Tanais 129 – 2e cyclus sessie 4

Tanais serie 2 sessie 129 – 9 november 2017

9 uur ’s avonds. De mist is in aantocht. Die is opgeroepen doordat de lokale bevolking aan de godin Graire heft gevraagd om iets aan onze hinderlijke aanwezigheid te doen. Volgens Daguerre laat de mist de lokale bevolking ongemoeid, maar buitenstaanders verdwijnen in de mist en worden nooit meer teruggevonden. Ze heeft aan ons gevraagd of wij dit uit willen zoeken.
Met [Forces en Matter] houden we de mistdeeltjes op afstand, maar [Prime] geeft aan dat het effect van de mist naderbij blijft komen. [Spirit Detecting Glance] laat zien dat de mist bestaat uit uit elkaar gedreven zielen. Met [Color] is er een klein en onduidelijk effect te zien. Deze magie is niet netjes onder te brengen in de sferen van de mages. Chang ontdekt dat de belangrijkste componenten te beschrijven zijn met [Entropie en Mind].
Gwan maakt een [Portaal] naar Arjan’s Abode en stuurt Chantal en Karel er doorheen. Dan bereikt het mist-effect Daguerre. Zij heeft er geen last van. Dan komt het bij ons. Gwan, Chang en Claude weerstaan het effect, maar Risha verstart en begint in mist uiteen te vallen. (Een botch op de dobbelsteenworp.) In de Mindlink valt zijn bewustzijn weg en horen de anderen alleen maar witte ruis. Door Claude’s veld van [Forces en Matter] waait Risha weg. Chang probeert met [Entropie] de vorm van Risha te stabiliseren. Dat lukt gedeeltelijk en hij verwaait niet verder. Intussen wordt de jongen ‘geherprogrammeerd’ tot onderdeel van de mist. Claude zet het krachtveld uit en Chang gaat verder met stabiliseren. Risha’s lichaam herstelt zich langzaam maar wordt met de mist meegevoerd in de richting van het Oude Wijvenbos. Als Claude Chang helpt, lukt het om Risha weer terug te krijgen. Hij herinnert zich niet wat er is gebeurd, en is nog een tijdlang warrig. Als de mist weg is, worden Chantal en Karel weer teruggehaald. Ze hebben geen tijd gehad om rare fratsen ut te halen in Arjan’s Abode. Een goed moment om ons nog eens te realiseren dat alles wat geschiedenis schrijft, al bekend is bij Igrot. Alleen kleine, onopvallende dingen zonder consequenties blijven onopgemerkt.
Claude onderzoekt Daguerre’s geest [Mind-effect] en ontdekt dat zij een merkteken draagt dat haar immuun maakt. Het is een onderwereld teken dat lijkt op de signatuur van Eenoog, maar toch anders is. Gwan scry’t de lokale boeren. Die zitten te drinken ‘op de goede afloop’. Het is al laat, we gaan slapen.

Dag 6
De volgende ochtend worden we vroeg wakker. Risha is inmiddels weer bij zinnen en hij is razend over wat hem is aangedaan. Hij wil wraak. Er wordt een rokerig vuur gemaakt zodat de bevolking ziet dat er hier nog activiteit is. Dan gaan we naar de boerderij. Ze schrikken als ze ons zien.
“Wij hebben enige vragen voor u…”
Claude schiet er eentje dood. Dan geven ze toe: “We hebben de wraak van Graire over jullie afgeroepen. Maar wij kunnen natuurlijk niet bepalen wat Graire’s reactie zal zijn. Als de mist jullie ongemoeid heeft gelaten, dan is de godin inderdaad met jullie.”
Zo raken we in gesprek. We vertellen wat we van de Derweth willen. De boeren worden losser en dan krijgen we de vraag: “Wat is jullie plan om de brahmanen omver te werpen?” Nu zitten Claude en de boeren op dezelfde golflengte. Die doodgeschoten jongen, die kunnen we niet terugbrengen. Maar ze willen wel weergeld accepteren. En dan kunnen we met een schone lei beginnen.
“Het volk, wij, wij zijn de Derweth. Wij willen onze grond terug.”
Risha legt uit dat de mist van Graire een onderwereld smet draagt. Zij zijn er ook niet blij mee. Maar de mist bestaat al generaties lang, al duizend jaar. De godin heeft bloed nodig. Er is een ruil. Zij laat ons met rust en haalt alleen vreemdelingen. Om Graire aan te roepen gebruiken ze een spreuk in een heel oude taal. “Ga het bos maar in, dan kun je het aan haar zelf vragen.” We mogen hier overnachten en gaan morgen naar het bos.

Dag 7
Claude geeft een mok goudstukken als weergeld. Dat is acceptabel. Gwan maakt een portaal naar de Veenzaal in het Oude Wijvenbos en om 7:00 uur zijn we er. Met [Spirit] gaat Risha Graire aanroepen. De godin verschijnt in de vorm van een dame van een jaar of zestig met grijs haar en een staf. “Wat komen jullie voor mij doen?” Ze blijkt hetzelfde brandmerk te dragen als de bevolking. We confronteren haar ermee en zeggen “De mist herkent jullie hierdoor. Iets heeft met jullie geest geknoeid.”
“Ik zal als gelijke met jullie spreken. Jullie zijn duidelijk meer dan stervelingen. Ik ben al heel erg lang de Graire. Maar er zijn krachten groter dan ik. Ik ben degene die de toegang tot die krachten kan openen en sluiten. Ik ben dit nu al duizend jaar. Voor mij was de cultus inderdaad minder bloeddorstig.”
“Wie heeft dat teken gezet?” vraagt Claude.
“Ik denk dat wij goden grootschaliger worden bedot dan wij zelf doorhebben. Waarom ben ik nog steeds hoofdgodin ondanks dat brandmerk? Dat brandmerk moet weg. De mist die hoort bij mij en niet bij dat teken.”
Met een gezamenlijke inspanning [Spirit, Entropy en Mind] proberen we het brandmerk te verwijderen. We staan aan het begin van een zwarte spiraal. In de diepte zien we een paar mistige zielen verdwijnen. De godin staat naast ons. Ze ontdekt dat ze haar macht kwijt is. “Er is nu een vacuüm. Ik ben deze zetel kwijt. I’m not going there!” Ze doelt op de strijd die zal ontstaan onder nieuwe godlingen om haar zetel. Ex-Graire vertrekt en Risha roept snel Oaken aan voordat de machtstrijd losbreekt. Oaken materialiseert. De god kijkt om zich heen en zegt: “Dit moet worden opgeruimd, anders begint het opnieuw. Deze spiraal voert naar andere planes. Het is een samenzwering die verder gaat dan alleen deze hoogzetel en veenzaal. Van de geoogste zielen maken ‘ze’ geestloze krijgers die verhuurd worden aan de meestbiedende. De meeste gaan naar andere werelden. Dat is waar de mist voor gediend heeft. Voorkom dat nieuwe godlingen in de spiraal afdalen. Dit is gemaakt door iets wat nog achter Eenoog zit. Maar wat? Dat weet ik niet. En ik kan deze zetel niet innemen. Ik heb al de functie van Oaken.”
Met [Color] zien we dat de zwarte spiraal een plane is evenwijdig aan Tanais, één quantum richting Aarde. Decay, bederf. De focus van deze spiraal is op Tanais een oeroude vlier aan het drooggevallen meertje dat de veenzaal is. Risha ziet dat dit een zeer krachtige bron van magie is [Prime 5]. Die moet kapot. Risha zuigt de magie er uit, en vult daarmee zijn eigen reserves aan. Dan kan Chang er het leven uit zuigen. In een windzucht verwaait de boom. De plek is tijdelijk onttovert. Deze vlier zal ongetwijfeld hier opnieuw gaan groeien. Maar als de wereld nog maar negen maanden heeft, dan is dit probleem opgelost. En als we het overleven, dan hebben we tijd genoeg om een definitieve oplossing te vinden.
Is Chantal hier wellicht te promoveren tot overgodin van de Graire’s?

4 xp

Call of Cthulhu 19

De groep bevindt zich in een verlaten loods bij de haven. Wat nu te doen? Tarjinder speurt in de buitgemaakte occulte boeken naar illustraties, maar heeft daarbij geen succes. Het wezen heeft ook geen bezittingen bij zich. Het pathologisch onderzoek van Percy levert geen verrassingen op. Wel ontdekt hij dat het wezen een erg dikke huid heeft en hij vat het plan op om deze dan te gaan looien. Hij wil van de huid een lederen pantser maken. Dave besluit om de volgende dag verder te gaan met het lezen van ‘Unausprechlichen Kulten’. Hij kaft het boek en gaat in een Duits restaurant zitten, zodat hij helemaal ‘in’ de taal zit.

Er wordt gespeculeerd over wat ze kunnen doen tegen Blackpool. De staatsgreep is hoofdzaak. En halszaak als ze hem kunnen bewijzen. De zwarte magie en vrouwensmokkel zijn bijzaak. En beiden ook veel minder strafbaar. De groep erkent dat ze met de vrouwensmokkel Sir Charles Warren ten val kunnen brengen, maar niet Lord Blackpool. Het uitvoeren van rituelen behorende bij zwarte magie zal niet strafbaar zijn.

Penny studeert verder uit het Liber Ivonis. Ze realiseert zich hierbij dat de schrijver niet helemaal “de compos mentis” was. De benodigde hoeveelheid bloed voor het offeren/aanroepen is wel wat overdreven. Percy besluit tijdens het looien van de huid om van een van de botten een tweede beenderfluit te maken.

In de kranten verschijnt het bericht dat er een inbraak is gepleegd in het huis van Sir Charles Warren. Er is een beloning van meerdere ponden uitgeloofd voor informatie over de daders. Verder heerst er onrust in Schotland. Ook wordt er bericht van het overlijden van Mrs. Booth. Zij is bezweken aan de gevolgen van een koetsongeluk. Het grootste nieuws is echter dat Queen Victoria een concert zal bijwonen in de Royal Albert Hall, ter herinnering aan haar kennismaking met Prince Albert. Verder zijn de ontvoeringen in Whitechapel opgehouden.

Dave en Penny hebben hun boeken uit en zijn flink wat informatie rijker.

Dave realiseert zich dat Blackpool het hoofd van de beweging is en dat Sir Charles Warren zeer waarschijnlijk zijn “minister van magie” is. Lord Blackpool beschouwd de anderen in zijn omgeving als gereedschappen om zijn doel te verwezenlijken en zij zullen dus ook afgedankt worden als ze niet langer nuttig zijn. Dat geldt ook voor de Steam Barons. Percy realiseert zich dat Blackpool magie op dezelfde manier gebruikt als hijzelf: hij weet er een hoop van af, maar gebruikt het niet zelf, want hij weet welk effect het op hem heeft.

De groep ontdekt dat de ghoul-activiteit onder Londen nihil is en dat de door Penny gevonden ‘gate’ ook weg is. Tevens vraagt de groep zich af of er geen vrouwen meer gedood worden. Maar opeens bedenkt Tabby zich dat er geen dode vrouwen of delen van vrouwen meer zijn gevonden sinds de varaan Londen is binnengesmokkeld. Tarjinder onderneemt een poging om in contact te komen met de politicus, met wie hij een genoeglijke middag in een badhuis heeft doorgebracht. Deze poging leidt na 4 dagen tot een bericht dat contact niet gewenst is, maar leidt niet tot de arrestatie van Tarjinder. Wat dan weer wel hoopgevend is op en vreemde manier. Ze bedenken zich dat dit misschien beter via de Violet Queen gespeeld had kunnen worden. Die zou sowieso wel geïnteresseerd zijn in informatie over de strapatsen van de Gold en de Scarlet King. Na veel vijven en zessen stuurt Tabby een briefje aan de Violet Queen waarin zij aangeeft dat ze beschikken over o.a. informatie over andere Council-leden. Per kerende post krijgen ze als antwoord een adres. Het adres is in China Town en Tabby, Tarjinder en Penny gaan naar binnen. Binnen worden ze ontvangen door de Chinees waar ze eerder al voor hebben opgetreden. Ze worden naar boven geleidt, waar de Violet Queen op hen wacht. Zij heeft 2 stevige mannen achter zich staan met een groot mes op de ene heup en een vuurwapen op de andere. Tabby stelt de anderen voor. Penny krijgt het woord en vertelt dat ze op het spoor zijn gekomen van een samenzwering/cultus waar 2 steam barons bij betrokken zijn. Ze vertelt dat Sir Charles Warren en Lord Blackpool er achter zitten. Als Penny vertelt dat Blackpool de macht op de achtergrond is, raakt de Violet Queen geïnteresseerd. (En, al probeert zij dit te verbergen, verontrust of verontwaardigd.) Al met al besluit ze om hen niet aan te geven. Tevens zal deze informatie enige beroering veroorzaken in het council. Tarjinder weet ook nog een afspraak te regelen met de politicus.

Tijdens het diner met de politicus maakt hij een opmerking over de onlusten in Schotland. Dit brengt de man aan de praat. Hij vertelt dat iemand informatie heeft verzameld over de Black King en deze is daar niet van gecharmeerd. En als de Black King ontstemd is, is Queen Victoria dat ook. ER zijn af en toe ontmoetingen tussen de Black King en Victoria. Deze vinden plaats in een helverlichte kerk en in het bijzijn van haar lijfgarde. De Black King komt altijd alleen. De politicus weet te vermelden dat Victoria bang voor hem lijkt te zijn. Voor zover men heeft kunnen achterhalen is het begonnen met een gepensioneerde legerofficier die aan het rondvragen was. Los van dit gesprek hebben ze een plezierige avond.

Dave komt met het idee om naar een pub waar de muzikanten van de Royal Albert Hall vaak komen te gaan. Hij merkt dat ze nogal samenklitten. Echter, Percy weet een cruciale opmerking te plaatsen en wordt er bij betrokken. Hij geeft een rondje en betrekt Dave ook bij de groep. Hij merkt op dat hij benieuwd is wie de nieuwe dirigent wordt bij het concert voor de koningin. Dat zij zij ook. Er gaan wel namen rond, maar ze weten het niet. Er wordt al wel druk geoefend, maar er is nog niet bekend wat ze gaan spelen. Dat wordt bepaald door het hof. Percy neemt het gesprek over en vraagt welke opera ze gaan spelen. Het worden stukken van opera’s die voor het koningspaar wat betekend hebben.

De volgende dag wordt er kennis uitgewisseld. Tabby vraagt zich af of de Black King soms niet menselijk is. De demonen-oproepingen zouden een poging kunnen zijn van Blackpool om medestanders van zijn kaliber te krijgen. Penny merkt op dat hij en Victoria equivalent zijn. Zij boven het aardoppervlak en hij alles er onder. Hen is ten zeerste afgeraden om hem te onderzoeken. Maar via de Earl of Huntingdon, een vertegenwoordiger van Victoria, de inlichtingen verstrekken lijkt hen wat anders. Percy stelt voor om de tunnels van de ghouls in te nemen voor hun smokkelimperium. De Gedachte van hem is dat er op een gegeven moment een vertegenwoordiger van de Black King zal komen en via die hebben ze dan een ingang.

Tanais 128 – 2e cyclus sessie 3

Hoi allemaal,

hierbij het verslag van 26 Oktober

Nacht na derde dag.

Het is 1 uur ’s nachts te Archet.

Risha zit met Karel en Daguerre in de “Gulden Everzwijn” de terugkeer van de zon te vieren.Risha heeft het duidelijk niet naar zijn zin. Gaap,te standaard gesprekjes.

Jeanette slaapt met 2 man “boerenpummels”voor de palusade van Archet

Claude ,Chang en Gwan zitten verdekt op de muur te beramen, hoe Jeanette over te halen niet naar Eenoog te gaan en daarmee ook Chantal en Karel.Dit moet voor 5 uur in de ochtend gebeuren. Dan is de afspraak tussen Jeanette,Chantal en Karel.
Na een flinke brainstorm tussen de drie,gaat Chang met Mind de gedachten van Jeanette transformeren.
Ze droomt”Wat een boerenpummels liggen er naast me. ”
Ze word wakker en kijkt om zich heen. Misschien is de Eenoogcultus toch niet zo aantrekkelijk.
Claude merkt een onrustig konijn op. Een vos in de buurt misschien? Gwan valt ook op dat er meerdere onrustige dieren zijn….
De drie splitsen zich op.
Gwan gaat naar de “Gulden everzwijn”.Claude en Chang gaan onopvallend en geruisloos als ninja naar de plek van het konijn. Ze komen met Color tot de volgende ontdekking:
1 quantumsprong richting de aarde zit een troepenmacht klaar van 40 man met Githyankies en Warzerai!
Chantal staat wat te wachten als ze niet naar Eenoog gaat.

3 uur ’s nachts.

Na veel en vruchtbaar beraad gaan Risha,Chantal,Karel en Daguerre naar de kelder.Als alles misloopt gaat Archet plat!
Gwan is terug bij Claude en Chang. Er word een portal naar de poolnaald gemaakt. De portal is slechts groot genoeg voor 10 man. Via een mindlink zal naar de monsters worden doorgeseind, dat ze door de poort moeten. Ook al verdwijnen er soldaten voor hen.

Half 5 ’s nachts.

Jeanette gaat weg van de twee boerenpummels om haar heen. De mannen worden door Claude weggejaagd.
Het sein tot actie voor de troepenmacht. Ze verschijnen op het veld voor Archet en stormen allemaal door de portal naar de poolnaald. Daar zal daar weinig van ze overblijven.
Mensen komen uit de kelder.Er wordt getoast op de overwinning.
Archet is gered!
En Chang weet via een mindlink Chantal en Karel en te besluiten om niet naar Eenoogcultus te gaan.

Eenoog zal er wel achterkomen ,dat wij dat gedaan hebben. Dus we gaan onopvallend weg.

Daguerre vertelt: “Bij Ashcroft is er een mist, die mensen pakt en doodt.Maar lokale mensen niet.Ik papte met mannen aan in de omgeving. Die zitten in een pact en hun vrouwen vertrouw ik niet.Ik wil niet herkend worden.”
Mist houd geen verband met meer dimensionale wezens volgens Claude.

We rijden weg en gaan na een paar kilometer door een portal naar het noorden van Ashcroft.

Daguerre wordt vermomd . Ze heeft snorharen,is blond,blank en niet verweerd. Ze vind het mooi.Haar heupen zijn breder en zelfs de schouders zijn aangepast.
Ashcroft is bekend om de paardenmarkt.
In dit gebied is Derwet is de oude cultus .
“Brahmanen zitten in de stad en daar moet je niet zijn voor Derwet.”vertelt Daguerre
We moeten voor de mist op het platteland zijn.

10 uur 4e dag.
We doen inkopen en gaan op de heide zitten en bouwen kamp op.Met life worden de paarden mooier gemaakt.Dan is het 1 uur ’s middags en begint het wachten.
Er komen mensen langs, die goedkeurend knikken naar de paarden. Ze zijn onder de indruk, maar stappen niet het kamp binnen.
Uiteindelijk komt Henk langs. Hij vertelt,dat de paardenmarkt over twee weken is. Een drankje kan er vanaf. Maar eten ho maar. Hij gaat ervan door . Chang probeert een Mindlink, maar dat lukt niet echt. “Wat een geluk,dat mijn vrouw zo goed kan koken”is Henks gedachte.
De fret van Claude volgt hem en de fret wordt met de Mindlink gevolgd.
Uiteindelijk na een paar uur lopen, stapt Henk zijn hoeve binnen.
Hij heeft een vrouw en 5 kinderen.
Uiteindelijk gaat iedereen slapen.

6 uur dag 5

Daguerre is benieuwd naar de plannen.
De fret ziet Henk een duif laten wegvliegen. Via Correspondense wordt hij gevolgd naar de hoeve van Harry. Hij kijkt naar het pootje van de duif. Daar zit een briefje.Een nieuwe duif vliegt door naar een volgende hoeve. Dit herhaalt zich en er zijn in totaal 8 mensen met hoeves in dit netwerk .Uiteindelijk vliegen de duiven de omgekeerde route.
Op het briefje staat nu een grote “X”. Harry doet dingen thuis en gaat naar Henk. Er komt actie.

Claude gaat ondertussen op zoek naar een dode boom en offert Ghee aan Pashupahti.
De fret ziet boeren met knuppels richting het kamp lopen.

3 uur ’s middags

De mannen staan aan de rand van het kamp. “Wakker worden! Vertrekken of anders.”
Chang staat ineens met imposante katars voor hun neus. “Wat anders?”
“Anders gaan we ons beraden.” Ze kijken elkaar aan. “Ok, jullie mogen 2 weken blijven,maar geen dag langer.” “Dan blijven we 3 weken!”schreeuwt Claude.
De mannen besluiten te chargen op de tent. De knuppels worden met Matter tot as getransformeerd. De mannen hollen aan de andere kant van de tent er weer uit. “Geen vreemdelingen hier!” en vluchten weg.

Ze worden met een mindlink gevolgd. Dit was iets te boven hun macht.
Uiteindelijk doen ze een ritueel.
Er wordt veen op het vuur gelegd. Het levert een zwarte walm op.
Claude herkent met occult het ritueel . Met onderwereldtaal wordt vaag iemand opgeroepen. Met Forces en Matter krijgt hij het vuur bijna uit. Dit beangstigt de boeren. “Graire,laat ons niet in de steek!.” Graire is de godin van het veen. Uiteindelijk gaat het vuur toch weer branden. Via een onderwereldachtige techniek wordt een god opgeroepen. Ze vragen om de mist. Claude zorgt voor waterdamp om hen heen.Pesten is altijd leuk.

9 uur ’s avonds dag 5

Er is mist,maar word het ook kille mist?

4 XP
(samenvatting geschreven door de speler van Gwan)

Nog twee details: de god die wordt opgeroepen lijkt op graire, maar heeft ook een vreemde onderwereld/abys achtige taint. Niet helemaal normaal graire dus. En als tweede, Claude heeft nog niemand van kant gemaakt:-) , een klein wonder.
(reactie van de speler van Claude)

Tanais 127 – 2e cyclus sessie 2

Tanais 127 serie 2 sessie 2 – 12 oktober 2017

10:00 uur ’s morgens en het is nog steeds donker. Risha offert wat ghee bij de ingang van de tombe en de deur gaat voor ons open. Chantal en Karel gaan mee naar binnen. In het licht van onze aura’s kunnen we alles goed zien. Een gangetje, dan de volgende deur. Een grote zaal met links een deur naar een kleedkamer en rechts de poort naar het Westelijk Paradijs, middenin een roze stenen fontein, achterin een trap omhoog. Daar is de bruidskamer. En er is een trap omlaag. Beneden vinden we het doodsbed met het gebeente van Narima en de jaden dolk waarmee ze neergestoken is ligt op de grond. We hangen de maanzilveren machete naast een tweede exemplaar dat hier al hangt. Narima verschijnt.
Rishi knielt en stelt zich voor: “Ik ben Risha prins van satem, een verre nazaat van u. De vuren zijn uitgegaan en moeten weer worden aangestoken.”
“Dan moet Godefried hier naar toe komen. Ik wacht hier op hem. Hij slaapt. Wek hem en dan ga ik mij vast mooi maken.”
Ze heeft blijkbaar niet door dat ze dood is. We gaan naar de andere tombe. Ook deze deur gaat open voor de uitverkorenen. Deze gang heeft twee zijgangen. Links vinden we een kamer met veertig gouden harnassen en bijbehorende wapens. Gelukkeig zitten er geen skeletten in, dus de lijfwacht is niet samen met de koning begraven. Rechts is een kamer met een gouden strijdwagen. Die is duidelijk magisch, maar het is zo snel niet duidelijk wat voor eigenschappen het ding heeft. En recht vooruit is de tombe van Godefried. Hij ligt opgebaard, met een ingeslagen gezicht en een jaden dolk in zijn buikstreek. Deze tombe heeft geen poort naar het Westen.
Als we de jaden bol, orichalcum wasplaat en soulsteel vinger in de uitsparingen van zijn bed plaatsen, gaat de koning rechtop zitten. We knielen.
“Kun je je bedienden niet wegsturen?” “Nee, dat zijn ook uitverkorenen.” “Spreek dan maar.” “De vuren moeten weer worden aangestoken.”
“In wie mij liefheeft zal het vuur ontvlammen,” zegt Godefried, “Narima is verleden tijd. Die meid daar zal het goed doen.”
Chantal begint te kijven als een viswijf: “Ik ga geen seks hebben met een lijk!” maar de koning is onverbiddelijk. “Roep haar tot de orde!”
Claude neemt Chantal mee naar buiten, Chang neemt Karel mee de ook staat te briesen. Met veel [Mind] magie lukt het om de twee te kalmeren.
“Er is geen rechtmatige koning in het land en ik ben de grondlegger. Dus ik moet met deze Chantal in het hemelbed de liefde bedrijven en dan gaat de zon weer schijnen.”
Claude blijft even bij Chantal. Hij betovert haar zodat Godefried wat aantrekkelijker voor haar wordt. Ondertussen gaan de anderen met Karel weer naar Narima toe. Ze heeft absoluut geen zin om door de Westelijke poort te gaan. “Niks Chantal. Dat is weer typisch Godefried. Ik ken die schuinsmarcheerder! Dit is mijn taak! Ik ga nu slapen. Wek me maar als het zo ver is.”
Gwan en Risha maken [met Spirit en Correspondence] een portaal tussen deze tombe en die van Godefried. De koning stapt er doorheen, maar als skelet. We halen de rituele voorwerpen op en dan krijgt hij weer een lichaam.
Inmiddels heeft Chantal de benen genomen. Claude rent achter haar aan en uiteindelijk tackelt hij haar. Claude zegt: “Er is er maar één die dit kan en dat ben jij.” “Ik ga liever eervol dood, dan dat ik in schande de wereld red!” roept ze. “Geef toch toe, Godefried en jij zijn voor elkaar gemaakt!”
Intussen wekt Risha Narima weer. “Zullen we jou op Chantal laten lijken?” “Ga je gang. Het is een gewelddadige gek. Hij zal er wel intrappen en dan kan ik eindelijk naar het paradijs.”
Na enige moeite lukt het. Narima loopt de trap op. “O knappe koning…”
Getweeën gaan ze naar de bruidskamer en kort daarna ontvlamt de roze fontein. Buiten verschijnt de zon weer. Godefried komt voldaan waar naar buiten. “Tijd om terug te keren. Hij gaat weer terug naar zijn tombe en legt zich neer op zijn doodsbed. Er ligt weer een skelet. Dan komt ook Narima naar buiten. “Mijn taak zit er op. Eindelijk! Risha, breng me maar.” Risha neemt haar galant bij de arm en samen lopen ze naar de poort van het Westen. Die zwaait vanzelf open. Narima neemt afscheid en wandelt door de graanvelden weg. Met [Color] zien we een gele dimensie ontstaan die zich uitstrekt van Tanais naar de Aarde.
Godefried ligt weer dood te zijn en zonder de drie voorwerpen blijft hij ook dood. Risha gaat naar de wapenkamer en vindt daar een harnas dat hem perfect past. Hij trekt het aan. We besluiten de hele inhoud van de schatkamer in de strijdwagen te laden en nemen alles mee als ‘werkkapitaal’. Risha loopt nog even de tombes door om de laatste kostbaarheden, zoals de maanzilveren zwaarden en zo, bij zich te steken. Dan ontsteekt hij zijn stormlamp aan het heilige vuur.
Gwan sluit de doorgang tussen de tombes en hij maakt een portaal naar Bronwë. Het goud slaan we op in de schatkamers. In vrouwengedaante gaan we naar de vuurplek van de vrouwenverblijven. De carrion creepers zijn vrij gemakkelijk weg te jagen. Als het gas weer stroomt, ontsteekt Risha het vuur en in de priesterstad ontvlammen ook de andere vuren. Dan geven we Chantal de stormlamp. We gaan, zonder strijdwagen, naar Archet. Daar worden we als helden onthaald. We laten Chantal hier in de tempel het vuur aansteken. Haar moeder is inmiddels ingetreden in de zusterorde en is heel erg trots op haar. Feest en jolijt in plaats van pek en veren. Chang versterkt [met Mind] bij Chantal en Karel het gevoel dat dit toch beter is dan Eenoog. “Maar hoe ziet het traject naar koningschap er nou uit,” vraagt Chantal. Eerst maar feest vieren.
Risha trekt zich de volgende dag even terug. Hij verandert [met Matter en Prime] het gouden harnas in orichalcum en stemt zichzelf er op af. Dan gaan we overleggen. Wat doen we? De erediensten in de tempels herstellen en de brahmanen terugbrengen? Of zullen we ditmaal de derweth-priesters benaderen? Risha voelt er wel voor om naar de derweth in het Oude Wijvenbos te gaan. Claude wil ook graag naar het bos, want daar woont Daguerre. Hij vindt haar in een klein dorpje en spreekt haar aan.
“Wat wil je van me?”
“Een gesprekje over wat er in de toekomst kan gebeuren.” Hij vertelt dat haar levensstijl er toe kan leiden dat ze op de brandstapel terecht kan komen. Ik kan je redden als het zo ver is. maar je kan ook nu al met me meegaan.”
“Ik sta open voor avontuur. Ik ga met je mee.” Ze stelen een paar paarden en gaan op weg. Claude heft de zwaartekracht op en ze vliegen de lucht in.
Intussen zoekt Risha de heilige eik in het Oude Wijvenbos. Hij vindt hem op een heuveltje in de buurt van een drooggevallen meertje. Dat meer herkent hij als een veenzaal. Hij heeft een kruik bier bij zich en plengt dat bij de imposante boom. Daarmee trekt hij [met Spirit-magie] de aandacht van de god Oaken en die accepteert hem. “Maar ik ben hier niet de hoofdgod. Graire is de godin van de veenzaal en de oppergod. “Maar is die zaal niet van de lunars?” “De lunars hebben zich allang teruggetrokken.” Risha stemt zich er op af en merkt dat alle instellingen correct zijn achtergelaten. Er hoeft niks bijgesteld te worden. Als de god ziet dat Risha de veenzaal kan bedienen wordt hij enthousiast. “Als jullie me kunnen helpen om oppergod te worden, graag!” “Ik ga mijn best doen.”
In Archet, komt ene Jeanette bij Chantal langs. Zij is een jeugdvriendin, die Eenoog cultiste is geworden. “We wachten op Karel en jou. Eenoog zei dat jullie belangrijk zijn!” Ze spreken af om elkaar morgenochtend buiten de stad te ontmoeten. Chang krijgt er lucht van en voert Jeanette dronken. Hij ontlokt haar: “Morgen om 5 uur worden ze opgehaald. Dan kunnen wij onze zaakjes goed regelen. De vreemdelingen worden in de luren gelegd.

+4 Xp = 8

Cthulhu – 18

Al wachtende op een nieuwe smokkelopdracht bespreekt het groepje wat hun doel ook al weer is. Uiteindelijk zoeken ze naar het onomstotelijke bewijs van hoogverraad. Een ding dat nog niet verder onderzocht is, is het landhuis waar de zwarte koets heen ging. Ze beginnen met het huis te observeren. Dave en (?) gaan de vaste mensen op straat (straatvegers, lampontstekers, e.d.) overtuigen om voor hen op te letten inruil voor een kleine toevoeging aan hun inkomen. ’s Nachts gaan Dave en Penny (om de nacht wisselend) als vleermuis rond vliegen. Penny heeft een avond dat Sir Charles Warren in zijn koets het perceel verlaat. Dave echter treft een avond dat er een aantal koetsen, met in ieder slechts een man, arriveren. Alleen en allemaal rond hetzelfde tijdstip. De mannen worden ontvangen door een butler en in de hal neemt Dave Charles Warren waar met een kap op. De gasten worden door de butler van een drankje voorzien en hierna gaat de deur dicht. Al rondvliegend vindt Dave een raam met een kapot hoekje. Met moeite komt hij binnen, maar het blijkt een huishoudkast te zijn en als vleermuis kan hij weinig. Wel kan hij de grendel voor het raampje wegschuiven. Dan vliegt hij terug naar de anderen en probeert hen wakker te maken. Dat lukt hem. Na enig over en weer gepraat besluiten ze als zichzelf te gaan. Als ze dan aangehouden worden kunnen ze de verdwaalde edelen van buiten uit hangen. Desondanks proberen ze ongezien bij het huis te komen. Dit lukt de dames, maar de heren struikelen ergens over. Zij weten wel ontdekking te voorkomen. Dave ontdekt intussen dat het landgoed door honden wordt bewaakt. Hij kan dit echter niet aan de anderen te communiceren. Wel begrijpen zij dat er bewaking is. Ze proberen over de muur heen te klimmen, maar dit lukt alleen Penny en Tarjinder. Percy en Tabby komen er zelfs met hulp niet over heen. Zij gaan dan maar naar de poort. Deze is op slot, maar Tarjinder heeft geen moeite met het slot open te peuteren. Hij laat Percy en Tabby binnen en sluit daarna de poort weer, zonder hem op slot te doen. Dave leidt hen naar het raampje en Penny klimt er naar toe en wurmt zich naar binnen. Tarjinder probeert het ook, maar hem lukt het niet. Penny luistert aan de deur. Het is doodstil en ze opent de deur. Ze komt uit op een donkere, onverlichte galerij. Er is wel een bovenlicht en na even acclimatiseren kan ze wat zien. Er ligt dik tapijt op de vloer, wat haar voetstappen dempt. Penny sluipt naar beneden. In de hal staat een harnas dat warmte afgeeft: een novelty kachel. De voordeur is op slot en na enig zoeken vindt ze een raam dat open kan. Hierdoor laat ze de anderen binnen.

Ze komen binnen in een doodstil en donker huis. Na enig opletten, hoort Penny achter een deur iets. Vleermuis Dave hoort het ook. Het is de deur naar de bediendenvertrekken en de kelder. Percy en Penny luisteren aan de deur en horen gemurmel. Percy laat vleermuis Dave door de deur naar binnen. Gelukkig is de deur goed geolied. Het gemurmel; is nu betre te horen en klinkt als ritmisch ‘chanten’. Na een kort moment is er een hoop herrie beneden en komt een naakte Dave de trap oplopen. Hij roept: “Wegwezen!! En er zitten honden in de tuin!” Ze rennen. Ze knallen net de voordeur uit, als de eerste persoon uit de kelder komt. Deze roept: “Pak de geweren.” Dave doet dan de spreuk “Create Mist of Releh”. Penny hoort een heel scherpe fluittoon. Ook horen ze schoten. twee anderen doen ook de mist ontstaan en ze komen veilig het park uit. Ze horen de bobby’s die op de schoten afkomen. Percy geeft Dave zijn lange jas. Ze stoppen voor een adempauze in een parkje, maar dan hoort Dave grote vleugels. Ze moeten naar binnen! Is er hier een hotel, restaurant of kerk in de buurt. Dave heeft weer geluk en ziet een restaurant, waar ze snel naar binnen gaan. Eenmaal binnen fluistert Dave dat ze bezig waren om een vrouw te transformeren in iets met schubben, gekleurde ogen en groeisels op het hoofd. Hij denkt dat ze een wezen oproepen in het lichaam. “Ze” zag hem en schakelde de spreuk die hem in een vleermuis heeft veranderd uit.

Penny bestelt een fles champagne en 5 glazen, een broek voor meneer en een taxi. Als uitleg voor Dave’s naaktheid wordt verteld dat hij een weddenschap heeft verloren. Percy probeert extra geld te geven voor discretie, maar dat geld wordt teruggegeven. De groep gaat discreet achter zitten.

Als de taxi arriveert letten ze goed op hun omgeving. Hierdoor zien Tabby en Percy op het dak van een tegenoverliggend huis een monsterlijk wezen zitten. Percy zegt: “Hé, wat is dat?” en wijst naar het wezen. Het wezen gaat daarop in de aanval. Het is echt monsterlijk – alleen al de aanblik tast je geestelijke gezondheid aan. De koetsier zit als verlamd en Tabby, Penny en Tarjinder zijn ook van slag. Dave en Percy schieten op het monster. Percy mist, maar Dave raakt. Hierop valt het wezen Dave aan, maar de aanval met de klauwen is mis. Met de bek weet het wezen Dave wel te raken en het zuigt zich aan hem vast. Dave’s kracht wordt op deze wijze weggezogen. De anderen realiseren zich dat het monster nu vlakbij is (point blank range) en voorlopig wel aan Dave vast zal zitten. Tarjinder valt aan, maar mist. Waarschijnlijk omdat hij niet gewend is om te raken. Dave probeert weer te schieten, maar is verzwakt en ook de spartelingen van het wezen maken dat hij mist. Percy doet de spreuk ‘Soul Singing’ en dit heeft effect. Hij commandeert het wezen naast zich, maar Penny schiet tegelijkertijd en doodt het wezen. Percy laadt het dode wezen in de koets, terwijl Tarjinder en Tabby eerste hulp verlenen aan Dave. Dit lukt erg goed. Percy neemt de teugels in handen en in vliegende galop gaan ze er vandoor, voordat de bobby’s arriveren.

Percy wil het dode wezen bestuderen. Ze gaan naar een verlaten loods in een niet meer gebruikt deel van de haven die Dave weet. Ook proberen ze de koetsier van de taxi gerust te stellen, maar dit lukt niet helemaal. Een halve crown helpt ook een beetje, maar ook niet naar volle tevredenheid. Penny maakt vervolgens schetsen van het wezen en qua uiterlijk is het duidelijk niet van deze wereld. En verder vragen zij zich ook af hoeveel er van hen gezien is.

Cthulhu – 17

De trip naar het Crystal Palace is een uitje voor het hele gezin en de hele groep gaat dan ook mee. Op de afgesproken locatie zit een man. Hij is netjes gekleed, maar duidelijk niet van stand. James plant zijn vrouw op een bankje en haalt vervolgens een drankje voor haar en Marie, waarna hij de man aanspreekt. Deze stelt zich voor als John Smith. Vervolgens stelt de man voor om een wandelingetje te gaan maken. Tijdens het wandelingetje vertelt de man dat hij zaken het land in wil brengen, zonder hier in de haven accijnzen over te moeten betalen. Over het algemeen handzame waren, maar soms ook minder handzame waren, waaronder levende have. Hij heeft het dan over varanen en dergelijke dieren. Opium zonder het koninklijke zegel valt ook onder de waren. Er zijn momenteel opium en een varaan onderweg en zijn gebruikelijke contact is gearresteerd. Vandaar dat hij nu hen benadert. Een platbodem is te klein voor de klus. James vraagt een kwart van de opbrengst voor de klus, waarop John Smith antwoordt dat hij daar geen beslissing over kan nemen zonder overleg met derden. James trakteert de man nog op een drankje en dan gaat ieder zijns weegs.

In de groep wordt deze opdracht besproken. Belangrijk is hoe ze willen gaan? John Smith kan hen alleen kennen via Blackpool, want verder hebben ze nergens een hint gegeven. ‘James’ kan in zijn geboortedorp wel een boot regelen. Kenneth informeert in een lokale kroeg naar prijzen als indicatie. Tabby besluit om een journaal bij te houden. Dit journaal wordt niet te expliciet, om te voorkomen dat het als eventueel bewijsmateriaal gebruikt kan worden. Wel kan is het buikbaar om achteraf hun acties en keuzes te verdedigen.

De volgende dag wordt besteedt aan sight-seeing, zoals bezoekje Harrods, British Museum en Tate Gallery. Bij terugkomst ligt er een brief. Men gaat akkoord met het bedrag. Er wordt weer afgesproken in Crystal Place. Hier krijgt James te horen dat de overdracht van de goederen en de varaan buitengaats voor Le Havre plaats gaat vinden. James wil dan 15% vooraf, maar daar gaan ze niet mee akkoord omdat ze hem nog niet kennen. 5% is waar hij genoegen mee moet nemen. ‘Milou’ en ‘Terjas’ hebben opeens een ingeving: zij hebben John Smith al eerder ontmoet! Hij was de man die ook bij het uitgebrande huis van de pastoor stond. Ze hebben beet!!

De groep schaft een platte kar aan en een dressoir om er op te vervoeren naar James’ geboortedorp. Bij terugkomst in het hotel, ligt er een telegram van Moran. Blackpool; en de Black King zijn niet dezelfde persoon. Ook zegt hij met klem om geen onderzoek te doen naar de Black King, want dit is te gevaarlijk. Hierna reist men af naar Felixstowe. Onderweg, een eindje uit de buurt van Londen, kleedt men zich om. De reis verloopt voorspoedig en ze arriveren op tijd in Felixstowe. Percy gaat overleggen met zijn vader over schepen. Percy’s moeder is minder met hem ingenomen, maar zijn vader heeft hem nodig om van alles te regelen. De mannen vertrekken met 2 boten en de dames blijven aan de wal. In de loop van de avond wordt het weer ruiger. Tarjinder, Dave en Percy worden alle drie zeeziek. Het plan om de lading over 2 schepen te verdelen wordt verworpen, want met deze zee is dat te riskant.

Fatsoenlijke smokkelaars maken de kist niet open, maar wel wordt er gekeken in de kist met luchtgaten. Deze ruikt naar rot vlees. Er lijkt een groot beest in te zitten, met een half opgegeten geit. Ze concluderen dat dit de proeflevering moet zijn. Percy doet een donatie aan het weduwen- en wezenfonds en ook wordt er handelswaar ingekocht ter camouflage. De varaan wordt met in laudanum gedrenkt vlees periodiek verdoofd en dan gaat men terug naar Londen.

Op het afgesproken adres in Londen wordt de handelswaar door John Smith en een aantal handlangers in ontvangst genomen. ZE nemen de anderen goed in zich op en merken dat ze allemaal iets geels dragen. Vervolgens wordt de betaling afgerond en is alles goed verlopen. Hierna is het tijd voor speculeren. Het lijkt geen lading voor de Gold King te zijn, dus waarschijnlijk heeft Blackpool de ‘muscles’ van de Gold King geleend. Maar waarom een varaan? Ze kunnen van alles bedenken, van sadistische spektakels tot privé dierentuinen.

En ze hebben nu geld!Maar dit kan niet al te opvallend worden uitgegeven. Als verarmde adel gaat het meeste geld op aan het landgoed en als smokkelaars willen we de aandacht van de wet niet op ons richten. En er is ook nog de lening van Moran van 2000 pond die terugbetaald moet worden. Heeft hun brief aan de Salvation Army over de halsbanden nog effect gehad? Geen spectaculaire effecten, want wat kan een groepje Do-Gooders in brengen tegen de Gold KIng. Wel is de weerstand meer dan verwacht.

Tanais 126 – 2e cyclus sessie 1

Tanais 126 – 28 september 2017

Claude blijkt geëxalteerd te zijn als Twilight Caste en Risha als Night Caste. Het is 6 uur ’s ochtends.
We besluiten om naar Chantal te gaan. Dat is een uur lopen. Onderweg geneest iedereen zichzelf. Bij de hut van Mildred is het vredig. Chantal is de koeien aan het melken. “Hallo!” We vertellen over de profetie. Mildred wordt er bij geroepen. “Wat voor bewijs heb je?” Mildred wil haar dochter niet zomaar meegeven aan een stelletje ongeregeld. Al geven we licht. Ze stelt voor om naar de Brahmanen te gaan. Om kwart voor negen zijn we bij de tempel. De brand is geblust en de priesteressen rouwen om het verlies van hun beeldje. Claude gaat met zijn Matter-magie de tempel repareren. Het focus dat hij gebruikt is gebed. En dat wordt door de priesteressen natuurlijk zeer op prijs gesteld. De andere drie gaan naar de hogepriesteres. “Hé, de uitverkorenen!” Ze weet aan Mildred te bevestigen dat er inderdaad een profetie is, maar die gaat niet over Chantal. Risha zegt: “Het vuur moet weer worden ontstoken, en daar hebben we Chantal bij nodig.” Chantal zelf wil wel een tijdje weg van de boerderij. Maar ze wil per sé met haar Karel. Dan moeten we eerst Karel losweken van de Eenoog cultus. Mildred mort, maar de priesteressen verklaren dat wij de uitverkorenen zijn. Gwan noemt de naam van een jongen die Mildred kan komen helpen als knecht.
We gaan op weg. Buiten zicht van de stadsmuur haalt Risha de betovering van Karel’s zwaard en daarna maakt Gwan een portaal naar de plek waar we Karel hebben achtergelaten. Het vuurtje brandt nog. We zien iemand wegrennen. Chantal roept: “Karel!” Als hij haar stem hoort, komt hij voorzichtig tevoorschijn. Als we hem het zwaard teruggeven, is hij bereid naar ons te luisteren. Hij is van mening dat het verdwijnen van de zon te maken heeft met de komende aanval van Eenoog. Met een heleboel magie lukt het om hem te deprogrammeren. De zon uitzetten is inderdaad fout. Chang zegt: “Wij volgen niet de revolutionaire raad of de gevestigde orde. Wij volgen onze eigen weg.” Dan wil hij wel met ons mee.
Eerst gaan we naar Phantom Marshley. Hij komt ons persoonlijk te woord staan.
“Welkom! Ja, dingen zijn in beweging. Jullie staan als punt 15-b op de agenda.”
We mogen mee naar de vergaderkamer. Der Alte en Red kijken verstoord op. “Blijf maar staan,” zegt Der Alte, “jullie zijn nog niet aan de beurt.”
Gwan stapt buiten de tijd om even rond te snuffelen. Hier zijn de drie siderials niet op voorbereid. Gwan leest in een brief van de Raad over de komst van een nieuw soort sideriars en die ze van plan zijn om ‘solars’ te noemen. Eén ervan is Chantal en daar gaan ze ‘een echte siderial’ van maken door haar te koppelen aan een abyssal. De solars zijn een bedreiging voor de Orde, maar wel noodzakelijk. Er zijn diverse profetieën. Die waarin de zon uitgaat, is onderstreept. Dan stapt hij weer terug in de tijd. Door de mindlink weten de anderen nu ook wat hij weet.
“Waarom zijn jullie uitverkoren?” vraagt Alte.
“Dat staat in de sterren geschreven,” zegt Risha, “Wij hebben Chantal nodig. De Orde is geïnfiltreerd en de abyssals hebben hun eigen agenda in uw missive gestopt.” Hij heeft het juiste jargon gebruikt en daarmee worden we herkend als mede-siderials.
“Waarom mag ik geen vijfde solar worden? Ik wil ook coole krachten!” “Niet nu, Chantal.”
Claude laat een telepatisch beeld zien: de vergadering op Mount Paradise tijdens de ondervraging van Daguerre. Ze vertelt wat ze gehoord heeft van haar demonen-klanten. Dat het spel al over was op het moment dat Chantal bevrucht werd.
“Hoe weten zij van Mount Paradise?” “Hoe komt het dat Bindu dit serieus neemt?” Dit wordt interessant
Claude laat nog een visoen zien: de bevalling van Chantal en hoe het kind in drie kinderen verandert. Hij legt uit dat dit demonen worden.
Als Chang terloops opmerkt dat Teleutos geen echte ster is, maar een construct, geloven ze dat wij uit de toekomst komen. Er ontstaat een klein beetje twijfel, misschien is er inderdaad verraad binnen de Raad. Maar: “We kunnne Chantal niet meegeven.”
Risha zegt: “In de tombe van Narina ligt een boek en daar staat haar naam in.”
Der Alte lacht: “In mijn agenda staat dat ik die naam daar over een paar dagen in moet zetten. Maar … dat vuur moet ontstoken worden en Chantal moet trouwen met de koning van het land.”
“Beertje,” kirt Chantal, “dan word jij koning.”
(Gwan checkt van een afstandje met magie: ze is nog maagd.)
Eerst moeten we de relikwieën ophalen in het kasteel van Bronwë. We vertrekken weer en overnachten in Hunter’s Lodge. Risha knutselt twee amuletten tegen de pestgeesten voor Chantal en Karel. Brackenbridge maakt zich zorgen over de zon. Hij heeft niet zo’n last van de rebellen. Maar door de oorlogsdreiging heeft hij bijna geen klandizie meer. We eten lekker en nemen een kamer voor de zes mannen en een enkele kamer voor Chantal. Die had liever met Karel op één kamer gelegen, maar dat zien wij niet zitten.
De volgende dag teleporteert Gwan ons naar het begin van de tunnel onder het kasteel. Achter ons is een bos vol spinnen, voor ons een smalle doorgang. We vinden de nis met de Soulsteel Finger. Onderweg naar het koninklijk slaapvertrek vezamelt Risha het tafelzilver. Chantal neemt ook wat mee: “We moeten wel onze eigen kamer kunnen betalen.”
De Jaden bal, het Orichalcum schrijftablet en het Moonsilver machete worden snel gevonden. De pestgeesten leven parallel aan deze wereld, maar één kwantum naar binnen. De grens is hier vervaagd, omdat dit een magische plaats is. Claude versterkt de grens met color-magie. De spinnewebben en de vermolmdheid verdwijnen. Het is nu weer gewoon een 40 jaar leegstaand kasteel in plaats van een spookhuis.
“Als Karel koning gaat worden, gaan jullie dit dan opknappen?”
“Nee, daar heb je bouwvakkers voor.”
“Maar waar betalen we die van?”
“De belasting.”
Chantal begrijpt het niet, maar Karel luistert geïnteresseerd. Hij is nobel en integer. Misschien is hij wel geschikter als koning dan Risha? In ieder geval beter dan Heer Arend.
Chang haalt een vat bier uit de brouwerij en Gwan kijkt naar het gevallen Mutri beeld. Daarna maken we een portal naar de tombe van Narima

4 xp

Tanais 125

Tanais 125 – 31 augustus 2017

Op het moment dat we de deur van de colorcopter achter ons dichttrekken: LICHTFLITS ! KNAL !!!
Met zijn [Entropie-sense] voelt dit bij Chang alsof er een soort van toverlantaarn-plaatje verwisseld wordt. De omgeving springt weer op Wyld.
Uit het niets verschijnen zwarte druppels die neerregenen en alles met een laagje bedekken. Onze [Color-sense] geeft aan dat er een ‘colapse’ geweest is. Alleen Risha heeft in plaats daarvan knallende hoofdpijn en hij kan voorlopig geen magie meer gebruiken [Paradox]. Het is dezelfde zwarte drab als destijds bij de Hoogzetel. Tanais, de Wyrd en misschien nog wel andere aangrenzende werelden, zijn op de Wyld samengeklapt. De zwarte drab is wat er over is van de ‘lagere ziel’ van de bewoners van die andere werelden! (Zonium is wat er overblijft van de hogere ziel.) We ontdekken dat we met de copter binnen deze wereld kunnen rondvliegen, maar we kunnen niet meer plane-shiften.
Ook de sterrenhemel lijkt instabiel. We vliegen richting Zuid-West en zien dat de wereld uit verschillende ‘scherven’ bestaat, waarvan sommige Wyld zijn, andere Wyrd en weer andere Common (normaal Tanais). Maar overal ligt zwarte drab. Mount Paradise is Tanais gebleven. Het beveiligingsveld heeft de raadszaal schoon gehouden. We vliegen door naar Shintas. Dat is ook Common gebleven maar er lopen verwarde Wyld en Wyrd wezens rond. Bij de ingang van het paleis wordt Risha tegen gehouden. Ze herkennen hem niet. Hij vraagt naar zijn zus. Als die bij de poort komt, reageert ze heel verbaasd: “Laat Mahakrishna je maar niet zien! Of kom je je excuses aanbieden? De koning heeft je nog niet vergeven. En wat zie je er raar jong uit! Ik had je ouder verwacht.”
“Ongelukje met magie,” mompelt Risha.
Chang reageert met “Huh?!?”
“Het was echt een opstandig joch! Hij is nog steeds verbannen.”
< We zitten in een parallelle werkelijkheid ! >
De wachter heeft Risha is intussen ook herkend en is de koning gaan waarschuwen. We gaan snel weg. Nu naar Soul. De bubbel is weg, Bronwë is nog een ruïne met pestgeesten en alles. Alsof wij er nooit geweest zijn. Het beeld van Mutris is gevallen, dus de zon is hier wel weggeweest. De volgende halte is Archet. Dat is Wyrd geworden. Er lopen hobbits en verbaasde mensen. Gwan wordt wel herkend: “Hée, waar ben jij geweest?” BOEM ! FLITS !!! De huizen zijn van peperkoek. Het is opeens Wyld geworden.
We vertrekken naar Mount Paradise. Als ons kasteeltje daar niet staat, dan zijn we hier ook niet geweest. Onderweg zien we het patroon van Wyld, Wyrd en Common regelmatig veranderen. Chang voelt dat het op dit moment een keer per vijf minuten verschuift. Het zijn geen plane-shifts, maar de werkelijkheid zelf is instabiel geworden. Wij zaten in de colorcopter toen dat gebeurde. Misschien heeft die ons beschermd.
Ons kasteel staat er inderdaad niet. Als we landen, worden we aangesproken door een soldaat: “De vergadering is al een paar dagen bezig, verheven heren. Haast u!”
Bij de ingang van de vergaderzaal worden we tegengehouden, maar een oude siderial in een rolstoel roept: “Laat deze jongelieden binnen! Zij zijn ook geëxalteerd!” Het is Der Alte en als we binnen zijn zegt hij tegen ons: “Had je niet eerder kunnen komen? Ze zijn net met Chantal bezig!”
We gaan aan de rand staan. Daguerre is net aan de beurt als getuige. Ze vertelt dat ze een onderwereld bordeel was begonnen en daar worden tijdens “spelletjes” wel eens wat geheimen verklapt. Zo is zij er achter gekomen dat deze wereld eigenlijk al verdoemd was vanaf het moment dat Chantal ontvoerd werd door Eenoog. Ze had nooit als Eclips Solar moeten ontwaken, maar het was de bedoeling dat ze één van de bovengoden zou worden.
Na de getuigenis gaat Claude naar haar toe. “Herken je me nog?” “Jawel. Je bent Claude. Je hebt me gered, het is aan geraakt, het ging weer uit, we gingen ieder onze weg en ik begon een bordeel. En wie zijn dit?” “Risha is een koning en Chang is een generaal zonder leger…” < klik-klak – het zijn geen flitsen en boemen meer > “U kwam informeren naar de prijzen van mijn bordeel?” In de zaal zijn vergelijkbare breuken in de gesprekken. Wij zijn door onze Mindlink met elkaar gesynchroniseerd, maar de rest van het gezelschap is van realiteit geswitcht. We maken de Mindlink permanent. < klik-klak> “… oude sage zegt: ‘Hart der goden, wie daar binnen treedt zal gered worden.’ …” < klik-klak > De veranderingen gaan steeds sneller! De mensen worden geïrriteerd. Risha rent naar de Witte Raad (die blijkbaar ook een soort Mindlink hebben). “Ik vraag toestemming om hier iets aan te doen.” “Desperate times … ga je gang.”
Chang stopt met [Time en Entropy] het versnellen, althans hier in de zaal. In de huidige versie is Daguerre er niet. Risha legt kort uit: “We hebben een mindlink nodig. En de Lunars moeten de hoogzetels en veenzalen activeren om dit wereldwijd te activeren. Er is even verwarring, maar dan lukt de Mindlink en iedereen kan weer met elkaar communiceren. Wij worden heel kort geïntroduceerd. De zaal is verbijsterd. Dit is het einde der tijden. Ze durven ook de zaal niet meer uit, maar we weten ze toch over te halen.
Buiten bij de kloof van het heiligdometje is een gat ontstaan en daar knettert het. In de lucht erboven is een flits en daar komen 30 ruimteschepen aan. “De drakenboten profetie klopt!” wordt er geroepen. Men verdringt zich om aan boord te komen. Het geknetter doet de anderen wel pijn, maar wij voelen het niet. Het is materie die met onze antimaterie in aanraking komt. Wij springen de kloof in en de rest rent en masse naar de Drakenboten. Het geknetter wordt een explosie van materie en antimaterie.
In de kloof zien we een groot wit knetterend ei. Als we het aanraken wordt het pikkedonker. We raken buiten westen.

Vage stemmen: “Ze zijn bewusteloos.”
Er wordt een emmer koud water over ons heen gegooid. We komen bij bij de stadsmuur van Archet. We worden aangestaard door nieuwsgierige dorpelingen. “Ze geven licht! Wat zou er an de hand zijn? Hebben zij de zon ingeslikt?” Het is donker. De zon is weg. We zijn terug in de tijd! We hebben zelfs ons eigen lichaam van zeven jaar terug, zonder Wyld mutations.
“Misschien moeten we maar naar een priester!” zegt Risha.
Bij het tempeltje van Sheela horen we dat het ushas beeld is gestolen. De priesteres zegt: “Jullie zijn de voorspelling! Als de zon niet opgaat en er verschijnen lieden die licht geven, vergaat de wereld over negen maanden.”

– Alles is teruggedraaid behalve onze kennis.
– Chantal is nog niet ontvoerd, ze zit bij Mildred te wachten tot ze kan ontvluchten met Karel.
– We moeten zorgen dat Chantal niet verkracht wordt door Idris / Eenoog.
– Idris weet niet wat wij weten.
– Wij zijn nog steeds van zonium.
– Alle XP is terug op nul. Chang heeft [Entropy 5 en Mind 5], Claude [Forces 5 en Matter 5], Gwan [Time 5 en Correspondence 5] en Risha [Life 5, Prime 5 en Spirit 5]. Allemaal hebben we [Color 5].

 

Tanais 124

Als we weer terugkomen op Mount Paradise is de theepauze net voorbij. We krijgen meteen het woord. Risha vertelt: “We hebben een mogelijke oplossing voor het wederhelften probleem. Quiver kan daar meer over vertellen als hij terug is.” Dan gaat de Raad over tot de orde van de dag: “Chantal.” Ze kijkt een beetje geïrriteerd. “Zijn er meer vrouwelijke exalts die dit hebben meegemaakt of die verdwenen zijn?” De vergadering wordt tien minuten verdaagd om te inventariseren. In die tien minuten worden we door de fanclub belaagd met vragen. Daarna blijken er inderdaad drie vrouwen onverklaard afwezig te zijn. Het cabal van hantal maakt bezwaar tegen de term “demonenmoeder”
Men gaat schouwen wat er met de drie aan de hand is. En op dat moment komt er een bediende de zaal binnen. Hij fluistert wat tegen een cabal van Koreaans aandoende types. Ze reageren verschrikt. De Zwarte Bron bij Kim Do is een feit. De vergadering wordt een halve dag stilgelegd. Iedere cabal moet in zijn thuisland inventariseren wat de gevolgen zijn en Het Witte Hert (wij dus) moet bij de Raad komen.
“Kunnen jullie hier licht op werpen? Het schijnt een soort sinkhole te zijn.” Een Qartiaan is ook uitgenodigd. Die zegt: “De maalstroom is ook weer actief geworden! Er zijn er nu drie. De legende gaat dat ooit de eerste demon uit een Oerbron op Tanais is gekomen. De oerbron, Uru’dhip, is nu dichtgeslibt en vergeten in Harran, ten Zuiden van jullie Shintasta. Hij ligt tegen het Zuidelijke Continent aan.” “Weet u iets van dat continent?” “Aan de Zuidkant wonen de Oude Rassen. Die houden niet zo van mensen. Amfibieën, slangen, wamank, salief en zo. Stomende jungles.” “Zijn daar ook draaikolken?” “Minder dan in het Noorden. Maar je ziet de gloed van de Zwarte Bronnen overal. Waarschijnlijk zitten ze vooral ondergronds.”
De voorzitter van de Witte Raad vraagt aan ons of we naar Harran kunnen gaan, Naar Uru’dhip als het kan. Als dat niet lukt, gewoon terugkomen en rapport uitbrengen. De Qartiaan beschrijft Harran: “Het land is oeroud. Daar was de beschaving die voorafging aan Warka en hun ziggurath’s. Het is een dorpse samenleving, op een gazellen steppe. De oudste en krachtigste demonen komen daar vandaan.” Als hij dat hoort, vraagt Risha of hij de spreuk ”Banish Demon” kan leren. Daar is geen tijd voor. Maar hij krijgt een heel heftige scroll mee. “Als je hem niet gebruikt, graag weer inleveren. Hij is heel duur! En, kunnen jullie voor ons in kaart brengen hoe het zit met die gith-dragonborn en de cultussen en hoe de onderwereld werkt?”
We nemen de colorcopter. Gwen gaat op zoek naar de Creatures of Darkness. Met [Correspondence, Mind en Color] zijn 12 successen nodig omdat hij niet weet om wie het gaat en waar hij moet zoeken. Gwen is na afloop zo uitgeput dat we een mindprobe nodig hebben om het uit haar te krijgen. Uru’dhip is de eerste aanraking van een tentakel met Tanais. Dezelfde tentakel raakt verderop Melek Qart, als volgende Waldheim en als laatste Kim Do. Gwen weet waar het zit. Maar er zit een extreem sterk veld van anti-[correspondence] omheen, ongeveer 5 km onder de grond. maar de bovengrondse lokatie is duidelijk. We arriveren bij een drooggevallen seizoensmeertje met een hutje aan de kant. We parkeren de copter 1 quantum richting Binnen. De werelden zijn hier erg instabiel. In het hutje is niemand thuis, het is een soort madam Mikmak huisje. Zoeken levert op dat er buiten, bij een bosje een handleiding ligt in een hele oude taal. Het gaat over hoe hier demonen gevangen kunnen worden. Risha kan het lezen: “Bij het fluctueren van de realiteit, als er grondmist ligt over het meertje, moet je over het water een net spannen om zeldzame demonen te vangen.”
Gwan ziet het niet meer zitten en gaat slapen [zijn Willpower is op]. De anderen stappen de Wyrd binnen. Daar ziet de wereld er bijna hetzelfde uit, alleen staat er hier wel water in het meertje. We stappen nog een plane verder, naar de Wyld. We vallen gelijk een aantal meter naar beneden! We zijn verrast en er is niets om je aan vast te houden! Het is een brede, diepe put met engen gezichten in de muur. In een reflex ontwijkt Chang de grond, zodat hij geen schade krijgt van de val. Risha slaat zijn vleugels uit en weet de klap ook te ontlopen. Boven ons lijkt het dicht te groeien met wortels. Beneden zijn geen uitgangen. Snel weer omhoog! Deze uitgang gaat snel dicht. Chang klautert omhoog. De gezichten klagen: “Auw mijn neus!” Er ontstaat opeens een arm die hem een vuistslag geeft. Met veel kracht slaan we ons door de wortels heen. We komen boven in een meertje met mist erboven en we zitten weer in de Wyrd. Dit is de uitgang van Uru’dhip. Het is nu 1 uur ’s middags. Risha leest verder in het oude boek. Hier groeide vroeger veen. En deze plaats behoorde toe aan machtige wezens. Och, het is een veenzaal! Maar de lunars zijn hem vergeten. Hij stemt zich er op af. Waar zit het heiligdom? In de Wyrd, midden onder het enkeldiepe meer, maar de doorgang gaat via de Wyld. Risha snapt hoe hij de veenzaal twee niveaus naar buiten en twee niveaus naar binnen kan bewegen. Binnen zit niks bijzonder. Hij maakt de veenzaal Wyld, en neemt daarmee de hele provincie mee. Inclusief het domein waar de colorcopter staat. Oeps! Het vennetje is nu een kolkend meer waar groene bubbels uitkomen. Om ons heen is een heftige jungle met spoken. Met een grote BLUB komen reptiel/insect-achtige demonen boven water. “Zijn jullie meesters?” vraagt eentje. “Ja,” zegt Chang. “Toon dan jullie zegel.” Chang projecteert met [Mind] wat dit creatuur verwacht. “Aha, u bent meesters.” De andere demonen gaan verder naar boven. We vragen de ene demon hoe we bij Uru’dhip komen. “Er is geen weg naar Uru’dhip. Je kunt er alleen vandaan komen, niet naar toe gaan. De steen is eenrichtingsverkeer.” Risha geeft hem een puntje quintessence voor de informatie. De demon gaat verder.
Risha verplaatst de provincie weer naar de normale fluctuaties, maar de stroom demonen is nu op gang gekomen en blijft doorgaan. Ze gaan met de fluctuatie Harran in. En jammer genoeg is de colorcopter in de Wyld achtergebleven. Maar het kost weinig moeite om hem terug te vinden [Mind en Correspondence: waar is Gwen?]. Vanuit de Wyld proberen we de polariteit van de eenrichtingsteen om te draaien [Matter 2, Forces 4, Prime 4]. Dat lukt. Risha en Chang stappen er doorheen. Het is een pikdonkere ruimte vol rumoer, de verzamelplek voor demonen die op excursie gaan. De lucht hangt vol met het groene shiragi-gas. In een [Life] reflex verandert Risha zijn longen zodat hij het gas kan verdragen. Chang Maakt een krachtveld [Forces en Entropy] om zich heen. Gwen verandert [Life en Matter] het ingeademde gas in gewone lucht. Er zij licht! Ze doen hun anima op volle kracht aan en de demonen deinzen terug. Onder de transitiesteen is een soort van sokkel waar ze op klimmen om naar boven te kunnen. Dat werkt nu dus niet meer. Urud’hip is recht onder ons.
We kunnen recht op ons doel aflopen, door onduidelijke fabrieken en tempels. De demonen wijken overal voor ons licht terug. Dit effect komt van de twee Dawn-caste aura’s. Er zijn twee verschillende soorten demonen demonen: mensachtig zoals de kinderen van Chantal, en insectachtigen die een kruising zijn tussen mensen en elsewherelingen of tussen oudere rassen en elsewherelingen. We krijgen door dat de afstammelingen van de oude rassen veel minder last hebben van de aura, maar die ontwijken uit andere motieven. 2 uur later komen we in een prachtige grot diep onder de aarde. Het is de binnenkant van een zwarte geode. In het midden hangt een zwarte diamant, zo groot als een huis, vrij in de lucht. Dit is Urud’hip. We zijn vlak bij de romp van Igrot, de plek waar deze muil/tentakel Tanais binnenkomt. Met [Color] zien we dat deze geode dwars door de planes heen gaat. Als je hier de tentakel doorsnijdt, dan zouden de maelstromen ophouden te bestaan. Volgens ons zou er op Aarde ene vergelijkbaar punt moeten zijn. Dit is dan waarschijnlijk de plek waar de twee werelden tegen elkaar aankomen, Moeten we hier alle zonium inpompen?

4xp

Cthulhu 16

De man vertelt hen dat prof. Green op reis is naar Parijs. Verder raadt hij hen aan om hun cover identiteit voorlopig nog in stand te houden. In Londen worden namelijk vrouwen ontvoert en dit is gestart nadat de gesmokkelde vrouwen ontdekt werden in de haven. Prof. Green vermoedt dat die bende vast op zoek is naar een nieuwe smokkelroute. En smokkelen is een belangrijk onderdeel van hun dekmantel. Hier doemt ook de vraag op hoe te zorgen dat ze hen weten te vinden, zonder dat ze uit kunnen vinden dat ze het expres doen. De groep besluit om een ‘forwarding adress’ achter te laten bij het lokale telegraafkantoor. De schavuit neemt vervolgens een bericht mee voor Colonel Moran. Voor de terugreis van de groep wordt een route gepland via Plymouth, vervolgens naar de Earl of Huntingdon, Oxford en Colonel Moran om tenslotte te eindigen in een hotel in Londen.

Voor het vertrek bestuderen Percy en Penny nog het Liber Ivonis op zoek naar spreuken. Ze hebben geluk en weten er één te vinden: Contact Kthulhut (Cthulhu). Het klinkt als het oproepen van een machtig wezen en uit de beschrijving maken ze op dat er bloedoffers en mensenoffers bij nodig zijn. Het boek is handgeschreven en ziet er niet naar uit dat er intensief gebruik van is gemaakt. De groep heeft een idee: Blackpool weet genoeg van het occulte, maar is er zelf niet al te actief mee. Om goed te kunnen heersen, moet je je hersens helder houden. De mogelijkheid bestaat dat hij zaken die zijn geestelijke gezondheid teveel zouden aantasten delegeert.

In Plymouth achterhalen ze nog enkele namen. Ze hebben het gevoel dat ze nu alle aanwezigen bij naam kennen, op een klein (5-6) aantal na. Bij de Earl vertellen zij hun vermoedens. De geheime cultus vat hij licht op, er zijn immers meer van dit soort genootschappen in den lande. Het gevaar voor een mogelijke coup erkent hij zeker wel. Hij is zeer onder de indruk van de ledenlijst inclusief beroep. Op basis hiervan informeert hij ook naar Tabby’s echte naam.

Hierna vertrekt men naar Oxford. Aangezien zij de opdracht hebben gekregen om hun cover intact te houden, gaan ze in vermomming naar de pub waar zij al eerder met Moran hadden afgesproken. Nu ze van adel zijn krijgt het hele gezelschap een aparte kamer achter de pub, waarin zich ook een smalle trap naar boven bevindt. Kenneth gaat naar het huis van de kolonel en gaaft daar hun visitekaartje af, met daarop het adres van de pub geschreven. Percy en Penny gaan het Liber Ivonis bestuderen. Na terugkomst wordt Kenneth in de achterkamer gevraagd. Een 3 kwartier later staat kolonel Moran voor de deur. Ze bieden hem iets te drinken aan, waarna ze hem alles vertellen wat ze ontdekt hebben. Na dit relaas merkt hij op dat er 2 sporen zijn: enerzijds het occulte verhaal en anderzijds de staatsgreep. Het enige dat ze echt niet begrijpen is waar de vrouwen voor nodig zijn. Normaal zou je zeggen dat ze er handel mee zouden drijven om aan gelden te komen, maar dit gezelschap beschikt over ruime financiële mogelijkheden. Nu dit onderwerp ter sprake komt, merkt de groep op dat zij zelf niet echt ruim bij kas zitten. Col. Moran kan hen aan 2.000 pond helpen, in de vorm van een renteloze lening. Afgesproken wordt dat Col. Moran de South Star Shipping Company gaat onderzoeken, want men vermoed een verband tussen Blackpool en de Black King. Tabby stelt voor om William Booth, van de Salvation Army, op de hoogte te brengen van de halsbanden waarmee personen gecontroleerd en zelfs gedood kunnen worden. Tabby schrijft hem een brief, maar niet onder eigen naam want ze is nog steeds een gezochte crimineel.

Kenneth/Dave gaat verder met het vertalen van Unaussprechlichen Kulten. Tabby stelt voor om, nu ze toch in Oxford zijn, Duits en Frans te leren via een crash course. Er wordt besloten dat “James” en “Marie” Frans leren en dat “Kenneth” en “Tajer” Duits leren. “Milou” gaat beter Latijn leren. Voor het leerproces worden 2 weken uitgetrokken.

Percy leert verder ook de spreuk “Approach Brother”, waarmee je vermoedelijk contact legt met een ghoul. Tabby naait geld in de kleding van iedereen en Dave holt een ruimte achter de koetsiersplaats uit om muntgeld in te verbergen.

Dan vertrekt het gezelschap naar Londen, alwaar ze inchecken in het door hen uitgekozen hotel. Er ligt daar al een bericht op hen te wachten van een onbekende. Deze heeft vernomen dat zij bepaalde diensten kunnen leveren. Er is een retouradres bijgevoegd. Ze besluiten af te spreken in het Crystal Palace. Tabby schrijft de retourbrief.

ps. de spreuk Summon Cthulhu uit de aantekeningen van Inez heet officieel Contact Deity (Cthulhu). Zoals hij in de tekst staat is de vorm waarin hij geschreven staat in het Liber Ivonis. Mijn fout, dus hierbij de correcte.