Tanais – 70

Het is negen uur ’s avonds, maar de zon staat nog steeds midden aan de hemel. We willen naar Instituut Diccles. Dat is vijfhonderd meter glibberen over slijmerige grasvelden. Er brandt nog licht. Binnen vinden we geen baliepersoneel meer. De plattegrond geeft aan dat er bovenin het gebouw op de tiende etage een observatiekoepel is. Helemaal onderin de diepste kelder zit een zwaar bewaakt gedeelte. De rest van het gebouw lijkt uit kantoren te bestaan.
We willen naar de bovenste etage. Als we bovenin zijn, reageert de liftdeur niet op ons, er is blijkbaar een extra code nodig die we niet kennen. Met Lock Opening Touch krijgen we de deur wel open, maar daardoor raakt de lift wel defect.
Op de bovenste verdieping ligt hoogpolig tapijt in de gang. Uit een van de kamers komt zacht gezoem en gebrom van machines. Een man van ongeveer 55 zit ingespannen naar bedieningspanelen en beeldschermen te turen. Hij is druk bezig en heeft ons niet door.
“Goedenavond…” zegt Risha.
“Niet nu. Even niet storen.” De man gaat door met waar hij mee bezig is. We bekijken dus eerst de rest van de etage. Er zijn nog drie kwartcirkelvormige zalen met machines en beeldschermen, maar zonder personeel. We kunnen geen handleiding vinden. Claude zoekt uit welke knopjes het meest gebruikt worden, maar dat levert geen zinvolle informatie op. We gaan nog eens naar de eerste kamer.
“Ga weg!” roept de man overstuur, “Het gaat allemaal fout. Geen tijd om te praten! We gaan naar de knoppen. Igrot heeft zich aan ons vastgeklampt. Dat was die siddering van daarnet! Hij is sterker dan wij! Ik geef het op!”
Claude gaat hem ‘helpen’ door op wat knoppen te drukken. Het lukt hem om wat beeldschermen te activeren. We zien een soort zwarte zuignap of poort. De technicus wijst: “Daar! Dat is hem! De vijfde dimensie!”
“Hoe komen we daar?” vraagt Risha.
“Dat kan niet, dan wordt je zelf uitgestoten. Het lukt me niet om de zwarte poelen des doods los te rukken. Ga naar de kelder. De anderen zijn daar ook. Red jezelf!”

De lift doet het niet meer. We klimmen via de kabel naar beneden. Chang houdt het niet en stort naar beneden. Hij activeert een charm waardoor de val gebroken wordt. Met een luide “plons” belandt hij in het drekkerige rioolwater. Verdieping -1 blijkt voor de machinekamers te zijn. De liftschacht gaat verder naar -7. De onderste verdieping staat onder water. Risha trekt zijn kleren uit en duikt naar beneden. De andere twee volgen zijn voorbeeld. Chang is al vies.
Het is hier pikkedonker, dus we activeren onze anima. De onderste liftdeur gaat met Lock Opening Touch open. We zwemmen door de ondergelopen gangen naar de centrale ruimte. Die heeft een hermetisch gesloten soort sluisdeur. Het klinkt alsof het daarachter nog droog is. Claude krijgt hem met de First Larceny Excellency open. De deur opent naar buiten. We glippen snel naar binnen. De deur wordt door de druk weer gesloten, maar er blijft water doorheen sijpelen.

Het lijkt op een mortuarium. Tweehonderd mensen liggen in stasis in een verder kale safe-room. Nou ja, niet zo heel safe meer. Iedereen heeft een Eyepad met vingerslot. We activeren er eentje en ontdekken dat als het stasisveld rondom de stad wordt opgeheven, deze armbanden de mensen ook weer uit hun stasis halen. Dus als het hier volloopt met water, en ze komen over ooit weer bij, verdrinken ze allemaal. Voor de rest staan de Eyepads vol met voor ons onbegrijpelijke teksten over de dimensies.
We filosoferen even over de zwarte poel of zuignap. Is dat hetzelfde als onze zwarte bronnen? Dan gaan Risha en Chantal de mensen die hier in stasis liggen evacueren naar een droge gang. De anderen vinden dat maar tijdverspilling.

Om twee uur ’s nachts zijn we klaar. We gaan weer naar de bovenste verdieping. De technicus is uitgeput. Hij zit depressief voor zich uit te staren. Risha stoot hem aan. De man zegt: “Nog vier uur en dan is het afgelopen. Als Igrot zich ook aan de andere wereld heeft vastgeklampt, dan komen de twee bij elkaar en dan ontploffen ze!”
“Wat bedoel je?”
“De zwarte poorten, zuignappen zo je wilt, zijn gestabiliseerde zuiggaten, waardoor materie en antimaterie elkaar aantrekken. Het is een oscillatie. Ofwel we vergaan, of we zitten in die oscillatie vast! Igrot moet terug de vijfde dimensie in. Er is zelfs een zuignap die zich aan de stasiskoepel heeft gehecht. ”
Dit is volgens de technicus het volwassen stadium van Igrot. Hij heeft zich genesteld tussen twee werelden. Er komen steeds meer gaten. Er zijn hier veel meer zwarte gaten dan dat er zwarte bronnen bij ons zijn. Maar de bronnen die Risha kent, zijn wel op dezelfde plekken!
Chantal zegt: “Ik had vanaf het begin al gezegd dat we naar de uitgang moesten!”

We gaan bij Rosen langs en vragen of hij een manier weet om bij de plek te komen waar Igrot zich aan de stasiskoepel heeft vastgezogen. Hij vindt het een wild plan, maar is wel bereid om ons er met zijn helicopter naar toe te vliegen. In de rest van de stad zijn intussen rellen uitgebroken, maar in de universiteitssector is het nog relatief rustig. Als we aankomen, vraagt Rosen hoe we door de koepel heen willen breken. Hij tikt er tegenaan. “Tik. Tik. Hier is het krachtveld, daar kan niets doorheen.” Risha voelt eens. Hij kan zijn hand er zonder probleem wèl doorheen steken. Rosen kijkt stomverbaasd. We nemen afscheid en springen door de koepel.
Amfibiewezens kijken geschrokken op van de marmeren tabletten “Iep! Iep! Aliens!”
Alles is precies zoals we het hebben achtergelaten, maar dan ook precies. We zijn alleen niet op hetzelfde punt als waar we in de Witte Stad stapten. Maar wel op hetzelfde tijdstip.
Buiten de luchtbel verzamelen we tabletten die ze nog niet gebruikt hebben. “We komen in vrede.” Risha kalmeert de wezens. Hij bedenkt een leenbibliotheek idee: zij broeden hun jongen uit en dan ruilen we de tabletten voor andere die we al gelezen hebben.
Chantal is het met Risha eens dat de technologie van de oude wereld te vinden is in de antenne onder de magische ijstong. Ze denkt ook dat Igrot de bron van magie is. Het is een symbiont die veel wint: hij eet kleur en levert magie. Wij moeten zorgen dat de balans niet teveel verstoord wordt. Ze noemt Eenoog het enzym van Igrot. Zij wil niet terug naar een bestaan zonder magie. Wij moeten kleur terugbrengen in de wereld. Risha denkt dat dit de functie van solars is. Sterren- en maanlicht zijn zwart-wit, maar zonlicht geeft kleur. Het plaatje klopt volgens hem nog niet helemaal, ook vóór Igrot was er al magie: de wereld van de Witte Stad kende hoge, lage en huis-, tuin- en keukenmagiërs.
Dan gaan we tabletten in het visnet laden. De taakverdeling is dat Chantal ze beneden inlaadt, Claude laadt ze boven op het schip uit en Chang en Risha schieten op de sea-hags om die bezig te houden.
Een etmaal later zijn de twee schepen volgeladen. We varen weer naar Soul.

19-vi-R2 Midwinter
Desgevraagd vertelt Chantal dat het vermogen om in een grote raaf te veranderen een natuurlijke eigenschap van haar is. De Faery Queen heeft haar naar New Salish gestuurd. Onderweg herinnert Chang zich dat op het ontplofte eiland een antenne stond die nog werkte. Waarschijnlijk is er nog meer werkende technologie te vinden op de wereld. Claude denkt dat het flesje Bauchliet misschien wel het enzym is. Ook bedenkt hij dat het wereldkristal twee maal negen facetten heeft, negen soorten wezens van onze dimensie en negen van deze wereld. Risha: “twee maal negen soorten magie, en sorcery plakt ze aan elkaar.” Chantal: “Of die van de Qartianen.”

20-vi-R2 avond
We komen aan in Groath, en gaan direct door naar Bronwë. Er wacht een oorlog op ons, en een heleboel bakstenen.

4xp

The RoSE – 57

11-04-2014

The RoSE – 57

NIGHT
We zijn in de dansruimte. In de loop van de avond komt het gezelschap dat de uitnodigingen uitdeelde binnen. Het meisje dat ons de vrijkaartjes gaf flirt met Little Shu. “Iemand die zich uitgeeft voor Infernal, dat zie je niet vaak,” lacht ze. Little Shu heeft andere ervaringen, maar doet er wijselijk het zwijgen toe. Ze vraagt hoe hij aan het harnas komt. Hij vertelt dat hij de eigenaar heeft verslagen. Ze is onder de indruk en stelt zich voor als Shamane.
Om middernacht stopt de muziek. Op het podium verschijnt een man in een lange paarse mantel, zilveren haar met kleine sterretjes. “Welkom! De Hal van Oberon gaat open. Iedereen die een toevlucht zoekt voor de Reconquista is hier welkom, in zijn domein! Het eerste uur zijn de drankjes gratis.” Er gaat een nieuwe vleugel open.
Atis vraagt zich af wie hier Fae is en gaat eens goed opletten. Het merendeel van de aanwezigen zijn gewone mensen. Oberon en DJ Puck zijn Fair Folk. De portier, Shamane en de croupiers hebben ook een soort Fae uitstraling. Maar de meesten zijn gewoon mensen die zich erg amuseren. Er worden allerlei drankjes, pilletjes, vloeistofjes gebruikt en iedereen heeft het erg naar zijn zin. Little Shu stelt voor om te gaan kijken bij het spelen. “Goed idee!” Shamane wil wel mee, ze heeft een zak fiches van de baas gekregen. Sango fluistert tegen de anderen: “ze moet vast op ons letten!” Het casino is opgesplitst in een gedeelte waar om kleingeld gespeeld wordt en een duurder deel waar om jade gespeeld wordt. Daar zijn weinig spelers, maar veel toeschouwers.
Wat is de plot? Atis besluit een mina om te wisselen in obolen. Ook zet hij de charm Heightened Senses aan. Hij gaat spelen, al snel heeft hij zijn inzet verdubbeld. Voor zo ver hij kan zien wordt het spel niet gemanipuleerd, al is de croupier een essence-gebruiker. De tweede keer wint hij weer, de derde ook, vierde weer! Ghurkan en Sango letten op het publiek. De vijfde worp wint Atis weer, hij heeft van zijn ene obool een mina gemaakt. Dat ziet het publiek graag! Sango stelt voor om eens te stoppen. De croupier kijkt teleurgesteld. Atis geeft hem een obool fooi. We zagen dat de croupier geen charms gebruikte, maar bij de latere worpen wel een complexere polsbeweging maakte.
Atis geeft een rondje voor iedereen. Daarna gaat hij met zijn fans praten. Een paar hebben het gevoel dat ze hier al heel lang zijn, veel langer dan een paar uur.
Shamane vertelt dat ze begonnen is als bezoekster. Oberon is een goede baas, hij betaalt goed en geeft gratis drugs. Om twee uur zit haar dienst er op. Wil Little Shu mee naar haar kamer? Ze heeft nog een mooie fles staan.

Ghurkan gaat bij de Pachinko kijken.Wat de lol ervan is, ontgaat hem helemaal. Ook deze mensen zien er uit alsof ze hier al tijden bezig zijn. Sango en Atis vermoeden dat de plot iets met drugs en hedonisme te doen heeft. Mensen die ergens in op gegaan zijn, hebben het gevoel dat er meer tijd verstreken is. Voor Little Shu en Atis is het twee uur ’s nachts; voor Sango, die lekker heeft gedanst, is het al bijna dageraad — maar het zet niet door omdat ze gestopt is met dansen. Voor Ghurkan, die zich vooral heeft verveeld, is er nog vrijwel geen tijd verstreken sinds de aankondiging van Oberon.
Op de kamer van Shamane krijgt Little Shu lekkere champagne van haar. Ze kletsen wat en ze vraagt of dat harnas ook uit kan. Ja, dat kan… Ondertussen hoort haar verder uit. Haar ouders missen haar niet. Als je de club verlaat, is het precies zo laat als toen je binnenkwam. Ze beginnen te vrijen. Little Shu twijfelt even, kwamen ze hier niet ergens voor? Maar het mooie meisje, en de lekkere drank, laten hem dat snel vergeten…
Daarna gaan ze slapen.

Atis zoekt Sango op. In haar omgeving is het al bijna zonsopkomst. “Dat klopt wel,” zegt ze, “het voelt alsof ik de hele nacht gedanst heb.” Ze voelt de verleiding om een drankje te nemen en te gaan zitten, maar weerstaat die. Ghurkan gaat bij de ingang kijken, daar is het nog avond. Hij heeft nog steeds het gevoel dat er nog nauwelijks enige tijd verstreken is.
We besluiten Little Shu te gaan zoeken. In de gangen zet Atis zijn megafoon aan, en roept hem. Daar wordt Little Shu wel wakker van. Shamane slaapt er doorheen. In haar kamer zie je zon net opkomen. Little Shu kleedt zich snel aan en komt naar ons toe.
In de club verschilt het tijdstip van de nacht van lokatie tot lokatie. Terwijl we staan te puzzelen verstrijkt de tijd, dus dat is het probleem niet. De puzzel is hoe je de club verlaat in de volgende ochtend in plaats van de avond dat je binnenkwam.
Sango vindt een nooduitgang. Little Shu opent hem voorzichtig om geen alarm af te laten gaan. Hij komt uit in een steegje, rond middernacht. Atis biedt zijn fans een obool als ze de deur naar de dageraad weten te vinden. Ze vinden niets, de laatste zegt zelfs dat er helemaal geen deuren meer zijn. We controleren dat en het klopt, de nooduitgang van daarnet is ook weg. Volgens Sango stelen ze hier tijd. Je komt terug in je eigen leven maar je bent een aantal uren of, zoals Shamane, zelfs dagen of weken ouder. OK, maar wat doen we daar mee?
Atis gaat naar zijn croupier: “Ik wil Oberon spreken.”
“Terwijl je gewonnen hebt?”
“Ik heb een klacht,” zegt Ghurkan, “Ik vermaak me niet.”
“Aha, komt u mee!”

Opeens is er een deur met een bordje ‘Kantoor’. Binnen zitten Oberon, DJ Puck, het meisje dat de kokosnoten uitdeelde en de barman.
“U bent ontevreden,” zegt Oberon tegen Ghurkan, “Wat kunnen we doen voor een man van uw kaliber?”
(Sango mompelt: “Wereldheerschappij!” Ghurkan:” Nah, viel tegen.”)
Oberon kijkt naar Atis en zegt: “Uw hart lag niet in uw spel.” En aan Sango vraagt hij: “Waarom stopte je net te vroeg met dansen?” “Omdat die aankondiging kwam.”
Atis zegt: “Wat denken jullie over het teruggeven van al die tijd?”
Oberon lacht, “Ah, ik weet het. U heeft een puzzel nodig waar het lot van de wereld van af hangt.”
Sango: “Een extra hint?”
“U mag er zo lang over doen als u wilt.”
“Ja, maar dat wil ik niet. Ik wil een oplossing!”
“U wilt een puzzel toch?”
“Het moet nut hebben!”
“Nut is banaal. Als jullie weg willen, kan dat elk moment.”
Zelfs in dit kantoor verloopt de tijd voor ieder van ons verschillend. Little Shu zit zelfs in te slapen. Dan schrikt hij wakker. Hij realiseert zich dat, daarnet bij Shamane, toen hij na begon te denken, er opeens voldoende tijd was verstreken. Gaat het om de deugden? We zitten samen te overleggen, de Fae zijn er niet meer, er staat een waterpijp. Sango lurkt er aan, hopend dat het inzicht geeft. Ze komt tot zichzelf: “Wat heb ik hieraan? Het er-uit-komen is de waardevolle ervaring.” Atis en Ghurkan roken ook. “Hier verdoe je tijd. Waar willen we heen?” “Hierna komt het Night Caste verhaal toch?” “Nee, daar zitten we al.” “We moeten als volgende naar Dawn Caste!” “Waar hebben we Dawn gezien?” Little Shu realiseert zich dat hij de Dawn Caste is. ”Het raam bij Shamane.” zegt hij, “Gek eigenlijk, ze woont in de kelder. Dat raam zou onder water moeten staan.”
We gaan met z’n allen naar Shamane’s kamer. Ze slaapt nog, en wordt niet wakker van ons. We klauteren het raam uit.

DAWN
Voor ons is een Afrikaanse savanne met zebra’s, giraffes, enorme baobabs. We komen uit een barok kasteel. Little Shu’s kasteteken licht een beetje op. In de verte zien we kinderen met een gouden huid, lang wit haar, een solar uitstraling, op jacht. Ze zijn een paar gnoe’s in een kraal aan het drijven. Little Shu en Ghurkan gaan op de kinderen af. De rest sjokt er achteraan. “Hallo!”
Ze schrikken. “Waar komen jullie opeens vandaan?”
Het blijken kleine volwassenen te zijn, halflingen. Eentje zegt tegen Litle Shu: ”Je hebt hetzelfde teken op je voorhoofd als er op onze boom staat. Komen jullie mee?”
We gaan naar een baobab. Die is verder dan we dachten, en groter. Er woont een hele stam in.
“Een echte solar! Zie je wel dat ze bestaan! Die kan ons vast helpen! Toch?” vragende blik naar Little Shu.
“Ik kan niks beloven zolang ik niks weet, maar ik wil zeker kijken!”
“En nog bescheiden ook!”
Ze hebben problemen met de fae. Wat weten we daarvan? Te weinig.
“Wel, er zijn twee soorten fae. De nobelen, die zijn erg gevaarlijk. En de hobgoblins, dat is het decor, het personeel. En nog gevaarlijker zijn de ongevormden, maar die zitten alleen in de Deep Wyld.”
“En wat willen jullie van ons?”
“Help ons! Help ons terug naar de realiteit, of help ons in ieder geval van de fae af. We zijn kinderen van solars, de Dillidrax.”

In de verte klinkt een jachthoorn, zonsopgang, de fae komen er aan. Sango en Little Shu gooien de charm Chaos Repelling Pattern. Het voelt stabieler. De Dillidrax kijken ook met waardering naar onze ijzeren wapens. “Als jullie ze daar mee doodmaken, zijn ze ook echt dood. Dan zijn we heel lang van ze af!”
De fae komen aan. De baron en zijn zoon rijden op eekhoorns. Ze worden begeleid door zes vliegende gorilla’s met harnassen en grote tetsubo’s. Die moeten de halflingen uit de boom slaan, zodat de edelen ze kunnen afschieten. Atis is het snelste, hij doet een combo met een ijzeren pijl.
1. Atis’ pijl verwondt de baron. Die is geschokt. Hij trekt zijn boog en schiet terug. Hij raakt Atis, maar doet weinig schade. Zijn zoon, een jaar of vijftien oud, schiet ook. Zijn pijl doet een stuk meer schade. Atis merkt dat de pijlen zó prachtig zijn, dat het bijna een plezier is om erdoor geraakt te worden. Hij besluit ze na het gevecht te verzamelen en mee te nemen. Little Shu schiet, maar doet nauwelijks schade. Sango lanceert zichzelf en mept met haar ijzeren tetsubo op de baron. Maar diens harnas, bestaand uit heel fijn filigreinwerk, is te stevig. De Chaos Repelling Charm heeft enig effect: hij maakt de fae tot intrusies in onze werkelijkheid, in plaats van dat wij indringers zijn in hun droomwereld. Desondanks is de charm niet sterk genoeg om ze te fixeren, daarvoor is eerder sorcery nodig. Ghurkan’s aanval mist. Dan komen de vliegende apen met zij allen op ons af. Alleen Sango wordt geraakt.
2. De edelen keren hun eekhoorns. Ze willen vluchten! De apen dekken hun aftocht. Atis schiet weer op de baron. Die valt dood van zijn rijdier. Zijn zoon geeft de eekhoorn de sporen om te ontsnappen. Little Shu schiet op hem. Hij voelt zich de verdediger van de halflings Shu, en al zijn pijlen raken. Sango springt op de zoon af. Ze probeert hem van zijn eekhoorn af te trekken en te pletten met de ijzeren staaf. Het vloeren lukt, maar het ijzer komt niet door het harnas heen dus ze doet hem geen schade. Ghurkan stapt in, haalt uit met zijn zwaard en snijdt hem de hals door.
3. Beide edelen zijn met koud ijzer verslagen. Er gaat een sidering door het landschap. Sommige baobas in de verte smelten, vervagen of veranderen in een zwerm vliegende vissen. De vliegende apen maken zich uit de voeten. De dillidrax barsten uit in gejuich. Ze nodigen ons uit voor een feestmaal, en een bezoek aan de zonnetempel.
Een gnoe wordt geslacht. De zon hangt permanent in de ochtendschemering. Hij is klein en rood, net als bij ons. Atis vertrouwt het niet. Waarom smelt het landschap?

Na de maaltijd nemen ze ons mee naar de tempel. Ze kleden zich uit, smeren zich in met verf en nodigen ons uit om hetzelfde te doen. Sango kijkt of er iets in de verf zit. Nee… maar er zat wel iets in het eten. Gelukkig hebben we een stevig gestel en een goede conditie. Ze hadden ons aan de zon willen offeren om hem weer kracht te geven, maar dat kan nu niet doorgaan. We houden ons in en gaan met hen mee. Ze gaan de tempel in, via holtes in de boom naar beneden. Daar staat een standaard beeld van Sol, met vier armen en een cornucopia en dergelijke. Ervoor staat een groot zonnewiel met vier spaken. Ze zingen en sjorren aan het wiel. Er valt zonlicht naar binnen. Litle Shu schiet een Solar Flare af. Dat geeft een heleboel zonlicht, maar de boom vliegt er door in brand. Sango en Atis helpen door tegen het zonnewiel te duwen. Dat komt pas in beweging als Sango een martial arts charm gebruikt om extra kracht te zetten. Door solar essence gaat het wiel draaien. Sango zet de Solar Hero Form in en duwt door. Met de hulp van Ghurkan, Litle Shu en Atis en een grote hoeveelheid essence lukt het. Buiten rijst de zon in de hemel. Er ontstaat een regenboog die in Yu Shan lijkt te eindigen. De halflingen rennen omhoog, vragen of we meekomen. Het is ongetwijfeld niet het echte Yu Shan, maar we gaan toch maar mee. Om ons heen lost het landschap op.

ZENITH
De regenboogbrug eindigt in een ‘arme wijk’ van Yu Shan, met paleizen van marmer en straten van goud. Het is rustig op straat, de goden staan er mat en futloos voor zich uit te kijken. Een blauwe zon hangt in het midden van de hemel, aan vier kettingen die tussen hoge torens zijn gespannen. De halflingen kijken verward om zich heen. Little Shu spreekt een godje aan en vraagt wat er met de zon is.
“Dit is de eerste zon, die is mislukt. Hij bestond niet uit de vier deugden. De Fair Folk hebben hem gevangen en gebonden met ketenen van onverwoestbaar adamant, de vier deugden. Dit is de gevangenis van de Fae, hier sluiten ze de goden en exalts op die ze hebben leeggezogen. Als je iets wilt ondernemen, moet je met de dragon kings praten. Die staan dáár, bij de uitgang.” Hij wijst naar het Westen. We kijken even achter ons en zien hier een parelmoeren poort waarvandaan de regenboogbrug zich naar het Oosten spant. Dit gebied is vierkant, aan de tegenoverliggende kant is inderdaad nog een poort, van been en ivoor. Daar hangen inderdaad een paar dragon kings rond. We spreken ze aan. Ja, ze zijn hier al heel lang en zouden wel terug naar Creatie willen.
“Trouwens, zijn jullie gehecht aan die minimensjes? We hebben al heel lang geen vlees meer gehad.” Atis heeft geen bezwaar, maar de anderen protesteren. De dragon kings accepteren het gelaten. Desgevraagd willen ze ons wel vertellen welke toren bij welke deugd hoort.
We gaan eerst naar de Toren van Compassie. Atis kan er vreemd genoeg niet naar binnen. Sango wel. Ze kan de ketting niet kapot maken, maar de bout waarmee hij in de muur zit wel. De ketting schiet los en de zon zakt een eind omlaag.
Atis gaat naar de Toren van Moed. Die is heel eng. Hij vermant zich en loopt naar de top. Losmaken van de ketting is eenvoudig.
Ghurkan is naar de Toren van Matiging. Terwijl hij omhoog loopt tussen taferelen uit de Hal van Oberon realiseert hij zich dat de verhalen met elkaar samen hangen. Hij breekt de ketting en beseft dat hij echt op de grond moet zijn als de zon valt.
Atis gaat naar de Toren van Overtuiging. We zien dat er rond elke gevallen keten intussen goden staan om de deugden op te slorpen. De dragon kings volgen hun voorbeeld.
Little Shu en Sango haasten zich naar de plek waar de zon zal neerkomen. Daar beginnen zich twee chaosgestaltes, chimaera’s, te vormen. Ze activeren weer de charm Chaos Repelling Pattern. Daarmee zijn de chimaera’s te verslaan, met hulp van de dragon kings die hun krachten terug hebben gekregen van de gevallen ketens.

Als de vierde keten los komt verandert de blauwe zon in een draak. Hij wijst naar Little Shu: “Jij draagt het harnas van de groene zon. Heb je ook het zwaard van de gele?”
“Ja, maar niet hier.”
“Jullie hebben geen Zenith Caste bij je? Jammer, maar goed, het is niet anders.” Hij strekt een klauw uit. De aanwezige goden worden omgesmeed tot vier Warstriders, één voor elke deugd.
“Onze zon is kapot.”
“Ik ben ook kapot. Ik ga nu vechten, en verliezen. Let op!”
De wereld verandert. De straatstenen worden schubben, de wachttorens enorme poten, de paleizen een marmeren vlakte. Er verschijnt een enorme Faery draak, groen. De twee poorten blijven waar ze zijn.
“Ik ga nu deze blauwe dwaas verslaan,” zegt de Fae, “iedereen mag vluchten of blijven kijken. Maar wie zijn hand tegen mij opheft zal mijn toorn voelen!”
De Dragon Kings en Dillidrax gaan ofwel naar de regenboogbrug, of ze twijfelen bij de andere poort. Het mesa-landschap daarachter ziet er niet slecht uit, maar het is wel verder de Wyld in. Uiteindelijk kiezen ze er allemaal voor om terug, richting Creatie, te gaan.
Het gevecht is episch. We nemen plaats in de warstriders en schieten de blauwe draak te hulp. Little Shu kiest de warstrider gewijd aan Moed, Atis Overtuiging, Ghurkan Matigheid. Sango kijkt wat beteuterd: ze had ook wel Moed gewild. Maar aangezien de toren van Compassie haar accepteerde, besluit ze dat die warstrider haar ook wel zal passen.
Onze hulp is niet genoeg om de blauwe draak te laten winnen, maar daardoor wordt de groene draak wel verslagen.
Na het gevecht vinden we nog één groene klauw met blauwe nagels, wat er overbleef toen de groene draak het hart uit de blauwe lostrok. Die nemen we mee! We binden hem op de rug van één van de warstriders.

TWILIGHT
We gaan de poort van been en ivoor door en komen aan in het mesa-landschap. We hebben de warstriders nog steeds. Het landschap is op een andere schaal, alles is groter. In de verte rijdt een enorme stoomtrein. In onze warstriders zijn we in deze wereld mensgroot, maar zien er uit als robots. We krijgen allemaal een Pox (een nuttige Wyld-mutatie): Atis een beter gezichtsvermogen, Litle Shu wordt groter, Sango krijgt intrekbare klauwen, Ghurkan een beter gehoor.

9 XP

The RoSE – 56

The RoSE – 56

We vragen ons af hoe lang we weggeweest zijn. Volgens onze Personal Assistants heeft het uitstapje naar Malpheas ongeveer twee weken gekost. In Creation blijkt ongeveer evenveel tijd verstreken te zijn. Het is dag Achttien van de maand Resplendent Water.

Voor het oproepen van Luna gaan we naar de schrijn waar Marina eerder de zwangerschap van Eye of Autumn heeft laten zegenen. Het is er rustig. We moeten wachten tot de maan boven de horizon staat. Dat is niet erg, na Malpheas willen we wel weer eens baden in een ijskoud bergbeekje, frisse lucht inademen, en dergelijke.
Hoe maken we contact met de Onstopbare Kracht? Het zou hier ergens moeten kunnen, maar waar? We denken na over de structuur van Gethamane. Ooit was dit de Stad Der Poorten. We weten dat de berg de vorm van een octaëder heeft, met in de onderste punt een poort naar Autochthon, bovenin een poort naar Yu Shan en in het midden een poort naar Gaia. Het is heel goed denkbaar dat er ook op de vier hoekpunten rondom poorten zitten. Dat niveau van de berg ligt onder het omringende land. We discussiëren nog of we eerst Luna gaan oproepen, maar Eye en Tawuz vinden dat we goed beslagen ten ijs moeten komen, en de yozi moeten kunnen presenteren als Luna dat wil. Tawuz herinnert zich dat Gar de wereldlijnen zag met de helm van de dragon kings in de factory cathedral. Maar ja, daar hebben we nu niet zo veel aan: Gar is naar het Heptagram. Moeten we een andere earth-dragonblooded vinden? Eye wijst ons er op dat hier ook een aarde-draak woont. Ze heeft destijds nog een paar dagen bij hem gezeten, hij vond het wel leuk om eens afleiding te hebben. We besluiten hem op te zoeken.
Eye spreekt hem aan. De draak is inderdaad vriendelijk, al vindt hij het meegebrachte konijn wel een erg klein hapje. Hij zegt dat de poorten geheim zijn. De leylijnen volgen werkt niet, die lopen niet meer goed. Ze zijn beschadigd bij de dood van de Levende Berg, en later nog een keer toen She Who Lives In Her Name drie van haar bollen kapot sloeg. Dat was toen Sol haar overgave niet accepteerde. Ze heeft nu nog 997 bollen over. Die drie vernietigden driekwart van Creation. Slik …
Hij wil ons wel vertellen dat de poorten op de windstreken gericht zijn. Als wij aangeven waar we willen zoeken, wil de draak wel een tunnel voor ons graven. Tawuz stelt voor om de apparatuur van Luthe te gebruiken. De software kan beter landmeten dan wij bij elkaar. Dat werkt, we krijgen vier lokaties en dieptes. Hij vraagt wat het aspect is van degene die we willen oproepen. Na enig nadenken beredeneren we dat Vuur het meest overeenkomt. Dat zou de Zuidpunt zijn. We lopen er heen. De draak spuwt magisch vuur en begint een kurkentrekker-vormige tunnel te graven. (De rond de stad gelegerde tovenaars zijn ontstemd: zulke grote draken moet je niet oproepen en zeker niet hun gang laten gaan! We poeieren ze af.)
Op een kilometer diepte gaat de draak langzamer. “Hier moet het ongeveer zijn.” Marina en Shi Mei Lan beredeneren dat we nu naar het centrum van de kurkentrekker moeten, díe vuursteenader volgen. Ze wijzen de draak een kant op. Marina’s kennis van geomantie helpt. We bereiken een geode, een grote luchtbel in de rots, met amethist bekleed. Volgens de draak zijn er wel gangen hierheen, maar alleen in de Spirit World. Marina kijkt met All Encompassing Sorceror’s Sight en ziet een dichte poort, een soort gesloten oog. Ze onderzoekt de poort, maar komt er niet achter hoe die werkt. Tegelijkertijd realiseert ze zich dat een geode niet bepaald een vuur-aspect is, hij zit in een luchtbel. En de poort naar Gaia had een hout-aspect. Dus de polen in Cration komen niet overeen met de verdeling van de poorten in deze berg. Het zou zomaar kunnen zijn dat de waterpoort in het Noorden zit, onder de haven. Vuur zal dus in het Oosten of het Westen zitten, niet in het Zuiden.
Shi Mei Lan denkt na over de poorten. Twee ervan komen uit ìn het fysieke lichaam van een primordial: Gaia en Autochthon. Deze poorten dateren van vóór de Primordial War. De andere gaan waarschijnlijk ook naar primordials. De waterpoort zal waarschijnlijk naar The Sea Who Walks Against The Flame gaan, een zus van Isidorus en dus ook van The Living Mountain. Als we hun andere familieleden en intimi zouden weten, zouden we kunnen bedenken waarheen de andere poorten leiden…
We denken dat het Oosten ons een goede kans geeft om de poort naar Isodorus te vinden. Het Westen is te stenig. De draak graaft ons door aders van edelstenen, met name van saffier. Op de plaats waar we moeten zijn is een meer dan manshoge, ronde, glasheldere saffier. Naast dwergengangen – er is hier flink aan mijnbouw gedaan – zijn er ook oudere gangen. Eye legt haar hand op de bol en zegt: “Isidorus!” De bol resoneert, opeens kan ze haar hand er in steken. We reflecteren dat we op het punt staan een yozi in Creation uit te nodigen. Onze tweede al! En dat is wat we de Keizerin verwijten… We doen het toch, natuurlijk.

We stappen naar binnen. Onder ons zien we wolken, heel diep beneden gras.
“Isidorus! We komen om u te laten onderhandelen met Luna”
“Waar is ze?” klinkt een alomtegenwoordige stem.
“We moeten Haar oproepen.”
“Nou doe dat dan. Geduld is niet mijn sterkste punt!”
“Daar moeten we in de buitenlucht voor zijn.”
“Nou hop, aan het werk!”
“Ja, we gaan het doen. We weten nu waar we u kunnen vinden.”
We gaan terug naar het tempeltje. We kleden ons uit, nemen onze spirit-form of war-form aan. Marina leidt de ceremonie. We huilen als wolven naar de maan. Wolven uit de omgeving huilen terug. Ze gaan om ons heen zitten. Dan komt er een stokoude sjamaan met een staf aanlopen. Hij stampt met de staf. “Zeg het eens!”
Marina aarzelt. “We willen met Luna spreken.”
“Ja, zeg het eens.”
“Er is hier iemand die met Luna wil spreken.”
Een paar van de wolven veranderen in enorme krijgers met maanzilveren zwaarden. “Wie?”
“Isidorus.”
“Wel wel…” Meer wolven veranderen in krijgers. Tawuz gebaart dat we ons niet moeten laten imponeren – voor anderen zijn wij net zo eng.
“Waarom zou ik met hem praten?”
“Hij heeft ons goed geholpen.” Marina vertelt het verhaal van onze expeditie.
“Zozo. Dus jullie hebben zestien Infernale exaltaties gekaapt en bij Lytek afgeleverd? Dat is een daad die jullie Rank waardig is. Ik zal met Isodorus gaan praten.” De sjamaan gaat in zijn eentje de gang naar beneden in. Na een tijdje begint de grond te schudden. Zelfs de reuzenkrijgers beginnen te wankelen. Wij nemen een vliegende vorm aan. De maan staat niet langer aan de hemel, valt ons opeens op. Uit de aarde komt de saffieren bol omhoog. Hij krimpt tot een hoofd-grote kristallen bol in de handen van de sjamaan. “Ik heb een deal met Isidorus. Niet helemaal dezelfde als met Kimberi.”
We vragen naar de aard van de deal, maar de sjamaan wil dit niet vertellen. Als we opmerken dat Luna nu een onstopbare kanonskogel heeft, glimlacht hij. We mogen dit niet aan Kimberi vertellen. Ook het Deliberative hoeft er niet van te weten. Het is Luna’s troef. Kimberi levert haar generaal, Isidorus levert zijn leger. Eigenlijk is Luna een beetje opgelucht: nu wij dit weten, hoeft de Maiden of Secrets de details niet te weten.
De sjamaan geeft ook Huis Regenboog een compliment. Hiermee hebben ze gedaan waarvoor ze zijn aangesteld: onderhandelingen met de yozi’s mogelijk maken.

Hier eindigt de queeste van de Lunars: 10 XP.
De lunars gaan naar het Heptagram voor downtime en gaan de dragonblooded wat beter leren kennen.

[Twee weken terug in de tijd. De Solars hebben zojuist de Lunars naar Malpheas zien vertrekken.]
We concentreren ons op de komende expeditie naar de Wyld. We gaan de stad in en zoeken Sid (de lunar die Opa helpt) en ondervragen hem. Atis kent een charm om voorwerpen te stabiliseren tegen de Wyld. Die kost wel twee punten Wilskracht, dus hij kan hem niet onbeperkt toepassen. Hij koopt een koudgesmede ijzeren daiklave. Atis doet de charm op zijn harnas en de ijzeren daiklave. Verder neemt hij zijn orichalcum powerbow, pijlen en wit-jaden daiklave mee. Sango neemt haar Essence Armor mee, haar dragon-king pak en de koud-ijzeren staaf mee. Ze vraagt of die gecharmd kan worden. Little Shu neemt mee: het Green Hornet harnas, een orichalcum long powerbow, zijn starmetal Reaver daiklave, pijlen met koud-ijzeren punten en gewone pijlen, en de daiklave van Ebon Rime (Sol’s Demise). De muis van de zon wordt bij opa achtergelaten. We vragen Little Shu of het echt handig is om het zwaard mee te nemen waar het laatste sprankje Sol in zit. Is dat niet riskant? Na enige discussie dringt het metafysische belang van het voorwerp door en wil hij het achterlaten. Hij mag de Reaper daiklave van Atis lenen. Ghurkan neemt het Ashigari Skirmish Armor, een koud-ijzeren hook sword, een heartstone (the crystal of legendary leadership) mee. Harnas en wapen wil hij laten fixeren.

Hoe komen we in de Wyld? Weten we waar we moeten zijn? We hebben coördinaten, maar waar zitten die? Volgens Sid navigeer je in de Wyld via plotelementen. Deze beginnen zo te zien aan het Hof van Oberon. In de stad Nexus is een toegang naar dat Hof. Daarna moet je de vijf aspecten van de solars doorlopen: Night Caste, dan Dawn, Zenith, Twilight en Eclipse. In elk verhaal moet je de plot doorgronden.
We blijven één week in Nexus. In die tijd heeft Atis nog niet alle gewenste voorwerpen stabiliseren, maar koud-ijzer en magische materialen zijn uit zichzelf al aardig stabiel. De rest van onze uitrusting laten we achter in de kluizen van Ghurkan. Met nadrukkelijke instructie dat ze niet voor de verkoop zijn!
Dan gaan we de Wyld-zone in. Het begint als een wijk waar niemand meer woont, wat vervallen. Als de weg een flauwe bocht maakt beginnen er stalletjes te verschijnen De mensen zijn iets kleuriger gekleed dan in Nexus. Een groep steltlopers en schaars geklede mooie jongens en meisjes deelt flyers uit. Little Shu neemt er een aan. “Vanavond Openingsnacht van Oberon’s Paleis!” met illustraties van speelkaarten en roulettewielen. We lopen door en komen bij de haven. In het midden is een rond gebouw. Op de pier erheen staat een lange rij. De één nog exotischer uitgedost dan de ander. Een schaarsgekleed meisje spreekt ons aan. Ze vindt onze kostuums mooi. “Die in dat gouden harnas is duidelijk verkleed als solar (Atis), die in dat groene als Infernal (Little Shu – die haar verschijning zeer op prijs stelt, zijn puberteit is echt begonnen!), die andere (Ghurkan) lijkt haar een dragonblooded. Ze kijkt wat bedenkelijk naar Sango. “Siderial,” zegt die. “Ah, ja, van de Maiden of Madness! En die vijfde heeft niks bijzonders, dat zal dan de lunar wel zijn.” Ze vindt het zó leuk dat ze ons vrijkaartjes geeft.

We mogen langs de rij doorlopen en gelijk naar binnen. Er komt een meisje langs met een blad kokosnoten-met-een rietje-er-in. “Drankje? Welke smaak?” “Kokos…?” Ja dat heeft ze. Ze blijkt ook de smaken ananas en rum te hebben, en combinaties. De aanwezigen zijn mooi aangekleed: twee mannen in donkere kostuums met een zonnebril, een dikke man verkleed als hommel, een Imperial Stormtrooper… De muziek is vreemd maar dansbaar. Sango gaat dansen, ze imiteert imaginaire martial arts stijlen zoals Drunken Monkey Style, Amourous Grasshopper, en dergelijke. De glitterbol geeft haar een aura van sterren.
Little Shu vraagt zich af waar het casino-thema is. Hij is niet de enige. We horen dat het om middernacht gaat gebeuren.

XP 4.

Tanais – 69

Tanais – 69 : 03-04-2014

Ergens in het verre verleden: xx-1, elf uur ’s ochtends
De notabelen blijken niet dood te zijn, maar in stasis. Risha gebruikt het Qartiaanse schrijftablet om Chantal alsnog bij het gezelschap te laten zijn. We zitten een stukje terug terug in de tijd, Chantal is opeens bij ons. Ze kijkt heel verbaasd, maakt zich los uit de omarming met Gwan en kijkt schuldig naar Risha. “Waar ben ik, wat is er aan de hand?” vraagt ze geschrokken. Risha zegt: “We zijn in de Witte Stad.” Daar wordt ze stil van, dat Risha de tweede van zijn drie wensen heeft gebruikt om haar er toch bij te kunnen laten zijn.
Wat moeten we doen? Er staat een onbegrijpelijk apparaat in de kamer. Eén raam kijkt uit op de buitenwereld, het is mooi weer, het staal vol met vreemde vierkante glazen gebouwen. (Het lijkt een beetje op het Leidse Bio-Science Park.) Gwan ziet buiten Bus 17 stoppen bij een halte. Er stappen wat mensen in en uit.
Vanaf hier verlopen de gebeurtenissen bijna hetzelfde als eerder, maar dan met Chantal er bij. We lezen de notulen. Na een half uur verlaten we deze kamer. In de rest van het gebouw is geen alarm. Bij de balie vragen we naar de bibliotheek. De receptioniste reageert verbaasd: “Die heeft u toch bij u, de eyepad?” Risha doet alsof hij die is kwijtgeraakt. Ze pakt er eentje uit de kast. “Dat is dan 200 ‘credits’. De rekening komt nog. Als u hier wilt tekenen…” Als blijkt dat Risha niet weet hoe hij het werkt, kijkt ze hem meewarig aan en zet het ding voor hem aan. Er verschijnt een logo van het Werner Volker Instituut op de kristallen bol.
Claude zegt: “Misschien moeten we niet naar de bibliotheek zoeken, maar naar iemand die iets weet.” De receptioniste wijst ons de trap naar de kelderverdieping. Daar treffen we lange gangen met veel deuren. Achter de eerste deur is een machinekamer, mensen in witte jassen zijn er aan het werk. Iemand komt naar ons toe en vraagt vriendelijk wat we komen doen. Gwan zegt: “Informatie zoeken.” “O, waar over?” Claude zegt: “Multidimensionele technologie.” “Is het voor een werkstuk?” “Ja,” zegt Risha. De man begint enthousiast te vertellen: “Wij zijn ingenieurs en met deze grote machine doen we experimenten met het kortstondig oproepen van extra dimensies. Kun jij je vijf dimensies voorstellen? Nee hè? Gelukkig hebben we daar wiskunde voor. De dimensies die wij bereikbaar kunnen maken, daar kunnen we materie naar wegsturen. Zwaartekracht is de enige kracht die daarheen lekt.” Claude vraagt: “Dingen, zoals een stad?” “Nee, voorlopig alleen protonen.” Risha beschrijft Elsewhere. “Ja, dat klopt!” De man zet het hele verhaal in een Word-document op Risha’s eyepad en stuurt ons weer weg. Het is intussen twaalf uur ’s middags.
Achter de volgende deur vinden we een koffiekamer. Er hangen witte jassen en er liggen tussen schroefjes en technische dingen een paar eyepads op tafel. Chang probeert er eentje aan te zetten, maar hij komt er achter dat deze beschermd zijn met een vingerscan. Terwijl hij daarmee in de weer is, probeert Risha zijn harnas uit Elsewhere te voorschijn te toveren. Dat lukt niet. Claude imiteert met melkpoeder de duimafdruk op de scanplek van een van de eyepads. Het ding gaat aan. Op het beeld verschijnt een driedimensionele paardenbloempluis. Als hij zijn hand door de afbeelding haalt, ploppen er allemaal icoontjes tevoorschijn. Als hij ze aanraakt, krijgen we foto’s te zien van een gezinnetje, man, vrouw en kinderen. De vrouw herkennen we als iemand die aan de grote machine stond te werken. Claude vindt naast enorm veel foto’s ook een tekstbestand vol wiskundige formules. Ondanks dat het een vreemde taal is met een schrift dat anders is dan het onze, kunnen we het lezen. Risha vind op zijn exemplaar een quick-start gidsje. Het is heel intuïtief. Hij maakt per ongeluk een foto van Gwan. Tussendoor kijken we ook wat we zoal in onze zakken hebben. Risha heeft een paspoort (Max Conie, zoon van een specerijenmagnaat) en we vinden dingen waarvan we vermoeden dat het geld is. Risha en Claude zelfs grote coupures.
Verderop in de gang vinden we een lab waar met robots wordt gewerkt. Op de volgende deur staat een waarschuwing: “Gevaar! Straling!” Die slaan we maar over. Daarna volgt nog een magazijn met allemaal spullen. Eén verdieping dieper vinden we nog een kamer met zo’n groot apparaat. Hier is maar één man aan het werk.
“Wie heeft jullie gestuurd?” vraagt hij nors. Risha noemt de eerste naam uit de notulen. De man wordt meteen beleefd. Hij wil wel wat over zijn werk vertellen: “Dit apparaat dient om de vijfde dimensie te stabiliseren. Via de vijfde dimensie kunnen we materie overbrengen naar een andere vierde dimensie. Dat is een kopie van onze wereld, maar dan in antimaterie.”
De overige steden waar ze aan dit project werken zijn Nieuw Salish en de andere steden die we uit onze eigen wereld kennen. Hij legt uit over de alien besmetting. Alles met Grauw heeft een andere signatuur en kan uit de wereld geëxtraheerd worden en dan in de andere wereld ontploffen. Risha vraagt naar de Rode Knop. De geleerde heeft vernomen dat als daarop gedrukt wordt, de experimentele machines het Grauw gaan losweken. Maar het is nog zó experimenteel dat het nog niet gebruikt kan worden, omdat het waarschijnlijk op allerlei onvoorspelbare manieren fout zal gaan. Er zal een beschermende koepel over deze stad gelegd worden om de belangrijkste tienduizend mensen te redden. Chang vraagt naar de Groene Knop. “Ja, er kan natuurlijk per ongeluk op de Rode Knop worden gedrukt. De Groene is voor herstel.” Gwan wil weten wat er in de kamer met “Gevaar! Straling!” gebeurt. “Er moet ergens energie opgewekt worden. We leiden verschillende radioactieve straling via loden buizen naar waar het nodig is.” Het is in middels één uur en hij wil met lunchpauze. Hij adviseert ons om ook bij de andere instituten langs te gaan.
Chang denkt dat we iemand moeten inlichten, dus we nemen deze man in vertrouwen. Hij heeft lunchpauze, dus hij kan wel even met ons mee. De deur op de eerste etage gaat niet voor ons open. Er zijn een iris-scan en een bloedprikapparaat. Hoewel wij wel bij de vergadering waren uitgenodigd, zijn wij blijkbaar niet geautoriseerd om hier zelfstandig naar binnen te gaan. Risha activeert zijn charm Lock Opening Touch en de deur zwaait ontwricht open. Onze begeleider is heel nieuwsgierig naar deze kamer. Maar als hij het alarm hoort en de lichamen op de vloer ziet ziet, krijgt hij een hartverzakking. “Holy Fuck! Wie heeft dit gedaan?” “Ik,” zegt Chang. De man activeert een alarm voor in de rest van het gebouw. “Hoe lang geleden is dit gebeurd?” “Twee en een half uur geleden.” “Dan hebben we nog maar een uur en een beetje om er wat aan te doen.” “Achtenveertig toch?” “Nee dat is een andere groene knop!”
Hij rent naar beneden. Risha rent mee, recht in de armen van Security. Hij bluft (met Presence Excellency) en stuurt ze naar de commandokamer. De techneut rent een communicatiekamer is. De verbinding met Nieuw-Salish geeft slecht beeld en ruis. Er komt steeds meer ruis en dan valt het beeld weg. De apparatuur laat nog wat geknetter horen. De afscherming van de Witte Stad is al zo ver dat communicatie niet meer mogelijk is. Hij kijkt verslagen, loopt weg en is niet meer aanspreekbaar.
Alarm en ongeloof in de gangen. We horen veel gestommel in de kelder. De ‘gelukkigen’ met een polsbandje lopen daar weg. Iedereen probeert een stasis-polsband te bemachtigen. Blijkbaar is dat de veiligste manier om te overleven.
Alle reclameborden staan op wit sinds de verbinding wegviel. Niemand heeft nog oog voor ons.
Claude zoekt uit welke instituten er nog meer zijn: Grotius heeft met gevorderde biologie te maken, Diccles werkt met extra dimensies, Streffer gaat over de marktwerking, Bingo Inc. over de menselijke psyche en Volker Werner maakt machines, robots en kunstmatige intelligentie. Hij kijkt in zijn eigen papieren: orgaanhandel en dergelijke, hij blijkt contacten bij Grotius te hebben.
Buiten zien we dat de zon bijna tot stilstand is gekomen, midden boven de stad.
Risha gaat eens bij de robots kijken. Het is hier spookachtig stil. Hij vindt een pedante instructie- en onderwijsrobot: Brick. Die neemt hij mee naar de balie. Claude vraagt aan Brick over het Grauw. ‘Dat bleek de alien Igrot te zijn. Binnen enkele weken nadat de extra dimensie werd toegevoegd is de alien geland in het Zuiden. Eerst klein als een microbe, maar het groeide. Voor gedetailleerde informatie moeten jullie naar het Grotius.’
We gaan naar buiten. Daar is alles nog rustig. Het Grotius is een gebouw met uitnodigende architectuur. Het meisje achter de balie glimlacht onvriendelijk: “Ik zie dat jullie een onderwijsrobot bij jullie hebben. Stel daar je vragen maar aan. Wij zijn niet zo van de journalistiek.” Maar Risha gebruikt zijn Excellency weer en vraagt naar de Persoonlijke Assistent van de hoogste baas van het instituut. We mogen in de wachtkamer gaan zitten en worden even later opgehaald. Als ze hoort dat er op de Grote Rode Knop is gedrukt, gaat ze haar stasisarmband halen. “Loop maar mee, de informatie die jullie zoeken zit in mijn zak.” Ze doet in haar kantoor de armband om en valt neer. Haar eyepad zit in haar jaszak, met haar duim kunnen we hem ontgrendelen. We krijgen toegang tot het lokale intranet en we vinden een bestand met haar toegangscodes. In de bibliotheek vinden we een boel informatie.
Tien jaar geleden is de alien voor het eerst gevonden. We hebben pas elkaars aandacht getrokken toen wij met extra dimensies begonnen te werken. Igrot is het eerst verschenen op een onbewoond eiland. Demonen en Abyssals kenden ze ook al, die werden verslagen, begraven en vergeten. Ze waren wat anders dan de alien. Er wordt gespeculeerd dat Igrot een vóórstadium is van iets. Hij scheidt een enzym af dat de kleur losweekt en de alien neemt die op een extradimensionaal gat in. Het is een vijf-dimensionaal wezen, dus voor wezens zoals wij, die in vier dimensies leven, niet aan te vallen.

Terwijl we lezen, begint de kelder vol te lopen met rioolwater. Op naar het Diccles Instituut. Onderweg weet Brick te melden dat de stad zestien sectoren heeft. Wij zijn in sector 1. Er is autorisatie nodig om van de ene sector naar de andere te reizen. De hoogste bevoegdheid heeft de regering; dee bestaat uit leden van Streffer en Bingo Incorporated. De zon staat nu stil op het hoogste punt van de hemel. Buiten is intussen paniek uitgebroken. De riolen zij kapot en er komt iets vies en smerigs uit de grond omhoog.

Half zes
Volgens Chantal is de boel aan het verergeren. Ze stelt voor op te letten of we ergens de uitgang kunnen vinden. We eten wat bij een Chinees afhaalrestaurant. De paniek buiten wordt steeds groter. Er ontstaan barsten in de weg. Gwan stelt voor om de regering te gaan zoeken. De robot zegt dat de regering in sector 9 zetelt. Hier zijn wel afgevaardigden te vinden: de heer Rosen bij Bingo en de heer Xanten bij Streffer. We gaan naar Bingo Inc. Dat instituut werkt nu met noodpersoneel. De heer Rosen heeft tijd voor ons. Hij is één van degenen die is aangewezen om de sectoren draaiende te houden.
Er is zich iets aan het voltrekken wat ze niet begrijpen. Lang vergeten en begraven wezens zijn uit de onderkrochten aan het opstaan: groene vrouwen en donkere mannen. Een opstanding van vergeten creaturen, datgene wat begraven is geweest. Wij denken de Shuragi te herkennen en vertellen over gifgas en plakspul. Risha regelt dat wij aan het crisisteam worden toegevoegd. Rosen zegt: “Ik heb een angstig vermoeden. De tijd lijkt stil te staan. Wat zou de eindtoestand kunnen zijn met deze Abyssals? Ik houd mijn hart vast. Het goede nieuws is: Fase 1 lijkt gelukt te zijn. We gaan de problemen oplossen waar en wanneer ze zich voordoen. Het belangrijkste is nu dat de abstractie van de alien volledig is en dat de andere wereld uit ons zwaartekrachtsveld los komt. Dat doen de jongens van Diccles.”
“En als de mensen in de toekomst Igrot weer eens oproepen?”
“Ja, gezien de menselijke aard lijkt mij dat wel mogelijk.”
Dan begint alles te schokken, alsof een touw strak komt te staan. Er gaat een siddering door de lucht en een aardbeving door de grond.

3 XP

Tanais – 68

12-vi-R2 11.00 uur
Claude vertelt dat hij het kleine meisje dat hij uit het Eenoog-dorpje gered had, heeft afgegeven bij de Brahmanen, voor het geval dat ze nog een grauw-taint heeft. Risha gebruikt de tweede wens van het orichalcum tablet om Chantal ook toegang te geven tot de Witte Stad. Te paard gaan we naar Groath. Tegen het einde van de avond zijn we in Soul. We betrekken herberg Het Dansend Paard.
13-vi-R2
’s morgens vroeg vertrekken we naar Ashscroft, waar we ’s avonds aankomen. Op de paardenmarkt wisselen Chang, Claude en Gwan van paarden. Risha blijft bij zijn magische groene paard.
Op de 14e
’s Avonds komen we aan in Groath. Het werk is net afgelopen en de kroegen gaan open. Groath wordt al echt een stadje, in plaats van het vissersdorp wat het eerst was. De weg er naartoe is mooi bestraat met kinderhoofdjes. (Claude’s fantasie slaat op hol bij dat woord.)
Op de 15e
Chang stelt voor om de Nautilus-onderwaterfietsen uit te proberen voordat we op expeditie gaan. In het ijskoude water van de zee komen we er achter dat ze van zeer verschillende kwaliteit zijn Claude heeft de beste, Gwan’s exemplaar schiet nogal tekort. (Strength+Ride voor snelheid, Dexterity+Ride voor wendbaarheid).
We oefenen ook met de drietanden die Claude heeft gemaakt. Die waren veel te lang, maar nadat hij er een meter af heeft gezaagd kunnen we ze als een soort lans gebruiken. Aan het einde van de dag voelen we ons er genoeg vertrouwd mee om de tocht naar de Witte Stad aan te durven vangen.
16-vi-R2
We vertrekken met twee galjoenen, tien matrozen en tien soldaten. We varen langs de resten van het ontplofte eiland. Rond twaalf uur zijn we bij de plek waar we moeten zijn. We controleren de apparaten nog eens en maken ons klaar om naar beneden te gaan. Er komen twee airhags aanvliegen. Ze cirkelen om onze schepen en gaan weer weg. Vast om versterkingen te gaan halen… We besluiten te wachten tot ze terugkomen.
Om ongeveer 5 uur ’s middags, in de avondschemering, komen er zes aanvliegen. Claude staat op wacht, maar hij heeft het pas op het laatste moment door. Hij slaat alarm, maar vier van de hags snaaien een bemanningslid mee. Eentje probeert Claude te pakken en eentje Risha, maar dat mislukt. Gwan schiet op een hag die een matroos meevoert. Raak, maar ze vliegt verder. Risha schiet op dezelfde, met hetzelfde resultaat. De twee die Claude en Risha gemist hebben, proberen het weer en missen weer. Risha schiet en mist. Claude schiet er één uit de lucht. De snelste is ontkomen met een matroos. De twee die gemist hebben slaan op de vlucht. Risha schiet er nog eentje dood, Claude ook. Er is intussen een hoop bloed in het water, dat zal de zeehags aantrekken! Drie bemanningsleden zijn gered, maar een is er verloren. We houden een rouwdienst voor hem.
17-vi-R2
We gaan met onze nautili de zee in. Op een meter of honderd diepte ziet Claude een cirkel van seahags om ons heen. Hij wijst ons om opzij te gaan, maar de hags houden de kring om ons heen, ondanks de nautili zijn ze sneller dan wij. Als we dieper komen, vallen er negen aan. Ze blijven buiten bereik van onze drietanden en vangen een krijsend gezang aan. Onze oren tuiten (Valor, minstens 3 successen nodig). Gwan krijgt caissonziekte door de drukverschillen van het gezang. Risha weet er eenje aan zijn drietand te rijgen. Die vlucht zwaar gewond weg. De gewonde wordt opgegeten en diens plek in de negen wordt meteen door een andere ingenomen. Chang geneest Gwan, Claude schakelt er intussen nog eentje uit. De hags beginnen weer te chanten en ditmaal worden we allemaal getroffen. Gwan gaat hard achteruit. We gaan naar boven (Stamina+Resistance difficulty 8). Gwan, Claude en Risha herstellen vlot, maar Chang heeft extra aandacht nodig. Als hij weer bijkomt, kan hij zichzelf verder genezen.
We realiseren ons dat we afstandswapens nodig hebben. Claude besteedt de dag aan het ontwikkelen van een pneumatische dieptebom die een heleboel harpoenen in alle richtingen afvuurt. Negen successen op Craft, het is een indrukwekkend ding! Voor Risha maakt hij een harpoengeweer, maar dat is minder goed gelukt.
18-vi-R2
We gooien een dode kip in het water om de hags te lokken. Dan volgt de bom. Die doet zijn werk uitstekend. De hags vreten de gewonden op en wij kunnen ongehinderd door de slachtpartij heen naar beneden afdalen. In de diepte schitteren marmeren tabletten, en we zien een koepel. De stenen liggen rondom de koepel. Risha voelt dezelfde tinteling als onder de draaikolk, maar ditmaal resoneert het op een goede manier, het voelt als thuis! Op tweehonderd meter diepte, dertig meter boven de koepel, zien we de ruïne van een marmeren stad, de koepel is “binnen groter dan buiten”.
We gaan langs de koepel omlaag. Gwan vindt geen openingen. De tabletten liggen half in het zand. Risha raakt de koepel aan, zijn hand gaat er gemakkelijk doorheen. In een opwelling stapt hij er door. De anderen zien hem niet meer. Claude stelt nog even voor om hem maar in zijn sop gaar te laten koen, maar ze gaan er toch achteraan. Elkaars hand vasthoudend stappen ze erdoor. Hoewel je je de voorganger niet meer ziet, voel je zijn hand nog wel.
Risha komt in een ruimte met lucht. De binnenkant van de koepel is begroeid met algen. Hij verrast kikker-zeehond-achtige wezens, die verschrikt reageren. Hij steekt zijn open hand op en zegt “Ik kom in vrede!” Dan komen Claude en de anderen. De wezens roepen: “Help! Aliens!” en vluchten weg, “Voor je het weet wordt je meegenomen voor experimenten!”.
Vijftig meter verderop zien we nog een koepel. De wezens bewonen een radioactieve ring van 50 meter breed. In de buitenring zijn veel algen en gebouwtjes van gestapelde marmeren platen. Risha veegt de algen van een plaat. De bewoners reageren verschrikt als hij over het slijm wrijft. Er breekt een vliesje open en daar komt een embryo uit. Daaronder vindt hij een tekst van 500 jaar geleden over elf-achtige wezens die megalieten bewonen. Vanwege de paniekerige reactie van de bewoners laten we de stenen verder maar met rust, en gaan we naar de volgende koepel. We stappen er samen doorheen.
We zijn even gedesoriënteerd. Er gaan allemaal alarms af. We staan in een kamer met vijftien andere mensen in 21e eeuwse pakken. Het lijkt alsof wij ook deel uitmaken van die groep. Iedereen draagt formele kleding. Chantal is er ook. Gwan en Chantal houden elkaar angstig vast, als een verliefd stel dat steun zoekt bij elkaar. Claude heeft de uitstraling van een ‘herbalife’-verkoper. Risha is sjiek gekleed. Chang draagt de uitrusting van een sjamaan, een verfomfaaid generaalsuniform versierd met totems en dergelijke. Hij heeft net op een Grote Rode Knop gedrukt. Blijkbaar was dit totaal onverwachts, gezien de enorme consternatie onder de aanwezigen. Gwan rukt zich los en drukt nog eens op de knop, in de hoop dat het lawaai daardoor weer ophoudt, maar dat werkt natuurlijk niet. We hebben allemaal een horloge om onze pols met “48 uur” er op, maar het staat stil. Alle klokken staan stil. We zien de mannen en vrouwen op hun polshorloges drukken en ze zakken in elkaar. Risha kijkt of er iets uitgezet kan worden, maar hij begrijpt niets van het bedieningspaneel. Diverse beeldschermen geven een kaart van de wereld. Bijna de hele kaart is grijs, op een paar plekken na. Kleine speldeprikjes op afgelegen plaatsen, onbewoond door mensen, hebben nog kleur. Heel de rest is donkergrijs tot zwart. Het zwart zit niet op de plaatsen waar Risha die verwacht (Soul, Melek Qart, Euboia).
Claude onderzoekt de mensen. Ze zijn heel snel aan het sterven. De armbanden blijken een compartimentje met gifnaald te hebben. Claude en Gwan doen die van hun af, maar Risha laat de zijne om. We stappen over de lijken heen richting een deur. Een van de doden was blijkbaar de secretaresse, ze heeft notulen bij zich. We kunnen het lezen: “Genodigden: een select aantal Techno-Verhevenen en Verhevenen van inferieure rangen, plus op voorspraak van de priesteres een paar wezens die onvermoede kanten hebben en waarvan zij denkt dat ze een oplossing kunnen zijn voor het Iggroth-probleem.” Instinctief weten we dat wij die laatste ‘wezens’ zijn. We lezen dat er nogal wat protest was tegen onze aanwezigheid in termen als: “kwakzalvers”, “oplichters”, “uit achterstandsbuurten” en dergelijke. De reden voor deze bijeenkomst was; “een uit de hand gelopen ziekte, na pogingen tot contact onzerzijds waar iets op afgekomen is.” De aanwezigen worde verdeeld in ‘Superieure Verhevenen’ oftewel Technocratie, ‘Inferieure Verhevenen’ of Mages en ‘Hedge Wizards’ met onbegrepen, onvermoede krachten. Dat zijn wij, onze namen staan achter. Wat wij volgens deze aantekeningen kunnen, lijkt op rudimentaire Solar-krachten. Het wapen, de Rode Knop, waar Chang op drukte is “een experimentele extradimensionele technologie om de wereld in stasis te brengen, te zuiveren door Iggroth uit deze dimensie te gooien en iets nieuws te laten ontstaan”. Maar in dat proces is deze wereld wel vernietigd. We hebben de eerste achtenveertig uur na het indrukken van de Rode Knop om alles nog terug te draaien. Daarvoor moet contact worden opgenomen met “de andere haard van beschaving” aan de Oostelijke baai, voorbij waar in onze tijd Satem ligt. Daar moet dan op de Groene Knop worden gedrukt.
De weg naar buiten is makkelijk te vinden. We bevinden ons op de eerste etage. Er zijn roltrappen naar beneden. Het alarm was alleen in onze zaal, niet in de openbare delen van het gebouw. De klokken staan stil, maar de wereld gaat door. Het baliepersoneel beweegt nog en op straat zijn ook nog mensen. Buiten is veel groen en we horen straatgeluiden. Op het gebouw staat “WernerVolker Instituut”. We hebben onze eigen kennis, niet die van de personages uit dit verleden. We bedenken dat de informatie die we nodig hebben wel binnen zal zijn. We moeten experts gaan zoeken.

4 xp

The RoSE – 55

Achter ons gebeurt iets. Marina kijkt om en ziet dat er een constructie met glazen ballen en lichten uit de grond komt. Als je er te lang naar kijkt krijg je hoofdpijn. We doen onaangedaan en gaan naar binnen. Het helpt dat de wachters afgeleid zijn. Ze springen in de houding. Er komen meer Blood Apes aangesneld, die springen ook in de houding. Misschien één van de Onaantastbaren?
We komen in een grote hal met vier uitgangen en een uitstulping in de vorm van een enorme bijenkorf. We merken dat onze aanwijzingen “rechts, links, …” meerdere interpretaties kunnen hebben. Nu iedereen aan komt rennen, blijken er ook meerdere verborgen gangen te zijn. Marina zoekt naar sporen van mierwezens en leidt ons de meest rechtse gang in. We komen in rustiger gebied. Nu leidt ze ons de meest linkse gang in, maar die komt weer in de centrale kamer uit. Vanuit deze hoek zien we det de bijenkorf met een gang aan de achterwand verbonden zit. Intussen komen de lichtgevende ballen aan. In de gang zijn ze kleiner, in de ruimte wordt het geheel weer groter. Erachter loopt een blote jongen met ravenzwart haar tot op zijn middel. Hij kijkt verward en wat angstig.
De korf gaat open. Op een hemelbed ligt de lelijkste en dikste vrouw die we ooit gezien hebben. Ze heeft sprieterig haar met vlechtjes. Een van de Blood Apes geeft de jongen een por, maar hij wil niet verder lopen.
Marina stoot His aan. Ze wil dat hij er naar toe gaat, maar dat lijkt de rest van ons op dit moment een slecht idee. We blijven in de houding staan.
De Blood Ape sleurt de jongen aan zijn haar het podium op. Hij trilt van angst. De Moeder spreidt haar armen en zegt: “Kom, mijn zoon, geef mama een kusje!” Hij wordt tegen haar aan geduwd. Ze knijpt hem bijna fijn in haar omarming. Eén van de puisten spat open en omhult hem in een lichtgevende groene gelei. Zijn kasteteken (een derde oogkas, met daarin een rookloze groene vlam) licht op. Hij is daarna misselijk en geeft over. Twee van de drie voedstermieren dragen hem weg door de gang die van achterin de bijenkorf verder de koepel in leidt. Intussen worden er gezangen aangeheven over de superioriteit van de yozi’s en hoe ze Creatie terug zullen veroveren op de usurpators. De ceremonie eindigt met een aantal onbegrijpelijke proclamaties. De deur begint dicht te gaan. Wij glippen naar binnen. Als we over de drempel stappen wordt ieders volledige naam uitgesproken. Bij Marina en Tawuz wordt niet “Regenboog” gezegd, maar “van het Vervloekte verbond”. Niemand slaat er acht op.

We zijn alleen met de Moeder en de laatste mier. His wil haar een verhaal vertellen. “Ga weg!” ze wuift hem weg. Hij gooit de koers om en mime’t dat hij een deur achter zich sluit en een trap afloopt. Ze begint te grinniken. Daarna mime’t hij een aanval, waarbij hij beurtelings aanvaller en aangevallene speelt. Het werkt, ze kraait van plezier. De mier ziet dat Moeder zich vermaakt en gaat weg. His verandert de teneur van zijn verhaal: “O! Ik zit opgesloten!” Ze betrekt: “Ik weet niet of ik dit een leuk verhaaltje vind …” His verandert het thema naar ontsnappen. Ze kijkt wat treurig. “Als je enkels te dun zijn …” His loopt naar een groot poppenhuis, plakt er een Wind Slave Disk op. Nu weegt het veel minder. His maakt er dramatische sprongetjes mee.
We kunnen pas over acht uur weg, als onze dienst er op zit. We besteden de tijd met het bedenken van een manier om haar naar buiten te dragen. Het hemelbed is draagbaar te maken, maar het is zo groot dat het de bochten niet om kan. We zouden alleen de matras kunnen meenemen, dan kan Marina de rest van het bed gebruiken om Moeders’ afwezigheid te camoufleren. His legt, nog steeds in mime, ook uit dat de vier mollusken vermomd zijn en haar zullen helpen en verdedigen. Tawuz zet de helm af en begroet haar met een handkus. Daarna neemt hij een paar heldhaftige poses met zijn daiklave aan.
De sfeer in het gebouw verandert. De pompeuze muziek wordt vervangen door iets rustigers. Waarschijnlijk is de Onaantastbare weg. Aangezien de nieuw geëxalteerde het symbool van She Who Lives In Her Name draagt, was het waarschijnlijk een van haar zielen.
Marina begint met Spider’s Trap Door het bed zó te camoufleren dat het lijkt alsof de Moeder er nog ligt. (Ze leent de Hearthstone van Eye, waarmee je enen overnieuw mag rollen.) Vier successen. Ze zet extra Essence in om het effect permanent te maken. Daarna camoufleert ze ons. We staan in een carré-formatie, elk tilt een hoek van het matras. Door de charm Rats In The Basement Style is de matras onzichtbaar, zolang we in deze formatie blijven lopen. Zeven successen.
Na vijf uur komt er een mier binnen. His begroet die enthousiast. “Is er iets mis met de verhalenverteller?” vraagt de mier. Met gebaren maken we duidelijk dat His haar verveelde en dat de Moeder is gaan slapen. “Als onze dienst er op zit, nemen we hem weer mee.”
Nog eens drie uur later gaan we weg door de ingang aan de achterkant. We lopen in carré met de onzichtbare Moeder tussen ons in. Op de plaats waar de zijgang zou moeten zitten, is alleen een muur. Pas als we de mier erbij halen, kunnen we opeens een opening door. Als we die gang uitlopen, komen we in een bekende kamer. We gaan verder terug. In de grote zaal is een festival bezig, met brandende hoepels en Hopping Puppeteers die een bouwwerk van kaastosti’s maken. Op het goede moment marcheren we naar buiten. We zien de aflossing aankomen, precies op tijd dankzij onze Personal Assistants. De Blood Apes kijken verbaasd: “Moet de verhalenverteller niet hier blijven?” “Ik was niet leuk, ze is gaan slapen.” Mollusk Eye maakt een gebaar dat we hem gaan kelen. De Blood Ape wenst His een pijnlijke dood toe.

In straffe formatie lopen we naar het begin van onze brug. De eigenaar van het pand laat ons ongestoord passeren. De Rode Maan heeft de schijngestalte van de nieuwe maan en dartelt rond de brug. We gaan zonder incidenten door diverse lagen van Malpheas, tot we midden op de brug een grote gestalte met een varkenskop en horens zien staan. Hij heeft een scherpzinnige blik, en de maan gaat op zijn hoofd zitten. Hij inspecteert ons. “Lunars! Leuke illusie. Hoe lang zou dat werken?”
“Hopelijk iets meer dan vijf dagen.”
“Geloof je het zelf? Maar ik kan helpen om te zorgen dat ze vijf dagen niet opletten.”
“Wie bent u eigenlijk?”
“Ik heb vele namen, maar een ervan is de Onstopbare Kracht.”
“Aaah! We kennen u, ja!”
Eye biedt een ‘medium boon’ aan, maar hij wil dezelfde deal als Kimberi. We onderhandelen, leggen uit dat we alleen bemiddeling en voorspraak kunnen bieden. Dat weet hij. Hij is van plan om de Pleasure Dome in te gaan. Hij mag er niet in, maar niemand kan hem stoppen. Contact maken kan bij het Onbeweeglijke Object, het dode lichaam van zijn broer. Gethamane heet het nu. We gaan akkoord. Hij springt van de brug en groeit. In de vorm van een enorm everzwijn landt hij op één van de lagen van Malpheas. Hij plet een paar stadswijken en zakt door naar het volgende niveau.
We lopen verder en bespreken hoe we verder te werk moeten gaan. Onze volgende stop is de karavanserai. We moeten de factor overtuigen om onze vrijgeleides te tekenen en ons alle ‘slaven’ mee te laten nemen, dat hadden we ze beloofd. Opeens komt er een wagen langszij, getrokken door twee vliegende varkens. “Eye of Autumn?” vraagt de figuur op de bok, “hiermee kun je de slaven vrijkopen.” Op de wagen liggen zes grote vaten met op elk vat drie kruisen.

In de karavanserai brengen we eerst de Moeder naar binnen, naar onze slaapzaal. We gebaren dat ze stil moet zijn. Natuurlijk! Ze vindt het allemaal bloedspannend.
We hebben vooraf de taakverdeling afgesproken. Eye en Marina gaan naar het tempeltje van Kimberi. Ze willen haar bedanken voor de hulp. Het tempeltje is half open, daaronder zie je de oerzee kolken, Kimberi. Marina neemt haar beastman- vorm aan en spuwt er wat gif in, met een paar punten Essence. Eye heeft nog een giftige kriss van de demon Sondak. Met een prevelement dat Kimbei mag overwinnen en wat essence gooit ze de dolk naar beneden. De oerzee krult omhoog om de dolk te accepteren. Het offer is aanvaard.

His confronteert de karavaanleider met de vaatjes: “We hebben de slaven verkocht, tegen een heel goede prijs.” Hassan proeft uit een van de vaten en knikt goedkeurend. “Maar we hebben wel uitreispapieren nodig, de koper wil ze buiten de muren van de stad en hij wil zijn naam niet op de papieren hebben.” De Factor gaat het in orde maken. De anderen hebben de ‘slaven’ en ‘bewakers’ ingelicht dat we terug naar Creatie gaan. Van de vijftig bewakers willen er toch wel dertig hier blijven: een carrière in het Gilde is beter dan hun oude leven. De overige twintig kunnen we verantwoorden als bewakers en verzorgers voor het slaventransport.
We vertrekken als karavaan. In een huifkar zit de Moeder, met nog een extra Rats In The Basement Style-charm er op zodat ze er voor niet al te opmerkzame toeschouwers als voorraad uitziet. De enige hindernis is dat één van de Blood Apes aan de poort weer een slaaf wil, en een angstige dikkere man uit de linie wil meenemen. We protesteren dat ze allemaal verkocht zijn, maar hij luistert niet. Eye dreigt, maar Tawuz zet snel de Irresistable Silver Spirit in en overtuigt hem alsnog. De demon neemt genoegen met een obool.

De yozi heeft zijn woord gehouden, we bereiken de Gate naar Nexus zonder tegengehouden te worden. We hebben de ex-slaven gevraagd wat ze willen. De helft wil in Nexus blijven. Die geven we een klein geldbedrag en de namen van een paar personen in de stad. Piet blijft ook hier. De andere helft wil wel mee naar Gethamane.
We realiseren ons we dat we het openen van Gates de laatste tijd aan de solars hebben overgelaten, maar gelukkig is deze poort nog steeds onbekend en daarom niet afgesloten. Aan de andere kant staat een barse hemelleeuw. Als lunars mogen we pas onbegeleid Yu Shan binnen als we zes punten Essence hebben. Onze Rank vier telt niet, en ook het noemen van de naam van Ghurkan maakt weinig indruk. “Wie kan voor jullie instaan?” Pas als Eye, ongeduldig geworden, “De Maiden of Secrets!” roept, mogen we door.
We hebben de Moeder op een draagbaar, en zorgen dat de mensen bij elkaar blijven. His overtuigt ons om niet bij Lytek langs te gaan, omdat er hier gevochten wordt. De mensen kijken hun ogen uit. Eéntje wrikt er een robijnen plavuis los en steekt die bij zich, maar dat heeft geen van ons door.
Eenmaal in Gethamane is het nog een hele toer om de Moeder langs de trapjes naar de priester-zalen te krijgen.

Wat gaan we doen? Hoe zorgen we dat de Green Sun Princes de Moeder niet terug ontvoeren? We besluiten Lytek, de god van exaltatie, alsnog op te roepen. Bij wijze van ritueel bedenken we een mysteriespel dat het sterven van een oude exalt en het exalteren van de volgende verbeeldt, culminerend in een finale waarin we onze anima’s aanzetten en Essence aan hem offeren. “Lytek, we hebben zestien infernale exaltaties!” Het werkt, we trekken zijn aandacht. Hij neemt de Moeder mee en belooft goed voor haar te zorgen.

xp: 7

Volgende keer: Unstoppable Force in contact brengen met Luna, daarna naar het Heptagram.

Volgorde

Het bleek dat ik aflevering 51 van The RoSE nog niet had gepost.
Daarom is er in eerste instantie iets misgegaan met de nummering van de afleveringen.
Dit is nu rechtgezet, maar door de opbouw van dit weblog, is het niet mogelijk om nummer 51 tussen 50 en 52 in te plaatsen.

The RoSE – 51

16 januari 2014

The RoSE – 51

Sango vraagt of de dragonkings nog eenvoudige artefacten over hebben. Wie ze nodig hebben, kunnen Harmonic Adaptors krijgen en voor de dragonblooded kunnen Communication Baubles krijgen. Personal Assistants zullen op maat gemaakt moeten worden. Ze nemen de maten en de andere specificaties op.
In de tijd tot het Deliberative hebben we partizanenacties in gang gezet, spreuken uitgewisseld, en weer eens de banden aangehaald met onze bondgenoten en contacten.
Sarina vraagt zich af of we iets tegen de aanpassingen van de inrichting van het Blessed Isle kunnen doen. Volgens AI-1 zouden een aantal Twilight caste solars met Essence 8 een heel eind komen. Sango stelt voor dat een paar van ons Geomantie gaan studeren, een specialisatie van Mortal Magic. Olric en Marina gaan zich hierop storten.
Het valt Little Shu op dat zijn grote boog, die altijd langer was dan hijzelf, niet meer over de grond sleept. Hij is aan het groeien! Hij is dan ook al bijna vijftien…
We reizen terug naar het Deliberative via dezelfde route als we gekomen zijn. Als we uit de gate onder het standbeeld van Ghurkan komen, is het zonnig. Op het plein voor de tempel van Sol is de dragonking een offer aan het opdragen. Hij wordt bijgestaan door een lunar in volle oorlogsvorm en de jonge siderial in Marukhan wapenrusting en oorlogskleuren. We schuiven aan. Ze zijn al een uur bezig. Af en toe wordt vanuit het publiek een vraag uit de liturgie beantwoord. Op het hoogtepunt wordt een zwart schaap geofferd. De lunar doet een incantatie, het bloed ontbrandt en de rook vormt een koepel, de sterrenhemel. Dan doet de siderial een incantatie, en valt er een ster op het altaar. Deze ontpopt zich tot een gedaante in sluiers. De Maiden of Secrets! Veel aanwezigen vallen spontaan op de knieën . De rest doen het uit vrije wil (of met een extra elleboogpor).

De Maiden haalt een scroll uit haar mouw en roept de siderials naar voren. Ook de Green Lady. Er zijn er maar zes, de Lady meegerekend. “Voorheen had Sol vijf dingen verboden voor siderials. Eén daarvan krijgen jullie nu terug: het vermogen om een nieuwe Incarna aan te stellen. In dit geval Sol. Het hoeft niet vandaag te gebeuren, maar de kennis moet wel worden overgebracht.” Ze ontrolt de scroll. Zes slierten mystieke karakters stromen naar de siderials.
Na de ceremonie maakt ze geen aanstalten om weg te gaan. Atis port Ghurkan, of hij haar wil uitnodigen. Maar Ghurkan durft niet. Hij wil wel Atis machtigen, want die durft het wel. Ze accepteert gracieus, en het ontzag-effect verdwijnt.
De Tempel van Sol blijkt te zijn verzegeld.

Het Deliberative begint. Afgezien van ons zijn er 76 solars, 94 lunars, en 5 siderials. (De Green Lady is bij de toeschouwers gezet.) Verder een aantal dragonblooded: Wijsheid en de vijf dragonblooded die wij hebben meegenomen. Mnemon wordt ook verwacht, maar die kon er vandaag nog niet bij zijn. Er zijn geen abyssals.
1. Opening door Ghurkan.
2. Vaststellen van de agenda. We willen de toehoorders ook spreekrecht geven. Extra agendapunten: de dood van Sol; de Green Lady brengt de solar ghosts in; Atis de toestand in Yu Shan; het leger van Leviathan; Sarina het opheffen van de Great Curse; de plannen van de keizerin achterhalen; vele lunars eisen dat we het over de moord op een elder hebben; Ebon Rime is er ook – hij heeft een solar kasteteken – hij wil de moeder van de Abyssals ter sprake brengen; een jonge lunar wil na de ‘moot’ een ruilbeurs voor magische voorwerpen houden.
3. Als eerste agendapunt de reden van deze ingelaste vergadering: de dood van Sol. “Hoe heeft dit kunnen gebeuren?” roept iemand. Atis merkt op dat er misbruik is gemaakt van het feit dat Sol Invictus verslaafd was aan de Games of Divinity. Sango haalt de Mouse of the Sun tevoorschijn, en Little Shu het groene zwaard. De muis vertelt: “Er kwamen in het speelveld opeens veertig man via een luik uit het plafond. Gedreven door één bewustzijn staken ze tegelijk toe. De Games blijken een achterdeur te hebben, die kwam uit in de Wyld.” Iemand vraagt: “Het aanstellen van een god, hoe werkt dat?” De Maiden zegt: “Je moet een kandidaat hebben. Het Deliberative wijst iemand aan.” Atis stelt Nox voor, de Entiteit van Nexus die zich onthuld heeft na de laatste veldslag. Marina stelt Luna voor, maar die heeft al een een functie. Hetzelfde geldt voor Five Days Darkness. Een solar uit het Zuiden stelt Ahlat voor. Atis wordt meteen enthousiast. Tawuz stelt de opa van Sango voor. Allerlei groepjes smoezen ook. Verder worden genoemd: Silver Fox (een lunar) en Lo Pan (een god-blooded uit Sian). Hoe gaan we kiezen? Een siderial merkt op dat we juist niet onmiddelijk moeten beslissen, we willen de keizerin laten denken dat er geen Sol is. We nodigen de kandidaten uit voor het volgende Deliberative (het reguliere).
4. Punt twee: solar ghosts. Uit diverse shadowlands schijnt zonlicht. De Green Lady vertelt: “Gestorven solars zijn vaak zó vastbesloten dat ze na hun dood doorgaan met heersen. Een deel daarvan is ons bekend als de Death Lords, andere zijn tot inkeer gekomen. Bij de dood van Sol hebben die een deel van hun vroegere krachten teruggekregen.” Er wordt besloten dat een aantal solars er naar op zoek gaat om te kijken wat we aan ze hebben. In potentie zijn ze net zo als de Death Lords in het begin waren.
5. Volgende punt: de plannen van de keizerin. De oudste van de siderials vertelt dat hun observatorium nog niet af is. Hij wil graag hulp van wat oude No Moons. White Owl verontschuldigt zich in verband met het beleg van het Heptagram. Ze kan vrij spreken nu Mnemon er niet is. (Mnemon weet namelijk nog steeds niet dat de poes van Wijsheid een lunar elder is.) Sango vertelt dat de keizerin over negen maanden weer iets van plan is, en vraagt de siderials hiernaar te kijken. Een man met zwarte oortjes, Panthera, biedt zich aan om de siderials te helpen. “Is dit agendapunt niet verwant met het volgende: infiltreren in het leger van de keizerin?” vraagt iemand. Een stokoud vrouwtje zegt: “Ik weet de perfecte kandidaat om te infiltreren.” Ze wijst naar de Green Lady. “Die kan zich als abyssal voordoen.” Er komt een discussie, waarbij Atis opmerkt dat hij er sowieso niet in mee kan gaan als iemand eeuwen vastgeketend de Great Curse moet dragen op de top van de berg, zelfs de Green Lady wil hij daar niet aan blootstellen. In de discussie herinnert iemand zich dat er ook een dragonblooded gebruikt kan worden, en dat iemand die stervende is ook voldoet. Binnenkort is er een veldslag bij het Heptagram… We vragen de Green Lady zich te rechtvaardigen. Ze vertelt dat ze onder andere de Death Lords helpt tegen de keizerin, waaronder de Bishop. Een paar solars en lunars zijn verontwaardigd. Sango vraagt zich af waarom in het Westen solars en lunars tegen de Bishop vechten in plaats van alle aandacht op de Yozi’s en de Green Sun Princes te richten. Na enige discussie (Geen opmerkingen meer over ‘een zekere familie die heult met She Who Lives’!) besluiten de solars en lunars om zich primair op de Yozi’s te richten. De Green Lady gaat infiltreren. Over een maand is ze op het volgende Deliberative met haar verslag.
6. Het leger van Leviathan. De Power Rangers bieden zich aan. De grond op het Cursed Isle wordt ze te heet onder de voeten, bovendien worden er niet meer zo veel demonen opgeroepen. We vragen ons af of er dragonblooded in het legioen mogen. Leviathan heeft er een hekel aan, maar zo kunnen ze wel bewijzen dat ze toch deugen.
7. De Full Moons en de Changing Moons zijn razend en eisen dat we het over de moord op Raksi hebben. Wij kondigen aan dat het Book Of Three Circles weer geraadpleegd mag worden. De No Moons stellen voor om een commissie in te stellen en het ter plaatse te gaan onderzoeken. De andere lunars staan versteld. Sango merkt nog op dat de bibliothecaris gerespecteert dient te worden.
Daarna wordt de vergadering opgeschort, want het is al laat.

De volgende dag arriveert Mnemon op opvallende wijze. We gaan we verder.
8. Mnemon neemt meteen het woord: “Het heptagram gaat zeer binnenkort belegerd worden. Mijn geomantici hebben de zegels bestudeerd. Het zijn zegels van de hemelgoden. Ooit waren zij op het Blessed Isle gestationeerd en hun oude standplaatsen zullen worden geactiveerd. Dat zou een aantal goden uit Yu Shan daar naar toe dwingen. Onder andere Wajang, Luna, en de Maidens… En er zal een leger demonen rondom iedere standplaats staan om hen aan te vallen.
Mnemon is blij om te horen dat we hulp van Kimberi’s generaal hebben. Ze vraagt of ze wat infiltranten kan krijgen om de mollen in het Heptagram op te sporen. Olric en Xar bieden zich aan. De rest van hun cirkel gaat mee.
9. Het volgende punt is de moeder van de Green Sun Princes. Zonder discussie bieden onze lunars zich hiervoor aan.
10. Yu Shan. Meerdere solars en lunars willen er wel heen. We waarschuwen ze voor de Eater of Souls en vertellen over de werkloze goden. Ze nemen ook de opdracht mee om de diverse grote goden te waarschuwen dat ze opeens naar het Cursed Isle geroepen kunnen worden. En om voorzorgen te nemen dat hun afwezigheid niet misbruikt wordt, luitenants aanstellen en zo.

’s Avonds is de Lunar Moot. Aan de andere kant van de berg groeit op dit niveau een enorme boom. De aanwezige elders, White Owl en Tammuz, zitten op een wortel. White Owl is voor het eerst in maanden weer eens in mensengedaante. We horen dat er een groep lunars is die in de onderwereld vriendschap hebben gesloten met de koning van de doden. En ze hebben de spookversie van de citadel van het Noorden meegekregen. De spookbemanning is nog steeds loyaal aan de solars.
12. Wat verder ter tafel komt. Een andere groep solars heeft een enorme schat aan First Age materiaal gevonden, waaronder source code voor I-AM.
13. We hebben het ook over de nieuwe Primordial.
14. De Elders stellen voor om de oude regel voor Rank 4 (minstens Essence 6) minder strikt te interpreteren en verheffen ons, en twee andere groepen jonge lunars, tot Rank 4.

Losse eindjes:
– Volgende queestes in volgorde: Lunars (Malpheas) – Solars (Gaia zoeken) – Dragonblooded (Heptagram)
– Lunars horen Ebon Rhime uit
– Eye of Autumn gaat oefenen voor Essence 5

XP: 6 voor solars, lunars en dragonblooded

Tanais – 67

20-5-R2, 12.00 uur
Mot is verschenen uit de vulkaan, druipend van verderf, gif en rottigheid. We rennen recht naar het leger van El, die ziet er uit als een kruising tussen Gandalf en een paladijn. Mot gaat een spreuk werpen. Als solars zijn we bestand tegen het effect (we halen de stamina + essence saving throw), maar getroffen soldaten rotten ter plekke weg. El heft zijn handpalm om iedereen te bekeren. Chang raakt overtuigd van de essentiële goedheid van El. (Hij heeft de presence + conviction saving throw niet gehaald). Net als hij zich bij het leger wil aansluiten, begint de grond te rommelen. Er is een ondergrondse ontploffing, daarop volgt een heel felle lichtflits. We kunnen onze ogen afschermen (perception + dodge saving throw gehaald). En dan een heel luide PLOETSJ ! vanaf de plaats waar Mot stond. We raken bedolven onder een lading smurrie. Stilte … een aanzuigende wind … El wordt jammerend in het gat gezogen en doet ook SPLUT ! … van hem geen rondspetterende resten … stilte. Men laat in afgrijzen de wapens vallen, de overlevende manschappen slaan op de vlucht. Boven de krater hangt een tintelende trilling in de lucht.
Gwan zegt droog: “Ik denk dat we hier klaar zijn.”
Risha wil bij de krater kijken. Op weg daarheen ziet hij geen restanten van El. De grond is wel bedekt met een laag smurrie van Mot. Als hij dichter bij de krater komt, wordt de prut corrosief. Dit was een slecht idee, zijn schoenen rotten weg. We gaan over op plan B en maken alles schoon met woestijnzand. Daarna gaan we naar de boot.
Dat is twee dagen lopen. De gevluchte soldaten zijn met de Noorderzon verdwenen.
(Op 21-5-R2 zou Jozias aan Yamm geofferd moeten worden, dat is natuurlijk niet gebeurd.)

22-v-R2
We komen midden op de dag bij ons bootje aan. Daar laden we de mirre in en varen we weg. Als we ons niet inhouden zijn we morgenmiddag ter hoogte van de draaikolk. Maar dat is een slecht idee, want dat is precies het moment van de rituele strijd tussen de goden. We gaan ’s avonds vijftien kilometer voor Aradbij een kustdorpje aan land. Het is hier vol met vluchtelingen. Chaos, verhalen over een tsunami die de stad heeft weggevaagd. Yamm was heel boos omdat hij geen offer gekregen heeft. We slapen op de boot.

23-v-R2
’s Ochtends gaan we naar de ruines van Arad. We zijn niet helemaal alleen, er zijn nog wat achterblijvers en plunderaars in de ravage. Aan de overzijde verschijnt Baâl in de lucht. Hij lijkt op Thor. Vanuit de draaikolk rijst de draak Yamm omhoog. Haat en nijd. Waar de strijd tussen El en Mot met magie werd uitgevochten, is deze op pure fysieke kracht. Doordat Yamm niet genoeg te eten heeft gehad, wint Baâl overtuigend. De draak zakt weg in de golven en de draaikolk komt tot stilstand. Het is groot feest in Tyr.
Risha wil de engte overzwemmen. Hij trekt zijn rottende kleren uit en duikt met een aanloop in het water. Als hij boven het midden van de draaikolk is, voelt hij diep onder zich hetzelfde als bij de Witte Stad. Hij duikt naar beneden. Met de Hearthstone of Aquatic Prowess kan hij onder water ademen en heeft hij geen last van de enorme waterdruk. Diep onder de oppervlakte ziet hij dezelfde radioactieve schittering als boven de vulkaan van Mot. Aan de andere zijde voelt hij een gevaarlijk en onbereikbaar ‘thuis’.
De anderen gaan per schip en komen Risha op driekwart van de afstand tegen. “Tot zo in Tyr!”

24-v-R2
’s Avonds komen ze aan in de welvarende, feestende stad. Ze feesten mee tot het de volgende ochtend weer licht is. Risha zwemt door.

25-v-R2
Ze worden pas om vier uur ’s middags met een kater wakker. Vandaag is de laatste nacht van de volle maan. Om zes uur komt Risha moe maar fit aan op het strand. Gwan hangt hem plechtig een medaille om. Dan schepen we ons weer in om verder te varen. Risha valt aan boord meteen in slaap.

26-v-R2
We komen vroeg in de avond aan in Megiddo. We frssen ons op en melden ons om acht uur bij het paleis van de grootvizier. We worden hartelijk ontvangen in de privé-vertrekken van de familie. Ze kijken heel bezorgd als we vertellen over het lot van El en Mot. De priesters worden er bij gehaald, ze geloven ons eerst niet. Maar eentje zegt: “Toch verklaart dat onze divinaties … het zou kunnen.” Er ontstaat een theologisch dispuut, ze snappen er niks van. Ze denken dat er bij Yerech een nieuwe zwarte bron is ontstaan. Maar ze hebben nog niet eerder meegemaakt dat er een god verzwolgen werd. Er zijn veel bronnen ouder dan de mensheid, dus wie weet …
We vragen naar het Grauw. Die hebben overal agenten en spionnen die niet grijs zijn. Idriss zou in Euboia zijn gevonden, ook een bolwerk van het Grauw. We mogen in het paleis logeren en vertrekken de volgende dag om zeven uur. Adrarn mag weer met ons mee.

27-v-R2
Om negen uur zetten we weer koers naar huis. De tocht duurt nog zes dagen.

6-vi-R2 11 uur
We komen aan in de haven van Groath. Het is winter, koud, maar één en al bedrijvigheid. Het gaat goed met de economie en de zee is niet meer giftig. De schepen van de negen tovenaars liggen hier in de haven. Volgens de Groathenaren zijn ze enkele dagen geleden aangekomen en met hun families naar Soul getrokken. We kopen paarden, laden onze mirre, platina en andere aankopen in, en gaan er achteraan. Onderweg passeren we ten Noorden van de Shintasta Burrows een kamp met tienduizend man van het leger van Risha’s broer.

9-vi-R2
Ook Soul is een stuk bedrijviger dan we gewend waren. De negen Gebiaanse families zijn hier neergestreken en zijn een enorme boost voor de handel. Net als de soldaten die hun soldij in kroegen en bordelen uitgeven als ze met verlof zijn. We besluiten hier niet te blijven maar direct door te rijden naar Bronwë.

10-vi-R2 16.00
Risha wordt bij de poort van de ambassadestad herkend. Hij gaat eerst even bij zijn tempeltje langs. Daar treft hij priester Malice met een heleboel bakstenen. “Hé Risha!” “Ik dacht, ik ga eerst bij mijn favoriete priester langs!” Malice praat hem bij: “De stenen zijn af, het is jammer dat het net nieuwe maan geweest is, maar er zijn genoeg heilige dagen. Mag ik vrij spreken? Mahakrishna heeft een tempeltje van jou en hem naast de ingang van de tempelstad vanuit het paleis gezet. Dat neemt een beetje de aandacht hiervan weg. Er staat een beeld van hem met zijn arm om jouw schouder. Vixen heeft ook een leger gestuurd. Er zijn vijfhonderd man gelegerd in Bracken.”
Chang gaat alvast de stad in. Hij treft Mahakrishna (die een groot huis aan het centrale plein heeft betrokken) en Kadir, die net onze kant op komen. Hij regelt dat we elkaar in de ontvangstzaal in stijl zullen treffen. Mahakrishna is blij om Risha te zien, Kadier om Adrarn te zien. Het verslag van onze reis wordt indrukwekkend en zorgwekkend gevonden. Kadier is blij dat Adrarn is voorgesteld aan de voorouders en onder de indruk dat wij Waarnemend Qartiaan zijn. Hij is wel bezorgd over de ontwikkelingen in zijn land en heeft het niet zo op met de Gebianen.
“Hoe gaan we het aanpakken?” vraagt Mahakrishna, “We hebben tovenaars, vijftienduizend strijders, Chang als aanvoerder. De Shuragi kunnen in gifgas veranderen, maar we houden ze in bedwang. Ze blijven voornamelijk onder de grond.”
Als eerste stap gaan we morgen de tovenaars opzoeken in Soul.

11-vi-R2
Op naar Soul. We betrekken daar de beste herberg, de koning krijgt de beste kamer. De gelagkamer wordt tot ontvangstzaal omgebouwd.

12-vi-R2
’s Morgens gaan we naar Karun Hotep. Die zorgt dat de tovenaars op audiëntie komen. De generaal van Mahakrishna is er ook. Iedereen kijkt naar Chang. “Ik maak het kort, het doel van deze vergadering is het opstellen van een plan voor de Burrows.”
De generaal neemt het woord: “Er zijn Shiragi en wormen gezien. Ik heb vooroverleg gepleegd met de tovenaars. Het gifgas begint groen, dan geel, etcetera, oplopend in narigheid. Hoe dieper hoe giftiger. Er zijn niveau’s, de gele shiragi zijn een rang hoger en kennen geheime gangen die de groene niet kennen. Nog dieper begint de echte shit. Ze aanbidden iets wat Paarse Vlam heet. Die zitten nog dieper. De aarde is een gatenkaas!”
Karun vult hem aan: “We hebben gescry’t. Dat was moeilijk. Er zijn inderdaad paarse vlammen in de diepte. Er is een as tussen Nehal Nemar en Eenoog. De shiragi hebben een gezamenlijk bewustzijn per niveau. De hogere niveaus kennen de lagere, maar niet andersom. Op het rode niveau is er een eenheid met Euboia en Melek Qart. Ze hebben een geheim wapen. Een soort werkelijkheidsverzwakking via de zwarte bronnen. Die gebruiken ze om gaten te slaan in de werkelijkheid. Aan de andere kant van dat gat zit een andere wereld. Het zegt ‘boem’ als iets van onze wereld er mee in aanraking komt.”
Dan gaat hij verder over meer concrete zaken: “Wie bij ons in de buurt blijft, kan een zekere mate van het gifgas aan. Tegen het werkelijkheidsverzwakkingswapen kunnen wij niets doen. Een windmachine kan de bovenste lagen leegblazen.”
Chang stelt zonlicht voor, maar Karun denkt dat het niet gaat werken: “Ze kunnen niet tegen buitenlucht, wel tegen de zon. Maar frisse lucht krijgen we niet zo diep achter de geheime deuren naar de gele niveaus. Nehal Nemar verstaat zijn vak. Er is een soort georganiseerde laag van samenwerking tussen de Weaver en de Abyss, misschien wel meer. Iets groters. Ze hebben het voor hun karretje gespannen. We weten niet wat, maar overal waar het Grauw komt, is een sterkere werkelijkheidsverzwakking. Over hoe deze wereld werkt zijn er dingen die wij niet weten. Jullie, de weavers, de lunars, de abyssals zijn allemaal van deze wereld. Maar er is iets groters.”
Gwan vertelt dat hij ontdekte dat onze terugkeer als solars iets heeft ontketend, of deel is van het ontketenen. Een soort eindspel wat niets met de plaatselijke geschiedenis heeft te maken. Het is het einde van dat wat bij Imhotep is begonnen. Eerst was Imhotep er, toen kwamen de mensen, later de siderials, nog veel later de lunars, onlangs de abyssals en nu wij. Zelfs Eenoog is kleiner dan wat er nu gebeurt. Maar die weet wel wat er aan de hand is en gebruikt dat.
Het lijkt ons de moeite waard om uit te pluizen wat de lunars aan kennis uit de bron van Bronwë hebben gehaald. Alle negen rassen hebben ieder hun eigen stuk kennis. Wij hebben de Witte Stad, Imhotep en de Bron.
De tovenaars legen uit dat er een verschil is tussen Elsewhere, waar de zwarte bronen mee verbonden zijn, en Darkwhere, waar de goden opgeslokt zijn. Er komen soms rare dingen uit Elsewhere, die doen vermoeden dat Elsewhere ook andere uitgangen heeft, dat het een soort membraan is tussen de werelden. Gaten exploderen, maar er kunnen dingen van de ene wereld naar de andere komen zonder te ontploffen, zoals onze hearthstones.
Risha waarschuwt dat het Grauw zelfs onder de goden recruteert. Ook voor Geb is dit nieuw en vreemd. “Met Wyrd en zelfs Wyld kunnen wij wel wat, maar niet met Elsewhere en Darkwhere.”
Op dit moment ziet het er naar uit dat we op dit moment nog onvoldoende weten om de Barrows te bevrijden. We spreken het volgende af:
Onze legers gaan Shearton aanvallen, om a) Eenoog te hinderen, b) de Hoogzetel af te snijden van Shearton, c) informatie over hun krachten te verwerven en d) de handelswegen naar het Shintasta-rijk vrij te maken. In een tangbeweging gaan de Soul- en Shintastatroepen, aangevoerd door de generaal, via het oude bospad naar het Noorden terwijl de troepen van Selene en Vixen vanuit het Noorden en Westen naar de stad komen. Ons leger neemt brahmanen mee voor ‘het kleinere werk’. De tovenaars gaan voorlopig verder met hun research, tot het moment dat Sorceror’s Well wordt bereikt. Dan komen zij in actie. De solars gaan intussen naar de Witte Stad om de oude kennis terug te vinden. Als er daarna nog tijd is vervoegen wij ons bij het leger. Risha gaat zo snel mogelijk na de slag het ritueel met de bakstenen doen en dan is het volgende doel de Hoogzetel. Daarna komen de Barrows pas aan de beurt. Duizend man worden achtergelaten om bij de ingang van de Barrows te patrouilleren.
Risha overlegt nog even met zijn volgelingen. Malice heeft intussen zijn Awakened Essence zelfstandig onder controle. Risha benoemt Bruiser tot kapitein en geeft hem een tijdelijke Awakened Essence met de Power Awarding Prana charm.

Xp: 3
(Bruiser krijgt er 2 xp per sessie tot hij voor 20 xp zijn Awakened Essence permanent kan maken.)

The RoSE – 54

We denken na over manieren om de Moeder te ontvoeren. Tawuz vraagt wie de knack heeft om tijdelijk een vorm aan te nemen, zonder te moeten doden in een ‘sacred hunt’. We zouden als mier-demonen naar binnen kunnen gaan. Deze knack hebben hijzelf en His. We vragen het mierenwezen of je een insigne of zo nodig hebt. Nee, ze moeten je kennen. Zelfs de Green Sun Princes moeten voorgesteld worden door een van de Onnoembaren (de derde cirkel demonen). Hij kent het gebouw niet echt, alleen de vaste route naar de Moeder. Als je daarvan afwijkt krijg je een zwaard in je nek. Bewakers zijn Margiloks – grote schaaldieren, mensgroot, best lekker – Blood Apes – bekend – en Spikers – reuzenspinnen, geduchte tegenstanders. Het gebouw is groot, er gebeurt van alles: voorstellen van nieuwe Green Sun Princes, vergaderingen van derde cirkel demonen, etcetera.
Met Wind Slave Disks kunnen we de Moeder lichter maken, Met Eye Of Autumn in yeddim-vorm zouden we een mooie draagstoel kunnen maken. Marina heeft een charm, Rats in the Basement Style, waarmee je een gezelschap aan de aandacht kunt onttrekken. Maar eerst moeten we kijken welke spreuken en beveiligingen het gebouw heeft. Kun je binnen wel veilig charms en spreuken gebruiken? Marina en His gaan All Encompassing Sorceror’s Sight en His’ Oog van Ligier gebruiken om het pand te scannen. Hoewel, het oog van Ligier gebruiken terwijl Ligier aan de hemel hangt… Ze beginnen maar met Marina’s charm, van binnenuit Ebon Rhime’s huis. Er zijn best veel beveiligingen actief. In elk geval de Plaza of Downcast Eyes, dus de binnenkant kan ze niet waarnemen. En allerlei beschermende spreuken. Het is geen Manse, overigens. Eye vraagt naar catacomben. Ja, die zijn er, maar ze lopen niet door tot onder de Dome, zo dom zijn ze niet.
Terwijl we staan te overleggen zien we de poorten opengaan. Vier grote estaltes in parelwitte harnassen komen aan, vier gaan er weg. Dat zullen de Margiloks zijn. Hoe weten ze dat de aflossing er aan komt? Ze hebben een ‘hive mind’. Dat maakt vermommen lastig. Eye wijst er op dat de echte Pleasure Dome een luik naar de Wyld had.
Ze kunnen ook waarnemen dat we Essence gebruiken. De beveiliging is bedacht door wezens die Creatie hebben ontworpen.
Al onze ideeën lopen een beetje vast. We besluiten een tijdje te observeren. Malpheas heeft geen naturlijke cycli maar dankzij onze Personal assistants kunnen we tijd waarnemen. We zien dat de bewakers diensten van acht uur hebben. Er zijn drie ploegen, acht uur op, zestien uur af.
De mier wijst ons er op dat, wat we ook doen, het vijf dagen onopgemerkt moet blijven. De Moeder heeft zeven verzorgsters, de dienst van een mier duurt ongeveer een week. Verder komen er niet zo veel personen bij haar. Een verhalenverteller, een voedster… De verhalenvertellers slijten snel, zodra ze de Moeder vervelen worden ze omgesmolten. De Hopping Puppeteer hield het nog het langste vol: die speelde met haar Lego, daar kon ze uren naar kijken.
Kunnen we niet één van ons binnensmokkelen als nieuwe verhalenverteller? Een exalt uit Creatie, dat moet dan wel een akuma zijn. We denken aan een vermomming als vier Margiloks. Als ze gevonden worden moet het er op lijken dat ze gedood zijn nà hun dienst. We bespreken wat we met de lichamen doen. Opeten is een optie, maar we besluiten om ze in de gracht te gooien – Kimberi. (De rode maan dwarrelt nog steeds door de hemel. Ze hangt wel vaker bij de Dome rond.)

We hangen rond bij de barak van de Margiloks en overvallen de nieuwe ploeg. We proberen hun schelpen heel te houden, al maakt dat het gevecht wel moeilijker. Eye of Autumn laat Shalgero’s Pride de vorm van een Dire Chain aannemen. Ze heeft een plan bedacht om daarmee een paar Margiloks tegelijk te grijpen. Samen met Marina verstrikt ze twee van de wezens. His probeert er eentje het hoofd af te hakken, tussen de hoofd-schelp en de lichaam-schelp. Hij raakt, maar het wezen is erg taai. Shi Mei Lan gooit de sorcery Flying Guillotine op een derde Margiloks. Die is serieus verwond, maar leeft nog. Tawuz slaat met twee daiklaves op hetzelfde wezen als His. Hij raakt twee keer, maar het wezen overleeft ook dit. De vierde heeft gezien dat Shi Mei Lan sorcery gebruikte, springt haar op de nek en begint op haar in te beuken. Het wezen waar ze de spreuk op gooide valt haar ook aan. Beide raken. Ze hebben geen wapens dus het is ‘bashing’ schade. De verstrikte wezens vallen Eye en Marina aan. Ze raken allebei.
Eye laat Shalgero’s Pride veel dunner worden, zodat het naar de nek schuift en trekt het aan – als een monofilament. Het snijdt beide verstrengelde wezens in de nek. Marina trekt het aan vanaf de andere kant en verwondt ze verder, maar beide leven nog. His schiet Shi Mei Lan te hulp met twee korte daiklaves. Hij mikt op de gewonde, raakt twee keer, maar doet weinig schade. Tawuz probeert dezelfde via de liezen te raken, maar raakt maar één keer. De gevangen wezens slaan weer naar Eye en Marina, en raken. De gewonde aanvaller van Shi Mei Lan valt ook aan, en raakt. Degene die nog niet gewond was besluit zijn aandacht naar His te verleggen. Hij raakt: een kneuzing.
Marina en Eye hebben hun acties gecoördineerd en trekken om de beurt om het hardst, zodat een zaagbeweging resulteert. De zwaargewonde zakt in elkaar. Eindelijk! De andere wankelt. His keert zich tegen zijn aanvaller, de enige die nog niet gewond was. His springt, zijn daiklaves als een schaar om de nek van het wezen, en trapt hem extra om hem tegen de zwaarden aan te drukken. Het werkt, hij verwondt hem. Shi Mei Lan doet opnieuw de Flying Guillotine op degene die ze eerder raakte. Die gaat neer. Ze heeft inmiddels haar anima-efect aangezet, waardoor de schaduwen in deze steeg nog dieper zijn. Tawuz valt de verstrengelde aan, raakt één keer, maar het wezen houdt stand en valt Marina aan. Raak. De tegenstander van His valt hem aan, maar mist. Marina manouvreert naar His, maar houdt wel de spanning op de draad. Eye twijfelt even, maar besluit toch maar extra hard te trekken. De verstrengelde Margilok raakt verder gewond. Eye geeft nog een extra ruk, deze laatste is dodelijk. De spanning gaat van de draad, Marina wankelt en haar aanval mist His’ belager.
His likt aan zijn zwaarden, zodat hij met Kiss of the Hummingbird tijdelijk in een schelpdier verandert, terwijl hij een salto over hem heen maakt. Intussen probeert Tawuz het wezen nog te raken, maar hij mist met beide daiklaves. Het wezen draait zich om, slaat, en mist. “Blijven stilstaan, lul!” hoort His in zijn hoofd. Eye verandert haar wapen in een zeis en haalt uit. Raak! Het wezen wankelt. Marina slaat en mist, His raakt met twee daiklaves. Tawuz slaat ook raak en geeft de genadeklap.
Als we omkijken zien we dat een paar kleine wezentjes bezig zijn om de losgeslagen hoofden weg te rollen. Ze zijn teleurgesteld als we ze tegenhouden, maar blij als we zeggen dat ze de inhoud mogen hebben. We suggereren “Dit is nooit gebeurd!”, ze zijn het helemaal met ons eens.
We trekken de schelpen aan. Omdat ze vol zitten met groen bloed, plakken ze goed vast. Dan lopen we naar de poort. De wachters zijn Blood Apes. “Wie zijn jullie?” His, in zijn gestalte als getatoeëerde priester van Adorjan, zegt: “Ik ben de nieuwe verhalenverteller!” De Blood Ape wil zijn hand zien. Hij volgt de handlijnen en zegt verbaasd: “Een lunar?” Maar de commandant haalt zijn schouders op: “Ja, èn?”

XP: 7

Afspraak: de solars en lunars moeten downtime hebben met de dragonblooded. Als hun missies klaar zijn gaan ze naar het Heptagram, zodat ze elkaar kunnen leren kennen en merken dat ze elkaar aanvullen.