Tanais 113

Tanais 113 – 02-02-2017

Dag 3 iii R5
We zitten in een kampementje aan de voet van de berg. Over drie weken is de grote conferentie van alle Immortals. De Lost Boys zouden hier drie weken geleden voor het laatst zijn gezien. Dat is voor hun 20 jaar! Dus de strandhut nabouwen is niet zo’n goed idee. Die gasten zijn daar allang niet meer.
Claude herkent de dode brahmaan opeens: het is er eentje uit Soul waar hij een streek mee had uitgehaald. We gaan naar de hoofdbrahmaan van Pashupati. Het is een eind lopen, maar om 3 uur ’s middags zijn we bij de ‘tempel’, een naargeestig bos waar lijken aan de bomen hangen. Alleen Claude mag naar binnen. De hoofdbrahmaan zit te mediteren. Claude klimt in de taxusboom waar hij onder zit en hangt er de dode brahmaan in. Daardoor komt de man uit zijn trance.
“Jij komt ook uit Soul, hè? En je vindt het nodig om andere brahmanen uit Soul aan te pakken? Wel een goede zet van je.” De lokale Pashupati manifesteert zich. Claude vraagt of de godheid wat weet van de bende. Pashupati kijkt quasi-geïnteresseerd, alsof een kind hem kindertekeningen laat zien. Claude: “Zijn er onlangs nog Immortals uit incarnatie gegaan?” “Ja. In de Zuidwestelijke bergen is drie dagen geleden een nest Lunars uitgemoord. En hun zielen zijn er ook niet meer.” “En weet je waar de bende zit?” “Ik zie snelle, vreemde wezens. Onnatuurlijke creaturen. Ze zitten op veel plekken. Succes met jullie drijfjacht!” De godheid gaat verder: “Ik had toch verwacht dat je meer respect zou hebben voor je eigen brahmanen.” “Ja. Ik had ze ook allemaal kunnen uitmoorden!” Claude probeert zich er uit te lullen, maar Pashupati vindt dat je een goede reden moet hebben om zijn brahmanen uit te moorden. “Je wéét niet eens wat je eigen priesters uitspoken. Je bent een blufkikker en je weet niet wat er gebeurt is. Je was er niet om ze te helpen toen ze je nodig hadden. Jouw taak is om te zorgen dat mijn wil geschiedt en dat mijn brahmanen die kunnen uitvoeren. Nu opdonderen en niet terugkomen totdat je orde op zaken hebt gesteld! En laat dat duidelijk en zichtbaar zijn!”
Claude gaat terug naar de party en vertelt een iets aangepaste versie van wat de godheid hem verteld heeft. Als we horen dat de Lost Boys overal kunnen zitten, willen we een apparaat maken waarmee er een krachtveld om ons heen komt als er tijd-anomaliën in de buurt zijn. Maar dat lukt niet (Botch!).
Dan gaat Risha via een geheime gang met de as van Mahakrishna naar zijn zus. Die is niet blij met de laatste ontwikkelingen. De dode koning moet in het graf worden bijgezet. Ze zoekt een mooie vaas die als urn kan dienen en zegt dat Risha via de hoofdpoort naar Jacufus moet om de as aan te bieden. Zo gezegd, zo gedaan. We gaan ditmaal met z’n allen naar de troonzaal. Jacufus kijkt een beetje beduusd als Risha zijn verhaal doet. De grootvizier zegt dat er een wassen pop gemaakt moet worden als omhulsel voor de urn, om het volk te neppen. En daarna zegt de nieuwe koning: “Broertje, ik wil dat je naar het Zuiden gaat om die bandieten aan te pakken.”
Chang probeert met [Mind] in de gedachten van de grootvizier te kijken, maar dat lukt niet (Botch). Risha accepteert de opdracht. Dat kan ook eigenlijk niet anders als hij met veel getuigen een opdracht krijgt van de rechtmatige vorst. Dan gaan we naar bed.

4 iii R2
Met strijdwagens en een fanfare gaan we naar het Zuiden. Claude heeft de wagens van tevoren in de loop van de ochtend verstevigd en verbeterd. In het kamp van de Siddhu’s vinden we leeggezogen lijken. Sommige zijn tot stof vergaan, andere zijn een lege huls met zuigplekken op armen, hoofd en benen. Risha ziet dat het een mensenbeet is, maar met bijgevijlde tanden. Gwan kijkt terug in de tijd. Hij kan de tijd ook voldoende vertragen om te zien hoe een siddhu door vijf Lost Boys vastgegrepen werd en is leeggezogen. Het proces draagt de resonantie van Chappie’s techniek om Immortals te ‘juicen’. We vinden dagboeken in hun hutjes. Daaruit blijkt dat het bestaan van een celibataire asceet wordt beheerst door gedachten aan seks, veel blowen, door het bos dwalen en in het vuur staren in de hoop op betekenisvolle visioenen. Ze lijken door hun oefeningen veel zielenessentie te hebben gehad, dat wil zeggen, meer zonium dan normale mensen, maar lang niet zo veel als de Exalted. De Lost Boys zijn verder getrokken. Verderop vinden we de restanten van de veldslag. Iedereen is tegelijk afgemaakt met knotsen en messen. Gwan ziet dat de Lost Boys een GTA-achtige buitenkant hebben. Maar hun kleding en pantser is op een onzichtbaar lichaam gestolde Tanais antimaterie. De wapens zijn ook van gestolde antimaterie, maar die kunnen ze wel loslaten. Het is bedtijd. De mensen met [Time] houden wacht, maar er gebeurt gelukkig niets.

5 iii R5
Claude roept Pashupati aan. “Waar zitten de Lost Boys?” “Ik ben de god van de dood. Waar de levenden zitten interesseert me niet. Ergens in het Zuiden, in Haran, zijn Lost Boys dood gegaan van uitputting. Dit was de laatste keer dat ik je antwoord geef. Zorg er eerst maar voor dat jij je taken als hoofdbrahmaan uitvoert voordat je me weer lastig valt.”
We gaan terug en vliegen met de Magic Bus naar Haran.

6 iii R5
Haran is een steppe die we herkennen als de plak waar de Lost Boys aankwamen. Vrij hoog op de Zuidelijke hellingen van de bergketen is de plek waar het allemaal is begonnen. Met [Time en Correspondence] vinden we twee plekken waar een hutje staat met een tijdsanomalie. Met [Color] zien we het nagloeien van de plek waar vroeger het dimensieportaal was. Terwijl we kijken verdwijnt een van de hutten. Bij de andere gaan we voor onszelf de tijd vertragen. Maar dan nog verdwijnt ook dit hutje, we komen magie tekort om dit enorme tijdsverschil te overbruggen. Dan gaan we maar op zoek naar dode Lost Boys. We vinden er eentje, vervaagd onder een doornstruik. Hij is langzaam leeggelopen, zijn eigen zonium, of Juice was op. Misschien dat, als we er weer nieuwe zonium in stoppen, hij weer tot leven komt? Maar we willen het experiment niet aangaan. Deze was een van de pioniers. Hij wist nog niet hoe hij aan zonium / juice kon komen en is verhongerd. Risha onderzoekt waar zijn omhulsel van gemaakt is. Het is een mengsel van plastic en roestvrij staal, Tanaïs antimaterie. Uiteindelijk vinden we er drie. Risha neemt ze mee om aan zijn broer te bewijzen dat we de bende hebben uitgeschakeld.
Met [Spirit Detecting Glance] zie je een dode spirit. De Juice is op, maar ze zijn niet zelf ge-‘juiced’. Met [Time en Mind] voelen we de gedachte: “Shit! Ik moet wel van die gekke lui vinden en leegzuigen. Anders ga ik er zelf aan!” Dus … als alle Exalts op zijn, gaan de Lost Boys vanzelf dood. Geen goed ding. Er is wat tijd over vandaag. We vliegen naar het uitgemoorde Lunar nest. Dit is een plek waar de Weird heel krachtig is. Sprookjes zijn hier werkelijkheid. We vinden een lieflijke boerderij met een Findhorn-achtige sfeer. Er staan enorme kolen op het veld. Het vee loopt een beetje verweesd over het land. Uit wat we hier vinden krijgen we de indruk da het een stelletje pacifisten was, dat zich had afgezonderd van iedereen en alles. We vinden de leeggezogen lijken van de lunars. Het zijn redelijk intacte mummies. Het paadje naar de bergtop, de lieflijke boerderij en de cottage zijn allemaal kort en klein geslagen. Tussen de paperassen vinden we een uitnodiging om naar de grote convocatie te komen, met de lokatie. Dus de Lost Boys weten waar ze moeten zijn. Risha volgt het paadje en komt bij een hoogzetel. Die is ernstig verwaarloosd en moet gerepareerd worden. Momenteel staat hij op Weird, maar het is vergane glorie. De lokale lunars hebben hem blijkbaar al heel lang niet meer gebruikt.
Claude herinnert zich dat we een kristallen bol hebben gekregen van de Siderials. We activeren het ding en krijgen meteen antwoord. “Ja, de vergadering is verplaatst. Raar, dat jullie dat nog niet wisten. Mount Paradise!. En die papieren uitnodiging die je hebt gevonden is het lokaas.
Risha stelt voor om naar de andere wereld te gaan om aan Chappie te vragen ho we de Lost Boys kunnen neutraliseren.

4xp

Call of Cthulhu 6

Gevonden toverspreuken:

Bat Form: 12 mp, 1d8 san
Mist of Releh: 2 mp
Deflect Harm: 1mp, 1 san
Hand of Colubra: 12 mp, 1d10 san, toeschouwer san-check + 1d6 san
Soul Singing: 8 mp, 1d4 san

Diverse personen hebben belangstelling voor de spreuken die Tarjinder gevonden heeft. Tarjinder leert de Mist of Releh op te roepen, Dave de Deflect Harm, Percy gaat voor de Soul Singing en Penny neemt tenslotte de Bat Form voor haar rekening. Tabby gelooft niet in magie en heeft hier dus ook geen belangstelling voor.

Dave en Percy liggen nog in het ziekenhuis. Tarjinder en Tabby slapen bij en houden ’s nachts de wacht bij het opvanghuis. Penny verblijft ondertussen bij de thaise vrouwen om hen zo te kunnen bewaken. De volgende dag zou Dave zijn afspraak hebben met George Lusk. Ze gaan eerst langs bij Dave in het ziekenhuis om over deze afspraak te overleggen. Tarjinder brengt dan ook de gevonden spreuken onder de aandacht en Dave en Percy maken van hun tijd in het hospitaal gebruik om hun spreuken te bestuderen. Als de dames en Percy ’s middags hun opwachting maken bij de pub die George Lusk als hoofdkwartier gebruikt, worden ze in eerste instantie met wantrouwen bekeken. Echter, een paar mannen herinneren zich Tarjinder van de ondergrondse expeditie en dit maakt het contact wat beter. Ze vragen of Lusk mee wil naar het ziekenhuis, omdat hij een afspraak heeft met Dave. Lusk wil wel mee. In het ziekenhuis wordt hij wantrouwig aangekeken door zowel de portiers als de artsen, maar hij mag wel binnen. Ten eerste wil Lusk weten wat voor wezens het waren die hij 2 dagen terug heeft gezien. Volgens Percy en Dave zijn het onheilige creaturen die ook wel ghouls genoemd worden. De groep vertelt aan Lusk dat zij het idee hebben dat de ghouls voor iemand werken. En die iemand is rijk genoeg om vrouwen uit Siam te laten komen. Ook vertellen ze van de zwarte koets. Lusk vertelt dat er 2 jaar geleden, tijdens de moorden van Jack the Ripper, er ook een keer sprake was van een zwarte koets. Lusk beloofd om de bewaking van het huis waar de vrouwen zich bevinden voor zijn rekening te nemen en de keldermuur te laten herstellen.

Dave en Percy gaan vervolgens hun spreuken leren. De anderen gaan bovengronds kijken of zij de loop van de ondergrondse gang kunnen vinden. Percy wil voor deze zoektocht zijn koets niet uitlenen, dus het gezelschap zal te voet moeten gaan. Na een tijd lopen eindigt men op een begraafplaats, maar hier is niets te vinden. De begraafplaats, Paddington, blijkt te nieuw te zijn. Na informatie te hebben ingewonnen bij een voorbijganger, zet men koers naar de begraafplaats Old St. Pancras. Dit is een veel ouder kerkhof, dat wel in de buurt ligt. Het is een oud en vervallen kerkhof, waarvan de atmosfeer Tabby wel weet te inspireren. Ze lopen zoekend rond en Penny vindt een pootafdruk die erg lijkt op die van een ghoul. Men zoekt, maar vindt in eerste instantie niets. Tarjinder oriënteert zich dan naar waar het tehuis is. Penny loopt verder zoekend rond en zakt opeens tot haar borst weg in een graf. Het graf blijkt van onderuit uitgegraven te zijn. Men krijgt de indruk dat er vanuit de hoofdgang een zijgang gegraven is om dit graf te ontdoen van eetbare bestanddelen. Tabby kijkt de gang in en wordt hierbij bijgelicht door Penny die het zonlicht met een spiegeltje het graf in schijnt. Het is een oud graf en het lichaam dat hier lag is al vergaan, maar de botten vertonen knaagsporen en sommige lijken te missen. De gang is oud en niet recent gebruikt. Hierna daalt Tarjinder af in het graf om te kijken of hij de hoofdgang kan vinden. Deze vindt hij 2 meter verder. Hij komt terug en Tabby dekt het gat af met een brok grafsteen. Ze oriënteren zich en kunnen een richting bepalen met behulp van de gang en het tehuis. Zij volgen de lijn verder en zien dat er een drietal mausolea min of meer op die lijn liggen. Bij het eerste mausoleum ziet Tabby sporen. Het hek lijkt op slot, maar de ketting zit los. Tabby maakt voorzichtig het hek een stukje open zodat men er door naar binnen kan. In het mausoleum is het te donker om de inscripties te kunnen lezen. Wel is te zien dat er in een hoek een heel gat zit, met een gang naar beneden. Het groepje gaat net zo stil als ze kwamen weer terug. De ander mausolea worden nog bekeken en het derde is geplunderd voor voedsel.

Hierna gaat men een buurtcafé in. Ze drinken wat en informeren of er twee dagen terug een zwarte koets is gezien. Niemand heeft die gezien. Tarjinder kijkt verder het café rond, immers een kastelein ziet niet alles. Hij vraagt of er iemand is die hier altijd zit. Hij wordt verwezen naar een oude man die bij een raam heeft plaatsgenomen. Deze heeft een aantal weken geleden een man van de kerk gezien. In ruil voor een refill herinnert hij zich ook het uiterlijk. Uit deze beschrijving herkent Tabby de reverend Patrick Simmons; de vriend van William Booth die in het bestuur van het vrouwenhuis zit.

Na deze ontdekking begeeft het groepje zich weer naar het ziekenhuis. Percy is nog steeds in slechte conditie, maar Dave geneest goed en mag naar huis. Ze gaan spullen regelen voor een expeditie, maar eerst wordt er gezocht naar een geschikte locatie waar de overblijvende gesmokkelde vrouwen tijdelijk kunnen verblijven. Tabby vindt een woning in een goedkoper gebouw bij haar in de buurt. Met de hulp van George Lusk lukt het om de vrouwen uit het vrouwen huis te halen en de dames naar de woning te verplaatsen. Het leren van de spreuken verloopt voorspoedig voor Percy, Dave en Penny. Aan het eind van de week is Percy ook goed genoeg genezen om uit het ziekenhuis ontslagen te worden. Dave gaat ondertussen langs in de haven bij de zwerver. Deze heeft geen koets gezien, maar wel een goed geklede man die zijn gelaatstrekken probeerde te verbergen met een hoed en zijn kraag. Hij had bakkebaarden en was, gezien de stevige pas die hij er in hield, in goede conditie.

Penny gaat in antiek- & curiosa winkels op zoek naar een maliënkolder en weet er een te vinden. Terug op zijn kamer ontdekt Dave dat Chang is verdwenen, tezamen met enkele voorwerpen van waarde. Percy besluit ook een borstkuras te kopen en Tarjinder weet een stevig vest van olifantenhuid op de kop te tikken. Tabby besluit om ook een pistool aan te schaffen. Later ontdekt Tabby dat er verbazend veel ketellappers e.d. bij haar huis en dat van de siamese dames verblijven. George Lusk houdt zich aan zijn woord.

Tabby krijgt te horen dat het manuscript van William Booth is teruggevonden. Het blijkt op een verkeerde plaats te zijn opgeborgen. Zij vertrouwt het niet en vraagt aan de uitgever of ze het mag inzien. De tekst lijkt te kloppen met wat ze ervan begrepen heeft van Booth en de journalist, maar ze het Leger des Heils komt erg onsympathiek over na het lezen van de tekst. ze vraagt of de anderen er ook naar willen kijken. Penny en Tarjinder vinden niets, maar Dave ontdekt magie in de tekst. Er zit een symbool in verwerkt dat terugkomt. Het effect hiervan is dat je een moordzuchtige drift over je heen krijgt als je iemand van het Leger des Heils op straat ziet. Dave gaat het manuscript aanpassen om het symbool weg te halen. Tabby heeft enige kennis van chemie en weet een bleekmiddel te fabriceren.

Ondertussen probeert Percy vriendschap te sluiten met de Siamese dames en ontdekt dat de taal leren verstandig is. Met handen en voeten werk weet hij hen duidelijk te maken dat hij de tatoeage weg wil proberen te halen. Ze werken hier graag aan mee. Hij begint met natekenen. Penny helpt hem hierbij, want zij kan redelijk tekenen. Na enkele pogingen weet ze het patroon zo aan te vullen dat er iets heel anders staat. Daarna gaan ze op zoek naar een tatoeërder om het patroon aan te passen. Bij 2 dames werkt het patroon niet meer goed en bij eentje is het twijfelachtig.

Tabby maakt zich zorgen: zij en Tarjinder staan onder invloed van de magie uit het manuscript en hebben nu moordzuchtige neigingen zodra ze iemand van het Leger des Heils ontmoeten. Ze durft momenteel haar huis niet meer uit. Percy komt aanzetten met opium. Hij zegt dat dit helpt en als de deskundige dit voorschrijft willen ze het best proberen. Maar werkt het ook tegen magie?

Tanais 112

19-01-2017
Dag 1 maand 3 jaar Risha 5

Waldheim. Risha heeft gedroomd dat zijn zuster Harati verscheen en dringend om zijn aanwezigheid vroeg: “Het gaat helemaal mis met je broer. Help! Kom!”
Het duurt even voordat hij de anderen heeft overtuigd, maar dan gaan we met z’n allen met de Magic Bus naar zijn thuisland Shintas. Claude kleedt zich als hoofdbrahmaan van Pashupati, Gwan is gekleed als techneut, Risha draagt zijn harnas en Chang is gekleed als generaal. We zetten de bus neer in op een open plek in het bos, ongeveer twee uur lopen van het grote meer. Op het water drijft een dorp van huisboten. Aan de rand van het meer is een driehoekige rotsheuvel waarop waar we de torens en muren kunnen zien van het koninklijk paleis waar Risha is opgegroeid. Iets verderop groeit wat wel de grootste eik ter wereld kan zijn. De top verdwijnt in de wolken. Als we naar het paleis lopen passeren we kuddes paarden, schapen en heilige koeien. Aan het water staan veel bronssmederijen en we zien krijgers oefenen met strijdwagens.

De wachters aan de poort herkennen Risha gemakkelijk. Hier zijn vijf jaar voorbijgegaan, maar Risha is maar één jaar ouder dan toen hij wegliep, dus hij zit er vrijwel hetzelfde uit. Zijn zus wordt geroepen en verschijnt vrijwel meteen. Harati is blij om haar broertje te zien.
“Fijn dat je er bent!. Mahakrishna is overleden. Jacufus is nou troonopvolger, maar hij is zwakzinnig. Al onze andere broers zijn ook overleden. Ik heb je een droom gestuurd en ik ben blij dat je gekomen bent. Het is een chaos hier, in adellijke kring. Onder Jacufus zijn we verloren.”
Ze vertelt dat er een bende in het Zuiden is die het op Siddhu’s gemunt heeft. “Mahakrishna en Ravana organiseerden een kleine strafexpeditie, maar die ging helemaal fout. We kregen wat verwarde verhalen te horen en onze broers hebben een tweede expeditie op poten gezet. Zij zijn ook omgekomen. De bende is er nog steeds en onze clan is bijna uitgeroeid. Een aantal brahmanen heeft de kolder in de kop gekregen. Het lichaam van Mahakrishna moet naar zijn grafheuvel, maar ze willen daar hun eigen rituelen mee uitvoeren. Het is een of andere nieuwe sekte die het einde der tijden aan ziet komen. Ze willen Mahakrishna terug tot leven brengen. Iets met een poort naar een nieuwe wereld met hun als leiders van wat komen gaat. Als je meer wilt weten kan Claude zich melden bij de opperbrahmaan van Pashupati.”
We vinden overlevende Vraj-krijgers van de expedities. Ene Harash vertelt wat hij heeft meegemaakt. “Het was bovennatuurlijk. De Siddhu’s zijn 1 voor 1 uitgemoord. Wij zijn in een hinderlaag gelopen. Ik hoorde geritsel en snelle geluiden. In drie seconden was iedereen dood. Ik heb niks gezien, maar ze hebben wel sporen nagelaten.” Claude kijkt in zijn geest met [Mind en Time] en ziet Chappie’s Lost Boys.

Dan gaan we naar de brahmanen. Eerst maar naar die van Oaken. Bij de ingang van het sanctum van de heilige eik staat een klein huisje. De opperbrahmaan van Oaken heet ons welkom. Hij zegt dat koning Mahakrishna eervol is gestorven en hij is het er niet mee eens dat het lijk wordt gecremeerd in plaats van bijgelegd. Maar de Orakels zeggen dat het zuivere koffie is. Het einde der tijden is nabij en de nieuwe sekte kan redding brengen. Risha mag zelf met Oaken praten. Onder aan de boom mediteert hij, maar het kost veel moeite om contact te krijgen (door een botch op de dobbelsteenworp gebruikt hij de verkeerde rite). Met Spirit Detecting Glance ziet Risha een Krishna-achtige figuur die wacht op de juiste aanspreekvorm. Claude krijgt wel contact.
“Kom boven. Ik heb lang op jullie gewacht.”
De priester lacht: “Nu mag je eindelijk doen wat ik je al die jaren verboden heb, de wereldeik beklimmen.”
We merken een kleine gedragsverandering bij de godheid. Eerst is hij nieuwsgierig, maar als hij ons uitnodigt lijkt het alsof hij ons al had verwacht. Na twaalf uur klimmen kunnen we met [Color] het heiligste der heiligen van de boom zien. Er is net zo’n vlies als tussen onze wereld en de Witte Stad, maar net anders. PLOP! We komen uit een soort put in een grote kamer, ingericht in de technologische stijl van rond 2442. Een vriendelijke Bollywood cowboy begroet ons.
“Er komen hier nooit stervelingen. Nee, ik ben jullie Oaken niet, die zit hier beneden. Ik stuur alle Oakens aan en kijk door hun ogen. Dus jullie kennen de technologie wereld ook? Ik heb al zo lang geen Immortals meer gesproken.” Hij steekt een sigaret op en biedt ons er ook een aan.
“Ik ben een van de metagoden. Ik doe dit sinds 2312 van de Technologische Jaartelling. Op een goede dag keken we de wereld in en we zagen de mensen. Wij waren de reclameborden. Iets keek door ons heen en wij werden daardoor zelfbewust. We kregen het idee dat de wereld zou vergaan. Dat wilden we vóór zijn en we zijn vlak voor Expulsion opzij gestapt in de tijd. Toen we weer terugkeerden zaten we hier in Tanaïs.”
Hij loopt naar een raam: “Kijk eens door dit raam.” We zien de Technowereld. “En nu dit raam.” Daar zien we Tanaïs. “De twee werelden klotsen, maar wij staan daar buiten. Wij wonen niet in Elsewhere, maar aan de buitenkant van Igrot. Maar deze keer vergaan wij ook als Igrot weer klotst.” Hij laat een derde raam zien dat naar buiten uitkijkt. “De heilige plekken zijn doorgangen naar de Outer Space. Maar alleen wij kunnen hier komen. Wij zijn de balancerende factor in het geheel. Mijn naam is Rajpal Wayne, de Marlboro Man.
We laten het op ons inwerken. Rajpal kunnen we zien als de hand in de handschoen die een god is. Maar hij is zelf ook een handschoen voor iets of iemand anders die wij nog niet kennen. Igrot is een soort inktvis. Er zijn twee soorten zuignappen: witte en zwarte. Tussen de werelden zijn ‘speekseldraden’ gespannen van een specifieke kleur: paars, zwart, etc. Er zijn tussen Tanaīs en Aarde ‘planes’ met een specifieke omvang in ruimte en tijd, we weten waar en wanneer ze zijn. De buitenoppervlakte van de Igrot bol heeft gras en atmosfeer. Van Rajpal mogen we daar niet komen. “Off-limits. Die is van ons.”
Claude gooit door het Tanaïs raam een peuk op Euboia. Blikseminslag en een grote bosbrand.

We nemen afscheid en gaan weer terug. Claude wil naar de rare cultus. Die zit “ergens in de bergen”. Gwan zoekt de lokatie van Mahakrishna’s lichaam op met zijn kristallen bol. Het is een plateautje hoog tegen de bergwand. De plek heeft wel wat magisch [Color: eigeel; Prime: kwetsbaar stukje zwakke magie, niet van een echte magiër of sorceror; Entropie: er zit een scheur in de 4D-realiteit]. We gaan er naar toe en arriveren tegen de schemering. De zonsondergang zal die plek zometeen precies met geel licht beschijnen. We horen ritueel gezang en dan zien we een stoet brahmanen met fakkels, die het lichaam van de koning meevoeren. We willen voorkomen dat ze Mahakrishna in een of andere ondode messias veranderen. Chang roept: “Stop deze waanzin!” Er ontstaat een schermutseling. Gwan gebruikt de speciale aura van de Zenith-kaste om de ziel van de koning naar het hiernamaals te brengen zodat hij niet terug in zijn lichaam kan worden gebracht. Het lichaam ontvlamt. De brahmanen vluchten terug de grot in. Claude rent achter hen aan en roept: “Waar zijn jullie in godensnaam mee bezig?” Ze rennen verder, dit is het einde van hun cultus. Risha neemt de as van zijn broer mee.
Die nacht droomt Risha van Narima (de vrouw van Godefried). Ze vraagt, verdrietig en gekweld: “Waarom?” De Poort naar het Westen gaat dicht.

Voor de volgende keer: – Claude wil een dode cultist aan zijn opperbrahmaan geven – Risha moet zorgen dat zijn debiele broer geen koning wordt – we moeten informatie inwinnen over de lost boys, misschien kunnen we hun aandacht trekken door de strandhut na te bouwen.

4xp

Recensie van Kinderen van de Aarde

Gevonden op de website van de bibliotheek:

“In dit tweede deel in de Ares-cyclus, na ‘Ares’* (2013), staat Triton (15) centraal. Hij is een engel die bevriend is met Ares en nu op zoek is naar zijn verdwenen vriend in de cirkels met hun vele werelden. Het verhaal bestaat uit twee delen. In het eerste reist Triton rond samen met heer Solune, waarbij hij de meest bizarre en gevaarlijke wezens ontmoet. Hij heeft als opdracht de leiders van de verschillende werelden te herenigen in de Raad der Werelden. In het tweede deel zorgen drie kinderen die afkomstig zijn van de Aarde ervoor dat de tijdens zijn reis gevangengenomen Triton wordt bevrijd. De drie zijn tijdens het surfen verdronken en verkeren nu tussen leven en dood. Twee zullen naar de Aarde terugkeren, een blijft achter. Het einde is open: Ares is nog niet gevonden. Dat laat de mogelijkheid open voor een vervolg. Een avonturenroman die deels speelt in een middeleeuws aandoende setting en deels (op aarde) in de huidige tijd. Het verhaal wordt breedvoerig verteld; het taalgebruik is soms wat bombastisch. Met eenvoudige omslagillustratie. Voor de liefhebber van fantasy en New Age. Vanaf ca. 13 jaar.”

Toevoeging

In de serie Tanais bleek ik een aflevering vergeten te zijn.

Tanais 108 bevat nu de juiste aflevering.
Wat er eerst in 108 stond, staat nu in 109, wat in 109 stond, staat nu in 110 en wat in 110 stond, staat nu in 111.
Over twee weken spelen we weer verder.

Tanais 111

Tanais 111 – 18-08-2016

We gaan verder naar de hoofdstad. Het is nog steeds bossig, maar de longhouses staan dichter bij elkaar. Bij de baai staan ze zo’n 500 meter uit elkaar. Bij de haven is een ommuurd gedeelte van de stad. Vanaf de heuvels zien we dat daarbinnen een andere architectuur is: luxe rijtjeshuizen en villa’s. We zien twee natuurlijke zuilen in het water staan. Op eentje staat een kasteel en er is een brug tussen de twee.
Dit hier is nu de Bron der Bronnen. Voorheen was dat de Maelstrom van Melek Qart. De githyanki die hier rondlopen lijken op gnumpathi. Dat is hetzelfde soort als we als ‘zaadcellen’ bij de Witte Bron van Terra hebben gezien. De soort die Claude in een parallel-wereld naast Tanaïs heeft gezien, waren van een andere soort. Dat waren ‘afweercellen’. Beide soorten zijn 4D projecties in onze wereld van 5D onderdelen van Igrot.
We komen in een winkelstraat vlak buiten de ommuring. Daar betrekken we een herberg en gaan incognito de markt op. Het doet normaal aan, maar het eten is met minder zorg bereid. Op de markt zijn nuttige magische voorwerpen te koop van inferieure kwaliteit: aanstekers, ovens, weckpotten waar dingen eeuwig in houdbaar zijn, dat soort dingen. Als we met de mensen praten horen we dingen als: “Alles is zo veranderd,” “muur opgetrokken,” “daarbinnen hebben ze een makkelijk leven,” “niet voor mensen zoals jij en ik,” “buitenlanders en mensen die negen maagden hebben ingeleverd,” “worden ze aan de draak geofferd?” “de mooiste houdt hij zelf…”
Wie?
“Prins Adelbert de onuitspreekbare,” “de puntoren? dat zijn niet de buitenlanders, de buitenlanders doen zaken met de puntoren.”
We willen de compound magisch bestuderen en beklimmen daartoe een nabij heuveltje. De CHiggs meetapparatuur wordt geïnstalleerd en we nemen onze vrouwelijke vorm aan. We zien een [Force]-veld in de muur rond het compound. Daarbinnen is heel veel [Color] aanwezig, maar de Zwarte Bron is daar niet. Die zit in de basalten zuil naast die met het kasteel. Daar zit een apart [Force]-veld omheen. De brug is er in inbegrepen.
Helena heeft een paar biefstukken gekocht en charmeert daar drie kwispelende schaapshonden mee. Met [Life en Prime] bloedmagie geeft ze twee van de dieren haar eigen DNA en verandert ze in meisjes. De derde lukt niet. In de verte mist een herder nu zijn honden Miepje en Miesje. Elaine geeft ze met [Mind] een menselijk bewustzijn. Met enig zoeken kunnen we nog zeven leuke boerderijbeesten betoveren. Elaine is iets te succesvol, dus ze worden erg snugger.
Elaine, Claude, Risha en negen maagden mogen de compound in. Binnen is veel bedrijvigheid. We zien veel githyanki van het Gnumpathi-model tussen de mensen lopen. Het zijn vooral ambachtslieden die [Color]-voorwerpen maken. De mensen zijn expats uit het hele Westen van de wereld en een aantal Hobbits. De handelaren hebben hun hele familie bij zich. We komen er al snel achter dat we hier niet zo veel hebben aan goud, want men doet aan ruilhandel. De handelaren uit Dao hebben bijvoorbeeld zijde, parels, jade en specerijen. Soul levert vooral wol, huiden en hout, maar dat hebben ze hier al in overvloed. Soul-technologie daarentegen! Claude en Risha knutselen met [Matter-magie en Craftsman Needs No Tools] enkele prototypes van Claude’s uitvindingen in elkaar: een helikopter en een duikbootje. Claude is de meester (10 successen), Risha de onhandige leerling (1 succesje). Dat is interessante handel. De maagden worden meegevoerd naar het kasteel. Even later krijgen we het bericht dat de meisjes zijn goedgekeurd en wij krijgen een handelsvergunning. We krijgen een toegangsbewijs voor het krachtveld en we krijgen een ingerichte villa toegewezen. Daar staat iets wat wij als CHiggs herkennen als een televisietoestel met heel knullige shows. Maar voor een fantasy wereld heel bijzonder. Claude is goed in het maken, maar Risha is daarentegen weer veel beter in het verkooppraatje. In drie dagen maken we een paar werkende exemplaren.
Maar we zijn hier niet voor de handel. Met een druppel bloed van Risha/Helena heeft Claude een resonantie voor zijn [Correspondence en Life] magie, waarmee hij de maagden kan opsporen. Ze zitten in de basalten zuil onder het kasteel in comfortabele vertrekken. De meisjes zijn zwanger en wat er in hun buik zit, zijn snelgroeiende githyanki’s met voor de helft Risha’s en Helena’s DNA en de andere helft alien DNA. Alle githyanki lijken op elkaar. Ze blijven een paar weken en worden dan afgelost door nieuwe volwassen githyanki. Iedere dag wordt er een bevrucht. We kunnen ze volgen met het bloed van Helena/Risha. Dit hier is het equivalent van een teelbal van Igrot.
Laten we de bevruchter een kopje kleiner maken. Met teamwork: Elaine [Science plus Enigma’s], Condoleeza [Forces magie] en Risha’s [Lock Opening Touch], maken we een sleutel. We vliegen er naar toe en landen op de kantelen van het kasteel. Er is geen bewaking. Het bovenste deel van het kasteel is leeg. Op de begane grond treffen we een zwangere dame. We spreken haar aan: “Hoi.” “U heeft de verkeerde, ik ben al zwanger. Jullie moeten terug naar de kleine zuil, naar de spiegelzaal.”
Elaine doet een memory-download met [Mind en Time]. Deze dame is gisteren over de loopbrug gegaan. Ze is in een spiegellabyrinth gekomen. Daar stak iets een hand door een spiegel heen, wat ze heel eng vond. In het midden an het labyrinth is een bed. Ze gaat slapen want ze is moe. Een aardige vreemdeling komt bij haar liggen. En de volgende ochtend werd ze naar een luxe verblijf hier beneden het paleis geleid.
We gaan de brug over en komen in een klassiek spiegeldoolhof zoals we dat kennen van de kermis. Elke spiegel is een doorgang naar een zwarte bron ergens ter wereld. Elaine volgt de route uit het geheugen en we komen in het midden aan. Daar ligt een meisje te slapen. Een knappe Elsewhereling stapt uit een spiegel. Hij negeert ons. Onze aanwezigheid is waargenomen, maar niet belangrijk bevonden. Zo zien we een deel van de voortplantingscyclus van Igrot: een Elsewhereling bevrucht een vrouw van Tanais, daar komt een Gnumpathi-githyanki uit vort en die bevrucht een Igrot ei. Het is een verrijkingsprogramma voor het genetisch materiaal. De githyankivorm komt waarschijnlijk van de vorige vader-wereld. De volgende generatie is wellicht Rishavormig …
We moeten aan Mollenslijm vragen of die weet van welke wereld de githyanki kwamen en wat hun zwakheid is. Kennis van buiten Igrot kunnen we tegen hem gebruiken. Igrot heeft een doel: voortplanting. Maar we weten nog steeds niet genoeg van de ecologie van Igrot, we missen nog schakels. We denken dat magie, zwarte prut en incals de afvalproducten zijn, datgene wat Igrot niet kan gebruiken.
Claude laat een knoop achter om de spiegelzaal te kunnen blijven scry’en en dan gaan we terug naar de compound.

4xp

Call of Cthulhu 4

Dave brengt de zwerver onder in een schuurtje waarin wat gereedschap wordt bewaard en een komfoor met kolen is. Percy heeft een manier bedacht om uit te vinden waar de zwarte koets met verwijderde wapenschilden vandaan komt. Hij gaat naar zijn collega koetsiers toe met het verhaal dat hij door die koets werd afgesneden en daardoor met een verwonde dame in zijn koets kwam te zitten.

Als men langs gaat bij de Lloyds kunnen ze, nadat Penny en Tabby zich van hun charmantste zijde hebben getoond, de boeken inzien. De belofte van Tabby om de inhoud alleen gefictionaliseerd te houden helpt ook goed. Het schip blijkt eigendom te zijn van de Southstar Shipping Company. Dit bedrijf uis eigendom van Axel Bellman, een tot Brit genaturaliseerde Zweed. De maatschappij heeft meerdere schepen die allen op de wilde vaart worden ingezet. Het bedrijf is gevestigd in Newcastle en na verder speuren ontdekken de dames dat de Black King een groot aandeelhouder is. Tarjinder is ondertussen schoenen gaan kopen voor Penny om het goed te maken.

Percy zoekt Dave op om samen met hem na werktijd naar de kroeg voor vrachtrijders te gaan. Percy breekt daar het ijs door over koetsen te praten en zijn verhaal over gesneden worden gaat er in als koek. Na enige tijd vinden ze een man die de zwarte koets weleens gezien heeft. hij herinnert zich de koets vooral omdat de koetsier het verkeerde type was.

Na hun bezoek aan Lloyds gaan Penny, Tarjinder en Tabby proberen een afspraak te maken met inspecteur MacAllen. De inspecteur is best bereid met hen asf te spreken en stelt een pub in de buurt voor. Deze pub blijkt niet door verdere agenten gefrequenteerd te worden. Als de inspecteur binnenkomt wordt hij door de groep voorzien van een drankje en een fooi wegens de ongebruikelijkheid van onze klandizie. Tarjinder wil graag weten hoe de politie aan zijn signalement is gekomen. De inspecteur vermoedt dat dit voortkomt uit rancune van de 2 mannen die door Percy en Dave zijn neergeslagen. Een Indiase man is makkelijker te herkennen dan een blanke. Als Tarjinder vervolgens was opgesloten acht de inspecteur de kans groot dat hij in de gevangenis “van de trap gevallen” was. Verder speculeren de dames en Tarjinder over de gevonden torso’s. Men vertelt de inspecteur dat zij in de koets zaten die het eerste torso vond. Daarnaast brengt het groepje de inspecteur ook op de hoogte van de bedwelmde meisjes. Hier heeft hij niets over gehoord. Tabby legt uit dat onze “strong man” overdag in de haven werkt en hoe we via hem informatie hierover binnenkregen. Daarna vraagt men aan de inspecteur of ze de torso’s mogen zien. De inspecteur snapt nu waarom we die willen zien en zal kijken of hij iets kan regelen met de dokter. Bedachtzaam vertrekt hij en Tabby geeft hem nog haar kaartje.

Percy krijgt bezoek van de tolk. Die heeft de gevonden papieren uit de hut van de bootsman vertaald. Het is vertaald uit het Khmer en bevat instructies voor de continuering van de spreuken Dominate en Compel Flesh. De laatste spreuk is bedoeld voor doden (wezens zonder ziel).

De volgende dag komen Percy en Dave lunchen bij Tabby, zodat er informatie uitgewisseld kan worden. Als Dave hoort van de Compel Flesh-spreuk, vraagt hij zich af of er misschien ook nog een lijk aan boord van het schip is. Er wordt geopperd dat de gevonden romp daar misschien van is. Penny wil de spreuk graag lezen, maar dit wordt afgeraden door Percy. Penny bekijkt toch de spreuken en het is inderdaad akelig om te bedenken datiemand dit bij vol bewustzijn een ander aandoet. Er zijn momenteel 2 hypotheses: de dominate wordt in het Verre Oosten gebruikt om slaven te maken en de Compel Flesh om hier zombies te maken en naar daar te transporteren of beiden worden daar gemaakt. Men besluit om nog een keer op de boot rond te kijken. Na enige discussie wordt besloten om de keukenploeg om te kopen en inderdaad met wat giften mogen ze ’s nachts rondneuzen.Bij het doorzoeken van de boot vinden we niets. Dave zoekt in het ruim naar spreuk gerelateerde zaken, maar vindt niets. De hut van Chang wordt nog eens onderzocht naar aanwijzingen of hij vrijwillig is vertrokken. Er worden geen sporen van geweld gevonden. Wel bestaat de mogelijkheid dat hij in grote haast is vertrokken en de kajuit overhoop is gehaald door de politie. Percy en Tarjinder nemen nog wat kruiden mee uit het ruim en Penny en Tabby willen zijde kopen. Hier krijgen ze 50% korting op. Percy biedt aan om de kruiden voor hen te verkopen en Tabby weet wel een paar kleinere naaisters die de zijde kunnen overnemen. Dave en Percy worden kopers. Dave vaart in de avondschemering een bootje langszij en Percy vervoert het verder de stad in. Daarnaast bedenkt men om eens wat opiumholen af te gaan op zoek naar Chang. Eerst gaat men naar Chinatown. In het opiumhol aldaar raken de mannen bedwelmd. Penny denkt er aan om niet al te diep adem te halen en vindt de bootsman. Hij is al te ver heen om nog te reageren, dus nemen ze hem maar mee. Op een vraag waarom ze hem meenemen, antwoordt men dat het de bootsman is en hij nodig is aan boord. Dit wordt niet direct geloofd, maar uiteindelijk weet Tarjinder hen te overtuigen. Ze besluiten om Chang bij Dave te laten ontnuchteren. Voor de zekerheid binden ze hem wel vast. Hij wordt bewaakt door Dave en Percy, die dankzij hun nieuwe inkomstenbron niet direct hoeven te gaan werken.

Op donderdagochtend krijgt Percy bericht dat een van de gesmokkelde vrouwen is verdwenen. Samen met Penny en Tabby gaat hij er naar toe. Ter plaatse hoort hij dat de vrouw gisteravond gewoon naar bed is gegaan en er vanochtend niet meer was. De afdeling is afgesloten en in de tuin, op de zolder en in de kelder zijn geen sporen te vinden. Desgevraagd hoort men wie er allemaal sleutels heeft: directeur, nachtportier, nachtwaker, en de Raad van Bestuur, waarvan Rev. Simmons en Sir Charles Warren deel uit maken. De nachtportier houdt bij hoog en bij laag vol dat hij niet van zijn post is geweest en de nachtwaker is redelijk simpel van geest.

Als de bootsman wakker wordt is hij niet blij dat hij is vastgebonden. De man spreekt Engels en het gesprek begint onvriendelijk. Als blijkt dat Dave van de vrouwen afweet, wil hij wel praten. Hij vervoert de vrouwen. verder vertelt hij dat de tovenaar in Siam akelig is, maar niet zo akelig als degene hier. Chang weet niet of wil niet weten waar de vrouwen heengaan. Met de Compel Flesh heeft hij niets gedaan en voor zover hij weet gaat er ook niks terug. Gevraagd naar waarom de ene akeliger is dan de andere vertelt Chang dat die in Siam dingen channelt en dat de tovenaar in Engeland dingen oproept. Hij heeft een vrouw gezien waarvan 1 arm in een tentakel werd veranderd. Hij heeft geen gezichten gezien. Het was een kring om een op de grond getekend pentagram heen. De vrouw werd naakt in het midden vastgeketend, waarna de kring er om heen liep al murmelend. Langzaam begon haar vlees te veranderen, de ledematen als eerste en daarna ook het hoofd. Hij is toen gillend weggelopen. Chang wil graag weten welke bescherming Dave hem kan bieden. Dave wijst hem er op dat hij makkelijk te vinden was en voorlopig wel hier kan blijven. De vrouwen komen per half jaar en hij doet dit al 3 jaar. De overdracht vind plaats als de zwarte koets er is. Het bijwonen van de ceremonie was na een rit in de zwarte koets. Chang was toen geblinddoekt. Hij denkt dat ze hem dit hebben laten zien om hem te bedreigen en om hem medeplichtig te maken. Misschien ook wel om te kijken. De groep besluit dat de overige 4 vrouwen niet veilig zijn en weg moeten waar ze nu zitten.

Call of Cthulhu 3

Het is woensdag en iedereen, behalve Penny, is bezig met zijn/haar reguliere werkzaamheden. Op het werk van Dave gaan geruchten rond in verband met de recente zoekactie van de politie. Het blijkt dat deze onder de leiding van Sir Charles Warren heeft plaats gevonden. verder zijn er een vijftal Aziatische vrouwen gevonden in het ruim van een schip. Sir Charles Warren was hoofdcommisaris van 1886 tot 1888 en is in ongenade gevallen door het uitblijven van een arrestatie van Jack the Ripper. Momenteel blijkt hij zich weer omhoog te werken. Zoals velen uit de hogere klassen heeft hij geen hoge pet op van arbeiders.

Tabby heeft het adres van William Booth achterhaald. Zij trekt de stoute schoenen aan en schrijft hem een brief waarin zij haar sympathie uit wegens het gestolen manuscript en zichzelf direct uitnodigt voor de volgende dag. Als antwoord komt een kort schrijven met daarin vermeld de datum en tijd van de afspraak. vervolgens regelt Tabby dat Percy haar met zijn koets naar Hadley Wood rijdt. Ten tijde van de afspraak heeft mr. Booth een Ierse dominee, Rev. Patrick Simmons, te gast. Tijdens het gesprek blijkt dat Booth geen kopie heeft van zijn manuscript, maar nog wel de ruwe aantekeningen van hem en zijn medeauteur, de journalist W.T. Stead. Tabby biedt haar hulp aan bij het opnieuw uitwerken van deze aantekeningen en krijgt het adres van de journalist. William Booth kan zich niet voorstellen waarom het manuscript gestolen is. Het enige mogelijke pijnpunt in het boek was een beschrijving van de omstandigheden waarin de Engelse arbeiders verkeren en de oproep om verbetering in hun lot te brengen. Voor domuinee Simmons is het wel duidelijk dat de Steambarons er achter zitten, aangezien hen dat geld gaat kosten. De dominee houdt kerk in Whitechapel en kent daardoor de ellende van dichtbij. Hij deelt Booth’s idealen. Als Tabby later in de week bij W.T. Stead langs gaat, neemt deze haar aanbod voor hulp graag aan.

Na het werk gaat Dave naar de kroeg en let goed op of hij iets kan opvangen over de Aziatische vrouwen. Hij krijgt te horen dat de vrouwen allen een tatoeage op de rug hebben. De tatoeage is een symbool en geen letterteken(s). Op vrijdag is Penny helemaal genezen van haar verwondingen. (de afspraak voor het optreden wordt uitgesteld tot Geert weer aanwezig is)

In de stad is wel enige spanning merkbaar, met name in de buurten waar Jack the Ripper heeft toegeslagen. Na de 5 officiële slachtoffers uit 1888 zijn er nog een aantal lijken van vrouwen gevonden, maar met name de vondst van het vrouwentorso heeft de gemoederen danig beroert. Dan wordt er voor de tweede keer in een paar dagen het lijk van een vrouw gevonden. Deze keer lijkt de dader gestoord te zijn tijdens het verwijderen van de ledematen. Het hoofd zit nog vast aan het torso en blijkt gruwelijk misvormd te zijn. De spanning in het Eastend en met name in Whitechapel loopt op: mensen lopen met messen en onbekenden worden wantrouwig aangekeken. Tabby is erg nieuwsgierig naar het misvormde hoofd. Het hoofd had niets menselijks of dierlijks meer. “Monsterlijk?” “Ja, dat is wel het goede woord.” Tabby en Penny besluiten een salon, schouwburg of theater te bezoeken. Percy besluit om Dave op te zoeken en gaat daarna met hem naar een pub waarvan bekend is dat er ook vaak agenten komen. De bedoeling is om wat nieuwtjes op te vangen, maar daar is er niet veel van. Dan krijgt Dave een ingeving: als er vrouwen gesmokkeld zijn, dan is dat waarschijnlijk eerder gebeurt en dan moeten ze ook vervoerd zijn! Op het terrein van de haven bivakkeren ook veel zwervers. Die wil Dave gaan zoeken en ondervragen met behulp van een tweetal flessen drank. Percy weet nog de locatie waar de vrouwen zijn ondergebracht te achterhal;en bij een agent, maar eerst gaan ze langs de zwervers. na een lange zoektocht vinden ze een zwerver die coherent genoeg is om te ondervragen. Hij heeft inderdaad gezien dat er vrouwen van een schip kwamen en in een geblindeerde koets werden geladen. Ze waren volgzaam “… alsof hun ziel er niet was.” De koets werd getrokken door een vierspan en had ook 4 wielen. Op de deur was een plek zichtbaar waar een wapenschild had gezeten. De koetsier had de manieren van iemand van goede afkomst, maar reed wel zelf. Hij leek het vaker gedaan te hebben. Welke boot het was en welk tijdstip herinnert de zwerver zich niet meer. Wel herinnert hij zich dat de koetsier een hoge hoed, witte handschoenen, een cape en lakschoenen droeg. Alles van een goede kwaliteit. Dave vraagt of hij een signaal wil geven als het nog eens gebeurt en in ruil voor een betere slaapplaats wil de zwerver dat wel doen.

Op zaterdagochtend om 8 uur belt Percy bij Tabby aan. Zij en Penny zitten net aan het ontbijt en na uitnodiging schuift Percy aan. Hij vertelt hen van de ontdekkingen en dat hij en Dave graag met de “in beslag genomen” vrouwen willen spreken. Percy is van mening dat Tabby daar een rol bij kan spelen. Dave regelt ondertussen dat hij eerder bij werk weg kan en wordt door de anderen opgehaald.

Volgens de informatie van Percy zijn de vrouwen in een tehuis in of bij Whitechapel ondergebracht. Na aankomst beidt Dave aan om de koets in de gaten te houden, zodat die niet door de lokale bevolking word meegenomen. Na enige tijd naar de vrouwen geluisterd te hebben, rijst het vermoeden dat zij Thais spreken en dat er dus een tolk geregeld moet worden. Percy zet daarop koers naar Chinatown, alwaar hij een Thai weet op te duikelen. De vrouwen maken een heldere, niet verdoofde indruk. De vrouwen geven hun namen en vertellen dat zij in hun thuisland, Siam, zijn verkocht aan een vrouwenhandelaar die vaker in de regio kwam. daarna zijn ze naar een havenstad gebracht. De vrouwen hadden niet verwacht daar bij een tovenaar langs gebracht te worden die hen, onder het prevelen van onbekende teksten, tatoeëerde. Zij voelden zich daar erg ongemakkelijk bij. Daarna herinneren zij zich niets meer, tot het moment dat ze hier wakker werden. Als we hen vragen of wij de tatoeage mogen bekijken, ontbloten de vrouwen hun rug nog voordat de heren de kamer hebben kunnen verlaten. Volgens Penny en Percy, die er verstand van hebben, is het magie die ouder (proto-periode) is dan de Oosterse magie. Het doet reptielig aan. Penny is druk bezig de tatoeage over te trekken op een stuk papier en Percy en Tabby zien de ogen van die vrouw even glazig worden. Percy experimenteert bij een andere dame en het lijkt er op dat het aanraken van het patroon en volgen zeker een rol speelt bij het verdoven van de vrouwen. Percy laat wat extra geld achter en vraagt of hij op de hoogte gebracht kan worden als ze opgehaald worden.

Eenmaal buiten, wordt ook Dave op de hoogte gebracht. Na alle verhalen besluit Penny om een klein revolvertje te kopen. Dave zoekt nog uit vanaf welk schip de vrouwen kwamen. Het blijkt een schip van de wilde vaart te zijn en op de reis naar Engeland heeft het Thailand en Singapore aangedaan om via het Suezkanaal hier te arriveren. De kapitein is gearresteerd en het schip ligt aan de ketting. Dave regelt dat hij de eerstvolgende keer dat het schip bevoorraadt wordt de levering mag doen. Bij die levering verkleedt Penny zich als man en gaat Tabby als jeneverschenkster mee aan boord. Vooral Tabby, als vrouw, heeft veel aanspraak van de bemanning en op advies van Dave hoort zij de koks uit. Die vertellen haar dat de bootsman, Chang, enorme porties eten kreeg. Van de bemanning verneemt zij dat de vrouwen in het ruim verborgen waren, achter een kantelbare wand. We mogen het best zien. Er zijn 8 stapelbedden, waarvan er 5 beslapen zijn. Dave gaat op zoek naar iets waarmee de tatoeages te activeren zijn. Penny en Tabby vinden dat op de toilettafel. Bij het doorzoeken van de laatjes vindt Tabby een geheim compartiment, met daarin beschreven papieren. In een oosters schrift, maar niet Chinees. De mannen gaan op zoek naar de kajuit van Chang. Die blijkt afgesloten te zijn. Dave slagt er in om het slot open te krijgen. De kajuit is donker en na het gordijn geopend te hebben, zien ze dat de kajuit overhoop is gehaald. Dave en Penny zien dat het raampje wel dicht, maar niet op slot zit. Dave zoekt door de puinhoop heen en vindt foto’s van Chang met een vrouw. Op zijn rechterwang zit een moedervlek. Chang heeft zijn opiumpijp en monsterboekje laten liggen, wat wijst op een mogelijk onvrijwillig vertrek. Hij blijkt vaak op dit schip gevaren te hebben en is oorspronkelijk afkomstig uit Shanghai.

De groep besluit dan met de gevonden papieren naar Chinatown te gaan en ze door de tolk te laten vertalen. Die vindt het serieus gevaarlijk en spreekt van echte magie. Hij heeft dat hier nog nooit gezien, maar wel in Siam. Het betreft hier waarschijnlijk een serieuze tovenaar die in contact staat met een andere wereld. Op basis van deze informatie verwacht de groep dat hier een machtig persoon achter zit. Waarschijnlijk iemand met veel geld (en dus macht) en een passie voor geheimzinnigheid aangezien hij zijn eigen koets rijdt. Vervolgens gaat men langs bij de havenmeester, waar men ontdekt dat het schip hier vaker aanmeert. Dit komt overeen met de informatie van de zwerver. Aangezien het schip eigendom is van een holdingmaatschappij besluit men om de volgende dag langs de Lloyds te gaan.

Call of Cthulhu 2

De zondag na de fair wordt men wakker ten huize van Tabby. Penny en Tarjinder zijn in een bedrukte stemming. Zij hebben immers wel stageld en huur van de tent betaald, maar hebben nauwelijks inkomsten binnen gekregen. Tarjinder neemt de tijd voor zijn yoga-oefeningen. Bij Tabby wordt er zachtjes op de deur geklopt. Het ontbijt wordt binnen gebracht. En ondanks dat de keuken niet op de hoogte is gesteld van de logerende gasten is er wel een ruimere hoeveelheid voedsel gebracht. Tijdens het ontbijt informeert Tarjinder nog naar eventuele zaaltjes bij Tabby in de buurt waar hij en Penny kunnen optreden. Dave begeeft zich ondertussen naar de kerk (good old Church of England). Percy heeft zich met zijn koets ook bij een kerk opgesteld in de hoop zo nog wat klantjes te verschalken.
’s Maandags verschijnen de kranten weer en volgens de London Times heeft er in Hyde Park een “hardhandige aanval op burgers” plaatsgevonden. De London Gazetteer (eigendom van de steam barons) spreekt van “een uit de hand gelopen gerechtvaardigde actie” wegens “illegale activiteiten”. Er was immers een illegale stoommachine aanwezig op de fair. De Daily Telegraph spreekt dan weer van een “opstootje in Hyde Park”. De Gazetteer maakt verder ook nog melding van het feit dat de politie op zoek is naar een man van Indiase afkomst.
Diezelfde ochtend klopt Percy aan bij Tabby. Ook hij heeft de krant gelezen en vermoedt hetzelfde als de rest. Men is op zoek naar Tarjinder en de groep is niet zeker of dit zoeken gebeurt vanuit de politie zelf of dat de steam barons hier achter zitten. Er zijn ten slotte 2 mannen van de gold king neergeslagen. Tarjinder besluit om zich bij de politie te melden. Samen met Penny en Tabby neemt hij de koets van Percy en rijden ze naar Scotland Yard. Bij aankomst wordt Percy door Penny betaald en geeft Percy haar een witte steen om door de ruit te gooien bij tekenen van onraad. Zoals altijd is het druk bij Scotland Yard. Het is een komen en gaan van allerlei soorten mensen, maar vooral ook bedelaars en hoertjes e.d. Bij de ontvangst staat een besnorde agent. Als Tarjinder meldt dat hij waarschijnlijk de Indiase man is uit de krant en zich daarom komt melden, maakt de agent de opmerking: ”Dat is voor het eerst dat zo’n zwartjoekel zich zelf meldt!”. Als het bericht is doorgegeven, komt er niet veel later een detective in burger aan. Deze stelt zich voor als inspector MacAllen. Tarjinder stelt Penny en Tabby voor. Percy is buiten bij zijn koets blijven wachten. De inspecteur neemt Tarjinder mee naar een bureau voor het verhoor. Hier vertelt de inspectuer dat er ook melding is gemaakt van een vrouw die vervaarlijk met een zwaard stond te zwaaien. Volgens Tarjinder was dat zwaard totaal ongevaarlijk en bot, maar moeilijk van echt te onderscheiden. De inspecteur vraagt of er een contract is gemaakt over het stageld en de huur. “Uhm, dat soort dingen regelt mijn assistente”. Penny wordt er bijgehaald en zij heeft inderdaad het contract. De inspecteur bekijkt dit eens en schrijft de namen die op het contract staan op. Daarna meldt hij dat dit contract als bewijs hier moet blijven, maar dat Tarjinder en Penny een ontvangstbewijs kunnen krijgen. Dit laatste na de protesten van Penny en Tarjinder hoe zij zonder contract hun geld kunnen proberen terug te krijgen. De inspecteur geeft Penny nog een waarschuwing om in het vervolg niet met zwaarden te staan zwaaien. Na ontvangst van het ontvangstbewijs van de bureausergeant staat de groep weer buiten, blij dat de inspecteur niet net zo was als de bureausergeant. Tarjinder vraagt of Percy een theater weet. Percy kent een kelder op de rand van Chinatown. “Kan jij hem vullen?” vraagt hij aan Tarjinder. Deze kijkt hem niet begrijpend aan.
Ondertussen gaan er bij Dave op het werk allerlei geruchten over een op handen zijnde actie van de politie tegen smokkelaars. Er lopen opeens ook onbekenden rond tussen de normale werklui. Dave spreekt een collega aan die weet wat er zoal speelt. De onbekenden zijn mannen van zowel de Gold King als de Blue King. Hem wordt aangeraden zich gedeisd te houden en zich vooral strikt aan de regels te houden. Bij onorthodoxe verzoeken je meerdere waarschuwen. Dave kijkt ook nog of de 2 van zaterdagavond er tussen lopen, maar nee.
Percy neemt de anderen mee naar Chinatown. Dit is een morsige wijk vol met Chinese tekens. Hij leidt ze naar een lokale baas. Bij de kelder kennen ze hem en dus laten ze hem binnen. Percy biedt een demonstratie aan. De groep wordt binnen gelaten en naar benden geleidt langs de dampen van een opiumden. De vloer van de kelder is van aangestampte aarde en nde muren van planken. De ruimte is verlicht, maar op een manier dat er nog veel schaduwplekken zijn. Uit een schaduw stapt een corpulente man, gevolgd door een oude man met een vlassig baardje. Tarjinder stelt zichzelf voor en zegt: “Uhm, laat ik voorzichtig beginnen”. De dikke man knipt met zijn vingers en de oude man plaatst een stoeltje achter hem. De show gaat van start. De man is geïnteresseerd in de verdwijntruc en de messenwerp-act. “Zal ik mijn lieftallige assistente laten verdwijnen?” “Dat zou zonde zijn. Hier, neem Ang maar…”. Ang verdwijnt echter niet en Tarjinder gaat verder met het messenwerpen. Penny dringt aan dat er op haar gemikt wordt en ook Tarjinder houdt aan. Uiteindelijk gooit hij naar hen beiden en het lukt. “Ik kan ook bewegende objecten!” dat vindt de man interessant en hij klapt in zijn handen. Er verschijnen mensen die plaats nemen in de donkere hoeken en dingen gaan werpen. Penny helpt mee met het spotten waar vandaan er gegooid wordt. De eerste worp lukt en hij krijgt een compliment. Percy dringt aan om de verdwijntruc nog een keer met Penny te doen. Helaas lukt het ook deze keer niet, maar Penny verdwijnt toch. “Hmm, gestoethaspel als afleiding, die kenden we nog niet”. Dan vraagt de man wanneer hij kan optreden. “Morgenavond al”. “Dat is snel!”. “Kunt u de tent vol krijgen?” “Dat lukt een goochelaar van uw klasse toch zelf?” “Dan duurt het wat langer” “Ik kan hem wel vullen, maar dan wordt mijn commissie hoger!”. Ze komen er uit en de volgende dag zal Tarjinder the Magnificent een optreden geven. Penny bespreekt ondertussen de details met de oude man.
Daarna gaat Tabby langs bij haar uitgever op Fleet Street. Hier bevinde zich ook de kantoren van de meeste kranten. Ook hier is de macht van de steam barons merkbaar. De meeste grote kranten houden zich redelijk op de vlakte. De kleine krantjes hebben soms stokpaardjes waar ze tegen te keer gaan en de London Times gaat daar af en toe in mee. Als tabby een aantal journalisten spreekt, wil men haar niet vertellen wie de auteur van het artikel in de Times is. Wel hoort zij dat er is ingebroken bij haar uitgever. Er is een manuscript gestolen: “Darkest of Britain, and the way out” van William Booth (oprichter the Salvation Army). Een rare inbraak aangezien de kluis ongemoeid is gelaten.
Na werktijd zoekt Percy Dave op in de kroeg. Hij wil geld verdienen met een taxi-service van het publiek naar de kelder in Chinatown. Tabby kent een aantal societyfiguren die dit soort spannende nieuwe zaken waarderen. Zij waarschuwt hen dat het in Chinatown is en dat het derhalve belangrijk is om juwelen en dergelijke thuis te laten.
Op de avond van het optreden rijdt Tabby met Tarjinder en Penny mee. Percy haalt samen met Dave 6 betalende passagiers, allen societydames, op in een geblindeerde koets. Tarjinder en Penny hebben varkensbloed geregeld voor de truc met de mand en de zwaarden. Dave en Percy schermen de dames af van de opiumtent, waar het al aardig druk is. De show gaat van start. Als eerste staat de verdwijntruc op het programma, maar deze mislukt alweer. Hierna volgt de messenwerp-act. Wellicht is Tarjinder aangedaan door het alweer mislukken van de verdwijntruc, want het eerste mes raakt Penny. Er vloeit bloed! De Chinezen applaudisseren, maar de societydames schrikken. Tarjinder gooit door. Het tweede mes boort zich net naast Penny’s keel in de plank. Nummer drie is echter weer een voltreffer en weer vloeit Penny’s bloed over de bühne. Mes nummer 4 komt tussen de benen van Penny terecht. Penny ziet het vijfde mes op haar afkomen en weet nog net op tijd haar vingers te spreiden, zodat het mes haar mist. Het publiek is extatisch, maar een van de dames valt flauw. Zij wordt weer bijgebracht en vindt het optreden niet fijn. Zij heeft door dat wat er op het toneel gebeurde echt is en niet een trucage. Tarjinder realiseert zich dat hij Penny dusdanig verwond heeft dat ze hulp nodig heeft. Hij vraagt een vrijwilliger voor de zwaardentruc en Dave biedt zich aan. Terwijl Dave door Tarjinder wordt geïnstrueerd, maakt Percy van de gelegenheid gebruik om Poenny te verbinden. De truc met de zwaarden en de mand gaat perfect. Door het ingrijpen van Percy is Penny net in staat om nog afscheid te nemen van het publiek. Hierna vertrekt het publiek al snel. Percy en Dave brengen de dames weer terug. De administrateur overhandigt aan Tarjinder een zak geld en zegt dat ze welkom zijn voor een volgend optreden.
Als men dit voorstel later bespreekt, wijst Percy er op dat er bij een volgend optreden ook weer bloed moet vloeien. Dave plaatst hierop de opmerking dat hij eventueel wel aan mensen kan komen die het risico op verwondingen willen lopen. De eerste hulp van Percy heeft buitengewoon goed gewerkt en Penny een heel eind opgelapt. Tarjinder doet een poging om Penny te overtuigen om op vrijdag weer op te treden, maar Percy grijpt in en zegt dat hij haar met rust moet laten. Ze rijden terug in de nog steeds geblindeerde koets. Percy en Dave zitten op de bok en zien onder een spoorbrug iets vreemds liggen tussen het afval. Het blijkt het torso van een vrouw te zijn. Dave trekt wit weg en geeft over. Ze waarschuwen de anderen en Penny bekijkt het lijk ook. Haar valt op dat de ledematen zijn afgezaagd. Verder valt het haar ook op dat het vlees van de rechterarm al uitgedroogd lijkt te zijn. Percy doet zijn burgerplicht en alarmeert de politie door op zijn fluitje te blazen. Diverse fluitjes antwoorden en al snel zijn er 3 agenten ter plaatse. “Wat is er aan de hand?” Percy wijst hen op het lijk: “Dat zagen we liggen.” Eén van hen zegt direct: “De Ripper is terug!” (2 jaar geleden heeft Jack the Ripper huis gehouden). Percy legt aan de agneten uit dat hij en Dave het lichaam zagen liggen vanaf de koets. Na verdere notities gemaakt te hebben laten de agenten hen vertrekken.
Eenmaal thuis gearriveerd, maakt Tabby een voedzame punch voor Penny. Ook de daaropvolgende dagen krijgt zij versterkend eten. Penny maakt gebruik van deze tijd om manieren te bedenken om de show veiliger te maken. Het kost moeite om tarjinder duidelijk te maken dat een perfecte show zonder bloed het publiek zal teleurstellen. Wekelijks mensen verwonde op het toneel is de makkelijkste optie, maar daarmee begeef je je op een hellend vlak. Dave ziet het probleem niet zo. Zijn achtergrond als havenarbeider/kraanmachinist is duidelijk anders dan die van de rest. Volgens hem doen mensen elke dag dingen voor geld waar ze gewond van kunnen raken en zelfs bij dood kunnen gaan. Percy zegt dat Tarjinder beter zijn showmanschap kan vergroten. Tabby wil niet bekend staan als de promotor van iemand die zijn geld verdient met het verwonden van mensen. Penny bremgt ten slotte nog te berde dat het tot nu toe om goochelen ging.

Call of Cthulhu – sessie 1

Sessie 1
Het is een zaterdagavond in de zomer van 1890 en we bevinden ons in Hyde Park. Een gedeelte van het park wordt momenteel in beslag genomen door diverse attracties, waarvan de door stoom aangedreven draaimolen het middelpunt vormt. Het is nog vroeg op de avond en het is nog niet echt druk. The Magnificent Tarjinder en zijn lieftallige assistente Penny bewegen zich door het publiek om hun show aan te prijzen en kaartjes te verkopen. Na een klant van zijn cab af te hebben gezet bij de Fair heeft Percy besloten om wat over het terrein te slenteren. Het is immers nog te vroeg om klanten te hebben voor de rit terug. Onderwijl is Dave ook rond aan het lopen op de Fair. Hij staat voor een moeilijk besluit: gaat hij meteen bier drinken of gaat hij eerst nog een show kijken. Verder loopt ook Tabby rond. Zij is druk doende met het observeren van mensen om inspiratie op te doen voor haar volgende roman/penny dreadful verhaal. Tarjinder en Penny weten aan alle drie een kaartje voor hun show te verkopen.
Nadat het publiek een plaats heeft gevonden en benodigde versnaperingen zijn aangeschaft, neemt de voorstelling een aanvang. Penny presenteert The Magnificent Tarjinder aan het publiek en de voorstelling neemt een aanvang. Vanaf zijn plaats op het podium ziet Tarjinder een aantal kinderhoofdjes van onder het tentzeil meekijken. “Willen jullie kijken?”. Op deze vraag duiken de kinderhoofdjes, op een na, weg. “Dat mag, als je daarna iedereen vertelt hoe goed deze show is!”. Tarjinder biedt het jongetje een plaats aan op de voorste rij, waar hij direct gaat zitten. Tijdens de show wordt er onder andere een roze konijn uit de hoed van Percy getoverd. Terwijl Tarjinder en Penny bezig zijn met de verdwijntruc, merkt Tabby dat er buiten mensen tegen het tentzeil vallen. Er begint nu ook rumoer en geschreeuw van buiten de tent binnen te komen. Tarjinder stuurt het jongetje naar buiten om uit te zoeken wat er aan de hand is. Het jongetje besluit eieren voor zijn geld te kiezen en keert niet terug. Tabby besluit om naar buiten te kijken en ziet dat er een knokploeg bezig is met het veld schoon te vegen. Snel duikt ze weer terug in de tent, maar ook de tent blijkt geen veilig onderkomen meer. Twee stevige kerels met gele banden om hun mouwen komen de tent binnen en richten hun aandacht op Tarjinder. Tarjinder krijgt enkele klappen te verduren en hem wordt toe gebruld: “Je hebt niet betaald!!”. Zijn protesten zijn tevergeefs. Percy gooit een klapstoel naar een van de mannen, maar deze mist. Tabby maakt van dit moment gebruik om onder het podium te duiken. De gele mouwbanden suggereren dat de mannen voor King Gold, de man die de stoommachines beheerst, werken. Een van de mannen slaat naar Trajinder met zijn knuppel, maar die wordt afgeweerd. Aangezien Tarjinder net met de messenwerp-act wilde beginnen, heeft hij een mes in zijn hand. Het lukt hem om de broekriem van zijn tegenstander door te snijden. Penny pakt een zwaard van het toneel en staat daar dapper mee te schutteren: “Pas op, ik ben gewapend!”. Dat vindt de tweede aanvaller dermate grappig dat hij misslaat. Dave komt dan de dame te hulp. “Je slaat geen vrouwen!!” en geeft hem een harde vuistslag in zijn gezicht. Penny probeert haar aanvaller met het plat van het zwaard te slaan, maar mist. Dave slaat hem vervolgens knock out. Percy maakt ook gebruik van zijn vuisten, en het feit dat zijn tegenstander problemen heeft met zijn broek, en slaat de ander KO. “Penny, we gaan inpakken.” Schreeuwt Tarjinder ten teken dat het tijd wordt om te vertrekken. Percy gaat ondertussen door de zakken van de 2 mannen, maar vindt daar weinig. Hij neemt een van de mouwbanden en geeft de andere aan Dave. Tabby helpt eerst met het pakken en vervolgens helpt zij Tarjinder een handje met de 2 aanvallers onder het podium te trekken. Percy en dave escorteren de anderen naar de cab van Percy, waarin hij hen een ritje aanbiedt om snel uit Hyde Park weg te komen.
Op aanwijzing van Dave begeeft het gezelschap zich naar een pub in the Docks. Het is een tamelijk ongure pub en Penny en Tabby trekken de aandacht bij de aanwezige “heren”. De eerste die echter iets onaardigs zegt tegen een van de vrouwen, krijgt een hoek van Dave en daarmee is dat snel afgelopen. Na drankjes te hebben geregeld, probeert Percy Tarjinder uit te horen over de oorzaak van het gebeuren op de fair. Tarjinder meldt dat hij gewoon de huur voor zijn standplaats heeft betaald en moppert verder wat over het missen van inkomsten. Dave gaat mee in het gemopper en voegt er aan toe dat hij slechts een incomplete show heeft gezien. Dit doet Penny en Tarjinder besluiten om alsnog de messenwerp-act op te voeren. Penny gaat tegen een balk staan met een appel op haar hoofd en Tarjinder weet deze met een perfecte worp aan de balk te spietsen. Onder applaus en geroffel op de tafels loopt Penny weg. Vervolgens daagt Percy Tarjinder uit om zijn kroes uit de lucht vast te spietsen. Ook dit sterke staaltje lukt hem. Hierna praat men wat verder. Percy vraagt al snel naar de meer occulte aspecten van de Indiase cultuur. Het blijkt dat Penny daar veel van af weet. Tarjinder meldt dat hij India verlaten heeft om aan een gearrangeerd huwelijk te ontkomen. Samen met Penny is hij vervolgens zijn goochel-act gaan doen. Het wordt later en op een gegeven moment staat Penny te dansen op de tafel, hetgeen het publiek goed doet.
Zowel Dave als Tabby biedt een slaapplaats aan voor Penny en Tarjinder. Ze nemen het aanbod van Tabby aan. Penny blijkt er deze avond echt zin in te hebben en wil nog verder uit. Er wordt besloten om eerst de bagage bij Tabby’s huis af te zetten. Onderweg rijdt het gezelschap weer langs, het nu uitgestorven, Hyde Park. Men besluit nog eens te kijken naar de fair en constateert dat vooral de stoom draaimolen het heeft moeten ontgelden. Deze is grondig vernield. Tabby doet de suggestie dat deze niet via King Gold is aangeschaft. Men inspecteert het wrak en Penny en Percy vinden een plaatjevan een buitenlandse fabrikant. Dave kent het merk, een obscuur bedrijf uit Midden-Europa, waarschijnlijk Oostenrijk-Hongarije of een land daar in de buurt. Het lijkt een stoommachine van niet al te hoge kwaliteit te zijn en is vermoedelijk het land in gesmokkeld.