Het eerste glas toont de wereld zoals je zou willen dat ze was.
Het tweede glas toont de wereld zoals ze zou horen te zijn.
Het derde glas toont de wereld zoals ze werkelijk is.
En van daar af wordt het alleen maar erger …
Muziek voor gevallen engelen
Gouden Vlam deel 1 – Achtervolging en openbaring
Drie engelen staan midden in de nacht op een straathoek in een Leidse achterstandswijk. Alledrie werden ze kort tevoren wakker in een kinderlichaam. Deze drie kinderen hebben samen met nog een vierde een vreemd avontuur beleefd en ze besluiten dat ze die vierde nu gaan opzoeken. Maar drie engelen die over straat gaan, al is het midden in de nacht, dat valt op. De kinderen hebben het er nog even over. Bilifor, de engel van de lentebloesem, heeft er niet zo’n zin in om weer in kindergedaante te veranderen. Vleugels zijn fijn. Maar als het wat drukker wordt op straat geeft hij ook op.Kees woont aan de Binnenvestgracht, tegenover het museum waar ze zo’n slechte herinneringen aan hebben. De engelen, nu alledrie weer kinderen, voelen niet 1, maar 2 bovennatuurlijke aanwezigheden in het huis. Als ze het huis naderen, voelen ze de twee die in het huis zijn, naar achteren vluchten. Zou een daarvan Kees kunnen zijn? Is hij in de problemen?
Mio (of Bilifor) klimt bovenop het museumhek, laat zijn vleugels weer verschijnen en springt naar de dakgoot aan de overkant van de straat en zet de achtervolging in via de daken. Suzette neemt weer de vlammende gestalte van Athloton aan en blijft voor het huis wachten en Ab ofwel Usnarda, springt op de fiets en rijdt om het huizenblok heen om ze de pas af te snijden. "Kees! Kees!" wordt er geroepen, maar de twee verwijderen zich nog sneller. Ab waarschuwt snel de andere twee en zet er vaart in. Suzette stapt op Mio’s fiets en rijdt er hard achteraan. Mio volgt in glijvlucht door de stegen. Als ze de Leidse Shoarmaboulevard oversteken, worden ze gezien door twee dronkaards. Een engel in scheervlucht door nachtelijk Leiden achter een brandend meisje op een fiets aan, dat is genoeg om de drank af te zweren!
In de Sint Aagtenstraat is een verscholen parkeerplaats tussen de huizen. Hier houden de twee vluchtenden halt. De andere drie fietsen en rennen de parkeerplaats op en schrikken zich helemaal te pletter. Een enorme ijzeren gestalte met aderen van gloeiende magma torent boven ze uit. Daarnaast staat een veel kleinere schaduwachtige gedaante. Ze staan in een dreigende houding, klaar om een gevecht aan te gaan.
"Wat willen jullie van ons!?" vraagt de reus met donderende stem. De kinderen zijn er even stil van.
"Wie zijn jullie? Kees, ben jij dat?" vraagt Suzette voorzichtig.
"Ik vroeg het het eerst!" zegt de reus.
Praten is beter dan vechten. De krijgshaftige houdingen ontspannen. Ja, de schimmige doodsengel was ooit Kees, nu is het de gevallen engel Tigris en de metalen reus heet Simon, hij is een jongen die bezeten is door de demon Quilm. Als duidelijk is, dat we mekaar voorlopig geen kwaad toewensen, adviseert Simon ons dringend om weer in mensen te veranderen en snel naar Kees zijn huis te gaan. Simon blijkt een dik jongetje te zijn die ongeveer even oud is als de anderen.
Kees had op zijn vlucht de achterdeur open laten staan en de vijf kinderen gaan snel naar binnen. Op zijn kamer biedt Kees aan Mio, die inmiddels verkleumd is, wat oude kleren aan: een camouflagebroek, afgetrapte kistjes die Kees inmiddels te klein zijn, een legerpetje en een oud bomberjack. Als Mio weer opgewarmd is, vindt hij deze kleren toch wel veel comfortabeler dan de zelfgebreide truien en birkenstock sandalen die hij normaal draagt.
We wisselen informatie uit. Simon, of beter gezegd Quilm is een demon. Hij is door de tovenares Celestine uit de hel gehaald en in een kinderlichaam gestopt. Hij werd door haar als slaaf gebruikt en zij heeft hem ook vaak gemarteld. Hij weet ook te vertellen dat Celestine werkt voor het Vaticaan. Simon zelf is overigens niet van onze wereld afkomstig. Hij vertelt dat waar hij vandaan komt de mensen nog in de middeleeuwen leven.
Tigris is ook een demon. Hij vertelt dat hij zich de hel ook kan herinneren en de gevangenis waar Celestine hem vanuit de hel in gestopt had. Een gevangenis met twee uitgangen, terug de hel in of het lichaam van een kind: Kees. Hij is erg fel over een of andere strijd die in het verre verleden plaats moet hebben gevonden en waarin verschillende kanten waren: Asmodeus, Beelzebub, Lucifer, God … Hij herinnert zich niet meer welke kant hij ooit gekozen had, maar denkt dat het heel belangrijk is en dat hij ons als vrienden kwijt zal raken zodra blijkt dat we ooit aan verschillende kanten stonden. Mio/Bilifor vindt dat grote onzin: "Ik ben een engel, maar die Celestine is zo fout als het maar kan. Ze martelt kinderen. Wat ik ook ooit gekozen heb, ik weet 1 ding zeker: dit is fout! Dus als dat ooit mijn kant geweest is, dan sta ik daar nu niet meer."
Tigris vertelt ook dat hij de andere kinderen, Mio incluis, heeft zien liggen op stalen tafels. Hoe de andere drie weer vrij zijn gekomen, dat weet hij niet. En hij vertelt dat Celestine een toverspreuk in zijn hart heeft gekerfd, waardoor zij hem met xc3xa9xc3xa9n woord kan doden. Hij laat het litteken zien op zijn borst: het is net zo’n golvende lijn als bij de andere drie. Simon vertelt dat een demon alleen op aarde kan zijn in een menselijk lichaam, en als het lichaam sterft dan valt de demon onherroepelijk terug in de hel. Simon en Kees hebben samen weten te ontsnappen en ze waren zo bang, omdat ze ons aanzagen voor achtervolgers, dienaren van Celestine.
Het is laat, erg laat. Onsterfelijken zoals engelen en demonen hebben geen tijdsbesef, maar de kinderlichamen zijn moe. En iedereen gaat naar huis. Ze spreken af om de volgende dag na school in Mio’s boomhut weer bij mekaar te komen.
Geen commentaar
The prayer
Pandapret
Een webcam in de dierentuin van de Smithsonian National Zoo laat zien wat Tai Shan nu aan het doen is. Om hun bandbreedte niet te overbelasten kun je maximaal 15 minuten kijken. Klik hier voor de panda in levenden lijve.
Sessie elf
De partygenoten praten verder over het voorstel van Tepet Jarad, de leider van de roversbende die opereert vanuit de riolen van Mos-Kovia. Hij heeft een vrouwelijke Dragonking, een prehistorische intelligente dinosaurus, gevangen genomen en Oeal, onze eigen Dragonking wil haar natuurlijk vrij hebben. Jarad wil haar geven als wij hem helpen om aan een teleporteermogelijkheid te komen. Maar hoe langer we er over praten, hoe minder interessant samenwerking met Jarad ons lijkt.
"Hij heeft al drie keer de voorwaarde voor vrijlating veranderd," merkt Dyjab op, "zometeen doet hij het weer." Raine lijkt het nog steeds wel een leuke uitdaging om in te breken in het handelshuis, maar Ster zegt: "Ik heb net een heel jaarsalaris geinvesteerd om contact met dat huis te leggen, dan moet ik ze niet meteen gaan bedriegen. Hoe kan ik later nog optreden tegen misdadigers, als ik er nu zelf eentje wordt? Ik ben geexalteerd om de Maker te herstellen." Zo gaat de discussie nog even heen en weer, en het kan ons daarbij niet schelen dat we ongetwijfeld worden afgeluisterd.
Uiteindelijk besluiten we dat wij naar Jarad gaan, geen concessies doen en de Dragonking opeisen. Als het tot vechten komt, dat moet dan maar.
Als we terugkeren, horen we in de verte een spottende stem. Inderdaad, Jarad had ons afgeluisterd. "Als jullie aanvallen, maak ik haar dood." Dyjab reageert lakoniek: "Dan ben je je gijzelaar kwijt en hebben wij een reden om wraak te nemen. Geef haar en we laten jullie hier verder met rust." Nou daar wil de man niet op ingaan. De reactie komt ongeveer neer op "Kom haar maar halen!"
Ster pakt alvast een van zijn chakrams. Hij heeft er twee, een van adamant en eentje van het magische Stermetaal.
De vlijmscherpe ring komt tot leven, maar in plaats van naar de spreker te vliegen, blijft het ding naast hem hangen: Jarad is hier niet.
Raine loopt voorop, Silverclaw en Ster volgen. Dyjab, Oeal en Ma-Si dekken de achterhoede. We komen in een groot verzamelbekken, waar diverse rioolpijpen in uitkomen. In eerste instantie zien wij niets. Maar uit een paar buizen klinkt wat geluid. De vorste drie splitsen zich op en nemen ieder een buis. Raine loopt tegen de muur op en gaat voorzichtig de hoogste en meest verre buis in. Ster zet zijn camouflage aan en vervaagt tegen de achtergrond. Hij klautert ook een hoger gelegen buis in. Silverclaw neemt een van de lagere buizen.
Ster kruipt een rioolpijp in en raakt met zijn knie een mechaniekje.
"Klik."
"Fff-twak!"
Verderop in de buis stond een ballista opgesteld en de pijl raakt hem recht in de borst. Een gewoon mens was waarschijnlijk finaal doormidden geschoten, en hoewel zijn diamanten malienkolder en zijn onderhuidse bepantsering de klap grotendeels opgevangen hebben, wordt Ster toch door de kracht van de pijl de buis uit gesodemieterd en hij valt een eind omlaag. Hartgrondig vloekend wrikt hij aan de pijl. Het vergif, dat ook nog op de pijl zat, heeft gelukkig geen effectop iemand die van zichzelf al smeerolie en petroleum in zijn lijf heeft. De wond is niet ernstig maar de pijl zit vast in zijn pantser. Boven zich horen ze geluiden van een gevecht. Druppels lichtgevende groene olie mengen zich met gore rioolwater terwijl Ster naar de buis klimt waar Raine ingegaan was.
Vanuit de lagergelegen buis klinkt opeens het luide gekrijs van een lid van het dievengilde. Silverclaw amuseert zich. Ook hij trof een ballista aan, ditmaal geen valstrik maar een bemande. De pijl heeft hij ontweken en nu is hij bezig het hoofd van de man zijn romp te trekken.
Dyjab legt aan de dieven in de overige tunnels uit, dat dit niet langer hun strijd is. Hij stelt ze voor om naar huis te gaan en te wachten tot het over is. De argumenten worden met grote overtuigingskracht gebracht en ze worden ondersteund door de gebeurtenissen. Vier mensen verlaten hun post en sluipen weg.
Raine en Ster gaan dieper de tunnels in en treffen daar nog een verdediging aan. Dit maal treffen drie ballistapijlen Ster en eentje raakt Raine. De vent die de ballista bediende leeft niet lang meer, maar dit doet toch serieus schade. Beide exalts zijn inmiddels zwaar gewond. Ster is weliswaar imuun tegen het vergif, maar Raine niet en die begint zich al snel behoorlijk ziek te voelen. Oeal en de anderen worden er bij gehaald. De dragonking bewerkt beiden met zijn genezende magie waardoor ze zich weer beter voelen.
Het is hier een doolhof, maar dat is niet zo heel erg. Autochthon’s exalt heeft een heleboel snufjes meegekregen, waaronder een goed 3D kompas met een geheugenfunctie. Ster’s volk leeft in de duistere tunnels en holtes in het lichaam van de primordial en zo’n dingetje is binnenin de machinegod echt geen luxe.
Raine ontdekt in een van de tunnels een valstrik. Een heleboel breekdraadjes versperren de doorgang en het duurt erg lang om het mechaniek te doorgronden. Inmiddels heeft ook Silverclaw zich bij hen gevoegd, hij heeft al eenkleine verzameling afgerukte hoofden bij zich. Dat is handig om mee tegooien, vindt hij. Er zijn een aantal plekken in de wand die kunnen worden ingedrukt en als dat in de juiste volgorde gebeurt, dan schuift het tunnelsegment met de draadjes omhoog. Maar hoe? De juiste volgorde kunnen ze niet vinden en er weerklinkt heel in de verte een belletje. Ster steekt zijn lichtzwaard aan en snijdt met het energiewapen de stenen wand rondom de drukplaten open. Dat duurt heel lang, maar het blijkt de moeite waard te zijn. Van binnenuit is het mechaniek gemakkelijk te bedienen en de rest van de tunnel is vrij. Nochtans is het niet veilig. Honderden gaatjes vormen wel honderd meter lang een ingewikkeld patroon in deze gang. En een voorzichtig uitproberen wijst uit dat er gifpijlen uit kunnen schieten. Raine neemt er een paar mee, want je weet maar nooit wanneer je een gifpijl nodig hebt. En ja, helemaal aan het einde van de gang kijkt af en toe een mannetje om de hoek, vast handbediening.
Ster kan zich het beste camoufleren, dus hij is de pineut. Voorzichtig kruipt hij via de wand en het plafond door de rioolbuis. Het is een spannend kat-en-muis spel, want de rover kijkt regelmatig in de tunnel of hij al wat ziet en Ster is alleen goed onzichtbaar als hij zich helemaal stil houdt. Maar hij bereikt ongeschonden de overzijde en dan is het snel gedaan met de dief. De stermetalen chakram heeft eindelijk een mooi doel en zoeft met een sierlijke boog door de nek van de arme man heen. De weg is vrij. Maar niet voor lang.
Verderop hangt een magische duisternis en als we daar in willen gaan, worden we volop geraakt door de ontlading van een energiewapen. Als Oeal niet tussendoor mensen had genezen, dan had het er echt slecht voor ons uitgezien. Nu slaan we ons er echter doorheen. Voorbij de duisternis vinden we een goed bewaakte deur. Een man zit achter een schotelvormig apparaat, waarmee hij elemental bolts op ons afvuurt. We veroveren het wapen en maken de vent die het bedient onklaar. Nu zijn we eindelijk aangekomen bij het hoofdkwartier van Tepet Jarad.
Krantenkop
"Etensgeur brengt dood dichterbij"
(Wetenschapspagina NRC Handelsblad 6 februari 2007)
Geeft te denken, nietwaar?
Kattenkruid
Huwelijk
Vandaag is mijn moeder getrouwd. Heel vreemd. Allebei de echtelieden met een schare kinderen en kleinkinderen op het gemeentehuis van Beetsterzwaag. Prachtig weer ook! Onzelieveheer heeft expres een gaatje in het wolkendek geknipt boven Olterterp (was 90 inwoners, nu 91).