Sessie achtenvijftig

In de speedboot die we in Looksy hebben gejat racen we langs Cairo. Het is druk op de rivier, met handelsschepen, slavengaleien, vissersboten, kinderen die in de rivier zwemmen. De stad heeft hoge muren, waar we energiewapens op zien staan. We worden niet aangehouden, want we gaan veel te snel voor de patrouilleboten. Ma Si en Raine voelen dat deze stad doortrokken is van een essencematrix die aansluit op de generatoren van de heilige berg. De piramides maken daar ook deel van uit. Cairo is blijkbaar deel van het Defence Grid tegen de Wyld.
Aan het eind van de middag komen we aan bij de ruines van Sakkara. Het is totaal verwaarloosd. Niemand interesseert zich nog voor de tombes van dode mensenkoningen. Waarom zou je stervelingen gedenken, als er Exalted zijn? Er zijn al diverse lunars, sommige in overleg met elkaar of met Egyptische goden. Ze hebben overal kampementen met hun beastmen, elementals en geesten. We zien aapwolven, barbaren uit Georgie, een wolfachtige lunar elder met een zilveren zeis, slechts gekleed in de schedels van de dragonblooded en zelfs een solar die hij vermoord heeft. Er is ook een aapachtige lunar gekleed in bladeren met aapmensen uit het oerwoud, en een octopus water-lunar die zijn eigen zwembad heeft meegenomen. In het kamp van een jakhals lunar zijn albino’s bezig mensenvlees te braden. Er zijn ook een heel aantal lunars gewoon in mensengedaante, vooral typische barbaren met bijlen en hamers. Soms hebben ze horens of klauwen. Enkelen dragen de houten staf van een theurg. Sommige lunars zijn zelfs helemaal verwilderd, unaligned. Er heerst een gespannen sfeer, maar de Silver Pact houdt het een beetje bijeen. De Bull of the North is niet te zien. Leviathan is ook nog niet gearriveerd.
Ma Si bedenkt dat er eten en drinken moet zijn, dus we gaan in de omgeving een veestapel stelen. Ster kan het met zijn hoge compassion niet aan om zo mensen tot de bedelstaf te veroordelen, het levert hem Clarity op. Als we terugkomen bij de boot, treffen we daar een rog lunar die er verlekkerd naar kijkt. "Leuk stukje first age, vers gestolen?" Ja dat heeft hij goed gezien. Claw pist over de boot om het als zijn eigendom te markeren. Dyjab, Ster en Raine gaan in de kajuit zitten. Het is voor hun niet veilig tussen al die lunars voordat de Moot is uitgeroepen.
Ma Si maakt samen met de octopus een bassin met een bron. Het vee wordt geslacht engegrild. De lunars gaan rond de bron zitten. Dan nemen Claw en Ma Si het woord en stellen zich voor. Ze vertellen over de demonen en verwerken terloops in het verhaal dat ze andere exalts als gasten hebben meegenomen. natuurgeesten en elementalen beginnen zachtjes te zingen. Er gaan steeds meer spirits meedoen, tot zelfs de goden van Egypte mee zingen. Dan stapt een man in een sleets admiraalsuniform de kring binnen. 1242713826012Hij heeft iets te grijs haar en draagt een drietand in zijn hand. Leviathan, de oudste van de elders, waar iedereen eigenlijk voor was gekomen. Een perfecte entree!
Ma Si Tamuz heet hem welkom. Hij gaat zitten en gebaart dat ze verder mag spreken. Om de aandacht weer terug te krijgen, vertellen ze over de raid op Yu Shan en over de ontmoeting met de Storm King. Ma Si krijgt de lachers op haar hand. Van Ninetails krijgt ze de bijnaam ‘Comic Relief’. Claw vertelt hoe hij is doodgegaan en weer terug tot leven is gewekt. Het is een mooi verhaal. Daarna nemen de elders het woord. Leviathan mag als eerste spreken, maar hij houdt het kort. Na hem staat een uil met een houten staf op. "In mijn functie als elder van het Silver Pact vraag ik nu het woord," zegt hij, "er zijn een aantal zaken waar we het over moeten hebben: de deathlord, Claw’s bestaansrecht, jullie status na dit verhaal en het verschijnen van Leviathan. Dat jullie hem hebben overtuigd te komen is jullie grootste daad. Goden en demonen verslaan is bijzonder maar niet uniek. Het is zeker renown waard. Maar Leviathan overhalen om zich weer te vertonen, dat is nog niet eerder gedaan. Ik stel voor om jullie de rang "Respected", ikht-ya, te geven." Er volgen discussies, uitdagingen en knokpartijen. Na twee uur is de Moot het eens. Ze krijgen ieder 50 punten renown, de voorgestelde rang en Claw krijgt het recht om in leven te blijven. Wel krijgt hij de queeste opgelegd om zijn ziel terug te halen. "Exc3xa9n Grendel is wel voldoende! En jullie vrienden, wat willen jullie daarmee?" "Wij willen ze hier introduceren en onder bescherming van de Moot plaatsen." Na nog een uurtje bakkeleien zegt de wolf-elder: "Ja, laat ze maar komen, als ze door de tests komen kunnen ze erelunars worden en anders…" Hij wrijft likkebaardend over de schedels aan zijn gordel.

De rest van het gezelschap wordt gehaald en voor de keuze gesteld om na de Moot getest te worden. Dat willen we. Leviathan kijkt bedenkelijk: "Een dragon blooded, ik heb blijkbaar iets gemist. Ik had toch eerder moeten komen." Eerst wordt Raine voorgesteld. Ja, een solar… het zal wel. Dan komt Ster. Die vertelt zijn eigen verhaal. "Juggernaut doodmaken. Dat klinkt als een nobele queeste." Dan Oe’al, daar wordt op gereageerd met een gemompeld "dienaar". Ma Si noemt hem de geneesheer van de party. "Dienaar dus," klinkt het nu hardop. Als laatste is Dyjab aan de beurt om te worden voorgesteld. Claw noemt hem het ‘rallying point’ van de party. De elders lachen. Ze vinden dat moeilijk te geloven, "maar omdat jullie de Moot organiseerden zullen we het maar aannemen." Leviathan zegt: "Ik wil hem aan mijn zijde. Als hij dat volhoudt is hij het waard om te leven." Het woord is weer aan de Silver Pact. "White Howler moet getest worden. Laten we het prettige met het aangename combineren en kijken hoe hij het er afbrengt bij het smiten van Cairo. Laten we gaan!"
"Ho stop!" zegt Ma Si, "We hebben nog een punt: Gnawing Elk. Hij moet van zijn ronin status af. Hij is nu de hoeder van de dragon kings. En hij heeft de waxing en waning moon ontdekt." Er is geen discussie. De elder houdt het kort: "Als Luna zijn theorie bevestigt, dan is hij het waard om weer opgenomen te worden in onze gemeenschap en wordt zijn status weer hersteld. En voor degenen die ere-lunar willen worden geldt dezelfde test als voor White Howler: Cairo smiten, op de Lunar manier en in leven blijven." De geesten worden aangeroepen. Oorlogsliederen worden aangeheven. We doen mee aan het rant-ritual waardoor onze Compassion tijdelijk wordt uitgeschakeld. De stad wordt opgedragen aan Amoth City Smiter. En dan gaan we los.

Als we bij de stad aankomen zien we dat hij is omgeven door een lege gracht en een muur. Leviathan zegt: "Cairo heeft een lege gracht, dus first age defensie. Wat is jullie plan?" De slotgracht blijkt gevuld met ultrageluid dat alles verpulverd. Maar Ster en Oe’al maken er gewoon een tunnel onderdoor. Binnen de eerste stadsmuren breekt de hel al los. Tussen de verschoppelingen van de stad laten de lunars de Besiegedeerste reality bomb afgaan. In de explosie van Wyld-energie muteren alle stervelingen. Ook krijgt Claw er tijdelijk een schorpioenenstaart bij. Maar Ster krijgt er juist zijn imuniteit voor energie door terug. De dragonblooded schieten met energiewapens vanaf de verdedigingsmuren. Ster roept lightning golems op, die de wapens onklaar maken. Leviathan zet Dyjab op zijn rug en rent het strijdgewoel in.Hij laat een brei aan magie los. Hier is een exalt uit de first age bezig. Mensen vallen uiteen in mieren. Dragon blooded hakt hij neer alsof ze er niet zijn. Als er op een gegeven moment vijf
dragonblooded tegelijk aan komen rennen, zet hij Dyjab neer. "Hier, dit mag jij doen." Omdat zo’n overmacht niet eerlijk is in de ogen van de Lunar, krijgt Dyjab magische bescherming. De dragonblooded maken geen schijn van kans, dus Dyjab zegt als hij er twee heeft neergemaait en zelf maar 1 puntje schade heeft gekregen: "Dit is duiven schieten." "Ik zal mijn bescherming opheffen." Dyjab wordt gelijk getroffen. Hij haalt uit met zijn thornthrower, maar raakt per ongeluk Leviathan. Een van de dragonblooded stijgt op en wordt onzichtbaar, eentje smijt met iets wat rond zijn hoofd zweeft, en eentje chargeert. Het gevecht wordt spannend.
Er stijgen luchtschepen op en dragonblooded tovenaars zweven in de lucht. Claw is bezig de verdedigingswerken te slopen. Ma Si vliegt als vogel naar het verdeelpunt van het defence grid. Het is een kubusvormig gebouwtje. Ze maakt het kapot en de verdediging van de stad is zijn energie kwijt. Ster is een monnik van de Immaculate Order tegen het lijf gelopen. Hij vecht met tiger claws. Hij heeft weinig succes tegen de meester in de gevechtskunsten. Wij zijn heftig, maar de dragonblooded ook.
De skyships vertrekken. De dragonblooded trekken zich terug in de piramides. Wie niet vlucht gaat dood of wordt tot slaaf gemaakt. De stad is effectief ‘smitten’. Het grid is uitgeschakeld. Overal zijn plekken Wyld in de stad. En er zijn heel veel doden, ook aan de kant van de lunars. Wij dansen op de ruines van de stad. AmothDe god Amoth verschijnt en maakt een mooie kapel voor zichzelf. Hij geeft Ma Si een zwarte veeg over haar gezicht. Bij het plunderen van de stad maken we een zestal heartstones buit, een zwarte jaden daiklave en een kapot kanon, dat Ster wil gaan repareren. De Lunar elders heten ons welkom als nain-ya, ere-lunars, en we mogen bij ze in de leer.

Ares : Hoofdstuk 21

Sketchbook___the_other_karma_1_by_randyo_1

Ik ben eindelijk na een veel te lange pauze weer aan het schrijven geslagen. Hier is het begin van Hoofdstuk 21. En omdat ik nu eindelijk weet hoe het verhaal eindigt en hoe het verder moet met de wereld, heb ik al een begin van de epiloog gemaakt. Ik verwacht dat het nu snel zal gaan.

GV 4 – De onderwereld

Het is nacht. We verlaten de geheime kamer onderin de tempel van Apollo in Delphi en gaan weer naar Philippe. Onderweg ontdekken we dat de Pythia net als wij een symbiose is van kind en engel. Er zijn dus meer manieren om een lichaam te betreden waar nog een levende ziel in woont. We willen de oude Pythia begraven bij de renbaan op de top van de berg. Kees gaat de schaduwwereld in om te kijken waar haar ziel is, maar hij keert onverrichter zake en door-en-door verkleumd terug. Hij heeft zijn oude vrouwtje maar weggestuurd, want het is daar echt niet uit te houden. De ziel van de dode Pythia is niet in de schemerwereld, maar zit nog in haar lichaam. We bedenken dat ze wel naar de onderwereld zal willen. Mio reanimeert het lijkje tot zombie. Houterig komt ze weer tot leven en begint de renbaan op te lopen. In het midden staan nog de restanten van de keerpunten. Bij een ervan houdt ze stil. Kees haalt Besertana tevoorschijn en vraagt om een doorgang. Mopperend snijdt de kris een steen weg. Hier is de ingang van een muf, donker tunneltje dat schuin naar beneden leidt. De kinderen kunnen er xc3xa9xc3xa9n voor xc3xa9xc3xa9n doorheen kruipen. Eerst de zombie, dan Kees, gevolgd door Aia, Suzette en achteraan Mio met zaklamp. Het is muf en koud, en het ruikt naar aarde en stof. Volgens Kees is het in de geestenwereld nog veel kouder. Vieel dieper wordt de gang wijder en hoger en de schuine vloer wordt een trap. De muren zijn van gladde steen. Beneden ons voelen we een rilling door de aarde gaan. Onze voetstappen echoen en de trap zigzagt omlaag langs de wand van een gigantische ruimte. Diep onderin zien we de vloer glinsteren. Cerberus2Mio stapt op een losse steen die luidruchtig naar beneden klettert. Boven ons horen we een ketting rammelen. Mio kijkt omhoog en ziet drie gigantische hondekoppen met grote ogen en kwijlende bekken: Kerberos, de waakhond van Hades! Het beest snuift, gromt en hapt naar Mio. Raak, een grote beetwond. Ieder neemt zijn engelengedaante aan, maar Mio wordt een demon: rottend, druipend van giftig pus, met hoorns en stekels. Hij gaat het gevecht aan zodat de anderen kunnen ontkomen. Twee van de Devil1koppen krijgen een pijnlijke jaap door klappen met de oude katana. Mio wordt door de andere kop gebeten, maar die deinst terug van de vieze smaak. De waakhond geeft zich gewonnen en trekt zich terug.

Beneden zien we in de vlammen van Athlothon een gebeeldhouwde wand waar wel duizend stenen lichamen door elkaar heen gevlochten zijn. Het is een portaal naar een andere wereld, maar zelfs Besertana kan dit niet openen. Er zit een heel krachtige Ward op. Mio doet een poging, maar hij hoort alleen maar: “God zelve commandeert u heen te gaan.“. Dan ziet Aia dat een van de lichamen niet van steen is, maar het is een bevroren jongetje. Ze warmt hem op. Het jongetje begint te kreunen. Mio probeert hem te genezen, maar hij voelt  dat allerlei botten gebroken zijn en dat het kind zodanig in de steen vastzit dat de fragmenten niet meer aan elkaar kunnen groeien. Zijn positie is zo pijnlijk en hij zit er al zo lang dat hij alleen maar dood wil. Aia neemt het pijngevoel bij hem weg en vraagt wie hij is.

Laat me even op adem komen,” zegt hij in  de taal van de engelen, “Gaat heen, God beveelt het. Maar wie zijn jullie eigenlijk?” We stellen ons voor. Als Kees aan de beurt is, zegt de jongen: “Jij bent Tigris, ik ken jou. Waarom hebben jullie ons in de steek gelaten? Op het moment dat Charon wegviel, vluchtte iedereen weg, Charon is binnen en de deur is gesloten door de stem van God.” Aia zegt: “En wij willen hem weer open maken.” De jongen denkt even na. Hij krijgt een blikje cola en een reep chocola. Dan zegt hij: “Ik ben Hermes. Ik was de gids, de geleider van de zielen. Toen God besloot dat de onderwereld gesloten moest worden, heb ik me natuurlijk verzet. En dit is de beloning voor mijn verzet. En ik moet me verontschuldigen. Tigris, jij bent niet gevlucht. Ik herinner me nu dat jij bent gesneuveld.The_gate_of_hell_detailed2Als Tigris rondkijkt, vindt hij inderdaad ergens in de deur het versteende lijk van zijn vroegere incarnatie. Er blijken nog vier levende engelen in de deur gevangen te zitten. Met Besertana snijdt Tigris openingen in de deur en Aia manipuleert het vlees van de gevangenen zo dat ze er uit gehaald kunnen worden. En Mio geneest. Daar zijn we de hele nacht mee bezig.

Als iedereen bevrijd is, vertellen ze dat zij de laatste Slayers zijn. Metatron zei na zijn overwinning: “En jullie soort  zal als eerste verdwijnen!” Hij heeft nog zeker 100 andere slayers in de deur gemetseld, maar die zijn intussen allemaal doodgegaan. Met een gezamenlijke krachtsinspanning breken we de Ward. De deur wijkt open en we zien de figuren tot stof vervallen. Daar achter is een opening inde rots met heel archaische schrifttekens. De klopper voelt steenkoud aan. “Klop” de deur zwaait langzaam open. We zien een ijsblauwe donkere ruimte. De slayers voelen iets gebeuren. Hermes en Tigris blijven beneden en de andere vier gaan naar boven om te kijken wat er aan de hand is.

Het ijs voorbij deze deur is geen bevroren water. Het is bevroren lucht. Daar heerst het absolute nulpunt. Aia lacht: “When hell freezes over!” Ja, dat is letterlijk wat er is gebeurd zo’n 2000 jaar geleden. Het vuur van Athlaton-Suzette doet de lucht weer sublimeren en Mio kan door een werverwind om ons heen te maken voorkomen dat het vervliegt. Het is koud, maar door Atlathon’s vlammen overleven we het. De zombie loopt met ons mee, de eerste menselijke ziel in de hel sinds de oorlog. Onder het dampende ijs is een trap omlaag. We komen aan een nieuw obstakel. De rivier Styx is nog vloeibaar. Het is puur onverdund ‘niks’, een soort zwart kwik dat je gedachten en herinneringen opzuigt. We vinden Hermes’ schip aan de kade liggen. Alleen al kijken naar de Styx leidt bij Aia tot een hypnose waar Hermes haar maar met moeite uit wekken kan. De engelen voelen deze aantrekking niet. Het bootje zweeft bewegingloos over het niks. Om het niet te verbranden moet Athlaton haar vlammen bijna doven enMio-Bilifor moet alles bijzetten om voldoende lucht om ons heen tehouden tot we de overkant bereiken. Als we eindelijk aan de overkant zijn, kost het Athlaton veel moeite om weer aan te vlammen. De onderwereld is heel groot! We lopen tot we moe zijn. En dan zoeken we een grot om te overnachten. We vinden er een die helemaal vol hangt met Plato_cavekettingen waar hals-, pols- en voetboeien aan vast zitten. Volgens Hermes was dit de grot waar de Platonisten zaten. We sluiten de opening af met ijs zodat de lucht niet ontsnapt en gaan dicht tegen elkaar aan liggen om te slapen. Waar zijn de zielen van alle mensen die hier verbleven? Hermes weet het niet.

De volgende dag trekken we verder. Mio babbelt over Metratron en Sandalphon. Hoe dieper we de hel in gaan, hoe ‘warmer’ het wordt. Na uren lopen komen we op een plek waar er weer lucht is en de grond wordt drassig. Het is minder koud naarmate we het midden van de hel naderen. In de ijsschotsen zien we lichtschitteringen. Als je er naar kijkt, komen er herinneringen omhoog als TV beelden. Er zijn  ook andermans herinneringen te zien en beelden uit vervlogen tijden. Hermes verteltdat de onderwereld de plaats is waar menselijke zielen hunherinneringen recyclen totdat ze schoon zijn en weer kunnenreincarneren. Alleen Mio kan weerstand bieden aan de beelden. Hij is niet zo snugger maar wel heel koppig. Dus hij heeft geen moeite
om zich los te rukken van de beelden. Maar de andere kinderen zijn veel intelligenter en zij vallen voor de hypnose van de herinneringen. Gelukkig zijn ook hier de engelen imuun. Dus Athlothon, Tigris en Uznarda brengen hun kinderen in slaap en de engelen nemen het van hier af over.

Het wordt allengs lichter. Hier is het licht als de ochtenschemer. Vanuit een ooghoek zien we beelden waar Od in voorkomt. Maar als je er direct naar kijkt is het weg. De zombie van de dode Pythia loopt nog steeds met ons mee. We zien beelden met haar mee reizen van mensen die haar als orakel raadpleegden. Blijkbaar is er een minder dodelijke manier om visioenen te krijgen. En we zien niet alleen mensen, we zien ook Od in de tempel en ook hij stelt een vraag aan de Pythia. Maar we zien alleen beelden en niemand kan liplezen, dus we weten niet wat de vraag was of het antwoord. Voor ons rijst een hoge piek van ijs op. Hermes is opgetogen, daarboven is de troon van Charon. Er dwarrelt een veer omlaag. Vanuit vier, vijf, zes vlakken zien we Od naar ons kijken, alsof hij ons in de gaten houdt. Bilifor vliegt omhoog om te kijken waar ze vandaan komen. Hij ziet een jongen vliegen met veren op zijn armen geplakt. De was waarmee ze aan hem zijn geplakt, smelt in de zon. Ze zijn honderden meters boven de vlakte. Achter hem vliegt een oude man die hem waarchuwt niet te hoog te vliegen. Als de vleugels van de jongen smelten, probeert Mio hem op te vangen. Maar het is een illusie. Hij valt zelf uit de lucht en komt een meter lager in de sneeuw terecht. “Overmoed“, zegt Hermes “daar gaat dit verhaal over” en hij legt uit dat we hier belangrijke mythen zoals die van Icarus tegen kunnen komen.

Suzette hoort “Boem. Boem. Boem.” in haar droom. Ze gaat kijken. Achter een ijspiek zit een ro8e45856423da48b58b536565b7496ddfmeinse galei vast. Dan vindt ze zichzelf vastgeketend in een roeibank. Ze schrikt wakker met het geluid van de zweep nog in haar oren. Ab droomt van zichzelf weerspiegeld in het ijs, maar dan helemaal volmaakt. Hij zou er verliefd op kunnen worden. Dit is het verhaal van Narcissus. Zelfs in hun dromen zijn de mensenkinderen bevattelijk voor de effecten van de onderwereld.

Dan verandert Tigris in een duistere engel met een zeis. Hij straalt dood uit. Hij kijkt naar een hoge ijspilaar en rent er naar toe. Hermes rent achter hem aan met vleugels aan zijn voeten. Wij daar weer achteraan. Het voelt gejaagd, we hebben een visioen van jachtluipaarden die met ons meerennen, vliegende vogels en herinneringen aan hard rennen om de bus te halen. Vanuit ijsvlakken zien we af en toe Ot naar ons kijken. We rennen de trap van de pilaar op in een roes van woede, angst en extase. “We moeten op tijd zijn,” roept Tigris. En dan opeens is het over. We staan op de top.

Alles is stil. We weten nog niet wie we zijn en waarom we kwamen. Voor ons staat een standbeeld van ijs. Het is een vage mensfiguur met vleugels en een staf. “We zijn te laat,” Hermes legt er zijn hand op en zegt: “Dit was Charon.” “En wat is het nu?” vraagt Bilifor. “Iets vreselijks: een dode engel.” Tigris heft zijn zeis en hakt schreeuwend van woede en frustratie in op het ijsbeeld. Dit was zijn doel en hij is te laat. Het beeld splijt onder zijn slagen en er valt een dood jongetje uit. Uznarda troost Tigris. Hermes staat er verslagen bij en mompelt: “De heer moet dit weten. Waarom weet de heer dit niet?

Mio kijkt om zich heen. Dit is het exacte middelpunt van een enorme koepel. Hier zijn licht, warmte en lucht, maar aan de randen is het zwart. De vloer van de onderwereld was ooit als een enorm pentagram ingedeeld in zones. Maar alles is kapot gemaakt. Als hij vraagt welke heer Hermes bedoelt, zegt die: “Charon was de maker, maar niet de heer van de onderwereld. Dat is Lucifer, de architect. Charon heeft ooit iets over Lucifer gezegd, wat was dat ook weer? O ja. Lucifer wilde dingen veranderd hebben en toen klaagde een engel ‘Dat komt maar’ en toen zei Charon: ‘Lucifer komt nooit ongevraagd of uit zichzelf’.

Mio roept spontaan: “Lucifer, wil je alsjeblieft komen?” “Nou nou, ik  dacht dat je het nooit zou vragen.” Hij ziet opeens de oude Ot naast zich staan met een biertje in zijn hand. Hermes knielt en buigt het hoofd voor de heer van de onderwereld, maar Mio is niet onder de indruk en haalt zijn fles Ouzo tevoorschijn.  “Dat is nou al de tweede dode engel die we tegenkomen,” klaagt hij, “hoeveel heeft hij er al afgemaakt?” “Ik denk zes,” antwoordt Lucifer. Hij accepteert de fles sterke drank en neemt een ferme slok. “Dat smaakt.” Er verschijnen ijsblokken om op te zitten. Als iedereen zit, begint Lucifer te praten: “Waarom wil je de wereld redden? Wat heeft deze wereld je gegeven? Weet je nog wat je wilde maken? Het was immers jullie idee, Uznarda, de samensmelting van geest en materie. Waarom? Om completer te zijn.”  Hij maakt een handgebaar en we zien hele mooie etherische engelen die elkaar een wereld willen laten zien. “Het was jouw huis dat dit wilde. En, is het niet gelukt, het delen van ervaringen? OK, het is niet geworden wat je er van gehoopt had, maar het is wel wat jullie wilden.”  Mio mompelt: “Er is ook iemand die het allemaal kapot gemaakt heeft.” Lucifer antwoord: “Maar hoe weet je dat het anders gelopen is dan de bedoeling was?” “Het is nooit de bedoeling geweest dat er doden zouden vallen.

Er volgt een filosofische discussie, waarin Lucifer uitlegt dat er zo’n kleine 10.000 engelen zijn, en dat ook hij niet weet of er een opperwezen is. Wij hebben ooit 9000 mensen gemaakt, onsterfelijke en volmaakte symbionten voor de engelen die stoffelijk wilden worden. Dus waar komen de miljarden vandaan die er nu rondlopen? Nou, eerst had je de Gouden Vlam maar die is door Metatron afgesloten. Hij wilde de zielen doen uitdoven. Maar toen bleek opeens dat mensenzielen zich ook de gouden vlam juist gingen vermenigvuldigen. Ze ‘schilferen af’ als ze teveel meegemaakt hebben. Daarom werd de onderwereld bedacht om ze schoon te maken, zodat ze kunnen reincarneren. Maar Metatron heeft zo’n 2000 jaar geleden bedacht dat hij dat ook niet wilde. En toen heeft hij de hel gesloten en alle Slayers afgemaakt. Dus nu zitten we met enorm veel mensen. Metatron noemt zich de Stem van God. En dat is hij ook, het is niet uitte leggen. We moeten hem respecteren. Hem opvatten alseen valse god of als een rechterhand van, dat doet hem geen recht. Hij is de stem van God. Maarde Eeuwige spreekt niet mxc3xa9xc3xa9r door hem dan door ons allemaal. Alleen kan Metatron niet toegeven dat hij niet de enige stem van god is. Juistomdat hij meent de enige te zijn, doet hij de dingen die hij doet. “Wat ik bestrijd is dat hij wil dienen en dat hij gediend wil worden.” Als Mio vraagt waar engelen vandaan komen en of Lucifer er al voor de schepping was, zegt hij: “Ikzou het je echt niet kunnen zeggen. Ik ken mijn eigen oorsprong niet,voorzover ik die heb. Ik was er voor de schepping, maar niet op demanier dat jij je gisteren kunt herinneren. Hoe belangrijk vind jij hetom te weten wat ik was?” Mio zegt “Heel belangrijk.

Ik, ik wil niet dienen. En voor mij is dat hetzelfde als ik zal niet dienen. Maar wat willen jullie eigenlijk?” vraagt Lucifer opeens. “Vraag mij wat je maar wilt, en ik zal het je geven, alleen maar omdat ik dat wil. Atlothon, wat is jouw wens?” “Ik wil mijn herinneringen terug.” Lucifer geeft haar een blok ijs. “Hierin kun je zien wat je je wilt herinneren. Het zal niet smelten. En Uznarda van het huis van onze dromen, wat is jouw wens?“Uznarda weet zo snel niets te bedenken. “Geef me een half uurtje.” Bilifor weet het wel: “Mijn grootste wens heb ik al. Vrijheid. Ik wil mijn eigen antwoorden vinden.” “Dat is een heel wijze wens!” zegt de duivel opgetogen, “en wat wens jij, Tigris?” “Ik wens een thuis voor de mensenzielen. Een laatste zorg waartoe wij verplicht zijn.” “Hoezo verplicht?” “Omdat ik Tigris ben.” “Dan willig ik je wens in. Ik maak jou, Tigris, heerser van de onderwereld.” Lucifer nemt zijn engelengedaante aan. Hij wordt 20 meter hoog, krijgt hoorns, ontvouwt enorme zwarte vleugels en straalt een licht uit dat Unfinished_lucifer_design_by_jdillofeller is dan de zon. Om ons heen ontstaat een cirkel van vuur, dat zich snel naar buiten toe uitbreidt. De hele onderwereld ontvlamt. En dan zegt Lucifer met bulderende stem: “De onderwereld is geopend. Hier zullen de zielen gekweld worden door hun herinneringen en terugkeren naar de wereld mits de waker van de onderwereld daar zijn toestemming voor geeft.” Tigris neemt met zijn zeis plaats op de troon van Charon. Een geraas zwelt aan. Van alle kanten stroomt het vol met zielen. Hij wordt weer de oude Ot. “Je half uur is om. Weet je al wat je wilt?” “Ja, ik wil dat Ab, met wie ik dit lichaam deel, niet gekweld wordt door mijn torment.” Lucifer knikt. “Je wens is ingewilligd. De herinneringen van Uznarda zijn niet meer toegankelijk voor Ab.” Dan neemt hij afscheid van ons.

Ook Kees neemt afscheid. Hij zal ons missen. Hij vraagt of we niet te lang wegblijven en zegt: “Ik heb nog wat voor jullie.” Hij geeft de kris Besertana aan Mio. “Ik kan jullie overal ter wereld afzetten. Alle kerkhoven zijn ingangen tot de onderwereld, dus ook uitgangen.

In memoriam Tijger

Image_001Gisteren ben ik met Tijger voor de laatste keer naar de dierenarts geweest. Het ging al een tijdje niet goed met hem. Hij werd steeds magerder en liep niet meer goed. Zaterdag hebben ze een echo gemaakt en daar was te zien dat hij een grote tumor aan zijn maag had. Gisteren kon hij amper meer bij zijn etensbakje komen en het eten zelf lukte ook niet meer zo goed. Hij lag alleen nog maar op zijn kussentje.

We hebben Tijger gekregen toen hij al wat ouder was. De vorige eigenaar wilde van hem af en via de zus van de assistente is hij bij ons terecht gekomen. Tijger was een kat met een missie: hij wilde bij iedereen op schoot zitten.

Gistermiddag heeft hij een injectie gekregen. Hij lag bij mij op schoot. Even werd hij weer helemaal helder. Hij ging rechtop zitten en keek weer blij om zich heen. De pijn was eindelijk weg. En toen is hij spinnend op mijn schoot in slaap gevallen. Na een kwartiertje moest hij hoesten en kort daarna hield hij op met ademen. Het is wel heel moeilijk om je dier op je schoot dood te laten gaan. Maar het ging echt niet meer. Ik ben blij dat hij op het einde nog even pijnvrij was.

Tijger is 15 jaar oud geworden.

Sessie zevenenvijftig

We zijn in de stinkende tombe van Eren of the Last Laugh. Dyjab vraagt aan het magische tablet om de toegangscode. Die krijgt hij niet, maar wel een codewoord om de tombe veilig te verlaten. Het is ook niet nodig om hier ooit weer terug te keren, we hebben de erfenis van Eren en zijn reincarnatie heeft daarom geen reden meer om hier te komen. Als we terugkeren, worden we uitgelachen door Masi Tamuz en White Howler. Achteraf gezien was het ook wel lachwekkend en Diamondclaw zal er een zware dobber aan krijgen om hier een heldhaftig verhaal van te maken voor de Moot.

We zitten dichtbij de Donau. Na vijf uur lopen komen we aan bij een zijrivier. Dyjab weet onderweg te vertellen dat Lookshy een dragonblooded stad is die nooit door het keizerrijk is veroverd. De oude families heersen er nog en de cultuur is zeer militaristisch. Dat ze ruzie hebben met het keizerrijk betekent overigens niet dat ze welwillend staan tegenover ‘anathema’. Ze hebben net zo hard meegedaan aan de usurpatie. Daar maken we een vlot. Image41Ster trekt zijn kleren uit en springt in het water. Zijn nieuwe lichaam is dol op water want het was van een water-aspect dragonblooded, maar Ster zelf blijkt helemaal niet te kunnen zwemmen. Raine redt hem van de verdrinking en leert hem zwemmen. Masi zet de Hand of Water in, waardoor het vlot heel snel vaart. Na een uur zijn we al bij de Donau en na nog twee uur zien we de stad Lookshy liggen. Het is een snelstromende rivier en het is druk op het water. Er zijn handelsschepen, baggerschepen, vissers etcetera. De stadsmuren zijn hoog en goed bewapend. Dragonblooded patrouilleren in uniform, ze kijken trots. Ook de burgers dragen uniformachtige kleren. We zien een groot fort naast de haven en er staan energiewapens op torens aan weerszijden van de ingang. Er zijn veel officials, dus we maken een plan. Ster’s paard wordt in de bosjes buiten de stad gestald. Het is een typische haven met winkels, loodsen en visrestaurants. Aan de rechterkant staat het fort met een eigen binnenhaven en een poort naar de kade. Een bewapende 1st age speedboot vaart rondjes. We doen ons voor als een gezelschap dragonblooded avonturiers die heteen beetje tegen gezeten heeft. Zo hopen we onopvallend passage te kunnen boekennaar Afrika. Als we binnenvaren, levert ons vlot meewarige blikken op van de haven official. Dyjab stelt zich voor en vertelt het verhaal. We mogen aan land komen, onder de voorwaarde dat we ons aan de wet houden en snel weer weg zijn. "Als je onzin uithaalt word je in de bak gegooid, als je je daiklave trekt word je in de bak gegooid, als je spioneert word je in de bak gegooid." Hij wijst ons het kantoor van de havenmeester, die weet wel een schip waar we mee naar Afrika kunnen. "En vergeet je galei niet! Dat brandhout wil ik niet in mijn haven."

We trekken het vlot aan land. Een restauranthouder wil het wel van ons overnemen als brandhout. Een beetje probleem is wel dat we morgen al in Giza verwacht worden. Dus een zeilschip of een geroeide galei zal er nooit op tijd zijn. We hebben 1st age vervoer nodig. We zien een bejaarde militair, die aan de waterkant een pijp zit te roken. De oude baas is wel in voor een praatje en desgevraagd vertelt hij honderduit over de supersnelle schepen, de vliegtuigen, de soldaten en de tovenaars van het leger.
Raine bestudeert de grafitti op de muren en ontdekt dat er behalve een paar jeugdbendes geen tekenen zijn van gezagsontrouw en al helemaal geen stadslunars of verscholen solars. Masi en Claw veranderen zich in vogels en verkennen. Ze zien dat het druk is in het fort. Het heeft een groot garnizoen. In de binnenhaven liggen nog twee van die snelle aurichalcumkleurige schepen aangemeerd en er zijn er twee aan de kant getrokken waar aan wordt geknutseld. Het is een mooie oude stad met nog een heel aantal ranke woontorens uit de 1st age. Er is best veel essence in de stad. Onder het fort ligt de demesne, maar er zijn ook heel veel dragonblooded, die allemaal essence hebben. En de sorcerors gebruiken zelfs grote hoeveelheden. We komen een paar monniken tegen van de Immaculate Order. Dyjab ontdekt dat ze hier heel wat vrijer in de leer zijn dan in het keizerrijk. Maar anathema blijven anathema!
We zien geen manieren om via het leger aan boord van een speedboot of vliegtuig te geraken. En ook een tovenaar omkopen lijkt een slecht idee. En om zo’n schip te kopen, kost ten minste dezelfde waarde in andere first age technologie. Maar zoveel hebben we ten eerste niet bij ons en ten tweede hebben we het zelf nodig voor de verdediging van Porto Libre. Hl5tubinesportroughseasOe’al stelt voor om dan maar een schip te stelen. Raine is meteen voor. De dragonblooded hebben die dingen tenslotte ooit zelf van hun solar meesters gestolen.

Ster kan zichzelf onzichtbaar maken en hij kan tegen muren omhoog lopen. Dus hij loopt over de dikke muren naar de binnenplaats van het garnizoen. Het is hier druk, de technici zijn bezig met sterke magie. Als hij ’s nachts gekomen was, zou zijn essence als een baken opgelicht hebben, maar overdag valt hij hier niet op. Naast ieder schip staan vijf lichtgepantserde en bewapende dragonblooded, de bemanning. Hij sluipt aan boord, maar laat de sensor van de loopplank afgaan. Snel glipt hij tegen de zijkant van het vaartuig. Een van de soldaten voelt essence, maar de andere denken dat het een rat was. Hij zwaait met zijn daiklave langs het schip. Gelukkig kan Ster het wapen ontwijken. De andere soldaten halen de argwanende over om weer aan de kant te komen. "Ik vraag Arie wel om me Defence from Anathema te leren", moppert hij. Als de mannen weer van boord gaat, klimt Ster langs de railing omhoog en glipt de het schip in. Het gouden scheepje is slank en het ligt licht in het water. Er zijn twee spartaanse slaapkabines en een stuurhut. Daar gaat hij binnen en bestudeert het bedieningspaneel. Een handplaat waar je essence in kunt pompen om je op het schip af te stemmen, een paar grote knoppen, hendels en een stuurwiel. Het lijkt allemaal heel simpel. Als hij het idee heeft dat hij het helemaal begrijpt keert hij terug naar de groep. Met een stunt springt hij van de scheepswand naar de kadewand en hij rent over de muren terug.

We maken een plan. Dyjab en Oe’al verlaten de stad en wachten op ons bij Ster’s bronzen paard. Masi neemt de zweefstenen om de ketting over de havenopening te trekken, zodat we niet gevolgd kunnen worden. Ster gaat weer onzichtbaar naar het schip. Raine volgt hem onder water en maakt de trossen los, dan wil hij aan boord klimmen. Claw vliegt. Ster steekt de nodige essence in het schip om zich af te stemmen. En dan drukt hij op de grote rode knop. Maar … cultuurschok … in Autochthon is de startknop altijd rood, maar hier is het de alarmknop. Dus de scheepssirene begint te loeien. De goedgetrainde dragonblooded rennen het schip op. Raine klimt aan boord en Claw landt en neemt zijn beast vorm aan. Ster geeft gas en vaart pardoes een ander schip in. Images3Twee van de dragonblooded vallen van de loopplank af, twee van die al aan boord zijn kukelen om en alleen de laatste blijft staan. De soldaten gooien zwermen pijltjes en eentje geeft Claw een muilpeer: een combo gaat af waar de lunar door wordt omgegooid. Hoewel de soldaten van het 7th Legion inderdaad geduchte krijgers zijn, blijft het toch een ongelijke strijd. De celestials zijn genadig en de dragonblooded worden gewoon overboord gegooid. Een van de torens activeert nog een straalwapen. Gelukkig mist de schutter ons en het schip waar Ster ingeramd was, rot weg. Hij geeft gas a
chteruit  en we gaan er vandoor. Masi spant achter ons de ketting over de ingang van de haven en ze gooit met de Hand of Water een vloedgolf de stad in. Maar deze haven is duizenden jaren geleden door solars aangelegd en die hielden nog rekening met dit soort acties. Dus de vloedgolf zorgt wel voor de nodige verwarring, maar jammer genoeg niet voor de grootschalige verwoestingen waar ze op had gehoopt. Nochtans hebben we genoeg tijd om iedereen aan boord te laten gaan. We zetten er de sokken in en 10 uur later zijn we in Egypte. We noemen het scheepje "Das Boot".

Sessie zesenvijftig

– beetje te laat, sorry 😦

Got16astonecirclecentralshrineWe willen over een maanbrug naar Afrika. White Howler vindt het allemaal maar raar. We ontdekken dat deze brug niet ver genoeg doorloopt, dus in de buurt van Roemenie nemen we een afslag. We komen aan op een open plek in een bos met staande stenen. Makaken in de bomen druppelen water, bloemetjes lopen achter ons aan en er zitten grote driepotige kevers. De Wyld is hier sterk. Dyjab weet dat dit land van de 7th Legion is, dat is een verzameling militaristische staten die geen deel uitmaakt van het Realm. Mos Kovia is er de belangrijkste handelsplaats van en Lookshy het militaire bolwerk.
De tekens op de stenen vertellen sterke verhalen over een Lunar cirkel. Een van hen was de geliefde van een solar die hier in de buurt ligt begraven. We volgen een paadje het bos in en komen aan een perfect vierkante open plek. In het midden staat een stervormig obsidianen gebouw, met vier punten. Er staan een aantal gevleugeld standbeelden op. Er zijn helemaal geen dierensporen in het gras te zien. Als Raine naar het gebouw loopt, krijgt hij een enorme opdoffer. Vonken spatten uit de grond en hij wordt met een boog de bosrand in geknikkerd. Op de plek waar dit gebeurde, zien we een orichalcum lijn in de grond. De essence die er doorheen stroomt is solar van aard, dawn caste. Alles wat leeft krijgt hier een oplawaai. Vandaar ook dat er geen dieren komen. Ster’s paard leeft niet en blijkt er dan ook geen last van te hebben.  Hij stuurt het paard naar het gebouw en kijkt telepatisch mee. Er zijn nog vier van die orichalcum lijnen binnen de eerste. De muren blijken van dichtbij enigszins diepte te hebben, er zijn letters in te zien en afbeeldingen van een solar: Erin of the Last Laugh.
Ster zuigt met de magische energie van het eerste vierkant op. Dat geeft iedereen gelegenheid om er doorheen te glippen. Howler en Ma Si blijven hier om de achterhoede te dekken. Maar de energie raakt niet op en hij raakt bijna overladen. Dit moet hij niet te vaak doen!
Het tweede vierkant doet iets heel anders. Als Raine zijn hand uitstrekt, wordt ter hoogte van de lijn zijn bloed uit zijn lichaam geteleporteerd. Er liggen hier menselijke botten op de grond. Dit is de zenith lijn: een bloedoffer aan de zon. Ster roept een stoomgolem op die iedereen geneest terwijl we de lijn oversteken. Zo overleven we het allemaal.
De derde lijn is Twilight. Als je deze passeert wordt alle perifere essence uit je gezogen en van de persoonlijke essence poel blijven evenveel motes over als je permanente rating. Da’s best weinig! De volgende is van de night caste. We kleden ons uit en laden alles op het paard. Naakt kunnen we de lijn zonder bezwaar passeren. De spullen worden niet van het paard gestolen, maar de magische eigendommen raken wel un-attuned. En dan weegt je daiklave opeens 20 kilo en kun je je soepele jaden harnas niet meer aantrekken omdat het eigenlijk van steen is.
Nu alleen nog de eclypse. Deze barriere bepaalt dat alle wapens zich tegen je keren. De voorwerpen vallen ons niet aan zolang er geen huidcontact is. Claw houdt zijn hand tegen de lijn en geeft zichzelf een vuistslag in het gezicht. We kunnen blijkbaar zelfs in ons nakie niet door deze barriere, want je vuisten en voeten gelden ook als wapens. Nu keert zelfs ons eigen lichaam zich tegen ons. Uiteindelijk besluiten we om ons vast te laten binden door Raine en de golem krijgt de opdracht om ons over de barriere heen te tillen en na een uur weer los te maken. We liggen een uur lang te spasmen. Erin zal wel lachen! 
Maar dit was toch niet zo’n goed idee, want vanaf de dakrand van het gebouw gooien lightning throwers ongericht electrische ontladingen in het rond. We worden allemaal een aantal keren geraakt voordat de spasmen verminderen. Dan maken we onszelf snel los. Claw verandert in een raaf en vliegt het dak op. Oe’al maakt een aarden wal, waarlangs de anderen ook op het dak kunnen komen.
Claw heeft de geheime deur gevonden, maar als Raine die aanraakt, komen de vier standbeelden tot leven en vallen ons aan. Dat zet een beetje druk op de ketel. Vier van ons vechten en de dief maakt de deur open. Gelukkig zijn er geen vallen op de trap. We glippen snel naar binnen en doen het luik achter ons dicht. 84280lavishtombinsidethetajmahalagr Een maal binnen in de tombe is het prachtig! Langzaam wordt de ruimte verlicht als door de opkomende zon. De wanden zijn prachtig versierd met mozaieken die het levensverhaal van Erin de eclypse caste solar vertellen. Zijn lunar mate wordt meerdere malen afgebeeld. Erin was blijkbaar niet zo gek als de meeste van de andere solars. We zien hem onder meer in het Air Court de Storm King terecht wijzen, maar ook grappen die hij uitgehaald heeft zoals de regels van het dobbelspel herschrijven. En er staan vier onbeschrijfelijk mooie kunstwerken in de hoeken, zo mooi dat je het gevaar loopt om gehypnotiseerd te blijven staan kijken. Ze zijn gemaakt van licht, jade, geluid en steen.
Ook vinden we afbeeldingen die gaan over de usurpatie. Hij was daar al oud en samen met zijn lunar vocht hij tegen de dragon blooded. Zij is gestorven zodat hij kon ontkomen. Maar hij wilde niet meer leven en heeft zich in zijn tombe teruggetrokken om te sterven.
Achter de trap vinden we een schrijftafel met een groen jaden tablet ter grootte van een talent en een zwarte jaden schrijfstift. Claw bedenkt dat het een communicatiemiddel is. Hij schrijft "The last laugh is on you" en krijgt als antwoord: "Hahaha!" Er zit een artificial intelligence in. Dyjab gaat er mee in discussie en weet toegang tot de laatste rustplaats van Erin te onderhandelen in ruil voor de toezegging dat we zijn reincarnatie zullen gaan zoeken en hier naartoe zullen brengen als hij geen abyssal is geworden. Als eclypse war Erin de Wetgever. Zijn goddelijke mandaaat was dat hij afspraken kon maken die net zo bindend zijn als natuurwetten. Een deel van dat mandaat wordt aangeroepen in dit tablet. Wij zullen de verantwoording dragen voor de uitvoering van de afspraak, maar we mogen wel 2e en 3e partijen inschakelen. 3203363985_a4dfb5159bAls we tekenen, gaat er een paneel in de wand open en komen we in de eigenlijke grafkamer. Het is sobere zaal met een skelet op een gouden troon. We vinden zijn persoonlijke zegelring (Solar Ring, Oadenol’s Codex pag. 32),een zelfschrijvend penseel (Audience Brush, OC p.33), een steen die er voor zorgt dat je alles onthoudt zolang je hem op je huid draagt (Memory Stone, AC p. 85), zijn mantel, met daarin in een binnenzak vijf porties poeder (8 Scream Devil Powder, Wonders of the Lost Age pag. 74), een stenen boekomslag met een heartstone, die boeken voor je leest en onthoudt (Omniscient Literary Advisor, WLA p. 64) en de grootste schat is het persoonlijke wapen van Erin met twee heartstones, het is een soort superversie van Ster’s Dragon Sigh Wand die alleen door solars kan worden gebruikt (Fiery Solar Cannon, WLA p. 79).

Kleed van spinrag

Spinrag is sterker dan staal of kevlar. In het American Museum of Natural History in New York City wordt sinds eergisteren een kleed van ongeveer 1m20 bij 3m50 tentoongesteld, dat gemaakt is van goudkleurig spinrag. Spidercloth_2Op Wired staat het verhaal in het engels. 85 man zijn op Madagascar vier jaar bezig geweest met het verzamelen van de draad van meer dan een miljoen spinnen. Het winnen van spinrag is minder gemakkelijk dan rupsenzijde, omdat de spinnen de neiging hebben elkaars hoofd af te bijten. In 1880 ongeveer heeft de plaatselijke missionaris een apparaat ontworpen om bij 24 spinnen tegelijk spinrag te melken en daar garen van te maken. Simon Peers besloot om dit apparaat te verbeteren en hij heeft dit fantastische project op poten gezet. Ik ben dol op dit soort projecten. Als tijd en geld geen rol spelen kun je met passie, charisma, transpiratie en inspiratie iets unieks maken.

GV 4 – Het orakel van Delphi

Het is zondag 19 november 2012. We zijn in Griekenland, in Delphi. Mio in zijn ninja pak, Suzette in een chanel catsuit en Aia in zwart t-shirt en idem spijkerbroek. Tot onze verrassing komen we Kees tegen. Hij verbergt zich omdat hij niet wil dat Philippe hem ziet. We ontmoeten elkaar in een restaurantje. Kees vertelt dat hij over de wereld heeft rondgezworven op zoek naar Charon. Hij onder meer is in Mexico geweest. Daar heeft Belial het land overgenomen en het is nu een slavenfarm. Hij laat alle mensen in ketenen slaan. Belial is er van overtuigd dat daar het einde der tijden zal gebeuren. En in Israel heeft Kees een engel zien verschijnen. Het was Gabriel. Wij vertellen dat wij Gabriel ook hebben gezien, in Rome.
Image_167Tegen de schemering kruipen we onder de afrastering door en gaan we naar de ruines van de tempel van Apollo. Kees stapt de schimmenwereld in. Daar is het vreemd. De tempel staat er compleet en lijkt zich actief tegen verval te verzetten, er zijn geen geesten afgezien van Kees’ oude mevrouw en die klaagt over de kou. Er is iets onder deze berg wat een vreselijke koude uitstraalt. Kees valt weer terug in onze wereld. Hij dampt en is wit van de rijp. Dan snuffelen we wat rond bij de tempel, en na een paar seconden hebben Mio en Suzette het idee dat ze al uren tevergeefs rondlopen. De kriss Bestertana reageert geirriteerd. “Vraag het maar aan haar.” We zien niemand. “Misschien moet je je dan maar eens voorstellen. Ik ben geen kompas!”
Een beetje schutterig zegt Mio: “Hallo. Ik ben Mio.” Alsof er een gordijn wordt opengedaan, zien we opeens een gestalte in een gewaad in het midden van de tempelruine staan. “Bilifor, Athlaton, Tigris en Uznarda. Het is lang geleden dat iemand het orakel raadpleegde. Maar jullie hebben het geschenk niet meegenomen.” De fles ouzo en de gouden bloemetjes van de wereld van levend metaal zijn niet wat ze onder een geschenk verstaat. “De priesters van vroeger zouden dat van harte ontvangen, maar ik heb behoefte aan wat anders om te spreken. Jullie zijn het vergeten. Ik heb een meisje nodig van jonge jaren, een mensenkind, onbezoedeld.”
“Wat gebeurt er met haar?” wil Ab weten.
“Haar zullen de ogen geopend worden.”
“Wordt zij de nieuwe Pythia?” vraagt Mio.
“Zo zou je het kunnen zeggen. Met de priesters is ook de kennis verloren gegaan. Zij zal mijn plaats moeten innemen.”
Dan schuift ze het gordijn weer dicht. We lopen op het pad, maar weten niet hoe we er komen. Dan zijn we opeens weer in de tempel, en dan onderaan het pad. De tijd maakt rare sprongen en het wordt steeds vroeger. We komen tegen de schemering in het dorp en daar gaan we op zoek naar kinderen die nog rondlopen. En Kees stelt zich voor aan Philippe. Zonder moeilijke vragen te stellen pakt Philippe zijn telefoon en belt wat in het rond om een meisje zonder ouders te regelen. Een dorpje verderop is een weeshuis. Hij laadt ons in de jeep en rijdt ons er naar toe.
Het is hier heel anders dan in Delphi. De barriere is dun en het zit vol met geesten. Het weeshuis is een groot vervallen gebouw. We sluipen naar binnen. Een halletje met twee gangen en een ijzeren hek naar een binnenplaats. In de verte klinken kinderstemmen, slaande deuren, pannen en rennende voeten. Mio gaat in ninja-mode en sluipt de linkergang in. Die komt uit in de keuken. Dan maar de rechtergang. Hij vindt een trap omhoog. Boven kijkt hij voorzichtig om de hoek en ziet een lange gang met veel deuren. Een dikke vrouw is bezig een twintigtal kinderen van 6 tot 16 in bed te krijgen. Mio glipt een meisjeskamer binnen, terwijl de anderen op de trap wachten. In de kamer liggen twee meisjes, Nana van zes en Marina van zeven, in bed. Ze reageren heel naief en ze geloven meteen dat hij een engel is. Als hij zijn vleugels laat zien zijn ze niet eens verbaasd. Hij haalt ze zonder probleem over om met hem mee te komen en wanneer iedereen slaapt sluipen ze met hem mee naar beneden, waar de anderen ongerust wachten. Onderweg naar Delphi vallen de meisjes in de jeep in slaap.
Als we aankomen nemen we hun mee naar de tempel. De Pythia verschijnt en daar worden de meisjes wel bang van. “Ik zie dat jullie het geschenk hebben meegenomen. Ik zal voor het eerst in eeuwen weer spreken.” Ze maakt een gebaar en er ontstaat een opening in de oneven vloer. “Neem de meisjes maar mee.” Wederom verloopt de tijd fragmentarisch. Onderaan de trap is een ruimte met twee fakkels en een grote ketel op drie poten. De gestalte steekt hout aan onder de ketel en wenkt ons. Image_359Neem plaats. De meisjes mogen daar gaan zitten.” Ze wijst op een erebank. Als iedereen zit gaat de achter de driepoot staan en trekt haar kleed uit. Er staat nu een meisje van een jaar of zes voor ons. Ze stapt in de ketel met een palmtak in de ene en een aardewerken kommetje in de andere hand. “Heb geduld en stel je vraag als het zo ver is.” De ketel wordt heet en het orakel begint te zweten. Ze raakt in trance. “Stel je vraag.
Ik wil Charon spreken,” zegt Kees.
Kunnen we de wereld redden?
Waar is de navel van de wereld?
Heeft het zin om de wereld te redden?
Het water begint te zieden en er weerklinkt een pijnlijk gezang. De tijd begint weer raar te doen. De meisjes vallen in slaap. Wij zitten op andere plaatsen. Opeens weerklinkt een ijselijke kreet en dan heft ze de palmtak op en spreekt luid in engelentaal:

De Vlam is de strijd tussen licht en duister
Wie de ogen sluit beneemt elk zicht
Woorden blijven steken in ademloosheid
Het doodloze einde is zonder begin
Aldus gesproken in de navel van de wereld.

Ze slaakt weer een kreet. Dan drinkt ze uit het kommetje en zijgt neer in het komende water. Aia en Suzette tillen haar er uit. Het meisje heeft derde graads brandwonden over haar hele lichaam en is dood. Maar het was niet het kokende water waar ze aan gestorven is. Ze heeft uit het kommetje een heel sterk gif gedronken. Vanaf het erebankje kijkt Nana ons met serieuze ogen aan. Er is een nieuwe Pythia.

Geen graancirkels in de mais

Engelse graancirkelmakers en Japanse rijstboeren zijn niet de enigen die kunstwerken aanbrengen in hun landbouwgewassen. Hier in Nederland kunnen wij er ook wat van. Sommige boeren vinden het leuk om in hun maisvelden een doolhof aan te leggen. Maar ook in Belgie en op de Duitse waddeneilanden wordt het gedaan. Het is grappig om er doorheen te lopen en het levert leuke plaatjes op vanuit de lucht.
Luchtfotomaisdoolhofs1997762033_1999999335_maisdoolhof_kWp7cb77bc1_0f070803_070803_belgisch_labyrinth