Malle droom

Ik heb wel eens vaker dat ik er van droom na een rollenspelsessie. Maar dit is de eerste keer dat het niet direct erna was, maar met enige dagen tussenruimte. Wat ik bovendien normaal ook nooit heb, is dat ik in mijn droom niet mezelf anno nu was. In mijn droom van vannacht was ik Mio, ik was zeven en voelde me ook echt zoals ik zelf was op mijn zevende.

SlimarmorWe waren met een aantal kinderen in de Tower of London ingebroken en Simon (die in het roillenspelavontuur door de spelleider gespeeld wordt) had het harnas van Hendrik VIII gestolen.

Hij zei dat hij daar wel twee harnassen van kon maken voor kinderen en dat deed hij ook. Die wegen natuurlijk ieder zeven kilo en ik ben sterk genoeg om er een aan te doen.

Dus ik krijg zo’n kinderharnas. Simon heeft het gevoerd met hetzelfde spul als waar skilaarzen mee gevoerd zijn, dus het metaal schuurt niet tegen je huid. In mijn droom haken alle stukken netjes in elkaar tot een naadloos pantser.

Als ik hem aan heb, blijkt Simon een fout gemaakt te hebben, want er zijn inderdaad geen naden en ook geen sluitingen. Dus ik kan hem niet meer uittrekken. Maar dat is volgens hem niet erg, want je kunt er gewoon kleren overheen aandoen. Alleen gaat het na een paar weken wel stinken.

Is er een droomduider in de zaal?

GV – Tagaloa

Mio’s moeder maakt zich wel zorgen over de nieuwe Kidswoodlandcamoshirtkledingkeuze van haar zoontje. "Liefje, het is toch wel erg militaristisch zo. Zullen we morgen naar de stad gaan om kleren voor je te kopen," probeert ze, "wil je misschien van die dure gymschoenen van Alidas of zo?"  " Nee hoor mam, ik ben hier  heel tevreden mee." Ze dringt aan, maar Mio houdt zijn poot stijf. Na het avondeten verzamelen de kinderen zich bij Kees, zogenaamd om huiswerk te gaan maken. Maar in werkelijkheid is het krijgsberaad. We moeten die poorten proberen te vinden. Er is er eentje in het Rijksmuseum voor Volkenkunde en daar zou ook die kris te vinden moeten zijn. Dat lokt. Durven ze het aan om er in te gaan breken?

Simon maakt van een vergiet en een oude GSM van Kees’ moeder een apparaat waarmee hij de alarminstallatie kan omzeilen. Kees’ familie heeft een winkel in martiale waren, en thuis ligt een hele voorraad opgeslagen. Hij haalt voor ieder een B000hvxgye01ajqtg9j4m7yf8_scmzzzzzzz_v60ninjapakje uit de kast, want als je gaat inbreken dan moet je dat natuurlijk wel in stijl doen. Ab en Kees zoeken stoere messen uit, Suzette neemt een klein handkruisboogje mee en Mio pakt een aantal werpsterren en een pijl en boog mee.

En dan gaan ze op weg. Simon’s apparaat ziet er niet uit, hij heeft een vergiet op zijn hoofd waar een antenne uit steekt en zo, maar het werkt prima. De kinderen klauteren over het hek en glippen door een kelderraampje naar binnen. Er is in de kelders geen spoor meer over van de akelige werkplaats van Celestine. Als ze omhoog gaan, komen ze in het museum zelf. Eerst maar op zoek naar de afdeling krissen. die is snel gevonden: in de zaal met Indonesie is een hele wand met die dingen. Het valt op dat er een lege plek is, met een briefje Tijdelijk niet beschikbaar. Mio concentreert zich en veegt ter hoogte van de lege plek met zijn hand over de glazen wand van de vitrine om te voelen of een van de naburige exemplaren misschien iets bovennatuurlijks heeft. Opeens hoort hij een stem in zijn hoofd: "Wat ben je daar nou aan het staren?" 3020724"Uh, ben jij de tweelingkris van die hiernaast hoort te hangen?"   "Nee. Nou goed? Wie ben jij eigenlijk?"

De kris blijkt Besertana te heten en hij is inderdaad de tweeling van de geest Amartjin die in Celestine’s kris zit en Amartjin heeft Celestine zelf uitgekozen.  Hij is in eerste instantie niet van zins om de engelen te helpen, want engelen hebben hem dit ooit aangedaan. Hij was ten tijde van de oorlogen tussen de engelen een Nefilim, iemand die speciale machten had gekregen, en de engelen hebben zijn geest als wapen in een dolk gestopt. De kris is millennia oud en al vier keer hersmeed. Pas als de kinderen beloven hun best te doen om een manier te vinden waarop hij er weer uit bevrijd kan worden, wil hij met ze mee. Hij kiest Kees uit als zijn drager. Simon maakt een briefje met Uitgeleend voor onderzoek dat op de plaats van de kris wordt gehangen. Mio is een beetje sjacherijnig, want hij heeft alle onderhandelingen gedaan en nu mag Kees de toverdolk. Hij loopt een beetje door het museum en dan valt zijn blik op een doek van boombast. Hij voelt de sterke genezende kracht en ervan en besluit dat hij hem wil hebben. Nou, dan zoeken de andere kinderen ook iets leuks uit. Suzette vindt de Staf van de Redenaar en Ab neemt een ivoren kam met de magische eigenschap dat degene wiens haar er mee gekamd wordt gecharmeerd wordt.

En dan vinden ze de poort. TentHij is ook niet echt te missen!

De kris begint te vibreren. Als Kees er mee op het bouwsel wijst, zien ze een fel licht schijnen door de kleine driehoekige poort onderin het immense bouwsel. Door de opening is een zonovergoten wit strand te zien, met een helderblauwe zee aan de ene kant en palmbomen aan de andere kant. Voordat de andere kinderen hem kunnen tegenhouden kruipt Mio door de opening. "Het is hier lekker warm jongens!" Aan deze kant zie je alleen een driehoekig gat in de lucht. Hij rent om de poort heen en ontdekt dat je hem van de andere kant niet eens kunt zien. Als blijkt dat er geen gevaar is, volgen de anderen ook.

De vier kinderen staan in hun ninjapakjes op een tropisch strand. Het is hier prachtig. Op zee varen een paar bootjes en in de verte zien ze een dorpje liggen, met dikke welgedane mensen en spelende kinderen. Een paar vissersboten liggen op het strand. Via de bosrand sluipen ze er naar toe.

Enkele kinderen uit het dorp zien hun en rennen er op af. Ze zijn heel vriendelijk en vinden de blonde haren en bleke huiden van de hollandse kindertjes heel interessant. De volwassenen uit het dorp zijn eerst een beetje terughoudend, maar als blijkt dat Simon hun taal spreekt, dan worden de vijf hartelijk onthaald in het dorp. Wat blijkt? SbeachHun komst was voorspeld door Maloe, een sjamaan die op het eiland der goden even verderop woont en die nu hiernaartoe op weg is. "Vijf goden zouden op dit eiland landen, die geen goden zijn." In afwachting van de komst van de heilige man krijgen ze een feestmaal voorgeschoteld. Het is allemaal even lekker. Als Mio genoeg geten heeft, gaat hij tikkertje spelen met de kinderen van het dorp, Simon eet echter tot groot genoegen van de dorpelingen onverzadigbaar door. Het dorpshoofd is een joviale dikke man die continu grapjes maakt. Hij laat een hut bouwen op het strand en terwijl de prauw met de sjamaan aanlegt, begeleidt Teona, de vrouw die aan het hoofd van de  familie staat, de kinderen en laat ze in de nieuwe hut plaatsnemen. De heilige man is veel jonger dan verwacht. Hij is statig en zelfverzekerd en is van zijn middel naar beneden helemaal getatoeeerd. Teona vertelt dat hij als enige met de goden mag spreken. Dat is zowel voor de veiligheid van de mensen, als voor die van de goden. We moeten hem uit laten spreken, ook als we het verhaal niet snappen of saai vinden. Daarna kan zij uitleg geven.

Rugby1Maloe neemt plaats, begroet de kinderen kort en begint te vertellen. Hij vertelt ze het scheppingsverhaal, het verhaal van hoe Tagaloa alles gemaakt heeft. De negen hemelen en de verschillende werelden, de mensen en de goden. Wij zijn goden, oftewel tagaloa, maar dan gevallen goden. Hij is hier om ons te begroeten want de mensen zijn ons dankbaar, omdat wij hun kant hebben gekozen in de godenstrijd. Maar hij is hier ook om te vragen of we weer weg willen gaan, want wij zijn gevaarlijk voor de mensen hier. Dan vertrekt hij weer.

Als Maloe weer vertrokken is, wordt de hut achter hem verbrand, net als alles wat hij heeft aangeraakt. Teona legt uit dat goden mensen beschouwen als speelgoed. Sommige goden zijn mensen gaan liefhebben en zijn zelfs ingetrokken bij mensen, in hun lichaam. Andere goden, onder leiding van de oppergod Tagaloa de Onbeweeglijke,  zagen dat als een misdrijf en er is een oorlog geweest. Het is wel duidelijk wie de verliezers waren. Wij. Maar direct contact tussen mensen en goden is dus zowel voor de goden als voor de mensen heel gevaarlijk. In deze wereld zijn de herinneringen aan die tijd nog sterk en de mensen weten welke rituelen de relatie tussen mensen en goden zuiver kunnen houden. En daarom is het
dorpshoofd ook zo boos. Hij laat het niet merken en speelt de grapjas om niemand voor het hoofd te stoten, maar als wij zometeen weg zijn moet hij enorm ingewikkelde zuiveringen gaan uitvoeren.
Het is laat en we willen graag weer naar huis. In onze eigen wereld is het inmiddels al bijna weer licht! We moeten over een paar uur alweer naar school, dus snel naar huis en in bed!

Allemaal kijken vanavond!

Nu.nl: De maansverduistering van zaterdagavond wordt volgens internationaledeskundigen de mooiste die in jaren te zien is geweest. De totalemaansverduistering is in Nederland te zien tussen 23.45 en 01.00 uur,maar al om 22.30 uur valt de eerste schaduw over de maan.
995146s350x444

EHBO

Een kennis van me is gynaecoloog en die vertelde me ooit dat EHBO geen onderdeel uitmaakt van de medische opleiding. Hij kan wel een trachectomie uitvoeren, maar weet niet hoe de Heimlich manouvre gaat.  Sinds een paar maanden volg ik zelf een EHBO cursus en inderdaad, van de twaalf deelnemers is er maar een die medicijnen studeert. Waarom zit dat niet in die studie ! ? !
A020307

A million ways

@ Yo! Het kan nog veel eenvoudiger hoor, hier heb je dezelfde gasten in een achtertuin 🙂

en een paar cashieres in de Wall Mart,

en met zijn vieren.

Mmm… Nieuwe betekenis voor " A million ways to be cruel. "

Sessie twaalf

Davids_door_3 Voorbij het apparaat waarmee bliksem op ons afgevuurd werd, is een bronzen deur. Raine onderzoekt het slot en ontdekt dat er een valstrik op zit. Gelukkig kan hij die onklaar maken en we betreden het hoofdkwartier van het dievengilde. Alles is goed onderhouden en de gangen hier zijn brandschoon.  Linksaf is een gang die ver door lijkt te lopen, maar de geoefende blik van de meesterdief merkt iets vreemds op: de gang is helemaal niet zo lang, tegen de achterwand is een trompe l’oeil geschilderd van de rest van de gang. En dat is zo vreemd dat het wel een valstrik moet zijn. Rechtsaf daarentegen ziet er beter uit. Aan weerszijden zijn weer bronzen deuren. De eerste deur links zit op slot. Raine onderzoekt het slot en en vindt een extra palletje waarmee een val af kan gaan. Als de deur open gaat vinden we een voorraadkamer. Zelfs na grondig onderzoek vinden we niets meer dan emmers, zwabbers en bezems, schoonmaakartikelen en voorraden. Als er zelfs op de deur van de bezemkast al een val zit, dan is alles hier beschermd.

Even verderop zijn twee bronzen deuren tegenover elkaar. Vlak daar achter is een driesprong. We bekijken de rechterdeur en ook deze is op slot. Raine maakt de val onklaar die er op zit en opent de deur. Hierachter is een interessantere kamer. Kruisbogen en zwaarden, rekken met lederen wapenrustingen. De val op de deur is onschadelijk gemaakt, maar als hij binnenstapt is er toch opeens een zacht sissend geluid te horen. Gas! Snel de deur dicht en naar de overkant.

De andere deur zit niet op slot. Toch onderzoekt Raine de deur even en hij vindt in het slot weer een palletje teveel. Dit is er eentje die afgaat juist als mensen denken dat hij op slot zit. Er achter is een soort wachtkamer met sober meubilair en een schilderijtje aan de wand. Verder is de kamer leeg op een deur in de linkerwand na. Ster kan tegen muren en plafonds lopen en omdat we in de vorige kamer voorbij de deur nog een tweede val aantroffen, wordt besloten dat hij via de wanden naar de verre deur zal kruipen. Ster sluipt naar binnen. Bij de verre deur onderzoekt hij het slot. Hij let speciaal op het extra palletje waar Raine het steeds over heeft. Maar alles lijkt veilig. Nee dus. Ster drukt de klink omlaag en RANG! tralies vallen langs de wanden omlaag. Hij kan maar net weg springen. Zodra de tralies de grond raken, worden ze bedekt door een knisperend veld van pure essence. A2ca9d Ster probeert met zijn lichtzwaard een tralie die voor de deuropening is gevallen doormidden te slaan, maar als de essence van zijn wapen die van de kooi raakt, ontstaat er een feedback effect. Grote bliksemschichten slaan door hem heen. Auw!!! En tegelijkertijd opent de deur waar hij zojuist aangezeten heeft. Een vent in zwart leer, met een kruisboog, schiet met een gemeen gegrinnik een pijl in hem. In een reflex gooit Ster zijn Discus_adamant adamanten chakram.  Deze kristallen discus heeft een eigen willetje en zal achter zijn doel aan blijven vliegen tot hij raakt. Het ding  suist  tussen de spijlen van de kooi door naar de kruisboogschutter.
De deur slaat dicht en Ster weet niet wat er verder in de volgende ruimte gebeurt. Hij is heel zwaar gewond, maar de aanvaller is gelukkig weg.

Dit is een moeilijk parket. Oeal wil wel wat aan zijn verwondingen doen. Voorzichtig steekt Ster zijn hand tussen de tralies door en raakt de klauw van de dragon king aan. Deze doet zijn kunsten en de wonden trekken dicht. Als hij bijgekomen is, gaat Ster met zijn flaw scanner de kooi onderzoeken. Dat is een traag en tijdrovend proces. De kooi is een kooi van Faraday, maar dan voor essence. Zowel in het plafond als in de vloer zitten stalen balken die de essence geleiden. Er kan geen magie uit en geen magie naar binnen. En de krachtbron, een grote essence capacitator, zit verborgen boven het plafond, of achter de verre wand. Daar kun je dus met geen mogelijkheid bij.

Inmiddels worden de overige leden van het gezelschap niet met rust gelaten. Aan de overzijde van de kruising springen een aantal kruisboogschutters tevoorschijn en een regen van pijlen komt op de exalts af. Dan springen de schutters weer weg. De lunars rennen er op af. Precies op de kruising valt de vloer onder hun voeten weg. Silverclaw is net snel genoeg en hij haalt de overkant. Ma Si valt naar beneden. Gelukkig is het een heel diepe put en ze heeft net genoeg tijd om haar vleugels uit te slaan. Met een grote wiekslag stijgt ze omhoog. Als de put minder diep was geweest, had ze misschien wel de scherpe punten geraakt voordat ze de vleugels kon ontplooien. Maar de schutters zijn niet meer te bekennen. Silverclaw betrekt verderop in de gang bij een T-splitsing een stelling en houdt daar de wacht. Inmiddels heeft Ster een inval: "Countermagic! Ma Si, er kan geen magie doorheen, maar jij kan de stroom onderbreken!"
16632Ma Si komt er aan en maakt zich klaar om haar antimagie te activeren. Gezien de kracht van de essence zal het waarschijnlijk maar voor even zijn. Dus Raine en Dyjab stellen zich op om de tralies aan de gangkant te vernielen en Ster stelt zich op aan de andere deur.

Ma Si doet haar werk, een mystiek gebaar, een arcane spreuk en: Klabberdebang! De stroom is even onderbroken en de drie exalts slaan meteen toe. In twee klappen slaan Dyjab en Raine twee tralies doormidden en Ster weet er met zijn lichtzwaard eentje bijna door te zagen. Hij is net te langzaam, hij krijgt een paar brandwonden maar dan is die ook door.

Wat is nu de volgende stap? Aan alle kanten zitten valstrikken en Silverclaw denkt dat we helemaal op de verkeerde weg zitten. We laten het initiatief helemaal over aan de verdedigers. "Ja, dat is zo", zegt Oeal. "Maar wat kunnen we er aan doen? We zijn als een leger dat een fort in probeert te nemen. De verdediger is per definitie in het voordeel. Die bepaalt het terrein, het tempo en de richting van de aanval. Het enige wat wij daar tegenover kunnen stellen is onze overmacht. Overmacht, ja. De stadswacht heeft hier absoluut geen enkele kans. En een of twee exalts waren hier ook nooit doorheen gekomen. Maar wij zijn met ons zevenen. Al zijn we nog maar beginners en is Tepet Jarad oud en sluw en krachtig, als we samen werken kunnen we hem wel aan."

Dus we gaan verder. De kamer waar Ster in zat opgesloten is nu toegankelijk en voor de verdere deur is een tralie weg zodat de kleinere exalten er doorheen kunnen zonder de overgebleven tralies aan te raken. Maar voor Oeal is de opening echt veel te klein en de twee lunars moeten hun reusachtige battleform verlaten en een mens of dier worden om er tussendoor te kunnen. De volgende kamer is een kantoortje. Er staat een bureau, een kast en een paar stoelen. Er hangt weer een schilderijtje aan de muur en er zijn twee deuren. Er is niemand en Ster’s adamanten chakram is niet te vinden. Dan maar verder. De deur aan de linkerwand leidt naar een fraai kantoor met enkele kasten en een mooi bureautje. In de wand achter het bureau zien we een stalen deur met aan weerszijden schietgaten. Uit de gaten worden pijlen op ons afgevuurd. Meteen wordt er teruggeschoten. Ai, we zijn  te langzaam. De smalle spleten zijn al afgesloten. De stalen deur is een nieuw obstakel. Alle bronzen deuren hadden klinken en sloten, maar dit is een gladde plaat centimeters dik metaal zonder zwakke plekken. Zelfs het lichtzwaard heeft veel moeite om er doorheen te komen. Tergend langzaam brandt Ster een cirkelvormig gat in de deur.

Warlord6 Er begint een nare geur i
n deze kamer te hangen. De schroeilucht en geur van gesmolten staal lijken zich te vermengen met een andere. De autochthoon heeft  niets door, maar de lunars herkennen het duidelijk. Pek! Vanuit luiken die plotseling in het plafond worden geopend, wordt hete pek de kamer in gegoten. Dikke stromen plakkende, brandende teer vallen spetterend neer. De stenen huid die ze van Oeal hebben gekregen geeft wel enige bescherming, maar je moet hier niet te lang in blijven en voor Silverclaw is het zelfs ronduit traumatisch. Snel trekken de vrienden zich terug en doven de restjes pek die hun kleren hebben geraakt. "Er was nog een deur, he?" Ja. Er is nog een deur. Die leidt naar een slaapvertrek met twee bedden, twee klerenkasten en nog zo wat. Niets van enige waarde. De bewoners zijn er vandoor. De twee kasten worden van de muren getrokken. Raine en Dyjab nemen ieder een kast en gaan terug de brandende kamer in. Ze gebruiken de kasten als schild tegen de pijlen die weer op hen worden afgevuurd terwijl Ma Si en Ster met een bed als afdak naar de stalen deur lopen. Ster gaat verder met zijn werk terwijl de verdedigers een nieuwe tactiek overwegen. Als hij bijna klaar is, slaat Ma Si alarm. Haar scherpe neus heeft een nieuwe geur gedetecteerd.

"Benzine! Iedereen naar buiten, jij ook Ster!" En ja hoor, de luiken gaan weer open en een nieuwe lading brandstof wordt naar beneden gekieperd. Er rest ons niets dan dit te laten uitbranden. In de tussentijd geneest Oeal weer onze verwondingen en gaat Raine even kijken in de wapenkamer. Daar hangt nog steeds gas en hij sluit snel de deur weer. Uiteindelijk brandt de benzine uit en kunnen we de geblakerde kamer weer in. Het laatste restje staal kan worden doorgebrand en de dikke plak metaal valt met donderend geraas de kamer in. Er achter is een bronzen deur zoals we die van de rest van het complex kennen. Raine opent hem voorzichtig. We naderen nu echt het centrum van de macht van Jarad.

Amphitheatre Als de deur opengaat, kijken we neer in een amfitheater. In het midden staat Tepet Jarad in volle wapenrusting, in de banken om hem heen staan minstens twintig boogschutters klaar met geladen kruisbogen. Achter hem is een meer dan manshoog reptiel geketend.

"Gefeliciteerd. Ik had  niet verwacht dat jullie tot hier zouden raken. Mijn respect. Laten wij opnieuw onderhandelen."

Dat was onverwachts. Nieuwe onderhandelingen. Willen we dat wel nu we zo ver zijn gekomen?

"Je kent onze wens", zegt Dyjab. "Wij willen de dragon queen. En toegang tot de sterrepoort."

"En staat daar voor mij niets tegenover?" vraagt Jarad "Ik ben degeen met de boogschutters hoor."

"Wat maken stervelingen nou uit? Wij zijn exalts en jij bent exalt. Zij gaan er alleen maar dood van. Deze strijd gaat tussen ons!" zegt Dyjab stoer. Het is zijn bedoeling om de dieven te demoraliseren, maar dat pakt verkeerd uit.

"Een duel?" Jarad knikt goedkeurend. "Ik neem je uitdaging aan. Jij en ik. Als jij wint krijgen jullie het groene monster en als ik win verlaten jullie deze stad voorgoed."

Oeps, dat was niet de bedoeling denkt Dyjab, Ik ben geen vechter. Een een-op-een duel met een ervaren generaal, dat kan ik nooit winnen. "Nee we duelleren hier niet over. Geef ons het monster en dan ben je van ons af."

"Geen duel? Dan zijn de onderhandelingen NU afgelopen."

Ster ziet dit als zijn clue en gooit zijn krachtigste energiebal naar Jarad. Deze heft zijn hand op en het ding spat in vonken uit elkaar. Met een tweede gebaar en een kort bevel vormt Jarad alle boogschutters tot een goed geoliede eenheid die in volkomen harmonie en geheel gesynchroniseerd kan vechten. Silverclaw rent door de pijlenregen naar voren en geeft Jarad een tik. Jarad tilt de lunar op alsof die niks weegt en gebruikt hem als schild. Ster activeert zijn chakrams en maakt zich op om over de hoofden van de boogschutters naar beneden te rennen. Ook Raine, Sluiers en Ma Si richten alle aanvallen op Jarad en dan is het snel afgelopen. Ster ziet hoe Silverclaw Jarad’s hoofd van de romp af wil scheuren en roept: "Niet doen, we kunnen hem nog gebruiken …" maar het is al te laat. Jammer, daar gaat de kans op een wit voetje bij het stadsbestuur. Silverclaw laat niets heel van het lichaam van de dragonblooded generaal. Zelfs diens harnas wordt aan stukken gescheurd. Alleen de jaden chakram blijft intact onder het geweld. Ster vindt zijn adamanten discus terug en hij is ook heel geinteresseerd in die van Jarad: blauwe jade en met een heartstone. Bij hem thuis worden jaden chakrams als belegeringswerktuig gebruikt.

Zonder hun aanvoerder breekt Dyjab zonder veel moeite het moraal van de dieven en ze verdwijnen in de schaduwen. Een paar blijven er achter. Fw5920 Een van hen wil ons zelfs na een beetje aandringen wel naar de sterren- poort brengen. Als we er bijna zijn, zegt het jonge diefje opeens: "Een solar, twee lunars, een autoch- thonian en een dragon- blooded. Dat is nogal wat. Onze leider wil dat ik vraag wat jullie nou gaan doen om de balans in de onderwereld goed te houden?"

"Hoezo leider? We hebben Jarad net gedood. We onderhandelen niet met kinderen. Breng ons maar naar die zogenaamde leider van je."

"Nee zo werkt het niet, jullie kunnen via mij spreken. Denk er maar rustig over na."

GV – De boomhut

De volgende ochtend worden de kinderen moe wakker. Het is echt te laat geworden. Ab gaat braaf naar school. Dat is niet zijn  gewoonte, maar moeder hoor je niet klagen. Die is allang blij dat hij eindelijk eens doet wat hem gezegd wordt. Ook Kees gaat naar school. Zijn ouders zijn van die echte Leienaars en het kan hun werkelijk niet schelen of hij wel of niet gaat. Simon, die bij Kees ‘logeert’, blijft thuis. Die gaat het internet op. Op school merken zowel Ab als Kees hoe oppervlakkig en suf de andere kinderen eigenlijk zijn. Het valt ze ook op dat kinderen, in tegenstelling tot volwassenen, over enorme hoeveelheden rauw geloof beschikken. Een kind gelooft in van alles: Sinterklaas, de onfeilbaarheid van zijn ouders, kabouters, de kerstman. Volwassenen geloven amper in zichzelf.  En geloof, ‘Faith’, dat is waar engelen en demonen hun kracht van krijgen. 

Met Suzette  is het anders gesteld. Haar moeder houdt haar een dagje thuis. Volgens de psychiater lijdt Suus aan borderline en heeft ze intensieve therapie nodig. Moeder vindt dat eigenlijk helemaal niet erg, het is een mooi verhaal om je vriendinnen mee onder de indruk te brengen. Suzette gaat dus naar dr. Rudolphs. Ze houdt een prachtig verhaal om de man om de tuin te lijden en de demonische gast in haar is al voorbereidingen aan het treffen om een pact met hem te sluiten.

Treehouse_2

"Mio mijn Mio, wat heb je nou toch aan!" roept Mio’s moeder als ze hem de volgende ochtend aan het ontbijt ziet. Mio heeft Kees’ oude kleren aangetrokken, die hij gisternacht had geleend: legerpetje, bomberjack, camouflagebroek en kistjes. "Nieuwe kleren mam, zitten veel lekkerder dan die kriebeltrui van oma."
"Blijf nog maar een dagje thuis om aan te sterken", zegt moeder verward. Mio is blij, een dag niet naar school, is een dag om te spelen! Hij rent de tuin in en zodra hij de deur uit is, begint zijn moeder tegen zijn vader uit te varen: "O jee, hij begint zich nu al tegen ons af te zetten! Is’ie daar nog niet veel te jong voor? Wat hebben we fout gedaan?"

Mio is zich nergens van bewust. Hij is met planken, touw en spijkers in de weer. De engel die in hem woont geeft hem ongewone kracht en behendigheid voor een achtjarige en de boomhut vordert gestaag. ’s Middags gaat hij trainen bij zijn ninja-clubje. De oude Japanner die daar lesgeeft is streng, maar erg goed. NinjaZolang als Mio zonder te bewegen op een been op een paaltje kan blijven staan (en dat is inmiddels behoorlijk lang) wil de sensei wel antwoord geven op zijn vragen. Eerst vraagt Mio of de sensei van andere werelden weet. Sensei weet maar van twee werelden. "Levende mensen wonen in deze wereld, geesten wonen in geestenwereld. Doden gaan niet naar hel, nee. Vereerde voorouders gaan naar geestenwereld." en als Mio informeert naar wat sensei weet van bezetenheid zegt deze: "Niet goed. Als geest in lichaam van jouw vriendje, hij moet naar goede shintopriester. Die zijn er niet hier. Moet naar Japan." Daar heb je dus niet veel aan.

Hjc_cl14_ffh_blacksnow_lAan het einde van de middag komt iedereen bij Mio langs. De hut is inmiddels stevig genoeg voor vijf kinderen. Simon is onder de indruk en hij gaat er meteen een internetaansluiting in elkaar zetten. Via de wortels van de boom wordt Mio’s gameboy op het WorldWideWeb aangesloten en zijn oude motorhelm wordt omgebouwd tot 3-D interface. Mio is daar erg blij mee: "Dan is dit nu de boom van kennis! Joepie!"

Na een tijd rondgesurfd te hebben, besluiten de kinderen en hun inwonende engelen c.q. demonen dat ze weer met de oude zwerver moeten gaan praten. En hoe vind je in Leiden een zwerver? Eerst gaan ze naar het ankerpark. Daar zitten wel een paar daklozen, maar niet degene die ze zoeken. "Hebben jullie Hieronymus gezien?" Een van de zwervers heeft wel een idee. Net als zo veel daklozen woont hij onder het treinplatform, naast de fietsenstalling en de bushaltes, misschien is hij daar wel. Dus weer op de fiets, helemaal naar de andere kant van de stad. "Nee, die ouwe zuiplap zit weer op het gras voor het ziekenhuis lijp te wezen." De vijf gaan door het tunneltje naar de achterkant van het station en ja hoor. Op een bankje op het enorme met fietsen bezaaide grasveld zit een magere gestalte met een fles jenever.

StationleidenHieronymus is stomdronken. Bilifor, Mio’s engel, schrikt er van. "Ik wist niet dat iemand die zo ziek is nog rond kan lopen." Schurft, parkinson, longontsteking, voetschimmel, schizofrenie, reuma, aderverkalking. Die man is een wandelende medische encyclopedie. En wat ook heel vreemd is, hij heeft geen Faith! "O, maar hij is een profeet, dus dat komt vast omdat hij alles weet. En als je alles weet, geloof je niets." Mio legt zijn hand op Hieronymus’ schouder en concentreert zich. De engel in hem begint de oude man te genezen. Eerst verlaat de alcohol het uitgemergelde lichaam, dan de aderverkalking, de schurft en de voetschimmel. Maar hij heeft zo veel verschillende kwalen dat de genezende krachten van Bilifor ze niet allemaal aankunnen. Bovendien is hij ook helemaal niet dankbaar. Hij is wel nuchter. En hij herkent de kinderen en profeteert: "Blijf niet te lang hangen of je zult het berouwen!" Het lukt ze kort om hem aan de praat te krijgen, maar als de vragen te persoonlijk worden grijpt hij weer naar zijn fles. Voordat hij weer helemaal lazarus is, komen de kinderen toch nog wel het een en ander te weten.

Waar Ot en Elise zijn, dat weet Hieronymus niet. Ot is naar een andere wereld gevaren, en de blonde engel is niet bij hem. Die is op een veilige plaats. En ja, het is heel belangrijk dat we haar vinden. Ze mag onder geen beding in verkeerde handen vallen, anders is alles verloren. Waar Celestine heen is weet hij ook niet, maar die is via een poort in het Museum voor Volkenkunde hier gekomen, en misschien ook daarlangs weer verdwenen. Leiden zit vol met poorten en waar die zitten, dat zouden we gewoon aan moeten kunnen voelen. Hij weet niet waarom die gemaakt zijn, maar iemand heeft het gedaan en die heeft er vast een reden voor gehad.

G_3022676Terug naar de hut. Krijgsberaad: blijkbaar hebben we haast. We moeten op zoek naar Elise en daarvoor moeten we de poorten door. Waar zijn die poorten? We weten er twee. Eentje is in de Nieuwe Rijn maar daar is Ot doorheen, dus daar is Elise niet. De andere is dus in het museum voor Volkenkunde. Laten we daar dus maar beginnen. Simon gaat op het internet zoeken naar rare dingen in het museum. Hij ontdekt dat het museum een set tweeling-krissen had. Een daarvan, de vrouwelijke kris, is onlangs gestolen. En hij herkent de afbeelding: Celestine heeft hem! Het is vast een goed idee om de mannelijke tegenhanger ervan te bemachtigen.