Tanais – 64

Tanais 64 – 9-1-2014

Adrarn vertelt dat de god Ba’al meerdere tegenstanders heeft. De douanier heeft het bij het verkeerde eind. De tegenstander die dit seizoen moet worden verslagen is toch echt Yamm de Zeedraak, niet Mot de Doodsgod. Ba’al komt van de oostelijke oever, Yamm van de westelijke oever.

10-v-R2
We komen aan in Megiddo, en gaan direct naar Berek Pan. Als grootvizier woont hij intussen op de hoogste heuvel. Met zijn qartiaanse etiquette komt Adrarn gemakkelijk het oude paleis binnen. Zijn vader heet ons hartelijk welkom in het ouderwets ingerichte paleis. Claude vertelt dat we Chang kwijt zijn, dat hij het spoor bijster is en onder invloed van onze vijanden staat. Berek Pan kan zich niet voorstellen dat Chang een rol speelt in de godenstrijd: het zijn de goden zèlf die ten strijde trekken. Eentje gaat dood en komt een half jaar later weer tot leven. Voor het gevecht wordt aan Ba’al een eerstgeboren zoon geofferd en Yamm wordt gevoed met ‘hapjes vooraf’ als kippen, geiten, gevangenen… (Risha vraagt zich af: “Wat is er mis met ghee?”)
De kant van het land die wint heeft een half jaar lang voorspoed. Meestal wint Ba’al. Claude vraagt waar de voorbereidingen van Yamm plaatsvinden. Die zijn in Arad. Het gevecht zelf vindt plaats in de draaikolk, met volle maan. De eerste dag zijn de voorbereidingen, op dag twee is het gevecht en op dag drie de kroning van de winnaar. Volle maan, dat is de 23e, 24e en 25e van deze maand.
Berek Pan denkt dat er een djinn in Chang gevaren is. Hij gaat zijn informanten naar Biblos sturen. Ook wil hij Adrarn en ons “voorstellen aan Dagon”, een initiatie waarna we op plaatsen mogen komen die verder alleen toegankelijk zijn voor qartianen. Tot het avondeten mogen we eigen dingen doen. Gwan gaat de scry-er opzoeken, Claude wil naar de bibliotheek en Risha wil in bad.
Risha wordt in de hamam van het paleis verwend, erg leuk en zelfs een beetje leerzaam.
Claude leest over Arad, Ba’al en de zeedraak. De baas van Arad heet Bered Padon. Hij is streng in de leer. De stad heeft een uitgebreid cellencomplex, op de eerste dag van het festival wordt Yamm flink vetgemest. Hij leert dat het niveau van techniek op oud-grieks niveau ligt, het sluit goed aan bij zijn eigen uitvindingen. Maar het cellencompex is daarnaast ook zwaar beveiligd met magie, net als het voedergebied van de zeedraak.
Gwan komt bij de scry-er die hem begroet met muntthee. Samen kijken ze in de kristallen bol. Ze zien Chang met zes mannen met tulband resoluut een berg op lopen. “Woestijn uitschot,” zegt de gastheer, “het volk van Jozias. Er zijn problemen tussen de stad en het platteland. De rebellen, bandieten zijn nogal fanaten.” Het volgende beeld: aan de voet van de berg zien ze een heel oude stadsruïne met daarin een bedrijvig bedoeïenenkamp. Daarna wisselen ze nog wat tips uit en spreken af om morgen elkaars bol te gebruiken.
Als we voor het avondmaaltijd even bij elkaar komen, is Risha schoon en blij. Claude en Chang doen verslag en Claude gaat snel nog even in bad voor het eten. Tijdens de maaltijd vertelt Berek Pan dat zijn informanten vermoeden dat Chang is ontvoerd door de rebellen. Die zijn schatplichtig aan de stad en ze leveren zoenoffers in ruil voor een moeizame vrede. De stadsbewoners geloven in de echte goden, de nomaden zeggen dat er maar één god is: Eenoog. Risha waarschuwt dat dit niet zomaar een sekte is, maar een ziekte. Berek Pan zegt: “Het Grauw, noemen ze het hier. Jozias is hun profeet.” Risha vertelt dat er bij ons ook Eenogers zijn. Hij vermoedt dat ze het ritueel willen gaan saboteren. Als Chang Yamm verslaat leiden de goden enorm gezichtsverlies en kan Jozias meer zieltjes winnen.
Berek Pan legt uit dat het gecompliceerder is. Hij kan ons pas alles vertellen na onze initiatie, maar de ‘veilige’ versie luidt: “Wij Qartianen schrijven de werkelijkheid. En onze mythes kunnen we niet veranderen, anders gaat de werkelijkheid kapot.” Claude oppert dat dit misschien precies het plan van Eenoog is.
Die nacht kijkt Risha naar de sterren. Geeft de magie van de hobbits hem inzicht in astrologie? Hij ziet de Laars, met de supernova waardoor de brahmanen terugkeerden. Claude is paranoïde, zet vallen in zijn kamer en slaapt zelf in een stoel op de gang. Gwan slaapt gewoon.

11-v-R2
Ontbijt op bed. We worden gewassen en helemaal geschoren (bij Risha is dat nog niet zo veel). Dan krijgen we prachtige gewaden aan. We worden meegevoerd naar een marmeren hal diep in het complex. Acht priesters in paarse gewaden met torenhoge hoeden wachten op ons. Iets later komt de grootvizier. De vorst verontschuldigt zich! Dan gaan we met z’n allen een marmeren trap af naar de crypte, een kleine kamer met enorm veel nissen waar urnen in staan. Er is een tafel met stoelen er omheen. De priesters steken een vuur aan en beginnen te prevelen. We zien de god Dagan in een stoel aan de tafel zitten. Op de tafel ligt een stapel ongesorteerde graankorrels. Elk korreltje is verbonden aan een zwarte bron. Eén daarvan met de bron van Bronwë. Het visioen vervaagt. We hebben nu meer kennis. Elke graankorrel is een voorouder van de clan waaraan wij nu zijn voorgesteld, èn een potentiële magische bron. Die van Bronwë heeft drie uitgangen, waaronder Bronwë en Sorceror’s Well. De god kijkt naar ons met een verwonderde glimlach, en daarna met een opgetrokken wenkbrauw naar Berek Pan. Als laatste krijgt Adrarn een zeer waarderende blik. Wij mogen naar boven, de Qartianen blijven nog even omdat Adrarn de voorouders moet bewieroken. Daarna mogen we de priesters vragen stellen.
Onze vragen gaan voornamelijk over de bronnen. De priester zegt: “Elke Qartiaan wordt geholpen door een begeleider en die geeft hem de macht om wetten te schrijven, maar over alles heen moet dat in evenwicht blijven. Op het moment dat een Qartiaan de werkelijkheid ontwricht, breekt de realiteit en dat heeft een zwarte bron tot gevolg, met een of meerere uitgangen. Hoe ernstiger de ontwrichting, hoe meer uitgangen.”
Op een vraag van Claude: “De meeste bronnen bevinden zich natuurlijk in Melek Qart. Hoe meer bronnen, hoe heiliger de plek. De Negenbron is de hoogste, intrinsiek verbonden met Elsewhere. Acht, zeven en zes zijn ook alleen maar hier. Driebronnen, zoals die van jullie, treden soms ook wel op buiten Melek Qart.”
Risha laat het schrijftablet zien. De priester gniffelt. “Qartianen zijn zo machtig omdat we speeltjes kunnen uitdelen. Wij verhandelen goederen aan de bewoners van Elsewhere. Dit soort dingen is hun gerecyclede rotzooi.”
Risha vraagt naar het wereldkristal. Daar weet de priester niet zo veel van af. “Elsewhere is de navel van de wereld en die is de middelste van negen facetten.
Claude zegt: “Chang heeft een Cloack of Elsewhere. Kan dat een breuk in de realiteit veroorzaken?” “Nee, hij is geen ingewijd Qartiaan. Jullie ook niet. Jullie zijn Waarnemende Qartianen.”
Over de Negenbron: “Witte Druiven is de hoofdzetel van Elsewhere, het is een fata morgana. Elsewhere is de wortel uit min één, een imaginaire plek. Je kunt niet van de ene Elsewhere naar de andere, ze zijn uniek. Als er twee interacteren, ontploft het geheel en gaat het kapot. Die twee imaginaire plekken worden samen een reële plek.”
Over sorcery: “Voor ons Qartianen is er maar één soort magie, het schrijven van de werkelijkheid. Dagan is een collectief, meerdere personen in één god. Hij heeft de Negenbron gemaakt en het alfabet ontdekt. Met een alfabet kun je wetten schrijven, met hiëroglyfen niet. De oude geschiedenis van de Qartianen is vergeten, daarom doen we onderzoek naar de bronnen. Dao doet ook veel met Elsewhere.”
“De kans is groot dat de rebellen een realiteitsbreuk willen,” zegt Claude.
Risha vraagt: “Wat gebeurt er als je in een bron baadt?” “Dat is taboe. Je raakt tijd kwijt en je wordt gek.”
“En die stenen die soms boven komen?” “Die doen niets bijzonders. Het is iets voor verzamelaars.” “O, wij kunnen er mee onder water ademen.” Hij is benieuwd hoe we dat doen, maar blijkbaar is dit een solar ding.
Terug naar sorcery. “Wij denken niet dat Geb’s tovenaars hun magie van hun goden hebben. Die gaan over de sterren. Sorcery is meer een onafhankelijke grassroots beweging. Iedereen kan het leren, maar het is inferieur. Albion heeft elementaire magie, de sterrenwezens en de lunars hebben ook ieder hun magie. De hobbitmagie is van de Wyrd. Er zijn dus negen soorten magie, plus sorcery.”
Na het gesprek met de priester gaat Gwan nog even Chang scryen. Het is donker, Chang loopt met een fakkel door wormgangen met groen gas. Hij heeft zes groenhuidige shuragi bij zich. Chang lijkt immuun voor het gas.
Bij het avondeten zet Berek Pan dat de mensen van deze zijde in de quarantaineperiode niet aan de overkant mogen komen. Dus we moeten er uit zien als mensen van Byblos. Hij heeft een schip uit Byblos voor ons. We kunnen morgen vertrekken, maar Adrarn blijft thuis.

12-v-R2
Het schip ligt gereed. We gaan scheep naar Arad. Onderweg vermomt Claude ons. het is twee etmalen varen zonder onze hobbitmagie.

14-v-R2 ochtend
We zien de kliffen van Arad. De haven is een inhambaai iets ten Noorden ervan. We worden geënterd door de zeepolitie van Arad, die het schip doorzoeken, maar niets vinden. Als we in de haven komen, merken we dat het nu al druk is voor het festival. De herbergen zijn vol, dus we besluiten aan boord te verblijven.
Scry: Chang zit nu in een kamp in het struikgewas met hoge rang tulbanden van Eenoog.
In de stad is markt, het is er zo druk als op drie oktober in Leiden. Risha koopt een Yamm-verslaat-Ba’al broche en speldt die op zijn mantel. Claude let op tekenen van Eenoog in de stad. Hij hoort het gerucht dat het volk van Jozias dit jaar maar één gevangene levert als hapje vooraf voor de zeedraak, maar het is wel een heel bijzondere. De monotheïsten zijn zelf niet in de stad. Ze boycotten dit feest.
De kliffen het dichtste bij de draaikolk zijn afgezet met een magisch cordon. Daar worden de hapjes voor de draak vastgehouden. Het begint met kippen en eindigt met krijgsgevangenen. Voor de mensen hier is de draak niet het kwaad. Het is de kracht van water op aarde, de god van de landbouw. De tempel van Yamm ligt binnen het afgeschermde gebied. Daar mogen we niet komen. Maar kleine dorpjes hebben ook tempeltjes van Yamm.

15-v-R2
We vertrekken ’s morgens en reizen langs de kust naar het volgende dorp. Daar wonen vissers en landbouwers, Zij zijn polytheïsten, net als de stedelingen. In de namiddag komen we aan. De priester van het tempeltje aan het strand is een beetje verbaasd, maar snapt onze uitleg dat we in de stad de tempel niet in kunnen. Met Essence Lending Method geeft Risha 9 motes essence aan de priester, dat staat gelijk aan drie mensenoffers. De priester raakt helemaal geïnspireerd. “Holy Yamm!” Hij offert zijn eigen bloed, dat geneest meteen. Er is contact. Twee grote knipperende drakenogen, groot en ijl. Risha stelt zich voor als voorvechter van Oaken. De god is relatief sympathiek. “Waarom wil de voorvechter van Ba’al Oaken mij helpen?” “Het gevecht moet eerlijk verlopen. Eenoog gaat vals spelen.” Risha legt uit wat wij denken dat het plan van Eenoog met Chang is.
“Bedankt voor de waarschuwing. Chang gaat ontploffen. Het wordt geen realiteitsbreuk, maar de tulbanden hebben een bom in hem gestopt. Die zou afgaan terwijl ik aan het vechten ben. Mijn dankbaarheid is groot. Jullie mogen een gunst van mij vragen.”
“Wij willen Chang vrij.”
“Dan weiger ik hem als offer en laat hem laxeren. Misschien eis ik volgend jaar Jozias als offer. Laat de chaos maar hier uitbreken. Dank jullie wel!”
De god vervaagt weer.

3 Xp

The RoSE – 50

De Lunars, nog bezig met hun sacred hunt, voelen dat er iets niet in de haak was. Omdat ze wisten dat deze conjunctie er aan zat te komen, waren ze gestopt om te kijken. Marina denkt dat de zwarte aanvaller niet gebroken is, maar altijd al uit twee aanvallers bestond. Shi Mei Lan denkt dat er ook een aanslag op Luna is geweest, die is mislukt. Misschien wel omdat wij haar gewaarschuwd hebben?
Wij besluiten onze solar mates op te zoeken. Rakshi is weg, dus wij zijn niet meer aan onze spirit form gebonden. We kiezen een snelle vliegende vorm. [Continuïteit: het is volle maan, dus de lunars kunnen hun mensengedaante niet aannemen!]
Als we aankomen treffen we vijf verwilderd kijkende solars aan. Hun anima’s zijn op volle kracht, maar ze zien er anders uit: alsof vanuit het midden een zonnewind ze uit elkaar blaast. Met wat moeite spreken we ze aan. Eye of Autumn spoort ze aan: “Kom op jongens! Uithuilen en opnieuw beginnen!”
We besluiten dat we eerst de queeste hier, het openbaar maken van het Book of Three Circles, moeten afmaken. Eye hakt het hoofd van Rakshi af We zien dat ze opvallend weinig tatoeages heeft. Er zijn ook een aantal tekenen dat ze chimaera was: linker- en rechterhand omgedraaid, slagtanden verkeerd om, dat soort dingen. Als we naar haar stad lopen, vormt zich al snel een processie met blije mensen en bavianen.
We gaan de toren in en vragen aan de AI aan welke eisen een bibliothecaris moet voldoen. “Die hebben we allang niet meer gehad…” “En Rakshi dan?” “Die heeft zichzelf aangesteld.”
Sango brengt een offer aan Wajang. In de schaduwen ontstaat een gestalte. Ze spreekt hem aan: “Rakshi is dood. Er is een nieuwe bibliothecaris nodig, en wij moeten Sol wreken.” Wajang gebaart dat de boon voldaan is. Hij geeft aan dat er in Yu Shan een burgeroorlog is uitgebroken. De Eater of Souls in Yu Shan gevangen zetten was toch niet zo’n goed idee: die heeft de goden van vergeten zaken tot opstand aangezet, en met de val van Sol zagen die hun kans schoon.
We spreken over wie bibliothecaris zou moeten worden. Die wordt normaal door het Deliberative aangesteld, net als de rector. Mnemon? Doe moet vechten. Een god? Normaliter moet het een exalt zijn, en goden zijn alleen bezig met datgene waar ze god van zijn. Wajang zou nog kunnen, maar die heeft werk te doen in Yu Shan. Dan heeft Tawuz een idee: stel oudtante Regenboog aan! Daar kan iedereen mee leven. Ook besluiten we om een interim-deliberative uit te roepen. Sango heeft oudtante nooit ontmoet, dus Written On Water werkt niet. Maar ze kan één van de staven wel laden met de spreuk, waarna Shi Mei Lan hem gooit. Ze krijgt per ommegaande antwoord: tante ziet dringend om nieuw emplooi verlegen.
Ghurkan en Little Shu spreken de gorilla’s toe. Ze doen het goed, hun autoriteit wordt aanvaard. Ze gaan de toren van de orang utans belegeren. Sango is gealarmeerd: ze wil niet dat de bibliotheek beschadigd raakt. (De orang utans zijn de priesters van Rakshi en wonen in de toren van Wijsbegeerte en Theologie.) Ghurkan gaat op de orang utans inpraten om zich over te geven, maar is niet helemaal overtuigend.
De lunars gaan met Luthe oudtante ophalen. Eerst laten ze Ghurkan via de AI contact leggen met de AI van het Deliberative; die laat een oproep uitgaan over over 2 1/2 week, dag 4 van Resplendent Water.

De lunars van Rakshi komen terug uit het bos met een gevangen, gebonden griffioen. Zodra ze uit de Wyld komen, voelen ze dat de onnatuurlijke invloed van Rakshi is weggevallen en komen ze tot hun zinnen. De buizerd vliegt direct weg. We spreken de anderen aan. Eentje moppert: “Als ze echt chimaera was, dan had de raad van Elders haar allang veroordeeld,” Atis wijst erop dat Rakshi door solars gedood is, omdat ze een lunar aanviel, en suggereert: “What happens in Sperimin, stays in Sperimin.” Ze zijn het er uiteindelijk wel mee eens.
Ze willen graag mee vechten tegen de Green Sun Pinces. Little Shu draagt zijn gorilla-leger over aan de lunar die de beste leider is [meeste punten in War].
Als de lunars terugkomen wordt oudtante geautoriseerd. Ze vertelt dat An Teng zeer ordelijk is: geen bedelaars, openbaar vervoer loopt op tijd, nauwelijks misdaad. Doodsaai en bedrukkend. Tawuz en Marina stellen hun solar mates voor. Tante kijkt bedenkelijk: ze zijn een beetje beneden hun stand… “Maar zij is een sorceror en hij is generaal!” “Zo zien ze er niet uit.” “Dat is ook de bedoeling!”, glimlacht Sango.

We nemen afscheid en gaan naar Gethamane. Als we over de plaats vliegen waar Metagalapa hing, schijnt daar zonlicht. Het komt uit de grond, uit het shadowland!
Als we aankomen in Gethamane blijken de dragonblooded terug te zijn van hun queeste. Ze vertellen wat ze allemaal geleerd hebben. Er zijn ook tien weerwolven. Het zijn niet, zoals we eerst dachten, gemankeerde lunars, maar merkwaardig geklede mensen met veel haar en grote zilveren zwaarden.
Ebon Rhime heeft een boodschap achtergelaten: een kist met daarin een groen zwaard met allemaal kleine runes. His bekijkt het met zijn derde oog. Dat doet pijn! Het past bij het harnas van Little Shu. En het voelt goed. De inscripties zijn demonische bezweringen tegen alle mogelijke Perfect Defense-charms. Dit was één van de zwaarden die Sol heeft gedood! Daar kunnen we Sol wel mee wreken. Olric (één van de dragonblooded) zegt dat het zwaard nog van belang kan zijn voor een volgende zonnegod. Er zit nog een briefje bij aan Marina, waarin hij schrijft dat hij diep undercover zit. Er staat een adres in Malpheas bij. Als we de Mouse of the Sun bij het zwaard zetten, kan hij weer praten. Sinds de dood van Sol piepte hij alleen nog maar. We concluderen dat Ebon bij de moord aanwezig geweest moet zijn, dat Sol hem herkend zal hebben en een deel van zin essentie in het zwaard heeft laten overgaan. Diep undercover, inderdaad!
De dragonblooded laten de objecten zien die ze hebben gevonden: een jaden harnas wat gerepareerd moet worden, een Solar Cannon, een Power Mace, de Golden Asp. Sango zegt dat de dragonkings in de factory cathedral dat harnas best kunnen repareren. Olric kijkt heel geïnteresseerd. Hij zou graag mee willen.
Little Shu stelt voor om te overleggen met Kimberi. Die zegt dat de troepen gereed zijn voor een eerste gevecht. Met wat heen-en-weer praten wordt bedacht dat de keizerin ongetwijfeld het Heptagram zal willen aanvallen. Kimberi zegt dat er een obelisk van de Bird People staat. We vertellen haar dat we daar een stam van ontmoet hebben. Ze begint te grinniken, daar kan ze wat mee! Ze is ook blij dat we Metagalapa hebben. Die moeten we vooral bij Rathess laten, we willen niet dat de keizerin er achter komt dat we die hebben. We communiceren via de commandocentrale in Gethamane met  de dragon king in Metagalapa. Die belooft een paar Bird People te sturen.
De dragonblooded vertellen ook over een nieuwe primordial. Kimberi is geïnteresseerd. Het zou inderdaad de reïncarnatie van Vodak kunnen zijn.

Wij willen via de grafheuvel naar de factory cathedral, maar hoe? Luthe moet in Gethamane blijven voor reparaties. Het troepenschip uit Rathess is handig voor de strijd, het zeilschip is te traag. Maar gelukkig kan Sarina ons allemaal meenemen met Cloud Trapeze. Ook de dragonblooded gaan mee. We vliegen via de Heilige Berg, daar is een poort naar de graftombe.
Als we boven het Blessed Isle vliegen, ruiken we dat het stinkt naar zwavel en rottend huisvuil. Het voelt ook alsof je Virtues omgekeerd zijn: je sterkste eigenschap is het gemakkelijkst om tegen in te gaan. De rondweg is nog wit. Veel andere wegen zijn net zo schoon, maar groen. Het is malachiet. Een paar keer zien we grote lichtgevende zegels in het landschap. In verschillende kleuren gewas blijken demonische zegels in het landschap te zijn aangebracht. Er overheen vliegen kan niet, dan worden we misselijk. Rondom het Heptagram zitten een heleboel van dat soort zegels.

Als we bij de Heilige Berg komen, kijken de dragonblooded hun ogen uit. Wat een mooie stad! Een enorm beeld samengesteld uit vier dragon kings! En het uitzicht! Vooral Gar is opgetogen om op de elemental pole of Earth te zijn. We landen helemaal op de top. Er is al een keten aangebracht, nodig voor het opheffen van de Great Curse.
Beneden hebben al een aantal groepen kamp opgeslagen. Er is een kasteel uit de grond aan het groeien. Het is erg druk bij de tempel van Sol. Daar treffen we vijf solars in gouden harnassen die overleggen met de dragon king priester. Het zijn de power rangers, hun uitrusting heeft een upgrade gekregen. De zegels in het landschap zijn volgens hen een natuurlijk onderdeel van het land: het zijn loci van de goden die hier vóór de Primordial War hun zetel hadden. (De power rangers hebben duidelijk bijgeleerd!)
In het gebouw van het Deliberative vinden we neef Wijsheid met een witte kat en een vijftienjarig meisje. We vertellen dat oudtante de nieuwe bibliothecaris van Sperimin is. “Rakshi dood? Dat zullen de elders niet leuk vinden!” De witte kat spitst de oren. Wijsheid stoot het meisje aan, die van gedaante verandert. Het blijkt de Marukhan siderial te zijn. Ze vertellen dat Mnemon ook nog één dag langskomt. En de siderials uit Rathess komen nog, maar die mompelden iets over het laten herrijzen van Sol. De siderial zegt dat hij nog een scroll heeft die ze nodig hebben.

Xar wil de hele berg beklimmen. Dat praten we uit zijn hoofd, het is zeker een maand lopen. We gaan naar de gate onder het gerepareerde beeld van Ghurkan (het lijkt nu op hem en niet meer op zijn vorige incarnatie) en via de graftombe naar Sango’s factory cathedral. In de bomen wonen nu dragon kings. Ze heten ons welkom. Door de kennis uit de kinderliedjes van Gethamane hebben ze zich weer meer herinnerd. Ze hebben allemaal magische voorwerpen en zijn erg gemotiveerd. De oudste vertelt dat hij bezig is aan een interface met het Observatorium van de siderials in Rathess. Het is gemaakt met een blok stermetaal wat hij in de kelder vond, achter een aantal beveiligingen. Het is nu nog een full body suit, maar hij wil het systeem uiteindelijk verkleinen tot een helm. Je kunt alleen kijken, niet ingrijpen.
Sango trekt het pak aan, de anderen kijken mee via schermen. Ze komt in een ruimte die vol hangt met draden. Iedere draad is verbonden met een ster aan het firmament. Ze raakt er één aan en ziet een oude eik op het moment dat die wordt omgezaagd. Als ze de draad  volgt, zien we dat er een tafel van wordt gemaakt verderop zien we de keizerin met een aantal demonen vergaderen aan die tafel. Sango kan die scene ook via andere draden bekijken, maar krijgt nooit een draad te pakken van haar of van een demon. Bij de oude Loom of Fate waren abyssals en demonen ook niet te zien, maar daar zag je ze ook niet vanuit andere gezichtspunten. Via een andere draad ziet ze een oud landhuis op de Oostkant van de Imperial mountain, waar een grote veldslag zal plaatsvinden.
Als ze dichter bij het centrum komt, krijgt ze het gevoel alsof ze zich bijna iets herinnert. De dragon king zegt dat hij op dat punt het gevoel krijgt alsof er iets in zijn ooghoeken beweegt. Olric stelt voor om verschillende types exalts te laten kijken. De dragon king vindt dat een goed idee. Hij zal meer pakken maken, zodat meerdere mensen tegelijk kunnen kijken.
Dan gaat His het proberen. Hij hoort de draden zoemen, en vangt soms ook gesprekken op. Hij vindt een moment van een audiëntie van de keizerin met een ambassadeur. Ze vertelt dat de Imperial Manse bijna klaar is. (Dit is negen maanden in de toekomst.) Als het Sword of Creation gebruikt wordt, levert de ambassadeur tienduizend man. Hun enige doel is sterven, maar dat weten ze niet. His zet zijn demonische oog aan. De zaal is helder verlicht, de troon is een machtig magisch artefact en zij die erop zit is beeldschoon! Waardig om de keizerin van Creatie te zijn, van Malpheas, de Wyld, alles! His is geslagen met aanbidding. Ze kijk hem recht aan, en glimlacht. De dragon king haalt hem uiteindelijk uit zijn trance.
Daarna mag Gar. De dragonblooded ziet leylijnen en magma. Bij hem zit in het centrum een zwaard in de grond, een zwaard wat hij per sé niet wil aanraken. Dat zal het Sword of Creation zijn.
De dragon king zegt dat hij nu weet dat wat je precies waarneemt van je primaire zintuig afhangt. Dus het wordt toch geen helm. Hij moet handschoenen voor de tastzin maken, laarzen om trillingen van de grond te voelen, etc. Dus toch een compleet pak.

De bestelde twee dot artefacten zijn klaar.

Tanais – 63

Tanais 63 – 5-12-2013

We zitten in maand 5, ik was per abuis een maand teruggegaan.

5-v-R2, het is een mooie dag.
Om een uur ’s middags gaan we aan boord van onze luxe galei met ieder een eigen kajuit. Om ons heen varen de negen schepen van de tovenaars, met hun personeel, vrouwen en hele huisraad. (Twee van de tovenaars zijn vrouw, die hebben hun man mee.) Voor we vertrekken wil Karoen de zegen van de goden, met name Isis, afroepen. Een belangrijk moment, met veel wierook.
De tovenaars stellen zich voor. Allereerst natuurlijk Karoen Hotep. Dan een bleke man die Bilgier Nam heet. Fastenos is een gespierde kerel. Bubastihotep is een liefdestovenares. Sobek Ti is een militantere vrouw. Dan is er nog de kleine man Bes Hotep. Nazir Gurki, een rijzige blonde kerel met een haakneus. De geleerde Drilim Kozer, met een brilletje. Als laatste stelt zich de modebewuste Brizent voor, in blauwe gewaden. Hun galeien zijn overigens wel wat groter dan de onze. Om drie uur kunnen we uitvaren.
We varen naar het Noorden. Het blijkt dat onze zeilkunst toch beter is dan de hunne, dus we gaan achter hen varen om de wind in hun zeilen te toveren. Het gaat nog steeds langzamer dan we zouden willen, maar sneller dan zij gewend zijn. We genieten van de reis. Om zes uur wordt het donker. Chang gaat slapen, wij varen door. Het is een mooie rustige nacht. Rond acht uur komt er een uitgeputte woestijnuil aangevlogen. Hij heeft een stuk perkament aan zijn poot, een overzicht van de 2 x 9 rassen (3 ontbreken er nog), met de groeten van Imhotep. We zoeken een paar scheepsratten voor het dier, en Risha geeft hem wat motes essence om op te frissen.

Als we Chang zoeken vinden we een briefje in zijn kajuit, in iets wat niet in zijn handschrift is, dat zegt dat hij “tot inkeer is gekomen en zijn heil zoekt op een andere plek”.
Gwan scry’t: het is donker en Chang loopt onder water. Wat moeten we doen!? Eén van onze zeelui zegt: “Waarom laten jullie die tovenaars niet doorvaren? Die halen we wel weer in.” Goed idee! Om negen uur gaan we voor anker en we proberen hem Nog eens te scry’en, maar ditmaal blijft het beeld zwart. Het ligt niet aan Gwan, hij voelt een blokkade.
Claude onderzoekt de hut en vindt de Malphean Staff die we eerder buitgemaakt hebben op de demon. Het ding voelt heel aangenaam aan. Zo te zien is Chang onder invloed ervan geraakt: hij heeft gistermorgen op de magische markt allerlei prullaria gekocht zonder het ons te vertellen. Het bauchliet is er nog, dus het was niet Eenoog. We krijgen de indruk dat hij terug is naar Alexandros. We maken rechtsomkeert.

6-v-R2 Zes uur ’s ochtends komen we weer aan in de haven. We betalen liggeld en lopen naar de magische markt. De stad is enorm, dus het is drie uur lopen. Gwan maakt onderweg een tekening: “Heeft u deze chinees gezien?” De kramen van onze tovenaars zijn natuurlijk leeg. Tegen elf uur treffen we een handelaar die Chang heeft gezien. “Ja, die is hier geweest”. De handelaar zit een Slayer Khatar op te poetsen. Hij heet Akem Morbash. Voor een handvol bakshees weet de man te vertellen dat Chang dit ding heeft gegeven als betaling voor een Cloack of Elsewhere, zijn pronkstuk. Elsewhere is niet te scry’en. Verder heeft hij Salif-zand gekocht. Daarmee kun je de Salif (een mutantenvolk) oproepen en die kunnen je illegaal de grens met Melek-Qart over helpen. Het zand van de grens blijft overal aan plakken, het gaat in je poriën zitten zodat je nog maanden herkenbaar bent. Smokkelaars gebruiken de Salif. “Is de andere Khatar ook verkocht?” vraagt Risha. De handelaar kijkt schichtig naar een gesloten winkel: “Daar.” We glippen naar binnen. Daar vinden we behalve een symbool van Eenoog nog honderdvijftig goudstukken aan edelstenen. Scy’en van de andere Khatar laat Chang’s kleren zien, een zadel en lucht.
Risha gaat terug naar de handelaar. Voor de edelstenen en nog 150 goud wil hij de Khatar een maand voor ons vasthouden. Dit is volgens hem 10% van de waarde. Dan gaan we naar de Oostelijke markt om paarden te kopen. Maar er is iemand die Roc-vogels verhuurt. De verhuurder herkent de afbeelding van Chang. “Ja, die chinees is hier geweest. Zijn vriend heeft een Roc gekocht.”
Een huur-Roc kost tachtig goudstukken per persoon voor een dag, en vliegt zelf terug naar de markt. We praten het omlaag naar dertig. Het is stevig doorvliegen naar de grens, en Albion-magie werkt averechts op de vogels. De Rocs weigeren over de grens te vliegen. Risha gebruikt de Acorn van Malkavian om dieren op te roepen: slangen en hagedissen om de Rocs te voeren. Gwan ziet in zijn kristallen bol Chang en diens vriend aan een kampvuur zitten, maar komt er niet achter waar. Aan de overkant van de grens zien we wel enkele kampvuren, maar die zijn voor ons onbereikbaar. We vliegen een uur naar het Zuiden en treffen aan onze kant ook een vuur. Er zitten een heleboel Salif omheen. Dat zijn een soort mensgrote rupsen. Ze vluchten weg als ze onze Rocs zien. Nog een uur verder vinden we weer een vuur. Nu laten we de vogels buiten zicht. De wachters hebben Chang niet gezien. Claude vraagt wat het theoretisch kost om de grens over te steken. “Jullie zijn echt aan het verkeerde adres.”
Terug naar het Noorden. De Salif zijn weer terug bij hun vuur en we laten ze ditmaal niet schrikken. Deze wachters zijn wat toeschietelijker. Ze laten ons het dorp in. Daar liggen de Salif opgekruld rond het vuur. We spreken de grootste aan. Schrik en ontsteltenis, maar de koning is dapper en blijft om ons te woord te staan. Ook hij houdt vol dat we bij de legale grensovergang moeten zijn. “Salif-zand? Ja, het zou mooi zijn als dat bestond…” Het is duidelijk dat we zonder dat spul geen doorgang krijgen. Stom dat we niet ook een zakje hebben aangeschaft.
We vliegen naar de officiële grenspost. Die is ook dicht, maar de douanier is vriendelijk. Wij zijn heel moe en de Roc’s willen terug. Risha weet ze over te halen om nog even te blijven. “Nee, die is hier niet geweest. De grens is gesloten. Hij gaat over vijf weken en vier dagen weer open,” zegt de douaneman. Hij legt uit dat het Mot-festival is begonnen en daar willen de Qartianen geen buitenstaanders bij. “Mot is de tegenhanger van de god Melek. Aan deze kant van de draaikolk van de zeedraak woont het Huis Biblios, toegewijd aan Mot. Aan de overkant van de zeestraat zijn de Huizen Megiddo, Sidon en Tyr van Melek.” Hij is benieuwd waar we vandaan komen. We drinken een glaasje om de man gezelschap te houden en geven de Rocs nog wat te eten, om ze te kalmeren. De douanier legt uit dat er een krachtveld tussen de twee landen zit. Je komt er niet door. Hij verwacht dat er aan de Melek-kant veel minder moeilijk gedaan wordt. Dit is een lokale Mot-Biblos aangelegenheid, het heeft volgens hem met de zeedraak te maken. Hij vindt iets vreemd: de karavanen die hier passeren hebben een grauwsluier en ze zijn schuw naar buitenstaanders. “Wij doen hun pijn aan de ogen.” Maar de andere huizen zijn een stuk frisser dan het huis van Biblos. Na een paar borrels gaan we terug op de Rocs. We zijn doodop als we aankomen en slapen aan boord.

7-v-R2
Adrarn maakt zich ernstige zorgen. Hij heeft wat lacunes in zijn kennis. Maar hij denkt dat wij Melek Qart bij moeten gaan staan in de rituele strijd, want hij vreest dat Chang aan Mot gaat worden geofferd. “Via het hof van mijn vader kunnen jullie een klinkende overwinning behalen.” Claude gaat de Slayer Khatar ‘terughalen’ (zonder betalen) bij Akem Morbash. Dat lukt. Dan varen we naar de Westelijke ingang van Melek Qart.

10-v-R2
Drie dagen later komen we aan in Megiddo. De stad van de grootvizier.

Xp 3

The RoSE – 49

We zijn in de bibliotheek spreuken aan het overschrijven. Ghurkan vraagt intussen de Keeper naar zijn bevoegdheden. Na een paar uur krijgen we via onze communicator bericht van Atis dat we geen dingen moeten doen, moeten stoppen met spreuken overschrijven en snel naar buiten moeten komen. In zes uur heeft Sango twee solar circle spreuken overgeschreven, en Sarina drie van de sapphire circle. Ze kijken tegelijk op voor een pauze. Als we zeggen dat we op willen houden voor vandaag, is Raksi teleurgesteld. Ze dringt aan en laat Sango beloven morgen terug te zullen komen. [Het is een social attack.] Aangezien Sango dat toch al wilde, kost dat haar geen moeite. Als we op het punt staan om weg te gaan, vraagt ze of de lunars even willen blijven voor een kleine Moot. Weigeren zou onbeleefd zijn. Zodra de solars weg zijn, nodigt Raksi de lunars uit om morgen op jacht te gaan. Het is volle maan, iedereen in zijn spirit vorm. Dit weigeren zou nog veel onbeleefder zijn, dus we accepteren.

Als we aankomen bij Luthe zien we dat er een groot aantal roofvogels — buizerds — omheen cirkelen. Sango gaat direct slapen, die is nog moe van de spreuken een paar dagen terug [ze mist nog veel Willpower]. Atis hangt in de commandostoel. Hij vindt het maar niets dat de lunars beloofd hebben om te gaan jagen, en waarschuwt dat Rakshi vast op baby’s wil gaan jagen. Hij vertelt dat Raksi in de stad, en zeker in de bibliotheek, onkwetsbaar is. Alles zal samenwerken om haar te verdedigen. Alleen buiten de stad is ze kwetsbaar. En we hebben dertigduizend medestanders: de mensen en apen. We overleggen. Raksi doden zou alleen gerechtvaardigd zijn als ze een Chimaera is. Lichamelijk is ze dat zeker niet, over haar geestelijke conditie hebben we twijfels. Marina heeft een charm waarmee ze kan zien of iemands Essence een Wyld-tint heeft.
Vanavond kunnen we een rituaal voor Luna doen, om haar hierover te raadplegen. Op de bovenkant van Luthe zou kunnen, maar daar zwermen nog steeds die buizerds. Als smoes bedenken we dat we teruggaan naar de plaats waar Metagalapa hing.
Daar is een enorm Shadowland, met activiteit van grote ondode beesten. Het lijkt er op alsof ze hun kamp opbreken. We gaan op jacht naar een panter, maar vinden er geen. Sango heeft overal doorheen geslapen. Terwijl we teruggaan overleggen we. Vinden we het de moeite waard om eventueel uitgestoten te worden? Tawuz denkt dat hij indien nodig een Moot wel kan overtuigen. Hij waarschuwt wel voor Raksi’s sociale aanvallen.
In de loop van de nacht is Eye bevallen van zes kleine pegasusjes, beastmen. Ze zijn heel schattig. Little Shu blijft aan boord om een strijdplan te bedenken. Onderweg doet Tawuz de Oration Glance Technique zodat hij aan de bavianen die ze onderweg tegenkomen door kan geven dat Atis zijn contactpersoon de baviaan Habib wil spreken.
Als we terug aangekomen zijn, heet Raksi ons hartelijk welkom, met name Sango. Marina heeft haar charm aanstaan en ziet dat er inderdaad een ‘taint’ aan Raksi’s Essence zit. Sango is gewaarschuwd, en blijft beleefd. Deze keer wil Shi-Mei-Lan het boek van de tweede cirkel bestuderen. Als Raksi haar oog-spreuk doet, kijkt Marina weer goed. Deze keer ziet ze dat Raksi twee verschillende ‘taints’ op haar essence heeft: Wyld en Necromantic.
Intussen overleggen Atis, Ghurkan, His en Little Shu met de bavianen. Die wachten al lang op de aankomst van nieuwe lunars. De aanwezige lunars zijn al door Raksi ingepalmd. Iedereen die langer met haar omgaat, wordt verliefd op haar. Hij heeft tweeduizend mensen die willen vechten en drieduizend bavianen. De orang-oetans zijn de priesters van Raksi, dus daar kun je niet op rekenen. Raksi heeft maar weinig gestalten, maar ze heeft nog een feniks op haar verlanglijstje staan. Beastmen maken heeft ze haar lunars verboden. Atis komt op het idee om Eye in vogelvorm met brandend materiaal in te smeren en zo een feniks te simuleren. Shalgero’s Pride zou als ondergrond kunnen dienen. Eye leert de charm Southern Mastery Technique om vuur te kunnen weerstaan.
Als Raksi bij de boeken weg wil gaan, vraagt Sango of ze haar raad mag vragen. Welke spreuken kan ze nog meer aanraden? Wat vindt ze van het patroon in de solar circle spreuken? Raksi is heel geïnteresseerd in de spreuk Rune of Singular Hate. Ze vertelt dat haar solar mate die gebruikt heeft tegen de dragonblooded die haar doodde. Die had hij eigenlijk moeten gebruiken op Chejob Kejak! Dit was ooit de reden dat ze solar circle wil leren: deze spreuk op Kejak gooien. Sango vertelt dat hij dood is, vermoord door de keizerin. Raksi is blij. Marina stelt voor om er een glaasje Regenboog op te drinken. (Dit alles om haar af te leiden.) Intussen bestudeert Sango ook Technique Mirror. Na zes uur gaat Sango weg.
Bij zonsondergang verzamelen de lunars zich in spirit form bij de bibliotheek. Er is een dalmatiër, een python, een buizerd en een raaf. De vijfde heeft een snoek als spirit form, die heeft dispensatie gekregen: hij gaat als poema. Marina, die een octopus als spirit heeft, mag ook wisselen. Ze kiest tijger. Raksi staat naakt, met een grote jachthoorn. Op het moment dat de zon ondergaat, blaast ze er drie keer op en verandert in een soort reuzenmandril: drie meter hoog en met slagtanden. “We gaan op jacht jongens, op naar de griffioen! We vertrekken door de Noordelijke poort.” De lokale lunars kijken wat verbaasd. We stuiven naar het Noorden. In de stad zijn alle deuren, ramen en luiken dicht en is er niemand op straat.
Op een gegeven moment gaat Eye als brandende vogel de lucht in. Raksi ziet het, maar gelooft het eerst niet. Maar dan gaat de zon op in het Westen. Deze wordt verduisterd door de maan en iets zwarts wat van tussen de sterren kwam. Raksi concludeert dat het toch een èchte feniks moet zijn, die is getriggerd door de conjunctie. Ze gaat er op af. De overige lunars gaan door volgens plan, op zoek naar de griffioen. Dit is de gebeurtenis die de dragonkings eerder voorspelden. We realiseren ons waarom we de afgelopen nacht geen contact met Luna konden krijgen.Tawuz stelt voor om eerst even naar de conjunctie te kijken. Die duurt opvallend lang, hij gaat maar niet over.

1. De ‘stervende feniks’ zit op de grond. Raksi is intussen in een adelaar veranderd en vliegt er op af. Zodra ze daalt doet Little Shu een duikvlucht op zijn windblade waarbij hij haar slaat met zijn reaver daiklave, hij raakt. Raksi activeert een charm, welke is niet meteen duidelijk. Sarina valt aan met haar Dagger of Heaven en raakt. Little Shu raakt weer. De klappen lijken haar weinig schade te doen. Ghurkan slaat met zijn Serpent Sting Staff gecombineerd met de Essence Fans and Skill Technique. Ook hij raakt. Atis gebruikt Accuracy Without Distance, schiet een orichalcum pijl af en raakt. Deze wond lijkt haar als enige echt pijn te doen. Eye verandert Shalgero’s pride in een Dire Chain, om Raksi te verstrengelen, maar mist. Sango concludeert dat alleen onweerstaanbare aanvallen Raksi kunnen deren. En houdgrepen! Ze gebruikt Leaping Mantis Style en grijpt haar vast. Dat lukt!
2. Raksi grijpt in haar haar en en trekt aan een touwtje. Het licht lijkt te dimmen. Daarna vinden we opeens iedereen een vijand. Sango doet als reflex een Sapphire Circle Counter Magic op zichzelf. Little Shu reflecteert de spreuk terug op Raksi zodat ze zelf ook last heeft van het effect. Sarina steekt met twee dolken. Dat lijkt haar weer weinig te deren. Little Shu gebruikt nu ook Accuracy Without Distance en schiet. Dit doet haar duidelijk wel schade. Atis doet hetzelfde en verwondt haar verder. Ghurkan doet een social attack, The Irresistable Salesman Spirit: “Geef je over of we doden je.” Maar door het effect van haar eigen spreuk gelooft ze hem niet. Sango begint met Dragon Coil Technique haar fijn te knijpen. Raksi is nog steeds in vogelvorm. Sango kan haar niet alle acties belemmeren, maar houdt haar wel op haar plaats. Eye probeert de essence draining boeien om de poten van de vogelvorm te doen. Dat lukt, de poten zijn nu geketend. Raksi begint vreselijk te krijsen. Ze weet wat dit voorwerp is.
3. Raksi probeert weer een Spellknot te ontwarren. Sango aarzelt niet en gooit weer Counter Magic. Een pilaar van zwart on-licht verschrompelt.
Op dat moment gebeurt er iets aan de hemel. Het zwarte voorwerp breekt in tweeën, de zon verschrompelt tot een rode dwerg en valt onder de horizon. Elke solar krijgt een visioen: Sol, doorboord door veertig groene zwaarden, spreidt zijn armen en roept: “Wreek mij!” [Elke solar krijgt er 1 punt permanente Essence bij plus tien charms en/of spreuken naar keuze. Maar alle charms die iets doen met ‘creatures of darkness’ werken niet meer.]
Little Shu schiet weer, en Raksi gaat buiten westen. Sarina probeert een mantel om haar hoofd te wikkelen zodat ze geen nieuwe spellknots kan activeren Sango voelt haar verslappen en roept: “Atis, willen we haar dood hebben?” Atis mompelt: “Je vraagt dit aan mij?” en schiet een pijl af. Raksi sterft. De spreuk waardoor we elkaar wantrouwen wordt opgeheven.
Als de lunars terugkomen, vinden ze vijf geschokte solars.

Xp: 6 solars en lunars

Tanais – 62

27-iii-R2, midden op de dag
Het ei ligt in het bos. We vullen het butsje met water en laten dat vastvriezen. Hopen maar dat het werkt! Hoe moeten we het nu verder de berg af krijgen? Claude ontwerpt ‘ramps’ om het tijdens het rollen af te remmen. Het werkt, maar omdat Risha nogal onhandig is, en Chang ook wat steekjes laat vallen, wordt de barst groter. Als we bij de schepen aankomen is het ei nog heel, maar gehavend. Daar ontdekken we dat er iemand door onze spullen gesnuffeld heeft. Terwijl ze toch goed verstopt waren! Er ontbreekt niets, en de manschappen hebben niets gemerkt. 
Met heel veel moeite en inzet van al onze Water- en Windmagie navigeren we rivier af. In het begin is de reis net zo eentonig als op de heenreis. Maar in provincie 20 merken we dat er een enorm transparant vogelachtig wezen met ons mee vliegt. De spanwijdte is wel 20 meter. Hij lijkt eerder nieuwsgierig dan agressief. De mensen aan de kant houdt angstig afstand. Zijn ze bang voor ons of voor de Spirit Roc? 
Bij provincie 19 begint de ‘beschaafde’ wereld. Dat betekent tol betalen. Voor 5 goudstukken mogen we door. Het ei is ondanks al onze moeite toch aan het smelten. Met wind en water op het zilverfolie koelen we het zoveel mogelijk af. Stroomafwaarts gaat de reis veel sneller dan op de heenweg. Bij alle grenzen moeten we betalen, behalve bij provincie 11, want daar heerst anarchie sinds een inval vanuit buurland 10. ’s Nachts slapen we om de beurt, terwijl het schip doorvaart.
1-iv-R2
Als de zon opkomt, landt de Spirit Roc op het ei en begint met zijn snavel door het zilverfolie te pikken. Chang heeft wacht, hij slaat alarm. Risha doet zijn anima banner aan. De vogel doet hetzelfde, hij heeft een veel zachter licht. Claude houdt zich gedeist. Chang activeert ook zijn anima, de maximale vorm, zodat hij het volle Fear effect van de Dawn Caste heeft. De vogel begint te lachen. Hij materialiseert in de vorm van een jongeman. 
“Niet bang zijn,” zegt hij vriendelijk. 
“Ben jij een lunar?” vraagt Risha.
“Wat een nieuwsgierigheid. Jullie zijn in mijn domein, dus ik mag hier de vragen stellen.” 
Risha stelt zichzelf en de andere solars voor. 
“Ik ben de grote baas hier. Ik heb van jullie gehoord. Phantom, der Alte en <?> hebben het over jullie gehad. Jullie zorgen wel voor ophef hoor, als jongste loot aan de stam. Licht en duister, solars en abyssals… Het wordt druk. Overigens, de baby maakt het naar omstandigheden goed, maar jullie moeten haast maken. Ik zou niet willen dat het ei smelt en de delta buiten het seizoen overstroomt.” 
Als Gwan opmerkt dat het de bedoeling is van solars om alles weer op orde te stellen, verslikt de jongeman zich.
“Eerst was ik er. Toen kwamen er meer siderials. Toen de achterlijke lunars. Een hele tijd niks. En nu jullie. Ik weet niet wat ik met jullie aan moet. De abyssals gaan heel snel. Maar jullie zijn het grotere gevaar, omdat jullie alles willen oplossen. Ik heb gehoord dat jullie jong en ondeugend zijn. Maar we hoeven niet elkaars vijanden te zijn.”
Hij stelt voor dat we om en om een vraag stellen. Gwan vraagt welke conclusies hij in zijn lange leven heeft getrokken. 
“Ik heb mijn conclusies in dit land verwerkt. Daarom zijn er 42 provincies. Nu ik. Weten jullie dat dit ei het niet gaat halen?”
Daar waren we al bang voor. “Kunt u in de toekomst kijken?” vraagt Gwan. “Nee, maar ik heb wel intuïtie en voorgevoelens. Ik kan wel helpen hoor. Ik wil niet dat het ei hetzij smelt, hetzij uitkomt. Ik houd van mijn onderdanen. Ik zorg er voor dat het ei niet uitkomt, dan hebben we deze reis elkaars prettige gezelschap.” 
Risha wil meer weten over de relatie tussen goden en exalts. “Ah, het wereldkristal. Er zijn twee maal negen wezens. Jullie vullen een nog onbekende niche, in ons straatje. Er zijn er nog meer onbekend. De goden zijn jullie tegenhangers, ook ‘goed’. Jullie zijn elkaars concurrent.” 
Hij zal zorgen dat we een mooi diagram van het wereldkristal krijgen. “Nu mijn volgende vraag. Zijn jullie echt van plan om naar de witte stad te gaan en wat denk je daar dan te vinden?” “Marmeren tabletten met de geschiedenis en zo,” zegt Risha, “en magische voorwerpen van de vroegere solars.” 
Gwan vraagt hoe het met Chantal gaat. “Er is geen siderial in de lunar stad, dus mijn kennis is beperkt. Arend is dood. Chantal is een zorgenkindje, dan weer licht, dan weer duister, geteisterd en uiteindelijk machtiger dan jullie.” Hij wordt filosofisch. “Ik heb eigenlijk geen vragen meer voor jullie.” 
Gwan vraagt naar het Zuiden. “Heel veel jungle en heel veel zee en wat eilandjes. Ik kom er nooit. Er wonen vreemde gemuteerde wezens. Na de ramp is zo’n beetje alles gestorven of gemuteerd. De Wamak zijn een voorbeeld van mutanten die nog niet zijn uitgestorven. Er zijn duizenden jaren geen mensen meer geweest.” 
Claude vraagt: “Wat weet jij van Eenoog?”
“Dàt is jullie tegenspeler. Weet je waarom de wereld vergaan is?” 
“Nee.”
“De mensheid was op zoek naar buitenaards leven en heeft het gevonden. Het buitenaardse leven kwam en bleek sterker. Iemand heeft besloten om de wereld  te vernietigen om het te stoppen. Het was een volle wereld, vol met mensen. Eenoog heeft met die buitenaardse wezens te maken. Uit rapporten blijkt dat er bij jullie mensen grijs worden. Dat is het voorstadium van een veel ergere besmetting. Ze zijn aan het infiltreren. Er zijn meer cellen van wat jullie Eenoog noemen. Er lijkt iets te zijn ontwaakt. Het lijkt er op dat jullie terugkeer met de terugkeer van die ziekte te maken heeft. Het kan twee kanten opgaan. de goden zouden wel eens uitgeschakeld kunnen worden. Ze zijn ontstaan uit de grote knal en zijn bang dat als alles opgeheven wordt, zij weer verdwijnen. Zielig, maar heel machtig.”
De Annil vliedt onder ons door. We worden niet meer staande gehouden bij de grenzen en de mensen aan de kant lijken niet erg op ons te letten. 
“Ik vind het leuk om kennis met jullie te maken. Maar jullie zijn nog zó jong en onstuimig.”
Claude: “Als niemand ons helpt …”
De man gaat zich er niet druk over maken. Hij maakt zich meer zorgen over de komende strijd tussen ons en Eenoog. Die zit in Euboia. Risha begint over het ontplofte eiland en de handel met Euboia. “Dat was een terecht verdiende actie,” reageert de man, “maar wat ze daar deden?” Chang laat het flesje zien. “Dit is niet bekend in Alexandros,” zegt Risha. Hij herkent het spul ook niet. “Dit werd dus verhandeld naar Euboia,” zeggen we, “de echte mijn is ergens anders.” Dit is nieuws voor hem. Hij gaat zijn siderials poolshoogte laten nemen, maar zij zitten niet in ‘besmet’ gebied.
Risha wil weten wat we tegen de tijdsprongen kunnen doen als we stukjes geheugen terugkrijgen. “Dat is een natuurwet. Qartianen zijn in dat soort dingen geïnteresseerd. Die bronnen, overal ter wereld, doen wat met tijd. Ze zijn een eigenschap van deze wereld. Ik heb de eerste mensen na de ramp, twee baby’s, naast zo’n bron gevonden.” Hij blijkt de enige overlevende exalt te zijn van vóór de ramp. “Ik ben bewusteloos geweest. Voor de ramp was er een verlichte kaste. Steeds meer leden daarvan lijken terug te komen. Maar nu, door mutatie misschien, gesplitst in verschillende types. Sorcery komt bij de gemuteerde rassen vandaan. Dat van die steden klopt niet. Er is een mythologie afgesproken en die is terug geprojecteerd. Jullie kwamen uit die stad en de lunars kwamen uit Salish. Er waren meer dan vijf steden. Nou kleintjes, ik ga afscheid nemen. O ja, mijn naam is Imhotep.” 
“Als er wat is, hoe kunnen we u bereiken?” vraagt Claude. 
“Ik bepaal wanneer we weer contact hebben,” zegt hij ten afscheid.

4-iv-R2
Drie dagen later zijn we bij Alexandros. Het gaat onnatuurlijk makkelijk. we hebben geen steekpenningen meer nodig. Het ei smelt onderweg niet verder. We moeten het naar de markt brengen, maar het is veel te groot. Gwan gaat naar de tovenaar. 
“Leuk je te zien. Waar zijn je vrienden en de ijsdemon?” grijnst de tovenaar.
Gwan: “Die staan buiten de stad. Te groot voor de steegjes.” 
“Ah, maar de afspraak was hier voor mijn winkel. Levend of, liever, dood.”
Gwan neemt hem mee om te kijken. De man kijkt een beetje bezorgd. “Nou ik ben onder de indruk. Ik had niet gedacht dat het jullie zou lukken. Maar afspraak is afspraak. Zullen we maar bij de kust afspreken? En we moeten een oplossing bedenken om hem in bedwang te houden als het ei uitkomt. Kunnen jullie zelf zorgen voor ketens? Een smeltende ijsreus werkt nog, een verdwenen ijsreus hebben we niets meer aan. Het gaat om die cruciale minuten.”
Zes uur later — het ei is weer aan het smelten — staan we met het ei op een verlaten strand. We hebben nog steeds geen last van de autoriteiten. We hebben heel veel touwen samen geslagen tot iets wat dik genoeg is om zo’n reus vast te binden. In het zeewater smelt hij heel snel. Net als de tovenaars aankomen, breekt de schaal. Er komt een enorme rups uit, het larve-stadium. Hij is transparant met een netwerk van lichtgevende aderen. Het idee is om hem buiten westen te slaan en dan vast te binden zodat de tovenaars er hun onderdelen van kunnen oogsten. Risha krijgt de Malphean Iron Staff van Octavian. < Mep ! > Het is te warm. De rups is slap van de hitte en Risha slaat door de kop heen als door slush. Het netwerk van aderen dooft langzaam  … KNAL ! … het beest barst uit elkaar voordat de tovenaars er bij zijn. Risha zit onder de slurrie. Het grootste deel van het water verdampt nog voordat het de grond heeft bereikt. 
iedereen staat wat beteuterd te kijken naar de snel verdwijnende plassen op het strand … Shit ! … Karoen Hotep en zijn vrienden zijn flabbergasted, maar houden zich goed. “Jullie deel van de afspraak is nagekomen,” zegt Karoen, “Heren, mijn complimenten! Dus het contract gaat nu in.” 
Gwan stelt voor morgenmiddag om 1 uur in de haven af te spreken.

5-iv-R2
Claude gaat de volgende ochtend met de helft van het overgebleven zilverfolie naar de metaalmarkt. Daar ruilt hij het om voor titanium. 
Gwan duikt de bibliotheek in en zoekt mythes op over de zuidlanden. Er is bitter weinig van bekend: er is jungle. Melek Qart drijft handel met het Zuiden, maar houdt zorgvuldig geheim wat er daar te vinden is. Sprekende dieren zijn de niet-gemuteerde oorspronkelijke wezens.  Dat is alles. Daarna gaat hij verder lezen over kristallen bollen. Hij leest dat ze vooral gebruikt worden door Qartiaanse tovenaars en bepaalde geheime genootschappen (siderials). Ze kunnen alleen gebruikt worden op speciaal geprepareerde plaatsen. Dus dat Gwan onderweg kan screenen, is inderdaad iets heel bijzonders.
Risha gaat naar een badhuis en laat zich verwennen.
Om één uur verzamelen onze galei en negen andere schepen voor de haven. Iedere tovenaar heeft zijn eigen gevolg bij zich.

3 xp

Tanais – 61

Tanais 61; 22-11-2013

8-iii-R2
We hebben overnacht bij Abdel Ahmed, het blijkt een intelligente man te zijn die het eigenlijk wel leuk vindt dat we hem hebben gerecruteerd. Tegen het ontbijt heeft hij een zeewaardige galei voor ons geregeld. Het is een goed Geb-model, maar verre van de kwaliteit van onze hobbit-catamaran. Het is mooi weer. Met Abdel’s handelsbrieven kunnen we probleemloos de grenspatrouille schepen passeren. Daar voorbij gaan we vaart maken. Een dag en een nacht later zijn we halverwege. Het weer is erg wisselvallig, dan weer is het heel koud, dan weer heel heet. De zones wisselen elkaar af. Het effect wordt steeds geprononceerder naarmate we Noordelijker komen. Aan het einde van de volgende dag zijn we vlak bij de ijstong. Hier is het alleen maar koud. We gooien het anker uit. ’s Nachts blijkt het ijs zwak groenig licht te geven. Het is een ijskoude nacht, het water is heel visrijk, voor het eten vangen we lekkere visjes en daarna gaan we slapen.

10-iii-R2
De volgende ochtend gaan we het ijs op. Het is spekglad en ziet er uit als een bevroren waterval, massief en onnatuurlijk. Risha voelt in zijn botten alsof er iets uit het ijs naar hem reikt, het is een onaangenaam gevoel. Chan en Claude hakken een stuk ijs ter grootte van de galei los. We maken het vast aan de galei en varen terug. Halverwege de dag komen we er achter dat het ijs heel langzaam smelt. Claude rekent uit dat we hiermee in dit tempo de bergen niet eens gaan halen. We keren terug en gaan de volgende ochtend het ijs weer op, in de hoop dat we midden in de ijstong kouder en stabieler ijs kunnen vinden. Nu voelt iedereen het, Het ijs vreet aan je uithoudingsvermogen [stamina]. Het is een golvend ijslandschap, de lager gelegen delen zijn kouder en hebben een krachtigere straling. We graven diep. Na drie dagen hoort Gwan in de namiddag een dof galmend geluid. Hij is op metaal gestuit. Het is een ons onbekend, hoogwaardig metaal, glad gepolijst en met een heel lichte kromming. We kunnen geen openingen vinden. Misschien ligt het wel onder de hele ijstong. In dat geval zou deze structuur vele kilometers lang zijn. Hier is het echt vreselijk koud. Risha denkt dat het ijs wat het dichtst bij het metaal ligt er het langst over zal doen om te smelten. We hakken een stuk uit ter grootte van de galei. De volgende dag varen we terug.
Dit ijs smelt ook, maar inderdaad veel langzamer dan het stuk ijs van de oppervlakte dat we eerst hadden. Naar schatting haalt dit het tot aan de bergen en halverwege de terugreis naar Alexandros. Risha stelt voor om het in Alexandros in te pakken in stro. Gwan denkt dat aluminiumfolie nog beter is.

17-iii-R2
We komen ’s morgens aan. In de stad slepen we het ijs een botenhuis binnen en pakken het in stro. Dan gaan we naar de metaalmarkt. Het blijkt dat aluminium duurder is dan goud. Risha stelt voor om dan bladgoud te gebruiken, maar we kiezen uiteindelijk voor zilverfolie. De zilversmeden gaan aan het werk en in de loop van de nacht is de bestelling rond. Het ijs wordt ingepakt en de volgende ochtend kunnen we met onze matrozen vertrekken.

18-iii-R2
Claude kijkt of hij met Watermagie het zilver kan besproeien, zodat het door de verdamping afkoelt, en of Gwan met Zonnemagie de zon minder hard kan laten schijnen. Beiden slagen; we varen verder in de schaduw van een meereizend wolkje. De rivier is smerig van dode honden, afval en verlepte bloemoffers aan de goden. Het is te ondiep voor het zware blok ijs dus we charteren nog een papyrusboot en sjorren de twee schepen er aan vast als drijflichamen. Na een uur komen we bij de grens met de volgende nome (provincie — er zijn er 42). Na enig geharrewar schuift Risha een goudstuk tussen de reispapieren, hij zet al zijn charme in en daardoor mogen we door. We krijgen zelfs een fiche mee voor vrije doortocht bij de volgende provincie. Het is een saaie reis, want we hebben geen tijd om de piramides en de prachtige tempels te bezoeken.

22-iii-R2
Na vier dagen en nachten komen we aan de laatste grens. Hier voorbij beschouwen de bewoners zich nog als onderdeel van Geb, maar er is geen farao of ander gezag. De rivier wordt wilder. Claude gebruikt de charm Salty Dog Method om de woelige baren te trotseren. Uiteindelijk wordt het te steil voor de schepen. We leggen aan en kopen van lokale boeren hout, waar Claude met Object Strengthening Touch een stevige wagen van maakt. We kopen ook zestien ossen om hem te trekken.

24-iii-R2
Twee dagen later komen we bij het chaparral. Dit bestaat uit ondoordringbare doornstruiken. Hier wonen geen mensen meer, het enige wat hier nog leeft is geiten. Het ijs wordt goed verstopt, de soldaten blijven achter om de ossen en het zilver te bewaken. Wij gaan te voet verder door de snelstromende rivier. Claude gaat met hulp van de charm Featherfoot vooruit om alvast een kamp op te slaan. Tegen de avond komen de anderen aan bij het kampje, net voorbij het chaparral, in een lieflijke graslandje. Het is hier goed toeven. Verderop begint een jungle.
De volgende dag lopen we door het natte woud, we horen vreemde vogelgeluiden en zien dieren die we niet kennen. Het is een loofbos wat al aardig kaal begint te worden. Hoe hoger we komen, hoe natter en mossiger het wordt. De Annil is inmiddels opgesplitst in een heleboel beekjes met ijskoud water. We ploeteren verder omhoog tot we aan het einde van de mistjungle komen. Daar voorbij is alpenwei, gevolgd door een rotsig stuk en daarboven wordt het heel steil. Chang leert onderweg aan Gwan en Risha de Graceful Crane Stance en Spiderfoot Style, zodat zij ook grip hebben op de moeilijkste stukjes. Als het begint te sneeuwen slaan we kamp op.
De volgende dag klimmen we verder naar de grillige bergtoppen. We zitten aan het einde van de dag op tien kilometer hoogte en kijken uit over een geologisch heel jonge hoogvlakte: veel scherpe pieken, gletsjers en heel veel rots. Sommige pieken verhullen ijsreuzen, maar ze zijn wel onbereikbaar ver weg. Het is een ‘nest’ van 25 à 30 reuzen. Gwan experimenteert wat met het laten smelten van ijs met zijn Zonnemagie. Daardoor realiseren hij en Risha zich dat de ijsreuzen één keer per jaar smelten, waardoor het water stijgt. Ze paaien en sterven. We gaan morgen de kraamkamer zoeken, maar eerst slaan we kamp op.

27-iii-R2
Claude vindt een kom met een soort van enorme eierschaal in de gletsjer. We gaan kijken en vinden een ondergesneeuwd ei van wel vijftig meter lang. Daarbinnen zit een embryo van een ijsreus. Het ei losmaken uit de sneeuw blijkt niet zo moeilijk, maar hoe vervoer je het? Risha ontwerpt een soort bobsleebaan en Chang maakt van bomen die hij kapt in het oerwoud een stootblok aan het einde ervan. Claude maakt een vangnet. Met Windmagie remmen we het ei af. Het stuitert naar beneden, maar met hulp van de juiste windvlagen en een boel geluk eindigt de rit in een grote berg zacht materiaal. We horen wel een zachte ‘krak’… er zit een butsje in!

3 xp

Tanais – 60

6-iv-R2 laat in de middag
De tovenaar, hij heet Karoen Hotep, corrigeert Risha: de Negen zullen niet vóór ons werken maar mèt ons.
We nemen afscheid en gaan naar de bibliotheek, waar Claude nog steeds zit te studeren. Hij heeft inmiddels een soort helikopter ontworpen met twee tegen elkaar in spiralende zeilen en een repeteerkruisboog. We zoeken naar informatie over de IJsdemon: er wonen ijsreuzen in de zuidelijke bergen waar de rivier Annil ontspringt. Ze worden door de lokale bevolking geëerd omdat ze verantwoordelijk zijn voor het wassen en dalen van de rivier. Als er eentje sterft, stijgt het waterniveau. De beschrijving lijkt op onze ijsreuzen. Maar we realiseren ons ook dat het merendeel van wat in de boeken staat fabels zijn. Er zijn geen ooggetuigenverslagen. Omdat ze wegsmelten is er nooit een dode ijsdemon onderzocht. We lezen over wat ons verder in die bergen te wachten staat. Naast de weelderige fauna en flora die in bergen leeft, zijn er diverse metaal-elementalen. Het is een week varen tot de voetheuvels, daarna duurt de reis naar de sneeuwgrens nog een week. En dan moeten we nog een ijsdemon vangen en bevroren mee terug krijgen.
Risha stuurt via de Qartiaanse handelaren in Alexandros bericht naar Kadier en vraagt of die aan Mahakrishna door wil geven ‘dat we wat later komen.’
Om acht uur ’s avonds gaat de bibliotheek dicht. Buiten is het donker. In het steegje worden we overvallen door zes mannen in identieke zwarte kleren. We schakelen ze zonder probleem uit. Vier zijn er dood, twee bewusteloos. Aan beide kanten van de steeg komt een overkill aan stadswachters binnen. Was het een hinderlaag? We wachten het niet af. Met Spider Climb klimmen we over een muur naar de daken en we weten te ontkomen. We rennen naar de haven. Daar ontdekken we dat de katamaran weg is.
Gwan pakt zijn kristallen bol er bij. De katamaran ligt in een botenhuis, het is er netjes en droog. Adrarn is niet te scry’en. Een van de manschappen zit in een cel achter een ijzeren traliedeur.
Chang stelt voor dat Risha en hij zich in vermomming laten oppakken voor een klein vergrijp en de matroos in de politiecel op gaan zoeken. Claude vermomt hen als passagierende zeelui en ze doen alsof ze dronken zijn. Nadat ze enig misbaar gemaakt hebben, pakken twee wachters (die ook in het steegje waren) hen op. Ze worden samen in een cel gegooid om te ontnuchteren. Maar het is een wijkkantoortje met maar één cel, dus hun matroos zit niet hier. Risha opent het slot en klaagt dat de deur niet op slot zat. Omdat we erg hinderlijk doen, is er twintig man versterking nodig om ons te bedwingen, en we worden meegevoerd naar het hoofdkantoor. Daar worden we in aparte cellen gezet. Door een spleetje in het plafond zijn sterren te zien. Bovenste etage, en te nieuw. Maar het is inmiddels al heel laat, dus we gaan maar slapen. In de loop van de nacht breekt Claude in in dit kantoor en hij steelt een deel van de administratie.
7-iv-R2
Risha maakt de sloten open en we sluipen langs de slapende wachters de trap af. Chang heeft krakende slippers en een wachter wordt wakker. Die slaat alarm. We knokken ons een weg naar buiten en Chang verzamelt de helmen van de wachters. Als we weer bij elkaar komen, leggen we wat we weten naast elkaar. In de dossiers is niks over de katamaran of ons te vinden. We zijn dus niks te weten gekomen.
Gwan pakt zijn kristallen bol en gaat nu op zoek naar onze lading. Hij ontdekt dat het tempelbier in een villa is. Hij ziet twee mannen drinken bij het ontbijt. De ene is heel luxe gekleed, de andere veel eenvoudige, maar die draagt een opvallende zegelring met de afbeelding van de vuurtoren van deze stad. Die met de ring is duidelijk de baas. Dan focust hij op Adrarn. Die is nu wel in beeld. Hij zit in een kantoortje en is in gesprek met de havenmeester.
We gaan naar de haven om een klacht in te dienen. Adrarn en de havenmeester zijn heel blij om ons te zien. Ze hebben geen idee wat er aan de hand is. “We zijn overvallen,” zegt Adrarn, “de mannen zijn meegenomen, maar mij hebben ze vrijgelaten.” Wat hij beschrijft is het ninja-gilde waar wij ook door zijn overvallen. “Ze wilden me terugsturen naar mijn pa!”
De havenmeester nuanceert het verhaal. Hij wil ons helpen en wijst ons waar de botenhuizen van de echte notabelen te vinden zijn. Hij is er van overtuigd dat het een hoge hoveling moet zijn geweest. Niet de farao, maar wel iemand in diens nabije omgeving.
We gaan nog even naar de bibliotheek. Die zegelring … die is wèl van de farao!
Daarna gaan we de botenhuizen langs die de havenmeester ons heeft gewezen. Gwan herkent er eentje uit zijn scrying. Als we de deur open maken, zien we onze katamaran liggen. Het botenhuis is van ene Abdel Ahmad. Om twee uur ’s middags vinden we zijn villa. De tuin is ommuurd, de twee bewakers worden door Claude buiten westen geslagen en gekneveld. We komen binnen en treffen drie laveloze kerels aan. De man met de zegelring is er niet bij. Claude knevelt ze en we ontvoeren de eigenaar van de villa naar zijn eigen botenhuis. Het is intussen vijf uur.
Als hij bijgebracht is, probeert hij zich vrij te kopen. “Het was allemaal in opdracht van de farao! Hij wilde jullie katamaran, omdat die zo snel is. De bedoeling was om jullie in de val te laten lopen en je bezittingen verbeurd te laten verklaren.” De bemanning zit in zijn kelder. Hij is bereid om een brief te schrijven waarin hij opdracht geeft ze vrij te laten en geef die aan Chang mee. Het ninjagilde kun je gewoon kopen, vertelt hij. Alle notabelen hebben daar contacten mee. Hij vertelt meteen dat de ninja’s de farao nooit zullen aanvallen: je gaat geen godheid doden.
In zijn angst stelt hij voor dat hij onze spion wordt hier in Alexandrios. Hij wil ons 10% van zijn vermogen geven. Risha accepteert dit en zweert hem in als dienaar van de koning van Soul, een landje waar de arme man nog nooit van gehoord heeft, en Claude grijnst hem toe: “Nu val je onder mijn geheime dienst.”
Chang ziet de lokale Sherlock Holmes sporenonderzoek doen in de villa. Hij laat de brief van de eigenaar zien, het zegel klopt en hij krijgt de mariniers mee.
Risha stelt voor dat Abdel de katamaran aan farao geeft, maar in ruil wil hij twee schepen, een zeewaardig en een om de Annil op te varen. Claude maakt de katamaran onklaar, zodat die bij windkracht 8 uit elkaar valt. We doen alsof Abdel overvallen is, maar er met de kleerscheuren van af gekomen is.
Claude geeft hem opdracht om de magiërs in de gaten te houden, met name de groep die zich ‘de Negen’ noemt.

The RoSE – 48

We horen Ebon Ryme uit. Het blijkt dat zijn Infernal kameraden nog niet weten dat hij niet meer aan hun kant staat. Hij heeft bericht gekregen dat er iemand door de Gate in het Noorden gaat komen, in het koperen bamboebos. Hij wil erheen om ze uit te horen. Sango doet Disguise of the New Face op hem, zodat zijn anima en kasteteken er weer Infernal uitzien.
Onder ons blijken de Abyssals de belegeringstoren om te bouwen om Metagalapa weer te bereiken. We moeten hier dus binnenkort weg. We schuiven voorlopig maar weer 100 meter opzij.
Dan bespreken we wat we moeten doen met de Green Lady. Atis stelt voor om haar aan de Maidens te geven. Die kunnen de exaltatie en haar ziel misschien zuiveren. Als we haar doden, zoals Tawuz voorstelt, gaat ze terug en versterkt ze de Abyssals. Eye of Autumn heeft de essence-neutraliserende ketenen nog die we in Gethamane verhandeld en daarna weer teruggehaald hebben. We besluiten haar ermee te boeien. Ze stribbelt tegen en net als het gaat lukken geeft His haar een vuistslag. Ze is verder verzwakt dan hij dacht en driegt te sterven, dus hij moet haar snel EHBO verlenen. Marina helpt.

We vliegen naar Luthe, laten de Lunars overstappen en schepen de Dragon Kings in. Ze gaan in hun battle stations zitten. De water Dragon King frutselt wat en opeens komt er een console uit de algen omhoog. De anderen doen hetzelfde. “Zo,” zegt water, “zullen we eens kijken of hij nog in vijf stukken kan?”
Sarina sputtert tegen, maar Sango wil het erg graag zien (en heeft meer vertrouwen in de vaardigheden van de jonge Dragon Kings). Opeens zakken de consoles met de Dragon Kings in de vloer en even later veranderen de schermen in de muur in ramen. Onder ons is een gouden lichtstraal op de grond gericht. Daar is het target van een enorm krachtige zonnestraal. Afvuren doen we maar niet. Ze proberen meer functies. Metagalapa is niet zo snel als Luthe, maar kan nog steeds 100 km/u. Het is 24 uur naar Rathess. Sango hoopt dat het ding een camouflage heeft.
Sango stet Marina voor dat ze toch Luna proberen te waarschuwen voor het voorspelde nieuwe hemellichaam wat binnenkort opduikt. Marina realiseert zich dat dit alleen maar kan als de maan boven de horizon staat. En dat een rituele jacht eraan voorafgaand een goed idee zou zijn. Marina wil op sacred hunt naar een Green Sun Child, maar dat is misschien wat veel gevraagd om vóór de avond afgerond te hebben. Eye of Autumn wil eerst de Green Lady overdragen aan de Siderials. His wil daarmee wachten tot de Solars er zijn. Wie weet ‘turnt’ ze de anderen. Eye betoogt dat ze snel hulp nodig heeft. Shi Mei Lan zegt dat dit wantrouwen, dat de Siderials misschien niet te goeder trouw zijn, een uiting is van de Great Curse. Daar moeten we tegen vechten, en haar dus nu overdragen. Ey of Autumn betoogt ook dat haar nu al overdragen een goede indruk zal maken. Er volgt een druk twistgesprek, maar dan realiseren we ons dat het nog tien uur duurt voordat al haar Essence gedraind is door de !
ketenen.

We gaan op heilige jacht en besluiten een reuzenanaconda als doel te kiezen. In de loop van de nacht vinden we een enorm exemplaar. Na een enerverende strijd verslaan we hem. Marina snijdt het hart uit en heft het op naar de maan. “Luna, aanvaard mijn offer!” en ze vertelt over de profetie. Het hart licht zilver op en ze krijgt een visioen dat er over vier dagen een zonsverduistering gepland staat. Blijkbaar is de boodschap aangekomen en realiseert Luna zich wanneer het plaats zal vinden. We peuzelen de anaconda op (voor zover we hem opkrijgen) en overnachten in het bos.

’s Ochtends komt Metagalapa aankachelen. Hij past niet aan onze aanlegtoren, maar wel aan de andere. De Fae vinden het geweldig. Op Metagalapa hebben de Dragon Kings op verzoek van Sango de Private Plaza of Downcast Eyes aangezet. De spreuk wordt door lokale kleine godjes geworpen.
De Siderials blijken niet echt geïnteresseerd in de Green Lady. Ze sputteren wat tegen als we Little Shu’s idee suggereren om haar te gebruiken als focus voor het opheffen van de Great Curse, maar uiteindelijk geven ze toe.
Eye of Autumn’s buik groeit snel. Dit gaat niet meer lang duren. Ze gaat naar het scheepshospitaal van Luthe. Dat heeft inderdaad een kraammodule. Ze laat zich scannen en blijkt zwanger van een zesling.

We gaan met Luthe en alle Solars en Lunars naar de plek waar Raksi woont – Mahalanka. Onderweg bespreken we onze strategie. Een smoes – we proberen haar steun voor de strijd tegen de Keizerin en de yozi’s te werven – zou een belediging zijn voor haar intelligentie. We komen in zicht. De binnenstad bestaat uit een serie gouden wolkenkrabbers in de jungle. We houden halt zodra we een stratenpatroon in de jungle herkennen. Na enige discussie roept Tawuz een Lunar groet door de luidsprekers. De straat onder ons loopt vol. Er staan onder andere wachters, aapmensen.
Eye blijft aan boord. Ze weigert zich te laten overtuigen, omdat ze gehoord heeft dat Raksi kinderen eet. De andere lunars landen in beastman-vorm en worden geaccepteerd. Als de solars landen kijken de aapmensen vragend. “Mogen we ze afmaken?” “Nee.” “Dan moeten ze inbinden, want de baas houdt er niet van.” Hij kijkt veelbetekenend naar Atis, die geland is in zijn orichalcum harnas met volle anima banner aan. Atis dimt zijn licht.
Ze nemen ons mee naar een groot plein tussen de hoge gebouwen. In elke muur een poort naar één van de gebouwen. In het midden staat de bibliotheek. Alles is van adamant. In de jungle staan her en der porseleinen gebouwen. Het deel dat nog in gebruik is, is smetteloos. Er wonen veel mensen in de stad, het merendeel heeft Wyld-mutaties. Het handwerk wordt gedaan door bavianen. Verder zijn er kleine aapjes – lori, rhesusaapjes en dergelijke. De laatste soort inwoners zijn lunars. Eentje begroet ons en heet ons welkom. Daarna vaagt hij om tribuut. Tawuz en Marina kijken elkaar aan. Raksi beschouwt zichzelf duidelijk als de lokale vorst. Sarina biedt een drietal Essence Capacitators aan. Hij herkent dit niet en zegt twijfelend: “Dat zal onze godin wel beoordelen.”
Hij leidt ons door de College Of Cosmology And Theology. Het wordt bevolkt door orang oetans. We lopen door een bibliotheek met allemaal prachtige boeken va orichalcum en dergelijke. Verder naar achteren staan de minder mooie boeken. We gaan de lift in, naar de bovenste verdieping. Volgens de Solars voelt het hier goed, een Solar Manse.

Raksi is een naakt jong meisje met mooie maanzilveren tatoeages. Ze kijkt wat verveeld. “En, vertel het eens. Groetjes van Leviathan, zeker?” We groeten terug. Tawuz begint nog over de Ebon Dragon, maar Raksi is totaal niet geïnteresseerd. Ghurkan neemt het woord en groet haar. “Ah, een Solar, interessant, lang niet gezien.” Ghurkan herhaalt dat er grote problemen zijn in Creation en weidt uit. Ze is nog steeds niet geïnteresseerd en doet wat cynisch. Ze biedt wijn aan, maar is aangenaam verrast als Tawuz en Marina met een vaatje Regenboog aankomen. Dat is beter dan die autochtoonse batterijen!
De hapjes zijn mensenvlees. Atis eet er niet van. Raksi wordt boos en geeft hem tien minuten om weg te komen. De anderen eten het wel. (Dit kost de Solars een punt Limit.)
Als er wat gedronken is, komt ze los en vertelt ze sterke verhalen over de First Age. Vooral gevallen van extreme wreedheid. We realiseren ons dat dit een vermomde “social attack” is. Ghurkan gaat in de tegenaanval en openbaart zich als de reïncarnatie van de oude hiërofant. “Cool! Kom mee!” ze rent de trappen op tot hoog in de koepel. De kamer waar ze hem (en de rest, waar ze helemaal niet op let) heen leidt, is van oricalcum. Hij heeft drie podiums met gigantische boeken. De podiums zijn van diamant, saffier en smaragd. In het midden is een naald waar zich waarschijnlijk de heartstone vormt. Er staat een orichalcum wachter naast.
“Keeper,” roept Raksi, “mag ik je voorstellen: de voorzitter van het Solar Deliberative!” “Het Deliberative,” corrigeert Ghurkan. De wachter neemt Ghurkan mee naar een geluiddempende nis en vraagt hem om de autorisatiecode. Ghurkan geeft zijn persoonlijke code, die in de Imperial Manse werkte. Deze wordt geaccepteerd.
De Keeper en Ghurkan komen terug. Raksi vraagt of hij de Keeper bevel wil geven om haar toegang tot het boek met Solar Circle spreuken te geven. “Ik heb het al duizend keer gezegd,” zegt de Keeper, “dat mag ik niet.”
Sango stapt naar voren: “Ik wil toegang.” “Bent u ingewijd?” “Ja.” Ghurkan moet nog toestemming geven, wat hij zonder aarzelen doet, en dan mag ze het diamanten podium betreden. Sango aarzelt. Ze ziet dat Raksi een spreuk voorbereidt. Tawuz merkt dat ze een oog losmaakt om mee te kijken. Sango slaat toch maar het boek open en zoekt naar de Incantation of the Invincible Army. Raksi is teleurgesteldld. “Kun je je tegenstander niet ook direct vernietigen?” Sango negeert haar. Ze wil ook Adamant Circle Banishment en Light of Solar Cleansing leren. Iedere spreuk duurt drie uur om te kopiëren en Raksi blijft rondhangen en meelezen. Sarina vraagt of zij uit het boek op het saffieren podium (2e crikel) mag leren. Dat kan.
Ghurkan en de anderen proberen Raksi af te leiden. Sango doet een kort gebed tot de god van de magie. In haar schaduw verschijnt Wajang. “Je bent goed op weg, maar Raksi is nog steeds een barrière.” De afspraak was dat de boeken weer beschikbaar zouden moeten worden.
De anderen proberen Raksi jaloers te maken door over het werk van White Owl te beginnen, en Sarina’s orichalcum tatoeage te tonen. Ze is niet onder de indruk, want White Owl heeft die kunst van haar geleerd. Als iemand vertelt dat White Owl ook een Dragonblooded heeft getatoeeerd, dreigt ze White Owl tot Chymaera te laten verklaren.

4 Xp solars en lunars

Tanais – 59

21-iii-R2 ochtend

Na een echt hobbit ontbijt worden we aangesproken door de burgemeester. Hij vertelt dat er eerst een plenaire vergadering is van de Egelraad (ieder eiland van Albion is een ‘stekel’). Dat is voor ons niet interessant. Om vijf uur begint het feest, dan worden we opgehaald. Tot die tijd moeten we onszelf amuseren. Het is niet de bedoeling dat we buiten het dorp komen. In het dorp is het heel druk. Wij vallen best op. Ieder eiland heeft een eigen hoedje en de hobbits spreken onderling een eigen taal, die we niet verstaan. We eten wat bij diverse kraampjes en dan vraagt Risha aan Gwan of die een kristallen bol mee heeft. Ja. Even het thuisfront checken. Eenoog stad Shearton is grijs, de mensen werken hard en maken een tevreden indruk. Het marktplein van Shantitown is niet in beeld te krijgen. En het ontplofte vulkaaneiland is nu een ring kraterwanden die uit het water omhoog steken. Er liggen nog wat skeletresten. Claude krijgt inspiratie voor een gevangeniseiland.

Om 5 uur worden we opgehaald en naar de haven gebracht. Daar scheept iedereen zich in. Wij nemen onze eigen keukencatamaran.  De hele vloot vaart naar de Westkant van het eiland. Iedereen ontscheept en loopt naar de klif. Daar gaat iedereen in het gras zitten, met zicht op de zee. Een oude hobbitpriester begint een incantatie. Drie helpers gaan alle mensen langs met strootjes. Wij mogen er ook ieder eentje trekken, wie wint mag naar de goden. De boerenknul die het kortste strootje heeft getrokken probeert blij te kijken, maar dat lukt hem niet zo. De oude hobbit gaat weer incanteren. De lucht scheurt open en er komen vrouwen met scherpe klauwen, aasgiervleugels en scherpe snavels aanvliegen. Ze grijpen de jongen en voeren hem mee terug naar waar ze vandaan kwamen. Daarmee is het ritueel voorbij. Met Essence Sight ziet Chang dat de incantatie van de priester essence gebruikte om de lucht te openen, de vrouwenfiguren waren echt en van vlees en bloed. Risha vraagt aan een hobbit wat er nou eigenlijk gebeurd is. “Het zijn Vanth. Zij beschermen ons, bemiddelen tussen ons en onze voorouders. Dank zij hen hebben we onze magische krachten.”

De hobbits gaan, blij dat het offer is aanvaard, weer naar hun schepen. Maar de priester vraagt aan ons of we willen blijven. Als de meesten hobbits weg zijn vraagt hij: “Zijn jullie gereed?” Hij wil weten wat we willen leren. Claude wil Water, Risha Sterren en Wind, Gwan Zon en Chang wil ook Wind leren. We mogen in het gras gaan slapen. We hebben dezelfde droom: de Vath komen aan, met bloed aan hun snavels en klauwen. Risha groet ze: “Namasté.” Ze lachen en groeten terug: “Zijn jullie er klaar voor?” Dan vallen ze aan, we kunnen ons in de droom niet verweren en worden tot op het bot kaalgevreten. [Speltechnisch: we gooien evenveel dobbelstenen als de laagste Virtue. Difficulty 7 voor niveau 1, 8 voor niveau 2. We hebben allemaal genoeg successen om te leren wat we willen. Chang heeft eindelijk niveau 1. Risha heeft 3 successen en tilt beide vaardigheden naar niveau 2.]

22-iii-R2

We ontwaken met spierpijn. De wereld lijkt wat helderder, we beheersen onze gekozen elementen beter. Risha kan door de blauwe hemel heen nu ook overdag de sterren zien en hij roept bij het ontbijt een storm in zijn glaasje water op. In het dorp zijn ze niet meer in ons geïnteresseerd. De burgemeester stelt desgevraagd het contact wel op prijs, maar hij wil geen internationaal gekonkel. We zijn welkom in deze haven, maar onze schepen mogen de andere eilanden van Albion niet aandoen. Dan vertrekken we en we gaan nog even dag zeggen tegen Daguerre op het eilandje waar onze handelspost wordt gevestigd. Ze is in haar element met het rond commanderen van de hobbits. Ze komt op eigen kracht wel weer thuis. We merken dat met onze nieuwe kennis het scheepje nog twee maal zo snel is, niveau America Cup. Het is in dit tempo maar zes en een halve dag varen naar Melek Qart.

2-iv-R2 zonsondergang

We hebben een kristal waarmee we door de magische barrière heen kunnen varen. De Qartiaanse bewaking kan ons niet eens bijhouden, dus we bereiken de haven vóór het nieuws. We kiezen er voor om aan te leggen in de dure haven. Dat kost een goudstuk per dag. Onze keuken catamaran steekt een beetje karig af tussen de luxe jachten. De soldaten blijven aan boord, wij betrekken met Adrarn een goede herberg. Eerst gaan we naar een kleermaker. Risha en Adrarn willen er namelijk vorstelijk uitzien als we bij de grootvizier op bezoek gaan. De kleren zijn morgenavond klaar.

3-iv-R2

Als Adrarn er niet meer uitziet als noordelijke barbaar wordt hij de herberg herkend. Het personeel fluistert: “En hij is niet eens de baas? Wie zijn de metgezellen dan?” De bediening is opeens een stuk vriendelijker.

4-iv-R2

We nemen een koets. In het paleis worden we vorstelijk onthaald. De grootvizier is oprecht blij om zijn zoon terug te zien. “Zijn ze goed voor je?” Adrarn klaagt over spierpijn. “Laten ze je bediendenwerk doen?” “Nee, ik leer vechten. Maar ik krijg hoofdpijn van het studeren en de wapentraining is saai en zwaar.” “Volgens mij is het hartstikke goed voor je,” zegt zijn vader, “maar werk je er niet genoeg aan. Gedraag je als een kerel! Hoe heb je uitgeblonken?” Adrarn vertelt over de explosie en de verdwijning van Chantal. “Ik ben trots op je,” zegt vader, “je was een deugniet, maar het wordt wel wat. Het is de bedoeling dat je mij opvolgt. Maar als je niet op alles voorbereid bent, houd je het niet lang vol als grootvizier.” We krijgen Adrarn nog een jaartje mee.

Daarna heeft hij aandacht voor ons. Hij bedankt ons voor wat we gedaan hebben en wil weten wat wij willen. Risha vertelt dat hij tovenaars uit Geb wil inhuren. “Ik geef je weinig kans. Zorg dat ze je niet bedriegen. Ze zijn stervensduur en erg gehecht aan hun woestijn. Wij hebben er geen één in dienst.” Risha zegt dat hij dan misschien wel in de leer kan gaan. “Dat lukt niet. Ze leren hun kunsten alleen door aan andere Gebianen. Je kan beter in de bieb studeren. En hun magische spullen kopen als je genoeg geld hebt.”

We onderhandelen de vestiging van een handelshuis aan deze kant en een lijst van onze schepen die met Melek Qart mogen handelen. Ook bespreken we mogelijke handelswaar zoals olifanten en papyrus. De grootvizier adviseert ons om voornamelijk de beste kwaliteit te leveren, high end.

Gwan wil scry-contact houden. De grootvizier roept er een priester bij. Ze maken afspraken, Gwan blijkt een uitzonderlijk talent te hebben dat hij een glazen bol kan gebruiken onderweg. Normaal heb je daar een speciaal geprepareerde ruime voor. Gwan zal een kamer in Bronwë inrichten zodat de priester hem daar kan contacteren.

Risha vraagt om een accurate prijslijst voor de magische materialen die Melek Qart verhandelt. Als hij op zijn woord als koning belooft om de lijst aan niemand anders te laten zien, krijgt hij die. We vertrekken de volgende ochtend naar Geb. Dat is anderhalve dag met onze snelheid.

6-iv-R2 middag

Alexandros is een stuk chaotischer dan Melek Qart. We gaan eerst naar de bibliotheek. Wat is bauchliet? Volgens de boeken in de afdeling chemie is het een heel goedkoop spul, een paar koper per kilo, wat gebruikt wordt als strooimiddel in kratten. Het vloeibare metaal in ons flesje is iets totaal anders. Het bestaat niet, althans, de bibliotheeekmedewerker kan er nergens een referentie naar vinden. Het flesje zelf is van Euboia glas. Duur, maar ook een extra bewijs dat Euboia de afnemer van het materiaal is.

We gaan verder naar de Al Chemia Markt. Daar is alles te koop wat we wèl in de bibliotheek hebben gevonden. Maar het spul in ons flesje herkent niemand. Claude bleef achter, hij gaat op zoek naar een manier van aandrijving voor zijn contrapties. Hij vindt vergeelde perkamenten met de ontwerpen van een uitvinder Dave Insi. Maar een brandstofmotor is nog niet uitgevonden. Hij vindt wel van alles over tandwielen. [Het niveau van technologie is graeco-romaans.]

Risha gaat naar de tovenaar die ons heeft geholpen met de aap. Hij beschrijft Eenoog, de Abyssals en wat we gevonden hebben in de Barrows en de gangen onder Shanti Town. De tovenaar kent Eenoog niet, maar Nehal Nemar heeft hij wel eens van gehoord. “Een onbeduidend kereltje.” Het verbond tussen de Abyssals en de Weavers interesseert hem wel. De groene vrouwen zijn volgens hem Shuragi, wezens van de Weaver = Eenoog. Chang vertelt van de strijd tegen Octavian. De tovenaar gelooft hem eerst niet. “Dit is zijn staf” zegt Chang, “en Risha heeft de magische eikel.” De tovenaar zet grote ogen op. Hij wil ze wel kopen. Als we vertellen dat er negen van dat soort demonen zijn, regeert hij met: “Respect voor Eenoog en Nehal Nemar.” Risha vertelt dat hij zelf een beginnende tovenaar is, en graag meer wil leren. De magiër wil wel eens zien wat het knaapje kan. Risha maakt de moedra’s die hij van Oaken heeft geleerd. Als het Zielenzwaard verschijnt, zegt de tovenaar verbaasd: “Waar hebben jullie ons nog voor nodig? Dit is epische magie.” “Het is wel een stoere spreuk, maar het is mijn enige.” zegt Risha verlegen en Chang vult aan: “We hebben leiding nodig. Iemand die echt wat van magie begrijpt.”

De tovenaar denkt even na. Hij kan met acht vrienden komen en hij wil de Eikel en de Staf. “En wat hebben jullie nog meer aan te bieden?” Na enig loven en bieden, kan Risha de Eikel behouden en we spreken af dat we als gelijken delen wat we van verslagen demonen overhouden. Wij zijn met vier, de tovenaars met negen. Maar voordat ze met ons mee willen gaan, moeten wij eerst onze waarde bewijzen als zakenpartner. “Als jullie het lijk van de IJsdemon uit het Zuiden brengen, zullen wij, de Negen, een jaar en een dag voor jullie werken. De staf en negen-dertiende van de bezittingen van de demonen zijn onze betaling.”

3 xp

The RoSE – 47

We overleggen hoe we het snelste bij Metagalapa komen. Als we met Luthe reizen zijn we het snelste. Als we Dragon Kings mee willen nemen, kunnen we het beste via Rathess gaan. Onze troepen zijn op halve kracht (Magnitude -1) maar 90% heeft het overleefd. De lunars moeten mee om Luthe te besturen. Bovendien weigert Eye categorisch om Malpheas in te gaan vóórdat ze bevallen is.
We nemen afscheid van Nexus. Ze bedanken ons en verklaren zich tot wederdienst bereid. We vertellen dat het nog wel eens zo ver kan komen, bij de grote veldslag tegen de keizerin.
Als we bij Rathess aankomen zien we dat de piramides, de centrale straat en het observatorium er al een stuk beter uitzien. We hebben vooraf een boodschap gestuurd, zodat ze niet in paniek raken als er een kilometers grote vliegende schotel aankomt. We leggen aan bij de luchtschip-toren. De godin van gemechaniseerde luchtvaart staat ons met open armen op te wachten. Ze heeft zelfs de liftmuziek voor ons aangepast. Ze is een beetje verbaasd als we moeten vragen wat het is – het solar volkslied! We bedanken haar voor het aanvullen van onze kennis.
Beneden staan Dragon Kings, de Siderials en zelfs een paar faery ons op te wachten, de gobelin en de edele die we al eerder ontmoet hebben. We leggen uit waarom we langs komen en vertellen over Metagalapa. De faery zegt: “Dat is toch een wild zone?” We vertellen ook van de Abyssals. De Siderials hebben nieuws: er is een nieuwe Siderial geïncarneerd die hun vijftal compleet kan maken, die is in training in het Heptagram. Daar hebben wij connecties. “En er komt een grote conjunctie aan. We hebben een nieuwe ster zien verschijnen vanuit de Magellaense Wolk, die staat normaal voor Nexus.” We vertellen over de nieuwe Maiden. Dat verbaast ze niet, maar “Mind” dat vinden ze wel een rare keuze. Ze vertellen dat er nog twee zwerfsterren zijn verschenen, één uit het Noorden en één uit het Westen. Ze vertellen ook dat die conjunctie is tussen de zon, de maan en een zwart gat. Wat dat laatste is, weten ze niet. Sango wil Sol gaan waarschuwen, maar zo werkt dat niet, zeggen de siderials.
De dragon kings vragen of we misschien mankracht kunnen leveren. Na enige discussie besluiten we dat het wel kan. We laten duizend arbeiders achter, plus nog tweeduizend van onze gewonden en wat verpleging. De dragon kings geven ons twee van elk type mee, een jong mannetje en een jong vrouwtje. Ze worden mooi uitgedost, totems waardig. Marina vraagt wat de fae hier doen. “Die hebben een verbond met ons!” Ze keert zich naar de fae: “Tips voor de Wyld?” “Enjoy!” is het antwoord.

Er wordt in- en uitgeladen. In de tijd dat dit kost, rusten de vermoeide spell-casters uit. Little Shu brengt een offer aan de godin van de luchtvaart en Sango improviseert een heiligdom voor de god van solar circle magie. Ze vertelt dat ze op korte termijn haar belofte om het Book Of Three Circles te halen, gaat inlossen.
Als we bij Metagalapa aankomen, zien we dat het inderdaad een berg is die uit de grond is getrokken. Hij hangt ongeveer 1,5 km boven de grond. Er onder is een grote krater. Een gebied van ongeveer een kilometer diameter is zwart, er brandt Balefire en er krioelt van alles. Marina gebruikt de waarneming van Luthe om het shadowland te scannen. Er zijn ondode mensen en dieren. Het groen van balefire is een andere tint groen dan dat van de demonen, meer lijkenlicht. Shi Mei Lan gebruikt de battle stations om te observeren. Ze ziet dat er een grote toren staat die helemaal tot aan de berg reikt. Tawuz kijkt of hij Metagalapa kan contacteren, maar hij krijgt alleen een testbeeld. Shi Mei Lan en Little Shu kijken naar de klimconstructie. Misschien kunnen we die kapot vliegen met Luthe? Als we beter kijken zien we dat de constructie bijna honderd meter breed is en uit soulsteel bestaat. Dat zou Luthe ernstig beschadigen. We zien ook dat er bovenaan al hevig gestreden wordt. De berg wordt verdedigd door twee types gevleugelde mensen. Eén soort met, en één soort zonder armen. Die laatste hebben ook vogelhoofden. Er zijn er intussen genoeg gesneuveld om daar ook een shadowland te laten ontstaan. We besluiten er in persoon op af te gaan, dus Luthe houden we buiten zicht. Atis en Eye blijven aan boord.
Ghurkan en Little Shu op hun airblades, Shi Mei Lan als vleermuis, His als adelaar, Marina als zilvermeeuw, Sarina en Sango op de rug van Tawuz in beastman-vorm. Als we komen aanvliegen, met de pteroks in de voorhoede, worden we tegemoet gevlogen door zes gevleugelde mensen. “Vrees niet, we komen jullie helpen!” Eén van de ‘engelen’ (de mensen met armen) biedt een orichalcum amulet aan. Ze nemen ons mee naar het strijdtoneel. We spreken hun taal niet, maar we koen een heel eind met gebaren. Little Shu stelt voor om de toren kapot te maken. His denkt dat als we Metagalapa kunnen besturen, we het gewoon honderd meter verderop kunnen vliegen. Maar hoe vinden we de commandocentrale? Little Shu doet een charm om te kijken of hij een constructie kan ontdekken.
De dragon kings willen meevechten. Ze zijn nog jong, dus we zijn bang dat ze niet zoveel kunnen hebben. We proberen ze tot voorzichtigheid te manen, maar dat lukt niet zo. Als we dichterbij komen, zien we dat de toren van een heel vreemd soort soulsteel is gemaakt: er zitten geen gezichtjes in. Little Shu pakt zijn starmetal daiklave, doet een Enemy Castigating Solar Justice charm en probeert met een duikvlucht een deel van de toren stuk te slaan. Hij raakt, maar het construct is ijskoud en zuigt essence uit hem weg. Hij beschadigt de constructie wel, maar starmetal is hier niet het juiste materiaal voor. Hij heeft geluk dat zijn daiklave nog heel is.
Sango en Shi Mei Lan doen samen twee spreuken: Sango de Obsidian Butterflies om de trap schoon te vegen, en direct daarna gooit Shi Mei Lan Hound of the Five Winds. Sarina zorgt dat Tawuz en zijn passagiers beschermd worden.
Little Shu schiet een Dazzling Flare door het gat de trap af. Dat is een Holy attack, hij raakt maar één persoon (die draagt een soort mechanisch harnas gemaakt van botten), maar door het zonlicht verwaaien de geesten en krimpen de ondode beesten ineen. Marina wacht op Ghurkan. Shi Mei Lan begint haar incantatie, maar wacht even om weer met Sango te coördineren. Sarina schiet ook op degeen die eerder door Little Shu geraakt is. Hij valt, zijn harnas splijt open en er wordt een lichaam uitgeworpen. Ghurkan en Marina gaan de berg scannen: Marina merkt met Eye of the Cat dat het shadowland op de berg uitkomt in een piek. Gurkan landt en doet op die locatie Eye and Fingertip Wisdom. Hij ziet dat er meerdere schachten de berg in worden gegraven, één ervan is vlak bij een deur. Tawuz zet een duikvlucht in en doet Claws of the Silver Moon.
Van hoger op de helling staat iemand op en doet een incantatie; er vormt zich een warstrider. Sango aarzelt geen moment. Ze roept: “Vang me op!” en springt met Monkey Leap Technique, zodat ze dichtbij genoeg is om Saphire Circle Counter Magic te gooien. De warstrider ontploft, een regen van gloeiende vonken daalt neer. Dit doet Sango geen schade. Degene die de spreuk gooide heeft er wel last van. Hij heeft een interessante aura: een combinatie van dragonblooded en abyssal, afstervende bloemen en bladeren.
Little Shu gebruikt de Trance of Unhesistating Speed, en schiet meerdere pijlen af. Eén ervan wordt opgevangen door een boekrol die open- en dichtrolt. De andere is raak. Shi Mei Lan’s incantatie is klaar. Ze stuurt de Hound de trap af. Sarina springt van Tawuz’ rug af op de brug, en schiet intussen een pijl af. Ze doodt nog een mannetje in zo’n bottenharnas. Marina doet een Octopus Barrage op één van degenen die de gang aan het graven is. Desondanks krijgt ze hem niet weggetrokken. Ghurkan gebruikt de martial art Snake Form en slaat op de andere graver. Hij raakt. Tawuz doet een duikvlucht om Sango, die naar de grond aan het vallen is, te onderscheppen. Ze slaagt er in om zonder wederzijdse schade weer op zijn rug te komen. Marina en Ghurkan merken dat de gravers erg stinken. Ghurkan draagt een Ashigara Battle Armor en stelt de luchtfilters in. De graver valt Ghurkan aan en raakt. De andere valt Marina aan, maar de klauw schampt af. Ze zien dat de harnassen gemaakt zijn van botten en kleine stukjes soulsteel. His komt vanuit de lucht aanvallen en zet zijn Armor Forming Technique in. Als een grote geschubde slang valt hij uit de lucht, vlakbij Ghurkan en Marina. Hij weet Marina’s tegenstander te raken.
Little Shu mike op de spellcaster. Hij aarzelt even als hij ziet dat het een jong meisje is, maar raakt wel. Tot zijn verbazing werkt zijn effect tegen duistere creaturen niet. Shi Mei Lan neemt haar beastman-vorm aan. Ze schiet met haar slinger, maar mist. Sarina doet Fist Action en schiet ook op het meisje. Zij raakt net. Een tweede perkamentrol ontplooit zich. Tawuz doet Instinctive Essence Prediction en realiseert zich dat dit siderial magie is. Hij roept: “Ben jij de Green Lady?” “Ik ben wie jij wil dat ik ben. Stoer pakje overigens, Green Hornet!” Ghurkan haalt uit en slaat de graver neer. Die wordt door zijn harnas uitgestoten. Even voelt Ghurkan een vreemde neiging om het benen harnas aan te trekken. Marina gebruikt de lunar charm Lightning Stroke Attack. Die kent ze niet, maar ze zet er de extra Essence van Luna voor in. Ook haar tegenstander wordt door zijn harnas uitgeworpen. De sideraal, die eerst een klein meisje leek, is nu een dominatrix in zwart latex en bloedrode nagels. Ze trekt een scheur in haar latex, trekt daar een zweep van slangenruggengraat uit en begint een verdedigend web om zich heen te weven. Santo inspecteert intussen de aanhechting van de belegeringsconstructie op zwakke plekken. Ze realiseert zich dat de zwakste plek in de rots zit. Ze spreekt met Tawuz af dat ze er langs scheren en slaat op het juiste punt met de Sledgehammer Fist Punch. Het dreunt, er klinkt een luid gekraak, tergend langzaam valt een stuk van de berg weg. De trap is niet langer verbonden met de berg.
Little Shu scheert langs de dominatrix en slaat naar haar met zijn daiklave, maar mist: de verdediging met de zweep is te sterk. Shi Mei Lan pakt de hearthstone of Eternal Rest en begint de doden in de omgeving tot rust te brengen. Sarina gooit de Rain of Feathered Death op de sideraal: vijf pijlen. De gestalte wankelt, maar blijft staan. Tawuz gebruikt opnieuw zijn magiedetectie. De ene spreukrol stopt pijlen, één per keer, en de andere bevat iets van antimagie. Ghurkan begint de rest van de rommel in de tunnel met zijn blote handen weg te trekken. Marina camoufleert de ingang met Spider’s Trap Door. De dominatrix slaat met haar zweep en haalt haar hand open. Waar de bloeddruppels de grond raken, begint zich de onderwereld te vormen. Sango doet weer een Saphire Circle Countermagic. Haar aura is in één klap iconisch. Het effect is dat alle ontdoen wegkwijnen. De doinatrix zucht: “Ach wel, ik geef me wel over.” Shi Mei Lan accepteert de overgave.
Ghurkan en Marina graven flink door. De vogelmensen, ‘engelen’ en dragon kings komen er bij. Het zijn er zo’n 150. Al snel bereiken de deur. Ze zien dat de deur ontsloten kan worden met de amulet die de vogelmensen aan de pterok hebben gegeven. Ze roepen hem erbij.
De gangen hebben dezelfde vorm als de dragonking-verdieping in Gethamane. Er is zelfs ruimte voor de earth dragon kings. Het is wel duidelijk voor wie deze citadel gebouwd is.
Ghurkan probeert de Green Lady zover te krijgen dat ze een bindende belofte doet. Ze lacht hem uit en vertelt dat het niet gaat werken – op zich fideel. Ghurkan, Sarina en Little Shu blijven bij haar. Ze merken dat haar persoonlijkheid gefragmenteerd is.
De anderen gaan naar binnen. De kapiteinsstoel is bedoeld voor een solar, de vier andere stations voor vier verschillende types dragon kings. De 25 stations eromheen zijn zowel door dragonblooded als door dragon kings te bemannen. We roepen Luthe op en laten de andere dragon kings overzetten.
We doen een eerste actie met Ghurkan in de kapiteinsstoel, en verplaatsen de berg 100 meter zodat de lader echt niet meer aansluit. Little Shu is zeer gepikeerd, maar moet toegeven dat hij niet kan navigeren. Tawuz stelt voor om Ebon Rhime het commando aan te bieden. Die wil het graag aannemen, maar hij moet eerst even weg. Hij kan niet zeggen waarvoor, maar verzekert ons dat heel Creation er blij mee kan zijn. We besluiten hem te geloven en het aanbod te handhaven tot hij weer terug is. Hij kan ook met de vogelmensen praten. De dragon kings zien hem wel zitten. Het lijkt erop dat we over een week een bemanning hebben.

6 xp