Tanais – 53

19-ii-R2
Claude, nog steeds in de vorm van MacArthur, verdwijnt en voert de echte als alibi dronken. Daarna gaat hij via de sloppenwijk naar het banket. Eerst is er nog een receptie. Iedereen is er behalve Chantal en Celene, die zitten bij het bed van heer Arend in het kasteel. Daar gaat Gwan met de ambassadeurs overleggen. Hij heeft een beetje last van de dronken MacArthur, maar weet die af te schudden. Bambi vindt dat het hier eindelijk beschaafd begint te worden. Gwan maakt zich zorgen over de staatskas. Zij ijvert voor meer bouwen. Cyrian heeft een kwade dronk: “Dit kan niet kloppen! Dit is doorgestoken kaart, maar ik kan niets bewijzen! Ik neem mijn verlies, maar over twee weken wil ik een revanche!”. Gwan komt er achter dat dit de hobbies van de hovelingen zijn. Heer Arend heeft heel wat oogjes dichtgeknepen. Hij maakt een afspraak met ze voor overleg morgen om 12 uur. Barkust kijkt ongemakkelijk: “Er is nog een onderwerp waar we het over moeten hebben. De uitstaande lenigen. Kan ik jullie om een uur of 9 spreken?”
Risha is op dat moment naar de brahmanenstad. Hij mag er natuurlijk in, maar een aantal shintasta uit de benedenstad die ook naar binnen willen, worden tegengehouden. Risha geeft opdracht om ze ook binnen te laten, maar bedenkt te laat dat hij ze wel moet waarschuwen voor de vrouwenverblijven. Ze staan even bewonderend te kijken en stuiven dan uiteen naar verschillende heiligdommen om te bidden. Risha offert aan Oaken en draagt zijn overwinning en de eikel van de demon aan hem op. De god toont zich, maar spreekt niet. Het voelt wel goed, de verloren zoon is terug. Dan draagt hij bij alle andere altaren van de mannelijke goden ook een offer op. Het weer klaart op en het wordt een mooie nazomerdag. Het voelt aan als thuiskomen.
We worden door iedereen gefeliciteerd met de overwinning. Chang loopt met de Malphean Iron staf in zijn ene en een bokaal in zijn andere hand door de zaal met soldaat Bart de Smid als schenker. Hij doet alsof hij dronken is, maar er zit water in de kan. Hij ontdekt dat de lunars ook bij heer Arend zijn. De Alte, Phantom en Red zijn er wel. “Zozo jochie,” zegt der Alte, “moet je wel zo zwaaien met dat ding?” Chang gaat er maar niet op in. Hij gaat verder mensen afluisteren. Het zijn vooral hofroddels. Barkust en Bambi hebben het er over dat dingen anders moeten gaan lopen. Brood en spelen dienen om mensen aan te trekken, maar er komen vooral mannen op af die niks uitvoeren.
Claude is daar natuurlijk ook, incognito. Hij wordt herkend door de siderials en raakt met ze in gesprek. Die zijn tijdelijk verhuisd naar vrienden in Vixen. De toren in het bos is tijdelijk buiten gebruik. Claude vraagt naar magitech. “In hoeverre ben jij op de hoogte van de bron onder de stad?” Het lijkt hun een goed idee om daar met ons heen te gaan om te schouwen wat dat nu was met die zoon van Idris. Er zit een hoop kracht in. Kadier heeft hem goed hersteld. Dat lijkt Claude wel een goed idee.
Dan komt de koning binnen. Het wordt stil. Risha gaat op een stoel in het midden van de zaal zitten en krijgt wat te drinken. Eén voor één komen mensen naar hem toe om te socializen. De sociale pikorde is duidelijk zichtbaar.
Dan is het diner. Chantal en de lunars zijn er ook hier niet bij. Celene komt wel nog even. Na de zesde gang kunnen we weg zonder ons te hoeven verontschuldigen. We gaan bij Kadier de gang in. Die is mooi aan het worden. Het wordt een echt heiligdom, maar de bron is naturel gelaten. Kadier doet de openingsceremonie. Dan nemen de siderials het over. Ze gaan chanten. De oppervlakte van het water wordt een soort kristallen bol.

We zien een groot tableau. Een blij kijkende Risha die het hoofd van de demon omhoog houdt. De anderen staan er omheen. Het beeld zoemt in op het lichaam van de demon. Daar achter staat een rij van nog acht van dezelfde demonen. Daar weer achter staan twee heren aan de ene kant van een soort schaaktafel. Wij staan aan de andere kant. We herkennen ze als Idris en Nehal Nemar. Zij hebben net een pion gezet en die is door ons geslagen. Ze zijn niet blij, maar ze hebben nog een grotere troef achter de hand.
Risha kijkt of de demonen allemaal identiek zijn, of dat hij verschillen ziet. Er zij drie groepen van drie. Chang kijkt naar het schaakbord. Hij ziet negen pionnen, eentje is net geslagen. Waar kunnen we ze verwachten? Hij ziet dat de tweede uit de serie waaruit we er eentje hebben verslagen op een boven de bergtoppen uitstekende bergtop huist. De Hoogzetel. Gwan wil weten: ‘als ze gaan aanvallen, zit er een leider tussen?’ Hij komt er achter dat ze één voor één aanvallen. Claude is geïnteresseerd in de bewapening. Hij ziet dat ze hun bewapening krijgen van Idris, die zelf de negende is, en van Nehal Nemar samen. Maar die is nu nog niet af. Het wordt afgestemd op wat er nodig is.
De siderials kijken elkaar aan. Het is niet goed gekomen met de kinderen van Chantal. Ze leggen uit dat onze ontwikkeling is verbonden aan die van de Abyssals. Als wij sterker worden, worden zij ook sterker. Risha bedenkt zich opeens dat dit onze merkwaardige afwezigheden kan verklaren. As wij door in zo’n put springen groeien we, we kunnen dan pas bestaan als de abyssals weer bij zijn. De siderials vinden dit wel een acceptabele verklaring. Ook vertellen ze dat we sinds het eten van het hart van het witte hert in staat zijn om de stad in te gaan. Daar kunnen we heen als ons geheugen terug is. Daar krijgen we onze kracht terug. Maar je komt in een soort herhaling terecht waardoor je dezelfde dingen gaat doen als voorheen. De zitting wordt opgebroken. We overleggen nog even over morgen: Risha wil de priesterstad weer openen voor publiek. Het contract met de dwergen zal ongetwijfeld worden ingetrokken nu hun eilandje is ontploft en dat gaat 50.000 goudstukken per maand schelen. Om half een gaan we naar bed.

Midden in de nacht wekt de butler Risha. Zijn aanwezigheid is dringend gewenst in het kasteel van Chantal en heer Arend. Risha vertelt waar hij heen gaat, de anderen willen doorslapen. Het kasteel is in rep en roer. Chantal in tranen, droeve lunars. Arend ligt daar dood. Er zit een gat in zijn hoofd en daar zit een zwarte steen in. Er zijn meer dan twaalf andere lunars. “De goden grijpen zelden in, maar als ze het doen …” Die zwarte steen zit Risha niet lekker. Hij zegt dat hij hier eerder de hand van Eenoog, dan van de goden bespeurt. Hij probeert Chantal te troosten, maar daar is geen tijd voor. “Het is belangrijk om heer Arend volgens de juiste riten te begraven. U kunt weer gaan.” Blijkbaar willen ze hem daar niet bij hebben. Hij gaat weer slapen.

20-ii-R2
Vlak voor de dageraad wordt Claude wakker van vogelgekrijs. Hij ziet een enorme raaf met heer Arend op de rug en veel roofvogels er omheen. Ze vliegen naar Nieuw Salish.
Om half acht opstaan, schone kleren aan, eten en om half negen bij elkaar. De butler zegt dat koningin Chantal, de lunars en heer Arend verdwenen zijn. Ze veranderden in vogels en zijn weggevlogen. Het regentschap is daarmee vacant en Risha moet dus zelf regeren. Risha roept een dag van nationale rouw uit. Dan wordt Barkust binnengelaten, statig als alleen een dwerg dat kan. Claude activeert een charm waarmee hij weet of iemand de waarheid spreekt. Barkust schrikt als hij hoort waarom Chantal en heer Arend er niet bij zijn. Hij zegt dat zijn opdracht is om te vertellen dat de betalingen per direct zijn stopgezet. Risha stelt hem gerust. We hebben dit al zien aankomen. De boodschapper wordt niet gestraft voor de boodschap. Bovendien is de bauchlietmijn op het vasteland veilig. Daar blijkt Barkust niets van te weten. Hij heeft ook geen idee wat bauchliet eigenlijk is, maar wel dat iemand uit Euboria er heel veel geld voor betaalt. Hij denkt dat het land van Bambi niet over de kennis beschikt om zo’n mijn te exploiteren, maar ze hoeven ook niet te weten waar de mijn is. Risha stelt voor dat Silver prospectors naar de andere twee eilandjes stuurt. Claude stelt voor dat de Noordelijke Liga Targon annexeert. Vergeet ook de feestelijke opening van de haven niet!
Tussen de vergaderingen door gaan we even praten met Einstein en Plato over het verbeteren van het lot van de goblins. Ze zitten in de Houten Klaas, een louche gelegenheid die escort service levert aan rijpere heren. Ze worden een beetje genegeerd door de overige jongens, maar hebben samen veel lol. De eigenaresse is een dame met een groene huid en zwart sluik haar. Voor 5 goudstukken krijgen we het tweetal een dag mee. De goblins vinden het geen slecht idee van ons om Targon binnen te vallen. Ze adviseren ons de zweep er over te leggen, maar de goblins wel hun geloof te laten. Effectief moeten we hun een nieuwe koningin leveren en er moet duidelijke structuur en leiding zijn. “Als er maar een paar regels zijn, dan kunnen we verder onze gang gaan.” De oudste vrouw interpreteert wat de koningin zegt. “De mijn is ook een soort vreemde overheersing. Zorg dat er eten en drinken, etcetera is. Sterke mannen leggen de zweep er over. Er hoeft niet veel te worden georganiseerd, het gaat op instinct. Voor wat betreft de koningin: jong is beter. Als je ons een lijfwacht geeft van mensen, dan zij wij de sterksten.” Wij zijn gezien met de escorts, dat wordt een smeuige roddel.

Om 12 uur is de vergadering. Ale ambassadeurs zijn er. De inkomsten zijn weggevallen. Gwan wil handel. Cyrion en MacArthur willen eerst melden dat morgen de laatste brooduitdeling is, daarna zijn de voorraden op. Eten voor shanti town kost 3000 goudstukken per week. Rishi schiet uit eigen zak een maand voor. Daarna moeten we het via de Qartianen regelen. Hij heeft geen zin om zijn geld weg te gooien op de manier van heer Arend. Als hij dat hoort, kijkt Kofkof blij op. Hij stelt voor om de mannen van shanti te werk te stellen en belasting te gaan heffen.
Verder wordt gemeld dat er een supernova in Oaken Shields is geweest. De brahmanen uit Far Fields komen terug. Het is een goed idee om ze welkom te heten.
Rishi stelt prioriteiten: Mensen moeten gewoon betalen voor bier. Claude adviseert de politie. Qart als geldschieter. Hoogzetel bevrijden. Mensen te werk stellen.
Claude vraagt aan MacArthur om zijn geld.

3xp

The RoSE – 41

We bespreken de logistiek van het schip. We kunnen het niet bemannen met de legers van Kimberi, want dan gaan we tegen de bedoeling van Leviathan in, en beledigen we ze potentieel allebei. We willen het schip laten repareren door Autochthonians en Mountain Folk, maar als we informeren blijken er spanningen te zijn. De Autochthonians voelen zich gekleineerd door de Mountain Folk. Die vinden zich de ware kinderen van Autochthon en vinden eigenlijk dat alle mensen weg moeten. Als we aan de ambassadeur vragen of er Mountain Folk zouden kunnen helpen, zegt hij dat ze dat niet zullen willen. Ze vinden dat ze lang genoeg dingen voor ons gedaan hebben. We vragen of de subroutines kunnen bemiddelen, maar dat werkt niet zo. De subroutine van smering ziet dat waar de Mountain Folk komen alles schoon wordt en soepel loopt. De subroutine van oorlog vindt dat de twee partijen het uit moeten vechten. Eye informeert of we Autochthon zelf om zijn mening kunnen vragen, maar die slaapt. Dat komt doordat hij ziek is. Alleen de acht oorspronkelijke exalts weten waar de Core is en die zijn nu de hoofdsteden. Als de ziel van één van de steden naar de Core van Autochthon vertrekt, moet de bevolking worden geëvacueerd. En dan is het nog de vraag of ze ooit terug kunnen, want  het kan goed zijn dat de Mountain Folk het lichaam van de stad dan in hebben genomen. En wat ze daar mee doen is nog maar de vraag.
Bemiddeling door ons zal ook niet goed vallen. Een van ons stelt voor om Gaia er bij te betrekken. Misschien kan zij helpen? De ambassadeur is even stil. Dan zegt hij dat de stad gaat onderhandelen met de Mountain Folk over de evacuatie. Ze moeten dan wel een warstrider voor de stad maken. Kunnen we aan grote hoeveelheden adamant komen? Nee, maar wel aan witte jade. Shi Mei Lan vertelt dat Ghurkan een Autochthoons kunstlichaam heeft, heel groot, in het troepenschip dat nog op de Heilige Berg staat. Die zou perfect zijn! Hij is zelfs geschikt voor het bewustzijn van een primordial, dus een stad kan er zeker in.
We spreken af dat Shi Mei Lan en His via de poort naar Yu Shan naar de heilige berg gaan en dan het schip hierheen vliegen. Dat gaat een paar weken duren. In de tussentijd gaan Tawuz en Eye de Traitor Spawn op hun gemak stellen en voor hun opleiding zorgen. Intussen zoeken we ook Dragonblooded die op expeditie willen naar Gaia. We vragen het aan generaal Ledaal. Die vraagt het aan zijn dochter Néré. Zij is al mee geweest naar Paragon, en kent de lunars en solars dus al. Ze weet wel een aantal mensen. Uiteindelijk vinden we:
– Nellens Olric (air) – huis Nellens
– Phoenix of Tears (fire) – geen dynastiek huis
– Realgar ‘Gar’ Grossular (earth) – huis Cesus, maar pas geëxalteerd door het eten van een appel
– Xar Rosalin (water) – geen dynastiek huis
– Ledaal N’er’e (wood) – huis Ledaal
Dragonblooded
De generaal roept ons bijeen. De lunars Tawuz, Eye en Marina zijn er bij. Ook Buffy, de ambassadeur van Autochthon is er. Een aantal van de ons kijkt met wantrouwen naar Marina, ze herinneren zich haar transformatie in een monster met tentakels tijdens de belegering. De generaal stelt de lunars voor: “Wat vroeger anathema was, waarvan we nu weten dat ze beschermers van Gaia zijn.” Hij legt uit dat er in de berg een poort naar Gaia is. Maar de poort ligt in de stad, en alleen burgers van de stad mogen erbij. Gar is door het eten van een appel kind van de dragonborn en daardoor burger van de stad. Wij moeten een Sworn Brotherhood vormen om burgers te worden. Een aantal kent elkaar al, dus dat doen we. We krijgen een Cache Egg mee met een boodschap van de ambassadeur van Autochthon. We mogen het niet openmaken. Ook krijgen we een gids mee, een jongen van 12. Hij stelt zich voor als Timothy. Voor we de berg ingaan, drinken we op initiatief van Olric een toast en introduceren we ons aan elkaar.
Olric is een jonge man, lucht aspect. Heel bleek en blond, noordelijk uiterlijk. Zijn haarpunten zijn blauw. Hij is rustig en vriendelijk. Hij kent de regels, maar denkt mee. Hij zit bij het Red Piss Legion en doet daar het regelwerk.
Néré is zwart met een grote afro, 28 jaar, 1m80 en slank. Ze heeft een camouflageharnas en een skycutter. Ze is primair genezer.
Gar is van het huis Cesus, het oorlogshuis. Zijn vader is aanvoerder, dus hij moest ook mee. Hij kan vechten, maar wilde het liefst pottenbakker worden. Hij heeft zich gespecialiseerd in architectuur. Hij is ook al 55 en net geëxalteerd. Hij ontwierp gebouwen en onderhield het arsenaal. Hij draagt wit jaden superheavy plate en heeft een enorme goremaul. Hij is gebronsd met bruin, deels grijs haar.
Phoenix is de aanvoerder van een Wing van 250 man. Ze gaan voor hem door het vuur. Hij zit in het Red Piss Legion en The Roseblack is zijn grote voorbeeld. Hij is ongeveer 30, heel gebruind, pezig en gespierd, best groot. Houdt zich rustig tot het nodig is. Hij heeft een hekel aan dynasts die zich superieur voelen (de meeste dus).
Xar is een vrouw van een jaar of 40. Ze heeft een zwart jaden breastplate en een Dire Lance. Ze heeft lelijke littekens in haar gezicht van Tiger Claws. Op haar voorhoofd zit in het grootste litteken een zwart jaden heartstone. Olric vraagt naar haar verhaal. Ze werkte op het Blessed Isle en moest tegenstanders van de keizerin het leven bureaucratisch zuur maken. Bij sympathieke personen werkte dat soms anders uit en dat werd opgemerkt. Ze werd naar het heptagram gestuurd. Een anathema bood haar aan om iets aan haar uiterlijk te doen. Die heeft de heartstone geplaatst. Dat heeft overigens wel geholpen.
Tim is een wees. Zijn ouders zijn opgegeten door Vodak en de oude boomman heeft hem een appel gegeven. Sindsdien kan hij alles met planten. Hij heeft groen haar.
Hij neemt ons mee de tuin in. Het is een enorme grot met paddestoelen. Diverse wood-aspecten zijn aan het werk. Een van hen vraagt: “Familie?” Gar knikt als eerste, dan de anderen. Blijkbaar detecteert hij dat we de waarheid spreken. Olric hoort hem uit over de paddestoelen. Néré vraagt naar medicinale. Dan leidt Tim ons door de tuin, door steeds hoger wordende zwammen. Het wordt steeds warmer, onaangenaam warm, tot we bij een moeras staan. We zijn door de gate heen. Er is geen zon, alleen diffuus licht. Gekleurde wolken, apengekrijs. Tim vertelt dat hij ons tot Sobek kan brengen, een grote krokodil. Die kan ons vervoeren, als we zijn prijs betalen; die verschilt per keer. En als we langs een heerlijk geurende witte roos komen, er niet naar toe gaan! Die valt je aan. Blijf ook uit de buurt van de Snakebud Tree, die heeft giftige slangen als bloemen.
Tim rent vooruit: “Hier is een soort pad!” Rondom de grote bundelzwam waar we uit komen, staan stenen bankjes met daaronder een soort kastjes. Tim vertelt dat je er dingen in kunt leggen. Als je het deurtje dan dicht doet, kan niemand anders het open maken. Er zijn dan ook een paar kastjes die niet open gaan, waarschijnlijk van dragonblooded die al overleden zijn. Gar gebruikt de Stone-Carving Fingers Form. Het kluisje gaat open en hij vindt een stokoud jade battle armor, waarschijnlijk nog uit de primordial war. Het vakmanschap is vreemd en het is van diverse soorten jade. Er is alleen wat achterstallig onderhoud. We overtuigen Gar om het terug in een kluisje te leggen. Hij wil de andere gesloten kluisjes ook open gaan maken. Maar de anderen verliezen hun geduld en Phoenix sleurt hem uiteindelijk fysiek mee.
We horen een diep gezoem. Er vliegen hier bijen van een halve meter groot met vleugels van pure essence. Ze  vliegen van en naar een struik met witte rozen af, die inderdaad heerlijk ruikt. We zijn gewaarschuwd, dus we houden ons in. Zeker Tim loopt er met een grote boog omheen. Hij waarschuwt ons ook voor de essence spiders. Die zijn heel slim, daar kunnen we ook de weg aan vragen. We moeten ze niet belazeren. Hij laat ons zijn zijden tuniek zien.
We komen bij vier enorme spinnen, zo groot als tijgers. “Dag Tim, wat heb je voor ons meegebracht? Eten?”
“Dag mevrouw! Nee, deze mensen zijn op zoek naar Gaia!”
“Tsk! Weten jullie dan niet hoe je te werk moet gaan?”
“Nee, het ging niet verder dan: ‘Ga door die poort!’ “.
De spinnen leggen uit dat ze vragen beantwoorden in ruil voor essence.
Olric vraagt wat de goede route is. Dat kost zes motes. Olric geeft ze. De spin zegt dat we niets mogen dragen wat niet van Gaia is. Onze kleren, harnassen en wapens en zo kunnen we in de kluisjes achterlaten. De precieze route kennen zij niet, maar Sobek kan ons er naar toe brengen. Ze kunnen spidersilk kleding voor ons weven, ook in ruil voor essence. voor 5 essence weven ze een tuniek die 3L / 5B tegenhoudt. Kleding meer bescherming kan ook, maar dan heb je ook wat minder bewegingsvrijheid. Kost ook meer. Olric bestelt de lichte vorm. Gar de zwaarste (15 motes). Phoenix koopt de middelvorm, Xar en Néré ook de lichtste.
Olric vraagt, voor 1 essence, hoe je hier essence terugkrijgt. “Heartstones helpen, die mag je houden. De Immaculate Fern heeft witte bessen, die genezen wonden en als je helemaal genezen bent, geven ze je essence. Ze hebben ook rode bessen. Als je die plant, groeit er een nieuwe varen. Als je in Mother’s Moss slaapt krijg je ook essence terug. En er zijn nog bloodberries, geneeskrachtige kruiden met een soort druiven. Die zijn ook lang houdbaar. Het is een soort klimplant. Verder heb je de Traveller’s Staff. Een rechte stok van de appelboom plukken als wandelstok. Aan het eind van de dag planten, dan groeit er een nieuwe appelboom uit met veel dood houd waar je een vuurtje mee kunt stoken en appels die je op kunt eten. De volgende dag kun je weer een tak plukken. De honing van de Bees of Zarlat geneest mensen die hun stem kwijt zijn, geeft +3 op social attacks en maakt ijzerhouten wapens sterk als staal. Zarlat was een solar uit de First Age.” Als Olric over ‘cold iron’ begint, vertellen ze over de Iron Bush, het sap daarvan is giftig voor de Fae. In Creation groeien ze alleen op de heilige berg, maar hier kom je ze in het wild tegen. Op een vraag van Tim vertellen ze dat er een ijzerhoutboom 100 m verderop te vinden is, voorbij het meer van zwavelzuur. Je bewerkt het hout met pure wilskracht. Néré en Xar kunnen er overheen lopen (Nere als ze haar uitrusting aan heeft), maar willen voorlopig hun motes en wilskracht sparen.
We gaan terug naar de kluisjes, trekken onze uitrusting en kleren uit en stoppen alles in kluisjes. Gar maakt snel nog één van de al afgesloten kluisje open. Hij vindt een vergane leren uitrusting en een antiek vuurwapen met een roodjaden loop. We inspecteren elkaar. Gar heeft een gewatteerd pak, Phoenix een dikke tuniek en een broek (soort judopak) en de andere drie hebben een knielange tuniek. Tim leidt ons om het zwavelzuurmeer heen, naar de Ironwood Tree. Gar wil het liefst een Grand Goremaul maken, maar dan is er nauwelijks hout over voor de anderen. Xar, Olric en Néré doen het met de Travellers Staff, Phoenix krijgt een Reaver daiklave en Gar een ‘gewone’ Goremaul. Dat duurt een paar uur. De anderen gaan planten kijken. Ze vinden wel Mother’s Moss, maar geen besjes. Ze gaan uitrusten in het mos terwijl Gar bezig is. De honing van de bijen is alleen te krijgen door de korf als Wood type dragonblooded met volle aura te benaderen. Het aura doodt de bijen wel, dus we houden ons in. We nemen maar drie porties, twee voor de wapens, een voor Olric. (Vijf was het maximum, langer blijven voor meer had de hele kolonie gedood.)
Als de wapens klaar zijn, lopen we door. Het landschap lijkt wel én niet op Creatie. Veel dingen die ons op willen eten. Planten met de giftige aura van een wood dragonblooded. Elementalen van onbekende elementen zoals metaal, kristal, licht, liefde, schoonheid en dergelijke. Alles leeft, brengt dingen voort, eet dingen op.
Tim loodst ons in twee dagen door het moeras. Dan bereiken we een grote grasvlakte. Er zijn hier kuddes van grote draakachtigen met veren in felle kleuren (dinosaurussen). Daar ergens ligt een grote groene draak / krokodil. Hij ziet er uit als een schip, met een holle rug met vleugels als zeilen. Een levende drakar!
“Heil Sobek!”
“Hallo, ik ken jou niet. Dag Tim!”
“Nou, dag allemaal. Dit is zo ver als ik  ga. Ik ga nu terug.”
We bedanken Tim. Gar biedt aan om ooit iets voor hem te bouwen.
Olric vraagt om Sobeks advies en wijsheid. Daar zullen we weinig aan hebben. Maar hij biedt ons transport, in ruil wil hij dat wij iets van onszelf geven. Hij waardeert dat we braaf onze spullen van Creation afgelegd hebben en de giften van de eerste cirkel hebben aanvaard. Nu gaan we de tweede cirkel in. De duur van onze reis hangt van ons persoonlijk af. Als Néré een genezende charm aanbiedt, vraagt Sobek of ze die echt kwijt wil. “Nee!” Xar en daarna Olric spreken persoonlijk met Sobek. Daarna zegt hij dat hij ons wel wil vervoeren als we de Bone Golem, die hier niet thuishoort, willen verslaan. Die is gemaakt door de lunar die na de primordial war als eerste necromantie leerde. Het is geen creature of darkness, want het is gemaakt voordat Sol necromantische creaturen als zodanig definieerde. Sobek vertelt ook dat hier in de tweede cirkel betere wapens en wapenrusting te krijgen zijn, maar tegen een hogere prijs. Als we willen kan hij ons er langs brengen.
We besluiten aan boord te gaan. Onderweg kan hij ons meer informatie geven over de Bone Golem en over mogelijke wapens en wapenrusting.
Dragonblooded 7 xp
Lunars 2 xp

The RoSE – 40

We hebben voorkomen dat de subzielen van Autochthon vervangen zijn door demonen. Nu moeten we de Realm Defence Grid uitzetten, zodat de keizerin die niet kan gebruiken om Nexus te vernietigen. We willen wel nog even naar de boom-elementaal met de genezende besjes. The Roseblack laat ons naar het beginpunt teleporteren. We krijgen besjes en leggen uit dat we Creatie moeten redden. Ze wil mee. “Ja hoor,” zegt Atis. Ze geeft hem een extra besje met de instructie om dat ergens te planten.
Daarna gaan we met de lift naar het commandocentrum. Zodra we er zijn springt The Roseblack op een andere lift, een schijf groene jade. Zodra we er allemaal opstaan, valt hij in vrije val naar beneden. We vallen door een enorme machinekamer, zo groot als een stad. Opeens stopt de schijf, op de top van een 600 meter hoge naald van een of ander zwart materiaal. Het uitzicht is adembenemend.
Sarina en Sango horen in hun hoofd een stem die hen uitnodigt om de top van de naald aan te raken. Dat doen ze allebei en ze zijn precies gelijk. De punt is zo scherp dat ze hun vinger er aan open halen. Het platform begint te draaien en de punt gaat open als een bloem. In het midden is een lege setting voor een heartstone.
“Warning, Sword of Creation Disabled! Pan-Deliberative Override Required!” een stem blijft deze boodschap herhalen.
AI-1 er in steken werkt niet.
Tussendoor zegt de stem: “Halo Detected! Blessed is the Hearthstone Bearer!” en Ghurkan’s halo gaat uit. Een eindje verderop zweeft een ander jaden platform omhoog. Ghurkan noemt zijn toegangscode. “Sword of Creation Engaged” en de naald gaat weer dicht. Dat is niet de bedoeling! Maar als voorzitter van het Deliberative kan Ghurkan wel de override code aanpassen, en dat doet hij.
In de verte komt de andere jaden schijf weer naar beneden. Sango wil een Carnival Gate oproepen. Dat gaat heel eenvoudig. De lokale intelligentie biedt aan om hem ergens anders uit te laten komen. Atis wil naar Chiaroscuo, Roseblack naar Lookshy en Sango herinnert ons er aan dat ons luchtschip hier in de stad in de haven ligt. We moeten haast maken: er beginnen robots op ons te schieten. We kiezen de haven. Sango heeft nu wel een Boon tegoed bij Mara, de schaduw van Malpheas die door Autochthon omgesmeed is tot Metasorcerous Resonator (de zwarte naald).
In de haven kunnen we zonder controles aan boord, er is een burgeroorlog uitgebroken. We besluiten koers te zetten naar Lookshy. The Roseblack wil eerst naar Mnemon om van de bloedband met de keizerin af te komen, maar Sango geeft haar de spreuk Blood Without Ties (om te leren, ze behoudt het origineel). Daardoor is het niet meer nodig om naar Mnemon te gaan.

Na een paar dagen vliegen zien we onder ons een reuzenschildpad met een aantal mensen en dieren op haar rug. We gaan lager vliegen en roepen ze aan. Nee, ze hoeven geen lift, maar kunnen wij een tijdje met ze mee opvaren? Op de schildpad zien we onder meer een oudere vrouw in een wit zijden gewaad. Het blijkt de Speaker van de Immaculate Order te zijn. De schildpad en de andere opvarenden zijn de oorspronkelijke Immaculate lunar elders. Ze vertelt dat ze, sinds de dood van de siderials, opeens weer helder kan denken. Alles wat ze geloofde blijkt een leugen. Maar hoe gaat ze dat aan haar Orde vertellen? Bijvoorbeeld: het celibaat van de Immaculate Order komt er op neer dat de zuiversten van de dragonblooded zich niet voortplanten, en de rest verdunt het bloed met stervelingen. En dat je dragonblooded wordt van een deugdzaam leven, klopt ook niet. Zielen, mensen, zijn trouwens bedoeld als voedsel voor de primordials. Nu niemand meer tot hen bidt, kwijnen die weg. We vragen: “Zou de Immaculate Order misschien Gaia kunnen gaan aanbidden?” Atis vertelt over het zaadje van de dochter van Gaia.
Intussen zendt Sango nog een bericht aan Mnemon.

Tegen de tijd dat we aankomen bij Lookshy, zorgen we voor een imposante entree. De stad wordt niet meer belegerd. Broeder Zwaan verandert met enige tegenzin in zijn oude mannen gedaante. De Speaker arriveert dus met vier stokoude Immaculate monniken op een reuzenschildpad. Daarachter ons schip met de vlag van de Roseblack en haarzelf op de voorplecht. Little Shu doet een Gathering the Congregation spreuk, Atis gooit Voice of Command via zijn harnas. Hij kondigt Roseblack aan als “Righteous Orphan, de Vijfdaagse Shogun die tegen de keizerin strijdt”.

We worden ontvangen door de burgemeester, het legerbestuur en lokale belangrijke dragonblooded. Men is onder de indruk. Wij worden beschouwd als de lijfwacht van The Roseblack. Dat wordt aanvaard omdat bekend is dat haar troepen een bijeengeraapt zooitje zijn.
De Speaker stelt voor om naar de lokale tempel te gaan. De tempel is een met bloemen versoerde koepel, zo groot als het pantheon. Aan vier kanten is hij open aan de lucht. Daar zijn een wervelwind, een waterval een groot vuur en een oude eik. Midden onder de koepel is geen plaveisel, daar is het element aarde. Ze draagt een mis op, en na het standaardverhaal kondigt ze de dochter van Gaia aan, Lysande, zuster van de vijf elementale draken. Op haar signaal plant Atis het besje en daar groeit heel snel een boompje van zo’n 20 cm uit. Ze heeft een klein gezichtje en een zachte stem, maar haar aanwezigheid vult de hele tempel en alle gelovigen horen haar. Haar persoonlijkheid is nog even naief, maar de gelovigen zijn onder de indruk. Na nog tien minuten is het boompje een halve meter hoog, trekt het zijn wortels uit de grond en loopt via een zuil naar het plafond. Daar wortelt ze in, en groeit ze in enkele uren tot ze bijna aan de vloer komt. Dan begint het boompje te bloeien. Het ruikt heerlijk. Zelfs de Roseblack is ontroerd.
De Speaker gaat vergaderen met de Lookshy chapter van haar Orde. Atis zegt gedag tegen Lysanne, wij ook. Ze drukt ons op het hart om langs te komen als we genezing nodig hebben. Als ‘lijfwacht’ van Roseblack mogen we bij het overleg zijn tusen haar en het stadsbestuur. Lookshy wil grif erkennen dat de keizerin niet de gerechtvaardigde heerseres over het keizerrijk is. En ze willen de Roseblack erkennen als de echte shogun. Maar zich aan haar onderwerpen? Nee, Lookshy is onafhankelijk.

Na de vergadering vertelt Sango Roseblack over Kimberi, en dat die in de gedaante van Little Shu haar plaatsvervangster is als aanvoerder van Red Piss en de andere Legioenen. We vertellen ook over de Dragonborn en de 10.000 geexalteerde kinderen van Gethamane met zuiver bloed. Ze merkt op dat we dat aan de Speaker hadden moeten vertellen. Ja, maar het kwam er niet van. Sango was toen de privacy-spreuk aan het verlengen. Roseblack zal het verhaal van de kinderen vanavond wel aan de Speaker vertellen. Dat van de demon hoeft de Speaker niet te weten.

We blijven nog een avond. Atis ‘date’ met de Roseblack. Sango gaat naar de lokale magiërsacademie. Die zijn gespecialiseerd in magitech. Iedereen loopt met een Personal Assistant. Als iemand vraagt waar de hare vandaan komt, omdat hij er zo vreemd uitziet, houdt ze de vraag af. De dragon kings zijn nog te kwetsbaar om de eerste de beste voorbijganger erover te vertellen.

Over naar de lunars…

De lunars vliegen flink door. We zijn in gezelschap van Ten Stripes en Vuurvos. We pauzeren een dagje op een eiland waar Ten Stripes haar experimenten naar een ideale regeringsvorm doet. Ze wil democratie, maar is gefrustreerd: ze hebben alweer een dictator! We overtuigen haar om het experiment niet te beëindigen (dat wil zeggen: de mensen niet af te maken). Eye of Autumn stelt voor om ook landbouw te introduceren, op drijvende eilanden.
Na een week of drie komen we bij het platformpje bij Leviathan. Marina gaat in beastman-vorm even langs bij de kraken die Leviathans luchtscheepje bewaakt. Die vertelt dat een van de celestial lions weg is. “Dat hebben wij geregeld.” Er zijn ook vijf solars langsgeweest, in gouden harnasjes, ze waren nogal knapperig. Hij heeft er eentje opgegeten toen ze het luchtschip wilden starten. De rest heeft het opgegeven. Een van de zwaardjes ligt misschien nog op de bodem.
We bespreken de aanpak met Vuurvos. Die gaat vooruit. Wij wachten nog een uurtje, daarna gaan we zwemmen. De kraken is enorm. Marina let goed op en vindt inderdaad de resten van de solar: een reaper daiklave en een verfomfaaid en beschadigd orichalcum harnas. De sharkmen komen en escorteren ons. In de verte zien we de stad Luthe. Waar wij zwemmen licht de zee op met bioluminiscentie. Het water wordt steeds helderder. Ondanks de diepte neemt het aantal waterplanten toe. Leviathan is moeilijk te missen: een 60 meter lange orca. Er zijn meer lunars, waaronder drie No Moons met mooi bewerkte staven. Dit zijn hoge ingewijden, tweede cirkel. Hun spreuken zitten waarschijnlijk in de staven. De meesten hebben hun kasteteken aanstaan. Wij stellen ons voor. Marina en Tawuz inclusief de familienaam Regenboog. De andere lunars worden ook voorgesteld. Dan introduceert een No Moon Leviathan, Prins van het Westen, generaal van de Solar Legioenen.
We vertellen ons verhaal. Om te bewijzen dat we een volle cirkel zijn, zetten we onze kastetekens aan. De No Moon elders zijn onder de indruk, de rest niet. Ze bevestigen ook de wijzigingen in de ley-lijnen. Als we de naam Kimberi laten vallen, wordt Leviathan ineens geïnteresseerd. Beide ogen staren ons aan en hij vraagt: “WAT! is er met Kimberi?”
Marina houdt ons zorgvuldig voorbereide verhaal en zet haar van Luna gekregen Essence in. Het werkt. “Jullie willen dat ik bewijs dat ik een betere generaal ben dan zij? OK,” hij wijst naar ons: “doe er wat aan!” Tawuz zegt onmiddellijk: “Mogen we Luthe?”
Leviathan kijkt zuur, maar geeft toe dat hij in zin eigen val getrapt is. “Goed, maar ik wil mijn drietand terug. Die ligt op de kapiteinsstoel.” Hij kent ons Rank 3 toe als erkenning voor onze daden.
Hij vraagt naar solars. We vertellen dat ze wel meevallen en dat ze bezig zijn de Great Curse op te heffen. “Huh, wat is dat?” Hij raakt geinteresseerd als we vertellen over de curse van de siderials. We vertellen dat ze de solars hebben vermoord. “We hebben heel lang naar bewijs gezocht, maar nooit iets gevonden.” “Wij wel. Bij Whitewall wilden de dragonblooded hun solar heer en lunar dame niet doden. Dat moesten de siderials zelf doen. En dat staat in de familiekronieken van een familie daar.” Hij drukt ons op het hart om erg zuinig op deze informatie te zijn. Nooit aan een niet-lunar vertellen, totdat we een zo hoog mogelijke sfinx in Yu Shan tegenkomen.
Voor het slemp-en-demp gedeelte van deze moot gaan we naar Luthe. Leviathan blijft achter. De stad staat half onder water. Er leven ook mensen, maar dat zijn slaven. Ze worden ‘traitor-spawn’ genoemd. Als Maina zegt dat ze Regenboog-wijn wil, komt een van de slaven aanzetten met een First Age vaatje van 6000 jaar oud. Als Tawuz ziet dat de lunars dit per halve liter naar binnen willen gieten, bestelt hij snel minder goede wijn en houden ze dit vaatje voor zichzelf: “Doet ons aan de familie denken.”
Het eten is prima. Sushi, sashimi, long pork (mensenvlees). His neemt een No Moon mee naar de oppervlakte en laat daar het schilderijtje zien waarop de lokatie van Luna’s tempel staat afgebeeld.
De volgende ochtend lopen we naar de stuurkamer. Alle beastmen en de andere lunars hebben het schip verlaten. Marina pakt de drietand. Even weegt die een ton, maar dan is hij opeens makkelijk op te tillen. Marina zwemt richting Leviathan. Een sharkman komt hem tegemoet om de drietand over te nemen. “Dat wil ik hem zelf geven.” “Leviathan is boos…” “OK,” Marina geeft de drietand af.

Luthe heeft een schotelvorm, 8 km doorsnee en 1 km hoog. Shi Mei Lan is direct op de kapiteinsstoel gesprongen. (Als kat is ze daar nu eenmaal het handigste in.) Er zijn stoelen voor de kapitein, voor battle, navigation, supernatural en communication. Deze hele stad is met vijf man, een volle lunar circle, te bedienen. Maar er zijn langs de wanden nog 25 zetels voor lagere officieren. Met enig heen-en-weer, want His en Eye of Autumn willen eerst allebei kapitein zijn, komen we tot de volgende verdeling:
– Eye of Autumn, full moon, neemt de kapitainsstoel.
– His doet navigation; hij heeft een specialty luchtschip besturen.
– Tawuz neemt communicatie. Hij neemt direct contact op met AI-1 en vraagt om door te geven aan de solars dat we Luthe hebben.
– Shi Mei Lan neemt het battle-station, want zij is goed in Thrown en War.
– Marina neemt het ‘supernatural’ station. Dat blijkt vooral over de techniek te gaan.
De mensen aan boord vertrouwen ons voor geen cent. Ze zijn al sinds de First Age slaven van Leviathan’s beastmen. Volgens de apparatuur zijn er ongeveer 6000 mensen aan boord, en één geexalteerde dragonblood. Er is aardig wat achterstallig onderhoud. De mensen zijn ongetraind, maar kennen het schip op hun duimpje.
Tawuz gaat op onderzoek uit naar die ene dragonblooded. Hij vindt een familie met boeken en drie kinderen. De 16-jarige zoon heeft een wat rossiger huid dan de rest. Vader is één van de elders, een beetje pedant type. Hij kan lezen en dat geeft hem veel aanzien. De jongen is net geëxalteerd. (Anders was hij wel opgegeten – dat gebeurde standaard.) Tawuz legt heel voorzichtig uit dat Luthe een schip is en gaat vliegen. Hij raadt aan om alles goed vast te sjorren. De jongen loopt mee om de andere elders te waarschuwen. Hij gaat ook mee naar de brug en kijkt daar zijn ogen uit. Zijn naam is Gavrane Tomazri.

Met dit schip ben je in een halve dag aan de andere kant van Creation. Omdat we niet over het Cursed Isle wilen vliegen, doen we er acht uur over om bij Gethamane te komen. We kondigen onze komst aan, zodat we niet lastig gevallen worden. De topsnelheid is tegen de geluidssnelheid aan. Het schip is niet gemaakt om te landen, maar om in rust iets boven de grond te blijven zweven. Het lange liggen op de zeebodem heeft het geen goed gedaan.
Tawuz neemt Tomazri mee naar buiten en vraagt hem te helpen dingen aan de andere ‘traitor spawn’ uit te leggen.

In Gethamane is het leger intussen tot één geheel gesmeed. In de berg is een meng-samenleving ontstaan met autochthonians, dragonblooded en mensen. We zien zelfs autochthonian exalts. In de Tuinen is een gate ontdekt die naar Gaia leidt, maar kunnen alleen dragonblooded doorheen.

solars en lunars 6 Xp, Inez beide personages +1 voor de notulen

Tanais – 52

ochtend van de 18e-ii-R2

Risha neemt zijn intrek in het zomerpaleis. Dat wordt snel in orde gebracht door personeel dat nog niet zo heel bekwaam is. Eerst maar even ontbijten. Claude gaat intussen afluisteren bij Celeste en McArthur. Hij verstopt zich in de kast. Celeste foetert de ambassadeur uit: “Hoe heb je je in godensnaam tot wagenrennen kunnen verlagen? Ga zelf maar je chariot mennen. Als je wint, mag je aanblijven.” Claude volgt McArthur naar de shantitown.

Risha gaat na het ontbijt naar zijn tempeltje. Priester Malice en zijn assistent vallen neer in een aanbiddende houding. Een toevallig passerende goedgebouwde jongeman, in een zwart jaden harnas en met een zilveren tiara met een heartstone op zijn voorhoofd, ziet dit gebeuren en blijft geamuseerd kijken.

Gwan gaat de financien nakijken. Heer Arend krijgt 50.000 goudstukken per maand en dat gaat i zin geheel op. Grote bedragen gaan naar Bambi en de andere ambassadeurs voor grote bouwprojecten. De arbeiders zijn lokaal, maar de grondstoffen komen uit het buitenland. Er is veel handel, met 2% belasting is Soul een belastingparadij. Maar hij vindt een handgeschreven aantekening van Arend dat die de belasting op termijn wil gaan verhogen. Een andere kostenpost is het voedsel wat uitgedeeld wordt aan de armen. Er is veel armoede in het rijk, maar er komen steeds meer opleidingsplekken in de bouw. Shantitown profiteert daar niet echt van.

Chang inspecteert de troepen – op dit moment zijn hier alleen paleis- en stadswachten – en gaat uitzoeken wie er waar allemaal gestationeerd zijn. Er zijn 2000 man bij de grens met het quarantainegebied voor Eenoog, 200 man in het zuiden en 100 man politie. Aan de grens met Vixen is geen bewaking. De moraal is goed.

Risha vraagt Malice en de hulppriester om op te staan. Hij wil weten hoe het gaat. De cultus stelt nog niet zo veel voor en de aanhangers zien elkaar eigenlijk niet meer. Malice kan mensen genezen, maar doet dit niet vaak. Hij vertelt dat Sarina een woning in de ambassadeursstad heeft. Strega runt een gaarkeuken in shantitown. Bruiser is gestationeerd aan de grens en van Zack weet hij niets. De man die stond te kijken komt binnen en stelt zich voor als Mariano, priester van Luna en ambassadeur van de lunar-stad. Risha is heel blij om een echte lunar te spreken. Malice vertelt dat de stad uit zijn voegen is gegroeid en het magische bos kwijnt weg. Er zijn straatrellen in shantitown tussen de aanhangers van de raceteams. Heer Arend is te aardig voor ze: hij houdt geen toezicht, maar doet ook niet aan liefdadigheid. De teams zorgen voor brood en bier voor hun aanhang. Marino vraagt waarom er niemand in de priesterstad woont. “Heer Arend heeft de oude goden verboden en de brahmanen de stad uitgegooid,” zegt Malice. De priester van Luna is geschokt. Malice weet nog te melden dat er voor de wagenrennen nog gladiatoren gaan vechten met een monster. Risha wil poolshoogte gaan nemen en Marino wil wel met hem mee.

Claude ziet Risha met een rijkgeklede heer door de sloppenwijk lopen. Hij vindt dat nogal onverstandig, alsof ze een bordje ‘beroof ons’ boven hun hoofd dragen. Hij spreekt ze niet aan, maar blijft zonder opgemerkt te worden een eindje achter McArthur lopen. Die glipt een opiumkeet in. Claude denkt dat dit wel een aantal uren kan gaan duren en besluit om later terug te komen. Hij gaat naar het clubhuis van Vixen om de wagen te bekijken. Dat is een sjiek gebouw met grote staldeuren. Hij glipt naar binnen en inspecteert de strijdwagen. Die ziet er goed uit, maar er zijn wel verbeterpunten. Tijdens de lunchpauze maakt hij er stiekem een superwagen van.

Chang leert dat er eens in de twee weken wel een insluiper van de Eenoog cultus wordt gesnapt. De politie, vooral soulfielders maar ook een paar shintasta, heeft het druk met openbare dronkenschap en diefstal. Maar er gebeuren geen gruwelijke moorden of andere dingen die met Eenoog samen zouden kunnen hangen. Er zijn weinig etnische spanningen. Hij bedenkt zich dat als de wagenrennen een succes zijn, er draagvlak voor een chariot-legioen kan ontstaan. Daarna gaat hij naar Kofkof om les te nemen in het berijden van een pegasus. In het magische bos is een rijschool gevestigd, ‘the last pegasus’, en er staan een stal en voederbakken. Het wordt een beetje Disneyland. Kofkof geeft hem graag les.

Gwan scry’t Archet. Het is een slaperig stadje. Dan leest hij het contract met Silver eens aandachtig door. De huur van het eiland kan op ieder gewenst moment door Silver worden opgezegd en dan is het gedaan met de betaingen.

Claude gaat weer naar het opiumkot. Daar ziet hij net McArthur met een dame een achterkamertje ingaan. Als ze klaar zijn neemt Claude hem in zijn kladden. “Ik heb een mooi voorstel…” De ambassadeur breekt in angstzweet uit als Claude over de ambassadeurswoning begint. Maar dan: “Als jij mij geld en bouwmaterialen levert, dan win ik die race voor je.” ‘U lijkt helemaal niet op mij!’ “Laat dat maar aan mij over. Als ik win, wil ik van jou 10% van je inkomsten over het afgelopen jaar en 5% van je inkomsten zo lang als je hier ambassadeur bent.” ‘OK,’ McArthur gaat akkoord.

Risha en de lunar lopen door de sloppenwijk. Er heerst een opgefokt sfeertje. Hier zijn veel meer mannen dan vrouwen en er is veel vuilnis op straat. Op aanplakbiljetten staan advertenties voor franchisenemers van bordelen en dergelijke. En ook een oproep: ‘Avonturiers gezocht voor gladiatorengevechten in de arena. Rijkdom en faam gegarandeerd. Melden bij James Manson.”Onderweg hoort Risha Marino uit over de witte stad. Marino blijkt hier te zijn om van onze fouten te leren: hoe start je een verlaten stad weer op?  Ze komen bij Strega, die blijkt meer dan alleen een soepkeuken te hebben. Er is een hospitaaltje voor de kinderen uit shantitown. Strega heeft haar goede kant gevonden. Ze bedelt een handvol obolen los bij Marino voor de 25 kideren die nu ziek zijn. Strega blijkt een beetje ruzie te hebben met Malice, die zit alleen maar naar Risha’s beeld te bidden. “Ik heb hem de gave geschonken om charms te gebruiken,” zegt Risha, “die zou hij hier moeten gebruiken om kinderen te genezen. Die gebeden hoor ik toch niet.” De lunar priester geneest een ziek jongetje. “Die krachten kunnen we hier goed gebruiken,” zegt Strega en ze is teleurgesteld dat Marino niet kan blijven. Zij kent Zack nog wel. Die heeft een dievengilde opgericht in Risha’s naam. Risha is tevreden, maar Strega vindt het vreselijk.

Dan gaan Risha en Marino naar James Manson. Tussen de stallen staat de gladiatorenschool. James is er getatoeeerde kleerkasten aan het keuren. De winnaars laat hij toe tot zijn school. Dit tijdverdrijf komt uit het zuiden. Het hoort niet echt thuis in onze cultuur, maar het is razend populair. James ziet de rijkgeklede vreemdeling en denkt een mogelijke mecenas in zij school te verwelkomen. “Wie denkt u dat er gaat winnen?” vraagt James. Marino glimlacht en wijst naar Risha. Omdat de koning al verdwenen was voordat shantitown ontstond, kent niemand hier zijn gezicht. Bovendien weet niemand nog dat hij terug is. De stoere mannen lachen, maar Risha mag tegen Bertus uitkomen. Zonder charms te gebruiken weet Risha drie van die kleerkasten te verslaan. Dat levert wel respect op. “Je bent aangenomen. Ik heb alleen niks in jouw maat, dus je moet zelf voor pantser zorgen. Maar kom niet alleen, stel een groepje samen. Om 10 uur in de arena, het gevecht is om 11 uur.”

Terug in het zomerpaleis stelt Risha Marino voor aan de anderen. Hij komt uit Nieuw Salish, de lunar stad. Na een smakelijke maaltijd gaat Claude de stad in, de rest gaat slapen. ’s Nachts gaat Claude naar de tempelstad. Hij brengt een offer ghee aan Pashupati en vraagt om een excellency in chariot racing. Een zilverkleurige wolk verschijnt: “Zo …” “Ik ga morgen weer een race doen,” zegt Claude, “ter ere van de goden.” “Dus jij gaat de tempelstad weer openen.” Claude zegt dat hij zijn overwinning aan de goden wil opdragen. “Interessant voorstel, Claude die tot inkeer komt. Als er in de arena zichtbaar een ritueel aan mij wordt opgevoerd, krijg jij een grotere kans om te winnen. Je mag de brahmanen vervangen.”

19-ii-R2

Om 9 uur staan Chantal en heer rend bij ons op de stoep. Ze willen nog wat laatste details regelen. Heer Arend wil regent worden, maar Risha zegt dat hij dat aan Chantal over wil laten. Arend gaat morrend akkoord. Claude gaat, vermod als McArthur, naar de stal en brengt wagenmenner Pedro het slechte nieuws dat de koningin wil dat McArthur zelf rijdt. Pedro’s snor begint te trillen. De werknemers willen meteen hun salaris uitgekeerd krijgen (ze hebben een goed salaris) en zetten dat massaal in op het andere team.

10 uur. Marino, Chang, Gwan en Risha (in een leren harnasje) maken hun opwachting bij de arena. Ze worden aan de zijkant in de arena opgesteld. Chantal en Arend zitten al in de loge. Wij worden niet herkend en maken geen diepe indruk op het publiek. De spreekstalmeester begint een toespraak: “Een nieuw element wordt toegevoegd aan de arena: het gevecht. Een tovenaar gaat een monster oproepen en deze helden mogen daar tegen vechten … blabla bla.” Manson schrijdt met apparatuur de arena binnen. Wij worden naar voren geduwd. Manson trekt een driehoek en een cirkel, gaat in de cirkel staan en maakt magische gebaren. Er is een felle flits en er onstaat een zwarte wolk in de driehoek. Als de rook optrekt, staat daar een demon van de 2e cirkel. “De zoon van Idris!” roept de tovenaar. Iedereen deinst terug.

De demon kijkt wat verwonderd. “Wie heeft het lef om Octavian de Quarter Prince uit te dagen?” vraagt hij. Chang is Risha voor en roept: “Ik!” Hij doet Glorious Solar Sabre. Meteen daarna slingert Claude vanaf het dak met zijn Sling of Prowess een kogel naar de demon en Risha doet Whirlwind Armor Donning Prana om zijn eigen harnas op te roepen. Marino rent er op af en slaat met zijn reaver daiklave. Risha mept met een combinatie van charms vier keer, waarvan twee aanvallen raak zijn. De demon slaat hem zijn zwaarden uit de hand en probeert Risha’s ogen uit te drukken met Blinding Punch. Hij raakt, maar het lukt hem niet on Risha blind te maken. Chang en Claude vallen aan, maar missen. Dan grijpt de demon een eikel die aan een koordje om zijn nek hangt, kust die en roept met Command the Beasts of the Earth vier mammoeten op die op ons af chargeren. Marino doet een spreuk waardoor de demon niet meer weg kan van zijn plek. Gwan raakt, maar doet geen schade. Risha heeft zijn zwaarden weer opgeraapt en doet zijn combi nogmaals. Nu geeft hij licht. Zijn anima wordt zichtbaar: astrale dolfijnen springen omhoog in de ochtendzon en het licht schittert in de opspattende druppels. Hij raakt weer. In het publiek veranderen lunars en beastman vorm (slang, tijger, etc) en springen de arena in. Claude slaat de demon ook en het wezen gaat neer. Marino stuurt de bewusteloze demon terug naar de hel. Waar de demon op de grond lag, is het nu puur wit. Daar liggen de eikel en de Malphean ijzeren staf waar het monster mee vocht. Gwan wordt door een lunar uit het publiek weggerukt. Maar Risha krijgt een mammoet over zich heen. Vanuit het publiek wordt er een Flying Guillotine gegooid, het beest wordt zo ongeveer in tweeen gereten. Risha klimt onder de dode mammoet vandaan, onder het bloed. Na een lange stilte barst het publiek uit in luid gejuich.

De arena wordt schoongemaakt voor de wagenrennen. De tovenaar is nergens meer te vinden. De rode en de blauwe wagen worden binnengereden. Claude (in de gedaante van McArthur) plaatst een schaal brandende ghee in de magische cirkel van de tovenaar en draagt de race op aan Pashupati, de Green Man, Oaken en de andere goden van Shintasta-Soul. Heer Arend’s mond valt open. Pashupati vindt het rachtig dat het offer plaats vindt in de on-schaduw van Octavian en staat niet toe dat Arend het ritueel verstoort. Een bliksem uit heldere hemel raakt de lunar en die valt bewusteloos neer. “Dank u Pashupati, voor dit teken!” roept Claude. De race begint en de meningen in het publiek verschuiven. Claude wint en draagt zijn overwinning op aan Pashupati en de Green Man. Undercover brahmanen in het publiek geven een staande ovatie. Claude roept op om eenmaal per maand op deze dag de goden te eren. Chantal lauwert hem.

Als laatste onderdeel van e festiviteiten geeft Chantal de kroon aan Risha. Die kroont zichzelf en geeft dan het regentschap aan haar.  Het publiek is minder enthousiast over Chantal dan over Risha.

4xp

The RoSE – 39

The Roseblack is nu van haar compulsie af, maar de dynastieke banden zijn er nog. We vertellen dat er een charm tegen bestaat, die (onder andere) Mnemon kan. “Mnemon was mijn rivale om Shogun te worden, maar ik denk dat we nu toch moeten samenwerken.” Dat denken wij ook. Ze vertelt dat de keizerin zichzelf niet meer is. Ze vertelt ook dat de keizerin bezig is de Imperial Manse om te bouwen. Naarmate ze zelf demonischer wordt, kan ze hem niet meer bedienen. Ze wil vannacht de twee derde cirkel zielen van Autochthon, die de primordial in de Manse heeft ingebouwd, vervangen door derde cirkel demonen van de Ebben Draak. Dat moeten we dus voorkomen! De Imperial Manse opblazen en het Sword of Creation vernietigen is geen optie, want dan heeft Creatie geen verdediging meer tegen de Wyld.

Maar eerst moet ze nog iets anders doen. Ze legt haar handen op twee stenen in de console en zendt een rijksbrede boodschap uit, waarin ze de keizerin tot demonisch verklaart, Mnemon als gerechtvaardigd, en zichzelf tot shogun uitroept. Daarin laat ze ook gebeurtenissen zien, zoals de keizerin die Chejob Kejak de keel afsnijdt. Als laatste beeld breekt de Ebben Draak in die gniffelend monkelt: “Het Derde Tijdperk is begonnen.” Roseblack laat de stenen meteen los: “Dat laatste kwam niet van mij!”

Atis laat zijn pattern spider cloack herprogrammeren. Wij hebben intussen bedacht dat we plannen van de keizerin kunnen dwarsbomen als we een van de demonische zielen verslaan. Roseblack neemt ons mee naar de kluis waar de twee subzielen van Autochthon staan: de Babbage Machine die alle berekeningen uitvoert voor de Manse, en het Creativiteit Apparaat waarmee de Grote Maker continu nieuwe dingen bedenkt. We staan de ingang te inspecteren om te kijken hoe we een hinderlaag kunnen leggen, als de kluisdeur wordt weggeblazen door een grote straat zwarte energie.

1. we kijken in een dojo. Wapens, een scroll met een zwarte draak die om een bolletje duisternis zit gewikkeld (daar komt de energie vandaan), een demon in een strijdwagen met een tweehoofdig paard en een zweep met weerhaken. Hij slaat met zijn zweep, de wagen rijdt onze zaal binnen en vliegt in brand. De hele structuur bonst mee. “Opzij!” zegt hij en haalt uit om de Creativity Engine kapot te slaan. Wezien dat paard en wagen een geheel zijn. Atis is het snelst: hij valt aan met Cascade of Cutting Terror. Zijn aura licht op. De Creativity Engine verandert in een maanzilveren krijger die met een kristallen chakram uithaalt naar de strijdwagen. Sarina schiet ook op de wagen, met Solar Flare. De ruimte waar we in zijn, verandert nu in de dojo. Vanuit de schaduwen komen tien ninja’s tevoorschijn. Sango duikt op de zweep en grijpt hem vast. Roseblack haalt uit met haar Grand Daiklave en slaat op et paard. Ghurkan doet een martial arts beweging, waardoor aanvallen minder efficiënt zijn. Hij gaat de ninja’s aanvallen. Het valt hem op dat elke ninja het symbool van een Celestial Martial Arts stijl op zijn borst heeft. Die met het symbool van de Snake Style groet Ghurkan, hij herkent de vorm en daagt hem uit. Ghurkan slaat hem neer. Een andere ninja gebaart met een waaier dat hij de slag wint. Master Snake buigt. “Welkom in de Infinite Dojo.” De Babbage Machine verandert in een man in een tweed pak met een hoge hoed en grote bakkebaarden. Hij tovert de vloer vol met koperen kogeltjes. Wij hebben daar geen last van maar onze tegenstanders wel.

2. De demon probeert de zweep los te trekken, maar Sango weet hem vast te blijven houden. De demon kijkt met licht verbaasd respect naar haar. Ais hakt op het paard in en geeft zijn mantel de opdracht om de strijdwagen te demonteren. De maanzilveren krijger had desoriënterende magie gebruikt. Die houdt hij in stand. Daarnaast haalt hij opnieuw uit maar mist. “Hm. Dat kan beter. Dat idee met die spinnen is beter.” Hij werpt zijn kristallen chakram naar het paard, daar verandert het in kristallen spinnetjes die ook de paardenwagen gaan aanvallen. Sarina schiet op de demon. Met behulp van de Ghost Eating Technique snoept ze essence van de demon af. “Mooie charm,” zegt Sango, “maar vernietig hem niet. Wie weet breken we weer een voorwaarde van het regenboog verbond!” De demon mompelt: “Hm, misschien hebben jullie toch wat bijgeleerd.” The Roseblack doet Threshing Floor Technique, waardoor we beter samen kunnen werken. Sango probeert met Sledgehammer Fist Punch de zweep kapot te slaan en ze slaagt er in om hem te beschadigen. Malphean staal met je blote hand krom slaan … de demon lijkt bijna onder de indruk. De ninja met het Tiger symbool daagt Ghurkan uit. Master Snake is gewond en neemt de rol van scheidsrechter op. De andere ninja’s dagen meneer Babbage uit. Babbage trekt een pistool uit zijn binnenzak en schiet er een overhoop. Ghurkan en Master Tiger loeren op elkaar tot de ninja opeens uithaalt. Raak! Ghurkan slaat terug maar mist. De ninja’s springen op Mr. Babbage die opeens net zoveel armen heeft als er nodig zijn om alle aanvallen af te weren. Hij is beter dan zeven van hen samen. Van alle tien had hij niet kunnen winnen, maar nu wel.

3. De demon probeert weer de zweep los te trekken, maar Sango zet zich schrap tegen de de wagen zijn heup en ze weet de zweep nog steeds vast te houden. Tegelijk gooit hij een straal zwarte energie naar Sarina met zijn ogen. Maar ze springt weg. De dojo is wel beschadigd. Atis activeert zij Autochthonian heartstone de Consumption Cog en verteert daarmee de zweep. Door Roseblack’s charm wist Sango dat dit zou komen, ze laat los en duikt met een radslag weg. De Creative Engine geeft Ghurkan een Silksteel Armor, Sango God-kicking Boots, Atis’ Daiklave is opeens een Grand Daiklave, en Sarina wordt onzichtbaar. Sarina schiet weer en gebruikt daar weer de God Eating Technique bij. De demon verandert in een bloedrode vogel. Hij spoort ons aan om op te geven. Wij doen hetzelfde. Maar hij is gebonden om tot de dood te strijden. Sango valt aan, schopt, maar mist. Babbage is bezig de ninja’s uit te schakelen. Roseblack schiet en raakt. Ghurkan wordt gemist door de tijger-meester, maar raakt hem wel. De scheidsrechter wijst Ghurkan als winnaar aan en de tijger-meester trekt zich terug. Mr. Babbage realiseert zich dat Sango geen charm heeft om schop-aanvallen te doen. Met terugwerkende kracht veranderen de Boots in Smashfists. De uitkomst van het gevecht verandert overigens niet. “Sorry collega!” “Geeft niet. U kunt tenminste vechten.” “Och, onderschat u zich vooral zelf niet.” We krijgen de indruk dat dit beleefde gebabbel een social attack op de dojo zelf is.

4. De vogeldemon spreidt zijn vleugels en vat vlam. De strijdwagen verandert in een vitale oude man in maliën, met een ivoren boog. De feniks strijkt neer op zijn rechterarm. Hij schiet een pijl af op Atis en raakt. De ‘banter’ gaat door. Atis doet mee. Hij complimenteert de demon met zijn schot en geeft toe dat het gevangen zetten van Malpheas verkeerd was. Ook de Creative Engin en Mr. Babbage spreken een woordje mee. Het  gesprek gaat steeds sneller tot het niet meer te volgen is. Opeens zegt Babbage hard: “Boe!” Er volgt een gigantische explosie, die ons gek genoeg niet raakt. Het effect is ueberhaupt niet zo groot. “Hm.” zegt Babbage, “Dat was wat minder dan ik me had voorgesteld.” Sarina schiet weer. Ze laat de Dagger of Heaven op zijn punt op haar arm balanceren, om de tegenstander te spiegelen, die schiet met een vogel op zijn arm. Ze raakt weer en eet essence. Sango vraagt naar de namen van de demonen: “U bent waardige tegenstanders,” zegt ze. De man antwoordt: “De Infinite Dojo heeft niet echt een naam. Ik ben Ferant/Elara, de Chariot of Embers. Als u ooit derde cirkel demonen kunt oproepen, zal ik komen. Ik kan twaalf personen duizenden kilometers vervoeren. Wat heet, ik zal toch komen als u mij roept, ook al heeft u die vaardigheid niet.” De dojo heeft last van de sociale aanvallen en begint in een herensocieteit te veranderen. Sommige meesters veranderen in obers die port, cognac en sigaren serveren. Deze demon zegt bij monde van een ober: “Mocht u oit in Malpheas zijn, dan kunt u een keer bij mij trainen zonder tegenprestatie.” Roseblack schiet opnieuw, raakt de oude man en velt hem. De feniks zegt: “Het is genoeg geweest. Wie geeft de genadeklap?” Ghurkan slaat en raakt. De feniks verbrandt en laat alleen as na. Atis schept het op.

Sango kijkt naar de ninja’s, of er een meester van de Sprinkhaan stijl bij is. Ja, maar die is nu een ober. Hij vraagt wat ze wil. “Ooit wil ik de Mantis Style leren, maar nu graag een witte port.” Hij geeft haar een glaasje. Ze bedankt hem, en drinkt. Daarmee leert ze inderdaad de eerste charm van de stijl.

We hebben gewonen. Maar de Roseblack herinnert ons er aan dat we nog maar 10 minuten hebben totdat de keizerin terug komt. Ghurkan vraag een drankje (en kennis) aan de Slangenmeester. Sango vraagt of we de keizerin kunnen blokkeren. Nee. Zij heeft de heartstone en is dus de meester van deze Manse. Atis en Sarina vragen waar het Oog van Autochthon is. Dat is in Chiaroscuro, in de oude glasfabriek. Als subzielen van de primordial kunnen Babbage en de Creativity Engine voelen waar de andere subzielen zijn. Al is dit een rare, zonder persoonlijkheid. “Oeps! Nu hebben we verklapt dat het Oog ook een ziel van Autochthon is.” “Geeft niet,” zegt Ghurkan.

De Roseblack trappelt van ongeduld. Ook Mr. Babbage wil van ons af. We herinneren de Infinite Dojo teveel aan zijn eigenlijke bestemming.

7 Xp

Tanais – 51

14-ii-R2

We overleven de vloedgolf omdat we in een bootje zitten, maar de tsunami verwoest de hele rivierdelta, alles tot 5 meter boven de vloedlijn wordt weggevaagd. Risha overlegt hoe hij de intocht moet doen. Om 11 uur varen we weg, richting Groath. We gaan toch maar niet eerst naar de hobbits, dan kunnen we lekker op ongemak reizen en onderweg nog wat uitrusten. Af en toe passeren we ene dooie goblin in het water. We passeren een vlot met drie overlevenden. We nemen ze aan boord, maar zijn blij als we ze aan de kust weer af kunnen zetten, want het zijn nare jochies. Om 7 uur ’s avonds komen we aan. In Groath wordt opgeruimd en getimmerd. Wij worden niet herkend. We trekken de catamaran op het strand en Claude maakt hem weer onklaar. De haven is gesloten en heeft schade, maar de hoger gelegen gebieden zijn nog intact. Het water begint al schoner te worden. We checken in in herberg “De Verdwenen Koning”. De goblins slapen in de stal. We boeken een aparte kamer voor de ambassadrice. De herbergier kijkt twijfelend naar de verfomfaaide dame, maar Risha’s geld maakt hem vriendelijker en het eten is goed. En dan een lang bad! Daarna gaan we weer naar de gelagzaal. Er is goed nieuws: de ontploffing van de vulkaan heeft een stroming doen ontstaan in het water. Over een week, op de 21e, is de officiële opening van de haven. Ze hopen dat heer Arend tevreden is als hij de macht overneemt. Gwan herkent de oude voorman maar gaat geen praatje maken.

15-ii-R2

De volgende ochtend slapen we uit tot 10 uur, dan gaan we naar de markt. Daar kopen we eenvoudige werkmanskleren (beter is er niet) en gooien de oude vodden weg. Dan regelen we paarden en om 11 uur rijden we naar Soul stad. De weg is inmiddels  goed geplaveid en om de zoveel kilometer is er een rustplek. Als we door Dampet rijden zien we dat dit dorpje ook welvarend aan het worden is.Halverwege de middag komen we aan in Ashcroft. We stoppen niet, maar overnachten in een herberg aan de voorde waar de weg de rivier Sheila kruist.

16-ii-R2

Om 8 uur vertrekken we na een snel ontbijt en om 2 uur zijn we in Soul. We rijden door welvarende akkers. Er lijkt niks te zijn veranderd behalve een betere weg. Soul zelf is rustiger dan voorheen, het is niet langer de hoofdstad. Hier kopen we sjieke kleding, zelfs voor de goblins, maar schoenen willen ze niet. Risha gaat kijken bij het qartiaanse handelshuis. Dat is dichtgetimmerd, verhuisd naar Bronwe. Chang zoekt een houtbewerker en bestelt een paar heel deftige nieuwe chopsticks met eigen ontwerp snijwerk – voor in zijn haar. Claude krijgt ook een setje van zijn eigen design.  Ondertussen leest Gwan de krant. Hoofdartikel: Binnenkort zijn er chariot races bij Bronwe, het team van Cyrion tegen het team van MacArthur (Selene tegen Vixen). Celeste leest mee, ze is verbaasd dat Vixen hier aan meedoet. Nieuws over de troonswisseling: Deze zal plaats vinden in het nieuwe stadium na de races. Ingezonden brief: Bezorgde Soulfielders willen de Hoogzetel terug. Overig nieuws: Indringer van Eenoog geexecuteerd. Er is een dreiging aan de grens met het quarantainegebied (Shearton en Chetwood). Bewoners van de Gnat Swamp zijn zich met hun longhouses en koeien in de Sheila vallei aan het vestigen. Risha komt terug en leest ook wat er zoal gebeurt. Hij krijgt het gevoel dat Arend een betere koning is dan hij. Hij legt aan de anderen uit dat zijn idee om koning te worden nog uit de tijd komt dat hij bij Eenoog sekte zat. Daar gaat alles om macht, en de koning heeft de hoogste macht. Nu vindt hij die macht eigenlijk helemaal niet meer zo belangrijk.

We gaan nog even naar Steddle. De man van Sarah doet open. Hij verbleekt als hij ons ziet en probeert de deur dicht te slaan. Als we blijven, komt Sarah er aan. Ze is heel kwaad. Maar kalmeert als Risha zijn geld laat zien. Hij betaalt de schuld met rente. “Iedereen dacht dat jullie dood waren…” Het is een ongemakkelijke conversatie, zomaar de koning aan je keukentafel. Ze geven uiteindelijk wel hun mening en de roddels over de stand van zaken aan het hof. De Soulsteel Chariot Races zijn geïnspireerd op de race tussen Risha en de dode koning. Maar het doorbreken van het verbod op racewagens ligt nog gevoelig bij de gewone mensen. Heer Arend bestuurt het land prima, maar de ambassadeurs hebben zichzelf wat privileges aangemeten en Arend heeft heel veel geld geleend van Silver’s ambassadeur Barkast Krambach de dwerg. En Bambi van Sesklo, daar moet je echt voor uitkijken. Die laatste vertegenwoordigt ook de zuidelijke landen Ghiobhann en Rhea Silvia. Zij heeft op kosten van Arend bouwmeesters ingehuurd voor de arena en ze speelt Cirion tegen MacArthur uit. De roden tegen de blauwen. Kofkof heeft een rijschool geopend, hij is wel zuiver op de graat. Bronwe is vol en de mensen gaan aan de voet van de heuvel wonen, niet in het magische bos gelukkig. De priesterstad is leeg en verlaten. Risha zegt dat daar toch ook mensen kunnen wonen. Ja, maar dan moet je de tempels afbreken en dat is vast geen goed idee, anders had heer Arend het allang gedaan.  Chang vraagt naar het leger. Er is een goed getrainde militie en uitwisseling met legers van de Noordelijke Liga. 3/4 van het leger is van hier. Langs de grens zijn veel huurlingen gelegerd, dat zal heer Arend een lieve duit kosten. We filosoferen wat over de man die op het eiland kwam. Die kwam van Targon. De boot kwam en ging zuidwaarts. Dus, bauchliet van Targon naar het eiland en van het eiland naar het zuiden. Dus dat flesje is bauchliet? Of de betaling voor het spul (was het schip nou  voor of na de man?) Dan gaan we slapen. (De ambassadrice, Adrarn en de goblins zijn nog in Soul.)

17-ii-R2

We worden gewekt met de geuren van een heerlijk ontbijt. Dan terug naar Soul. Daar staan Eensteen en Plateau op de markt in het schavot. “Groping” staat er op de beschuldiging … “Tja, dat mag dus niet!” grinnikt Risha. We halen de chopsticks op, die echt prachtig zijn geworden. Dan verzamelen we onze spullen en als ’s middags de goblins vrijgelaten worden, gaan we naar Bronwe. Tegen het vallen van de avond komen we aan. Het is druk. De benedenstad is een rommelige shantytown met een hek tussen de krottenen en het bos. Soldaten houden mensen tegen bij de tempelstad en vragen naar pasjes bij de ambassadestad. Gwan scry’t. 1. de geheime gang vanuit het bos naar het kasteel is niet ontdekt. 2. Chantal is in het kasteel bezig om kleding uit te zoeken voor de kroonsoverdracht.  3. De ambassadestad is zeer welvarend. Hier zit het grote geld. Het is druk en helemaal volgebouwd.

Dan wil Celeste even wat zeggen. Zij is de koningin van Vixen en ze staat voor hetzelfde dilemma als Risha. Niks leukers dan te doen alsof je ambassadrice bent. Het jongetje heeft haar leven gered en wat haar betreft wordt Soul een volwaardig lid van de Liga en niet een doorvoerhaven. Ze denkt dat heer Arend voornamelijk banden zal hebben met zijn thuisland Selene en nu dus ook financiële verplichtingen aan Silver. Waarschijnlijk in ruil voor het niets doen aan de vervuiling. Ze adviseert Risha om  zelf de teugels in handen te nemen. Chantal tot regentes te maken en heer Arend eerste minister.

Ze besluiten samen in het openbaar de stad in te gaan. Het is 10 uur ’s avonds en donker. Celeste in haar netste kleren, Risha draagt zijn magische harnas, we hadden geen tijd meer om zijn groene paard te zoeken. Bonk-Bonk op de poort. Een wachter schuift een luikje open, zijn mond valt open. “Leve de koning!!!” De poort wordt open geworpen. De wachters binnen juichen: “Heil de koning!”  het geroep wordt overgenomen, de straten stromen weer vol. We lopen naar het plein, 24 soldaten vormen een impromptu koninklijke wacht. “Maak plaats voor de koning. De koning is terug!” De mensen juichen en maken eerbiedig plaats.

Op het plein komt Kadier in avondkleding naar buiten. Hij is heel blij ons te zien. “Goedenavond. Welkom terug!” ‘Zoals de afspraak was,’ zegt Chang. “De rechtmatige koning is aanwezig,” intoneert de qartiaan. Enkelen vallen stil. Risha zegt vrij luid: “Ik stel u de koningin van Vixen voor.” Dan wordt het nog stiller. We gaan Ye Olde Magick Shoppe binnen. Kadier serveert thee en koekjes, en bier voor Chang. “Een snelle bespreking,” zegt Kadier, “het is een puinhoop. Heer Arend heeft meer geld uitgegeven dan hij heeft, en dat is uitgegeven door de andere ambassadeurs. De qartiaanse bank is buitenspel gezet. Arend kan prima organiseren, maar hij geeft geld uit als water. Er gaat veel geld om, maar het komt niet hier.

Dan komt Bambi binnen. “Wat onverwacht,” zegt ze. ‘Hoezo onverwacht?’ vraagt Risha, ‘Dit hadden we toch afgesproken?’ “U heeft mijn onvoorwaardelijke steun.”

Vervolgens komt Kofkof binnen: “Vriend!” Chang wil rijles op een pegasus. Dat kan.

Na een paar minuten wordt de deur opengegooid en komen Chantal en Arend zelf binnen. Arend kijkt vuil, maar Chantal lijkt oprecht blij om ons te zien en ze geeft Risha een knuffel. Chang is helemaal ‘nederige dienaar’ en negeert heer Arend totaal.

Arend zegt: “Welkom terug, wie had dat verwacht … laten we de flauwekul overslaan.” Risha steekt van wal. Hij stelt zich voor en zegt dat hij oprecht blij is dat Chantal iemand heeft gevonden waarvan ze houdt. Maar hij heeft ook gehoord dat Arend alles bekostigt met geleend geld. Heer Arend denkt even na. Dan legt hij de deal uit van het bauchliet. Silver huurt het eiland in ruil voor een maandelijkse grote som geld. Gwan krijgt de voorwaarden ter inzage. Chang ziet wel punten voor verbetering: in dit verdrag zijn we geen natie maar een vazalstaat. Arend zegt dat in zijn ogen de Noordelijke Liga groter en belangrijker moet zijn dan de kleine landjes. De handelsbelasting is 2%. We leggen uit dat het eiland is ontploft en Arend gelooft Risha als die zegt dat hij daar op dat moment niet was.

Risha stelt voor dat Chantal zijn regentes wordt, “Ik ben tenslotte pas 14 en in het afgelopen jaar ben ik maar twee weken ouder geworden.” Tot zijn verrassing stemt Arend daar meteen mee in. :Laten we er het beste van maken.” Risha zegt nog: “Ik ben benieuwd naar mijn lunar mate, ik hoop dat zij net zo lief voor mij is als jij voor Chantal.” Arend mompelt: “het zal toch niet …”

Om het gesprek te beëindigen, stelt Risha de koningin van Vixen voor. Er volgen wat kille beleefdheden en daarna komt MacArthur naar voren. Hij knielt. Ze trekt hem omhoog en zegt: “We zullen morgen overleggen.” Hij kijkt betrapt. Claude wordt ingefluisterd dat hij moet gaan afluisteren.

3 xp

The RoSE – 38

We denken na over manieren om in de Imperial Manse te komen. Tawuz en Marina realiseren zich dat Lachende Wolf ook een neef van hun is. Hij gaat met Wijsheid en White Owl mee naar het Heptagram. Dit is dus siderial magie: hij heeft zijn lotsbestemming zodanig veranderd dat hij nu familie is en ingeschreven staat bij het Heptagram.

Vuurvos en Ten Stripes gaan naar het westen. Onze lunars gaan mee.

In de ruimte van het Deliberative gaan tien mountain folk Artisans aan de slag om de verbeteringen van Quicksand Skipper te bestuderen.

Onze solars vragen zich af waar de Imperial Manse is. Volgens Atis bevindt die zich in de heilige berg. “Nee die informatie is verouderd. Hij bevindt zich nu in de Imperial City.” We kijken verbaasd om. Een man in een rood gewaad met een roze tuniek er onder stelt zich voor als Meester Heron.  Hij legt uit dat hij bezoek heeft gehad van de Maiden of Secrets. Die vindt het heel belangrijk dat wij dit gaan doen, want wij zijn de enigen die ueberhaupt een kans maken om daar levend binnen te geraken. Hij geeft ons een boekje met aantekeningen van iemand die de Manse heeft bestudeerd, maar we kunnen er niet van uitgaan dat alles wat er in staat klopt. “Ik heb de ergste fouten er uitgehaald. In een vorige incarnatie heb ik nog meegeholpen met de verplaatsing. Dus ik weet nog een beetje van hoe het er daar binnen uitziet. Die verplaatsing was overigens nog een hele klus! ” De keizerin gaat binnenkort nog eens toeslaan, nu om Nexus te vernietigen. We moeten naar de hoofdstad en dan hebben we twee dagen om ons voor te bereiden, voorraden in te slaan en dergelijke. In die nacht staat er iets vreselijks te gebeuren waarbij heel veel doden zullen vallen. Dat zal de soldaten uit de Manse naar de stad trekken en dat is precies het moment dat wij kunnen toeslaan. De interne verdediging van de Manse zal dan enkele uren op halve kracht werken. De keizerin zal er niet zijn, maar de Minister van Reclamatie wel. Haar lot is met het onze verweven. Ze is voorbestemd om een blijvende vrede te brengen, maar ze wordt nu bedreigd door iets van voorbij het Noodlot. “Neem genoeg touw mee!” Als hij uitgesproken is springt Meester Heron van het plateau, gooit een handje goudstof voor zich in de lucht en zwemt erdoorheen in het niets.

Atis stapt op een artisan af en vraagt naar de magische mantel die hij van zijn vorige incarnatie geërfd heeft. Dat is een pattern spider cloack, die kan uiteen vallen in pattern spiders. Hij is gemaakt door Autochthon. Atis’ theorie dat dit zijn ‘achterdeur’ de Imperial Manse in is, zou volgens de artisan kunnen kloppen. Ze raadt hem aan om de mantel pas in de Manse aan te trekken.

Sarina wil nog even terug naar haar tombe. Daar lag destijds erg weinig. Ze denk dat ze nu wat beter kan zoeken nu ze wat meer in haar krachten is gegroeid. Vanaf hier is ze er zo. Een uur later komt ze weer terug, druipend nat.

Sango gooit intussen vermommingsspreuken. Ghurkan kan twee dingen wijzigen: zijn anima banjer wordt vuur en zijn uiterlijk wordt roodachtig. Little Shu kan ook twee dingen wijzigen. Hij kiest een wood-type aura en vermomt zijn orichalcum boog. Ook Sango vermomt haar aura en uiterlijk. Zij kiest voor water dragonblooded.

Na enig overleg besluiten we het Haslanti luchtschip te nemen. Daarop is ook al de Private Plaza spreuk gedaan. We laten een briefje achter voor de lunars. De reis is voorspoedig. De wind zit mee. Onder ons zien we brandende manses, maar soms ook rustige dorpjes waar mensen naar ons zwaaien. Voor we Imperial City ingaan, landen we op de rivier en gaan we verder als gewoon zeilschip. Sango stuurt. Als we bij de haven aankomen, treedt Ghurkan de havenmeester tegemoet. Voor drie obolen aan leges, hebben we geldige identiteitsbewijzen en een label aan het ankertouw. Ze raden ons ook een hotel aan.

De volgende dag zit de eetzaal vol zakenlui die voor een congres in de stad zijn. Omdat wij er uitzien als dragonblooded worden we met veel egards behandeld. Dan gaan we de stad verkennen. Rondom de Imperial Manse ligt een prachtig park, dat wordt nu ontsierd door een grote muur met wachthokjes en prikkeldraad. Sarina wordt onstoffelijk en doet haar vliegcharm. Achter de muur ziet ze een grote gracht, waar demonische arbeiders in werken. Ze metselen elkaar in. Het stinkt er naar vitriool. Er lopen buizen de stad in, die laten ze met rust. Diep onderin zij gaten gemaakt waar demonische machinerie naar binnen wordt gereden. De Imperial Manse zelf is een grijze monoliet, ongeveer zo groot als het pantheon. De top ligt op straatniveau, maar in de greppel kan je zien dat het honderden meters de grond in gaat. Overleggen doen we op het schip.Tegen vitriooldampen kopen we twee vlindermaskers voor Sango en Sarina, Atis en Ghurkan hebben ademfilters in hun harnas en Little Shu heeft een charm. We vinden het een beetje jammer dat we de dragonfly communicator niet van Tawuz hebben geleend.

Tegen de avond gaan we picknicken in het park. Een tijdlang gebeurt er niks, totdat er opeens twee grote ontploffingen zijn, met enorme zuilen hemelsblauwe essence. De wachters reageren blasé. Maar dat verandert als er elders in de stad ook van dat soort ontploffingen optreden. Alle ley-lijnen staan in brand. In de stad breekt paniek uit en al snel wordt er geplunderd. Dan gaan de poorten van de manse open en stromen er troepen naar buiten. Er zijn ook bataljons blood-apes bij. Na een kwartier is de muur onbewaakt. We klimmen er overheen. Binnen zien we dat de demonische werkers er nog steeds zijn. Het stinkt ongenadig. Er zijn vuren, poelen vitriool en duizenden demonen. Eigenlijk is het de hel. Atis pleit er voor om via een van de nieuwe gaten te gaan, want dan sla je een heleboel valstrikken over. Sarina wil liever door de hoofdingang, daar zit de AI en Ghurkan heeft de toegangscode. De hoofdingang is nu wel op slot. Atis doet een Lock Opening Touch, maar is niet bekwaam genoeg om het slot te openen, ook Sarina kan het niet en zelfs samen komen ze er niet uit. Maar Ghurkan’s toegangscode werkt wel.

Binnen komen we in een dim verlichte ruimte met symbolen van zonnen en tandraderen. Een stem in Old Realm zegt dat onze huidige incarnaties niet geautoriseerd zijn om naar het Panopticum te teleporteren. Little Shu en Sarina gaan op zoek naar de looproute. Ze vinden achterin de zaal een kristal dat toegang geeft tot een wenteltrap omlaag. We dalen af, de night-castes voorop, en komen uit in eengrote ruimte vol machinerie. Voor ons gevoel is de zaal te groot voor de breedte van de Manse. Alles is prachtig versierd. “Raak niets aan!”

Atis stopt ons en trekt de pattern spider cloack aan. Die valt als een mantel om hem heen. Er komt een dun lijntje spinnetjes vanaf die tussen de machines door naar een opening in de wand gaan. Sarina vertrouwt het niet. Ze ontdekt dat er een energiegordijn over het pad tussen de twee machines hangt. Sango klimt omhoog en knipt een draadje door, waardoor het veld verdwijnt. We gaan snel verder. Intussen komen er al gouden krekeltjes aanhoppen om de schade te repareren. In de volgende zaal zijn liften zowel omhoog als omlaag. De Imperial Manse is van binnen echt veel groter dan van buiten. In de schachten hangen gekleurde lichtbundels, rood, geel, blauw en groen. De pattern spiders blijven in het midden staan wachten. De keuze is aan ons. Vier soorten exalteer energie? Vier deugden? Het boekje geeft aan dat de kleurcodes voor de arbeiders waren. Geel en blauw gaan omlaag. We stappen in de blauwe. Onze aura licht op. Voor 1 mote essence worden we vier verdiepingen naar beneden getransporteerd. Als we door de een-na-onderste komen, zien we demonen een monsterlijke machine aan de bestaande machinerie vastbouwen. De spinnetjes leiden ons weer een gang in. We lopen tussen allerlei tandraderen en zuigers en bliksembogen door. Met Magitech kennis en Athletics loodst Sango, met wat hulp van Atis en Sarina, ons erdoorheen. Alleen Ghurkan komt met zijn arm tussen twee tandwielen, maar zijn harnas beschermt hem en hij loopt alleen een blauwe plek op. De spinnen gaan rechtdoor, maar maken opeens een zigzag. Sarina en Atis zien dat hun pad een val ontwijkt, maar dat de vloer wrijvingsloos is. Als je er op stapt, glijd je door. Little Shu gaat met zijn windblade, Ghurkan heeft er ook een. Sarina en Atis kunnen vliegen, Atis draagt Sango. Als Atis passeert, verdwijnt de lijn spinnen, dus hij moet als laatste. We komen uit bij een schacht. De spinnetjes laten zich er in zakken, maar worden door kleine bliksemflitsjes in druppels veranderd.

Sarina herkent het: “Dit is er een van mijn vorige incanatie!” Ze blijkt een staf te hebben die dit effect uitzet. De bliksem veranderd levende wezens in vloeistof, maar laat dode materie intact. We hijsen elkaar naar beneden, steeds met haar staf in de hand. Beneden dweilt Atis de restjes van zijn spinnen op in zijn mantel.

We komen nu in het deel dat door Autochthon is gemaakt. De valstrikken zijn meer puzzels hier. Na een paar kamers verschijnt een kristallen automaten die ons vraagt om aan te tonen dat we het recht hebben om door te gaan. Gurkan identificeert zich als voorzitter van het Deliberative. “Bewijs dat.”  Sango roept: “AI-1 kan dit aantonen!” De gestalte wisselt informatie uit. “Het is waar. Welkom meneer de voorzitter.” Hij legt zijn handen op Ghurkan en die krijgt een aura om zijn hoofd. “Is uw gezelschap ook geautoriseerd?” “Ja.” Hij legt bij ons 1 hand op en we krijgen een vlam boven ons hoofd. Hij heet ons welkom. Als we doorlopen staan we in een lege ruimte op een kristallen plateau. Als we roepen: “Interface!” horen we de stem in Old Realm zeggen: “Deze zaal heet Leap of Fate.”  Little Shu springt als eerste en de rest volgt.

We komen uit in een zaal die op de ingang lijkt, maar dan veel mooier. Mozaieken van roemruchte daden op de muren en van verslagen primordials op de vloer, en dergelijke. Er zijn allerlei werkruimtes, bibliotheken, simulatoren, schietbanen en – een ziekenhuis. Maar dat is heel anders dan die in de reserve-pool. Het is een zeshoekig kamertje met vijf bedden langs de wanden. Verder groeit er alleen een boompje uit het plafond omlaag, dat ons met grote ogen aankijkt. Als we verder willen lopen is ze teleurgesteld. Gelukkig heeft Ghurkan een blauwe plek. Ze geeft hem een druifje, waardoor hij meteen geneest. “Jammer dat jullie haast hebben. Dat had Autochthon ook altijd. Ik heb hem al vaak genezen, maar de kanker blijft terugkomen.” Ze stelt zich voor als Elyande, de dochter van Gaia. Ze geeft ons wel preventieve vruchtjes mee.

Volgens het boekje zijn hier vijf niveaus: de Artillerie, de Barakken, de Appartementen, de Basilica Of Final Victory en helemaal onderaan de Hartkamer. We pakken de lift. Niveau 4 is niet verlicht en leeg. Niveau 3 is luxueuzer en wel in gebruik. De welkomstmatjes zijn van onsterfelijk mos, wat blij verrast opleeft omdat er solars langslopen.  Vogeltjes zingen. Het plafond vertoont de lucht zoals je hem zelf graag ziet. Er zijn 700 appartementen: 300 solars, 300 lunars en 100 siderials. Die van de solars zijn het mooist. E’en appartement is anders, het is open, stoffig en er hangt een rode mantel. Sarina en Atis gaan op onderzoek. Ze ontdekken dat de lokale siprits sidderend van angst achter een kast zitten. Sarina kan met ze praten en stelt ze gerust : alle overtredingen zijn de schuld van de dragonblooded. De geesten vertellen dat er op deze verdieping nu geen dragonblooded is, die moet in de Basilica zijn.

Dat is een grote controlekamer, op het formaat van Autochthon. Je kunt de status van Creatie zien. De hoogste alarmcode, groen, staat bij allerlei kronkels die over het centrale eiland lopen. Ook allerlei Wyld area’s, Shadowlands en dergelijke staan aangegeven. In de centrale put staat Roseblack en vier gloeiende zwarte humanoide figuren die consoles bedienen. Atis realiseert zich dat er een geheime lift is. Sango wil de gedaantes identificeren als tweede cirkel demonen. Maar volgens Sarina zijn het automaat, die direct zullen aanvallen.

Dat blijkt mee te vallen: we zijn geautoriseerd. Alleen Roseblack valt ons aan, en niet van harte. Ze heeft een Compulsie. Sango pakt een van de vruchtjes van Elysande en duwt dat in haar mond. Het geneest de ergste schade eerst: de compulsie wordt opgeheven. Ze is heel blij dat we haar genezen hebben, ok al zijn we anathema. We moeten snel naar beneden, om ergere schade te voorkomen.

The RoSE – 37

Wat doet iedereen tot aan de vergadering van het Deliberative?

His mediteert bovenop de heilige berg voor Essence.
Sarina ook, en ze leert Celestial Circle Sorcery. Daarvoor geeft ze haar absolute haat tegen de dragonblooded op.
Eye of Autumn heeft door het verslaan van de luchtdraak een nieuwe ‘diervorm’: Doldrum, dat is een luchtelementaal die …
Sango stuurt Mnemon een boodschap: ze is anathema verklaard; een legioen van de Immaculate Order heeft het Blessed Isle tot Cursed Isle verklaard, maar wacht op een signaal van hun Speaker; en de vraag of ze ‘lost eggs’ wil trainen.Ook heeft ze onze troepen, en de dragonblooded van Gethamane, de optie voor van trainen in het Heptagram. Ze krijgt ongeveer 100 rekruten. De eigen troepen worden teruggebracht naar Gethamane. De bovenste verdieping van de stad, het tempelniveau, zitten nu vijf dragon kings. Ze werken samen aan een luchtschip.
Atis krijgt een jade ibis met een gecodeerd bericht van Roseblack. Er staat dat ze minister van wederopbouw is, maar de verborgen boodschap is: ‘ik zit gevangen in de Imperial Manse. De keizerin is gek geworden, ze wil de heilige berg opblazen’. Hij zet het bevrijden van Roseblack hoog op de agenda, niet alleen omdat hij haar wel ziet zitten maar ook omdat ze veel informatie heeft over de plannen van de keizerin.

Mnemon komt met Wijsheid langs bij Sango en Atis in Nexus. Ze vertelt dat al haar sideraal docenten zijn weggeroepen. Dus als Sango aan het Book of Circles kan komen, is dat meer dan welkom. Ze geeft AI1 terug want ze is er klaar mee. Verder meldt ze dat er een grote greppel rondom de Imperial Manse wordt gegraven, met demonen in de muren. Atis gaat op zoek naar meer informatie over de Manse. De Clay Man weet er niets over. In de oude notulen van het Deliberative vindt hij wel wat discussies over. Er zijn heel veel lagen beveiliging. Hij wordt bewaakt door een AI. Hij bedenkt dat als de nightcaste solars indertijd allemaal meegewerkt aan de valstrikken van de Imperial Manse, dan zullen ze er ook allemaal een persoonlijke achterdeur in hebben aangebracht. Zijn vorige incarnatie heeft hem een mantel van pattern spiders nagelaten, misschien is dat wel zijn eigen sleutel. Maar helaas weet hij niet hoe het ding te bedienen.
Wijsheid geeft ons een stoel die door zijn kat verruineerd is. De lunars herkennen clawspeak. Er staat dat de siderials zijn weggeroepen omdat er een enorme knoop in het Loom of Fate zit, iedereen moet komen helpen.

Als de tijd voor de Deliberative aanbreekt, gaat iedereen naar de Heilige Berg. Er komen steeds meer lunars en solars aan. De solars zijn vooral in vijftallen. Er zijn zelfs vijf beastmen, die blijken ook solars te zijn. Vier zijn afstammelingen van lunars, maar eentje behoort tot het uitgestorven gewaande vogelvolk. Sango herinnert zich dat Mnemon zei dat er een obelisk van het vogelvolk op het eiland van het Heptagram staat, onaangetast door demonische energie en dat het ding onlangs licht is gaan geven. De vogelmens is heel erg geïnteresseerd en het vijftal gaat er na de Deliberative naar toe. Misschien kan hun tovenaar er ook in de leer.
Er arriveert ook een jongen op een vliegend paard uit Marukhan. Hij weet niet wat hij is; als hij zijn kasteteken aanzet, zien we het signaal van de Maiden of Travel. Sango roept: “Kes!” Nee, zijn naam is Lachende Wolf. Hij is pas vandaag geëxalteerd en een meisje zei hem dat hij naar de Heilige Berg moest en dan moest vragen naar ene White Owl.
Er zijn veel lunars en solars, maar geen abyssals en afgezien van Lachende Wolf geen siderials. Syd is er ook, met vijf lunars die er uit zien als Immaculate Monks. Een ervan ziet er hoogbejaard uit. Hij heeft ook een jonge dragonblooded mee uit Lookshy, die heet Max. De stad wordt belegerd, de 100 koninkrijken worden een voor een opgerold. Vuurvos is er. De dragon-king priester is er, Wijsheid is er met zijn familiar.

De vergadering begint. a
1. Opening door voorzitter Ghurkan en vaststellen van de agenda
2. Max vertelt dat Lookshy wordt belegerd. De vijf Immaculate lunars stellen zich voor als de leiders van de 100 koninkrijken. Zij stellen voor om de stad te overtuigen dat de Immaculate Order onzin vertelt. Dan durven ze de lokale goden weer te aanbidden. De vijf lunars vertellen dat zij nog van de oude Immaculate Order zijn, zij waren de boodschappers van de First Age en onderhielden I AM, het internet. Maar dat weten zelfs de meeste siderials niet meer. “Nou!”, zegt iemand die komt binnenstormen, “er zijn nauwelijks siderials meer!” Hij is van de Maiden of Secrets. “Er is een hinderlaag geweest in Yu Shan, waarbij zo’n 90 siderials, waaronder de beste martial artists van creation, kansloos afgeslacht zijn door 40 Green Sun Princes. En de Loom of Faith is kapot.
3. De Clay Man stelt zich voor. Sango vraagt waarom de Great Gease is opgelegd. De AI van de zaal weet het: de solars vonden het vervelend dat er intelligentere wezens waren dan hun Twilight kaste en dat die bovendien hun kennis niet wilden delen. De vergadering is verbijsterd door de arrogantie die uit de notulen spreekt. Iedereen is voor het opheffen van de Great Gease. De motie wordt bij acclamatie aangenomen. De Clay Man loopt naar buiten en Ghurkan schort de vergadering even op.
3a. Het plein blijkt vol te staan met Mountain Folk. Als hij de Great Gease opheft kijken de artisans verheugd. De krijgers en de werkers kijken opeens een stuk helderder uit hun ogen. Ze beginnen licht te geven, ze kunnen nu ook Essence gebruiken. “Wij vertrekken,” zegt de Clay Man. In het keizerlijk paleis in de hoofdstad pakken de mountain folk soldaten hun biezen. Bij de poorten naar Autochthon ontstaan lange rijen. Op het plein worden 10 vrijwilligers gevraagd om achter te blijven en de Great Curse op te heffen. Ze gaan direct na de vergadering aan de slag met de wijzigingen die Quicksand Skipper in de Deliberative heeft aangebracht.
4. Het volgende punt zijn de dragon kings. Atis wil het mandaat uitbreiden. “Maar om hen stemrecht te geven zou je tegen het mandaat van de Hemel in moeten gaan”, zegt een oude lunar. Hij demonstreert dit door aan de AI te vragen de Crown of Thunders te tonen, die zit in het spreekgestoelte. “Dit is de kroon die door Sol op het hoofd van de solar koningin is geplaatst en die zij weer heeft overgedragen aan het Deliberative. Het mandaat is door Sol persoonlijk van de dragon kings overgedragen op de celestial exalted. Willen jullie tegen de wil van de Incarnae ingaan?” Sol heeft geen rekening gehouden met dit soort gevallen en ons mandaat houdt in om creatie te beschermen en in dit geval betekent dat ook dat je kunt besluiten om mandaat te delen en uittebreiden. Nu is de tijd voor samenwerking, steeds komen we erachter dat we alleen met samenwerkign ergens komen en dat fragmetnatie en arrogantie ons tegenwerkt. De manier om de Zwaarte Draak te verslaan is met vertrouwen, respect en samenwerking, alles waar hij niet voor staat, e.d. – een riante meerderheid is voor stemrecht van de Dragonkings’afgevaardigde. De Dragonkings , aldus de hoge priester, voelde zich vereerd met het gegeven vertrouwen en zij dat ze het feit dat de Dragonkings gefragmenteerd zijn (verschillende groepen en dus dat de afgevaradigede voor alle groepen kan spreken) binnen de Dragonkings op zouden lossen. Het voorstel voor Dragonblooded stemrecht is opgeschort omdat het op dit moment teveel chaos is binnen hun gelederen: er is niemand die voor hen kan spreken.
5. Dan komt het probleem van de abyssals en de green sun princes ter sprake. Een andere oude lunar meldt dat hier een procedure voor bestond. Solars die een deal met demonen hadden gesloten raakten hun stemrecht kwijt totdat ze zich gerehabiliteerd hadden. De vergadering besluit dat alle abyssals en green sun princes van deelname aan het Deliberative uitgesloten zijn tot ze zich individueel hebben gerehabiliteerd. Wij stellen dat de Kapelaan der Zee en Ebon Rhime zich volledig hebben gerehabiliteerd. Drie abyssals van de Bisschop hebben zich ook actief ingezet voor de Deliberative. Deze vijf worden geaccepteerd als lid van de vergadering.
6. Nieuws uit de windstreken.
6a. Het Rijk. Vorige week was de nacht van de 10.000 vlammen. Overal in het Rijk zijn dynasten vermoord, legioenen in hinderlagen gelokt en dergelijke. Mnemon heeft de schuld gekregen. Ze is op het plein in de hoofdstad verschenen en heeft verklaard dat de keizerin de bruid van de Ebben Draak en de keizerin van de Hel is. Dit was op exact hetzelfde moment als de overval op de siderials. Besloten wordt dat met voorrang het Astrolabium van de dragon kings moet worden gerepareerd.
6b. Zuiden. Paragon is ontzet. Er heerst vrede in An Teng. Maar er is een Locust Crusade aan de gang, wezens van buiten Creation die in de nacht alles kaal plunderen. Eye weet dat het hier om de stad van een van de subroutines van Autochthon gaat, degene die over oorlog gaat. Deze is gevoelig voor eervolle uitdagingen. Maar het zal veel moeite gaan kosten om te winnen. De lokale lunars kunnen daar wel wat mee. Sango biedt haar Magnetic Metrocore aan. Dat is een Autochthoonse heartstone die wijst naar de dichtstbijzijnde alchemical stad. Ze krijgt er de Jewel of the Gracefull Courtier voor terug.
6c. Oosten. Thorns is vernietigd. Waarschijnlijk door de keizerin: vuur uit de hemel. Dit brengt de vraag weer op hoe overtuigen we Lookshy? Lachende Wolf biedt zich aan. Syd vertelt dat hij Max heeft meegenomen om te laten zien wat de ‘anathema’ echt doen en zijn.
6d. Noorden. Wij vertellen wat er allemaal is gebeurd. We horen dat Hanta op dezelfde manier is vernietigd als Thorns. Daarbij zijn Bull of the North en zijn lunars omgekomen.
6e. De Lintha vallen Coral aan, maar het eiland vraagt niet om hulp. Het Rijk heeft er desondanks een vloot op afgestuurd en vindt schepen van een death lord die zich Silver Prince noemt. Vuurvos doet een oproep wie een eiland wil helpen waar mensen in een factory cathedral als slaven te werk worden gesteld. We kunnen vertellen over Kimberi. Hij is verrast dat er twee Yozi en een deathlord om het Westen vechten. Ja, en we willen de verzonken stad Luthe. Vuurvos geeft ons zijn zegen.
7. Het verdelen van queesten. Voor de vergadering is de belangrijkste queeste om om de reïncarnerende siderials te vinden en om het astrolabium van de dragon kings te helpen repareren. De vijf oude lunars gaan naar de Speaker van de Immaculate Order. Wij hebben ver queesten:
– Leviathan (lunars)
– Roseblack (solars
– Book of Circles (samen)
– “Mamma” (de reincarnatie-node van de Green Sun Princes) doden.
(Sarina wil graag nog langs haar tombe)
8. Vaststellen volgende vergadering en sluiting.

XP: 7

Tanais – 50

11-ii-R2

We lopen naar de tweesprong. Daar is nog een overwoekerd paadje naar het strand aan de andere kant van het eiland. Aan het strand vinden we een vermolmde steiger en idem vissershuisjes in de stijl van Zuid-Soul. Er is niemand te zien en het ziet er uit alsof het dorp een jaar of drie geleden is verlaten. De meeste huisjes zijn leeg, maar in eentje liggen goblin-skeletten.  Daar vinden we ook een soort ijzeren fles waar een sterk zuur in gezeten heeft. De skeletten laten sporen van zuur zien. Iemand heeft de goblins ongeveer een jaar geleden verdelgd! 

Chang vindt een verborgen paadje, dat zo te zien nog af en toe wordt gebruikt. In een van de hutten vindt Claude bebloede vrouwenkleding. Hij herkent dat het van Selene is geweest. Redelijk goed verstopt is ook een schriftje, een soort dagboek. Daarin lezen we dat ze eerst het eiland heeft verkend, ze heeft na drie dagen voorgewend weg te gaan en hield zich verborgen in dit verlaten dorp. Ze heeft ontdekt dat eens in de maand een belangrijk iemand van het vasteland met de vegers kwam praten. Er leggen ook regelmatig zeilboten aan die uit het Zuiden komen en daar weer naar terug gaan. Het roet is volgens haar een afleidingsmanoeuvre. (Die conclusie hadden wij ook al getrokken.) Na twee maanden eindigt het dagboek plots met: “Er sluipen hier goblins rond.” De rest laat zich raden.

Als we klaar zijn met zoeken in het dorpje, volgen we het paadje. Aan de sporen zien we dat wat hier loopt niet groter is dan een goblin. Als we een eindje gelopen hebben, gaat er een alarm af. We horen 20 meter verderop lieden wegrennen. Twee goblins. We grijpen ze en ze geven zich zonder gevecht over. De twee heten Eensteen en Plateau. De goblins blijken te zijn gevlucht voor de opzichters. Als we beloven om ze vrij te laten, willen ze ons alles vertellen. Ze vertellen dat hier niks gedolven wordt. Het is wel belangrijk dat het roet uit de vulkaan wordt weggehaald, maar waarom dat moet gebeuren weten ze niet. Het is in ieder geval geen handelswaar. De dwergen hebben een mijn op het vasteland van Targon, het land van de goblins. Drie jaar geleden is daar iets gebeurd en sindsdien wordt er een of ander spul gedolven, een lijn glanzende rots die de grond in loopt. De dwergen hebben met de hoofdgoblins afgesproken dat ze slaven krijgen om hier op dit eiland te werken en in ruil wordt de opbrengst van de echte mijn gedeeld. De meeste goblins kan het niets schelen wat er met hun soortgenoten gebeurt, totdat ze zelf worden weggehaald. Hier zijn ze ongelukkig en alle goblinslaven willen weer vrij zijn. Eensteen en Plateau zijn veel intelligenter dan de meeste slaven. Ze hebben elkaar in de mijn ontmoet en besloten om samen te vluchten. Ze hadden een bootje gemaakt, maar dat is door een andere groep ontvluchte goblins gestolen. Die hebben ook de mensenvrouw gevangen genomen en ze hebben haar meegenomen. Ze denken dat die nu waarschijnlijk dient als koningin. Dat betekent niet dat ze goed behandeld wordt, integendeel! Ze wordt in de rituele kuil van het hoofddorp vastgehouden en wat Targonians met hun koninginnen doen is helemaal niet plezierig. Risha vindt dat ze gered moet worden. We spreken met de twee af dat we ze naar hun thuisland Targon zullen brengen. Vannacht halen we ze met de catamaran op bij het melaatsendorp. 

Het is maar twee uur varen naar de kust van Targon. Onderweg vertellen de goblins dat ze eigenijk wel uitgekeken zijn op hun simpele soortgenoten. Ze adviseren ons om niet gezien te worden, want Targonians zijn een agressief volk dat niet altijd aardig is tegen vreemde soortgenoten en al helemaal niet tegen buitenstaanders. Ze willen wat meer van de wereld zien. We beloven om ze mee te nemen op onze reizen en dan willen ze ons wel helpen om de mensenvrouw te bevrijden. Risha is vrij klein voor zijn leeftijd en kan wel voor een forse goblin doorgaan. Claude vermomt hem vakkundig. 

 

12-ii-R2

Om 3 uur ’s ochtends leggen we aan bij de kust. Risha gaat samen met de twee goblins aan land. De anderen blijven aan boord en gaan buiten zicht voor de rede liggen om te gaan slapen. Het drietal gaat naar een goblindorpje aan de kust. Het is er buitengewoon smerig en het stinkt. Risha’s vermomming is zo goed dat hij zonder moeite geaccepteerd wordt. Hij hoeft zelfs geen naam te verzinnen. ‘Huh’ (zijn antwoord op de vraag “Wie ben jij?”) is genoeg. Maar hij ruikt wel erg naar mensen. Het Targoniaanse dorpsleven is een soort commune en iedereen moet met de nieuwkomers knuffelen want zo krijgen zij de geur van het nest. Voor de twee goblins is dit gewoon leuk, maar voor Risha is het een onvergetelijke ervaring. Pas als de jonge koning tegen zonsopgang genoeg naar goblinzweet stinkt, kan hij doen alsof hij in slaap valt en dan laten ze hem eindelijk met rust. 

Aan boord van het scheepje wordt er in de glazen bol gekeken. Gwan ziet een erg snel zeilscheepje naar het eiland varen. Een vrij lange man ontscheept en gaat het roetpakhuis in. Het is niet duidelijk wat hij daar doet. Maar als hij weer naar buiten komt, geeft hij een zak met goud aan de lokalen en gaat hij weer weg. Ze zetten de achtervolging in en varen naar de Zuidpunt van het eiland. Daar meent Claude iets aan de horizon te zien. Het is inderdaad het zeilscheepje.  Maar het is onnatuurlijk snel en zonder Risha heeft de catamaran niet genoeg van de hobbitmagie aan boord om het in te kunnen halen.

Ze keren om een gaan naar het dorp op het eiland. Iets buiten de haven leggen ze aan.

Tegen de avond wordt Risha weer wakker. Het is een uur of zeven. Hij eet wat met Eensteen en Plateau en dan gaan ze op pad. Na drie kwartier zien ze barakken. Hier is geen slavenarbeid. De goblins die hier werken vormen een bovenklasse. De mijn volgt de ertsader de berg in. Er wordt ’s nachts niet gewerkt. De dwergen wonen in een soort villa. Er staan twee man op wacht en er  liggen twaalf goblins te snurken. Die twaalf ruiken anders dan zij, dus ze kunnen niet onopgemerkt naar binnen. Na een kort overleg besluiten ze de mijn links te laten liggen en ze gaan verder naar Hoofddorp. Risha vindt het een originele naam voor een hoofdstad. 

De rest van het gezelschap wacht de duisternis af. Dan gaan ze naar het pakhuis. Claude maakt het alarm onklaar. Binnen vinden ze dat het pakhuis leeg is, op een laagje roet na. Daar staan verse voetstappen die naar een tegel in de achtermuur leiden. Achter de tegel vinden ze in een kleine geheime ruimte een flesje vol met goudkleurige stroop. Het flesje is van zeer goede kwaliteit Zuiderlijk glas. Zeker niet van hier. Ze nemen het mee en gaan terug naar het schip.

 

13.ii-R2

Negen uur later komen Risha en de twee goblins vermoeid aan. Het stadje ligt op een goed verdedigbare plek, bovenop een 20 meter hoge klif, met een smal en kronkelig toegangspad. Ze verwachten blijkbaar geen aanval, want er staat niemand op wacht. Het is 5 uur ’s ochtends en nog donker. Risha komt bij de rituele kuil. HIj ziet Selene liggen. Ze is naakt en vastgeketend op een plaat steen. Ze ziet er slecht uit. Niet mager, maar halfdood. Ze kermt zacht. In een hut naast de kuil zijn vrouwtjesgoblins een serig brouwsel voor haar aan het klaarmaken. Een leren trechter en een grote soeplepel hangen naast de deur. Zijn plan is simpel. Hij stuurt Eensteen en Plateau naar de voet van de klif en gaat dan zelf, vlak voordat de vrouwtjes klaar, zijn de kuil in. Met Lock Opening Touch maakt hij de ketenen open en dan neemt hij Selene op de schouder. De goblinvrouwen komen net naar buiten met de pan, trechter en soeplepel. Ze kijken met open mond toe hoe een grote goblin met hun koningin op zijn rug door het dorp rent en de afgrond inspringt. De enige reden dat Risha deze sprong overleeft is de charm Ox Body Technique, waardoor hij tweemaal zo veel schade kan weerstaan als een ‘normale’ exalt. Hij weet Selene ongedeerd bovenop zich te laten vallen, maar zelf heeft hij van alles verzwikt en verstuikt en hij zit onder de schaafwonden. Met hulp van de twee goblins weten ze aan de achtervolgers te ontkomen. Een eind verder naar het zuiden bouwen Eensteen en Plateau een vlot. Het gehavende gezelschap kan de rivier afzakken en 24 uur later komen ze aan bij de kust. Deze uren gebruikt Risha voor Body Mending Meditation. Zijn wonden genezen daardoor tienmaal zo snel, maar hij is nog goed gemangeld. Selene herstelt veel langzamer. Ze is het drietal enorm dankbaar voor de redding.

Op het zelfde moment dat Risha aankomt bij de rituele kuil, gaan Claude, Chang en Gwan weer van boord. Ze klimmen omhoog tegen de actieve vulkaan met natte lappen om hun hoofd tegen de giftige gassen. Op twee derde kan Gwan er toch niet meer tegen. Hij blijft achter. De andere twee komen boven en proberen de wand van de vulkaan kapot te slaan en in de krater te laten storten. De opkomende zon projecteert hun schaduw op de rook, dat ziet er heel indrukwekkend uit. Samen slaan ze een forse muur om. Grote wolken gifgas komen omhoog als het gesteente in de lava verdwijnt. Chang valt flauw en het duurt een half uur voordat ze verder kunnen gaan. Dan is Claude aan de beurt. Dat schiet niet op. Om en om gaan ze neer totdat Chang zich een charm tegen vergif herinnert! Dan gaat het snel. De vulkaan raakt verstopt en begint te rommelen. Het gaat knallen. De drie solars rennen de berg af, gaan snel aan boord en varen zo snel mogelijk weg. Chang geeft licht. De vulkaan barst uit, waarmee alle werkers in de berg ten dode zijn opgeschreven. Een kleine tsunami slaat een paar uur later over de kusten van Soul, Vixen en Targon. 

Vanaf het vlot zien Risha en zjjn metgezellen een enorme rookwolk in het westen. Wat later horen ze een enorme knal en daarna begint er een regen van as. 

 

14-ii-R2

De volgende dag ligt de catamaran om negen uur ’s ochtends in de moerassige monding van de rivier op het vlot te wachten. Zo’n kristallen bol is erg handig. Chang ontfermt zich over de zieke Selene en Risha gaat verder met zijn Meditatie. Hij heeft er nog niet aan gedacht om zich af te schminken. 

Als we nog naar Albion willen om van de hobbits magie te leren waarmee naar de witte stad van de solars kunnen, hebben we daar maar weinig tijd voor. Risha heeft beloofd om op de eerste dag van de herfst (19-ii) in Bronwe te zijn, het is twee dagen varen naar Albion en twee dagen terug, en dan moeten we nog van de kust naar de Bronwe. 

 

4 xp

Tanais – 49

In de catamaran, boven de witte stad. Dag 8 van maand 2, jaar R2.

We willen naar de tabletten gaan duiken in de duikklok van Claude. Adrarn kan hem gemakkelijk bedienen. Maar Risha maakt zich zorgen dat we eer een aantal maanden zullen kwijtraken. We gaan toch naar beneden.
Er zit geen raam in de duikklok, dus in eerste instantie weten we niet waar na tien minuten afdalen het gebonk vandaan komt. Er zwemt iets tegen de klok aan. Risha steekt zijn hoofd onder de opening door en ziet iets groens en leerachtigs. Drie humanoide gestaltes met lang haar en klauwen, sea hags! Claude laat de klok snel weer ophijsen. We worden niet gevolgd. Ze komen niet hoger dan de diepte waarop we ze aantroffen. Boven zien we knaagsporen aan het touw.
Bij de volgende poging nemen we wapens mee. De barrière boven de witte stad flonkert een beetje en wat daar voorbij ligt ziet er verwrongen uit. De hags komen weer. Het zijn echt wel creaturen of darkness. Chang en Risha schieten, maar pijl en boog doet het onder water vrij slecht dus ze missen. Zij missen ons ook en zwemmen dan buiten ons bereik. Risha en Chang zwemmen er achteraan. Risha raakt in gevecht met een hag, die raakt hem en hij begint te bloeden. Hij slaat de hag ook en die begint ook te bloeden. Chang raakt er ook eentje. Al dat bloed in de zee trekt en heleboel extra hags aan. De overmacht is te groot en we stijgen snel weer op. De gewonde hags worden met rust gelaten, ze komen op Risha’s mensenbloed af.
Weer boven scry’t Gwan het lichaam van Brandaris. Hij ziet een marmeren plaat, maar kan hem niet lezen. We besluiten om de stad voor later te bewaren, als we sterker zijn. Nu eerst maar naar het vervuilende eiland.

’s Avonds om 11 uur komen we daar aan en we leggen stilletjes aan. Het eiland heeft drie bergen, waarvan de eerste twee vulkanen zijn en de middelste rookt. Claude verkent het baaitje. Er is een moerasbos. We klimmen omhoog. Vlak voor de hoogvlakte komen we aan een weg die oost-west loopt. Aan de westkant van het plateau branden lichtjes. Claude sluipt er op af. Er staan vijftien barakken, de honden slaan niet aan. Hij hoort spreken in het dialect van Silver. Niets bijzonders. Hier zit de leiding van het eiland. Dan gaan we naar het oosten, daarna is er een tweesprong. Het pad blijft op dezelfde hoogte en loopt om de berg heen. De hoofdweg gaat naar beneden naar een dorpje met een aanlegsteiger. We volgen het pad en komen bij een stenen gebouw op de derde bergtop. De ruwe steen is goed beklimbaar. Het eindigt met een 30 meter hoge metalen pin. Bovengronds is geen ingang te vinden. We slaan kamp op, goed verborgen. Slapen en Body Mending Meditation.

dag 9 en 10
De volgende nacht gaan we naar de lichtjes onderaan deze berg. Daar staan drie keten. Het ziet er behoorlijk vervallen uit, wel bewoond maar slecht onderhouden en heel vies.
“Wie is daar?”
‘Een paar reizigers.’
“Jullie zijn hier verkeerd, hier heerst de ziekte Ga terug!”
‘We hebben een genezer bij ons.’
“Wij zijn niet meer te genezen, en als jullie ook besmet raken kom je hier niet meer weg. Wij zijn vervloekt.”
We zien een man met allemaal zweren. Een hand is nog maar een stompje. Hij is melaats, met een vleugje Eenoog. Dit kan Chang helaas inderdaad niet genezen. De zieke man vertelt ons dat er op dit eiland wordt gewerkt. Schatzoekers zijn hier al lang niet meer geweest. Een op de honderd dwergen krijgt deze ziekte. De Targonians (ondergrondse dwergen – goblins) zijn immuun. Wij van Silver wonen bovengronds en geven de bevelen, de Targonians zijn halfwits die we van het platteland hebben geroofd. Hij adviseert ons nogmaals dringend om weg te gaan.
Over het strand lopen we naar het gewone dorp. De huizen en de steiger zijn verlicht. Als Claude met Lock Opening Touch in een pakhuis wil kijken, gaat er een alarm af. We gaan snel terug richting de leprozen. De dorpelingen volgen ons niet. We gaan terug naar de slaapplek bij de toren en brengen daar de volgende dag door. ’s nachts gaan we terug naar het schip. We varen via een omweg naar de aanlegsteiger.

dag 11
Om 11 uur ’s ochtends komen we aan. Claude doet zich voor als de schipper. Chang en Risha als soldaten en Gwan en Adrarn zijn de matrozen. Claude vertelt dat hij Celene Grandchere komt ophalen. De havenmeester is verbaasd. De ambassadrice is hier al een maand of vijf niet meer. Er is dus iets misgegaan. Volgens hem is Selene gewoon naar het hoofdkamp gegaan en hij adviseert ons ook om bij het vegerskamp, de leiding, langs te gaan. Dat is goed, maar eerst willen we bier. Er is niet echt een kroeg, maar we kunnen wel ergens wat drinken en daar praten we met lokale dwergen. Ja, er komen wel eens ongure lieden, gisteren nog heeft iemand geprobeerd in te breken.
Vroeg in de avond gaan we naar het hoofdkampement. Er komen dwergen uit de eerste berg, een krater, en die voegen zich bij ons. Er is geen aanvoerder, ze zijn samen de baas. Claude zegt dat we Selene komen ophalen. Nou, die is hier niet meer. Het is hier een vrij komen en gaan, behalve in de mijn. En ze hebben haar handel en wandel niet bijgehouden. Ze heeft hier overnacht, de mijn bezichtigd en is weer weggegaan. En ze heeft geen boodschap achtergelaten. Risha zet zijn Presence Excellency aan. Dan mogen wij ook wel in de mijn kijken. De doorgang is in de eerste krater, er staat een heel sterke luchtstroomm omlaag. . We lopen eerst over een brug met een illusie van vlakke grond er omheen zodat het er vanuit de lucht uitziet alsof er geen doorgang is. Het is rare magie, net als die metalen pin op de derde top. Halverwege is een heel lange ladder omlaag. Het is eng om in een sterke wind een kilometer omlaag te klauteren. Het licht wordt roodachtig en dat komt uit de richting van de tweede krater. In het noordwesten zijn slaapcellen uitgehouwen voor de goblins, een barbaars en primitief volkje. De dwergen opzichters hebben zwepen.
“Hier zijn de Thargarians, daar is het vuur,” zegt onze begeleider. We gaan de gang naar het vuur is. Het wordt steeds heter en het is een enorme windtunnel. Men brengt rugzakken vol roet omhoog. Het wordt hier schoongeveegd. Risha vraagt: “Wat is die drab in het water?” Onbevredigend antwoord: “Dat weet ik niet, daar ga ik niet over.”
Het pad loopt door. De hitte wordt onverdraaglijk, kolkende magma is chemisch aan het reageren. Als ze daar in is gelopen, is dat stiekem gegaan. Chang vraagt naar de ijzeren naald. “Daar gaan wij niet over. Eens per jaar komt een ploeg die er naar kijkt.”
Hij liegt wanneer hij zegt dat het roet het waardevolle product is. Helaas is de handel gemonopoliseerd en wordt alles door Silver opgekocht. Selene is voor het laatst gezien drie dagen nadat ze door Claude afgezet was.
Dit is de dekmantel. de waardevolle spullen worden elders weggehaald.

Plan: De 19e van deze maand moet Risha terug zijn voor het begin van de herfst.
– Eerst gaan we dit spoor volgen naar de derde aanlegplaats
– dan naar de hobbits voor spreuken te leren
– en als er nog tijd over is misschien weer naar de witte stad.

3xp