Risha wordt daar erg verlegen van en maakt er een grap over terwijl hij het zwaard omgespt. Het is een soort machete van maanzilver.

We kijken wat beter. De skeletten voorbij de poort zijn misschien aan de pest overleden, maar ze lijken ook door een of ander zuur te zijn aangetast.

Tanais – 1

We spelen Heroic Mortals in een Exalted spelsysteem. Later kunnen onze personages exalteren, maar nu zijn we nog stervelingen.

De setting.

We spelen in een wereld lang na de gebeurtenissen uit de spelboeken, maar ook lang voor de huidige tijd. Het staatje Soul is zo’n 30 jaar geleden afgescheiden van het grote Sintasha-Satem rijk. Sintasha, ook wel genaamd Satem, wordt geregeerd door goden. Dat wil zeggen … men gelooft dat alleen de adel een ziel heeft. De edelen gaan na hun dood naar het hiernamaals. Dat maakt hen tot goden in mensenlichamen. Gewone mensen houden simpelweg op met bestaan. De bewoners van de grote vallei in het Noordoosten zijn tegen deze leer in opstand gekomen. Dertig jaar geleden brak de Soulfield Revolutie uit. Nu heerst hier de Revolutionaire Raad. Het grote rijk heeft een goed bewaakte grensburcht, maar laat de vallei verder met rust. In de bossen zijn rebellen actief die zelf de nieuwe goden willen worden. Ze noemen zich Volgelingen van Eenoog.

De spelerpersonages.

Gwan is een pottenbakker uit het dorpje Archet, ergens in het Noorden van Soul. F7ea1809-af2c-4877-9114-72cdc089069b Hij woont hier al zijn hele leven en interesseert zich niet voor politiek. Keramiek, dat is zijn passie.

Chang komt uit Dao, een pre-chinees land aan de overkant van de zee, met een taoische traditie. Hij is een vrolijke, sjofel geklede bedelmonnik, met chopsticks in zijn haar en een waterzak aan zijn zij. Zijn wanderlust heeft hem naar deze streek gebracht.

De koning van Satem heeft een prijs op het hoofd van Risha gezet. Hij is naar Soul gevlucht en woont nu in het bos met een vijftal tieners die rijke handelaren overvallen. Risha is een jaar of 14, donkerbruin, smerig en mager, met lang verklit zwart haar. Maar hij spreekt met een adellijk accent. Onder zijn ooit kostbare mantel draagt hij een antieke wapenrusting. Hij vecht met twee korte goudkleurige zwaarden.

Claude Tang komt ook uit Doa. Claude is een rondtrekkende klusjesman. Zijn kleding lijkt uit Soul te komen, maar er zitten er nog wel kenmerken van Dao kleding in zoals de snit, ruimheid en enkele versieringen. Hij heeft een tamme fret op zijn schouder. Een vlassig snorretje en idem baard sieren zijn gezicht en hij draagt zijn haar kort geknipt. Zo te zien doet hij dat zelf met een bloempot en een schaar.

We beginnen in herberg The Whistling Boar. Claude is sinds een week in dienst bij de pottenbakker. Hij woont in een pension in de ‘vreemdelingenbuurt’. Zoals vaker, zitten ze deze avond in de herberg vlak buiten de poort. Risha en zijn vrienden hebben ‘een meevaller’ gehad en zitten nu in diezelfde herberg hun buit in bier om te zetten. Als er een tweede chinees binnenkomt, wordt het even stil. Maar wanneer die schunnige liederen begint te zingen, wordt het al snel gezellig. Claude raakt in gesprek met Chang. Maar Claude en Gwan gaan vroeg naar huis. Chang en Risha worden veel later als ze erg dronken zijn als laatsten de kroeg uitgebezemd. Het regent, dus ze kunnen niet in de openlucht overnachten. Risha betrekt een naar urine stinkende ruine maar Chang trekt dat niet. Hij klopt aan bij het pension dat Claude hem aanwees. Wat later doet er een boze hospita open.

Ik had je toch een sleutel gegeven!” Ze trekt Chang naar binnen en duwt hem Claude’s kamer binnen. Tja, dat is lastig. Claude ligt daar in dat bed en hij is niet geamuseerd als hij opeens wakker wordt gemaakt omdat er een ander in zijn kamer wordt gekatapulteerd. Ninja-sai Hij trekt meteen twee sai waarmee hij de nieuwkomer bedreigt. Als Chang geen gevaar blijkt te zijn, mag hij op de grond slapen. Daarna zien ze wel verder. ’s Nachts gaat Claude even door Chang’s spullen om te verifieren of hij echt is wie hij zegt te zijn. De naam in het paspoort klopt.

Laat in de ochtend wordt Risha wakker van een hysterische vrouw aan de poort. Hij gaat kijken. Een boerin gaat tekeer tegen de wachter. Ze roept dat hij mee moet komen want Eenoog-bandieten hebben haar dochter ontvoerd. Er staan wat mensen omheen, waaronder Chang. Als de wachter niet van plan is om haar te helpen, klampt ze de omstanders aan. Omdat ze een kater hebben, letten Risha en Chang niet goed op en zeggen zomaar toe om haar te helpen.Onderweg naar de boerderij komt haar verhaal. Ze heet Mildred Catchfly. Haar dochter had een relatie die moeder niet goed vond. Vanmorgen was ze zoals altijd de geiten gaan melken. Vanuit het huis hoorde Mildred gegil. Toen ze aan kwam rennen, zag ze sporen van een paard. Na een uurtje lopen, komen ze bij de boerderij. Er zijn inderdaad hoefafdrukken te zien. Risha volgt het spoor en Chang gaat versterking halen.Omdat de kidnapper een behoorlijke voorsprong heeft, gaat Risha er in looppas achteraan.

55 Na een uur komt Chang weer terug in de stad. Hij kent er eigenlijk alleen Claude, en die zag er wel stoer en doortastend uit, de vorige nacht. Dus gaat hij naar de pottenbakkerswerkplaats. Na enige overreding stemmen Gwan en Claude er in toe om mee te komen. Intussen is Risha het spoor gevolgd tot aan de weg naar het woud. Op de weg ziet hij geen hoefafdrukken meer. Na hem een eind gevolgd te hebben, keert hij maar weer terug.

Een paar uur later zijn de anderen ook bij de weg aangekomen. Daar komen ze Risha tegen. Als die uitlegt dat hij het spoor is kwijtgeraakt, reageert Gwan droog “Volgens mij ben je het spoor al heel lang kwijt.” We volgen de weg en tegen het vallen van de avond komen we aan bij Hunter’s Lodge, een sjieke herberg aan de rand van het bos. De eigenaar, John Brackenbrook, kent Gwan en is wel bereid ons te woord te staan. Hij vertelt dat Chantal hier vanmiddag inderdaad heeft geluncht. Ze leken het wel naar hun zin te hebben en ze zag er gelukkig uit met die lange donkere man. Dat bevestigt onze vermoedens. We volgen het spoor verder de glooiende heuvels in. In de verte zien we licht van een toren. Het spoor buigt af, als om de toren te ontwijken. Even later horen we een paard hinneken. Vlak bij ligt een slaapzak met een jongen en een meisje er in. Die horen dat we er aankomen en ze klauteren er snel uit. De jongen trekt een zwaard en roept: “Kom tevoorschijn!
Claude klimt een boom in en Risha trekt zijn twee zwaarden.Manga004 De party wil aanvallen, maar Risha maant tot kalmte: “We moeten ze niet dood maken!
Het meisje rent gillend weg en Risha spurt er achteraan. Claude gooit een pijltje in de nek van de jongen, waardoor die ernstig verwond raakt en zich overgeeft. Terwijl Claude hem knevelt en de wond verbindt, doorzoekt Chang zijn spullen. Hij steekt het zwaard van de jongen bij zich. Risha heeft moeite om het meisje te vinden, ze houdt zich muisstil en het bos is donker. Maar het lukt hem uiteindelijk toch en hij neemt haar mee naar de anderen.

De pottenbakker is zoveel geweld niet gewend en houdt zich op de achtergrond. Hij vindt Chantal best leuk en had haar zelf wel willen schaken. Maar ze ziet blijkbaar meer in de rover dan in hem. Wat niet wil, wil niet. En er moeten potten worden gebakken.

Nadat we ze duidelijk maken dat Chantals moeder extreem ongerust is, stemt het Chantal er mee in om mee terug te gaan en aan haar moeder uit te leggen dat ze haar eigen weg wil gaan. Haar vriend zal hier in het bos op haar wachten. We gaan terug naar Hunter’s Lodge en overnachten daar. Risha gaat voor het eerst in vier maanden in bad. Chang onderzoekt het zwaard van vriendje. Het is ingelegd met juwelen en heeft een geitenoog-symbool. Het voelt iets te lekker. Hij besluit om het te houden.

De volgende ochtend aan het ontbijt is Chantal vol vuur aan het vertellen over de verheven idealen van de Eenogen. Gwan vindt het hele zielengedoe maar onzin. Hij gelooft er niet in. Risha zegt dat het helemaal niet leuk is om een ziel te hebben. Dan moet je je de hele tijd goed gedragen om niet in de hel te komen en je moet je broers afmaken als je vader doodgaat, want er kan er maar xc3xa9xc3xa9n op de troon zitten. En ja, hij is prins Rshyashrngya, de jongste broer van de koning, gevlucht voor de moordenaars. En hij baalt er van dat de Hunting Lodge zo duur is dat zijn geld alweer helemaal op is. Het eten hier is overigens wel heel lekker, zeker na al die maanden honger lijden.

Bij de boerderij aangekomen is Mildred uitzinnig van vreugde wanneer ze Chantal ongedeerd terugziet. Dat slaat al snel om als Chantal vertelt wat er echt gebeurd is. Gwan en Claude gaan terug naar het dorp, Chang en Risha blijven bij de Catchfly’s logeren. De volgende morgen worden ze door een hysterische boerin met een bezem het bed uitgeslagen. “Ze is weg!” De twee kunnen nog net hun spullen bij elkaar graaien en vluchten het huis uit. Aan de rand van het veld trekken ze hijgend hun kleren aan.

In het stadje heeft het verhaal zich als een lopend vuurtje verspreid. Gwan en Claude worden door de wacht vriendelijk maar dringend verzocht mee te komen. Chang en Risha worden gewoon gearresteerd. We moeten ons voor de Revolutionaire Raad verantwoorden. Van de vreemdelingen wordt geaccepteerd dat ze de lokale verhoudingen niet goed begrijpen. Maar Gwan krijgt een douw: “Hoe kun je het nou goed vinden dat de bende van Eenoog er een nieuwe recruut bij krijgt!” De rechter laat het bij een waarschuwing. We gaan ons maar weer bezatten in de Whistling Boar. Bij navraag weet iemand wel te vertellen dat in de toren een ziener woont, Phantom Morsley, een volgeling van de Achtvoudige Ster. Dat is een orde van wijze mannen. Er is nog een andere orde, die heet Het Gedraaide Oog.

Die nacht slaapt Risha weer in de stinkende ruine. Chang heeft inmiddels zelf een kamer gehuurd. Om 1 uur ’s nachts klinkt er hoorngeschal. Groot alarm! Horden bandieten vallen de stad aan!

Sessie vierenzestig – slot

In het paleis van The White Ram stelt de koning ons een eedverbond voor. Hij heeft een niet-aanvalsverdrag uit de First Age als voorbeeld genomen en daar is eigenlijk geen speld tussen te krijgen. We gaan natuurlijk akkoord. Hij wil graag van zijn deathlord "Lover" af en als het contract getekend is, helpt hij ons met het plan.

Twee weken later rolt er van over de zee een zwarte mist onze kant op. We krijgen een Scale kannibalen en twee Scales tot onze beschikking om de stad en het paleis te verdedigen. Als Juggernaut het land betreedt waaieren de zombies en necromantische oorlogsmachines uit. MaSi vliegt over de aanvallers heen om ze uit te dagen en de deathlord naar het paleis te lokken. Ze ziet Juggernaut aankomen temidden van de ondode troepen. Nphp4Sters vroegere werkgever is nog walgelijker dan vroeger. Maden kruipen over en door zijn rottende vlees. De levende Manse van machinerie gekoppeld aan necromantie zuigt alle leven uit de grond waar hij overheen ratelt. Soldaten stromen uit luiken in zijn zijde. Zo te zien zijn de Abyssals thuisgebleven. De deathlord is een kleine, magere gestalte met een ooglapje die op het voorhoofd van Juggernaut staat. MaSi wordt er misselijk van en vliegt terug. Juggernaut volgt haar tot in het stadje. Daar laten ze de soldaten achter en Juggernaut rolt voort naar het paleis.

Bij de trappen stapt Eye af. Hij loopt achter MaSi aan. Als hij het exercitieplein  betreedt, staat MaSi Tamuz al in de vestibule. Vanuit het Noorden komt er een afgrijselijk mooie gestalte aangevlogen op een vliegend tapijt. Van dichtbij blijkt dat een mensenhuid te zijn. Als ze geen vrouw was geweest, zou MaSi haar verstand verloren zijn door alleen maar naar haar te kijken. Ze draagt een weinig verhullend strak kledingstuk dat van gesponnen druppels lijkt te zijn gemaakt. Het is natuurlijk de Deathlord "Lover Clad In A Raiment Of Tears".Ze roept: "Wat doe jij in mijn land?" Eye reageert lakoniek: "Ik moet even iets regelen." Dan loopt hij achter MaSi aan. Lover landt en loopt met hem mee. De twee deathlords laden zich op met energie. Wat ze verder bespreken kan MaSi niet goed horen. Ze blijft hen steeds een gordijn voor, en lokt hen zo mee naar de ceremonixc3xable cirkel alwaar de koning klaar staat om de poort naar Malpheas te openen.Buiten pakken zich vuurrode wolken samen boven het paleis. Het begint te weerlichten en de bliksem is ook rood.

In de centrale hal waait het. De lucht wordt naar een groot zwart gat gezogen, waar wit/rode straling uitkomt. Het vreemde licht doet de demonische afbeeldingen op de muren bewegen. Schaduwen van Primordials bewegen over de muren: een wandelende zee, een 15 km hoog everzwijn, vreemde bossen. Het Lidloze Oog komt ook kijken. Dit is niet Zijn tijd om te komen, maar wel om te ontvangen. MaSi teleporteert weg. Dan voelen we een soort vacuum ontstaan. Er ontstaat een rode plaat boven het paleis en een zwarte plaat eronder. Een implosie … een drukgolf … stilte. Juggernaut staat er onbewogen naar te kijken. Dyjab geeft het signaal voor de aanval: "Voor volk, vaderland en geiten!"

Undeadarmy2644Onze legertjes vallen onder leiding van Diamondclaw de ondoden aan. Dyjab, Raine, Ster en MaSi schieten met energiewapens en charms op Juggernaut. Door diens pantser doet het allemaal maar weinig schade. Juggernaut noemt ons laf en daagt ons uit om met hem op de vuist te gaan. Hij laat een schokgolf uitgaan en er vallen hele huizen om. "Kunnen  we dit als Exalts oplossen of moet de hele stad er aan?" vraagt hij. dan geneest hij zichzelf door levenskracht uit de omgeving te trekken. Mensen en ondoden rondom hem storten levenloos ter aarde. Ster vliegt op hem af. "Jij hebt een zielesteen in je voorhoofd. Ken ik jou?" "We hebben elkaar het laatst gezien bij de First And Forsaken Lion." "Ah, Algoritme van Stermetaal. Dan is dit de laatste keer dat wij elkaar ooit nog zien." Hij schiet een enorme Soulsteel vuist tegen Ster’s hoofd aan. Het is een combo van meerdere charms en doet enorm veel schade. Door de enorme klap barst Ster’s zielensteen, waardoor hij geen Autochthonian meer is. Maar Ster is sterker geworden. Hij is geen cyborg meer maar een mens. En hij kan intussen heel wat meer slaag verdragen dan de versie die in Juggernaut’s database staat. Zijn Starmetal harnas geeft hem bovendien wat extra magische bescherming. Hij staat nog, haalt uit met een martial arts charm en brengt zijn tegenstander een serieuze verwonding toe. Dyjab werpt een volle pot Eight Devil Scream poeder over Juggernaut heen. Helaas heeft die pijnonderdrukkende modules. Maar de gigantische vleesetende maden zijn er wel gevoelig voor. Daardoor kunnen we dichtbij komen zonder bang te hoeven zijn voor aanvallen van de dingen die in Juggernaut wonen.

Er wordt nog steeds van alle kanten op Juggernaut geschoten, maar die richt zich uitsluitend op zijn vroegere ondergeschikte. Tijdens het gevecht schreeuwen ze naar elkaar: "Jij hebt Autochthon verraden!"B8e1566e42ce074be6be310b55d01d48124 "Je weet helemaal niets. Ik heb Hem juist gered." Als hij bijna door zijn levenspunten heen is, verandert Ster zich in een zwerm Lyre Birds en probeert weg te vliegen. Maar de kolos blijkt ook op te stijgen. Juggernaut vliegt achter de zwerm leeuweriken aan en doet weer een schokgolf ontstaan. De vogeltjes ontwijken hem. We blijven op de kolos schieten, maar zolang hij Ster als focus heeft is Juggernaut onkwetsbaar en hij blijft zichzelf genezen. De volgende schokgolf raakt wel en de helft van de vogeltjes valt als plassen bloed uit de lucht. Na nog een aanval stort Ster bewusteloos ter aarde. Cabala29t70301535iDyjab rent er op af om hem te helpen en als hij met de bewusteloze Ster wegvliegt, schiet Juggernaut hem ook neer. Ondertussen probeert Raine de zielensteen uit Juggernaut te stelen, maar hij kan die niet vinden in alle rottend vlees. Diamondclaw neemt het tweegevecht over en MaSi ontfermt zich over Dyjab en Ster. Uiteindelijk wordt Juggernaut verslagen. Als Claw hem de genadeklap geeft, ontploft de voidtech van het monster. Gigantische hoeveelheden Soulsteel, Orichalcum, Moonsilver, Jade en Starmetal vliegen als schrapnell in het rond. Juggernaut is niet meer, maar alleen MaSi en Claw zijn nog bij kennis.

*Klap, klap, klap* Lenboyscappatch_001

Op de trap verschijnt een bekende gestalte. Eye And Seven Despairs, hij leeft nog.
"Ik heb genoten van het gevecht." zegt hij. Hij keert zich naar MaSi en vervolgt: "Je dacht toch niet dat ik in jullie val was getrapt? Maar ik moet toegeven dat het een goede was. Alleen had je kunnen weten dat Samea niet mijn laatste cirkelgenoot was. Maar … de Lover zit nu wel in Malfeas. Ik kon haar er in gooien."
Dan keert hij zich naar Claw: "De Lunar zon
der ziel … Ik heb een deal voor je. Wil je bij mij in dienst komen?
"
"Nee"
"Wil je naar de Onderwereld?"
"Liever niet, maar ik wil wel mijn ziel terug."
"Ik kan je daar heen brengen. Je ziel is bij de dode Neverborn die Abhorrence Of Life wordt genoemd. Je vrienden moet je hier laten sterven, dat is de prijs voor het verslaan van een van mijn onderdanen."
Die prijs is Claw te hoog. Dan onderhandelt MaSi met de deathlord. Eye is uiteindelijk bereid om de levens van de bewusteloze exalts te sparen. Het blijkt hem vooral te gaan om de Lapella, een soort botermesje dat we vonden op het lichaam van Walker In Darkness. Daarvan wil hij weten wat het precies doet. "De ziel moet je zelf halen. Ik zal een poort naar de 10e Bolgia openen. Daar zijn alleen de Primordials. En kijk niet in de Abyss! Sluiers en Raine zullen met jullie meegaan, Dyjab en Ster blijven bij mij als onderpand."

Eye brengt Raine met een simpel handgebaar weer tot volle gezondheid. En dan opent hij een gat in de werkelijkheid, direct naar het diepste punt van de Onderwereld. Cave1rgDe vier exalts stappen erdoorheen en komen aan in een surrealistisch landschap, een zwarte ruimte met grotten en rotsen. Maar het zouden ook ingewanden kunnen zijn. In de verte ligt een tombe in de vorm van een armadillo. Er is een groot diep gat waar een stilte uitkomt die kermt. Paradoxen zijn hier normaal. Ze lopen naar de tombe en daar hoort Raine een stem. "Eindelijk", zegt Abhorrence Of Life.

Naast de ingang van de tombe, de muil van de armadillo, zweeft de ziel van Silverclaw. Hij blijft een beetje doelloos rondhangen in de buurt van een Soulsteel kooi. Claw neemt de lapella en loopt ermee naar de kooi. Raine heeft veel wilskracht nodig om aan de roep van de Neverborn weerstand te bieden en ook Clkaw begint in de ban van de Primordial te komen. Ze komen er achter dat de lapella een van de gestolen werktuigen is van Lytek, de god van Exaltatie. Hiermee, en met zijn ongelooflijke vaardigheden als dief, lukt het Raine om de ziel van Sluiers uit de kooi te stelen. Heel even zien ze de Plaza met alle Primordials die bekijken wat er hier gebeurt. Sluiers neemt haar ziel dankbaar in ontvangst en daarna moeten ze ook het stukje van haar ziel dat in Claw woont overbrengen. Zodra haar ziel zijn lichaam verlaat, begint Claw te sterven. Maar ze zijn er snel genoeg bij en Claw’s ziel wordt terug in zijn eigen lichaam geplaatst. Met uiterste inspanning weet iedereen de invloed van Abhorrence af te schudden. Dan rennen ze terug naar het portaal.

"Ik ben onder de indruk," zegt Eye And Seven Despairs, "Jij hebt je ziel terug, Sluiers is geen Abyssal meer. Jullie zijn nu Prime Target! Maar we zullen het er niet meer over hebben. Ik ga er vandoor want ik heb nu een nieuwe Juggernaut op het oog."

Dyjab en Ster zijn inmiddels ook door Eye genezen. Maar hij heeft wel eerst in hun geest zitten wroeten, waardoor ze nu loyaal aan hem zijn. En hij vertelt Ster dat Juggernaut op zijn manier wel degelijk Autochthon heeft gered: er leven nu nog maar zo weinig mensen dat er geen vervuiling meer is…

Sessie drieexc3xabnzestig

Nadat MaSi teruggekomen is uit de tombe, moeten we besluiten wat we als eerste gaan doen: de onderwereld in om de ziel van Claw te gaan zoeken, of de deathlord en Juggernaut aanpakken. We bedenken diverse manieren om de 10e Bolgia te bereiken. Als we via het shadowland waar Whitewall in dreigt te vallen gaan, dan zitten we met een lange reis door de onderwereld naar Stygia, waar alle deathlords hun paleizen hebben en waar de doorgang naar Oblivion is. We kunnen ook via de tunnels van de Hollow Mountain onder Gethamane die naar verluid met het eeuwig veranderende Labyrinth in contact zouden staan. Ma Si stelt voor om met onze speedboat de Styx af te zakken tot we bij Stygia zijn. Sluiers noemt een aantal tegenargumenten. Een heel belangrijk argument is dat Eye and Seven Despairs steeds machtiger wordt naarmate hij langer op Creation rondloopt. Terwijl de ziel van Diamondclaw in principe nergens heengaat.
Bull of the North zegt dat hij ons kan helpen als we de deathlord naar de poort van White Ram willen lokken. Een bezoekje aan Malpheas zal Eye niet uitschakelen, maar hem wel langdurig inconvenieren. Ster stelt voor om aan de infernalist-koning voor te stellen zijn deathlord en de onze tegen elkaar uit te spelen. Ze beide naar de poort lokken en die dan te openen zodat ze er allebei doorheen gezogen worden. Wel moeten we het snel genoeg weer kunnen sluiten want de demon Sachaverell, Phot07a09"He who knows the shape of things to come" en die als primordial ooit bekend stond als The Lidless Eye, zal zonder twijfel aan zien komen dat de poort geopend wordt en klaarstaan om er doorheen te komen. Om Eye naar IJsland te lokken, gaan we een spoor van roddels aanleggen. Eerst gaan we naar de twee spionnen van Iselsi, die de deathlord voor ons in de gaten houden. Wat ze ons vertellen over het lot van Warshaw is niet fraai: massale onderdrukking, armoede, de bouw van grote amfitheaters, twee deathknights, een deathlord die met zijn blote handen shadowlands kan crexc3xabren, de levende rijdende manse Juggernaut die Essence uit zijn omgeving kan opslorpen, alle dragonblooded zijn doodgemarteld en aan het shadowland geofferd. We spreken met ze af dat ze het gerucht zullen rondzaaien, dat er een solar in het Noorden was gesignaleerd die zijn tombe had bezocht en die daarna een abyssal heeft verslagen.
Daarna gaan we weer terug naar Skandinavixc3xab. In Gethamane gaat Dyjab een biertje drinken in een kroeg en hij vertelt over de rampzalige gebeurtenissen aan boord van het vrachtschip naar Porto Libre: Silent Walker die het schip overvalt, de passagier op weg naar IJsland die een anathema bleek te zijn, het gevecht tussen de twee monsters, het enige overlevende bemanningslid die nu verpleegd wordt in Porto Libre. De mensen zijn diep onder de indruk en we weten zeker dat het verhaal verder zal worden verteld.

We gaan op weg naar IJsland. Met onze orichalcum boot is het geen lange reis. Raine wil graag beter leren vechten en hij vraagt aan Sluiers of ze hem beter kan leren zwaardvechten. Dat wil ze graag, maar er moet wel wat tegenover staan. Hij belooft een week haar slaaf te zijn. Batman_robin_leather_thongZe geeft hem een leren string om aan te trekken en haar eerste opdracht is om haar rug in te smeren. Ze speelt een spelletje met hem, niet gemeen maar om te kijken of er een match is. Hij weet niet hoe ver hij mag gaan, dus hij houdt zich maar in. Ster, die toch ook verliefd is op de mooie abyssal, lijkt het niet te deren. Hij lijdt aan ‘Clarity’, dat is een soort limit waar autochthonians emotieloos van worden.

In IJsland is het koud. Het is een land van schapen, schraal gras, hard mos en herders. Als we landinwaards trekken lopen we langs vulkanische stoombronnen. Een troepje ruige krijgers staart ons aan vanaf een stapel rotsen. Ze dragen huiden, hebben smalle gezichten met nogal grote tanden. S5104 Ze zijn pezig en gespierd en komen naar ons toe. Sommigen dragen dierenschedels als hoofdtooi. De geesten schreeuwen naar ons. Dyjabs charm Friend of all nations vertelt ons dat deze mensen door de koning van dit land zijn ingehuurd om de grenzen te bewaken. Maar het zijn kannibalen, dus als we niet duidelijk kunnen maken wie we zijn en wat we komen doen, dan zullen ze proberen ons aan te vallen en op te eten. We zijn exalts, dus dat gaat niet lukken maar we willen het liever voorkomen. Gelukkig spreekt Raine alle talen, dus teleurgesteld laten ze ons door. Uiteindelijk komen we aan bij een klein stadje met een groot paleis in het midden. Het lijkt een beetje op een romeins badhuis met noors snijwerk van door elkaar geweven diermotieven. In het stadje zijn looierijen en weverijen. Er wordt hier uitstekende wollen kleding verkocht, Kashmir. (Dit verwijst naar een misverstand. Kasmis wol komt inderdaad ook uit de Himalaya, maar de allerbeste kwaliteit komt hier vandaan.) Jammer genoeg hebben we geen geld. Voor Raine is dat geen bezwaar, hij jat gewoon een setje warme mooie kleding.
Het paleis heeft aan de voorzijde een koepel, daar staan een paar wachters met konische helmen. 360pxbaths_diocletianlancianiZe hebben goede wapens en uitrustingen en behoren duidelijk tot een ander volk dan de groep die wij eerder waren tegen gekomen. Als we ons aanmelden en zeggen dat we voor een handelsvoorstel de koning wensen te spreken, wordt er een hofdame bijgeroepen, Ze draagt fraaie kashmir kleding. Ze hoort ons aan en besluit dat de koning wel even tijd voor ons heeft. Als we onze wapens achterlaten, mogen we haar volgen. Raine ‘vergeet’ een dolk in zijn laars, maar de wachters hebben hem door. We laten een indrukwekkende hoeveelheid magische en andere wapens achter. Dan gaat de dame ons voor. We lopen over een exercitieplein naar een prachtig wit binnenpaleis met beeldhouwwerk van in elkaar gestrengelde dierfiguren en witte vlaggen met een ramskop. Het voelt helemaal niet kwaadaardig. We gaan de trappen op en lopen door fraaie hallen. Het is warm en er komt stoom uit de vloer. In het centrum van het gebouw is een soort kerkzaal met eigenaardige godenbeelden (2). Alleen de kenner ziet dat dit net-niet-goden zijn, metslangenbenen en zo. Er is een cirkel ingelegd in de vloer en het meubilair van de zaal is voor mensen die er verstand van hebben herkenbaar als rituele voorwerpen. Maar we lopen nog een stukje verder. Een deur in het koor leidt naar de troonzaal, waar de koning in een wit jaden harnas op de troon zit. Achter hem staat zijn zoon in een zwart jaden pantser. Dodge13Aan de wanden hangen witte tapijten met daarop een ramskop. De koning heet ons amicaal en hartelijk welkom in Gradafes IJsland en vraagt waar wij voor komen.

"Wij zijn een jonge handelsnatie en wij hebben een voorstel," begint Ster. Hij komt vrij snel terzake: "Onze noorderbuurman, Cesus Gustav, is door een Deathlord vermoord en zijn land is ingenomen. De deathlord heeft daarna Warshaw in een shadowland veranderd en we zijn bang dat wij de volgende zijn. Nu hebben wij vernomen dat u ervaring heeft in het omgaan met een deathlord als buurman." De koning maakt een gebaar dat kan worden geinterpreteerd als ‘de muren hebben oren’ en nodigt ons uit om een drankje te komen nuttigen in zijn prive vertrekken.
Daar is een zaaltje met met drie concentrische cirkels in een vierkant. Hier kunnen we vrijuit praten. Hij vertelt het laatste nieuws op deathlord gebied. De "Princess Magnifi
cent with Lips of Coral and Robes of Black Feathers" is toegewezen aan First and Forsaken Lion, en dat is de reden dat die laatste niet meer naar behoren functioneert. Hij is verliefd en zij ziet hem niet staan.
Ons plan om onze deathlord Eye And Seven Despairs en zijn Lover Clad In A Rayment Of Tears tegen elkaar uit te spelen, staat hem wel aan. En een poort naar Malpheas, ja dat zegt hem wel wat. "Stel dat zo’n poort geopend zou kunnen worden, hoe wil je ze er dan doorheen krijgen?"
Ster zegt: "Eye is geobsedeerd. Als hij denkt dat zijn laatste circle-mate hier is, dan komt hij zeker. We kunnen een spoor van roddels hierheen laten leiden."
De koning denkt mee. "De Lover heeft een heel klooster Immaculate Monks verleid en gecorrumpeerd, daarna heeft ze ze vermoord en tot geesten gemaakt zonder armen en benen, met een erectie waar ze al 400 jaar niets mee kunnen. Zo iemand is de Lover. Niet de vrolijkste van het stel, wel de mooiste, veel mooier nog dan jullie Sluiers. Ze is letterlijk verschrikkelijk mooi. Als er een andere deathlord hier komt, in wat zij als haar gebied beschouwt, zal ze zeker poolshoogte komen nemen. Het zal niet direct tot een conflict komen."
Dan vraagt hij: "Hoe weten jullie eigenlijk van die poort?"
"Wij hebben toegang tot heel oude kennis."
Daar neemt hij genoegen mee. De poort is al heel lang niet meer gebruikt. De koning weet wel hoe hij geopend kan worden, maar hij weet alleen niet waar die poort zich bevindt. Wel ergens in dit paleis.Op de vraag hoe het ding snel gesloten kan worden antwoordt hij: "Sluiten is simpel, verstoor de dingen die hem open houden. Een correct sluitingsritueel is natuurlijk beter, dan heb je geen residu magie."
En dan vraagt hij: "Maar waarom ik jullie zou vertrouwen?"
Hij wil een gezworen eed. En dat is iets waar je voor de rest van je leven aan vast zit.

Sessie tweexc3xabnzestig

We zitten op een bootje met erts en zijn op weg naar Porto Libre. Silent Walker is verslagen, althans voorlopig en onze bemanning is dood op de bootsman na, maar die is gek geworden. We inventariseren nog even de buit: drie blauwe necroballen, de grand daiklave Soulmirror, een kledingstuk de Thurible of Silence, een capella-hanger met veel essence en de mede van Thor. Dan varen we naar huis. Ster navigeert en MaSi’s magie zorgt voor de voortstuwing. Dyjab stuurt een bericht aan Bull of the North dat we geslaagd zijn. Onderweg denken we na en maken we plannen.

We hebben drie redenen om naar Yu Shan te gaan: de tools van de god van Exaltatie lenen om Sluiers’ ziel los te maken, de vriendin van Autochthon bevrijden en spreken met Malpheas’ ambassadeur. Dat laatste was Luna’s tip om via het demonenrijk naar de onderwereld te reizen. Maar is de route via Malpheas wel een goed idee? Luna is daar als Incarna veilig, maar of wij dat ook zullen zijn? Ster wil liever niet naar de onderwereld, maar Raine gaat de roep van het demonenrijk wellicht niet kunnen weerstaan.
En wie heeft de Silent Walker hierheen gezonden?
We komen aan in de stad. Natuurlijk is er een probleem, er is altijd een probleem. Ditmaal is het een rondreizende monnik. 200572187001_2Die zijn altijd overal welkom en we kunnen hem niet zomaar de toegang tot de stad weigeren. Mensen willen dat zo’n monnik hun kinderen zegent en ze willen door hem getrouwd worden en zo. Maar de monniken van de Immaculate Order zijn ook de sterkste tegenstanders van alle celestial exalts. Die noemen ze Anathema. Dyjab wil met de monnik praten over Warshaw. De monnik, een jonge man met een geschoren hoofd in een oranje gewaad, zit even buiten de stad. Hij buigt, stelt zich voor als Rolling Cloud en vraagt om toestemming de stad te betreden. Als Dyjab over Warshaw begint, vertelt hij dat de Immaculate Order al afweet van Juggernaut, maar dat zit nu op diplomatiek niveau. Daarentegen is hij hierheen gestuurd om de verhalen over onze stad na te trekken. Hij weet dat we zijn aangevallen door een jonge garde van de Wyld Hunt en dat er hier anathema zijn gespot. Dyjab excuseert zich voor de dichte deur en vertelt dat er hier vertegenwoordigers wonen van een mythisch ras: de Dragon Kings. Hij stelt de monnik voor om een tijdje in de stad te blijven zodat hij voor zichzelf kan zien dat er met deze wezens samen te werken valt.
"Ik heb gehoord van draken in de stad."
Slith1Dyjab neemt de monnik mee naar het paleis. De monnik vertrouwt het niet helemaal. Het bestaan van Dragon Kings in deze tijd gaat in tegen de correcte leer. Maar hij is wel nieuwsgierig. Onderweg ondervraagt hij mensen. Die vertellen hem dat ze wel bang zijn voor de draken maar dat die hen nog nooit kwaad hebben gedaan en dat ze dankbaar zijn voor de technologie en de welvaart. Op de trap van het keizerlijk paleis staat Oe’al, die zich voor de gelegenheid in volledigeregalia heeft gekleed en al zijn extra sociale vaardigheden heeftopgepoetst. De monnik besluit om in de stad te blijven en te zien hoe de rassen samenwerken. (De solars en lunars zullen zich voor de duur van zijn verblijf maar weer even schaars moeten maken.)

Terwijl Dyjab en Oe’al met de monnik bezig zijn, gaat Ster in een lang ritueel zijn harnas betoveren zodat het zo licht en gemakkelijk te dragen wordt wordt als lucht. Raine overlegt intussen met Sluiers. Ze weet hem te vertellen dat Silent Walker een dienaar is van de deathlord Walker in Darkness. Ze weet er niet zo heel veel van. Hij heeft maar weinig deathknights, maar is wel heel sterk. En ze vertelt dat de zielen van deathknights in de 10e Bolgia van de onderwereld verblijven, bij de tombes van de Neverborn vlak bij Oblivion. Via die tombes kun je in Malpheas komen, maar ze raadt dat af. Het is volgens haar toch veiliger om daar via de onderwereld naar toe te gaan, althans er is eerder een groep naar toe gegaan en teruggekeerd. In de 1st Age is een groep Solars tot in de 10e Bolgia is afgedaald. Die hebben toen de tombes gekraakt en de zielen van de Neverborn net zo lang lastig gevallen totdat die hun geheimen prijs gaven. Een deel van die kennis is het mythische boek Broken Crane geworden, een ander deel is de Necromatie. Dat was waarschijnlijk het moment dat de Infernal Exalts zijn ontstaan. Over de ziel van Claw is ze duidelijk: SilverClaw is in principe dood en Sluiers houdt zijn lichaam in stand. Zijn ziel is in winterslaap in de onderwereld en die moet daar relatief gemakkelijk te vinden zijn. WSe moeten wel onze uitrusting goed aanpassen: Celestial Heartstones doen het bijvoorbeeld niet in de onderwereld en de Terrestrial stones werken maar op halve kracht.

Ma Si Tamuz krijgt een bericht van Bull of the North: of we even langs willen komen. Het gaat over het shadowland en de tovenares Samoa, en het is heel dringend. En omdat we hier toch alleen maar in de weg lopen, vertrekken we meteen. Sluiers gaat mee. Naast Whitewall ligt Marama’s Fell, een groot en stabiel shadowland. Hier was ooit een Solar concentratiekamp, dat na de usurpatie door de Dragon Blooded is gebruikt. En onder hun leiding was het er nog veel erger: er zijn nogal wat rassen uitgeroeid. Whitewall was imuun, want ze werden beschermd door hun stadsgod, de god van vrede. Silent Walker wilde een oorlog uitlokken waardoor de stad in het Shadowland zou vallen. Dat is door onze actie nu voorkomen. Waarvoor dank. PyramidMaar daar heeft hij ons niet voor laten komen. Dicht bij Marama’s Fell ligt namelijk de tombe van Samoa. Hij neemt ons mee en belooft haar verhaal te vertellen als we aankomen. Het bos is donker en besneeuwd. Vanaf de weg is de tombe niet te zien, hoewel die er niet ver vandaan ligt. Een kleine 50 meter van de weg vinden we een stalen piramide. "Dit is geen lunar tombe!"
"Nee, dat klopt. Zij was mijn solar mate.
Samoa stond namelijk als solar sorceror te boek. Dat kon ook omdat ze solar circle sorcery beheerste. Toch was ze in werkelijkheid een lunar. Net zoals Bull of the North zich voordoet als lunar, maar in werkelijkheid een solar is. En hij heeft haar tombe al die eeuwen bewaakt. Nu heeft hij het sterke vermoeden dat Ma Si de reincarnatie is van Samoa. Er is maar xc3xa9xc3xa9n klein probleempje: als ze het niet is, gaat ze geheid dood, want de tombe laat allxc3xa9xc3xa9n de exaltatie van Samoa toe.

Na lang weifelen stapt Ma Si naar voren. Er is een ronde deur, als een oog omlijst met ineengevlochten dierfiguren. Als ze haar anima banner aanzet gaat die als een iris open. Ze stapt naar binnen. Wij wachten in spanning. Na een lange tijd komt ze weer terug. 1071595Ze draagt een catsuit en er zwaaien tentakels om haar heen.
"En, ben je wijzer geworden?"
"Ik heb meer kennis."
"Zo ken ik je weer."
Bull vertelt waarom hij zo lang heeft gewacht. Hij voelde pas bij de tweede ontmoeting een resonantie en hij heeft er een tijd over gedaan om het gevoel te herkennen.
"Ik verwacht ook niet dat we nu hals over kop verliefd op mekaar zullen worden, maar je weet bij wie je terecht kunt."
We kunnen nu in ieder geval de handel met Whitewall weer op gang brengen. Ze gaan huiden, erts, zwaarden en harnassen leveren. Vreemde handel voor een stad die
een vredesgod als beschermheer heeft, maar wie zijn wij om daarover te klagen? De militie van Porto Libre kan het goed gebruiken.

Bull weet ook te vertellen dat Ma Si in haar vorige incarnatie gedood is door een leger dat onder commando stond van alweer een andere deathlord. Deze heet Lover Clad in a Rayment of Tears. Deze woont ver in het Noorden, voorbij de Northern Alliance in een heel klein shadowland dat Gradaves heet. Zij blijft in haar gebied. In het verleden heeft ze een kruistocht gevoerd om alle krachtige tovenaars uit te schakelen. En daar is Samoa dus het slachtoffer van geworden. Ze luistert naar haar eigen geneugten en is voor alles een "Lover". Dus omringt ze zich met minnaars, die gedood worden als ze niet meer aan haar eisen voldoen. Haar citadel heet "Fortress of Crimson Ice" en staat in "the Veil of Dust and Shadow".
Bull heeft een en ander uitgezocht om de eventuele wraak voor te bereiden van de reincarnatie van zijn geliefde. "Doe er je voordeel mee. Het is info die je nog niet had." Zo weet hij dat Samoa heerste over een gebied waarvan de huidige koning verantwoording aflegt aan een deathlord. Deze woont in het "Palace of the White Ram" waar de kashmir wol gemaakt wordt. Dat paleis staat niet in Kashmir, maar op IJsland. Die White Ram is een demonenaanhanger, een infernalist. En het paleis heeft waarschijnlijk een doorgang naar Malpheas. Verdere specificaties weet alleen de koning zelf. Bovendien bevindt op zezelfde plek in de onderwereld het "Palace of the Black Ram". De demon die ze aanbidden is Sacha Verell "he who sees the shape of things to come". Ooit was hij de belangrijkste van de primordials, en ze aanbidden hem nog steeds.

Over ons andere probleem maakt hij weinig woorden vuil: "Voor mijn part gooi je die deathlord en Jugger in Malpheas." Ster vindt het een goed idee.

Sessie eenenzestig

We hebben kamp opgeslagen even buiten Gethamane. Het is avond en bewolkt. Ster en Masi worden geplaagd door nachtmerries. Slavendrijvers komen bij de stad aan om extra werkkrachten te leveren want het gaat weer wat beter met de economie. Dank zij de handel met Porto Libre.

’s Morgens gaat Dyjab naar de havenmeester met Masi als muisje in zijn zak. Als dragonblooded wordt hij met alle egards ontvangen. "Het schip zeilt over een week, maar dat kan natuurlijk eerder als u dat wilt." Nu ligt het schip nog in het droogdok, dus eerder vertrekken is onrealistisch. Hij gaat naar een van de tempels diep in de rots en wordt daar begroet door de oude kale priester. Die is natuurlijk zeer vereerd dat een van de heren van de schepping zijn tempel wil gebruiken om de handelsgoden te raadplegen. "Maar graag wat minder gewelddadig dan uw vriendin de vorige keer. We zijn nog steeds bezig de hoofdtempel te restaureren."
Als de oude is verdwenen neemt Masi haar menselijke vorm weer aan. Ze offert wat vet en muntjes aan Balder, Balder_2de Noorse god van viriliteit, die de in zijn pantheon impopulaire portefeuille van handel erbij heeft gekregen. Ze onderhandelt vrij zwak. In ruil voor 9 ‘motes’ essence verschijnt de god om haar vragen te beantwoorden. De zaal licht op. "Zeg het eens, theurg?"  "Heb je gehoord van de Silent Walker?" "Shit happens, ja." De god is nogal lakoniek en hij blijkt van mening te zijn dat dit het soort kwesties is die door exalts moeten worden opgelost. Dit valt buiten zijn domein en hij beroept zich op de hemelse hierarchie waar hij zich aan heeft te houden. "Ik kan je elementalen meegeven, maar voor strijd moet je bij een strijdgod zijn. Probeer Thor." Hij geeft Ma Si drie lucht- en twee waterelementalen. Tevens adviseert hij om een everzwijn, mede en een schijngevecht te offeren. "En die hierarchie regel hebben jullie zelf zo afgedwongen, exalt!"

"Nee! Niet Thor!" roept de priester, die het gebeuren vanuit een zijbeuk heeft bekeken. "En jij nog wel … !" Maar er is geen houden aan. Dyjab en MaSi laten een feestmaal aanrukken en terwijl zij een schijngevecht houden, horen ze achter zich smakkende geluiden. Thor Thoris verschenen en doet zich tegoed aan het gebraden zwijn. "Maak het kort." "We willen tegen een Abyssal gaan vechten." "Ja dat is goed. Hierbij zegen ik jullie." De god pakt zijn hamer en wil slaan. Snel leggen ze uit dat deze abyssal niet eerlijk vecht. Thor is heel dom, maar hij heeft een hekel aan lafheid en hij geeft ons een twee meter grote hamer van aurichalcum en zilver. "Als je hem hiermee slaat, kan hij zich niet meer verbergen." Resplendenttruth_smallDegene die op wacht staat en zich ‘attune’t kan verborgen dingen zien.

Een week later is het schip gereed. Door de nachtmerries hebben Masi en ster geen willpower terug kunnen krijgen. Ster is begonnen een nieuw lichtzwaard te knutselen met hulp van de charm ‘craftsman needs no tools’ die hij van de lunars heeft geleerd. Men gaat aan boord. Na twee dagen varen steekt er tijdens Ster’s wachtbeurt een dikke mist op. Het is donker en hij voelt ‘iets’. Hij maakt de rest wakker. De mist dringt binnen in het schip. De schepelingen vallen dood neer, het vlees valt van hun botten. De exalts overleven het effect gelukkig allemaal. Maar er is niets tegen te doen. Essence Drain gaat dwars door de mist heen en Sapphire Countermagic werkt niet tegen necromantie van de tweede cirkel. Want dat is dit.

Over het water komt een serene man aangezweefd. WalkonwaterHij heeft wit haar en draagt een wit gewaad. De Essence Disrupting arrow van Masi Tamuz raakt en verwondt hem, maar de pijl roest meteen weg.De man komt rustig en onverstoorbaar dichterbij terwijl een ijzige wind opsteekt. Hij trekt een zwaard van soulsteel. Een blauw balletje licht schiet naar ons schip en *ploef* alle magische artefacten staan uit en zijn niet meer ge-attuned. En de wond van Masi’s pijl trekt dicht. Wat een heftig ding!

Claw gooit zijn adamanten chakram en Ster vliegt er naar toe. De Silent Walker trekt een schild van razendsnel rondvliegende messen om zich heen. Maar Ster duikt er toch doorheen  en neemt de schade. Hij haalt uit met zijn Tiger Claw. Het wapen roest weg in aanraking met het bloed van de abyssal. Dan steekt hij zijn hand in de borst van Ster en rukt diens hart er uit. In een reflex verandert Ster in een zwerm vogels. De wolk messen verdwijnt. Raine en Masi mengen zich in het gevecht. Maar de abyssal ontwijkt alle aanvallen. Pijlen plukt hij gewoon uit de lucht.Zijn aura licht op door alle charms die hij laat afgaan. Het iconische beeld is een zwarte zon die wegzinkt in de zee. Bij de volgende aanval gaat een ingewikkelde combi af, waardoor Ster zichzelf schade doet in plaats van hem. Maar dit geeft Raine en Masi wel de gelegenheid om hem te raken en dan, na een eindeloos gevecht, gaat de Silent walker eindelijk neer.

De geest van de abyssal komt uit het lichaam, pakt een spookbeeld van zijn zwaard en verdwijnt. Het spook is op weg naar zijn fetter, die in bezit is van een Death Lord. Wij hebben Silent Walker verslagen, maar zijn ziel is door zijn Deathlord nog te hergebruiken. Het lijk zinkt naar de zeebodem. Gelukkig is de Noordzee niet heel diep. We kunnen de adamanten chakram en het zwaard nog opduiken.