Tanais – 50

11-ii-R2

We lopen naar de tweesprong. Daar is nog een overwoekerd paadje naar het strand aan de andere kant van het eiland. Aan het strand vinden we een vermolmde steiger en idem vissershuisjes in de stijl van Zuid-Soul. Er is niemand te zien en het ziet er uit alsof het dorp een jaar of drie geleden is verlaten. De meeste huisjes zijn leeg, maar in eentje liggen goblin-skeletten.  Daar vinden we ook een soort ijzeren fles waar een sterk zuur in gezeten heeft. De skeletten laten sporen van zuur zien. Iemand heeft de goblins ongeveer een jaar geleden verdelgd! 

Chang vindt een verborgen paadje, dat zo te zien nog af en toe wordt gebruikt. In een van de hutten vindt Claude bebloede vrouwenkleding. Hij herkent dat het van Selene is geweest. Redelijk goed verstopt is ook een schriftje, een soort dagboek. Daarin lezen we dat ze eerst het eiland heeft verkend, ze heeft na drie dagen voorgewend weg te gaan en hield zich verborgen in dit verlaten dorp. Ze heeft ontdekt dat eens in de maand een belangrijk iemand van het vasteland met de vegers kwam praten. Er leggen ook regelmatig zeilboten aan die uit het Zuiden komen en daar weer naar terug gaan. Het roet is volgens haar een afleidingsmanoeuvre. (Die conclusie hadden wij ook al getrokken.) Na twee maanden eindigt het dagboek plots met: “Er sluipen hier goblins rond.” De rest laat zich raden.

Als we klaar zijn met zoeken in het dorpje, volgen we het paadje. Aan de sporen zien we dat wat hier loopt niet groter is dan een goblin. Als we een eindje gelopen hebben, gaat er een alarm af. We horen 20 meter verderop lieden wegrennen. Twee goblins. We grijpen ze en ze geven zich zonder gevecht over. De twee heten Eensteen en Plateau. De goblins blijken te zijn gevlucht voor de opzichters. Als we beloven om ze vrij te laten, willen ze ons alles vertellen. Ze vertellen dat hier niks gedolven wordt. Het is wel belangrijk dat het roet uit de vulkaan wordt weggehaald, maar waarom dat moet gebeuren weten ze niet. Het is in ieder geval geen handelswaar. De dwergen hebben een mijn op het vasteland van Targon, het land van de goblins. Drie jaar geleden is daar iets gebeurd en sindsdien wordt er een of ander spul gedolven, een lijn glanzende rots die de grond in loopt. De dwergen hebben met de hoofdgoblins afgesproken dat ze slaven krijgen om hier op dit eiland te werken en in ruil wordt de opbrengst van de echte mijn gedeeld. De meeste goblins kan het niets schelen wat er met hun soortgenoten gebeurt, totdat ze zelf worden weggehaald. Hier zijn ze ongelukkig en alle goblinslaven willen weer vrij zijn. Eensteen en Plateau zijn veel intelligenter dan de meeste slaven. Ze hebben elkaar in de mijn ontmoet en besloten om samen te vluchten. Ze hadden een bootje gemaakt, maar dat is door een andere groep ontvluchte goblins gestolen. Die hebben ook de mensenvrouw gevangen genomen en ze hebben haar meegenomen. Ze denken dat die nu waarschijnlijk dient als koningin. Dat betekent niet dat ze goed behandeld wordt, integendeel! Ze wordt in de rituele kuil van het hoofddorp vastgehouden en wat Targonians met hun koninginnen doen is helemaal niet plezierig. Risha vindt dat ze gered moet worden. We spreken met de twee af dat we ze naar hun thuisland Targon zullen brengen. Vannacht halen we ze met de catamaran op bij het melaatsendorp. 

Het is maar twee uur varen naar de kust van Targon. Onderweg vertellen de goblins dat ze eigenijk wel uitgekeken zijn op hun simpele soortgenoten. Ze adviseren ons om niet gezien te worden, want Targonians zijn een agressief volk dat niet altijd aardig is tegen vreemde soortgenoten en al helemaal niet tegen buitenstaanders. Ze willen wat meer van de wereld zien. We beloven om ze mee te nemen op onze reizen en dan willen ze ons wel helpen om de mensenvrouw te bevrijden. Risha is vrij klein voor zijn leeftijd en kan wel voor een forse goblin doorgaan. Claude vermomt hem vakkundig. 

 

12-ii-R2

Om 3 uur ’s ochtends leggen we aan bij de kust. Risha gaat samen met de twee goblins aan land. De anderen blijven aan boord en gaan buiten zicht voor de rede liggen om te gaan slapen. Het drietal gaat naar een goblindorpje aan de kust. Het is er buitengewoon smerig en het stinkt. Risha’s vermomming is zo goed dat hij zonder moeite geaccepteerd wordt. Hij hoeft zelfs geen naam te verzinnen. ‘Huh’ (zijn antwoord op de vraag “Wie ben jij?”) is genoeg. Maar hij ruikt wel erg naar mensen. Het Targoniaanse dorpsleven is een soort commune en iedereen moet met de nieuwkomers knuffelen want zo krijgen zij de geur van het nest. Voor de twee goblins is dit gewoon leuk, maar voor Risha is het een onvergetelijke ervaring. Pas als de jonge koning tegen zonsopgang genoeg naar goblinzweet stinkt, kan hij doen alsof hij in slaap valt en dan laten ze hem eindelijk met rust. 

Aan boord van het scheepje wordt er in de glazen bol gekeken. Gwan ziet een erg snel zeilscheepje naar het eiland varen. Een vrij lange man ontscheept en gaat het roetpakhuis in. Het is niet duidelijk wat hij daar doet. Maar als hij weer naar buiten komt, geeft hij een zak met goud aan de lokalen en gaat hij weer weg. Ze zetten de achtervolging in en varen naar de Zuidpunt van het eiland. Daar meent Claude iets aan de horizon te zien. Het is inderdaad het zeilscheepje.  Maar het is onnatuurlijk snel en zonder Risha heeft de catamaran niet genoeg van de hobbitmagie aan boord om het in te kunnen halen.

Ze keren om een gaan naar het dorp op het eiland. Iets buiten de haven leggen ze aan.

Tegen de avond wordt Risha weer wakker. Het is een uur of zeven. Hij eet wat met Eensteen en Plateau en dan gaan ze op pad. Na drie kwartier zien ze barakken. Hier is geen slavenarbeid. De goblins die hier werken vormen een bovenklasse. De mijn volgt de ertsader de berg in. Er wordt ’s nachts niet gewerkt. De dwergen wonen in een soort villa. Er staan twee man op wacht en er  liggen twaalf goblins te snurken. Die twaalf ruiken anders dan zij, dus ze kunnen niet onopgemerkt naar binnen. Na een kort overleg besluiten ze de mijn links te laten liggen en ze gaan verder naar Hoofddorp. Risha vindt het een originele naam voor een hoofdstad. 

De rest van het gezelschap wacht de duisternis af. Dan gaan ze naar het pakhuis. Claude maakt het alarm onklaar. Binnen vinden ze dat het pakhuis leeg is, op een laagje roet na. Daar staan verse voetstappen die naar een tegel in de achtermuur leiden. Achter de tegel vinden ze in een kleine geheime ruimte een flesje vol met goudkleurige stroop. Het flesje is van zeer goede kwaliteit Zuiderlijk glas. Zeker niet van hier. Ze nemen het mee en gaan terug naar het schip.

 

13.ii-R2

Negen uur later komen Risha en de twee goblins vermoeid aan. Het stadje ligt op een goed verdedigbare plek, bovenop een 20 meter hoge klif, met een smal en kronkelig toegangspad. Ze verwachten blijkbaar geen aanval, want er staat niemand op wacht. Het is 5 uur ’s ochtends en nog donker. Risha komt bij de rituele kuil. HIj ziet Selene liggen. Ze is naakt en vastgeketend op een plaat steen. Ze ziet er slecht uit. Niet mager, maar halfdood. Ze kermt zacht. In een hut naast de kuil zijn vrouwtjesgoblins een serig brouwsel voor haar aan het klaarmaken. Een leren trechter en een grote soeplepel hangen naast de deur. Zijn plan is simpel. Hij stuurt Eensteen en Plateau naar de voet van de klif en gaat dan zelf, vlak voordat de vrouwtjes klaar, zijn de kuil in. Met Lock Opening Touch maakt hij de ketenen open en dan neemt hij Selene op de schouder. De goblinvrouwen komen net naar buiten met de pan, trechter en soeplepel. Ze kijken met open mond toe hoe een grote goblin met hun koningin op zijn rug door het dorp rent en de afgrond inspringt. De enige reden dat Risha deze sprong overleeft is de charm Ox Body Technique, waardoor hij tweemaal zo veel schade kan weerstaan als een ‘normale’ exalt. Hij weet Selene ongedeerd bovenop zich te laten vallen, maar zelf heeft hij van alles verzwikt en verstuikt en hij zit onder de schaafwonden. Met hulp van de twee goblins weten ze aan de achtervolgers te ontkomen. Een eind verder naar het zuiden bouwen Eensteen en Plateau een vlot. Het gehavende gezelschap kan de rivier afzakken en 24 uur later komen ze aan bij de kust. Deze uren gebruikt Risha voor Body Mending Meditation. Zijn wonden genezen daardoor tienmaal zo snel, maar hij is nog goed gemangeld. Selene herstelt veel langzamer. Ze is het drietal enorm dankbaar voor de redding.

Op het zelfde moment dat Risha aankomt bij de rituele kuil, gaan Claude, Chang en Gwan weer van boord. Ze klimmen omhoog tegen de actieve vulkaan met natte lappen om hun hoofd tegen de giftige gassen. Op twee derde kan Gwan er toch niet meer tegen. Hij blijft achter. De andere twee komen boven en proberen de wand van de vulkaan kapot te slaan en in de krater te laten storten. De opkomende zon projecteert hun schaduw op de rook, dat ziet er heel indrukwekkend uit. Samen slaan ze een forse muur om. Grote wolken gifgas komen omhoog als het gesteente in de lava verdwijnt. Chang valt flauw en het duurt een half uur voordat ze verder kunnen gaan. Dan is Claude aan de beurt. Dat schiet niet op. Om en om gaan ze neer totdat Chang zich een charm tegen vergif herinnert! Dan gaat het snel. De vulkaan raakt verstopt en begint te rommelen. Het gaat knallen. De drie solars rennen de berg af, gaan snel aan boord en varen zo snel mogelijk weg. Chang geeft licht. De vulkaan barst uit, waarmee alle werkers in de berg ten dode zijn opgeschreven. Een kleine tsunami slaat een paar uur later over de kusten van Soul, Vixen en Targon. 

Vanaf het vlot zien Risha en zjjn metgezellen een enorme rookwolk in het westen. Wat later horen ze een enorme knal en daarna begint er een regen van as. 

 

14-ii-R2

De volgende dag ligt de catamaran om negen uur ’s ochtends in de moerassige monding van de rivier op het vlot te wachten. Zo’n kristallen bol is erg handig. Chang ontfermt zich over de zieke Selene en Risha gaat verder met zijn Meditatie. Hij heeft er nog niet aan gedacht om zich af te schminken. 

Als we nog naar Albion willen om van de hobbits magie te leren waarmee naar de witte stad van de solars kunnen, hebben we daar maar weinig tijd voor. Risha heeft beloofd om op de eerste dag van de herfst (19-ii) in Bronwe te zijn, het is twee dagen varen naar Albion en twee dagen terug, en dan moeten we nog van de kust naar de Bronwe. 

 

4 xp

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s