Tanais – 72

22-vi-R2
Het sneeuwt. De legers gaan morgen naar Shearton. Claude werkt aan zijn vliegmachine. Chang spreekt zijn officieren toe en fêteert ze op een goede lunch. Hij organiseert de communicatie met postduiven, scryers, brahmanen en pegasi. In Hunter’s Lodge komt het communicatiecentrum. Risha wil het baksteenritueel voorbereiden, maar Charachas is er niet en Brahoran, de hoofdbrahmaan van de Oakencultus, is bezig en zijn onderlingen laten doorschemeren dat er iets bijzonders wordt voorbereid waarvan het de bedoeling is dat het een verrassing is.
Gwan controleert de voorraden. De financiën staan er slecht voor. Mahamutri heeft veel op de pof gedaan. Bambi helpt ons omdat ze rekent op onze steun tegen de draak.
Het middaguur breekt aan. Een meisje haalt ons allemaal voor een lunchbespreking bij Daguerre. Daar treffen we Kadier, Drilim Corsair, vier hobbitmeisjes (oude bekenden) en natuurlijk Daguerre.  Zij zegt: “We hebben een aantal zaken die voor jullie van belang kunnen zijn. Ik ben net terug uit Albion, naast een handelspost heb ik daar ook een bordeel opgezet. Er zijn twee dingen van belang. In Euboia is de pleuris uitgebroken. De Idris-drieling is groot  geworden. Er is een hele machtsstructuur ontstaan en het is een echt “Evil Empire” geworden met een flinke oorlogsmachinerie. Ten tweede is er een ziekte uitgebroken. Die heeft met de Shuragi te maken. Het is besmettelijk en je wordt overgenomen: mensen worden groen en raken overgenomen. Dat wil zeggen, ze worden bleek en daarna groen. Het is nieuw en er zijn vast ook soldaten van jullie besmet. En die zullen er meer besmetten.”
De hobbitmeisjes bedienen ons en het wordt best gezellig. Kadier vertelt zich dat hij zich zorgen maakt over de zwarte bron. “Er drijven kleurvlekken op, als olie op water. Claude vertelt dat de bronnen via Elsewhere, Nowhere en Darkwhere naar de andere wereld gaan. De kleur zou een oprisping van Igroth kunnen zijn. <Gaat het voeden via Eenoog te snel?>
Drilim Corsair is niet op zijn gemak. Hij heeft de tweede van de negen demonen gezien in een visioen. Hij weet niet waar, maar die staat ons ergens op te wachten. De hobbitmeisjes maken het wel erg gezellig en dat leidt Risha een beetje af.
Na de lunch doet Claude de charm Object Strengthening Touch op de belegeringswerktuigen.
’s Avonds roepen Shivanesh en consorten ons bij elkaar. De brahmanen willen hun bijdrage leveren aan de oorlog. “De goden hebben ons verzocht u te spreken over het gezamenlijke doel dat goed moet worden bereikt. Chang moet naar Mutri, Gwan naar Agnes, Claude naar Pashupati en Risha naar Oaken.”Chang wordt (met enige tegenzin) naar het heiligdom van Mutri begeleid. Dat is een diep uitgegraven kuil waar het godenbeeld (een vierarmige vechtersbaas) boven zweeft. De vratya (nomadische krijger-priesters met vette tattoos in strijdwagens) en Mahamutri wachten hem op. Chakravantri, de hoofdbrahmaan, vraagt of Chang de godheid tegemoet wil treden en eerbied bewijzen. Nou, in naam van de oorlog wil hij dat wel. Dan wordt hem gevraagd om in de kuil af te dalen. Nog meer van die hell’s angel monniken bouwen een platform boven hem. Met Spirit Sight ziet hij Mutri goedkeurend toekijken. Mahamutri en Chakravantri vragen hem om te hurken onder het godenbeeld. Op het platform boven hem wordt een stier geslacht en het bloed stroomt over hem heen. Onder vele aanroepingen wordt het dier gevild en Chang moet de huid aantrekken, in een droomstaat bevindt hij zich tegenover de godheid. Mutri is net zo groot als een mens. Hij heeft net zulke tattoos als zijn vratya’s. “Leuk om jou, Chang de twijfelaar, in het echt te ontmoeten. Zullen wij een deal sluiten?”
“In naam van wat komen gaat,” zegt Chang, “Ja.”
“Ik heb een gave voor je, een grote, want de goden zijn het zowaar eens. Wij gaan nieuwe hoofdbrahmanen aanstellen. De Orde is verouderd. Wij hebben jullie nodig en jullie hebben ons nodig. Laten wij als vrienden en bijna-gelijken verder gaan. Naar het volk toe blijven wij, de goden, groter, maar jij bent mijn hoofdbrahmaan. Wat zeg je er van? Mijn Vratja zijn strijders tegen demonen, en zij staan dan onder jouw commando! Akkoord?”
Chang denkt even na en zegt dan: “Ja!” Hij krijgt een visioen van de Barrows: eerst groen gas. Er gaan mensen dood. Dan geel gas, dat gaat minder snel door het zonlicht kapot. Onder de verzwakte manschappen heerst een ziekte die niet met zonlicht te genezen is. Over de laatste overlevenden wordt nog eens paars gifgas uitstoten. “Dit is wat jullie te wachten staat. Het wordt een zware slag! Ik wil je zegenen met Battle Sight.” Chang krijgt het vermogen om een heel slagveld te overzien. Hij dankt de godheid. Als hij bijkomt is er een onbekende tijd verstreken. De Vratya dragen hem op handen. Mahamutri en Chakravantri aanvaarden de overdracht van het gezag en buigen diep voor hem.Gwan wordt meegevoerd naar het heiligdom van Agnes. Dat is normaliter uitsluitend toegankelijk voor vrouwen. Zijn echtgenote Adèle wacht hem bij de ingang op. “Gwan, mijn geliefde, ik weet dat je een aardige man bent met een goed hart. We hebben je nodig en daarom heeft Agnes je uitgenodigd om met ons te eten. Je kunt veilig binnentreden.” Binnen zitten vijf vrouwen. Een dikke, oudere vrouw roert in de curry, een oud besje zit in de hoek te mummelen. De jongste, een vriendin van Adèle, is pas zestien. Dit zijn de weduwen. Hij mag op een mooi kussen zitten dicht bij het sikkelvormige heilige vuur (dat is niet het vuur waarop gekookt wordt). De dikke vrouw, Massala heet ze, heet hem welkom. Hij krijgt een tali met heerlijke gerechten.”Wij hebben je geen spectaculaire dingen te bieden, maar we hebben wel een verzoek. Binnenkort is er oorlog. Dat betekent veel weduwen en wezen. Er moet iemand zijn met aandacht voor hun noden. Wil jij die iemand zijn?” “Dat wil ik graag doen!” zegt Gwan met volle overtuiging. “Uit naam van Agnes mag ik je zeggen dat je eten je altijd zal smaken en altijd gezond zal zijn.” Gwan’s gave is dat zijn voedsel nooit vergiftigd zal zijn. Hij vraagt welke projecten er al bestaan. De weduwen vertellen hem dat Strega in de benedenstad zorgt voor de wezen. Hier in de stad is een kleine weduwenorganisatie, maar op het platteland is er niet zoiets. Hij is hier altijd welkom voor overleg en voor het opzetten van communes en dergelijke.Claude loopt naar het heilige bosje van Pashupati, het woud vol skeletten. Shivanesh staat hem op te wachten. “Pashupati zit vol verrassingen,” zegt hij schamper, “hij heeft je gevraagd te komen. Wat kom je doen?” “Geen idee. Ik heb wat ghee voor hem meegenomen.” Shivanesh steekt zijn minachting voor de chinees niet onder stoelen of banken. “Hier in het bos is geen plek. Ghee branden doe je maar buiten. Ga mediteren.”
Claude gaat zitten. In zijn meditatie ziet hij Pashupati in zijn jungleverblijf, even groot als hijzelf. “Hoe gaat het?” vraagt Claude. “Fantastisch. Ik houd wel van chaos. Maar we kunnen ons nu geen fratsen meer veroorloven… Maak hem dood! Dan ben ik van die eikel af en ben jij hoofdbrahmaan. Je merkt wel wat je beloning zal zijn.”
Shivanesh staat verveeld te wachten. Claude staat op en valt hem aan met Dragon Coil Technique. Shivanesh is niet verrast, en de charm werkt niet. Claude kan hier geen essence spenderen. Gelukkig is de fysieke aanval voldoende en hij neemt de brahmaan in een wurggreep. Claude hangt hem op in een boom. Pashupati knikt goedkeurend: “Mooi. Daar zijn we van af. Een nieuw tijdperk breekt aan. Je cadeau blijft nog even een verrassing.”Risha wordt verwacht in de tempel van Oaken. Terwijl hij naar het heiligdom loopt, komt hij Strega tegen, met een groepje enthousiaste weeskinderen. “Wij zij ook uitgenodigd voor het vliegritueel.” De oudste, van acht, is helemaal fan en noemt zich Rishkin. “Toch even mopperen,” zegt Strega, “Characas, Malice en Shivdan komen hun verplichtingen niet na. Charakas geeft geen cent aan het weeshuis. Hij loopt alleen maar achter die paardenkop-jongen aan. Ze zijn alleen maar met theologie bezig en doen niets voor de kinderen. Maar goed … we zijn bij de eik.”
Malice, Charakas en Shivdan zitten naast de hoofdbrahmaan. Er is van de witte stenen uit de Witte Stad een mooi vierkant altaar gebouwd. Er is een vuurplaats op het altaar. “Welkom eerwaarde koning.” Risha vraagt verbaasd: “Hoe waagt u het om op mijn troon te gaan zitten? Het was mijn taak om de stenen uit te kiezen.” Malice gniffelt. “Ja, maar …” stamelt de priester, “de witte stenen smaken de goden het beste …” “Dat weet ik, maar het was aan mij om die beslissing te nemen. Nou ja, wat gebeurd is, is gebeurd. Het is offertijd.“

De brahmaan geeft Risha ghee en een boekrol met de nodige mantra’s. Charakas steekt het vuur aan. Er wordt gechant, en op het hoogtepunt worden er zeven adelaars geofferd. Risha werpt ze op het vuur. Dan voelt hij zich wankelen. Hij stijgt op <Dex + Dodge, het gaat net goed>. Hij heeft geen idee hoe hij moet afremmen. Maar als hij een meter of honderd hoog is, ziet hij Oaken staan, met scepter en baard. “Welkom. Het is tijd dat wij eens praten. Wij hebben elkaar nodig. Wil jij mijn hoofdbrahmaan zijn?” “Uh, maar ik ben al koning.” “Jij zal de eerste koning zijn die tevens hoofdbrahmaan is.” Risha stelt voor om ook de overige supernaturals in een conclaaf te betrekken, lunars, siderials, eventuele anderen.
“Weet jij waar de goden vandaan komen?” vraagt de god. “Nee.” “Je weet van de experimenten met de vijfde dimensie. Als teken van kwetsbaarheid en van vertrouwen zal ik het je vertellen. Maar je mag dit absoluut niet verder vertellen. We zijn goden en we zullen jullie weten te vinden als het uitlekt! Het is namelijk een beetje beschamend. In het begin, toen deze wereld net gecreëerd was als reflectie van de andere, waren wij hier al. Maar we kwamen om van de honger. We hebben het godendom in het leven geroepen om gevoed te worden. De reclameborden die op blanco sprongen, dat waren wij. De oude wereld is aan de andere kant. Sommige mutanten zijn hier ontstaan, maar andere zoals de mensen komen daar vandaan.” De volgende clash zal de laatste zijn. Oaken geeft toe dat Igrot groter is dan zij. Hij heeft meer dimensies. Dan neemt de godheid afscheid van Risha. Hij voelt zich weer wankelen en stort neer <dobbelsteenworp mislukt: botch>! Oaken grijpt in en laat hem stuiteren. Malice vangt zijn vriend op. De kinderen kijken verschrikt en de priesters fluisteren dat we dit stil moeten houden. “Nee hoor,” zegt Risha, “niks gaat meteen de eerste keer goed. Zelfs al schenken de goden je een talent, dan nog moet je het leren toepassen door te oefenen.”
Een jongetje houdt een muntje omhoog en vraagt of hij het mag houden. “Tuurlijk.” In het tempeltje naast de brug naar het koninklijk kasteel is het standbeeld veranderd: Risha is nu de grote broer. Risha zegt nog even tegen Malice dat hij wat meer voor de weeskinderen moet doen. Die zit eigenlijk liever te blowen met Shivdan en over theologie te filosoferen. “Ik ben geen god maar iets anders. Mij eer je niet met offers maar met goede daden. Ik heb je die Essence niet voor niks gegeven, hoor!” We zijn allemaal op tijd klaar om samen nog een drankje te drinken voor het slapen gaan. Claude stelt voor om geen opperbrahmaan aan te stellen, maar een viermanschap te vormen.
23-vi-R2
Om 6 uur ’s ochtends wordt Chang op de bühne in de benedenstad verwacht, om de manschappen toe te spreken <War + Charisma, 5 successen>. De troepen juichen. Dan komt Chantal. Ze zegt: “Ik zal het kort houden. Wij vrouwen zijn trots op jullie. En de zon zal iedere dag voor jullie opkomen!”  Met deze woorden zet het leger zich in beweging. Chantal kust Risha vaarwel en fluistert: “Volgens mij  moeten we het nog eens over Idris hebben.” “Ja…”
Als de stofwolken zijn gezakt komt er een brahmaantje naar Chang <dit wordt even op de gang uitgespeeld>. Als hij terugkomt, zegt Chang dat hij Drilim Corsair in Hunter’s Lodge wil hebben om zoveel mogelijk informatie over demonen te vergaren. “En we moeten heel rap op zoek naar nieuwe hoofdbrahmanen, want de brahmanen van Pashupati hebben ze allemaal doodgemaakt en aan de bomen in het heilige woud genageld. Hmmm. De goden willen samenwerken met ons, de exalts; ze willen geen mensen als hoofdbrahmaan. We moeten dus aan de lunars en siderials denken. Chantal wordt  alvast aangesteld als hoofdbrahmaan van Ushas, Shivdan als interim hoofdbrahmaan van de Green Man. Risha zegt dat we het ons niet kunnen veroorloven om een viermanschap te vormen, als de anderen net zo machtig of zelfs sterker zijn dan wij. Eén van ons moet opperbrahmaan zijn.
Gwan doet de logistiek. Chang is legeraanvoerder, Risha moet als koning heel zichtbaar zijn en voert dus de hoofdmacht aan, Claude doet sneaky reconaissance naar Sorceror’s Well.
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s