Tanais – 77

Tanais 77 – 08 januari 2015

We staan in de magische cirkel naar gene zijde. Er is een stukje regenboog ontstaan. Buiten de cirkel is Elsewhere. “Blijf vooral staan, anders is het gevaarlijk voor jullie,” zegt Gnumpathi. Hij pakt een apparaatje en zegt: “Denk nu heel hard aan de kleur geel-groen.” Er komt een klein iets met metalen insectenvleugels aanvliegen. Een straal licht zuigt ons omhoog. “Nou, ik denk dat we er zijn.” Hij maakt wat gebaren en dan trekt Elsewhere op.
We staan tussen palmbomen, voor een luxe villa. Gnumpathi kijkt ook verbaasd. “Oh, hier ben ik ook nog nooit geweest. Dit voelt gewoon fysiek, niet als waar ik met de Technici had afgesproken.”
Een metalen mannetje komt naar ons toe en vraagt of we willen volgen. We lopen door een exotische tuin met een zwembad, door glazen deuren naar een ontvangstruimte. Daar krijgen we een drankje aangeboden. Dan komt er een scherm naar beneden waarop een dame op leeftijd te zien is. Ze zegt: “Zo, en jullie zijn… ?”
“Ik ben Risha, koning van Soul, een solar.” “Chang, zijn generaal, ook solar.” “Gwan, minister van Economie. Solar”  “Claude, hoofd van de geheime dienst, solar.”
“Mijn naam is Helena. Wat is een solar?”
Gwan legt het uit.
“Hebben jullie nog wapens bij je?”
We leggen ze af en dan mogen we verder naar de ruimte hierachter. Een metalen wand schuift open. In de volgende zaal zitten vier dames aan een conferentietafel. Ze hebben een soort fonkeling om zich heen. Een van hen is de dame van het scherm. “Gaat u zitten, heren! Jij ook, Gnumpathi.”
“Onze wereld heeft wat problemen, en die van jullie ook. Wij zouden jullie kunnen helpen en jullie ons.” In het gesprek dat volgt, legt Risha uit wat we weten van de twee werelden en hoe ze ontstaan zijn. De dames zijn verbaasd. “Hoe weten jullie dat?” “We zijn in de Witte Stad geweest.” “Maar die is al een paar honderdduizend jaar geleden vernietigd.” “Nee, hij is in stasis en zit vol demonen.” “Twee werelden die botsen, laten we open kaart spelen.”
Onze wereld gebruikt magie en die van hen technologie. De botsing is al aan de gang en komt nu in een kritieke fase.
Dan komt het gesprek op Zonium, de eigenlijke reden voor dit gesprek. Zij willen Zonium, wij willen onze wereld behouden. De wereld vergaat, ja, maar volgens hun berekeningen hebben we nog een paar duizend jaar voordat het zo ver is. Risha vraagt waar ze het Zonium voor nodig hebben. “Om te zorgen dat de koppeling van de werelden succesvol verloopt. Zonium kan zorgen dat de werelden elkaar niet vernietigen.”
Chang zegt: “Aan onze kant is iemand heel actief gaten aan het maken.”
Volgens hen is het een oscillerende beweging met een gelijkblijvende frequentie, maar onze beleving verandert, de tijd wordt uitgerekt als onze werelden elkaar naderen. “Feitelijk is de wereld aan het vergaan. Dat proces zien we nu gebeuren. Ons lot en dat van jullie is onlosmakelijk met elkaar verbonden. De krachtvelden die jullie om ons heen zien, daar is Zonium in verwerkt.” Ze blijken pakhuizen vol van het spul te hebben, maar dat is nog niet genoeg. “Aan onze kant zijn we al driehonderd jaar bezig en hebben we onze zaakjes op orde gebracht. Maar onze mijnen zijn uitgeput. We hebben alle mijnen aan jullie kant in kaart gebracht en kopen in via tussenpersonen.  Welke mijn is van jullie?” “Targon.” “Aha! Goed werk met het opblazen van dat eiland!”
Ze blijken erg onder de indruk van ons. “De beste kandidaten tot nog toe.” Ze geloven niet dat hun techniek voor Zoniumwinning bij ons gaat werken, maar willen wel helpen de schaal van het mijnen te vergroten. Chang en Claude vragen om kennis in plaats van technologie. “Jullie wereld is vreemd en onbekend voor ons.” Gwan pakt zijn kristallen bol om hun onze stad te laten zien: Bronwë in de sneeuw. Waar we nu zijn, blijkt hun bruggenhoofd op onze wereld te zijn, een eilandje in de Zuidelijke Zee.
Risha merkt op dat wij aan onze kant ook dingen met Zonium kunnen bekleden. Dat klopt. Met een Zonium-krachtveld kunnen jullie ook onze wereld bezoeken. We hebben het over de financiering en leren om met Zonium om te gaan. Als wij Zonium leveren, zorgen zij voor goud.
Daarna hebben we het over Igrot. ‘Het beest’ noemen zij het. Er zijn verschillende manieren om door de vijfde dimensie te reizen: in de buik van het beest en daarbuiten. Zij gaan buitenom. Dan heb je ook wel eens een tijdseffect, maar als je via de zuignappen in het lichaam van het beest komt, dan zijn er stromingen en voedingspatronen die allemaal rare dingen met de tijd doen. En de alien zuigt kleur op. De Qartinanen gingen via de zwarte bronnen binnendoor. Dat is gevaarlijk. Ontploffende Qartianen geven zuignappen en daar komen er steeds meer van. Er zijn bij hen ook gebieden ‘out of bounds’, maar die zijn goed gecordonneerd. Ze raken er wel dingen aan kwijt, maar er komen geen legers doorheen.
Gwan vraagt wat er na de botsing gebeurt. Gnumpathi gelooft dat als alles op de goede manier bij elkaar komt, dan de ziel van de draak ontsnapt en wij daarmee verder kunnen reizen. De technocraten doen er wat lacherig over: “Dat is zíjn mening.” De krater bij Melek Qart is het punt waar de werelden elkaar nu aanraken. Zij weten ook niet wat daar gebeurt.
Risha legt uit dat de vorige eigenaar van onze mijn via Eenoog aan hen leverde. Claude vraagt of zij ook last hebben van Shuragi, oftewel groene vrouwen. Het antwoord is verrassend: “Wij zijn niet gespecialiseerd in de Legacy Hardware, we hebben er wel vaag iets van gehoord.” Claude hoort de spreekster denken: “Zouden wij ook gecorrumpeerd zijn? Nah… Maar er is meer onderzoek nodig!”
De Legacy Hardware blijken zeer dichtbevolkte gebieden te zijn waar ‘overbodig geworden mensen’ wonen. Het is een beetje een ‘black box’: ze weten niet wat er daar gebeurt. Er gaat voedsel en grondstoffen in, en er komen producten uit. (Onze reactie is een ingehouden “WTF ?!?”) De technocraten zijn de elite van hun wereld. Slechts weinigen hebben het IQ of de opleiding om technologie te kunnen gebruiken. “Zonium is van een materie gemaakt die in beide werelden kan bestaan. Het lijkt er op dat onze zielen dat ook hebben.”
Gnumpathi voegt er aan toe: “Ze bedoelt dat jullie allemaal oude zielen zijn. Ouder dan de Witte Stad.”
Gwan vraagt: “Is het mogelijk iets tegen Igrot te doen?”
“In de vijfde dimensie zal hij vast wel vijanden hebben.”
Wij blijken méér informatie over Igrot te hebben dan de Technocraten. Met name over hoe hij in onze werelden kwam, door ons onderzoek naar de vijfde dimensie. De dames stellen voor ons door te lichten om te kijken of onze ziel Zonium bevat. Ze regelen pakken van Zonium voor ons, met een proeftijd, zodat we ons niet misdragen als we daar zijn. En ze geven ons een kaart waarop de 20 huidige Zoniummijnen van onze wereld staan. Ze vertellen dat er vijf dimensies bekend zijn, plus zes ongebruikte die op een bepaalde manier afgesteld kunnen zijn, en daar zijn net zoveel werelden in als er elementaire deeltjes zijn.  Ze noemen het de Calabi-Yau werelden.
Zij zijn pas twee jaar actief op onze wereld. Net vanaf het moment dat wij exalteerden. Over een week kunnen zij de gevraagde infomatie, het goud en de Zoniumpakken leveren. Risha herinnert hen nog even aan de Hardware Legacy. De spreekster zegt dat zij in hun wereld maar een radertje zijn. Chang stel voor dat wíj dan eens bij de Hardware Legacy kunnen gaan kijken. Ze zien het wel zitten. “Men verslijt ons voor gek, Maar daarom kunnen wij ook zaken met jullie doen.” We spreken af dat we hen over een week weer hier zullen ontmoeten.

De robot neemt ons weer mee de tuin in, naar de magische cirkel. Daar zien we weer de regenboog en de duisternis. Gnumpathi doet zijn magie en we zijn weer in zijn toverkamer. Hij is onder de indruk. “Ze vinden jullie nogal belangrijk. Wat doen we, helpen we mekaar?” Hij heeft het idee dat er bij New Salish (de lunar stad) ook nog wel wat te vinden is. We nemen afscheid.

Risha en Chang gaan zelf een charm ontwikkelen om naar Elsewhere te gaan. Het is een vervolg op wat ze al kunnen: dingen in Elsewhere opbergen en er weer uit halen. En Risha gaat een variant van sorcery bedenken: Invulnerably Skin of Zonium (in plaats van Bronze).
Wat we willen gaan doen in de week tot we de Technocraten weer ontmoeten is: Risha en Chang ontwikkele deze charm (en voor Risha de Sorcery), Gwan en Claude bestuderen de voorbereidende charms waarmee je een wapen of harnas naar Elsewhere en terug kunt verplaatsen.
Als we eenmaal weer thuis zijn, gaat Gwan via zijn kristallen bol kijken of we onze ambassadeur in de Hoogzetel nog wel kunnen gebruiken. Nee dus, die is al bekeerd. OK. We weten nu dat hij een aanhanger van Eenoog is geworden, maar zij weten niet dat wij dat weten. Zij denke, dat wij denken dat wij een informant hebben. Wij gaan dus waar hij bij is informatie inwinnen over de Shintasta Barrows, om hen op het verkeerde been te zetten.
Risha gaat vliegend informatie vergaren over de Hoogzetel, maar dat hoeft niemand te weten. Wel doen we troepenverplaatsingen rondom de ingang van de Barrows.
Mahakrishna is terug naar zijn koninkrijk. Mahamutri is generaal aan het spelen met onze troepen. Risha stelt hem er van op de hoogte dat de Hoogzetel het echte doelwit is, en vraagt hem de aanval zó voor te bereiden dat de Eenogers het niet aan zien komen.
En dan gaat de koning naar de heilige eik. Risha roept Oaken aan, en vertelt wat we met de Technocratie hebben afgesproken. De goden steunen ons. Na vier dagen komen de personen in stasis bij.

3 xp

The RoSE – 67

Return of the Scarlet Empress – 67

In de afgelopen weken hebben diversen van ons charms geleerd. Gar probeert de onderwaterkristallen voor verval te behoeden. Hij slaagt erin om één kristal permanent te maken, maar dat kost heel veel inspanning. Zoveel dat het niet haalbaar is om ook kristallen voor anderen te maken. Atis wil al vóór Calibration naar Yu Shan vertrekken, maar daar voelt de rest niets voor: het is daar nu oorlog. Bovendien zitten velen van ons te mediteren voor meer Essence. Dat kun je wel onderbreken tijdens Calibration, maar beter niet daarvoor en daarna.
Op de eerste dag van Calibration is er geen (dode) zon, geen maan en er staan geen sterren aan de hemel. Er is wel een grote zwarte zon die echt zonlicht geeft, maar zonder schaduwen te werpen. We nemen de gate bovenin Gethamane. De hemelleeuw laat ons toe, ook de dragonblooded, want die hebben een uitnodiging van de Maidens. De drie mountain folk die bij het opheffen van de Great Curse waren, nemen dezelfde gate. Ze vertellen dat er dingen aan het veranderen zijn in Autochthonia nu de Maker ontwaakt. De wandelende stad noemt zich nu de Pelgrim. Ze verwachten dat de Pelgrim toestemming zal krijgen om een tijdje door Creation te trekken. De hemelleeuw neemt ons mee door een schoon stuk van de riolen. Boven is alles versierd en de goden staan gezellig ambrozijn te drinken. Alleen aan de kapotte paleizen zie je dat er tot vanochtend gevochten is. De hemelleeuw vertelt dat nu, voor het eerst sinds de Primordial War, het Calibration-feest gevierd wordt zoals de bedoeling was.
Het centrale plein is feestelijk ingericht Er vliegen draken door de straten, Er zijn verrassend veel dragon kings: Five Days Darkness is hen niet vergeten, en hij heeft de gate in Rathess voor ze opengezet. Ebon Rhyme is er ook. Marina zoekt hem op en geeft hem de heartstone-hanger die ze voor hem had laten maken. De Pleasure Dome is gesloten. Op het plein ervoor is een groot stadion gebouwd. De Festivan Gate staat er direct naast. Erdoorheen zien we de torens van Sperimin. Er komt een bonte stoet bavianen, gorilla’s en studenten van de toveracademies doorheen.

Ghurkan herinnert ons solars eraan dat we beloofd hadden om Calibration in Nexus te vieren. Calibration duurt vijf dagen. In Yu Shan is vandaag de inschrijving, dag twee en drie zijn de voorrondes, dag vier de finale en de verkiezing van de nieuwe Sol, en dag vijf kan iedereen uitrusten en bijkomen.
Atis wil indruk maken om zijn kandidatuur als opvolger van Sol onder de aandacht te brengen. Hij beredeneert dat de kans dat hij iets wint minimaal is, maar hij denkt indruk te kunnen maken door een aantal Peaches of Immortality te stelen.
Diversen van ons schrijven ons in voor competities. Sango schrijft zich in voor Martial Arts, net als Sarina, Xar, Gar, Ghurkan en Eye of Autumn. Phoenix doet Armed Combat, Sarina, Gar, Little Shu en Ghurkan ook. Atis doet mee aan werpsporten. Little Shu, Atis en Sarina schrijven zich in voor Boogschieten. Ghurkan, Tawuz en Olric doen mee met het Four Virtues debat. Sango vraagt of ze haar grootvader daar voorwaardelijk voor in kan schrijven, maar als hij dan niet zou komen opdagen zou dat een slechte indruk maken. Shi Mei Lan gaat rondlopen in de godenstad. Néré vraagt of ze mee mag. “Prima. Ik wil nog een babbeltje maken met de draken. Handig voor als ik nog eens een Summoning moet doen.”
De eerste dag in Yu Shan gebeurt er weinig. Behalve een intocht van 95 goden die elk een mensenkind van enkele weken oud omhoog houden. Enkele goden applaudisseren, een groter aantal kijkt stuurs. Olric vraagt één van hen wat er aan de hand is. “Je gaat toch niet een mens eer bewijzen vóórdat hij is geëxalteerd?” Het blijken de toekomstige siderials te zijn.

In Nexus is het ook carnaval, maar daar gaat het er een stuk ruiger aan toe: muziek, varkens aan het spit en een algeheel verdwijnen van rangen en standen. Opa is in zijn element als Prins Carnaval. We hebben hem nog nooit zó joviaal gezien. Hij drinkt zelfs! (met mate). Op Creatie gaat de oorlog wel gewoon door. Sid, de lunar leerling van opa, is er ook. Little Shu besluit zijn vriendin uit het casino in de Wyld te bezoeken. Ze blijkt nu een jaar of 25 te zijn, voor haar zijn er zeven jaar voorbij gegaan.
Sango informeert bij de wacht naar de toestand van de oorlog. Zij hebben er minder last van dan Lookshy. “Sinds daar die manifestatie van de Yozi’s is, die ondersteboven hangende boom, zijn de aanvallen verdubbeld. Dat leger van vechtrobots heeft wel geholpen. Die doen nu een toer van de riviersteden, om ze te ontzetten. De Marukhan zijn ook goed bezig. Thorn is verslagen en de Deathlord is vertrokken. Maar het is wel één groot deathland.” Sango neemt zich voor om er de solar spreuk Cleansing Solar Flames te gaan doen. De anderen herinneren haar er aan dat we nog twee grote deathlands kennen: bij Whitewall en onder de lokatie van de berg Metagalapa.

Het wordt een leuke avond en nacht. De volgende dag gaan we vroeg naar Yu Shan. Little Shu wil zijn vriendin meenemen. Hijzelf heeft niet genoeg Essence om iemand te mogen introduceren, maar Ghurkan kan haar zo langs de wachten loodsen. Deze dag zijn de voorrondes. Poëzie als laatste: dat gaat goed samen met dronkenschap.
Bij Martial Arts zijn er drie categorieën – Mortals, Dragonblooded (winnaars van aardse voorrondes op uitnodiging, vooral als amusement) en Celestial Exalts. Als facultatief onderdeel kunnen de kampioenen tegen elkaar vechten met Duelling Torcs, die het gebruik van charms onderdrukken. We hoeven ons niet druk te maken om lethal damage: daar zorgt de God of Healing persoonlijk voor. Sango wordt eerste in de categorie Celestials, mede vanwege haar Tiger Claws. Ghurkan is tweede door zijn Serpent Sting Staff. Eye of Autumn gebruikt de Dreaming Style, en die wordt door een van de oude Siderials herkend. Hij komt haar vragen waar ze die geleerd heeft. Als ze vertelt dat het in de Infinite Dojo was: “Ah, dat is een veilige plaats. Je kunt deze stijl op een aantal plaatsen leren en sommige daarvan zijn onveilig, want je kunt door deze stijl gaan vervagen. Vreemd genoeg is de Infinite Dojo nog de veiligste. Jammer dat hij aan de verkeerde kant staat.”
Bij Armed Combat maken ze geen onderscheid tussen Mortals en Exalts. Vandaar dat de Exalts ruim winnen. Zelfs Gar is door, tot zijn grote verrassing. Bij het Boogschieten is Atis net iets beter dan Sarina. Hij eindigt ex aequo met één van de lunars, die heel verbaasd is.
Dan komt het grote banket. Over het hele plein vliegen schaaltjes met heerlijkheden die je uit de lucht kunt plukken. Een dame in Etruskisch gewaad met blote borsten, met slangen in beide handen, spreekt Atis aan: “U zocht mij?” Het is Dertiende Teken, de godin der dieven.
“Ja, het is Calibration, dus alles mag. Maar laat ik eerst de vormen respecteren.” Hij giet wat van zijn wijn voor haar op de grond en strooit daar rijst over. Dan biedt hij haar de rest van het glas aan. “Ik zal ter zake komen. Ik wil een Perzik van Onsterfelijkheid stelen. Alles is al geprobeerd, ik wil dat ene wat nog niet geprobeerd is.”
“Nou, dat weet ik niet, maar ik kan je vertellen dat iemand in jouw gezelschap heel goede lockpicks heeft. Verder moet je goed observeren.”
Atis vraagt door, onder andere naar de routines van de tuinman. Voor haar informatie vraagt ze dat in ruil dat in heel Creation de doodstraf op diefstal verdwijnt. Als Atis protesteert dat hij dat niet kan regelen, geeft ze toe dat dit wat te veel gevraagd is. “Weet je wat? Neem er gewoon ook maar eentje mee voor mij.” Ze verdwijnt in de menigte.
Atis spreekt Ghurkan aan. Weet die een manier om de tuinman uit te schakelen door een soort ‘Vijf Dagen Andere Tuinman”? Ghurkan wijst hem op de potentiële consequenties.

Terwijl we discussiëren schalt er een bazuin. De zwarte zon verandert in een zwarte maan. Kleur verdwijnt, alles wordt zwart-wit. Het volgende onderdeel: debatteren. De deelnemers zijn zeer gevariëerd. Er zijn zelfs een paar goden uit de sloppenwijken bij. Het onderwerp blijkt te zijn: Hoe gaan we de Ebon Dragon aanpakken? We weten dat we de vier deugden nodig hebben.
Een eenvoudige god spuit een aantal platitudes. Een andere god, Wajang, gaat er op in. Hij verbeeldt in schimmenspel de eindstrijd. Wat kunnen we ermee?
Tawuz wijst er op dat de legers van de keizerin zonder virtue, dus zonder verbeeldingskracht zijn. En dat de bondgenoten van de Ebon Dragon ieder één deugd wel belangrijk vinden. De god zegt: “Maar die is absoluut en daardoor voor mensen niet haalbaar.” Tawuz: “Maar we kunnen er tweedracht mee tussen hen zaaien.”
Olric spreekt over de behoefte aan schaduwen en de hekel die de Ebon Dragon er aan heeft. Volgens hem moet er geen Sol zijn om de Ebon Dragon te verslaan. Olric stelt voor de verkiezing van de nieuwe Sol uit te stellen en Five Days Darkness een heel jaar te laten regeren.
Ghurkan wijst er op dat verraad een kernpunt van de Ebon Dragon is. Er ontstaat een discussie over of de moord op Sol iets zegt over de plannen van de Ebon Dragon. De dood van Sol was iets wat alle Yozi’s sowieso wensten.
De eerste god zegt: “Je hebt alle deugden nodig èn licht. Anders groeit het niet! Waar woonde hij? Op de achterkant van de maan, daar is geen zon. Voor de Primordial War zouden jullie gelijk gehad hebben. Maar nu niet meer. De Yozi’s zijn geen Primordials meer.”
Tawuz: “Betekent dit niet dat we dus een deugdzame Sol moeten kiezen?”
Olric: “Nee! Denk terug aan vroeger. De Ebon Dragon heeft hier al lang plannen voor gemaakt.”
De simpele god (God van Mindfulness): “We zijn het niet eens. Jij gaat uit van oorzaak en gevolg.”
Tawuz betoogt dat licht en schaduw het gemakkelijker maken om je deugden te realiseren. In een onnatuurlijke omgeving is het moeilijker.
Olric: “Je moet zelf licht geven.”
“Wajang: “Dan werp je geen schaduw.”
Tawuz: “Het gaat ook om je omgeving.”
…stilte…
Ghurkan vraagt: “Wajang, hoe toon je deugdzaamheid?”
Wajang: “Ah! Scherm, licht, schaduw van een pop.. Olric heeft gelijk: als iedereen perfecte virtues had, zou de Ebon Dragon geen probleem zijn.”
Tawuz: “Niet iedereen zal perfecte virtues hebben.”
Wajang: “Stem dan op Five Days Darkness”
Tawuz: “Dat gaat te ver naar het andere uiterste.”
Olric: “Ik heb gelijk!!”

De jury, die blijkt te bestaan uit de vijf Maidens, staat op. War zegt: “We hebben nog twee dagen. Denk bij jullie voorbereiding aan de premisses: 1. De Ebon Dragon moet verslagen worden, 2. Met de vier virtues. Hij probeert zijn kornuiten te verslaan, maar dat is niet de hoofdpremisse. De invloed van de andere primordials kan worden veronachtzaamd. Vier polen om een middelpunt, vier virtues en wilskracht in het midden. De yozi’s staan voor absoluten. Daar kunnen wij ons niet mee alliëren.”  De Maiden of Love zegt: “Als Ebon Dragon is het geen wezen van schaduwen. Vóór de Primordial War was de Ebon Dragon inderdaad de Shadow Of All Things. Maar dat is hij niet meer. Hij is als Yozi niet langer afhankelijk van licht om te kunnen bestaan. Wajang’s uitgangspunt klopt dus niet.” Travel neemt het woord: “Morgen kunnen  jullie spreken over twee thema’s: 1. Ieders vrijheid om deugdzaamheid ten toon te spreiden en 2. Is de zon nodig om mensen te inspireren om dat te doen? Van de besluiten die jullie gaan nemen, hangt veel af. Onder meer of we wel of geen stemming zullen houden.” Als laatste zegt de Maiden of Endings: “Ik vraag jullie expliciet om de Siderials niet bij deze discussie toe te laten.”

Na deze afsluiting komt de poëzie. Veel poep-en-pies grappen. Atis drinkt niet.
Ergens op het plein is van houtblokken een grote blokhut gebouwd. Op de pilaren staan goden afgebeeld. In het midden is een afbeelding van Eater of Souls. De solars zijn verontwaardigd. Atis kalkt onder het centrale plakkaat: “Verslagen door Atis!” Iemand geeft hem een hoorn drank. De zwarte maan verandert weer in een zwarte zon. De derde dag. We discussiëren. Mensen die goed opletten, zien dat er een eclips in de lucht hangt. Rondom de Pleasure Dome worden banieren onthuld. De eerste is van de Groene Zon. Boe-geroep! Dan de Blauwe Zon. Sango en Atis juichen. Als enigen. De banier van de Gele Zon wordt met groot enthousiasme begroet. De Rode Zon met stilte. En als laatste een Zwarte Zon, met in grote letters “Hors Concours”. Vanuit de hemel klinkt een stem: “Ik doe niet meer mee. Five Days Darkness trekt zich terug uit de competitie. Ik blijf Calibration.”

7 xp voor iedereen

The RoSE – 66

Volgens de Maiden of Endings breekt met het opheffen van de Great Curse het Derde Tijdvak van de Schepping aan. Ze legt uit dat het wegtrekken van de vloek zich langzaam over Creatie uitstrekt. Andere werelden, zoals de Wyld en Malpheas worden niet bereikt.

“Dan,” zegt de Maiden, “het volgende punt: wie volgt Sol op?”
Atis roept “Ahlat natuurlijk!”
“Die staat inderdaad op de shortlist. Net als Sango’s opa, en een god uit Yu Shan die veel medestanders om zich heen verzameld heeft. Five Days Darkness is ook kandidaat, maar die heeft maar weinig medestanders. De keuze is aan de siderial, met Calibration, over een maand. Jullie zijn van harte uitgenodigd in Yu Shan.”
Atis vraagt of een solar ook kandidaat kan zijn. “Jazeker. Dat is metafysisch zelfs heel eenvoudig. Solars dragen een vonk van de oude Sol.” Atis stelt zich kandidaat.
“Maar we moeten weg,” zegt de Maiden, “Het wordt hier gevaarlijk.”

We worden terug getransporteerd naar het Heptagram. We willen onze overwinning vieren, maar in de verte begint onweer te rommelen en er verschijnt een kolom van duisternis. Het is de Keizerin, die het Zwaard van Creatie inzet.
Wat nu? Mnemon zegt: “Dit is solar niveau magie, alleen Solar Countermagic kan daartegen helpen!” Iedereen kijkt naar Sango. Die kijkt sip, deze spreuk wilde ze wel leren, maar daar is ze bij Rakshi niet aan toe gekomen. De Marukhan jongen, de nieuwe siderial van de Maiden of Travel, biedt aan om haar naar Sperimin te transporteren. Ze springen op zijn vliegende paard. De anderen helpen met het evacueren van het dorp en de studenten. Olric haalt snel de riffen voor de haven weg, zodat de dorpelingen met schepen weg kunnen varen. Na een half uur begint het te hagelen en na een uur regent het stenen. De verdediging van het Heptagram kan dat gemakkelijk aan, maar het dorp niet. Gelukkig was iedereen op tijd weg.
In Sperimin rent Sango naar binnen. Ze verontschuldigt zich voor haar onbeleefde haast, maar het is een extreem noodgeval. Ze is geautoriseerd, dus ze mag de spreuk leren. Overschrijven gaat het snelste, dan kan ze hem op de terugreis leren. Dat helpt ook tegen reisziekte.
Na twee uur begint het lava te regenen, en de Terrestrial beschermingsspreuken beginnen het op te geven. Sarina versterkt ze met Mercury’s Deliverance. Dat helpt. Marina straalt daarna wel zwart licht uit, gelukkig zijn alle pottekijkers geëvacueerd. Boven de centrale berg straalt ook een aura, die is helemaal vanaf hier te zien.
Als Sango terug is, beginnen ook de Celestial spreuken het te begeven onder het geweld. Ze gooit Adamant Countermagic op de wolk boven het Heptagram. Deze ontploft spectaculair, wat ook weer schade aan de omgeving toebrengt.
Maar de keizerin geeft het niet op: er ontstaat onmiddellijk een nieuwe wolk. Sango gooit weer een Adamant Countermagic. Ze begint nu ook licht te geven, maar dat kan haar niets schelen. De wolk ontploft.
Sango voelt de woede van de keizerin. De Heilige Berg krijgt een  vuurrode aura en er ontstaat opnieuw een wolk. Sango gooit de spreuk een derde keer. Ook deze wolk ontploft. De aura van de Heilige Berg dooft knisperend uit: er is blijkbaar iets doorgebrand. Sango zakt uitgeput in elkaar. Tawuz vangt haar op. Haar aura is op volle sterkte: boven het Heptagram hangt nu een zonsondergang.

De anderen overleggen met Mnemon. Ze verwachten dat de keizerin het opnieuw zal proberen. Het zal wel een maandje duren voordat de Imperial manse weer opgeladen is. “Waarom gaan jullie niet naar Sperimin?” vraagt Atis.
Dat vindt Mnemon een goed idee. Ze stelt voor dat elke faculteit zijn eigen reisplannen maakt. Sarina stelt voor om de groepen gemengd te maken, zodat als er eentje wordt overvallen er niet meteen een hele faculteit is weggevaagd.

Wat doen wij zelf verder? We zouden een eigen Zwaard van Creatie kunnen maken in Gethamane. Daarvoor gaan we eerst naar de factory cathedral om het kapotte onderdeel van de reservepool, wat we daar ter reparatie hadden aangeboden, op te halen. De dragon king meester vertelt dat het lastig was. Hij kende deze technologie alleen op een schaal van tien bij tien meter. Miniaturisering was de grote uitdaging. Naast First Age Technologie wordt er ook aan dragon king technologie gewerkt.

[Het is twee weken reistijd voor de evacuatie.]

Als we terugkomen in Gethamane ontmoeten we Gaia. Zij heeft weer de gedaante van de oude negerin, dat lijkt een favoriet. Ze meldt dat ze enorme pijn heeft aan de pool van Aarde. Dat komt omdat er bij het Zwaard van Creatie van alles beschadigd is. Als die keizerin het drie maal kan activeren, is ze sterker dan gedacht. “Dat is Sango ook!” Gaia dankt Sango voor het redden van haar zoon Pasiap.
Als we verder praten blijkt Gaia toch terneergeslagen te zijn. De kapotte geomantie van het Blessed Isle doet haar pijn. Het zal haar mede-scheppers ook pijn doen. We vragen wie dat zijn. De andere twee zitten gevangen in Malpheas. Cytherhea was ooit zoiets als de Maiden of Love, maar die is zo hard aangepakt dat er niet meer mee te communiceren is. Het lijkt wel alsof Sol een persoonlijke hekel aan haar had. De ander is Oneiros, die is dubbel opgesloten: in Malpheas én in zijn eigen vleugels. Maar het is best mogelijk dat hij inmiddels is ontsnapt. Hen als bondgenoot ronselen zal dus weinig opleveren. Ze vertelt ons ook dat onze bondgenoot Isidorus, de onstopbare kracht, ooit de reden was dat de goden in opstand kwamen. Ze hadden er genoeg van om Creatie steeds weer te repareren als hij gepasseerd was. We wijzen erop dat deze deal door Luna zelf is afgesloten.
We vragen hoe het met Autochthon gaat. Die is aan de beterende hand. Beter, hij is aan het ontwaken. De wandelende stad heeft de Core bereikt (het centrum van Autochthon’s bewustzijn), en heeft daar de Void Engineers verslagen. Die hadden niet op tegenstand van dat niveau gerekend. Ze vertelt ook dat de wandelende stad blij is met zijn mobiele vorm, en in Creatie wil gaan rondtrekken.
We gaan naar de centrale en de commandokamer. Voordat we de krachtbron weer aanzetten, willen we zeker weten dat we deze berg niet opblazen, zoals de Infernals indertijd van plan waren. Sango oppert dat je de functie “Pool van Aarde” uit kunt laten, maar wel de wapen- en verdedigingssystemen activeren. Dat blijkt te kloppen. Sarina vindt het handboek. Je hebt een lunar nodig om de reactor weer op te starten. De centrale heeft diverse niveaus. Op het eerste niveau wordt alleen de centrale onderhouden, dan is er een niveau waarop de wapens en beshermingen actief zijn en op het hoogste niveau activeren de 59 realiteitstabilisatoren en wordt deze berg een tweede Aarde-pool. (En zou hij ontploffen, omdat er daar al een van is.)
De hogere functies gaan wel uit van een grote bemanning. Er is geen equivalent van het Sword of Creation. Atis stelt voor om een soort Shield of Chaos te maken, om het Sword of Creation mee af te weren. Daarmee kunnen we het Blessed Isle tot Wyld maken, deze pool activeren en dan de Wyld weer terugdringen. Gaia wijst er op dat het Blessed Isle het centrum van Creatie is. Als dat door Wyld overlopen wordt, zou het best eens kunnen zijn dat heel Creation dan bezwijkt.

Sango gaat op zoek naar het appartement van haar vorige incarnatie. Alleen de Twilight Caste blijkt hier persoonlijke appartementen gehad te hebben. Blijkbaar waren de andere kastes niet zo in dit project geïnteresseerd. Na enig zoeken vindt ze het. Duidelijk de woonruimte van een eenzelvig persoon. Er staan boeken over sorcery en magitech, vooral achtergrondkennis. Ze begint te lezen, heel leerzaam. Eigenlijk is het wel lekker, zo’n rustig appartement.
Atis wil kijken wat de verdediging van de berg doet, en of hij die kan aanpassen om hem ergens anders te gebruiken. Hij betrekt alle andere groepsleden met kennis van magie en technologie erbij. Sango wordt gehaald, die neemt de boeken mee. Als we ze inkijken, zien we dat onze voorgangers groot dachten. Er staan aantekeningen in over het aanpassen van natuurwetten, wereldwijde AI’s waar iedereen toegang toe heeft, op die schaal gedacht.
Kunnen we ley-lijnen verleggen? Ja, maar die functie is gekoppeld aan het hoogste niveau, die van Elementaire Pool (die niet kan worden aangezet). Maar kunnen we dat niet loskoppelen?

De centrale wordt geactiveerd. De spiegel naar de Imperial Manse hadden we gesaboteerd. We kijken of we die, eenzijdig, weer aan kunnen zetten. De tweede spiegel communiceert met Luthe, de derde met Sperimin. Dat stelt ons in staat om de hulp van White Owl in te roepen. Atis zet iedereen aan het werk aan de twee hoofdvragen:
1. Hoe kunnen we de verdedigingswerken van Gethamane op een andere plaats projecteren? en 2. Hoe kun je ley-lijnen aanpassen zonder dat de functie “Pool van Aarde” actief moet zijn?

We hebben ook het idee om aan Gaia te vragen of ze Pasiap (de elementaire draak van aarde) wil suggereren om hierheen te komen. Dat is misschien veiliger als de keizerin het Zwaard van Creatie weer gaat gebruiken. Er is een kans dat het de volgende keer verder fout gaat, en de berg ontploft. En de keizerin maakte niet de indruk helemaal rationeel meer te zijn, dus we kunnen er niet op rekenen dat ze zich inhoudt als dat dreigt te gebeuren.

In Sperimin moeten de studenten zich opnieuw inschrijven, Oudtante staat er op. Mnemon krijgt, als bezoekend hoofdmeesteres, onmiddellijk een aanstelling als gastdocent aangeboden. Voor toegang tot het Book of Three Circles heeft ze veel over, dus ze schikt zich in de lokale regels.

[Nog één week om te studeren en research te plegen. De dragon blooded die voor hun vierde punt Essence willen studeren kunnen dat in de wereld van Gaia doen. Dat gaat een stuk sneller. Ze mogen het onderbreken voor het uitstapje naar Yu Shan. Normaal mogen dragonblooded daar niet komen, maar de Maidens hadden alle aanwezigen bij het opheffen van de Great Curse uitgenodigd.]

XP: 4 voor ieder personage

Tanais – 76

7-vii-R2
We zijn in de troonzaal van de ambassadestad. Gnumpathi komt naar ons toe. Hij is niet alleen van ons contract, maar ook van zijn contract met Eenoog af. Hij heeft in Elsewhere niets gemerkt van de ondergang van Melek Qart. De kracht van het Qartiaans kwam van Elsewhere. Maar Elsewhere is er nog en gaat zich herbronnen. Zijn contacten noemen zich de Technici en ze willen graag een afspraak met ons. De Technici komen van onze parallelwereld. Wanneer Risha zijn zorgen uit over de tijdseffecten van het reizen naar andere werelden zegt Gnumpathi dat daar altijd een kleine kans op bestaat, maar als je via de bronnen gaat, is het een zekerheid.
Gnumpathi vindt op dit moment de Hoogzetel minder relevant.
Risha vertelt dat er een heleboel zonium naar Euboia is verscheept. Gnumpathi denkt dat de Technici daar achter zaten. Hier heb je er niets aan, maar voor hun geldt: Als je zonium hebt, dan tel je mee! Hij denkt dat de Technici er de botsing mee willen dempen.
De butler komt. “Eén van de Gebianen wil u spreken.” Hij laat Kharoen Hotep binnen. Die valt met de deur in huis.
“Goedemiddag,” zegt de tovenaar, “ons contract is niet meer geldig.”
“Wat ons betreft gaan we in goed vertrouwen verder,” zegt Risha.
“Het belangrijkste is wie Elsewhere gaat herbronnen. Fijn dat Melek Qart het niet meer is, zij deden het niet goed. Nu is de vraag: waar is de grootste bron? Wie daar de macht heeft en die cosolideert, wordt het nieuwe Qart. Wij gaan verder met de voorbereidingen voor de oorlog.”
Risha zegt dat wij naar Elsewhere gaan.
“Goed plan! Wij willen ok wel weten waar er herbrond wordt.”
Risha vertelt de majordomus dat we een paar dagen weg zijn. Die gelooft dat we wat nuttigs gaan doen en zal de dagelijkse beslommeringen op zich nemen.
Intussen is Gwan aan het scry’en. Hij kijkt naar de locatie waar het vulkaaneiland ooit was. Daar ziet hij zeewater klotsen. Daarna maken we een testvlucht met Claude’s vliegmachine. We zien dat het bos zich herstelt nu er veel meer bronwater uit de kelder van het kasteel stroomt. De vliegmachine is minder snel dat de catamaran, maar met onze windmagie zijn we nog altijd veel sneller dan paarden. Eerst gaan we de zonium veiligstellen. Het is vijf dagen vliegen naar Targon.

10-vii-R2
De dorpen van Targon zijn verlicht met vuren in de sneeuw. Het is hier nog kouder dan bij ons. Bij de mijn zien we geen licht. We landen er. Bij de mijn zien we goblinsporen. Ze zijn vrij recent. Er zijn geen sporen van dwergen. Risha vliegt op eigen kracht naar het Hoofddorp. Daar is rond zonsondergang nog volop bedrijvigheid. Als hij landt rennen er een paar bewakers naar hem toe. “Wat mot je?”
“Ik kom voor Platto en Eensteen.”
“Daar brengen we je naartoe! Meekomen!”
De andere goblins zin heel verbaasd dat de twee heersers Risha hartelijk ontvangen. Ere-goblin! Er wordt een gebraden beest aangerukt. Platto en Eensteen kennen de mijn wel. Die wordt voor opslag gebruikt. Als Risha aangeeft hem weer in gebruik te willen nemen, zijn ze bereid om werkers te leveren in ruil voor wapens. Maar destilleren, dat kunnen goblins niet. Daarvoor moet je dwergen regelen.  Na het eten wordt het erg gezellig en de goblins nemen het jonge koninkje door ondergrondse tunnels mee naar de Kuil. Daar is het warm, er ligt stro op de grond, er zijn een heleboel goblins en een dikke mensenvrouw. Ze is vrij, maar te dik om door de gangen te passen. Ze is nogal verbaasd als ze een mens ziet en gebaart dat de goblins ruimte moeten maken. “Treed nader jongeling.”
Risha vindt dat ze er niet zo gelukkig uitziet. Hij fluistert: “Wilt u hier vandaan?” Ze vind het niet zo fijn om hier niet weg te kunnen, maar vindt dat haar lot veel minder erg is dan dat van de koningin van Vixen. Dan breken de feestelijkheden los en is verder spreken niet meer mogelijk. Door deze activiteiten ruikt Risha weer naar het nest.
De rest van de party kijkt via de kristallen bol van Gwan mee.

11-vii-R2
Risha ruikt nu als een echte goblin. Hij gaat naar de mijn en vindt daar zijn vrienden. Ze zitten wijn te drinken. Gwan stelt een contractje op. De goblins vinden het niet erg dat het niet in het Qartiaans is. Contract is contract, toch? De goblins nemen ons mee de mijn in. Er is een grote zaal vol erts, een rood brokkelig gesteente. Claude vindt de raffinaderij. Hij probeert het proces te analyseren, maar het is heel lastig, er is veel expertise voor nodig. De hoeveelheid die hier ligt is in vier dagen te destilleren tot een bodempje. Deze installatie kan inderdaad maar één flesje zonium per maand produceren. We balen dat Claude dat flesje in de bron heeft gegooid. Risha neemt een groot brok van de erts mee. Als we geen zonium kunnen laten zien, dan kunnen we wel laten zien dat wij de mijn hebben. Dan gaan we terug naar Bronwë om zwaarden te regelen en meteen door naar Silver.

17-vii-R2
De hoofdstad van Silver is een massieve stad in de rotswand van een berg. Het is er heel ordelijk. De dwergen kijken verwonderd naar onze vliegmachine. We landen en Risha stelt ons voor aan de wachters. “OK. Wapens hier achterlaten en meekomen.” Ze voeren ons mee naar een immense zaal. Een dwerg gaat snel op de troon zitten.
“Jullie hebben nog een schuld bij ons,” zegt de dwergenkoning. Risha legt uit dat wij de mijn willen heropenen. “Dat gaat jullie wel geld kosten. Tien goudstukken per maand per dwerg. Er zijn honderd dwergen nodig om de destilleerderij te bedienen. Claude rekent het even na in zijn hoofd. Hij komt op 87, dat is dichtbij genoeg. Risha tast in zijn buidel: “Hier is alvast duizend goud voorschot voor de eerste maand.” De rest betalen we per maand via ambassadeur Barkust.
Nu de zaken afgehandeld zijn, wordt er een banket gehouden. We moeten verslag doen van de oorlog en de dwergen willen graag weten wanneer we de Barrows weer terug denken te hebben. ’s Nachts slaapt alleen Risha goed. Hij is nog klein genoeg voor een dwergenbed.

20-vii-R2
Terug in Bronwë. Gnumpathi is het met ons eens dat het bezitten van de mijn belangrijker is dan het hebben van een voorraadje zonium. “We gaan naar Nowhere. Darkwhere is te gevaarlijk voor ons, en Elsewhere is te gevaarlijk voor de Technici. Dus we ontmoeten elkaar in het midden. Heel belangrijk: raak elkaar niet aan!”
Hij neemt ons mee naar een magische cirkel en spreekt de nodige toverspreuken uit. Een regenboog ontspringt in de cirkel.

3 XP

The RoSE – 65

Gar onderzoekt nog wat de kristallen uit de grot doen. Je kunt er mee onder water ademen, maar na een paar dagen beginnen ze hun kracht te verliezen. Als earth-type denkt hij dat hij daar nog wel wat aan kan doen.
We overleggen in vertrouwen met Mnemon. Als Sarina vraagt of ze haar insigne van de anti-demoneneenheid uit Looksy kan dragen, brengt dat Mnemon op het idee om ons te presenteren als bezoekers van die andere grote academie daar. Sinds de Great Contageon is er geen contact meer geweest tussen de twee academies.
Ghurkan en Sarina doen hun weermagie. Het resultaat ziet er enigszins natuurlijk uit.

De aanval is voorspeld voor de eerste dag van Descending Waters. We verwachten de lunars twee dagen voor die dag. Die dag is het volle maan, wat zou betekenen dat de lunars alleen in hun spirit form kunnen rondlopen. Daarom vragen we de weergoden om de vijandelijke vloot een paar dagen op te houden. Olric helpt deze keer mee. Met de Thoughtfull Gift Technique kan hij een goed aanbod doen. De goden laten zich niet zien: oorlog voeren met weermagie is ten strengste verboden. Ghurkan belooft zo nodig de schuld op zich te nemen als voorzitter van het Deliberative. Dat is niet genoeg. Er is zoiets als een mensenoffer nodig. Oei… dat gaat wel ver. Ghurkan biedt een regendans aan door de lokale niet-dragonblooded bevolking, een jaarlijks dankfestival en een aantal dierenoffers. Hij krijgt het idee dat hij met een hoge god aan het onderhandelen is. Olric weet veel van dat soort zaken. Hij ontdekt dat ze met de satraap van het Blessed Isle zitten te praten. Ghurkan biedt inspraak aan bij het bepalen wie de keizerin zal opvolgen. Er wordt nog onderhandeld wat ‘medebepalend’ betekent. De satraap krijgt de 21e stem, naast de twintig siderials die over dit soort lotsbestemmingen gaan.
Op zee gaat het een stuk harder spoken. Het leger arriveert daardoor twee dagen later, terwijl onze vloot uit Gethamane een dag eerder aankomt. Het dorp wordt geëvacueerd. Sarina en Olric doen Raising the Earth’s Bones om twee nieuwe riffen te creëren. We leggen ook een hinderlaag bij een heuvel die een waarschijnlijke locatie is voor het vijandige commandocentrum. Marina verbergt daar een aantal personen.

De vijandelijke vloot arriveert. De schepen zien er gehavend uit. Olric doet Parting of the Seas. Hij en Little Shu staan met een kristal uit de grot te wachten tot de schepen binnen bereik zijn. De zee begint te kolken, het schip begint te kantelen. Aan boord doet een tovenaar Countermagic. Op de boeg licht een aura op. Little Shu (als Green Hornet) wil schieten, maar is te laat. Ze zitten alweer onder water.
Vanaf de boten stijgen krijgers op windblades op: de eerste aanval. Atis, Sarina, His in zijn warbird, Sango en Tawuz gaan er op af. Sarina is de aanvoerder. Onze tegenstanders zijn met 20 personen. Ze vinden ons duidelijk maar een samengeraapt zooitje. Ze schieten een serie pijlen op ons af, er raken een aantal, maar ze hinderen ons niet echt. We schieten terug, maar doen geen enkele schade. Het zijn enthousiaste jonge stunters die hun daiklaves trekken.
Olric en Green Hornet komen weer aan land. Green Hornet stapt op zijn windblade en doet een aanvalscombo waarmee hij vijftien aanvallers raakt (Arrow Storm en 2nd Archery Excellency) Het doet niet zo veel schade, maar hij valt wel op. Vijf gaan er op hem af.
Onze tweede aanval doet meer schade. We slaan hun aanval af. De vijf die Green Hornet aanvallen missen hem ruim. Onze aanvallen raken, maar doen weinig schade. Green Hornet doet de Peony Blossom Attack. Zijn kasteteken begint op te lichten. Hij doet wel schade. Een paar raken zwaargewond. Er blijven er twee over. De unit onder Sarina doet ook flink schade. Van de andere groep zijn er nog maar vier over, maar die houden stand. Green Hornet valt beide resterende aanvallers aan. De ene valt van zijn windblade, de andere slaat op de vlucht. Onder ons klinkt zwaar gekraak: een galjoen is op het nieuwe rif gelopen. Onze eenheid valt weer aan en het gevecht is voorbij. We hebben twintig van de vijfentwintig luchttroepen uitgeschakeld.

Kimberi stuurt bericht: “Ik heb hun tactiek geanalyseerd. Die is primitief. Ze rekenen op hun overmacht. Laat ze maar aan land komen.” We keren terug naar het Heptagram.
In de hinderlaag liggen Phoenix en Eye of Autumn in hun warstriders, plus Xar in de Compassion warstrider van Sango. Het leger wil inderdaad het heuveltje innemen. Ze zijn op hun hoede voor een hinderlaag, maar merken ons niet op. Ze zijn met twintig warstriders en vijftig man voetvolk. Eye is in warform. Ze is er sterker door, en niemand die kan zien dat ze anathema is.
Onze eenheid kan hen verrassen.Terwijl de vijandige warstriders langslopen, grijpen we hun benen om ze om te gooien. Het resultaat valt een beetje tegen. Nu ze ons gezien hebben, vallen ze aan. Gelukkig is de tegenaanval ook niet zo effectief. Na een uitwisseling van slagen daagt de aanvoerder Eye uit voor een duel. Gar biedt Eye zijn goremaul aan en een Strength of Stone spreuk. Phoenix doet Aura of Invulnerability. Maar als Xar een Countermagic op de de tegenstander doet, doet een van de andere strijders hetzelfde op Eye. Het gevecht moet eerlijk en gelijk zijn. Eye haalt haar schouders op. De tegenstander heeft een dire lance en hij heeft een zwart harnas aan. Water type.
Eye is sneller – wat je niet zou verwachten bij een water-dragonblooded – en stormt er op af. Ze gebruikt de goremaul om zich af te zetten zodat ze hem met beide voeten voluit op de borst raakt. De aanval lukt heel goed. De tegenstander valt ruggelings op de aarde, twee diepe voetafdrukken in zijn borst. “Ik geef me gewonnen.”
“OK. Kom maar uit je pantser.”
Hij heeft charms nodig heeft om uit de warstrider te komen. Het blijkt een jong watertype te zijn, met rode ogen en zeewierachtig haar. Hij vraagt vrije aftocht voor zijn troepen. Eye eist dat ze zich dan ook verder uit de strijd terugtrekken. Even later realiseert Eye zich dat deze warstriders stoottroepen waren, maar de honderdvijftig man voetvolk waren waarschijnlijk de generaal met zijn strategische staf en garde, die het heuveltje kwamen bemannen.

De vijandelijke tovenaars worden beziggehouden doordat “Little Shu” (in werkelijkheid is het Kimberi’s generaal Player of Games, in het harnas van Little Shu) er demonen op afstuurt. Het moraal van de tegenstanders is laag. Bij elke tegenslag deserteren er troepen. Dat is niet wat we verwachtten van de troepen van het Keizerrijk. Néré vraagt zich af of dit niet een schijnaanval is, bedoeld om iets anders te camoufleren. “Ja,” zegt Player of Games, “er was nog een geheime aanvalsgroep onder leiding van dit eikeltje hier. Maar die heb ik uitgeschakeld.” Hij wijst op het lichaam van Ravensclaw. “Het is er eentje van Malpheas. Ik herkende hem. Hij zou een groep via de achterdeur binnenlaten.”
Kimberi’s generaal analyseert het gevecht. “Onze tegenstander is de Ebon Dragon. Zijn soldaten hebben anti-deugden: ze zijn laf, wispelturig, onmatig en egocentrisch. De Keizerin heeft door haar dynastieke charms macht over de dragonblooded, alleen daarom gehoorzamen ze. Wat het grotere spel van de Ebon Dragon is, weet Kimberi niet. Hij heeft een andere aard dan Zij. Je kunt er alleen zeker van zijn dat er verraad aan te pas komt. Misschien ten koste van de andere vier Jozi’s?”

De klok wordt geluid. Verzamelen! Op de binnenplaats staan vijf Siderials, vier ervan worden door de leraren en oudere studenten van het Heptagram herkend als oud-docenten. De jongste siderial is in zijn eigen gedaante als zestienjarige Marukhan ruiter.
“We willen een exalt,” zeggen de siderials. We vinden een zwaargewonde dragonblooded die voor dood was achtergelaten op het slagveld.
“Mooi!”
Diverse lunars komen in dierengedaante tevoorschijn uit hoeken en gaten en gaan tussen de siderials staan. Er landt een luchtschip met vier verschillende dragon kings. De studenten kijken hun ogen uit, stomverbaasd dat Mnemon dit allemaal toestaat. De oudste siderial wendt zich naar de jongste. “Ik stel voor dat je de invloed van de Maiden of Journeys aanwendt, jonge vriend.”
De jongen gaat in de stijgbeugels staan, schudt zijn speer en slaat een kreet. Opeens is iedereen getransporteerd naar de top van de Heilige Berg. Daar worden we opgewacht door drie mountain folk: een werker, een krijger en een artisan. Zij ketenen de gewonde dragonblooded vast aan de rotspunt. Wijsheid’s kat (White Owl) begint hem met haar nagels te tatoeëren, terwijl een andere lunar elder, in de vorm van een raaf, er bij chant. De vijf Maidens materialiseren om ons heen. Als laatste onderdeel van het ritueel leest Ghurkan het contract voor. Er trekt een rimpeling door Creatie. Alle sterrenbeelden staan weer op hun plaats en de constellatie van Het Masker is weer heel. Oudere exalts (meest lunars) realiseren zich hoe ver ze van het ideaal zijn afgedreven. De oude siderials weten weer wat ze gedaan hebben, de goden weten het nu ook. Het voelt, vooral voor de hogere exalts, alsof er een sluier van hun bewustzijn is weggehaald. Wijsheid neemt White Owl op schoot. Atis troost de raaf.

Het slachtoffer ligt epileptisch te schokken. “Nog een maand tot Calibratie. Dan is de Great Curse opgeheven en mag deze arme stakker sterven,” zegt de Marukhan. Hij tovert de dragonblooded in slaap.

XP: 7 voor alle personages nu en nog 5 voor de dragonblooded voor de vorige episode.

Tanais – 75

6-vii-R2

Risha begint bleek te zien en merkt dat hij ook ziek is. Heeft hij de ziekte opgelopen bij Katootje? Hij stapt er mee naar Chang. Die kan de levensduur verlengen, maar de ziekte niet stoppen. Claude komt er achter dat zo’n 15% van het leger het onder de leden heeft. Hij geeft opdracht de koning te isoleren. Chang denkt dat een shiragi-extract de ziekte kan genezen.

Gnumpathi komt langs. Hij is van plan naar Darkwhere te gaan om contact te leggen. Hij ziet ons over een paar dagen weer. Gwan wil de ziekte opzoeken, maar komt er achter dat we helemaal geen bibliotheek hebben. Alleen de Geb’se tovenaars hebben naslagwerken. Ze hebben inmiddels een villapark gebouwd iets ten Noorden van Soul. Bilgir Nam, de necromancer, is degeen die we moeten hebben.  Hij doet Onyx Countermagic om de magische component te verwijderen en dat geeft Chang kans om de ziektecomponent te genezen. Risha is heel dankbaar en vraagt wat de tovenaars zouden willen. Bilgir Nam wil wel helpen met nieuwe troepen. Hij summont een ondode dienaar en vertrekt naar Shearton om de doden daar tot een zombieleger te vormen. We geven hem de zieke soldaten mee, die zal hij onderweg één voor één onttoveren zodat ze kunnen worden genezen. Maar de brahmaanse genezers weigeren om met de tovenaar samen te werken. De Derweth vinden necromancers ook niet zo tof, maar dit is voor de hun wel een kans om zich geliefd te maken en de brahmanen een hak te zetten. De vratja’s hebben geen probleem en er gaan er een stel mee als lijfwacht.

Intussen komt Adèle bij Gwan. Ze zijn uitgenodigd voor een etentje bij Massala de brahmanes. Gwan bereidt een speechje voor.

’s Middags komt Mahakrishna langs. Hij neemt afscheid en nodigt ons formeel uit om over drie maanden een tegenbezoek te brengen en aan zijn Baikal-hof te logeren. Dat accepteren we natuurlijk.

Chang verbiedt bordeelbezoek. Risha stelt voor om de hoertjes ook te genezen. Daguerre reist af naar de Veenzaal om een oplossing te zoeken.

Die avond gaat Gwan naar de tempelstad. De dames roddelen gezellig. Massala begroet hem hartelijk. Ze dankt hem voor het goede werk voor de weduwen en wezen. “We zijn trots op je inspanningen. Maar dat is niet waar we je voor riepen. Er staan grote dingen te gebeuren. Kijk eens wat ik zag terwijl ik in de ketel roerde. Neem een kommetje soep!” Het wordt licht in zijn hoofd en hij gaat er even bij liggen. Hij krijgt een visioen: Melek Qart en de draaikolk. Massala kijkt nieuwsgierig mee. Gwan’s beelden zijn veel duidelijker dan die van haar. De draaikolk wordt steeds groter, begint de kust te verzwelgen. De goden staan er in een cirkel omheen te vergaderen. Op een afgesproken teken springen ze in de maalstroom. Dat geeft een enorme explosie.

Gwan komt bij en kijkt Massala aan. “Ik heb met jou meegekeken,” zegt ze, “want ik vermoed dat ik weet wat er aan de hand is. De dood van de goden is nabij. Ze liojken zich opgeofferd te hebben. Het ziet er ernstig uit. Dit is echt een slecht teken. Kun jij dit voor me uitzoeken?”

Tegelijkertijd leidt Claude een dienst aan Pashupati en Chang inspecteert in eigen persoon de bordelen. Ja hoor, meteen in de eerste zitten al een paar soldaten een biertje te drinken. Grote schrik! “Heren een drankje mag, maar verder niet. En meldt u zich morgen voor medische inspectie.” Hij vindt een rijk spectrum aan onverwachte activiteiten.

Risha gaat naar Chantal. Ze belooft de lunars en siderials op te roepen voor een grote vergadering van alle exalts. Gwan komt bij ze en vertelt dat de goden van Melek Qart zelfmoord hebben gepleegd. Hij scry’t de draaikolk en de stad Arad met zijn hoge rotspunt, maar krijgt alleen statische ruis in dezelfde frequentie als Yerech, waar Mot stierf. Hij probeert Arad vanuit een andere hoek te zien en met grote wilsinspanning krijgt hij beelden door de ruis heen: een stad met wolkenkrabbers. Risha herinnert zich  dat hij door de draaikolk heen naar de andere wereld kon kijken en daar ook zo’n stad zag. Hij filosofeert over zonium en denkt dat de goden zich hebben opgeofferd als buffer, of misschien overgesprongen zijn. Wanneer is de volgende botsing uitgerekend?

Hij raadpleegt de witte stenen. Eerdere botsingen waren in 718 en 10.436. Het jaar 183.840 zou volgens zijn berekening het laatste jaar moeten zijn. Maar de steen met daarop 128.001 is een voorspelling: “De wereld is vergaan!”  Mensen verschenen rond 66.000. En op de steen 126.231 staat “Vixen bestaat nu 10 jaar.” Als we weten hoe oud Vixen nu is, kunnen we de twee tijdrekeningen naast elkaar leggen. Hij vraagt of de ambassadeur van Vixen, Chloren, de volgende ochtend even langs kan komen.

Die nacht heeft Gwan een nachtmerrie: een wolk van vernietiging spreidt zich uit.

7-vii-R2

Soldaten staan bedremmeld te wachten op het excercitieplein. Van de 15 die betrapt waren, zijn er twee besmet in het bordeel van Shantitown.  Dertien soldaten krijgen een aantal dagen zwaar, maar de twee die besmet zijn, worden door Chang onthoofd. Er gaat een siddering door de menigte.

In de zomerresidentie ontmoet Risha Chloren, een schichtige jongeman,  en vraagt hem welk jaar het is. Vixen bestaat al vele jaren. Greater Soul maakte er ooit deel van uit. .Dit is het jaar 1885 van Vixen. Omgerekend maakt dat witte-stenen jaar 128.006, dat is voorbij de voorspelling! Terwijl Chloren wegloopt, begint de grond te trillen. Een aardbeving van vijftien minuten. Er ontstaat veel schade aan de stad en er is paniek op straat. We gaan snel naar de bron. Het flesje zonium gaat mee. De gang is nog intact, de bron klotst en golft. Het borrelt als een verstopte doorvoer. Het water welt op. Risha vliegt met Gwan op zijn rug en Claude en Chang klimmen tegen de muur op. Claude druppelt wat zonium in de bron. Er verandert niets, dan kiepert hij het hele flesje er in. Het water blijft stijgen. We gaan snel naar buiten. De koning beveelt de stad te ontruimen. 2000 man proberen zich door de smalle stadspoort te persen. De laatste 800 worden ingehaald door het water en gaan in stasis. Wij gaan naar het kasteel. Risha rent met een grote hamer naar de kelder. Hij slaat tegen de opening van de bron en maakt hem groter zodat het water uit de stad weg kan stromen naar het bos. Als het water weer weg is en alles weer is opgedroogd, blijken de mensen nog in stasis. Ze worden in een pakhuis opgeslagen. In een emotionele speech gooit de koning de blaam op Eénoog. De mensen pikken het (10 successen).

Kadier blijkt te zijn gespaard. “Ik weet niet hoe ik dit moet zeggen,” zegt hij, “er is een probleem.” Risha vraagt: “De goden?”   “Nee. Het Qartiaans is niet meer rechtsgeldig. De kracht is uit de letters verdwenen. Alle contracten zijn niet langer gedekt. Mijn inventaris doet het niet meer, althans alles wat op Qartiaans Elsewhere dreef is uitgevallen.” Gwan vertelt zijn visioen.

“Ik ben geïsoleerd, gestrand en heb geen contact meer met Melek Qart.” Risha zegt: “Het einde van de wereld…”

Gwan scry’t de grenzen van het effect. Biblos is weg, Megiddo is weg, Samak bestaat nog, maar er is wetteloosheid uitgebroken.  Hun techniek om naar Elsewhere te gaan was met hun geleidegeesten, maar die zijn er niet meer. Kadier vraagt of Risha manschappen kan sparen om hem te beschermen tijdens zijn terugreis. Ja dat kan wel. We geven Adrarn mee.

3 xp

The RoSE – 64

Als we terug zijn gaan we doen waarvoor we gekomen zijn: lesgeven. Olric reorganiseert het curriculum van Astronomie. Het is niet direct te zien, maar hij moedigt kritisch denken aan en de grondslagen van de lesstof ondergraven de grondslagen van de Immaculate leer.

De avond breekt aan. Bij de faculteit Astrologie wordt bier bezorgd. Het heeft zich rondgesproken dat er feest is. Het schoolorkest meldt zich spontaan. Overal lopen demonen rond, als bediening. Het is duidelijk dat er populaire kinderen zijn en minder populaire. Vier van de vijf die we gered hebben horen bij de populaire, maar de allerpopulairste is een knappe jongen van een jaar of zeventien, met lang zwart haar, een zwarte mantel en zwarte nagels. Hij noemt zich ook Ravensclaw. Olric en Néré letten eens op hem. Hij is erg druk bezig zijn entourage te onderhouden. Hij doet ook steeds kleine social attacks. Cynis Baraka is opeens in zijn kring opgenomen. Blijkbaar is hij interessant geworden voor Ravensclaw. Wijsheid is er ook. Hij is níet populair, maar heeft wel zijn eigen groepje vrienden.
Olric wijst Xar op Ravensclaw. Na enig overleg besluit Xar haar Jewel of the Perfect Merchant te gebruiken om haar sociale vaardigheden te verbeteren.
De band is weird. Om tien uur gaat de eerste eerstejaars over zijn nek. Néré besluit om af en toe discreet wat bij te sturen. Olric vraagt of Phoenix en Néré de vrienden van Ravensclaw wat complimenten willen geven, maar niet de jongen zelf. Néré babbelt met Jasmijn, een studente Herbologie die het goed deed in de lessen EHBO. Daarna stapt ze op Wijsheid en zijn vrienden af. Het ijs raakt snel gebroken als ze hen om hulp bij het onderhoud van haar harnas en Belt of Aereal Mobility vraagt. Phoenix complimenteert een andere populaire jongen, maar die neemt het als gegeven aan. Olric probeert een roddel in de wereld te brengen door over de reddingsactie te praten terwijl er iemand langsloopt. Xar maakt een babbeltje met Cynis Baraka. Die is blij om gered te zijn, maar het voelt vreemd. Xar belooft hem dat we hem in contact zullen brengen met een leermeester in de Necromantie. Het gesprek wordt al snel onderbroken door een meisje dat erg aanhankelijk is. Phoenix probeert het opnieuw bij de student, Oleg, en heeft een stuk meer succes als hij hem een obscure (en schunnige) toast van de Red Piss Legion leert. Néré gaat aan de band vragen of ze wat meer dansbare muziek willen spelen. Olric: “De booty moet geshaked!”
Olric krijgt de indruk dat Ravensclaw met een subtiele tegenaanval bezig is. Xar besluit om in zijn buurt te struikelen en bier over hem heen te gooien. Even flitst er iets door ogen, maar meteen daarna is hij de beleefdheid zelve. Xar twijfelt er niet aan dat hij op wraak zint. Olric zet de Poisoned Tongue Technique in om Ravensclaw’s worden te verdraaien. Hij stopt onmiddellijk met praten en gaat naar zijn kamer om schone kleren aan te trekken. Hij komt terug met een paar mooie flessen sterke drank. Olric beredeneert met Xar dat de jongen zal denken dat Xar er achter zat. Ze willen het laten overkomen alsof het haar wraak is voor de interruptie van het gesprek met Baraka.
Ravensclaw begint een uitgebreid ritueel met de sterke drank, suiker en vlammen. Het duurt een half uur en wordt gewoonlijk door een ouderejaars gedaan. Olric besluit in te grijpen en schuift Baraka naar voren. Geschokt gefluister. Baraka vraagt Ravensclaw om hulp, dus effectief doen ze het samen. Daarmee redt hij de situatie enigszins. Olric bedankt Ravensclaw openlijk. Na het ritueel gaan de remmen los. Degenen die niet dronken afdruipen beginnen met orgiën en dergelijke.

Phoenix gaat patrouille lopen. Om drie uur ziet hij vier hoofdmeesters (Mnemon, Bhagwé, Senex en Sorrowfull Leaf) naar een poeltje lopen en daarin gaan staren. Ze doen er overigens niet geheimzinnig over. Olric komt naar buiten, want het feest loopt op zijn einde, en gaat er bij staan.
“Welkom Olric! Kijk. Dat zit er aan te komen!” Hij ziet in het water een leger warstriders, dragonblooded op simhatas, twintig draagstoelen gedragen door bloodapes, en zo’n vijfentwintig man op hoverboards. “Dit is nu. Ze zijn bij elkaar aan het komen. Dit leger zal ergens tussen over twee weken en een maand aankomen, afhankelijk van het weer tijdens de overtocht.
Olric stelt voor de weergoden om hulp te vragen. Na veel misverstanden komt het hoge woord eruit: die weigeren met dragonblooded te praten. Hmmm… Ze speculeren nog wat. Olric stelt guerilla aanvallen voor, maar dat idee wordt afgewezen. Alle kleine goden op het Cursed Isle zijn geactiveerd en staan aan de kant van de keizerin. Je kan er landen, maar je komt er niet meer weg.
Xar gaat weg, zó dat Ravensclaw het ziet. Hij doet niets. Ze zet wel een leeg bierflesje op de deurklink.

De volgende ochtend melden zich relatief veel studenten met hoofdpijn bij de ziekenboeg. Néré raadt iedereen aan veel water te drinken en goed te eten. Olric start zijn college met iedereen een biertje aan te bieden. “Hair of the dog!” Het maakt hem populair.
In de middag houden de docenten oorlogsberaad. Wij worden ook uitgenodigd. Ze zeggen dat er vijftig sworn brotherhoods van veteranen op ons af komen, en honderd warstriders, en zo’n twintig sorcerors. “En deze zijn ons onbekend, dus ze hebben niet hier gestudeerd.” Olric suggereert voorzichtig dat het Infernals kunnen zijn. Bhagwé zegt: “Twintig infernals? Er zijn er maar vijftig.” (Interessant dat hij dat weet.) “Waarschijnlijk twee. Wij hebben vijftig sorcerors van wisselende kwaliteit. Misschien kunnen we ze essence laten opslaan en spreuken in voorwerpen opslaan.”
Mnemon zegt: “Maar er zijn hulptroepen onderweg. Wat wij hebben is de kennis. En onze aanvallers hebben een bloedband met de keizerin en zullen dus minder vrije wil (en virtues) hebben. Minder flexibel zijn. En,” zegt Mnemon, “ één van onze sterkste troeven is één van de eerstejaars.”
Olric mompelt: “Het demonenprinsje.”
Bhagwei, die tot nu toe een grote hekel aan Wijsheid leek te hebben, legt uit dat die ambassadeur naar de yozi’s is, en hen kan vragen zich terug te trekken. “Maar dat kan alleen als er onderhandeld wordt over overgave. Misschien kunnen we ons zwak voordoen?”
Olric wijst op de oude traditie van ‘parlay’, onderhandelingen voor de strijd. De docenten zijn verrast. “Het staat niet in het Boek met Duizend Correcte Acties.” “Maar het is wel een traditie van vóór het keizerrijk.”

Buiten klinkt een alarm. “Er komt iets door de lucht!”
Het blijken de solars te zijn, met één warstrider op hun cloud trapeze. Phoenix wordt erop uit gestuurd om ze welkom te heten. Hij biedt hen Windslave Disks aan voor het snel transporteren van de overige warstriders. “Shit! Die hebben wij ook. Glad vergeten!” Sarina blijft even thee drinken en gaat dan terug om de rest op te halen.
Olric vraagt discreet hoe tolerant de overige docenten zijn ten opzichte van de ‘onorthodoxie’ van de nieuw-aangekomenen. Mnemon legt uit dat ze zeer voorzichtig moeten zijn. Het merendeel van de docenten zal bij een conflict tussen een infernal en een solar de kant van de infernal kiezen(!) Derde cirkel tovenarij kan gewoon: er is niemand in Creation die dat nog herkent. Tweede cirkel wordt wel herkend, dat kunnen de (oud-)hoofdmeesters. Olric vraagt ook door over het infiltreren op het Cursed Isle. Dat lijkt haar echt moeilijk.
Intussen komen de solars binnen. Iedereen krijgt een kop thee. Olric vraagt of Ghurkan en Sarina met de weergoden kunnen onderhandelen. Sarina zoekt uit hoe ze de strategietafel versneld hierheen kan krijgen. Ze gaat weg, stapt in haar warbird en maakt een looping als afscheid. Een groepje enthousiaste studenten staat er bij te applaudiseren. Eentje heeft verstand van warbirds (alleen boekenkennis). Hij mag met Sarina mee. Hij kan onderweg uitleggen hoe het ding werkt. Ze spreken af dat hij haar zal helpen met het aanbrengen van bewapening.
Olric en Ghurkan discussiëren over waar en wanneer we het keizerlijk leger slecht weer laten overkomen. Boven het Unblessed Isle zou opvallen.
Sango geeft de dragonblooded de personal assistants die de dragon kings voor ze gemaakt hebben.

Hoe doen we ons voor? Sarina gaat als een bezoekende hoofdmeesteres uit Lookshy. Ze komt kennis uitwisselen met Olric. Atis gaat assisteren bij Magitech. Ghurkan doet zich voor als amanuensis en gaat de acquisitie doen. Sango is een hoofdmeesteres uit Nexus die zich nuttig maakt bij de martial arts training.

Er bestaat een solar charm (Harmonious Academic Method) om snel aan hele groepen een ability aan te leren. Olric zou graag zoiets kunnen en gaat op zoek: is er een variant van ontwikkeld voor dragonblooded docenten? Dit zou een logische plaats zijn om zoiets te vinden.

XP volgende keer

Tanais – 74

Tanais 74 : 30 oktober 2014

27-vi-R2
Gwan vliegt terug. De zieke pegasus en Drilim Corsair blijven achter in Hunter’s Lodge. Claude stuurt Singh op pad naar de Hoogzetel en geeft hem postduiven, geld, een diplomatiek stempel en uitrusting. Gnumpathi richt zijn nieuwe huis in. De rest van de party is in overwinningsroes bij Shearton. Risha bevordert dappere soldaten. Hij sticht een ridderorde: de Orde van de Groene Hengst. Daar maakt hij zich erg populair mee.
Claude geeft de geheime dienst opdracht Gnumpathi te bestuderen. Dan inspecteert hij het magische bos. Dat is voor 90% verdord. Als hij gaat overleggen met Kadier, neemt deze hem mee naar de bron. Die is inmiddels door Kadier schoon gemaakt. Hij heeft het schuim verwijderd en de olievlekken zijn er niet meer. Claude vertelt wat er met hem gebeurd is. Kadier is het met hem eens dat de energie voor de planeshift van het woud afkomstig moet zijn geweest.
“Dat betekent dat Nehal Nemar een heel krachtige magiër is. De derde bron is bij de Soulfields. Daar hebben de lokalen toch een Faery Queen? Probeer te voorkomen dat hun bron ook gebruikt wordt!”
’s Avonds komt de postduif aan. Dan wil Daguerre hem even privé spreken. “Katootje (dat is één van de hobbits) heeft een ziekte. Die heeft ze vast gekregen van een van de soldaten.” Claude verkleedt zich als verpleegster en gaat bij het meisje langs. “Ik zal jullie even alleen laten,” zegt Daguerre. Claude onderzoekt Katootje. Er komt shiragi-groene pus uit haar builen. “Het is niet zeker dat ik het van een soldaat heb,” zegt het meisje. “Het is heel ernstig, zeer besmettelijk,” zegt Claude, “drink dit.” Hij geeft haar een snelwerkend gif en zorgt er voor dat ze de volgende morgen afgevoerd wordt.

1-vii-R2
De anderen gaan met de krijgsgevangenen naar de Soulfields. De Sheartonners zijn nette, ietwat burgerlijke mensen. Ze geloven in “het hogere goed”. Onze kleuren doen pijn aan hun ogen. Zij zien niet dat hun land grauw is, voor hen zijn de grijstinten wel kleuren. Sinds de Derweths en de monniken, die in hun ogen stonden voor stagnatie, corruptie en achterlijkheid, verjaagd hebben, is het leven beter en overzichtelijker geworden. Onderweg scry’t Gwan Claude. Hij ziet hem een soort isolatiepak uittrekken. Aan het einde van de dag komen we bij de grens aan. Daardoor lopen we de postduif van Claude mis. Risha laat de Derweths halen voor het “rehabilitatieproject”.

2-vii-R2
De grens is waar schapen niet meer willen grazen. Dus de koning besluit om een deel van het grasland aan de derweths te geven, zodat de Sheartonners hun schapen kunnen blijven hoeden. Hij vraagt of hij een onderhoud mag met de Derwets. Ze zullen er morgenmiddag zijn.
Gnumpathi zoekt Claude op in de brahmanenstad, hij slipt soepel langs de wachters. Claude is aan zijn vliegmachine aan het knutselen. “Indrukwekkend.” (Hij meent het niet, maar probeert beleefd te zijn.) “Maar ik heb belangrijkere zaken dan deze futiele oorlog. Zullen we een wandelingetje maken?” Ze gaan naar het stoffige bos. “Ik weet niet goed hoe ik hierover moet beginnen,” zegt Gnumpathi, “jullie zijn Solars, een nieuwe ster aan het firmament. Het schijnt dat jullie veel gereisd hebben. Dit is iets voor mijn eigen agenda. Maar voor ik verder vertel, wat weten jullie van deze wereld?”
“Niet veel, maar ik heb veel hypotheses en veel van wat ik ‘wist’ heb ik geschrapt.”
“Wat vind je van Elsewhere?”
“Ik ben er niet geweest, maar ik weet dat de Qartianen het gebruiken.”
“Het is een goede manier om te reizen.”
“En deze wereld is niet het origineel,” zegt Claude.
“Elsewhere, Nowhere en Darkwhere, bedoel je dat?”
“Nee.”
“Ik ben naast ambassadeur ook handelaar.” Claude voelt dat dit niet helemaal waar is. “Er is een stof, een vloeibaar metaal, dat heel kostbaar is. Daar ben ik heel erg in geïnteresseerd en het is van belang voor ons aller lot!”
“Waarvoor wordt het gebruikt?”
“Lieden, niet van hier, noemen het Zonium. En die hebben mij uitgelegd dat het belangrijk is voor de redding van de wereld.”
“Ja, iedereen denkt dat hij bezig is de wereld te redden, maar deze wereld is de kopie.”
“Dan klopt het wat ik gehoord heb.”
“En Eenoog wil beide werelden naar de gallemiezen helpen.”
“Nee. Eenoog is realistisch en degenen die de botsing willen voorkomen zijn dat niet. Ik wil de haalbaarheid van het voorkomen van totale vernietiging onderzoeken. Je kunt het botsen ook zien als aanmeren, en het Zonium kan daarbij helpen. Ik wil daar graag met jullie, dus ook de andere solars, over praten. Prachtig bos, ik hoop dat het weer gaat groeien.”

3-vii-R2
Er zijn 20 derwethen gekomen. Risha legt zijn plan uit.
“Dat is een eer. Er gaan wel wat maanden overheen. Geef hen de tijd om te wennen.”
“En ik zou graag een leermeester willen hebben om de Soulfield manier eredienst aan de goden te leren kennen.”
Een derweth die Drahaim heet wil hem wel instrueren.
Chang wil een medische checkup van het leger. Er is niemand bezweken aan de ziekte. Eén soldaat zit onder de pussende zweren en een andere is een beetje vaag. Die gaan in quarantaine, hun maatjes moeten hen in de gaten houden. De ziekte verspreidt zich niet zonder prostitué bezoek.
Gwan gaat inventariseren hoeveel schapen er zijn meegekomen en stelt plannen op. Een strak productieplan, dat zien de Eenoog aanhangers wel zitten. Hij stijgt in hun achting. “Wij mogen op deze nieuwe plek onze oude dingen doen.”

4-vii-R2
We gaan terug naar Bronwë. Claude probeert zij vliegmachine uit, maar krijgt hem niet in zijn eentje omhoog.

5-vii-R2
We komen aan bij de stad. Risha wil aan de 9 vragen hoe de truuk van Nehal Nemar om het bos te drainen werkt.
Claude ontdekt dat de geheim agenten die hij op Gnumpathi had gezet letterlijk niks van hem weten. Ze zijn ’gewist’. Hij geeft ze een nieuwe opdracht: “Zoek alle mensen met een geslachtsziekte. Daguerre doe ik zelf wel.”
De hereniging. Claude vertelt over de valstrik en het grote leger in de andere dimensie – niet else-, dark- of nowhere – en de vreemde wezens in de stad.
“Hé Claude! Ik hoor dat de koning … Ah, daar bent u!” Het is Gnumpathi. Hij stelt zich voor. Het blijkt dat hij van oorsprong Shintasta is, maar van een ander koninkrijkje dan dat waar Risha vandaan komt. “Jullie zijn toch niet bang voor me?”
Er ontstaat een ruzie tussen Chang en Claude over de gemaakte afspraken. Maar Gnumpathi stelt Chang gerust: “Het is een Qartiaans contract en ik heb je vriend gered. Ik wil het onafwendbare op een nette manier vorm geven. De twee werelden gaan sowieso botsen. Het heeft geen zin je ertegen te verzetten.”
Risha zegt dat er nog oorspronkelijke apparatuur is. Gnumpathi vindt het een slecht idee om de tentakels door te knippen. “Veilig aanmeren is een beter idee. Zonium is de buffer tussen de werelden.”
Chang: “Het probleem is het wezen ertussen.”
“Maar als je die doodt, is de magie weg.”
Gwan vraagt: “Wat weet Eenoog?”
“Ongeveer hetzelfde als jullie.” Claude heeft zijn waarheids-charm aanstaan en voelt dat dit niet waar is. “Ik ben niet zo week dat ‘bystander casualties’ me boeien. Zo gaat het nu eenmaal als de wereld vergaat.”
Risha: “De prognose is dat het ditmaal wel voor iedereen fataal wordt.”
“Igrot gaat zich ditmaal voortplanten en wat kunnen wij daaraan veranderen? Eigenlijk niets!”
Chang: “Waarom zouden we ons dan druk maken?”
“Het gaat erom wat er gebeurt. Igrot kan het niet schelen of onze werelden onder een ongunstige hoek samenkomen. Zonium zorgt ervoor dat de botsing gebufferd wordt.”
Risha: “Wat is eigenlijk het doel van Eenoog?”
“Daar mag ik geen uitspraak over doen.”
“En welke andere werelden zijn er nog?”
“Er zijn twee werelden, plus de zones ertussenin: de Wyld, de Wyrd, de -Where’s. Ik ben uw reisspecialist. Er is een voorspelling dat als de botsing goed verloopt, de twee werelden versmelten en de magie blijft bestaan.” Gnumpathi krijgt een bijna heilig vuur in zijn ogen als hij over de charmes van samensmelting praat.
Risha: “Gaat Igrot dood als hij zich voortplant?”
“In principe gaat hij dood, maar het is een vijfdimensionaal wezen.”
Risha denkt dat hij het snapt. “Dus als ik het goed begrijp heeft hij een begin en een einde in de tijd, hij begon toen Chang de knop indrukte en hij zal eindigen als we de volgende keer botsen, maar daartussenin is hij vrij heen en weer door de tijd te gaan?”
“Ja, daar komt het wel op neer …”
“Kunnen wij zelf vijf-dimensionaal worden?” Gnumpathi vindt het een interessante gedachte.
“En de witte stad, waar Eenoog zijn volgelingen naar toe stuurt?”
“Stasisbollen zoals jullie witte stad, zijn slechts luchtbellen.”
Claude: “Kun jij naar de andere wereld?”
“Dat is te gevaarlijk. Jullie hebben te weinig van het Zonium. Maar misschien is het interessant voor jullie om met personen in contact te komen die meer weten van Zonium, Daarvoor kunnen we in Elsewhere afspreken.”
Hij kan ons in contact brengen. Hij is zelf voor de helft van Elsewhere. En Elsewhere is overal.

Xp: 3

Tanais 73 1/2

Intermezzo: Claude in de onderwereld

24-vi-R2
Claude is met drie van zijn brahmanen aan het verkennen. De brahmanen worden door de overige spelers gespeeld. Singh heeft zich gespecialiseerd in helende magie, Huib kan dingen met planten en elementen en Yann beheerst aanvallende en beschermende spreuken.

Met zijn vieren rijden we te paard over de Oude Bosweg. Het ene moment rijden we nog, het andere vallen we naar beneden en bevinden we ons in een naargeestig landschap.
Verderop zien we een groot leger. Het bestaat uit humanoïde wezens, githyanki, veel langer dan mensen, graatmager en met blauw of zwart haar. In de voorhoede herkent Claude één van de negen demonen. Het is duidelijk dat het de bedoeling was om ons leger hierheen te transporteren en dan in de pan te hakken. Maar met ons vieren is het niet moeilijk om buiten het zicht te blijven. Voorbij de legermacht zien we enorm hoge muren van een grote stad. We maken een omtrekkende beweging. Er zijn geen sterren, het is een grote wereld en we moeten niet de verkeerde kant op lopen. Er is een onaards nachtlicht, daardoor kunnen we toch zien.
We vinden een ‘bosje’ van stenen boomachtige kristallen. In eerste instantie is het niet mogelijk om in contact te komen met Pashupati. Maar Claude stelt voor om onszelf in de bomen te hangen en zo de nacht mediterend door te brengen. Het lukt niet om het bosje te wijden, maar Claude’s teken van devotie stelt de godheid toch in staat om zich te manifesteren. Hij kijkt vies: “Zo vrienden, hebben jullie een klein foutje begaan? Nou ja, jullie zijn ontbeerlijk. De tijd dat brahmanen het voor het zeggen hadden is over. Wen maar aan jullie nieuwe koning en de vreemde machthebbers. Maar goed, wat willen jullie van me?”
Claude zegt: “We zitten in de Abyss en weten niet hoe we er uit moeten komen.” “Ik neem in de stad een portaal waar. En dit is niet de Abyss, het is te ordelijk daarvoor. Er is een gebrek aan creativiteit. Nehal Nemar is wel een creatieve geest. Hij heeft jullie hier naar toe gestuurd. De As van het Kwaad. Ze werken allemaal samen. ”
Als de god weer is vertrokken, gaan we op weg in een ruime bocht om het leger heen. De githyanki zien er zo niet-menselijk uit dat wij ons niet als hen kunnen vermommen. Het landschap is leeg en stil, uitgestorven. Als we het leger bijna zijn gepasseerd, komen we langs een open groeve waar mensen rondscharrelen. Ze dragen lompen die vaag herkenbaar zijn als Soulfield kleding. We zien geen opzieners, alleen losse eenzame werkers die kristalknollen opgraven. We scheuren onze kleren en maken ze vuil. Singh loopt op een werker af en spreekt hem aan. De man is uitgemergeld en oud voor zijn jaren. Hij staart met een lege blik en murmelt onbegrijpelijk als hij wordt aangesproken. Singh ziet dat hij een versleten riem draagt waar een Eenoog-insigne van af gehaald is. Singh krijgt de indruk dat de man hem ergens voor probeert te waarschuwen. “Jaja, er is een leger. Ze zijn eng.” Singh verlost de man uit zijn lijden en trekt diens lompen aan. Hij neemt de kruiwagen met kristalknollen en sjokt richting de stad. De anderen jatten ook kruiwagens en voldoende knollen om ze vol te krijgen.
In de verte horen we rumoer: gezang, wapengekletter, het gestamp van legerlaarzen. De kruiwagensporen convergeren naar de stadspoort. Van dichtbij zien we dat de muren van de stad vijftig meter hoog zijn en van glad, naadloos obsidiaan. In de stad steekt een enorme smalle naald omhoog. De poort is gesloten. Naast de poort is een kuil vol met de mineraalknollen. We legen onze kruiwagens en blijven nog even rondhangen. Dat is blijkbaar verdacht, want er wordt opeens brandende pek naar beneden gegooid en er worden pijlen op ons afgeschoten. Huib wordt geraakt. We rennen weg. Als we eenmaal buiten schot zijn geneest Singh de wonde.
Bij een stuk muur waar op dit moment geen bewaking lijkt te zijn klimt Claude met Spider Climb omhoog, terwijl Huib Air Walk doet zodat de brahmanen ook omhoog kunnen. Boven zien we een paar van die wezens met de rug naar ons toe zitten. De muur is zo’n vijftien meter breed. We passeren ze snel. Beneden is een uitgebreide stad met afgebakende domeinen. We komen aan in een gehucht binnen de stadsmuren. Hier wonen mensen, maar ze zien er heel anders uit dan de armzalige sloebers bij de steenknollenmijn. We zien kooplieden in veelkleurige gewaden, maar ook vrouwen en kinderen van het niet-aardse volk. De twee rassen mengen niet.
Claude vindt het tijd voor een Flawless Disguise en de brahmanen gappen kleren van een kleermaker, die door Claude wordt gedood. Het kost een beetje moeite om goede combinaties te vinden, maar we denken dat het wel gelukt is. Een alien kind loopt tegen een van ons aan. Het kind kijkt verbijsterd. Claude zet hem overeind en geeft hem een schouderklopje. Het kind kijkt nu alsof hij water ziet branden. Een schop onder zijn kont werkt beter.
Op zoek naar de poort. We spreken de taal niet en krijgen wat vreemde blikken. Er zijn ook trappen naar beneden. Daar vinden we nog veel meer winkels en huizen. Het is een driedimensionale stad.
Tegen de tijd dat we zo’n twintig uur op deze vreemde wereld rondlopen horen we opeens dronken gebral. De poorten van de stad worden opengetrokken en de mannelijke githyanki komen de stad weer in. Het is tijd voor ons om van de straat te verdwijnen. We zijn ook uitgeput en over’nacht’en in een leegstaand huis.

25-iv-R2
Ergens laat in de middag worden we wakker. Er loopt weer van alles op de straat. We zoeken een kaartenwinkel en letten speciaal op mensen met Eenoog symbolen. Na vier uur vinden we een kaartenwinkel, en daar staat nota bene ook nog iemand met zo’n symbool met de eigenaar te praten. We kopen een stadskaart en volgen de eenoger. Na een kwartiertje komt hij bij een herberg. We volgen hem naar binnen. Hij bestelt een mineraalknol met maden, brr. En een glas van iets wat op bier lijkt. Hij gebaart er wat overheen en we herkennen het als een magische ritueel om het eetbaar te maken. Singh kent dat ritueel ook. We bestellen bier en maken een praatje met de man. Hij heeft ons snel door, herkent ons aan onze tongval als brahmanen. Hij blijkt onze gedachten te kunnen lezen. Maar Pashupati is voor hem een van de minder onsympathieke goden en hij wil wel met ons praten. Hij is hier nu zes maanden. “Over een paar maanden zit mijn tijd hier er op.” Voor hem is het verblijf in deze stad een eer, een belangrijke leerplek. Claude laat de herinnering aan zijn periode in het kamp onder de Hoogzetel in zich omhoogkomen. Hij doet een poging om ons over te halen om zijn kant te kiezen. “Bij de brahmanen zitten is ook niet alles,” merkt Huib op.
Op een vraag over de knollenplukkers legt de man uit: “We hebben een systeem van punten. Wie te ver wegzakt in de gevolgen van zijn eigen daden, zakt zo diep dat hij hier terecht komt.” Na een opmerking over dat het eigenlijk stupide is dat degeen die de valstrik heeft gemaakt geen rekening hield met verkenners, zegt hij: “Dat heeft meer te maken met prins Twee van Negen dan met Nehal Nemar.”
Dan vraagt hij: “Waarom zou ik jullie niet gewoon uitleveren?” Claude antwoordt: “Ik probeer juist te infiltreren in Bronwë.” “Als jullie willen samenwerken, de deals die hier gesloten worden, kunnen geheim blijven. Ik kan jullie laten delen in de weldaden van Eenoog. De legers zoeken vijanden van Eenoog (Claude voelt dat dit een halve waarheid is), maar als jullie geen vijanden zijn… wat voor ruilhandel kunnen we opzetten?” Hij kijkt Claude aan, “Jullie hebben geen ambassadeur van ons in Bronwë? Het is heel nuttig om een ambassadeur te hebben. Jullie kunnen een ambassadeur aan ons sturen en dan zal ik die van Eenoog zijn.”
Claude: “Dat bepaalt de koning.”
“Jij bent niet minder dan de koning, Claude. Jij bent één van die enge wezens die overal gevreesd worden en je zit hier gevangen. Ik kan een Qartiaans contract opstellen. Dan krijg jij wel op je kop, maar er is toch niets meer aan te doen.”
We gaan akkoord. De voorwaarden zijn simpel: wij hebben het recht om een ambassadeur te plaatsen, met alle rechten, en hij wordt ambassadeur bij ons. In ruil neemt hij ons mee naar onze wereld.
Gnumpathy, zo heet hij, stelt het contract op in het Qartiaans en Claude tekent. Binnen vierentwintig uur gaan we op pad. Huib ondervraagt hem. Vóór Eenoog is hij al op meerdere planes geweest. Elsewhere is de meest intrigerende. Dat is de navel van de werelden. Daar komen alle magische dingen vandaan. Hij is nog niet zo lang bij Eenoog, en hij is heel snel in de rangen gestegen.

26-vi-R2
Gnumpathy komt ons ophalen met een aantal ‘handelslieden’. “We moeten jullie blinddoeken. Eenoog heeft een eigen uitgang, anders dan die van de prins en die van Nehal Nemar, en we willen niet dat jullie weten waar die is.”
Een lange wandeling – magische waas – BZZZzzz – en dan worden de blinddoeken afgenomen. Claude herkent waar we zijn. We staan op het Oude Bospad net buiten de poort van de benedenstad van de Hoogzetel. We krijgen paarden mee en een vrijgeleide.

27-vi-R2
We komen aan bij Bronwë. Claude regelt een huis voor Gnumpathy in de tweede ring van de ambassadeursstad. De ambassadeur van Soul kan in de derde cirkel van de Hoogzetel plaatsnemen. Singh is wel bereid om die functie op zich te nemen.

3 xp

Tanais – 73

23-vi-R2
De legers zijn vol goede moed vertrokken. Gwan blijft achter. Risha leidt de hoofdmacht door de Soulfields. Bruiser, Adrarn en Jarin zijn bij hem. Het is koud en het sneeuwt. Risha houdt de moed er in met strijdliederen. Ze lopen voorlopig nog door vriendelijk gebied. Als ze in het gebied van Shearton komen, wordt het land leeg en grijs. De mensen zijn waarschijnlijk onder de wapenen geroepen, want er is geen tegenstand.
Chang gaat met het andere deel van het leger via de Oude Bosweg. Kofkof, Telgan (van de medische troepen), Claude en Drilim Corsair reizen met hem mee. Hun eerste opdracht is Hunter’s Lodge bevrijden van de Eenoog-cultus. Claude reist vooruit met drie van zijn monniken.

Hunter’s Lodge is grauw. Er is een kampement met een stuk of honderd goed bewapende boeren in leren harnassen en een twintigtal paarden. Claude verkent de omgeving. Die is grauw en leeg. Twee verkenners komen terug met informatie: de mensen in het kamp weten dat we er aan komen, maar lijken vol vertrouwen. Claude maakt in het geniep de paarden los. Chang stuurt een kleine troepenmacht vooruit. Een klaroenstoot! Charge!! Het wordt een kort maar hevig treffen, wat Chang overtuigend wint.
Precies op dat moment komt Kadier in Bronwë naar Gwan: “De zwarte bron doet raar. Er borrelen kleuren omhoog.”

Na de veldslag komt John Brackenbrooch, de uitbater van Hunter’s Lodge, uit zijn schuilkelder. Het is vijf uur en het is al donker. We hebben vijftig van de krijgers gevangen genomen, twintig zijn er dood en dertig zijn gevlucht. Brackenbrooch is blij dat de grijzen weg zijn. Hij verontschuldigt zich dat zijn voorraden op zijn. Hijzelf heeft wel nog kleur.
Onze gevangenen hebben pijn van onze kleurrijkheid. Claude hangt de verslagen vijanden in bomen, ter ere van Pashupati. Brackenbrooch doet mee, hij gebruikt een archaïsche versie van het ritueel. Het valt Claude op dat de sterren slecht zichtbaar zijn. Er zit een soort zwarte trilling in de atmosfeer.

24-vi-R2
Risha’s leger reist door verbrande velden. De andere groep trekt verder naar Sorceror’s Well. Drilim Corsair scry’t, maar hij ziet niets in Sorceror’s Well. “Dit klopt niet!” Claude gaat vooruit met zijn mannen en komt niet meer terug. Na drie uur stuurt Chang een postduif naar Gwan met de vraag of die kan nagaan waar Claude gebleven is. Vier uur later komt het beest aan. Gwan neemt een pegasus en gaat stante pede naar Chang. Om acht uur ’s avonds is hij er. Onderweg begint de pegasus groen slijm op te hoesten. Bij aankomst wordt het dier geïsoleerd. Er komt een bericht van Der Alte binnen: Nehal Nemar heeft Starlit Tower overgenomen en bedrijft van daaruit enge magie. Het bos van Bronwë is zijn kleur en magie in een paar seconden tijd verloren aan de bron. Het bos is nu grotendeels dood.
Claude is niet te scry’en. Volgens Drilim Corsair is hij op een andere plane, waarschijnlijk de Abyss. Hij denkt dat Nehal Nemar een Temporary Plane Shift heeft veroorzaakt en dat hij daar de kleur en magie van het Magische Woud voor heeft gebruikt. Ze wachten nog een nacht.

25-vi-R2
Nog een poging om te scry’en. Er is geen plane-shift meer. Het oude bospad is weer te zien, de waterput en het kapelletje liggen er verlaten bij. Er is geen Wyld. Claude is nog steeds onvindbaar. We concluderen dat hij in een valstrik is gelopen die voor de hele legermacht was bedoeld. Voorbij het bos treffen Chang en zijn troepen de hoofdmacht van het leger van Risha. Gezamenlijk trekken ze op naar Shearton.

26-vi-R2
We omsingelen de stad. In de bossen eromheen treffen we meerdere groepjes strijders. Risha verkent de stad vliegend. Hij ziet dat er kratten met voedsel en drank worden verdeeld vanuit een centraal gebouw. Waarschijnlijk worden er voorraden aangeleverd door de tunnels van de Shuragi. Een lange belegering heeft dus weinig zin. We gaan op zoek naar uitgangen van de tunnels en zien dat in bepaalde bosjes gewapende boeren zitten. We besluiten ze aan te vallen. De boeren verzetten zich fanatiek en vechten tot de laatste man. Alleen vinden we er geen tunnels. Kofkof gaat op een pegasus met een rookbom naar de stad. Hij laat de bom vallen op het gebouw van waaruit de voorraden komen. Bull’s Eye! We zien paarse rook opstijgen. Nu is het gemakkelijk om met de blijdes het gebouw te raken en kapot te schieten. De stad is in rep en roer.
Vanaf de stadsmuren worden we met pijl en boog beschoten. Onder dekking van Risha en diens schilddragers rent Chang naar de poort. Met Slayer Khatars en de charm Sledge Hammer Fist Punch weet hij de poort in te rammen. Onze troepen stromen naar binnen. De verdedigers trekken zich terug. Ze willen zich in het centrale gebouw verschansen, maar dat staat in brand en er komt paarse rook uit.
“Geef je over!”
Deze verdedigers zijn minder fanatiek dan de mensen in de bosjes. Ze geven zich gewonnen. Het zijn alleen boeren en veehouders, we vinden geen types met tulbanden. Risha laat ze Eenoog afzweren en trouw beloven aan de koning, maar hun loyaliteit is nog twijfelachtig. Om ze echt over te halen moeten we ze fysiek verwijderen van de bedwelmende invloed van Eenoog en zijn tulband-dragers.
Onze soldaten zwermen uit over de stad om te plunderen. Gwan probeert te voorkomen dat de vrouwen verkracht worden, maar heeft slechts beperkt succes. “Ik heb de wapenvoorraad gevonden!” roept een soldaat. Het zijn bogen, zwaarden en schilden van goede kwaliteit, maar alles draagt het teken van Eenoog. We weten dat het bezit alleen al van zo’n wapen iemand aan de cultus kan verbinden. Dus alle Eenoog wapens worden ingenomen om van die tekens te worden ontdaan.
Als de avond valt, gaat Risha in zijn eentje het bos in. Hij bidt tot Oaken om die te danken voor de overwinning en vraagt of de god hem een jong eikje kan wijzen. Hij graaft het boompje voorzichtig uit en plant het bij de stad. Met de zegen van Oaken en de solar-koning kan het uitgroeien tot een Heilige Eik.

27-vi-R2
Chang organiseert een overwinningsfeest met een groot offer aan Mutri.
De bevolking van Shearton wordt gedeporteerd en ver van de invloed van Eenoog te werk gesteld in de Soufields. De stad wordt ontdaan van Eenoog-symboliek, leeggeplunderd en in brand gestoken.
Dan formuleren we onze volgende doelen. Eerst moeten we Claude terugvinden. Die is verdwenen in Sorceror’s Well, dus dat is onze eerste stop.
Daarna willen we Nehal Nemar uit de Starlit Tower verdrijven. Daarbij hebben we de siderials nodig. Dan kunnen we die meteen vragen of ze mee willen doen met het verbond tussen de goden en de solars. De volgende prioriteit is de Hoogzetel en daarna zijn we hopelijk sterk genoeg om de Barrows aan te kunnen.

3 Xp