Tanais – 76

7-vii-R2
We zijn in de troonzaal van de ambassadestad. Gnumpathi komt naar ons toe. Hij is niet alleen van ons contract, maar ook van zijn contract met Eenoog af. Hij heeft in Elsewhere niets gemerkt van de ondergang van Melek Qart. De kracht van het Qartiaans kwam van Elsewhere. Maar Elsewhere is er nog en gaat zich herbronnen. Zijn contacten noemen zich de Technici en ze willen graag een afspraak met ons. De Technici komen van onze parallelwereld. Wanneer Risha zijn zorgen uit over de tijdseffecten van het reizen naar andere werelden zegt Gnumpathi dat daar altijd een kleine kans op bestaat, maar als je via de bronnen gaat, is het een zekerheid.
Gnumpathi vindt op dit moment de Hoogzetel minder relevant.
Risha vertelt dat er een heleboel zonium naar Euboia is verscheept. Gnumpathi denkt dat de Technici daar achter zaten. Hier heb je er niets aan, maar voor hun geldt: Als je zonium hebt, dan tel je mee! Hij denkt dat de Technici er de botsing mee willen dempen.
De butler komt. “Eén van de Gebianen wil u spreken.” Hij laat Kharoen Hotep binnen. Die valt met de deur in huis.
“Goedemiddag,” zegt de tovenaar, “ons contract is niet meer geldig.”
“Wat ons betreft gaan we in goed vertrouwen verder,” zegt Risha.
“Het belangrijkste is wie Elsewhere gaat herbronnen. Fijn dat Melek Qart het niet meer is, zij deden het niet goed. Nu is de vraag: waar is de grootste bron? Wie daar de macht heeft en die cosolideert, wordt het nieuwe Qart. Wij gaan verder met de voorbereidingen voor de oorlog.”
Risha zegt dat wij naar Elsewhere gaan.
“Goed plan! Wij willen ok wel weten waar er herbrond wordt.”
Risha vertelt de majordomus dat we een paar dagen weg zijn. Die gelooft dat we wat nuttigs gaan doen en zal de dagelijkse beslommeringen op zich nemen.
Intussen is Gwan aan het scry’en. Hij kijkt naar de locatie waar het vulkaaneiland ooit was. Daar ziet hij zeewater klotsen. Daarna maken we een testvlucht met Claude’s vliegmachine. We zien dat het bos zich herstelt nu er veel meer bronwater uit de kelder van het kasteel stroomt. De vliegmachine is minder snel dat de catamaran, maar met onze windmagie zijn we nog altijd veel sneller dan paarden. Eerst gaan we de zonium veiligstellen. Het is vijf dagen vliegen naar Targon.

10-vii-R2
De dorpen van Targon zijn verlicht met vuren in de sneeuw. Het is hier nog kouder dan bij ons. Bij de mijn zien we geen licht. We landen er. Bij de mijn zien we goblinsporen. Ze zijn vrij recent. Er zijn geen sporen van dwergen. Risha vliegt op eigen kracht naar het Hoofddorp. Daar is rond zonsondergang nog volop bedrijvigheid. Als hij landt rennen er een paar bewakers naar hem toe. “Wat mot je?”
“Ik kom voor Platto en Eensteen.”
“Daar brengen we je naartoe! Meekomen!”
De andere goblins zin heel verbaasd dat de twee heersers Risha hartelijk ontvangen. Ere-goblin! Er wordt een gebraden beest aangerukt. Platto en Eensteen kennen de mijn wel. Die wordt voor opslag gebruikt. Als Risha aangeeft hem weer in gebruik te willen nemen, zijn ze bereid om werkers te leveren in ruil voor wapens. Maar destilleren, dat kunnen goblins niet. Daarvoor moet je dwergen regelen.  Na het eten wordt het erg gezellig en de goblins nemen het jonge koninkje door ondergrondse tunnels mee naar de Kuil. Daar is het warm, er ligt stro op de grond, er zijn een heleboel goblins en een dikke mensenvrouw. Ze is vrij, maar te dik om door de gangen te passen. Ze is nogal verbaasd als ze een mens ziet en gebaart dat de goblins ruimte moeten maken. “Treed nader jongeling.”
Risha vindt dat ze er niet zo gelukkig uitziet. Hij fluistert: “Wilt u hier vandaan?” Ze vind het niet zo fijn om hier niet weg te kunnen, maar vindt dat haar lot veel minder erg is dan dat van de koningin van Vixen. Dan breken de feestelijkheden los en is verder spreken niet meer mogelijk. Door deze activiteiten ruikt Risha weer naar het nest.
De rest van de party kijkt via de kristallen bol van Gwan mee.

11-vii-R2
Risha ruikt nu als een echte goblin. Hij gaat naar de mijn en vindt daar zijn vrienden. Ze zitten wijn te drinken. Gwan stelt een contractje op. De goblins vinden het niet erg dat het niet in het Qartiaans is. Contract is contract, toch? De goblins nemen ons mee de mijn in. Er is een grote zaal vol erts, een rood brokkelig gesteente. Claude vindt de raffinaderij. Hij probeert het proces te analyseren, maar het is heel lastig, er is veel expertise voor nodig. De hoeveelheid die hier ligt is in vier dagen te destilleren tot een bodempje. Deze installatie kan inderdaad maar één flesje zonium per maand produceren. We balen dat Claude dat flesje in de bron heeft gegooid. Risha neemt een groot brok van de erts mee. Als we geen zonium kunnen laten zien, dan kunnen we wel laten zien dat wij de mijn hebben. Dan gaan we terug naar Bronwë om zwaarden te regelen en meteen door naar Silver.

17-vii-R2
De hoofdstad van Silver is een massieve stad in de rotswand van een berg. Het is er heel ordelijk. De dwergen kijken verwonderd naar onze vliegmachine. We landen en Risha stelt ons voor aan de wachters. “OK. Wapens hier achterlaten en meekomen.” Ze voeren ons mee naar een immense zaal. Een dwerg gaat snel op de troon zitten.
“Jullie hebben nog een schuld bij ons,” zegt de dwergenkoning. Risha legt uit dat wij de mijn willen heropenen. “Dat gaat jullie wel geld kosten. Tien goudstukken per maand per dwerg. Er zijn honderd dwergen nodig om de destilleerderij te bedienen. Claude rekent het even na in zijn hoofd. Hij komt op 87, dat is dichtbij genoeg. Risha tast in zijn buidel: “Hier is alvast duizend goud voorschot voor de eerste maand.” De rest betalen we per maand via ambassadeur Barkust.
Nu de zaken afgehandeld zijn, wordt er een banket gehouden. We moeten verslag doen van de oorlog en de dwergen willen graag weten wanneer we de Barrows weer terug denken te hebben. ’s Nachts slaapt alleen Risha goed. Hij is nog klein genoeg voor een dwergenbed.

20-vii-R2
Terug in Bronwë. Gnumpathi is het met ons eens dat het bezitten van de mijn belangrijker is dan het hebben van een voorraadje zonium. “We gaan naar Nowhere. Darkwhere is te gevaarlijk voor ons, en Elsewhere is te gevaarlijk voor de Technici. Dus we ontmoeten elkaar in het midden. Heel belangrijk: raak elkaar niet aan!”
Hij neemt ons mee naar een magische cirkel en spreekt de nodige toverspreuken uit. Een regenboog ontspringt in de cirkel.

3 XP

The RoSE – 65

Gar onderzoekt nog wat de kristallen uit de grot doen. Je kunt er mee onder water ademen, maar na een paar dagen beginnen ze hun kracht te verliezen. Als earth-type denkt hij dat hij daar nog wel wat aan kan doen.
We overleggen in vertrouwen met Mnemon. Als Sarina vraagt of ze haar insigne van de anti-demoneneenheid uit Looksy kan dragen, brengt dat Mnemon op het idee om ons te presenteren als bezoekers van die andere grote academie daar. Sinds de Great Contageon is er geen contact meer geweest tussen de twee academies.
Ghurkan en Sarina doen hun weermagie. Het resultaat ziet er enigszins natuurlijk uit.

De aanval is voorspeld voor de eerste dag van Descending Waters. We verwachten de lunars twee dagen voor die dag. Die dag is het volle maan, wat zou betekenen dat de lunars alleen in hun spirit form kunnen rondlopen. Daarom vragen we de weergoden om de vijandelijke vloot een paar dagen op te houden. Olric helpt deze keer mee. Met de Thoughtfull Gift Technique kan hij een goed aanbod doen. De goden laten zich niet zien: oorlog voeren met weermagie is ten strengste verboden. Ghurkan belooft zo nodig de schuld op zich te nemen als voorzitter van het Deliberative. Dat is niet genoeg. Er is zoiets als een mensenoffer nodig. Oei… dat gaat wel ver. Ghurkan biedt een regendans aan door de lokale niet-dragonblooded bevolking, een jaarlijks dankfestival en een aantal dierenoffers. Hij krijgt het idee dat hij met een hoge god aan het onderhandelen is. Olric weet veel van dat soort zaken. Hij ontdekt dat ze met de satraap van het Blessed Isle zitten te praten. Ghurkan biedt inspraak aan bij het bepalen wie de keizerin zal opvolgen. Er wordt nog onderhandeld wat ‘medebepalend’ betekent. De satraap krijgt de 21e stem, naast de twintig siderials die over dit soort lotsbestemmingen gaan.
Op zee gaat het een stuk harder spoken. Het leger arriveert daardoor twee dagen later, terwijl onze vloot uit Gethamane een dag eerder aankomt. Het dorp wordt geëvacueerd. Sarina en Olric doen Raising the Earth’s Bones om twee nieuwe riffen te creëren. We leggen ook een hinderlaag bij een heuvel die een waarschijnlijke locatie is voor het vijandige commandocentrum. Marina verbergt daar een aantal personen.

De vijandelijke vloot arriveert. De schepen zien er gehavend uit. Olric doet Parting of the Seas. Hij en Little Shu staan met een kristal uit de grot te wachten tot de schepen binnen bereik zijn. De zee begint te kolken, het schip begint te kantelen. Aan boord doet een tovenaar Countermagic. Op de boeg licht een aura op. Little Shu (als Green Hornet) wil schieten, maar is te laat. Ze zitten alweer onder water.
Vanaf de boten stijgen krijgers op windblades op: de eerste aanval. Atis, Sarina, His in zijn warbird, Sango en Tawuz gaan er op af. Sarina is de aanvoerder. Onze tegenstanders zijn met 20 personen. Ze vinden ons duidelijk maar een samengeraapt zooitje. Ze schieten een serie pijlen op ons af, er raken een aantal, maar ze hinderen ons niet echt. We schieten terug, maar doen geen enkele schade. Het zijn enthousiaste jonge stunters die hun daiklaves trekken.
Olric en Green Hornet komen weer aan land. Green Hornet stapt op zijn windblade en doet een aanvalscombo waarmee hij vijftien aanvallers raakt (Arrow Storm en 2nd Archery Excellency) Het doet niet zo veel schade, maar hij valt wel op. Vijf gaan er op hem af.
Onze tweede aanval doet meer schade. We slaan hun aanval af. De vijf die Green Hornet aanvallen missen hem ruim. Onze aanvallen raken, maar doen weinig schade. Green Hornet doet de Peony Blossom Attack. Zijn kasteteken begint op te lichten. Hij doet wel schade. Een paar raken zwaargewond. Er blijven er twee over. De unit onder Sarina doet ook flink schade. Van de andere groep zijn er nog maar vier over, maar die houden stand. Green Hornet valt beide resterende aanvallers aan. De ene valt van zijn windblade, de andere slaat op de vlucht. Onder ons klinkt zwaar gekraak: een galjoen is op het nieuwe rif gelopen. Onze eenheid valt weer aan en het gevecht is voorbij. We hebben twintig van de vijfentwintig luchttroepen uitgeschakeld.

Kimberi stuurt bericht: “Ik heb hun tactiek geanalyseerd. Die is primitief. Ze rekenen op hun overmacht. Laat ze maar aan land komen.” We keren terug naar het Heptagram.
In de hinderlaag liggen Phoenix en Eye of Autumn in hun warstriders, plus Xar in de Compassion warstrider van Sango. Het leger wil inderdaad het heuveltje innemen. Ze zijn op hun hoede voor een hinderlaag, maar merken ons niet op. Ze zijn met twintig warstriders en vijftig man voetvolk. Eye is in warform. Ze is er sterker door, en niemand die kan zien dat ze anathema is.
Onze eenheid kan hen verrassen.Terwijl de vijandige warstriders langslopen, grijpen we hun benen om ze om te gooien. Het resultaat valt een beetje tegen. Nu ze ons gezien hebben, vallen ze aan. Gelukkig is de tegenaanval ook niet zo effectief. Na een uitwisseling van slagen daagt de aanvoerder Eye uit voor een duel. Gar biedt Eye zijn goremaul aan en een Strength of Stone spreuk. Phoenix doet Aura of Invulnerability. Maar als Xar een Countermagic op de de tegenstander doet, doet een van de andere strijders hetzelfde op Eye. Het gevecht moet eerlijk en gelijk zijn. Eye haalt haar schouders op. De tegenstander heeft een dire lance en hij heeft een zwart harnas aan. Water type.
Eye is sneller – wat je niet zou verwachten bij een water-dragonblooded – en stormt er op af. Ze gebruikt de goremaul om zich af te zetten zodat ze hem met beide voeten voluit op de borst raakt. De aanval lukt heel goed. De tegenstander valt ruggelings op de aarde, twee diepe voetafdrukken in zijn borst. “Ik geef me gewonnen.”
“OK. Kom maar uit je pantser.”
Hij heeft charms nodig heeft om uit de warstrider te komen. Het blijkt een jong watertype te zijn, met rode ogen en zeewierachtig haar. Hij vraagt vrije aftocht voor zijn troepen. Eye eist dat ze zich dan ook verder uit de strijd terugtrekken. Even later realiseert Eye zich dat deze warstriders stoottroepen waren, maar de honderdvijftig man voetvolk waren waarschijnlijk de generaal met zijn strategische staf en garde, die het heuveltje kwamen bemannen.

De vijandelijke tovenaars worden beziggehouden doordat “Little Shu” (in werkelijkheid is het Kimberi’s generaal Player of Games, in het harnas van Little Shu) er demonen op afstuurt. Het moraal van de tegenstanders is laag. Bij elke tegenslag deserteren er troepen. Dat is niet wat we verwachtten van de troepen van het Keizerrijk. Néré vraagt zich af of dit niet een schijnaanval is, bedoeld om iets anders te camoufleren. “Ja,” zegt Player of Games, “er was nog een geheime aanvalsgroep onder leiding van dit eikeltje hier. Maar die heb ik uitgeschakeld.” Hij wijst op het lichaam van Ravensclaw. “Het is er eentje van Malpheas. Ik herkende hem. Hij zou een groep via de achterdeur binnenlaten.”
Kimberi’s generaal analyseert het gevecht. “Onze tegenstander is de Ebon Dragon. Zijn soldaten hebben anti-deugden: ze zijn laf, wispelturig, onmatig en egocentrisch. De Keizerin heeft door haar dynastieke charms macht over de dragonblooded, alleen daarom gehoorzamen ze. Wat het grotere spel van de Ebon Dragon is, weet Kimberi niet. Hij heeft een andere aard dan Zij. Je kunt er alleen zeker van zijn dat er verraad aan te pas komt. Misschien ten koste van de andere vier Jozi’s?”

De klok wordt geluid. Verzamelen! Op de binnenplaats staan vijf Siderials, vier ervan worden door de leraren en oudere studenten van het Heptagram herkend als oud-docenten. De jongste siderial is in zijn eigen gedaante als zestienjarige Marukhan ruiter.
“We willen een exalt,” zeggen de siderials. We vinden een zwaargewonde dragonblooded die voor dood was achtergelaten op het slagveld.
“Mooi!”
Diverse lunars komen in dierengedaante tevoorschijn uit hoeken en gaten en gaan tussen de siderials staan. Er landt een luchtschip met vier verschillende dragon kings. De studenten kijken hun ogen uit, stomverbaasd dat Mnemon dit allemaal toestaat. De oudste siderial wendt zich naar de jongste. “Ik stel voor dat je de invloed van de Maiden of Journeys aanwendt, jonge vriend.”
De jongen gaat in de stijgbeugels staan, schudt zijn speer en slaat een kreet. Opeens is iedereen getransporteerd naar de top van de Heilige Berg. Daar worden we opgewacht door drie mountain folk: een werker, een krijger en een artisan. Zij ketenen de gewonde dragonblooded vast aan de rotspunt. Wijsheid’s kat (White Owl) begint hem met haar nagels te tatoeëren, terwijl een andere lunar elder, in de vorm van een raaf, er bij chant. De vijf Maidens materialiseren om ons heen. Als laatste onderdeel van het ritueel leest Ghurkan het contract voor. Er trekt een rimpeling door Creatie. Alle sterrenbeelden staan weer op hun plaats en de constellatie van Het Masker is weer heel. Oudere exalts (meest lunars) realiseren zich hoe ver ze van het ideaal zijn afgedreven. De oude siderials weten weer wat ze gedaan hebben, de goden weten het nu ook. Het voelt, vooral voor de hogere exalts, alsof er een sluier van hun bewustzijn is weggehaald. Wijsheid neemt White Owl op schoot. Atis troost de raaf.

Het slachtoffer ligt epileptisch te schokken. “Nog een maand tot Calibratie. Dan is de Great Curse opgeheven en mag deze arme stakker sterven,” zegt de Marukhan. Hij tovert de dragonblooded in slaap.

XP: 7 voor alle personages nu en nog 5 voor de dragonblooded voor de vorige episode.

Tanais – 75

6-vii-R2

Risha begint bleek te zien en merkt dat hij ook ziek is. Heeft hij de ziekte opgelopen bij Katootje? Hij stapt er mee naar Chang. Die kan de levensduur verlengen, maar de ziekte niet stoppen. Claude komt er achter dat zo’n 15% van het leger het onder de leden heeft. Hij geeft opdracht de koning te isoleren. Chang denkt dat een shiragi-extract de ziekte kan genezen.

Gnumpathi komt langs. Hij is van plan naar Darkwhere te gaan om contact te leggen. Hij ziet ons over een paar dagen weer. Gwan wil de ziekte opzoeken, maar komt er achter dat we helemaal geen bibliotheek hebben. Alleen de Geb’se tovenaars hebben naslagwerken. Ze hebben inmiddels een villapark gebouwd iets ten Noorden van Soul. Bilgir Nam, de necromancer, is degeen die we moeten hebben.  Hij doet Onyx Countermagic om de magische component te verwijderen en dat geeft Chang kans om de ziektecomponent te genezen. Risha is heel dankbaar en vraagt wat de tovenaars zouden willen. Bilgir Nam wil wel helpen met nieuwe troepen. Hij summont een ondode dienaar en vertrekt naar Shearton om de doden daar tot een zombieleger te vormen. We geven hem de zieke soldaten mee, die zal hij onderweg één voor één onttoveren zodat ze kunnen worden genezen. Maar de brahmaanse genezers weigeren om met de tovenaar samen te werken. De Derweth vinden necromancers ook niet zo tof, maar dit is voor de hun wel een kans om zich geliefd te maken en de brahmanen een hak te zetten. De vratja’s hebben geen probleem en er gaan er een stel mee als lijfwacht.

Intussen komt Adèle bij Gwan. Ze zijn uitgenodigd voor een etentje bij Massala de brahmanes. Gwan bereidt een speechje voor.

’s Middags komt Mahakrishna langs. Hij neemt afscheid en nodigt ons formeel uit om over drie maanden een tegenbezoek te brengen en aan zijn Baikal-hof te logeren. Dat accepteren we natuurlijk.

Chang verbiedt bordeelbezoek. Risha stelt voor om de hoertjes ook te genezen. Daguerre reist af naar de Veenzaal om een oplossing te zoeken.

Die avond gaat Gwan naar de tempelstad. De dames roddelen gezellig. Massala begroet hem hartelijk. Ze dankt hem voor het goede werk voor de weduwen en wezen. “We zijn trots op je inspanningen. Maar dat is niet waar we je voor riepen. Er staan grote dingen te gebeuren. Kijk eens wat ik zag terwijl ik in de ketel roerde. Neem een kommetje soep!” Het wordt licht in zijn hoofd en hij gaat er even bij liggen. Hij krijgt een visioen: Melek Qart en de draaikolk. Massala kijkt nieuwsgierig mee. Gwan’s beelden zijn veel duidelijker dan die van haar. De draaikolk wordt steeds groter, begint de kust te verzwelgen. De goden staan er in een cirkel omheen te vergaderen. Op een afgesproken teken springen ze in de maalstroom. Dat geeft een enorme explosie.

Gwan komt bij en kijkt Massala aan. “Ik heb met jou meegekeken,” zegt ze, “want ik vermoed dat ik weet wat er aan de hand is. De dood van de goden is nabij. Ze liojken zich opgeofferd te hebben. Het ziet er ernstig uit. Dit is echt een slecht teken. Kun jij dit voor me uitzoeken?”

Tegelijkertijd leidt Claude een dienst aan Pashupati en Chang inspecteert in eigen persoon de bordelen. Ja hoor, meteen in de eerste zitten al een paar soldaten een biertje te drinken. Grote schrik! “Heren een drankje mag, maar verder niet. En meldt u zich morgen voor medische inspectie.” Hij vindt een rijk spectrum aan onverwachte activiteiten.

Risha gaat naar Chantal. Ze belooft de lunars en siderials op te roepen voor een grote vergadering van alle exalts. Gwan komt bij ze en vertelt dat de goden van Melek Qart zelfmoord hebben gepleegd. Hij scry’t de draaikolk en de stad Arad met zijn hoge rotspunt, maar krijgt alleen statische ruis in dezelfde frequentie als Yerech, waar Mot stierf. Hij probeert Arad vanuit een andere hoek te zien en met grote wilsinspanning krijgt hij beelden door de ruis heen: een stad met wolkenkrabbers. Risha herinnert zich  dat hij door de draaikolk heen naar de andere wereld kon kijken en daar ook zo’n stad zag. Hij filosofeert over zonium en denkt dat de goden zich hebben opgeofferd als buffer, of misschien overgesprongen zijn. Wanneer is de volgende botsing uitgerekend?

Hij raadpleegt de witte stenen. Eerdere botsingen waren in 718 en 10.436. Het jaar 183.840 zou volgens zijn berekening het laatste jaar moeten zijn. Maar de steen met daarop 128.001 is een voorspelling: “De wereld is vergaan!”  Mensen verschenen rond 66.000. En op de steen 126.231 staat “Vixen bestaat nu 10 jaar.” Als we weten hoe oud Vixen nu is, kunnen we de twee tijdrekeningen naast elkaar leggen. Hij vraagt of de ambassadeur van Vixen, Chloren, de volgende ochtend even langs kan komen.

Die nacht heeft Gwan een nachtmerrie: een wolk van vernietiging spreidt zich uit.

7-vii-R2

Soldaten staan bedremmeld te wachten op het excercitieplein. Van de 15 die betrapt waren, zijn er twee besmet in het bordeel van Shantitown.  Dertien soldaten krijgen een aantal dagen zwaar, maar de twee die besmet zijn, worden door Chang onthoofd. Er gaat een siddering door de menigte.

In de zomerresidentie ontmoet Risha Chloren, een schichtige jongeman,  en vraagt hem welk jaar het is. Vixen bestaat al vele jaren. Greater Soul maakte er ooit deel van uit. .Dit is het jaar 1885 van Vixen. Omgerekend maakt dat witte-stenen jaar 128.006, dat is voorbij de voorspelling! Terwijl Chloren wegloopt, begint de grond te trillen. Een aardbeving van vijftien minuten. Er ontstaat veel schade aan de stad en er is paniek op straat. We gaan snel naar de bron. Het flesje zonium gaat mee. De gang is nog intact, de bron klotst en golft. Het borrelt als een verstopte doorvoer. Het water welt op. Risha vliegt met Gwan op zijn rug en Claude en Chang klimmen tegen de muur op. Claude druppelt wat zonium in de bron. Er verandert niets, dan kiepert hij het hele flesje er in. Het water blijft stijgen. We gaan snel naar buiten. De koning beveelt de stad te ontruimen. 2000 man proberen zich door de smalle stadspoort te persen. De laatste 800 worden ingehaald door het water en gaan in stasis. Wij gaan naar het kasteel. Risha rent met een grote hamer naar de kelder. Hij slaat tegen de opening van de bron en maakt hem groter zodat het water uit de stad weg kan stromen naar het bos. Als het water weer weg is en alles weer is opgedroogd, blijken de mensen nog in stasis. Ze worden in een pakhuis opgeslagen. In een emotionele speech gooit de koning de blaam op Eénoog. De mensen pikken het (10 successen).

Kadier blijkt te zijn gespaard. “Ik weet niet hoe ik dit moet zeggen,” zegt hij, “er is een probleem.” Risha vraagt: “De goden?”   “Nee. Het Qartiaans is niet meer rechtsgeldig. De kracht is uit de letters verdwenen. Alle contracten zijn niet langer gedekt. Mijn inventaris doet het niet meer, althans alles wat op Qartiaans Elsewhere dreef is uitgevallen.” Gwan vertelt zijn visioen.

“Ik ben geïsoleerd, gestrand en heb geen contact meer met Melek Qart.” Risha zegt: “Het einde van de wereld…”

Gwan scry’t de grenzen van het effect. Biblos is weg, Megiddo is weg, Samak bestaat nog, maar er is wetteloosheid uitgebroken.  Hun techniek om naar Elsewhere te gaan was met hun geleidegeesten, maar die zijn er niet meer. Kadier vraagt of Risha manschappen kan sparen om hem te beschermen tijdens zijn terugreis. Ja dat kan wel. We geven Adrarn mee.

3 xp

The RoSE – 64

Als we terug zijn gaan we doen waarvoor we gekomen zijn: lesgeven. Olric reorganiseert het curriculum van Astronomie. Het is niet direct te zien, maar hij moedigt kritisch denken aan en de grondslagen van de lesstof ondergraven de grondslagen van de Immaculate leer.

De avond breekt aan. Bij de faculteit Astrologie wordt bier bezorgd. Het heeft zich rondgesproken dat er feest is. Het schoolorkest meldt zich spontaan. Overal lopen demonen rond, als bediening. Het is duidelijk dat er populaire kinderen zijn en minder populaire. Vier van de vijf die we gered hebben horen bij de populaire, maar de allerpopulairste is een knappe jongen van een jaar of zeventien, met lang zwart haar, een zwarte mantel en zwarte nagels. Hij noemt zich ook Ravensclaw. Olric en Néré letten eens op hem. Hij is erg druk bezig zijn entourage te onderhouden. Hij doet ook steeds kleine social attacks. Cynis Baraka is opeens in zijn kring opgenomen. Blijkbaar is hij interessant geworden voor Ravensclaw. Wijsheid is er ook. Hij is níet populair, maar heeft wel zijn eigen groepje vrienden.
Olric wijst Xar op Ravensclaw. Na enig overleg besluit Xar haar Jewel of the Perfect Merchant te gebruiken om haar sociale vaardigheden te verbeteren.
De band is weird. Om tien uur gaat de eerste eerstejaars over zijn nek. Néré besluit om af en toe discreet wat bij te sturen. Olric vraagt of Phoenix en Néré de vrienden van Ravensclaw wat complimenten willen geven, maar niet de jongen zelf. Néré babbelt met Jasmijn, een studente Herbologie die het goed deed in de lessen EHBO. Daarna stapt ze op Wijsheid en zijn vrienden af. Het ijs raakt snel gebroken als ze hen om hulp bij het onderhoud van haar harnas en Belt of Aereal Mobility vraagt. Phoenix complimenteert een andere populaire jongen, maar die neemt het als gegeven aan. Olric probeert een roddel in de wereld te brengen door over de reddingsactie te praten terwijl er iemand langsloopt. Xar maakt een babbeltje met Cynis Baraka. Die is blij om gered te zijn, maar het voelt vreemd. Xar belooft hem dat we hem in contact zullen brengen met een leermeester in de Necromantie. Het gesprek wordt al snel onderbroken door een meisje dat erg aanhankelijk is. Phoenix probeert het opnieuw bij de student, Oleg, en heeft een stuk meer succes als hij hem een obscure (en schunnige) toast van de Red Piss Legion leert. Néré gaat aan de band vragen of ze wat meer dansbare muziek willen spelen. Olric: “De booty moet geshaked!”
Olric krijgt de indruk dat Ravensclaw met een subtiele tegenaanval bezig is. Xar besluit om in zijn buurt te struikelen en bier over hem heen te gooien. Even flitst er iets door ogen, maar meteen daarna is hij de beleefdheid zelve. Xar twijfelt er niet aan dat hij op wraak zint. Olric zet de Poisoned Tongue Technique in om Ravensclaw’s worden te verdraaien. Hij stopt onmiddellijk met praten en gaat naar zijn kamer om schone kleren aan te trekken. Hij komt terug met een paar mooie flessen sterke drank. Olric beredeneert met Xar dat de jongen zal denken dat Xar er achter zat. Ze willen het laten overkomen alsof het haar wraak is voor de interruptie van het gesprek met Baraka.
Ravensclaw begint een uitgebreid ritueel met de sterke drank, suiker en vlammen. Het duurt een half uur en wordt gewoonlijk door een ouderejaars gedaan. Olric besluit in te grijpen en schuift Baraka naar voren. Geschokt gefluister. Baraka vraagt Ravensclaw om hulp, dus effectief doen ze het samen. Daarmee redt hij de situatie enigszins. Olric bedankt Ravensclaw openlijk. Na het ritueel gaan de remmen los. Degenen die niet dronken afdruipen beginnen met orgiën en dergelijke.

Phoenix gaat patrouille lopen. Om drie uur ziet hij vier hoofdmeesters (Mnemon, Bhagwé, Senex en Sorrowfull Leaf) naar een poeltje lopen en daarin gaan staren. Ze doen er overigens niet geheimzinnig over. Olric komt naar buiten, want het feest loopt op zijn einde, en gaat er bij staan.
“Welkom Olric! Kijk. Dat zit er aan te komen!” Hij ziet in het water een leger warstriders, dragonblooded op simhatas, twintig draagstoelen gedragen door bloodapes, en zo’n vijfentwintig man op hoverboards. “Dit is nu. Ze zijn bij elkaar aan het komen. Dit leger zal ergens tussen over twee weken en een maand aankomen, afhankelijk van het weer tijdens de overtocht.
Olric stelt voor de weergoden om hulp te vragen. Na veel misverstanden komt het hoge woord eruit: die weigeren met dragonblooded te praten. Hmmm… Ze speculeren nog wat. Olric stelt guerilla aanvallen voor, maar dat idee wordt afgewezen. Alle kleine goden op het Cursed Isle zijn geactiveerd en staan aan de kant van de keizerin. Je kan er landen, maar je komt er niet meer weg.
Xar gaat weg, zó dat Ravensclaw het ziet. Hij doet niets. Ze zet wel een leeg bierflesje op de deurklink.

De volgende ochtend melden zich relatief veel studenten met hoofdpijn bij de ziekenboeg. Néré raadt iedereen aan veel water te drinken en goed te eten. Olric start zijn college met iedereen een biertje aan te bieden. “Hair of the dog!” Het maakt hem populair.
In de middag houden de docenten oorlogsberaad. Wij worden ook uitgenodigd. Ze zeggen dat er vijftig sworn brotherhoods van veteranen op ons af komen, en honderd warstriders, en zo’n twintig sorcerors. “En deze zijn ons onbekend, dus ze hebben niet hier gestudeerd.” Olric suggereert voorzichtig dat het Infernals kunnen zijn. Bhagwé zegt: “Twintig infernals? Er zijn er maar vijftig.” (Interessant dat hij dat weet.) “Waarschijnlijk twee. Wij hebben vijftig sorcerors van wisselende kwaliteit. Misschien kunnen we ze essence laten opslaan en spreuken in voorwerpen opslaan.”
Mnemon zegt: “Maar er zijn hulptroepen onderweg. Wat wij hebben is de kennis. En onze aanvallers hebben een bloedband met de keizerin en zullen dus minder vrije wil (en virtues) hebben. Minder flexibel zijn. En,” zegt Mnemon, “ één van onze sterkste troeven is één van de eerstejaars.”
Olric mompelt: “Het demonenprinsje.”
Bhagwei, die tot nu toe een grote hekel aan Wijsheid leek te hebben, legt uit dat die ambassadeur naar de yozi’s is, en hen kan vragen zich terug te trekken. “Maar dat kan alleen als er onderhandeld wordt over overgave. Misschien kunnen we ons zwak voordoen?”
Olric wijst op de oude traditie van ‘parlay’, onderhandelingen voor de strijd. De docenten zijn verrast. “Het staat niet in het Boek met Duizend Correcte Acties.” “Maar het is wel een traditie van vóór het keizerrijk.”

Buiten klinkt een alarm. “Er komt iets door de lucht!”
Het blijken de solars te zijn, met één warstrider op hun cloud trapeze. Phoenix wordt erop uit gestuurd om ze welkom te heten. Hij biedt hen Windslave Disks aan voor het snel transporteren van de overige warstriders. “Shit! Die hebben wij ook. Glad vergeten!” Sarina blijft even thee drinken en gaat dan terug om de rest op te halen.
Olric vraagt discreet hoe tolerant de overige docenten zijn ten opzichte van de ‘onorthodoxie’ van de nieuw-aangekomenen. Mnemon legt uit dat ze zeer voorzichtig moeten zijn. Het merendeel van de docenten zal bij een conflict tussen een infernal en een solar de kant van de infernal kiezen(!) Derde cirkel tovenarij kan gewoon: er is niemand in Creation die dat nog herkent. Tweede cirkel wordt wel herkend, dat kunnen de (oud-)hoofdmeesters. Olric vraagt ook door over het infiltreren op het Cursed Isle. Dat lijkt haar echt moeilijk.
Intussen komen de solars binnen. Iedereen krijgt een kop thee. Olric vraagt of Ghurkan en Sarina met de weergoden kunnen onderhandelen. Sarina zoekt uit hoe ze de strategietafel versneld hierheen kan krijgen. Ze gaat weg, stapt in haar warbird en maakt een looping als afscheid. Een groepje enthousiaste studenten staat er bij te applaudiseren. Eentje heeft verstand van warbirds (alleen boekenkennis). Hij mag met Sarina mee. Hij kan onderweg uitleggen hoe het ding werkt. Ze spreken af dat hij haar zal helpen met het aanbrengen van bewapening.
Olric en Ghurkan discussiëren over waar en wanneer we het keizerlijk leger slecht weer laten overkomen. Boven het Unblessed Isle zou opvallen.
Sango geeft de dragonblooded de personal assistants die de dragon kings voor ze gemaakt hebben.

Hoe doen we ons voor? Sarina gaat als een bezoekende hoofdmeesteres uit Lookshy. Ze komt kennis uitwisselen met Olric. Atis gaat assisteren bij Magitech. Ghurkan doet zich voor als amanuensis en gaat de acquisitie doen. Sango is een hoofdmeesteres uit Nexus die zich nuttig maakt bij de martial arts training.

Er bestaat een solar charm (Harmonious Academic Method) om snel aan hele groepen een ability aan te leren. Olric zou graag zoiets kunnen en gaat op zoek: is er een variant van ontwikkeld voor dragonblooded docenten? Dit zou een logische plaats zijn om zoiets te vinden.

XP volgende keer

Tanais – 74

Tanais 74 : 30 oktober 2014

27-vi-R2
Gwan vliegt terug. De zieke pegasus en Drilim Corsair blijven achter in Hunter’s Lodge. Claude stuurt Singh op pad naar de Hoogzetel en geeft hem postduiven, geld, een diplomatiek stempel en uitrusting. Gnumpathi richt zijn nieuwe huis in. De rest van de party is in overwinningsroes bij Shearton. Risha bevordert dappere soldaten. Hij sticht een ridderorde: de Orde van de Groene Hengst. Daar maakt hij zich erg populair mee.
Claude geeft de geheime dienst opdracht Gnumpathi te bestuderen. Dan inspecteert hij het magische bos. Dat is voor 90% verdord. Als hij gaat overleggen met Kadier, neemt deze hem mee naar de bron. Die is inmiddels door Kadier schoon gemaakt. Hij heeft het schuim verwijderd en de olievlekken zijn er niet meer. Claude vertelt wat er met hem gebeurd is. Kadier is het met hem eens dat de energie voor de planeshift van het woud afkomstig moet zijn geweest.
“Dat betekent dat Nehal Nemar een heel krachtige magiër is. De derde bron is bij de Soulfields. Daar hebben de lokalen toch een Faery Queen? Probeer te voorkomen dat hun bron ook gebruikt wordt!”
’s Avonds komt de postduif aan. Dan wil Daguerre hem even privé spreken. “Katootje (dat is één van de hobbits) heeft een ziekte. Die heeft ze vast gekregen van een van de soldaten.” Claude verkleedt zich als verpleegster en gaat bij het meisje langs. “Ik zal jullie even alleen laten,” zegt Daguerre. Claude onderzoekt Katootje. Er komt shiragi-groene pus uit haar builen. “Het is niet zeker dat ik het van een soldaat heb,” zegt het meisje. “Het is heel ernstig, zeer besmettelijk,” zegt Claude, “drink dit.” Hij geeft haar een snelwerkend gif en zorgt er voor dat ze de volgende morgen afgevoerd wordt.

1-vii-R2
De anderen gaan met de krijgsgevangenen naar de Soulfields. De Sheartonners zijn nette, ietwat burgerlijke mensen. Ze geloven in “het hogere goed”. Onze kleuren doen pijn aan hun ogen. Zij zien niet dat hun land grauw is, voor hen zijn de grijstinten wel kleuren. Sinds de Derweths en de monniken, die in hun ogen stonden voor stagnatie, corruptie en achterlijkheid, verjaagd hebben, is het leven beter en overzichtelijker geworden. Onderweg scry’t Gwan Claude. Hij ziet hem een soort isolatiepak uittrekken. Aan het einde van de dag komen we bij de grens aan. Daardoor lopen we de postduif van Claude mis. Risha laat de Derweths halen voor het “rehabilitatieproject”.

2-vii-R2
De grens is waar schapen niet meer willen grazen. Dus de koning besluit om een deel van het grasland aan de derweths te geven, zodat de Sheartonners hun schapen kunnen blijven hoeden. Hij vraagt of hij een onderhoud mag met de Derwets. Ze zullen er morgenmiddag zijn.
Gnumpathi zoekt Claude op in de brahmanenstad, hij slipt soepel langs de wachters. Claude is aan zijn vliegmachine aan het knutselen. “Indrukwekkend.” (Hij meent het niet, maar probeert beleefd te zijn.) “Maar ik heb belangrijkere zaken dan deze futiele oorlog. Zullen we een wandelingetje maken?” Ze gaan naar het stoffige bos. “Ik weet niet goed hoe ik hierover moet beginnen,” zegt Gnumpathi, “jullie zijn Solars, een nieuwe ster aan het firmament. Het schijnt dat jullie veel gereisd hebben. Dit is iets voor mijn eigen agenda. Maar voor ik verder vertel, wat weten jullie van deze wereld?”
“Niet veel, maar ik heb veel hypotheses en veel van wat ik ‘wist’ heb ik geschrapt.”
“Wat vind je van Elsewhere?”
“Ik ben er niet geweest, maar ik weet dat de Qartianen het gebruiken.”
“Het is een goede manier om te reizen.”
“En deze wereld is niet het origineel,” zegt Claude.
“Elsewhere, Nowhere en Darkwhere, bedoel je dat?”
“Nee.”
“Ik ben naast ambassadeur ook handelaar.” Claude voelt dat dit niet helemaal waar is. “Er is een stof, een vloeibaar metaal, dat heel kostbaar is. Daar ben ik heel erg in geïnteresseerd en het is van belang voor ons aller lot!”
“Waarvoor wordt het gebruikt?”
“Lieden, niet van hier, noemen het Zonium. En die hebben mij uitgelegd dat het belangrijk is voor de redding van de wereld.”
“Ja, iedereen denkt dat hij bezig is de wereld te redden, maar deze wereld is de kopie.”
“Dan klopt het wat ik gehoord heb.”
“En Eenoog wil beide werelden naar de gallemiezen helpen.”
“Nee. Eenoog is realistisch en degenen die de botsing willen voorkomen zijn dat niet. Ik wil de haalbaarheid van het voorkomen van totale vernietiging onderzoeken. Je kunt het botsen ook zien als aanmeren, en het Zonium kan daarbij helpen. Ik wil daar graag met jullie, dus ook de andere solars, over praten. Prachtig bos, ik hoop dat het weer gaat groeien.”

3-vii-R2
Er zijn 20 derwethen gekomen. Risha legt zijn plan uit.
“Dat is een eer. Er gaan wel wat maanden overheen. Geef hen de tijd om te wennen.”
“En ik zou graag een leermeester willen hebben om de Soulfield manier eredienst aan de goden te leren kennen.”
Een derweth die Drahaim heet wil hem wel instrueren.
Chang wil een medische checkup van het leger. Er is niemand bezweken aan de ziekte. Eén soldaat zit onder de pussende zweren en een andere is een beetje vaag. Die gaan in quarantaine, hun maatjes moeten hen in de gaten houden. De ziekte verspreidt zich niet zonder prostitué bezoek.
Gwan gaat inventariseren hoeveel schapen er zijn meegekomen en stelt plannen op. Een strak productieplan, dat zien de Eenoog aanhangers wel zitten. Hij stijgt in hun achting. “Wij mogen op deze nieuwe plek onze oude dingen doen.”

4-vii-R2
We gaan terug naar Bronwë. Claude probeert zij vliegmachine uit, maar krijgt hem niet in zijn eentje omhoog.

5-vii-R2
We komen aan bij de stad. Risha wil aan de 9 vragen hoe de truuk van Nehal Nemar om het bos te drainen werkt.
Claude ontdekt dat de geheim agenten die hij op Gnumpathi had gezet letterlijk niks van hem weten. Ze zijn ’gewist’. Hij geeft ze een nieuwe opdracht: “Zoek alle mensen met een geslachtsziekte. Daguerre doe ik zelf wel.”
De hereniging. Claude vertelt over de valstrik en het grote leger in de andere dimensie – niet else-, dark- of nowhere – en de vreemde wezens in de stad.
“Hé Claude! Ik hoor dat de koning … Ah, daar bent u!” Het is Gnumpathi. Hij stelt zich voor. Het blijkt dat hij van oorsprong Shintasta is, maar van een ander koninkrijkje dan dat waar Risha vandaan komt. “Jullie zijn toch niet bang voor me?”
Er ontstaat een ruzie tussen Chang en Claude over de gemaakte afspraken. Maar Gnumpathi stelt Chang gerust: “Het is een Qartiaans contract en ik heb je vriend gered. Ik wil het onafwendbare op een nette manier vorm geven. De twee werelden gaan sowieso botsen. Het heeft geen zin je ertegen te verzetten.”
Risha zegt dat er nog oorspronkelijke apparatuur is. Gnumpathi vindt het een slecht idee om de tentakels door te knippen. “Veilig aanmeren is een beter idee. Zonium is de buffer tussen de werelden.”
Chang: “Het probleem is het wezen ertussen.”
“Maar als je die doodt, is de magie weg.”
Gwan vraagt: “Wat weet Eenoog?”
“Ongeveer hetzelfde als jullie.” Claude heeft zijn waarheids-charm aanstaan en voelt dat dit niet waar is. “Ik ben niet zo week dat ‘bystander casualties’ me boeien. Zo gaat het nu eenmaal als de wereld vergaat.”
Risha: “De prognose is dat het ditmaal wel voor iedereen fataal wordt.”
“Igrot gaat zich ditmaal voortplanten en wat kunnen wij daaraan veranderen? Eigenlijk niets!”
Chang: “Waarom zouden we ons dan druk maken?”
“Het gaat erom wat er gebeurt. Igrot kan het niet schelen of onze werelden onder een ongunstige hoek samenkomen. Zonium zorgt ervoor dat de botsing gebufferd wordt.”
Risha: “Wat is eigenlijk het doel van Eenoog?”
“Daar mag ik geen uitspraak over doen.”
“En welke andere werelden zijn er nog?”
“Er zijn twee werelden, plus de zones ertussenin: de Wyld, de Wyrd, de -Where’s. Ik ben uw reisspecialist. Er is een voorspelling dat als de botsing goed verloopt, de twee werelden versmelten en de magie blijft bestaan.” Gnumpathi krijgt een bijna heilig vuur in zijn ogen als hij over de charmes van samensmelting praat.
Risha: “Gaat Igrot dood als hij zich voortplant?”
“In principe gaat hij dood, maar het is een vijfdimensionaal wezen.”
Risha denkt dat hij het snapt. “Dus als ik het goed begrijp heeft hij een begin en een einde in de tijd, hij begon toen Chang de knop indrukte en hij zal eindigen als we de volgende keer botsen, maar daartussenin is hij vrij heen en weer door de tijd te gaan?”
“Ja, daar komt het wel op neer …”
“Kunnen wij zelf vijf-dimensionaal worden?” Gnumpathi vindt het een interessante gedachte.
“En de witte stad, waar Eenoog zijn volgelingen naar toe stuurt?”
“Stasisbollen zoals jullie witte stad, zijn slechts luchtbellen.”
Claude: “Kun jij naar de andere wereld?”
“Dat is te gevaarlijk. Jullie hebben te weinig van het Zonium. Maar misschien is het interessant voor jullie om met personen in contact te komen die meer weten van Zonium, Daarvoor kunnen we in Elsewhere afspreken.”
Hij kan ons in contact brengen. Hij is zelf voor de helft van Elsewhere. En Elsewhere is overal.

Xp: 3

Tanais 73 1/2

Intermezzo: Claude in de onderwereld

24-vi-R2
Claude is met drie van zijn brahmanen aan het verkennen. De brahmanen worden door de overige spelers gespeeld. Singh heeft zich gespecialiseerd in helende magie, Huib kan dingen met planten en elementen en Yann beheerst aanvallende en beschermende spreuken.

Met zijn vieren rijden we te paard over de Oude Bosweg. Het ene moment rijden we nog, het andere vallen we naar beneden en bevinden we ons in een naargeestig landschap.
Verderop zien we een groot leger. Het bestaat uit humanoïde wezens, githyanki, veel langer dan mensen, graatmager en met blauw of zwart haar. In de voorhoede herkent Claude één van de negen demonen. Het is duidelijk dat het de bedoeling was om ons leger hierheen te transporteren en dan in de pan te hakken. Maar met ons vieren is het niet moeilijk om buiten het zicht te blijven. Voorbij de legermacht zien we enorm hoge muren van een grote stad. We maken een omtrekkende beweging. Er zijn geen sterren, het is een grote wereld en we moeten niet de verkeerde kant op lopen. Er is een onaards nachtlicht, daardoor kunnen we toch zien.
We vinden een ‘bosje’ van stenen boomachtige kristallen. In eerste instantie is het niet mogelijk om in contact te komen met Pashupati. Maar Claude stelt voor om onszelf in de bomen te hangen en zo de nacht mediterend door te brengen. Het lukt niet om het bosje te wijden, maar Claude’s teken van devotie stelt de godheid toch in staat om zich te manifesteren. Hij kijkt vies: “Zo vrienden, hebben jullie een klein foutje begaan? Nou ja, jullie zijn ontbeerlijk. De tijd dat brahmanen het voor het zeggen hadden is over. Wen maar aan jullie nieuwe koning en de vreemde machthebbers. Maar goed, wat willen jullie van me?”
Claude zegt: “We zitten in de Abyss en weten niet hoe we er uit moeten komen.” “Ik neem in de stad een portaal waar. En dit is niet de Abyss, het is te ordelijk daarvoor. Er is een gebrek aan creativiteit. Nehal Nemar is wel een creatieve geest. Hij heeft jullie hier naar toe gestuurd. De As van het Kwaad. Ze werken allemaal samen. ”
Als de god weer is vertrokken, gaan we op weg in een ruime bocht om het leger heen. De githyanki zien er zo niet-menselijk uit dat wij ons niet als hen kunnen vermommen. Het landschap is leeg en stil, uitgestorven. Als we het leger bijna zijn gepasseerd, komen we langs een open groeve waar mensen rondscharrelen. Ze dragen lompen die vaag herkenbaar zijn als Soulfield kleding. We zien geen opzieners, alleen losse eenzame werkers die kristalknollen opgraven. We scheuren onze kleren en maken ze vuil. Singh loopt op een werker af en spreekt hem aan. De man is uitgemergeld en oud voor zijn jaren. Hij staart met een lege blik en murmelt onbegrijpelijk als hij wordt aangesproken. Singh ziet dat hij een versleten riem draagt waar een Eenoog-insigne van af gehaald is. Singh krijgt de indruk dat de man hem ergens voor probeert te waarschuwen. “Jaja, er is een leger. Ze zijn eng.” Singh verlost de man uit zijn lijden en trekt diens lompen aan. Hij neemt de kruiwagen met kristalknollen en sjokt richting de stad. De anderen jatten ook kruiwagens en voldoende knollen om ze vol te krijgen.
In de verte horen we rumoer: gezang, wapengekletter, het gestamp van legerlaarzen. De kruiwagensporen convergeren naar de stadspoort. Van dichtbij zien we dat de muren van de stad vijftig meter hoog zijn en van glad, naadloos obsidiaan. In de stad steekt een enorme smalle naald omhoog. De poort is gesloten. Naast de poort is een kuil vol met de mineraalknollen. We legen onze kruiwagens en blijven nog even rondhangen. Dat is blijkbaar verdacht, want er wordt opeens brandende pek naar beneden gegooid en er worden pijlen op ons afgeschoten. Huib wordt geraakt. We rennen weg. Als we eenmaal buiten schot zijn geneest Singh de wonde.
Bij een stuk muur waar op dit moment geen bewaking lijkt te zijn klimt Claude met Spider Climb omhoog, terwijl Huib Air Walk doet zodat de brahmanen ook omhoog kunnen. Boven zien we een paar van die wezens met de rug naar ons toe zitten. De muur is zo’n vijftien meter breed. We passeren ze snel. Beneden is een uitgebreide stad met afgebakende domeinen. We komen aan in een gehucht binnen de stadsmuren. Hier wonen mensen, maar ze zien er heel anders uit dan de armzalige sloebers bij de steenknollenmijn. We zien kooplieden in veelkleurige gewaden, maar ook vrouwen en kinderen van het niet-aardse volk. De twee rassen mengen niet.
Claude vindt het tijd voor een Flawless Disguise en de brahmanen gappen kleren van een kleermaker, die door Claude wordt gedood. Het kost een beetje moeite om goede combinaties te vinden, maar we denken dat het wel gelukt is. Een alien kind loopt tegen een van ons aan. Het kind kijkt verbijsterd. Claude zet hem overeind en geeft hem een schouderklopje. Het kind kijkt nu alsof hij water ziet branden. Een schop onder zijn kont werkt beter.
Op zoek naar de poort. We spreken de taal niet en krijgen wat vreemde blikken. Er zijn ook trappen naar beneden. Daar vinden we nog veel meer winkels en huizen. Het is een driedimensionale stad.
Tegen de tijd dat we zo’n twintig uur op deze vreemde wereld rondlopen horen we opeens dronken gebral. De poorten van de stad worden opengetrokken en de mannelijke githyanki komen de stad weer in. Het is tijd voor ons om van de straat te verdwijnen. We zijn ook uitgeput en over’nacht’en in een leegstaand huis.

25-iv-R2
Ergens laat in de middag worden we wakker. Er loopt weer van alles op de straat. We zoeken een kaartenwinkel en letten speciaal op mensen met Eenoog symbolen. Na vier uur vinden we een kaartenwinkel, en daar staat nota bene ook nog iemand met zo’n symbool met de eigenaar te praten. We kopen een stadskaart en volgen de eenoger. Na een kwartiertje komt hij bij een herberg. We volgen hem naar binnen. Hij bestelt een mineraalknol met maden, brr. En een glas van iets wat op bier lijkt. Hij gebaart er wat overheen en we herkennen het als een magische ritueel om het eetbaar te maken. Singh kent dat ritueel ook. We bestellen bier en maken een praatje met de man. Hij heeft ons snel door, herkent ons aan onze tongval als brahmanen. Hij blijkt onze gedachten te kunnen lezen. Maar Pashupati is voor hem een van de minder onsympathieke goden en hij wil wel met ons praten. Hij is hier nu zes maanden. “Over een paar maanden zit mijn tijd hier er op.” Voor hem is het verblijf in deze stad een eer, een belangrijke leerplek. Claude laat de herinnering aan zijn periode in het kamp onder de Hoogzetel in zich omhoogkomen. Hij doet een poging om ons over te halen om zijn kant te kiezen. “Bij de brahmanen zitten is ook niet alles,” merkt Huib op.
Op een vraag over de knollenplukkers legt de man uit: “We hebben een systeem van punten. Wie te ver wegzakt in de gevolgen van zijn eigen daden, zakt zo diep dat hij hier terecht komt.” Na een opmerking over dat het eigenlijk stupide is dat degeen die de valstrik heeft gemaakt geen rekening hield met verkenners, zegt hij: “Dat heeft meer te maken met prins Twee van Negen dan met Nehal Nemar.”
Dan vraagt hij: “Waarom zou ik jullie niet gewoon uitleveren?” Claude antwoordt: “Ik probeer juist te infiltreren in Bronwë.” “Als jullie willen samenwerken, de deals die hier gesloten worden, kunnen geheim blijven. Ik kan jullie laten delen in de weldaden van Eenoog. De legers zoeken vijanden van Eenoog (Claude voelt dat dit een halve waarheid is), maar als jullie geen vijanden zijn… wat voor ruilhandel kunnen we opzetten?” Hij kijkt Claude aan, “Jullie hebben geen ambassadeur van ons in Bronwë? Het is heel nuttig om een ambassadeur te hebben. Jullie kunnen een ambassadeur aan ons sturen en dan zal ik die van Eenoog zijn.”
Claude: “Dat bepaalt de koning.”
“Jij bent niet minder dan de koning, Claude. Jij bent één van die enge wezens die overal gevreesd worden en je zit hier gevangen. Ik kan een Qartiaans contract opstellen. Dan krijg jij wel op je kop, maar er is toch niets meer aan te doen.”
We gaan akkoord. De voorwaarden zijn simpel: wij hebben het recht om een ambassadeur te plaatsen, met alle rechten, en hij wordt ambassadeur bij ons. In ruil neemt hij ons mee naar onze wereld.
Gnumpathy, zo heet hij, stelt het contract op in het Qartiaans en Claude tekent. Binnen vierentwintig uur gaan we op pad. Huib ondervraagt hem. Vóór Eenoog is hij al op meerdere planes geweest. Elsewhere is de meest intrigerende. Dat is de navel van de werelden. Daar komen alle magische dingen vandaan. Hij is nog niet zo lang bij Eenoog, en hij is heel snel in de rangen gestegen.

26-vi-R2
Gnumpathy komt ons ophalen met een aantal ‘handelslieden’. “We moeten jullie blinddoeken. Eenoog heeft een eigen uitgang, anders dan die van de prins en die van Nehal Nemar, en we willen niet dat jullie weten waar die is.”
Een lange wandeling – magische waas – BZZZzzz – en dan worden de blinddoeken afgenomen. Claude herkent waar we zijn. We staan op het Oude Bospad net buiten de poort van de benedenstad van de Hoogzetel. We krijgen paarden mee en een vrijgeleide.

27-vi-R2
We komen aan bij Bronwë. Claude regelt een huis voor Gnumpathy in de tweede ring van de ambassadeursstad. De ambassadeur van Soul kan in de derde cirkel van de Hoogzetel plaatsnemen. Singh is wel bereid om die functie op zich te nemen.

3 xp

Tanais – 73

23-vi-R2
De legers zijn vol goede moed vertrokken. Gwan blijft achter. Risha leidt de hoofdmacht door de Soulfields. Bruiser, Adrarn en Jarin zijn bij hem. Het is koud en het sneeuwt. Risha houdt de moed er in met strijdliederen. Ze lopen voorlopig nog door vriendelijk gebied. Als ze in het gebied van Shearton komen, wordt het land leeg en grijs. De mensen zijn waarschijnlijk onder de wapenen geroepen, want er is geen tegenstand.
Chang gaat met het andere deel van het leger via de Oude Bosweg. Kofkof, Telgan (van de medische troepen), Claude en Drilim Corsair reizen met hem mee. Hun eerste opdracht is Hunter’s Lodge bevrijden van de Eenoog-cultus. Claude reist vooruit met drie van zijn monniken.

Hunter’s Lodge is grauw. Er is een kampement met een stuk of honderd goed bewapende boeren in leren harnassen en een twintigtal paarden. Claude verkent de omgeving. Die is grauw en leeg. Twee verkenners komen terug met informatie: de mensen in het kamp weten dat we er aan komen, maar lijken vol vertrouwen. Claude maakt in het geniep de paarden los. Chang stuurt een kleine troepenmacht vooruit. Een klaroenstoot! Charge!! Het wordt een kort maar hevig treffen, wat Chang overtuigend wint.
Precies op dat moment komt Kadier in Bronwë naar Gwan: “De zwarte bron doet raar. Er borrelen kleuren omhoog.”

Na de veldslag komt John Brackenbrooch, de uitbater van Hunter’s Lodge, uit zijn schuilkelder. Het is vijf uur en het is al donker. We hebben vijftig van de krijgers gevangen genomen, twintig zijn er dood en dertig zijn gevlucht. Brackenbrooch is blij dat de grijzen weg zijn. Hij verontschuldigt zich dat zijn voorraden op zijn. Hijzelf heeft wel nog kleur.
Onze gevangenen hebben pijn van onze kleurrijkheid. Claude hangt de verslagen vijanden in bomen, ter ere van Pashupati. Brackenbrooch doet mee, hij gebruikt een archaïsche versie van het ritueel. Het valt Claude op dat de sterren slecht zichtbaar zijn. Er zit een soort zwarte trilling in de atmosfeer.

24-vi-R2
Risha’s leger reist door verbrande velden. De andere groep trekt verder naar Sorceror’s Well. Drilim Corsair scry’t, maar hij ziet niets in Sorceror’s Well. “Dit klopt niet!” Claude gaat vooruit met zijn mannen en komt niet meer terug. Na drie uur stuurt Chang een postduif naar Gwan met de vraag of die kan nagaan waar Claude gebleven is. Vier uur later komt het beest aan. Gwan neemt een pegasus en gaat stante pede naar Chang. Om acht uur ’s avonds is hij er. Onderweg begint de pegasus groen slijm op te hoesten. Bij aankomst wordt het dier geïsoleerd. Er komt een bericht van Der Alte binnen: Nehal Nemar heeft Starlit Tower overgenomen en bedrijft van daaruit enge magie. Het bos van Bronwë is zijn kleur en magie in een paar seconden tijd verloren aan de bron. Het bos is nu grotendeels dood.
Claude is niet te scry’en. Volgens Drilim Corsair is hij op een andere plane, waarschijnlijk de Abyss. Hij denkt dat Nehal Nemar een Temporary Plane Shift heeft veroorzaakt en dat hij daar de kleur en magie van het Magische Woud voor heeft gebruikt. Ze wachten nog een nacht.

25-vi-R2
Nog een poging om te scry’en. Er is geen plane-shift meer. Het oude bospad is weer te zien, de waterput en het kapelletje liggen er verlaten bij. Er is geen Wyld. Claude is nog steeds onvindbaar. We concluderen dat hij in een valstrik is gelopen die voor de hele legermacht was bedoeld. Voorbij het bos treffen Chang en zijn troepen de hoofdmacht van het leger van Risha. Gezamenlijk trekken ze op naar Shearton.

26-vi-R2
We omsingelen de stad. In de bossen eromheen treffen we meerdere groepjes strijders. Risha verkent de stad vliegend. Hij ziet dat er kratten met voedsel en drank worden verdeeld vanuit een centraal gebouw. Waarschijnlijk worden er voorraden aangeleverd door de tunnels van de Shuragi. Een lange belegering heeft dus weinig zin. We gaan op zoek naar uitgangen van de tunnels en zien dat in bepaalde bosjes gewapende boeren zitten. We besluiten ze aan te vallen. De boeren verzetten zich fanatiek en vechten tot de laatste man. Alleen vinden we er geen tunnels. Kofkof gaat op een pegasus met een rookbom naar de stad. Hij laat de bom vallen op het gebouw van waaruit de voorraden komen. Bull’s Eye! We zien paarse rook opstijgen. Nu is het gemakkelijk om met de blijdes het gebouw te raken en kapot te schieten. De stad is in rep en roer.
Vanaf de stadsmuren worden we met pijl en boog beschoten. Onder dekking van Risha en diens schilddragers rent Chang naar de poort. Met Slayer Khatars en de charm Sledge Hammer Fist Punch weet hij de poort in te rammen. Onze troepen stromen naar binnen. De verdedigers trekken zich terug. Ze willen zich in het centrale gebouw verschansen, maar dat staat in brand en er komt paarse rook uit.
“Geef je over!”
Deze verdedigers zijn minder fanatiek dan de mensen in de bosjes. Ze geven zich gewonnen. Het zijn alleen boeren en veehouders, we vinden geen types met tulbanden. Risha laat ze Eenoog afzweren en trouw beloven aan de koning, maar hun loyaliteit is nog twijfelachtig. Om ze echt over te halen moeten we ze fysiek verwijderen van de bedwelmende invloed van Eenoog en zijn tulband-dragers.
Onze soldaten zwermen uit over de stad om te plunderen. Gwan probeert te voorkomen dat de vrouwen verkracht worden, maar heeft slechts beperkt succes. “Ik heb de wapenvoorraad gevonden!” roept een soldaat. Het zijn bogen, zwaarden en schilden van goede kwaliteit, maar alles draagt het teken van Eenoog. We weten dat het bezit alleen al van zo’n wapen iemand aan de cultus kan verbinden. Dus alle Eenoog wapens worden ingenomen om van die tekens te worden ontdaan.
Als de avond valt, gaat Risha in zijn eentje het bos in. Hij bidt tot Oaken om die te danken voor de overwinning en vraagt of de god hem een jong eikje kan wijzen. Hij graaft het boompje voorzichtig uit en plant het bij de stad. Met de zegen van Oaken en de solar-koning kan het uitgroeien tot een Heilige Eik.

27-vi-R2
Chang organiseert een overwinningsfeest met een groot offer aan Mutri.
De bevolking van Shearton wordt gedeporteerd en ver van de invloed van Eenoog te werk gesteld in de Soufields. De stad wordt ontdaan van Eenoog-symboliek, leeggeplunderd en in brand gestoken.
Dan formuleren we onze volgende doelen. Eerst moeten we Claude terugvinden. Die is verdwenen in Sorceror’s Well, dus dat is onze eerste stop.
Daarna willen we Nehal Nemar uit de Starlit Tower verdrijven. Daarbij hebben we de siderials nodig. Dan kunnen we die meteen vragen of ze mee willen doen met het verbond tussen de goden en de solars. De volgende prioriteit is de Hoogzetel en daarna zijn we hopelijk sterk genoeg om de Barrows aan te kunnen.

3 Xp

The RoSE – 63

1. Bij de laatste bocht vraagt Néré of mensen nog charms willen doen voor we in de grot uitkomen. Gar doet een Strength of Stone op iedereen. Xar doet de Five Dragon Form charm op zichzelf. Het laatste stuk gaat recht omhoog. Néré gaat als eerste. Xar ziet iets bewegen en waarschuwt haar, maar desondanks slaagt ze er niet in om weg te glippen voor de golems aanvallen. Ze weet de meeste slagen wel te ontwijken, maar wordt er door één geraakt.
Phoenix mikt met zijn Power Mace op de aanvallende golem, maar mist. De tweede golem vecht met scherpe botsplinters. Hij slaat naar Néré en raakt haar ook. Daarachter klimt Gar snel naar boven. De derde golem slaat met vier knotsen, ook naar Néré, maar mist.
Néré springt, en in plaats van neer te komen blijft ze boven het niveau van de hoofden van de golems op de lucht lopen. In het voorbijgaan slaat ze naar de tweede golem, maar ze mist hem.
2. Xar begint ook omhoog te klimmen. De eerste golem slaat naar Gar, die net omhoog komt, maar de klap ketst af op zijn pantser. De golem met de twee zwaarden slaat naar Néré en raakt haar weer. Gar slaat naar de eerste golem en gebruikt Mountain Toppling Method, en slaat dankzij zijn uiterste wilsinspanning raak. De golem is beschadigd, maar functioneert nog. Phoenix klimt intussen ook omhoog. De kleinste (derde) golem slaat naar Gar, en raakt. Xar is ook boven en slaat met haar Dire Lance naar golem twee, die met zijn rug naar haar staat, en raakt hem voluit. Phoenix is intussen ook boven en valt de kleine drie-armige aan, maar mist. Néré besluit niet meer aan te vallen en richt zich volledig op schijnbewegingen en het ontwijken van slagen, nog steeds wel op drie meter hoogte. Dat werkt, de golem mist.
3. Xar schopt-klimt tegen de golem op om zijn lans er beter in te kunnen planten, en beschadigt hem weer. Phoeix verbijt zich en slaat opnieuw naar de kleinste golem. Hij raakt hem goed: de golem staat nog, maar wordt alleen nog door magie bij elkaar gehouden. Golem twee blijft proberen om Néré te raken, maar mist. Gar slaat naar golem één (die met de drie armen) en raakt hem. De golem spat uit elkaar in een bol zwarte bliksem. De botsplinters springen weg, het schedeltje stuitert en rolt weg. Gar voelt zich voldaan. Golem drie slaat naar Phoenix en mist. Néré blijft duiken en springen. Olric klimt intussen voorzichtig omhoog – hij kan zich niet inspannen zolang hij de ‘Parting the Waters’-charm actief houdt. Zodra hij boven is laat hij de charm los. Hij schept met een Cache Egg het magische water op. Door de inspanning is zijn aura op volle sterkte, het een wervelwind.
4. Xar slaat naar golem twee, maar mist. Olric gooit het water, maar het meeste mist. De paar spatjes die op de golem komen, geven zwarte damp af. Phoenix slaat maar mist. Golem twee blijft geobsedeerd achter Néré aan lopen. Gar stopt zijn wapen niet na de vorige klap, maar tolt als een discuswerper een paar keer om zijn as en gebruikt het momentum om golem drie te slaan. Dat lukt, de golem valt ook uit elkaar. Ook hier stuitert het schedeltje weg, het is zo groot als de schedel van een kind. De atmosfeer wordt minder drukkend. Néré blijft slagen ontwijken.
5. Olric’s aura beschadigt de laatst overgebleven golem en Xar’s volgende klap doet hem uit elkaar spatten. De lucht is opgeklaard.

We inspecteren de ruimte. Het is een grote langwerpige grot. Aan haken aan de muur hangen ketenen, vijf haken zijn leeg. Stalactieten en stalagmieten zijn afgebroken om de grond effen te maken. Aan het einde is een grote zwarte uitgang, groot genoeg voor golems.

Néré doet Wound Closing Touch op zichzelf, zodat de wonden dichtgaan. Ze gaat verkennen, met het camouflageharnas op volle sterkte en nog steeds een voet boven de grond. Ze is daardoor heel stil, en door haar Gem of Night Vision heeft ze geen licht nodig.
In de gang is een tweesprong. De sporen lopen naar rechts. Die gang komt uit in een enorme grot. In de verte is een put met daaromheen oplichtende beeldschermen. Als ze nadert, hoort ze zacht gejammer uit de put. Ze haalt de anderen.

We naderen de put voorzichtig. Het is een trechter. Langs de wanden hangen vastgeketende kinderen. De meesten zijn bewusteloos, maar de vier die het dichtst bij het midden hangen zijn nog min of meer bij bewustzijn. Ze bloeden uit een groot aantal kleine wonden. In het midden ligt een jongen vastgebonden, met het gezicht naar beneden, in de plas bloed die zich daar verzamelt. Hij dreigt te verdrinken. Ernaast staat een doorschijnende volwassene. Hij vergroot af en toe een wond, om de stroom bloed op gang te houden. Hij gedraagt eigenlijk zich alsof hij een instrument bespeelt.

Olric had nog een portie magisch water opgeschept, en kiepert dat over de transparante figuur heen. Het meeste gaat er doorheen, maar de laatste druppels ketsen af.
1. Gar aarzelt geen moment en glijdt langs de trecterwand naar beneden. Hij gebruikt zijn Goremaul om te manoeuvreren. Als hij beneden aankomt haalt hij uit. De klap slaat een bol ectoplasma los, die weer terug met het wezen versmelt. Het is een skelet met transparant vlees op de botten, met een dodenmasker. Néré loopt (over de lucht) naar de bloedende slachtoffers. Alle vier de ondersten zijn zwaargewond en hulpeloos (‘Incapacitated’), en de necromantiër houdt ze zorgvuldig in die toestand. Ze hoeven niet bij bewustzijn te zijn, blijkbaar. Néré doet Wound Closing Touch op één van de vier dragonblooded, zodat die stopt met bloeden.
Xar glijdt op haar schild naar beneden en vlak voor de rand maakt ze een sprong, zodat ze op het wezen landt. Ze slaagt erin hem daarmee te verwonden. Phoenix volgt haar voorbeeld en activeert zijn Ghostfire Blade, waardoor zijn wapen als Holy Weapon fungeert. De klap is raak, want het wezen ontwijkt hem niet. Het zwaard glijdt er doorheen als zonlicht en achter het wapen vloeit zijn ectoplasma weer aaneen. Hij lijkt wel iets solider te worden.
Olric’s aura is inmiddels wat minder sterk, maar hij kan nog steeds zweven door de kracht van de wervelwind. Hij positioneert zich zorgvuldig op de rand van de trechter en werpt een Death of Obsidian Butterfies op het creatuur. Die slaat zijn armen voor zich en de stenen vlinders spatten uiteen: hij doet een Countermagic. Hij is wel weer meer solide. Olric’s aura is door deze actie onmiddellijk weer op volle sterkte, en om te voorkomen dat hij de gevangen kinderen verder verwondt laat hij zich snel meevoeren op de wind. “Jullie kunnen het nu wel zelf afmaken hè?” roept hij.
2. Gar slaat opnieuw, verbeten (dat wil zeggen: hij zet Conviction in), en raakt hem goed. Het wezen wordt nog meer materieel en dat bevalt hem niks. Xar slaat met haar Dire Lance en raakt. Néré gaat naar de volgende in de cirkel en geneest die ook weer (2 levels lethal damage worden omgezet in bashing damage). De vier centrale slachtoffers voldoen inderdaad aan het signalement van de verdwenen wegsluipers. De ketenen zijn van soulsteel en orichalcum. De jongen in het midden ziet er uit als de missende jongen uit huis Cynis. Hij ligt op een lage tafel van soulsteel. Phoenix slaat weer met Ghostfire Blade, en raakt. Het monster materialiseert en de klap begint hem ook schade te doen. Het wezen roept in Old Realm: “Nou is het genoeg geweest! Ik ga er vandoor!”
Olric verstaat hem en roept: “let niet op wat ik doe, ga door!” Hij start de Thoughtfull Gift Technique en begint zich uitgebreid te verontschuldigen, een social attack! Hij biedt het wezen als genoegdoening het bloed van alle eerstgeborenen van het dorp aan voor de komende honderd jaar. Dit leidt het wezen even af. Gar springt er op en probeert hem vast te grijpen, maar het wezen dematerialiseert. We vloeken: “Gar! Je had moeten slaan!” Olric zegt: “Gar, het spijt me. Ik had je moeten uitleggen hoe spoken werken. Ze dematerialiseren.”

We kijken om ons heen. De verder weg hangende kinderen hangen er al heel lang, sommige verschrompelen als het spook verdwijnt. Phoenix houdt het hoofd van de jongen op de tafel omhoog tot Xar hem kan losmaken. Néré doet ook Wound Closing Touch op de andere twee dragonblooded. Van de overige kinderen kunnen we er nog vier redden. Néré heeft nu niet meer genoeg Willpower, dus ze gebruikt nu gewone medische technieken.
Cynis Baraka, zo heet de jongen, roept zodra hij vrij komt: “Dit is zijn tombe!” Hij bedoelt de soulsteel tafel. We duwen de bovenkant weg. Eronder is een orichalcum sarcofaag met de beeltenis van wat ooit een solar geweest moet zijn. Gar en Xar tillen het deksel op, Phoenix staat klaar met zijn wapen. Er ligt een mummie in, nog in perfecte staat, de bloemen nog geurig. Hij heeft een doodskleed en een masker, net als het spook van daarnet. Xar trekt snel het masker weg, Phoenix activeert zijn Ghostfire Blade en snijdt het hoofd van de romp. Olric denkt aan wat hij van spoken weet en zegt: “Verbrand het.” Phoenix activeert zijn anima even, de mummie vat vlam en brandt met zwarte kolkende rookwolken.
Olric wil de jongen uithoren. Die is Néré aan het helpen, hij heeft talent als genezer. Olric stelt zich voor als hoofd Astrologie. Baraka vertelt dat hij te nieuwsgierig was, hij was in de poel gedoken. De andere vier studenten kwamen later. De andere groepsleden zijn intussen bezig al het soulsteel en orichalcum te slopen. Als het lichaam uitgebrand is vinden we nog wat orichalcum sieraden en muntjes. Ook de trechter-kamer wordt door Gar verwoest. Als aarde-type kan hij dit soort constructies heel effectief saboteren.
Als de andere vier studenten bijkomen, zijn ze verbaasd dat Baraka hen aan het helpen is.
Néré hint dat hij genezer kan worden. Buiten gehoor van zijn medestudenten biecht hij op dat hij, door wat hij hier heeft meegemaakt, nu necromantie kan gebruiken in plaats van sorcery. We proberen hem op te beuren door te zeggen dat het niet betekent dat hij necromantische spreuken moet leren, maar dat neemt zijn zorgen niet weg. “Maar ik ben van huis Cynis! Ze hebben er al moeite mee dat ik sorceror word, als necromantiër wordt ik helemaal nooit meer voor feestjes uitgenodigd!” “Tja… het is wel een party kiler…” mompelt Néré.

We bedenken hoe we teruggaan. Xar kan Impervious Sphere of Water, zo kunnen we ongeschonden door de poel komen. Als we langs de zijgang komen, gaan we nog even kijken. Hij komt uit bij een teleportatiecirkel. Olric wil dat we die saboteren, omdat het een potentiële ‘achterdeur’ het eiland in is. Gar verstoort het patroon subtiel (en omkeerbaar) zodat hij niet meer werkt.
We transporteren de pubers in etappes door de poel en leveren de niet-dragonblooded af in het dorp. Tot grote verbazing: sommigen zijn al tientallen jaren kwijt, en ze zijn geen dag ouder geworden.

XP: 7 / Oathbond: 5

The RoSE – 62

We integreren in het lerarencorps. Op dit eiland zijn vreemde zaken gewoon, er wordt dus veel geaccepteerd. Dat betekent overigens niet dat er niet geroddeld wordt. De concensus is bijvoorbeeld dat ‘dat Zuidelijke prinsje’ (Wijsheid dus) eerder demon-blood dan dragon-blood is.
Gar is druk bezig met de scavenger hunt. Olric is ook druk bezig, met zich in te werken. Hij besluit om de tatoeëerder in het dorp op te zoeken en vraagt Phoenix mee. Op weg naar het havendorpje valt hen op dat het landschap optimaal geomantisch ingericht is om vruchtbaar en plaagvrij te zijn. Hier worden vier oogsten per jaar gehaald.
Het is mooi weer, de mensen zijn welvarend, kinderen gaan naar school. Phoenix vraagt Olric om met zijn geomantische kennis ook naar de locatie van de vorige toverschool te gaan kijken. In de hoofdstraat zijn diverse winkels, waaronder een tatoeagewinkel. Er zijn op dit moment geen klanten, een oudere man met druipsnor (en veel tatoeages) zit op de veranda een waterpijp te roken. Olric vraagt direct om een magische tatoeage. De man vindt hem nogal direct en biedt hem thee aan. Eenmaal binnen vraagt Olric: “Ben jij White Owl?” Hij legt uit dat hij lunars kent en dat daaronder vrienden van White Owl zitten. De man hoort hem uit en wordt toeschietelijker wanneer blijkt dat Olric dingen weet die de Immaculate Order niet weet. Olric biedt de tatoeerder aan om hoofddocent te worden bij Astrologie. De man vraagt wat het opbrengt, maar dat weet Olric niet. De man zegt dat de grootste waarzegger in het dorp Madame Astra is. Zijn eigen specialiteit is het lezen van chaoslijnen. De besmetting van de oude universiteit is volgens hem overigens niet Wyld maar Onderwereld. De lokatie is stevig afgegrendeld. Wie er het meeste van weet is Mnemon, de enige overlevende van de ramp. Uiteindelijk accepteert hij de baan, en wijst hij Olric de weg naar Madame Fortuna.
Die woont in een kleine cottage met een etalage vol aanprijzingen en bedankbriefjes van studenten die hun tentamen hebben gehaald, en dergelijke. Ze vertelt dat ze al eerder dit aanbod heeft gehad, maar niet op goede voet stond met het vorige faculteitshoofd. Olric zegt dat hij haar een hoofddocentschap aanbiedt. Het is niet ongevaarlijk, de vorige docent is vermoord, en het eiland zal binnenkort aangevallen worden. Dat wist ze al, maar ze wist niet dat het met elkaar te maken heeft. Olric hoort haar uit. Ze weet van de eclips en dat er toen zo’n honderd sterren uitdoofden. Phoenix begint over infernals, maar ze onderbreekt hem en zegt dat er krachten van buiten Creatie bij betrokken zijn. Olric herinnert zich de Void Engineers waar Gaia het over had tijdens onze queeste. (Anders dan de Siderials, is deze waarzegster niet blind voor haar blinde plekken!) Ze belooft over twee dagen te vertellen wat ze besluit. Ze geeft hem ook een kruidenthee mee die goed is voor zijn Essence. (Zelf is ze overigens gewoon mens.)

Aan het einde van de dag is het gezamenlijk diner in de grote eetzaal. Er ontbreekt één eerstejaars, een iel, puisterig jongetje, niet een van de populaire types. Hij is een telg van het huis Cynis. Hij doet mee aan de scavenger hunt, dus men is niet overmatig bezorgd. Wij vertrouwen het niet, dus Phoenix en Néré gaan op onderzoek uit. Eerst kijken we op zijn kamer. De kamer van een studiebol, vol opgezette beesten. Uit zijn aantekeningen blijkt dat hij op zoek is naar baren getemperd staal. Er liggen geen stevige laarzen of regenjas, dus die hij zal wel aangetrokken hebben. Xar kijkt ook mee en vindt de namen van vier andere eerstejaars. Het zegt McGonnagal weinig, maar Tepet Senex kent ze wel. Waarschijnlijk zijn ze met zijn vijven een sworn brotherhood aan het vormen. Maar die Wood-type Cynis jongen lijkt hem niet uit het goede hout gesneden. Het is gewoon geen sorceror. Zijn talent ligt meer in de biologie, hij is altijd bezig met zijn hobby van beesten opzetten. Hij is nu twee dagen weg.
Olric kijkt naar de horoscoop van de jongen. Deze vier dagen is er voor hem een sterk aspect van Mercurius in Het Aambeeld, dus de jongen is naar smidse zijn voor zijn deel van de scavenger hunt.
Ondertussen vindt Néré de geheime uitgang die studenten gebruiken als ze naar het dorp willen. Zij en Phoenix volgen het pad en zoeken naar recente sporen. De meeste sporen lopen regelrecht naar het café, maar één set sporen van laarzen, in de goede maat en twee dagen oud, voert naar de smidse. Daar loopt het spoor dood.
Olric is intussen ook aangekomen. De sterren hebben hem niet meer verteld dan dat hij naar de smidse is gegaan, maar de jongen is hier niet. We vinden geen verdere sporen, het is donker en de docent is nog niet bezorgd.
We maken van de gelegenheid gebruik om het lokale café te bezoeken. Het is vrij ruim, met allerlei hoekjes en alkoven. De muzikant is al gestopt en er zitten alleen nog een paar ouderejaars. Olric rekent de horoscoop nog een paar dagen verder door en ziet over een dag of vier een conjunctie met Saturnus. Een slecht voorteken. We besluiten dat Phoenix en Néré dit gaan onderzoeken. Olric regelt ondertussen dat de herbergier bier levert voor zijn ‘geheime’ feest.

De volgende ochtend bezoeken Néré en Phoenix de smid. Deze vertelt dat hij de jongen de basisbeginselen van het smeden heeft geleerd en hem de weg heeft gewezen naar de oude smidse van zijn grootvader, in een smokkelaarsgrot. Die is net wat beter uitgerust. Hij gaat er zelf heen als hij een daiklave moet repareren. Hij vertelt ook dat de jongen geen sorceror wil worden. Hij wil alleen zijn eerste jaar halen, zodat hij artefacten kan leren maken. Néré laat een briefje voor Olric achter bij de waard, zodat die weet waar ze heen zijn. Ze nemen de simhata’s. Op het Heptagram neemt Gar de lessen Melee en Martial Arts van ze over.
Met simhata’s zijn ze snel bij de smokkelaarsgrotten. Ze zien er eentje die alleen bij eb toegankelijk is, maar nu is het vloed. Na een uur of twee is de ingang deels vrij. Néré kan met haar Belt of Aerial Mobility een paar decimeter boven de golven lopen, en glipt naar binnen. Ze heeft ook een Gem of Night Vision, dus ze kan zien zonder lichtbron. Binnen stijgt de grond. In de grot staat een tafel met een kaars, uit. Er zijn sporen van meerdere personen. Ze volgt de gang en komt op een kruising. Afgaand op de geur neemt ze de centrale gang. Die leidt inderdaad naar een smidse die recent gebruikt is. De tweede set sporen loopt over de eerste set heen. Ze loopt terug.
Inmiddels is het water verder gezakt en kon Phoenix naar de ingang waden. Hij steekt de kaars aan en loopt door. In de gang komen ze elkaar tegen.
Alle sporen lopen door elkaar, hun voorgangers zijn overal geweest. We besluiten eerst de linkergang in te gaan (gezien vanaf de ingang). Die komt uit in een geode, gevuld met een meertje: de bron die deze smidse zo bijzonder maakt. De andere gang leidt naar een voorraadkamer. Een van de kisten daar is minder stoffig, er liggen vijf sets kleren in, netjes opgevouwen.
We concluderen dat ze waarschijnlijk de bron in zijn gegaan. Maar waarom?
We besluiten dat we allicht even kunnen kijken. Néré trekt haar harnas uit en springt in het water. Opeens heeft ze Night Vision. Er is inderdaad een uitgang onderin. Ze vertelt het aan Phoenix, haalt een paar keer diep adem en duikt naar beneden. De gang is bespikkeld met kristallen (Gems of Night Vision?). Op het diepste punt moet ze kiezen, verder of terug? Ze ziet geen lijken dus ze gaat door. Ze komt boven in een poel. Drie Bone Golems kijken op en willen haar aanvallen. Ze heeft net genoeg tijd om adem te halen en te zien dat hier geen lichamen liggen, en duikt gelijk weer onder. Teruggekomen licht ze Phoenix in, kleedt zich weer aan en samen gaan ze weer terug naar het Heptagram.
Terug in het Heptagram doen we navraag naar de vier personen wiens naam de jongen had genoteerd. Die blijken gisteren na het avondeten weggeslopen te zijn. Hun bedden zijn onbeslapen.

Op onze simhata’s zijn we snel weer terug bij de grot. Olric wil Parting the Waters doen, zodat we niet buiten adem zullen arriveren. Hij ontdekt dat hij zijn charm niet kan gebruiken als hij in de bron is. Hij droogt zich goed af en dat lukt het weer. De anderen die nat geworden zijn drogen zich ook af. Met Parting the Waters lukt het om droog te blijven en kunnen we op ons gemak naar de andere kant lopen. Gar gebruikt Stone Carving Technique om buiten de geode een kristal te plukken. Op het laatste stuk loopt Néré vorop omdat ze de weg kent. Daardoor kunnen we de golems verrassen.

Het gevecht spelen we de volgende keer uit.

3 Xp

Tanais – 72

22-vi-R2
Het sneeuwt. De legers gaan morgen naar Shearton. Claude werkt aan zijn vliegmachine. Chang spreekt zijn officieren toe en fêteert ze op een goede lunch. Hij organiseert de communicatie met postduiven, scryers, brahmanen en pegasi. In Hunter’s Lodge komt het communicatiecentrum. Risha wil het baksteenritueel voorbereiden, maar Charachas is er niet en Brahoran, de hoofdbrahmaan van de Oakencultus, is bezig en zijn onderlingen laten doorschemeren dat er iets bijzonders wordt voorbereid waarvan het de bedoeling is dat het een verrassing is.
Gwan controleert de voorraden. De financiën staan er slecht voor. Mahamutri heeft veel op de pof gedaan. Bambi helpt ons omdat ze rekent op onze steun tegen de draak.
Het middaguur breekt aan. Een meisje haalt ons allemaal voor een lunchbespreking bij Daguerre. Daar treffen we Kadier, Drilim Corsair, vier hobbitmeisjes (oude bekenden) en natuurlijk Daguerre.  Zij zegt: “We hebben een aantal zaken die voor jullie van belang kunnen zijn. Ik ben net terug uit Albion, naast een handelspost heb ik daar ook een bordeel opgezet. Er zijn twee dingen van belang. In Euboia is de pleuris uitgebroken. De Idris-drieling is groot  geworden. Er is een hele machtsstructuur ontstaan en het is een echt “Evil Empire” geworden met een flinke oorlogsmachinerie. Ten tweede is er een ziekte uitgebroken. Die heeft met de Shuragi te maken. Het is besmettelijk en je wordt overgenomen: mensen worden groen en raken overgenomen. Dat wil zeggen, ze worden bleek en daarna groen. Het is nieuw en er zijn vast ook soldaten van jullie besmet. En die zullen er meer besmetten.”
De hobbitmeisjes bedienen ons en het wordt best gezellig. Kadier vertelt zich dat hij zich zorgen maakt over de zwarte bron. “Er drijven kleurvlekken op, als olie op water. Claude vertelt dat de bronnen via Elsewhere, Nowhere en Darkwhere naar de andere wereld gaan. De kleur zou een oprisping van Igroth kunnen zijn. <Gaat het voeden via Eenoog te snel?>
Drilim Corsair is niet op zijn gemak. Hij heeft de tweede van de negen demonen gezien in een visioen. Hij weet niet waar, maar die staat ons ergens op te wachten. De hobbitmeisjes maken het wel erg gezellig en dat leidt Risha een beetje af.
Na de lunch doet Claude de charm Object Strengthening Touch op de belegeringswerktuigen.
’s Avonds roepen Shivanesh en consorten ons bij elkaar. De brahmanen willen hun bijdrage leveren aan de oorlog. “De goden hebben ons verzocht u te spreken over het gezamenlijke doel dat goed moet worden bereikt. Chang moet naar Mutri, Gwan naar Agnes, Claude naar Pashupati en Risha naar Oaken.”Chang wordt (met enige tegenzin) naar het heiligdom van Mutri begeleid. Dat is een diep uitgegraven kuil waar het godenbeeld (een vierarmige vechtersbaas) boven zweeft. De vratya (nomadische krijger-priesters met vette tattoos in strijdwagens) en Mahamutri wachten hem op. Chakravantri, de hoofdbrahmaan, vraagt of Chang de godheid tegemoet wil treden en eerbied bewijzen. Nou, in naam van de oorlog wil hij dat wel. Dan wordt hem gevraagd om in de kuil af te dalen. Nog meer van die hell’s angel monniken bouwen een platform boven hem. Met Spirit Sight ziet hij Mutri goedkeurend toekijken. Mahamutri en Chakravantri vragen hem om te hurken onder het godenbeeld. Op het platform boven hem wordt een stier geslacht en het bloed stroomt over hem heen. Onder vele aanroepingen wordt het dier gevild en Chang moet de huid aantrekken, in een droomstaat bevindt hij zich tegenover de godheid. Mutri is net zo groot als een mens. Hij heeft net zulke tattoos als zijn vratya’s. “Leuk om jou, Chang de twijfelaar, in het echt te ontmoeten. Zullen wij een deal sluiten?”
“In naam van wat komen gaat,” zegt Chang, “Ja.”
“Ik heb een gave voor je, een grote, want de goden zijn het zowaar eens. Wij gaan nieuwe hoofdbrahmanen aanstellen. De Orde is verouderd. Wij hebben jullie nodig en jullie hebben ons nodig. Laten wij als vrienden en bijna-gelijken verder gaan. Naar het volk toe blijven wij, de goden, groter, maar jij bent mijn hoofdbrahmaan. Wat zeg je er van? Mijn Vratja zijn strijders tegen demonen, en zij staan dan onder jouw commando! Akkoord?”
Chang denkt even na en zegt dan: “Ja!” Hij krijgt een visioen van de Barrows: eerst groen gas. Er gaan mensen dood. Dan geel gas, dat gaat minder snel door het zonlicht kapot. Onder de verzwakte manschappen heerst een ziekte die niet met zonlicht te genezen is. Over de laatste overlevenden wordt nog eens paars gifgas uitstoten. “Dit is wat jullie te wachten staat. Het wordt een zware slag! Ik wil je zegenen met Battle Sight.” Chang krijgt het vermogen om een heel slagveld te overzien. Hij dankt de godheid. Als hij bijkomt is er een onbekende tijd verstreken. De Vratya dragen hem op handen. Mahamutri en Chakravantri aanvaarden de overdracht van het gezag en buigen diep voor hem.Gwan wordt meegevoerd naar het heiligdom van Agnes. Dat is normaliter uitsluitend toegankelijk voor vrouwen. Zijn echtgenote Adèle wacht hem bij de ingang op. “Gwan, mijn geliefde, ik weet dat je een aardige man bent met een goed hart. We hebben je nodig en daarom heeft Agnes je uitgenodigd om met ons te eten. Je kunt veilig binnentreden.” Binnen zitten vijf vrouwen. Een dikke, oudere vrouw roert in de curry, een oud besje zit in de hoek te mummelen. De jongste, een vriendin van Adèle, is pas zestien. Dit zijn de weduwen. Hij mag op een mooi kussen zitten dicht bij het sikkelvormige heilige vuur (dat is niet het vuur waarop gekookt wordt). De dikke vrouw, Massala heet ze, heet hem welkom. Hij krijgt een tali met heerlijke gerechten.”Wij hebben je geen spectaculaire dingen te bieden, maar we hebben wel een verzoek. Binnenkort is er oorlog. Dat betekent veel weduwen en wezen. Er moet iemand zijn met aandacht voor hun noden. Wil jij die iemand zijn?” “Dat wil ik graag doen!” zegt Gwan met volle overtuiging. “Uit naam van Agnes mag ik je zeggen dat je eten je altijd zal smaken en altijd gezond zal zijn.” Gwan’s gave is dat zijn voedsel nooit vergiftigd zal zijn. Hij vraagt welke projecten er al bestaan. De weduwen vertellen hem dat Strega in de benedenstad zorgt voor de wezen. Hier in de stad is een kleine weduwenorganisatie, maar op het platteland is er niet zoiets. Hij is hier altijd welkom voor overleg en voor het opzetten van communes en dergelijke.Claude loopt naar het heilige bosje van Pashupati, het woud vol skeletten. Shivanesh staat hem op te wachten. “Pashupati zit vol verrassingen,” zegt hij schamper, “hij heeft je gevraagd te komen. Wat kom je doen?” “Geen idee. Ik heb wat ghee voor hem meegenomen.” Shivanesh steekt zijn minachting voor de chinees niet onder stoelen of banken. “Hier in het bos is geen plek. Ghee branden doe je maar buiten. Ga mediteren.”
Claude gaat zitten. In zijn meditatie ziet hij Pashupati in zijn jungleverblijf, even groot als hijzelf. “Hoe gaat het?” vraagt Claude. “Fantastisch. Ik houd wel van chaos. Maar we kunnen ons nu geen fratsen meer veroorloven… Maak hem dood! Dan ben ik van die eikel af en ben jij hoofdbrahmaan. Je merkt wel wat je beloning zal zijn.”
Shivanesh staat verveeld te wachten. Claude staat op en valt hem aan met Dragon Coil Technique. Shivanesh is niet verrast, en de charm werkt niet. Claude kan hier geen essence spenderen. Gelukkig is de fysieke aanval voldoende en hij neemt de brahmaan in een wurggreep. Claude hangt hem op in een boom. Pashupati knikt goedkeurend: “Mooi. Daar zijn we van af. Een nieuw tijdperk breekt aan. Je cadeau blijft nog even een verrassing.”Risha wordt verwacht in de tempel van Oaken. Terwijl hij naar het heiligdom loopt, komt hij Strega tegen, met een groepje enthousiaste weeskinderen. “Wij zij ook uitgenodigd voor het vliegritueel.” De oudste, van acht, is helemaal fan en noemt zich Rishkin. “Toch even mopperen,” zegt Strega, “Characas, Malice en Shivdan komen hun verplichtingen niet na. Charakas geeft geen cent aan het weeshuis. Hij loopt alleen maar achter die paardenkop-jongen aan. Ze zijn alleen maar met theologie bezig en doen niets voor de kinderen. Maar goed … we zijn bij de eik.”
Malice, Charakas en Shivdan zitten naast de hoofdbrahmaan. Er is van de witte stenen uit de Witte Stad een mooi vierkant altaar gebouwd. Er is een vuurplaats op het altaar. “Welkom eerwaarde koning.” Risha vraagt verbaasd: “Hoe waagt u het om op mijn troon te gaan zitten? Het was mijn taak om de stenen uit te kiezen.” Malice gniffelt. “Ja, maar …” stamelt de priester, “de witte stenen smaken de goden het beste …” “Dat weet ik, maar het was aan mij om die beslissing te nemen. Nou ja, wat gebeurd is, is gebeurd. Het is offertijd.“

De brahmaan geeft Risha ghee en een boekrol met de nodige mantra’s. Charakas steekt het vuur aan. Er wordt gechant, en op het hoogtepunt worden er zeven adelaars geofferd. Risha werpt ze op het vuur. Dan voelt hij zich wankelen. Hij stijgt op <Dex + Dodge, het gaat net goed>. Hij heeft geen idee hoe hij moet afremmen. Maar als hij een meter of honderd hoog is, ziet hij Oaken staan, met scepter en baard. “Welkom. Het is tijd dat wij eens praten. Wij hebben elkaar nodig. Wil jij mijn hoofdbrahmaan zijn?” “Uh, maar ik ben al koning.” “Jij zal de eerste koning zijn die tevens hoofdbrahmaan is.” Risha stelt voor om ook de overige supernaturals in een conclaaf te betrekken, lunars, siderials, eventuele anderen.
“Weet jij waar de goden vandaan komen?” vraagt de god. “Nee.” “Je weet van de experimenten met de vijfde dimensie. Als teken van kwetsbaarheid en van vertrouwen zal ik het je vertellen. Maar je mag dit absoluut niet verder vertellen. We zijn goden en we zullen jullie weten te vinden als het uitlekt! Het is namelijk een beetje beschamend. In het begin, toen deze wereld net gecreëerd was als reflectie van de andere, waren wij hier al. Maar we kwamen om van de honger. We hebben het godendom in het leven geroepen om gevoed te worden. De reclameborden die op blanco sprongen, dat waren wij. De oude wereld is aan de andere kant. Sommige mutanten zijn hier ontstaan, maar andere zoals de mensen komen daar vandaan.” De volgende clash zal de laatste zijn. Oaken geeft toe dat Igrot groter is dan zij. Hij heeft meer dimensies. Dan neemt de godheid afscheid van Risha. Hij voelt zich weer wankelen en stort neer <dobbelsteenworp mislukt: botch>! Oaken grijpt in en laat hem stuiteren. Malice vangt zijn vriend op. De kinderen kijken verschrikt en de priesters fluisteren dat we dit stil moeten houden. “Nee hoor,” zegt Risha, “niks gaat meteen de eerste keer goed. Zelfs al schenken de goden je een talent, dan nog moet je het leren toepassen door te oefenen.”
Een jongetje houdt een muntje omhoog en vraagt of hij het mag houden. “Tuurlijk.” In het tempeltje naast de brug naar het koninklijk kasteel is het standbeeld veranderd: Risha is nu de grote broer. Risha zegt nog even tegen Malice dat hij wat meer voor de weeskinderen moet doen. Die zit eigenlijk liever te blowen met Shivdan en over theologie te filosoferen. “Ik ben geen god maar iets anders. Mij eer je niet met offers maar met goede daden. Ik heb je die Essence niet voor niks gegeven, hoor!” We zijn allemaal op tijd klaar om samen nog een drankje te drinken voor het slapen gaan. Claude stelt voor om geen opperbrahmaan aan te stellen, maar een viermanschap te vormen.
23-vi-R2
Om 6 uur ’s ochtends wordt Chang op de bühne in de benedenstad verwacht, om de manschappen toe te spreken <War + Charisma, 5 successen>. De troepen juichen. Dan komt Chantal. Ze zegt: “Ik zal het kort houden. Wij vrouwen zijn trots op jullie. En de zon zal iedere dag voor jullie opkomen!”  Met deze woorden zet het leger zich in beweging. Chantal kust Risha vaarwel en fluistert: “Volgens mij  moeten we het nog eens over Idris hebben.” “Ja…”
Als de stofwolken zijn gezakt komt er een brahmaantje naar Chang <dit wordt even op de gang uitgespeeld>. Als hij terugkomt, zegt Chang dat hij Drilim Corsair in Hunter’s Lodge wil hebben om zoveel mogelijk informatie over demonen te vergaren. “En we moeten heel rap op zoek naar nieuwe hoofdbrahmanen, want de brahmanen van Pashupati hebben ze allemaal doodgemaakt en aan de bomen in het heilige woud genageld. Hmmm. De goden willen samenwerken met ons, de exalts; ze willen geen mensen als hoofdbrahmaan. We moeten dus aan de lunars en siderials denken. Chantal wordt  alvast aangesteld als hoofdbrahmaan van Ushas, Shivdan als interim hoofdbrahmaan van de Green Man. Risha zegt dat we het ons niet kunnen veroorloven om een viermanschap te vormen, als de anderen net zo machtig of zelfs sterker zijn dan wij. Eén van ons moet opperbrahmaan zijn.
Gwan doet de logistiek. Chang is legeraanvoerder, Risha moet als koning heel zichtbaar zijn en voert dus de hoofdmacht aan, Claude doet sneaky reconaissance naar Sorceror’s Well.