Tanais 112

19-01-2017
Dag 1 maand 3 jaar Risha 5

Waldheim. Risha heeft gedroomd dat zijn zuster Harati verscheen en dringend om zijn aanwezigheid vroeg: “Het gaat helemaal mis met je broer. Help! Kom!”
Het duurt even voordat hij de anderen heeft overtuigd, maar dan gaan we met z’n allen met de Magic Bus naar zijn thuisland Shintas. Claude kleedt zich als hoofdbrahmaan van Pashupati, Gwan is gekleed als techneut, Risha draagt zijn harnas en Chang is gekleed als generaal. We zetten de bus neer in op een open plek in het bos, ongeveer twee uur lopen van het grote meer. Op het water drijft een dorp van huisboten. Aan de rand van het meer is een driehoekige rotsheuvel waarop waar we de torens en muren kunnen zien van het koninklijk paleis waar Risha is opgegroeid. Iets verderop groeit wat wel de grootste eik ter wereld kan zijn. De top verdwijnt in de wolken. Als we naar het paleis lopen passeren we kuddes paarden, schapen en heilige koeien. Aan het water staan veel bronssmederijen en we zien krijgers oefenen met strijdwagens.

De wachters aan de poort herkennen Risha gemakkelijk. Hier zijn vijf jaar voorbijgegaan, maar Risha is maar één jaar ouder dan toen hij wegliep, dus hij zit er vrijwel hetzelfde uit. Zijn zus wordt geroepen en verschijnt vrijwel meteen. Harati is blij om haar broertje te zien.
“Fijn dat je er bent!. Mahakrishna is overleden. Jacufus is nou troonopvolger, maar hij is zwakzinnig. Al onze andere broers zijn ook overleden. Ik heb je een droom gestuurd en ik ben blij dat je gekomen bent. Het is een chaos hier, in adellijke kring. Onder Jacufus zijn we verloren.”
Ze vertelt dat er een bende in het Zuiden is die het op Siddhu’s gemunt heeft. “Mahakrishna en Ravana organiseerden een kleine strafexpeditie, maar die ging helemaal fout. We kregen wat verwarde verhalen te horen en onze broers hebben een tweede expeditie op poten gezet. Zij zijn ook omgekomen. De bende is er nog steeds en onze clan is bijna uitgeroeid. Een aantal brahmanen heeft de kolder in de kop gekregen. Het lichaam van Mahakrishna moet naar zijn grafheuvel, maar ze willen daar hun eigen rituelen mee uitvoeren. Het is een of andere nieuwe sekte die het einde der tijden aan ziet komen. Ze willen Mahakrishna terug tot leven brengen. Iets met een poort naar een nieuwe wereld met hun als leiders van wat komen gaat. Als je meer wilt weten kan Claude zich melden bij de opperbrahmaan van Pashupati.”
We vinden overlevende Vraj-krijgers van de expedities. Ene Harash vertelt wat hij heeft meegemaakt. “Het was bovennatuurlijk. De Siddhu’s zijn 1 voor 1 uitgemoord. Wij zijn in een hinderlaag gelopen. Ik hoorde geritsel en snelle geluiden. In drie seconden was iedereen dood. Ik heb niks gezien, maar ze hebben wel sporen nagelaten.” Claude kijkt in zijn geest met [Mind en Time] en ziet Chappie’s Lost Boys.

Dan gaan we naar de brahmanen. Eerst maar naar die van Oaken. Bij de ingang van het sanctum van de heilige eik staat een klein huisje. De opperbrahmaan van Oaken heet ons welkom. Hij zegt dat koning Mahakrishna eervol is gestorven en hij is het er niet mee eens dat het lijk wordt gecremeerd in plaats van bijgelegd. Maar de Orakels zeggen dat het zuivere koffie is. Het einde der tijden is nabij en de nieuwe sekte kan redding brengen. Risha mag zelf met Oaken praten. Onder aan de boom mediteert hij, maar het kost veel moeite om contact te krijgen (door een botch op de dobbelsteenworp gebruikt hij de verkeerde rite). Met Spirit Detecting Glance ziet Risha een Krishna-achtige figuur die wacht op de juiste aanspreekvorm. Claude krijgt wel contact.
“Kom boven. Ik heb lang op jullie gewacht.”
De priester lacht: “Nu mag je eindelijk doen wat ik je al die jaren verboden heb, de wereldeik beklimmen.”
We merken een kleine gedragsverandering bij de godheid. Eerst is hij nieuwsgierig, maar als hij ons uitnodigt lijkt het alsof hij ons al had verwacht. Na twaalf uur klimmen kunnen we met [Color] het heiligste der heiligen van de boom zien. Er is net zo’n vlies als tussen onze wereld en de Witte Stad, maar net anders. PLOP! We komen uit een soort put in een grote kamer, ingericht in de technologische stijl van rond 2442. Een vriendelijke Bollywood cowboy begroet ons.
“Er komen hier nooit stervelingen. Nee, ik ben jullie Oaken niet, die zit hier beneden. Ik stuur alle Oakens aan en kijk door hun ogen. Dus jullie kennen de technologie wereld ook? Ik heb al zo lang geen Immortals meer gesproken.” Hij steekt een sigaret op en biedt ons er ook een aan.
“Ik ben een van de metagoden. Ik doe dit sinds 2312 van de Technologische Jaartelling. Op een goede dag keken we de wereld in en we zagen de mensen. Wij waren de reclameborden. Iets keek door ons heen en wij werden daardoor zelfbewust. We kregen het idee dat de wereld zou vergaan. Dat wilden we vóór zijn en we zijn vlak voor Expulsion opzij gestapt in de tijd. Toen we weer terugkeerden zaten we hier in Tanaïs.”
Hij loopt naar een raam: “Kijk eens door dit raam.” We zien de Technowereld. “En nu dit raam.” Daar zien we Tanaïs. “De twee werelden klotsen, maar wij staan daar buiten. Wij wonen niet in Elsewhere, maar aan de buitenkant van Igrot. Maar deze keer vergaan wij ook als Igrot weer klotst.” Hij laat een derde raam zien dat naar buiten uitkijkt. “De heilige plekken zijn doorgangen naar de Outer Space. Maar alleen wij kunnen hier komen. Wij zijn de balancerende factor in het geheel. Mijn naam is Rajpal Wayne, de Marlboro Man.
We laten het op ons inwerken. Rajpal kunnen we zien als de hand in de handschoen die een god is. Maar hij is zelf ook een handschoen voor iets of iemand anders die wij nog niet kennen. Igrot is een soort inktvis. Er zijn twee soorten zuignappen: witte en zwarte. Tussen de werelden zijn ‘speekseldraden’ gespannen van een specifieke kleur: paars, zwart, etc. Er zijn tussen Tanaīs en Aarde ‘planes’ met een specifieke omvang in ruimte en tijd, we weten waar en wanneer ze zijn. De buitenoppervlakte van de Igrot bol heeft gras en atmosfeer. Van Rajpal mogen we daar niet komen. “Off-limits. Die is van ons.”
Claude gooit door het Tanaïs raam een peuk op Euboia. Blikseminslag en een grote bosbrand.

We nemen afscheid en gaan weer terug. Claude wil naar de rare cultus. Die zit “ergens in de bergen”. Gwan zoekt de lokatie van Mahakrishna’s lichaam op met zijn kristallen bol. Het is een plateautje hoog tegen de bergwand. De plek heeft wel wat magisch [Color: eigeel; Prime: kwetsbaar stukje zwakke magie, niet van een echte magiër of sorceror; Entropie: er zit een scheur in de 4D-realiteit]. We gaan er naar toe en arriveren tegen de schemering. De zonsondergang zal die plek zometeen precies met geel licht beschijnen. We horen ritueel gezang en dan zien we een stoet brahmanen met fakkels, die het lichaam van de koning meevoeren. We willen voorkomen dat ze Mahakrishna in een of andere ondode messias veranderen. Chang roept: “Stop deze waanzin!” Er ontstaat een schermutseling. Gwan gebruikt de speciale aura van de Zenith-kaste om de ziel van de koning naar het hiernamaals te brengen zodat hij niet terug in zijn lichaam kan worden gebracht. Het lichaam ontvlamt. De brahmanen vluchten terug de grot in. Claude rent achter hen aan en roept: “Waar zijn jullie in godensnaam mee bezig?” Ze rennen verder, dit is het einde van hun cultus. Risha neemt de as van zijn broer mee.
Die nacht droomt Risha van Narima (de vrouw van Godefried). Ze vraagt, verdrietig en gekweld: “Waarom?” De Poort naar het Westen gaat dicht.

Voor de volgende keer: – Claude wil een dode cultist aan zijn opperbrahmaan geven – Risha moet zorgen dat zijn debiele broer geen koning wordt – we moeten informatie inwinnen over de lost boys, misschien kunnen we hun aandacht trekken door de strandhut na te bouwen.

4xp

Call of Cthulhu 5

Een aantal nieuwsberichten:

In Birmingham is een stoommachine ontploft, waarbij meerdere doden en gewonden zijn gevallen. De stoommachine bleek van een slechte kwaliteit en geïmporteerd te zijn. In Manchester is een staking van fabrieksarbeiders voor hoger loon en betere werkomstandigheden op brute wijze door het leger neergeslagen. Hierbij zijn ook doden en gewonden gevallen. In Londen heeft George Lusk het Whitechapel Vigilante Committee heropgericht. Men verwacht dat hiermee de onrust tussen de bevolking van Whitechapel en het Eastend enerzijds en de autoriteiten anderzijds zal toenemen, net als 2 jaar geleden het geval was. Verder is er in Londen een directeur van een werkhuis gearresteerd wegens moord op meerdere van de aan hem toevertrouwde kinderen. Hij heeft hen vermoord omdat ze ziek waren en medicijnen erg op de begroting drukten. Vanuit meerdere delen van het land, maar met name in Londen lijken er weer Ressurectionists (grafschenners) actief te zijn.

De groep bedenkt dat het wellicht handig is om het Committee te vriend te houden, omdat zij vaak ’s nachts in Whitechapel en omstreken rondlopen en dit wel eens de verdenking op hen zou kunnen richten. En George Lusk staat bekend als iemand die het recht wel in eigen hand wil nemen. Maar eerst gaan zij zich bezig houden met de overgebleven Thaïse vrouwen. Tabby krijgt het voor elkaar om samen met Penny bij hen te mogen blijven slapen. Dit in het kader van research voor haar volgende roman. Tarjinder en Dave zullen zich in de buurt verstoppen en Percy staat met zijn koets gereed voor een eventuele snelle ontsnapping. Tarjinder plaatst zich bij de hoofdingang en Dave zoekt een plek aan de achterkant van het gebouw.

Vroeg in de ochtend ziet Tarjinder een in een kapmantel gehulde mannelijke gestalte in de deuropening verschijnen. Aan zijn hand heeft hij een van de vrouwen. Hij gebaart haar een richting op te gaan en met wat mechanisch aandoende bewegingen loopt de vrouw die kant op. Zelf gaat de gestalte weer naar binnen. Tarjinder attendeert Percy op de vrouw en deze zet zijn koets in beweging en gaat richting de plek waar de vrouw zich heen beweegt. Op die plek ziet hij in de schaduwen een tweetal humanoïde wezens staan. Percy schrikt en laat zijn paarden steigeren. Dan probeert hij de monsters te overrijden. Een van hen wordt geraakt en slaakt een afgrijselijke kreet. In de tussentijd is Tarjinder een poging aan het doen om de vrouw tegen te houden. Met veel geluk weet hij haar om te draaien en terug naar de instelling te sturen. Binnen word Tabby door Penny wakker gepord. “Ik hoor wat! En er is een meisje weg!”. Tabby was bijna door alle consternatie heen geslapen. De monsters blijken ghouls te zijn en Percy valt degene aan die hij zojuist heeft overreden. Hij steekt deze met een dolk en raakt. Naar Tarjinder roept hij: “Er staat er nog een in de schaduw!!”. Tarjinder gooit een mes naar deze ghoul, maar deze heft zijn hand op en lijkt het mes af te weren. De gewonde ghoul geeft Percy een klap, die erg veel schade doet. Daarna weet Percy deze ghoul dood te steken. Tarjinder gooit opnieuw een mes naar de ghoul en deze keer raakt hij, maar de ghoul, nog steeds met opgeheven hand staande, krijgt geen schade. Hij roept naar Percy dat deze ghoul een soort schild heeft. Dave heeft de schreeuw van de eerste ghoul gehoord en komt op dit moment aanrennen. Hij ziet wat er aan de hand is en haalt uit naar de ghoul. Tabby komt het gebouw uitlopen en ziet de zwaargewonde Percy en het meisje. Ze brengt het meisje eerst naar Penny. De overlevende ghoul valt nu Dave aan en raakt hem. Aangezien het wezen nu blijkbaar zijn “schild” heeft laten zakken, kan Tarjinder hem raken en schade doen. Tabby komt terug en gaat Percy proberen te helpen, maar zijn wonden gaan haar ervaring te boven. Percy vraagt haar de fles rum uit zijn koets te pakken en ontsmet daarmee zelf zijn wonden. De ghoul begint met het maken van vreemde gebaren en het uiten van moeilijk verstaanbare woorden. Op hetzelfde moment schiet Tabby met een pistool en gooit Tarjinder weer een mes. Beiden raken. Van dit respijt maakt Dave gebruik om zich uit de strijd terug te trekken en ook zijn wonden te gaan verzorgen. Het beest maakt nog een gebaar en probeert iets, wat schijnbaar mislukt. Het krijst gefrustreerd en dit gaat door merg en been. Tabby schiet weer en ook Tarjinder gooit weer een mes en weer zijn beiden raak. Dave staat nog in het bereik van het monster en dus slaat het naar hem met zijn klauw. Gelukkig voor Dave is de klap mis, want het monster slaat een stuk uit de muur. Tarjinder heeft nog één mes over en besluit hiermee te gaan steken. Hij steekt raak en doodt daarmee de ghoul.

De wezens worden doorzocht en volgens Percy is het onheilig satansgebroed. Ze dragen iets wat op kleding lijkt. Tarjinder gaat door hun zakken heen en vindt op de laatste ghoul een buidel waarin zich een rol papieren bevindt en menselijke handen en dergelijke. Het heeft er veel van weg dat dit een soort snacks voor de ghouls zijn.

Percy heeft intussen op zijn fluitje geblazen en in reactie hierop komen drie agenten aangerend. Tabby gaat in de koets zitten. De agenten weten niet goed wat ze met de situatie aan moeten vangen en kijken ook ietwat ontsteld naar de dode monsters. Al snel komt ook George Lusk ter plaatse, die direct begint aan de van hem bekende riedel over te laat komen van politie en hun incompetentie. Als ook hij de dode monsters ziet, weet hij zich ook geen raad. Dave merkt op: “Wat ze ook zijn, ze zijn te doden! We maken een kans als we samenwerken!”. George vindt dat een goed idee en stelt voor om de volgende dag met de groep verder te praten.

Tarjinder en Dave zien een open kelderluik, waar de ghouls waarschijnlijk uit zijn gekomen. Zij willen de kelder in gaan en een groepje stevige mannen van de buurtwacht en een agent gaan mee. In de kelder is het aardedonker. De agent heeft een lamp bij zich en in het licht hiervan zien ze een groot gat in de keldermuur. Als ze met de l;amp in het gat schijnen, zien ze een tunnel waarin, iets verderop, een aangevreten rottend lijk ligt. Het lijk is duidelijk al een tijdje dood. De agent moet overgeven, maar de groep gaat de gang in. Tarjinder rent even terug om Tabby en Penny te waarschuwen. Dave en Percy besluiten om naar een ziekenhuis te gaan om daar hun wonden te laten verzorgen.

De mannen die de gang ingaan voelen zich slecht op hun gemak, maar Tarjinder wil door. Na ongeveer 20 minuten horen ze een geluid. Als ze even staan te luisteren wordt het hun al snel duidelijk: hier bevinden zich meer ghouls. Ze besluiten het gevecht niet aan te gaan en draaien zich om en sluipen weg. Tarjinder realiseert zich dat de gang naar de buitenwijken van Londen loopt, waar zich de begraafplaatsen bevinden.

Dave en Percy vertellen in het ziekenhuis dat ze verwondt zijn door een aaseter. De behandeling is uitgebreid. Tarjinder overlegt ondertussen met Tabby. Ze besluiten dat de vrouwen hier weg moeten, maar waar moeten ze heen? De groep heeft nu kennis gemaakt met leden van het Vigilante Committee en kan deze hierbij wellicht inzetten. Tarjinder wil de vrouwen meteen weghalen, maar daarvoor is er te weinig mankracht. En daarbij komt dat hij omvalt van de slaap. Penny belooft om voorlopig bij de vrouwen te blijven.

Percy wil met een van de meisjes trouwen. Hij betoogt dat dit een goede reden is om de meisjes onderdak te bieden. De andere meisjes kunnen dan als bruidsmeisjes fungeren. Daarnaast wil hij een goede tatoeerder zoeken die hij het op hun rug getatoeerde patroon wil laten doorbreken. Maar momenteel is hij te zwaar gewond en mag hij het ziekenhuis niet verlaten. Ze willen eerst kijken of de wond niet geïnfecteerd is. Percy zet zijn nieuw verworven geld in om weer een arts te zien, maar de artsen komen niet terug voor een koetsier. Gelukkig vindt hij een bekwame verpleegster bereid om hem een stuk te genezen.

Tarjinder bestudeert de gevonden papieren. Het lijkt tezamen een soort toverboek te zijn. de eerste spreuk die hij leest, zorgt ervoor dat je in een vleermuis kan veranderen. De volgende is een eenvoudigere spreuk waarmee je mist om je heen kunt creëren. Hij leest door en vindt de volgende spreuk. Eentje waarmee je schade van fysieke aanvallen kunt voorkomen; de afweerspreuk van de ghoul. Aan het lezen van deze spreuk houdt Tarjinder een ongemakkelijk gevoel over [hij verliest een sanity point]. Het lijkt er op dat er nog 2 spreuken in de papieren staan, dus Tarjinder leest verder. de volgende spreuk heet The Hands of Colubra en doet schade aan tegenstanders. Het ongemakkelijke gevoel gaat over in misselijkheid [-4 sanity points], maar ook de laatste spreuk wordt gelezen. Deze heet Soul Singing en deze laat het doelwit zien en horen wat de tovenaar wil.

Toevoeging

In de serie Tanais bleek ik een aflevering vergeten te zijn.

Tanais 108 bevat nu de juiste aflevering.
Wat er eerst in 108 stond, staat nu in 109, wat in 109 stond, staat nu in 110 en wat in 110 stond, staat nu in 111.
Over twee weken spelen we weer verder.

Tanais 111

Tanais 111 – 18-08-2016

We gaan verder naar de hoofdstad. Het is nog steeds bossig, maar de longhouses staan dichter bij elkaar. Bij de baai staan ze zo’n 500 meter uit elkaar. Bij de haven is een ommuurd gedeelte van de stad. Vanaf de heuvels zien we dat daarbinnen een andere architectuur is: luxe rijtjeshuizen en villa’s. We zien twee natuurlijke zuilen in het water staan. Op eentje staat een kasteel en er is een brug tussen de twee.
Dit hier is nu de Bron der Bronnen. Voorheen was dat de Maelstrom van Melek Qart. De githyanki die hier rondlopen lijken op gnumpathi. Dat is hetzelfde soort als we als ‘zaadcellen’ bij de Witte Bron van Terra hebben gezien. De soort die Claude in een parallel-wereld naast Tanaïs heeft gezien, waren van een andere soort. Dat waren ‘afweercellen’. Beide soorten zijn 4D projecties in onze wereld van 5D onderdelen van Igrot.
We komen in een winkelstraat vlak buiten de ommuring. Daar betrekken we een herberg en gaan incognito de markt op. Het doet normaal aan, maar het eten is met minder zorg bereid. Op de markt zijn nuttige magische voorwerpen te koop van inferieure kwaliteit: aanstekers, ovens, weckpotten waar dingen eeuwig in houdbaar zijn, dat soort dingen. Als we met de mensen praten horen we dingen als: “Alles is zo veranderd,” “muur opgetrokken,” “daarbinnen hebben ze een makkelijk leven,” “niet voor mensen zoals jij en ik,” “buitenlanders en mensen die negen maagden hebben ingeleverd,” “worden ze aan de draak geofferd?” “de mooiste houdt hij zelf…”
Wie?
“Prins Adelbert de onuitspreekbare,” “de puntoren? dat zijn niet de buitenlanders, de buitenlanders doen zaken met de puntoren.”
We willen de compound magisch bestuderen en beklimmen daartoe een nabij heuveltje. De CHiggs meetapparatuur wordt geïnstalleerd en we nemen onze vrouwelijke vorm aan. We zien een [Force]-veld in de muur rond het compound. Daarbinnen is heel veel [Color] aanwezig, maar de Zwarte Bron is daar niet. Die zit in de basalten zuil naast die met het kasteel. Daar zit een apart [Force]-veld omheen. De brug is er in inbegrepen.
Helena heeft een paar biefstukken gekocht en charmeert daar drie kwispelende schaapshonden mee. Met [Life en Prime] bloedmagie geeft ze twee van de dieren haar eigen DNA en verandert ze in meisjes. De derde lukt niet. In de verte mist een herder nu zijn honden Miepje en Miesje. Elaine geeft ze met [Mind] een menselijk bewustzijn. Met enig zoeken kunnen we nog zeven leuke boerderijbeesten betoveren. Elaine is iets te succesvol, dus ze worden erg snugger.
Elaine, Claude, Risha en negen maagden mogen de compound in. Binnen is veel bedrijvigheid. We zien veel githyanki van het Gnumpathi-model tussen de mensen lopen. Het zijn vooral ambachtslieden die [Color]-voorwerpen maken. De mensen zijn expats uit het hele Westen van de wereld en een aantal Hobbits. De handelaren hebben hun hele familie bij zich. We komen er al snel achter dat we hier niet zo veel hebben aan goud, want men doet aan ruilhandel. De handelaren uit Dao hebben bijvoorbeeld zijde, parels, jade en specerijen. Soul levert vooral wol, huiden en hout, maar dat hebben ze hier al in overvloed. Soul-technologie daarentegen! Claude en Risha knutselen met [Matter-magie en Craftsman Needs No Tools] enkele prototypes van Claude’s uitvindingen in elkaar: een helikopter en een duikbootje. Claude is de meester (10 successen), Risha de onhandige leerling (1 succesje). Dat is interessante handel. De maagden worden meegevoerd naar het kasteel. Even later krijgen we het bericht dat de meisjes zijn goedgekeurd en wij krijgen een handelsvergunning. We krijgen een toegangsbewijs voor het krachtveld en we krijgen een ingerichte villa toegewezen. Daar staat iets wat wij als CHiggs herkennen als een televisietoestel met heel knullige shows. Maar voor een fantasy wereld heel bijzonder. Claude is goed in het maken, maar Risha is daarentegen weer veel beter in het verkooppraatje. In drie dagen maken we een paar werkende exemplaren.
Maar we zijn hier niet voor de handel. Met een druppel bloed van Risha/Helena heeft Claude een resonantie voor zijn [Correspondence en Life] magie, waarmee hij de maagden kan opsporen. Ze zitten in de basalten zuil onder het kasteel in comfortabele vertrekken. De meisjes zijn zwanger en wat er in hun buik zit, zijn snelgroeiende githyanki’s met voor de helft Risha’s en Helena’s DNA en de andere helft alien DNA. Alle githyanki lijken op elkaar. Ze blijven een paar weken en worden dan afgelost door nieuwe volwassen githyanki. Iedere dag wordt er een bevrucht. We kunnen ze volgen met het bloed van Helena/Risha. Dit hier is het equivalent van een teelbal van Igrot.
Laten we de bevruchter een kopje kleiner maken. Met teamwork: Elaine [Science plus Enigma’s], Condoleeza [Forces magie] en Risha’s [Lock Opening Touch], maken we een sleutel. We vliegen er naar toe en landen op de kantelen van het kasteel. Er is geen bewaking. Het bovenste deel van het kasteel is leeg. Op de begane grond treffen we een zwangere dame. We spreken haar aan: “Hoi.” “U heeft de verkeerde, ik ben al zwanger. Jullie moeten terug naar de kleine zuil, naar de spiegelzaal.”
Elaine doet een memory-download met [Mind en Time]. Deze dame is gisteren over de loopbrug gegaan. Ze is in een spiegellabyrinth gekomen. Daar stak iets een hand door een spiegel heen, wat ze heel eng vond. In het midden an het labyrinth is een bed. Ze gaat slapen want ze is moe. Een aardige vreemdeling komt bij haar liggen. En de volgende ochtend werd ze naar een luxe verblijf hier beneden het paleis geleid.
We gaan de brug over en komen in een klassiek spiegeldoolhof zoals we dat kennen van de kermis. Elke spiegel is een doorgang naar een zwarte bron ergens ter wereld. Elaine volgt de route uit het geheugen en we komen in het midden aan. Daar ligt een meisje te slapen. Een knappe Elsewhereling stapt uit een spiegel. Hij negeert ons. Onze aanwezigheid is waargenomen, maar niet belangrijk bevonden. Zo zien we een deel van de voortplantingscyclus van Igrot: een Elsewhereling bevrucht een vrouw van Tanais, daar komt een Gnumpathi-githyanki uit vort en die bevrucht een Igrot ei. Het is een verrijkingsprogramma voor het genetisch materiaal. De githyankivorm komt waarschijnlijk van de vorige vader-wereld. De volgende generatie is wellicht Rishavormig …
We moeten aan Mollenslijm vragen of die weet van welke wereld de githyanki kwamen en wat hun zwakheid is. Kennis van buiten Igrot kunnen we tegen hem gebruiken. Igrot heeft een doel: voortplanting. Maar we weten nog steeds niet genoeg van de ecologie van Igrot, we missen nog schakels. We denken dat magie, zwarte prut en incals de afvalproducten zijn, datgene wat Igrot niet kan gebruiken.
Claude laat een knoop achter om de spiegelzaal te kunnen blijven scry’en en dan gaan we terug naar de compound.

4xp

Call of Cthulhu 4

Dave brengt de zwerver onder in een schuurtje waarin wat gereedschap wordt bewaard en een komfoor met kolen is. Percy heeft een manier bedacht om uit te vinden waar de zwarte koets met verwijderde wapenschilden vandaan komt. Hij gaat naar zijn collega koetsiers toe met het verhaal dat hij door die koets werd afgesneden en daardoor met een verwonde dame in zijn koets kwam te zitten.

Als men langs gaat bij de Lloyds kunnen ze, nadat Penny en Tabby zich van hun charmantste zijde hebben getoond, de boeken inzien. De belofte van Tabby om de inhoud alleen gefictionaliseerd te houden helpt ook goed. Het schip blijkt eigendom te zijn van de Southstar Shipping Company. Dit bedrijf uis eigendom van Axel Bellman, een tot Brit genaturaliseerde Zweed. De maatschappij heeft meerdere schepen die allen op de wilde vaart worden ingezet. Het bedrijf is gevestigd in Newcastle en na verder speuren ontdekken de dames dat de Black King een groot aandeelhouder is. Tarjinder is ondertussen schoenen gaan kopen voor Penny om het goed te maken.

Percy zoekt Dave op om samen met hem na werktijd naar de kroeg voor vrachtrijders te gaan. Percy breekt daar het ijs door over koetsen te praten en zijn verhaal over gesneden worden gaat er in als koek. Na enige tijd vinden ze een man die de zwarte koets weleens gezien heeft. hij herinnert zich de koets vooral omdat de koetsier het verkeerde type was.

Na hun bezoek aan Lloyds gaan Penny, Tarjinder en Tabby proberen een afspraak te maken met inspecteur MacAllen. De inspecteur is best bereid met hen asf te spreken en stelt een pub in de buurt voor. Deze pub blijkt niet door verdere agenten gefrequenteerd te worden. Als de inspecteur binnenkomt wordt hij door de groep voorzien van een drankje en een fooi wegens de ongebruikelijkheid van onze klandizie. Tarjinder wil graag weten hoe de politie aan zijn signalement is gekomen. De inspecteur vermoedt dat dit voortkomt uit rancune van de 2 mannen die door Percy en Dave zijn neergeslagen. Een Indiase man is makkelijker te herkennen dan een blanke. Als Tarjinder vervolgens was opgesloten acht de inspecteur de kans groot dat hij in de gevangenis “van de trap gevallen” was. Verder speculeren de dames en Tarjinder over de gevonden torso’s. Men vertelt de inspecteur dat zij in de koets zaten die het eerste torso vond. Daarnaast brengt het groepje de inspecteur ook op de hoogte van de bedwelmde meisjes. Hier heeft hij niets over gehoord. Tabby legt uit dat onze “strong man” overdag in de haven werkt en hoe we via hem informatie hierover binnenkregen. Daarna vraagt men aan de inspecteur of ze de torso’s mogen zien. De inspecteur snapt nu waarom we die willen zien en zal kijken of hij iets kan regelen met de dokter. Bedachtzaam vertrekt hij en Tabby geeft hem nog haar kaartje.

Percy krijgt bezoek van de tolk. Die heeft de gevonden papieren uit de hut van de bootsman vertaald. Het is vertaald uit het Khmer en bevat instructies voor de continuering van de spreuken Dominate en Compel Flesh. De laatste spreuk is bedoeld voor doden (wezens zonder ziel).

De volgende dag komen Percy en Dave lunchen bij Tabby, zodat er informatie uitgewisseld kan worden. Als Dave hoort van de Compel Flesh-spreuk, vraagt hij zich af of er misschien ook nog een lijk aan boord van het schip is. Er wordt geopperd dat de gevonden romp daar misschien van is. Penny wil de spreuk graag lezen, maar dit wordt afgeraden door Percy. Penny bekijkt toch de spreuken en het is inderdaad akelig om te bedenken datiemand dit bij vol bewustzijn een ander aandoet. Er zijn momenteel 2 hypotheses: de dominate wordt in het Verre Oosten gebruikt om slaven te maken en de Compel Flesh om hier zombies te maken en naar daar te transporteren of beiden worden daar gemaakt. Men besluit om nog een keer op de boot rond te kijken. Na enige discussie wordt besloten om de keukenploeg om te kopen en inderdaad met wat giften mogen ze ’s nachts rondneuzen.Bij het doorzoeken van de boot vinden we niets. Dave zoekt in het ruim naar spreuk gerelateerde zaken, maar vindt niets. De hut van Chang wordt nog eens onderzocht naar aanwijzingen of hij vrijwillig is vertrokken. Er worden geen sporen van geweld gevonden. Wel bestaat de mogelijkheid dat hij in grote haast is vertrokken en de kajuit overhoop is gehaald door de politie. Percy en Tarjinder nemen nog wat kruiden mee uit het ruim en Penny en Tabby willen zijde kopen. Hier krijgen ze 50% korting op. Percy biedt aan om de kruiden voor hen te verkopen en Tabby weet wel een paar kleinere naaisters die de zijde kunnen overnemen. Dave en Percy worden kopers. Dave vaart in de avondschemering een bootje langszij en Percy vervoert het verder de stad in. Daarnaast bedenkt men om eens wat opiumholen af te gaan op zoek naar Chang. Eerst gaat men naar Chinatown. In het opiumhol aldaar raken de mannen bedwelmd. Penny denkt er aan om niet al te diep adem te halen en vindt de bootsman. Hij is al te ver heen om nog te reageren, dus nemen ze hem maar mee. Op een vraag waarom ze hem meenemen, antwoordt men dat het de bootsman is en hij nodig is aan boord. Dit wordt niet direct geloofd, maar uiteindelijk weet Tarjinder hen te overtuigen. Ze besluiten om Chang bij Dave te laten ontnuchteren. Voor de zekerheid binden ze hem wel vast. Hij wordt bewaakt door Dave en Percy, die dankzij hun nieuwe inkomstenbron niet direct hoeven te gaan werken.

Op donderdagochtend krijgt Percy bericht dat een van de gesmokkelde vrouwen is verdwenen. Samen met Penny en Tabby gaat hij er naar toe. Ter plaatse hoort hij dat de vrouw gisteravond gewoon naar bed is gegaan en er vanochtend niet meer was. De afdeling is afgesloten en in de tuin, op de zolder en in de kelder zijn geen sporen te vinden. Desgevraagd hoort men wie er allemaal sleutels heeft: directeur, nachtportier, nachtwaker, en de Raad van Bestuur, waarvan Rev. Simmons en Sir Charles Warren deel uit maken. De nachtportier houdt bij hoog en bij laag vol dat hij niet van zijn post is geweest en de nachtwaker is redelijk simpel van geest.

Als de bootsman wakker wordt is hij niet blij dat hij is vastgebonden. De man spreekt Engels en het gesprek begint onvriendelijk. Als blijkt dat Dave van de vrouwen afweet, wil hij wel praten. Hij vervoert de vrouwen. verder vertelt hij dat de tovenaar in Siam akelig is, maar niet zo akelig als degene hier. Chang weet niet of wil niet weten waar de vrouwen heengaan. Met de Compel Flesh heeft hij niets gedaan en voor zover hij weet gaat er ook niks terug. Gevraagd naar waarom de ene akeliger is dan de andere vertelt Chang dat die in Siam dingen channelt en dat de tovenaar in Engeland dingen oproept. Hij heeft een vrouw gezien waarvan 1 arm in een tentakel werd veranderd. Hij heeft geen gezichten gezien. Het was een kring om een op de grond getekend pentagram heen. De vrouw werd naakt in het midden vastgeketend, waarna de kring er om heen liep al murmelend. Langzaam begon haar vlees te veranderen, de ledematen als eerste en daarna ook het hoofd. Hij is toen gillend weggelopen. Chang wil graag weten welke bescherming Dave hem kan bieden. Dave wijst hem er op dat hij makkelijk te vinden was en voorlopig wel hier kan blijven. De vrouwen komen per half jaar en hij doet dit al 3 jaar. De overdracht vind plaats als de zwarte koets er is. Het bijwonen van de ceremonie was na een rit in de zwarte koets. Chang was toen geblinddoekt. Hij denkt dat ze hem dit hebben laten zien om hem te bedreigen en om hem medeplichtig te maken. Misschien ook wel om te kijken. De groep besluit dat de overige 4 vrouwen niet veilig zijn en weg moeten waar ze nu zitten.

Call of Cthulhu 3

Het is woensdag en iedereen, behalve Penny, is bezig met zijn/haar reguliere werkzaamheden. Op het werk van Dave gaan geruchten rond in verband met de recente zoekactie van de politie. Het blijkt dat deze onder de leiding van Sir Charles Warren heeft plaats gevonden. verder zijn er een vijftal Aziatische vrouwen gevonden in het ruim van een schip. Sir Charles Warren was hoofdcommisaris van 1886 tot 1888 en is in ongenade gevallen door het uitblijven van een arrestatie van Jack the Ripper. Momenteel blijkt hij zich weer omhoog te werken. Zoals velen uit de hogere klassen heeft hij geen hoge pet op van arbeiders.

Tabby heeft het adres van William Booth achterhaald. Zij trekt de stoute schoenen aan en schrijft hem een brief waarin zij haar sympathie uit wegens het gestolen manuscript en zichzelf direct uitnodigt voor de volgende dag. Als antwoord komt een kort schrijven met daarin vermeld de datum en tijd van de afspraak. vervolgens regelt Tabby dat Percy haar met zijn koets naar Hadley Wood rijdt. Ten tijde van de afspraak heeft mr. Booth een Ierse dominee, Rev. Patrick Simmons, te gast. Tijdens het gesprek blijkt dat Booth geen kopie heeft van zijn manuscript, maar nog wel de ruwe aantekeningen van hem en zijn medeauteur, de journalist W.T. Stead. Tabby biedt haar hulp aan bij het opnieuw uitwerken van deze aantekeningen en krijgt het adres van de journalist. William Booth kan zich niet voorstellen waarom het manuscript gestolen is. Het enige mogelijke pijnpunt in het boek was een beschrijving van de omstandigheden waarin de Engelse arbeiders verkeren en de oproep om verbetering in hun lot te brengen. Voor domuinee Simmons is het wel duidelijk dat de Steambarons er achter zitten, aangezien hen dat geld gaat kosten. De dominee houdt kerk in Whitechapel en kent daardoor de ellende van dichtbij. Hij deelt Booth’s idealen. Als Tabby later in de week bij W.T. Stead langs gaat, neemt deze haar aanbod voor hulp graag aan.

Na het werk gaat Dave naar de kroeg en let goed op of hij iets kan opvangen over de Aziatische vrouwen. Hij krijgt te horen dat de vrouwen allen een tatoeage op de rug hebben. De tatoeage is een symbool en geen letterteken(s). Op vrijdag is Penny helemaal genezen van haar verwondingen. (de afspraak voor het optreden wordt uitgesteld tot Geert weer aanwezig is)

In de stad is wel enige spanning merkbaar, met name in de buurten waar Jack the Ripper heeft toegeslagen. Na de 5 officiële slachtoffers uit 1888 zijn er nog een aantal lijken van vrouwen gevonden, maar met name de vondst van het vrouwentorso heeft de gemoederen danig beroert. Dan wordt er voor de tweede keer in een paar dagen het lijk van een vrouw gevonden. Deze keer lijkt de dader gestoord te zijn tijdens het verwijderen van de ledematen. Het hoofd zit nog vast aan het torso en blijkt gruwelijk misvormd te zijn. De spanning in het Eastend en met name in Whitechapel loopt op: mensen lopen met messen en onbekenden worden wantrouwig aangekeken. Tabby is erg nieuwsgierig naar het misvormde hoofd. Het hoofd had niets menselijks of dierlijks meer. “Monsterlijk?” “Ja, dat is wel het goede woord.” Tabby en Penny besluiten een salon, schouwburg of theater te bezoeken. Percy besluit om Dave op te zoeken en gaat daarna met hem naar een pub waarvan bekend is dat er ook vaak agenten komen. De bedoeling is om wat nieuwtjes op te vangen, maar daar is er niet veel van. Dan krijgt Dave een ingeving: als er vrouwen gesmokkeld zijn, dan is dat waarschijnlijk eerder gebeurt en dan moeten ze ook vervoerd zijn! Op het terrein van de haven bivakkeren ook veel zwervers. Die wil Dave gaan zoeken en ondervragen met behulp van een tweetal flessen drank. Percy weet nog de locatie waar de vrouwen zijn ondergebracht te achterhal;en bij een agent, maar eerst gaan ze langs de zwervers. na een lange zoektocht vinden ze een zwerver die coherent genoeg is om te ondervragen. Hij heeft inderdaad gezien dat er vrouwen van een schip kwamen en in een geblindeerde koets werden geladen. Ze waren volgzaam “… alsof hun ziel er niet was.” De koets werd getrokken door een vierspan en had ook 4 wielen. Op de deur was een plek zichtbaar waar een wapenschild had gezeten. De koetsier had de manieren van iemand van goede afkomst, maar reed wel zelf. Hij leek het vaker gedaan te hebben. Welke boot het was en welk tijdstip herinnert de zwerver zich niet meer. Wel herinnert hij zich dat de koetsier een hoge hoed, witte handschoenen, een cape en lakschoenen droeg. Alles van een goede kwaliteit. Dave vraagt of hij een signaal wil geven als het nog eens gebeurt en in ruil voor een betere slaapplaats wil de zwerver dat wel doen.

Op zaterdagochtend om 8 uur belt Percy bij Tabby aan. Zij en Penny zitten net aan het ontbijt en na uitnodiging schuift Percy aan. Hij vertelt hen van de ontdekkingen en dat hij en Dave graag met de “in beslag genomen” vrouwen willen spreken. Percy is van mening dat Tabby daar een rol bij kan spelen. Dave regelt ondertussen dat hij eerder bij werk weg kan en wordt door de anderen opgehaald.

Volgens de informatie van Percy zijn de vrouwen in een tehuis in of bij Whitechapel ondergebracht. Na aankomst beidt Dave aan om de koets in de gaten te houden, zodat die niet door de lokale bevolking word meegenomen. Na enige tijd naar de vrouwen geluisterd te hebben, rijst het vermoeden dat zij Thais spreken en dat er dus een tolk geregeld moet worden. Percy zet daarop koers naar Chinatown, alwaar hij een Thai weet op te duikelen. De vrouwen maken een heldere, niet verdoofde indruk. De vrouwen geven hun namen en vertellen dat zij in hun thuisland, Siam, zijn verkocht aan een vrouwenhandelaar die vaker in de regio kwam. daarna zijn ze naar een havenstad gebracht. De vrouwen hadden niet verwacht daar bij een tovenaar langs gebracht te worden die hen, onder het prevelen van onbekende teksten, tatoeëerde. Zij voelden zich daar erg ongemakkelijk bij. Daarna herinneren zij zich niets meer, tot het moment dat ze hier wakker werden. Als we hen vragen of wij de tatoeage mogen bekijken, ontbloten de vrouwen hun rug nog voordat de heren de kamer hebben kunnen verlaten. Volgens Penny en Percy, die er verstand van hebben, is het magie die ouder (proto-periode) is dan de Oosterse magie. Het doet reptielig aan. Penny is druk bezig de tatoeage over te trekken op een stuk papier en Percy en Tabby zien de ogen van die vrouw even glazig worden. Percy experimenteert bij een andere dame en het lijkt er op dat het aanraken van het patroon en volgen zeker een rol speelt bij het verdoven van de vrouwen. Percy laat wat extra geld achter en vraagt of hij op de hoogte gebracht kan worden als ze opgehaald worden.

Eenmaal buiten, wordt ook Dave op de hoogte gebracht. Na alle verhalen besluit Penny om een klein revolvertje te kopen. Dave zoekt nog uit vanaf welk schip de vrouwen kwamen. Het blijkt een schip van de wilde vaart te zijn en op de reis naar Engeland heeft het Thailand en Singapore aangedaan om via het Suezkanaal hier te arriveren. De kapitein is gearresteerd en het schip ligt aan de ketting. Dave regelt dat hij de eerstvolgende keer dat het schip bevoorraadt wordt de levering mag doen. Bij die levering verkleedt Penny zich als man en gaat Tabby als jeneverschenkster mee aan boord. Vooral Tabby, als vrouw, heeft veel aanspraak van de bemanning en op advies van Dave hoort zij de koks uit. Die vertellen haar dat de bootsman, Chang, enorme porties eten kreeg. Van de bemanning verneemt zij dat de vrouwen in het ruim verborgen waren, achter een kantelbare wand. We mogen het best zien. Er zijn 8 stapelbedden, waarvan er 5 beslapen zijn. Dave gaat op zoek naar iets waarmee de tatoeages te activeren zijn. Penny en Tabby vinden dat op de toilettafel. Bij het doorzoeken van de laatjes vindt Tabby een geheim compartiment, met daarin beschreven papieren. In een oosters schrift, maar niet Chinees. De mannen gaan op zoek naar de kajuit van Chang. Die blijkt afgesloten te zijn. Dave slagt er in om het slot open te krijgen. De kajuit is donker en na het gordijn geopend te hebben, zien ze dat de kajuit overhoop is gehaald. Dave en Penny zien dat het raampje wel dicht, maar niet op slot zit. Dave zoekt door de puinhoop heen en vindt foto’s van Chang met een vrouw. Op zijn rechterwang zit een moedervlek. Chang heeft zijn opiumpijp en monsterboekje laten liggen, wat wijst op een mogelijk onvrijwillig vertrek. Hij blijkt vaak op dit schip gevaren te hebben en is oorspronkelijk afkomstig uit Shanghai.

De groep besluit dan met de gevonden papieren naar Chinatown te gaan en ze door de tolk te laten vertalen. Die vindt het serieus gevaarlijk en spreekt van echte magie. Hij heeft dat hier nog nooit gezien, maar wel in Siam. Het betreft hier waarschijnlijk een serieuze tovenaar die in contact staat met een andere wereld. Op basis van deze informatie verwacht de groep dat hier een machtig persoon achter zit. Waarschijnlijk iemand met veel geld (en dus macht) en een passie voor geheimzinnigheid aangezien hij zijn eigen koets rijdt. Vervolgens gaat men langs bij de havenmeester, waar men ontdekt dat het schip hier vaker aanmeert. Dit komt overeen met de informatie van de zwerver. Aangezien het schip eigendom is van een holdingmaatschappij besluit men om de volgende dag langs de Lloyds te gaan.

Call of Cthulhu 2

De zondag na de fair wordt men wakker ten huize van Tabby. Penny en Tarjinder zijn in een bedrukte stemming. Zij hebben immers wel stageld en huur van de tent betaald, maar hebben nauwelijks inkomsten binnen gekregen. Tarjinder neemt de tijd voor zijn yoga-oefeningen. Bij Tabby wordt er zachtjes op de deur geklopt. Het ontbijt wordt binnen gebracht. En ondanks dat de keuken niet op de hoogte is gesteld van de logerende gasten is er wel een ruimere hoeveelheid voedsel gebracht. Tijdens het ontbijt informeert Tarjinder nog naar eventuele zaaltjes bij Tabby in de buurt waar hij en Penny kunnen optreden. Dave begeeft zich ondertussen naar de kerk (good old Church of England). Percy heeft zich met zijn koets ook bij een kerk opgesteld in de hoop zo nog wat klantjes te verschalken.
’s Maandags verschijnen de kranten weer en volgens de London Times heeft er in Hyde Park een “hardhandige aanval op burgers” plaatsgevonden. De London Gazetteer (eigendom van de steam barons) spreekt van “een uit de hand gelopen gerechtvaardigde actie” wegens “illegale activiteiten”. Er was immers een illegale stoommachine aanwezig op de fair. De Daily Telegraph spreekt dan weer van een “opstootje in Hyde Park”. De Gazetteer maakt verder ook nog melding van het feit dat de politie op zoek is naar een man van Indiase afkomst.
Diezelfde ochtend klopt Percy aan bij Tabby. Ook hij heeft de krant gelezen en vermoedt hetzelfde als de rest. Men is op zoek naar Tarjinder en de groep is niet zeker of dit zoeken gebeurt vanuit de politie zelf of dat de steam barons hier achter zitten. Er zijn ten slotte 2 mannen van de gold king neergeslagen. Tarjinder besluit om zich bij de politie te melden. Samen met Penny en Tabby neemt hij de koets van Percy en rijden ze naar Scotland Yard. Bij aankomst wordt Percy door Penny betaald en geeft Percy haar een witte steen om door de ruit te gooien bij tekenen van onraad. Zoals altijd is het druk bij Scotland Yard. Het is een komen en gaan van allerlei soorten mensen, maar vooral ook bedelaars en hoertjes e.d. Bij de ontvangst staat een besnorde agent. Als Tarjinder meldt dat hij waarschijnlijk de Indiase man is uit de krant en zich daarom komt melden, maakt de agent de opmerking: ”Dat is voor het eerst dat zo’n zwartjoekel zich zelf meldt!”. Als het bericht is doorgegeven, komt er niet veel later een detective in burger aan. Deze stelt zich voor als inspector MacAllen. Tarjinder stelt Penny en Tabby voor. Percy is buiten bij zijn koets blijven wachten. De inspecteur neemt Tarjinder mee naar een bureau voor het verhoor. Hier vertelt de inspectuer dat er ook melding is gemaakt van een vrouw die vervaarlijk met een zwaard stond te zwaaien. Volgens Tarjinder was dat zwaard totaal ongevaarlijk en bot, maar moeilijk van echt te onderscheiden. De inspecteur vraagt of er een contract is gemaakt over het stageld en de huur. “Uhm, dat soort dingen regelt mijn assistente”. Penny wordt er bijgehaald en zij heeft inderdaad het contract. De inspecteur bekijkt dit eens en schrijft de namen die op het contract staan op. Daarna meldt hij dat dit contract als bewijs hier moet blijven, maar dat Tarjinder en Penny een ontvangstbewijs kunnen krijgen. Dit laatste na de protesten van Penny en Tarjinder hoe zij zonder contract hun geld kunnen proberen terug te krijgen. De inspecteur geeft Penny nog een waarschuwing om in het vervolg niet met zwaarden te staan zwaaien. Na ontvangst van het ontvangstbewijs van de bureausergeant staat de groep weer buiten, blij dat de inspecteur niet net zo was als de bureausergeant. Tarjinder vraagt of Percy een theater weet. Percy kent een kelder op de rand van Chinatown. “Kan jij hem vullen?” vraagt hij aan Tarjinder. Deze kijkt hem niet begrijpend aan.
Ondertussen gaan er bij Dave op het werk allerlei geruchten over een op handen zijnde actie van de politie tegen smokkelaars. Er lopen opeens ook onbekenden rond tussen de normale werklui. Dave spreekt een collega aan die weet wat er zoal speelt. De onbekenden zijn mannen van zowel de Gold King als de Blue King. Hem wordt aangeraden zich gedeisd te houden en zich vooral strikt aan de regels te houden. Bij onorthodoxe verzoeken je meerdere waarschuwen. Dave kijkt ook nog of de 2 van zaterdagavond er tussen lopen, maar nee.
Percy neemt de anderen mee naar Chinatown. Dit is een morsige wijk vol met Chinese tekens. Hij leidt ze naar een lokale baas. Bij de kelder kennen ze hem en dus laten ze hem binnen. Percy biedt een demonstratie aan. De groep wordt binnen gelaten en naar benden geleidt langs de dampen van een opiumden. De vloer van de kelder is van aangestampte aarde en nde muren van planken. De ruimte is verlicht, maar op een manier dat er nog veel schaduwplekken zijn. Uit een schaduw stapt een corpulente man, gevolgd door een oude man met een vlassig baardje. Tarjinder stelt zichzelf voor en zegt: “Uhm, laat ik voorzichtig beginnen”. De dikke man knipt met zijn vingers en de oude man plaatst een stoeltje achter hem. De show gaat van start. De man is geïnteresseerd in de verdwijntruc en de messenwerp-act. “Zal ik mijn lieftallige assistente laten verdwijnen?” “Dat zou zonde zijn. Hier, neem Ang maar…”. Ang verdwijnt echter niet en Tarjinder gaat verder met het messenwerpen. Penny dringt aan dat er op haar gemikt wordt en ook Tarjinder houdt aan. Uiteindelijk gooit hij naar hen beiden en het lukt. “Ik kan ook bewegende objecten!” dat vindt de man interessant en hij klapt in zijn handen. Er verschijnen mensen die plaats nemen in de donkere hoeken en dingen gaan werpen. Penny helpt mee met het spotten waar vandaan er gegooid wordt. De eerste worp lukt en hij krijgt een compliment. Percy dringt aan om de verdwijntruc nog een keer met Penny te doen. Helaas lukt het ook deze keer niet, maar Penny verdwijnt toch. “Hmm, gestoethaspel als afleiding, die kenden we nog niet”. Dan vraagt de man wanneer hij kan optreden. “Morgenavond al”. “Dat is snel!”. “Kunt u de tent vol krijgen?” “Dat lukt een goochelaar van uw klasse toch zelf?” “Dan duurt het wat langer” “Ik kan hem wel vullen, maar dan wordt mijn commissie hoger!”. Ze komen er uit en de volgende dag zal Tarjinder the Magnificent een optreden geven. Penny bespreekt ondertussen de details met de oude man.
Daarna gaat Tabby langs bij haar uitgever op Fleet Street. Hier bevinde zich ook de kantoren van de meeste kranten. Ook hier is de macht van de steam barons merkbaar. De meeste grote kranten houden zich redelijk op de vlakte. De kleine krantjes hebben soms stokpaardjes waar ze tegen te keer gaan en de London Times gaat daar af en toe in mee. Als tabby een aantal journalisten spreekt, wil men haar niet vertellen wie de auteur van het artikel in de Times is. Wel hoort zij dat er is ingebroken bij haar uitgever. Er is een manuscript gestolen: “Darkest of Britain, and the way out” van William Booth (oprichter the Salvation Army). Een rare inbraak aangezien de kluis ongemoeid is gelaten.
Na werktijd zoekt Percy Dave op in de kroeg. Hij wil geld verdienen met een taxi-service van het publiek naar de kelder in Chinatown. Tabby kent een aantal societyfiguren die dit soort spannende nieuwe zaken waarderen. Zij waarschuwt hen dat het in Chinatown is en dat het derhalve belangrijk is om juwelen en dergelijke thuis te laten.
Op de avond van het optreden rijdt Tabby met Tarjinder en Penny mee. Percy haalt samen met Dave 6 betalende passagiers, allen societydames, op in een geblindeerde koets. Tarjinder en Penny hebben varkensbloed geregeld voor de truc met de mand en de zwaarden. Dave en Percy schermen de dames af van de opiumtent, waar het al aardig druk is. De show gaat van start. Als eerste staat de verdwijntruc op het programma, maar deze mislukt alweer. Hierna volgt de messenwerp-act. Wellicht is Tarjinder aangedaan door het alweer mislukken van de verdwijntruc, want het eerste mes raakt Penny. Er vloeit bloed! De Chinezen applaudisseren, maar de societydames schrikken. Tarjinder gooit door. Het tweede mes boort zich net naast Penny’s keel in de plank. Nummer drie is echter weer een voltreffer en weer vloeit Penny’s bloed over de bühne. Mes nummer 4 komt tussen de benen van Penny terecht. Penny ziet het vijfde mes op haar afkomen en weet nog net op tijd haar vingers te spreiden, zodat het mes haar mist. Het publiek is extatisch, maar een van de dames valt flauw. Zij wordt weer bijgebracht en vindt het optreden niet fijn. Zij heeft door dat wat er op het toneel gebeurde echt is en niet een trucage. Tarjinder realiseert zich dat hij Penny dusdanig verwond heeft dat ze hulp nodig heeft. Hij vraagt een vrijwilliger voor de zwaardentruc en Dave biedt zich aan. Terwijl Dave door Tarjinder wordt geïnstrueerd, maakt Percy van de gelegenheid gebruik om Poenny te verbinden. De truc met de zwaarden en de mand gaat perfect. Door het ingrijpen van Percy is Penny net in staat om nog afscheid te nemen van het publiek. Hierna vertrekt het publiek al snel. Percy en Dave brengen de dames weer terug. De administrateur overhandigt aan Tarjinder een zak geld en zegt dat ze welkom zijn voor een volgend optreden.
Als men dit voorstel later bespreekt, wijst Percy er op dat er bij een volgend optreden ook weer bloed moet vloeien. Dave plaatst hierop de opmerking dat hij eventueel wel aan mensen kan komen die het risico op verwondingen willen lopen. De eerste hulp van Percy heeft buitengewoon goed gewerkt en Penny een heel eind opgelapt. Tarjinder doet een poging om Penny te overtuigen om op vrijdag weer op te treden, maar Percy grijpt in en zegt dat hij haar met rust moet laten. Ze rijden terug in de nog steeds geblindeerde koets. Percy en Dave zitten op de bok en zien onder een spoorbrug iets vreemds liggen tussen het afval. Het blijkt het torso van een vrouw te zijn. Dave trekt wit weg en geeft over. Ze waarschuwen de anderen en Penny bekijkt het lijk ook. Haar valt op dat de ledematen zijn afgezaagd. Verder valt het haar ook op dat het vlees van de rechterarm al uitgedroogd lijkt te zijn. Percy doet zijn burgerplicht en alarmeert de politie door op zijn fluitje te blazen. Diverse fluitjes antwoorden en al snel zijn er 3 agenten ter plaatse. “Wat is er aan de hand?” Percy wijst hen op het lijk: “Dat zagen we liggen.” Eén van hen zegt direct: “De Ripper is terug!” (2 jaar geleden heeft Jack the Ripper huis gehouden). Percy legt aan de agneten uit dat hij en Dave het lichaam zagen liggen vanaf de koets. Na verdere notities gemaakt te hebben laten de agenten hen vertrekken.
Eenmaal thuis gearriveerd, maakt Tabby een voedzame punch voor Penny. Ook de daaropvolgende dagen krijgt zij versterkend eten. Penny maakt gebruik van deze tijd om manieren te bedenken om de show veiliger te maken. Het kost moeite om tarjinder duidelijk te maken dat een perfecte show zonder bloed het publiek zal teleurstellen. Wekelijks mensen verwonde op het toneel is de makkelijkste optie, maar daarmee begeef je je op een hellend vlak. Dave ziet het probleem niet zo. Zijn achtergrond als havenarbeider/kraanmachinist is duidelijk anders dan die van de rest. Volgens hem doen mensen elke dag dingen voor geld waar ze gewond van kunnen raken en zelfs bij dood kunnen gaan. Percy zegt dat Tarjinder beter zijn showmanschap kan vergroten. Tabby wil niet bekend staan als de promotor van iemand die zijn geld verdient met het verwonden van mensen. Penny bremgt ten slotte nog te berde dat het tot nu toe om goochelen ging.

Call of Cthulhu – sessie 1

Sessie 1
Het is een zaterdagavond in de zomer van 1890 en we bevinden ons in Hyde Park. Een gedeelte van het park wordt momenteel in beslag genomen door diverse attracties, waarvan de door stoom aangedreven draaimolen het middelpunt vormt. Het is nog vroeg op de avond en het is nog niet echt druk. The Magnificent Tarjinder en zijn lieftallige assistente Penny bewegen zich door het publiek om hun show aan te prijzen en kaartjes te verkopen. Na een klant van zijn cab af te hebben gezet bij de Fair heeft Percy besloten om wat over het terrein te slenteren. Het is immers nog te vroeg om klanten te hebben voor de rit terug. Onderwijl is Dave ook rond aan het lopen op de Fair. Hij staat voor een moeilijk besluit: gaat hij meteen bier drinken of gaat hij eerst nog een show kijken. Verder loopt ook Tabby rond. Zij is druk doende met het observeren van mensen om inspiratie op te doen voor haar volgende roman/penny dreadful verhaal. Tarjinder en Penny weten aan alle drie een kaartje voor hun show te verkopen.
Nadat het publiek een plaats heeft gevonden en benodigde versnaperingen zijn aangeschaft, neemt de voorstelling een aanvang. Penny presenteert The Magnificent Tarjinder aan het publiek en de voorstelling neemt een aanvang. Vanaf zijn plaats op het podium ziet Tarjinder een aantal kinderhoofdjes van onder het tentzeil meekijken. “Willen jullie kijken?”. Op deze vraag duiken de kinderhoofdjes, op een na, weg. “Dat mag, als je daarna iedereen vertelt hoe goed deze show is!”. Tarjinder biedt het jongetje een plaats aan op de voorste rij, waar hij direct gaat zitten. Tijdens de show wordt er onder andere een roze konijn uit de hoed van Percy getoverd. Terwijl Tarjinder en Penny bezig zijn met de verdwijntruc, merkt Tabby dat er buiten mensen tegen het tentzeil vallen. Er begint nu ook rumoer en geschreeuw van buiten de tent binnen te komen. Tarjinder stuurt het jongetje naar buiten om uit te zoeken wat er aan de hand is. Het jongetje besluit eieren voor zijn geld te kiezen en keert niet terug. Tabby besluit om naar buiten te kijken en ziet dat er een knokploeg bezig is met het veld schoon te vegen. Snel duikt ze weer terug in de tent, maar ook de tent blijkt geen veilig onderkomen meer. Twee stevige kerels met gele banden om hun mouwen komen de tent binnen en richten hun aandacht op Tarjinder. Tarjinder krijgt enkele klappen te verduren en hem wordt toe gebruld: “Je hebt niet betaald!!”. Zijn protesten zijn tevergeefs. Percy gooit een klapstoel naar een van de mannen, maar deze mist. Tabby maakt van dit moment gebruik om onder het podium te duiken. De gele mouwbanden suggereren dat de mannen voor King Gold, de man die de stoommachines beheerst, werken. Een van de mannen slaat naar Trajinder met zijn knuppel, maar die wordt afgeweerd. Aangezien Tarjinder net met de messenwerp-act wilde beginnen, heeft hij een mes in zijn hand. Het lukt hem om de broekriem van zijn tegenstander door te snijden. Penny pakt een zwaard van het toneel en staat daar dapper mee te schutteren: “Pas op, ik ben gewapend!”. Dat vindt de tweede aanvaller dermate grappig dat hij misslaat. Dave komt dan de dame te hulp. “Je slaat geen vrouwen!!” en geeft hem een harde vuistslag in zijn gezicht. Penny probeert haar aanvaller met het plat van het zwaard te slaan, maar mist. Dave slaat hem vervolgens knock out. Percy maakt ook gebruik van zijn vuisten, en het feit dat zijn tegenstander problemen heeft met zijn broek, en slaat de ander KO. “Penny, we gaan inpakken.” Schreeuwt Tarjinder ten teken dat het tijd wordt om te vertrekken. Percy gaat ondertussen door de zakken van de 2 mannen, maar vindt daar weinig. Hij neemt een van de mouwbanden en geeft de andere aan Dave. Tabby helpt eerst met het pakken en vervolgens helpt zij Tarjinder een handje met de 2 aanvallers onder het podium te trekken. Percy en dave escorteren de anderen naar de cab van Percy, waarin hij hen een ritje aanbiedt om snel uit Hyde Park weg te komen.
Op aanwijzing van Dave begeeft het gezelschap zich naar een pub in the Docks. Het is een tamelijk ongure pub en Penny en Tabby trekken de aandacht bij de aanwezige “heren”. De eerste die echter iets onaardigs zegt tegen een van de vrouwen, krijgt een hoek van Dave en daarmee is dat snel afgelopen. Na drankjes te hebben geregeld, probeert Percy Tarjinder uit te horen over de oorzaak van het gebeuren op de fair. Tarjinder meldt dat hij gewoon de huur voor zijn standplaats heeft betaald en moppert verder wat over het missen van inkomsten. Dave gaat mee in het gemopper en voegt er aan toe dat hij slechts een incomplete show heeft gezien. Dit doet Penny en Tarjinder besluiten om alsnog de messenwerp-act op te voeren. Penny gaat tegen een balk staan met een appel op haar hoofd en Tarjinder weet deze met een perfecte worp aan de balk te spietsen. Onder applaus en geroffel op de tafels loopt Penny weg. Vervolgens daagt Percy Tarjinder uit om zijn kroes uit de lucht vast te spietsen. Ook dit sterke staaltje lukt hem. Hierna praat men wat verder. Percy vraagt al snel naar de meer occulte aspecten van de Indiase cultuur. Het blijkt dat Penny daar veel van af weet. Tarjinder meldt dat hij India verlaten heeft om aan een gearrangeerd huwelijk te ontkomen. Samen met Penny is hij vervolgens zijn goochel-act gaan doen. Het wordt later en op een gegeven moment staat Penny te dansen op de tafel, hetgeen het publiek goed doet.
Zowel Dave als Tabby biedt een slaapplaats aan voor Penny en Tarjinder. Ze nemen het aanbod van Tabby aan. Penny blijkt er deze avond echt zin in te hebben en wil nog verder uit. Er wordt besloten om eerst de bagage bij Tabby’s huis af te zetten. Onderweg rijdt het gezelschap weer langs, het nu uitgestorven, Hyde Park. Men besluit nog eens te kijken naar de fair en constateert dat vooral de stoom draaimolen het heeft moeten ontgelden. Deze is grondig vernield. Tabby doet de suggestie dat deze niet via King Gold is aangeschaft. Men inspecteert het wrak en Penny en Percy vinden een plaatjevan een buitenlandse fabrikant. Dave kent het merk, een obscuur bedrijf uit Midden-Europa, waarschijnlijk Oostenrijk-Hongarije of een land daar in de buurt. Het lijkt een stoommachine van niet al te hoge kwaliteit te zijn en is vermoedelijk het land in gesmokkeld.

Tanais 110

De vorige sessie was geëindigd bij de met zwarte drab gevulde vallei die de Hoogzetel was. Risha is bij de tovenaars geweest om de volgende niveaus van Sorcery te leren. De anderen vertellen hem dat Archet nu aan een binnenmeer ligt omdat de barriëre van de bubbel waar ooit Soul en Bronwë waren, een rivier tegenhoudt. De androïden uit de technobubbel zijn geëvacueerd naar Aarde. De bubbel zit nu alleen nog maar vol met kakkerlakken. En er blijken twee en een half jaar verstreken te zijn. De zwartslijmziekte is beperkt gebleven tot de Eenoog-aanhangers en het zwarte slijm wordt geoogst door zombies van de tovenaars, die er hun magie mee van energie kunnen voorzien. Imhotep is ook tot zombie gemaakt. De toren van de Siderials is ingenmen door de lunars. Maar de party heeft er een kristallen bol gevonden waarmee we de siderials kunnen contacteren. Het geloof van de Meluhha’s, een soort boeddhisme, is erg populair geworden. De Idrissi hebben een machtig rijk gesticht in Euboia. En Soul als landje stelt niks meer voor.
Als Risha er achter komt dat Imhotep tot zombie is gemaakt, zegt hij: “Ik had verwacht dat je hem zou mummificeren! Kun je zijn bewustzijn er weer in terug stoppen? We hebben hem dringend nodig!” De necromancer belooft om op zoek te gaan naar de ziel van Imhotep.

Risha, altijd impulsief domme dingen doende, gaat op de Hoogzetel zitten. Het voelt als het pure kwaadaardige egoïsme van de Eenoog cultus, waar hij even lid van was geweest, maar heel diep daaronder zit een oeroude, primordiale kracht. Als hij even zit, begint hij zwart slijm te braken. De stoel reinigt zichzelf via hem. Het duurt ruim een uur. Als het kwade slijm er eindelijk uit is, voelt de zetel weer schoon en oud. Risha is nu één met de realiteit van het land. Met deze zetel kan hij de parameters van dit deel van de wereld bepalen. Hij ziet dat Sorceror’s Well is dichtgeslibt. Hij begrijpt hoe de Eenoog cultus de zon liet stilstaan. En hij snapt hoe de Wyld werd opgeroepen en weer weggezonden. Per gebied kun je allerlei parameters verzetten. En met oefening kun je daar invloed op uitoefenen. Hij besluit om dat wat er van zijn koninkrijkje resteert meer sprookjesachtig te maken. Daarvoor hij verhoogt de factor Weird. Lekker ver van de technologie van Aarde vandaan.

Als hij klaar is, gaan we bedenken wat we nu moeten doen. Eerst maar naar de mijn in Targon om te kijken hoe het met de zonium winning gaat en of de goudmaakmachine is aangekomen. Als we er zijn, wordt de colorcopter gecamoufleerd en Claude bewaakt het ding. We lopen over een brede laan met aan weerszijden bergen puin en slakken. De Goblins zijn mijnwerkers en de Dwergen zijn de bazen. De zoniumwinning gaat lekker. De dwergentechnologie is voor ons als leden van de Technocratie totaal onbegrijpelijk, maar het werkt. Ze hebben het proces verbeterd en er is inmiddels 20 liter. Ongeveer tien maal zoveel als verwacht. Ze vertellen dat de goudmachine is aangekomen, maar er ontbreekt iets. Dat kan wel kloppen, want dat onderdeel hebben wij. We zetten de machine aan en geven ze 5 jaarlonen, om nog tenminste twee en een half jaar door te gaan. Dat stelt de dwergen gerust. Voor onszelf nemen we ook een heleboel kilo’s goud mee.

Daarna gaan we nog even naar het ontplofte eilandje. Daar is niks te beleven. Vervolgens willen we naar New Salish om met Chantal te gaan praten. De stad is een verborgen plek, we zijn er zelf nog nooit geweest. Maar Gwan kan met zijn kristallen bol precies zien waar we Chantal kunnen vinden. Ze zit in een torentje bij een kloof en hij weet de precieze coördinaten te bepalen. Haar torenkamer in New Salish is door de lucht prima te bereiken. Als ze Risha ziet, schrikt ze enorm. “Welkom, ex-echtgenoot!”
Binnen is het mooi en rijk ingericht. Ze vertelt dat haar compagnons op jacht zijn. Ze is alweer gelukkig getrouwd. Als Risha zegt dat we overleggen willen met de Lunars en de Siderials, vertelt dat er een grote vergadering plaats zal vinden op de grens van Dao en Jao. “Wij Lunars denken: Alles is vergankelijk. Het gaat nu slecht maar het komt wel weer goed.” Nadat we in het kort hebben uitgelegd wat we hebben ontdekt, zegt ze dat de Lunars ook wel zullen gaan. Ook legt ze uit dat het netwerk van Hoogzetels en Veenzalen aan de Lunars behoort en dat die van Soul weer in gebruik zal worden genomen door hem aan een nieuwe Veenzaal te koppelen. Risha kan in de problemen kan komen als hij die Hoogzetel bedient. Hij lijkt niet onder de indruk. We vertellen over de andere wereld. Chantal wil die wel eens zien. We zullen een zonium-pak voor haar maken. Ze zegt dat de Lunars en de Siderials die wereld ook moeten zien voordat ze het verhaal zullen geloven.
“Hmm, zegt Risha, misschien kunnen de Lunars helpen met aanmeren van de twee werelden door met hun netwerk overal de juiste parameers in te stellen.”
Risha stelt een uitweg voor uit Chantal’s huwelijks dilemma: Het huwelijk tussen Risha en Chantal is eigenlijk niet geldig, want het paardenritueel is niet met haar uitgevoerd, maar met Claude. Chantal zat op dat moment in de Veenzaal. Dus eigenlijk is Risha getrouwd met Claude. “We ontmoeten elkaar op de vergadering. Jij stelt mij voor aan jouw echtgenoot en ik stel jou voor aan mijn echtgenote, Claude’s vrouwelijke gedaante.”
Chantal vertelt verder dat de goden van Shintasta nog maar weinig voorstellen nu Bronwë en de brahmanen weg zijn. De derweth en hun oude goden zijn sterker geworden. In Waldheim is ‘her-brond’ en hun magie heeft die van Melek-Qart vervangen. Ze leveren heel veel magische goederen aan de hoven van de ‘commoners’, de niet-magische mensen. Ze zijn beter èn goedkoper dan die van Qart. De Meluhhans willen er juist niets mee te maken hebben. Die vinden de spullen verslavend en corrumperend. Het klinkt als Color-magie en als de Incals van Aarde. Er zijn ook geruchten dat er na de Abyssals nòg een groep bijgekomen is.

Dan vertrekken we weer, voor de lunars terugkomen van de jacht. Na het afscheid vliegen we over een kust met vissersdorpjes, over de Oost-Westweg naar de stad Waldheim en van daar naar de Noordelijke bergen, waar we landen. We verstoppen ons voertuig goed en lopen over een landweggetje naar het Zuiden. Hier is het dunbevolkt. Ons komt een kar tegemoet die er vrij sjiek uitziet. De bestuurder kijkt niet gelukkig. We spreken hem niet aan, maar gaan verder. ’s Avonds bereiken we een buitenwijk van Waldheim. Hier staan Viking-achtige langhuizen. Er lopen dronken en opschepperige vikings rond. Ene Hrothgar wil ons wel voorstellen aan zijn heer. Een gift van kilo goud geeft ons een plek halverwege de lange tafel. Het is overdreven luxueus. De kookhaarden en biervaten zijn magisch, maar de mensen kijken alsof de betekenis uit hun leven is verdwenen. Ze hebben alles, behalve een reden om feest te vieren. Bij het hoofd van de tafel is een concentratie van met [Color] geladen voorwerpen, prullaria. Risha gaat in op de uitdaging van een krijger die ruzie zoekt.
“Vechten doen we buuten de halle!” roept de heer.
Een verfrissende knokpartij later, zelfs Gwan vecht mee, worden we aan het hoofd van de tafel uitgenodigd. Hij is wel benieuwd naar de knul die claimt koning te zijn van het verdwenen land.
“De herbergen zitten in het centrum van de stad,” zegt hij. “Tot een paar jaar geleden hadden we niets met de buitenwereld te maken. Vreemdelingen beheersen nu de handel en de koning der koningen is geen Waldheimer. Hij heeft een grauwe huid en puntige oren.” (We herkennen de beschrijving van een githyanki.) “De grauwe lieden hebben een put geslagen en die is de bron van de magie. Veel mensen willen het oude leven weer oppakken. Maar er is een cultus rondom de bron. Ik ben daar zelf niet in ingewijd. Na een ritueel delen de grauwe mensen vanuit de bron magie uit aan iedereen.”
“We zijn bij de grootvizier van Qart geweest,” zegt Risha, “en die was armer dan u.”
“Dan was hij een gelukkig man. Twee jaar terug is er een opstand geweest tegen mensen van de bron, maar die is neergeslagen. Zij hebben gewonnen en, zo is onze cultuur, daarom zijn zij nu de baas. En nu is er een verboden stad rondom de bron.”
Als de wet voorschrijft dat de winnaar koning der koningen is, denkt Risha, dan kunnen we de githyanki eens gaan uitdagen.
De mensen van hier hebben nog oude priesters, de Goodie, een soort derweth. In de bergen beheren zij een Hoogzetel. Daar moeten we maar eens mee gaan praten.

Verdere plannen:
– Praten met de Goodie, eventueel de koning der koningen uitdagen
– Naar Albion voor overleg met Daguerre
– En dan naar Dao-Jao voor de grote vergadering

4 xp

Scorpio Rising 20 – slot

Scorpio Rising 20 – Saturn in Scorpio

Wolfgang ziet het burgemeesterschap helemaal zitten: maar hoe aan te pakken. Er wordt wat gespeculeerd over propaganda, debatten en het overhalen van kiezers met goede argumentatie. Coyote, in Wolfgang’s hoofd, levert commentaar op het geheel: ga op zoek naar ‘filth’ en ‘sludge’, de ‘dirty secrets’, want het geheim dat je beheerst is meer waard dan een geheim op straat. Na terugkoppeling geeft Whipsaw wel mee dat er een keuze moet blijven, dus dat de manipulatie van de kandidaten voorzichtig moet gebeuren, na omzichtig onderzoek. Inderdaad. De doodsgraver ‘Bones’ weet te vertellen dat een ‘hoefijzer afdruk’ toch moeilijk weg te werken was bij de vrouw van Roy Jones. Maar zij was toch overleden aan indigestie? Als Rat’s inbreekt bij Roy Jones (spring en klauwwerk om het raam open te krijgen) vindt deze in een nachtkastje een geheim compartiment met het doodscertificaat: trampled by horse. Fishy. Hij mauwt in zijn slaap iets over ‘bad doggie’ en helaas gaat Rat’s ook op een plastic fallusvormig piepspeeltje staan voor een hond (maar hij heeft toch geen hond?). Hij kiepert Jones om en springt door het raam. Doc gaat zoeken in het huis van de oude burgemeester, na wat koetjes en kalfjes met de ex-vrouw Mary Oakley, mag hij de kamer doorzoeken. Het oude bureau is ontworpen om indruk te maken: geen geheime knopjes, Mary zelf mocht niet in de kamer komen en weet niet veel. Als Doc in de stoel zit van de burgemeester, kijkt hij links en rechts van de stoel: de boekenkast heeft wel dikke planken, deze kunnen wel open en hier zit inderdaad een schaduw boekhouding van Moses en Fairweather. Wolfgang wil graag dat de Ieren kunnen stemmen, maar daarvoor moeten ze geregistreerd staan en daarvoor is weer een burgemeester nodig en als die afwezig is kan de sheriff dit doen, mits gemandateerd. Als Wolfgang Belle Starr om raad en advies (dirty secrets) vraagt over de kandidaten weet ze te vertellen dat Roy wel eens in de kroeg zit, maar niet met de meisjes mee gaat. Ze grapt over dieren, maar voegt eraan toe dat er wel eens honden worden afgeleverd: maar dat kan ook zijn om de wapens te testen. De bankeigenaar Felix Fairweather komt wel eens bij de meisjes, maar dat is nooit ‘spectaculair’, er gebeurt niet veel, zelf vermoedt Belle Starr dat hij meer van jongetjes houdt. Starr kan ook helpen met de kiezers: ze zal het aan Vie La Pirelle vragen om de sheriff een mandaat te geven, maar dat zal Wolfgang een medium boon kosten want ze moet de politiek bedrijven met een gouverneur of senator, hij gaat akkoord. De dag later verschijnt Vie en geeft Wolfgang een decree waarin staat dat de sheriff tijdelijk waarnemend burgemeester is en ‘hij er zorg voor moet dragen dat iedereen zich kan registreren.’ De jonge sheriff vloekt binnensmonds: hij moet nu serieus werk gaan verzetten. Whipsaw zorgt dat de documenten in de handen komen van de justitie. Op de registratie dag organiseren Liz en Wolfgang een goede borrel zodat er ook wat te doen is rond de registratie. De overwinning van Wolfgang is dan ook een landslide. Als kersverse burgemeester gaat hij naar SF voor handelscontracten en ook dat lukt verder.

Na San Francisco is er een tijd van afwachten, trainen en het opnemen tegen de ‘nemesis’: de Souleater, want er wordt besloten dat het goed is om deze alvast uit te schakelen. Ze wekken, met de spullen van Doc, een trance op, en zitten in een geïmproviseerde zweethut gemaakt van de dekens waarop/in Shameful zat. Ze proberen zich af te stemmen op de bane. Ze krijgen contact, hij zit nog op dezelfde plek: bij Furnace Point, zodat ze hem ter plekke (waar Shameful geïnfecteerd werd) kunnen oproepen. Ze verbreken het contact, maar lopen de visioen uit, vooral Rat’s is benieuwd naar Coyote verhalen. Dus als er een horde roze konijntjes voorbij komt huppelen in het visioen (waar men al snel vrolijk op gaat jagen), besluit men de grootste te volgen. Deze wordt als snel een jackrabbit: soms dichtbij, soms ver weg. De jackrabbit begeleidt de party over de zandduinen, waar hoog in de lucht donderwolken samenpakken: er zijn bliksemflitsen, maar geen donder. In het weerlicht, als schaduwen in de wolken is het silhouet van Coyote te zien, die in conflict is met een slangenkop. Het is dus waar, zegt Liz. Daarna ziet men flarden van verhalen: een verhaal waarin de wereld ’s avonds donker is, behalve als de maan er is. De dieren vragen Luna om raad en ze zicht dat ze tekeningen in de lucht moeten maken met de glimmende kiezels van de beek. Coyote wordt niet gevraagd en de dieren gaan de tekeningen maken. Coyote is boos, verzameld ook kiezels, gaat naar de hoogste bergtop die hij kan vinden en struikelt daar. De kiezels uit de zak spatten alle kanten op: botsen tegen de andere kiezels, alle tekeningen gaan door elkaar. De dieren zijn boos, maar Luna zegt: is het nu niet veel mooier? Zo zijn de sterren ontstaan. Dit gaat over in een ochtend beeld van Coyote in een houten roeiboot op ene eindeloze zee. Dagen gaan voorbij terwijl Coyote zich verveelt. Dan is er een Eend. Coyote vraagt de eend om te kijken hoe diep het is en zand mee te nemen. De eens duikt en komt boven met zand van de bodem in zijn bek. Van dit zand maakt Coyote het land, waar hij zijn bootje aanlegt. Dan is het nog steeds saai en er zijn geen andere dieren buiten de eend. Dus hij maakt mensen van steen, daar is hij niet tevreden over, van hout, nee dat is het ook niet, van klei dat gaat goed. Uiteindelijk wordt zijn zoon geboren, en dit wordt (ook) Coyote, Coyote wordt nu Old Man Coyote genoemd. Langzaam vervagen de droombeelden.

Tijd om plannen te maken: in hun eerdere visioen / dream quest bij Oraibi ging Wolfgang dood: dus een goede voorbereiding is de sleutel. Er wordt gewerkt aan harnassen door Wolfgang en zijn discipelen, Whipsaw. Dankzij Rat’s wil Armadillo nog wel een zegening uitspreken over de harnassen. De reis naar Death Valley / Furnace Point verloopt voorspoedig, maar naarmate ze dichterbij komen begint de umbra meer de realiteit in te ‘bloeden’. De kleuren van de rotsen en het zand is hier paarsig, daar grijs, daar, vel oranje, er lijken meer schaduwen te zijn en hier en daar lijken de rotsen oud, gesmolten en vergruisd. De Gauntlet is extreem dun inmiddels en het gebeurt dan ook dat banes meer dan eens ‘per ongeluk’ door de gauntlet heen stappen. Maar omdat de banes geïsoleerd zijn en de Rabbit Chasers veel ervarener zijn de Scrags geen bedreiging meer: vakkundig worden ze naar een andere wereld geholpen. Whipsaw is het aas, want hij heeft het beste harnas en is het snelste. De Soul Eater verschijnt, maar hij is in zijn eind stadium: het Fleshy Collective, een weerzinwekkende grote gestalte van roze vlees met semi transparante plekken lichtgroen (de kleur van Balefire). Door deze plekken ziet men hersenen drijven. Het wezen zend de misère van zijn slachtoffers uit: zijn die hersenen werkelijk nog bij bewustzijn? Het leidt in ieder geval behoorlijk af in het gevecht. Eén van de stemmen van de hersenen wordt herkend: Tsunami Bob, de Silent Strider die inderdaad nooit meer is teruggekeerd. Een paar banes verzamelen zich op veilige afstand. De Souleater zend zijn vangarm uit naar Whipsaw, deze vangt het tentakel op zijn harnas onder luid gekraak. Doc doet een spreuk waarmee de bane rage en wilskracht verliest. Rat’s en Liz hakken op het monster in. Wolfgang slaat toe met zijn kersverse zilveren zwaard en hakt het mond tentakel af. Triomf! Maar nu tijdens het gevecht hebben zich steeds meer banes verzameld aan de periferie en nu moet er ook nog een weg door de banes worden gevochten, banefire elementals beginnen banefire te werpen. De kar van Doc moet even achtergelaten worden: maar ‘we komen toch terug’.

Daarna: rust en bevallen. Ze kiest ervoor om te bevallen in Oraibi, daar hebben ze ervaring met kinfolk. De party wordt onthaald in de Pueblo stad, Little Red Fox is er al: er staan mensen langs de route, andere bidden naar een kachina doll, die de Blue Star Kachina weergeeft. De Rabbit Chasers krijgen nu een betere plek om te logeren en alle spullen die ze nodig hebben, in de weken die volgen wordt verwacht dat ze een steentje bijdragen aan de community: jagen, repareren, dat soort dingen. De bevalling van Liz is zwaar: een dikke 24 uur na de eerste wee, bloed pijn, uitscheuren (in crinos gaan, genezen, waardoor het nog langer duurt) is het kind eindelijk ter wereld. Het lijkt de crinos te hebben opgepakt van de moeder, want het kind wordt in crinos geboren. Het kind, een jongen, lijkt een mengeling van de koperkleurige vacht van de prairiewolven doorschoten met het wit van de Silver Fangs. Ook fysiek wijkt hij iets af van de normale Silver Fang cub: hij lijkt iets atletischer / slanker gebouwd. Na de geboorte is de schrik van het ‘metis’ zin (crinos is de normale staat van de metis behalve bij de geboorte) er af: het kind veranderd terug naar baby-vorm. De Blue Kachina cultus neemt grotere vormen aan. Inmiddels zijn de indianen (Croatan, Wendigo, Uktena) zich aan het verzamelen bij Oraibi, ze nemen kennis van de geboorte en een moot wordt belegd. Er komen geschenken van diverse mensen (zowel garou – ook elders – als Oraibi). Het is even dwalen door de woningen van de pueblo, de wirwar van daken, straten, plateau’s en doorgangen die kleven tegen de wand van de berg. De Caern is in de berg en, hoewel de magiërs er komen, wordt de caern beheer door de garou. Vanaf het plafond van de caern hangen oude stalactieten, een klein beekje kronkelt door de ruimte. Het geheel baadt in een groenachtig, blauw licht. Alle werewolven worden gevraagd om hun voeten te ontbloten en kort te wassen in het beekje. Deze caern is een schone plek, er hangt sereniteit en rust. Theurgen zijn bezig met het plengen van water en er worden maiskoeken uitgedeeld: Rat’s beseft dat dit de openingsrite is. Het programma is duidelijk: het kindje van Liz en de aanval op Death Valley. Liz fluistert nog of ze haar kind mee had moeten nemen, Whipsaw zegt dat deze nog niet geïnitieerd is en dus geen toegang heeft tot de moot.

Hierna neemt Wachese het woord. Er wordt lang, uitgebreid, uitgeweid over de reis en het wedervaren tegen de diverse blauwbloezen en forten. Maar, omdat de meesten dezelfde ervaring hebben, is daarna het punt ook afgesloten. De Rabbit Chasers vertellen hun verhalen en deze ervaringen worden erkend. Het kind, daar zijn ze kort over: felicitaties en het kind moet zich bewijzen, ze blijven opletten. Liz besluit dat het nu wel een goed moment is om een naam te gaan kiezen en denkt hierover na (het wordt Angus). De Death Valley Caern: de Wendigo stellen voor om naar voren te marcheren, alles klop te geven en zo te winnen; Rabbit Chasers en de Uktena zien toch wat haken en ogen bij dit, verder, heldere plan. De Croatan vragen of het stukje tussen naar voren marcheren en alles klopt geven iets specifieker kan. Na een vurig betoog over strijdbijlen en ‘charging the enemy’ merkt Doc op dat zo veel garou doodgaan. De Wendigo wimpelen dit weg, the good death. Na wat heen en weer wordt besloten om een tang te doen. Maar, zo merkt Liluye (Uktena theurg) op, het is handig als de bane die jullie de poppenspeler noemen – de psychomachia – op hetzelfde moment wordt aangevallen en afgeleid, zo kan deze het minste kwaad. Dit is de rol voor de party. De Rabbit Chasers maken een extra plan. Rat’s vertelt dat psychomachia aangetrokken worden door angst en vertwijfeling. Als Rat’s zich laat ontglippen dat hij banes kan oproepen, willen de Uktena hier het fijne van weten. Het plan vormt zich: één van hen, Wolfgang offert zichzelf op omdat hij degene is met de meeste angst (haar, kleding, leven) en gaat de umbra in. De rest blijft uit de umbra en volgt hem, Rat’s kan de umbra in kijken. Maar als hij de umbra in gaat, zal hij bloot komen te staan aan de storm, en zo dicht bij de bron is deze levensgevaarlijk. Hier bedenken de theurgen iets op: een speciale tomahawk, een amulet die om de nek gehangen kan worden. Deze kan beschermen door de klap op te vangen van de storm, maar hij zal door corrosie vervallen: dus de tijd is beperkt. Het volgende probleem wat getackled moet worden is: hoe krijgen ze die bane de umbra uit, want zij kunnen niet in de umbra vechten? Er kan een spirituele harpoen gemaakt worden: Wolfgang gaat deze maken (zodat het afgeschoten kan worden door een geweer), samen met de theurgen. Na wat proeven is het gelukt: een kogel met een priemende punt uit de umbra getrokken kan worden door wilskracht.

De reis naar Furnace Point gaat voorspoedig, er zijn geen conflicten met indianen stammen simpelweg omdat men reist met de Indianen. Naarmate men verder komt, lekt de umbra weer door in de realiteit. De banes blijven op afstand vanwege de grote groep Garou. Bij Furnace Point is de kar van Doc gereduceerd tot een geblakerd karkas. De banes zijn in Death Valley en wachten af. De groepen Native Americans splitsen zich op, zoals afgesproken en dan beginnen de Wendigo als eerste aan hun mars naar voren, waarop de Croatan en de Uktena de tang laten dichtklappen: het gevecht is begonnen, scargs vallen aan, banefire elementals gooien met hun banefire (dat brandt en muteert), pattern spiders weven garou in webben. Wolfgang gaat de umbra in: de Tomahawk amulet beschermd, maar de paars/groene storm woedt hevig en rijt aan het amulet, de kleren, het haar. Langzaam lost de storm materie op, alleen spirits lijken er geen fysieke last van te hebben. Die vliegen rond en klauwen in het wilde weg, niet in staat om te blijven stilhangen. Wolfgang loopt naar het centrale punt, op zoek naar de Psychomachia en denkt gedachten van harano en desolatie. De rest van de rabbit chasers volgt hem in buiten de umbra, veranderen in Crinos en leveren strijd met Scrags en Banefire elementals. Schakel eerst de banefire elementals uit! Roepen Whipsaw en Rat’s tegelijk. Deze banes kunnen gelukkige niet veel hebben en zijn snel verslagen. De scrags zijn heftiger, maar de groep is nu veel ervarener dan eerst en Doc, Liz, Whipsaw en Rat’s ruimen deze vakkundig op. Wolfgang ploetert verder. De Tomahawk lost op, desintegreert en naarmate hij dichter bij het centrum komt, draait de storm sneller en laat de amulet sneller slijten. De tijd begint te nijpen. Hij hoort stemmen in zijn hoofd, die tasten zijn wilskracht aan: geef op, het heeft geen zin, het is onvermijdelijk. De Tomahawk is inmiddels gereduceerd tot het ringetje waarmee het aan het touwtje hing. De storm tast het vlees aan van Wolfgang, maakt wonden, vernietigt vlees: hij moet in crinos om te genezen. De storm tast het geweer aan, hij moet het moet zijn armen beschermen, dicht tegen zijn lichaam. Het lijkt mislukt, tevergeefs. Zo dicht bij het centrum en niets, denkt Wolfgang als de storm hem op zijn knieën dwingt. En dan verschijnt de psychomachia: groot, donker, vol scherpe punten en een grijnzende kop met lichtende ogen. Snel legt Wolfgang aan, de loop steekt uit en wordt onmiddellijk aangetast door de storm. Hij heeft één kogel en één kans. Hij schiet met wilskracht en focs en de kogel boort zich in een poot van het monster. Rat’s schreeuwt, grijp Wolfgang, trek de bane naar ons toe! Whipsaw duikt de umbra in en werpt zich op Wolfgang, om hem te beschermen tegen de storm: al snel is de rug van Whipsaw een gevilde bloedige massa. Liz, Rat’s en Doc concentreren zich op het spirituele koord tussen hen en de bane. Ze zijn furieus en leggen al hun wilskracht in de schaal en trekken het monster naar zich toe. De bane is sterk, maar zij zijn sterker: ze trekken hem door de ragdunne umbra heen. De psychomachia is snel en maait met zijn enorme zijsachtige uitsteksels. Rat’s, Doc en Liz krijgen een klap: zijn klappen zijn hard en het schild van armadillo (dat als een soort tweede pantser over het pantser lag) begeeft het: maar geen schade komt er door. De bane baalt maar de party is dan en haalt vernietigend uit Liz, Rat’s en Whipsaw slaan allemaal raak en claw-claw-bite (of claw, claive, bite) hun weg door het carapace van de bane. Doc doet de spreuk die de bane verzwakt (razernij neemt af en wilskracht ook). De bane heeft grote moeite om te raken en schade te doen, de garou zijn oppermachtig en maken het karwij af. Grijnzend heft de bane zijn stervende kop op enals Wolfgang er een kogel doorheen jaagt krijgen de Rabbit Chasers nog een beeld in hun hoofd: een van schaken, een koningin die zichzelf opoffert en geslagen wordt door een pion.

De garou hebben de nabens verslagen. Rat’s krijgt het door, de theurgen van de Uktena, Croatan en Wendigo ook: deze storm is de schuld van een bane. Een Stormbane, maar hij heeft zich gebonden met een baen van de weaver. Daarom zijn hier weaver spirits! De Uktena noemen hem Storm Eater. En hij komt eraan om door te breken. Hij is enorm, een frontale aanval zal leiden tot talloze doden, hij zal garou wegslaan alsof het vliegen zijn. Binden! We moeten hem binden! Roepen de theurgen. Rat’s sluit zich aan bij het overleg. Het idee is simpel: de caern is vervuild, daar krijgen we geen energie van, om deze bane te binden is veel spirituele energie nodig en er is niet veel tijd. Vrijwillige zelfopoffering, zegels in bloed tekenen, 13 zijn er nodig is de inschatting. Met deze draconische mededeling komt Rat’s terug bij de Chasers. Whipsaw ontvliegt: seks en masturbatie kan dat ook. Misschien, zegt Rat’s, maar dat is hier niet het paradigma en je zult veel meer garou aan het masturberen moeten hebben dan er nodig zijn voor een opoffering (seks kan per definitie niet): hoeveel sperma heb je nodig om die zegels te kunnen tekenen? Whipsaw zegt: zoek harano patiënten: die zijn er, maar liefst 9. Het kost niet veel moeite om hen over te halen. Doc en Wolfgang willen zich opofferen. Whipsaw eist dat theurgen zich ook opofferen, maar inmiddels is er al een wachtlijst. Veel garou willen een kans hebben om dit te stoppen. Wolfgang trekt zich discreet terug uit zijn vrijwillige opgave, Doc niet. In een cirkel rond de caern gaan ze zitten als de theurgen achter de helden gaat staan en rituele teksten opzeggen. De helden krijgen een zilveren claive om de afgrijselijke daad mee te doen. Het geschiede. De theurgen maken de zegels, zeggen de rites en blauwe, lichtende draden strekken zich uit de grond op, de umbra in. In de hoofden van de garou klinkt gebrul en woede: de bane in gevecht met de oude garou magie. Rat’s moet zich flink concentreren, het zweet staat hem op het voorhoofd…maar…het lukt! De gezamenlijke woede en haat tegen de banes zorgt ervoor dat de bane wordt gebonden aan deze caern, opgesloten achter laylines, zegels en rites. De storm klaart op, maar de umbra is eng dun. De Wendigo gaan Whippoorwill te lijf: deze laat zich eenvoudig wegjagen en voordat iemand iets heeft kunnen doen heeft Coyote zijn plek weer ingenomen.

Maar achter de Storm Eater schuilt een groter gevaar. Een van de koppen van de wyrm, een van de koppen die Roanoke heeft opgegeten. Het valt op zijn plek: de Souleater, de Storm Eater: allemaal aspecten van de Eater-of-Souls. De Eater-of-Souls komt met grote vaart door de deep umbra in de richting van de aarde. Het resoneert door de geesten wereld, de theurgen zien het, andere auspices voelen het. De nemesis van de Croatan komt om dat te eisen dat van hem is, hij komt om te verslinden en te vernietigen. Wachese zegt: dit is ons gevecht, we moeten hem verslaan, dit hoofd van de triumvirate wyrm afhakken. In concentrische cirkels gaan ze rond de caern zitten. De stilte daalt neer. Ze grijpen hun wapens en als ene man doen ze de howl voor de deceased. De theurgen mompelen verbijsterd de rites. Iedereen staat verslagen en met tranen in de ogen te kijken als de Croatan zich opofferen om een kans te hebben om deze kop van de wyrm te verslaan. De reinigende energie stoot van dit massale offer maakt de caern schoon, veegt de umbra schoon en al die zielen strijden in de deep umbra tegen de wyrm. Maar de Eater-of-Souls doet wat hij doet en verslindt, zielen, de essentie, zelfs het zijn van de Croatan dat in kinfolk opgesloten ligt. Maar hij eet teveel, het is te machtig. Hij lijkt aan zijn eigen vraatzucht ten onder te gaan en uitgeteld. In een stupor, ligt hij, een diepe slaap waar hij niet zo maar uitkomt in de diepe umbra. De Wendigo en Croatan helpen mee om de doden te begraven en verlaten dan zwijgend Death Valley. De Wendigo keren niet meer terug naar de ze plek. Wolfgang neemt de zilveren schrijfveer van de gevallen Croatan Galliard ter hand en gaat het verhaal van wat hier heeft plaatsgevonden opschrijven voor de toekomst. Dit mag nooit vergeten worden, zegt Whipsaw.

De uktena zeggen dat deze plek nu een gereinigde caern is, maar dat er nu ook een pack moet zijn om dit te beschermen. Een pack dat hier moet blijven. De Rabbit Chasers offeren zich hiervoor op. Wolfgang gaat zijn ambtstermijn heen en weer reizen. Maar dankzij zijn contacten en de invloed van Liz kunnen ze veel middelen en geld naar de caern halen. Al redelijk snel wordt het een natuurgebied. De Wendigo zijn woedend op de wyrmbringers (behalve op de verschoppelingen, de Bone Gnawers: het offer van Doc heeft daarvoor gezorgd). De uktena blijven lang weg van de Death Valley Caern, maar komen uiteindelijk – door nieuwsgierigheid en hun gezamelijke verelden – weer langs. Langzaam maar zeker vormt zich weer een commune rond Furnace Point. De wyrm was een slag, zegt Rat’s, deze caern is machtig, de uktena bedonderd (en ook dat is een soort slang), de Indianen in de nabijheid waren van ratelslang en deze zijn verdreven of verslagen. Coyote heeft in zijn strijd tegen Rattlesnake gewonnen, maar hij voorzag niet de plots-achter-de-plots. Ook hij was een speelbal. Liz merkt op dat hij dit voorzien heeft, hij zei ‘we hebben een fout gemaakt.’ Wisaketjak (Whiskey Jack) bedoelde iedereen, andere geesten en zichzelf. Maar op dit moment kan men alleen maar vooruit kijken, te meer omdat terugkijken zoveel pijn doet. Bij deze caern groeit Angus op. Het verhaal is opgenomen in de silver record, de renown van de Rabbit Chasers, en van Doc is enorm gestegen. Maar de prijs was hoog en het begon allemaal met één beïnvloedde garou.