Peek-A-Boo
Hemelvaart
In de blog van gisteren van Placejo stond een artikeltje over hoe raar het is dat wij in een seculier land als Nederland nog zo veel verplichte vrije dagen hebben op christelijke feestdagen.
Dat heeft me aan het denken gezet: Wat vieren we met Hemelvaart? Dat er zo’n 2000 jaar terug iemand naar de hemel is gevaren. Laten we van Hemelvaart een seculier feest maken ter ere van alle pioniers van de hemelvaart. Laten we de gedachtenis van de grote helden zoals de gebroeders Montgolfier, de gebroeders Wright, Yuri Gagarin, en Neil Armstrong vieren! En we moeten natuurlijk de grote visionairs van de hemelvaart niet vergeten. Waar zouden we zijn zonder de inspiratie van Deadalus, Leonardo da Vinci, Jules Verne en Hergxc3xa9?
Van Icarus tot Kuifje.
De hemelvaart houdt de mensheid al millennia bezig. Volgens sommige archeologen was zelfs de pyramide van Cheops al bedoeld om de Farao mee naar de sterren te schieten.
Somebody making their TV debut …
Bloc Party debuteerde met Helicopter, in ‘Later with Jools Holland’
Hun liedjes hebben sindsdien in Engeland de neiging om op nr. 1 te komen. Terecht! 🙂
Bla
Zojuist heb ik een lezing gehouden in Arnhem. Heel geslaagd, meer dan zestig bezoekers. (Da’s veel voor een oudervereniging.) En dan de stress van het thuiskomen met de NS.
Een hert had zich voor de trein geworpen. Da’s natuurlijk heel erg zielig voor zo’n beest. Maar de reactie van de mensen: stress – stress – stress. Eerst gonst het van de geruchten, iemand heeft zich voor de trein geworpen .. Foei! Dat doe je toch niet! Ellendig voor de machinist! En dan blijklt het een dier te zijn. Een ommezwaai in de emoties: van boos naar medelijden, en weer naar boos want – vertraging – haasten – minder dan een minuut overstap, net gehaald!
Vandaar: Gorillaz, eerst om mijn … af te reageren en daarna voor het mooi.
Dirty Harry
Het andere japanse worstelen
Earth to America
Sessie zestien
Vanuit het heldere tropische zonlicht stappen de exalts door de sterrenpoort in de klamme duisternis van de riolen onder MosKovia. Meteen voelen ze pijlpunten in hun rug prikken. De poort wordt aan deze zijde goed bewaakt. Gelukkig herkennen de bewakers al snel hun nieuwe bendeleider Raine en ze brengen Gerard naar hen toe.
"Zo, dus jij wou met dertig beastmen door mijn stad gaan lopen?" begint Gerard zodra hij Raine ziet.
"Het plan is dat we in kleine groepjes komen en zo snel mogelijk door de poort gaan."
"Ja, dat is je plan. In werkelijkheid zullen ze allemaal tegelijk komen. Ze zullen de stad op stelten zetten en een complete wijk in puin leggen. Uiteindelijk zullen vijftien van jullie beastmen sterven en de rest gevangen worden. Vergeet niet dat ik de toekomst kan zien."
Gerard (of beter gezegd de siderial die door hem heen spreekt) biedt ons een andere mogelijkheid aan. Hij zal een portaal openen vanuit het riool naar een poeltje in het bos buiten de stad. Van daaruit kunnen Gnawing Elk en zijn gevolg direct naar de sterrenpoort. Wij moeten dan wel voor bewaking zorgen totdat Elk er is. Dat lijkt geen probleem en Gerard geeft aan Ma Si een kaart naar de juiste plek.
Een paar rioolbuizen verderop laat Gerard ons een buis zien waarin het water van onderen verlicht lijkt te zijn. Ster en Raine blijven achter want zij hebben nog zaken in de stad. Dyjab en Silverclaw gaan vast naar Porto Libre en Ma Si Tamuz duikt in het water. Ze komt boven in een waterbekken in het woud. Maar de poel wordt bewaakt door een woudgeest in de vorm van een zwijn met een berenkop. Het wezen is eerst vijandig, maar Ma Si weet het te kalmeren en de geest is bereid om ze de poel te laten gebruiken in ruil voor een gunst. Hier is een bard gestorven terwijl hij een lied zong dat hij net gecomponeerd had. De geest heeft hem gedood omdat hij deze plek ontheiligde, maar nu is hij nieuwsgierig hoe het lied afliep. Het skelet van de bard ligt naast een boom, met een vermolmde luit nog in de handen. Maar hoe kom je achter het stervenslied van iemand die al meer dan een jaar dood is? Dyjab herinnert zich dat Raine met zijn overleden moeder kan spreken en stelt voor om hem er bij te halen. Zo gebeurt het en met de hulp van Raine’s moeder wordt de geest van de zanger opgeroepen en Raine leert het lied. Ze moeten de overledene wel beloven dat het lied op een festival in een grote stad op het marktplein ten gehore zal worden gebracht. Dat is niet zo’n groot probleem. En als Raine het voor hem zingt, is de bosgeest ook tevredengesteld. Raine keert terug naar Mos Kovia. Ma Si vliegt in uilengedaante samen met de pterok Uulation naar het kamp van de lunar. Dyjab en Silverclaw gaan naar Porto Libre om met Sluiers de komst van heer Cesus voor te bereiden. Dat betekent niet alleen een feest voorbereiden met een banket en vermaak, maar ook en veel belangrijker: een geldige reden bedenken waarom Cesus zijn abyssal exalt Witte Rouw en Paarse Sluiers niet met zich mee terug naar het Schiehallion zou nemen. Ze bedenken dat Sluiers kan zeggen dat ze in een bewoond gebied meer zombies voor hem kan animeren, maar is dat wel ethisch verantwoord ten opzichte van de bewoners van Porto Libre?
Inmiddels is Ster met een paar van de dieven in gesprek geraakt. Over Raine’s optreden zijn de meningen verdeeld. Sommigen vonden het goed wat hij gedaan heeft, anderen waren het er mee oneens, maar de consensus is dat ze hem (voorlopig) aanvaarden als baas. Over de energiewapens, waar Ster zeer in geinteresseerd is, weten ze niet meer dan dat de vorige baas er voor heeft gezorgd. Ze komen in ieder geval niet bij het handelshuis vandaan. Na enkele uren komt de solar weer terug. Ze gaan meteen op weg naar het handelshuis dat in 1st age technologie doet. Helaas arriveren ze vlak na sluitingstijd. De deuren zijn al dicht en de wachters willen hen niet toelaten.
"Ja maar ik ben een klant van Irene Markie." probeert Ster.
Dan wil een van de wachters wel even naar binnen om te kijken of de vrouwe tijd voor hem heeft en even later komt ze naar buiten.
"Ik weet dat u al gesloten bent en u heeft het ongetwijfeld heel druk, maar mogen wij u uitnodigen voor een zakelijk diner?"
Als dat op onze kosten is, wil ze wel met ons naar een van de duurste restaurants aan de overkant van het plein. Raine vraagt haar over de beveiliging van het handelshuis. Als Ster niet twee dagen tevoren voor een vermogen aan artefactjes van haar had gekocht, zou ze dit misschien verdacht vinden. Maar nu vertelt ze trots over hoe veilig haar spullen zijn met het oogmerk om een potentiele handelspartner te behagen. Zij raadt dat Ster en Raine exalts zijn, maar als Ster haar plechtig verklaart dat hij niet zo’n gehate solar of dragonblooded is en ook geen lunar, dan is het goed.
"Maar wat ben je dan wel?"
"Nou, heeft u wel eens van Mountain Folk gehoord?"
"Ja, een van mijn levaranciers heeft wel eens contact met ze gehad. Maar jij ziet er helemaal niet uit als een trol."
"Ik ben door dezelfde Maker gemaakt, maar een ander model … Kunt u mij eens in contact brengen met die leverancier? Ik wil ze namelijk graag eens bezoeken."
Niet alleen heeft Ster het voordeel dat hij de waarheid spreekt, ook zijn puntoren en grijze huid horen niet bij enig algemeen menselijk type of bekende soort exalt. Raine houdt zich inmiddels wijselijk stil. Hij is wel degelijk zo’n gehate solar. Aan het einde van de avond heeft Ster een lucratief handelscontractbinnen: hij kan spullen uit Autochthon aan haar leveren, maar ook’gevonden’ artefacten en andere handel uit Porto Libre. Zelf wil zeliever niet met dure waar die kant op, maar dat wij een manier hebbenom dingen snel te transporteren interesseert haar wel.
Ma Si vliegt met Uulation naar de vestiging van Gnawing Elk. Onderweg leert ze een toverspreuk van hem. Gnawing Elk is in het begin niet erg toeschietelijk. De rationele en politieke argumenten die ma Si aandraagt, lijken aan dovemansoren gericht. Pas als ze uiteindelijk de noodzaak benoemt om nieuwe kinderen tot dragon kings op te voeden, draait Elk als een blad van een boom om.
"Een uitstervend ras, met kleine kinderen in nood, had je dat nou maar eerder gezegd."
Binnen een half uur is het hele kamp opgebroken en zijn de lunar en zijn dertig beastmen onderweg. Het is voor hun een dag lopen.
Ster en Raine blijven niet de hele tijd in Mos Kovia wachten. Ze gaan ook nog naar het voorstadje Zelenograd, een zeer gevaarlijke enclave waar de wapensmeden wonen die werken met verboden magische materialen. Ster gaat op zoek naar zijn favoriete magische materiaal, Stermetaal, en vindt een huifkar waar een meterioriet van zo’n 1000 kg verhandeld wordt. Een klein tiental smeden staat er omheen te onderhandelen. Niemand is rijk genoeg om het brok in zijn geheel te kopen en er worden strategische allianties gesloten terwijl he tmetalen hemelgesteente in stukken gezaagd wordt. Ster koopt van zijn laatste geld een stuk van 75 kg Stermetaal en maakt de afspraak met een paar smeden om over twee maanden langs te komen om stermetalen wapens en harnassen van ze af te nemen. Raine ziet zijn kans schoon en steelt een even groot stuk.
Inmiddels is in Porto Libre het feest ter ere van Cesus Gustav begonnen, een paar dagen te vroeg, maar dan is men alvast in de stemming – en Dyjab geniet van
een vakkundige massage. Via de poel en de riolen komen Gnawing Elk en zijn manschappen bij de sterrepoort aan en daarvandaan is het nog maar een stap naar het vergeten continent Lemurie. De dragon kings zijn blij met de nieuwelingen. Zo, dat is een probleem opgelost. Ma Si, Ster en Raine kunnen nu eindelijk ook naar huis.
Iedereen komt bij elkaar in de zaal bij de sterrepoort. Daar bespreken we nog even nieuwe plannen voor de stad. Het voorstel van Ster en Ma Si om een tovenaarsacademie te beginnen wordt voorlopig uitgesteld. Maar Ster zal de magie die hij van de draken geleerd heeft gebruiken om snel de haven nog even af te maken. Met de stokjes die de dragon kings hebben meegegeven worden restaurantjes en een herberg aan de haven gebouwd. We bedenken dat we als Cesus Gustav er is, een grote schuur voor de productie van zombies uit Mos Kovia neer kunnen buiten de stad en dat we eventueel ook nog een mooie heirbaan aan kunnen leggen naar het Noorden en we hopen dat Cesus dan bereid zal zijn om Sluiers tot ambassadrice te benoemen.
Zijn adamanten chackram leent Ster voor een tijd uit aan Silverclaw, om een theorie te testen: misschien stellen de diamanten klauwen Silverclaw wel in staat om zich op het materiaal adamant af te stemmen. Als dat zo is dan is deze groep namelijk de eerste waarlijk complete cirkel, met voor ieder magisch materiaal een exalt. En dan geeft hij zijn adamanten wapenrusting natuurlijk ook aan Silverclaw. Vandaar dat hij in zijn vrije tijd voor zichzelf uit het stermetaal een nieuwe wapenrusting gaat smeden, in de stijl van de wereld die zijn nieuwe thuis aanhet worden is.
Editions of you
Roxy Music (toen nog met Brian Eno) was zijn tijd toch wel heel ver vooruit! Afgezien van de kostuums dan, daar zie je meteen aan in welk jaar dit ongeveer was. Dit is een van mijn favorieten:
GV – Vrijdag de 13e
Het is vrijdag 13 oktober. Precies 700 jaar geleden werden op deze dag de leden van de orde van de tempeliers op last van Paus Clemens en de Franse koning Filips de Schone van hun bed gelicht en opgepakt. Mio weet dat natuurlijk niet. Wat hij wel weet is dat de boomhut leeg is. Elise en Simon zijn verdwenen. Alle spullen van Sim onliggen er nog, maar Elise’s teddybeer is ook weg. De computer staat uit en het lukt Mio ook niet om hem aan te krijgen. Snel belt hij met zijn mobieltje de andere leden van de bende om ze op de hoogte te stellen en die komen er meteen aan.
De kinderen zijn een tijdlang aan het experimenteren om de apparatuur weer aan de praat te krijgen. Dan zet Mio de omgebouwde motorhelm op zijn hoofd , concentreert zich en begint heel hard te geloven dat het werkt – en ja hoor: niet alleen verschijnen er in de helm beelden maar ook in de hut floepen er lichtjes aan, een beelscherm licht op en een menuutje verschijnt:
– Internet
– Leiden
– U heeft 1 bericht(en)
Mio steekt zijn virtuele hand uit en klikt op optie 3. Voor zijn ogen en op het beeldscherm verschijnt de volgende tekst: "Zoek me niet, jullie zullen me niet vinden en het is ook veel te gevaarlijk. Het spijt me wat ik gedaan heb, maar het moest en dit is waarschijnlijk de enige kans die ik heb om vrij te komen. Weeds voortaan voorzichtiger met wie je vertrouwt. Er staat teveel op het spel voor de deelnemers om eerlijk en open te spelen. En hoewel ik op zich betrouwbaar ben, is degeen die ik moet gehoorzamen allerminst te vertrouwen.
Ik weet dat jullie me nu niet meer zullen vertrouwen, maar toch heb ik iets voor jullie achtergelaten waar C. geen weet van heeft. Ik hoop dat het iets zal goedmaken. Zet de helm op en geloof in het netwerk, opdat je kunt zien wat voor gewone ogen verborgen blijft. Maar pas op voor de purperen garde, want zij hebben ook ogen en oren. Raak niet verdwaald tussen de werelden."
Dat laten ze een tijdje op zich inwerken. Dus Simon werkte al die tijd voor Celestine. Paranoide gedachten maken zich van Mio meester. Hij voelt zich nu dubbel verraden. Misschien was zelfs de demon die in de kinderen huist niet meer dan een onderdeeltje van haar plan om Elise weer in handen te krijgen? En wat was de rol van Ot? Als ze er verder niet uitkomen, wint de nieuwsgierigheid het. Mio klikt optie twee aan. Opeens zit hij alleen in de boomhut. Hij heeft geen helm meer op en als hij wil bewegen, merkt hij dat hij zweeft. De hemel is zwart en nergens zijn mensen te zien. Het is stil, niets beweegt. Als een gedachte kan hij door de stad zweven. Hij kan niet door muren heen, maar wel kan hij door ramen de huizen binnen kijken. Als hij terug wil, komt hij er achter dat hij niet weet hoe dat moet. Een lichte paniek maakt zich van hem meester. Wacht! Simon was een computerfreak en in de boomhut zag hij ook in deze verstilde wereld een toetsenbord en een scherm.
Hij drukt op de "[Escape]". Nee, dat doet niets. Dan typt hij "end program [Enter]", maar dat haalt ook niets uit. Gefrustreerd drukt hij op "[Control][Alt][Delete]" en opeens licht het beeldscherm op (ook in de echte wereld overigens). "Wilt u het programma verlaten?" Ja! Snel drukt hij op de "j" en dan verdwijnt de virtuele wereld om hem heen. Met een kreet rukt hij de helm van zijn hoofd en hij kijkt hijgend om zich heen.
"Ah toe, mag ik ook!" Ab zet meteen de helm op en logt in. Blijkbaar heeft hij meer kaas gegeten van computers dan Mio (Ab is ook vier jaar ouder), want hij vindt meteen de help-functie en begint met het systeem te experimenteren. De anderen kunnen op het beeldscherm meekijken en met hem praten, maar alleen degene met de helm op kan in de virtuele wereld rondvliegen. Ab stijgt boven de stad uit en met een mentaal commando laat hij alle poorten blauw oplichten. Dan ziet hij dat er ook een aantal knipperende lichtjes van een andere kleur oplichten. Drie daarvan zijn in de Koeliekerk en eentje op het Stationsplein. Hij zweeft naar de kerk en ziet iemand in een paarse mantel, die zijn aanwezigheid door lijkt te hebben en op hem afkomt. Snel logt Ab uit en dan gaan de kinderen naar school. Onderweg stopt Ab nog even op het Stationsplein en daar, op de plek van het ene lichtje, zit de oude Hieronymus te slapen.
Opeens schiet de zwerver wakker en begint tegen Ab te orakelen: "Maak je geen zorgen, ze is op een veilige plek. Wat gedaan moest worden is gedaan. Jullie rol is gespeeld, maar andere taken wachten jullie. Het einde der tijden is nabij en grote dingen staan te gebeuren … Nu het lam is verschenen, zullen de zeven sleuteldragers zich openbaren." Hij schudt eens met zijn hoofd en vraagt dan "Hebbie meschien een eurie voor me voor een koppie koffie?" Ab geeft de oude man een vijfje en gaat naar school. Onderweg probeert hij de orakelspreuk mentaal te herhalen, zodat hij het niet vergeet.
(Het stuk waar nu puntjes staan, ben ik kwijt – weet een van de andere spelers dat nog?)
Mio zit inmiddels voor het eerst op school sinds de gevallen engel Bilifor in hem woont. Zijn nieuwe look levert hem meteen opmerkingen op. "Wat zie jij eruit!" Laat ze maar praten, Mio is wel erger gewend. De engel vindt school erg saai, totdat de biologieles begint. Die evolutietheorie, wat een onzin. Bilifor, heer van glorie, weet precies hoe de schepping werkt, want hij heeft er tenslotte zelf aan meegewerkt. Hij heeft namelijk de bloemen bedacht en gemaakt. Helaas is de leraar niet gecharmeerd van de bijdehante vragen die Mio hem stelt. Het was al een raar joch met maffe ouders. En dan is hij ook nog eens creationist. Pff.
Na school vraagt Kees aan een verbaasde juf of hij mee mag doen met het schoolproject voor het bezoeken van eenzame bejaarden. "Goh Kees, ja natuurlijk! Dat had ik eigenlijk niet van je verwacht, wat leuk." Daarna gaat hij spelen met een paar jongens die graag net zo stoer willen zijn als hij, en die hij vroeger altijd links liet liggen.
Suzette neemt inmiddels een van haar vriendinnen mee uit winkelen en laat daarbij wat kleine dingen zien van haar demonische krachten. Het modegevoelige meisje blijkt wel genegen te zijn om haar ziel te verkopen in ruil voor schoonheid en charisma, waarmee ze later een gevierd fotomodel kan worden.
Ook Ab wil een pact sluiten, maar hij gaat heel anders te werk. Hij gaat naar Harry, een pedoseksueel die graag foto’s van Ab wil maken. Daar openbaart hij zich in engelengedaante, en houdt hem een spiegel van zijn diepste verlangens voor. "Je verlangens zijn tegennatuurlijk en je weet dat je ervoor zal branden in de hel wanneer je er aan toegeeft. Maar Allah is genadig. Je bent lang genoeg beproefd. Als je echt in mij gelooft, zal ik je helpen." Wenend valt de man op zijn knieen. Ab legt zijn hand op het hoofd van de fotograaf. De engel wroet wat in de psychologische opbouw en verschuift de seksuele voorkeur van twaalfjarige jongens naar jongens van achttien.
Mio gaat na school n
aar de dojo. Dit wordt zijn eerste les bij de gevorderden en hij doet extra zijn best. De oudere jongens kijken eerst nog de kat uit de boom. Maar de sensei is onder de indruk en nodigt hem uit om zich in te schrijven voor een toernooi. Aanstaande maandag komt een vriend van hem met een paar leerlingen uit Japan en dan mag Mio met de sensei mee naar Schiphol om ze op te halen, dan kan hij volgende week met ze trainen. Hij krijgt een briefje mee voor zijn ouders om daarvoor vrij van school te vragen. Als hij dat aan zijn moeder laat zien is ze helemaal onder de indruk. Een sporttalent! Dat had ze niet achter haar ziekelijke jongetje gezocht.
Inmiddels bezoekt Kees de geestenwereld. Als engel des doods is dat zijn ‘thuisland’. Maar in de dodenstad van Leiden zijn geen geesten te zien. Er staat een sterke wind de stad in en boven de stad ziet hij een vortex, een soort wervelwind met een slurf die uitkomt in het midden van de stad. Als hij er naar toegaat, zit hij dat de slurf uitkomt boven de Hooglandse Kerk en vlak daarnaast staa een immens hoge toren, het lijkt wel een fabrieksschoorsteen. De wind giert er omheen, maar de toren lijkt er helemaal geen last van te hebben. Hij staat ongeveer op het punt waar in de levende stad de Burcht staat. Hij gaat ook langs bij de Koeliekerk. In de dodenwereld is die omgeven door een rood-oranje flakkerend licht, een muur van vlammen. "Dit is de poort van de hemel" staat er op de kerk, herinnert Kees zich, en de hemel die is niet toegankelijk voor mensen maar alleen voor engelen. Vanuit de dodenwereld is deze poort volstrekt ontoegankelijk. Wat dat betreft is er dus niets veranderd. Verder rondwandelend komt hij op de plaats van het Kamerlingh Onnes gebouw en het Van der Werfpark. Twee eeuwen geleden zou hier een schip vol buskruit ontploft zijn, tot in Den Haag waren alle ruiten gebroken van de knal. In de onderwereld ziet Kees dat er op deze plek letterlijk een gat in de realiteit zit. Het gat moet ooit enorm geweest zijn, want hoewel de werkelijkheid zich aan het herstellen is, is het nog steeds indrukwekkend groot.
Die avond komen de kinderen weer bij elkaar in de boom van kennis, zoals ze de boomhut nu noemen. Ab zet de helm op. Hij gaat de optie ‘Internet’ eens uitproberen. In het nieuws valt op dat er de laatste weken vrij veel kinderen verdwijnen. Nu zijn er al zes vermist en twee weken terug waren het er nog maar twee. Bij het dorpluizen van alle lokale krantjes komt hij steeds weer dezelfde merkwaardige aninieme advertentie tegen: "Het koninkrijk Gods op aarde zal wederkeren". Misschien is het niks, maar misschien is er een verband met Celestine en hoe de gevallen engelen op aarde terug zijn gebracht. Ze besluiten dat ze het willen gaan onderzoeken.
De volgende dag is het zaterdag. Ze gaan naar de krant om er achter te komen waar die advertenties vandaan komen. Ab blijkt het vermogen te hebben om zijn lichaam te veranderen. Bij Suzette thuis verandert hij zichzelf in een volwassen vrouw en hij leent een mantelpakje van Suzette’s moeder. Het voelt heel vreemd, alsof hij ‘high’ is van de volwassen hormonen. Als journaliste gaat hij naar de redactie van het Leids Dagblad en houdt een verhaal over dat hij met een artikel bezig is. In het begin gaat dat goed. Hij komt er achter dat de advertenties via een hotmail account worden opgegeven en betaald worden met contante stortingen op het postkantoor. Maar op de een of andere manier krijgt hij bij alles wat ook maar een beetje tegen zit enorme, onredelijke gevoelens van woede. Voordat het uit de hand loopt breekt hij het interview maar af.
Ze gaan snel naar Kees’ huis, dat is het dichtste bij. Als Ab weer kind wordt kalmeert de woede, maar heel langzaam en dan is hij doodmoe. Hij kleedt zich om in een oud trainingspak van Kees. In het lichaam van een volwassene werd zijn duistere kant blijkbaar heel sterk aangesproken. En dit gevoel is bekend: er is ooit iets heel ergs gebeurd met zijn engel. Dit leek op wat hem gemaakt heeft tot wat hij nu is: een demon.