Cthulhu 10

Men keert terug naar de keuken en probeert alsnog de kelderdeur. Deze gaat zonder moeite open en men kijkt in een donker gat waar een aantal stenen treden in naar beneden gaan. Penny heeft een kaars bij zich en gaat als eerste naar beneden, op de voet gevolgd door Tarjinder. Beneden aangekomen, horen ze iets schuifelen in de rechterhoek van de kelder. Het is de huisknecht, die er in het licht van de kaars en dichtbij niet al te gezond uitziet en ruikt naar rottend vlees. Hij blijkt een zombie te zijn die tot de aanval over gaat. Hij raakt Penny flink, maar de schade wordt door haar maliënkolder geabsorbeerd. Tarjinder steekt toe, maar doet slechts minimale schade. Penny roept om hulp en hierop komen Prof. Green en Percy naar beneden stormen. Green heeft een ploertendoder getrokken en Percy zijn boksbeugel. Percy slaat flink raak, maar ook hier valt de schade tegen. Ze stellen vast dat scherpe wapens erg weinig effect hebben op de zombie. Botte wapens hebben meer effect. Men laat de messen daarom ook los en grijpt stukken hout die in de kelder liggen. Prof. Green gaat weer naar boven. Dave heeft zich ondertussen verdekt opgesteld in de keuken en ziet, vanuit zijn schuilplek, de professor door de keukenkasten zoeken. Nadat hij een fles tevoorschijn heeft gehaald, gaat de professor weer terug de kelder in. Het gevecht met de zombie gaat ondertussen door. De schade die de zombie incasseert, lijkt voornamelijk cosmetisch van aard te zijn. Prof. green gooit een plens olie naar de zombie, maar mist. Tarjinder, als specialist, neemt de fles over en gaat hetzelfde proberen. Penny slaat nog een keer raak en de laatste klap wordt door Percy uitgedeeld. De zombie ligt “dood” op de grond. Alvorens hem in brand te steken, doorzoeken ze hem. In een van z’n zakken vinden ze sleutels. Dave hoort ondertussen van boven een gedempt gegil komen. In de kelder staan ook de kisten. De sleutels passen op de sloten van de kisten. De hutkoffer heeft 2 compartimenten. Er stijgt een vreemde lucht uit op. Het linkerdeel bevat 3 glazen flessen met stoppen en het rechterdeel bevat metalen platen. Sommige van deze platen zijn gebogen en andere recht. In het deksel vindt Tarjinder een papieren boekje. De inhoud van het boekje is geschreven in een mengsel van talen. Ook staan er diagrammen in. Het heeft veel weg van een handleiding om iets in elkaar te zetten. De tweede kist blijkt vastgespijkerd te zijn. Als ze hem openbreken zien ze dat er een metalen kist in zit. De planken waren blijkbaar camouflage. De metalen kist lijkt geen deksel of sleutelgat te hebben, maar bij gedetailleerd onderzoek vinden Penny en Percy een verhoging in het metaal. Als ze daar op drukken of proberen te verschuiven gebeurd er niets.

In de tussentijd is Dave naar boven gelopen. Het gegil is gestopt, maar nu hoort hij gestommel. Door het sleutelgat turen werpt geen licht op de zaak en dus gaat hij stilletjes naast de deur staan. De deurklink gaat omlaag en met opengesperde ogen, zwetend en wartaal stamelend komt de dominee naar buiten. Dave probeert hem knock-out te slaan, maar slaat enkel een gat in de lucht. De dominee stormt de trap af, maar struikelt en rolt verder de trap af. Dave pakt een deken uit de dekenkist en gaat dan ook de trap af. Penny heeft het gerommel gehoord en als zij dit meldt, gaat Percy kijken. De dominee is buiten westen en wordt door Dave in de deken gewikkeld. Daarna tilt hij hem op en gaat naar de keuken, waar hij Percy tegenkomt. Ze willen beide kisten meenemen, maar wat doen we met de dominee?

Prof. Green heeft ondertussen de inhoud van de hutkoffer verder onderzocht. “Slecht nieuws! De flessen bevatten organen. Volgens mij zijn dit attributen om iemand in leven te houden.” Hij beeft en zweet en zet de glazen fles neer. “Veel geluk ermee.” De groep besluit om hier nog een paar uur te blijven. Nu de dominee uitgeschakeld is (bewusteloos, niet dood) kunnen ze meer licht maken. Dave, Penny en Percy realiseren zich dat de kist een soort mechaniek bevat. Bijvoorbeeld een drukplaat. Zou de dominee weten hoe het werkt? Penny gaat Tabby halen, want die heeft vlugzout. De dominee grimast van pijn (tijdens de val is zijn arm gebroken) en komt bij. Dave drukt een pistool in zijn gezicht en vraagt: “Hoe gaat de kist open?” De man is niet coherent en brabbelt. Het woordje “migo” komt steeds terug. Tabby is terug naar de koets om verder de wacht te houden. Het woord zegt Dave en Percy wel iets. Het doet hen denken aan een oude occulte tekst. Dave geeft de dominee een klap. Hij lijkt wat meer gefocust te worden, maar niet veel. Dave wil weer slaan, maar Percy houdt hem tegen. “Kist open!” De dominee rolt om op zijn gebroken arm, maar gaat gewoon door. Ze zetten hem naast de kist en de dominee maakt dan pianospelende gebaren op de drukplaat. Dan glimlacht hij breed, zegt “Mi-go” en duikt weg. Dave steekt zijn mes in de dominee, waaraan deze overlijd. De kist gaat langzaam open en er begint een gas uit te stromen. Prof. Green was al naar boven gelopen toen hij de glimlach op het gezicht van de dominee zag en de anderen volgen nu snel. Dave grist de fles olie bij Tarjinder weg, giet het uit en steekt het aan. Snel gaan ze naar de koets. Intussen zien ze de vlammen door de ramen van de keuken. Ze besluiten te wachten, zodat als er iets akeligs is ze in ieder geval weten wat het is. Het vuur wordt sterker. Op een gegeven moment zien ze een gestalte met vleugels, een angel, 6 armen met scharen en een kop met tentakels. Tabby, Tarjinder en Prof. Green zijn geschokt (-4 San). Het wezen vliegt onhandig, maar oriënteert zich en vliegt een bepaalde kant op. Tarjinder weet het wezen nog met een mes te raken, maar het vliegt door. Prof. Green zit op de vloer van de koets in shock in elkaar gedoken. “Kun je hem volgen?” vraagt Tarjinder aan Percy. Ze bepalen dat het wezen in zuidwestelijke richting vliegt en denderen er in de koets achteraan. Echter het wezen vliegt in een rechte lijn, waar de koets door allerlei steegjes moet en dus raken ze het wezen kwijt. Prof. Green zit voor zich uit te mompelen, maar niemand verstaat wat. Met vlugzout wordt ook hij er weer bovenop geholpen. Hij gedraagt zich dan alsof er niets aan de hand is. In de verte horen ze de uitrukkende brandweer. De groep constateert een dringende behoefte aan een stevige uitsmijter en thee met cognac. Alleen cognac is ook goed. Percy vraagt aan Prof. Green hoe hij is teruggekomen. “Ik was dood en leef weer. Ik was in dat realm, er zijn dingen mee teruggekomen. Kopieën van mij. Een goede vriend heeft dat achter slot en grendel. Als je het wilt zien mag dat, maar als je aan je geestelijke gezondheid hecht zou ik het niet doen. Als je denkt dat ghouls erg zijn, er zijn nog ergere dingen. Zoals de Mi-go’s.” Tijdens het relaas hebben ze een tent ontdekt die ontbijt serveert. Green vertelt dat Mi-go’s in deze wereld belust zijn op erts. Gezien de richting die hij op vloog is het wezen waarschijnlijk op weg naar Cornwall. Er wordt verder gesproken met Green en er ontstaat een wederzijdse vertrouwensband. Ze weten elkaar te vinden.

Ze bedenken dat iemand Rev. Simmons zal missen. Het is ook interessant wat ze ontdekken in de kelder en wie er naar gaat kijken en wat er naar buiten komt (of wie het stilhoudt). Tarjinder en Penny hullen zich in lompen en gaan kijken. Het huis is grotendeels ingestort. Er staat nog 1 muur overeind. De mensen op straat speculeren over het lot van de dominee. Men gaat er vanuit dat die dood is. Het puin is nog niet doorzocht, want het smeult nog na. Tarjinder’s idee om in een boom te klimmen wordt verworpen, met name wegens een gebrek aan bomen. Penny gaat bij de kerk zitten bedelen en Tarjinder neemt plaats in de pub op een tegenoverliggende straathoek. Vandaag (vrijdag) wordt er nog wat nageblust en gebeurt er verder vrij weinig. De volgende dag posten ze weer. Dan wordt er ook werk gemaakt van het puin. Er worden teams samengesteld die het puin uit elkaar trekken en doorzoeken. Er wordt nu serieus gezocht naar de lichamen. Bij het vallen van de avond zijn ze nog niet gevonden en wordt het zoeken gestaakt. Penny merkt dat er ook iemand anders het zoeken nauwlettend in de gaten houdt. Die avond gaat hij ook weg. Penny volgt hem, maar raakt hem kwijt.

Ze hebben geen idee wat ze nu kunnen doen. Besloten wordt om het boek “Unaussprechlichen Kulten” te scannen. Geen van hen leest Duits, maar toch kan Percy concluderen (op basis van zinsconstructie etc.) dat het is geschreven door een waanzinnige. Tarjinder vindt een passage die hem sterk doet denken aan de gevonden gebruiksaanwijzing. Ze theoretiseren dat de Mi-go het waarschijnlijk wel kan lezen en begrijpen.

Op zondag gaat het puinruimen en zoeken gewoon door en rond 11.00 uur wordt de kelderingang blootgelegd. Dit leidt tot consternatie en de politie wordt er bij geroepen. Die gaat met lampen kijken en na terugkomst wordt de boel afgezet. Even later komt een ambulance aanrijden, waaruit 2 brancards worden gehaald. Aan de pers wordt medegedeeld dat de dominee en zijn huisknecht vermoedelijk door de brand om het leven zijn gekomen. De andere ‘wacht’ staat er ook. Nadat de lijken zijn geborgen gaat hij weg. Deze keer volgt Tarjinder hem, maar hij heeft evenveel succes als Penny. tarjinder licht de rest van de groep in. Het verhaal dat door de buurt gaat is dat de dominee en zijn huisknecht door de brand zijn omgekomen en dat de brand hun lichamen ook heeft aangetast. Tabby gaat met de politie praten in de hoop geruchten op te vangen die onder hen de ronde doen. Dit is succesvol aangezien de agenten het hebben over één van de lijken die meer aangetast lijkt te zijn dan gewoonlijk bij brandslachtoffers het geval is. “Je verwacht dat er vlees op alle botten zit!” Blijkbaar was er eentje al een tijdje dood. Opvallend is ook dat de Metropolitan Police van Scotland Yard en niet die van Whitechapel de wacht houdt.

De anderen blijven in de buurt en zien een tweezitter arriveren, waar iemand naar toe loopt. Deze persoon loopt even later weer weg en vlak daarna krijgen de agenten die op wacht staan iets aangeboden (waarschijnlijk eten en/of drinken). In de loop van de middag worden de agenten lomer. Tegen de schemering komt een zwarte koets aangereden die halt houdt bij het afgebrande huis. Twee goedgeklede, maar potige mannen stappen uit. Ze lopen langs de dommelende wachters de kelder in. Na enige tijd komen ze met de metalen kist waar de Mi-go in zat naar buiten. Blijkbaar is de hutkoffer te ver verbrand. Percy staat klaar om de koets te volgen. In eerste instantie rijdt de zwarte koets naar de City, dus daar valt het niet op dat ze hem achtervolgen. Als hij buiten de City komt wordt het moeilijker, maar het lukt hen wel. De koets rijdt door de toegangspoort van een stadsvilla met oprijlaan en tuin/park. Het adres wordt gememoriseerd. De groep keert daarna terug naar het huis van Simmons. Aangezien de wachters nog groggy zijn, besluit men een kijkje in de kelder te nemen. Daar zien ze dat de hutkoffer de brand niet heeft overleefd, maar het enige metaal dat is achtergebleven zijn de metalen banden van de hutkoffer. Er ligt ook geen glas, dus men kan aannemen dat de metalen platen en de glazen flessen de brand wel hebben overleefd en zijn meegenomen. Morgen (maandag) is het kadaster weer open en kan het adres worden nageplozen.

(NB. kadootje van de storyteller: iedereen +5% Cthulhu Mythos)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s