Tanais – 43

17-iv-R1

4 uur ‘s ochtends

De catamaran wordt verstopt in de delta, ergens op een onbereikbare plek, en onklaar gemaakt tegen diefstal. Claude ontmantelt ook de duikklok. Doodop reist het gezelschap verder op de pegasi. Chang sukkelt onderweg nog in slaap, maar Gwan heeft dat op tijd door en wekt hem voordat hij van zijn paard stort.

Risha gaat ’s morgens naar de brahmanen om te doen alsof hij braaf mee wil doen aan de ceremonie.  Onderweg naar hun verblijven komt hij allerlei spannende shintasta genodigden èn ongenodigden aan. Saddhus zijn een soort hippie-brahmanen en vratyas zijn ascetische priester-krijgers. En er zijn natuurlijk heel veel nomaden. Risha vraagt aan de hoofdbrahmaan wat hij moet doen. Hij hoeft geen teksten te leren, maar hijn wordt wel meegenomen naar een achterkamer, waar een groot heilig kromzwaard wordt bewaard. Die is bedoeld om het paard te slachten. Risha krijgt een mindere brahmaan mee en gaat bij de slagers in de leer om het dier in één slag te onthoofden. Hij krijgt een diagram en allerlei ingewikkelde instructies en blijkt zowel de kracht als het talent te hebben. Na het oefenen mengt hij zich anoniem tussen de toegstroomde mensen. De jonge brahmaan die met Gwan meegereisd was staat op een zeepkistje te oreren. Zijn publiek zijn de intelligentere mensen. “Het gaat om het innerlijk, niet om de uiterlijkheden! Offeren vanuit een leeg hart is betekenisloos.” Risha wéét dat de goden daar anders over denken en gaat even de discussie aan. Maar de brahmaan heeft het over je persoonlijke ontwikkeling. De koning gaat verder en vindt een groepje boeddhistische monniken in oranje gewaden. Ze houden zich wat afzijdig. Gwan had ze al genoemd, het zijn shaolin monniken en ze prediken geweldloosheid. Hij vraagt wat er zoal gebeurd is bij Shearton en ze vertellen er over. Ook hun filosofie klinkt heel zinnig. Daarna gaat hij naar een siddhu die op één been staat met een dikke joint. Risha vraagt hoe hij in contact komt met de goden. De heilige man blaast een wolk hasj dampen in zijn gezicht. Dat is een duidelijk anwoord.

 

Adrarn is met Chantal naar de Soulfields. Hij is Nettie aan het versieren, dat lukt heel aardig: het iseen gezellig en lieflijk stel. Hij kookt voor haar en ze vindt het vreemd, maar wel erg lekker. Chantal is ondertussen de koningin aan het spelen en gedraagt zich waardig. Dat wordt door de soulfielders op prijs gesteld, maar brengt het Adrarn in verwarring. Zo kent hij haar niet.

 

Hoog in het luchtruim vliegen drie pegasi met vier ruiters die zo uitgeput zijn dat ze niet van het uitzicht kunnen genieten.

 

Risha gaat naar de boeddhisten om te vragen wat er bij Shearton is gebeurd. Ze vertellen dat zij als laatsten de stad uit zijn geschopt. Als je geen lid bent van Eenoog, kom jke de stad niet in. De revolutionaire raad is gekruisigd. Maar de monniken zijn geweldloos, dus zij mochten vertrekken. Het Oude Bospad is dicht. Als je slim bent, neem je die niet. Elke keer dat je passeert moet je spirituele tol betalen: een stukje karma. Dat maakt je ook vatbaarder voor et geloof van Eenoog. Risha realiseert zich dat dit betekent dat alle schapenhandelaren die heen-en-weer reizen dus allang missionarissen van het kwaad zijn. Dat bevestigt de monnik. Risha hoort ook dat Sorceror’s Well weer bewoond is en dat de bron wakker is. Het Niets van de monniken is onthechting, maar het Niets van de Abyss, dat wil je niet weten. De monnik is er gelaten onder: “Er zal altijd kwaaad zijn. Niet meedoen, dat is het enige wat er op zit. Er is geen probleem als jij het er niet van maakt.”

 

De middag gaat voorbij en het wordt donker. De Pegasi komen aan. Claude heeft zich vermomd als zuiderling en noemt zich Frans Bouwer. Risha begroet ze bij de stalln. Claude en Risha leggen het bij. Claude heeft belooft geen brahmanen meer aan te vallen en Risha belooft het verleden te laten rusten en amnestie voor Claude te regelen. Claude heeft nog twee andere verzoeken. De ene is een huis in Bronwe voor Daguerre en haar gouverneur van het Zuiden te maken. De andere vraag is voor alle vrouwen het recht om hun eigen man te kiezen. “Dat laatste,” zegt Risha, “kan ik niet beloven. Die macht heb ik niet. En als ik zomaar een volstrekt onbekende vrouw gouverneur maak, dat zal niemand accepteren. Mijn positie als koning is nog erg wankel.” Na enig onderhandelen stelt Daguerre een proefperiode voor. Dat lijkt acceptabel.

Claude blijkt niet onder de indruk van de gore details van de ceremonie, hij heeft al voorbereidingen getroffen in de vorm van leren onderkleding en zo. Risha merk nog op dat Chantal geacht wordt na de ceremonie hetr boek uit de grafheuvel te tekenen. Ze is er niet. Dus het zou fijn zijn als dat boek weer in de grafheuvel ligt, om tijd te rekken. Gwan biedt aan hier achterheen te gaan.

 

Dan worden we gestoord door een bediende. “Majesteit, er zijn drie gasten. Eentje met een vreemd vervoergeval.” Dat klinkt als Der Alte. Claude verandert zich in Chantal en gaat, net als Gwan en Chang, slapen. Ze waren al moe voor de reis, nu zijn ze uitgeput. Risha begroet de drie siderials.

Ze staan voor de poort met een wit hert op een Tenser’s Floating Disk. “We blijven niet voor de ceremonie,” begint Der Alte. Risha zegt dat ze meer dan welkom zijn en dat er veel lekker eten en drank zal zijn. “maar we willen wel op de achtergrond blijven kijken.” vervolgt de siderial, “We hebben iets onderschept. Hoge Eenogers jaagden op dit hert. Maar dat hadden jullie moeten doen. Het is een profetie, een vergeten mythe. ‘Als het witte hert verschijnt, staat er iets belangrijks te gebeuren.’ Wij zijn natuurlijk neutraal. Maar we staan net iets meer aan jullie kant. Het witte hert heeft met de witte stad te maken. Wie de kracht van het witte hert tot zich neemt, krijgt de sleutels van de witte stad. Zelf gejaagd, zelf het hart opeten.“ Risha biedt ze de laatste luxe gastenkamers aan en gaat daarna aan het hert sjorren. Zodra hij het van de schijf heeft, begint het tot leven te komen. Stasis! Hij duwt het dier er snel weer op en stuurt een bediende uit ‘om koningin Chantal, generaal Chang en minister Gwan te wekken, maar als ze niet willen komen is het niet erg.’ Chang was inderdaad best moeilijk te wekken. Risha geeft de gewonde bediende een ruime schadeloosstelling.

Hij legt kort uit wat de siderials vertelden en duwt de vliegschijf naar de tuin. Daar duwt hij het hert van de schijf af. Eerst beweegt het nog een beetje langzaam, maar dan wordt het bovennatuurlijk snel. Risha mist het dier twee maal met zijn soulsteel boog. Hij is blij dat hij er voor gekozen heeft om niet egoistisch alleen op de hert te jagen, maar zijn vrienden er bij te betrekken. Gwan raakt het dier, Claude raakt ook en Risha´s laatste pijl is eveneens raak. Risha onthooft het hert in één slag, volgens de instructies van het paardenofferritueel en snijdt dan het hart er uit. Hij neemt een grote hap uit het hart en laat het rondgaan onder zijn kameraden. Dan vilt Risha het hert. Het karkas gaat naar de keuken, het hoofd naar de taxidermist en de huid naar de looier. Daar wil hij een mooi leren pak van laten maken. De ballen zijn natuurlijk voor Claude, sorry ‘Chantal’.

Natuurlijk is de hele jacht, het delen van het hart en het opdelen van het hert door tientallen hovelingen vanuit de ramen gezien. Risha vindt dat niet erg, het helpt in de vorming van een mythos.

 

18-iv-R1

De volgende dag, acht uur. Er is een juichende menigte. Diverse soorten brahmanen maken zich nuttig of juist onnuttig. Er zijn zoveel maagden als ze konden vinden. Iedereen is te paard, behalve Risha en Claude/Chantal. Die hebben een wagen, getrokken door twee paarden. Het offerpaard wordt apart aan de teugel meegevoerd. De processie duurt lang en de hofastroloog kijkt naar de sterren. “Tlakos staat in Oaken’s Boat. Een gunstig voorteken voor deze regering.”

Gwan is nog bezorgd over de rituelen, de brahmanen stellen hem gerust. De hemel is loodgrijs. Na een paar uur komt de processie aan een vierkant stenen altaar. Daar wordt een vuur ontstoken. De koning en de ‘koningin’ werpen er geklaarde boter op.

Dan komen we in de buurt van de ambassadeursstad. De brahmanen hebben hier een schrijn gebouwd voor de weggelopen kinderen. Risha gaat naar binnen met zijn volgelingen. Malice, de jonge brahmaan die samen met Risha uit Satem is gevlucht, wordt geinstalleerd als priester. Oudere brahmanen voelen zich gepasseerd en dit heeft kwaad bloed gezet.

In de schrijn staat en bronzen beeld van Risha. Het is levensecht. Risha is er heel  blij mee. De brahmanen hebben echt moeite gedaan om deze schrij  aan de regels te laten voldoen. Bij de installatie van de schrijn committeert hij een paar motes Essence aan het beeld en aan zijn priester (Essence Lending Method) … Risha’s cultus is er een punttje sterker door geworden. De priester kan nu magie gebruiken. Weggelopen kinderen zullen hier een veilig thuis vinden.

Het begint te sneeuwen en er steekt een koude, gure wind op. Terwijl Risha bezig is, komen er zes mannen te paard aan met het Shintasta banier van Satem. Ze houden halt voor de ingang van de schrijn. Als de jonge prins Risha naar buiten komt ziet hij tot zijn schrik dat zijn broer, de koning van Satem, er zelf bij is! Er is op aarde maar één persoon waar hij bang voor is en dat is zijn broer! Maar hij houdt zich groot.

“Welkom, broer,” zegt Risha, “ik zag dat er nog een klein troontje was dat leeg stond. Jij bent de oudste, aan jou is het grote rijk. Het rijk van Satem is van jou. Ik wil niet doodgaan en ik wil jouw troon niet.  Als jij mij dit kleine landje gunt, dan kunnen wij in vrede samen leven.”  Zijn broer lijkt het aanbod te accepteren en vervoegt zich bij de stoet die naar de ambassadeursstad gaat.

 

Over naar Chantal en Adrarn. De Soulfields zijn megalitische tombes met een voorportaal. De afsluitsteen van een ervan is verwijderd. Daaromheen iseen soort amfitheater gemaakt. Priesteressen invokeren Chantal en zij moet er naar binnen gaan. Adrarn vraagt: “wat ga je daar doen?” “Ik moet de tombe in, naar de doden en terug. En terugkeren als de vrouwe van Faery. De koningin van de doden komt in mij, en dan ga ik spreken. Ik weet nog niet wat. Het is minder statisch dan de shintasta. Het zou voor mij een reinigende ervaring moeten zijn. Ik zal me waarschijnlijk wel anders gedragen … ”

Ze gaat naar binnen. Dan klinkt er een luid grkrijs. Gekerm vanuit de tombe. Er gaat een rimpeling van verrassing door de mensen. Da valt plaatselijk het licht uit. Het geschreeuw wordt harder. Er is angst in het publiek.

 

KNAL!!! De tombe ontploft.

 

Het publiek stuift uit elkaar. Adrarn zoekt beschutting op. Daarna wordt het stil. Een heel grote zwarte raaf stijgt op uit de tombe en vliegt naar het Oosten. Dan gaan de priesters voorzichtig een kijkje nemen. Chantal is er niet. In de tombe vinden ze resten van keramiek en as van crematies. Is dit de bedoeling?  Nee!  Maar misschien weten de siderials meer … ?
Nettie zoekt beschutting bij Adrarn en hij troost haar. Men gaat maar weer huiswaarts. De familie neemt hen op sleeptouw.

 

 

3 xp

The RoSE – 30

The RoSE sessie 30 – 17 januari 2013

In de berg.

We kijken verder naar de aanwezigen in de tempellaag. Zijn er nog capabelen aanwezig? We kunnen de sleutels aan de hogepriester (die het overleefd heeft) geven, en aan de Mistress en Market Master. We discussieren over de verdeling van functies. Is het wel goed dat het op familiebasis gaat? “Natuurlijk!” zeggen Marina en Tawuz. We besluiten de Hogepriester te zoeken.

We schieten een langslopend meisje aan. Ze heeft rood aar en een verwilderde blik Ze geeft geen antwoord, maar zegt: “We moeten hier weg!” “Waarom?” “De berg is niet veilig. Er zit iets gruwelijks wat iedereen doodt! Ik heb net een dutje gedaan en het gezien. In mijn droom!” We proberen haar er van te overtuigen dat we er iets aan gedaan hebben, maar ze is niet helemaal overtuigd. Verderop zien we een jongen met zwart haar die expedities naar buiten voor voedsel op poten zet.

Marina verandert in een kolibri en gaat op zoek naar de priester. Ze vindt hem, zoekt een hoekje op en neemt weer mensengedaante aan. “Hé, een mevrouw,” zegt een jongetje, “Laat mijn zus met rust!” en hij grijgt een stuk essence uit de lucht. Marina laat hen wijselijk links liggen. De priester is in trance, dus Marina besluit de anderen te halen. EoA zijn we kwijtgeraakt in de menigte. De priester is druk bezig met een diagram voor een magitech apparaat dat de kracht van stoom benut, via een water- en een vuurelementaal. Marina schat in dat het nog 10 minuten duurt.

Als hij klaar is, verheldert zijn blik en begroet hij ons. Marina vraagt of hij heeft gemerkt dat het nogal druk is. “Natuurlijk,” zegt hij en probeert haar af te wimpelen. Sarina stapt ertussen en zet dat Vodak weg is. “Dat moeten de goden weten!” Ghurkan laat een druppel bloed op het altaar vallen en met het licht van de zon verschijnt ook de goddelijke aanwezigheid. Die vormt zich rondom de priester en manifesteert zich via hem. Ghurkan vertelt hem wat er gebeurd is, dat we niet weten of Vodak terugkeert, maar dat het niet langer Vodak zal zijn. “Dan is waakzaamheid nog steeds geboden, maar niet overmatig!”

De god vraagt of Ghurkan de wetten van de stad wil zegenen. Ja, dat wil hij wel. “De wetten werken al duizend jaar, en doen dat goed,” zegt de god. Sarina vraagt of er mensen zijn om het gezag te dragen. “Ja, duizenden ontwaakten.” “Moeten wij mensen aanwijzen?” “Kom nou! Dat kunnen ze zelf prima.” Ghurkan zegent het wetboek. Zijn kasteteken laait op. Dan dooft het licht en stopt de goddelijke invloed.

We besluiten dat het tijd wordt om de andere helft van onze groep te vinden. Ghurkan kan niet vliegen, dus we gaan door de geheime gang. In de tussentijd komen we de zwartharige jongen weer tegen. We vertellen dat de lagere verdiepingen weer veilig zijn, maar wel helemaal ontvolkt. Hij stuurt een meisje met ons mee.

Op weg naar beneden komen we Eye weer tegen. Ze heeft een stadswacht bij zich. Na enige uitleg wil die wel een eed op het wetboek afleggen. We realiseren we dat we de sleutels zijn vergeten af te geven. Ghurkan en Eye gaan nog even mee naar boven en nemen alsnog de sleutels mee. Als de wachter zijn eed aflegt zweert, wordt het altaarvuur opnieuw even zonnegeel. Eye heeft ook een veer vor Ghurkan. Deze blijkt automatisch te kunnen notuleren. Als we weggaan zegt het nieuwe hoofd van de stadwacht dat het goed is als we zelf onze uitreisstempels zetten.

Buiten de berg.

Als we buiten komen, opent de draag één oog. Hij herkent ons: “Er is van alles gebeurd in mijn buik. Er zijn  leylijnen verschoven, maar het voelt beter dan voorheen.” We zijn blij dat te horen, de droom van de jonge dragonblooded had ons ongerust gemaakt.

Atis hangt rond en vertelt ons wat er bij hun is gebeurd. Wij vertellen wat wij gedaan hebben. Dan gaan Marina en Tawuz als roofvogels op jacht.

’s Avonds komt de rest van het gezelschap. We vertellen over en weer wederom wat we geleerd hebben. De lunars vertellen he verhaal natuurlijk de tweede keer veel mooier. Zij vertellen ons dat de Immaculate Order nu aan het inschepen is. Hier buiten zijn nog twee taken: de stenen toren met de incantaties en de Red Piss Legion. Little Shu wil gelijk aanvallen, de rest overtuigt hem dat we eerst moeten verkennen. Shi Mei Lan vraagt Sango of ze een Countermagic spreuk in haar staf wil stoppen. Na enig heen-en-weer gepraat stopt ze een Sapphire Circle Banishment in de ene staf en twee Emerald Coutermagics (één zwaar, gebiedsspecifiek en een lichtere voor het blokkeren van één spreuk) in de staf van de Green Sun Prince. Enigszins uitgeblust blijft ze achter, met duidelijke aura. Sarina wil de Countermagic spreuk van haar leren.

Tawuz, Marina, SML en Atis gaan naar het kamp van de tovenaars. Atis wandelt het kamp in. Hij was gewaarschuwd dat hij een pasje nodig had, dus is hij voorbereid. De wachter draagt beestenvellen en een koeienschedel. De mensen in het lucht-segment van het kamp vinden zichzelf heel belangrijk, de watertypes zijn relaxter. Atis gaat die kant op. Marina zit, als spitsmuis, in zijn  zak en soms op zijn schouder. In het midden is het aardekamp. Daar is weer een wachter. Het kamp voelt goed. Als je het analyseert komtdat omdat er helemaal geen wyld-taint is. Het Blessed Isle voelt net zo.

Hij mag doorlopen. De toren is van basalt. 30 meter diameter en 30 verdiepingen hoog. Er is geen deur. Vanaf de vijfde verdieping zijn er ramen. Ze horen de incantaties. Die zijn in Old realm maar desondanks onverstaanbaar. Er is een pad, of beter gezegd meerdere, die allemaal convergeren op een punt vijf meter voor de toren. Atis gaat daar staan, zwaait naar degene die hem vanuit de toren bekijkt en voelt zichzelf opstijgen. Hij landt in een kozijn. Daar overtuigt hij de wachter dat hij geen kwaad in de zin heeft – anders had hij zich nooit aan de deur gemeld, toch?

De man legt een muntje onder zijn tong en spreekt de spitsmuis Marina aan. Hij denkt dat ze een familiar is. Hij vertelt dat ze bezig zijn met nulde cirkel magie waarvoor je geen wilskracht nodig hebt. Bijvoorbeeld met familiars praten, iemand leviteren, dat soort dingen. “Nee, we zitten hier geen demonen op te roepen. We zijn ze juist aan het binden! De ram is bijna klaar.” “O, de stormram voor de poort.” “ Ja die! Maar … het was gezellig, ik verveel me hier te pletter.” Atis wil nog wel eens langskomen. Dat is prima! Hij heeft normaal de hondenwacht.

His gaat als zeeman het waterkamp in en zoekt een bar. De stemming is geanimeerd, pop een tafel danst een topless meisje. Bij de bar worden dealtjes gesloten voor overvallen en plundertochten. Morgen is de grote dag. Maar dat gaan ze met vlag en wimpel winnen. De stad is gevallen, ze rammen de poort in, verkopen de kinderen en de paar vrouwen die er nog zijn. Ze zitten nu al te plannen voor na de overwinning. His regelt een vaatje bier.

SML en Tawuz cirkelen rond de toren. De reden dat de zang niet te verstaan is, is omdat er allemaal verschillende spreuken gedaan worden. Ze zijn duidelijk bijna klaar. Ze kijken ook nog even bij de houttypes. Dat zijn de gifmengers. Ze zitten te kleumen bij hun haardkatten. De vuurtypes hebben het ook koud.. Zij smeden plannen om de houtmensen te pakken te nemen – dit zijn de kannibalen.

We komen weer bij elkaar. Het zou mooi zijn om met een banishment de stormram te saboteren. En om de dragonborn op de wood-factie dragonblooded in te laten praten. De leider van dat kamp is een kandidaat en His is het beste in mensen overtuigen. Atis wil ook nog even naar het Red Piss Legioen. SML wil wel mee in katvorm.

Bij de houttypes. His verandert van vogel in zeeman, Marina in spitsmuis en Tawuz in kat. His heeft het vaatje bier mee. Voor de tent van de commandant zit een alchemist de wacht te houden. Hij is heel wantrouwig. His vertelt dat hij onbekend is omdat hij in de berg aan het infiltreren was. De man blijft wantrouwig. Met enige moeite overtuigt His hem om een biertje te nemen. De man wil overtuigd worden dat His echt kan infiltreren. Hijzelf verandert zijn arm in een tak, His antwoordt door zijn oog van Ligier te laten zien. Dan is de man overtuoigden roept: “Baas, er is iemand voor je en hij komt van beneden!” His schenkt hem bij in de enorme drinkhoorn die hij opeens omhoog houdt. Anderhalve liter …

Binnen zit een oudere man. Hij ruikt naar lelies, heeft een houten harnas en een groene snor. Hij bemonstert His: “Jij hebt een audiëntie weten te regelen bij mijn deurwacht!” “Ja, ik heb nieuws en bier. Iets minder dan daarnet, maar toch.” “Ja mijn deurwacht heeft een hoorn waar anderhalve liter in past,” lacht de commandant. Marina klimt als muis op een kastje. “U heeft een menagerie.” “Ja, dat is gemakkelijk als je infiltreert.”

“Maar,” zegt His, “ik ben in de berg geweest en als de plannen door gaan, kan het fout aflopen.” Na enig praten vertelt His dat er een dragonborn in de berg zit. “Oh. Die kan het Red Piss Legion in zijn eentje aan. Graaf hem uit, was zijn wortels en hij kan weer lopen. Tot nu toe is alles wat u me vertelt de waarheid.” His zegt dat de dragonborn traag is en dat hij de aanvoerder graag mee wil nemen. Die vraagt of het veilig is, of hij het overleeft. His zegt ja. “Hoe ga je me door de adamanten poort naar binnen krijgen?” “Niet.” “Hoe dan?” “We vliegen naar boven. Kijk niet vreemd op als één van mijn menagerie verandert in iets wat kan vliegen.” De man is zelf inmiddels al onzichtbaar geworden.

We lopen het kamp uit. Als we buiten zijn, geeft His een signaal. Tawuz verandert in zijn war-form. De generaal zucht: “Anathema. Ik had het kunnen weten. Wel … ‘in for a penny, in for a pound’” Hij stapt op Tawuz’ rug. His zegt: “Marina, jij kent de weg.”

Als we landen stapt de man af. Tawuz neemt weer mensvorm aan en begroet hem. His probeert te vertellen dat dragonblooded en lunars vroeger samen werkten. De man wil het niet horen. Dan lopen we naar de dragonborn. Hij herkent ons niet, maar wel de appel die hij heeft meegegeven voor Wijsheid. Hij biedt de commandant ook een gele appel aan. Die eet er van, na enige twijfel. Om hem heen ontstaat eerst een vuur-aura en daarna een lucht-aura. De commandant is overtuigd dat de oude een echte dragonborn is, maar vraagt zich nog steeds af waarom we hem hierheen hebben gebracht. We laten ze even praten.

Het gesprek gaat eerst over tuinieren, over wat je moet doen met planten die te ver zijn teruggesnoeid: je moet de laatste takjes stekken. Deel twee van het gesprek is minder omslachtig. De ent vertelt dat Vodak 10.000 dragonblooded exaltaties in zich had opgenomen, die hij nu weer probeert uit te delen. “Breng mij naar buiten, dan kan ik de rest ook uitdelen!” De commandant realiseert zich plotseling dat dit betekent dat vrijwel iedereen in de berg geëxalteerd is. Een aanval zou een slachting worden! Maar hoe kan hij de rest van het leger waarschuwen? Tawuz zegt dat ze de srijdram kunnen saboteren. Ja, dat zou tijdwinst opleveren. Het kost enige moeite om His te overtuigen dat dit niet subtiel kan: een aantal demonen zal los komen.

De houtcommandant wil terug. Hij denkt dat hij de facties hout, vuur en aarde zal kunnen overtuigen om niet mee te vechten. Tawuz vraagt hem om weer op zijn rug te stijgen. Onderweg vraagt Tawuz hoe de commandant heet, hoe ze wisten dat er alleen nog maar vrouwen en kinderen in de stad waren en of hij aan de bouwtekeningen van de stormram kan komen. <Dat spelen we volgende keer uit.> De rest gaat op weg terug naar de pack om ze in te lichten, battleplans te maken, etc.

Atis gaat naar het Red Piss Legion. Hij meldt zich en zegt dat hij voor the Roseblack komt. “Nou, dan zit je goed fout. Die is in de Imperial City. Ze is nu minister van Defensie.” “Kan ik contact met haar opnemen?” “We hebben wel wat manieren. Het kan met een jaden ibis. Eén obool en ik regel het voor je. Meenemen wordt te ingewikkeld, je moet het hier invullen.” Atis denkt diep na. Kernpunten: Bericht van Atis. Ze kan hem vertrouwen. Hij wil haar over twee weken ontmoeten op de eerste ontmoetingsplek. Haar legioen is opvallend ver weg en doet niet het beste werk voor het Rijk.  De ibis wordt verstuurd. Het duurt drie dagen enkele reis en de contacten zijn moeizaam de laatste tijd.

Het klinkt voor Atis als een groep mensen met behoefte aan leiderschap… Hij vraagt naar de secundant. Die is er wel. Hij regelt bier en een gesprek. Kort gezegd: ze missen inderdaad leiding. Zonder de Roseblack zijn ze een zooitje ongeregeld dat uit elkaar valt. Atis laat de leiders om zeven uur op appèl komen. Hij stelt Little Shu voor als tijdelijke aanvoerder.

EoA vertelt de aardedraak dat ze belooft heeft om een luchtdraak als doel van de sacred hunt te nemen. De draak begrijpt het eerst niet, maar zegt dan: “Je hebt een wapen nodig en onkwetsbaarheid. Dat laatse kan ik je geven en een wapen heb je niet nodig. Je hebt toch Shalgero’s Pride? Wacht er overigens niet te lang mee! …”

Xp – volgt nog

Tanais – 42

Alison avontuur 42 – 10 januari 2013

16-iv-R1
Het is nog steeds koud en winderig. Claude vaart verder en Daguerre kookt ontbijt. Over 2 à 3 uur zijn ze op de goede plek. Er zijn geen zandbanken meer. Er zijn daar geen zandbanken meer. Het is open zee, veel dieper.
Chang gaat bij het krieken van de dag verder het stdje schoon maken. De botten van de Soulfield koning en koningin laten ze liggen in het bed. De huizen zijn erg vervallen en niet ‘gast-waardig’. Ze vinden kelders en aanwijzingen dat er ook natuurlijke grotten moeten zijn. Chang gaat er eentje binnen. Eerst kelders en die gaan over in een lager gelegen natuurlijke grot. Binnen is het warmer dan buiten. Hij laat bivak in de kelder opslaan en gaat zelf verder naar een caverne met een plasje stinkend water in het midden. Er zijn meerdere doorgangen. Hij gaat naar rechts. De grot gaat weer omhoog en hij komt in een andere kelder, van een middelgroot huis. Hij vindt een schriftje met Qartiaans schrift. Hij komt weer bij de mannen. Het opruimen van de skeletten gaat goed, maar alles renoveren gaat niet lukken. Er zijn twee imposante gebouwen aan het plein: een grote winkel en een soort ontvangstresidentie voor als de koning hier in de wijk kwam.
Risha gaat bij de hoofdbrahmaan langs. De excuses voor het onbeholpen aanzoek worden weggewimpeld. Dat was juist mooi spontaan. Hij kijkt wel wat ongemakkelijk als Risha over de barrows begint. Nee, de ceremonie zal in Bronwë plaatsvinden en niet in de grafheuvel. Risha maakt zich ook wat zorgen over Chantal. De brahmaan legt uit hoe het ritueel in zijn werk gaat, dat is vrij onsmakelijk. Het paard wordt gewurgd in plaats van de koning. Het is dus al een aanpassing aan een ouder, nog gruwelijker ritueel. Risha stelt het groene paard voor, dat is een deel van hemzelf. De brahmaan vindt dat zeer acceptabel. Met dit ritueel wordt Risha Shintasta koning van het land en dat bevordert het Shintasta paradigma, waardoor de brahmanen hegemonie van de magie krijgen. “Hoe werkt dat”? “Dit ritueel wijzigt het onderliggende kristal dat deze wereld vorm geeft. Het zal ons bijstaan in de strijd tegen Eenoog door ons natuurlijk voordeel te bestendigen.” Vanavond om 8 uur is er een briefing.
Gwan begint met het ochtendritueel. Dat voelt heel vervelend.Als hij klaar is slaakt hij een zucht van verlichting en mengt hij zich onder de gasten. MacArthur merkt op dat Gwan een soulfielder is en vraagt of het klopt dat de brahmanen wat milder lijken te zijn dan vroeger. Nou, volgens Gwan zijn ze nog niet van het enge rassendenken af. Hij verwijst vaag naar iemand die hun heeft gecheckt (Claude) maar die is verbannen. In ieder geval zijn de brahmanen in beweging gekomen. “Van dichtbij gaat de mooie chroomlaag er wel van af.” Mac vraagt wat Risha’s plannen zijn. Gwan merkt op die die er nog maar net zit. Mac: “Is er invloed uit te oefenen om het soulfield geloof te herstellen?” De andere vertegenwoordigers vallen hem bij. Alleen Bambi ziet het niet zo zitten. Maar de Noordelijken zeggen: “Die kroning gaat de brahmanen veel macht geven, maar als koning moet je toch wel rekening houden met de gevoeligheden van je volk. Weeffouten die aan het begin gemaakt worden, worden alleen maar groter. Hoe kleiner de afstand tot de rest van de Noordelijke Liga, hoe makkelijker de samenwerking.” Dan gaan ze over op een andere onderwerp: is Gwan getrouwd?
Op de terugweg naar het paleis komt er bij Risha een gedachte op: het groene paard is een magisch construct van kruiden en gras, het kan helemaal niet gewurgd worden en dan is er ook geen erectie/ejaculatie.

Claude komt aan op de juiste plek. Het is hier veel te diep. Het ankertouw is maar 50 meter, lang niet genoeg om bij de bodem te komen. Hij wil toch de duikklok monteren en uittesten. Hij maakt de kabel van de duikklok vast aan het ankertouw, waardoor hij tot 120 meter kan. Hij noemt het ding de Daguerrre I. De eerste onbemande poging gaat goed. Daarna gaat hij zelf, in chainmail en met zijn sai naar beneden. Het is nog steeds niet diep genoeg, maar in het heldere water kan hij in de diepte de bodem zien. Er ligt een fonkelende kaarsrechte lijn e er steken hoeken van wit marmeren platen uit het zand omhoog. Ook voelt hij een vreemde tinteling door zijn lichaam gaan. Vreemd. De expeditie wordt geslaagd geacht. Maar er is meer touw nodig. De vaargeul gaat tot 40 meter, maar de krater is onnatuurlijk diep.

Middag
Chang gaat met Adrarn naar Arjan’s Abode om yurts te regelen en zo. De mensen in Bronwë kunnen het verder wel zonder hem. Onderweg komt hij een stel feestelijk geklede soulfielders tegen die ergens naar toe reizen. Hij vraagt of ze een soulfield priester weten. “Priesteres bedoelt u?” Ze gaan naar een feest waar wel priesteressen zijn. Adrarn krijgt de lijst met nodige materialen. Hij moppert: “Jij gaat zeker weer wat leuks doen…” Chang heeft medelijden met de jongen. Die mag met het gezelschap mee en Chang gaat zelf paarden voor ze regelen. Het zijn elf mensen van 7 tot 47. Er is ook een meisje van Adrarn´s leeftijd bij. Ze vertellen hem dat het de feestdag is van de koningin van Faery. Ze zijn enthousiast en willen alles van hem weten. Hij heeft verhalen van de grote wereld. Zij gaan naar de grafheuvels om eer te bewijzen aan de dame die waakt over de graven. Het wordt een groot feest want overmorgen is haar verjaardag.
Risha overlegt met Chantal. Zij ziet het ritueel helemaal niet zitten en stelt een stand-in voor. Dan kan zij bij de soulfielders feest vieren. Risha stelt een huwelijk met de handschoen voor. Chantal bij de soulfielders, hij in Bronwë. Chantal wil Claude als stand-in. Na behoorlijke aarzelingen stemt Risha er mee in. Hij ziet er de ironie wel van in. Samen gaan ze naar Gwan. Die heeft een kristallen bol waarmee hij Claude misschien wel kan vinden. “Jou moest ik net hebben, we hebben Claude nodig om de brahmanen en loer te draaien.”
Het is lastig, maar bijn de tweede poging lukt het om Claude te lokaliseren. “Open zee? Misschien kunnen we er op pegasi naartoe vliegen?” zegt Risha. Intussen komt Chang aan die direct naar de koning vraagt. Via allerlei omwegen komt hij op de juiste plek. Hij vraagt of hij paarden mee kan krijgen. Ja natuurlijk. Maar Chantal vraagt meteen: “Kun jij Claude halen als mijn stand-in? Ik ga naar de vrouwe van Soulfield.” Chang belooft om Claude per pegasus op te halen. Sandra begrijpt wel dat Chantal een stand-in wil. Ze helpt Chang met de pegasi.
Risha gaat even bij Shivanesh langs om zijn zorgen over het groene paard te benoemen. “Nee, dan is het oorspronkelijke offerpaard toch beter.” Daarna vertrekt hij met ‘zijn aanstaande’ voor ‘een ritje’ en ze nemen nemen een aantal paarden mee naar de soulfielders. Chantal is blij. Als ze aankomen bij het soulfield gezelschap zijn die vrolijke liedjes aan het zingen. Adrarn heeft strikjes gemaakt voor het meisje en ze is daar erg blij mee. Dus dat gaat goed. Risha en Chantal geven de paarden af. Chantal en Adrarn gaan door naar de soulfield ceremonie en Risha gaat in zijn eentje terug naar de briefing. Hij krijgt de boodschappenlijst mee.

De afgezant van Abishqueck arriveert in Arjan’s Abode. Yarin doet de erewacht, dat levert hem de rang van sergeant op. Het is een mongoloïde man met een grote snor gevolgd door ruige mannen in kleurige kleren. “Gegroet. … Waar is de koning?” Na uitleg: “Grmbl. Het is niet anders.” Ze gaan direct door naar de eetzaal zonder zich op te frissen. Daar worden ze beleefd ontvangen.
Even later komt Risha aan. Hij wordt direct doorgeleid naar de eetzaal. Abisgqueck is een ruitervolk en de gezant waardeert het daarom zeer dat de jonge koning hem nog in ruiterkleding en stinkend naar paard begroet. Hij stelt zich voor als Kofkof. Hij wil een paardenweide in de ambassadeursstad. Dat is geen probleem. Risha vraagt naar de magische gletscher. “De ijstong? Die heeft een eigen energie en zorgt dat ons klimaat lekker koud blijfty. Volgens de mythe is er een grote ramp geweest. De ijstong is er al vanaf het begin van dit tijdperk. Mythische wezens wilden de wereld graveren maar dat is misgegaan en de wereld is ontploft.” Risha deelt zijn liefde voor paarden en neemt hem mee naar de stal, laat het goene paard zien en vertelt hoe hij dat zelf getoverd heeft. Kofkof is onder de indruk, en als Risha daarna ook nog de nachtmerries laat zien en vertelt hoe hij die in Sorceror’s Well tevoorschijn heeft gedroomd, is er een vriendschap ontstaan.

nacht
Op de katamaran is het gezellig. Chang komt aan en roept iets in het chinees. Claude bouwt af waar ze mee bezig zijn en gaat buiten kijken. Buiten ziet hij Chang en Gwan op een pegasus en Chang zegt: “Ik heb leuk nieuws voor je. Risha is er ook achter dat de brahmanen niet kosher zijn. We gaan ze een loer draaien en jij bent van groot belang. Risha biedt eerherstel aan.” “Even recapituleren. Ik ben verbannen omdat ik hun een loer draaide en nu wordt ik juist evraagd om een loer te draaien. Waar is hij in godsnaam mee bezig?” “Dat weet ik ook niet, maar hij is er achter dat de brahmanen de macht in shintasta handen willen. Het komende huwelijk zal hem bevestigen als koning, maar dan winnen de shintasta goden. Dat wil hij niet. Hij stelt een huwelijk met de handschoen voor zodat er een evenwicht ontstaat.”
Claude is blij te horen dat geen van beiden de overhand krijgt. De soulfielders zijn ook eng. Hij heeft net iemand van de brandstapel gered. Hij snapt wat de bedoeling is: Chantal spelen. Sandra loopt rood aan en vertelt hoe het ritueel gaat. “En Risha denkt dat eerherstel genoeg is?” Hij is wel bereid om de onderhandelingen aan te gaan.
Ze varen naar de delta. De katamaran wordt verstopt en dan gaat het hele gezelschap per pegasus naar Arjan’s Abode.

Bij aanvang van de biefing vraagt Shivanesh waar Chang en Gwan zijn. Risha vraagt onschuldig: “Wilt u een chinees en een soulfielder bij deze besprekingen? Ik kan ze laten halen…” Nee, bij nader inzien is dat inderdaad niet nodig. De problemen worden besproken: een Qartiaan heeft de grote winkel in Bronwë opgeëist. Er zijn te weinig maagden. Er moeten nieuwe rituele altaars gebouwd worden. De volgorde van het ritueel: eerst de hofastroloog. Dan de processie naar de priesterstad. Het wijden van een schrijn onderaan de berg voor Risha als god van de kinderen. Melis wordt priester van die schrijn. Dan gaat de processie naar boven. Het eerste vuur aansteken. Dan iedereen naar de ambassadeursstad om hun kwartieren te wijzen. Slapen. Dag 2 alle andere vuren aansteken en de schrijnen in gebruik nemen. Dat eindigt met het huwelijk bij de schrijn van Oaken. De derde dag is het groot feest.

3 xp

The RoSE – sessie 29

In de berg.

Het lichaam van Ebon Rime ziet er uit alsof hem zojuist het hart uit het lijf is gerukt. Ghurkan en Marina onderzoeken het lichaam. Hij komt nèt uit stasis, het lichaam is aan het opstarten. We hebben een kwartier voordat hij dood gaat.
Sarina heeft bij haar verkenningen hospitaals gezien in de buitenste ring. Ze draagt Ebon Rime en Marina gaat als spitsmuis in haar zak, EoA als sprinkhaan. Sarina gebruikt de Racing Hare Method en is in vijf minuten in de ziekenboeg. Ze leggen het lichaam op een brancard en gaan op zoek naar een eerste hulp of intensive care. Marina heeft een beetje verstand van first age technologie en drukt op eengrote rode noodknop op de receptiebalie. Een paar robots komt tevoorschijn, sluit het lichaam aan op diverse levensreddende machines en brengen het weer in stasis. Daarna informeren ze de aanwezigen dat er een dokter nodig is. Hun kennis reikt niet zo ver. En nee, ze hebben geen kunsthart op voorraad.
Tawuz neemt zijn beastman vorm aan, daarmee kan hij heel snel vliegen. Ghurkan kan, met enige lenigheid, op zijn rug. In iets lager tempo gaan ze achter de rest aan en doen de deuren achter zich dicht.
In het ziekenhuis laat iedereen zijn wonden genezen. Ons plan is om de Green Sun Princes te doden zodat we één van hun harten in ER kunnen laten transplanteren. Tawuz krijgt daarvoor van de robots een Cache Egg mee.
Tawuz betoogt dat de prinsen periodiek rapporteren aan de keizerin en dat die argwaan zou kunnen krijgen als ze geen contact meer opnemen. Dus dan moeten we het doen voorkomen alsof de berg ontploft is door alle communicatie te verbreken. Daar zijn we het over eens: we moeten dus in alle vier de commandocentrales de spiegels die doorverbinden naar de imperial mountain onklaar maken. In de eerste, waar we eerder waren, inspecteren we de spiegels. Ghurkan stelt voor om ze kapot te slaan, hij kan geen uitknop of voeding vinden. EoA vraagt: “Waarom haal je ze niet los?” Met wat moeite lukt het Sarina, Ghurkan en Marina om de spiegels los te wrikken.
Sarina denkt na over onze strategie. We kunnen ze het beste verrassen in de control room, want in de gangen kunnen ze wegvluchten en in de factory cathedrals makt een gevecht teveel kapot.
We gaan met de klok mee. Marina als bijenkolobri voorop. In de derde control room zien we dat ze daar geweest zijn maar aan de sporen te oordelen zijn ze weer terug gegaan. EoA en Sarina gaan nog even naar de vierde om de laatste spiegelnis onklaar te maken. De andere zijn ook in het voorbijgaan gedemonteerd.
De anderen volgen de sporen. Ze gaan de eerste solar villa links in de buitenring in. Ghurkan gebruikt de Eye and Fingertip Wisdom om de plattegrond te bepalen. Het is bepaald ruim: 52 kamers. Marina verkent, nog steeds als kolibri. Met de Chameleon Mutation past ze haar kleur aan. Sarina maakt het slot open en Marina gaat naar binnen. Het is duidelijk een heel eenvoudig slot – de evacués moeten er zó in kunnen. In de hal staan gouden beeldjes van Sol en Luna, en van de vijf Maidens boven de deur. Verderop wordt het nog mooier. Op een bed ziet ze een rugzak en een onopvallend leren harnas liggen. Verderop hoort ze stemmen. Dat meldt ze even terug en dan gaat ze luisteren.
Ze vindt een jongen met lang donker haar die in een poeltje wijn ligt, met zijn mond onder een fontijntje. Af en toe spuugt hij een straal wijn naar het blonde meisje dat op de rand zit. Zij draagt een groen uitgeslagen bronzen harnas en ze heeft een helm naast haar liggen. Het harnas is insectachtig. Ze mopperen op de keizerin: ze weten niet hoe lang het nog goed gaat, dus ze nemen het er van. Ze noemen elkaar Cowrie en Atlanta.
De tuin zit vol met vlinders, konijntjes en dergelijke, dus de kleine kolibri valt niet op. Opeens gooit het meisje een robijn (het grind bestaat uit edelstenen) naar de vogel. “Je gooit als een dweil. Je moet echt eens oefenen!” “Dat doe ik toch?” Met de volgende worp doodt ze een vlinder.

We maken een plan. De lunars gaan als dier. Sarina wil kijken of ze charms of een demonisch harnas draagt en doet een charm. Dat voelen ze: het meisje roept “Alarm!” en pakt een staf. De jongen springt op en maakt een gebaar. Er begint zich een harnas om hem heen te vormen en wapens in zijn handen. Het meisje gooit een spreuk, een infernale versie van de Death of Obsidian Butterflies. Omdat we nog uit zicht staan, kunnen we wegduiken. Tocht word iedereen geraakt. Bij EoA ketsen de bronzen horzels af. Sarina raakt de tovenares.
De dief haalt uit met twee zwaarden en roept de machten van Adorjan aan. Om hem heen gaat het stormen en bliksemen. Hij sprint op de deuropening af waar wij staan en slaat Sarina. Eén van zijn vijf aanvallen is raak. Op zijn voorhoofd verschijnt een kasteteken. Het is dezelfde als van Ebon Rime. Marina verandert snel weer in een kolibri, vliegt naar boven hem en neemt haar beastman vorm aan – een soort octopus. Ze probeert hem vast te grijpen en dat lukt. EoA probeert zich boven de tovenares oin een yeddim te veanderen. Dat mislukt. Doordat het pantser magisch is kan ze de aanval ontwijken. Zodra ze landt, verandert EopA weer – nu in een zwarte mambaslang. Zo heeft sarina vrij schot voor een Essence Arrow. Die is raaak, midden in haar gezicht. Ze gooit, met haar staf, nog eens de Green Hornet attack. Ghurkan ontwijkt de aanval met een Serpentine Evasion, en door weg te duikeen. Sarina wordt geraakt, maar de man die zijn vasthoudt ook. Tawuz duikt op tijd weg. De aanval gaat recht over EoA heen. Al met al hebben alleen Marina en Sarina schade.
Ghurkan slaat naar de dief met zijn Seven Piece Staff, en raakt. Tawuz probeert de man te slaan met zijn nieuwe daiklave, maar mist. De man gebruikt een charm om zich los te wurmen.Marina besluit te proberen hem nockout te slaan met een flurry charm. Ze raakt hem, maar niet hard genoeg. Ze zet door met de Octopus Barrage. Van de eerste klap gaat hij knock-out, maar ze slaat door. Hij kan tenslotte weer bijkomen.
Sarina schiet de Essence Arrow af, maar de tovenares had hem verwacht. De pijl raakt haar niet in het gezicht, maar op de borst en de schade slaat terug op Sarina. EoA – nog steeds in slangevorm – bijt naar haar voeten (ze had haar schoenen uitgedaan) en zat met haar voeten in het bassin wijn. Zijn beet is giftig. Helkaas staat haar charm nog aan en krijgt EoA zelf de schade. Gelukkig zijn slangen immuun voor hun eigen gif. De tovenares begint een spreuk te gooien.
Ghurkan trekt de dief achter een muurtje en snijdt hem de borst open, precies op de manier waarop een offer aan Sol moet gebeuren. Als hij het hart in de Cache Egg gooit, hoort hij: “Voor deze keer dan!” “Bedankt,” mompelt hij.
Tawuz doet de Instant Essence Projection en identificeert de spreuk die de tovenares doet. Het is een celestial circle spreuk: Blood of Boiling Oil. Die doet enorm veel schade, maar het kost een tijdje om hem te werpen. Marina duikt op haar af en probeert de spreuk te verstoren. Maar dat lukt niet. Ze lacht schamper: “Dacht je nou echt dat een lunar me kan raken?”
EoA, intussen met een enorme aura, verandert in een ijswezel en springt haar naar de keel. Dat lukt, ze klemt haar vast en doet expres geen schade. Sarina gooit haar om met een Bull Rush. De rode massa tussen de handen van de tovenares verdampt. Ze begint meteen een andere spreuk te doen. Tawuz herkent dat als een self-destruct spreuk en springt er op af. Omdat hij de pommel van zijn zwaard gebruikt, herkent het harnas het niet als een aanval. Het lukt: de spreuk wordt onderbroken. Uiteindelijk bijt EoA haar dood.

De harttransplantatie van Ebon Rime lukt wonderwel maar de operatie duurt een etmaal. Er zijn geen afstotingsverschijnselen, mede door Sol’s zegen. In de tussentijd laten wij ons genezen en onderzoeken we de spullen van de Green Sun Princes.

De staf van de tovenares is van Malphean Bronze en kan drie spreuken bevatten. Er zit er nog één in.
Haar harnas is vastgegroeid aan haar huid. Het is van orichalcum, groen uitgeslagen door eeuwenlange blootstelling aan de straling van de groene zon Ligier. Het zit vol met kleine hiërogliefen. Het harnas is met heel complexe magie betoverd. We besluiten het mee te nemen voor research. In het hospitaal kunnen de operatierobots het pantser zonder veel moeite van de tovenares af pellen. (Wie dit pantser aantrekt moet er rekening mee houden dat het alleen operatief verwijderd kan worden. Maar in dit niveau ziekenhuis lukt dat zonder enige restschade. Laarzen, handschoenen en helm zijn wel los.)
De dief had twee Malphean Iron short daiklaves met een kleine demon er aan gebonden. Deze wapens zijn ongevaarlijk voor een exalt. Maar een mortal kan er door in de verleiding komen Malpheas te gaan dienen.
Zijn leren harnas geeft een uitstekende bescherming en het helpt om je te verbergen in schaduwen. Maar het heeft als nadeel dat je ‘vervaagt’ uit de realiteit, en dat is een kwestie van uren!
Zijn rugzak is een Bag of Holding en bevat onder meer een uitstekende set lockpicks, die Sarina inpikt. Ze geeft haar oude aan Tawuz.
We gaan nog even langs bij de factory cathedral en slaan daar magische materialen in. We laten wel wat over voor als iemand ooit de krachtcentrale wil repareren.

EoA onderzoekt de sleutels. Twee van de drie stadssleutels waren identiek, de dief had ook van elk type één exemplaar. Er waren twee verschillende sloten in de deur. Misschien hebben de oude solars ooit een heleboel sleutels gemaakt?

Als Ebon Rime bijkomt, vertelt hij dat hij in Yu Shan met Sol persoonlijk heeft gesproken. Die heeft hem bevrijd van de demonische controle en de stem in zijn hoofd, maar zijn exaltatie kon Sol niet meer terugnemen. Dus Ebon Rime is nu kasteloos! Hij kiest uit de wapenkamers een rood jaden full plate armor en idem dailkave, voor hem kost dat nu geen extra essence om zich er op af te stemmen.

Als we de kelders uit komen blijkt Vodak best ver gekomen te zijn. De onderste twee ringen van de stad zijn ontvolkt. In de tempels hebben 10.00 mensen weten te schuilen. Het zijn voor het overgrote deel kinderen. Ze eten appels en hebben fel gekleurd haar. Er zijn maar zo’n 1000 volwassenen.
De appels blijken afkomstig te zijn van de dragonborn. Hij staat in bloei en is omhuld door een wolk bijen. Overal waar een bij een bloem bezoekt is na een paar minuten een appel gegroeid. Ze zijn rood, geel, groen, maar ook wit en blauw en zwart. Er zitten een heleboel kinderen in de armen/takken van de bejaarde. “I am a lover, not a fighter,” hij vertelt dat als de kinderen ook maar een druppel drakenbloed in zich hebben, ze zullen exalteren als ze een appel eten. De kleur geeft aan wat voor aspect je wordt. Wat de gele appels doen vertelt hij niet, maar hij biedt Marina en Tawuz er wel een aan voor hun neefje Wijsheid. De oude ent wil nog steeds met ons mee naar buiten.

The RoSE – sessie 28

In de berg.

Eye of Autumn spreekt Sarina aan op het feit dat ze ook een Autochthoonse heartstone heeft, maar die niet weggeeft. Sarina legt uit dat die van haar erg nuttig voor haar is. En ze is de laatste tijd veranderd, minder arrogant geworden.
Als we uit de kelder komen, staat dezelfde wachter er weer. We vragen hoe we snel een audientie met de Mistress kunnen regelen. Dat kan via iemand in de Raad. Daar ztten ook drie personen in namens de wacht. Als het de veiligheid van de stad betreft kan hij ons wel doorverwijzen naar zijn kapitein. Hij schrijft iets op, doet een spreuk op het papier en geeft het aan ons. De inkt was zwart, maar is nu groen. Aan het begin van de gang zit de kapitein. Die heeft nog nooit van een ‘levende berg’ gehoord, maar wel van het volledig uitsterven van de bevolking toen dit nog een dragonblooded stad was. Ghurka doet de spreuk Speed The Wheels en weet de man te overtuigen dat een audientie belangrijk is. Hij maakt een tweede aantekening op het papiertje en doet ook een spreuk. De nieuwe tekst wordt oranje. Met dit papiertje gaan we naar de verdieping van de Tuinen. De wachter daar kijk even naar het papiertje, roept een vervanger en gaat weg.
Na enig wachten verschijnt hij met een oudere, kordate dame. Ze stuurt de wachter weg en gaat achter zijn bureau zitten. Met een breed gebaar veegt ze het leeg. Deze keer begint Ghurkan met het grote uitsterven van de dragonblooded. Dat de berg een primordial is geweest, vindt ze een sterk verhaal. Maar ze hoort ons aan. Als we vertellen dat we na een bloedoffer met een stadsgod hebben gesproken, klaart ze op en zegt dat ze een mooie straf weet voorde volgende dragonblooded die een overtreding begaat. Nadat we vertellen dat we de informatie van de mountain folk hebben en we de sleutel laten zien die we van de priester hebben gekregen is ze sceptisch. Maar ze doet een kleine charm, waaruit ze opmaakt dat we de waarheid vertellen. En dan geeft ze ons haar sleutel.
Daarna gaan we naar de markt, want de derde sleutel is bj de marktmeester. (De Mistress vertelt ons dat de drie oorspronkelijke families elk een sleutel hebben. In elke tempel vonden ze er één.) De gildemeester is een harde onderhandelaar. Hij wil misschien wel een autochthonian body-suit, maar is iet echt enthousiast. Zelf zat hij meer te denken aan een complete set kaarten van de Abscissic Workings of een deel van de Book of Three Circles (een toverboek). Ghurkan heeft van beide gehoord, maar weet dat, als ze nog bestaan, het zeldzame unica zijn. Uiteindelijk biedt hij de ketenen aan die de artisan ons voor hem had meegegeven. De gildemeester is hier wel in geinteresseerd: het stadswapen staat er op en de gezichtjes in het soulsteel zijn pre-menselijk. Dat betekent dat de stad ouder is dan de mensheid! Desondanks zijn het lange onderhandelingen maar ze worden het eens. (Ghurkan heeft hem overigens niet verteld wat het artifact doet.
We discussieren of we nog moeten blijven voor de raaddsvergadering. Maar we hebben het al met de Mistress besproken. We besluiten een herberg op te zoeken om morgenochtend goed gevoed en uitgerust op zoek te gaan naar de reserve pool.

De volgende ochtend staan er dubbele wachters bij de ingang van de Underways. Ze zijn nerveus en raden ons af om naar beneden te gaan. We zien ook sporen van een schermutseling. De wachter vertelt dat er de afgelopen nacht drie mannen warren met een zak waar zo te zien een mens in zat. Toen de wachter wilde wten wat er in zat trok ééntje opeens een enorme daiklave. Doie met de zak was zo te zien een Immaculate: kaalgeschoren hoofd, blootvoets, een andere was een grote vent in een schubbenpantser en de derde droeg zo te zien een chitinepantser.
“Opzij, opzij!” horen we achter ons. Er komen tien zwaar geharnaste krijgers aan. Eentje heeft de ketenen bij zich die we voor de sleutel hadden geruild. Iedereen gaat voor ze opzij en ze rennen de gang in.
Als ze weg zijn haasten wij ons naar de Mountain Folk. Eentje staat ons al op te wachten en vertelt dat er haast bij is. De Green Sun Princes hebben een dragonborn dood laten bloeden, en dat bloed is naar beneden gesijpeld en heeft Vodak’s interesse gewekt. De mountain Folk hebben er één gedood, maar die zijn bloed is ook op de grond gekomen. Al eerder hadden ze twee andere GSP’s verslagen. Nu zijn alleen de tovenaar en de dief van het gezelschap nog in leven en die zitten in een beschermende bol.
Ze opent een geheime deur. Er achter ligt een goed onderhouden gangenstelsel. Ze leidt ons naar een plek waar de geheime toegang tot de pool zou moeten zijn. Ze legt uit dat zij hem niet kunnen vinden omdat zij geen solars zijn. Tawuz doet Eye and Fngertips Wisdom en merkt dat dit niveau de vorm van een torus heeft. Ghurkan zet zijn anima aan en opeens licht er een aantal richtingaanwijzers op. We volgen ze en komen bij een plek waar het symbool van de stad op de wand oplicht samen met een waarschuwing tegen ongeautoriseerd binnen gaan. Als het volle licht van de anima er op schijnt, verdampt de wand. Er achter ligt een korte stenen gang, in de achterwand is een deur met twee sleutelgaten. Tawuz neemt de vorm van een kat aan om de achterhoede te bewaken. Ghurkan steekt twee van de stadssleutels in de deur en hij gaat open. Hierachter is een cilindrische tunnel met honderden openingen. Als Ghurkan door de deur stapt komen er allemaal scarabeeën uit de openingen. Die voegen zich samen tot één humanoïde vorm. Deze zegt: “Wachtwoord!” en begint af te tellen.
Tawuz mompelt: “De Maiden of Secrets weet het vast wel.” EoA herinnert zich opeens dat die ons inderdaad een blaadje met een code heeft gegeven. Ghurkan pakt het snel en leest de code voor.
“Geaccepteerd,” zegt de golem en hij breekt weer op in losse scarabeeën. Elke scarabee klimt met een klikje in zijn eigen holletje – elk holletje is een slotje. De deur achter ons sluit en die voor ons gaat open. We komen uit in een goed verlichte dwarsgang. Er is een kazerne tegenover ons, met uitrusting voor 100 dragonblooded. Jaden harnassen en daiklaves in alle soorten en kleuren, maar zonder sockets voor heartstones. Er liggen zelfs nog marsorders. Tawuz en EoA zoeken wapens uit.
We gaan snel door, linksaf. We passeren goed onderhouden tuinen, laboratoria, paleizen voor solars, lunars en zelfs siderials. Alles is open en klaar voor bewoning: meer dienstwoningen dan privé-verblijven.
Als we 1/8e van dit complex rond zijn, komen we bij een stermetalen deur. Hij heeft geen slot, maar de 25 sterrenbeelden die er op staan zijn beweeglijk. Het Masker is in zijn oude vorm. Dit is een deur voor Siderials. We speculeren dat er ook een solar deur is. Sarina gebruikt de Speeding Hare Method en rent met 70 mijl per uur het complex rond. Ze ziet dat er over 1/8e weer een deur naar buiten is, 1/8e verder een deur met sterrenbeelden naar binnen en zo voorts. Er zijn zevenhonderd paleizen. Dit is echt gebouwd als reserve huisvesting voor noodgevallen. Maar geen aparte deur naar binnen voor solars. We moeten echt de siderial deur open krijgen en daar is occulte kennis voor nodig. Sarina en Marina komen er samen uit: ze moeten vijf sterrenbeelden bewegen, geassocieerd met het element aarde plus de zon en Gaia.
Achter de deur is een gang, twee meter breed en honderd meter lang, schuin naar beneden. Hij is bedekt met een mozaiek van alle magische materialen, afbeeldingen van Sol, Luna en de vijf Maidens. Het voelt als een tempel. De gang komt uit in een kathedraalachtige centrale met consoles, nissen met maanzilveren spiegels en een enorme kaart van Creation in de First Age – veel groter dan nu, in het Westen is nog een heel continent. In het midden is een console in de vorm van een preekstoel. Midden erop is een orichalcum knop onder een adamanten afdakje. Aan weerszijden zijn twee sleutelgaten met een sleutel, orichalcum en maanzilver. Ze zijn zo ver uit elkaar dat ze door meerdere personen bediend moeten worden. Verder zijn er uitgangen links en rechts.
Tawuz blijft achter, onderzoekt verder en tekent de oude kaart over. De spiegels blijken toegang te geven tot het Sword Of Creation (wat nu de Imperial Manse heet), Yu Shan en Luthe (de verzonken stad waar Leviathan heerst). De anderen aan de zijgang in, die is ook mooi versierd. Er zijn hier werkplaatsen voor onderhoud. Dan, op 1/8e van de cirkel, komen ze bij een orichalcum deur naar binnen, met verzonken handafdrukken. Ghurkan legt zijn handen er in en geeft een mote essence uit. “Wachtwoord!” Hij leest het briefje weer voor, maar krijgt een behoorlijke electrische schok. “Incorrect!” De Maiden of Secrets vond het blijkbaar niet nodig dat we deze deur door gaan …
Sarina onderzoekt de afbeeldingen op de muren, op aanwijzingen voor het wachtwoord. Ze ontdekt dat de goden inderdaad in een afwijkende volgorde worden afgebeeld. EoA onderzoekt intussen de werkplaatsen. Ze zijn samen een Factory Cathedral, maar echt gericht op het onderhoud van deze centrale, niet voor het maken van nieuwe voorwerpen. Er liggen voorraden orichalcum, witte jade en stermetaal. Van de overige magische materialen is er maar weinig. (Witte jade is van het element aarde, dus dit is de reserve aarde-pool). Na ureen peinzen en puzzelen weet Sarina het wachtwoord. Ze krijgt de deur open. Hier is weer een gang naar beneden. Vloer, muren en plafond zijn bedekt met massieve plakken witte jade in geometrische patronen. High First Age. Sarina kijkt goed rond naar dreigingen, maar ontdekt pas te laat dat het tegelpatroon een essence-storm veroorzaakt. De gang wil haar in steen veranderen. Ze loopt een paar extreem pijnlijke verwondingen op.
EoA vliegt er langs. Zolang je de jade niet aanraakt kan dat. Aan het einde is weer een deur met twee handpalmen. Het lijkt alsof de gang specifiek voor lunars is ontworpen. Ze vliegt erheen, legt haar handen in de openingen, doet een schietgebedje en pompt er een punt essence in. “Wachtwoord!” Ze geeft het wachtwoord dat op het papiertje stond. FWOEMP! Licht geblakerd druipt ze af.
Sarina zet nu al haar gaven van Luna in. Ze begint het systeem door te krijgen. Deze gang is inderdaad voor lunars bedoeld. “Wat zouden jullie als wachtwoorden gebruiken?” vraagt ze. Tawuz noemt de namen van de godvormen van Luna op. ‘Klik’ De deur gaat open.
Hier is de kern van de berg. De essence zindert in de lucht, de deur moet snel dicht want we voelen dat het onze eigen essence opslurpt en alle niet-magische materialen verteert. Het is een ringvormige gang van buiten bekleed met witte jade en voormenselijk soulsteel, 1 mijl diameter. Sarina en EoA verkennen met de Racing Hare Method. Op 1/8e vinden ze weer een doorgang naar binnen Verder naar beneden is de volgende ring. Deze heeft vijftig poorten die naar binnen wijzen Elke gaat naar een kamer van adamant in de vorm van een diamant met de platte zijde onder. In het midden staat een kleine kubus van een complex van magische materialen. Het staat op zijn punt en roteert langzaam. Er voorbij is een gang verder naar het midden. Voorbij het kubusje is het zuigende effect weg. Er zijn in de centrale kamer nog vijf kubussen, in een piramidevorm. Er tussenin zit een bolletje van energie/materia.

“Majesteit, we zijn er.” We horen stemmen.
“Nou, waar wachten jullie nog op?” “Wat moeten we doen?” “Zet hem aan.” “We moesten hem toch vernietigen?” “Dat is hetzelfde.” “Maar dan gaan wij er ook aan!” “Nou en? Hier zijn jullie voor gemaakt.”
We zien dat de vier piramides van de basis sneller gaan draaien en die van de top langzamer. Eye of Autumn probeert het balletje te pakken. Dat lukt! Het blijkt Wyld energie te zijn. We rennen weg. In de isolerende gang ontwikkelt het bolletje een beschermend korstje. EoA stopt het in de setting van een heartstone. Oef! Dit werkt dubbel zo goed als een normale. Effectief is dit de heartstone van een elementaire pool. We hebben de vernietiging van de pool voorkomen door de energiebron er uit te halen. (Achter ons zijn alle kubusjes gestopt met draaien. De bovenste valt naar beneden en raakt daarbij beschadigd.)
We overwegen watte doen. De GSP’s bevechten? We moeten in elk geval ook voorkomen dat Vodak aanvalt! We speculeren. Het probleem met de primordials was dat ze nooit dachten dat ze konden sterven, dus ze hebben het principe van reincarnatie nooit op zichzelf toegepast. We kunnen hem op een idee brengen …

Zodra we uit het complex komen, zien we de mist. “Vodak! Wij vragen respectvol om uw aandacht.” Er vormt zich eennaakte dwerg uit de mist. “Wat moeten jullie?” Als de solars wat willen zeggen, mompelt hij: “Moordenaars.” EoA biedt haar excuses aan voor de daden van haar vorige exaltatie. Dan biedt ze hem het bolletje Wyld aan. “Een protoshinmaische energie vortex, wat moet ik daarmee? Meer van hetgene waar we uit gevlucht zijn?” We noemen het principe van reincarnatie. “Hoe kan ik nou reïncarneren?” “U bent een primordial, u bepaalt de werkelijkheid!”
Hij steekt zijn hand uit en raakt het balletje aan. Voor EoA voelt het alsof de onderwereld haar aanraakt. Langzaam verdwijnt de dwerg, en daarna de mist, in het bolletje. Dan is het stil.
We kijken om ons heen. Zou hij reïncarneren? Wanneer zouden we er achter komen?

Flop! Opeens valt het lichaam van Ebon Rime uit de lucht. Het hart mist, maar hij leeft nog wel – de exaltatie is er nog maar hij zal snel dood zijn. De laatste keer dat we hem zagen was hij echt dood en we hebben hem begraven.

7 Xp

Tanais – 41

14-iv-R1 avond
De eerste gasten komen over een uurtje aan uit Selene en Vixen. Risha regelt een erewacht en het keukenpersoneel wordt op alert gezet. Chantal is er niet bij, zij is al de hele middag niet gezien. Twee mannen te paard arriveren met een klein gevolg. Ze zijn gemakkelijk uit elkaar te houden. De ene groep is lang en slank, de andere kort en gedrongen. Ze worden hartelijk begroet en stellen het op prijs dat de koning zelf op de drempel staat. De lange man stelt zich voor als Siram Couleur uit Selene en de korte is de dwerg Barkust Krambach uit Silver. Siram heeft zes zwaardvechters bij zich en Barkust heeft een gevolg van zes stevige mijnwerkers met bijlen.
Risha laat hen zich eerst op hun gemak opfrissen in de gastenverblijven, daarna is er een feestmaal en zijn er aftastende gesprekken. Siram wil weten wat onze mening is over de Noordelijke Liga, en als blijkt dat wij daar positief over zijn, worden we verwelkomd als toekomstig lid. Er worden ons gouden bergen in het vooruitzicht gesteld. Risha vraagt terloops naar lunars. Siram is eerst een beetje afwachtend, maar geeft dan toch wat informatie. Lunars wonen in de bossen en leiden een beetje schimmig bestaan, ze zijn meer sprookjes dan werkelijkheid. Chang neemt waar dat Siram er een beetje bang voor is, het is een taboe onderwerp.
Gwan begint over de handel. Barkust verontschuldigt zich voor de overlast van het eilandje voor de kust. Ze delven daar naar Bauchliet. Hij laat een zilvergeel glimmend metaal zien. “Het is heel kostbaar, als jullie daar meer van hebben ben je rijk. In het Zuiden maken ze er magische spullen van. Vooral in Geb.”
Chang vraagt hoe ze tegenover Eénoog staan. Selene heeft er geruchten over vernomen: “Een gevaarlijke knaap en hij is in rap tempo jullie handel aan het overnemen. Let op je handelsmonopolie. We drijven liever met jullie handel. Maar als jullie geen veilige haven en wegen kunnen garanderen, dan moeten we wel met Eenoog in zee gaan.” Wij waarschuwen Siram voor de duistere magie waarmee Eenoog nieuwe volgelingen maakt en Gwan vertelt hóe naar ze zijn. Siram en Barkust zijn onder de indruk. Ze beloven om ons bij te staan in de strijd. Siram zegt: “Zijn jullie je er van bewust dat de oude Hoogzetel door Eenoog wordt bezet?” Dat ligt gevoelig nu de Wyld weer weg is. Hij vertelt dat er in de bergen van Chetwood een uitkijkpunt is. “Het is van oudsher een belangrijk religieus centrum. De wereldlijke macht wordt door jullie te Bronwë gevestigd. Maar de geestelijke macht wordt al van lang vóór de komst van de Shintasta vanuit de Hoogzetel aangestuurd. Het is de hoogste plek op de berg, een uit de rots gehouwen troon. Heel heilig in de oude Soulfield traditie.”
De delegaties hebben een lange reis achter de rug en men wil vroeg naar bed. Wij ook. Als Gwan probeert in slaap te komen voelt hij iets zachts en warms in zijn nek. Hij grijpt er naar en een grote vleeermuis fladdert naar het plafond. Er zitten twee gaatjes in zijn nek. Het bloedt een beetje maar doet geen pijn. Hij rent naar de dokter. Die plakt er een pleistertje op en reageert vooral kalmerend: “Het is maar een beet van een beest.” Gwan is bang dat hij is vervloekt doordat hij een muntje van Eenoog in Sorceror’s Well heeft gegooid. “Dat moet je inderdaad niet doen.” Gwan besluit dat deze man hem niet kan (of wil) helpen en klopt aan bij de hoofdbrahmaan. Deze is een beetje verbaasd om midden in de nacht te worden gewekt. Maar hij erkent dat dit een belangrijk iemand is en doet alsof hij het niet erg vindt. “Er zijn twee dingen aan de hand: 1. U bent door een vleermuis gebeten en 2. U bent door Eenoog vervloekt. Die beet, die is niet ontstoken of zo, daar is niks mis mee. Tegen het tweede hebben we een reinigingsritueel. Een week lang de juiste gebeden en gezangen. Ik zie u morgenochtend om 7 uur in de meditatiezaal. ” Terug in de kamer hangt de vleermuis nog aan het plafond. Gwan jaagt hem het raam uit.

15-iv-R1
Jarin wekt Gwan in alle vroegte, beleefd en netjes op tijd. In de meditatiezaal mag Gwan op een speciale stoel gaan zitten terwijl de brahmanen cchanten en hem af en toe bewieroken. Het duurt drie uur.
Chang gaat intussen met een paar brahmanen, een aantal manschappen en een heleboel burgers Bronwë opkuisen.
Risha wil bij Chantal langs gaan, maar bij het vrouwenverblijf wordt hem verteld dat ze nog slaapt. Hij is bezorgd. Dan gaat hij verder gastheer spelen.
Claude gaat vandaag touw laten slaan. Een dik koord om de duikklok mee op te hijsen en neer te laten en een dunne lijn voor de signalen tussen bodem en oppervlakte. Verder doet hij wat finishing touches en hij vraagt of Daguerre voor twee weken proviand en water aan boord kan brengen. “Wil je mee op zeiltocht?” Het is -10 °C en windkracht 8, toch zegt ze ja.
Onderweg voelt Chang ritmische aardschokken. Er komt iets heel erg groots, zwaars en lomps deze kant op lopen. De mensen zijn bang. Hij stuurt iedereen terug en laat de koning waarschuwen. Bij Arjan’s Abode begint het ook te dreunen. Het passeert Bronwë en loopt naar het Zuiden. In AA is ook iedereen paraat. Risha zadelt zijn groene paard en rijdt er op af. Een kilometer of 10 verderop verderop ziet hij reuzen van ijs, van wel 50 meter hoog, die vrolijk lachend en springend naar het Zuiden gaan. Risha rijdt er achteraan, maar zijn paard kan ze niet bijhouden. Ze hebben plezier en zijn zeker niet uit op vernielingen, er is wel een kapotgetrapte boerderij maar die hadden ze gewoon niet gezien. Risha verstaat hun taal niet. Hij keert terug. De mensen uit Selene kennen dit soort reuzen wel. Ze zijn misschien op weg naar de bergen in Targon. Reuzen zijn intelligent, maar je moet ze gewoon hun gang laten gaan. Er is niet met ze te praten.
Na de ceremonie praat Gwan nog even met de brahmaan. Die denkt dat de kans op vampirisme klein is, maar Gwan moet niet meer aan de wond pulken.
Claude kiest intussen het ruime sop. Hij brengt de mensen in gereedheid, laat alles inladen en spant een paard voor de Katamaran. In zee hijst hi de zeilen. Ht is moeilijk varen vanwege de storm, maar met veel techniek en charms lukt het. Hij legt alles uit aan Daguerre. Vroeg in de avond leggen ze aan bij het derde eilandje. Er liggen mensenbotten op het strand. Claude onderzoekt de botten op het strand. Sommige liggen er al heel lang, sommige veel korter. Ze variëren van 400 tot 5 jaar oud. Ze besluiten toch maar op een zandbank aan te leggen en de avond wordt gezellig.

Risha gaat bij Chantal langs. Ze is aan het weven. “Wat kom je doen?” vraagt ze boos, “de winter is jouw seizoen. Ik hoef pas in de lente weer op te treden.” “We doen alsof we getrouwd zijn,” zegt hij voorzichtig, “maar dat zit me toch niet helemaal lekken. Ik wil eigenlijk ons huwelijk formeel maken…” Ze verslikt zich. “Dat ritueel met een dood paard en een deken? Daar heb ik echt geen zin in!” Ze vertelt dat Sandra en Florence haar er al op hebben voorbereid dat de brahmanen het gedoe met het paard al aan het voorbereiden zijn. Risha is helemaal verbaasd. Hem was hier niets over verteld. “Zijn er nog soulfield priesters?” vraagt hij. “Ja, maar met een Soulfield huwelijk maak je de brahmanen en alle shintasta tot vijanden en bovendien geef je er mij alle macht door.” Ze vertelt verder dat de Soulfield rituelen onder vrouwen nog heel populair zijn. En ze hint: “De geesten van de Soulfields wachten op hun koning. Je maakt de brahmanen heel blij als je een lege urn in Bronwë plaatst en je maakt de Soulfielders blij als je hun de as van hun koning geeft.” Risha belooft er aan te denken en hij gaat nadenken over hoe het huwelijk minder weerzinwekkend voor Chantal kan worden.

Gwan bereidt de aankomst van de volgende delegatie voor. Hij rijdt ze tegemoet en komt een man tegen met een gevolg van 10 kerels. Ze dragen het banier van Vixen. Hij begroet hen hartelijk. De man zegt: “Wat fijn, een voorhoede om ons welkom te heten. Ik ben MacArthur.” Hij vraagt of Gwan de vorige gezant van Vixen heeft gezien. Nee, Gwan was op rondreis toen zij aan het hof was. Als ze aankomen bij het paleis is MacArthur oplettend en neemt alles in zich op. Hij is blij verrast als hij er achter komt dat Gwan niet zomaar een dienaar van het hof was, maar de minister van handel.
Even later arriveert er een dikke, kleurig geklede, bazige vrouw met zes man in haar gevolg. Ze stelt zich voor als Bambi Chachetenie van Sesklo. Het klikt al snel tussen haar en Risha. Sesklo hoort niet bij de Noordelijke Liga. Maar de handel met Shintasta ligt al heel lang stil en ze zijn geïnteresseerd in metalen, met name Bauchliet.

Chang keert weer terug naar Bronwë. Daar beginnen ze met het opruimen van de ambassadestad. Het is heel vies allemaal. Eerst laat hij de menselijke resten opruimen. De meegekomen brahmanen zien er op toe adat alles eerbiedig verloopt. Ze verzamelen hout voor de brandstapels op het ambassadeursplein. Eén huis is groter dan de rest. Daar neemt men zijn intrek als het donker wordt.

Bij de avondmaaltijd socialiseren Gwan en Risha. Bambi en de dwerg zijn met elkaar in gesprek geraakt. MacArthur en Sirian houden een vijandige afstand. Sirian is terughoudender geworden. We hebben onze officieren ook uitgenodigd voor het feestmaal en het wordt gezellg. Naast Risha’s bord arriveert een enveloppe van hoofdbrahmaan Shivanesh. “Nu is het tijd om Chantal ten huwelijk te vragen.” Jamaar – de fictie was dat we al getrouwd zijn! Anders was de kroning van haar zoontje Idris ook niet geldig. Hoe red ik me hier uit? Als we het groene paard offeren dat van gras en kruiden is gemaakt, daar zal Chantal wel mee kunnen leven.
MacArthur neemt het woord. Hij verwelkomt ons in de Noordelijke Liga. Gwan legt handelscontacten met Vixen. Hij ontdekt dat MacArtur en Sirian oude bekenden zijn. Ze komen elkaar steeds tegen bij besprekingen in het buitenland. Er is ooit een duel geweest en Sirian heeft gewonnen. Risha praat met Bambi. Zij vindt het logisch als wij naar hun doorvoeren, want onze haven is te klein. “Om echt mee te tellen in de grote wereld moet je meer stad zijn dan platteland. Wil je met de barbaren in zee, of met ons? Er zijn meer opties dan de Noordelijke Liga.” Risha geeft aan dat hij Soul ziet als een tussenvorm. “Dus u ambieert een sleutelrol? Dat is heel interessant.”
De hoofdbrahmaan neemt het woord en zegt dat de koning een mededeling heeft. Risha zegt: “Chantal en ik zijn natuurlijk al getrouwd, maar nog niet voor de Shintasta traditie. De brahmanen willen u graag verheffen met een uitvoering van onze heiligste riten en ik bied Chantal hiervoor mijn eigen groene paard aan.” MacArthur zegt: “Laten we daar op proosten!”

Midden in de nacht heeft Claude een bizarre droom. Hij loopt door een shopping mall. Er is een symposium van iets wat Herbal Life heet. Hij zit dat met een zwarte vriend voor. Zijn kameraad heeft een zeer geamuseerde grijns. Ze bedotten rijke dametjes. Ze hoeven het niet te doen, want ze bulken van het geld. Er is een duistere wending: sommige van de dames gaan er van dood. Ze hebben een zijhandeltje in organen!

3 xp

The RoSE – sessie 27

In de berg.
We kijken om ons heen. We zijn anders gekleed dan de bewoners: die lopen in t-shirt en teenslippers. We passen onze kleding een beetje aan, de bontlaarzen en mutsen gaan weg. De mensen zijn bleek van huid, de meesten zien nooit daglicht. Een enkeling heeft wel gebruinde armen en gezicht. We besluiten eerst eens rond te gaan kijken en lopen een tijdje door de stad. Hele families wonen in één kamer. Soms zitten er zelfs twee, gescheiden door een gordijn. EoA vraagt aan een voorbijganger waar de winkels zijn. “In het Guild-district, één laag hoger.” Ghurkan vraagt naar kroegen. De man twijfelt en verwijst ons dan naar de Food Market.
Bij de tunnel omhoog staat een wachter. Hij vraagt naar onze pasjes. We laten de door Tawuz gemaakte pasjes zien. Hij accepteert ze, maar merkt op dat we pas vandaag zijn aangekomen. Hij vertelt ons de regels van de stad. Die zijn strikt en de gemeenschap speelt een grote rol. Ze zijn opgesteld door Beth-Ann Redeye, de stichtster van de stad. De huidige heerseres is al in de 50 en is haar opvolgster aan het inwerken. De stad bestaat uit vijf lagen. Bovenin is de ‘tempel ring’. Daaronder ligt de ‘buitenste ring’ met de markten en het guild district. Dan komt de ‘middelste ring’ waar we nu zitten. Onder ons is de ‘binnenste ring’ met de woningen der rijken, de tuinen en de regering. En helemaal onderin zijn de ‘underways’. Dat laatste is niet één laag, maar een verzamelnaam voor alle tunnels, mijngangen en grotten onder het bewoonde deel van de stad. Hij waarschuwt ons dat we niet in de tuinen mogen komen. Als AoE vraagt naar de lichtbron, zegt de wachter dat dat een geheim is. We gaan verder en komen aan op de Food Market.
Op de markt ruikte het heerlijk. De meerderheid van het eten is op basis van paddestoelen. Veel onderaardse dingen, maar we zien ook een hertekarkas en jams op basis van wilde bessen. Er zijn ook mensen die het gebruik van een vuurtje of andere warmtebron aanbieden voor mensen die de aangeschafte waar willen bereiden. Iemand verkoopt hallucinogene paddestoelen. “Wat doen die?” vraagt EoA. “Daar ga je mooi van dromen. Niet zo mooi als in de tempel maar het maakt het draaglijk.” Ze koopt een portie voor 1 yuan. Dan komen we bij de doorgangen naar de andere markten en naar het tempel district. Maar eerst een hapje eten. Eten en drinken zijn goedkoop. De mensen zijn ontspannener dan elders. We horen zelfs een woordenwisseling op iets luidere toon dan het gebruikelijke fluisteren.
Sarina gaat een dronkelap uithoren. Ze vraagt naar de Past Masters. “Je bedoelt de oude families?” “Uh, ja.” “Nou die wonen in het tuindistrict.” We komen er achter dat het leger bestaat uit mensen van een oude familie. De priesters zijn dat door roeping. Dat gebeurt wel eens als men gaat slapen in de tempel, anderen worden gillend wakker en rennen de stad uit. Maar de meeste mensen krijgen nuttige dromen. We worden nieuwsgierig naar de stadsgoden en besluiten in de tempels te gaan overnachten.Ghurkan wil wel reserveren in een hotel, maar Tawuz wil ook best als kat onder een tafeltje slapen. Nu we er opletten, zien we inderdaad huisdieren. Katten, ratten, zelfs iemand met een schaap dat achter hem aan trippelt.
Bij de opgang naar de tempels staat een man in een zilveren borstkuras. EoA complimenteert hem en we horen hem uit over de tempels. Er zijn er drie, wat ze onderscheidt weet hij niet. Hij adviseert ons de priesters niet lastig te vallen. Ze zijn een beetje vreemd. Bij sommigen komt er zelfs geen zinnig woord meer uit. Er zijn afbeeldingen van vliegende hagedissen. De term ‘Dragon Kings’ zegt hem niks. “En dat zingen, daar moet je ook aan wennen. Het is onverstaanbaar, maar het schijnt een grammatica te hebben.”

We moeten een heel eind lopen. Als we aankomen, zien we dat er gewoon mensen wonen. Eentje ligt plat op de grond en zingt een hymne. Als we goed luisteren, blijkt het een avonturenverhaal te zijn, in Old Realm met een zwaar Dragon King accent. Ergens anders vinden we een groepje mannen die hetzelfde zingen, synchroon met de eerste. We vinden een gang naar buuiten. Hij eindigt hoog in de bergwand, onder een overhang. Handig! Tenminste voor de lunars en Sarina.
Dit niveau bestaat uit veel gangen. Ze hebben rare proporties. Volgens Sarina e Ghurkan zijn ze gemaakt voor Air Dragon Kings. We gaan een tempel binnen. De afbeeldingen zijn inderdaad van dragon kings. Mensen aanbidden hen, ze brengen offers van uitgereten harten. Het is druk bewerkt, maar niet zo protserig als de tempel van Sol op de heilige berg. Er worden wel mooie kostbare edelstenen gebruikt. Op het altaar brandt een essence vuur.
Ghurkan kijkt eens naar metafysische zaken (lore). Hij merkt dat dit van oorsprong geen tempel was, maar een vergaderzaal die later is omgebouwd. De altaren zijn first age, de rest is (veel) ouder. Sarina zoekt naar goden n geesten. Die zijn er niet, maar ze voelt wel iets en voelt zich bekeken. Is er misschien een stads-intelligentie? Tawuz gebruikt weer de Eye and Fingertips Wisdom en ontdekt dat er tussen/boven de drie tempels een doorgang is naar een vierde, de top van een tetraeder.
In de gang naar tempel twee zijn de muren bedekt met inscripties. Ook Old Realm. Het zijn verhalen van de tijd vóórdat er mensen waren. Zelfs het scheppingsverhaal van de mens, hier in deze berg is de Clay Man gemaakt door Autochthon. Er zijn meer verhalen over hem en over andere primordials. De berg zelf was er ook een, de levende berg. Zou dat zijn wat Sarina voelt?

De kristallen in de wand dimmen tot maanlicht. Avond! We gaan terug naar de tempels, we willen naar de verborgen vierde. Als we zien dat vijf monniken een mandala gaan tekenen, blijven we even kijken. Ghurkan herkent het als een stroomschema van een luchtschip. Alks het klaar is, komt er een hooogbejaarde man in vodden aan. Hij prikt in zijn vinger en laat een druppel bl,oed op de tekening vallen. Die spat uiteen tot de vorm van een perfect tandwieltje met vier uitsteeksels. EoA spreekt de oude man aan. Ze wil een offer brengen van haar eigen bloed. “Dat is heel wat, van een vertrouweling van Luna.” EoA complimenteert hem met zijn opmerkzaamheid.
Als het bloed op het altaar valt, vult maanlicht de hele tempel. De priester spreekt in Old realm. Hij heet ons welkom en vraagt om het Deliberative op de hoogte te brengen van Vodak. Dat is de geest van de eerste door de solars verslagen primordial. Als we zweggen dat we van het Deliberative komen, draagt hij ons op er wat aan te doen. Hij is een van de stadsgoden die door de priester heen spreekt. Hij weet zijn naam niet meer, die is verloren gegaan bij het ontstaan van Vodak. De reservepool is vlak bij de gate naar Autochthon. Dat is symmetrisch (octaeder) onder de piramide. De top is de gate naar Yu Shan. Zijn energie raakt op. De laatste woorden zijn: “De Mountain Folk kunnen helpen. Pas op voor dode goden, oude goden, monsters.”
Als de priester tot zichzelf komt, vragen we naar de Past Masters en de drie sleutels. “Eén is bij de Mistress (burgemeester), één bij het gildehoofd en eentje,” hij pakt zijn ketting en trekt die over zijn hoofd. Er blijkt een jaden sleutel aan te hangen. “Die is voor jullie.” Ghurkan neemt hem aan. De priester zegt: “Ik hoop dat jullie een solar vinden.” Ghurkan zegt: “Geen probleem,” en zet zijn anima aan. “Goh,” zegt de priester, “dan ken ik iemand die u heel graag wil ontmoeten.” Hij leidt ons naar een kamer in het midden tussen de tempels. Er staat, in wat aarde, een soort mens-boom. Hij ontwaakt langzaam en zegt dat hij de zoon is van Sextes Jyles, de hout-draak. Een oervader van de dragon blooded!
Hij zegt dat er gebeurtenissen op stapel staan zoals bij hun ontstaan – dat was om de primordials te verslaan. Daarvoor zullen wij zijn kinderen nodig hebben. Als we ons karwijtje hier hebben afgehandeld, kunnen we hem dan mee naar buiten nemen, naar zijn kinderen? Dat beloven we.
De priester geeft ons toestemming om hier overal te komen. De taal die hij spreekt, kent hij niet. De inscripties ook niet. De gezangen en de tekeningen zien ze in hun dromen. Dragon blooded (behalve de stamvader) krijgen hier altijd nachtmerries. Dan verontschuldigt hij zich, “want het is tijd”. Hij loopt naar een tempel waar een mandala bijna af is. Hij maakt hem af met blauw zand. Er ontstaat weer een tandwieltje.
We besluiten naar de verborgen vierde tempel te gaan. De toegang is gemaakt voor vliegende wezens. Dat is voor de lunars geen probleem. Met enige moeite en een touw krijgen we Ghurkan ook boven. De vierde tempel bevat een gate naar Yu Shan. De afbeeldingen zijn uit de tijd dat het nog bewoond werd door de primordials. Er ligt een dikke laag stof. Sinds de primordial war is hier niemand meer geweest. Sterker nog, er was ons verteld dat er geen gate naar Yu Shan was hier! Op een tafeltje vindt Ghurkan een fles wijn. Als hij het stof er af blaast, ontdekt hij dat het een onbetaalbare wijn is. Van vóór de first age.
Sarina dematerialiseert om de gate op spiritueel niveau te zien. Het is een poort en er zit een adamanten hangslot op. Haar lockpicks heeft ze van de dragon kings gekregen, het slot is door dragon kings gemaakt … dat sluit op elkaar aan. Ze concentreert zich en gebruikt haar Larceny Excellency en het slot gaat open. Als ze tegen de poort duwt, komt er een muffe lucht uit. Wij zien de gate open gaan. Een donkere gang met stilstaand water. Heel anders dan de hemelpoorten die we eerder hebben gezien.
We gaan naar binnen. De gang is 50 meter lang en eindigt weer in een afgesloten gate. Sarina weet nu hoe het werkt. Als we hem openen blijkt hij uit te komen in het hoofdriool van Yu Shan. Heel mooi, maar het stinkt net zo hard als een aards riool. We weten nu een onbewaakte ingang! We sluiten alles weer af en gaan slapen.

In onze dromen zien we de aanva van Vodak. Dit is de nachtmerrie die de dragonblooded ook krijgen. Ghurkan wordt badend in het zweet wakker, hij wéétn nu dat Vodak er is, en waar ongeveer. De rest van ons bedwingt zijn angst en observeert hoe het verder gaat. We zien de Mountain Folk arriveren, een hinderlaag leggen. Er zijn enorm veel krijgers en werkers en een tiental magiërs die magitech gebruiken. Ze praten met een draak die de berg gaat bewaken. Dan opent één van hen een poort. We zien een ingewikkelde machine met een pulserende bol die van kleur verandert. De dodelijke mist die Vodak is trekt zich terug naar de onderste niveaus.
Als we ’s morgens naar de gewone tempel teruggaan, zien we priesters die een schapenbout in het essence vuur houden. Ze zingen in de taal van de dragon kings een kinderliedje over het plezier van het vliegen. Ghrkan noteert de tekst met een schrijfveer die hij van de dragon kings heeft gekregen.

Dan gaan we op weg naar de onderstad. Tawuz leent een orichalcum grand daiklave van Ghurkan. Die is van Filial Wisdom geweest. De wachter bewondert onze wapens en wenst ons succes. Hij zet een stempel in de pasjes waarmee we, ook als we langer dan een maand beneden blijven, een extra dag krijgen om weer in de stad inkopen te doen voordat we naar buiten moeten. Hij vertelt nog dat hij zelf ook wel naar binnen is geweest.
Als we de neerwaartse gang in gaan neemt Tawuz zijn kattevorm aan. Het is vrij donker want het merendeel van de lichtkristallen doet het niet meer. We lopen verder door en vinden de trap naar onder. Hier worden de gangen hexagonaal. De zijgangen zijn uitgehouwen en ruw gestut. In de mijnen is jade gedolven: we vinden nog dunne adertjes in de wand en korrels op de grond.Het valt de eesten van ons op dat er boomwortels uit het plafond hangen. Hier? Op deze diepte? Alleen Sarina merkt niets, die is echte wortels gewend uit Nexus. De wortels grijpen opeens naar haar, maar ze weet ze te ontwijken. Het is wel de richting die we op moeten! We gaan dus door. Tawuz en EoA nemen hun war-form aan. EoA heeft opeens een kwikzilveren sikkel vast: Shalgero’s Pride, haar vervloekte wonderwapen. Ze beginnen de tentakels weg te slaan. Sarina ook, in de achterhoede. We slaan er flink veel van af, Dan valt het monster uit het plafond. Het is een grote doorzichtig-witte amoebe die bovenop Tawuz valt en hem begint te verteren. Tawuz zet koers naar de donkerdere celkern. Sarina slaat en consumeert essence van de blob. Ook Ghurkan slaat en raakt.EoA verandert Shalgero’s Pride in een lans en chargeeert. Ze raakt Tawuz gelukkig niet. Tawuz valt met de grote daiklave de celkern aan en splijt die. Hij neemt een grote slok van de inhoud. Het blijkt een god te zijn en hij heeft de knack niet om daarvan de vorm aan te nemen. Het monster is een ‘leech god’. Hij is stervende maar nog niet dood en is nog steeds bezig Tawuz te verteren. Sarina slaat weer en raakt, ook Ghurkan raakt. Het wezen sterft en desintegreert. Het rondspetterende sap raakt zowel Sarina als Ghurkan en vooral de laatrste wordt akelig getroffen. Sarina eet de Essence op.
We lopen door. Na een tijdje komen we bij een plek waar anderen met net zo’n wezen hebben gevochten. Er is magie gebruikt want we vinden smeltsporen en resten van bronzen wespen. Ghurkan ziet hieraan dat het infernals zijn geweest. De lunars rimpelen hun neus: bah, muizenpoep! Maar geen gewone muis. Het ruikt als de Mouse of the Sun van Sango. Eén dag vóór ons. Volledig op scherp gaan we verder. Op een gegeven moment gaat het muizenspoor een zijgangetje in. Wij gaan door naar de poort van Autochthon. Met Eye and Fingertip Wisdom vindt Tawuz de verborgen doorgang. We komen in een grote zaal met afbeeldingen van machines, tandraderen en zuigers. Sarina dematerialiseert en ziet een spirituele poort. Er zitten acht sloten op van een complexiteit de ze nog nooit gezien heeft. … Ze raakt gefascineert en stort zich er op. Tijdens het eerste slot realiseert ze zich dat ze in een vorig leven ook eens heeft geprobeerd om een portaal naar Autochthon te openen. Toen hadden ze er met twintig solars twee jaar aan gewerkt en kregen ze nog maar zes van de sloten tegelijk open. Daarna hebben ze het maar opgegeven.
Ghurkan haalt een autochthonian heartstone tevoorschijn en stopt er wat essence in. Ping! Eén van de sloten springt open. Hij realiseert zich dat de solars acht verschillende heartstones hebben gevonden in Autochthon’s smidse in Yu Shan.
Achter ons staat opeens een blauwe bebaarde dwerg in harnas. “Waar zijn jullie helemaal mee bezig?” Ghurkan zegt: “Ik wilde graag uw aandacht trekken en deze sleutel laten zien” Hij toont de sleutel die hij van de priester heeft gekregen. “Ah mooi, de sleutel. En heeft u ook de toverspreuk?” ”Nee die kennen we niet.” Ghurkan begint over sleutels, maar de dwerg begrijpt hem niet. Dan vraagt Ghurkan naar de artisan. “Ik had gehoopt dat dit niet nodig was,” zegt de dwerg, “dat maakt de zaken altijd nodeloos ingewikkeld.” Mopperend stapt hij de muur in. Tien minuten later komt er een 2,50 meter lange beeldschone vaag-vrouwelijke gedaante binnen. Ze begroet Ghurkan, maar is zeer sarcastisch. EoA stapt er tussen en neemt het gesprek over. De artisan is haar beter gezind. We vertellen over de Green Sun Princes. Ze zegt dat het er vijf zijn. Ze wil ons wel iets geven om tegen de sleutel van de marktkoopman te ruilen, iets wat wij weerzinwekkend zullen vinden: Shackles of Doom, boeien om een exalt mee onschadelijk te maken.
Dan vragen we naar de Clay Man. “Waarom wil je dat weten?” “Vanwege de Great Curse.” “Wat voor goed doet het de rest van de wereld?” “Wel, solars zouden geen waanzinnige heersers meer worden, lunars zouden samenwerken, siderials zouden het doorhebben dat ze incomplete informatie hebben.” Ze vertelt ons dat hij in het Zuiden zit. Verdcer wil ze vooral niet lastig gevallen worden. Ja, als we de gate naar Autochthon open krijgen dan wil ze het wel weten. En als we een autochthoonse exalt vinden. En Vodak niet laten wakker maken wordt ook gewaardeerd.
“En die vijf green sun princes?” “Die zoeken de Gates of Creation.” “Dat kennen wij als de reserve pool.” “De sleutels kunnen jullie helpen, maar jullie moeten er wel zijn voordat zij de lokatie vinden.”
EoA vraagt of ze kan helpen. Ghurkan biedt haar de autochthoonse heartstone aan. “Als teken dat solars kunnen veranderen.” Ze accepteert en belooft dat de green sun princes wat vertraging zullen oplopen. Ze hoopt ons een week te kunnen geven. Ghgurkan belooft haar dat als wij winnen, hij en zij de fles wijn zullen opdrinken. Haar ogen lichten op. “Dat is een goed jaar.” Ze schudden elkaar de hand. “Ik hoop dat je zult winnen,” zegt ze.

Ghurkan leert de Eye and Fingertip Wisdom van Tawuz. Ze praten nog over een tegenprestatie. Tawuz is op zoek naar een goed wapen en Ghurkan heeft een winkel. Als hij het niet heeft liggen, kan hij er aan komen. En anders kan hij Tawuz trainen, attributes of abilities.

5 Xp

Tanais – 40

11-iv-R1
Gwan komt in het donker aan bij Shearton. Voor de stad is een heuvel met krotjes en bovenop een paar fakkels. Hij negeert de heuvel en rijdt door naar de stadspoort. Die is al gesloten en als hij aanklopt hoort hij een stem van boven: “Wie is daar?” “Goed volk.” “Goed volk kennen wij niet. Wie ben je?” Hij stelt zich voor als Gwan, administrateur van de koning. Ze reageren spottend: “De Koning? En wie is de enige god?” Gwan moet lachen. De wachters snappen niet wat hij zo grappig vindt en de brahmaan die met Gwan meereist al helemaal niet: “Dit is niet goed. Dit klinkt als éénoog. En ik ga niet liegen, ik ga niet de stad in door mijn geloof te verloochenen.” Gwan zegt: “Er is niet één god.” Hij krijgt een pleepot over zich uitgestort en de poort blijft dicht. Daarna gaat hij maar het grindpad op tussen de krotten door naar de top van de heuvel. De fakkels verlichten twee kruisen waar mannen aan hangen. Zonder iemand aan te spreken gaat hij een half uurtje terug langs de route waarlangs hij naar de stad kwam en slaat kamp op op een veilige plek. Hij passeert nog en paadje naar het Noorden, maar dat negeert hij.
Chang en Risha doen die avond niks bijzonders. Chang gaat kijken hoe het met Daguerre gaat. Ze knapt al aardig op, is vrolijk en babbelt.

12-iv-R1
Claude gaat verder boten bouwen. Jarin traint boogschutters. Om zeven uur houdt Chang appèl en traint Adrarn. Risha geeft zijn volgelingen wat quality time.
Gwan reist weer naar Shearton. De poort is nu open. Er staan twee wachters (niet dezelfden als vannacht). Ze stellen dezelfde vraag en Gwan antwoordt: “De god van de shintasta?” De deur wordt in zijn gezicht dichtgesmakt. Hij wacht totdat die weer open gaat. Na een uur wordt er iemand in een oranje gewaad en met een kaal hoofd naar buiten geknikkerd. De poort gaat meteen weer dicht. De man trekt zijn kleren recht en loopt weg. Gwan stelt zich aan hem voor en vraag wat er is. “We zijn niet meer welkom. De mannen van Eenoog hebben de macht gegrepen. Ze hebben de Revolutionaire Raad gekruisigd. Eerst kwamen ze voor handel, ze brachten welvaart en toen begonnen ze eisen te stellen. De Revolutionaire Raad wilde de oude goden weer invoeren. Tsja, maar om ze daar nou voor te vermoorden… Niet iedereen hangt Eenoog aan, maar wij zijn niet meer welkom.” De monnik nodigt Gwan en de brahmaan uit om mee te gaan naar het klooster. Ze slaan het paadje naar het Noorden en komen bij een leefgemeenschap van monniken. Ze zijn inderdaad bevreesd voor een aanval van Eenoog. Er zijn volgens hun overigens ook meer shintasta in de stad dan normaal. Er is een levendige handel in hout en schapen. Gwan vraaagt aan een paar monniken die daar zitten te mediteren of ze een visioen voor hem kunnen vragen. “Meneer, ik wil u niet uit uw comfortabele bestaan halen, maar visioenen zijn toch echt illusies. Wilt u een kopje thee?”
We gaan verder met Claude. Hij is mensen aan het opleiden. Tussen de werkzaamheden door bouwt hij aan een duikklok. Hij kijkt ook nog even naar de keukencatamaran. Die is nog in prima staat. Als hij weer terug komt bij de werklui treft hij Célène Granchère, de ambassadrice van Vixen. Ze vraagt wat ze aan het doen zijn. “Een boot bouwen. Waarom wilt u dat weten?” “Ik zoek overtocht naar Bauchliet, is er iets te regelen?” Dat is het eilandje waar de vervuiling vandaan komt. Claude antwoordt: “Ik kan u wel brengen.” “Idealiter zoek ik iemand die mij de komende één a twee weken kan vergezellen.” “Ik kan u alleen brengen, voor vijf goud.” “Dank u, maar dan zoek ik wel iemand anders.” Ze worden het eens op vijf zilver. Claude pakt de eerste de beste boot die al af is en vaart met zijn extra goede zeiltechniek in drie uurtjes naar de overkant. Onderweg zien ze de vervuiling, er drijft groen slijm op het water en overal drijven dode vissen en vogels.

In het paleis mag Adrarn de training geven. Hij kiest voor martial arts training en dat lukt aardig. Risha stelt aan Chang voor om zijn lijfwacht Bruiser, die al vanaf zijn geboorte bij hem is, tot sergeant van de paleiswacht te bevorderen. Dat vindt Chang wel goed. Daarna gaat hij met Strega, die zich bij hem had aangesloten nadat ze wegens beschuldiging van hekserij van huis was weggevlucht, naar Sandra en Florence. Daar kan ze in de leer voor alchemist. Risha stelt voor om van spinnenzijde uit het magische bos een steelsilk jurk voor Chantal te maken. Dat zien de drie wel zittten. Dan maken ze er gelijk ook voor henzelf. Malice, brahmanenzoon uit Satem en priester van Risha’s cultus, is bij de brahmanen in de leer en wordt priester in de Oaken cultus.
Arjan’s vrouw komt naar het paleis. Arjan is ziek. Risha gaat er met Chang en enkele brahmanen heen. Hij is zwak want hij is besmet met de pest. Chang zorgt dat hij wordt geïsoleerd. Met spirit detecting glance ziet Chang dat er een pestgeest zit die hem langzaam wurgt. Risha trekt zijn lichtzwaard en slaat de geest van de oude koning af. Daarna slaat Chang het spook dood. Er zitten er nog meer: een kleinte bij Arjan’s vrouw en er loopt een spoor naar de stallen. Drie stalknechten zijn besmet. En de bron van besmetting blijkt het zadel van Risha te zijn. Het paard zelf is schoon, maar er zit wel nog ene geest op een balk. Als we daarmee hebben afgerekend is het paleis weer schoon.

Claude komt aan bij het eiland. Er zijn houten steigers, geladen bootjes, ezels die met manden van de berg af komen. Korte, gedrongen mannen doen het werk. De lucht is hier nog viezer, de slijmlaag is extra dik, de planten zijn bijna dood en zo. In de lucht die uit de vulkaan komt, zit een gas dat bij aanraking met water dat groene slijm vormt. Célène vraagt nogmaals of hij geen zin heeft om met hem mee aan land te gaan. Nee, hij wil echt niet met haar mee en gaat terug.

Gwan heeft geen visioen gehad. Hij neemt afscheid van de monniken en gaat naar het Zuiden. Onderweg komt hij wat schapenhoeders tegen, maar er zijn geen andere reizigers op deze weg. De bosrand is in grijstinten aan het veranderen. Er is een god onderhouden pad met twee nette wachthuizen van de tulbandmannen. Gwan en de brahmaan mogen probleemloos passeren. Het bos is rustig, saai zelfs. Dan wordt het sel donker. Er staan geen sterren aan de hemel en er is geen maan. Om zes uur slaan ze kamp op.
Chang en Risha zitten op dat moment aan het avondeten. Ze maken plannen om de pestgeesten in Bronwë versneld te gaan verslaan want die zijn nu aan het uitbreken. Chang wil morgen al beginnen. Vanavond gaan we voorbereiden en rusten. Chang stelt Adrarn aan als plaatsvervangend commandant.
Claude is terug. Er is goed doorgewerkt. Hij overlegt met de botenbouwer over wat er beter kan en daarna gaat hij kijken hoe het met Daguerre gaat. Die is en stoofpot aan het maken. Het wordt een gezellige avond. Ze is niet zuinig met haar gunsten. Voor Claude is het gratis. “Ze wilden niet dat ik mijn eigen geld verdiende. Maar het waren hun mannen die zelf bij me langs kwamen. Dat ligt aan hun, niet aan mij.” Het wordt een gezellige avond, en het blijkt dat ze ook nog een beetje kan zeilen.

12-iv-R1
Gwan maakt in het woud een rustige, ordelijke nacht mee. Er zingen geen vogeltjes als hij wakker wordt. Na een halve dag zijn zij nog steeds niemand tegen gekomen. Het wordt steeds donkerder. Maar de zon is nog wel zichtbaar. Het is een soort onaards licht. Ze passeren een aantal wachtposten. In dit licht zijn de wachters wel in volle kleuren te zien, het is zelfs indrukwekkend. “Halt. Bent u hier al eerder langs geweest?” vraagt de wacht. “Nee, dit is de eerste keer.” “Dan vragen wij slechts een formaliteit van u. Er is maar één regel: gooi dit muntje in de wensput en dan mag u verder gaan.” Ze krijgen een bronzen muntje uitgereikt.
Even verderop is de open plek. Het oude huis is mooi opgeknapt en de toren ziet er goed uit. Het wordt bewoond door tulbanden van wat hogere rang. De sfeer is heel relaí. In eerste instantie willen ze geen muntje in de wensput gooien, maar als ze merken dat de open plek helemaal omringd is door de Wyld, doen ze het alsnog. De brahmaan mompelt er wel een gebedje aan Oaken bij. Dan opent zich het normale bospad voor ze en kunnen ze verder trekken.

In Arjan’s Abode is Adrarn vandaag de baas van het exercitieterrein. Hij oefent twee kata’s met de manschappen. Sandra en Florence komen hem ’s middags aanmoedigen. Chang en Risha vertrekken met een paar soldaten naar Bronwë. Daar aangekomen ziet Chang (met Spirit Detecting Glance) dat het magische bos vol mythische diergeesten zit die geen fysieke vorm hebben. De weg naar de stadsheuvels is bezaaid met dode en stervende pestgeesten. Het poeder heeft blijkbaar toch zijn werk gedaan en de geesten verlaten de stad. Hij laat Risha zijn lichtzwaard tevoorschijn toveren. “Het is heel belangrijk dat jij het met je zielezwaard doet. Je kunt gewoon wachten tot ze alemaal dood zijn. Maar op deze manier stel jíj een daad.” Op Changs aanwijzingen maait de koning de geesten neer. Als ze in het stadje aankomen kan iedereen ze zien en dat maakt het een stuk gemakkelijker. Tegen het vallen van de nacht heeft hij een groot deel van de priesterstad schoongeveegd. Alleen de vrouwenverblijven moeten nog, en bij de vuurplaats van Saman is een heel sterke gloed van een pestgeest die niet aangedaan is door het poeder van de brahmanen. Chang vecht mee tegen deze geest. Maar dat is eigenlijk niet nodig, want Risha zet zijn sterkste combo van charms in en laat een regen van slagen op het monster neerdalen. Als de geest verslagen is, blijft er in de gebarsten rituele ketel een bijtend stofje achter. Het lijkt een beetje op het anti-geesten poeder van de brahmamen maar is anders van samenstelling. Dit is een goed moment om kamp op te slaan.

Claude is verder aan het bouwen. Hij maakt onderdelen van zijn duikklok en op de werf maakt hij ook
Katrollen en windassen. Plus een hele grote, zogenaamd als oefenmodel, maar in werkelijkheid bedoeld voor de duikklok. Daguerre is voor zichzelf begonnen en de werklui maken graag van haar diensten gebruik. Er gebeurt verder niets bijzonders.
Gwan is in de herberg aangekomen en pakt daar een pint. Als er een gezelschap tulbanden binnenkomt, wil de brahmaan bij hen gaan zitten. Het is een interessant gesprek en als snel zit de jonge priester met de eenoogaanhangers te drinken en te lachen. Gwan blijft saai aan zijn tafeltje zitten en gaat vroeg naar bed. Zijn metgezel maakt het laat. In bed voelt Gwan de verleiding om zich bij het gezelschap aan te sluiten, maar hij houdt stand.

14-iv-R1
De eerste gasten komen aan uit Selene en Vixen. Risha en Chang laten de vrouwelijke brahmanen komen. Daarna gaan ze naar het kasteel, dat is al nagenoeg leeg. En dan gaan ze door naar de ambassadeurs stad, waar ze nog niet eerder waren geweest. Hier zijn mooie huizen, brede lanen, een paradeplein, elizees en zo. Alles is wel oud en vermolmd net als in het priesterstadje. Het is hard werken, maar ze krijgen ook deze hele stad vrij van geesten.
Vandaag krijgt Claude zijn duikklok af. Hij brengt de onderdelen naar de keukencatamaran en assembleert daar het geheel.
Gwan en de brahmaan maken tempo om nog vandaag in Arjan’s Abode aan te komen. De brahmaan merkt op dat zijn horizon verbreed is. Hij voelt niet meer de noodzaak om zijn ochtendgebeden te doen. ’s Avonds komen ze aan. Er is ook in Gwan iets veranderd. Alsof hij de wereld in een beter, helder licht ziet. Hij vindt de brahmanen hier nu maar onfrisse types. Op zijn slaapkamer vindt Gwan het afscheidsbriefje van Claude. Hij leest: “Pas op Risha, hij is nog jong. Wij zien elkaar weer op het slagveld tegen Eénoog!” Slagveld, denkt Gwan, er zijn toch betere wegen? Welvaart brengen is toch prima? … Dan gaat hij praten met de ambassadeurs. Hij merkt dat de kleuren in het paleis te fel zijn en pijn doen aan zijn ogen. Teveel prikkels, te moeilijk. Het leven kan zo veel simpeler.

Aan het einde van de middag komen Sandra en Florence de vrouwenverblijven openen. De carrion crawlers bieden weinig weerstand tegen het geweld van twee dawn-caste solars en het verslaan van de overgeleven pestgeesten is verder een fluitje van een cent. Ze zijn toe aan grotere uitdagingen. Risha reist als ze klaar zijn spoorslags naar Arjan´s Abode om de viezigheid van zich af te wassen en de gasten te begroeten. Chang komt later op zijn gemak. Gwan is blij ze weer te zien. Hij heeft een boel te vertellen. Zijn reis heeft 30 goudstukken opgelerd, en er is heel veel handel opgezet. Risha zit erg met de moord op de Revolotionaire Raad van Shearton in zijn maag. En hij vindt het jammer dat Gwan geen contact heeft gezocht met de lunars, maar daar komt vast nog wel een gelegenheid voor.

3 xp

Tanais – 39

– Split party –

9-iv-R1
Gwan maakt een inventarisatie van prijzen op verschillende plekken. Hij is in Soul langsgegaan bij de Revolutionaire Raad, die bestaat uit Ted Carver en Edward Sedler. Hij vroeg naar overschotten en tekorten in verband met de handel. De stad zelf heeft geen tekorten, maar vee is welkom. De schapenhandelaren van Eenoog maken winst. Daarna gaat hij naar de markt. Er zijn hobbit lekkernijen uit Steddle, Qartiaanse wonderzalven (nep), een processie van Mutri-aanhangers en de intocht van Radir Halani de nieuwe handelaar van Qart. Er zijn meer Eenoog-kramen. Ze zijn professioneel en ze doen goede zaken in wol, hout en schapenvlees. Het valt hem op dat er veel zuiderlingen zijn, ze zijn slechter gekleed en bedelen of werken als sjouwer.
Van Soul gaat Gwan eerst naar Ashcroft, waar hij paarden heeft gekocht. In Ashcroft zijn ze op zijn advies ‘bereid’ om de vluchtelingen in ruil voor brood hout te laten kappen. Daarna gaat hij door naar Brocken. Daar is de veemark net afgelopen, maar hij kan de paarden nog steeds met 150% winst verkopen. In de herberg is het tafelzilver vreemd bekend. Het is afkomstig uit Risha’s paleis in Arjan’s Abode. Hij is nu, de 9e, op weg naar Shearton.

Terug in Arjan’s Abode. Het is er rustig en leger dan normaal. Het is stil, het ruikt niet naar wierook, er wordt nergens gezongen. Iemand wil Chang spreken. Het is een jongeman van een jaar of 25 met littekens. Hij draagt een buff jacket en heeft een boog op zijn rug, een mes in zijn riem en een zwaard aan zijn zij. Zo te zien is hij van noordelijke afkomst, misschien halfbloed shintasta. Hij stelt zich voor als Jorin Par. Hij heeft gehoord dat er gerecruteerd wordt en hij wil graag met eigen ogen de generaal zien. Chang neemt hem mee naar het exercitieterrein. Het blijkt dat hij een prima boogschutter is. Dat is mooi, want dat is een vaardigheid die in het leger een beetje ontbreekt. Chang kan hem eten en onderdak bieden, maar de schatkist is leeg, dus soldij is op dit moment nog toekomstmuziek. De straf op desertie is ‘kop er af’. Jorin gaat akkoord met deze voorwaarden. Dan demonstreert Chang nog even wat hij ‘echt vechten’ noemt.
Na afloop wordt Chang nog aangeklampt door twee andere soldaten. Er is bericht van de kapiteisns Bram van de wegenbouwers en Bert van de vloot. Ze komen allebei met gespecificeerde rekeningen. De aanleg van de wegen heeft tot nog toe 50 goud gekost, maar de scheepsbouwers hebben zo’n 500 goudstukken uitgegeven. Dat verschil vindt Chang te groot. Ze moeten mee naar de koning. Maar die is niet in de troonzaal en ook niet in zijn vertrekken. Uiteindelijk vinden ze Rishi in de bibliotheek van de brahmanen, waar hij een toverboek voor beginners aan het lezen is. Waar komt dat verschil vandaan? De afgezant van Bram vertelt dat ze eigenlijk alleen maar pikhouwelen hebben aangeschaft en een heleboel mensen hebben ingehuurd. Dat is niet zo duur. De boodschapper van Bram legt uit dat hij slechts de boodschapper is. Maar het vuur wordt hem desondanks na aan de schenen gelegd. Hout en werktuigen kosten geld. Ja… dus? Uiteindelijk komen we er achter. Al dit geld is een investering voor het volgende kwartaal. Dus het valt uiteindelijk wel mee. Maar toch is het een halvering van het budget van dit arme koninkrijkje. Ze mogen gaan.
Dan gaat Chang op zoek naar boeken met occulte kennis. De bibliotheek van de brahmanen is vornamelijk religie. Toch vindt hij er genoeg basiskennis om twee dotjes occult op te doen.
Adrarn is bij de stallen, spelletjes spelen met de stalknechten. Hij hoort dat er die avond een begrafenis is van een keukenknecht die van zijn paard gevallen is. Hij wordt xb4hoog geplaatstxb4. Dat wil zeggen dat hij bij volle maan voor de gieren neergelegd wordt. Tegen drie uur gaat hij naar Sandra en Florence.
Risha zadelt het groene paard en rijdt naar Bronwë.
Claude is intussen onderweg naar Ashcroft. Hij heeft zich vermomn als een lokaal iemand en komt vanavond aan.

Tegen het einde van de middag komt Risha aan in Bronwë. Het begint al donker te worden. Hij gaat naar het knekelbos van Pashupati en offert daar melk. Het is volle maan, Pashupati’s aspect, en hij heeft het ritueel correct uitgevoerd. De godheid verschijnt als driemaal manshoog wezen. “Fijn dat een echte Shintasta onze eredienst herstelt.”
Risha bewijst hem eer en vraagt om hulp bij he verslaan van de pestgeesten.
De godheid glimlacht: “Mijn advies is yoga, haal de kracht uit jezelf.”
‘Wat moet ik daar nu mee?’ denkt de koning, maar hij dankt de god toch voor het advies. Dan gaat hij mediteren onder de heilige eik. ‘Yoga hè? Dat betekent ongemakkelijk …’ Hij overweegt om aan een tak te gaan hangen, maar besluit het wat eenvoudiger te houden: ondersteboven op zijn handen staand. Als hij daar een uurtje staat daagt hem een inzicht. Dit is precies de verkeerde houding, want sap stroomt van de wortels omhoog. Als eik sta je rechtop met je armen naar de hemel. Hij gaat inde kaarshouding staan en voelt de kracht van Oaken door zich heenstromen. “Spirit Sword” Er vormt zich een zwaard van licht in zijn handen. Het is een stuk van zijn eigen ziel waarmee hij spirits kan raken, maar wat dwars door stoffelijke materie heen gaat.
Adrarn helpt de meisjes met aardappelen schillen. Florence vraagt hem: “Heb jij nog een vriendinnetje van je eigen leeftijd op het oog?” “Nee…” “Jammer. Sandra heeft nog wel een nichtje dat dat wel leuk is. Zullen we je aan haar voorstellen?” Dat was niet helemaal wat hij in gedachten had, maar ach. Daarna polsen ze of hij weet wat onze plannen zijn. Hij weet te bevestigen dat Claude foetsie is. “Niet doorvertellen hoor. Wij hebben in het geheim al een postduif naar het brahmaanse klooster gestuurd. Wil jij in de leer?” “Ja, maar ik zit al vast aan Risha en Chang voor training.” Als hij vertelt wat hij van brahmanen vindt, dan blijkt hij sterk gexefndoctrineerd te zijn door Claude. “Ah.” Daar gaan ze aan werken. Eerst vertellen ze hoe je je aan een meisje voorstelt: je begint met haar vader. Dan leggen ze uit dat er verschillende soorten brahmanen zijn. Aan de ene kant heb je religieuze, kuise brahmanen, maar aan de andere kant heb je er ook die in die kaste geboren zijn of anderszins niet-fanatiek zijn. Sandra en Florence bij voorbeeld zijn niet kuis of fanatiek, ze zijn gewoon goed in wat zij leuk vinden aan het vak.

Claude is bijna in Ashcroft als hij een ouderwetse optocht ziet van 40 oudere vrouwen met fakkels en hooivorken en een coastlander meisje met gebonden handen. Ze zijn op weg naar het Oude Wijven Bos. Hij sluipt er achteraan. De vrouwen zingen liederen aan Graire, de oude godin van de volle maan. Het meisje jammert dat ze onschuldig is. Hij vermomt zich als kolonel te paard en rijdt de stoet tegemoet: “Halt! Roept hij, “wat moet dat?”
Ze negeren hem. Dan laat hij zijn paard stijgeren. Ze zwaaien met hun fakkels en lopen om hem heen, niet onder de indruk. Een van de besjes bijt hem toe: “Ben jij nou een soulfielder? Gedraag je dan ook zo!”
Hij pakt zijn oorlogsboemerang en gooit daarmee de boeien van het meisje los. Ze zet het op een lopen, maar wordt weer gevangen. De vrouwen werpen zich ook op Claude. Met de Cascade of Cutting Terror maakt hij er een slagveld van en de overlevende oude wijven vluchten weg. Het meisje werd ook geraakt en ligt op sterven. Hij stabiliseert het meisje, legt haar over het paard en roept de vrouwen achterna: “Sulfielders gaan niet zomaar meisjes aanvallen.”
Hij rijdt door naar Ashcroft en bij de eerste boerderijen vermomt hij hun allebei weer. Dan vraagt hij onderdak bij een boerderij waar ze het meisje meteen helpen.

Chang is klaar met de bieb. Etenstijd. Daarna kata’s en een ronde door het paleis. Hij hoort rumoer van de mensen die naar de ‘hooglegging’ gaan. Hij geeft een kleine bijdrage. In de barakken checkt hij het slachtoffer van de carrion crawler. Die maakt het goed en is erg dankbaar. “Morgen om 7 uur op het appèl.” “Ja generaal!”
De nieuwe recruut is boogpezen aan het maken. “Denk ook aan peesbeschermers,” zegt Chang. “Eigenlijk moet je kunnen schieten zonder …”, antwoordt Jarin. “Dat is waar. Maar zolang ze het nog moeten leren wil ik geen gewonden.” Chang prijst hem voor zijn inzet en gaat verder naar de wapenkamer. Daar vindt hij vijf bogen, tweehonderd pijlen, tien zwaarden, acht bijlen, twintig slingers, dertig schilden, dertig dolken en tien leren harnassen. Dit is bovenop de uitrusting die de soldaten dragen.
Adrarn gaat met Florence en Sandra naar de uitvaart. Deze plek is vaker hiervoor gebruikt. Er liggen nog wat vingerkootjes en zo. Het lijk wordt onder zangen aan Ganesh en Pashupati op een hoge baar gehesen en dan achter gelaten. Het taboegebied wordt weer afgesloten, hier mogen alleen lijken en vogels komen. De vogels komen niet meteen, maar dat heeft ook nog tijd. Pas over een week wordt wat er over is, verbrand.
Risha dankt de goden. Hij is even in de verleiding om met zijn nieuwe toverzwaard de pestgeesten te gaan bestrijden, maar dan wint het gezond verstand en hij gaat weer terug naar Arjan’s Abode.

Gwan kampeert onderweg. ’s Nachts hoort hij hoorngeschal, ijl en mooi. Als hij gaat kijken vindt hij een aantal slanke gestalten te paard die achter een hert aanjagen. Als het hert neergaat, veranderen ze in haviken en doen zich tegoed aan het karkas. Ze negeren de solar en de jonge brahmaan die bij hem is. De brahmaan noemt hen ‘maanwezens’. Maanwezens wonen in Selene, ze kunnen van vorm veranderen. Het lijkt hem verstandig om bij ze uit de buurt te blijven. Na een kwartier vliegen ze naar het Noorden. De paarden blijven achter. Gwan en de brahmaan gaan weer slapen.

10-vi-R1
Chang gaat om half zeven al naar het exercitieterrein, even later komt Jarin er bij. Die geeft acht man les in boogschieten en acht man krijgen martial arts van Chang. Om zeven uur komt Adrarn er bij en hij traint met Chang mee.
Als Risha op zijn groene paard de nederzetting binnenrijdt, zwaaiend met een lichtzwaard, zijn de mensen onder de indruk. Hij gaat naar de exercitieplaats en laat enthousiast zijn nieuwe wapen zien. Chang denkt dat het wel een goed idee is om Jarin eens met een echte zwaardvechter te matchen en vraagt hem om met de koning te sparren. Natuurlijk met oefenwapens. Risha demonstreert zijn zwaardvechtkunst en wint gemakkelijk.

Claude gaat op pad met het meisje dat hij heeft gered. Hij gaat Zuid langs Soul en komt rond lunchtijd aan in het kuststadje Groath. Onderweg heeft ze zich voorgesteld als Daguerre, maar meer weet hij niet van haar. Ze is nog suf en heeft rust nodig. Morgen zal het wel beter met haar gaan. Als hij haar ergens ondergebracht heeft, stelt hij zich voor als ambachtsman en biedt zijn diensten aan. Er is weinig lokale bevolking, maar er zijn wel dertig werkers in het botenhuis. Velen zijn in opleiding. De eerste boot is half af. Om zich te bewijzen snijdt Claude een roer voor het schip en de meester scheepsbouwer is onder de indruk. Claude kan hier als gezel een zilveren penning per week verdienen.

’s Middags geeft Chang zijn soldaten vrij. De Martial Arts oefeningen gaan wel door en Adrarn doet met tegenzin mee tegen de verzuring. Daarna gaat hij uitrusten bij de begraafplaats. Dat is wel een griezelige plek. De gieren zijn inmiddels bezig en hij ziet er twee vechten om een arm. Dat worden nachtmerries vannacht.

11-iv-R1
Claude bouwt verder aan het schip en het meisje geneest al aardig. Ze is knap en aardig en flirterig.

Terwijl wij weer oefenen op het plein, arriveert er een stoet brahmanen in het paleis. Ze nemen hun intrek in hun eigen verblijven. Risha besluit ze te negeren en traint door. Na tweeëneenhalf uur komt de hoofdbrahmaan naar hem toe. Het wordt een vrij lange discussie, waarin de koning zijn ongenoegen uit over het deserteren en vooral dat ze niet naar hem toe gekomen zijn. Is het niet bij d=ze opgekomen dat Risha ook door deze Claude om de tuin geleid was? De brahmaan legt uit van hun uit gezien de koning en Claude twee handen op een buik leken. De brahmaanse gemeenschap heeft hem voor het blok gesteld. Een andere kwestie is de goddelijkheid van de koninklijke familie. Er is sprake van een groot misverstand: “Jullie zijn niet de goden zelf, maar de primaire vertegenwoordigers van de goden”. Chang bemoeit zich er ook even mee: “Officiële leringen wijzigen met het regime.” Uiteindelijk zijn we het over één ding eens. Wij willen Claude van zijn krankzinnigheid genezen. De brahmanen willen ons helpen om de maanwezens tezoeken. Chang gaat aan het einde van de dag Spirit Detecting Glance oefenen bij de begraafplaats.

3 xp