Gevonden op icanhascheezburger:
For the Love of God
De diamanten schedel van Damian Hirst is een verbazingwekkend mooi ding! We zijn afgelopen zaterdag naar het Rijksmuseum geweest. Als je "For the Love of God" wilt zien, kan dat gratis op vertoon van een museumjaarkaart, anders is de toegang een tientje. Dat is spotgoedkoop. Hij is in het echt veel mooier dan op de foto, want die diamanten flonkeren in allerlei heldere kleuren. Helemaal niet luguber. De titel komt overigens van de moeder van de kunstenaar. Toen hij haar zijn plan vertelde, riep ze ‘O, for the love of God!’ 🙂
Ode aan een superheld
Weird Al Jankovic heeft een liedje over mijn favoriete held gemaakt en ene Ffloggerjb (ik kan het ook niet uitspreken) heeft er een filmpje bij gemaakt uit de intro van Spider-man 2 en stukjes van 1. Hier is Weird Al met "Ode to a Superhero":
Kaaba
Zo ziet de binnenkant van de Kaaba er uit:
En bij een vorige renovatie hebben ze ontdekt dat de achterkant van de zwarte steen inderdaad helder wit is. Het zwarte is, zo vertelt de overlevering, de aanslag van de zonden van de mensheid. “Als die iets zo massiefs als een steen zwart kunnen kleuren, wat doen ze dan met onze ziel?” vroeg de profeet zich al af. Als je bekijkt wat er allemaal in Zijn naam gedaan wordt, is het nog verbazend dat de steen niet helemaal zwart is.
Sessie veertig
We besluiten om naar Afghanistan te gaan, daar zitten als het goed is de verloren Dragon Kings. En bovendien zijn we dan al een end op weg naar Mongolie, waar de demon King Loneliness zit.We verwachten dat de Wyld Hunt ook nog een dezer dagen langs kan komen, dus het hele spionagenetwerk wordt geactiveerd en Sluiers blijft achter met een van de communicatiekristallen. De volgende dag vertrekken we via de sterrenpoort naar Mos Kovia. Ster is in vol ornaat en zit op zijn bronzen paard. De anderen zijn te voet. Raine geeft zijn dievengilde een zoekopdracht: we hebben een dragonblooded tovenaar nodig die onze groep tot Sworn Brotherhood kan maken. Op die manier hopen we de effecten van eenzaamheid en wanhoop tegen te kunnen gaan. En dan gaan we op zoek naar een maanbrug. Buiten de stad, bij de poel waar de dode bard ligt, vinden we een bos elementaal die ons in ruil voor een lied naar de dichtstbijzijnde maanbrug brengt. En natuurlijk ligt die helemaal aan de andere kant van de stad. Midden tussen drie stokoude eiken met verweerde lunar merktekens. Terwijl Ma Si uitzoekt hoe ze hem kan openen, gaat Raine nog even naar de stad, maar er is nog geen nieuws.
Op de maanbrug ontmoeten we Grendel, de psychopate lunar deathknight.
Every nail, claw-scale and spur, every spike
- and welt on the hand of that heathen brute
- was like barbed steel. Everybody said
- there was no honed iron hard enough
- to pierce him through, no time proofed blade
- that could cut his brutal blood caked claw
Hij is op weg om de Bull of the North uit te dagen en Raine vraagt of hij niet liever met ons mee wil op demonenjacht. Dat niet, maar Grendel wil wel Dyjab van ons overnemen, want hij moet nog een dragonblooded aan Luna offeren of zoiets. Ster is het daar niet mee eens. "Het is onze dragonblooded!" Maar Grendel neemt hem niet serieus. "Kinderen horen thuis te blijven als de grote mensen demonen gaan verslaan." Dyjab en Ster laten zich gelukkig niet op de kast jagen, dus we nemen uiteindelijk afscheid en gaan ieder weer verder.
We arriveren op een vlakte van glasscherven die zinderen in de zon. Het is wel 50 graden en het glas snijdt dwars door onze laarzen de voeten open. Zelfs ANS-3a, het bronzen paard, klaagt dat het pijn aan haar hoeven doet. Gelukkig Oe’al kan voor iedereen de voetzolen zo versterken, dat het glas er niet meer doorheen komt. Ster maakt een boogvormig monument van glas over de uitgang van de maanbrug. Na uren lopen begint het te sneeuwen. Sneeuw? Bij deze hitte? Ster proeft er van, het doet hem een beetje aan thuis denken. En dan krijgt Raine last van haaruitval. Het blijkt Summersnow te zijn, een radioactieve neerslag. Fijn. De anderen hebben gelukkig geen last van stralingsziekte. We volgen een ondergrondse rivier, af en toe slaat Ster een put. Het glas maakt plaats voor zand en onderweg zien we vreemde gemuteerde beesten en een reusachtige vleesetende plant. Na twee dagen lopen komen we aan bij een bewoond gebied, hier ligt geen glas meer en er zijn veldjes met cactusvruchten, schorpioenen en andere tekenen van land- en veeteelt. Een vallei herbergt koepelvormige gebouwtjes. Op een paar keien staat een karakter gegrift.
"Aha, er zitten hier Dragon Kings," zegt Dyjab die het schrift kent. Opeens voelen we wapens op onze kelen. Grote reptielen, dragon kings van een soort die we niet eerder zijn tegengekomen, zijn schijnbaar vanuit het niets opgedoken. Ze hebben primitieve wapens en spreken een taal die ouder is dan de mensheid. Als we in Old Realm zeggen dat we in vrede komen, verstaan ze ons. "Solar! Jullie waren nergens toen wij in nood waren. Jullie zijn nu gevangen en we gaan eerst tot de Zon bidden voordat we verder beslissen wat we met jullie doen." We besluiten mee te doen en verzetten ons niet. Alleen Ma Si vliegt snel weg. De dragon kings leiden ons naar het dorp. Ze gaan testen of Oe’al wel een echte dragon king is en de mensen worden opgesloten in een ondergrondse ruimte. Maar het is eerder ceremonieel dan serieus: we krijgen cactuswijn en geroosterde schorpioenen, en onze wapens worden niet eens afgenomen. Na een paar uur komt een oude dragon king in een wit gewaad. Hij stelt zich voor als Doriak, priester van de ochtendzon. Er zijn er nog maar 15 van zijn volk over. Om de hierarchie te bepalen zullen we stuk voor stuk uitgedaagd worden voor een gevecht om te bepalen wie mag spreken en wie niet.
Inmiddels is Ma Si Tamuz naar een heuveltop gevlogen. Van hieraf ziet ze een spiegelende vlakte voorbij het dorp liggen en dan weet ze waar we zijn: de Mirror Plane. Ze begint een langdurig en uitgebreid ritueel om de draak Sleeping Prince op te roepen. De oude draak reageert enigszins verbaasd. "Lang geleden dat iemand me opgeroepen heeft." Hij is momenteel aan de andere kant van de wereld. Als Ma Si vertelt dat ze de schuld komt inlossen, namelijk het terugvinden van de earth dragon kings, is hij blij verrast. Hij komt er aan en hij adviseert haar om zich voor te doen als priesteres van de Opgaande Zon. Daar hebben ze respect voor, en ook voor krijgers. En o ja, mocht je een keer naar Yu Shan willen, dan moet je het maar zeggen dan kan ik je wel naar binnen helpen.
De gevechten beginnen in worstelpositie. Raine is als eerste aan de beurt. Hij wordt vastgegrepen door een enorme vrouwelijke Anklok. Hij probeert haar te charmeren, en hij krijgt een muilpeer. Hij probeert het nog eens en nu haalt ze echt uit. Ze slaat al zijn voortanden uit zijn mond en de solar stort ter aarde. "Dit gevecht is over." zegt ze, "Hij mag niet spreken."
Dan is Diamond- claw aan de beurt. Hij laat de adaman- ten chakram vliegen. Dat ding doet verder geen schade, maar het geeft hem wel de gelegenheid om te vechten. Hij is in zijn gevechtsvorm en dus ongeveer even groot als de dinosaurus. De twee wisselen dreunende klappen uit en hij houdt het twee gevechtsrondes tegen haar uit. Dan zegt ze: "Jij bent waardig om te spreken."
Dyjab mag als derde. Hij had zich goed voorbereid met allerhande verdedigende charms. Zodra het gevecht begint, zet hij zijn aura van wind en hagel aan. Daardoor aarzelt ze even. Op dat moment kan Dyjab kan zich losrukken en neemt afstand. Dan gooit ze een vuurbal naar hem toe die hij zonder schade incasseert. "Jij mag ook spreken."
Als laatste is Ster. Eerst dacht hij dat het een worstelwedstrijd zou zijn, maar door de rondvliegende tanden van Raine en die vuurbal op Dyjab weet hij dat het een serieus gevecht wordt. Hij doet zijn tigerclaws aan. Als, nadat ze elkaar vastgegrepen hebben, het gevecht begint, wil hij opstijgen. Maar de Anklok kan in de toekomst zien en ze laat de rots om zijn benen omhoog groeien zodat hij geen kant meer op kan. Dan klauwt Ster haar rug open. Het is de eerste schade die de dragon king in vier gevechten krijgt. Ze reageert furieus. Met pure essence schiet ze hem overhoop en hij riposteert met een energy drain. Het wordt een zwaar gevecht, waarbij aan beide zijden veel magie gebruikt wordt. Als Ster bijna dood is, vraagt ze of hij wil stoppen (de eerste aan wie ze het vraagt in plaats van het aan te kondigen). "Ja, da’s goed." kreunt hij. "Je verdient respect, maar je mag niet spreken." "Oh, waarom niet? Heb ik niet goed gevochten?" "Nee, omdat je een tovenaar bent en geen krijger."
Ster wordt uit de rots gebikt en alle deelnemers worden genezen. Diamondclaw en Dyjab krijgen een witte sjerp als teken van respect en Ster en Raine worden afgevoerd. Ster heeft er geen zin in om weer opgesloten te worden. Hij vindt het heel erg oneerlijk. "Dyjab is een krijger en ik niet?" denkt hij "En die primitieve hagedis gebruikt zelf volop magie, maar als ze een charm van mij niet kent, is het meteen tovenarij? Het zal wel …" Hij trekt zich woedend terug in Elsewhere en gaat mediteren om te kalmeren. Een dragon king blijft wacht houden op de plek waar Ster verdween en Raine wordt weer naar zijn cel gebracht. Diamondclaw en Dyjab worden verenigd met Oe’al, die een fraai wit gewaad draagt. Zij mogen vrij rondlopen, maar Raine wordt gewantrouwd. Dyjab gaat bij Ma Si langs om verslag te doen. Ze is onder de indruk.
De volgende ochtend verschijnt Ma Si Tamuz bij zonsopgang. Ze vliegt vanuit het Oosten, uit de opkomende zon, naar het dorp. Ze landt voor de biddende
ankloks. "Je stoort ons ochtend ritueel, maar kom mee," zegt de priester. Ma Si stelt zich voor als priesteres van de maan. Dat mag ze dan vanavond met een mis voor Luna bewijzen.
Als hij uitgemediteerd is, gaat Ster met de stamoudste praten, dat is ook een tovenaar. Maar hij kent de spreuken niet die Ster zoekt. "Misschien weten de Salamok meer," en hij vertelt dat er een vijfde stam van dragon kings bestaat, waar wij nog nooit van hadden gehoord. Die zijn lang geleden, door iets wat een sterrenpoort heet, vertrokken naar een vuurwereld. (Laten we daar nu een adres van hebben…) Ster stelt voor dat de Anklok bij de andere dragon kings gaan wonen. "Nee, verhuizen, dat gaat niet. De jonkies zitten hier in het Oosten," zegt de oude wijze.
Sessie negenendertig
Het is markt in de stad Porto Libre. Dyjab loopt zijn moeder en zuster tegen het lijf. Moeder V’neef is ontstemd en Dyjab mag uitleg geven: "Er zijn anathema in je stad. Je hebt echt geen idee he? Je sticht een stad in een van de vruchtbaarste gebieden van de aarde. In het hartland van de Dragonblooded nota bene en je laat er solars rondlopen! De Wyld Hunt is onderweg. En omdat dit ons protectoraat is, is ons huis nu ook in gevaar. Kun je jezelf en ons wel verdedigen?" Dyjab probeert te laten zien hoe exalts kunnen samenwerken.
Hij vertelt over ons uitstapje naar de imperial mountain en hij laat het keizerlijk paleis zien dat de dragon kings daarvandaan hebben overgebracht. Hij demonstreert ook de Hands of the Mountain, reusachtige golems. Moeder is nog niet helemaal overtuigd. Ze wil de anathema ontmoeten. Dus Dyjab laat de anderen bij elkaar roepen. Moeder zetelt zich in de troonzaal van onze tempel en kijkt verveeld. (Ze heeft een charm die haar immuun maakt tegen geestessbexc3xafnvloeding en die ziet er zo uit.) Dyjab stelt de anderen voor. Moeder vindt het ‘interessant’ om ons te ontmoeten, en ze schenkt ons wijn uit onze eigen kelder, die ze betoverd heeft zodat hij veel beter is geworden. Zus kijkt met grote ogen naar Diamondclaw die als enige niet in mensengedaante is gekomen. Hij voelt dat ze een charm op hem doet, maar het is niet duidelijk wat. Het gesprek verloopt moeizaam. Wat kunnen wij haar bieden in ruil voor protectie? Ze gaat slapen in het paleis (wat ze maar armoedig vindt) en wij overleggen. Raine voelt er weinig voor om haar tegemoet te komen, maar de rest ziet wel in hoezeer ze gelijk heeft. We besluiten de vloot die we toch al aan het bouwen zijn, uit te breiden met oorlogsbodems en er daarmee ook het Marokkaanse thuisland van V’neef te beschermen. Diamondclaw en Ster gaan weer feest vieren.
Oe’al gaat met een aantal dragon king tove- naars aan de slag en de vol- gende ochtend ligt er een schitte- rend kristal- len schip in de haven, afgela- den met ener-giewa- pens : op de voor- en achterplecht Fireclaws, twee rijen Crystal Ball Throwers langszij en als handwapens twee Thorn Throwers, die ook als energiezweep gebruikt kunnen worden. De wapens hebben wel nog een energiebron nodig. Een Heartstone per kanon en dan nog wat om het schip zelf van energie te voorzien. Moeder doet alsof ze niet onder de indruk is, maar het lijkt haar wel een goed idee als Dyjab’s broertje een opleiding krijgt aan boord van dit schip. We stichten ter plaatse een zeevaartschool.
Raine is van plan om naar Mos Kovia te gaan, hij wil zijn tribuut op gaan halen en misschien wil Moeder V’neef wel mee om te gaan shoppen. Dyjab gaat natuurlijk ook mee. Zijn moeder is ditmaal serieus niet geamuseerd, wanneer ze ontdekt dat de sterrepoort van Mos Kovika in de riolen staat. Maar de winkels bevallen haar wel. Terwijl de V’neefs geld uitgeven, gaat Raine op roof uit. Hij maakt zich onzichtbaar en steelt een paar heartstones. De lokale siderial stuurt een straatjochie om hem te waarschuwen: "Geen charms! Zelfs voor jou maken we geen uitzondering. Als je iets wilt stelen, doe je dat net zoals iedereen." Hij moet ze teruggeven en dan steelt hij er maar een paar op de ouderwetse manier.
Inmiddels heeft Diamondclaw een diepgaand gesprek met Dyjab’s zus.Ze heeft een charm op hem gedaan en hij wil weten wat en hoe. Ze legt uit dat hij op dat moment de grootste bedreiging was, en dat is een argument dat de lunar wel kan waarderen. Ze gaan een stuk vriendelijker uit elkaar.
Ster gaat naar Autochthonia. Hij bestelt 45 Essence Capacitators. Dat heeft nog wel wat voeten in de aarde, want hij kan geen aanbetaling doen. Maar ze worden het uiteindelijk eens. Het beloofde verslag over de oorsprong van Soulsteel in Creation wordt met gepast afgrijzen ontvangen en in onderin een la gelegd. En dan gaat hij naar de Alchemical Vat Complex om een nieuwe charm te laten installeren. Hij krijgt een fluorescerende gouden spiraal om zijn biceps. De technicus duikt weg en telt: "3 – 2 – 1 – " en dan gaat Ster 10 minuten lang op een heel pijnlijke manier transformeren. " – En klaar!" Even plotseling als het begon, is het weer over. "Ja, dat hebben we er nog niet uit weten te krijgen. Wyld energie, dat blijft lastig. Maar nu ben je tegen alle soorten energie beschermd. Alleen in de Deep Wyld moet je nog uitkijken."
Hij is niet als enige op zoek naar kennis. Ma Si Tamuz wil leren om Magma Tentacles op te roepen. Ze neemt de sterrenpoort naar Mu en gaat naar de vulkaan. "Waarom wil je dat leren?" "Om de stad te beschermen." De vulkaangod is sceptisch: "Moeder Magma is de oerkracht die deze planeet warm houdt. Wat geef je haar? Het is geen god." De god geeft haar een zwaard van vuur en het raadsel dat ze zelf een hand van water moet vinden. Met die twee kan ze de magma kraken oproepen en sturen. En zo leert ze de machtige toverspreuk.
Twee monniken komen de stad binnen. Ze zijn stil en waar ze passeren vallen de mensen stil. De dragon kings aan de poort laten hen ongehinderd passeren en dan gaan ze ieder een herberg in. Het was er heel gezellig voordat ze binnenkwamen … nu niet meer. Het wordt stil en demensen praten niet meer met elkaar. Het zijn de priesters van king Loneliness. Als we er achter komen dat ze in de stad zijn, gaan we er op af. Ze hebben een aura van eenzaamheid om zich heen. Totale doodsheid en sjargrijn. Dyjab raakt onder de invloed. Gedachten als "ik moet alles alleen doen" overweldigen hem. Raine en Ma Si weten wel te weerstaan. Ze pakken er ieder een op en brengen ze naar buiten de stad. Ster stelt voor om ze ter dood te brengen, hij beschouwt demonenpriesters als een sociaal virus dat moet worden bestreden. De anderen willen er mee praten. Vreemd genoeg zijn ze best vriendelijk en filosofisch aangelegd. De priesters vertellen over hun god, de existentiele eenzaamheid, die woont in een naamloze stad ter hoogte van Mongolie. Ster denkt aan Dyjab en de vreugdeloze burgers in de stad. Hij wil de twee priesters doden. Maar de anderen zijn daar tegen. De twee worden verbannen om nooit terug te keren (en de rest van de wereld te corrumperen, denkt Ster). Het onweert.
Maar wat doen we nu met Dyjab? Ma Si weet wel een oplossing: sexual healing. Het werkt wonderwel. Maar zijn er nog andere gevolgen?
GV 3 – Philippe
Via de GPS leidt Simon door een woest gexc3xabrodeerd landschap vol pre-perzische ruxc3xafnes. Hij heeft iets verontrustends gevonden: de satelliet zend beelden door van het Amerikaanse legerkamp van twee dagen geleden. De wandeling duurt een halve dag. We hebben dorst, dus Ab maakt een bron, Als we aankomen blijkt het kamp overvallen te zijn. Er liggen lijken en er is een vrachtwagen tegen een gebouw opgereden. Mio sluipt vooruit. Er liggen nog meer lijken, doorzeefd met kogels en er is geen leven te zien. De anderen komen ook. Er lijkt een vreemde explosieve munitie gebruikt te zijn, maar we vinden ook een afgerukt been met sporen van een dinosaurusklauw. Er staat een zwarte helikopter. En we vinden een dode man in een lange zwarte leren jas met vreemd masker/helm en vreemd science-fiction geweer. Mio pakt het loeizware wapen en dan zegt er van achter ons iemand: "Ze dragen soms boby-traps." We draaien ons om. Daar staat een slecht geschoren man in een leren jack, met een peukje in zijn mond. Zo iemand aan wie je al ziet dat hij Frans is voordat je hem hoort praten. "Wat doen jullie hier?" vraagt hij. "We zoeken de 13e imam." " Dan ben je net te laat, net als deze meneer. Dit is een purifier, weet je. Ik ben overigens Philippe, kom mee de heli in, dan praten we verder." Samen met twaalf van zijn mannen stijgen we in en de heli vertrekt met grote snelheid. 3 – 2 – 1 – BOEM !!! Het hele kamp wordt achter ons opgeblazen.
Aan boord is de sfeer relaà ondanks de wilde manouvres van de piloot. Philippe doet een paar gisse uitspraken en Mio is niet zo snugger. Daardoor weet hij al snel wie en wat we zijn … niet dat hij daar veel moeite mee heeft. Hij is de leider van een heel internationaal gezelschap: "the Technocratic Consortium of Humanity". Hun doel is het voortbestaan van de mensheid, onafhankelijk van bovennatuurlijke invloeden. "Hm, non serviam" mompelt Mio "ja, daar kan ik me wel in vinden." Suzette heeft daar als devil en Faustian wat meer moeite mee, maar dat laat ze niet merken. Met deze vent kan Mio beter onderhandelen, want die meent echt wat hij zegt. Intussen luistert ze naar de gesprekken van de manschappen. Die zijn in een code waar ze weinig moeite mee heeft. Ze komt er achter dat er twee aanvallen zijn geweest, die allebei mislukt zijn. De imam is nog in handen van de Amerikanen, maar de schedel van Abel is in het bezit van de Purifiers. Philippe gokt er op dat we aan dezelfde kant staan, en hij biedt ons een deal aan. Hij laat een veer zien die in het Amerikaanse legerkamp lag. De veer is zwart-rood met een knal oranje punt. Hij is van een harpij. Bestaan die echt? Reken maar! De dienstmaagden van Lilith, die gaan we tegen komen en hij wil graag dat we meevechten. Maar dat is niet waar het om gaat. We zijn nu op weg naar Qatar om te zorgen dat de 13e imam niet in de handen valt van een derde partij (tja, wie, dat vertelt hij niet). OK. Daar willen we dan wel aan meehelpen. Philippe laat wat uniformen uitdelen (die ons te groot zijn) en voor we het weten zijn we ingelijfd. Bij de kust zegt hij dat we nu in vijandig gebied zijn – hier zitten harpijen. En het duurt inderdaad niet lang voordat we aangevallen worden door zes van die creaturen. Suzette verzengt er een in een vuurbal en Mio haalt er eentje neer met het geweer van de purifier, maar dat ding heeft een enorme terugslag en hij komt onder de blauwe plekken te zitten. Het is heel spannend, maar uiteindelijk worden de wezens verslagen. Ab redt een dodelijk gewonde soldaat door hem naar Mio te sjorren, die genezende krachten heeft. Rotbeesten die harpijen, ze leven in grotten aan de Perzische Golf, ze zijn krankzinnig, ontzettend sterk, en je kunt ze niet vastleggen op foto of film.
Omdat we goed meegevochten hebben, worden we nu door de commando’s vertrouwd. Er gaan sigaretten en whiskey rondt en Philippe geeft opening van zaken. We gaan naar Qatar om de 13e imam zo snel mogelijk terug te krijgen. Die is half mens, half gevallen engel. Net als wij. Hij is een Faustian en zijn doel is om de Jihad te beginnen en zo de wereld te veroveren. Hij heeft nog minstens zes gevallen engelen in de top van zijn organisatie. De 13e imam staat bekend om zijn geduld: hij was namelijk ooit ook de 12e imam, de 11e imam en zo terug tot en met de profeet zelf! En hij neemt iedere vijf jaar een nieuw kinderlichaam aan. Ab wordt bleek. De islam waarin hij is opgevoed is ook maar een plot van iemand die de wereld wil overheersen?
*plingerdepling* We krijgen opeens een heleboel mail van Simon. Hij heeft een heleboel informatie. De harpijen zijn wezens van Lilith. Over Lilith zijn er verschillende legendes. De ene verhaalt dat ze de eerste vrouw van Adam is en dat ze na een ruzie is weggelopen, waarna de engelen haar hebben vervloekt. Ze moet 100 van haar eigen kinderen doden. In het andere verhaal is ze zelf een engel, bijna aan god gelijk. Maar ze had eigen plannen die door god verworpen zijn en nu is ze het kwaad zelve. Een derde verhaal vertelt dat Lilith evenveel nakomelingen heeft als Eva, maar die hebben geen last van de zondeval. Ze hebben zich vermengd met het mensenras maar ze hebben geen geweten en ze onderwerpen zich aan niemand. Op een Sumerische afbeelding ziet ze er uit als een harpij cq succubus. Haar dienaressen zijn ook succubi. Er is 1 bron die een ontmoeting vermeldt tussen Lilith en Lucifer, maar die vermeldt geen details. Wat wel opvalt is dat zij net als Lucifer altijd een volwassene is. Geen zondeval he? Volgens de legenden was ze verdreven naar de Rode Zee.
In het golfstaatje komen we bij een zwaar bewaakt Amerikaans legerkamp. Philippe neemt meteen de leiding.De commandant wil eerst niet meewerken, maar met een beetje overredingskracht van Suzette, neemt hij alles van hem aan. De commandant, Philippe en wij gaan mee naar de gevangenis. Het is een eng ondergronds complex. Doodsbange soldaten rennen naar buiten als we aankomen. De gevangenen zijn ontsnapt. Het is oorlog daar benenden! Met acht doodsbange soldaten gaan we in de lift naar beneden. Mio neemt zijn engelengedaante aan om de soldaten een beetje moed in te boezemen. Bij een aantal lukt dat, anderen worden alleen maar gekker… Beneden is een kale gang met knipperende lichten, het geluid van geweervuur en bloedspetters op de muren. Ab wordt water en stroomt de gang in om te verkennen. Er liggen mensen met uitgerukte harten. Ab ziet een monster, het lijkt wel een kruising tussen een weerwolf en het wezen uit de film Alien. De soldaten gooien een granaat. Daardoor is onze aanwezigheid wel verraden, dus we moeten vechten. Mio haalt zijn zwaard tevoorschijn en hakt daarmee een van de monsters in twee. Maar hij wordt zelf ook zwaar gewond.
Ab vindt achterin de gang een cel waarin twee jihadstrijders en de demon die de 13e imam wordt genoemd. De imam verandert een van zijn metgezellen in nog zo’n monster.Mio probeert zichzelf snel te genezen, maar het gaat ontzettend mis. Hijvoelt zich zwak worden en de komende week is zijn asthma terug.Desondanks weet hij de tweede ook te verslaan. Hij verandert zichzelf in een wolk gifgas, maar de imam neemt de vorm aan van de profeet en neemt bezit van Ab’s geest. Hij probeert Ab tegen ons te keren. Maar na een korte psychische worsteling ontrukt die zich aan de invloed. Hij vliegt de imam aan en krijgt hem klein door zijn zenuwimpulsen kort te sluiten. Maar van een lagere verdieping horen we nog gebrul. Er zijn nog meer demonen actief, leiders van de jihad. Snel wordt het bewusteloze lichaam van de imam naar buiten weggevoerd en dan gaan we verder naar beneden. Daar treffen we een tentakelmonster en een vlammende reus aan. Met een vuurbal van Suzette op de tentakelgast en een heleboel kogels en zwaardhouwen in de andere, gaan die ook tegen de vlakte. Als de gastlichamen sterven, gaan Ab en Suzette een spiritueel gevecht aan. Allebei winnen ze en ze slurpen de essentie van de twee verslagen demonen op.
Naderhand geven we opening van zaken aan Philippe en hij neemt ons in vertrouwen. Zijn groepering is bedoeld om de mensheid vrij te houden van invloeden van buitenaf, zoals engelen, demonen en anderszins. En wij zijn bezig om de eindstrijd te voorkomen en de mensheid te behouden. Het Vaticaan wil dat het einde der tijden aanbreekt en de purifiers waren misschien niet op zoek naar de imam, maar naar de sleutels van de hemelpoort. Twaalf van de soldaten in het Amerikaanse legerkamp ontbreken en er zijn ook een paar helicopters te weinig gevonden. Wellicht hebben de harpijen, dienaren van Lilith, de schedel van Abel verdedigd tegen de purifiers en de soldaten helpen vluchten. Ook vertelt Philippe dat er iets heel ouds zit in de Noordzee. Daarom is die momenteel afgesloten. Het is tijd om weer eens te gaan slapen.
Pet project
Ik heb iets met harnassen. Deze lijkt me wel wat voor op een post-nucleaire LARP:
De Japanse kleding ontwerper Kosuke Tsumura, die urban survival clothing ontwerpt, heeft op verzoek ’s werelds grootste cola fabrikant een harnas gemaakt van pet-flessen die hij in stukken heeft geknipt en met nylon draad aan elkaar heeft genaaid. Het zal gegarandeerd nog eeuwen blijven bestaan, want polyurethaan vergaat niet zo gemakkelijk.
Wat er nog meer mis is met Amerika
Witte welpen
Op nu.nl vond ik een filmpje over drie witte leeuwenwelpen die geboren zijn in het Paul Krugerpark in Zuid Afrika. Je kunt hier klikken voor een link. Wel eerst even door een reclamefilmpje heenbijten, maar de mini documentaire is leuk!