Hè hè, de site ziet er eindelijk weer een beetje uit zoals ik het wil. 🙂
De kopfoto is van Charlotte Lybeer. Ze heeft mijn personage Vos gefotografeerd in het kader van de serie LARP, taking a holyday from everydayness.
Hè hè, de site ziet er eindelijk weer een beetje uit zoals ik het wil. 🙂
De kopfoto is van Charlotte Lybeer. Ze heeft mijn personage Vos gefotografeerd in het kader van de serie LARP, taking a holyday from everydayness.
Tussendoor avontuur 24 – 19 april 2012
Claude heeft zich vermomd als schoonmaakster en steelt een paar messen uit de keuken. De anderen worden bijgepraat door Chantal. De heilige vuren zijn weer ontstoken. De zon is rood. Risha wil zijn schijnhuwelijk met haar echt maken. Volgens haar gaat het er alleen maar om wat het volk gelooft. Maar ze stemt er mee in om het huwelijk toch ook in het geheim formeel te laten voltrekken door een siderial.
Wat is het volgende probleem? We willen terug wat van ons is. Sandra en Florence hebben een band met hun paarden en ze weten dat de dieren zijn naar de overgebleven wyldzone nabij Sorceror’s Well zijn gerend. Als zij mee gaan komen hun nachtmerrie en eenhoorn zeker en ons groene paard en pegasus wellicht ook. Chang wil de wyld niet in zonder wapens.
Zullen we een beloning uitnodigen voor degenen de ons gevonden hebben? Chantal maakt 100 goudstukken vrij uit de schatkist voor degene die de koning-vader heeft teruggebracht. Na de grote ontploffing heeft de hoofdbrahmaan een groep soldaten naar Sorceror’s Well gestuurd. Maar hij heeft geen idee wie dat waren. Dat moeten we aan de legerleiding vragen. De aanvoerder graaft in zijn geheugen: “Dat waren 10 man onder leiding van Peter Fenton en Jack Brompton. En die hebben allebei ontslag genomen. De soldaten zijn er nog. Ik zal ze morgenochtend laten aantreden.”
Terwijl het paleis slaapt, verkent Claude. Hij ontdekt waar het koninkje slaapt: tweehoog op een hoek aan de achterkant van het gebouw. De begane grond van het paleis heeft tralies voor de ramen, de babykamer ook. Er lopen wel bewakers rond, maar de meesten zijn toch bij de poort en de muur van de compound. Het is geen legerkamp, maar er lopen nu wel veel meer soldaten rond dan toen Aryan nog heer was. Er is nu een koning. De meeste soldaten zijn shintasta, maar er zijn ook soul-mensen en huurlingen. Achter de villa liggen moestuinen tot aan de wand van de klif. Claude verstopt daar een aantal van zijn messen.
Gwan ligt als enige nog op de ziekenzaal en praat met de verpleegsters. Archet begint weer het bedevaartsoord te worden dat het ooit was. Mildred Catchfly, de koningin-grootmoeder woont daar, en het beeld van Ushas is terug. Er is nog wel wat wantrouwen naar ons toe, maar ook acceptatie dat we het toch wel goed hebben gedaan. Gwan heeft door dat ze informatie achter houden.
Tussen zes en zeven ’s-ochtends gaan de schoonmaaksters de prinselijke kinderkamer in. Claude zorgt dat hij er eerder is. Vermomd als schoonmaakster, met een mes in de dubbele bodem van een emmer komt hij bij de wachters. “Hée Miep, waar is je vriendin?”
Claude improviseert: “Naar de wc, vrouwendingen, ze is vandaag niet rein.” De wachters kijken vies en openen de deur .
In de kamer staat een prachtig ledikantje. Het prinsje heeft een rode gloed. En hij ziet er ouder uit dan 3 maanden. Claude pakt het mes, doet het ventje een prop in de mond, en wikkelt het in een doek. Hij wil het kind in de emmer stoppen, maar het is te groot. Daarom pakt hij zijn mes steekt het dwars door de keel van de kleine koning. Het bloed spuit alle kanten op. Maar Eénoog heeft voorzien dat er een moordpoging zou kunnen komen: Er klinkt een doordringend magisch gekrijs en plotseling liggen er nu drie wakkere, krijsende kinderen in de wieg. Er is geen wond meer te zien. Claude gooit het wapen weer in de emmer, doet de dubbele bodem dicht en roept hysterisch: “Het zijn er drie! Drie kinderen!”
De wachters komen binnen rennen, zien dat er bloed op Claude’s gezicht zit en slaan hem in de boeien. “Da’s menstruatiebloedx85” Nee, dat is geen goed verhaal: “De hoofdverdachte moet in de cel gegooid worden en voorgeleid aan prins-regent Rishashrngya”
Risha wordt gewekt. “Er is iets ernstigs gebeurd.” “Wat dan?” “Er zijn drie baby’s in plaats van één. Een schoonmaakster is aangetroffen met menstruatiebloed op haar gezicht.” Als Risha is uitgelachen, kleedt hij zich snel aan. “Dus ze heeft er twee bíjgelegd?”
Als hij in de babykamer komt zijn er twee ledikantjes bijgezet en het wemelt er van de zoogsters en hovelingen die gehaast de bloedsporen aan het opdweilen zijn en de bebloede lakens afvoeren. Hij vraagt: “Wat stond waar?”
Er komt een warrig verhaal “bloed op de lakens en op de grondx85″
Hij blaft wat bevelen, waardoor er orde ontstaat. De dubbele bodem en de messen worden gevonden. De drie kindje verschillen in één enkel opzicht van elkaar. Idris I heeft geen moedervlek, Idris II heeft er eentje op de rechterwang en Idris III op de linkerwang. De vele minnen doen hun best om de krijsende kinderen te troosten. Risha laat Chantal er bij halen. Die wordt hysterisch als ze het ziet. Risha stuurt wachters om de hoofdbrahmaan en de siderials te waarschuwen. Die zijn er over een uur, respectievelijk een dag. Tegen dat de brahmaan er is, zijn de boze kinderen eindelijk gekalmeerd.
Claude zit in de zwaarst beveiligde cel, achter een stalen deur, helemaal achterin een ondergrondse gang. Met de Lock Opening Touch zet hij de deur op een smal kiertje, verandert zich weer in een wachter en geeft zichzelf een harde klap op het hoofd. Hij gaat op de grond liggen. Na 5 minuten wordt hij gevonden door de reguliere wacht (hij heeft enorm geluk dat er zo veel nieuwkomers zijn, dus het is niet verdacht dat ze hem nooit eerder hebben gezien). Ze slaan alarm en brengen hem naar de ziekenboeg om verzorgd te worden. De cel wordt doorzocht. “De heks heeft je op je hoofd geslagen en is verdwenen.”
De hofsecretaris komt naar Risha en Chang: “Edelachtbare, de vergadering van vanmorgen gaat er over dat Vixen oorlog met wil met Soul omdat zij geen shintasta koning willen. Het lijkt er op dat we aangevallen worden. Er is vrij veel gemor onder de niet-shintaste. Sommigen zijn blij met een halfbloed koning, maar de Soulfield Revolutie is in Vixen nog heel sterk en machtig. Wij worden nog steeds gezien als een vreemde mogendheid en ze willen ons het liefst terug naar Satem.”
De grote brahmaan spreekt: “Hier is magie in het spel. Maar het meest onmiddellijke probleem is dat we drie koningen hebben. Die zonder moedervlek is zonder twijfel de oudste. Mara hoe leggen we dat aan het volk uit? Er is een vervloeking over het kind uitgesproken. Dit riekt naar Eénoog. Als er één sterft, worden het er drie. Onkwetsbaarheidsvloeken hebben altijd een zwakke plek. Waar zit het kwetsbare punt?”
Hij adviseert om de compound hermetisch af te sluiten en alles geheim te houden totdat er een goede oplossing is bedacht.
Er wordt een wachter binnengebracht die Risha iets belangrijks te melden heeft. Die wil hem wel even in een hoek van de kamer te woord staan. Claude maakt zich bekend en stelt voor om de drie te verwisselen voor één normaal kind. Maar Risha vindt dat niet haalbaar: deze geven roods licht. Ja, dat is lastig.
Risha neemt Gwan en Chang mee naar de raadsvergadering. Er is informatie uit de buurlanden en de andere staten binnen Greater Soul.
Soul Het land is verdeeld. Redelijk veel mensen vinden een halfbloed koning een goede verzoening. De zeer religieuzen zijn heel blij, want er komen pelgrims uit alle kanten van het land en zelfs uit Ashcroft en Shirten naar Archet. Dat wordt een belangrijke stad. De tegenstanders hebben zich verenigd in de Gnat Resistance Front. Ze zitten in de moerassen tussen Soul en Vixen en worden vanuit Vixen bevoorraad. Heel onlangs hebben ze enorm veel geld gekregen. Ongetwijfeld de opbrengst van onze eigendommen.
Vixen Mobiliseert zijn legers. De vrije steden Green Man en Sheela Na Gig steunen Vixen onofficieel. Hun Revolutionaire Raad pikt geen enkele invloed van shintasta’s en wil ons aanvallen. Maar ze zijn minder ver in hun voorbereidingen dan ze zouden willen.
Targon Is onbeschaafd en dom en ongexefnteresseerd in wat er bij ons gebeurt.
Eventyr en Selene Staan onder invloed van de Lunars (elf-achtige wezens). De informant beschrijft ze als onvoorspelbaar en neutraal. Het klinkt als de moeite waard om daar als solars eens langs gaan.
Silver Dit land staat meer aan onze kant. Hun bevolking is bloedverwant met de bevolking van Soul. De machthebbers zijn vooral gexefnteresseerd in ons geld.
Abisqueck Dit is een land ten Westen van Vixen dat geen deel meer uitmaakt van Greater Soul. Het nieuws is doorgedrongen tot hun hof en ze zien ons graag verschijnen op een steekspel.
Seskwo De zuiderbuur van Greater Soul is heel beschaafd. Ze vinden dat er geen verschil is tussen Risha en de koning van Satem. Zij zien alleen maar shintasta’s. Het kan een geduchte vijand zijn want ze hebben een veel hogere beschaving. Maar dat is meteen ook hun zwakke kant.
De Eénoog rebellen Zij hebben een florerende gemeenschap in Chetwood Forest. Ze zijn sinds de verdwijning van de wyld minder oorlogszuchtig en meer op bekering gericht. En ze zijn vrij populair, want het leven is daar beter dan bij ons.
Risha zegt dat dat komt omdat er daar sociale mobiliteit is. De hoofdbrahmaan reageert fel. Géén adelverheffing van gewoon volk. De goden hebben het verschil zo vastgesteld. Risha snapt niet waarom ze een ziel willen hebben. “Gewone mensen hoeven niet bang te zijn voor de gevolgen van hun daden, die zijn gewoon dood. Maar ik moet bij alles wat ik doe afwegen of ik er niet door in de hel kom.” De brahmaan luistert geschokt naar dit perspectief. “Nee,” vervolgt Risha, “natuurlijk wil ik niet Jan en alleman in de adelstand verheffen, maar het kan helemaal geen kwaad om Chantal, Gwan, Sandra en Florence naar voren te schuiven als voorbeelden dat onze goden wel degelijk af en toe mensen verheffen tot brahmaan of ksatrya.”
Hij stelt voor om een festival te organiseren voor alle koninkrijken van Greater Soul en de drie buurlanden, met wedstrijden in sport, magie, muziek en poëzie.
Intussen is Claude voorbereidingen aan het treffen om de drie Idrissen te kidnappen. Hij maakt in de komende nacht het traliewerk voor één van de ramen los, regelt een grote leren zak, knevels en dergelijke. Hij is hier echt heel goed in. Daarna verkent hij de omgeving en bereidt enkele mogelijke vluchtroutes voor.
Na de vergadering ontvangt Risha de tien soldaten. Ze vertellen dat de leidinggevenden ons door hun laten hebben uitkleden om ons te verplegen. Onze wapenrustingen en wapens zijn op drie muilezels geladen. Zij weten niet beter dan dat die hier zijn overgedragen aan deadministrateur. Risha geeft ze de uitgeloofde beloning: ieder tien goudstukken. Dat is een paar jaarsalarissen voor een soldaat.
De volgende dag arriveert Phantom Marshley. “Zo, het gaat goed met jullie.” “Vind je?” “”Nee niet echt. Maar het is bijna terug naar normaal.”
Risha vertelt het verhaal. “Die oorlog komt er, tenzij je alle zeilen bij wilt zetten.En een vloek over dat kind, dat is erg! Chantal is wel degelijk een solar, blijkbaar heeft ze het jullie niet verteld, maar ze is ontwaakt tijdens de verkrachting. Ze is Eclips. En geloof me, het kind is echt een siderial.”
“Dat het kind een siderial is,” zegt Risha, “betekent niet dat Eénoog hem niet kan overnemen. Ik ben een solar en de enige reden dat ik niet meer onder zijn invloed sta, is de orichalcum wasplank.”
“We zullen zeggen dat de heks een illusie heeft gedaan waardoor het leek dat er drie koningskinderen lagen. Eerste moeten we vloek diagnostizeren en opheffen. Dan moeten we de twee met moedervlek elders apart opvoeden.”
Chang merkt op dat siderials ook kunnen falen.
“Ik zit met twee lastige compagnons samen in het triumviraat,” zegt Phantom, “en ik blijf ze trouw. We zijn allemaal aan het falen, we hebben het meermalen verkeerd ingeschat. Maar ondanks onze verschillen hebben we als gezamenlijke vijand Eénoog en de abyssals.”
“Waarom hebben jullie het speelveld gesaboteerd?”
“Jullie zijn de eerste solars en met jullie kwamen de abyssals. Er lijkt iets groots te beginnen. We hebben er over gestemd, en we hebben liever een siderial als koning dan een solar. Maar tot Idris junior volwassen is zijn jullie de baas in dit koninkrijk.”
Chang begint over de oorlog. Hij wil die niet, “we zijn faliekant aan het verliezen van Eénoog. De siderials hebben fout op fout gemaakt en wij solars zijn tegelijk verschenen met de abyssals. Wij zijn het antwoord op Eénoog, het wapen dat de goden hebben gezonden. Maar jullie geven ons niets om mee te werken. Alleen maar leugens en disinformatie.”
“De afgelopen duizend jaar hebben de siderials alles goed geregeld. Als een stelletje kleuters ons nu komt vertellen dat we hen hun gang moeten laten gaan, dan kan dat natuurlijk niet. De siderial organisatie is nogal bureaucratisch, ze komt log in actie maar krachtig en vermaalt iedereen die haar tegenwerkt.”
Risha zegt: “Ik houd niet van dat soort dreigementen. Ik ben geen kleuter om klein te houden. Ik ben een zwaard. Laat me niet in de schede.”
De siderial bindt in: “Wij hebben perspectief. Vraag maar.”
Risha: “Hoe luidt die profetie exact?” “Dat er een nieuwe ster zou komen, een supernova. Die zal ontstaan door samenkomst van zon en duisternis. Die gaat ontploffen. Dat is zeer ontwrichtend.”
Gwan: “Dat getal drie? Drie kinderen die drie keer zo snel groeien?” “Ja, dat is van Eénoog. Dat hebben we niet voorzien.”
Gwan: “Die rode zon, is die voorzien?” “Nee, die hebben we niet voorzien. Mijn gedachte, die ik nog niet heb overlegd met mijn mede-siderials, is dat de knal en de duisternis die daarop volgt, waarschijnlijk zijn wat Eénoog wil. We kunnen hem niet direct aan. De enige toegang tot zijn rijk is via Sorceror’s Well en wij gaan daar niet naar binnen.”
Risha: “Dus iemand anders moet het doen. Wij.”
Verbaasd stamelt Phantom: “Oh, dus dáár zijn solars voor. Dan kan het ook geen kwaad om de lunars er bij te betrekken. Siderials en lunars regeren samen de wereld. Je zal merken dat wij bij hen vergeleken lief zijn. x85 En de heilige stad moet nog worden gerepareerd.”
3 xp
The ROSE sessie 15 – 12 april 2012
Atis benadrukt dat we Mattan Othiéno levend gevangen willen nemen. Sarina stribbelt tegen. Sango vraagt Ghurkan om een campagne te bedenken om het wantrouwen in de stad te verminderen. “Pleeg verzet door uw dagelijkse gang te gaan, geef de demonenaanhangers niet de kans om deze mooie stad te vernietigen door onderling geweld.” En dan via de Leopard King naar de Satraap, en naar de priesters. Ghurkan wil zich niet openbaren als solar, maar Sango denkt aan iets subtielers.
Sarina wijst er op dat de demonenaanhangers bij het verlaten van het klooster in groepjes reisden, dus misschien is die Othiéno ook niet alleen. Ze stelt voor om hem eerst te observeren. Bij het halen van ons volgende rondje begint Ghurkan aan de fluistercampagne. Maar het heeft totaal geen effect. Is er iemand bezig geweest om met charms de geesten van de mensen te manipuleren?
We gaan naar het havenkwartier in, op zoek naar de heksenvinders. Eén heeft zijn intrek genomen in één van de betere hotels. Maar als we daar aankomen blijkt hij “op missie” te zijn in het Noorden van de stad. Wij gaan verder, maar Sarina blijft achter want ze wil zijn kamer doorzoeken.
De overigen komen aan in een sloppenwijk. Het volk is rumoerig en wantrouwend tegenover buitenstaanders. We zien een oude man op een zeepkist, gekleed in een pantervel, met een hoofdtooi van beestentanden en zwarte kralen. Grijs, tanig. Hij moedigt de menigte aan, die is een jonge man aan het stenigen. Ghurkan herkent de vaardige redenaar-manipulator. Er staan vijf man van de stadswacht bij die de menigte op afstand houden en er zorg voor dragen dat het niet verder gaat dan stenigen.
Atis stelt zich verdekt op en doet de Observer Deceiving Attack. Hij gooit een steen naar de heksenvinder. Die is raak en de heksenvinder grijpt naar zijn hoofd. Mensen schieten hem te hulp. Iemand roept dat de heksenvinder wordt aangevallen en de menigte wordt hysterisch. Niemand heeft door waar de aanval vandaan kwam.
Sarina gaat intussen in het hotel naar een toilet, dematerialiseert en gaat naar de kamer. Daar ziet ze gedematerialiseerde wezens met het onderlichaam van een reuzenschorpioen en het bovenlijf van een mens. En de wezens zien haar. Ze gebruikt haat vlieg-charm en maakt dat ze wegkomt. Met de Running Hare Method gaat ze als de wiedeweerga richting Noorden.
Daar wordt de menigte steeds onrustiger. Ghurkan roept (met hulp van zijn Socialize Excellency en daarna de Venomous Whisper Technique) dat de heksenvinder een bedrieger is en dat Ahlat tegen hem is. De priester keert zich tegen hem: “Jij valse profeet, jij ontwrichter, je bent geen priester van Ahlat!” Ghrkan voelt dat de heksenvinder ook een charm gebruikt en vberweert zich. De menigte twijfelt. Ze zijn allebei even overtuigend. Atis komt als een hinkend oud baasje aanlopen: “Als jij een aanhanger van Ahlat bent, genees mij dan!” Othiéno: “Ook demonenaanhangers kunnen genezen!”
Sarina arriveert, nog steeds gedematerialiseerd. Ze ziet dat er op het plein nog eens drie schorpioendemonen staan, tussen de heksenvinder en het slachtoffer.
Door alle charms begint Ghurkan’s kasteteken op te lichten. De eerste kreten “Anathema” beginnen op te klinken. Sarina roept: “er zijn hier echte demonen, maar ze zijn onzichtbaar!”
Ze schiet een pijl af op één van de schorpioenwezens. Die is raak en het wezen wordt zichtbaar. De heksenvinder doet alsof hij schrikt, wijst naar de jongen die gestenigd wordt, en roept: “Hij is nog niet dood!” Het gevecht begint.
Atis gooit een mes naar de heksenvinder, het raakt maar doet weinig schade: hij blijkt een soort harnas te dragen. Glinsterend als glas zie je de vorm van een demon om hem heen, met schubben en hoorns. Sarina schiet pijlen naar de andere twee onzichtbare demonen. Ze raakt en beiden materialiseren. Ze roept: “Vier demonen!“, ook om ons te waarschuwen.
Het publiek raakt in paniek en probeert te vluchten. Atis gooit een Cascade of Cutting Terror en raakt de heksenvinder. Atis’ kasteteken begint ook te stralen. De heksenvindergooit ook een spreuk: Death of Bronze Wasps (een demonische variant op de Obsidian Butterflies). Zijn kasteteken licht ook op, maar groen. Het is een Green Sun Prince!
De spreuk raakt Atis, Ghurkan en één van de schorpioendemonen. Die laatste sneuvelt. Sango maakt een snoekduik, roept: “Valse profeet!” en gooit Death of Obsidian Butterflies. De demon bij de priester gaat neer, de andere raakt gewond. Ook de priester wordt geraakt, maar bijna alles wordt door zijn Living Armor gestopt. De overlevende demon roept een zandstorm op.
Sarina roept: “Banishment op zijn beschermingsdemon!” Sango doet dat en de demon om de priester heen verdwijnt. Die kijkt boos, trekt twee groene zwaarden en zegt: “Nu ben ik het beu.”
Sarina schiet op de demon en op de priester, beiuden gaan neer. De zandstorm blijft doorrazen, dus Sango doet een Emerald Countermagic. Dat werkt. Sarina gaat naar de schorpioendemonen en ontdekt dat twee ervan hol zijn. Sango stabiliseert de priester. Die was stervende, maar dat weet ze te voorkomen.Ze blijft er bij om te voorkomen dat hij bijkomt, overlijdt of meegenomen wordt. Sarina stelt voor om hem aan Lytek te geven, de god van exaltatie in Yu Shan.
Atis heeft Ghurkan meegesleept, achter de vluchtende massa aan. Hij wil weer proberen ze te overtuigen. Gelukkig reikt de countermagic van Sango tot ver in de steegjes, dus de magie van de priester doet hert niet meer. Maar Ghurkan is desondanks niet zo overtuigend. Misschien omdat hij door zijn aura duidelijk herkenbaar is als anathema. Sommigen zijn overtuigd, anderen niet.
Sarina en Sango nemen de priester over de schouder en verdwijnen een putdeksel in. Ghurkan is intussen ook een kelder ingedoken. Het duurt 4 respectievelijk 5 uur eer Sango’s en Ghurkan’s aura’s zijn verdwenen. Sarina doorzoekt de priester en vindt twee groen uitgeslagen bronzen daiklaves.
We vinden elkaar in de riolen. Na een discussie besluiten we om toch de priester van Ahlat in te schakelen. En die moet de heksenvinder zien vóórdat diens kasteteken uitdooft. Atis’ aura is na een half uurtje al weg, dus die gaat met een vliegspreuk. Buiten zicht van de wachters landt hij en gaat de tempel in. Voor zijn vriend de priester knielt hij neer en hij geeft hem zijn wit-jaden daiklave. “Vriend, vertrouw me. Nee, leg hem niet weg. Als je me niet vertrouwt moet je me met mijn eigen daiklave doden.”
De priester is gexefntrigeerd.
“We hebben de demonenpriestergevangen. Het was een Green Sun Prince, een anathema onder de anathema.”
“OK, en waarom de daiklave?”
“Ik ben Solar, en daarom konden we hem verslaan.”
De priester slikt, maar gaat mee. Atis gebruikt zijn vliegspreuk. In de lucht mompelt de priester: “Dit is toch niet het moment om je de keel door te snijden.”
“Ik hoopte dat je dat zou zeggen,” mompelt Atis.
Ghurkan en Sango geven nog steeds helder licht, en gaan een stukje verderop zitten.Atis legt uit de de GSP vooral niet moet worden gedood, want dan rexefncarneert hij. De priester kent dit. Als hij de gevangene ziet, zegt hij: “Jullie hebben tenminste nog het licht van de echte zon, maar dit is het licht van de demonenwereld.”
Hij heeft zelfs van Lytek gehoord. Hij zegt dat hij morgen het offerritueel wil doen. Atis zegt dat het heel belangrijk is. Sango steekt haar hoofd om de hoek: “Doe het op het plein waar we vochten, daar heb ik een Countermagic gedaan.”
Atis stelt voor om ook een Countermagic op de tempel te doen, maar dat vinden de priester en Sango geen goed idee. Alle beschermende magie is dan ook weg. Atis zegt ook dat Ahlat over hem mag oordelen.
“Dat zal gebeuren, morgen.” De priester is duidelijk verscheurd tussen wat hij geleerd heeft over anathema en zijn vriendschap, maar hij laat zich terugbrengen door Atis.
De volgende dag blijft Little Shu bij de gevangene. Mocht hij dreigen bij te komen, dan verzwakken we hem weer via aderlaten. Atis laat zijn uitrusting achter. Ghurkan en Sango heffen hun vermomming op. We gaan.
Het plein blijkt bewaakt door dragonblooded. Atis ‘en gezelschap’ staan op de gastenlijst. Op de daken staan ook dragonblooded, en Brides of Ahlat. Hier is door een strateeg goed over nagedacht. Ook de Wyld Hunt zal aanwezig zijn, want er zijn tenslotte gisteren anathema en demonen gezien.
Er klinkt getrommel. Vanuit één van de straten komt een processie met muzikanten, danseressen, een enorme aurochs met een bloemenkrans, de hogepriester, de satraap en de Leopard King, en daarna 99 koeien zonder littekens en met een symmetrische tekening. De koeien worden in een cirkel opgesteld, met bij elke koe een priester of poriesteres – zelfs de schoonmakers van de tempel zijn opgetrommeld om voldoende mensen te hebben. Op het hoogtepunt van de muziek heft iedereen het offeres en worden alle koeien tegelijk de keel doorgesneden. Het bloed vloeit. In het Noordwesten betrekt de zon, alsof er een onweersbui boven de zee ontstaat. Dan heft de hogepriester een wit-jaden daiklave – de dragonblooded kijken verbaasd –, roept Ahlat aan, en klieft de nek van de aurochs-stier.
Daar meterialiseert een naakte man met een stierenkop, een rode mantel en een groot geslachtsdeel. Iedereen valt op de knieën, wij ook. Atis mompelt: “Gegroet, Ahlat.”
De god wil iets zeggen, maar boven de zee verschijnt een visioen van de Scharlaken Keizerin. De god kijkt geërgerd. De keizerin spreekt met donderende stem: “Mijn kinderen, mijn onderdanen, volk van de Schepping, weest stil! Hoor mij, jullie schalaken keizerin, kampioen van de Schepping, eeuwige heerseres van het gezegende eiland! Jarenlang heb ik mijn gezicht van deze wereld afgewend om te communiceren met de draak van mijn aspect en zijn vier gelijken! En nu, met mijn terugkeer uit mijn meditatieve afzondering, eindigt dit wetteloze tumult! Vandaag herstel ik de afgebrokkelde hiërarchie van mijn regering, mijn legioenen en de grote huizen! En onheil over wie ook tegen mij is in deze rechtschapen zaak!” Dan vervaagt het visioen.
De satraap rpijst Ahlat, de keizerin, de hogepriester en de sponsor van het offer. Ahlat kijkt verbluft, maar herneemt zich en zegt: “Deze dag is een grootse dag.”
Hij keert zich naar Atis. “Jij hebt je ‘uitverkorene van Ahlat’ genoemd. Neem het zwaard waarmee mijn offer is volbracht en ga met mijn zegen.”
Naar Ghurkan: “Dank voor je bijdrage aan het offer. Als je een wens hebt die ik kan volbrengen, zal ik hem vervullen,” hij heeft opeens een veer in zijn hand en geeft die aan Ghurkan, “Ik benoem te tot Quill of Heaven.” Ghurkan wenst dat zijn daden in he heden zijn daden uit het verleden goedmaken. De god antwoordt: “Dat ligt aan je eigen acties.”
De satraap mag ook een wens doen. Hij wenst wat de keizerin wenst, maar Ahlat vraagt een wens van hem persoonlijk. “Dan wens ik vrede tussen onze rijken.” “Over vrede ga ik niet.” De satraap krijgt de tijd om over een wens na te denken.
“Sango, dochter van de martial-arts meester, ik noem jou Arrow of Heaven,” en overhandigt haar een pijl.
Sarina wordt niet bij naam genoemd. Ze krijgt een dolk en de titel Dagger of Heaven.
De Leopard King krijgt een kroon, dezelfde klauwenkrans die gisteren nog op het hoofd van de demonenpriester stond! “Dit is de Leopard Crown, duizend jaar kwijt, gisteren teruggevonden.” (Zo lang is Sondok hier dus al bezigx85)
Dan is de hogepriester aan de beurt om een wens te doen. Hij vraagt iets tegen mentale bexefnvloeding van de bevolking. Hij krijgt een rol papier met een toverspreuk: Blood Without Ties. De Sorceroers van de satraap erkennen hem niet. Sango bekijkt de rol en kan hem wel identificeren. Dit is een tegenspreuk tegen dynastieke bexefnvloeding – iets waar zij nog nooit van gehoord heeft, maar Atis wel. Hij fluistert Sango in dat ze die spreuk moet leren.
Sarina vraagt intussen aan Ahlat of die Lytek kan waarschuwen. Ahlat zucht, maar geeft haar een gebedsrol. Atis legt het intussen bij met de hogepriester.
We danken Ahlat. De hogepriester begint een litanie. Het volk is onder de indruk. De processie gaat naar de tempel. Nu hij eenmaal is gematerialiseerd, kan de god door het effect heen breken wat hem in deze stad tegenhield. De aanbidding van de menigte helpt ook. Bovenaan de tempeltrap staan daar de drie generaals Bruiden van Ahlat. Eéntje vertrekt van woede als ze de stoet ziet. Ze slaat de hoofden van de andere twee af, gooit ze in het publiek, gooit een vuurbal op de tempel en begint Ahlat te vervloeken. Sarina gooit een Banishment op haar, waardoor haar levende harnas verdwijnt. Sarina schiet ene pijl af die in drieën splijt, alle drie raken ze haar. Atis gooit een dolk. Al dat geweld overleeft ze niet.
De god kijkt ontstemd naar de brandende tempel. Maar die kan wel weer opgebouwd worden. Hij wandelt de tempel binnen en gaat tussen de vlammen op zijn troon zitten. Wij willen wegglippen, maar de Leopard King en zijn Lesser Drums nodigen ons uit voor een drankje. We kijken uit onze ooghoek naar de Wyld Hunt, die kijkt ook zo naar ons. Maar dit is niet de dag om ons te ontmaskeren.
De komende dagen besteed Sango aan het overschrijven van de spreuk Blood Without Ties. Sarina en de anderen verzamelen de ingediënten om Lytek op te roepen. We geven de Green Sun Prince af.
10 Xp
Tussendoor avontuur 16xbd
Hier volgt wat Risha die sessie heeft meegemaakt onder de grafsteen.
Risha valt een meter of 50 omlaag en raakt bewusteloos. Als hij weer bijkomt, ligt hij in een plas van zijn eigen bloed. Het is pikkedonker dus hij zet zijn anima aan. Dit is een koepelvormige ruimte met een trap omlaag. Onderaan komt hij bij een dichte deur. De Lock Opening Touch komt van pas. Daarachter is een soort balzaal, benzine begint van uit het plafond naar beneden te stromen. In de verte staat een man met een gangsterhoed. Hij haalt een aansteker tevoorschijn en lacht gemeen. Hij steekt een sigaret aan en gooit de peuk in de benzine. Risha spurt naar voren. Hij haalt net de overgang. Terwijl hij door de deur aan deze kant van de zaal rent kijkt hij achterom en ziet de man in de vlammenzee grijnzen xe0 la Freddy Krueger. Hier is weer een trap en deze eindigt bij een afgrond. Het is geen beklimbare wand. Maar als hij springt, kan hij zijn val wel vertragen door zich af en toe vast te grijpen aan uitsteekseltjes.
Hij blijft vallen
en vallen x85
en vallen.
Tijdens het vallen krijgt hij inzicht in zijn situatie. Nehal Nemar is een boze tovenaar. Hij was opgesloten en Risha heeft aan de voorwaarde voor zijn vrijlating voldaan: dat iemand zijn plaats innam.
Door zijn contract met Eénoog voelt Risha hier de lokroep van de Neverborn. Wat is die Eénoog eigenlijk een amateur! Terwijl hij valt ontvouwen zich nieuwe richtingen om hem heen: de Tempest, de onderwereld, Stygia, het labyrinth x85 het voelt als thuiskomen.
Tussendoor avontuur 23 – 5 april 2012
De volgende ruimte, nmmer 5, is Wind. We vliegen door de lucht. In de verte zien we de koets met Godefried. Onder ons is een pijlloze diepte. We kunnen niet van de wagen af. Bij Godefried is gefladder van leerachtige vleugels. Als we dichterbij komen zien we dat het monster geitenhoeven, leeuwenmanen en grote leren vleugels heeft. Het is een chimera, een door de wyld gemuteerde en gek geworden lunar. Hij is heel erg snel en behalve klauwen en tanden heeft hij ook nog een giftige adem. Godefried lijkt het moeilijk te hebben, er zijn al twee nachtmerries neer. We moeten vóór hem de volgende doorgang door, maar hij moet wel in leven blijven.
De chimera heeft het op de nachtmerries voor de lijkkoets voorzien. We zien hem over de koning heen ademen en zijn klauwen in een derde nachtmerrie slaan. Als dat dier het begeeft wordt de kar nog maar door één paard getrokken. Hij wordt instabiel en begint scheef te hangen en naar beneden te zakken.
Chang en Gwan schieten met pijl en boog op het monster. Claude ment de wagen. Risha zit binnen, maar klautert op de bok om meet te kunnen vechten. Gwan mist, maar Chang raakt de chimera. Het wezen begint te bloeden en slaakt een kreet. Risha mist met de tranquillizer gun. Dan raakt Gwan ook. Het monster bijt de laatste nachtmerrie dood waardoor de koets naar beneden stort. De adem van de chimera is zó giftig dat de koning er last van heeft, ook al is hij al dood. Een tweede chimera, de moeder, komt op de roep van het gewonde monster af. We moeten snel zijn.
Gwan lasso’t de kar, die tot stilstand komt. En we nemen hem op sleeptouw. Risha mist weer. Godefried komt direct in de gifwolk van de eerste chimera en verstijft, maar hij blijft op de bok. De chimera heeft het duidelijk op de twee hoofdpersonen van de race gemikt, want ondanks alle verwondingen die de anderen hem toebrengen valt hij nu Risha aan.
Gwan neemt de teugels over van Claude, die langs de lasso naar beneden klimt om Godefried op te halen. Dan raakt Risha de chimera, maar het slaapmiddel blijkt niet te werken. Chang raakt het monster vol, maar het blijft maar aanvallen. Risha harnas beschermt hem tegen de klauwen en de bek, en hij blijkt ook tegen de giftige adem te kunnen.
Dan komt te tweede chimera er bij. Die valt ook Risha aan. Deze chimera heeft een aura van kou en daar raakt Risha door verlamd. Hij heeft een visioen waarin hij ziet hoe Chantal bevalt van een jongetje.
Met de dode koning op zijn rug, klimt hij terug omhoog en snijdt de lijkkoets los. We schieten naar voren en bereiken de poort. Maar we kunnen er niet door omdat de chimera nog steeds niet is uitgeschakeld. De beide dieren vallen Risha weer aan. Gwan ontwijkt de eerste, maar mamma chimera gaat voor de kill. Ze blaast en bijt en klauwt de bewegingloze Risha en dan: KABOEM. Iedereen is bewusteloos.
Risha komt als eerste bij in een ziekenzaal. Een liefdevolle brahmin-verpleegster geeft hem een kom soep.
“Waar ben ik?”
“In Aryan’s Abode.”
Ze hebben ons opgehaald: “uw missie is geslaagd en de koning is gexefnstalleerd.”
“Huh, wie is er koning?”
“Uw zoon natuurlijk, de jonge Idris.”
O shit, denkt Risha, maar hij vraagt: “en is de zon weer terug?”
“Hij is beter terug dan vroeger. Het land is jullie dankbaar. Jullie zullen als helden ontvangen worden.”
Terwijl de brahmaanse vertelt, komt Gwan bij. Helaas is hij gedeeltelijk verlamd geraakt door de explosie. Ze verpleegster troost hem en hij krijgt ook een kom soep. Dan gaat ze verder: “Chatwood is geen wyld meer. Er zijn wel nog een paar wyld plekken diep in het bos, maar dat was vroeger ook al. En Eénoog heeft zijn kamp verlaten!”
“Hoe is het met Godefried?”
“Godefried is helaas heengegaan en voorgoed begraven. Zijn tombe is verzegeld.”
“Hoe lang liggen we hier dan al?”
“Drie maanden.”
Chang komt nu ook bij. Hij denkt dat hij dood is en vraagt in welke hel hij zit. Als dat misverstand is opgelost kan ze haar verhaal afmaken.
“Vier dagen na ons vertrek is er een harde klap geweest en de zon stond weer aan de hemel alsof ze nog nooit weg geweest was. Maar hij is rood. En precies op dat moment is uw zoon geboren. De koningin-moeder heeft hem Idris genoemd.” Tegen Gwan en Chang zegt ze: “en jullie hoeven je nooit meer ergens zorgen over te maken. Jullie zijn nu van adel.”
Claude is ook bijgekomen. Hij ziet de verpleegster en houdt zich stil. Brahmanen, daar heeft hij een hekel aan.
Als we vragen waar onze eigendommen en paarden zijn, valt ze even stil. De magische paarden zijn allemaal dood. En de uitrusting, daar weet ze niets van. Volgens haar hadden we niks van waarde bij ons toen we hier werden afgeleverd. Het goede nieuws is dat Frederique en Sandra ook op deze zaal liggen.
Chantal komt op bezoek. Ze is heel blij om Risha te zien, maar lijkt ook een beetje bang te zijn voor inmenging want ze heeft de afgelopen maanden de alleenheerschappij gehad. Op Rishaxb4s vraag waarom de zoon is gekroond en niet hij, die de race tegen Godefried is aangegaan, zegt ze: “De Siderials hebben tegen het volk gezegd dat het was gewoon duidelijk was. En hij is wel onze zoon hèx85”
Risha denkt even na. Hij houdt zich hoffelijk, maar inwendig is hij woedend: “Je hebt gelijk. Ik zou gewoon weer de volgende gehate Shintasta koning zijn geweest. Maar onze zoon verenigt de twee volkeren en is voor beide acceptabel.”
“Ja, Idris is de verbinding. Het volk is blij met hem.”
Het leven aan het hof bevalt Chantal goed. En het niet meer zwanger zijn ook. Met Aryan gaat het minder goed, hij is ziek. Risha belooft om snel bij de oude koning langs te gaan. Hij bestelt voor de volgende morgen een verhalenverteller, die een mooie sage van het hele avontuur kan maken. En hij bedenkt welke delen er moeten worden weggelaten, welke dingen veranderd moeten worden en welke delen van het avontuur de toekomstige generaties mogen inspireren. De god Pashupati had beloofd om hem te steunen en heeft dat niet gedaan. Er is met het speelveld gedokterd om de vijfde proeve onoverwinnelijk te maken zodat beide koningen zouden sterven. Maar de god, die dit geweten moest hebben, en de siderials hebben hem niet gewaarschuwd. Verdient een god die zijn woord breekt het nog wel om aanbeden worden x85 ?
Al die tijd doet Claude alsof hij nog bewusteloos is, maar die nacht, als iedereen slaapt, vermomt hij zich met de charm Flawless Disguise als verpleegster. Hij slaakt een kreet: “Hij is weg!”
De andere verpleegster komen in paniek aanrennen. De vragen zijn niet van de lucht: “Wie ben jij?” “Wat is er aan de hand?” “Waar is Claude?” “ALARM!”
Claude loopt weg en verandert zich in een wachter. Iedereen is wakker. Claude is verdwenen. We hebben donders goed door wat er is gebeurd, maar spelen het spel mee. Chang ontfermt zich met genezende charms over Gwan. Die dwarslaesie is in een paar dagen wel genezen. Rishe helpt de wachters met zoeken. Hij stuurt de zoekacties aan en daar is hij opvallend goed in. Ze volgen hem niet alleen omdat ze hem zien als de vader-koning, maar ook omdat hij best goed is in de krijgskunsten. Claude zoekt zijn wapens, maar vindt ze niet. Dan zoekt hij een stal om in te slapen.
De volgende ochtend gaat de zon rood op. Om twaalf uur worden we verwacht op de audiëntie bij de koning. Risha begint aan de verhalenverteller te zeggen wat hij kwijt wil over onze avonturen. Hij geeft in zijn verhaal aan Claude de Krishna-rol, de heilige wagenmenner, die teruggekeerd is naar de hemel nu hij de prins heeft geholpen om zijn doel te bereiken. Tijdens het vertellen ontdekt hij dat er een heleboel is wat niet klopt. Hij houdt dat voorlopig even voor zich, maar gaat dit als de verteller weg is wel aan zijn vrienden voorleggen.
Op het moment dat Godefried dood ging, was de wedstrijd feitelijk over. Maar we moesten doorgaan totdat allebei de koningen uitgeschakeld waren. En precies op dat moment is Idris geboren. Waarom precies op dat moment? Er is geknoeid met de tijd van geboorte!
Eénoog heeft zich vrijwillig teruggetrokken. Zijn kind, het kind van sekteleider Idris, is gexefnstalleerd en zijn doel is volbracht. Eénoog denkt dat hij geslaagd is. De siderials denken op hun beurt dat zij geslaagd zijn.
Met Chantal spreekt hij af om in het geheim snel te huwen. Het officiële verhaal is dat ze allang getrouwd waren voordat alles gebeurd was en dat Idris hun kind is.
De magische harnassen en wapens zijn door doodgewone dieven gestolen en ze zijn hoogstwaarschijnlijk allang verhandeld en het land uit. Daar mogen we ons niet bij neerleggen. We gaan er achterheen! Wie heeft in de afgelopen drie maanden het hof verlaten?
4 xp
The ROSE sessie 14 – 29 maart 2012
Drie geplande aanslagen worden door de stadswacht verijdeld. Het nieuws dat één van de Lesser Drums demonenaanhanger was, gaat als een lopend vuurtje door de stad. ’s Avonds blijken in diverse buurten milities gevormd te worden – een beetje mosterd na de maaltijd vinden we.
We doen de volgende dag rustig aan om onze krachten te sparen. Ghurkan hoopt dat zijn schaduw weer aangroeit door een goede nacht slaap, maar hij heeft teveel nachtmerries. We doen inkopen en regelen paarden. Ze zijn een beetje vreemd, wit en zwart gestreept, maar goed geschikt voor mensen met een klein beetje rij-ervaring. ’s Avonds proberen we Ghurkan te helpen. Door de beschadigde schaduw is zijn lagere ziel beschadigd en kunnen zijn negatieve kanten zich alleen in zijn dromen uiten. We kopen opium; hopelijk compenseren de opiumdromen voor de nachtmerries. Het plan blijkt te werken: als we a een week bij het dorpje aankomen, is zijn schaduw weer aangegroeid en zijn de nachtmerries over.
Het dorp blijkt onbewoond. Veel huizen zijn half verwoest. We besluiten de paarden niet in een wei te zetten, maar één van de grotere huizen te betrekken. Met wat inspanning kunnen we een muur provisorisch herstellen.
Atis en Sarina gaan op verkenning. Op een heuvel buiten het dorp ligt een villa, compleet met binnenplaats met baobab. Eromheen liggen geomantisch gevormde tuinen. Sarina kijkt wat beter en ziet dat de tuin de energie van deze plek helemaal verdraait en corrumpeert. Heel knap dat ze iets wat een formele tuin met normale planten lijkt de indruk kunnen laten wekken dat he de hel is – of tenminste het zo te laten voelen. Het huis is een Manse. Sarina kijkt of ze geesten ziet, maar het complex maakt een lege indruk. Ze houdt haar Spirit Sight aan. Ook als ze dichterbij komen lijkt het huis leeg. De luiken gesloten. De laatste sporen zijn een dag of vier oud en leiden het perceel uit. Sarina besluit het pand in de gaten te houden vanaf een huis er tegenover in het dorp, maar ze ziet de hele dag niets. Sango doet een poging om de sporen te volgen voordat de motregen ze uitwist. Er zijn ongeveer 25 personen vertrokken, die opgesplitst zijn in vijf groepjes die allemaal een andere kant op zijn gegaan. Alle groepjes hebben de “grote weg” gemeden.
Sango rekent voor dat iemand die met grote haast vanuit Harborhead vertrok zodra de arrestatie van de Lesser Drum bekend werd, hier ongeveer vier dagen geleden kon zijn. Het kan zijn dat ze gevlucht zijn. En de villa zit vast vol met vallen. We moeten denken als de villa-eigenaar. Atis verwacht dat een dergelijke structuur een geheime uitgang heeft, dus we gaan zoeken. Rondom de villa is er niets. Maar in het dorp valt het Atis en Sarina op dat de waterput nog steeds functioneert. Ze onderzoekt de fontein, maar realiseert zich dan dat een fontein midden op een plein geen goede uitweg van een onopvallende vluchtgang is… Ze onderzoekt het huis ernaast, het dorpshuis. De kelder staat tot schouderhoogte vol water. Achterin de kelder ziet ze een half-ingestort gewelf met een gangetje erachter. Atis fluit om de anderen erbij te roepen.
De gang is laat en halfvol water, maar hij is begaanbaar. Sarina gaat vooprop, want we verwachten valstrikken. Maar ze vindt niks. Na een kwartier ploeteren zien we licht, dus Ghurkan dooft zijn aura (onze lichtbron). Voorzichtig gaan we verder. Het zijn watergaten waardoor nu licht schijnt. Erachter zien we de binnenplaats van de villa. Details zijn niet zichtbaar door het stromende water heen. Sarina vraagt zich af of dit niet gewoon een waterleiding is, maar Atis vindt een luik in het plafond. W komen uit in een gang. Die is niet mooi afgewerkt: ruw hout en steen. We luisteren, maar horen nog steeds niets. De gang heeft een aantal deuren. Sarina doet haar Spirit Detecting Glance aan en laat hem aanstaan.
We proberen een deur van een ruimte die aan de binneplaats grenst. Hij leidt naar een parallelle gang met ramen naar de binnenplaats, en vanuit deze gang, die wel fraai is afgewerkt, is de deur niet te zien. We zaten dus in een geheime gang. We proberen de deur ertegenover, verder de villa in. Daar zit een heel grote zaal, ongeveer net zo groot als de binnenplaats, met zuilen en een groot beeld van Sondok. Ook deze deur was verborgen, achter een wandtapijt.
Het valt Sarina op dat de atmosfeer minder kwalijk is dan je in een demonentempel zou verwachten. Waarschijnlijk is hij nog niet zo lang in gebruik. Maar tegen de zuilen hangen wel de resten van mensen die geofferd zijn. Aan twaalf van de zestien pilaren, in zeer verschillende staat van ontbinding. De oudste is zo’n tien jaar oud, de jongste hangt hooguit een paar maanden. Waarschijnlijk is er elk jaar iemand geofferd. Aan de aura te oordelen is Sondok hier ook echt een paar maal verschenen. De oproepcirkel is van het type dat door niet-exalts gebruikt wordt. Sango zoekt naar andere geheime deuren, maar die zijn er niet.
We proberen nog een deur aan het andere einde van de geheime gang en vinden een in haast ontruimd kantoor, met nog drie aangrenzende kantoren. De meeste papieren zijn weg, maar achter kasten vinden we nog wel wat papieren die er op wijzen dat een zekere Mattan Othiéno hier kantoor heeft gehouden. Hij was de abt. Sarin a vindt nog een lege envelop met een lakzegel met het teken van de yozi Cecelyne (de eindeloze woestijn).
Achter de vierde xb4geheimexb4 deur zit een woonvertrek. Hier heeft een vrouw met een luxe smaak gewoond. De achtergelaten kleding is allemaal zwart en rood en nogal onpraktisch. Reiskleren en persoonlijke eigendommen zijn niet te vinden.
De geheime gang eindigt in een trap die uitkomt op een hogere verdieping. Er is een deur. Daarachter zit een kleiner tempeltje. Sarina ziet ook een gedematerialiseerde demon. Er staat ook een beeld van Sondok. De demon, een Blood Ape, denkt dat hij onzichtbaar is en wacht af. Sarina zegt: “Ik zie het al, hier is niets.” en doet de deur weer dicht. Ze pakt haar boog. We begrijpen de hint en pakken ook onze wapens. Maar op dat moment begint het gebouw te schudden en te kraken: de demon probeert het gebouw in te laten storten. Sango activeert haar Subtle Essence Armor, maar krijgt desondanks een brok steen op haar schouder.Zodra sarina de deur weer open doet, gooit ze een Sapphire Circle Banishment.
Ons vervloekend, verdwijnt de inmiddels gematerialiseerde demon naar de hel, maar het gebouw is al zo beschadigt dat het instort. Uit het sanctum komt een pluim van paarse vlammen. Het instorten van het gebouw verstoort de geomantie, waardoor deze villa vervalt van Manse naar Demesne.
In de ruxefnes is niets meer te vinden. We concluderen wel dat dit klooster aan het opleiden van priesters was gewijd. Degenen die op deze Manse afgestemd waren, moeten ook de vernietiging ervan gevoeld hebben. Ze weten dus dat hun val afgegaan is. En ze waren machtig genoeg om een Blood Ape op te roepen.
Het spoor is hier koud. Atis stelt voor om terug te gaan naar de stad en daar het lek te zoeken. Op de terugweg reizen we wat sneller. We vermommen ons vóór we terig zijn in Harborhead. Atis en sarina kunnen dat zelf, Sango doet Disguise of the New Face op Ghurkan, Little Shu en zichzelf. Bij het binnen komen van de stad worden we door een witchfinder onderzocht: rode en zwarte kledij is taboe (Atis looft Ahlat en kleedt zich snel om), honden zijn verdacht, paddestoelen kunnen ook niet. Er heerst een vreemde sfeer in de stad. Een oud vrouwtje wordt gestenigd onder reten van “Heks!” We horen onderweg dat er zelfs een van de Brides of Ahlat betrapt is. Zij heeft andere Brides vermoord!
Atis neemt zijn eigen gedaante weer aan en meldt zich bij zijn vriend Naquena. Die zit met zijn handen in het haar. Hij vertelt dat drie dagen na de terechtstelling van de priester de eerste heksenvinder aankwam. Die heeft ook echt een paar aanhangers van Sondok aangewezen. Maar al snel kwam er een tweede, en een derde, enzovoorts. Nu vertrouwt niemand elkaar meer. De naam van heksenvinder één weet hij helaas niet.
We vragen of hij een idee heeft wie de trainingstempel zou kunnen hebben ingelicht. Als hij hoort hoe snel het is gegaan, denkt hij meteen aan een Dragonblooded.
Sango vermoedt dat dit plan B is van Sondok, om de stad te ontwrichten met paranoia. Een deel van de heksenvinders zou zelf aanhanger van Sondok kunnen zijn. De priester veert op: dat zou kunnen verklaren waarom de Bruid van Ahlat bij haar arrestatie wel drie van haar Zusters kon verslaan maar niet de bejaarde heksenvinder. Hij herinnert zich ook hoe de betreffende heksenvinder heette: Mattan Othiéno. Bingo! We laten hem geheimhouding beloven.
Hij heeft ook gedroomd dat Ahlat tegen hem sprak en zei dat er een complot tegen hem is, waardoor hij zich niet in zijn eigen stad kan manifersteren. Atis drukt Naquena op he hart dat hij echt een ritueel voor Ahlat moet doen. Dat kost 99 koeien en een aurochstier. Ghurkan geeft de hogepriester zijn mina (een rechthoekige jaden munt van één pond). De priester is enigszins beduusd en bedankt hem.
Ghurkan vraagt of er ooit Bruiden van Ahlat exalteren. “Bij mijn weten is er nooit een Dragonblooded Bruid geworden,” antwoordt de priester.
“En hoe denk je over anathema?”
“Wij vechten tégen demonen!”
We nemen afscheid van hem, we hebben een abt van Sondok te ontmaskeren.
5 Xp
The ROSE sessie 13 – 15 maart 2012
Sango tikt de muis van de zon aan: “Zeg, op welke termijn hadden we dat memory crystal nodig? De komende paar dagen? Of over een paar maanden of jaren?”
“Middellange termijn, hoogstens een paar jaar.”
Atis vraagt wat er op het kristal staat, maar dat herinnert de muis zich niet meer.
Daarmee is de beslissing duidelijk: de cultus van Sondok is dringender dan naar de satraap gaan om een crystal reader te regelen. We lopen terug naar de verborgen deur en door het aquaduct, en daarna door naar het havenkwartier in de oude stad. Huizen van adobe en hout, blote kindertjes, een putdeksel. Sarina leidt ons wat verder richting de haven, waar een uitgang van het riool is. Ze frutselt wat en heeft het hekwerk snel open. Het is goed onderhouden en er is ook een looppad. Ze helpt ons ook om een val met gifpijltjes te ontlopen – een duidelijk teken dat we op de goede weg zijn. Gurkhan zet zijn anima banner aan zodat we zien waar we lopen. Sarina vindt nog een valstrik, een struikeldraad met een firedust bommetje. En nog een paar. In de verte horen we zacht gechant: “Kill for the glory of Sondok.”
Sarina weet nog net Little Shu tegen te houden, die er op af wil stormen. Stilletjeslopen we door tot we bij een schacht met een takelinstallatie komen. Onder ons zien we een dozijn mensen die aan het chanten zijn. Als ze haperen slaan twee bewakers ze met zwepen. Er staat een beeld van een demon en vuurkorven die de geur van een peperige wierook verspreiden. We maken een plan om ze te overvallen.
Sarina gebruikt haar heartstone om te dematerialiseren en ongezien bij een wachter te komen. Ghurkan gooit de charm Irresistable Salesman Charm om de aandacht af te leiden. Hij stapt, met anima banner aan, in zicht. De wachters schrikken op. Atis gooit een dolk naar één van de wachters; hij gebruikt de charm Triple Distance Effect Technique, waardoor hij raak gooit. De wachter schreeuwt het uit van de pijn, want zijn been ligt helemaal open. De andere wachter ziet het en wil alarm slaan, maar Sarina materialiseert en slaat hem met een ijzeren staaf op zijn hoofd “Aaargh!” Sango springt op de takel, grijpt het andere touw en laat zich in bijna-vrije-val tempo naar benden zakken. (Ze heeft een doek om haar handen om brandwonden te voorkomen.) Atis gooit een dolk naar Sarina’s wachter, raak. Die zakt in elkaar.
Uit de gang beneden komt een priester met twee wolf-demonen, die hij op ons afstuurt. Sango gooit, nog in de touwen hangend, de Death of Obsidian Butterflies naar de priester en de demonen. De priester is zwaar gewond, de demonen lijken er weinig last van te hebben. Ze springen over de cultisten heen om ons aan te vallen. Little Shu schiet een Solar Flare af op een demon en verwondt hem; ook de andere verwondt hij. De demonen lijken ook last te hebben van het zonlicht, wat de charm met zich meebrengt. De overlevende wachter schreeuwt: “Voor de glorie van Sondok! Val aan!” en geselt de gelovigen.
De priester is met een spreu begonnen, maar Atis gooit hem een dolk tussen de ogen en hij zakt ineen.
Ghurkan is intussen gestopt met zijn charm en glijdt langs de ladder omlaag. Met zijn Serpent Staff slaat hij één van de cultisten buiten westen. Sarina wordt aangevallen door een demon. Ze heeft haar boog gepakt. De demon bijt zich vast in haar schaduw en begint te sjorren. Tegelijkertijd schiet zij met een Dazzling Flare een pijl in hem, wat hem doodt. Sarinah gebruikt de Ghost Eating Technique en verslindt zijn essentie. De andere demonhond valt Ghurkan aan. Ook zijn schaduw wordt aangevreten (dat kost willpower). Ook één van de kinderen onder de cultisten prikt hem met een giftige dolk, maar raakt niet. Atis’ anima banner staat ook aan. Sango lanceert zichzelf met Monkey leap en slaat de wachter bewusteloos. De demon valt Ghurkan weer aan en vreet aan zijn schaduw. Daty kost Ghurkan niet alleen willpower, maar het geneest de wonden van de demon en verduistert ook het zonlicht van de pijl.
Little Shu grijpt zijn daiklave en springt. Atis gooit de Cascate of Cutting Terror, en een dolk, naar de demon. Zijn aura wordt nog feller. Hij verwondt de demon, maar die leeft nog. Little Shu laat zich naar beneden vallen met de punt van de daiklave omlaag gericht, bovenop de demon. Die wordt gespietst en overleeft het niet. Sango rent naar de twee cultisten bij de priester, die het lichaam in veiligheid willen brengen.
Vijf cultisten geven zich over, de rest vecht door. Sarina schiet met de charm Rain of Feathered Death op de drie cultisten die haar bedreigen. Ze doodt ze alle drie. Sango slaat naar de twee bij de priester. De ene gaat knock-out, de andere niet. Ze gromt: “Geef je over,” en dat doet hij. Sarina loopt naar het lichaam van de priester. Atis zweeft en roept met donderende stem: “Er zijn andere goden om te aanbidden!” De cultisten die zich over hadden gegeven laten zich op de knieën vallen. Alleen tegenover Ghrurkan staat nog een meisje met een giftige dolk. Hij doet de Snake Form charm. Hoe ze ook probeert, ze kan hem niet raken. Hij begint op haar in te praten, weer met de Irresistable Salesman Technique.
De wachters en de cultisten hebben dolken bij zich, ingesmeerd met paddestoelengif. De priester heeft een groter mes, ook met gif. De cultisten zijn gedrogeerd. Ze verkeren in meer of minder ver gevorderde stadia van indoctrinatie. De priester leeft nog. Het blijkt Khodo Fayar te zijn, de ‘lesser drum’. In zijn persoonlijke vertrekken vinden we papieren met gepleegde èn geplande aanslagen. Ghurkan begint de indoctrinatie van de cultisten ongedaan te maken.
Sarina doet Eagle Wing Style, vliegt omhoog en houdt de priester aan zijn enkels vast. Maar dat maakt hem alleen maar standvastiger. Ghurkan overtuigt haar dat dit niet werkt. Sjagrijnig laat ze zich zakken en laat hem een meter boven de vloer los – nog steeds met zij hoofd naar beneden. Gelukkig let Little Shu op, en weet hij te voorkomen dat de priester zijn nek breekt. Ghurkan gaat op hem inpraten, met wat welgekozen social charms. Atis hoort intussen de cultisten uit. Ze hebben een hekel aan Ahlat, en aan de moordende satraap. Na enige tijd weet Ghurkan het adres los te krijgen waar de priesters van Sondok getraind worden. Ze worden gexefndoctrineerd door een buitengewoon charismatische vrouw, die ze recruteert uit de ontevredenen. Zij is bijna even glorieus en verschrikkelijk als Sondok zelf. De trainingen zijn in een villa vlakbij een dorp dat door het 47e legioen is verwoest.
Bij Ghurkan en Sarina blijkt de schaduw ook echt incompleet. Omdat ze exalts zijn, groeit die weer aan als ze willpower terugkrijgen. Dus na een paar nachten slapen, maar intussen hebben ze wel nachtmerries.
We bespreken nog wat we met de priester willen doen. Wel of niet via de Leopard King? We besluiten de cultisten toch uit te leveren aan de stadswacht, ze zijn nog steeds gexefndoctrineerd. Dat doen Ghurkan en Little Shu. Intussen brengen Atis en Sango de priester naar La Refuge. Sarina geeft door aan de wacht waar de volgende aanslagen worden gepland en Ghurkan doet nog een goed woordje voor de gevangenen.
Dan gaan Atis en Ghurkan naar de koning. Die is verbaasd als hij hoort wie het is, Khodo Favar de Lesser Drum (staatssecretaris) van financiën. Hij wil hem overleveren aan de tempel om hem terecht te laten stellen. Maar Ghurkan en Atis overtuigen hem dat hij wijs zal overkomen, dat niemand boven de wet staat, als hij de man overdraagt aan het Realm. Om negen uur ’s ochtends melden we ons, tegelijk met de Leopard King, bij het paleis van de
satraap. De poort wordt geopend. Er staat een haag dragonblooded in vol ornaat. De satraap groet de koning als gelijke. Het is een man van middelbare leeftijd met grijs haar en schubben. Als de koning de identiteit van de demonenpriester onthult, klinkt er een collectieve zucht van verbazing. De satraap kondigt aan hem te zullen ondervragen en hem dan over te dragen aan de tempel van Ahlat. Er klinkt licht gemor onder de dragonblooded, maar daar trekt hij zich niets van aan. Hij zegt dat er ook een beloning was uitgeloofd. Een man komt aan met vijf stukken jade, elk een mina. De stadswacht gaat aan de slag met de lijst geplande aanslagen.
Bij de naborrel vraagt Atis of er een crystal reader is, want hij heeft iets georven. Ja, de sorceror heeft er wel een. Atis kan nu zijn eigen kristallen inzien. Die van de muis van de zon bevat en kaart van Creatie, zoals het was op het hoogtepunt van de macht van de solars. In het Noorden is door de solars een ‘reserve pool’ aangelegd. In het Westen is nog een heel continent, zo groot als de Blessed Isle. Ook de stad Rathess, van de dragon kings, staat er op met de precieze coxf6rdinaten. Sango schetst het zo goed mogelijk over.
Atis leest dat zijn mantel in eerste instantie een valstrik is: wie hem aantrekt, sterft. Als je de code van de eigenaar gebruikt, kun je hem zelf inzetten.
6 Xp
Tussendoor avontuur 22 – 8 maart 2012
Het is weer een korte. Veel vechten betekent weinig aantekeningen.
We gaan voor de tweede keer het moeras in: ruimte 2. Als we aankomen zien we net Godefrieds koets door de volgende doorgang verdwijnen. Hij is ons net voor. Hij heeft nu de voorsprong en wij moeten ons door de verschillende ruimtes heen vechten. Een korte rekensom leert ons dat de monsters actief worden op de derde keer dat iemand een ruimte betreedt. Het moeras verandert in een gevechtsarena. Twee hopen stinkende drek komen tot leven. De pegasus, een van de paarden die onze koets trekt, wordt aangevallen en zij zakt weg in het moeras. Risha springt van de koets en houdt het dier met zij hoofd boven water. In een kort gevecht worden de monsters verslagen en Chang geneest zijn paard.
Door naar de volgende ruimte. Alle wonden zijn weer genezen. Ruimte 3, het kampvuur. Er zitten twaalf ogers om een gezellige fik. Claude en Chang schieten er op los. Risha wordt bij de eerste kpal al heel zwaar gewond en houdt zich het grootste deel van het gevecht verder voor dood. Het is echt een heel lang gevecht. Dan maakt Chang een afleidingsmanouvre en kunnen we de ogers passeren en geven we de paarden de sporen. Snel door de volgende poort.
Portaal 4, de bliksem. Claude heeft een idee. Risha heeft zijn harnas in Elsewhere en hij kan het niet tevoorschijn toveren, want onze charms werken niet in deze ruimtes. Claude stelt voor om het harnas tijdens het passeren van de rune op te roepen. Dat werkt! “Hij trok zijn harnas aan en vlammen sloegen uit zijn oksels.” Als we arriveren zien we dat Godefried op ons gewacht heeft. Als hij ons ziet, rijdt hij de volgende poort door. We worden aangevallen door griffioenen. Dit is een ruimte waar onze paarden kunnen vliegen. We stijgen op en Risha springt op het voorste paard. Vanaf die positie kan hij mennen terwijl Claude schiet. De griffioenen voeren een duikvlucht uit en eentje raakt Gwan. We rijden zo hard mogelijk door. Risha stuurt de koets door de rune heen en dan komen we in ruimte 5.
3 xp
The ROSE sessie 12 – 1 maart 2012
We nemen afscheid van de wacht en gaan op zoek naar La Refuge. Dat blijkt een stadspaleis te zijn met een kleine staf van zo’n 10 mensen. Het blijkt het huis van de Leopard King zelf te zijn. Als we ons de volgende ochtend melden bij het garnizoen, blijken we te laat te zijn: de gevangenen hebben zichzelf vergiftigd. Er zijn bovendien vannacht nog twee aanslagen geweest. Beidde zijn gelukt; bij de ene zijn de moordenaars weggekomen, bij de andere heeft eentje zichzelf opgeblazen. Ze riepen dat ze Salmalin waren. Een van de slachtoffers was een hoge priester van Ahlat. Er wordt op de deur geklopt. Buiten staat de bevolking op trommels te slaan. Het klinkt indrukwekkend. De priesters eisen de lichamen van de verraders op. De stadswachters stemmen toe en de lijken worden door de woedende menigte door de straten naar de tempel gesleept.
Atis hoort de wachters uit. Ook nu weer zwart-rode leren riempjes, granaten sieraden en bruine straathondjes. Dan gaan we naar de tempel. In de menigte op het grote plein zien we een paar mannen die zich verdacht gedragen. Eéntje gooit een projectiel. Sango en Sarina zien dat. Sango rent tegen een muur op en slaat het projectiel opzij. Het landt opzij van het grote vuur, ontploft en verwondt een paar ‘bruiden van Ahlat’. Als het in het vuur terecht was gekomen, was waarschijnlijk iedereen dood geweest. Sarina gaat achter de gooier aan en tackelt hem. Hij klauwt naar zijn vestje, maar daar was Sarna op voorbereid. De omstanders zijn woedend en springen er ook bovenop. Ze proberen hem te verscheuren, terwijl Sarina dat probeert te voorkomen. Om zich heen hoort ze ribben breken. Tegen de tijd dat we de berg mensen van haar af krijgen zijn er zo’n twintig overleden! Sarina drukt een zakje explosief van de bomgordel achterover, en de giftige paddenstoel. Pas als Sango schreeuwt dat de bomgordel er af moet, laten ze Sarina het ding lossnijden. Daarna wordt het lijk op de brandstapel gegooid.
Atis heeft intussen met een bruin hondje staan aaien, maar hij besluit zich op de bruiden van Ahlat te richten. Eén van de tempelwachters herkent Atis van vroeger en hij ‘helpt’ hem om de bruiden in veiligheid te brengen (en voorkomt dat het tè gezellig wordt). Het blijkt dat er te weinig bewaking op het plein is omdat er simultaan een aanslag was op hun kazerne en bij de tempels van drie kleinere goden. Bij de tempel staat een groep dragonblooded tegen de priesters van Ahlat te schreeuwen. Uiteindelijk blijken dat géén troepen van de satraap te zijn, maar ze zijn gestuurd door de Leopard King. Atis praat met zijn oude kennis, Lakwena Oson. Die blijkt inmiddels geen gewone tempelwachter meer te zijn, maar hogepriester. Hij zegt zijn steun toe. Hij weet al dat we met de koning hebben gesproken. Vanavond spreken ze verder en Atis mag de rest van zijn gezelschap meenemen.
Sarina onderzoekt het explosief. Het is fire dust, genoeg voor 20 schoten – en er zitten 10 zulke buideltjes aan één bomgordel. Dat kost veel geld. De bomgordel is met vakmanschap gemaakt. Terwijl de bommengooier echt niet de intelligentie of de welvaart had die hier bij hoort – hij is dus omgekocht, overtuigd, of ge-mind controlled. Eerst gaan we langs één van de kleinere tempels die is aangevallen. Onderweg steelt Sarina een offertje. De dichtstbijzijnde is van de havengod. De priester is dood, het tempeltje is half ingestort, het beeld van de god is in tweeën gebroken. Sarina zet het een beetje recht en biedt haar offer aan. Ze zegt dat ze wraak wil nemen. Met haar charm Spirit Detecting Glance ziet ze dat de god niet echt aandacht heeft. Ze activeert haar heartstone en loopt door de valse deur in de achterwand. Ze komt op een kade. Er zit een tanige zeeman met een ooglapje en eeltige handen. “Wie waagt het om! x85 A, heer solar, welkom.”
Sarina: “Uw tempel is kapot.”
“Ja, dxe0t wist ik.”
“Ik wil er iets aan doen.”
“Wat dan?”
“Ik wil de demon aanpakken, maar we hebben problemen met wie – wat – waar.”
Volgens de god zit de tempel van Sondok in de riolen. Als er meer achter zit dan Sondok, dan is er misschien iemand die Sondok aanstuurt. Dragonblooded sorcerors kunnen geen demonen van de 2e cirkel bezweren, dus dat moet dan een celestial exalt zijn. De enige hier in de stad die dxe0t zou kunnen is ‘boven alle verdenking verheven’. Hem beschuldigen zou een grond voor verbanning zijn. Hij heet Kodo Fayoor en is één van de Lesser Drums (ministers) van dit land. Hij is volgens de god een yozi aanhanger die hun heerschappij terug op aarde wil brengen. En als Sarina de Grote Stier (Ahlat) ooit tegenkomt, moet ze hem vragen om weer eens in zijn stad te komen. Sarina belooft dit en neemt daarna afscheid van de god.
Sango vraagt zich intussen af of er misschien een lunar bij betrokken is: wolvenoren, hondje.
Als we terugkomen bij de tempel van Ahlat, worden we verwelkomd door Atis’ vriend, de hogepriester. Het idee dat de tempel van Sondok in de riolen zit, verbaast hem niets. Dat zou dan in het First Age deel van de stad zijn, onder de oude haven. Atis blijkt gevraagd te hebben of er een geheime route in het paleis van de satraap is. Ja, er zijn geheime gangen en de priester heeft een gids geregeld. Hij suggereert ook dat Ahlat misschien actief verhinderd wordt en hulp nodig heeft. De priester zegt dat hij zichzelf overschat. Atis stelt voor om het grootst bekende ritueel te doen om Ahlat op te roepen. Nou, dat is toevallig. Ene Excellent Ibis blijkt al jaren bezig te zijn bezig te zijn met een 10-voudige versie als voorbereiding op een oorlog tegen de dragonblooded. Daarvoor wil hij 1000 stieren offeren.
De gids neemt ons mee. Hij heeft geen zin om Little Shu de weg naar de riolen onder de oude stad te wijzen. In plaats daarvan lopen we door het aquaduct en kijken uit over de stad. Het is een oude onderhoudsgang met her en der grafitti en noodreparaties. Op enkele plekken zitten jaden zegels. Daar komt essence vanaf, maar we komen er niet achter wat ze doen. Op een gegeven moment nemen we een vertakking en dan komen we bij een bassin. De gids zegt dat het de waterkelder van het paleis is. Hij doet een geheime deur voor ons open. Atis geeft hem een muntje en we nemen afscheid. In de cisterne staat een meter water. Er zijn loopbruggen en een trap omhoog. Sommige zuilen zijn van oude beelden gemaakt, eentje daarvan staat ondersteboven. Atis zet zijn Essence Sight aan. Het blijkt een Demesne te zijn. We lopen wat rond in de kelders om het middelpunt te peilen. Het voelt alsof dat middelpunt onder de top van de berg zit. Van buiten voel je niet dat er een demesne is merkt Atis op – hij heeft hier gewoond. Hij zegt dat we naar gangen moeten zoeken die de berg ingaan.
Sarina vindt iets in het pleisterwerk achter een rij wijnrekken. Er blijkt een dichtgepleisterde deur te zitten. Atis doet de Lock Opening Touch, we horen een klik. Met enig geweld krijgt hij de deur open. Een muffe donkere gang. Ghurkan zet zijn anima aan. De gang is witgepleisterd, maar het is hier en daar afgebladderd en daar zien we dat er een wit metaal onder zit.
We komen op een T-splitsing. Voor ons is een afbeelding van Sol met vier armen. Atis’ gevoel zegt dat we rechtdoor moeten.Sango en Atis inspecteren de afbeelding, maar het is niets meer dan dat: een afbeelding van Sol glorieus. We nemen de gang linksaf. De gang loopt in een grote cirkel met zes zijgangen naar buiten en bij elke splitsing staat een afbeelding van Sol: als draak, bezig om primordials te roosteren; bij een piramide waar een dragonking een mensenhart offert; met zes kleinere goden om zich heen; met solar exalts die voor hem knielen; in transformatie van draak naar mens. Ze staan niet in volgorde. De mouse of the sun mijmert dat het lang geleden was. We inspecteren de afbeeldin g van Sol met de zes godinnen. Dat is inderdaad de deur en omdat we solars zijn mogen we er in. De gang is warm. Er zijn nissen in de wand met beeldjes van mensen, vogels, dragonkings en andere intelligente wezens uit de first age. We komen in de heart chamber. Die is zes meter diameter. Hij heeft vijf openingen. Wij komen door één binnen, de andere vijf leiden naar kamers. In het midden staat een stalagmiet onder een stalactiet. Er tussen in hangt een goudkleurige heartstone. Sango wil hem scannen, maar Atis heeft hem al gepakt. Zij legt uit dat heartstones vaak speciale krachten hebben. Atis geeft de steen, Sango zegt: “Gaan jullie de zijkamers maar verkennen” en gaat zich concentreren.
De andere kamers zijn woonvertrekken, badkamer, hobbykamer, lege bibliotheek. De food replicator blijkt het nog te doen. Het ruikt goed. Ghurkan krijgt wat herinneringen terug van zijn vorige incarnatie.
De resonantie van deze plek is Wet and Orde. Als Ghurkan de steen even vasthoudt voelt hij de resonantie: dit is een eclipse heartstone. Hij wil hem graag hebben ebidt Atis zijn Autochthoonse heartststone Consumption Cog in ruil aan. Atis steekt hem in de tweede socket van zijn harnas. Dat is ook door Autochthon gemaakt, dus de heartstone past perfect. Ghurkan stemt zich af op de steen en Sango probeert de voedselreplicator. De mouse of the sun is intussen op de stalagmiet geklommen en zit nu in meditatiehouding waar eerst de steen hing.
Atis, Little Su en Sarina verkennen de kamers en zijgangen. Sango blijft bij de mediteerders en neemt een douche met first age shampoo, conditioner en zeep. Alos ze helemaal schoon is, heeft het muisje een andere houding aangenomen. In zijn handje groeit een memory crystal. Als het compleet is geeft hij het: “Pak aan, jullie zullen het nodig hebben.”
“Maar we hebben geen reader.”
“Daar zul je zelf voor moeten zorgen.”
Sango krijgt het idee dat deze manse met sorcery gemaakt is, en dat een eclipse nu eenmaal een bibliotheek hoort te hebben. Maar dat de toenmalige solar hem nooit in gebruik genomen heeft.
Little Shu ziet dat Atis’ harnas nog één lege socket heeft. Hij biedt hem zijn Autochthoonse heartstone Assassin’s Widget aan. Hij verwachjt er te zijner tijd wel wat voor terug.
We discussiëren over wat we gaan doen, de satraap opzoeken of achter Sondok aan.
Tussendoor avontuur 21 – 23 februari 2012
Chang en Claude genezen Gwan. Dan gaan we naar het Zuiden: ruimte 6. De onderwaterwereld ziet er nog hetzelfde uit. We gaan het scheepswrak in en worden aangevallen door 3 haaien. Gwan wordt gemist, Risha hakt twee keer en schakelt er eentje uit. Claude haalt de wagen terwijl Chang en Risha de haaien op afstand houden. Er komen er steeds meer. Per ongeluk schiet Risha een pijl in Chang’s rug.
Dan vinden we de doorgang naar vak 1 en kan de race eindelijk beginnen.
Als we het kasteel betreden, is iedereen weer genezen. Risha geeft zijn boog aan Chang, die kan daar toch wat beter mee omgaan. Het is mistig in het kasteel, er hangt een nare sfeer. We rijden door. De trap is lastig met zo’n wagen, maar het lukt. Dan wordt de pegasus aangevallen door iets onzichtbaars. Het dier raakt bewusteloos en het monster, een onzichtbare bloedzuiger, wordt zichtbaar als een wolk bloed. We verslaan het snel. Chang en Claude helpen de pegasus. Dan bereiken we vak 2.