23-v-R1
De baai is ondiep, maar onze catamaran heeft heel weinig diepgang. Alleen in het midden is een vaargeul naar de rivier en aan de binnenzijde van de om cirkelende eilandjes is ook een vaargeul. Deze geulen zijn niet natuurlijk. Het is nieuwe maan. Als we snel zijn zullen we niet worden opgemerkt. Richting Soul merken we dat de stromingen vreemd en verraderlijk zijn. Maar we bereiken de kust veilig. Drijfhout en stro drijven onze kant op. Als we langs de eilandjes varen, zien we activiteit. We herkennen dat het van Vixen afkomstig is.
In de buurt van de haven wordt het water groen, het stinkt en er drijven dode vissen in. We zien half ingestorte gebouwen. Het is verval, geen oorlog. Er scharrelt een oud vrouwtje rond. Als we aanleggen, horen we een deur dichtslaan. Groen uitgeslagen rijshout drijft in de haven en er hangt een geur van vervuiling en ziekte. We verbergen de catamaran in een oud botenhuis.
Na enig zoeken vinden we een huisje waar nog een vrouw woont met haar zoontje van 6. In ruil voor eten en schoon water mogen we binnenkomen. Als blijkt dat we van Soul komen, is ze blij.
Ze vertelt dat er iets in de lucht en het water zit. Vuur brandt groen. De hele kust is al een paar weken vergiftigd. Het is heel snel opgekomen en via de kust naar het Noorden getrokken. Het komt van de eilanden. Er wordt daar gegraven en gedumpt. Het is een grote operatie. Er is een haventje aan de Zuidkant van de eilanden waar schepen van Vixen aanleggen. De meeste kustbewoners zijn landinwaarts gevlucht. Daar is niets meer van gehoord. Misschien zijn ze het Oudewijvenbos ingegaan. Haar familie is naar Soul gegaan. Zij is achtergebleven om voor de urnen van de voorouders te zorgen. We mogen blijven slapen.
24-v-R1
Hoestend worden we wakker. De vrouw en haar zoontje hoesten niet meer, die zijn de lucht inmiddels gewend. We nemen hartelijk afscheid en gaan te voet naar Soul. Zij belooft op onze boot te passen.
28-v-R1
Na 4 dagen lopen zijn we bij Ashcroft. Daar kopen we paarden. Ashcroft is daarin gespecialiseerd en de paarden zijn erg goedkoop voor hun excellente kwaliteit. Hier hebben ze de gevluchte kustlanders de stad uit gebonjourd.
30-v-R1
Na nog twee dagen zijn we bij de stad Soul. Het is een mooie dag met de bekende bedrijvigheid. Er zijn wat meer kustlanders dan de vorige keer, maar ze lijken hier niet zo onwelkom als in de vorige stad. Op het plein staat een standbeeld van drie drie jongetjes. Er hangen bloemenkransen omheen die aangeven dat ze vergoddelijkt zijn.
We gaan de geruchten beluisteren: Er is frontnieuws vanuit Bracken. De koning wordt node gemist. Er heerst verontwaardiging omdat er allerlei rituele taken zijn verzuimd. Chantal is populair. Zij is een goede vrouw, maar de heilige stad Bronwë moet worden heringericht. De zon is weer normaal. De Eénoogcultus is gelegaliseerd. De cultus van de goden herleeft weer en Ushas is populairder dan ooit. Maar de brahmanen worden niet aangestuurd. De nieuwe hoofdbrahmaan is zwak. En het klinkende goud van Eénoog is beter dan devotie. Mensen geven wat af op de koning en zeggen dat zijn oom dit land op het oog heeft. Misschien is die wel beterx85 En Vixen is nog steeds niet binnengevallen. Daar klopt iets niet.
We vertrekken spoorslags naar Aryan’s Abode. Dat ligt er mooi bij. Als we daar ’s avonds laat aankomen is Chantal blij verrast. Risha stelt Adrarn voor. Dan wordt de Grote Raad snel bijeengeroepen. Er heerst een zorgelijke stemming.
Zonder koning geen leger. We gaan ruiters trainen en Chang stelt voor om toch weer wagenmenners te trainen, maar dan als verbindingstroepen en bevoorrading. De revolutionaire raad vond immers vierwielkarren nog wel goed. Een slimme list.
Wij vertellen dat er iets vreemds aan de hand is bij de eilanden. De brahmaan weet dat het een rij oude vulkanen is. Waarschijnlijk zijn ze daar delfstoffen aan het winnen.
Er zijn shintasta spionnen gesignaleerd.
Soul heeft een lunar gezant op bezoek gehad: Tasha. Die was heel informeel en kan goed met Chantal opschieten.
Vixen is met de Sheela cultus in zee gegaan. Dat zijn lunar goden. Sheela is de oude naam van de grensrivier tussen Soul en Vixen. Die heet nu Danesti. Chang denkt dat ze misschien alleen maar hun godin aan het beschermen zijn en zijn ze daarom niet binnengevallen.
Waarom zouden wij de andere cultussen niet ook gebruiken? Risha is ooit lid van de Eénoog cultus geweest. De hoofdbrahmaan zegt dat het geen goed idee is omdat als zijne koninklijke hoogheid aan Eénoogs kant stond, dat ze het gemakkelijker zouden hebben gehad. Het is een intolerante club met nogal wat machtsverschuivingen.
Hoe staat het met de belastingen? Chantal blijkt ook in dat opzicht erg lief te zijn geweest voor het volk.
En hoe zit het nou eigenlijk met Vixen? Chantal legt het uit: Vixen had veel eerder dan Soul de soulfield revolutie. Bij de shintasta worden de koningen in grafheuvels bijgezet en gewone mensen worden op hoge plekken gelegd om door de vogels te worden opgegeten. Maar die urnen met as zijn heel belangrijk voor de soulfielders. Hun urnenvelden zijn hun verbinding met de voorouders. Als we de revolutionaire raad afschaffen zal dat geen probleem zijn, maar van de urnen moeten we afblijven. Risha stelt voor om soldaten te lokken door ze vrij te laten in hun uitvaart. Op dat moment gaat de hoofd brahmaan even discreet naar de wc zodat we dit taboe onderwerp kunnen bespreken. De generaals zien het idee wel zitten.
Als hij weer terug is vraagt Chang: “Wat gaat er goed, wat kan er beter?” Nou. De Ushas cultus is heel populair onder vrouwen en de volgelingen van Eénoog hebben daar juist een hekel aan. De brahmanen raden aan om de oude cultus van de oorlogsgod Oaken nieuw leven in te blazen. En ook die van de Green Man, want dat trekt pelgrims uit soulfield naties en die kunnen de dreigende situatie de-escaleren. We kunnen de bodem onder de oorlog vandaan halen door Soulfield te erkennen.
Het teruggeven van de naam Sheela aan de de Danesti rivier is nog een station te ver. Maar het kan geen kwaad om de mensen die in het moeras wonen e waarschuwen dat ze zometeen hun heilige rivier gaan vergiftigen.
De hoofdbrahmaan gaat overstag. Als krijgers (zowel shintasta als soulfielders) willen worden bijgezet in een urn, dan kan dat. En we hebben zijn zegen om het gebeente van de Soulse koning te cremeren en de urne bij te zetten in het Veld van de Stier in Bronwë. We kunnen ambassadeurs van de Soulfield naties uitnodigen voor de ceremonie.
Risha laat een proclamatie uitgaan: “Krijgers die dat willen, zowel soulfielders als shintasta, mogen bijgezet worden in een urnenveld.”
Categorie archief: Exalted
Tanais – 32
Alison avontuur 32 – 23 augustus 2012
8-v-R1
In de bibliotheek van Alexandros vonden we alle informatie die we nodig hadden. Adrarn maakt zich wat zorgen over onze plannen, maar wat er moet gebeuren om Risha van zijn vervloeking af te helpen is nog veel erger. Voor de benodigde ingrediënten gaan we ’s morgens naar een half-illegale markt aan de rand van de stad. Ze verkopen hier lichaamsdelen, opgezette dieren, edelstenen en alle andere dingen die een zwarte magiër nodig heeft. We vinden een paar handelaren die een gemummificeerde baviaan verkopen, maar die dingen zijn voor ons onbetaalbaar (de goedkoopste is bodemprijs 4500 goudstukken). Claude probeert een handelaar om te praten, maar dat is onbegonnen werk. De amuletten zijn wel in de aanbieding. Hij verkoopt ze voor 10 zilver het stuk. En hij kan helpen met een oplossing voor Risha’s probleem. Hij nodigt ons binnen voor een kopje thee en verkoopt ons voor 5 goud een mooi versierd (ibishoofdje, dierfiguren) koperen rietje om doorheen adem te halen en voor nog 3 goud een emmer koningswas en andere dingen om het lichaam in leven te houden. En hij adviseert om onderweg geen ijs van de magische gletscher te nemen. “Dat is bevroren zout water en dat wil je deze bevallige slaaf toch niet aandoen.”
(Sense Motive: hij geeft ons nu een goede deal omdat hij weet dat we een goede mummie nodig hebben en dan bij hem terugkomen.) Claude bedenkt zich iets. Misschien is de handelaar wel gexefnteresseerd in een bezeten baviaan met de Bergman-demon. Dat vindt hij inderdaad wel een goede deal. We mogen de mummie leasen, als wij de kooi leveren dan wil hij het exorcisme wel doen.
Laat in de middag komen we aan bij de zwaar bewaakte metaalmarkt aan de Zuidrand van de stad. Het ligt aan de stadspoort, vanuit de zuidelijke bergen komen de baren metaal de markt op, en door de stedelingenpoort komen de afgewerkte producten de stad in. Overal zijn smidses en metaalbewerkers bezig. Roestvrijstaal is duur: 1 zilver per eenheid, IJzer is goedkoop: 3 koper, en brons kost ietsje meer, 4 koper . We komen er hier niet achter wat we nodig hebben voor een kooi voor een demon, want in tegenstelling tot de magische markt zijn de mensen hier heel bijgelovig. De bibliotheek is te ver weg, dat halen we niet meer voor sluitingstijd, dus we huren kamers in De Gouden Scarabee. Een luxe herberg met goed eten en lekker bier.
9-v-R1
Om 4 uur ’s morgens begint de herrie van de markt alweer. Op naar de bieb. Daar leren we dat een legering van ijzer met 3% molybdeen en 2% vermalen lapis lazuli de krachten van een demon tegenhoudt. Onderweg naar de metaalmarkt gaan we nog even bij de magiemarkt langs. Gemalen lapis lazuli kost 500 goud per kilo. Na enig rekenen, besluit Claude dat we aan 5 kg eindproduct genoeg hebben want een dun laagje van dat mengsel moet genoeg zijn om een gemummificeerde aap zonder demonische krachten in een houten kooi op te sluiten. Op de metaalmarkt kopen we de metalen en daar laten we ook de legering maken. Voor 160 goud zijn we klaar. Claude knutselt een mooie kooi.
10-v-R1
De volgende dag is de kooi rond het middaguur klaar en we gaan er mee naar de bavianenkoopman. Die inspecteert de kooi met een speciaal brilletje en keurt hem goed. Risha heeft zich helemaal geschoren om zo min mogelijk op een aap te lijken. We doen onze amuletten om en gaan vergezeld door de koopman en twee wachters de woestijn in. De handelaar neemt de magische honneurs waar, trekt cirkels en prevelt toverspreuken, hij is er goed in. Adrarn merkt er niks van. Maar wij zien de demon in de apenmummie verdwijnen en steken hem snel in de kooi voordat hij tot leven komt. We nemen nog een kopje thee om het te vieren en bedanken de handelaar hartelijk. Die is ook heel tevreden want de hele exercitie heeft hem niets gekost, maar zelfs een kostbare demon in een dure kooi opgeleverd.
11 t/m 15-v-R1
Op reis. Het is vier dagen varen tot waar het ijs begint. In deze periode scry’t Gwan hoe de situatie thuis is.
Chantal doet het goed als regentes. Ze heeft een standbeeld voor drie kindertjes op het stadsplein van Soul laten zetten met als onderschrift: “Het kind dat zijn belofte nog waar gaat maken. De heilige drie-eenheid in het mythische jaar 1.”
Vixen heeft een groot aantal legers gemobiliseerd langs het moeras en ze zijn ook het moeras in. De grens tussen Vixen en Silver is vrije doorgang, de twee landen werken samen.
Aan het hof van Soul komt iemand met een zilveren huid en elfenoren langs. Het is een lunar. Het gesprek met Chantal verloopt vriendelijk en geanimeerd. Selene kiest de kant van Soul. Targon en Eventyr blijven neutraal. Sesklo vertoont wel troepenbewegingen, maar die zijn als afschrikking bedoeld. Als het aan Vixen ligt, wordt het een moerasoorlog en de rivier Danesti is de grens.
Wij bedenken ons dat we eventueel via Selene en Silver om de rivier heen kunnen om Vixen vanuit het Noorden te belagen.
16 t/m 23-v-R1
We komen aan bij de landtong waar het ijs begint. Het is hier subarctisch. Risha’s hoofd wordt van zijn romp geschroefd, een heel nare ervaring en met het koperen ademrietje in een emmer met ijswater gestopt. Het lichaam wordt geprepareerd en Chang houdt het in leven. Dat lukt wonderbaarlijk. Iedere dag een dexterity plus medicine worp, en hij heeft minstens vier successen behaald per dag. De laatste dag houdt Gwan de wacht bij het hoofd terwijl Chang het lichaam weer gereed maakt om het hoofd te ontvangen. De transfer gaat ook perfect en Risha is weer zichzelf. Chang weet hem nog net op tijd tegen te houden als de jongen de vervloekte helm in zee wil gooien. “Nee! Geen draaikolk maken! x85 en hij kan nog nuttig zijn.”
Inmiddels zij we in de buurt van Vixen. Met scry’en ziet Gwan dat Sheela Na Gig in handen is van Vixen. Het stadje zit vol soldaten. In de haven in de riviermonding wordt een schip met proviand en zo uitgeladen. Genoeg om een belegering te doorstaan.
3 xp
The RoSE – nagekomen informatie sessie 21
The RoSE sessie 21 – nagekomen informatie
Jullie blijven nog drie maanden in Rathess bij de Dragon Kings.
De vier Dragon Blooded vertrekken na tien dagen met hun dode broer, die door de DK’s was gebalsemd. De DK’s zijn bereid om hen een Globe of Transport te geven. Dat is een ongelooflijk kostbaar cadeau, een 4-dot artefact waarmee ze met 150 km/u kunnen reizen. Alleen kunnen ze hun simhata’s daarmee niet meenemen. Als jullie willen, mogen jullie de vijf simhata’s hebben (anders eten de DK’s ze op.)
Arjun, de DB tovenaar, heeft de Wyld Hunt afgezworen. Na een maand of twee komt er bij Sango een bericht binnen. Ze zijn aangekomen in het Heptagram. Het Realm is een gekkenhuis. De keizerin heeft alle tovenaars opdracht gegeven om bepaalde typen demonen op te roepen en die moeten alle manses van het Realm ombouwen. De Rose Black is generalissima geworden en eerste minister van de keizerin. Mnemon is ondergronds gegaan. Ze heeft de spreuk die jullie meegaven uitgesproken en uitgedeeld, dus zij en haar aanhangers zijn nu vrij van de bovennatuurlijke invloed van de keizerin. Waarvoor dank!
Hoewel de DK’s en de Fae elkaar bestrijden, zijn jullie bij allebei welkom. De Fae maken voor jullie uit gossamer vuil- en waterafstotende kleding (vergelijk artefact 1 Collar of Dawn’s Cleansing Light). Een legging en tuniek in de kleuren van je voorkeur, met een leren riem en laarzen. Eenvoudig van snit, maar zo smaakvol dat je er in ieder gezelschap mee voor de dag kunt komen (+1 op socialize). Het voelt aangenaam van -15? tot +45? C en kan ook onder armor gedragen worden. Attunement cost is 2 motes.
De DK’s zijn bloeddorstige bruten, maar zij zijn wel eervol en trouw aan hun vrienden. De net gewekte elders zijn beschaafd, maar blijken net zo bloeddorstig te zijn. Ze doen hun best om de DK’s op te leiden, maar dat gaat jaren duren. Toch zie je in die drie maanden hun deel van de stad opbloeien. De tuinen met plantaardige biotechnologie zijn verwilderd, maar bestaan na al die eeuwen nog wel.
Jullie krijgen van de DK’s enkele geschenken: een mooie verzameling 1-dot artefactjes (stenen en houten wapens, plantjes waarmee je onder water of in een giftige atmosfeer kan ademen, harnassen van bladeren, etcetera totale waarde 4 Resources) en
voor Atis – de anklok (vuurtype) heeft de kristallen boeken in de verre oertijd zelf uitgevonden en de tovenaar legt uit hoe je die kunt lezen zonder leesapparaat.
voor Sarina – een mosok (watertype) geeft jou een zeshoekig prisma, een lockpick waarmee je sloten uit de First Age kunt open peuteren.
voor Little Shu – de pterok (luchttype) willen je de basis leren van een vliegende martial arts stijl waardoor je vanaf je hoverboard zonder penalty aanvallen kunt uitvoeren.
voor Ghurkan – de raptok (aardetype) geven je een Lore specialty in het herkennen en taxeren van DK technologie
voor Sango – een team jonge DK stagiaires die in jouw factory cathedral vervangende onderdelen van het observatorium willen gaan maken. Jullie kunnen ze altijd vragen om 1-dot artefactjes voor je te maken en ze kunnen tot 3-dot repareren, dat doen ze graag want daar leren ze van. Over een jaar kunnen ze ook 2-dots maken en 4-dot repareren.
Als Sango over de Great Curse begint, gaat er bij één van de elders een lichtje branden. De Mountain Folk hebben net zo iets: de Great Gease. Daar heeft Autochthon vóór zijn vertrek de MF mee verzwakt opdat ze geen bedreiging voor de solars zouden vormen. De Clay Man, de eerste mens, is in staat om de Geas op te heffen, maar doet dat alleen in opdracht van het Deliberative. Als de MF hun oorspronkelijke genialiteit terug hebben, dan zijn zíj zonder twijfel in staat om met het voorwerk van Quicksand Skipper de Great Curse op te heffen.
The RoSE – sessie 21
The RoSE sessie 21 – 16 augustus 2012
Ons leger verzamelt zich.
De fae leveren 200 goblins in leren rusting met schilden en zwaarden, het zijn redcaps: de veteranen dragen rode mutsen en de onervaren troepen hebben witte mutsen. Ook zijn er 100 hobgoblins, in dit geval zijn het glorieuze trollen in vol plaatharnas met zwaarden, torenschilden en lange bogen. De trollen worden aangevoerd door een shea, een hoge fae in gossamer harnas met daiklave en boog. Pijlen maakt hij uit essence. De redcaps worden aangevoerd door onze bekende Vau Chen.
De dragon kings leveren ons 200 aarde raptok, 20 vuur anklok die met vlammenwerpers zijn uitgerust, 6 xe0 7 lucht pteroks als verbindingstroepen en een groepje van 5 water mosok. Die zijn al aan het scouten.
De dragon-blooded zijn vijf broers, een ‘sworn brotherhood’ en solar night caste Harmonious Jade.
Sango vraagt aan hun wat ze vinden van de verschijning van de keizerin. “Ja fantastisch nieuws,” zeggen ze met een opmerkelijk gebrek aan enthousiasme.
Ze stellen voor om dat Harmonious Jade het einde van het gevecht de solar uitdaagt voor een duel. Als dan één van de twee sneuvelt, is er de kans dat de Eater of Souls komt. Eén van hen kent een charm waarmee hij onstoffelijke wezens tot materialiseren kan dwingen. Als we er in slagen om de ghoul-god te binden, willen ze hem in Yu Shan wel hebben want hij is na de primordial war verboden verklaard door Sol Invictus. Een complicatie is dat de spreuk maar drie minuten duurt en de poort staat bovenop een andere piramide. En ze weten niethoe ze de poort open moeten maken. Maar dat kunnen wij vast wel uitvindenx85
Het plan staat ons niet helemaal aan. Little Shu zou liever zelf de tweestrijd aangaan. En het binden van een god die zelfs de First Age solars niet aankonden is misschien wat te hoog gegrepen. Sango heeft stiekem nog even met de Sol-muis gepraat, de Eater of Souls wordt inderdaad nog steeds gezocht. We praten ook nog even over het oproepen van de godin van het offeren. Zij kan de poort naar Yu Shan openen en ze kan vertellen hoe de tempel van Sol op de heilige berg open gaat.
De verkenners komen terug. Er zitten op dit moment een paar honderd man in de piramide. Het is nodig om ze naar buiten te lokken, want je naar binnen vechten is onbegonnen werk. Een aanval van de dragon-blooded met extra bondgenoten kan daarvoor geloofwaardig genoeg zijn.
Mei Lan neemt één van de luchtschepen. We laden het met stenen. Ze neemt ook het hoverboard mee om snel ergens heen te kunnen gaan. Ze heeft de air dragon kings mee.
Little Shu voert de aarde dragon kings aan, Sarina voert de trollen aan, Atis gaat met de redcaps mee en Sango gaat mee met de fire dragon kings. Dan gaat de wapenkamer van de dragon kings open. Er liggen genoeg harnassen en wapens van obsidiaan voor alle draken. Atis krijgt een boog en een enorme verzameling pijlen waarvan sommige millennia oud zijn.
Als de dragon-blooded opmarcheren naar de piramide stromen er honderd gemengde wilde dragon kings, stalkers, naar buiten. Ze kijken gemeen, intelligenter dan die van ons, en roepen: “Honger! We gaan jullie opeten!” Op de top van de piramide verschijnt een gestalte die ze aanmoedigt. “Laat wat van de lever over voor mij!”
Sarina en de trollen vallen vanuit het Oosten aan met een regen van pijlen. De stalkers reageren geprikkeld maar laten zich niet afleiden en vallen Little Shu’s dragon kings aan. Ze halveren de troepen. Intussen komt er een stroom goblins uit de Zuidelijke ingang van de piramide, en uit de Noordelijke komen zo’n 50 verwilderde mensen. Geen topkrijgers, maar toch. Mei Lan hangt het luchtschip erboven en begint ze met stenen te bekogelen.
Vanuit het Zuidwesten komt een patrouille goed uitgeruste hobgoblins het plein opgemarcheerd. De dragonblooded en vuur dragon kings gaan het plein op vanuit het Zuidoosten en richten zich op de stalkers. Intussen chargeren de aarde dragon kings. Ook deze aanval slaat flinke gaten. LS laat zijn lucht dragon kings rondkijken op de piramide.
Bij SML komt een fae aan die vraagt waar de Schaduw Machine moet aanvallen. Ze stuurt hem naar de arriverende patrouille van hobgoblins. Al snel breekt daar de hel los: een schaduw valt over ze heen, we zien groene vlammen en horen het gekners van tandraderen.
Atis schiet een pijl af met de charm Triple Distance Effect Technique, op de Solar op de Piramide. Helaas heeft die hier een combo tegen, de Golden Flash of Destruction. Het netto effect is dat de aanval op hem zelf terugslaat. Het kasteteken van de solar begint hierdoor licht te geven. Gelukkig voor Atis schiet hij nog niet zog goed met zijn geleende boogx85
Intussen vallen de redcaps de goblins in het Zuiden aan, maar ze zijn geen partij voor de goblins, die nog fris zijn. Sabrina en de trollen vallen de goblins vanuit het Zuiden aan en slagen wel. De goblins zijn verslagen.
Het luchtschip blijft de kannibalen bekogelen met stenen. Ruim de helft sneuvelt of slaat op de vlucht, maar de rest houdt stand. Sarina neemt via de verbindingstroepen ook de aansturing van de redcaps op zich.
De dragonblooded en HJ trekken op naar de piramide. De mannen rijden op simhata’s, grote vleesetende paarden met leeuwenmanen die immuun zijn voor de anima van de exalted. Aan Atis hebben ze gezien dat aanvallen met pijl en boog geen zin hebben.
De stalkers vallen nog steeds de aarde dragon kings aan, maar weten geen significante schade te doen! Vanuit het Zuiden komen de vuur dragon kings te hulp. Ze vallen de stalkers aan, maar doen niet veel.
Intussen komen vanuit de zijstraat in het Noordoosten nog een bende kannibalen aan. De schaduwmachine heeft de patrouille hobgoblins verslagen. De aarde dragon kings vallen opnieuw de stalkers aan. Nu met succes, de helft verdwijnt. LS gebruikt de charm Mass Dispersion Rebuke en jaagt daarmee het restant van de eenheid uiteen. De paar overgebleven kannibalen zien dit en slaan ook op de vlucht. Opeens is het plein leeg, op onze krachten na en de kannibalen in het Noordwesten.
Atisxb4 verbindings-dragon king wordt naar de dragonblooded gestuurd, maar die laten zich niet weerhouden en sturen HJ de piramide op. Zij rent de trappen op en roept een uitdaging. Wij vinden het daar nog veel te vroeg voor, de solar heeft geen schram en hij heeft bijna al zijn essence nog. Ais gebruikt de Voice of Command van zijn harnas. Met volle overtuiging roept hij iets van: “Stop deze farce, met die halsband om is ze niet gemachtigd.”
HJ stopt met het roepen van de uitdaging, maar ze merkt dat ze niet kan stoppen met lopen. Aan haar gezicht is te zien dat ze strijdt tegen een overheersing. Atis vliegt er naar toe en tackelt haar. De dragonblooded balen. Nu stapt Presa, de oudste broer, naar voren en roept een uitdaging naar de solar.
Shi Mei Lan stuurt de schaduwmachine naar de verse kannibalen en laat verkenners de omgeving in beeld brengen. Slecht nieuws: van alle kanten van de stad komen er nog zo’n achthonderd man versterkingen aan. Intussen praten wij (via relays) op Presa in dat het te vroeg is voor een duel. LS en zijn aarde dk’s stellen zich op in de Oostelijke toegangsweg en Atis probeert intussen de halsband open te krijgen. Die is van een mengsel van orichalcum en soulsteel en er is geen naad of sleutelgat te vinden.
Philial Wisdom neemt de uitdaging aan en doet een ‘Cyclone of Gore’ op Presa. Dat zijn zeven klappen, Presa is onmiddellijk dood. Inderdaad, de ghoul-god verschijnt. De dragonblooded sorceror slaakt een kreet, het geluid dat iedere exalt in zijn onderbewuste heeft gegrift, de stervenskreet van een primordial. Daardoor materialiseert de godheid. De overgebleven broers springen er bovenop en de jongste bindt het creatuur met ketenen van soulsteel. 
Sango weet de aan- dacht van de zonne- muis even van de Game- cube of Divinity af te leiden. Als die het tafereel ziet, knip- pert hij even met zijn ogen en zegt: “De poort is open,” maar dan speelt hij weer verder. We laden de Ghoul-God in Ghurkan’s luchtschip en razen er mee naar de poort op de Oostelijke piramide. Hij vliegt net op tijd de poort binnen en overtuigt de bureaucraat ervan dat hij daar mag zijn en dat de dragonblooded nodig zijn om de gevangene in bedwang te houden. Aan de andere kant van de tunnel staan zeven sfinxen die de god overnemen. Hij had zijn ketenen al bijna doorgeknaagd, als god van de lijkenvreters kan hij soulsteel verteren. De aanvoerder van de sfinxen is beleefd en heet Ghurkan hartelijk welkom. “Een eclips kaste, met onze meest gezochte misdadiger!”
Ghurkan wijst ze vriendelijk terecht: “Nee, die eer komt deze dragon blooded toe.”
Zes sfinxen voeren de gevangene af, de zevende blijft nog even om een protesterende siderial de les te lezen: “Hij mag hier zijn, hij is eclips kaste. Ja, die bestaan wel! Wat praat jij nou voor onzin?”
Wij zijn achtergebleven. Sarina stuurt vooral de fae op de solar af. Die hebben een hoge moraal en hun aanvoerder kan hen steeds weer genezen. Door pure uitputting gaat Philial Wisdom uiteindelijk tegen de vlakte. Hij is dood. Er gaat een soort zucht van opluchting door de stad. Zonder de solar en zijn god hebben de kannibalen, de goblins en de stalkers geen leiding meer.
Als ze met Ghurkan door de hemelpoort terugkomen zijn de dragonblooded over hun sip: hun broer is dood. Ze zijn hun bezielende Immaculate monnik kwijt. Nee, een sleutel voor die halsband is er niet. Alleen Presa kon die open maken.
Arjun gaat naar Sango en begint over haar eerdere vraag over de verschijning van de keizerin. Zelf vinden ze er niet zo veel van, maar (in vertrouwen) hun overgrootmoeder Mnemon is er niet blij mee. Sango vertelt dat ze in dat geval een scroll heeft voor de Terrestrial spreuk “Blood Without Ties”. Als ze uitlegt dat die spreuk familiebanden doorsnijdt waardoor dynastieke magie niet werkt, is hij heel gexefnteresseerd. Hij wil hem graag overschrijven om mee te nemen naar zijn overgrootmoeder. Sterker nog, hij is bereid er zijn lidmaatschap van de Wyld Hunt voor op te zeggen. Hij en Sango gaan aan het schrijven en ze kijken direct of ze nog andere spreuken kunnen ruilen. De andere drie willen hun lidmaatschap niet opzeggen. Ook de termijn van 10 dagen kan niet opgerekt worden. Sarina wil overigens haar voornemen om daarna op hún te gaan jagen wel op een koud pitje zetten.
In die 10 dagen bestudeert Ghurkan de uitrusting van de dode solar. Philial Wisdom bezat een orichalcum grand daiklave waarvan de originele naam is weggekrast en vervangen door “Glory to Decay”, een orichalcum long powerbow genaamd “Parting Shot” en een orichalcum reinforced breastplate zonder naam. In de grand daiklave steken drie heartstones: die van de drie piramides. Grote piramide: Crystal of Legendary Leadership (Oadenols Codex p. 107), Oostelijke piramide: Sphere of Courtesans Consolation (OC 106), Westelijke piramide: Stone of the Golden Bier (sense all animate corpses, ghosts and shadowlands – but not Abyssal exalted – within 10 yards).
Atis trekt zich met het meisje terug en blijft proberen om de halsband te verwijderen. Het is erg moeilijk, maar opeens krijgt hij het door en na een dag heeft hij het slot open.
Sarina regelt intussen dat er een offer aan Sol wordt gebracht. Eén van de obsidianen messen gaat nog niet terug naar de voorraadkamers, de luitenant van de lucht dragon kings (die zijn eigen harnas uit steen gekneed heeft) gaat het offer brengen. Het slachtoffer is één van de kannibalen. Het offer is goed genoeg: de offergodin verschijnt. We vragen of ze de luitenant tot priester wil maken. Dat wil ze wel en ze vloeit in hem. In één klap is hij stukken intelligenter.
Wij willen nog langer blijven om de piramide van de zon te verkennen. We vinden zelfs nog een paar geheime deuren die Philial Wisdom in zijn 140 jarige verblijf niet ontdekte. Het lukt Arjun niet om zijn broers er van te overtuigen dat het belengrijker is om de scroll naar Mnemon te brengen dan om ons te verslaan. Dus, zodra het contract verloopt, zet Ghurkan al zijn overredingskracht in – met de Wise Eyed Courtier Method. Dat werkt, ze besluiten dat ons verslaan niet meer nodig is. LS overtuigt de jongste, Puti, nog verder. Ze gaan, met de smoes dat ze Presa moeten terugbrengen, direct naar het Heptagram. Ghurkan laat Arjun beloven de spreuk te verspreiden, maar dat was hij sowieso al van plan.
Na de tien dagen vertrekken ze, en dan vervalt ook het verdrag tussen de dragon kings en de fae. Omdat onze verse priester de piramides in gebruik heeft, en de fea er niet heel erg in zijn gexefnteresseerd, vallen die toe aan de dragon kings. De pure aanwezigheid van een dragon king priester tilt de dragon kings alweer een treetje hoger richting intelligentie, maar het is niet genoeg.
Bij het verkennen van de piramides ontdekken we dat elke piramide symmetrisch is en onder de grond net zo ver door gaat als boven de grond. In het midden van de grote piramide vinden we de ongebruikte woonvertrekken van Merala, de koningin van de oude solars. Op het diepste punt van de piramide van de ondergaande zon vinden we een ondergrondse kamer met zeven sarcofagen. Er liggen dragon kings in. Ze zijn niet dood, maar in stasis.
Sango zegt dat we voorzichtig moeten zijn. Deze lui zijn uit de tijd dat de mensheid als snack werd beschouwd. Sarina merk op dat ze geen mens is. Maar volgens Atis en Sango is dat de vloek die spreekt. Little Shu bepotelt de sarcofaag van de krijger. Sarina denkt intussen goed na en realiseert zich dat er maar één vuurtype is. Ze activeert die sarcofaag, daarin ligt de sorceror.
Het wordt een hele xb4catch upxb4-sessie. Ze zijn in de tijd van de Great Contagion is stasis gegaan. Wij vertellen over het verval van hun beschaving, de keizerin, de Ghoul-God en de Ebon Dragon. Hij laat de andere zes wekken en neemt ons dan mee naar het observatorium. De vervallen stad, overgroeid door de jungle, en de primitieve stalkers en dragon kings grijpen hen duidelijk aan. Het observatorium blijkt leeg geroofd te zijn, dat is een behoorlijke tegenslag! Nu moeten ze het met de loom of faith doen, maar dat is een primitief en onbetrouwbaar instrument uit de begintijd van Creation. Die in de onderwereld (de Kalender van Setesh) is wel goed, heel mooi en hij werkt een stuk beter. Maar is lastig te bereiken als je niet dood bent. Ze zien in dat ze hier een heleboel te doen hebben. Ze willen ook niet mee naar de berg Meru om de tempel van Sol te wijden. We mogen onze verse priester meenemen. Die is weliswaar jong en nog niet zo slim, maar zijn accreditatie is onbetwist, omdat hij direct door een god, nog wel een plaatsvervangster van Sol, is gewijd.
In een lang theologisch gesprek legt de sorceror uit dat Creation ooit door de primordials gemaakt is om van de fae af te zijn. Hij vertelt hoe Sol en Luna gemaakt zijn door de primordials. Toen zij af waren kwamen de Maidens uit de toekomst. Volgens de dragon king theorie zijn zij subzielen van Ouranos, een primordial die nog niet bestaat. Daarna zijn alle andere dingen geschapen: Creation, Yu Shan, de lagere goden, dragon kings, andere intelligente rassen, mensen, dieren, planten. De goden dienden de primordials, de dragon kings dienen de goden en de mensen dienden de dragon kings. Soms gaf een god zijn krachten aan een dragon king.
Het ging fout toen Autochthon besloot om te experimenteren met het geven van goddelijke krachten aan mensen. Of eigenlijk ging het fout toen de goden die techniek gingen gebruiken in hun opstand. En de bron van die opstand is dat de goden de Games of Divinity wilden spelen. Die waren door Autochthon gemaakt, als afleiding voor de primordials, en zijn helemaal niet voor goden bedoeld. Hoewel ze hebben gewaarschuwd voor het gevaar van de Games, bleven de dragon kings trouw aan de goden want dat is hoe ze gemaakt zijn. Ze zijn zo trouw aan Sol, dat ze zelfs accepteerden dat hij na de oorlog de solars boven hen heeft geplaatst en dat hij zelf de vorm van een mens heeft aangenomen in plaats van een draak.
De dragon king elders gaan de grote piramides ontmantelen om het observatorium te repareren. Dat gaat zeker een jaar duren. Han Tha naar Yu Shan brengen was volgens hen een slecht idee. Dan kan hij daar goden tot het kannibalisme bekeren.
Tanais – 31
Tussendoor avontuur 31 – 9 augustus 2012
3-v-R1
Aan boord van de catamaran. Adrarn heeft niet door dat er een demon in hem huist. We discussiëren over hoe we naar huis kunnen. Melek Qart, waar we net vandaan komen, is het meest technologisch beschaafde land van de wereld. Het eiland Minos ligt op een dag varen van hier. Dat is een groot handelscentrum. Als we van daar de noordelijke handelsroute willen volgen moeten we snel zijn, want over een paar weken vriest die dicht. Dus daar kunnen we niet meer dan een week blijven.
Claude kijkt eens goed naar de vervloekte helm. Hij is slecht voor je uiterlijk en je charisma. Het gaat steeds meer lijken op een vergiet waar haar doorheen groeit. En hij zit vast, heel erg vast. We gaan naar Minos.
4-v-R1
Dag varen
5-v-R1
Bij Minos is de marine duidelijk aanwezig. Er zijn boeien met vlaggetjes voor de haven die aangeven hoe we moeten varen en er komt een schip langszij. Claude vertelt dat hij de kapitein is en stelt de rest van ons voor. Hij zegt dat we hier zijn om handelswaar mee te nemen naar Soul. Zes zwaarbewapende potige mariniers inventariseren wat we op dit moment bij ons hebben. Ze vinden Risha maar verdacht. Claude legt uit dat we ook iemand zoeken om die vloek op te heffen. De aanvoerder reageert met: “Eén regel: vervloekte mensen mogen niet overboord worden gegooid. Zo is ook de draaikolk van Melek Qart ontstaan. Een vervloekte jongen is daar overboord gegooid.”
We beloven Risha niet overboord te gooien. Dan geeft de korporaal het adres van zijn broer die tovenaar is. “Ezhran Isfahar. Zeg maar dat ik je gestuurd heb, Braban Isfahar. En nog een advies: houd goed de boekhouding bij.”
We leggen aan in de haven van Gordias. Het is een grote haven, maar rustieker dan de havens van Melek Qart. Veel zeil, veel specerijen, geen megatankers. Voor een paar zilveren munten mogen we een week blijven. De stad heeft ruime straten met kinderhoofdjes en stenen huizen van twee verdiepingen, we zien riksha’s en draagstoelen. Ze hebben riolering en stromend water. De vrouwen zijn hier vrijer dan in de meeste landen. We zien mensen uit allerlei landen, chinezen uit Dao en Chao, indiërs uit Melucha, egyptische types uit Geb en vikingachtige barbaren uit Waldheim. Er zijn ook veel slaven. Gwan kijkt zijn ogen uit. Hier is hij de vreemdeling; er is verder niemand uit Soul.
Er zijn een drietal herbergen, de Onbehoorlijke Vrouw, De Ever Zwijn en Het Galopperend Paard. We nemen de eerste. Het ruikt er naar opium, de bedienende dames zijn fris, maar het publiek bestaat voornamelijk uit zeelui. Hier vallen we niet op. We checken in bij de zakelijke bazin. Gwan wil een ordentelijke kamer. “Al onze kamers zijn ordentelijk.” Inderdaad, het zijn nette kamers en vandaalbestendig. We installeren ons. Chang heeft blije herinneringen aan de geur en bestelt een pijp.
De tovenaar blijkt in een goed buurt te wonen op een landtong in zee met een eigen strandje. Een stuk beter dan we hadden verwacht. Gwan is onze magiër dus die mag aanbellen. De huishoudster geeft het bericht door en dan komt de rondborstige koopman-tovenaar Ezhran ons open doen. “Als mijn broer jullie gestuurd heeft, zijn jullie mijn vrienden.”
Nadat we ons verhaal gedaan hebben, houdt hij een fakkel bij de helm. Dat doet behoorlijk pijn, maar hij trekt zich niks aan van Risha. Als het begint te gloeien ziet hij een merkteken.
“Demonen van Geb! Van wie is deze slaaf?” vraagt hij.
“Nou, ik ben geen slaaf,” zegt Risha, “ik heb het ding per ongeluk opgezet.”
“Dat was een behoorlijk domme actie,” hij neemt Gwan mee naar de bibliotheek en zoekt een boek uit waar een plaatje van de helm in staat. Het is in het minoxefsch. Gwan krijgt de uitleg. Als ze weer terug zijn vraagt de tovenaar: “Zal ik het demonstreren? Het is toch maar een slaaf.”
“Nou laat maar. We zijn nog aan hem gehecht.”
Gwan brengt Risha het slechte nieuws: “Deze helm zorgt ervoor dat niemand je meer serieus neemt. Hij kan alleen verwijderd worden met de magie van Geb. Een neven-effect is dat de helm met hoofd en al van de romp kan worden verwijderd. Meestal worden dat soort losse hoofden als orakel gebruikt. Het hoofd kan ook worden getransplanteerd naar een ander lichaam. Op dit moment is er nog geen oplossing.”
Dan leggen we het tweede probleem voor aan de tovenaar. Claude neemt Adrarn en zijn demon even terzijde terwijl Chang het probleem uitlegt. Deze demon staat in een grimoire, het is ‘de Bergman’.
Hij kan een Cone of Cold doen en de bezetene verandert langzaam in een zesarmige aap. De demon is ooit ontstaan in een verkeerd gebouwde graftombe in Geb. Om hem uit te drijven heb je een geschikt nieuw medium nodig om hem in op te vangen en de demon moet geloven dat de huidige bezetene het niet gaat overleven. Voor de andere aanwezigen is een speciaal amulet tegen deze specifieke demon nodig om te voorkomen dat die één van hun uitkiest in plaats van het medium. “Dol op wilde honing” staat er ook nog in het boek.
Gwan wil nog wat boekjes over scrying. Dat is (tegen betaling) geen probleem.
Dan gaan we eten bij de Onbehoorlijke Vrouw. Het is heerlijk en het heeft uitstekende bediening. Adran vindt het allemaal prachtig. Claude besluit om hem in te wijden in wat er zoal gebeurt in een hoerenkast. Gwan krijgt zelfs een gratis xb4behandelingxb4. Chang neemt een pijpje en Risha besluit om met hem mee te doen. Dat geeft wat rust, de stress vloeit weg, hij voelt de vervloeking wegzakken en alles wordt teruggebracht tot zijn proporties.
6-v-R1
De volgende dag is hij een beetje groggy. We gaan naar de markt om handelswaar in te slaan voor Geb. Daar willen ze huiden en amber hebben, plus keukenkruiden zoals lavas, tijm en marjolein, waar het daar te heet voor is. We slaan een flinke voorraad in en Claude koopt alvast een paar balken als glijders voor wanneer hij de catamaran tot slee moet ombouwen. Dan schepen we in en Claude maakt de boekhouding op. ’s Middags zijn we gereed om te vertrekken. De controleurs van de marine zien dat alles in orde is en we kunnen de zee weer op. Het water is stil en rustig.
7-v-R1
Aan het einde van de volgende dag komen we aan bij de havens van Alexandros. Het is een echte metropool, druk, chaotisch en kleurrijk. We zien nog meer verschillende nationaliteiten dan op Minos. Wij leggen de catamaran aan een stijger in een vrij armoedige haven, er is ook een marina voor heel dure schepen. Claude zoekt een krantje en leest op pagina 3 dat er een grootvizier is vermoord in Melek Qart, de harem is terechtgesteld en Adrarn’s vader is inderdaad de opvolger.
Dan verkopen we de lading. Dat brengt het vijfvoudige op van wat we er voor hebben betaald. We hebben nu 100 goudstukken.
8-v-R1
De bibliotheek heeft een aura van diepzinnigheid. Voor we naar binnen mogen, moeten we onze wapens afleggen. Het is een enorm bouwwerk vol met magische papyri. De afdeling demonologie is een hele vleugel. Een bibliothecaris leidt ons naar de juiste plank en daar toont hij ons een boek dat over de Bergman gaat. Tegen een kleine vergoeding vertaalt hij de relevante delen voor ons. De Bergman is een aap-demon. Zijn gastlichaam gaat steeds meer op een aap lijken, maar hij heeft een voorkeur voor gastheren die harig zijn en van wie het gezicht al op een aap lijkt. Voor de uitdrijving is een gemummificeerde aap dus nog beter dan een mens om de demon in te lokken. De demon zal denken dat de aap leeft.
In een andere boekenkast staat het boek “Vervloekte Helmen”. Die van Risha staat er prominent in vermeld. De makkelijkste oplossing is om het hoofd van de romp te halen en een week in ijswater te leggen. Dan weekt de helm los. Het hoofd blijft gedurende die week magisch in leven, maar heeft wel een snorkel nodig. Je moet er de laatste dag wel bij blijven, want het proces van loskomen duurt maar vijf minuten en vanaf het moment dat de helm los is, moet het hoofd binnen een seconde terug op de romp zijn. Als de helm helemaal los is, moet het hoofd direct terug op het lichaam worden geplaatst. Om het lichaam in leven te houden is een ander boek te vinden op de afdeling Chirurgie. Een lieve dame vertaalt “Hoe Houd Ik Een Lichaam Zonder Hoofd In Leven”: alle openingen in de nek afsluiten met koningswas en bloed van de juiste bloedgroep rondpompen met een leren zak om het lichaam in leven te houden. Chang oppert dat je daarvoor ook best het hoofd van iemand die je niet mag kunt gebruiken.
Er is ook een hele afdeling over brahmanisme. Risha leest “Hoe Genees Ik Iemand Van Zijn Afkeer Van Brahmanen” in de hoop daarmee Claude te kunnen ‘helpen’.
Gwan leest in een boek over amuletten dat bij het exorceren van de aapdemon alles afhangt van de lichaamsbeharing en de gelaatstrekken van de deelnemers. De demon springt over naar de meest aapachtige van de aanwezigen. De grondstoffen voor het betreffende amulet kosten 2 goudstukken. Ook is hij gexefnteresseerd in magische manieren om ijs te maken. En hij leest een recent bericht dat het onbeduidende koninkrijkje Soul de zon lokaal afwezig was en met hulp van de nieuwe koning weer terug is. Zo iets is nog nooit eerder gebeurd. Ieder gebied wordt door zijn eigen godheden in stand gehouden. Er gaan wel eens dingen mis, zoals de pest, eeuwig de wassende maan aan de hemel en dat soort dingen. Maar zo iets is ongehoord! Over Eénoog is weinig te vinden. Het wordt beschreven als een nieuwe, onbekende macht.
Risha is benieuwd naar solars. Hij vindt wel een plankje over siderials en in één boekje staat een verwijzing naar ons: de solars zijn uitgestorven in de ‘meltdown’ duizenden jaren geleden. Dat is alles wat er in deze enorme bibliotheek over solars te vinden is. Wel is er nog een hele plank met boeken over lunars. Over siderials leest hij dat ze in het geheim opereren, machtiger zijn dan Qartianen, zich groeperen in autonome cellen en ook actief zijn op de zuidelijke continenten. De lunars zitten vooral in het Noorden, Forochel en de oudere culturen die daar zijn. Niemand wil echt veel met ze te maken hebben. Het zijn mythische wezens.
3 xp
The RoSE – sessie 20
The RoSE sessie 20 – 2 augustus 2012
(over naar de solars)
We willen eigenlijk nog naar de ruxefnes van de verloren First Age stad. Vanuit de stad waar we u zitten, moeten we eerst naar de stad Seleren. Daarvandaan naar de Grey River, die 700 km stroomopwaarts varen naar het Zuiden en de tak naar het Oosten nemen. Na nog 200 km aanleggen en verder door het oerwoud naar het Noorden. De stad heet Rathess. Sango kijkt een goed op de kaart en merkt op dat we ook gewoon vanuit Nexus die rivier op kunnen varen. Maar hoe komen we snel in Nexus? Zouden er hier Gates zijn? Ghurkan gaat informeren in de haven. De overtocht naar Nexus is goedkoop maar niet snel. Het snelste schip gaat naar buurstad Looksy. Een groep dragonblooded uit de stad wil snel naar huis in veband met de versijning van de keizerin. En Sarina heeft nog een rang in de politie van Lookshy. Ze gaat haar uniform oppoetsen en ontdoet zich van haar vermomming zodat ze er hetzelfde uitziet als toen.
Ze herkennen haar: “Had jij niet iets met demonen te maken?”
“Jawel.”
“Wat deed jij dan hier?”
“Er waren hier problemen. Geheime missie.”
Ze mag met hun inschepen en mag ook haar companen meenemen.
Het blijkt toch nog een reis van een aantal weken. In de loop van de reis merken we dat de dragonblooded van Lookshyeen stuk minder arrogant zijn. Ook hun versie van de Immaculate Order is minder strikt in de leer. Ze vertellen dat er ook een Wyld Hunt in de stad was, op zoek naar een anathema. Maar die was al vertrokken richting een verloren stad pal naar het Oosten. Dus die hebben een luchtschip gecharterd. Het waren vijf broers met honderd man troepen. De oudste een jaar of vijftig, de jongste net uit het ei. Ze waren net een weekje weg.
Lookshy is in verhoogde staat van paraatheid. Ze zijn geen deel van het keizerrijk dus de terugkeer van de keizerin is potentieel slecht nieuws. Sarina licht haar vertrouwde contactpersonen in te over de Ebon Dragon en dat er plots vanuit Malpheas spelen. Als ze vraagt, kunnen we eventueel een zeilboot lenen, maar we kunnen eigenlijk niet zeilen. We besluiten over land naar Nexus te gaan en daar thuis voorraden in te slaan en een bemanning te ronselen.
Vanuit Nexus is het nog drie weken reizen tot de plek waar we het oerwoud in moeten. Er is geen oude handelssteiger of haven te vinden, maar Ghurkan ziet wel een afgebroken obelisk. Little Shu vindt het begin van een weg en Sango voelt de essence resten. We vragen de bemanning om hier twee weken op ons te wachten.
Na een dag of twee komen we bij een stuk bos waar bronzen klokjes aan de bomen groeien en de slangen liedjes zingen. Het blijkt een wyld pocket. Sarina pakt haar ijzeren staf.
“Foei, foei, wat een onbeleefdheid!” zegt een groen mannetje in een schots en scheve wapenrusting.
Hij nodigt ons uit om kennis te maken met ‘de Vrouwe’. Uiterst beleefd leggen we uit dat we op doortocht zijn. Het mannetje maakt wat gebaren en opeens wil Ghurkan toch wel mee. Little Shu probeert hem te overreden, maar wordt zelf ook betoverd. Sango roept Little Shu tot de orde, als leider van nature, en dat lukt. Met argumenten over schatten in de verloren stad weet ze Ghurkan aan het twijfelen te krijgen. Little Shu gebruikt zijn leiderschapskwaliteiten en weet daarmee Ghurkan tot zijn zinnen te brengen.
“Wel,” zegt het mannetje, “als het niet goedschiks kan x85” en hij klapt in zijn handen. Aan de andere kant van het pad verschijnen 12 hobgoblins.
Little Shu doet de Arrow Storm Technique, daarmee schiet hij negen hobgoblins aan. Sarina doet een Ruin of the Feathered Death en richt zich op de overgebleven drie. Ze raakt ze alle drie en die zakken in elkaar. De andere negen slaan op de vlucht.
De goblin lacht: “Jullie hebben de proef doorstaan. Welkom, Solars, helden! Laat ik me voorstellen, ik ben Vau Chen. We kunnen jullie goed gebruiken”
Het mannetje verandert in een dame van 2m40 in een gewaad van gesponnen dromen, met vlindervleugels op haar rug, bovenaards mooi.
“Sorry mevrouw, we moeten door.”
“Ja ja, jullie moeten naar Rathess en jullie weten niet wat daar zit. Er woont daar al 140 jaar een solar, maar dan één van de oude soort. We kunnen niet tegen hem op: krankzinnig, essence 6, hij heet Philial Wisdom en wordt ook wel de Goblin King genoemd. Hij wil creation aan gaan vallen. De Wyld Hunt? Ja die is een maand geleden over komen vliegen, we hebben ze niet zien vertrekken. Die hebben geen schijn van kans, dus we hebben ze dit aanbod niet gedaan.”
“Waarom dit aanbod? Is hij jullie aan het charteren voor zijn leger?” vraagt Sango.
“Ja, we zijn al 40 greater goblins kwijtgeraakt en honderden lesser goblins. We vertellen jullie wat we weten:
Pas op voor stalkers. Dat zijn verwilderde dragon kings. Zo slim als een kat, sluw en levensgevaarlijk. De stam in de toren van de luchtschepen is slimmer, mens-niveau. Spreken Old Realm maar zijn nog steeds wild.
Er zijn geen echte mensen, wel godblooded onder de grond, afstammelingen van de Leach Gods. En er zijn nog wat gemuteerde mensen.Philial Wisdom recruteert onder hen. De slimmere dragon kings in de toren zijn zijn gezworen vijanden. Hij bekeert via kannibalisme, want dat werkt echt: zijn volgelingen krijgen de kracht, schoonheid en wijsheid van de mensen die ze opeten.”
Sango vraagt naar Harmonious Jade.
“Die is langsgeweest. Maar ze was onbeleefd. Ze begon meteen te schieten.”
Little Shu merkt op dat we bondgenoten nodig hebben.
“Die hebben jullie nu,” zegt ze.
Ze gaat door met de plattegrond van Rathess uit te leggen. (Klik op de kaart voor de link naar een veel groter beeld)

Oost-West liggen drie piramides, opgaande zon, zenith en ondergaande zon. Op de middelste woont Philial Wisdom. Er zijn vier torens voor luchtschepen aan de rand van de stad. De noordelijke en de zuidelijke toren zijn ingestort. De westelijke is van de goblins en de oostelijke is van de slimmere dragon kings. Er woont ook een god van de luchtschepen, maar die heeft niet zo veel meer te doen tegenwoordig. Deze weg komt in het zuiden aan, daar zullen de patrouilles van de goblin king het meest waakzaam zijn. Ze stelt voor om naar haar toren te gaan. Ze leidt ons, maar blijft zorgvuldig van het pad af.
Als we bij de stad aankomen, vraagt ze ons te verkennen. Sarina doet dat. Sanga kijkt naar de essence-stromen en vraagt of iemand Sorceror’s Sight kan doen. Dat doet Vau Chen wel. We trekken door en komen bij een schrijn van een godin van de dragon kings. Ze is Leeayta de strijdgodin. Sango stelt voor om wat te offeren, Little Shu legt een pijl met 2 motes essence neer. Sarina kijkt met Spirit Sight en ziet dat de godin het offer aanneemt: “Is dit uit de goedheid van je hart, of wil je iets?”
Sarina zegt dat het uit de goedheid van zijn hart is, maar dat we misschien gaan vechten.
“Tegen wie?”
“Er schijnt een solar problemen te maken.”
“Ja, die is een probleem.”
Ze vertelt dat het haar niet lukt om de dragon kings te beschaven. “Via Sol?” “Die heeft geen belangstelling.”
Wij vertellen dat we de centrale tempel van Sol op de heilige berg willen herwijden en dat dit alleen door een dragon king kan worden gedaan. We laten de mouse of the sun zien. Die zegt “Hoi”, maar speelt door. Het gezicht van de godin betrekt: “Vroeger was ik Zijn rechterhand.”
Als we iets aan Han Tha willen doen, zijn er nog twee belangrijke goden in de stad. De godin van de vliegtorens is niet zo machtig maar een offer aan haar kan geen kwaad, want als je een vliegtuig aanrakt (er staan er nog in de torens) zonder respect te tonen, ben je dood. En dan is er de Mistress of Hearts. Zij is gek geworden. Als je haar mee wilt krijgen, moet je offeren op de manier zoals zij vindt dat het moet – op de oude manier van de dragon kings. Ze vertelt hoe dat ging. Leeayta kan de dragon kings in de vliegtoren op onze komst voorbereiden – ze incarneert zich in hun leider. Dan wijst ze ons op 20 gewapende dragon kings die tijdens het gesprek geruisloos bij ons zijn komen staan. “Dit is de escorte die ik voor jullie heb geregeld.”
De dragon kings spreken eenvoudige zinnetjes Old Realm. De fae is intussen verdwenen, eigenlijk zodra de godin verscheen. Sango mompelt “We go with the flow.”
“Allies, OK?”
Eén van de earth dragon kings heeft een zelfgemaakt stenen harnas aan. Hij kan steen boetseren. Ze leiden ons door het waterkwartier naar het oostelijke kwartier, dat is voor mensen gebouwd, door achteraf steegjes want er zijn overal patrouilles van de Goblin King. Als we langs een schrijn van Leeayta lopen, leggen ze slinger kogeltjes neer. Little Shu offert ook weer essence. We ontwijken de patrouilles.
Een groot deel van de stad is nog steeds First Age, met perfect onderhouden tuinen. De luchttoren is ook een First Age gebouw, enorm hoog Hij steekt ver boven de bomen uit. De dragon kings zijn blij dat ze ons hun mooie toren kunnen laten zien. De hal is groot genoeg om een grote aardedraak te huisvesten. Er is nu een kookplaats en een groepje jonkies met wat vrouwen. Af en toe krijgt er eentje een mep als die stout is.
Ze leiden ons, glimmend van trots, naar de lift. De voorman drukt op een knopje, leidt ons een kamertje in en telt 3×3 knopjes af. Daar woont de grote baas. De knopjes gaan tot 80 en dat is volgens onze inschatting nog lang niet de bovenkant van de toren. Sango heeft wel eens over liften gelezen en legt het concept uit. De dragon king neuriet enthousiast met de heilige muzak mee.
Op de 9e hangen huiden aan de muren, ook van mensen, en er staan vele branders. Het is erg warm, hier wonen de fire dragon kings. De hoofdman zit in een mooie zaal. Hij is al wat ouder. Met Spirit Sight ziet Sango dat de godin hem haar krachten schenkt, maar hem niet overschaduwt. Zo gaat dat met dragon kings.
De hoofdman heet ons welkom. Hij spreekt ook Old Realm, wat beter dan de rest: “Welkom, waarom de eer?”
“We hoorden dat er een solar hiernaartoe gevlucht was.”
“O, een solar. Vandaar dat ze 10 van ons met één pijl neerschoot. Die anderen hebben haar. Vijf, in gekleurde stenen harnassen.”
“Wat is er met hen gebeurd?”
“Ze zitten onder de grond. Willen die in de piramide uitroken. Dat gaat niet lukken. Hij is goochem.”
“Welke kaste is die van de piramide?”
“Dawn, tot sjagrijn van de Lijkenvreter.”
“Wie?”
“Han Tha, de Ghoul God.”
“Huh?”
“Dat heb ik zelf uitgevonden. Han Tha is de reden dat wij dom zijn. We dachten dat we slim werden van het lijkenvreten. Maar we werden dom. Ik kon ooit differentialen en integralen en multiplexen. Nu kan ik nog maar optellen en aftrekken tot tien. En mijn luitenant kan maar tellen tot drie”
Hij legt uit dat dragon kings zich hun vorige incarnaties herinneren. Maar ze moeten wel opgeleid worden voordat ze daar iets mee kunnen doen. Sarina vraagt zich af of Han Tha een demon is. Maar Sango herinnert zich dat ze hem ooit in een tekst is tegengekomen als één van de verboden goden, de ‘eater of demons, gods and primordials’. Hij lijkt ons het echte probleem, maar we zouden hem niet aankunnen. “Han Tha aanpakken, dat lukte jullie (solars) niet toen jullie op het toppunt van je macht was. Voor het aanpakken van de Goblin King, kan ik jullie mijn troepen aanbieden.”
Als we denken aan andere bondgenoten – Ghurkan begint over de fae – zegt hij dat hij voor de duur van het gevecht een wapenstilstand wil sluiten. Hij geeft Ghurkan een oeroude stenen bijl mee die ook een vredespijp is, èn een zak tabak.
“Misschien moeten we ook kijken of we met die dragonblooded kunnen samenwerken.”
“De jongens in de stenen jassen zijn ook welkom, maar dan moeten ze wel mee roken.”
Het is een pré-First Age artefact, en het heeft hetzelfde effect als de anima van een eclipse caste solar op bindende verdragen.
Dan zoeken we een veer. Sango vindt een mooie in een hoekje. Ze stopt er een beetje essence in. Dan nemen we de lift. Op de 80e verdieping zijn er meer liften, die alleen elke 20 of zelfs elke 80 verdiepingen stoppen. We nemen de laatste en gaan naar 240. We stappen uit op de top van het gebouw. Het uitzicht is geweldig! Met de trap gaan we drie verdiepingen naar beneden en daar zijn de hangars en de vertrek- en aankomsthallen. Alles is vervallen en vies, maar er staan nog drie vliegtuigen. Zo te zien First Age en bedoeld voor vracht, er zouden 300 man in kunnen. Als we goed zoeken vinden we ook een hover-board dat is bedoeld voor onderhoud. Her en der liggen skeletten.
Met Spirit Detecting Glance ziet sarina een schrijn met een waakzame godin. Ze legt het veertje neer. Een blije godin verschijnt. Een mensenvrouw met enorme vleugels en zes heel lange vingers aan elke hand.
“Mensen die essence offeren zijn welkom, wat kan ik voor jullie doen?”
We mogen de vliegtuigen gebriken, maar moeten ze wel terugbrengen. En er zijn nog wat reparaties nodig. Eén mist een heartstone, één heeft een kapot hoogteroer (dat komt neer op het vervangen van een metalen draadje) en de derde heeft een nieuwe jaden aandrijfstang nodig. In de andere toren staan volgens haar ook vliegmachines, maar daar zijn de fea mee bezig geweest. De airbus is een enorme ooievaar geworden en van de helikopter hebben ze een autochthoonse schaduwmachine gemaakt.
De godin heeft geen zin om zich persoonlijk in de strijd te mengen: “Tegen solars vecht ik niet. Dat is de zaak van siderials.”
Ze vervolgt met te melden dat er 17 tombes van siderials in de stad zijn en dat dit in de ogen van de meeste goden nog steeds de hoofdstad van Creation is. Sarina kijkt of ze het sterrenbeeld The Mask in zijn oorspronkelijke vorm herkent. Ja, en ze weet dat het kapot gemaakt is ten tijde van het verdwijnen van de solars.
“Wie heeft dat gedaan?”
“Han Tha zou het kunnen. Die heeft meer kapot gemaakt dan je kunt opnoemen. Of She Who Lives In Her Name. Die heeft 90% van Creation ongedaan gemaakt, zelfs de Incarnae weten niet meer wat er daarvoor ook alweer allemaal was. Yu Shan zit vol met goden die niet meer weten waar ze ook alweer god van waren. Maar dit boeit me verder niet.”
Ze blijkt nog nooit in Yu Shan te zijn geweest. Ghurkan raadt haar aan om dat zo te houden. Ze kan hier een mooie rol spelen.
We besluiten om eerst de dragonblooded op te zoeken. De dragon kings willen ons wel erheen brengen. Ze hebben zich behoorlijk ingekapseld.
“Wie gaat?” vraagt een jonge vrouw. Ze heeft zwart haar. Dreadlocks met kraaltjes.
“Vijanden van jullie vijanden.”
“Hoezo?”
“We willen de gek geworden solar verslaan.”
“Is het een solar? Shit! Ik ben Harmonious Jade.”
“Dan kennen we je broer.”
We vertellen wie we zijn, wat er zoal gebeurd is en dat we door het Deliberative gestuurd zijn. Zij vertelt dat ze met de dragonblooded samenwerkt en neemt ons mee naar ze. Het zijn vijf broers uit de familie Mnemon: Presa, wood aspect, een Immaculate monnik van een jaar of vijftig; Surya, water aspect in zwart jaden harnas, een joviale speurder van bijna 40; Arjun, air aspect in een blauw jaden harnas, tovenaar, 27, hij heeft een rode boog – geen jade; Bakku, 18, aarde type, groter en breder; en Puti van 12, rood jaden harnasje op maat maar antiek, met een mooie power bow, de samenbinder. De Immaculate monnik doet een charm, Zone of Truth. We praten over Philial Wisdom. Ze hebben ontdekt dat hij nog een grein menselijkheid heeft, zolang hij zijn gedicht niet af heeft.
Wij vertellen wat wij weten. Presa is het met ons eens dat Han Tha een gemeenschappelijke vijand is, en om diens kampioen te verslaan is hij bereid om met ons samen te werken. En daarna wil hij ons 10 dagen voorsprong geven. Sarina dreigt dat ze hem 10m dagen voorsprong zal geven, waardoor het bestand niet dor dreigt te gaan. We sussen het. Dan vertelt Sango dat de Ebon Dragon een uitweg gevonden heeft. De monnik verbleekt en begint hardop te denken: “Alleen een primordial zou hem op kunnen roepen. Tenzij x85 tenzij x85 als hij de menselijke aard heeft doorgrond x85 o goden! Het enige wat helpt tegen de Ebon Dragon is zijn antithese, de deugd.”
We sluiten een verbond en Ghurkan verzegelt het.
Daarna gaan we naar de fae. Zij leveren driehonderd goblins en hobgoblins. De dragon kings leveren 200 manschappen, wat vuurspuwers en vliegers en een aantal heel goede verkenners en de rest infanterie. De dragonblooded brengen zichzelf mee en Harmonious Jade. Zij heeft een halsband om. Sango kijkt er eens naar en vraagt aan Presa wat het ding doet, maar die vertelt alleen dat hij gebonden is aan de Loom of Faith. “Je moet soms samenwerken met anathema x85”
6 Xp
Tanais – 30
Tussendoor avontuur 30 – 26 juli 2012
1-v-R1
Rond de middag komt er een compagnie van 100 man aan. Daar gaan we mee naar het zuiden en wachten tot de karavaan komt. Ze hebben zwaarden, pijl en boog en woestijnkleding. Het lijken geduchte vechtersbazen.
Wij gaan in lokale dracht en schminken ons om er niet als buitenlanders uit te zien. Er is een duidelijk pad naar het Zuiden. Adrar blijft onderweg in de buurt van Risha. Tegen de avond komen we bij een kleine naamloze oase halverwege de weg naar Woudiver en de oase Sajna Kien. De compagnie regelt alles qua wacht en vuur voor zichzelf. Wij hebben een eigen wachtschema. Gwan heeft niet het idee dat we worden gescry’t. De soldaten verdoen hun avond met dobbelspel en drank. Ze maken zich geen zorgen. Dit is een routineklus.
2-v-R1
Ochtend. Als de zon opgaat steekt er een briesje op. We wachten op de karavaan, maar er komt niets. In de kristallen bol ziet Gwan dat ze zich hebben ingegraven op drie uur afstand naar het Oosten. We gaan! Rond het middaguur, als de zon op zijn heetst is, zien we grijsachtige doeken in een cirkelvorm: tenten, smeulend vuur en zwartgeblakerde dingen. Het kamp is met veel geweld overvallen! Er liggen lijken en zo. In wigformatie er op af, met de schutters in reserve achter. In de eerste tent zijn brandsporen en er ligt een dode handelaar. Zijn geldkist is opengebroken. Claude vindt nog een saffier in het zand, die hij bij zich steekt.
Kameelsporen leiden terug naar het Oosten. We vinden ook sleepsporen die aangeven dat er zoxb4n 30 kamelen waren en dat er tussen de 20 en 40 gevangenen blootvoets in kettingen meegevoerd zijn. Het is zo te zien gisteravond al bij het vallen van de nacht gebeurd. Eén kooi is met rust gelaten. Daarin zit een aap met leerachtige huid en zes armen ons kwaadaardig aan te staren.
Claude vindt met detect magic een verborgen put die magisch is ingericht. Risha gaat als eerste naar binnen. Hij komt in een souterrain in de vorm van een wiel met 8 spaken. In het midden is een pedestal met een grote kristallen bol. We horen geschuifel in de spaken en als Risha daar het licht van zijn kasteteken op schijnt, ziet hij kooien met mooie, angstige meisjes er in. Hij bevrijdt ze terwijl Gwan de kristallen bol activeert.
Hij ziet dat onze eigendommen onder in de kooi met het monster liggen. Risha leidt de meisje naar boven, zeer tegen de zin van Claude.
Als hij de meisjes ziet, zegt de commandant: “Goed werk! Missie geslaagd. De grootvizier zal tevreden zijn. Laat de bandieten maar gaan. En die demon laten we hier!”
We zeggen dat wij nog achter de bandieten aan willen. En Claude gaat, vermomd als schone deerne, met de manschappen mee.
Ze roept “Blijf van me af!” als één van de soldaten haar wil bepotelen.
De commandant roept het manschap tot de orde en stelt de meisjes gerust: “Wij gaan jullie aan de grootvizier voorstellen en die zal jullie bevrijden.”
Als ze weg zijn doet Risha ‘Lock Opening Touch’ op de kooi. Het krachtveld dat er omheen zat gaat uit. En de demon grijpt hem bij zijn hoofd en trekt dat door de tralies naar binnen! (1 punt damage) Risha trekt zijn zwaaren en hakt op de arm in. Het doet maar weinig schade want het zijn geen magische wapens en het is een onhandige manoeuvre, zo met je hoofd in de knel.
Chang wacht op de volgende actie van de demon. Die doet een ‘Cone of Cold’ waar Risha nog twee punten damage van krijgt. Hij zet zijn combi ‘Dawn’s Whirlwind’ in, een combinatie van zijn vier krachtigste aanvalscharms: ‘Enemy Castgating Solar Judgement’ waarmee hij aggravated damage doet tegen demonen, ondoden en andere schepselen van het duister; ‘First Melee Excellency’ waarmee je extra dobbelstenen mag gooien op je aanvalsworp; ‘Hungry Tiger Technique’ waardoor de extra successen op de aanvalsworp dubbel tellen voor schade en ‘Peony Blossom Attack’ waarmee hij tot wel vier extra aanvallen tegelijk mag doen. Het kost een sloot essence en zijn anima licht op. Ook kost het hem een punt Willpower. Maar het effect is dat hij de demon helemaal dood slaat. Deze zakt als een lege leren zak in elkaar.
De demon springt over naar Adrar. Die is nu bezeten. Hij zelf schrikt alleen maar even en heeft het verder niet door. Het jongetje juicht: “Zó ! Hoe jullie dat gedaan hebben ! Fantastisch !”
Chang doet de dubbele bodem van de kooi open. BOEM! Een booby trap die hem nog wat schade doet. Maar daar liggen onze spullen inderdaad. We vinden ook een soulsteel helm. Risha zet hem op. Dat was niet zo’n goed idee, want het ding wordt gloeiend heet. Hij probeert hem van zijn hoofd te rukken, maar dat lukt niet. Au au au! Als na zoxb4n 5 minuten de pijn wegtrekt is de helm met zijn hoofd vergroeid. Zijn haar komt er alweer een beetje doorheen gegroeid. Het zier er nog een beetje mal uit en daarom doet hij een tulband om.
We gaan snel achter de soldaten aan. Tegen de avond bereiken we hun kamp. Ze wilden zich net aan de dames gaan vergrijpen, maar als ze ons zien krijgen wij eerste keus. Chang kiest de vermomde Claude en de twee chinezen zitten de halve nacht elkaar schuine bakken te vertellen en te giechelen. Gwan neemt het meest schuchtere meisje en stelt haar gerust: hij doet haar niets. Daar is ze heel blij om. Risha kiest daarentegen het mooiste meisje en deelt met haar in de geheimen van de kama sutra, een deel van zijn opleiding als Shintasta prins waar hij wèl veel in geoefend heeft.
3-v-R1
De volgende dag trekken we met de meisjes naar de grootvizier. Hij heeft een groter paleis dan de vizier. We moeten bij de poort onze wapens en wapenrusting af doen. De wachter kijkt geamuseerd als Risha zijn helm niet af krijgt, “Nee, je mag niet door met die helm.”
“Maar ik ben de koning van Soul!”
“In de diplomatieke hiërarchie staat een koning van Soul beneden de grootvizier van Qart.”
Na enig getouwtrek wordt er een twee-weg kristallen bol gehaald waardoor Risha met de grootvizier kan praten. Risha probeert hem te overreden om een tovenaar de vloek van de helm te laten verbreken. Dit is geen succes. De grootvizier heeft de dood in de ogen gezien en is er nu van overtuigd dat er een groot gevaar dreigt. Hij verbreekt acuut de verbinding. Verbouwereerd blijft het koninkje achter. De anderen mogen wel door.
“Heren, helden! Welkom! Maar wie is die enge man?” vraagt de grootvizier joviaal.
“Hij is echt de koning van Soul.”
“Maar hij is vervloekt!”
“Nee, gewoon dom. Maar wijsheid komt met de jaren.”
De grootvizier bedankt ons, onoprecht – een formaliteit, voor het stoppen van de karavaan en vraagt wat hij voor ons kan doen.
“Een permanent toegangskristal zou wel heel handig zijn,” zegt Chang.
“Een begrijpelijk verzoek,” knikt de grootvizier, “ik zal er voor zorgen. Een fijne dag nog.”
Dan kunnen we gaan. Bij de haven ligt het kristal al voor ons klaar.
Als we weg zijn, worden de negen deernes aan hem voorgesteld. Claudette manipuleert de andere meisjes zó dat ze er tegen opzien om de grootvizier te ontmoeten. Ze zijn wel toe aan een nacht rust. En ze vraagt aan de oudere hofdames hoe zij er voor kan zorgen dat zij gekozen wordt. De dame kan geur-oliën voor haar regelen. Die werken vooral op de langere termijn. Ze vertelt ook dat de smaak van de grootvizier uitgaat naar exotische, schuchtere, makkelijk te overmeesteren meisjes.
Bij het voorstellen valt de keuze helaas op drie andere meisjes die veel aantrekkelijker zijn dan Claude in travestie.
Claude verstopt ongemerkt een shuriken in het gewaad van één van de uitgekozen meisjes en gaat daarna naar de hofdame. “Ik heb het vermoeden dat één van hen een moordenares is.”
De list lukt. Ze gaan door geheime gangen naar het vertrek waar de meisjes op de grootvizier moeten wachten. Het meisje met de shuriken wordt schreeuwend afgevoerd en geëxecuteerd. Claude kan haar plaats innemen. Dan komt de grootvizier in lollige stemming binnen. Als Claude aan de beurt is, weet ze hem zo te vervelen dat hij in slaap valt. Dan smoort ze hem en neemt de benen. De andere twee meisje schrikken als ze het voorvertrek binnen komt.
“Rustig, kalm blijven, we komen hier uit.”
De drie leggen de grootvizier netjes in zijn bed en sluipen via de geheime deuren weg uit het paleis. De wachters kijken, net als op de heenweg, discreet weg. Claude geeft de meisjes de saffier mee, vermomt zich als eunuch en neemt ze mee de stad in. Weg.
We verzamelen bij de catamaran en vertrekken. Missie geslaagd.
3 xp
Tanais – 27 en 28
Deze samenvattingen zijn geschreven door de speler van Claude. Waarvoor hulde!
Sessie 27
De partij zit in Samak, een woestijnplaatsje aan de kust tussen Melekarte in het Westen en de karavaan met de van hun gestolen artifacts in het oosten. In het zuiden ligt de oase Ilu Ashera en in het Noorden dus de zee en hun boot.
De karavaan ligt nog op drie dagreizen afstand en als Gwan in zijn glazen bol van die vermalende Brahmanen kijkt ziet hij de Karavaan. Deze is 80 man groot, zwaar bewapend en heeft zich ingegraven. Een hinderlaag zoals eerst het plan was, zit er niet in omdat ze zich dus stilhouden..
Wat te doen??????? Na een urenlang beraad besluiten de helden om hulp in te schakelen, namelijk die van de Wamank. Dit is een woest ruiters en krijgersvolk, van een soort lizardmen met taaie groene leerachtige huiden, dat de woestijn afschuimt opzoek naar buit; ze rijden op grote groene monsters die nog het meest lijken op de mix tussen een krokodil, olifant en neushoorn. Ze zijn bewapend met pijl en boog en grote machettes).
Om hunzelf over de woestijn te vervoeren, maakt Claude van de keuken catamaran een woestijnschip, met 8 grote rietenmanden als wielen; door het gebruik van charms is het ding erg stevig. Risha gaat op de uitkijk staan en staart in het oosten.
Gwan en Chang gaan ondertussen opzoek naar contactpersonen/tolk/vertalers van de Wamank. Deze tolk moet half reptiel zijn om te kunnen functioneren, maar is er hier zo iemand??? Na lang zoeken vinden ze een huisje met een oud vrouwtje waar rare klanken uitkomen, gesis en gegrom. Ze willen aankloppen, maar worden door twee mannen tegengehouden. Ze weten de mannen, de zoons van de vrouw, te overtuigen en komen zo in contact met Sara. Er zit een vastgeketende half Wamank in het hutje, genaamd Adam. Via deze Adam kunnen onze helden in contact komen met deze krijgers (bewapend met grote messen en gereedschap voor het maken van vallen). Er is dus wel een deal te maken (20 gp en een deel van de buit). Dit vraagt om drank en meer gezelschap. Er komen meer samakkianen en die zien ook wel wat in een verzetje en met name in de buit, ze willen wel 60 man leveren. Echter als ze horen dat we solars zijn, bekoelt de relatie iets, als woestijnvolk beschouwen ze de zon als vijand en de maan als vriend. Maar het materialistisch gewin overheerst.
De helden komen er nog achter dat Adam de kleinzoon is van Sara, dat zijn moeder bij de geboorte is gestorven en dat er daardoor een vloek rust op de familie, Adam moet in het dorp blijven en is de contact persoon (oa met telepathie) met de Wamank, iets wat de Samakkianen liever geheim houden.
De wamank zijn in de woestijn niet te stuiten. Waarschijnlijk zal er een duel komen om te beslissen of een Wamank of een van ons de troepen aanvoeren. Chang zal de aangewezen persoon zijn om dit op zich te nemen, zeker omdat Risha nog steeds erg fanatiek in het oosten tuurt.
De volgende dag gaan ze met Adam, Sara en de samakkiaanse krijgers de woestijn in. Adam begint op een hete plek onder de blauwe hemel te schreeuwen; de grond trilt. Na een paar minuten weet hij waar ze heen moeten. De Wamank komen hun tegemoet en telepathisch contact begint. Het feit dat we solars zijn zien deze woestijnbewoners als een gunstig teken; respect. Ze zien wel wat in een overval van de karavaan en de buit en Chang wordt uitgedaagd voor een duel. Dit is niet een duel tussen twee personen, maar een proeve van bekwaarheid. Hij zal een van hun rijdieren, dat nu op het afstormt, moeten zien te temmen. Chang wacht geen seconde, maakt een sprong richting het dier, slingert zich zia de hoorn van het dier eerst onder de hals door en land vervolgens op de rug van het dier. Hij houd zich stevig vast. Hij maakt telepathisch contact met het dier en kan nu tot zijn verbazing basic Wamank praten. Chang wordt de aanvoerder. Op zijn schouders rust de taak een goed aanvalsplan te maken en de zin en onzin in de stormvloed aan ideeën van Claude en Gwan te filteren. Zuchtx85x85.
Sessie 28
Heer Chang houd zijn openingsspeech. Aangezien die in het Wamanks is het voor ons moelijk te volgen, maar gaat over toekomstige broederschap en heldendaden, rijke buit en bloed. Verder doet hij het krijgsplan uit de doeken. De wamank moeten ons schijngevangen nemen zodat de scryende tegenstander denkt dat het ons niet gelukt is de Wamank aan onze kant te krijgen. De Wamank lijken niet echt overtuigd van dit plan, vinden het raarx85x85 Chang probeert zijn betoog kracht bij te zetten maar dit lukt niet echt goed. Ze nemen de helden gevangen, maar of dit nu volgens plan is?!?!????
Ze leiden de helden verder de woestijn in. Ook nemen ze het woestijnvo ertuig mee.’s Avonds komt er een insluiper het kamp van de wamank in die meteen gevangen wordt genomen. Het is een jongen. Hij wil zijn naam niet noemen, maar wil wel zijn verhaal kwijt. Hij is een week geleden door Sayra K, de leider van de karavaan, gevangen genomen. Ze wilden de jongen verkopen als slaaf in Melekarte. Er zijn nog meer slaven.
Uiteindelijk wil hij de helden, zijn medegevangenen van de wamamnk, toch zijn naam noemen: Melek.
Echter Claude ziet plotzeling een vreemd object tussen de kleding van Melek, een tracking device. Hij waarschuwt de Wamank, maar het noodlot (of de vijand) slaat al toe. Het begint te regenenx85x85. De rijdieren van de Wamank krijgen steeds groter wordend drill op hun rug, dat steeds groter wordt. In die drill zien ze mini vormpjes van de Wamank en van de rijdieren; De rijdieren zijn dus de vrouwtjes van de Wamank. De Wamank gaan in een cirkel om de vrouwtjes staan en zijn zeer alert op de buitenwereld, maar lijken geen oog meer te hebben voor wat er in de cirkel gebeurt, nog voor de helden en Melek. Een instinctieve reactie. De helden ontdoen zich van de touwen, scryen de omgeving, zien geen naderende legers of karavaan en gaan voor de zekerheid maar weer in de touwen (wel losjes nu om toch bij gevaar weg te kunnen komen) om de Wamank niet tegen zich in het harnas te jagen. De wamank hebben echter geen aandacht voor dit alles. Chang wil toch proberen met de wamank leider te praten, maar die reageert niet. Ook als Chang met behulp van het bevriende vrouwtje probeert te overtuigen, lukt dit niet : “wat moet dat vrouwwamank van mij?!?!?$%$^^” denk te wamankleider.
De helden praten nog maar wat verder met Melek. Hij blijkt een belangrijke vader te hebben in Melekarte. Hij is voor een opleiding naar zijn oom gestuurd, maar die is echter niet te vertrouwen. Beurtelings gaan de helden een tijdje met Melek verder praten om een beetje te bonden. Chang doet zich voor als mogelijke mentor en wijze man, Gwan als de vader figuur die erg behulpzaam is. Claude doet de rol van de Nar eer aan en verteld veel Brahmanenmoppen. Melek vind die wel leuk. Ook verteld Claude een allegorie over zijn groep: over de held Rashi die met Chong, Gwin en Cli. Over hoe Rashi met zijn helden de zon probeert terug te halen, koning wordt, maar zijn kroon weer zal af moeten staan aan zijn bastaardzoon, een halfdemon. Melek is onder de indruk en ontroerd. Zou hij de zoon zijn van een gevallen heerser????
Volgens Melek is zijn vader een belangrijk man in Melekarte
Gwan gaat weer scryen. De karavaan is weer onderweg. Echter de wamank zijn nog wel een week bezig met uitbroeden. Dus besluiten ze de gok te wagen en met de hulp van Meleks vader de karavaan in Melekarte te overvallen.
Maar ze komen niet zomaar de wamank cirkel uit. Eenmaal uit de cirkel zijn ze de vijand en zullen de wamank ze aanvallen. Dus grijpen ze eerst wat schilden. Vervolgens rennen ze (Chang met Melek op de rug) naar de woestijnbuggy/keukenkatamaran. Een regen van pijlen valt op ze neer, Claude word geraakt, maar toch weet Claude het woestijnvoertuig in beweging te krijgen, weg van de pijlen. Ze gaan in de richting van de zee en melecarte. Eenmaal in bij de kust, gooien ze het tracking device in een grot en varen naar melekarte. Met hun nieuwe vaartoverkrachten gaat dat extra snel. Claude geneest weer met body mending meditation.
The RoSe – Nagekomen informatie sessie 19
Silent Chantry
Doordat jullie de heartstone hebben vernietigd, is de Silent Chantry tijdelijk uitgeschakeld. Daardoor is het oproepen van demon verhinderd. Het ging volgens de aantekeningen die jullie aantreffen om iets dat “Gnimersalt, the Mouthless Eater of All” heet, een demon van de derde cirkel. De strijd tussen de goden en de Haslanti van jullie vloot aan de ene kant en de demonen en yozi-aanhangers aan de andere kant gaat daardoor gelijk op. Maar door het plan van Mei-Lan lukt het de admiraal om de overwinning te behalen. Als de Eater of All er bij was gekomen, was de missie zeker mislukt en waren jullie er waarschijnlijk allemaal aangegaan.
Als het gevecht over is, blijkt Ebon Rhyme te zijn verdwenen. Hij is blijkbaar tijdens het gevecht uit zijn verdoving ontwaakt en heeft in de verwarring kunnen ontkomen. Sporen van blote voeten leiden naar het bamboe bos (de bamboestengels zijn overigens van levend brons) en eindigen bij een verweerde spiegel in een roestig ijzeren frame. Als je de spiegel activeert zie je de eindeloze woestijn van Cecelyne. In het zand staat: “E<3M”
Bij het doorzoeken van de Chantry vinden jullie buiten de parafernalia om demonen op te roepen, niks magisch. Jullie ontdekken dat de Green Sun Prince die hier woonde, het gebouw enkele weken geleden heeft verlaten. In een luxueus slaapvertrek vinden jullie een brief: “Geliefde broer, Als de bruid zich opmaakt begint het feest. Vooraf verzamelen in Conventicle Malpheasant. Neem alles mee wat je nodig hebt. Wij vertrekken dan gezamenlijk naar het hoogste punt. Dood aan de goden! Groeten, the Orchid Consuming Guardian.” Ergens anders vinden jullie een tekst over de tunnels onder de stad Gethamane waarin gewaarschuwd wordt voor ‘leach gods’, ‘cthritae’ en een creatuur genaamd Vodak. Een curieus citaat: “The doors of the cincture open only in the light of a lawgiver.”
The RoSE – sessie 19
The RoSE sessie 19 – 19 juli 2012
We bespreken wat we gaan doen met de buit. Voedsel heeft de bevolking hier hard nodig en de vruchtbare aarde ook. Maar we zijn bang dat de grote hoeveelheid jade de mensen wel eens in verleiding kan brengen waardoor ze het niet terug willen geven aan de rest van de bevolking. Het is ook belangrijk dat we de andere exalts waarschuwen voor de plannen van de demonen. Over een half jaar pas (inmiddels wat sneller) is de volgende vergadering van het Deliberative.
We laden een voorraad eten, een deel van de schat en de benen fluiten in. We besluiten zelf 50% van de schat als ‘vindersloon’ te houden. Dan zetten we koers naar Whitewall. Als we in het zicht van de stad komen, stijgen twee zeppelins op. We zwaaien met een witte vlag, zodat ze ons niet aanvallen. We vertellen dat we voedsel en kostbaarheden bij ons hebben. Dit is volgens de Whitewallers ook belangrijk genoeg om de Syndics, de drie goden die Whitewall besturen, op de hoogte te brengen. In elk geval vinden ze dat als we vertellen dat er een demon actief was.
Ze willen ons vindersloon geven, maar dat slaan we af. Laat ze maar verhalen over ons vertellen. De lading wordt uitgeladen en daarna nemen ze ons mee naar het Noorden, het oudste deel van de stad. Dat is ook nog het magische deel. We worden naar een koepel gebracht. Daar staat een groep van drie identieke beelden voor. Ze wijzen naar het Oosten.
Binnen zit een stokoude dame op hallucinogene bladeren te kauwen.
“Helden van Luna, welkom,” zegt ze, “wat brengt jullie hier?”
“We hebben de aanvoerders van de roversbende verslagen. Er zat een demon bij.”
“Welke?”
“Zsofika.”
“The Kite Flutex85” mompelt het besje. His geeft haar een benen fluit. Ze vermorzelt hem in een flits zonlicht. “Zij heeft geen kracht meer. Dank!”
Tawuz vertelt dat ze er wel op voorbereid moeten zijn dat Adorjan dit continent opnieuw zal willen overnemen. Dat vind ze slecht nieuws, maar de urgentie lijkt haar te ontgaan. Ze is een beetje vijandig en vraagt wat we willen. Wij vragen of het probleem is opgelost.
“Het probleem is dat er lunars in de stad zijn.”
“Hoezo is dat een probleem?”
“Dit is de stad van de zon.”
Pas als ze hoort dat wij onze solar mates kennen, wordt ze gexefnteresseerd. Als we het Deliberative noemen, wordt ze zelfs enthousiast.
“Zeg tegen het Deliberative dat we een solar van de zenith caste nodig hebben om de stad te repareren. Als dat gebeurd is kunnen de gebeden rechtstreeks naar de Unconquered Sun stromen.”
We beloven het, maar benadrukken dat alles nog maar in het beginstadium is. Dan verlaat de goddelijke aanwezigheid het orakel. We zijn voortaan welkom in deze stad, ondanks dat we lunars zijn.
De bard komt er bij zitten. Hij is jong, draagt een orichalcum halssieraad en heet Rune. Hij luistert naar ons verhaal en maakt er een mooi lied van. We zijn ook uitgenodigd voor de huldiging morgenochtend. De lunar Gerd Marroweater is ook uitgenodigd. De syndics hadden ontdekt dat het schip niet in Malpheas gemaakt kan zijn, maar dat er wel materialen uit het demonenrijk in verwerkt zijn. Als we daar geen bouwplaats voor schepen hebben gevonden, zijn de piraten nog niet helemaal opgerold.
De volgende ochtend vindt dat plaats. Gerd is met een prachtig luchtschip aangekomen. De ballon is van spinnenzijde, het schip van zeldzame houtsoorten. Er zij allemaal afbeeldingen in het hout gesneden: galopperende paarden, keltische motieven. Gerd is een 2m30 grote joviale man met lang, ingevet haar, een grote snor, baard, een kuras en laarzen. Verder heeft hij niets aan. (In de stad gonst het gerucht rond dat de leider van de Haslanti League er ook is. Hij mag natuurlijk de stad niet in, maar toch! Er zijn in de afgelopen 20 jaar als vier kruistochten tegen hem georganiseerd door de Wyld Hunt.) Hij sluit ons in de armen en plet ons bijna.
We vertellen wat we weten van de demonen en over het Deliberative, en dat we door de Bull of the North zijn gestuurd.
“Ja die jongen is goed bezig. Naar het Deliberative ben ik niet gegaan, dat geeft maar gedoe met de siderials.”
Hij heeft een grote hekel aan siderials. Hij belooft de volgende keer wel naar de vergadering te komen, maar stelt voor om eerst op de rest van de piraten te gaan jagen.
Gerd werpt een blikop ‘ons’ schip en zijn gezicht betrekt: “Slecht nieuws! Ze hebben zelfs verbeteringen aangebracht. Die Hopping Puppeteers kunnen wèl bouwen.”
We bedenken dat de puppeteers naar de basis zijn teruggegaan, we zouden naar hun sporen kunnen gaan zoeken. Als we ons luchtschip een week ter beschikking stellen aan Gerd’s technici zodat ze het kunnen bestuderen, krijgen wij een leenschip.
Intusssen probeert Marina Ebon Rhyme verder te ‘bekeren’.
Na een week keert Gerd terug met en aantal lunars die we herkennen uit het gevolg van de Bull of the North. Ze verklaren dat we, vanwege het verslaan van Zsofika, rang 2 hebben verdiend. Ze heeft in het verleden veel lunars gedood. Het was goed dat we samenwerkten, zelfs een Elder had haar in zijn eentje niet aangekund.
De locatie van de Sercet Chantry is ondertussen ontdekt. Die ligt in de vallei Promise of the Wind ver ten noordoosten van hier op de ijsvlakte van het noordelijkste continent. Promise of the Wind is een grote, kale vallei, met een natuurlijke manse aan de noordkant, waar ze een groene tuin aan het aanleggen zijn. Daar was al die vruchtbare aarde voor die we bij de piraten hebben gevonden. Hier zitten de echte yozi-aanhangers. Deze manse bestaat officieel niet; hij is niet opgenomen in de Loom of Fate en zo te zien dateert hij nog van vóór de primordial war, toen Adorjan nog Adrian heette.
We krijgen 10 schepen mee met boogschutters en krijgers. In totaal 700 man. Pas als we de ijszee zijn overgestoken, mogen we de bemanning vertellen wat de echte missie is, voorlopig denken ze dat we daar een stad gaan bevoorraden.
Tawuz vertelt alles wat we van de plannen van de yozi’s weten aan Gerd. Hij belooft om dat, indien nodig (als wij het niet overleven) op het Deliberative te vertellen. Bovendien weten de solars van Whitewall er nu ook van. We bespreken ook nog wat we met Ebon gaan doen. We willen niet het risico lopen dat hij onze verrassingsaanval saboteert.
We reizen af. Mei Lan gebruikt de charm Inevitable Genius Insight om een goed krijgsplan te bedenken. Op de tweede dag komt de admiraal vertellen dat zijn priesters de steun van Master Winter, de god van het noordelijke ijs, hebben geregeld. Hij stuurt ons een dozijn goden om ons te helpen vechten. Dit wordt meegenomen in Mei Lan’s plan.
Marina is nog steeds bezig om Ebon Rhyme te vriend te maken. Hij zegt regelmatig te moeten rennen om gezond te blijven. Marina gelooft hem en weet zelfs Eye of Autumn te overtuigen om op haar oordeel te vertrouwen. Marina bindt hem aan een lijn en hij rent onder het schip mee. Ebon houdt de vloot met gemak bij en hij knapt er inderdaad van op.
Na nog een week zijn we bij de vallei. Die is groen, er staan grote bossen bamboe. De chantry zelf is een vreemd rotsgroeisel. Hij is duidelijk niet door mensen ontworpen. Alle ramen zijn afgedekt met ijzeren lamellen. De deur is ook van ijzer. Alleen als je heel klein bent, kun je naar binnen. Maar we blijken bijna allemaal een slang te kunnen worden en Marina gaat als kolibri. Binnen is het aardedonker en er is een welluidend gefluister dat communicatie onmogelijk maakt. Er lopen geblinddoekte mannen en vrouwen rond die op een voor ons onduidelijke manier toch communiceren. Ze letten niet op ons zolang we in slangvorm zijn.
Marina komt op het ideee om naar de bron van de muziek te gaan. We komen onderweg steeds meer beenderfluiten van Zsofika, harpen van demonenhaar en wind-chimes van groen Malphean brons.
Dan komen we in een grote ronde ruimte, 5 m diameter, waar het heel stil is. In het midden hangt een grote steen, blauw-transparant. Marina, nog steeds als kolibri, vliegt er naar toe. Een windvlaag drukt haar weg maar doet geen schade. Tawuz probeert de steen aan te raken om een charm te doen. Hij wordt met een enorme klap weggeslagen en kwakt tegen de muur. EoA zet haar kasteteken aan zodat het niet meer zo donker is in de kamer. Marina gaat op de steen zitten. Ze is al door de verdediging heen, dus dat lukt. Ze verandert in een spookdiertje en daarna in een schildpad. De steen blijft op zijn plek. In deze zaal is geen geluid mogelijk, dus Tawuz gebruikt Glance Oration Technique en seint: “We moeten de magische stilte van Adorjan verbreken!” Marina denkt diep na en realiseert zich dat we de steen niet moeten verplaatsen, maar kapot maken. Ze haalt uit met haar smashfist, maar doet geen schade.
EoA snapt de hint en verandert Shalgero’s Pride in een maanzilveren knuppel. Ze neemt haar war-form aan waarin ze heel sterk is en haalt uit. Een barstje. Ze gaat er nog eens goed voor staan, verandert het ding in een nóg grotere knuppel en slaat opnieuw. Het barstje wordt groter.
Mei Lan is intussen een beschermspreuk, Impervious Sphere of Water, in haar scepter aan het stoppen.
Een derde klap van EoA doet geen waarneembare schade en ook klappen van Marina’s Octopus Barrage lijken niet hard genoeg aan te komen. Eye’s vierde klap slaat de steen kapot. Dit geeft een explosie van geluid door het hele gebouw. Tawuz heeft geen harnas aan en raakt buiten westen van de klap, de anderen zijn alleen gewond en hebben tuitende oren. Marina rent naar Tawuz.
De explosie heeft de oproepceremonie van de demonenaanhangers verstoord en de energie van deze manse is de komende maanden ook niet meer bruikbaar. Alle energie moet nu in het groeien van een nieuwe steen worden gestoken. Maar dat zal de cultisten niet meer lukken, want tussen ons en de aanvalstroepen wordt de hele cultus uitgeroeid.
We vinden papieren met de plannen van de demonen, zes luchtschepen en een werkplaats om ze te maken, een kuil waar sprinkhanen ontstaan naast een bakkerij die daar brood van maakt. De bamboe blijkt van metaal te zijn en de andere planten in deze vallei ook. De gedolven ertsen dienen als mest. Een kwart van de vallei is al bedekt met vruchtbare zwarte aarde.
De admiraal meldt dat deze manse door een Lucht aspect dragonblooded vrij gemakkelijk omgezet kan worden van Adorjan naar de elementaire draak van Lucht. We besluiten dat aan neefje Wijsheid te vragen; zo blijft het binnen het pact.
5 Xp
