The RoSE – 55

Achter ons gebeurt iets. Marina kijkt om en ziet dat er een constructie met glazen ballen en lichten uit de grond komt. Als je er te lang naar kijkt krijg je hoofdpijn. We doen onaangedaan en gaan naar binnen. Het helpt dat de wachters afgeleid zijn. Ze springen in de houding. Er komen meer Blood Apes aangesneld, die springen ook in de houding. Misschien één van de Onaantastbaren?
We komen in een grote hal met vier uitgangen en een uitstulping in de vorm van een enorme bijenkorf. We merken dat onze aanwijzingen “rechts, links, …” meerdere interpretaties kunnen hebben. Nu iedereen aan komt rennen, blijken er ook meerdere verborgen gangen te zijn. Marina zoekt naar sporen van mierwezens en leidt ons de meest rechtse gang in. We komen in rustiger gebied. Nu leidt ze ons de meest linkse gang in, maar die komt weer in de centrale kamer uit. Vanuit deze hoek zien we det de bijenkorf met een gang aan de achterwand verbonden zit. Intussen komen de lichtgevende ballen aan. In de gang zijn ze kleiner, in de ruimte wordt het geheel weer groter. Erachter loopt een blote jongen met ravenzwart haar tot op zijn middel. Hij kijkt verward en wat angstig.
De korf gaat open. Op een hemelbed ligt de lelijkste en dikste vrouw die we ooit gezien hebben. Ze heeft sprieterig haar met vlechtjes. Een van de Blood Apes geeft de jongen een por, maar hij wil niet verder lopen.
Marina stoot His aan. Ze wil dat hij er naar toe gaat, maar dat lijkt de rest van ons op dit moment een slecht idee. We blijven in de houding staan.
De Blood Ape sleurt de jongen aan zijn haar het podium op. Hij trilt van angst. De Moeder spreidt haar armen en zegt: “Kom, mijn zoon, geef mama een kusje!” Hij wordt tegen haar aan geduwd. Ze knijpt hem bijna fijn in haar omarming. Eén van de puisten spat open en omhult hem in een lichtgevende groene gelei. Zijn kasteteken (een derde oogkas, met daarin een rookloze groene vlam) licht op. Hij is daarna misselijk en geeft over. Twee van de drie voedstermieren dragen hem weg door de gang die van achterin de bijenkorf verder de koepel in leidt. Intussen worden er gezangen aangeheven over de superioriteit van de yozi’s en hoe ze Creatie terug zullen veroveren op de usurpators. De ceremonie eindigt met een aantal onbegrijpelijke proclamaties. De deur begint dicht te gaan. Wij glippen naar binnen. Als we over de drempel stappen wordt ieders volledige naam uitgesproken. Bij Marina en Tawuz wordt niet “Regenboog” gezegd, maar “van het Vervloekte verbond”. Niemand slaat er acht op.

We zijn alleen met de Moeder en de laatste mier. His wil haar een verhaal vertellen. “Ga weg!” ze wuift hem weg. Hij gooit de koers om en mime’t dat hij een deur achter zich sluit en een trap afloopt. Ze begint te grinniken. Daarna mime’t hij een aanval, waarbij hij beurtelings aanvaller en aangevallene speelt. Het werkt, ze kraait van plezier. De mier ziet dat Moeder zich vermaakt en gaat weg. His verandert de teneur van zijn verhaal: “O! Ik zit opgesloten!” Ze betrekt: “Ik weet niet of ik dit een leuk verhaaltje vind …” His verandert het thema naar ontsnappen. Ze kijkt wat treurig. “Als je enkels te dun zijn …” His loopt naar een groot poppenhuis, plakt er een Wind Slave Disk op. Nu weegt het veel minder. His maakt er dramatische sprongetjes mee.
We kunnen pas over acht uur weg, als onze dienst er op zit. We besteden de tijd met het bedenken van een manier om haar naar buiten te dragen. Het hemelbed is draagbaar te maken, maar het is zo groot dat het de bochten niet om kan. We zouden alleen de matras kunnen meenemen, dan kan Marina de rest van het bed gebruiken om Moeders’ afwezigheid te camoufleren. His legt, nog steeds in mime, ook uit dat de vier mollusken vermomd zijn en haar zullen helpen en verdedigen. Tawuz zet de helm af en begroet haar met een handkus. Daarna neemt hij een paar heldhaftige poses met zijn daiklave aan.
De sfeer in het gebouw verandert. De pompeuze muziek wordt vervangen door iets rustigers. Waarschijnlijk is de Onaantastbare weg. Aangezien de nieuw geëxalteerde het symbool van She Who Lives In Her Name draagt, was het waarschijnlijk een van haar zielen.
Marina begint met Spider’s Trap Door het bed zó te camoufleren dat het lijkt alsof de Moeder er nog ligt. (Ze leent de Hearthstone van Eye, waarmee je enen overnieuw mag rollen.) Vier successen. Ze zet extra Essence in om het effect permanent te maken. Daarna camoufleert ze ons. We staan in een carré-formatie, elk tilt een hoek van het matras. Door de charm Rats In The Basement Style is de matras onzichtbaar, zolang we in deze formatie blijven lopen. Zeven successen.
Na vijf uur komt er een mier binnen. His begroet die enthousiast. “Is er iets mis met de verhalenverteller?” vraagt de mier. Met gebaren maken we duidelijk dat His haar verveelde en dat de Moeder is gaan slapen. “Als onze dienst er op zit, nemen we hem weer mee.”
Nog eens drie uur later gaan we weg door de ingang aan de achterkant. We lopen in carré met de onzichtbare Moeder tussen ons in. Op de plaats waar de zijgang zou moeten zitten, is alleen een muur. Pas als we de mier erbij halen, kunnen we opeens een opening door. Als we die gang uitlopen, komen we in een bekende kamer. We gaan verder terug. In de grote zaal is een festival bezig, met brandende hoepels en Hopping Puppeteers die een bouwwerk van kaastosti’s maken. Op het goede moment marcheren we naar buiten. We zien de aflossing aankomen, precies op tijd dankzij onze Personal Assistants. De Blood Apes kijken verbaasd: “Moet de verhalenverteller niet hier blijven?” “Ik was niet leuk, ze is gaan slapen.” Mollusk Eye maakt een gebaar dat we hem gaan kelen. De Blood Ape wenst His een pijnlijke dood toe.

In straffe formatie lopen we naar het begin van onze brug. De eigenaar van het pand laat ons ongestoord passeren. De Rode Maan heeft de schijngestalte van de nieuwe maan en dartelt rond de brug. We gaan zonder incidenten door diverse lagen van Malpheas, tot we midden op de brug een grote gestalte met een varkenskop en horens zien staan. Hij heeft een scherpzinnige blik, en de maan gaat op zijn hoofd zitten. Hij inspecteert ons. “Lunars! Leuke illusie. Hoe lang zou dat werken?”
“Hopelijk iets meer dan vijf dagen.”
“Geloof je het zelf? Maar ik kan helpen om te zorgen dat ze vijf dagen niet opletten.”
“Wie bent u eigenlijk?”
“Ik heb vele namen, maar een ervan is de Onstopbare Kracht.”
“Aaah! We kennen u, ja!”
Eye biedt een ‘medium boon’ aan, maar hij wil dezelfde deal als Kimberi. We onderhandelen, leggen uit dat we alleen bemiddeling en voorspraak kunnen bieden. Dat weet hij. Hij is van plan om de Pleasure Dome in te gaan. Hij mag er niet in, maar niemand kan hem stoppen. Contact maken kan bij het Onbeweeglijke Object, het dode lichaam van zijn broer. Gethamane heet het nu. We gaan akkoord. Hij springt van de brug en groeit. In de vorm van een enorm everzwijn landt hij op één van de lagen van Malpheas. Hij plet een paar stadswijken en zakt door naar het volgende niveau.
We lopen verder en bespreken hoe we verder te werk moeten gaan. Onze volgende stop is de karavanserai. We moeten de factor overtuigen om onze vrijgeleides te tekenen en ons alle ‘slaven’ mee te laten nemen, dat hadden we ze beloofd. Opeens komt er een wagen langszij, getrokken door twee vliegende varkens. “Eye of Autumn?” vraagt de figuur op de bok, “hiermee kun je de slaven vrijkopen.” Op de wagen liggen zes grote vaten met op elk vat drie kruisen.

In de karavanserai brengen we eerst de Moeder naar binnen, naar onze slaapzaal. We gebaren dat ze stil moet zijn. Natuurlijk! Ze vindt het allemaal bloedspannend.
We hebben vooraf de taakverdeling afgesproken. Eye en Marina gaan naar het tempeltje van Kimberi. Ze willen haar bedanken voor de hulp. Het tempeltje is half open, daaronder zie je de oerzee kolken, Kimberi. Marina neemt haar beastman- vorm aan en spuwt er wat gif in, met een paar punten Essence. Eye heeft nog een giftige kriss van de demon Sondak. Met een prevelement dat Kimbei mag overwinnen en wat essence gooit ze de dolk naar beneden. De oerzee krult omhoog om de dolk te accepteren. Het offer is aanvaard.

His confronteert de karavaanleider met de vaatjes: “We hebben de slaven verkocht, tegen een heel goede prijs.” Hassan proeft uit een van de vaten en knikt goedkeurend. “Maar we hebben wel uitreispapieren nodig, de koper wil ze buiten de muren van de stad en hij wil zijn naam niet op de papieren hebben.” De Factor gaat het in orde maken. De anderen hebben de ‘slaven’ en ‘bewakers’ ingelicht dat we terug naar Creatie gaan. Van de vijftig bewakers willen er toch wel dertig hier blijven: een carrière in het Gilde is beter dan hun oude leven. De overige twintig kunnen we verantwoorden als bewakers en verzorgers voor het slaventransport.
We vertrekken als karavaan. In een huifkar zit de Moeder, met nog een extra Rats In The Basement Style-charm er op zodat ze er voor niet al te opmerkzame toeschouwers als voorraad uitziet. De enige hindernis is dat één van de Blood Apes aan de poort weer een slaaf wil, en een angstige dikkere man uit de linie wil meenemen. We protesteren dat ze allemaal verkocht zijn, maar hij luistert niet. Eye dreigt, maar Tawuz zet snel de Irresistable Silver Spirit in en overtuigt hem alsnog. De demon neemt genoegen met een obool.

De yozi heeft zijn woord gehouden, we bereiken de Gate naar Nexus zonder tegengehouden te worden. We hebben de ex-slaven gevraagd wat ze willen. De helft wil in Nexus blijven. Die geven we een klein geldbedrag en de namen van een paar personen in de stad. Piet blijft ook hier. De andere helft wil wel mee naar Gethamane.
We realiseren ons we dat we het openen van Gates de laatste tijd aan de solars hebben overgelaten, maar gelukkig is deze poort nog steeds onbekend en daarom niet afgesloten. Aan de andere kant staat een barse hemelleeuw. Als lunars mogen we pas onbegeleid Yu Shan binnen als we zes punten Essence hebben. Onze Rank vier telt niet, en ook het noemen van de naam van Ghurkan maakt weinig indruk. “Wie kan voor jullie instaan?” Pas als Eye, ongeduldig geworden, “De Maiden of Secrets!” roept, mogen we door.
We hebben de Moeder op een draagbaar, en zorgen dat de mensen bij elkaar blijven. His overtuigt ons om niet bij Lytek langs te gaan, omdat er hier gevochten wordt. De mensen kijken hun ogen uit. Eéntje wrikt er een robijnen plavuis los en steekt die bij zich, maar dat heeft geen van ons door.
Eenmaal in Gethamane is het nog een hele toer om de Moeder langs de trapjes naar de priester-zalen te krijgen.

Wat gaan we doen? Hoe zorgen we dat de Green Sun Princes de Moeder niet terug ontvoeren? We besluiten Lytek, de god van exaltatie, alsnog op te roepen. Bij wijze van ritueel bedenken we een mysteriespel dat het sterven van een oude exalt en het exalteren van de volgende verbeeldt, culminerend in een finale waarin we onze anima’s aanzetten en Essence aan hem offeren. “Lytek, we hebben zestien infernale exaltaties!” Het werkt, we trekken zijn aandacht. Hij neemt de Moeder mee en belooft goed voor haar te zorgen.

xp: 7

Volgende keer: Unstoppable Force in contact brengen met Luna, daarna naar het Heptagram.

Volgorde

Het bleek dat ik aflevering 51 van The RoSE nog niet had gepost.
Daarom is er in eerste instantie iets misgegaan met de nummering van de afleveringen.
Dit is nu rechtgezet, maar door de opbouw van dit weblog, is het niet mogelijk om nummer 51 tussen 50 en 52 in te plaatsen.

The RoSE – 51

16 januari 2014

The RoSE – 51

Sango vraagt of de dragonkings nog eenvoudige artefacten over hebben. Wie ze nodig hebben, kunnen Harmonic Adaptors krijgen en voor de dragonblooded kunnen Communication Baubles krijgen. Personal Assistants zullen op maat gemaakt moeten worden. Ze nemen de maten en de andere specificaties op.
In de tijd tot het Deliberative hebben we partizanenacties in gang gezet, spreuken uitgewisseld, en weer eens de banden aangehaald met onze bondgenoten en contacten.
Sarina vraagt zich af of we iets tegen de aanpassingen van de inrichting van het Blessed Isle kunnen doen. Volgens AI-1 zouden een aantal Twilight caste solars met Essence 8 een heel eind komen. Sango stelt voor dat een paar van ons Geomantie gaan studeren, een specialisatie van Mortal Magic. Olric en Marina gaan zich hierop storten.
Het valt Little Shu op dat zijn grote boog, die altijd langer was dan hijzelf, niet meer over de grond sleept. Hij is aan het groeien! Hij is dan ook al bijna vijftien…
We reizen terug naar het Deliberative via dezelfde route als we gekomen zijn. Als we uit de gate onder het standbeeld van Ghurkan komen, is het zonnig. Op het plein voor de tempel van Sol is de dragonking een offer aan het opdragen. Hij wordt bijgestaan door een lunar in volle oorlogsvorm en de jonge siderial in Marukhan wapenrusting en oorlogskleuren. We schuiven aan. Ze zijn al een uur bezig. Af en toe wordt vanuit het publiek een vraag uit de liturgie beantwoord. Op het hoogtepunt wordt een zwart schaap geofferd. De lunar doet een incantatie, het bloed ontbrandt en de rook vormt een koepel, de sterrenhemel. Dan doet de siderial een incantatie, en valt er een ster op het altaar. Deze ontpopt zich tot een gedaante in sluiers. De Maiden of Secrets! Veel aanwezigen vallen spontaan op de knieën . De rest doen het uit vrije wil (of met een extra elleboogpor).

De Maiden haalt een scroll uit haar mouw en roept de siderials naar voren. Ook de Green Lady. Er zijn er maar zes, de Lady meegerekend. “Voorheen had Sol vijf dingen verboden voor siderials. Eén daarvan krijgen jullie nu terug: het vermogen om een nieuwe Incarna aan te stellen. In dit geval Sol. Het hoeft niet vandaag te gebeuren, maar de kennis moet wel worden overgebracht.” Ze ontrolt de scroll. Zes slierten mystieke karakters stromen naar de siderials.
Na de ceremonie maakt ze geen aanstalten om weg te gaan. Atis port Ghurkan, of hij haar wil uitnodigen. Maar Ghurkan durft niet. Hij wil wel Atis machtigen, want die durft het wel. Ze accepteert gracieus, en het ontzag-effect verdwijnt.
De Tempel van Sol blijkt te zijn verzegeld.

Het Deliberative begint. Afgezien van ons zijn er 76 solars, 94 lunars, en 5 siderials. (De Green Lady is bij de toeschouwers gezet.) Verder een aantal dragonblooded: Wijsheid en de vijf dragonblooded die wij hebben meegenomen. Mnemon wordt ook verwacht, maar die kon er vandaag nog niet bij zijn. Er zijn geen abyssals.
1. Opening door Ghurkan.
2. Vaststellen van de agenda. We willen de toehoorders ook spreekrecht geven. Extra agendapunten: de dood van Sol; de Green Lady brengt de solar ghosts in; Atis de toestand in Yu Shan; het leger van Leviathan; Sarina het opheffen van de Great Curse; de plannen van de keizerin achterhalen; vele lunars eisen dat we het over de moord op een elder hebben; Ebon Rime is er ook – hij heeft een solar kasteteken – hij wil de moeder van de Abyssals ter sprake brengen; een jonge lunar wil na de ‘moot’ een ruilbeurs voor magische voorwerpen houden.
3. Als eerste agendapunt de reden van deze ingelaste vergadering: de dood van Sol. “Hoe heeft dit kunnen gebeuren?” roept iemand. Atis merkt op dat er misbruik is gemaakt van het feit dat Sol Invictus verslaafd was aan de Games of Divinity. Sango haalt de Mouse of the Sun tevoorschijn, en Little Shu het groene zwaard. De muis vertelt: “Er kwamen in het speelveld opeens veertig man via een luik uit het plafond. Gedreven door één bewustzijn staken ze tegelijk toe. De Games blijken een achterdeur te hebben, die kwam uit in de Wyld.” Iemand vraagt: “Het aanstellen van een god, hoe werkt dat?” De Maiden zegt: “Je moet een kandidaat hebben. Het Deliberative wijst iemand aan.” Atis stelt Nox voor, de Entiteit van Nexus die zich onthuld heeft na de laatste veldslag. Marina stelt Luna voor, maar die heeft al een een functie. Hetzelfde geldt voor Five Days Darkness. Een solar uit het Zuiden stelt Ahlat voor. Atis wordt meteen enthousiast. Tawuz stelt de opa van Sango voor. Allerlei groepjes smoezen ook. Verder worden genoemd: Silver Fox (een lunar) en Lo Pan (een god-blooded uit Sian). Hoe gaan we kiezen? Een siderial merkt op dat we juist niet onmiddelijk moeten beslissen, we willen de keizerin laten denken dat er geen Sol is. We nodigen de kandidaten uit voor het volgende Deliberative (het reguliere).
4. Punt twee: solar ghosts. Uit diverse shadowlands schijnt zonlicht. De Green Lady vertelt: “Gestorven solars zijn vaak zó vastbesloten dat ze na hun dood doorgaan met heersen. Een deel daarvan is ons bekend als de Death Lords, andere zijn tot inkeer gekomen. Bij de dood van Sol hebben die een deel van hun vroegere krachten teruggekregen.” Er wordt besloten dat een aantal solars er naar op zoek gaat om te kijken wat we aan ze hebben. In potentie zijn ze net zo als de Death Lords in het begin waren.
5. Volgende punt: de plannen van de keizerin. De oudste van de siderials vertelt dat hun observatorium nog niet af is. Hij wil graag hulp van wat oude No Moons. White Owl verontschuldigt zich in verband met het beleg van het Heptagram. Ze kan vrij spreken nu Mnemon er niet is. (Mnemon weet namelijk nog steeds niet dat de poes van Wijsheid een lunar elder is.) Sango vertelt dat de keizerin over negen maanden weer iets van plan is, en vraagt de siderials hiernaar te kijken. Een man met zwarte oortjes, Panthera, biedt zich aan om de siderials te helpen. “Is dit agendapunt niet verwant met het volgende: infiltreren in het leger van de keizerin?” vraagt iemand. Een stokoud vrouwtje zegt: “Ik weet de perfecte kandidaat om te infiltreren.” Ze wijst naar de Green Lady. “Die kan zich als abyssal voordoen.” Er komt een discussie, waarbij Atis opmerkt dat hij er sowieso niet in mee kan gaan als iemand eeuwen vastgeketend de Great Curse moet dragen op de top van de berg, zelfs de Green Lady wil hij daar niet aan blootstellen. In de discussie herinnert iemand zich dat er ook een dragonblooded gebruikt kan worden, en dat iemand die stervende is ook voldoet. Binnenkort is er een veldslag bij het Heptagram… We vragen de Green Lady zich te rechtvaardigen. Ze vertelt dat ze onder andere de Death Lords helpt tegen de keizerin, waaronder de Bishop. Een paar solars en lunars zijn verontwaardigd. Sango vraagt zich af waarom in het Westen solars en lunars tegen de Bishop vechten in plaats van alle aandacht op de Yozi’s en de Green Sun Princes te richten. Na enige discussie (Geen opmerkingen meer over ‘een zekere familie die heult met She Who Lives’!) besluiten de solars en lunars om zich primair op de Yozi’s te richten. De Green Lady gaat infiltreren. Over een maand is ze op het volgende Deliberative met haar verslag.
6. Het leger van Leviathan. De Power Rangers bieden zich aan. De grond op het Cursed Isle wordt ze te heet onder de voeten, bovendien worden er niet meer zo veel demonen opgeroepen. We vragen ons af of er dragonblooded in het legioen mogen. Leviathan heeft er een hekel aan, maar zo kunnen ze wel bewijzen dat ze toch deugen.
7. De Full Moons en de Changing Moons zijn razend en eisen dat we het over de moord op Raksi hebben. Wij kondigen aan dat het Book Of Three Circles weer geraadpleegd mag worden. De No Moons stellen voor om een commissie in te stellen en het ter plaatse te gaan onderzoeken. De andere lunars staan versteld. Sango merkt nog op dat de bibliothecaris gerespecteert dient te worden.
Daarna wordt de vergadering opgeschort, want het is al laat.

De volgende dag arriveert Mnemon op opvallende wijze. We gaan we verder.
8. Mnemon neemt meteen het woord: “Het heptagram gaat zeer binnenkort belegerd worden. Mijn geomantici hebben de zegels bestudeerd. Het zijn zegels van de hemelgoden. Ooit waren zij op het Blessed Isle gestationeerd en hun oude standplaatsen zullen worden geactiveerd. Dat zou een aantal goden uit Yu Shan daar naar toe dwingen. Onder andere Wajang, Luna, en de Maidens… En er zal een leger demonen rondom iedere standplaats staan om hen aan te vallen.
Mnemon is blij om te horen dat we hulp van Kimberi’s generaal hebben. Ze vraagt of ze wat infiltranten kan krijgen om de mollen in het Heptagram op te sporen. Olric en Xar bieden zich aan. De rest van hun cirkel gaat mee.
9. Het volgende punt is de moeder van de Green Sun Princes. Zonder discussie bieden onze lunars zich hiervoor aan.
10. Yu Shan. Meerdere solars en lunars willen er wel heen. We waarschuwen ze voor de Eater of Souls en vertellen over de werkloze goden. Ze nemen ook de opdracht mee om de diverse grote goden te waarschuwen dat ze opeens naar het Cursed Isle geroepen kunnen worden. En om voorzorgen te nemen dat hun afwezigheid niet misbruikt wordt, luitenants aanstellen en zo.

’s Avonds is de Lunar Moot. Aan de andere kant van de berg groeit op dit niveau een enorme boom. De aanwezige elders, White Owl en Tammuz, zitten op een wortel. White Owl is voor het eerst in maanden weer eens in mensengedaante. We horen dat er een groep lunars is die in de onderwereld vriendschap hebben gesloten met de koning van de doden. En ze hebben de spookversie van de citadel van het Noorden meegekregen. De spookbemanning is nog steeds loyaal aan de solars.
12. Wat verder ter tafel komt. Een andere groep solars heeft een enorme schat aan First Age materiaal gevonden, waaronder source code voor I-AM.
13. We hebben het ook over de nieuwe Primordial.
14. De Elders stellen voor om de oude regel voor Rank 4 (minstens Essence 6) minder strikt te interpreteren en verheffen ons, en twee andere groepen jonge lunars, tot Rank 4.

Losse eindjes:
– Volgende queestes in volgorde: Lunars (Malpheas) – Solars (Gaia zoeken) – Dragonblooded (Heptagram)
– Lunars horen Ebon Rhime uit
– Eye of Autumn gaat oefenen voor Essence 5

XP: 6 voor solars, lunars en dragonblooded

Tanais – 67

20-5-R2, 12.00 uur
Mot is verschenen uit de vulkaan, druipend van verderf, gif en rottigheid. We rennen recht naar het leger van El, die ziet er uit als een kruising tussen Gandalf en een paladijn. Mot gaat een spreuk werpen. Als solars zijn we bestand tegen het effect (we halen de stamina + essence saving throw), maar getroffen soldaten rotten ter plekke weg. El heft zijn handpalm om iedereen te bekeren. Chang raakt overtuigd van de essentiële goedheid van El. (Hij heeft de presence + conviction saving throw niet gehaald). Net als hij zich bij het leger wil aansluiten, begint de grond te rommelen. Er is een ondergrondse ontploffing, daarop volgt een heel felle lichtflits. We kunnen onze ogen afschermen (perception + dodge saving throw gehaald). En dan een heel luide PLOETSJ ! vanaf de plaats waar Mot stond. We raken bedolven onder een lading smurrie. Stilte … een aanzuigende wind … El wordt jammerend in het gat gezogen en doet ook SPLUT ! … van hem geen rondspetterende resten … stilte. Men laat in afgrijzen de wapens vallen, de overlevende manschappen slaan op de vlucht. Boven de krater hangt een tintelende trilling in de lucht.
Gwan zegt droog: “Ik denk dat we hier klaar zijn.”
Risha wil bij de krater kijken. Op weg daarheen ziet hij geen restanten van El. De grond is wel bedekt met een laag smurrie van Mot. Als hij dichter bij de krater komt, wordt de prut corrosief. Dit was een slecht idee, zijn schoenen rotten weg. We gaan over op plan B en maken alles schoon met woestijnzand. Daarna gaan we naar de boot.
Dat is twee dagen lopen. De gevluchte soldaten zijn met de Noorderzon verdwenen.
(Op 21-5-R2 zou Jozias aan Yamm geofferd moeten worden, dat is natuurlijk niet gebeurd.)

22-v-R2
We komen midden op de dag bij ons bootje aan. Daar laden we de mirre in en varen we weg. Als we ons niet inhouden zijn we morgenmiddag ter hoogte van de draaikolk. Maar dat is een slecht idee, want dat is precies het moment van de rituele strijd tussen de goden. We gaan ’s avonds vijftien kilometer voor Aradbij een kustdorpje aan land. Het is hier vol met vluchtelingen. Chaos, verhalen over een tsunami die de stad heeft weggevaagd. Yamm was heel boos omdat hij geen offer gekregen heeft. We slapen op de boot.

23-v-R2
’s Ochtends gaan we naar de ruines van Arad. We zijn niet helemaal alleen, er zijn nog wat achterblijvers en plunderaars in de ravage. Aan de overzijde verschijnt Baâl in de lucht. Hij lijkt op Thor. Vanuit de draaikolk rijst de draak Yamm omhoog. Haat en nijd. Waar de strijd tussen El en Mot met magie werd uitgevochten, is deze op pure fysieke kracht. Doordat Yamm niet genoeg te eten heeft gehad, wint Baâl overtuigend. De draak zakt weg in de golven en de draaikolk komt tot stilstand. Het is groot feest in Tyr.
Risha wil de engte overzwemmen. Hij trekt zijn rottende kleren uit en duikt met een aanloop in het water. Als hij boven het midden van de draaikolk is, voelt hij diep onder zich hetzelfde als bij de Witte Stad. Hij duikt naar beneden. Met de Hearthstone of Aquatic Prowess kan hij onder water ademen en heeft hij geen last van de enorme waterdruk. Diep onder de oppervlakte ziet hij dezelfde radioactieve schittering als boven de vulkaan van Mot. Aan de andere zijde voelt hij een gevaarlijk en onbereikbaar ‘thuis’.
De anderen gaan per schip en komen Risha op driekwart van de afstand tegen. “Tot zo in Tyr!”

24-v-R2
’s Avonds komen ze aan in de welvarende, feestende stad. Ze feesten mee tot het de volgende ochtend weer licht is. Risha zwemt door.

25-v-R2
Ze worden pas om vier uur ’s middags met een kater wakker. Vandaag is de laatste nacht van de volle maan. Om zes uur komt Risha moe maar fit aan op het strand. Gwan hangt hem plechtig een medaille om. Dan schepen we ons weer in om verder te varen. Risha valt aan boord meteen in slaap.

26-v-R2
We komen vroeg in de avond aan in Megiddo. We frssen ons op en melden ons om acht uur bij het paleis van de grootvizier. We worden hartelijk ontvangen in de privé-vertrekken van de familie. Ze kijken heel bezorgd als we vertellen over het lot van El en Mot. De priesters worden er bij gehaald, ze geloven ons eerst niet. Maar eentje zegt: “Toch verklaart dat onze divinaties … het zou kunnen.” Er ontstaat een theologisch dispuut, ze snappen er niks van. Ze denken dat er bij Yerech een nieuwe zwarte bron is ontstaan. Maar ze hebben nog niet eerder meegemaakt dat er een god verzwolgen werd. Er zijn veel bronnen ouder dan de mensheid, dus wie weet …
We vragen naar het Grauw. Die hebben overal agenten en spionnen die niet grijs zijn. Idriss zou in Euboia zijn gevonden, ook een bolwerk van het Grauw. We mogen in het paleis logeren en vertrekken de volgende dag om zeven uur. Adrarn mag weer met ons mee.

27-v-R2
Om negen uur zetten we weer koers naar huis. De tocht duurt nog zes dagen.

6-vi-R2 11 uur
We komen aan in de haven van Groath. Het is winter, koud, maar één en al bedrijvigheid. Het gaat goed met de economie en de zee is niet meer giftig. De schepen van de negen tovenaars liggen hier in de haven. Volgens de Groathenaren zijn ze enkele dagen geleden aangekomen en met hun families naar Soul getrokken. We kopen paarden, laden onze mirre, platina en andere aankopen in, en gaan er achteraan. Onderweg passeren we ten Noorden van de Shintasta Burrows een kamp met tienduizend man van het leger van Risha’s broer.

9-vi-R2
Ook Soul is een stuk bedrijviger dan we gewend waren. De negen Gebiaanse families zijn hier neergestreken en zijn een enorme boost voor de handel. Net als de soldaten die hun soldij in kroegen en bordelen uitgeven als ze met verlof zijn. We besluiten hier niet te blijven maar direct door te rijden naar Bronwë.

10-vi-R2 16.00
Risha wordt bij de poort van de ambassadestad herkend. Hij gaat eerst even bij zijn tempeltje langs. Daar treft hij priester Malice met een heleboel bakstenen. “Hé Risha!” “Ik dacht, ik ga eerst bij mijn favoriete priester langs!” Malice praat hem bij: “De stenen zijn af, het is jammer dat het net nieuwe maan geweest is, maar er zijn genoeg heilige dagen. Mag ik vrij spreken? Mahakrishna heeft een tempeltje van jou en hem naast de ingang van de tempelstad vanuit het paleis gezet. Dat neemt een beetje de aandacht hiervan weg. Er staat een beeld van hem met zijn arm om jouw schouder. Vixen heeft ook een leger gestuurd. Er zijn vijfhonderd man gelegerd in Bracken.”
Chang gaat alvast de stad in. Hij treft Mahakrishna (die een groot huis aan het centrale plein heeft betrokken) en Kadir, die net onze kant op komen. Hij regelt dat we elkaar in de ontvangstzaal in stijl zullen treffen. Mahakrishna is blij om Risha te zien, Kadier om Adrarn te zien. Het verslag van onze reis wordt indrukwekkend en zorgwekkend gevonden. Kadier is blij dat Adrarn is voorgesteld aan de voorouders en onder de indruk dat wij Waarnemend Qartiaan zijn. Hij is wel bezorgd over de ontwikkelingen in zijn land en heeft het niet zo op met de Gebianen.
“Hoe gaan we het aanpakken?” vraagt Mahakrishna, “We hebben tovenaars, vijftienduizend strijders, Chang als aanvoerder. De Shuragi kunnen in gifgas veranderen, maar we houden ze in bedwang. Ze blijven voornamelijk onder de grond.”
Als eerste stap gaan we morgen de tovenaars opzoeken in Soul.

11-vi-R2
Op naar Soul. We betrekken daar de beste herberg, de koning krijgt de beste kamer. De gelagkamer wordt tot ontvangstzaal omgebouwd.

12-vi-R2
’s Morgens gaan we naar Karun Hotep. Die zorgt dat de tovenaars op audiëntie komen. De generaal van Mahakrishna is er ook. Iedereen kijkt naar Chang. “Ik maak het kort, het doel van deze vergadering is het opstellen van een plan voor de Burrows.”
De generaal neemt het woord: “Er zijn Shiragi en wormen gezien. Ik heb vooroverleg gepleegd met de tovenaars. Het gifgas begint groen, dan geel, etcetera, oplopend in narigheid. Hoe dieper hoe giftiger. Er zijn niveau’s, de gele shiragi zijn een rang hoger en kennen geheime gangen die de groene niet kennen. Nog dieper begint de echte shit. Ze aanbidden iets wat Paarse Vlam heet. Die zitten nog dieper. De aarde is een gatenkaas!”
Karun vult hem aan: “We hebben gescry’t. Dat was moeilijk. Er zijn inderdaad paarse vlammen in de diepte. Er is een as tussen Nehal Nemar en Eenoog. De shiragi hebben een gezamenlijk bewustzijn per niveau. De hogere niveaus kennen de lagere, maar niet andersom. Op het rode niveau is er een eenheid met Euboia en Melek Qart. Ze hebben een geheim wapen. Een soort werkelijkheidsverzwakking via de zwarte bronnen. Die gebruiken ze om gaten te slaan in de werkelijkheid. Aan de andere kant van dat gat zit een andere wereld. Het zegt ‘boem’ als iets van onze wereld er mee in aanraking komt.”
Dan gaat hij verder over meer concrete zaken: “Wie bij ons in de buurt blijft, kan een zekere mate van het gifgas aan. Tegen het werkelijkheidsverzwakkingswapen kunnen wij niets doen. Een windmachine kan de bovenste lagen leegblazen.”
Chang stelt zonlicht voor, maar Karun denkt dat het niet gaat werken: “Ze kunnen niet tegen buitenlucht, wel tegen de zon. Maar frisse lucht krijgen we niet zo diep achter de geheime deuren naar de gele niveaus. Nehal Nemar verstaat zijn vak. Er is een soort georganiseerde laag van samenwerking tussen de Weaver en de Abyss, misschien wel meer. Iets groters. Ze hebben het voor hun karretje gespannen. We weten niet wat, maar overal waar het Grauw komt, is een sterkere werkelijkheidsverzwakking. Over hoe deze wereld werkt zijn er dingen die wij niet weten. Jullie, de weavers, de lunars, de abyssals zijn allemaal van deze wereld. Maar er is iets groters.”
Gwan vertelt dat hij ontdekte dat onze terugkeer als solars iets heeft ontketend, of deel is van het ontketenen. Een soort eindspel wat niets met de plaatselijke geschiedenis heeft te maken. Het is het einde van dat wat bij Imhotep is begonnen. Eerst was Imhotep er, toen kwamen de mensen, later de siderials, nog veel later de lunars, onlangs de abyssals en nu wij. Zelfs Eenoog is kleiner dan wat er nu gebeurt. Maar die weet wel wat er aan de hand is en gebruikt dat.
Het lijkt ons de moeite waard om uit te pluizen wat de lunars aan kennis uit de bron van Bronwë hebben gehaald. Alle negen rassen hebben ieder hun eigen stuk kennis. Wij hebben de Witte Stad, Imhotep en de Bron.
De tovenaars legen uit dat er een verschil is tussen Elsewhere, waar de zwarte bronen mee verbonden zijn, en Darkwhere, waar de goden opgeslokt zijn. Er komen soms rare dingen uit Elsewhere, die doen vermoeden dat Elsewhere ook andere uitgangen heeft, dat het een soort membraan is tussen de werelden. Gaten exploderen, maar er kunnen dingen van de ene wereld naar de andere komen zonder te ontploffen, zoals onze hearthstones.
Risha waarschuwt dat het Grauw zelfs onder de goden recruteert. Ook voor Geb is dit nieuw en vreemd. “Met Wyrd en zelfs Wyld kunnen wij wel wat, maar niet met Elsewhere en Darkwhere.”
Op dit moment ziet het er naar uit dat we op dit moment nog onvoldoende weten om de Barrows te bevrijden. We spreken het volgende af:
Onze legers gaan Shearton aanvallen, om a) Eenoog te hinderen, b) de Hoogzetel af te snijden van Shearton, c) informatie over hun krachten te verwerven en d) de handelswegen naar het Shintasta-rijk vrij te maken. In een tangbeweging gaan de Soul- en Shintastatroepen, aangevoerd door de generaal, via het oude bospad naar het Noorden terwijl de troepen van Selene en Vixen vanuit het Noorden en Westen naar de stad komen. Ons leger neemt brahmanen mee voor ‘het kleinere werk’. De tovenaars gaan voorlopig verder met hun research, tot het moment dat Sorceror’s Well wordt bereikt. Dan komen zij in actie. De solars gaan intussen naar de Witte Stad om de oude kennis terug te vinden. Als er daarna nog tijd is vervoegen wij ons bij het leger. Risha gaat zo snel mogelijk na de slag het ritueel met de bakstenen doen en dan is het volgende doel de Hoogzetel. Daarna komen de Barrows pas aan de beurt. Duizend man worden achtergelaten om bij de ingang van de Barrows te patrouilleren.
Risha overlegt nog even met zijn volgelingen. Malice heeft intussen zijn Awakened Essence zelfstandig onder controle. Risha benoemt Bruiser tot kapitein en geeft hem een tijdelijke Awakened Essence met de Power Awarding Prana charm.

Xp: 3
(Bruiser krijgt er 2 xp per sessie tot hij voor 20 xp zijn Awakened Essence permanent kan maken.)

The RoSE – 54

We denken na over manieren om de Moeder te ontvoeren. Tawuz vraagt wie de knack heeft om tijdelijk een vorm aan te nemen, zonder te moeten doden in een ‘sacred hunt’. We zouden als mier-demonen naar binnen kunnen gaan. Deze knack hebben hijzelf en His. We vragen het mierenwezen of je een insigne of zo nodig hebt. Nee, ze moeten je kennen. Zelfs de Green Sun Princes moeten voorgesteld worden door een van de Onnoembaren (de derde cirkel demonen). Hij kent het gebouw niet echt, alleen de vaste route naar de Moeder. Als je daarvan afwijkt krijg je een zwaard in je nek. Bewakers zijn Margiloks – grote schaaldieren, mensgroot, best lekker – Blood Apes – bekend – en Spikers – reuzenspinnen, geduchte tegenstanders. Het gebouw is groot, er gebeurt van alles: voorstellen van nieuwe Green Sun Princes, vergaderingen van derde cirkel demonen, etcetera.
Met Wind Slave Disks kunnen we de Moeder lichter maken, Met Eye Of Autumn in yeddim-vorm zouden we een mooie draagstoel kunnen maken. Marina heeft een charm, Rats in the Basement Style, waarmee je een gezelschap aan de aandacht kunt onttrekken. Maar eerst moeten we kijken welke spreuken en beveiligingen het gebouw heeft. Kun je binnen wel veilig charms en spreuken gebruiken? Marina en His gaan All Encompassing Sorceror’s Sight en His’ Oog van Ligier gebruiken om het pand te scannen. Hoewel, het oog van Ligier gebruiken terwijl Ligier aan de hemel hangt… Ze beginnen maar met Marina’s charm, van binnenuit Ebon Rhime’s huis. Er zijn best veel beveiligingen actief. In elk geval de Plaza of Downcast Eyes, dus de binnenkant kan ze niet waarnemen. En allerlei beschermende spreuken. Het is geen Manse, overigens. Eye vraagt naar catacomben. Ja, die zijn er, maar ze lopen niet door tot onder de Dome, zo dom zijn ze niet.
Terwijl we staan te overleggen zien we de poorten opengaan. Vier grote estaltes in parelwitte harnassen komen aan, vier gaan er weg. Dat zullen de Margiloks zijn. Hoe weten ze dat de aflossing er aan komt? Ze hebben een ‘hive mind’. Dat maakt vermommen lastig. Eye wijst er op dat de echte Pleasure Dome een luik naar de Wyld had.
Ze kunnen ook waarnemen dat we Essence gebruiken. De beveiliging is bedacht door wezens die Creatie hebben ontworpen.
Al onze ideeën lopen een beetje vast. We besluiten een tijdje te observeren. Malpheas heeft geen naturlijke cycli maar dankzij onze Personal assistants kunnen we tijd waarnemen. We zien dat de bewakers diensten van acht uur hebben. Er zijn drie ploegen, acht uur op, zestien uur af.
De mier wijst ons er op dat, wat we ook doen, het vijf dagen onopgemerkt moet blijven. De Moeder heeft zeven verzorgsters, de dienst van een mier duurt ongeveer een week. Verder komen er niet zo veel personen bij haar. Een verhalenverteller, een voedster… De verhalenvertellers slijten snel, zodra ze de Moeder vervelen worden ze omgesmolten. De Hopping Puppeteer hield het nog het langste vol: die speelde met haar Lego, daar kon ze uren naar kijken.
Kunnen we niet één van ons binnensmokkelen als nieuwe verhalenverteller? Een exalt uit Creatie, dat moet dan wel een akuma zijn. We denken aan een vermomming als vier Margiloks. Als ze gevonden worden moet het er op lijken dat ze gedood zijn nà hun dienst. We bespreken wat we met de lichamen doen. Opeten is een optie, maar we besluiten om ze in de gracht te gooien – Kimberi. (De rode maan dwarrelt nog steeds door de hemel. Ze hangt wel vaker bij de Dome rond.)

We hangen rond bij de barak van de Margiloks en overvallen de nieuwe ploeg. We proberen hun schelpen heel te houden, al maakt dat het gevecht wel moeilijker. Eye of Autumn laat Shalgero’s Pride de vorm van een Dire Chain aannemen. Ze heeft een plan bedacht om daarmee een paar Margiloks tegelijk te grijpen. Samen met Marina verstrikt ze twee van de wezens. His probeert er eentje het hoofd af te hakken, tussen de hoofd-schelp en de lichaam-schelp. Hij raakt, maar het wezen is erg taai. Shi Mei Lan gooit de sorcery Flying Guillotine op een derde Margiloks. Die is serieus verwond, maar leeft nog. Tawuz slaat met twee daiklaves op hetzelfde wezen als His. Hij raakt twee keer, maar het wezen overleeft ook dit. De vierde heeft gezien dat Shi Mei Lan sorcery gebruikte, springt haar op de nek en begint op haar in te beuken. Het wezen waar ze de spreuk op gooide valt haar ook aan. Beide raken. Ze hebben geen wapens dus het is ‘bashing’ schade. De verstrikte wezens vallen Eye en Marina aan. Ze raken allebei.
Eye laat Shalgero’s Pride veel dunner worden, zodat het naar de nek schuift en trekt het aan – als een monofilament. Het snijdt beide verstrengelde wezens in de nek. Marina trekt het aan vanaf de andere kant en verwondt ze verder, maar beide leven nog. His schiet Shi Mei Lan te hulp met twee korte daiklaves. Hij mikt op de gewonde, raakt twee keer, maar doet weinig schade. Tawuz probeert dezelfde via de liezen te raken, maar raakt maar één keer. De gevangen wezens slaan weer naar Eye en Marina, en raken. De gewonde aanvaller van Shi Mei Lan valt ook aan, en raakt. Degene die nog niet gewond was besluit zijn aandacht naar His te verleggen. Hij raakt: een kneuzing.
Marina en Eye hebben hun acties gecoördineerd en trekken om de beurt om het hardst, zodat een zaagbeweging resulteert. De zwaargewonde zakt in elkaar. Eindelijk! De andere wankelt. His keert zich tegen zijn aanvaller, de enige die nog niet gewond was. His springt, zijn daiklaves als een schaar om de nek van het wezen, en trapt hem extra om hem tegen de zwaarden aan te drukken. Het werkt, hij verwondt hem. Shi Mei Lan doet opnieuw de Flying Guillotine op degene die ze eerder raakte. Die gaat neer. Ze heeft inmiddels haar anima-efect aangezet, waardoor de schaduwen in deze steeg nog dieper zijn. Tawuz valt de verstrengelde aan, raakt één keer, maar het wezen houdt stand en valt Marina aan. Raak. De tegenstander van His valt hem aan, maar mist. Marina manouvreert naar His, maar houdt wel de spanning op de draad. Eye twijfelt even, maar besluit toch maar extra hard te trekken. De verstrengelde Margilok raakt verder gewond. Eye geeft nog een extra ruk, deze laatste is dodelijk. De spanning gaat van de draad, Marina wankelt en haar aanval mist His’ belager.
His likt aan zijn zwaarden, zodat hij met Kiss of the Hummingbird tijdelijk in een schelpdier verandert, terwijl hij een salto over hem heen maakt. Intussen probeert Tawuz het wezen nog te raken, maar hij mist met beide daiklaves. Het wezen draait zich om, slaat, en mist. “Blijven stilstaan, lul!” hoort His in zijn hoofd. Eye verandert haar wapen in een zeis en haalt uit. Raak! Het wezen wankelt. Marina slaat en mist, His raakt met twee daiklaves. Tawuz slaat ook raak en geeft de genadeklap.
Als we omkijken zien we dat een paar kleine wezentjes bezig zijn om de losgeslagen hoofden weg te rollen. Ze zijn teleurgesteld als we ze tegenhouden, maar blij als we zeggen dat ze de inhoud mogen hebben. We suggereren “Dit is nooit gebeurd!”, ze zijn het helemaal met ons eens.
We trekken de schelpen aan. Omdat ze vol zitten met groen bloed, plakken ze goed vast. Dan lopen we naar de poort. De wachters zijn Blood Apes. “Wie zijn jullie?” His, in zijn gestalte als getatoeëerde priester van Adorjan, zegt: “Ik ben de nieuwe verhalenverteller!” De Blood Ape wil zijn hand zien. Hij volgt de handlijnen en zegt verbaasd: “Een lunar?” Maar de commandant haalt zijn schouders op: “Ja, èn?”

XP: 7

Afspraak: de solars en lunars moeten downtime hebben met de dragonblooded. Als hun missies klaar zijn gaan ze naar het Heptagram, zodat ze elkaar kunnen leren kennen en merken dat ze elkaar aanvullen.

The Rose – 53

We staan voor de ijzeren muren van Malpheas.
We halen de vlindermaskers tevoorschijn. Eye of Autumn en Marina doen een rituele jacht op deze dieren, waardoor ze die gestalte kunnen aannemen. Dat kost even, dus we blijven een par uur buiten de stadspoorten wachten.
Uit de stad klinkt muziek. Aan de poort staan vier Blood Apes, in een harnas wat duidelijk gemaakt is van menselijke schouderbladen. Ze kijken hongerig naar ons. Als we aan de beurt zijn, presenteren we onze papieren. Eén vindt ze goed, de andere mompelt wat, waarschijnlijk in een poging om smeergeld te krijgen. Eye gebaart: “Wil je slaven of niet?” Dat slaat aan, hij zoekt er eentje uit: een oudere vrouw, wankelend, bedekt met zweren. Nu mogen we de stad in. Maar waar is het gildehuis? De Blood Ape weet het niet.
Eye ziet een mens lopen, en spreekt hem aan. Het blijkt een huurling te zijn. Hij wil vrije uittocht. Als we instemmen pakt hij zijn rugzak en sluit zich bij ons aan. We mogen hem Piet noemen. Hij weet wel waar het Gildehuis is.
Na een uur stevig doorlopen komen we bij het Gildehuis, het is een soort karavanserai met muren, een poort en een binnenplaats. Hij klopt aan. Er wordt opengedaan: “Hé Piet, jij hier? Ah, de karavaan, een halve dag te laat! Ik was al bang dat jullie niet zouden komen.”
In de deuropening hangt een gouden waas, binnen hoef je je vlindermasker niet op te houden. We vertellen dat de sjeik dood is. Een overval in de woestijn, door exalted.
“Die verrekte dragonblooded! De Factor zal niet blij zijn, hij zou afgelost worden.”
Die komt er inderdaad aan, met twee tot de tanden gewapende mannen. Ook hij vraagt wat Piet hier doet. “Ik ben ingehuurd door deze personen.” De Factor kijkt hem doordringend aan, maar zwijgt.
Om ons heen maakt men zich op om te vertrekken. Kisten worden op kamelen gehesen, mensen hijsen rugzakken op hun rug en dergelijke.
We horen Piet uit. Volgens hem is de handel met Creatie flink aangetrokken. Een half jaar terug waren het enorme aantallen spiegels om demonen op te roepen. Nu is men daar druk bezig met voorbereidingen op het huwelijk tussen de Scarlet Empress en de Ebon Dragon. Piet was weggestuurd omdat hij wat had met de dochter van de factor. Hij was de leerling-factor.

Eye hoort intussen de Factor uit. “Ja, Piet hangt meestal bij de stadspoort rond. Dat is de veiligste plaats voor een sterfelijke. Geef hem niet de sleutels van de geldkist of de drankkast. Factor maak ik hem niet. Hassan, mijn nieuwe rechterhand, zal hier best een half jaar langer willen blijven in ruil voor de promotie.” Piet is waarschijnlijk van het huis Cynis.
Wij krijgen een aanstelling voor een half jaar en worden voorgesteld aan Hassan, een corpulente man met een druipsnor. Hij is wat bruusk, niet in ons geïnteresseerd, en stuurt ons naar de barakken. Een van onze ‘bewakers’ wordt boekhouder, een andere kok.
Piet vertelt dat er ook een tegengif is voor de lucht, waardoor je zonder zo’n masker kan rondlopen. Het heeft drie ingrediënten, altijd hier op voorraad. Maar je moet alchemist zijn om het te maken. Het eindproduct bewaart de factor achter slot en grendel. Volgens Piet bestaan de taken hier uit het bewaken van de poort, lijfwacht spelen voor de factor als die de poort uitgaat, en bordelen bezoeken. “Overigens, waar blijft de soldij?” We gaan naar Hassan. Die knipt in zijn vingers. Uit de grond rijst een aarden golem op, hij doet zijn buik open en we zien stapels munten. We krijgen elk een shekel (8 obolen). Normaal is dat een jaarsalaris, hier is dat de betaling voor een maand: gevarengeld.
We nemen in de barak een kamer voor zes personen, met z’n vijven. Marina doet een All Encompassing Sorcerous Sight om de omgeving te verkennen. Het hele complex is “warded”, allemaal magische beveiligingen. En waarschijnlijk is er een permanente Plaza of Downcast Eyes actief. His vraagt de boekhouder of hij uit wil kijken naar kaarten. Die heeft nog niets gezien.
Tawuz stelt voor om onze bewakers dagelijks te laten trainen. Het houdt ze bezig, voorkomt dat ze gaan drinken en kletsen, herinnert ze dat er een terugtocht beloofd is en misschien worden ze er ook nog sterker en vaardiger door.

Op een gegeven moment klinkt van de straat geschreeuw en gekrijs. De deuren van de karavanserai slaan dicht. Iedereen moet naar binnen, luiken en deuren dicht. Door kieren zien we enorm fel licht. Het is de Bright Wind, een subziel van Adorjan. Sommige demonen spatten uit elkaar, in een ogenblik zijn ze verbrand. Als je erin kijkt word je blind.
De karavaan vertrekt. De oude Factor draagt het zegel over aan de nieuwe. Het is verbonden met de hele karavanserai en alle ‘wards’. Die gaan overigens nog een heel eind de grond in. Onder luid getrommel en gefluit vertrekken ze. Iedereen in deze stad is bang voor stilte: Adorjan, de Stille Wind.

Het verschil tussen dag en nacht is hier ondetecteerbaar. Volgens Piet is het verloop van de tijd wisselend. De enige tijdsaanduiding is een bepaald type demonen wat gaat krijsen als het in Creatie middernacht of noen is, en de ene keer slaap je wel drie keer tussendoor, de andere keer lijkt er heel weinig tijd tussen te zitten. Gelukkig hebben we onze personal assistants.
De groene zon Ligier schijnt continu. Rondom de zon buitelt een rode maan, Ululaia, een subziel van Kimberi, die continu van schijngestalte wisselt. Op het moment toont ze steeds haar volle zijde. Ongebruikelijk, maar op zich is ze totaal onvoorspelbaar dus niemand verbaast zich erover.
De volgende ‘dag’ worden we wakker met onweer. De zon is verduisterd, bliksemende wolken lopen op poten door de stad. We hebben erotische dromen gehad, zo diep dat we wakker worden in onze war-form. Alle andere mensen slapen diep, zelfs de dragonblooded. Af en toe breken de wolken en zien we de rode maan vol aan de hemel. We realiseren ons dat zij ons stabiel houdt onder deze demonische mentale invloed.
His gaat op onderzoek in de karavanserai. Hij steelt vijf potions waarmee je de lucht kunt ademen.
Op straat dansen en copuleren demonen. De regendruppels zijn mensendromen, en ze werken als verdovende middelen op de demonen. Eye krijgt een inval. Ze vangt wat regen op en geeft dat aan één van de wezenloze slaven te drinken: ze weet dat die zo geworden zijn omdat de fae al hun dromen gestolen hebben. De slaaf krijgt een glimp van intelligentie in zijn ogen. We slepen iedereen naar buiten. Langzaam maar zeker komen ze tot zichzelf. We vertellen ze de situatie en herenigen ze met hun familie onder de ‘bewakers’ (voor zo ver van toepassing). We drukken iedereen op het hart om voorzichtig te zijn zodat de Factor niets door krijgt.
We overwegen om Hassan te (laten) doden. His zou een rituele jacht kunnen doen. Uiteindelijk besluiten we dat het te riskant is omdat het zegel van het Gildehuis, met alle ‘wards’ er aan, op hem is afgestemd. In plaats daarvan proberen we hem met zijn allen rustig te houden. Hij is dol op eten, dus de kok slooft zich uit.

Volgens Piet was dit de yozi Hezra, de Typhoon van Nachtmerries. Dit is voorteken-weer. Als je dromen kunt lezen kunnen ze aanwijzingen bevatten. Er staat iets te gebeuren. Eye hoort een demon uit. Die droomde over seks. Eigenlijk hebben alle demonen over seks gedroomd. Dat is een ongekende ervaring voor ze, ze wisten niet dat mensen dat konden ervaren. Deze mate van genot krijgen demonen alleen als de Ebon Dragon langskomt. Maar daarna kun je niet meer tegen het licht van Ligier: je realiseert je wat je verloren hebt, en je trekt je terug in de catacomben om het te ontlopen.
De rode maan hangt nog steeds aan de hemel, vol. We hebben het idee dat Kimberi ons beschermt en aanmoedigt. Eye vraagt waar de tempel van Kimberi zit, er zo er eentje niet ver weg.
Maar we besluiten er nu niet naar toe te gaan en vaart te maken. We gaan dus op zoek naar het adres dat Ebon Rime ons gegeven heeft, en vragen Piet hoe we bij er komen. Voor één obool heb je het snelste transport. Hij vertelt ons niet hoe het werkt, dat zou de verrassing bederven.

Op de straathoek waar hij ons heen stuurt staat een gebouw in de vorm van een sokkel, met daarop het beeld van een man met zijn hand omhoog, en daarop net zo’n beeld, enzovoorts. De handelaar is een kikvorsachtige, die klotsende geluiden maakt. “Ja, dat kan, dat kost één obool.” Hij doopt de jaden munt in een bokaal met vloeistof, die lost erin op. De kikvorsman drinkt het op en spuugt een beeldje uit. Hij stuurt ons naar een dak een paar straten verderop. “Daar staat een gevangenisbol, duw die gewoon weg, en zet het beeldje neer. Daarna staat de brug, tot Malpheas weer beweegt.”
Op de aangegeven lokatie staat een grote bal met punten aan de binnenkant. Erin staat een humanoïde demon, die zich bij elke beweging prikt. His spreekt af dat ze een boon krijgt als ze hem los maakt. Ze krijgt een flesje met zijn bloed. Hij zit daar gevangen omdat hij een tweede cirkel demon heeft beledigd. Zijn vaardigheid bestaat uit het regelen van bedwelmende stoffen, alchemistische preparaten, en dergelijke. Hij kan ook manses ontwerpen. Maar eerst wil hij genezen.
Als hij weg is, zetten we het beeld neer. Het groeit en er ontstaat een twee meter brede brug die door diverse lagen van de abyss heengaat. We lopen een flink eind. Af en toe doorkruist de brug een plein. Dat gebeurt zeven keer, en dan komen we uit bij een prachtig plein, een kopie van het grote plein in Yu Shan. De brug eindigt op de toren van één van de paleizen, waar een gefrustreerde tweede cirkel demon net alle doorgangen naar de rest van het paleis aan het laten dichtmetselen is.
De architectuur in deze laag is onaangenaam. Althans, het lijkt op architectuur, maar het slaat nergens op. Alles wordt wel bewoond. Niemand stelt vragen bij onze aanwezigheid.
Het adres wat we moeten hebben ziet er uit als een binnenstebuiten gekeerde SM-kelder. Het is geschikt voor menselijke bewoning, net als 49 andere. Dat zijn dus de paleizen van de Green Sun Princes. Dus het adres zal van Ebon Rime zelf zijn.
Als we aanbellen doet een verwijfd lila jongetje open. Een neomah. Na enig aandringen laat hij ons binnen. Hebben we niet een lichaamsdeel over? Een voet? Of zelfs maar een moedervlek? Ebon heeft veel personeel, best veel neomah, en wezens die op grote mieren lijken. Het lijkt alsof we verwacht worden. Eén van de mierwezens heeft goede instructies gehad, weet wat we van plan zijn, en staat daar ook achter. De rest moeten we er onkundig van houden.

We horen het mierwezen uit. De Moeder van de Green Sun Princes zit in de lokale versie van de Pleasure Dome. Formeel is ze dragonblooded, maar enorm en zwakbegaafd. En heel lief. In het ideale geval ontvoeren we haar naar Creatie, waar de yozi’s geen exaltaties meer in haar kunnen stoppen om herboren te worden. Ebon wil dit, omdat hij van haar houdt. Als dit plan niet lukt, dan moeten we haar doden.
Dat tweede lijkt ons eenvoudiger, maar het mierwezen dat ons informeert, hoort bij haar verzorgers. Hij bevestigt Ebon’s verhaal dat ze doodongelukkig is. Als we dat zo aanhoren, besluiten we dat haar ontvoeren inderdaad beter zou zijn
His hoort de neomah uit. Die vertelt dat er na de aanval op Sol zeventien Green Sun Princes in wording zijn. Hij weet dat ze twee demonen in hun hoofd krijgen, en dat Ebon Rime er eentje kwijt is. Er zijn er nog een paar die dat gelukt is, maar ze houden het geheim. Voor het maken van Green Sun Princes gebruiken ze mensen die al hun principes verraden.

The RoSE – 52

De ruilbeurs breekt aan! Little Shu krijgt de hearthstone Adder’s Eye, die hij had uitgeleend aan Atis, terug. Xar, Phoenix en Eye of Autumn schaffen warstriders aan. Die van Phoenix wordt door Ghurkan betaald. Het zijn Noble warstriders, behalve die van Eye, die is Royal. Phoenix neemt de power mace uit Gaia. Atis en Sango willen het Solar Cannon graag bij de solar groep houden, dus die wordt niet aangeboden.
Olric en Marina gaan bij de nieuw gebouwde manse langs, die is gebouwd door een solar genaamd The Reaper. Ze informeren naar geomantische spreuken. Hij heeft er een aantal. Olric mag Parting of the Seas overschrijven, in ruil voor het regelen van snel transport. Hij wil ze meesturen met de No Moon lunars die naar het Book of Thee Circles gaan. Dat lukt, een heel jonge No Moon stemt er mee in. Hij blijkt The Reaper te herkennen als zijn solar mate.

De ruilbeurs is voorbij. De lunars moeten beslissen welke gate naar Malpheas ze gaan nemen. Na enige discussie wordt besloten dat ze met de solars mee naar Nexus zullen reizen, via een serie gates. We reizen via Yu Shan. Het is er nacht. Er staat één boze rode ster aan de hemel: Mars. Uit omringende straten en stegen klinkt wapengekletter en geschreeuw, het is oorlog. Over de koepel van de Games of Divinity ligt een krachtveld in de vorm van een kwal. De tentakels liggen in de stad, ook op dit plein. De dienstdoende Celestial Lion ziet het kasteteken van Ghurkan en leidt hem naar gate 49. “Een weinig gebruikte.” Hij zigzagt rondom tentakels heen, en vermijdt ook een paar andere plaatsen waar niets aan de hand lijkt te zijn. Onderweg ziet hij er steeds krijgslustiger uit. Hij moet zometeen gaan vechten. We houden hem niet op.
Wij komen uit in de tombe onder Nexus. Daar nemen solars en lunars afscheid.

De Lunars:
We stappen door de Gate. We komen in een grote woestijn. Het is nacht. De sterren blijken spiraalvormige vlekjes te zijn. Er is ergens een centraal punt waar de sterren naar toe lijken te stromen. His blijkt een demon-vorm te hebben, een Neomah. Een delicate paarse androgyne gestalte met veel piercings. Hij heeft een bijpassende vorm voor zijn daiklave: die ziet er nu uit als een grote maanzilveren dildo met stekels aan de onderkant. Hij is er erg trots op.
De eerste nacht maken we geen vuur. Eye neemt haar Ice Weasel-vorm aan en beschut de kouwelijke types. De volgende dag verandert het karakter van de woestijn: er zijn mesa’s. Het valt Marina en Shi Mei Lan op dat er rimpelingen ontstaan. Ze dirigeren ons snel naar een beschutte plek. Er komt een groot rotsblok naar beneden. Het kaatst tegen een paar van de mesa’s en klapt tegen bergmuren. Deze vlakte is een enorme flipperkast. Na een paar van deze incidenten besluiten we te gaan vliegen. His gaat op de rug van Tawuz, Eye als reuzen-bidsprinkhaan, Marina als sperwer, maar dan ter grootte van een kolibri, en Shi Mei Lan gaat als sharkbat.
De derde dag bevat de woestijn cactussen. Halverwege de dag komen we bij een oase. Er staan ezels, er lopen mensachtige gedaanten in ruime gewaden en er is een stokoud tempeltje. We besluiten om even te gaan kijken. Eye en Shi Mei Lan blijven achter, Tawuz en Marina gaan en His gaat mee in zijn gedaante als Neomah. We landen. Bedoeīnen met kromzwaarden versperren de weg. Ze willen ons geen water geven. His sist: “Wij zijn ambassadeurs.” “Oh, waarvan?” “Van de seks,” improviseert His.
“OK, per halve liter water één keer.”
We proberen nog toenadering te zoeken, maar de touareg wil zelfs zijn naam niet geven.
Tawuz gaat terug naar mensvorm en zegt: “Deze grap heeft lang genoeg geduurd. Ik ben van de familie Regenboog. Dit was bedoeld als beleefdheidsbezoek.”
De touareg neemt ons mee naar de sjeik. Die zit in een tent met schaarsgeklede dames. Ze blijken van het Gilde te zijn. Ze zijn op weg naar Malpheas, met een lading slaven: demonen zijn goed van betalen. Bij de vorige lading leverde elke slaaf het gewicht van zijn ziel op aan Chalcanth. Zielen wegen erg weinig, maar ook een kleine hoeveelheid Calcanth is extreem waardevol. De sjeik komt uit de woestijn in het Zuiden van Creatie. hij biedt aan dat we met hen mee kunnen reizen. Vóór pleit dat ze vrijbrieven hebben en maskers om de lucht in de stad waar ze heen gaan te kunnen ademen. We zeggen beleefd dat we er over na zullen denken en gaan naar de anderen.
Eye stelt voor om ze te doden, de slaven vrij te laten en hun maskers en vrijbrieven zelf te gebruiken. Daar is discussie over, maar Eye overtuigt ons. Met list, bedrog en neomah-charme weten we de karavaan over te nemen. Deze bestaat uit zo’n honderd wezenloze Wyld-slachtoffers, en vijftig inwoners van een overvallen dorp. We hebben bezwaren om degenen mèt bewustzijn te verkopen. Als we ze hier laten worden ze gevonden door de volgende gildekaravaan, als we ze terugsturen door de woestijn zouden velen dat niet overleven. Maar ze kunnen wel als bemanning functioneren. Aangezien we ze redden van slavernij of erger, willen ze graag meewerken. His bekijkt intussen de tempel. Hij heet Halfweg. Als je er in gaat, kun je niet verder dan halverwege de tempel komen. De andere helft houden ze schoon door de achterdeur te gebruiken.
We onderzoeken de tent van de sjeik. We vinden papieren op naam. We besluiten dat we de waarheid gaan vertellen: dat de sjeik de reis niet heeft overleefd. His gaat als mens – de aanhanger van Szofika. We willen verborgen houden dat we meer kunnen.

De vierde reisdag is heel zwaar, de vijfde juist eenvoudig. We arriveren bij een grote stad met ijzeren muren en bronzen poorten: Malpheas.

Xp: 7

Tanais – 66

Het gevecht gaat door. Risha is in de linkergang door twee ontplofte Shiragi vastgeplakt, en kan zich nog maar moeilijk bewegen. Voorbij de derrie ziet hij nog minstens zes rijen van die groene vrouwen. In de andere twee gangen blijven de Shuragi de weg versperren. Wat we van ze weten is dat Shiragi in wolken gifgas kunnen veranderen, ze hebben een hive-mind, ze worden gebruikt voor transport en communicatie, ze kunnen niet tegen zonlicht, maar wel tegen de aura van een solar, ze vechten vooral ontwijkend en als ze doodgaan veranderen ze in een plakkerige substantie. Iedere dode Shiragi geeft een -1 penalty op je Dodge DV, als die op 0 komt ben je bewegingsloos vastgeplakt.
Claude klimt met een Spider Climb charm tegen het plafond en slaat de bovenkant van de gang kapot, waardoor het plakspul niet langer aan het plafond vastzit. Maar er regent gesteente op Risha wat ook aan hem blijft plakken, waardoor hij zich nog moeilijker kan bewegen. Risha tovert zijn Zielezwaard tevoorschijn. Twee Shiragi werpen zich op hem en proberen hem met hun dolk te steken, maar de aanvallen ketsen af op zijn harnas. Claude schiet er eentje dood met een slingerkogel. Ze ontploft en Risha zit nu echt helemaal vastgeplakt.
Chang slaat aan zijn kant de weg vrij, Gwan probeert hetzelfde aan de andere kant. Maar Gwan heeft geen charm om steen kapot te slaan, dus dat maakt niets uit. De voorste Shiragi uit de andere gangen veranderen in gas, dat de kamer binnenstroomt. Gwan pakt zijn bijl en slaat een Shiragi – Splut! Hij krijgt ook derrie over zich heen. Chang klimt ook met Spider Climb tegen het plafond en schakelt over op pijl en boog. Claude wil Risha vrij gaan snijden, maar ontdekt dat de Shiragi hem naar achter aan het doorgeven zijn. Dan volgt hij Changs voorbeeld maar. Gwan probeert een omtrekkende beweging, maar hij wordt omsingeld.
Voor Chang is het prijsschieten. Hij combineert het met de charm Shadow Over Water, die hem aanvallen gemakkelijker laat ontwijken. Gwan posteert zich in een hoek en vecht defensief. Chang schiet er twee neer, Claude slingert er nog twee dood en Gwan pakt ook zijn boog. Risha wordt steeds verder de gang in doorgegeven. Het plakspul zit steeds strakker en ademen wordt nu moeilijk.
Nog vier Shiragi werpen zich in een zelfmoordactie op Gwan, die daardoor bijna helemaal vast zit. Claude schiet er nog eentje neer. Chang gaat naar de gang waar Risha doorheen gevoerd wordt, en elleboogt zich naar voren. Nog twee dames plegen zelfmoord bij Gwan en die zit nu ook helemaal vast. Chang ziet dat hij Risha niet gaat inhalen. Claude bidt tot Yamm of die Gwan wil bijstaan. “Ik kom niet tussenbeide als het mijn vriend Mot betreft.”
De Shiragi zijn boos dat we ongevoelig blijken te zijn voor hun gifgas. Vijf pakken Gwan en beginnen hem ook weg te voeren. Chang werkt zich verder door de rijen. Nog drie en dan is hij erdoor. Hij ziet hoe de achterste twee Risha oppakken en met hem weglopen. Claude veroorzaakt een instorting in de andere zijgang en krijgt kleefspul van drie dode Shiragi over zich heen.
Chang is er eindelijk doorheen en rent achter Risha aan. Claude schiet er nog een paar neer, nu vanaf een veiligere afstand. Gwan raakt daardoor klem in de opening en voor Claude is het verder prijsschieten. Chan schiet de twee draagsters neer en snijdt Risha vrij. Gwan wordt uiteindelijk ook bevrijd.
We krijgen het idee dat de zijgangen rondom de hele berg lopen. Dit is nog maar de bovenste laag van een enorm complex. We zijn in de berg die Chang enkele dagen geleden heeft beklommen onder invloed van de Eenoog-aanhangers. Waarom, wat hij er heeft gedaan herinnert hij zich niet.
Deze eerste kamer hebben we maar amper overleefd en er kunnen ieder moment versterkingen komen, dus we gaan maar terug. Om half acht komen we weer boven de grond, het schemert. Gwan en Risha maken zich schoon met zand. We zijn (nog) niet opgemerkt. We bedenken dat de soldaten uit Byblos hier ieder moment kunnen aankomen. Risha stelt voor om Jozias en zijn volgelingen hun kant op te lokken.
Opeens realiseert Gwan zich dat de tulbanden onder de grond Mot aan het aanroepen waren. En Yamm had het ook over zijn vriend Mot. Dit is waarschijnlijk de heilige berg van de doodsgod. We gaan de berg op. Om half tien pauzeren we. Gwan scry’t de kamer waar we hebben gevochten. Er is netjes opgeruimd en er zitten alweer nieuwe tulbanden Mot aan te roepen. Er is affiniteit tussen de Shiragi en de dood. Gwan, Risha en Claude roepen Yamm aan.
“En, komt Jozias al mijn kant op?”
“We willen hem lokken.”
“Maar dat lukt nog niet.”
Claude zegt: “De tulbanden en Shiragi roepen Mot aan. Maar Eenoog is monotheïstisch, dus waarom doen ze dat?”
“Jullie kennen maar de helft van het verhaal. Mijn volk bestaat uit sukkels. Ze hebben El aangeroepen, een god van de overkant. En die komt nu om tegen Mot te vechten.”
Risha: “Maar Eenoog is de gemeenschappelijke vijand, en die speelt vals. Hij zal deze strijd saboteren, net zoals hij de strijd tussen jou en Baâl wilde saboteren.”
“Ik wil dat Mot wint en mijn volk een lesje leert. Het gaat er om dat Jozias op de 21e geofferd wordt, maar dat gaat niet lukken. Hij zal te laat komen voor het offer en dan mag ik hen straffen. Maar, ik wil wel een woordje spreken met Mot. Laat de berg maar exploderen. Maak nu rechtsomkeert, kindertjes!”
We gaan er vandoor. Claude wil de mensen in het dorp gaan waarschuwen, maar Risha denkt dat we geen tijd hebben om het dorp te redden. Claude grist een willekeurig meisje mee, dan is er tenminste één overlevende.

20-v-R2
We komen bij zonsopgang aan bij het dodenveld. KLABAM! De berg ontploft! Er vormt zich een enorme schimmige afzichtelijke gestalte, Mot. We rennen het leger tegemoet. Maar de slag is al gestreden.

Tanais – 65

Even een aanvulling op het visioen in de vorige sessie: De graankorrels stonden voor de normale voorouders en de zwarte bronnen zijn de ‘popcorn’, de gevallen dat het mis ging. Het ligt allemaal zó ver in het verleden dat er geen namen meer zijn overgeleverd.

Chang’s belevenissen: Hij is onder de geestelijke invloed van de abyssals geraakt en naar de rebellen gestuurd. Onder de grond heeft hij van de Shuragi (groene vrouwen) een soort worst te eten gekregen en na een lange reis onder de grond komt hij boven bij een kampje tulbanden, zo’n twee uur lopen van de stad Arad. Hij laat zich vrijwillig boeien. Bij de stadspoort wordt hij aan de priesters van Yamm overgedragen. Onder veel bekijks wordt hij naar de klif gevoerd en in een kooi gestopt, waar hij tevreden uitkijkt over de draaikolk.

15-v-R2 ’s Middags hebben we met de draak gesproken, Daarna gaan we terug naar Arad. Om drie uur, terwijl wij onderweg zijn, materialiseert de draak. We zien hem vanuit de verte boven de klif uittorenen.
Yamm eist op briesende toon: “Ik wil het offer zien! Het schijnt dat het niet deugt!” Chang wordt gehaald door de nerveuze priesters.
“Hoe heet jij?”
“Chang.”
De draak spuugt hem helemaal onder, daar moet hij van braken en hij krijgt diarree met ernstige krampen. Na vijf minuten komt er een groot pulserend ding tevoorschijn. De betovering is verbroken. Chang wist niet dat hij het in zich had. Hij raapt het op en gooit het zo ver mogelijk weg. Na twee minuten klinkt er een luide explosie van onderaan de klif.
“Zo,” zegt de draak, “vertel eens wat jij hier doet.”
“Tegen mijn zin hier staan.”
“Misschien moet jij maar weg.”
Chang summont zijn slayer khatars. De priesters openen het forcefield voor hem. Hij vraagt waar hij de tulbanden kan vinden, zodat hij wraak kan nemen, maar ze letten niet op hem omdat Yamm precies op dat moment eist dat de stad op de 21e Jozias bij hem aflevert in plaats van Chang. Vijftig priesters knielen in aanbidding voor hun god. Chang grijpt er eentje in zijn lurven en stelt zijn vraag nog eens. “Het zijn gewoon achterlijke idioten,” zegt de priester verstoord, “ze wonen buiten de stad. Die kant op!” Hij wijst.

Ongeveer op dat moment komen de anderen de stad binnen. Het is hartstikke druk en chaotisch. Chang is ergens gaan zitten mediteren. Claude ruikt hem. “Gatverdamme, drakensnot! Mee naar het badhuis.” Daar vinden ze hem.

Nu we herenigd zijn, vindt Gwan dat we onze plicht verzaken als we niet meteen terug naar huis gaan. Risha en Chang willen op Jozias jagen. Claude wijst er op dat we hier illegaal zijn, dus we moeten wegwezen uit Arad. Gwan wil Jozias scryen, maar die kent hij helemaal niet. Dan beschrijft Chang de wadi en de ruïnestad met het gat naar de tunnels. Claude vindt in een winkeltje een gravure van de verlaten stad Yerech. “Ja, dat is het!” zegt Chang. Risha koopt de prent. Dan scryt Gwan waar onze tovenaars nu zijn. Ze varen tussen de ijsschotsen en hebben het naar hun zin.
Om 6 uur ’s avonds schepen we ons in en we kiezen het ruime sop. Onderweg bekijkt Gwan Bronwë in zijn glazen bol. Op het tempelplein zijn de brahmanen druk aan het bouwen, en ze eren de jongen met het paardenhoofd. Dicht bij het kasteel, pal naast de brug, is een klein heiligdom bijgebouwd.

17-v-R2
Met onze magie zij we in anderhalve dag bij de bossen naast Yerech. Langs de kust zijn kleine vissersdorpjes waar Yamm en Mot aanbeden worden, en er groeien veel myrrhe-struiken. We verstoppen de boot. De myrrhe is oogstrijp. We doen ons voor als handelaren, en Risha koopt voor vijftig goudstukken een muilezel volgeladen met het spul. In de stad zal dat honderd tot honderdvijftig goudstukken opleveren, in Soul nog veel meer. De boeren hier hebben geen problemen met ons, onze boot is herkenbaar als uit deze streek en onze vermomming is goed. We kletsen wat met ze. Ze vertellen dat het vanaf hier een halve dag lopen is naar de grote karavaanweg. Ze hebben niet zoveel last van de woestijnnomaden. “Die blijven in de woestijn. Er zijn wel conflicten geweest, respectloos vee laten grazen op onze weiden. Maar we hebben ze weggejaagd. Ze zeggen dat ze El aanbidden, maar het is een valse El. Niet die van Megiddo!” We overnachten in het dorpje.

18-v-R2
Om zes uur laten we de myrrhe achter in de boot. Met de muilezel gaan we de woestijn in. Na een uur komen we een stam grauwe nomaden met vale tulbanden tegen. Het zijn gewone mensen, ze waarschuwen ons dat we hier niet welkom zijn en sturen ons terug. We laten het niet tot een conflict komen, en doen alsof we afdruipen. Via een andere route bereiken we om drie uur de grote weg. Op het oog is het land leeg, maar er zijn genoeg sporen. Van achter een rotsblok staat een man met een katapult boos op. “Nu is de gazelle weg!”
Risha grijpt hem en Claude bindt hem vast. “Laat me los, vieze heidenen!” Na enige intimidatie door Risha is hij bereid om ons naar Yerech te leiden. Als het donker wordt, stelt hij een plek voor om te overnachten. Claude hoort dat hij liegt: dit is geen veilige plek. We doen alsof we hem geloven, maar zetten dubbele wachten uit. Na een uur voelen Gwan en Risha, die de eerste wacht hebben, iets kriebelen. Schorpioenen kruipen uit het zand omhoog, onze kleding in. We wekken de anderen voorzichtig en verkassen naar een rotsachtigere plek.

19-v-R2
Om zeven uur trekken we verder. Na een tijdje wil de man ons niet verder brengen omdat er stenen tombes in de woestijn liggen.
“We mogen hier niet komen,” zegt de gevangene, “dit zijn grafvelden, de geesten van de doden vinden het niet goed.”
We gaan toch door, en als er niks gebeurt, raakt hij meer gerust. Om twee uur ’s middags wijst hij vooruit: “Daar is de wadi.” Alleen Risha ziet de ruïnes: zijn ogen zijn door de Wyld-mutatie scherp genoeg. Hij laat de man vrij, die meteen wegrent.
Claude wacht even en gaat er dan stiekem achteraan. Hij schiet hem dood met de Sling of Prowess en verstopt het lijk. De anderen hebben niets door.

Hier is zelfs het woestijnstof grauw. We kunnen ons ermee vermommen. Als de anderen de ruïnes ook kunnen zien, komt er groen gas uit de grond omhoog. Chang is immuun gemaakt door de groene dames. De andere drie kunnen er weerstand aan bieden. Na twintig meter houdt het op. We zien vrouwen en kinderen rond een waterput. Claude vermomt zich als vrouw en spreekt ze aan. De vrouwen waarschuwen haar dat ze haar mond moet houden. De oudste jongen vraagt: “Wat komen jullie doen?”
Chang zegt: “Ons respect betonen.”
“Kom maar mee.”
Claude wordt bij de vrouwen achtergelaten, de andere drie gaan met het jochie mee naar de dorpsoudste. Die begroet ons hartelijk: “Je kunt je handen en voeten wassen en eten. Vanavond komen de mannen.”
Intussen probeert Claude de vrouwen tegen de mannen op te zetten. Er ontstaat inderdaad een ruzie. Even later moeten de vrouwen komen voor het vaste maaltijdritueel: voeten wassen, dadels, hapjes. Claude doet de voetwassing. Risha geeft het jongetje na het eten een zilverstuk. Die vertelt dat de meeste mannen onder de grond zitten en hij vraagt waar wij heen willen. “Naar Jozias.” Hij neemt ons mee naar een put net buiten de wadi. Daar is een wenteltrap. “Na vijf meter begint het gas.” Risha geeft hem nog een zilver en hij rent blij weg.
Chang maakt ons voor drie uur immuun. Hoe dieper we komen, hoe giftiger het gas. Vlak voordat het echt lethaal wordt, is er een zijgang. Er zijn sporen dat hier een flinke groep mensen naar binnen gegaan is. Het is een lange gang die in de richting van de berg loopt. Op een gegeven moment horen we monotone mannenstemmen. We treffen verderop een tweesprong. Zes mannen met tulbanden knielen voor een altaar waar net een bloedoffer is gebracht, een of andere vogel. Chang herkent één van de mannen. We vallen aan en winnen het gevecht, maar er gaat een alarm af. We doen alsof we bevangen zijn door het gifgas. Van alle drie de kanten komen vrouwen met groene huid aan, Shiragi, gecoördineerd door hun gedeelde bewustzijn.
Gwan slaat er een. Ze knalt uit elkaar. Er ontstaat een stroperige prut, een slijmvlies dat de uitgang verspert. Claude slaat tegen de linkermuur, om er omheen te tunnelen. Er achter staat nog een Shiragi, die Claude mist. Chang doet hetzelfde. Risha spring door het gat, in de armen van de vrouw. Hij slaat haar en ze spat ook uit elkaar. Nu zit de jonge koning tussen twee van die vliezen in.

Cliffhanger !

Inmiddels is in Arad de oorlog aan Jozias verklaard.

xp volgende keer

The RoSE 50 – aanvulling

Wederom : veel dank voor het verslag Inez.

Ik heb een paar kleine toevoegingen, waarvan de derde de belangrijkste is:

leger Leviathan
– dit was Eye

In de discussie herinnert iemand zich dat er ook een dragonblooded
gebruikt kan worden, en ook iemand die stervende is zou voldoen. Binnenkort is
er een veldslag bij het Heptagram…
– dit was Atis

Yu-Shan
– belangrijke toevoeging is dat diegenen die hierheen gaan, naast hetgeen dat al genoemd is, ook Yu-Shan proberen ‘aan onze kant te krijgen’: ergo dat Sphinxen, Lions en Dogs – en niet te vergeten goden – met ons meevechten. Vooral onder de werkloze goden moet dit tot enthousiasme leiden, omdat hierdoor wellicht portefeuilles vrijkomen die door – natuurlijk – alleen worden opgevuld door goden die meegestreden hebben aan oan onze kant. De keizerin heeft namelijk heell duidelijk al andere kandidaten op het oog voor die functies…en dat is niemand uit Yu-Shan

groet
Eric