Tanais – 59

21-iii-R2 ochtend

Na een echt hobbit ontbijt worden we aangesproken door de burgemeester. Hij vertelt dat er eerst een plenaire vergadering is van de Egelraad (ieder eiland van Albion is een ‘stekel’). Dat is voor ons niet interessant. Om vijf uur begint het feest, dan worden we opgehaald. Tot die tijd moeten we onszelf amuseren. Het is niet de bedoeling dat we buiten het dorp komen. In het dorp is het heel druk. Wij vallen best op. Ieder eiland heeft een eigen hoedje en de hobbits spreken onderling een eigen taal, die we niet verstaan. We eten wat bij diverse kraampjes en dan vraagt Risha aan Gwan of die een kristallen bol mee heeft. Ja. Even het thuisfront checken. Eenoog stad Shearton is grijs, de mensen werken hard en maken een tevreden indruk. Het marktplein van Shantitown is niet in beeld te krijgen. En het ontplofte vulkaaneiland is nu een ring kraterwanden die uit het water omhoog steken. Er liggen nog wat skeletresten. Claude krijgt inspiratie voor een gevangeniseiland.

Om 5 uur worden we opgehaald en naar de haven gebracht. Daar scheept iedereen zich in. Wij nemen onze eigen keukencatamaran.  De hele vloot vaart naar de Westkant van het eiland. Iedereen ontscheept en loopt naar de klif. Daar gaat iedereen in het gras zitten, met zicht op de zee. Een oude hobbitpriester begint een incantatie. Drie helpers gaan alle mensen langs met strootjes. Wij mogen er ook ieder eentje trekken, wie wint mag naar de goden. De boerenknul die het kortste strootje heeft getrokken probeert blij te kijken, maar dat lukt hem niet zo. De oude hobbit gaat weer incanteren. De lucht scheurt open en er komen vrouwen met scherpe klauwen, aasgiervleugels en scherpe snavels aanvliegen. Ze grijpen de jongen en voeren hem mee terug naar waar ze vandaan kwamen. Daarmee is het ritueel voorbij. Met Essence Sight ziet Chang dat de incantatie van de priester essence gebruikte om de lucht te openen, de vrouwenfiguren waren echt en van vlees en bloed. Risha vraagt aan een hobbit wat er nou eigenlijk gebeurd is. “Het zijn Vanth. Zij beschermen ons, bemiddelen tussen ons en onze voorouders. Dank zij hen hebben we onze magische krachten.”

De hobbits gaan, blij dat het offer is aanvaard, weer naar hun schepen. Maar de priester vraagt aan ons of we willen blijven. Als de meesten hobbits weg zijn vraagt hij: “Zijn jullie gereed?” Hij wil weten wat we willen leren. Claude wil Water, Risha Sterren en Wind, Gwan Zon en Chang wil ook Wind leren. We mogen in het gras gaan slapen. We hebben dezelfde droom: de Vath komen aan, met bloed aan hun snavels en klauwen. Risha groet ze: “Namasté.” Ze lachen en groeten terug: “Zijn jullie er klaar voor?” Dan vallen ze aan, we kunnen ons in de droom niet verweren en worden tot op het bot kaalgevreten. [Speltechnisch: we gooien evenveel dobbelstenen als de laagste Virtue. Difficulty 7 voor niveau 1, 8 voor niveau 2. We hebben allemaal genoeg successen om te leren wat we willen. Chang heeft eindelijk niveau 1. Risha heeft 3 successen en tilt beide vaardigheden naar niveau 2.]

22-iii-R2

We ontwaken met spierpijn. De wereld lijkt wat helderder, we beheersen onze gekozen elementen beter. Risha kan door de blauwe hemel heen nu ook overdag de sterren zien en hij roept bij het ontbijt een storm in zijn glaasje water op. In het dorp zijn ze niet meer in ons geïnteresseerd. De burgemeester stelt desgevraagd het contact wel op prijs, maar hij wil geen internationaal gekonkel. We zijn welkom in deze haven, maar onze schepen mogen de andere eilanden van Albion niet aandoen. Dan vertrekken we en we gaan nog even dag zeggen tegen Daguerre op het eilandje waar onze handelspost wordt gevestigd. Ze is in haar element met het rond commanderen van de hobbits. Ze komt op eigen kracht wel weer thuis. We merken dat met onze nieuwe kennis het scheepje nog twee maal zo snel is, niveau America Cup. Het is in dit tempo maar zes en een halve dag varen naar Melek Qart.

2-iv-R2 zonsondergang

We hebben een kristal waarmee we door de magische barrière heen kunnen varen. De Qartiaanse bewaking kan ons niet eens bijhouden, dus we bereiken de haven vóór het nieuws. We kiezen er voor om aan te leggen in de dure haven. Dat kost een goudstuk per dag. Onze keuken catamaran steekt een beetje karig af tussen de luxe jachten. De soldaten blijven aan boord, wij betrekken met Adrarn een goede herberg. Eerst gaan we naar een kleermaker. Risha en Adrarn willen er namelijk vorstelijk uitzien als we bij de grootvizier op bezoek gaan. De kleren zijn morgenavond klaar.

3-iv-R2

Als Adrarn er niet meer uitziet als noordelijke barbaar wordt hij de herberg herkend. Het personeel fluistert: “En hij is niet eens de baas? Wie zijn de metgezellen dan?” De bediening is opeens een stuk vriendelijker.

4-iv-R2

We nemen een koets. In het paleis worden we vorstelijk onthaald. De grootvizier is oprecht blij om zijn zoon terug te zien. “Zijn ze goed voor je?” Adrarn klaagt over spierpijn. “Laten ze je bediendenwerk doen?” “Nee, ik leer vechten. Maar ik krijg hoofdpijn van het studeren en de wapentraining is saai en zwaar.” “Volgens mij is het hartstikke goed voor je,” zegt zijn vader, “maar werk je er niet genoeg aan. Gedraag je als een kerel! Hoe heb je uitgeblonken?” Adrarn vertelt over de explosie en de verdwijning van Chantal. “Ik ben trots op je,” zegt vader, “je was een deugniet, maar het wordt wel wat. Het is de bedoeling dat je mij opvolgt. Maar als je niet op alles voorbereid bent, houd je het niet lang vol als grootvizier.” We krijgen Adrarn nog een jaartje mee.

Daarna heeft hij aandacht voor ons. Hij bedankt ons voor wat we gedaan hebben en wil weten wat wij willen. Risha vertelt dat hij tovenaars uit Geb wil inhuren. “Ik geef je weinig kans. Zorg dat ze je niet bedriegen. Ze zijn stervensduur en erg gehecht aan hun woestijn. Wij hebben er geen één in dienst.” Risha zegt dat hij dan misschien wel in de leer kan gaan. “Dat lukt niet. Ze leren hun kunsten alleen door aan andere Gebianen. Je kan beter in de bieb studeren. En hun magische spullen kopen als je genoeg geld hebt.”

We onderhandelen de vestiging van een handelshuis aan deze kant en een lijst van onze schepen die met Melek Qart mogen handelen. Ook bespreken we mogelijke handelswaar zoals olifanten en papyrus. De grootvizier adviseert ons om voornamelijk de beste kwaliteit te leveren, high end.

Gwan wil scry-contact houden. De grootvizier roept er een priester bij. Ze maken afspraken, Gwan blijkt een uitzonderlijk talent te hebben dat hij een glazen bol kan gebruiken onderweg. Normaal heb je daar een speciaal geprepareerde ruime voor. Gwan zal een kamer in Bronwë inrichten zodat de priester hem daar kan contacteren.

Risha vraagt om een accurate prijslijst voor de magische materialen die Melek Qart verhandelt. Als hij op zijn woord als koning belooft om de lijst aan niemand anders te laten zien, krijgt hij die. We vertrekken de volgende ochtend naar Geb. Dat is anderhalve dag met onze snelheid.

6-iv-R2 middag

Alexandros is een stuk chaotischer dan Melek Qart. We gaan eerst naar de bibliotheek. Wat is bauchliet? Volgens de boeken in de afdeling chemie is het een heel goedkoop spul, een paar koper per kilo, wat gebruikt wordt als strooimiddel in kratten. Het vloeibare metaal in ons flesje is iets totaal anders. Het bestaat niet, althans, de bibliotheeekmedewerker kan er nergens een referentie naar vinden. Het flesje zelf is van Euboia glas. Duur, maar ook een extra bewijs dat Euboia de afnemer van het materiaal is.

We gaan verder naar de Al Chemia Markt. Daar is alles te koop wat we wèl in de bibliotheek hebben gevonden. Maar het spul in ons flesje herkent niemand. Claude bleef achter, hij gaat op zoek naar een manier van aandrijving voor zijn contrapties. Hij vindt vergeelde perkamenten met de ontwerpen van een uitvinder Dave Insi. Maar een brandstofmotor is nog niet uitgevonden. Hij vindt wel van alles over tandwielen. [Het niveau van technologie is graeco-romaans.]

Risha gaat naar de tovenaar die ons heeft geholpen met de aap. Hij beschrijft Eenoog, de Abyssals en wat we gevonden hebben in de Barrows en de gangen onder Shanti Town. De tovenaar kent Eenoog niet, maar Nehal Nemar heeft hij wel eens van gehoord. “Een onbeduidend kereltje.” Het verbond tussen de Abyssals en de Weavers interesseert hem wel. De groene vrouwen zijn volgens hem Shuragi, wezens van de Weaver = Eenoog. Chang vertelt van de strijd tegen Octavian. De tovenaar gelooft hem eerst niet. “Dit is zijn staf” zegt Chang, “en Risha heeft de magische eikel.” De tovenaar zet grote ogen op. Hij wil ze wel kopen. Als we vertellen dat er negen van dat soort demonen zijn, regeert hij met: “Respect voor Eenoog en Nehal Nemar.” Risha vertelt dat hij zelf een beginnende tovenaar is, en graag meer wil leren. De magiër wil wel eens zien wat het knaapje kan. Risha maakt de moedra’s die hij van Oaken heeft geleerd. Als het Zielenzwaard verschijnt, zegt de tovenaar verbaasd: “Waar hebben jullie ons nog voor nodig? Dit is epische magie.” “Het is wel een stoere spreuk, maar het is mijn enige.” zegt Risha verlegen en Chang vult aan: “We hebben leiding nodig. Iemand die echt wat van magie begrijpt.”

De tovenaar denkt even na. Hij kan met acht vrienden komen en hij wil de Eikel en de Staf. “En wat hebben jullie nog meer aan te bieden?” Na enig loven en bieden, kan Risha de Eikel behouden en we spreken af dat we als gelijken delen wat we van verslagen demonen overhouden. Wij zijn met vier, de tovenaars met negen. Maar voordat ze met ons mee willen gaan, moeten wij eerst onze waarde bewijzen als zakenpartner. “Als jullie het lijk van de IJsdemon uit het Zuiden brengen, zullen wij, de Negen, een jaar en een dag voor jullie werken. De staf en negen-dertiende van de bezittingen van de demonen zijn onze betaling.”

3 xp

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s