We besluiten om naar Afghanistan te gaan, daar zitten als het goed is de verloren Dragon Kings. En bovendien zijn we dan al een end op weg naar Mongolie, waar de demon King Loneliness zit.We verwachten dat de Wyld Hunt ook nog een dezer dagen langs kan komen, dus het hele spionagenetwerk wordt geactiveerd en Sluiers blijft achter met een van de communicatiekristallen. De volgende dag vertrekken we via de sterrenpoort naar Mos Kovia. Ster is in vol ornaat en zit op zijn bronzen paard. De anderen zijn te voet. Raine geeft zijn dievengilde een zoekopdracht: we hebben een dragonblooded tovenaar nodig die onze groep tot Sworn Brotherhood kan maken. Op die manier hopen we de effecten van eenzaamheid en wanhoop tegen te kunnen gaan. En dan gaan we op zoek naar een maanbrug. Buiten de stad, bij de poel waar de dode bard ligt, vinden we een bos elementaal die ons in ruil voor een lied naar de dichtstbijzijnde maanbrug brengt. En natuurlijk ligt die helemaal aan de andere kant van de stad. Midden tussen drie stokoude eiken met verweerde lunar merktekens. Terwijl Ma Si uitzoekt hoe ze hem kan openen, gaat Raine nog even naar de stad, maar er is nog geen nieuws.
Op de maanbrug ontmoeten we Grendel, de psychopate lunar deathknight.
Every nail, claw-scale and spur, every spike
- and welt on the hand of that heathen brute
- was like barbed steel. Everybody said
- there was no honed iron hard enough
- to pierce him through, no time proofed blade
- that could cut his brutal blood caked claw
Hij is op weg om de Bull of the North uit te dagen en Raine vraagt of hij niet liever met ons mee wil op demonenjacht. Dat niet, maar Grendel wil wel Dyjab van ons overnemen, want hij moet nog een dragonblooded aan Luna offeren of zoiets. Ster is het daar niet mee eens. "Het is onze dragonblooded!" Maar Grendel neemt hem niet serieus. "Kinderen horen thuis te blijven als de grote mensen demonen gaan verslaan." Dyjab en Ster laten zich gelukkig niet op de kast jagen, dus we nemen uiteindelijk afscheid en gaan ieder weer verder.
We arriveren op een vlakte van glasscherven die zinderen in de zon. Het is wel 50 graden en het glas snijdt dwars door onze laarzen de voeten open. Zelfs ANS-3a, het bronzen paard, klaagt dat het pijn aan haar hoeven doet. Gelukkig Oe’al kan voor iedereen de voetzolen zo versterken, dat het glas er niet meer doorheen komt. Ster maakt een boogvormig monument van glas over de uitgang van de maanbrug. Na uren lopen begint het te sneeuwen. Sneeuw? Bij deze hitte? Ster proeft er van, het doet hem een beetje aan thuis denken. En dan krijgt Raine last van haaruitval. Het blijkt Summersnow te zijn, een radioactieve neerslag. Fijn. De anderen hebben gelukkig geen last van stralingsziekte. We volgen een ondergrondse rivier, af en toe slaat Ster een put. Het glas maakt plaats voor zand en onderweg zien we vreemde gemuteerde beesten en een reusachtige vleesetende plant. Na twee dagen lopen komen we aan bij een bewoond gebied, hier ligt geen glas meer en er zijn veldjes met cactusvruchten, schorpioenen en andere tekenen van land- en veeteelt. Een vallei herbergt koepelvormige gebouwtjes. Op een paar keien staat een karakter gegrift.
"Aha, er zitten hier Dragon Kings," zegt Dyjab die het schrift kent. Opeens voelen we wapens op onze kelen. Grote reptielen, dragon kings van een soort die we niet eerder zijn tegengekomen, zijn schijnbaar vanuit het niets opgedoken. Ze hebben primitieve wapens en spreken een taal die ouder is dan de mensheid. Als we in Old Realm zeggen dat we in vrede komen, verstaan ze ons. "Solar! Jullie waren nergens toen wij in nood waren. Jullie zijn nu gevangen en we gaan eerst tot de Zon bidden voordat we verder beslissen wat we met jullie doen." We besluiten mee te doen en verzetten ons niet. Alleen Ma Si vliegt snel weg. De dragon kings leiden ons naar het dorp. Ze gaan testen of Oe’al wel een echte dragon king is en de mensen worden opgesloten in een ondergrondse ruimte. Maar het is eerder ceremonieel dan serieus: we krijgen cactuswijn en geroosterde schorpioenen, en onze wapens worden niet eens afgenomen. Na een paar uur komt een oude dragon king in een wit gewaad. Hij stelt zich voor als Doriak, priester van de ochtendzon. Er zijn er nog maar 15 van zijn volk over. Om de hierarchie te bepalen zullen we stuk voor stuk uitgedaagd worden voor een gevecht om te bepalen wie mag spreken en wie niet.
Inmiddels is Ma Si Tamuz naar een heuveltop gevlogen. Van hieraf ziet ze een spiegelende vlakte voorbij het dorp liggen en dan weet ze waar we zijn: de Mirror Plane. Ze begint een langdurig en uitgebreid ritueel om de draak Sleeping Prince op te roepen. De oude draak reageert enigszins verbaasd. "Lang geleden dat iemand me opgeroepen heeft." Hij is momenteel aan de andere kant van de wereld. Als Ma Si vertelt dat ze de schuld komt inlossen, namelijk het terugvinden van de earth dragon kings, is hij blij verrast. Hij komt er aan en hij adviseert haar om zich voor te doen als priesteres van de Opgaande Zon. Daar hebben ze respect voor, en ook voor krijgers. En o ja, mocht je een keer naar Yu Shan willen, dan moet je het maar zeggen dan kan ik je wel naar binnen helpen.
De gevechten beginnen in worstelpositie. Raine is als eerste aan de beurt. Hij wordt vastgegrepen door een enorme vrouwelijke Anklok. Hij probeert haar te charmeren, en hij krijgt een muilpeer. Hij probeert het nog eens en nu haalt ze echt uit. Ze slaat al zijn voortanden uit zijn mond en de solar stort ter aarde. "Dit gevecht is over." zegt ze, "Hij mag niet spreken."
Dan is Diamond- claw aan de beurt. Hij laat de adaman- ten chakram vliegen. Dat ding doet verder geen schade, maar het geeft hem wel de gelegenheid om te vechten. Hij is in zijn gevechtsvorm en dus ongeveer even groot als de dinosaurus. De twee wisselen dreunende klappen uit en hij houdt het twee gevechtsrondes tegen haar uit. Dan zegt ze: "Jij bent waardig om te spreken."
Dyjab mag als derde. Hij had zich goed voorbereid met allerhande verdedigende charms. Zodra het gevecht begint, zet hij zijn aura van wind en hagel aan. Daardoor aarzelt ze even. Op dat moment kan Dyjab kan zich losrukken en neemt afstand. Dan gooit ze een vuurbal naar hem toe die hij zonder schade incasseert. "Jij mag ook spreken."
Als laatste is Ster. Eerst dacht hij dat het een worstelwedstrijd zou zijn, maar door de rondvliegende tanden van Raine en die vuurbal op Dyjab weet hij dat het een serieus gevecht wordt. Hij doet zijn tigerclaws aan. Als, nadat ze elkaar vastgegrepen hebben, het gevecht begint, wil hij opstijgen. Maar de Anklok kan in de toekomst zien en ze laat de rots om zijn benen omhoog groeien zodat hij geen kant meer op kan. Dan klauwt Ster haar rug open. Het is de eerste schade die de dragon king in vier gevechten krijgt. Ze reageert furieus. Met pure essence schiet ze hem overhoop en hij riposteert met een energy drain. Het wordt een zwaar gevecht, waarbij aan beide zijden veel magie gebruikt wordt. Als Ster bijna dood is, vraagt ze of hij wil stoppen (de eerste aan wie ze het vraagt in plaats van het aan te kondigen). "Ja, da’s goed." kreunt hij. "Je verdient respect, maar je mag niet spreken." "Oh, waarom niet? Heb ik niet goed gevochten?" "Nee, omdat je een tovenaar bent en geen krijger."
Ster wordt uit de rots gebikt en alle deelnemers worden genezen. Diamondclaw en Dyjab krijgen een witte sjerp als teken van respect en Ster en Raine worden afgevoerd. Ster heeft er geen zin in om weer opgesloten te worden. Hij vindt het heel erg oneerlijk. "Dyjab is een krijger en ik niet?" denkt hij "En die primitieve hagedis gebruikt zelf volop magie, maar als ze een charm van mij niet kent, is het meteen tovenarij? Het zal wel …" Hij trekt zich woedend terug in Elsewhere en gaat mediteren om te kalmeren. Een dragon king blijft wacht houden op de plek waar Ster verdween en Raine wordt weer naar zijn cel gebracht. Diamondclaw en Dyjab worden verenigd met Oe’al, die een fraai wit gewaad draagt. Zij mogen vrij rondlopen, maar Raine wordt gewantrouwd. Dyjab gaat bij Ma Si langs om verslag te doen. Ze is onder de indruk.
De volgende ochtend verschijnt Ma Si Tamuz bij zonsopgang. Ze vliegt vanuit het Oosten, uit de opkomende zon, naar het dorp. Ze landt voor de biddende
ankloks. "Je stoort ons ochtend ritueel, maar kom mee," zegt de priester. Ma Si stelt zich voor als priesteres van de maan. Dat mag ze dan vanavond met een mis voor Luna bewijzen.
Als hij uitgemediteerd is, gaat Ster met de stamoudste praten, dat is ook een tovenaar. Maar hij kent de spreuken niet die Ster zoekt. "Misschien weten de Salamok meer," en hij vertelt dat er een vijfde stam van dragon kings bestaat, waar wij nog nooit van hadden gehoord. Die zijn lang geleden, door iets wat een sterrenpoort heet, vertrokken naar een vuurwereld. (Laten we daar nu een adres van hebben…) Ster stelt voor dat de Anklok bij de andere dragon kings gaan wonen. "Nee, verhuizen, dat gaat niet. De jonkies zitten hier in het Oosten," zegt de oude wijze.