Tanais – 41

14-iv-R1 avond
De eerste gasten komen over een uurtje aan uit Selene en Vixen. Risha regelt een erewacht en het keukenpersoneel wordt op alert gezet. Chantal is er niet bij, zij is al de hele middag niet gezien. Twee mannen te paard arriveren met een klein gevolg. Ze zijn gemakkelijk uit elkaar te houden. De ene groep is lang en slank, de andere kort en gedrongen. Ze worden hartelijk begroet en stellen het op prijs dat de koning zelf op de drempel staat. De lange man stelt zich voor als Siram Couleur uit Selene en de korte is de dwerg Barkust Krambach uit Silver. Siram heeft zes zwaardvechters bij zich en Barkust heeft een gevolg van zes stevige mijnwerkers met bijlen.
Risha laat hen zich eerst op hun gemak opfrissen in de gastenverblijven, daarna is er een feestmaal en zijn er aftastende gesprekken. Siram wil weten wat onze mening is over de Noordelijke Liga, en als blijkt dat wij daar positief over zijn, worden we verwelkomd als toekomstig lid. Er worden ons gouden bergen in het vooruitzicht gesteld. Risha vraagt terloops naar lunars. Siram is eerst een beetje afwachtend, maar geeft dan toch wat informatie. Lunars wonen in de bossen en leiden een beetje schimmig bestaan, ze zijn meer sprookjes dan werkelijkheid. Chang neemt waar dat Siram er een beetje bang voor is, het is een taboe onderwerp.
Gwan begint over de handel. Barkust verontschuldigt zich voor de overlast van het eilandje voor de kust. Ze delven daar naar Bauchliet. Hij laat een zilvergeel glimmend metaal zien. “Het is heel kostbaar, als jullie daar meer van hebben ben je rijk. In het Zuiden maken ze er magische spullen van. Vooral in Geb.”
Chang vraagt hoe ze tegenover Eénoog staan. Selene heeft er geruchten over vernomen: “Een gevaarlijke knaap en hij is in rap tempo jullie handel aan het overnemen. Let op je handelsmonopolie. We drijven liever met jullie handel. Maar als jullie geen veilige haven en wegen kunnen garanderen, dan moeten we wel met Eenoog in zee gaan.” Wij waarschuwen Siram voor de duistere magie waarmee Eenoog nieuwe volgelingen maakt en Gwan vertelt hóe naar ze zijn. Siram en Barkust zijn onder de indruk. Ze beloven om ons bij te staan in de strijd. Siram zegt: “Zijn jullie je er van bewust dat de oude Hoogzetel door Eenoog wordt bezet?” Dat ligt gevoelig nu de Wyld weer weg is. Hij vertelt dat er in de bergen van Chetwood een uitkijkpunt is. “Het is van oudsher een belangrijk religieus centrum. De wereldlijke macht wordt door jullie te Bronwë gevestigd. Maar de geestelijke macht wordt al van lang vóór de komst van de Shintasta vanuit de Hoogzetel aangestuurd. Het is de hoogste plek op de berg, een uit de rots gehouwen troon. Heel heilig in de oude Soulfield traditie.”
De delegaties hebben een lange reis achter de rug en men wil vroeg naar bed. Wij ook. Als Gwan probeert in slaap te komen voelt hij iets zachts en warms in zijn nek. Hij grijpt er naar en een grote vleeermuis fladdert naar het plafond. Er zitten twee gaatjes in zijn nek. Het bloedt een beetje maar doet geen pijn. Hij rent naar de dokter. Die plakt er een pleistertje op en reageert vooral kalmerend: “Het is maar een beet van een beest.” Gwan is bang dat hij is vervloekt doordat hij een muntje van Eenoog in Sorceror’s Well heeft gegooid. “Dat moet je inderdaad niet doen.” Gwan besluit dat deze man hem niet kan (of wil) helpen en klopt aan bij de hoofdbrahmaan. Deze is een beetje verbaasd om midden in de nacht te worden gewekt. Maar hij erkent dat dit een belangrijk iemand is en doet alsof hij het niet erg vindt. “Er zijn twee dingen aan de hand: 1. U bent door een vleermuis gebeten en 2. U bent door Eenoog vervloekt. Die beet, die is niet ontstoken of zo, daar is niks mis mee. Tegen het tweede hebben we een reinigingsritueel. Een week lang de juiste gebeden en gezangen. Ik zie u morgenochtend om 7 uur in de meditatiezaal. ” Terug in de kamer hangt de vleermuis nog aan het plafond. Gwan jaagt hem het raam uit.

15-iv-R1
Jarin wekt Gwan in alle vroegte, beleefd en netjes op tijd. In de meditatiezaal mag Gwan op een speciale stoel gaan zitten terwijl de brahmanen cchanten en hem af en toe bewieroken. Het duurt drie uur.
Chang gaat intussen met een paar brahmanen, een aantal manschappen en een heleboel burgers Bronwë opkuisen.
Risha wil bij Chantal langs gaan, maar bij het vrouwenverblijf wordt hem verteld dat ze nog slaapt. Hij is bezorgd. Dan gaat hij verder gastheer spelen.
Claude gaat vandaag touw laten slaan. Een dik koord om de duikklok mee op te hijsen en neer te laten en een dunne lijn voor de signalen tussen bodem en oppervlakte. Verder doet hij wat finishing touches en hij vraagt of Daguerre voor twee weken proviand en water aan boord kan brengen. “Wil je mee op zeiltocht?” Het is -10 °C en windkracht 8, toch zegt ze ja.
Onderweg voelt Chang ritmische aardschokken. Er komt iets heel erg groots, zwaars en lomps deze kant op lopen. De mensen zijn bang. Hij stuurt iedereen terug en laat de koning waarschuwen. Bij Arjan’s Abode begint het ook te dreunen. Het passeert Bronwë en loopt naar het Zuiden. In AA is ook iedereen paraat. Risha zadelt zijn groene paard en rijdt er op af. Een kilometer of 10 verderop verderop ziet hij reuzen van ijs, van wel 50 meter hoog, die vrolijk lachend en springend naar het Zuiden gaan. Risha rijdt er achteraan, maar zijn paard kan ze niet bijhouden. Ze hebben plezier en zijn zeker niet uit op vernielingen, er is wel een kapotgetrapte boerderij maar die hadden ze gewoon niet gezien. Risha verstaat hun taal niet. Hij keert terug. De mensen uit Selene kennen dit soort reuzen wel. Ze zijn misschien op weg naar de bergen in Targon. Reuzen zijn intelligent, maar je moet ze gewoon hun gang laten gaan. Er is niet met ze te praten.
Na de ceremonie praat Gwan nog even met de brahmaan. Die denkt dat de kans op vampirisme klein is, maar Gwan moet niet meer aan de wond pulken.
Claude kiest intussen het ruime sop. Hij brengt de mensen in gereedheid, laat alles inladen en spant een paard voor de Katamaran. In zee hijst hi de zeilen. Ht is moeilijk varen vanwege de storm, maar met veel techniek en charms lukt het. Hij legt alles uit aan Daguerre. Vroeg in de avond leggen ze aan bij het derde eilandje. Er liggen mensenbotten op het strand. Claude onderzoekt de botten op het strand. Sommige liggen er al heel lang, sommige veel korter. Ze variëren van 400 tot 5 jaar oud. Ze besluiten toch maar op een zandbank aan te leggen en de avond wordt gezellig.

Risha gaat bij Chantal langs. Ze is aan het weven. “Wat kom je doen?” vraagt ze boos, “de winter is jouw seizoen. Ik hoef pas in de lente weer op te treden.” “We doen alsof we getrouwd zijn,” zegt hij voorzichtig, “maar dat zit me toch niet helemaal lekken. Ik wil eigenlijk ons huwelijk formeel maken…” Ze verslikt zich. “Dat ritueel met een dood paard en een deken? Daar heb ik echt geen zin in!” Ze vertelt dat Sandra en Florence haar er al op hebben voorbereid dat de brahmanen het gedoe met het paard al aan het voorbereiden zijn. Risha is helemaal verbaasd. Hem was hier niets over verteld. “Zijn er nog soulfield priesters?” vraagt hij. “Ja, maar met een Soulfield huwelijk maak je de brahmanen en alle shintasta tot vijanden en bovendien geef je er mij alle macht door.” Ze vertelt verder dat de Soulfield rituelen onder vrouwen nog heel populair zijn. En ze hint: “De geesten van de Soulfields wachten op hun koning. Je maakt de brahmanen heel blij als je een lege urn in Bronwë plaatst en je maakt de Soulfielders blij als je hun de as van hun koning geeft.” Risha belooft er aan te denken en hij gaat nadenken over hoe het huwelijk minder weerzinwekkend voor Chantal kan worden.

Gwan bereidt de aankomst van de volgende delegatie voor. Hij rijdt ze tegemoet en komt een man tegen met een gevolg van 10 kerels. Ze dragen het banier van Vixen. Hij begroet hen hartelijk. De man zegt: “Wat fijn, een voorhoede om ons welkom te heten. Ik ben MacArthur.” Hij vraagt of Gwan de vorige gezant van Vixen heeft gezien. Nee, Gwan was op rondreis toen zij aan het hof was. Als ze aankomen bij het paleis is MacArthur oplettend en neemt alles in zich op. Hij is blij verrast als hij er achter komt dat Gwan niet zomaar een dienaar van het hof was, maar de minister van handel.
Even later arriveert er een dikke, kleurig geklede, bazige vrouw met zes man in haar gevolg. Ze stelt zich voor als Bambi Chachetenie van Sesklo. Het klikt al snel tussen haar en Risha. Sesklo hoort niet bij de Noordelijke Liga. Maar de handel met Shintasta ligt al heel lang stil en ze zijn geïnteresseerd in metalen, met name Bauchliet.

Chang keert weer terug naar Bronwë. Daar beginnen ze met het opruimen van de ambassadestad. Het is heel vies allemaal. Eerst laat hij de menselijke resten opruimen. De meegekomen brahmanen zien er op toe adat alles eerbiedig verloopt. Ze verzamelen hout voor de brandstapels op het ambassadeursplein. Eén huis is groter dan de rest. Daar neemt men zijn intrek als het donker wordt.

Bij de avondmaaltijd socialiseren Gwan en Risha. Bambi en de dwerg zijn met elkaar in gesprek geraakt. MacArthur en Sirian houden een vijandige afstand. Sirian is terughoudender geworden. We hebben onze officieren ook uitgenodigd voor het feestmaal en het wordt gezellg. Naast Risha’s bord arriveert een enveloppe van hoofdbrahmaan Shivanesh. “Nu is het tijd om Chantal ten huwelijk te vragen.” Jamaar – de fictie was dat we al getrouwd zijn! Anders was de kroning van haar zoontje Idris ook niet geldig. Hoe red ik me hier uit? Als we het groene paard offeren dat van gras en kruiden is gemaakt, daar zal Chantal wel mee kunnen leven.
MacArthur neemt het woord. Hij verwelkomt ons in de Noordelijke Liga. Gwan legt handelscontacten met Vixen. Hij ontdekt dat MacArtur en Sirian oude bekenden zijn. Ze komen elkaar steeds tegen bij besprekingen in het buitenland. Er is ooit een duel geweest en Sirian heeft gewonnen. Risha praat met Bambi. Zij vindt het logisch als wij naar hun doorvoeren, want onze haven is te klein. “Om echt mee te tellen in de grote wereld moet je meer stad zijn dan platteland. Wil je met de barbaren in zee, of met ons? Er zijn meer opties dan de Noordelijke Liga.” Risha geeft aan dat hij Soul ziet als een tussenvorm. “Dus u ambieert een sleutelrol? Dat is heel interessant.”
De hoofdbrahmaan neemt het woord en zegt dat de koning een mededeling heeft. Risha zegt: “Chantal en ik zijn natuurlijk al getrouwd, maar nog niet voor de Shintasta traditie. De brahmanen willen u graag verheffen met een uitvoering van onze heiligste riten en ik bied Chantal hiervoor mijn eigen groene paard aan.” MacArthur zegt: “Laten we daar op proosten!”

Midden in de nacht heeft Claude een bizarre droom. Hij loopt door een shopping mall. Er is een symposium van iets wat Herbal Life heet. Hij zit dat met een zwarte vriend voor. Zijn kameraad heeft een zeer geamuseerde grijns. Ze bedotten rijke dametjes. Ze hoeven het niet te doen, want ze bulken van het geld. Er is een duistere wending: sommige van de dames gaan er van dood. Ze hebben een zijhandeltje in organen!

3 xp

Advertenties
Dit bericht is geplaatst in Exalted.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s