Hoe langer ik er naar kijk, hoe vreemder ik dit plaatje vind. De streepjescode op de nummerplaat, de staartpuntbescherming in het motorpak, de snit van het pak, de skyline van de stad, de merkjes op de motorfiets. Allemaal raar.
Koraalslak
Uit: Mare (Leids Universitair Weekblad)
"Twee onderzoekers van Naturalis en het Instituut Biologie Leiden hebbenmaar liefst tweeentwintig nieuwe soorten slakken ontdekt. Vader Edmunden zoon Adriaan Gittenberger beschreven de op koraal levende diertjesin het vakblad Contributions to Zoology.Omdat de uiterlijke kenmenken van de schelpjes vaak overlappen, zijnsommige soorten alleen met moleculair-biologische hulp van elkaar teonderscheiden. Onder de soortenoogst bevinden zich ook drie compleetnieuwe genera; namen voor de 22 leden van de familie der Epitoniidaezijn nog niet vastgesteld. De meeste van deze nieuwe slakkensoortenleven op een of enkele specifieke koraalsoorten, en hebben eenverspreidingsgebied dat vergelijkbaar is met dat van hun gastheer."
Arjan Gittenberger was tot vorig jaar de voorzitter van mijn duikvereniging.
Ik wil een draak
In de wereld van Escha spelen wij Dungeons and Dragons. Dungeons (kerkers, grotten, torens van tovenaars) zijn er genoeg. Maar nu hebben we eindelijk het Dragons (draken) gedeelte van het spel bereikt. Onlangs heeft onze groep spelers een heel oude draak bevrijd uit de klauwen van een boze tovenaar. Die is nu op weg naar het drakeneiland om te kijken of er nog draken leven en hij heeft beloofd om ons daarna te komen helpen.
Ik heb altijd al een draak gewild. Toen we klein waren speelde ik de draak en mijn zusje de prinses. We hebben nooit behoefte gehad aan een prins om de draak te verslaan. In het echt komen draken alleen in Indonesie voor en het zijn ouderwetse vraatzuchtige monsters. Helemaal geen wijze, edele reptielen die kunnen vliegen. Maar in een fantasy rollenspel zijn die draken er wel.
Aan een andere tafel heb ik een drakendoder gespeeld, een halfling van95 cm die er uiteindelijk drie heeft verslagen. Aan deze tafel heb ikal een hele tijd de ambitie om vriendschap te sluiten met een draak,eigenlijk sedert het vinden van een oeroud kaartspel, het drakenspel.Thorn als Drakenruiter, dat moet de DM natuurlijk maar net goed vinden,maar ja.
Everything is illuminated
Gisteravond verveelde ik me en, zoals ik wel vaker doe haalde ik een paar video’s. In een opwelling pakte ik Everything is illuminated.
Het gebeurt niet vaak dat ik om een film tranen in mijn ogen heb van het lachen en er ook nog bijna van heb moeten huilen. Dit is er zo een:
Elijah Woods is in deze film geen schattige hobbit, maar een echte nerd met een zwart pak, wit overhemd en een oversized bril.
De film gaat over een bijna autistische joodse jongen, die in een surrealistische reis door de Oekraine op zoek is naar de vrouw die zijn grootvader in de oorlog van de Duitsers heeft gered. Zijn gids Alex (Eugene Hutz) spreekt prachtig engels: "The women love me. I am carnal every night." En ze worden rondgereden in een soort trabant door de grootvader van de gids (Boris Leskin) en zijn hondje Sammy Davis jr jr. "The seeing eye bitch is mental, but this is no problem because grandfather only thinks he is blind." Het landschap is een adembenemende mengeling van graanvelden, ruines (Bij een leegstaand flatgebouw midden in nowhere: "What is this building?" "Soviet." "What happened?" "Independence.") en vreemde bewoners.
Hoewel de recensies nogal lauw waren vond ik hem erg leuk en ik kan hem aanraden.
Arcimboldo's kok
Big Five ?
Met behulp van factoranalyse hebben onderzoekers vastgesteld dat bij het beschrijven van de persoonlijkheid van een orang utan drie van de menselijke Big Five persoonlijkheidsfactoren worden teruggevonden, te weten emotionele stabiliteit, extraversie en vriendelijkheid. De twee andere, openheid en ordelijkheid, hebben geen beschrijvende waarde voor orang utans. Wel zijn er twee nieuwe factoren aangetroffen, die bij mensen niet bruikbaar zijn. Het gaat hier om de factoren dominantie en en verstand (deze laatse factor komt niet geheel overeen met intelligentie, maar is veel breder).
De factor dominantie wordt bij meer mensapen teruggevonden. Bij chimpansees zijn bijvoorbeeld zes factoren teruggevonden: onze Big Five plus dominantie, waarvan dominantie de belangrijkste is.
De verschillen in dominantie tussen mensen zijn te gering om nog een beschrijvende waarde te hebben. Dominantie is dus bij de mens zijn onderscheidende waarde kwijtgeraakt. Merkwaardig vind ik in dit verband dat we in bijvoorbeeld de Nederlandse persoonlijkheidsvragenlijst voor de jeugd (NPV-j) de factor dominantie WEL terugvinden. Zou hier sprake kunnen zijn van een voorbeeld hoe de fylogenese en de epigenese ook in de opbouw van karaktertrekken parallellen vertonen? Orang utans staan ietsje verder van de mens dan chimpansees. Hun persoonlijkheidsstructuur heeft drie van de big five factoren en twee die wij niet hebben. Chimpansees staan al wat dichter bij ons, zij hebben vier factoren gemeen met de orang utan en vijf met de mens. Ik ben benieuwd hoe belangrijk dominantie is bij bonobo’s, die nog ietsje dichter bij de mens staan?
Maar, dominantie vind je dus bij prepubers nog terug. Zou dan bij jonge kinderen ook de factor verstand terug te vinden zijn? Het zou wel heel interessant zijn als bij jonge kinderen andere karaktereigenschappen meespelen dan bij volwassenen.
Pinksterkamp
Het afgelopen weekeinde was er weer pinksterkamp van onze duikvereniging. Dat is altijd heel gezellig. We hebben op zaterdag een paar duiken gemaakt vanaf het schip MS Theo, eerst Ouddorp Inlage en daarna ’t Koepeltje en op zondag bij Den Osse haven. Een heel eind lopen langs de dijk en dan nog 300 m snorkelen voordat je een beetje diepte hebt. Maar toch ook een leuke duikstek.
Persoon
Persoon (Gr. Per sona = doorheen klinken). In het oude Griekenland droegen de acteurs maskers met een geopende mond, waar de stem door versterkt werd. Deze maskers werden daarom persona genoemd. De rollen in het toneelstuk werden voorgesteld door maskers en werden dus personages. Als de acteur een ander masker opzette, werd hij een andere personage.
Een mens is een persoon. Een rol die hij speelt dus. Iedereen speelt in het leven verschillende rollen: klein kind, teringstudent, kraker, ouder, ondernemer. Het is steeds dezelfde mens, maar in iedere context is hij of zij een andere persoon, speelt hij of zij een andere rol. En de mensen die je in de ene situatie kent, zullen dus een andere persoon zien dan de mensen die je uit een andere situatie kennen.
Een persoonlijkheidsstoornis is dan ook een heel merkwaardig psychiatrisch fenomeen. Het gaat om mensen die om welke reden dan ook hun masker niet meer kunnen afzetten. Mensen die in alle situaties hetzelfde reageren. Maar wat in een enkele situatie adekwaat gedrag is, is in allerlei andere situaties hoogst onaangepast. Theatraal gedrag is zeer gewenst bij een spaanse matrone die een wilde flamengo danst, maar zeer ongepast als zij op theevisite is bij de keizer van Japan. Antisociaal gedrag is prijzenswaardig bij een spion in oorlogstijd, maar heeft hij eenmaal kantoordienst, dan dient hij zijn collega’s toch in leven te laten. Schizoide episodes horen bij een sjamaan, maar na de trance moet hij toch weer met zijn stamgenoten kunnen praten. Achterdocht is normaal bij een dissident schrijver in een dictatuur maar is hij eenmaal zijn land ontvlucht dan hoeft het niet meer.
Een theatrale persoonlijkheidsstoornis gaat dan over iemand die in alle situaties op een hysterische manier zichzelf centraal plaatst. Iemand met een antisociale persoonlijkheidsstoornis heeft geen geweten en maakt altijd misbruik van anderen. En iemand met een schizoide persoonlijkheidsstoornis is altijd in zichzelf gekeerd en eigenaardig. Hoewel er veel symposia, cursussen en dergelijke aan de behandeling van persoonlijkheidsstoornissen worden gewijd, is men het er stiekem over eens dat zij eigenlijk ongeneeslijk zijn, als een scheefgegroeide boom.
Een persoonlijkheidsstoornis kan ook pas worden vastgesteld op de leeftijd dat iemand voldoende flexibiliteit in zijn gedragspatronen hoort te hebben, als de persoonlijkheid volgroeid is, na je 18e. En ik kan dan ook heel boos worden als er een of andere onderwijzer van een 6- of 8-jarige zegt dat ‘ie antisociaal is. Zo iemand is a. niet bevoegd een psychiatrische diagnose te stellen en b. snapt helemaal niet wat hij eigenlijk zegt. Een kind van 6 is geen persoon, want het draagt nog geen masker. Wat je op die leeftijd ziet zijn de karaktertrekken van een organisme wat nog volop in de groei is en waar nog aan alle kanten mogelijkheden tot ontwikkeling zijn.
Visioen – 2
Voor mij is zo’n visioen meer dan een gewone dagdroom. Er zitten veel elementen in uit de buitenwereld, zoals stukken Ezechiel en Openbaring, stukken van de bijbel die ik nooit heb begrepen en die door deze ervaring eindelijk betekenis voor me hebben gekregen. Ook beelden uit andere culturen, uit het Tibetaanse boeddhistme en uit de wicca, allerlei beelden die, net zoals dat bij een droom gebeurt, op een nieuwe manier samenkomen. Maar anders dan bij een droom werkt een visioen juist heel verhelderend. Je bent als het ware aan de achterkant van de symbolen gekomen, op de plek waar hun betekenis woont.
Maar de vraag is natuurlijk: heb ik op die zondagmiddag God gezien? Nee en ja. Rozekruisers gebruiken bijvoorbeeld de uitdrukking "de God van mijn begrip". Welaan, mijn begrip van God is hierdoor wel toegenomen. Ik heb hier natuurlijk veel over nagedacht.
De lichtende gestalte op de troon is het hoogste begrip wat ik me op dit moment van het goddelijke kan vormen. Het licht dat de plaats innam van het gezicht is voor mij het Hoogst Kenbare, dat het Onkenbare verhult en daarom is deze God op zijn troon een product van mijn eigen verbeelding. Mijn begrip kan eeuwig blijven groeien, maar het onkenbare kan – per definitie – niet gekend worden en zal altijd voorbij de grenzen van mijn begrip blijven.
Dus: Nee, ik heb de transcendente Omniteit, de En Sof, de Verborgene, of hoe het Allerhoogste ook genoemd kan worden, niet gezien.
En ook Ja: ik heb wel met mijn geestesoog gezien wat ‘normale mensen’ goden noemen: de god en godin van deze aarde, de zeven verheven planetaire geesten, God’s troon en wie daar op zetelt. Het symbool van het eeuwige licht, het En Sof Or.
De uiteindelijke vraag is natuurlijk: wat moet je daar nou mee? De eigen begripsverruiming is een belangrijke drijfveer om je in mystiek te interesseren. Toch heeft zo’n visioen niet aleen voor de ontvanger betekenis. Anderen kunnen er ook wat mee. Ook uit de tweede hand zijn mystieke ervaringen waardevol. Wat is bijvoorbeeld de boodschap die ik meekreeg? De aarde is in gevaar. Daar kunnen we wat aan doen door ons niet alleen maar blind te staren op een boven alles verheven schepper, of je die nou aanduidt met God, Allah of YHVH.
De aarde zelf is goddelijk, god en godin. Misschien ‘lagere godheden’ ten opzichte van de lichtende gestalte op zijn troon. Maar die is ook slechts een sluier die het nog-hogere verhult. Het is een dwaalleer om alleen de ‘allerhoogste’ te willen aanbidden, want hoe verheven je godsbegrip ook wordt, het onkenbare blijft on-kenbaar en dus onaanbidbaar. Richt je op het kenbare. De natuur om ons heen, in haar schoonheid en haar kracht, voedt ons, houdt ons in leven. Wij maken deel van haar uit. De natruur beschermen is geen luxe, geen geldverspilling. Het is eigenlijk niet meer dan hygiene. Net als hygiene is respect voor de natuur wel een heilige plicht, want uiteindelijk gaat het om meer dan zelfbehoud.
Visioen
Twee jaar geleden had ik een visioen. Ik zat op zondagmiddag, om precies te zijn op 23 maart 2004 om vijf voor half vier, op het balkon in de zon. Het is warm en zonnig. De maan staat aan de hemel als een dun sikkeltje, net eerste kwartier. Bij vol bewustzijn, zag ik schuin links tegenover mij een goddelijke gestalte verschijnen, gezeten op een troon. De enige kleuren waren goud en wit. De troon rustte op zeven bollen, die zeven engelen waren die de zeven hemelen zijn. Deze hemelen zijn niet concentrisch, maar ze doordringen elkaar gedeeltelijk en ze vormen samen het bestaansniveau direct onder de troon van God. Het is moeilijk in woorden uit te drukken, want het was tegelijkertijd een heel complex visueel beeld en een stortvloed aan intuitieve informatie. Ik voel me, wanneer ik dit probeer in woorden te vangen, zoals Jacob Boehme dat beschreef: "In die vijftien minuten leerde ik meer dan wanneer ik mijn hele leven aan de universiteit had gestudeerd." Ik weet nu wel wat Tibetaanse tanka’s proberen uit te drukken, en wat de joodse merkavah mystiek in het boek Ezechiel en Johannes in Openbaringen proberen uit te drukken. Het gaat hier zowel om stadia van mystieke ontwikkeling, inwijdingen, als om bestaansniveaus.
De troon zelf was als een oneindig ingewikkelde stralenkrans, een rechtopstaande ronde schijf van gouden licht. De goddelijke figuur droeg een gouden gewaad. Hij had geen hoofd maar een allesdoordringend wit licht, waarvan ik wist dat dit de sluier is voor God’s aangezicht. Terwijl ik hiernaar keek werd ik doordrongen van een intens gevoel. Het was geen ontroering, of extatische vervoering, maar juist heel vredig. De volgende boodschap kwam tot me:
Zonder God zullen wij mensen deze wereld, onze moeder, kapot maken. Wij moeten de wereld weer leren liefhebben. Via zeven treden kunnen mensen dan de hemelen betreden om de hoogste God te leren kennen, via de lagere goden. Voor de aarde zijn dat ‘de god en de godin’.
In de tweede fase van het visioen zag ik een trompet uitgaan van de troon en die doorsteekt de zeven sferen. Nu liggen ze niet langer als een ring van elkaar doordringende bollen onder de troon, maar zijn in een liniaire rij gerangschikt van de hoogste hemel tot aan de aarde zelf. Hier zie ik de god en de godin staan in een zonnig bos. Ze zijn jong en sterk. Ik lig in het bos en kijk omhoog. De godin zegt: "slaap naakt in het bos en wees gewijd."
Ook nu komt er tegelijkertijd een grote stroom informatie in me op. Dit is een wijding die mag worden doorgegeven als puberteitsrite voor jongens en voor meisjes. De tijd is in de zomer, het mag met volle maan, maar dat hoeft niet. Het beste is wanneer dit bos nergens anders voor wordt gebruikt en er verder geen mensen komen. Ik zie een oude man, in een wit gewaad met een gouden koord, afscheid nemen van een jongen, die alleen gekleed is in een paar sandalen, een koord om zijn middel met een mes er aan en een leren riempje om zijn bovenarm met een paar veertjes. Zijn vader en moeder staan op de achtergrond, bezorgd en trots. "Deze wijding maakt je tot kind van de maan en beschermer van de aarde." 13 jaar is een goede leeftijd. Deze wijding geeft toegang tot de eerste hemel.
Hierna volgen een paar beelden van de zon, god van de hemel, die vooruit lopen op de tweede wijding. Deze zal komen als de tijd rijp is.