Tanais – 6

In het visioen zegt Godfried, de eerste koning die wij kennen als Ostrongoth, dat het vuur in de tombe van zijn geliefde moet worden ontstoken met de Ushas er bij. Claude denkt dat wie het beeld gestolen heeft daar misschien al is. We gaan naar buiten en trekken naar het Zuiden. Buiten de tombe komen we de oude man in de rolstoel weer tegen. Hij negeert ons, maar na een half uurtje zien we hem overvliegen. Hij laat vuil vallen, wat Claude op zijn hoofd krijgt. Schoonmaken lukt niet, dus onderweg scheert hij zijn haar af. Na een dagdeel heuvelop lopen komen we bij de volgende grote grafheuvel. Hij is iets kleiner dan die van Ostrongoth. De oude man is er al en hij heeft de ingang al blootgelegd. Gwan zegt: "Je hebt ons ondergescheten." De man biedt zijn onoprechte excuses aan."Nou, heren avonturiers …"

Risha offert wat ghee op het altaartje en dan gaan we naar binnen. Er is een houten deur met fraai bewerkt ijzerbeslag in een geometrisch bloemenpatroon. De deur gaat moeiteloos open. Risha steekt een fakkel aan en dan gaan we naar binnen. Een korte gang die eindigt in weer zo'n deur. Die opent zich ook zonder probleem. Daarvoorbij vinden we een ronde zaal van zo'n 20 m diameter. Links en rechts zijn deuren, in de verte is een trap omhoog naar een dubbele deur en vlak voor ons is een trapgat met een trap omlaag die terugvoert naar onder de gang waar we vandaan komen. 22-empty-fountain In het midden staat een soort fonteinachtig bouwsel van bewerkte roze steen, met daarvoorbij een lessenaar met een heel dik opengeslagen boek er op. Gwan herinnert zich verhalen over voorwerpen uit een tijd voor de tijd. Die fontein zou er daar een van kunnen zijn. Risha bekijkt het boek. Er staat in het oud Shintasta "Narima, echtgenote van Godfried aldus ondertekend" met een handtekening en een datum in de zomer zo'n 400 jaar geleden. Als hij een bladzijde achteruit wil bladeren lukt dat niet, vooruit wel. Daar staat de tekst "Chantal Catchfly aldus ondertekend", zonder datum en handtekening. Als hij de bladzijde omslaat vult de ruimte zich met zonlicht en de vier ontvangen hun exaltatie, nu van de zon zelf. Van onder ons klinkt een luid "Kadeng!".

We gaan poolshoogte nemen. De trap af, komen we in een halletje met een deur naar een ruimte onder de ronde zaal. In het halletje staat een enorm soma mede-vat. Deze is helemaal gevuld met een kleurloze vloeistof en afgedekt met een glasachtige substantie (plastic). Claude luistert aan de deur. Geritsel. Hij gaat moeiteloos open. Met onze wapens in de aanslag gaan we naar binnen. Daar zit een skelet in de kleding van een buikdanseres op een oude ligbank. Voor haar ligt net zon jaden dolk op de grond'als we in de borst van Godfried vonden. Risha groet de dode dame eerbiedig en ze keert zich naar ons toe. De anderen merken dat er naast de deur twee hangers zijn. Aan de ene hangt net zo'n maanzilveren machete als Gwan heeft, de andere is leeg. Claude stelt voor dat Gwan de zijne daar op hangt. Zodra het zwaard op zijn plek hangt, verandert de dame in hoe ze er tijdens haar leven uitzag. Risha loopt er naar toe en knielt voor haar, Claude knikt eens, Chang groet de dame beleefd en Gwan negeert haar.

Ze gaat staan en gebaart dat Risha overeind kan komen. "Welkom." Ze kijkt verward om zich heen, alsof ze niet begrijpt waar ze is. Risha stelt zichzelf en de anderen voor. Ze snapt niet waarom een prins optrekt met een stel koelies. Dus Risha legt uit dat de exaltatie hen boven het gewone volk heeft uitgetild. Als ze hoort dat ze dood is, en de dolk ziet, Images11 barst ze in snikken uit. Hij probeert haar te troosten, maar ze reageert verlegen. Na een kwartiertje kalmeert ze en zegt: "Het is geen goede man … Toen hij dood ging, moest ik ook sterven … Ik wil naar buiten!" Ze is nog heel zwak en Risha moet haar ondersteunen. Claude steekt de jaden dolk bij zich.

In de bovenzaal ziet ze de fontein. "Ik ben de Ushas," mompelt ze, "als ik er ben moet het vuur branden." Ze draait aan een dingetje in het siersnijwerk en reageert verbaasd als het vuur niet aangaat. Risha prent zich precies in wat ze doet. "En wat als er nu een nieuwe Ushas is?" vraagt Chang. Ze werpt hem een geschokte, boze blik toe. Dan herhaalt ze dat ze naar buiten wil. Risha helpt haar de gang door. Als ze buiten in het licht van de ondergaande zon staat, herwint ze haar kracht. Maar dan krijst ze het uit … en ze verwaait.

De oude man in de rolstoel kijkt verbaasd op van zijn kipnugget. Hij begint te lachen en applaudiseert. "Dat was wel mijn voormoeder!" reageert Risha boos en Gwan vraagt: "Wat weet u hiervan?
"Ik stel hier de vragen!" zegt de oude man en hij vervolgt "Ach de jeugd. Jullie vertrouwen de verkeerde! En zoek zelf maar uit over wie ik het heb. Ik heb altijd gelijk, daar komen jullie nog wel achter."
We hebben even geen zin meer in deze vervelende man en gaan weer naar binnen om de tombe verder te verkennen. De twee maanzilveren machetes worden van de muur gehaald. Risha schuift de deksel van het vat en proeft van de vloeistof. Dat brandt verschrikkelijk. Het is geen feestmede maar zuivere alcohol, de brandstof voor de vuurfontein. Hij doet de deksel snel weer terug op zijn plaats. De deur in het Oosten van de ronde zaal laat zich moeiteloos openen door Chang. Hier is een kleedkamer met allemaal mooie verleidelijke feestkleding voor een vrouw. Er staan ook een stoel en een grote spiegel.

De deur in het Westen wil niet open. Claude gebruikt magie om het slot toch te openen, het is vreselijk moeilijk, maar de deur gaat open. Avondzonlicht valt de tombe binnen, we kijken uit over een glooiend rijp graanveld. Het besef dringt zich aan ons op dat Ushas, Shachi en Agnes drie gezichten zijn van een enkele godin. Risha stapt naar buiten. In de verte ziet hij een wilg en een boerderij, als hij zich omdraait begint de deur te vervagen. Snel gaat hij weer terug. Hij voelt als hij de drempel overgaat even een soort schok en de associatie met Narima die tot stof verwaaide. Was dit het 'buiten' waar ze naar toe wilde?
De trappen omhoog komen bij een dubbele deur die zonder moeite door Gwan te openen is. Het zenit correspondeert met een zonovergoten slaapkamer. Er staat een tweepersoonsbed onder een groot rond raam. Aan het voeteneinde staat een pedestal waarop een uitsparing is voor de jaden bol die we bij Ostrongoth hebben achtergelaten.Als Gwan met zijn knie op het bed komt omdat hij door het raam wil kijken, krijgt hij een schok.

We gaan naar buiten om wat te eten.Terwijl Chang wat hondenvlees bakt, vraagt de oude tovenaar: "Gaan jullie nu Chantal zoeken?"
"Eerst wat eten en overnachten, daarna ja," dan vraagt Risha waarom hij, als hij toch alles al weet, ons niet gewaarschuwd heeft dat Narima naar het graanveld had gemoeten."
Jullie moeten je eigen fouten maken," zegt de oude. Risha geeft hem gelijk. Hij krijgt wat kipnuggets, die best lekker zijn. Na het eten en een kleine ruzie tussen de tovenaar en Gwan gaan we weer slapen in de tombe. Binnen is het veilig en de oude kan wel voor zichzelf zorgen.

De volgende ochtens worden we wakker als het zonlicht de tombe binnenschijnt. De siderial is nu ook binnen. "Hallo slaapkopjes. Zal ik maar eens les gaan geven?" vraagt hij, "Wat staat er in het boek? … En
er staat nog geen handtekening. Het is een officixc3xable uitnodiging aan Godefried. De Usha moet met de koning huwen.
"
"Maar ze heeft al een vriendje," zegt Risha.
"Dat is een probleem, want ze moet wel maagd zijn."
"Maar Narima zei dat het een slecht mens is."
"Geloof me, we hebben hierover vergaderd en besloten dat de duisternis en de zon samen een mooie ster vormen. En ze zal leven totdat Godefried nog een keer dood gaat, dan is het haar tijd. In wie de koning lief heeft, zal het vuur ontvlammen."
"En ik, kan ik niet haar koning worden? Ik ben ook een prins?"
"Nee, ik geloof niet dat dat voor jou is weggelegd. Ik denk zelfs dat, als ze eenmaal aan het idee gewend is, het haar wel zal bevallen."

Er ontstaat een hele discussie en op het eind is er zelfs een grijns op het gezicht van de oude man. Een voorzichtig begin van wederzijds respect. Dan gaan we op weg, we hebben 200 km voor de boeg, voor ons moet dat in vier dagen te doen zijn. Na twee dagreizen komen aan de pas halverwege de hoogvlakte met de koningstombes. De bergpas wordt versperd door meer dan honderd opgezwollen blauwe zombies uit het vrouwendorp. Het wordt een uitputtingsslag, maar met onze solar krachten weten we te overwinnen. De rest van de reis over de hoogvlakte verloopt zonder incidenten. 0B6DE12CC6

Advertenties
Dit bericht is geplaatst in Exalted.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s