Tanais – 29

Tussendoor avontuur 29 – 12 juli 2012

(De twee sessies die hiervoor kwamen was ik er niet. De verslagen zijn gemaakt door de speler van Claude. Ze volgen nog.)

24-iv-R1

We hebben Melek bij ons, de zoon van een edelman uit Melek-Qart. Hij ging naar een oom voor zijn opleiding, maar die heeft hem verkocht aan slavenhalers van de karavaan waar wij achteraan zitten. Hij is ontsnapt. Melek en Risha blijken allebei veertien te zijn en ze kunnen het best met elkaar vinden.
We zijn al drie dagen op zee, zo ver mogelijk uit de kust om niet gezien te worden. Risha zit bovenin de mast om de kust in de gaten te houden. We gaan proberen om voor de karavaan in Melek-Qart te zijn. Soms passeren we arabisch aandoende vissersboten. Om vier uur ’s morgens botst onze catamaran tegen een onzichtbare rubberen barrière. Melek weet dat er kristallen bestaan waarmee je erdoorheen kunt. Er zijn ook poorten en daarvan zit er een dicht bij de kust bij de stad Sidon.
Op weg daarnaartoe passeren we enorm veel schepen, waaronder een mammoettanker. In de file voor de poort komen we tussen de tanker en een fregat te liggen. De bemanningen liggen elkaar niet en er wordt rotzooi over en weer gegooid. Het meeste komt op ons terecht. We maken er maar geen drukte over.
Na zes uur zijn we aan een grote poort van gouden licht gekomen. De hoofdpoort van Melek Qart. Als we erdoorheen zijn worden we onderschept door een hovercraft van de grenspolitie.

Wie is de kapitein?
We wijzen naar Claude.
Kristal?
Nee, dat hebben we niet. Kunt u ons leiden naar een plek om ons te registreren?
Ze negeren de laatste vraag en wijzen naar Melek: “En wie is deze jongen?
Hij stelt zichzelf in bloemrijke woorden voor als melek Adrar, de zoon van de vizier van Megiddo. Melek is zijn titel. De havenpolitie pakt een leugendetector. Hij vertelt dat hij door slavenhalers gevangen genomen was en dat wij hem terugbrengen naar zijn vader. Het is waar dus ze worden een stuk beleefder. Bij de politiepost kopen we voor 10 goudstujkken een roze kristal dat ons voor twee weken een vrijgeleide geeft. Gwan kan het kristal voelen trillen.

We varen verder en arriveren bij Megiddo, een stad met twee mooie vuurtorens, een haven en een grote karavanserai. We leggen aan met onze kleine catamaran en worden verder met rust gelaten. Adrar begint zich hautain te gedragen. Hij neemt ons mee naar een was- en kleedgelegenheid. Dat kost wel wat, maar dan hebben we ook modieuze lokale kleding. Claude maakt voor zichzelf een zwart ninja-pak met allemaal verborgen binnenzakken. In een koets rijden we door de hoofdstraat. Dan komen we in een heuvelachtig gebied. In deze wijk is iedere heuvel een goed beveiligde residentie. De koets stopt bij de één na hoogste heuvel. Het is een groot villa complex. De poortwachter reageert verbaasd en verheugd als hij Adrar ziet. De jongen wordt meteen naar zijn vader gebracht en wij moeten even wachten. We geven onze wapens af en na een half uurtje gaat de intercom. Dan mogen we naar het paleis toe gaan met twee wachters. Het is een echt oosters paleis met veel water in de tuinen, palmen, bloemen en bungalows. Het hoofdgebouw heeft nog een eigen omheining. De wachters worden afgelost door nieuwe. Hierbinnen is het allemaal marmer met fonteinen. Adrar staat enthousiast te zwaaien bovenaan de trap. We mogen de vizier ontmoeten.
De voornaamste indruk die Adrarxb4s vader op ons heeft is die van een overdaad aan edelstenen en goud. Er worden versnaperingen aangeboden. Hij wordt voorgesteld als Berekh Pan. Risha doet het verhaal en hij dankt ons hartelijk voor het terugbrengen van zijn zoon.

Wat willen jullie als tegenprestatie?
Claude zegt: “Dat u ons helpt om onze spullen terug te krijgen.
Daarvoor heeft hij een precieze omschrijving nodig. Als hij hoort dat het om orichalcum en soulsteel wapens en wapenrustingen gaat, dan begrijpt hij dat dit een serieus kapitaal vertegenwoordigt.
Kunnen jullie bewijzen dat het van jullie is?
Risha zegt dat het ondermeer eigendommen zijn van de koning van Soul en dat is hij zelf. Hij laat zijn harnas, dat ook gestolen was, tevoorschijn komen uit Elsewhere. De vizier is nog niet helemaal overtuigd. “Bewijs dat maar eens.
Gwan haalt zijn kristallen bol tevoorschijn. Hij laat de ministerraadsvergadering zien. Regentes Chantal is verrassend effectief bezig en Risha weet al zijn ministers te benoemen behalve de hoofdbrahmaan. Dat is een nieuwe. Dan gelooft Berekh Pan ons pas. Maar hij vindt het wel raar dat we zelf gekomen zijn om deze klus te klaren. Hij wil weten wie de Qartiaan in Soul is, want dat moet de contactpersoon van de dieven zijn. Risha’s bankier Halaf Ashravi dus. De deal die hij ons voor legt is dat wij Adrar in zes jaar zullen opleiden tot een allround diplomaat. Dat moet lukken met onze eigen vaardigheden en onze contacten. Maar we moeten tekenen in bloed. We mogen een paar dagen blijven logeren terwijl de vizier dingen in beweging zet.

1-v-R1 (Dag 1 van de volgende maand.)

Na een ontbijt op bed worden we naar de vizier gebracht. Hij ontvangt ons in zijn pyjama met een kop sterke koffie en komt meteen ter zake.
Halaf Ashravi zal vervangen worden. Jullie mogen mee beslissen wie hem zal vervangen. En dan. We weten het. Die karavaan betreft een geheime lading voor Welda Woudiver. Die woont in een oase zes uur ten zuidoosten van ons. Het is een geheime lading. Dus is er niets geregistreerd en heeft hij niets te klagen als er dingen niet aangekomen zijn. Ik zal de grootvizier inschakelen. Zijn troepen maken het allemaal helemaal officieel. Maar hij zal 50% van de geconfisqueerde goederen willen hebben, dus jullie moeten je eigen spullen niet laten zien en ze er voorzichtig tussenuit halen – en de dingen die hij wèl wil hebben moeten duidelijk aanwezig zijn. Hij stelt veel prijs op een bevallige deerne.
Uit de bedroefde toon waarop hij dit laatste zegt, kunnen we afleiden dat het de betreffende deerne niet goed zal vergaan. (Risha heeft een cynisch moment en stelt ‘death by Claude’ voor. De vizier is hier niet tegen. Hij is volgende in lijn om grootvizier te worden.)
De boodschappers geven later die dag door dat de grootvizier ermee instemt om de karavaan staande te houden en op illegale waren te controleren. We krijgen honderd man mee!

Tanais – 26

Tussendoor avontuur 26 – 1 juni 2012

9-iv-1 (dag negen van maand vier van het eerste jaar van Risha)
De eerste avond zeilen verloopt voorspoedig en we overnachten op volle zee.

10-iv-1
Ook de tweede dag verloopt zonder problemen. Gwan kijkt in zijn kristallen bol en ziet dat er een storm aan zit te komen, maar vandaag moeten we de haven bereiken. Wat hij niet voorziet is dat de siderial brandstofcel kapot gaat. Gwan’s solar essence blijkt er niet compatibel mee. Dat is balen, want hoe halen we het kartiaanse schip in zonder de extra snelheid? Claude zeilt ons met grote vertraging een slaperige vissershaven van Albion binnen. Veel schapen, witte klippen, kleine mensen met amish-hoeden die zichzelf hobbits noemen. Ze zijn wel aan vreemdelingen gewend, want ze liggen niet ver van de belangrijkste scheepvaart route. In herberg Het Makke Schaap ruikt het heerlijk naar gebraden vlees. We slaan een voorraad eten in, Rishaxb4s geld is goed en de waard probeert ons ook luxe dingen te verkopen zoals een waterzuiveringsinstallatie plus een keuken katamaran. Ook regelt hij wat mensen die het schip gaan verbeteren. Hij informeert naar de politieke situatie in Soul. We vertellen dat de baby-koning ontvoerd is en dat de jongen die de vader zou zijn nu koning is. Dan zegt de waard: “Er is iets met jullie, maar ik weet niet wat. Iets zegt me dat het een goede zet zet is om jullie bij de priesters te introduceren.” Hij wil ons morgen wel in contact brengen met de huhobiet, een soort druxefde van de zee.
Het eten is erg lekker en dan gaan we naar bed. xb4s Nachts kruipen er vier hobbitmeisjes bij ons in bed. Bij de prijs inbegrepen lokale gastvrijheid waar Chang niet van gediend is. Als monnik heeft hij een gelofte van celibaat afgelegd. De anderen hebben niet zulke bedenkingen.

11-iv-1
’s Ochtends worden we vergast op een uitgebreid ontbijt. Om een uur of 11 komt de huhobiet. Die is iets groter dan de andere hobbits en heeft een lange baard. We begroeten hem beleefd, zelfs Claude. “Een kapotte brandstofcel? Tsja, wij beschikken over betere scheepsvaarttechnologie dan de siderials. Je moet het zelf doen, varen op de sterren, de zon en de wind. Jullie schip is morgen klaar, twee keer zo snel als voorheen. Maar wie zijn jullie nou eigenlijk echt?” Wij leggen uit wat solars zijn. Dat vindt hij wel interessant. Hij wil een geheim met ons delen. (Claude doet een charm en ontdekt dat hij de waarheid spreekt.) Vannacht gaat hij ons voorstellen aan de zon, de sterren en de wind. Oh, en we kunnen niet om de keukenkatamaran heen. Risha herschrijft xb4s middags de mythe over de race tegen Godefried omdat hij zich realiseert dat de god Pashupati via een omweg toch zijn woord heeft gehouden: hij is koning geworden ondanks de wil van de siderials en Eénoog.
Die avond worden we opgehaald door druxefdes die ons meenemen naar een steencirkel die bovenaan de klif uitkijkt over zee. Daar mogen we één van de elementen uitkiezen om ons op af te stemmen. Claude stemt zich af op de zee, Gwan kiest voor de zon, Chang de wind en Risha gaat voor de sterren. Dat afstemmen doe je met je zwakste deugd. Claude, Gwan en Risha hebben meteen succes, maar het lukt Chang maar niet om zich af te stemmen. “Zal ik het dan maar doen?” en voordat de verbaasde druxefdes kunnen protesteren heeft Risha zich ook op de wind afgestemd.

Chang wordt door de druxefdes meegenomen om bij te komen met kruidencompressen en warme baden, de rest moet blijven mediteren om de nieuwe krachten te internaliseren. Voor iedere afstemming kunnen we de snelheid van het schip met zijn eigen snelheid verhogen. Dus met vier elementen gaat de vissersschuit (die door de hobbits met een paar slimme aanpassingen dubbel zo snel gemaakt was) nu tien keer zo snel als toen we het schip stalen – een stuk sneller dan met de siderial technologie. En dit is nog maar het eerste niveau van de elementaire inwijding. We mogen in de toekomst terugkomen voor verdere verdieping.

12-iv-1
Tegen de ochtend komen de huhobiets terug. Ze hebben in de sterren gelezen dat wij belangrijk zijn. We sluiten vriendschap met ze en Risha zegt “Ik heb ook nog een geheim: ik ben de koning van Soul.” Ze lijken niet eens zo heel erg verbaasd. Als we in gesprek raken blijkt dat zij de Jartianen niet zo aardig vinden. Het schip met onze spullen is 44 dagen geleden langsgekomen. Het heet de Eburon. We moeten doorvaren om het in te halen. Het schip zal inmiddels wel voorbei Euboia zijn en Warka hebben bereikt. De eindbestemming is Melek Kart. Kartianen zijn de enigen die de maelstroom daar kunnen bevaren, dus we moeten het schip inhalen voordat ze daar aankomen anders zijn we onze uitrusting geheid kwijt. De hobbits beschrijven de Eburon: “Zwaar bewapend, twee maal zo snel als jullie vissersschuit eerst was, het zijn vrij onaangename lieden. Iets zegt ons dat jullie eigendommen besteld zijn door iemand in Melek Kart. Pas op, want het zijn machtige lieden. Ze schrijven de werkelijkheid. Vertrek maar snel en ga direct naar Warka.” We vertrekken zo snel mogelijk. Gelukkig gaat het plan van de herbergier om ons een van zijn dochters mee te geven voor onderweg niet door. Ze haakt af bij Claudexb4s bestelling: veel van wat de chinezen als delicatesse beschouwen wordt hier niet zo geapprecieerd.

16-iv-1
Aankomst in Warka. Onderweg is niets gebeurd. We hebben inderdaad razendsnel kunnen varen, door de afstemming hebben we geen enkele fout gemaakt. Het is een grote, bedrijvige stad met palmbomen, paleizen op heuvels en zigguraths. Het overtreft alles wat Gwan en Risha ooit eerder hebben gezien. Een echte grote, beschaafde stad. Een klein bootje komt ons tegemoet. De afgezant van de havenmeester wil liggeld en roeit ons dan naar aanlegplaats 173-B. Ze kijkt wat meewarig naar de katamaran. “Jullie hebben zeker in Albion aangelegd?”

Een interview met de havenmeester is gemakkelijk geregeld want diens tijd is geld: een goudstuk per minuut. Voor vijf goudstukken worden we binnen gelaten bij een heer die met een ingewikkeld apparaat de haven in de gaten houdt. “Is de Eburon al binnen?”
De havenmeester is zeer vriendelijk want wie betaalt, krijgt informatie. “Het schip is 10 dagen geleden binnengelopen. Er is een karavaan samengesteld en het schip is nu leeg. Het wacht op een nieuwe vracht. De eigenaars hebben het plan gewijzigd, omdat zij in een visioen zagen dat een stel schavuiten, die voldoen aan jullie omschrijving, hen op de hielen zat.” Risha betaalt voor nog vijf minuten extra interview. “De karavaan is 5 dagen geleden vertrokken. Het schip Eburon is eigendom van de familie Sidonus. Dat is één van de drie grote huizen van Kart. Risha’s bankier El Ashawa is maar een heel klein visje daarbij vergeleken.”
Hij adviseert ons om snel door te varen en de karavaan op te wachten in de haven van Sanakh, dat ligt een dagreis vóór Melek Kart. Volgens Risha is er niemand die de Kartianen graag mag.

18-iv-1
We leggen aan op het strand van een slaperig oasedorpje. Sanakh heeft dadelpalmen. Verder is er niets te doen. De laatste maand is er geen reiziger langsgekomen. Chang informeert of er een waterbron in de omgeving is. Ja, in Ashar, twee dagreizen naar het Zuiden. Maar dat ligt niet op de karavaanroute. Gwan kijkt in de kristallen bol. Zijn ze niet aangekomen? De bol werkt niet mee. Het lijkt wel of er een stoorzender is. Het is wel te voelen dat ze binnen drie dagreizen van ons zitten.

3 xp

The RoSE – sessie 18

The RoSE sessie 18 – 24 mei 2012

We bespreken of we Ebon Rhime ook nog bewusteloos willen maken. Zolang hij bij blijft, kunnen we informatie uit hem krijgen, en misschien beginnen met hem om te turnen. Marina biedt aan bij hem te gaan zitten. We vertrouwen het ook niet zo om een rovershoofdman alleen te laten. Hij heeft vast wel truukjes om zichzelf te bevrijden.
Tawuz blijft buiten de deur staan totdat Marina hem roept. Ze vertelt dat Ebon zich al bijna losgewurmd had. Ze heeft hem opnieuw en beter vastgebonden. In de taal van An Teng doet ze verslag van haar gesprek. Ebon is demonenaanhanger geworden om de dood van zijn zus te wreken. Ze waren weeskinderen in Wall’s Harbour en hij heeft niet kunnen voorkomen dat ze verkracht en vermoord werd. Verder herinnert hij zich alles van zijn laatste incarnatie als solar. En wat hij als solar heeft uitgespookt, is een stukje erger dan wat er op een doorsnee dag in Malpheas gebeurt. Hij heeft een stem in zijn hoofd, die hij rustig kan krijgen met seks. Of dat zijn exaltatie is of zijn meesteres is niet duidelijk, maar de stem geeft hem opdrachten. Zijn wraak heeft hij gehad, maar nu moet hij zijn schuld inlossen. Wel heeft hij nog zijn vrije wil. Deze soort overeenkomst met een demon kennen we nog niet.

De wind steekt op. Hij ruikt naar leliën. In de verte horen we cymbalen en trommels in een hartslagritme en ook een akelig gefluit als van verre doedelzakken. Het zou wel eens kunnen zijn dat ze voorbereid zijn op onze komst. His geeft het roer over aan Tawuz en gaat naar beneden, nog steeds in beastman vorm.
“Hé heikneuter, maak me eens los! Je moet wel je plaats kennen.”
His doet alsof hij boos wordt en bijt Ebon in de arm zodat hij stiekem wat bloed kan drinken. Daardoor kan hij een uur lang diens gedaante aannemen.
Het geluid wordt steeds luider. In de verte zien we een vier meter hoge gestalte naar ons toe komen lopen. Ze heeft twee zeisbladen in haar handen. Om haar heen, in de schaduwen, zijn schimmige gestalten die op trommels slaan. Je kunt je er niet op focussen, maar ze zijn alleen in je ooghoeken te zien. Ze heeft een zwarte huid, rood haar en zilveren ornamenten. His neemt de vorm van Ebon Rhime aan. Marina en Mei Lan blijven beneden Eye en Tawuz blijven op de trap buiten beeld.

Het geluid van de doedelzakken is angstaanjagend, maar als we ons verbijten kunnen we dat even overwinnen. Ze wandelt, maar komt bovennatuurlijk snel op ons af. Tawuz besluit toch om als kat in de schaduw aan dek te gaan zitten. His, in de gedaante van Ebon, doet alsof hij haar groet.
“Je bent een goede leugenaar. Maar niet één van mijn dienaren,” zegt de demon. Ze spreekt de waarheid en dat doet pijn. His gaat terug naar beastman vorm.
“Wie is hier jager, wie de prooi?”
“Ik ben de jager!” roept His trots.
“Ik dacht het niet. Ik heb de godin van de jacht gemaakt voordat jullie zelfs maar bestonden, lunar.”

Ze is nu bij ons en we leggen het schip stil. Marina slaat eerst Ebon Rhime knock-out. En dan gaan we allemaal in beastman vorm. Eye slaat de demones en raakt. Marina houdt het bijtende schild voor zich en spuugt gif naar Zsofika. Zij raakt ook. Mei Lan slingert een kogel, maar dat komt niet door de haren heen die ze als een pantser gebruikt.
Zsofika haalt uit naar His. Hij probeert de klap af te weren, maar dat lukt niet. Gelukkig heeft hij veel magische bescherming, maar toch loopt hij een snee op. “Je denkt toch niet dat je je kunt verweren tegen de kracht van de hel?” schampert ze. Maar deze uitspraak doet geen schade omdat hij blijkbaar niet waar is!
Eye slaat opnieuw maar komt niet door haar tressen heen. Marina doet de Wasp Sting Blur om meerdere aanvallen tegelijk te kunnen doen. Ze probeert de arm van de demon vast te grijpen en dan het schild er op te duwen in de hoop dat die het wapen opeet. Maar als het schild haar bijt, schrikt het. Ze is gloeiend heet! His slaat weer en raakt. Zsofika doet een dansje en de zwarte schaduw van een slang weeft zich om haar heen. Mei Lan gooit weer een kogel en raakt. Tawuz slaat twee keer en mist beide keren.
De schaduwachtige slang bijt naar His maar mist. Zelf slaat de demon ook naar His. Hij krijgt er een snee bij. Met de andere arm raakt ze hem ook, weer een snee. Eye manoeuvreert zich achter de demon en raakt haar. Marina wil haar weer vastgrijpen, maar wordt bevangen door angst. Tawuz grijpt haar en mompelt: “Nicht, sinds wanneer is een lid van de familie Regenboog bang voor een demon?”
Dat helpt. Marina valt alsnog aan. Ze doet een Devil Restraining Grip waardoor de dEbon niet meer kan dematerialiseren of weglopen. His slaat weer en raakt. Zsofika begint er nu slecht uit te zien. Haar huid gloeit rood en ze begint vervloekingen uit te spreken. Mei Lan doet de spreuk Essence Overwhelming om beter te kunnen gooien en raakt haar weer met een van zijn kogels. De demon zakt in elkaar. Eye probeert haar het hoofd af te hakken, maar dat lukt niet in één keer, de haren vormen nog steeds een pantser. His zet zijn zwaard op de borstkas en duwt er in. Tawuz probeert hetzelfde, maar zijn wapen ketst af. Marina zet de Spirit Maiming Essence Attack in, waarbij ze de essence gebruikt die we speciaal van Luna hebben gekregen. Het werkt, maar ze is taai en moeilijk te doden. Omdat deze charm een geest permanent vernietigt, gaat ze door en doet hem opnieuw. Op het moment dat ze Zsofika doodt, voelt ze dat er nóg negen manifestaties van de demon zijn. En de andere voelt ze in het kamp voor ons.

Eye of Autumn vertelt dat de techniek die de demon gebruikte, de Dragon Dance, bekend is uit de first age. Het is een legendarische martial art en er is (voor zo ver bekend) niemand in de wereld die hem beheerst.
De standaarden en trommen verdwijnen. Als Ebon weer bijkomt, is hij zwaar onder de indruk. Hij had Zsofika geroepen om zich te laten ontzetten. De andere negen incarnaties zijn nog in embryonale vorm. Elke keer dat je Zsofika oproept zal ze iemand bevruchten. Van hem mogen we ze best doodmaken. Zsofika heeft tenslotte verloren.

Marina vraagt: “Hoe zit het met die stem in je hoofd?”
“Die begint langzaamaan steeds dwingender te worden.”
Marina vraagt de anderen: “Hé, laat ons even alleen?”
Eye maakt een wegwerpgebaar, maar doet het wel.

Na een erotisch intermezzo (Marina zwijgt over de details) is Ebon Rhime wat spraakzamer. Adorjan heeft hem geëxalteerd en de Ebon Dragon heeft een stem/demon in zijn hoofd gestopt. Malpheas heeft hem spreuken geleerd. Elk van de 50 exaltaties die de jozi’s hebben gekregen is toebedeeld aan twee jozi’s. Zo houden ze elkaar in de gaten. Ebon heeft zijn ziel niet verkocht. Hij kan de bevelen van de Ebon Dragon weigeren. Dat wil hij ook graag, want de Ebon Dragon wil de wereld in duisternis hullen. Marina zegt dat Luna het vast kan begrijpen.
Opeens begint iets te dagen bij Ebon. “Ik heb het een en ander van Luna gehoord. Ze was ook bijna een jozi, wist je dat?
Marina kijkt niet-begrijpend.
“Je weet toch wat er met haar broer gebeurd is?”
Marina kijkt nog steeds blanco.
“Nox? x85 Het zwart van de nacht? x85 Eén van de Maidens?”
Als Marina nog steeds niet-begrijpend kijkt, zegt hij dat er ooit veel meer Maidens geweest waren, met elk hun eigen exalts. Nox is gek en geestesdood gemaakt en zijn exaltaties zijn uit de roulatie genomen. We vinden het verhaal heel interessant, maar Eye wijst er op dat deze kennis de versie van de jozixb4s is.

De wind wordt sterker. Er begint een regen van basaltblokken op te steken. We gaan snel naar het centrum van de orkaan en zien dat de cultisten bezig zijn een demon op te roepen. Met de Falling Yeddim Attack van Eye of Autumn weten we dat effectief af te breken. Na een korte schermutseling doodt Eye de cultisten. Ebon vindt het allemaal maar onsmakelijk.

In de schuren vonden we enorme hoeveelheden vruchtbare zwarte aarde, genoeg voedsel om Whitewall de winter door te helpen en ook nog ongeveer vier talenten aan geroofde jade, goud en zilver. In de privé vertrekken van Ebon Rhime liggen de arm- en beenplaten die bij zijn harnas horen en een glazen staf.

7 Xp

The RoSE – sessie 17

The RoSE sessie 25? – 10 mei 2012

Eye of Autumn is een beetje van slag en houdt zich stil. (Out of game: de speler is ziek.)

Shi Mei Lan verdiept zich in de familiekronieken. Deze familie is al twee keer eerder gered door lunars, de leider was beide keren Gerd Marrow Eater. Als die nog leeft, zou hij meer dan 1000 jaar oud zijn. De eerste keer ging het over een aanval van fair folk, de tweede keer van demonen. Tawuz vliegt rond in gansvorm. Vier boerderijen in de buurt zijn ook overvallen en staan in brand. Blijkbaar waren er vijf bendes actief. Hij zoekt verder en vindt inderdaad een schuur waarin de geplunderde buit ligt opgeslagen. Er zijn gelukkig geen gevangen kinderen want de bewoners waren al naar de stad gevlucht.
We maken een plan. We verstoppen ons in diervorm bij de voorraadschuur. Als het luchtschip komt snijdt Meui Lan, in shard bat vorm, de touwen door waarlangs ze naar beneden komen om de spullen op te halen. De bedoeling is dat zoveel mogelijk mannen te pletter vallen. Intussen overvalt de rest de bemanning aan boord. Het zou handig zijn om de stuurman niet in één klap dood te slaan, zodat we hem kunnen ondervragen. En we verwachten een tovenaar aan boord.
We stellen ons op bij één van de schuren. His als adelaar, Mei Lan als shard bat, Tawuz als gans en Marina als vleermuisje. Als het donker is geworden arriveert er een luchtschip.

Het blijft op 20 meter hoogte hangen en er komen massa’s draden overboord, die zich beneden samenweven tot hefmachines en automata. Aan boord staat maar één man. Hij heeft lang zwart haar, puntige oren en een lichte huid. Hij draagt een ijzeren borstkuras en heeft een ijzeren daiklave op zijn rug. Naast hem hangt een schild met een happende bek aan de railing.


Mei Lan landt bovenin de mast en verandert in mensvorm. Ze gooit Death Of Obsidian Butterflies. De meeste komen niet door zijn harnas heen, maar het verwondt hem wel een beetje. Verrast wendt hij zich naar haar. Ze gooit met haar slinger een steen naar hem, maar dat mist. His komt vanuit duikvlucht, verandert in beastman en landt op het dek. Hij slaat met zijn zilveren zwaard. Dat is raak. De man kijkt ontstemd. Hij maakt een occult gebaar, spreekt een magisch woord en er schiet een straal groen zonlicht uit zijn handpalm naar Mei Lan. Zijn kasteteken licht groen op (een lege cirkel). Mei Lan weet het nipt te ontwijken.
Marina maakt ook een duikvlucht en verandert in beastman. Ze wil tussen hem en het schild komen, want ze kent dit uit verhalen: het eet alles op wat voor zijn bek komt. Liefst wil ze het lossnijden Met de Wasp Sting Blur kan ze twee dingen tegelijk doen. Het schild losmaken lukt, maar haar gelijktijdige aanval doet niks. Van dichtbij ziet ze dat hij puntige oren heeft en slagtanden als van een kat.
Mei Lin gooit weer met haar slinger en raakt hem ditmaal. Hij is totaal niet blij en slaat zijn zwaard in de schaduwen naast hem. Het zwaardblad komt uit de schaduw naast haar tevoorschijn. Maar mist. Tawuz is intussen naar de boeg gevlogen en gaat in mensvorm aan de buitenkant hangen. Met de orichalcum daiklave slaat hij in op de draden waarmee de automata aan het schip zijn verbonden. De eerste klap is mis, de tweede raak. Het touw is beschadigd. Er komt wondvocht uit, maar het is nog niet kapot.
His valt de krijger aan en raakt. De man begint bezorgd te kijken. Dan valt Marina hem aan met haar tentakels. Ze slingert zich om een been en een arm, helaas is ze een stuk minder sterk dan hij. Maar ze weet hem wel te hinderen. Mei Lan slingert nog een kogel en door de tentakels kan hij het niet ontwijken.
Tawuz slaat weer op het ‘pootje’ en weet het door te slaan. Onder ons beweegt één van de automata verschrikt tot een enorm stekelvarken, dan schrompelt het ineen tot een piepklein slijmerig balletje draden wat met zevenmijlssprongen wegspringt. Marina herkent ze nu als een type demon dat Hopping Puppeteer heet, de zwakzinnige bouwmeesters van de hel. De andere drie puppeteers schrikken, laten los, schrompelen ook ineen tot balletjes draad en hoppen weg.
De man kijkt nu heel bezorgd. Hij steekt zijn handen in de lucht en vraagt: “Kunnen we er niet over praten?
Marina: “Ja, maar op onze voorwaarden.
En die zijn?
Dat je nergens heen gaat.
Zie jij me weglopen?
Marina wil hem met een charm vasthouden, maar dat werkt niet. “Blijf van me af . Ik heb niks tegen tentakels, maar als je seks wilt prefereer ik een warm bed.
His zet zijn groene oog aan en kijkt rond. Het enige wat magisch is, is de uitrusting van deze man. Harnas, schild en zwaard. De man lijkt gerustgesteld als hij het groene oog op haar voorhoofd ziet oplichten. Hij zegt: “Ik weet niet of je weet wat je doet, maar de baas gaat dit niet leuk vinden. Weet je wel wie je tegenover je hebt?

Hij kijkt afwachtend, verwacht blijkbaar dat we in aanbidding op de grond vallen of zo. We krijgen de indruk dat hij nog nooit van lunars gehoord heeft.
Stelletje heikneuters! Wij zijn de prinsen van de groene zon. Wij dienen de yozi’s uit vrije wil. Zelfs de demonen van de derde cirkel hebben respect voor ons!
Hij lijkt te denken dat wij verweesde demonen zijn, achtergelaten in Creation. His maakt gebruik van het misverstand en hoort hem uit. De man noemt zich Ebon Rime en is geëxalteerd door de Silent Wind, Adorjan. Tawuz neemt zijn beastman vorm aan en komt er bij staan. Terwijl His de man zijn harnas helpt uittrekken en hem vastbindt, (wat die plezierig lijkt te vinden) hoort Tawuz hem verder uit.
Zijn opdracht is om dit continent gereed te maken voor Adorjan. De yozi hebben de wereld verdeeld: het Centrum is voor de Ebon Dragon, het Zuiden voor Cecelyne, het Westen gaat naar She Who Lives In Her Name en het Oosten gaat naar Malpheas.
Met vleierij en onnozelheid horen we hem verder uit. Gelukkig is hij vrij onnozel. Hij is echt uitgekozen als de leider van een dievenbende. Zijn opdracht is om het continent gereed te maken voor de komst van de Stille Wind door de tactiek van de verschroeide aarde. Maar hij wil ons niet naar zijn hoofdkwartier leiden omdat hij volgens zijn zeggen ‘al weet dat jullie een andere meester dienen’.

His drukt even de halsslagader van de jongeman dicht, zodat hij bewusteloos raakt. Marina haalt het schild omhoog. We discussiëren over wat we met de lokale ‘vervuiling’ doen: een infernal, vier roversbendes en vier hopping puppeteer demonen. We besluiten om de man in leven te laten en over te dragen aan deskundiger leden van het Deliberative. Ze moeten ook zo snel mogelijk weten van de wereldveroveringsplannen van de yozi’s.
Het stoppen van de Priorij is nu het belangrijkste. Dat moet vóórdat de demon doorheeft dat haar bendeleider uitgeschakeld is. Voor het opruimen van de resterende bendes en de puppeteers kunnen we hopelijk de dragonblooded en de sorcerors van Whitewall inschakelen. Dan moeten we wel uitzoeken of onze contactpersoon geen demonenaanhanger is. ” Maar,” zegt Tawuz, “je moet kunnen delegeren. En daarvoor hadden we vroeger de dragonblooded. Dan doen ze weer waar ze voor bedoeld waren.

Marina inspecteert het harnas en de daiklave. Het ijzeren harnas heeft punten aan de binnenkant. Het is duidelijk gemaakt door een zieke, niet-menselijke geest. Het voedt zich met het bloed van de drager, wat een beetje hindert (-1 health level), maar beschermt je wel alsof het van magische materialen was gemaakt. Het schild is een omgevormde demon. De daiklave ziet er uit alsof het van zwart fluweel is gemaakt en kan om een hoekje slaan als je er op bent afgestemd. Marina wil het schild graag hebben, maar Tawuz ziet dat niet zitten: één verkeerde beweging en een vriend is zijn arm kwijt of zijn bil.
Mei Lan heeft in de kajuit een kaart gevonden. His onderzoekt de kaart en vindt het centrum van de spiraal van vernietiging. We zetten koers naar de Priorij. Het schip gaat lekker snel, we willen het houden. His is van plan om als we aankomen wat van het bloed van de Green Sun Prince te drinken zodat hij vermomd naar binnen kan.
We vragen ons af waarom zijn yozi meesteres hem niet over lunars en solars heeft verteld. Maar misschien verwachtte ze niet dat hij die tegen zou komen? Alle lunars zijn tenslotte tegen de fae aan het vechten. Het idee van een lunar mate zou hij misschien wel aantrekkelijk vinden.

5 Xp

Tanais – 25

Tussendoor avontuur 25 – 3 mei 2012

1-iv-1 (dag één van maand vier van het eerste jaar van Risha)

Claude is bezig met de voorbereidingen voor het kidnappen van de drie baby’s. Hij vermomt zich als wachtsergeant en ‘regelt’ een maliënkolder. De rest houdt zich met heel andere dingen bezig en gaat slapen. Midden in de nacht sluipt hij naar buiten. Hij hoort gegil uit de kamer naast die van de kinderen. Als hij naar het raam geklommen is, ziet hij Chantal badend in het zweet rechtop in haar bed. Blijkbaar een nachtmerrie. Hij klautert naar de zaal daarnaast. Vanuit de babykamer klinkt ijle orgelmuziek en gezang van koorknaapjes. Een zacht-louwwarme bloedrode gloed straalt door het venster naar buiten. Als hij naar binnen kijkt ziet hij iets vreemds: er is geen vloer meer, maar een afgrond met een regenboog. Middenin de kamer hangt een podium met drie treden. Er staan twee jongens met vleugels. Tussen hen in heft een donkere man zijn armen op. Hij zuigt de levensenergie uit de engelen. Ze schrompelen ineen en vallen neer. Het lijkt zorgvuldig getimed met Claude’s komst. Die trekt dit niet en kiest het hazenpad over daken en muren. Een half uurtje later gaat hij weer kijken. Er is niets bijzonders meer te zien: er zijn weer drie bedjes. Maar de middelste is leeg. Er klinkt wel nog steeds gezang. Dat wordt zelfs steeds luider. Er komen nieuwsgierige mensen op af, dus Claude gaat maar weer weg. Hij wil niet opgemerkt worden. Terwijl hij over de daken wegrent, klinkt er opeens een luide knal, daarna gegil. Er breekt brand uit op de tweede etage.

We worden wakker en rennen er op af. Een van de wachters roept om een bluslijn. Ze durven de kamer niet in, dus Risha gaat naar binnen. Het dak en een muur van kamer zijn weggeblazen, de twee buitenste ledikantjes zijn geblakerd en de kindertjes zijn dood. Op de plaats van de middelste wieg staat een triffid, een enorme plant met zwiepende tentakels die brandende druppels zuur rondslingert. Risha pakt het zwaard van een wachter, roept zijn harnas tevoorschijn uit ‘Elsewhere’ (dat maakt indruk op de wachters) en stormt er op af. De vloer is sponzig en rubberig en beweegt, wat het aanvallen moeilijk maakt.

Het monster slaat naar hem maar de klap wordt afgeweerd door het harnas. Met een combo van verschillende charms weet de plant te verwonden. Gwan pakt een hellebaard en Chang valt met zijn blote handen aan. Maar ze missen allebei. Risha’s tweede combo is weer raak. De triffid ontploft en spuit groen bijtend zuur in het rond. Risha zit onder het brandende spul en het zuur sijpelt tussen de platen van zijn pantser door. Snel stuurt hij het harnas weer terug naar Elsewhere, dan pakt hij een emmer bluswater en giet die over zich heen voordat het bijtende spul hem schade doet. Na de ontploffing is de Wyld weer weg, de kamer is weer normaal maar staat nog steeds in brand. Er zijn twee verkoolde wiegjes en het middelste kind ontbreekt. In alle consternatie geeft Claude een briefje door waarop staat wat hij even daarvoor heeft gezien. Een hysterische Chantal vertelt dat zij dit allemaal al had gedroomd voordat het gebeurde. Risha haalt zijn brandende harnas weer tevoorschijn en wast de derrie er grondig van af.

2-iv-1
Een delegatie van drie brahmanen onderzoekt de zaak. Ze vinden het een heel ernstige zaak dat de troonsopvolger er niet meer is. “Risha, je moe het volk toespreken om te voorkomen dat ze de verdenking op jou zullen leggen. Voor wie er niet bij was kan dit er uitzien alsof jij dit allemaal hebt georganiseerd om zelf koning te worden. En als je het nu niet de kop indrukt krijg je geruchten.
Ook Phantom Marshley arriveert. Als hij ziet wat er is gebeurt, verslikt hij zich in zijn magische thee. Claude komt er, vermomd als dienaar met een blad eten, ook bij staan. Phantom kijkt direct door de vermomming heen en zegt: “Ah Claude, tegenwoordig in de bediening?
De brahmanen en de wachters hebben niks door. Claude maakt een rare opmerking en de hoofdbrahmaan stuurt hem de kamer uit.
Koningszonen worden vaker ontvoerd,” zegt een brahmaan, “om elders op te groeien en dan later hun troon op te eisen.
Misschien klopt dat wel,” zegt Phantom. De meer oplettenden onder ons zien dat hij daar graag zelf opgekomen was.
Risha roept de bewoners van Aryan’s Abode bijeen en spreekt ze toe. “Jullie hebben vast wel gehoord dat er gisteren opeens drie koningsbabyxb4s waren. En jullie hebben de ontploffing van vannacht gehoord. We dachten eerst dat het een heks was die gestuurd is door Vixen. Maar nu weten we dat er iets veel ergers aan de hand is. Krachten uit de Wyld zijn het paleis binnengedrongen. En vannacht hebben ze de prins ontvoerd!
Hij is heel overtuigend en het volk gelooft hem. De drie brahmanen komen naar voren met een speciaal zwaard en eentje zegt: “Kniel, prins Rshyashrngya.

Hij legt het zwaard zonder ceremonie op het hoofd van de jongen en zegt: “U bent nu koning van Soul,” en voegt daar zachtjes aan toe: “tot de prins terug is.
Claude staat in het publiek. Hij lacht hardop. Maar de omstanders zijn wel onder de indruk en hij wordt tot stilte gemaand. De brahmanen vertrekken en het volk gaat mompelend weer terug aan het werk. Wij blijven achter met Phantom. We bespreken wat we nu moeten gaan doen. Eerste prioriteit is er achter te komen waar de prins is. En we moeten zo snel mogelijk onze wapens en wapenrustingen terugkrijgen, want daarzonder kunnen we eigenlijk niets doen. Gwan kan scryen en hij gaat bij de hoofdbrahmaan langs om een kristallen bol te lenen. Bij de grot aangekomen ziet hij de oude man met ingeslagen schedel in een grote plas bloed liggen. Hij slaat meteen alarm. De wacht kamt de omgeving uit, maar er zijn nergens sporen te vinden. De moord is een raadsel. Ons buurland Vixen is op oorlog uit en zij hebben een andere religie dan de shintasta. Maar zelfs de revolutionaire raad van Vixen is niet zó slecht dat ze een aanslag beramen op een brahmaan. En dit ziet er ook niet uit als werk van de Wyld of Eénoog.
Gwan krijgt de kristallen bol en ziet daarin een mandje op een rivier. Iedereen is het er over eens. Het vermoeden van de brahmaan is bevestigd. Dit is een klassiek scenario. Hij zal ongetwijfeld worden gevonden door een prinses of een arme weduwe. Phantom is bereid om Risha en Chantal stiekem in de echt te verbinden. Hij heeft al in de sterren zien staan dat er op dag 5 zo’n huwelijk zal zijn.

De brahmanen roepen Risha. Hij neemt zijn vrienden mee, ook Claude in de gedaante van een sergeant van de wacht. Ze hebben drie belangrijke dingen voor zijn agenda.
Ten eerste: op dag 9 is er een pelgrimage voor Ushas, als koning moet hij die voorzitten.
Ten tweede: op dag 27 moet de heilige stad Bronwë worden ingewijd. Er worden een heleboel nieuwe brahmanen gewijd en vanaf de 17e moet de stad vrij van monsters zijn voor de feestelijkheden. Claude stelt voor om vrouwelijke krijgers op te leiden om de monsters uit de harem te verslaan. Dat vindt iedereen een goed idee. Maar zijn opmerking om daar vrouwelijke brahmanen voor te kiezen wekt bevreemding: “Jij bent duidelijk niet van hier,” zegt Risha. “Iemand is xf2f krijger xf2f priester. Je kan niet tot twee kastes tegelijk behoren.
Het derde punt is het schaapscheerdersfestival dat op de 7e begint en dat duurt tot en met de 9e. Risha moet het openen en sluiten. “Later kun je daar wel vervangers voor aanstellen. Maar in het begin is het heel belangrijk om je eigen gezicht vaak te laten zien. In ieder geval de eerste twee maanden!
Dan is er eindelijk tijd om onze eigen zaken te regelen. We willen het dievengilde activeren om te kijken waar onze spullen zijn gebleven. Daarvoor gaan we naar Soul. Om te voorkomen dat hij wordt herkent vermomt Claude Risha onderweg als een straatmeisje.

3-iv-1
Op de avond van dag 3 komen we aan. Het is druk in de herberg. Claude vraag bij zijn contacten na wie onze uitrusting heeft gekocht. Hij krijgt het heel gedetailleerd te horen. Jack Brompton heeft het allemaal verkocht. De duurste spullen zijn met superspoed door een Qartiaanse heler meegenomen naar de haven van Sheela Na Gig om elders rijkere kopers te vinden. De goedkopere spullen zijn op weg naar Green Man en worden waarschijnlijk doorverhandeld naar Vixen. De opbrengst is naar de rebellen van het Gnat resistance Front gegaan. Dus: de Claude’s powersling, Risha’s soulsteel bracers en Chang’s maliënkolder zijn verkocht aan Vixen; en de maliënkolder van Claude, het harnas en de zwaarden van Risha, de khatars van Chang, de soulsteel powerbow zijn op weg naar de haven omdat er hier geen kopers voor zijn. De spullen hebben een grote voorsprong opgelopen in de afgelopen drie maanden. Claude stelt voor om het op te geven. Maar Chang en Risha willen het er niet bij laten zitten. Chang ziet een bekende de gelagzaal binnen komen. Phantom Marshley. Hij roept hem aan tafel. Morgen is het markt en de tovenaar wilde er wat dingen kopen.
Gwan kijkt in zijn kristallen bol. Hij ziet een schip op weg naar Euboia, een stad aan de overkant van de zee. Voor deze ene keer wil Phantom ons wel helpen. Hij vindt het lullig en ziet in dat we zonder deze uitrusting weinig kunnen doen. Als we er achteraan gaan, gaat dat wel een paar weken duren. Risha zegt dat het huwelijk dan maar moet worden uitgesteld en dat Chantal zijn regentes mag zijn. Phantom zal het doorgeven. Hij geeft ons een brandstofcel met genoeg energie voor de heen- en de terugreis. In de haven kunnen we een schip huren waarmee we de heler kunnen inhalen.

4-iv-1
Op de markt koopt Risha twee zwaarden voor zichzelf, voor Claude twee sai, een paar tijgerklauwen en een boemerang, voor Chang ook tijgerklauwen en een boemerang en voor Gwan een extra grote maliënkolder, een boog en een zwaard. Phantom zal er voor zorgen dat het verrekend wordt met de schatkist.

Dan springen we weer op onze paarden. Het is vijf dagen naar Sheela Na Gig. Risha gaat het schaapsscheerdersfestival en de pelgrimage naar Archet missen. Dat vindt hij niet erg. Schaapscheren is saai en de pelgimage gaat toch alleen maar over Chantal. Het voordeel van dat zij alle feestelijkheden doet is dat zij lokaal is en de mensen haar graag als koningin zien, terwijl Risha een van de oude shintasta overheersers is. Een nadeel is wel, dat spionnen aan de buurlanden zullen melden dat wij er niet zijn.

9-iv-1
Sheela Na Gig is een ruige stad midden in het moeras. Ze spreken er een ander dialect dan wij. We kunnen met een karavaan mee naar de haven. Die ligt een eind buiten de stad, er is maar één smalle begaanbare weg naartoe, dwars door het moeras heen. ’s Avonds komen we aan. Houten huizen op palen, dito pakhuizen en een steiger. Nu liggen er alleen vissersboten aangemeerd. Op de rede liggen nog meer scheepjes. In de herberg horen we dat er over drie dagen een groot schip zal aanmeren. Risha wil een scheepje huren, maar Claude houdt hem tegen. In de avondschemer loopt Claude over het water naar de schepen op de rede en steelt er eentje. Chang brandt wierook om zijn voorvaderen voor te bereiden op zijn komst. Gelukkig weet Gwan hoe de siderial brandstofcel geplaatst moet worden en het schip is nu zeven keer zo snel. Claude kan (een beetje) zeilen en hij kent de Main Sailing Route via Albion. Onderweg kunnen we vis vangen. Maar drinkwater was Claude even vergeten. We hopen de heler vóór de haven van Albion ingehaald te hebben.

3 xp

The RoSE – sessie 16

The ROSE sessie 16 – 26 april 2012

(De solars hebben hun doel bereikt, we keren nu terug naar de Heilige Berg voor de belevenissen van onze lunars.)

Tawuz en Wijsheid sturen een jaden ibis naar hun familie in An Teng om ze te waarschuwen voor de oorlogsvloot van het Rijk. Neef Wijsheid heeft alweer een nieuwe tatoeage: in groene jaden ‘clawspeak’-krullen staat er op zijn arm: “Deze staat onder bescherming van de oudsten van het Zilveren Pact“. Tawuz neemt afscheid van hem en dan vertrekt Wijsheid om bij White Owl in de leer te gaan als sorceror.

Bull of the North biedt ons aan dat we mee kunnen vliegen met zijn luchtschip. Onderweg krijgen we informatie over de bendieten. Handelskaravanen worden aangevallen, kuddes en prooidieren worden vergiftigd, dorpjes en boerenhofsteden worden aangevallen en verwoest, de oogst wordt op de velden verbrand. En daarbovenop zijn de faeries ook actief. Deze bovennatuurlijke dreiging is zó groot dat Bull en de Noordelijke lunars daar al hun aandacht op moeten richten. De ‘normale’ dreiging, daar zijn wij voor ingehuurd.
De reis duurt best lang, maar verloopt zonder incidenten. We landen bij Whitewall.

De stad zit vol met vluchtelingen en er wordt honger geleden. De Bull en zijn lunars stappen uit. Eén van de lunars verandert zich in een eland, Bull springt op haar rug en weg zijn ze. De bemanning van het luchtschip vraagt of we verder mee willen vliegen of dat we op eigen gelegenheid doorreizen. We kiezen voor het laatste. Tawuz en Mei Lan zijn de warmte van An Teng gewend en moeten winterkleding aanschaffen. Eye of Autumn regelt een lange bontmantel voor zichzelf. His vraagt of de bemanning een warme jas over hebben. “Nee, maar die zijn niet duur in de stad.
Warme kleren zijn inderdaad goedkoop. Winkeliers zijn allang blij met betalende klandizie. Het nieuws is niet goed: De problemen beperken zich niet meer tot Whitewall. In Gethamane heeft het bloed geregend, aan de zuidkust is de oogst vernietigd door hagelstormen, in Kunduz regende het basaltblokken (dat laatste is nieuw). Het hele continent wordt getroffen, maar het epicentrum van de plaag is wel in deze streek, hier begon het ook.
We besluiten te onderzoeken wat de oorzaak van de problemen zou kunnen zijn. Een aantal van de voorvallen klinkt als tovenarij of demonische invloeden. Mei Lan vraagt of er een tovenaar in de stad is. “Nee, maar in Wallport is een dragonblooded aanwezigheid, daar zitten vast wel tovenaars bij.
Tawuz gaat op zoek naar sporen van lunar aanwezigheid. Die zijn er niet. Echt xe0lle lunars vechten mee tegen de fearies. We vragen en luisteren verder. Er lijkt een patroon in de plunderingen te zitten: een grove uitdijende spiraal wijst erop dat er een bende in de dorpen zit die de gestolen waar verzamelt alvorens de boel in brand te steken. Met hulp van handelaars die recent nieuws kennen, plotten we de aanvallen. We komen er op uit dat de volgende serie aanvallen in de buurt van het stadje Ikh Bayan zou kunnen zijn. Dat is wel een eind reizen. Als vogels kunnen we er snel zijn, maar Lei Lan heeft geen vogelvorm.

We verlaten de stad en de Sacred Hunt begint. Eye heeft wel al een vogelvorm, maar ze wil er graag een Noordelijk dier bij. Ze kiest voor een Sneeuwwezel. Mei Lan kiest de Shard Bat. Die blijken allebei groter dan verwacht. De wezel is een meter of drie lang en de vleermuis heeft een vleugelspanne van twee meter. Tawuz en His gaan gewoon op jacht, maar de omgeving is grotendeels leeg vanwege de hongersnood. Tawuz heeft geen succes, His komt met één konijn.
His bekijkt de stad met zijn derde (groene) oog. Er wonen meerdere goden ín de stad. Maar de god vxe0n de stad is de Unconquered Sun. Ook wonen er diverse tovenaars. En vele ghost- en faery-blooded. Als hij langer kijkt ziet hij dat de hele stad een First Age mechanisme is, met bewegende straten en wijken. Het mechanisme is stuk, maar het blijft een magische, goed ontworpen stad. Tawuz realiseert zich dat ze wel naar lunars, maar niet naar solars heeft gezocht. Ook is er een groot shadowland ten Zuidoosten van de stad en er liggen aardig wat wyld zones in de buurt.

We gaan op reis. Onderweg zien we veel verwoeste landerijen. De akkers die niet platgebrand zijn, hebben vorstschade. We strijken neer bij Ikh Bayan en leggen daar ons oor te luisteren. De meeste boeren blijken hun hoeves te hebben verlaten, maar er is één yarl die weigert weg te gaan. Hij heeft godenbloed.
Dat is dus een goede kandidaat. Gaan we als mens of in diervorm? Tawuz wil als kat in de omgeving rondsnuffelen. De rest neemt weer mensvorm aan. His is vermomd als lokaal type. Tawuz verkent en ontdekt dat het complex van gebouwen is waar een clan woont.

Mei Lan, Eye of Autum en His melden zich. Een groepje boerenknechten komt met hooivorken op ze af. His stelt zich voor als Harold en vraagt of ze mogen overnachten. Ja dat mag, als ze eerst de hooivork aanraken (koud-gesmeed ijzer). De leider heet ze welkom op Karelsheim. Hij is de zoon van Karel. Die is gaan jagen. Binnen is de hele grote hal versierd met houtsnijwerk. Eén ornament blijkt in clawspeak te zijn en dat beschrijft de genealogie van de familie. Ze blijken af te stammen van een solar en een lunar. Half-caste en met lunars die op ze letten!
De grote zaal is 8 x 20 meter, met in het midden drie vuren. Op een verhoging achterin zitten zijn moeder, grootmoeder en zusters te spinnen (behalve oma, haar handen zijn te gekromd). Eye of Autumn begroet de grootmoeder het eerst en noemt haar ‘dochter van x85 (enkele namen uit de genealogie)’.. Moeder is minder toeschietelijk dan haar zoon, totdat die vertelt dat de gasten zijn gexefnteresseerd in de familiehistorie. Ze opent een kast, daar staan tientallen boeken van wel een decimeter dik. Behalve de familie is er niemand, het personeel is naar de stad getrokken. Maar dit is een bezit om voor thuis te blijven: de sagen van de familie, ze gaan wel 2000 jaar terug tot de stichting van Karelsheim. We mogen ze inzien. In het eerste deel staat hoe de voorouders zijn gevallen bij de aanval op Whitewall tijdens de usurpatie, de stamvader en –moeder woonden daar al enkele eeuwen. Hun kinderen hebben de stad weten te ontvluchten via ondergrondse gangen. De familie is nooit meer teruggekeerd naar Whitewall. Er staat beschreven dat dit de enige stad was waar de dragonblooded hun solar en lunar meesters hebben verdedigd. Dus de siderials hebben zelf hun vuile werk moeten opknappen. En ten Zuidoosten van de stad hebben de siderials een groot concentratiekamp gevestigd voor alle solar halfbloods, lunar beastmen en alle intelligente wezens die de door de exalts gemaakt waren. Dit doodskamp werd later een shadowland, één van de eerste. In Whitewall zitten nu vreemde goden: die van geluk, gezondheid en vrede. Mei Lan merk op dat nu alledrie ontbreken.

De bezoekers krijgen de gastvrijheid aangeboden. Helaas is het meeste vlees inmiddels wel op, maar de gasten bezweren dat dat niet erg is. EoA bekijkt of de hoeve te verdedigen is. Het ziet er goed uit. De toegang is in principe door één man te verdedigen. Het rookgat is wel een zwak punt. En de hal is natuurlijk brandbaar. Hij gaat een frisse neus halen en overlegt met Tawuz, die de omgeving heeft verkend. Tawuz gaat als kat op het dak zitten om het rookgat te bewaken. Als iedereen naar bed gaat, gaat His in slang vorm op een balk liggen. Mei Lan past op de familie en EoA let op de deur.
Tawuz ziet 20 man op de hoeve afkomen. Acht met een stormram bij de deur en tien klimmen met ladders op het dak. Stilletjes verwijderen ze het rooster in het rookgat en laten ze touwen zakken. His verandert in Beastman vorm en slaat de touwen door waar mannen langs naar beneden klimmen. Eén valt te pletter, twee zijn gewond en één heeft niets. Ze landen in het nagloeiende vuur, maar daar zijn ze op gekleed, met stevige laarzen en leren broeken. EoA valt aan, ook als beastman, en doodt de drie die nog staan. Ze bijt één hoofd finaal af en gooit het door een raam naar buiten. Mei Lan waarschuwt de familie. Die zet grote ogen op als ze zien wat er gebeurt. De zoon rent naar voren om de deur te openen. De zes overvallers die nog op het dak zitten, hebben door dat er weerstand wordt geboden. Eentje schiet naar His, maar mist. Die slingert zich omhoog.
Bij de eerstvolgende bonk schieten acht man met stormram naar binnen. Zoon gooit een hooivork, maar mist. Dan pakt hij zijn zwaard. Buiten staat de leider nog, met een vuurkorf en een hulpje. Tawuz springt op hem af in beastman vorm. De leider blijft dapper staan, zijn hulpje ook, maar die gaat wel wat achter hem staan. Tawuz heeft de daiklave van Quicksand Skipper. Daar is hij op afgestemd, dus hij kan vier keer slaan. Drie slagen raken, maar het is een taaie rakker in een goed harnas, de wonden zijn oppervlakkig. De twee weten Tawuz niet te raken.


His valt de mannen op het dak aan. Met twee zwaardhouwen doodt hij al twee man, de derde verwondt hij met een beet. De tegenaanvallen weert hij af of ze missen. Eye springt op de stormram en glijdt naar voren. Met Shalgeroxb4s Pride, in de vorm van twee armmessen, snijdt ze in op de mannen die de ram vasthebben. Drie mannen zijn op slag dood. Mei Lan is intussen als shardbat naar de voorkant gevlogen en valt de bestormers van achteren aan. Ze doodt er ook twee. De overblijvende drie laten de stormram vallen. Eén rent gillend weg, de andere twee trekken hun zwaarden. Eentje raakt Eye en verwondt haar licht.
Tawuz slaat het hulpje van de hoofdman met één klap bewusteloos met het plat van zijn daiklave. Met nog eens twee klappen gaat de hoofdman neer. Hij stabiliseert ze en bindt ze vast.
His doodt drie mannen, de vierde vlucht. Daar gaat hij achteraan. Eye doodt een van de twee achtergebleven krijgers en de zoon des huizes steekt de andere overhoop. Mei Lan gaat achter de vluchtende man aan en doodt die ook.

Tawuz verandert in mensengedaante en draagt zijn gevangenen naar binnen. Hij stelt zich voor aan de zoon. Die is heel vereerd. Hij vertelt dat het de zegen van het huis isxb1 als de nood het hoogst is, komen de shapeshifters helpen. EoA zegt dat het toeval is, maar daar wil hij niet aan. Daarna gaat EoA de gevangenen onderzoeken. De leider zit onder de tatoeages. ‘Zsofika rules’, die naam kent Mei Lan. Het is een demon. EoA bedenkt dat een demonenaanhanger niet onder de indruk zal zijn van zijn beastman vorm. Ook dreigen met martelen helpt niet.
De Kite Flute zal me helpen!
Wie is dat?
Een aspect van mijn Jozi, zoek maar op wie dat is!
Eye laat een druppel gesmolten metaal op zijn hoofd vallen.
Adorjan!
Ah, the Soundless Wind. Waar zit ze?
Ik zeg niets meer, je mag me dood martelen.
Het hulpje is geschrokken. Een demonen-aanhanger! Dat wist hij niet. Hij weet niet veel, alleen dat morgen het luchtschip de voorraden komt halen.
Na uren ondervragen laat de aanvoerder los dat het hoofdkwartier De Priorij heet en ligt in een ovale vallei in de buurt van Whitewall. De leider heet Ewon Rhime. De demon verschijnt bijna wekelijks. Ze offeren de gevangen kinderen en van hun botten worden fluiten gemaakt. Die hangen aan touwen van mensenhaar zodat de wind erdoorheen kan blazen.Het valt hem eigenlijk tegen dat de demones hem niet komt halen.
Eye of Autumn wil hem de genadeslag geven – de pijnlijke ondervraging staat haar tegen. Maar His neemt het over. Hij wil het hartebloed van de bandietenleider drinken om diens vorm aan te kunnen nemen. De sacred hunt duurt een paar uur. Intussen is het dag geworden. His begraaft het lichaam en houdt de kleren en het harnas, een bronzen borstkuras met arm en beenplaten. Het hulpje wordt ook gedood.
Intussen is iedereen wakker. De familie is nog steeds onder de indruk. Dit gaat worden bijgeschreven in de sagen. Ze zijn in tweeduizend jaar twee maal eerder gered door shapeshifters.
EoA reageert zich af door de lijken te onthoofden en deze op spiezen te zetten.

5 Xp

Tanais – 24

Tussendoor avontuur 24 – 19 april 2012

 

Claude heeft zich vermomd als schoonmaakster en steelt een paar messen uit de keuken. De anderen worden bijgepraat door Chantal. De heilige vuren zijn weer ontstoken. De zon is rood. Risha wil zijn schijnhuwelijk met haar echt maken. Volgens haar gaat het er alleen maar om wat het volk gelooft. Maar ze stemt er mee in om het huwelijk toch ook in het geheim formeel te laten voltrekken door een siderial.

Wat is het volgende probleem? We willen terug wat van ons is. Sandra en Florence hebben een band met hun paarden en ze weten dat de dieren zijn naar de overgebleven wyldzone nabij Sorceror’s Well zijn gerend. Als zij mee gaan komen hun nachtmerrie en eenhoorn zeker en ons groene paard en pegasus wellicht ook. Chang wil de wyld niet in zonder wapens.

Zullen we een beloning uitnodigen voor degenen de ons gevonden hebben? Chantal maakt 100 goudstukken vrij uit de schatkist voor degene die de koning-vader heeft teruggebracht. Na de grote ontploffing heeft de hoofdbrahmaan een groep soldaten naar Sorceror’s Well gestuurd. Maar hij heeft geen idee wie dat waren. Dat moeten we aan de legerleiding vragen. De aanvoerder graaft in zijn geheugen: “Dat waren 10 man onder leiding van Peter Fenton en Jack Brompton. En die hebben allebei ontslag genomen. De soldaten zijn er nog. Ik zal ze morgenochtend laten aantreden.

 

Terwijl het paleis slaapt, verkent Claude. Hij ontdekt waar het koninkje slaapt: tweehoog op een hoek aan de achterkant van het gebouw. De begane grond van het paleis heeft tralies voor de ramen, de babykamer ook. Er lopen wel bewakers rond, maar de meesten zijn toch bij de poort en de muur van de compound. Het is geen legerkamp, maar er lopen nu wel veel meer soldaten rond dan toen Aryan nog heer was. Er is nu een koning. De meeste soldaten zijn shintasta, maar er zijn ook soul-mensen en huurlingen. Achter de villa liggen moestuinen tot aan de wand van de klif. Claude verstopt daar een aantal van zijn messen.

Gwan ligt als enige nog op de ziekenzaal en praat met de verpleegsters. Archet begint weer het bedevaartsoord te worden dat het ooit was. Mildred Catchfly, de koningin-grootmoeder woont daar, en het beeld van Ushas is terug. Er is nog wel wat wantrouwen naar ons toe, maar ook acceptatie dat we het toch wel goed hebben gedaan. Gwan heeft door dat ze informatie achter houden.

Tussen zes en zeven ’s-ochtends gaan de schoonmaaksters de prinselijke kinderkamer in. Claude zorgt dat hij er eerder is. Vermomd als schoonmaakster, met een mes in de dubbele bodem van een emmer komt hij bij de wachters. “Hée Miep, waar is je vriendin?”

Claude improviseert: “Naar de wc, vrouwendingen, ze is vandaag niet rein.” De wachters kijken vies en openen de deur .

In de kamer staat een prachtig ledikantje. Het prinsje heeft een rode gloed. En hij ziet er ouder uit dan 3 maanden. Claude pakt het mes, doet het ventje een prop in de mond, en wikkelt het in een doek. Hij wil het kind in de emmer stoppen, maar het is te groot. Daarom pakt hij zijn mes steekt het dwars door de keel van de kleine koning. Het bloed spuit alle kanten op. Maar Eénoog heeft voorzien dat er een moordpoging zou kunnen komen: Er klinkt een doordringend magisch gekrijs en plotseling liggen er nu drie wakkere, krijsende kinderen in de wieg. Er is geen wond meer te zien. Claude gooit het wapen weer in de emmer, doet de dubbele bodem dicht en roept hysterisch: “Het zijn er drie! Drie kinderen!

De wachters komen binnen rennen, zien dat er bloed op Claude’s gezicht zit en slaan hem in de boeien. “Da’s menstruatiebloedx85” Nee, dat is geen goed verhaal: “De hoofdverdachte moet in de cel gegooid worden en voorgeleid aan prins-regent Rishashrngya

Risha wordt gewekt. “Er is iets ernstigs gebeurd.” “Wat dan?” “Er zijn drie baby’s in plaats van één. Een schoonmaakster is aangetroffen met menstruatiebloed op haar gezicht.” Als Risha is uitgelachen, kleedt hij zich snel aan. “Dus ze heeft er twee bíjgelegd?”

Als hij in de babykamer komt zijn er twee ledikantjes bijgezet en het wemelt er van de zoogsters en hovelingen die gehaast de bloedsporen aan het opdweilen zijn en de bebloede lakens afvoeren. Hij vraagt: “Wat stond waar?”

Er komt een warrig verhaal “bloed op de lakens en op de grondx85″

Hij blaft wat bevelen, waardoor er orde ontstaat. De dubbele bodem en de messen worden gevonden. De drie kindje verschillen in één enkel opzicht van elkaar. Idris I heeft geen moedervlek, Idris II heeft er eentje op de rechterwang en Idris III op de linkerwang. De vele minnen doen hun best om de krijsende kinderen te troosten. Risha laat Chantal er bij halen. Die wordt hysterisch als ze het ziet. Risha stuurt wachters om de hoofdbrahmaan en de siderials te waarschuwen. Die zijn er over een uur, respectievelijk een dag. Tegen dat de brahmaan er is, zijn de boze kinderen eindelijk gekalmeerd.

 

Claude zit in de zwaarst beveiligde cel, achter een stalen deur, helemaal achterin een ondergrondse gang. Met de Lock Opening Touch zet hij de deur op een smal kiertje, verandert zich weer in een wachter en geeft zichzelf een harde klap op het hoofd. Hij gaat op de grond liggen. Na 5 minuten wordt hij gevonden door de reguliere wacht (hij heeft enorm geluk dat er zo veel nieuwkomers zijn, dus het is niet verdacht dat ze hem nooit eerder hebben gezien). Ze slaan alarm en brengen hem naar de ziekenboeg om verzorgd te worden. De cel wordt doorzocht. “De heks heeft je op je hoofd geslagen en is verdwenen.

De hofsecretaris komt naar Risha en Chang: “Edelachtbare, de vergadering van vanmorgen gaat er over dat Vixen oorlog met wil met Soul omdat zij geen shintasta koning willen. Het lijkt er op dat we aangevallen worden. Er is vrij veel gemor onder de niet-shintaste. Sommigen zijn blij met een halfbloed koning, maar de Soulfield Revolutie is in Vixen nog heel sterk en machtig. Wij worden nog steeds gezien als een vreemde mogendheid en ze willen ons het liefst terug naar Satem.

De grote brahmaan spreekt: “Hier is magie in het spel. Maar het meest onmiddellijke probleem is dat we drie koningen hebben. Die zonder moedervlek is zonder twijfel de oudste. Mara hoe leggen we dat aan het volk uit? Er is een vervloeking over het kind uitgesproken. Dit riekt naar Eénoog. Als er één sterft, worden het er drie. Onkwetsbaarheidsvloeken hebben altijd een zwakke plek. Waar zit het kwetsbare punt?

Hij adviseert om de compound hermetisch af te sluiten en alles geheim te houden totdat er een goede oplossing is bedacht.

Er wordt een wachter binnengebracht die Risha iets belangrijks te melden heeft. Die wil hem wel even in een hoek van de kamer te woord staan. Claude maakt zich bekend en stelt voor om de drie te verwisselen voor één normaal kind. Maar Risha vindt dat niet haalbaar: deze geven roods licht. Ja, dat is lastig.

 

Risha neemt Gwan en Chang mee naar de raadsvergadering. Er is informatie uit de buurlanden en de andere staten binnen Greater Soul.

Soul Het land is verdeeld. Redelijk veel mensen vinden een halfbloed koning een goede verzoening. De zeer religieuzen zijn heel blij, want er komen pelgrims uit alle kanten van het land en zelfs uit Ashcroft en Shirten naar Archet. Dat wordt een belangrijke stad. De tegenstanders hebben zich verenigd in de Gnat Resistance Front. Ze zitten in de moerassen tussen Soul en Vixen en worden vanuit Vixen bevoorraad. Heel onlangs hebben ze enorm veel geld gekregen. Ongetwijfeld de opbrengst van onze eigendommen.

Vixen Mobiliseert zijn legers. De vrije steden Green Man en Sheela Na Gig steunen Vixen onofficieel. Hun Revolutionaire Raad pikt geen enkele invloed van shintasta’s en wil ons aanvallen. Maar ze zijn minder ver in hun voorbereidingen dan ze zouden willen.

Targon Is onbeschaafd en dom en ongexefnteresseerd in wat er bij ons gebeurt.

Eventyr en Selene Staan onder invloed van de Lunars (elf-achtige wezens). De informant beschrijft ze als onvoorspelbaar en neutraal. Het klinkt als de moeite waard om daar als solars eens langs gaan.

Silver Dit land staat meer aan onze kant. Hun bevolking is bloedverwant met de bevolking van Soul. De machthebbers zijn vooral gexefnteresseerd in ons geld.

Abisqueck Dit is een land ten Westen van Vixen dat geen deel meer uitmaakt van Greater Soul. Het nieuws is doorgedrongen tot hun hof en ze zien ons graag verschijnen op een steekspel.

Seskwo De zuiderbuur van Greater Soul is heel beschaafd. Ze vinden dat er geen verschil is tussen Risha en de koning van Satem. Zij zien alleen maar shintasta’s. Het kan een geduchte vijand zijn want ze hebben een veel hogere beschaving. Maar dat is meteen ook hun zwakke kant.

De Eénoog rebellen Zij hebben een florerende gemeenschap in Chetwood Forest. Ze zijn sinds de verdwijning van de wyld minder oorlogszuchtig en meer op bekering gericht. En ze zijn vrij populair, want het leven is daar beter dan bij ons.

Risha zegt dat dat komt omdat er daar sociale mobiliteit is. De hoofdbrahmaan reageert fel. Géén adelverheffing van gewoon volk. De goden hebben het verschil zo vastgesteld. Risha snapt niet waarom ze een ziel willen hebben. “Gewone mensen hoeven niet bang te zijn voor de gevolgen van hun daden, die zijn gewoon dood. Maar ik moet bij alles wat ik doe afwegen of ik er niet door in de hel kom.” De brahmaan luistert geschokt naar dit perspectief. “Nee,” vervolgt Risha, “natuurlijk wil ik niet Jan en alleman in de adelstand verheffen, maar het kan helemaal geen kwaad om Chantal, Gwan, Sandra en Florence naar voren te schuiven als voorbeelden dat onze goden wel degelijk af en toe mensen verheffen tot brahmaan of ksatrya.

Hij stelt voor om een festival te organiseren voor alle koninkrijken van Greater Soul en de drie buurlanden, met wedstrijden in sport, magie, muziek en poëzie.

 

Intussen is Claude voorbereidingen aan het treffen om de drie Idrissen te kidnappen. Hij maakt in de komende nacht het traliewerk voor één van de ramen los, regelt een grote leren zak, knevels en dergelijke. Hij is hier echt heel goed in. Daarna verkent hij de omgeving en bereidt enkele mogelijke vluchtroutes voor.

 

Na de vergadering ontvangt Risha de tien soldaten. Ze vertellen dat de leidinggevenden ons door hun laten hebben uitkleden om ons te verplegen. Onze wapenrustingen en wapens zijn op drie muilezels geladen. Zij weten niet beter dan dat die hier zijn overgedragen aan deadministrateur. Risha geeft ze de uitgeloofde beloning: ieder tien goudstukken. Dat is een paar jaarsalarissen voor een soldaat.

De volgende dag arriveert Phantom Marshley. “Zo, het gaat goed met jullie.” “Vind je?” “”Nee niet echt. Maar het is bijna terug naar normaal.”

Risha vertelt het verhaal. “Die oorlog komt er, tenzij je alle zeilen bij wilt zetten.En een vloek over dat kind, dat is erg! Chantal is wel degelijk een solar, blijkbaar heeft ze het jullie niet verteld, maar ze is ontwaakt tijdens de verkrachting. Ze is Eclips. En geloof me, het kind is echt een siderial.”

“Dat het kind een siderial is,” zegt Risha, “betekent niet dat Eénoog hem niet kan overnemen. Ik ben een solar en de enige reden dat ik niet meer onder zijn invloed sta, is de orichalcum wasplank.”

We zullen zeggen dat de heks een illusie heeft gedaan waardoor het leek dat er drie koningskinderen lagen. Eerste moeten we vloek diagnostizeren en opheffen. Dan moeten we de twee met moedervlek elders apart opvoeden.”

Chang merkt op dat siderials ook kunnen falen.

Ik zit met twee lastige compagnons samen in het triumviraat,” zegt Phantom, “en ik blijf ze trouw. We zijn allemaal aan het falen, we hebben het meermalen verkeerd ingeschat. Maar ondanks onze verschillen hebben we als gezamenlijke vijand Eénoog en de abyssals.”

“Waarom hebben jullie het speelveld gesaboteerd?”

“Jullie zijn de eerste solars en met jullie kwamen de abyssals. Er lijkt iets groots te beginnen. We hebben er over gestemd, en we hebben liever een siderial als koning dan een solar. Maar tot Idris junior volwassen is zijn jullie de baas in dit koninkrijk.”

Chang begint over de oorlog. Hij wil die niet, “we zijn faliekant aan het verliezen van Eénoog. De siderials hebben fout op fout gemaakt en wij solars zijn tegelijk verschenen met de abyssals. Wij zijn het antwoord op Eénoog, het wapen dat de goden hebben gezonden. Maar jullie geven ons niets om mee te werken. Alleen maar leugens en disinformatie.”

De afgelopen duizend jaar hebben de siderials alles goed geregeld. Als een stelletje kleuters ons nu komt vertellen dat we hen hun gang moeten laten gaan, dan kan dat natuurlijk niet. De siderial organisatie is nogal bureaucratisch, ze komt log in actie maar krachtig en vermaalt iedereen die haar tegenwerkt.”

Risha zegt: “Ik houd niet van dat soort dreigementen. Ik ben geen kleuter om klein te houden. Ik ben een zwaard. Laat me niet in de schede.”

De siderial bindt in: “Wij hebben perspectief. Vraag maar.

Risha: “Hoe luidt die profetie exact?” “Dat er een nieuwe ster zou komen, een supernova. Die zal ontstaan door samenkomst van zon en duisternis. Die gaat ontploffen. Dat is zeer ontwrichtend.

Gwan: “Dat getal drie? Drie kinderen die drie keer zo snel groeien?” “Ja, dat is van Eénoog. Dat hebben we niet voorzien.

Gwan: “Die rode zon, is die voorzien?” “Nee, die hebben we niet voorzien. Mijn gedachte, die ik nog niet heb overlegd met mijn mede-siderials, is dat de knal en de duisternis die daarop volgt, waarschijnlijk zijn wat Eénoog wil. We kunnen hem niet direct aan. De enige toegang tot zijn rijk is via Sorceror’s Well en wij gaan daar niet naar binnen.”

Risha: “Dus iemand anders moet het doen. Wij.”

Verbaasd stamelt Phantom: “Oh, dus dáár zijn solars voor. Dan kan het ook geen kwaad om de lunars er bij te betrekken. Siderials en lunars regeren samen de wereld. Je zal merken dat wij bij hen vergeleken lief zijn. x85 En de heilige stad moet nog worden gerepareerd.”

 

3 xp

The ROSE – sessie 15

The ROSE sessie 15 – 12 april 2012

 

Atis benadrukt dat we Mattan Othiéno levend gevangen willen nemen. Sarina stribbelt tegen. Sango vraagt Ghurkan om een campagne te bedenken om het wantrouwen in de stad te verminderen. “Pleeg verzet door uw dagelijkse gang te gaan, geef de demonenaanhangers niet de kans om deze mooie stad te vernietigen door onderling geweld.” En dan via de Leopard King naar de Satraap, en naar de priesters. Ghurkan wil zich niet openbaren als solar, maar Sango denkt aan iets subtielers.

Sarina wijst er op dat de demonenaanhangers bij het verlaten van het klooster in groepjes reisden, dus misschien is die Othiéno ook niet alleen. Ze stelt voor om hem eerst te observeren. Bij het halen van ons volgende rondje begint Ghurkan aan de fluistercampagne. Maar het heeft totaal geen effect. Is er iemand bezig geweest om met charms de geesten van de mensen te manipuleren?

We gaan naar het havenkwartier in, op zoek naar de heksenvinders. Eén heeft zijn intrek genomen in één van de betere hotels. Maar als we daar aankomen blijkt hij “op missie” te zijn in het Noorden van de stad. Wij gaan verder, maar Sarina blijft achter want ze wil zijn kamer doorzoeken.

De overigen komen aan in een sloppenwijk. Het volk is rumoerig en wantrouwend tegenover buitenstaanders. We zien een oude man op een zeepkist, gekleed in een pantervel, met een hoofdtooi van beestentanden en zwarte kralen. Grijs, tanig. Hij moedigt de menigte aan, die is een jonge man aan het stenigen. Ghurkan herkent de vaardige redenaar-manipulator. Er staan vijf man van de stadswacht bij die de menigte op afstand houden en er zorg voor dragen dat het niet verder gaat dan stenigen.

Atis stelt zich verdekt op en doet de Observer Deceiving Attack. Hij gooit een steen naar de heksenvinder. Die is raak en de heksenvinder grijpt naar zijn hoofd. Mensen schieten hem te hulp. Iemand roept dat de heksenvinder wordt aangevallen en de menigte wordt hysterisch. Niemand heeft door waar de aanval vandaan kwam.

Sarina gaat intussen in het hotel naar een toilet, dematerialiseert en gaat naar de kamer. Daar ziet ze gedematerialiseerde wezens met het onderlichaam van een reuzenschorpioen en het bovenlijf van een mens. En de wezens zien haar. Ze gebruikt haat vlieg-charm en maakt dat ze wegkomt. Met de Running Hare Method gaat ze als de wiedeweerga richting Noorden.

Daar wordt de menigte steeds onrustiger. Ghurkan roept (met hulp van zijn Socialize Excellency en daarna de Venomous Whisper Technique) dat de heksenvinder een bedrieger is en dat Ahlat tegen hem is. De priester keert zich tegen hem: “Jij valse profeet, jij ontwrichter, je bent geen priester van Ahlat!” Ghrkan voelt dat de heksenvinder ook een charm gebruikt en vberweert zich. De menigte twijfelt. Ze zijn allebei even overtuigend. Atis komt als een hinkend oud baasje aanlopen: “Als jij een aanhanger van Ahlat bent, genees mij dan!” Othiéno: “Ook demonenaanhangers kunnen genezen!

Sarina arriveert, nog steeds gedematerialiseerd. Ze ziet dat er op het plein nog eens drie schorpioendemonen staan, tussen de heksenvinder en het slachtoffer.

Door alle charms begint Ghurkan’s kasteteken op te lichten. De eerste kreten “Anathema” beginnen op te klinken. Sarina roept: “er zijn hier echte demonen, maar ze zijn onzichtbaar!

Ze schiet een pijl af op één van de schorpioenwezens. Die is raak en het wezen wordt zichtbaar. De heksenvinder doet alsof hij schrikt, wijst naar de jongen die gestenigd wordt, en roept: “Hij is nog niet dood!” Het gevecht begint.

Atis gooit een mes naar de heksenvinder, het raakt maar doet weinig schade: hij blijkt een soort harnas te dragen. Glinsterend als glas zie je de vorm van een demon om hem heen, met schubben en hoorns. Sarina schiet pijlen naar de andere twee onzichtbare demonen. Ze raakt en beiden materialiseren. Ze roept: “Vier demonen!“, ook om ons te waarschuwen.

Het publiek raakt in paniek en probeert te vluchten. Atis gooit een Cascade of Cutting Terror en raakt de heksenvinder. Atis’ kasteteken begint ook te stralen. De heksenvindergooit ook een spreuk: Death of Bronze Wasps (een demonische variant op de Obsidian Butterflies). Zijn kasteteken licht ook op, maar groen. Het is een Green Sun Prince!

De spreuk raakt Atis, Ghurkan en één van de schorpioendemonen. Die laatste sneuvelt. Sango maakt een snoekduik, roept: “Valse profeet!” en gooit Death of Obsidian Butterflies. De demon bij de priester gaat neer, de andere raakt gewond. Ook de priester wordt geraakt, maar bijna alles wordt door zijn Living Armor gestopt. De overlevende demon roept een zandstorm op.

Sarina roept: “Banishment op zijn beschermingsdemon!” Sango doet dat en de demon om de priester heen verdwijnt. Die kijkt boos, trekt twee groene zwaarden en zegt: “Nu ben ik het beu.

Sarina schiet op de demon en op de priester, beiuden gaan neer. De zandstorm blijft doorrazen, dus Sango doet een Emerald Countermagic. Dat werkt. Sarina gaat naar de schorpioendemonen en ontdekt dat twee ervan hol zijn. Sango stabiliseert de priester. Die was stervende, maar dat weet ze te voorkomen.Ze blijft er bij om te voorkomen dat hij bijkomt, overlijdt of meegenomen wordt. Sarina stelt voor om hem aan Lytek te geven, de god van exaltatie in Yu Shan.

Atis heeft Ghurkan meegesleept, achter de vluchtende massa aan. Hij wil weer proberen ze te overtuigen. Gelukkig reikt de countermagic van Sango tot ver in de steegjes, dus de magie van de priester doet hert niet meer. Maar Ghurkan is desondanks niet zo overtuigend. Misschien omdat hij door zijn aura duidelijk herkenbaar is als anathema. Sommigen zijn overtuigd, anderen niet.

Sarina en Sango nemen de priester over de schouder en verdwijnen een putdeksel in. Ghurkan is intussen ook een kelder ingedoken. Het duurt 4 respectievelijk 5 uur eer Sango’s en Ghurkan’s aura’s zijn verdwenen. Sarina doorzoekt de priester en vindt twee groen uitgeslagen bronzen daiklaves.

We vinden elkaar in de riolen. Na een discussie besluiten we om toch de priester van Ahlat in te schakelen. En die moet de heksenvinder zien vóórdat diens kasteteken uitdooft. Atis’ aura is na een half uurtje al weg, dus die gaat met een vliegspreuk. Buiten zicht van de wachters landt hij en gaat de tempel in. Voor zijn vriend de priester knielt hij neer en hij geeft hem zijn wit-jaden daiklave. “Vriend, vertrouw me. Nee, leg hem niet weg. Als je me niet vertrouwt moet je me met mijn eigen daiklave doden.

De priester is gexefntrigeerd.

We hebben de demonenpriestergevangen. Het was een Green Sun Prince, een anathema onder de anathema.

OK, en waarom de daiklave?

“Ik ben Solar, en daarom konden we hem verslaan.

De priester slikt, maar gaat mee. Atis gebruikt zijn vliegspreuk. In de lucht mompelt de priester: “Dit is toch niet het moment om je de keel door te snijden.

“Ik hoopte dat je dat zou zeggen,” mompelt Atis.

Ghurkan en Sango geven nog steeds helder licht, en gaan een stukje verderop zitten.Atis legt uit de de GSP vooral niet moet worden gedood, want dan rexefncarneert hij. De priester kent dit. Als hij de gevangene ziet, zegt hij: “Jullie hebben tenminste nog het licht van de echte zon, maar dit is het licht van de demonenwereld.

Hij heeft zelfs van Lytek gehoord. Hij zegt dat hij morgen het offerritueel wil doen. Atis zegt dat het heel belangrijk is. Sango steekt haar hoofd om de hoek: “Doe het op het plein waar we vochten, daar heb ik een Countermagic gedaan.

Atis stelt voor om ook een Countermagic op de tempel te doen, maar dat vinden de priester en Sango geen goed idee. Alle beschermende magie is dan ook weg. Atis zegt ook dat Ahlat over hem mag oordelen.

Dat zal gebeuren, morgen.” De priester is duidelijk verscheurd tussen wat hij geleerd heeft over anathema en zijn vriendschap, maar hij laat zich terugbrengen door Atis.

 

De volgende dag blijft Little Shu bij de gevangene. Mocht hij dreigen bij te komen, dan verzwakken we hem weer via aderlaten. Atis laat zijn uitrusting achter. Ghurkan en Sango heffen hun vermomming op. We gaan.

Het plein blijkt bewaakt door dragonblooded. Atis ‘en gezelschap’ staan op de gastenlijst. Op de daken staan ook dragonblooded, en Brides of Ahlat. Hier is door een strateeg goed over nagedacht. Ook de Wyld Hunt zal aanwezig zijn, want er zijn tenslotte gisteren anathema en demonen gezien.

Er klinkt getrommel. Vanuit één van de straten komt een processie met muzikanten, danseressen, een enorme aurochs met een bloemenkrans, de hogepriester, de satraap en de Leopard King, en daarna 99 koeien zonder littekens en met een symmetrische tekening. De koeien worden in een cirkel opgesteld, met bij elke koe een priester of poriesteres – zelfs de schoonmakers van de tempel zijn opgetrommeld om voldoende mensen te hebben. Op het hoogtepunt van de muziek heft iedereen het offeres en worden alle koeien tegelijk de keel doorgesneden. Het bloed vloeit. In het Noordwesten betrekt de zon, alsof er een onweersbui boven de zee ontstaat. Dan heft de hogepriester een wit-jaden daiklave – de dragonblooded kijken verbaasd –, roept Ahlat aan, en klieft de nek van de aurochs-stier.

Daar meterialiseert een naakte man met een stierenkop, een rode mantel en een groot geslachtsdeel. Iedereen valt op de knieën, wij ook. Atis mompelt: “Gegroet, Ahlat.

De god wil iets zeggen, maar boven de zee verschijnt een visioen van de Scharlaken Keizerin. De god kijkt geërgerd. De keizerin spreekt met donderende stem: “Mijn kinderen, mijn onderdanen, volk van de Schepping, weest stil! Hoor mij, jullie schalaken keizerin, kampioen van de Schepping, eeuwige heerseres van het gezegende eiland! Jarenlang heb ik mijn gezicht van deze wereld afgewend om te communiceren met de draak van mijn aspect en zijn vier gelijken! En nu, met mijn terugkeer uit mijn meditatieve afzondering, eindigt dit wetteloze tumult! Vandaag herstel ik de afgebrokkelde hiërarchie van mijn regering, mijn legioenen en de grote huizen! En onheil over wie ook tegen mij is in deze rechtschapen zaak!” Dan vervaagt het visioen.

 

De satraap rpijst Ahlat, de keizerin, de hogepriester en de sponsor van het offer. Ahlat kijkt verbluft, maar herneemt zich en zegt: “Deze dag is een grootse dag.

Hij keert zich naar Atis. “Jij hebt je ‘uitverkorene van Ahlat’ genoemd. Neem het zwaard waarmee mijn offer is volbracht en ga met mijn zegen.

Naar Ghurkan: “Dank voor je bijdrage aan het offer. Als je een wens hebt die ik kan volbrengen, zal ik hem vervullen,” hij heeft opeens een veer in zijn hand en geeft die aan Ghurkan, “Ik benoem te tot Quill of Heaven.” Ghurkan wenst dat zijn daden in he heden zijn daden uit het verleden goedmaken. De god antwoordt: “Dat ligt aan je eigen acties.

De satraap mag ook een wens doen. Hij wenst wat de keizerin wenst, maar Ahlat vraagt een wens van hem persoonlijk. “Dan wens ik vrede tussen onze rijken.” “Over vrede ga ik niet.” De satraap krijgt de tijd om over een wens na te denken.

Sango, dochter van de martial-arts meester, ik noem jou Arrow of Heaven,” en overhandigt haar een pijl.

Sarina wordt niet bij naam genoemd. Ze krijgt een dolk en de titel Dagger of Heaven.

De Leopard King krijgt een kroon, dezelfde klauwenkrans die gisteren nog op het hoofd van de demonenpriester stond! “Dit is de Leopard Crown, duizend jaar kwijt, gisteren teruggevonden.” (Zo lang is Sondok hier dus al bezigx85)

Dan is de hogepriester aan de beurt om een wens te doen. Hij vraagt iets tegen mentale bexefnvloeding van de bevolking. Hij krijgt een rol papier met een toverspreuk: Blood Without Ties. De Sorceroers van de satraap erkennen hem niet. Sango bekijkt de rol en kan hem wel identificeren. Dit is een tegenspreuk tegen dynastieke bexefnvloeding – iets waar zij nog nooit van gehoord heeft, maar Atis wel. Hij fluistert Sango in dat ze die spreuk moet leren.

Sarina vraagt intussen aan Ahlat of die Lytek kan waarschuwen. Ahlat zucht, maar geeft haar een gebedsrol. Atis legt het intussen bij met de hogepriester.

We danken Ahlat. De hogepriester begint een litanie. Het volk is onder de indruk. De processie gaat naar de tempel. Nu hij eenmaal is gematerialiseerd, kan de god door het effect heen breken wat hem in deze stad tegenhield. De aanbidding van de menigte helpt ook. Bovenaan de tempeltrap staan daar de drie generaals Bruiden van Ahlat. Eéntje vertrekt van woede als ze de stoet ziet. Ze slaat de hoofden van de andere twee af, gooit ze in het publiek, gooit een vuurbal op de tempel en begint Ahlat te vervloeken. Sarina gooit een Banishment op haar, waardoor haar levende harnas verdwijnt. Sarina schiet ene pijl af die in drieën splijt, alle drie raken ze haar. Atis gooit een dolk. Al dat geweld overleeft ze niet.

De god kijkt ontstemd naar de brandende tempel. Maar die kan wel weer opgebouwd worden. Hij wandelt de tempel binnen en gaat tussen de vlammen op zijn troon zitten. Wij willen wegglippen, maar de Leopard King en zijn Lesser Drums nodigen ons uit voor een drankje. We kijken uit onze ooghoek naar de Wyld Hunt, die kijkt ook zo naar ons. Maar dit is niet de dag om ons te ontmaskeren.

 

De komende dagen besteed Sango aan het overschrijven van de spreuk Blood Without Ties. Sarina en de anderen verzamelen de ingediënten om Lytek op te roepen. We geven de Green Sun Prince af.

 

10 Xp

Tanais – 16 – tweede deel

Tussendoor avontuur 16xbd

Hier volgt wat Risha die sessie heeft meegemaakt onder de grafsteen.

Risha valt een meter of 50 omlaag en raakt bewusteloos. Als hij weer bijkomt, ligt hij in een plas van zijn eigen bloed. Het is pikkedonker dus hij zet zijn anima aan. Dit is een koepelvormige ruimte met een trap omlaag. Onderaan komt hij bij een dichte deur. De Lock Opening Touch komt van pas. Daarachter is een soort balzaal, benzine begint van uit het plafond naar beneden te stromen. In de verte staat een man met een gangsterhoed. Hij haalt een aansteker tevoorschijn en lacht gemeen. Hij steekt een sigaret aan en gooit de peuk in de benzine. Risha spurt naar voren. Hij haalt net de overgang. Terwijl hij door de deur aan deze kant van de zaal rent kijkt hij achterom en ziet de man in de vlammenzee grijnzen xe0 la Freddy Krueger. Hier is weer een trap en deze eindigt bij een afgrond. Het is geen beklimbare wand. Maar als hij springt, kan hij zijn val wel vertragen door zich af en toe vast te grijpen aan uitsteekseltjes.

Hij blijft vallen

en vallen x85

en vallen.

Tijdens het vallen krijgt hij inzicht in zijn situatie. Nehal Nemar is een boze tovenaar. Hij was opgesloten en Risha heeft aan de voorwaarde voor zijn vrijlating voldaan: dat iemand zijn plaats innam.

Door zijn contract met Eénoog voelt Risha hier de lokroep van de Neverborn. Wat is die Eénoog eigenlijk een amateur! Terwijl hij valt ontvouwen zich nieuwe richtingen om hem heen: de Tempest, de onderwereld, Stygia, het labyrinth x85 het voelt als thuiskomen.

Tanais – 23

Tussendoor avontuur 23 – 5 april 2012

De volgende ruimte, nmmer 5, is Wind. We vliegen door de lucht. In de verte zien we de koets met Godefried. Onder ons is een pijlloze diepte. We kunnen niet van de wagen af. Bij Godefried is gefladder van leerachtige vleugels. Als we dichterbij komen zien we dat het monster geitenhoeven, leeuwenmanen en grote leren vleugels heeft. Het is een chimera, een door de wyld gemuteerde en gek geworden lunar. Hij is heel erg snel en behalve klauwen en tanden heeft hij ook nog een giftige adem. Godefried lijkt het moeilijk te hebben, er zijn al twee nachtmerries neer. We moeten vóór hem de volgende doorgang door, maar hij moet wel in leven blijven.
De chimera heeft het op de nachtmerries voor de lijkkoets voorzien. We zien hem over de koning heen ademen en zijn klauwen in een derde nachtmerrie slaan. Als dat dier het begeeft wordt de kar nog maar door één paard getrokken. Hij wordt instabiel en begint scheef te hangen en naar beneden te zakken.
Chang en Gwan schieten met pijl en boog op het monster. Claude ment de wagen. Risha zit binnen, maar klautert op de bok om meet te kunnen vechten. Gwan mist, maar Chang raakt de chimera. Het wezen begint te bloeden en slaakt een kreet. Risha mist met de tranquillizer gun. Dan raakt Gwan ook. Het monster bijt de laatste nachtmerrie dood waardoor de koets naar beneden stort. De adem van de chimera is zó giftig dat de koning er last van heeft, ook al is hij al dood. Een tweede chimera, de moeder, komt op de roep van het gewonde monster af. We moeten snel zijn.
Gwan lasso’t de kar, die tot stilstand komt. En we nemen hem op sleeptouw. Risha mist weer. Godefried komt direct in de gifwolk van de eerste chimera en verstijft, maar hij blijft op de bok. De chimera heeft het duidelijk op de twee hoofdpersonen van de race gemikt, want ondanks alle verwondingen die de anderen hem toebrengen valt hij nu Risha aan.
Gwan neemt de teugels over van Claude, die langs de lasso naar beneden klimt om Godefried op te halen. Dan raakt Risha de chimera, maar het slaapmiddel blijkt niet te werken. Chang raakt het monster vol, maar het blijft maar aanvallen. Risha harnas beschermt hem tegen de klauwen en de bek, en hij blijkt ook tegen de giftige adem te kunnen.
Dan komt te tweede chimera er bij. Die valt ook Risha aan. Deze chimera heeft een aura van kou en daar raakt Risha door verlamd. Hij heeft een visioen waarin hij ziet hoe Chantal bevalt van een jongetje.
Met de dode koning op zijn rug, klimt hij terug omhoog en snijdt de lijkkoets los. We schieten naar voren en bereiken de poort. Maar we kunnen er niet door omdat de chimera nog steeds niet is uitgeschakeld. De beide dieren vallen Risha weer aan. Gwan ontwijkt de eerste, maar mamma chimera gaat voor de kill. Ze blaast en bijt en klauwt de bewegingloze Risha en dan: KABOEM. Iedereen is bewusteloos.

Risha komt als eerste bij in een ziekenzaal. Een liefdevolle brahmin-verpleegster geeft hem een kom soep.
“Waar ben ik?”
“In Aryan’s Abode.”
Ze hebben ons opgehaald: “uw missie is geslaagd en de koning is gexefnstalleerd.”
“Huh, wie is er koning?”
“Uw zoon natuurlijk, de jonge Idris.”
O shit, denkt Risha, maar hij vraagt: “en is de zon weer terug?”
“Hij is beter terug dan vroeger. Het land is jullie dankbaar. Jullie zullen als helden ontvangen worden.”
Terwijl de brahmaanse vertelt, komt Gwan bij. Helaas is hij gedeeltelijk verlamd geraakt door de explosie. Ze verpleegster troost hem en hij krijgt ook een kom soep. Dan gaat ze verder: “Chatwood is geen wyld meer. Er zijn wel nog een paar wyld plekken diep in het bos, maar dat was vroeger ook al. En Eénoog heeft zijn kamp verlaten!”
“Hoe is het met Godefried?”
“Godefried is helaas heengegaan en voorgoed begraven. Zijn tombe is verzegeld.”
“Hoe lang liggen we hier dan al?”
“Drie maanden.”
Chang komt nu ook bij. Hij denkt dat hij dood is en vraagt in welke hel hij zit. Als dat misverstand is opgelost kan ze haar verhaal afmaken.
“Vier dagen na ons vertrek is er een harde klap geweest en de zon stond weer aan de hemel alsof ze nog nooit weg geweest was. Maar hij is rood. En precies op dat moment is uw zoon geboren. De koningin-moeder heeft hem Idris genoemd.” Tegen Gwan en Chang zegt ze: “en jullie hoeven je nooit meer ergens zorgen over te maken. Jullie zijn nu van adel.”
Claude is ook bijgekomen. Hij ziet de verpleegster en houdt zich stil. Brahmanen, daar heeft hij een hekel aan.
Als we vragen waar onze eigendommen en paarden zijn, valt ze even stil. De magische paarden zijn allemaal dood. En de uitrusting, daar weet ze niets van. Volgens haar hadden we niks van waarde bij ons toen we hier werden afgeleverd. Het goede nieuws is dat Frederique en Sandra ook op deze zaal liggen.

Chantal komt op bezoek. Ze is heel blij om Risha te zien, maar lijkt ook een beetje bang te zijn voor inmenging want ze heeft de afgelopen maanden de alleenheerschappij gehad. Op Rishaxb4s vraag waarom de zoon is gekroond en niet hij, die de race tegen Godefried is aangegaan, zegt ze: “De Siderials hebben tegen het volk gezegd dat het was gewoon duidelijk was. En hij is wel onze zoon hèx85”
Risha denkt even na. Hij houdt zich hoffelijk, maar inwendig is hij woedend: “Je hebt gelijk. Ik zou gewoon weer de volgende gehate Shintasta koning zijn geweest. Maar onze zoon verenigt de twee volkeren en is voor beide acceptabel.”
“Ja, Idris is de verbinding. Het volk is blij met hem.”
Het leven aan het hof bevalt Chantal goed. En het niet meer zwanger zijn ook. Met Aryan gaat het minder goed, hij is ziek. Risha belooft om snel bij de oude koning langs te gaan. Hij bestelt voor de volgende morgen een verhalenverteller, die een mooie sage van het hele avontuur kan maken. En hij bedenkt welke delen er moeten worden weggelaten, welke dingen veranderd moeten worden en welke delen van het avontuur de toekomstige generaties mogen inspireren. De god Pashupati had beloofd om hem te steunen en heeft dat niet gedaan. Er is met het speelveld gedokterd om de vijfde proeve onoverwinnelijk te maken zodat beide koningen zouden sterven. Maar de god, die dit geweten moest hebben, en de siderials hebben hem niet gewaarschuwd. Verdient een god die zijn woord breekt het nog wel om aanbeden worden x85 ?

Al die tijd doet Claude alsof hij nog bewusteloos is, maar die nacht, als iedereen slaapt, vermomt hij zich met de charm Flawless Disguise als verpleegster. Hij slaakt een kreet: “Hij is weg!”
De andere verpleegster komen in paniek aanrennen. De vragen zijn niet van de lucht: “Wie ben jij?” “Wat is er aan de hand?” “Waar is Claude?” “ALARM!”
Claude loopt weg en verandert zich in een wachter. Iedereen is wakker. Claude is verdwenen. We hebben donders goed door wat er is gebeurd, maar spelen het spel mee. Chang ontfermt zich met genezende charms over Gwan. Die dwarslaesie is in een paar dagen wel genezen. Rishe helpt de wachters met zoeken. Hij stuurt de zoekacties aan en daar is hij opvallend goed in. Ze volgen hem niet alleen omdat ze hem zien als de vader-koning, maar ook omdat hij best goed is in de krijgskunsten. Claude zoekt zijn wapens, maar vindt ze niet. Dan zoekt hij een stal om in te slapen.

De volgende ochtend gaat de zon rood op. Om twaalf uur worden we verwacht op de audiëntie bij de koning. Risha begint aan de verhalenverteller te zeggen wat hij kwijt wil over onze avonturen. Hij geeft in zijn verhaal aan Claude de Krishna-rol, de heilige wagenmenner, die teruggekeerd is naar de hemel nu hij de prins heeft geholpen om zijn doel te bereiken. Tijdens het vertellen ontdekt hij dat er een heleboel is wat niet klopt. Hij houdt dat voorlopig even voor zich, maar gaat dit als de verteller weg is wel aan zijn vrienden voorleggen.

Op het moment dat Godefried dood ging, was de wedstrijd feitelijk over. Maar we moesten doorgaan totdat allebei de koningen uitgeschakeld waren. En precies op dat moment is Idris geboren. Waarom precies op dat moment? Er is geknoeid met de tijd van geboorte!
Eénoog heeft zich vrijwillig teruggetrokken. Zijn kind, het kind van sekteleider Idris, is gexefnstalleerd en zijn doel is volbracht. Eénoog denkt dat hij geslaagd is. De siderials denken op hun beurt dat zij geslaagd zijn.
Met Chantal spreekt hij af om in het geheim snel te huwen. Het officiële verhaal is dat ze allang getrouwd waren voordat alles gebeurd was en dat Idris hun kind is.
De magische harnassen en wapens zijn door doodgewone dieven gestolen en ze zijn hoogstwaarschijnlijk allang verhandeld en het land uit. Daar mogen we ons niet bij neerleggen. We gaan er achterheen! Wie heeft in de afgelopen drie maanden het hof verlaten?

4 xp