Tanais 73 1/2

Intermezzo: Claude in de onderwereld

24-vi-R2
Claude is met drie van zijn brahmanen aan het verkennen. De brahmanen worden door de overige spelers gespeeld. Singh heeft zich gespecialiseerd in helende magie, Huib kan dingen met planten en elementen en Yann beheerst aanvallende en beschermende spreuken.

Met zijn vieren rijden we te paard over de Oude Bosweg. Het ene moment rijden we nog, het andere vallen we naar beneden en bevinden we ons in een naargeestig landschap.
Verderop zien we een groot leger. Het bestaat uit humanoïde wezens, githyanki, veel langer dan mensen, graatmager en met blauw of zwart haar. In de voorhoede herkent Claude één van de negen demonen. Het is duidelijk dat het de bedoeling was om ons leger hierheen te transporteren en dan in de pan te hakken. Maar met ons vieren is het niet moeilijk om buiten het zicht te blijven. Voorbij de legermacht zien we enorm hoge muren van een grote stad. We maken een omtrekkende beweging. Er zijn geen sterren, het is een grote wereld en we moeten niet de verkeerde kant op lopen. Er is een onaards nachtlicht, daardoor kunnen we toch zien.
We vinden een ‘bosje’ van stenen boomachtige kristallen. In eerste instantie is het niet mogelijk om in contact te komen met Pashupati. Maar Claude stelt voor om onszelf in de bomen te hangen en zo de nacht mediterend door te brengen. Het lukt niet om het bosje te wijden, maar Claude’s teken van devotie stelt de godheid toch in staat om zich te manifesteren. Hij kijkt vies: “Zo vrienden, hebben jullie een klein foutje begaan? Nou ja, jullie zijn ontbeerlijk. De tijd dat brahmanen het voor het zeggen hadden is over. Wen maar aan jullie nieuwe koning en de vreemde machthebbers. Maar goed, wat willen jullie van me?”
Claude zegt: “We zitten in de Abyss en weten niet hoe we er uit moeten komen.” “Ik neem in de stad een portaal waar. En dit is niet de Abyss, het is te ordelijk daarvoor. Er is een gebrek aan creativiteit. Nehal Nemar is wel een creatieve geest. Hij heeft jullie hier naar toe gestuurd. De As van het Kwaad. Ze werken allemaal samen. ”
Als de god weer is vertrokken, gaan we op weg in een ruime bocht om het leger heen. De githyanki zien er zo niet-menselijk uit dat wij ons niet als hen kunnen vermommen. Het landschap is leeg en stil, uitgestorven. Als we het leger bijna zijn gepasseerd, komen we langs een open groeve waar mensen rondscharrelen. Ze dragen lompen die vaag herkenbaar zijn als Soulfield kleding. We zien geen opzieners, alleen losse eenzame werkers die kristalknollen opgraven. We scheuren onze kleren en maken ze vuil. Singh loopt op een werker af en spreekt hem aan. De man is uitgemergeld en oud voor zijn jaren. Hij staart met een lege blik en murmelt onbegrijpelijk als hij wordt aangesproken. Singh ziet dat hij een versleten riem draagt waar een Eenoog-insigne van af gehaald is. Singh krijgt de indruk dat de man hem ergens voor probeert te waarschuwen. “Jaja, er is een leger. Ze zijn eng.” Singh verlost de man uit zijn lijden en trekt diens lompen aan. Hij neemt de kruiwagen met kristalknollen en sjokt richting de stad. De anderen jatten ook kruiwagens en voldoende knollen om ze vol te krijgen.
In de verte horen we rumoer: gezang, wapengekletter, het gestamp van legerlaarzen. De kruiwagensporen convergeren naar de stadspoort. Van dichtbij zien we dat de muren van de stad vijftig meter hoog zijn en van glad, naadloos obsidiaan. In de stad steekt een enorme smalle naald omhoog. De poort is gesloten. Naast de poort is een kuil vol met de mineraalknollen. We legen onze kruiwagens en blijven nog even rondhangen. Dat is blijkbaar verdacht, want er wordt opeens brandende pek naar beneden gegooid en er worden pijlen op ons afgeschoten. Huib wordt geraakt. We rennen weg. Als we eenmaal buiten schot zijn geneest Singh de wonde.
Bij een stuk muur waar op dit moment geen bewaking lijkt te zijn klimt Claude met Spider Climb omhoog, terwijl Huib Air Walk doet zodat de brahmanen ook omhoog kunnen. Boven zien we een paar van die wezens met de rug naar ons toe zitten. De muur is zo’n vijftien meter breed. We passeren ze snel. Beneden is een uitgebreide stad met afgebakende domeinen. We komen aan in een gehucht binnen de stadsmuren. Hier wonen mensen, maar ze zien er heel anders uit dan de armzalige sloebers bij de steenknollenmijn. We zien kooplieden in veelkleurige gewaden, maar ook vrouwen en kinderen van het niet-aardse volk. De twee rassen mengen niet.
Claude vindt het tijd voor een Flawless Disguise en de brahmanen gappen kleren van een kleermaker, die door Claude wordt gedood. Het kost een beetje moeite om goede combinaties te vinden, maar we denken dat het wel gelukt is. Een alien kind loopt tegen een van ons aan. Het kind kijkt verbijsterd. Claude zet hem overeind en geeft hem een schouderklopje. Het kind kijkt nu alsof hij water ziet branden. Een schop onder zijn kont werkt beter.
Op zoek naar de poort. We spreken de taal niet en krijgen wat vreemde blikken. Er zijn ook trappen naar beneden. Daar vinden we nog veel meer winkels en huizen. Het is een driedimensionale stad.
Tegen de tijd dat we zo’n twintig uur op deze vreemde wereld rondlopen horen we opeens dronken gebral. De poorten van de stad worden opengetrokken en de mannelijke githyanki komen de stad weer in. Het is tijd voor ons om van de straat te verdwijnen. We zijn ook uitgeput en over’nacht’en in een leegstaand huis.

25-iv-R2
Ergens laat in de middag worden we wakker. Er loopt weer van alles op de straat. We zoeken een kaartenwinkel en letten speciaal op mensen met Eenoog symbolen. Na vier uur vinden we een kaartenwinkel, en daar staat nota bene ook nog iemand met zo’n symbool met de eigenaar te praten. We kopen een stadskaart en volgen de eenoger. Na een kwartiertje komt hij bij een herberg. We volgen hem naar binnen. Hij bestelt een mineraalknol met maden, brr. En een glas van iets wat op bier lijkt. Hij gebaart er wat overheen en we herkennen het als een magische ritueel om het eetbaar te maken. Singh kent dat ritueel ook. We bestellen bier en maken een praatje met de man. Hij heeft ons snel door, herkent ons aan onze tongval als brahmanen. Hij blijkt onze gedachten te kunnen lezen. Maar Pashupati is voor hem een van de minder onsympathieke goden en hij wil wel met ons praten. Hij is hier nu zes maanden. “Over een paar maanden zit mijn tijd hier er op.” Voor hem is het verblijf in deze stad een eer, een belangrijke leerplek. Claude laat de herinnering aan zijn periode in het kamp onder de Hoogzetel in zich omhoogkomen. Hij doet een poging om ons over te halen om zijn kant te kiezen. “Bij de brahmanen zitten is ook niet alles,” merkt Huib op.
Op een vraag over de knollenplukkers legt de man uit: “We hebben een systeem van punten. Wie te ver wegzakt in de gevolgen van zijn eigen daden, zakt zo diep dat hij hier terecht komt.” Na een opmerking over dat het eigenlijk stupide is dat degeen die de valstrik heeft gemaakt geen rekening hield met verkenners, zegt hij: “Dat heeft meer te maken met prins Twee van Negen dan met Nehal Nemar.”
Dan vraagt hij: “Waarom zou ik jullie niet gewoon uitleveren?” Claude antwoordt: “Ik probeer juist te infiltreren in Bronwë.” “Als jullie willen samenwerken, de deals die hier gesloten worden, kunnen geheim blijven. Ik kan jullie laten delen in de weldaden van Eenoog. De legers zoeken vijanden van Eenoog (Claude voelt dat dit een halve waarheid is), maar als jullie geen vijanden zijn… wat voor ruilhandel kunnen we opzetten?” Hij kijkt Claude aan, “Jullie hebben geen ambassadeur van ons in Bronwë? Het is heel nuttig om een ambassadeur te hebben. Jullie kunnen een ambassadeur aan ons sturen en dan zal ik die van Eenoog zijn.”
Claude: “Dat bepaalt de koning.”
“Jij bent niet minder dan de koning, Claude. Jij bent één van die enge wezens die overal gevreesd worden en je zit hier gevangen. Ik kan een Qartiaans contract opstellen. Dan krijg jij wel op je kop, maar er is toch niets meer aan te doen.”
We gaan akkoord. De voorwaarden zijn simpel: wij hebben het recht om een ambassadeur te plaatsen, met alle rechten, en hij wordt ambassadeur bij ons. In ruil neemt hij ons mee naar onze wereld.
Gnumpathy, zo heet hij, stelt het contract op in het Qartiaans en Claude tekent. Binnen vierentwintig uur gaan we op pad. Huib ondervraagt hem. Vóór Eenoog is hij al op meerdere planes geweest. Elsewhere is de meest intrigerende. Dat is de navel van de werelden. Daar komen alle magische dingen vandaan. Hij is nog niet zo lang bij Eenoog, en hij is heel snel in de rangen gestegen.

26-vi-R2
Gnumpathy komt ons ophalen met een aantal ‘handelslieden’. “We moeten jullie blinddoeken. Eenoog heeft een eigen uitgang, anders dan die van de prins en die van Nehal Nemar, en we willen niet dat jullie weten waar die is.”
Een lange wandeling – magische waas – BZZZzzz – en dan worden de blinddoeken afgenomen. Claude herkent waar we zijn. We staan op het Oude Bospad net buiten de poort van de benedenstad van de Hoogzetel. We krijgen paarden mee en een vrijgeleide.

27-vi-R2
We komen aan bij Bronwë. Claude regelt een huis voor Gnumpathy in de tweede ring van de ambassadeursstad. De ambassadeur van Soul kan in de derde cirkel van de Hoogzetel plaatsnemen. Singh is wel bereid om die functie op zich te nemen.

3 xp

Tanais – 73

23-vi-R2
De legers zijn vol goede moed vertrokken. Gwan blijft achter. Risha leidt de hoofdmacht door de Soulfields. Bruiser, Adrarn en Jarin zijn bij hem. Het is koud en het sneeuwt. Risha houdt de moed er in met strijdliederen. Ze lopen voorlopig nog door vriendelijk gebied. Als ze in het gebied van Shearton komen, wordt het land leeg en grijs. De mensen zijn waarschijnlijk onder de wapenen geroepen, want er is geen tegenstand.
Chang gaat met het andere deel van het leger via de Oude Bosweg. Kofkof, Telgan (van de medische troepen), Claude en Drilim Corsair reizen met hem mee. Hun eerste opdracht is Hunter’s Lodge bevrijden van de Eenoog-cultus. Claude reist vooruit met drie van zijn monniken.

Hunter’s Lodge is grauw. Er is een kampement met een stuk of honderd goed bewapende boeren in leren harnassen en een twintigtal paarden. Claude verkent de omgeving. Die is grauw en leeg. Twee verkenners komen terug met informatie: de mensen in het kamp weten dat we er aan komen, maar lijken vol vertrouwen. Claude maakt in het geniep de paarden los. Chang stuurt een kleine troepenmacht vooruit. Een klaroenstoot! Charge!! Het wordt een kort maar hevig treffen, wat Chang overtuigend wint.
Precies op dat moment komt Kadier in Bronwë naar Gwan: “De zwarte bron doet raar. Er borrelen kleuren omhoog.”

Na de veldslag komt John Brackenbrooch, de uitbater van Hunter’s Lodge, uit zijn schuilkelder. Het is vijf uur en het is al donker. We hebben vijftig van de krijgers gevangen genomen, twintig zijn er dood en dertig zijn gevlucht. Brackenbrooch is blij dat de grijzen weg zijn. Hij verontschuldigt zich dat zijn voorraden op zijn. Hijzelf heeft wel nog kleur.
Onze gevangenen hebben pijn van onze kleurrijkheid. Claude hangt de verslagen vijanden in bomen, ter ere van Pashupati. Brackenbrooch doet mee, hij gebruikt een archaïsche versie van het ritueel. Het valt Claude op dat de sterren slecht zichtbaar zijn. Er zit een soort zwarte trilling in de atmosfeer.

24-vi-R2
Risha’s leger reist door verbrande velden. De andere groep trekt verder naar Sorceror’s Well. Drilim Corsair scry’t, maar hij ziet niets in Sorceror’s Well. “Dit klopt niet!” Claude gaat vooruit met zijn mannen en komt niet meer terug. Na drie uur stuurt Chang een postduif naar Gwan met de vraag of die kan nagaan waar Claude gebleven is. Vier uur later komt het beest aan. Gwan neemt een pegasus en gaat stante pede naar Chang. Om acht uur ’s avonds is hij er. Onderweg begint de pegasus groen slijm op te hoesten. Bij aankomst wordt het dier geïsoleerd. Er komt een bericht van Der Alte binnen: Nehal Nemar heeft Starlit Tower overgenomen en bedrijft van daaruit enge magie. Het bos van Bronwë is zijn kleur en magie in een paar seconden tijd verloren aan de bron. Het bos is nu grotendeels dood.
Claude is niet te scry’en. Volgens Drilim Corsair is hij op een andere plane, waarschijnlijk de Abyss. Hij denkt dat Nehal Nemar een Temporary Plane Shift heeft veroorzaakt en dat hij daar de kleur en magie van het Magische Woud voor heeft gebruikt. Ze wachten nog een nacht.

25-vi-R2
Nog een poging om te scry’en. Er is geen plane-shift meer. Het oude bospad is weer te zien, de waterput en het kapelletje liggen er verlaten bij. Er is geen Wyld. Claude is nog steeds onvindbaar. We concluderen dat hij in een valstrik is gelopen die voor de hele legermacht was bedoeld. Voorbij het bos treffen Chang en zijn troepen de hoofdmacht van het leger van Risha. Gezamenlijk trekken ze op naar Shearton.

26-vi-R2
We omsingelen de stad. In de bossen eromheen treffen we meerdere groepjes strijders. Risha verkent de stad vliegend. Hij ziet dat er kratten met voedsel en drank worden verdeeld vanuit een centraal gebouw. Waarschijnlijk worden er voorraden aangeleverd door de tunnels van de Shuragi. Een lange belegering heeft dus weinig zin. We gaan op zoek naar uitgangen van de tunnels en zien dat in bepaalde bosjes gewapende boeren zitten. We besluiten ze aan te vallen. De boeren verzetten zich fanatiek en vechten tot de laatste man. Alleen vinden we er geen tunnels. Kofkof gaat op een pegasus met een rookbom naar de stad. Hij laat de bom vallen op het gebouw van waaruit de voorraden komen. Bull’s Eye! We zien paarse rook opstijgen. Nu is het gemakkelijk om met de blijdes het gebouw te raken en kapot te schieten. De stad is in rep en roer.
Vanaf de stadsmuren worden we met pijl en boog beschoten. Onder dekking van Risha en diens schilddragers rent Chang naar de poort. Met Slayer Khatars en de charm Sledge Hammer Fist Punch weet hij de poort in te rammen. Onze troepen stromen naar binnen. De verdedigers trekken zich terug. Ze willen zich in het centrale gebouw verschansen, maar dat staat in brand en er komt paarse rook uit.
“Geef je over!”
Deze verdedigers zijn minder fanatiek dan de mensen in de bosjes. Ze geven zich gewonnen. Het zijn alleen boeren en veehouders, we vinden geen types met tulbanden. Risha laat ze Eenoog afzweren en trouw beloven aan de koning, maar hun loyaliteit is nog twijfelachtig. Om ze echt over te halen moeten we ze fysiek verwijderen van de bedwelmende invloed van Eenoog en zijn tulband-dragers.
Onze soldaten zwermen uit over de stad om te plunderen. Gwan probeert te voorkomen dat de vrouwen verkracht worden, maar heeft slechts beperkt succes. “Ik heb de wapenvoorraad gevonden!” roept een soldaat. Het zijn bogen, zwaarden en schilden van goede kwaliteit, maar alles draagt het teken van Eenoog. We weten dat het bezit alleen al van zo’n wapen iemand aan de cultus kan verbinden. Dus alle Eenoog wapens worden ingenomen om van die tekens te worden ontdaan.
Als de avond valt, gaat Risha in zijn eentje het bos in. Hij bidt tot Oaken om die te danken voor de overwinning en vraagt of de god hem een jong eikje kan wijzen. Hij graaft het boompje voorzichtig uit en plant het bij de stad. Met de zegen van Oaken en de solar-koning kan het uitgroeien tot een Heilige Eik.

27-vi-R2
Chang organiseert een overwinningsfeest met een groot offer aan Mutri.
De bevolking van Shearton wordt gedeporteerd en ver van de invloed van Eenoog te werk gesteld in de Soufields. De stad wordt ontdaan van Eenoog-symboliek, leeggeplunderd en in brand gestoken.
Dan formuleren we onze volgende doelen. Eerst moeten we Claude terugvinden. Die is verdwenen in Sorceror’s Well, dus dat is onze eerste stop.
Daarna willen we Nehal Nemar uit de Starlit Tower verdrijven. Daarbij hebben we de siderials nodig. Dan kunnen we die meteen vragen of ze mee willen doen met het verbond tussen de goden en de solars. De volgende prioriteit is de Hoogzetel en daarna zijn we hopelijk sterk genoeg om de Barrows aan te kunnen.

3 Xp

Tanais – 72

22-vi-R2
Het sneeuwt. De legers gaan morgen naar Shearton. Claude werkt aan zijn vliegmachine. Chang spreekt zijn officieren toe en fêteert ze op een goede lunch. Hij organiseert de communicatie met postduiven, scryers, brahmanen en pegasi. In Hunter’s Lodge komt het communicatiecentrum. Risha wil het baksteenritueel voorbereiden, maar Charachas is er niet en Brahoran, de hoofdbrahmaan van de Oakencultus, is bezig en zijn onderlingen laten doorschemeren dat er iets bijzonders wordt voorbereid waarvan het de bedoeling is dat het een verrassing is.
Gwan controleert de voorraden. De financiën staan er slecht voor. Mahamutri heeft veel op de pof gedaan. Bambi helpt ons omdat ze rekent op onze steun tegen de draak.
Het middaguur breekt aan. Een meisje haalt ons allemaal voor een lunchbespreking bij Daguerre. Daar treffen we Kadier, Drilim Corsair, vier hobbitmeisjes (oude bekenden) en natuurlijk Daguerre.  Zij zegt: “We hebben een aantal zaken die voor jullie van belang kunnen zijn. Ik ben net terug uit Albion, naast een handelspost heb ik daar ook een bordeel opgezet. Er zijn twee dingen van belang. In Euboia is de pleuris uitgebroken. De Idris-drieling is groot  geworden. Er is een hele machtsstructuur ontstaan en het is een echt “Evil Empire” geworden met een flinke oorlogsmachinerie. Ten tweede is er een ziekte uitgebroken. Die heeft met de Shuragi te maken. Het is besmettelijk en je wordt overgenomen: mensen worden groen en raken overgenomen. Dat wil zeggen, ze worden bleek en daarna groen. Het is nieuw en er zijn vast ook soldaten van jullie besmet. En die zullen er meer besmetten.”
De hobbitmeisjes bedienen ons en het wordt best gezellig. Kadier vertelt zich dat hij zich zorgen maakt over de zwarte bron. “Er drijven kleurvlekken op, als olie op water. Claude vertelt dat de bronnen via Elsewhere, Nowhere en Darkwhere naar de andere wereld gaan. De kleur zou een oprisping van Igroth kunnen zijn. <Gaat het voeden via Eenoog te snel?>
Drilim Corsair is niet op zijn gemak. Hij heeft de tweede van de negen demonen gezien in een visioen. Hij weet niet waar, maar die staat ons ergens op te wachten. De hobbitmeisjes maken het wel erg gezellig en dat leidt Risha een beetje af.
Na de lunch doet Claude de charm Object Strengthening Touch op de belegeringswerktuigen.
’s Avonds roepen Shivanesh en consorten ons bij elkaar. De brahmanen willen hun bijdrage leveren aan de oorlog. “De goden hebben ons verzocht u te spreken over het gezamenlijke doel dat goed moet worden bereikt. Chang moet naar Mutri, Gwan naar Agnes, Claude naar Pashupati en Risha naar Oaken.”Chang wordt (met enige tegenzin) naar het heiligdom van Mutri begeleid. Dat is een diep uitgegraven kuil waar het godenbeeld (een vierarmige vechtersbaas) boven zweeft. De vratya (nomadische krijger-priesters met vette tattoos in strijdwagens) en Mahamutri wachten hem op. Chakravantri, de hoofdbrahmaan, vraagt of Chang de godheid tegemoet wil treden en eerbied bewijzen. Nou, in naam van de oorlog wil hij dat wel. Dan wordt hem gevraagd om in de kuil af te dalen. Nog meer van die hell’s angel monniken bouwen een platform boven hem. Met Spirit Sight ziet hij Mutri goedkeurend toekijken. Mahamutri en Chakravantri vragen hem om te hurken onder het godenbeeld. Op het platform boven hem wordt een stier geslacht en het bloed stroomt over hem heen. Onder vele aanroepingen wordt het dier gevild en Chang moet de huid aantrekken, in een droomstaat bevindt hij zich tegenover de godheid. Mutri is net zo groot als een mens. Hij heeft net zulke tattoos als zijn vratya’s. “Leuk om jou, Chang de twijfelaar, in het echt te ontmoeten. Zullen wij een deal sluiten?”
“In naam van wat komen gaat,” zegt Chang, “Ja.”
“Ik heb een gave voor je, een grote, want de goden zijn het zowaar eens. Wij gaan nieuwe hoofdbrahmanen aanstellen. De Orde is verouderd. Wij hebben jullie nodig en jullie hebben ons nodig. Laten wij als vrienden en bijna-gelijken verder gaan. Naar het volk toe blijven wij, de goden, groter, maar jij bent mijn hoofdbrahmaan. Wat zeg je er van? Mijn Vratja zijn strijders tegen demonen, en zij staan dan onder jouw commando! Akkoord?”
Chang denkt even na en zegt dan: “Ja!” Hij krijgt een visioen van de Barrows: eerst groen gas. Er gaan mensen dood. Dan geel gas, dat gaat minder snel door het zonlicht kapot. Onder de verzwakte manschappen heerst een ziekte die niet met zonlicht te genezen is. Over de laatste overlevenden wordt nog eens paars gifgas uitstoten. “Dit is wat jullie te wachten staat. Het wordt een zware slag! Ik wil je zegenen met Battle Sight.” Chang krijgt het vermogen om een heel slagveld te overzien. Hij dankt de godheid. Als hij bijkomt is er een onbekende tijd verstreken. De Vratya dragen hem op handen. Mahamutri en Chakravantri aanvaarden de overdracht van het gezag en buigen diep voor hem.Gwan wordt meegevoerd naar het heiligdom van Agnes. Dat is normaliter uitsluitend toegankelijk voor vrouwen. Zijn echtgenote Adèle wacht hem bij de ingang op. “Gwan, mijn geliefde, ik weet dat je een aardige man bent met een goed hart. We hebben je nodig en daarom heeft Agnes je uitgenodigd om met ons te eten. Je kunt veilig binnentreden.” Binnen zitten vijf vrouwen. Een dikke, oudere vrouw roert in de curry, een oud besje zit in de hoek te mummelen. De jongste, een vriendin van Adèle, is pas zestien. Dit zijn de weduwen. Hij mag op een mooi kussen zitten dicht bij het sikkelvormige heilige vuur (dat is niet het vuur waarop gekookt wordt). De dikke vrouw, Massala heet ze, heet hem welkom. Hij krijgt een tali met heerlijke gerechten.”Wij hebben je geen spectaculaire dingen te bieden, maar we hebben wel een verzoek. Binnenkort is er oorlog. Dat betekent veel weduwen en wezen. Er moet iemand zijn met aandacht voor hun noden. Wil jij die iemand zijn?” “Dat wil ik graag doen!” zegt Gwan met volle overtuiging. “Uit naam van Agnes mag ik je zeggen dat je eten je altijd zal smaken en altijd gezond zal zijn.” Gwan’s gave is dat zijn voedsel nooit vergiftigd zal zijn. Hij vraagt welke projecten er al bestaan. De weduwen vertellen hem dat Strega in de benedenstad zorgt voor de wezen. Hier in de stad is een kleine weduwenorganisatie, maar op het platteland is er niet zoiets. Hij is hier altijd welkom voor overleg en voor het opzetten van communes en dergelijke.Claude loopt naar het heilige bosje van Pashupati, het woud vol skeletten. Shivanesh staat hem op te wachten. “Pashupati zit vol verrassingen,” zegt hij schamper, “hij heeft je gevraagd te komen. Wat kom je doen?” “Geen idee. Ik heb wat ghee voor hem meegenomen.” Shivanesh steekt zijn minachting voor de chinees niet onder stoelen of banken. “Hier in het bos is geen plek. Ghee branden doe je maar buiten. Ga mediteren.”
Claude gaat zitten. In zijn meditatie ziet hij Pashupati in zijn jungleverblijf, even groot als hijzelf. “Hoe gaat het?” vraagt Claude. “Fantastisch. Ik houd wel van chaos. Maar we kunnen ons nu geen fratsen meer veroorloven… Maak hem dood! Dan ben ik van die eikel af en ben jij hoofdbrahmaan. Je merkt wel wat je beloning zal zijn.”
Shivanesh staat verveeld te wachten. Claude staat op en valt hem aan met Dragon Coil Technique. Shivanesh is niet verrast, en de charm werkt niet. Claude kan hier geen essence spenderen. Gelukkig is de fysieke aanval voldoende en hij neemt de brahmaan in een wurggreep. Claude hangt hem op in een boom. Pashupati knikt goedkeurend: “Mooi. Daar zijn we van af. Een nieuw tijdperk breekt aan. Je cadeau blijft nog even een verrassing.”Risha wordt verwacht in de tempel van Oaken. Terwijl hij naar het heiligdom loopt, komt hij Strega tegen, met een groepje enthousiaste weeskinderen. “Wij zij ook uitgenodigd voor het vliegritueel.” De oudste, van acht, is helemaal fan en noemt zich Rishkin. “Toch even mopperen,” zegt Strega, “Characas, Malice en Shivdan komen hun verplichtingen niet na. Charakas geeft geen cent aan het weeshuis. Hij loopt alleen maar achter die paardenkop-jongen aan. Ze zijn alleen maar met theologie bezig en doen niets voor de kinderen. Maar goed … we zijn bij de eik.”
Malice, Charakas en Shivdan zitten naast de hoofdbrahmaan. Er is van de witte stenen uit de Witte Stad een mooi vierkant altaar gebouwd. Er is een vuurplaats op het altaar. “Welkom eerwaarde koning.” Risha vraagt verbaasd: “Hoe waagt u het om op mijn troon te gaan zitten? Het was mijn taak om de stenen uit te kiezen.” Malice gniffelt. “Ja, maar …” stamelt de priester, “de witte stenen smaken de goden het beste …” “Dat weet ik, maar het was aan mij om die beslissing te nemen. Nou ja, wat gebeurd is, is gebeurd. Het is offertijd.“

De brahmaan geeft Risha ghee en een boekrol met de nodige mantra’s. Charakas steekt het vuur aan. Er wordt gechant, en op het hoogtepunt worden er zeven adelaars geofferd. Risha werpt ze op het vuur. Dan voelt hij zich wankelen. Hij stijgt op <Dex + Dodge, het gaat net goed>. Hij heeft geen idee hoe hij moet afremmen. Maar als hij een meter of honderd hoog is, ziet hij Oaken staan, met scepter en baard. “Welkom. Het is tijd dat wij eens praten. Wij hebben elkaar nodig. Wil jij mijn hoofdbrahmaan zijn?” “Uh, maar ik ben al koning.” “Jij zal de eerste koning zijn die tevens hoofdbrahmaan is.” Risha stelt voor om ook de overige supernaturals in een conclaaf te betrekken, lunars, siderials, eventuele anderen.
“Weet jij waar de goden vandaan komen?” vraagt de god. “Nee.” “Je weet van de experimenten met de vijfde dimensie. Als teken van kwetsbaarheid en van vertrouwen zal ik het je vertellen. Maar je mag dit absoluut niet verder vertellen. We zijn goden en we zullen jullie weten te vinden als het uitlekt! Het is namelijk een beetje beschamend. In het begin, toen deze wereld net gecreëerd was als reflectie van de andere, waren wij hier al. Maar we kwamen om van de honger. We hebben het godendom in het leven geroepen om gevoed te worden. De reclameborden die op blanco sprongen, dat waren wij. De oude wereld is aan de andere kant. Sommige mutanten zijn hier ontstaan, maar andere zoals de mensen komen daar vandaan.” De volgende clash zal de laatste zijn. Oaken geeft toe dat Igrot groter is dan zij. Hij heeft meer dimensies. Dan neemt de godheid afscheid van Risha. Hij voelt zich weer wankelen en stort neer <dobbelsteenworp mislukt: botch>! Oaken grijpt in en laat hem stuiteren. Malice vangt zijn vriend op. De kinderen kijken verschrikt en de priesters fluisteren dat we dit stil moeten houden. “Nee hoor,” zegt Risha, “niks gaat meteen de eerste keer goed. Zelfs al schenken de goden je een talent, dan nog moet je het leren toepassen door te oefenen.”
Een jongetje houdt een muntje omhoog en vraagt of hij het mag houden. “Tuurlijk.” In het tempeltje naast de brug naar het koninklijk kasteel is het standbeeld veranderd: Risha is nu de grote broer. Risha zegt nog even tegen Malice dat hij wat meer voor de weeskinderen moet doen. Die zit eigenlijk liever te blowen met Shivdan en over theologie te filosoferen. “Ik ben geen god maar iets anders. Mij eer je niet met offers maar met goede daden. Ik heb je die Essence niet voor niks gegeven, hoor!” We zijn allemaal op tijd klaar om samen nog een drankje te drinken voor het slapen gaan. Claude stelt voor om geen opperbrahmaan aan te stellen, maar een viermanschap te vormen.
23-vi-R2
Om 6 uur ’s ochtends wordt Chang op de bühne in de benedenstad verwacht, om de manschappen toe te spreken <War + Charisma, 5 successen>. De troepen juichen. Dan komt Chantal. Ze zegt: “Ik zal het kort houden. Wij vrouwen zijn trots op jullie. En de zon zal iedere dag voor jullie opkomen!”  Met deze woorden zet het leger zich in beweging. Chantal kust Risha vaarwel en fluistert: “Volgens mij  moeten we het nog eens over Idris hebben.” “Ja…”
Als de stofwolken zijn gezakt komt er een brahmaantje naar Chang <dit wordt even op de gang uitgespeeld>. Als hij terugkomt, zegt Chang dat hij Drilim Corsair in Hunter’s Lodge wil hebben om zoveel mogelijk informatie over demonen te vergaren. “En we moeten heel rap op zoek naar nieuwe hoofdbrahmanen, want de brahmanen van Pashupati hebben ze allemaal doodgemaakt en aan de bomen in het heilige woud genageld. Hmmm. De goden willen samenwerken met ons, de exalts; ze willen geen mensen als hoofdbrahmaan. We moeten dus aan de lunars en siderials denken. Chantal wordt  alvast aangesteld als hoofdbrahmaan van Ushas, Shivdan als interim hoofdbrahmaan van de Green Man. Risha zegt dat we het ons niet kunnen veroorloven om een viermanschap te vormen, als de anderen net zo machtig of zelfs sterker zijn dan wij. Eén van ons moet opperbrahmaan zijn.
Gwan doet de logistiek. Chang is legeraanvoerder, Risha moet als koning heel zichtbaar zijn en voert dus de hoofdmacht aan, Claude doet sneaky reconaissance naar Sorceror’s Well.

Tanais – De witte stenen

We hebben zo’n 1000 witte stenen opgevist uit zee. Ze beslaan een periode van 120.000 jaar en we weten een aantal periodes te clusteren. De oudste stenen tot het jaar 63.886 zijn allemaal in hetzelfde handschrift. Deze serie lijkt op verslaglegging van mythologie door iemand die de verhalen uit de eerste hand kent. Ze hebben ieder een kop die verwijst naar een Grote Oorlog. De eerste 5000 jaar ontbreken in onze collectie.

5.049 – Grote Oorlog II – De cluster stenen die in dit jaar begint, gaat over een oorlog tussen twee soorten mutanten: intelligente libellen en intelligente kakkerlakken. Zij hadden het luchtruim en het aardoppervlak verdeeld.
9.856 en verder – Grote Oorlog III – Het leven boven zee is bijna uitgestorven. Intelligente onderwaterwezens zijn bezig oorlog tegen elkaar te voeren. Er zijn verwijzingen naar een grote ramp rond het jaar 8000.
10.797 – Grote Oorlog III – Intelligente krakens.
20.163 – Grote Oorlog IV – Amfibie-achtige wezens (uit de beschrijvingen lijken ze op de wezens die wij bij de Witte Stad aantroffen) zijn zeer talrijk en ze komen boven het oppervlak van de zee.
24.979 – Grote Oorlog IV – Dezelfde amfibieën heersen nu over het Noordelijke halfrond. Ze hebben een hoge beschaving opgebouwd.
25.652 – Grote Oorlog IV – De bedreiging van vis-mutanten is vakkundig door de amfibieën beëindigd. De status quo is bestendigd.
31.304 – Grote Oorlog IV – Er dreigen naderende rampen. De amfibieheerschappij loopt ten einde.
33.494 – Grote Oorlog V – De wereld is veel droger. De Salif (intelligente slangen die nog steeds bestaan) voeren oorlog tegen de Ramank (intelligente kuddedieren die we ook zijn tegengekomen). De Salif winnen.
59.738 – Grote Oorlog V – Men gelooft dat het goed gaat en dat de rampen en einden-der-tijden voorbij zijn. Voorspellingen over het einde van de wereld zijn niet uitgekomen. Men gelooft dat de Slang Van Het Begin Der Tijden eindelijk gedood is.
63.150 – Einde van de 5e Grote Oorlog – Ach en wee! Alles is om ons heen dood aan het gaan. De intelligente rassen zijn bijna geheel uitgestorven. Het einde der tijden is toch gekomen.
72.347 (in een nieuw handschrift) De Huidige Wereld is aangebroken. De Slang is niet meer. Jeb, de grote profeet, heeft aldus geschreven dat het al meer dan 6000 jaar rustig is. De Mens, de nieuwste mutatie, is oppermachtig geworden. Het Nu is aangebroken.
73.100 – De Wyld wordt langzaam om ons heen getemd. Wij zijn hier nu meerdere duizenden jaren en de wereld wordt steeds meer voor mensen geschikt.
75.793 – Draken bestaan nog. Maar de Fae zijn voorgoed teruggeslagen naar de Wyld.
84.641 – Men leeft vredig als jagers en verzamelaars. De wereld is paradijselijk.
92.697 – Al enige duizenden jaren heerst de Wyrd. Hobbits, reuzen, draken, alles leeft in een sprookjesachtig samenzijn. Hobbits bouwen Stonehenge en andere grote stenen cirkels en tempels. Zij zijn bedreven boeren en hun leven is idyllisch. (Er spreekt enige jaloezie uit deze beschrijving. Men heeft het niet meer over de mutantenrassen. De Hobbits worden beschreven als nieuwkomers.)
112.226 – Dertigduizend saaie jaren van vrede.
118.238 – De schrijvers klagen nog steeds over Hobbits die het Noorden overheersen. Steeds meer draken zijn verslagen. De reuzen trekken zich terug. De Wyld begint te vervalen.
119.733 – Er zijn vreemde wezens aan de horizon gesignaleerd. In het verre Westen hebben ze Hobbitrijken ten val gebracht. Ze hebben een maan-achtig aura en kunnen in dieren veranderen.
120.099 – De Hobbit heerschappij is voorbij. De Maanadel doet alsof zij de steencirkels hebben gebouwd. Mensen leven in vrees voor de Maanadel.
126.231 – Vixen bestaat 10 jaar. Er is een wederopleving van de Hobbits. Een alliantie van Hobbits en Mensen heeft de Maanadel naar de Noordelijke Bergen verdreven. De Hobbits blijken over een eigen magie te beschikken. De Mensen hebben Sorcery geleerd uit het Zuiden. De decadente heerschappij is gebroken!
128.001 (Deze datum ligt in de toekomst! De tekst is in hetzelfde handschrift als de steen uit 84.641. Het betreft dus een voorspelling.) De wereld is echt vergaan! Er heerst slechts een lang en treurig verleden.

Uit de stenen kunnen we verder nog de volgende zaken opmaken:

Vanaf het alleroudste tablet worden goden genoemd. Maar in het begin waren ze nog niet zo sterk. Ze zijn in macht gegroeid samen met de mensen.
Abyssals zijn afwezig.
Siderials worden nergens genoemd.
Er komt steeds een nieuwe ramp, met daarna steeds een nieuw mutantenras.
Er is een paradox. De Mens bestond al in de Witte Stad, maar wordt hier gepresenteerd als een mutantenras dat pas duizenden jaren later ontstond. (Imhotep heeft ons verteld dat hij de eerste mensen gevonden heeft op Mount Paradise, rond het jaar 66.000, dat is een paar duizend jaar voor Jeb, de eerste schrijver.)
We moeten weten in welk jaar van onze jaartelling Vixen is gesticht. Dan weten we in welk jaar van deze jaartelling wij nu zitten. Gwan weet dat 320 jaar geleden de Shintasta zijn gekomen en de hegemonie van Vixen hebben gebroken. De Soulfield revolutie heeft 32 jaar geleden de Shintasta verdreven, maar de brahmanen zijn gebleven.

Over de aard van de rampen kunnen we het volgende beredeneren: In de Witte Stad was er na 48 uur weer een botsing tussen de werelden – 48 uur – 96 uur – etc. Dat zijn de momenten dat de werelden tegen elkaar aan slaan en weer weg ketsen. En op het moment van botsing is er een uitwisseling tussen de werelden. Vandaar de mutaties.
[Dat zou betekenen: 24 uur / 96 uur = 4 dagen / 8d / 16d / 32d / 64d / 128d / 256d / 512d /1024d / 2.048d / 4.096d / 8.192d / 16.384d / 32.768d / 65.536d / 131.072d (gedeeld door 365 = 359 jaar) / 718j / 1.436j / 2.870j / 5.744j / 11.490 / 22.980 / 45.969 / 91.920 / 183.840. Maar de stenen houden 1.000 / 2.000 / 4.000 / 8.000 / 16.000 / 32.000 / 64.000 / 128.000 aan. En als de jaren machten van 2 zijn, komen we op 1.024 / 2.048 / 4.096 / 8.192 / 16.384 / 32.768 / 65.536 / 131.072. ( Mensen verschenen rond 66.000 ) ]

Risha bedenkt dat we met een combinatie van de technologie van de Witte Stad beschaving plus onze Magie Igrot los zouden kunnen maken. Chantal valt hem bij. Volgens haar als we de parasiet doodmaken, blijft de magie, maar stopt de oscillatie.
Gwan onderzoekt hoe de mutaties ontstaan. In elke ramp worden vrijwel alle wezens vernietigd. Er is een grote bron van mutaties. De nieuwe verslaan de oude en beginnen een nieuwe beschaving.
Er komen steeds meer Zwarte Bronnen. Maar er zijn er nog niet zo veel als we op het scherm in de Witte Stad zagen. In die zwarte gaten is de tijd vervormd. Zo’n bron is een verbindingstentakel van Onze wereld via -> Elsewhere -> Nowhere -> Darkwhere -> naar de Andere Wereld. De goden Mot en El zijn ontploft vanwege een shortcut naar Darkwhere. Eénoog is een knechtje van de alien. De dienaren van Eenoog krijgen hun beloning in tijdloze bubbels, zoals het stasisveld van de Witte Stad. Daar mogen ze eeuwig heersen in hun beloofde land. Elk aanhechtingspunt, elke zwarte bron, is een extra verbinding tussen de werelden.

De laatste botsing, dan annihileren de twee werelden elkaar in een explosie en Igroth spreidt zijn sporen uit door de vijfde dimensie. Igroth zuigt kleur uit de wereld, daar voedt hij zich mee. Dat levert ons magie op. Risha wil proberen samen te werken met die antiwereld om samen Igroth te verslaan voordat we ontploffen. Chang heeft het idee om Elsewhere kort te sluiten met Darkwhere zodat de alien zich terugtrekt. Het omgekeerde van wat Eenoog doet.

Nog een paar losse gedachten:
Materie en antimaterie doet rare dingen met de tijd.
Misschien is er in de 5e dimensie iets dat Igrot’s eet.
Of we kunnen onze eigen 5-dimensionaliteit verwezenlijken.
Kunnen we via Melek Qart in contact komen met de wezens van Elsewhere?
De profetie zegt dat de komende klap de laatste zal zijn.
Verdere vragen kunnen worden beantwoordt.

Risha laat een cultusgebouw maken voor de stenen. Als we dit avontuur overleven dan mag er een mooi altaar voor de goden van gebouwd worden.

Tanais – 71

We mogen ieder twee van de tovenaars uitwerken. Ik kies voor Bubastis Hotep, de tovenares die is gespecialiseerd in Liefde en Oorlog, en Nazir Guley, de allrounder. Chris heeft gekozen voor de beide krijgsmagiërs Fastenos en Sobekh Ti. Jaap neemt de tovenaar-handelaar Karoen Hotep en Bes Hotep, die gespecialiseerd is in liefde en intriges. Martin heeft de vriendelijke balsemer Bilgir Nam en watermagiër Drilim Corsair met de blauwe gewaden. Blijft over de boekengeleerde Drilim Corsair als non-player in handen van de storyteller.

Als we aankomen in Groath, blijkt het vroeg in de avond van de zestiende te zijn. Ons avontuur in de Witte Stad was niet tijdloos, we zijn actief terug in de tijd gereisd! We overnachten in Groath en vertrekken de volgende morgen.

17-vi-R2
We laden de tabletten op ossenkarren en gaan in rustig tempo naar Bronwë. Jonge mannen met slechte wapens lopen dezelfde kant op. “Er worden nog steeds soldaten opgeroepen. De broer van de koning zegt dat er een grote oorlog aan zit te komen,” zegt er eentje met grote, blije ogen. We wisselen de ossen regelmatig en rijden non-stop. Rond middernacht komen we bij de ingang van de Barrows. Vanaf hier zijn overal soldaten. Niet alleen groentjes, maar ook serieuze krijgers. Na twee dagen komen we in Bronwë. Bi de stad zijn ook legioenen gestationeerd, meer nog dan we hadden verwacht.
We gaan naar het zomerpaleis en laden de stenen uit. We halen er een jonge brahmaan bij, van een jaar of dertig. Hij leest er een paar. “Indrukwekkend! Dit zijn de Oer-Stenen, bijzonder heilig, ze waren verloren gewaand. Die bakstenen van ons zijn hier maar een slap aftreksel van. Alle rituelen gaan beter met deze stenen.”
Risha zegt: “Eerst ontcijferen!” De brahmaan is dat met hem eens en gaat een team samenstellen. Hij wordt heel nerveus als Risha zegt dat er ook een derweth bij moet. Dat gaat de priester te ver. Vrouwelijke brahmanen heeft hij geen bezwaar tegen, maar derweth… Hij loopt weg om Shivanesh te halen.
Dan komt Mahakrishna langs. De eindstrijd zal bij de Barrows plaats vinden. Hij vertelt dat Sesklo geen leger heeft kunnen sturen. Zij hebben een eigen probleem met een draak en een vulkaan. “Draak?” zegt Risha, “wij hebben ook een draak…” Zijn broer onderbreekt hem: “De spannende verhalen komen later. Ik heb de vrijheid genomen om Bambi te bewerken. Zij heeft vijfduizend goed getrainde losers geleverd. Ik heb nòg vijfduizend man Shintasta laten komen, plus mijn eigen keurkorps van tweehonderdvijftig strijdwagens onder leiding van Mahamutri. Voordat ik het bevel overdraag aan generaal Chang wil ik even een overzicht geven van wat er allemaal beschikbaar is.”

Soulfields:
– 5000 soldaten (drill 2) aanvoerder Chang
– 5000 recruten (drill 1) aanvoerder Risha
Shintasta:
– 250 charioteers (elite drill 4) aanvoerder Mahamutri
– 5000 soldaten 1e legioen (drill 3)
– 5000 soldaten 2e legioen (drill 3)
Vixen
– 2500 soldaten (drill 2)
Abishqueck / Noordelijke Liga
– 1200 cavalerie (drill 2) aanvoerder Kofkof
Sesklo
– 5000 soldaten (drill 3) aanvoerder Bambi
Silver (dwergen)
– 1200 engineers (drill 2) aanvoerder Barkust
Selene
– 1200 soldaten (drill 2) aanvoerder Cyrian
Targon (goblins)
– 250 marketensters (drill 0) aanvoerders Eensteen en Platto

Een overzicht van de officieren:
War 6 : Mahamutri
War 5 : Kofkof, Chang, 2 shintasta edelen
War 4 : 7 edelen, (+ Risha na training)
War 3 : 15 kapiteins en sergeants, waaronder Bruiser en boogschutter Jarim Par (extra personage van Martin)
War 2 : 31 officieren
War 1 : 62 onderofficieren

Mahakrishna vertelt verder dat hij met de magiërs een oefenveldslag heeft geregeld om de onervaren troepen en Risha te trainen. (Zo kan Risha War 4 leren.)

Shivanesh komt binnen. Hij kijkt giftig, maar onderdanig, naar Mahakrishna. Die gaat weg.
“Gefeliciteerd met de vondst van de Oerstenen. Deze kunnen de kracht van al onze rituelen verhogen. Daarom verzoek ik vriendelijk aan lieden die al hun magische kracht nog hard nodig hebben, om deze stenen niet in aanraking te brengen met soulfielders en zeker niet met derweth.
De opperbrahmaan is in onze afwezigheid erg arrogant geworden. Er ontstaat een hoogoplopende ruzie tussen Shivanesh en de koning. Shivanesh claimt dat dit de bouwstenen zijn waarmee de goden de wereld hebben gemaakt. Risha betoogt dat deze stenen door een lange rij solar-priesters in zee zijn gegooid en dat we de laatste priester met onze eigen handen hebben begraven. Shivanesh stelt een weddenschap voor: Risha bouwt een altaar van bakstenen en hij van witte stenen. Risha gaat daar niet op in.
“Waarom derweth?” “Chantal en ik hebben de stenen samen opgevist. De koningin is soulfielder en zij heeft er evenveel voor gedaan als ik. Wees blij dat de chinezen ze niet ook claimen. Bovendien het gaat alleen maar om het lezen van de teksten die er op staan, niet om de stenen zelf.” Uiteindelijk komen ze er op uit dat de derweth de stenen mogen lezen, maar niet mogen aanraken, ze moeten handschoenen dragen.
Als de boze opperbrahmaan de zaal verlaten heeft, is Kadier aan de beurt. “Wat bent u snel terug, en met belangrijke stenen… Tja, het zijn en blijven racisten. Ennuh, mocht Shivanesh iets overkomen… liever niet waar je broer bij is! Die twee mogen elkaar niet, maar naar buiten toe vormen ze één front. Over je broer gesproken, kijk uit dat die de boel niet gaat overnemen. Hij ziet zichzelf als overkoning met jou als vazal.”
“Wat is er met Shivanesh aan de hand?” vraagt Risha, “ik vond hem wel aardig, maar nu doet hij alsof hij zichzelf belangrijker vindt dan de koning.”
“Hij is pissig omdat dat je die tovenaars hebt ingehuurd. Sorcery had je ook van ons kunnen leren. Het kost natuurlijk geld, maar je brahmanen hoeven niets door te krijgen. Die tovenaars hebben voor jullie een hallucinoir oefenerrein klaar gemaakt. Dat ziet er goed uit.”
Claude vraagt of hij aan betrouwbare metaalbewerkers kan komen voor zilver en titanium. Ja, dat lukt wel. Gwan wil weten hoeveel manschappen er nodig zullen zijn voor de slag om de Barrows. “Het is een heel groot gebied, zestig bij tachtig kilometer. En onder de grond wordt het een soort stadsguerilla, met gifgas. Nee, dat gaan jullie nu niet redden.”

Lunchtijd. Claude neemt werklui mee naar de werkplaats en laat ze de tekeningen van de vliegmachine zien. Zij mogen de basisvormen maken, hij zal de details doen.
Risha gaat naar de schrijn van Oaken. Hij bidt tot zijn god.
“Zo jochie, wat wil je nu weer van mij?”
“Niks, ik kom jullie waarschuwen. Eenoog heeft Mot en El gedood, en we hebben maar net weten te voorkomen dat hij ook Jamm en Baâl dood maakte. Ik denk dat Eenoog het hier ook wil gaan proberen.”
“Er komen wel weer nieuwen voor hen in de plaats. Het is tragisch, maar soms gebeurt het dat er een god sterft. Maar, is er jou iets meer opgevallen?”
“In de Witte Stad? Demonen kwamen daar ook uit de grond.”
“Ah… dus dat is wat de abyssals willen. De tijd daarbinnen loopt door, dat betekent een eeuwige hel in een enkel ogenblik! De abysals grijpen de macht en ze hebben het beloofde einde der tijden, waarbinnen ze voor eeuwig oppermachtig zijn. Is je nog meer opgevallen?”
“Zo veel. Maar doelt u op iets speciaals?”
“Waren er reclameborden?”
“Ja, die gingen op wit toen het krachtveld gesloten werd.”
“Heel interessant!” roept de god, “ik denk dat de materie- en antimateriewereld vlak na jullie vertrek uit de Witte Stad op elkaar gebotst zijn. Oscillatie! Dan is wat er nu aan de hand is, daar een voortzetting van!”
“En die marmeren tabletten?”
“Ook al is het verhaal dat Shivanesh er aan heeft gekoppeld nonsens, ze geven wel heel veel kracht omdat er in geloofd wordt. Ik ben blij dat je niet op zijn weddenschap bent ingegaan, want hij zou hebben gewonnen! Je moet die Shivanesh niet te serieus nemen. Je beseft overigens dat jij nooit een god zult worden hè?”
“Nee, ik snap nu dat ik op een ander facet van het kristal zit. Maar wij staan aan jullie kant,” zegt Risha.
“Meestal…” antwoordt zijn god. “Voor nu hebben we een gezamenlijke vijand. Ik denk dat de oscillatie langzamer gaat. Eerst zaten er een een paar uren tussen de klappen, nu duizenden jaren. Alles wat enigszins in de vijfde dimensie zat is daar gebleven. We zitten nu toch weer tegen een knal aan.” Oaken verdwijnt weer. “Ik wens je verder een fijne middag,” hoort Risha nog.

Chang gaat bij de troepen langs. Tussen de barakken valt al snel op dat er drie groepen, zijn die onderling niet mengen: Sesklo, Shintasta en de Noordelijke Liga. Maar hij heeft wel het idee dat ze samen kunnen werken. Verreweg de meeste officieren zijn Shintasta. De cavalerie van Kofkof is indrukwekkend. Het legioen uit Sesklo, Romeins aandoende troepen aangevoerd door Bambi, is iets minder indrukwekkend. Mahamutri’s strijdwagens zijn heel indrukwekkend en goed bemand; hij is ook goed voorzien van verbindingsofficieren. De troepen uit Vixen zijn niets bijzonders. Die uit Silver zijn bouwkundigen, die zouden handig kunnen zijn. De krijgers uit Selene zijn nuffige en pretentieuze lieden. Soulfielders zijn meer of minder goed getrainde boeren. En de goblins zijn gedienstig, maar hebben nog wel training nodig.

Gwan informeert naar de tovenaars uit Geb. De Gebianen zij begonnen landhuizen te bouwen en hij ontdekt dat ze gebrouilleerd zijn met de brahmanen.
Daarnaast houdt hij de aanvoerlijnen en de logistiek in de gaten. De logistiek is niet denderend geregeld. Er zijn voorraden voor twee maanden, maar nog geen goede aanvoerlijnen. De schatkist is bijna leeg. Hij kan geld lenen bij Berek Pan van Qart. Er zijn ook onafhankelijke kooplieden die Groath opnemen in de handelsroutes, dus er komen wel meer inkomsten. De bottleneck is de Oude Bosweg naar het grote Shintasta-rijk. Berek Pan adviseert ons om de onafhankelijke landjes een beetje in te lijven en de handelsroutes via de rivier Sheila, het Oude Bospad en de wegen naar Vixen etcetera veilig te stellen.

Als we weer bij elkaar zijn inventariseren we alles en maken we plannen. Nu zijn alle troepen gecentreerd rond Bronwë. Ons eerste doel is Shearton. We horen dat het idee van een tangbeweging vanuit het Noorden niet door zal kunnen gaan, omdat de troepen van de Noordelijke Liga al hier zitten. Chang stelt voor om de Magiërs met Risha en Sesklo’s legioen door Sorceror’s Well te sturen, de Chariots om het bos heen te laten rijden, de Cavalerie met de vrouwelijke brahmanen en magische paarden door het Weird Bos heen te laten rijden. Voor de Artillerie, Ingenieurs en overige Infanterie moeten we nog wat bedenken.

Volgende keer: oefenen met vechten bij de magiërs.

3xp

Tanais – 70

Het is negen uur ’s avonds, maar de zon staat nog steeds midden aan de hemel. We willen naar Instituut Diccles. Dat is vijfhonderd meter glibberen over slijmerige grasvelden. Er brandt nog licht. Binnen vinden we geen baliepersoneel meer. De plattegrond geeft aan dat er bovenin het gebouw op de tiende etage een observatiekoepel is. Helemaal onderin de diepste kelder zit een zwaar bewaakt gedeelte. De rest van het gebouw lijkt uit kantoren te bestaan.
We willen naar de bovenste etage. Als we bovenin zijn, reageert de liftdeur niet op ons, er is blijkbaar een extra code nodig die we niet kennen. Met Lock Opening Touch krijgen we de deur wel open, maar daardoor raakt de lift wel defect.
Op de bovenste verdieping ligt hoogpolig tapijt in de gang. Uit een van de kamers komt zacht gezoem en gebrom van machines. Een man van ongeveer 55 zit ingespannen naar bedieningspanelen en beeldschermen te turen. Hij is druk bezig en heeft ons niet door.
“Goedenavond…” zegt Risha.
“Niet nu. Even niet storen.” De man gaat door met waar hij mee bezig is. We bekijken dus eerst de rest van de etage. Er zijn nog drie kwartcirkelvormige zalen met machines en beeldschermen, maar zonder personeel. We kunnen geen handleiding vinden. Claude zoekt uit welke knopjes het meest gebruikt worden, maar dat levert geen zinvolle informatie op. We gaan nog eens naar de eerste kamer.
“Ga weg!” roept de man overstuur, “Het gaat allemaal fout. Geen tijd om te praten! We gaan naar de knoppen. Igrot heeft zich aan ons vastgeklampt. Dat was die siddering van daarnet! Hij is sterker dan wij! Ik geef het op!”
Claude gaat hem ‘helpen’ door op wat knoppen te drukken. Het lukt hem om wat beeldschermen te activeren. We zien een soort zwarte zuignap of poort. De technicus wijst: “Daar! Dat is hem! De vijfde dimensie!”
“Hoe komen we daar?” vraagt Risha.
“Dat kan niet, dan wordt je zelf uitgestoten. Het lukt me niet om de zwarte poelen des doods los te rukken. Ga naar de kelder. De anderen zijn daar ook. Red jezelf!”

De lift doet het niet meer. We klimmen via de kabel naar beneden. Chang houdt het niet en stort naar beneden. Hij activeert een charm waardoor de val gebroken wordt. Met een luide “plons” belandt hij in het drekkerige rioolwater. Verdieping -1 blijkt voor de machinekamers te zijn. De liftschacht gaat verder naar -7. De onderste verdieping staat onder water. Risha trekt zijn kleren uit en duikt naar beneden. De andere twee volgen zijn voorbeeld. Chang is al vies.
Het is hier pikkedonker, dus we activeren onze anima. De onderste liftdeur gaat met Lock Opening Touch open. We zwemmen door de ondergelopen gangen naar de centrale ruimte. Die heeft een hermetisch gesloten soort sluisdeur. Het klinkt alsof het daarachter nog droog is. Claude krijgt hem met de First Larceny Excellency open. De deur opent naar buiten. We glippen snel naar binnen. De deur wordt door de druk weer gesloten, maar er blijft water doorheen sijpelen.

Het lijkt op een mortuarium. Tweehonderd mensen liggen in stasis in een verder kale safe-room. Nou ja, niet zo heel safe meer. Iedereen heeft een Eyepad met vingerslot. We activeren er eentje en ontdekken dat als het stasisveld rondom de stad wordt opgeheven, deze armbanden de mensen ook weer uit hun stasis halen. Dus als het hier volloopt met water, en ze komen over ooit weer bij, verdrinken ze allemaal. Voor de rest staan de Eyepads vol met voor ons onbegrijpelijke teksten over de dimensies.
We filosoferen even over de zwarte poel of zuignap. Is dat hetzelfde als onze zwarte bronnen? Dan gaan Risha en Chantal de mensen die hier in stasis liggen evacueren naar een droge gang. De anderen vinden dat maar tijdverspilling.

Om twee uur ’s nachts zijn we klaar. We gaan weer naar de bovenste verdieping. De technicus is uitgeput. Hij zit depressief voor zich uit te staren. Risha stoot hem aan. De man zegt: “Nog vier uur en dan is het afgelopen. Als Igrot zich ook aan de andere wereld heeft vastgeklampt, dan komen de twee bij elkaar en dan ontploffen ze!”
“Wat bedoel je?”
“De zwarte poorten, zuignappen zo je wilt, zijn gestabiliseerde zuiggaten, waardoor materie en antimaterie elkaar aantrekken. Het is een oscillatie. Ofwel we vergaan, of we zitten in die oscillatie vast! Igrot moet terug de vijfde dimensie in. Er is zelfs een zuignap die zich aan de stasiskoepel heeft gehecht. ”
Dit is volgens de technicus het volwassen stadium van Igrot. Hij heeft zich genesteld tussen twee werelden. Er komen steeds meer gaten. Er zijn hier veel meer zwarte gaten dan dat er zwarte bronnen bij ons zijn. Maar de bronnen die Risha kent, zijn wel op dezelfde plekken!
Chantal zegt: “Ik had vanaf het begin al gezegd dat we naar de uitgang moesten!”

We gaan bij Rosen langs en vragen of hij een manier weet om bij de plek te komen waar Igrot zich aan de stasiskoepel heeft vastgezogen. Hij vindt het een wild plan, maar is wel bereid om ons er met zijn helicopter naar toe te vliegen. In de rest van de stad zijn intussen rellen uitgebroken, maar in de universiteitssector is het nog relatief rustig. Als we aankomen, vraagt Rosen hoe we door de koepel heen willen breken. Hij tikt er tegenaan. “Tik. Tik. Hier is het krachtveld, daar kan niets doorheen.” Risha voelt eens. Hij kan zijn hand er zonder probleem wèl doorheen steken. Rosen kijkt stomverbaasd. We nemen afscheid en springen door de koepel.
Amfibiewezens kijken geschrokken op van de marmeren tabletten “Iep! Iep! Aliens!”
Alles is precies zoals we het hebben achtergelaten, maar dan ook precies. We zijn alleen niet op hetzelfde punt als waar we in de Witte Stad stapten. Maar wel op hetzelfde tijdstip.
Buiten de luchtbel verzamelen we tabletten die ze nog niet gebruikt hebben. “We komen in vrede.” Risha kalmeert de wezens. Hij bedenkt een leenbibliotheek idee: zij broeden hun jongen uit en dan ruilen we de tabletten voor andere die we al gelezen hebben.
Chantal is het met Risha eens dat de technologie van de oude wereld te vinden is in de antenne onder de magische ijstong. Ze denkt ook dat Igrot de bron van magie is. Het is een symbiont die veel wint: hij eet kleur en levert magie. Wij moeten zorgen dat de balans niet teveel verstoord wordt. Ze noemt Eenoog het enzym van Igrot. Zij wil niet terug naar een bestaan zonder magie. Wij moeten kleur terugbrengen in de wereld. Risha denkt dat dit de functie van solars is. Sterren- en maanlicht zijn zwart-wit, maar zonlicht geeft kleur. Het plaatje klopt volgens hem nog niet helemaal, ook vóór Igrot was er al magie: de wereld van de Witte Stad kende hoge, lage en huis-, tuin- en keukenmagiërs.
Dan gaan we tabletten in het visnet laden. De taakverdeling is dat Chantal ze beneden inlaadt, Claude laadt ze boven op het schip uit en Chang en Risha schieten op de sea-hags om die bezig te houden.
Een etmaal later zijn de twee schepen volgeladen. We varen weer naar Soul.

19-vi-R2 Midwinter
Desgevraagd vertelt Chantal dat het vermogen om in een grote raaf te veranderen een natuurlijke eigenschap van haar is. De Faery Queen heeft haar naar New Salish gestuurd. Onderweg herinnert Chang zich dat op het ontplofte eiland een antenne stond die nog werkte. Waarschijnlijk is er nog meer werkende technologie te vinden op de wereld. Claude denkt dat het flesje Bauchliet misschien wel het enzym is. Ook bedenkt hij dat het wereldkristal twee maal negen facetten heeft, negen soorten wezens van onze dimensie en negen van deze wereld. Risha: “twee maal negen soorten magie, en sorcery plakt ze aan elkaar.” Chantal: “Of die van de Qartianen.”

20-vi-R2 avond
We komen aan in Groath, en gaan direct door naar Bronwë. Er wacht een oorlog op ons, en een heleboel bakstenen.

4xp

Tanais – 69

Tanais – 69 : 03-04-2014

Ergens in het verre verleden: xx-1, elf uur ’s ochtends
De notabelen blijken niet dood te zijn, maar in stasis. Risha gebruikt het Qartiaanse schrijftablet om Chantal alsnog bij het gezelschap te laten zijn. We zitten een stukje terug terug in de tijd, Chantal is opeens bij ons. Ze kijkt heel verbaasd, maakt zich los uit de omarming met Gwan en kijkt schuldig naar Risha. “Waar ben ik, wat is er aan de hand?” vraagt ze geschrokken. Risha zegt: “We zijn in de Witte Stad.” Daar wordt ze stil van, dat Risha de tweede van zijn drie wensen heeft gebruikt om haar er toch bij te kunnen laten zijn.
Wat moeten we doen? Er staat een onbegrijpelijk apparaat in de kamer. Eén raam kijkt uit op de buitenwereld, het is mooi weer, het staal vol met vreemde vierkante glazen gebouwen. (Het lijkt een beetje op het Leidse Bio-Science Park.) Gwan ziet buiten Bus 17 stoppen bij een halte. Er stappen wat mensen in en uit.
Vanaf hier verlopen de gebeurtenissen bijna hetzelfde als eerder, maar dan met Chantal er bij. We lezen de notulen. Na een half uur verlaten we deze kamer. In de rest van het gebouw is geen alarm. Bij de balie vragen we naar de bibliotheek. De receptioniste reageert verbaasd: “Die heeft u toch bij u, de eyepad?” Risha doet alsof hij die is kwijtgeraakt. Ze pakt er eentje uit de kast. “Dat is dan 200 ‘credits’. De rekening komt nog. Als u hier wilt tekenen…” Als blijkt dat Risha niet weet hoe hij het werkt, kijkt ze hem meewarig aan en zet het ding voor hem aan. Er verschijnt een logo van het Werner Volker Instituut op de kristallen bol.
Claude zegt: “Misschien moeten we niet naar de bibliotheek zoeken, maar naar iemand die iets weet.” De receptioniste wijst ons de trap naar de kelderverdieping. Daar treffen we lange gangen met veel deuren. Achter de eerste deur is een machinekamer, mensen in witte jassen zijn er aan het werk. Iemand komt naar ons toe en vraagt vriendelijk wat we komen doen. Gwan zegt: “Informatie zoeken.” “O, waar over?” Claude zegt: “Multidimensionele technologie.” “Is het voor een werkstuk?” “Ja,” zegt Risha. De man begint enthousiast te vertellen: “Wij zijn ingenieurs en met deze grote machine doen we experimenten met het kortstondig oproepen van extra dimensies. Kun jij je vijf dimensies voorstellen? Nee hè? Gelukkig hebben we daar wiskunde voor. De dimensies die wij bereikbaar kunnen maken, daar kunnen we materie naar wegsturen. Zwaartekracht is de enige kracht die daarheen lekt.” Claude vraagt: “Dingen, zoals een stad?” “Nee, voorlopig alleen protonen.” Risha beschrijft Elsewhere. “Ja, dat klopt!” De man zet het hele verhaal in een Word-document op Risha’s eyepad en stuurt ons weer weg. Het is intussen twaalf uur ’s middags.
Achter de volgende deur vinden we een koffiekamer. Er hangen witte jassen en er liggen tussen schroefjes en technische dingen een paar eyepads op tafel. Chang probeert er eentje aan te zetten, maar hij komt er achter dat deze beschermd zijn met een vingerscan. Terwijl hij daarmee in de weer is, probeert Risha zijn harnas uit Elsewhere te voorschijn te toveren. Dat lukt niet. Claude imiteert met melkpoeder de duimafdruk op de scanplek van een van de eyepads. Het ding gaat aan. Op het beeld verschijnt een driedimensionele paardenbloempluis. Als hij zijn hand door de afbeelding haalt, ploppen er allemaal icoontjes tevoorschijn. Als hij ze aanraakt, krijgen we foto’s te zien van een gezinnetje, man, vrouw en kinderen. De vrouw herkennen we als iemand die aan de grote machine stond te werken. Claude vindt naast enorm veel foto’s ook een tekstbestand vol wiskundige formules. Ondanks dat het een vreemde taal is met een schrift dat anders is dan het onze, kunnen we het lezen. Risha vind op zijn exemplaar een quick-start gidsje. Het is heel intuïtief. Hij maakt per ongeluk een foto van Gwan. Tussendoor kijken we ook wat we zoal in onze zakken hebben. Risha heeft een paspoort (Max Conie, zoon van een specerijenmagnaat) en we vinden dingen waarvan we vermoeden dat het geld is. Risha en Claude zelfs grote coupures.
Verderop in de gang vinden we een lab waar met robots wordt gewerkt. Op de volgende deur staat een waarschuwing: “Gevaar! Straling!” Die slaan we maar over. Daarna volgt nog een magazijn met allemaal spullen. Eén verdieping dieper vinden we nog een kamer met zo’n groot apparaat. Hier is maar één man aan het werk.
“Wie heeft jullie gestuurd?” vraagt hij nors. Risha noemt de eerste naam uit de notulen. De man wordt meteen beleefd. Hij wil wel wat over zijn werk vertellen: “Dit apparaat dient om de vijfde dimensie te stabiliseren. Via de vijfde dimensie kunnen we materie overbrengen naar een andere vierde dimensie. Dat is een kopie van onze wereld, maar dan in antimaterie.”
De overige steden waar ze aan dit project werken zijn Nieuw Salish en de andere steden die we uit onze eigen wereld kennen. Hij legt uit over de alien besmetting. Alles met Grauw heeft een andere signatuur en kan uit de wereld geëxtraheerd worden en dan in de andere wereld ontploffen. Risha vraagt naar de Rode Knop. De geleerde heeft vernomen dat als daarop gedrukt wordt, de experimentele machines het Grauw gaan losweken. Maar het is nog zó experimenteel dat het nog niet gebruikt kan worden, omdat het waarschijnlijk op allerlei onvoorspelbare manieren fout zal gaan. Er zal een beschermende koepel over deze stad gelegd worden om de belangrijkste tienduizend mensen te redden. Chang vraagt naar de Groene Knop. “Ja, er kan natuurlijk per ongeluk op de Rode Knop worden gedrukt. De Groene is voor herstel.” Gwan wil weten wat er in de kamer met “Gevaar! Straling!” gebeurt. “Er moet ergens energie opgewekt worden. We leiden verschillende radioactieve straling via loden buizen naar waar het nodig is.” Het is in middels één uur en hij wil met lunchpauze. Hij adviseert ons om ook bij de andere instituten langs te gaan.
Chang denkt dat we iemand moeten inlichten, dus we nemen deze man in vertrouwen. Hij heeft lunchpauze, dus hij kan wel even met ons mee. De deur op de eerste etage gaat niet voor ons open. Er zijn een iris-scan en een bloedprikapparaat. Hoewel wij wel bij de vergadering waren uitgenodigd, zijn wij blijkbaar niet geautoriseerd om hier zelfstandig naar binnen te gaan. Risha activeert zijn charm Lock Opening Touch en de deur zwaait ontwricht open. Onze begeleider is heel nieuwsgierig naar deze kamer. Maar als hij het alarm hoort en de lichamen op de vloer ziet ziet, krijgt hij een hartverzakking. “Holy Fuck! Wie heeft dit gedaan?” “Ik,” zegt Chang. De man activeert een alarm voor in de rest van het gebouw. “Hoe lang geleden is dit gebeurd?” “Twee en een half uur geleden.” “Dan hebben we nog maar een uur en een beetje om er wat aan te doen.” “Achtenveertig toch?” “Nee dat is een andere groene knop!”
Hij rent naar beneden. Risha rent mee, recht in de armen van Security. Hij bluft (met Presence Excellency) en stuurt ze naar de commandokamer. De techneut rent een communicatiekamer is. De verbinding met Nieuw-Salish geeft slecht beeld en ruis. Er komt steeds meer ruis en dan valt het beeld weg. De apparatuur laat nog wat geknetter horen. De afscherming van de Witte Stad is al zo ver dat communicatie niet meer mogelijk is. Hij kijkt verslagen, loopt weg en is niet meer aanspreekbaar.
Alarm en ongeloof in de gangen. We horen veel gestommel in de kelder. De ‘gelukkigen’ met een polsbandje lopen daar weg. Iedereen probeert een stasis-polsband te bemachtigen. Blijkbaar is dat de veiligste manier om te overleven.
Alle reclameborden staan op wit sinds de verbinding wegviel. Niemand heeft nog oog voor ons.
Claude zoekt uit welke instituten er nog meer zijn: Grotius heeft met gevorderde biologie te maken, Diccles werkt met extra dimensies, Streffer gaat over de marktwerking, Bingo Inc. over de menselijke psyche en Volker Werner maakt machines, robots en kunstmatige intelligentie. Hij kijkt in zijn eigen papieren: orgaanhandel en dergelijke, hij blijkt contacten bij Grotius te hebben.
Buiten zien we dat de zon bijna tot stilstand is gekomen, midden boven de stad.
Risha gaat eens bij de robots kijken. Het is hier spookachtig stil. Hij vindt een pedante instructie- en onderwijsrobot: Brick. Die neemt hij mee naar de balie. Claude vraagt aan Brick over het Grauw. ‘Dat bleek de alien Igrot te zijn. Binnen enkele weken nadat de extra dimensie werd toegevoegd is de alien geland in het Zuiden. Eerst klein als een microbe, maar het groeide. Voor gedetailleerde informatie moeten jullie naar het Grotius.’
We gaan naar buiten. Daar is alles nog rustig. Het Grotius is een gebouw met uitnodigende architectuur. Het meisje achter de balie glimlacht onvriendelijk: “Ik zie dat jullie een onderwijsrobot bij jullie hebben. Stel daar je vragen maar aan. Wij zijn niet zo van de journalistiek.” Maar Risha gebruikt zijn Excellency weer en vraagt naar de Persoonlijke Assistent van de hoogste baas van het instituut. We mogen in de wachtkamer gaan zitten en worden even later opgehaald. Als ze hoort dat er op de Grote Rode Knop is gedrukt, gaat ze haar stasisarmband halen. “Loop maar mee, de informatie die jullie zoeken zit in mijn zak.” Ze doet in haar kantoor de armband om en valt neer. Haar eyepad zit in haar jaszak, met haar duim kunnen we hem ontgrendelen. We krijgen toegang tot het lokale intranet en we vinden een bestand met haar toegangscodes. In de bibliotheek vinden we een boel informatie.
Tien jaar geleden is de alien voor het eerst gevonden. We hebben pas elkaars aandacht getrokken toen wij met extra dimensies begonnen te werken. Igrot is het eerst verschenen op een onbewoond eiland. Demonen en Abyssals kenden ze ook al, die werden verslagen, begraven en vergeten. Ze waren wat anders dan de alien. Er wordt gespeculeerd dat Igrot een vóórstadium is van iets. Hij scheidt een enzym af dat de kleur losweekt en de alien neemt die op een extradimensionaal gat in. Het is een vijf-dimensionaal wezen, dus voor wezens zoals wij, die in vier dimensies leven, niet aan te vallen.

Terwijl we lezen, begint de kelder vol te lopen met rioolwater. Op naar het Diccles Instituut. Onderweg weet Brick te melden dat de stad zestien sectoren heeft. Wij zijn in sector 1. Er is autorisatie nodig om van de ene sector naar de andere te reizen. De hoogste bevoegdheid heeft de regering; dee bestaat uit leden van Streffer en Bingo Incorporated. De zon staat nu stil op het hoogste punt van de hemel. Buiten is intussen paniek uitgebroken. De riolen zij kapot en er komt iets vies en smerigs uit de grond omhoog.

Half zes
Volgens Chantal is de boel aan het verergeren. Ze stelt voor op te letten of we ergens de uitgang kunnen vinden. We eten wat bij een Chinees afhaalrestaurant. De paniek buiten wordt steeds groter. Er ontstaan barsten in de weg. Gwan stelt voor om de regering te gaan zoeken. De robot zegt dat de regering in sector 9 zetelt. Hier zijn wel afgevaardigden te vinden: de heer Rosen bij Bingo en de heer Xanten bij Streffer. We gaan naar Bingo Inc. Dat instituut werkt nu met noodpersoneel. De heer Rosen heeft tijd voor ons. Hij is één van degenen die is aangewezen om de sectoren draaiende te houden.
Er is zich iets aan het voltrekken wat ze niet begrijpen. Lang vergeten en begraven wezens zijn uit de onderkrochten aan het opstaan: groene vrouwen en donkere mannen. Een opstanding van vergeten creaturen, datgene wat begraven is geweest. Wij denken de Shuragi te herkennen en vertellen over gifgas en plakspul. Risha regelt dat wij aan het crisisteam worden toegevoegd. Rosen zegt: “Ik heb een angstig vermoeden. De tijd lijkt stil te staan. Wat zou de eindtoestand kunnen zijn met deze Abyssals? Ik houd mijn hart vast. Het goede nieuws is: Fase 1 lijkt gelukt te zijn. We gaan de problemen oplossen waar en wanneer ze zich voordoen. Het belangrijkste is nu dat de abstractie van de alien volledig is en dat de andere wereld uit ons zwaartekrachtsveld los komt. Dat doen de jongens van Diccles.”
“En als de mensen in de toekomst Igrot weer eens oproepen?”
“Ja, gezien de menselijke aard lijkt mij dat wel mogelijk.”
Dan begint alles te schokken, alsof een touw strak komt te staan. Er gaat een siddering door de lucht en een aardbeving door de grond.

3 XP

Tanais – 68

12-vi-R2 11.00 uur
Claude vertelt dat hij het kleine meisje dat hij uit het Eenoog-dorpje gered had, heeft afgegeven bij de Brahmanen, voor het geval dat ze nog een grauw-taint heeft. Risha gebruikt de tweede wens van het orichalcum tablet om Chantal ook toegang te geven tot de Witte Stad. Te paard gaan we naar Groath. Tegen het einde van de avond zijn we in Soul. We betrekken herberg Het Dansend Paard.
13-vi-R2
’s morgens vroeg vertrekken we naar Ashscroft, waar we ’s avonds aankomen. Op de paardenmarkt wisselen Chang, Claude en Gwan van paarden. Risha blijft bij zijn magische groene paard.
Op de 14e
’s Avonds komen we aan in Groath. Het werk is net afgelopen en de kroegen gaan open. Groath wordt al echt een stadje, in plaats van het vissersdorp wat het eerst was. De weg er naartoe is mooi bestraat met kinderhoofdjes. (Claude’s fantasie slaat op hol bij dat woord.)
Op de 15e
Chang stelt voor om de Nautilus-onderwaterfietsen uit te proberen voordat we op expeditie gaan. In het ijskoude water van de zee komen we er achter dat ze van zeer verschillende kwaliteit zijn Claude heeft de beste, Gwan’s exemplaar schiet nogal tekort. (Strength+Ride voor snelheid, Dexterity+Ride voor wendbaarheid).
We oefenen ook met de drietanden die Claude heeft gemaakt. Die waren veel te lang, maar nadat hij er een meter af heeft gezaagd kunnen we ze als een soort lans gebruiken. Aan het einde van de dag voelen we ons er genoeg vertrouwd mee om de tocht naar de Witte Stad aan te durven vangen.
16-vi-R2
We vertrekken met twee galjoenen, tien matrozen en tien soldaten. We varen langs de resten van het ontplofte eiland. Rond twaalf uur zijn we bij de plek waar we moeten zijn. We controleren de apparaten nog eens en maken ons klaar om naar beneden te gaan. Er komen twee airhags aanvliegen. Ze cirkelen om onze schepen en gaan weer weg. Vast om versterkingen te gaan halen… We besluiten te wachten tot ze terugkomen.
Om ongeveer 5 uur ’s middags, in de avondschemering, komen er zes aanvliegen. Claude staat op wacht, maar hij heeft het pas op het laatste moment door. Hij slaat alarm, maar vier van de hags snaaien een bemanningslid mee. Eentje probeert Claude te pakken en eentje Risha, maar dat mislukt. Gwan schiet op een hag die een matroos meevoert. Raak, maar ze vliegt verder. Risha schiet op dezelfde, met hetzelfde resultaat. De twee die Claude en Risha gemist hebben, proberen het weer en missen weer. Risha schiet en mist. Claude schiet er één uit de lucht. De snelste is ontkomen met een matroos. De twee die gemist hebben slaan op de vlucht. Risha schiet er nog eentje dood, Claude ook. Er is intussen een hoop bloed in het water, dat zal de zeehags aantrekken! Drie bemanningsleden zijn gered, maar een is er verloren. We houden een rouwdienst voor hem.
17-vi-R2
We gaan met onze nautili de zee in. Op een meter of honderd diepte ziet Claude een cirkel van seahags om ons heen. Hij wijst ons om opzij te gaan, maar de hags houden de kring om ons heen, ondanks de nautili zijn ze sneller dan wij. Als we dieper komen, vallen er negen aan. Ze blijven buiten bereik van onze drietanden en vangen een krijsend gezang aan. Onze oren tuiten (Valor, minstens 3 successen nodig). Gwan krijgt caissonziekte door de drukverschillen van het gezang. Risha weet er eenje aan zijn drietand te rijgen. Die vlucht zwaar gewond weg. De gewonde wordt opgegeten en diens plek in de negen wordt meteen door een andere ingenomen. Chang geneest Gwan, Claude schakelt er intussen nog eentje uit. De hags beginnen weer te chanten en ditmaal worden we allemaal getroffen. Gwan gaat hard achteruit. We gaan naar boven (Stamina+Resistance difficulty 8). Gwan, Claude en Risha herstellen vlot, maar Chang heeft extra aandacht nodig. Als hij weer bijkomt, kan hij zichzelf verder genezen.
We realiseren ons dat we afstandswapens nodig hebben. Claude besteedt de dag aan het ontwikkelen van een pneumatische dieptebom die een heleboel harpoenen in alle richtingen afvuurt. Negen successen op Craft, het is een indrukwekkend ding! Voor Risha maakt hij een harpoengeweer, maar dat is minder goed gelukt.
18-vi-R2
We gooien een dode kip in het water om de hags te lokken. Dan volgt de bom. Die doet zijn werk uitstekend. De hags vreten de gewonden op en wij kunnen ongehinderd door de slachtpartij heen naar beneden afdalen. In de diepte schitteren marmeren tabletten, en we zien een koepel. De stenen liggen rondom de koepel. Risha voelt dezelfde tinteling als onder de draaikolk, maar ditmaal resoneert het op een goede manier, het voelt als thuis! Op tweehonderd meter diepte, dertig meter boven de koepel, zien we de ruïne van een marmeren stad, de koepel is “binnen groter dan buiten”.
We gaan langs de koepel omlaag. Gwan vindt geen openingen. De tabletten liggen half in het zand. Risha raakt de koepel aan, zijn hand gaat er gemakkelijk doorheen. In een opwelling stapt hij er door. De anderen zien hem niet meer. Claude stelt nog even voor om hem maar in zijn sop gaar te laten koen, maar ze gaan er toch achteraan. Elkaars hand vasthoudend stappen ze erdoor. Hoewel je je de voorganger niet meer ziet, voel je zijn hand nog wel.
Risha komt in een ruimte met lucht. De binnenkant van de koepel is begroeid met algen. Hij verrast kikker-zeehond-achtige wezens, die verschrikt reageren. Hij steekt zijn open hand op en zegt “Ik kom in vrede!” Dan komen Claude en de anderen. De wezens roepen: “Help! Aliens!” en vluchten weg, “Voor je het weet wordt je meegenomen voor experimenten!”.
Vijftig meter verderop zien we nog een koepel. De wezens bewonen een radioactieve ring van 50 meter breed. In de buitenring zijn veel algen en gebouwtjes van gestapelde marmeren platen. Risha veegt de algen van een plaat. De bewoners reageren verschrikt als hij over het slijm wrijft. Er breekt een vliesje open en daar komt een embryo uit. Daaronder vindt hij een tekst van 500 jaar geleden over elf-achtige wezens die megalieten bewonen. Vanwege de paniekerige reactie van de bewoners laten we de stenen verder maar met rust, en gaan we naar de volgende koepel. We stappen er samen doorheen.
We zijn even gedesoriënteerd. Er gaan allemaal alarms af. We staan in een kamer met vijftien andere mensen in 21e eeuwse pakken. Het lijkt alsof wij ook deel uitmaken van die groep. Iedereen draagt formele kleding. Chantal is er ook. Gwan en Chantal houden elkaar angstig vast, als een verliefd stel dat steun zoekt bij elkaar. Claude heeft de uitstraling van een ‘herbalife’-verkoper. Risha is sjiek gekleed. Chang draagt de uitrusting van een sjamaan, een verfomfaaid generaalsuniform versierd met totems en dergelijke. Hij heeft net op een Grote Rode Knop gedrukt. Blijkbaar was dit totaal onverwachts, gezien de enorme consternatie onder de aanwezigen. Gwan rukt zich los en drukt nog eens op de knop, in de hoop dat het lawaai daardoor weer ophoudt, maar dat werkt natuurlijk niet. We hebben allemaal een horloge om onze pols met “48 uur” er op, maar het staat stil. Alle klokken staan stil. We zien de mannen en vrouwen op hun polshorloges drukken en ze zakken in elkaar. Risha kijkt of er iets uitgezet kan worden, maar hij begrijpt niets van het bedieningspaneel. Diverse beeldschermen geven een kaart van de wereld. Bijna de hele kaart is grijs, op een paar plekken na. Kleine speldeprikjes op afgelegen plaatsen, onbewoond door mensen, hebben nog kleur. Heel de rest is donkergrijs tot zwart. Het zwart zit niet op de plaatsen waar Risha die verwacht (Soul, Melek Qart, Euboia).
Claude onderzoekt de mensen. Ze zijn heel snel aan het sterven. De armbanden blijken een compartimentje met gifnaald te hebben. Claude en Gwan doen die van hun af, maar Risha laat de zijne om. We stappen over de lijken heen richting een deur. Een van de doden was blijkbaar de secretaresse, ze heeft notulen bij zich. We kunnen het lezen: “Genodigden: een select aantal Techno-Verhevenen en Verhevenen van inferieure rangen, plus op voorspraak van de priesteres een paar wezens die onvermoede kanten hebben en waarvan zij denkt dat ze een oplossing kunnen zijn voor het Iggroth-probleem.” Instinctief weten we dat wij die laatste ‘wezens’ zijn. We lezen dat er nogal wat protest was tegen onze aanwezigheid in termen als: “kwakzalvers”, “oplichters”, “uit achterstandsbuurten” en dergelijke. De reden voor deze bijeenkomst was; “een uit de hand gelopen ziekte, na pogingen tot contact onzerzijds waar iets op afgekomen is.” De aanwezigen worde verdeeld in ‘Superieure Verhevenen’ oftewel Technocratie, ‘Inferieure Verhevenen’ of Mages en ‘Hedge Wizards’ met onbegrepen, onvermoede krachten. Dat zijn wij, onze namen staan achter. Wat wij volgens deze aantekeningen kunnen, lijkt op rudimentaire Solar-krachten. Het wapen, de Rode Knop, waar Chang op drukte is “een experimentele extradimensionele technologie om de wereld in stasis te brengen, te zuiveren door Iggroth uit deze dimensie te gooien en iets nieuws te laten ontstaan”. Maar in dat proces is deze wereld wel vernietigd. We hebben de eerste achtenveertig uur na het indrukken van de Rode Knop om alles nog terug te draaien. Daarvoor moet contact worden opgenomen met “de andere haard van beschaving” aan de Oostelijke baai, voorbij waar in onze tijd Satem ligt. Daar moet dan op de Groene Knop worden gedrukt.
De weg naar buiten is makkelijk te vinden. We bevinden ons op de eerste etage. Er zijn roltrappen naar beneden. Het alarm was alleen in onze zaal, niet in de openbare delen van het gebouw. De klokken staan stil, maar de wereld gaat door. Het baliepersoneel beweegt nog en op straat zijn ook nog mensen. Buiten is veel groen en we horen straatgeluiden. Op het gebouw staat “WernerVolker Instituut”. We hebben onze eigen kennis, niet die van de personages uit dit verleden. We bedenken dat de informatie die we nodig hebben wel binnen zal zijn. We moeten experts gaan zoeken.

4 xp

Tanais – 67

20-5-R2, 12.00 uur
Mot is verschenen uit de vulkaan, druipend van verderf, gif en rottigheid. We rennen recht naar het leger van El, die ziet er uit als een kruising tussen Gandalf en een paladijn. Mot gaat een spreuk werpen. Als solars zijn we bestand tegen het effect (we halen de stamina + essence saving throw), maar getroffen soldaten rotten ter plekke weg. El heft zijn handpalm om iedereen te bekeren. Chang raakt overtuigd van de essentiële goedheid van El. (Hij heeft de presence + conviction saving throw niet gehaald). Net als hij zich bij het leger wil aansluiten, begint de grond te rommelen. Er is een ondergrondse ontploffing, daarop volgt een heel felle lichtflits. We kunnen onze ogen afschermen (perception + dodge saving throw gehaald). En dan een heel luide PLOETSJ ! vanaf de plaats waar Mot stond. We raken bedolven onder een lading smurrie. Stilte … een aanzuigende wind … El wordt jammerend in het gat gezogen en doet ook SPLUT ! … van hem geen rondspetterende resten … stilte. Men laat in afgrijzen de wapens vallen, de overlevende manschappen slaan op de vlucht. Boven de krater hangt een tintelende trilling in de lucht.
Gwan zegt droog: “Ik denk dat we hier klaar zijn.”
Risha wil bij de krater kijken. Op weg daarheen ziet hij geen restanten van El. De grond is wel bedekt met een laag smurrie van Mot. Als hij dichter bij de krater komt, wordt de prut corrosief. Dit was een slecht idee, zijn schoenen rotten weg. We gaan over op plan B en maken alles schoon met woestijnzand. Daarna gaan we naar de boot.
Dat is twee dagen lopen. De gevluchte soldaten zijn met de Noorderzon verdwenen.
(Op 21-5-R2 zou Jozias aan Yamm geofferd moeten worden, dat is natuurlijk niet gebeurd.)

22-v-R2
We komen midden op de dag bij ons bootje aan. Daar laden we de mirre in en varen we weg. Als we ons niet inhouden zijn we morgenmiddag ter hoogte van de draaikolk. Maar dat is een slecht idee, want dat is precies het moment van de rituele strijd tussen de goden. We gaan ’s avonds vijftien kilometer voor Aradbij een kustdorpje aan land. Het is hier vol met vluchtelingen. Chaos, verhalen over een tsunami die de stad heeft weggevaagd. Yamm was heel boos omdat hij geen offer gekregen heeft. We slapen op de boot.

23-v-R2
’s Ochtends gaan we naar de ruines van Arad. We zijn niet helemaal alleen, er zijn nog wat achterblijvers en plunderaars in de ravage. Aan de overzijde verschijnt Baâl in de lucht. Hij lijkt op Thor. Vanuit de draaikolk rijst de draak Yamm omhoog. Haat en nijd. Waar de strijd tussen El en Mot met magie werd uitgevochten, is deze op pure fysieke kracht. Doordat Yamm niet genoeg te eten heeft gehad, wint Baâl overtuigend. De draak zakt weg in de golven en de draaikolk komt tot stilstand. Het is groot feest in Tyr.
Risha wil de engte overzwemmen. Hij trekt zijn rottende kleren uit en duikt met een aanloop in het water. Als hij boven het midden van de draaikolk is, voelt hij diep onder zich hetzelfde als bij de Witte Stad. Hij duikt naar beneden. Met de Hearthstone of Aquatic Prowess kan hij onder water ademen en heeft hij geen last van de enorme waterdruk. Diep onder de oppervlakte ziet hij dezelfde radioactieve schittering als boven de vulkaan van Mot. Aan de andere zijde voelt hij een gevaarlijk en onbereikbaar ‘thuis’.
De anderen gaan per schip en komen Risha op driekwart van de afstand tegen. “Tot zo in Tyr!”

24-v-R2
’s Avonds komen ze aan in de welvarende, feestende stad. Ze feesten mee tot het de volgende ochtend weer licht is. Risha zwemt door.

25-v-R2
Ze worden pas om vier uur ’s middags met een kater wakker. Vandaag is de laatste nacht van de volle maan. Om zes uur komt Risha moe maar fit aan op het strand. Gwan hangt hem plechtig een medaille om. Dan schepen we ons weer in om verder te varen. Risha valt aan boord meteen in slaap.

26-v-R2
We komen vroeg in de avond aan in Megiddo. We frssen ons op en melden ons om acht uur bij het paleis van de grootvizier. We worden hartelijk ontvangen in de privé-vertrekken van de familie. Ze kijken heel bezorgd als we vertellen over het lot van El en Mot. De priesters worden er bij gehaald, ze geloven ons eerst niet. Maar eentje zegt: “Toch verklaart dat onze divinaties … het zou kunnen.” Er ontstaat een theologisch dispuut, ze snappen er niks van. Ze denken dat er bij Yerech een nieuwe zwarte bron is ontstaan. Maar ze hebben nog niet eerder meegemaakt dat er een god verzwolgen werd. Er zijn veel bronnen ouder dan de mensheid, dus wie weet …
We vragen naar het Grauw. Die hebben overal agenten en spionnen die niet grijs zijn. Idriss zou in Euboia zijn gevonden, ook een bolwerk van het Grauw. We mogen in het paleis logeren en vertrekken de volgende dag om zeven uur. Adrarn mag weer met ons mee.

27-v-R2
Om negen uur zetten we weer koers naar huis. De tocht duurt nog zes dagen.

6-vi-R2 11 uur
We komen aan in de haven van Groath. Het is winter, koud, maar één en al bedrijvigheid. Het gaat goed met de economie en de zee is niet meer giftig. De schepen van de negen tovenaars liggen hier in de haven. Volgens de Groathenaren zijn ze enkele dagen geleden aangekomen en met hun families naar Soul getrokken. We kopen paarden, laden onze mirre, platina en andere aankopen in, en gaan er achteraan. Onderweg passeren we ten Noorden van de Shintasta Burrows een kamp met tienduizend man van het leger van Risha’s broer.

9-vi-R2
Ook Soul is een stuk bedrijviger dan we gewend waren. De negen Gebiaanse families zijn hier neergestreken en zijn een enorme boost voor de handel. Net als de soldaten die hun soldij in kroegen en bordelen uitgeven als ze met verlof zijn. We besluiten hier niet te blijven maar direct door te rijden naar Bronwë.

10-vi-R2 16.00
Risha wordt bij de poort van de ambassadestad herkend. Hij gaat eerst even bij zijn tempeltje langs. Daar treft hij priester Malice met een heleboel bakstenen. “Hé Risha!” “Ik dacht, ik ga eerst bij mijn favoriete priester langs!” Malice praat hem bij: “De stenen zijn af, het is jammer dat het net nieuwe maan geweest is, maar er zijn genoeg heilige dagen. Mag ik vrij spreken? Mahakrishna heeft een tempeltje van jou en hem naast de ingang van de tempelstad vanuit het paleis gezet. Dat neemt een beetje de aandacht hiervan weg. Er staat een beeld van hem met zijn arm om jouw schouder. Vixen heeft ook een leger gestuurd. Er zijn vijfhonderd man gelegerd in Bracken.”
Chang gaat alvast de stad in. Hij treft Mahakrishna (die een groot huis aan het centrale plein heeft betrokken) en Kadir, die net onze kant op komen. Hij regelt dat we elkaar in de ontvangstzaal in stijl zullen treffen. Mahakrishna is blij om Risha te zien, Kadier om Adrarn te zien. Het verslag van onze reis wordt indrukwekkend en zorgwekkend gevonden. Kadier is blij dat Adrarn is voorgesteld aan de voorouders en onder de indruk dat wij Waarnemend Qartiaan zijn. Hij is wel bezorgd over de ontwikkelingen in zijn land en heeft het niet zo op met de Gebianen.
“Hoe gaan we het aanpakken?” vraagt Mahakrishna, “We hebben tovenaars, vijftienduizend strijders, Chang als aanvoerder. De Shuragi kunnen in gifgas veranderen, maar we houden ze in bedwang. Ze blijven voornamelijk onder de grond.”
Als eerste stap gaan we morgen de tovenaars opzoeken in Soul.

11-vi-R2
Op naar Soul. We betrekken daar de beste herberg, de koning krijgt de beste kamer. De gelagkamer wordt tot ontvangstzaal omgebouwd.

12-vi-R2
’s Morgens gaan we naar Karun Hotep. Die zorgt dat de tovenaars op audiëntie komen. De generaal van Mahakrishna is er ook. Iedereen kijkt naar Chang. “Ik maak het kort, het doel van deze vergadering is het opstellen van een plan voor de Burrows.”
De generaal neemt het woord: “Er zijn Shiragi en wormen gezien. Ik heb vooroverleg gepleegd met de tovenaars. Het gifgas begint groen, dan geel, etcetera, oplopend in narigheid. Hoe dieper hoe giftiger. Er zijn niveau’s, de gele shiragi zijn een rang hoger en kennen geheime gangen die de groene niet kennen. Nog dieper begint de echte shit. Ze aanbidden iets wat Paarse Vlam heet. Die zitten nog dieper. De aarde is een gatenkaas!”
Karun vult hem aan: “We hebben gescry’t. Dat was moeilijk. Er zijn inderdaad paarse vlammen in de diepte. Er is een as tussen Nehal Nemar en Eenoog. De shiragi hebben een gezamenlijk bewustzijn per niveau. De hogere niveaus kennen de lagere, maar niet andersom. Op het rode niveau is er een eenheid met Euboia en Melek Qart. Ze hebben een geheim wapen. Een soort werkelijkheidsverzwakking via de zwarte bronnen. Die gebruiken ze om gaten te slaan in de werkelijkheid. Aan de andere kant van dat gat zit een andere wereld. Het zegt ‘boem’ als iets van onze wereld er mee in aanraking komt.”
Dan gaat hij verder over meer concrete zaken: “Wie bij ons in de buurt blijft, kan een zekere mate van het gifgas aan. Tegen het werkelijkheidsverzwakkingswapen kunnen wij niets doen. Een windmachine kan de bovenste lagen leegblazen.”
Chang stelt zonlicht voor, maar Karun denkt dat het niet gaat werken: “Ze kunnen niet tegen buitenlucht, wel tegen de zon. Maar frisse lucht krijgen we niet zo diep achter de geheime deuren naar de gele niveaus. Nehal Nemar verstaat zijn vak. Er is een soort georganiseerde laag van samenwerking tussen de Weaver en de Abyss, misschien wel meer. Iets groters. Ze hebben het voor hun karretje gespannen. We weten niet wat, maar overal waar het Grauw komt, is een sterkere werkelijkheidsverzwakking. Over hoe deze wereld werkt zijn er dingen die wij niet weten. Jullie, de weavers, de lunars, de abyssals zijn allemaal van deze wereld. Maar er is iets groters.”
Gwan vertelt dat hij ontdekte dat onze terugkeer als solars iets heeft ontketend, of deel is van het ontketenen. Een soort eindspel wat niets met de plaatselijke geschiedenis heeft te maken. Het is het einde van dat wat bij Imhotep is begonnen. Eerst was Imhotep er, toen kwamen de mensen, later de siderials, nog veel later de lunars, onlangs de abyssals en nu wij. Zelfs Eenoog is kleiner dan wat er nu gebeurt. Maar die weet wel wat er aan de hand is en gebruikt dat.
Het lijkt ons de moeite waard om uit te pluizen wat de lunars aan kennis uit de bron van Bronwë hebben gehaald. Alle negen rassen hebben ieder hun eigen stuk kennis. Wij hebben de Witte Stad, Imhotep en de Bron.
De tovenaars legen uit dat er een verschil is tussen Elsewhere, waar de zwarte bronen mee verbonden zijn, en Darkwhere, waar de goden opgeslokt zijn. Er komen soms rare dingen uit Elsewhere, die doen vermoeden dat Elsewhere ook andere uitgangen heeft, dat het een soort membraan is tussen de werelden. Gaten exploderen, maar er kunnen dingen van de ene wereld naar de andere komen zonder te ontploffen, zoals onze hearthstones.
Risha waarschuwt dat het Grauw zelfs onder de goden recruteert. Ook voor Geb is dit nieuw en vreemd. “Met Wyrd en zelfs Wyld kunnen wij wel wat, maar niet met Elsewhere en Darkwhere.”
Op dit moment ziet het er naar uit dat we op dit moment nog onvoldoende weten om de Barrows te bevrijden. We spreken het volgende af:
Onze legers gaan Shearton aanvallen, om a) Eenoog te hinderen, b) de Hoogzetel af te snijden van Shearton, c) informatie over hun krachten te verwerven en d) de handelswegen naar het Shintasta-rijk vrij te maken. In een tangbeweging gaan de Soul- en Shintastatroepen, aangevoerd door de generaal, via het oude bospad naar het Noorden terwijl de troepen van Selene en Vixen vanuit het Noorden en Westen naar de stad komen. Ons leger neemt brahmanen mee voor ‘het kleinere werk’. De tovenaars gaan voorlopig verder met hun research, tot het moment dat Sorceror’s Well wordt bereikt. Dan komen zij in actie. De solars gaan intussen naar de Witte Stad om de oude kennis terug te vinden. Als er daarna nog tijd is vervoegen wij ons bij het leger. Risha gaat zo snel mogelijk na de slag het ritueel met de bakstenen doen en dan is het volgende doel de Hoogzetel. Daarna komen de Barrows pas aan de beurt. Duizend man worden achtergelaten om bij de ingang van de Barrows te patrouilleren.
Risha overlegt nog even met zijn volgelingen. Malice heeft intussen zijn Awakened Essence zelfstandig onder controle. Risha benoemt Bruiser tot kapitein en geeft hem een tijdelijke Awakened Essence met de Power Awarding Prana charm.

Xp: 3
(Bruiser krijgt er 2 xp per sessie tot hij voor 20 xp zijn Awakened Essence permanent kan maken.)

Tanais – 66

Het gevecht gaat door. Risha is in de linkergang door twee ontplofte Shiragi vastgeplakt, en kan zich nog maar moeilijk bewegen. Voorbij de derrie ziet hij nog minstens zes rijen van die groene vrouwen. In de andere twee gangen blijven de Shuragi de weg versperren. Wat we van ze weten is dat Shiragi in wolken gifgas kunnen veranderen, ze hebben een hive-mind, ze worden gebruikt voor transport en communicatie, ze kunnen niet tegen zonlicht, maar wel tegen de aura van een solar, ze vechten vooral ontwijkend en als ze doodgaan veranderen ze in een plakkerige substantie. Iedere dode Shiragi geeft een -1 penalty op je Dodge DV, als die op 0 komt ben je bewegingsloos vastgeplakt.
Claude klimt met een Spider Climb charm tegen het plafond en slaat de bovenkant van de gang kapot, waardoor het plakspul niet langer aan het plafond vastzit. Maar er regent gesteente op Risha wat ook aan hem blijft plakken, waardoor hij zich nog moeilijker kan bewegen. Risha tovert zijn Zielezwaard tevoorschijn. Twee Shiragi werpen zich op hem en proberen hem met hun dolk te steken, maar de aanvallen ketsen af op zijn harnas. Claude schiet er eentje dood met een slingerkogel. Ze ontploft en Risha zit nu echt helemaal vastgeplakt.
Chang slaat aan zijn kant de weg vrij, Gwan probeert hetzelfde aan de andere kant. Maar Gwan heeft geen charm om steen kapot te slaan, dus dat maakt niets uit. De voorste Shiragi uit de andere gangen veranderen in gas, dat de kamer binnenstroomt. Gwan pakt zijn bijl en slaat een Shiragi – Splut! Hij krijgt ook derrie over zich heen. Chang klimt ook met Spider Climb tegen het plafond en schakelt over op pijl en boog. Claude wil Risha vrij gaan snijden, maar ontdekt dat de Shiragi hem naar achter aan het doorgeven zijn. Dan volgt hij Changs voorbeeld maar. Gwan probeert een omtrekkende beweging, maar hij wordt omsingeld.
Voor Chang is het prijsschieten. Hij combineert het met de charm Shadow Over Water, die hem aanvallen gemakkelijker laat ontwijken. Gwan posteert zich in een hoek en vecht defensief. Chang schiet er twee neer, Claude slingert er nog twee dood en Gwan pakt ook zijn boog. Risha wordt steeds verder de gang in doorgegeven. Het plakspul zit steeds strakker en ademen wordt nu moeilijk.
Nog vier Shiragi werpen zich in een zelfmoordactie op Gwan, die daardoor bijna helemaal vast zit. Claude schiet er nog eentje neer. Chang gaat naar de gang waar Risha doorheen gevoerd wordt, en elleboogt zich naar voren. Nog twee dames plegen zelfmoord bij Gwan en die zit nu ook helemaal vast. Chang ziet dat hij Risha niet gaat inhalen. Claude bidt tot Yamm of die Gwan wil bijstaan. “Ik kom niet tussenbeide als het mijn vriend Mot betreft.”
De Shiragi zijn boos dat we ongevoelig blijken te zijn voor hun gifgas. Vijf pakken Gwan en beginnen hem ook weg te voeren. Chang werkt zich verder door de rijen. Nog drie en dan is hij erdoor. Hij ziet hoe de achterste twee Risha oppakken en met hem weglopen. Claude veroorzaakt een instorting in de andere zijgang en krijgt kleefspul van drie dode Shiragi over zich heen.
Chang is er eindelijk doorheen en rent achter Risha aan. Claude schiet er nog een paar neer, nu vanaf een veiligere afstand. Gwan raakt daardoor klem in de opening en voor Claude is het verder prijsschieten. Chan schiet de twee draagsters neer en snijdt Risha vrij. Gwan wordt uiteindelijk ook bevrijd.
We krijgen het idee dat de zijgangen rondom de hele berg lopen. Dit is nog maar de bovenste laag van een enorm complex. We zijn in de berg die Chang enkele dagen geleden heeft beklommen onder invloed van de Eenoog-aanhangers. Waarom, wat hij er heeft gedaan herinnert hij zich niet.
Deze eerste kamer hebben we maar amper overleefd en er kunnen ieder moment versterkingen komen, dus we gaan maar terug. Om half acht komen we weer boven de grond, het schemert. Gwan en Risha maken zich schoon met zand. We zijn (nog) niet opgemerkt. We bedenken dat de soldaten uit Byblos hier ieder moment kunnen aankomen. Risha stelt voor om Jozias en zijn volgelingen hun kant op te lokken.
Opeens realiseert Gwan zich dat de tulbanden onder de grond Mot aan het aanroepen waren. En Yamm had het ook over zijn vriend Mot. Dit is waarschijnlijk de heilige berg van de doodsgod. We gaan de berg op. Om half tien pauzeren we. Gwan scry’t de kamer waar we hebben gevochten. Er is netjes opgeruimd en er zitten alweer nieuwe tulbanden Mot aan te roepen. Er is affiniteit tussen de Shiragi en de dood. Gwan, Risha en Claude roepen Yamm aan.
“En, komt Jozias al mijn kant op?”
“We willen hem lokken.”
“Maar dat lukt nog niet.”
Claude zegt: “De tulbanden en Shiragi roepen Mot aan. Maar Eenoog is monotheïstisch, dus waarom doen ze dat?”
“Jullie kennen maar de helft van het verhaal. Mijn volk bestaat uit sukkels. Ze hebben El aangeroepen, een god van de overkant. En die komt nu om tegen Mot te vechten.”
Risha: “Maar Eenoog is de gemeenschappelijke vijand, en die speelt vals. Hij zal deze strijd saboteren, net zoals hij de strijd tussen jou en Baâl wilde saboteren.”
“Ik wil dat Mot wint en mijn volk een lesje leert. Het gaat er om dat Jozias op de 21e geofferd wordt, maar dat gaat niet lukken. Hij zal te laat komen voor het offer en dan mag ik hen straffen. Maar, ik wil wel een woordje spreken met Mot. Laat de berg maar exploderen. Maak nu rechtsomkeert, kindertjes!”
We gaan er vandoor. Claude wil de mensen in het dorp gaan waarschuwen, maar Risha denkt dat we geen tijd hebben om het dorp te redden. Claude grist een willekeurig meisje mee, dan is er tenminste één overlevende.

20-v-R2
We komen bij zonsopgang aan bij het dodenveld. KLABAM! De berg ontploft! Er vormt zich een enorme schimmige afzichtelijke gestalte, Mot. We rennen het leger tegemoet. Maar de slag is al gestreden.