Tanais – 85

Nog steeds 9-viii-R2

Behalve de negen tovenaars is er nog een aantal mensen die ons willen zien. De eerste is Chantal. Ze komt binnenstormen en zegt: “Ik kom jullie maar weer redden. Een knappe man verscheen in mij dromen en hij heeft mij kleren voor jullie gegeven.” Ze legt vier op maat gemaakte zonium pakken voor ons op tafel. “Die zullen jullie beschermen! Trek maar aan!”
Terwijl we ons omkleden vraagt Risha wie die man was. Ze beschrijft het mannelijke lid van de Children of Higgs: Roodbruin, sluik lang haar, snor, slank en buitenaards gekleed. Michael. “Mijn lunar vrienden zijn nu in Waldheim. Ik ga hen helpen.” Dan verandert ze in een reuzenraaf en vliegt weer weg. Als we de pakken aan hebben, valt op dat er een radioverbinding is. We kunnen elkaar horen, ondanks afstand.
Dan worden de hoofdbrahmanen binnengelaten. Dat gaat er wat formeler aan toe. Eentje neemt het woord: “Onze goden gaan Saman verslaan en wij mogen op de voorste rij staan. Er zullen grootse vuren van ghee worden ontstoken, de kinderen in onze baksteenfabrieken draaien overuren. De goden zullen vanaf de rand van de Barrows naar binnen gaan, wij priesters moeten voor iedere god een altaar maken op de rand, op ongeveer gelijke afstand.” Ze willen weten welke posities wij gaan innemen als hoofdbrahmanen van Oaken, Pashupati etc. De koning neemt als opperpriester van Oaken plaats tegenover de ingang van de Barrows, Chang op de Noordoosthoek en Gwan op de Noordwesthoek. Claude bouwt een altaar voor Pashupati aan de Zuidzijde. De overige brahmanen verdelen zich over de overgebleven windrichtingen. De komende twee dagen wordt er gezongen, de altaren worden gebouwd, de vuren worden ontstoken. Het kost meer tijd dan verwacht, want onze rituelen beïnvloeden het ritme van de lage bromtoon.

11-viii-R2
De goden verschijnen, enorme gestalten van wit licht in de lucht. Ze houden elkaars handen vast en gaan naar het midden van de Barrows. De bromtoon wordt heviger. Eenoog verzet zich tegen de goden. Het gebrom komt niet uit de diepte. Dan gaat het zachtjes zwarte-bron-water regenen. Onderaards water wordt omhoog gezogen en verstoven. Als het een stasis effect heeft, merken wij dat niet omdat we er middenin zitten. Het gezang van de brahmanen neemt toe, het wordt steeds mistiger. Een draaikolk in de mist zuigt de goden naar binnen. BOEM! De mist is nu zo dicht dat je letterlijk geen hand voor ogen meer ziet.
De tovenaars beginnen. Ze hebben grootse toverspreuken voorbereid, maar die kosten enorm veel tijd. Als de goden ontploffen, roept er eentje The Eyeless Face op, een buitenwereldse entiteit. Een andere doet Wheel of Turning Heavens om aankomende legers tot staan te brengen, en een derde gaat met Unity of the Closed Fist een eenheid elitekrijgers tot hivemind maken waardoor ze een onoverwinbare oorlogsmachine worden. Later komen ze aan de krachtigere spreuken toe.
Risha proeft bloed in de mist. Hij gebruikt zijn hobbit sterrenmagie om in de mist te bepalen waar het Zuiden is, en windmagie om de mist daar naar toe te blazen. Het klaart een beetje op. In de akelige stilte na de dood van de goden loopt hij de Barrows in. Waar hij loopt waait de wind de bloedmist weg. Voor hem ligt een krater. Het hele middenstuk van de Barrows is ontploft en weggeblazen. Aan de randen is de gatenkaasstructuur van de grond te zien. De githyanki legers zijn weggevaagd, maar de legers die onder de grond zaten hebben het overleefd. Risha tovert zijn Soul Sword tevoorschijn. Gwan activeert zijn aura, combineert dat met hobbit zonnemagie en laat de zon schijnen.
Precies midden boven het zwarte gat, op de plek waar de goden zich manifesteerden om Eenoog te binden, komen acht monsterlijke gedrochten tevoorschijn die de bloedmist op beginnen te zuigen. De gedrochten in het Oosten en het Westen zijn wat kleiner dan die in het Zuiden en het Noorden. Een van de tovenaars probeert een Demon Banishment op ze, maar dat werkt niet. Het is necromantie.
Chang rent er naar toe en met een stunt probeert hij er op te springen, maar hij haalt het net niet. De onderkant van de Forsaken Life Engine zuigt te hard aan hem. Gwan doet hetzelfde, en hem lukt het wel. Gelukkig kan Risha vliegen. Hij grijpt Chang en is sterk genoeg om hem uit de zuiging weg te trekken. Samen landen ze bovenop een van de gedrochten. De bovenkant is relatief stevig, maar het construct voelt vies week aan. Als rauwe kip. We horen githyanki kermen in het ding. Met z’n drieën hakken we er op in. Vanuit de verte zien we een zwarte aan komen vliegen. De eerste is nu kapot.
Chang en Gwan springen op de kraterwand en rennen naar het volgende construct. Maar de tunnels zitten vol vijanden. Het zijn relatief zwakke wezens. Individueel zijn ze geen match voor een exalt, maar het zijn er wel heel veel. Gwan en Chang kennen allebei Spiderclimb en daarmee weten ze buiten bereik van de vijanden te blijven.
Risha vliegt. Hij ziet dat de zwarte stip een soulsteel koets is met twee nachtmerries er voor, een parodie op de koets die wij indertijd voor Godefried gemaakt hadden. Als het ding dichterbij komt herkent hij de passagier: Nehal Nemar.
Nehal schiet bliksems naar de golem waar Risha op is geland. Het ding verandert in een inktzwarte poel, waar Risha in wegzakt. Zijn voeten voelen koud en dood aan, als een Shadowland. Risha probeert snel omhoog te vliegen, maar het gevoel blijft. Hij zit tot zijn knieën in een Shadowland.
De overige gedrochten veranderen ook in zwarte drab. Wij vieren zitten in het oog van een storm. De tovenaars en brahmanen houden zich aan de rand van de Barrows bezig met de acht demonen die deze machines tevoorschijn hebben getoverd. Buiten de Barrows vechten onze legers met wat er onder de grond vandaan komt. Als de tovenaars doorhebben dat de demonen de dingen opgeroepen hebben, zorgt een Demon banishment dat er nog een Forsaken Life Engine verdwijnt. Er zijn er zes over, die samen de hele Barrows in één gigantisch Shadowland veranderen.
Risha gebruikt Monkey Leap Technique en springt naar Gwan. Van dichtbij is Gwans aura fel genoeg zonlicht om Risha uit de Shadows te trekken. Chang sprint terug naar de legers om leiding te geven aan het gevecht. In het centrum van het Shadowland, midden onder de koets van Nehal Nemar, begint een obsidianen citadel te groeien. Risha vliegt naar de koets en landt op de treeplank. De deur zit op slot, maar dat is geen probleem. Met Lock Opening Touch maakt hij de deur open en hij haalt uit met het Soul Sword. Dat snijdt dwars door het pantser van de necromantiër heen, waarmee diens magie onderbroken wordt. Alleen, en onvoorbereid op een gevecht, is de tovenaar gemakkelijk uit te schakelen.
Gwan dreigt in het Shadowland te verdwijnen, maar kan net op tijd wegspringen. Chang ziet dat de tovenaars het moeilijk hebben met de overgebleven zeven demonen. Risha ziet de citadel omhoog komen uit de Tempest. Hij klimt op de bok en probeert de nachtmerries te mennen. “Jullie zijn wel mijn nachtmerries!” roept hij. Hij heeft ze zelf jaren geleden tevoorschijn gedroomd uit de put van Sorceror’s Well. Ze gehoorzamen langzaam.
Intussen weten de tovenaars nog twee demonen uit te schakelen met de Minions of the Eyeless Face en eentje met de Rune of Singular Hate. En een van de tovenaars gaat naar het midden van het Shadowland om The Light of Solar Cleansing uit te voeren.
Risha hoort de stem van Helena, van de Children of Higg. Ze roept om hulp vanuit de diepte van het Sahdowland. Hij vertrouwt er op dat het echt haar stem is en wendt de koets, de diepte in.
Risha bereikt met de koets de Tempest. De paarden duiken de Tempest in en lossen op. De koets valt uit elkaar en zinkt. Maar het zonium pak beschermt de jonge koning. Hij zwemt naar beneden. Daar ziet hij een wit licht! Hij zwemt er naar toe en opeens duikt hij op in Soul, aan de oever van een kalm meer, met alle herinneringen van Helena.
Chang daagt een demon uit voor een duel. Het is een heel zwaar gevecht en uiteindelijk vlucht de demon zwaar gewond terug naar de hel. Op het moment dat de demon vlucht, krijgt hij een cryptische boodschap: “Wit licht!” Chang geeft via het zonium circuit aan Gwan en Claude door dat ze zich op wit licht moeten concentreren. In de verte zien ze Risha op een strandje liggen in de zon. Ze hebben alle herinneringen van hun soulmates van de Children of Higg. Er is geen oorlog te bekennen. De zon schijnt over een lieflijke binnenzee met een eilandje in het midden. Na een half uurtje komen de eerste vriendelijke Soul-mensen in badkleding aan. Er worden strandtentjes opgericht. Chang gaat aan het bier. Men herkent ons en het bier is gratis. Bij navraag blijkt dit dezelfde dag te zijn als waarin het gevecht heeft plaatsgevonden: de elfde dag van de achtste maand van het tweede jaar van Risha’s regering. En ze zijn blij dat hun geliefde koninkje hier vandaag in de zon ligt te slapen. En dat de ministers zelf komen om met hen te praten is heel bijzonder.
Is dit de samenvoeging van de twee werelden? De mensen vertellen dat hier heel lang geleden op dat eilandje een boze tovenaar is verslagen. Waarschijnlijk zijn de twee werelden inderdaad succesvol aangemeerd.

5 XP !

Tanais 84

7-viii-R2
Een zenuwachtige Mutri-priester komt binnen en klampt Chang aan. “Ik wil u niet lastig vallen, maar er is een postduif. De Hoge Vratya en Heer Mutri willen u dringend spreken. Zo snel mogelijk in Bronwë.”  Hij mag melden dat heer Chang er aan komt. Gwan en Risha blijven achter, zij wachten op de Chiggs. Maar die komen niet.

8-viii-R2
’s Ochtends is er een groen-gele lichtflits. Ze zijn er en komen meteen tot de orde. “Er zijn problemen. Wij zijn wederom vastgezet. En van het project afgehaald. We moeten andere bronnen aan zien te boren buiten de ‘White Collars’ om. We hebben voor nu een veilig onderkomen en zodra we onze zaakjes op orde hebben – voor ons een jaar – spreken we elkaar weer.” We vragen wat er is gebeurd. “Wij hebben gerapporteerd dat we schimmels hebben gevonden en sindsdien hebben we last. De machten achter Alexander zitten blijkbaar hoog in de hiërarchie. We zijn onze funding kwijt. Nu gaan we het maar bij een ander ras proberen. Nu zijn we bij de Patagoniërs, we gaan bij de M’buti aankloppen.”
Het zijn termen die ons niks zeggen. Risha zegt: “Als jullie iets van ons nodig hebben moet je het maar zeggen.”
“Ja. We hebben jullie kennis nodig over hoe je met no-tech overleeft, kluizen opent, en dergelijke.”

In de middag komt Chang aan bij de tempel in Bronwë. Het zit er vol met vratya-priesters. De hoofdpriester zegt: “Mutri heeft een mededeling voor jou”. Hij wordt in het midden van het tempelplein gezet en de vratya’s gaan chanten rondom het zwevende beeld. Mutri verschijnt. De god doet erg kortaf: “Je bent laat. Maar we hebben belangrijkere dingen te doen dan jou een standje te geven. Het gaat verkeerd. Wij hebben besloten dat de goden samen Eénoog aan gaan pakken. De positie van Saman is nog steeds vacant. Hij is een groot kankergezwel dat ons land kapot maakt en we staan niet toe dat dit zich uitbreidt. We gaan hem dwingen terug te keren naar de plek waar hij thuis hoort: Saman. Dus, bij dezen zijn jullie geïnformeerd. Tenzij je vragen hebt, ingerukt mars!” Chang stuurt een postduif met de boodschap dat de goden de Barrows gaan omsingelen en Eenoog gaan insluiten. Dan gaat hij slapen.
Ondertussen komt Gnumpathi bij Gwan en Risha aan. Hij bekijkt de Barrows. “Het lijkt wel zo’n abyssal plane hier,” zegt hij, “Tsja, githyanki… maar de wereld is groot.”
Risha reageert boos: “Maar dit is mijn land!”
“Er kan een grootse toekomst voor jullie open liggen en jij bekommmert je om een gat in de grond?” schampert Gnumpathi, “Er zijn nog een heleboel werelden en het multiversum wacht op ons. We komen van de sterren.”
Risha vraagt: “Hoe maak je die githdingen af?”
“Het zijn intelligente, bierdrinkende honden. Ze vechten in roedels. Het is één groot corrupt netwerk, tot je bij de hogere demonen komt. Je moet het hoofd er af hakken, de demon aan de top. Waarschijnlijk is dat die van de Hoogzetel. En het andere hoofdkwartier is Sorceror’s Well. Maar we hebben nu te weinig tijd om alles aan te pakken. Boven de shuragi staan de paarse vlammen.”
Hij wil wel voor ons gaan verkennen. Dat gaat zesendertig uur kosten.

9-viii-R2
Om vijf uur ’s ochtends is Chang terug. Tijdens het ontbijt maken we plannen voor de uitval. Na het eten komen de negen tovenaars langs. “We hebben fantastisch nieuws!” roept Drilim Corsair enthousiast. “Ik heb de toekomst geschouwd. Een tijd van overvloed breekt aan: dode goden! Onze magie wordt zó sterk, dat wij wel moeten winnen.”
Risha vraagt hoe dat zit.
“Sorcery komt van dode goden. Alleen de hoofdschurken maken naam. Maar je weet niet hoeveel dode wannabees ze achter zich hebben gelaten om zo hoog te komen. Wij zijn de raven die die lijken opruimen. Jullie hoeven niet bang te zijn dat Eénoog al die energie krijgt. Wij hebben een vangnet. Hun opoffering in Melek Qart heeft zin gehad en dat zal hier ook gebeuren. Precies op het moment dat de goden gaan, moeten wij onze sterkste spreuken gebruiken. In vijfentwintig uur kunnen wij de wereld veranderen.”
Dan praten we nog even door. Ze vertellen dat er bij de dood geen zonium vrij komt. Het zonium dat wij kennen is helemaal doorverfijnd, dit is rauwe Essence. De tovenaars gaan de massa effecten doen, en ze stellen voor dat wij naar binnengaan en kapot gaan maken wat wij kapot kunnen maken.

Voor de volgende keer: de sorcerors voorbereiden inclusief solar circle spells. Risha leert de Azure Chariot.

3 xp

Tanais 83 – 2 april 2015

5-viii-R2
We zijn aangekomen in Groath en regelen paarden. Dan gaan we op weg. Als we dicht bij Ashcroft zijn, begint de lucht te betrekken en horen we een irritante diepe bromtoon. Na een uurtje houdt het weer op. Een paar uur later tegen de schemering gebeurt het weer. Om een uur of elf zijn we bij het grote legerkamp aan de ingang van de Shintasta Barrows. Als we aankomen gaat het net weer brommen.  Mahamutri komt ons tegemoet. Hij kijkt een beetje verbaasd, maar voert ons mee naar de commandotent en begint onderweg al met zijn verslag: “We hebben jullie gevraagd te komen, maar jullie komen van de verkeerde kant! Desondanks fijn dat jullie er zo snel zijn. We maken ons zorgen over het gebrom. In het begin was het een keer per dag, maar het volgt steeds sneller op elkaar, duurt langer en de lucht betrekt. Alles is onnatuurlijk rustig in de Barrows, ik heb Drilim Corsair er op gezet. Je broer is voor ‘dringende zaken’ terug naar Shintasta.”
We worden vergast op spijs en drank. Na het laffe eten in de technologiewereld en het scheepsvoer is dit zeer welkom. De tovenaar komt er aangerend. “Fijn dat jullie er zo snel kunnen zijn! Wat weten jullie?” “Niks.” “Ik ben op onderzoek uitgegaan en heb de profetieën over jullie gelezen. Ik citeer: ‘Een stelletje boerenkinkels verschijnen negen jaar voor de wereld vergaat. Ze zullen snel in macht stijgen, het is maar de vraag of ze de wereld zouden redden.’ Er is sprake van allerlei rampen, iets van een gaswolk in de Barrows, ijsreuzen uit het Noorden, draken, het Vijftal dat opvalt door onnavolgbare en illustere daden. Kunnen jullie de wereld redden? Sommige bronnen zegen van wel, andere van niet.”
We vertellen dat er ‘herbrond’ is in Waldheim. Dat wist hij nog niet. Hij wil met Gwan gaan scry-en. En hij denkt dat onze tegenstander de zwarte bronnen gebruikt, en dat er erg veel kracht is vrijgekomen in Melek Qart. Wij moeten ontdekken hoe ze die energie gebruiken. De zwarte bronnen ontstonden vooral door taboe-breuk door Qartianen. Als we die jongeman van het herbronnen aan onze kant kunnen krijgen is dat heel belangrijk. Hij vermoedt dat Nehal Nemar, Eenoog en de Barrows-lieden alledrie hun kracht van Igrot krijgen.
Risha laat de Incal zien. “Zo! Dat is een krachtig ding! Wat doet het?” Chang zegt: “Gunsten verlenen in ruil voor kleur.” “En hij haalt iets wat zonium heet uit de Tempest,” zegt Risha.
Drilim Corsair weet dat de Tempest via de Soulfields is te bereiken. Maar in de Tempest zitten alleen Specters die reizigers in een voortijdig graf trekken. Hij adviseert om overleg te plegen met de Elsewherelings over hoe de Incal werkt.
Over de Barrows heeft hij ontdekt dat zonlicht het gifgas ontbindt, dus er moet een continue aanvoer zijn van beneden af. Er zitten verschillende frequenties in het gebrom. Het is een technisch verhaal waar Risha weinig van begrijpt. Hij wordt weer wakker als Drilim zegt: “Jullie moeten bedenken wat je met je soldaten doet als de gifgasaanval komt.” Risha vraagt: “Is er verband met die geslachtsziekte?” “Ja, ik denk dat het een soort spore-uitzaaiing is. Een gasgedragen sporenwolk.”
Drilim gaat door onderzoeken. Wij willen uitgeslapen zijn. Mahamutri vraagt om bevelen over wat er gedaan moet worden in geval van een gasaanval. Chang zegt: “Terugtrekken tot het over is en dan weer terugkomen.”

6-viii-R2,
Om 4 uur ’s morgens worden we gewekt door een fel stekend licht van geel-groene kleur. De Children of Higg komen ons opzoeken. “Goedendag. Wij maken ons ongerust. Wij hebben drie weken in quarantaine gezeten, maar nu letten ze niet meer op ons. Hoe is het hier?”
Chang: “We zitten met een ophanden gasaanval.”
Dat interesseert ze niet. Ze willen weten hoe het met de tijd zit. Chang legt de profetie uit: we hebben nog zeven jaar. Dat klopt met een van hun berekeningen. Gwan en Risha vertellen dat we terug in de tijd zijn gereisd. “Chang heeft gelijk dat het asymmetrisch verloopt,” zegt een van de dames, “gemiddeld gezien verlopen er drie weken bij ons voor anderhalve dag bij jullie.” Verder vertellen ze dat wij hebben blootgelegd dat het systeem in de Hardware Legacy gecorrumpeerd is door de zwarte bronnen en zo. Risha vraagt of Virtual Reality gebruikt kan worden om scenario’s uit onze wereld uit te spelen, dan hebben we nog wat aan de creativiteit van al die miljoenen mensen. Dat kan, maar het kost geld. Ze bieden aan dat wij bij hun scenario’s kunnen uitdenken omdat daar veel meer tijd is. Dan kunnen we af en toe thuis komen om hier de dingen op te lossen.
Risha vraagt: “Hebben jullie tegen die schimmels een tegengif wat wij kunnen gebruiken?” Chang stelt voor om dat aan Chantal en de lunars te vragen. Risha stelt een convocatie van solars, lunars, siderials en tovenaars voor.

De Higgs gaan er aan werken om de overgang tussen de werelden betrouwbaarder te maken, maar weten nog niet hoe ze dat onderzoek aan hun superieuren kunnen verkopen. Misschien kunnen ze de Melek Qart ontploffing aangrijpen om fondsen los te maken. De asymmetrie is door die ontploffing toegenomen. En er moet er niet nog zo eentje komen, want dan wordt de verhouding eeuwen/uren in plaats van weken/dagen.
We vragen ons af of wij kunnen leren om door de tijd te reizen.
De volgende afspraak is in onze tijd vanavond, voor hen over twee weken. “En wanneer komen jullie onze kant op om met de Sandmen naar de Darkwherelings te gaan?”
Floep – ze zijn weg.
We hebben nog tijd voor een tweede slaapje tot de ochtend. Om half negen is het koninklijke ontbijt. Mahamutri stelt voor dat wij de heuvels beklimmen om de toestand van de omgeving te verkennen. Gwan probeert te scryen, maar de plaatsen die we kennen kan hij niet zien.

Bovenaan de heuvel is het al doods. Chang doet de charm Blissful Release op ons. Vanuit het midden komt de duisternis. Zodra we over de heuvelrug zijn, komen we in een dichte groene mist. Chang gaat voorop. Na een uur ziet de grond er behoorlijk platgetreden uit, en er ligt afval van legerkampen. Wat verderop komen we onder de mist uit. De lucht is nog steeds giftig, maar we kunnen heel ver zien. Grote legerplaatsen aan de binnenkant van de rand, net onder het wolkendek. Het land is kleurloos, op de vier shuragi-tinten na. Risha stijgt op en verkent van vlak onder het wolkendek. Hij ziet githyanki-strijders op gepantserde slakken patrouilleren rondom de kampen. De slijmsporen trekken snel weg. In de kampen ziet hij ook allemaal githyanki. Ieder kamp is 1 bij 2 kilometer en er zijn er honderden, een kilometer kamp, vier kilometer vlakte en dan weer een kilometer kamp. De dichtheid van de kampen neemt af naar het zuiden. Hij vliegt naar het midden van de Barrows. Voorbij de kampen is geen moeras meer, maar de grond is weggegraven. De tombes van zijn voorouders zijn er niet meer. In plaats daarvan is er in het geografische midden van de Burrows een zwarte diepte. Hij ziet dat de randen vol met tunnels zitten. De burrowers hebben een gatenkaas onder de vlakte gegraven die in deze put uitkomt. Er komt een bromtoon uit de diepte, en die doet behoorlijk pijn. De duisternis in het gat is een zwart gas. Een variant van een zwarte bron? Risha weet in de lucht te blijven en kan terugkeren om verslag uit te brengen. Na een tweede set beschermingscharms geeft Chang licht. Zijn anima verdrijft het gas, net zoals zonlicht. We verlaten de Burrows over de Oostelijke heuvels en keren terug.

Risha verwacht dat de tunnels tot vlak onder de oppervlakte van de heuvels aan onze kant zullen lopen en dat de aanval dus niet over de heuvels, maar erdoorheen zal komen. Gezien de versnelling van de brom-duisternissen verwacht Drilim de sporenwolk over vier dagen, om half elf ’s nachts, en het gaat vier uur duren. Het plan is om vallen te zetten. We moeten met Gnumpathi praten. Die weet veel over githyanki. Hij zal er over twaalf uur zijn.

3 xp

The RoSE – 72

26-02-2015

De groep in de onderwereld vermoedt dat er wel eens een necromantiër in de buurt kan zitten. We proberen te voelen of er magische invloeden zijn, maar de kamer zelf is zwaar magisch en de deur is geblokkeerd. Met de Dragon’s Eye zien we buiten Revenants op wacht staan. We voelen een soort focus in het centrum van et gebouw.
Dan gaan we terug naar de zolder. We pauzeren bij het luik en gebruiken de Eye. Er ligt een schacht onder met trappen langs de wanden en laaddeuren. We openen het luik, dat kan van bovenaf, en speuren nog eens naar magische energie. Vanaf hier detecteren we die op de begane grond.
Onder in de kelder flakkert overigens groen ‘balefire’ dat zielen kan smelten. Op de begane grond is ook een laaddeur. Als we er doorheen kijken zien we een theaterzaal met een apparaat van soulsteel en orichalcum. We zien geen mensen. Sarina opent het slot, dat is kinderspel voor haar. We gaan behoedzaam naar binnen. Het ruikt er muf en er komen magische emanaties van het apparaat af. Het proeft naar necromantie.
Atis en Shi Mei Lan, de laatste als kat, lopen behoedzaam op het apparaat af. Als ze dichterbij komen, zien ze dat het in de orkestbak staat. DE onderkant staat in balefire. Het apparaat heeft ruwweg de vorm van een ijzeren maagd.
Terwijl Olric de toneelconstructies inspecteert op takels en mechanismes, worden we aangevallen. We zijn erdoor verrast. Opeens krijgen we de Death of Obsidian Butterfiels over ons heen! Sarina raakt gewond, Phoenix niet, Shi Mei Lan, wel, Néré krijgt één wondje, Atis wat meer, Eye en Olric worden echt flink geraakt. We zien dat er iemand verstopt zit in de coulissen.
Atis schiet drie orichalcum pijlen met zijn krachtboog en gebruikt een combo. De pijlen zijn raak, de aanvaller zakt dood in elkaar. Er rolt een masker weg. Hij is bleek en heeft haar met de structuur van mos. Sarina ziet dat zijn geest nog rondhangt. Ze gebruikt Ghost Cutting Technique en gooit hem het balefire in. Dat heeft niet het gewenste effect: hij krijgt er juist energie van en verdwijnt in de Tempest.
Néré vraagt Sarina om ook naar de ijzeren maagd te kijken. Ze denkt dat die daar misschien energie van krijgt. Er zit inderdaad een geest i. We gaan opnieuw zoeken naar takels en weten hem omhoog uit het vuur te krijgen.
Néré onderzoekt de overleden tegenstander. Die heeft een aantal ‘spell-knots’ bij zich, een deel ervan gebruikt. We zien niet of het masker magisch is en zijn voorzichtig.

Atis probeert de sarcofaag open te maken. Het is necromantische technologie. Als hij het apparaat open weet te krijgen, komt er verblindend licht uit. Het is alsof je in de zon kijkt. Door het vizier van haar harnas bij te stellen, kan Néré een gestalte zien. Atis krijgt een ingeving. Als hij beter kijkt, komt het gezicht van de persoon hem bekend voor: een beeld op Mount Meru? Hij grbruikt Lock Opening Touch en haalt de persoon er uit. Néré kijkt of ze hem kan genezen, maar het is een geest. Shi Mei Lan kijkt met een charm die het geheugen versterkt, Counting The Elephant’s Wrinkles. “Het is Kal Bax! De vorige incarnatie van Ghurkan’s exaltatie!”
Néré vraagt: “Heb je die heartstone om geesten tot rust te brengen nog?”
We overleggen. Kal Bax was bij leven een tiran, Daar willen we niet per sé uitgebreid mee praten. Shi Mei Lan pakt de steen en raakt het spook aan. Maar het lichaam van deze persoon is al lang geleden vergaan. Het lukt niet.
Wat brengt geesten tot rust? Het vervullen van een taak die niet is afgemaakt. Een solar geeft normaal zoveel licht als hij enorm veel essence heeft uitgegeven. Maar dit is een geest …  Sarina geeft hem vijf motes essence met Essence Lending Technique. De geest komt bij. Hij blijkt verbazend aanspreekbaar. Hij is een jaar geleden gevangen genomen. Hij is in de Usurpatie gedood en na zijn overlijden realiseerde hij zich wat de Great Curse hem allemaal had laten doen. Daarom kon hij geen rust vinden. Hij was hierheen gereisd om een Death Lord te verslaan. Dat lukte, maar hij had niet op terrestrial necromantiërs gerekend. Die hebben hem gevangen genomen en gebruikten hem om het deathland groter te maken.
We willen de kist meenemen omdat hij een fortuin aan materiaal bevat, en om te voorkomen dat hij nog eens gebruikt wordt. Met twee Wind Slave Discs kan ieder van ons hem tillen. Dan praten we over mogelijkheden om terug in de gewone wereld te komen. Normaal moet je wahten tot het dag wordt, maar wij zijn hier met een spreuk gekomen…
Shi Mei Lan besluit Sapphire Countermagic te leren. Daarmee blaast ze de kaars uit. Maar die blijkt alleen een illusie in stand te houden waardoor je van buitenaf door de ramen de wereld van de levenden kunt zien. We moeten de deur tussen de bovenwereld en de onderwerekd vinden. Aangezien de revenants de eetzaal bewaken, zit die waarschijnlijk daar. We besluiten nu om via de gang de zaal te benaderen in plaats van via het plafond. We gebruiken de sarcofaag als schild c.q. stormram. De revenants schieten, maar dat werkt niet echt. Sarina schiet terug, drie revenants vallen dood neer. Shi Mei Lan en Atis leggen er ook ieder eentje neer. Néré en Olric weten niet door het harnas heen te komen. Shi Mei Lan gooit een Infinite Jade Chakram die blijft aanvallen. Na een korte, ongelijke strijd weten we ze te doden. Sarina overweegt om een paar geesten op te eten voor de essence, maar doet het toch maar niet.
Sarina doet de deur open. Nu gaat hij wel open naar onze wereld. We zien het dinergezelschap. Sarina schiet op de gemaskerde man aan het hoofd van de tafel en doodt hem. Shi Mei Lan raakt hem aan met de heartstone om zijn  geest tot rust te brengen. Atis schiet de andere neer. Desteen doet het niet want de man is nog niet dood. Daar kan ze wat aan doen…
We stellen Kal Bax voor aan de “onderhandelaars”. Hij herkent Ghurkan. Hij vertelt dat Sol na zijn dood bij hem langsgegaan is en hem vergeven heeft. Phoenix oppert om dit deathland niet op te heffen, maar de golden faction (geesten van vergeven solars) dde overtuigen om via de brug over de Tempest het Cursed Isle binnen te vallen. Kal Bax wijst er op dat het ons niet zal lukken om die ‘gold faction’ bij elkaar te roepen. Ze hebben hun afterlife gewijd aan het bestrijden van de deathlords. Ze vragen wel of we de brug in de onderwereld willen laten staan.

Dan roepen we Sango. Die komt in haar warstrider aanlopen en ziet dat er boven de stadsmuur een heel andere sterrenhemel hangt. Dehele muur is een poort naar de onderwereld. Ze trekt zich terug en wacht op de dageraad. Gurkhan en Kal Bax praten bij: “Scavenger lord?” Als de zon opkomt blijkt het licht hier nog dat van de oude Sol te zijn. Sango komt er bij en praat even met Kal Bax. Die laat vallen dat hij een voorouder van het huis Regenboog is. Zij deden een experiment om solars en lunars te fokken. Dat is niet gelukt (hoewel er nu twee lunars geëxalteerd zijn: Marina en Tawuz), maar het is belangrijk dat het huis Regenboog blijft voortbestaan, want als ambassadeursfamilie zijn ze één van de schakels in de gevangenis van de jozi’s. We nemen afscheid van hem.
Sango gaat in midden van het plein staan en begint de spreuk. Het licht dat via haar de deathland in stroomt is het witte licht van haar grootvader. Ze voelt dat dit zijn instemming heeft. Na een half uur zien we dat de grens van de normale wereld op ons af komt. De revenants vallen aan, maar we weten ze van Sango weg te houden. Als de spreuk klaar is, komt Sango moe en bezweet uit de warstrider. Ze krijgt 18 punten essence van Sarina.
Als we gaan kijken is de poort van de onderwereld weg. De lichamen liggen nog wel in de steegjes en beginnen nu te ontbinden. Phoenix doet de charm Dragon Seared Battlefielden brandt ze weg met zijn aura.
Sango wil hier iemand installeren. “Kijk wat er de laatste keer gebeurde.” Sarina gaat de Marukhan inlichten. Daarna gaan we terug naar Gethamane.

Xp 8 voor iedereen, +1 voor Inez

The RoSE – 71,5 – Deliberative

26-03-2015
Ingelaste sessie – deze sessie speelt chronologisch voor die van 26 februari

Het Deliberative houden op de Heilige Berg is niet zo’n goed idee. Ghurkan roept iedereen bij elkaar op het reserve-exemplaar: Gethamane. Een van de grote markthallen wordt ingericht als vergaderzaal. Wijsheid, die aanwezig is als ambassadeur van Malpheas, koppelt zijn AI aan die van de Heilige Berg.
Er zijn weinig siderials. Wel aardig wat solars, waarvan veel uit het Westen. Een aantal lunars uit het verre Oosten, met wyld-specialisatie, en een aantal uit het Zuiden onder leiding van ene Tammuz, de leider van de Duizend Stromen beweging. De ambassadeur van Autochthon is ook uitgenodigd.

Tammuz wil graag als eerste het worod. Hij heet vooral de lunars welkom en zegt dat hij blij is dat er een andere elder is: White Owl. (Die zit als poes bij Wijsheid op schoot.) “De toestand in het Zuiden is stabiel. De autochthonians hebben Gem ingenomen Een solar circle heeft The Lap in handen en heeft The Penitent geactiveerd om naar het Keizerrijk te lopen. Er zijn overal oorlogjes in het Zuiden. Ik roep iedereen op om niet in te grijpen, want a) ingrijpen is in strijd met de Duizend Stromen filosofie en b) Ahlat’s oorlogen helpen tegen de verstarrende orde van de yozi Cecelyne.”
Vanuit het Oosten wordt gerapporteerd dat Metagalapa weg is. Wij leggen het uit. “Nou moe!” roept een boze lunar, “Dat was ons geheime wapen! Daarom hadden we er twee stammen beastmen op gestationeerd.” Ghurkan legt uit dat Metagalapa en die stammen onder aanval van de dodenwereld lagen, en dat ze aan de verliezende hand waren.
De lunars vertellen ook dat er allemaal dragon-lines aan het verschuiven zijn.

Wij vertellen over de aanval op het Heptagram en de beslissing van Gaia dat haar zoon de Aarde-draak daar niet meer veilig zit. Waar hij wel zit is geheim. “Gaia?” “Ja, die is nu naar Autochthon voor overleg.”
De ambassadeur van Autochthon vertelt. “Alle mensen zijn geëvacueerd. Onder meer naar ondergrondse steden die door de Mountain Folk beschikbaar zijn gesteld. Autochthon heeft de Clay Man tot derde cirkel ziel aangesteld en de acht oudste steden, zijn eerste exalts, tot subzielen van de tweede cirkel gepromoveerd. Hij heeft ook het voornemen uitgesproken om weer naar Creatie te komen. Op welke termijn is niet duidelijk. Maar nu kan er Gaiaanse technologie gebruikt worden in Creatie. De Autochthoonse technologie is erg vervuilend en niet goed voor Creatie. En in Gem heeft een jonge exalt van de kristal-kaste te vroeg een stadsvorm aangenomen. Therapie is nodig.”

De solars uit het Westen zijn door hun lunar mates hierheen gestuurd. Er is oorlog. Skullstone rukt op. Om de een of andere reden wilden de lunars hun mates er niet bij hebben. Ook vinden we het vreemd dat deze solars braaf doen wat hun gevraagd is. Ze hebben wel grootse plannen. Een deel van hen wil naar Malpheas om de Ebon Dragon op zijn eigen terrein te verslaan. Ze zeggen dat Adorjan en She Who Lives In Her Name naar hen zullen luisteren: ze zullen niet nog eens verraden willen worden. En deze solars hebben bewijs dat de Ebon Dragon, als hij naar Creatie komt, de deur achter zich dicht zal trekken. Dan gaat hij één voor één de derde cirkel demonen van de andere vier oproepen en afmaken.
De andere groep wil de Green Sun Princes aanvallen. “Als we Sol gewroken hebben, dan pas zijn we van deze compulsie af. Ze moeten er allemaal aan!” Zelfs Ebon Rime. Sango vraagt zich af wat we daar aan hebben als Creatie daarna is overgenomen door de Ebon Dragon.
Tawuz wijst er op dat we een ambassadeur naar de yozi’s hebben. Contact leggen via hem levert waarschijnlijk meer op dan een derde cirkel demon oproepen per spreuk. Het zal de yozi van wet en hiërarchie allicht gunstiger stemmen. “Maar we zouden er toch over stemmen?” roept een jonge solar.
Sango vraagt of het niet allebei kan. Nee, daar is geen tijd voor.
Ghurkan wijst er op dat het plan om de yozi’s te turnen gebaseerd is op verraad, het ‘levensbloed’ van de Ebon Dragon. En we hadden de raad gekregen hem te verslaan via de vier Deugden.

Pauze. Onderling overleg. We ruiken onraad. Ten Stripes is opeens een effectief leider. Dertig solars laten zich zomaar wegsturen. En ze willen graag uitrusting van ons. En het idee dat we tussen twee plannen moeten kiezen komt ook van deze solars. Zou She Who Lives In Her Name hier iets mee te maken hebben? Op zich willen we hen aan onze kant hebben. En de overige yozi’s waarschuwen dat er verraad aan zit te komen, zonder hen tot verraad aan te zetten, zou wel eervol en deugdzaam zijn. Dus dat zou een idee zijn.

Na de pauze vraagt Ghurkan aan de dertig solars waarom ze zich hebben laten wegsturen. “Tsja, onze krachten tegen creatures of darkness werken niet meer. Waarom ze het niet aan Leviathan gevraagd hebben? Er is een moot van de lunars geweest en ze hebben Leviathan afgezet. Ten Stripes is nu de leider in het Westen.”
Tammuz krabt zich achter het oor, maar hij geeft toe dat iedereen zich aan Leviathan ergerde. Hij meldt nog één detail: in het Zuiden is een nieuwe cultus van priesters in blauwe gewaden. Er is al een jaar geen regen geweest. Zij sturen mensen naar Gem, waar wel nog landbouw is. We vragen of iemand kan infiltreren.
We voelen het meeste voor ons oorspronkelijke plan: voorbereiden op de eindslag, op een deugdzame manier. We vragen de Night Caste solars uit het westen om te infiltreren op het Cursed Isle. Wat laten we de rest doen? De sorcerors kunnen langs in Sperimin. Ze hebben een lunar artefact bij zich, in de vorm van een boek gefixeerd water, met daarin allerlei water-sorcery. Een ander deel van de groep is nog heel jong. Ze hier het leger laten versterken is goed voor hen èn voor het leger. En werk aan je deugden en wilskracht!
Wijsheid gaat met White Owl de vier yozi’s gratis waarschuwen.

4 xp

Tanais 83

Tanais 83 – 2 april 2015

5-viii-R2

We zijn aangekomen in Groath en regelen paarden. Dan gaan we op weg. Als we dicht bij Ashcroft zijn, begint de lucht te betrekken en we horen een irritante diepe bromtoon. Na een uurtje houdt het weer op. Een paar uur later tegen de schemering gebeurt het weer. Om een uur of elf zijn we bij het grote legerkamp aan de ingang van de Shintasta Barrows. Als we aankomen gaat het net weer brommen.  Mahamutri komt ons tegemoet. Hij kijkt een beetje verbaasd, maar voert ons mee naar de commandotent en begint onderweg al met zijn verslag: “We hebben jullie gevraagd te komen, maar jullie komen van de verkeerde kant? Fijn dat jullie er zo snel zijn. We maken ons zorgen over het gebrom. In het begin was het een keer per dag, maar het gaat steeds sneller, duurt langer en de lucht betrekt. Alles is onnatuurlijk rustig in de Barrows, ik heb Drilim Corsair er op gezet. Je broer is voor ‘dringende zaken’ terug naar Shintasta.”

We worden vergast op spijs en drank. Na het laffe eten in de technologie wereld en het scheepsvoer is dit zeer welkom. De tovenaar komt er aangerend. “Fijn dat jullie er zo snel kunnen zijn! Wat weten jullie?” “Niks.” “Ik ben op onderzoek uitgegaan en heb de profetieën over jullie gelezen. Ik citeer: ‘Een stelletje boerenkinkels verschijnen negen jaar voor de wereld vergaat. Ze zullen snel in macht stijgen, het is maar de vraag of ze de wereld zouden redden.’ Er is sprake van allerlei rampen, iets van een gaswolk in de Barrows, ijsreuzen uit het Noorden, draken, het Vijftal dat opvalt door onnavolgbare en illustere daden. Kunnen jullie de wereld redden? Sommige bronnen zegen van wel, andere van niet.”

We vertellen dat er ‘herbrond’ is in Waldheim. Dat wist hij nog niet. Hij wil met Gwan gaan scry-en. En hij denkt dat onze tegenstander de zwarte bronnen gebruikt en dat er erg veel kracht is vrijgekomen in Melek Qart. Wij moeten ontdekken hoe ze die energie gebruiken. De zwarte bronnen ontstonden vooral door taboe-breuk door Qartianen. Als we die jongeman van het herbronnen aan onze kant kunnen krijgen is dat heel belangrijk. Hij vermoedt dat Nehal Nemar, Eenoog en de Barrows-lieden alledrie hun kracht van Igrot krijgen.

Risha laat de Incal zien. “Zo! Dat is een krachtig ding! Wat doet het?” Chang zegt: “Gunsten verlenen in ruil voor kleur.” “En hij haalt iets wat zonium heet uit de Tempest,” zegt Risha.

Drilim Corsair weet dat de Tempest via de Soulfields is te bereiken. Maar in de Tempst zitten alleen Specters die reizigers in een voortijdig graf trekken. Hij adviseert om overleg te plegen met de Elsewherelings over hoe de Incal werkt.

Over de Barrows heeft hij ontdekt dat zonlicht het gifgas ontbindt, dus er moet een continue aanvoer zijn van beneden af. Er zitten verschillende frequenties in het gebrom. Het is een technisch verhaal waar Risha weinig van begrijpt. Hij wordt weer wakker als Drilim zegt: “Jullie moeten bedenken wat je met je soldaten doet als de gifgasaanval komt.” Risha vraagt: “Is er verband met die geslachtsziekte?” “Ja, ik denk dat het een soort spore-uitzaaiing is. Een gasgedragen sporenwolk.”

Drilim gaat door onderzoeken. Wij willen uitgeslapen zijn. Mahamutri vraagt om bevelen over wat er gedaan moet worden in geval van een gasaanval. Chang zegt: “Terugtrekken tot het over is en dan weer terugkomen.”

6-viii-R2,

Om 4 uur ’s morgens worden we gewekt door een fel stekend licht van geel-groene kleur. De Children of Higg komen ons opzoeken. “Goedendag. Wij maken ons ongerust. Wij hebben drie weken in quarantaine gezeten, maar nu letten ze niet meer op ons. Hoe is het hier?”

Chang: “We zitten met een ophanden gasaanval.”

Dat interesseert ze niet. Ze willen weten hoe het met de tijd zit. Chang legt de profetie uit: we hebben nog zeven jaar. Dat klopt met een van hun berekeningen. Gwan en Risha vertellen dat we terug in de tijd zijn gereisd. “Chang heeft gelijk dat het asymmetrisch verloopt,” zegt een van de dames, “gemiddeld gezien verlopen er drie weken bij ons voor anderhalve dag bij jullie.” Verder vertellen ze dat wij hebben blootgelegd dat het systeem in de Hardware Legacy gecorrumpeerd is door de zwarte bronnen en zo. Risha vraagt of Virtual Reality gebruikt kan worden om scenario’s uit onze wereld uit te spelen, dan hebben we nog wat aan de creativiteit van al die miljoenen mensen. Dat kan, maar het kost geld. Ze bieden aan dat wij bij hun scenario’s kunnen uitdenken omdat daar veel meer tijd is. Dan kunnen we af en toe thuis komen om hier de dingen op te lossen.

Risha vraagt: “Hebben jullie een tegengif tegen die schimmels wat wij kunnen gebruiken?” Chang stelt voor om dat aan Chantal en de lunars te vragen. Risha stelt een convocatie van solars, lunars, siderials en tovenaars voor.

De CHiggs gaan er aan werken om de overgang tussen de werelden betrouwbaarder te maken, maar weten nog niet hoe ze dat onderzoek aan hun superieuren kunnen verkopen. Misschien kunnen ze de Melek Qart ontploffing aangrijpen om fondsen los te maken. De asymmetrie is door die ontploffing toegenomen. En er moet er niet nog zo eentje komen. Want dan wordt het eeuwen/uren in plaats van weken/dagen.

We vragen ons af of wij kunnen leren om door de tijd te reizen.

De volgende afspraak is onze tijd vanavond. Voor hun over twee weken. “En wanneer komen jullie onze kant op om met de Sandmen naar de Darkwherelings te gaan?”

Floep – ze zijn weg.

We hebben nog tijd voor een tweede slaapje tot de ochtend.  Om half negen is het koninklijke ontbijt. Mahamutri stelt voor dat wij de heuvels beklimmen om te verkennen. Gwan probeert te scry-en maar de plaatsen die we kennen, kan hij niet zien.

Bovenaan de heuvel is het al doods. Chang doet de charm Blissful Release op ons. Vanuit het midden komt de duisternis. Zodra we over de heuvelrug zijn, komen we in een dichte groene mist. Chang gaat voorop. Na een uur ziet de grond er behoorlijk platgetreden uit en er ligt afval van legerkampen. Wat verderop omen we onder de mist uit. De lucht is nog steeds giftig maar we kunnen heel ver zien. Grote legerplaatsen aan de binnenkant van de rand, net onder het wolkendek. Het land is kleurloos, op de vier shuragi-tinten na. Risha stijgt op en verkent van vlak onder het wolkendek. Hij ziet githyanki strijders op gepantserde slakken patrouilleren rondom de kampen. De slijmsporen trekken snel weg. In de kampen ziet hij ook allemaal githyanki. Ieder kamp is 1 bij 2 kilometer en er zijn er honderden, een kilometer kamp, vier kilometer vlakte en dan weer een kilometer kamp. De dichtheid van de kampen neemt af naar het Zuiden. Hij vliegt naar het midden van de Barrows. Voorbij de kampen is geen moeras meer, maar de grond is weggegraven. De tombes van zijn voorouders zijn er niet meer. In plaats daarvan is er in het geografische midden van de Burrows een zwarte diepte. Hij ziet dat de randen vol met tunnels zitten. De burrowers hebben een gatenkaas onder de vlakte gegraven die in deze put uitkomt. Er komt een bromtoon uit de diepte en die doet behoorlijk pijn. De duisternis in het gat is een zwart gas. Een variant van een zwarte bron? Risha weet zich vliegende te houden en kan terugkeren om verslag uit te brengen. Na een tweede set beschermings-charms geeft Chang licht. Zijn anima verdrijft het gas, net zoals zonlicht. We verlaten de Burrows over de Oostelijke heuvels en keren terug.

Risha verwacht dat de tunnels tot vlak onder de oppervlakte van de heuvels aan onze kant zullen lopen en dat de aanval dus niet over de heuvels, maar erdoorheen zal komen. Gezien de versnelling van de brom-duisternissen verwacht Drilim de sporenwolk over vier dagen, om half elf ’s nachts, en het gaat vier uur duren. Het plan is om vallen te zetten. We moeten met Gnumpathi praten. Die weet veel over githyanki. Hij zal er over twaalf uur zijn.

3 xp

Tanais – 82

Tanais 82 – 19 maart 2015

De drie Children of Higg, Helena, Condoliza en Gwen, zijn blij om ons te zien. Ze vinden dat we ‘het er fantastisch van hebben afgebracht’. Maar ze hebben voor ons wel even het Rode Alarm dat we lieten afgaan, uitgezet voordat de beveiliging ons op het spoor kwam.
[Out of Game: we krijgen een punt Virtue erbij die we kunnen gebruiken als we ooit een beroep op hen willen doen.]
Als we de muur passeren zien we onder ons een net, beschaafd landschap met her en der dorpjes en een enkel stadje. De schimmels zitten niet aan deze kant van de muur, althans niet zichtbaar. Of er onder de grond een mycelium zit, weten ze eigenlijk niet.
De Incal is een interessant ding. Als wij hem niet meenemen willen ze hem graag hebben om uit elkaar te halen en te bestuderen.
“Bedoelen jullie dat die mee kan naar onze wereld?”
“Ja, hij is niet van materie of antimaterie gemaakt maar van Igrot, en daarom kan het ding in allebei de werelden bestaan.”
Risha zegt dat je er zonium mee uit de Tempest kan destilleren.
“Jij kunt dat, want voor jou is de Tempest magie. Voor ons is het alleen maar een plek waar we met onze ruimteschepen doorheen gaan.”
Daarna gaat het gesprek over de tijdsymmetrie. Die is dus niet zo symmetrisch. Volgens hun logboeken is er ’slippage’, een verschuiving, toename van het verschil tussen de werelden.

Gwan begint er over dat hij dit zo’n onrechtvaardige wereld vindt. Dat zijn de dames niet met hem eens. “Ze hebben er toch zelf voor gekozen?”
Risha vraagt hoe het demotiestelsel werkt. “Ja, zo behoud je de kwaliteit. Wie goed functioneert behoudt zijn rang en kan zelfs stijgen, maar inferieur materiaal daalt iedere generatie. Er wordt zelfs af en toe een zeer getalenteerde van rang 15 naar de buitenwereld gepromoveerd. Het systeem is langzaam zo ontstaan. Er waren steeds meer mensen die zich terugtrokken in de virtuele wereld en er was een steeds grotere trek naar de stad. Wij kunnen niet iedereen gebruiken, dus dit was een ideale oplossing.”
Gwan vraag wat zij kunnen vertellen over zonium. “Wij zijn een speciale onderafdeling van de Children of Higg. Wij zijn zonium buiten de vier bekende dimensies op het spoor gekomen. De andere facties vinden waar wij mee bezig zijn maar vage zweverij.”
Daarna vraagt Gwan of de VR technologie ook naar onze wereld kan. “Ja en nee. Wij hebben ons eilandje zo ver van jullie culturele invloeden dat het niet interfereert met onze technologie.” Risha zegt: “Dus dan moeten we de goudmachine ver van de bewoonde wereld houden.” Chang: “Claude kan technische uitvindingen doen, maar siderial technologie gaat in zijn handen net zo snel kapot als bij ons.”
“Over vijf uur zijn we bij Salonka, willen jullie nog wat slapen voor we er zijn?” Dat is een goed idee. Gwan wil de datum weten. “18 maart 6015, eind van de middag.” “Ok, we zijn vertrokken op 4-viii-R2, dan kunnen we het tijdsverschil uitrekenen als we weer terugkomen.” Dan valt hem wat op: “Jullie hart klopt niet, en jullie ademen niet!”
“Nee, we ademen heel langzaam. Een ademhaling per twee minuten.” Gwan vraagt of hij de pols mag voelen. Ook 1 per 2 minuten. “Als je pols sneller klopt, dan ga je ook sneller dood,” zegt ze, “dat weet iedereen. De GMO’s worden maar dertig jaar oud. Hun DNA is met planten en dieren gemengd. Onze genen zijn veredeld, niet gemodificeerd. Wij leven langer: blauw leeft ongeveer 150 jaar en wit 1500 jaar. Dat is een heel verschil.” Ze vinden ons maar zielig dat onze harten zo snel kloppen. “Volgens de siderials kunnen wij ook duizenden jaren oud worden” zegt Risha, ”Imhotep is zelfs al meer dan honderdduizend jaar oud.” Dat vinden ze heel interessant.

We gaan slapen. Het zijn heel comfortabele banken. Slapen… ALARM! De sirenes gaan af! – Het was niet Claude –
“Zet de 3D printer aan!” De vier dames zijn druk in de weer met apparaten. Uit een grote kast stappen één voor één volledig bewapende soldaten.
Als we aan komen snellen zegt een van de dames: “Kijk maar op de radar, er komt een groot schip aan van een andere afdeling, de Technocraten. Zij zijn groter en gevaarlijker dan wij! Ze willen ons inrekenen omdat we verboden experimenten doen. En jullie zullen ze vernietigen. Wij gaan proberen om met het schip en jullie te ontsnappen. De mannen uit de printer zijn de afleiding.”
Twintig vers-gekloonde soldaten klimmen uit het luik in het dak van ons schip en vliegen naar de tegenstander. Even later verschijnt een enorm luchtschip boven ons. De afleiding is duidelijk niet gelukt.
“Ze hebben een tractorbeam! We worden naar binnen gezogen! We gaan de noodknop voor jullie activeren,”
Wat doet die? vraagt Risha.
“Okergeel – terug naar jullie wereld.”
“Mag ik de incal?”
“Ja. … Het ga jullie goed. Wij zitten wel een tijdje vast, maar zonder jullie hebben ze geen bewijs.”

Er gaat een stekende pijn door ons heen. Fel okergeel licht. Een schelle fluittoon in onze oren. En dan is er woestijnzand en een heldere blauwe hemel. Het ruikt naar de wilde saliestruiken. We zijn naakt, geen kleren, geen uitrusting, alleen de incal in Risha’s hand. Maar het lijkt wel alsof we in een zwart-wit film terecht zijn gekomen. Dit zou wel eens Euboia kunnen zijn. Wij zelf hebben wel heel veel kleur. De zon staat laag aan de horizon, het is vroeg in de ochtend maar het begint al warm te worden. We lopen naar het Noorden. Na drie uur bereiken we geïrrigeerd land. Chang duikt meteen in het kanaal. Als er niks gebeurt volgen de anderen zijn voorbeeld.
Terwijl we genieten van het koele water komen er een paar meisjes in griekse jurkjes aan, met waterkruiken. Hun mond valt open van verbazing. Veel te felle kleuren! Ze zijn bang, eentje rent terug naar het dorp. Risha maakt een gebaar van vrede. Het feit dat hij een bloedmooi, bloot jongetje is helpt wel om de meisjes gerust te stellen. “Waarom zijn jullie zo fel?” vraagt eentje.
“Tsja, we zijn niet van hier.”
“Ik denk dat jullie demonen zijn die ons komen verleiden! Jullie zijn geen mensen, met zoveel kleur. Dat kan alleen maar betekenen dat jullie slecht zijn!”
Risha probeert uit te leggen dat we alleen maar anders zijn, niet slecht.
“Jullie hebben kleren nodig!” zegt ze, “Wacht hier!” en ze rent weg. Een andere fluistert: “Echte incubi! De gezant van de cycloop heeft gezegd dat we moeten uitkijken voor mensen met kleur.” Maar ze giechelt erbij.
Even later komt het eerste meisje terug met een arm vol grijze lappen. Het zijn ruim vallende gewaden en hoofddoeken die alleen de ogen vrij laten.
“Nu moeten we naar huis, blijven jullie hier tot morgen elf uur?” Dat beloven we. “Dan zijn we er morgen weer.”
Als ze weg zijn doen we ons te goed aan de grijze tomaten en pompoenen die hier groeien. Ze smaken net zo flauw als ze er uitzien. Dan sturen we Claude met Flawless Disguise naar het dorp. Een half uur later komt hij weer terug. “Het is inderdaad Eiboia. Er staat een groot beeld van een Idrissi-demon op het plein, met één oog midden op zijn voorhoofd. Verder is het een saai dorpje. Er komt af en toe een karavaan langs op weg naar het Noorden.”
We willen onze afspraak met de meisjes nakomen, dus blijven we een nachtje bij het kanaal.

De volgende morgen zijn de dorpsmeisjes er om elf uur precies. Iets schaarser gekleed dan gisteren, en ze maken avances. Risha gaat er graag op in. Hij wil hun grijze bestaan wel wat spannender maken.
“Morgen zelfde tijd?” vragen de meisjes als ze weer weg moeten.
“Helaas,” zegt Chang, “we moeten weg. Kunnen jullie ons wijzen waar de rivier is?”
“Dat is twaalf uur lopen die kant op,” zegt er een teleurgesteld en wijst naar het Noordwesten. Met een knuffel nemen we afscheid. We lopen tegen de stroom in langs de kanaaltjes. Onderweg eten we van het fruit. Niemand valt ons lastig, en twaalf uur later komen we aan bij de rivier. Het is inmiddels diep in de nacht.
Als we de volgende dag weer wakker zijn, lopen we naar het Noorden langs de rivier. We komen een klein bootje tegen, dat is voor ons als de landarbeiders niet kijken. Met de magie die we van de hobbits hebben geleerd zorgen wind en stroming dat ons bootje heel snel vooruit gaat. Tegen de avond komen we bij een stad. Daar zijn ze wel vreemden gewend. We punteren naar het haventje. Eerst maar een slaapplaats vinden en dan zorgen we wel voor beter vervoer. Risha steelt een beursje uit de zak van een voorbijganger. “Als koning kun je toch geen zakkenrollen!” zegt Chang verwijtend. “Sommige dingen verleer je niet.”
Er zitten een paar zilverstukken in, genoeg voor een herberg. Vanwege onze windsels en felgekleurde ogen worden we in de gelagkamer argwanend bekeken. De herbergier adviseert ons om op onze kamer te eten. De maaltijd smaakt even grauw als hij er uitziet. ’s Nachts houden we wacht, maar er gebeurt niets.
De volgende dag gaan we de stad in. Het is relatief geordend, voor een stad. De mensen mijden ons een beetje maar ze zien hier wel vaker mensen van buiten met kleur. De gewaden die we hebben gekregen zijn de gebruikelijke dracht voor buitenstaanders. Als we een andere buitenlander tegenkomen knoopt Chang een gesprek aan.
“Ja, ik ga hier weer weg. Rotplek! Het is dat mijn baas me gestuurd heeft en hun geld nergens last van heeft. Goud houdt zijn kleur. Maar ik zal blij zijn als ik weer weg ben. Ik kom uit Ostrakia, dat is de zuidelijke staat van Sesklo. Ik koop hier erts. Ostrakia gebruikt dat om spullen te smelten. Het is daar niet pluis, maar hier… die drie cyclopen! Die zorgen er voor dat de mensen tot niets komen. Standbeelden! Daar staan ze dan met al hun deugdelijke beroepen! Geef mij maar een echte stad, met bedelaars, dieven en oplichters. Hoewel de dames hier in het geniep wel mannen met een kleurtje willen!”
“Ja, dat hebben we gemerkt! Wij zoeken een manier om hier vandaan te komen.”
“Kom maar mee. Ik heet Alain. Voor een goed verhaal kun je mee op mijn schip.”
Hij neemt ons mee naar een luxe boot met een kajuit. Die is wat minder grauw. Hij haalt een fles en wat glazen tevoorschijn. “Maar wat is jullie verhaal?”
Chang vertelt over ons avontuur in de andere wereld.
“Een geweldig verhaal! Maar als jullie me wat aandoen ga je overboord. Waar moet je naar toe?” De schipper denkt dat we misdadigers zijn, maar hij durft het aan om ons mee te nemen.
“Naar Soul.” Risha nodigt hem uit in Bronwë. “Vraag naar Risha, Chang en Gwan.”
“Soul? Hebben jullie ook zo’n last van draken? Er zit er een bij ons in de bergen.”
“Nee,” zegt Gwan, “Wij hebben reuzen. Vooral in de winter.”
Alain vertelt dat er veel vluchtelingen uit Euboia komen. “De Grauwen laten we nog wel binnen, maar de echte Kleurlozen houden we buiten.”
De volgende nacht arriveren we bij de monding van de rivier. Alain vaart ons twee dagen langs de kust. Het is een prettige reis met rustig weer. In Tartessos, een klein landje tussen Euboia en Sesklo, wijst hij ons een schip waar we passage kunnen boeken. Maar we hebben geen geld, geen normale kleren, niets. Werken voor de overtocht komt niet bij Risha op. Hij vraagt naar een Qartiaanse bank. Die zijn aan het opdoeken, maar er is er nog wel een. Hij gaat er naar toe en stelt zich voor. “Kun je bewijzen wie je bent?”
De kattenogen zijn niet voldoende, maar hij had wel gehoord dat de koning van Soul een in de Qartiaanse mysterien was. “Wat weet je van Elsewhere?”
Risha laat hem de incal zien. De bankier is voldoende onder de indruk om een kredietbrief uit te schrijven. Bij de thee zegt hij: “Doe de groeten aan Kadier’s opvolger! Het schijnt overigens dat de resourcing naar Valdheim is gegaan. Ik heb gehoord dat er een jongeman uit Rea Sylvia vertrokken is naar Valdheim en dat er daar toen dingen begonnen te gebeuren.”
Interessante informatie.

Met de kredietbrief kunnen we passage boeken op een niet al te luxe scheepje. Als we in de buurt van Albion zijn, vragen we of de schipper kan aanleggen bij het eilandje van Daguerre. Albion is altijd leuk. Het is een gezellig haventje. Daguerre blijkt daar net aangekomen te zijn met een paar pegasi. Als ze de pandbrief ziet, betaalt ze de kapitein voor de overtocht en geeft hem een dikke fooi. “Koning?” zegt de schipper verbaasd, “Het is me wat…”
“Hoe lang zijn we weggeweest?” vragen we aan Daguerre.
“Ik wist helemaal niet dat jullie weg waren.”
Het blijkt dat het vandaag dezelfde dag is als de dag waarop we met Gnumpathi vertrokken zijn!
We krijgen een hobbit katamaran. De oversteek gaat razendsnel en we arriveren een dag later in Groath. Van hier is het twee dagen over de weg naar Soul.
Het is nu 7-viii-R2.

3Xp

Tanais – 81

Tanais – 81 – 5 maart 2015

Dag 10 in de wereld van de Technocratie, lunchtijd in de kantine van de robotfabriek in Toren 7.
Johan neemt afscheid en gaat naar zijn nieuwe werk. Op diverse beeldschermen in de kantine is nieuws te zien. Het gaat alleen over deze stad: vergaderingen, beleid, de komende verkiezingen; met veel advertenties tussendoor. Voor de mensen in deze stad relevant, maar allemaal wel heel lokaal. Het eten smaakt goed, maar is voor ons niet herkenbaar als groente of vlees. De mensen zijn wat socialer dan in de anonieme woontorens. Als we met ze in gesprek raken, komen we er achter dat de verkiezingen gaan tussen Player-Versus-Player en Developer-Coordinated. Dat zijn twee stijlen van virtual reality spellen. We ontdekken dat er vier afdelingen in de soorten banen zijn. Wij zijn ingedeeld bij de Corpocrats. Dan zijn er nog de Advertisers, Announcers en Doctors.
Na het eten gaan we op zoek naar een rustige kamer met een terminal. Risha logt in met het account van Johan.
“Welkom Johan. U bevindt zich in de verkeerde ruimte.”
Oeps. Met een stoot extra essence maakt hij een nieuw account van het juiste niveau aan.
“Welkom recruten. Voer uw gegevens in en ga verder. Duimafdruk graag.”
Risha zet zijn duim op het scherm en voert zijn naam en leeftijd in.
“U heeft toegang tot niveau 10 gegevens.”
De zoekterm Alexander levert op dat hij voor de Corpocrats werkt, sinds kort als niveau 10 op afdeling 151. Er zit een fotootje bij en zijn adres: toren 17, etage 9396, appartement 21. Risha vraagt verder wat de verschillende afdelingen doen. De Corpocrats gaan over de productie en de distributie, niet alleen binnen deze Hardware Legacy, maar ook tussen de HL’s onderling en zelfs de in- en uitvoer naar de Technocratie. Ze zijn de enigen die zich met enige regelmaat buiten de eigen stad begeven. Maar ook de Corpocrats worden niet buiten de HL’s toegelaten. De Advertisers zorgen dat de lagere levels tevreden blijven en zich richten op taken die voor hen geschikt zijn, zoals het kopen van de geproduceerde spellen en producten. De Announcers bepalen de regels van de Virtual Realities, de shutdowns en restarts van de servers en de wijzigingen. Bovendien bemiddelen zij bij conflicten. De Doctors zijn verantwoordelijk voor de genetische aanpassingen van lagere levels, zodat ze de chemicaliën produceren die de Technocraten nodig hebben.
Claude vindt een plattegrond van de stad. Er zijn twintig woontorens. Hij ontdekt dat er allemaal onregelmatigheden in de architectuur zitten, waardoor er gemakkelijk allerlei extra verdiepingen weggemoffeld kunnen worden. Er is een complete stad achter de stad. Een beetje puzzelen levert op dat hij als level 10 tot ongeveer 70% van die stad toegang heeft.  Vooral in toren 12 is een enorme ruimte weggemoffeld.
Gwan wil informatie over de chips. “Stel uw vraag specifieker.” Met gerichte vragen komt hij van alles te weten. Bionic ondersteunt de werking van diverse delen van het lichaam. Augmented zorgt voor het interacteren met niet-fysieke voorwerpen in de common reality om je heen, het verschilt overigens per level wat voor dingen je waarneemt en hoe je de wereld ziet. Virtual is niet voor iedereen gemeenschappelijk, maar wel degelijk bloedserieus voor de deelnemers. Het verschil tussen de hogere en lagere rangen is diffuus en het is niet helemaal duidelijk waar het kantelpunt ligt. De “non-chipped” rangen boven niveau 10 zijn wel degelijk gechipped, maar alleen met Enhanced Genetics. Niet met Control chips, dus hun gedrag kan niet gestuurd worden. Er bestaan wel External Devices om de chips van level 1 t/m 9 te emuleren. Daarmee kunnen niveau 10 en hoger voor onderhoudsdoeleinden de Augmented en Virtual Realities in.
Risha wil een appartement kopen, maar dat zit er niet in voor iemand van level 10. En persoonlijke shuttles ook niet. Hij kan wel de credits loskrijgen om een hotelkamer te boeken in de flat van Alexander, en voor iedereen een complete VR-set te bestellen.

7 uur ’s avonds
We hebben onze spullen opgehaald in het vorige hotel en gaan naar toren 17. Dit is een heel ander hotel: geen hoertjes, geen luide muziek en geen personeel. De VR-sets zijn inmiddels op onze kamers bezorgd. Het zijn een soort hamsterballen, met een pak en een helm erin. Bal in, pak aan, helm op. “Stel uw voorkeurswereld in. U bent onzichtbaar aanwezig.”
We kiezen een PVP Space setting. Opeens staan we in een ruimtestation. Het is hier hartstikke druk. Het is het level één ingangspunt van deze setting. Her en der staan lichtgevende figuren die je kunt aanspreken en er zijn overal mensen met elkaar bezig. Ze maken grootse plannen voor hun nieuwe personage. We horen over een grote oorlog die aanstaande is tussen twee facties. Er gaat niemand echt dood, maar als het klaar is zullen er zeker faillissementen uitgesproken worden. Wij kunnen alleen met de lichtende figuren interacteren.
“Waar willen jullie heen?”
We kiezen een willekeurige planeet uit.
“Hoog level of laag level?”
Hoog.
“Welke factie?”
We kiezen at random factie 5: Liberia. Dan mogen we doorlopen. Er staat een ruimteschip voor ons klaar. We hebben uitzicht op “de ruimte”: sterren en zonnen vliegen voorbij, de vlucht duurt een paar uur. We landen in een grote metropool met Russisch aandoende architectuur. De mensen dragen kleurrijke klederdracht. Er staan hele vloten klaar buiten de dampkring. Er is hard gespaard en volgend weekend gaan ze een naburig zonnestelsel aanvallen. De tegenstanders hebben minder credits, dus ‘wij’ gaan winnen. Er worden goede gevechtspiloten gerecruteerd, en mijnwerkers. Dit is hèt moment om een fortuin te verdienen. Wij kunnen met alles interacteren, putdeksels optillen, het riool ingaan, etcetera, maar alleen Announcers zijn bevoegd om dingen echt te veranderen. We stappen de VR maar weer uit.
“Dit doen ze dus met z’n miljoenen tegelijk,” zegt Risha.
Er is in de echte wereld ongeveer evenveel tijd verstreken als in VR. Het is nu een uur of drie ’s nachts.

Dag 11
We staan om negen uur op en eten wat er voor ons uit de muur komt. In Augmented Reality zal het vast heel lekker zijn, maar voor ons smaakt het als nat karton. Chang stelt voor om ons vandaag op Alexander te focussen. We gaan naar het juiste appartement. Claude doet weer zijn truc met de vingerafdruk en we zijn binnen. Alexanders appartement is heel slordig en doet aan als een studentenkamer. Claude vindt een kluis achter een schilderij. Dit ding is buiten het systeem om geplaatst, en kan niet worden gedetecteerd door de Technocaten. Voor de mensen in deze wereld zou het openen van de kluis een onoplosbaar probleem zijn, maar voor een meesterinbreker als Claude is het een fluitje van een cent. (10 successen!)
In de kluis vinden we een steen in de vorm van twee in elkaar geschoven piramides (incal) die licht geeft in alle kleuren van de regenboog. Hij is zwaar magisch. Claude wikkelt de steen in een doek en steekt hem bij zich. We doen de kluis weer op slot en gaan naar buiten.
Gwan onderzoekt de steen. “Qartianen haalden dit soort dingen uit Elsewhere,” zegt hij, “het zijn de excrementen van Igrot. Dit is er eentje die bij deze wereld hoort omdat hij uit Darkwhere komt. Je kunt er je eigen kleur in kwijtraken in ruil voor magische gunsten.”
Claude zegt: “We kunnen met de incal naar de Sandmen of naar de zwarte bron.” Risha oppert: “Of naar de Children of Higg.”
We kiezen voor de Sandmen. We trekken onze originele kloffie weer aan en steken de nette kleren in onze rugzakken. Van een tot vijf uur ’s middags lopen we als zwervers rond tussen de woontorens. Dan komen we bij Clark, bij de verscholen ingang. Hij zet de anti-technologie even uit en dan mogen we naar binnen. Binnen is het rustig. Claude laat de incal zien.
Clark kijkt hebberig: “Whoa, dit is heavy shit! Het ziet er uit alsof het uit onze bron komt, maar we kennen dit ding niet.”
“Dus dan is er een andere bron,” zegt Risha, “of Alexander heeft hem gekregen van buiten de stad.”
Clark haalt Duffet en nog zes andere magiërs er bij. Ze tekenen symbolen op de grond, chanten en dansen, en dan verschijnen de Sandmen weer. Eerst mensen, dan archaïsche wezens en uiteindelijk broeder Schorpioen.
“Wederom welkom, mede-tani,” zegt Schorpioen.
Chang antwoordt: “We hebben iets gevonden. We weten dat het uit Igrot komt.” Hij laat de incal zien.
“Ja, dat is iets heel bijzonders. Het destilleert zonium uit de Tempest. Er moet een kaste van wezens zijn die dit soort dingen creëert uit de excrementen van Igrot. Wat er uit de zwarte bron hier komt, wordt door ons geboetseerd. Maar dit is in Darkwhere gemaakt door andere lieden.”
Claude vraagt: “Dus dit kan zonium destilleren?”
“Ja, druppelsgewijs.” Dan richt hij zich tot de anderen: “Clark, Duffet, deze lieden komen van Tanais, zij zijn Sandmen net als wij. Wat wij nu gaan bespreken is alleen voor Sandmen.”
Ze kijken gekwetst en vertrekken. Als we alleen zijn klinkt Schorpioen een stuk minder formeel: “Jongens, wij zijn aangespoeld. De gelukkigen, met rudimentaire gaven ten opzichte van Darkwhere. Maar als drenkelingen blijven we weg van bepaalde gebieden. Dit hier komt van een kaste van wezens vergelijkbaar met wat er vanuit Elsewhere handelde met de Quartianen. Lieden waar wij niets van weten, Darkwherelings van buiten de regionen waar wij kunnen komen. In vergelijking met de originele bewoners van Darkwhere en Elsewhere kunnen wij feitelijk maar heel weinig. Dit is te verfijnd en subtiel voor ons. Wij wonen in Nearwhere. De Tempest is in Darkwhere en verderop.”
Claude vraagt: “Als iemand zijn kleur opgeeft voor gunsten? …”
“Dan raakt die zijn ziel langzaam kwijt. Het zonium wordt uit hem getrokken.”
Claude: “Dus in onze wereld is Eenoog zonium uit de mensen aan het trekken!”
Chang: “Misschien is Eenoog zelf ook zo’n soort voorwerp. En in deze wereld kan het druppelsgewijs omdat ze nog duizend jaar de tijd hebben. Bij ons moet het razendsnel omdat we nog maar weinig tijd hebben!”

Op dat moment klinkt er geruis in onze oren. Een stem zegt: “We gaan jullie exraheren, want wat we horen over dat de werelden niet symmetrisch zijn, is verontrustend. Als jullie nog wat af te ronden hebben, dan hebben jullie nog een paar uur.

Gwan krijgt van de Sandmen een update over de missende jaren in onze Witte Stenen geschiedenis.
We nemen afscheid van Schorpioen, Clark en Duffet. Dan gaan we terug naar het dak van de toren waar we aangekomen zijn. Er staat al een helicopter voor ons klaar. Onze missie zit er op. We zijn in twaalf dagen geslaagd.

3 xp

Tanais – 80

Tanais 80 – 19 februari 2015

We zijn nog steeds onder de grond met Clark (langhaar) en Duffet (het albino meisje). Risha wil weten waar zij magie voor gebruiken. “Om onder de radar te blijven. We doen kleine praktische dingen met symbolen. Magie die op Augmented Reality lijkt wordt niet geloofd.” Ze bieden ons eten aan, maar wij moeten het afslaan. Claude denkt na over hoe hij weggeworpen werd door de materie/antimaterie explosie. Kun je daar een aandrijving mee maken? Misschien met een minder gevaarlijke reactie? Risha vraagt door over hun magie. Hij komt er achter dat die indirect van de kleurige schimmels komt. Maar Clark heeft geen zin om geheimen van de cultus in het openbaar te bespreken. Hij wil daar morgen wel apart met ons over praten.

Dag 4
“Zo direct gaan we verspreid naar buiten,” zegt Clark, “onopvallend, ‘dakloos’ rondlopen. Wij gaan met zijn vijven.” De technologiesluis gaat weer even voor ons open. Buiten is het druk. Boven onze hoofden worden vliegtuigen geladen en gelost.  We hebben rugzakken mee, die we onderweg vullen met ‘nuttige spullen’. Clark neemt ons mee naar buiten de stad. Voorbij de flatgebouwen zijn boerderijen. Het zijn grote particuliere hoeves in een soort Amish stijl. Clark vertelt dat deze boeren terug naar de natuur willen. Ze gebruiken wel minder Augmented Reality dan de flatbewoners, maar het is er nog steeds. Ze zien echt heel andere dingen dan wij! “Ze gooien alles overboord… maar intussen!”
We lopen hier doelbewust voorbij. De overgang naar het bos is net zo abrupt als die van flatgebouwen naar boerenland. We lopen kriskras door de wildernis om de gebaande paden te vermijden. Na zeven uur komen we bij een rotswandje met een verborgen grot. Een lange glibberige gang voert naar beneden. We horen gebonk in vier verschillende ritmes door elkaar. Dan komen we in een ruimte met felle fluorescerende gekleurde schimmels. Er druppelen pure kleuren van de schimmels in een zwarte poel. Clark wantrouwt ons nog steeds. Hij doet dit alleen omdat de Sandmen hem hebben opgedragen ons hierheen te brengen. Pas als blijkt dat wij ook wat weten over de zwarte bron, ontdooien de aanwezigen. Een inwijding in deze grot bestaat uit een gedeeltelijke of gehele onderdompeling in de bron. Dan gaan ze een verbinding aan met een Sandman en dan kunnen ze magie. Een van de aanwezigen vraagt: “Zin jullie Sandmen?” We leggen uit dat we uit dezelfde wereld komen, maar veel jonger zijn. En we vertellen over de vijfde dimensie.
Als ze ons eenmaal vertrouwen willen ze ons laten zien waar de ‘zapper’ is. De grens waar je niet voorbij kunt komen. “Het is twee dagen lopen van hier,” zeggen ze, “hij is te herkennen aan de resten afval en eigendommen die er liggen. De meeste mensen die tot daar komen, gaan dood! Gegil en geschroei, en dan zijn ze weg. Een enkeling herkent de barrière en keert weer terug naar de beschaving.”
We lopen twee dagen, andere reizigers vermijdend.

Dag 6
Clark wijst ons op een half hert: “Verse zapkill! Daar herken je de zapper aan. Je kunt hem niet zien. Als je er zo maar in loopt, ben je direct weg.”
Claude maakt een slinger. Hij slingert een steen richting het dode hert. “Zapp,” de steen is verdampt. Met Triple Distance Technique probeert hij hoe hoog de barrière is. Op 200 meter hoogte gaat de steen er overheen. Hij verdampt niet, maar verdwijnt uit het zicht. Blijkbaar is het bos wat we voorbij de zapper zien niet echt. Risha stijgt op om er overheen te kijken. Clark kijkt stomverbaasd. Vliegen, dat kan toch alleen in Augmented Reality?
Op 150 meter hoogte kijkt Risha over de muur. Omdat we gestaag omhoog gelopen zijn, zit hij nu boven de daken van de wolkenkrabbers in de stad. Voorbij de zapper ziet hij een Japans aandoend tuinlandschap. Vanaf hier lopen de heuvels weer omlaag, zodat het met geen mogelijkheid vanuit de Legacy zichtbaar is. Als hij weer beneden komt en verslag doet, reageert Clark verbouwereerd: “Dus we zitten hier gevangen? En de wereld gaat hierachter gewoon door. Maar wat kunnen wij beginnen? Meer dan honderd van ons kunnen we gewoon niet voeden.”
Kunnen we onder de zapper door tunnelen? “Nee, de grond zit vol met mycelium, schimmeldraden. Dat wordt zelfs door de Technocratie vermeden.” Het zijn de schimmels die kleur opzuigen en die kleur komt via de schimmeldraden uiteindelijk bij de zwarte bron. Het is niet de actie van de Sandmen waardoor kleur vrijkomt, maar het slapen zelf, en dan met name het moment waarop men begint te dromen.
Dan zien we een groepje kampeerders die nietsvermoedend naar de grens lopen. Ze letten meer op hun augmented reality dan op de omgeving. Blijkbaar zijn er ook daar geen waarschuwingen, want drie van de vier lopen plompverloren de zapper in en vergaan in een felle lichtflits tot atomen. De vierde, die een beetje achteraan liep, ziet het gebeuren en rent gillend weg. “En als hij het in de stad vertelt,” zegt Clark, “zal niemand hem geloven.”
Er liggen opvallend weinig menselijke resten, want mensen lopen rechtop en komen vrijwel meteen met hun hele lijf in de zapper. Van herten en zo verdwijnt meestal alleen de kop of, als ze erg hard rennen, het voorlijf. We gaan terug. Risha neemt het hert op de schouder. Onderweg prepareert hij de huid en wordt het vlees gerookt. Jagen en vlees houdbaar maken, dat leer je wèl als prinsje.

Dag 8
We komen weer bij de boerderijen. We hebben geen last gehad van drones. Risha geeft Clark twaalf motes essence als dank voor zijn moeite. Hij is dankbaar en zegt: “Ik denk dat jullie deze wereld nooit echt zullen begrijpen zonder augmented reality. Kan degene die jullie pakken heeft gemaakt, geen tsjips voor jullie maken?”
Aan het einde van de dag komen we bij het hoofdkwartier. Nadat we het vlees hebben afgeleverd, gaan we slapen.

Dag 9
Vandaag willen we een wolkenkrabber nader inspecteren. Een andere dan waar we afgezet zijn. De begane grond zit vol met schimmels. Claude doet zijn truuk waardoor we de lift kunnen nemen. We kiezen een willekeurige etage: een woonverdieping. We doen zomaar een deur open. We komen in een lichte woonkamer. Er staat een groot apparaat waarin iemand met een helm en handschoenen heen en weer beweegt. Hij merkt ons totaal niet op. De kamer is groezelig en slijmerig. Er staan verder een enorm beeldscherm, een luxe bank, een bed en er is een primitief keukentje: een gat in de muur waar voedsel uitgeprint kan worden. De kleren zijn ook smoezelig en smerig.
“Veehouderij,” zegt Risha.
Claude vermoedt dat als we een schonere verdieping vinden, dat we dan lieden van buiten de Legacy zullen vinden. We gaan naar de vijfde, waar luchtschepen goederen laden en lossen. Ook hier groeien schimmels, maar de dozen en containers zijn wel schoon. Ze worden gesorteerd, gaan vrachtliften in en dan naar boven. Chang vindt een doos met een robot. We volgen die naar zijn lift. Daar staat personeel bij. Er zijn maar een man of tien op deze hele grote verdieping. Hun kleren zijn minder groezelig dan die van de gewone bewoners. Dit zijn een soort elite-werkers.
Claude overmeestert de werker bij deze lift. “Breng ons naar je baas!” De werker kijkt paniekerig om zich heen en spartelt. “Op welke verdieping zit je baas?” Claude laat de mond van de man los. “HELP!” Gelukkig weet Claude hem snel de mond te snoeren en komt er niemand op het geroep af. Na enig aandringen werkt de gevangene mee. “Mensen kunnen niet met deze lift. Alleen personensliften nemen mensen mee.”

“Breng ons naar de verdieping waar je baas is,” zegt Claude. De man gaat ons voor naar een personenlift en typt een lange code in. Veel langer dan die van een normale verdieping. We komen op een schone, normale verdieping. “Mag ik nu weg?” “Ga je dan alarm slaan?” Nee! Als ik dat doe, ben ik dood!” Claude controleert of hij de waarheid spreekt. Het is geen val. Als we in de gang staan, komt er een corpulente man in luxe kleding de hoek om. Hij ziet ons en kijkt behoorlijk geschrokken. Met Flawless Disguise heeft Claude ook zo’n net pak aan.
“Onbekend nummer,” zegt de dikke man tegen hem, “wat kom je doen met die drie daklozen. Kun je ze niet gewoon recyclen? En wie is je baas?”
“Die ken jij niet. Deze drie hebben voorbij de grid gekeken en ik wil weten wat er nog meer speelt,” bluft Claude. Het gesprek gaat zo een beetje heen en weer. Dan opent de man een deur en neemt ons mee naar binnen. “Als jij niet weet wie hier de baas is, dan ben je niet bevoegd. En waar zijn je identiteitsgegevens?”
“Dit is niet de enige Legacy en in mijn werk…” zegt Claude. De man lijkt geïnteresseerd. Claude maakt de zin niet af: “En daarom heeft het geen zin om mijn baas te noemen.”
“Ik geloof niet wat je zegt. Non-chipped entity? Maar als het klopt en onder ons blijft, wil ik wel met je samenwerken. Top Secret hè, een bevordering in rang is wel het minste. Laten we niet meer in raadsels met elkaar praten. Ik wil van Corporate overgeplaatst worden naar Advertisers. In deze kamer gebeuren dingen die niet gescand moeten worden. Dus we kunnen hier spreken.”
Claude zegt dat er vermoeden van corruptie is. Chang vult aan: “In deze wolkenkrabber.”
“Kunt u garanderen dat ik buiten schot blijf?” Dat willen we wel. De man stelt voor dat wij in hier blijven wachten tot na kantooruren, en dan samen weggaan. Hij checkt uit met duim- en irisscan. We wachten een paar uur tot hij terug is. Risha leert een bureaucratie charm: Speed the Wheels.
Als hij terug is, vertelt de man dat alleen de allerhoogste rangen, vanaf rang 10, ongechipt zijn. Voordat wij kwamen, had hij nog nooit iemand ontmoet die niet gechipt was. Hij denkt dat Risha de script-kiddie van de groep is. “Als ik jou de beeldschermen wijs, kun je het zelf veranderen. Het mag niet naar mij herleidbaar zijn.”
Risha gaat achter het beeldscherm zitten. “Ik ken deze interface niet zo goed, dat verschilt per Legacy,” bluft hij. Met een klein beetje instructie krijgt hij het systeem aan de praat. Dan laat hij er zijn magie op los. De machine is niet beveiligd tegen solar charms. De ambtenaar die de promotie tegenhield wordt omzeild en even later is onze vriend rang 5 en overgeplaatst naar Advertising. Met dezelfde charm maakt hij voor ons identiteiten van rang 10. Hij is in de verleiding om zichzelf rang 15 (het maximum) te geven, maar een te hoge rang is niet verstandig. Dan kom je in de regionen waar iedereen elkaar kent. “Ik weet nu hoe het moet. Een verdere promotie is zó gepiept,”
“Officieel zijn jullie nu mijn superieuren. En als ik doe wat jullie me opdragen kan niemand mij wat verwijten. Johan, overigens, aangenaam! Jullie kunnen in mijn appartement overnachten. Dan kunnen we morgen vroeg beginnen.”
“We hebben nog goede kleren nodig en zo.”
Hij neemt ons mee naar het sjieke hotel op laag 666. Als de lift opengaat worden we begroet met gekir en de geur van alcohol. Een Chinese dame staat achter de balie. Onze duimafdrukken zijn ongelimiteerd krediet waard: “Hoeveel dames wil je?”
Het zijn grote kamers en het wordt gezellig. Maar er zit zonium tussen.

Dag 10
Als we wakker worden ligt er nieuwe kleding voor ons klaar die bij onze stand hoort. Om negen uur staat Johan voor de deur. “Ik ben vandaag uw gids.”
“Laten we beginnen op uw afdeling.”
Hij neemt ons mee. De collega’s kijken jaloers. Hij negeert ze en vertelt wat ze hier doen: “Robots debuggen en logistiek. Het intelligente werk gebeurt hierboven.”
We gaan met een zweefmachine naar een andere flat. Daar worden de robots gemaakt in grote fabriekshallen. Robots voor thuisgebruik en virtual reality. Er is een override-afdeling waar hij nogal schichtig over doet. Dat is boven level 10. De essentiële chips komen van buiten, al de rest wordt lokaal gemaakt. Claude kijkt zijn ogen uit. Er zijn ook robots die er menselijk uitzien.
“Als ik het casco van een robot aantrek, kan ik dan onopvallend rondlopen op het bazen-level?” vraagt Risha. Dat lijkt Johan niet zo’n goed idee. “Robots komen op plekken waar het te vies is, of te gevaarlijk voor mensen.”
Hij is ons dankbaar. “Door mijn promotie zijn mijn kinderen gered van de status van unborn.”
Uit wat hij ons vertelt leiden we af dat er technocraten-afstammelingen zijn en unborn. Iedere generatie verliest een rang, tenzij je op eigen kracht hogerop weet te komen. Rang 1 tot 3 zijn de Unborn, rang 4 tot 9 zijn de Gepriviligeerden, rang 10 tot 15 zijn Corpocraten, ongechipt. Nog hogere rangen zijn er niet hier in de Legacy.
Claude vraagt naar andere ideologieën. “Misschien bedoelen jullie de mensen die soms achter het grid komen? Daar kan het twee kanten mee op. Soms komen ze gehersenspoeld terug en soms verdwijnen ze.”
“Wie van je superieuren is corrupt?”
“Allemaal.”
“Maar zijn er figuren die ècht gekke dingen doen?”
“Alexander. Hij heeft dezelfde rang als jullie. Hij vergaart persoonlijke rijkdom en privileges voor zichzelf en zijn kinderen. Hij heeft zichzelf opgewerkt van rang 6 naar rang 10.”
Claude vraagt ook naar het kleurvervagen. Daar ziet Johan niets ongewoons in: “Iedereen wordt grijs als hij ouder wordt.” Maar bij nader doorvragen geeft Johan toe dat Alexander grijzer is dan zijn leeftijdsgenoten en zeker dan andere mensen in hoge rangen. Boven rang 12 worden ze niet zo snel grijs. Misschien versnelt het vergrijzen wel als je snel stijgt in rang. Hij heeft mensen gezien die grijzer waren dan Alexander, maar die zijn allemaal overgeplaatst of verdwenen.

[Zijspoor: Zonium is een product van de Tempest. Maar hoe krijg je het er uit? De Children of Higg weten meer over hogere dimensies.]

3 XP

Tanais – 79

Tanais 79 – 5 februari 2015

Legacy hardware dag 1, midden in de nacht.
Claude blijkt de zwerver te hebben vastgebonden en gekneveld. Hij valt desondanks in slaap. Chang, die wacht draait, ziet vanuit het niets een half doorschijnende gedaante verschijnen, die de hand van de man vastpakt. Een half doorschijnende gestalte maakt zich los van de zwerver en gaat met de eerste gedaante mee. De eerste schim heeft heel ouderwetse klederdracht van Sesklo aan. Als de geknevelde man uit zijn lichaam stapt komt er een soort kleurwaas vrij, en dat verdampt. Met Spirit Detecting Glance ziet hij dat ze een soort opening doorgaan die zich achter hen weer sluit. Het lichaam blijft ademen, dus hij is niet dood.
De tweede wacht is van Gwan. Halverwege de wacht hoort hij een enorme knal. Claude wordt weggeslingerd van waar hij lag. Iedereen is meteen wakker, de geknevelde man ook. Er zit een klein smeltplekje in Claude’s zoniumpak, waar het zichzelf gerepareerd heeft van een beschadiging. We vinden een beschadigde drone, in de vorm van een mug. De angel is gesmolten.
De ziel van de zwerver is weer terug in zijn lichaam. Risha maakt hem los.
“Slecht begin als dakloze, een mededakloze mishandelen en vastbinden. Aangenaam, ik ben Gustav.” Risha geeft hem een hand en stelt zichzelf en de groep voor. “Weet jij iets van die muggen?”
“De muggen sampelen je dee-en-a en kijken of je tsjip nog werkt.” Woorden die Risha niets zeggen. “Niks van aantrekken en wegwezen voor de bezemwagen komt. Der zijn drie mogelijke uitkomsten. Een: je tsjip wordt gerepareerd, twee: je wordt meegenomen en vernietigd en drie: je zorgt dat je onzichtbaar bent. Ik doe dus niet mee aan de nepwereld.”
Chang vraagt hem of hij wel eens doorzichtige wezens heeft gezien. “Nee. Zijn jullie nog in reality shock?”
“Hoe bedoel je?” vraagt Risha.
“Dat je ziet dat alles hier beschimmeld en lelijk is? De tsjip laat de wereld er mooier uitzien. Goedkoper dan onderhoud.”
“Wij hebben geen tsjip,” zegt Chang.
“Het kan niet dat jullie niet getsjipt zijn. Iedereen heeft tsjips.”
Chang: “Realiteit is beter dan dromen!”
“Ik had gefraudeerd en ben gebrandmerkt voor recycling. Toen heb ik mijn tsjip gedeactiveerd om niet gepakt te worden. De muggen doen random checks.”

Dag 2
We krijgen les in ‘dakloos lopen’. Hij vertelt dat hij boekhouder was en dat hij credits achterover gedrukt had.
“Wat zijn credits?” vraagt Chang.
“Punten waarmee je je avatar kan verbeteren.”
Risha laat zien dat hij kan vliegen. Gustav kijkt hem aan alsof hij imbeciel is. “Dat kan iedereen in augmented reality. Waarom zou je het in het echt willen kunnen?”
Chang geneest Gustavs kneuzingen met Blissfull Release.
“Volgens mij zijn jullie van de technocratie, anders kun je dit niet!”
Chang realiseert zich dat hij zuinig moet zijn met essence, want het vult hier niet vanzelf weer aan. Willpower krijg je wel terug van slapen, maar je mist de willpowe die je normaal krijgt van een cultus die je in de eigen wereld hebt.
We merken dat Gustac ons bij de andere daklozen weg houdt. Maar van een afstandje zien we dat de oudere zwervers minder kleur hebben dat de jongere. Het is niet veel, maar je ziet het verschil tussen iemand van dertig en iemand van veertig.
Claude opent een deur in een van de torens. Gustav is blij om weer eens binnen te zijn. We betreden een ongebruikte kelder die volgegroeid is met schimmels. Hij stelt voor om hier een jointje te roken. Dan wordt hij nostalgisch en vertelt weer over zijn leven als boekhouder. “Ik had er geen behoefte aan, maar er zijn ook mensen die op vakantie willen. Die gaan dan naar buiten, de natuur in. Maar dat is een andere klasse: kunstenaars, dat soort mensen. Die gaan de heuvels in, maar er zijn er veel die niet terugkomen. Tussen de steden zijn de wouden en de wildernis. Het is er gevaarlijk. Je kan in een ravijn vallen, of worden opgegeten worden door een beer! Het is legaal, maar gevaarlijk. Nee, dat is niks voor mij. Augmented reality is gewoon hartstikke leuk!”
Risha vermoedt dat de mensen die dit durven door de Technocratie worden gerecruteerd.
“Maar wij daklozen blijven meestal buiten omdat er daar veel meer mag dan binnen. Hier mag een jointje roken niet. Maar buiten wordt daar niet op gescand.”
We kunnen gewoon de lift gebruiken als Claude een vingerafdruk nadoet. “Maar als je te vaak de lift neemt, wordt je geregistreerd als als oud en ziek, en dan word je opgeruimd,” zegt Gustav. Chang vraagt hem wat er interessant is. “Het dak.” “Dat kennen we al.” “De bloedbank is ook interessant.”
Die is op verdieping 5913. We komen aan in een ziekenzaal vol met mensen die een infuus in de arm krijgen. Ook hier groeien de schimmels op de muren en het ruikt muf.  Alles wordt door robots afgehandeld. “Dit is het enige werk wat we moeten doen. Al het andere is facultatief.”
Claude ziet dat ook hier de mensen grijzer zijn naar mate ze ouder zijn. Ergens valt een vrouw aan het infuus in slaap. Er gebeurt hetzelfde als afgelopen nacht, en er ontsnapt een beetje kleur. De ophaler ziet er uit alsof hij uit onze wereld komt. Gustav vertelt dat hij dit sinds zijn tsjip is gedeactiveerd ook ziet gebeuren. Daarvoor niet. Claude leest zijn gedachte: ‘Zouden het dan toch technocraten zijn? Ik moet uitkijken met wat ik zeg.’ Chang vraagt door. Gustav stelt voor om dat buiten te bespreken. Risha vraagt hoe het zit met kindertjes maken. Nou… Seks doen ze ook in augmented reality. Er komen kinderen van, al doen de partners het ieder in hun eigen kamer. Huh? Gustav legt uit: augmented reality is de werkelijkheid maar dan mooier, virtual reality is een heel andere wereld. Maar je blijft fysiek op dezelfde plek.
Hij adviseert ons ook om niet te kijken als er interactie is tussen mensen en robots (bijvoorbeeld een arrestatie). Gwan vraagt wat er nog meer niet mag. “Je komt geen bekenden tegen behalve als je in augmented iets met elkaar hebt, hun avatar kan er totaal anders uitzien.”
Als we weer buiten zijn, vraagt Claude wat hij ons kan vertellen over de schimmen. “Die helpen ons om te overleven. Het zijn geesten die in dromen tot ons komen.” Gwan vraagt: “Beschermt zo’n geest tegen de muggen?” “Het is beter om niet geprikt te worden. Maar zij zorgen ervoor dat als je toch geprikt wordt, er geen informatie opgeslagen wordt.” Dan vraagt hij hoe hij ons kan vertrouwen. Risha merkt op: “Als wij er op uit waren geweest om je vertrouwen te winnen, dan hadden we je niet in elkaar geslagen.” “Ja, daar zit wat in.” Hij rolt een jointje. “Groen is voor beginners.” Chang neemt hem over, inhaleert en zegt: “Shuragi!” Het is maar goed dat hij immuun is voor groene shuragi rook. Er zijn groene, gele, rode en paarse shuragi, er zijn groene gele, rode en paarse schimmels in oplopende heftigheid van bedwelming.
Dan gaan we weer ergens onder een struik slapen. We hebben geen last van de gewone muggen,die kunnen niet door het zonium heen steken. En er zijn deze nacht geen drone-muggen. Zodra Gustav gaat dromen, komt er een Sandman die zijn ziel meeneemt naar dromenland. Bij ons komen er geen.

Dag 3
’s Morgens zegt Gustav: “OK, ik neem jullie mee en als jullie tech bij jullie hebben dan valt het vanzelf uit.”
“We hebben alleen de kleren die we aan hebben, geen tech.”
Hij leidt ons via een dwaaltocht naar tunnel onder een struik en zegt daar: “Hierbinnen werkt technologie niet.“
Risha gaat voorop. Maar na een paar passen raakt hij met zijn vinger het krachtveld en met een steekvlam wordt hij achteruit geworpen. Hij was vergeten dat het zoniumpak vol met geavanceerde technologie zit. Chang reageert verontschuldigend: “Techologie is wat onze aanwezigheid in deze wereld mogelijk maakt!”
Gustav haalt zijn schouders op en zegt: “Wacht hier.” Hij loopt de gang in.
Tien minuten later komt hij weer terug met een albino meisje van een jaar of twaalf. Ze inspecteert ons.
“Interessant,” zegt ze, “de Sandmen zeggen dat jullie te vertrouwen zijn, maar jullie hebben technologie.”
Ze gaat weer naar binnen. Een kwartier later komt er een man van een jaar of dertig, met lang sluik haar, naar buiten.
“De Sandmen vertrouwen jullie. Ik schakel de sluis tien seconden uit.”
Hij gaat de gang weer in en gaat op de grond zitten op de plek waar Risha achteruit geslagen werd. Hij raakt in trance. Een-twee-drie. Dan kunnen we naar binnen. We komen in een grote ondergrondse ruimte met een zandvlakte in het midden. Er zijn magische patronen in het zand getekend. Gwan heeft het idee dat hij er eentje uit een oud toverboek uit de bibliotheek van Alexandros herkent. Sorcery, een oud Gebiaans symbool dat al lang niet meer gebruikt wordt. De man met het lange haar stelt ons voor en zegt dat we door de Sandmen gestuurd zijn. “Ondanks de tech zijn ze te vertrouwen.”
We voelen dat onze Essence op deze plek kan regenereren. De aanwezige zwervers overleggen met elkaar. Na een kort beraad wordt besloten om de Sandmen Grote Broeders op te roepen. Ons wordt opgedragen om te knielen in het midden van de symbolen. De man met het lange haar en het albino meisje zingen een incantatie. Risha probeert die te onthouden. Eerst komt er een bonte verzameling mensen in klederdrachten van alle plaatsen en tijdvakken van Tanaïs, daarna een aantal grotere reptielen en als laatste een enorme schorpioen. We kennen ze van de Witte Tafels.
“Waarom hebben jullie zo’n gek pak aan?” vraagt Schorpioen.
“Anders ontploffen we,” antwoordt Risha.
“Hoe komen jullie hier?”
“Met de hulp van de Children of Higg,” zegt Chang.
“Jullie zijn verreweg de jongste Sandmen, en toch hebben jullie de gave om hier fysiek aanwezig te zijn.”
“Wij zijn via Elsewhere gekomen.”
“Dus jullie zijn nog niet dood? Dan kunnen wij met jullie mee terug naar Tanaïs? Wij zijn lang geleden in Tanaïs gestorven, drenkelingen, na vele duizenden jaren aangespoeld op een vreemde kust.”
Claude vraagt: “Waarom trekken jullie zielen uit slapende mensen?”
“Dat is voor beiden fijn. Wij hebben ons in tijden niet zo levend gevoeld en zij krijgen magie. Dank zij ons zijn zij onvindbaar voor de Technocartie. Het is een heel fijne symbiose. Wij zijn weggedreven in de Tempest, alle banden met ons leven zijn verloren en in de Tempest verwaaid. Onze essentie is door de Tempest gezuiverd en totaal verfijnd zijn wij aan de overkant aangekomen.”
Chang: “En die van ons niet…”
“Dat technologische omhulsel van jullie is gemaakt van dezelfde substantie als onze ziel.”
Chang: “Op onze wereld zijn plekken met veel zoniumerts. Na zuivering kun je daar dit soort pakken van maken. Op allebei de werelden zijn mijnen. Is dat erts uw kompanen?”
“Nee, wij zijn door de Tempest gezuiverde zielen, het erts is de gezuiverde essentie van de zielen die hun persoonlijkheid niet hebben behouden. Geaggregeerd op plekken die door de stromingen in de Tempest bepaald zijn.”

Broeder Schorpioen en de andere Sandmen willen graag terug naar onze wereld.
Risha wil met langhaar en het albino meisje over sorcery praten.
Claude wil weten waar de mensen hun kleur aan verliezen.
Gwan wil aan de Sandmen vragen of ze de gaten in de geschiedenis van de Witte Stenen kunnen aanvullen.
Risha vraagt zich ook af of de Sandmen kunnen helpen om de werelden aan te meren.

Xp 3