Port Ghalib

Cities_image_port_ghalib_1889227
Ik ben een week naar de Rode Zee geweest om te duiken. Het was heerlijk, vier duiken per dag gemaakt en prachtige dieren gezien. Haaien, dolfijnen, schildpadden en ook heel kleine pyamaslakjes. Fantastisch!

Maar daar wil ik het nu even niet over hebben. Wat mij tijdens deze reis het meeste opviel was hoe weinig mensen er op dit moment naar Egypte gaan. Het begon eigenlijk al aan boord van het vliegtuig. Dat zat maar voor twee derde vol.

En toen we na de week op zee aanlegden in de haven van Port Ghalib werd het heel duidelijk. Wij waren het enige schip in de haven. Op de kade stonden een politieagent en de man van de Caltex pomp. Na een uur kwam er een vrachtwagentje aangereden met nieuwe voorraden voor ons schip. En even later nog een pickup truckje helemaal vol met van die plastic vijf-gallon vaten drinkwater.

"Hee kijk! Een toerist!"

Een man van een jaar of zestig in korte broek en zonnebril slentert over de zonovergoten kade.

Rond het middaguur zijn we met een man of vijftien het plaatsje ingegaan. Iemand heeft daar echt zijn best op gedaan om er een 1001-nacht sprookje van te maken. De huizen lijken weggelopen uit Hollywood. Je verwacht ieder moment Indiana Jones door een raam te zien springen. De hotels zijn orientaalse paleizen. Er zijn kanalen en venetiaanse bruggetjes. Alles is even groen. En uitgestorven. De soukh heeft nog enkele wanhopige winkeliers die zelfs de moed niet meer op durven te brengen om de paar toeristen af te zetten. De vraagprijs is vaak al een derde van waar je na een half uur onderhandelen in Cairo op uit zou zijn gekomen. Ze zijn zelfs al blij als je alleen maar een praatje wilt maken! Een aantal van de winkeltjes staat al leeg. En de huizen ook.

"Waar blijven jullie allemaal?" vraagt een jongen op een pleintje aan me Hij snapt het niet. "Er zijn wat ruzies in Cairo. Maar dat is duizend kilometer verderop, hier is het toch rustig?" De westerse media krijgen er de schuld van dat die alles buiten proportie opblazen.

We kwamen de bedrijfsleidster van het Intercontinental Hotel tegen. Een hele vriendelijke dame. Daar hebben we een rondleiding van gekregen door het enorme hotel. Meer dan drienonderd kamers, extreem luxueus, met een eigen binnenzee, een heel grote kinderopvang, een privestrand en prachtige tuinen. Ze hadden op dat moment maar tien betalende gasten op vijftig man personeel. En de eigenaar is vorige maand overleden.

Er heerst een stille wanhoop. Port Ghalib was een droom, die sinds de Egyptische lente aan het veranderen is in een nachtmerrie.

Center 42 – deel 4

[uw kronikeur was afwezig in verband met vakantie in de Rode Zee. Dit verslag komt van de speler van Kayleigh. Waarvoor dank en hulde!]

Kayleigh stelt voor om een sterretjesbom te maken en die onder de chimera te manouvreren. Maar dat werkt natuurlijk alleen als die niet helemaal chimerisch is. Ridder Rick moet helaas naar huis, want hij heeft nog steeds huisarrest. Hij wil wel het houten zwaard uitlenen. In het hoofdkwartier komen we Soothsprite tegen. Die beweert dat Ricks ridderschap een carnavalstitel is die hij heeft gekregen op een unseelie court. Het is er drukker dan anders, het is een komen en gaan. Zelfs Freggle zien we even, maar die komt niet binnen. Lala komt binnen met twee childling pooka, Dille en Raven. Zij is 7, hij is 11. Gelukkig gaan ze na een minuut of tien op jacht. Even later komt en een honden-pooka met een trol binnen. Een gespierde vrouw. Ze zijn allebei unseelie. Zij schijnt van het hof van Lafayette te zijn. Ze herkent Soothsprite, maar is verder niet geinteresseerd.

Igor zit er een beetje mee dat hij als eerste van de chimera droomde. Is er verband met de suggestie "Dump de redcap" van Soothsprite aan Roderik? Willem heeft Igor, met zijn bijl, er liever bij, "Tenzij je niet durft natuurlijk…" Nu wordt Igor boos. Na een paar hints steekt hij zijn bijl weer weg.

Roderik vraagt aan de barones of hij een wapen kan lenene. Maar zo werkt het niet bij heroische queestes. Wilem en Kayleigh proberen Rick's zwaard aan elkaar te geven; uiteindelijk overtuigt Willem haar dat hij er ècht niks mee kan. Roderik wil weg. Hij heeft een plan om een ècht, een krachtig wapen te bekomen uit de bloemenstal van Freggle. Er is volgens hem een aardige kans dat die niet thuis is. Kayleigh laat hem beloven om het ding achteraf weer terug te geven.

We lopen langs het stalletje. Er staat een Leidenaar te verkopen, binnen staat Freggle achter de kassa. Eén oud mensje heeft nadat ze bloemen heeft gekocht opeens een paarsig aura. Kayleigh gaat toch maar ingredienten voor een sterretjesbom kopen. Willem haalt gereedschap om de stoplichten te manipuleren.

Om half zes sluit de bloemenstal en gaat Freggle weg. Willem en Igor gaan op de uiitkijk staan terwijl Roderick het slot open peutert. Zodra hij de deur open doet, krijgt hij een klap van een liaan. Gelukkig heeft hij zijn harnas aan. Hij en Kayleigh sluipen naar binnen. Het luik zit ook op slot. Dit slot is beter en terwijl Roderik er mee bezig is, slaat er een liaan om hem heen. Hij houdt vol enb het slot springt open. Kayleigh probeert de liaan los te snijden, maar dat lukt niet en Roderik wordt heen en weer gesleept. Grijnzend komt Igor helpen. Een andere liaan probeert Kayleigh te grijpen. Igos snijdt Roderik los, die met een doffe bons op de grond valt. Hij glipt snel door het kelderluik. Kayleigh worstelt zich alleen maar vaster, maar Igor snijd ook haar met een haal los. In de kelderruimte vindt Roderik nog een luik, dat ook op slot zit. Maar ook dit krijgt hij open. In de ruimte er onder ligt een boek. Het is gemaakt van een vreemd soort belittekend zwart leer. Scherer grimoire

Willem ziet Freggle aankomen en stuurt ons een sms-je. Hij knoopt een praatje aan door zijn excuses aan te bieden. Freggle besteedt er zeker een kwartier aan om hem gelijk te geven. Intussen kunnen de anderen ongemerkt weg komen. We klimmen op het bruggenhoofd aan het einde van de Singel. Roderik en Igor merken dat het boek hun unseelie legacy versterkt. In de verte horen we getier en geraas. We springen op de eerste de beste bus die van het centrum vandaan gaat.

Willem kijkt in het boek. Het staat vol met mensennamen, de meest recente van vandaag. Kayleigh roept: "De vloek!" Igor wil het direct teruggeven, maar Roderik zegt dat we het nodig hebben omdat hij in zijn droom dubbele glamour nodig had om het monster te verslaan. Bij de Klikspaanweg stappen we uit en we verkennen het Bio Science Park. Maar het is een erg vervelende omgeving, dus we zoeken een weiland op. Kayleigh heeft honger en plukt paardebloemen om te eten. Willem kijkt alvast of hij het stoplicht kan bedienen. Dat lukt. Roderik oefent op het aftappen van glamour via het boek.

Om 2 uur zitten we in hinderlaag. We horen "Kedoef kedoef". Hij komt er aan. Willem doet de óakenshield'-cantrip op ons. Dat werkt wel, we krijgen er meer helath-levels door dan normaal, maar hij is in één klap door zijn glamour heen. Daar gaan zijn principes: hij reikt naar het boek. De chimera komt de hoek om. Hij blijkt helemaal chimerisch te zijn, dus Kayleig zet de vuurwerkbom opzij. Volgens Roderik is er wel een link met een fysieke component ergens anders. Willem zet het stoplicht op rood en de chimera stopt. Hij eemt de hele breedte van de weg in beslag. Grote bulldogpoten, een grote bek met tanden, en hoorns. Hij straalt van de banaliteit, zó hard dat het ons pijn doet. Alsof je met ijspegels geprikt wordt. We willen hier weg! "Maar," zegt Roderik, "als we niets doen, dan wordt de hele wereld zo." Chitin_stag_by_gunnerromantic-d3biuo6

Igor stapt voor de chimera de weg op: "Jij gaat zó dood!"
Maar hij moet zchzelf er wel voor overwinnen.
Willem zuigt glamour op via het boek, hij voelt zichzelf daarbij plezierig egoistisch en gemeen. Eindelijk niet lief, aardig en behulpzaam. Wat een bevrijding!
Het beest ziet ons, en alleen dat al besmet ons met zijn banaliteit. Roderik versnelt zichzelf en Igor, maar het monster is nog steeds sneller. Hij neemt Igor op de hoorns en smakt hem op het asfalt achter zich. "Auw!"
Roderik neemt glamour uit het boek en gooit dat naar het beest, maar die absorbeert het gewoon. Het heeft zelf glamour en is zelfs een cantrip aan het voorbereiden. Kayleigh probeert tusssen het pantser van zijn achterpoten te prikken. Het lukt bijna. Igor krabbelt weer op en valt weer aan. Dit keer maakt hij een gaatje in het harnas. Het beest snuift minachtend. Willem doet een 'Holly strike', de omgekeerde versie van een genezing. Dat maakt de wond iets groter. Igor en Roderik slaan opnieuw maar komen niet door het pantser heen. Dan doet de chimera een cantrip op zichzelf, die Willem herkent als Oakenshield. Het beest blaast een wolk naar ons. Roderik valt als een blok in slaap, de rest van ons weet wakker te blijven. Dan doet Kayleigh een gimmix en ze schopt een stoeprand de lucht in. Die komt met een tevredenstellende dreun op de nek van de chimera, maar ketst af op het harnas. Igor slaat er weer een schub af. Willem rent, met het boek onder de arm, naar Roderik en creëert met eldritch prime een plens water in zijn gezicht. Sputterend wordt hij wakker terwijl Igor nog eens zonder effect slaat.

De chimera chargeert. Kayleig duikt weg; Roderik rolt tussen de poten door; Igor ontwijkt hem ook; maar Wilolem laat zich op de hoorns nemen. Hij maakt van de gelegenheid gebruik om een hoorn los te wrikken met zijn multitool. Met ongezond plezier wrikt hij het in de spleet. Het werkt nog niet helemaal, maar het beest vindt het duidelijk niet leuk. Igor slaat weer, zonder effect. Maar Roderik doet een Fuddle, waardoor de chimera overal stopborden ziet. Verward blijft hij bewegingloos staan. Intussen versnelt Roderik ook Willem en zichzelf. We grijpen onze kans en slaan toe. Voorlopig nog zonder succes. Roderik geeft Igor ene kontje, met Hopscotch, zodat die op de rug van het beest terechtkomt. Intussen slaat Kayleigh eindelijk eens raak.

Willem geeft de goblin in zich de vrije
loop – maar zonder succes. Roderik verandert een paar borden zodat ze aangeven dat chemisch transport niet is toegestaan. De chimera voelt zich niet aangesproken. OIgor verandert van strategie en neemt een hap uit de staart. De chimera probeert naar hem te happen en begint rondjes te draaien, maar heeft daar zelf meer last van dan Igor. Roderik verandert de borden weer, zodat ze tegenstrrijdige bevelen geven. Maar de chimera heeft inmiddels wel wat anders aan zijn kop: Igor neemt nog een hap en Wilklem vererget de schade met Holly Strike. Kayleigh blijft misslaan. Willem wrikt weer door met de multitool, maar hij krijgt de hoorn niet los. Roderik Hopscotcht ook de rug op, met het zwaard gericht op de bijtwond en Igor neemt een nog grotere hap. Dit doet echt structurele schade. Het beest jankt en probeert terug te rennen naar het Gorlaeus. Maar dat gaat slecht met een aangevreten achterlijf. Hij probeert ons nog eens in slaap te brengen, maar dat lkukt niet.

Roderik staat goed gepositioneert. Toch slaat hij mis. Kayleigh grist de vuurwerkbom meer en slaat naar de achillespees, maar mist weer. Willem heeft eindelijk een beginnend gaatje bij de hoorn. Tegelijkertijd heeft Igor de ruggengraat bereikt. Er klinkt een akelig gekraak en de chimera zakt dood in elkaar. Met een vies gezicht spuugt Igor de laatste hap uit. Het beest was duidelijk niet lekker.Dan pas lukt het Willem om de hoorn los te wrikken.

We herinneren dat er nog een fysieke connectie was en kijken om ons heen.

Port Ghalib

Cities_image_port_ghalib_1889227
Ik ben een week naar de Rode Zee geweest om te duiken. Het was heerlijk, vier duiken per dag gemaakt en prachtige dieren gezien. Haaien, dolfijnen, schildpadden en ook heel kleine pyamaslakjes. Fantastisch!

Maar daar wil ik het nu even niet over hebben. Wat mij tijdens deze reis het meeste opviel was hoe weinig mensen er op dit moment naar Egypte gaan. Het begon eigenlijk al aan boord van het vliegtuig. Dat zat maar voor twee derde vol.

En toen we na de week op zee aanlegden in de haven van Port Ghalib werd het heel duidelijk. Wij waren het enige schip in de haven. Op de kade stonden een politieagent en de man van de Caltex pomp. Na een uur kwam er een vrachtwagentje aangereden met nieuwe voorraden voor ons schip. En even later nog een pickup truckje helemaal vol met van die plastic vijf-gallon vaten drinkwater.

Hee kijk! Een toerist!

Een man van een jaar of zestig in korte broek en zonnebril slentert over de zonovergoten kade.

Rond het middaguur zijn we met een man of vijftien het plaatsje ingegaan. Iemand heeft daar echt zijn best op gedaan om er een 1001-nacht sprookje van te maken. De huizen lijken weggelopen uit Hollywood. Je verwacht ieder moment Indiana Jones door een raam te zien springen. De hotels zijn orientaalse paleizen. Er zijn kanalen en venetiaanse bruggetjes. Alles is even groen. En uitgestorven. De soukh heeft nog enkele wanhopige winkeliers die zelfs de moed niet meer op durven te brengen om de paar toeristen af te zetten. De vraagprijs is vaak al een derde van waar je na een half uur onderhandelen in Cairo op uit zou zijn gekomen. Ze zijn zelfs al blij als je alleen maar een praatje wilt maken! Een aantal van de winkeltjes staat al leeg. En de huizen ook.

Waar blijven jullie allemaal?” vraagt een jongen op een pleintje aan me Hij snapt het niet. “Er zijn wat ruzies in Cairo. Maar dat is duizend kilometer verderop, hier is het toch rustig?” De westerse media krijgen er de schuld van dat die alles buiten proportie opblazen.

We kwamen de bedrijfsleidster van het Intercontinental Hotel tegen. Een hele vriendelijke dame. Daar hebben we een rondleiding van gekregen door het enorme hotel. Meer dan drienonderd kamers, extreem luxueus, met een eigen binnenzee, een heel grote kinderopvang, een privestrand en prachtige tuinen. Ze hadden op dat moment maar tien betalende gasten op vijftig man personeel. En de eigenaar is vorige maand overleden.

Er heerst een stille wanhoop. Port Ghalib was een droom, die sinds de Egyptische lente aan het veranderen is in een nachtmerrie.

Tanais – 9

De volgende dag is het dorpje bedrijvig als altijd. De welvaart en tevredenheid valt echt op. Chang gaat op zoek naar een genezer waar hij wat meer medische kennis op kan doen. Dat lukt wel. Risha heeft meer interesse op de taal Qartaans te leren, maar er is hier niemand die dat kan. Hem wordt verteld dat hij daarvoor beter naar Soul City kan gaan. En Gwan is benieuwd naar de plaatselijke kunstuitingen. Die zijn er niet in deze vallei. Alle voorwerpen zijn eenvoudig, degelijk en zonder versieringen. Voor cultuur moet je bij de priesters zijn, voorbij de poort naar de hogere gebieden.

TurbanOmstreeks 12 uur wordt Chang bij de poort naar het tweede niveau geroepen. Er zit een tulband op hem te wachten. Gewoontegetrouw stellen hogergeplaatsten zich niet voor, dus de priester komt meteen ter zake:
"Beste Chang, we kennen jou en je groepje nog niet lang genoeg om je echt te kunnen vertrouwen. Maar jullie vallen allemaal in positieve zin op. Vooral jij. We kunnen getalenteerde lieden altijd gebruiken want daarvan zijn er gewoon te weinig."
"Hoe kan ik mijn trouw bewijzen?" vraagt Chang.
"Het is tijd voor je tweede beproeving. Willen jullie promoveren naar het volgende niveau? Zo ja, krijgen jullie een uitdaging. Het is niet verplicht. Op dit niveau kunnen we ook bekwame lieden gebruiken. Ik zal open kaart spelen. De opdracht zal vervelend zijn, maar hij is jullie groep wel waardig. Normaal halen we mensen die als groep bij ons komen uit elkaar, maar jullie zijn een hoop talent bij mekaar. En een goed team is goud waard."
"Ik zal het ze voorleggen," zegt Chang.
"Dan spreken we om 4 uur hier weer af voor jullie antwoord."

Chang seint de rest van de groep in. Risha wil zijn volgelingen meenemen. De vijf jongelui zijn sinds Risha die ochtend afstand heeft gedaan van zijn goddelijke status aan hem gaan twijfelen. Maar na een bezielde speech is het heilig vuur weer terug. "Zum Befehl!" De alchemiste Strega is helemaal enthousiast, want hoger op de helling schijnt een meester-alchemist te wonen, waar ze graag bij in de leer wil. Dus op het afgesproken tijdstip staan de negen bij het wachtgebouw. De tulband is er al.
"Ga zitten."
Hij maakt gelukkig geen onderscheid tussen de solars en de volgelingen van Risha. Voor hem is Risha blijkbaar nog steeds de enige die bovennatuurlijke krachten heeft.
"De opdracht heeft een leuk en een minder leuk aspect. Het leuke is dat de behezarot met jullie mee gaat. We zullen jullie naar een open plek in het woud brengen waar de Wyld geen greep op heeft."
Hij rolt een kaart uit en wijst de strook bos aan die als een hoefijzer van het enorme Chetwood in het Oosten via het Noorden over Archet heen buigt en de smallere strook die in het Westen Zuidwaarts strekt tot de hoogte van Combe.
"Kijk, we proberen Archet en Combe af te snijden met een Wyld bos. Chetwood is veilig tegen de legers van Soul en Shintasta, omdat het Wyld is. Maar wij kunnen ook niet in de Wyld leven, dus we hebben een paar bruggenhoofden nodig. Gelukkig zijn er nog wat plekken van vroeger."
Hij wijst naar een paar open plekken ten Noorden van de toren van Phantom Marshley. Zijn vinger blijft rusten op de plek die het dichtste bij is.
"Jullie hebben twee taken. De eerste is de behezarot. Dat is een vrouwtje, die zal mannetjes aantrekken en die moeten jullie vangen. Daar willen we er zo veel mogelijk van hebben. De andere opdracht is om het gebied te claimen voor Eenoog. Het is nog niet geclaimd, maar we weten niet wat er op dit moment zit. Stel het veilig als bruggenhoofd. Daar staat een mooie beloning tegenover."
"Waar dienen die behezarot voor?" vraagt Risha.
"Van die dieren kan onze alchemist allerhande nuttige ingredixc3xabnten oogsten."
Strega kijkt blij.
00200022748_tns "Om een plek te zekeren, moet jullie symboliek overvloedig aanwezig zijn. Je zou bijvoorbeeld een vlag kunnen hijsen, maar het hoeft wat ons betreft niet zichtbaar te zijn vanuit de lucht. Wel kun je een oog in de omringende bomen kerven en zo."
Hij kijkt even of er nog vragen zijn en gaat dan verder.
"Geef maar een lijst met wat je allemaal nodig denkt te hebben, dan kunnen jullie morgenochtend vroeg weg. Je hebt zeven dagen de tijd. Om een indicatie te geven: als jullie drie beesten vangen, zou dat teleurstellend zijn. En ze kunnen niet echt vliegen. Ze hebben een onzichtbaar onderlijf dat permeabel of massief gemaakt kan worden."
Claude vraagt: "Hoe slim zijn ze?"
"Als een bovengemiddeld mens."
Chang wil weten hoe het zit met de slagkracht.
"Jullie krijgen ieder een verdovingsgeweer"
"Hoe komen we daar?" vraagt Risha.
"Wij brengen jullie en halen je een week later weer op."
Claude bestelt sloten en allerlei materiaal om vallen mee te maken. Risha vraagt om een goede boog en pijlen. Er worden voorraden en kampeerspullen op het lijstje gezet. Paarden zullen we niet nodig hebben.

De volgende ochtend staan we al heel vroeg klaar. Een groot en een klein zweefplatform komen aan. In de kleine zitten twee priesters. Een nerveuze knecht laadt onze spullen op het grote zweefvlot, dat met en kabel aan de kleine vastzit. De kooi met het beest is al aan boord. Gwan merkt dat deze vliegmachines wel heel mooi versierd zijn. We hoeven zelf niet te laden, omdat we de tweede proef gaan afleggen, zijn we het niveau van dienstverlening ontstegen. Als alles gereed is, mogen we op de grote schuit plaatsnemen en dan vertrekken we. We vliegen hoog boven een veelkleurig wervelend geheel, waar af en toe een boomtop bovenuit steekt. Na een half uur bereiken we het gebied waar de zon niet meer schijnt. Onder ons knettert en flitst de Wyld in alle kleuren van de regenboog.

Twaalf uur later daalt het vlot op een schemerig verlichte vlakte van zo'n 2,5 bij 3 km. De hemel is vol sterren en om ons heen zien we het chaotische licht van de Wyld. Twee nerveuze bedienden laden het vlot uit en de tulbanden geven ons wapens. Er is een geweer voor ieder van ons en er zijn dertig patronen met alchemistisch slaapgas. Rishaxc2xb4s nieuwe boog is een meesterwerkje en hij krijgt er soulsteel Bronze___Steel_Bracers_of_Protection armbracers bij.
"We komen over zeven dagen de vangst halen," zegt een van de tulbanden en dan stijgen ze weer op. Zodra de luchtvlotten weg zijn, horen we Chantal weer kermen in het noorderlicht.

In een natuurlijke kom zien we een soort kerkje met een waterput en een woonhuis staan. Vanaf het bouwwerk gaan paden drie kanten op. Zuidwest richting Archet, Noord richting de Sheeplands en pal West richting de andere grote open plek. Maar ze lopen dood waar de muur van Wyld-licht begint.
Claude en Gwan beginnen kooien te maken. Tot zijn verrassing ontdekt Claude dat het hang- en sluitwerk ook van het kostbare soulsteel is gemaakt.
Chang stelt een wachtschema op en zet Risha's mannen aan het werk om een basiskamnp te bouwen.
En Risha gaat op verkenning uit. Eerst bekijkt hij de waterput, maar
daar is niks wat de moeite waard is om over te rapporteren. Als Chang klaar s met organiseren komt hij Risha helpen. Samen gaan ze het grote kerkgebouw binnen. Het is een hoge zaal, met banken in een cirkelpatroon. In het midden is een groot zwart pentagram in een rode cirkel ingelegd in de vloer. 586
De trap van de toren is wormstekig en gammel. Risha weegt niet zo veel en hij is vrij behendig. Hij durft het wel aan. Maar Chang blijft beneden. De jonge prins geeft lopend commentaar. Op de eerste etage is een soort collegezaaltje met een schoolbord. Op de tweede treft hij een boekenkast en een lessenaar met een kristallen bol. Het eerste boek verpulvert zodra hij ht aanraakt. Dus hij gaat maar verder. De derde en hoogste etage is lopen naar de buitenlucht. Hier hangt een grote bronzen klok. Gezien de toestand van het houtwerk, besluit Risha maar niet toe te geven aan zijn impuls om de klok te luiden.
Op de terugweg wil hij de kristallen bol meenemen. Maar als hij het ding aanraakt is er een enorme elektrische ontlading en hij wordt achterover geslagen. Op mirakuleuze wijze blijft hij ongedeerd. Maar hij is wel enorm geschrokken.

Terug in het kamp vertellen ze wat ze hebben gevonden.
"Een pentagram, dat heeft iets met demonen te maken!" weet Gwan. Flumph_c150
Die nacht slapen we en we houden wacht. Er komt niets af op het klaaglijke geroep van de behezarot.

De volgende morgen gaan wer een soort eendenkooi maken voor de behezarot. Risha doet daar niet aan mee. Fysieke arbeid vindt hij beneden zijn stand en daarom is hij alvast met de tweede opdracht bezig. Uit hout snijdt een groot oog-symbool. Het verbaast hem zelf hoe gemakkelijk dat hem afgaat. Als het klaar is hangt hij het boven de deur van de kerk. Daarna gaat hij samen met Gwan ogen in de bomen aan de bosrand kerven. Eten, wachten, jagen en verkennen. De jacht levert niets op en er komen geen wezens op onze behezarot af. Aan het einde van de dag voert Risha het monster. Het beest blijkt alleen vlees te eten. Het is hem dankbaar, maar op deze manier gaan we wel snel door onze voorraad heen. De tweede nacht wordt er in tweetallen wacht gehouden. Maar er gebeurt weer niets.

De tweede en de derde dag komen er nog steeds geen beesten op onze behezarot af. In de nachten gebeurt er ook niks.De pastorie, zoals we het woonhuis hebben gedoopt, blijkt heel bouwvallig te zijn en niets van belang te bevatten. Onze vleesvoorraad is inmiddels op en het dier heeft honger. Claude heeft een jachthut gebouwd, maar jagen heeft geen zin, er is niets groters op deze vlakte dan duizendpoten. Gwan maakt een hengel en haakt daar een vette duizendpoot aan. Thumb2 Hij werpt uit in het licht van de Wyld en heeft meteen beet. Maar hij houdt het niet. Wat er aan de andere kant zit is groot en sterker dan hij. De hengel wordt naar binnen getrokken en krakend verslon- den. We hebben een stevigere hengel nodig. Dus  bouwt Claude een enorme werphengel met een staander en een tegengewicht. Althans dat was het plan. Tijdens het bouwen bedenkt hij dat het sterk lijkt op een trebuchet  en dat brengt hem op een idee. Hij verandert het ontwerp een beetje, zodat datgene wat aan de haak hangt niet de Wyld uitgetrokken wordt, maar een steen op zijn kop krijgt. Als hij uitwerpt hoort hij gelach en gegrom en iets wat "sst" fluistert. Beet! Het mechaniek gaat af en er suist een zware kei door de lucht. Als de steen het lichtgordijn raakt, horen we een luide 'Ploing!' en het projectiel komt met dezelfde snelheid op ons af.

Nog een paar keer hengelen levert niets meer op. Als er een paar grote uilenogen in het licht te zien zijn, schiet Risha er met zijn pijl en boog op en Claude gooit een mes. Het roept luid "Oehoe!" en verdwijnt achter het gordijn. En nu hebben we er genoeg van. We binden ons aan elkaar met een touw en gaan er achteraan. Het lichtscherm is moeiteloos te passeren en daarachter vinden we een mooi eikenbos. Maar de sterren zijn op een doek geschilderd. De uil zit in een boom en Risha schiet hem dood. "Oehoe. Nee … ! " Het beest was tam en kon praten. Maar nu gaat hij in de jagerstas.

Gwan kert oog-tekentjes in de bomen om ons pad te markeren. De derde boom kermt van de pijn. Het is een diep, laag geluid. Als hij omkijkt, ziet hij een meter of 50 achter ons een tribune met adelijke elfen die naar ons kijken. Als we er naar toe lopen, lijkt de tribune steeds op dezelfde afstand van ons te blijven. Net zoals het einde van een regenboog. Als Chang voorstelt om te wachten, verandert de grond onde ons in zwarte inkt. Op de tribune ontstaat rumoer. Men stoot elkaar verbaasd aan en pakt toneelkijkertjes. Sommigen zijn zelfs flink geschrokken. De duisternis wordt een soort muil die ons op probeert te slokken. Claude en Chang zijn op tijd weg, Gwan weet zich vast te grijpen aan een wittig uitsteeksel. Het lijkt wel de knaagtand van een reuzenkonijn! Maar Risha, die voorop liep, bungelt aan het touw in de opengesperde muil boven de huig.
`Hap!`
Met een enorme inspanning werpt Gwan zich uit de bek van het monster. Het touw wordt doorgesneden en Risha valt in de diepte. De grond sluit zich. Claude gooit een zwerm dolken tegen de grond en Chang slaat ook op de grond. Er welt bloed omhoog. Maar dan staan ze op gewone bosgrond. Gwan steekt zijn zilveren zwaard in de grond en er gebeurt niets.
"We moeten eten hebben voor het beest," roept Claude naar de tribune. 4363374743_9a427054b2
Ze komen niet dichterbij. Maar er staat hier een boom met een oog er in gekerfd. We zijn vlak bij is de open plek.

Risha valt door de duisternis en komt op een koude stenen vloer terecht. In het licht van het kasteteken op zijn voorhoofd ziet hij dat hij in een wijnkelder ligt. Hij tovert zijn harnas aan en trekt zijn zwaarden. Dan loopt hij voorzichtig de trap op. Boven aangekomen staat hij tot zijn verbazing in de vervallen pastorie. Hij ziet zijn groepje bij de bosrand en loopt er op af.
"Hoi, ik ben er weer."
Dat avontuur is goed afgelopen. Maar wat een vreemde plek is de Wyld.

We voeren de uil aan de behezarot. Het is niet genoeg om de honger te stillen, maar ze kan er weer eventjes op voort. En dan valt Gwan iets op: Het is helemaal geen vrouwtje! Het is een mannetje en zijn geloei houdt de andere dieren juist op een afstand. Vandaar dat we niks vangen!

Claude heeft een theorie. Hij gaat er van uit dat ze ons niet meer zullen komen ophalen. Wij zijn een outpost. En hier kunnen wij geen kwaad.
"Maar waarom hebben we dan zulke dure dingen van soulsteel meegekregen?
"Ze hadden ons niet meegekregen als wij hun niet vertrouwden. Maar als de spullen van zo'n goede kwaliteit zijn, dan vertrouwen wij er wel op dat ze ons weer terug zullen halen. Alleen soulsteel is hier niet zo veel waard. tegen de Wyld moet je koud ijzer gebruiken. En ik heb maar xc3xa9xc3xa9n goedkoop ijzeren werpmesje, al de rest is van hoogwaardig staal. Waarschijnlijk vonden ze Risha toch een te grote bedreiging."
"Dan moeten we proberen om t
och een stuk of tien behezarot te vangen en die daar zelf af te leveren als ze inderdaad niet komen.
"

Tanais – 9

De volgende dag is het dorpje bedrijvig als altijd. De welvaart en tevredenheid valt echt op. Chang gaat op zoek naar een genezer waar hij wat meer medische kennis op kan doen. Dat lukt wel. Risha heeft meer interesse op de taal Qartaans te leren, maar er is hier niemand die dat kan. Hem wordt verteld dat hij daarvoor beter naar Soul City kan gaan. En Gwan is benieuwd naar de plaatselijke kunstuitingen. Die zijn er niet in deze vallei. Alle voorwerpen zijn eenvoudig, degelijk en zonder versieringen. Voor cultuur moet je bij de priesters zijn, voorbij de poort naar de hogere gebieden.

TurbanOmstreeks 12 uur wordt Chang bij de poort naar het tweede niveau geroepen. Er zit een tulband op hem te wachten. Gewoontegetrouw stellen hogergeplaatsten zich niet voor, dus de priester komt meteen ter zake:
Beste Chang, we kennen jou en je groepje nog niet lang genoeg om je echt te kunnen vertrouwen. Maar jullie vallen allemaal in positieve zin op. Vooral jij. We kunnen getalenteerde lieden altijd gebruiken want daarvan zijn er gewoon te weinig.
Hoe kan ik mijn trouw bewijzen?” vraagt Chang.
Het is tijd voor je tweede beproeving. Willen jullie promoveren naar het volgende niveau? Zo ja, krijgen jullie een uitdaging. Het is niet verplicht. Op dit niveau kunnen we ook bekwame lieden gebruiken. Ik zal open kaart spelen. De opdracht zal vervelend zijn, maar hij is jullie groep wel waardig. Normaal halen we mensen die als groep bij ons komen uit elkaar, maar jullie zijn een hoop talent bij mekaar. En een goed team is goud waard.
Ik zal het ze voorleggen,” zegt Chang.
Dan spreken we om 4 uur hier weer af voor jullie antwoord.

Chang seint de rest van de groep in. Risha wil zijn volgelingen meenemen. De vijf jongelui zijn sinds Risha die ochtend afstand heeft gedaan van zijn goddelijke status aan hem gaan twijfelen. Maar na een bezielde speech is het heilig vuur weer terug. “Zum Befehl!” De alchemiste Strega is helemaal enthousiast, want hoger op de helling schijnt een meester-alchemist te wonen, waar ze graag bij in de leer wil. Dus op het afgesproken tijdstip staan de negen bij het wachtgebouw. De tulband is er al.
Ga zitten.
Hij maakt gelukkig geen onderscheid tussen de solars en de volgelingen van Risha. Voor hem is Risha blijkbaar nog steeds de enige die bovennatuurlijke krachten heeft.
De opdracht heeft een leuk en een minder leuk aspect. Het leuke is dat de behezarot met jullie mee gaat. We zullen jullie naar een open plek in het woud brengen waar de Wyld geen greep op heeft.
Hij rolt een kaart uit en wijst de strook bos aan die als een hoefijzer van het enorme Chetwood in het Oosten via het Noorden over Archet heen buigt en de smallere strook die in het Westen Zuidwaarts strekt tot de hoogte van Combe.
Kijk, we proberen Archet en Combe af te snijden met een Wyld bos. Chetwood is veilig tegen de legers van Soul en Shintasta, omdat het Wyld is. Maar wij kunnen ook niet in de Wyld leven, dus we hebben een paar bruggenhoofden nodig. Gelukkig zijn er nog wat plekken van vroeger.
Hij wijst naar een paar open plekken ten Noorden van de toren van Phantom Marshley. Zijn vinger blijft rusten op de plek die het dichtste bij is.
Jullie hebben twee taken. De eerste is de behezarot. Dat is een vrouwtje, die zal mannetjes aantrekken en die moeten jullie vangen. Daar willen we er zo veel mogelijk van hebben. De andere opdracht is om het gebied te claimen voor Eenoog. Het is nog niet geclaimd, maar we weten niet wat er op dit moment zit. Stel het veilig als bruggenhoofd. Daar staat een mooie beloning tegenover.
Waar dienen die behezarot voor?” vraagt Risha.
Van die dieren kan onze alchemist allerhande nuttige ingrediënten oogsten.
Strega kijkt blij.
00200022748_tnsOm een plek te zekeren, moet jullie symboliek overvloedig aanwezig zijn. Je zou bijvoorbeeld een vlag kunnen hijsen, maar het hoeft wat ons betreft niet zichtbaar te zijn vanuit de lucht. Wel kun je een oog in de omringende bomen kerven en zo.
Hij kijkt even of er nog vragen zijn en gaat dan verder.
Geef maar een lijst met wat je allemaal nodig denkt te hebben, dan kunnen jullie morgenochtend vroeg weg. Je hebt zeven dagen de tijd. Om een indicatie te geven: als jullie drie beesten vangen, zou dat teleurstellend zijn. En ze kunnen niet echt vliegen. Ze hebben een onzichtbaar onderlijf dat permeabel of massief gemaakt kan worden.
Claude vraagt: “Hoe slim zijn ze?
Als een bovengemiddeld mens.
Chang wil weten hoe het zit met de slagkracht.
Jullie krijgen ieder een verdovingsgeweer
Hoe komen we daar?” vraagt Risha.
Wij brengen jullie en halen je een week later weer op.
Claude bestelt sloten en allerlei materiaal om vallen mee te maken. Risha vraagt om een goede boog en pijlen. Er worden voorraden en kampeerspullen op het lijstje gezet. Paarden zullen we niet nodig hebben.

De volgende ochtend staan we al heel vroeg klaar. Een groot en een klein zweefplatform komen aan. In de kleine zitten twee priesters. Een nerveuze knecht laadt onze spullen op het grote zweefvlot, dat met en kabel aan de kleine vastzit. De kooi met het beest is al aan boord. Gwan merkt dat deze vliegmachines wel heel mooi versierd zijn. We hoeven zelf niet te laden, omdat we de tweede proef gaan afleggen, zijn we het niveau van dienstverlening ontstegen. Als alles gereed is, mogen we op de grote schuit plaatsnemen en dan vertrekken we. We vliegen hoog boven een veelkleurig wervelend geheel, waar af en toe een boomtop bovenuit steekt. Na een half uur bereiken we het gebied waar de zon niet meer schijnt. Onder ons knettert en flitst de Wyld in alle kleuren van de regenboog.

Twaalf uur later daalt het vlot op een schemerig verlichte vlakte van zo’n 2,5 bij 3 km. De hemel is vol sterren en om ons heen zien we het chaotische licht van de Wyld. Twee nerveuze bedienden laden het vlot uit en de tulbanden geven ons wapens. Er is een geweer voor ieder van ons en er zijn dertig patronen met alchemistisch slaapgas. Rishaxb4s nieuwe boog is een meesterwerkje en hij krijgt er soulsteel Bronze___Steel_Bracers_of_Protection armbracers bij.
We komen over zeven dagen de vangst halen,” zegt een van de tulbanden en dan stijgen ze weer op. Zodra de luchtvlotten weg zijn, horen we Chantal weer kermen in het noorderlicht.

In een natuurlijke kom zien we een soort kerkje met een waterput en een woonhuis staan. Vanaf het bouwwerk gaan paden drie kanten op. Zuidwest richting Archet, Noord richting de Sheeplands en pal West richting de andere grote open plek. Maar ze lopen dood waar de muur van Wyld-licht begint.
Claude en Gwan beginnen kooien te maken. Tot zijn verrassing ontdekt Claude dat het hang- en sluitwerk ook van het kostbare soulsteel is gemaakt.
Chang stelt een wachtschema op en zet Risha’s mannen aan het werk om een basiskamnp te bouwen.
En Risha gaat op verkenning uit. Eerst bekijkt hij de waterput,
maar daar is niks wat de moeite waard is om over te rapporteren. Als Chang klaar s met organiseren komt hij Risha helpen. Samen gaan ze het grote kerkgebouw binnen. Het is een hoge zaal, met banken in een cirkelpatroon. In het midden is een groot zwart pentagram in een rode cirkel ingelegd in de vloer. 586
De trap van de toren is wormstekig en gammel. Risha weegt niet zo veel en hij is vrij behendig. Hij durft het wel aan. Maar Chang blijft beneden. De jonge prins geeft lopend commentaar. Op de eerste etage is een soort collegezaaltje met een schoolbord. Op de tweede treft hij een boekenkast en een lessenaar met een kristallen bol. Het eerste boek verpulvert zodra hij ht aanraakt. Dus hij gaat maar verder. De derde en hoogste etage is lopen naar de buitenlucht. Hier hangt een grote bronzen klok. Gezien de toestand van het houtwerk, besluit Risha maar niet toe te geven aan zijn impuls om de klok te luiden.
Op de terugweg wil hij de kristallen bol meenemen. Maar als hij het ding aanraakt is er een enorme elektrische ontlading en hij wordt achterover geslagen. Op mirakuleuze wijze blijft hij ongedeerd. Maar hij is wel enorm geschrokken.

Terug in het kamp vertellen ze wat ze hebben gevonden.
“Een pentagram, dat heeft iets met demonen te maken!” weet Gwan. Flumph_c150
Die nacht slapen we en we houden wacht. Er komt niets af op het klaaglijke geroep van de behezarot.

De volgende morgen gaan wer een soort eendenkooi maken voor de behezarot. Risha doet daar niet aan mee. Fysieke arbeid vindt hij beneden zijn stand en daarom is hij alvast met de tweede opdracht bezig. Uit hout snijdt een groot oog-symbool. Het verbaast hem zelf hoe gemakkelijk dat hem afgaat. Als het klaar is hangt hij het boven de deur van de kerk. Daarna gaat hij samen met Gwan ogen in de bomen aan de bosrand kerven. Eten, wachten, jagen en verkennen. De jacht levert niets op en er komen geen wezens op onze behezarot af. Aan het einde van de dag voert Risha het monster. Het beest blijkt alleen vlees te eten. Het is hem dankbaar, maar op deze manier gaan we wel snel door onze voorraad heen. De tweede nacht wordt er in tweetallen wacht gehouden. Maar er gebeurt weer niets.

De tweede en de derde dag komen er nog steeds geen beesten op onze behezarot af. In de nachten gebeurt er ook niks.De pastorie, zoals we het woonhuis hebben gedoopt, blijkt heel bouwvallig te zijn en niets van belang te bevatten. Onze vleesvoorraad is inmiddels op en het dier heeft honger. Claude heeft een jachthut gebouwd, maar jagen heeft geen zin, er is niets groters op deze vlakte dan duizendpoten. Gwan maakt een hengel en haakt daar een vette duizendpoot aan. Thumb2 Hij werpt uit in het licht van de Wyld en heeft meteen beet. Maar hij houdt het niet. Wat er aan de andere kant zit is groot en sterker dan hij. De hengel wordt naar binnen getrokken en krakend verslon- den. We hebben een stevigere hengel nodig. Dus  bouwt Claude een enorme werphengel met een staander en een tegengewicht. Althans dat was het plan. Tijdens het bouwen bedenkt hij dat het sterk lijkt op een trebuchet  en dat brengt hem op een idee. Hij verandert het ontwerp een beetje, zodat datgene wat aan de haak hangt niet de Wyld uitgetrokken wordt, maar een steen op zijn kop krijgt. Als hij uitwerpt hoort hij gelach en gegrom en iets wat “sst” fluistert. Beet! Het mechaniek gaat af en er suist een zware kei door de lucht. Als de steen het lichtgordijn raakt, horen we een luide ‘Ploing!’ en het projectiel komt met dezelfde snelheid op ons af.

Nog een paar keer hengelen levert niets meer op. Als er een paar grote uilenogen in het licht te zien zijn, schiet Risha er met zijn pijl en boog op en Claude gooit een mes. Het roept luid “Oehoe!” en verdwijnt achter het gordijn. En nu hebben we er genoeg van. We binden ons aan elkaar met een touw en gaan er achteraan. Het lichtscherm is moeiteloos te passeren en daarachter vinden we een mooi eikenbos. Maar de sterren zijn op een doek geschilderd. De uil zit in een boom en Risha schiet hem dood. “Oehoe. Nee … ! ” Het beest was tam en kon praten. Maar nu gaat hij in de jagerstas.

Gwan kert oog-tekentjes in de bomen om ons pad te markeren. De derde boom kermt van de pijn. Het is een diep, laag geluid. Als hij omkijkt, ziet hij een meter of 50 achter ons een tribune met adelijke elfen die naar ons kijken. Als we er naar toe lopen, lijkt de tribune steeds op dezelfde afstand van ons te blijven. Net zoals het einde van een regenboog. Als Chang voorstelt om te wachten, verandert de grond onde ons in zwarte inkt. Op de tribune ontstaat rumoer. Men stoot elkaar verbaasd aan en pakt toneelkijkertjes. Sommigen zijn zelfs flink geschrokken. De duisternis wordt een soort muil die ons op probeert te slokken. Claude en Chang zijn op tijd weg, Gwan weet zich vast te grijpen aan een wittig uitsteeksel. Het lijkt wel de knaagtand van een reuzenkonijn! Maar Risha, die voorop liep, bungelt aan het touw in de opengesperde muil boven de huig.
`Hap!`
Met een enorme inspanning werpt Gwan zich uit de bek van het monster. Het touw wordt doorgesneden en Risha valt in de diepte. De grond sluit zich. Claude gooit een zwerm dolken tegen de grond en Chang slaat ook op de grond. Er welt bloed omhoog. Maar dan staan ze op gewone bosgrond. Gwan steekt zijn zilveren zwaard in de grond en er gebeurt niets.
We moeten eten hebben voor het beest,” roept Claude naar de tribune. 4363374743_9a427054b2
Ze komen niet dichterbij. Maar er staat hier een boom met een oog er in gekerfd. We zijn vlak bij is de open plek.

Risha valt door de duisternis en komt op een koude stenen vloer terecht. In het licht van het kasteteken op zijn voorhoofd ziet hij dat hij in een wijnkelder ligt. Hij tovert zijn harnas aan en trekt zijn zwaarden. Dan loopt hij voorzichtig de trap op. Boven aangekomen staat hij tot zijn verbazing in de vervallen pastorie. Hij ziet zijn groepje bij de bosrand en loopt er op af.
Hoi, ik ben er weer.
Dat avontuur is goed afgelopen. Maar wat een vreemde plek is de Wyld.

We voeren de uil aan de behezarot. Het is niet genoeg om de honger te stillen, maar ze kan er weer eventjes op voort. En dan valt Gwan iets op: Het is helemaal geen vrouwtje! Het is een mannetje en zijn geloei houdt de andere dieren juist op een afstand. Vandaar dat we niks vangen!

Claude heeft een theorie. Hij gaat er van uit dat ze ons niet meer zullen komen ophalen. Wij zijn een outpost. En hier kunnen wij geen kwaad.
Maar waarom hebben we dan zulke dure dingen van soulsteel meegekregen?
Ze hadden ons niet meegekregen als wij hun niet vertrouwden. Maar als de spullen van zo’n goede kwaliteit zijn, dan vertrouwen wij er wel op dat ze ons weer terug zullen halen. Alleen soulsteel is hier niet zo veel waard. tegen de Wyld moet je koud ijzer gebruiken. En ik heb maar één goedkoop ijzeren werpmesje, al de rest is van hoogwaardig staal. Waarschijnlijk vonden ze Risha toch een te grote bedreiging.
Dan moeten we
proberen om toch een stuk of tien behezarot te vangen en die daar zelf af te leveren als ze inderdaad niet komen.

Center 42 – deel 3

Na ons uitstapje worden we teruggehaald door Patricia, ze opent een portaal en we treffen elkaar onder de brug bij Annie’s Verjaardag. Daarna gaan we ieder naar huis. Rick krijgt een donderpreek van zijn ouders. Hij heeft huisarrest!. De volgende dag is vrijdag. Op school blijkt dat een heleboel kinderen dezelfde droom hebben gehad: het grote monster over de weg. Zelf heeft Rick die droom ook gehad. Een van de kinderen die de droom heeft gehad, ziet Rick even in zijn changeling gedaante, met hoorns, bokkenpoten en vleugels. Hij schrikt enorm.
Hij krijgt een SMS-je: “Freggle kan een effigy van je maken, dan kun je vanavond weg.”
Hij is blij dat ze dat voor hem willen doen. Na school wordt hij door zijn moeder opgehaald en hij mag het huis niet uit.

Die middag verzamelen zich al enkele fae bij het hof voor de jacht op de chimera. Het zullen er binnenkort wel meer worden. De barones heeft ook een pamflet op laten hangen in andere freeholds: Appeltaart in Soest, Glowing Embers in Eindhoven, De Fryske Tjerp in Leeuwarden. Nel en Patricia zijn er ook. Willem vraagt wie er iets over chimera’s weet. Tja, knockers en sluagh.Kayleigh heeft ooit iets gehoord over een oude sluagh, misschien weet Soothsprite meer.
Ze gaan naar de bloemenstal. Nog voor ze binnen zijn, weet Willem Freggle al te beledigen. Daar gaat de kans op een effigy voor Rick. Kayleigh mag wel even naar binnen en daar ontmoet ze inderdaad Soothsprite. Hij weet niet om welke chimera het gaat, maar Black Rat, de opudste sluagh van Nederland, weet dat zeker wel. Ze zit meestal dicht bij het unseelie hof in de riolen van Mierlo. Mierlo Hij vertelt verder wat over de verschillende soorten chimera’s die er zijn.
Roderick zegt dat Lafayette iets met de bom te maken heeft en hij wil weten wie dat ding nu heeft. “Als jullie seelie’s zo gek zijn om naar het unseelie court te willen, moet je een vrijgeleide vragen aan de trollenkoning. De meeste changelings die lafayette om zich heen verzamelt zijn van het type Crancker en Black Rat. O, nu ik je toch spreek, een goede raad: probeer die redcap te dumpen!” Hij meent het serieus.

Daarna even langs Lego om de bestelling op te halen. Voor Roderick is er een leren jack / leren harnas. 3515-Boys-girls-leather-jacket En voor Rick een houten zwaard / magisch zwaard en een spijkerjasje / malixc3xabnkolder, er zitten spleten in de rug voor zijn vleugels. Lego waarschuwt dat het zwaard niet tegen madeliefjes kan en dat de wapenrustingen alleen werken tegen fae en chimera. Thuis is Rick op het internet aan het zoeken. Er is niet zo veel te vinden over de dromen, maar tweets en zo wijzen er wel opdat Leiden het epicentrum is. Daarna gaan we naar Katwijk. De een op de fiets, de ander met de bus, of met de brommer.

Rick ophalen. Dat blijkt nog niet mee te vallen. Familie Van der Plas aan de Dorpsstraat te Katwijk. Dat zijn er tientallen. Maar ze vinden hem op nummer 36. Zijn ouders zitten in de huiskamer tv te kijken en controleren iedere tien minuten of hij nog op zijn kamer zit. Igor klimt via de regenpijp omhoog en tikt op het raam. Rick laat hem binnen. Ze praten even en dan komt moeder. Igor verstopt zich in de hoogslaper, terwijl Rick’s moeder een ‘goed gesprek’ begint. Het kost best moeite om zich stil te houden.
Ondertussen belt Willem aan de voordeur aan. “Nee,“zegt vader, “Rick mag niet komen buitenspelen. Hij heeft huisarrest.
Willem, vol goede bedoelingen, probeert uit te leggen dat hij juist met Rick mee was naar het feest in Amsterdam om hem te beschermen. Maar dat werkt averechts.
Een feest in Amsterdam!?! Het wordt steeds erger! Het is niet natuurlijk dat een jongen van 18 een 12-jarige meeneemt naar Amsterdam en hem dan laat logeren!
Vader raast door over de gevaren van de grote stad, alcohol en drugs. Na een preek vann een ur is het eind van het liedje dat Willem afdruipt en Rick nog meer huisarrest krijgt.

Het wordt laat. Rick is te depressief om met zijn ouders een fim te kijken. Hij gaat maar slapen. Zijn ouders blijven nog lang op. “Zou hij nu al aan het puberen zijn?” De anderen lopen door Katwijk op zoek naar de chimera. Roderick ziet vanaf de boulevard een mooie waterhoos op een verder vlakke, windstille zee. Daar wordt glamour gebruikt, maar het is een effect dat ze niet kennen. Een bootje is snel gevonden. Ze roeien naar de waterhoos. Het is nog redelijk ver de zee op. Als ze dichterbij komen zien ze een vissersboot met een redcap op de voorplecht, die de waterhoos aanstuurt. Waterhoos Igor herkent zijn mentor visser Chris. Als hij het bootje met de jongelui in de gaten krijgt, breekt zijn concentratie en `Flats!` de waterhoos valt in zee. Hij begroet ze hartelijk. “Ik was wat aan het oefenen met het weer. Een vrij onbekende, maar heel nuttige kunst! Het heeft praktisch nut voor mij als visser en het geeft me de innerlijke rust die ik nodig heb om seelie te blijven. Maar wat brengt jullie naar Katwijk?
We kwamen Rick bevrijden van zijn huisarrest,” zegt Igor.
Als ze de reden van het huisarrest vertellen, reageert de redcap bits.
Hij mag van geluk spreken dat ik zijn pappie niet ben.
En de andere reden was de chimera die de dromen van kinderen onveilig maakt. Weet jij hoe we die kunnen vinden?
Dat is niet moeilijk. Het is de aard van queestes dat ze meestal vanzelf op je pad komen.
Na een verder gezellig gesprek, gaat ieder zijns weegs en slapen.

Die nacht heeft iedereen de nachtmerrie. Rick schrikt er van wakker, maar Igor en Roderik hebben juist een lucide droom, waarin ze zich bewust zijn dat ze dromen en wat kunnen doen. Ze komen elkaar zelfs tegen. Roderick doet een Omen. Hij ontdekt daardoor dat het een ‘banale’ chimera is. De toekomst is dat hij oplost, endat zal een ramp zijn voor de changelings en voor de wereld. Een bom van banaliteit die door de dromen van mensen loopt. Op het moment dat het beest een poot in het licht van de straatlantaarn zet, is de droom voor nu afgelopen en wordt iedereen wakker.

Het is zaterdag, na het ontbijt mag Rick weer naar buiten. Om 12 uur is hij bij de freehold. Daar treft hij de anderen uit he groepje Amsterdamgangers. De barones en de majordomo zijn er nog niet.
Whee-whee!” het alarm gaat af. Er staan twee unseelie voor de poort. De ene is een blank meisje in een strak pak dat is samengesteld uit zelfgelooide lappen leer. De andere is een zwarte jongen met een tijgerhuid als omslagdoek en een idem hoofdband. Er zit glas in zijn huid en hij heeft brandende kooltjes in zijn hand waar hij mee speelt. Ze stellen zich voor als Skin en Drop. Ze komen voor de chimera jacht. Terwijl de twee op de barones wachten, raakt Rick met Skin in gesprek. Ze zijn allebei redcaps, maar ze is op dieet. Dat wil zeggen dat ze hier niet de tafel op gaat eten. Ze vertelt enthousiast over haar leren pak. Dat heeft ze zelf gemaakt uit de huiden van haar slachtoffers. Ze is namelijk seriemoordenares. Rick vindt dat eerst eng, maar als hij hoort dat de linkerarm afkomstig is van de verkrachter van Utrecht, wordt hij meteen een fan. Je kunt verkrachters niet hard genoeg aanpakken. En
hij denkt nu dat Skin een soort Nederlandse Dexter is die het voorzien heeft op mensen die niet door de wet gepakt worden. Uiteindelijk komt Victor, de majordomo aan. Hij schrijft de twee unseelie in in het register en dan zijn ze snel weg. Twee losgeslagen redcaps in Leiden. Als dat maar goed gaat.

Wij blijven nog even filosoferen. De bom is twee dagen geleden afgegaan en toen verscheen de chimera ook. Is er een samenhang? Roderik vertelt dat het een banale chimera is, die de dreaming kapot kan maken. Vincent zal het doorgeven aan de andere jagers. En hij zegt tegen Rick: WoodenSwordGotlandAH4105WGoed idee dat houten zwaard! Tegen banale dingen heb je niks aan koud ijzer.
Hij kijkt de anderen ook aan en zegt dan “Een banale chimera is een paradox. En toch openbaart hij zich in de dromen van kinderen. Dat is een paradox in een paradox. Zo’n complexe chimera kan alleen maar door een knocker gemaakt zijn. Hij is te ingewikkeld om vanzelf ontstaan te zijn. Knocker-kunst kun je traceren. Het is een heel banaal beest en sommige plekken in Leiden zij banaler dan andere. Het bio-science park is een heel banale.

We besluiten om op zoek te gaan. Het hoogste punt van het Bio-science park is de toren van museum Naturalis. Van daaraf kun je de hele omgeving in de gaten houden. We gaan naar het museum. Maar vanuit het museum kom je als bezoeker niet de toren in. Kayleigh squimt zichzelf door een spleet. Ze laat een steen omvallen als afleiding en als de bewaker komt kijken lipt ze snel de lift in naar het dak. Rick maakt zichzelf sneller dan het oog kan volgen en vliegt als kwikzilver vlak langs de gevel omhoog. Willem probeert zich naar binnen te lullen door zich voor te doen als verwarmingsmonteur. Maar hij is niet zo geloofwaardig.
U bent een oplichter, meneer! Als u nu niet gaat verwittig ik de politie.
Kayleigh en Rick kijken vanaf de top van het gebouw naar beneden. Het is een heel fantasieloze omgeving. Alleen de hogeschool straalt nog een beetje fantasie uit. Vreselijk banaal allemaal. Rick komt er opeens achter hoe laat het is. Hij springt van het dak af en vliegt razendsnel naar huis. Nog net op tijd voor het eten.

Willem gooit het maar over een andere boeg. Hij gaat met de bomen praten. Dat werkt prima! Een van de wilgen bij het laantje tussen de sportvelden weet hem alles te vertellen.
De chimera is twee dagen geleden verschenen. Hij gaat hier ’s nachts door deze straat. Dan komt hij uit het hge gebouw naast dat schotelvormige gebouw en hij loopt richting de stad.
Hoe zag hij er uit?” vraagt Willem.
Groot. Zo groot als twee auto’s breed en twee auto’s hoog en twee auto’s lang. Twee hoorns, een brede beetje platte kop, voorpoten langer dan de achterpoten, een soort pantser zoals mieren hebben, een staart en hij is heel sterk. Hij houdt zich aan de regels. Hij volgt de weg en stopt voor het rode stoplicht. En hij komt precies om 2 uur langs.” Willem vertelt het aan de anderen en stuurt Rick een SMS-je: “Zet je wekker om 01:00 uur”

Kayleig stelt voor om het monster vast te zetten op de rotonde met het stoplicht op rood.

Center 42 – deel 3

Na ons uitstapje worden we teruggehaald door Patricia, ze opent een portaal en we treffen elkaar onder de brug bij Annie's Verjaardag. Daarna gaan we ieder naar huis. Rick krijgt een donderpreek van zijn ouders. Hij heeft huisarrest!. De volgende dag is vrijdag. Op school blijkt dat een heleboel kinderen dezelfde droom hebben gehad: het grote monster over de weg. Zelf heeft Rick die droom ook gehad. Een van de kinderen die de droom heeft gehad, ziet Rick even in zijn changeling gedaante, met hoorns, bokkenpoten en vleugels. Hij schrikt enorm.
Hij krijgt een SMS-je: "Freggle kan een effigy van je maken, dan kun je vanavond weg."
Hij is blij dat ze dat voor hem willen doen. Na school wordt hij door zijn moeder opgehaald en hij mag het huis niet uit. 

Die middag verzamelen zich al enkele fae bij het hof voor de jacht op de chimera. Het zullen er binnenkort wel meer worden. De barones heeft ook een pamflet op laten hangen in andere freeholds: Appeltaart in Soest, Glowing Embers in Eindhoven, De Fryske Tjerp in Leeuwarden. Nel en Patricia zijn er ook. Willem vraagt wie er iets over chimera's weet. Tja, knockers en sluagh.Kayleigh heeft ooit iets gehoord over een oude sluagh, misschien weet Soothsprite meer.
Ze gaan naar de bloemenstal. Nog voor ze binnen zijn, weet Willem Freggle al te beledigen. Daar gaat de kans op een effigy voor Rick. Kayleigh mag wel even naar binnen en daar ontmoet ze inderdaad Soothsprite. Hij weet niet om welke chimera het gaat, maar Black Rat, de opudste sluagh van Nederland, weet dat zeker wel. Ze zit meestal dicht bij het unseelie hof in de riolen van Mierlo. Mierlo Hij vertelt verder wat over de verschillende soorten chimera's die er zijn.
Roderick zegt dat Lafayette iets met de bom te maken heeft en hij wil weten wie dat ding nu heeft. "Als jullie seelie's zo gek zijn om naar het unseelie court te willen, moet je een vrijgeleide vragen aan de trollenkoning. De meeste changelings die lafayette om zich heen verzamelt zijn van het type Crancker en Black Rat. O, nu ik je toch spreek, een goede raad: probeer die redcap te dumpen!" Hij meent het serieus.

Daarna even langs Lego om de bestelling op te halen. Voor Roderick is er een leren jack / leren harnas. 3515-Boys-girls-leather-jacket En voor Rick een houten zwaard / magisch zwaard en een spijkerjasje / maliënkolder, er zitten spleten in de rug voor zijn vleugels. Lego waarschuwt dat het zwaard niet tegen madeliefjes kan en dat de wapenrustingen alleen werken tegen fae en chimera. Thuis is Rick op het internet aan het zoeken. Er is niet zo veel te vinden over de dromen, maar tweets en zo wijzen er wel opdat Leiden het epicentrum is. Daarna gaan we naar Katwijk. De een op de fiets, de ander met de bus, of met de brommer.

Rick ophalen. Dat blijkt nog niet mee te vallen. Familie Van der Plas aan de Dorpsstraat te Katwijk. Dat zijn er tientallen. Maar ze vinden hem op nummer 36. Zijn ouders zitten in de huiskamer tv te kijken en controleren iedere tien minuten of hij nog op zijn kamer zit. Igor klimt via de regenpijp omhoog en tikt op het raam. Rick laat hem binnen. Ze praten even en dan komt moeder. Igor verstopt zich in de hoogslaper, terwijl Rick's moeder een 'goed gesprek' begint. Het kost best moeite om zich stil te houden.
Ondertussen belt Willem aan de voordeur aan. "Nee,"zegt vader, "Rick mag niet komen buitenspelen. Hij heeft huisarrest."
Willem, vol goede bedoelingen, probeert uit te leggen dat hij juist met Rick mee was naar het feest in Amsterdam om hem te beschermen. Maar dat werkt averechts.
"Een feest in Amsterdam!?! Het wordt steeds erger! Het is niet natuurlijk dat een jongen van 18 een 12-jarige meeneemt naar Amsterdam en hem dan laat logeren!"
Vader raast door over de gevaren van de grote stad, alcohol en drugs. Na een preek vann een ur is het eind van het liedje dat Willem afdruipt en Rick nog meer huisarrest krijgt.

Het wordt laat. Rick is te depressief om met zijn ouders een fim te kijken. Hij gaat maar slapen. Zijn ouders blijven nog lang op. "Zou hij nu al aan het puberen zijn?" De anderen lopen door Katwijk op zoek naar de chimera. Roderick ziet vanaf de boulevard een mooie waterhoos op een verder vlakke, windstille zee. Daar wordt glamour gebruikt, maar het is een effect dat ze niet kennen. Een bootje is snel gevonden. Ze roeien naar de waterhoos. Het is nog redelijk ver de zee op. Als ze dichterbij komen zien ze een vissersboot met een redcap op de voorplecht, die de waterhoos aanstuurt. Waterhoos Igor herkent zijn mentor visser Chris. Als hij het bootje met de jongelui in de gaten krijgt, breekt zijn concentratie en `Flats!` de waterhoos valt in zee. Hij begroet ze hartelijk. "Ik was wat aan het oefenen met het weer. Een vrij onbekende, maar heel nuttige kunst! Het heeft praktisch nut voor mij als visser en het geeft me de innerlijke rust die ik nodig heb om seelie te blijven. Maar wat brengt jullie naar Katwijk?"
"We kwamen Rick bevrijden van zijn huisarrest," zegt Igor.
Als ze de reden van het huisarrest vertellen, reageert de redcap bits.
"Hij mag van geluk spreken dat ik zijn pappie niet ben."
"En de andere reden was de chimera die de dromen van kinderen onveilig maakt. Weet jij hoe we die kunnen vinden?"
"Dat is niet moeilijk. Het is de aard van queestes dat ze meestal vanzelf op je pad komen."
Na een verder gezellig gesprek, gaat ieder zijns weegs en slapen.

Die nacht heeft iedereen de nachtmerrie. Rick schrikt er van wakker, maar Igor en Roderik hebben juist een lucide droom, waarin ze zich bewust zijn dat ze dromen en wat kunnen doen. Ze komen elkaar zelfs tegen. Roderick doet een Omen. Hij ontdekt daardoor dat het een 'banale' chimera is. De toekomst is dat hij oplost, endat zal een ramp zijn voor de changelings en voor de wereld. Een bom van banaliteit die door de dromen van mensen loopt. Op het moment dat het beest een poot in het licht van de straatlantaarn zet, is de droom voor nu afgelopen en wordt iedereen wakker.

Het is zaterdag, na het ontbijt mag Rick weer naar buiten. Om 12 uur is hij bij de freehold. Daar treft hij de anderen uit he groepje Amsterdamgangers. De barones en de majordomo zijn er nog niet.
"Whee-whee!" het alarm gaat af. Er staan twee unseelie voor de poort. De ene is een blank meisje in een strak pak dat is samengesteld uit zelfgelooide lappen leer. De andere is een zwarte jongen met een tijgerhuid als omslagdoek en een idem hoofdband. Er zit glas in zijn huid en hij heeft brandende kooltjes in zijn hand waar hij mee speelt. Ze stellen zich voor als Skin en Drop. Ze komen voor de chimera jacht. Terwijl de twee op de barones wachten, raakt Rick met Skin in gesprek. Ze zijn allebei redcaps, maar ze is op dieet. Dat wil zeggen dat ze hier niet de tafel op gaat eten. Ze vertelt enthousiast over haar leren pak. Dat heeft ze zelf gemaakt uit de huiden van haar slachtoffers. Ze is namelijk seriemoordenares. Rick vindt dat eerst eng, maar als hij hoort dat de linkerarm afkomstig is van de verkrachter van Utrecht, wordt hij meteen een fan. Je kunt verkrachters niet hard genoeg aanpa
kken. En hij denkt nu dat Skin een soort Nederlandse Dexter is die het voorzien heeft op mensen die niet door de wet gepakt worden. Uiteindelijk komt Victor, de majordomo aan. Hij schrijft de twee unseelie in in het register en dan zijn ze snel weg. Twee losgeslagen redcaps in Leiden. Als dat maar goed gaat.

Wij blijven nog even filosoferen. De bom is twee dagen geleden afgegaan en toen verscheen de chimera ook. Is er een samenhang? Roderik vertelt dat het een banale chimera is, die de dreaming kapot kan maken. Vincent zal het doorgeven aan de andere jagers. En hij zegt tegen Rick: WoodenSwordGotlandAH4105W "Goed idee dat houten zwaard! Tegen banale dingen heb je niks aan koud ijzer."
Hij kijkt de anderen ook aan en zegt dan "Een banale chimera is een paradox. En toch openbaart hij zich in de dromen van kinderen. Dat is een paradox in een paradox. Zo'n complexe chimera kan alleen maar door een knocker gemaakt zijn. Hij is te ingewikkeld om vanzelf ontstaan te zijn. Knocker-kunst kun je traceren. Het is een heel banaal beest en sommige plekken in Leiden zij banaler dan andere. Het bio-science park is een heel banale."

We besluiten om op zoek te gaan. Het hoogste punt van het Bio-science park is de toren van museum Naturalis. Van daaraf kun je de hele omgeving in de gaten houden. We gaan naar het museum. Maar vanuit het museum kom je als bezoeker niet de toren in. Kayleigh squimt zichzelf door een spleet. Ze laat een steen omvallen als afleiding en als de bewaker komt kijken lipt ze snel de lift in naar het dak. Rick maakt zichzelf sneller dan het oog kan volgen en vliegt als kwikzilver vlak langs de gevel omhoog. Willem probeert zich naar binnen te lullen door zich voor te doen als verwarmingsmonteur. Maar hij is niet zo geloofwaardig.
"U bent een oplichter, meneer! Als u nu niet gaat verwittig ik de politie."
Kayleigh en Rick kijken vanaf de top van het gebouw naar beneden. Het is een heel fantasieloze omgeving. Alleen de hogeschool straalt nog een beetje fantasie uit. Vreselijk banaal allemaal. Rick komt er opeens achter hoe laat het is. Hij springt van het dak af en vliegt razendsnel naar huis. Nog net op tijd voor het eten.

Willem gooit het maar over een andere boeg. Hij gaat met de bomen praten. Dat werkt prima! Een van de wilgen bij het laantje tussen de sportvelden weet hem alles te vertellen.
"De chimera is twee dagen geleden verschenen. Hij gaat hier 's nachts door deze straat. Dan komt hij uit het hge gebouw naast dat schotelvormige gebouw en hij loopt richting de stad."
"Hoe zag hij er uit?" vraagt Willem.
"Groot. Zo groot als twee auto's breed en twee auto's hoog en twee auto's lang. Twee hoorns, een brede beetje platte kop, voorpoten langer dan de achterpoten, een soort pantser zoals mieren hebben, een staart en hij is heel sterk. Hij houdt zich aan de regels. Hij volgt de weg en stopt voor het rode stoplicht. En hij komt precies om 2 uur langs." Willem vertelt het aan de anderen en stuurt Rick een SMS-je: "Zet je wekker om 01:00 uur"

Kayleig stelt voor om het monster vast te zetten op de rotonde met het stoplicht op rood.

Tanais – 8

Gwan praat met Jeanette, een meisje uit zijn dorp. Ja, ze is tevreden in dit kamp en ze is vrij om te gaan en staan waar ze wil. “Maar er zijn twee beperkingen. Chetwood is onvoorspelbaar, buiten het Oude Bospad verandert het steeds. Dus daar kun je niet komen. Het andere probleem is de oorlog. In Soul worden wij gezien als verraders. Dus we kunnen ook niet terug.

Chang heeft zich aangemeld als soldaat. De sergeant wil weten hoe fit hij is en laat hem 100x opdrukken. Dat lukt de levensgenieter niet. Hij krijgt een plens water over zich heen. “Overnieuw!” Nee, het lukt hem echt niet. “Doe eerst die beerput maar schoonmaken…

Een van de cipiers zit bij Risha’s cel. Hij wil weten hoe de knaap zijn boeien los heeft kunnen maken en laat het hem een paar maal voordoen. Dan roept hij de sergeant er bij. “Baas, deze kan toch wat nuttigs!
De sergeant bekijkt het truukje waarderend en vraagt: “Wat kun je nog meer?
Vechten. Ik heb niet veel nuttigs geleerd aan het hof, maar ook de jongste prins heeft het recht zich te verdedigen, dus kreeg ik wel vier uur per dag les in vechttechnieken.
Nou, laat maar eens zien. Versla Chang en je hebt een plek in het leger.
Risha pakt een stok en daagt de monnik uit. Fotolia_14009891_XS Chang vecht met de blote hand. Hij heeft zijn malixc3xabnkolder nog aan onder zijn kleren, dus de klappen van Risha raken hem amper. Het prinsje is heel snel en weet bijna alle slagen van de monnik te ontwijken. Dus ze staan de rest van de dag op elkaar in te beuken. Uiteindelijk slaat Chang Risha KO. De sergeant feliciteert de winnaar en geeft hem een legerbadge.
Je hebt je bewezen.
De bewusteloze prins wordt op de grond achtergelaten.

Intussen heeft Claude zich gemeld als timmerman. De bouwmeester geeft hem een proeve van bekwaamheid: “Maak mij een kooi voor een beest van zo en zo groot, met tentakels.” Als Claude er mee klaar is, heeft hij een piefje in het sluitwerk verstopt, waardoor de stevige kooi ook zonder sleutel te openen is. De bouwmeester ziet het niet en is tevreden. Claude krijgt een badge en de opdracht om nog meer kooien te maken.

Gwan gaat eens praten met de wachter bij de poort naar het volgende niveau. Die draagt een gewaad met een tulband, hetgeen zijn hogere status aangeeft.
Halt!” zegt deze bars, “je bent nog niet bevoegd om deze poort door te gaan.
Gwan knoopt een praatje aan. De wachter is niet heel spraakzaam, maar hij weet er toch wel wat nuttige informatie uit te krijgen. De wachter heet Pierre. Hij beschrijft zichzelf als ‘logistiek manager’ en hij woont samen met de twee andere wachters in deze toren. Als hij geen dienst heeft gaat hij naar de kroeg om te drinken en achter de vrouwen aan te gaan. Gwan ontdekt dat in de vallei achter deze poort de priesters wonen. Daar nog voorbij is een functie vacant, waar Pierre zijn zinnen op heeft gezet. Gwan vraagt welke godheid Pierre aanhangt. De felle reactie verbaast hem.
Hoezo, ‘welke godheid’? Er is maar xc3xa9xc3xa9n god! ‘Van welke godheid’ ben jij dan wel? Waar geloof jij in?
De pottenbakker geeft een vaag athexc3xafstisch antwoord. Daar neemt Pierre geen genoegen mee. “Goddeloze! Dit gesprek is afgelopen.

De bewusteloze Risha geeft zacht licht. De mensen zijn daar bang voor, maar een dappere durft het toch aan om zijn zakken te rollen. ’s Avonds kiepert de cipier een emmer water over hem heen, waardoor hij bijkomt.
Je hoeft niet meer terug in de cel. Maar je hebt nog geen status.
Risha kijkt om zich heen of hij bekenden ziet. Hij ziet Claude druk aan het werk, Gwan praat ergens in de verte en Chang loopt rond in zijn nieuwe uniform. Hij gaat naar Chang.
Gefeliciteerd,” lacht hij, “ik zou je een biertje willen aanbieden, maar ik geloof dat ik mijn beurs kwijt ben.
Ze gaan samen naar de kroeg en Chang betaalt. Claude vertelt over het geheime mechaniekje, maar ontdekt dat we wordewn afgeluisterd. Hij loopt snel om en ziet een jongetje zijn veters knopen.
Ik heb jullie gezien en gehoord,” zegt het jochie brutaal, “ik kan twee dingen doen. Als je me er voor beloont, kan ik mijn mond houden. Of ik kan een goede kerel zijn en naar mijn baas gaan.”
Claude geeft hem een muntje.
“Vijf! We hebben wel gezien dat jullie geld hebben!”
Ze worden het eens op vier.

Die nacht slaapt Risha onder de sterren en de anderen slapen ieder bij hun nieuwe gilde. De volgende morgen wordt iedereen bij het ochtendgloren gewekt. Chang krijgt zijn wapens terug en moet aantreden. Ze wachten op belangrijke mensen van hoger op de helling. Er komt een jachtpartij. Washington_Georges_An_Arab_Hunting_Party Claude mag zijn kooien leveren en Gwan gaat mee als paardenknecht. Risha wordt ingedeeld bij de draagslaven en hem wordt duidelijk gemaakt dat achterblijven geen optie is. Na een uur komen er zeven mannen in kleurige gewaden en met tulbanden door de poort van het volgende niveau. Het zijn priesters van Eenoog. Ze dragen magische stokken waarmee projectielen afgeschoten kunnen worden. Omdat het heel gevaarlijk is buiten in het bos, krijgt iedereen bij het vertrek zijn wapens.

We gaan over het Oude Bospad. Na een half uur wordt het donker. Na nog een uur wordt er halt gehouden. Tien soldaten, waaronder Chang, gaan met 10 m. tussenruimte aan de rand van het pad staan. Op een hoornsignaal stappen ze tegelijk naar voren het bos is. Een paar meter buiten het pad wordt het bos vreemd. Het is een rillige jungle, waarvan de kleuren onder je voeten veranderen. Even later volgt een tweede rij soldaten en dan nog een derde.
Zij zijn orde aan het scheppen,” verklaart een van de tulbanden desgevraagd, “zodat er xc3xbcberhaupt iemand naar binnen kan.
Na een tweede hoorngeschal mogen de soldaten terugkeren. Op de terugweg ziet Chang dat het bos normaal geworden is waar zij hebben gelopen. Van de 30 die het bos ingegaan zijn, keren er echter maar 11 terug.
Moeten we ze niet gaan zoeken?” vraagt Risha aan een van de tulbanden.
En wie mag jij dan wel wezen?
Prins Risha.
Ah, de verliezer. Nou, je krijgt zometeen de kans om je te rehabiliteren. Er is zojuist een vacature ontstaan.
Wacht,” zegt Risha blij, “dan trek ik even mijn harnas aan.
Hij knipt in zijn vingers en vanuit het niks vormt zich een prachtig goudkleurig plaatharnas om hem heen. De priesters lijken daar wel van op te kijken, maar ze zeggen er niets over.

De zeven heren gaan even later het bos in met een kristallen bol, waarin een licht pulseert. Op het verste punt wordt een paal in de grond geslagen waar ze spreuken overheen prevelen. Ze zeggen tegen de soldaten dat er in die richting verderop in het bos een eiland van vastigheid is. Dat moeten ze vinden. De overige mensen wordt opgedragen om de kooien alvast hierheen te brengen. De elf overlevenden plus Risha lopen het bos in.Chang loopt en loopt en zoekt en zoekt, en uiteindelijk vindt hij als eerste de plek van normaalheid. Hij draait zich om en roept. Ogenblikkelijk verandert de afstand tussen de paal en waar hij staat in een bospad.

Risha heeft minder geluk. Hij verdwaalt al snel in de vreemde omgeving. Het bos begint hem met lianen en takken te omstrengelen. Hij hakt met een magische combo het struikgewas weg en staat dan opeens op een lege, betonnen vloer. Verderop zit Narima zachtjes te wenen. Hij loopt op haar af en spreekt haar
voorzichtig aan. Ze staat op en kijkt hem aan.
We moeten die kant op,” zegt ze en wijst een donkere tunnel aan. Opeens krijgt hij door dat er iets mis is. “Jij bent Narima niet!
Ze verandert in een monster met klauwen. Risha verslaat het monster zonder moeite. Ze verdwijnt en hij staat op het pad. Voor hem lopen de priesters, hij wandelt maar achter ze aan. Als de mannen op een open plek komen, schieten ze een soort gas naar een bolvormig wezen met allemaal tentakels. Het wezen raakt bedwelmd en de dragers moeten het in een van de kooien stoppen. Iedereen feliciteert elkaar.

Knighthood Terug in de stad is Chang de held van de dag. Met een ritueeltje wordt hij geridderd en hij krijgt heilige geitenoog symbool omgehangen.
Bxc3xa8e bxc3xa8e!“roept Gwan. Dat mag de pret niet drukken.
Chang mag zijn helden verhaal doen. Hij is daar helemaal niet goed in, maar dat vindt niemand erg. Er is tenslotte gratis bier.

Risha wordt door de priesters apart genomen.
Hoe komt het dat jij die dingen kan?
Dat heb ik al gezegd, ik ben een prins, de broer van de koning van Shintasta.
We doen hier niet aan prinsen. Titels moet je zelf verdienen. En het verklaart ook niet hoe je het bos hebt overleefd.
De koninklijke familie van Shintasta zijn geen mensen, wij zijn goden. Ik ben niet zo’n grote god, maar toch kan ik wel dingen.
Dit is het domein van de Ene. Hier worden geen andere goden geduld. Je mag afstand doen van je goddelijke status, dan word je een engel in de hixc3xabrarchie. Of je verlaat het kamp en dan ben jij morgen het doel van de jacht!
Het is wel duidelijk dat die jacht niet eindigen zal met Risha in een kooi.
Prins, god, engel, hoe je het wilt noemen, het is hetzelfde.” zegt hij. Ze nemen hem mee naar het wachthuis, waar al een kant en klaar perkament klaarligt. Hij kan het echter niet lezen, want het is in het Qartiaans, de taal van boekhouden en contracten, en hij voelt dat het contract zwaar magisch geladen is. Hij mag er een nacht over nadenken, maar moet dan wel buiten het kamp slapen.
Voor een gewoon mens is het bos levensgevaarlijk, maar voor jou zal dat geen probleem zijn. Hier is maar xc3xa9xc3xa9n God, dus zolang jij een god bent kun jij hier niet blijven.
Nou, ik weet nog wel een tweede god hier: Ushas. Ik zie haar licht en dat zag ik niet in Soul. Dus zij is hier.
De priesters zijn niet onder de indruk van zijn logica. Hij mag zijn wapens en wapenrusting houden en wordt naar buiten gelaten. “Tot morgen!

Claude gaat op zoek naar het jongetje dat hem gisteren chanteerde. Hij vindt hem in de gaarkeuken.
Hee, mijn weldoener!” roept het jochie als hij Claude ziet.
Claude neemt hem mee naar de kroeg en voert hem dronken. Dan manipuleert hij de jongen om te doen alsof hij Risha is. Frans, zo heet hij, springt op de tafel en roept luid: “Ik ben god, buig voor mij!
Hij wordt in het cachot gegooid. Wraak is zoet, denkt Claude. Herberg

Gwan raakt in gesprek met sergeant Hans van de interne ordedienst.
Dat is toch wel een groot verloop in je soldaten, zo’n jacht.
Je kiest er zelf voor om in het leger te gaan. Wie het overleeft komt hogerop. We kunnen alleen goede soldaten gebruiken.” Dan begint Gwan over de mensen uit Archet.
Chantal? Toevallig dat je daar naar vraagt. Nee. Toevallig heb ik die niet gezien.
Een vreemde reactie. Net alsof hij het wel weet, maar er niets over wil of durft te zeggen. Gwan vraagt nog een paar andere dorpelingen na. Die zijn blijkbaar niet taboe en daar kan Hans wel van alles over vertellen.

Chang is de tijd aan het doden. Hij speelt het spel mee en babbelt met de andere soldaten. Ook bij hem komt het gesprek op de mortaliteit.
Gaat het altijd in zulke aantallen?” vraagt hij.
Ja, wij hebben het overleefd. De ontgroening. Nu hebben we onze sporen verdiend.
Zijn er nog meer van dat soort verrassingen?
Ja, er zijn natuurlijk hogere rangen en elke keer dat je een niveau omhoog gaat in de vallei, krijg je een beproeving. Het is een afvalrace om hogerop te komen. Maar hier beneden is het al een heel comfortabel leven vergeleken met Soul.

Claude vertelt zijn levensverhaal tegen een aantal mensen in de kroeg. Hij beschrijft hoe ze Chantal hebben teruggebracht naar de boerderij en dat haar moeder ons met de bezem het bed heeft uitgeslagen, omdat de meid weer was weggelopen. En dat hij en Risha naakt door de velden renden en pas aan de rand van het terrein hun kleren aan konden trekken. Daar moet men om lachen.
Chantal, ja die heeft zich horizontaal omhoog gewerkt. Die arme Karel is dood. Hij kwam terug zonder zijn zwaard dat was een grote schande. En toen heeft een van de hogere heren haar opgexc3xabist. Hij heeft zich doodgevochten voor haar. Ze is meegenomen naar boven. Ze valt blijkbaar in de smaak. De dag na haar promotie kregen we de opdracht om ons te versterken en nog een dag later hebben we de Ushas uit Archet gehaald en ging de zon daar uit. Het gerucht gaat dat het Shintasta kamp tussen Soul en Archet het volgende doelwit is.

Voordat hij uit de vallei wordt verwijderd, mag Risha nog even met zijn volgelingen praten. Hij zoekt Malice, zijn priester en vertelt voor welke keuze de tulbanden hem hebben gesteld.
Het kan zijn dat je mijn aanwezigheid de komende tijd niet meer voelt, en misschien zal je er aan gaan twijfelen of ik wel echt ben. Dat is een beproeving. Verteld dit aan mijn vrienden en vraag of ze me buiten de muur kunnen treffen.
De brave ziel brengt de boodschap over en midden in de nacht glippen de andere solars ongezien over de muur.
Zoals ik het zie heb je geen opties,” zegt Chang, “want met die jacht maken ze je dood.
Ja dat denk ik ook,” zegt Risha, “en misschien hoef ik niet echt bang te zijn voor dat contract. We weten waar het orichalcum wastablet ligt. En daarmee kan je de balans karmische herstellen. Maar ik weet niet of ik dat zelf nog wil als ik eenmaal getekend heb. En ik weet ook niet hoeveel vrije wil ik dan nog heb. Ik kan als engel in ieder geval wel proberen om zo hoog mogelijk te komen.

Ze kruipen weer over de muur en iedereen gaat slapen.De volgende morgen komen de priesters Risha halen. Op het plein is een tafeltje neergezet en iedereen is gekomen om kijken hoe de enge god zich aan de hixc3xabrarchie van Eenoog onderwerpt. Hij maakt een hele show van het tekenen van het duistere document.
Op het moment dat hij zijn handtekening zet, voelt Risha een zwarte kou via zijn schrijfarm door zijn lichaam stromen. Het verandert zijn perspectief totaal. Nu geldt alleen nog het recht van de sterkste. Hij voelt opeens respect en angst voor zijn superieuren. Een direct bevel van een meerdere moet uitgevoerd worden. Maar er is ook een heel sterke drijfveer om hogerop te komen. Je mag je ten koste van iedereen omhoog werken, zelfs de hoogste baas. Genade heeft geen plek in deze wereld. Hij snapt Claude opeens een stuk beter.

Center 42 – deel 2

We rijden in de ‘Playmobil’ door Amsterdam en dan met 160 km/u over de snelweg naar Leiden. Magiers hoeven zich niet aan de maximum snelheid te houden. Het busje is een discotheek in het klein, compleet met dansvloer. De changelings zitten bij te komen van hun eerste gevecht. Er zijn doden gevallen, kinderen zelfs! Om de zorgen te verdrijven gaat de satyr weer dansen. We worden afgezet bij de overgang van het Noordeinde naar de Haagweg. Hier ligt het voormalig gymnasium als een slapende reus met een open muil, klaar om kinderen te verslinden, maar te indolent om ze echt te pakken te krijgen. Het is een plek met glamour. De changeling-magie is het sterkste bij de bloemenwinkel er tegenover. Voor de ogen van changelings is het geen golfplaat kiosk. Het lijkt op een schilderij van Dali, gesmolten vormen van Breiboom-in-hortus-leiden geoxideerd zilver als mangrovewortels, van binnen zien we manshoge tulpen en tropische planten. Binnen brandt licht. In een opwelling klopt Rick aan. Een mannetje van een jaar of 40 met warrig haar, bokkepoten en hoorns doet open. Hij kijkt verwilderd en is vrij lelijk voor een satyr. Zijn mensengedaante draagt een groene overal en werkschoenen. Hij herkent ons onmiddelijk als mede-changelings en stelt zich voor als Freggle. We mogen wel even binnenkomen.

Binnen is het warm, vochtig en drukkend als in een tropische kas. Het is veel groter dan van buiten en er is een gang met een trap die omlaag leidt, daarvandaan klinken stemmen. Beneden treffen we Maarten de scharen-sluagh, die had al gezegd dat hij nog een andere afspraak had; een goblin, dat is een un-seelie boggan die alles kan slopen, met een haakneus, een heleboel krassen en sneetjes en doordringende ogen; en dan is er nog een zeer britse mevrouw met veel te felgekleurde conservatieve kleren  . Ze heeft een Gideon’s bijbel op haar schoot liggen. Maarten zegt dat hij hier liever ‘Soothsprite’ wil worden genoemd, maar aan het hof moeten we hem Maarten blijven noemen. We zullen er vanzelf wel achter komen waarom. Freggle geeft ons allemaal wat te drinken en steekt van wal. Een lange, onsamenhangende monoloog volgt waarin hij ons al zijn grieven uitlegt tegen het concept hierarchie, wat een schande het is dat zijn hier in “Het Bloemenvervloekje” moeten vergaderen, en dat Balefire voor iedereen moet zijn.

De engelse raakt in gesprek met Willem. QUEEN-ELIZABETH-II Ze vertelt hem hoe zielig ze het vindt dat Freggle geen vrienden heeft en dat ze daarom liever hier komt als er een feest is aan het hof. “Dit land is zo bloedeloos,” klaagt ze, “dat komt door dat polderen van jullie!” Als Freggle een gitaar pakt, blijkt dat hij niet kan zingen en niet kan gitaarspelen. Wat een loser! Roderik merkt dat er onder de tafel een sterke bron van macht ligt, het lijkt op balefire. Hij probeert het luik onder het kleed waar de tafel op staat open te maken. Maar er blijkt een beveiliging op te zitten. Zijn hand is vastgeplakt. Freggle is woest: “Wat doe jij nou, waar ben jij mee bezig? Je moet gaan, nu!” Hij gebruikt erg veel woorden om te zeggen dat hij heel boos is, maar communiceert niets.

Als Roderick weggestuurd is, gaan de anderen ook al snel weg. De jonge sluagh is er niet meer en het is al laat, dus iedereen gaat slapen. Rick en Igor mogen bij Willem logeren. Die nacht zien de sluagh dat de stad vol is met angstdromen. Igor droomt van een vaag monster, zo breed als de weg, die naar het toe kataklopt. Vlak voordat het hem bereikt, schrikt hij wakker. Rick ontwaakt ook van het gedruis. Hij kijkt op zijn horloge en roept: “Shite, ik ben te laat voor school!” Hij trekt snel zijn kleren aan en komt een uur te laat, ongewassen en slaperig, op het Gym aan. Sleeping_in_class2 In de les valt hij meteen weer in slaap. Ze zijn daar wel wat van hem gewend, maar dit is ook voor zijn doen ongebruikelijk. Zijn ouders hadden nog net de politie niet gebeld.

Igor meldt aan zijn pleeggezin dat hij ziek is en niet naar school kan. Roderik is bij de Hema spijbelende kinderen aan het treiteren. Als ze gaan huilen steelt hij hun laatste restje creativiteit. Nu zijn er weer wat meer banale mensen in de wereld, maar ja een ‘childer‘ heeft dat niet door. Hij oogst glamour zoals dat in de oudheid nog gewoon was. Na school verzamelen we in de Freehold. Victor is daar ook. Igor vraagt hem of hij weet hoe we Lego of andere knockers kunnen bereiken. “Lego komt meestal met Lalala mee. Ik weet niet waar hij woont. En zijn mentor is de enige andere knocker in Nederland, maar zij is een un-seelie grump. Dus die komt nooit aan ons hof.” Op dat moment komt de barones binnen.

Kinderen,” zegt ze, “er is een boosaardige chimera gesignaleerd. En je weet, wie het monster verslaat krijgt de faam en de beloning. Jullie zijn nu hier, dus jullie mogen er als eerste op af.
Uh, ja, uh, ik ben een ridder, … en als ridder hoor je monsters te verslaan,” mompelt Rick onzeker.
We doen het! roept Igor enthousiast.

Maar eerst moeten we Lego zoeken. De enige die weet waar hij woont, is het pooka konijn Lalala en die zit altijd in kinderdagverblijf De Madelief. Daar aangekomen, blijkt dat het handiger was geweest als we haar mensennaam zouden weten, maar de beschrijving “twee vlechtjes, denkt dat ze een konijn is en is altijd aan het zingen” overtuigt de leiding wel dat we gewoon kinderen zijn en niks kwaads in de zin hebben. Het meisje wordt gehaald. Ze zegt dat ze Marie heet. Er zitten hier meer changeling-childer in De Madelief. Ze vraagt ons om een half uurtje te wachten en daarna fietst ze met ons mee. Marie leidt ons naar een akelige Vinexwijk. 47-300x300 Daar neemt wijst ze naar een rijtje huizen en zegt: “Lego woont in het derde huis van rechts. En succes!” Dan zwaait ze en rijdt snel naar huis. Als we aanbellen en aan de opendoende moeder vraagt of haar zoon thuis is, worden we geconfronteerd met een puisterige puber. Ach ja, da’s waar ook: pooka’s kunnen niet de waarheid spreken. Het joch snapt al snel dat we zijn buurjongetje zoeken. Derde huis van links dus. Daar blijkt hij wel te wonen. Piet (zo heet hij) is helemaal niet vriendelijk, net als alle knockers. Zijn moeder is dan ook maar wat blij dat er eindelijk wat kinderen komen om te spelen. De woonkamer ligt helemaal vol met knutsels, maar hij neemt ons mee naar zijn werkplaats in het tuinhuisje. Zijn chimera robotje wandelt met ons mee. Kayleigh komt er achter dat ze het robotje niet kan zien. Ze lijkt een vaardigheid te missen die de anderen ‘kenning’ noemen en waarmee je andermans dromen kan waarnemen. Dat willen we haar graag leren.

Wat komen jullie doen?” vraagt Lego bars. Rick vertelt dat we van de barones de opdracht hebben gekregen om een chimera te verslaan en dat we daar spullen voor nodig hebben. A;ls ridder heb je dan wapens, uitrusting en dat soort dingen nodig. Daar kan hij ons wel aan helpen. Igor
vraagt hem tussendoor naar zijn mentor. “Crancker, ik heb haar al een hele tijd niet meer gezien. We hebben niet zo veel contact. Ze zit aan het hof van de afgezette sidhe prins Lafayette. Die was overigens een stuk beter dan de trol die nu op de troon zit. Ze woont aan de rand van Vleuten. Volg de bloedspetters en het lawaai van de bouw, dan kom je er wel. En pas op voor de Hound of the Polder. Vind de Hound, vind Crancker.” Voor harnassen vraagt hij 2 glamour en 100 euro per stuk. Dat is een boel geld als je 14 bent. Maar hij zegt dat het vrijwel de kostprijs is van de spullen hij er voor moet kopen. We bestellen er drie en Rick vraagt of Lego rekening kan houden met zijn vleugels.

Hoe komen we zo snel in Vleuten? Patricia was heel goed in Wayfare. We vinden haar op de Haarlemmerstraat waar ze Gideon’s bijbelks staat uit te delen. Onderweg naar Scarlatti vertelt ze ons dat de oude labuyere, die met klompjes in zijn baard, de vorige baron van Leiden was, maar nu is hij aan banality bezweken. Ze kan ons naar Vleuten en terug transporteren, maar dat kost ons wel glamour en ze heeft iets persoonlijks nodig voor de terugreis. Dan begint ze een spannend verhaal te vertellen en vlak voor de ontknoping staan we opeens in Vleuten. Roderik heeft wel van de Hound gehoord: volgens een al wat oudere legende voedt het beest zich met angst en hij beschermt weerloze vrouwen en kinderen. Om de Hound te roepen, maken we een mevrouw op een brommertje heel bang. Willem staat op de uitkijk. Hij vindt het zo zielig voor de mevrouw, dat hij de Hound niet ziet. Maar die ziet ons wel. Monster_3 Groter dan een deense dog, groene ogen, geluidloos. Hij geeft blauw licht en gaat tussen ons en de vrouw in staan. Rick vliegt een boom in. Roderik rent er rondjes omheen. Kayleigh ziet hem niet, maar voelt wel de aanwezigheid van iets wat haar kwaad kan doen.

Als je ons naar Crancker brengt, laten we haar gaan, veilig!” roept Rick.
Het monster kijkt even op en hapt dan naar Roderik. Hij is sterk en venijnig. Willem sluit zich aan bij Rick en legt uit dat het niet onze bedoeling was om haar kwaad te doen. Het dier houdt op met happen, loopt een eindje en wenkt ons dan met zijn kop. Hij gaat ons voor door de velden, onder prikkeldraad door, tot we bij een soort bunker komen die verlicht wordt door bouwlampen. Er is schrikdraad omheen gespannen. Bloedvlekken bewegen in het akelige licht. De bunker lijkt te leven.

We kloppen aan en Crancker doet open. We worden begroet met een scheldkanonnade. Hierbij vergeleken is Lego een lief jongetje. Crancker is een typische lelijke knocker in een leren werktuniek. Ze heeft een stalen kaak met diamanten tanden en een semi-mechanische hand met robotvingers. Igor is niet onder de indruk. Hij grijnst en speelt wat met zijn bijl. Daar bindt ze wel van in. We vragen of ze iets afweet van de bom die gebruikt is in de Ashram.
“Kennen jullie het verhaal van prins Lafayette?” vraagt ze. En ze gaat meteen verder: “Guy Lafayette is de nakomeling van [heleboel namen] Lafayette, van de shopping malls. Hij was verliefd op een andere changeling, een jongen die Soothsprite heete. Maar hij was de prins, het kon niets worden en ze gingen uit elkaar. Lafayette ging graven in duistere dingen en werd unseelie. Daarom is hij verstoten en de trollenkoning nam het over. Lafayette weet veel en kan veel, maar hij is niets zonder mij. Ik heb dat apparaat gemaakt en hij heeft de magie gedaan. Liefde is gevaarlijk. Ken je ‘Song for Guy’? Dat gaat over hem.”
Ze is duidelijk hoteldebotel over lafayette. Ze beschrijft hoe hij er uit ziet: “Groot, 1m95, slank, dnker haar, geweldig. Hij woont afgezonderd in zijn burcht, in kasteel Mierloo, de unseelie burcht van Nederland.”
“Leuke hound,” zegt Willem.
Ze reageert fel: “Je hebt het aan de redcap te danken dat ik hem niet heb laten aanvallen.”
Kayleigh bedankt de knocker voor de informatie en Roderik belt Patricia. Flits! We staan weer in de Haarlemmerstraat. Tijd om te gaan slapen. Ditmaal gaat Rick maar naar huis. Onderweg steelt Roderik nog wat creativiteit bij een verlopen dichter in cafe De WW.