Tanais 83 – 2 april 2015

5-viii-R2
We zijn aangekomen in Groath en regelen paarden. Dan gaan we op weg. Als we dicht bij Ashcroft zijn, begint de lucht te betrekken en horen we een irritante diepe bromtoon. Na een uurtje houdt het weer op. Een paar uur later tegen de schemering gebeurt het weer. Om een uur of elf zijn we bij het grote legerkamp aan de ingang van de Shintasta Barrows. Als we aankomen gaat het net weer brommen.  Mahamutri komt ons tegemoet. Hij kijkt een beetje verbaasd, maar voert ons mee naar de commandotent en begint onderweg al met zijn verslag: “We hebben jullie gevraagd te komen, maar jullie komen van de verkeerde kant! Desondanks fijn dat jullie er zo snel zijn. We maken ons zorgen over het gebrom. In het begin was het een keer per dag, maar het volgt steeds sneller op elkaar, duurt langer en de lucht betrekt. Alles is onnatuurlijk rustig in de Barrows, ik heb Drilim Corsair er op gezet. Je broer is voor ‘dringende zaken’ terug naar Shintasta.”
We worden vergast op spijs en drank. Na het laffe eten in de technologiewereld en het scheepsvoer is dit zeer welkom. De tovenaar komt er aangerend. “Fijn dat jullie er zo snel kunnen zijn! Wat weten jullie?” “Niks.” “Ik ben op onderzoek uitgegaan en heb de profetieën over jullie gelezen. Ik citeer: ‘Een stelletje boerenkinkels verschijnen negen jaar voor de wereld vergaat. Ze zullen snel in macht stijgen, het is maar de vraag of ze de wereld zouden redden.’ Er is sprake van allerlei rampen, iets van een gaswolk in de Barrows, ijsreuzen uit het Noorden, draken, het Vijftal dat opvalt door onnavolgbare en illustere daden. Kunnen jullie de wereld redden? Sommige bronnen zegen van wel, andere van niet.”
We vertellen dat er ‘herbrond’ is in Waldheim. Dat wist hij nog niet. Hij wil met Gwan gaan scry-en. En hij denkt dat onze tegenstander de zwarte bronnen gebruikt, en dat er erg veel kracht is vrijgekomen in Melek Qart. Wij moeten ontdekken hoe ze die energie gebruiken. De zwarte bronnen ontstonden vooral door taboe-breuk door Qartianen. Als we die jongeman van het herbronnen aan onze kant kunnen krijgen is dat heel belangrijk. Hij vermoedt dat Nehal Nemar, Eenoog en de Barrows-lieden alledrie hun kracht van Igrot krijgen.
Risha laat de Incal zien. “Zo! Dat is een krachtig ding! Wat doet het?” Chang zegt: “Gunsten verlenen in ruil voor kleur.” “En hij haalt iets wat zonium heet uit de Tempest,” zegt Risha.
Drilim Corsair weet dat de Tempest via de Soulfields is te bereiken. Maar in de Tempest zitten alleen Specters die reizigers in een voortijdig graf trekken. Hij adviseert om overleg te plegen met de Elsewherelings over hoe de Incal werkt.
Over de Barrows heeft hij ontdekt dat zonlicht het gifgas ontbindt, dus er moet een continue aanvoer zijn van beneden af. Er zitten verschillende frequenties in het gebrom. Het is een technisch verhaal waar Risha weinig van begrijpt. Hij wordt weer wakker als Drilim zegt: “Jullie moeten bedenken wat je met je soldaten doet als de gifgasaanval komt.” Risha vraagt: “Is er verband met die geslachtsziekte?” “Ja, ik denk dat het een soort spore-uitzaaiing is. Een gasgedragen sporenwolk.”
Drilim gaat door onderzoeken. Wij willen uitgeslapen zijn. Mahamutri vraagt om bevelen over wat er gedaan moet worden in geval van een gasaanval. Chang zegt: “Terugtrekken tot het over is en dan weer terugkomen.”

6-viii-R2,
Om 4 uur ’s morgens worden we gewekt door een fel stekend licht van geel-groene kleur. De Children of Higg komen ons opzoeken. “Goedendag. Wij maken ons ongerust. Wij hebben drie weken in quarantaine gezeten, maar nu letten ze niet meer op ons. Hoe is het hier?”
Chang: “We zitten met een ophanden gasaanval.”
Dat interesseert ze niet. Ze willen weten hoe het met de tijd zit. Chang legt de profetie uit: we hebben nog zeven jaar. Dat klopt met een van hun berekeningen. Gwan en Risha vertellen dat we terug in de tijd zijn gereisd. “Chang heeft gelijk dat het asymmetrisch verloopt,” zegt een van de dames, “gemiddeld gezien verlopen er drie weken bij ons voor anderhalve dag bij jullie.” Verder vertellen ze dat wij hebben blootgelegd dat het systeem in de Hardware Legacy gecorrumpeerd is door de zwarte bronnen en zo. Risha vraagt of Virtual Reality gebruikt kan worden om scenario’s uit onze wereld uit te spelen, dan hebben we nog wat aan de creativiteit van al die miljoenen mensen. Dat kan, maar het kost geld. Ze bieden aan dat wij bij hun scenario’s kunnen uitdenken omdat daar veel meer tijd is. Dan kunnen we af en toe thuis komen om hier de dingen op te lossen.
Risha vraagt: “Hebben jullie tegen die schimmels een tegengif wat wij kunnen gebruiken?” Chang stelt voor om dat aan Chantal en de lunars te vragen. Risha stelt een convocatie van solars, lunars, siderials en tovenaars voor.

De Higgs gaan er aan werken om de overgang tussen de werelden betrouwbaarder te maken, maar weten nog niet hoe ze dat onderzoek aan hun superieuren kunnen verkopen. Misschien kunnen ze de Melek Qart ontploffing aangrijpen om fondsen los te maken. De asymmetrie is door die ontploffing toegenomen. En er moet er niet nog zo eentje komen, want dan wordt de verhouding eeuwen/uren in plaats van weken/dagen.
We vragen ons af of wij kunnen leren om door de tijd te reizen.
De volgende afspraak is in onze tijd vanavond, voor hen over twee weken. “En wanneer komen jullie onze kant op om met de Sandmen naar de Darkwherelings te gaan?”
Floep – ze zijn weg.
We hebben nog tijd voor een tweede slaapje tot de ochtend. Om half negen is het koninklijke ontbijt. Mahamutri stelt voor dat wij de heuvels beklimmen om de toestand van de omgeving te verkennen. Gwan probeert te scryen, maar de plaatsen die we kennen kan hij niet zien.

Bovenaan de heuvel is het al doods. Chang doet de charm Blissful Release op ons. Vanuit het midden komt de duisternis. Zodra we over de heuvelrug zijn, komen we in een dichte groene mist. Chang gaat voorop. Na een uur ziet de grond er behoorlijk platgetreden uit, en er ligt afval van legerkampen. Wat verderop komen we onder de mist uit. De lucht is nog steeds giftig, maar we kunnen heel ver zien. Grote legerplaatsen aan de binnenkant van de rand, net onder het wolkendek. Het land is kleurloos, op de vier shuragi-tinten na. Risha stijgt op en verkent van vlak onder het wolkendek. Hij ziet githyanki-strijders op gepantserde slakken patrouilleren rondom de kampen. De slijmsporen trekken snel weg. In de kampen ziet hij ook allemaal githyanki. Ieder kamp is 1 bij 2 kilometer en er zijn er honderden, een kilometer kamp, vier kilometer vlakte en dan weer een kilometer kamp. De dichtheid van de kampen neemt af naar het zuiden. Hij vliegt naar het midden van de Barrows. Voorbij de kampen is geen moeras meer, maar de grond is weggegraven. De tombes van zijn voorouders zijn er niet meer. In plaats daarvan is er in het geografische midden van de Burrows een zwarte diepte. Hij ziet dat de randen vol met tunnels zitten. De burrowers hebben een gatenkaas onder de vlakte gegraven die in deze put uitkomt. Er komt een bromtoon uit de diepte, en die doet behoorlijk pijn. De duisternis in het gat is een zwart gas. Een variant van een zwarte bron? Risha weet in de lucht te blijven en kan terugkeren om verslag uit te brengen. Na een tweede set beschermingscharms geeft Chang licht. Zijn anima verdrijft het gas, net zoals zonlicht. We verlaten de Burrows over de Oostelijke heuvels en keren terug.

Risha verwacht dat de tunnels tot vlak onder de oppervlakte van de heuvels aan onze kant zullen lopen en dat de aanval dus niet over de heuvels, maar erdoorheen zal komen. Gezien de versnelling van de brom-duisternissen verwacht Drilim de sporenwolk over vier dagen, om half elf ’s nachts, en het gaat vier uur duren. Het plan is om vallen te zetten. We moeten met Gnumpathi praten. Die weet veel over githyanki. Hij zal er over twaalf uur zijn.

3 xp

Tanais 83

Tanais 83 – 2 april 2015

5-viii-R2

We zijn aangekomen in Groath en regelen paarden. Dan gaan we op weg. Als we dicht bij Ashcroft zijn, begint de lucht te betrekken en we horen een irritante diepe bromtoon. Na een uurtje houdt het weer op. Een paar uur later tegen de schemering gebeurt het weer. Om een uur of elf zijn we bij het grote legerkamp aan de ingang van de Shintasta Barrows. Als we aankomen gaat het net weer brommen.  Mahamutri komt ons tegemoet. Hij kijkt een beetje verbaasd, maar voert ons mee naar de commandotent en begint onderweg al met zijn verslag: “We hebben jullie gevraagd te komen, maar jullie komen van de verkeerde kant? Fijn dat jullie er zo snel zijn. We maken ons zorgen over het gebrom. In het begin was het een keer per dag, maar het gaat steeds sneller, duurt langer en de lucht betrekt. Alles is onnatuurlijk rustig in de Barrows, ik heb Drilim Corsair er op gezet. Je broer is voor ‘dringende zaken’ terug naar Shintasta.”

We worden vergast op spijs en drank. Na het laffe eten in de technologie wereld en het scheepsvoer is dit zeer welkom. De tovenaar komt er aangerend. “Fijn dat jullie er zo snel kunnen zijn! Wat weten jullie?” “Niks.” “Ik ben op onderzoek uitgegaan en heb de profetieën over jullie gelezen. Ik citeer: ‘Een stelletje boerenkinkels verschijnen negen jaar voor de wereld vergaat. Ze zullen snel in macht stijgen, het is maar de vraag of ze de wereld zouden redden.’ Er is sprake van allerlei rampen, iets van een gaswolk in de Barrows, ijsreuzen uit het Noorden, draken, het Vijftal dat opvalt door onnavolgbare en illustere daden. Kunnen jullie de wereld redden? Sommige bronnen zegen van wel, andere van niet.”

We vertellen dat er ‘herbrond’ is in Waldheim. Dat wist hij nog niet. Hij wil met Gwan gaan scry-en. En hij denkt dat onze tegenstander de zwarte bronnen gebruikt en dat er erg veel kracht is vrijgekomen in Melek Qart. Wij moeten ontdekken hoe ze die energie gebruiken. De zwarte bronnen ontstonden vooral door taboe-breuk door Qartianen. Als we die jongeman van het herbronnen aan onze kant kunnen krijgen is dat heel belangrijk. Hij vermoedt dat Nehal Nemar, Eenoog en de Barrows-lieden alledrie hun kracht van Igrot krijgen.

Risha laat de Incal zien. “Zo! Dat is een krachtig ding! Wat doet het?” Chang zegt: “Gunsten verlenen in ruil voor kleur.” “En hij haalt iets wat zonium heet uit de Tempest,” zegt Risha.

Drilim Corsair weet dat de Tempest via de Soulfields is te bereiken. Maar in de Tempst zitten alleen Specters die reizigers in een voortijdig graf trekken. Hij adviseert om overleg te plegen met de Elsewherelings over hoe de Incal werkt.

Over de Barrows heeft hij ontdekt dat zonlicht het gifgas ontbindt, dus er moet een continue aanvoer zijn van beneden af. Er zitten verschillende frequenties in het gebrom. Het is een technisch verhaal waar Risha weinig van begrijpt. Hij wordt weer wakker als Drilim zegt: “Jullie moeten bedenken wat je met je soldaten doet als de gifgasaanval komt.” Risha vraagt: “Is er verband met die geslachtsziekte?” “Ja, ik denk dat het een soort spore-uitzaaiing is. Een gasgedragen sporenwolk.”

Drilim gaat door onderzoeken. Wij willen uitgeslapen zijn. Mahamutri vraagt om bevelen over wat er gedaan moet worden in geval van een gasaanval. Chang zegt: “Terugtrekken tot het over is en dan weer terugkomen.”

6-viii-R2,

Om 4 uur ’s morgens worden we gewekt door een fel stekend licht van geel-groene kleur. De Children of Higg komen ons opzoeken. “Goedendag. Wij maken ons ongerust. Wij hebben drie weken in quarantaine gezeten, maar nu letten ze niet meer op ons. Hoe is het hier?”

Chang: “We zitten met een ophanden gasaanval.”

Dat interesseert ze niet. Ze willen weten hoe het met de tijd zit. Chang legt de profetie uit: we hebben nog zeven jaar. Dat klopt met een van hun berekeningen. Gwan en Risha vertellen dat we terug in de tijd zijn gereisd. “Chang heeft gelijk dat het asymmetrisch verloopt,” zegt een van de dames, “gemiddeld gezien verlopen er drie weken bij ons voor anderhalve dag bij jullie.” Verder vertellen ze dat wij hebben blootgelegd dat het systeem in de Hardware Legacy gecorrumpeerd is door de zwarte bronnen en zo. Risha vraagt of Virtual Reality gebruikt kan worden om scenario’s uit onze wereld uit te spelen, dan hebben we nog wat aan de creativiteit van al die miljoenen mensen. Dat kan, maar het kost geld. Ze bieden aan dat wij bij hun scenario’s kunnen uitdenken omdat daar veel meer tijd is. Dan kunnen we af en toe thuis komen om hier de dingen op te lossen.

Risha vraagt: “Hebben jullie een tegengif tegen die schimmels wat wij kunnen gebruiken?” Chang stelt voor om dat aan Chantal en de lunars te vragen. Risha stelt een convocatie van solars, lunars, siderials en tovenaars voor.

De CHiggs gaan er aan werken om de overgang tussen de werelden betrouwbaarder te maken, maar weten nog niet hoe ze dat onderzoek aan hun superieuren kunnen verkopen. Misschien kunnen ze de Melek Qart ontploffing aangrijpen om fondsen los te maken. De asymmetrie is door die ontploffing toegenomen. En er moet er niet nog zo eentje komen. Want dan wordt het eeuwen/uren in plaats van weken/dagen.

We vragen ons af of wij kunnen leren om door de tijd te reizen.

De volgende afspraak is onze tijd vanavond. Voor hun over twee weken. “En wanneer komen jullie onze kant op om met de Sandmen naar de Darkwherelings te gaan?”

Floep – ze zijn weg.

We hebben nog tijd voor een tweede slaapje tot de ochtend.  Om half negen is het koninklijke ontbijt. Mahamutri stelt voor dat wij de heuvels beklimmen om te verkennen. Gwan probeert te scry-en maar de plaatsen die we kennen, kan hij niet zien.

Bovenaan de heuvel is het al doods. Chang doet de charm Blissful Release op ons. Vanuit het midden komt de duisternis. Zodra we over de heuvelrug zijn, komen we in een dichte groene mist. Chang gaat voorop. Na een uur ziet de grond er behoorlijk platgetreden uit en er ligt afval van legerkampen. Wat verderop omen we onder de mist uit. De lucht is nog steeds giftig maar we kunnen heel ver zien. Grote legerplaatsen aan de binnenkant van de rand, net onder het wolkendek. Het land is kleurloos, op de vier shuragi-tinten na. Risha stijgt op en verkent van vlak onder het wolkendek. Hij ziet githyanki strijders op gepantserde slakken patrouilleren rondom de kampen. De slijmsporen trekken snel weg. In de kampen ziet hij ook allemaal githyanki. Ieder kamp is 1 bij 2 kilometer en er zijn er honderden, een kilometer kamp, vier kilometer vlakte en dan weer een kilometer kamp. De dichtheid van de kampen neemt af naar het Zuiden. Hij vliegt naar het midden van de Barrows. Voorbij de kampen is geen moeras meer, maar de grond is weggegraven. De tombes van zijn voorouders zijn er niet meer. In plaats daarvan is er in het geografische midden van de Burrows een zwarte diepte. Hij ziet dat de randen vol met tunnels zitten. De burrowers hebben een gatenkaas onder de vlakte gegraven die in deze put uitkomt. Er komt een bromtoon uit de diepte en die doet behoorlijk pijn. De duisternis in het gat is een zwart gas. Een variant van een zwarte bron? Risha weet zich vliegende te houden en kan terugkeren om verslag uit te brengen. Na een tweede set beschermings-charms geeft Chang licht. Zijn anima verdrijft het gas, net zoals zonlicht. We verlaten de Burrows over de Oostelijke heuvels en keren terug.

Risha verwacht dat de tunnels tot vlak onder de oppervlakte van de heuvels aan onze kant zullen lopen en dat de aanval dus niet over de heuvels, maar erdoorheen zal komen. Gezien de versnelling van de brom-duisternissen verwacht Drilim de sporenwolk over vier dagen, om half elf ’s nachts, en het gaat vier uur duren. Het plan is om vallen te zetten. We moeten met Gnumpathi praten. Die weet veel over githyanki. Hij zal er over twaalf uur zijn.

3 xp

Tanais – 82

Tanais 82 – 19 maart 2015

De drie Children of Higg, Helena, Condoliza en Gwen, zijn blij om ons te zien. Ze vinden dat we ‘het er fantastisch van hebben afgebracht’. Maar ze hebben voor ons wel even het Rode Alarm dat we lieten afgaan, uitgezet voordat de beveiliging ons op het spoor kwam.
[Out of Game: we krijgen een punt Virtue erbij die we kunnen gebruiken als we ooit een beroep op hen willen doen.]
Als we de muur passeren zien we onder ons een net, beschaafd landschap met her en der dorpjes en een enkel stadje. De schimmels zitten niet aan deze kant van de muur, althans niet zichtbaar. Of er onder de grond een mycelium zit, weten ze eigenlijk niet.
De Incal is een interessant ding. Als wij hem niet meenemen willen ze hem graag hebben om uit elkaar te halen en te bestuderen.
“Bedoelen jullie dat die mee kan naar onze wereld?”
“Ja, hij is niet van materie of antimaterie gemaakt maar van Igrot, en daarom kan het ding in allebei de werelden bestaan.”
Risha zegt dat je er zonium mee uit de Tempest kan destilleren.
“Jij kunt dat, want voor jou is de Tempest magie. Voor ons is het alleen maar een plek waar we met onze ruimteschepen doorheen gaan.”
Daarna gaat het gesprek over de tijdsymmetrie. Die is dus niet zo symmetrisch. Volgens hun logboeken is er ’slippage’, een verschuiving, toename van het verschil tussen de werelden.

Gwan begint er over dat hij dit zo’n onrechtvaardige wereld vindt. Dat zijn de dames niet met hem eens. “Ze hebben er toch zelf voor gekozen?”
Risha vraagt hoe het demotiestelsel werkt. “Ja, zo behoud je de kwaliteit. Wie goed functioneert behoudt zijn rang en kan zelfs stijgen, maar inferieur materiaal daalt iedere generatie. Er wordt zelfs af en toe een zeer getalenteerde van rang 15 naar de buitenwereld gepromoveerd. Het systeem is langzaam zo ontstaan. Er waren steeds meer mensen die zich terugtrokken in de virtuele wereld en er was een steeds grotere trek naar de stad. Wij kunnen niet iedereen gebruiken, dus dit was een ideale oplossing.”
Gwan vraag wat zij kunnen vertellen over zonium. “Wij zijn een speciale onderafdeling van de Children of Higg. Wij zijn zonium buiten de vier bekende dimensies op het spoor gekomen. De andere facties vinden waar wij mee bezig zijn maar vage zweverij.”
Daarna vraagt Gwan of de VR technologie ook naar onze wereld kan. “Ja en nee. Wij hebben ons eilandje zo ver van jullie culturele invloeden dat het niet interfereert met onze technologie.” Risha zegt: “Dus dan moeten we de goudmachine ver van de bewoonde wereld houden.” Chang: “Claude kan technische uitvindingen doen, maar siderial technologie gaat in zijn handen net zo snel kapot als bij ons.”
“Over vijf uur zijn we bij Salonka, willen jullie nog wat slapen voor we er zijn?” Dat is een goed idee. Gwan wil de datum weten. “18 maart 6015, eind van de middag.” “Ok, we zijn vertrokken op 4-viii-R2, dan kunnen we het tijdsverschil uitrekenen als we weer terugkomen.” Dan valt hem wat op: “Jullie hart klopt niet, en jullie ademen niet!”
“Nee, we ademen heel langzaam. Een ademhaling per twee minuten.” Gwan vraagt of hij de pols mag voelen. Ook 1 per 2 minuten. “Als je pols sneller klopt, dan ga je ook sneller dood,” zegt ze, “dat weet iedereen. De GMO’s worden maar dertig jaar oud. Hun DNA is met planten en dieren gemengd. Onze genen zijn veredeld, niet gemodificeerd. Wij leven langer: blauw leeft ongeveer 150 jaar en wit 1500 jaar. Dat is een heel verschil.” Ze vinden ons maar zielig dat onze harten zo snel kloppen. “Volgens de siderials kunnen wij ook duizenden jaren oud worden” zegt Risha, ”Imhotep is zelfs al meer dan honderdduizend jaar oud.” Dat vinden ze heel interessant.

We gaan slapen. Het zijn heel comfortabele banken. Slapen… ALARM! De sirenes gaan af! – Het was niet Claude –
“Zet de 3D printer aan!” De vier dames zijn druk in de weer met apparaten. Uit een grote kast stappen één voor één volledig bewapende soldaten.
Als we aan komen snellen zegt een van de dames: “Kijk maar op de radar, er komt een groot schip aan van een andere afdeling, de Technocraten. Zij zijn groter en gevaarlijker dan wij! Ze willen ons inrekenen omdat we verboden experimenten doen. En jullie zullen ze vernietigen. Wij gaan proberen om met het schip en jullie te ontsnappen. De mannen uit de printer zijn de afleiding.”
Twintig vers-gekloonde soldaten klimmen uit het luik in het dak van ons schip en vliegen naar de tegenstander. Even later verschijnt een enorm luchtschip boven ons. De afleiding is duidelijk niet gelukt.
“Ze hebben een tractorbeam! We worden naar binnen gezogen! We gaan de noodknop voor jullie activeren,”
Wat doet die? vraagt Risha.
“Okergeel – terug naar jullie wereld.”
“Mag ik de incal?”
“Ja. … Het ga jullie goed. Wij zitten wel een tijdje vast, maar zonder jullie hebben ze geen bewijs.”

Er gaat een stekende pijn door ons heen. Fel okergeel licht. Een schelle fluittoon in onze oren. En dan is er woestijnzand en een heldere blauwe hemel. Het ruikt naar de wilde saliestruiken. We zijn naakt, geen kleren, geen uitrusting, alleen de incal in Risha’s hand. Maar het lijkt wel alsof we in een zwart-wit film terecht zijn gekomen. Dit zou wel eens Euboia kunnen zijn. Wij zelf hebben wel heel veel kleur. De zon staat laag aan de horizon, het is vroeg in de ochtend maar het begint al warm te worden. We lopen naar het Noorden. Na drie uur bereiken we geïrrigeerd land. Chang duikt meteen in het kanaal. Als er niks gebeurt volgen de anderen zijn voorbeeld.
Terwijl we genieten van het koele water komen er een paar meisjes in griekse jurkjes aan, met waterkruiken. Hun mond valt open van verbazing. Veel te felle kleuren! Ze zijn bang, eentje rent terug naar het dorp. Risha maakt een gebaar van vrede. Het feit dat hij een bloedmooi, bloot jongetje is helpt wel om de meisjes gerust te stellen. “Waarom zijn jullie zo fel?” vraagt eentje.
“Tsja, we zijn niet van hier.”
“Ik denk dat jullie demonen zijn die ons komen verleiden! Jullie zijn geen mensen, met zoveel kleur. Dat kan alleen maar betekenen dat jullie slecht zijn!”
Risha probeert uit te leggen dat we alleen maar anders zijn, niet slecht.
“Jullie hebben kleren nodig!” zegt ze, “Wacht hier!” en ze rent weg. Een andere fluistert: “Echte incubi! De gezant van de cycloop heeft gezegd dat we moeten uitkijken voor mensen met kleur.” Maar ze giechelt erbij.
Even later komt het eerste meisje terug met een arm vol grijze lappen. Het zijn ruim vallende gewaden en hoofddoeken die alleen de ogen vrij laten.
“Nu moeten we naar huis, blijven jullie hier tot morgen elf uur?” Dat beloven we. “Dan zijn we er morgen weer.”
Als ze weg zijn doen we ons te goed aan de grijze tomaten en pompoenen die hier groeien. Ze smaken net zo flauw als ze er uitzien. Dan sturen we Claude met Flawless Disguise naar het dorp. Een half uur later komt hij weer terug. “Het is inderdaad Eiboia. Er staat een groot beeld van een Idrissi-demon op het plein, met één oog midden op zijn voorhoofd. Verder is het een saai dorpje. Er komt af en toe een karavaan langs op weg naar het Noorden.”
We willen onze afspraak met de meisjes nakomen, dus blijven we een nachtje bij het kanaal.

De volgende morgen zijn de dorpsmeisjes er om elf uur precies. Iets schaarser gekleed dan gisteren, en ze maken avances. Risha gaat er graag op in. Hij wil hun grijze bestaan wel wat spannender maken.
“Morgen zelfde tijd?” vragen de meisjes als ze weer weg moeten.
“Helaas,” zegt Chang, “we moeten weg. Kunnen jullie ons wijzen waar de rivier is?”
“Dat is twaalf uur lopen die kant op,” zegt er een teleurgesteld en wijst naar het Noordwesten. Met een knuffel nemen we afscheid. We lopen tegen de stroom in langs de kanaaltjes. Onderweg eten we van het fruit. Niemand valt ons lastig, en twaalf uur later komen we aan bij de rivier. Het is inmiddels diep in de nacht.
Als we de volgende dag weer wakker zijn, lopen we naar het Noorden langs de rivier. We komen een klein bootje tegen, dat is voor ons als de landarbeiders niet kijken. Met de magie die we van de hobbits hebben geleerd zorgen wind en stroming dat ons bootje heel snel vooruit gaat. Tegen de avond komen we bij een stad. Daar zijn ze wel vreemden gewend. We punteren naar het haventje. Eerst maar een slaapplaats vinden en dan zorgen we wel voor beter vervoer. Risha steelt een beursje uit de zak van een voorbijganger. “Als koning kun je toch geen zakkenrollen!” zegt Chang verwijtend. “Sommige dingen verleer je niet.”
Er zitten een paar zilverstukken in, genoeg voor een herberg. Vanwege onze windsels en felgekleurde ogen worden we in de gelagkamer argwanend bekeken. De herbergier adviseert ons om op onze kamer te eten. De maaltijd smaakt even grauw als hij er uitziet. ’s Nachts houden we wacht, maar er gebeurt niets.
De volgende dag gaan we de stad in. Het is relatief geordend, voor een stad. De mensen mijden ons een beetje maar ze zien hier wel vaker mensen van buiten met kleur. De gewaden die we hebben gekregen zijn de gebruikelijke dracht voor buitenstaanders. Als we een andere buitenlander tegenkomen knoopt Chang een gesprek aan.
“Ja, ik ga hier weer weg. Rotplek! Het is dat mijn baas me gestuurd heeft en hun geld nergens last van heeft. Goud houdt zijn kleur. Maar ik zal blij zijn als ik weer weg ben. Ik kom uit Ostrakia, dat is de zuidelijke staat van Sesklo. Ik koop hier erts. Ostrakia gebruikt dat om spullen te smelten. Het is daar niet pluis, maar hier… die drie cyclopen! Die zorgen er voor dat de mensen tot niets komen. Standbeelden! Daar staan ze dan met al hun deugdelijke beroepen! Geef mij maar een echte stad, met bedelaars, dieven en oplichters. Hoewel de dames hier in het geniep wel mannen met een kleurtje willen!”
“Ja, dat hebben we gemerkt! Wij zoeken een manier om hier vandaan te komen.”
“Kom maar mee. Ik heet Alain. Voor een goed verhaal kun je mee op mijn schip.”
Hij neemt ons mee naar een luxe boot met een kajuit. Die is wat minder grauw. Hij haalt een fles en wat glazen tevoorschijn. “Maar wat is jullie verhaal?”
Chang vertelt over ons avontuur in de andere wereld.
“Een geweldig verhaal! Maar als jullie me wat aandoen ga je overboord. Waar moet je naar toe?” De schipper denkt dat we misdadigers zijn, maar hij durft het aan om ons mee te nemen.
“Naar Soul.” Risha nodigt hem uit in Bronwë. “Vraag naar Risha, Chang en Gwan.”
“Soul? Hebben jullie ook zo’n last van draken? Er zit er een bij ons in de bergen.”
“Nee,” zegt Gwan, “Wij hebben reuzen. Vooral in de winter.”
Alain vertelt dat er veel vluchtelingen uit Euboia komen. “De Grauwen laten we nog wel binnen, maar de echte Kleurlozen houden we buiten.”
De volgende nacht arriveren we bij de monding van de rivier. Alain vaart ons twee dagen langs de kust. Het is een prettige reis met rustig weer. In Tartessos, een klein landje tussen Euboia en Sesklo, wijst hij ons een schip waar we passage kunnen boeken. Maar we hebben geen geld, geen normale kleren, niets. Werken voor de overtocht komt niet bij Risha op. Hij vraagt naar een Qartiaanse bank. Die zijn aan het opdoeken, maar er is er nog wel een. Hij gaat er naar toe en stelt zich voor. “Kun je bewijzen wie je bent?”
De kattenogen zijn niet voldoende, maar hij had wel gehoord dat de koning van Soul een in de Qartiaanse mysterien was. “Wat weet je van Elsewhere?”
Risha laat hem de incal zien. De bankier is voldoende onder de indruk om een kredietbrief uit te schrijven. Bij de thee zegt hij: “Doe de groeten aan Kadier’s opvolger! Het schijnt overigens dat de resourcing naar Valdheim is gegaan. Ik heb gehoord dat er een jongeman uit Rea Sylvia vertrokken is naar Valdheim en dat er daar toen dingen begonnen te gebeuren.”
Interessante informatie.

Met de kredietbrief kunnen we passage boeken op een niet al te luxe scheepje. Als we in de buurt van Albion zijn, vragen we of de schipper kan aanleggen bij het eilandje van Daguerre. Albion is altijd leuk. Het is een gezellig haventje. Daguerre blijkt daar net aangekomen te zijn met een paar pegasi. Als ze de pandbrief ziet, betaalt ze de kapitein voor de overtocht en geeft hem een dikke fooi. “Koning?” zegt de schipper verbaasd, “Het is me wat…”
“Hoe lang zijn we weggeweest?” vragen we aan Daguerre.
“Ik wist helemaal niet dat jullie weg waren.”
Het blijkt dat het vandaag dezelfde dag is als de dag waarop we met Gnumpathi vertrokken zijn!
We krijgen een hobbit katamaran. De oversteek gaat razendsnel en we arriveren een dag later in Groath. Van hier is het twee dagen over de weg naar Soul.
Het is nu 7-viii-R2.

3Xp

Tanais – 81

Tanais – 81 – 5 maart 2015

Dag 10 in de wereld van de Technocratie, lunchtijd in de kantine van de robotfabriek in Toren 7.
Johan neemt afscheid en gaat naar zijn nieuwe werk. Op diverse beeldschermen in de kantine is nieuws te zien. Het gaat alleen over deze stad: vergaderingen, beleid, de komende verkiezingen; met veel advertenties tussendoor. Voor de mensen in deze stad relevant, maar allemaal wel heel lokaal. Het eten smaakt goed, maar is voor ons niet herkenbaar als groente of vlees. De mensen zijn wat socialer dan in de anonieme woontorens. Als we met ze in gesprek raken, komen we er achter dat de verkiezingen gaan tussen Player-Versus-Player en Developer-Coordinated. Dat zijn twee stijlen van virtual reality spellen. We ontdekken dat er vier afdelingen in de soorten banen zijn. Wij zijn ingedeeld bij de Corpocrats. Dan zijn er nog de Advertisers, Announcers en Doctors.
Na het eten gaan we op zoek naar een rustige kamer met een terminal. Risha logt in met het account van Johan.
“Welkom Johan. U bevindt zich in de verkeerde ruimte.”
Oeps. Met een stoot extra essence maakt hij een nieuw account van het juiste niveau aan.
“Welkom recruten. Voer uw gegevens in en ga verder. Duimafdruk graag.”
Risha zet zijn duim op het scherm en voert zijn naam en leeftijd in.
“U heeft toegang tot niveau 10 gegevens.”
De zoekterm Alexander levert op dat hij voor de Corpocrats werkt, sinds kort als niveau 10 op afdeling 151. Er zit een fotootje bij en zijn adres: toren 17, etage 9396, appartement 21. Risha vraagt verder wat de verschillende afdelingen doen. De Corpocrats gaan over de productie en de distributie, niet alleen binnen deze Hardware Legacy, maar ook tussen de HL’s onderling en zelfs de in- en uitvoer naar de Technocratie. Ze zijn de enigen die zich met enige regelmaat buiten de eigen stad begeven. Maar ook de Corpocrats worden niet buiten de HL’s toegelaten. De Advertisers zorgen dat de lagere levels tevreden blijven en zich richten op taken die voor hen geschikt zijn, zoals het kopen van de geproduceerde spellen en producten. De Announcers bepalen de regels van de Virtual Realities, de shutdowns en restarts van de servers en de wijzigingen. Bovendien bemiddelen zij bij conflicten. De Doctors zijn verantwoordelijk voor de genetische aanpassingen van lagere levels, zodat ze de chemicaliën produceren die de Technocraten nodig hebben.
Claude vindt een plattegrond van de stad. Er zijn twintig woontorens. Hij ontdekt dat er allemaal onregelmatigheden in de architectuur zitten, waardoor er gemakkelijk allerlei extra verdiepingen weggemoffeld kunnen worden. Er is een complete stad achter de stad. Een beetje puzzelen levert op dat hij als level 10 tot ongeveer 70% van die stad toegang heeft.  Vooral in toren 12 is een enorme ruimte weggemoffeld.
Gwan wil informatie over de chips. “Stel uw vraag specifieker.” Met gerichte vragen komt hij van alles te weten. Bionic ondersteunt de werking van diverse delen van het lichaam. Augmented zorgt voor het interacteren met niet-fysieke voorwerpen in de common reality om je heen, het verschilt overigens per level wat voor dingen je waarneemt en hoe je de wereld ziet. Virtual is niet voor iedereen gemeenschappelijk, maar wel degelijk bloedserieus voor de deelnemers. Het verschil tussen de hogere en lagere rangen is diffuus en het is niet helemaal duidelijk waar het kantelpunt ligt. De “non-chipped” rangen boven niveau 10 zijn wel degelijk gechipped, maar alleen met Enhanced Genetics. Niet met Control chips, dus hun gedrag kan niet gestuurd worden. Er bestaan wel External Devices om de chips van level 1 t/m 9 te emuleren. Daarmee kunnen niveau 10 en hoger voor onderhoudsdoeleinden de Augmented en Virtual Realities in.
Risha wil een appartement kopen, maar dat zit er niet in voor iemand van level 10. En persoonlijke shuttles ook niet. Hij kan wel de credits loskrijgen om een hotelkamer te boeken in de flat van Alexander, en voor iedereen een complete VR-set te bestellen.

7 uur ’s avonds
We hebben onze spullen opgehaald in het vorige hotel en gaan naar toren 17. Dit is een heel ander hotel: geen hoertjes, geen luide muziek en geen personeel. De VR-sets zijn inmiddels op onze kamers bezorgd. Het zijn een soort hamsterballen, met een pak en een helm erin. Bal in, pak aan, helm op. “Stel uw voorkeurswereld in. U bent onzichtbaar aanwezig.”
We kiezen een PVP Space setting. Opeens staan we in een ruimtestation. Het is hier hartstikke druk. Het is het level één ingangspunt van deze setting. Her en der staan lichtgevende figuren die je kunt aanspreken en er zijn overal mensen met elkaar bezig. Ze maken grootse plannen voor hun nieuwe personage. We horen over een grote oorlog die aanstaande is tussen twee facties. Er gaat niemand echt dood, maar als het klaar is zullen er zeker faillissementen uitgesproken worden. Wij kunnen alleen met de lichtende figuren interacteren.
“Waar willen jullie heen?”
We kiezen een willekeurige planeet uit.
“Hoog level of laag level?”
Hoog.
“Welke factie?”
We kiezen at random factie 5: Liberia. Dan mogen we doorlopen. Er staat een ruimteschip voor ons klaar. We hebben uitzicht op “de ruimte”: sterren en zonnen vliegen voorbij, de vlucht duurt een paar uur. We landen in een grote metropool met Russisch aandoende architectuur. De mensen dragen kleurrijke klederdracht. Er staan hele vloten klaar buiten de dampkring. Er is hard gespaard en volgend weekend gaan ze een naburig zonnestelsel aanvallen. De tegenstanders hebben minder credits, dus ‘wij’ gaan winnen. Er worden goede gevechtspiloten gerecruteerd, en mijnwerkers. Dit is hèt moment om een fortuin te verdienen. Wij kunnen met alles interacteren, putdeksels optillen, het riool ingaan, etcetera, maar alleen Announcers zijn bevoegd om dingen echt te veranderen. We stappen de VR maar weer uit.
“Dit doen ze dus met z’n miljoenen tegelijk,” zegt Risha.
Er is in de echte wereld ongeveer evenveel tijd verstreken als in VR. Het is nu een uur of drie ’s nachts.

Dag 11
We staan om negen uur op en eten wat er voor ons uit de muur komt. In Augmented Reality zal het vast heel lekker zijn, maar voor ons smaakt het als nat karton. Chang stelt voor om ons vandaag op Alexander te focussen. We gaan naar het juiste appartement. Claude doet weer zijn truc met de vingerafdruk en we zijn binnen. Alexanders appartement is heel slordig en doet aan als een studentenkamer. Claude vindt een kluis achter een schilderij. Dit ding is buiten het systeem om geplaatst, en kan niet worden gedetecteerd door de Technocaten. Voor de mensen in deze wereld zou het openen van de kluis een onoplosbaar probleem zijn, maar voor een meesterinbreker als Claude is het een fluitje van een cent. (10 successen!)
In de kluis vinden we een steen in de vorm van twee in elkaar geschoven piramides (incal) die licht geeft in alle kleuren van de regenboog. Hij is zwaar magisch. Claude wikkelt de steen in een doek en steekt hem bij zich. We doen de kluis weer op slot en gaan naar buiten.
Gwan onderzoekt de steen. “Qartianen haalden dit soort dingen uit Elsewhere,” zegt hij, “het zijn de excrementen van Igrot. Dit is er eentje die bij deze wereld hoort omdat hij uit Darkwhere komt. Je kunt er je eigen kleur in kwijtraken in ruil voor magische gunsten.”
Claude zegt: “We kunnen met de incal naar de Sandmen of naar de zwarte bron.” Risha oppert: “Of naar de Children of Higg.”
We kiezen voor de Sandmen. We trekken onze originele kloffie weer aan en steken de nette kleren in onze rugzakken. Van een tot vijf uur ’s middags lopen we als zwervers rond tussen de woontorens. Dan komen we bij Clark, bij de verscholen ingang. Hij zet de anti-technologie even uit en dan mogen we naar binnen. Binnen is het rustig. Claude laat de incal zien.
Clark kijkt hebberig: “Whoa, dit is heavy shit! Het ziet er uit alsof het uit onze bron komt, maar we kennen dit ding niet.”
“Dus dan is er een andere bron,” zegt Risha, “of Alexander heeft hem gekregen van buiten de stad.”
Clark haalt Duffet en nog zes andere magiërs er bij. Ze tekenen symbolen op de grond, chanten en dansen, en dan verschijnen de Sandmen weer. Eerst mensen, dan archaïsche wezens en uiteindelijk broeder Schorpioen.
“Wederom welkom, mede-tani,” zegt Schorpioen.
Chang antwoordt: “We hebben iets gevonden. We weten dat het uit Igrot komt.” Hij laat de incal zien.
“Ja, dat is iets heel bijzonders. Het destilleert zonium uit de Tempest. Er moet een kaste van wezens zijn die dit soort dingen creëert uit de excrementen van Igrot. Wat er uit de zwarte bron hier komt, wordt door ons geboetseerd. Maar dit is in Darkwhere gemaakt door andere lieden.”
Claude vraagt: “Dus dit kan zonium destilleren?”
“Ja, druppelsgewijs.” Dan richt hij zich tot de anderen: “Clark, Duffet, deze lieden komen van Tanais, zij zijn Sandmen net als wij. Wat wij nu gaan bespreken is alleen voor Sandmen.”
Ze kijken gekwetst en vertrekken. Als we alleen zijn klinkt Schorpioen een stuk minder formeel: “Jongens, wij zijn aangespoeld. De gelukkigen, met rudimentaire gaven ten opzichte van Darkwhere. Maar als drenkelingen blijven we weg van bepaalde gebieden. Dit hier komt van een kaste van wezens vergelijkbaar met wat er vanuit Elsewhere handelde met de Quartianen. Lieden waar wij niets van weten, Darkwherelings van buiten de regionen waar wij kunnen komen. In vergelijking met de originele bewoners van Darkwhere en Elsewhere kunnen wij feitelijk maar heel weinig. Dit is te verfijnd en subtiel voor ons. Wij wonen in Nearwhere. De Tempest is in Darkwhere en verderop.”
Claude vraagt: “Als iemand zijn kleur opgeeft voor gunsten? …”
“Dan raakt die zijn ziel langzaam kwijt. Het zonium wordt uit hem getrokken.”
Claude: “Dus in onze wereld is Eenoog zonium uit de mensen aan het trekken!”
Chang: “Misschien is Eenoog zelf ook zo’n soort voorwerp. En in deze wereld kan het druppelsgewijs omdat ze nog duizend jaar de tijd hebben. Bij ons moet het razendsnel omdat we nog maar weinig tijd hebben!”

Op dat moment klinkt er geruis in onze oren. Een stem zegt: “We gaan jullie exraheren, want wat we horen over dat de werelden niet symmetrisch zijn, is verontrustend. Als jullie nog wat af te ronden hebben, dan hebben jullie nog een paar uur.

Gwan krijgt van de Sandmen een update over de missende jaren in onze Witte Stenen geschiedenis.
We nemen afscheid van Schorpioen, Clark en Duffet. Dan gaan we terug naar het dak van de toren waar we aangekomen zijn. Er staat al een helicopter voor ons klaar. Onze missie zit er op. We zijn in twaalf dagen geslaagd.

3 xp

Tanais – 80

Tanais 80 – 19 februari 2015

We zijn nog steeds onder de grond met Clark (langhaar) en Duffet (het albino meisje). Risha wil weten waar zij magie voor gebruiken. “Om onder de radar te blijven. We doen kleine praktische dingen met symbolen. Magie die op Augmented Reality lijkt wordt niet geloofd.” Ze bieden ons eten aan, maar wij moeten het afslaan. Claude denkt na over hoe hij weggeworpen werd door de materie/antimaterie explosie. Kun je daar een aandrijving mee maken? Misschien met een minder gevaarlijke reactie? Risha vraagt door over hun magie. Hij komt er achter dat die indirect van de kleurige schimmels komt. Maar Clark heeft geen zin om geheimen van de cultus in het openbaar te bespreken. Hij wil daar morgen wel apart met ons over praten.

Dag 4
“Zo direct gaan we verspreid naar buiten,” zegt Clark, “onopvallend, ‘dakloos’ rondlopen. Wij gaan met zijn vijven.” De technologiesluis gaat weer even voor ons open. Buiten is het druk. Boven onze hoofden worden vliegtuigen geladen en gelost.  We hebben rugzakken mee, die we onderweg vullen met ‘nuttige spullen’. Clark neemt ons mee naar buiten de stad. Voorbij de flatgebouwen zijn boerderijen. Het zijn grote particuliere hoeves in een soort Amish stijl. Clark vertelt dat deze boeren terug naar de natuur willen. Ze gebruiken wel minder Augmented Reality dan de flatbewoners, maar het is er nog steeds. Ze zien echt heel andere dingen dan wij! “Ze gooien alles overboord… maar intussen!”
We lopen hier doelbewust voorbij. De overgang naar het bos is net zo abrupt als die van flatgebouwen naar boerenland. We lopen kriskras door de wildernis om de gebaande paden te vermijden. Na zeven uur komen we bij een rotswandje met een verborgen grot. Een lange glibberige gang voert naar beneden. We horen gebonk in vier verschillende ritmes door elkaar. Dan komen we in een ruimte met felle fluorescerende gekleurde schimmels. Er druppelen pure kleuren van de schimmels in een zwarte poel. Clark wantrouwt ons nog steeds. Hij doet dit alleen omdat de Sandmen hem hebben opgedragen ons hierheen te brengen. Pas als blijkt dat wij ook wat weten over de zwarte bron, ontdooien de aanwezigen. Een inwijding in deze grot bestaat uit een gedeeltelijke of gehele onderdompeling in de bron. Dan gaan ze een verbinding aan met een Sandman en dan kunnen ze magie. Een van de aanwezigen vraagt: “Zin jullie Sandmen?” We leggen uit dat we uit dezelfde wereld komen, maar veel jonger zijn. En we vertellen over de vijfde dimensie.
Als ze ons eenmaal vertrouwen willen ze ons laten zien waar de ‘zapper’ is. De grens waar je niet voorbij kunt komen. “Het is twee dagen lopen van hier,” zeggen ze, “hij is te herkennen aan de resten afval en eigendommen die er liggen. De meeste mensen die tot daar komen, gaan dood! Gegil en geschroei, en dan zijn ze weg. Een enkeling herkent de barrière en keert weer terug naar de beschaving.”
We lopen twee dagen, andere reizigers vermijdend.

Dag 6
Clark wijst ons op een half hert: “Verse zapkill! Daar herken je de zapper aan. Je kunt hem niet zien. Als je er zo maar in loopt, ben je direct weg.”
Claude maakt een slinger. Hij slingert een steen richting het dode hert. “Zapp,” de steen is verdampt. Met Triple Distance Technique probeert hij hoe hoog de barrière is. Op 200 meter hoogte gaat de steen er overheen. Hij verdampt niet, maar verdwijnt uit het zicht. Blijkbaar is het bos wat we voorbij de zapper zien niet echt. Risha stijgt op om er overheen te kijken. Clark kijkt stomverbaasd. Vliegen, dat kan toch alleen in Augmented Reality?
Op 150 meter hoogte kijkt Risha over de muur. Omdat we gestaag omhoog gelopen zijn, zit hij nu boven de daken van de wolkenkrabbers in de stad. Voorbij de zapper ziet hij een Japans aandoend tuinlandschap. Vanaf hier lopen de heuvels weer omlaag, zodat het met geen mogelijkheid vanuit de Legacy zichtbaar is. Als hij weer beneden komt en verslag doet, reageert Clark verbouwereerd: “Dus we zitten hier gevangen? En de wereld gaat hierachter gewoon door. Maar wat kunnen wij beginnen? Meer dan honderd van ons kunnen we gewoon niet voeden.”
Kunnen we onder de zapper door tunnelen? “Nee, de grond zit vol met mycelium, schimmeldraden. Dat wordt zelfs door de Technocratie vermeden.” Het zijn de schimmels die kleur opzuigen en die kleur komt via de schimmeldraden uiteindelijk bij de zwarte bron. Het is niet de actie van de Sandmen waardoor kleur vrijkomt, maar het slapen zelf, en dan met name het moment waarop men begint te dromen.
Dan zien we een groepje kampeerders die nietsvermoedend naar de grens lopen. Ze letten meer op hun augmented reality dan op de omgeving. Blijkbaar zijn er ook daar geen waarschuwingen, want drie van de vier lopen plompverloren de zapper in en vergaan in een felle lichtflits tot atomen. De vierde, die een beetje achteraan liep, ziet het gebeuren en rent gillend weg. “En als hij het in de stad vertelt,” zegt Clark, “zal niemand hem geloven.”
Er liggen opvallend weinig menselijke resten, want mensen lopen rechtop en komen vrijwel meteen met hun hele lijf in de zapper. Van herten en zo verdwijnt meestal alleen de kop of, als ze erg hard rennen, het voorlijf. We gaan terug. Risha neemt het hert op de schouder. Onderweg prepareert hij de huid en wordt het vlees gerookt. Jagen en vlees houdbaar maken, dat leer je wèl als prinsje.

Dag 8
We komen weer bij de boerderijen. We hebben geen last gehad van drones. Risha geeft Clark twaalf motes essence als dank voor zijn moeite. Hij is dankbaar en zegt: “Ik denk dat jullie deze wereld nooit echt zullen begrijpen zonder augmented reality. Kan degene die jullie pakken heeft gemaakt, geen tsjips voor jullie maken?”
Aan het einde van de dag komen we bij het hoofdkwartier. Nadat we het vlees hebben afgeleverd, gaan we slapen.

Dag 9
Vandaag willen we een wolkenkrabber nader inspecteren. Een andere dan waar we afgezet zijn. De begane grond zit vol met schimmels. Claude doet zijn truuk waardoor we de lift kunnen nemen. We kiezen een willekeurige etage: een woonverdieping. We doen zomaar een deur open. We komen in een lichte woonkamer. Er staat een groot apparaat waarin iemand met een helm en handschoenen heen en weer beweegt. Hij merkt ons totaal niet op. De kamer is groezelig en slijmerig. Er staan verder een enorm beeldscherm, een luxe bank, een bed en er is een primitief keukentje: een gat in de muur waar voedsel uitgeprint kan worden. De kleren zijn ook smoezelig en smerig.
“Veehouderij,” zegt Risha.
Claude vermoedt dat als we een schonere verdieping vinden, dat we dan lieden van buiten de Legacy zullen vinden. We gaan naar de vijfde, waar luchtschepen goederen laden en lossen. Ook hier groeien schimmels, maar de dozen en containers zijn wel schoon. Ze worden gesorteerd, gaan vrachtliften in en dan naar boven. Chang vindt een doos met een robot. We volgen die naar zijn lift. Daar staat personeel bij. Er zijn maar een man of tien op deze hele grote verdieping. Hun kleren zijn minder groezelig dan die van de gewone bewoners. Dit zijn een soort elite-werkers.
Claude overmeestert de werker bij deze lift. “Breng ons naar je baas!” De werker kijkt paniekerig om zich heen en spartelt. “Op welke verdieping zit je baas?” Claude laat de mond van de man los. “HELP!” Gelukkig weet Claude hem snel de mond te snoeren en komt er niemand op het geroep af. Na enig aandringen werkt de gevangene mee. “Mensen kunnen niet met deze lift. Alleen personensliften nemen mensen mee.”

“Breng ons naar de verdieping waar je baas is,” zegt Claude. De man gaat ons voor naar een personenlift en typt een lange code in. Veel langer dan die van een normale verdieping. We komen op een schone, normale verdieping. “Mag ik nu weg?” “Ga je dan alarm slaan?” Nee! Als ik dat doe, ben ik dood!” Claude controleert of hij de waarheid spreekt. Het is geen val. Als we in de gang staan, komt er een corpulente man in luxe kleding de hoek om. Hij ziet ons en kijkt behoorlijk geschrokken. Met Flawless Disguise heeft Claude ook zo’n net pak aan.
“Onbekend nummer,” zegt de dikke man tegen hem, “wat kom je doen met die drie daklozen. Kun je ze niet gewoon recyclen? En wie is je baas?”
“Die ken jij niet. Deze drie hebben voorbij de grid gekeken en ik wil weten wat er nog meer speelt,” bluft Claude. Het gesprek gaat zo een beetje heen en weer. Dan opent de man een deur en neemt ons mee naar binnen. “Als jij niet weet wie hier de baas is, dan ben je niet bevoegd. En waar zijn je identiteitsgegevens?”
“Dit is niet de enige Legacy en in mijn werk…” zegt Claude. De man lijkt geïnteresseerd. Claude maakt de zin niet af: “En daarom heeft het geen zin om mijn baas te noemen.”
“Ik geloof niet wat je zegt. Non-chipped entity? Maar als het klopt en onder ons blijft, wil ik wel met je samenwerken. Top Secret hè, een bevordering in rang is wel het minste. Laten we niet meer in raadsels met elkaar praten. Ik wil van Corporate overgeplaatst worden naar Advertisers. In deze kamer gebeuren dingen die niet gescand moeten worden. Dus we kunnen hier spreken.”
Claude zegt dat er vermoeden van corruptie is. Chang vult aan: “In deze wolkenkrabber.”
“Kunt u garanderen dat ik buiten schot blijf?” Dat willen we wel. De man stelt voor dat wij in hier blijven wachten tot na kantooruren, en dan samen weggaan. Hij checkt uit met duim- en irisscan. We wachten een paar uur tot hij terug is. Risha leert een bureaucratie charm: Speed the Wheels.
Als hij terug is, vertelt de man dat alleen de allerhoogste rangen, vanaf rang 10, ongechipt zijn. Voordat wij kwamen, had hij nog nooit iemand ontmoet die niet gechipt was. Hij denkt dat Risha de script-kiddie van de groep is. “Als ik jou de beeldschermen wijs, kun je het zelf veranderen. Het mag niet naar mij herleidbaar zijn.”
Risha gaat achter het beeldscherm zitten. “Ik ken deze interface niet zo goed, dat verschilt per Legacy,” bluft hij. Met een klein beetje instructie krijgt hij het systeem aan de praat. Dan laat hij er zijn magie op los. De machine is niet beveiligd tegen solar charms. De ambtenaar die de promotie tegenhield wordt omzeild en even later is onze vriend rang 5 en overgeplaatst naar Advertising. Met dezelfde charm maakt hij voor ons identiteiten van rang 10. Hij is in de verleiding om zichzelf rang 15 (het maximum) te geven, maar een te hoge rang is niet verstandig. Dan kom je in de regionen waar iedereen elkaar kent. “Ik weet nu hoe het moet. Een verdere promotie is zó gepiept,”
“Officieel zijn jullie nu mijn superieuren. En als ik doe wat jullie me opdragen kan niemand mij wat verwijten. Johan, overigens, aangenaam! Jullie kunnen in mijn appartement overnachten. Dan kunnen we morgen vroeg beginnen.”
“We hebben nog goede kleren nodig en zo.”
Hij neemt ons mee naar het sjieke hotel op laag 666. Als de lift opengaat worden we begroet met gekir en de geur van alcohol. Een Chinese dame staat achter de balie. Onze duimafdrukken zijn ongelimiteerd krediet waard: “Hoeveel dames wil je?”
Het zijn grote kamers en het wordt gezellig. Maar er zit zonium tussen.

Dag 10
Als we wakker worden ligt er nieuwe kleding voor ons klaar die bij onze stand hoort. Om negen uur staat Johan voor de deur. “Ik ben vandaag uw gids.”
“Laten we beginnen op uw afdeling.”
Hij neemt ons mee. De collega’s kijken jaloers. Hij negeert ze en vertelt wat ze hier doen: “Robots debuggen en logistiek. Het intelligente werk gebeurt hierboven.”
We gaan met een zweefmachine naar een andere flat. Daar worden de robots gemaakt in grote fabriekshallen. Robots voor thuisgebruik en virtual reality. Er is een override-afdeling waar hij nogal schichtig over doet. Dat is boven level 10. De essentiële chips komen van buiten, al de rest wordt lokaal gemaakt. Claude kijkt zijn ogen uit. Er zijn ook robots die er menselijk uitzien.
“Als ik het casco van een robot aantrek, kan ik dan onopvallend rondlopen op het bazen-level?” vraagt Risha. Dat lijkt Johan niet zo’n goed idee. “Robots komen op plekken waar het te vies is, of te gevaarlijk voor mensen.”
Hij is ons dankbaar. “Door mijn promotie zijn mijn kinderen gered van de status van unborn.”
Uit wat hij ons vertelt leiden we af dat er technocraten-afstammelingen zijn en unborn. Iedere generatie verliest een rang, tenzij je op eigen kracht hogerop weet te komen. Rang 1 tot 3 zijn de Unborn, rang 4 tot 9 zijn de Gepriviligeerden, rang 10 tot 15 zijn Corpocraten, ongechipt. Nog hogere rangen zijn er niet hier in de Legacy.
Claude vraagt naar andere ideologieën. “Misschien bedoelen jullie de mensen die soms achter het grid komen? Daar kan het twee kanten mee op. Soms komen ze gehersenspoeld terug en soms verdwijnen ze.”
“Wie van je superieuren is corrupt?”
“Allemaal.”
“Maar zijn er figuren die ècht gekke dingen doen?”
“Alexander. Hij heeft dezelfde rang als jullie. Hij vergaart persoonlijke rijkdom en privileges voor zichzelf en zijn kinderen. Hij heeft zichzelf opgewerkt van rang 6 naar rang 10.”
Claude vraagt ook naar het kleurvervagen. Daar ziet Johan niets ongewoons in: “Iedereen wordt grijs als hij ouder wordt.” Maar bij nader doorvragen geeft Johan toe dat Alexander grijzer is dan zijn leeftijdsgenoten en zeker dan andere mensen in hoge rangen. Boven rang 12 worden ze niet zo snel grijs. Misschien versnelt het vergrijzen wel als je snel stijgt in rang. Hij heeft mensen gezien die grijzer waren dan Alexander, maar die zijn allemaal overgeplaatst of verdwenen.

[Zijspoor: Zonium is een product van de Tempest. Maar hoe krijg je het er uit? De Children of Higg weten meer over hogere dimensies.]

3 XP

Tanais – 79

Tanais 79 – 5 februari 2015

Legacy hardware dag 1, midden in de nacht.
Claude blijkt de zwerver te hebben vastgebonden en gekneveld. Hij valt desondanks in slaap. Chang, die wacht draait, ziet vanuit het niets een half doorschijnende gedaante verschijnen, die de hand van de man vastpakt. Een half doorschijnende gestalte maakt zich los van de zwerver en gaat met de eerste gedaante mee. De eerste schim heeft heel ouderwetse klederdracht van Sesklo aan. Als de geknevelde man uit zijn lichaam stapt komt er een soort kleurwaas vrij, en dat verdampt. Met Spirit Detecting Glance ziet hij dat ze een soort opening doorgaan die zich achter hen weer sluit. Het lichaam blijft ademen, dus hij is niet dood.
De tweede wacht is van Gwan. Halverwege de wacht hoort hij een enorme knal. Claude wordt weggeslingerd van waar hij lag. Iedereen is meteen wakker, de geknevelde man ook. Er zit een klein smeltplekje in Claude’s zoniumpak, waar het zichzelf gerepareerd heeft van een beschadiging. We vinden een beschadigde drone, in de vorm van een mug. De angel is gesmolten.
De ziel van de zwerver is weer terug in zijn lichaam. Risha maakt hem los.
“Slecht begin als dakloze, een mededakloze mishandelen en vastbinden. Aangenaam, ik ben Gustav.” Risha geeft hem een hand en stelt zichzelf en de groep voor. “Weet jij iets van die muggen?”
“De muggen sampelen je dee-en-a en kijken of je tsjip nog werkt.” Woorden die Risha niets zeggen. “Niks van aantrekken en wegwezen voor de bezemwagen komt. Der zijn drie mogelijke uitkomsten. Een: je tsjip wordt gerepareerd, twee: je wordt meegenomen en vernietigd en drie: je zorgt dat je onzichtbaar bent. Ik doe dus niet mee aan de nepwereld.”
Chang vraagt hem of hij wel eens doorzichtige wezens heeft gezien. “Nee. Zijn jullie nog in reality shock?”
“Hoe bedoel je?” vraagt Risha.
“Dat je ziet dat alles hier beschimmeld en lelijk is? De tsjip laat de wereld er mooier uitzien. Goedkoper dan onderhoud.”
“Wij hebben geen tsjip,” zegt Chang.
“Het kan niet dat jullie niet getsjipt zijn. Iedereen heeft tsjips.”
Chang: “Realiteit is beter dan dromen!”
“Ik had gefraudeerd en ben gebrandmerkt voor recycling. Toen heb ik mijn tsjip gedeactiveerd om niet gepakt te worden. De muggen doen random checks.”

Dag 2
We krijgen les in ‘dakloos lopen’. Hij vertelt dat hij boekhouder was en dat hij credits achterover gedrukt had.
“Wat zijn credits?” vraagt Chang.
“Punten waarmee je je avatar kan verbeteren.”
Risha laat zien dat hij kan vliegen. Gustav kijkt hem aan alsof hij imbeciel is. “Dat kan iedereen in augmented reality. Waarom zou je het in het echt willen kunnen?”
Chang geneest Gustavs kneuzingen met Blissfull Release.
“Volgens mij zijn jullie van de technocratie, anders kun je dit niet!”
Chang realiseert zich dat hij zuinig moet zijn met essence, want het vult hier niet vanzelf weer aan. Willpower krijg je wel terug van slapen, maar je mist de willpowe die je normaal krijgt van een cultus die je in de eigen wereld hebt.
We merken dat Gustac ons bij de andere daklozen weg houdt. Maar van een afstandje zien we dat de oudere zwervers minder kleur hebben dat de jongere. Het is niet veel, maar je ziet het verschil tussen iemand van dertig en iemand van veertig.
Claude opent een deur in een van de torens. Gustav is blij om weer eens binnen te zijn. We betreden een ongebruikte kelder die volgegroeid is met schimmels. Hij stelt voor om hier een jointje te roken. Dan wordt hij nostalgisch en vertelt weer over zijn leven als boekhouder. “Ik had er geen behoefte aan, maar er zijn ook mensen die op vakantie willen. Die gaan dan naar buiten, de natuur in. Maar dat is een andere klasse: kunstenaars, dat soort mensen. Die gaan de heuvels in, maar er zijn er veel die niet terugkomen. Tussen de steden zijn de wouden en de wildernis. Het is er gevaarlijk. Je kan in een ravijn vallen, of worden opgegeten worden door een beer! Het is legaal, maar gevaarlijk. Nee, dat is niks voor mij. Augmented reality is gewoon hartstikke leuk!”
Risha vermoedt dat de mensen die dit durven door de Technocratie worden gerecruteerd.
“Maar wij daklozen blijven meestal buiten omdat er daar veel meer mag dan binnen. Hier mag een jointje roken niet. Maar buiten wordt daar niet op gescand.”
We kunnen gewoon de lift gebruiken als Claude een vingerafdruk nadoet. “Maar als je te vaak de lift neemt, wordt je geregistreerd als als oud en ziek, en dan word je opgeruimd,” zegt Gustav. Chang vraagt hem wat er interessant is. “Het dak.” “Dat kennen we al.” “De bloedbank is ook interessant.”
Die is op verdieping 5913. We komen aan in een ziekenzaal vol met mensen die een infuus in de arm krijgen. Ook hier groeien de schimmels op de muren en het ruikt muf.  Alles wordt door robots afgehandeld. “Dit is het enige werk wat we moeten doen. Al het andere is facultatief.”
Claude ziet dat ook hier de mensen grijzer zijn naar mate ze ouder zijn. Ergens valt een vrouw aan het infuus in slaap. Er gebeurt hetzelfde als afgelopen nacht, en er ontsnapt een beetje kleur. De ophaler ziet er uit alsof hij uit onze wereld komt. Gustav vertelt dat hij dit sinds zijn tsjip is gedeactiveerd ook ziet gebeuren. Daarvoor niet. Claude leest zijn gedachte: ‘Zouden het dan toch technocraten zijn? Ik moet uitkijken met wat ik zeg.’ Chang vraagt door. Gustav stelt voor om dat buiten te bespreken. Risha vraagt hoe het zit met kindertjes maken. Nou… Seks doen ze ook in augmented reality. Er komen kinderen van, al doen de partners het ieder in hun eigen kamer. Huh? Gustav legt uit: augmented reality is de werkelijkheid maar dan mooier, virtual reality is een heel andere wereld. Maar je blijft fysiek op dezelfde plek.
Hij adviseert ons ook om niet te kijken als er interactie is tussen mensen en robots (bijvoorbeeld een arrestatie). Gwan vraagt wat er nog meer niet mag. “Je komt geen bekenden tegen behalve als je in augmented iets met elkaar hebt, hun avatar kan er totaal anders uitzien.”
Als we weer buiten zijn, vraagt Claude wat hij ons kan vertellen over de schimmen. “Die helpen ons om te overleven. Het zijn geesten die in dromen tot ons komen.” Gwan vraagt: “Beschermt zo’n geest tegen de muggen?” “Het is beter om niet geprikt te worden. Maar zij zorgen ervoor dat als je toch geprikt wordt, er geen informatie opgeslagen wordt.” Dan vraagt hij hoe hij ons kan vertrouwen. Risha merkt op: “Als wij er op uit waren geweest om je vertrouwen te winnen, dan hadden we je niet in elkaar geslagen.” “Ja, daar zit wat in.” Hij rolt een jointje. “Groen is voor beginners.” Chang neemt hem over, inhaleert en zegt: “Shuragi!” Het is maar goed dat hij immuun is voor groene shuragi rook. Er zijn groene, gele, rode en paarse shuragi, er zijn groene gele, rode en paarse schimmels in oplopende heftigheid van bedwelming.
Dan gaan we weer ergens onder een struik slapen. We hebben geen last van de gewone muggen,die kunnen niet door het zonium heen steken. En er zijn deze nacht geen drone-muggen. Zodra Gustav gaat dromen, komt er een Sandman die zijn ziel meeneemt naar dromenland. Bij ons komen er geen.

Dag 3
’s Morgens zegt Gustav: “OK, ik neem jullie mee en als jullie tech bij jullie hebben dan valt het vanzelf uit.”
“We hebben alleen de kleren die we aan hebben, geen tech.”
Hij leidt ons via een dwaaltocht naar tunnel onder een struik en zegt daar: “Hierbinnen werkt technologie niet.“
Risha gaat voorop. Maar na een paar passen raakt hij met zijn vinger het krachtveld en met een steekvlam wordt hij achteruit geworpen. Hij was vergeten dat het zoniumpak vol met geavanceerde technologie zit. Chang reageert verontschuldigend: “Techologie is wat onze aanwezigheid in deze wereld mogelijk maakt!”
Gustav haalt zijn schouders op en zegt: “Wacht hier.” Hij loopt de gang in.
Tien minuten later komt hij weer terug met een albino meisje van een jaar of twaalf. Ze inspecteert ons.
“Interessant,” zegt ze, “de Sandmen zeggen dat jullie te vertrouwen zijn, maar jullie hebben technologie.”
Ze gaat weer naar binnen. Een kwartier later komt er een man van een jaar of dertig, met lang sluik haar, naar buiten.
“De Sandmen vertrouwen jullie. Ik schakel de sluis tien seconden uit.”
Hij gaat de gang weer in en gaat op de grond zitten op de plek waar Risha achteruit geslagen werd. Hij raakt in trance. Een-twee-drie. Dan kunnen we naar binnen. We komen in een grote ondergrondse ruimte met een zandvlakte in het midden. Er zijn magische patronen in het zand getekend. Gwan heeft het idee dat hij er eentje uit een oud toverboek uit de bibliotheek van Alexandros herkent. Sorcery, een oud Gebiaans symbool dat al lang niet meer gebruikt wordt. De man met het lange haar stelt ons voor en zegt dat we door de Sandmen gestuurd zijn. “Ondanks de tech zijn ze te vertrouwen.”
We voelen dat onze Essence op deze plek kan regenereren. De aanwezige zwervers overleggen met elkaar. Na een kort beraad wordt besloten om de Sandmen Grote Broeders op te roepen. Ons wordt opgedragen om te knielen in het midden van de symbolen. De man met het lange haar en het albino meisje zingen een incantatie. Risha probeert die te onthouden. Eerst komt er een bonte verzameling mensen in klederdrachten van alle plaatsen en tijdvakken van Tanaïs, daarna een aantal grotere reptielen en als laatste een enorme schorpioen. We kennen ze van de Witte Tafels.
“Waarom hebben jullie zo’n gek pak aan?” vraagt Schorpioen.
“Anders ontploffen we,” antwoordt Risha.
“Hoe komen jullie hier?”
“Met de hulp van de Children of Higg,” zegt Chang.
“Jullie zijn verreweg de jongste Sandmen, en toch hebben jullie de gave om hier fysiek aanwezig te zijn.”
“Wij zijn via Elsewhere gekomen.”
“Dus jullie zijn nog niet dood? Dan kunnen wij met jullie mee terug naar Tanaïs? Wij zijn lang geleden in Tanaïs gestorven, drenkelingen, na vele duizenden jaren aangespoeld op een vreemde kust.”
Claude vraagt: “Waarom trekken jullie zielen uit slapende mensen?”
“Dat is voor beiden fijn. Wij hebben ons in tijden niet zo levend gevoeld en zij krijgen magie. Dank zij ons zijn zij onvindbaar voor de Technocartie. Het is een heel fijne symbiose. Wij zijn weggedreven in de Tempest, alle banden met ons leven zijn verloren en in de Tempest verwaaid. Onze essentie is door de Tempest gezuiverd en totaal verfijnd zijn wij aan de overkant aangekomen.”
Chang: “En die van ons niet…”
“Dat technologische omhulsel van jullie is gemaakt van dezelfde substantie als onze ziel.”
Chang: “Op onze wereld zijn plekken met veel zoniumerts. Na zuivering kun je daar dit soort pakken van maken. Op allebei de werelden zijn mijnen. Is dat erts uw kompanen?”
“Nee, wij zijn door de Tempest gezuiverde zielen, het erts is de gezuiverde essentie van de zielen die hun persoonlijkheid niet hebben behouden. Geaggregeerd op plekken die door de stromingen in de Tempest bepaald zijn.”

Broeder Schorpioen en de andere Sandmen willen graag terug naar onze wereld.
Risha wil met langhaar en het albino meisje over sorcery praten.
Claude wil weten waar de mensen hun kleur aan verliezen.
Gwan wil aan de Sandmen vragen of ze de gaten in de geschiedenis van de Witte Stenen kunnen aanvullen.
Risha vraagt zich ook af of de Sandmen kunnen helpen om de werelden aan te meren.

Xp 3

Tanais – 78

Tanais 78 – 22 januari 2015

25-vii-R2 Bronwë
Gwan stuurt iemand naar Targon. Wij gaan naar Gnumpathi. Die trakteert ons op thee, en daarna gaan we naar de transportkamer. Hij voert hetzelfde ritueel uit, er komt weer een insect-robotje uit het niets en we moeten weer aan de kleur groen-geel denken. Vijf minuten later zijn we in de lusthof op het tropische eiland. Wij worden door een robot welkom geheten. Gnumpathi maakt een wandelingetje terwijl wij naar de villa gaan. De vier dames en een ons nog niet bekende heer liggen in het zwembad. Helena zwemt naar ons toe. “Goedemiddag heren, daar zijn jullie dan. Alles is gereed.”
Ze komen droog uit het zwembad en leiden ons naar een loods. “Aan goud hebben wij geen gebrek, maar we kunnen het niet naar jullie wereld brengen. Dan zouden we ieder goudstuk met Zonium moeten bekleden. Dus hebben we onze robots een goudmachine laten maken. Maar hij is nogal groot. Zullen we hem demonstreren?”
In de loods staat een machine, zo groot als een huis. Ze drukt op een knop en de machine begint lucht aan te zuigen en na een tijdje komt er vloeibaar goud uit een tuitje gedruppeld. 24 karaat!
“Maar we kunnen hem niet via Elsewhere naar jullie stadje vervoeren, daarvoor is hij te groot. Hij bestaat uit vier modules, die we apart zullen verschepen.” Ze haalt een kaart van de hele wereld, inclusief de zuidelijke zeeën, tevoorschijn en laat de landroute zien. Het zal een maand of twee duren voordat hij aankomt. Wij krijgen een paar kritische onderdelen mee, zodat niemand anders er wat aan heeft. Ze wijs aan waar de andere Zoniummijnen liggen: Soul, Shintasta, Euboia (2), Kim-Do (3), Harran, Melucha, Dao, Zhao, Forochet, de Zuidzee (4) en op de Zuidpool.
Risha vraagt hoe het zit met hun overtuiging dat we volgens hen nog zo’n duizend jaar hebben, en dat volgens de witte stenen de wereld al vergaan moet zijn. Ze legt uit dat de maker van de witte stenen geen rekening heeft gehouden met het feit dat de tijd uitrekt naarmate de werelden elkaar naderen. Van buitenaf gezien is de botsing al bezig, wij zitten binnen de event horizon.
Ze geeft ons goud mee, en de bouwplannen van de goudfabriek. We blijven nog een nachtje logeren en Risha gaat duiken met Gnumpathi. De Technici nemen ons mee voor een demonstratie. We nemen een lift die diep de grond ingaat. Daar is een gewelf gereserveerd voor materie/antimaterie experimenten. Een onzichtbaar klein deeltje materie geeft een enorme steekvlam. “Kijk, dat gebeurt er als we zonder Zonium in elkaars wereld zouden komen.”
Gwan zegt: “Het lijkt er op dat jullie je veel sneller hebben ontwikkeld dan wij.”
Claude: “Volgens mij is jullie wereld het origineel en zijn wij de kopie.” Helena geeft hem gelijk.
Risha oppert dat we misschien de tentakels van Igrot door kunnen knippen. Wellicht is dat haalbaar, maar de botsing is al bezig.  Met Zonium kan de botsing gebufferd worden. Het gaat naar de rand van waar de werelden elkaar raken, maar er is nog niet genoeg. Risha vertelt dat Chang en hij hebben geoefend met Elsewhere binnengaan. Hij vraagt wat die metalen vlieg is. Helena vertelt dat het een machientje van hen is dat komt kijken wie er is, en als het goed volk is, wordt dat geteleporteerd via ‘dimensional folding’. Ze legt uit dat er elf dimensies zijn, onze magie zal er ook wel een aantal van gebruiken. Gwan wil beter begrijpen hoe dat zit en krijgt een natuurkundeboek.
Om gevonden te worden in Elsewhere heb je een zendertje nodig, zodat je coördinaten bekend zijn. Die worden uitgedrukt in kleur. Tussen groen en geel is het nulpunt, direct naast onze wereld. Als je aan geelgroen denkt ga je recht omhoog. ‘Nearwhere’ noemt ze het. Andere kleuren zijn andere richtingen. De vijfde dimensie is kleur!
Ze vertellen wat over de ‘overbodige personen’. Die produceren nuttige stoffen in hun bloed. Ze mogen in hun eigen gebied doen wat ze willen. De meesten zijn dol op ‘virtual reality’. “Wij gaan jullie droppen in een Hardware Legacy. Daar zijn sensoren die technologie detecteren, maar jullie gebruiken geen technologie, dus jullie zijn onzichtbaar voor de robots. Voorlopig moeten jullie niet buiten de HL komen. Er zijn heel veel mensen die hier niets van mogen weten. Ons bureau is klein en ondergefinancierd.”
Risha gaat nog even zwemmen, duiken zonder snorkel met zijn heartstone. Claude wandelt over het water mee. Daarna gaan we slapen.
26-vii-R2
We gaan terug naar Bronwë. Ze kunnen maximaal 500 kg vervoeren. Ons, de essentiële onderdelen van de machine en zoveel goud als er nog mee kan: 125 kg. We arriveren in het huis van Gnumpathi. Hij krijgt 3 kg voor alle moeite, en we nemen de rest mee naar de tempel van Mahamutri in de brahmanenstad. Dat dubbelt als bankgebouw.
Daarna vertellen we aan de mensen die het moeten weten dat we drie weken weg zullen zijn. Daguerre, het personeel van het kasteel, Adèle, de seconds in command, burgemeester Zack en dergelijke. We maken afspraken met de belangrijkste brahmanen. De schuld aan Barkhust wordt afgelost, tien kilo goud. Risha legt één kilo terug in de kluis van het kasteel. Claude laat de Pashupati priesters munten slaan, niet alleen met de kop van Risha, maar ook met oude muntstempels. En we wisselen in Soul een paar baren om in zilveren en bronzen munten. Dan betalen we de soldaten uit. Risha’s populariteit is nog nooit zo groot geweest. En Daguerre doet goede zaken.
Na een week hebben we alles geregeld en Claude heeft de charm Craftsman Needs No Tools geleerd.

4-viii-R2  de eerste sneeuwklokjes
Gnumpathi brengt ons weer naar de Technici. Er valt tropische regen, een warme douche. De dames zitten binnen. Gnumpathi neemt weer een heleboel goud mee terug en mag zelf wat houden voor de moeite.
We krijgen onze Zoniumpakken. Nu zijn ze nog op afstand uit te zetten. Als we ons niet misdragen, krijgen we over eenentwintig dagen we een vaste set. De pakken wegen vrijwel niets. We kleden helemaal ons uit, want de pakken zijn huidstrak en we kunnen niets anders meenemen.
“Hoe zit dat met eten en drinken?” vraagt Risha.
“Jullie hoeven niet te eten en te drinken zolang je dat pak aanhebt. Wij weten ook niet hoe dat werkt. In alle basisbehoeften die van buiten komen, is voorzien. Je mist de smaak wel op den duur.”
Ze brengt ons naar het dak. Daar staat een machine, een ‘Elsewhere-copter’. Als we er in zitten, vervaagt de omgeving en na een tijdje landen we bovenop een enorm hoog gebouw. Er liggen kleren voor ons klaar. Helena geeft ons nog een noodzendertje en zegt dan: “Veel plezier.”
Het is warm en koud tegelijk, de warmte komt van beneden en de wind is ijskoud. Het gebouw zit tegen de straalstroom aan. De toren waar we op staan staat in een komvormige vallei. Er zijn nog een heleboel van die vijf kilometer hoge torens, in totaal een gebied van twintig bij twintig kilometer, verbonden door bruggen. Daaromheen zijn weides en bossen, en daaromheen zijn heuvels. Het stinkt een beetje. We trekken de kleren aan. Er is een deur met daarachter een trap naar beneden. Hier ruikt het muf en schimmelig. Er zijn gangen met deuren waar nummers en namen op staan. Het is smerig en uitgestorven op de bovenste verdieping.
Als we verder naar beneden gaan zien we mensen. Ze zien er uit alsof ze ongezond eten, maar wel voldoende trappen lopen. Er is muziek en gepraat. Wij vallen niet op.  Ze spreken zelfs dezelfde taal als wij. Een etage of tien naar beneden vinden we winkels en horeca. Mensen betalen hier met hun vingerafdruk. Er zijn 3D-beeldschermen en overal is reclame. Er zijn etages met woonfunctie, vergaderen, machine-lagen, warenhuizen. Heel anders dan de Witte Stad.
Na een uur of twee horen we ‘piep-piep-piep’. Een robot komt uit de muur en slaat een winkeldievegge in de boeien. Ze zakt bewusteloos in elkaar en wordt afgevoerd. De andere mensen kijken niet eens. Gwan kijjkt naar de bevoorrading van de winkels. Door de ramen ziet hij dat de warenhuisverdiepingen worden bevoorraad door vliegmobielen.
De enorme torenflats zijn vol met mensen. We zien allemaal verschillende rassen, maar geen groene vrouwen. Het is al laat en we willen slapen. Claude vindt een matrassenpakhuis. De Lock Opening Touch is misschien niet zo’n goed idee, alles wordt hier geregistreerd. Met poeder van een schimmel van de muur maakt hij de vingerafdruk zichtbaar van de laatste persoon die deze deur heeft bediend. Nu kan hij de deur veilig openen. “Hmmm, misschien kun je dit spul wel roken.”
De matrassen zijn supercomfortabel en we slapen al snel. Gwan heeft eerste wacht.
Als het buiten donker is, exact om tien uur, begint er een soort licht te flitsen in de ruimte. Lichtstralen vanuit de muur scannen de ruimte. Wat meet het? Beweging, CO2, warmte? Om elf uur gebeurt het weer. Vijf minuten later gaat de deur open. Er komt een politierobot binnen, recht op ons af. Gwan wekt ons. De robot schiet een metalen net op ons af. Risha komt er met zijn voet in vast te zitten. Het net sluit zich, en wordt een soort boei om zijn enkel. Gwan probeert hem los te krijgen maar loopt daarom zelf gevaar, terwijl Claude een omtrekkende beweging maakt. Risha probeert het web om zijn been te wikkelen zodat zijn andere been er niet ook in gevangen wordt. Maar het web lijkt een eigen bewustzijn te hebben. Chang slaat de robot en weet hem uit te schakelen. Het net verslapt ook. Risha neemt het mee.
Buiten in de gang zijn ook sensoren. Chang trapt een raam in en we gaan naar buiten. Met Spider Climb en Graceful Crane Stance kunnen we langs de buitenkant van het flatgebouw naar beneden. Dat is een heel eind. Door de ramen zien we mensen naar enorme beeldschermen kijken en mensen in een soort ruimtepakken door de kamer bewegen (VR-suits). We zien geen clandestiene activiteiten. Na twee uur komen we op grondniveau. Hier is het lekker warm. Er zijn gazons en wandelpaden. En er zijn geen sensoren. We zien wat vliegende autootjes en op niveau vijf grote vracht-ferries. We zien vliegtuigen van buiten de stad opstijgen en landen op de daken van de wolkenkrabbers.
Er liggen daklozen onder de struiken. Wij gaan daar ook maar een tukje doen.

3xp

Tanais – 77

Tanais 77 – 08 januari 2015

We staan in de magische cirkel naar gene zijde. Er is een stukje regenboog ontstaan. Buiten de cirkel is Elsewhere. “Blijf vooral staan, anders is het gevaarlijk voor jullie,” zegt Gnumpathi. Hij pakt een apparaatje en zegt: “Denk nu heel hard aan de kleur geel-groen.” Er komt een klein iets met metalen insectenvleugels aanvliegen. Een straal licht zuigt ons omhoog. “Nou, ik denk dat we er zijn.” Hij maakt wat gebaren en dan trekt Elsewhere op.
We staan tussen palmbomen, voor een luxe villa. Gnumpathi kijkt ook verbaasd. “Oh, hier ben ik ook nog nooit geweest. Dit voelt gewoon fysiek, niet als waar ik met de Technici had afgesproken.”
Een metalen mannetje komt naar ons toe en vraagt of we willen volgen. We lopen door een exotische tuin met een zwembad, door glazen deuren naar een ontvangstruimte. Daar krijgen we een drankje aangeboden. Dan komt er een scherm naar beneden waarop een dame op leeftijd te zien is. Ze zegt: “Zo, en jullie zijn… ?”
“Ik ben Risha, koning van Soul, een solar.” “Chang, zijn generaal, ook solar.” “Gwan, minister van Economie. Solar”  “Claude, hoofd van de geheime dienst, solar.”
“Mijn naam is Helena. Wat is een solar?”
Gwan legt het uit.
“Hebben jullie nog wapens bij je?”
We leggen ze af en dan mogen we verder naar de ruimte hierachter. Een metalen wand schuift open. In de volgende zaal zitten vier dames aan een conferentietafel. Ze hebben een soort fonkeling om zich heen. Een van hen is de dame van het scherm. “Gaat u zitten, heren! Jij ook, Gnumpathi.”
“Onze wereld heeft wat problemen, en die van jullie ook. Wij zouden jullie kunnen helpen en jullie ons.” In het gesprek dat volgt, legt Risha uit wat we weten van de twee werelden en hoe ze ontstaan zijn. De dames zijn verbaasd. “Hoe weten jullie dat?” “We zijn in de Witte Stad geweest.” “Maar die is al een paar honderdduizend jaar geleden vernietigd.” “Nee, hij is in stasis en zit vol demonen.” “Twee werelden die botsen, laten we open kaart spelen.”
Onze wereld gebruikt magie en die van hen technologie. De botsing is al aan de gang en komt nu in een kritieke fase.
Dan komt het gesprek op Zonium, de eigenlijke reden voor dit gesprek. Zij willen Zonium, wij willen onze wereld behouden. De wereld vergaat, ja, maar volgens hun berekeningen hebben we nog een paar duizend jaar voordat het zo ver is. Risha vraagt waar ze het Zonium voor nodig hebben. “Om te zorgen dat de koppeling van de werelden succesvol verloopt. Zonium kan zorgen dat de werelden elkaar niet vernietigen.”
Chang zegt: “Aan onze kant is iemand heel actief gaten aan het maken.”
Volgens hen is het een oscillerende beweging met een gelijkblijvende frequentie, maar onze beleving verandert, de tijd wordt uitgerekt als onze werelden elkaar naderen. “Feitelijk is de wereld aan het vergaan. Dat proces zien we nu gebeuren. Ons lot en dat van jullie is onlosmakelijk met elkaar verbonden. De krachtvelden die jullie om ons heen zien, daar is Zonium in verwerkt.” Ze blijken pakhuizen vol van het spul te hebben, maar dat is nog niet genoeg. “Aan onze kant zijn we al driehonderd jaar bezig en hebben we onze zaakjes op orde gebracht. Maar onze mijnen zijn uitgeput. We hebben alle mijnen aan jullie kant in kaart gebracht en kopen in via tussenpersonen.  Welke mijn is van jullie?” “Targon.” “Aha! Goed werk met het opblazen van dat eiland!”
Ze blijken erg onder de indruk van ons. “De beste kandidaten tot nog toe.” Ze geloven niet dat hun techniek voor Zoniumwinning bij ons gaat werken, maar willen wel helpen de schaal van het mijnen te vergroten. Chang en Claude vragen om kennis in plaats van technologie. “Jullie wereld is vreemd en onbekend voor ons.” Gwan pakt zijn kristallen bol om hun onze stad te laten zien: Bronwë in de sneeuw. Waar we nu zijn, blijkt hun bruggenhoofd op onze wereld te zijn, een eilandje in de Zuidelijke Zee.
Risha merkt op dat wij aan onze kant ook dingen met Zonium kunnen bekleden. Dat klopt. Met een Zonium-krachtveld kunnen jullie ook onze wereld bezoeken. We hebben het over de financiering en leren om met Zonium om te gaan. Als wij Zonium leveren, zorgen zij voor goud.
Daarna hebben we het over Igrot. ‘Het beest’ noemen zij het. Er zijn verschillende manieren om door de vijfde dimensie te reizen: in de buik van het beest en daarbuiten. Zij gaan buitenom. Dan heb je ook wel eens een tijdseffect, maar als je via de zuignappen in het lichaam van het beest komt, dan zijn er stromingen en voedingspatronen die allemaal rare dingen met de tijd doen. En de alien zuigt kleur op. De Qartinanen gingen via de zwarte bronnen binnendoor. Dat is gevaarlijk. Ontploffende Qartianen geven zuignappen en daar komen er steeds meer van. Er zijn bij hen ook gebieden ‘out of bounds’, maar die zijn goed gecordonneerd. Ze raken er wel dingen aan kwijt, maar er komen geen legers doorheen.
Gwan vraagt wat er na de botsing gebeurt. Gnumpathi gelooft dat als alles op de goede manier bij elkaar komt, dan de ziel van de draak ontsnapt en wij daarmee verder kunnen reizen. De technocraten doen er wat lacherig over: “Dat is zíjn mening.” De krater bij Melek Qart is het punt waar de werelden elkaar nu aanraken. Zij weten ook niet wat daar gebeurt.
Risha legt uit dat de vorige eigenaar van onze mijn via Eenoog aan hen leverde. Claude vraagt of zij ook last hebben van Shuragi, oftewel groene vrouwen. Het antwoord is verrassend: “Wij zijn niet gespecialiseerd in de Legacy Hardware, we hebben er wel vaag iets van gehoord.” Claude hoort de spreekster denken: “Zouden wij ook gecorrumpeerd zijn? Nah… Maar er is meer onderzoek nodig!”
De Legacy Hardware blijken zeer dichtbevolkte gebieden te zijn waar ‘overbodig geworden mensen’ wonen. Het is een beetje een ‘black box’: ze weten niet wat er daar gebeurt. Er gaat voedsel en grondstoffen in, en er komen producten uit. (Onze reactie is een ingehouden “WTF ?!?”) De technocraten zijn de elite van hun wereld. Slechts weinigen hebben het IQ of de opleiding om technologie te kunnen gebruiken. “Zonium is van een materie gemaakt die in beide werelden kan bestaan. Het lijkt er op dat onze zielen dat ook hebben.”
Gnumpathi voegt er aan toe: “Ze bedoelt dat jullie allemaal oude zielen zijn. Ouder dan de Witte Stad.”
Gwan vraagt: “Is het mogelijk iets tegen Igrot te doen?”
“In de vijfde dimensie zal hij vast wel vijanden hebben.”
Wij blijken méér informatie over Igrot te hebben dan de Technocraten. Met name over hoe hij in onze werelden kwam, door ons onderzoek naar de vijfde dimensie. De dames stellen voor ons door te lichten om te kijken of onze ziel Zonium bevat. Ze regelen pakken van Zonium voor ons, met een proeftijd, zodat we ons niet misdragen als we daar zijn. En ze geven ons een kaart waarop de 20 huidige Zoniummijnen van onze wereld staan. Ze vertellen dat er vijf dimensies bekend zijn, plus zes ongebruikte die op een bepaalde manier afgesteld kunnen zijn, en daar zijn net zoveel werelden in als er elementaire deeltjes zijn.  Ze noemen het de Calabi-Yau werelden.
Zij zijn pas twee jaar actief op onze wereld. Net vanaf het moment dat wij exalteerden. Over een week kunnen zij de gevraagde infomatie, het goud en de Zoniumpakken leveren. Risha herinnert hen nog even aan de Hardware Legacy. De spreekster zegt dat zij in hun wereld maar een radertje zijn. Chang stel voor dat wíj dan eens bij de Hardware Legacy kunnen gaan kijken. Ze zien het wel zitten. “Men verslijt ons voor gek, Maar daarom kunnen wij ook zaken met jullie doen.” We spreken af dat we hen over een week weer hier zullen ontmoeten.

De robot neemt ons weer mee de tuin in, naar de magische cirkel. Daar zien we weer de regenboog en de duisternis. Gnumpathi doet zijn magie en we zijn weer in zijn toverkamer. Hij is onder de indruk. “Ze vinden jullie nogal belangrijk. Wat doen we, helpen we mekaar?” Hij heeft het idee dat er bij New Salish (de lunar stad) ook nog wel wat te vinden is. We nemen afscheid.

Risha en Chang gaan zelf een charm ontwikkelen om naar Elsewhere te gaan. Het is een vervolg op wat ze al kunnen: dingen in Elsewhere opbergen en er weer uit halen. En Risha gaat een variant van sorcery bedenken: Invulnerably Skin of Zonium (in plaats van Bronze).
Wat we willen gaan doen in de week tot we de Technocraten weer ontmoeten is: Risha en Chang ontwikkele deze charm (en voor Risha de Sorcery), Gwan en Claude bestuderen de voorbereidende charms waarmee je een wapen of harnas naar Elsewhere en terug kunt verplaatsen.
Als we eenmaal weer thuis zijn, gaat Gwan via zijn kristallen bol kijken of we onze ambassadeur in de Hoogzetel nog wel kunnen gebruiken. Nee dus, die is al bekeerd. OK. We weten nu dat hij een aanhanger van Eenoog is geworden, maar zij weten niet dat wij dat weten. Zij denke, dat wij denken dat wij een informant hebben. Wij gaan dus waar hij bij is informatie inwinnen over de Shintasta Barrows, om hen op het verkeerde been te zetten.
Risha gaat vliegend informatie vergaren over de Hoogzetel, maar dat hoeft niemand te weten. Wel doen we troepenverplaatsingen rondom de ingang van de Barrows.
Mahakrishna is terug naar zijn koninkrijk. Mahamutri is generaal aan het spelen met onze troepen. Risha stelt hem er van op de hoogte dat de Hoogzetel het echte doelwit is, en vraagt hem de aanval zó voor te bereiden dat de Eenogers het niet aan zien komen.
En dan gaat de koning naar de heilige eik. Risha roept Oaken aan, en vertelt wat we met de Technocratie hebben afgesproken. De goden steunen ons. Na vier dagen komen de personen in stasis bij.

3 xp

Tanais – 75

6-vii-R2

Risha begint bleek te zien en merkt dat hij ook ziek is. Heeft hij de ziekte opgelopen bij Katootje? Hij stapt er mee naar Chang. Die kan de levensduur verlengen, maar de ziekte niet stoppen. Claude komt er achter dat zo’n 15% van het leger het onder de leden heeft. Hij geeft opdracht de koning te isoleren. Chang denkt dat een shiragi-extract de ziekte kan genezen.

Gnumpathi komt langs. Hij is van plan naar Darkwhere te gaan om contact te leggen. Hij ziet ons over een paar dagen weer. Gwan wil de ziekte opzoeken, maar komt er achter dat we helemaal geen bibliotheek hebben. Alleen de Geb’se tovenaars hebben naslagwerken. Ze hebben inmiddels een villapark gebouwd iets ten Noorden van Soul. Bilgir Nam, de necromancer, is degeen die we moeten hebben.  Hij doet Onyx Countermagic om de magische component te verwijderen en dat geeft Chang kans om de ziektecomponent te genezen. Risha is heel dankbaar en vraagt wat de tovenaars zouden willen. Bilgir Nam wil wel helpen met nieuwe troepen. Hij summont een ondode dienaar en vertrekt naar Shearton om de doden daar tot een zombieleger te vormen. We geven hem de zieke soldaten mee, die zal hij onderweg één voor één onttoveren zodat ze kunnen worden genezen. Maar de brahmaanse genezers weigeren om met de tovenaar samen te werken. De Derweth vinden necromancers ook niet zo tof, maar dit is voor de hun wel een kans om zich geliefd te maken en de brahmanen een hak te zetten. De vratja’s hebben geen probleem en er gaan er een stel mee als lijfwacht.

Intussen komt Adèle bij Gwan. Ze zijn uitgenodigd voor een etentje bij Massala de brahmanes. Gwan bereidt een speechje voor.

’s Middags komt Mahakrishna langs. Hij neemt afscheid en nodigt ons formeel uit om over drie maanden een tegenbezoek te brengen en aan zijn Baikal-hof te logeren. Dat accepteren we natuurlijk.

Chang verbiedt bordeelbezoek. Risha stelt voor om de hoertjes ook te genezen. Daguerre reist af naar de Veenzaal om een oplossing te zoeken.

Die avond gaat Gwan naar de tempelstad. De dames roddelen gezellig. Massala begroet hem hartelijk. Ze dankt hem voor het goede werk voor de weduwen en wezen. “We zijn trots op je inspanningen. Maar dat is niet waar we je voor riepen. Er staan grote dingen te gebeuren. Kijk eens wat ik zag terwijl ik in de ketel roerde. Neem een kommetje soep!” Het wordt licht in zijn hoofd en hij gaat er even bij liggen. Hij krijgt een visioen: Melek Qart en de draaikolk. Massala kijkt nieuwsgierig mee. Gwan’s beelden zijn veel duidelijker dan die van haar. De draaikolk wordt steeds groter, begint de kust te verzwelgen. De goden staan er in een cirkel omheen te vergaderen. Op een afgesproken teken springen ze in de maalstroom. Dat geeft een enorme explosie.

Gwan komt bij en kijkt Massala aan. “Ik heb met jou meegekeken,” zegt ze, “want ik vermoed dat ik weet wat er aan de hand is. De dood van de goden is nabij. Ze liojken zich opgeofferd te hebben. Het ziet er ernstig uit. Dit is echt een slecht teken. Kun jij dit voor me uitzoeken?”

Tegelijkertijd leidt Claude een dienst aan Pashupati en Chang inspecteert in eigen persoon de bordelen. Ja hoor, meteen in de eerste zitten al een paar soldaten een biertje te drinken. Grote schrik! “Heren een drankje mag, maar verder niet. En meldt u zich morgen voor medische inspectie.” Hij vindt een rijk spectrum aan onverwachte activiteiten.

Risha gaat naar Chantal. Ze belooft de lunars en siderials op te roepen voor een grote vergadering van alle exalts. Gwan komt bij ze en vertelt dat de goden van Melek Qart zelfmoord hebben gepleegd. Hij scry’t de draaikolk en de stad Arad met zijn hoge rotspunt, maar krijgt alleen statische ruis in dezelfde frequentie als Yerech, waar Mot stierf. Hij probeert Arad vanuit een andere hoek te zien en met grote wilsinspanning krijgt hij beelden door de ruis heen: een stad met wolkenkrabbers. Risha herinnert zich  dat hij door de draaikolk heen naar de andere wereld kon kijken en daar ook zo’n stad zag. Hij filosofeert over zonium en denkt dat de goden zich hebben opgeofferd als buffer, of misschien overgesprongen zijn. Wanneer is de volgende botsing uitgerekend?

Hij raadpleegt de witte stenen. Eerdere botsingen waren in 718 en 10.436. Het jaar 183.840 zou volgens zijn berekening het laatste jaar moeten zijn. Maar de steen met daarop 128.001 is een voorspelling: “De wereld is vergaan!”  Mensen verschenen rond 66.000. En op de steen 126.231 staat “Vixen bestaat nu 10 jaar.” Als we weten hoe oud Vixen nu is, kunnen we de twee tijdrekeningen naast elkaar leggen. Hij vraagt of de ambassadeur van Vixen, Chloren, de volgende ochtend even langs kan komen.

Die nacht heeft Gwan een nachtmerrie: een wolk van vernietiging spreidt zich uit.

7-vii-R2

Soldaten staan bedremmeld te wachten op het excercitieplein. Van de 15 die betrapt waren, zijn er twee besmet in het bordeel van Shantitown.  Dertien soldaten krijgen een aantal dagen zwaar, maar de twee die besmet zijn, worden door Chang onthoofd. Er gaat een siddering door de menigte.

In de zomerresidentie ontmoet Risha Chloren, een schichtige jongeman,  en vraagt hem welk jaar het is. Vixen bestaat al vele jaren. Greater Soul maakte er ooit deel van uit. .Dit is het jaar 1885 van Vixen. Omgerekend maakt dat witte-stenen jaar 128.006, dat is voorbij de voorspelling! Terwijl Chloren wegloopt, begint de grond te trillen. Een aardbeving van vijftien minuten. Er ontstaat veel schade aan de stad en er is paniek op straat. We gaan snel naar de bron. Het flesje zonium gaat mee. De gang is nog intact, de bron klotst en golft. Het borrelt als een verstopte doorvoer. Het water welt op. Risha vliegt met Gwan op zijn rug en Claude en Chang klimmen tegen de muur op. Claude druppelt wat zonium in de bron. Er verandert niets, dan kiepert hij het hele flesje er in. Het water blijft stijgen. We gaan snel naar buiten. De koning beveelt de stad te ontruimen. 2000 man proberen zich door de smalle stadspoort te persen. De laatste 800 worden ingehaald door het water en gaan in stasis. Wij gaan naar het kasteel. Risha rent met een grote hamer naar de kelder. Hij slaat tegen de opening van de bron en maakt hem groter zodat het water uit de stad weg kan stromen naar het bos. Als het water weer weg is en alles weer is opgedroogd, blijken de mensen nog in stasis. Ze worden in een pakhuis opgeslagen. In een emotionele speech gooit de koning de blaam op Eénoog. De mensen pikken het (10 successen).

Kadier blijkt te zijn gespaard. “Ik weet niet hoe ik dit moet zeggen,” zegt hij, “er is een probleem.” Risha vraagt: “De goden?”   “Nee. Het Qartiaans is niet meer rechtsgeldig. De kracht is uit de letters verdwenen. Alle contracten zijn niet langer gedekt. Mijn inventaris doet het niet meer, althans alles wat op Qartiaans Elsewhere dreef is uitgevallen.” Gwan vertelt zijn visioen.

“Ik ben geïsoleerd, gestrand en heb geen contact meer met Melek Qart.” Risha zegt: “Het einde van de wereld…”

Gwan scry’t de grenzen van het effect. Biblos is weg, Megiddo is weg, Samak bestaat nog, maar er is wetteloosheid uitgebroken.  Hun techniek om naar Elsewhere te gaan was met hun geleidegeesten, maar die zijn er niet meer. Kadier vraagt of Risha manschappen kan sparen om hem te beschermen tijdens zijn terugreis. Ja dat kan wel. We geven Adrarn mee.

3 xp

Tanais – 74

Tanais 74 : 30 oktober 2014

27-vi-R2
Gwan vliegt terug. De zieke pegasus en Drilim Corsair blijven achter in Hunter’s Lodge. Claude stuurt Singh op pad naar de Hoogzetel en geeft hem postduiven, geld, een diplomatiek stempel en uitrusting. Gnumpathi richt zijn nieuwe huis in. De rest van de party is in overwinningsroes bij Shearton. Risha bevordert dappere soldaten. Hij sticht een ridderorde: de Orde van de Groene Hengst. Daar maakt hij zich erg populair mee.
Claude geeft de geheime dienst opdracht Gnumpathi te bestuderen. Dan inspecteert hij het magische bos. Dat is voor 90% verdord. Als hij gaat overleggen met Kadier, neemt deze hem mee naar de bron. Die is inmiddels door Kadier schoon gemaakt. Hij heeft het schuim verwijderd en de olievlekken zijn er niet meer. Claude vertelt wat er met hem gebeurd is. Kadier is het met hem eens dat de energie voor de planeshift van het woud afkomstig moet zijn geweest.
“Dat betekent dat Nehal Nemar een heel krachtige magiër is. De derde bron is bij de Soulfields. Daar hebben de lokalen toch een Faery Queen? Probeer te voorkomen dat hun bron ook gebruikt wordt!”
’s Avonds komt de postduif aan. Dan wil Daguerre hem even privé spreken. “Katootje (dat is één van de hobbits) heeft een ziekte. Die heeft ze vast gekregen van een van de soldaten.” Claude verkleedt zich als verpleegster en gaat bij het meisje langs. “Ik zal jullie even alleen laten,” zegt Daguerre. Claude onderzoekt Katootje. Er komt shiragi-groene pus uit haar builen. “Het is niet zeker dat ik het van een soldaat heb,” zegt het meisje. “Het is heel ernstig, zeer besmettelijk,” zegt Claude, “drink dit.” Hij geeft haar een snelwerkend gif en zorgt er voor dat ze de volgende morgen afgevoerd wordt.

1-vii-R2
De anderen gaan met de krijgsgevangenen naar de Soulfields. De Sheartonners zijn nette, ietwat burgerlijke mensen. Ze geloven in “het hogere goed”. Onze kleuren doen pijn aan hun ogen. Zij zien niet dat hun land grauw is, voor hen zijn de grijstinten wel kleuren. Sinds de Derweths en de monniken, die in hun ogen stonden voor stagnatie, corruptie en achterlijkheid, verjaagd hebben, is het leven beter en overzichtelijker geworden. Onderweg scry’t Gwan Claude. Hij ziet hem een soort isolatiepak uittrekken. Aan het einde van de dag komen we bij de grens aan. Daardoor lopen we de postduif van Claude mis. Risha laat de Derweths halen voor het “rehabilitatieproject”.

2-vii-R2
De grens is waar schapen niet meer willen grazen. Dus de koning besluit om een deel van het grasland aan de derweths te geven, zodat de Sheartonners hun schapen kunnen blijven hoeden. Hij vraagt of hij een onderhoud mag met de Derwets. Ze zullen er morgenmiddag zijn.
Gnumpathi zoekt Claude op in de brahmanenstad, hij slipt soepel langs de wachters. Claude is aan zijn vliegmachine aan het knutselen. “Indrukwekkend.” (Hij meent het niet, maar probeert beleefd te zijn.) “Maar ik heb belangrijkere zaken dan deze futiele oorlog. Zullen we een wandelingetje maken?” Ze gaan naar het stoffige bos. “Ik weet niet goed hoe ik hierover moet beginnen,” zegt Gnumpathi, “jullie zijn Solars, een nieuwe ster aan het firmament. Het schijnt dat jullie veel gereisd hebben. Dit is iets voor mijn eigen agenda. Maar voor ik verder vertel, wat weten jullie van deze wereld?”
“Niet veel, maar ik heb veel hypotheses en veel van wat ik ‘wist’ heb ik geschrapt.”
“Wat vind je van Elsewhere?”
“Ik ben er niet geweest, maar ik weet dat de Qartianen het gebruiken.”
“Het is een goede manier om te reizen.”
“En deze wereld is niet het origineel,” zegt Claude.
“Elsewhere, Nowhere en Darkwhere, bedoel je dat?”
“Nee.”
“Ik ben naast ambassadeur ook handelaar.” Claude voelt dat dit niet helemaal waar is. “Er is een stof, een vloeibaar metaal, dat heel kostbaar is. Daar ben ik heel erg in geïnteresseerd en het is van belang voor ons aller lot!”
“Waarvoor wordt het gebruikt?”
“Lieden, niet van hier, noemen het Zonium. En die hebben mij uitgelegd dat het belangrijk is voor de redding van de wereld.”
“Ja, iedereen denkt dat hij bezig is de wereld te redden, maar deze wereld is de kopie.”
“Dan klopt het wat ik gehoord heb.”
“En Eenoog wil beide werelden naar de gallemiezen helpen.”
“Nee. Eenoog is realistisch en degenen die de botsing willen voorkomen zijn dat niet. Ik wil de haalbaarheid van het voorkomen van totale vernietiging onderzoeken. Je kunt het botsen ook zien als aanmeren, en het Zonium kan daarbij helpen. Ik wil daar graag met jullie, dus ook de andere solars, over praten. Prachtig bos, ik hoop dat het weer gaat groeien.”

3-vii-R2
Er zijn 20 derwethen gekomen. Risha legt zijn plan uit.
“Dat is een eer. Er gaan wel wat maanden overheen. Geef hen de tijd om te wennen.”
“En ik zou graag een leermeester willen hebben om de Soulfield manier eredienst aan de goden te leren kennen.”
Een derweth die Drahaim heet wil hem wel instrueren.
Chang wil een medische checkup van het leger. Er is niemand bezweken aan de ziekte. Eén soldaat zit onder de pussende zweren en een andere is een beetje vaag. Die gaan in quarantaine, hun maatjes moeten hen in de gaten houden. De ziekte verspreidt zich niet zonder prostitué bezoek.
Gwan gaat inventariseren hoeveel schapen er zijn meegekomen en stelt plannen op. Een strak productieplan, dat zien de Eenoog aanhangers wel zitten. Hij stijgt in hun achting. “Wij mogen op deze nieuwe plek onze oude dingen doen.”

4-vii-R2
We gaan terug naar Bronwë. Claude probeert zij vliegmachine uit, maar krijgt hem niet in zijn eentje omhoog.

5-vii-R2
We komen aan bij de stad. Risha wil aan de 9 vragen hoe de truuk van Nehal Nemar om het bos te drainen werkt.
Claude ontdekt dat de geheim agenten die hij op Gnumpathi had gezet letterlijk niks van hem weten. Ze zijn ’gewist’. Hij geeft ze een nieuwe opdracht: “Zoek alle mensen met een geslachtsziekte. Daguerre doe ik zelf wel.”
De hereniging. Claude vertelt over de valstrik en het grote leger in de andere dimensie – niet else-, dark- of nowhere – en de vreemde wezens in de stad.
“Hé Claude! Ik hoor dat de koning … Ah, daar bent u!” Het is Gnumpathi. Hij stelt zich voor. Het blijkt dat hij van oorsprong Shintasta is, maar van een ander koninkrijkje dan dat waar Risha vandaan komt. “Jullie zijn toch niet bang voor me?”
Er ontstaat een ruzie tussen Chang en Claude over de gemaakte afspraken. Maar Gnumpathi stelt Chang gerust: “Het is een Qartiaans contract en ik heb je vriend gered. Ik wil het onafwendbare op een nette manier vorm geven. De twee werelden gaan sowieso botsen. Het heeft geen zin je ertegen te verzetten.”
Risha zegt dat er nog oorspronkelijke apparatuur is. Gnumpathi vindt het een slecht idee om de tentakels door te knippen. “Veilig aanmeren is een beter idee. Zonium is de buffer tussen de werelden.”
Chang: “Het probleem is het wezen ertussen.”
“Maar als je die doodt, is de magie weg.”
Gwan vraagt: “Wat weet Eenoog?”
“Ongeveer hetzelfde als jullie.” Claude heeft zijn waarheids-charm aanstaan en voelt dat dit niet waar is. “Ik ben niet zo week dat ‘bystander casualties’ me boeien. Zo gaat het nu eenmaal als de wereld vergaat.”
Risha: “De prognose is dat het ditmaal wel voor iedereen fataal wordt.”
“Igrot gaat zich ditmaal voortplanten en wat kunnen wij daaraan veranderen? Eigenlijk niets!”
Chang: “Waarom zouden we ons dan druk maken?”
“Het gaat erom wat er gebeurt. Igrot kan het niet schelen of onze werelden onder een ongunstige hoek samenkomen. Zonium zorgt ervoor dat de botsing gebufferd wordt.”
Risha: “Wat is eigenlijk het doel van Eenoog?”
“Daar mag ik geen uitspraak over doen.”
“En welke andere werelden zijn er nog?”
“Er zijn twee werelden, plus de zones ertussenin: de Wyld, de Wyrd, de -Where’s. Ik ben uw reisspecialist. Er is een voorspelling dat als de botsing goed verloopt, de twee werelden versmelten en de magie blijft bestaan.” Gnumpathi krijgt een bijna heilig vuur in zijn ogen als hij over de charmes van samensmelting praat.
Risha: “Gaat Igrot dood als hij zich voortplant?”
“In principe gaat hij dood, maar het is een vijfdimensionaal wezen.”
Risha denkt dat hij het snapt. “Dus als ik het goed begrijp heeft hij een begin en een einde in de tijd, hij begon toen Chang de knop indrukte en hij zal eindigen als we de volgende keer botsen, maar daartussenin is hij vrij heen en weer door de tijd te gaan?”
“Ja, daar komt het wel op neer …”
“Kunnen wij zelf vijf-dimensionaal worden?” Gnumpathi vindt het een interessante gedachte.
“En de witte stad, waar Eenoog zijn volgelingen naar toe stuurt?”
“Stasisbollen zoals jullie witte stad, zijn slechts luchtbellen.”
Claude: “Kun jij naar de andere wereld?”
“Dat is te gevaarlijk. Jullie hebben te weinig van het Zonium. Maar misschien is het interessant voor jullie om met personen in contact te komen die meer weten van Zonium, Daarvoor kunnen we in Elsewhere afspreken.”
Hij kan ons in contact brengen. Hij is zelf voor de helft van Elsewhere. En Elsewhere is overal.

Xp: 3