Tanais – 51

14-ii-R2

We overleven de vloedgolf omdat we in een bootje zitten, maar de tsunami verwoest de hele rivierdelta, alles tot 5 meter boven de vloedlijn wordt weggevaagd. Risha overlegt hoe hij de intocht moet doen. Om 11 uur varen we weg, richting Groath. We gaan toch maar niet eerst naar de hobbits, dan kunnen we lekker op ongemak reizen en onderweg nog wat uitrusten. Af en toe passeren we ene dooie goblin in het water. We passeren een vlot met drie overlevenden. We nemen ze aan boord, maar zijn blij als we ze aan de kust weer af kunnen zetten, want het zijn nare jochies. Om 7 uur ’s avonds komen we aan. In Groath wordt opgeruimd en getimmerd. Wij worden niet herkend. We trekken de catamaran op het strand en Claude maakt hem weer onklaar. De haven is gesloten en heeft schade, maar de hoger gelegen gebieden zijn nog intact. Het water begint al schoner te worden. We checken in in herberg “De Verdwenen Koning”. De goblins slapen in de stal. We boeken een aparte kamer voor de ambassadrice. De herbergier kijkt twijfelend naar de verfomfaaide dame, maar Risha’s geld maakt hem vriendelijker en het eten is goed. En dan een lang bad! Daarna gaan we weer naar de gelagzaal. Er is goed nieuws: de ontploffing van de vulkaan heeft een stroming doen ontstaan in het water. Over een week, op de 21e, is de officiële opening van de haven. Ze hopen dat heer Arend tevreden is als hij de macht overneemt. Gwan herkent de oude voorman maar gaat geen praatje maken.

15-ii-R2

De volgende ochtend slapen we uit tot 10 uur, dan gaan we naar de markt. Daar kopen we eenvoudige werkmanskleren (beter is er niet) en gooien de oude vodden weg. Dan regelen we paarden en om 11 uur rijden we naar Soul stad. De weg is inmiddels  goed geplaveid en om de zoveel kilometer is er een rustplek. Als we door Dampet rijden zien we dat dit dorpje ook welvarend aan het worden is.Halverwege de middag komen we aan in Ashcroft. We stoppen niet, maar overnachten in een herberg aan de voorde waar de weg de rivier Sheila kruist.

16-ii-R2

Om 8 uur vertrekken we na een snel ontbijt en om 2 uur zijn we in Soul. We rijden door welvarende akkers. Er lijkt niks te zijn veranderd behalve een betere weg. Soul zelf is rustiger dan voorheen, het is niet langer de hoofdstad. Hier kopen we sjieke kleding, zelfs voor de goblins, maar schoenen willen ze niet. Risha gaat kijken bij het qartiaanse handelshuis. Dat is dichtgetimmerd, verhuisd naar Bronwe. Chang zoekt een houtbewerker en bestelt een paar heel deftige nieuwe chopsticks met eigen ontwerp snijwerk – voor in zijn haar. Claude krijgt ook een setje van zijn eigen design.  Ondertussen leest Gwan de krant. Hoofdartikel: Binnenkort zijn er chariot races bij Bronwe, het team van Cyrion tegen het team van MacArthur (Selene tegen Vixen). Celeste leest mee, ze is verbaasd dat Vixen hier aan meedoet. Nieuws over de troonswisseling: Deze zal plaats vinden in het nieuwe stadium na de races. Ingezonden brief: Bezorgde Soulfielders willen de Hoogzetel terug. Overig nieuws: Indringer van Eenoog geexecuteerd. Er is een dreiging aan de grens met het quarantainegebied (Shearton en Chetwood). Bewoners van de Gnat Swamp zijn zich met hun longhouses en koeien in de Sheila vallei aan het vestigen. Risha komt terug en leest ook wat er zoal gebeurt. Hij krijgt het gevoel dat Arend een betere koning is dan hij. Hij legt aan de anderen uit dat zijn idee om koning te worden nog uit de tijd komt dat hij bij Eenoog sekte zat. Daar gaat alles om macht, en de koning heeft de hoogste macht. Nu vindt hij die macht eigenlijk helemaal niet meer zo belangrijk.

We gaan nog even naar Steddle. De man van Sarah doet open. Hij verbleekt als hij ons ziet en probeert de deur dicht te slaan. Als we blijven, komt Sarah er aan. Ze is heel kwaad. Maar kalmeert als Risha zijn geld laat zien. Hij betaalt de schuld met rente. “Iedereen dacht dat jullie dood waren…” Het is een ongemakkelijke conversatie, zomaar de koning aan je keukentafel. Ze geven uiteindelijk wel hun mening en de roddels over de stand van zaken aan het hof. De Soulsteel Chariot Races zijn geïnspireerd op de race tussen Risha en de dode koning. Maar het doorbreken van het verbod op racewagens ligt nog gevoelig bij de gewone mensen. Heer Arend bestuurt het land prima, maar de ambassadeurs hebben zichzelf wat privileges aangemeten en Arend heeft heel veel geld geleend van Silver’s ambassadeur Barkast Krambach de dwerg. En Bambi van Sesklo, daar moet je echt voor uitkijken. Die laatste vertegenwoordigt ook de zuidelijke landen Ghiobhann en Rhea Silvia. Zij heeft op kosten van Arend bouwmeesters ingehuurd voor de arena en ze speelt Cirion tegen MacArthur uit. De roden tegen de blauwen. Kofkof heeft een rijschool geopend, hij is wel zuiver op de graat. Bronwe is vol en de mensen gaan aan de voet van de heuvel wonen, niet in het magische bos gelukkig. De priesterstad is leeg en verlaten. Risha zegt dat daar toch ook mensen kunnen wonen. Ja, maar dan moet je de tempels afbreken en dat is vast geen goed idee, anders had heer Arend het allang gedaan.  Chang vraagt naar het leger. Er is een goed getrainde militie en uitwisseling met legers van de Noordelijke Liga. 3/4 van het leger is van hier. Langs de grens zijn veel huurlingen gelegerd, dat zal heer Arend een lieve duit kosten. We filosoferen wat over de man die op het eiland kwam. Die kwam van Targon. De boot kwam en ging zuidwaarts. Dus, bauchliet van Targon naar het eiland en van het eiland naar het zuiden. Dus dat flesje is bauchliet? Of de betaling voor het spul (was het schip nou  voor of na de man?) Dan gaan we slapen. (De ambassadrice, Adrarn en de goblins zijn nog in Soul.)

17-ii-R2

We worden gewekt met de geuren van een heerlijk ontbijt. Dan terug naar Soul. Daar staan Eensteen en Plateau op de markt in het schavot. “Groping” staat er op de beschuldiging … “Tja, dat mag dus niet!” grinnikt Risha. We halen de chopsticks op, die echt prachtig zijn geworden. Dan verzamelen we onze spullen en als ’s middags de goblins vrijgelaten worden, gaan we naar Bronwe. Tegen het vallen van de avond komen we aan. Het is druk. De benedenstad is een rommelige shantytown met een hek tussen de krottenen en het bos. Soldaten houden mensen tegen bij de tempelstad en vragen naar pasjes bij de ambassadestad. Gwan scry’t. 1. de geheime gang vanuit het bos naar het kasteel is niet ontdekt. 2. Chantal is in het kasteel bezig om kleding uit te zoeken voor de kroonsoverdracht.  3. De ambassadestad is zeer welvarend. Hier zit het grote geld. Het is druk en helemaal volgebouwd.

Dan wil Celeste even wat zeggen. Zij is de koningin van Vixen en ze staat voor hetzelfde dilemma als Risha. Niks leukers dan te doen alsof je ambassadrice bent. Het jongetje heeft haar leven gered en wat haar betreft wordt Soul een volwaardig lid van de Liga en niet een doorvoerhaven. Ze denkt dat heer Arend voornamelijk banden zal hebben met zijn thuisland Selene en nu dus ook financiële verplichtingen aan Silver. Waarschijnlijk in ruil voor het niets doen aan de vervuiling. Ze adviseert Risha om  zelf de teugels in handen te nemen. Chantal tot regentes te maken en heer Arend eerste minister.

Ze besluiten samen in het openbaar de stad in te gaan. Het is 10 uur ’s avonds en donker. Celeste in haar netste kleren, Risha draagt zijn magische harnas, we hadden geen tijd meer om zijn groene paard te zoeken. Bonk-Bonk op de poort. Een wachter schuift een luikje open, zijn mond valt open. “Leve de koning!!!” De poort wordt open geworpen. De wachters binnen juichen: “Heil de koning!”  het geroep wordt overgenomen, de straten stromen weer vol. We lopen naar het plein, 24 soldaten vormen een impromptu koninklijke wacht. “Maak plaats voor de koning. De koning is terug!” De mensen juichen en maken eerbiedig plaats.

Op het plein komt Kadier in avondkleding naar buiten. Hij is heel blij ons te zien. “Goedenavond. Welkom terug!” ‘Zoals de afspraak was,’ zegt Chang. “De rechtmatige koning is aanwezig,” intoneert de qartiaan. Enkelen vallen stil. Risha zegt vrij luid: “Ik stel u de koningin van Vixen voor.” Dan wordt het nog stiller. We gaan Ye Olde Magick Shoppe binnen. Kadier serveert thee en koekjes, en bier voor Chang. “Een snelle bespreking,” zegt Kadier, “het is een puinhoop. Heer Arend heeft meer geld uitgegeven dan hij heeft, en dat is uitgegeven door de andere ambassadeurs. De qartiaanse bank is buitenspel gezet. Arend kan prima organiseren, maar hij geeft geld uit als water. Er gaat veel geld om, maar het komt niet hier.

Dan komt Bambi binnen. “Wat onverwacht,” zegt ze. ‘Hoezo onverwacht?’ vraagt Risha, ‘Dit hadden we toch afgesproken?’ “U heeft mijn onvoorwaardelijke steun.”

Vervolgens komt Kofkof binnen: “Vriend!” Chang wil rijles op een pegasus. Dat kan.

Na een paar minuten wordt de deur opengegooid en komen Chantal en Arend zelf binnen. Arend kijkt vuil, maar Chantal lijkt oprecht blij om ons te zien en ze geeft Risha een knuffel. Chang is helemaal ‘nederige dienaar’ en negeert heer Arend totaal.

Arend zegt: “Welkom terug, wie had dat verwacht … laten we de flauwekul overslaan.” Risha steekt van wal. Hij stelt zich voor en zegt dat hij oprecht blij is dat Chantal iemand heeft gevonden waarvan ze houdt. Maar hij heeft ook gehoord dat Arend alles bekostigt met geleend geld. Heer Arend denkt even na. Dan legt hij de deal uit van het bauchliet. Silver huurt het eiland in ruil voor een maandelijkse grote som geld. Gwan krijgt de voorwaarden ter inzage. Chang ziet wel punten voor verbetering: in dit verdrag zijn we geen natie maar een vazalstaat. Arend zegt dat in zijn ogen de Noordelijke Liga groter en belangrijker moet zijn dan de kleine landjes. De handelsbelasting is 2%. We leggen uit dat het eiland is ontploft en Arend gelooft Risha als die zegt dat hij daar op dat moment niet was.

Risha stelt voor dat Chantal zijn regentes wordt, “Ik ben tenslotte pas 14 en in het afgelopen jaar ben ik maar twee weken ouder geworden.” Tot zijn verrassing stemt Arend daar meteen mee in. :Laten we er het beste van maken.” Risha zegt nog: “Ik ben benieuwd naar mijn lunar mate, ik hoop dat zij net zo lief voor mij is als jij voor Chantal.” Arend mompelt: “het zal toch niet …”

Om het gesprek te beëindigen, stelt Risha de koningin van Vixen voor. Er volgen wat kille beleefdheden en daarna komt MacArthur naar voren. Hij knielt. Ze trekt hem omhoog en zegt: “We zullen morgen overleggen.” Hij kijkt betrapt. Claude wordt ingefluisterd dat hij moet gaan afluisteren.

3 xp

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s