Tanais 2 – 15

Tanais serie 2 sessie 15 – 5 juli 2018

We gaan naar New Salish, de stad van de lunars ergens in de Neverwarm Mountains. Onderweg bedenken we wat we zullen gaan zeggen. Lunars zijn exalted, dus ze hebben ongetwijfeld net als wijzelf manieren om er achter te komen dat iemand liegt. Dus zullen we gewoon de waarheid moeten vertellen, hoe gek die ook klinkt. Het is een kleine vallei vol sprookjesachtige torens met spitse daken. Nergens is een plek om te landen voor dingen groter dan een flinke vogel. Claude blijft met de copter in de lucht hangen. Risha slaat zijn vleugels uit en vliegt naar beneden, Chang en Gwan dalen af met een touw. Er vliegen roofvogels boven ons. Een valk landt naast ons en verandert in een man. Hij vraagt zonder enige vrees: “Wat komen jullie doen?”
Risha vertelt het bekende verhaal. “Jullie durven nogal. Hier mogen alleen Lunars komen. Maar kom binnen voor een verfrissing.” Hij verandert weer in een vogel en vliegt door een raam de toren in. Chang doet Spiderclimb, Gwan maakt een Gate en Risha vliegt. De Lunar kijkt geamuseerd toe: vogels vliegen echt beter dan mensen met vleugels. Het interieur van de toren is middeleeuwse decadente luxe. Heer Valk weet van de profetieën die er over ons zijn, maar daar komen geen lunars in voor. Het verhaal over de vijf steden zegt hem van begin tot einde niets. En als Chang vertelt over het aanmeren van de twee werelden en de rol van die steden daarin, is dat voor hem helemaal nieuw. “Dus wij lunars zouden een stad die niet helemaal in deze plane ligt beheren of kennen? Ik heb eerlijk waar geen idee. Wij hebben geen archieven, maar wel vehalenvertellers. Wellicht weten die waar jullie het over hebben.” Hij heeft een vraag voor ons. “Jullie zijn toch de lieden die in Archet furore hebben gemaakt? Wij hebben onze eigen profetieën. Kennen jullie Chantal? Een ontmoeting met haar zou voor ons een diep gevoeld verlangen doen uitkomen. Zij heeft een belangrijke rol te spelen.” We leggen uit dat Chantal nu bij de overgoden is. Hij wist het nog niet, maar hij vindt het op zich best logisch dat er boven de goden nog overgoden bestaan. “Met welke groep goden of godinnen zou Chantal dan overeen komen?” “Wij gaan er van uit dat zij de overgod van alle Ushassen is.” “Breng ons naar het Ushas heligdom dat toegang geeft tot de overgodin, en dan zullen wij jullie naar onze oudste en meest wijze verhalenverteller brengen. Wacht even tot mijn broers thuis zijn, en dan kunnen we er naar toe.”
Korte tijd later komen de broers aan. Ze zijn allemaal roofvogels en ze brengen pasgevangen wild. Er wordt een feestmaal aangericht. In mensenvorm lijken ze sprekend op elkaar, maar de vogels zijn allemaal verschillend: Valk, Buizerd, Arend, etc. Heer Arend zegt: “Wat leuk dat er indringers zijn op onze heiligste plek. Dat is nog nooit gebeurd. En wat leuk dat jullie ons komen helpen om Chantal te ontmoeten. Die ontmoeting staat al beschreven in de profetie waarmee onze cabal 5000 jaar geleden begon! Dat was nog in de tijd van de hobbits en de megalietenbouwers. Toen was de Wyrd nog veel sterker. Na de megalietenbouwes kwamen de Shintasta. Die zijn echt dom.” Op Gwans vraag of zo’n lang leven niet vreselijk saai is, moet hij lachen. “We amuseren ons nog steeds! Rond deze tijd zijn wij altijd vol levenslust. Eén keer per maand zijn we een paar dagen melancholiek, maar de rest van de tijd amuseren we ons. Wij gaan nu slapen. Morgen praten we verder.”
Die nacht probeert Risha [met Color en Spirit] de parallelle werelden in kaart te brengen. Dat kost hem heel veel moeite. Chang doet hetzelfde met [Forces en Color]. Hij neemt een dunne laag Ka waar, die periodiek aanwast en weer afneemt met de maanstad. Voor meer informatie heeft hij ook [Correspondence] nodig. Claude is er inmiddels bij gekomen en hij voegt zich bij Chang’s magie. Maar dat gaat vreselijk mis. Er opent zich een Gate waar een stuk gletscher ijs doorheen valt. Precies op het hoofd van heer Arend! Risha heeft intussen zijn trance verdiept en ook [Corr] toegevoegd. Nu ziet hij wat. Niet ver hier vandaan is een gat waar maandelijks Ka door naar binnen en weer naar buiten stroomt, diep in de kelder van de oudste toren in het midden van de vallei. De toren is dichtgemetseld, maar daar trekt Ka zich niets van aan. Het gat is de opening naar een slijmdraad tussen de werelden.
Risha merkt niks van de paniek die er inmiddels is uitgebroken. Gwan wil met [Matter] het ijs uit het hoofd van Arend verwijderen, Chang komt op het gekerm af om te helpen met genezen. “Jullie moeten oprotten!” zegen de lunars, “Wij zijn gestraft voor onze frivoliteit. We hebben jullie toegelaten tot ons heiligdom en moeten nu boete doen.” Als Risha uit zijn trance gewekt wordt, staan de lunars hem wel toe om heer Arend [met Life 5] te genezen.
Nou, dan gaan we maar. In de colorcopter springen we één quantum opzij en komen aan in de Wyrd. Hier is de vallei een stinkend moeras met in het midden een dichtgemetselde toren. O ja. De slijmdraden verbinden Tanais met de Aarde, dus we moeten juist de andere kant op! We hoppen naar Decay. De vallei is dor en stoffig met hele puntige rotsen en scherp zand. En er is geen atmosfeer! We trekken snel onze ruimtepakken aan. De sterrenhemel is zwart met heel heldere sterren. Dit stukje decay komt overeen met het oppervlak van de maan. Ook hier staat een toren, maar die is niet dichtgemetseld. Hij heeft een heleboel openingen. Het lijken wel schietgaten. Het materiaal van de toren is heel zachte steen en het is gemakkelijk om een opening te vergroten zodat Risha naar binnen kan kruipen. Binnen is het stikdonker en er hangt een heel onaangename sfeer, echt zo’n plek waar je niet wilt zijn. Zijn anima kan de duisternis maar voor enkele tientallen centimeters verdrijven. Met [sense Spirit] voelt hij hoe hier ‘hopeloosheid’ van de Shallows de Diepte in stroomt. We maken hem vast aan een touw en laten hem afdalen in de put. Deze put geeft toegang tot de dwars-dimensie Despair. Risha wordt ‘gereinigd’ van iedere vorm van hoop. Maar hij haalt een 9 op zijn Valor-worp en herpakt zich. Hij bevindt zich in een boerenlandschap. De kleur van deze slijmdraad is het roestrood van een maansverduistering. In het landschap liggen boerderijen en Met [Correspondence] ziet hij verderop dorpjes en kastelen. Daar voorbij houdt de wereld abrupt op. Aan het einde van de dimensie ziet hij een stoffig gebied met koepels, net zo’n maanlandschap als in de Shallows. Hij gaat weer terug om te overleggen. Met [Time en Spirit] zien Gwan en Risha dat de spirit-bewoners van dit gebied met mooi weer, zoals nu, vol levenslust zijn, maar periodiek neemt de wanhoop toe. Ze zijn gevangen in een maandelijkse cyclus en worden steeds weer leeggezogen. Ka komt dan door de wereld heen spoelen en reset de bewoners iedere keer in een staat van totale wanhoop. [Voor D&D-ers: denk aan Ravenloft].
Claude en Risha gaan samen naar Despair terug om de koepels te inspecteren. Risha houdt zijn ruimtepak aan, want het koepelgedeelte zal vast ook een stukje maan zijn en geen atmosfeer hebben. Claude haalt zijn Valor-check niet. Zijn Willpower en zijn Essence poelen worden leeggezogen door de wanhoop. “Ik heb geen zin om te lopen!” Hij teleporteert er vast naar toe, zonder Risha mee te nemen. Het is ongeveer 30 km vliegen, daar staat Claude hem gedeprimeerd op te wachten. Hij heeft wel alvast een anaerobe vorm aangenomen voor de maan. We vinden een luchtsluis die het nog doet. Binnen is een bedompte atmosfeer. Er valt wel te ademen, maar de apparatuur die de lucht verschoont is uitgevallen. Alles is van kunsstof. De dingen zijn intact, maar alles staat uit. We vinden een skelet. Het vlees is vergaan, maar de kleding is nog intact. Hij heeft het logo van de ruimtevaartorganisatie Dark Side of the Moon op zijn borst. Hij heeft ook een stasis-armband. Met {Correspondence] en vindt Risha de lay-out van de maanbasis. De koepels zijn allemaal onderling verbonden en daaronder zit een Ka-reservoir.
Via de Mindlink hebben Gwan en Chang alles meegemaakt. Gwan waarschuwt dat er hier in het verleden een hele grote spirit zat, de god van deze plane. We gaan naar het Ka reservoir. Onderweg vinden we nog een heel aantal skeletten. Ze hebben allemaal een stasis armband en een aantal heeft een iPad. Claude pakt een iPad en activeert hem. Er zit geen beveiliging op. Wie op de maanbasis is, heeft genoeg clearance om alles te weten! Dit is één van de Expulsion Engines van Biggles. Vanwege de afstand tot de Aarde had Moonbase een kleine vertraging ten opzichte van de andere steden. We ontdekken dat een van de andere Engines in een buitenwijk van Manilla was, dat verklaart de Spaanse straatnamen in de stad onder de piramide. Als we bij de ingang van het reservoir komen, horen we machinaal geluid van onder de grond. Hier zijn nog machines die het doen. Bij het Ba-bassin is alles uit en vrij definitief gesloopt. Duidelijk sabotage! Het Ka-bassin is nog intact en actief. De energie voor de machines komt vanuit de Ka zelf. Daar begint de maandelijkse cyclus.
Met [Spirit] zien we dat de godheid nog aanwezig is. Risha probeert hem over te halen om ons te helpen. Als dat niet lukt daagt hij de godheid uit. “En waarmee denk jij dat je mij kunt raken, kleintje?” “Hiermee!” Risha trekt zijn Soul Sword tevoorschijn, waarmee je Spirits kunt raken en met [Spirit 5] dwingt hij de godheid om te materialiseren. De Ka-poel begint over te stromen. Dit gaat niet goed. Gwan maakt een portal waardoor we snel terug kunnen naar de Shallows. De Ka blijft opkomen. Over een uur is het bij de uitgang waar wij nu zitten en van daaraf zal het Tanais in stromen. Wellicht kunnen we vanaf hier een Gate maken naar het Ka-reservoir van Manilla. Maar dat bassin is beschadigd. Het moet eerst door Chappie gerepareerd worden. Hoe slaan we al die Ka in de tussentijd op? Daarvoor is Sa nodig. Volgens onze berekening is de inhoud van zo’n bassin ongeveer 120 tot het maximum gevulde Sa-zakken. Risha vraagt of hij er eentje extra kan krijgen om te verwerken in zijn harnas, tegen dit soort aanvallen van gevallen goden. We gaan met de colorcopter naar de stad van de tovenaars om met de magiërs van Melek Qart te onderhandelen. De tijd is te krap om een goede prijs te onderhandelen. We hebben maar een uur. Maar met [Time] is een boel te bereiken.

5 Xp

Idee; Nadat we de zakken hebben gevuld zou Risha terug kunnen gaan naar Moonbase: “Dank u hartelijk voor uw medewerking en uw ongelooflijke geschenk! Dit is voldoende Ka om het reservoir van de Stad Onder De Piramide weer mee te repareren. Ik wil mij echt oprecht verexcuseren voor mijn ongepaste gedrag. Ik had u totaal verkeerd ingeschat en ik hoop dat u mij wilt vergeven.”

Tanais 2 – 14

Tanais serie 2 sessie 14 – 7 juni 2018

Op naar de Starlit Tower om met de Siderials te overleggen. De huishoudster herkent ons en haalt de siderials. Red komt als eerste. “Jullie haden voor ons het witte hert als sleutel om de Witte Stad binnen te komen. Wij zijn nu op zoek naar toegang tot de stad onder de grote piramide.” “Dat treft. Een vreemdeling bracht ons enkele dagen geleden precies die informatie. Het was een jonge kerel die er toch oud uitzag.” Uit de beschrijving herkennen we een van de bovengoden die Chantal meenamen. Claude zegt in de Mindlink: “We moeten wel uitkijken dat we niet gemanipuleerd worden.” Der Alte komt er bij. Hij vertelt wat de bovengod gezegd heeft: “Als jullie slim zijn, dan doe je het niet. Maar jullie zijn niet slim, dus jullie gaan het wel doen. Wat je nodig hebt is gefermenteerde lotuswortel gedrenkt in de urine van gevallen goden. Dat kun je krijgen bij de tovenaars van Dao. Daarna gaat het nog steeds niet lukken, maar dan hebben ze tenminste wat ze willen.” Red stoot Der Alte aan” “Was dat nou echt alles?” Na enig aandringen komt er wat extra informatie. “Je moet aansluiting vinden op je eigen innerlijke ‘evil’. Als dat lukt, en het lukt niemand, dan is er een heel ontvangstcomite.” We hebben het idee dat hij nog steeds niet alles heeft gezegd. Uiteindelijk geeft hij toe. De overgod heeft nog wat gezegd: “Ze hoeven natuurlijk niet via de hoofdingang te gaan. Zij kunnen gewoon via de Tempest erheen lopen.” Red knikt. Nu is alles verteld wat van belang is. Risha zegt dat er nog meer van die steden bestaan: Nieuw Salish, Waldheim en eentje onder de maelstroom van Melek Qart.
De volgende ochtend gaan we verfrist op weg. We hadden de copter gewoon in het bos gezet. Maar dat bleek niet veilig. De bomen zijn omver geduwd en het ding ligt op zijn kant. Met [Time] zien we dat vannacht de hele omgeving veranderde. Alles kreeg felle kleuren en een fosforiserende draak heeft aan de colorcopter gesnuffeld en is weer verder gelopen. Een Wyld-surge van een half uurtje. De fysieke schade valt mee. Claude kan het wel repareren.
Terug naar ons luchtkasteel in de tovenaarsstad. Chang bezoekt de gezellige dikkerd die zijn contact is bij de Daoisten en vertelt wat we zoeken. “Zo, dat is nogal wat! Super-kwaadaardige tovenarij. Ik kan het leveren, maar het is wel dynamiet!” “Het doel heiligtde middelen, toch?” “Als jij het zegt. Vier porties voor ‘het goede werk’? Dat kost je een gunst, oke?” “Oke.” “Dan ga ik dat voor je regelen. Tot over een half uur.”
Na een half uurtje heeft hij vier sa-vaten bij zich. “Doe het maar ver weg van hier. Het spul is beroemd/berucht voor het doen opvlammen van je lagere zelf. Pas op, je bent daarna nooit meer dezelfde.” “Is er ook een antigif?” vraagt Claude. “Nee, het is onomkeerbaar. De rite der stervenden. De select few die als Spekters verder gaan.” Gevaarlijk spul inderdaad. Laten we eerst maar de achterdeur proberen.
Naar Geb. We zitten 10 km van de piramide. Naar de ondiepten van de Tempest. Alles is zwart-grijs-wit. Er lopen stroompjes als een estuarium waar het land de zee in stroomt. Wij als levenden geven licht in felle kleuren. In de verte strompelt een figuur. Risha zet zijn Night-caste aura aan en wordt een schaduw. En met [Spirit] laat hij het er uit zien alsof deze langzaam desintegreert. Chang doet voor de andere drie hetzelfde, maar dan met [Entropie]. Met [Life] zorgt Gwan er voor dat Chang en hij daar niet echt dood van gaan. Claude doet het [Life] effect op zichzelf en dat werkt heel wat beter. Hij voelt zich kiplekker. In de verte zien we de ruines van een grote stad. De hoeveelheid water neemt snel toe. Het water zelf voelt heel onaangenaam aan. Het is geen echt water, maar vervuilde Ka en Ba. Er groeit hier niets waar we een scheepje van kunnen maken. Dit is het dodenrijk. Risha probeert met [Spirit] de geest van de keukencatamaran te laten materialiseren, maar dit mislukt.
De ruines zijn een soort honingraat waar het water door naar beneden stroomt, de diepe Tempest in. Met [Correspondence] maakt Gwan ene portaal naar het de stad. We komen aan in een buitenwijk van de 24e eeuwse stad en we moeten naar het midden. Het water stroomt hard door de straten. Risha slaat zijn vleugels uit en gaat verkennen. De anderen gaan met [Spider Climb] via de muren verder. Risha ziet verderop een cirkelvormige Niagarawaterval van 5 km diameter. Daar binnen is het centrum van de stad relatief droog. Er staan wel her en der plasjes ‘water’. De straatnamen zijn in het Spaans. De reclameborden zijn leeg. Geen spekters te bekennen. Via een Portal komen de andere drie naast hem in de stad. Claude herinnert zich dat de firma’s Biggles en Werner-Volker zich met expulsion bezig hielden. Na een paar uur gefrustreerd rondzwerven vinden we een gebouw met “…IGGLES” op de gevel. Nog steeds geen spekter gezien. Wel wraiths die door de waterval meegesleurd worden de Tempest in. Binnen vinden we kleding waar alle kleur uit is verdwenen. De kleren liggen in de houding waarin de drager was gestorven. Dit hoor niet thuis in de Tempest! We vinden overals met Biggles emblemen, en van die stasis armbanden. Alle spullen zijn er nog, maar de lichamen zijn tot stof vergaan. De armbanden zijn geactiveerd geweest, maar vocht heeft alle hightech aangetast. De lowtech is er nog, maar het is wel alle kleur kwijt. Deze binnenstad is van materie, common Aarde op een heel rare plaats. Geen antimaterie. We gaan naaar de kelders. Daar vinden we de oude machinekamers. Dezelfde technologie als in de Witte Stad. Claude gaat wat proberen te repareren. Dat is niet zo moeilijk, hij kent de 24e eeuwse technologie. Het mechanische gedeelte is te repareren, de computers gaan een stuk lastiger worden. Chappie zou kunnen helpen als hij de Witte Stad als voorbeeld kan gebruiken.
Claude stelt voor om de reserve Chappie te wekken en hier aan het werk te zetten. Dat is niet nodig, want Chappie 2.0 is niet aan lokatie gebonden. Zij mainframe is in Autochthon en hij kan zich manifesteren waar hij toegang krijgt. We gaan op zoek naar de Ka-reservoirs. Alle Ka en Ba stroomt via de Niagara de Tempest in. De doorgangen naar de Ka- en Ba reservoirs zaten precies waar nu de waterval is. Onopvallende gebouwtjes met een ijzeren deur. Trappen 500 m omlaag komen we aan de rand van een groot leeg zwembad. Op regelmatige punten op de omloop is machinerie, nog meer aangetast dan boven in de stad. Onder het Ba-reservoir vinden we het reservoir voor de Ka, die is ook leeg. Er zijn stukken beton omlaag gevallen. We zie sporen van periodieke overstromingen. Het is nuttig om de twee reservoirs weer te vullen voor het Aanmeren. In het midden zitten twee openingen waardoor het naar boven en naar beneden kan stromen. Stepping Sideways terug naar Tanais kan hier niet. We zouden dan door de slijmlaag van de piramide moeten. Maar we kunnen wel gewoon via dezelfde route terug als hoe we hier kwamen. En dan komen we weer in Geb.
Voordat we CHappie inschakelen, lijkt het ons nuttig om ook de andere drie steden te bezoeken. Als we naar Nieuw Salish gaan, moeten we er rekening mee houden dat de Lunars ons in deze werkelijkheid nog niet kennen. Dus zullen we de voordeur moeten gebruiken en er voor zorgen dat ze ons aardig vinden.

5xp

Tanais 2 – 13

Met de colorcopter gaan we naar Mount Paradise. We parkeren het ding 1 quantum opzij en lopen het laatste stukje. Er zijn een paar siderials die we niet kennen. Ze zeggen dat Imhotep is vertrokken met een of andere boerenkinkel. “Hij leek er nogal op gesteld. Ze zijn naar een of andere barbarenstaat in het Noorden.” Dat zal Karel zijn. Dan weten we dat ze naar Soul zijn om hem koning te maken. In de kristallen bol zien we ze in Bronwe, in gesprek met een paar brahmanen. Op de achtergrond wordt het beeld van Mutri omhoog gehesen. We zetten de copter in het sprookjesbos en gaan via de geheime gang naar het kasteeltje. Boven het kelderluik horen we gestommel: soldaten die aan het verhuizen zijn. Met [Mind] laat Chang ze gaan schaften. Als ze weg zijn zien we dat ze de kelders aan het uitruimen waren. Het nieuwe huisraad is typisch nouveau riche, en geen Shintash werk. Karel blijkt een eigen blazoen te hebben bedacht, dat op alle nieuwe meubels staat. In onze Tanais-vorm gaan we naar de tempelstad. Met [Time] slippen we moeiteloos langs de wachters naar de tempel van Mutri. Daar worden we herkend door Karel en hartelijk begroet. “Het lijkt wel alsof de goden ons extra gunstig gezind zijn. Er zijn meer heilige dagen dan we in jaren gehad hebben.” Een helige dag is een dag waarop de werelden van Wyrd en Decay gemakkelijk overlopen in de Tanais-werkelijkheid. De brahmanen zien hem wel zitten als koning en zijn nu op zoek naar een nieuwe vrouw voor hem. Nee, Chantal is definitief weg. Karel gaat door met de tempelbouw en we leggen onze plannen voor aan Imhotep. Risha stelt voor om de werelden weer te laten versmelten. Imhotep zegt: “Chappie heeft daarvoor genoeg rekenkracht. Maar dan moeten jullie hem alle informatie aanleveren. En het gaat een heleboel zonium kosten. Het zonium van Expulsion is opgebruikt.” “Nee,” zegt Risha, “dat zit in de parallelle werkelijkheden, de slijmdraden.”
Hij wil mee naar Aarde. Daarvoor moeten we een zoniumpak voor hem maken. Waar vinden we zonium? E zit nog een hele prop van dat spul in het ruimtestation, maar om dat er uit te krijgen gaat lastig worden. Claude noemt het flesje in de vulkaan. Dat klinkt als een meer haalbare optie. Het eiland is een en al bedrijvigheid. Allemaal goblins zijn aan het werk, een mannelijke shuragus hanteert de zweep. We sluipen naar het pakhuis en proberen met [Correspondence] het flesje uit de verborgen ruimte te halen. Dat mislukt en wij worden het pakhuis binnen gezogen. Een shuragus rent op het kabaal af. Met [Forces] maakt Claude ons hoekje donker. De shuragus geeft gifgas af terwijl Gwan het flesje pakt. Tegen de tijd dat de kamer vol groen gas staat, zijn wij al weg. Op Mount Paradise maakt Claude een perfect passend zoniumpak voor Imhotep.
Dan gaan we naar Steampunk Island. Als we de copter parkeren kijken de bewoners beleefd verbaasd, en gaan verder waar ze mee bezig zijn. Imhotep vraagt: “Dit is toch niet de Aarde? Waarom zit Chappie hier?” “Hij zit eigenlijk nog een beetje verder in een machinewereld, maar hier is een doorgang.”
Als we door de stad lopen, worden we genegeerd. In de kroeg zijn de vossenmensen bezig met inrichten. Het is nog niet functioneel en er zijn nog geen Lost Boys. Zodra we binnenkomen, voelen we dat er een kracht ontwaakt. Er zijn nog geen monsters in het doolhof, dus we kunnen zo doorlopen naar de kop van de draak. Die kijkt ons verbaasd aan en als hij Imhotep ziet, vraagt hij: “Wie zijn jullie?” We stellen ons een voor een voor: “Gwan,” “Claude,” “Chang,” “Risha,” “Imhotep.”
“Bewijs dat je Imhotep bent!”
“Chappie, je weet toch dat ik van je hou, je weet toch hoe we afscheid hebben genomen?”
De drakenmuil gaat open en een robot stapt naar voren. Imhotep en Chappie vallen elkaar in de armen. Het duurt even voordat ze ter zake kunnen komen. Imhotep stelt ons onder zijn persoonlijke bescherming. We mogen niet ge-juiced worden en we hebben heel belangrijke informatie die Chappie moet doorrekenen. We vertellen alles wat we weten. Dan slaat Chappie aan het rekenen. Enkele seconden later zegt hij: “Wat jullie moeten doen is niet zo moeilijk. Igrot wil ter zaad gaan. Als jullie hem te vroeg zaad laten schieten, gaan alle defensiemechanieken aan. Maar als jullie hem op het einde, vlak voor de botsing, in zaad laten schieten, kun je de tijd stop zetten en de Expulsion-engines aanzetten. Dan worden de werelden aangemeerd zonder dat Igrot er last van heeft. Wat er voorbij de voortplanting gebeurt met Aarde interesseert Igrot niet. Het precieze moment is te berekenen. Jullie moeten de machines vinden. Die zitten als stukjes Aarde in Tanais. Jullie Witte Stad is er een van. Er is nog een andere mogelijkheid. Via de 6e dimensie kun je net die ene Alternate Reality zoeken waarin het goed gaat. Ik weet niet veel van 6D. Alleen dat de meta-goden er iets mee van doen hebben.”
Wat er momenteel op Aarde gebeurt, weet Chappie niet. Hij heeft zich teruggetrokken om zijn opdracht (het juicen van de veroordeelde onsterfelijken) uit te kunnen voeren. Imhotep wil bij Chappie blijven en hij gaat het Lost Boys scenario stoppen.
“Hoe weten jullie daarvan?” vraagt Chappie.
“Wij komen uit een Alternate, vandaar dat we een heleboel weten.”
Imhotep valt ons bij. “Oke, omdat jij het zegt.”
Claude merkt op: “Die technologie werkt echt heel goed. Ga vooral door met hem te perfectioneren. Zo kun je Tanais in kaart brengen en de shiragi volgen.” Dat gaat Chappie doen.
Imhotep weet dat bij de piramides van Geb een doorgang is naar de Melkweg. “Gewone mensen gaan na hun dood naar de Tempest, maar de ingewijden gaan naar hun eigen hiernamaals. Die is veel veiliger. Bij de piramides gaat de Tempest de diepte in, richting Aarde. Waar de Melkweg zich afsplitst ligt een mythische stad waar niemand ooit is geweest. Dan is er nog Nieuw Salish, de stad van de Lunars. De Lunars hebben een heel duister geheim en iets zegt me dat daar ook zo’n ingebed stuk Aarde te vinden is.”
“Dan moeten we daar zeker gaan kijken,” zegt Risha, “en waarschijnlijk zijn er nog meer. Waldheim is ook een kandidaat en ik heb een stad gezien onder de draaikolk van Melek Qart.”
“Weten jullie hoe Tanais gemaakt is?”
“Nee.”
“Er zijn fragmenten van de Aarde gespiegeld en daaruit is een parodie an der Aarde ge-extrapoleerd boven de Ba-laag. Op 5 plekken tegelijk. Van daaruit hebben die plekken zich in antimaterie uitgevouwen tot Tanais.”
We nemen afscheid en gaan met de copter naar de piramides. Bij het weggaan vertelt Imhotep dat er een mythe is over de piramides; dat de on-ingewijden uit de bron drinken en de ingewijden niet.
De Grote Piramide heeft een ingewikkeld gangenstelsel. Maar met [Correspondence] is dat geen probleem. Middenin de piramide zit een hele kleine, van 2×2 meter, waar de grote overheen gebouwd is. Die is veel ouder en massief. Onder het piramidetje zit een scheur in de bedrock, waar ooit een bron opwelde. Maar die is nu droog. In Decay is er wel een bron, die stroomt uit het niets. Hier is een snijpunt met de Tempest en met de Wyrd. De Decay-bron is gemaakt, hij is magisch. De Tanais-bron was natuurlijk. In de Wyrd is op deze plaats een nevel die een brug vormt richting sterrenhemel, de Wyrd uit.
Met [Color] verplaatsen we ons naar de Wyrd. Het is acht. een regenboognevel vormt een ladder naar de sterren. Het is hier heel leeg. Er gaan niet zo veel ingewijden dood. We kunnen de ladder niet beklimmem. Voor ons is het een nevel waar je dwars doorheen stapt.
Claude gaat op zoeknaar de grote hoeveelheid Ka die na Expulsion op deze plek moet zijn achtergebleven. Hij vindt het achter een slijmlaag waar Decay overgaat in Tempest. Risha denkt dat de piramide de plek is waar de doorgang naar de stad is. Claude bevestigt dat de slijmlaag overeenkomt met het kleine piramidetje. We gaan de grote piramide in tot we zo dicht mogelijk bij de kleine zijn en maken een tunnel. De piramidion is van zwart obsidiaan, met op de grens van Decay en Tempest inderdaad een slijmlaag. Het voelt puur boosaardig. De essentie van de Ka van de levende piramide. Als de piramide een Ka heeft, moet hij ook een Ba hebben. Met [Spirit] contacteert Risha de Ba.
“Hallo levende.”
“Wij zijn op zoek naar de stad die hier ooit was.”
“Waarom ga je niet naar de Melkweg? Alleen de meest slechte doden gaan naar de stad. Jouw vriend Claude is een lievertje vergeleken met hun.”
“Bedoel je specters?”
“Die lieden waarvan de specter op het moment van sterven al sterk genoeg is. Als er eentje binnentreedt, voel ik even wat daar is. Jouw Witte Stad ken ik niet. Ik ben slechts de piramide, de begeleider. De inwijding kun je krijgen bij de priesters van Anoebis.”
“Hartelijk bedankt!”
We bedenken ons: de siderials wisten van het witte hert. Misschien kennen ze ook de methodes om de andere steden binnen te komen.

+ 5xp = 62

Tanais 2 – 12 aanvulling

Bij het afleveren van de zeven goden wil Risha de mensen van de Serengeti een mythologie meegeven.
In het kort: Hij manifesteert zich in gouden harnas, met vleugels en solar aura, en presenteert de goden aan dertien mannen en vrouwen, net als in de vorige versie van het verhaal. Maar nu met een aangepaste mythologie. Zie ook de sessie van 26 mei 2016. Aanvullingen en wijzigingen zijn welkom.

Het verhaal (korte samenvatting)

Voor de Grote Reis leefden de mensen op Aarde. De mensheid was hoogmoedig en zondig geworden, rijk en machtig. Zij waren de goden vergeten en zij vervuilden hun moeder Aarde. Zo was het voorspeld. En in hun hoogmoed brachten zij zichzelf ten val. Zij drongen door in plaatsen waar zij niet moesten komen en daar wekten zij de Eter van Werelden. De Aarde en alle mensen, dieren en planten die op haar leefden, ja zelfs de mineralen, waren ten dode opgeschreven.
Maar vanuit de hemel kwamen engelen en zij brachten hulp. De onsterfelijken scheidden de mensheid. Zij scheidden de onzuiveren van de rechtvaardigen en de rechtvaardigen mochten scheep nemen in de grote Ark van de engelen. De engelen brengen nu de rechtvaardige volkeren en de onsterfelijken door de hemelen heen naar een nieuwe Aarde, waar zij voor altijd in vrede kunnen leven. De onrechtvaardigen blijven achter op de Aarde en zullen met haar door de Eter worden verslonden, en er zal nooit meer iets van hen vernomen worden.
De mensen zijn de goden vergeten, maar engelen zijn de de goden niet vergeten. Zij vroegen de vier oermachten om aan de mensen weer goden te geven.

De oermachten komen van voorbij tijd en ruimte, voorbij mannelijk en vrouwelijk, voorbij goed en kwaad. Wij noemen ze de Pottenbakker, de Vernieuwer, de Generaal en de Tovenaar.
Pattern, het minerale rijk. De Pottenbakker brengt rust en orde in de chaos, Hij vormt de vaste stof en de dingen die blijvend zijn: vaten om het graan, het vlees en de melk in te bewaren; kookpotten, kleren en sieraden. Stenen huizen. Het wonen in steden en de beschaving. Eer de ambachtslieden, zij zijn het fundament van de beschaving!
Primordial, het plantenrijk. De Vernieuwer brengt nieuwe dingen de er nog niet waren en die het leven goed maken. Landbouw en de dorpse samenleving. Houten boerderijen met strooien daken. Maar Hij kan ook wreed en geniepig zijn, achterbaks en onverdraagzaam. En het waren de uitvinders die de Eter der Werelden gewekt hebben. Weest op uw hoede voor de uitvinders!
Dynamic, het dierenrijk. De Generaal brengt strijd en geweld, eten en gegeten worden. Maar ook daadkracht, orde en gezag. Veeteelt en het nomadische bestaan. Lederen tenten met palen van ivoor en been. De Generaal heeft op de Knop gedrukt. Dat moest gebeuren. Maar Hij bepaalde het moment. Niemand weet wat er gebeurd zou zijn als Hij op een ander moment had gedrukt. Respecteer uw soldaten, maar vrees hen ook.
Questing, de mensheid. De Tovenaar is een kind, nieuwsgierig en impulsief, sluw en tegelijk naïef. Hij trekt zich niets aan van de wetten van de natuur en van de regels van de mensen. De jager-verzamelaar. Naakt onder de sterren, soms koud en hongerig omdat hij weer iets doms gedaan heeft, maar dan weer vrolijk en gezond. Hij is koning en misdadiger tegelijk. Geen gevangenis kan hem vasthouden, geen paleis verblindt hem. Als iemand het kan, zal het de Tovenaar zijn die een uitweg vindt uit maag van de Eter der Werelden. Heb jullie kinderen lief, ook al zijn ze soms ondeugend, want zij zijn jullie toekomst.

De vier oermachten kozen jullie uit. Zeven jonge goden brachten zij mee voor jullie uit de oude Aarde. Want jullie zijn het uitverkoren volk. Jullie zullen niet op de nieuwe aarde wonen met de onsterfelijken, maar jullie mogen met de engelen en de goden verder reizen door de hemelen. Eer de goden! Prijs hen! Loof hen! Breng het licht der goden tot in alle uithoeken van de hemelen. De oermachten geven jullie twee primordiale titanen en vijf goden van beschaving.
De twee primordialen, de oneindige ruimte en de eeuwige reis, verdienen een andere eredienst dan de goden van het dagelijkse leven.
Vier van de goden zijn spiegels van de oermachten. Er is Gwan, de vruchtbare aarde met zijn klei, zijn mineralen en andere rijkdommen, de god van de handwerkslieden. Er is Qlot, het vliedende water, met haar rivieren, de regen, de plantenwereld, dood en wedergeboorte, godin van de landbouw. Er is Chang, de alomtegenwoordige lucht, heer der stormen, meester van de tamme en de wilde dieren, het recht van de sterkste, de god van dappere soldaten en stoere nomaden. Er is Riesh, het eeuwig veranderlijke vuur, de bosbrand, het kampvuur, de huiselijke haard, de smidse en de bliksem, de godin van de vrijheid, zwervers en handelaren. En dan is er de vijfde, Gentil de eeuwige jongeling, de koning van de goden, de roerganger, wijs en vooruitziend. Het verstand op zijn best.

Ik stel vier rangen in. Laat voor de leken, van straatjongen tot stamhoofd, de eredienst een feest zijn.
Dan komen de priesters en de priesteressen. Zij zijn dienaren van de goden, geen meesters over mensen! Het priesterschap is slechts een verrijking van het gewone leven.
De derde groep zijn de profeten. Zij staan tussen de mensen en de engelen van de Reis in (de contactpersonen met Mollenslijm en de onsterfelijken) en zij wonen in een afgezonderde gemeenschap. Risha bouwt zichzelf, net als de vorige keer, als Engel van de Annunciatie in het verhaal in, voor Cult Background. De eerste profeet leert van Risha een paar eenvoudige gebeden.
Slechts een enkeling zal geroepen worden als orakel van de oermachten (de twijfelaar wordt door Claude apart genomen en krijgt de waarheid te horen, om als tegengif tegen het priesterschap te kunnen fungeren).

Tanais 2 – 12

Tanais serie 2 sessie 12 – 29 maart 2018

Enige gedachte bij het verhaal dat we gaan vertellen als nieuwkomers in deze stad.
– We moeten een andere identiteit aannemen, die niet herleidbaar is tot onze daden elders in de wereld:
– Het verhaal mag niet te spectaculair zijn, anders wordt het rondverteld. Dus een Alternate kunnen we beter niet noemen. Liever iets wat iedereen kent.
– Als we uit een land komen dat nog geen paleis hier heeft, wie heeft ons dan opgeleid? Bedenk dat Rishi als enige echt Sorcery geleerd heeft.
– In de Wyrd worden sprookjes en legenden werkelijkheid.
– De inwijding in Melek Qart had te maken met de priesterlijke mysteriënan de god Dagon, niet met de geheimen van de tovenaars.
Dus komen we met het volgende idee: We waren verdwaald en zijn in de Wyrd terecht gekomen. Daar hebben we een epifanie gehad en sorcery geleerd. Ons jongste lid, de leerling (Risha), wil het Licht van Beschaving naar zijn geboorteland Shintas te brengen. Daarom draagt ons kasteeltje de vlag van Shintas. En natuurlijk doet de leerling al het werk. Die moet zo veel mogelijk oefenen. Chao-An vindt ons verhaal acceptabel en vraagt niet verder.

Er is een hiërarchie in de luchtkastelen. De Qartianen zijn te verheven voor ons. Maar het paleis van Dao is veel toegankelijker, zeker voor een Dao-aan zoals Chang. Het paleis is een organisch groeisel van gevlochten bamboe. Chao-An zegt dat je in de gastenkamer kunt gaan zitten en wachten tot iemand je wil zien. Dat doen we. Een gezellige dikke meneer groet ons. Chang zegt dat hij komt kennismaken. “Dat is heel verstandig. Ik ben gestuurd om te kijken of u de moeite waard bent voor Zijne heiligheid.” Enig inzicht in de Daoaanse etiquette leert dat hij een presentje verwacht. Chang haalt een kruikje 40 jaar oud bier tevoorschijn en Risha laadt dat op met 5 motes Solar Essence. Even later komt er een lange magere monnik. Deze krijgt een kopje thee met Essence. “Misschien is mijn eigen leermeester ook wel genegen om u te ontmoeten. Na de derde Daoist is Rishi’s Personal Essence uitgeput. We moeten ook niet veel hoger in de hiërarchie door willen dringen, want dat valt teveel op. “Welkom bij de club. Dus jij hebt de methode van Shintas geleerd?” Chang vertelt het verhaal dat we hebben voorbereid, en zegt: “Wij hebben gevieren besloten om in Alexandrië research te plegen en daar hebben we verwijzingen naar deze stad gevonden.” “En wat is uw specialiteit?” “Wij lijken een talent te hebben om met de Wyrd, de Wyld en Decay om te gaan.” Dao is gespecialiseerd in het destilleren van Ak. Er zijn veel huizen die Ka oogsten, maar zij zijn de enige die leverancier van Ak. Het blijkt dat ze de bordelen na gebruik schoonmaken. “Als jullie een andere manier vinden om aan Ak te komen, dan lopen jullie ons niet in de weg. Er is vraag genoeg.” “Dus Ka, dat doen een heleboel huizen, Ak leveren jullie en Sa is de specialiteit van Melek Qart. Is er een huis dat Ba oogst?” “Nee, dat is meer het domein van de priesters. Er is niemand echt in gespecialiseerd. De methode van Dao is via mentale discipline. Een ingezetene van Dao mag hier in de leer. Ga met je eigen flow mee. Op dit moment is er een soort wapenstilstand met Jao. Het zijn sukkels die alleen maar in etiquette geloven en niet in inhoud. Hun magie gaat met een veelvoud aan cirkels en vierkanten Heel ceremonieel. Net als de priesters van Shintas,” voegt hij er aan toe. Risha lacht en vertelt hoe hij heeft leren vliegen met een heleboel bakstenen. Dat is inderdaad wat de monnik bedoelt.
Korte samenvatting: Ba = Zonium ; Ka = zwarte drab / wit beendermeel ; Ak = Color ; Sa = de huid van een god / lokaal Alternate (we weten niet hoe dat op Aarde heet of hoe het er daar uitziet). Alle vier zijn ze neutraal ten opzichte van materie en antimaterie. Als wij Ak (Color) halen van Aarde, dan krijgen we geen problemen met de andere huizen.
We nemen afscheid van deze meneer. Terug in ons kasteel denken we verder over hoe we aan een pantheon kunnen komen. Misschien wil Mollenslijm wel een pantheon om een bron van Ba of Ka te hebben. Voor ons levert het een geode op waarmee we in contact kunnen blijven met de onsterfelijken als ze op Kepler 30E aankomen. Risha ziet dit als een mogelijke uitweg uit Igrot. We kunnen ons naar Kepler projecteren, maken daar een nieuw lichaam en laten ons oude lichaam op Aarde/Tanais achter.
Als we zo’n brandmerk willen hebben, moeten we ons inslijmen bij de Qartianen. Hun paleis is ingetogen midden-oosters. Wie moeten we omkopen en wat is zijn prijs? Chao-An vertelt dat informele deals bij de arena worden gesloten en dat we er op moeten rekenen dat dit ons een forse portie Ak zal gaan kosten.
In Dao weten ze wel hoe je Ak opslaat en transporteert. Dus Chang gaat een dagje in de leer. Hij mag met de gezellige dikkert mee naar de prostitutie ring. Het is smerig werk. Wat de abyssals achterlaten na hun bezoek zit vol Ak. Dat wordt opgedweild en in vaten gedaan die va Sa gemaakt zijn. Die Sa-vaten hebben de Daoisten gekocht van de Qartianen. Ze zijn niet heel duur. Een Sa-vat is een soort ballon, er kan best veel in. In ruil voor een voorraadje zonium mag Chang er eentje hebben. Zijn collega vertelt dat je het Sa-vat ook kunt gebruiken als brandstof voor magie om de werkelijkheid te veranderen. Dit ding is bijvoorbeeld genoeg om een oogst te laten slagen die anders zou zijn mislukt.
Risha gaat bij de arena kijken wie van de Qartianen er veel contacten buiten de factie heeft (4 successen met Socialize, Perception en de charm Speed the Wheels). Dat blijkt ene doctor Dee te zijn. Risha zoekt hem op. De doctor heeft al over ons gehoord. “Ik vernam van jullie veronderstelde talenten met de nabije werelden. Ik wil een kristallen bol waarmee ik in de Wyld en Decay kan kijken en wat daar omheen zit.” “Dat kunnen we wel leveren.” “Dan heb ik morgen een glyphe voor je.”
Zo’n ding is inderdaad makkelijk te malen met onze gecombineerde talenten. De volgende dag hebben we een tevreden Qartiaans contact en een godenbrandmerk. Op naar de kroeg tussen de werelden. De Dienstdoende Euboiaan wil een paar Ak-drankjes wel een oogje toeknijpen. Aan het einde van de dag hebben we zeven godlingen gebrandmerkt, vijf goden en twee gevallen goden. Terug in de gewone wereld gaan we naar de Colorcopter. Onderweg is Risha een aantal rollen voor de godlingen aan het bedenken (verhaal volgt). Risha roept de goden op en doet ze een voorstel: “Wij kunnen jullie een volk leveren, ver van hier. Zo ver dat deze brandmerken niet meer werken. In ruil wil ik een deel van de worship.” Ze gaan accoord met de deal als ze horen dat deze wereld over een paar maanden vergaat en dat ze op een andere wereld eeuwig verder god kunnen zijn. We schepen ze in en gaan naar Bretagne, naar level 100 en activeren de geode. Goden zijn immaterieel, dus ze kunnen zonder probleem mee. Mollenslijm is blij. De onsterfelijken niet. Ze willen niet dat hun volkeren besmet worden met religie. Gelukkig is er maar één volk nodig en die gaan met Molenslijm mee verder. Ze kiezen het Serengeti volk. Risha doet een toneelstukje. Hij slaat zijn vleugels uit en zet zijn volle aura aan. Dan vertelt hij het verhaal dat hij heeft bedacht, met een paar aanvullingen van Claude. Dan laat hij de goden los boven de vlakte.
De onsterfelijken krijgen een geode die is afgestemd op die van de Aarde. Mollenslijm legt hun manier van onsterfelijkheid uit: je produceert een lichaam uit niks. Er moet een ziel in, en om dat te laten plakken is Color nodig. Color is 5D technologie e dat is vreselijk gevaarlijk. Goden leveren Color op een veilige manier, maar die zijn weer ontzettend zeldzaam. Dus zijn ze hier heel blij mee.
Side Quest afgerond !! Tadaa !!

+ 5Xp = 57

Tanais 2 – 11

Tanais serie 2 sessie 11 – 15 maart 2018

Correcties: 1. Het was de maangod Sin (mannelijk, Mesapotamisch).
2. De goden produceren Ba en de gevallen goden produceren Ka, en kleine hoeveelheden Sa, respectievelijk Ak. In het vorige verslag stond ‘consumeren’. Beide groepen voeden zich met verering.

Chang, Gwan en Risha gaan zelf op onderzoek uit, zonder de gids. Risha stelt [Stepping Sideways] voor. We kunnen meerdere kanten op. De abyssals hebben een donkerpaarse en de godlingen een zilverige draad, haaks op Tanais en Aarde (verticale polarisatie). Deze stad ligt niet op Common Tanais, maar het is een anomalie die tegelijkertijd zowel in de Wyrd als in Decay bestaat, de twee planes aan weerszijden parallel aan Tanais (horizontale polarisatie). We gaan vanaf de begane grond van de stad, bij de poort, naar de zilveren draad. We komen bij een opstopping van een heleboel godlings. Het zijn tieners. Nog nat achter de oren, halverwege hun bewustwording maar nog zonder interactie met elkaar. Hier is een bottleneck, maar even verderop stroomt het weer door. Het is druk en vol, dus we hebben onze ellebogen nodig om verder te komen. Er gaan veel meer godlings naar de drempel dan we er voorbij zien gaan. Van 50 voor de drempel naar 3 er voorbij. Hier manifesteert het zilver zich in Common reality. Aan de andere kant van de drempel komt er Abyss bij. Op 20 meter afstand zien we een herberg. Die staat precies in het midden van waar in de stad de twee cirkels samenkomen.
Als we over de drempel stappen klaart het zicht op. Het wordt helder en er lopen ook andere figuren rond. Zeer verfijnde abyssals die een glaasje met elkaar heffen. Chang en Gwan lopen samen met drie godlings. Ze zijn Risha kwijt. Hij zit ook niet meer in de Mindlink. Risha komt op dat moment bij dezelfde herberg aan, en hij is de andere twee kwijt. Met [Sense Color en Sense Spirit] lijkt alles goed te zijn gegaan, maar met [Sense Alternate] voelt Gwan dat er hier een heleboel verschillende versies van deze herberg bestaan.
Gwan en Chang worden benaderd door een groepje Abyssals: “Hebben jullie zin in een drankje na zo’n lange reis?” “Ja,” zeggen de godlings. (In zijn werkelijkheid maakt Risha hetzelfde mee, maar een van de godlings gaat niet mee.) Ze nemen ons mee naar de herberg. Een bandje speelt vrolijke muziek. De godlings voelen zich compleet en fysiek in deze echte wereld. De drank die hier wordt geschonken bevat een hoog percentage Ka (zwarte drab variant) en geeft een behoorlijke kick. Als de godlings er van drinken transformeren ze in goden. “Zo! Dat is lekker!” Als ze er meer van op hebben ontstaat er een barhang neiging. De barkeeper is een doorgewinterde abyssal. Er wordt over een happy hour gesproken. We zien de eerste tekenen van een verslavingsneiging ontstaan. Als de goden meer willen, kunnen ze de prositutie in. Een enkeling gaat naar de arena. Door de vele alternates kan deze kroeg een heleboel nieuwe godlings aan. Na een tijdje gebeurt er buiten iets. Een paar godlingen willen terug naar binnen, maar ze worden tegen gehouden door een Euboiaanse tovenaar. Als je eenmaal buiten bent, mag je alleen weer naar binnen als ze een brandmerk accepteren. Twee goden weigeren, de rest mag binnenkomen en krijgt te drinken.
Dan spreekt de Euboiaan ons aan. “Het is niet de bedoeling dat jullie hier zijn. Deze plek is niet voor jullie bestemd. Als je weer terug de herberg in wilt, moet je een brandmerk accepteren. En kijk niet te diep in het glaasje anders eindig je in de arena, ook al ben je een tovenaar. Niet dat het mij wat kan schelen.” Hij vertelt dat hij een beginnende Euboiaan is, belast met het zetten van brandmerkjes. “Hoe komen jullie hier eigenlijk binnen? Wij hebben het alleenrecht op deze plek.” We houden ons op de vlakte. “Hoe magisch is deze plek?” “Het is het fundament van de macht van de stad. En het is van Euboia.” We mogen het brandmerk zien. Dat is pure Sa, een Qartiaanse specialiteit. Sa bepaalt de werkelijkheid. “Kennen jullie je Sorcery geschiedenis niet? Hier ligt de Sa-steen, het centrum van alle toverij. De macht waar alle sorcerors van dromen. Waar alle realiteiten vastgelegd worden. Als je hier gebrandmerkt wordt, kun je niet ontkomen. Het wordt in alle werkelijkheden geschreven. En daarom hebben 30 tot 40% van de goden ons brandmerk. En als ze terugkomen beginnen de vergroeiingen.” “Hoe komen jullie aan al die Ka?” “Die is gewoon af te tappen in de prostitutielaag. De goden zijn normaal niet van vlees en bloed, maar hier kunnen ze even een echt lichaam ervaren en dat is zó verleidelijk voor ze, dat er maar weinig zijn die hier gewoon kunnen doorlopen.” Als zijn dienst er op zit, kan de tovenaar Chang en Gwan meenemen naar de stad. Ze mogen echter niet mee naar het Euboiaanse kasteel. Hij is nog niet belangrijk genoeg om mensen te mogen introduceren. Hij kan niet helpen om met Risha in contact te komen. “Er zijn geen contacten mogelijk tussen de werkelijkheden. je staat er hier alleen voor. Maar dat is niet gevaarlijk. De godlingen kunnen nog niks en wij tovenaars doen de abyssals een groot plezier, dus zij vallen ons niet lastig.” Chang geeft hem een beeltenisje van Risha o bij zijn collega’s na te vragen of die hem misschien hebben gezien. “You owe me one.” Chang en Gwan nemen afscheid van Ey.

In zijn versie krijgt Risha het teken ook te zien. Hij kent het schrift en herkent het symbool van Qartiaanse rechtspraak. Hij vertelt over het brandmerk van Graire. “Er zijn meer brandmerken in omloop. Zolang het er maar niet teveel worden, wordt dat oogluikend toegestaan.” Risha stelt zich voor als een apprentice die zijn leraren kwijt is. De Euboiaan wil wel vrienden worden, beginnende tovenaars kunnen altijd vrienden gebruiken. “Ja, er zijn heel veel herbergen. Als je terug wilt kun je gewoon naar buiten gaan, Je komt vanzelf weer in de ene realiteit terug.” “Hoe werkt zo’n brandmerk?” De jonge tovenaar wil het wel demonstreren. Risha zet al zijn magische senses aan. De Euboiaan bekijkt een godling die naar binnen wil van top tot teen en zegt: iedereen heeft een zwakke plek. Dit si de zijne. Daar krijgt hij een trigger.” En hij zet het brandmerk in de linker knieholte. “Het is onuitwisbaar. maar het kan slijten of zich dieper inbijten afhankelijk van de gebeurtenissen. Met [sense Prime en sense Spirit] ziet Risha dat het teken niet plane-gebondenis, totdat je de materie-antimateriegrens passeert. Daarvoorbij verliest de Sa-steen zijn invloed. “Wil je nog een glaasje?” “Ka is wel lekker, maar vergeleken met Ak is het toch maar bier ten opzichte van Single Malt Whiskey.” De tovenaar geeft hem gelijk. Risha neemt afscheid van Ix en wandelt naar de uitgang. Onderweg komt hij een godling tegen die niet naar de herberg geweest is en dus ook geen Ka heeft gedronken. “Dit voelt als een valstrik. Ik ga mijn eigen weg.” “Groot gelijk,” zegt Risha, “Ik wens je succes. Hoe heet je?” “Ik heb nog geen naam en nog geen functie.” Risha geeft hem 12 motes Solar essence om hem op weg te helpen.

Eenmaal in de stad herstelt de Mindlink en daardoor komen we snel weer bij elkaar. Gwan wacht op Ey en zegt dat we Risha hebben gevonden. “Oké, dan doen we er niks mee. Wil je een ander bondgenootschapje? We kunnen bij de minoische aanlegplaats afspreken of bij de arena.” We spreken af op de landingsplek. Daar krijgen we van hem wat informatie over hoe het er hier aan toe gaat. “Gevechten in de arena zijn tot de dood en soms wordt er een toeschouwer bij betrokken. Als je in de arena valt, moet je meedoen. Op de landingsplek landen sorcerors uit de hele beschaafde wereld. De huizen zijn georganiseerd per land. Elk huis heeft zijn specialiteit. Dao en Jao zijn ook vertegenwoordigd, maar Shintas en Soul zijn te primitief. Je papieren haal je in je land van oorsprong en normaal kom je hier met je leermeester. Die stelt je voor aan je huis.” Risha vraagt hem over illegale brandmerken. “Die zijn van andere landen of soms zelfs van specifieke tovenaars. Maar als de machthebbers daar achter komen, is het een enkele reis naar de arena.” Risha tekent die van Graire in het zand. “Die is niet van een van de huizen. Dus het moet haast wel een persoonlijk zegel zijn.” Hij vertelt verder: “Het werkt hier met dienst en wederdienst. Er zijn geen regels. Maar als je een afspraak niet nakomt, moet je je goed indekken. Jao weet het meest over pantheons. Maar kijk uit. Als je het pantheon inpikt van een land met sorcerors, dan krijg je met hun te doen. Dan heb je een probleem.”

Onze volgende stop is een bezoek aan de arena. We gaan met eigen vervoer, de Azure Chariot-spreuk van Risha. Dat is Terrestrial level sorcery, dus het geeft niet zo’n hoge status. Met [Socialiseen Charisma] zien we dat er een subtiele rangorde is in wie er op welke plek boven de arena zit. Hoe hoger je status hoe hoger je boven de arena hangt, er is een minimum afstand van de andere toeschouwers en het is niet verstandig om het blikveld van iemand met een hogere status te belemmeren. Met [Correspondence] bepalen we een goed plekje. Een bookie komt naar ons toe, maar we weten nog niet genoeg van wat er te gebeuren gaat en we zetten niet in. Dus we zijn oninteressant.
De partijen stellen zich voor: een tovenaar uit Minos tegen versus eentje uit Dao. Goederen waar niet voor betaald is. Er worden twee groteske gedrochten de arena binnengebracht, een reptiel en een insectoide. Ze cirkelen om elkaar heen, vallen niet fysiek aan, maar tasten elkaars [Mind] af naar zwakke plekken. Plotseling schiet het reptiel naar voren, spietst het insect en het gevecht is voorbij. De tovenaar uit Dao heeft gewonnen. Hij landt in de arena. Hij vilt de insectgod en geeft de huid aan de rechter. Dat is de Sa. Dan begint hij zich tegoed te doen aan de ingewanden. Van boven klinkt het gejuich van de winnaars. “Ik had er meer van verwacht,” zegt een van onze dienaren. “Mee eens,” denkt de rest. En dat was het dan voor vandaag.

Risha gaat verder met het kasteel. De Heartchamber stemt hij af op het Westelijk Paradijs van zijn voorouders, de goudgele draad. Twee etmalen hard werken en we hebben een mooie Manse met portalen naar Mount Paradise en Bronwë. Wat is onze dekmantel? Risha is de enige die echte Sorcery beheerst. Hij kan de apprentice spelen de alle tovenarij doet, de andere drie de meesters die hun handen niet vuil maken. Onze inwijding in de Qartiaanse mysteriën is geldig, maar die heeft in deze wereld niet plaatsgevonden. Hoe verklaren we dat? Komen we uit een Alternate Reality? Zijn we in de Well of Many Worlds gevallen?

+ 5 xp = 52

Tanais 2 – 9

Tanais serie 2 sessie 9 / 135 – 1 februari 2018

Nagekomen informatie: Bij het terugkijken in de tijd zag Gwan op het moment van Expulsion een een enorme Prime-piek.

We gaan naar de Aarde om de Zuidelijke poolnaald te bezoeken. Daar willen we de geode ophalen. Daarmee gaan we naar Bretagne om op level 100 te kunnen communiceren met Mollenslijm en de aardse onsterfelijken.
De poolnaald ligt onder een dikke laag ijs. Voor onze magie is dat niet zo’n probleem. Een goeie vlammenwerper en het is zo weg. We leggen de ingang van de hangar bloot. De sluisdeuren gaan open met [Lock Opening Touch] en we komen in de enorme centrale ruimte. Claude zet zijn anima aan, zodat we licht hebben. Langs de wand van de gevallen naald zien we kooien. Alleen de titan-blob leeft nog, maar ook die is hel langzaam dood aan het gaan. Risha gaat weer als kat het verblijf van ollenslijm in. Met [Life 5 en Mind 5] lukt het hem om de op feromonen en electrische stroompjes gebaseerde bedieningspanelen te bedienen. Hij haalt de datacore en de geode op. Om de biochemisch/elecromagnetische datacore niet met ons organisch materiaal te besmetten, krijgt de kat rubber handschoenen. De geode werkt met ‘very early entanglement’ dat wil zeggen dat er een entangled stukje vacuüm inzit dat deel uitmaakt van een energetisch creatuur van vlak na de Big Bang.

Gwan kijkt terug naar de tijd voor expulsion. Hij ziet hier slijmerige wormen met mollenklauwen in kleine ruimtesloepjes af en aan vliegen. Ze vervoeren kooien met allerhande levensvormen die aan de wanden van de poolnaald worden gemonteerd. Het was de bedoeling dat er via de geode gekeken zou kunnen worden wat het effect van Igrot op die wezens zou zijn. Risha wil de datacore meenemen als we via de geode naar mollenslijm gaan. Na enige discussie besluiten we om dat niet meteen de eerste keer te doen, maar pas later en als onderhandelingsobject. Claude gaat de doodsoorzaak van de wezens onderzoeken. Die is vrij snel duidelijk: doordat de poolnaald omviel is de life-support beschadigd. De systemen hebben het nog een tijdje volgehouden, maar de atmosferen die de wezens nodig hadden zijn langzaam weggestroomd. De experimenten zijn ook nog eens mislukt omdat de naalden te goed beveiligd waren. Zij, en dus ook hun inhoud, zijn niet in tweeën gesplitst bij Expulsion. De Noordelijke is meegegaan met Tanais en de Zuidelijke met Aarde. Een ontwerpfout, en daarom heeft Igot er niks mee gedaan. Zowel Mollenslijm als de Uomi hebben beginnersfouten gemaakt. Er is echt maar heel weinig bekend over wat er na een Igrot infestatie op een planeet gebeurt.

Met [Life 3, Matter 3, Forces 3] maken we een omhulsel voor de datacore. Van de geode weten we dat het geen kwaad kan als we die aanraken. Dan zetten we koers naar Bretagne. Het ondergrondse complex is bekend, dus we dringen zonder problemen door tot level 100. We laten de kamer van Chappie voor wat hij is en gaan directy naar de kamer met het vreemde apparaat. Als we de geode in de daarvoor bestemde plek steken, begint hij te werken. PLOPS! en we zijn in de gastenverblijven van het schip van Mollenslijm. Na een paar seconden plopsen we weer terug. Bij de tweede poging blijven we een paar minuten. Nu zijn er twee mollenslijmen om ons te ontvangen. Ze zijn in hun eigen gedaante. Heel verbaasd om mensen te zien: “Hé, jullie komen van de Aarde!” Claude vertelt dat we ontsnapte gevangenen zijn. Dat was misschien niet zo verstandig. Dan plopsen we weer terug. De derde keer kunnen we er een uur verblijven. De mollenslijmen hebben een “Lewis Carroll scherm” waardoor zij door ons als aardse gestaltes worden waargenomen: Riker en Troi uit een oude SF serie. “Dus jullie komen van binnen Igrot?” Ze herkennen ons niet.
Risha vertelt dat we de onsterfelijkheid opnieuw hebben uitgevonden. We hebben daar duizenden jaren de tijd voor gehad. Mollenslijm: “Bij ons is er maar 70 jaar voorbijgegaan. Hoe is het met de Zuidelijke poolnaald?” We leggen het uit. Ze zijn teleurgesteld: “Helaas hebben we geen tweede gelegenheid.” We bieden aan om de volgende keer de datacore mee te nemen. Die willen ze graag uitlezen. Bij ons volgende bezoek zullen ze ons voorstellen aan de aardse onsterfelijken. Claude vraagt of hij van buitenaf naar de Aarde mag kijken.
Bij ons volgende bezoek staat de telescoop al klaar. We worden voorgesteld aan Jerry, de voorzitter van de aardse Immortals. En er is en apparaat waarmee de datacore kan worden uitgelezen. We overhandigen het ding. De mollenslijm heeft er wel iets aan, maar niet veel. Het gesprek komt op goden, die willen ze graag reproduceren en verkopen aan andere planeten. Hierbij hebben ze het over een ‘lokaal calabiaal systeem’ van Aarde. Een soort immuunsysteem, aan de ene kant komen er goden en aan de andere kant reclamecampagnes. Voor hun is het een manier van zoniumproductie. Daar kunnen ze die goden voor gebruiken. “Waar gebruiken jullie zonium voor?” “Om te reizen, het bereiken van onsterfelijkheid, van alles eigenlijk. Maar het spul is extreem zeldzaam.” We maken een tekeningetje van de githyanki. “Ja. Die kennen we wel. Die wezens komen oorspronkelijk van Antares. Dat ras heeft meerdere planeten. Een daarvan is inderdaad door een Igrot opgeslokt.” Over Igrots weten ze helemaal niets. Een planeet die met 5D begint, is ten dode opgeschreven. “Hebben de Gith een zwakheid?” Dat gaan ze voor ons opzoeken in hun database.
Over de Uomi weten ze te vertellen: “Dat is niet zo’n prettig ras. Ze stellen nogal strikte voorwaarden aan tegenprestaties. Wij zien overal wel een handeltje, maar zij zijn slavenhandelaren. Je moet letterlijk sterker zijn dan hun om met ze te onderhandelen. Maar hun technologie is wel heel vergevorderd.”
En hoe zit dat met de gevangenen? “Ach, we komen hier langs en we komen daar langs. We nemen verwerpelijke sujetten mee in ruil voor diensten. En die dumpen we bijvoorbeeld in een Igrot. Igrots zijn 5D en wij zijn 4D, we blijven er zelf ver van af.” Ze willen ons best de informatie geven over de gevangenen. Als wij de volgende keer een computer leveren, dan geven ze ons de informatie op een manier die wij kunnen uitlezen.
Door de telescoop ziet Claude alleen met [Color] iets. waar de aarde zou moeten zijn is op geen enkel ander gebied iets waar te nemen. Mollenslijm reist met 90% van de lichsnelheid.
Jerry neemt ons mee op een wandeling langs de bevolking van New Earth op een namaak Serengeti. Tijdens deze rondleiding passeren we het ogenblik waarop we in de eerdere belevenissen op dit ruimteschip aankwamen. Er gebeurt niets bizonders. Dus we zitten ook buiten Igrot in een andere werkelijkheid dan die we ons herinneren. Het is nog steeds niet zeker of we in een Allternate zitten, of dat de vorige beleving een profetisch visioen was o.i.d.
De titanblob blijkt nog een nut voor ons te hebben: we kunnen haar gebruiken om aliens te leren begrijpen [Mind 6 leren voor de kosten van 5].
Mollenslijm gaat uitzoeken waardoor de poolnaalden expulsion hebben doorstaan. Dat is nuttige kennis. Over [Spirit] weten ze te vertellen dat die het instabiele calabi-yau veld van Aarde is. De vertikale dimensie tussen Aarde en Tanais, waar zonium ontstaat. Spirit is wat er voor zorgt dat zonium geproduceerd wordt. Color is de 5e dimensie.

Next time:
– Antwoord van de Mollenslijm op de vraag naar zwakke plekken van de Gith.
– Mollenslijm gaat ook voor ons na hoe de poolnaalden expulsion hebben kunnen doorstaan.
– De titanblob redden en af en toe een praatje met haar maken. Daarmee verlaagt de prijs van Mind 6 naar die van 5.
– Een pantheon leveren aan mollenslijm. Het moet echt een pantheon zijn, niet alleen maar godlings. We kunnen aan de tovenaars van Tanais vragen of zij weten hoe je een nieuw pantheon maakt. De tweekoppige god van Aarde kunnen we als achterwacht
– We mogen onze eigen oorsprong bedenken. Zie sessie 122 voor de chemische samenstelling van de alien misdadigers waar wij de reincarnaties van zijn: Risha heeft Koolstof, Zuurstof, Lithium; Claude heeft Koolstof, Zwavel, Lithium; Gwan heeft Silicium, Zuurstof, Natrium; Chang heeft Silicium, Zuurstof, Lithium als oorsprong.

+ 5 XP = 42