We rule !
Auteursarchief: ellahir
Tanais – 27 en 28
Deze samenvattingen zijn geschreven door de speler van Claude. Waarvoor hulde!
Sessie 27
De partij zit in Samak, een woestijnplaatsje aan de kust tussen Melekarte in het Westen en de karavaan met de van hun gestolen artifacts in het oosten. In het zuiden ligt de oase Ilu Ashera en in het Noorden dus de zee en hun boot.
De karavaan ligt nog op drie dagreizen afstand en als Gwan in zijn glazen bol van die vermalende Brahmanen kijkt ziet hij de Karavaan. Deze is 80 man groot, zwaar bewapend en heeft zich ingegraven. Een hinderlaag zoals eerst het plan was, zit er niet in omdat ze zich dus stilhouden..
Wat te doen??????? Na een urenlang beraad besluiten de helden om hulp in te schakelen, namelijk die van de Wamank. Dit is een woest ruiters en krijgersvolk, van een soort lizardmen met taaie groene leerachtige huiden, dat de woestijn afschuimt opzoek naar buit; ze rijden op grote groene monsters die nog het meest lijken op de mix tussen een krokodil, olifant en neushoorn. Ze zijn bewapend met pijl en boog en grote machettes).
Om hunzelf over de woestijn te vervoeren, maakt Claude van de keuken catamaran een woestijnschip, met 8 grote rietenmanden als wielen; door het gebruik van charms is het ding erg stevig. Risha gaat op de uitkijk staan en staart in het oosten.
Gwan en Chang gaan ondertussen opzoek naar contactpersonen/tolk/vertalers van de Wamank. Deze tolk moet half reptiel zijn om te kunnen functioneren, maar is er hier zo iemand??? Na lang zoeken vinden ze een huisje met een oud vrouwtje waar rare klanken uitkomen, gesis en gegrom. Ze willen aankloppen, maar worden door twee mannen tegengehouden. Ze weten de mannen, de zoons van de vrouw, te overtuigen en komen zo in contact met Sara. Er zit een vastgeketende half Wamank in het hutje, genaamd Adam. Via deze Adam kunnen onze helden in contact komen met deze krijgers (bewapend met grote messen en gereedschap voor het maken van vallen). Er is dus wel een deal te maken (20 gp en een deel van de buit). Dit vraagt om drank en meer gezelschap. Er komen meer samakkianen en die zien ook wel wat in een verzetje en met name in de buit, ze willen wel 60 man leveren. Echter als ze horen dat we solars zijn, bekoelt de relatie iets, als woestijnvolk beschouwen ze de zon als vijand en de maan als vriend. Maar het materialistisch gewin overheerst.
De helden komen er nog achter dat Adam de kleinzoon is van Sara, dat zijn moeder bij de geboorte is gestorven en dat er daardoor een vloek rust op de familie, Adam moet in het dorp blijven en is de contact persoon (oa met telepathie) met de Wamank, iets wat de Samakkianen liever geheim houden.
De wamank zijn in de woestijn niet te stuiten. Waarschijnlijk zal er een duel komen om te beslissen of een Wamank of een van ons de troepen aanvoeren. Chang zal de aangewezen persoon zijn om dit op zich te nemen, zeker omdat Risha nog steeds erg fanatiek in het oosten tuurt.
De volgende dag gaan ze met Adam, Sara en de samakkiaanse krijgers de woestijn in. Adam begint op een hete plek onder de blauwe hemel te schreeuwen; de grond trilt. Na een paar minuten weet hij waar ze heen moeten. De Wamank komen hun tegemoet en telepathisch contact begint. Het feit dat we solars zijn zien deze woestijnbewoners als een gunstig teken; respect. Ze zien wel wat in een overval van de karavaan en de buit en Chang wordt uitgedaagd voor een duel. Dit is niet een duel tussen twee personen, maar een proeve van bekwaarheid. Hij zal een van hun rijdieren, dat nu op het afstormt, moeten zien te temmen. Chang wacht geen seconde, maakt een sprong richting het dier, slingert zich zia de hoorn van het dier eerst onder de hals door en land vervolgens op de rug van het dier. Hij houd zich stevig vast. Hij maakt telepathisch contact met het dier en kan nu tot zijn verbazing basic Wamank praten. Chang wordt de aanvoerder. Op zijn schouders rust de taak een goed aanvalsplan te maken en de zin en onzin in de stormvloed aan ideeën van Claude en Gwan te filteren. Zuchtx85x85.
Sessie 28
Heer Chang houd zijn openingsspeech. Aangezien die in het Wamanks is het voor ons moelijk te volgen, maar gaat over toekomstige broederschap en heldendaden, rijke buit en bloed. Verder doet hij het krijgsplan uit de doeken. De wamank moeten ons schijngevangen nemen zodat de scryende tegenstander denkt dat het ons niet gelukt is de Wamank aan onze kant te krijgen. De Wamank lijken niet echt overtuigd van dit plan, vinden het raarx85x85 Chang probeert zijn betoog kracht bij te zetten maar dit lukt niet echt goed. Ze nemen de helden gevangen, maar of dit nu volgens plan is?!?!????
Ze leiden de helden verder de woestijn in. Ook nemen ze het woestijnvo ertuig mee.’s Avonds komt er een insluiper het kamp van de wamank in die meteen gevangen wordt genomen. Het is een jongen. Hij wil zijn naam niet noemen, maar wil wel zijn verhaal kwijt. Hij is een week geleden door Sayra K, de leider van de karavaan, gevangen genomen. Ze wilden de jongen verkopen als slaaf in Melekarte. Er zijn nog meer slaven.
Uiteindelijk wil hij de helden, zijn medegevangenen van de wamamnk, toch zijn naam noemen: Melek.
Echter Claude ziet plotzeling een vreemd object tussen de kleding van Melek, een tracking device. Hij waarschuwt de Wamank, maar het noodlot (of de vijand) slaat al toe. Het begint te regenenx85x85. De rijdieren van de Wamank krijgen steeds groter wordend drill op hun rug, dat steeds groter wordt. In die drill zien ze mini vormpjes van de Wamank en van de rijdieren; De rijdieren zijn dus de vrouwtjes van de Wamank. De Wamank gaan in een cirkel om de vrouwtjes staan en zijn zeer alert op de buitenwereld, maar lijken geen oog meer te hebben voor wat er in de cirkel gebeurt, nog voor de helden en Melek. Een instinctieve reactie. De helden ontdoen zich van de touwen, scryen de omgeving, zien geen naderende legers of karavaan en gaan voor de zekerheid maar weer in de touwen (wel losjes nu om toch bij gevaar weg te kunnen komen) om de Wamank niet tegen zich in het harnas te jagen. De wamank hebben echter geen aandacht voor dit alles. Chang wil toch proberen met de wamank leider te praten, maar die reageert niet. Ook als Chang met behulp van het bevriende vrouwtje probeert te overtuigen, lukt dit niet : “wat moet dat vrouwwamank van mij?!?!?$%$^^” denk te wamankleider.
De helden praten nog maar wat verder met Melek. Hij blijkt een belangrijke vader te hebben in Melekarte. Hij is voor een opleiding naar zijn oom gestuurd, maar die is echter niet te vertrouwen. Beurtelings gaan de helden een tijdje met Melek verder praten om een beetje te bonden. Chang doet zich voor als mogelijke mentor en wijze man, Gwan als de vader figuur die erg behulpzaam is. Claude doet de rol van de Nar eer aan en verteld veel Brahmanenmoppen. Melek vind die wel leuk. Ook verteld Claude een allegorie over zijn groep: over de held Rashi die met Chong, Gwin en Cli. Over hoe Rashi met zijn helden de zon probeert terug te halen, koning wordt, maar zijn kroon weer zal af moeten staan aan zijn bastaardzoon, een halfdemon. Melek is onder de indruk en ontroerd. Zou hij de zoon zijn van een gevallen heerser????
Volgens Melek is zijn vader een belangrijk man in Melekarte
Gwan gaat weer scryen. De karavaan is weer onderweg. Echter de wamank zijn nog wel een week bezig met uitbroeden. Dus besluiten ze de gok te wagen en met de hulp van Meleks vader de karavaan in Melekarte te overvallen.
Maar ze komen niet zomaar de wamank cirkel uit. Eenmaal uit de cirkel zijn ze de vijand en zullen de wamank ze aanvallen. Dus grijpen ze eerst wat schilden. Vervolgens rennen ze (Chang met Melek op de rug) naar de woestijnbuggy/keukenkatamaran. Een regen van pijlen valt op ze neer, Claude word geraakt, maar toch weet Claude het woestijnvoertuig in beweging te krijgen, weg van de pijlen. Ze gaan in de richting van de zee en melecarte. Eenmaal in bij de kust, gooien ze het tracking device in een grot en varen naar melekarte. Met hun nieuwe vaartoverkrachten gaat dat extra snel. Claude geneest weer met body mending meditation.
The RoSe – Nagekomen informatie sessie 19
Silent Chantry
Doordat jullie de heartstone hebben vernietigd, is de Silent Chantry tijdelijk uitgeschakeld. Daardoor is het oproepen van demon verhinderd. Het ging volgens de aantekeningen die jullie aantreffen om iets dat “Gnimersalt, the Mouthless Eater of All” heet, een demon van de derde cirkel. De strijd tussen de goden en de Haslanti van jullie vloot aan de ene kant en de demonen en yozi-aanhangers aan de andere kant gaat daardoor gelijk op. Maar door het plan van Mei-Lan lukt het de admiraal om de overwinning te behalen. Als de Eater of All er bij was gekomen, was de missie zeker mislukt en waren jullie er waarschijnlijk allemaal aangegaan.
Als het gevecht over is, blijkt Ebon Rhyme te zijn verdwenen. Hij is blijkbaar tijdens het gevecht uit zijn verdoving ontwaakt en heeft in de verwarring kunnen ontkomen. Sporen van blote voeten leiden naar het bamboe bos (de bamboestengels zijn overigens van levend brons) en eindigen bij een verweerde spiegel in een roestig ijzeren frame. Als je de spiegel activeert zie je de eindeloze woestijn van Cecelyne. In het zand staat: “E<3M”
Bij het doorzoeken van de Chantry vinden jullie buiten de parafernalia om demonen op te roepen, niks magisch. Jullie ontdekken dat de Green Sun Prince die hier woonde, het gebouw enkele weken geleden heeft verlaten. In een luxueus slaapvertrek vinden jullie een brief: “Geliefde broer, Als de bruid zich opmaakt begint het feest. Vooraf verzamelen in Conventicle Malpheasant. Neem alles mee wat je nodig hebt. Wij vertrekken dan gezamenlijk naar het hoogste punt. Dood aan de goden! Groeten, the Orchid Consuming Guardian.” Ergens anders vinden jullie een tekst over de tunnels onder de stad Gethamane waarin gewaarschuwd wordt voor ‘leach gods’, ‘cthritae’ en een creatuur genaamd Vodak. Een curieus citaat: “The doors of the cincture open only in the light of a lawgiver.”
The RoSE – sessie 19
The RoSE sessie 19 – 19 juli 2012
We bespreken wat we gaan doen met de buit. Voedsel heeft de bevolking hier hard nodig en de vruchtbare aarde ook. Maar we zijn bang dat de grote hoeveelheid jade de mensen wel eens in verleiding kan brengen waardoor ze het niet terug willen geven aan de rest van de bevolking. Het is ook belangrijk dat we de andere exalts waarschuwen voor de plannen van de demonen. Over een half jaar pas (inmiddels wat sneller) is de volgende vergadering van het Deliberative.
We laden een voorraad eten, een deel van de schat en de benen fluiten in. We besluiten zelf 50% van de schat als ‘vindersloon’ te houden. Dan zetten we koers naar Whitewall. Als we in het zicht van de stad komen, stijgen twee zeppelins op. We zwaaien met een witte vlag, zodat ze ons niet aanvallen. We vertellen dat we voedsel en kostbaarheden bij ons hebben. Dit is volgens de Whitewallers ook belangrijk genoeg om de Syndics, de drie goden die Whitewall besturen, op de hoogte te brengen. In elk geval vinden ze dat als we vertellen dat er een demon actief was.
Ze willen ons vindersloon geven, maar dat slaan we af. Laat ze maar verhalen over ons vertellen. De lading wordt uitgeladen en daarna nemen ze ons mee naar het Noorden, het oudste deel van de stad. Dat is ook nog het magische deel. We worden naar een koepel gebracht. Daar staat een groep van drie identieke beelden voor. Ze wijzen naar het Oosten.
Binnen zit een stokoude dame op hallucinogene bladeren te kauwen.
“Helden van Luna, welkom,” zegt ze, “wat brengt jullie hier?”
“We hebben de aanvoerders van de roversbende verslagen. Er zat een demon bij.”
“Welke?”
“Zsofika.”
“The Kite Flutex85” mompelt het besje. His geeft haar een benen fluit. Ze vermorzelt hem in een flits zonlicht. “Zij heeft geen kracht meer. Dank!”
Tawuz vertelt dat ze er wel op voorbereid moeten zijn dat Adorjan dit continent opnieuw zal willen overnemen. Dat vind ze slecht nieuws, maar de urgentie lijkt haar te ontgaan. Ze is een beetje vijandig en vraagt wat we willen. Wij vragen of het probleem is opgelost.
“Het probleem is dat er lunars in de stad zijn.”
“Hoezo is dat een probleem?”
“Dit is de stad van de zon.”
Pas als ze hoort dat wij onze solar mates kennen, wordt ze gexefnteresseerd. Als we het Deliberative noemen, wordt ze zelfs enthousiast.
“Zeg tegen het Deliberative dat we een solar van de zenith caste nodig hebben om de stad te repareren. Als dat gebeurd is kunnen de gebeden rechtstreeks naar de Unconquered Sun stromen.”
We beloven het, maar benadrukken dat alles nog maar in het beginstadium is. Dan verlaat de goddelijke aanwezigheid het orakel. We zijn voortaan welkom in deze stad, ondanks dat we lunars zijn.
De bard komt er bij zitten. Hij is jong, draagt een orichalcum halssieraad en heet Rune. Hij luistert naar ons verhaal en maakt er een mooi lied van. We zijn ook uitgenodigd voor de huldiging morgenochtend. De lunar Gerd Marroweater is ook uitgenodigd. De syndics hadden ontdekt dat het schip niet in Malpheas gemaakt kan zijn, maar dat er wel materialen uit het demonenrijk in verwerkt zijn. Als we daar geen bouwplaats voor schepen hebben gevonden, zijn de piraten nog niet helemaal opgerold.
De volgende ochtend vindt dat plaats. Gerd is met een prachtig luchtschip aangekomen. De ballon is van spinnenzijde, het schip van zeldzame houtsoorten. Er zij allemaal afbeeldingen in het hout gesneden: galopperende paarden, keltische motieven. Gerd is een 2m30 grote joviale man met lang, ingevet haar, een grote snor, baard, een kuras en laarzen. Verder heeft hij niets aan. (In de stad gonst het gerucht rond dat de leider van de Haslanti League er ook is. Hij mag natuurlijk de stad niet in, maar toch! Er zijn in de afgelopen 20 jaar als vier kruistochten tegen hem georganiseerd door de Wyld Hunt.) Hij sluit ons in de armen en plet ons bijna.
We vertellen wat we weten van de demonen en over het Deliberative, en dat we door de Bull of the North zijn gestuurd.
“Ja die jongen is goed bezig. Naar het Deliberative ben ik niet gegaan, dat geeft maar gedoe met de siderials.”
Hij heeft een grote hekel aan siderials. Hij belooft de volgende keer wel naar de vergadering te komen, maar stelt voor om eerst op de rest van de piraten te gaan jagen.
Gerd werpt een blikop ‘ons’ schip en zijn gezicht betrekt: “Slecht nieuws! Ze hebben zelfs verbeteringen aangebracht. Die Hopping Puppeteers kunnen wèl bouwen.”
We bedenken dat de puppeteers naar de basis zijn teruggegaan, we zouden naar hun sporen kunnen gaan zoeken. Als we ons luchtschip een week ter beschikking stellen aan Gerd’s technici zodat ze het kunnen bestuderen, krijgen wij een leenschip.
Intusssen probeert Marina Ebon Rhyme verder te ‘bekeren’.
Na een week keert Gerd terug met en aantal lunars die we herkennen uit het gevolg van de Bull of the North. Ze verklaren dat we, vanwege het verslaan van Zsofika, rang 2 hebben verdiend. Ze heeft in het verleden veel lunars gedood. Het was goed dat we samenwerkten, zelfs een Elder had haar in zijn eentje niet aangekund.
De locatie van de Sercet Chantry is ondertussen ontdekt. Die ligt in de vallei Promise of the Wind ver ten noordoosten van hier op de ijsvlakte van het noordelijkste continent. Promise of the Wind is een grote, kale vallei, met een natuurlijke manse aan de noordkant, waar ze een groene tuin aan het aanleggen zijn. Daar was al die vruchtbare aarde voor die we bij de piraten hebben gevonden. Hier zitten de echte yozi-aanhangers. Deze manse bestaat officieel niet; hij is niet opgenomen in de Loom of Fate en zo te zien dateert hij nog van vóór de primordial war, toen Adorjan nog Adrian heette.
We krijgen 10 schepen mee met boogschutters en krijgers. In totaal 700 man. Pas als we de ijszee zijn overgestoken, mogen we de bemanning vertellen wat de echte missie is, voorlopig denken ze dat we daar een stad gaan bevoorraden.
Tawuz vertelt alles wat we van de plannen van de yozi’s weten aan Gerd. Hij belooft om dat, indien nodig (als wij het niet overleven) op het Deliberative te vertellen. Bovendien weten de solars van Whitewall er nu ook van. We bespreken ook nog wat we met Ebon gaan doen. We willen niet het risico lopen dat hij onze verrassingsaanval saboteert.
We reizen af. Mei Lan gebruikt de charm Inevitable Genius Insight om een goed krijgsplan te bedenken. Op de tweede dag komt de admiraal vertellen dat zijn priesters de steun van Master Winter, de god van het noordelijke ijs, hebben geregeld. Hij stuurt ons een dozijn goden om ons te helpen vechten. Dit wordt meegenomen in Mei Lan’s plan.
Marina is nog steeds bezig om Ebon Rhyme te vriend te maken. Hij zegt regelmatig te moeten rennen om gezond te blijven. Marina gelooft hem en weet zelfs Eye of Autumn te overtuigen om op haar oordeel te vertrouwen. Marina bindt hem aan een lijn en hij rent onder het schip mee. Ebon houdt de vloot met gemak bij en hij knapt er inderdaad van op.
Na nog een week zijn we bij de vallei. Die is groen, er staan grote bossen bamboe. De chantry zelf is een vreemd rotsgroeisel. Hij is duidelijk niet door mensen ontworpen. Alle ramen zijn afgedekt met ijzeren lamellen. De deur is ook van ijzer. Alleen als je heel klein bent, kun je naar binnen. Maar we blijken bijna allemaal een slang te kunnen worden en Marina gaat als kolibri. Binnen is het aardedonker en er is een welluidend gefluister dat communicatie onmogelijk maakt. Er lopen geblinddoekte mannen en vrouwen rond die op een voor ons onduidelijke manier toch communiceren. Ze letten niet op ons zolang we in slangvorm zijn.
Marina komt op het ideee om naar de bron van de muziek te gaan. We komen onderweg steeds meer beenderfluiten van Zsofika, harpen van demonenhaar en wind-chimes van groen Malphean brons.
Dan komen we in een grote ronde ruimte, 5 m diameter, waar het heel stil is. In het midden hangt een grote steen, blauw-transparant. Marina, nog steeds als kolibri, vliegt er naar toe. Een windvlaag drukt haar weg maar doet geen schade. Tawuz probeert de steen aan te raken om een charm te doen. Hij wordt met een enorme klap weggeslagen en kwakt tegen de muur. EoA zet haar kasteteken aan zodat het niet meer zo donker is in de kamer. Marina gaat op de steen zitten. Ze is al door de verdediging heen, dus dat lukt. Ze verandert in een spookdiertje en daarna in een schildpad. De steen blijft op zijn plek. In deze zaal is geen geluid mogelijk, dus Tawuz gebruikt Glance Oration Technique en seint: “We moeten de magische stilte van Adorjan verbreken!” Marina denkt diep na en realiseert zich dat we de steen niet moeten verplaatsen, maar kapot maken. Ze haalt uit met haar smashfist, maar doet geen schade.
EoA snapt de hint en verandert Shalgero’s Pride in een maanzilveren knuppel. Ze neemt haar war-form aan waarin ze heel sterk is en haalt uit. Een barstje. Ze gaat er nog eens goed voor staan, verandert het ding in een nóg grotere knuppel en slaat opnieuw. Het barstje wordt groter.
Mei Lan is intussen een beschermspreuk, Impervious Sphere of Water, in haar scepter aan het stoppen.
Een derde klap van EoA doet geen waarneembare schade en ook klappen van Marina’s Octopus Barrage lijken niet hard genoeg aan te komen. Eye’s vierde klap slaat de steen kapot. Dit geeft een explosie van geluid door het hele gebouw. Tawuz heeft geen harnas aan en raakt buiten westen van de klap, de anderen zijn alleen gewond en hebben tuitende oren. Marina rent naar Tawuz.
De explosie heeft de oproepceremonie van de demonenaanhangers verstoord en de energie van deze manse is de komende maanden ook niet meer bruikbaar. Alle energie moet nu in het groeien van een nieuwe steen worden gestoken. Maar dat zal de cultisten niet meer lukken, want tussen ons en de aanvalstroepen wordt de hele cultus uitgeroeid.
We vinden papieren met de plannen van de demonen, zes luchtschepen en een werkplaats om ze te maken, een kuil waar sprinkhanen ontstaan naast een bakkerij die daar brood van maakt. De bamboe blijkt van metaal te zijn en de andere planten in deze vallei ook. De gedolven ertsen dienen als mest. Een kwart van de vallei is al bedekt met vruchtbare zwarte aarde.
De admiraal meldt dat deze manse door een Lucht aspect dragonblooded vrij gemakkelijk omgezet kan worden van Adorjan naar de elementaire draak van Lucht. We besluiten dat aan neefje Wijsheid te vragen; zo blijft het binnen het pact.
5 Xp
Tanais – 29
Tussendoor avontuur 29 – 12 juli 2012
(De twee sessies die hiervoor kwamen was ik er niet. De verslagen zijn gemaakt door de speler van Claude. Ze volgen nog.)
24-iv-R1
We hebben Melek bij ons, de zoon van een edelman uit Melek-Qart. Hij ging naar een oom voor zijn opleiding, maar die heeft hem verkocht aan slavenhalers van de karavaan waar wij achteraan zitten. Hij is ontsnapt. Melek en Risha blijken allebei veertien te zijn en ze kunnen het best met elkaar vinden.
We zijn al drie dagen op zee, zo ver mogelijk uit de kust om niet gezien te worden. Risha zit bovenin de mast om de kust in de gaten te houden. We gaan proberen om voor de karavaan in Melek-Qart te zijn. Soms passeren we arabisch aandoende vissersboten. Om vier uur ’s morgens botst onze catamaran tegen een onzichtbare rubberen barrière. Melek weet dat er kristallen bestaan waarmee je erdoorheen kunt. Er zijn ook poorten en daarvan zit er een dicht bij de kust bij de stad Sidon.
Op weg daarnaartoe passeren we enorm veel schepen, waaronder een mammoettanker. In de file voor de poort komen we tussen de tanker en een fregat te liggen. De bemanningen liggen elkaar niet en er wordt rotzooi over en weer gegooid. Het meeste komt op ons terecht. We maken er maar geen drukte over.
Na zes uur zijn we aan een grote poort van gouden licht gekomen. De hoofdpoort van Melek Qart. Als we erdoorheen zijn worden we onderschept door een hovercraft van de grenspolitie.
“Wie is de kapitein?”
We wijzen naar Claude.
“Kristal?”
“Nee, dat hebben we niet. Kunt u ons leiden naar een plek om ons te registreren?”
Ze negeren de laatste vraag en wijzen naar Melek: “En wie is deze jongen?”
Hij stelt zichzelf in bloemrijke woorden voor als melek Adrar, de zoon van de vizier van Megiddo. Melek is zijn titel. De havenpolitie pakt een leugendetector. Hij vertelt dat hij door slavenhalers gevangen genomen was en dat wij hem terugbrengen naar zijn vader. Het is waar dus ze worden een stuk beleefder. Bij de politiepost kopen we voor 10 goudstujkken een roze kristal dat ons voor twee weken een vrijgeleide geeft. Gwan kan het kristal voelen trillen.
We varen verder en arriveren bij Megiddo, een stad met twee mooie vuurtorens, een haven en een grote karavanserai. We leggen aan met onze kleine catamaran en worden verder met rust gelaten. Adrar begint zich hautain te gedragen. Hij neemt ons mee naar een was- en kleedgelegenheid. Dat kost wel wat, maar dan hebben we ook modieuze lokale kleding. Claude maakt voor zichzelf een zwart ninja-pak met allemaal verborgen binnenzakken. In een koets rijden we door de hoofdstraat. Dan komen we in een heuvelachtig gebied. In deze wijk is iedere heuvel een goed beveiligde residentie. De koets stopt bij de één na hoogste heuvel. Het is een groot villa complex. De poortwachter reageert verbaasd en verheugd als hij Adrar ziet. De jongen wordt meteen naar zijn vader gebracht en wij moeten even wachten. We geven onze wapens af en na een half uurtje gaat de intercom. Dan mogen we naar het paleis toe gaan met twee wachters. Het is een echt oosters paleis met veel water in de tuinen, palmen, bloemen en bungalows. Het hoofdgebouw heeft nog een eigen omheining. De wachters worden afgelost door nieuwe. Hierbinnen is het allemaal marmer met fonteinen. Adrar staat enthousiast te zwaaien bovenaan de trap. We mogen de vizier ontmoeten.
De voornaamste indruk die Adrarxb4s vader op ons heeft is die van een overdaad aan edelstenen en goud. Er worden versnaperingen aangeboden. Hij wordt voorgesteld als Berekh Pan. Risha doet het verhaal en hij dankt ons hartelijk voor het terugbrengen van zijn zoon.
“Wat willen jullie als tegenprestatie?”
Claude zegt: “Dat u ons helpt om onze spullen terug te krijgen.”
Daarvoor heeft hij een precieze omschrijving nodig. Als hij hoort dat het om orichalcum en soulsteel wapens en wapenrustingen gaat, dan begrijpt hij dat dit een serieus kapitaal vertegenwoordigt.
“Kunnen jullie bewijzen dat het van jullie is?”
Risha zegt dat het ondermeer eigendommen zijn van de koning van Soul en dat is hij zelf. Hij laat zijn harnas, dat ook gestolen was, tevoorschijn komen uit Elsewhere. De vizier is nog niet helemaal overtuigd. “Bewijs dat maar eens.”
Gwan haalt zijn kristallen bol tevoorschijn. Hij laat de ministerraadsvergadering zien. Regentes Chantal is verrassend effectief bezig en Risha weet al zijn ministers te benoemen behalve de hoofdbrahmaan. Dat is een nieuwe. Dan gelooft Berekh Pan ons pas. Maar hij vindt het wel raar dat we zelf gekomen zijn om deze klus te klaren. Hij wil weten wie de Qartiaan in Soul is, want dat moet de contactpersoon van de dieven zijn. Risha’s bankier Halaf Ashravi dus. De deal die hij ons voor legt is dat wij Adrar in zes jaar zullen opleiden tot een allround diplomaat. Dat moet lukken met onze eigen vaardigheden en onze contacten. Maar we moeten tekenen in bloed. We mogen een paar dagen blijven logeren terwijl de vizier dingen in beweging zet.
1-v-R1 (Dag 1 van de volgende maand.)
Na een ontbijt op bed worden we naar de vizier gebracht. Hij ontvangt ons in zijn pyjama met een kop sterke koffie en komt meteen ter zake.
“Halaf Ashravi zal vervangen worden. Jullie mogen mee beslissen wie hem zal vervangen. En dan. We weten het. Die karavaan betreft een geheime lading voor Welda Woudiver. Die woont in een oase zes uur ten zuidoosten van ons. Het is een geheime lading. Dus is er niets geregistreerd en heeft hij niets te klagen als er dingen niet aangekomen zijn. Ik zal de grootvizier inschakelen. Zijn troepen maken het allemaal helemaal officieel. Maar hij zal 50% van de geconfisqueerde goederen willen hebben, dus jullie moeten je eigen spullen niet laten zien en ze er voorzichtig tussenuit halen – en de dingen die hij wèl wil hebben moeten duidelijk aanwezig zijn. Hij stelt veel prijs op een bevallige deerne.”
Uit de bedroefde toon waarop hij dit laatste zegt, kunnen we afleiden dat het de betreffende deerne niet goed zal vergaan. (Risha heeft een cynisch moment en stelt ‘death by Claude’ voor. De vizier is hier niet tegen. Hij is volgende in lijn om grootvizier te worden.)
De boodschappers geven later die dag door dat de grootvizier ermee instemt om de karavaan staande te houden en op illegale waren te controleren. We krijgen honderd man mee!
Tanais – 26
Tussendoor avontuur 26 – 1 juni 2012
9-iv-1 (dag negen van maand vier van het eerste jaar van Risha)
De eerste avond zeilen verloopt voorspoedig en we overnachten op volle zee.
10-iv-1
Ook de tweede dag verloopt zonder problemen. Gwan kijkt in zijn kristallen bol en ziet dat er een storm aan zit te komen, maar vandaag moeten we de haven bereiken. Wat hij niet voorziet is dat de siderial brandstofcel kapot gaat. Gwan’s solar essence blijkt er niet compatibel mee. Dat is balen, want hoe halen we het kartiaanse schip in zonder de extra snelheid? Claude zeilt ons met grote vertraging een slaperige vissershaven van Albion binnen. Veel schapen, witte klippen, kleine mensen met amish-hoeden die zichzelf hobbits noemen. Ze zijn wel aan vreemdelingen gewend, want ze liggen niet ver van de belangrijkste scheepvaart route. In herberg Het Makke Schaap ruikt het heerlijk naar gebraden vlees. We slaan een voorraad eten in, Rishaxb4s geld is goed en de waard probeert ons ook luxe dingen te verkopen zoals een waterzuiveringsinstallatie plus een keuken katamaran. Ook regelt hij wat mensen die het schip gaan verbeteren. Hij informeert naar de politieke situatie in Soul. We vertellen dat de baby-koning ontvoerd is en dat de jongen die de vader zou zijn nu koning is. Dan zegt de waard: “Er is iets met jullie, maar ik weet niet wat. Iets zegt me dat het een goede zet zet is om jullie bij de priesters te introduceren.” Hij wil ons morgen wel in contact brengen met de huhobiet, een soort druxefde van de zee.
Het eten is erg lekker en dan gaan we naar bed. xb4s Nachts kruipen er vier hobbitmeisjes bij ons in bed. Bij de prijs inbegrepen lokale gastvrijheid waar Chang niet van gediend is. Als monnik heeft hij een gelofte van celibaat afgelegd. De anderen hebben niet zulke bedenkingen.
11-iv-1
’s Ochtends worden we vergast op een uitgebreid ontbijt. Om een uur of 11 komt de huhobiet. Die is iets groter dan de andere hobbits en heeft een lange baard. We begroeten hem beleefd, zelfs Claude. “Een kapotte brandstofcel? Tsja, wij beschikken over betere scheepsvaarttechnologie dan de siderials. Je moet het zelf doen, varen op de sterren, de zon en de wind. Jullie schip is morgen klaar, twee keer zo snel als voorheen. Maar wie zijn jullie nou eigenlijk echt?” Wij leggen uit wat solars zijn. Dat vindt hij wel interessant. Hij wil een geheim met ons delen. (Claude doet een charm en ontdekt dat hij de waarheid spreekt.) Vannacht gaat hij ons voorstellen aan de zon, de sterren en de wind. Oh, en we kunnen niet om de keukenkatamaran heen. Risha herschrijft xb4s middags de mythe over de race tegen Godefried omdat hij zich realiseert dat de god Pashupati via een omweg toch zijn woord heeft gehouden: hij is koning geworden ondanks de wil van de siderials en Eénoog.
Die avond worden we opgehaald door druxefdes die ons meenemen naar een steencirkel die bovenaan de klif uitkijkt over zee. Daar mogen we één van de elementen uitkiezen om ons op af te stemmen. Claude stemt zich af op de zee, Gwan kiest voor de zon, Chang de wind en Risha gaat voor de sterren. Dat afstemmen doe je met je zwakste deugd. Claude, Gwan en Risha hebben meteen succes, maar het lukt Chang maar niet om zich af te stemmen. “Zal ik het dan maar doen?” en voordat de verbaasde druxefdes kunnen protesteren heeft Risha zich ook op de wind afgestemd.

Chang wordt door de druxefdes meegenomen om bij te komen met kruidencompressen en warme baden, de rest moet blijven mediteren om de nieuwe krachten te internaliseren. Voor iedere afstemming kunnen we de snelheid van het schip met zijn eigen snelheid verhogen. Dus met vier elementen gaat de vissersschuit (die door de hobbits met een paar slimme aanpassingen dubbel zo snel gemaakt was) nu tien keer zo snel als toen we het schip stalen – een stuk sneller dan met de siderial technologie. En dit is nog maar het eerste niveau van de elementaire inwijding. We mogen in de toekomst terugkomen voor verdere verdieping.
12-iv-1
Tegen de ochtend komen de huhobiets terug. Ze hebben in de sterren gelezen dat wij belangrijk zijn. We sluiten vriendschap met ze en Risha zegt “Ik heb ook nog een geheim: ik ben de koning van Soul.” Ze lijken niet eens zo heel erg verbaasd. Als we in gesprek raken blijkt dat zij de Jartianen niet zo aardig vinden. Het schip met onze spullen is 44 dagen geleden langsgekomen. Het heet de Eburon. We moeten doorvaren om het in te halen. Het schip zal inmiddels wel voorbei Euboia zijn en Warka hebben bereikt. De eindbestemming is Melek Kart. Kartianen zijn de enigen die de maelstroom daar kunnen bevaren, dus we moeten het schip inhalen voordat ze daar aankomen anders zijn we onze uitrusting geheid kwijt. De hobbits beschrijven de Eburon: “Zwaar bewapend, twee maal zo snel als jullie vissersschuit eerst was, het zijn vrij onaangename lieden. Iets zegt ons dat jullie eigendommen besteld zijn door iemand in Melek Kart. Pas op, want het zijn machtige lieden. Ze schrijven de werkelijkheid. Vertrek maar snel en ga direct naar Warka.” We vertrekken zo snel mogelijk. Gelukkig gaat het plan van de herbergier om ons een van zijn dochters mee te geven voor onderweg niet door. Ze haakt af bij Claudexb4s bestelling: veel van wat de chinezen als delicatesse beschouwen wordt hier niet zo geapprecieerd.
16-iv-1
Aankomst in Warka. Onderweg is niets gebeurd. We hebben inderdaad razendsnel kunnen varen, door de afstemming hebben we geen enkele fout gemaakt. Het is een grote, bedrijvige stad met palmbomen, paleizen op heuvels en zigguraths. Het overtreft alles wat Gwan en Risha ooit eerder hebben gezien. Een echte grote, beschaafde stad. Een klein bootje komt ons tegemoet. De afgezant van de havenmeester wil liggeld en roeit ons dan naar aanlegplaats 173-B. Ze kijkt wat meewarig naar de katamaran. “Jullie hebben zeker in Albion aangelegd?”

Een interview met de havenmeester is gemakkelijk geregeld want diens tijd is geld: een goudstuk per minuut. Voor vijf goudstukken worden we binnen gelaten bij een heer die met een ingewikkeld apparaat de haven in de gaten houdt. “Is de Eburon al binnen?”
De havenmeester is zeer vriendelijk want wie betaalt, krijgt informatie. “Het schip is 10 dagen geleden binnengelopen. Er is een karavaan samengesteld en het schip is nu leeg. Het wacht op een nieuwe vracht. De eigenaars hebben het plan gewijzigd, omdat zij in een visioen zagen dat een stel schavuiten, die voldoen aan jullie omschrijving, hen op de hielen zat.” Risha betaalt voor nog vijf minuten extra interview. “De karavaan is 5 dagen geleden vertrokken. Het schip Eburon is eigendom van de familie Sidonus. Dat is één van de drie grote huizen van Kart. Risha’s bankier El Ashawa is maar een heel klein visje daarbij vergeleken.”
Hij adviseert ons om snel door te varen en de karavaan op te wachten in de haven van Sanakh, dat ligt een dagreis vóór Melek Kart. Volgens Risha is er niemand die de Kartianen graag mag.
18-iv-1
We leggen aan op het strand van een slaperig oasedorpje. Sanakh heeft dadelpalmen. Verder is er niets te doen. De laatste maand is er geen reiziger langsgekomen. Chang informeert of er een waterbron in de omgeving is. Ja, in Ashar, twee dagreizen naar het Zuiden. Maar dat ligt niet op de karavaanroute. Gwan kijkt in de kristallen bol. Zijn ze niet aangekomen? De bol werkt niet mee. Het lijkt wel of er een stoorzender is. Het is wel te voelen dat ze binnen drie dagreizen van ons zitten.
3 xp
The RoSE – sessie 18
The RoSE sessie 18 – 24 mei 2012
We bespreken of we Ebon Rhime ook nog bewusteloos willen maken. Zolang hij bij blijft, kunnen we informatie uit hem krijgen, en misschien beginnen met hem om te turnen. Marina biedt aan bij hem te gaan zitten. We vertrouwen het ook niet zo om een rovershoofdman alleen te laten. Hij heeft vast wel truukjes om zichzelf te bevrijden.
Tawuz blijft buiten de deur staan totdat Marina hem roept. Ze vertelt dat Ebon zich al bijna losgewurmd had. Ze heeft hem opnieuw en beter vastgebonden. In de taal van An Teng doet ze verslag van haar gesprek. Ebon is demonenaanhanger geworden om de dood van zijn zus te wreken. Ze waren weeskinderen in Wall’s Harbour en hij heeft niet kunnen voorkomen dat ze verkracht en vermoord werd. Verder herinnert hij zich alles van zijn laatste incarnatie als solar. En wat hij als solar heeft uitgespookt, is een stukje erger dan wat er op een doorsnee dag in Malpheas gebeurt. Hij heeft een stem in zijn hoofd, die hij rustig kan krijgen met seks. Of dat zijn exaltatie is of zijn meesteres is niet duidelijk, maar de stem geeft hem opdrachten. Zijn wraak heeft hij gehad, maar nu moet hij zijn schuld inlossen. Wel heeft hij nog zijn vrije wil. Deze soort overeenkomst met een demon kennen we nog niet.
De wind steekt op. Hij ruikt naar leliën. In de verte horen we cymbalen en trommels in een hartslagritme en ook een akelig gefluit als van verre doedelzakken. Het zou wel eens kunnen zijn dat ze voorbereid zijn op onze komst. His geeft het roer over aan Tawuz en gaat naar beneden, nog steeds in beastman vorm.
“Hé heikneuter, maak me eens los! Je moet wel je plaats kennen.”
His doet alsof hij boos wordt en bijt Ebon in de arm zodat hij stiekem wat bloed kan drinken. Daardoor kan hij een uur lang diens gedaante aannemen.
Het geluid wordt steeds luider. In de verte zien we een vier meter hoge gestalte naar ons toe komen lopen. Ze heeft twee zeisbladen in haar handen. Om haar heen, in de schaduwen, zijn schimmige gestalten die op trommels slaan. Je kunt je er niet op focussen, maar ze zijn alleen in je ooghoeken te zien. Ze heeft een zwarte huid, rood haar en zilveren ornamenten. His neemt de vorm van Ebon Rhime aan. Marina en Mei Lan blijven beneden Eye en Tawuz blijven op de trap buiten beeld.

Het geluid van de doedelzakken is angstaanjagend, maar als we ons verbijten kunnen we dat even overwinnen. Ze wandelt, maar komt bovennatuurlijk snel op ons af. Tawuz besluit toch om als kat in de schaduw aan dek te gaan zitten. His, in de gedaante van Ebon, doet alsof hij haar groet.
“Je bent een goede leugenaar. Maar niet één van mijn dienaren,” zegt de demon. Ze spreekt de waarheid en dat doet pijn. His gaat terug naar beastman vorm.
“Wie is hier jager, wie de prooi?”
“Ik ben de jager!” roept His trots.
“Ik dacht het niet. Ik heb de godin van de jacht gemaakt voordat jullie zelfs maar bestonden, lunar.”
Ze is nu bij ons en we leggen het schip stil. Marina slaat eerst Ebon Rhime knock-out. En dan gaan we allemaal in beastman vorm. Eye slaat de demones en raakt. Marina houdt het bijtende schild voor zich en spuugt gif naar Zsofika. Zij raakt ook. Mei Lan slingert een kogel, maar dat komt niet door de haren heen die ze als een pantser gebruikt.
Zsofika haalt uit naar His. Hij probeert de klap af te weren, maar dat lukt niet. Gelukkig heeft hij veel magische bescherming, maar toch loopt hij een snee op. “Je denkt toch niet dat je je kunt verweren tegen de kracht van de hel?” schampert ze. Maar deze uitspraak doet geen schade omdat hij blijkbaar niet waar is!
Eye slaat opnieuw maar komt niet door haar tressen heen. Marina doet de Wasp Sting Blur om meerdere aanvallen tegelijk te kunnen doen. Ze probeert de arm van de demon vast te grijpen en dan het schild er op te duwen in de hoop dat die het wapen opeet. Maar als het schild haar bijt, schrikt het. Ze is gloeiend heet! His slaat weer en raakt. Zsofika doet een dansje en de zwarte schaduw van een slang weeft zich om haar heen. Mei Lan gooit weer een kogel en raakt. Tawuz slaat twee keer en mist beide keren.
De schaduwachtige slang bijt naar His maar mist. Zelf slaat de demon ook naar His. Hij krijgt er een snee bij. Met de andere arm raakt ze hem ook, weer een snee. Eye manoeuvreert zich achter de demon en raakt haar. Marina wil haar weer vastgrijpen, maar wordt bevangen door angst. Tawuz grijpt haar en mompelt: “Nicht, sinds wanneer is een lid van de familie Regenboog bang voor een demon?”
Dat helpt. Marina valt alsnog aan. Ze doet een Devil Restraining Grip waardoor de dEbon niet meer kan dematerialiseren of weglopen. His slaat weer en raakt. Zsofika begint er nu slecht uit te zien. Haar huid gloeit rood en ze begint vervloekingen uit te spreken. Mei Lan doet de spreuk Essence Overwhelming om beter te kunnen gooien en raakt haar weer met een van zijn kogels. De demon zakt in elkaar. Eye probeert haar het hoofd af te hakken, maar dat lukt niet in één keer, de haren vormen nog steeds een pantser. His zet zijn zwaard op de borstkas en duwt er in. Tawuz probeert hetzelfde, maar zijn wapen ketst af. Marina zet de Spirit Maiming Essence Attack in, waarbij ze de essence gebruikt die we speciaal van Luna hebben gekregen. Het werkt, maar ze is taai en moeilijk te doden. Omdat deze charm een geest permanent vernietigt, gaat ze door en doet hem opnieuw. Op het moment dat ze Zsofika doodt, voelt ze dat er nóg negen manifestaties van de demon zijn. En de andere voelt ze in het kamp voor ons.
Eye of Autumn vertelt dat de techniek die de demon gebruikte, de Dragon Dance, bekend is uit de first age. Het is een legendarische martial art en er is (voor zo ver bekend) niemand in de wereld die hem beheerst.
De standaarden en trommen verdwijnen. Als Ebon weer bijkomt, is hij zwaar onder de indruk. Hij had Zsofika geroepen om zich te laten ontzetten. De andere negen incarnaties zijn nog in embryonale vorm. Elke keer dat je Zsofika oproept zal ze iemand bevruchten. Van hem mogen we ze best doodmaken. Zsofika heeft tenslotte verloren.
Marina vraagt: “Hoe zit het met die stem in je hoofd?”
“Die begint langzaamaan steeds dwingender te worden.”
Marina vraagt de anderen: “Hé, laat ons even alleen?”
Eye maakt een wegwerpgebaar, maar doet het wel.
Na een erotisch intermezzo (Marina zwijgt over de details) is Ebon Rhime wat spraakzamer. Adorjan heeft hem geëxalteerd en de Ebon Dragon heeft een stem/demon in zijn hoofd gestopt. Malpheas heeft hem spreuken geleerd. Elk van de 50 exaltaties die de jozi’s hebben gekregen is toebedeeld aan twee jozi’s. Zo houden ze elkaar in de gaten. Ebon heeft zijn ziel niet verkocht. Hij kan de bevelen van de Ebon Dragon weigeren. Dat wil hij ook graag, want de Ebon Dragon wil de wereld in duisternis hullen. Marina zegt dat Luna het vast kan begrijpen.
Opeens begint iets te dagen bij Ebon. “Ik heb het een en ander van Luna gehoord. Ze was ook bijna een jozi, wist je dat?
Marina kijkt niet-begrijpend.
“Je weet toch wat er met haar broer gebeurd is?”
Marina kijkt nog steeds blanco.
“Nox? x85 Het zwart van de nacht? x85 Eén van de Maidens?”
Als Marina nog steeds niet-begrijpend kijkt, zegt hij dat er ooit veel meer Maidens geweest waren, met elk hun eigen exalts. Nox is gek en geestesdood gemaakt en zijn exaltaties zijn uit de roulatie genomen. We vinden het verhaal heel interessant, maar Eye wijst er op dat deze kennis de versie van de jozixb4s is.
De wind wordt sterker. Er begint een regen van basaltblokken op te steken. We gaan snel naar het centrum van de orkaan en zien dat de cultisten bezig zijn een demon op te roepen. Met de Falling Yeddim Attack van Eye of Autumn weten we dat effectief af te breken. Na een korte schermutseling doodt Eye de cultisten. Ebon vindt het allemaal maar onsmakelijk.
In de schuren vonden we enorme hoeveelheden vruchtbare zwarte aarde, genoeg voedsel om Whitewall de winter door te helpen en ook nog ongeveer vier talenten aan geroofde jade, goud en zilver. In de privé vertrekken van Ebon Rhime liggen de arm- en beenplaten die bij zijn harnas horen en een glazen staf.
7 Xp
The RoSE – sessie 17
The RoSE sessie 25? – 10 mei 2012
Eye of Autumn is een beetje van slag en houdt zich stil. (Out of game: de speler is ziek.)
Shi Mei Lan verdiept zich in de familiekronieken. Deze familie is al twee keer eerder gered door lunars, de leider was beide keren Gerd Marrow Eater. Als die nog leeft, zou hij meer dan 1000 jaar oud zijn. De eerste keer ging het over een aanval van fair folk, de tweede keer van demonen. Tawuz vliegt rond in gansvorm. Vier boerderijen in de buurt zijn ook overvallen en staan in brand. Blijkbaar waren er vijf bendes actief. Hij zoekt verder en vindt inderdaad een schuur waarin de geplunderde buit ligt opgeslagen. Er zijn gelukkig geen gevangen kinderen want de bewoners waren al naar de stad gevlucht.
We maken een plan. We verstoppen ons in diervorm bij de voorraadschuur. Als het luchtschip komt snijdt Meui Lan, in shard bat vorm, de touwen door waarlangs ze naar beneden komen om de spullen op te halen. De bedoeling is dat zoveel mogelijk mannen te pletter vallen. Intussen overvalt de rest de bemanning aan boord. Het zou handig zijn om de stuurman niet in één klap dood te slaan, zodat we hem kunnen ondervragen. En we verwachten een tovenaar aan boord.
We stellen ons op bij één van de schuren. His als adelaar, Mei Lan als shard bat, Tawuz als gans en Marina als vleermuisje. Als het donker is geworden arriveert er een luchtschip.
Het blijft op 20 meter hoogte hangen en er komen massa’s draden overboord, die zich beneden samenweven tot hefmachines en automata. Aan boord staat maar één man. Hij heeft lang zwart haar, puntige oren en een lichte huid. Hij draagt een ijzeren borstkuras en heeft een ijzeren daiklave op zijn rug. Naast hem hangt een schild met een happende bek aan de railing.

Mei Lan landt bovenin de mast en verandert in mensvorm. Ze gooit Death Of Obsidian Butterflies. De meeste komen niet door zijn harnas heen, maar het verwondt hem wel een beetje. Verrast wendt hij zich naar haar. Ze gooit met haar slinger een steen naar hem, maar dat mist. His komt vanuit duikvlucht, verandert in beastman en landt op het dek. Hij slaat met zijn zilveren zwaard. Dat is raak. De man kijkt ontstemd. Hij maakt een occult gebaar, spreekt een magisch woord en er schiet een straal groen zonlicht uit zijn handpalm naar Mei Lan. Zijn kasteteken licht groen op (een lege cirkel). Mei Lan weet het nipt te ontwijken.
Marina maakt ook een duikvlucht en verandert in beastman. Ze wil tussen hem en het schild komen, want ze kent dit uit verhalen: het eet alles op wat voor zijn bek komt. Liefst wil ze het lossnijden Met de Wasp Sting Blur kan ze twee dingen tegelijk doen. Het schild losmaken lukt, maar haar gelijktijdige aanval doet niks. Van dichtbij ziet ze dat hij puntige oren heeft en slagtanden als van een kat.
Mei Lin gooit weer met haar slinger en raakt hem ditmaal. Hij is totaal niet blij en slaat zijn zwaard in de schaduwen naast hem. Het zwaardblad komt uit de schaduw naast haar tevoorschijn. Maar mist. Tawuz is intussen naar de boeg gevlogen en gaat in mensvorm aan de buitenkant hangen. Met de orichalcum daiklave slaat hij in op de draden waarmee de automata aan het schip zijn verbonden. De eerste klap is mis, de tweede raak. Het touw is beschadigd. Er komt wondvocht uit, maar het is nog niet kapot.
His valt de krijger aan en raakt. De man begint bezorgd te kijken. Dan valt Marina hem aan met haar tentakels. Ze slingert zich om een been en een arm, helaas is ze een stuk minder sterk dan hij. Maar ze weet hem wel te hinderen. Mei Lan slingert nog een kogel en door de tentakels kan hij het niet ontwijken.
Tawuz slaat weer op het ‘pootje’ en weet het door te slaan. Onder ons beweegt één van de automata verschrikt tot een enorm stekelvarken, dan schrompelt het ineen tot een piepklein slijmerig balletje draden wat met zevenmijlssprongen wegspringt. Marina herkent ze nu als een type demon dat Hopping Puppeteer heet, de zwakzinnige bouwmeesters van de hel. De andere drie puppeteers schrikken, laten los, schrompelen ook ineen tot balletjes draad en hoppen weg.
De man kijkt nu heel bezorgd. Hij steekt zijn handen in de lucht en vraagt: “Kunnen we er niet over praten?”
Marina: “Ja, maar op onze voorwaarden.”
“En die zijn?”
“Dat je nergens heen gaat.”
“Zie jij me weglopen?”
Marina wil hem met een charm vasthouden, maar dat werkt niet. “Blijf van me af . Ik heb niks tegen tentakels, maar als je seks wilt prefereer ik een warm bed.”
His zet zijn groene oog aan en kijkt rond. Het enige wat magisch is, is de uitrusting van deze man. Harnas, schild en zwaard. De man lijkt gerustgesteld als hij het groene oog op haar voorhoofd ziet oplichten. Hij zegt: “Ik weet niet of je weet wat je doet, maar de baas gaat dit niet leuk vinden. Weet je wel wie je tegenover je hebt?”
Hij kijkt afwachtend, verwacht blijkbaar dat we in aanbidding op de grond vallen of zo. We krijgen de indruk dat hij nog nooit van lunars gehoord heeft.
“Stelletje heikneuters! Wij zijn de prinsen van de groene zon. Wij dienen de yozi’s uit vrije wil. Zelfs de demonen van de derde cirkel hebben respect voor ons!”
Hij lijkt te denken dat wij verweesde demonen zijn, achtergelaten in Creation. His maakt gebruik van het misverstand en hoort hem uit. De man noemt zich Ebon Rime en is geëxalteerd door de Silent Wind, Adorjan. Tawuz neemt zijn beastman vorm aan en komt er bij staan. Terwijl His de man zijn harnas helpt uittrekken en hem vastbindt, (wat die plezierig lijkt te vinden) hoort Tawuz hem verder uit.
Zijn opdracht is om dit continent gereed te maken voor Adorjan. De yozi hebben de wereld verdeeld: het Centrum is voor de Ebon Dragon, het Zuiden voor Cecelyne, het Westen gaat naar She Who Lives In Her Name en het Oosten gaat naar Malpheas.
Met vleierij en onnozelheid horen we hem verder uit. Gelukkig is hij vrij onnozel. Hij is echt uitgekozen als de leider van een dievenbende. Zijn opdracht is om het continent gereed te maken voor de komst van de Stille Wind door de tactiek van de verschroeide aarde. Maar hij wil ons niet naar zijn hoofdkwartier leiden omdat hij volgens zijn zeggen ‘al weet dat jullie een andere meester dienen’.
His drukt even de halsslagader van de jongeman dicht, zodat hij bewusteloos raakt. Marina haalt het schild omhoog. We discussiëren over wat we met de lokale ‘vervuiling’ doen: een infernal, vier roversbendes en vier hopping puppeteer demonen. We besluiten om de man in leven te laten en over te dragen aan deskundiger leden van het Deliberative. Ze moeten ook zo snel mogelijk weten van de wereldveroveringsplannen van de yozi’s.
Het stoppen van de Priorij is nu het belangrijkste. Dat moet vóórdat de demon doorheeft dat haar bendeleider uitgeschakeld is. Voor het opruimen van de resterende bendes en de puppeteers kunnen we hopelijk de dragonblooded en de sorcerors van Whitewall inschakelen. Dan moeten we wel uitzoeken of onze contactpersoon geen demonenaanhanger is. ” Maar,” zegt Tawuz, “je moet kunnen delegeren. En daarvoor hadden we vroeger de dragonblooded. Dan doen ze weer waar ze voor bedoeld waren.”
Marina inspecteert het harnas en de daiklave. Het ijzeren harnas heeft punten aan de binnenkant. Het is duidelijk gemaakt door een zieke, niet-menselijke geest. Het voedt zich met het bloed van de drager, wat een beetje hindert (-1 health level), maar beschermt je wel alsof het van magische materialen was gemaakt. Het schild is een omgevormde demon. De daiklave ziet er uit alsof het van zwart fluweel is gemaakt en kan om een hoekje slaan als je er op bent afgestemd. Marina wil het schild graag hebben, maar Tawuz ziet dat niet zitten: één verkeerde beweging en een vriend is zijn arm kwijt of zijn bil.
Mei Lan heeft in de kajuit een kaart gevonden. His onderzoekt de kaart en vindt het centrum van de spiraal van vernietiging. We zetten koers naar de Priorij. Het schip gaat lekker snel, we willen het houden. His is van plan om als we aankomen wat van het bloed van de Green Sun Prince te drinken zodat hij vermomd naar binnen kan.
We vragen ons af waarom zijn yozi meesteres hem niet over lunars en solars heeft verteld. Maar misschien verwachtte ze niet dat hij die tegen zou komen? Alle lunars zijn tenslotte tegen de fae aan het vechten. Het idee van een lunar mate zou hij misschien wel aantrekkelijk vinden.
5 Xp
Tanais – 25
Tussendoor avontuur 25 – 3 mei 2012
1-iv-1 (dag één van maand vier van het eerste jaar van Risha)
Claude is bezig met de voorbereidingen voor het kidnappen van de drie baby’s. Hij vermomt zich als wachtsergeant en ‘regelt’ een maliënkolder. De rest houdt zich met heel andere dingen bezig en gaat slapen. Midden in de nacht sluipt hij naar buiten. Hij hoort gegil uit de kamer naast die van de kinderen. Als hij naar het raam geklommen is, ziet hij Chantal badend in het zweet rechtop in haar bed. Blijkbaar een nachtmerrie. Hij klautert naar de zaal daarnaast. Vanuit de babykamer klinkt ijle orgelmuziek en gezang van koorknaapjes. Een zacht-louwwarme bloedrode gloed straalt door het venster naar buiten. Als hij naar binnen kijkt ziet hij iets vreemds: er is geen vloer meer, maar een afgrond met een regenboog. Middenin de kamer hangt een podium met drie treden. Er staan twee jongens met vleugels. Tussen hen in heft een donkere man zijn armen op. Hij zuigt de levensenergie uit de engelen. Ze schrompelen ineen en vallen neer. Het lijkt zorgvuldig getimed met Claude’s komst. Die trekt dit niet en kiest het hazenpad over daken en muren. Een half uurtje later gaat hij weer kijken. Er is niets bijzonders meer te zien: er zijn weer drie bedjes. Maar de middelste is leeg. Er klinkt wel nog steeds gezang. Dat wordt zelfs steeds luider. Er komen nieuwsgierige mensen op af, dus Claude gaat maar weer weg. Hij wil niet opgemerkt worden. Terwijl hij over de daken wegrent, klinkt er opeens een luide knal, daarna gegil. Er breekt brand uit op de tweede etage.
We worden wakker en rennen er op af. Een van de wachters roept om een bluslijn. Ze durven de kamer niet in, dus Risha gaat naar binnen. Het dak en een muur van kamer zijn weggeblazen, de twee buitenste ledikantjes zijn geblakerd en de kindertjes zijn dood. Op de plaats van de middelste wieg staat een triffid, een enorme plant met zwiepende tentakels die brandende druppels zuur rondslingert. Risha pakt het zwaard van een wachter, roept zijn harnas tevoorschijn uit ‘Elsewhere’ (dat maakt indruk op de wachters) en stormt er op af. De vloer is sponzig en rubberig en beweegt, wat het aanvallen moeilijk maakt.

Het monster slaat naar hem maar de klap wordt afgeweerd door het harnas. Met een combo van verschillende charms weet de plant te verwonden. Gwan pakt een hellebaard en Chang valt met zijn blote handen aan. Maar ze missen allebei. Risha’s tweede combo is weer raak. De triffid ontploft en spuit groen bijtend zuur in het rond. Risha zit onder het brandende spul en het zuur sijpelt tussen de platen van zijn pantser door. Snel stuurt hij het harnas weer terug naar Elsewhere, dan pakt hij een emmer bluswater en giet die over zich heen voordat het bijtende spul hem schade doet. Na de ontploffing is de Wyld weer weg, de kamer is weer normaal maar staat nog steeds in brand. Er zijn twee verkoolde wiegjes en het middelste kind ontbreekt. In alle consternatie geeft Claude een briefje door waarop staat wat hij even daarvoor heeft gezien. Een hysterische Chantal vertelt dat zij dit allemaal al had gedroomd voordat het gebeurde. Risha haalt zijn brandende harnas weer tevoorschijn en wast de derrie er grondig van af.
2-iv-1
Een delegatie van drie brahmanen onderzoekt de zaak. Ze vinden het een heel ernstige zaak dat de troonsopvolger er niet meer is. “Risha, je moe het volk toespreken om te voorkomen dat ze de verdenking op jou zullen leggen. Voor wie er niet bij was kan dit er uitzien alsof jij dit allemaal hebt georganiseerd om zelf koning te worden. En als je het nu niet de kop indrukt krijg je geruchten.”
Ook Phantom Marshley arriveert. Als hij ziet wat er is gebeurt, verslikt hij zich in zijn magische thee. Claude komt er, vermomd als dienaar met een blad eten, ook bij staan. Phantom kijkt direct door de vermomming heen en zegt: “Ah Claude, tegenwoordig in de bediening?”
De brahmanen en de wachters hebben niks door. Claude maakt een rare opmerking en de hoofdbrahmaan stuurt hem de kamer uit.
“Koningszonen worden vaker ontvoerd,” zegt een brahmaan, “om elders op te groeien en dan later hun troon op te eisen.”
“Misschien klopt dat wel,” zegt Phantom. De meer oplettenden onder ons zien dat hij daar graag zelf opgekomen was.
Risha roept de bewoners van Aryan’s Abode bijeen en spreekt ze toe. “Jullie hebben vast wel gehoord dat er gisteren opeens drie koningsbabyxb4s waren. En jullie hebben de ontploffing van vannacht gehoord. We dachten eerst dat het een heks was die gestuurd is door Vixen. Maar nu weten we dat er iets veel ergers aan de hand is. Krachten uit de Wyld zijn het paleis binnengedrongen. En vannacht hebben ze de prins ontvoerd!”
Hij is heel overtuigend en het volk gelooft hem. De drie brahmanen komen naar voren met een speciaal zwaard en eentje zegt: “Kniel, prins Rshyashrngya.”

Hij legt het zwaard zonder ceremonie op het hoofd van de jongen en zegt: “U bent nu koning van Soul,” en voegt daar zachtjes aan toe: “tot de prins terug is.”
Claude staat in het publiek. Hij lacht hardop. Maar de omstanders zijn wel onder de indruk en hij wordt tot stilte gemaand. De brahmanen vertrekken en het volk gaat mompelend weer terug aan het werk. Wij blijven achter met Phantom. We bespreken wat we nu moeten gaan doen. Eerste prioriteit is er achter te komen waar de prins is. En we moeten zo snel mogelijk onze wapens en wapenrustingen terugkrijgen, want daarzonder kunnen we eigenlijk niets doen. Gwan kan scryen en hij gaat bij de hoofdbrahmaan langs om een kristallen bol te lenen. Bij de grot aangekomen ziet hij de oude man met ingeslagen schedel in een grote plas bloed liggen. Hij slaat meteen alarm. De wacht kamt de omgeving uit, maar er zijn nergens sporen te vinden. De moord is een raadsel. Ons buurland Vixen is op oorlog uit en zij hebben een andere religie dan de shintasta. Maar zelfs de revolutionaire raad van Vixen is niet zó slecht dat ze een aanslag beramen op een brahmaan. En dit ziet er ook niet uit als werk van de Wyld of Eénoog.
Gwan krijgt de kristallen bol en ziet daarin een mandje op een rivier. Iedereen is het er over eens. Het vermoeden van de brahmaan is bevestigd. Dit is een klassiek scenario. Hij zal ongetwijfeld worden gevonden door een prinses of een arme weduwe. Phantom is bereid om Risha en Chantal stiekem in de echt te verbinden. Hij heeft al in de sterren zien staan dat er op dag 5 zo’n huwelijk zal zijn.
De brahmanen roepen Risha. Hij neemt zijn vrienden mee, ook Claude in de gedaante van een sergeant van de wacht. Ze hebben drie belangrijke dingen voor zijn agenda.
Ten eerste: op dag 9 is er een pelgrimage voor Ushas, als koning moet hij die voorzitten.
Ten tweede: op dag 27 moet de heilige stad Bronwë worden ingewijd. Er worden een heleboel nieuwe brahmanen gewijd en vanaf de 17e moet de stad vrij van monsters zijn voor de feestelijkheden. Claude stelt voor om vrouwelijke krijgers op te leiden om de monsters uit de harem te verslaan. Dat vindt iedereen een goed idee. Maar zijn opmerking om daar vrouwelijke brahmanen voor te kiezen wekt bevreemding: “Jij bent duidelijk niet van hier,” zegt Risha. “Iemand is xf2f krijger xf2f priester. Je kan niet tot twee kastes tegelijk behoren.”
Het derde punt is het schaapscheerdersfestival dat op de 7e begint en dat duurt tot en met de 9e. Risha moet het openen en sluiten. “Later kun je daar wel vervangers voor aanstellen. Maar in het begin is het heel belangrijk om je eigen gezicht vaak te laten zien. In ieder geval de eerste twee maanden!”
Dan is er eindelijk tijd om onze eigen zaken te regelen. We willen het dievengilde activeren om te kijken waar onze spullen zijn gebleven. Daarvoor gaan we naar Soul. Om te voorkomen dat hij wordt herkent vermomt Claude Risha onderweg als een straatmeisje.
3-iv-1
Op de avond van dag 3 komen we aan. Het is druk in de herberg. Claude vraag bij zijn contacten na wie onze uitrusting heeft gekocht. Hij krijgt het heel gedetailleerd te horen. Jack Brompton heeft het allemaal verkocht. De duurste spullen zijn met superspoed door een Qartiaanse heler meegenomen naar de haven van Sheela Na Gig om elders rijkere kopers te vinden. De goedkopere spullen zijn op weg naar Green Man en worden waarschijnlijk doorverhandeld naar Vixen. De opbrengst is naar de rebellen van het Gnat resistance Front gegaan. Dus: de Claude’s powersling, Risha’s soulsteel bracers en Chang’s maliënkolder zijn verkocht aan Vixen; en de maliënkolder van Claude, het harnas en de zwaarden van Risha, de khatars van Chang, de soulsteel powerbow zijn op weg naar de haven omdat er hier geen kopers voor zijn. De spullen hebben een grote voorsprong opgelopen in de afgelopen drie maanden. Claude stelt voor om het op te geven. Maar Chang en Risha willen het er niet bij laten zitten. Chang ziet een bekende de gelagzaal binnen komen. Phantom Marshley. Hij roept hem aan tafel. Morgen is het markt en de tovenaar wilde er wat dingen kopen.
Gwan kijkt in zijn kristallen bol. Hij ziet een schip op weg naar Euboia, een stad aan de overkant van de zee. Voor deze ene keer wil Phantom ons wel helpen. Hij vindt het lullig en ziet in dat we zonder deze uitrusting weinig kunnen doen. Als we er achteraan gaan, gaat dat wel een paar weken duren. Risha zegt dat het huwelijk dan maar moet worden uitgesteld en dat Chantal zijn regentes mag zijn. Phantom zal het doorgeven. Hij geeft ons een brandstofcel met genoeg energie voor de heen- en de terugreis. In de haven kunnen we een schip huren waarmee we de heler kunnen inhalen.
4-iv-1
Op de markt koopt Risha twee zwaarden voor zichzelf, voor Claude twee sai, een paar tijgerklauwen en een boemerang, voor Chang ook tijgerklauwen en een boemerang en voor Gwan een extra grote maliënkolder, een boog en een zwaard. Phantom zal er voor zorgen dat het verrekend wordt met de schatkist.

Dan springen we weer op onze paarden. Het is vijf dagen naar Sheela Na Gig. Risha gaat het schaapsscheerdersfestival en de pelgrimage naar Archet missen. Dat vindt hij niet erg. Schaapscheren is saai en de pelgimage gaat toch alleen maar over Chantal. Het voordeel van dat zij alle feestelijkheden doet is dat zij lokaal is en de mensen haar graag als koningin zien, terwijl Risha een van de oude shintasta overheersers is. Een nadeel is wel, dat spionnen aan de buurlanden zullen melden dat wij er niet zijn.
9-iv-1
Sheela Na Gig is een ruige stad midden in het moeras. Ze spreken er een ander dialect dan wij. We kunnen met een karavaan mee naar de haven. Die ligt een eind buiten de stad, er is maar één smalle begaanbare weg naartoe, dwars door het moeras heen. ’s Avonds komen we aan. Houten huizen op palen, dito pakhuizen en een steiger. Nu liggen er alleen vissersboten aangemeerd. Op de rede liggen nog meer scheepjes. In de herberg horen we dat er over drie dagen een groot schip zal aanmeren. Risha wil een scheepje huren, maar Claude houdt hem tegen. In de avondschemer loopt Claude over het water naar de schepen op de rede en steelt er eentje. Chang brandt wierook om zijn voorvaderen voor te bereiden op zijn komst. Gelukkig weet Gwan hoe de siderial brandstofcel geplaatst moet worden en het schip is nu zeven keer zo snel. Claude kan (een beetje) zeilen en hij kent de Main Sailing Route via Albion. Onderweg kunnen we vis vangen. Maar drinkwater was Claude even vergeten. We hopen de heler vóór de haven van Albion ingehaald te hebben.
3 xp
The RoSE – sessie 16
The ROSE sessie 16 – 26 april 2012
(De solars hebben hun doel bereikt, we keren nu terug naar de Heilige Berg voor de belevenissen van onze lunars.)
Tawuz en Wijsheid sturen een jaden ibis naar hun familie in An Teng om ze te waarschuwen voor de oorlogsvloot van het Rijk. Neef Wijsheid heeft alweer een nieuwe tatoeage: in groene jaden ‘clawspeak’-krullen staat er op zijn arm: “Deze staat onder bescherming van de oudsten van het Zilveren Pact“. Tawuz neemt afscheid van hem en dan vertrekt Wijsheid om bij White Owl in de leer te gaan als sorceror.
Bull of the North biedt ons aan dat we mee kunnen vliegen met zijn luchtschip. Onderweg krijgen we informatie over de bendieten. Handelskaravanen worden aangevallen, kuddes en prooidieren worden vergiftigd, dorpjes en boerenhofsteden worden aangevallen en verwoest, de oogst wordt op de velden verbrand. En daarbovenop zijn de faeries ook actief. Deze bovennatuurlijke dreiging is zó groot dat Bull en de Noordelijke lunars daar al hun aandacht op moeten richten. De ‘normale’ dreiging, daar zijn wij voor ingehuurd.
De reis duurt best lang, maar verloopt zonder incidenten. We landen bij Whitewall.
De stad zit vol met vluchtelingen en er wordt honger geleden. De Bull en zijn lunars stappen uit. Eén van de lunars verandert zich in een eland, Bull springt op haar rug en weg zijn ze. De bemanning van het luchtschip vraagt of we verder mee willen vliegen of dat we op eigen gelegenheid doorreizen. We kiezen voor het laatste. Tawuz en Mei Lan zijn de warmte van An Teng gewend en moeten winterkleding aanschaffen. Eye of Autumn regelt een lange bontmantel voor zichzelf. His vraagt of de bemanning een warme jas over hebben. “Nee, maar die zijn niet duur in de stad.”
Warme kleren zijn inderdaad goedkoop. Winkeliers zijn allang blij met betalende klandizie. Het nieuws is niet goed: De problemen beperken zich niet meer tot Whitewall. In Gethamane heeft het bloed geregend, aan de zuidkust is de oogst vernietigd door hagelstormen, in Kunduz regende het basaltblokken (dat laatste is nieuw). Het hele continent wordt getroffen, maar het epicentrum van de plaag is wel in deze streek, hier begon het ook.
We besluiten te onderzoeken wat de oorzaak van de problemen zou kunnen zijn. Een aantal van de voorvallen klinkt als tovenarij of demonische invloeden. Mei Lan vraagt of er een tovenaar in de stad is. “Nee, maar in Wallport is een dragonblooded aanwezigheid, daar zitten vast wel tovenaars bij.”
Tawuz gaat op zoek naar sporen van lunar aanwezigheid. Die zijn er niet. Echt xe0lle lunars vechten mee tegen de fearies. We vragen en luisteren verder. Er lijkt een patroon in de plunderingen te zitten: een grove uitdijende spiraal wijst erop dat er een bende in de dorpen zit die de gestolen waar verzamelt alvorens de boel in brand te steken. Met hulp van handelaars die recent nieuws kennen, plotten we de aanvallen. We komen er op uit dat de volgende serie aanvallen in de buurt van het stadje Ikh Bayan zou kunnen zijn. Dat is wel een eind reizen. Als vogels kunnen we er snel zijn, maar Lei Lan heeft geen vogelvorm.
We verlaten de stad en de Sacred Hunt begint. Eye heeft wel al een vogelvorm, maar ze wil er graag een Noordelijk dier bij. Ze kiest voor een Sneeuwwezel. Mei Lan kiest de Shard Bat. Die blijken allebei groter dan verwacht. De wezel is een meter of drie lang en de vleermuis heeft een vleugelspanne van twee meter. Tawuz en His gaan gewoon op jacht, maar de omgeving is grotendeels leeg vanwege de hongersnood. Tawuz heeft geen succes, His komt met één konijn.
His bekijkt de stad met zijn derde (groene) oog. Er wonen meerdere goden ín de stad. Maar de god vxe0n de stad is de Unconquered Sun. Ook wonen er diverse tovenaars. En vele ghost- en faery-blooded. Als hij langer kijkt ziet hij dat de hele stad een First Age mechanisme is, met bewegende straten en wijken. Het mechanisme is stuk, maar het blijft een magische, goed ontworpen stad. Tawuz realiseert zich dat ze wel naar lunars, maar niet naar solars heeft gezocht. Ook is er een groot shadowland ten Zuidoosten van de stad en er liggen aardig wat wyld zones in de buurt.
We gaan op reis. Onderweg zien we veel verwoeste landerijen. De akkers die niet platgebrand zijn, hebben vorstschade. We strijken neer bij Ikh Bayan en leggen daar ons oor te luisteren. De meeste boeren blijken hun hoeves te hebben verlaten, maar er is één yarl die weigert weg te gaan. Hij heeft godenbloed.
Dat is dus een goede kandidaat. Gaan we als mens of in diervorm? Tawuz wil als kat in de omgeving rondsnuffelen. De rest neemt weer mensvorm aan. His is vermomd als lokaal type. Tawuz verkent en ontdekt dat het complex van gebouwen is waar een clan woont.
Mei Lan, Eye of Autum en His melden zich. Een groepje boerenknechten komt met hooivorken op ze af. His stelt zich voor als Harold en vraagt of ze mogen overnachten. Ja dat mag, als ze eerst de hooivork aanraken (koud-gesmeed ijzer). De leider heet ze welkom op Karelsheim. Hij is de zoon van Karel. Die is gaan jagen. Binnen is de hele grote hal versierd met houtsnijwerk. Eén ornament blijkt in clawspeak te zijn en dat beschrijft de genealogie van de familie. Ze blijken af te stammen van een solar en een lunar. Half-caste en met lunars die op ze letten!
De grote zaal is 8 x 20 meter, met in het midden drie vuren. Op een verhoging achterin zitten zijn moeder, grootmoeder en zusters te spinnen (behalve oma, haar handen zijn te gekromd). Eye of Autumn begroet de grootmoeder het eerst en noemt haar ‘dochter van x85 (enkele namen uit de genealogie)’.. Moeder is minder toeschietelijk dan haar zoon, totdat die vertelt dat de gasten zijn gexefnteresseerd in de familiehistorie. Ze opent een kast, daar staan tientallen boeken van wel een decimeter dik. Behalve de familie is er niemand, het personeel is naar de stad getrokken. Maar dit is een bezit om voor thuis te blijven: de sagen van de familie, ze gaan wel 2000 jaar terug tot de stichting van Karelsheim. We mogen ze inzien. In het eerste deel staat hoe de voorouders zijn gevallen bij de aanval op Whitewall tijdens de usurpatie, de stamvader en –moeder woonden daar al enkele eeuwen. Hun kinderen hebben de stad weten te ontvluchten via ondergrondse gangen. De familie is nooit meer teruggekeerd naar Whitewall. Er staat beschreven dat dit de enige stad was waar de dragonblooded hun solar en lunar meesters hebben verdedigd. Dus de siderials hebben zelf hun vuile werk moeten opknappen. En ten Zuidoosten van de stad hebben de siderials een groot concentratiekamp gevestigd voor alle solar halfbloods, lunar beastmen en alle intelligente wezens die de door de exalts gemaakt waren. Dit doodskamp werd later een shadowland, één van de eerste. In Whitewall zitten nu vreemde goden: die van geluk, gezondheid en vrede. Mei Lan merk op dat nu alledrie ontbreken.
De bezoekers krijgen de gastvrijheid aangeboden. Helaas is het meeste vlees inmiddels wel op, maar de gasten bezweren dat dat niet erg is. EoA bekijkt of de hoeve te verdedigen is. Het ziet er goed uit. De toegang is in principe door één man te verdedigen. Het rookgat is wel een zwak punt. En de hal is natuurlijk brandbaar. Hij gaat een frisse neus halen en overlegt met Tawuz, die de omgeving heeft verkend. Tawuz gaat als kat op het dak zitten om het rookgat te bewaken. Als iedereen naar bed gaat, gaat His in slang vorm op een balk liggen. Mei Lan past op de familie en EoA let op de deur.
Tawuz ziet 20 man op de hoeve afkomen. Acht met een stormram bij de deur en tien klimmen met ladders op het dak. Stilletjes verwijderen ze het rooster in het rookgat en laten ze touwen zakken. His verandert in Beastman vorm en slaat de touwen door waar mannen langs naar beneden klimmen. Eén valt te pletter, twee zijn gewond en één heeft niets. Ze landen in het nagloeiende vuur, maar daar zijn ze op gekleed, met stevige laarzen en leren broeken. EoA valt aan, ook als beastman, en doodt de drie die nog staan. Ze bijt één hoofd finaal af en gooit het door een raam naar buiten. Mei Lan waarschuwt de familie. Die zet grote ogen op als ze zien wat er gebeurt. De zoon rent naar voren om de deur te openen. De zes overvallers die nog op het dak zitten, hebben door dat er weerstand wordt geboden. Eentje schiet naar His, maar mist. Die slingert zich omhoog.
Bij de eerstvolgende bonk schieten acht man met stormram naar binnen. Zoon gooit een hooivork, maar mist. Dan pakt hij zijn zwaard. Buiten staat de leider nog, met een vuurkorf en een hulpje. Tawuz springt op hem af in beastman vorm. De leider blijft dapper staan, zijn hulpje ook, maar die gaat wel wat achter hem staan. Tawuz heeft de daiklave van Quicksand Skipper. Daar is hij op afgestemd, dus hij kan vier keer slaan. Drie slagen raken, maar het is een taaie rakker in een goed harnas, de wonden zijn oppervlakkig. De twee weten Tawuz niet te raken.

His valt de mannen op het dak aan. Met twee zwaardhouwen doodt hij al twee man, de derde verwondt hij met een beet. De tegenaanvallen weert hij af of ze missen. Eye springt op de stormram en glijdt naar voren. Met Shalgeroxb4s Pride, in de vorm van twee armmessen, snijdt ze in op de mannen die de ram vasthebben. Drie mannen zijn op slag dood. Mei Lan is intussen als shardbat naar de voorkant gevlogen en valt de bestormers van achteren aan. Ze doodt er ook twee. De overblijvende drie laten de stormram vallen. Eén rent gillend weg, de andere twee trekken hun zwaarden. Eentje raakt Eye en verwondt haar licht.
Tawuz slaat het hulpje van de hoofdman met één klap bewusteloos met het plat van zijn daiklave. Met nog eens twee klappen gaat de hoofdman neer. Hij stabiliseert ze en bindt ze vast.
His doodt drie mannen, de vierde vlucht. Daar gaat hij achteraan. Eye doodt een van de twee achtergebleven krijgers en de zoon des huizes steekt de andere overhoop. Mei Lan gaat achter de vluchtende man aan en doodt die ook.
Tawuz verandert in mensengedaante en draagt zijn gevangenen naar binnen. Hij stelt zich voor aan de zoon. Die is heel vereerd. Hij vertelt dat het de zegen van het huis isxb1 als de nood het hoogst is, komen de shapeshifters helpen. EoA zegt dat het toeval is, maar daar wil hij niet aan. Daarna gaat EoA de gevangenen onderzoeken. De leider zit onder de tatoeages. ‘Zsofika rules’, die naam kent Mei Lan. Het is een demon. EoA bedenkt dat een demonenaanhanger niet onder de indruk zal zijn van zijn beastman vorm. Ook dreigen met martelen helpt niet.
“De Kite Flute zal me helpen!”
“Wie is dat?”
“Een aspect van mijn Jozi, zoek maar op wie dat is!”
Eye laat een druppel gesmolten metaal op zijn hoofd vallen.
“Adorjan!”
“Ah, the Soundless Wind. Waar zit ze?”
“Ik zeg niets meer, je mag me dood martelen.”
Het hulpje is geschrokken. Een demonen-aanhanger! Dat wist hij niet. Hij weet niet veel, alleen dat morgen het luchtschip de voorraden komt halen.
Na uren ondervragen laat de aanvoerder los dat het hoofdkwartier De Priorij heet en ligt in een ovale vallei in de buurt van Whitewall. De leider heet Ewon Rhime. De demon verschijnt bijna wekelijks. Ze offeren de gevangen kinderen en van hun botten worden fluiten gemaakt. Die hangen aan touwen van mensenhaar zodat de wind erdoorheen kan blazen.Het valt hem eigenlijk tegen dat de demones hem niet komt halen.
Eye of Autumn wil hem de genadeslag geven – de pijnlijke ondervraging staat haar tegen. Maar His neemt het over. Hij wil het hartebloed van de bandietenleider drinken om diens vorm aan te kunnen nemen. De sacred hunt duurt een paar uur. Intussen is het dag geworden. His begraaft het lichaam en houdt de kleren en het harnas, een bronzen borstkuras met arm en beenplaten. Het hulpje wordt ook gedood.
Intussen is iedereen wakker. De familie is nog steeds onder de indruk. Dit gaat worden bijgeschreven in de sagen. Ze zijn in tweeduizend jaar twee maal eerder gered door shapeshifters.
EoA reageert zich af door de lijken te onthoofden en deze op spiezen te zetten.
5 Xp



