Tanais 126 – 2e cyclus sessie 1

Tanais 126 – 28 september 2017

Claude blijkt geëxalteerd te zijn als Twilight Caste en Risha als Night Caste. Het is 6 uur ’s ochtends.
We besluiten om naar Chantal te gaan. Dat is een uur lopen. Onderweg geneest iedereen zichzelf. Bij de hut van Mildred is het vredig. Chantal is de koeien aan het melken. “Hallo!” We vertellen over de profetie. Mildred wordt er bij geroepen. “Wat voor bewijs heb je?” Mildred wil haar dochter niet zomaar meegeven aan een stelletje ongeregeld. Al geven we licht. Ze stelt voor om naar de Brahmanen te gaan. Om kwart voor negen zijn we bij de tempel. De brand is geblust en de priesteressen rouwen om het verlies van hun beeldje. Claude gaat met zijn Matter-magie de tempel repareren. Het focus dat hij gebruikt is gebed. En dat wordt door de priesteressen natuurlijk zeer op prijs gesteld. De andere drie gaan naar de hogepriesteres. “Hé, de uitverkorenen!” Ze weet aan Mildred te bevestigen dat er inderdaad een profetie is, maar die gaat niet over Chantal. Risha zegt: “Het vuur moet weer worden ontstoken, en daar hebben we Chantal bij nodig.” Chantal zelf wil wel een tijdje weg van de boerderij. Maar ze wil per sé met haar Karel. Dan moeten we eerst Karel losweken van de Eenoog cultus. Mildred mort, maar de priesteressen verklaren dat wij de uitverkorenen zijn. Gwan noemt de naam van een jongen die Mildred kan komen helpen als knecht.
We gaan op weg. Buiten zicht van de stadsmuur haalt Risha de betovering van Karel’s zwaard en daarna maakt Gwan een portaal naar de plek waar we Karel hebben achtergelaten. Het vuurtje brandt nog. We zien iemand wegrennen. Chantal roept: “Karel!” Als hij haar stem hoort, komt hij voorzichtig tevoorschijn. Als we hem het zwaard teruggeven, is hij bereid naar ons te luisteren. Hij is van mening dat het verdwijnen van de zon te maken heeft met de komende aanval van Eenoog. Met een heleboel magie lukt het om hem te deprogrammeren. De zon uitzetten is inderdaad fout. Chang zegt: “Wij volgen niet de revolutionaire raad of de gevestigde orde. Wij volgen onze eigen weg.” Dan wil hij wel met ons mee.
Eerst gaan we naar Phantom Marshley. Hij komt ons persoonlijk te woord staan.
“Welkom! Ja, dingen zijn in beweging. Jullie staan als punt 15-b op de agenda.”
We mogen mee naar de vergaderkamer. Der Alte en Red kijken verstoord op. “Blijf maar staan,” zegt Der Alte, “jullie zijn nog niet aan de beurt.”
Gwan stapt buiten de tijd om even rond te snuffelen. Hier zijn de drie siderials niet op voorbereid. Gwan leest in een brief van de Raad over de komst van een nieuw soort sideriars en die ze van plan zijn om ‘solars’ te noemen. Eén ervan is Chantal en daar gaan ze ‘een echte siderial’ van maken door haar te koppelen aan een abyssal. De solars zijn een bedreiging voor de Orde, maar wel noodzakelijk. Er zijn diverse profetieën. Die waarin de zon uitgaat, is onderstreept. Dan stapt hij weer terug in de tijd. Door de mindlink weten de anderen nu ook wat hij weet.
“Waarom zijn jullie uitverkoren?” vraagt Alte.
“Dat staat in de sterren geschreven,” zegt Risha, “Wij hebben Chantal nodig. De Orde is geïnfiltreerd en de abyssals hebben hun eigen agenda in uw missive gestopt.” Hij heeft het juiste jargon gebruikt en daarmee worden we herkend als mede-siderials.
“Waarom mag ik geen vijfde solar worden? Ik wil ook coole krachten!” “Niet nu, Chantal.”
Claude laat een telepatisch beeld zien: de vergadering op Mount Paradise tijdens de ondervraging van Daguerre. Ze vertelt wat ze gehoord heeft van haar demonen-klanten. Dat het spel al over was op het moment dat Chantal bevrucht werd.
“Hoe weten zij van Mount Paradise?” “Hoe komt het dat Bindu dit serieus neemt?” Dit wordt interessant
Claude laat nog een visoen zien: de bevalling van Chantal en hoe het kind in drie kinderen verandert. Hij legt uit dat dit demonen worden.
Als Chang terloops opmerkt dat Teleutos geen echte ster is, maar een construct, geloven ze dat wij uit de toekomst komen. Er ontstaat een klein beetje twijfel, misschien is er inderdaad verraad binnen de Raad. Maar: “We kunnne Chantal niet meegeven.”
Risha zegt: “In de tombe van Narina ligt een boek en daar staat haar naam in.”
Der Alte lacht: “In mijn agenda staat dat ik die naam daar over een paar dagen in moet zetten. Maar … dat vuur moet ontstoken worden en Chantal moet trouwen met de koning van het land.”
“Beertje,” kirt Chantal, “dan word jij koning.”
(Gwan checkt van een afstandje met magie: ze is nog maagd.)
Eerst moeten we de relikwieën ophalen in het kasteel van Bronwë. We vertrekken weer en overnachten in Hunter’s Lodge. Risha knutselt twee amuletten tegen de pestgeesten voor Chantal en Karel. Brackenbridge maakt zich zorgen over de zon. Hij heeft niet zo’n last van de rebellen. Maar door de oorlogsdreiging heeft hij bijna geen klandizie meer. We eten lekker en nemen een kamer voor de zes mannen en een enkele kamer voor Chantal. Die had liever met Karel op één kamer gelegen, maar dat zien wij niet zitten.
De volgende dag teleporteert Gwan ons naar het begin van de tunnel onder het kasteel. Achter ons is een bos vol spinnen, voor ons een smalle doorgang. We vinden de nis met de Soulsteel Finger. Onderweg naar het koninklijk slaapvertrek vezamelt Risha het tafelzilver. Chantal neemt ook wat mee: “We moeten wel onze eigen kamer kunnen betalen.”
De Jaden bal, het Orichalcum schrijftablet en het Moonsilver machete worden snel gevonden. De pestgeesten leven parallel aan deze wereld, maar één kwantum naar binnen. De grens is hier vervaagd, omdat dit een magische plaats is. Claude versterkt de grens met color-magie. De spinnewebben en de vermolmdheid verdwijnen. Het is nu weer gewoon een 40 jaar leegstaand kasteel in plaats van een spookhuis.
“Als Karel koning gaat worden, gaan jullie dit dan opknappen?”
“Nee, daar heb je bouwvakkers voor.”
“Maar waar betalen we die van?”
“De belasting.”
Chantal begrijpt het niet, maar Karel luistert geïnteresseerd. Hij is nobel en integer. Misschien is hij wel geschikter als koning dan Risha? In ieder geval beter dan Heer Arend.
Chang haalt een vat bier uit de brouwerij en Gwan kijkt naar het gevallen Mutri beeld. Daarna maken we een portal naar de tombe van Narima

4 xp

Tanais 125

Tanais 125 – 31 augustus 2017

Op het moment dat we de deur van de colorcopter achter ons dichttrekken: LICHTFLITS ! KNAL !!!
Met zijn [Entropie-sense] voelt dit bij Chang alsof er een soort van toverlantaarn-plaatje verwisseld wordt. De omgeving springt weer op Wyld.
Uit het niets verschijnen zwarte druppels die neerregenen en alles met een laagje bedekken. Onze [Color-sense] geeft aan dat er een ‘colapse’ geweest is. Alleen Risha heeft in plaats daarvan knallende hoofdpijn en hij kan voorlopig geen magie meer gebruiken [Paradox]. Het is dezelfde zwarte drab als destijds bij de Hoogzetel. Tanais, de Wyrd en misschien nog wel andere aangrenzende werelden, zijn op de Wyld samengeklapt. De zwarte drab is wat er over is van de ‘lagere ziel’ van de bewoners van die andere werelden! (Zonium is wat er overblijft van de hogere ziel.) We ontdekken dat we met de copter binnen deze wereld kunnen rondvliegen, maar we kunnen niet meer plane-shiften.
Ook de sterrenhemel lijkt instabiel. We vliegen richting Zuid-West en zien dat de wereld uit verschillende ‘scherven’ bestaat, waarvan sommige Wyld zijn, andere Wyrd en weer andere Common (normaal Tanais). Maar overal ligt zwarte drab. Mount Paradise is Tanais gebleven. Het beveiligingsveld heeft de raadszaal schoon gehouden. We vliegen door naar Shintas. Dat is ook Common gebleven maar er lopen verwarde Wyld en Wyrd wezens rond. Bij de ingang van het paleis wordt Risha tegen gehouden. Ze herkennen hem niet. Hij vraagt naar zijn zus. Als die bij de poort komt, reageert ze heel verbaasd: “Laat Mahakrishna je maar niet zien! Of kom je je excuses aanbieden? De koning heeft je nog niet vergeven. En wat zie je er raar jong uit! Ik had je ouder verwacht.”
“Ongelukje met magie,” mompelt Risha.
Chang reageert met “Huh?!?”
“Het was echt een opstandig joch! Hij is nog steeds verbannen.”
< We zitten in een parallelle werkelijkheid ! >
De wachter heeft Risha is intussen ook herkend en is de koning gaan waarschuwen. We gaan snel weg. Nu naar Soul. De bubbel is weg, Bronwë is nog een ruïne met pestgeesten en alles. Alsof wij er nooit geweest zijn. Het beeld van Mutris is gevallen, dus de zon is hier wel weggeweest. De volgende halte is Archet. Dat is Wyrd geworden. Er lopen hobbits en verbaasde mensen. Gwan wordt wel herkend: “Hée, waar ben jij geweest?” BOEM ! FLITS !!! De huizen zijn van peperkoek. Het is opeens Wyld geworden.
We vertrekken naar Mount Paradise. Als ons kasteeltje daar niet staat, dan zijn we hier ook niet geweest. Onderweg zien we het patroon van Wyld, Wyrd en Common regelmatig veranderen. Chang voelt dat het op dit moment een keer per vijf minuten verschuift. Het zijn geen plane-shifts, maar de werkelijkheid zelf is instabiel geworden. Wij zaten in de colorcopter toen dat gebeurde. Misschien heeft die ons beschermd.
Ons kasteel staat er inderdaad niet. Als we landen, worden we aangesproken door een soldaat: “De vergadering is al een paar dagen bezig, verheven heren. Haast u!”
Bij de ingang van de vergaderzaal worden we tegengehouden, maar een oude siderial in een rolstoel roept: “Laat deze jongelieden binnen! Zij zijn ook geëxalteerd!” Het is Der Alte en als we binnen zijn zegt hij tegen ons: “Had je niet eerder kunnen komen? Ze zijn net met Chantal bezig!”
We gaan aan de rand staan. Daguerre is net aan de beurt als getuige. Ze vertelt dat ze een onderwereld bordeel was begonnen en daar worden tijdens “spelletjes” wel eens wat geheimen verklapt. Zo is zij er achter gekomen dat deze wereld eigenlijk al verdoemd was vanaf het moment dat Chantal ontvoerd werd door Eenoog. Ze had nooit als Eclips Solar moeten ontwaken, maar het was de bedoeling dat ze één van de bovengoden zou worden.
Na de getuigenis gaat Claude naar haar toe. “Herken je me nog?” “Jawel. Je bent Claude. Je hebt me gered, het is aan geraakt, het ging weer uit, we gingen ieder onze weg en ik begon een bordeel. En wie zijn dit?” “Risha is een koning en Chang is een generaal zonder leger…” < klik-klak – het zijn geen flitsen en boemen meer > “U kwam informeren naar de prijzen van mijn bordeel?” In de zaal zijn vergelijkbare breuken in de gesprekken. Wij zijn door onze Mindlink met elkaar gesynchroniseerd, maar de rest van het gezelschap is van realiteit geswitcht. We maken de Mindlink permanent. < klik-klak> “… oude sage zegt: ‘Hart der goden, wie daar binnen treedt zal gered worden.’ …” < klik-klak > De veranderingen gaan steeds sneller! De mensen worden geïrriteerd. Risha rent naar de Witte Raad (die blijkbaar ook een soort Mindlink hebben). “Ik vraag toestemming om hier iets aan te doen.” “Desperate times … ga je gang.”
Chang stopt met [Time en Entropy] het versnellen, althans hier in de zaal. In de huidige versie is Daguerre er niet. Risha legt kort uit: “We hebben een mindlink nodig. En de Lunars moeten de hoogzetels en veenzalen activeren om dit wereldwijd te activeren. Er is even verwarring, maar dan lukt de Mindlink en iedereen kan weer met elkaar communiceren. Wij worden heel kort geïntroduceerd. De zaal is verbijsterd. Dit is het einde der tijden. Ze durven ook de zaal niet meer uit, maar we weten ze toch over te halen.
Buiten bij de kloof van het heiligdometje is een gat ontstaan en daar knettert het. In de lucht erboven is een flits en daar komen 30 ruimteschepen aan. “De drakenboten profetie klopt!” wordt er geroepen. Men verdringt zich om aan boord te komen. Het geknetter doet de anderen wel pijn, maar wij voelen het niet. Het is materie die met onze antimaterie in aanraking komt. Wij springen de kloof in en de rest rent en masse naar de Drakenboten. Het geknetter wordt een explosie van materie en antimaterie.
In de kloof zien we een groot wit knetterend ei. Als we het aanraken wordt het pikkedonker. We raken buiten westen.

Vage stemmen: “Ze zijn bewusteloos.”
Er wordt een emmer koud water over ons heen gegooid. We komen bij bij de stadsmuur van Archet. We worden aangestaard door nieuwsgierige dorpelingen. “Ze geven licht! Wat zou er an de hand zijn? Hebben zij de zon ingeslikt?” Het is donker. De zon is weg. We zijn terug in de tijd! We hebben zelfs ons eigen lichaam van zeven jaar terug, zonder Wyld mutations.
“Misschien moeten we maar naar een priester!” zegt Risha.
Bij het tempeltje van Sheela horen we dat het ushas beeld is gestolen. De priesteres zegt: “Jullie zijn de voorspelling! Als de zon niet opgaat en er verschijnen lieden die licht geven, vergaat de wereld over negen maanden.”

– Alles is teruggedraaid behalve onze kennis.
– Chantal is nog niet ontvoerd, ze zit bij Mildred te wachten tot ze kan ontvluchten met Karel.
– We moeten zorgen dat Chantal niet verkracht wordt door Idris / Eenoog.
– Idris weet niet wat wij weten.
– Wij zijn nog steeds van zonium.
– Alle XP is terug op nul. Chang heeft [Entropy 5 en Mind 5], Claude [Forces 5 en Matter 5], Gwan [Time 5 en Correspondence 5] en Risha [Life 5, Prime 5 en Spirit 5]. Allemaal hebben we [Color 5].

 

Tanais 124

Als we weer terugkomen op Mount Paradise is de theepauze net voorbij. We krijgen meteen het woord. Risha vertelt: “We hebben een mogelijke oplossing voor het wederhelften probleem. Quiver kan daar meer over vertellen als hij terug is.” Dan gaat de Raad over tot de orde van de dag: “Chantal.” Ze kijkt een beetje geïrriteerd. “Zijn er meer vrouwelijke exalts die dit hebben meegemaakt of die verdwenen zijn?” De vergadering wordt tien minuten verdaagd om te inventariseren. In die tien minuten worden we door de fanclub belaagd met vragen. Daarna blijken er inderdaad drie vrouwen onverklaard afwezig te zijn. Het cabal van hantal maakt bezwaar tegen de term “demonenmoeder”
Men gaat schouwen wat er met de drie aan de hand is. En op dat moment komt er een bediende de zaal binnen. Hij fluistert wat tegen een cabal van Koreaans aandoende types. Ze reageren verschrikt. De Zwarte Bron bij Kim Do is een feit. De vergadering wordt een halve dag stilgelegd. Iedere cabal moet in zijn thuisland inventariseren wat de gevolgen zijn en Het Witte Hert (wij dus) moet bij de Raad komen.
“Kunnen jullie hier licht op werpen? Het schijnt een soort sinkhole te zijn.” Een Qartiaan is ook uitgenodigd. Die zegt: “De maalstroom is ook weer actief geworden! Er zijn er nu drie. De legende gaat dat ooit de eerste demon uit een Oerbron op Tanais is gekomen. De oerbron, Uru’dhip, is nu dichtgeslibt en vergeten in Harran, ten Zuiden van jullie Shintasta. Hij ligt tegen het Zuidelijke Continent aan.” “Weet u iets van dat continent?” “Aan de Zuidkant wonen de Oude Rassen. Die houden niet zo van mensen. Amfibieën, slangen, wamank, salief en zo. Stomende jungles.” “Zijn daar ook draaikolken?” “Minder dan in het Noorden. Maar je ziet de gloed van de Zwarte Bronnen overal. Waarschijnlijk zitten ze vooral ondergronds.”
De voorzitter van de Witte Raad vraagt aan ons of we naar Harran kunnen gaan, Naar Uru’dhip als het kan. Als dat niet lukt, gewoon terugkomen en rapport uitbrengen. De Qartiaan beschrijft Harran: “Het land is oeroud. Daar was de beschaving die voorafging aan Warka en hun ziggurath’s. Het is een dorpse samenleving, op een gazellen steppe. De oudste en krachtigste demonen komen daar vandaan.” Als hij dat hoort, vraagt Risha of hij de spreuk ”Banish Demon” kan leren. Daar is geen tijd voor. Maar hij krijgt een heel heftige scroll mee. “Als je hem niet gebruikt, graag weer inleveren. Hij is heel duur! En, kunnen jullie voor ons in kaart brengen hoe het zit met die gith-dragonborn en de cultussen en hoe de onderwereld werkt?”
We nemen de colorcopter. Gwen gaat op zoek naar de Creatures of Darkness. Met [Correspondence, Mind en Color] zijn 12 successen nodig omdat hij niet weet om wie het gaat en waar hij moet zoeken. Gwen is na afloop zo uitgeput dat we een mindprobe nodig hebben om het uit haar te krijgen. Uru’dhip is de eerste aanraking van een tentakel met Tanais. Dezelfde tentakel raakt verderop Melek Qart, als volgende Waldheim en als laatste Kim Do. Gwen weet waar het zit. Maar er zit een extreem sterk veld van anti-[correspondence] omheen, ongeveer 5 km onder de grond. maar de bovengrondse lokatie is duidelijk. We arriveren bij een drooggevallen seizoensmeertje met een hutje aan de kant. We parkeren de copter 1 quantum richting Binnen. De werelden zijn hier erg instabiel. In het hutje is niemand thuis, het is een soort madam Mikmak huisje. Zoeken levert op dat er buiten, bij een bosje een handleiding ligt in een hele oude taal. Het gaat over hoe hier demonen gevangen kunnen worden. Risha kan het lezen: “Bij het fluctueren van de realiteit, als er grondmist ligt over het meertje, moet je over het water een net spannen om zeldzame demonen te vangen.”
Gwan ziet het niet meer zitten en gaat slapen [zijn Willpower is op]. De anderen stappen de Wyrd binnen. Daar ziet de wereld er bijna hetzelfde uit, alleen staat er hier wel water in het meertje. We stappen nog een plane verder, naar de Wyld. We vallen gelijk een aantal meter naar beneden! We zijn verrast en er is niets om je aan vast te houden! Het is een brede, diepe put met engen gezichten in de muur. In een reflex ontwijkt Chang de grond, zodat hij geen schade krijgt van de val. Risha slaat zijn vleugels uit en weet de klap ook te ontlopen. Boven ons lijkt het dicht te groeien met wortels. Beneden zijn geen uitgangen. Snel weer omhoog! Deze uitgang gaat snel dicht. Chang klautert omhoog. De gezichten klagen: “Auw mijn neus!” Er ontstaat opeens een arm die hem een vuistslag geeft. Met veel kracht slaan we ons door de wortels heen. We komen boven in een meertje met mist erboven en we zitten weer in de Wyrd. Dit is de uitgang van Uru’dhip. Het is nu 1 uur ’s middags. Risha leest verder in het oude boek. Hier groeide vroeger veen. En deze plaats behoorde toe aan machtige wezens. Och, het is een veenzaal! Maar de lunars zijn hem vergeten. Hij stemt zich er op af. Waar zit het heiligdom? In de Wyrd, midden onder het enkeldiepe meer, maar de doorgang gaat via de Wyld. Risha snapt hoe hij de veenzaal twee niveaus naar buiten en twee niveaus naar binnen kan bewegen. Binnen zit niks bijzonder. Hij maakt de veenzaal Wyld, en neemt daarmee de hele provincie mee. Inclusief het domein waar de colorcopter staat. Oeps! Het vennetje is nu een kolkend meer waar groene bubbels uitkomen. Om ons heen is een heftige jungle met spoken. Met een grote BLUB komen reptiel/insect-achtige demonen boven water. “Zijn jullie meesters?” vraagt eentje. “Ja,” zegt Chang. “Toon dan jullie zegel.” Chang projecteert met [Mind] wat dit creatuur verwacht. “Aha, u bent meesters.” De andere demonen gaan verder naar boven. We vragen de ene demon hoe we bij Uru’dhip komen. “Er is geen weg naar Uru’dhip. Je kunt er alleen vandaan komen, niet naar toe gaan. De steen is eenrichtingsverkeer.” Risha geeft hem een puntje quintessence voor de informatie. De demon gaat verder.
Risha verplaatst de provincie weer naar de normale fluctuaties, maar de stroom demonen is nu op gang gekomen en blijft doorgaan. Ze gaan met de fluctuatie Harran in. En jammer genoeg is de colorcopter in de Wyld achtergebleven. Maar het kost weinig moeite om hem terug te vinden [Mind en Correspondence: waar is Gwen?]. Vanuit de Wyld proberen we de polariteit van de eenrichtingsteen om te draaien [Matter 2, Forces 4, Prime 4]. Dat lukt. Risha en Chang stappen er doorheen. Het is een pikdonkere ruimte vol rumoer, de verzamelplek voor demonen die op excursie gaan. De lucht hangt vol met het groene shiragi-gas. In een [Life] reflex verandert Risha zijn longen zodat hij het gas kan verdragen. Chang Maakt een krachtveld [Forces en Entropy] om zich heen. Gwen verandert [Life en Matter] het ingeademde gas in gewone lucht. Er zij licht! Ze doen hun anima op volle kracht aan en de demonen deinzen terug. Onder de transitiesteen is een soort van sokkel waar ze op klimmen om naar boven te kunnen. Dat werkt nu dus niet meer. Urud’hip is recht onder ons.
We kunnen recht op ons doel aflopen, door onduidelijke fabrieken en tempels. De demonen wijken overal voor ons licht terug. Dit effect komt van de twee Dawn-caste aura’s. Er zijn twee verschillende soorten demonen demonen: mensachtig zoals de kinderen van Chantal, en insectachtigen die een kruising zijn tussen mensen en elsewherelingen of tussen oudere rassen en elsewherelingen. We krijgen door dat de afstammelingen van de oude rassen veel minder last hebben van de aura, maar die ontwijken uit andere motieven. 2 uur later komen we in een prachtige grot diep onder de aarde. Het is de binnenkant van een zwarte geode. In het midden hangt een zwarte diamant, zo groot als een huis, vrij in de lucht. Dit is Urud’hip. We zijn vlak bij de romp van Igrot, de plek waar deze muil/tentakel Tanais binnenkomt. Met [Color] zien we dat deze geode dwars door de planes heen gaat. Als je hier de tentakel doorsnijdt, dan zouden de maelstromen ophouden te bestaan. Volgens ons zou er op Aarde ene vergelijkbaar punt moeten zijn. Dit is dan waarschijnlijk de plek waar de twee werelden tegen elkaar aankomen, Moeten we hier alle zonium inpompen?

4xp

Tanais 122

Risha stelt voor om de wederhelften van Quiver en compagnons te scry’en. [ # successen: Quiver 1, nr2 2, nr3 1, nr4 2, nr5 2. We gaan hier de volgende spelsessie mee door. En we kunnen ook nog naar Clark en Duffet.]
Chang zoekt op het computernetwerk of er een astronomisch object is dat met Telentos overeen komt. Hij vindt een dwaalster met een behoorlijk onvoorspelbare baan, maar daar is weinig over bekend. Men is niet erg in astronomie geïnteresseerd want je kunt toch niet boven vliegtuighoogte komen. We willen er toch proberen te komen met de colorcopter. Quiver en co blijven in Plymouth. Risha vindt oude blauwdrukken van ruimtepakken uit de tijd dat Aarde nog koloniën had op Mars en de asteroïden. Hij laat de robots vijf van de beste pakken uit de 25e eeuw maken. Claude pas met [Craftsman needs no tools] de colorcopter aan voor een verblijf in de ruimte. De romp moet tegen vacuüm kunnen, de lucht moet worden gerecycled, we hebben een luchtsluis en een hitteschild nodig en bescherming tegen kosmische straling.
Als alles klaar is, springen we naar een plek ongeveer 500 km van de dwaalster vandaan. Het is een metalig kunstmatig object van 30 bij 50 km. Met [Sense Life] ontdekken we leven, maar het is zeker niet van Aardse oorsprong. Een sterk aanzuigend krachtveld trekt alles wat nabij komt er naar toe. Het veld maakt onderdeel uit van de Fabric Of Reality en als we dichterbij zouden komen, is er zonder [Forces 5] geen terugkeer mogelijk. Met [Color Sense] zien we dat dit object geen deel heeft genomen aan Expulsion. Het heeft geen enkele Color-signatuur, het is zowel bij Tanaïs als bij Aarde gelijk aanwezig en het bevindt zich op de rand van Igrot op 1/3 van de afstand tussen de Aarde en de Maan. Het heeft een totaal onvoorspelbare baan en het veegt met zijn krachtveld de ruimte schoon. Zelfs kleine pocket-realms worden weggeveegd. Met [Mind] ontdekken we een soort van bewustzijn, maar alien. We gaan weer terug naar Plymouth, deze expeditie heeft een halve dag gekost. De rest van deze dag besteden we aan het maken van een apparaat met allerlei sensoren, dat we op het object willen laten landen. Dat lukt en de lancering gaat vlekkeloos. Uit de metingen blijkt dat het ding geen atmosfeer heeft. Het is gemaakt van een legering die in 2442 is ontdekt en we zien een ingang voor ruimtescheepjes, waar in enorme letters “Parallax Consortium” boven staat. De buitenkant is bedekt met metaalresten die geanimeerd worden door een electromagnetische levensvorm. Ons machientje is geen lang leven beschoren, want zodra het landt, wordt het zorgvuldig gerecycled. Misschien kan Chappie ons meer vertellen over dit ruimteschip. Hij heeft met Parallax Consortium samen gewerkt.
Een volgend project is om vanuit een baan om de Aarde [Color]-metingen te doen. We vinden het equivalent van de Maelstrom bij een Blue Collar stad, maar die stad functioneert gewoon. Het gaat echt serieus veel tijd kosten om zo de hele Aarde in kaart te brengen. Zoveel tijd hebben we helaas niet meer.
Met Quiver en zijn kornuiten gaan we terug naar Tanais en we zijn keurig op tijd voor onze afspraak. Om half negen neemt Bindur ons mee naar het heiligdom om naar de spleet te kijken. Als we afdalen wordt het al snel heel smal. Daar is in de wand een [Color]-effect wat we nog niet eerder hebben gezien: Zilver. We stappen ‘opzij’ en komen in een realm dat dwars op Tanais en Aarde staat. Deze wereld is nogal abstract. Het is heel zuiver en leeg en bij onze voeten hebben we een eb-gevoel richting Tanais. Als we tegen de stroom in waden voelen we een ijle aanwezigheid van het goddelijke. Het lijkt niet op andere goddelijke werelden zoals waar de Marlboro Man woont, of waar Risha zijn race hield. Claude roept Pashupati aan. Deze verschijnt met een stralende aura, sterker dan normaal. “Ik dacht dat ik de kraamkamer wel ontgroeid was,” zegt hij vriendelijk. Hij legt uit waar we zijn. “Goden ontstaan hier en van hieruit verspreiden ze zich. Elke paar dagen ontstaat er een godling. Hoe, dat weet ik niet, ik kan niet vóór mijn eigen geboorte kijken. Sommigen godlingen overleven, anderen worden door de sorcerors gepakt. De eerste twee mensen zijn hier uit gehaald door Imhotep. Er zijn andere werelden waar je ook kan komen. Niet alle godlingen gaan naar Tanais. Sommigen gaan naar de Wyld of de Wyrd of nog andere plekken. Mensen creëren pantheons en godlingen strijden om de vacatures. Als je zoals ik bent, kun je ver komen.” Hij vraagt aan Claude: “Denk je nog af en toe aan mijn cultus? Er is concurrentie om jouw plek!”
We brengen verslag uit aan Bindur. Hij vindt het interessant. “Dus godlingen beginnen op Mount Paradise. En de eerste twee mensen waren ook godlingen.”
Dan begint de vergadering. Bindur neemt als voorzitter het woord: “Er is voor vanmorgen maar één punt om te bespreken: Chantal.” Ze kijkt verbaasd. “We hebben overlegd. Er zijn duistere krachten uit haar voortgekomen. Ligt dat in haar aard? Wij denken van niet. Maar waarom is zij belangrijk en waarom is zij verbonden met de mannen van Regenboog Wit Hert?”
Claude roept: “Alchemie test!” Dat had de Witte Raad zelf ook al bedacht. Als het pek- en zuurbad te voorschijn gehaald wordt, kijkt Chantal bedenkelijk: “Ik heb niks misdaan!”
“Het gaat om je origine, niet je acties.” Haar uiterlijk verandert niet door het bad, en dat verbaast de zaal. Natalje, de alchemiste zegt: “Ja, dat kan natuurlijk ook. Dat iemand gewoon native is.” Caude stelt voor om ook op andere origines te testen. Natalja zegt: “We kunnen testen op de elementenparen Koostof-Silicium, Zuurstof-Zwavel en Lithium-Natrium. Natalja had al een Koolstof-bad voorbereid. Chantal en Risha hebben allebei een koolstof-oorsprong: er komt een groen paard tevoorschijn. In de loop van de dag worden de andere baden ook geprepareerd en word Chantal helemaal getest: haar origine is Koolstof, Zuurstof, Natrium: native van deze wereld. Wij laten ons ook testen, net als een heleboel anderen. Risha heeft Koolstof, Zuurstof, Lithium; Claude heeft Koolstof, Zwavel, Lithium; Gwan heeft Silicium, Zuurstof, Natrium; Chang heeft Silicium, Zuurstof, Lithium als oorsprong. Chrisetos heeft Koolstof, Zuurstof, Natrium, net als de rest van zijn cabal en Chantal. Het begint nu ook op te vallen hoe gelijk ze er uitzien, als een één-eiige meerling. Er zijn er meerdere van die vrijwel identieke cabals. Andere cabals zijn net zo uiteenlopend als ons viertal. 90% van de meerlingen zijn Telentoi, net als Chantal en de Lunar-cabal. Chantal is uniek en de hele meerling is haar complement.
Dan vraagt de Raad: “Weet iemand waarom Chantal door Eenoog bezwangerd is, als enige van de hier aanwezige Exalts? Ze is duidelijk geen Abyssal.”
Risha zegt: “Ik denk dat we op zoek moeten gaan naar de andere demonen-moeders.”
Chantal’s [Color]-signatuur is zowel Aarde als Tanais. Ze is Eclips-caste met Teleutos als schaduw over haar exaltatie. Claude stapt sideways om te kijken of ze daar ook aanwezig is. Nee dus. Als hij weer terugstapt komt automatisch de kooi in werking. “Wat heb je gedaan? Waarom heb je de regels gebroken en magie gebruikt?” Claude wil een discussie beginnen: “Het was geen magie, maar een eigenschap.” Ze gaan de discussie niet aan. “Je ging naar Elsewhere, iedereen heeft het gezien.” Hij krijgt het bekende brandmerk. “Geen uitzonderingen. Als je zoiets wilt doen, vraag het aan!”
We tellen: de Telentoi en de overigen moeten samen met evenveel zijn als de menselijk-origine exalts plus de gevangenen in de naald. Hier in de zaal zitten minder naald-lingen dan er zouden moeten zijn, dus de abyssals zijn ook ex-gevangenen. Zijn de Telentoi gejuicede menselijke onsterfelijken? Juice was de brandstof voor Expulsion. Misschien waren de gevangenen niet voldoende.
We moeten een vergelijkbare vergadering op Aarde organiseren.

4 xp

Tanais 121

Tanais 121 – 8 juni 2016

Tijdens de theepauze van dag 2 komt Chantal haar nieuwe man Chrysetis voorstellen. Hij lijkt sterk op Heer Arend. Na de pauze kondig de Witte Raad aan dat er bij wijze van uitzondeting op het protocol twee presentaties met lichtbeelden zullen zijn. Eerst mag Gwan verslag doen van onze wederwaardigheden en daarna zal de profeet uit Meluccha een nieuw visioen presenteren.
Gwan heeft een toverlantaarn bij zijn lezing, waarmee hij de zonsverduistering laat zien en de grijsheid van de Eenoog cultus. De minder belangrijke reizen worden overgeslagen. Hij laat de wedren zien waarin Risha het koningschap wint van zijn voorouder en hij eindigt bij het vinden van de Witte Stenen, de Witte Stad, en Expulsion. Nu wordt het publiek wakker.Hij vertelt over Igrot, de 5e dimensie, de technologische en de steampunk wereld, virtual reality en de tentakel bij Spitsbergen. Hier reageert de Witte Raad een beetje, want dit gaat over hun geheim maar dan op een andere wereld.
“En wat wilt u hiermee aantonen?”
“Ons voorstellen, en tonen wat de wereld bedreigt.”
“Een tentakel uit de Tempest bedreigt ons?”
Risha zegt: “Die tentakel komt uit de 5e dimensie en maakt deel uit van een wereldvreter die we Igrot noemen.” Hij vertelt dat er twee werelden zijn en hoe ze aan hun eind komen.
Vanuit het publiek wordt geroepen. “Overtuig ons! Neem ons mee naar die andere wereld!”
Hij vertelt over het ‘aanmeren’ en dat wij voorbeelden zijn van hoe dat kan lukken. Claude stoot hem aan en fluistert: “Dat zit anders, ik leg het nog wel eens uit.”
De fanclub gaat uit zijn dak.
De Witte Raad komt tussenbeide. “Genoeg over dit punt, over naar Melucha.”
Een monnik komt naar voren en begint te prediken over dat de wereld uitzichtloos lijden is en zo. Het publiek kijkt verveeld. Maar dan toont hij lichtbeelden van net zo’n tentakel in een andere omgeving. Het schiet iets af en er ontstaat een soort Stargate, een doorkijk naar een sterrenhemel die duidelijk anders is dan de onze. De dragonblooded hebben arken vol met mensen en die worden meegezogen door de stargate heen.
Chang vraagt: “Waar gaan ze naar toe?”
Het beeld wordt stil gelegd. Risha ziet dat het een andere sterren constellatie is dan die we vanaf Spitsbergen zagen. De drakenboten lijken te worden verspreid in een kaleidoscoop-effect. Dit is een door Igrot zelf bedoeld effect: een patroon van maximale spreiding door dit kwadrant van de riuimte. En er is ook een entanglement-effect. De dragonblooded aan boord zijn allen van het laatste stadium, de krijgers die we Warzerai noemen. De mensen aan boord van de drakenschepen kijken blij.
Chang merkt op: “Als je in zo’n boot stapt, breng je het probleem naar een andere wereld.
Vanuit de zaal wordt gevraagd: “Maar dat ei was toch het probleem, niet de boten?”
Een ander vraagt: “Waarom is er dan een eindstrijd?”
Chang: “Iedereen wil overleven en er zijn niet genoeg plekken aan boord van de schepen. Het afweersysteem van Igrot wil niet gestopt worden. Het wil de explosie en niet het aanmeren.”
Vanuit het publiek: “Er is toch helemaal niet genoeg zonium?” en: “Aanmeren is veel te moeilijk, dat gaat nooit lukken.”
De Raad velt een oordeel: “Het één hoeft het ander niet uit te sluiten. Velen willen met de drakenboten vertrekken, maar veel anderen willen een onwaarschijnlijk plan uitvoeren. We gaan het allebei doen.”
“Plannen maken moet buiten Igrot gebeuren, alles wat hier binnen in hem gebeurt, weet hij. Hij is onafhankelijk van tijd en kan dus rekening houden met dingen die wij nog niet eens bedacht hebben.”
Er komen geen verdere vragen uit de zaal en de vergadering wordt verdaagd tot morgen.

Een oud mannetje wil ons apart spreken. “Ik ben heer Jentil. Kennen jullie Telentos?” “Nee.” “Nooit sterrenkunde gehad?”
Chang kent het als een dwaalster, een satelliet buiten de Aarde. Heer Jentil zegt dat er onder de aanhangers van Serentos, de drakenboot-aanhangers, veel Telentoi zitten. Het zegt ons niet. “Nou, er zijn heel veel soorten Exalts. Eén onderscheid is of je wel of niet de essentie van Telentos in je hebt. Zou het kunnen dat Telentos buiten Igrot zit?” Hij wil ons wel leren hoe je die invloed kunt zien. Dat is niet zo moeilijk, het kost een nachtje oefenen.

Eén van de fanclub, Quiver, vraagt of ze ‘backstage’ mogen, mee naar die speciale plekken. Sommigen willen het met eigen ogen zien. We beloven dat er morgenochtend om zes uur vijf zoniumpakken voor ze klaar zullen liggen.
Eindelijk thuis hebben we nog geen rust. Bindur, het nieuwe hoofd van de Witte Raad komt langs. Hij is nieuwsgierig naar de Witte Stad, de bubbel bij de barrows en de Maelstrom. Waar corresponderen ze mee in die andere wereld? Risha vertelt van de steden in de oude wereld die in stasis zijn gegaan. “Dus op de plek van de maelstrom zou nu een deel van de oude wereld moeten zitten? Ik heb nog een andere vraag. We hebben het heiligdom van Imhotep met het standbeeld. Dat is altijd heilig geweest. Maar gaat die spleet echt naar de andere wereld? Willen jullie dat voor me nachecken? En denk er aan, geen brokken maken! Ik begin langzaam vertrouwen in jullie te krijgen, maar de Vier Ruiters profetie kan altijd nog uitkomen.”
We oefenen de hele nacht en Claude maakt zoniumpakken. Tussen 5 en 6 in de ochtend gaan we naar Plymouth. Even bijslapen, Een robot bewaakt ons lab. Joe Clef klinkt door de intercom: “Blijf vooral langskomen. Als je er tijd voor hebt, heb ik wel opdrachten voor jullie.” We houden het in beraad.
Hoe komen we aan zonium voor die pakken? Er is de mijn in Targon. Eerst gaan we de colorcopter ophalen. We treffen Imhotep aan terwijl hij op een zandworm door de woestijn rijdt. Ja, we mogen de copter hebben, hij heeft hem niet meer nodig. Het ding staat bij Dusty op de plek waar we de eerste keer aankwamen bij het Ahaggar massief. We mogen het meenemen en daarmee gaan we naar de mijn.
De goblins hebben vijfhonderd flesjes zonium voor ons klaarstaan. Daarmee gaan we weer naar Plymouth. In het lab maakt Claude vijf pakken, die ieder 10 flesjes kosten. Om zes uur ’s ochtends zijn we weer terug. Zo kun je goed gebruik maken van het tijdsverschil tussen de werelden. Quiver staat voor ons paleis met vier vrienden. Ze zijn van verschillende banieren. Quiver hoort tot de Rode Bedelnap, twee zijn er bij de Rode Zon, eentje is van de Paarse Draak en een van de Groene Vaas. In de colorcopter is het erg krap. We laten ze de mall en het lab van Plymouth zien. Ze vergapen zich aan de technologie en de beschaafde manier waarop mensen, splycers en bionics met elkaar omgaan. “Het is niet beleefd om te staren,” zegt een bionic. Dan nemen we van daar een shuttle van de Blue Collars naar de Hardware Legacy. Het is vervallen, de torens staan op instorten en het niveau van techniek is lager dan in Plymouth. Maar het is heel bedrijvig en de mensen kijken gelukkig. “Hoe kunnen ze zo leven?” vraagt Quiver. Risha geeft hem een VR-bril. “Oh… Zo dus.”
Daarna gaan we naar Sellafield om ze de Basalten Stad te laten zien. Er hangt hier een hele nare uitstraling. Dit is het voorportaal van de Abyss. Door de zonium voelen onze toeristen de ellende niet zo duidelijk, maar ze voelen het wel. De amazones blijven hier uit de buurt. Het is uitgestorven, de houten huizen zijn vervallen. Er begint een plane-shift richting Abyss. “Hier zitten dus de wezens die dragon-blooded genoemd worden.” Als we tot ons midden in de Abyss lopen, begint het basalt. We zien een variant van de warzerai als opzieners over mensenslaven die in het basalt hakken. “Dit is wat de zerai waarschijnlijk ook met hun passagiers in de drakenboten van plan zijn.”

We gaan snel weg. Terug bij de shuttle vraagt een van de reizigers: “En hoe zit het nu met onze wederhelft?”
“U heeft gezien hoe veel mensen hier wonen? De kans dat u die in een trip van een paar uurtjes tegenkomt is verwaarloosbaar,” antwoordt Chang.
“Go with the flow. De Chiggs zijn ons ook tegengekomen,” zegt Risha.

Wat we hier op Aarde nog te doen hebben:
– Hoe zit het met hun wederhelften?
– Is hier ook een Telentos-satelliet?
en op Tanais:
– de spleet verkennen
– het vervolg van de vergadering.

4 xp

Tanais 120

Tanais 120 – 11 mei 2017

Als we weer terug zijn in ons paleisje komt er iemand van de Witte Raad langs, samen met Red en Phantom Marshley. “Goedenavond!” zegt het raadslid, “Dat was nogal een binnenkomer! Ik wil het vene met u over morgen hebben. Een Githyanki proefpersoon lijkt ons wel een goed idee. Zorg er maar voor. Red en Phantom willen ook wat zeggen.”
Phantom: “Weet je nog de wagenrennen en de negen demonen in je visioen in de zwarte bron? Volgens ons zijn het er veel meer dan negen. En ze hebben iets met de dragonblooded te maken. Dit hebben we ook aan de witte raad verteld.”
Het raadslid neemt het woord weer: “Een minderheid vindt dat jullie meer vernietiging dan hoop brengen. Maar de rest heeft het over collateral damage. Mijn voorstel was dat jullie dragonblooded gaan vangen en wat over de demonen uitzoeken. Morgenochtend gaan we over onbelangrijke zaken vergaderen, dus jullie hebben tot morgenmiddag de tijd om je nut te bewijzen. De alchemisten willen uitzoeken hoe de levensstadia van de dragonblooded met elkaar samenhangen. Probeer een aantal verschillende stadia te pakken te krijgen. Dan kunnen de alchemisten die versneld evolueren naar een volgend stadium. En als tweede opdracht, ga alsjeblieft voor ons na wat er met die demonen aan de hand is.”
Claude vertelt dat hij heeft berekent dat wij niet de enigen zijn die zonder zoniumpakken in de andere wereld kunnen bestaan. Volgens hem moeten de githyanki/dragonblooded dat ook kunnen. (We weten dat het zo is, want we hebben ze gezien bij de witte bron in Svalbart.)
Als onze gasten vetrokken zijn, stappen we één quantum richting Binnen, zodat we niet gevolgd kunnen worden door wezens die van materie gemaakt zijn. Daar maken we een portaal naar Plymouth. Dat blijft twee uur Tanaïs tijd = vier weken Aarde tijd bestaan. Joe Clef is verbaasd om ons weer te zien. “A blast from the past! Na twintig jaar had ik het wel zo’n beetje opgegeven om jullie weer te zien. En helemaal niet veranderd. Waar kan ik jullie mee van dienst zijn?” Chang zegt: “We willen graag informatie over de githyanki.”
Nadat hij wat meer uitleg heeft gegeven zegt Joe: “Alle mythologische wezens zijn speelse creaties van de white collars. Geschapen om op te jagen. Maar wat jullie beschrijven valt buiten het kader van deze wereld. Ze zijn alleen gezien bij verdwijnende witte bronnen. Ze hebben een sterk eefrgevoel en het zijn er weinig. En jullie verhaal is het meest complete tot nog toe. Jullie weten waarschijnlijk meer dan wij.”
Dan zetten we onze magie in om de githyanki te vinden. Al snel komen we er achter dat ze overal op Tanais zitten. Ze zijn vijfdimensionaal, net als de bubbelwezens, dus niet in een kooi van tijd en ruimte te vangen. Claude vraagt aan Joe om een nettenschieter. Dat is geen probleem. Risha herinnert zich dat er bij Ierland een enorme bron van [Color] is. Met onze onderzeeër gaan we er naar toe. [Life] en [Forces helpen tegen de radioactiviteit. In de colorkathedraal maakt Risha een aantal 5D kooien en Claude een 5d nettenschieter. Daarna gaan we naar onze basis om drie dagen te oefenen met deze apparaten. Risha ontwikkelt de Lock Closing Touch om de kooi af te sluiten.
Claude stelt voor om met Chappie’s telescoop naar Tanais te kijken om de negen demonen te bestuderen. We zijn welkom bij de robot. Maar hij is niet direct genegen om ons te helpen. “Op welke manier helpt dit de ont-explulsie?” Als we uitleggen dat de demonen zonium oppotten en daarmee ons plan van aanmeren tegen kunnen werken, geeft hij toestemming. Op de wereldkaart ziet Gwan dat er overal een vage gloed is. Ze zitten overal, ook in het Zuiden en in zee. Het is een wereldrot met de hoofdtumor in Euboia. In Euboia zitten op dit moment drie demonen. De demonen zijn zeldzamer dan de dragonblooded, maar de verspreiding is gelijk. Er lijkt zelfs nog een derde factor te bestaan, maar daar had Gwan niet specifiek op gelet. De dragonblooded zijn de tumoren, de demonen de stamcellen. Het zijn er inderdaad veel meer dan negen en ze hebben lang niet allemaal de Chantal signatuur. Eenoog was a. niet alleen en b. hij heeft meer vrouwen bezwangerd dan alleen Chantal. Een beeld dat Gwan oproept: De demonen zijn opdrachten aan het uitdelen aan creaturen die wij nog niet eerder hebben gezien. Het thema is mens-insect-gedrocht-horror. Waar ze ook zijn is de hemel zwart. Je ziet geen wolken, maan, zon of sterren. Gwan zoekt nog naar Gnumpathi, maar vindt de wereldenreiziger niet. Chappie vindt het goed dat we een aantal beelden uitprinten en in zonium dopen. Daarmee gaan we terug naar Tanaïs.

Terug in ons kasteel opent Gwan een portaal naar de bevruchtingszaal van de githyanki. We schieten een net af op een bed waar net een stelletje in ligt en gaan snel weer terug. Er ging geen alarm af, maar de meid gaat gillen en de Elsewhereling bevruchter kijkt ons arrogant en vuil aan. Hij neemt ons zorgvuldig in zich op voor latere wraak. Het opsluiten in de 5D kooi lukt.
Voor de volgende actie openen we een portal naar een steegje in de compound. Het is geen enkel probleem om een pissende githyanki handelaar te vangen. Die gaat in de tweede kooi. Deagonblooded krijgers zijn inmiddels niet meer bij de grens van Dao en Zhao. Maar we kunnen ze makkelijk vinden in een bergpas op weg naar Dao. Gwan maakt een [Time] valkuil en daar valt de achterste doorheen in de derde kooi. ’s Morgens komen we weer terug in het kasteeltje. De Elsewhereling is zijn coherentie aan het kwijtraken. In deze kooi kan hij niet bestaan en zijn gezondheid gaat snel achteruit. Gwan maakt een tijdbubbeltje om hem te vertragen. Het witte raadslid komt als we doorgeven dat het urgent is en hij neemt de alchemist mee. “Maar dit is een elsewhereling!”
“Ja. Dit is de bevruchter. Als je in de buik van dat meisje kijkt, zie je het eerste stadium.”
“De eeuwige wraak van de elsewherelings gaat nu wel op jullie vallen.”
“Dat moet dan maar.”
We vragen aan de alchemist of hij kan nagaan op welk element de bevruchter reageert. Zo kunnen we er wellicht achter komen op van voor planeet Igrot hiervoor vandaan kwam. De alchemist zoekt het uit.
“We gaan ze laten doorgroeien voor de hele zaal. Maar bij dat meisje hebben we een ethisch probleem.” Claude stelt een keizersnee voor. De Raad heeft een vergelijkbaar idee, maar minder akelig voor het meisje: een kleine magische ingreep en een vergeet-spreuk.

De vergaderzaal stroomt vol. “De vier ruiters, sorry, het witte hert hebben hun goede wil getoond en dragonblooded meegenomen voor een experiment. De alchemiste begint met het meisje. Die legt een ei. Het ei komt uit en wordt een handelaar. Dan neemt ze de gevangen handelaar uit het steegje. Dit wordt een ‘surf’-githyanki, zoals we gezien hebben bij de witte bron. De krijger verandert in een intelligent uitziend wezen met een veelkleurig licht om zijn hoofd. Vergelijkbaar met de gekleurde tulbanden van de Eenoog sekte. De elsewhereling blijft zichzelf. De zaal is onder de indruk. Iemand zegt: “Uitstekend werk. Maar … het kan nog steeds misleiding zijn.”
Iemand anders roept er overheen: “Wij willen onze wederhelften kennen!”
“Wij waren niet naar onze wederhelften op zoek,” zegt Risha, “De Chiggs zochten òns! Wij vonden hereniging in Soul. De volgende gelegenheid is Kim Doa, denk ik.”

Het gemis wordt een volgend agendapunt.
Een oude Meluchgan komt met een ander nieuw punt (ik weet niet meer wat).
Gwan wil een presentatie doen om de angst voor ons weg te nemen.
Risha stelt voor om een aantal mensen mee te nemen naar de Aarde.

4xp

Tanais 119

We verpozen nog een viertal dagen aangenaam op ons nieuwe domein op de berg Paradijs. Dan gaan we op weg naar de vergaderzaal. Die ligt vlak onder de top. HIj kan 2000 man herbergen. Daarboven is een kapelletje boven de heilige rotsspleet waar Imhotep de eerste twee mensen gevonden heeft. Het is de bedoeling dat iedereen daar even eer betuigt voordat je de vergaderzaal ingaat. Imhotep neemt hier afscheid. Hij gaat apart naar de Witte Raad. Hij zegt dat hij niet voor ons kan instaan, maar hij wil wel aankondigen dat we iets te zeggen hebben. Dan waarschuwt hij nog even dat magie en wapens niet zijn toegestaan. Naast exalts zijn hier magiërs, tovenaars en alchemisten.
In de kapel is een beeldengroep en een spleet in de rots die oneindig diep naar beneden lijkt te gaan. Met [Sense Color] zien we dat er hier een doorgang is. (Waarnemingsmagie werkt passief en dat mag hier wel.) We doen alsof we hevig onder de indruk zijn en dan gaan we naar de zaal. Er zijn geen stoelen, het is de bedoeling dat je je eigen zetel meeneemt. De meeste aanwezigen hebben er eentje in Elsewhere opgeslagen, met charms zoals die waarmee Risha zijn wapens en harnas bewaart als hij ze niet nodig heeft. Claude verandert met [Forces] zijn mantel in een zetel. Risha maakt met [Matter en Prime] zijn troon na, Chang leviteert en gaat in lotushouding in de lucht zitten. Gwan wil middels [Correspondence] een poort maken om een stoel uit het paleis te pakken, maar dàt mag niet! Er gaat een alarm af en er ontstaat een krachtveld-kooi om hem heen. Hij wordt de lucht in gehesen. Dit is heel krachtige magie, waar wij niet tegen op kunnen.
Exalts zitten in het midden van de zaal, sages aan de linkerkant en alchemisten aan de rechterkant. De sorcerors komen pas later. Op een podium zit de Witte Raad met afgeschermde gezichten als een soort forum. Er meer dan duizend exalts en we weten dat er ongeveer 500 cellen zijn in de poolnaald. Waar komen dan die extra exalts vandaan?
De kooi met Gwan wordt naar voren gehaald en landt met een plof voor de Witte Raad. “Wie ben jij? Tot welk cabal behoor jij? En waarom overtreedt jij de regels?”
“Ik ben Gwan uit Soul, Mijn vlag is het witte hert op de regenboog. En het was niet mijn bedoeling om een portaal voor demonen te openen, maar gewoon om mijn stoel te pakken!”
“Je bent nog jong en onbezonnen. Ga maar terug naar de tribune.”
Hij krijgt wel een bliksemschicht in zijn kont. Dat wordt staan.

De agenda wordt vastgesteld. Daar staan maar drie dingen op: 1. De Lost Boys, 2. De terugkeer van Imhotep en 3. De Ondergang.
Agendapunt 1.
Er wordt een korte inleiding gehouden. “Ze zijn weer weg. Is er iemand in de zaal die hier meer van weet?”
Risha stapt naar voren. “Risha, koning van Shintas en van Soul. Ook van de banier van het witte hert. We hebben ze in de Poolnaald opgesloten. Als iedereen die voorlopig met rust laat, gaan ze vanzelf dood van de honger.” “Kunnen jullie dat bewijzen?” Gwan wil de gebeurtenissen tonen met een [Time] toverlantaarn. Maar dat mag niet. Ons verhaal wordt onder voorbehoud geaccepteerd. Na de vergadering gaat iemand van de Raad het verifiëren.
Agendapunt 2.
“Imhotep was weg. Hij is weer terug en wenst daar niets over te zeggen. Heeft iemand vragen? … Geen vragen? … Over naar punt 3.”
Agendapunt 3.
“De eigenlijke reden waarom wij hier zijn. We beginnen met een inventarisatie. Daarna komen de profetieën en interpretaties en pas als laatste gaan we de mogelijke oplossingen bespreken.”
Er is een hele reeks rampen gebeurd de afgelopen tijd:
De oude maalstroom in Kim Do is weer hevig actief geworden (die is nog ouder dan die in Melek Qart).
In Zhao zijn vampieren in opkomst.
De draak van Sesklo is actief en er wordt heftig tegen gevochten.
In de kapotte vulkaan van Soul Bay (er wordt naar ons gekeken) ligt een gevaarlijk drakenei. Die heeft met een andere draak van doen.
Er zijn Denizens, nachtmerrie-achtige wezens, verschenen in Vixen.
In de zee groeit een enorme ijsmassa en daarvandaan belegeren de hags Minos.
In Haran is een opleving van Abyssals.
En er is nog een hele serie kleinere rampjes.
Phantom Marshley en Red staan op. “Vanuit de bergen van Neverhorn komen toch weer reuzen.”
Andere mages melden ook reuzen.
Risha vertelt over het verdwijnen van Soul en dat daar nu net zo’n bubbel zit als bij Melek Qart.
Chang meldt dat een triumviraat van demonen van de Eenoog sekte heerst over Euboia. (Chantal houdt zich gedeisd.)
Iemand van de Raad zegt: “Er is ons ter ore gekomen dat hier ook anderen bij betrokken zijn, maar om redenen van privacy zullen wij hier niet verder op ingaan. We gaan over op het volgende punt. De profetieën. Er zijn er drie: het Vier Ruiters visioen.” Een van de sages komt op het toneel. “Het Dragon Blooded idee.” Sarastas, onze bezoeker van een paar dagen geleden stapt naar voren. “En de vier helden hypothese: vier die licht geven als de zon er niet is zullen de wereld redden.” Hij kijkt even rond, maar niemand reageert. “Ik geef eerst het woord aan de sages over de vier ruiters.”
De sage vertelt: “Deze voorspelling is ontstaan bij de missionarissen die in Soul hun geloof wilden verspreiden. Vier mannen op een nachtmerrie, een pegasus, een eenhoorn en een groen paard vernietigen de wereld. De sekte bestaat niet meer. Maar de profetie bleef bestaan. En nu zijn er die aan de beschrijving voldoen.”
De Witte Raad bedankt hem voor zijn uitleg en geeft het woord aan Sarastas.
Sarastas vertelt het verhaal op dezelfde manier als tegen ons. De sages vinden het maar nieuwlichterij. Een lid van de Witte Raad speelt het visioen af. We zien een soort tv scherm. Reptielachtige wezens, onscherp, chaos erachter. De hagedissen beschermen mensen. Dan gebeurt er opeens iets onverwachts: een Dragon Blooded doet de tv uit. “Zie je wel! He zijn oplichters, we moeten ze uitroeien!”
Claude stapt naar voren. Er wordt geroepen: “Aha! De Rogues!” Hij zegt: “De githyanki in Waldheim zijn een voorstadium van de githzerai, jullie dragon blooded.” Dan gaat hij door over parallelle werelden, materie en anti-materie en andere rare onderwerpen. De mensen denken dat hij gek aan het worden is. Dan neemt Risha het van hem over: “Wij zijn in Waldheim geweest. De githyanki kopen menselijke maagden om zich voort te planten.” Dat argument vinden de meeste aanwezigen niet erg belangrijk. Chang zegt: “Ik ben de generaal van Soul en van Shintash. Ik heb bij Shearton tegen ze gevochten. Toen werden ze aangevoerd door een van de demonen uit Harran.”
Hierdoor begint het publiek te neigen naar twijfel aan Saratras’ overtuiging. “
Wil het vierde lid van uw cabal, Zwarstaart, nog iets toevoegen?” vraagt het raadslid.
“Het zijn geen betrouwbare handelspartners,” mompelt Gwan. Dat geeft de doorslag. Meerdere aanwezigen hebben ervaring met de rottige, verslavende kwaliteiten van de magische voorwerpen van de githyanki. Dat volk kàn geen goede bedoelingen met onze wereld hebben.
De discussie gaat nu weer over naar het Vier Ruiters visioen. De Witte Raad kondigt aan dat de alchemisten een oplossing hebben gevonden. Een lange magere dame komt naar voren en zegt: “Er is een toets uit te voeren op de vier lieden. Iedereen weet dat ze hier zijn. De toets is eenvoudig. Twee van hen zullen heftig reageren op silicium en zwavel. Als ze het niet zijn, dan zal er niets gebeuren.”
Er wordt ingewikkelde apparatuur de zaal binnen gereden. Ze toont een zwavelbad. “De ziel van één van hen zal stralen met zwavelschaduw.” Gwan weet het een en ander van alchemie. Hij weet dat blootstellen aan een element een gekende techniek is. “Gaan we er niet dood aan?” vraagt Risha nerveus. “We zullen je weer oplappen,” zegt het raadslid. Claude durft het wel aan. Hij stapt in het bad en stijgt op. Hij verandert in een gevleugelde nachtmerrie. En dan floept hij weer terug naar mensvorm. De alchemiste zegt: “Zie hier. De toets is duidelijk. Als de voorspelling klopt zal één van de andere drie in het silicium bad getransformeerd worden. Gwan is pottenbakker…”
Het siliciumbad is een blobbende poel modder. Gwan komt er uit als een kristallijne eenhoorn. De alchemiste is trots: “Het bewijs is geleverd!”
“Wat is jullie verdediging?” vraagt de Witte Raad.
Gwan zegt: “We doen juist ontzettend ons best om de wereld te helpen! Kijk maar naar de Lost Boys.”
Iemand uit het publiek roept: “Dat is geen bewijs. Jullie hebben een spoor van vernietiging achtergelaten.”
“Maar ze hebben wel de Lost Boys gevangen gezet!” zegt het Raadslid. “De vergadering is voor vandaag verdaagd. We zien elkaar morgen weer. Ik wil de Rogues uitnodigen om met ons mee te komen.”
Chang neemt het woord: “Naast deze wereld is er nog een, ver voorbij Elsewhere.” Men kijkt geïnteresseerd. “Lang geleden is de wereld in tweeën gespleten. Om ze te redden moeten we ze weer samenbrengen.” Daar willen ze meer over weten. “Maar als de twee samen komen, dan houdt deze wereld op met bestaan! En dan bestaan wij ook niet meer,” zegt iemand. “Wij zijn het voorbeeld dat we allemaal kunnen blijven bestaan,” zegt Claude. Wij nemen onze Aarde-vormen aan. “Ieder van jullie is de helft van een compleet persoon!”
In de zaal begint iemand te wenen. “Ik heb al die tijd een diep gemis gevoeld. En dat wordt nu zó mooi onder woorden gebracht!”
Velen vallen hem bij, anderen vinden het maar onzin.
Claude heeft een vage theorie over de vier paarden: “De nachtmerrie hoort bij de onderwereld. De eenhoorn is van deze wereld. Het groene paard is de andere wereld. Ze staan symbool voor hoe de totale wereld is.” Het publiek heeft al afgehaakt.
Risha neemt het over. “Voor het aanmeren is zonium nodig.” Hij legt uit hoe de goden bij Melek Qart en Soul in de bres gesprongen zijn. “En de goden zijn van puur, bewuste zonium.”
“Dat gaat bij Kim Do nog eens gebeuren!” roept iemand.
Risha: “De demonen verzamelen alle zonium en willen zelf in de Witte Stad de Ondergang overleven.
“Maar hoe komen we er achter of jullie de waarheid spreken?”
Claude zegt: “De enige die het weet is Imhotep.”
Dan staat het middelste Raadslid op. Hij heeft tot nu toe gezwegen. “Ja. Het is waar wat ze zeggen. Ik sta niet in voor hun karakter. Maar wel voor wat ze zeggen. Ze weten meer van het geheel dan jullie. Het is tijd voor mij om terug te treden. Ik stap Omhoog, naar Gene Zijde. Deze vier hebben het niet verdiend om lid te worden van de Witte Raad. Maar als ik jullie was, zou ik zeker naar ze luisteren. Ik schors de vergadering en wil nog even onder ons praten.”
Als de zaal leeg is zegt Imhotep: “Dat hebben jullie redelijk geklaard. Ik ga nu naar de aarde. De andere kant is gewoon mijn wereld. Ik ga daar onderaan beginnen. Breng me er heen.”
Claude biedt aan om hem [Color] te leren. Dat lijkt Imhotep een goed idee. “ Mag ik de colorcopter een weekje lenen? Dan kan ik alles wat ik vergeten ben weer leren.”

Claude gaat terug naar onze burcht. Hij wil berekenen hoe zijn antimaterie op zwavel reageert. Zijn alien life form was op zwavel gebaseerd in plaats van zuurstof en die van Gwan op silicium in plaats van koolstof. En met wiskunde wil hij bewijzen dat hij inderdaad compleet is. Chang neemt de agenda van de volgende dag door om zich voor te bereiden. Oorspronkelijk zou die over de githyanki prullaria gaan.
Gwan en Risha willen nog even bij de Witte Raad langs. Bij hoge uitzondering wordt dat toegestaan. “Jullie hebben nogal de blits gemaakt. Hoe met jullie in zee te gaan? Hoe krijgen we alle neuzen dezelfde kant op?” Gwan stelt voor dat hij een presentatie geeft. Voor die gelegenheid staan ze toe dat hij magie gebruikt in de grote zaal.
“Op Aarde zijn er niet allen Zwarte Bronnen, maar ook Witte. Zijn aan deze kant ook Witte Bronnen?” vraagt Risha.
“Ja. Maar daar gaan we het niet in het openbaar over hebben.”
“Oke. Als White Collars begrijpen we dat jullie niet willen dat die algemeen bekend worden. En dan snappen jullie ook hoe smerig de gith met hun zwarte bronnen zijn.”
Een voorstel is om een githyanki te vangen en publiek aan een alchemistische procedure bloot te stellen zodat iedereen kan zien wat ze zijn.
Een ander probleem is de Eenoog sekte. Dat is feitelijk een zwart slijm ziekte, Is die al bedwongen?

En verder zijn we er achter gekomen dat de wereld van de ‘lagere’ goden richting Buiten ligt, tussen Wyrd en Wyld in. Waar de wereld van de boven-goden ligt is nog onduidelijk.

4 xp

Tanais 118

Tanais 118 – 13-04-2017

We hebben een aantal dagen rust. Risha regelt staatszaken. Claude vraagt over de rolverdeling in het koninkrijk. Hij wil opperbrahmaan worden, maar dat lijkt de anderen niet zo’n goed idee. Gwan bestudeert een aantal van de brahmanen om ze later met [Correspondence] te kunnen contacteren. Chang inspecteert het leger. Claude gaat kruisbogen monteren op de op zich al prima strijdwagens.
En dan vertrekken we, 7 dagen voor de vergadering, naar Mount Paradise. Die ligt ver ten zuiden van Qart in de jungle. Het is een enorme berg waar de mensheid voor het eerst op Tanais is aangekomen. Nu wonen hier de Exalts. Wij zijn niet officieel uitgenodigd, dus we willen onopgemerkt aankomen. Eén quantum naar Buiten (de magische richting, de andere kant op dan richting Aarde) is het ongeformatteerde niks. We nemen het niks waar als mist, maar dat is een illusie. Een soort Wyld-excitatie omdat wij passeren. Je kunt de mist veranderen in een realiteit, als hij zich dit realiseert krijgt Claude fantasieën over een heel rijk. Als je hier nog verder naar Buiten gaat kom je in de Wyrd en nog verder naar buiten wordt het de echte Wyld. De Godenwereld is ook richting Buiten. Het zijn verschillende “excitatie”-toestanden van Tanaïs. (Het rijk van de Marlboro Man lag overigens níet aan de magische kant van Tanaïs.)
We kunnen van hier wel naar Tanaïs kijken. Daar zien we een berg zo groot als een koninkrijk. We naderen via de zuidkant. Beneden wonen de oude rassen in dampende oerwouden, maar hogerop de berg heerst een Californisch klimaat. Daar zien we brede valleien met alpenweides en gematigde bossen waar menselijke nederzettingen zijn. We parkeren de colorcopter een quantumafstand “naast” Tanais. De zwaartekracht hier is afkomstig van Tanais – de ‘common reality’ – maar is ietsje zwakker door de afstand. Van hier stappen we in de Common Reality, een uurtje lopen van de dichtstbijzijnde bewoonde plek. Onderweg komen we een houthakker tegen.
“Goedenmiddag.” “Welkom. Ons kamp is die kant op. De zaken van de Hoge Heren zijn nog niet begonnen.” Hij is niet zo geïnteresseerd in wat wij Hoge Heren zoal uitspoken. We gaan verder en komen aan bij een dorp in Meluhhaanse stijl, met straten met kinderhoofdjes, stenen koepelhuizen en een Kruch, een burcht, in het midden. Het is hier bedrijvig. We merken al snel dat er drie duidelijk onderscheiden kasten zijn: werklieden, hofhouding en de bewoners van de kruch. Er wappert een vlag: een paarse draak op een blauwe zon met een groene achtergrond. Wij worden herkend als Exalts en de poortwachters ontvangen ons met égards. Een oudere, wijs uitziende man in bescheiden kleding komt ons tegemoet. “Welkom, ik ben Zarza van Meluhha. Wat is uw banier?”
“Risha van Shintas en Soul en dit zijn Gwan, Claude en Chang. We zijn hier nieuw.”
“En wat is uw banier?”
Claude zegt: “Wij staan aan het hoofd.”
“Hmm, rogue dus.” (Waar hebben ze deze dwazen vandaan gevist, denkt hij.)
Risha zegt: “U kunt Phantom Marshley, Der Alte en Red er op aanspreken dat wij zo weinig weten.”
De oude man wijst naar de vlag. “Deze vlag is één van de 32 banieren.” Claude reageert met een heel betoog dat wij geen vlaggen nodig hebben. Zarza trekt zich verveeld terug.
Risha gaat er achteraan om excuses aan te bieden. Na enige twijfel besluit Zarza om toch maar iets te vertellen. “Als Rogue zal het heel moeilijk worden om spreektijd te krijgen. Eerst gaan we eer bewijzen aan de standbeelden van Imhotep en de twee kinderen, de eerste mensen. En dit keer zullen er ook sorcerors en alchemisten bij zijn. Heel ongebruikelijk. Het zal voor jullie als ‘nieuwe loten’ een kwestie zijn van zien en gezien worden. Als je stijlvol wilt zijn, neem je een vallei en fort met een hofhouding. Ik ben wel benieuwd naar jullie inbreng.”
Risha vraagt of Imhotep ook wordt verwacht.
“Hij zou er natuurlijk bij moeten zijn. Maar hij is verdwenen. Men maakt zich zorgen.” “Ik zal het hem zeggen.” “Wat?!?” “Uh … niks …”
De volgende dag zoeken we een lege vallei. Risha tovert er met [Raising the Earth’s Bones] een Shintasta fort in en Gwan maakt een portaal naar het paleis. Hij haalt de kamermeisjes over om te komen.

Chang en Claude nemen de colorcopter en gaan op zoek naar Imhotep. Op Aarde is een paar jaar verstreken. Met [Corespondence] weet Claude hem snel te vinden. Imhotep zit in de bibliotheek van de San “ Risha’s Reizen” te lezen.
“ik heb het hier wel naar mijn zin!” zegt hij. “Ik vind deze carrière heerlijk. Ik stond zó lang aan het hoofd! Het is geweldig hier. Prachtig om te zien hoe ze het verkloot hebben en het toch weer helemaal goed gekomen is.” Maar na enig aandringen besluit hij wel mee te komen. Als ze op Mount Paradise in het kasteel aangekomen zijn vraagt Risha of we onder Imhotep’s vaandel mogen opkomen. Dat geeft status. Imhotep antwoordt: “De witte vlag is niet voor jullie. Ik kan jullie wèl spreekrecht geven, als je wat zinnigs te zeggen hebt. Maar ik kan er niet voor zorgen dat er naar jullie geluisterd wordt. Ik heb gelezen over Risha en zijn groene paard, zijn nachtmerries, de eenhoorn en de pegasussen waar jullie op rjjden. Er is nóg een profetie: Vier lieden op paarden die alles stuk maken wat ze tegenkomen. Ik geloof die profetie niet. Maar anderen wel. Zij weten niets van parallelle werelden, Igrot, etcetera. Ze zullen jullie gedachten lezen, maar niet begrijpen. Maar het maakt je verhaal wèl waarschijnlijker.”
“Misschien is het verstandiger als ik in het publiek blijf en niet uitgelezen wordt,” oppert Claude. Dat denken wij ook.
Imhotep waarschuwt nog: “Jullie weten dat jullie magie niet werkt?”
“De Aarde magie misschien wel,” hoopt Chang.

Er wordt bezoek aangekondigd. “Goedemorgen buren, ik kom even kijken. Aangenaam, Xarantas! Bij welk banier zijn jullie?” “Rogue.” “Ik kom jullie steun vragen! Zeeronlangs is er een nieuwe, krachtige profetie bijgekomen. Luister: ‘Een ras van Dragonblooded zal de wereld van de ondergang behoeden.’ Dat gaat over de herbronning in Waldheim en de githyanky die steeds talrijker worden. Dat zijn reptielachtige mensen: Dragonblooded! Exalts in zienerstaat hebben gezien dat deze Dragonblooded de exalts mee zullen nemen naar de andere kant, naar een nieuwe wereld. We hebben een politiemacht nodig om de gaten in de werkelijkheid te bewaken. Dat zullen die Dragonblooded ook doen.”
We beloven om er over na te denken.
“Hoe zit dat nou met die banieren?” vraagt Risha aan Imhotep. “Er zijn 32 banieren, met meerdere kabals onder één banier, en dan zijn er nog thuislanden. Ja, natuurlijk kun je een 33e banier maken. Al die banieren zijn ooit ontstaan. Als jullie iets hebben waar jullie onafhankelijk van elkaar naar toe gegroeid bent, iets wat jullie uniek definieert, dan kan dat. Ze zijn allemaal ooit ontstaan en geëvolueerd.” Eerst denken we aan de vier magische paarden. “Dat komt wel heel dicht bij de apocalyptische voorspellingen.” zegt Imhotep. “Wat uniek voor ons is, en wat we allemaal hebben meegemaakt is de Witte Stad. En daar zijn we gekomen door het Witte Hert te eten.” We worden het eens op een Wit Hert op een regenboog.
Risha stelt voor om een Gate te maken naar het Shao-Lin klooster en de monniken op te halen die zich jarenlang hebben voorbereid op deze bijeenkomst. Dat zal ons wellicht een beetje uitstraling geven. Hij begint zijn praatje voor te bereiden. Wat moet er in? We hebben de wereld vernietigd. Maar dat was 100.000 jaar geleden. Dat was geen voorspelling maar een terugblik. We moeten de exalts warm maken voor het aanmeren en voor de eindstrijd. We kunnen een beeld presenteren van de githyanki als zaadcelletjes die elkaar vernietigen om de bevruchter te worden. Dat is geen brave politiemacht die de wereld beschermt. Maar, we kunnen inderdaad meeliften op het zaad naar een nieuwe wereld … die dan ook besmet is.

Tanais – 117

Tanais 117 – 30-03-2017

Op Tanais is er 2 uur verstreken. We gaan slapen en de volgende dag kan Risha weer koning spelen bij het ontbijt. Met een jachtpartij als smoes gaan we naar de Colorcopter en daarmee materialiseren we op 300 meter boven de grens van Dao en Jao. Onder ons ligt een Shangri-La achtige vallei met een zalencentrum en een paar kampementen. Claude calibreert de machine om één quantum naar buiten te stappen in de vijfde dimensie, dat wil zeggen van de Aarde vandaan. Terwijl hij daar mee bezig is, bekijken de anderen de omgeving met allerhande magische sensoren. Chang maakt een lens in de lucht. Hij ziet dat er een krachtveld ligt rondom een kamp van Abyssals. Binnen ziet hij boorwormen, shuragi et cetera. In de bossen eromheen ligt een strak georganiseerd kamp van wezens die een beetje op de githyanki lijken, maar net anders zijn. Gwan gebruikt zijn kristallen bol om in het zalencentrum te kijken. Daar ziet hij Shao-lin jongens hun oefeningen doen. Het lijkt op de dagelijkse gang van zaken in de voorbereiding van een groot festival. Over dertien dagen is de bijeenkomst van alle Exalts gepland, en ze hebben de memo niet gekregen dat het verplaatst is. Risha heeft al een extreem goed zicht door een oude Wyld-mutatie, en hij verbetert ze nog eens met [Life]. Hij bekjky het kamp in het bos. De Gith daar zijn groter en volwassener dan de githyanki uit de stad. Het zijn logge reptielen van 2,5 meter met heel veel wapens.
Claude activeert de Colorcopter, om ons heen vormt zich de mist van ongevormde ruimte. Van hier uit kan Risha een stukje van Tanais met Sorcery formatteren tot een replica van de spelwereld. Het gebied waar hij mee bezig is gloeit vijf minuten terwijl hij de spreuk uitvoert. Voor de Lost Boys is dat ruim een dag. Met [Time] kunnen we zien dat ze af en toe komen zitten kijken. Ze lijken onder de indruk van deze tovenarij. Als de hut materialiseert drommen ze er als bijen omheen. Een nauwkeurige telling komt op precies 150 man. Met [Prime, Forces en Matter] maken we vier bazooka’s die we in de hut laten materialiseren. Twee minuten later horen we een knal bij het krachtveld en nog een paar seconden later zijn alle Abyssals weg van de kaart. Dit deel van het plan is gelukt!
Nu moeten we snel naar de Poolnaald. Risha heeft de noordkust van de binnenzee op de muur van de hut afgebeeld met een duidelijke aanwijzing dat de Lost Boys bij de Naald moeten zijn. Voordat ze daar aankomen, gaan we de ontvangstruimte van de Naald inrichten als het Valhalla van Chappie, met 150 bierpulllen waar we op het juiste moment een scheut zonium in kunnen laten materialiseren. We maken een klok die aftelt naar 0:00’00” en dan verschijnt het zonium, en gaat tegelijk de gevangenisdeur dicht. Op de muren spuiten we grafitti die te herkennen is, zoals de draak met in zijn muil de deur naar de feestzaal. Dan komen de eerste Lost Boys. We herkennen MRA27. Die probeert de andere tot voorzichtigheid te manen, maar als laatste komt ook hij binnen. Chang lukt het [met static mind control, een Mind, Forces, Prime-effect] om de Lost Boys even in stasis te houden terwijl we de deur sluiten. Kablam! Een permanent [Force-field] over de deur. En klaar is Kees. Dee twee van het plan is ook gelukt.
Terug naar Shintash, we gaan lekker slapen in een donzen bed. Maar dan klinkt er een alarm. De paardenvolkeren vallen aan! Een prins wil Risha’s zus Harati schaken! Claude gooit vanuit zijn raam de spreuk [Cascade of cutting terror]. Risha sprint naar het balkon en tovert zijn magische harnas en wapens om hem heen. Hij zet de Anima-banner aan van zijn kaste en vliegt naar de vijand toe. De pijlen suizen om zijn oren. Ook Chang summont zijn wapenrusting en rent naar het slagveld. Gwan troost ondertussen de hofdames.
Twaalf aanvallers gaan neer onder het geweld van Claudes magie. Zestig procent slaat op de vlucht voor Risha’s aura. Chang stort zich op de rest en mept er nog twee neer. Risha overleeft alle brandende pijlen die op hem worden afgevuurd en uiteindelijk druipen de aanvallers af. Er zijn een paar brandjes die moeten worden geblust en aan onze kant een paar doden, maar het is al met al een grote overwinning. Maar voor Claude is dit niet genoeg. Hij wil wraak. Risha snapt niet waarvoor. Dit is toch volledig conform alle protocollen gegaan?
Terwijl Chang de begrafenissen en crematies regelt, zint Claude nog steeds op wraak. Met [Correspondence] zoekt hij de thuisbasis van de paardenvolkeren. Die is er niet. Het is een nomadisch volk. dan kiest hij maar at random een kamp uit. Hij stapt door de landkaart heen en arriveert op een vlakte met een rookpluim. Daar is een kamp! Hij maakt de wachters dood en ontdekt dat er verder alleen maar vrouwen en kinderen zijn. Er breekt paniek uit.
We ontdekken dat Claude kwijt is. Gwan zoekt hem met de kristallen bol. “Wat ben je aan het doen?” “Ik ga een vrouw halen!” roept Claude. Hij steelt een paard en grist een willekeurig meisje mee dat er wel een beetje appetijtelijk uitziet. Gwan realiseert zich hoe intens oneervol deze actie in de Shintas cultuur is. Als dit bekend raakt, lijdt Risha een enorm gezichstverlies. Claude’s razernij is inmiddels een beetje gezakt en hij wordt voor rede vatbaar. Hij verandert zichzelf in een generieke nomade en rijdt met het meisje naar een willekeurige andere paardengroep. Dat gaat twee dagen. Daar hebben we geen zin in. Gwan opent een portaal vlak voor het paard naar Risha’s paleis. we grissen Claude van het paard. Gwan opent een nieuw portaal naar het kamp van het meisje waardoorheen het paard galoppeert en weer aankomt waar de dolle rit begon.

4 xp

Tanais 116

We willen een Tanais-nachtje naar de Aarde, dat is 16 weken daar. Door de geheime gang nemen we Imhotep mee naar de Colorcopter en daarmee gaan we naar het Steampunk eilanduniversumpje. Daar lopen we door het stadje de berg op en we gaan naar Chappie. Onderweg merkt Imhotep op dat hij niet verwacht had dat Chappie zo creatief was. Hij verschijnt in zijn oude robot-gedaante. Het is een roerend weerzien en ze hebben heel veel om bij te praten via een datalink. Als ze het over de biocomputer hebben benoemt Risha het alien Nanozand. Dat vindt Imhotep interessant, “Waarom niet?” Maar eerst wil hij zijn biocomputer zien. Die had hij achtergelaten in de vijf steden. “Als ze nog bestaan, dan zijn ze verwilderd.”
Daarna vraagt hij: “Waarom is Chappie eigenlijk niet de mainframe van deze wereld geworden?” Risha legt uit dat de White Collars wel technologie gebruiken, maar dat ze hun macht ontlenen aan de Witte bronnen. En daar heeft Chappie geen affiniteit mee. Die heeft namelijk nog steeds als hoofdopdracht het juicen van de veroordeelde aliens.
Imhotep stelt voor om naar Qawah in Jemen te gaan. (Onze eigen Witte Stad was El Calafate in Patagonië.) Daar weet imhotep precies wat hij heeft gedaan en kan hij zien wat 8000 jaar verwildering heeft opgeleverd. Vanaf 500 meter hoogte zien we een Color effect: Een cirkel van Zwart zoals de Tempest rondom een soortement dorp. Er is vanaf hier niet veel te zien. Als we verder afdalen lukt het niet om scherp te stellen, want er zit een krachtveld om het dorp. Claude neemt waar dat het state-of-the-art White Collar technologie is, veel te geavanceerd voor hem om in te breken [Forces 5]. “Zullen we een andere stad proberen?” Nee, Eerst maar eens naar de San.
Sandy, Dusty en Mirage staan ons al op te wachten. Ze zijn verbaasd, maar ook verontwaardigd als we vragen naar de plantentechnologie achter het krachtveld. “Hoe weten jullie van onze heiligste geheimen? “Tsja,” zegt Chang, “we hebben toegang tot archieven van vóór Expulsion en daar vind je dus informatie over dingen die zó oud zijn.” Ze zijn geschokt. “We kunnen jullie niet zomaar toegang geven. Dat zijn dingen die jullie niet horen te weten! Om nou zomaar te vragen naar het Heilige der Heiligen … Er zijn nou eenmaal zaken die jullie niets aangaan.” “Waarom is het zo heilig?” “Omdat wij ons bestaan eraan ontlenen.” “Op welke grond kunnen we wel toegang krijgen?” vraagt Chang.
De drie oudsten overleggen even. “Jonge White Collars gaan daar wel eens wieden. Jullie zijn in het verleden White Collars geweest. We kunnen jullie opnieuw toelaten en met een groepje welpen meesturen. Maar dan moet je wel van de Black Collar geur af. Onder bijzondere omstandigheden kunnen we Blue Collars tot de White Collars toelaten.”
Met [Sense Color] merkt Claude dat de Zwarte bronnen de gebruikers een slijmerige zwarte aura geven, terwijl de Witte bronnen een droge korrelige aura geven. Hij probeert zijn eigen aura aan te passen. De oudsten reageren korzelig: “Waarom zweer je die zwarte bronnen niet gewoon af? Je kan niet twee meesters hebben.” “Ik ben mijn eigen meester!” roept Claude. “Je gaat niet zomaar je eigen signatuur vervalsen!”
De anderen proberen deze ruzie te sussen. “Wat moeten we doen om ons te reinigen?” “Je moet je reinigen in een Witte Bron. De louteringsplekken zitten rondom de heilige plaatsen.”
Uiteindelijk bindt Claude in. We worden meegenomen naar iets buiten de periferie. De Tempest straalt door het zand heen. Risha en Claude kijken met [Prime] waar ze heen moeten. Er is een soort duin met een grot opening erin. De Tempest is daar sterker. Binnen vinden we kampvuren met veel snel-bewegende schimmen. Er is een meer met middenin een eilandje. Daar zien we de [Prime] Witte Bron. Een schim vertraagt en er verschijnt een jonge Masaï krijger. Hij vraagt: “Wat doen jullie hier?” “We moeten ons reinigen na een infiltratieopdracht bij de Black Collars,” zegt Claude. De Masaï accepteert zijn uitleg en nodigt ons uit aan zijn kampvuur. De pot schaft kamelenbout. “Vies hè?”
Kleren uit en het meer in. Maar het water brandt. Omdat we [Color]-magie beheersen en de Tempest hier zo dicht aan de oppervlakte zit, hebben we er last van. De gewone White Collars hebben hier geen probleem. Met [Color en Life] maakt Risha een extra huid, de anderen komen met vergelijkbare magie aan de overkant. Als we drinken van de Witte Bron wordt de smet van de zwarte bronnen geneutraliseerd en omgezet in een witte aura. Risha tankt zich met [Prime] helemaal vol met Witte Bron-essence. Chang krijgt het beeld dat hier een eierstok van Igrot rijpt.
Nu zijn we net zo snel als de andere White Collars en we sluiten ons aan bij een cohort jonge welpen. Even spelen en dan gaan we. Een paar oudere White Collars maken de poort open. Ze brengen ons mee naar kassen onder de grond. Er valt niet zo veel te wieden. Een van de ouderen snijd ceremonieel een grassprietje door en zegt: “Als jullie hier vannacht gaan slapen wordt alles duidelijk.”.
Imhotep bekijkt de plantjes aandachtig en zegt: “Ze zijn een beetje geëvolueerd, maar nog duidelijk herkenbaar.” Risha steekt zijn neus in een bloemetje en snuift het stuifmeel op. (Met [Life 4] isoleert hij een sample.) Iets communiceert met deze planten. De vooroudergeesten beschermen en verzorgen de plantjes. Als White Collars oud genoeg zijn, verstoffen ze en dan worden ze spirits die met de planten communiceren en de opgeslagen kennis in dromen doorgeven aan de nieuwe generaties. Imhotep is onder de indruk. Hij had dit niet verwacht. Hij dacht dat het plantje allang zou zijn uitgestorven, maar het heeft precies gedaan waar het voor bedoeld was.
Met [Color en Time] kijkt Gwan hoe de oudsten de plantjes verzorgen. De voorouders bidden en uit het niets ontstaat water. Ze verzorgen de planten en kunnen dingen laten manifesteren. Oude, dode bloemen worden teruggegeven aan de grond. En zaadjes worden liefdevol opgekweekt.
We gaan slapen. In onze dromen wordt de noodzaak getoond van de drie klassen: White Collars, Blue Collars en Hardware Legacy. Ze proberen de wereld te herscheppen zoals die was voor Expulsion, maar het is een grotesk vervormde versie van hoe de wereld was in 2442 met al die levels. De volgende dag is Imhotep helemaal onthutst. “Zó had ik het niet bedoeld! De urban sprawl is er gelukkig niet meer, maar die Hardware Legacy is vreselijk!” Risha vertelt dat hij pollen geoogst heeft. Maar Imhotep heeft het hele DNA nodig. Ook dat van de stamper. Maar dat kan een andere keer wel. Het belangrijkste is dat de plant nog bestaat. De vijf steden hebben ieder een deel van de kennis, maar de basis is in alle vijf varianten aanwezig.
De cohort heeft zijn inwijding gehad. Wij dus ook; Imhotep kan hier een nieuwe White Collar carrière beginnen.

Next: Het formatteren van een stukje werkelijkheid om de Lost Boys te vangen, kan het beste vanaf een kleine [Color] afstand.
4xp