Cthulhu 15

Terug in de herberg worden de boeken bekeken. Het ‘Liber Ivonis’ is geheel in het latijn en stamt uit de 9e eeuw. ‘De Verminis Mysterii’ is ook geheel in het latijn en geschreven door Ludwig Prinn in 1342. Penny heeft les gehad in de Latijnse taal, voordat zij zich op de oosterse talen stortte. Zij kan de boeken een beetje ontcijferen. Percy heeft gelukkig een goede kennis van het latijn. Samen met Penny bestudeert hij de boeken. Het Liber Ivonis blijkt oorspronkelijk geschreven te zijn door Eibon, een Hyperboreaanse tovenaar. Naast informatie bevat het ook spreuken.

Men vraagt zich af wat ze nu moeten doen. De informatie die ze nu hebben is niet interessant voor de Earl of Huntingdon, maar wel voor Prof. Green. Tabby wil de namen van de cultusleden achterhalen. Als ze weet wie er allemaal op het landgoed logeerden naast de 2 Steam Barons, dan heeft ze die. Ze spreekt hiervoor met een van de leveranciers. Het blijkt te gaan om een concurrerende mijneigenaar, een priester van een lokale katholieke kerk, lokale adel en mensen van elders die de man niet kent. Voor deze mensen duikt ze het societynieuws in. Een opmerkelijke vondst hier is de aanwezigheid van een Schotse grootindustrieel, MacFaddyen. Om de laatste niet-adelijke gasten te achterhalen zouden ze nog de wijnleverancier kunnen uithoren, maar deze woont en werkt in Plymouth.

In de avond vertrekt men naar de mijnen. Ondertussen is men tot de conclusie gekomen dat de Mi-go waarschijnlijk is ingehuurd als – een verdomd goede – chirurg. Men vraagt zich dan ook af wat de Mi-go in ruil hiervoor krijgt. ze willen de koets nemen, maar deze besturen is erg lastig. Gelukkig is Percy ook weer beschikbaar (de speler arriveerde later) en met hem op de bok is het een fluitje van een cent. De groep ontdekt al snel dat Carandon Hill vele mijnen herbergt. De best bewaakte lijkt hen een redelijk uitgangspunt. na enige tijd rondgereden te hebben, valt de groep een mijn op die niet meer actief is, maar nog wel bewaakt wordt. De pompinstallatie wordt ook nog gebruikt en het gras op de binnenplaats is niet platgetrapt zoals men bij een actieve mijn zou verwachten. Zowel Dave als Penny doet de spreuk “Form of the bat” en beiden gaan op deze manier de mijn verkennen. Eerst vertoont de mijn sporen van onbruik, maar ze gaan verder. Op de vierde galerij is activiteit. Er zijn hier 4 mensen bezig om kisten op een lopende band te zetten. De mannen lijken hen niet op te merken en ze volgen de lopende band. Deze komt uit in een grotere ruimte. Met hun echolocatie detecteren zij een wezen; de Mi-go. Hij hangt met zijn vleugels om zich heen geslagen als een vleermuis. De lopende band verdwijnt in het niets. Het heeft voor Penny veel weg van wat ze bij de ghouls zag, maar hier is er meer een portaal aanwezig met een membraan als scheiding. Op de lopende band staan kisten met daarin erts. Wellicht de betaling voor de Mi-go, die toezicht houdt op de levering? Dave ziet dat er onder de Mi-go in een ‘kast’ van die flessen staan waarin organen zitten. Het zijn er meer dan 3, het aantal wat in de kist zat. Op de terugweg merken ze op dat de mannen bij de lopende band geen halsbanden dragen. Ze komen naar buiten, zoeken de rest op en doen verslag van wat ze hebben gezien. De vraag: “Wat nu?”, dringt zich op. Dave wil de Mi-go doden of de organen vernietigen. Tabby, Penny en Percy zijn hier tegen. Zo’n slag zal de aandacht op de groep vestigen, waarna Blackpool en consorten een en een bij elkaar optellen en de jacht op de groep openen of intensiveren. Een andere optie is om te gaan praten met de MI-go, maar dit brengt het probleem “Wat hebben wij hem te bieden?” met zich mee. Daarnaast bestaat ook het gevaar dat ze niet weten of de Mi-go te vertrouwen is en hen niet zal verraden. Dave is hier mordicus tegen, want het ziet er uit als een duivel en je praat immers ook niet met ghouls. Percy betoogt verder dat als ze Blackpool willen aanpakken, ze het in één keer goed moeten doen. En niet met z’n vijven, maar met alle bondgenoten die ze kunnen vinden. Ze hebben intussen al best veel contacten: dokwerkers, koetsiers, de Earl of Huntingdon, en Prof. Green. Misschien kunnen ze zelfs de Violet Queen hiertoe rekenen. Hoe zou zij het immers vinden om zo’n kettinkje om te krijgen? De theorie is tenslotte dat Blackpool een staatsgreep wil plegen. Hij wil zelf koning worden, de Scarlet King minister van Oorlog en de Gold King kan ook een rol spelen, o.a. met zijn halsbanden. Ze besluiten om dit pad te volgen. Op basis van hun medische kennis berekenen ze dat het herstel van de orgaantransplantatie ongeveer 6 weken zal duren. Met nog 2 organen te gaan, levert dit ongeveer 18 weken te gaan tot de staatsgreep.

Als men terugkeert naar de hotelkamer, zit er een schavuit op hen te wachten. Hij introduceert zich door hen de groeten te doen van Prof. Green.

Tanais 122

Risha stelt voor om de wederhelften van Quiver en compagnons te scry’en. [ # successen: Quiver 1, nr2 2, nr3 1, nr4 2, nr5 2. We gaan hier de volgende spelsessie mee door. En we kunnen ook nog naar Clark en Duffet.]
Chang zoekt op het computernetwerk of er een astronomisch object is dat met Telentos overeen komt. Hij vindt een dwaalster met een behoorlijk onvoorspelbare baan, maar daar is weinig over bekend. Men is niet erg in astronomie geïnteresseerd want je kunt toch niet boven vliegtuighoogte komen. We willen er toch proberen te komen met de colorcopter. Quiver en co blijven in Plymouth. Risha vindt oude blauwdrukken van ruimtepakken uit de tijd dat Aarde nog koloniën had op Mars en de asteroïden. Hij laat de robots vijf van de beste pakken uit de 25e eeuw maken. Claude pas met [Craftsman needs no tools] de colorcopter aan voor een verblijf in de ruimte. De romp moet tegen vacuüm kunnen, de lucht moet worden gerecycled, we hebben een luchtsluis en een hitteschild nodig en bescherming tegen kosmische straling.
Als alles klaar is, springen we naar een plek ongeveer 500 km van de dwaalster vandaan. Het is een metalig kunstmatig object van 30 bij 50 km. Met [Sense Life] ontdekken we leven, maar het is zeker niet van Aardse oorsprong. Een sterk aanzuigend krachtveld trekt alles wat nabij komt er naar toe. Het veld maakt onderdeel uit van de Fabric Of Reality en als we dichterbij zouden komen, is er zonder [Forces 5] geen terugkeer mogelijk. Met [Color Sense] zien we dat dit object geen deel heeft genomen aan Expulsion. Het heeft geen enkele Color-signatuur, het is zowel bij Tanaïs als bij Aarde gelijk aanwezig en het bevindt zich op de rand van Igrot op 1/3 van de afstand tussen de Aarde en de Maan. Het heeft een totaal onvoorspelbare baan en het veegt met zijn krachtveld de ruimte schoon. Zelfs kleine pocket-realms worden weggeveegd. Met [Mind] ontdekken we een soort van bewustzijn, maar alien. We gaan weer terug naar Plymouth, deze expeditie heeft een halve dag gekost. De rest van deze dag besteden we aan het maken van een apparaat met allerlei sensoren, dat we op het object willen laten landen. Dat lukt en de lancering gaat vlekkeloos. Uit de metingen blijkt dat het ding geen atmosfeer heeft. Het is gemaakt van een legering die in 2442 is ontdekt en we zien een ingang voor ruimtescheepjes, waar in enorme letters “Parallax Consortium” boven staat. De buitenkant is bedekt met metaalresten die geanimeerd worden door een electromagnetische levensvorm. Ons machientje is geen lang leven beschoren, want zodra het landt, wordt het zorgvuldig gerecycled. Misschien kan Chappie ons meer vertellen over dit ruimteschip. Hij heeft met Parallax Consortium samen gewerkt.
Een volgend project is om vanuit een baan om de Aarde [Color]-metingen te doen. We vinden het equivalent van de Maelstrom bij een Blue Collar stad, maar die stad functioneert gewoon. Het gaat echt serieus veel tijd kosten om zo de hele Aarde in kaart te brengen. Zoveel tijd hebben we helaas niet meer.
Met Quiver en zijn kornuiten gaan we terug naar Tanais en we zijn keurig op tijd voor onze afspraak. Om half negen neemt Bindur ons mee naar het heiligdom om naar de spleet te kijken. Als we afdalen wordt het al snel heel smal. Daar is in de wand een [Color]-effect wat we nog niet eerder hebben gezien: Zilver. We stappen ‘opzij’ en komen in een realm dat dwars op Tanais en Aarde staat. Deze wereld is nogal abstract. Het is heel zuiver en leeg en bij onze voeten hebben we een eb-gevoel richting Tanais. Als we tegen de stroom in waden voelen we een ijle aanwezigheid van het goddelijke. Het lijkt niet op andere goddelijke werelden zoals waar de Marlboro Man woont, of waar Risha zijn race hield. Claude roept Pashupati aan. Deze verschijnt met een stralende aura, sterker dan normaal. “Ik dacht dat ik de kraamkamer wel ontgroeid was,” zegt hij vriendelijk. Hij legt uit waar we zijn. “Goden ontstaan hier en van hieruit verspreiden ze zich. Elke paar dagen ontstaat er een godling. Hoe, dat weet ik niet, ik kan niet vóór mijn eigen geboorte kijken. Sommigen godlingen overleven, anderen worden door de sorcerors gepakt. De eerste twee mensen zijn hier uit gehaald door Imhotep. Er zijn andere werelden waar je ook kan komen. Niet alle godlingen gaan naar Tanais. Sommigen gaan naar de Wyld of de Wyrd of nog andere plekken. Mensen creëren pantheons en godlingen strijden om de vacatures. Als je zoals ik bent, kun je ver komen.” Hij vraagt aan Claude: “Denk je nog af en toe aan mijn cultus? Er is concurrentie om jouw plek!”
We brengen verslag uit aan Bindur. Hij vindt het interessant. “Dus godlingen beginnen op Mount Paradise. En de eerste twee mensen waren ook godlingen.”
Dan begint de vergadering. Bindur neemt als voorzitter het woord: “Er is voor vanmorgen maar één punt om te bespreken: Chantal.” Ze kijkt verbaasd. “We hebben overlegd. Er zijn duistere krachten uit haar voortgekomen. Ligt dat in haar aard? Wij denken van niet. Maar waarom is zij belangrijk en waarom is zij verbonden met de mannen van Regenboog Wit Hert?”
Claude roept: “Alchemie test!” Dat had de Witte Raad zelf ook al bedacht. Als het pek- en zuurbad te voorschijn gehaald wordt, kijkt Chantal bedenkelijk: “Ik heb niks misdaan!”
“Het gaat om je origine, niet je acties.” Haar uiterlijk verandert niet door het bad, en dat verbaast de zaal. Natalje, de alchemiste zegt: “Ja, dat kan natuurlijk ook. Dat iemand gewoon native is.” Caude stelt voor om ook op andere origines te testen. Natalja zegt: “We kunnen testen op de elementenparen Koostof-Silicium, Zuurstof-Zwavel en Lithium-Natrium. Natalja had al een Koolstof-bad voorbereid. Chantal en Risha hebben allebei een koolstof-oorsprong: er komt een groen paard tevoorschijn. In de loop van de dag worden de andere baden ook geprepareerd en word Chantal helemaal getest: haar origine is Koolstof, Zuurstof, Natrium: native van deze wereld. Wij laten ons ook testen, net als een heleboel anderen. Risha heeft Koolstof, Zuurstof, Lithium; Claude heeft Koolstof, Zwavel, Lithium; Gwan heeft Silicium, Zuurstof, Natrium; Chang heeft Silicium, Zuurstof, Lithium als oorsprong. Chrisetos heeft Koolstof, Zuurstof, Natrium, net als de rest van zijn cabal en Chantal. Het begint nu ook op te vallen hoe gelijk ze er uitzien, als een één-eiige meerling. Er zijn er meerdere van die vrijwel identieke cabals. Andere cabals zijn net zo uiteenlopend als ons viertal. 90% van de meerlingen zijn Telentoi, net als Chantal en de Lunar-cabal. Chantal is uniek en de hele meerling is haar complement.
Dan vraagt de Raad: “Weet iemand waarom Chantal door Eenoog bezwangerd is, als enige van de hier aanwezige Exalts? Ze is duidelijk geen Abyssal.”
Risha zegt: “Ik denk dat we op zoek moeten gaan naar de andere demonen-moeders.”
Chantal’s [Color]-signatuur is zowel Aarde als Tanais. Ze is Eclips-caste met Teleutos als schaduw over haar exaltatie. Claude stapt sideways om te kijken of ze daar ook aanwezig is. Nee dus. Als hij weer terugstapt komt automatisch de kooi in werking. “Wat heb je gedaan? Waarom heb je de regels gebroken en magie gebruikt?” Claude wil een discussie beginnen: “Het was geen magie, maar een eigenschap.” Ze gaan de discussie niet aan. “Je ging naar Elsewhere, iedereen heeft het gezien.” Hij krijgt het bekende brandmerk. “Geen uitzonderingen. Als je zoiets wilt doen, vraag het aan!”
We tellen: de Telentoi en de overigen moeten samen met evenveel zijn als de menselijk-origine exalts plus de gevangenen in de naald. Hier in de zaal zitten minder naald-lingen dan er zouden moeten zijn, dus de abyssals zijn ook ex-gevangenen. Zijn de Telentoi gejuicede menselijke onsterfelijken? Juice was de brandstof voor Expulsion. Misschien waren de gevangenen niet voldoende.
We moeten een vergelijkbare vergadering op Aarde organiseren.

4 xp

Cthulhu 14

Tajer wil nog wel een whisky, want die heeft zich de hele avond moeten inhouden. Maar, ze moeten wel in hun rol blijven, dus wordt de drank door James besteld.

De volgende ochtend doet men het ontbijt. Daarna willen ze naar buiten zodat ze rustig kunnen praten onder elkaar. Hiertoe besluit men te gaan picknicken. “Wat hebben we gisteren geleerd?” Hetgeen er gebeurde was voornamelijk van technologische aard en weinig occult op misschien de absences van Lady Sandrine na (de hypothese dat Lady Gwendoline in haar hoofd zit blijft mogelijk). Verder heeft het portret van Lady Gwendoline een prominente plaats en kan het personeel het terrein niet verlaten en is het bovendien doodsbang (logisch met die halsband). De personen in de incrowd is niet alleen van adel, maar heeft wel macht. Zoals bijvoorbeeld de hoofdcommissaris van politie.

De volgende vraag is: “Wat gaan we vertellen?” (aan de Earl of Huntingdon). Ze bedenken een verhaal waarin geen occulte details voorkomen, met de vrouwenhandel en de dominee als kernpunten. Een volgend punt is het wel of niet vertellen dat ze niet van het huis De Saumares zijn.

Eenmaal aangekomen bij de tijdelijke residentie van de Earl of Huntingdon, wordt Tabby eerst bedankt voor het redden van zijn tweede koetsier. Om daarna direct over te gaan op de mededeling dat zijn zoon haar gezelschap als zeer prettig heeft ervaren. Zij wordt er zeer verlegen van en Percy grijpt de gelegenheid aan om op te biechten dat zij niet zijn voor wie zij zich uitgeven. Het verhaal wordt uit de doeken gedaan en na enig nadenken accepteert de Earl het. Hij is van mening dat zij inderdaad iets voor elkaar kunnen betekenen. De Earl is de hypothese toegedaan dat het de Gold King is die voor Lord Blackpool werkt ipv. andersom. De samenwerking tussen Blackpool, de Gold King en de Scarlet King ziet de Earl als een grote bedreiging voor het Empire en de Queen. Desgevraagd vertelt de Earl dat de Scarlet King hem haat, omdat hij er voor probeert te zorgen dat het leger onder Hare Majesteit blijft vallen en niet in handen van de Scarlet King valt. Maar de macht van de Earl wordt langzaam maar zeker ondermijnd door een lastercampagne tegen hem. Verder bespreekt de groep het voornemen om het huis van Blackpool te willen doorzoeken. De Earl is hier voor. Hij laat zich dan ook ontvallen dat de avond na een feest daar een goed moment voor zou zijn.

Hierna neemt men afscheid van de Earl. Deze laat hen weten graag op de hoogte te worden gehouden. Morgen gaat hij terug naar Huntingdon, maar hij zal laten blijken dat zijn zoon en Marie van elkaar gecharmeerd zijn, zodat een volgende ontmoeting niet raar is.

Ze bereiden zich voor. Als ze betrapt worden door het personeel gaan ze betogen dat ze de halsbanden verwerpelijk vinden en daar iets aan willen doen. Met dat in het achterhoofd gaat zelfs Tabby mee, ondanks haar angstige protesten. Er wordt nog gepraat over tunnels van kippengaas, maar dat is riskanter dan aannemen dat het hek ook indringers signaleert. (Het is om personeel binnen te houden.)

Ze klimmen over het hek met een paardendeken als bescherming tegen de punten. Terwijl de groep naar het huis loopt, komt de Mi-go aangevlogen. Het huis is aardedonker. Er snel naartoe sluipen lukt niet zonder geluid te maken, maar als ze langzamer gaan maken ze geen geluid. vanuit hun positie aan de zijkant van het huis, zien ze een aantal in kapmantels gehulde gestalten met fakkels aan de achterkant van het huis – cultisten. De MI-go zweeft voor hen uit. Op een gegeven moment zien ze de Mi-go even hun kant op kijken, waarop zijn gelaat even van kleur verschiet. Ze weten niet of hij hun gezien heeft, of alleen maar iets dacht te zien of te horen. Één van de cultisten loopt op de Mi-go af en spreekt hem aan. Ze herkennen de stem als mannelijk, maar kunnen er geen naam bij plaatsen. De Mi-go geeft antwoord in een vreemde mengelmoes van talen, hetgeen de groep doet denken aan de gevonden handleiding.

Ze willen zowel het huis doorzoeken, als kijken wat er hier buiten gebeurd. Percy en Tabby zijn het slechtst in sluipen en blijven dus buiten. De anderen gaan proberen het huis binnen te komen. De eerste en tweede poging om een slot te openen mislukken. Tarjinder komt op het idee om een raam te proberen en ze vinden er een die omhoog geschoven kan worden. Het drietal staat dan in een bijkeuken. Ze ontdekken dan ook een probleem: het huis is onverlicht! Er is alleen wat licht van de fakkels buiten dat binnenvalt. Dit betekent ook dat ze zelf geen licht kunnen maken. Ze besluiten dan ook te wachten tot hun ogen aan het donker gewend zijn. Opeens lopen drie cultisten met fakkels terug naar het huis. Tarjinder verbergt zichzelf en de anderen net op tijd. De cultisten pakken een grote, geblakerde kist van metaal op. De drie binnen herkennen deze kist als de kist uit de kelder van de dominee. De kist wordt naar buiten gebracht en daar worden er de flessen met de organen en de metalen plaatjes uitgehaald. Tabby en Percy zien dat van de metalen plaatjes, door de Mi-go, een soort cylindrische constructie wordt gemaakt. Dan zegt hij: “Alles werkt, maak Sandrine gereed!”

De drie komen in de bibliotheek. Deze is best groot en heeft geen ramen, dus ze kunnen hier licht maken. De boeken staan gerangschikt op onderwerp. De familie-kronieken beginnen in het Duits en worden daarna Engels. Verder zijn er ook boeken over Heraldiek en een grote sectie Geologie. Ze vinden hier ook het boek “Les Cultes des Ghouls”. Het valt open bij de spreuk om ghouls op te roepen. Het is duidelijk een ouder exemplaar, dat waarschijnlijk van Lady Gwendolyn is geweest. Ze kijken of er interessante boeken omheen staan. Penny ziet het “Liber Ivonis” en “De Vermiis Mysteriis” staan. Ze zoekt 2 boeken die in kleur en groote op beide werken lijken en zet die ervoor in de plaats neer. Dave richt zich op het bureau, terwijl de beide anderen op zoek gaan naar een mogelijke geheime deur. Er blijkt geen geheime deur te zijn. Dave vindt een uitschuifbaar schrijfblad in het bureau. Er staat een teken op dat hij herkent als het Elder Sign. Dit teken bevordert de slagingskans van spreuken. Er wordt even besproken of ze het blad mee zullen nemen. Besloten wordt dat Penny het teken overtekent. Het deactiveren zou direct opvallen.

Buiten verplaatst het gezelschap zich iets naar achteren. Daar is een altaar-achtig meubel, waar een wit kleed overheen ligt. Er staat ook een kooi waarin zich een varken bevindt. (Dit hebben ze eerder niet kunnen waarnemen, omdat het zich buiten de lichtcirkel bevond.) Lady Sandrine komt de cirkel in en maakt een zeer aanwezige indruk. Zij gaat zelf op het altaar liggen. De Mi-go gaat er heen en lijkt focus te vergaren. Het varken wordt uit de kooi gehaald en lady Sandrine wordt van haar kleding ontdaan. De Mi-go maakt een incisie in haar en er wordt een orgaan uit haar genomen. Dit orgaan wordt in de metalen constructie gedaan. In het varken wordt ook een incisie gemaakt en hierin wordt een orgaan uit de fles geplaatst. Het orgaan lijkt op deze wijze gereactiveerd te worden. Hierna wordt het in Lady Sandrine geplaatst. Tabby ziet op dat moment dat het om de lever ging. In de beide andere flessen ziet ze een hart en hersenen zitten. De mate van vakmanschap van de Mi-go is veel groter dan de huidge stand van de medische wetenschap. Lady Sandrine wordt gedicht en het varken gaat dood.

De drie binnen controleren de slaapkamers. Die van Lord en Lady Blackpool is leeg en in de meeste andere slaapkamers ligt alleen de vrouw te slapen. Behalve in die van de Gold King en de Scarlet King, waar man en vrouw slapen. Die beiden behoren dus niet tot de incrowd, maar Sir Charles Warren duidelijk wel. Tarjinder zoekt nog naar documenten, maar vindt weinig buiten het begin van een brief waarin Lord Blackpool positief is over de halsbanden: “Niet meer de problemen met stervend personeel. Klaar voor de markt!”. Het valt op dat er geen dagboek of persoonliojk journaal ligt. Misschien elders? Maar daar is geen tijd meer voor. Onderweg naar buiten voelt Tarjinder nog achter het portret van Lady Gwendolyn, maar de achterkant en de muur zijn beiden glad. Ze gaan dezelfde weg naar buiten.

Buiten wordt de ceremonie afgesloten. De Mi-go vertrekt richting Carridon Hill. (Het waren 10-15 cultisten en de Mi-go was dezelfde die ze al eerder hadden gezien.)

Ze slagen er in om ook weer ongezien weg te komen.

Tanais 121

Tanais 121 – 8 juni 2016

Tijdens de theepauze van dag 2 komt Chantal haar nieuwe man Chrysetis voorstellen. Hij lijkt sterk op Heer Arend. Na de pauze kondig de Witte Raad aan dat er bij wijze van uitzondeting op het protocol twee presentaties met lichtbeelden zullen zijn. Eerst mag Gwan verslag doen van onze wederwaardigheden en daarna zal de profeet uit Meluccha een nieuw visioen presenteren.
Gwan heeft een toverlantaarn bij zijn lezing, waarmee hij de zonsverduistering laat zien en de grijsheid van de Eenoog cultus. De minder belangrijke reizen worden overgeslagen. Hij laat de wedren zien waarin Risha het koningschap wint van zijn voorouder en hij eindigt bij het vinden van de Witte Stenen, de Witte Stad, en Expulsion. Nu wordt het publiek wakker.Hij vertelt over Igrot, de 5e dimensie, de technologische en de steampunk wereld, virtual reality en de tentakel bij Spitsbergen. Hier reageert de Witte Raad een beetje, want dit gaat over hun geheim maar dan op een andere wereld.
“En wat wilt u hiermee aantonen?”
“Ons voorstellen, en tonen wat de wereld bedreigt.”
“Een tentakel uit de Tempest bedreigt ons?”
Risha zegt: “Die tentakel komt uit de 5e dimensie en maakt deel uit van een wereldvreter die we Igrot noemen.” Hij vertelt dat er twee werelden zijn en hoe ze aan hun eind komen.
Vanuit het publiek wordt geroepen. “Overtuig ons! Neem ons mee naar die andere wereld!”
Hij vertelt over het ‘aanmeren’ en dat wij voorbeelden zijn van hoe dat kan lukken. Claude stoot hem aan en fluistert: “Dat zit anders, ik leg het nog wel eens uit.”
De fanclub gaat uit zijn dak.
De Witte Raad komt tussenbeide. “Genoeg over dit punt, over naar Melucha.”
Een monnik komt naar voren en begint te prediken over dat de wereld uitzichtloos lijden is en zo. Het publiek kijkt verveeld. Maar dan toont hij lichtbeelden van net zo’n tentakel in een andere omgeving. Het schiet iets af en er ontstaat een soort Stargate, een doorkijk naar een sterrenhemel die duidelijk anders is dan de onze. De dragonblooded hebben arken vol met mensen en die worden meegezogen door de stargate heen.
Chang vraagt: “Waar gaan ze naar toe?”
Het beeld wordt stil gelegd. Risha ziet dat het een andere sterren constellatie is dan die we vanaf Spitsbergen zagen. De drakenboten lijken te worden verspreid in een kaleidoscoop-effect. Dit is een door Igrot zelf bedoeld effect: een patroon van maximale spreiding door dit kwadrant van de riuimte. En er is ook een entanglement-effect. De dragonblooded aan boord zijn allen van het laatste stadium, de krijgers die we Warzerai noemen. De mensen aan boord van de drakenschepen kijken blij.
Chang merkt op: “Als je in zo’n boot stapt, breng je het probleem naar een andere wereld.
Vanuit de zaal wordt gevraagd: “Maar dat ei was toch het probleem, niet de boten?”
Een ander vraagt: “Waarom is er dan een eindstrijd?”
Chang: “Iedereen wil overleven en er zijn niet genoeg plekken aan boord van de schepen. Het afweersysteem van Igrot wil niet gestopt worden. Het wil de explosie en niet het aanmeren.”
Vanuit het publiek: “Er is toch helemaal niet genoeg zonium?” en: “Aanmeren is veel te moeilijk, dat gaat nooit lukken.”
De Raad velt een oordeel: “Het één hoeft het ander niet uit te sluiten. Velen willen met de drakenboten vertrekken, maar veel anderen willen een onwaarschijnlijk plan uitvoeren. We gaan het allebei doen.”
“Plannen maken moet buiten Igrot gebeuren, alles wat hier binnen in hem gebeurt, weet hij. Hij is onafhankelijk van tijd en kan dus rekening houden met dingen die wij nog niet eens bedacht hebben.”
Er komen geen verdere vragen uit de zaal en de vergadering wordt verdaagd tot morgen.

Een oud mannetje wil ons apart spreken. “Ik ben heer Jentil. Kennen jullie Telentos?” “Nee.” “Nooit sterrenkunde gehad?”
Chang kent het als een dwaalster, een satelliet buiten de Aarde. Heer Jentil zegt dat er onder de aanhangers van Serentos, de drakenboot-aanhangers, veel Telentoi zitten. Het zegt ons niet. “Nou, er zijn heel veel soorten Exalts. Eén onderscheid is of je wel of niet de essentie van Telentos in je hebt. Zou het kunnen dat Telentos buiten Igrot zit?” Hij wil ons wel leren hoe je die invloed kunt zien. Dat is niet zo moeilijk, het kost een nachtje oefenen.

Eén van de fanclub, Quiver, vraagt of ze ‘backstage’ mogen, mee naar die speciale plekken. Sommigen willen het met eigen ogen zien. We beloven dat er morgenochtend om zes uur vijf zoniumpakken voor ze klaar zullen liggen.
Eindelijk thuis hebben we nog geen rust. Bindur, het nieuwe hoofd van de Witte Raad komt langs. Hij is nieuwsgierig naar de Witte Stad, de bubbel bij de barrows en de Maelstrom. Waar corresponderen ze mee in die andere wereld? Risha vertelt van de steden in de oude wereld die in stasis zijn gegaan. “Dus op de plek van de maelstrom zou nu een deel van de oude wereld moeten zitten? Ik heb nog een andere vraag. We hebben het heiligdom van Imhotep met het standbeeld. Dat is altijd heilig geweest. Maar gaat die spleet echt naar de andere wereld? Willen jullie dat voor me nachecken? En denk er aan, geen brokken maken! Ik begin langzaam vertrouwen in jullie te krijgen, maar de Vier Ruiters profetie kan altijd nog uitkomen.”
We oefenen de hele nacht en Claude maakt zoniumpakken. Tussen 5 en 6 in de ochtend gaan we naar Plymouth. Even bijslapen, Een robot bewaakt ons lab. Joe Clef klinkt door de intercom: “Blijf vooral langskomen. Als je er tijd voor hebt, heb ik wel opdrachten voor jullie.” We houden het in beraad.
Hoe komen we aan zonium voor die pakken? Er is de mijn in Targon. Eerst gaan we de colorcopter ophalen. We treffen Imhotep aan terwijl hij op een zandworm door de woestijn rijdt. Ja, we mogen de copter hebben, hij heeft hem niet meer nodig. Het ding staat bij Dusty op de plek waar we de eerste keer aankwamen bij het Ahaggar massief. We mogen het meenemen en daarmee gaan we naar de mijn.
De goblins hebben vijfhonderd flesjes zonium voor ons klaarstaan. Daarmee gaan we weer naar Plymouth. In het lab maakt Claude vijf pakken, die ieder 10 flesjes kosten. Om zes uur ’s ochtends zijn we weer terug. Zo kun je goed gebruik maken van het tijdsverschil tussen de werelden. Quiver staat voor ons paleis met vier vrienden. Ze zijn van verschillende banieren. Quiver hoort tot de Rode Bedelnap, twee zijn er bij de Rode Zon, eentje is van de Paarse Draak en een van de Groene Vaas. In de colorcopter is het erg krap. We laten ze de mall en het lab van Plymouth zien. Ze vergapen zich aan de technologie en de beschaafde manier waarop mensen, splycers en bionics met elkaar omgaan. “Het is niet beleefd om te staren,” zegt een bionic. Dan nemen we van daar een shuttle van de Blue Collars naar de Hardware Legacy. Het is vervallen, de torens staan op instorten en het niveau van techniek is lager dan in Plymouth. Maar het is heel bedrijvig en de mensen kijken gelukkig. “Hoe kunnen ze zo leven?” vraagt Quiver. Risha geeft hem een VR-bril. “Oh… Zo dus.”
Daarna gaan we naar Sellafield om ze de Basalten Stad te laten zien. Er hangt hier een hele nare uitstraling. Dit is het voorportaal van de Abyss. Door de zonium voelen onze toeristen de ellende niet zo duidelijk, maar ze voelen het wel. De amazones blijven hier uit de buurt. Het is uitgestorven, de houten huizen zijn vervallen. Er begint een plane-shift richting Abyss. “Hier zitten dus de wezens die dragon-blooded genoemd worden.” Als we tot ons midden in de Abyss lopen, begint het basalt. We zien een variant van de warzerai als opzieners over mensenslaven die in het basalt hakken. “Dit is wat de zerai waarschijnlijk ook met hun passagiers in de drakenboten van plan zijn.”

We gaan snel weg. Terug bij de shuttle vraagt een van de reizigers: “En hoe zit het nu met onze wederhelft?”
“U heeft gezien hoe veel mensen hier wonen? De kans dat u die in een trip van een paar uurtjes tegenkomt is verwaarloosbaar,” antwoordt Chang.
“Go with the flow. De Chiggs zijn ons ook tegengekomen,” zegt Risha.

Wat we hier op Aarde nog te doen hebben:
– Hoe zit het met hun wederhelften?
– Is hier ook een Telentos-satelliet?
en op Tanais:
– de spleet verkennen
– het vervolg van de vergadering.

4 xp

Cthulhu 13

Er worden enkele verdere codes afgesproken: “Ik heb toch zo’n dorst” =wegwezen, en “Ik zou een moord doen voor een sherry” = deze persoon moet dood.

In principe is het 2 dagen reizen, maar aangezien het feest pas over anderhalve week is, besluit men om niet al te vroeg te arriveren. Immers hoe langer ze er zijn, hoe groter de kans dat ze door de mand vallen. Daarnaast zijn er ook de kosten die verbonden zijn aan het leven op stand een belangrijk argument. De tijd die ze op deze manier overhouden wordt benut om spreuken te leren. Verder heeft James ook bedacht dat hij een kado wil overhandigen dat hun status als smokkelaars onder de aandacht kan brengen. Colonel Moran regelt dit voor hen.

Een dag voor het feest arriveert het gezelschap in Bodmin aan de voet van de Carandon Hill. Ze boeken in het lokale hotel in. Hier bevinden zich ook al andere genodigden. Tejas hangt de volgende dag wat rond in de lounge en vangt op dat er 2 soorten genodigden zijn. Degenen die in het hotel verblijven en degenen die op het landgoed van Blackpool verblijven. Onder deze laatsten bevinden zich ook de Gold King, Jasper Keating, en de Scarlet King, William Reading. De Scarlet King heeft invloed in en op het militaire industriële complex. Verder gaat er ook het gerucht dat er in de omgeving een Earl verblijft, die ook uitgenodigd schijnt te zijn. Tabby realiseert zich dat het vreemd is dat de Earl niet op het landgoed van Blackpool is uitgenodigd. Kenneth, de koetsier, gaat op pad om hier meer informatie over los te krijgen, maar dit mislukt. Tejas bestudeert ondertussen het gedrag van de andere bedienden, om zich dit gedrag eigen te maken. Hij informeert ook bij een oudere man. Deze is vaker hier en bij andere soortgelijke gelegenheden geweest. Hij weet te vertellen dat de Earl er ongetwijfeld zelf voor heeft gekozen om niet op Blackpool Manor te verblijven, want het is onbestaanbaar dat de Earl niet uitgenodigd zou zijn voor een verblijf bij de familie Blackpool. Rond een uur of drie gaan de dames hun toilet maken, algauw gevolgd door de heren. Daarna nemen zij de koets naar Blackpool Manor. Zij zijn niet de enige die daar naar toe onderweg zijn en Kenneth rijdt achter een koets aan om, net als Tejas, het gedrag van de koetsier te bestuderen.

Blackpool Manor is een typisch landhuis met 2 symmetrische vleugels vanuit de entrance hall. Het gebouw heeft 2 verdiepingen en waarschijnlijk nog een derde onder het dak waar de bedienden verblijven. Na zijn passagiers te hebben afgezet bij de entrance hall, rijdt Kenneth de koets achterom. Hier verblijven de overige koetsiers ook. Er is voor hun ook wat eten en drank, maar ze doen allen rustig met de drank. De gasten worden door Lord & Lady Blackpool verwelkomt in de ontvangst zaal, waarna men zich naar de balzaal begeeft waar iedereen wordt aangekondigd. Lord Blackpool is een stevige man van een jaar of 45-50. Hij loopt een beetje moeilijk, leunend op een stok. Lady Sandrine Blackpool is in de 30 en maakt een wat afwezige indruk. Het kado voor Lord Blackpool is discreet verpakt, met een briefje, en wordt aan het personeel overhandigd. Vervolgens begeeft het gezelschap zich naar de balzaal, waar Tejas in de coulissen verdwijnt op zoek naar de bediendenruimtes. Hij hoopt hier iets te drinken te kunnen regelen. Het blijkt echter dat het personeel hier extreem gedisciplineerd is. Hij merkt op dat al het personeel een metalen ketting/band om de nek heeft. Het oogt als perfect personeel, maar buiten zicht trillen hun handen. Al het personeel vertoont tekenen van angst. Tejas knoopt een gesprek aan met een jong meisje. het kost hem enige overredingskracht, maar dan vertelt ze dat het je kan electrocuteren. Als je onbevoegd het terrein verlaat gebeurd dit, maar ook hier binnen kan Lord Blackpool je straffen met een electrische schok. Het is een vinding uit de stal van de Gold King en wordt binnenkort op de markt gebracht.

In de balzaal ziet men dat de Gold King als aanwezig is. Hij valt op door zijn kleding en zijn gedrag. Etiquette zegt hem helemaal niets. Hij is duidelijk hier om zaken te doen en heeft weinig oog voor de rest. Ook de Scarlet King loopt rond. Hij heeft vooral interesse in het aanwezige vrouwvolk en loopt rond met een mechanische roofvogel op zijn arm. Hij probeert indruk te maken op een aantal jongedames. De roofvogel kan vliegen en blijkt ook een scherpe snavel te hebben, zoals blijkt als de vogel een, wat minder toeschietelijke, dame raakt. Tejas inspecteert ondertussen de galerij met familieportretten. Wat hem opvalt is dat Lady Gwedolyn, ondanks het schandaal, op een prominente plaats hangt. Milou heeft zich ondertussen onder de aanwezigen begeven en doet een poging om middels een slimme opmerking deel te nemen aan het gesprek. Haar opmerking is echter van dien aard, dat zij er vierkant om wordt uitgelachen.

Dan arriveert de Earl of Huntingdon, zoals gebruikelijk als laatste. Hij is in het gezelschap van zijn vrouw en zoon en bij de begroeting door Lord en Lady Blackpool wordt extreem beleefd gedaan. Milou gebruikt dit moment om de beide Steam Barons te observeren. De Scarlet King heeft even een blik van haat en de Gold King lijkt het allemaal koud te laten. Na het uitwisselen van de beleefdheden gaat iedereen naar de balzaal en neemt het eigenlijke bal zijn aanvang. Lord en Lady Blackpool openen het bal en James neemt van de gelegenheid gebruik om te checken of lady Blackpool een tatouage heeft. Zij blijkt er geen te hebben. Opvallend is dat de blik in haar ogen van afwezig is veranderd naar zeer aanwezig. Ze vertoont een blik als die van een roofdier dat zijn prooi heft bespeurd. Dit is eigenlijk al zo sinds de Earl is gearriveerd.

Bij de koetsiers knoopt Kenneth een gesprek aan met de koetsier van de Earl. Uit het gesprek wordt hem duidelijk dat de Earl niet echt stond te springen om hier aanwezig te zijn. Hij is hier waarschijnlijk alleen maar omdat zijn vrouw wel zin had in een feestje en zijn zoon toch ook eens aan de vrouw moet. Meer informatie is niet los te krijgen.

Marie danst met de zoon van de Earl en weet hem op zijn gemak te stellen. Milou danst met de Earl zelf en probeert hem te charmeren via een meeslepende dans, maar deze poging gaat helaas haar “slimme” opmerking achterna. Tot hun schrik ontdekt het gezelschap dat Sir Charles Warren tot de huisgasten van Lord Blackpool behoort. James kijkt vervolgens rond wie er verder tot de incrowd behoort. Hij merkt dat ze, als er geen toeschouwers zijn, zich gedragen alsof er geen rangen en standen zijn. Het is een gemeleerd gezelschap. Ook dominees behoren ertoe. Afgezien van Lady Blackpool horen de vrouwen niet bij de incrowd. Het valt Tejas ondertussen op dat Lady Blackpool af en toe toch weer de afwezige blik in de ogen heeft. Hij geeft Marie een glas champagne en fluistert in haar oor dat het misschien een soort bezetenheid door Gwendolyn is. James staat klaar om de Earl op te vangen met een glas champagne en biedt nogal direct zijn verontschuldigingen aan voor het gedrag van zijn vrouw, Milou. Er wordt wat gepraat, maar als James vraagt waarom de Earl niet op het landgoed verblijft, klapt deze dicht. “Niet nu, niet hier!” Na deze woorden neemt de Earl snel afscheid. Marie heeft de zoon ondertussen mee naar het balkon gekregen en heeft daar een gesprek met hem. Hij praat met name over zijn liefhebberij: het knutselen met en bouwen van machines.

In de balzaal stopt de muziek en neemt Lord Blackpool het woord. Hij onthult dat er een presentatie volgt van een nieuwe uitvinding, een middel om ongehoorzaamheid bij het personeel te voorkomen. De doeltreffendheid van het apparaat zal middels een vrijwilliger worden aangetoond. Op dat moment wordt er een livreiknecht binnengebracht met een zilveren ketting/band om de nek. Deze wordt op een stoel geplaatst. “Als uw personeel steelt, liegt, bedriegt of ander verwerpelijk gedrag vertoond…” Op zijn borst heeft hij ee4n kastje hangen en hij draait aan een knop. De knecht ontvangt een schok. Hierna voert Lord Blackpool de kracht op. James ziet dat de Earl wat bleek wegtrekt. “Eén van u?” “Ja.” “Stopt iemand hem?” Ïk zou u zeer erkentelijk zijn.” Marie en de zoon zijn van het balkon afgekomen. Bij het zien van wat er binnen gebeurd staat de zoon te trillen. Marie aanschouwd de situatie en roept spontaan: “Mijn god, pas op! U staat op het punt hem te doden!” Lord Blackpool kijkt verbaasd; hij had het protest uit een andere hoek verwacht. Hij draait de knop echter terug en dan gaat het verkooppraatje van start. De reacties in de zaal zijn wisselend. De “outcrowd” is over het algemeen geschokt. Sommigen in de incrowd zijn dit ook, maar de meesten zijn dit niet. De Gold King en de Scarlet King vinden het vooral interessant. Sir Charles Warren vindt het bepaald opwindend. Milou merkt op dat de slavernij toch al enige decennia is afgeschaft en 1 of 2 mensen vallen haar bij. De rest is voorzichtiger, want het is tenslotte een het product van een Steam Baron.

Bij de koetsiers wordt ondertussen een halfdode man afgeleverd. Het blijkt de tweede koetsier van de Earl te zijn. Kenneth past eerste hulp toe en weet hem deels weer op te knappen. Hij krijgt een kaartje van de knecht van de Earl. James besluit na dit voorval dat het tijd is om te vertrekken. Het briefje blijkt een uitnodiging te zijn van de Earl om morgen langs te komen. In het hotel wordt nog wat gedronken en de avond verder besproken.

Tanais 120

Tanais 120 – 11 mei 2017

Als we weer terug zijn in ons paleisje komt er iemand van de Witte Raad langs, samen met Red en Phantom Marshley. “Goedenavond!” zegt het raadslid, “Dat was nogal een binnenkomer! Ik wil het vene met u over morgen hebben. Een Githyanki proefpersoon lijkt ons wel een goed idee. Zorg er maar voor. Red en Phantom willen ook wat zeggen.”
Phantom: “Weet je nog de wagenrennen en de negen demonen in je visioen in de zwarte bron? Volgens ons zijn het er veel meer dan negen. En ze hebben iets met de dragonblooded te maken. Dit hebben we ook aan de witte raad verteld.”
Het raadslid neemt het woord weer: “Een minderheid vindt dat jullie meer vernietiging dan hoop brengen. Maar de rest heeft het over collateral damage. Mijn voorstel was dat jullie dragonblooded gaan vangen en wat over de demonen uitzoeken. Morgenochtend gaan we over onbelangrijke zaken vergaderen, dus jullie hebben tot morgenmiddag de tijd om je nut te bewijzen. De alchemisten willen uitzoeken hoe de levensstadia van de dragonblooded met elkaar samenhangen. Probeer een aantal verschillende stadia te pakken te krijgen. Dan kunnen de alchemisten die versneld evolueren naar een volgend stadium. En als tweede opdracht, ga alsjeblieft voor ons na wat er met die demonen aan de hand is.”
Claude vertelt dat hij heeft berekent dat wij niet de enigen zijn die zonder zoniumpakken in de andere wereld kunnen bestaan. Volgens hem moeten de githyanki/dragonblooded dat ook kunnen. (We weten dat het zo is, want we hebben ze gezien bij de witte bron in Svalbart.)
Als onze gasten vetrokken zijn, stappen we één quantum richting Binnen, zodat we niet gevolgd kunnen worden door wezens die van materie gemaakt zijn. Daar maken we een portaal naar Plymouth. Dat blijft twee uur Tanaïs tijd = vier weken Aarde tijd bestaan. Joe Clef is verbaasd om ons weer te zien. “A blast from the past! Na twintig jaar had ik het wel zo’n beetje opgegeven om jullie weer te zien. En helemaal niet veranderd. Waar kan ik jullie mee van dienst zijn?” Chang zegt: “We willen graag informatie over de githyanki.”
Nadat hij wat meer uitleg heeft gegeven zegt Joe: “Alle mythologische wezens zijn speelse creaties van de white collars. Geschapen om op te jagen. Maar wat jullie beschrijven valt buiten het kader van deze wereld. Ze zijn alleen gezien bij verdwijnende witte bronnen. Ze hebben een sterk eefrgevoel en het zijn er weinig. En jullie verhaal is het meest complete tot nog toe. Jullie weten waarschijnlijk meer dan wij.”
Dan zetten we onze magie in om de githyanki te vinden. Al snel komen we er achter dat ze overal op Tanais zitten. Ze zijn vijfdimensionaal, net als de bubbelwezens, dus niet in een kooi van tijd en ruimte te vangen. Claude vraagt aan Joe om een nettenschieter. Dat is geen probleem. Risha herinnert zich dat er bij Ierland een enorme bron van [Color] is. Met onze onderzeeër gaan we er naar toe. [Life] en [Forces helpen tegen de radioactiviteit. In de colorkathedraal maakt Risha een aantal 5D kooien en Claude een 5d nettenschieter. Daarna gaan we naar onze basis om drie dagen te oefenen met deze apparaten. Risha ontwikkelt de Lock Closing Touch om de kooi af te sluiten.
Claude stelt voor om met Chappie’s telescoop naar Tanais te kijken om de negen demonen te bestuderen. We zijn welkom bij de robot. Maar hij is niet direct genegen om ons te helpen. “Op welke manier helpt dit de ont-explulsie?” Als we uitleggen dat de demonen zonium oppotten en daarmee ons plan van aanmeren tegen kunnen werken, geeft hij toestemming. Op de wereldkaart ziet Gwan dat er overal een vage gloed is. Ze zitten overal, ook in het Zuiden en in zee. Het is een wereldrot met de hoofdtumor in Euboia. In Euboia zitten op dit moment drie demonen. De demonen zijn zeldzamer dan de dragonblooded, maar de verspreiding is gelijk. Er lijkt zelfs nog een derde factor te bestaan, maar daar had Gwan niet specifiek op gelet. De dragonblooded zijn de tumoren, de demonen de stamcellen. Het zijn er inderdaad veel meer dan negen en ze hebben lang niet allemaal de Chantal signatuur. Eenoog was a. niet alleen en b. hij heeft meer vrouwen bezwangerd dan alleen Chantal. Een beeld dat Gwan oproept: De demonen zijn opdrachten aan het uitdelen aan creaturen die wij nog niet eerder hebben gezien. Het thema is mens-insect-gedrocht-horror. Waar ze ook zijn is de hemel zwart. Je ziet geen wolken, maan, zon of sterren. Gwan zoekt nog naar Gnumpathi, maar vindt de wereldenreiziger niet. Chappie vindt het goed dat we een aantal beelden uitprinten en in zonium dopen. Daarmee gaan we terug naar Tanaïs.

Terug in ons kasteel opent Gwan een portaal naar de bevruchtingszaal van de githyanki. We schieten een net af op een bed waar net een stelletje in ligt en gaan snel weer terug. Er ging geen alarm af, maar de meid gaat gillen en de Elsewhereling bevruchter kijkt ons arrogant en vuil aan. Hij neemt ons zorgvuldig in zich op voor latere wraak. Het opsluiten in de 5D kooi lukt.
Voor de volgende actie openen we een portal naar een steegje in de compound. Het is geen enkel probleem om een pissende githyanki handelaar te vangen. Die gaat in de tweede kooi. Deagonblooded krijgers zijn inmiddels niet meer bij de grens van Dao en Zhao. Maar we kunnen ze makkelijk vinden in een bergpas op weg naar Dao. Gwan maakt een [Time] valkuil en daar valt de achterste doorheen in de derde kooi. ’s Morgens komen we weer terug in het kasteeltje. De Elsewhereling is zijn coherentie aan het kwijtraken. In deze kooi kan hij niet bestaan en zijn gezondheid gaat snel achteruit. Gwan maakt een tijdbubbeltje om hem te vertragen. Het witte raadslid komt als we doorgeven dat het urgent is en hij neemt de alchemist mee. “Maar dit is een elsewhereling!”
“Ja. Dit is de bevruchter. Als je in de buik van dat meisje kijkt, zie je het eerste stadium.”
“De eeuwige wraak van de elsewherelings gaat nu wel op jullie vallen.”
“Dat moet dan maar.”
We vragen aan de alchemist of hij kan nagaan op welk element de bevruchter reageert. Zo kunnen we er wellicht achter komen op van voor planeet Igrot hiervoor vandaan kwam. De alchemist zoekt het uit.
“We gaan ze laten doorgroeien voor de hele zaal. Maar bij dat meisje hebben we een ethisch probleem.” Claude stelt een keizersnee voor. De Raad heeft een vergelijkbaar idee, maar minder akelig voor het meisje: een kleine magische ingreep en een vergeet-spreuk.

De vergaderzaal stroomt vol. “De vier ruiters, sorry, het witte hert hebben hun goede wil getoond en dragonblooded meegenomen voor een experiment. De alchemiste begint met het meisje. Die legt een ei. Het ei komt uit en wordt een handelaar. Dan neemt ze de gevangen handelaar uit het steegje. Dit wordt een ‘surf’-githyanki, zoals we gezien hebben bij de witte bron. De krijger verandert in een intelligent uitziend wezen met een veelkleurig licht om zijn hoofd. Vergelijkbaar met de gekleurde tulbanden van de Eenoog sekte. De elsewhereling blijft zichzelf. De zaal is onder de indruk. Iemand zegt: “Uitstekend werk. Maar … het kan nog steeds misleiding zijn.”
Iemand anders roept er overheen: “Wij willen onze wederhelften kennen!”
“Wij waren niet naar onze wederhelften op zoek,” zegt Risha, “De Chiggs zochten òns! Wij vonden hereniging in Soul. De volgende gelegenheid is Kim Doa, denk ik.”

Het gemis wordt een volgend agendapunt.
Een oude Meluchgan komt met een ander nieuw punt (ik weet niet meer wat).
Gwan wil een presentatie doen om de angst voor ons weg te nemen.
Risha stelt voor om een aantal mensen mee te nemen naar de Aarde.

4xp

Cthulhu 12

Prof. Green stuurt als antwoord een adres in Oxford. Op de derde dag na aankomst in Felixstowe vertrekken ze richting Oxford. Percy zegt dat ze weg moeten, o.a. omdat hjij weer moet gaan werken. Voor ze vertrekken heeft zijn moeder nog 2 vragen voor hem. Ten eerste of het een moetje is (nee) en ten tweede of er al een datum geprikt is voor het huwelijk. Het “huwelijk” staat gepland voor over een jaar, want ze moeten eerst sparen en het huis opknappen enzo.

Ze gaan naar Oxford en vernijden daarbij Londen en de drukke wegen en pleisterplaatsen. Onderweg lukt het Tarjinder eindelijk om de spreuk ‘deflect harm’ onder de knie te krijgen. Dave leert de spreuk ‘mist of Ryleh’. Penny heeft de afgelopen dagen zichzelf geestelijk onder handen genomen met behulp van cocaïne. Ze begint weer zichzelf te worden. Tabby besluit de gebeurtenissen van zich af te schrijven middels losse fictieve verhalen, waarin zij de persoonlijke details veranderd. Dit laatste zodat het geen kant en klare bekentenissen worden.

In Oxford zoeken zij het adres, wat van een pub blijkt te zijn. Dave gaat als eerste naar binnen, bestelt een cider en kijkt om zich heen naar de andere klanten. Maar, geen Prof. Green te bekennen. Penny en Tabby worden naar de damesingang gedirigeerd en komen in een andere ruimte terecht, waar thee wordt geserveerd. De andere mannen voegen zich bij Dave. Op een gegeven moment loopt er een gedistingeerd ouder mannetje naar de bar. Hij vraagt of de mannen wat van hem willen drinken. Hij vertelt dat hij namens Prof. Green komt. Dave wil de vrouwen er ook graag bij hebben. Buiten wordt te openbaar, dus maken ze een afspraak voor die avond. Hij heet Sebastian Moran en ziet er uit als ex-militair en is het gewend om bevelen te geven. De groep praat elkaar bij en begeeft zich op het afgesproken uur naar het opgegeven adres, dat in de betere buurten van Oxford ligt. Het is een herenhuis en de hospita dient hen aan bij Colonel Moran.

“Zo, dus jullie worden gezocht.” “Ja, we zijn geframed omdat we op het spoor van een groep adellijke types zijn die vreemde satanische rituelen uitvoeren met ontvoerde vrouwen.” De groep noemt de namen van Rev. Simmons, commissaris Warren en de familie Blackpool. Moran vertelt dat ze voor Blackpool in Plymouth moeten zijn, of op zijn landgoed bij Bodmin in de buurt van Caradon Hill. Hij is, als vriend van Prof. Green, wel wat gewend. Green is van de kennis, Moran meer van de uitvoering. Moran vraagt wat ze zo al nodig hebben. Hebben ze vuurwapens? Dave wil graag extra munitie en Percy en Tarjinder een vuurwapen met munitie. Vervolgens vertelt Moran dat er de volgende maand een feest is op Blackpool Manor. Als ze willen kan hij voor uitnodigingen zorgen. Percy vraagt of er lokale lage adel is die niet deugt. Ja die is er, maar die is lokaal bekend waardoor je je moeilijk voor hen kunt uitgeven. Men stelt vervolgens een oosterse radja voor. Probleem hierbij is dat die zijn geloofsbrieven eerst aan de koningin moet aanbieden en Lord Blackpool zal op de hoogte zijn dat dit niet gebeurd is. Verarmde, niet deugende adel van ergens anders? Dit brengt een hele discussie op gang waarin Percy en Dave er voor zijn om die familie dan ook te vermoorden. Tabby vindt dit een belachelijk idee en tevens is het niet bevorderlijk in het aantonen van je onschuld. Volgens de Colonel is de adel van Guernsey het beste idee. Die is niet in goede standing aan het hof, niemand kent hen en de mogelijkheden voor bijvoorbeeld smokkel zijn heel interessant voor een man als Blackpool. Het is ook een identiteit die je langer vol kunt houden.

Ze hebben 2 dagen tot Col. Moran alles geregeld heeft. In de tussentijd oefenen ze met de revolver (handgun) en geweer (rifle). Ook spreken ze de rollen af. Percy wordt de edelman, Penny zijn vrouw en Tabby zijn zus. Dave is de koetsier en Tarjinder de persoonlijke bediende annex lijfwacht. De nieuwe namen worden respectievelijk James, Milou, Marie, Kenneth en Tejas. Vanaf dit moment spreken ze elkaar ook met de nieuwe namen aan en gaan de nieuwe rollen ook van start.Er worden inkopen gedaan in Oxford: japonnen, waarbij het feit dat ze 2 jaar uit de mode zijn een voordeel is, en kostuums (idem). Verder worden er ook woordenboeken (Duits – Engels en Frans – Engels) aangeschaft. James en Kenneth ontcijferen met behulp van het woordenboek het boek Unaussprechlichen Kulten. Tejas en Milou leren spreuken en Tabby oefent verder met schieten.

Cthulhu 11

Penny duikt in bed en neemt zich voor om haar hoofd niet onder de kussens vandaan te halen voordat alles over is. Percy gaat ondertussen op bezoek bij de Siamese dames en Tarjinder gaat een mes kopen om mee te vechten. Tabby probeert intussen de opgedane ervaringen in een nieuw boek te verwerken, maar dit lukt nog niet erg.

Tegen de avond wordt er bij Tabby een briefje afgegeven getekend VC. Hierin staat een verzoek om een optreden van Tarjinder in het Turks Bad. Tabby geeft het bericht door aan Penny en Tarjinder en legt hierbij ook uit dat VC staat voor Violet Cutter, de Violet Queen. Dit is haar manier om te laten doorschemeren dat ze weet dat Tarjinder tegennatuurlijke neigingen heeft. Men besluit het als een gewone aanvraag te behandelen en een standaard offerte te sturen. De volgende ochtend is er een antwoord. Haar verwachting gaat meer de kant van een privé-optreden uit. Penny en Tarjinder nemen dit nieuws blijmoedig op en Tabby stopt haar hoofd onder de kussens en wil hier verder niets van weten. Wel krijgt ze een aardig idee voor een volgende roman.

Tarjinder en Penny worden door Percy bij de Turkse baden afgezet. Hij biedt aan op hen te wachten. Penny wordt met de spullen naar de dienstingang gezonden, terwijl Tarjinder door de hoofdingang naar binnen mag. Ze komen wel in dezelfde kleedruimte terecht. Als ze omgekleed zijn, worden ze opgehaald door een luchtig geklede man. Deze kijkt wat bevreemd naar Tarjinder, die volledig gekleed is in zijn toneelkostuum. Ze worden verder het pand in geleid, naar een schemerige ruimte waar het iets koeler is dan in de rest van het gebouw. In de schaduwen zit een man die gebaart dat ze mogen beginnen. Ze slaan zich er door heen en na de voorstelling trekt Penny zich terug. De man wenkt Tarjinder naar zich toe. De man is midden 40 en glad geschoren. Tarjinder stelt zich voor en de man noemt zichzelf John. Tarjinder realiseert zich dat hij de man uit de kranten kent. het blijkt een keurig getrouwde, hoge politicus/ambtenaar te zijn. De man heeft een gezin en is sociaal lenig. John biedt een stoel aan en er worden versnaperingen gebracht. Na enig gebabbel besluiten ze van de baden gebruik te maken. Na een gezellig samenzijn krijgt Tarjinder een envelop met inhoud.

In de tussentijd rijdt Percy wat klanten heen en weer en merkt hij dat hij gevolgd wordt door een klein koetsje. Als hij stilhoudt, stapt er een man met bolhoed uit het koetsje die een winkel ingaat en iets koopt. het koetsje rijdt door. Vervolgens gaat de man een pub in.

Na een uurtje haalt hij Penny op bij de Turkse baden. Ze besluiten om het achterin de koets gezellig te maken. Een half uur later komt Tarjinder naar buiten. hij ziet de koets en besluit maar achterin plaats te nemen. Oeps! “Ik wacht wel op de bok!”

Eenmaal terug bij Tabby vertelt Percy dat hij gevolgd werd. Hij zegt ook dat ze als groep op een kruispunt staan. Gaan we verder met onze onderzoekingen, en vestigen daarmee de aandacht op ons, of stoppen we en gaan we terug naar ons normale leven? Als ze doorgaan is het laatste geen optie meer. Hierop begint Penny over het “redden van de wereld”, iets wat Tabby veel te ambitieus vindt. Tarjinder meldt dat hij zich verantwoordelijk voelt voor het loslaten van een wezen als de Mi-go. Men besluit door te gaan met de onderzoekingen. Via het kadaster weet Tabby te achterhalen dat de stadsvilla waar de zwarte koets naartoe reed van Sir Charles Warren is.

De volgende ochtend arriveert een briefje van inspecteur MacAllen: “Jullie worden verdacht van de moord op Rev. Simmons”. Men begint paniekerig met inpakken van de spullen. Ongeveer 10 minuten later arriveert er nog een briefje, ditmaal van Prof. Green: “Ga onmiddellijk weg”. Met grote spoed vertrekt men, terwijl de boevenwagen de straat in komt rijden. Een andere koets van de politie achtervolgt hen, maar Percy weet deze af te schudden.

Percy neemt de groep mee naar Felixstowe, een klein kustdorp waar hij vandaan komt. Percy besluit om Penny te introduceren als zijn verloofde. Tabby is haar vriendin en heeft Tarjinder als bediende. Dave wordt tenslotte voorgesteld als een maat van Percy. De groep komt aan bij het ouderlijk huis van Percy. Dit is een eenvoudige visserswoning met een schuur en een moestuin. De familie is wat overvallen door het onverwachte bezoek en het nieuws van Percy. De groep besluit dat ze hier niet al te lang kunnen blijven. Percy wil graag overleggen met inspecteur MacAllen, aangezien hij hen heeft gewaarschuwd. Dit wijst er op dat hij niet in hun schuld geloofd. Tabby’s theorie is dat Sir Charles Warren een actief lid is van een geheim, corrupt genootschap. Ze zijn te dicht in de buurt gekomen en worden nu op deze wijze in discrediet gebracht.

Ter vermomming wordt de koets geschilderd en wisselt men de kleren om voor wat eenvoudiger kleding. Zo nodig wordt er ook kleding vermaakt. Men komt tot de conclusie dat ze nog niet voldoende hebben voor een gesprek met de inspecteur. Momenteel hebben ze alleen veronderstellingen en theorieën. tevens zal hij ook begrijpen dat ze momenteel geen tijd hebben om bij te praten. Wel willen ze spreken met Prof. Green. Daartoe stuurt Tabby hem een briefje dat op zo’n manier geformuleerd is dat het niet herkenbaar van hen is, behalve voor hem. Iets in de trant van “We’re in a spot of bother since our last encounter. Could we meet…” (ergens in Oxford). De groep gaat naar Cornwall en hoopt op hulp of in ieder geval tips van Prof. Green.

Cthulhu 10

Men keert terug naar de keuken en probeert alsnog de kelderdeur. Deze gaat zonder moeite open en men kijkt in een donker gat waar een aantal stenen treden in naar beneden gaan. Penny heeft een kaars bij zich en gaat als eerste naar beneden, op de voet gevolgd door Tarjinder. Beneden aangekomen, horen ze iets schuifelen in de rechterhoek van de kelder. Het is de huisknecht, die er in het licht van de kaars en dichtbij niet al te gezond uitziet en ruikt naar rottend vlees. Hij blijkt een zombie te zijn die tot de aanval over gaat. Hij raakt Penny flink, maar de schade wordt door haar maliënkolder geabsorbeerd. Tarjinder steekt toe, maar doet slechts minimale schade. Penny roept om hulp en hierop komen Prof. Green en Percy naar beneden stormen. Green heeft een ploertendoder getrokken en Percy zijn boksbeugel. Percy slaat flink raak, maar ook hier valt de schade tegen. Ze stellen vast dat scherpe wapens erg weinig effect hebben op de zombie. Botte wapens hebben meer effect. Men laat de messen daarom ook los en grijpt stukken hout die in de kelder liggen. Prof. Green gaat weer naar boven. Dave heeft zich ondertussen verdekt opgesteld in de keuken en ziet, vanuit zijn schuilplek, de professor door de keukenkasten zoeken. Nadat hij een fles tevoorschijn heeft gehaald, gaat de professor weer terug de kelder in. Het gevecht met de zombie gaat ondertussen door. De schade die de zombie incasseert, lijkt voornamelijk cosmetisch van aard te zijn. Prof. green gooit een plens olie naar de zombie, maar mist. Tarjinder, als specialist, neemt de fles over en gaat hetzelfde proberen. Penny slaat nog een keer raak en de laatste klap wordt door Percy uitgedeeld. De zombie ligt “dood” op de grond. Alvorens hem in brand te steken, doorzoeken ze hem. In een van z’n zakken vinden ze sleutels. Dave hoort ondertussen van boven een gedempt gegil komen. In de kelder staan ook de kisten. De sleutels passen op de sloten van de kisten. De hutkoffer heeft 2 compartimenten. Er stijgt een vreemde lucht uit op. Het linkerdeel bevat 3 glazen flessen met stoppen en het rechterdeel bevat metalen platen. Sommige van deze platen zijn gebogen en andere recht. In het deksel vindt Tarjinder een papieren boekje. De inhoud van het boekje is geschreven in een mengsel van talen. Ook staan er diagrammen in. Het heeft veel weg van een handleiding om iets in elkaar te zetten. De tweede kist blijkt vastgespijkerd te zijn. Als ze hem openbreken zien ze dat er een metalen kist in zit. De planken waren blijkbaar camouflage. De metalen kist lijkt geen deksel of sleutelgat te hebben, maar bij gedetailleerd onderzoek vinden Penny en Percy een verhoging in het metaal. Als ze daar op drukken of proberen te verschuiven gebeurd er niets.

In de tussentijd is Dave naar boven gelopen. Het gegil is gestopt, maar nu hoort hij gestommel. Door het sleutelgat turen werpt geen licht op de zaak en dus gaat hij stilletjes naast de deur staan. De deurklink gaat omlaag en met opengesperde ogen, zwetend en wartaal stamelend komt de dominee naar buiten. Dave probeert hem knock-out te slaan, maar slaat enkel een gat in de lucht. De dominee stormt de trap af, maar struikelt en rolt verder de trap af. Dave pakt een deken uit de dekenkist en gaat dan ook de trap af. Penny heeft het gerommel gehoord en als zij dit meldt, gaat Percy kijken. De dominee is buiten westen en wordt door Dave in de deken gewikkeld. Daarna tilt hij hem op en gaat naar de keuken, waar hij Percy tegenkomt. Ze willen beide kisten meenemen, maar wat doen we met de dominee?

Prof. Green heeft ondertussen de inhoud van de hutkoffer verder onderzocht. “Slecht nieuws! De flessen bevatten organen. Volgens mij zijn dit attributen om iemand in leven te houden.” Hij beeft en zweet en zet de glazen fles neer. “Veel geluk ermee.” De groep besluit om hier nog een paar uur te blijven. Nu de dominee uitgeschakeld is (bewusteloos, niet dood) kunnen ze meer licht maken. Dave, Penny en Percy realiseren zich dat de kist een soort mechaniek bevat. Bijvoorbeeld een drukplaat. Zou de dominee weten hoe het werkt? Penny gaat Tabby halen, want die heeft vlugzout. De dominee grimast van pijn (tijdens de val is zijn arm gebroken) en komt bij. Dave drukt een pistool in zijn gezicht en vraagt: “Hoe gaat de kist open?” De man is niet coherent en brabbelt. Het woordje “migo” komt steeds terug. Tabby is terug naar de koets om verder de wacht te houden. Het woord zegt Dave en Percy wel iets. Het doet hen denken aan een oude occulte tekst. Dave geeft de dominee een klap. Hij lijkt wat meer gefocust te worden, maar niet veel. Dave wil weer slaan, maar Percy houdt hem tegen. “Kist open!” De dominee rolt om op zijn gebroken arm, maar gaat gewoon door. Ze zetten hem naast de kist en de dominee maakt dan pianospelende gebaren op de drukplaat. Dan glimlacht hij breed, zegt “Mi-go” en duikt weg. Dave steekt zijn mes in de dominee, waaraan deze overlijd. De kist gaat langzaam open en er begint een gas uit te stromen. Prof. Green was al naar boven gelopen toen hij de glimlach op het gezicht van de dominee zag en de anderen volgen nu snel. Dave grist de fles olie bij Tarjinder weg, giet het uit en steekt het aan. Snel gaan ze naar de koets. Intussen zien ze de vlammen door de ramen van de keuken. Ze besluiten te wachten, zodat als er iets akeligs is ze in ieder geval weten wat het is. Het vuur wordt sterker. Op een gegeven moment zien ze een gestalte met vleugels, een angel, 6 armen met scharen en een kop met tentakels. Tabby, Tarjinder en Prof. Green zijn geschokt (-4 San). Het wezen vliegt onhandig, maar oriënteert zich en vliegt een bepaalde kant op. Tarjinder weet het wezen nog met een mes te raken, maar het vliegt door. Prof. Green zit op de vloer van de koets in shock in elkaar gedoken. “Kun je hem volgen?” vraagt Tarjinder aan Percy. Ze bepalen dat het wezen in zuidwestelijke richting vliegt en denderen er in de koets achteraan. Echter het wezen vliegt in een rechte lijn, waar de koets door allerlei steegjes moet en dus raken ze het wezen kwijt. Prof. Green zit voor zich uit te mompelen, maar niemand verstaat wat. Met vlugzout wordt ook hij er weer bovenop geholpen. Hij gedraagt zich dan alsof er niets aan de hand is. In de verte horen ze de uitrukkende brandweer. De groep constateert een dringende behoefte aan een stevige uitsmijter en thee met cognac. Alleen cognac is ook goed. Percy vraagt aan Prof. Green hoe hij is teruggekomen. “Ik was dood en leef weer. Ik was in dat realm, er zijn dingen mee teruggekomen. Kopieën van mij. Een goede vriend heeft dat achter slot en grendel. Als je het wilt zien mag dat, maar als je aan je geestelijke gezondheid hecht zou ik het niet doen. Als je denkt dat ghouls erg zijn, er zijn nog ergere dingen. Zoals de Mi-go’s.” Tijdens het relaas hebben ze een tent ontdekt die ontbijt serveert. Green vertelt dat Mi-go’s in deze wereld belust zijn op erts. Gezien de richting die hij op vloog is het wezen waarschijnlijk op weg naar Cornwall. Er wordt verder gesproken met Green en er ontstaat een wederzijdse vertrouwensband. Ze weten elkaar te vinden.

Ze bedenken dat iemand Rev. Simmons zal missen. Het is ook interessant wat ze ontdekken in de kelder en wie er naar gaat kijken en wat er naar buiten komt (of wie het stilhoudt). Tarjinder en Penny hullen zich in lompen en gaan kijken. Het huis is grotendeels ingestort. Er staat nog 1 muur overeind. De mensen op straat speculeren over het lot van de dominee. Men gaat er vanuit dat die dood is. Het puin is nog niet doorzocht, want het smeult nog na. Tarjinder’s idee om in een boom te klimmen wordt verworpen, met name wegens een gebrek aan bomen. Penny gaat bij de kerk zitten bedelen en Tarjinder neemt plaats in de pub op een tegenoverliggende straathoek. Vandaag (vrijdag) wordt er nog wat nageblust en gebeurt er verder vrij weinig. De volgende dag posten ze weer. Dan wordt er ook werk gemaakt van het puin. Er worden teams samengesteld die het puin uit elkaar trekken en doorzoeken. Er wordt nu serieus gezocht naar de lichamen. Bij het vallen van de avond zijn ze nog niet gevonden en wordt het zoeken gestaakt. Penny merkt dat er ook iemand anders het zoeken nauwlettend in de gaten houdt. Die avond gaat hij ook weg. Penny volgt hem, maar raakt hem kwijt.

Ze hebben geen idee wat ze nu kunnen doen. Besloten wordt om het boek “Unaussprechlichen Kulten” te scannen. Geen van hen leest Duits, maar toch kan Percy concluderen (op basis van zinsconstructie etc.) dat het is geschreven door een waanzinnige. Tarjinder vindt een passage die hem sterk doet denken aan de gevonden gebruiksaanwijzing. Ze theoretiseren dat de Mi-go het waarschijnlijk wel kan lezen en begrijpen.

Op zondag gaat het puinruimen en zoeken gewoon door en rond 11.00 uur wordt de kelderingang blootgelegd. Dit leidt tot consternatie en de politie wordt er bij geroepen. Die gaat met lampen kijken en na terugkomst wordt de boel afgezet. Even later komt een ambulance aanrijden, waaruit 2 brancards worden gehaald. Aan de pers wordt medegedeeld dat de dominee en zijn huisknecht vermoedelijk door de brand om het leven zijn gekomen. De andere ‘wacht’ staat er ook. Nadat de lijken zijn geborgen gaat hij weg. Deze keer volgt Tarjinder hem, maar hij heeft evenveel succes als Penny. tarjinder licht de rest van de groep in. Het verhaal dat door de buurt gaat is dat de dominee en zijn huisknecht door de brand zijn omgekomen en dat de brand hun lichamen ook heeft aangetast. Tabby gaat met de politie praten in de hoop geruchten op te vangen die onder hen de ronde doen. Dit is succesvol aangezien de agenten het hebben over één van de lijken die meer aangetast lijkt te zijn dan gewoonlijk bij brandslachtoffers het geval is. “Je verwacht dat er vlees op alle botten zit!” Blijkbaar was er eentje al een tijdje dood. Opvallend is ook dat de Metropolitan Police van Scotland Yard en niet die van Whitechapel de wacht houdt.

De anderen blijven in de buurt en zien een tweezitter arriveren, waar iemand naar toe loopt. Deze persoon loopt even later weer weg en vlak daarna krijgen de agenten die op wacht staan iets aangeboden (waarschijnlijk eten en/of drinken). In de loop van de middag worden de agenten lomer. Tegen de schemering komt een zwarte koets aangereden die halt houdt bij het afgebrande huis. Twee goedgeklede, maar potige mannen stappen uit. Ze lopen langs de dommelende wachters de kelder in. Na enige tijd komen ze met de metalen kist waar de Mi-go in zat naar buiten. Blijkbaar is de hutkoffer te ver verbrand. Percy staat klaar om de koets te volgen. In eerste instantie rijdt de zwarte koets naar de City, dus daar valt het niet op dat ze hem achtervolgen. Als hij buiten de City komt wordt het moeilijker, maar het lukt hen wel. De koets rijdt door de toegangspoort van een stadsvilla met oprijlaan en tuin/park. Het adres wordt gememoriseerd. De groep keert daarna terug naar het huis van Simmons. Aangezien de wachters nog groggy zijn, besluit men een kijkje in de kelder te nemen. Daar zien ze dat de hutkoffer de brand niet heeft overleefd, maar het enige metaal dat is achtergebleven zijn de metalen banden van de hutkoffer. Er ligt ook geen glas, dus men kan aannemen dat de metalen platen en de glazen flessen de brand wel hebben overleefd en zijn meegenomen. Morgen (maandag) is het kadaster weer open en kan het adres worden nageplozen.

(NB. kadootje van de storyteller: iedereen +5% Cthulhu Mythos)

Tanais 119

We verpozen nog een viertal dagen aangenaam op ons nieuwe domein op de berg Paradijs. Dan gaan we op weg naar de vergaderzaal. Die ligt vlak onder de top. HIj kan 2000 man herbergen. Daarboven is een kapelletje boven de heilige rotsspleet waar Imhotep de eerste twee mensen gevonden heeft. Het is de bedoeling dat iedereen daar even eer betuigt voordat je de vergaderzaal ingaat. Imhotep neemt hier afscheid. Hij gaat apart naar de Witte Raad. Hij zegt dat hij niet voor ons kan instaan, maar hij wil wel aankondigen dat we iets te zeggen hebben. Dan waarschuwt hij nog even dat magie en wapens niet zijn toegestaan. Naast exalts zijn hier magiërs, tovenaars en alchemisten.
In de kapel is een beeldengroep en een spleet in de rots die oneindig diep naar beneden lijkt te gaan. Met [Sense Color] zien we dat er hier een doorgang is. (Waarnemingsmagie werkt passief en dat mag hier wel.) We doen alsof we hevig onder de indruk zijn en dan gaan we naar de zaal. Er zijn geen stoelen, het is de bedoeling dat je je eigen zetel meeneemt. De meeste aanwezigen hebben er eentje in Elsewhere opgeslagen, met charms zoals die waarmee Risha zijn wapens en harnas bewaart als hij ze niet nodig heeft. Claude verandert met [Forces] zijn mantel in een zetel. Risha maakt met [Matter en Prime] zijn troon na, Chang leviteert en gaat in lotushouding in de lucht zitten. Gwan wil middels [Correspondence] een poort maken om een stoel uit het paleis te pakken, maar dàt mag niet! Er gaat een alarm af en er ontstaat een krachtveld-kooi om hem heen. Hij wordt de lucht in gehesen. Dit is heel krachtige magie, waar wij niet tegen op kunnen.
Exalts zitten in het midden van de zaal, sages aan de linkerkant en alchemisten aan de rechterkant. De sorcerors komen pas later. Op een podium zit de Witte Raad met afgeschermde gezichten als een soort forum. Er meer dan duizend exalts en we weten dat er ongeveer 500 cellen zijn in de poolnaald. Waar komen dan die extra exalts vandaan?
De kooi met Gwan wordt naar voren gehaald en landt met een plof voor de Witte Raad. “Wie ben jij? Tot welk cabal behoor jij? En waarom overtreedt jij de regels?”
“Ik ben Gwan uit Soul, Mijn vlag is het witte hert op de regenboog. En het was niet mijn bedoeling om een portaal voor demonen te openen, maar gewoon om mijn stoel te pakken!”
“Je bent nog jong en onbezonnen. Ga maar terug naar de tribune.”
Hij krijgt wel een bliksemschicht in zijn kont. Dat wordt staan.

De agenda wordt vastgesteld. Daar staan maar drie dingen op: 1. De Lost Boys, 2. De terugkeer van Imhotep en 3. De Ondergang.
Agendapunt 1.
Er wordt een korte inleiding gehouden. “Ze zijn weer weg. Is er iemand in de zaal die hier meer van weet?”
Risha stapt naar voren. “Risha, koning van Shintas en van Soul. Ook van de banier van het witte hert. We hebben ze in de Poolnaald opgesloten. Als iedereen die voorlopig met rust laat, gaan ze vanzelf dood van de honger.” “Kunnen jullie dat bewijzen?” Gwan wil de gebeurtenissen tonen met een [Time] toverlantaarn. Maar dat mag niet. Ons verhaal wordt onder voorbehoud geaccepteerd. Na de vergadering gaat iemand van de Raad het verifiëren.
Agendapunt 2.
“Imhotep was weg. Hij is weer terug en wenst daar niets over te zeggen. Heeft iemand vragen? … Geen vragen? … Over naar punt 3.”
Agendapunt 3.
“De eigenlijke reden waarom wij hier zijn. We beginnen met een inventarisatie. Daarna komen de profetieën en interpretaties en pas als laatste gaan we de mogelijke oplossingen bespreken.”
Er is een hele reeks rampen gebeurd de afgelopen tijd:
De oude maalstroom in Kim Do is weer hevig actief geworden (die is nog ouder dan die in Melek Qart).
In Zhao zijn vampieren in opkomst.
De draak van Sesklo is actief en er wordt heftig tegen gevochten.
In de kapotte vulkaan van Soul Bay (er wordt naar ons gekeken) ligt een gevaarlijk drakenei. Die heeft met een andere draak van doen.
Er zijn Denizens, nachtmerrie-achtige wezens, verschenen in Vixen.
In de zee groeit een enorme ijsmassa en daarvandaan belegeren de hags Minos.
In Haran is een opleving van Abyssals.
En er is nog een hele serie kleinere rampjes.
Phantom Marshley en Red staan op. “Vanuit de bergen van Neverhorn komen toch weer reuzen.”
Andere mages melden ook reuzen.
Risha vertelt over het verdwijnen van Soul en dat daar nu net zo’n bubbel zit als bij Melek Qart.
Chang meldt dat een triumviraat van demonen van de Eenoog sekte heerst over Euboia. (Chantal houdt zich gedeisd.)
Iemand van de Raad zegt: “Er is ons ter ore gekomen dat hier ook anderen bij betrokken zijn, maar om redenen van privacy zullen wij hier niet verder op ingaan. We gaan over op het volgende punt. De profetieën. Er zijn er drie: het Vier Ruiters visioen.” Een van de sages komt op het toneel. “Het Dragon Blooded idee.” Sarastas, onze bezoeker van een paar dagen geleden stapt naar voren. “En de vier helden hypothese: vier die licht geven als de zon er niet is zullen de wereld redden.” Hij kijkt even rond, maar niemand reageert. “Ik geef eerst het woord aan de sages over de vier ruiters.”
De sage vertelt: “Deze voorspelling is ontstaan bij de missionarissen die in Soul hun geloof wilden verspreiden. Vier mannen op een nachtmerrie, een pegasus, een eenhoorn en een groen paard vernietigen de wereld. De sekte bestaat niet meer. Maar de profetie bleef bestaan. En nu zijn er die aan de beschrijving voldoen.”
De Witte Raad bedankt hem voor zijn uitleg en geeft het woord aan Sarastas.
Sarastas vertelt het verhaal op dezelfde manier als tegen ons. De sages vinden het maar nieuwlichterij. Een lid van de Witte Raad speelt het visioen af. We zien een soort tv scherm. Reptielachtige wezens, onscherp, chaos erachter. De hagedissen beschermen mensen. Dan gebeurt er opeens iets onverwachts: een Dragon Blooded doet de tv uit. “Zie je wel! He zijn oplichters, we moeten ze uitroeien!”
Claude stapt naar voren. Er wordt geroepen: “Aha! De Rogues!” Hij zegt: “De githyanki in Waldheim zijn een voorstadium van de githzerai, jullie dragon blooded.” Dan gaat hij door over parallelle werelden, materie en anti-materie en andere rare onderwerpen. De mensen denken dat hij gek aan het worden is. Dan neemt Risha het van hem over: “Wij zijn in Waldheim geweest. De githyanki kopen menselijke maagden om zich voort te planten.” Dat argument vinden de meeste aanwezigen niet erg belangrijk. Chang zegt: “Ik ben de generaal van Soul en van Shintash. Ik heb bij Shearton tegen ze gevochten. Toen werden ze aangevoerd door een van de demonen uit Harran.”
Hierdoor begint het publiek te neigen naar twijfel aan Saratras’ overtuiging. “
Wil het vierde lid van uw cabal, Zwarstaart, nog iets toevoegen?” vraagt het raadslid.
“Het zijn geen betrouwbare handelspartners,” mompelt Gwan. Dat geeft de doorslag. Meerdere aanwezigen hebben ervaring met de rottige, verslavende kwaliteiten van de magische voorwerpen van de githyanki. Dat volk kàn geen goede bedoelingen met onze wereld hebben.
De discussie gaat nu weer over naar het Vier Ruiters visioen. De Witte Raad kondigt aan dat de alchemisten een oplossing hebben gevonden. Een lange magere dame komt naar voren en zegt: “Er is een toets uit te voeren op de vier lieden. Iedereen weet dat ze hier zijn. De toets is eenvoudig. Twee van hen zullen heftig reageren op silicium en zwavel. Als ze het niet zijn, dan zal er niets gebeuren.”
Er wordt ingewikkelde apparatuur de zaal binnen gereden. Ze toont een zwavelbad. “De ziel van één van hen zal stralen met zwavelschaduw.” Gwan weet het een en ander van alchemie. Hij weet dat blootstellen aan een element een gekende techniek is. “Gaan we er niet dood aan?” vraagt Risha nerveus. “We zullen je weer oplappen,” zegt het raadslid. Claude durft het wel aan. Hij stapt in het bad en stijgt op. Hij verandert in een gevleugelde nachtmerrie. En dan floept hij weer terug naar mensvorm. De alchemiste zegt: “Zie hier. De toets is duidelijk. Als de voorspelling klopt zal één van de andere drie in het silicium bad getransformeerd worden. Gwan is pottenbakker…”
Het siliciumbad is een blobbende poel modder. Gwan komt er uit als een kristallijne eenhoorn. De alchemiste is trots: “Het bewijs is geleverd!”
“Wat is jullie verdediging?” vraagt de Witte Raad.
Gwan zegt: “We doen juist ontzettend ons best om de wereld te helpen! Kijk maar naar de Lost Boys.”
Iemand uit het publiek roept: “Dat is geen bewijs. Jullie hebben een spoor van vernietiging achtergelaten.”
“Maar ze hebben wel de Lost Boys gevangen gezet!” zegt het Raadslid. “De vergadering is voor vandaag verdaagd. We zien elkaar morgen weer. Ik wil de Rogues uitnodigen om met ons mee te komen.”
Chang neemt het woord: “Naast deze wereld is er nog een, ver voorbij Elsewhere.” Men kijkt geïnteresseerd. “Lang geleden is de wereld in tweeën gespleten. Om ze te redden moeten we ze weer samenbrengen.” Daar willen ze meer over weten. “Maar als de twee samen komen, dan houdt deze wereld op met bestaan! En dan bestaan wij ook niet meer,” zegt iemand. “Wij zijn het voorbeeld dat we allemaal kunnen blijven bestaan,” zegt Claude. Wij nemen onze Aarde-vormen aan. “Ieder van jullie is de helft van een compleet persoon!”
In de zaal begint iemand te wenen. “Ik heb al die tijd een diep gemis gevoeld. En dat wordt nu zó mooi onder woorden gebracht!”
Velen vallen hem bij, anderen vinden het maar onzin.
Claude heeft een vage theorie over de vier paarden: “De nachtmerrie hoort bij de onderwereld. De eenhoorn is van deze wereld. Het groene paard is de andere wereld. Ze staan symbool voor hoe de totale wereld is.” Het publiek heeft al afgehaakt.
Risha neemt het over. “Voor het aanmeren is zonium nodig.” Hij legt uit hoe de goden bij Melek Qart en Soul in de bres gesprongen zijn. “En de goden zijn van puur, bewuste zonium.”
“Dat gaat bij Kim Do nog eens gebeuren!” roept iemand.
Risha: “De demonen verzamelen alle zonium en willen zelf in de Witte Stad de Ondergang overleven.
“Maar hoe komen we er achter of jullie de waarheid spreken?”
Claude zegt: “De enige die het weet is Imhotep.”
Dan staat het middelste Raadslid op. Hij heeft tot nu toe gezwegen. “Ja. Het is waar wat ze zeggen. Ik sta niet in voor hun karakter. Maar wel voor wat ze zeggen. Ze weten meer van het geheel dan jullie. Het is tijd voor mij om terug te treden. Ik stap Omhoog, naar Gene Zijde. Deze vier hebben het niet verdiend om lid te worden van de Witte Raad. Maar als ik jullie was, zou ik zeker naar ze luisteren. Ik schors de vergadering en wil nog even onder ons praten.”
Als de zaal leeg is zegt Imhotep: “Dat hebben jullie redelijk geklaard. Ik ga nu naar de aarde. De andere kant is gewoon mijn wereld. Ik ga daar onderaan beginnen. Breng me er heen.”
Claude biedt aan om hem [Color] te leren. Dat lijkt Imhotep een goed idee. “ Mag ik de colorcopter een weekje lenen? Dan kan ik alles wat ik vergeten ben weer leren.”

Claude gaat terug naar onze burcht. Hij wil berekenen hoe zijn antimaterie op zwavel reageert. Zijn alien life form was op zwavel gebaseerd in plaats van zuurstof en die van Gwan op silicium in plaats van koolstof. En met wiskunde wil hij bewijzen dat hij inderdaad compleet is. Chang neemt de agenda van de volgende dag door om zich voor te bereiden. Oorspronkelijk zou die over de githyanki prullaria gaan.
Gwan en Risha willen nog even bij de Witte Raad langs. Bij hoge uitzondering wordt dat toegestaan. “Jullie hebben nogal de blits gemaakt. Hoe met jullie in zee te gaan? Hoe krijgen we alle neuzen dezelfde kant op?” Gwan stelt voor dat hij een presentatie geeft. Voor die gelegenheid staan ze toe dat hij magie gebruikt in de grote zaal.
“Op Aarde zijn er niet allen Zwarte Bronnen, maar ook Witte. Zijn aan deze kant ook Witte Bronnen?” vraagt Risha.
“Ja. Maar daar gaan we het niet in het openbaar over hebben.”
“Oke. Als White Collars begrijpen we dat jullie niet willen dat die algemeen bekend worden. En dan snappen jullie ook hoe smerig de gith met hun zwarte bronnen zijn.”
Een voorstel is om een githyanki te vangen en publiek aan een alchemistische procedure bloot te stellen zodat iedereen kan zien wat ze zijn.
Een ander probleem is de Eenoog sekte. Dat is feitelijk een zwart slijm ziekte, Is die al bedwongen?

En verder zijn we er achter gekomen dat de wereld van de ‘lagere’ goden richting Buiten ligt, tussen Wyrd en Wyld in. Waar de wereld van de boven-goden ligt is nog onduidelijk.

4 xp